Kruisverwijzing
or
| lemma | meaning |
|---|---|
| a-あ | uitroep (van verbazing, ontroering, etc.) ja (zich iets herinnerend, of bevestigend antwoord) |
| a-亜 | (afk. voor) Arabië |
| a-亜 | (afk. voor) Argentinië |
| a-亜 | (afk. voor) Azië |
| a-阿 | (afk. voor) Afrika |
| abangēru-アバンゲール | vooroorlogse tijd |
| abangyarudo-アバンギャルド | avant-garde; vooruitstrevend; zijn tijd vooruit |
| abaredasu-暴れ出す | onrustig [wild] (beginnen te) worden; beginnen tekeer te gaan |
| abirinpikku-アビリンピック | Paralympics (Olympische Spelen voor sporters met een handicap) |
| abiru-浴びる | overspoeld worden; douchen; baden |
| abisetaoshi-浴びせ倒し | (sumo) de tegenstander naar beneden duwen door op hem te leunen |
| abu-虻 | daas; paardenvlieg; horzel |
| abunōmaru-アブノーマル | abnormaal; afwijkend |
| aburagami-油紙 | oliepapier; geolied papier (papier gedrenkt in paraffineolie waardoor het vochtwerend is) |
| aburagiru-脂ぎる | vet(tig) worden |
| aburajimiru-油染みる | vettig worden; olievlekken krijgen |
| aburidashi-炙り出し | geschreven [getekend] zijn met onzichtbare inkt (wordt zichtbaar na verhitting) |
| achību-アチーブ | (school)vorderingentest; prestatietest |
| achībumento-アチーブメント | prestatie; succes; vorderingen |
| achībumento・tesuto-アチーブメント・テスト | (school)vorderingentest; prestatietest |
| achikochi-彼方此方 | door elkaar; in de war |
| achira-あちら | die kant (op afstand van zowel de toehoorder als de spreker); daar; die |
| achirakochira-彼方此方 | door elkaar; in de war |
| adabana-徒花 | kortstondige bloei |
| adanasake-徒情け | een kortstondige (wispelturige) liefdesaffaire; een flirt |
| adazakura-徒桜 | de kortstondige bloei van kersenbloesems |
| adesugata-艶姿 | bevallige [bekoorlijke; charmante] verschijning |
| adeyaka-艶やか | aantrekkelijkheid; bekoorlijk [glamoureus] zijn |
| adobansu-アドバンス | voorschot; vooruitbetaling |
| adobantēji-アドバンテージ | voordeel (sportterm, b.v. bij tennis) |
| adobento-アドベント | advent (de vier weken voor Kerstmis) |
| adohokurashī-アドホクラシー | adhocratie (bestuursvorm); ad hoc beleid |
| adominisutādo・puraisu-アドミニスタード・プライス | (door de fabrikant of verkoper) vastgestelde prijs; vaste prijs |
| aeru-和える | een dressing maken (van azijn, miso, sesam, etc., voor salades, groenten, e.d.) |
| aezu-敢えず | voordat; niet kunnen laten om |
| aforizumu-アフォリズム | aforisme |
| afutākea-アフターケア | nazorg |
| afutānūn・shō-アフターヌーン・ショー | middagvoorstelling; tv programma |
| agaki-足掻き | het worstelen (b.v om uit een moeilijke situatie te komen) |
| agaki-足掻き | het krabben [schrapen] over de grond (b.v. met de hoeven door een paard) |
| agaku-足掻く | het worstelen [fladderen; slaan] met armen en benen |
| agaku-足掻く | (van paarden met hun voorpoten) het klauwen [krabben] over de grond |
| agari-上がり | (als achtervoegsel) geworden tot; veranderd in |
| agarigamachi-上がり框 | houten plint langs het verhoogde vloerdeel van de kamers in de entree [hal] (waar de schoenen worden uitgedaan en neergezet) van een Japans huis |
| agarikamachi-上がり框 | houten plint langs het verhoogde vloerdeel van de kamers in de entree [hal] (waar de schoenen worden uitgedaan en neergezet) van een Japans huis |
| agaru-上がる | ontstaan; geproduceerd worden |
| agaru-上がる | opkomen; verschijnen; genoemd worden |
| agaru-上がる | nerveus [zenuwachtig] worden |
| agaru-上がる | toenemen; verbeteren; beter worden |
| agechō-揚げ超 | een overschot aan schatkist inkomsten door betalingen uit de publieke sector; netto ontvangsten |
| agehachō-揚羽蝶 | page (een algemene term voor vlinders van de Papilionidae-familie) |
| agemaki-揚巻 | (afk. voor) een tweekleppige schelp (Sinonovacula constricta) |
| agemaki-揚巻 | een geknoopt koord aan de achterkant van een harnas of helm |
| agemaku-揚げ幕 | (Nō en Kabuki) toneelgordijn; gordijn bij ingang |
| agezen-上げ膳 | ehet en maaltijd voor iemand opdienen |
| agora-アゴラ | agora (centraal stadsplein in het oude Griekenland) |
| agorafobia-アゴラフォビア | agorafobie; pleinvrees |
| agumu-倦む | het moe [zat] worden; interesse verliezen; er genoeg van hebben; er geen zin meer in hebben |
| aguneru-倦ねる | iets moe worden [zat zijn]; interesse verliezen; teveel zijn voor (iemand); buiten iemands controle liggen; niet weten wat te doen |
| agureman-アグレマン | agrement (officiële goedkeuring vooraf van een ontvangend land voor de komst van ambassadeurs en gezanten) |
| ahensensō-アヘン戦争 | Opiumoorlogen |
| ahō-阿呆 | (als scheldwoord) idioot; gek |
| ahōbarai-阿呆払い | een straf voor een samoerai in de Edo periode: zijn 2 zwaarden werden afgepakt (of hij werd uitgekleed), waarna hij werd verjaagd |
| ai-愛 | (voor)liefde; voorkeur |
| ai-愛 | afkorting voor Ierland |
| ai-相 | (in combinatie met een werkwoord) elkaar; samen |
| ai-藍 | Indigo plant (Polygonum tinctorium; Persicaria tinctoria) |
| aiba-愛馬 | van paarden houden; het liefdevol verzorgen van een paard |
| aiba-愛馬 | lievelingspaard; geliefd [favoriet] paard |
| aiban-合判 | papier formaat; formaat van prent [schildering] |
| aibanku-アイバンク | oogbank (voor donor oogweefsel) |
| aibeya-相部屋 | een wedstrijd tussen sumoworstelaars van dezelfde stal |
| aiborī-アイボリー | ivoor |
| aiborī-アイボリー | ivoor(kleur) |
| aiborī・burakku-アイボリー・ブラック | ivoorzwart |
| aiborī・howaito-アイボリー・ホワイト | ivoorwit |
| aiboshi-相星 | (sumoworstelaars die) evenveel winst -en verliespartijen hebben als de ander |
| aibyō-愛猫 | lievelingskat; geliefde [favoriete] kat [poes] |
| aibyō-愛猫 | het van katten houden; het liefkozen [liefdevol verzorgen] van katten |
| aichō-愛寵 | liefde; genegenheid; (speciale) voorkeur; gunst |
| aichō-愛鳥 | liefde voor vogels; het beschermen van (wilde) vogels; het houden van [dol zijn op; interesse hebben in] vogels (in het bijzonder wilde vogels) |
| aichōshūkan-愛鳥週間 | de week waarin de aandacht wordt gevraagd voor het beschermen en houden van (wilde) vogels (10-16 mei) |
| aida-間 | interval; terwijl; korte tijd |
| aidoku-愛読 | voorliefde voor lezen; met plezier [vaak; regelmatig] een bepaald boek [tijdschrift] lezen |
| aidokusho-愛読書 | het favoriete boek (van iemand); lievelingsboek |
| aidoma-アイドマ | AIDMA (een marketingmodel met acroniem: attention (aandacht), interest (belangstelling), desire (verlangen), memory (geheugen), action (actie)) |
| aidoringu-アイドリング | het stationair draaien van de motor (van een auto, etc.) |
| aidoru・kosuto-アイドル・コスト | kosten voor inactiviteit (door overcapaciteit) |
| aienkien-合縁奇縁 | een ongewone relatie, tot stand gekomen door een speling van het lot |
| aifu-合符 | afhaal bewijs voor bagage |
| aifuda-合札 | stortingsbewijs; kwitantie; controlebewijs |
| aifuda-合札 | score; puntentelling |
| aifuku-合服 | kleding voor de tussenseizoenen (lente en herfst) |
| aigi-合着 | kleding voor de tussenseizoenen (lente en herfst) |
| aigi-愛妓 | de favoriete actrice of geisha (van iemand) |
| aigin-愛吟 | het zingen van een geliefde [favoriete] melodie; het reciteren van een geliefd gedicht |
| aigo-愛語 | (boeddh.) vriendelijke woorden (één van de 4 methoden die bodhisattvas gebruiken om levende wezens te leiden naar de Weg van de Boeddha) |
| aigo-愛護 | pruik voor een jongen in het Kabuki-theater |
| aigo-愛護 | bescherming; behoud; bewaring; verzorging; goede [vriendelijke] behandeling |
| aigosuru-愛護する | beschermen; conserveren; bewaren; goed [vriendelijk] behandelen [verzorgen] |
| aiiku-愛育 | liefdevolle opvoeding; het opvoeden met liefde en zorg |
| aijirushi-合印 | (kleermakerij) markering op stof om aan te geven waar de delen aan elkaar worden genaaid |
| aijō-愛嬢 | zijn [haar] geliefde dochter (wordt meestal gezegd over de dochter van iemand anders) |
| aikawarazu-相変わらず | onveranderd; zoals gewoonlijk; zoals altijd; zoals voorheen |
| aiken-愛犬 | het zeer goed verzorgen [vertroetelen] van een hond; het dol zijn op honden |
| aiki-愛器 | favoriete [lievelings-] (muziek)instrument [gereedschap] |
| aikidō-合気道 | aikido (Japanse geweldloze zelfverdedigingsvorm, vechtsport zonder competitie of extreme geweldpleging) |
| aikidō-合気道 | aikido (oosterse vechtsport) |
| aikō-愛好 | (voor)liefde; voorkeur; dol zijn op |
| aikokufujinkai-愛国婦人会 | Patriottische Vrouwen Organisatie |
| aikokushin-愛国心 | liefde voor het vader- [moeder-] land; patriottisme |
| aikōshin-愛校心 | liefde voor de eigen school |
| aikotoba-合い言葉 | wachtwoord; herkenningswoord |
| aikyō-愛敬 | het afprijzen; het geven van een extraatje door een winkelier om klanten of bezoekers te trekken |
| aikyō-愛郷 | de liefde van iemand voor zijn [haar] geboorteplaats |
| aikyōshin-愛郷心 | gevoel van liefde voor de geboorteplaats [geboortegrond] |
| aikyōzuku-愛嬌付く | aantrekkelijk [schattig; lieflijk] worden |
| aimamieru-相見える | op audiëntie zijn (bij een vorst); een onderhoud [gesprek] hebben (met een vorst) |
| aimochi-相持ち | de rekening opsplitsen waarbij ieder voor zichzelf betaalt |
| ainame-鮎並 | Hexagrammos otakii (een straalvinnige vissensoort uit de familie van groenlingen) |
| ainaru-相成る | (formele vorm van) worden |
| aioi-相生い | het samen opgroeien (vanaf de geboorte) |
| aisai-愛妻 | de liefde [toewijding] (van een man) voor zijn echtgenote; zeer gesteld zijn op zijn echtgenote |
| aisaibentō-愛妻弁当 | de lunchbox klaargemaakt door een lieve vrouw [echtgenote] |
| aisatsu-挨拶 | felicitatie; dank(woord); aankondiging; mededeling; waarschuwing |
| aisatsu-挨拶 | antwoord; reactie |
| aisatsusuru-挨拶する | iem. (be)groeten; zichzelf introduceren; feliciteren; een toespraak houden; aankondigen; bekendmaken; antwoord geven [sturen]; wraak nemen; bemiddelen |
| aisha-愛社 | liefde [toewijding] voor het bedrijf waarvoor men werkt |
| aishaseishin-愛社精神 | loyaliteit t.o.v. het bedrijf waarvoor men werkt |
| aishinkakura-愛新覚羅 | Aisin Gioro, de naam van een Chinese keizerlijke familie van de Qing dynastie |
| aishō-哀傷 | bedroefdheid; smart (vooral na het overlijden van iemand) |
| aisho-愛書 | lievelingsboek; favoriete boek |
| aishōka-愛唱歌 | lievelingslied; favoriete lied |
| aishōka-愛誦歌 | lievelingslied; favoriete gedicht |
| aisō-愛想 | vriendelijkheid; hoffelijkheid; voorkomendheid |
| aisō-愛想 | vriendelijkheid; hoffelijkheid; voorkomendheid; gastvrijheid; hulpvaardigheid |
| aisoku-愛息 | geliefde zoon (wordt meestal gezegd over de zoon van iem. anders) |
| aisotonikkuinryō-アイソトニック飲料 | een isotone sportdrank |
| aisotōpushōsha-アイソトープ照射 | bestraling (van tumoren) met isotopen |
| aisubān-アイスバーン | bevroren oppervlak [skibaan; weg] |
| aitemu-アイテム | een virtueel voorwerp, wapen of betaalmiddel dat men nodig heeft om een niveau verder te komen in een |
| aitemu-アイテム | item; post (op rekening of begroting); punt; artikel; artikel; ding; voorwerp |
| aiuchi-相打ち | elkaar op het zelfde moment slaan [raken] (b.v. bij vechtsporten, zoals Kendo) |
| aiyō-愛用 | favoriete (gebruiks)voorwerp; het voorwerp dat men altijd graag gebruikt |
| aiyōsuru-愛用する | (een voorwerp) graag [vaak] gebruiken |
| aiyotsu-相四つ | (sumo) gevecht tussen twee worstelaars die beiden dezelfde hand bij voorkeur gebruiken (dus beiden rechtsaf beiden links) |
| aizen-愛染 | (de afkorting van aizenmyōō) Boeddhistische godheid: Koning van de Liefde, zo genoemd vanwege zijn liefde voor Boeddha; godheid van de textiel |
| aizen-愛染 | (de afkorting van aizenhō) de verering van Myōō; Myōō als belangrijkste Boeddhabeeld in een tempel zetten |
| aizenmyōō-愛染明王 | Boeddhistische godheid: Koning van de Liefde, zo genoemd vanwege zijn liefde voor Boeddha; godheid van de textielververs |
| aizōsuru-愛蔵する | zorgvuldig bewaren; als waardevol [geliefd bezit] beschouwen |
| ai・eru・ō-アイ・エル・オー | internationale arbeidsorganisatie van de VN (International Labour Organization) |
| ai・tī-アイ・ティー | IT (informatietechnologie) |
| ai・esu・ō-アイ・エス・オー | ISO, internationaal normalisatie-instituut (International Standardization Organization) |
| ajari-阿闍梨 | de erenaam voor een hoge priester |
| aji-鰺 | de horsmakreel (een vis, Trachurus trachurus) |
| ajiataiheiyōkeizaishakaiiinkai-アジア太平洋経済社会委員会 | ESCAP (United Nations Economic and Social Commission for Asia and the Pacific) |
| ajinomoto-味の素 | Ajinomoto, merknaam voor de smaakversterker MSG (monosodium glutamaat) |
| ajiru-アジる | ageren [actie voeren] (voor; tegen) |
| ajisai-紫陽花 | (Japanse) hortensia (Hydrangea macrophylla) |
| ajisashi-鰺刺 | een kleine zeemeeuw [stern] (soortnaam Sterna) |
| aka-赤 | (afk. voor) rood stoplicht [verkeerslicht] |
| akabikari-垢光り | glimmende plek op kleding (door aangekoekt vuil) |
| akachakeru-赤茶ける | roodbruin worden; verkleuren |
| akachōchin-赤提灯 | goedkope eet- en drinkgelegenheid (vaak herkenbaar aan een rode lantaarn als uithangbord) |
| akagami-赤紙 | (roodgekleurde) oproep voor dienstplicht (in Japan tijdens de Tweede Wereldoorlog) |
| akagane-銅 | (oude benaming voor) koper (chemisch element Cu) |
| akagi-赤木 | een boomstam waarvan de bast [schors] is verwijderd |
| akahara-赤腹 | Tribolodon hakonensis (een straalvinnige vissensoort uit de familie van karpers) |
| akahon-赤本 | sprookjesprentenboeken voor kinderen (met rode kaft) |
| akaiwashi-赤鰯 | (spottende term voor) een roestig, bot zwaard |
| akajikokusai-赤字国債 | speciale staatsobligaties (uitgegeven om begrotingstekorten in Japan te dekken) |
| akajimiru-垢染みる | vuil [vies] worden; bevuild raken |
| akajisen-赤字線 | een onrendabele spoorlijn |
| akajizaisei-赤字財政 | overbesteding door de overheid; financieringstekort; negatieve balans; in de rode cijfers staan |
| akamaishi-赤間石 | roodbruine [paarse] tufsteen (uit de Yamaguchi Prefectuur, wordt gebruikt om inktstenen van te maken) |
| akamatsu-赤松 | de Japanese rode den (Pinus densiflora) |
| akame-赤目 | rode ogen op een foto (door flitslicht) |
| akame-赤目 | bloeddoorlopen oog |
| akameru-赤める | rood worden; blozen |
| akamon-赤門 | bijnaam voor de Universiteit van Tokio, waar de oude rode poort (de Goshudenpoort 御守殿門 uit de Edo periode) zich nu bevindt |
| akamon-赤門 | rode poort; vermiljoen gelakte poort |
| akanbē-あかんべえ | (gebaar, meestal van kinderen) het onderste ooglid naar beneden trekken, zodat de rode binnenkant zichtbaar wordt (en vaak tegelijk de tong uitsteken) |
| akane-茜 | meekraprood (kleur (die van de wortel van de plant gemaakt wordt) |
| akane-茜 | Aziatische meekrap (plant, Rubia akane); meekrapwortel |
| akanukeru-垢抜ける | verfijnd [stijlvol; wereldwijs] zijn [worden] |
| akaramu-明らむ | licht worden; oplichten |
| akaramu-赤らむ | rood worden; blozen |
| akaritori-明かり取り | een opening [gat] om licht binnen te laten; dakraam; (schepen) stormblind |
| akarui-明るい | goed geïnformeerd zijn |
| akarumu-明るむ | dagen; licht worden |
| akasen-赤線 | (afk. voor) rosse buurt; roodlichtdistrict |
| akashia-アカシア | acacia (boomsoort) |
| akashichijimi-明石縮 | luxe zomerkimono-stof voor dames (gemaakt van ruwe zijde) |
| akashio-赤潮 | rode vloed; rood zeewater (veroorzaakt door roodachtig fytoplankton) |
| akashōbin-赤翡翠 | rosse ijsvogel (Halcyon coromanda) |
| akasu-明かす | de nacht doorbrengen |
| akasu-証す | nachtbraken; de nacht doorbrengen zonder te slapen [rusten] |
| akauntabiritī-アカウンタビリティー | aansprakelijkheid; verantwoordelijkheid |
| akaza-藜 | (plant) ganzenvoet (Chenopodium album var. centrorubrum) |
| akegata-明け方 | (bij) dageraad; ochtendgloren; zonsopgang |
| akehanareru-明け離れる | dag worden; licht worden |
| akekureru-明け暮れる | alle tijd doorbrengen (met) |
| akeni-明け荷 | een gevlochten doos met de spullen (mawashi, e.a.) van een sumoworstelaar |
| akenokoru-明け残る | (maan, sterren, etc.) zichtbaar blijven bij het ochtendgloren [de dageraad] |
| akenomyōjō-明けの明星 | Morgenster; Ochtendster (Venus) |
| akeru-明ける | dag [ochtend; licht] worden |
| akewataru-明け渡る | (klaarlichte) dag worden |
| akiaji-秋味 | gezouten zalm (uit noordelijke streken van Japan) |
| akiaji-秋味 | zalm die in de herfst langs de kust wordt gevangen, vlak voordat hij terugkeert naar de rivieren om te paaien |
| akiaki-飽き飽き | het ergens genoeg van hebben; het zat worden |
| akigo-秋蚕 | zijderups (van de soort die in de zomer tot de late herfst tot ontwikkeling komt) |
| akimeku-秋めく | herfstig worden |
| akinonanakusa-秋の七草 | de 7 herfstbloemen (Lespedeza, Misacanthus sinensis, Kudzu, Dianthus superbus, Patricia scabiosifolia, Eupatorium en Gomphocarpus physocarpus) |
| akinoōgi-秋の扇 | herfstwaaier, metafoor voor een vrouw die de genegenheid of interesse van een man heeft verloren (uit een oud Chinees verhaal) |
| akinoōgi-秋の扇 | een waaier die niet meer wordt gebruikt wanneer het herfst wordt |
| akiochi-秋落ち | lage prijzen [opbrengst] voor de oogst |
| akiru-飽きる | genoeg hebben [krijgen] van; iets beu worden |
| akisumu-秋澄む | de lucht wordt helder [klaart op] in de herfst |
| akitsushima-秋津島 | Akitsushima, oude naam voor Japan |
| akizakura-秋桜 | een andere naam voor de plant cosmos (Cosmos bipinnatus) |
| akkan-圧巻 | het beste deel; het hoogtepunt (van een boek, voorstelling, voordracht, etc.) |
| akkerakanto-あっけらかんと | zorgeloos; onverschillig; nonchalant; laconiek |
| akkigai-悪鬼貝 | een stekelslak [purperslak] (Murex troscheli) (wordt ook wel gebruikt als amulet) |
| akkō-悪口 | scheldwoorden; beledigingen; verwensingen |
| akōdai-赤魚鯛 | rode rotsvis (Sebastes matsubarae); schorpioenvis |
| akōdion-アコーディオン | accordion; harmonica |
| akōdion・doa-アコーディオン・ドア | vouwdeur; harmonicadeur; accordeondeur |
| aku-開く | opengaan; geopend worden; beginnen |
| aku-開く | leeg [geleegd] worden; ontruimd worden |
| aku-飽く | ergens genoeg van hebben; het zat worden; er moe [ziek] van worden |
| akubi-悪日 | een ongeluksdag; een kwade [slechte] dag; een dag met slechte voortekenen |
| akubun-悪文 | een slechte (schrijf)stijl (dit woord wordt vaak gebruikt als uiting van bescheidenheid over een eigen brief, e.d.) |
| akuchi-悪地 | slechte grond; land dat ongeschikt is voor landbouw e.d. |
| akuchi-悪血 | slecht bloed (bloed dat door ziekte een verkeerde samenstelling heeft) |
| akudō-悪道 | (boeddh.) het slechte pad volgen, d.w.z. in deze wereld slechte dingen doen en daardoor na de dood in de hel komen |
| akufū-悪風 | een storm; zeer harde wind |
| akufu-握斧 | een stenen handbijl (gebruiksvoorwerp uit het stenen tijdperk) |
| akugen-悪言 | laster; vulgair [ruw] taalgebruik; scheldwoord; belediging |
| akugon-悪言 | laster; vulgair [ruw] taalgebruik; scheldwoord; belediging) |
| akugyaku-悪逆 | in oude tijden één van de acht misdaden (zoals b.v. een poging tot moord op een vorst) |
| akuhei-悪弊 | kwade [corrupte] praktijken [gewoonten] (die slechte gevolgen hebben) |
| akuhensuru-悪変する | slechter worden |
| akui-悪意 | kwade opzet; met voorbedachte rade |
| akuin-悪因 | de oorzaak [bron] van het kwaad |
| akukigai-悪鬼貝 | een stekelslak [purperslak] (Murex troscheli) (wordt ook wel gebruikt als amulet) |
| akuma-悪魔 | een door en door slechte [wrede; onmenselijke] persoon |
| akumabarai-悪魔払い | exorcisme; het uitdrijven van een kwade geest |
| akume-アクメ | orgasme |
| akunaki-飽くなき | (adjectief voor zelfst.nw) onverzadigbaar; onvermoeibaar; volhardend |
| akunichi-悪日 | een ongeluksdag; een kwade [slechte] dag; een dag met slechte voortekenen |
| akuninshōkisetsu-悪人正機説 | juist slechte mensen ontvangen de gunsten van Amida Boeddha (een theorie van Shinran (1173-1262), de stichter van de boeddhistische Jōdoshin school) |
| akunuki-灰汁抜き | het wegnemen van een bittere [wrange] smaak van iets (b.v. groente) (door het eerst te weken of koken) |
| akurei-悪例 | een slecht voorbeeld |
| akusafu-悪左府 | de bijnaam van Sadajin (minister ter Linkerzijde) Fujiwara no Yorinaga (1120-1156) |
| akusai-悪才 | iemand met talent voor kwade [slechte] dingen |
| akuseishuyō-悪性腫瘍 | een kwaadaardige tumor |
| akusererētā-アクセレレーター | accelerator; versneller; gaspedaal (auto) |
| akuseru-アクセル | accelerator; versneller; gaspedaal (auto) |
| akusesuken-アクセス権 | recht op toegang (tot informatie) |
| akushidento-アクシデント | onregelmatigheid; storing (van apparatuur) |
| akushitsu-悪疾 | een kwaadaardige ziekte (vroeger was dit de benaming voor de ziekte van Hansen, leprosie) |
| akushō-悪性 | een kwaadaardig [boosaardig; slecht; verdorven; gemeen] karakter |
| akusho-悪所 | een slechte plek; rosse buurt; bordeel |
| akusho-悪書 | een slecht [verdorven] boek (qua inhoud) |
| akushōdokoro-悪性所 | een plaats van slechte zeden; een bordeel |
| akushōgane-悪性金 | geld dat in een rosse buurt wordt uitgegeven |
| akushogane-悪所金 | geld dat wordt uitgegeven in een rosse buurt |
| akushogayoi-悪所通い | regelmatige bezoeken aan een bordeel |
| akushōgurui-悪性狂い | het verslaafd zijn aan [zich overgeven aan] frequent bordeelbezoek [losbandigheid] |
| akushogurui-悪所狂い | het verslaafd zijn aan [zich overgeven aan] frequent bordeelbezoek [losbandigheid] |
| akushon・direkutā-アクション・ディレクター | Action Director (voor video bewerking) |
| akushoochi-悪所落ち | een bordeelbezoek |
| akusō-悪相 | een slecht [kwaad] voorteken [voorgevoel] |
| akusōkyū-悪送球 | (van honkbal) een slechte worp (die zijn doel mist) |
| akusui-悪水 | water dat niet geschikt is voor consumptie; vuil water |
| akutagawashō-芥川賞 | de Akutagawa-prijs (een literatuurprijs voor debutanten, vernoemd naar de schrijver Akutagawa Ryūnosuke) |
| akutai-悪態 | grove [beledigende] toon; krasse taal [bewoordingen] |
| akutaimatsuri-悪態祭 | het festival waar de tempelbezoekers elkaar grove verwensingen toeroepen, en de winnaar van het woordengevecht geluk in de toekomst voorspeld wordt |
| akuten-悪点 | een slechte beoordeling [recensie]; kwade kritiek |
| akutenkō-悪天候 | slecht weer; ruw [stormachtig] weer |
| akutō-悪投 | een buitengewoon slechte [afzwaaiende] worp van een (verre) veldspeler bij honkbal |
| akutoku-悪徳 | een oneerlijke [onrechtvaardige] daad; corruptie; verdorvenheid; onzedelijkheid |
| akutokugyōsha-悪徳業者 | een corrupte [oneerlijke] handelaar |
| akuyaku-悪役 | een rol die hem niet in dank wordt afgenomen |
| akuzairyō-悪材料 | een ongunstige omstandigheid [voorwaarde] die de beurs negatief beïnvloedt; een negatieve factor |
| akyumurētā-アキュムレーター | accumulator; accu (elektrische batterij) |
| ama-尼 | (hatelijke aanduiding voor vrouw) wijf; mens; trut |
| amaashi-雨脚 | stromende regen (met ononderbroken strepen, als pijpenstelen); stortregen |
| amacha-甘茶 | hortensia (Hydrangea macrophylla var. thunbergii) |
| amadokoro-甘野老 | welriekende salomonszegel (plant: Polygonatum odoratum) |
| amaebi-甘海老 | zoete (noordelijke) garnaal (Pandalus borealis) |
| amaeru-甘える | verwend willen worden; zich gedragen als een verwend kind |
| amagoi-雨乞い | ceremonie om te bidden [dansen] voor regen |
| amakuchi-甘口 | vleierij; zoete woorden |
| amakudari-天下り | vanuit een (hoge) overheidspositie overgaan naar een goedbetaalde functie in semi-overheidsorganisatie of private organisatie |
| amamori-雨漏り | het lekken van regenwater; doorregenen |
| amanoiwato-天の岩戸 | Poort van de Hemelse Grot (Ama-no-Iwato is een grot in de Japanse mythologie) |
| amanojaku-天の邪鬼 | slechterik; verdorven persoon; tegendraads [koppig] persoon; dwarsligger |
| amanojaku-天の邪鬼 | bij Japanse tempel de duivel die door de tempelwachters vertrapt wordt |
| amashoku-甘食 | een zoet broodje (in de vorm van een berg) |
| amasogi-尼削 | het kort knippen van het haar (van een vrouw) |
| amatchoroi-甘っちょろい | te optimistisch; te gemakkelijk (in de omgang); te onverantwoordelijk [goedaardig; naïef; simpel] |
| amayadori-雨宿り | het schuilen voor de regen |
| amazarashi-雨曝し | verweerd zijn; aangetast [kaal geworden] zijn door de regen |
| amazora-雨空 | regenlucht (donkergrijze lucht die regen voorspelt) |
| ameashi-雨脚 | stromende regen (met ononderbroken strepen, als pijpenstelen); stortregen |
| amedama-飴玉 | druppelvormige snoepjes; toffees; drop |
| amedasu-アメダス | Japans meteorologisch instituut AMeDAS (Automated Meteorological Data Acquisition System) |
| amefuto-アメフト | American football (soort rugby) |
| amenbō-飴ん棒 | een (staafvormige) lolly |
| amenitī-アメニティー | voorziening |
| ameonna-雨女 | de regenvrouw (een vrouw van wie wordt gezegd dat zij regen brengt [dat het altijd regent als zij komt]) |
| ameotoko-雨男 | de regenman (een man van wie wordt gezegd dat hij regen brengt [dat het altijd regent als hij komt]) |
| amerikan・futtobōru-アメリカン・フットボール | American football (soort rugby) |
| ametsuzuki-雨続き | aanhoudende [voortdurende] regen |
| amiage-編み上げ | (afk. voor) rijglaars |
| amidakuji-阿弥陀籤 | soort loterij (ladder loterij) |
| amido-網戸 | hor; hordeur; insectengaas |
| amōraru-アモーラル | amoreel; moraalloos |
| an-暗 | geheimzinnigheid; verborgenheid; stiekem zijn |
| an-案 | bezorgdheid |
| an-案 | een gedachte; idee; een plan; een vooruitzicht; verwachting |
| ana-穴 | tekort |
| anaba-穴場 | een hele goede plek (voor duiken, vissen, kamperen, e.d.), die niet bekend is bij het grote publiek |
| anagama-穴窯 | anagama-oven (voor aardewerk; tunnelvormig, oorspronkelijk in een helling gegraven) |
| anakashiko-あなかしこ | (een respectvolle uitdrukking aan het eind van een brief) het spijt mij om te storen |
| anapaisutosu-アナパイストス | anapest (drielettergrepige versvoet van 2 korte of onbeklemtoonde en 1 lange of beklemtoonde lettergrepen) |
| anaraizā-アナライザー | analysator (beeldontleder) |
| anata-彼方 | daarginds; daarheen (weg van spreker en toehoorder) |
| anata-彼方 | eerder; vroeger; voorheen |
| anaume-穴埋め | een tekort aanvullen; vacatures invullen; iets compenseren [goedmaken] |
| anaunsumentokōka-アナウンスメント効果 | aankondigingseffect (beïnvloeding van kiezers door aankondigingen vooraf) |
| anbu-暗部 | donker [duister] gedeelte [aspect]; verborgen [slecht; lelijk] deel |
| anbun-案文 | een klad(je); ontwerp; concept; plan; voorstel |
| anchi-安置 | het plaatsen van een boeddhabeeld of naamplaat van een overledene voor een eredienst |
| anchinokkuzai-アンチノック剤 | antiklopmiddel (middel dat het kloppen van explosiemotoren tegengaat) |
| anda-安打 | (honkbal) een honkslag (die de slagman in staat stelt het eerste honk te bereiken, zelfs als er geen fout wordt gemaakt door de andere partij) |
| andāsurō-アンダースロー | onderhandse worp (honkbal) |
| andā・pā-アンダー・パー | onder par (golfterm voor minder dan het standaard aantal slagen) |
| ando-安堵 | erkenning van het recht op grondbezit van een samoerai (door een shogun of een feodale heer) |
| andora-アンドラ | Andorra |
| anego-姉御 | oudere zus (beleefdheids vorm) |
| anegohada-姐御肌 | zusterlijk zijn; zich (zorgzaam) als een oudere zus gedragen |
| anesan-姉さん | zus(ter); mevrouw; juffrouw (een woord waarmee men beleefd een vrouw aanspreekt) |
| anfan・teriburu-アンファン・テリブル | enfant terrible (onverantwoordelijk [indiscreet] persoon) |
| anfora-アンフォラ | amfoor; amfora (Griekse vaas) |
| anforumeru-アンフォルメル | informele schilderkunst (kunststroming 1945 - 1960) |
| angai-案外 | onverwacht [onvoorzien] zijn; buiten verwachting |
| ango-安居 | varsika (een term voor Boeddhistische training en meditatie gedurende een periode van 90 dagen) |
| angō-暗号 | geheimtaal; geheime code [tekens] (letters of cijfers); wachtwoord |
| angora-アンゴラ | angora (wol) |
| angū-行宮 | tijdelijk verblijf gebouwd voor een keizerlijk bezoek |
| angurushi-アングル紙 | L-vormig hoekmateriaal van karton (ter ondersteuning en bescherming van producten, zoals glasplaten, pakketten, etc.) |
| aniki-兄貴 | (informeel) iemand die op natuurlijke wijze de baas is (bij jeugd(bendes), vaklui, yakuza e.d.) |
| animaru・serapī-アニマル・セラピー | therapeutische inzet van huisdieren (therapie waarbij huisdieren worden betrokken bij de behandeling) |
| animaru・supōtsu-アニマル・スポーツ | diersporten; sport met dieren (zoals paardrijden, hondensleeën, etc.) |
| animētā-アニメーター | animator; animatiespecialist (film) |
| anisakisu-アニサキス | haringworm (anisakis simplex) |
| anisakisushō-アニサキス症 | haringwormziekte (anisakiasis) |
| anji-案じ | zorgen; bezorgdheid; angst |
| anjigao-案じ顔 | een bezorgd gezicht |
| anjigoto-案じ事 | dingen waar men zich zorgen om maakt |
| anjiru-按じる | angstig [bezorgd] zijn |
| anjiru-案じる | zich zorgen maken (over); ongerust [angstig] zijn |
| anjisuru-暗示する | een suggestie [voorstel] doen; suggereren; verwijzen (naar); impliceren; aanraden |
| ankā-アンカー | (televisie) vaste presentator; programmacoördinator |
| ankake-餡掛け | gerechten die worden gemaakt met zetmeel (kudzu-zetmeel, o.a.) |
| ankāman-アンカーマン | (televisie) vaste presentator; programmacoördinator |
| ankatto-アンカット | onverkort; ongecensureerd (film) |
| anketsu-暗穴 | een scheldwoord als dwaas, gek, e.d. |
| anki-安気 | onbezorgd zijn |
| ankogata-あんこ型 | de dikke buik van een sumoworstelaar; een dikke sumoworstelaar |
| ankoku-暗黒 | (fig.) duisternis [het donker zijn] (vanwege het morele verval) |
| ankōru-アンコール | encore; toegift (muziek) |
| ankōru-アンコール | Angkor (Cambodja) |
| ankun-暗君 | een domme heerser [vorst] |
| ankuretto-アンクレット | (korte) sok; enkelsok |
| ankuruhōrudo-アンクルホールド | (sport) enkelgreep; enkelklem |
| anma-接摩 | anma (soort massage) |
| anmaku-暗幕 | een verduisteringsgordijn |
| anmonaito-アンモナイト | ammonieten (uitgestorven soort inktvissen) |
| anmoraru-アンモラル | immoreel; onzedelijk |
| anna-あんな | zulke; zo'n; zoals dat [die] (op afstand van zowel de toehoorder als de spreker) |
| annai-案内 | iem. te zien vragen; belet vragen (bij iem. voor iem.); aanbellen; aankloppen |
| annai-案内 | goed op de hoogte zijn; bepaalde informatie hebben |
| annaigakari-案内係 | receptionist [receptioniste] bij de informatiebalie |
| annaijo-案内所 | informatie balie; inlichtingen (bureau) |
| annaisha-案内者 | gids; degene die voorgaat [leidt; de weg wijst]; iem. die goed geïnformeerd is |
| annaisuru-案内する | (iem.) de weg wijzen; rondleiden; uitnodigen; te zien vragen (voor iem. anders); bemiddelen voor een ontmoeting; mededelen; laten weten |
| annindōfu-杏仁豆腐 | amandeltofu (Chinees dessert, soort gelatinepudding gemaakt van abrikozenpitmelk, agar en suiker) |
| annonzoku-アンノン族 | een term die rond 1970-1980 werd gebruikt voor jonge vrouwen die alleen of in kleine groepen reisden (met modetijdschriften en reisgidsen in de hand) |
| ano-あの | dat; die (op afstand van zowel de spreker als de toehoorder) |
| anorakku-アノラック | anorak, winddicht jack met capuchon (zonder voorsluiting) |
| anpaia-アンパイア | (sport) scheidsrechter |
| anpuku-按腹 | buikmassage; massagetechniek waarbij over de buik wordt gewreven |
| anrakkī-アンラッキー | onfortuinlijk; ongelukkig |
| anraku-安楽 | comfort; gemak |
| anrakuisu-安楽椅子 | gemakkelijke [comfortabele; lekker zittende] stoel; luie stoel |
| ansatsu-暗殺 | een (politieke) moordaanslag |
| ansatsumisui-暗殺未遂 | poging tot moord |
| ansatsusha-暗殺者 | moordenaar |
| ansatsusuru-暗殺する | een (politieke) moord begaan; iem. vermoorden |
| ansha-暗車 | een oude benaming voor een scheepsschroef |
| anshachizu-暗射地図 | een blanko kaart (zonder plaatsnamen zoals wordt gebruikt op scholen) |
| anshan・rejīmu-アンシャン・レジーム | oude gevestigde orde (van voordat er een omslag plaatsvond) |
| anshan・rejīmu-アンシャン・レジーム | regeringsbestel in Frankrijk onder de Bourbons, voor de Franse revolutie |
| anshinjutsu-安死術 | methode [procedure] voor euthanasie |
| anshinsuru-安心する | zich op zijn gemak [veilig; vredig] voelen; onbezorgd zijn |
| anshitsu-暗室 | een doka [donkere kamer] (voor het ontwikkelen van foto's e.d.) |
| anshitsurampu-暗室ランプ | safelight; een lichtbron voor gebruik in een (fotografische) donkere kamer |
| anshō-暗証 | (Boeddh.) zich wijden aan alleen maar ascetische oefeningen en meditatie (zonder de theorie en dogma) |
| anshō-暗証 | een geheime letter- [cijfer] combinatie voor toegang tot bepaalde gegevens, of voor identificatie van een persoon |
| anshō-暗誦 | recitatie; voordracht |
| anshōbangō-暗証番号 | (geheime) code; paswoord; pincode |
| anshokyōfushō-暗所恐怖症 | nyctofobi (beklemmende vrees voor duisternis) |
| anshu-暗主 | een domme [dwaze] heerser [vorst] |
| antaido・rōn-アンタイド・ローン | een lening waarbij niet vastgelegd is waarvoor die gebruikt mag worden |
| anteikabunushi-安定株主 | sterke [loyale] aandeelhouder (die een aandeel voor langere tijd in bezit heeft) |
| anten-暗転 | een verduistering op het toneel bij een scène- [decor] wisseling zonder het doek neer te laten |
| antena-アンテナ | antenne (voor ontvangst elektromagnetische golven) |
| antena-アンテナ | voelspriet; voelhoorn (van dieren, b.v. insecten |
| antensuru-暗転する | het toneel verduisteren voor een scène- [decor] wisseling; en ongunstige wending nemen; (plotseling) verslechteren |
| antō-暗闘 | een geheime vete; verborgen [bedekte] vijandigheid |
| antōsuru-暗闘する | een geheime [verborgen] strijd voeren (tegen) |
| anzaisho-行在所 | een tijdelijke accommodatie gebouwd voor een keizerlijk bezoek |
| anzenberuto-安全ベルト | veiligheidsgordel; veiligheidsriem |
| anzenzaiko-安全在庫 | veiligheidsvoorraad (genoeg voorraad om wisselingen in vraag en aanbod aan te kunnen) |
| anzuru-按ずる | zich zorgen maken; ongerust [angstig] zijn |
| anzuru-案ずる | zich zorgen maken; bezorgd [ongerust] zijn |
| an'an-暗暗 | geheim [verborgen; vaag; onduidelijk] zijn |
| an'ei-暗影 | een slecht voorteken |
| an'i-安位 | (term van Zeami) de hoge graad van perfectie die een acteur van het Nō-theater kan bereiken, waardoor hij ontspannen zijn rol kan spelen |
| an'i-安意 | onbezorgdheid |
| an'isuru-安意する | onbezorgd zijn |
| an'yu-暗喩 | een metafoor |
| aoarashi-青嵐 | frisse zomerwind (die waait door groen gebladerte) |
| aobae-青蠅 | bromvlieg; aasvlieg (Calliphora) |
| aodaishō-青大将 | Japanse ratelslang (Elaphe climacophora) |
| aogari-青刈り | het oogsten van gewassen terwijl ze nog groen [niet rijp] zijn (voor gebruik als veevoer of meststof) |
| aoiroshinkoku-青色申告 | blauwe aangifte (soort aangifte inkomstenbelasting waarbij speciale inkomstenaftrek mogelijk is) |
| aoitori-青い鳥 | de blauwe Vogel (oorspronkelijk Frans toneelstuk, L’Oiseau Bleu, geschreven door Maurice Maeterlinck in 1908) |
| aokippu-青切符 | bekeuring (zonder strafvervolging) voor een lichte verkeersovertreding |
| aomoriken-青森県 | de prefectuur Aomori |
| aosa-石蓴 | zeesla (een algensoort: Ulva pertusa) |
| aoshio-青潮 | blauw getij (waarbij de zwavel in zeewater colloïdaal wordt en het zeewater troebel wordt) |
| aota-青田 | groen rijstveld (seizoenwoord voor zomer in haiku) |
| aotagai-青田買い | het aan studenten een baan aanbieden al voordat zij afgestudeerd zijn |
| aotagai-青田買い | het rijst kopen voordat het geoogst wordt (terwijl het nog op het rijstveld groeit) |
| aoyagi-青柳 | de naam van een kleurschema van verschillende kimono lagen die over elkaar gedragen worden (voor de lente) |
| aozameru-蒼褪める | bleek worden |
| aperitifu-アペリティフ | aperitief(je) ((alcoholhoudend) drankje voor de maaltijd) |
| aporia-アポリア | aporie; besluiteloosheid; radeloosheid; onoplosbaar probleem |
| appaku-圧迫 | iets door druk toe te passen verkleinen (van omvang, schaal, e.d.) |
| appuappu-あっぷあっぷ | naar adem snakkend; worstelend; zwoegend |
| apure・gēru-アプレ・ゲール | na-oorlogse periode; naoorlogs |
| apuriori-アプリオリ | a priori; vooraf beschouwd; van tevoren |
| araarakashiko-あらあらかしこ | (slotzin in brieven, van vrouwen) geschreven in haast; excuses voor de korte brief |
| arabakoso-あらばこそ | zonder enige (vorm van) |
| arabotoke-新仏 | iem. die kort geleden overleden is |
| aradateru-荒立てる | verheffen; boos worden; opvoeren; opsteken |
| aradatsu-荒立つ | erger [lastiger] worden |
| araebisu-荒夷 | wildeman; barbaar (denigrerende term die door mensen in de hoofdstad wordt gebruikt om te verwijzen naar mensen uit het oosten van Japan) |
| arafō-アラフォー | een veertiger; iemand die ongeveer veertig jaar is (vaak gebruikt voor een ongehuwde vrouw van in de veertig) |
| aragonashi-粗ごなし | het grof malen; grove voorbereidingen |
| arai-洗い | het wassen van de vis met koud water of ijs (gebruikt voor sashimi) |
| arainaosu-洗い直す | (van voren af aan) opnieuw onderzoeken |
| araitateru-洗い立てる | goed [grondig; voorzichtig] wassen |
| araizarashi-洗い晒し | het verwassen zijn; het (door vaak wassen) vaal [verkleurd; verbleekt] zijn |
| arakabe-粗壁 | een muur die (na de eerste laag) nogmaals geschilderd moet worden |
| arakajime-予め | van tevoren; vooraf al (reeds); al eerder |
| arakata-粗方 | voor het grootste deel; meestal; bijna [praktisch] alles |
| arame-荒布 | arame (soort zeewier, Eisenia bicyclis) |
| ararageru-荒らげる | zijn stem verheffen; agressief worden |
| arare-霰 | hagel; hagelkorrels; hagelstenen |
| arareru-あられる | (erende vorm van aru) zijn; worden |
| arasā-アラサー | een dertiger; iemand die ongeveer dertig jaar is (vaak gebruikt voor een ongehuwde vrouw van in de dertig) |
| araserareru-あらせられる | (erende vorm) zijn; bestaan |
| arashi-嵐 | storm (fig.); commotie |
| arashi-嵐 | storm; zwaar weer |
| arasu-荒らす | trollen (bv. webfora); spammen |
| aratamano-新玉の | (uitdrukking voor) de verwelkoming [begroeting] van een nieuw begin (het nieuwe jaar, de nieuwe lente, etc.) |
| aratamaru-改まる | zich wijzigen; veranderen; veranderd worden |
| aratamaru-改まる | zich verbeteren; verbeterd worden |
| aratamaru-改まる | formeel zijn |
| aratamaru-改まる | zich vernieuwen; vernieuwd worden |
| aratameru-改める | hervormen; verbeteren; corrigeren |
| arau-洗う | wassen; schoonmaken; afspoelen; wegspoelen (door regen, etc.) (goed) wasbaar zijn |
| arau-洗う | informeren (naar); onderzoeken; openbare; blootleggen (fig.) |
| araundo・fōtī-アラウンド・フォーティー | een veertiger; iemand die ongeveer veertig jaar is (vaak gebruikt voor een ongehuwde vrouw van in de veertig) |
| araundo・sātī-アラウンド・サーティー | een dertiger; iemand die ongeveer dertig jaar is (vaak gebruikt voor een ongehuwde vrouw van in de dertig) |
| arawareru-現れる | verschijnen; zich vertonen; zichtbaar worden |
| arawasu-現す | uiten; weergeven; voorstellen |
| arawaza-荒技 | een gedurfde, krachtige techniek (in vechtsporten) |
| arayu-新湯 | (schoon heet water voor) een bad (waar nog niemand in heeft gezeten) |
| are-あれ | dat; die (op afstand van zowel de spreker als de toehoorder) |
| are-彼 | (een woord dat een persoon of ding aanduidt dat ver verwijderd is) die; dat; daar; toen |
| are-荒れ | stormachtig [ruw; zwaar] weer |
| aregorī-アレゴリー | allegorie |
| arekashi-有れかし | (de gebiedende wijs van het werkwoord ある, drukt uit) hoop; wens; graag willen |
| aremoyō-荒れ模様 | het stormachtig zijn [lijken] |
| areru-荒れる | (van weersomstandigheden, ed.) ruw [wild; hevig] worden; razen |
| areru-荒れる | (van de huid) ruw [beschadigd; uitgedroogd] worden |
| areru-荒れる | onrustig [verstoord; ontwricht] worden |
| areru-荒れる | wild [woedend; razend; gewelddadig] worden |
| arerugen-アレルゲン | allergeen (stof die allergie kan veroorzaken) |
| ariake-有り明け | dageraad; zonsopgang; ochtendgloren |
| ariawase-有り合わせ | wat voorhanden [verkrijgbaar; klaar; gereed] is |
| aridaka-有り高 | huidige hoeveelheid (voorraad) |
| arifureru-有り触れる | gewoon [alledaags; normaal] zijn |
| arigane-有り金 | beschikbaar geld; geld dat er voorhanden is |
| arigētā-アリゲーター | alligator; kaaiman |
| arikata-在り方 | stand van zaken; toestand; hoe iets ervoor staat |
| arinomi-有りの実 | (oud woord voor) (de vrucht van de) Japanse peer |
| arinsu-ありんす | bestaan; (er) zijn (een oude, beleefde vorm van arimasu, vooral gebruikt door prostituees en courtisanes in het Shin-Yoshiwara-dustrict in Edo) |
| arishi-在りし | vorig; eerder; voorgaand; oud |
| aritayaki-有田焼 | Arita aardewerk [porselein] (uit de omgeving van de stad Arita, Kyūshū) |
| aritsuku-有り付く | eindelijk krijgen (wat men verlangt); door geluk verkrijgen |
| aritsuku-有り付く | geboren worden in een bepaalde status of omgeving |
| aritsuku-有り付く | in je levensonderhoud voorzien |
| āruetchiinshi-アールエッチいんし | resusfactor |
| arugorizumu-アルゴリズム | algoritme |
| aruheitō-有平糖 | decoratief (vaak kleurrijk) snoepgoed gemaakt van suiker en zetmeelsiroop (ook vaak als zuurstok of lolly) |
| arukadia-アルカディア | Arcadia; Arcadië (landschap op de Peloponnesus, Griekenland; in de literatuur voorgesteld als ideaal) |
| arukizume-歩き詰め | het voortdurend [continu] lopen |
| arumajiro-アルマジロ | armadillo; gordeldier |
| aruto・haideruberuku-アルト・ハイデルベルク | Oud-Heidelberg (Duits romantisch toneelstuk door Wilhelm Meyer-Förster) |
| arutsafu-アルツァフ共和国 | de republiek Artsach (Nagorno-Karabach) |
| āru・deko-アール・デコ | Art Deco (populaire kunststroming of stijl die zijn oorsprong kent in Frankrijk in het begin van de 20e eeuw; Fr. afkorting van Arts Décoratifs) |
| aryū-亜流 | navolger; imitator; epigoon |
| asa-朝 | ochtend; morgen |
| asaake-朝明け | dageraad; ochtendgloren |
| asaborake-朝ぼらけ | ochtendgloren; morgenlicht |
| asaburo-朝風呂 | morgenbad |
| asagake-朝駆け | iem. vroeg in de morgen thuis lastig vallen voor een interview |
| asagake-朝駆け | een voorbeeld van iets dat gemakkelijk is |
| asagakesuru-朝駆けする | iem. vroeg in de ochtend thuis lastig vallen voor een interview |
| asagao-朝顔 | dagbloem; blauwe winde (Japanse Morning Glory; Ipomoea nil) |
| asaguroi-浅黒い | donker(gekleurd); donkere huidkleur; gebruind (door de zon) |
| asahaka-浅はか | kortzichtigheid; oppervlakkigheid; lichtzinnigheid; ondoordachtheid |
| asahi-朝日 | vroegrijpe appelsoort |
| asahi-朝日 | (afk. voor) Asahi Shinbun (Japanse krant) |
| asai-浅い | kortstondig; vroeg |
| asaichi-朝一 | meteen morgenochtend |
| asaji-浅茅 | (afk. van) de plek met schaarse begroeiing van Japans gras (ook als metafoor voor een verlaten veld of gebied) |
| asaji-浅茅 | een Japanse (schaars groeiende, korte) grassoort van de familie Imperata cylindrica (Japans bloedgras) |
| asajiu-浅茅生 | de plek met schaarse begroeiing van Japans gras (ook als metafoor voor een verlaten veld of gebied) |
| asakusanori-浅草海苔 | een soort (rode) zeewier (Pyropia tenera) |
| asamadaki-朝まだき | vroeg in de ochtend; vlak voor zonsopgang; bij het krieken van de dag |
| asameshimae-朝飯前 | voor het ontbijt |
| asanaasana-朝な朝な | iedere [elke] ochtend [morgen] |
| asappara-朝っぱら | heel vroeg in de ochtend; voor dag en dauw; in alle vroegte |
| asaren-朝練 | oefeningen (voor speciale schoolactiviteiten) in de vroege ochtend voordat de school begint |
| asaru-漁る | zoeken naar [in]; op zoek gaan naar; doorzoeken |
| asase-浅瀬 | ondiep water; wad; zandbank; doorwaadbare plaats |
| asashio-朝潮 | het getij(de) in de morgen |
| asatsuyu-朝露 | ochtenddauw; morgendauw |
| asatte-明後日 | overmorgen |
| asayake-朝焼け | ochtendgloed; ochtendgloren |
| asei-亜聖 | een heilige [wijze] van de tweede rang [orde] (zoals Mencius of Yen Hui) |
| asemidoro-汗みどろ | doorweekt [kletsnat] van het zweet |
| aseru-焦る | opgewonden [in paniek] raken; angstig worden |
| asesumento-アセスメント | schatting; taxatie; beoordeling |
| asetori-汗取り | zweet-absorberende stof (op de huid gedragen, b.v. als ondergoed) |
| ashi-悪し | (klassieke vorm van warui) niet goed; geen goede indruk makend; slecht; kwaadaardig; verdorven |
| ashidai-足代 | ritprijs; vervoer(s)kosten; transportkosten |
| ashidematoi-足手纏い | belemmering; last; hindernis; remmende factor; (fig.) molensteen |
| ashidori-足取り | spoor; voetafdruk(ken) |
| ashigatame-足固め | grondwerk; voorbereidingswerk; fundering |
| ashikake-足掛け | term die gebruikt wordt bij het ruim berekenen van jaren, maanden, dagen, etc. |
| ashikake-足掛け | (in sumo) een beenworp |
| ashikiri-足切り | het toepassen van een vastgestelde grenswaarde (als criterium voor slagen of zakken bij een examen) |
| ashikoshi-足腰 | (fig.) fundament; basis (van een bedrijf, organisatie, e.d.) |
| ashinagabachi-足長蜂 | papierwesp (wespensoort) |
| ashirau-あしらう | van iets passends voorzien; garneren met; versieren met |
| ashisabaki-足捌き | voetenwerk (bij sport, vechtkunsten) |
| ashisuto-アシスト | (sportterm) assist; voorzet; eindpass |
| ashita-明日 | morgen (de volgende dag) |
| ashita-朝 | ochtend; morgen |
| ashitori-足取り | beengreep (bij sumo worstelen) |
| ashitsuki-足付き | (van een voorwerp) het hebben van poten |
| ashiwa-足環 | pootring (voor vogels) |
| ashu-亜種 | ondersoort |
| asobigokoro-遊び心 | liefde voor muziek; het houden van muziek |
| asobihanbun-遊び半分 | half voor de grap (half in ernst) |
| asobihōkeru-遊び呆ける | de tijd doorbrengen met nutteloos vermaak |
| asoko-あそこ | daar; daarginds; die plaats (op afstand van zowel de toehoorder als de spreker) |
| asoshiēshon-アソシエーション | associatie; organisatie; bond |
| assaigan-圧砕岩 | een myloniet (een metamorfe steensoort, d.w.z. ontstaan uit een ander gesteente door metamorfose) |
| assen-斡旋 | het moeite doen voor iem.; iem. van dienst zijn |
| assenshūwaizai-斡旋収賄罪 | het smeergeld aannemen; corruptie |
| assensuru-斡旋する | zich voor iem. inspannen [inzetten]; bemiddelen; aanbevelen |
| asshi-あっし | (informele, ouderwetse manier om naar zichzelf te verwijzen, gebruikt door mannen) ik |
| asshi-圧死 | dood door verdrukking |
| asshi-私 | (informele, ouderwetse term, gebruikt door mannen, voor de eerste persoon enkelvoud) ik; mij |
| asshuku-圧縮 | het samenvatten [inkorten; condenseren; comprimeren] |
| asshukuki-圧縮機 | compressor; perspomp |
| asshukukūkikikan-圧縮空気機関 | een met perslucht aangedreven hydraulische motor |
| asshukusuru-圧縮する | samenpersen; condenseren; inkorten; comprimeren |
| asu-明日 | morgen (de volgende dag) |
| asukī-アスキー | ASCII, digitale codetabel (American Standard Code for Information Interchange) |
| asutorodōmu-アストロドーム | Reliant Astrodome (ook wel genoemd Houston Astrodome, naam van een koepelvormig honkbalstadion in Amerika) |
| asutorodōmu-アストロドーム | Astrodome (overdekt sportstadion met doorzichtige koepel) |
| asutorotāfingu-アストロターフィング | astroturfing (het door overheden of bedrijven in scène zetten van burgerinitiatieven om de indruk te wekken dat het spontane acties zijn) |
| asutorotāfu-アストロターフ | kunstgras (oorspronkelijk van het merk AstroTurf) |
| ataeru-与える | veroorzaken; (schade) toebrengen |
| ataeru-与える | aanbieden; (iemand) voorzien van; betalen |
| atai-私 | (eerste persoon enkelvoud, gebruikt door vrouwen of kinderen uit de kasteelstad (shitamachi), of de demi-monde) ik; mij |
| ataisuru-値する | waard zijn; een bepaalde waarde vertegenwoordigen |
| atamadashi-頭出し | het bepalen van het startpunt voor het afspelen van audio-, film- of video-opnamen |
| atamadashi-頭出し | het vooraf een overzicht geven van de belangrijkste punten van een (zakelijke) presentatie |
| atamadekkachi-頭でっかち | boekenwijsheid; boekengeleerde; intellectueel; theoreticus |
| atamagoshi-頭越し | het doorgaan zonder rekening te houden met anderen |
| atamakazu-頭数 | aantal personen [mensen]; quorum; numerieke sterkte |
| atamakin-頭金 | aanbetaling; borgsom |
| atari-当たり | (go-spel) wanneer een steen zich in een positie bevindt waar hij met één zet kan worden geslagen |
| atarihazure-当たり外れ | een kwestie van geluk; onvoorspelbaar; lukraak; met wisselend resultaat |
| atarimae-当たり前 | juist [geschikt; vanzelfsprekend; logisch; normaal] zijn |
| atariya-当たり屋 | (honkbal) goede slagman; slagman in goede vorm |
| ataru-当たる | aangedaan [ziek] worden (door) |
| ataru-当たる | passend [geschikt] zijn; corresponderen (met) |
| ataru-当たる | geraakt [getroffen] worden |
| atatamaru-暖まる | warm worden |
| atchi-あっち | die kant (op afstand van zowel de toehoorder als de spreker); daar; die |
| atchikotchi-彼方此方 | door elkaar; in de verkeerde volgorde; omgekeerd; verward |
| ate-当て | hoop; kans; mogelijkheid; gissing; veronderstelling; verwachting; vooruitzicht |
| atebumi-宛文 | een officieel document (met daarin een persoonlijke opdracht of mandaat voor de geadresseerde) |
| ategai-宛てがい | het uitdelen [toewijzen]; een (toegewezen) (aan)deel [portie; quotum] |
| ategai-宛てがい | een goede regeling [maatregel; voorziening] |
| ategaibuchi-宛行扶持 | het loon voor een werknemer dat eenzijdig door de werkgever (naar zijn eigen goeddunken) wordt gegeven |
| atehamaru-当てはまる | passen; van toepassing zijn; overeenkomstig zijn [corresponderen] (met) |
| atemono-当て物 | het raden; gissen; schatten wat er verborgen zit |
| atenige-当て逃げ | het doorrijden [wegvluchten] na een aanrijding te hebben veroorzaakt |
| atenuno-当て布 | een schouderband; een schouderstuk voor het dragen van iets zwaars |
| aterareru-当てられる | geraakt [getroffen] worden; schade oplopen; geraakt [gekwetst; beledigd] worden |
| ateru-充てる | toewijzen; toekennen; bestemmen (voor); reserveren |
| ateru-当てる | getroffen [geraakt] worden door |
| ateuma-当て馬 | een hengst die wordt gebruikt om te zien of een merrie bronstig [tochtig] is |
| ato-跡 | spoor; sporen (nagelaten) |
| atogaki-後書き | nawoord; epiloog; naschrift; postscriptum |
| atohikijōgo-後引き上戸 | een onverzadigbare drinker; drankorgel |
| atoiresakidashihō-後入れ先出し法 | (voor berekenen van voorraadomzet) de LIFO methode (last-in, first-out) |
| atokata-跡形 | spoor; overblijfsel; bewijs; bewijsmateriaal |
| atokatazuke-後片付け | het opruimen; afruimen; schoonmaken; op orde brengen |
| atokusare-後腐れ | overblijvende [resterende; niet geheel opgeloste] problemen (voor later) |
| atomizumu-アトミズム | atomisme; atoomtheorie |
| atooishinjū-後追い心中 | zelfmoord gepleegd na de dood van de geliefde partner |
| atosaki-後先 | volgorde; consequentie |
| atosaki-後先 | voor en achter [na]; voorkant en achterkant |
| atoshimatsu-後始末 | het op orde brengen; herschikken; rechtzetten; afwikkelen; sorteren; opruimen |
| atozan-後産 | de nageboorte |
| atozuke-後付け | nawoorden; indexen; aanvullingen; colofons, etc. (achterin boeken) |
| atozukeru-跡付ける | nazoeken; nasporen; uitzoeken |
| āto・direkutā-アート・ディレクター | artdirector |
| atsugari-暑がり | erg gevoelig zijn voor hitte; iemand die niet goed tegen warmte kan |
| atsui-厚い | vriendelijk; hartelijk; zorgzaam; meelevend |
| atsuita-厚板 | dikke textielstof; dikke zijden stof waarin patronen worden geweven met verschillende draden |
| atsukai-扱い | het behandelen; omgaan met; zorgen voor |
| atsukau-扱う | (voorzichtig) iets bedienen |
| atsukurushii-暑苦しい | snikheet; drukkend warm; smoorheet |
| atsumaru-集まる | verzameld [vergaard] worden; krijgen |
| atsuraemuki-誂え向き | ideaal [heel geschikt] zijn (voor); op bestelling gemaakt |
| atsuryokuchōseineji-圧力調整ネジ | druk regulator schroef |
| atsuryokuhenshitsu-圧力変質 | het verschijnsel dat gesteenten in aardlagen onder druk veranderen [metamorfoseren] |
| atsushi-あつし | kleding gemaakt van iepenschors (traditioneel gedragen door de Ainu in Japan) |
| atsuyō-厚様 | (andere naam voor) torinoko-papier |
| atsuzoko-厚底 | platform; plateau; verhoging |
| attamaru-暖まる | warm worden |
| attoiuma-あっという間 | (in) een zeer korte tijd; een mum van tijd |
| au-合う | corresponderen; passen |
| auē-アウエー | (sporten) uit; uitwedstrijd |
| aun-阿吽 | de Nio- en Komainu-beelden aan weerszijden van een tempelpoort (de ene heeft zijn mond open, de andere gesloten) |
| autokōnā-アウトコーナー | buitenste hoek; buitenhoek (sportterm) |
| autokōsu-アウトコース | buitenbaan (sport) |
| autosaido-アウトサイド | (sport) buiten de baan; buitenspel |
| awa-粟 | (tros)gierst (graansoort: Setaria italica) |
| awabi-鮑 | zeeoor; abalone; zeeslak van de familie Haliotidae |
| awabigaeshi-鮑返し | in elkaar geknoopt sierdraad in de vorm van een abalone schelp (als decoratie) |
| awabimusubi-鮑結び | in elkaar geknoopt sierdraad in de vorm van een abalone schelp (als decoratie) |
| awabinoshi-鮑熨斗 | een smalle strip van gedroogde zeeoor |
| awajimusubi-淡路結び | in elkaar geknoopt sierdraad in de vorm van een abalone schelp (als decoratie) |
| awamori-泡盛 | awamori, gedestilleerde drank uit Okinawa op basis van rijst |
| aware-哀れ | Ah; Oh; (als tussenwerpsel: een woordje dat uitdrukking geeft aan diepe gevoelens van bewondering [vreugde; geluk; verdriet]; |
| awaremu-哀れむ | bewonderen; waarderen; houden van; gevoelig [ontvankelijk] zijn (voor) |
| awaseru-会わせる | op elkaar afstemmen; coördineren |
| awatenbō-慌てん坊 | iemand die haastig [onzorgvuldig; slordig] is |
| awatsubu-粟粒 | gierstkorrel |
| awaya-あわや | bijna; op het punt (staan te) (wordt niet gebruikt bij voorspoedige gebeurtenissen) |
| aya-アヤ | (een geluid dat gemaakt wordt bij schrik of ontroering) ah; ojee |
| ayabumu-危ぶむ | bezorgd zijn om; vrezen voor; twijfelen aan; betwijfelen |
| ayadoru-綾取る | met zorg behandelen; controleren |
| ayadoru-綾取る | (een sjerp etc.) in een kruisvorm knopen [binden] |
| ayadoru-綾取る | versieren; decoreren |
| ayakaru-肖る | in iemands geluk delen; dezelfde voordelen genieten |
| ayakaru-肖る | bewogen [geschud] worden |
| ayakashi-あやかし | een No-masker (voor de rol van een geest) |
| ayamaritsutaeru-誤り伝える | iets verdraaien (b.v. de werkelijkheid); een verkeerde voorstelling [indruk] geven (van iets) |
| ayamaru-謝る | zich verontschuldigen; excuses aanbieden; zich excuseren (bij iemand voor iets) |
| ayamatsu-過つ | iets immoreels doen; een zonde begaan |
| ayameru-危める | iemand verwonden [vermoorden] |
| ayatori-綾取り | afneemspel (het vormen van figuren met een touwtje om de vingers, waarvan de lussen telkens worden doorgegeven aan anderen) |
| ayaui-危うい | bezorgd; angstig; bevreesd |
| ayumi-歩み | vooruitgang; ontwikkeling |
| ayumiashi-歩み足 | (judo; kendo) stap(pen) vooruit en achteruit |
| ayumu-歩む | doormaken; ervaren; (het levenspad) belopen [begaan; volgen]; verrichten (studie, e.d.) |
| aza-字 | sectie van een stad of dorp in een plattelandsdistrict |
| aza-痣 | geboortevlek; moedervlek; blauwe plek |
| azawarau-嘲笑う | uitlachen; bespotten; voor joker zetten |
| azekura-校倉 | pakhuis (op palen) met wanden gemaakt van horizontaal gestapelde boomstammen |
| azukarikin-預かり金 | aanbetaling; waarborgsom; deposito |
| azukarikin-預り金 | ontvangen waarborgsom |
| azuke-預け | het inchecken van bagage (voor een vliegreis) |
| azuke-預け | het in bewaring geven van iets; iets toevertrouwen aan iemand; iemand vragen om op te passen (b.v. op een baby); iemand de zorg geven over |
| azukeirekin-預入金 | ingelegd geld; gestort bedrag |
| azukekin-預け金 | aanbetaling; borgsom |
| azukeru-預ける | (iem.) vragen iets te doen; aan iemand's zorg toevertrouwen; iets aan iemand overlaten |
| azumageta-東下駄 | houten dames geta (soort sandalen) met tatami voering |
| azumakōto-東コート | Azuma-jas (die over een kimono gedragen wordt) |
| azumakudari-東下り | historische term voor het vanuit Kyoto naar de oostelijke provincies (en Edo) reizen |
| azusa-梓 | een ereboog [poort] gemaakt van catalpahout |
| azusa-梓 | (een andere naam voor) Japanse sierkers-berk (Betula grossa) |
| azusa-梓 | (een andere naam voor) gele trompetboom (Catalpa ovata) |
| a'nekumēne-アネクメーネ | gebieden op aarde die door extreme omstandigheden (droogte, hitte, hoogte, etc.) niet permanent door mensen bewoond kunnen worden |
| a・posuteriori-ア・ポステリオリ | a posteriori; achteraf (beschouwd); later; retrospectief |
| a・puriori-ア・プリオリ | a priori; vooraf beschouwd |
| ba-ば | (in klassiek Japans drukt het uit: reden, oorzaak) omdat; doordat |
| ba-ば | (in de combinaties naraba, iwaba, tatoeba, etc. gebruikt als bijwoord) namelijk; wat betreft; als het |
| ba-ば | (na de izenkei van een ww. in modern Japans en achter de mizenkei in klassiek Japans wordt er een voorwaarde [conditie] uitgedrukt) als; indien |
| ba-ば | (drukt uit een oorzaak of gevolg) wanneer; toen |
| baa-ばあ | (onomatopee) troostend geluid (voor een kind) |
| baai-場合 | gelegenheid; zaak; (voor) het geval (dat); ingeval; als; indien |
| baberunotō-バベルの塔 | de Toren van Babel |
| bacherā-バチェラー | bachelor (universitaire graad) |
| bachisukāfu-バチスカーフ | bathyscaaf (duiktoestel voor diepzeeonderzoek) |
| bādī-バーディー | birdie (golfterm, 1 slag minder nodig voor een hole dan gemiddeld) |
| badominton-バドミントン | badminton (sport) |
| bādo・sankuchuari-バード・サンクチュアリ | vogelreservaat (beschermd gebied voor vogels) |
| bādo・wīku-バード・ウィーク | de week waarin de aandacht wordt gevraagd voor het beschermen en houden van (wilde) vogels (10-16 mei) |
| bagen-罵言 | gescheld; beledigingen; scheldwoord(en) |
| bai-貝 | (een soort zeeslak) Japanese Babylon; Japanese ivoren schelp |
| baiasu-バイアス | vooroordeel |
| baiasu-バイアス | voorspanning (elektriciteit) |
| baibaigēmu-倍倍ゲーム | verdubbelspel (waarbij je score verdubbelt elke keer dat je wint) |
| baibaihōkokusho-売買報告書 | handelsrapport; koop- en verkoopverslag |
| baiben-買弁 | comprador; Chinese handelsagent |
| baiboku-売卜 | waarzeggerij; toekomstvoorspelling |
| baiburētā-バイブレーター | vibrator |
| baichi-培地 | (biologie) voedingsbodem (voor het kweken van micro-organismen en cellen) |
| baiden-売電 | de verkoop van elektriciteit door particulieren, bedrijven, e.d. aan elektriciteitsbedrijven |
| baiden-買電 | het kopen van elektriciteit door elektriciteitsbedrijven van andere ondernemingen |
| baigoma-貝独楽 | een Japanse tol (traditioneel gemaakt door gesmolten lood in de schelp van een zeeslak te gieten) |
| baikingu-バイキング | Viking; Noorman |
| baikorojī-バイコロジー | fiets ecologie (beter klimaat door meer fietsen) |
| baiku-バイク | motorfiets |
| baimei-売名 | reclame maken voor jezelf; iets doen omwille van de publiciteit; publiciteit zoeken |
| bainburakku-バインブラック | het zwarte pigment dat wordt verkregen door wijnstokken te verbranden |
| baiohazādo-バイオハザード | biogevaar; biologisch gevaar (biologische stoffen die een gevaar vormen) |
| baiorizumu-バイオリズム | bioritme |
| baiosensā-バイオセンサー | biosensor |
| bairitsu-倍率 | (kwaliteit; prestatie) graad; rangorde; klasse |
| baiseki-陪席 | (afk. voor) tweede rechter na de hoofdrechter in een rechtszitting |
| baisen-媒染 | het beitsen van stoffen [weefsels] (met een bijtmiddel behandelen voordat ze worden geverfd) |
| baishikuru・motokurossā-バイシクル・モトクロッサー | BMX-er; fietsmotorcrosser |
| baishikuru・motokurosu-バイシクル・モトクロス | BMX; fietsmotorcross |
| baishoku-陪食 | het dineren met een hooggeplaatste [een vorst, e.d.) |
| baishū-買収 | omkoping, omkoperij; corruptie |
| baishūgappei-買収合併 | fusie door overname; aankoop en fusie |
| baita-売女 | neerbuigende uitdrukking; scheldwoord |
| baito-バイト | byte (eenheid van informatie bestaande uit 8 bits) |
| baito-バイト | bit (stift voor schroevendraaier) |
| bai・rain-バイ・ライン | naamregel (bij een artikel waar de naam van de auteur wordt vermeld) |
| bajō-馬上 | oorlogvoering te paard |
| bakabayashi-馬鹿囃子 | orkest [muziek] bij een festival |
| bakari-ばかり | (in de uitdrukking: bakari ni): (het kwam) alleen maar door(dat)...; slechts vanwege; eenvoudigweg omdat |
| bakari-ばかり | (in de uitdrukking: ww.-vorm -ta+bakari geeft het aan een handeling die net is voltooid) pas; net (klaar) |
| baken-馬券 | weddenschapskaart voor paardenraces |
| bakeru-化ける | zich transformeren; de vorm aannemen (van) |
| bakkaku-麦角 | moederkoren (ziekte in granen) |
| bakkan-麦稈 | tarwestro (gedorste tarwehalmen) |
| bakken-バッケン | skibinding (clip voor het bevestigen van de ski aan de schoen) |
| bakken-バッケン | (Noors: bakken) skihelling |
| bakku-バック | verdediger (sport) |
| bakkuappu-バックアップ | steun; ondersteuning; sponsoring |
| bakkubōn-バックボーン | backbone (computerterm voor snelle basis verbinding) |
| bakkusupin-バックスピン | backspin (sportterm); achterwaartse rotatie |
| bakomakura-箱枕 | een doosvormig hoofdkussen |
| bakoso-ばこそ | achtervoegsel gebruikt voor nadruk |
| bāku-バーク | schors; bast (van een boom) |
| baku-爆 | (afk. voor) bom |
| baku-縛 | (boeddh.) een andere naam voor de wereldse [aardse] verlangens |
| bakuatsu-爆圧 | luchtdruk door een explosie |
| bakudai-莫大 | enorm [immens; kolossaal] zijn |
| bakuha-爆破 | vernietiging door explosieven; het opblazen |
| bakuon-爆音 | zoemend [brullend] geluid; motorgeluid |
| bakuryūshu-麦粒腫 | gerstekorrel; strontje in het ooglid (hordeolum) |
| bakushi-爆死 | het omkomen [sterven; om het leven komen] door een explosie of een bom |
| bakushisuru-爆死する | omkomen [sterven; om het leven komen] door een explosie of een bom |
| bakusuisuru-爆睡する | slapen als een blok; diep (door)slapen |
| bamyūda-バミューダ | bermudashort; korte broek |
| bāmyūda・shōtsu-バミューダ・ショーツ | bermudashort; korte broek |
| ban-バン | (value-added network) netwerkdienst met toegevoegde waarde (een gehost serviceaanbod met aanvullende diensten) |
| ban-判 | (in kanji combinaties) zegel; stempel; papierformaat; oordeel |
| ban-番 | nummer; volgorde; beurt |
| ban-盤 | bord; schijf; plaat |
| ban-鷭 | waterhoen (Gallinula chloropus) |
| banbanzai-万万歳 | (versterkende vorm van 万歳) een heuglijk feit; een feestelijke gebeurtenis; een grote vreugde [blijdschap] |
| bandai-番台 | uitkijkpost [uitkijktoren] bij de ingang van een openbaar badhuis |
| bandai-盤台 | een ondiepe teil [kuip], die wordt gebruikt om vissen in te vervoeren, of om sushi-rijst in te mengen |
| bandomasutā-バンドマスター | bandleider; orkestleider; dirigent |
| bangai-番外 | een extra [buitengewone] editie, voorstelling, maat, etc.]; een uitzonderlijk [ongewoon] iets |
| bangi-板木 | slagplank [slagbord] om brand te melden of om in boeddhistische tempels een bijeenkomst aan te kondigen |
| banisshā-バニッシャー | polijster; polijstborstel |
| banjin-万人 | iedereen; alle (soorten) mensen |
| banjō-万丈 | een enorme hoogte |
| banjō-万乗 | (de positie van) de keizer (verwijzing maar de Zhou-dynastie in China, toen de keizer 10.000 strijdwagens stuurde in oorlogstijd) |
| banjuku-晩熟 | late rijpheid; het later rijpen [tot wasdom komen] dan normaal |
| bankake-バンかけ | (in eigen jargon van de politie) politieondervraging; politieverhoor |
| bankan-万感 | stortvloed van emoties |
| bankonsakusetsu-盤根錯節 | verstrengelde [gedraaide; ingewikkelde] wortels [knopen] |
| bankyo-盤踞 | het stevig geworteld [onbeweeglijk] zijn |
| banme-番目 | -de [-ste] (in combinatie met rangtelwoorden) |
| banmen-盤面 | het oppervlak van een bord voor go of shōgi (schaken) |
| bannin-万人 | iedereen; alle (soorten) mensen |
| banningu-バンニング | (Japans wasei woord) vanning, het laden van goederen in een truck (Eng.: van) |
| bannō-万能 | universeel; voor alle doeleinden te gebruiken |
| banpan-万般 | alles; alle dingen [soorten; aspecten; opzichten] |
| bansan-晩産 | laatgeboorte; bevalling na de 43ste week van de zwangerschap |
| banshoku-伴食 | iemand die wel de titel [naam] heeft maar niet de daarbij behorende bevoegdheden |
| banshū-晩秋 | seizoenwoord voor de herfst (in traditionele Japanse gedichten) |
| banshun-晩春 | het einde van de lente; late voorjaar |
| bansō-晩霜 | een late vorst (april-mei) |
| bante-番手 | teller voor de volgorde van opgestelde gevechtseenheden in een formatie |
| bante-番手 | teller voor de startvolgorde bij wedstrijden |
| bante-番手 | eenheid voor draaddikte (hoe hoger het getal, hoe dunner de draad) |
| bantō-晩冬 | (andere naam voor) de twaalfde maand (van de maankalender) |
| bantō-晩稲 | rijstsoort die later rijp is normaal |
| banzai-万歳 | welvaart ; voorspoed; een lang leven |
| ban'eikeiba-輓曳競馬 | soort van Japanse paardenraces (waarbij trekpaarden zware sleeën zandhellingen optrekken) |
| ban'eikyōsō-輓曳競走 | soort van Japanse paardenraces (waarbij trekpaarden zware sleeën zandhellingen optrekken) |
| ban・arentai-バン・アレン帯 | Van Allengordels (stralingsgordels of deeltjesgordels) |
| bappai-罰杯 | alcoholische drank die als straf moet worden gedronken (b.v. voor te laat komen, een spelletje verliezen, e.d.) |
| bappon-抜本 | de oorzaak elimineren; het uitroeien; verdelgen; ontwortelen |
| bara-散 | (afk. voor) losse munten; kleingeld |
| bara-肋 | (afk.voor) ribstuk zonder bot (m.n. van varkens- of rundvlees); uitgebeend ribstuk |
| bara-荊棘 | doornig struik; doornstruik |
| bara-輩 | gevoegd achter zelfstandige naamwoorden die personen aanduiden, geeft meervoud aan |
| baraetī・shō-バラエティー・ショー | variété show [voorstelling; theater] |
| barasu-ばらす | illegaal verkopen; (gestolen goederen) doorverkopen.; helen |
| barasu-ばらす | (iemand) vermoorden; doden |
| baren-馬楝 | baren, een Japans gereedschap dat wordt gebruikt bij het afdrukken van een houtsnede op papier zonder pers |
| bareru-バレル | vat (eenheid voor vloeistof, zoals olie) |
| bāreru-バーレル | vat (eenheid voor vloeistof, zoals olie) |
| bariaburu・kondensā-バリアブル・コンデンサー | variabele condensator |
| baria・furī-バリア・フリー | toegankelijkheid (voor ouderen en mensen met een beperking) |
| baria・furī-バリア・フリー | (gebouwen, openbaar vervoer, etc.) toegankelijk voor gehandicapten |
| barikon-バリコン | variabele condensator |
| barukarōra-バルカローラ | barcarolle; gondellied (lied gezongen door Venetiaanse gondeliers) |
| barukarōru-バルカロール | barcarolle; gondellied (lied gezongen door Venetiaanse gondeliers) |
| basabasa-ばさばさ | rommelig; droog; slordig |
| bashauma-馬車馬 | (fig.) oogkleppen op hebben; iets onverstoorbaar doen zonder afgeleid te worden door bijzaken |
| bashin-婆心 | sterke [overdreven] bezorgdheid; grote aandacht voor iemands welzijn] |
| basho-場所 | de plaats of tijd waarin een sumo toernooi wordt gehouden; een sumo toernooi |
| basopuresshin-バソプレッシン | vasopressine; antidiuretisch hormoon (ADH) |
| bassari-ばっさり | resoluut; drastisch; doortastend; in één klap |
| basshi-末子 | het jongste kind; het laatstgeboren kind |
| basuketto-バスケット | mand; korf |
| basuketto・bōru-バスケット・ボール | basketbal (sport) |
| basuketto・bōru-バスケット・ボール | de bal die gebruikt wordt bij basketballen |
| basukon-バスコン | geboortebeperking |
| basuto-バスト | borstbeeld; buste |
| basuto-バスト | borst; boezem |
| bāsu・kontorōru-バース・コントロール | geboortebeperking |
| bataashi-ばた足 | (flutter kick) snel doorlopende beenslag (bij crawlzwemmen) |
| bateren-バテレン | Portugese jezuïet priester |
| bateru-ばてる | verslappen; slap [moe] worden |
| batō-罵倒 | kleinering, belediging; scheldwoord |
| baton-バトン | dirigeerstok; tamboer-majoorstok |
| baton・gāru-バトン・ガール | majorette |
| baton・tatchi-バトン・タッチ | het doorgeven van het stokje (lett. of fig.) |
| baton・towarā-バトン・トワラー | majorette |
| batoru・roiyaru-バトル・ロイヤル | battle royale (wedstrijdtype bij worstelen en computergames) |
| batsu-跋 | epiloog; nawoord |
| batsubun-跋文 | nawoord; epiloog |
| batsugo-跋語 | naschrift; nawoord |
| batteki-抜擢 | selectie; promotie; bevordering |
| battingu-バッティング | het slaan; de slag (sport) |
| bauhausu-バウハウス | Bauhaus (Hogeschool voor architectuur, opgericht in 1919 in Weimar) |
| bāzu・ai・byū-バーズ・アイ・ビュー | vogelvluchtperspectief; panoramisch uitzicht |
| bazu・sesshon-バズ・セッション | informele groepdiscussie |
| bebiibūmā-ベビーブーマー | babyboomer(s) (generatie mensen geboren na de tweede wereldoorlog, ca. 1946-1960) |
| bei-米 | (afk. voor) Amerika |
| beien-米塩 | rijst en zout (essentieel voor het leven) |
| beigoma-貝独楽 | een Japanse tol (traditioneel gemaakt door gesmolten lood in de schelp van een zeeslak te gieten) |
| beigunhausu-米軍ハウス | huurwoningen voor Amerikaanse militairen in Japan (na de Tweede Wereldoorlog) |
| beiju-米寿 | 88ste verjaardag (die in Japan speciaal en feestelijk wordt gevierd) |
| beikokunendo-米穀年度 | een periode van één jaar, gebaseerd op het oogstseizoen van de rijst (van 1 november van het voorgaande jaar tot 31 oktober van het huidige jaar) |
| beikokuyotakushōken-米国預託証券 | (American Depositary Receipt) Amerikaans certificaat (van een bank) voor een bepaald aantal verhandelbare aandelen van een buitenlands bedrijf |
| beishikishūkyū-米式蹴球 | American football (een soort rugby) |
| bekakō-べかこう | (gebaar, meestal van kinderen) het onderste ooglid naar beneden trekken, zodat de rode binnenkant zichtbaar wordt (en vaak tegelijk de tong uitsteken) |
| bēkāpuran-ベーカープラン | Baker Plan (door Amerika in de VN voorgesteld plan voor zelfbeschikkingsrecht voor Westelijke Sahara) |
| beki-べき | (attributieve vorm van het hulpwerkwoord beshi) zou moeten; moet; behoort te |
| bekidewanai-べきではない | zou niet moeten; behoort niet te |
| bekkankō-べっかんこう | (gebaar, meestal van kinderen) het onderste ooglid naar beneden trekken, zodat de rode binnenkant zichtbaar wordt (en vaak tegelijk de tong uitsteken) |
| bekke-別家 | het zelfstandig worden van een werknemer (die een eigen zaak gaat runnen onder dezelfde naam) |
| bekutā-ベクター | vector (med., drager van besmetting) |
| bekutā-ベクター | vector (biochemie, stukje DNA) |
| bekutoru-ベクトル | vector (med., drager van besmettingen) |
| bekutoru-ベクトル | vector (grootheid in wiskunde) |
| ben-便 | gemak; comfort |
| ben-鞭 | (in kanji combinaties) stok; zweep; afranseling; de vorm van een zweep |
| benchā-ベンチャー | lid van orde van juristen |
| benchirētā-ベンチレーター | ventilator |
| benchi・wōmā-ベンチ・ウォーマー | (sport) bankzitter; vaste reserve |
| benden-便殿 | tijdelijke rustplek [ruimte om te rusten] (tijdens een bezoek, e.d.) voor een lid van de keizerlijke familie |
| benefitto-ベネフィット | voordeel; profijt |
| bengi-便宜 | gemak; voordeel; het handig zijn |
| bengiteki-便宜的 | passend; doelmatig; opportuun; voordelig |
| benibana-紅花 | saffloer (Carthamus tinctorius) |
| benimasu-紅鱒 | rode zalm of blauwrugzalm (Oncorhynchus nerka) |
| benishida-紅羊歯 | herfstvaren (Dryopteris erythrosora) |
| benizake-紅鮭 | rode zalm of blauwrugzalm (Oncorhynchus nerka) |
| benkei-弁慶 | een bundel stro die gebruikt kan worden om visspiesjes in te prikken |
| bentatsu-鞭撻 | aanmoediging; aansporing |
| bentō-弁当 | een bentobox (met voorverpakte maaltijd) |
| bentōten-弁当店 | uitspanning of kleine winkel waar lunches worden verkocht (vaak in treinstations); snelbuffet |
| bero-べろ | (dialect voor) tong (lichaamsdeel) |
| beruto-ベルト | gordel; riem; ceintuur; band |
| beruto-ベルト | drijfriem; transportband |
| beruto・konbeyā-ベルト・コンベヤー | transportband; lopende band |
| beshi-可し | (hulpwerkwoord) zou moeten; moet; behoort te |
| bēshikku・ingurisshu-ベーシック・イングリッシュ | basisengels (gebruik van beperkte Engelse woordenschat) |
| bessetsu-別説 | een andere [optionele; afwijkende] theorie [visie; mening] |
| besshite-別して | in het bijzonder; vooral; bovenal |
| besshō-蔑称 | een kleinerende [denigrerende] benaming (voor iemand of iets); belediging |
| bessō-別荘 | (informeel) gevangenis |
| bēsurain-ベースライン | achterlijn; baseline (sportterm) |
| besuto・kondishon-ベスト・コンディション | beste conditie; topform |
| betomin-ベトミン | Vietminh (Vietnamese verzetsbeweging, opgericht in 1941 door Ho Tsi Minh) |
| betsubetsu-別別の | apart; één voor één |
| betsugen-別言 | andere woorden |
| betsukuchi-別口 | een ander ding [item; artikel; product; soort] |
| betsuwaku-別枠 | buitengewone norm [standaard]; speciaal geval |
| betsuyō-別様 | andere stijl [vorm] |
| bi-備 | (afk. voor) Kibi (een voormalige provincie in de prefectuur van Okayama) |
| bi-備 | (in kanji combinaties) voorbereiden; voorbereiding; alles wat nodig is bij elkaar hebben; goed uitgerust zijn |
| bi-尾 | (afk. voor) Owari (een voormalige provincie in de prefectuur Aichi) |
| bian-ビアン | (afk. voor) lesbisch; lesbienne |
| bīban-ビー判 | B (serie) papierformaat |
| bibinba-ビビンバ | Koreaans gerecht van rundvlees, groenten en rijst |
| bibō-美貌 | knap uiterlijk; schoonheid; bekoorlijkheid; charme |
| bichiku-備蓄 | reserve; opslag; voorraad; het in reserve [voorraad] houden [opslaan] |
| bichikuryō-備蓄量 | noodvoorraad van hoeveelheden voedsel, water, en andere dagelijkse benodigdheden (nodig in geval van rampen, oorlogen, e.d.) |
| bichikusuru-備蓄する | opslaan; in reserve [voorraad] houden |
| bichū-微衷 | (nederige uitdrukking voor mijn) diepste gedachten [gevoelens] |
| biennāre-ビエンナーレ | biënnale (evenement dat om de twee jaar wordt gehouden) |
| bifizusukin-ビフィズス菌 | Bifidobacterium bifidum (bacteriesoort) |
| bigan-美顔 | gezichtsverzorging |
| biggu・appuru-ビッグ・アップル | bijnaam voor de stad New York |
| biggu・bando-ビッグ・バンド | groot (jazz of dans) orkest |
| biggu・ben-ビッグ・ベン | de klokkentoren van het Britse parlementsgebouw |
| bihō-弥縫 | tijdelijk herstel; tijdelijke [provisorische] reparatie; het oplappen |
| bii-微意 | (nederige term voor de eigen gevoelens) mijn gevoelens |
| biishiki-美意識 | gevoel voor schoonheid; esthetisch gevoel |
| biji-美辞 | bloemrijke taal [retoriek] |
| bijin-美人 | (erenaam voor) vorst of wijsgeer |
| bijin-美人 | (bijnaam voor) regenboog |
| bijitā・fī-ビジター・フィー | toegangsprijs [entreeprijs] voor gasten [niet-leden] |
| bijon-ビジョン | vooruitziende blik; inzicht |
| bijuaru・komyunikēshon-ビジュアル・コミュニケーション | visuele communicatie (het gebruik van visuele elementen om ideeën en informatie over te brengen) |
| bijutsuin-美術院 | academie voor de (schone) kunsten; kunstacademie |
| bijutsushi-美術史 | kunstgeschiedenis; kunsthistorie |
| bijutsushika-美術史家 | kunsthistoricus (m); kunsthistorica (v) |
| bijutsushin-美術心 | kunstzinnigheid; gevoel voor kunst |
| bīkā-ビーカー | bekerglas (in laboratorium) |
| bikan-美感 | een gevoel voor schoonheid |
| bikō-備荒 | voorzorgsmaatregelingen (voor rampen en calamiteiten) |
| bīkon-ビーコン | baken; lichtsignaal; vuurtoren |
| biku-比丘 | (denigrerende term voor) vrouw |
| biku-比丘 | (onjuist gebruikt voor bikuni) boeddhistische non |
| bin-便 | post; zending; postbezorging |
| bin-鬢 | het haar links en rechts op het hoofd (over [boven] de oren) |
| binbōkuji-貧乏籤 | een slecht [verliezend] lot; het kortste eind; slechte [ongunstige] transactie |
| binbōshō-貧乏性 | neiging tot zuinigheid [gierigheid]; overbezorgdheid; neiging tot piekeren |
| binden-便殿 | tijdelijke rustplek [ruimte om te rusten] [tijdens een bezoek, e.d.) voor een lid van de keizerlijke familie |
| bindingu-ビンディング | binding (voor het bevestigen van ski aan schoen) |
| binetsu-微熱 | lichte koorts |
| bingata-紅型 | traditionele verftechniek voor textiel op Okinawa |
| bingi-便宜 | bericht; nieuws; correspondentie |
| binjō-便乗 | opportuniteit; het gebruik maken van; profiteren |
| binjōneage-便乗値上げ | opportunistische prijsverhoging |
| binpatsu-鬢髪 | haar voor de oren (langs het gezicht); slaaplokken |
| binran-紊乱 | wanorde; verwarring; chaos; verval |
| bintsuke-鬢付け | (afk. voor) haarolie; pommade |
| bippu-ビップ | een vooraanstaand [belangrijk] persoon |
| biran-糜爛 | staat van wanorde [verval; degeneratie] |
| bīretsuhonban-B列本判 | standaard Japans papierformaat (765 x 1085 mm) |
| biriken-ビリケン | Billiken (een beeldje gemaakt door de Amerikaanse kunstenaar Florence Pretz uit Kansas City, Missouri) |
| biryōgenso-微量元素 | sporenelement |
| biryoku-微力 | (een bescheiden term voor) de eigen [mijn] bekwaamheden [kracht] |
| biseibutsu-微生物 | microbe; micro-organisme |
| bishin-微臣 | (nederig over zichzelf sprekend tot een keizer, vorst, e.d.) uw dienaar |
| bishō-美称 | lofprijzing; lovende [poëtische] naam (voor); eufemisme |
| bishobisho-びしょびしょ | kletsnat; doorweekt |
| bishonure-びしょ濡れ | kletsnat; drijfnat; kleddernat; zeiknat; doorweekt |
| bishū-美醜 | een goed [mooi] en een slecht [lelijk] uiterlijk [voorkomen] |
| bisōjutsu-美爪術 | goede verzorging van nagels; manicure; pedicure |
| bisoku-鼻息 | neusademhaling; het ademen door de neus; snuiven |
| bisshori-びっしょり | (onomatopee) doorweekt |
| bisuta・kā-ビスタ・カー | panorama wagon (van trein, met mooi uitzicht) |
| bitoku-美徳 | goed [correct] gedrag; goede daden |
| bī・shī-ビー・シー | v. C; v. Chr. (voor Christus) |
| bō-亡 | (in kanji combinaties) vernietigend worden; sterven; overlijden; vergaan; uitsterven; ontsnappen; vluchten |
| bō-房 | (afk. voor) echtgenote; vrouw |
| bō-望 | (in kanji combinaties) vooruit [in de verte] kijken; hopen; verwachten; verlangen |
| bō-某 | (gebruikt door mannen voor) ik; mij |
| bō-茅 | (in kanji combinaties) riet (zoals gebruikt voor dakbedekking) |
| bō-貌 | (in kanji combinaties) gelaatsvorm; vorm van een voorwerp |
| bō-防 | (afk. voor) Suō (voormalige provincie in het zuidoosten van de huidige prefectuur Yamaguchi) |
| bōatsu-防遏 | preventie; voorkoming |
| boa・konsutorikutā-ボア・コンストリクター | boa constrictor (slang) |
| bōbiki-棒引き | uitstrepen, doorstrepen; het afschrijven van een schuld |
| bōbiki-棒引き | de horizontale streep van lange klinkers in katakana |
| bobin-ボビン | boordsel; band |
| bobu-ボブ | korte haarstijl |
| bodaiji-菩提寺 | een familietempel (de tempel waar een familie (vaak al generaties lang) altijd heengaat voor diensten, begrafenissen, familiegrafbezoek, e.d.) |
| bodaiju-菩提樹 | Bodhiboom, Ficus religiosa (oorspronkelijk uit India; onder deze boom zou Boeddha de verlichting bereikt hebben) |
| bodaishin-菩提心 | (boeddh.) de aspiratie [intentie] om een boeddha te worden |
| bodaisho-菩提所 | een familietempel (de tempel waar een familie (vaak al generaties lang) altijd heengaat voor diensten, begrafenissen, familiegrafbezoek, e.d.) |
| bodī-ボディー | lichaam; romp; centrale deel; kern; voorwerp; object |
| bodībiru-ボディービル | bodybuilding (sportoefeningen) |
| bodībōdo-ボディーボード | kleine surfplank (waarop je liggend voortbeweegt) |
| bodī・chekku-ボディー・チェック | (in sport) een forse duw tegen het lichaam van een tegenstander |
| bōdo-ボード | plank; plaat; schoolbord |
| bodō-母堂 | (beleefde term voor) de moeder van iemand anders; uw [zijn; haar] moeder |
| bōdoku-防毒 | preventie van schade door giftige stoffen [gassen] |
| bōeishisetsuchō-防衛施設庁 | Japans Agentschap voor het beheer van defensiefaciliteiten |
| bōeki-貿易 | (internationale) handel; handelsverkeer; import en export |
| bōekiakaji-貿易赤字 | handelstekort |
| bōekikyōtei-貿易協定 | handelsovereenkomst; handelsakkoord |
| bōekisensō-貿易戦争 | handelsoorlog |
| bōekishinkōkai-貿易振興会 | organisatie voor bevordering van handel |
| bōfū-暴風 | stormachtige [harde] wind; storm |
| bōfū-防風 | (afk. voor hamabōfu) plant, Glehnia littoralis (seizoenwoord voor de lente) |
| bōfūu-暴風雨 | storm; regenbuien |
| bōgaisuru-妨害する | hinderen; blokkeren; storen |
| bōgen-妄言 | onbezonnen [gedachteloze] opmerking [woorden] |
| bōgen-暴言 | harde [beledigende; grove] taal; grove woorden; grof taalgebruik |
| bogī-ボギー | (bij golf) score van 1 slag boven par voor een hole |
| bōgu-防具 | (bij kendo) beschermende uitrusting (helm, borstbeschermer, handschoenen, riem) |
| bōgyoritsu-防御率 | (honkbal) Earned Run Average (ERA) (statistiek voor de effectiviteit van een werper) |
| bohan-母斑 | moedervlek; geboortevlek |
| bōhon-坊本 | beperkte uitgave van een boek, op basis van lokale verspreiding; boek uitgegeven door een particuliere boekhandel |
| bōhyō-妄評 | (bescheiden woord voor de eigen kritiek op anderen) mijn kritiek |
| boisu・rēkōdā-ボイス・レコーダー | cockpit voice recorder (in vliegtuigen) |
| bokeru-惚ける | dementeren; seniel worden |
| bokki-勃起 | erectie; het stijf [hard] worden (van de penis, clitoris, tepels) |
| bokkon-墨痕 | inktmarkering; inktspoor; handschrift |
| bokkuri-木履 | traditionele gelakte houten sandalen (geta) voor meisjes |
| bokkusu-ボックス | afgesloten stalruimte (voor 1 dier) |
| bokkusu・sutoa-ボックス・ストア | een winkel waar men producten goedkoop kan aanbieden door ze niet in vakken te zetten, maar ze in de verpakkingsdozen in de winkel te laten staan |
| bokkyo-卜居 | een woonplaats kiezen (door het vooraf bepalen van een voorspoedige locatie op basis van geografische kenmerken) |
| bōkō-暴行 | aanval; bestorming |
| bōku-ボーク | schijnworp (honkbal) |
| boku-僕 | jij (gebruikt door volwassenen tegen kinderen) |
| boku-僕 | ik; mij (alleen gebruikt door mannen, tegen gelijken of ondergeschikten) |
| boku-卜 | (in kanji combinaties) waarzeggen; toekomstvoorspelling |
| boku-墨 | (afk. voor) Mexico |
| boku-墨 | (een andere naam voor de rivier) Sumidagawa |
| bokudenryū-卜伝流 | traditionele school [stijl] voor zwaardvechten |
| bokujō-牧場 | weiland [grasland] (voor vee) |
| bokunenjin-朴念仁 | lomperik; botterik; stommeling; domoor; domkop |
| bokuseki-墨跡 | (vooral in Japan) het schrijfwerk van Zen-boeddhistische priesters |
| bokushi-牧師 | dominee; predikant; pastoor |
| bokusuru-卜する | de toekomst voorspellen; waarzeggen |
| bokutachi-僕達 | wij; ons (alleen gebruikt door mannen, tegen gelijken of ondergeschikten) |
| bokyaburarī-ボキャブラリー | woordenschat; vocabulaire; lexicon |
| bōmeisuru-亡命する | zijn land ontvluchten; asiel zoeken; in ballingschap gaan; een (politieke) vluchteling worden; emigreren (om politieke redenen) |
| bōnenkai-忘年会 | eindejaarsfeest (lett.: vergeet-het-jaar feest; men drinkt om de zorgen van het oude jaar te vergeten en te toasten op het nieuwe jaar) |
| bongan-凡眼 | (door) de ogen van een leek [amateur]; lekenoog; lekenoordeel |
| bonnetto-ボンネット | motorkap (auto) |
| bonpu-凡夫 | (boeddh.) iemand die niet de boeddhistische leer kent [volgt], en gebonden is door aardse verlangens |
| bonsai-盆栽 | miniatuurboom ontworpen als potplant |
| bonten-梵天 | andere naam voor India |
| bonten-梵天 | (andere naam voor) Chinese [oosterse] meloen (Cucumis melo) |
| bonyūyōiku-母乳養育 | borstvoeding |
| bōoku-茅屋 | een armoedig huis; (een nederige term voor) mijn huis |
| boppatsu-勃発 | uitbraak (b.v. van een oorlog); uitbarsting; plotselinge gebeurtenis |
| borē-ボレー | (sport term) volley |
| bōringu-ボーリング | het boren |
| bōrō-望楼 | wachttoren; uitkijktoren |
| boroboro-ぼろぼろ | in stukjes; een voor een; verspreid; de een na de ander |
| boroboro-ぼろぼろ | (onomatopee) het vallen van druppels [stukjes]; brokkelig (worden); vergaan [versleten] raken; gerafeld worden |
| bōru-ボール | worp; opslag; (bij honkbal) wijd(bal) |
| bōru-ボール | schoolbord; aanplakbord; scorebord |
| bōruban-ボール盤 | boormachine |
| borudō-ボルドー | Bordeaux (stad in Frankrijk) |
| borudō-ボルドー | bordeaux (wijn) |
| bōrudo-ボールド | schoolbord |
| borudōeki-ボルドー液 | Bordeauxse pap (fungicide ter bestrijding van parasitaire ziekten) |
| borushichi-ボルシチ | borsjtsj (bietensoep) |
| boruzoi-ボルゾイ | borzoi; barzoi (Russisch windhondenras) |
| bōryokudan-暴力団 | georganiseerde misdaadsyndicaat |
| bosabosa-ぼさぼさ | warrig; door de war; wild; slonzig (haar, kapsel etc.) |
| bōsei-暴政 | tirannie; despotisme; onderdrukking door de overheid |
| bōsen-傍線 | onderstreping (in horizontale tekst); verticale streep (naast verticale tekst) |
| bōshi-防止 | preventie; voorkoming |
| bōshisuru-防止する | voorkomen; preserveren; goedhouden |
| bōshokuzai-防蝕剤 | (grond)verf om corrosie van metaal tegen te gaan |
| boshun-暮春 | het einde van de lente; late voorjaar |
| bōsō-妄想 | fantasie; verbeelding; waanvoorstelling; waanidee |
| bōsō-暴走 | het iets doen zonder aandacht voor de omgeving; iets doen zonder rekening te houden met de gevolgen |
| bōsō-暴走 | het rijden zonder bestuurder (b.v. door handrem vergeten) |
| bōsō-暴走 | het wild [doelloos] rondrennen; (bij honkbal) het roekeloos rennen naar de honken door een speler |
| bōsōsha-暴走車 | een op hol geslagen voertuig; een auto waar roekeloos mee gereden wordt |
| bōsōzoku-暴走族 | (lid van) een motorbende |
| bossho-没書 | afwijzing [weigering] van een inzending (voor publicatie) |
| bosutōku-ボストーク | Vostok, Sovjet-bemande kunstmatige satelliet (in 1961 voor het eerst gelanceerd) |
| botandaun-ボタンダウン | overhemd waarvan de kraag d,m,v, knoopjes vastgezet kan worden |
| bōtō-暴投 | (honkbal) een wilde (afgekeurde) worp (van de werper) |
| bōtōchinjutsu-冒頭陳述 | openingsverklaring; openingspleidooi; openingswoorden |
| botomuappu-ボトムアップ | een managementsysteem van een organisatie [bedrijf] waarin beslissingen worden genomen op initiatief van de basis [lagere overheden of werknemers] |
| botsu-勃 | (afk. voor) Bulgarije |
| botsu-没 | afwijzing [weigering] van een inzending (voor publicatie) |
| botsu-没 | (als voorvoegsel) afwezig zijn; geen; gebrek aan |
| botsunyūsuru-没入する | toegewijd zijn; volledig opgaan in iets; geheel in beslag genomen zijn (door; met) |
| botsuraku-没落 | neergang; val; ineenstorting; ondergang |
| botsurinusukin-ボツリヌス菌 | Clostridium botulinum (bacterie die botulisme veroorzaakt) |
| botsuzen-没前 | voor de dood; gedurende het leven |
| botteri-ぼってり | welgedaan; corpulent; gezet; mollig; dik |
| bottō-没頭 | toewijding; het in-beslag-genomen zijn (door); verdiept zijn (in) |
| bottōsuru-没頭する | opgaan in; in-beslag-genomen zijn (door); toegewijd zijn (aan) |
| bōya-坊や | (vertrouwelijke aanspreekvorm) jongen; jochie; ventje |
| boyakeru-ぼやける | vaag [wazig; onduidelijk] worden; vervagen |
| bōyō-亡羊 | het verloren schaap |
| bōyomi-棒読み | monotone voordracht [oplezing] (zonder pauzes of intonatie) |
| bōzu-坊主 | een kaalgeschoren hoofd |
| bōzu-坊主 | (een denigrerende of informele term voor) jongen; jongetje; ventje |
| bu-撫 | (in kanji combinaties) strelen; aaien; kammen; kalmeren; verzorgen |
| bu-部 | woord gebruikt bij het tellen van boeken, boekdelen, afdrukken, kopieën, etc. |
| būbī-ブービー | poedelprijs; troostprijs (voor de één na laatste plaats) |
| būbīshō-ブービー賞 | poedelprijs; troostprijs (voor de één na laatste plaats) |
| bubunkyokuhitsu-舞文曲筆 | vrije schrijfstijl waarbij de de feiten worden verdraaid voor een literair effect |
| buchiageru-打ち上げる | enthousiast [opgewonden] worden |
| bugaihi-部外秘 | beperkt tot de (eigen) afdeling: alleen voor de afdeling |
| buhen-武辺 | zaken gerelateerd aan vechtsporten [gevechtskunsten]; militaire zaken |
| buiku-撫育 | liefdevolle opvoeding; het (met zorg) opvoeden [grootbrengen] |
| buin-無音 | een lange stilte; lang zonder contact (b.v. briefwisseling, e.d.); het niets van zich laten horen gedurende een lange periode |
| buirogu-ブイログ | (afk. voor) vlog; videolog |
| bui・ai・pī-ブイ・アイ・ピー | VIP; vooraanstaand [belangrijk] persoon |
| bui・sain-ブイ・サイン | V-teken; victorieteken |
| bui・tī・āru-ブイ・ティー・アール | VTR (video tape recorder) |
| buji-武事 | zaken m.b.t. krijgskunst en oorlogvoering |
| buji-蕪辞 | nederige bewoording; nederig taalgebruik |
| buji-蕪辞 | grove woorden; grof taalgebruik |
| bujutsu-武術 | krijgskunst; vechtsport |
| bukakkō-不格好 | vormloosheid; onhandigheid; onbeholpenheid |
| bukatsu-部活 | (afk. voor) clubactiviteiten; buitenschoolse activiteiten |
| bukka-仏果 | (boeddh.) nirwana; Verlichting (bereikt door boeddhistische training) |
| bukken-物件 | ding; object; voorwerp; artikel; waar; goederen |
| bukko-物故 | (formele term in geschriften voor) het overlijden; sterven; de dood; |
| bukubuku-ぶくぶく | bubbelend; borrelend |
| bukubuku-ぶくぶく | gorgelend |
| bukubuku-ぶくぶく | dik; opgeblazen (door kleding) |
| bumon-部門 | afdeling; tak; divisie; sector |
| bun-分 | deel; portie |
| bun-聞 | (in kanji combinaties) horen; luisteren; vernemen; gerucht |
| bunai-部内 | (zakelijke) kring; departement; binnen de (eigen) kring [afdeling] (van een bedrijf, organisatie, e.d.) zijn |
| bunben-分娩 | bevalling; geboorte |
| bunbōgu-文房具 | schrijfgerei; schrijfbehoeften; kantoorartikelen |
| bunchō-文鳥 | rijstvogel (Padda oryzivora) |
| bungen-文言 | formulering; verwoording; bewoording |
| bungo-文語 | schrijftaal; het geschreven woord |
| bungu-文具 | schrijfwaren; schrijfgerei; kantoorartikelen |
| bunji-文辞 | woorden [bewoording] in een (geschreven) tekst |
| bunjin-文人 | literator; schrijver; dichter |
| bunjinga-文人画 | literator schilderkunst (schilderkunst als nevenactiviteit van een literator, in China en later ook in Japan vanaf de Edo periode) |
| bunjōchi-分譲地 | perceel grond (voor verkoop) |
| bunkachō-文化庁 | Bureau [Overheidsdienst] voor Cultuur |
| bunkai-分解 | fatorisatie (wiskunde); resolutie (chemie) |
| bunkakunshō-文化勲章 | Japanse Orde van Culturele Verdienste (onderscheiding voor mensen die een bijdrage hebben geleverd aan behoud en ontwikkeling van de cultuur) |
| bunken-文献 | literatuur; documenten; verslagen; rapporten |
| bunken-文献 | handgeschreven of gedrukte verslaggeving voor onderzoeksdoeleinden |
| bunki-分岐 | bifurcatie; (gevorkte) afsplitsing [vertakking] |
| bunkintakashimada-文金高島田 | kapsel van ongehuwde vrouwen in de Edo-periode (tegenwoordig nog gebruikt bij bruiloften) |
| bunko-文庫 | paperback in klein formaat; pocketboek |
| bunko-文庫 | brievenbak; doos voor postpapier |
| bunkobon-文庫本 | pocketboek (paperback in klein formaat) |
| bunkozō-文庫蔵 | opslagplaats [opbergplaats; opbergruimte] voor waardevolle boeken |
| bunkyō-文教 | onderwijs; cultuur (ontwikkeling, vorming) |
| bunmeikaika-文明開化 | (lett. beschaving en vooruitgang) tendens naar modernisering en verwestersing in de vroege Meiji-periode in Japan |
| bunpan-文範 | voorbeeldtekst; voorbeeldzin |
| bunrui-分類 | indeling; classificatie; ordening; rangschikking |
| bunseki-文責 | verantwoording voor een geschreven tekst [artikel] |
| bunshi-分詞 | (taalkunde) deelwoord |
| bunshishiki-分子式 | moleculaire formule |
| bunsho-分署 | vestiging; filiaal; bijkantoor |
| bunsho-文書 | document; akte; epistel; verslag; rapport |
| bunshōgo-文章語 | woord dat voornamelijk in geschreven taal wordt gebruikt |
| buntsū-文通 | briefwisseling; correspondentie |
| bunzentō-ブンゼン灯 | Bunsenbrander (regelbare gasvlam die wordt gebruikt in het laboratorium) |
| bunzen・bānā-ブンゼン・バーナー | Bunsenbrander (regelbare gasvlam die wordt gebruikt in het laboratorium) |
| buonfuresuko-ブオンフレスコ | Buon fresco is een fresco-schildertechniek (waarbij alkalibestendige pigmenten, vermalen in water, worden aangebracht op nat gips) |
| buppōsō-仏法僧 | dollarvogel (Eurystomus orientalis) |
| buraia-ブライア | boomheide (Erica arborea) |
| buraiā-ブライアー | boomheide (Erica arborea) |
| burakku・chenbā-ブラック・チェンバー | Black Chamber (1919–1929); ook bekend als het Cipher Bureau, de voorloper van de geheime dienst van de VS, National Security Agency (NSA) |
| burakku・jānarizumu-ブラック・ジャーナリズム | zwarte journalistiek (met onthullende geheime informatie) |
| burakku・pansā-ブラック・パンサー | Zwarte Panter(s) (militante Afro-Amerikaanse politieke organisatie) |
| burakku・yūmoa-ブラック・ユーモア | zwarte humor; galgenhumor |
| buraku-部落 | klein dorp; gehucht; nederzetting |
| burakumin-部落民 | (lett. de mensen van het dorp) van oudsher een autochtone minderheid in Japan |
| buranmanje-ブランマンジェ | blanc‐manger, soort gelatine pudding met amandelen |
| burashi-ブラシ | borstel |
| burasshu-ブラッシュ | borstel |
| burasu・bando-ブラス・バンド | fanfarekorps; brassband |
| bure-ぶれ | kleine (vaak onbedoelde) beweging met de camera, waardoor een bewogen [onscherpe] foto [opname; video] wordt gemaakt |
| bureikō-無礼講 | een ongedwongen [informeel] feestje [uitje] (waarbij iedereen zichzelf kan zijn zonder te letten op status of positie) |
| bureiku-ブレイク | breuk; onderbreking; pauze; doorbraak |
| burēkikon-ブレーキ痕 | remspoor |
| burēku-ブレーク | breuk; onderbreking; pauze; doorbraak |
| burēnsutōmingu-ブレーンストーミング | brainstorming (gezamenlijk overleg om tot oplossingen te komen) |
| bureru-ぶれる | onscherp worden (van een foto, door het bewegen van de camera) |
| buresuto-ブレスト | borst |
| bureton・uzzukyōtei-ブレトン・ウッズ協定 | de Bretton Woods Overeenkomst (1944, financieel-economisch akkoord tussen 44 landen) |
| burezā-ブレザー | blazer; (sport) jasje |
| burezā・kōto-ブレザー・コート | blazer; (sport) jasje |
| burijji・banku-ブリッジ・バンク | overbruggingsbank (opgericht om een failliete bank te exploiteren totdat er een koper kan worden gevonden) |
| burizādo-ブリザード | sneeuwstorm |
| burōdowē-ブロードウェー | Broadway (theatercentrum in New York) |
| burokku・sain-ブロック・サイン | (honkbal) een aanwijzing geven door naar een deel van het lichaam te wijzen |
| burōnīban-ブローニー判 | 120 film (formaat filmrolletje), voor het eerst gemaakt voor de Brownie No.2 camera van Eastman Kodak (1901) |
| buru-振る | (achtervoegsel gebruikt als zelfstandig werkwoord) zich pretentieus gedragen; een houding aannemen |
| burū・firumu-ブルー・フィルム | pornofilm |
| bushō-武将 | generaal die uitblinkt in de krijgskunsten [gevechtsporten] |
| bussan-仏参 | een bezoek aan een boeddhistische tempel of een graf (van voorouders) |
| bussheru-ブッシェル | inhoudsmaat (voor vloeistof 36,369 l.) |
| busshi-物資 | goederen; voorraden; waar |
| busshin-仏心 | de Boeddha-natuur; de (oorspronkelijke) Boeddha-geest |
| busshitsu-物質 | een ding; voorwerp; object |
| busshō-仏性 | de Boeddha-natuur; de (oorspronkelijke) Boeddha-geest |
| bussho-仏所 | werkplaats waar boeddhistische beelden worden gemaakt |
| busshō-物証 | (afk. voor) tastbaar bewijs; fysiek bewijs |
| busshoku-物色 | het zoeken; doorzoeken; uitzoeken; op zoek gaan naar |
| busshokugai-物色買い | optionele aankoop van aandelen (waarvan verwacht wordt dat ze in de toekomst zullen stijgen) |
| busso-仏祖 | een hogepriester die door het zenboeddhisme een religieuze staat heeft bereikt |
| busso-仏祖 | Boeddha en voorouders |
| bussokusekikatai-仏足石歌体 | Bussokuseki katai (een oude poëzie vorm) |
| busutto-ぶすっと | het doorboren van [snijden in] een dik, zacht voorwerp |
| butabako-豚箱 | (informeel) detentiecel (in een politiebureau); politiecel (lett. varkenskot) |
| butaisōchi-舞台装置 | set; mise-en-scène; decor; enscenering |
| butanokōmōhitsu-豚の硬毛筆 | (harde) varkensharen borstel |
| butoku-武徳 | rechtschapenheid [ethiek] in budo-kunsten en vechtsporten |
| butsugo-仏語 | boeddhistisch woord; boeddhistische term |
| butsugu-仏具 | voorwerpen die worden gebruikt bij boeddhistische rituelen; altaarstukken |
| butsukarigeiko-ぶつかり稽古 | training (van worstelen en judo) met afwisselend duwen en geduwd worden |
| butsuryū-物流 | het vervoer van goederen van de producent naar de consument (verpakken, laden, lossen, vervoer, opslag van goederen, alsmede informatie-verstrekking) |
| butsutekiryūtsū-物的流通 | het vervoer van goederen van de producent naar de consument (verpakken, laden, lossen, vervoer, opslag van goederen, alsmede informatie-verstrekking) |
| butsuzen-仏前 | voor de Boeddha; voor het boeddhistisch altaar |
| buunchōkyū-武運長久 | oorlogsgeluk; (hoop op) voortdurende overwinningen |
| buwake-部分け | classificatie; indeling; sortering |
| buyaku-夫役 | corvee; dwangarbeid; slavenarbeid |
| buyōjin-不用心 | onveilig [onzorgvuldig; onoplettend] zijn |
| buzama-無様 | lelijkheid; misvormdheid; onbeholpenheid; lompheid |
| byakugō-白毫 | krul wit haar op het voorhoofd van de Boeddha; een van de tweeëndertig lakshana’s |
| byō-廟 | hof [paleis] van een vorst; het (centrale) regeringsgebouw (in een land) |
| byōbotsu-病没 | dood door ziekte; een natuurlijke dood |
| byōchūgai-病虫害 | gewasschade door ziekte of ongedierte [insecten] |
| byōdō-廟堂 | mausoleum; een plaats waar de geesten van voorouders worden aanbeden |
| byōga-病臥 | het ziek in bed liggen; door ziekte aan bed gekluisterd zijn |
| byōgai-病害 | schade aan (landbouw) gewassen door plantenziekten |
| byōgen-病原 | de oorsprong [het ontstaan] van een ziekte; pathogenese |
| byōgentai-病原体 | een pathogeen (organisme); ziekteverwekker |
| byōin-病因 | de oorzaak van een ziekte |
| byōjaku-病弱 | vatbaar voor ziekten zijn |
| byōkon-病根 | de oorzaak van een ziekte; ziektebron |
| byōkon-病根 | de bron [orrzaak] van het kwaad [slechte dingen] |
| byōku-病苦 | het lijden door een ziekte veroorzaakt |
| byōku-病軀 | een ziek lichaam; een lichaam dat door ziekte wordt geteisterd; een slechte gezondheid |
| byōsha-描与 | beschrijving (in woorden, muziek, e.d.) |
| byōsha-描写 | beschrijving; weergave; afbeelding; voorstelling |
| byōshi-病死 | dood door ziekte; een natuurlijke dood |
| byōteki-病的 | pathologisch; ziekelijk; morbide; ongezond |
| byūā-ビューアー | viewer (voor het bekijken van dia's) |
| byūfōdofūryokukaikyū-ビューフォート風力階級 | de schaal van Beaufort (voor het meten van windsterkte) |
| byūrō-ビューロー | kantoor; werkkamer; studeerkamer |
| cha-茶 | thee; groene thee (meestal in de vorm お茶) |
| chabako-茶箱 | een doos voor het meenemen van een complete set theebenodigdheden om buiten thee te drinken |
| chadai-茶代 | geld voor een drankje in een theehuis, e.d. |
| chadōgu-茶道具 | benodigdheden [gerei; gebruiksvoorwerpen] voor de Japanse theeceremonie |
| chadokoro-茶所 | ruimte in tempels [heiligdommen] waar thee wordt geserveerd voor bezoekers |
| chainīzuhowaito-チャイニーズホワイト | Chinees wit (pigment, voornamelijk in waterverf) |
| chāji-チャージ | (sport) aanval; uitval; charge |
| chājingu-チャージング | (sport) aanvallen; uitvallen |
| chaki-茶器 | benodigdheden [gerei; gebruiksvoorwerpen] voor de Japanse theeceremonie |
| chako-チャコ | krijt; krijtje voor het markeren van stoffen |
| chaku-着 | wordt gebruikt bij het tellen van een volgorde |
| chaku-着 | een zet in het go bordspel |
| chaku-着 | wordt gebruikt bij het tellen van kledingstukken |
| chakuchaku-着着 | gestaag; stap voor stap; langzaam maar zeker |
| chakueki-着駅 | eindstation; eindpunt (van een spoorlijn) |
| chakuhyō-着氷 | ijsvorming; ijsafzetting |
| chakui-着意 | bedachtzaamheid; begrip; zorg; aandacht; overweging |
| chakujitsu-着実 | geleidelijkheid; standvastigheid; betrouwbaarheid; zorgvuldigheid |
| chakujun-着順 | de volgorde van aankomst |
| chakushin-着信 | ontvangst van een bericht [telefoontje; correspondentie] |
| chakushutsu-嫡出 | legitimiteit van geboorte; geboorte uit een wettig huwelijk |
| chakusō-着装 | installatie; uitrusting; inrichting; montage; het dragen (van een gordel, e.d.) |
| chakutai-着帯 | het dragen van een zwangerschapsgordel |
| chāmingu-チャーミング | charmant; bekoorlijk; aantrekkelijk |
| chāmu-チャーム | charme; bekoring; aantrekkelijkheid |
| chāmu・sukūru-チャーム・スクール | etiquetteschool (voor meisjes) |
| chan-ちゃん | klankverandering van het achtervoegsel -san, gebruikt voor meer vertrouwelijkheid of voor kinderen |
| chanoko-茶の子 | tussendoortje [lichte maaltijd] tijdens het werk voor het ontbijt (zoals in een boerenbedrijf) |
| chanoko-茶の子 | versnapering; cake; snoepjes (oorspronkelijk voor bij de thee) |
| chanoyu-茶の湯 | een bijeenkomst voor een theeceremonie |
| chanpion-チャンピオン | voorvechter; voorstander |
| chanpionshippu-チャンピオンシップ | voorvechter zijn; strijd voor (iets) |
| chansu・mēkā-チャンス・メーカー | (sport) kansenschepper; speler die kansen creëert |
| chanto-ちゃんと | precies; netjes; behoorlijk |
| chantoshita-ちゃんとした | correct; passend; geschikt; netjes |
| chari-茶利 | komisch [grappig] gedrag [woordgebruik; gebaar] |
| chari-茶利 | komische scene in theatervoorstellingen |
| charinko-ちゃりんこ | (informeel) fiets |
| charitī・shō-チャリティー・ショー | benefietconcert; liefdadigheidsvoorstelling |
| chasen-茶筅 | een (bamboe) klopper voor groene poederthee |
| chashaku-茶杓 | een bamboe schep die wordt gebruikt bij de bereiding van groene poederthee |
| chashitsu-茶室 | theehuis; theekamer (ruimte waar de theeceremonie wordt gehouden) |
| chataku-茶托 | schoteltje; onderzetter (voor theekopje) |
| chāto-チャート | hoornkiezel; hoornsteen |
| chauke-茶請け | iets lekkers (een klein hapje; cake; snoepje) bij de thee voor gast |
| chausu-茶臼 | tenen vijzel voor het malen van theebladeren |
| chawanmushi-茶碗蒸し | Japans eiercustard gerecht, dat traditioneel wordt gestoomd in een theekom |
| chazuke-茶漬け | Japans gerecht waarbij groene thee over gekookte rijst gesprenkeld wordt |
| cheaman-チェアマン | voorzitter |
| cheapāsun-チェアパースン | voorzitter; voorzitster |
| chekkā・furaggu-チェッカー・フラッグ | zwart-wit geblokte finishvlag (autoraces) |
| chenji・appu-チェンジ・アップ | een change-up (bepaalde worp bij honkbal en softbal) |
| chēn・shisutemu-チェーン・システム | keten-systeem (voor winkels) |
| chesuto・pasu-チェスト・パス | (basketbal) pass via de borst |
| chi-乳 | lus (op een haori kledingstuk) |
| chi-乳 | borst(en) |
| chiagāru-チアガール | cheerleader (bij sportwedstrijden) |
| chian-治安 | openbare orde; openbare veiligheid |
| chiarīdā-チアリーダー | cheerleader (bij sportwedstrijden) |
| chiban-地番 | nummer dat aan elk stuk grond (perceel) wordt toegekend voor registratie in het kadaster |
| chibanare-乳離れ | het van de borstvoeding afgaan; stoppen met borstvoeding (omdat een kind te groot wordt) |
| chibanare-乳離れ | (fig.) het volwassen worden |
| chibashiru-血走る | bloeddoorlopen worden (van ogen) |
| chibi-ちび | klein [kort] persoon [dier] |
| chibichibi-ちびちび | beetje bij beetje; stap voor stap; met kleine teugjes [hapjes] |
| chibusa-乳房 | borst(en) |
| chibutsu-地物 | alle natuurlijke en door de mens gemaakte elementen in een landschap (zoals bossen, rivieren, (spoor)wegen, huizen, e.d.) |
| chichi-乳 | borst(en) |
| chichiue-父上 | (erende term voor) vader |
| chidorigake-千鳥掛け | kruissteek (borduren) |
| chienetsu-知恵熱 | (lett. wijsheidskoorts) plotseling opkomende (en kortdurende) koorts bij baby's (vaak geassocieerd met het tandjes krijgen) |
| chiensongaikin-遅延損害金 | vergoeding voor vertragingsschade; te late schadevergoeding |
| chigaihōken-治外法権 | exterritorialiteit |
| chigau-違う | fout [incorrect] zijn; niet kloppen |
| chiheisen-地平線 | horizon (vanaf het land); skyline |
| chihōjichitai-地方自治体 | lokale authoriteit; lokale overheid; gemeente |
| chihōsai-地方債 | obligatie(s) uitgegeven door een lokale overheid (provincie; gemeente) |
| chiikishinkō-地域振興 | promotie [bevordering] van regionale welvaart |
| chijin-地神 | voorouderlijke geesten; huisgoden |
| chikakei-地下茎 | wortelstok; eizoom |
| chikamichi-近道 | korte(re) weg |
| chikaramake-力負け | verlies door krachtsverschil (met sterkere tegenstander) |
| chikaramake-力負け | verlies door teveel verspilling van kracht (in het begin) |
| chikaramakesuru-力負けする | verliezen door verkeerd gebruik van je eigen kracht |
| chikaramakesuru-力負けする | verliezen door overmacht |
| chikaramizu-力水 | bij sumo, het water dat de worstelaars drinken voor elke partij |
| chikatetsu-地下鉄 | metro; ondergrondse (spoorlijn) |
| chikei-地形 | topografie; geografische kenmerken; terrein; landvorm |
| chikori-チコリ | cichorei (Cichorium intybus) |
| chikorī-チコリー | cichorei (Cichorium intybus) |
| chikudenki-蓄電器 | (elektriciteit) condensator |
| chikuhaku-竹帛 | boek; geschiedenis; geschiedenisboek; historisch verslag |
| chikuh・chikuri・chikun-ちくっ・ちくり・ちくん | de pijnscheut (op het moment dat men geprikt wordt met een naald, etc.) |
| chikuichi-逐一 | één voor één; stap voor stap |
| chikuonki-蓄音機 | fonograaf (voorloper van de grammofoon) |
| chikuseki-蓄積 | verzameling; bevoorrading; accumulatie |
| chikuwa-竹輪 | Japans (hol, buisvormig) voedingsproduct (gemaakt van o.a. gepureerde vis, zout, suiker, eiwit en zetmeel) |
| chikyōōdantetsudō-地峡横断鉄道 | spoorweg over een landengte |
| chimanako-血眼 | bloeddoorlopen ogen |
| chimatsuri-血祭り | bloedoffer (in het oude China werd een vijand geofferd voor een veldslag om de oorlogsgod gunstig te stemmen) |
| chimayou-血迷う | de controle over zichzelf verliezen; in razernij ontsteken; door het lint gaan; gek worden |
| chīmu-チーム | team; (sport)ploeg; club |
| chimunī-チムニー | schoorsteen |
| chinamu-因む | verbonden zijn; geassocieerd worden met; gerelateerd zijn aan |
| chinchikurin-ちんちくりん | (te) klein [kort; ondermaats] zijn |
| chinchō-珍重 | (sloitregel bij correspondentie) blijf gezond en wel; pas goed op jezelf |
| chinchō-珍重 | (haikai en renga dichtkunst) één van de kritiekpunten bij de beoordeling van een gedicht |
| chinchō-珍重 | het veel waarde hechten aan; iets koesteren; met zorg bewaren |
| chinchō-珍重 | (zen-boeddhisme) afscheidswoord gebruikt door monniken, zoals: tot ziens, welterusten, blijf gezond en wel, e.d |
| chinchōge-沈丁花 | peperboompje (Daphne odora) |
| chinginsuijun-賃金水準 | het gemiddelde loonniveau (van een land, sector, beroep of bedrijf) |
| chinji-珍事 | onverwachte gebeurtenis; vreemd voorval |
| chinkon-鎮魂 | zielenrust (van een gestorvene) |
| chinkotsu-砧骨 | incus; aambeeld (gehoorbeentje) |
| chinōhan-知能犯 | misdrijven met gebruik van informatie (zonder geweld); criminaliteit met intellectueel eigendom; witteboordencriminaliteit |
| chinopantsu-チノパンツ | broek van katoenen (uniform) stof |
| chinpei-鎮兵 | soldaten die worden uitgezonden om lokale conflicten te bestrijden |
| chinpei-鎮兵 | (Nara-Heian periode) verdedigingsleger (voor de provincies Mutsu en Dewa in Japan) |
| chinpin-珍品 | een zeldzaam voorwerp [artikel]; een curiositeit |
| chinrin-沈淪 | het diep zinken; in de vergetelheid geraken; ondergang; teloorgang; vernietiging |
| chinsetsu-珍説 | vreemde theorie [mening]; vreemd standpunt [verhaal] |
| chinshi-琛贄 | giften [geschenken] aan de vorst |
| chinwan-枕腕 | bij kalligrafie, het schrijven met de linkerhand plat op het bureau en de rechterarm (met het penseel) erop rustend (voor kleine karakters) |
| chinzei-鎮西 | (een oude benaming voor) Kyūshū |
| chinzō-珍蔵 | het zorgvuldig bewaren (van iets kostbaars) |
| chinzō-頂相 | portret van een hooggeplaatste priester [monnik] (in het zenboeddhisme) |
| chinzuru-陳ずる | mondeling verklaren; uitspreken; verwoorden |
| chin'yū-沈勇 | tegenwoordigheid van geest; kalme moed (bij onverwachte gebeurtenissen) |
| chippuin-チップイン | chip-in, een soort slag bij golf |
| chirakaru-散らかる | verspreid [overhoop] liggen; in wanorde verkeren |
| chirashizushi-散らし寿司 | een kom sushirijst met verschillende soorten ingrediënten erover gestrooid |
| chiri-ちり | een stoofpotje met vis en groenten (afkorting voor: chirinabe) |
| chirinabe-ちり鍋 | een stoofpotje met vis en groenten (vaak afgekort tot: chiri) |
| chirirenge-散り蓮華 | Chinese porseleinen lepel |
| chiryō-治療 | medische zorg [behandeling; therapie; kuur]; genezing |
| chiryōsuru-治療する | genezen; helen; beter maken; medisch behandelen; medische zorg geven |
| chishiki-知識 | kennis; informatie; begrip; wetenschap |
| chishitsu-知悉 | complete [volledige] kennis [informatie] |
| chishō-地象 | verschijnselen die zich voordoen op aarde (zoals aardverschuivingen en aardbevingen) |
| chisō-馳走 | feestmaal; voortreffelijk gerecht |
| chisōjikan-遅早時間 | gemiste werkuren door te laat komen of vroeger weggaan |
| chiten-地点 | plaats; plek, punt; locatie; positie (in een organisatie e.d.) |
| chitoseame-千歳飴 | een rood-witte snoepstok verkocht op festivals voor kinderen |
| chitsujo-秩序 | orde; systeem; discipline |
| chō-丁 | een woord gebruikt om vellen papier, pagina's, stukken (tofu, cake, e.d.), porties (eten of drinken), etc. te tellen |
| chō-帳 | (in kanji combinaties) gordijn; scherm; voorhang(sel); (fig) dekmantel; mom; register |
| chō-張 | (in kanji combinaties) uitstrekken; spreiden; spannen; zich een mening vormen; zich uitgebreid informeren |
| chō-挺 | stuk(s) (wordt gebruikt bij het tellen van langwerpige voorwerpen zoals bijv. spade, schoffel, geweer en kaars) |
| chō-暢 | (in kanji combinaties) groeien; toenemen; groter worden; doorgaan; bereiken; aankomen; voorbijgaan |
| chō-聴 | (in kanji combinaties) (aandachtig) luisteren; horen; toestaan; toestemmen; instemmen |
| chōba-丁場 | (hist.) een verzamelplaats voor koetsiers; draagstoeldragers, etc. |
| chōetsu-超越 | superioriteit; uitmuntendheid |
| chogen-緒言 | voorwoord; inleiding |
| chōgenbō-長元坊 | torenvalk (Falco tinnunculus) |
| chōgin-丁銀 | (Edo-periode) een zilveren munt in de vorm van een zeekomkommer |
| chogori-チョゴリ | traditioneel Koreaanse kleding |
| chōja-長者 | (hist.) hoofd van een clan; hoofd van een poststation; gastvrouw van een bordeel |
| chōji-弔辞 | condoleancebericht; woorden van medeleven |
| chōjin-鳥人 | (lett. vogelmens) een woord dat gebruikt wordt voor piloten, skiërs, atletiekspringers, e.d. |
| chōjūhogoku-鳥獣保護区 | wildreservaat; beschermd gebied voor vogels en wilde dieren |
| chōkā-チョーカー | korte [nauwsluitende] halsketting |
| chōka-朝家 | huis [paleis] van een vorst; koninklijke [keizerlijke] familie |
| chōka-長歌 | langere vorm van waka-poëzie, met regels van 5 en 7 lettergrepen, die afwisselend minstens drie keer worden herhaald (meestal eindigend met 7) |
| chōkakinmuteate-超過勤務手当 | vergoeding [toeslag; premie] voor overwerk |
| chōkaku-聴覚 | gehoor (zintuig) |
| chōkan-朝刊 | ochtendkrant; ochtendblad; morgeneditie |
| chōkan-長官 | directeur; hoofdfunctionaris; kanselier; voorzitter |
| chōkeiryōdōryokuki-超軽量動力機 | ultralicht motorluchtvaartuig |
| chōketsu-長欠 | (afk. voor) langdurige afwezigheid (van school, werk, e.d.) |
| chōkin-超勤 | (afk. voor) overwerk |
| chokkan-直諫 | berisping; terechtwijzing; vermaning (van een hoger geplaatste persoon door een lager geplaatste persoon) |
| chokkura-ちょっくら | een beetje; kort; een momentje; eventjes |
| chōkō-兆候 | voorteken; omen; voorbode; indicatie; verwachting |
| chōkō-長講 | lange lezing [voordracht] |
| chōkokutō-彫刻刀 | beitel; mesje voor houtsnijwerk; graveernaald |
| chokudai-勅題 | het onderwerp [thema] voor de Nieuwjaars poëziewedstrijd |
| chokudoku-直読 | het hardop voorlezen van Chinese teksten (in de originele Chinese volgorde) |
| chokugeki-直撃 | het direct geraakt [getroffen] worden; een voltreffer |
| chokusai-直裁 | een direct [onmiddellijk; regelrecht] besluit [oordeel] |
| chokushin-直進 | (voorwaartse) beweging rechtdoor [in een rechte lijn] |
| chokushinsha-直進車 | (recht)doorgaand voertuig [verkeer] |
| chokutō-直答 | rechtstreeks [persoonlijk] antwoord |
| chokutō-直答 | direct [onmiddellijk] antwoord |
| chokutōsuru-直答する | direct [onmiddellijk; rechtstreeks] antwoorden |
| chokuyu-直喩 | een metafoor; vergelijking; gelijkenis; retorische figuur |
| chokuyuhō-直喩法 | retoriek |
| chokuyushutsu-直輸出 | directe uitvoer [export] |
| chokuzen-直前 | net tevoren; vlak ervoor; juist voordat |
| chōmon-聴聞 | hoorzitting |
| chōnan-長男 | oudste (eerstgeboren) zoon |
| chonmage-丁髷 | (Edo-periode) mannenkapsel (een breed geschoren voorhoofd en op het achterhoofd een knot) |
| chōnōryoku-超能力 | paragnosie; paranormale begaafdheid; buitenzintuiglijke waarneming |
| chōrō-長老 | een oudere; senior; nestor |
| chōrō-長老 | (boeddh.) een senior monnik |
| choromakasu-ちょろまかす | stelen; pikken; jatten; er vandoor gaan met |
| chōrui-鳥類 | vogelsoort; vogels |
| chōruigaku-鳥類学 | ornithologie; vogelkunde |
| chōruigakusha-鳥類学者 | ornitholoog; vogelkenner; vogelkundige |
| chōryoku-聴力 | gehoor; auditief vermogen |
| chōsahyō-調査票 | vragenlijst; vragenformulier; enquête |
| chōsan-朝餐 | (speciale term voor) het ontbijt (mogelijk aan het hof e.d.) |
| chōsei-町制 | bestuurlijk systeem van een stad; stedelijke structuur; stadsorganisatie |
| chōsengo-朝鮮語 | het Koreaans; de Koreaanse taal |
| chōsenminshushugijinminkyōwakoku-朝鮮民主主義人民共和国 | de Democratische Volksrepubliek Korea (Noord-Korea) |
| chōsetsu-調節 | verordening; aanpassing; controle; regulering |
| chōshi-弔詞 | condoleancebericht; woorden van medeleven |
| choshi-楮紙 | een soort Japans papier (washi) gemaakt van de vezels uit de schors van de papiermoerbeiboom |
| chōshi-聴視 | luisteren en kijken; horen en zien |
| chōshi-調子 | conditie; vorm; staat |
| chōshi-銚子 | schenkkan [ketel; kruik] voor sake (rijstwijn); sakefles |
| chōshimono-調子者 | roekeloos [wispelturig; arrogant; opportunistisch] persoon |
| chōshin-調進 | het voorbereiden [klaarmaken] van een levering; bevoorrading; levering; inkoop |
| chōshisōzokuken-長子相続権 | eerstgeboorterecht; primogenituur |
| chōshizen-超自然 | occultisme; transcendentie; bovennatuurlijkheid; paranormaliteit |
| chōshizuku-調子づく | op gang [stoom] komen; in de stemming komen; zijn draai weten te vinden; opgetogen [enthousiast] worden; zich laten gaan |
| chōsho-長所 | verdienste; goede eigenschap; deugd; voordeel |
| chōshu-聴取 | het (aandachtig) luisteren; aanhoren; (jur.) horen; ondervragen |
| chōshū-聴衆 | publiek; toehoorder |
| chōshuritsu-聴取率 | cijfer dat de luisterdichtheid van, en waardering voor radioprogramma's aangeeft |
| chōson-町村 | steden en dorpen; gemeenten |
| chōsuru-寵する | verwennen; begunstigen; bevoordelen |
| chōtantankaku-長短短格 | dactylus (drielettergrepige versvoet van1 lange of beklemtoonde en 2 korte of onbeklemtoonde lettergrepen) |
| chōtatsu-調達 | levering; bevoorrading; leverantie; inkoop; aankoop |
| chōtonbo-蝶蜻蛉 | een libellensoort (Rhyothemis fuliginosa) |
| chotto-ちょっと | eventjes; kort; een momentje; een beetje |
| chōyaku-跳躍 | (afk. voor) springwedstrijd (atletiek) |
| chōyakukyōgi-跳躍競技 | (atletiekonderdeel) springwedstrijd (verzamelnaam voor verspringen, hoogspringen, hink-stap-springen en polsstokhoogspringen) |
| chōyō-朝陽 | morgenzon; morgenstond; zonsopgang |
| chōzaigijutsuryō-調剤技術料 | kosten voor uitgifte van voorgeschreven medicatie |
| chōzame-蝶鮫 | steur (straalvinnige vissoort, Acipenser mikadoi) |
| chozō-貯蔵 | opslag; bewaring; het in voorraad nemen [hamsteren] |
| chozōbutsu-貯蔵物 | voorraad; reserves; inventaris |
| chozōhin-貯蔵品 | voorraad; (opgeslagen) goederen |
| chozōshitsu-貯蔵室 | opslagruimte; magazijn; voorraadkamer; bergruimte |
| chōzume-腸詰め | worst |
| chū-忠 | trouw aan een vorst en natie; het vervullen van je plicht als onderdaan van een vorst |
| chū-誅 | het beschuldigen; aanklagen; veroordelen; executeren (van een misdadiger) |
| chūbaika-虫媒花 | insectenbloemige plant (plant waarvan het stuifmeel door insecten wordt overgebracht) |
| chūbu-中部 | (afk. voor) Chūbu regio (midden Japan) |
| chūchōkikashidashi-中長期貸出 | lening voor middellange tot lange termijn |
| chūchōkikin'yū-中長期金融 | financiering voor middellange en lange termijn |
| chūdan-中断 | onderbreking; opschorting |
| chūei-中衛 | (sport) middenspeler; middenvelder; halfback; halfspeler |
| chūgai-虫害 | schade door insecten; insectenschade |
| chūgen-中元 | zomergeschenk (veel Japanners geven tijdens het Obon festival geschenken aan mensen die het afgelopen half jaar veel voor hen hebben betekend) |
| chūhai-酎ハイ | shochu highball, Japanse cocktail (oorspronkelijk shōchū met koolzuurhoudend water en citroen, tegenwoordig ook met wodka en in allerlei smaken) |
| chūhen-中編 | novelle; kort verhaal |
| chūhenshōsetsu-中編小説 | novelle; kort verhaal |
| chūi-注意 | voorzichtigheid; behoedzaamheid |
| chūibukai-注意深い | voorzichtig; zorgvuldig; nauwgezet; attent; waakzaam; alert |
| chūijinbutsu-注意人物 | verdachte; verdacht persoon; persoon die in de gaten moet worden gehouden |
| chūikaki-注意書き | instructies [aanwijzingen] voor gebruik (van medicijnen, apparatuur, etc.) |
| chūji-中耳 | middenoor |
| chūjien-中耳炎 | middenoorontsteking (otitis media) |
| chūjiten-中辞典 | middelgroot woordenboek |
| chūka-中華 | (afk. voor) Chinees eten; Chinese gerechten; de Chinese keuken |
| chūka-中華 | China (de naam die door de Han-bevolking van China werd gebruikt om naar hun eigen land te verwijzen) |
| chūkankessan-中間決算 | tussenbalans; tussentijds financieel rapport |
| chūkeikō-中継港 | doorvoerhaven; overslaghaven; transitohaven |
| chūkō-中耕 | grondbewerking (voor landbouw) |
| chūkōki-中耕機 | grondbewerkingsmachine; cultivator |
| chūkyō-中京 | een andere naam voor de stad Nagoya (lett.: tussen Tokio en Kyoto) |
| chūmon-中門 | centrale [middelste] poort [ingang] |
| chūmon-注文 | bestelling; order |
| chūmonnagare-注文流れ | een afgezegde [geannuleerde] bestelling [order] |
| chunikku・kōto-チュニック・コート | uniformjas |
| chūnin-中人 | basis- en middelbare scholieren (ook een prijsklasse voor toegangskaartjes) |
| chūnori-宙乗り | (Kabuki-theater) het (aan draden) door te lucht zweven van acteurs boven het toneel |
| chūōsen-中央線 | (JR) Chūō-spoorlijn in Honshu tussen Tokio en Nagoya |
| chūōsen-中央線 | middenlijn (op een sportveld, wegdek e.d.) |
| chūryaku-中略 | inkorting van een citaat in het midden; een uitdrukking in een brief, om aan te geven dat er zinnen in het middengedeelte weggelaten worden |
| chūsekisei-沖積世 | alluvium (verouderde naam voor het holoceen) |
| chūshi-中止 | onderbreking; uitstel; schorsing; afstel |
| chūshihō-中止法 | het gebruik van de Japanse renyōkei werkwoordsvorm als voegwoord |
| chūshin-忠臣 | (vanaf de Heian periode, een ander woord voor 准大臣) iemand die de taken van de hoofdstaatsdienaar kan behartigen |
| chūshinchi-中心地 | centrum (waar een specifieke activiteit vooral om bekend staat) |
| chūshōkigyōchō-中小企業庁 | overheidsinstantie voor het het midden- en kleinbedrijf in Japan |
| chūshōmeishi-抽象名詞 | abstract (zelfstandig) naamwoord |
| chūshōmoyō-抽象模様 | abstract ontwerp; abstracte decoratie |
| chūshōron-抽象論 | een abstract argument; abstracte theorie |
| chūsū-中枢 | (afk. voor) het centrale zenuwstelsel |
| chūtai-中退 | voortijdig de school verlaten; de schoolopleiding niet afmaken |
| chūtai-紐帯 | obi [riem] en koord |
| chūu-中有 | (in Japans boeddhisme) transitieperiode van 49 dagen tussen overlijden en wedergeboorte |
| chūu-中有 | (Tibetaans boeddhisme) bardo (fase tussen leven, dood en wedergeboorte |
| chūyakenkō-昼夜兼行 | dag-en nacht [doorgaan]; 24 uur per dag |
| chūyu-注油 | het (door)smeren; het oliën; smering |
| chūzai-駐在 | (benaming voor) regionale politieagent |
| chūzai-駐在 | (afk. voor) politiepost met woonvertrekken (vaak buiten de stadsgrenzen, lokaal of op het platteland) |
| chūzetsu-中絶 | stopzetting; onderbreking; opschorting |
| chūzetsu-中絶 | abortus |
| da-だ | zijn (hulpwerkwoord) |
| dābī-ダービー | derby (sportwedstrijd) |
| dabitto-ダビット | davit (een haakpaal aan boord van schepen waar een sloep, reddingsboot, e.d. aan hangt) |
| daboku-打撲 | blauwe plek op het lichaam (door stoten) |
| dabun-駄文 | (een term die ook wordt gebruikt als bescheiden aanduiding voor) mijn (eigen) schrijfwerk |
| daburu-ダブる | nagemaakt [gedupliceerd; verdubbeld] worden |
| daburyū・daburyū・daburyū-ダブリュー・ダブリュー・ダブリュー | www (Internet: world wide web) |
| daburyū・eichi・ō-ダブリュー・エイチ・オー | Wereldgezondheidsorganisatie |
| daburyū・tī・ō-ダブリュー・ティー・オー | Wereldhandelsorganisatie |
| daekisenshuyō-唾液腺腫瘍 | speekselkliertumor |
| daenginga-楕円銀河 | ellipsvormig [elliptisch] sterrenstelsel |
| daenkei-楕円形 | ellipsvorm |
| daho-拿捕 | (in oorlogstijd) de tijdelijke inbeslagname van vijandelijke schepen of ladingen |
| dai-だい | prefix of suffix in samengestelde woorden |
| dai-代 | vertegenwoordiging; vertegenwoordiger |
| dai-第 | geeft volgorde [rang] aan |
| dai-第 | voorvoegsel gebruikt voor rangtelwoorden |
| daiben-代弁 | woordvoerder; spreker (bij volmacht, namens iemand anders) |
| daibensha-代弁者 | woordvoerder (m); woordvoerster (v); zegsman |
| daichō-台帳 | origineel register |
| daidaiiro-橙色 | oranje (kleur) |
| daidaiobi-橙帯 | (judo) oranje band |
| daidakusha-代諾者 | wettelijk vertegenwoordiger; wettelijke voogd |
| daidōmyaku-大動脈 | aorta; lichaamsslagader |
| daien-大円 | grootcirkel; orthodroom (een cirkel op een boloppervlak waarvan de straal gelijk is aan de straal van de bol) |
| daiga-題画 | een gedicht dat wordt toegevoegd aan een prent of schilderij; een afbeelding die de inhoud van een bijgevoegd gedicht weergeeft |
| daigakukyōju-大学教授 | professor (aan een universiteit) |
| daigan-代願 | voorbede; voorspraak; als tussenpersoon fungeren; bidden tot god {Boeddha] namens een ander |
| daigeiko-代稽古 | (plaats)vervanger voor een leraar [trainer] |
| daigen-題言 | inleidende woorden in een boek of tijdschrift |
| daigen-題言 | (korte) tekst op een schilderij, grafsteen of monument |
| daihen-代返 | (op school) bij het afroepen van namen van een presentielijst bevestigend antwoorden t.b.v een andere persoon (die zelf niet aanwezig is) |
| daihi-大悲 | andere naam voor Kanzeon (Guanyin, bodhisattva Avalokiteśvara) |
| daihō-大法 | de hoogste spirituele trainingsvorm in het shingon boeddhisme |
| daihōin-大法院 | hooggerechtshof; Hoge Raad (in Zuid-Korea) |
| daihyō-代表 | vertegenwoordiger; agent; representant; afgevaardigde; (sport) selectie |
| daihyō-代表 | vertegenwoordiging; representatie |
| daihyō-代表 | schoolvoorbeeld; typisch geval |
| daihyōsaku-代表作 | het beste werk van [het werk dat is kenmerkend voor] een kunstenaar (schilder, schrijver etc.); meesterwerk |
| daihyōshain-代表社員 | senior partner; senior werknemer die bevoegd is om een bedrijf te vertegenwoordigen |
| daihyōsuru-代表する | vertegenwoordigen |
| daiichigi-第一義 | eerste [originele] betekenis [principe; overweging]; basisprincipe |
| daiichijisekaitaisen-第一次世界大戦 | de Eerste Wereldoorlog |
| daiissen-第一線 | het (gevechts)front; de voorste linie |
| daijiten-大辞典 | groot woordenboek |
| daikan-台観 | observatie platform |
| daikanminkoku-大韓民国 | de Republiek Korea (Zuid-Korea) |
| daikasuto-ダイカスト | het gieten (van metaal) in een vorm; gietsel; gietstuk |
| daikichi-大吉 | veel geluk [mazzel; voorspoed] |
| daikoku-大黒 | drijfhout voor het kustvissen vanaf het strand |
| daikoku-大黒 | (afk. voor) Daikokuten; Mahakala |
| daikoku-大黒 | (afk. voor) een lied- en dansopvoering op straat verkleed als Daikokuten |
| daikoku-大黒 | (informeel) vrouw [echtgenote] (van een boeddhistische priester |
| daikotsuban-大骨盤 | het grote bekken (pelvis major) |
| daikyū-代休 | extra vrije dag (als compensatie voor werken op een feestdag) |
| daimeishi-代名詞 | voornaamwoord; pronomen |
| daimon-大門 | hoofdpoort [ingang] van een kasteel of tempel |
| daimonji-大文字 | (afk. voor) de berg(helling) bij Kyoto waar tijdens het festival Gozan no Okuribi vuurpatronen van kanji worden aangestoken |
| daimonji-大文字 | (afk. voor) het vuurpatroon in de vorm van de kanji 大 |
| daimonji-大文字 | (andere naam voor) het festival Gozan no Okuribi (bij Kyoto) waarbij vuurpatronen van kanji worden aangestoken |
| daimonjinohi-大文字の火 | het vuurpatroon in de vorm van de kanji 大 |
| daimonjiyama-大文字山 | de berg(helling) bij Kyoto waar tijdens het festival Gozan no Okuribi vuurpatronen van kanji worden aangestoken |
| dainagon-大納言 | (een specifieke grote soort) azuki [aduki] bonen |
| dainashi-台無し | bedorven [verrot; verpest] zijn |
| dainijisekaitaisen-第二次世界大戦 | de Tweede Wereldoorlog |
| dainōhishitsu-大脳皮質 | hersenschors; cerebrale cortex |
| dainoji-大の字 | (de vorm van het kanji 大) met armen en benen gespreid |
| daiō-大王 | eretitel voor een (machtige) koning |
| daiō-大王 | (hist.) eretitel van een vorst in Japan (werd later tennō (keizer)) |
| dairinin-代理人 | afgevaardigde; vertegenwoordiger; (plaats)vervanger |
| daisen-台船 | een bakvormig vaartuig (zonder motor) gebruikt voor het vervoeren van grond, zand, zware voorwerpen, kranen, etc. |
| daisen-題簽 | (kleine) boekomslag (onderaan een boek met boekgegevens en korte inhoudsbeschrijving) |
| daisensei-大先生 | autoriteit op een bepaald gebied [kunst, wetenschap, e.d.] |
| daisensei-大先生 | humoristische aanduiding of beschrijving van iemand |
| daishō-代将 | (mil.) brigadegeneraal; commodore (marine; luchtmacht) |
| daisuki-大好き | zeer geliefd; favoriet |
| daitai-大体 | ongeveer; globaal; over het algemeen; voornamelijk |
| daiyaruin-ダイヤルイン | inkiessysteem; doorkiessysteem (direct bellen met doorkiesnummer) |
| dajare-駄洒落 | flauwe [slechte; goedkope] grap [woordspeling] |
| dajun-打順 | (honkbal) slagvolgorde |
| dakai-打開 | doorbraak; het doorbreken van een impasse |
| dakanshihei-兌換紙幣 | inwisselbare bankbiljetten (wettige betaalmiddelen of oude valuta die inwisselbaar zijn voor gangbaar geld, goud of zilver) |
| dakuonpu-濁音符 | het (dubbele aanhalings)teken gebruikt voor een stemhebbende medeklinker in het Japans |
| dakusei-濁声 | een schorre [hese] stem |
| dakusuru-諾する | toestemmen; zich bereid verklaren; instemmen met; akkoord gaan; voldoen aan; inwilligen (verzoek) |
| dakuten-濁点 | het (dubbele aanhalings)teken gebruikt voor een stemhebbende medeklinker in het Japans |
| dakutyurosu-ダクテュロス | dactylus (drielettergrepige versvoet van1 lange of beklemtoonde en 2 korte of onbeklemtoonde lettergrepen) |
| damaru-黙る | zwijgen; niets zeggen; stil zijn [worden]; je mond houden |
| damashiau-騙し合う | elkaar misleiden [bedriegen; voor de gek houden] |
| damashie-騙し絵 | trompe-l'œil (een schildertechniek, die zo natuurgetrouw is dat er een optische illusie wordt gecreëerd) |
| dame-駄目 | Bij het spel go een steen [veld] dat voor geen van beide spelers telt |
| dameoshi-駄目押し | voor de zekerheid; voor alle zekerheid |
| dameoshi-駄目押し | (in sport) nog een extra punt scoren (voor de zekerheid) in al gewonnen positie |
| damigoe-濁声 | een schorre [hese; raspende] stem |
| dan-団 | groep; korps; eenheid; vereniging; organisatie |
| dan-弾 | woord gebruikt voor het tellen van kogels; plannen; werkstukken; projecten, series, e.d. |
| dan-断 | besluit; beslissing; oordeel |
| danbatake-段畑 | terrasland; terrasvormige kweekvelden (op een berghelling) |
| dandan-団団 | rond (van vorm) zijn |
| dandanbatake-段段畑 | terrasland; terrasvormige kweekvelden (op een berghelling) |
| dandara-段だら | (patroon met) horizontale strepen |
| dandori-段取り | planning; voorbereiding; regeling |
| dandorisuru-段取りする | plannen; voorbereiden; regelen |
| dangaisaibansho-弾劾裁判所 | (Japanse) gerechtshof voor impeachment [afzetting] |
| danjokoyōkikaikintōhō-男女雇用機会均等法 | Wet inzake gelijke kansen voor mannen envrouwen |
| dankaiteki-段階的 | stapsgewijs; stap voor stap; geleidelijk |
| dankan-断簡 | fragment van een historisch document [oud manuscript] |
| danku・shūto-ダンク・シュート | (basketbal) een dunk (een worp waarbij een aanvaller een hoge sprong maakt richting de ring en de bal dan in de basket slaat) |
| danmen-断面 | doorsnede; sectie; snijvlak |
| danmenzu-断面図 | dwarsdoorsnede; dwarsprofiel |
| danpatsu-断髪 | kortgeknipt kapsel; pagekopje; boblijn (kapsel) |
| danrin-檀林 | vrije dichtvorm in de haikai poëzie |
| dansa-段差 | verschil in rang (b.v. bij vechtsporten, go of shōgi) |
| danseihenkei-弾性変形 | elastische vervorming |
| danseikyōfushō-男性恐怖症 | androfobie (vrees voor mannen) |
| danshaku-男爵 | aardappelsoort (danshaku-imo) |
| danshō-断章 | literair fragment; korte passage in een (literaire) tekst |
| danshoku-暖色 | warme kleur(en) (zoals geel, oranje, rood) |
| dansō-男装 | het dragen van mannenkleding (door een vrouw) |
| dansonjohi-男尊女卑 | mannelijk chauvinisme; (geloof in) de superioriteit van mannen over vrouwen (lett. de man is geëerd, de vrouw nederig) |
| dansui-断水 | storing in de watervoorziening; onderbreking van de watertoevoer |
| dantai-団体 | organisatie; vereniging |
| dantaikōshō-団体交渉 | collectieve onderhandelingen (b.v. tussen vakbonden en werkgeversorganisaties) |
| dantei-断定 | duidelijke beoordeling [bevestiging; verklaring; conclusie] |
| dantōdai-断頭台 | schavot (voor een terechtstelling); guillotine |
| danzuru-断ずる | een oordeel vellen |
| dan'i-段位 | (technische kwalificatie) rang; graad (in vechtsporten, go, shogi, e.d.) |
| dan'in-団員 | groepslid; lid van een organisatie |
| dappan-脱藩 | het verlaten van een clan door een samoerai (die daarna een rōnin (samoerai zonder heer) werd) |
| dappō-脱法 | ontduiking van de wet; iets doen door de mazen van de wet |
| daraku-堕落 | corruptie; verdorvenheid |
| darashinai-だらしない | slordig; onzorgvuldig; onnauwkeurig; onoplettend |
| darasu-だらす | (vorm van het werkwoord daru) uitputten; vermoeien; afmatten |
| darō-だろう | (informele vorm van het werkwoord 'zijn'; drukt veronderstelling of vermoeden uit) zal (waarschijnlijk) (zo) zijn (dat) |
| daru-だる | moe zijn; vermoeid [uitgeput] zijn [worden; raken] |
| dasen-打線 | (honkbal) slagvolgorde |
| dashi-出し | voorwendsel; uitvlucht; excuus |
| dashiire-出し入れ | (geld) storting en opname; het inleggen en uithalen |
| dashin-打診 | (med) onderzoek door bekloppen; percussie |
| dasoku-蛇足 | iets overbodigs (lett. als poten voor een slang) |
| dasshifunnyū-脱脂粉乳 | magere melk in poedervorm |
| dasshimen-脱脂綿 | verbandwatten; watten (katoen) voor de absorptie van vloeistofmonsters, e.d. |
| dasshu-ダッシュ | verbindingsstreepje; horizontaal streepje |
| dasshū-脱臭 | ontgeuring; deodorisering; reukloos maken |
| dasshūsuru-脱臭する | ontgeuren; deodoriseren; reukloos maken |
| dasshūzai-脱臭剤 | deodorant |
| dasu-出す | (in combinatie met andere werkwoorden) beginnen te; naar buiten doen [gaan; bewegen] |
| dasu-出す | eruit halen; tevoorschijn halen; buitenzetten; uitsteken (van lichaamsdeel); uitlaten |
| dasutā-ダスター | vuilniskoker; afval stortkoker; vuilnis stortkoker |
| dasuto・shūto-ダスト・シュート | vuilniskoker; afval stortkoker; vuilnis stortkoker |
| datai-堕胎 | abortus (m.n. door medisch ingrijpen) |
| daten-打点 | (honkbal) RBI (runs batted in) het aantal punten dat een slagman scoort |
| daten-打点 | (tennis, e.d.) de positie van waaruit een bal wordt geslagen |
| dātī-ダーティー | de wisselkoers beïnvloeden door marktinterventie |
| dātī・furōto-ダーティー・フロート | een systeem waarbij beleidsautoriteiten ingrijpen wanneer er ongewenste fluctuaties optreden op de wisselkoersen |
| dāto・kōsu-ダート・コース | (paardenrennen of motor races) onverharde baan |
| datsu-立つ | (achtervoegsel) in staat zijn om...; worden; krijgen |
| datsusara-脱サラ | het zich bevrijden uit de tredmolen van een kantoorbaan, en voor zichzelf beginnen om leuk en zinvol werk te gaan doen |
| daun-ダウン | (sport) achterstand in punten |
| daun-ダウン | onderuitgegaan [ingestort] (door uitputting, zwakte of ziekte) |
| dearō-であろう | (vorm van het werkwoord 'zijn'; drukt veronderstelling of vermoeden uit) zal (waarschijnlijk) (zo) zijn (dat) |
| dearu-である | zijn (neutrale vorm van het koppelwerkwoord) |
| deashi-出足 | de eerste aanval (bij sumo worstelen, e.d.) |
| deba-出場 | (afk. voor) productieplaats; productiecentrum |
| deba-出歯 | vooruitstekende (boven)tand |
| debaisu・doraibā-デバイス・ドライバー | stuurprogramma (software voor verbinding tussen hardware en besturingssysteem) |
| deddo-デッド | dood (bij honkbal, e.d.) als de bal buiten de lijnen is; (bij golf) als de bal niet doorrolt |
| deddonēmu-デッドネーム | deadname (iemands (vorige) naam die bewust veranderd werd door die persoon in een nieuw gekozen naam) |
| deddo・bōru-デッド・ボール | (honkbal) een dode bal (het stilleggen van de wedstrijd door de scheidsrechter (b.v. als de slagman wordt geraakt door de worp van de pitcher) |
| deddo・sutokku-デッド・ストック | onverkochte [onnodige] voorraad |
| dedokoro-出所 | bron; oorsprong; herkomst |
| deforume-デフォルメ | vervormen; (bewust) verkeerd weergeven |
| deforuto-デフォルト | standaardwaarde; standaardnorm |
| defure・gyappu-デフレ・ギャップ | deflatoire kloof; bestedingstekort |
| degozaimasu-でございます | (beleefde vorm voor です) zijn |
| deharau-出払う | uitverkocht zijn; niet in voorraad zijn |
| deifuorume-ディフォルメ | deformatie; vervorming |
| deipakku-デイパック | kleine rugzak (voor dagtochten) |
| deiriguchi-出入口 | ingang en uitgang; deuropening; (toegangs)poort |
| dejitaru・wotchi-デジタル・ウォッチ | digitaal horloge |
| dekai-でかい | gigantisch; enorm groot |
| deki-出来 | resultaat; score; cijfers |
| dekiai-溺愛 | adoratie; verliefdheid; dweperij; dol zijn op |
| dekiaisuru-溺愛する | iemand adoreren [verafgoden; aanbidden]; dol (verliefd) zijn op |
| dekiboshi-出来星 | een parvenu; niemand die heel snel promotie heeft gemaakt [rijk geworden is] |
| dekiboshi-出来星 | heel snel carrière maken [rijk worden]; plotseling succes |
| dekimono-出来物 | tumor; gezwel; abces; steenpuist |
| dekiru-出来る | tot stand komen; gedaan [voltooid] worden; gereed komen |
| dekirukagiri-できる限り | zoveel [zo goed] mogelijk; voor zover mogelijk |
| dekishi-溺死 | verdrinkingsdood; dood door verdenking |
| dekkai-でっかい | gigantisch; enorm groot |
| dekki・gorufu-デッキ・ゴルフ | golfspel dat op het dek van een schip wordt gespeeld |
| dekobō-凸坊 | een kind met een groot (voor)hoofd |
| dekora-デコラ | Decola, merknaam van thermohardende kunststof gemaakt van melamine en formaldehyde (o.a. gebruikt voor oppervlaktecoatings) |
| dekorēshon-デコレーション | decoratie; versiering; ornament |
| deku-木偶 | een nutteloze persoon; domoor; dwaas |
| dekuresshendo-デクレッシェンド | (muziekterm) decrescendo (zwakker wordende toon) |
| dema-デマ | demagogie; volksmisleiding; opzettelijk verspreiden van valse informatie |
| demae-出前 | maaltijdbezorgers |
| demae-出前 | bezorging aan huis van maaltijden bereid door restaurants, cateraars, e.d. |
| demagogī-デマゴギー | demagogie; volksmisleiding; opzettelijk verspreiden van valse informatie |
| demeritto-デメリット | tekortkoming; nadeel; minpunt |
| demoaru-でもある | ...is ook…; dat geldt ook voor.. |
| demodori-出戻り | terugkeer naar het oude [vorige] bedrijf |
| demono-出物 | tumor; gezwel; abces; steenpuist |
| demotēpu-デモテープ | demobandje (geluids- of videoband voor reclame- en marketingdoeleinden) |
| denbun-伝聞 | gerucht; informatie van horen zeggen [uit de tweede hand] |
| dendenkōsha-電電公社 | NTT, Nippon Telegraph and Telephone Public Corporation |
| dendōki-電動機 | elektrische motor; elektrisch aangedreven motor |
| dengonsuru-伝言する | een boodschap meegeven [doorgeven] |
| dengunetsu-デング熱 | Dengue; knokkelkoorts |
| denkieidō-電気泳動 | elektroforese |
| denkiunagi-電気鰻 | sidderaal (Electrophorus electricus) |
| denkōkeijiban-電光掲示板 | elektronisch informatiescherm; elektronisch prikbord |
| dennōsensō-電脳戦争 | cyberoorlog; cyberwar |
| denpa-伝播 | voortgaande golfbeweging |
| denpō-伝法 | de overdracht [het doorgeven; onderwijzen] van de boeddhistische leer (van meester op discipel) |
| denshidētashori-電子データ処理 | elektronische gegevensverwerking; elektronische dataordening |
| denshijisho-電子辞書 | elektronisch woordenboek; wordtank |
| denshikeijiban-電子掲示板 | elektronisch [digitaal] informatiebord; bulletinboard |
| denshiorugan-電子オルガン | elektronisch orgel |
| denshō-伝承 | overlevering; traditie; folklore |
| denshoku-電飾 | decoratieve verlichting |
| densuke-伝助 | (afk. voor) een soort roulette gokspel dat op straat wordt gespeeld |
| densuketobaku-伝助賭博 | een soort roulette gokspel dat op straat wordt gespeeld |
| dentaku-電卓 | (zak)rekenmachine; elektronische calculator |
| dentan-伝単 | propaganda folder [strooibiljet] (in oorlog) |
| dentetsu-電鉄 | elektrische spoorweg [spoorbaan] |
| denwaguchi-電話口 | telefoonhoorn; telefoon microfoon |
| den'entoshi-田園都市 | tuinstad; stad met veel groenvoorzieningen |
| deodoranto-デオドラント | deodorant |
| depojitto-デポジット | aanbetaling; borg; onderpand; statiegeld |
| deppa-出っ歯 | vooruitstekende (boven)tanden |
| deppuri-でっぷり | dik; zwaarlijvig; corpulent |
| deresuke-でれ助 | rokkenjager; een man die gemakkelijk bezwijkt voor vrouwelijke schoonheid [charme] |
| derinjāgenshō-デリンジャー現象 | Dellinger effect; Dellinger fade-out (plotselinge ionosferische storing) |
| derishasu-デリシャス | appelsoort |
| deru-出る | uitkomen; verschijnen; gepubliceerd worden |
| deru-出る | beginnen; ontstaan; voortkomen uit |
| deru-出る | ontdekt [onthuld] worden; naar buiten komen (fig.) |
| desakaru-出盛る | het seizoen zijn (voor); te koop zijn (in dit seizoen) |
| desakikikan-出先機関 | filiaal; locale vestiging; bijkantoor |
| deshijon・mēkingu-デシジョン・メーキング | besluitvorming |
| desu-です | zijn (beleefde vorm van het koppelwerkwoord) |
| desupotto-デスポット | despoot; absoluut vorst; tiran; alleenheerser; autocraat; dictator |
| desutoroiyā-デストロイヤー | torpedobootjager |
| desu・matchi-デス・マッチ | (bij professioneel worstelen) een wedstrijd zonder tijdslimiet tot er een winnaar is |
| dēta-データ | data; gegevens; informatie |
| dēta・puroseshingu-データ・プロセシング | gegevensverwerking; informatieverwerking |
| detekuru-出て来る | te voorschijn komen |
| diasupora-ディアスポラ | diaspora |
| difendā-ディフェンダー | (sport) verdediger |
| diguriokurashī-ディグリオクラシー | academische meritocratie, een samenleving waarin het opleidingsniveau een van de belangrijkste criteria is voor het bepalen van de sociale status |
| dinā・jīnzu-ディナー・ジーンズ | nette jeans voor formelere gelegenheden |
| dinā・kurūzu-ディナー・クルーズ | dinner cruise (een boottocht waarbij gasten genieten van heerlijk eten aan boord) |
| dīpu・sausu-ディープ・サウス | het diepe Zuiden (de meest zuidelijke staten van Amerika: Georgia, Alabama, Louisiana en Mississippi) |
| dīrā-ディーラー | financiële instellingen die voor eigen rekening effecten verhandelen |
| dīrā-ディーラー | verkoper; handelaar; officiële vertegenwoordiger van een specifiek merk producten van een fabrikant |
| dīringu・rūmu-ディーリング・ルーム | handelsruimte, een ruimte in een financiële instelling waar effecten- en valutatransacties worden uitgevoerd |
| disukaunto-ディスカウント | korting (op de prijs) |
| disukurōjā-ディスクロージャー | bekendmaking; openbaarmaking; vrijgave (van informatie); onthulling |
| disupurē-ディスプレー | beeldscherm; monitor |
| disutābu-ディスターブ | storen |
| disutābukādo-ドントディスターブカード | niet storen kaart (bij hotelkamer) |
| disutābusuru-ディスターブする | storen; verstoren |
| dīzerukikan-ディーゼル機関 | dieselmotor |
| dīzeru・enjin-ディーゼル・エンジン | dieselmotor |
| dī・dī・tī-ディー・ディー・ティー | DDT (dichlorodifenyltrichloorethaan) |
| dō-同 | eenwording; samengaan |
| do-土 | (afk. voor) zaterdag |
| doaman-ドアマン | (Eng.: doorman) portier |
| doa・bōi-ドア・ボーイ | portier |
| doa・man-ドア・マン | portier |
| doa・tsū・doa-ドア・ツー・ドア | (bezorging) direct van het ene adres naar het andere adres |
| dōban-銅版 | koperdrukplaat; koperen plaat (voor kopergravure) |
| doboku-土木 | (afk. voor) civiele techniek |
| dōbutsuaigo-動物愛護 | goed zijn voor dieren |
| dōbutsuaigoshūkan-動物愛護週間 | een week waarin het beschermen van dieren wordt gepropageerd |
| dōbutsukyōfushō-動物恐怖症 | zoöfobie (vrees voor dieren) |
| dōbutsushōsetsu-動物小説 | literaire genre waarbij dieren de voornaamste personages zijn |
| dochakumin-土着民 | inheemse bevolking; aboriginals |
| dōchōatsuryoku-同調圧力 | groepsdwang; de druk om je te conformeren aan de rest [de anderen om je heen] |
| dōchōtosetsu-道聴塗説 | wat je hoort meteen geloven en doorvertellen; roddelen |
| dōdan-同断 | hetzelfde als voorheen [eerder]; dito; idem |
| dōdō-ドードー | dodo; walgvogel (een uitgestorven vogel, Raphus cucullatus) |
| dōga-童画 | kinderportret; tekening [schilderij] van kinderen |
| dōga-童画 | kindertekening; tekening [schilderij] gemaakt door kinderen |
| dōgaku-道学 | ethiek; moraalfilosofie; morele filosofie; moraalwetenschap |
| dōgen-同源 | gelijke oorsprong [herkomst; kern] |
| dogeza-土下座 | knielen (voor iemand, om eerbied te tonen, een verzoek te doen, iets af te dwingen, of ter verontschuldiging) |
| doggu・iyā-ドッグ・イヤー | (Eng.: dog's year) een levensjaar van een hond (ca. gelijk aan 7 mensjaren), geeft aan de snelheid van veranderingen in de informatiemaatschappij |
| doggu・iyā-ドッグ・イヤー | (Eng.: dog's ear) oor van een hond; ezelsoor (in een bladzij van een boek) |
| doggu・reggu-ドッグ・レッグ | (Engelse golfterm) dogleg, een golfbaan in de vorm van een hondenpoot |
| dōgi-動議 | motie; voorstel |
| dogimagisuru-どぎまぎする | opgewonden raken; boos zijn; nerveus worden; de tegenwoordigheid van geest verliezen |
| dohyō-土俵 | forum voor discussies [onderhandelingen] |
| dohyō-土俵 | de ring (op een ondergrond van klei) waarin sumoworstelaars vechten |
| dōhyō-道標 | wegwijzer; richtingbord |
| dohyōiri-土俵入り | de ceremonie uitgevoerd door de sumo-worstelaars bij het betreden van de ring voordat het toernooi gaat beginnen |
| dōi-同意 | instemming; akkoord; overeenstemming |
| dōikaku-同位角 | (wiskunde) corresponderende hoeken (wanneer 1 rechte lijn 2 rechte lijnen snijdt) |
| dōisho-同意書 | schriftelijke toestemming; akkoordverklaring |
| dōiu-どういう | wat voor (soort) |
| dojin-土人 | oorspronkelijke bewoner; inboorling; inlander; autochtoon (vaak denigrerend gebruikt, vooral vroeger) |
| dojji・rain-ドッジ・ライン | Dodge Line, een financieel-economisch beleid opgesteld door Joseph Dodge (1890-1964) voor Japan na de Tweede Wereldoorlog |
| dōjō-道場 | tempel [plek] om de boeddhistische leer te doorgronden |
| dōjō-道場 | hal [zaal] waar Japanse vechtsporten beoefend worden |
| dojōhige-泥鰌髭 | een dun snorretje |
| dōka-どうか | alstublieft (beleefde vorm) |
| dōkei-同型 | isomorfisme; isomorfie; gelijkvormigheid |
| dōkei-同型 | dezelfde vorm; hetzelfde type |
| dōkei-同形 | gelijkvormigheid; isomorfie; isomorfisme |
| dōki-動機 | motief; beweeggrond, beweegreden (voor een misdrijf) |
| dōkō-同好 | dezelfde voorkeur [smaak; hobby] |
| dokō-土工 | werknemer voor publieke werken |
| dokō-土工 | publieke werken in de afhandeling van grond en zand (voor de aanleg van dijken, wegen, e.d.) |
| dokomo-何処も | (met ontkennend werkwoord) nergens |
| dōkon-同根 | dezelfde wortels [afkomst; oorsprong] |
| dokonjō-ど根性 | enorme durf [moed; lef] |
| doku-退く | een stap terug [opzij] doen; uit de weg gaan; ruimte maken (voor) |
| dokuchi-毒血 | bloedvergiftiging (door organische stoffen); toxemie |
| dokudami-毒だみ | moerasanemoon (Houttuynia cordata) |
| dokudan-独断 | eigen oordeel [besluit; beslissing; mening] |
| dokugin-独吟 | solo (zang of voordracht van poëzie) |
| dokuha-読破 | het doorlezen [uitlezen] (van een boek) |
| dokuhasuru- 読破する | doorlezen; (een boek) uitlezen |
| dokuji-独自 | het uniek [eigen; individueel; onafhankelijk; origineel] zijn |
| dokujin-毒刃 | dolk van een moordenaar |
| dokuju-読誦 | (boeddh.) het reciteren [voordragen] van soetra's |
| dokuritsusuru- 独立する | onafhankelijk worden |
| dokusaisha-独裁者 | dictator; autocraat; despoot |
| dokusaiteki-独裁的 | dictatoriaal; despotisch; autoritair |
| dokusatsu-毒殺 | vergiftigingsdood; moord door vergiftiging |
| dokusatsusuru-毒殺する | (iem.) vergiftigen; doden [vermoorden] door vergiftiging |
| dokusensuru-独占する | monopoliseren; voor zich opeisen; voor zichzelf houden |
| dokushi-毒死 | dood door vergiftiging |
| dokushō-読誦 | het reciteren [voordragen; hardop voorlezen]; recitatie; voordracht |
| dokusō-独創 | originaliteit; creativiteit |
| dokusō-独走 | koploper zijn; het alleen (voorop) rennen |
| dokusōryoku-独創力 | creatief talent; originaliteit |
| dokusōteki-独創的 | creatief; origineel |
| dokusuru-毒する | kwetsen; vergiftigen; verpesten; corrumperen |
| dokutā-ドクター | dokter (med.); doctor (academische graad) |
| dokutāierō-ドクターイエロー | een gele onderhoudstrein, die de shinkansen spoorlijnen controleert op gebreken van apparatuur, rails, en bovenleidingen |
| dokutā・kōsu-ドクター・コース | doctoraal programma (PhD-opleiding) |
| dokuwajiten-独和辞典 | Duits-Japans woordenboek |
| dominoriron-ドミノ理論 | dominotheorie |
| domo-ども | (achter een werkwoord) hoewel; ook al; maar |
| dōmoto-胴元 | (paardsport, etc) bookmaker, bookie |
| don-ドン | erend prefix voor achternamen van mannen (b.v. Don Quichot) |
| donā-ドナー | donor (in fysica: atoom dat een electron afstaat in halfgeleiders) |
| donā-ドナー | donor (iem. die iets doneert, zoals organen of beenmerg) |
| donājun'i-ドナー準位 | donorniveau (fysica) |
| donākyūka-ドナー休暇 | donorverlof |
| donāmitsudo-ドナー密度 | donordichtheid (fysica) |
| donāsuru-ドナーする | doneren; donor zijn |
| donatasama-どなた様 | (beleefde vorm) wie |
| donātōroku-ドナー登録 | donorregistratie |
| donā・kādo-ドナー・カード | donorcodicil |
| donburi-丼 | een porseleinen kom [schaal] |
| donburibachi-丼鉢 | kom (middelgroot, geschikt voor donburi-gerechten) |
| donburikanjō-丼勘定 | ruwe schatting; slordige boekhouding |
| donchansawagi-どんちゃん騒ぎ | wild [luidruchtig; losbandig] vermaak; orgie |
| donchō-緞帳 | gordijn [doek] (van theater, e.d.) |
| dōnen-同年 | jaargenoot; iemand die in hetzelfde jaar is geslaagd voor het Chinees keizerlijk examen (archaïsch) |
| donka-鈍化 | vertraging; het traag worden |
| donka-鈍化 | verzwakking; het zwak worden |
| donki-鈍器 | een stomp voorwerp (gebruikt als wapen) |
| donna-どんな | wat; wat voor (soort) |
| donoyō-どのよう | wat voor (soort); hoe; op welke manier |
| donsuru-鈍する | traag [sloom; saai] worden |
| dōpingu-ドーピング | doping (bij sporten) |
| doppuri-どっぷり | volledig opgaan in; geheel ondergedompeld [opgeslurpt] worden |
| dorado-ドラド | dorado; dolphinfish; mani-mahi |
| doraggusutoa-ドラッグストア | (Eng.: drugstore) drogisterij; apotheek |
| doraibingu・kontesuto-ドライビング・コンテスト | (golfsport) long drive-wedstrijd (van de langste slag-afstand) |
| doraibu-ドライブ | het autorijden; autorit |
| doraibuuē-ドライブウエー | autoweg (vooral toeristische route) |
| dorai・aisu-ドライ・アイス | (Eng. dry ice) droogijs; koolzuursneeuw (vaste vorm van CO2, koolstofdioxide) |
| dorakon-ドラコン | (golfsport) long drive-wedstrijd (van de langste slag-afstand) |
| dōran-ドーラン | (merknaam voor) witte make-up [schmink) |
| dōran-動乱 | burgeroorlog |
| dorasutikku-ドラスティック | drastisch; ingrijpend; doortastend |
| dorēpu-ドレープ | (Eng.: drape) draperie; lang gordijn |
| doresshingu-ドレッシング | dressing (voor salades) |
| dōretsu-同列 | dezelfde rang [niveau; categorie] |
| dōriashiki-ドーリア式 | Dorische orde [bouwstijl] |
| doriburu-ドリブル | (sportterm) een dribbel met bal of puck |
| dorifuto-ドリフト | driften, rijtechniek waarbij de bestuurder de auto in een zijdelingse beweging door een bocht stuurt |
| dorifuto-ドリフト | verschijnsel waarbij deeltjes door een externe kracht in een willekeurige beweging worden gebracht (b.v. elektrische geleiding, warmtegeleiding, etc.) |
| dorīne-ドリーネ | doline (geologie, trechtervormige inzinking) |
| doriru-ドリル | boor; boortje; boormachine |
| dorisushiki-ドリス式 | Dorische orde [bouwstijl] |
| dōritsu-同率 | dezelfde score; een gelijkspel |
| dorō-ドロー | (sportwedstrijd) gelijkspel; remise |
| dorodango-泥団子 | dorodango (modderballen, oorspronkelijk een kinderspel, nu ook als hobby) |
| doroppu-ドロップ | (computer term) een document in een map zetten (door het eerst met de muis op te pakken en dan te laten vallen in de juiste map) |
| doroppuauto-ドロップアウト | drop-out; voortijdige schoolverlater; iem. die de samenleving de rug toekeert |
| doroppukikku-ドロップキック | aanvalsmanoeuvre in professioneel worstelen |
| doroyoke-泥除け | spatbord |
| dōrui-同類 | dezelfde soort [categorie; klasse] |
| dōryokuro-動力炉 | kernreactor |
| dōsa-礬水 | (voor papier) planeerwater (lijmwater met aluin) |
| dosakusa-どさくさ | verwarrende situatie; chaos; wanorde; verwarring |
| doshaburi-土砂降り | zware regenval [neerslag]; plensbui; stortbui |
| dōshi-動詞 | werkwoord |
| dōshi-導師 | eretitel voor een Boeddha of Bodhisattva |
| dōshi-道士 | een integer [fatsoenlijk] iemand; een persoon met een sterk moreel besef |
| doshitsu-土質 | bodemkwaliteit; bodemtextuur; bodemtype; bodemsoort |
| dosu-どす | klein zwaard [dolk; mes] zonder stootplaat verborgen in een broekzak of jaszak) |
| dōsui-導水 | transport van water; het leiden van waterstroming |
| dotanba-土壇場 | (Edo periode) aarden platform waar executies [onthoofdingen) plaatsvonden |
| dote-土手 | rugzijde van een grote vis (zoals tonijn, e.d., gebruikt voor sashimi) |
| dōtei-童貞 | (in het katholicisme) de benaming voor een non |
| dōten-同点 | gelijkspel; dezelfde score; hetzelfde aantal punten |
| dōtokutekimazohizumu-道徳的マゾヒズム | moreel masochisme |
| doyagai-どや街 | stadsdeel met talrijke logementen [luizige hotels] (vooral voor dagwerkers) |
| dozaemon-土左衛門 | lichaam [lijk] van iemand die is verdronken (vernoemd naar sumoworstelaar Narusegawa Dozaemon (Edo periode) die een bleek, dik gezwollen lichaam had) |
| dōzan-銅山 | kopermijn; berg waaruit kopererts wordt gewonnen |
| dōzen-同前 | gelijk aan het voorgaande [bovenstaande]; idem (dito) |
| ea・chekku-エア・チェック | aircheck (een demonstratie-opname van een radio- of tv-presentator) |
| ea・doa-エア・ドア | een apparaat dat een luchtstroomgordijn creëert bij de ingang van een gebouw (om te voorkomen dat buitenlucht en stof binnendringen) |
| ea・kāten-エア・カーテン | luchtgordijn, een apparaat dat een luchtstroomgordijn creëert bij de ingang van een gebouw (om te voorkomen dat buitenlucht en stof binnendringen) |
| ea・konpuressā-エア・コンプレッサー | luchtcompressor |
| ea・sābisu-エア・サービス | luchtdienst; vervoer (van post, passagiers, vracht) door de lucht |
| ea・shūto-エア・シュート | pneumatische transmissiebuis; luchtkoker voor vervoer van voorwerpen |
| ēban-エー判 | papierformaat A |
| ebaryuēshon-エバリュエーション | evaluatie; beoordeling |
| ēbīban-AB判 | standaard Japans papierformaat (210 x 257 mm) |
| ebigatame-海老固め | worsteltechniek (de tegenstander (als een garnaal) ten val te brengen door een handgreep om zijn nek en om een knie) |
| ebiimo-海老芋 | een smalle taro wortel (de vorm lijkt op een garnaal) |
| ebine-海老根 | Galante discolor (plant) |
| ebisu-夷 | volkeren uit het noorden van Japan (met een eigen taal en cultuur) |
| echiketto-エチケット | etiquette; omgang- en beleefdheidsvormen |
| echūdo-エチュード | (Frans: étude) etude (muziek); studie; voorstudie (schilderkunst); geïmproviseerd theater |
| edaburi-枝ぶり | boomvorm; vorm van de boomgroei |
| editā-エディター | editor (film) |
| editoriaru・dezain-エディトリアル・デザイン | redactionele vormgeving; redactioneel ontwerp |
| edokko-江戸っ子 | (huidige betekenis) iemand die in Tokio is geboren en opgegroeid |
| edokko-江戸っ子 | (vroeger) iemand die in Edo was geboren en opgegroeid |
| edomoji-江戸文字 | (late Edo-periode) schrijfstijl voor uithangborden, ranglijsten, e.d. |
| edomurasaki-江戸紫 | blauw-paarse kleur (voor het eerst genaakt in de Edo periode) |
| efferutō-エッフェル塔 | Eiffeltoren |
| efu・ō・bī-エフ・オー・ビー | Vrij aan boord (Eng. FOB: Free On Board; term in het internationale handelsrecht voor bepaalde leveringscondities) |
| efu・wan-エフ・ワン | F1; Formule 1 (autosport) |
| egarappoi-蘞辛っぽい | droog [rasperig; ruw; schor] gevoel in de keel |
| eginu-絵絹 | een doek van zijde gebruikt voor een Japanse schildering |
| egokoro-絵心 | talent voor [bekwaamheid in] schilderen; verstand van [interesse in] schilderkunst [schilderijen] |
| egureru-抉れる | ingedeukt [uitgehold; hol] worden |
| eguzekutibu-エグゼクティブ | leidinggevend; uitvoerend; verantwoordelijk |
| ehōmaki-恵方巻 | een hele (ongesneden) sushi-rol (wordt gegeten als geluksbrenger tijdens het Setsubun festival) |
| ei-栄 | (in kanji combinaties) bloei; voorspoed; welvaart |
| ei-栄 | eer; roem; prestige; glorie |
| ei-永 | (afk. voor) eirakusen, oude Chinese geldmunt |
| eibetsu-永別 | laatste afscheid; het voorgoed [defintief] afscheid nemen |
| eidan-英断 | doorslaggevende beslissing; beslissend oordeel |
| eigin-詠吟 | het componeren [reciteren; voordragen] van gedichten |
| eigyōjikan-営業時間 | openingstijden; kantooruren |
| eigyōsho-営業所 | kantoor; verkoopkantoor |
| eijihappō-永字八法 | (kalligrafie) de acht basis penseelstreken van kanji (die allen in het karakter 永 voorkomen.) |
| eikō-栄光 | glorie; eer; roem |
| eikyo-盈虚 | opkomst en verval; vooruitgang en achteruitgang |
| eikyūshi-永久歯 | blijvende tanden [kiezen] (die doorkomen nadat de melktanden zijn uitgevallen) |
| eikyūtōdo-永久凍土 | permafrost; altijd bevroren grondlaag |
| eimei-英名 | Engelse naam [benaming] (b.v. voor dieren en planten) |
| einō-営農 | landbouw; agrarische sector |
| eishi-英資 | voortreffelijke (aangeboren) kwaliteiten [eigenschappen]; goed karakter |
| eishō-詠唱 | het voordragen [reciteren] van poëzie [spreuken]; incantatie |
| eitatsu-栄達 | stijging [vooruitgang] in sociale status [positie]; het beklimmen van de maatschappelijke ladder |
| eiwajiten-英和辞典 | Engels-Japans woordenboek |
| eiyo-栄誉 | glorie; eer; roem |
| eizō-影像 | afbeelding; portret; standbeeld |
| ējento-エージェント | agent; vertegenwoordiger; gevolmachtigde; zaakwaarnemer |
| ēji・gurūpu-エージ・グループ | leeftijdsgroep; leeftijdscategorie; leeftijdsklasse |
| ēji・shūtā-エージ・シューター | een age-shooter, een golfspeler die op een 18-holes golfbaan een puntenaantal scoort dat gelijk of lager is dan zijn [haar] leeftijd |
| ekafe-エカフェ | Economische commissie voor Azië en het Verre Oosten (ECAFE, Economic Commission for Asia and the Far East) |
| ekiben-駅弁 | een bentobox (met voorverpakte maaltijd) die in stations wordt verkocht |
| ekichō-益鳥 | vogels die nuttig zijn voor de landbouw (b.v. omdat ze schadelijke insecten opeten) |
| ekichū-益虫 | (voor mensen en milieu) nuttig insect |
| ekiden-駅伝 | lange afstand estafetteloop (marathon in estafettevorm) |
| ekidenkyōsō-駅伝競走 | lange afstand estafetteloop (marathon in estafettevorm) |
| ekidome-駅留め | bezorging [levering] van pakjes [vracht] via afhalen op het station |
| ekijōka-液状化 | liquefactie; het vloeibaar worden [maken] |
| ekijōkasuru-液状化する | vloeibaar worden [maken] |
| ekika-液化 | het vloeibaar maken [worden] |
| ekimae-駅前 | (de plek) voor het station |
| ekimei-駅名 | de naam van een spoorwegstation; de naam van een poststation [pleisterplaats] |
| ekimeihyō-駅名標 | naambord van een (spoorweg)station |
| ekimu-役務 | verplichte arbeid; corvee; werk [diensten] verricht voor anderen |
| ekisentorikku-エキセントリック | excentriek; buitensporig; zonderling |
| ekisha-駅舎 | (vroeger) de halteplaats voor postkoetsen, paarden, koeriers en reizigers (diende tevens als herberg) |
| ekitei-駅逓 | (arch.) het transporteren van bagage van (post)station naar (post)station (zoals op de Tokaido route in de Edo periode) |
| ekiteikyoku-駅逓局 | bagagetransport bureau (het bureau dat het bagagevervoer tussen de stations regelde in het begin van de Meiji periode) |
| ekitō-駅頭 | voor [vlakbij] het station |
| ekken-謁見 | audiëntie; officieel gehoor (verleend door een hooggeplaatst persoon) |
| ekkusujendā-Xジェンダー | X-gender (in Japan gebruikte term voor nonbinaire genderidentiteiten) |
| ekohiiki-依怙贔屓 | partijdigheid; het iemand voortrekken; vooroordeel; vooringenomenheid |
| ekohiikisuru-依怙贔屓する | partijdig zijn; bevooroordeeld zijn; iemand voortrekken |
| ekomāku-エコマーク | ecolabel (keurmerk voor minder milieubelastende producten en diensten) |
| ekonomikku・animaru-エコノミック・アニマル | economisch dier (term gebruikt voor mensen die alleen economische winst nastreven) |
| ekonomī・kurasushōkōgun-エコノミー・クラス症候群 | economyclass-syndroom; vliegtuigtrombose (door te krappe beenruimte) |
| ekotsuā-エコツアー | ecoreis; ecotour |
| ekuadoru-エクアドル | Ecuador |
| ekusoshisumu-エクソシスム | exorcisme; het uitdrijven van de kwade geest |
| ekusupōjā-エクスポージャー | (psychologie) blootstelling aan situaties of prikkels die angst of onrust veroorzaken |
| ekusupōto-エクスポート | uitvoer; export (van goederen) |
| ekusupōto-エクスポート | (computer) export van data |
| ekyū-エキュー | ecu (European Currency Unit, tot 1 jan. 1999 gebruikte fictieve rekenmunt voor de Europese Unie) |
| ema-絵馬 | votief plankje waar men een verzoek [dankbetuiging] op kan schrijven in een heiligdom of tempel (oorspronkelijk met een afbeelding van een paard erop) |
| emaki-絵巻 | rolschildering (in een horizontale uitvoering, met afbeeldingen en tekst van literaire of religieuze inhoud) |
| emakimono-絵巻物 | rolschildering (in een horizontale uitvoering, met afbeeldingen en tekst van literaire of religieuze inhoud) |
| emoiwarenu-得も言われぬ | niet in woorden te vatten; onbeschrijfelijk; voortreffelijk |
| emono-得物 | handwapen; iemands favoriete [beste] wapen |
| enbi-塩ビ | polyvinylchloride (PVC) |
| enbu-演舞 | dansvoorstelling; dansuitvoering |
| enburoidarī-エンブロイダリー | borduurwerk; borduursel |
| enchōsen -延長戦 | (bij sportwedstrjd, e.d.) verlenging |
| endō-円堂 | tempelgebouw in achthoekige of zeshoekige vorm |
| endorain-エンドライン | (sport) achterlijn |
| endorufin-エンドルフィン | endorfine |
| endo・yūzā・yūtiritī-エンド・ユーザー・ユーティリティー | hulpprogramma voor eindgebruikers |
| engan-沿岸 | zeekust; kustgebied; aan [voor] de kust |
| enge-嚥下 | het (door)slikken |
| engei-演芸 | theatervoorstelling |
| engeki-演劇 | theaterstuk; theatervoorstelling; toneel |
| engi-縁起 | oorsprong, herkomst; voorgeschiedenis |
| engi-縁起 | voorteken; voorbode |
| engo-縁語 | semantisch verwante woorden |
| enjin-エンジン | motor; machine |
| enjin・burēki-エンジン・ブレーキ | motorrem; uitlaatrem (zorgt voor het afremmen op de motor zelf, via de interne weerstand van de motor) |
| enjin・sutoppu-エンジン・ストップ | het afslaan van de motor |
| enju-槐 | honingboom (Styphnolobium japonicum; Sophora japonica) |
| enka-嚥下 | het (door)slikken |
| enkabiniru-塩化ビニル | vinylchloride |
| enkabinīru-塩化ビニール | vinylchloride |
| enkai-延会 | verdaging; opschorting; schorsing; reces |
| enkakarushiumu-塩化カルシウム | calciumchloride |
| enkanatoriumu-塩化ナトリウム | natriumchloride; keukenzout |
| enkasuiso-塩化水素 | waterstofchloride |
| enkei-円形 | cirkel; ronde vorm |
| enkiridera-縁切り寺 | (Edo periode) een tempel die een toevluchtsoord was voor weggelopen vrouwen (die van hun echtgenoten wilden scheiden) |
| enmaku-煙幕 | rookgordijn |
| enman-円満 | harmonie; vreedzaamheid; tevredenheid; zorgeloosheid |
| enmoku-演目 | het programma (van een toneelvoorstelling of concert) |
| ennichi-縁日 | herdenkingsdienst of festival op de dag van de geboorte of manifestatie van een bepaalde god of Boeddha |
| enpa-煙波 | mist [nevel] boven zee (door opspattend zeewater) |
| enpaia・sutēto・biru-エンパイア・ステート・ビル | Empire State Building (in New York) |
| enpitsu-円筆 | rond [cirkelvormig] schrift in kalligrafie (meer vloeiend in het geheel) |
| enpu-怨府 | een plek [oord] waar de wrok van mensen zich verzamelt |
| enpun-円墳 | cirkelvormige grafheuvel |
| enpura-エンプラ | (afk. voor) technische kunststoffen |
| enrei-艶麗 | grote schoonheid; bekoring |
| enriedo-厭離穢土 | (boedd.) afschuw [afkeer] van de (corrupte; verdorven] wereld |
| enryo-遠慮 | terughoudendheid; reserve; tact; zorgzaamheid |
| enryonaku-遠慮なく | zonder voorbehoud; zonder terughoudendheid; onbeschroomd; zonder aarzeling |
| ensen-沿線 | gebied [plaats] langs [naast] een spoorlijn, busroute, hoofdweg, etc. |
| enshakkan-円借款 | Japanse staatslening in yen aan het buitenland (moet worden gebruikt om de invoer uit Japan te betalen) |
| enshō-煙硝 | (andere naam voor) buskruit |
| enshō-遠称 | (aanwijzend voornaamwoord voor iets dat ver van de spreker en luisteraar is) daar; ginds |
| enshūshitsu-演習室 | lokaal waar een werkcollege wordt gegeven |
| enshutsu-演出 | regie; organisatie (van voorstellingen, evenementen, ceremonies, etc.) |
| enso-塩素 | chloor |
| ensui-円錐 | conus; kegel (vorm) |
| ensuimen-円錐面 | kegelvormig oppervlak; cirkelkegel |
| ensuto-エンスト | (afk. voor) het afslaan van de motor |
| entaitoru-エンタイトル | (honkbal, afk. voor: entitled base) wanneer de slagman of loper volgens de regels naar het volgende honk mag opschuiven |
| entaitoru・tsūbēsu-エンタイトル・ツーベース | (entitled two-base) een slag waardoor de slagman of loper twee honken mag opschuiven |
| entaku-円タク | (Showa-periode) één yen-taxi (die, in de steden Osaka en Tokio, een passagier voor één yen naar elke locatie in de stad bracht) |
| entaku-円タク | een taxi die door de stad rijdt op zoek naar passagiers |
| entashisu-エンタシス | entasis (een lichte zwelling in een (Dorische) zuilschacht) |
| entorī-エントリー | registratie; inschrijving (voor deelname aan sportwedstrijden, e.d.) |
| entorī・shīto-エントリー・シート | registratieformulier; inschrijvingsformulier (voor sportwedstrijden, e.d.) |
| entotsu-煙突 | schoorsteen; rookkanaal |
| entotsukasai-煙突火災 | schoorsteenbrand |
| entsuzuki-縁続き | het aan elkaar verbonden zijn van kamers [huizen] (door een veranda) |
| enueichikēkōkyōgakudan-NHK交響楽団 | NHK-symfonieorkest |
| enukyō-N響 | NHK-symfonieorkest |
| enukyoku-エヌ極 | de noordpool (van een staafmagneet) |
| enu・jī・ō-エヌ・ジー・オー | (non-governmental organization) niet-gouvernementele [niet regeringsgebonden] organisatie |
| enu・ō・shī-エヌ・オー・シー | (Network Operations Center) netwerkbeheercentrum |
| enu・pī・ō-エヌ・ピー・オー | (nonprofit organization) non-profitorganisatie; organisatie zonder winstoogmerk |
| enu・ti・tisai-エヌ・ティ・ティ債 | (Nippon Telegraph and Telephone Corporation ) (dominante) telecomonderneming in Japan |
| enzantejun-演算手順 | algoritme |
| enzetsu-演説 | toespraak; oratie; rede; lezing |
| enzetsusuru-演説する | een toespraak [speech; oratie] houden; een lezing geven |
| en'in-遠因 | onderliggende [indirecte] oorzaak |
| epirōgu-エピローグ | epiloog; nawoord; laatste deel van een roman, toneelstuk; opera, e.d. |
| epokē-エポケー | epoche (filosofie, opschorting van oordeel over de werkelijkheid) |
| epuron-エプロン | voortoneel; proscenium |
| epuron-エプロン | (luchthaven) platform voor vliegtuigen |
| epuron-エプロン | schort |
| epuron・sutēji-エプロン・ステージ | voortoneel; proscenium |
| erai-偉い | beroemd; voornaam; eminent; gedistingeerd; voortreffelijk |
| ereki-エレキ | (afk. voor) elektrische gitaar |
| ereki-エレキ | (afk. voor) elektriciteit |
| erekku-エレック | (English Language Education Council) Onderwijsraad voor de Engelse taal |
| erekutōn-エレクトーン | elektronisch orgel |
| erekutoro・ofisu-エレクトロ・オフィス | kantoor met geautomatiseerde informatietechnologie |
| ēretsuhonban-A列本判 | standaard Japans papierformaat (625 x 880 mm) |
| eri-襟 | kraag; boord; revers |
| eriashi-襟足 | de haarlijn bij de nek; halslijn; de vorm van de nek [hals] |
| erinokeru-選り除ける | sorteren; uitzoeken; selecteren |
| eriwakeru-選り分ける | classificeren; sorteren; uitzoeken |
| ero-エロ | erotisch; pornografisch; obsceen |
| erokyūshon-エロキューション | spreekkunst; welsprekendheid; voordrachtskunst; redekunst |
| erotomania-エロトマニア | erotomanie; hyperseksualiteit; abnormaal seksueel verlangen |
| ēru-エール | yell (supportersstrijdkreet) |
| erusarubadoru-エルサルバドル | El Salvador |
| eru・esu・ai-エル・エス・アイ | de implementatie van tienduizenden transistors per chip (LSI: large-scale integrated circuit) |
| eru・nīnyo-エル・ ニーニョ | El Niño, atmosferisch verschijnsel waarbij de zeewatertemperatuur stijgt doordat de zuidoostpassaatwinden (voor de kust van Peru) afzwakken |
| eru・nīnyo-エル・ニーニョ | El Niño (meteorologie) |
| esadai-餌台 | voederplank; voerplateau (voor vogels, e.d.) |
| esagashi-絵探し | een spel waarbij men in een afbeelding [tekening; zoekplaatje] voorwerpen moet zoeken |
| ese-似非 | (voorvoegsel) nep-; pseudo-; quasi-; namaak-; schijn-; inferieur [minderwaardig] zijn |
| eshajōri-会者定離 | (boeddh.) alle ontmoetingen eindigen in een afscheid; die elkaar ontmoeten, zijn voorbestemd om weer te scheiden |
| eshaku-会釈 | begrip; meeleven; voorkomendheid |
| essuru-閲する | voorbijgaan; verstrijken (van de tijd) |
| essuru-閲する | doornemen; nalezen; inzien; nakijken |
| esu-エス | (afk. voor south) zuid |
| esu-エス | (afk. voor sister, term van vrouwen voor hun vriendinnen) zus |
| esu-エス | (chem. symbool voor zwavel) S |
| esu-エス | (afk. voor) seconde) |
| esu-エス | (aanduiding voor kledingmaat) small |
| esu-エス | (afk. voor) sadist |
| ēsu-エース | ace (direct scoren bij serveren in tennis, volleybal, e.d.) |
| esugata-絵姿 | portret (schildering) |
| esukappu-エスカップ | United Nations Economic and Social Commission for Asia and the Pacific |
| esukarētājōkō-エスカレーター条項 | roltrap-clausule (clausule in een contract voor automatische aanpassing van prijzen, lonen, e.d., afhankelijk van veranderende marktomstandigheden) |
| esukarētā・kurōzu-エスカレーター・クローズ | roltrap-clausule (clausule in een contract voor automatische aanpassing van prijzen, lonen, e.d., afhankelijk van veranderende marktomstandigheden) |
| esukēpu-エスケープ | een les overslaan op school (door de klas uit de sluipen) |
| esukōto-エスコート | begeleiding; begeleider; escorte |
| esukūdo-エスクード | escudo (oude munteenheid Portugal) |
| esukurō-エスクロー | borg [zekerheidstelling] in handen van derden (tot de voorwaarde is voldaan) |
| esupā-エスパー | (Extra Sensory Perception) helderziende; paragnost; iemand met bovennatuurlijke gaven |
| esupuri・nūbō-エスプリ・ヌーボー | (nieuwe geest) kunststroming; kunsttijdschrift (o.a. van Le Corbusier, eerste publicatie in 1920) |
| esuteru-エステル | ester (chemische verbinding die ontstaat uit een reactie tussen een (organisch) zuur met een alcohol) |
| esutetishan-エステティシャン | schoonheidsspecialist(e) voor het hele lichaam |
| esutopperu-エストッペル | estoppel (juridisch principe dat voorkomt dat iemand recht kan doen gelden dat in strijd is met zijn eerdere handelingen of uitspraken) |
| esutopperunogensoku-エストッペルの原則 | estoppel principe (juridisch principe dat voorkomt dat iemand recht kan doen gelden dat in strijd is met zijn eerdere handelingen of uitspraken) |
| esutōru-エストール | (term uit de luchtvaart) korte start en landing (STOL; short take-off and landing) |
| esu・esu・tī-エス・エス・ティー | (supersonic transport) supersonisch vliegtuig |
| esu・pī-エス・ピー | (shore patrol) kustwacht |
| esu・pī-エス・ピー | (short program) korte kuur (kunstschaatsen) |
| esu・pī-エス・ピー | (sales promotion) verkoopbevordering |
| esu・pī-エス・ピー | (standard play) video formaat |
| etchi-エッチ | (afk. voor hentai) pervers; onzedelijk; obsceen |
| etchi-エッチ | (Henry, SI-eenheid voor zelfinductie) H |
| etchi-エッチ | (code voor de hardheid van potloden) H |
| etchi・ai・bui-エッチ・アイ・ブイ | (human immunodeficiency virus) humaan immunodeficiëntievirus (veroorzaker van AIDS) |
| etchūfundoshi-越中褌 | smalle lendendoek; g-string (soort tangaslip) |
| eteshite-得てして | geneigd; waarschijnlijk; aannemelijk; vaak voorkomend |
| etosetora-エトセトラ | et cetera; etc.; enzovoort |
| etosu-エトス | ethos (morele houding, karakter of temperament) |
| etosu-エトス | ethos (het morele en religieuze sociale bewustzijn) |
| ētosu-エートス | ethos (morele houding, karakter of temperament) |
| ētosu-エートス | ethos (het morele en religieuze sociale bewustzijn) |
| etsu-閲 | het verstrijken [voorbijgaan] van de tijd |
| etsukerokuro-絵付けろくろ | boetseerschijf; draaischijf voor beschilderen van keramiek |
| ē・buijoyū-AV女優 | pornoactrice |
| ē・buikiki-AV機器 | porno (film; video) |
| ē・dī-エー・ディー | (anno domini) voor Christus |
| ē・dī・etchi・dī-エー・ディー・エッチ・ディー | (attention deficit hyperactivity disorder) ADHD |
| ē・emu-エー・エム | (ante meridiem) voor de middag |
| fado-ファド | fado (Portugees levenslied) |
| faiasutōmu-ファイアストーム | vuurstorm (hevige luchtbeweging ontstaan door grote brand) |
| fain・purē-ファイン・プレー | (sport) goed [mooi] spel; schitterende actie |
| fain・seramikkusu-ファイン・セラミックス | fijn keramiek (dat nieuwe functies en eigenschappen heeft door de samenstelling, structuur, vorm) |
| faito-ファイト | wedstrijd in vechtsporten, zoals boksen, etc. |
| fajīriron-ファジー理論 | vage logica theorie |
| fajī・konpyūtā-ファジー・コンピューター | speciaal ontworpen computer die gebruik maakt van vage logica (fuzzy logic) |
| fakku-ファック | jargon voor geslachtsgemeenschap (ook gebruikt als scheldwoord) |
| fakutā-ファクター | factor |
| fakutaringu-ファクタリング | factoring (het beheer van de debiteurenadministratie van bedrijven door een financiële onderneming) |
| famirī・baiku-ファミリー・バイク | gezinsfiets (fiets met aangepast (langer) frame om een voorzitje voor kinderen te kunnen monteren) |
| famirī・burando-ファミリー・ブランド | familiemerk; paraplumerk (één merknaam die wordt gebruikt voor de verkoop van twee of meer gerelateerde producten) |
| fāmu・bankingu-ファーム・バンキング | een systeem van bedrijven en banken om online financiële diensten en bedrijfsinformatie te verstrekken |
| fan-ファン | fan; supporter |
| fan-ファン | ventilator |
| fanburu-ファンブル | frommelen; morrelen; (bij honkbal) de bal uit de handen laten glippen |
| fandamentaruzu-ファンダメンタルズ | (economie) fundamentele voorwaarden; basisvoorwaarden; basisindicatoren |
| fanī・fēsu-ファニー・フェース | een uniek [aantrekkelijk; leuk] gezicht (vooral gezegd van vrouwen) |
| fanshī-ファンシー | fantasie; gril; voorkeur |
| fāsuto・redi-ファースト・レディ | vooraanstaande vrouw; de beste vrouw (in haar vakgebied) |
| fauru-ファウル | (sport) overtreding |
| fea-フェア | eerlijk; sportief |
| fēdoin-フェードイン | (beeld) het invloeien; verschijnen; lichter [helderder] worden |
| feiku-フェイク | (sport) schijnbeweging |
| fēku-フェーク | (sport) schijnbeweging |
| femisaido-フェミサイド | femicide; vrouwenmoord |
| fendā-フェンダー | spatbord; bumper; stootblok |
| feromon-フェロモン | feromoon (door dieren geproduceerde (geur)stof, afgegeven aan de omgeving) |
| fēsu-フェース | (berg)helling; rotswand; oppervlak; voorzijde |
| fezaringugihō-フェザリング技法 | veervormige techniek (tekenen; schilderen) |
| fībā-フィーバー | koorts |
| figyua-フィギュア | figuur; vorm; gestalte |
| fikusā-フィクサー | bemiddelaar; iemand die (achter de schermen) dingen regelt [voor elkaar krijgt] |
| fingā-フィンガー | (luchthaven) pier [ophaalplatform] |
| finisshu-フィニッシュ | slotscène; slotstuk; laatste actie [nummer; slag] (sport) |
| firariabyō-フィラリア病 | filariasis (tropische parasitaire worminfectie) |
| firibasutā-フィリバスター | filibuster; obstructie van het parlement door het houden van urenlange redevoeringen (om het aannemen van wetten te vertragen) |
| fīrudo-フィールド | sportveld; sportterrein |
| fīrudo・asurechikku-フィールド・アスレチック | een sport waarbij hindernissen en toestellen worden opgesteld op een parcours dat gebruik maakt van natuurlijke topografie, zoals bomen, e.d. |
| firuhāmonī-フィルハーモニー | filharmonisch orkest |
| firumu-フィルム | fotorolletje |
| firutā-フィルター | (fotografie) filter voor een lens |
| firutā-フィルター | (elektrotechniek) filter voor het doorlaten van bepaalde frequenties |
| fittonesu-フィットネス | fitness-training; oefeningen om fit te worden [blijven] |
| fittonesusutajio-フィットネススタジオ | fitnessstudio; sportschool |
| fiyorudo-フィヨルド | (Noorwegen) fjord |
| foa-フォア | forehand (tennis) |
| foa-フォア | Vrij! (bij golf een waarschuwing dat de bal geslagen wordt) |
| foabōru-フォアボール | (honkbal) vrije loop voor de slagman (na vier wijd) |
| foahando-フォアハンド | forehand (tennis) |
| fōdo・shisutemu-フォード・システム | massaproductiesysteem in een autofabriek, geïntroduceerd door de Ford Motor Company in de jaren 1910 |
| fōku-フォーク | vork |
| fōku-フォーク | vorkbal (een soort pitch in honkbal) |
| fōkubōru-フォークボール | vorkbal (een soort pitch in honkbal) |
| fōkuroa-フォークロア | folklore |
| fōmaru-フォーマル | formeel; officieel |
| fōmaru・doresu-フォーマル・ドレス | vormelijke kleding; avondkleding; galakleding |
| fōmatto-フォーマット | formaat |
| fōmatto-フォーマット | het formatteren (van een harde schijf van een computer) |
| fōmēshon-フォーメーション | formatie; vorming |
| fōmu-フォーム | gedaante; uiterlijk; mal; gietvorm |
| fōmu-フォーム | vorm; systeem; procedure |
| fōmu-フォーム | formulier |
| fōmu-フォーム | vorm; conditie (sport) |
| fōmyura・kā-フォーミュラ・カー | een formule raceauto |
| fōmyura・puran-フォーミュラ・プラン | beleggingsstrategie voor het kopen en verkopen van effecten volgens een vaste formule |
| fōramu-フォーラム | forumdiscussie |
| fōramu-フォーラム | internetforum; forumblog |
| fōramu-フォーラム | Romeins forum |
| fōramu・disukasshon-フォーラム・ディスカッション | forumdiscussie |
| forinto-フォリント | forint (Hongaarse munteenheid) |
| forio-フォリオ | folio (drukwerkformaat) |
| forio-フォリオ | portofolio |
| fōru-フォール | (worstelen) touché; schouderlegging |
| forumu-フォルム | forum (centrale marktplein in het oude Rome) |
| forumu-フォルム | vorm; gestalte; conditie |
| forumu-フォルム | formulier |
| forute-フォルテ | (muziekterm) forte (krachtig) |
| forutishimo-フォルティシモ | fortissimo; zeer luid (muziekterm) |
| foruto-フォルト | (sport) fout; overtreding |
| fōruto-フォールト | (sport) fout; overtreding |
| fossa・maguna-フォッサ・マグナ | slenkvallei, gebied waar een vulkanische gordel doorheen loopt (van noord naar zuid door centraal Honshu) |
| fotokuromikku・garasu-フォトクロミック・ガラス | fotochromisch glas (wordt donkerder bij blootstelling aan licht, vaak gebruikt in brillen) |
| fōtoran-フォートラン | (formula translation) computer programmeertaal |
| fotorejisuto-フォトレジスト | fotoresist; fotolak |
| fototoranjisutā-フォトトランジスター | fototransistor |
| fowādo-フォワード | (sport) spits; voorspeler; aanvaller |
| fowādo-フォワード | doorsturen |
| fu-腑 | inwendig orgaan; ingewanden |
| fu-麩 | stukjes (vaak mooi gedecoreerd) voedsel gemaakt van tarwegluten (wordt b.v. toegevoegd aan soepen) |
| fuan-不安 | onzekerheid; ongerustheid; bezorgdheid; vrees |
| fuanshōgai-不安障害 | angststoornis |
| fubai-不買 | het niet kopen (door consumenten) |
| fūbaika-風媒花 | windbloemige plant (plant waarbij het stuifmeel door de wind wordt overgebracht) |
| fubi-不備 | tekortkoming; onvolkomenheid; onvolmaaktheid; gebrekkigheid |
| fūbō-風貌 | uiterlijk; voorkomen |
| fubōgarasu-風防ガラス | beschermglas van een horloge |
| fubōgarasu-風防ガラス | voorruit (van een vervoermiddel) |
| fubon-不犯 | strikte naleving van het voorschrift dat boeddhistische monniken kuis moeten leven |
| fubuki-吹雪 | sneeuwstorm; sneeuwjacht |
| fubuku-吹雪く | stormen (met sneeuwval) |
| fubunritsu-不文律 | ongeschreven regel [voorschrift; wet] |
| fucha-普茶 | (afk. voor) vegetarische keuken [gerechten] (overgenomen uit China) |
| fuchaku-不着 | niet aangekomen [bezorgd; geleverd] zijn |
| fuchi-布置 | rangschikking; groepering; ordening |
| fuchō-不調 | (afk. voor) blunder; mislukking |
| fuchō-不調 | wanorde; verwarring |
| fuchō-不調 | defect; mankement; storing |
| fuchō-不調 | (afk. voor) achteloosheid; onhandigheid; ontoereikendheid; gebrek aan manieren [kennis] |
| fuchō-符丁 | code; wachtwoord; geheimtaal |
| fūchō-風潮 | getijdenstroom (veroorzaakt door de wind) |
| fuchūi-不注意 | onvoorzichtigheid; onverschilligheid; onoplettendheid |
| fudan-普段 | gewoonlijk; normaliter; alledaags zijn |
| fudangi-普段着 | alledaagse [gewone; informele] kleding |
| fudasashi-札差し | (Tokugawa-periode) makelaar in rijst (handelaar die het recht had om geld te geven in ruil voor de rijsttoelagen van vazallen) |
| fudeato-筆跡 | handschrift; geschrift; geschreven woord; schrijftaal |
| fudebako-筆箱 | (modern) etui voor schrijfgerei |
| fudebako-筆箱 | (kalligrafie) doos (m.n. van gelakt hout) voor schrijfpenselen |
| fudegashira-筆頭 | eerste trefwoord in een lijst; eerstgenoemde in een naamlijst |
| fudegashira-筆頭 | (hist.) dorpshoofd belast met administratieve functies |
| fudegashira-筆頭 | hoofd [leidinggevende] in een organisatie (soms crimineel van aard) |
| fudekake-筆掛け | rek [standaard] voor schrijfpenselen |
| fudetate-筆立て | houder [glas; beker] om schrijfpenseel rechtop te zetten (zonder reiniging, voor hergebruik later) |
| fūdo-フード | capuchon; hoes; beschermkap; motorkap |
| fudōsangyō-不動産業 | (vastgoed)makelaar(s); makelaardij; de onroerend goed sector (in de economie) |
| fudōtai-不導体 | isolator; niet-geleider |
| fudōtoku-不道徳 | immoreel [onzedelijk] zijn |
| fuen-不縁 | weinig vooruitzichten [kans] op een huwelijk |
| fuen-不縁 | het niet doorgaan van een huwelijk |
| fūfū-ふうふう | (onomatopee) geworstel; met moeite (iets doen) |
| fūgai-風害 | windschade; stormschade |
| fugen-不言 | zonder woorden; zonder te spreken |
| fugen-普賢 | (afk. voor) Samantabhadra, bodhisattva die symbool staat voor de leer en (meditatie) oefeningen van Boeddha (soms afgebeeld op een olifant) |
| fugenbosatsu-普賢菩薩 | Samantabhadra, bodhisattva die symbool staat voor de leer en (meditatie) oefeningen van Boeddha (soms afgebeeld op een olifant) |
| fugenjikkō-不言実行 | geen woorden maar daden |
| fugo-畚 | stromat gebruikt als zak voor het dragen van aarde |
| fugōgo-符号語 | codewoord; codenaam |
| fugōkansū-符号関数 | signum (wiskundige functie, met afkorting sgn) |
| fugōsuru- 符合する | overeenkomen; samenvallen; corresponderen; overeenstemmen |
| fugu-不具 | (lichamelijke) afwijking; handicap; misvorming; mismaaktheid |
| fuguai-不具合 | defect; mankement; storing; slechte werking |
| fugyōjō-不行状 | wangedrag; onbehoorlijk gedrag |
| fūha-風波 | ruwe [ruige] zee; storm (op zee) |
| fuhatsu-不発 | het niet aanslaan (van een motor, machine, e.d.) |
| fuhen-不偏 | onpartijdigheid; onbevooroordeeld zijn |
| fuhen-普遍 | universaliteit; algemeenheid; alomtegenwoordigheid |
| fuhōshinnyū-不法侵入 | huisvredebreuk; ongeoorloofde [wederrechtelijke] binnendringing |
| fujin-不尽 | (afsluitende uitdrukking aan het einde van een brief, aangevend dat nog niet alles is gezegd) wordt vervolgd; ik schrijf u weer; hoogachtend |
| fujin-布陣 | gevechtsformatie; slagorde |
| fujin-布陣 | formatie; opstelling (b.v. team) |
| fūjin-風塵 | stormachtige tijden; oorlog |
| fūjin-風塵 | (door de wind opgeblazen) zand [stof] |
| fujinami-藤波 | benaming voor de familielijn van de Fujiwara-clan |
| fujō-浮上 | het naar voren komen; zichtbaar [duidelijk] worden |
| fujutsu-巫術 | shamanisme (in China, Korea en Japan) |
| fuka-不可 | een onvoldoende (score op toets) |
| fuka-府下 | buitenwijken; voorstedelijke gebieden (van een metropool) |
| fuka-負荷 | (fig.) last; grote verantwoordelijkheid [plicht] |
| fūka-風化 | verwering; efflorescentie (chemie) |
| fukaamigasa-深編み笠 | gevlochten kegelvormig hoofddeksel (dat deels het gezicht verborg, en werd gedragen door samoerai en komuso) |
| fukachi-不可知 | ondoorgrondelijkheid; raadselachtigheid; onkenbaar [niet te begrijpen] zijn |
| fukai-深い | compact; dik; ondoordringbaar (bos, mist, e.d.) |
| fukairi-深入り | het in beslag genomen zijn [worden] door; ergens diep op ingaan; zich intensief bezighouden met |
| fukairisuru-深入りする | in beslag genomen zijn [worden] door; ergens diep op ingaan; zich intensief bezighouden met |
| fukaishisū-不快指数 | mate [index] van ongemak [onbehagen] (door hitte in de zomer) |
| fukakai-不可解 | onbegrip; geheimzinnigheid; ondoorgrondelijkheid |
| fukakōryoku-不可抗力 | overmacht; force majeure; onvermijdelijkheid |
| fukaku-不覚 | onvoorzichtigheid; slordigheid; blunder; fiasco; mislukking |
| fukamaru-深まる | dieper worden; toenemen; intensifiëren |
| fukan-俯瞰 | overzicht; panoramische blik; gezicht van bovenaf |
| fukanzenjidōshi-不完全自動詞 | onvolledig intransitief werkwoord |
| fukanzentadōshi-不完全他動詞 | onvolledig transitief werkwoord |
| fukasanmeishi-不可算名詞 | ontelbaar zelfstandig naamwoord |
| fukasetsufukasetsuten-不可説不可説転 | een buitengewoon [onuitsprekelijk] groot getal; het grootste getal dat voorkomt in de Bloemenkrans soetra (10 tot de macht 7 keer 2 tot de macht 112) |
| fukasu-吹かす | de motor van een auto hard laten draaien [brullen] terwijl de auto stilstaat |
| fukazume-深爪 | het te kort afknippen van nagels |
| fukiarasu-吹き荒らす | voorbij stormen; verwoesten; kapot waaien |
| fukiareru-吹き荒れる | stormen; razen; gieren (wind, storm) |
| fukiburi-吹き降り | regenstorm; slagregen; striemende regen |
| fukigen-不機嫌 | slecht humeur; ongenoegen; norsheid |
| fūkikeisatsu-風紀警察 | moraalpolitie (m.n. in islamitische landen) |
| fukinshin-不謹慎 | indiscretie; onvoorzichtigheid; onbescheidenheid; onbezonnenheid |
| fukinukeru-吹き抜ける | doorheen [overheen] waaien [blazen] |
| fukiritsu-不規律 | wanorde; gebrek aan discipline; ongedisciplineerdheid |
| fukisarashi-吹き曝し | blootgesteld aan [geteisterd door] de wind |
| fukisokudōshi-不規則動詞 | onregelmatig werkwoord |
| fukisusabu-吹き荒ぶ | hard waaien; stormen; razen |
| fukitobu-吹き飛ぶ | weggeblazen worden |
| fukitsu-不吉 | ongeluk; pech; slecht voorteken |
| fukkōtokubetsushotokuzei-復興特別所得税 | speciale inkomstenbelasting voor wederopbouw (m.b.t. de aardbeving en tsunami in Japan in 2011) |
| fukō-不孝 | ongehoorzaamheid; trouweloosheid |
| fukokukyōhei-富国強兵 | de natie welvarender maken door het leger te versterken |
| fukōtsuzuki-不幸続き | opeenvolging van tegenslagen; het voortdurend pech hebben |
| fuku-副 | (afk. voor) bijwoord |
| fuku-幅 | (telwoord voor) kakemono (Japanse schildering op papier of zijde) |
| fuku-復 | het terugkeren [terugbrengen] naar de oorspronkelijke staat |
| fuku-復 | (afk. voor) het reciteren; het herhalen van iets dat gezegd is |
| fuku-福 | geluk; voorspoed; rijkdom; welvaart |
| fukuan-腹案 | idee; plan; voornemen |
| fukueki-服役 | werkplicht; corveedienst; militaire dienstplicht; gevangenisstraf met dwangarbeid |
| fukuekishu-服役囚 | veroordeelde met dwangarbeid |
| fukuen-復円 | het weer zichtbaar worden van zon (of maan) na een eclips [verduistering] |
| fukugōgo-複合語 | een samengesteld woord; samenstelling |
| fukuin-副因 | bijkomende [secundaire] oorzaak |
| fukujoshi-副助詞 | bijwoordelijk partikel (bakari, made, dake, hodo, kurai, nado, nari, yara) |
| fukujū-服従 | gehoorzaamheid |
| fukujūsuru-服従する | gehoorzamen |
| fukureru-膨れる | opzwellen; uitzetten; groter worden |
| fukureru-膨れる | boos [chagrijnig; knorrig] worden |
| fukurikōseihi-福利厚生費 | kosten voor personeelswelzijn; kosten voor secundaire arbeidsvoorwaarden |
| fukuroobi-袋帯 | dubbel geweven obi (waarvan één kant mooie motieven heeft), die wordt gedragen bij dameskimono |
| fukusa-袱紗 | zijden doek om bij de theeceremonie gebruikte voorwerpen in te wikkelen of schoon te vegen |
| fukusen-伏線 | voorbode; aankondiging |
| fukushi-副詞 | (taalkunde) bijwoord |
| fukushi-福祉 | welvaart; voorspoed; welzijn |
| fukushiki-複式 | tweevoudige [meervoudige] vorm |
| fukushō-復唱 | het reciteren; het (voor zichzelf) herhalen wat er gezegd is |
| fukusui-覆水 | verspild [gemorst] water |
| fukusūkei-複数形 | meervoudsvorm |
| fukusuru-服する | gehoorzamen; zich onderwerpen aan; accepteren; zich houden aan |
| fukutetsu-覆轍 | blunder [domme fout] van een voorganger |
| fukyofukusei-不許複製 | alle rechten voorbehouden |
| fukyū-普及 | verspreiding; voortplanting; propagatie |
| fukyūsuru-普及する | verspreiden; zich voortplanten |
| fumi-文 | geschreven zin; woord; karakter; letter |
| fumidasu-踏み出す | vooruitgaan; vooruitlopen; een stap naar voren doen; uitstappen; (fig.) een eerste stap zetten; beginnen; van start gaan |
| fumikiri-踏み切り | spoorweg overgang; gelijkvloerse kruising van weg en spoorlijn |
| fumikiri-踏み切り | het afzetten (voor een sprong) |
| fumikiru-踏み切る | (weg)springen; afzetten (voor een sprong) |
| fumikoeru-踏み越える | te boven komen; doorstaan |
| fuminuku-踏み抜く | ergens doorheen trappen; ergens in trappen |
| fumishimeru-踏み締める | met zekere stappen [voorzichtig; met vaste tred] lopen |
| fumiusu-踏み臼 | stenen mortel (om graan, rijst, e.d. te malen) die met de voeten wordt bediend |
| funachin-船賃 | tarief voor een overtocht per boot; veerprijs; passagekosten [verzendkosten] (per boot) |
| funade-船出 | het inschepen [aan boord gaan; wegvaren; uitvaren] (van schepen) |
| funagata-船形 | de vorm van een boot [schip] |
| funayado-船宿 | herberg in een haven (voor zeelui en passagiers) |
| funayoisuru-船酔いする | zeeziek worden |
| fundo-憤怒 | woede; toorn; razernij; wrok |
| fundosuru-憤怒する | kwaad [boos; razend] worden |
| fune-船 | schaal in de vorm van een boot om sashimi in op te dienen |
| fune-船 | dood(s)kist (voor de krijgsadel) |
| fungō-吻合 | conformiteit; aanpassing; het bij elkaar passen van dingen |
| funiku-腐肉 | bedorven vlees |
| funin-赴任 | start van een nieuwe baan; het voor het eerst naar het werk gaan |
| funinsuru-赴任する | beginnen met een nieuwe baan; voor het eerst naar het werk gaan |
| funjin-奮迅 | felheid; tomeloze energie [inzet]; enorme kracht |
| funkyū-紛糾 | complicatie; verwarring; verstoring; ontregeling; wanorde; chaos |
| funori-布海苔 | textiellijm gemaakt van funori (rode alg) |
| funpan-噴飯 | belachelijk [absurd; idoot] zijn; het plotseling in lachen uitbarsten [je verslikken door het lachen] |
| funshitsu-紛失 | verlies; het verloren gaan; het zoekraken |
| funsuru-扮する | zich (ver)kleden [voordoen] als; vertolken; imiteren; zich uitgeven voor; zich vermommen |
| funtō-奮闘 | worsteling; gevecht (fig.); uiterste inspanning |
| funzukeru-踏ん付ける | een voetspoor zetten [achterlaten] in een zachte ondergrond; ergens op trappen |
| fun'in-分陰 | een zeer korte tijd (als een lichtflits); moment |
| furaingu-フライング | (zeilen, autoracen) vliegende start (i.t.t. stilstaande start) |
| furaingu・stāto-フライング・スタート | (zeilen, autoracen) vliegende start (i.t.t. stilstaande start) |
| furaito・rekōdā-フライト・レコーダー | vluchtrecorder; zwarte doos |
| furaito・shimyurētā-フライト・シミュレーター | vluchtsimulator |
| furakushon-フラクション | cel (groep binnen een organisatie of beweging) |
| furanki-孵卵器 | broedmachine; incubator |
| furanneru-フランネル | flanel (soort stof) |
| furano-フラノ | flanel (soort stof) |
| furasshu-フラッシュ | zeer korte scène in film of tv |
| furasshu-フラッシュ | kort nieuwsbericht; nieuwsflits |
| furasshubarubu-フラッシュバルブ | hendel voor doortrekken [doorspoelen] van toilet |
| furasuko-フラスコ | laboratorium fles [kolf] |
| furattā-フラッター | flutter (toonvervorming bij geluidsopname) |
| furatto-フラット | plat; vlak; horizontaal; effen; eentonig; leeg (van band); plat, zonder koolzuur [zonder prik] (van drank) |
| furenchi・horun-フレンチ・ホルン | Franse hoorn |
| fureru-狂れる | gek [krankzinnig] worden |
| furiagebashi-振り上げ箸 | eetstokjes die omhoog gehouden worden en waar gebaren mee worden gemaakt, of naar iets of iemand gewezen wordt (onjuist gebruik van eetstokjes) |
| furidashi-振り出し | worp |
| furigētokan-フリゲート艦 | fregat (oorlogsschip) |
| furikaekyūjitsu-振替休日 | een vervangende vrije dag (op maandag als er op de zondag ervoor een nationale feestdag valt) |
| furikakaru-降りかかる | neervallen [neerkomen; uitstorten] (over; op) |
| furikazasu-振り翳す | rondzwaaien (met een voorwerp, wapen, e.d.) |
| furikomeru-降り籠める | regenen [sneeuwen] waardoor mensen binnen blijven |
| furikomi-振り込み | bankoverschrijving; storting van geld op een bankrekening |
| furīku-フリーク | misvormd [vreemd] persoon [dier] |
| furīku-フリーク | (Eng.: freak) iemand die gek is op [enthousiast; geobsedeerd door] iets (b.v. film, computer, snelheid, etc.) |
| furimukeru-振り向ける | (geld) uittrekken [bestemmen] voor |
| furin-不倫 | verdorvenheid; onzedelijkheid; immoraliteit; overspel; een buitenechtelijke affaire |
| furippu-フリップ | omslaan; omdraaien; wegtikken; boos worden |
| furippu-フリップ | flipchart; flip-over (presentatiebord met kladbord) |
| furippuchāto-フリップチャート | flipchart; flip-over (presentatiebord met kladbord) |
| furīsaizu-フリーサイズ | (Eng.: free size) één (beschikbare) maat voor iedereen (kleding) |
| furishikiru-降り頻る | stortregenen; hard [voortdurend] regenen [sneeuwen] |
| furisosogu-降り注ぐ | stortregenen; voortdurend (hard) regenen |
| furīsutairu-フリースタイル | freestyle (sportonderdeel, zoals bij skiën, worstelen, e.d.) |
| furītā-フリーター | freeter, Japanse uitdrukking voor mensen (meestal jongeren) die geen vaste baan hebben maar (wisselende) parttime baantjes |
| furitsuke-振り付け | (dans) choreografie |
| furitsukershi-振付師 | choreograaf (m); choreografe (v) |
| furitsuzuku-降り続く | voortdurend [onophoudelijk] regenen [sneeuwen] |
| furīzu-フリーズ | vorst; bevriezing; vriezen |
| furī・ējento-フリー・エージェント | (Eng.: free agent) iemand die onafhankelijk [zonder verplichtingen] is; een sporter die niet contractueel gebonden is |
| furī・kuraibingu-フリー・クライミング | (Eng. free climbing) vrij klimmen (zonder hulpmiddelen in bergsport) |
| furī・surō-フリー・スロー | (Eng: free throw) vrije worp (basketbal, handbal) |
| furofuki-風呂吹き | gekookte plakjes daikon (of raap, etc.) die heet worden gegeten met miso |
| furonrui-フロン類 | chloorfluorkoolstofverbinding (CFK) |
| furonto-フロント | voorkant; voorzijde; gevel; façade |
| furonto-フロント | receptie; informatiebalie (hotels, winkels, etc.) |
| furonto・desuku-フロント・デスク | receptie; informatiebalie (in hotels, winkels, etc.) |
| furonto・doraibu-フロント・ドライブ | voorwielaandrijving (auto) |
| furonto・enjin-フロント・エンジン | (auto met) voorin geplaatste motor |
| furonto・garasu-フロント・ガラス | voorruit (van een vervoermiddel) |
| furonto・rō-フロント・ロー | voorste [eerste] rij; vooraan; voorste gedeelte |
| furon・gasu-フロン・ガス | chloorfluorkoolstof-verbinding |
| furō・chāto-フロー・チャート | stroomschema; een grafische weergave van workflow |
| furu-振る | toewijzen; toekennen; casten (voor een rol) |
| furubiru-古びる | verouderen; oud worden; er oud uit zien |
| furugome-古米 | oude rijst; rijst van de oogst van het voorgaande jaar |
| furuiwakeru-篩い分ける | zeven; sorteren |
| furupasuteru-フルパステル | een soort pastelkrijt (Engels: full pastel) |
| furūre-フルーレ | floret (schermdegen) |
| furusato-古里 | geboortestreek |
| furyo-不慮 | onverwacht [niet voorzien] zijn |
| furyoku-富力 | rijkdom; vermogen; fortuin |
| furyūmonji-不立文字 | (Zen boeddhisme) spirituele bewustwording (overgebracht van hart naar hart, zonder woorden of letters) |
| fusagaru-塞がる | geblokkeerd [verstopt] zijn [worden] |
| fusagaru-塞がる | (af)gesloten zijn [worden]; dichten (van een wond) |
| fusagaru-塞がる | gevuld [bezet] zijn [worden] |
| fūsai-風采 | uiterlijk; voorkomen; houding |
| fusegu-防ぐ | vermijden; voorkomen; afwenden |
| fuseigōnin-不整合人 | non-conformist; vrijdenker |
| fuseiseki-不成績 | slechte cijfers (voor een examen); slecht resultaat; slechte prestatie |
| fuseji-伏せ字 | een teken (spatie, cirkel, X, asterisk, e.a.) in plaats van een gecensureerd woord |
| fuseki-布石 | voorbereidingen voor de toekomst |
| fusen-不戦 | (vechtsport) niet doorgaan van het gevecht wegens afwezigheid van een deelnemer |
| fusen-不戦 | anti-oorlog; oorlog afwijzen |
| fusenpai-不戦敗 | (judo) verlies door niet verschijnen [komen opdagen] bij een wedstrijd |
| fūsetsu-風説 | gerucht; roddel; iets van horen zeggen |
| fūsetsu-風雪 | wind en sneeuw; sneeuwstorm |
| fusetsuhi-付設費 | kosten voor de constructie van een aanbouw [bijgebouw] aan een groter gebouw |
| fūshi-夫子 | eerbiedige naam voor Confucius |
| fūshi-夫子 | (gebruikt als tweede of derde persoon voornaamwoord) jij; hij |
| fūshi-風姿 | uiterlijk; voorkomen; houding; gedrag |
| fushidara-ふしだら | losbandig; verdorven; liederlijk; wulps; sletterig |
| fushidara-ふしだら | slordig; slonzig; onverzorgd; haveloos |
| fushimatsu-不始末 | mislukking; fiasco; wanbeheer; onzorgvuldigheid; nalatigheid; wangedrag |
| fushinbutsu-不審物 | een verdacht voorwerp |
| fushinjinmon-不審尋問 | (oude benaming) politieondervraging; politieverhoor |
| fushinshi-不審死 | dood met onbekende oorzaak; verdacht sterfgeval |
| fushitsu-不悉 | (afsluitende uitdrukking aan het einde van een brief, aangevend dat nog niet alles is gezegd) wordt vervolgd; ik schrijf u weer; hoogachtend |
| fushō-不祥 | pech; slecht voorteken |
| fushōfuzui-夫唱婦随 | (de opvatting:) een vrouw moet haar man gehoorzamen [moet doen wat haar man vraagt] |
| fushōji-不祥事 | betreurenswaardig incident; vervelend voorval; schandaal |
| fushoku-腐食 | corrosie; erosie; roest; bederf |
| fushozon-不所存 | ondoordachtheid; tactloosheid; onverstandigheid; onvoorzichtigheid |
| fuso-父祖 | voorouders |
| fūsō-風葬 | luchtbegrafenis (begrafenismethode waarbij de overledene niet wordt begraven, maar blootgesteld aan de buitenlucht in de natuur) |
| fūsō-風霜 | wind en vorst |
| fusoku-不測 | het onvoorstelbaar [onvoorzien; onmeetbaar] zijn |
| fusoku-不足 | tekort; gebrek; ontoereikendheid |
| fusokusuru-不足する | tekort [gebrek] hebben [krijgen] (aan iets) |
| fusso-弗素 | fluor (chem. element) |
| fusuburu-燻る | zwart worden van roet; beroet [met roet bedekt] worden |
| fūsuigai-風水害 | wind- en waterschade; storm- en overstromingsschade |
| futakotome-二言目 | favoriete uitdrukking; woorden [zinnen] die je altijd zegt |
| futamatagōyaku-二股膏薬 | opportunist; iemand die twee kanten tegelijk kiest; het van twee walletjes eten |
| futan-負担 | last; verplichting; verantwoordelijkheid |
| futanari-双成り | tweevormigheid; dimorfisme; hermafroditisme |
| futansuru-負担する | de last [verantwoordelijkheid] dragen |
| futate-二手 | twee zetten (bordspel) |
| futei-不逞 | ongehoorzaamheid; insubordinatie; opstandigheid |
| futekisei-不適正 | ongeschikt [ongepast; onbehoorlijk] zijn |
| futekisetsu-不適切 | ongepast [ongeschikt; incorrect] zijn |
| futekusareru-不貞腐れる | koppig [nukkig; chagrijnig] worden; gefrustreerd raken |
| futeru-不貞る | koppig [nukkig; chagrijnig] worden; gefrustreerd raken |
| fūtō-風濤 | storm |
| futoi-太い | dik; zwaarlijvig; corpulent; breed |
| futōitsu-不統一 | disharmonie; wanorde; ongeregeldheid; verdeeldheid |
| futokoro-懐 | reikwijdte (van borst tot hand) |
| futokoro-懐 | gebied omringd door bergen; een veilige [beschutte] plek |
| futokoro-懐 | binnenzak; borstzak; binnenste gedeelte van bovenkleding |
| futoku-不徳 | zedeloosheid; verdorvenheid; gebrek aan deugdzaamheid |
| futokugi-不徳義 | immoraliteit; oneerlijkheid; onoprechtheid |
| futōmei-不透明 | ondoorzichtigheid; ondoorschijnendheid |
| futōmeishoku-不透明色 | dekverf; ondoorschijnende verf [kleur] |
| futoru-太る | dik worden; aankomen |
| futsū-普通 | gewone [normale] toestand |
| futsūbun-普通文 | (tekst in) normale [moderne] schrijfstijl |
| futsufutsu-沸沸 | sudderend; pruttelend; opborrelend; kokend |
| futsūmeishi-普通名詞 | (taalkunde) soortnaam |
| futsuwajiten-仏和辞典 | Frans-Japans wooordenboek |
| futsūyokin-普通預金 | een gewone [algemene] storting; reguliere spaarrekening |
| futtō-沸騰 | geagiteerd [opgewonden] zijn [worden]; opgehitst raken; omhoog schieten (van prijzen, e.d.) |
| futtō-沸騰 | (fig.) het koken; zieden; ziedend [woedend] worden |
| futtobu-吹っ飛ぶ | weggeblazen worden |
| futtosaru-フットサル | een soort zaalvoetbal (5 tegen 5 spelers) |
| fūu-風雨 | een hevige regenbui met veel wind; regenstorm |
| fuwafuwa-ふわふわ | onrustig; instabiel; onvoorspelbaar |
| fuwaraidō-付和雷同 | (iemand) blindelings volgen (zonder zelf na te denken); afgaan op het oordeel van een ander |
| fuyajō-不夜城 | uitgaanswijk (waar het 's nachts verlicht en levendig is en niet donker wordt) |
| fuyōi-不用意 | niet [slecht] voorbereid zijn; gebrek aan voorbereiding; onzorgvuldigheid |
| fūyu-諷喩 | allegorie; zinspeling |
| fuyudori-冬鳥 | wintervogel; trekvogel, die in de herfst en winter verschijnt en in de lente wegtrekt naar noordelijke streken |
| fuyugare-冬枯れ | dor winterlandschap; het verdorren van bladeren in de winter |
| fuyujitaku-冬支度 | voorbereidingen voor de winter |
| fuyusaku-冬作 | wintergewassen (groeien in de winter, en worden geoogst in de lente of zomer) |
| fuyushōgun-冬将軍 | de (strenge) winter; Russische winter (een term die verwijst naar het mislukken van de invasie van Napoleon in Rusland door hevige kou en sneeuw) |
| fuyuyama-冬山 | een berg die wordt beklommen in de winter |
| fuzei-風情 | (in combinatie met een zelfst.naamwoord) in de hoedanigheid van; zoals |
| fuzei-風情 | verschijning; voorkomen; sfeer |
| fuzoku-付属 | (afk. voor) aangesloten scholengemeenschap |
| fuzoku-付属 | (boeddh.) overdracht [toevertrouwen] van de leer aan een bodhisattva door de Boeddha |
| fuzui-付随 | behorend bij; gerelateerd aan; samenhangend met |
| fūzu・fū-フーズ・フー | wie is dat; wie is wie (biografisch woordenboek van bekende mensen) |
| gaban-画板 | tekenbord; tekentafel |
| gabi-蛾眉 | mooie wenkbrauwen (in de vorm van een halve maan) |
| gaburi-がぶり | (onomatopee) met grote happen eten; met grote slokken drinken; alles tegelijk doorslikken [naar binnen werken] |
| gachi-勝ち | (als suffix achter zelfst.naamwoorden of de renyōkeivorm van werkwoorden) de neiging hebben om; iets frequent [vaak] doen |
| gaden'insui-我田引水 | zijn eigen belangen nastreven; iets doen uit eigenbelang; het eigen belang vooropstellen |
| gādorēru-ガードレール | contrarail (spoorwegen) |
| gādoru-ガードル | gordel; korset |
| gagen-雅言 | verfijnd [elegant] en correct taalgebruik |
| gago-雅語 | elegante [poëtische] woorden |
| gaibō-街坊 | stad; dorp |
| gaibutsu-外物 | externe dingen; voorwerpen in de externe wereld (buiten jezelf) |
| gaichō-害鳥 | vogels die schadelijk zijn voor de landbouw |
| gaida-咳唾 | de woorden die een meerdere spreekt |
| gaiden-外伝 | (toegevoegde) verhalen en anekdotes, die niet in de officiële bronnen voorkomen |
| gaiji-外耳 | buitenoor; uitwendige oor |
| gaijinkisha-外人記者 | buitenlandse correspondent |
| gaijinmuke-外人向け | (bestemd) voor buitenlanders |
| gaijinsenshu-外人選手 | buitenlandse atleet [sporter] |
| gaijintōrokushō-外人登録証 | ID-kaart [identiteitsbewijs] voor buitenlanders |
| gaika-外貨 | geïmporteerde goederen |
| gaikan-外観 | voorkomen; aanzicht; uiterlijke verschijning |
| gaikōdan-外交団 | corps diplomatique (ambassadeurs en consuls) |
| gaimai-外米 | niet-Japanse rijst; (in Japan geïmporteerde) buitenlandse rijst |
| gairai-外来 | buitenlands [vreemd; geïmporteerd; van buiten] zijn |
| gairaigo-外来語 | leenwoord |
| gairaishu-外来種 | uitheemse plant- of diersoort; exoot |
| gaishutsu-外出 | het uitgaan; het naar buiten gaan; weggaan; afwezig zijn (van kantoor, e.d.) |
| gaiyōyaku-外用薬 | geneesmiddel voor uitwendig gebruik |
| gajō-牙城 | fort; burcht; citadel; bastion; bolwerk |
| gakai-瓦解 | ondergang; ineenstorting; tenondergang |
| gakidaishō-ガキ大将 | snotaap generaal; kinderbende leider; kind dat de buurt terroriseert |
| gakidō-餓鬼道 | Het rijk van de hongerige geesten (een van de ongelukkige rijken van wedergeboorte in de boeddhistische cyclus van bestaan) |
| gakkarisuru-がっかりする | teleurgesteld [ontmoedigd; triest] worden |
| gakkō-月光 | (afk. voor) Gakkō bosatsu (een bodhisattva) |
| gakuchi-学地 | studieplaats (voor wetenschap en spirituele training) |
| gakuchi-学知 | iets door bestudering begrijpen |
| gakuchō-学長 | president [rector magnificus] van een universiteit [Hogeschool] |
| gakudan-楽団 | band; (klein) orkest |
| gakuen-学園 | school (vooral een particulier scholen-complex dat zowel lagere- als middelbare school behelst) |
| gakugaku-諤諤 | openhartig; onomwonden; vrijuit; recht voor zijn raap; zonder omhaal |
| gakugeiin-学芸員 | curator (van een museum); conservator |
| gakuhi-学費 | onderwijsuitgaven; schoolkosten; inschrijvingsgeld voor een onderwijsinstelling |
| gakuironbun-学位論文 | scriptie; thesis (voor een graad) |
| gakumenware-額面割れ | een lager geworden marktwaarde van obligaties en aandelen (t.o.v. de uitgegeven prijs) |
| gakuran-学らん | schooluniform (voor jongens) |
| gakurekishakai-学歴社会 | academische meritocratie, een samenleving waarin het opleidingsniveau een van de belangrijkste criteria is voor het bepalen van de sociale status |
| gakuri-学理 | theorie; wetenschappelijk principe |
| gakuryō-学寮 | verblijfhuis in de Yushima tempel (Tokio) voor studenten van het confucianisme |
| gakuryō-学寮 | (Heian periode) verblijfhuis voor ambtenaren in opleiding |
| gakuryō-学寮 | seminarie voor boeddhistische priesters |
| gakuseiwaribiki-学生割引 | studentenkorting |
| gakusetsu-学説 | (wetenschappelijke) theorie; leer |
| gakushi-学士 | bachelor (BA); baccalaureus (laagste academische graad) |
| gakushūshidōyōryō-学習指導要領 | de richtlijnen voor het onderwijscurriculum van het ministerie van Onderwijs |
| gakutai-楽隊 | band; muziekkorps; fanfare |
| gakuten-楽典 | basisregels voor het schrijven van muziek (notenbalk, ritme, maat, interval, toonladder, etc.) |
| gakuwari-学割 | (afk. van 学生割引) studentenkorting |
| gakuwarishōmeisho-学割証明書 | verklaring die aantoont dat een student recht heeft op studentenkorting |
| gakuyaochi-楽屋落ち | jargon; iets dat alleen door ingewijden te begrijpen is |
| gakuyō-学用 | (benodigdheden) voor studie [school] |
| gamaguchi-蝦蟇口 | portemonnee [geldbuideltje] met een metalen sluiting (met de vorm als de bek van een pad) |
| gamanoabura-蝦蟇の油 | Gama-olie (gemaakt van door padden uitgescheiden vloeistof, werd in de Edo-periode als wondgeneesmiddel verkocht) |
| gamen-画面 | beeldscherm; monitor |
| gamō-鵞毛 | ganzendons; ganzenveer; metafoor voor iets dat heel licht is |
| gamu-ガム | (afk. voor) kauwgom |
| gan-ガン | (afk. voor) flitser; flitsapparaat |
| gan-ガン | (afk. voor) spuitpistool; verfspuit |
| gan-龕 | een alkoof [nis] voor een boeddhabeeld; een boeddhistisch altaar |
| ganbaru-頑張る | volharden; doorzetten; volhouden; zich inspannen |
| ganjigarame-雁字搦め | ingeperkt (door restricties, regels of verboden) |
| ganka-眼下 | onder zijn ogen; (vlak) voor zijn ogen |
| gankubi-雁首 | (zoals de vorm van de nek van een wilde gans) de hals [kop] van een Japanse pijp; gebogen buis [pijp]; zwanenhals (van een buis) |
| gankubi-雁首 | (slangterm voor) nek; hoofd; kop |
| ganpi-雁皮 | gampi (Diplomorpha sikokiana, van de vezels van deze plant wordt in Japan washi papier gemaakt) |
| ganpuku-眼福 | iets dat mooi is om te zien; een lust voor het oog; een plaatje |
| ganrai-元来 | van oorsprong; van nature; oorspronkelijk |
| ganraikō-雁来紅 | (plant) driekleuren amarant (Amaranthus tricolor) |
| ganrōsuru-玩弄する | spelen [dollen] met; plagen; spotten; voor de gek houden |
| ganseki-岩石 | rots; steen; rotsformatie |
| gansekiken-岩石圏 | lithosfeer; aardkorst |
| gansho-雁書 | brief (formele, literaire term) |
| gansho-願書 | inschrijfformulier; schriftelijk verzoek; petitie |
| ganshu-癌腫 | carcinoom; kankergezwel; (kwaadaardige) tumor |
| gansō-含嗽 | gegorgel; mondspoeling |
| gansōsuru-含嗽する | gorgelen; de mond spoelen |
| ganzen-眼前 | direct [vlak; recht] voor je (ogen) |
| gappyō-合評 | gezamenlijke kritiek [beoordeling; evaluatie] |
| gara-がら | kippenbotjes (b.v. voor de soep) |
| gara-ガラ | gala (kostuum; feest; voorstelling) |
| gara-柄 | vorm; gestalte |
| gari-ガリ | (tot febr. 2024 gevangenis jargon voor) het knippen van het haar |
| garyō-臥竜 | een niet-erkend genie; verborgen talent; een groot persoon wiens talent verborgen blijft |
| gashinshōtan-臥薪嘗胆 | doorzettingsvermogen; vastberadenheid; uiterste pogingen om het doel te bereiken |
| gasō-画僧 | schilder-priester (m.n. van door Zen geïnspireerde inkt-schilderijen) |
| gassaibukuro-合切袋 | stoffen tasje met een trekkoordsluiting |
| gasshō-合従 | alliantie; alliantievorming (hist. in China van 6 koninkrijken, tegen de Qing dynastie) |
| gasshōdan-合唱団 | (zang)koor |
| gasshōrenkō-合従連衡 | alliantie; alliantievorming; het bundelen van krachten (hist. alliantie in China van 6 koninkrijken tegen, en met de Qing dynastie) |
| gasudai-ガス台 | (tafel)gasfornuis |
| gasukeihōki-ガス警報器 | gasdetector |
| gasukikan-ガス機関 | gasmotor; lpg-motor |
| gātākunshō-ガーター勲章 | (Engelse ridderorde) Orde van de Kousenband |
| gatten-合点 | een markering (doorgaans een punt of een cirkeltje) in een tekst om aan te geven dat iets goed is) |
| gatto-ガット | GATT (General Agreement on Tariffs and Trade) Wereldovereenkomst voor Tarieven en Handel |
| gawa-側 | omhulsel; verpakking; behuizing; kast (van een horloge); dek; cover |
| gazai-画材 | onderwerp voor een schilderij |
| gazō-画像 | afbeelding; portret |
| gebiru-下卑る | vulgair [ordinair] worden; verruwen |
| geden-下田 | minder goed [onvruchtbaarder] geworden rijstveld |
| geiha-鯨波 | strijdkreet; oorlogskreet |
| geihinkan-迎賓館 | (formele) ontvangstruimte |
| geiiki-芸域 | reikwijdte van iemand's vaardigheden (in een kunstvorm) |
| geijutsusakuhin-芸術作品 | kunstwerk; kunstvoorwerp |
| geika-猊下 | een woord gebruikt in brieven aan een hooggeplaatste priester [monnik] |
| geika-猊下 | een eretitel voor een hooggeplaatste priester [monnik]; eminentie; eerwaarde; zijne heiligeheid |
| gein-ゲイン | (elektriciteit) versterkingsfactor |
| gein-ゲイン | winst; profijt; voordeel |
| geitō-芸当 | optreden; voorstelling; act; nummer; truc |
| gei・pawā-ゲイ・パワー | homobeweging; homorechtenbeweging |
| geji-蚰蜒 | (huis)duizendpoot (Scutigeromorpha spp) |
| gejigejimayu-蚰蜒眉 | borstelige wenkbrauwen |
| gekiga-劇画 | Gekiga, een Japans stripboekgenre (met meer aandacht voor realistische afbeeldingen en het literaire aspect) |
| gekigo-激語 | ferme taal; krachtige [scherpe] bewoordingen |
| gekiha-撃破 | destructie; vernietiging; verplettering; vermorzeling |
| gekihasuru-撃破する | vernietigen; verpletteren; vermorzelen |
| gekikasuru-激化する | verergeren; heviger [heftiger; geweldadiger] worden |
| gekirei-激励 | aanmoediging; aansporing |
| gekirin-逆鱗 | toorn [woede; gramschap] van een keizer [koning; hogere in rang] |
| gekiron-激論 | woordenstrijd; verhitte [felle] discussie [woordenwisseling] |
| gekisaku-劇作 | script voor een toneelstuk; het schrijven van een toneelstuk |
| gekisakusuru-劇作する | (het script voor) een toneelstuk schrijven |
| gekisen-激戦 | (sport) zware [pittige] competitiestrijd (tussen sportteams) |
| gekishi-劇詩 | versdrama (gedicht in de vorm van een toneelstuk) |
| gekishō-激賞 | lof; lovende woorden; grote bewondering |
| gekkei-月桂 | (afk. voor) laurierboom (Laurus nobilis) |
| gekkōsuru-激昂する | opvliegend [heetgebakerd] zijn; een kort lontje hebben; snel aangebrand zijn |
| gemainshafuto-ゲマインシャフト | (sociologie) Gemeinschaft (een samenleving met sterke affectieve bindingen en saamhorigheid) |
| gen-厳 | het wordt als beleefde toevoeging gebruikt voor de vader van iemand anders |
| gen-言 | (on-lezing in kanji combinaties) woord; zeggen; praten |
| genbakushō-原爆症 | stralingsziekte veroorzaakt door een atoombom |
| genban-原版 | de originele [eerste] druk [versie] |
| genban-原盤 | de originele geluidsopname; master-opname |
| genbo-原簿 | origineel boek [manuscript] |
| genbu-減歩 | overheveling van grond in privébezit naar gebruik voor collectieve of publieke doeleinden |
| genbun-原文 | oorspronkelijke tekst; tekst in de brontaal |
| genbutsu-原物 | het origineel; de oorspronkelijke versie |
| genbutsusōba-現物相場 | directe notering [prijsopgave]; spotofferte (een door vervoerders verstrekt tarief voor een zending die dringend moet worden verzonden) |
| gendansuru-厳談する | iemand streng toespreken; (bij iemand) protesteren; een antwoord eisen |
| gendō-言動 | woorden en daden; gedrag (taal en handelen) |
| gendōki-原動機 | motor [machine] (voor het aandrijven en opwekken van bewegingsenergie) |
| gendōkitsukijitensha-原動機付き自転車 | rijwiel [tweewieler] met hulpmotor; motorfiets |
| genetsu-解熱 | koortsverlaging |
| genetsuyaku-解熱薬 | koortsremmer; koortswerend medicijn |
| genetsuzai-解熱剤 | koortsremmer; koortswerend medicijn |
| genga-原画 | het originele [oorspronkelijke] schilderij; de originele afbeelding [foto] |
| gengakugassōdan-弦楽合奏団 | strijkorkest |
| gengen-言言 | woord voor woord; elk woord |
| gengi-原義 | oorspronkelijke betekenis (van een woord) |
| gengo-原語 | (een woord in) de oorspronkelijke taal; brontaal |
| gengo-言語 | taal; taaluiting; woorden |
| gengyō-現業 | werk ter plaatse; werken op locatie (i.t.t. op het eigen kantoor) |
| genji-言辞 | taal; woorden |
| genjibotaru-源氏蛍 | Japans vuurvliegje [glimworm] (Luciola cruciata) |
| genjitsukan-現実感 | gevoel voor realiteit; realiteitszin |
| genjūmin-原住民 | huidige bewoners; inheemse volken; aboriginals |
| genka-減価 | prijsverlaging; korting |
| genkanguchi-玄関口 | toegangspoort tot een land (b.v. een zeehaven, vliegveld, e.d.) |
| genkanguchi-玄関口 | toegangspoort; ingang; voordeur; vestibule |
| genkashōkyakuhi-減価償却費 | afschrijvingskosten; kosten voor waardevermindering |
| genkei-原形 | basismodel; basisvorm |
| genkō-言行 | woorden en daden; hetgeen gezegd en gedaan wordt |
| genkōhan-現行犯 | (Latijn: flagrante delicto) een duidelijk waarneembare overtreding [misdaad]; een delict dat door de politie wordt waargenomen |
| genkouicchi-言行一致 | consistentie tussen woorden en daden; de daad bij het woord voegen |
| genkōyōshi-原稿用紙 | manuscript-papier (voor Japanse teksten); ruitjes-schrijfpapier |
| genmen-減免 | (strafrecht) kwijtschelding of strafvermindering (door verzachtende omstandigheden) |
| genpin-現品 | het oorspronkelijke [originele] artikel [product] |
| genpin-現品 | (goederen in) voorraad |
| genpō-減俸 | (tijdelijke) salariskorting |
| genpon-原本 | het origineel (tekst, document, boek) |
| genpu-玄符 | gunstig voorteken (in de hemel) |
| genrō-元老 | oudere; nestor; senior; oudere staatsman; veteraan |
| genron-原論 | fundamentele theorie; principe |
| genryū-源流 | oorsprong |
| gensakishijō-現先市場 | repromarkt (waarin obligaties worden gekocht en verkocht met de belofte [voorwaarde] van terugkopen [terugverkopen] tegen een bepaalde prijs) |
| gensaku-原作 | het originele [oorspronkelijke] werk (voor vertaling, aanpassing e.d.) |
| gensan-原産 | plaats van herkomst; oorspronkelijk leefgebied |
| gensei-原生 | oorspronkelijke [primitieve; proto-; oer-] staat |
| genseidōbutsu-原生動物 | protozoön; protozo (eencellig dierlijk organisme) |
| genseki-原籍 | oorspronkelijke [geregistreerde] residentie [woonplaats] |
| genseki-原籍 | oorspronkelijke register |
| genseki-言責 | de verantwoordelijkheid voor de woorden die je zegt [voor de eigen uitspraken] |
| gensen-厳選 | zorgvuldige selectie |
| gensen-源泉 | bron (water; energie; kennis, etc.); oorsprong |
| genshi-元始 | oorsprong; begin; bron |
| genshi-原始 | (I Ching) de wortel [het begin] (zoeken) |
| genshi-原始 | primitief [prehistorisch] zijn |
| genshi-原始 | (boeddh.) de oorsprong; het begin der dingen |
| genshi-原糸 | garen; draad (voor textielproducten) |
| genshi-原紙 | papier dat wordt gebruikt voor originele platen zoals stencilplaten (behandeld met was of chemicaliën) |
| genshi-原紙 | origineel manuscript [document] dat gekopieerd moet worden |
| genshi-原紙 | origineel [onbewerkt] papier |
| genshi-原詩 | het originele gedicht (voor vertaling of bewerking) |
| genshi-原資 | bron; oorsprong |
| genshi-原資 | financieringsbron;; geldbronnen; kapitaal voor investeringen en leningen |
| genshijidai-原史時代 | (archeologische en historische term voor) de protohistorie (tussen de prehistorie en de historie; in Japan midden Yayoi en Kofun) |
| genshijidai-原始時代 | de oertijd; prehistorie |
| genshin-原審 | het oorspronkelijke vonnis (voor een hoger beroep) |
| genshin-原審 | rechtbank waar het oorspronkelijke vonnis is uitgesoroken |
| genshiro-原子炉 | kernreactor; atoomreactor |
| genshiron-原子論 | atomisme; atoomtheorie |
| genshiryokuanzenhoanin-原子力安全保安院 | Agentschap voor Nucleaire en Industriële Veiligheid; NISA (Nuclear and Industrial Safety Agency) |
| genshiteki-原始的 | oorspronkelijk; origineel; fundamenteel; primitief |
| gensho-原書 | het originele werk; de oorspronkelijke versie (van een boek, ed.) |
| genshoku-減食 | voor gevangenen een straf van gedurende 7 dagen minder voedsel krijgen |
| gensō-舷窓 | patrijspoort |
| gensōkyoku-幻想曲 | fantasie; een instrumentaal muziekstuk met een ongedefinieerde [vrije] vorm |
| gensuiki-減衰器 | elektrische [elektronische] attenuator [verzwakker] (apparaat dat het vermogen van een signaal vermindert) |
| gentai-原隊 | (oorspronkelijke) legereenheid; legeronderdeel waartoe men eerder behoorde |
| gentei-舷梯 | tijdelijke trap of plank (voor het in- en uitstappen van vliegtuigen en schepen); vliegtuigtrap; loopplank, valreep |
| genten-原典 | het origineel; de oorspronkelijke tekst |
| gentō-幻灯 | een dia; diaprojector; toverlantaarn |
| gentōki-幻灯機 | een diaprojector; toverlantaarn |
| gentsuki-原付き | rijwiel [tweewieler] met hulpmotor; motorfiets |
| gentsukibaiku-原付バイク | bromfiets; brommer; rijwiel met hulpmotor |
| genzai-現在 | thans; tegenwoordig; nu; vanaf vandaag |
| genzaikei-現在形 | de tegenwoordige tijd (van een werkwoord) |
| genzu-原図 | de oorspronkelijke afbeelding [tekening; schildering] waarvan een kopie, reproductie, of facsimile is gemaakt |
| gen'in-原因 | oorzaak; bron; motief |
| geppō-月報 | maandelijkse rapportage [uitgave]; maandelijks bericht [bulletin] |
| gerira-ゲリラ | guerrilla (oorlogsvoering) |
| geru-ゲル | ger; joert (verplaatsbare ronde tent, gebruikt door nomadenvolken) |
| gesen-下船 | ontscheping; het van boord [aan wal] gaan |
| gesewa-下世話 | plat [ordinair] taalgebruik |
| geshi-夏至 | één van de 24 seizoenen van de oude maankalender, wanneer de zon staat op 90 graden (geografische) lengte; tegenwoordig is dat 22 juni; zonnewende |
| geshutaruto-ゲシュタルト | gestalt (een stroming in de psychologie, vooral gericht op de visuele perceptie) |
| geshutarutoshinrigaku-ゲシュタルト心理学 | gestaltpsychologie (een stroming in de psychologie, vooral gericht op de visuele perceptie) |
| gesu-げす | (arch. voor ある) zijn; bestaan |
| getabako-下駄箱 | (op)bergmeubel voor schoenen (vaak direct bij de ingang van Japanse huizen en gebouwen) |
| gētobōru-ゲートボール | Japans balspel, waarbij twee teams van vijf spelers een bal slaan met een T-vormige stok |
| getto-ゲット | een punt scoren (bij sport, b.v. basketbal) |
| gi-偽 | leugen; onwaarheid; misinformatie; valsheid |
| giaku-偽悪 | pseudo-slecht zijn; het zich voordoen [gedragen] als een slechte persoon; doen alsof je een slechterik bent |
| gian-議案 | wetsontwerp; wetsvoorstel |
| giboku-擬木 | paal of pilaar van beton of plastic met boomschorsmotief (zodat het lijkt op een boomstam) (in parken, e.d.) |
| gibōshu-擬宝珠 | decoratieve knop op de balustrade van een brug |
| gibun-戯文 | humoristische [komische] tekst; nonsensliteratuur |
| gichō-議長 | voorzitter; voorzitster (van een vergadering, congres, e.d.) |
| gichōkessai-議長決裁 | een beslissende [doorslaggevende] stem van de voorzitter (bij gelijk aantal stemmen) |
| gichōshokken-議長職権 | bevoegdheden [gezag] van de voorzitter (van het Parlement, ed.) |
| gigi-巍巍 | torenhoog [reuzehoog] zijn |
| gigun-義軍 | (leger voor) een goede, rechtvaardige strijd [oorlog] |
| giinrippō-議員立法 | wetsvoorstel; door een parlementslid ingediende wet |
| gijibogai-議事妨害 | filibuster; obstructie van het parlement door het houden van urenlange redevoeringen (om het aannemen van wetten te vertragen) |
| gijutsutekikekkan-技術的欠陥 | technische defect; technische tekortkoming |
| gikaiseiji-議会政治 | parlementarisme; regering met een volksvertegenwoordiging |
| gikan-技官 | ambtenaar voor technische zaken |
| giketsukikan-議決機関 | wetgevend orgaan |
| giki-義旗 | de vlag [het vaandel] (in de strijd) voor rechtvaardigheid |
| giko-擬古 | klassiek voorbeeld [traditionele stijlvorm] gebruiken [imiteren] |
| giku-疑懼 | bezorgdheid; ongerustheid; vrees |
| gimu-義務 | plicht; verplichting; verantwoordelijkheid |
| ginban-銀盤 | een zilveren bord [schaal; plaat] |
| ginesu・bukku-ギネス・ブック | Guinness Book of Records |
| ginkō-吟行 | om een gedicht te schrijven naar een mooie, historische plaats gaan (al dan niet in gezelschap) voor inspiratie |
| ginkōkashidashi-銀行貸出 | banklening; kredietverlening door banken |
| ginkōken-銀行券 | bankbiljet (papiergeld door een centrale bank als betaalmiddel uitgegeven) |
| ginkōuketoritegata-銀行受取手形 | bankvordering; bankwissel |
| ginpa-銀波 | zilverkleurige golven (door reflectie van maanlicht) |
| ginsu-銀子 | (andere benaming voor chōgin, Edo-periode) een zilveren munt in de vorm van een zeekomkommer |
| gipusukorusetto-ギプスコルセット | gipskorset |
| girō-妓楼 | een bordeel |
| giron-議論 | discussie; woordenwisseling; debat |
| giseifurai-犠牲フライ | (honkbal) (Eng.: sacrifice fly) een opofferingsslag waarmee de slagman anderen laat scoren en zichzelf opoffert |
| giseigo-擬声語 | een onomatopee (klanknabootsend woord) |
| gishinanki-疑心暗鬼 | argwaan; wantrouwen door achterdocht |
| gishisōgushi-義肢装具士 | orthopedisch technicus |
| gitārifu-ギターリフ | gitaarriff (terugkerende reeks gitaarakkoorden]) |
| giyaku-義訳 | betekenis-vertaling; vertaling naar de betekenis (b.v. delen van een samengesteld woord vertalen tot een nieuw samengesteld woord in de andere taal) |
| giyaman-ギヤマン | vroegere naam voor geslepen glas (dat met een diamant werd bewerkt) |
| giyaman-ギヤマン | (benaming uit Edo-periode voor) diamant |
| gizōryoken-偽造旅券 | een vals paspoort |
| gō-号 | nummer; rang; uitgave; formaat |
| gō-号 | (als achtervoegsel) naam (voor voertuigen, schepen, vliegtuigen, dieren, etc.) |
| go-御 | erend voorvoegsel, uit beleefdheid toegevoegd aan woorden m.b.t. mensen of waardevolle voorwerpen |
| go-碁 | go (Japans bordspel) |
| goban-碁盤 | go-bord (het vierkante bord waarop go wordt gespeeld) |
| gōbengaisha-合弁会社 | joint venture; samenwerkingsverband (bedrijven, organisaties, etc.) |
| gobi-語尾 | woordeinde; zinseinde |
| gobōnuki-牛蒡抜き | (lett. een kliswortel uit de grond trekken) het rekruteren van personeelsleden uit andere organisaties |
| gōbuku-降伏 | (boeddh.) exorcist; uitdrijver; bezwering; uitbanning |
| gobun-誤聞 | misverstand, verkeerd horen [begrijpen]; verkeerde informatie |
| gobutsu-御物 | (respectvolle term voor) de eigendommen van een ander |
| gochisōsama-御馳走様 | dank u voor de traktatie [voor de maaltijd; voor het onthaal; voor de ontvangst] |
| godan-五段 | godan, werkwoordvervoeging |
| godankatsuyō-五段活用 | (Japanse) godan-werkwoordvervoeging |
| goden-誤伝 | onjuiste [verkeerde] informatie |
| goei-護衛 | bewaker; beschermer; escorte |
| goeikan-護衛艦 | korvet; escorteschip (licht oorlogsschip ter begeleiding van konvooien) |
| goetsudōshū-呉越同舟 | vijanden die in het hetzelfde schuitje zitten; (spreekwoord:) het zijn vrienden als Herodes en Pilatus |
| gogatsubyō-五月病 | voorjaarsmoeheid; depressie in mei (m.n. na een nieuwe baan of opleiding, die in april is gestart) |
| gogatsuningyō-五月人形 | een (samoerai) pop die wordt uitgestald in mei ter gelegenheid van het kinderfestival van jongens |
| gogi-語義 | de betekenis van een woord |
| gogimishō-語義未詳 | onbekende betekenis van een woord |
| gohasan-御破算 | de soroban terugzetten om opnieuw te gaan rekenen |
| gohatto-御法度 | (wettelijk) voorschrift |
| gohei-御幣 | een houten staf versierd met twee zigzagvormige papieren slingers (shide), gebruikt bij Shinto-rituelen |
| gohei-語弊 | een [zegswijze; uitspraak] die misleidend kan zijn; misverstand door een misleidende [foutieve] bewering |
| gōhō-合法 | wettigheid; legitimiteit; rechtmatigheid; conform de wet |
| gohō-語法 | (taalkunde) formulering; uitdrukking |
| gohō-誤報 | verkeerd bericht; foute [verkeerde] informatie [inlichtingen] |
| gōi-合意 | overeenkomst; akkoord; wederzijdse instemming [goedkeuring] |
| goi-語彙 | vocabulaire; woordenschat |
| goi-語意 | betekenis van een woord; vocabulaire; woordenschat |
| goisshin-御一新 | (oude naam voor) de Meiji-restauratie |
| gojin-吾人 | (schrijftaal voor de eerste persoon) ik; wij |
| gojō-御諚 | verordening [bevel; order; opdracht] van een hooggeplaatste functionaris (zoals een keizer) |
| gojun-語順 | woordvolgorde |
| gōkaku-合格 | het slagen voor een examen [toets; test]; [zich] kwalificeren (voor) |
| gōkakusuru-合格する | slagen voor een examen [toets; test]; (zich) kwalificeren (voor) |
| gokan-語幹 | woordstam; stam van een woord |
| gokigen-御機嫌 | (beleefde term voor) humeur; stemming; gemoedstoestand |
| gokoku-五穀 | generieke naam voor granen |
| gōku-業苦 | (boeddh.) lijden in dit leven als gevolg van slechte daden in een vorig leven |
| goku-極 | (als bijwoord) zeer; erg |
| gokubi-極微 | geheime leer; verborgen mysterie |
| gokudō-極道 | slechtheid; verdorvenheid; zondigheid; kwade levensweg; het slechte pad |
| gokurakutonbo-極楽蜻蛉 | een zorgeloze ziel; flierefluiter; vrolijke frans |
| gokushi-獄死 | dood [overleden; gestorven] in gevangenschap |
| gokusoku-獄則 | gevangenis regels [voorschriften] |
| gokusotsu-獄卒 | lagere [junior] gevangenisbewaker |
| gokuya-獄屋 | (oud woord voor) gevangenis |
| gokuyasu-極安 | extreem [enorm] goedkoop zijn |
| gōkyū-剛球 | (honkbal term) een hele snelle bal [worp] |
| gomagi-護摩木 | (Boeddhisme) offerhoutje met gebed voor bescherming |
| gomatsu-語末 | woordeinde; woorduitgang; (woord)vervoeging |
| gomen-御免 | pardon; sorry; excuseer mij |
| gomigomi-ごみごみ | vies; smerig; rommelig; slordig |
| gomitame-塵溜め | vuilnisbelt; afvalberg; vuilstortplaats |
| gōmō-剛毛 | borstel |
| gomokunarabe-五目並べ | (bordspel) gobang; gomoku; vijf-op-een-rij |
| gomotsu-御物 | (respectvolle term voor) de eigendommen van een ander |
| gomotsu-御物 | (afk. voor) opbergzak voor theebus en theekop |
| gomotsubukuro-御物袋 | opbergzak voor theebus en theekop |
| gomyaku-語脈 | (semantische en grammaticale) woordkoppeling; samenstelling van twee woorden |
| gon-言 | (de on-lezing in kanji combinaties) woord; zeggen; praten |
| gonedoku-ごね得 | zorgen dat je krijgt wat je wilt (door te klagen of te mopperen); je wil doorzetten [doordrukken] |
| gonen-御念 | zorg; aandacht; oplettendheid; overweging |
| gongen-権現 | incarnatie van een Boeddha in de vorm van een Shinto god |
| gongenzukuri-権現造り | een shinto heiligdom waarbij het hoofdgebouw en de hal voor erediensten verbonden zijn door een overdekte gang |
| gongodōdan-言語道断 | onbeschrijflijk; onuitspreekbaar; niet in woorden uit te drukken |
| gonjō-言上 | het (formeel) verklaren; informeren; mededelen; uiteenzetten |
| gonjōsuru-言上する | (formeel) verklaren; informeren; mededelen; uiteenzetten |
| goon-語音 | woordklank; foneem |
| goorudorasshu-ゴールドラッシュ | goudkoorts; een stormloop op speculatieve aankopen van goud |
| gorakushisetsu-娯楽施設 | amusementsvoorzieningen; recreatiefaciliteiten |
| goran ni naru-御覧になる | (respectvolle uitdrukking na de -te vorm van een werkwoord) (uit)proberen; (eens) doen (en kijken hoe het gaat) |
| goran ni naru-御覧になる | (respectvolle uitdrukking voor) kijken; zien |
| gōrei-号令 | bevel; order; commando; gebod |
| gorin-五倫 | (Confucianisme) de vijf fundamentele morele deugden van menselijke relaties (tussen vader-zoon, heerser-onderdaan, man-vrouw, jong-oud, vrienden) |
| gorioshi-ごり押し | het krachtig aandringen [doorzetten]; iets doordrukken |
| gorira-ゴリラ | gorilla |
| goriyaku-御利益 | zegening; godsgave; antwoord op je gebeden |
| goro-ゴロ | (afk. voor) grofgrein, een soort gekamde, grove stof |
| goro-語呂 | (afk. voor) woordspeling |
| goro-語呂 | intonatie; manier waarop [klanken van] woorden worden uitgesproken |
| goroawase-語呂合わせ | woordspeling |
| gorofukuren-ゴロフクレン | grofgrein, een soort gekamde, grove stof |
| gorohachijawan-五郎八茶碗 | een grote rijstkom (naar verluidt vernoemd naar Gorohachi Takahara, een pottenbakker uit de provincie Hizen in de Edo-periode) |
| gōru-ゴール | (balsporten) het doel |
| gorugonzōra-ゴルゴンゾーラ | gorgonzola, een Italiaanse blauwe kaas |
| gōrurain-ゴールライン | (sport) doellijn |
| gōseigo-合成語 | samengesteld woord; samenstelling |
| gosekke-五摂家 | de vijf regentenhuizen (voornaamste families van de Fujiwara-clan, vanaf het midden van de Kamakura-periode) |
| gosen-互選 | interne verkiezing (door onderlinge stemming) |
| gosensuru-互選する | (ver)kiezen (door onderlinge stemming) |
| goshagosha-ごしゃごしゃ | ongeordend; door elkaar gehusseld |
| goshaku-語釈 | uitleg [verklaring; interpretatie] van een woord [term] |
| goshi-語誌 | etymologisch woordenboek; thesaurus |
| goshin-五辛 | de 5 soorten groenten met een sterke smaak (knoflook, ui, lenteuitjes, prei en bieslook) |
| goshin-誤審 | beoordelingsfout; verkeerd oordeel [vonnis] |
| goshinpu-御親父 | (beleefd woord voor de vader van iemand anders) uw [jouw] vader |
| goshinzō-御新造 | (erend woord voor) de vrouw [bruid] van een persoon met een hoge sociale status |
| goshinzō-御新造 | (erend woord voor) de vrouw van een ander |
| gosho-御所 | woonplaats [zetel; residentie] van een Japanse keizer; eretitel voor een keizer |
| goshu-御酒 | (respectvolle term voor) alcohol; sake |
| goshuinsen-御朱印船 | (Edo-periode) een door de shogun (met een rode zegelbrief) geautoriseerd (buitenlands) handelsschip |
| goshujin-御主人 | (respectvolle de term voor de echtgenoot van iemand anders) uw echtgenoot |
| goshūshōsama-御愁傷様 | (formele condoleance bij een overlijden) gecondoleerd; mijn innige deelneming |
| gosō-護送 | escorte (gewapende begeleiding) |
| gosokurō-御足労 | (een respectvol woord gebruikt voor iemand die komt of gaat) de moeite nemen om te komen [gaan] |
| gosū-語数 | het aantal woorden |
| gōsuto・taun-ゴースト・タウン | spookstad; door bewoners verlaten stad |
| gōsuto・taun-ゴースト・タウン | spookstad; spookdorp |
| gotagota-ごたごた | wanordelijk; in verwarring; rommelig |
| gōtai-剛体 | een onbuigzame [stijve; harde] vorm |
| gōtai-剛体 | (natuurkunde) een star [onvervormbaar] lichaam |
| gote-後手 | (bij bordspellen, zoals go en shōgi) degene die de tweede zet doet |
| gotegote-ごてごて | buitensporig; overdadig; te veel; te zwaar; overdreven |
| gōteki-号笛 | hoorn; sirene; toeter; seinfluit |
| goten-御殿 | (erend woord voor) een residentie [herenhuis] van een hooggeplaatst persoon |
| gotoki-ごとき | (attributieve vorm van het hulpww. gotoshi) zoals; alsof; hetzelfde als |
| gotoobi-五十日 | vijftigste dag na de geboorte van een kind |
| gōtōsatsujin-強盗殺人 | roofmoord |
| gotsugōshugi-御都合主義 | opportunisme (handelen naar omstandigheden, voor persoonlijk voordeel en zonder principes) |
| goun-五蘊 | (boeddh.) de vijf khandhas (groepen van bestaan van de mens: materie, gewaarwording, perceptie, intenties, bewustzijn) |
| gōyā-ゴーヤー | (de naam die in Okinawa wordt gebruikt voor) een bittere soort meloen (Momordica charantia) |
| goya-後夜 | de laatste uren van de nacht (van middernacht tot 4 uur 's morgens) |
| goyōmatsu-五葉松 | Japanse witte den (Pinus parviflora) |
| gozaimasu-ございます | (beleefde vorm voor ある) zijn; bestaan |
| gozannookuribi-五山送火 | het festival Gozan no Okuribi (bij Kyoto) waarbij vuurpatronen van kanji worden aangestoken |
| gozen-午前 | voormiddag (a.m.) |
| gozenchū-午前中 | 's morgens; in de ochtend |
| gozonji-御存じ | (beleefd taalgebruik voor) weten; kennen |
| gu-具 | telwoord voor uitrustingen; gebruiksvoorwerpen, meubels, e.d. |
| gu-具 | pigment bij het (helder) maken van porselein |
| gū-宮 | (in kanji combinaties) paleis; heiligdom; vorst (keizer; keizerin) |
| gū-寓 | (in kanji combinaties) tijdelijke verblijfplaats; (beleefde term voor de) woning (van iemand); fabel |
| guan-具案 | (een voorstel voor) een plan |
| guchi-愚痴 | (ongegronde) klacht; gezeur; gemopper; gemor |
| gufū-颶風 | (oude term voor) tropische cycloon; wervelstorm |
| gufū-颶風 | zware storm; storm(wind); orkaan |
| gūgen-寓言 | fabel; allegorie; parabel; gelijkenis |
| gūi-寓意 | moraal; principe |
| gūi-寓意 | verborgen betekenis |
| gukei-愚兄 | (bescheiden term voor je eigen) oudere broer |
| gukō-愚行 | stommiteit; domheid; ondoordachte daad |
| gūkyo-寓居 | (bescheiden term voor je eigen) woonplaats |
| gunba-軍馬 | legerpaard; strijdros; oorlogspaard |
| gunbi-軍備 | bewapening; oorlogsvoorbereiding |
| gunbu-軍部 | de legerleiding; militaire autoriteiten |
| gundan-軍団 | legerkorps; divisie; militaire eenheid; legioen |
| gundan-軍談 | oorlogsverhaal |
| gunjisaibansho-軍事裁判所 | (standaard benaming voor) krijgsraad; (hoog) militair gerechtshof in Japan |
| gunju-軍需 | behoeften van het leger; materiaal of diensten die het leger nodig heeft; leger goederen [bevoorrading; munitie; proviand] |
| gunkan-軍艦 | oorlogsschip; slagschip |
| gunkei-群形 | allerlei vormen; veelheid aan vormen |
| gunki-軍機 | militair geheim; geclassificeerde militaire documenten [informatie] |
| gunki-軍紀 | militaire discipline [moraal; gedragsregels] |
| gunki-軍記 | verhandeling over de oorlogsvoering |
| gunki-軍記 | oorlogsverslag; heldensage; epos |
| gunkō-軍港 | marinehaven; haven voor oorlogsschepen |
| gunkoku-軍国 | een land [natie] in oorlog |
| gunmon-軍門 | kamppoort; de ingang [toegangspoort] van een kamp [kampement] |
| gunōshisu-グノーシス | gnosis (verborgen kennis van de onzichtbare, hogere wereld) |
| gunpuku-軍服 | militair uniform; legeruniform |
| gunpyō-軍票 | oorlogsgeld; militaire valuta (uitgegeven door het leger) |
| gunrei-軍令 | militaire voorschriften (uitgevaardigd door de keizer) |
| gunrei-軍令 | militair bevel; orders binnen het leger. |
| gunritsu-軍律 | militair recht; militaire wetten [voorschriften] |
| gunryo-軍旅 | oorlog; strijd |
| gunsei-群生 | een groep dieren van dezelfde soort die in grote aantallen samenleeft in een gebied |
| gunsei-群生 | een groep planten van dezelfde soort die op dezelfde plaats groeien |
| gunsei-軍政 | bezettingsmacht in oorlogstijd |
| gunsen-軍船 | (ouderwets Japans) oorlogsschip |
| gunshikin-軍資金 | campagnefonds; geld verzamelt voor een bepaald doel |
| gunshikin-軍資金 | militaire fondsen; oorlogsfonds; oorlogskas |
| gunshin-軍神 | in Japan een vereerde [vergoddelijkte} oorlogsheld |
| gunshin-軍神 | oorlogsgod; god van de oorlog (Mars) |
| gunsho-軍書 | militaire documenten [rapporten] |
| guntai-群体 | een groep van organismen die tot dezelfde soort |
| guntai-群体 | (biologie) kolonie (van organismen) |
| guntai-群体 | behoren en die bij elkaar wonen |
| gunte-軍手 | witte, katoenen werkhandschoen (oorspronkelijk gebruikt in het leger) |
| gunyō-軍用 | (voor) militair gebruik |
| gurafikku-グラフィック | grafische voorstelling |
| gurafikku・dezain-グラフィック・デザイン | grafisch ontwerp; grafische vormgeving |
| gurando-グランド | grond; (sport)terrein |
| gurando・tsūringu・kā-グランド・ツーリング・カー | GT (Gran Turismo, een snelle sportwagen) |
| guranpuri-グランプリ | grand prix (grote prijs); Grand Prix (autoracen) |
| guran・puri-グラン・プリ | Formule 1 autorace |
| guran・puri-グラン・プリ | Grand Prix; Grote Prijs (belangrijke sportwedstrijd) |
| guraundo-グラウンド | (sport)terrein |
| guraundo・sutorōku-グラウンド・ストローク | (tennis) groundstroke (een slag die wordt geslagen nadat de bal eenmaal is gestuiterd) |
| gurauto-グラウト | pleisterkalk; voegspecie; mortel |
| guregorioreki-グレゴリオ暦 | Gregoriaanse kalender |
| gurekorōman-グレコローマン | Grieks-Romeins worstelen |
| gureko・rōman・sutairu-グレコ・ローマン・スタイル | Griek-Romeinse stijl (worstelen) |
| guren-紅蓮 | de Guren hel, een van de 8 hellen in het Boeddhisme (in deze hel is het zo koud dat je huid felrood wordt) |
| gurenjigoku-紅蓮地獄 | de Guren hel, een van de 8 hellen in het Boeddhisme (in deze hel is het zo koud dat je huid felrood wordt) |
| gurē・karā-グレー・カラー | grijze boorden; arbeiders in technische beroepen |
| gurīn・fī-グリーン・フィー | kosten voor het gebruik van een golfbaan |
| gurī・kurabu-グリー・クラブ | Glee Club (mannenkoor in Londen, 1783-1857) |
| gurī・kurabu-グリー・クラブ | mannenkoor |
| gurōbaru・sutandādo-グローバル・スタンダード | wereldwijde standaard; globale norm |
| guroria-グロリア | gloria; glorie; stralenkrans |
| guroria-グロリア | gloriazijde (stof) |
| gurossarī-グロッサリー | glossarium; verklarende woordenlijst |
| gurosu-グロス | (golf) score zonder handicap-aftrek |
| gurujia-グルジア | Georgië |
| gurūpī-グルーピー | groupie (fans die popmuzikanten adoreren en overal volgen) |
| gurūpu・dainamikkusu-グループ・ダイナミックス | groepsdynamica (de term voor het gedrag en de psychologische processen die plaatsvinden binnen een sociale groep) |
| gusai-愚妻 | (nederig t.o.v. de toehoorder) mijn echtgenote |
| gusaku-愚作 | (bescheiden term voor) mijn werk |
| gusarito-ぐさりと | diep snijdend [een diepe wond veroorzakend] als van een messteek (ook fig.) |
| gushin-具申 | gedetailleerd rapport [verslag] |
| gusō-愚僧 | (bescheiden woord van een monnik [priester] voor zichzelf) ik |
| guyū-具有 | voorzien van; voorbereid op; met aanleg voor |
| gyabajin-ギャバジン | (waterdichte) gabardine, keperstof (m.n. gebruikt voor regenjassen |
| gyakuen-逆縁 | een oudere die begrafenisdienst voor een jong familielid leidt |
| gyakuyushutsu-逆輸出 | wederuitvoer; herexport |
| gyakuzan-逆産 | geboorte in stuitligging |
| gyara-ギャラ | honorarium |
| gyarantī-ギャランティー | garantie; (waar)borg |
| gyarappuyoronchōsa-ギャラップ世論調査 | galuppoll (methode voor het peilen van de publieke opinie, bedacht door George Horace Gallup in 1935) |
| gyōan-暁闇 | ochtendschemering (voor zonsopgang) |
| gyoban-魚板 | een hangende houten plank in de vorm van een vis, die in een tempel als een gong wordt beslagen om tijdstippen aan te geven |
| gyōchū-蟯虫 | draadworm; aarsmade; aarsworm (Enterobius vermicularis) |
| gyodai-御題 | titel [thema] voor een poëziewedstrijd, door de keizer opgeschreven [gekozen] |
| gyoei-御詠 | een gedicht geschreven door de keizer (of door een lid van de keizerlijke familie) |
| gyofunori-漁夫の利 | het profiteren [krijgen] van iets waar anderen hun best voor doen [waar anderen om vechten] |
| gyoganrenzu-魚眼レンズ | visooglens; visoogobjectief; fisheye (een lens met een zeer grote beeldhoek van boven de 180º en een heel korte brandpuntsafstand) |
| gyoi-御衣 | (respectvolle term voor) kleding van een keizer [vorst; edelman]; keizerlijke gewaden |
| gyōja-行者 | (afk. voor) En no Gyōja, de grondlegger van het Shugendo |
| gyōkairui-魚介類 | (soorten) zeevissen en schelpdieren; zeevruchten |
| gyokkō-玉稿 | (respectvolle term voor het manuscript van iemand anders) uw manuscript |
| gyoku-漁区 | visgronden; gebieden waar gevist mag worden |
| gyoku-玉 | (afk. voor) tarief voor het optreden [de diensten] van een geisha |
| gyoku-玉 | (afk. voor) de koning in shogi (Japans schaken) |
| gyoku-魚鼓 | een hangende houten plank in de vorm van een vis, die in een tempel als een gong wordt beslagen om tijdstippen aan te geven |
| gyokuanka-玉案下 | respect uitdrukkende woord(en) links onderaan een brief gericht aan (het bureau van) een (hooggeplaatste) geadresseerde |
| gyokudai-玉代 | tarief voor het optreden [de diensten] van een geisha |
| gyokuho-玉歩 | (beleefde term voor wandelen, lopen) (keizerlijke) wandeling; het wandelen [lopen] van een keizer [keizerin] |
| gyokujo-玉女 | beeldschone vrouw (poëtische aanduiding voor mooie vrouw) |
| gyokujū-玉什 | (een respectvolle naam voor de poëzie van iemand anders) uw gedicht [poëzie] |
| gyomi-魚味 | (afk. voor) Viering van de vissmaak (ceremonie waarbij kinderen voor het eerst sinds de geboorte vis eten) |
| gyominoiwai-魚味の祝い | Viering van de vissmaak (ceremonie waarbij kinderen voor het eerst sinds de geboorte vis eten) |
| gyorai-魚雷 | torpedo |
| gyoran-魚籃 | vismand; viskorf |
| gyōretsu-行列 | (wiskunde) matrix (systeem van waarden voor toepassing van rekenkundige regels) |
| gyorui-魚類 | vissen; vissoorten |
| gyoryū-魚竜 | ichthyosaurus (een uitgestorven geslacht van zeereptielen) |
| gyōsai-業際 | (spreiding over) verschillende bedrijfstakken [bedrijfssectoren] |
| gyōsan-仰山 | buitensporigheid; overdreven zijn |
| gyosei-御製 | gedicht [tekst] geschreven door de Keizer |
| gyōsei-暁星 | morgenster; Venus |
| gyōseikaikaku-行政改革 | bestuurlijke hervorming |
| gyoshin-御寝 | (beleefd woord) de slaap van een hooggeplaatste persoon |
| gyōshō-暁鐘 | (metafoor voor) de aankondiging [inluiding] van een nieuw tijdperk |
| gyōsho-行書 | semi-cursieve schrijfstijl voor kanji |
| gyōsō-行草 | semi-cursieve schrijfstijl voor kanji |
| gyoson-漁村 | vissersdorp |
| gyōten-暁天 | dageraad; ochtendgloren; de hemel bij zonsopgang (wanneer de sterren vervagen) |
| gyoyū-御遊 | muziekopvoering voor het keizerlijk hof |
| gyozoku-魚族 | vissoort; vissen |
| gyōzuru-行ずる | (vooruit) gaan |
| gyūgo-牛後 | metafoor voor een navolger (iemand die achter iemand met macht aanloopt) |
| gyūhi-求肥 | een vorm van wagashi, traditioneel Japans snoepgoed (een zachtere variant van mochi, ook gemaakt van kleefrijst) |
| gyūji-牛耳 | koeienoren |
| gyūnabe-牛鍋 | (oude term voor sukiyaki) Japanse eenpansgerecht (met o.a. rundvlees) |
| habakarisama-憚り様 | bedankt voor de moeite, maar ... |
| habucha-波布茶 | sennathee (een soort thee die wordt gebruikt als laxeermiddel, voor ontgiften of gewichtsverlies) |
| haburashi-歯ブラシ | tandenborstel |
| hachijūhachiya-八十八夜 | de 88ste dag sinds het begin van de lente (wordt beschouwd als een goede dag om te zaaien) |
| hachikireru-はち切れる | barstensvol [boordevol] zitten |
| hachikuma-蜂熊 | Aziatische wespendief (roofvogel, Pernis ptilorhynchus) |
| hachimaki-鉢巻き | hoofdband; voorhoofdsband (een reep stof om het voorhoofd geknoopt, vaak als symbool van inspanning en moed) |
| hachimonji-八文字 | (de vorm van) het Japanse karakterteken (kanji) voor het getal acht |
| hachinoji-八の字 | (de vorm van) het karakter voor 8 |
| hachinosu-蜂の巣 | bijenkorf |
| hadajuban-肌襦袢 | een onderhemd met bindkoordjes dat onder de kimono wordt gedragen |
| hadakamugi-裸麦 | hemelgerst; naaktzadige gerst (Hordeum vulgare variëteit nudum) |
| hadaki-肌着 | ondergoed (kleding die direct op de huid wordt gedragen) |
| hādoru-ハードル | horde; hordelopen |
| hādo・koa-ハード・コア | hard pornografisch |
| hae-栄え | eer; roem; glorie |
| hāfumeido-ハーフメイド | kleding die nog niet klaar is, op maat wordt gemaakt en pas na bestelling wordt afgewerkt |
| hāfuwē・rain-ハーフウェー・ライン | middenlijn (op sportveld) |
| hāfu・kōto-ハーフ・コート | korte jas (tot aan de taille) |
| hāfu・mirā-ハーフ・ミラー | eenrichtingsspiegel (die het licht aan een kant doorlaat en aan de andere kant reflecteert; zo kan men iem. observeren zonder die de waarnemer ziet) |
| hageagaru-禿げ上がる | een terugwijkende haarlijn krijgen; kaal (vanaf het voorhoofd) worden |
| hageitō-葉鶏頭 | (plant) driekleuren amarant (Amaranthus tricolor) |
| hagemu-励む | (zich) inspannen; met alle kracht iets doen; zich inzetten voor; zich wijden aan |
| hageru-禿げる | kaal worden |
| hagetaka-禿鷹 | gier; condor |
| hagi-萩 | een kimono kleurencombinatie van donker rood en groen, bestemd voor herfst |
| hagi-萩 | Hagi, Japanse klaverstruik (van de plantensoort Lespedeza) |
| hagi-萩 | Hagi, een stad gelegen aan de Japanse Zee, in het Noorden van de prefectuur Yamaguchi |
| hagoita-羽子板 | gedecoreerde houten peddels (die traditioneel werden gebruikt om hanetsuki, een soort badminton, te spelen) |
| hahachō-叭々鳥 | kuifmaina (een spreeuwensoort, Acridotheres cristatellus) |
| hahaue-母上 | (erende term voor) moeder |
| hai-はい | ja (een woord dat wordt gebruikt als antwoord als men geroepen wordt) |
| hai-はい | hup; hop; vooruit; vort! (als aansporing aan paarden, e.d.) |
| hai-はい | ja; jazeker; ja, hoor (wordt gezegd aan het einde van een zin als extra bevestiging) |
| hai-はい | ja (wordt gebruikt ter bevestiging en toestemming) |
| hai-ハイ | roes; euforie; high (van drugs) |
| hai-杯 | (woord voor het tellen van inktvissen) |
| hai-杯 | (woord voor het tellen van glazen, kopjes, kommen, etc.) |
| hai-杯 | (woord voor het tellen van boten) |
| haian-廃案 | afgewezen [ingetrokken] plan [voorstel] |
| haiban-杯盤 | glas [beker; mok] en bord [schotel; schaal] |
| haibi-拝眉 | (een nederig woord voor) ontmoeting |
| haibō-敗亡 | nederlaag (in een strijd); het verslagen [vernietigd] worden |
| haibun-拝聞 | (respectvol) het luisteren; horen |
| haiburiddo-ハイブリッド | (planten, dieren) kruising; bastaardvorm |
| haichitenkan-配置転換 | herplaatsing van personeel; personele reorganisatie |
| haiden-拝殿 | een buitenste gebedshal [oratorium] van een shintō heiligdom (voor de hoofdschrijn) |
| haiden-配電 | elektrische (energie)voorziening; elektrische stroomverdeling |
| haidenban-配電盤 | schakelbord |
| haidoku-拝読 | (nederige term voor) het lezen |
| haidoropurēn-ハイドロプレーン | aquaplaning (bij het autorijden) |
| haifū-俳風 | literaire [formele] schrijfstijl (in de Japanse haikai en haiku dichtkunst) |
| haifuki-灰吹き | een bamboebuis waarin as en sigarettenpeuken gescheiden worden (door blazen) |
| haifuku-拝復 | (respectvolle begroeting aan het begin van een antwoord-brief) in antwoord op uw schrijven |
| haifurui-灰篩 | aszeef; metalen zeef voor as |
| haigaku-廃学 | studiebeëindiging zonder einddiploma; voortijdig stoppen met school of studie |
| haigeki-排撃 | verwerping; afkeuring; afwijzing; aanval; bestrijding (in woord en geschrift) |
| haigo-廃語 | een verouderd [in onbruik geraakt] woord |
| haigun-敗軍 | verloren strijd [slag] |
| haihanchiken-廃藩置県 | administratieve hervorming van het Japanse staatsbestuur in 1871 (overgang van feodaal clan-systeem naar prefecturen onder centraal overheidsgezag) |
| haiin-敗因 | de oorzaak van de nederlaag |
| haika-廃家 | uitgestorven familie; familie zonder nakomelingen |
| haikai-俳諧 | bijeenkomst waarbij achter elkaar Japanse gedichten worden gecomponeerd |
| haikara-ハイカラ | (lett. hoge boord) (kleding) in westerse stijl [mode] |
| haikatsuryō-肺活量 | longcapaciteit (de hoeveelheid lucht die na diep inademen kan worden uitgeademd) |
| haikei-拝啓 | Geachte heer/mevrouw [formele standaarduitdrukking om een brief te openen] |
| haikei-背景 | het decor (op het toneel); de mise-en scène |
| haiken-佩剣 | omgegord [aangegord] zwaard; het dragen van een zwaard |
| haiku-俳句 | haiku (Japanse dichtvorm) |
| haikurasu-ハイクラス | hoogwaardig; eersteklas; vooraanstaand |
| haikyū-配球 | (honkbal) een combinatie van verschillende worpen [pitches] |
| haimāto-ハイマート | geboorteplaats; geboortestreek; geboortegrond; vaderland |
| haimei-拝命 | het worden benoemd; (officiële) benoeming |
| haimetsu-廃滅 | het ouderwets worden; uit de mode [gratie] raken; verdwijnen |
| haimetsusuru-廃滅する | ouderwets worden; uit de mode [gratie] raken; verdwijnen |
| haimi-俳味 | (verfijnd) gevoel voor haiku |
| haimon-肺門 | longhilus; longhilum; longpoort (hilum pulmonis) |
| hairetsu-配列 | indeling; rangschikking; ordening; opstelling |
| hairiguchi-入り口 | ingang; toegang; entree; poort |
| hairu-ハイル | geluk; voorspoed; zegen |
| hairu-入る | (in combinatie met ogen, oren, hoofd, etc.) zien; horen; vernemen; begrijpen; zich concentreren |
| hairu-入る | (aan iets) beginnen; overgaan tot; een bepaalde tijd [situatie] (beginnen te) worden |
| hairu-入る | van de voorkant naar achteren [naar binnen] gaan; (in bezit )krijgen; in handen krijgen; binnenkomen |
| hairu-入る | alcohol innemen, een eufemisme voor dronken worden |
| hairu-入る | (informatie, e.d.) doorgeven; introduceren (als iets nieuws) |
| hairu-入る | lid worden (van); zich aansluiten bij; zich in een bepaalde wereld [kring] begeven |
| hairu-入る | geïnstalleerd worden; (ergens) in zitten [ingekomen zijn]; een inhoud hebben (van); bevatten |
| hairu-入る | behoren (bij); gerekend worden (tot); (op)tellen; meetellen; meerekenen; (bij een verkiezing) stemmen krijgen [binnenhalen] |
| hairu-配流 | verbanning; deportatie; ballingschap |
| hairyō-拝領 | geschenk (van een vorst of edelman aan een onderdaan); geschenk ontvangen van een hogergeplaatste |
| hairyo-配慮 | overweging; zorg; aandacht; bezorgdheid; toewijding |
| haisen-廃線 | afschaffing van spoorlijn [transportlijn]; een buiten dienst gestelde spoorlijn [transportlijn] |
| haisen-廃船 | ontmanteling van een boot [schip]; een schip dat uit de vaart is genomen; een schip dat niet meer wordt gebruikt en is gesloopt |
| haisen-敗戦 | nederlaag (in een oorlog, strijd, e.d.) |
| haisen-杯洗 (盃洗) | een kom voor het spoelen van sakazuki (sakekopjes) bij een drinkgelag |
| haisenban-配線盤 | schakelbord; verdeelkast |
| haisetsukikan-排泄器官 | uitscheidingsorgaan |
| haishin-配信 | distributie (van nieuws, informatie e.d.) |
| haishisuru-廃止する | afschaffen; stoppen [niet doorgaan] met; beëindigen |
| haisho-配所 | verbanningsoord; plaats van ballingschap |
| haishoku-配食 | maaltijdbezorging (in een instelling) |
| haisū-拝趨 | (beleefd woord voor) het bezoeken; bezoek [visite] (aan een ander) |
| haitatsu-配達 | bezorging; levering; bestelling |
| haitatsunin-配達人 | besteller; bezorger; koerier; distributeur |
| haitatsusuru-配達する | bezorgen; bestellen; leveren |
| haiten-配転 | herplaatsing van personeel; personele reorganisatie |
| haitoku-背徳 | corruptie; zedeloosheid |
| haiwē・hipunōshisu-ハイウェー・ヒプノーシス | polderblindheid (verminderde opmerkzaamheid in het verkeer veroorzaakt door een afwezigheid van externe prikkels) |
| hai・arai-ハイ・アライ | jai alai, een balspel (soort squash, gespeeld met een rieten cesta) |
| hajikakureru-恥隠る | de schaamte bespaard [niet geopenbaard] worden |
| hajimaru-始まる | ontstaan; zijn oorsprong vinden |
| hajimaru-始まる | (steeds weer) opnieuw beginnen; van voren af aan beginnen |
| hajime-初め | het begin; de oorsprong; het ontstaan |
| hajimete-初めて | (voor) de eerste keer |
| hajiru-恥じる | zich schamen (voor) |
| hakabakashii-捗捗しい | snel; voorspoedig; gunstig |
| hakabu-端株 | kleiner aantal aandelen dan door de handelsbeurs gespecificeerd |
| hakadoru-捗る | vooruitgang boeken; vooruitgaan; vorderingen maken |
| hakai-破戒 | overtreding van de (boeddhistische) geboden [voorschriften] |
| hakaimuzan-破戒無慙 | (boeddhistische term) het is geen schande om een voorschrift te overtreden |
| hakama-袴 | een houder voor een warme fles sake |
| hakama-袴 | een hakama, traditioneel Japans kledingstuk voor mannen (wijde broek) |
| hakanai-儚い | vluchtig; kortstondig; vergankelijk; van voorbijgaande aard; tijdelijk |
| hakase-博士 | PhD; Dr.; doctor (wetenschappelijke graad) |
| hakataningyō-博多人形 | traditionele Japanse pop van klei (oorspronkelijk uit Hakata, nu deel van de stad Fukuoka) |
| hakaze-羽風 | bries [wind] veroorzaakt door het flapperen van vleugels |
| hakaze-葉風 | wind die door bladeren ritselt |
| hake-刷毛 | (verf)kwast; penseel; borstel |
| hāken-ハーケン | rotshaak (gereedschap dat door bergbeklimmers in spleten wordt geslagen om zichzelf te zekeren; Duits:Haken) |
| hakeru-捌ける | afwateren; uitstromen; afgevoerd worden |
| hakidame-掃き溜め | stortplaats; vuilnisbelt; berg afval |
| hakkachō-八哥鳥 | kuifmaina (een spreeuwensoort, Acridotheres cristatellus) |
| hakkirisuru-はっきりする | duidelijk [helder] worden |
| hakkō-発効 | inwerkingtreding; het van kracht worden; het ingaan (van een contract, bewijs, e.d.) |
| hakkōbyō-発酵病 | zymotische ziekte [waarbij een organisme of virus in het lichaam als een ferment optreedt] |
| hakkōirainin-発行依頼人 | de aanvrager (bij handelstransacties, de importeur of koper die een kredietbrief aanvraagt bij de bank) |
| hakkōkin-発酵菌 | microbe die de gisting veroorzaakt |
| hakkotsu-白骨 | gebleekt [wit geworden] geraamte [skelet] |
| hakkotsuka-白骨化 | vergaan tot een geraamte [skelet]; skeletvorming |
| hakku-白駒 | voortgang van tijd; (voorbijgaande) tijd |
| hako-箱 | de doos [kist] waarin een shamisen (Japans snaarinstrument) opgeborgen wordt |
| hako-箱 | (dit woord wordt ook wel gebruikt voor) de shamisen |
| hakō-跛行 | (fig.) iets dat uit balans is [niet soepel gaat]; onregelmatig verloop; onstabiele voortgang |
| hakobu-運ぶ | (goed) vooruit gaan; doorgaan; goed verlopen |
| hakobu-運ぶ | (iets) verplaatsen [dragen]; [移動させる] iets doen verplaatsen [transporteren; vervoeren] |
| hakobu-運ぶ | iets vooruit laten gaan; naar voren brengen; goed laten verlopen |
| hakobune-箱船 | schip [boot] (rechthoekig qua vorm) |
| hakobune-箱船 | vat of kruik (met een dergelijke vorm) |
| hakohibachi-箱火鉢 | houten [met hout beklede] vuurpot [komfoor] |
| hakoniwaryōhō-箱庭療法 | zandspeltherapie (vorm van speltherapie, met het plaatsen van allerlei figuurtjes in een doos met zand) |
| hakozen-箱膳 | doos met eetgerei voor één persoon |
| haku-白 | (afk. voor) België |
| hakuboku-白墨 | krijt om te schrijven [tekenen] (op schoolborden, e.d.); bordkrijt |
| hakubutsu-博物 | natuurlijke historie |
| hakubutsugaku-博物学 | (studie) natuurlijke historie |
| hakuchō-白張 | een wit, zwaar gesteven kostuum (gedragen door bedienden van overheidsfunctionarissen) |
| hakuheisen-白兵戦 | gevecht op korte afstand van elkaar; man tegen man gevecht; lijf om lijf gevecht |
| hakuji-白磁 | wit porselein (Blanc de Chine; Dehua porselein) |
| hakuju-白寿 | (viering [feest] voor) de 99ste verjaardag |
| hakumei-薄命 | kort leven; korte levensduur |
| hakuoki-箔置き | de vakman die voorwerpen verguldt met bladgoud [bladzilver] |
| hakuoshi-箔押し | het aanbrengen van goud-, zilver- of gekleurde folie op het oppervlak van voorwerpen |
| hakurai-舶来 | buitenlands fabrikaat; geïmporteerd artikel |
| hakuraku-伯楽 | mensenkenner (iemand die iemands karakter en kwaliteiten kan doorzien) |
| hakuran-博覧 | iets verspreiden [toegankelijk maken voor een groter publiek] |
| hakurikiko-薄力粉 | cakemeel; meel van zachte tarwe (geschikt voor tempura of gebak) |
| hakurin-白燐 | witte fosfor |
| hakurōbyō-白蠟病 | (HAVS) het hand-arm-vibratiesyndroom (beroepsziekte met beschadigingen aan handen en armen door langdurig gebruik van trillend gereedschap) |
| hakusai-舶載 | import (per boot) naar Japan |
| hakusai-舶載 | vervoer [transport] per boot [schip] |
| hakusen-白癬 | ringworm (een besmettelijke schimmelinfectie) |
| hakusha-拍車 | spoor (van een ruiter) |
| hakushi-博士 | PhD; Dr.; doctor (wetenschappelijke graad) |
| hakushigō-博士号 | doctoraat; doctor's titel; PhD |
| hakusho-白書 | een witboek (door een regering uitgegeven verklaringen) |
| hakutō-白桃 | witte perzik (een perziksoort met wit vruchtvlees) |
| hakutōyu-白灯油 | kleurloze en transparante kerosine voor huishoudelijke gebruik |
| hakuwa-白話 | Baihuawen, schrijfvorm voor gesproken taal in China |
| hakyoku-破局 | catastrofe; instorting; rampzalig einde; ondergang |
| hama-浜 | (afk. voor) zoutpan; zoutziederij |
| hama-浜 | (afk. voor) Yokohama |
| hama-浜 | venerida (tweekleppige schelpensoort) |
| hama-浜 | (in bordspel go) een geslagen [genomen] steen van de tegenspeler |
| hamabōfū-浜防風 | plant, Glehnia littoralis (seizoenwoord voor lente) |
| hamaguri-蛤 | schelpdier (Meretrix lusoria) |
| hamaogi-浜荻 | (een andere naam voor) riet (Phragmites australis) |
| hamaya-破魔矢 | een pijl ter verdrijving van kwade krachten (wordt met nieuwjaar door heiligdommen verkocht) |
| hamayumi-破魔弓 | (oorspronkelijk) de boog om een hamaya af te schieten (nu met een meer symbolische betekenis) |
| hametsu-破滅 | ondergang; ineenstorting; verval |
| hami-馬銜 | bit (metalen mondstuk voor een paard of ander trek- of lastdier) |
| hamidasu-食み出す | (ergens) uitsteken, (ergens) uitpuilen; tevoorschijn komen |
| hamondo・orugan-ハモンド・オルガン | hammondorgel (muziekinstrument) |
| hamushi-葉虫 | bladhaantje (soort kever, Chrysomelidae) |
| han-判 | papierformaat |
| han-判 | oordeel |
| han-班 | korps; brigade |
| hanabie-花冷え | een (korte) periode van koud weer in de lente (tijdens de bloei van de kersenbloesems) |
| hanadai-花代 | vergoeding voor [betaling aan] een geisha |
| hanadai-花代 | geldbedrag voor bloemen |
| hanafubuki-花吹雪 | bloemblaadjes die door de wind (geblazen) dwarrelen in de lucht (als sneeuw) |
| hanafuda-花札 | Japans kaartspel met 48 bloemenkaarten (4 kaarten voor elke maand) |
| hanagata-花形 | een ster (film, theater, sport, e.d.) |
| hanagatasenshu-花形選手 | sterspeler (sport) |
| hanahadashii-甚だしい | extreem; overdadig; excessief; buitensporig; extravagant |
| hanahazukashii-花恥ずかしい | uitzonderlijk mooi (lett. zo mooi dat bloemen erdoor in verlegenheid gebracht worden) |
| hanaiki-鼻息 | neusademhaling; het ademen door de neus; snuiven |
| hanamachi-花街 | rosse buurt; wijk met restaurants, geisha's en bordelen |
| hanamagari-鼻曲がり | mannelijke zalm met een uitpuilende snuit tijdens het voortplantingsseizoen |
| hanamegane-鼻眼鏡 | knijpbril; lorgnet; pince-nez |
| hanami-花見 | (lett. bloemen kijken) Japanse traditie om in de lente gezamenlijk de (voorbijgaande) schoonheid van de kersen- en pruimenbloesems te gaan bewonderen |
| hanamichi-花道 | de gang waardoor sumo-worstelaars van de kleedkamer naar de ring lopen (en v.v.) |
| hanamichi-花道 | (fig.) moment van een glorieuze terugtreding [aftreden; pensionering] |
| hanamichi-花道 | verhoogd pad waarover de acteurs naar- en van het toneel lopen (door de zaal met het publiek) |
| hanamidō-花御堂 | een zaaltje versierd met bloemen voor de viering van de verjaardag van Boeddha (8 april) |
| hanamizuki-花水木 | kornoelje (Cornus florida) |
| hanamoji-花文字 | hoofdletters; letters versierd met bloemdessins; bloemen geplant in de vorm van letters |
| hananosaki-鼻の先 | recht voor je (neus) |
| hanao-鼻緒 | het koord van een sandaal (geta) dat tussen de tenen geklemd zit |
| hanaochi-花落ち | jonge vruchten zoals aubergines en komkommers, die worden geoogst kort nadat de bloemen zijn afgevallen |
| hanareru-放れる | zich losmaken van; bevrijd [losgelaten] worden |
| hanareru-離れる | gescheiden worden [weg zijn] (van) |
| hanashi-話 | lezing; praatje; rede(voering); voordracht; speech; toespraak |
| hanashi-話 | ijdel gepraat; woorden zonder daden; loze woorden; leugen |
| hanashi-話 | wat er verteld wordt; vertelling; relaas; verhaal; sprookje |
| hanashiai-話し合い | overleg; discussie; consultatie; onderhandelingen; overeenkomst [akkoord] |
| hanashikotoba-話し言葉 | spreektaal; het gesproken woord |
| hanasu-話す | (iem. overreden door) het uitleggen |
| hanbunjokurei-繁文縟礼 | bureaucratische formaliteiten [regels]; administratieve rompslomp |
| hanburu-ハンブル | frommelen; morrelen; (bij honkbal) de bal uit de handen laten glippen |
| hanchū-範疇 | categorie; onderdeel van een classificatie |
| handai-飯台 | eettafel (voor gezelschap) |
| handai-飯台 | doos met eetgerei voor één persoon |
| handan-判断 | vonnis; oordeel; besluit |
| handan-判断 | voorspelling |
| handanchūshi-判断中止 | epoche (filosofie, opschorting van oordeel over de werkelijkheid) |
| handankijun-判断基準 | beoordelingscriterium |
| handansuru-判断する | zich een oordeel vormen; beoordelen |
| handoauto-ハンドアウト | folder; stencil; pamflet (informatiemateriaal voorafgaand aan persconferenties, symposia, etc.) |
| handōtai-半導体 | halfgeleider; semiconductor |
| hane-羽 | blad van een propellor |
| hanekaeri-跳ね返り | onzorgvuldigheid; gedachteloosheid |
| haneru-跳ねる | (van een voorstelling) eindigen; klaar zijn |
| hango-反語 | ironie; retorische vraag |
| hanguru-ハングル | het hangul (Koreaans schrift) |
| hangyaku-反逆 | verraad; opstand; muiterij; rebellie; insubordinatie |
| hanhaba-半幅 | de helft van de normale stofbreedte.(bij kimonostof is dit ongeveer 18 cm.) |
| hankai-半壊 | gedeeltelijke ineenstorting [vernieling; vernietiging] |
| hankenshoyū-版権所有 | alle (auteurs)rechten voorbehouden |
| hanketsuhi-判決日 | de dag dat het vonnis wordt uitgesproken |
| hankō-反抗 | opstand; weerstand; verzet; insubordinatie; ongehoorzaamheid |
| hankō-藩校 | (Edo periode) school van een domein [han] (voor hoger onderwijs) |
| hankōjunjo-犯行順序 | volgorde van strafbare handelingen [misdrijven] |
| hankōteki-反抗的 | opstandig; vijandig; ongehoorzaam |
| hanmai-飯米 | (consumptie)rijst; rijst (voor het bereiden van maaltijden) |
| hanmei-判明 | vaststelling; verduidelijking; bekendwording; openbaring; identificatie |
| hanmenkyōshi-反面教師 | (Chinees gezegde) een goed voorbeeld [een goede leermeester] van wat je zeker niet moet doen [volgen] |
| hanmi-半身 | een helft van een doormidden gesneden vis |
| hanmi-半身 | (bij vechtsporten) de starthouding (diagonaal) tegenover de tegenstander |
| hannin-半人 | een halve portie |
| hanninmae-半人前 | halve portie |
| hannō-反応 | reactie; antwoord |
| hanpo-半帆 | zeil dat maar voor de helft is opgetrokken vanaf het dek |
| hansen-反戦 | verzet tegen de oorlog |
| hansetsu-半切 | stuk papier van halve maat [afmeting] (in de lengte doormidden gesneden) |
| hansetsu-半切 | het in tweeën [doormidden] snijden |
| hansetsu-反切 | spellingsysteem in de traditionele Chinese lexicografie (waarbij twee karakters worden gebruikt voor de uitspraak van een monosyllabisch karakter) |
| hanshakaitekiseiryoku-反社会的勢力 | anti-sociale krachten; georganiseerde misdaad; criminele organisaties |
| hanshakyō-反射鏡 | reflector; reflectie scherm [spiegel] |
| hansharo-反射炉 | smeltoven (voor metalen e.d.) |
| hanshazai-反射材 | reflecterend materiaal [reflecterende producten] (voor verkeersveiligheid) |
| hanshō-半焼 | gedeeltelijke vernieling door brand |
| hanshoku-繁殖 | voortplanting; fokkerij; vermeerdering; vermenigvuldiging |
| hansō-搬送 | transport; (vracht)vervoer |
| hansode-半袖 | korte mouw(en) (kleding) |
| hansokugachi-反則勝ち | overwinning door een overtreding van de tegenstander |
| hansokukin-反則金 | bekeuring voor (lichte) verkeersovertredingen; verkeersboete |
| hansōsuru-搬送する | transporteren; vervoeren |
| hansū-犯数 | het aantal veroordelingen [schuldigverklaringen] |
| hantaijinmon-反対尋問 | kruisverhoor; wederverhoor; ondervraging door tegenpartij |
| hantei-判定 | beslissing; oordeel; vonnis; uitspraak |
| hanten-半纏 | (afk. voor) livrei jas |
| hanten-半纏 | traditionele korte jas (over een kimono gedragen) |
| hantoki-半時 | een korte tijd; eventjes |
| hantōmei-半透明 | doorschijnendheid; semitransperantie |
| hanzaiteguchi-犯罪手口 | modus operandi; de wijze waarop een misdrijf wordt begaan |
| han'eisuru-繁栄する | floreren; bloeien; gedijen; welvarend zijn |
| han'i-犯意 | criminele bedoeling; voorbedachte raad; mens rea (Lat.: een schuldige geest) |
| happaku-八白 | de achtste van de 9 traditionele astrologische tekens (corresponderend met Saturnus en het Noordoosten) |
| happō-発泡 | het schuimen; bruisen; gebruis; geborrel |
| happyōkai-発表会 | een school concert [recital]; een gelegenheid waarbij een reeks uitvoeringen of bevindingen openbaar wordt gemaakt |
| happyōsha-発表者 | een spreker; presentator; iem. die een referaat houdt |
| hapuningu-ハプニング | (onverwachte) gebeurtenis; voorval |
| hara wo kimeru-腹を決める | een besluit [beslissing] nemen; een keuze maken; de knoop doorhakken |
| hara-腹 | gemoed; gevoel; inborst; geest |
| haradatashii-腹立たしい | ontstemd; verstoord; irritant; vervelend |
| haradatsu-腹立つ | boos worden; ruzie maken |
| haragei-腹芸 | (op het toneel) emoties kunnen uitdrukken zonder woorden of gebaren |
| haragoshirae-腹拵え | iets eten voorafgaand aan werkzaamheden; eerst eten voordat je iets gaat doen |
| harai-祓い | rituele reiniging; exorcisme; duiveluitdrijving |
| haraimodosu-払い戻す | terugbetalen; terugstorten; vergoeden |
| harakiri-腹切り | rituele zelfdoding (m.n. van de krijgselite) in Japan (te voltrekken door met een kort zwaard de buik open te snijden) |
| haranbanjō-波乱万丈 | stormachtig; dramatisch; veelbewogen |
| haranbanjō-波瀾万丈 | wisselvalligheid; stormachtigheid; met veel ups en downs |
| haranomushi-腹の虫 | een parasitaire worm die in de buik |
| haraobi-腹帯 | buikriem voor een paard |
| haratsuzumi-腹鼓 | het op een volle buik slaan als op een trommel (als metafoor voor een wereld waar genoeg voedsel is) |
| hārā・dābī-ハーラー・ダービー | (honkbal) de strijd om de werper met de meeste overwinningen in het seizoen te worden |
| hare-晴れ | publiek; openbaar; formeel; officieel |
| hare-晴れ | gala (kostuum); een prachtig uitziende verschijning (bij een formele gelegenheid) |
| hāremu-ハーレム | Harlem (New York) |
| haresugata-晴れ姿 | het verschijnen tijdens een bijzondere [formele] gelegenheid |
| haresugata-晴れ姿 | gekleed in zijn [haar] mooiste [formele] kleding |
| hari-針 | angel (insecten); doorn |
| hariā-ハリアー | Harrier gevechtsvliegtuig (dat zowel horizontaal als verticaal kan opstijgen) |
| haridashi-張り出し | een sumoworstelaar die onder de twee hoogste worstelaars (van dezelfde rang) op de ranglijst staat |
| haridasu-張り出す | (vooruit) uitsteken |
| harienju-針槐 | Robinia pseudoacacia (boomsoort) |
| hariharinabe-はりはり鍋 | Japanse stoofschotel met (mizuna) groente en vlees (oorspronkelijk walvisvlees) (harihari is een onomatopee voor het geluid van kauwen) |
| harikēn-ハリケーン | orkaan; wervelstorm |
| harishigoto-針仕事 | naaldwerk; naaiwerk; borduurwerk |
| haritsuke-磔 | executie door een veroordeelde aan een paal vast te binden en met speren te steken |
| harōwāku-ハローワーク | Hello Work, Japans-Engelse bijnaam van het Japanse Rijksarbeidsbureau |
| harowin-ハロウィン | Halloween, feest op de avond voor Allerheiligen |
| harowīn-ハロウィーン | Halloween, feest op de avond voor Allerheiligen |
| haru-張る | vormen |
| haru-春 | lente; voorjaar |
| haruhayate-春疾風 | zware lentestorm; krachtige lentewind |
| haruichiban-春一番 | de eerste lentestorm; krachtige zuidenwind in het begin van de lente |
| harumeku-春めく | lenteachtig worden; op lenteweer lijken |
| harunoyo-春の夜 | korte lentenacht |
| harusaki-春先 | het begin van de lente; het vroege voorjaar |
| haruta-春田 | een lente rijstveld (een veld waar de oude rijst al geoogst is en de nieuwe rijst nog geplant moet worden) |
| harutsugeuo-春告魚 | Atlantische haring (bijnaam: voorbode van de lente) |
| haruyasumi-春休み | voorjaarsvakantie |
| hasamaru-挟まる | klem raken; geklemd [gevangen] worden (tussen) |
| hasami-鋏 | perforator; ponstang |
| hasamu-挟む | vastklemmen; klemzetten; geklemd worden |
| haseigo-派生語 | (taalkunde) derivaat; afgeleid woord |
| hashigaki-端書き | voorwoord; proloog; inleiding |
| hashigo-梯子 | (afk. voor) ladder-vasthouder (historische brandweertaak) |
| hashigo-梯子 | (afk. voor) kroegentocht |
| hashigomochi-梯子持 | ladder-vasthouder (historische brandweertaak) |
| hashigonori-梯子乗り | het uitvoeren van acrobatiek op een rechtopstaande ladder (traditioneel performance kunst bij brandweer) |
| hashii-端居 | het zitten op de veranda (voor verkoeling in de zomer) |
| hashiriyomi-走り読み | het snel [vluchtig] doorlezen |
| hashiriyomisuru-走り読みする | snel [vluchtig] doorlezen [doorbladeren] |
| hashiru-走る | zich wenden tot; een sterke neiging hebben tot; zich storten in |
| hashiru-走る | snel komen en gaan; doorheen schieten |
| hashiru-走る | (van een weg, e.d.) lopen (door) |
| hashiru-走る | (samen) ervandoor gaan; wegvluchten; de benen nemen; van huis weglopen |
| hashiru-走る | voortsnellen; (hard) rijden; (snel) varen |
| hashutsujo-派出所 | (oude benaming voor) lokale politiepost |
| hasonkurasuta-破損クラスタ | (computer) beschadigde cluster; verloren bestandsfragment |
| hassei-発声 | de eerste spreker; voorzanger |
| hassei-発生 | het ontstaan; voortkomen; uitbraak (van een natuurramp, ziekte etc.) |
| hasseisuru-発生する | gebeuren; zich voordoen; ontstaan; voortkomen (uit); uitbreken (van ziekte, etc.); uitbarsten (vulkaan) |
| hasseki-発赤 | het rood worden van de huid; rode huidirritatie |
| hasshadai-発射台 | lanceerplatform |
| hasshō-発祥 | bakermat; geboorteplaats |
| hasshō-発祥 | een gunstig voorteken (tijdens de troonbestijging van een keizer) |
| hasshō-発祥 | de geboorte van een keizer [vorst e.d.] |
| hasshoku-発色 | de oorspronkelijke kleuren; het verschijnen [ontwikkelen] van kleuren |
| hassō-発送 | transport; vervoer; overbrenging (van goederen, patiënten, e.d.) |
| hassun-八寸 | een bijgerecht [hapje; versnapering] bij een borrel |
| hasui-破水 | (med.) het breken van de vliezen (voor de bevalling); vruchtwaterstroom |
| hasukī-ハスキー | (van stem) hees; schor |
| hasukī・boisu-ハスキー・ボイス | hese {schorre} stem; grogstem |
| hasuppa-蓮っ葉 | ordinair [frivool; losbandig] zijn |
| hasurā-ハスラー | ondernemend iemand; slimme zakenman; doorzetter |
| hataage-旗揚げ | een nieuwe groep [organisatie] opzetten [vormen]; een nieuw bedrijf starten |
| hatafuri-旗振り | vlaggenzwaaier; starter (bij sport) |
| hatafuriyaku-旗振り役 | vlaggenzwaaier; starter (bij sport) |
| hatago-旅籠 | (Edo-periode) mand [kist] met het voedsel voor de paarden op reis |
| hatairo-旗色 | situatie; omstandigheden; vooruitzicht(en); kansen; perspectief |
| hatake-疥 | (huidziekte) schurft; psoriasis |
| hataku-叩く | opmaken (geld); leegmaken (portemonnee) |
| hatameiwaku-傍迷惑 | overlast [ongemak] (veroorzaken) voor andere mensen [de mensen om je heen] |
| hataraku-働く | vervoegen (van woorden) |
| hatasashimono-旗指物 | een kleine standaard met vlag, die vroeger door Japanse samoerai op de achterkant van het harnas werd gedragen tijdens het gevecht |
| hatashite-果たして | in dat geval; daardoor; zodoende; dientengevolge |
| hatasu-果たす | vermoorden |
| hatazao-旗竿 | torenkruid; torenmosterd (Arabis glabra) |
| hatazaochi-旗竿地 | een stukje grond, ingesloten tussen andere percelen, met een aparte (onpraktische) vorm (een smalle strook met een rechthoek, zoals een vlaggenmast) |
| hatchi-ハッチ | luik; loket; luikgat (schip); doorgeefluik |
| hatchibakku-ハッチバック | hatchback, auto met vijfde deur (en carrosserie met korte achterkant) |
| hatchū-発注 | bestelling; het plaatsen van een order |
| hatoronban-ハトロン判 | standaard Japans papierformaat (900 x 1200 mm) |
| hatsu-ハツ | hart (van dieren, als ingrediënt in grillgerechten of spiesjes, zoals b.v. yakiniku en yakitori) |
| hatsuan-発案 | voorstel; suggestie |
| hatsuarashi-初嵐 | eerste storm (in de vroege herfst) |
| hatsudenki-発電機 | een generator; dynamo |
| hatsudōki-発動機 | motor; machine |
| hatsueki-発駅 | vertrekstation (van spoorlijn) |
| hatsugen-発言 | speech; rede; verklaring; mening; opmerking(en); voorstel |
| hatsugi-発議 | voorstel; suggestie; motie |
| hatsugo-初子 | iemands eerste kind; eerstgeborene |
| hatsugo-発語 | als voorvoegsel geeft versterking van wat volgt |
| hatsugo-発語 | (een woord dat gebruikt wordt om een gesprek of een tekst te beginnen, zoals さて) nou; welnu |
| hatsukadango-二十日団子 | Hatsuka Dango, zoete bolletjes kleefrijst, die op 20 januari gegeten worden |
| hatsukaebisu-二十日恵比須 | Ebisu-festival (ter ere van Ebisu, de Japanse god van voorspoed, handel en visserij; op 20 januari of 20 oktober) |
| hatsumimi-初耳 | iets voor het eerst [de eerste keer] horen |
| hatsumonogui-初物食い | een voorkeur voor de eerste oogst [producten] van het seizoen; iemand met een voorkeur voor de eerste oogst [producten] van het seizoen |
| hatsuni-初荷 | eerste verzending [vracht; transport] van het nieuwe jaar |
| hatsunoriunchin-初乗り運賃 | de prijs voor het basistarief voor openbaar vervoer (bus, trein of taxi) |
| hatsuonbin-撥音便 | 1 van de 4 soorten klankveranderingen in de Japanse taal, de nasale 'n' (b.v. 'shinite' wordt 'shinde'; 'yomita' wordt 'yonda') |
| hatsushimo-初霜 | de eerste vorst (van het seizoen) |
| hatsuyō-発揚 | verhoging; verheffing; bevordering; bevoordeling; euforie |
| hatsuyu-初湯 | eerste bad van het nieuwe jaar; eerste bad van een pasgeboren baby |
| hattatsu-発達 | ontwikkeling; groei; vooruitgang; rijping |
| hattatsukasokugenshō-発達加速現象 | het fenomeen van groeiversnelling door externe factoren; versnelde lichamelijke ontwikkeling |
| hattatsushōgai-発達障害 | ontwikkelingsstoornis |
| hatten-発展 | ontwikkeling; evolutie; groei; vooruitgang |
| hattensuru-発展する | zich uitbreiden; (zich) ontwikkelen; groeien; vooruitgaan |
| hatto-法度 | (wettelijk) voorschrift |
| hattōshin-八頭身 | (van een vrouw) mooi, welgevormd [goed geproportioneerd] lichaam (acht keer zo lang als het hoofd) |
| hattotorikku-ハットトリック | (sport) drie doelpunten in een wedstrijd van één speler |
| hausudoresu-ハウスドレス | makkelijk zittende kleding voor thuis |
| hausu・ōgan-ハウス・オーガン | huisorgaan; personeelsblad; bedrijfsorgaan |
| hauta-端唄 | (Edo-periode) kort liedje (begeleid door een shamisen) |
| hayaben-早弁 | eten voor de eigenlijke lunchtijd (bij scholieren vooral, om een langere middagpauze te hebben) |
| hayabune-早船 | (door galei-roeiers voortgestuwde) oorlogsboot |
| hayadachi-早立ち | vroeg vertrek; vroege start; vertrek 's morgens vroeg |
| hayade-早出 | vroeger (dan normaal) gaan werken [op kantoor komen] |
| hayagane-早鐘 | bonzend hart (snelle hartslag veroorzaakt door angst of spanning) |
| hayagaten-早合点 | voorbarige conclusie |
| hayagatensuru-早合点する | voorbarige conclusies trekken; te snel een oordeel vormen |
| hayagawari-早変わり | eesnelle transformatie [grdaanteverandering]; metamorfose; snelle omkleding (van kostuum) |
| hayajimo-早霜 | vroege vorst; vorst vroeg in de herfst |
| hayakuchikotoba-早口言葉 | moeilijk uit te spreken woord [zin] |
| hayamaru-早まる | vervroegd [versneld] worden |
| hayami-早見 | (kort) overzicht; schema; tabel; grafiek |
| hayamichi-早道 | korter(e) weg [route] |
| hayamimi-早耳 | iemand die snel iets (gerucht, informatie e.d.) te weten komt |
| hayamimi-早耳 | een scherp [goed] gehoor |
| hayamimi-早耳 | iemand met een goed gehoor |
| hayari-流行 | tijdelijk (veel)voorkomend verschijnsel |
| hayashi-栄 | versiering; ornament; decoratie |
| hayatemawashi-早手回し | vroege voorbereiding(en) |
| hayato-隼人 | benaming voor jongens in de Kagoshima-prefectuur |
| hayauchi-早打ち | spoedkoerier; een zeer snel postpaard; het snel verzenden [bezorgen] {van een boodschap) |
| hayaumare-早生まれ | geboren tussen 1 januari en 1 april ( de datum van schoolbegin); vroege leerling |
| hazādo-ハザード | (golfsport) natuurlijke hindernis op de baan (zoals een bunker of vijver) |
| hazu-筈 | bij sumo (worstelen), een bepaald soort aanval (met duwen) |
| hazu-筈 | zou moeten [behoren]; moeten |
| hazumu-弾む | gestimuleerd [bemoedigd; aangespoord; opgevrolijkt] worden |
| hazureru-外れる | weggelaten [verwijderd] worden (uit) |
| hazureru-外れる | loskomen; los gemaakt worden |
| hazusu-外す | buiten de vastgestelde normen gaan; de grenzen overschrijden |
| hea・rikiddo-ヘア・リキッド | haarstylingvloeistof (voor mannen) |
| hebīkyū-ヘビー級 | zwaargewicht (gewichtsklasse in sport) |
| hebonshikirōmaji-ヘボン式ローマ字 | het hepburnsysteem voor de transcriptie van Japanse woorden in het Latijnse alfabet (romaji) |
| heddohantingu-ヘッドハンティング | headhunting, het werven van professionals voor bedrijven |
| heddomāku-ヘッドマーク | logoplaat op de voorzijde van een trein |
| heddorokku-ヘッドロック | een hoofd houdgreep (bij worstelen) |
| hei-幣 | stroken stof voor de goden (Shinto) |
| heibi-兵備 | voorbereiding op een oorlog |
| heichara-へいちゃら | kalm; onverschillig; nonchalant; onbekommerd; onbezorgd |
| heichō-兵長 | voormalige rang in het Japanse leger en de marine (de hoogste rang van soldaten) |
| heidan-兵団 | legerkorps |
| heifuku-平服 | gewone [dagelijkse; informele] kleding |
| heigo-平語 | (afk. voor) Heike Monogatari |
| heihō-兵法 | vechtsporten (zoals zwaardvechten) |
| heihōkon-平方根 | (vierkants)wortel (rekenkunde) |
| heiin-閉院 | vroeger de naam voor de sluiting [sluitingsceremonie] van de parlementaire sessies |
| heiji-平時 | normale omstandigheden [tijden] |
| heijitsu-平日 | weekdag; doordeweekse dag; (gewone) werkdag |
| heijō-平常 | normaal [gebruikelijk; gewoon] zijn |
| heika-兵戈 | oorlog; strijd |
| heika-兵火 | brand veroorzaakt door oorlog |
| heikai-閉会 | sluiting (van een vergadering, bijeenkomst, etc.); reces; schorsing |
| heikaku-兵革 | oorlog; oorlogvoering; veldslag |
| heiki-兵器 | wapens; wapentuig; oorlogswapens |
| heikinoheiza-平気の平左 | kalm [rustig; nonchalant; onbezorgd] zijn |
| heikō-閉校 | schoolsluiting (tijdelijk of voorgoed) |
| heimon-閉門 | het sluiten van de poort |
| heimyaku-平脈 | normale polsslag |
| heinen-平年 | gemiddeld [normaal] jaar (wat betreft neerslag, temperatuur, etc.) |
| heinetsu-平熱 | normale temperatuur |
| heiran-兵乱 | oorlog; gewapend conflict |
| heisagatatōshishintaku-閉鎖型投資信託 | beleggingsfonds dat een vast aantal aandelen uitgeeft via een enkele openbare aanbieding (om kapitaal te verzamelen voor de eerste investeringen) |
| heisho-兵書 | boek over de oorlogsvoering [militaire strategie; krijgskunst; krijgskunde] |
| heisho-閉所 | werkzaamheden (qua werktijd per dag) afronden (op kantoor, e.d.) |
| heishokyōfushō-閉所恐怖症 | claustrofobie (vrees voor afgesloten ruimten) |
| heiso-平素 | normale [gewone] omstandigheden |
| heisokusen- 閉塞船 | blokschip (een schip dat met opzet tot zinken wordt gebracht om als blokkade te dienen) |
| heisokuzensen-閉塞前線 | een occlusiefront (meteorologie) |
| heitan-兵站 | bevoorrading; aanvoer; logistiek |
| heiten-閉店 | sluiting(stijd) van een winkel (voor de dag) |
| heizoku-平俗 | eenvoudig [informeel; makkelijk te begrijpen] zijn |
| heki-癖 | gewoonte; voorkeur |
| hekisetsu-僻説 | bevooroordeelde opvatting; ongefundeerde [onlogische] theorie |
| hekomu-凹む | (in)deuken; ingedrukt [beschadigd] worden |
| hekomu-凹む | verliezen; verslagen worden |
| hekomu-凹む | bezwijken; toegeven; de moed verliezen; gedeprimeerd worden |
| hekomu-凹む | invallen; hol worden; inzakken |
| hekoobi-兵児帯 | soepele obi (kimono-ceintuur) voor mannen en kinderen |
| helipōto-ヘリポート | helihaven; luchthaven voor helikopters |
| henbō-変貌 | transformatie; gedaanteverandering; vormverandering |
| hencho-編著 | geschreven en bewerkt [samengesteld] zijn (door) |
| henge-変化 | antropomorfische gedaantewisseling van goden, geesten, e.d.; incarnatie |
| henge-変化 | metamorfose; transformatie |
| hengen-片言 | een enkel woord; een korte opmerking; een deel van een zin [woord] |
| henji-片時 | kort moment; ogenblik |
| henji-返事 | antwoord |
| henkaku-変革 | revolutie; omwenteling; reorganisatie |
| henkakukatsuyō-変格活用 | (taalkunde) onregelmatige vervoeging (van werkwoorden) |
| henkan-変換 | wijziging; verandering; conversie; transformatie |
| henkei-変形 | transformatie; deformatie; vervorming; verandering van vorm |
| henkeidōbutsu-扁形動物 | platworm (Platyhelminthes) |
| henken-偏見 | vooroordeel |
| henkōshi-偏光子 | polarisator |
| henkoteian-変更提案 | wijzigingsvoorstel |
| henkyō-偏狭 | bekrompenheid; kleingeestigheid; kortzichtigheid; intolerantie |
| hennentai-編年体 | chronologische volgorde |
| henreihin-返礼品 | bedank-cadeautje; retourgeschenk (in waardering voor een gunst of schenking van iemand) |
| henseiarukōru-変性アルコール | gedenatureerde alcohol (onbruikbaar gemaakt voor consumptie) |
| henseigan-変成岩 | metamorf gesteente |
| henseiki-変声期 | de leeftijd waarop bij jongens de stem verandert [zwaarder wordt]; de leeftijd dat jongens de baard in de keel krijgen |
| hensetsu-変節 | afvallig worden; je principes verloochenen; ontrouw |
| henshin-変身 | metamorfose; transformatie |
| henshin-返信 | antwoord; reactie (op een brief, etc.) |
| henshinryōfūtō-返信料封筒 | (port betaalde) retourenveloppe |
| henshinsuru-返信する | antwoorden; reageren (op een brief, etc.) |
| henshitsukyō-偏執狂 | monomanie (psychische stoornis) |
| hensho-返書 | een beantwoording van [antwoord op] (een brief) |
| henshū-偏執 | vooringenomenheid; vooroordeel; koppigheid |
| hensoku-変則 | onregelmatigheid; afwijkend [abnormaal; incorrect; onjuist] zijn |
| hentai-変態 | transformatie; metamorfose |
| hentai-変態 | abnormaliteit; perversiteit |
| hentai-編隊 | formatie (van vliegtuigen, e.d.) |
| hentaihikō-編隊飛行 | het in formatie vliegen; formatievlucht |
| hentō-返答 | antwoord |
| hentōsuru-返答する | antwoorden |
| henzōryoken-変造旅券 | een vals paspoort |
| hen'ai-偏愛 | partijdigheid; vooringenomenheid; begunstiging |
| hen'atsuki-変圧器 | transformator |
| hen'yō-変容 | transformatie; gedaanteverandering; vormverandering |
| herarudo-ヘラルド | voorbode; voorloper |
| herasu-減らす | verminderen; inkorten; beperken; verlagen |
| heru-減る | afnemen; krimpen; slinken; minder worden |
| herusu・kea-ヘルス・ケア | gezondheidszorg |
| herusu・mētā-ヘルス・メーター | personenweegschaal voor thuisgebruik |
| herutsu-ヘルツ | hertz (eenheid voor trillingen per seconde) |
| hesaki-舳先 | (van een schip) boeg ; voorsteven |
| hetakuso-下手糞 | onbekwaam [onhandig, slecht; slordig; waardeloos] zijn |
| hetchara-へっちゃら | kalm; onverschillig; nonchalant; onbekommerd; onbezorgd |
| heteronōmativiti-ヘテロノーマティヴィティ | heteronormativiteit |
| hettakure-へったくれ | potverdorie; naar de hel met...; (je kan) de pot op |
| hettsui-竈 | traditioneel Japans fornuis [kooktoestel] (gestookt op hout of houtskool) |
| heyazumi-部屋住み | (bij gangsters) bendelid dat in de groepsruimte woont en klusjes doet voor de bendeleider |
| heyazumi-部屋住み | (in een traditionele Japanse familie) de wettige oudste zoon die thuis woont en nog niet het hoofd van de familie is geworden |
| hi-比 | (afk. voor) Filipijnen |
| hi-被 | (als voorvoegsel in kanji combinaties) geeft aan dat iemand (of jezelf) object van een handeling is |
| hiaringu-ヒアリング | hoorzitting |
| hibaku-被爆 | het gebombardeerd worden; blootgesteld worden aan straling van een atoombom |
| hibi-篊 | bamboe- of rijshoutstokken die, voor de kweek van oesters en zeewier, in de zee worden geplaatst om sporen en larven aan te hechten |
| hibukure-火膨れ | brandblaar; blaar [blaren] door verbranden |
| hibutsu-秘仏 | een verborgen boeddhabeeld; een boeddhabeeld dat slechts bij uitzondering (bijzondere gelegenheden, diensten, e.d.) aan het publiek wordt getoond |
| hibyōin-避病院 | ziekenhuis voor patiënten met een besmettelijke ziekte (die in quarantaine moeten blijven); pesthuis |
| hichiriki-篳篥 | hichiriki, een Japans blaasinstrument (gemaakt van bamboe) gebruikt voor traditionele gagaku muziek |
| hidai-肥大 | hypertrofie (een toename van het volume van normaal ontwikkelde cellen, weefsels, organen, etc. van een organisme) |
| hidai-肥大 | zwaarlijvigheid; corpulentie |
| hidan-被弾 | het beschoten [gebombardeerd] worden; geraakt worden door kogels |
| hidane-火種 | (fig.) vonk; oorzaak (van een ruzie, etc.) |
| hidariyotsu-左四つ | (van sumoworstelaars) greep met de linkerhand onder de rechterarm van de tegenstander |
| hidoi-酷い | extreem; buitensporig |
| hie-稗 | Europese hanenpoot (soort gras, Echinochloa) |
| hieki-裨益 | voordeel; profijt; winst |
| hiekisuru-裨益する | ten goede komen; baat hebben; voordeel halen; profiteren |
| hiekomu-冷え込む | koud [kil] worden; afkoelen |
| hien-飛燕 | een eenpersoons jachtvliegtuig van het voormalige Japanse leger |
| hien-飛燕 | (in vechtsporten) snel bukken en draaien (als een zwaluw) |
| hieru-冷える | koud worden; het koud krijgen; kleumen; afkoelen |
| hieshō-冷え性 | gevoeligheid voor kou; slecht tegen kou kunnen |
| higanbana-彼岸花 | rode spin lelie (Lycoris radiata) |
| higan'e-彼岸会 | (boeddh.) de Higan viering in de lente en de herfst voor 7 dagen |
| higashitimōru-東ティモール | Oost-Timor |
| hige-髭 | snor; baard |
| higisha-被疑者 | (formeel) verdachte (van een misdaad) |
| higo-飛語 | gerucht; roddel; valse informatie |
| higoro-日頃 | gewoonlijk; normaal; altijd |
| hih-引っ | (conjunctieve vorm van 引く) wordt gebruikt als voorvoegsel voor werkwoorden, om de betekenis te versterken |
| hihaku-飛白 | decoratieve penseeltechniek bij het kalligraferen (met vervaagde lijnen) |
| hihaku-飛白 | (kasuri) weeftechniek waarbij de draden speciaal voor het weefpatroon worden geverfd |
| hihō-秘法 | geheime formule [methode} |
| hihon-秘本 | pornografisch boek |
| hiiki-贔屓 | voorkeur; favoriet; lievelingetje; begunstiging |
| hijiki-鹿尾菜 | (bruine) zeewier (Sargassum fusiforme) |
| hijun-批准 | ratificatie (voornamelijk van internationale verdragen) |
| hikagemono-日陰者 | iemand die door de wereld is vergeten; iemand die in de anonimiteit leeft |
| hikanzeishōheki-非関税障壁 | non-tarifaire handelsbelemmering (de inperking van vrije handel tussen twee landen welke niet de vorm van een tarief aanneemt) |
| hikasegi-日稼ぎ | dagwerk; dagtaak; het voor dagloon werken |
| hikegiwa-引け際 | sluitingstijd; vertrektijd (van kantoor naar huis) |
| hiken-披見 | doorlezing; bestudering |
| hikensuru-披見する | doorlezen; bestuderen; doornemen; nalezen |
| hikeru-引ける | sluiten; voorbij [uit; afgelopen] zijn |
| hiki-匹 | (woord voor het tellen van kleinere dieren, zoals katten, honden, vissen, insecten, etc.) |
| hikifune-引き船 | (afk. voor hikifunejorō) courtisane (Edo periode) |
| hikigamo-引鴨 | wilde eenden die in de lente teruggaan naar het Noorden |
| hikigane-引き金 | (fig.) trigger; oorzaak; aanleiding; aanzet (tot) |
| hikihanasu-引き離す | vooruitlopen; harder lopen dan; een voorsprong nemen |
| hikimaku-引き幕 | toneelgordijn |
| hikimayu-引眉 | de natuurlijke wenkbrauwen verwijderen, en dan wenkbrauwen op het voorhoofd tekenen (Pre-modern Japan, m.n. in de Heian periode, 794-1185) |
| hikimekagibana-引き目鉤鼻 | een schildertechniek voor het tekenen van menselijke gezichten (gebruikt in Yamato-e tijdens de Heian-periode) |
| hikimokirazu-引きも切らず | onophoudelijk; continu; voortdurend; onafgebroken; doorlopend |
| hikinaosu-引き直す | weer [opnieuw] verkouden worden [kou vatten] |
| hikinige-ひき逃げ | het doorrijden na een aanrijding |
| hikiokosu-引き起こす | veroorzaken; teweegbrengen |
| hikite-引き手 | (afk. voor) een theehuis dat klanten naar prostituees leidde (Edo periode) |
| hikitsukeru-引き付ける | fascineren; boeien; aantrekken; bekoren |
| hikitsuru-引き攣る | krimpen; strak [stijf] worden; verstijven |
| hikiukenin-引受人 | acceptant (van een wissel); assuradeur; borgsteller |
| hikiwatashinedan-引き渡し値段 | leveringsprijs; bezorgkosten |
| hikiwatasu-引き渡す | overhandigen; afleveren; bezorgen; overdragen; uitleveren |
| hikizome-弾き初め | een instrument voor de eerste keer bespelen na aankoop ervan |
| hikizome-弾き初め | de eerste keer dat een instrument wordt bespeeld in het nieuwe jaar |
| hikka-筆架 | rek [standaard] voor schrijfpenselen |
| hikka-筆禍 | rampspoed door eigen schrijfwerk; officiële bestraffing [sancties] voor schrijfwerk (van twijfelachtige kwaliteit) |
| hikkai-筆海 | etui [foedraal] voor penselen |
| hikkakaru-引っ掛かる | tegengehouden worden; gesnapt worden |
| hikken-筆硯 | een term die voornamelijk in brieven wordt gebruikt en verwijst naar het leven van een bepaalde schrijver |
| hikōkai-非公開 | niet open voor publiek; gesloten; geheim; privé |
| hikōkeirokirokuki-飛行経路記録器 | vluchtrecorder; zwarte doos |
| hikōkigumo-飛行機雲 | condensspoor (vliegtuigstrepen) |
| hikōshiki-非公式 | informeel [inofficieel] zijn |
| hikui-低い | laag (bij de grond, in rang, e.d,); kort (in hoogte) |
| hikumaru-低まる | lager worden; dalen; afnemen |
| hikume-低め | lage worp (honkbal); laag niveau |
| hikumeru-低める | verlagen; iets laten zakken; verlaagd worden |
| hikute-引く手 | iemand die de aandacht trekt; iemand die bewonderd wordt; iemand die populair [in trek] is |
| hikyaku-飛脚 | boodschapper; bode; koerier; bezorger |
| himan-肥満 | overgewicht; corpulentie; zwaarlijvigheid |
| himantai-肥満体 | een corpulente [gezette; stevige] lichaamsbouw |
| himashiyu-蓖麻子油 | wonderolie; ricinusolie; castorolie |
| himatsubushi-暇潰し | vrijetijdsbesteding; tijddoder; tijd doelloos doorbrengen; jezelf bezig houden |
| himegimi-姫君 | eerbiedige term voor een prinses of de dochter van een hooggeplaatst persoon |
| himei-非命 | onnatuurlijke [voortijdige] dood |
| himekomatsu-姫小松 | Japanse witte den (Pinus parviflora) |
| himemasu-姫鱒 | (zoetwater) kokaneezalm (Oncorhynchus nerka) |
| himeyuri-姫百合 | (bloem) lilium concolor |
| himo-紐 | koord; snoer; draad; lint |
| himoku-費目 | uitgavenpost; kostensoort |
| himoto-火元 | brandhaard; oorsprong [ontstaan] van een brand |
| hin-浜 | (afk. voor) Yokohama |
| hinaarare-雛霰 | kleine, zoete, gekleurde rijstkoekjes die bij het Poppenfestival (op de Meisjesdag, 3 maart) worden gegeten |
| hinaningyō-雛人形 | hina-pop (traditionele Japanse pop die op 3 maart, de dag van het Japanse poppenfeest, wordt uitgestald) |
| hinarazushite-日ならずして | weldra; binnen enkele dagen; binnenkort |
| hindo-頻度 | frequentie (aantal malen dat iets voorkomt) |
| hine-陳 | (van graan, groenten, e.d.) oude voorraad (die te lang is blijven liggen) |
| hinekurimawasu-捻くり回す | friemelen; peuteren; prutsen; knoeien (aan); morrelen (aan); spelen (met) |
| hinemosu-終日 | de hele dag lang [door] |
| hineshōga-陳生姜 | een stuk gemberwortel |
| hinji-賓辞 | het lijdend voorwerp (grammatica) |
| hinkaku-賓格 | de accusatief (naamval); objectstorm (grammatica) |
| hinnyō-頻尿 | pollakisurie, het frequent (vaker dan normaal) plassen [urineren] |
| hinomaru-日の丸 | een rode of gouden cirkel als symbool voor de zon |
| hinomaru-日の丸 | (afk. voor) de Japanse nationale vlag |
| hinomiyagura-火の見櫓 | uitkijktoren voor brand |
| hinomoto-日の本 | (een andere naam voor ) Japan (de plaats waar de zon opkomt) |
| hinoshitakaisan-日の下開山 | (bij vechtsporten) de allerbeste; ongeëvenaarde; (bij sumo, een ander woord voor) yokozuna |
| hinpan-頻繁 | voortdurend [onophoudelijk; herhaald; regelmatig] zijn |
| hinpatsu-頻発 | frequentie; het veelvoorkomend zijn |
| hinpin-頻頻 | het herhaaldelijk [frequent; zeer vaak; voortdurend] gebeuren [voorkomen] |
| hinpyō-品評 | beoordeling; evaluatie; kritiek |
| hinsei-品性 | (menselijk) karakter; aard; inborst; persoonlijkheid |
| hinsei-品性 | (filosofie) karakter als een morele [innerlijke] waarde |
| hinsei-稟性 | natuurlijke [aangeboren] aard [aanleg]; karakter |
| hinshi-品詞 | woordsoort |
| hira-片 | woord om dunne, platte dingen te tellen |
| hiraba-平場 | (theater) zitplaatsen direct voor het podium; parket |
| hiradoma-平土間 | (theater) zitplaatsen direct voor het podium; parket |
| hiraku-開く | houden; organiseren; opzetten; stichten |
| hirazara-平皿 | plat, ondiep bord |
| hireidaihyōsei-比例代表制 | kiesstelsel van proportioneel vertegenwoordigde kiesdistricten (met meerdere zetels) |
| hiri-非理 | onredelijk; ongehoorzaam; onlogisch; absurd |
| hīringu-ヒーリング | healing (genezing langs paranormale weg of door alternatieve therapieën) |
| hīrō-ヒーロー | een ster (film; tv; sport); hoofdpersoon (van een boek) |
| hirō-披露 | aankondiging; presentatie; voordracht; introductie |
| hiroba-広場 | plein; grote open publieke ruimte; forum |
| hirogaru-広がる | zich (ver)spreiden; wijder [groter; langer] worden |
| hiroibashi-拾い箸 | eetstokjes gebruikt om eten door te geven aan elkaar (onjuist gebruik van eetstokjes) |
| hiropon-ヒロポン | Philopon, handelsnaam voor methamfetamine in Japan |
| hīru-ヒール | (bij prof. worstelen) de slechterik; schurk |
| hiru-蛭 | bloedzuiger (een worm) |
| hiruseki-昼席 | matinee; middagvoorstelling |
| hisaisuru-被災する | door een ramp getroffen worden |
| hiseiki-非正規 | (afk. voor) losse baantjes; tijdelijk [onregelmatig] werk |
| hisenkyoken-被選挙権 | gerechtigdheid om verkozen te worden (als volksvertegenwoordiger); verkiesbaarheid |
| hisha-飛車 | een toren in Shogi (Japans schaken) |
| hishageru-拉げる | ontmoedigd worden |
| hishageru-拉げる | geplet [verpletterd] worden |
| hishimochi-菱餅 | (driekleurige) mochi in ruitvorm, voor Hinamatsuri, het poppenfestival op op 3 Maart) |
| hishinkei-披針形 | (blad van planten) lancetvorm |
| hishitsu-皮質 | (plantkunde) bast; schors |
| hishitsu-皮質 | (med.) cortex (hersenschors) |
| hisho-避暑 | de zomerse hitte ontvluchten (door naar een koelere plek te gaan) |
| hisho -飛書 | brief met spoed verstuurd; urgente correspondentie |
| hishūyōsha-被収容者 | (form.) gedetineerde |
| hisomaseru-潜ませる | (iets) verbergen; verborgen houden; verstoppen |
| hisomu-潜む | verborgen zijn; latent zijn; zich schuilhouden; op de loer liggen |
| hisōzokunin-被相続人 | voorouder; erflater |
| hissageru-引っ提げる | (iets) presenteren; voorleggen; onder de aandacht brengen |
| hissaku-筆削 | (schriftelijke) correctie; verbetering; het bijwerken van een tekst |
| hissatsu-必殺 | dodelijk [zeer heftig] zijn; vast voornemen om te doden |
| hitai-額 | het voorhoofd |
| hitasu-浸す | onderdompelen; doordrenken; weken; bevochtigen |
| hitatare-直垂 | traditionele Japanse kleding (oorspronkelijk de werkkleding van het gewone volk, later, vanaf de Muromachi periode, gedragen door de samoerai) |
| hitchaku-必着 | verplichte termijn [datum] voor ontvangst [aankomst] |
| hitoase-一汗 | door lichaamsbeweging (of een bad) flink zweten |
| hitoashi-一足 | korte tijd |
| hitoashi-一足 | kleine [korte] afstand |
| hitochigai-人違い | het iem. verwarren met iemand anders; iem. aanzien voor iemand anders |
| hitodama-人魂 | meteoor |
| hitodama-人魂 | een (kleding)rekwisiet bij Kabuki om de illusie te wekken dat men door de lucht vliegt |
| hitodama-人魂 | de geest van een (pas) overleden persoon (in de vorm van een vlam of vuurbal); dwaallicht |
| hitodebusoku-人手不足 | tekort aan personeel; tekort aan arbeiders |
| hitogoroshi-人殺し | moord; doodslag |
| hitokado-一廉 | vrij goed [redelijk; behoorlijk; beter dan anderen] zijn |
| hitokoe-一声 | het kort iets zeggen; een enkel woord |
| hitokoto-一言 | één (enkel) woord; een paar woorden |
| hitokotosuru-一言する | wat [een paar woorden] zeggen; een korte opmerking maken |
| hitokuchi-一口 | één deel [portie] |
| hitokuchi-一口 | één woord |
| hitokuchibanashi-一口話 | een kort komisch verhaal; een korte anekdote |
| hitomakase-人任せ | het aan anderen overlaten; geen verantwoordelijkheid nemen |
| hitomakasesuru-人任せする | (iets) aan anderen overlaten; geen verantwoordelijkheid nemen |
| hitomawari-一回り | een hele slagvolgorde (honkbal) |
| hitomazu-一先ず | een tijdje [poosje]; voorlopig |
| hitomishiri-人見知り | verlegenheid; schuw [bang] zijn voor vreemden; eenkennig zijn |
| hitomoji-人文字 | een letter [karakter] uitgebeeld door een groep mensen |
| hitonakase-人泣かせ | een last voor ander mensen; anderen tot last zijn |
| hitonami-人並み | gewoon [gemiddeld; normaal] zijn |
| hitorigaten-独り合点 | aanname; overhaast oordeel; te snelle conclusie |
| hitorihitori-一人一人 | elk (persoon); een ieder; een voor een; individueel |
| hitorimae-一人前 | een portie (voor één persoon) |
| hitorimushi-火取り虫 | de (vele) insecten die aangetrokken worden door (en fladderen rond) licht [lampen] (verwijzing naar zomeravonden) |
| hitorishibai-一人芝居 | onemanshow; onewomanshow; solovoorstelling |
| hitorizumō-一人相撲 | alleen bewegingen uitvoeren van een sumoworstelaar (als Shinto ritueel of als straatoptreden) |
| hitosawagase-人騒がせ | het (onnodig) ergernis [paniek] veroorzaken |
| hitoshio-一入 | nog meer; des te meer; in het bijzonder; vooral |
| hitoshirenu-人知れぬ | verborgen; geheim; ongezien |
| hitoshirezu-人知れず | verborgen; geheim; ongezien |
| hitosujinawa-一筋縄 | een stuk touw; een eind koord |
| hitotabi-一度 | kortstondig |
| hitotose-一年 | een bepaald jaar; vorig jaar |
| hitotsubanashi-一つ話 | een bekende anekdote; een vaak terugkerend [favoriet] onderwerp van gesprek |
| hitotsuhitotsu-一つ一つ | een voor een; stuk voor stuk |
| hitozute-人伝 | informatie uit de tweede hand; van horen zeggen |
| hitsuatsu-筆圧 | de druk [kracht] die tijdens het schrijven op (de punt van) een pen of penseel wordt uitgeoefend |
| hitsujun-筆順 | streepjesvolgorde van de Chinese karakters |
| hitsumetsu-必滅 | sterfelijkheid; mortaliteit |
| hitsuyōjōken-必要条件 | sine qua non; noodzakelijke voorwaarden (relatie tussen stellingen); vereisten |
| hitsuzetsu-筆舌 | (lett. penseel en tong) het geschreven en gesproken woord |
| hittekisuru-匹敵する | gelijkwaardig zijn aan; zich kunnen meten met; niet onderdoen voor; opgewassen zijn tegen |
| hitto-ヒット | (computer) hit (iets vinden dat aan de opgegeven zoekcriteria voldoet; het aantal keren dat een website wordt bezocht) |
| hittō-筆答 | schriftelijk antwoord |
| hittō-筆頭 | eerste trefwoord in een lijst |
| hittsuku-引っ付く | zich hechten (aan); intiem worden (met) |
| hiuo-氷魚 | jonge (nog doorschijnende) onvolgroeide Ayu (visjes) |
| hiwada-檜皮 | hinoki-bast; de bast [schors] van een Japanse cypres |
| hiware-干割れ | barst(en) (door uitdroging) |
| hiwareru-干割れる | barsten door uitdroging |
| hiyakasu-冷やかす | plagen; de draak steken met; voor de gek houden |
| hiyaku-秘薬 | geheim geneesmiddel; geneesmiddel waarvan het recept geheim gehouden wordt |
| hiyaku-飛躍 | sprong; gespring; snelle voortgang |
| hiyameshizōri-冷や飯草履 | eenvoudige zori (traditionele Japanse rieten teensandalen) |
| hiyaringu-ヒヤリング | hoorzitting |
| hiyashinsu-ヒヤシンス | hyacint (Hyacinthus orientalis) |
| hiyodori-鵯 | bruinoorbuulbuul (een zangvogel: Hypsipetes amaurotis) |
| hiyoku-比翼 | een mythische vogelpaar uit het Oude China met ieder één vleugel en één oog; ook gebruikt als metafoor voor een gelukkig liefdespaar |
| hiyokunotori-比翼の鳥 | een mythische vogelpaar uit het Oude China met ieder één vleugel en één oog; ook gebruikt als metafoor voor een gelukkig liefdespaar |
| hiyorimi-日和見 | opportunisme; afwachtende houding; besluiteloosheid; de kat uit de boom kijken |
| hiyorimi-日和見 | weersvoorspelling |
| hiyorimishugi-日和見主義 | opportunisme |
| hiyu-比喩 | stijlfiguur; woordspeling; gelijkenis; metafoor |
| hizabyōshi-膝拍子 | de maat [het tempo] aangeven door op je knieën te tikken |
| hizamoto-膝元 | onder de zorg [bescherming] van de ouders |
| hizō-脾臓 | de milt (lichaamsorgaan) |
| hizokko-秘蔵っ子 | geliefd kind; lievelingskind; oogappel; favoriete leerling [ondergeschikte] |
| hizoku-卑俗 | een vulgaire [ordinaire] persoon |
| hizumi-歪み | spanning; verstoring; verwarring; probleem |
| hizumi-歪み | vervorming; verdraaiing; kromtrekking; afwijking |
| hizumu-歪む | vervormd [verbogen; misvormd; gebarsten] zijn |
| hō-報 | informatie; nieuws; verslag |
| hō-奉 | (in combinatie met andere karakters) toewijding; offer; eerbied; gehoorzaamheid |
| hō-崩 | (in kanji combinaties) instorten; afbrokkelen |
| hō-方 | manier; soort; categorie; klasse |
| ho-歩 | woord gebruikt voor het tellen van (voet)stappen; passen |
| ho-穂 | (koren)aar; halm |
| hō-豊 | afkorting voor de familienaam Toyotomi |
| hō-豊 | afkorting voor Buzen of Bungo provincies |
| hoan-保安 | handhaving van de openbare orde [veiligheid]; ordehandhaving |
| hōan-奉安 | (m.n. religieuze) kostbaarheden zorgvuldig en veilig bewaren [opslaan] |
| hōan-法案 | wetsvoorstel |
| hoanchō-保安庁 | agentschap voor nationale veiligheid |
| hoanjōrei-保安条例 | voorschriften voor de handhaving van de openbare orde |
| hoankan-保安官 | ordehandhavingsfunctionaris [ordehandhavingsofficier]; sheriff |
| hoanshobun- 保安処分 | maatregelen om de openbare orde te handhaven |
| hoanyōin-保安要員 | ordehandhavingspersoneel; beveiligingsmedewerker |
| hōchiku-放逐 | verdrijving; verjaging; verbanning; deportatie |
| hōchikusuru-放逐する | verdrijven; verjagen; verbannen; deporteren |
| hōchitsujo-法秩序 | rechtsorde |
| hochōki-補聴器 | gehoorapparaat; audiofoon |
| hōdai-放題 | het je eigen zin doordrijven; doen wat je wilt |
| hōdai-砲台 | een fort; batterij (geschut) |
| hōdō-報道 | reportage; verslaggeving; berichtgeving |
| hōdōjin-報道陣 | perskorps |
| hodōkyō-歩道橋 | hoge loopbrug voor voetgangers (over de weg heen) |
| hodonaku-程無く | spoedig (daarna); kort daarna; iets later; over een tijdje |
| hodotooi-程遠い | te kort schietend; niet goed genoeg; niet voldoend aan |
| hōen-方円 | vierkante en ronde vormen |
| hōetsu-法悦 | euforie; grote vreugde |
| hōfu-抱負 | aspiratie; ambitie; voornemen |
| hofumanhōshiki-ホフマン方式 | de Hoffmann methode (soort financiële berekeningsmethode) |
| hōgan-砲丸 | stootkogel (massieve metalen bol voor kogelstoten) |
| hogeisen-捕鯨船 | walvisvaarder; schip voor de walvisvangst |
| hogokoku-保護国 | protectoraat |
| hōhatsu-蓬髪 | onverzorgd [slonzig; ongekamd; warrig] haar |
| hohitsu-補筆 | correctie; bewerking; aanvulling (in een tekst) |
| hōigaku-法医学 | forensische wetenschap [pathologie] |
| hoiku-保育 | kinderverzorging |
| hoiku-哺育 | verzorging, voeding en bescherming van jonge zoogdieren door de ouders |
| hoikusho-保育所 | (formeel) crèche; kinderdagverblijf; peuterspeelzaal |
| hoippo-歩一歩 | stap voor stap |
| hoiro-焙炉 | droger [droogoventje] voor thee (gebruikt bij de theeceremonie) |
| hoīrubēsu-ホイールベース | wielbasis (afstand tussen voor-en achterwielen) |
| hoitsu-捕逸 | een doorgeschoten bal (honkbalterm voor een catcher die de bal mist) |
| hōji-法事 | boeddhistische herdenkingsdienst voor een overledene |
| hōjin-方陣 | falanx opstelling van soldaten (in de vorm van een vierkant) |
| hōjin-法人 | rechtspersoon; corporatie |
| hojisha-保持者 | houder (van een record, titel, vergunning, etc.) |
| hōjō-法帖 | lesboek voor (kanji) kalligrafie (met klassieke voorbeelden van oude (Chinese) meesters) |
| hojodōshi-補助動詞 | hulpwerkwoord |
| hōkai-崩壊 | in(een)storting; het in [uit] elkaar vallen |
| hōkaisei-法改正 | wetswijziging; wetsherziening; wetshervorming |
| hōkan-奉還 | teruggave (door de shogun) van een verleende (vol)macht (b.v. aan de keizer) |
| hōkeishujutsu-包茎手術 | operatie van de voorhuid; besnijdenis |
| hoken-保健 | gezondheidszorg (als schoolvak) |
| hoken-保健 | hygiëne; bevordering [behoud] van gezondheid |
| hokenfu-保健婦 | verpleegkundige [verpleegster] (volks)gezondheidszorg |
| hokenshi-保健士 | verpleegkundige [verpleger] (volks)gezondheidszorg |
| hokenshi-保健師 | verpleegkundige (volks)gezondheidszorg |
| hōkeru-呆ける | seniel [kinds] worden |
| hoketsu-補欠 | het aanvullen van een tekort |
| hōki-宝器 | een kostbaar voorwerp [object] |
| hōki-法器 | voorwerpen die worden gebruikt bij boeddhistische rituelen |
| hōki-法規 | wetten en voorschriften; wetgeving |
| hōki-芳紀 | (een formele term voor vrouwen) huwbare [mooie; jeugdige; aantrekkelijke] leeftijd |
| hokkai-北海 | Noordzee |
| hokkai-北海 | Noordelijke zee |
| hokkaidō-北海道 | Hokkaido (noordelijkste hoofdeiland van Japan) |
| hokkeshū-法華宗 | (benaming voor) de boeddhistische Nichiren school |
| hokkeshū-法華宗 | (benaming voor) de boeddhistische Tendai school |
| hokkoku-北国 | noordelijk land [gebied; district] |
| hokkokuakaebi-北国赤海老 | zoete (noordelijke) garnaal (Pandalus borealis) |
| hokku-ホック | drukknoop (voor het dichtmaken van kleding) |
| hokku-ホック | haak(je) (voor het dichtmaken van kleding) |
| hokku-発句 | (andere naam voor) een haiku gedicht |
| hokkyoku-北極 | de Noordpool |
| hokkyokukai-北極海 | de Noordelijke IJszee |
| hokkyokuken-北極圏 | noordpoolcirkel |
| hokkyokukō-北極光 | noorderlicht; noordpoollicht; aurora borealis |
| hōkō-方向 | richting; oriëntatie |
| hoko-矛 | (met lantaarns) gedecoreerde paal (voor optochten en festivals) |
| hōkōkankaku-方向感覚 | richtingsgevoel; oriënteringsvermogen |
| hōkoku-報告 | melding; rapport; bericht; inlichting |
| hōkokusha-報告者 | rapporteur |
| hōkokusho-報告書 | (schriftelijk) verslag; rapport |
| hōkokusuru-報告する | melden; berichten; rapporteren |
| hokosaki-矛先 | (fig.) speerpunt; voorste legerspits |
| hokōshatengoku-歩行者天国 | (lett. voetgangersparadijs) voetgangerszone; voetgangersgebied (ook een rijbaan die (tijdelijk) wordt gesloten voor autoverkeer) |
| hoku-北 | (in kanji combinaties) noord |
| hokubu-北部 | het noordelijk deel; het noorden |
| hokufū-北風 | noordenwind |
| hokuga-北画 | (afk. van) (landschap)schilderijen van de Noordelijke schildersschool (China), m.n. door professionele schilders met krachtige, scherpe lijnen |
| hokugen-北限 | het noordelijkste punt [gebied; grens] (van iets) |
| hokuhen-北辺 | het hoge noorden; noordelijk gebied; noordgrens |
| hokuhokusei-北北西 | het noordnoordwesten |
| hokuhokutō-北北東 | het noordnoordoosten |
| hokui-北緯 | noorderbreedte |
| hokujō-北上 | het (zich) richting het noorden begeven; naar het noorden gaan |
| hokujōsuru-北上する | (zich) richting het noorden begeven; naar het noorden gaan |
| hokuō-北欧 | Noord-Europa (Scandinavië) |
| hokurei-北嶺 | (een andere naam voor) Hieizan; de berg Hiei (bij Kyoto) |
| hokurei-北嶺 | (een andere naam voor) Enryaku-ji (tempel op de berg Hiei, bij Kyoto) |
| hokurikudō-北陸道 | Hokurikudō-snelweg die door die regio loopt |
| hokusei-北西 | het noordwesten |
| hokushin-北進 | noordwaarts; naar het noorden |
| hokushuga-北宗画 | (landschap)schilderijen van de Noordelijke schildersschool (China), m.n. door professionele schilders met krachtige, scherpe lijnen |
| hokutan-北端 | noordpunt; noordelijkste punt |
| hokuteki-北狄 | noordelijke barbaren, naam die werd gegeven aan nomadische volkeren in het oude China |
| hokuto-北斗 | (afk. van) het sterrenbeeld de Grote Beer (Ursa Major) |
| hokutō-北東 | het noordoosten |
| hokutoshichisei-北斗七星 | het sterrenbeeld de Grote Beer (Ursa Major) |
| hokuyō-北洋 | Noordelijke zee [oceaan; wateren]; Noordzee |
| homare-誉れ | eer; glorie; roem |
| homāte-ホマーテ | pyroclastische kegel (door een vulkaan uitgeworpen puin) |
| hōmatsu-泡沫 | (metafoor voor) iets onbeduidends [iets vluchtigs] |
| homegoroshi-褒め殺し | (bespotting door) overdreven lof; onoprechte [sarcastische] complimenten |
| homemono-褒め者 | een prijzenswaardig persoon; iemand die door veel mensen geprezen wordt. |
| homemono-褒め者 | iets dat door veel mensen geprezen wordt |
| homeosutashisu-ホメオスタシス | (fysiologie) homeostase; zelfregulering (van organismen) |
| homo-ホモ | homosexueel; homo (kan als discriminerend of denigrerend ervaren worden) |
| homo-ホモ | (wetenschappelijke naam voor) mens |
| hōmon-法門 | boeddhistische leer; poort naar de boeddhistische [spirituele] verlichting |
| hōmon-砲門 | geschutpoort; geschutsgat; schietgat (in een oorlogsschip of burcht) |
| hōmongi-訪問着 | traditionele Japanse kimono (voor formele bezoeken) |
| hōmonhanbai-訪問販売 | huis-aan-huisverkoop, colportage |
| homo・ekonomikusu-ホモ・エコノミクス | homo economicus (de mens die zich laat leiden door economische en rationele overwegingen) |
| homo・habirisu-ホモ・ハビリス | Homo habilis (uitgestorven menssoort, die 2,3 tot 1,5 miljoen jaar geleden leefde in Oost-Afrika)) |
| homo・sapiensu-ホモ・サピエンス | (wetenschappelijke naam voor) de moderne mens; homo sapiens |
| hōmu-ホーム | (sport) thuis; thuiswedstrijd |
| hōmuran・dābī-ホームラン・ダービー | (Major League Baseball) jaarlijkse wedstrijd om wie de meeste homeruns slaat |
| hōmurūmu-ホームルーム | schoollokaal waar een groep leerlingen extra begeleiding krijgt van een vaste leraar (vaak voordat de reguliere lessen beginnen) |
| hōmusutoretchi-ホームストレッチ | het laatste gedeelte van een ovale renbaan voor de finish (parallel aan de backstretch) |
| hōmu・doresu-ホーム・ドレス | makkelijk zittende kleding voor thuis |
| hōmu・guraundo-ホーム・グラウンド | (sport) op het eigen (speel)veld [terrein] |
| hōmu・herupā-ホーム・ヘルパー | hulp in huis; thuishulp; thuiszorg |
| hōmu・in-ホーム・イン | (honkbal) honkloper die de thuisplaat bereikt (en scoort) |
| hōmu・songu-ホーム・ソング | eenvoudige liedjes die zowel door kinderen als volwassenen gezongen worden |
| hōmu・suchīru-ホーム・スチール | (honkbal) het stelen van het thuishonk (d.w.z. dat de honkloper begint te rennen naar de thuisplaat al voordat de pitcher heeft gegooid) |
| hōn-ホーン | hoorn (muziekinstrument) |
| hon-本 | (woord voor het tellen van lange cilindervormige voorwerpen, zoals pennen, flessen, etc.) |
| hon-本 | oorsprong; bron |
| honba-本場 | geboorteplaats; thuisland; thuisbasis; bakermat |
| honba-本場 | de plaats [locatie] (van; voor; om iets te doen) |
| honban-本番 | (live) optreden (voor een publiek); tijdstip van handeling [actie e.d.]; filmopname |
| honbu-本部 | hoofdkwartier; hoofdkantoor |
| honbun-本文 | originele tekst; brontekst (in boek, document; brief, etc.) |
| honchi-本地 | geboortegrond; thuisland |
| honchō-本庁 | dit hoofdkantoor |
| honchō-本庁 | hoofdkantoor van de centrale overheid |
| honden-本殿 | woonhuis [dagelijks verblijf] van een keizer (voorheen de Seiryōden in Kyōto) |
| hondo-本土 | geboorteland; vaderland; thuisland |
| honeorizon-骨折り損 | vergeefse [verspilde] moeite [energie]; al het werk voor niets |
| hongi-本義 | grondbetekenis; fundamentele [ware; oorspronkelijke] betekenis |
| hongimari-本決まり | (formele) definitieve beslissing; vaststaand besluit |
| hongū-本宮 | hoofdschrijn (binnen een shinto heiligdom); oorspronkelijke schrijn |
| honji-本地 | oorspronkelijke verschijningsvorm van een Boeddha |
| honji-本地 | oorspronkelijke vorm; (iemand's) ware aard; (iemand's) diepste gedachten |
| honjin-本陣 | (Edo-periode) herbergen (op poststations) voor feodale heren |
| honjitsu-本日 | (schrijftaal, formeel) vandaag |
| honka-本歌 | het originele [oorspronkelijke] gedicht |
| honkadori-本歌取り | het componeren van een Japans gedicht waarin de woorden en ideeën van oude, bekende [beroemde] gedichten worden verwerkt |
| honkaku-本格 | traditionele [formele] methode [regels] |
| honkan-本館 | hoofdgebouw; eerste gebouw (bij oprichting van een bedrijf, organisatie, etc.) |
| honke-本家 | herkomst; oorsprong; grondlegger; bedenker |
| honke-本家 | hoofdkantoor; hoofdfiliaal |
| honkī・tonku-ホンキー・トンク | ordinaire [goedkope] kroeg [bar] |
| honkyoku-本局 | hoofdkantoor |
| honma-本真 | (vooral gebruikt in Kyoto en Kansai) waarheid |
| honmaru-本丸 | donjon; hoofdtoren (van een kasteel) |
| honmatsu-本末 | oorzaak en gevolg; begin en einde; de middelen en het doel; wortel en tak; hoofd- en bijzaak |
| honmatsutentō-本末転倒 | verkeerd beoordelen wat belangrijk en onbelangrijk is; het paard achter de wagen spannen |
| honmon-本文 | originele tekst; brontekst (in boek, document; brief, etc.) |
| honnomushi-本の虫 | boekenwurm; boekenworm (iemand die veel van lezen houdt) |
| honomekasu-仄めかす | zinspelen op; laten doorschemeren; een toespeling maken; een hint geven |
| honpō-本法 | (in juridische teksten een term die wordt gebruikt om naar de wet zelf te verwijzen) deze wet |
| honrai-本来 | oorspronkelijk [intrinsiek; op zich zelf staand] zijn |
| honrainara-本来なら | strikt genomen; normaal gesproken |
| honrō-翻弄 | het slingeren; zwalken; (doen) dobberen; (doen) schommelen; een speelbal zijn; bespelen; voor de gek houden |
| honsei-本姓 | oorspronkelijke achternaam [familienaam]; meisjesnaam |
| honsen-本線 | hoofdlijn (van spoorweg; waterweg) |
| honsenwatashinedan-本船渡し値段 | franco aan boord (scheepsvervoer) |
| honsha-本社 | hoofdkantoor; hoofdkwartier; moedermaatschappij |
| honshi-本志 | oorspronkelijke [ware] bedoeling |
| honshi-本旨 | oorspronkelijke bedoeling; oorspronkelijk doel |
| honshin-本心 | je geweten; aangeboren aard [karakter] |
| honsho-本書 | het origineel; de brontekst |
| honsho-本署 | dit kantoor [bureau] |
| honsho-本署 | hoofdbureau (politie, etc.); hoofdkantoor |
| honshoku-本職 | (v.n.l. in geschriften gebruikt voor de eerste persoon enkelvoud in overheidsfunctie) ik, naam, in de functie van (politiebeambte)... |
| honsō-奔走 | het rondrennen; voortdurend in beweging zijn |
| honten-本店 | hoofdkantoor; hoofdvestiging; hoofdfiliaal |
| honyū-哺乳 | het zogen; borstvoeding geven |
| honzu-本図 | de originele tekening [schildering; kaart; grafiek] |
| honzuki-本好き | boekenwurm; boekenworm (iemand die veel van lezen houdt) |
| hon'i-本意 | oorspronkelijke [ware] bedoeling [drijfveer] |
| hon'in-本院 | aanduiding voor een voormalige keizer |
| hon'yomi-本読み | het voorlezen van een draaiboek [scenario; script] voor of door acteurs |
| hōō-法王 | (eretitel voor) de zenpriester Dōkyō (overl. 772) |
| hōō-法王 | (eretitel voor) Boeddha |
| hōō-法皇 | een keizer die afstand heeft gedaan van de troon en monnik is geworden |
| hōō-法皇 | (eretitel voor) de zenpriester Dōkyō (overl. 772) |
| hoojirogamo-頬白鴨 | brilduiker (soort eend: Bucephala clangula) |
| hoppō-北方 | het noorden; noordelijke richting |
| hoppō-北方 | noordelijk gebied |
| hoppyōyō-北氷洋 | de Noordelijke IJszee |
| horā-ホラー | horror; afschuw; verschrikking; gruwel; afgrijzen |
| horāeiga-ホラー映画 | griezelfilm; horrorfilm |
| horagai-法螺貝 | trompetschelp; tritonshoorn (Charonia tritonis) |
| hōraku-崩落 | in(een)storting; het in [uit] elkaar vallen |
| horāshōsetsu-ホラー小説 | griezelverhaal; griezelroman; horrorstory |
| hōrei-法令 | wet; wetgeving; verordening; richtlijn |
| hōrei-法例 | wettelijke reglementen; regels voor de toepassing van wetten |
| hōren-鳳輦 | een draagstoel (voor de keizer) met een vergulde bronzen feniks erop |
| horeru-惚れる | verliefd worden op; je hart verliezen |
| horiateru-掘り当てる | (olie) aanboren; een goud(ader) [schat] vinden |
| horinukiido-掘り抜き井戸 | een diepe geboorde [geslagen] put |
| horinuku-掘り抜く | (door)boren; uitgraven |
| hōritsuan-法律案 | wetsvoorstel |
| horizonto-ホリゾント | (theater) cyclorama; rondhorizon; achterwand of achterdoek van het toneel (waar het decor op geprojecteerd wordt) |
| horo-母衣 | geweven doek aan de achterkant van het harnas van een samoerai (als decoratie en als bescherming tegen verdwaalde pijlen) |
| horo-母衣 | beschermhoes (voor auto's, e.d.) luifel |
| horobu-滅ぶ | verwoest [geruïneerd] worden; te gronde gaan |
| horohoro-ほろほろ | (onomatopee) geleidelijk; druppelsgewijs; zachtvallend; uit elkaar vallend; verspreid; afbrokkelend; gorgelend; sudderend |
| horu-掘る | (een gat) boren |
| horudā-ホルダー | (iemand) bezitter; houder (van een record, titel, etc.) |
| hōrudingu-ホールディング | (volleybal) een overtreding door het even vasthouden van de bal |
| hōrudo-ホールド | greep; klem; houdgreep (bij o.a. judo en worstelen) |
| horumarin-ホルマリン | formaline (chemische stof) |
| horumon-ホルモン | (in Kansai dialect) orgaanvlees, slachtafval van koeien of varkens |
| horumon-ホルモン | hormoon |
| horumonryōhō-ホルモン療法 | hormoontherapie |
| horumuarudehido-ホルムアルデヒド | formaldehyde |
| horun-ホルン | hoorn (muziekinstrument) |
| horunferusu-ホルンフェルス | (gesteente) hoornrots; hornfels |
| horyū-保留 | reserve; voorbehoud; bedenking |
| horyū-蒲柳 | (andere naam voor) Japanse katjeswilg (Salix gilgiana) |
| horyūsuru-保留する | voorbehoud maken; bewaren (voor later); uitstellen (tot later); achterwege laten; achterhouden |
| hōsai-報賽 | bezoek aan een tempel voor een (dank)gebed |
| hosanin-保佐人 | (jur.) curator |
| hōsekisango-宝石サンゴ | bloedkoraal (Corallium rubrum) |
| hosen-保線 | onderhoud en herstel van spoorwegen (inclusief aanverwante bouwwerken) |
| hoshaku-保釈 | vrijlating tegen [onder] borgstelling; vrijstelling onder borgtocht |
| hōshi-奉仕 | iets aanbieden (als een gunst) voor een lage prijs |
| hōshi-胞子 | spore (biologie) |
| hoshiawabi-干し鰒 | gedroogde zeeoor [abalone] (genus Haliotis) |
| hoshijirushi-星印 | ster(vorm); pentagram; asterisk (*) |
| hoshika-干し鰯 | meststof op basis van gedroogde ontvette sardines en haring (werd gebruikt voor de katoen- en tabaksteelt van late Edo-periode tot de Meiji periode) |
| hōshiki-方式 | methode; systeem; formule |
| hōshiki-法式 | reglement; voorschrift; regel(s) |
| hoshimawari-星回り | een van de sterren aan de hand waarvan (via het geboortejaar) het lot [geluk] van iemand wordt bepaald |
| hoshime-星目 | (oogziekte) stervormige vlekken op het bindvlies en het hoornvlies |
| hōshinbyōdoku-疱疹病毒 | herpes simplex (virus); koortsuitslag |
| hōshinō-胞子嚢 | (plantkunde) sporangium; sporenkapsel |
| hoshinori-干し海苔 | gedroogd zeewier [nori] |
| hoshitorihyō-星取り表 | een soort scorekaart bij Sumo, waarop de resultaten van een worstelaar worden bijgehouden met witte of zwarte sterren |
| hoshizukiyo-星月夜 | een heldere [door de maan verlichte] sterrennacht |
| hoshō-保証 | garantie; waarborg; borg |
| hōsho-芳書 | (respectvol woord voor de brief van de ander) uw brief |
| hōshō-褒章 | eremedaille; medaille voor verdienstelijkheid |
| hoshōkin-保証金 | (waar)borgsom; garantiebedrag; onderpand |
| hōshoku-奉職 | complementaire kleuren (die tegenover elkaar staan in de kleurencirkel en met licht samen wit vormen) |
| hoshōnin-保証人 | garantsteller; borgsteller |
| hoshōsuru-保証する | garanderen; verzekeren; instaan (voor); garant [borg] staan |
| hōshoyaki-奉書焼き | een gerecht waarbij vis [zeevruchten; paddenstoelen] in papier gewikkeld worden gestoomd op een open vuur |
| hōshū-報酬 | beloning; vergoeding; bezoldiging; honorering; betaling |
| hōso-硼素 | boor; borium (chem. element) |
| hosobiki-細引き | hennepkoord; henneptouw |
| hōsōgeki-放送劇 | hoorspel; radiodrama |
| hosseki-発赤 | het rood worden van de huid; rode huidirritatie |
| hosshin-発心 | (boeddh.) bekering; religieuze ontwaking; priester worden |
| hossu-法主 | voorzitter [leider] bij een boeddhistische dienst [ceremonie] |
| hossu-法主 | (erenaam voor) Boeddha |
| hōsu-ホース | rubber of plastic slang [buis; pijp] om vloeistoffen of gas te transporteren (b.v. tuinslang) |
| hosupisu-ホスピス | hospice; verpleeghuis voor terminale patiënten |
| hosupitarizumu-ホスピタリズム | hospitalisme (ziekte ontstaan door verblijf in ziekenhuis) |
| hosuto-ホスト | (mannelijke) presentator (van tv-programma's, e.d.) |
| hotaru-蛍 | vuurvlieg(je); glimworm |
| hotarugusa-蛍草 | (een andere naam voor) Aziatische dagbloem (Commelina communis) |
| hotaruishi-蛍石 | fluoriet; vloeispaat |
| hotaruzoku-蛍族 | (een informele term voor) mensen die niet binnen mogen roken en daarom buiten gaan roken (en op vuurvliegjes lijken) |
| hoteiaoi-布袋葵 | waterhyacint (Eichhornia crassipes) |
| hōteidensenbyō-法定伝染病 | meldingsplichtige infectieziekte (besmettelijke ziekte die men wettelijk verplicht moet melden aan de autoriteiten) |
| hōtō-宝塔 | toren; daktoren (in de vorm van een stoepa) |
| hōtō-砲塔 | geschuttoren; geschutkoepel |
| hotobiru-潤びる | opzwellen door vocht |
| hotobiru-潤びる | arrogant worden; opzwellen van trots |
| hotokenoza-仏の座 | (een andere naam voor de plant koonitabirako) Lapsanastrum apogonoides |
| hototogisu-杜鵑草 | paddenlelie; armeluisorchidee (Tricyrtis hirta) |
| hottan-発端 | de oorsprong, het ontstaan; het begin |
| hottō-発頭 | (afk. voor) de persoon die alles heeft gepland; de bedenker; het brein (erachter); de initiatiefnemer |
| hottokēki-ホットケーキ | soort Amerikaanse pannenkoek |
| hotto・doggu-ホット・ドッグ | hotdog (broodje met knakworst) |
| hotto・manē-ホット・マネー | (Eng.: hot money) geld dat tussen financiële instellingen wordt uitgewisseld in een poging de rente of vermogenswinst te maximaliseren |
| hotto・pantsu-ホット・パンツ | hotpants (strakke korte broek) |
| howaito-ホワイト | correctievloeistof |
| howaito・karā-ホワイト・カラー | witteboordenwerknemer; iemand die op kantoor werkt |
| howata-穂綿 | het pluis van de grote lisdodde plant (Typha latifolia), wordt ook als katoen gebruikt |
| hoya-火屋 | lampenglas (glazen cilinder voor rookafvoer van olie- of gaslamp) |
| hoyōchi-保養地 | kuuroord; herstellingsoord; sanatorium |
| hoyōsho-保養所 | kuuroord; herstellingsoord; sanatorium |
| hōzō-宝蔵 | schatkamer; gebouw waar schatten worden bewaard |
| hōzō-宝蔵 | (een woord dat verwijst naar) de leer van Boeddha |
| hōzō-宝蔵 | het gebouw in een tempel waar de geschriften worden bewaard |
| hozuna-帆綱 | val (touw waarmee een zeil van een schip gehesen wordt) |
| hyakka-百花 | vele [allerlei (soorten)] bloemen |
| hyakubun-百聞 | (lett.) iets honderd keer horen |
| hyakujū-百獣 | allerlei soorten dieren |
| hyakusenrenma-百戦錬磨 | een veteraan; een ervaren iemand; een doorgewinterde vakman |
| hyakuten-百点 | honderd punten; een perfecte score |
| hyakuyōsō-百葉箱 | huisje [hokje] voor meetapparatuur van weersomstandigheden (thermometer, hygrometer, e.d.) |
| hyō-雹 | hagel; hagelsteen; hagelkorrel; hagelbui; hagelstorm |
| hyōbyaku-表白 | (bij het begin van een boeddhistische dienst) de verkondiging van het doel van de dienst door de hoofdpriester voor het boeddhabeeld en de aanwezigen |
| hyōden-票田 | (voor een bepaalde partij) een gebied met betrouwbare kiezerssteun [achterban] |
| hyōgachikei-氷河地形 | glaciale [ijzige] landvorm |
| hyōgai-雹害 | hagelschade; schade veroorzaakt door hagel |
| hyōgo-評語 | beoordeling; cijfer |
| hyōhaku-表白 | uiting; verklaring; verkondiging (in woord en schrift) |
| hyōjun-標準 | standaard; norm |
| hyōka-評価 | evaluatie; waardering; erkenning; beoordeling |
| hyōketsu-表決 | resolutie (over een wetsvoorstel, b.v.); stemmingsbesluit (over het al dan niet goedkeuren van een in stemming gebracht voorstel, e.d.) |
| hyōketsu-評決 | uitspraak; vonnis; oordeel |
| hyōkihō-表記法 | schrijfwijze; orthografie |
| hyōmenka-表面化 | het aan de oppervlakte komen; een probleem worden |
| hyōmenkasuru-表面化する | aan de oppervlakte komen; een probleem worden |
| hyōri-表裏 | voor- en achterkant; beide kanten |
| hyōrōzeme-兵糧攻め | uithongeringspolitiek; oorlogstactiek van uithongeren |
| hyōsha-評者 | criticus; recensent; commentator |
| hyōshiki-標識 | verkeersbord; verkeersteken; markering; baken |
| hyōsuru-評する | evalueren; beoordelen; becommentariëren |
| hyottoko-ひょっとこ | (gebruikt als scheldwoord voor een man) lelijkerd; grapjas; vlegel; rotzak |
| hyottoshite-ひょっとして | toevallig; bij toeval; onvoorzien |
| hyūman・asesumento-ヒューマン・アセスメント | (Eng.: human assessment) beoordeling van mensen (b.v. personeel) |
| i-亥 | de benaming van een kompasrichting, 30 graden west vanaf noord |
| i-亥 | een oude benaming voor een tijd, n.l. rond 22.00 uur (of tussen 21.00 en 23.00 uur) |
| i-以 | (in kanji combinaties) tijds- of plaatsaanduiding; vanaf; sinds; t.o.v.; volgens; vanwege; door middel van |
| i-伊 | (afk. voor) Italië |
| i-伊 | (afk. voor) de voormalige prefectuur Iga (nu onderdeel van de prefectuur Mie) |
| i-位 | woord gebruikt om geesten van overledenen te tellen |
| i-委 | (afk. voor) commissie; comité; bestuur |
| i-慰 | (in kanji combinaties) troost; bemoediging; zorg; medeleven |
| i-為 | de tweede snaar van de voorkant van een koto |
| i-緯 | inslag (de draad die op een weefgetouw door de schering wordt geweven) |
| iā-イアー | oor |
| ibara-茨 | doornige struik; doornstruik; (wilde) rozenstruik |
| ibarakidasshu-茨城ダッシュ | rijgedrag van automobilisten die zodra het stoplicht op groen springt, snel rechtsaf slaan voor het tegemoetkomend verkeer (genoemd naar Ibaraki Pref) |
| ibento-イベント | (Eng.: event) evenement; voorval; gebeurtenis |
| ibu-イブ | (Eng.: eve) vooravond; de avond [dag] vooraf(gaand) |
| ibu-イブ | Eve (Engelse voornaam) |
| ībun・pā-イーブン・パー | (Eng.: even par) (golfterm), score waarbij het aantal slagen gelijk is aan de rating voor die baan |
| ibutsu-遺物 | (archeologie) artefact; kunstvoorwerp |
| ibutsu-遺物 | verloren voorwerp |
| icharibachōdē-いちゃりばちょーでー | (Okinawa dialect) zodra we elkaar ontmoeten zijn we broers [zusters] (m.a.w. wees vriendelijk voor vreemden) |
| ichibai-一倍 | vermenigvuldigen met één; oorspronkelijke bedrag [hoeveelheid] |
| ichibu-一部 | eerstegraads lerarenopleiding voor het middelbaar onderwijsprogramma (in het oude onderwijsprogramma van Japan) |
| ichidai-一代 | heerschappij; regeringsperiode (van een vorst) |
| ichidai-一大 | (als voorvoegsel) belangrijk; enorm; reusachtig |
| ichidan-一段 | nog (veel) meer; behoorlijk veel |
| ichidō-一堂 | verzamelplaats [ruimte] (voor een bijeenkomst, e.d.); onder één dak |
| ichidoku-一読 | het snel [een keer] doorlezen |
| ichidokusuru-一読する | snel [een keer] doorlezen |
| ichigaini-一概に | onvoorwaardelijk; zonder voorbehoud; zonder uitzondering |
| ichigen-一言 | één (enkel) woord; korte opmerking; een paar woorden |
| ichigenka-一元化 | eenwording; centralisatie |
| ichigo-一語 | één woord [frase; zin] |
| ichigoichigo-一語一語 | woord voor woord; woordelijk; verbatim |
| ichigon-一言 | één (enkel) woord |
| ichigonhanku-一言半句 | slechts een paar woorden; (geen) enkel woord |
| ichigon'ikku-一言一句 | ieder [elk] woord; woord voor woord |
| ichigun-一軍 | één legerkorps [legerdivisie] |
| ichihatsu-鳶尾 | Japanse muuriris [dakiris] (Iris tectorum) |
| ichiichi-一一 | een voor een; apart |
| ichiin-一員 | een lid van een organisatie [groep; gezelschap] |
| ichiin-一因 | een oorzaak [reden]; één van de oorzaken [redenen] |
| ichiitaisui-一衣帯水 | smalle zeestraat [zee-engte] tussen twee landen; (twee landen) gescheiden door een smalle strook water |
| ichiji-一時 | voor een poosje [tijdje]; eventjes; tijdelijk |
| ichiji-一次 | de eerste (rang; keer); oorspronkelijke; primaire |
| ichijiikku-一字一句 | één letter [kanji; schriftteken] en één woord |
| ichijin-一陣 | voorhoede; voorste linie; eerste groep |
| ichijinogare-一時逃れ | een tijdelijke oplossing [maatregel]; noodmaatregel (proberen moeilijkheden en verantwoordelijkheden te vermijden met een tijdelijke oplossing) |
| ichijisanpin-一次産品 | primaire producten [goederen] (die voorzien in de eerste levensbehoefte van de consument) |
| ichijisenkin-一字千金 | woorden van waarde; belangrijke woorden |
| ichijiteishi-一時停止 | (verkeerswet) verplichte stop (bij een stopbord, e.d.) |
| ichijiteishi-一時停止 | tijdelijke onderbreking; pauze; schorsing; opschorting; stopzetting |
| ichijiteki-一時的 | tijdelijk; kortstondig |
| ichijō-一場 | een woord om te tellen |
| ichikenshiki-一見識 | een scherpzinnig standpunt [oordeel]; goed onderscheidingsvermogen; inzicht |
| ichikyo-一渠 | kanaal voor watertoevoer; waterpijp; waterbuis |
| ichimai-一枚 | (een woord voor het tellen van een plat voorwerp) een vel, blad, biljet, e.d. |
| ichimaikanban-一枚看板 | coryfee; uitblinker; prima-donna; ster; het boegbeeld |
| ichimokuryōzen-一目瞭然 | het duidelijk [voor de hand liggend] zijn |
| ichimon-一門 | (behorend tot) dezelfde boeddhistische orde [school; sekte] |
| ichimon-一門 | (behorend tot) een (zelfde) familie [clan] |
| ichimon-一門 | leerlingen van dezelfde meester (van een school der kunsten, vechtsporten, e.d.) |
| ichimon'ittō-一問一答 | vraag en antwoord; vragen en antwoorden (Q&A) |
| ichinan-一男 | oudste [eerstgeboren] zoon |
| ichinenhokki-一念発起 | besluit om Boeddhistische monnik te worden |
| ichinenhokki-一念発起 | vastberadenheid; oprecht voornemen [plan] |
| ichinenjū-一年中 | het hele jaar door; gedurende een jaar |
| ichinichijū-一日中 | de hele dag (door); gedurende de hele dag |
| ichininmae-一人前 | een portie (voor één persoon) |
| ichininshō-一人称 | (taalkunde) de eerste persoon; (in literatuur) de ik-persoon; ik-vorm |
| ichinotori-一の酉 | de eerste Dag van de Haan in de elfde maand; het festival van de Ōtori-schrijn gehouden op die dag |
| ichiō-一応 | voorlopig; zo'n beetje; min of meer |
| ichionichigisetsu-一音一義説 | de theorie die de unieke betekenis van elke klank van de Japanse taal erkent |
| ichioshi-一押し | iets dat zeer aangeraden [aanbevolen; aangeprezen] wordt |
| ichirei-一例 | een voorbeeld |
| ichirei-一礼 | buiging (voor begroeting); korte begroeting |
| ichiren-一聯 | (in lüshi, een vorm van klassieke Chinese dichtkunst) couplet; vers; strofe; stanza |
| ichiri-一利 | een voordeel |
| ichiritsu-一律 | eenvormigheid; gelijkvormigheid; gelijkheid |
| ichiyazuke-一夜漬け | de hele nacht door studeren [blokken] voor een examen] |
| ichiyō-一様 | eenvormigheid; gelijkheid |
| ichiyō-一葉 | een telwoord voor kleine boten |
| ichiyō-一葉 | een telwoord voor platte, dunne voorwerpen (zoals bladeren, vellen papier, etc.) |
| ichiyoku-一翼 | rol; positie (binnen een bedrijfsorganisatie e.d.) |
| ichizenmeshi-一膳飯 | een kom rijst die bij het bed van een overledene wordt gezet |
| ichizon-一存 | zijn eigen [persoonlijke] oordeel [mening] |
| idō-異動 | wijziging van voorwaarden in een overeenkomst [contract] |
| iede-家出 | het (voorgoed) het huis verlaten [van huis weglopen] |
| iedesuru-家出する | van huis weglopen; voorgoed uit huis gaan; er met iemand vandoor gaan |
| iei-遺影 | afbeelding [portret] van een overledene |
| ien-以遠 | (nog) verder; voorbij |
| ienken-以遠権 | landingsrecht dat een luchtvaartmaatschappij toestaat om na aankomst in het land dat het reisdoel is, door te vliegen en te landen in een ander land |
| ienoko-家の子 | kind geboren in een voorname [gegoede; oude] familie |
| ierō・bebī-イエロー・ベビー | een pasgeboren baby met geelzucht |
| ierō・kādo-イエロー・カード | (in sportwedstrijden) gele kaart |
| ierō・zōn-イエロー・ゾーン | waarschuwingsgebied voor aardverschuivingen |
| ieru-癒える | genezen; herstellen; beter worden |
| iesu・man-イエス・マン | jaknikker; jabroer (een man die altijd doet wat hem gezegd wordt) |
| ietsuki-家付き | een eigen huis hebben; aan een huis verbonden zijn; bij een huis behorend; bij een familie intrekken |
| ifū-威風 | indrukwekkende aanwezigheid; autoriteit [gezag] afdwingende verschijning; waardigheid |
| ifū-遺風 | overgeleverde traditie; lessen en kennis doorgegeven door vorige generaties |
| igai-意外 | het onverwacht(s) [verrassend; onvoorzien] zijn |
| iganokuni-伊賀国 | de voormalige prefectuur Iga (nu onderdeel van de prefectuur Mie) |
| igata-鋳型 | gietvorm; mal |
| igenbyō-医原病 | iatrogene aandoening (veroorzaakt door medisch handelen) |
| igi-意義 | betekenis van een woord [frase; zin] |
| igo-以後 | van nu af aan; hierna; voortaan; in de toekomst |
| igo-囲碁 | go (Japans bordspel) |
| igyō-異形 | vreemd [atypisch; afwijkend] van vorm [gedaante; uiterlijk] |
| ihai-違背 | ongehoorzaamheid |
| ihen-韋編 | leren boekbindkoord; een boek ingebonden met leren koord |
| ihoku-以北 | ten noorden [noordelijk] van |
| ii-唯唯 | onderdanig [gehoorzaam; slaafs] zijn |
| iiai-言い合い | ruzie; discussie; twistgesprek; woordenwisseling |
| iiawaseru-言い合わせる | (van te voren) afspreken [overeenkomen] |
| iidasu-言い出す | (iets) ter sprake brengen; voorstellen |
| iikaeru-言い換える | iets anders [met andere woorden] zeggen |
| iikaesu-言い返す | antwoorden; terugzeggen; een weerwoord hebben |
| iikagen-いい加減 | behoorlijk (wat); tamelijk; nogal; niet gering; niet weinig |
| iikagen-いい加減 | precies goed [passend; geschikt]; zoals het hoort zijn; geschiktheid; de juiste maat [mate] |
| iikagen-いい加減 | willekeur; onverantwoordelijkheid |
| iikara-いいから | al goed; dat is in orde; dat gaat prima (zo) |
| iikikaseru-言い聞かせる | iem. iets laten doen [voorschrijven; opleggen]; iem. ergens op attenderen; waarschuwen |
| iikurumeru-言い包める | iem. voor de gek houden; iem. iets wijs maken; iem. ompraten; iem. overhalen iets te doen |
| iimagirasu-言い紛らす | zich ergens uitpraten [uitkletsen]; ergens omheen draaien; een ontwijkend antwoord geven |
| iimeiwaku-好い迷惑 | grote ergernis; problemen veroorzaakt door iemand anders |
| iinagara-言いながら | met deze woorden; dit gezegd hebbende |
| iinokosu-言い残す | een testament achterlaten; je laatste woorden spreken |
| iiokuru-言い送る | iets doorvertellen; woorden van persoon tot persoon doorgeven |
| iisobireru-言いそびれる | de kans missen [de gelegenheid voorbij laten gaan; verzuimen] om iets te zeggen |
| iisuteru-言い捨てる | bij het weggaan nog (over je schouder) iets zeggen; een laatste opmerking maken (zonder op antwoord te wachten) |
| iitokodori-良いとこ取り | alleen de positieve kanten [punten die je eigen voordeel zijn] noemen; alleen de voordelen benadrukken (en de nadelen negeren); selectief te werk gaan |
| iitokoro-好い所 | iets goeds; een voordeel; een sterk punt |
| iitoshi-好い年 | (een denigrerende term gebruikt voor het ongepaste gedrag van iemand van oudere leeftijd) (op) die leeftijd |
| iitoshi-好い年 | gevorderde [oudere] leeftijd; volwassenheid |
| iitsukaru-言いつかる | geïnstrueerd [bevolen] worden; instructie [opdracht; bevel] krijgen |
| iitsuke-言いつけ | opdracht; voorschrift; instructie; bevel |
| iitsuranokawa-好い面の皮 | (sarcastisch voor iemands eigen of andermans mislukking of tegenslag) wat een schande; wat een ongelukkige [nare] ervaring |
| iitsutaeru-言い伝える | (woord voor woord) doorvertellen; mondeling doorgeven |
| iiwake-言い訳 | excuus; verantwoording; rechtvaardiging; uitleg |
| iiwakesuru-言い訳する | zich excuseren [verdedigen; rechtvaardigen]; verantwoording afleggen |
| iiyodomu-言い淀む | aarzelen iets te zeggen; stamelen; niet de juiste woorden kunnen vinden |
| ijikeru-いじける | zelfvertrouwen verliezen; timide [schuchter] worden |
| ijin-偉人 | een groot man; vooraanstaand [invloedrijk] persoon |
| ījī・kea-イージー・ケア | (ge)makkelijk te onderhouden (meestal gebruikt voor stoffen van kleding) |
| ījī・risuningu-イージー・リスニング | gemakkelijk in het gehoor liggende muziek |
| ījī・risuningu・myūjikku-イージー・リスニング・ミュージック | gemakkelijk in het gehoor liggende muziek |
| ijō-異常 | abnormaal [ongewoon] zijn |
| ijō-異状 | abnormale [ongewone] situatie [omstandigheden] |
| ijōseiyoku-異常性欲 | hyperseksualiteit; abnormale seksuele drang |
| ika-烏賊 | (afk. voor) pijlinktvis-sashimi |
| ikaga-如何 | (beleefder synoniem voor どう) hoe; op welke manier |
| ikajigō-以下次号 | wordt vervolgd (in de volgende uitgave) |
| ikamera-胃カメラ | gastrocamera (voor gastroscopie) |
| ikamonogui-如何物食い | een vreemde voorkeur (voor iets) hebben; een vreemde [bizarre] smaak hebben |
| ikan-いかん | niet mogen; niet kunnen; niet moeten; niet behoren te (doen) |
| ikan-尉官 | algemene term voor militaire rangen, zoals onderofficier, kapitein, luitenant en tweede luitenant |
| ikan-衣冠 | (afk. voor) informele hofkleding (voor mannen) |
| ikansokutai-衣冠束帯 | (Heian-periode) informele hofkleding (voor mannen) |
| ikareru-いかれる | gek worden; de kluts kwijtraken |
| ikareru-いかれる | geobsedeerd [geboeid; gefascineerd] worden; helemaal verliefd zijn [worden] |
| ikarisō-碇草 | elfenbloem (Epimedium grandiflorum) |
| ikaru-怒る | boos [kwaad; woedend] worden; in woede uitbarsten; opspelen; (iem.) uitschelden |
| ikayō-如何様 | hoe; op wat voor manier |
| ike-いけ | een voorvoegsel dat een (denigrerend) bijvoeglijk naamwoord versterkt |
| ikemen-いけ面 | (informeel) knappe kerel [vent]; bink; spetter; stuk |
| iken-意見 | mening; opvatting; oordeel; zienswijze |
| iken-遺賢 | een bekwaam persoon die niet door de overheid in dienst wordt genomen (maar in de private sector werkt) |
| ikenai-いけない | niet mogen; niet kunnen; niet moeten; niet behoren te |
| ikesu-生け簀 | kleine visvijver; kweekbassin voor vissen |
| ikeuo-生け魚 | levende vissen (bestemd voor consumptie, in een aquarium of tank in een restaurant) |
| ikezukuri-生け作り | methode van fileren van een levende vis voor sashimi, waarbij de afgesneden reepjes worden teruggeplaatst en de vis in z'n geheel wordt opgediend |
| ikiataribattari-行き当たりばったり | willekeurig [lukraak] zijn; zonder een (consistent) plan [schema]; op goed geluk; een zorgeloze houding |
| ikiataru-行き当たる | tegen iets aanlopen; ergens op stuiten; geconfronteerd worden met een moeilijke situatie |
| ikichigai-行き違い | het elkaar voorbij lopen [passeren] (zonder ontmoeting; contact) |
| ikichigau-行き違う | elkaar missen; langs elkaar heen lopen; elkaar voorbijlopen |
| ikidaore-行き倒れ | een overleden persoon die op straat ligt (vroeger iem. die stierf tijdens een reis en niet begraven kon worden omdat hij geen gegevens bij zich had) |
| ikidomari-行き止まり | doodlopende weg [straat]; geen doorgaande weg |
| ikigake-行きがけ | onderweg; en route; op weg; in het voorbijgaan |
| ikigire-息切れ | kortademigheid |
| ikihaji-生き恥 | de schaamte die men tijdens zijn leven moet verduren; leven [voortbestaan] in schaamte [schande; oneer] |
| ikiji-意気地 | wilskracht; doortastendheid; vasthoudendheid; zelfrespect |
| ikijibiki-生き字引 | wandelend woordenboek; wandelende encyclopedie |
| ikinuki-息抜き | ventilatie; ventilator; ventiel |
| ikinuku-生き抜く | overleven; (ellende) doorstaan |
| ikioi-勢い | macht; gezag; autoriteit; invloed |
| ikisatsu-経緯 | verticaal en horizontaal; lengtegraad en breedtegraad; schering en inslag |
| ikishina-行きしな | onderweg; en route; op weg; in het voorbijgaan |
| ikisugi-行き過ぎ | het passeren van je bestemming; te ver [er voorbij] gaan |
| ikitai-生き体 | (sumo) situatie waarin één worstelaar tegen het einde van het gevecht duidelijk meer kans heeft om te winnen (lett. levend lichaam) |
| ikitodoku-行き届く | attent [oplettend; zorgvuldig; nauwgezet] zijn |
| ikitsugi-息継ぎ | een korte rustpauze; adempauze |
| ikkakujū-一角獣 | eenhoorn |
| ikkakusenkin-一攫千金 | in één klap rijk worden; in één keer enorme winst behalen |
| ikkana-如何な | wat voor een; wat voor soort; wat dan ook |
| ikke-いっけ | een voorvoegsel dat een (denigrerend) bijvoeglijk naamwoord versterkt |
| ikken-一件 | een zaak [kwestie; voorval] |
| ikkini-一気に | in één adem; aan één stuk door; zonder te stoppen |
| ikkyoku -一局 | (go, shōgi, e.d.) speelbord; schaakbord |
| ikō-意向 | intentie; voornemen; bedoeling; opzet; instelling |
| ikō-衣桁 | kledingrek (specifiek voor kimono's) |
| ikō-遺構 | overgebleven funderingen van een historisch bouwwerk (waarin de lay-out van het gebouw nog herkenbaar is) |
| ikō-遺構 | historisch bouwwerk (al dan niet als een ruïne) |
| ikokusen-異国船 | buitenlandse schepen (in de Edo periode excl. de Nederlandse, Chinese en Koreaanse schepen) |
| ikomu-イコム | International Council of Museums (een onafhankelijke niet-gouvernementele internationale organisatie voor musea) |
| ikoraizā-イコライザー | (voorversterker voor geluidsweergave) equalizer; toonregelaar |
| iku-幾 | (voorvoegsel) een onbepaalde hoeveelheid; hoeveel |
| iku-幾 | (voorvoegsel) een grote hoeveelheid; veel; vele |
| iku-行く | passeren; voorbijgaan |
| ikubun-幾分 | deel; gedeelte; portie |
| ikuji-意気地 | wilskracht; doortastendheid; vasthoudendheid; zelfrespect |
| ikuji-育児 | kinderopvoeding; kinderzorg; kinderverzorging |
| ikun-遺訓 | goede raad advies; [instructies] door een overledene achtergelaten voor nabestaanden |
| ikusa-戦 | oorlog; (veld)slag; gevecht; strijd; militaire campagne |
| ikusabune-軍船 | (ouderwets Japans) oorlogsschip |
| ikusei-育成 | opvoeding; vorming; opleiding; onderricht; training |
| ikyoku-医局 | dokterskamer; spreekkamer [werkkamer; kantoor] van een arts; medische afdeling |
| imadoki-今時 | deze dagen; heden; tegenwoordig |
| imaimashii-忌ま忌ましい | irritant; ergerlijk; storend; vervelend; onaangenaam |
| imajibun-今時分 | tegenwoordig; de huidige tijd |
| imajinēshon-イマジネーション | verbeelding; fantasie; voorstellingsvermogen |
| imani-今に | eens; spoedig; binnen korte tijd |
| imanotokoro-今の所 | op dit ogenblik; tegenwoordig; momenteel; vandaag de dag |
| imashime-戒め | arrestatie; het vastbinden; bindtouw (voor gevangenen) |
| imēji-イメージ | beeld; beeltenis; voorstelling; afbeelding |
| imējingu・tekunorojī-イメージング・テクノロジー | beeldvormingstechnieken |
| imēji・ado-イメージ・アド | reclame, die meer nadruk legt op het imago van het aangeprezen product dan op de voordelen of kenmerken ervan |
| imēji・mēkā-イメージ・メーカー | iemand die het imago creëert voor een persoon, product of bedrijf |
| imikotoba-忌み言葉 | taboewoord |
| imina-諱 | (echte) persoonlijke eigennaam (die uit eerbied voor de ander, zoals een keizer e.d., niet wordt uitgesproken) |
| imishin-意味深 | (afk. voor) met diepe [geheime] betekenis |
| imobō-芋棒 | een gerecht (uit Kyoto) van kabeljauw met ebiimo (taro wortel) |
| imochibyō-稲熱病 | (Magnaporthe grisea) rijstschimmel; rijstrothals; rijstzaailingziekte |
| imomeigetsu-芋名月 | (een andere naam voor) de oogstmaan (na het oogsten van de taro, 15 augustus op de maankalender) |
| imono-鋳物 | het gieten; gietsel; gietmetalen voorwerp |
| imōraru-イモーラル | immoreel |
| inai-以内 | binnen; minder [korter] dan |
| inaka-田舎 | geboortegrond; geboorteplaats |
| inaorigōtō-居直り強盗 | een inbreker die als hij betrapt wordt gewelddadig wordt |
| inaoru-居直る | plotseling agressief [vijandig] worden |
| inaoru-居直る | rechtop zitten; een correcte houding aannemen |
| inari-稲荷 | (afkorting voor) inarizushi, een buideltje van gefrituurde tofuvel gevuld met sushirijst |
| inbātā-インバーター | (computer) omvormer |
| inbaundo-インバウンド | bezoek aan Japan door buitenlandse toeristen |
| inbenshon-インベンション | inventie (contrapuntische muziekvorm) |
| inbentorī・fainansu-インベントリー・ファイナンス | voorraadfinanciering |
| inbi-隠微 | iets dat verborgen [ondoorgrondelijk] is |
| inbitēshonmatchi-インビテーション・マッチ | sportwedstrijd op uitnodiging |
| inbōron-陰謀論 | complottheorie; samenzweringstheorie |
| inbōsetsu-陰謀説 | complottheorie; samenzweringstheorie |
| inchi-印池 | houder voor stempelkussen |
| indasutoriaru・dezain-インダストリアル・デザイン | industriële vormgeving |
| indō-引導 | boeddhistisch dodengebed; woorden bij boeddhistisch begrafenis ritueel |
| indoa-インドア | binnen; binnenshuis; overdekt; (sport) indoor |
| infaitingu-インファイティング | (verborgen) machtsstrijd; stammenstrijd; heimelijke concurentie |
| infōmanto-インフォーマント | informant; informatieverstrekker; informatiebron |
| infōmaru-インフォーマル | informeel; niet officieel; vrijblijvend; ongedwongen |
| infōmatibu・ado-インフォーマティブ・アド | informatieve reclame |
| infomēshon-インフォメーション | informatie; inlichtingen; kennis |
| infomēshon・anarisuto-インフォメーション・アナリスト | informatie analist |
| infomēshon・burōkā-インフォメーション・ブローカー | datahandelaar; handelsinformatiebureau |
| infomēshon・demokurashī-インフォメーション・デモクラシー | informatie democratie (politiek-maatschappelijk concept met toegang tot vrije informatiestromen als kern van een goed functionerende democratie) |
| infomēshon・disukurōjā-インフォメーション・ディスクロージャー | openbaarmaking [onthulling] van informatie |
| infomēshon・gyappu-インフォメーション・ギャップ | informatiekloof |
| infomēshon・retorībaru-インフォメーション・レトリーバル | het ophalen van informatie |
| infomēshon・saiensu-インフォメーション・サイエンス | informatica |
| infomēshon・yūtiriti-インフォメーション・ユーティリティ | informatiebureau; informatievoorziening; informatiehulpprogramma |
| inga-因果 | oorzaak en gevolg |
| ingakankei-因果関係 | oorzakelijk [causaal] verband |
| ingaritsu-因果律 | de wet [het principe] van oorzaak en gevolg [van causaliteit; oorzakelijkheid] |
| ingashi-印画紙 | fotopapier; papier voor fotografische afdrukken |
| inginburei-慇懃無礼 | gespeelde [niet gemeende] beleefdheid; verborgen afkeer |
| ingō-院号 | naam van een tempel die door een edelman, shogun, e.d. is gesticht |
| ingotto・kēsu-インゴット・ケース | gietvorm (voor staaf of baar) |
| ingurisshu・horun-イングリッシュ・ホルン | Engelse hoorn |
| ininjō-委任状 | (schriftelijke) volmacht [machtiging; autorisatie] |
| inishiētā-イニシエーター | (Eng.: initiator) initiatiefnemer |
| inishiētā-イニシエーター | (chemie) initiator |
| injikētā-インジケーター | (Eng.: indicator) indicator (natuurkunde) |
| inkābu-インカーブ | (honkbal) een worp die naar binnen buigt bij de slagman |
| inkeihōhi-陰茎包皮 | voorhuid (van de penis) |
| inken-隠見 | verschijning en verdwijning; zichtbaarheid en onzichtbaarheid [verborgenheid} |
| inkōsu-インコース | (honkbal) (een worp van de pitcher) vlakbij de slagman |
| inkuburottokensa-インクブロット検査 | (psychologie) inkblot test; rorschachtest |
| inkurain-インクライン | (Eng.: incline) kanaal of spoorlijn over een hellend vlak [berghelling] |
| inkyubētā-インキュベーター | broedmachine; incubator; couveuse |
| inmarusatto-インマルサット | (International Mobile Satellite Organization) een Brits telecommunicatiebedrijf |
| inmetsu-隠滅 | het verborgen [verstopt; uit het zicht] zijn |
| innen-因縁 | eerdere [oude] relatie [band; verbinding]; oorsprong; oorzaak; karma |
| inni-陰に | onzichtbaar; verborgen; privé |
| inochibiroisuru-命拾いする | door het oog van de naald kruipen; op het nippertje [aan de dood] ontsnappen |
| inochigake-命がけ | gevaar voor eigen leven; het leven wagen [riskeren] |
| inoko-亥の子 | (afk. voor) zwijn-rijstballetje (in de vorm of kleur van een zwijn) |
| inoko-亥の子 | (af, voor) een evenement [(oogst)feest] dat plaatsvindt (m.n. in West-Japan) op de eerste dag van de maand van het Zwijn |
| inokomochi-亥の子餅 | zwijn-rijstballetje (mochi in de vorm of kleur van een zwijn) |
| inokoru-居残る | achterblijven; langer doorgaan; overwerken |
| inperiaru-インペリアル | keizerlijk; vorstelijk |
| inpi-隠避 | (jur.) het helpen ontsnappen [verborgen houden] van een voortvluchtige crimineel |
| inpon-院本 | (Edo-periode) een gedrukt boek met alle songteksten van Joruri toneel |
| inpōto-インポート | invoer; import (van goederen) |
| inpōto-インポート | invoeren; importeren (van gegevens) |
| inpurē-インプレー | het spel [de wedstrijd] is aan de gang (sport) |
| inrei-引例 | het aanhalen [citeren; geven] van een voorbeeld; het verwijzen naar een bron |
| inrei-引例 | aanhaling; citaat; het voorbeeld (waarnaar verwezen wordt) |
| inretto-インレット | inlaat; toegang (voor vloeistoffen) |
| inrō-印籠 | opbergdoosje voor stempels, e.d. |
| inrō-印籠 | (Edo periode) traditioneel Japans doosje (voor het meenemen van kleine voorwerpen), gehangen aan de obi |
| insaidātorihiki-インサイダー取引 | (effecten)handel met voorkennis |
| insaido・beruto-インサイド・ベルト | binnenriem; ceintuur die aan de binnenkant van kleding wordt gedragen |
| insaido・ripōto-インサイド・リポー | onthullende reportage |
| insaido・sutōrī-インサイド・ストーリー | inside story; persoonlijk verhaal |
| inseki-隕石 | meteoriet |
| inshi-因子 | factor |
| inshibunseki-困子分析 | factoranalyse (statistiek) |
| inshin-殷賑 | welvaart; welzijn; voorspoed |
| insō-印相 | toekomstvoorspelling via de bestudering van iemand's persoonlijke zegel |
| insū-因数 | (wiskunde) factor |
| insutanto・kamera-インスタント・カメラ | instantcamera (camera voor instantfotografie) |
| insutorakushon-インストラクション | instructie; onderricht; training; aanwijzingen; voorschrift |
| intābijon-インタービジョン | intervisie (een georganiseerd gesprek tussen een kleine groep vakgenoten) |
| intāfea-インターフェア | (sport) obstructie plegen |
| intāfearansu-インターフェアランス | belemmering; hindering; storing |
| intāfearansu-インターフェアランス | (sport) obstructie |
| intāhai-インターハイ | sportwedstrijden tussen middelbare scholen |
| intaku-隠宅 | toevluchtsoord; retraite; verblijf van iemand die zich heeft teruggetrokken uit het maatschappelijk leven |
| intākūrā・enjin-インタークーラー・エンジン | luchtgekoelde motor |
| intānashonaru・ofisharu・rekōdo-インターナショナル・オフィシャル・レコード | internationaal officieel record; officieel wereldrecord |
| intāpōru-インターポール | Interpol (International Criminal Police Organization) |
| intāseputo-インターセプト | (bij balsporten) onderscheppen |
| interijensu-インテリジェンス | kennis; informatie; inlichtingen |
| intōketsumakunetsu-咽頭結膜熱 | faryngo-conjunctieve koorts |
| intoranetto-イントラネット | (computer) intranet; (besloten informatieplatform binnen een organisatie) |
| inu-往ぬ | verstrijken [voorbijgaan] van de tijd |
| inui-戌亥 | (arch.) het noordwesten |
| inukuguri-犬潜り | een gat in hek of heg, waardoor hond in en uit kan lopen |
| inyū-移入 | invoering; introductie; import (van goederen, maatregelen, ideeën, etc.) |
| inyūshu-移入種 | uitheemse soort; exoot |
| inzai-印材 | materiaal voor het maken van zegels |
| inzen-隠然 | onzichtbaar [verborgen; geheim; sluimerend; latent] zijn |
| in'yu-因由 | oorzaak; bron; motief |
| in'yu-隠喩 | een metafoor; beeldspraak |
| in・hai-イン・ハイ | afk. voor Inter-high, nationaal atletiektoernooi voor middelbare scholen dat twee keer per jaar wordt gehouden |
| iō-以往 | daarvóór |
| iomante-イオマンテ | een Ainu-ceremonie waarbij een bruine beer wordt geofferd (nadat hij een bepaalde tijd in het dorp is grootgebracht) |
| ionbin-イ音便 | (taalkunde) eufonische verandering (waarbij de medeklinkers k, g, sh, of r voor de -i wegvallen, b.v. 聞きて wordt 聞いて) |
| ioniashiki-イオニア式 | Ionische orde [bouwstijl] |
| ippai-一杯 | (woord gebruikt voor het tellen, b.v.) 1 kop; 1 glas, etc. |
| ippaku-一泊 | voor één dag |
| ippakusuru-一泊する | overnachten; de nacht doorbrengen |
| ippan-一般 | de algemene [normale] gang van zaken |
| ippanni-一般に | in het algemeen; doorgaans; gewoonlijk; in de regel |
| ippanshoku-一般職 | vaste ondersteunende functies binnen een organisatie of bedrijf |
| ippatsu-一発 | (gebruikt als bijwoord) één keer; eenmalig |
| ippentō-一辺倒 | onverdeelde toewijding; het zich volledig toeleggen (op één ding); het vooringenomen zijn |
| ippin-逸品 | voortreffelijk voorwerp [object; product; artikel]; pronkjuweel; meesterstuk; meesterwerk |
| ippō-一報 | rapport; verslag; bericht |
| ippon-一本 | één lang cilindrisch voorwerp |
| ippon'yari-一本槍 | het doorzetten [volharden] met slechts één methode van begin tot eind |
| ipputasai-一夫多妻 | polygynie; veelwijverij (vorm van polygamie waarbij één man met meer dan één vrouw is getrouwd) |
| ipputasaisei-一夫多妻制 | (het gebruik) polygynie; veelwijverij (vorm van polygamie waarbij één man met meer dan één vrouw is getrouwd) |
| iran-違乱 | verwarring; wanorde; chaos |
| iran-違乱 | volksopstand; ordeverstoring |
| irassharu-いらっしゃる | gaan; komen; langskomen [op visite komen]; zijn (beleefd voor het onderwerp van de handeling en met de -masu vorm, ook nog beleefd voor de toehoorder) |
| irasutorētā-イラストレーター | illustrator; illustratietekenaar |
| irebun-イレブン | (sport) elftal |
| iregyurā-イレギュラー | ongewoon; abnormaal; onregelmatig |
| irei-遺例 | voorbeeld [geval] van een nog bestaand voorwerp [overblijfsel] uit de oudheid |
| ireru-入れる | meedoen; deelnemen; lid worden |
| irēzā-イレーザー | vlakgom; gummetje; bordenwisser |
| iriha-入端 | (in dans-gerelateerde podiumkunsten) het deel waar dans, zang, muziek, etc. worden uitgevoerd bij het verlaten van het podium |
| irikumu-入り組む | gecompliceerd [ingewikkeld] worden |
| irimajiru-入り交じる | gemengd [vermengd; gemixt] zijn [worden] |
| irimidareru-入り乱れる | door elkaar gehaald [gegooid] worden |
| irimuko-入り婿 | een man die wordt geadopteerd door zijn schoonfamilie |
| iro-色 | teken; voortekenen |
| iroage-色揚げ | het opnieuw verven (voor nieuwe kleur of opfrissen van vaal geworden kleding) |
| iroaseru-色褪せる | dof worden; de glans verliezen |
| irodori-彩り | (kleuren) decoratie; versiering |
| iroha-伊呂波 | de kana-tabel, een verzameling van in het totaal 47 karakters, die allen voorkomen in het gedicht iroha-uta |
| iromeku-色めく | verliefd [wellustig; zinnelijk] worden |
| iromeku-色めく | wankelen; weifelen; onzeker worden |
| iron-異論 | een andere [afwijkende] mening [visie; theorie] |
| irozuku-色づく | kleuren; rood worden |
| irozuku-色づく | rijp worden |
| iruminēshon-イルミネーション | (decoratieve) verlichting [lichtjes]; belichting |
| irusu-居留守 | het doen alsof je niet thuis bent (voor bezoekers) |
| iryō-医療 | medische zorg [behandeling] |
| iryoku-威力 | macht; gezag; autoriteit; invloed |
| iryūhin-遺留品 | (bij politieonderzoek) voorwerpen die zijn achtergelaten door de dader; eigendommen van het slachtoffer; gevonden voorwerpen |
| isakai-諍い | ruzie; onenigheid; woordenwisseling |
| isaki-伊佐木 | grombaard; knorvis (Parapristipoma trilineatum) |
| isamiashi-勇み足 | bij sumo(worstelen) een tegenstander naar de rand van de ring brengen maar dan per ongeluk zelf uit de ring stappen |
| isamiashi-勇み足 | te ver gaan [teveel je best doen; overijverig zijn] (en daardoor falen) |
| isamitatsu-勇み立つ | gestimuleerd [bemoedigd; opgefleurd; geprikkeld] zijn [worden] |
| iseebi-伊勢海老 | (hoorn)kreeft; langoest |
| isei-威勢 | macht; invloed; autoriteit |
| iseiaichūshinshugi-異性愛中心主義 | heteronormativiteit |
| iseiaikihan-異性愛規範 | heteronormativiteit |
| isetsu-異説 | een andere [afwijkende; alternatieve] theorie [mening; kijk] |
| ishi-以次 | opeenvolgend; één voor één |
| ishi-意志 | wil; wens; voornemen; bedoeling |
| ishi-縊死 | zelfmoord door ophanging |
| ishibune-石船 | een schip voor het vervoer van stenen |
| ishidatami-石畳 | ichimatsu patroon; schaakbord patroon |
| ishidatami-石畳 | een familie embleem met een schaakbord patroon |
| ishigumi-石組み | schikking [groepering] van stenen in een Japanse tuin (waarbij de stenen symbolisch worden gebruikt als eiland, berg, etc.) |
| ishikettei-意思決定 | besluitvorming |
| ishiki-違式 | informaliteit |
| ishin-維新 | restauratie; reformatie |
| ishin-維新 | (afk. voor) de Meiji-restauratie (1867) |
| ishitsubutsu-遺失物 | verloren [kwijtgeraakte] artikelen [goederen; eigendom] |
| ishitsubutsutoriatsukaisho-遺失物取扱所 | afdeling gevonden voorwerpen |
| ishitsusha-遺失者 | eigenaar [eigenares] van een verloren voorwerp |
| isho-遺書 | afscheidsbericht [afscheidbrief] van een overledene; zelfmoordbrief |
| ishoku-移植 | (computer) het poorten; overzetten |
| ishokugote-移植鏝 | kleine schep [hark] (voor de tuin) |
| ishokukōdinētā-移植コーディネーター | transplantatie coördinator |
| ishu-意趣 | reden; oorzaak |
| ishu-縊首 | dood door ophanging |
| ishū-蝟集 | zwerm; horde; menigte |
| ishutsu-移出 | verzending; transport; verscheping |
| iso-イソ | ISO (the International Organization for Standardization) |
| isogasu-急がす | haasten; aansporen (tot werken, e.d.); opjagen |
| ISOkikaku-ISO規格 | ISO-standaard [norm; specificatie] |
| isome-磯目 | borstelworm |
| issaku-一昨 | voor de vorige (dag, maand, jaar) |
| issakunen-一昨年 | eerverleden jaar (het jaar voor het vorige jaar) |
| issanateru-一山当てる | fortuin maken |
| issei-一世 | de eerste van een koning of keizer waarbij de naam van de vorst tevens in de volgende generaties voorkomt (b.v.: Willem I der Nederlanden) |
| isseki-一石 | één steen; één partij go (bordspel) |
| issekinichō-一石二鳥 | (spreekwoord) twee vliegen in één klap slaan |
| isshi-一紙 | (telwoord) één krant |
| isshin'ittai-一進一退 | eb en vloed; voorspoed en tegenspoed; vooruitgaan en achteruitgaan; goede tijden, slechte tijden |
| isshisōden-一子相伝 | overdracht [het doorgeven] van (de geheimen van) bepaalde vaardigheden aan één van de kinderen |
| issho-一緒 | één (passend) geheel; bij elkaar; dezelfde categorie |
| issho-逸書 | een verloren gegaan boek, waarvan slechts de titel of een klein deel van de tekst is overgeleverd |
| isshōsantan-一唱三嘆 | de frase wordt gebruikt om uitzonderlijke gedichten of muziek te prijzen (letterlijke betekenis: drie stemmen zingen in harmonie met de solozanger) |
| isshu-一種 | een soort |
| isshu-一首 | een gedicht; telwoord voor traditionele Japanse gedichten |
| isso-いっそ | liever; bij voorkeur; eerder; nogal; vrij veel; des te meer (minder) |
| issoku-一足 | (bij kemari, traditionele Japanse balsport) een schop |
| issonokoto-いっその事 | liever; bij voorkeur; eerder; nogal; vrij veel; des te meer (minder) |
| issui-一炊 | (de tijd voor) één keer rijst koken |
| issuru-逸する | missen (van een kans, b.v.); kwijtraken; verloren (laten) gaan |
| isuka-交喙 | kruisbek (soort vink: Loxia curvirostra) |
| isūtai-異数体 | aneuploïde; heteroploïde (een individu met een abnormaal aantal chromosomen) |
| itabi-板碑 | stenen pagode gebouwd voor herdenkingsdiensten voor de doden |
| itadaki-頂 | het iets zonder moeite doen; makkelijk winnen [voor elkaar krijgen] |
| itadakimasu-頂きます | bedankt voor dit lekkere eten [deze maaltijd] |
| itade-痛手 | een enorme klap |
| itai-異体 | afwijkende [ongebruikelijke] vorm |
| itaianchijo-遺体安置所 | mortuarium |
| itaiitaibyō-イタイイタイ病 | itai-itai-ziekte, een botziekte veroorzaakt door cadmiumvergiftiging in Toyama rond 1912 (een van de 4 grote vervuilingziekten van Japan) |
| itaiji-異体字 | variante vorm van een karakter [letter] |
| itamae-板前 | de plek in de keuken waar de snijplank gebruikt wordt |
| itami-痛み | (geestelijke) pijn; bezorgdheid; angst; verdriet |
| itanji-異端児 | non-conformist; andersdenkende; onorthodox persoon; enfant terrible |
| itaranaiten-至らない点 | zwak punt; tekortkoming; gebrek; onvolmaaktheid (als uitdrukking ook gebruikt bij begroeting of verontschuldiging) |
| itaranuten-至らぬ点 | zwak punt; tekortkoming; gebrek; onvolmaaktheid (als uitdrukking ook gebruikt bij begroeting of verontschuldiging) |
| itasu-致す | doen [maken] (in nederig-beleefde vorm) |
| itasu-致す | veroorzaken |
| itatsuki-労 | pijn; last; moeite; bezorgdheid; angst |
| itawaru-労る | verzorgen; verplegen |
| itazuki-労き | pijn; last; moeite; bezorgdheid; angst |
| itchi-一致 | overeenstemming; overeenkomst; uniformiteit |
| itchō-一丁 | (woord gebruikt bij het tellen) één gerecht [portie; spel; wedstrijd; partij] |
| itchō-一朝 | korte tijd [periode] |
| itchōisseki-一朝一夕 | in korte tijd; in een vloek en een zucht; in één dag |
| itchōittan-一長一短 | voor- en nadelen; sterke en zwakke punten; de voors en tegens van iets |
| itchōyūji-一朝有事 | wanneer de noodzaak zich voordoet; in geval van nood |
| ITgijutsusha-IT技術者 | IT technicus; informaticus |
| ito-意図 | bedoeling; voornemen; intentie |
| ito-糸 | draad; garen; koord(je) |
| itodo-いとど | oude naam voor een grottensprinkhaan (Rhaphidophoridae) |
| itoku-遺徳 | verdienstelijke nalatenschap door de deugd van een voorouder [stamvader] voor zijn nakomelingen |
| itonami-営み | (eufemisme voor) seks |
| itonamu-営む | voorbereidingen treffen voor een evenement [banket, e.d.] |
| itsu-佚 | (in kanji combinaties) ontspannen; relaxen; genieten; verdwijnen; verloren gaan |
| itsubun-逸文 | geschriften [teksten] die verloren gegaan zijn |
| itsuitsu-何時何時 | de gebruikelijke [gewone] tijd; zoals gewoonlijk [normaal] is |
| itsumademo-何時までも | voor altijd; eeuwig; permanent; zolang je wilt |
| itsumin-逸民 | leegloper (iemand die niet werkt en een onbezorgd leven leidt) |
| itsumo-何時も | altijd; ieder keer; gewoonlijk; constant; voortdurend |
| itsuni-一に | apart; afzonderlijk; voor een deel |
| itsuninaku-いつになく | ongewoon; ongebruikelijk; ongehoord; … dan ooit tevoren |
| itsunomanika-いつの間にか | voordat je er erg in hebt; ongemerkt |
| itsurakuseikatsu-逸楽生活 | levensstijl waarbij men vooral op zoek is naar vermaak en plezier |
| itsushika-何時しか | voordat men het weet; voordat men er erg in heeft; onopgemerkt |
| itsutokoromon-五所紋 | (op traditionele Japanse kleding) afbeelding van het familiewapen op vijf plekken (1 op de achterkant, 1 op elke mouw en twee op de borst) |
| itsutsumon-五つ紋 | (op traditionele Japanse kleding) afbeelding van het familiewapen op vijf plekken (1 op de achterkant, 1 op elke mouw en twee op de borst) |
| ittai-一体 | (wat) in hemelsnaam; in vredesnaam; verdorie |
| ittaiichiro-一帯一路 | één gordel, één weg, een Chinees economisch concept over verbinding van regio's tot 1 invloedsgebied, b.v. langs de zijderoute tussen China en Europa |
| ittaizentai-一体全体 | (een sterkere variant van 一体) (wat) allemachtig; in hemelsnaam; in vredesnaam; verdorie |
| ittan-一旦 | kortstondig |
| ittan-一端 | kledingstuk voor een volwassene |
| ittei-一定 | constant [vast; zeker; bepaald; gebruikelijk; uniform] zijn |
| ittemairimasu-行って参ります | ik ga; tot ziens; tot straks (gezegd door degene die weggaat tegen degene die thuis blijft) |
| itterasshai-行ってらっしゃい | tot ziens; tot straks (gezegd door degene die thuis blijft tegen degene die weggaat) |
| ittōbori-一刀彫り | eenvoudig houtsnijwerk (waarbij slechts één klein mes wordt gebruikt) |
| ittōbori-一刀彫り | houtsnijwerk volgens de Ittōbori-methode |
| ittoki-一時 | een tijdje; korte tijd; even(tjes) |
| ittoku-一得 | voordeel; verdienste; gunstig kenmerk |
| ittōryōdan-一刀両断 | de knoop doorhakken |
| ittōryōdan-一刀両断 | met één slag (van het zwaard) doormidden snijden |
| iutokorono-言うところの | wat men noemt; zoals het genoemd wordt; de zogenaamde; bekend (staand) als; bij wijze van spreken |
| iwa-違和 | ongemak; stoornis; inconsistentie |
| iwaku-曰く | reden; oorzaak; achtergrond |
| iwana-岩魚 | (Japanse) zalmforel (Salvelinus) |
| iwane-岩根 | een grote rots (met een deel dat (als een wortel) onder de grond zit) |
| iware-謂れ | oorsprong |
| iwataobi-岩田帯 | een band [doek] die door zwangere vrouwen gedragen wordt rond de buik (vanaf de vijfde maand van de zwangerschap) |
| iwazumogana-言わずもがな | het spreekt vanzelf [hoeft niet gezegd te worden] |
| iya-弥 | extreem; enorm; uiterst; erg |
| iyadoroppu-イヤドロップ | oorhanger; lange oorbel; oorbel met hanger |
| iyahon-イヤホン | oortelefoon |
| iyahōn-イヤホーン | oortelefoon |
| iyakukin-違約金 | boete voor contractbreuk |
| iyāmafu-イヤーマフ | oorbeschermer (geluidisolerend) |
| iyamāku-イヤマーク | oormerk |
| iyamasaru-弥増さる | alsmaar meer [groter; talrijker] worden |
| iyaō-否応 | aanvaarding of afwijzing; akkoord of niet akkoord; eens of oneens; ja of nee |
| iyaringu-イヤリング | oorbel; oorring |
| iyasaka-弥栄 | voorspoed; geluk |
| iyōgazō-医用画像 | beeldvormend medisch onderzoek; medische beeldvorming |
| izakaya-居酒屋 | Japanse bar waar hapjes en drankjes worden geserveerd |
| izen-以前 | niet voldoen aan een bepaald voorstadium |
| izen-以前 | vroeger; voorheen |
| izen-以前 | voor(dat); alvorens |
| izen-依然 | voortzetting zonder verandering |
| izenkei-已然形 | (taalkunde) izenkei (conditionele vorm) |
| izu-出づ | beginnen; ontstaan; voortkomen uit |
| izu-出づ | (opnieuw) verschijnen; opkomen; ontdekt [onthuld] worden; naar buiten komen (fig.) |
| izuminetsu-泉熱 | Izumi koorts (infectieziekte vergelijkbaar met roodvonk) |
| izumonokami-出雲の神 | godheid van het Izumo heiligdom (wordt gezien als god van het huwelijk) |
| ī・pī・rekōdo-イー・ピー・レコード | (extended-play record) ep grammofoonplaat |
| ī・tī-イー・ティー | Eastern Time (Noord-Amerika) |
| jabara-蛇腹 | blaasbalg; trekbalg van een accordeon; geplooide balg van een oude camera |
| jabu-ジャブ | stoot; stomp; por; oplawaai |
| jagguru-ジャッグル | (een overtreding bij handbal) het tweemaal achter elkaar de bal in de lucht aanraken door dezelfde speler |
| jaianto-ジャイアント | enorm groot |
| jajji-ジャッジ | (be)oordelen |
| jajjimento-ジャッジメント | oordeel; vonnis |
| jakago-蛇籠 | schanskorf; steenkorf |
| jaken-邪険 | boosheid; norsheid; kwaadaardigheid; wreedheid; hardvochtigheid |
| jakki-惹起 | oorzaak; aanleiding; reden |
| jakkisuru-惹起する | aanleiding geven tot; leiden tot; veroorzaken |
| jakōendō-麝香豌豆 | lathyrus (odoratus) |
| jaku-弱 | (een manier om een geschatte waarde aan te geven, wanneer een getal naar boven wordt afgerond) net geen; iets minder dan |
| jakutaikasuru-弱体化する | verzwakken; zwak worden |
| jakuten-弱点 | zwak punt; zwakke plek; tekortkoming |
| jakyoku-邪曲 | verdorvenheid; gemeenheid; oneerlijkheid |
| jamakke-邪魔っけ | het lastig [hinderlijk; storend] zijn |
| janru-ジャンル | genre; type; soort |
| japan・basshingu-ジャパン・バッシング | zware kritiek op Japan; het afkraken van Japan (vooral op economisch gebied) |
| japonika-ジャポニカ | japonica, wetenschappelijke naam voor plant-variëteiten |
| jashin-邪心 | kwaadaardigheid; boosaardigheid; een slecht [verdorven; kwaadaardig] hart |
| jashū-邪宗 | naam voor het Christendom (tijdens het shogunaat) |
| jasu・māku-ジャス・マーク | JAS (Japanese Agricultural Standard) keurmerk voor voedsel (landbouw en dierlijke producten) |
| jenosaidojōyaku-ジェノサイド条約 | Genocideverdrag (Verdrag inzake de voorkoming en de bestraffing van genocide) |
| jesso-ジェッソ | kalkonderlaag; kalkmortel |
| jetto・enjin-ジェット・エンジン | straalmotor |
| jē・āru-ジェー・アール | (afk. voor Japan Railways) Japanse Spoorwegen |
| jē・āru・ē-ジェー・アール・エー | (afk. voor Japan Racing Association) Japanse (Centrale) Paardenracesvereniging |
| jē・ē-ジェー・エー | (afk. voor Japan Agricultural cooperative) Japanse Landbouwcoöperatie |
| jē・ō・shī-ジェー・オー・シー | (afk. voor Japan Olympic Committee) Japans Olympisch Committee |
| jē・rīgu-ジェー・リーグ | (afk. voor Japan Professional Football League) Japanse profvoetbalcompetitie |
| jē・tān-ジェー・ターン | J-bocht (het verschijnsel dat werknemers van het platteland naar de stad gaan om te werken, vervolgens verhuizen naar een stad in hun geboortestreek) |
| jiai-自愛 | het (goed) voor zichzelf zorgen |
| jian-事案 | voorval; geval |
| jiasechirumoruhine-ジアセチルモルヒネ | diacetylmorfine |
| jibaku-自爆 | het zichzelf opblazen; zelfmoordaanslag met een bom |
| jiban-地盤 | grond(laag); oppervlaktelaag; aardkorst |
| jiban-地盤 | territorium; kiesdistrict; machtsbasis |
| jibiki-字引 | woordenboek |
| jibo-字母 | karakters [kanji] die de oorsprong zijn voor het fonetisch kana-schrift in Japan |
| jibunjishin-自分自身 | (versterkende vorm met nadruk) ik; zelf; ikzelf; mijzelf |
| jibutsu-持仏 | een boeddhistisch beeld dat altijd wordt gedragen of in huis bewaard, als beschermgod |
| jibyō-持病 | (fig.) een slechte gewoonte (die moeilijk te doorbreken is) |
| jichin-自沈 | het tot zinken brengen van de eigen boot [de boot waar men zelf aan boord is) |
| jichō-自重 | het goed voor zichzelf zorgen; behoedzaamheid; bedachtzaamheid; voorzichtigheid |
| jichōsuru-自重する | voorzichtig [terughoudend; zorvuldig] zijn |
| jida-耳朶 | oorlel |
| jidai-事大 | onderdanigheid; gehoorzaamheid |
| jidai-地代 | grondhuur; huur voor land [grond] |
| jidaigeki-時代劇 | (historisch) kostuumdrama (toneel; film) |
| jidaikankaku-時代感覚 | een gevoel voor de tijdgeest; begrip voor de kenmerken [trends] van de tijdsperiode |
| jidaikōshō-時代考証 | historisch onderzoek (b.v. voor een waarheidsgetrouwe weergave van historische items in films, series, kunst, e.d.); achtergrondonderzoek |
| jidaimono-時代物 | een antiek [historisch] voorwerp [object] |
| jidaimono-時代物 | een historisch drama [toneelstuk; kostuumstuk] (uit de Edo periode of daarvoor) |
| jidaishōsetsu-時代小説 | roman die zich afspeelt in de premoderne tijd (voor 1868) |
| jidan-示談 | (informele) overeenkomst buiten het gerecht om |
| jidōbungaku-児童文学 | (vanaf 1920) kinderliteratuur; boeken voor kinderen |
| jidōfukushishisetsu-児童福祉施設 | instituut [instelling] voor het kinderwelzijn [welzijn van kinderen] |
| jidōfurikomi-自動振込 | automatische incasso [overschrijving] door de bank (met machtiging van de rekeninghouder) |
| jidōjiritsushienshisetsu-児童自立支援施設 | instelling voor jeugdzorg ter ondersteuning van de zelfredzaamheid van kinderen |
| jidōporuno-児童ポルノ | kinderporno; kinderpornografie |
| jidori-地取り | de verdeling van percelen [kavels] voor huizenbouw |
| jidori-地鳥 | een vrije uitloop kip (die in Japan aan bepaalde strenge voorwaarden moet voldoen) |
| jidōshasongaibaishōsekininhoken-自動車損害賠償責任保険 | wettelijke aansprakelijkheidsverzekering voor voertuigen |
| jidōshi-自動詞 | intransitief werkwoord; onovergankelijk werkwoord |
| jifu-慈父 | zorgzame [liefhebbende] vader |
| jifun-自刎 | het zelfmoord plegen door zichzelf de keel door te snijden; zelfonthoofding |
| jigabachi-似我蜂 | een wespensoort (Ammophila) |
| jigai-自害 | zelfmoord; zelfdoding |
| jigami-地神 | voorouderlijke geesten; huisgod |
| jigazō-自画像 | zelfportret |
| jigen-字源 | de regels voor het samenstellen van Chinees karakter [kanji] |
| jigen-字源 | de oorsprong van een Chinees karakter [kanji] |
| jigen-時限 | tijdslimiet; (vooraf) vastgestelde tijd |
| jigi-字義 | woordbetekenis |
| jigōjitoku-自業自得 | boeten voor zijn fouten; zijn verdiende loon krijgen; de gevolgen [consequenties] (van zijn daden) moeten aanvaarden |
| jigōkanketsu-次号完結 | wordt voltooid in de volgende uitgave [het volgende nummer] |
| jiguchi-地口 | (Muromachi periode) voorgevel-belasting (een tijdelijke belasting op huizen [percelen], in steden als Kyoto en Nara) |
| jiguchi-地口 | woordspeling |
| jigyō-地形 | grondwerkzaamheden (voor funderingen); het egaliseren [bouwklaar maken] van grond |
| jigyōbusei-事業部制 | divisioneel organisatie systeem |
| jigyōsai-事業債 | bedrijfsobligaties voor een specifiek project (uitgegeven door algemene ondernemingen die geen financiële instellingen zijn) |
| jihen-事変 | oproer; ordeverstoring; opstand |
| jihyō -耳標 | oormerk (voor vee) |
| jihyō-辞表 | ontslagbrief (ingediend door een werknemer); verzoekschrift (voor ontslagneming) |
| jii-侍医 | arts bij het Bureau voor Geneeskunde onder het Ritsuryo-systeem |
| jiito-地糸 | draad die niet fabrieksmatig wordt gesponnen (traditioneel vaak gedaan als nevenactiviteit in o.a. het boerenbedrijf) |
| jijin-自尽 | zelfdoding; zelfmoord |
| jijo-次序 | volgorde; systeem; regeling; bestel |
| jijo-爾汝 | (pers. voornaamwoord tweede persoon) jij; gij |
| jikai-持戒 | (boeddh.) naleving [observantie] van de (boeddhistische) geboden [voorschriften] |
| jikaku-字格 | schrijfwijze [schrijfvoorschrift] van kanji |
| jikaku-磁覚 | magnetoceptie; magnetoreceptie (het kunnen waarnemen van magnetische velden) |
| jikaku-耳殻 | oorschelp (concha) |
| jikaku-自覚 | zelfbewustzijn; zelfbewustwording; zelfrealisatie; zelfbesef |
| jikakusuru-自覚する | zich (van iets) bewust worden; beseffen |
| jikasuru-磁化する | magnetiseren; gemagnetiseerd worden |
| jikatabi-地下足袋 | (Japanse) canvas schoen voor werklieden (met teenspleet en rubber zool) |
| jikatsu-自活 | zelfstandig levensonderhoud; het voorzien in eigen levensonderhoud |
| jikei-自剄 | het zelfmoord plegen door zichzelf de keel door te snijden; zelfonthoofding |
| jiketsu-自決 | zelfdoding (bij het op zich nemen van verantwoordelijkheid) |
| jiki-磁器 | Japans porselein (Arita, Kutani, Seto, etc.) |
| jikiden-直伝 | directe overdracht van een kunstvorm [leer] van meester op student |
| jikidō-直堂 | (zen-boedddh.) de persoon die verantwoordelijk is voor het beheer van de gewaden en hoofddeksels van de monniken |
| jikini-直に | onmiddellijk; meteen; op zeer korte termijn |
| jikitotsu-直綴 | overjas voor boeddhistische monniken of pelgrims |
| jikitotsu-直綴 | traditionele bovenkleding [overjas] voor mannen |
| jikkei-実刑 | gevangenisstraf zonder uitstel uitgevoerd; onvoorwaardelijke gevangenisstraf |
| jikkeihanketsu-実刑判決 | gevangenisstraf zonder uitstel uitgevoerd; onvoorwaardelijke gevangenisstraf |
| jikkendai-実験台 | laboratoriumtafel; een tafel waarop experimenten [proeven] worden uitgevoerd |
| jikkuri-じっくり | voorzichtig; zorgvuldig; netjes; rustig; langzaam |
| jikō-事項 | zaak; aangelegenheid; kwestie; item; categorie |
| jikokabushiki-自己株式 | eigen aandelen die zijn teruggekocht door een bedrijf |
| jikoku-二黒 | in de vijf elementen behorend tot de aarde (zuid-west) |
| jikon-自今 | vanaf nu; voortaan; hierna |
| jikoru-事故る | (informele term voor) het veroorzaken van een ongeval (m.n. een verkeersongeval) |
| jikoshin-自己新 | (sport) persoonlijk record; beste prestatie |
| jikoshōkai-自己紹介 | zelfintroductie; het zichzelf (aan iemand) voorstellen |
| jiku-字句 | letters [karakters] en zinnen; woorden; frasen |
| jiku-字句 | uitdrukking; bewoording |
| jikuro-舳艫 | (van een schip) voorsteven [boeg] en achtersteven [spiegel] |
| jikyū-自給 | zelfstandigheid; zelfvoorziening |
| jikyūjisoku-自給自足 | zelfvoorzienigheid |
| jikyūryoku-持久力 | uithoudingsvermogen; doorzettingsvermogen |
| jikyūsakumotsu-自給作物 | landbouwproducten voor eigen gebruik |
| jikyūsuru-持久する | volharden; volhouden; doorzetten; weerstaan |
| jikyūsuru-自給する | in zijn eigen onderhoud voorzien; zelfstandig iets uitvoeren; zelfvoorzienend zijn |
| jimen-字面 | uiterlijk [indruk; impressie] van de vorm [structuur; schrijfstijl] van letters [karakters; kanji] |
| jimen-字面 | letterlijke betekenis van een woord [een geschreven tekst] |
| jimichi-地道 | normale loopsnelheid (van een paard e.d.) |
| jimoku-耳目 | ogen en oren; horen en zien |
| jimon-寺門 | tempelpoort; hoofdingang van een (boeddhistische) tempel |
| jimon-寺門 | (afk. voor) de Jimonha-secte (van het Tendai boeddhisme) |
| jimonjitō-自問自答 | zijn eigen vraag beantwoorden; alleenspraak; monoloog |
| jimu-ジム | gymzaal; gymnastieklokaal; trainingszaal; sportschool |
| jimu-事務 | kantoorwerk; (kantoor)administratie |
| jimunajiumu-ジムナジウム | gymzaal; gymnastieklokaal; trainingszaal; sportschool |
| jimusho-事務所 | kantoor |
| jimuyōhin-事務用品 | kantoorbenodigheden |
| jin-陣 | slagorde; gevechtsopstelling |
| jinaoshi-地直し | het voorbehandelen van stoffen om krimp of rek te voorkomen |
| jinbotsu-陣没 | het sterven [doodgaan; gedood worden] in een oorlog (op het slagveld; aan het front) |
| jinbunchishiki-人文知識 | specialist in geesteswetenschappen (visumcategorie in Japan) |
| jinbutsuga-人物画 | portret (schilderij) |
| jinchi-陣地 | (balsport) positie; plaats |
| jinchōge-沈丁花 | peperboompje (Daphne odora) |
| jingai-人外 | een plek buiten de door mensen bewoonde wereld |
| jingasa-陣笠 | strohoeden die vroeger door gewone voetsoldaten werden gedragen i.p.v. helmen |
| jingisukannabe-ジンギスカン鍋 | gietijzeren grillpan voor het bereiden van Genghis Khan-hotpot |
| jingoizumu-ジンゴイズム | jingoïsme (een vorm van overdreven patriottisme) |
| jinjiidō-人事異動 | (veranderingen in de positie, rechten of lokatie van werknemers) personeelsreorganisatie; personeelsherstructurering |
| jinjiin-人事院 | Nationale Personeelsautoriteit; Nationaal Personeelsbureau |
| jinjikōka-人事考課 | het evalueren [beoordelen] van de capaciteiten, prestaties, e.d. van het personeel [de medewerkers] |
| jinjō-尋常 | goed [voortreffelijk] zijn |
| jinjō-尋常 | gewoon [normaal; alledaags; middelmatig; gemiddeld] zijn |
| jinjōichiyō-尋常一様 | gewoon [alledaags; gebruikelijk; normaal] zijn |
| jinjōshōgakkō-尋常小学校 | (in het oude onderwijssysteem van Japan, 1886-1941) verplichte school voor algemeen basisonderwijs |
| jinkei-仁兄 | (beleefde aanspreekvorm in een brief, van een man aan een vriend of collega) beste [geachte] vriend |
| jinkei-陣形 | slagorde; legeropstelling; gevechtsformatie |
| jinkendantai-人権団体 | mensenrechtenorganisatie |
| jinkōchūzetsu-人工中絶 | abortus provocatus (het opzettelijk afbreken van een zwangerschap) |
| jinkokki-人国記 | een register met biografieën van belangrijke mensen (gerangschikt per geboorteplaats) |
| jinkōninshinchūzetsu-人工妊娠中絶 | abortus provocatus (het opzettelijk afbreken van een zwangerschap) |
| jinkun-仁君 | een welwillende [genadige] vorst [heerser] |
| jinmon-尋問 | (bij politie of justitie) ondervraging; verhoor |
| jinoshi-地伸し | het voorbehandelen van stoffen om krimp of rek te voorkomen |
| jinpin-人品 | (persoonlijk) voorkomen; uiterlijk; verschijning |
| jinrin-人倫 | menselijke betrekkingen [relaties]; moraliteit, |
| jinshinkōgeki-人身攻撃 | persoonlijke aanval; gemene [valse] opmerkingen]; karaktermoord; argumentum ad hominem (afk. ad hominem) |
| jinsui-尽瘁 | het zich wijden aan; het zich volledig inzetten [inspannen] voor |
| jintō-陣頭 | voorhoede |
| jinzō-腎臓 | de nier(en); renes (orgaan) |
| jin'en-人煙 | menselijke bewoners (te zien door rook uit hun huizen) |
| jiorama-ジオラマ | diorama opstelling met achtergrond schildering op ware grootte |
| jipangu-ジパング | Zipangu, de naam waarmee naar Japan wordt verwezen in Marco Polo's Reizen (het Engelse woord Japan is daarvan afgeleid) |
| jirei-事例 | precedent; voorafgaande feiten; voorbeeldsituatie; praktijkvoorbeeld |
| jirei-辞令 | woordgebruik; formulering; diplomatiek taalgebruik |
| jirijiri-じりじり | beetje bij beetje; stap voor stap; langzaam maar zeker; langzamerhand; geleidelijk |
| jirijirisuru-じりじりする | ongeduldig worden; geïrriteerd raken |
| jirin-辞林 | woordenboek |
| jiritsu-持律 | (boeddh.) naleving [observantie] van de voorschriften |
| jiritsu-自立 | zelfstandigheid; onafhankelijkheid; zelfvoorziening |
| jiritsushinkeishitchōshō-自律神経失調症 | vegetatieve stoornis |
| jiritsusuru-自立する | zelfstandig [onafhankelijk] worden |
| jirō-耳漏 | oorsmeer; afscheiding uit het oor |
| jiron-持論 | mijn vaste [overtuigde] mening [standpunt; theorie] |
| jiryō-寺領 | bijdrage [vergoeding] voor een tempel |
| jisatsu-自殺 | zelfmoord; suïcide; zelfdoding |
| jisatsuhōjo-自殺幇助 | hulp bij zelfdoding [zelfmoord] |
| jisatsukōgeki-自殺攻撃 | zelfmoordaanslag |
| jisatsumisui-自殺未遂 | zelfmoordpoging |
| jisatsusha-自殺者 | zelfmoordenaar |
| jisatsusuru-自殺する | zelfmoord plegen |
| jisei-時制 | (grammatica) tijdsvorm; tempus |
| jisei-自生 | autogenese; abiogenese; zelfwording |
| jisei-自省 | zelfreflectie; zelfbeoordeling |
| jisei-自製 | een zelfgemaakt [eigengemaakt] voorwerp [artikel] |
| jiseki-事跡 | (voet)sporen; overblijfsel; bewijs(stuk) |
| jisen-耳栓 | traditionele oorbellen uit de Japanse Jomon periode |
| jisen-自薦 | het zichzelf aanbevelen [nomineren; voordragen] (b.v. voor een bepaalde positie of functie) |
| jisensuru-自薦する | zichzelf aanbevelen [nomineren; voordragen] (b.v. voor een bepaalde positie of functie) |
| jisha-侍者 | dienaar (bij vooraanstaande [adellijke] families) |
| jishō-字性 | schrijfwijze [vorm] van een geschreven letter [karakter] |
| jisho-字書 | (algemeen) woordenboek |
| jisho-字書 | kanji woordenboek (met schrijfvolgorde, lezing, betekenis, e.d.) |
| jisho-辞書 | woordenboek voor kanji [of woorden] met schrijfvolgorde, lezing en betekenis |
| jisho-辞書 | keizerlijke brief (als antwoord, of berichtgeving) |
| jisho-辞書 | woordenboek |
| jishohenshū-辞書編集 | lexicografie; het samenstellen van een woordenboek |
| jishohenshūsha-辞書編集者 | lexicograaf; samensteller van een woordenboek |
| jison-自損 | door eigen toedoen verwonding of schade oplopen |
| jissenrei-実践例 | praktijkvoorbeeld |
| jisshō-実証 | feitelijk [op feiten gebaseerd] bewijs; solide [door feiten ondersteund; aangetoond] bewijs |
| jissōkannyū-実相観入 | (poëzietheorie van Mokichi Saito) de werkelijkheid achter de waarneming [perceptie] beschrijven in tanka |
| jisuru-持する | in acht nemen; zich houden aan (voorschriften e.d.) |
| jisuru-辞する | (met ontkenning) bereid zijn te doen; (vastberaden) doorgaan; niet opgeven |
| jitai-字体 | vorm van een kanji; lettersoort; lettertype |
| jitan-時短 | werktijdverkorting; arbeidsduurverkorting |
| jiteki-自適 | zorgeloos leven; een rustig leventje leiden |
| jiten-辞典 | (vanaf de Meiji periode en in titels) woordenboek |
| jitenshakyōgi-自転車競技 | wielrennen (sport) |
| jitsubutsu-実物 | het echte [werkelijke; authentieke] ding [werk; object]; het origineel |
| jitsuen-実演 | opvoering; optreden (voor publiek) |
| jitsuji-実字 | een kanji [Chinees karakter] met een inhoudelijke betekenis (in de klassieke Chinese grammatica, zoals een zelfstandige naamwoord, werkwoord, etc.) |
| jitsurei-実例 | een actueel voorbeeld; illustratie; toelichting |
| jitsuri-実利 | werkelijke winst; werkelijk [praktisch] voordeel [nut] |
| jitsuri-実理 | praktische theorie (gebaseerd op de werkelijkheid); feitelijke logica |
| jitsuroku-実録 | (afk. voor) een historische roman geplaatst in de Edo-periode |
| jitsuroku-実録 | historische [chronologisch] verslag over een vorst (keizer, koning, e.d.) |
| jitsurokumono-実録物 | een historische roman geplaatst in de Edo-periode |
| jitsuzuki-地続き | aaneengesloten grondgebied [grondbezit] (niet onderbroken door de zee, rivieren, e.d.) |
| jittoku-十徳 | de tien (soorten) deugden |
| jittoku-十徳 | (andere term voor) traditionele bovenkleding [overjas] voor mannen [monniken; pelgrims] |
| jittori-じっとり | zeer vochtig; nat; plakkerig; doorweekt; doordrenkt |
| jiuta-地歌 | vroegmoderne Japanse shamisen-liederen (traditioneel gecomponeerd door blinde muzikanten, m.n. in de regio Kyoto-Osaka) |
| jiutai-地謡 | koor in Nō theater |
| jiutamai-地唄舞 | traditionele Japanse dansvorm, begeleid door jiuta-muziek |
| jiwajiwa-じわじわ | langzaam maar zeker; gestaag; beetje bij beetje (verlopen; vooruitgaan) |
| jiyū-事由 | (jur.) feiten die als directe reden of oorzaak van iets aangemerkt worden |
| jiyū-事由 | reden; oorzaak (van iets) |
| jiyūgata-自由形 | (zwemmen) de vrije slag; borstcrawl |
| jiyūhōninshugi-自由放任主義 | het laisser faire principe (ook economische term voor vrijheid van productie en (handels)verkeer zonder overheidsbemoeienis) |
| jiyūjikan-自由時間 | vrije tijd; tijd voor ontspanning |
| jiyūkyōsō-自由競争 | (economie) vrije mededinging; vrije concurrentie (zonder inmenging of regulering door de staat) |
| jiyūshi-自由詩 | vrije verzen (poëziestijl zonder vormbeperking) |
| jizai-自在 | (afk. voor) een haak boven een haard of fornuis om een pot of ketel aan te hangen |
| jizaikagi-自在鉤 | een haak boven een haard of fornuis om een pot of ketel aan te hangen |
| jizen-事前 | het voorafgaande; vooraf |
| jizendantai-慈善団体 | goed doel; charitatieve [filantropische] organisatie |
| jizoku-持続 | voortzetting; duurzaamheid; voortduring; continuïteit |
| jizura-字面 | uiterlijk [indruk; impressie] van de vorm [structuur; schrijfstijl] van letters [karakters; kanji] |
| jizura-字面 | letterlijke betekenis van een woord [een geschreven tekst] |
| jō-上 | (respectvolle term op een cadeau t.a.v. de ontvanger) aangeboden door; met de hartelijke groeten |
| jō-上 | de eerste (in rangorde) |
| jō-乗 | woord om voertuigen te tellen |
| jō-城 | kasteel; burcht; fort |
| jō-譲 | (in samenstellingen) geven; overhandigen; toekennen; doorgeven; verkopen |
| joban-序盤 | beginfase (van een campagne, oorlog, etc.) |
| jobiraki-序開き | begin; oorsprong |
| jobiraki-序開き | (toneel, in de Edo-periode) een eenakter, als voorprogramma voor een groot toneelstuk |
| jōbitaki-尉鶲 | spiegelroodstaart (zangvogel, Phoenicurus auroreus) |
| jobun-序文 | voorwoord; woord vooraf; avant-propos |
| jōbun-条文 | artikel; clausule; voorwaarde |
| jōbutsu-成仏 | het bereiken van de Verlichting; Boeddha worden |
| jōbutsusuru-成仏する | de Verlichting bereiken; Boeddha worden |
| jochō-助長 | bevordering; het bevorderen [begunstigen] |
| jōchū-条虫 | lintworm |
| jōdo-壌土 | leem [klei] grond (geschikt voor landbouw) |
| jōdo-浄土 | (afk. voor) de boeddhistische Jōdo school |
| jodōshi-助動詞 | hulpwerkwoord |
| jōgekankei-上下関係 | pikorde; hiërarchie; sociale rangorde |
| jōgo-上戸 | zuipschuit; drankorgel; (zware) drinker |
| jōgo-上戸 | iemand die graag [veel] alcohol drinkt (en dan emotioneel wordt) |
| jōhatsu-蒸発 | evaporatie; verdamping |
| jōhō-情報 | inlichtingen; informatie; nieuws; verslag |
| jōhoan-譲歩案 | compromisvoorstel |
| jōhōgen-情報源 | informatiebron; nieuwsbron |
| jōhōkashakai-情報化社会 | informatiemaatschappij; kennismaatschappij; informatiesamenleving |
| jōhōkōgaku-情報工学 | informatica; computer techniek; information engineering |
| jōhōya-情報屋 | informant |
| joji-助辞 | (grammatica) hulp(werk)woord |
| jōji-畳字 | herhaalsymbool; herhalingsteken voor kanji of kana (々; ゝ) |
| jōjia-ジョージア | Georgia (VS) |
| jōjitsu-情実 | partijdigheid; bevoorrechting; voortrekkerij; vriendjespolitiek |
| jōjō-上場 | (theater) voorstelling; opvoering |
| jojoni-徐徐に | stap voor stap; beetje bij beetje; geleidelijk |
| jōju-成就 | verwezenlijking; prestatie; behaald succes; verworvenheid; hetgeen bereikt is |
| jōjutsu-上述 | bovengenoemde; voornoemde |
| jojutsutorikku-叙述トリック | verteltruc in een verhaal waardoor de lezer op het verkeerde been wordt gezet |
| jōkan-条款 | artikel; voorwaarde; clausule |
| jōken-条件 | voorwaarde; conditie; vereiste |
| jōkenhansha-条件反射 | een geconditioneerde [voorwaardelijke] reflex |
| jōkentsuki-条件付き | met [onder] voorwaarde(n) |
| jōkenzukenatsuinshōsho-条件付捺印証書 | borg [zekerheidstelling] in handen van derden (tot de voorwaarde is voldaan) |
| jōki-上気 | teveel worden; controle verliezen over jezelf |
| jōki-上記 | het bovengenoemde; voornoemde |
| jōki-乗機 | bemand vliegtuig; vliegtuig met mensen aan boord |
| jōki-乗機 | aan boord gaan [instappen] in een vliegtuig |
| jōkisuru-上気する | blozen; rood (in het gezicht) worden |
| jōkō-上皇 | ex-keizer; voormalige keizer; keizer die troonsafstand doet |
| jokō-徐行 | het langzaam voortgaan; langzaam (gaan) rijden; vaart minderen |
| jōkō-条項 | clausule; artikel; bepaling; voorwaarde |
| jokōsuru-徐行する | langzaam voortgaan; langzaam (gaan) rijden; vaart minderen |
| jokusō-褥瘡 | decubitus; druknecrose; doorligwond; drukwond |
| jokyōju-助教授 | universitair docent; assistent professor |
| jōmon-城門 | kasteelpoort |
| jōmon-縄文 | (afk. voor) Jōmon tijdperk (in Japan, ca. 14000-1000 v.Chr.) |
| jōmon-縄文 | (afk. voor) Jōmon aardewerk (met een touw-patroon) |
| jōmu-常務 | (afk. voor) algemeen directeur |
| jōmukai-常務会 | directiecomité (met als taak het uitvoeren van het door de Raad van Bestuur vastgestelde beleid) |
| jōmyō-定命 | (boeddh.) lot, lotsbestemming; (voorbestemde) levensduur |
| jonidan-序二段 | de op 1 na laagste rang bij het sumo worstelen |
| jōnōkin-上納金 | monetaire betaling van burgers aan de vorst, overheid, overkoepelende organisaties (soms crimineel), e.d. |
| jonokuchi-序の口 | laagste rang op de sumoranglijst |
| jōon-常温 | constante [vaste] temperatuur; kamertemperatuur; normale temperatuur |
| jōonhozonkanōhin-常温保存可能品 | producten die op kamertemperatuur kunnen worden bewaard |
| jōran-擾乱 | ordeverstoring; opschudding; tumult |
| jōrei-条令 | regelgeving; statuten; verordening |
| jōrei-条例 | voorschrift; reglement; verorderning |
| joren-鋤簾 | soort schoffel met bamboesteel |
| joretsu-序列 | hiërarchie; rangorde |
| jorōgumo-女郎蜘蛛 | (alleen 絡新婦) spin yōkai, een mythische wezen uit de Japanse folklore |
| jorunāta-ジョルナータ | hoeveelheid fresco verf die in 1 dag kan worden opgebracht (van Italiaans: giornata, een dag werk) |
| josai-如才 | onzorgvuldigheid; onoplettendheid; slordigheid |
| josei-助成 | bijstand; ondersteuning; bevordering; aanmoediging |
| jōsei-醸成 | het veroorzaken; teweegbrengen |
| joseishi-女性誌 | damesblad; vrouwenblad; tijdschrift voor vrouwen |
| jōseki-定石 | een vaste zet [reeks zetten] bij go of Japans schaken; een standaard tactiek [methode; formule] |
| jōsen-乗船 | inscheping; inlading; het aan boord gaan |
| joshidaigaku-女子大学 | vrouwenuniversiteit; universiteit voor vrouwen |
| joshidaisei-女子大生 | studente aan een universiteit voor vrouwen |
| jōshigun-娘子軍 | (arch.) leger dat geheel bestond uit (of werd geleid door) vrouwen (m.n. tijdens de T'ang periode in de Chin. geschiedenis) |
| jōshin-上申 | bericht [verslag] voor een superieur [meerdere] |
| jōshinsuru-上申する | verslag doen [rapporteren] aan een meerdere [superieur] |
| joshō-叙唱 | recitatief (verhalend deel in opera, oratorium, e.d.); het zingend spreken |
| jōshō-常勝 | onoverwinnelijkheid; onverslaanbaar zijn; voortdurende overwinningen |
| joshō-序章 | inleiding; voorwoord; proloog |
| josō-助走 | (sport) aanloop (b.v. voor een sprong) |
| josō-女装 | het dragen van vrouwenkleding (door een man) |
| josō-除霜 | vorstbescherming (voor planten) |
| josondanpi-女尊男卑 | vrouwelijk chauvinisme; (het geloof in) de superioriteit van vrouwen over mannen (lett. de vrouw is geëerd, de man nederig) |
| jōsū-乗数 | vermenigvuldiger; multiplicator |
| jōsuidō-上水道 | waterleiding; watertoevoer; watervoorziening |
| josuru-除する | delen (door) |
| josūshi-助数詞 | counter: een woord of suffix dat wordt gekoppeld aan een telwoord (de verschillende counters geven de soorten van het getelde object aan) |
| josūshi-序数詞 | ordinaalgetal; rangtelwoord |
| jōtai-常体 | (taalkunde) een informele [directe] stijl (da-de aru) |
| jōtatsu-上達 | (het doorgeven van de wensen [meningen]) van ondergeschikten naar superieuren (bottom-up beleidsstructuur, met inspraak) |
| jōtatsu-上達 | vooruitgang; verbetering; ontwikkeling |
| jōtatsusuru-上達する | vooruitgaan; (zich) verbeteren [ontwikkelen] |
| jōtoteitō-譲渡抵当 | overdrachtshypotheek; overdraagbare hypotheekvordering |
| jōyōkanji-常用漢字 | de officiële lijst van kanji die elke Japanse student tenminste moet kennen bij het afleggen van het examen voor het voortgezet onderwijs in Japan |
| jōza-上座 | ereplaats; zitplaats voor een hooggeplaatst persoon of gast (aan het hoofd van de tafel) |
| jōzetto-ジョーゼット | crêpe georgette (stof) |
| jūbakoban-重箱判 | standaard Japans papierformaat (182 x 206 mm) |
| jūbunjōken-十分条件 | voldoende woordwaarden (relatie tussen stellingen) |
| jūbyō-重病 | (afk. voor) ernstig zieke patiënt |
| jūchin-重鎮 | een vooraanstaande figuur; autoriteit [expert] (in zijn/haar vakgebied) |
| judai-入内 | het betreden van het keizerlijk hof door de bruiloftsstoet van de toekomstige keizerin |
| judaku-受諾 | het accepteren; onderschrijven (van voorwaarden, verdragen, etc.) |
| jūdansuru-縦断する | verticaal doorsnijden [splitsen; verdelen] |
| jūdansuru-縦断する | door het hele land [gebied] gaan [lopen; reizen] |
| jūden-充電 | (fig.) (mentale, spirituele) oplading (door een rusttijd in te lassen) |
| judōtai-受動態 | (grammatica) lijdende [passieve] vorm (van een werkwoord) |
| jūgen-重言 | kanji-combinatie waarin hetzelfde teken wordt herhaald |
| jūgunkisha-従軍記者 | oorlogscorrespondent |
| jugyo-入御 | (respectvolle term voor de verplaatsing van een keizer, keizerin, mikoshi, en later ook iemand van adel) de binnenkomst; het binnengaan |
| jūji-十字 | het karakter voor het getal 10 |
| jūjika-十字架 | een (christelijk) kruis; kruisvorm |
| jūjun-従順 | gehoorzaamheid; volgzaamheid |
| jūjun-柔順 | gehoorzaam [volgzaam; zachtmoedig] zijn |
| jūjutsu-柔術 | jiujitsu (Japans worstelen) |
| jukei-受刑 | bestraffing; het gestraft [veroordeeld] worden |
| jūkei-銃刑 | executie door een vuurpeloton |
| jukeisha-受刑者 | veroordeelde; gedetineerde |
| jukeisuru-受刑する | bestraft [veroordeeld] worden; straf krijgen |
| juken-受検 | onderworpen worden aan een onderzoek [inspectie] |
| jukensensō-受験戦争 | examenoorlog, de felle competitie bij toelatingsexamen(s) (voor scholen of universiteiten) |
| jukkō-熟考 | overdenking; reflectie; beschouwing; overpeinzing; zorgvuldige overweging |
| jūkō-銃口 | mond; tromp (voorste opening van de loop van een geweer) |
| juku-塾 | privéschool; stoomcursus (ter voorbereiding op toelatingsexamen voor middelbare scholen en universiteiten) |
| jukugi-熟議 | beraadslaging; overleg; bespreking; discussie; (zorgvuldige) overweging [afweging] |
| jukugo-熟語 | een samenstelling (samengesteld woord); kanji combinaite |
| jukuran-熟覧 | zorgvuldige controle [inspectie] |
| jukuransuru-熟覧する | zorgvuldig nakijken [controleren; inspecteren] |
| jukurensuru-熟練する | zich bekwamen (in); vakkundig [ervaren] worden |
| jukusei-塾生 | student aan een privéschool (voor extra onderwijsdoeleinden ter voorbereiding van toelatingsexamens aan middelbare scholen) |
| jukushi-熟思 | zorgvuldige overweging; weloverwogen gedachte |
| jukushishugi-熟柿主義 | afwachtende houding; het principe om geduldig te wachten tot een kans zich voordoet |
| jukusu-熟す | rijpen (fig.); goed ontwikkeld zijn [worden] (b.v. gedachte, plan, gelegenheid, vaardigheid) |
| jukusu-熟す | rijpen; rijp worden (fruit, kaas, etc.) |
| jukusuru-熟する | rijpen (fig.); goed ontwikkeld zijn [worden] (b.v. gedachte, plan, gelegenheid, vaardigheid) |
| jukusuru-熟する | rijpen; rijp worden (fruit, kaas, etc.) |
| jukutō-塾頭 | hoofdonderwijzer [docent; leraar] aan een privéschool (voor extra onderwijsdoeleinden ter voorbereiding van toelatingsexamens aan middelbare scholen) |
| jumokui-樹木医 | boomverzorging; boomgeneeskunde |
| jumokui-樹木医 | boomverzorger (vroeger aanduiding voor boomchirurgie en boomchirurg, heden voor boomkwakzalverij) |
| jūnantaisō-柔軟体操 | rek- en strekoefeningen om het lichaam soepel te maken, meestal als warming-up voor een sport |
| junban-順番 | volgorde; beurt |
| junbi-準備 | voorbereiding |
| junbisuru-準備する | voorbereiden |
| jungyaku-順逆 | goed en fout; correcte volgorde en omgekeerde volgorde |
| jungyaku-順逆 | gehoorzaamheid en ongehoorzaamheid; loyaliteit en verraad |
| junia-ジュニア | junior |
| junia・bōdo-ジュニア・ボード | Junior Raad van Bestuur |
| junia・bōdo・shisutemu-ジュニア・ボード・システム | Junior Raad van Bestuur systeem, waarbij jonge medewerkers binnen het bedrijf oplossingen mogen bedenken voor verschillende managementvraagstukken |
| jūnintoiro-十人十色 | (spreekwoord) zoveel hoofden zoveel zinnen; smaken verschillen; over smaak valt niet te twisten |
| junji-順次 | in volgorde [opeenvolgend] zijn |
| junjiru-殉じる | zelfmoord plegen na de dood van zijn meester |
| junjiru-殉じる | zichzelf opofferen; zijn leven geven (voor een bepaalde zaak of persoon); de martelaarsdood sterven |
| junjiru-準じる | zich conformeren [houden] aan; (een regel, wet etc.) volgen |
| junjo-順序 | volgorde; reeks |
| junjunni-順順に | in volgorde; om de beurt; de een na de ander; achtereenvolgens |
| junkaitoshokan-巡回図書館 | bibliobus; bibliotheekbus; kleine rijdende bibliotheek (m.n. voor ver-afgelegen plaatsen) |
| junkyo-準拠 | conformiteit; aanpassing; gelijkvormigheid; overeenstemming; navolging |
| junkyō-順境 | gunstige omstandigheden; voorspoed; welvaart |
| junkyosuru-準拠する | zich conformeren aan; gebaseerd zijn op |
| junnan-殉難 | zichzelf opofferen voor land of religie; martelaarschap |
| junnō-順応 | aanpassing; conformatie; inschikkelijkheid; acclimatisatie |
| junnōsuru-順応する | (zich) aanpassen; conformeren (aan); acclimatiseren |
| junpitsu-潤筆 | de vergoeding [beloning] voor het maken van een kalligrafie of tekening |
| junpitsu-順筆 | (kalligrafie) schrijftechniek van beginpunt tot eindpunt in volgorde zonder tegengestelde schrijfrichting |
| junpitsuryō-潤筆料 | de vergoeding [beloning] voor het maken van een kalligrafie of tekening |
| junpō-旬報 | publicatie [rapport; tijdschrift] dat elke 10 dagen wordt uitgebracht; tiendaagse uitgave |
| junpō-遵奉 | gehoorzaamheid; inachtneming [naleving] van voorschriften [regels] |
| junpōsha-遵奉者 | conformist |
| junpūmanpan-順風満帆 | alles verloopt gladjes; alles loopt op rolletjes; het gaat voor de wind |
| junretsu-順列 | (rang)schikking; volgorde; ordening |
| junrieki-純利益 | nettowinst; nettoresultaat |
| junsahashutsujo-巡査派出所 | (oude benaming voor) politiepost |
| junsai-蓴菜 | de waterplant Brasenia schreier (waarvan de jonge loten en bladeren in Japan gegeten worden) |
| junshu-遵守 | naleving; inachtneming; eerbiediging; gehoorzaamheid |
| junshusuru-遵守する | naleven; gehoorzamen; zich houden aan; eerbiedigen |
| junsoku-準則 | regel; voorschrift; reglement |
| juntaku-潤沢 | overvloed; rijkdom; welvaart; voorspoed |
| juntaku-潤沢 | het vochtig worden; bevochtigen |
| junte-順手 | bovenhandse greep; normale greep (met de rug van de hand naar boven) |
| junyū-授乳 | het geven van borstvoeding; het zogen |
| junzuru-殉ずる | zelfmoord plegen na de dood van zijn meester |
| junzuru-殉ずる | zichzelf opofferen; zijn leven geven (voor een bepaalde zaak of persoon); de martelaarsdood sterven |
| junzuru-準ずる | zich conformeren [houden] aan; (een regel, wet etc.) volgen |
| jun'en-順縁 | het feit dat in de natuurlijke loop der dingen de mensen sterven in volgorde van ouderdom |
| juppei-恤兵 | het sturen van hulpgoederen [geschenken] aan soldaten (in de oorlog) |
| jūrai-従来 | voorheen; vroeger; tot nu toe; conventioneel; traditioneel |
| jūrokumiri-十六ミリ | 16mm-film of een camera gebruikmakend van hetzelfde filmformaat |
| jūrokumirikamera-十六ミリカメラ | een camera gebruikmakend van het 16 millimeter filmformaat |
| jūryokuhōkai-重力崩壊 | zwaartekracht(s)implosie; gravitatie-instorting |
| jūryōsei-従量制 | betaling naar gebruik (een methode waarbij diensten en voorzieningen in rekening worden gebracht gebaseerd op werkelijk gebruikte gegevens en tijd) |
| jūsatsu-銃殺 | moord door doodschieten |
| jūseki-重責 | zware [grote] verantwoordelijkheid |
| jūshichimoji-十七文字 | haiku, een Japanse dichtvorm in 17 lettergrepen in een 5-7-5 versvorm |
| jūsotsu-従卒 | ordonnans; bediende van een officier |
| jussaku-述作 | de leer [theorie] van iemand |
| jusui-入水 | zelfverdrinking; zelfmoord [zelfdoding] door verdrinking |
| jusuru-誦する | hardop voorlezen; voordragen; reciteren |
| jūtai-縦隊 | colonne; formatie [opstelling] achter elkaar |
| jūtaizei-渋滞税 | congestieheffing; congestietaks (voor voertuigen e.d.) |
| jutaku-受託 | het toevertrouwd worden met; in bewaring krijgen |
| jūtakukin'yūkōko-住宅金融公庫 | staatsmaatschappij voor leningen voor huisvesting (Japanse overheidsinstelling die leningen verstrekte voor woningen van particulieren) |
| jūtanbakugeki-絨緞爆撃 | tapijtbombardement (waarbij een groot aantal bommen over een heel gebied worden uitgestrooid, in plaats van bepaalde doelen te raken) |
| jutchū-術中 | intraopratieve zorg (in de operatiekamer, voor, tijdens en direct na de operatie) |
| jūtei-重訂 | tweede herziening; nieuwe correcties in boeken, e.d. die al een keer gecorrigeerd zijn |
| jūtenseisaku-重点政策 | belangrijkste beleidslijn; voorrangsbeleid |
| jūtenshugi-重点主義 | prioriteitssysteem; beleid [principe] van het zich richten op essentiële zaken |
| jūtenteki-重点的 | gefocust; geconcentreerd; met hoge prioriteit |
| juwaki-受話器 | hoorn (v.e. telefoontoestel); telefoonhoorn |
| jūyō-充用 | het iets reserveren [toewijzen; aanwenden] (voor een bepaald doel) |
| jūyō-重用 | het begunstigd [toevertrouwd] worden; het krijgen van een belangrijke positie [functie] |
| juyōyosoku-需要予測 | vraagprognose; vraagvoorspelling |
| jūzen-従前 | voorheen; vroeger; eerder; tot nu toe |
| jūzoku-従属 | ondergeschiktheid; afhankelijkheid; gehoorzaamheid |
| juzudama-数珠玉 | Job's tranen (grassoort, Coix lacryma-jobi) |
| juzudama-数珠玉 | kralen voor een rozenkrans |
| ka-科 | classificatie van organismen en virussen; familie (van planten) |
| ka-菓 | wordt samen met telwoord gebruikt om aantal vruchten te tellen |
| ka-顆 | korrel |
| kaasan-母さん | (aanspreekterm voor) moeder |
| kaasan-母さん | (aanspreekterm voor) de gastvrouw in een theehuis, herberg, e.d. |
| kabadi-カバディ | (Hindi: kabaḍḍī) kabaddi, een nationale sport in India (waarbij 2 teams van 7 spelers tegen elkaar strijden) |
| kabairo-蒲色 | (lett. de kleur van de lisdodde) een roodoranje kleur (b64925) |
| kabane-姓 | (arch.) erfelijke eretitel voor het hoofd van een clan (in het oude Japan) |
| kabanmochi-鞄持ち | tassendrager (een denigrerende term voor iemand die zijn baas slaafs volgt en zijn tas draagt) |
| kabau-庇う | iemand beschermen; behoeden (voor); onder de hoede nemen; dekking geven |
| kabetsuchi-壁土 | pleister(kalk) (voor muren) |
| kabi-黴 | schimmel (organisme) |
| kabu-株 | boomstronk; stam; wortelstok |
| kabukimon-冠木門 | een traditionele poort met twee pilaren en een brede, zware dwarsbalk aan de bovenkant |
| kabun-寡聞 | beperkte informatie |
| kabura-鏑 | (afk. voor) een pijl met een fluitje aan de pijlpunt, dat geluid maakt als de pijl wordt afgeschoten; werd gebruikt door samoerai in het feodale Japan |
| kaburaya-鏑矢 | een pijl waar aan de punt een fluitje is bevestigd (dat geluid maakt als de pijl wordt afgeschoten; werd gebruikt door samoerai in het feodale Japan) |
| kaburitsuki-齧り付き | stoelen op de eerste [voorste] rij (in theater) |
| kaburo-禿 | kortgeknipt meisjeskapsel |
| kaburu-被る | op zich nemen; de verantwoording nemen |
| kaburu-被る | over zich heen krijgen; bedekt worden (met water; stof, etc.); onder water komen; baden |
| kabushikiginkō-株式銀行 | aandelenbank (een bank die eigendom is van en wordt gecontroleerd door aandeelhouders) |
| kabutomushi-兜虫 | Japanse neushoornkever (Trypoxylus dichotomus) |
| kabuwake-株分け | (vermeerderingswijze van planten) scheuring (van de wortels, e.d.) |
| kachiboshi-勝ち星 | een overwinning; (bij sumo) een merktreken (een witte cirkel) op het scoreformulier voor een overwinning |
| kachihandan-価値判断 | waardeoordeel |
| kachiikusa-勝ち戦 | overwinning; gewonnen veldslag [strijd; oorlog] |
| kachikan-価値観 | waardebegrip; normbesef |
| kachikoshi-勝ち越し | bij sumo worstelen, 8 overwinningen (van de 15) in een toernooi |
| kachikusha-家畜舎 | stal; dierenverblijf; schuur (voor dieren) |
| kachinuki-勝ち抜き | knockout (sporttoernooi) |
| kachinukisen-勝ち抜き戦 | wedstrijd in de knockout-fase van een sporttoernooi |
| kachinuku-勝ち抜く | winnen en doorgaan naar de volgende ronde van een sporttoernooi |
| kachō-花鳥 | bloemen en [of] vogels (voorbeelden van natuurschoon) |
| kachō-花鳥 | de stemming [het gevoel] wanneer je geniet van het zien van bloemen en het horen van het gezang van vogels |
| kadai-仮題 | voorlopige [tijdelijke] titel |
| kadai-架台 | steunbeer; draagbalk; bruggenhoofd; spoorbiels |
| kadai-過大 | te veel [excessief; buitensporig; extravagant] zijn |
| kaden-家伝 | familietraditie (vooral in verschillende kunstvormen, zoals Nō, Budō, e.d.) |
| kaden-訛伝 | desinformatie; vals nieuws; onjuiste informatie; verkeerde voorstelling van zaken; |
| kado-過度 | overdaad; onmatigheid; overmatigheid; buitensporigheid; overdrijving |
| kado-門 | poort; ingang; deur(opening); doorgang |
| kadobaru-角張る | formeel [stijf] zijn |
| kadodatsu-角立つ | (fig.) scherp [onrustig; moeilijk; geprikkeld; gespannen] worden |
| kadoguchi-門口 | in- of uitgang van een huis; (kleine) deur in een poort |
| kadomatsu-門松 | decoraties met dennentakken (rond Nieuwjaar) |
| kādo・shisutemu-カード・システム | kaartsysteem (bij informatie- en gegevensverwerking) |
| kaedama-替え玉 | (extra) portie van noedels (zoals udon, soba, e.d.) |
| kaede-楓 | ahorn; esdoorn |
| kaenkenshutsuki-火炎検出器 | vlammen detector |
| kaenshiki-火焔式 | decoratie met de vorm van een vlam |
| kaenshiki-火焔式 | aardewerk uit het midden van de Jomon-periode met deze decoratie |
| kaentake-火炎茸 | gifvuurkoraal |
| kaeri-返り | aantekeningen in Chinese klassieke teksten die de omgekeerde leesvolgorde van de Japanse betekenis duiden |
| kaeri-返り | antwoord |
| kaeriten-返り点 | aantekeningen in Chinese klassieke teksten die de omgekeerde leesvolgorde van de Japanse betekenis duiden |
| kaeru-返る | omkeren; omgedraaid worden |
| kaeru-返る | teruggebracht [hersteld] worden; terugkeren |
| kaesugaesu-返す返す | voorzichtig |
| kafēpaurisuta-カフェーパウリスタ | (Japanse) coffeeshop [koffiebar] die gespecialiseerd is in Braziliaanse koffiesoorten en manieren van bereiden |
| kafuku-禍福 | geluk en ongeluk; voor- en tegenspoed; goed en kwaad; wel en wee |
| kafunshō-花粉症 | hooikoorts; pollenallergie |
| kafusu-カフス | manchet; handboord |
| kagai-花街 | rosse buurt; wijk met restaurants, geisha's en bordelen |
| kagaku-家学 | studiegebied binnen een familie (en als (familie)traditie voortgezet) |
| kagakushiki-化学式 | molecuulformule; scheikundige formule |
| kagakusōsakenkyū-科学捜査研究 | forensisch onderzoek |
| kagamiita-鏡板 | (achtergrond) decor (Nō theater) |
| kagamimochi-鏡餅 | rijstcakes in de vorm van een spiegel (gebruikt als nieuwjaarsdecoratie) |
| kagaribi-篝火 | een vuur in een ijzeren korf, opgehangen als signaal [baken], of op schepen om vissen te lokken |
| kageki-過激 | extreem [overdadig; buitensporig] zijn |
| kagen-嘉言 | verstandige woorden; wijze woorden; wijze spreuken |
| kagenzenkō-嘉言善行 | wijze woorden en goede daden |
| kagerō-陽炎 | warmtenevel; mist boven de grond (door de warmte) |
| kageryū-陰流 | een school [groep; stijl] van schermen [zwaardvechten] ontstaan in de Muromachiperiode (de verkorte vorm van [愛洲陰流] aisukageryū) |
| kagezen-陰膳 | een maaltijd klaarmaken voor een afwezige persoon (met een gebed voor diens veilige terugkeer) |
| kagihokku-鉤ホック | haak en oog (voor het dichtmaken van kleding) |
| kagiwakeru-嗅ぎ分ける | verschillende geuren onderscheiden (door ruiken) |
| kago-歌語 | woorden of uitdrukkingen die hoofdzakelijk in traditionele (Japanse) poëzie worden gebruikt; poëtische woorden |
| kago-籠 | mand; korf |
| kagonuke-籠抜け | iemand oplichten en dan met geld of goederen (via de achterdeur) ervandoor gaan [wegglippen] |
| kagu-下愚 | een dwaas; domoor |
| kagyō-家業 | binnen een familie (van generatie op generatie) doorgegeven beroepen en technieken |
| kagyū-蝸牛 | slakkenhuis (in het oor); cochlea |
| kahaku-仮泊 | (scheepvaart) het tijdelijk voor anker gaan |
| kahenkondensā-可変コンデンサー | variabele condensator |
| kahi-可否 | goedkeuring of afkeuring; voor- of tegenstemmen |
| kahitsu-加筆 | correctie; bewerking; aanvulling (in een tekst) |
| kahō-家宝 | familiestuk (vaak van grote of historische waarde); familiebezit; erfstuk |
| kahō-果報 | geluk; voorspoed |
| kahogo-過保護 | overbezorgdheid; overdreven bezorgdheid; te beschermend zijn |
| kahōshūsei-下方修正 | neerwaartse herziening [aanpassing; correctie] |
| kai-戒 | schrijfstijl in kanbun (voor het schrijven van vermaningen e.d.) |
| kai-戒 | (boeddh.) religieuze voorschriften; leefregels; richtlijnen |
| kai-甲斐 | gevolg; resultaat; voordeel; de moeite waard |
| kai-魁 | (in kanji combinaties) groot; enorm |
| kai-魁 | het vooruit lopen op anderen; initiatiefneming; baanbrekend werk |
| kaibokupen-解墨ペン | pen voor Oost-Indische inkt |
| kaibun-回文 | palindroom; keerwoord |
| kaichō-会長 | voorzitter van een vereniging, club, organisatie, e.d. |
| kaichō-会長 | voorzitter van de raad van bestuur (van een bedrijf) |
| kaichō-開帳 | het openen (op bepaalde dagen) van de gordijnen of deuren van een heiligdom, zodat het publiek het verborgen Boeddhabeeld kan zien |
| kaichū-回虫 | spoelworm; rondworm (Ascaris lumbricoides) |
| kaichū-懐中 | in de zak (broekzak, vestzak, borstzak) |
| kaichūdokei-懐中時計 | zakhorloge |
| kaien-開演 | het begin van een voorstelling [optreden] |
| kaifuku-回復 | herstel; beterschap; restoratie; rehabilitatie |
| kaifukusuru-回復する | herstellen; beter worden; restaureren; rehabiliteren |
| kaigansen-海岸線 | spoorlijn langs de kust |
| kaigen-戒厳 | krijgswet (in tijden van oorlog worden bestuurlijke en gerechtelijke bevoegdheden overgedragen aan het leger) |
| kaigen-開眼 | het verkrijgen van meesterschap (in een kunstvorm)\ |
| kaigenrei-戒厳令 | krijgswet (in tijden van oorlog worden bestuurlijke en gerechtelijke bevoegdheden overgedragen aan het leger); staat van beleg |
| kaigo-介護 | verpleging; zorg; verpleegkundige zorg |
| kaigobijinesu-介護ビジネス | verpleegkundig bedrijf; zorgdienst |
| kaigohoken-介護保険 | verpleegkosten verzekering; verzekering voor langdurige zorg |
| kaigoiryōin-介護医療院 | verpleeghuis; verzorgingshuis |
| kaigosābisu-介護サービス | verpleegkundige dienst; verpleegkundige thuiszorg |
| kaigunhikōyokarenshūsei-海軍飛行予科練習生 | de opleiding [training] voor piloten bij de Japanse marine |
| kaigyaku-諧謔 | grap; humor |
| kaihō-開放 | opening; openstellen (voor publiek) |
| kaihōsuru-開放する | openen; openstellen (voor publiek) |
| kaihyō-解氷 | dooi; het smelten van ijs (in het voorjaar) |
| kaii-魁偉 | enorm [imposant; indrukwekkend; imponerend] zijn |
| kaiiki-海域 | zeegebied; territoriale wateren |
| kaijō-開場 | het opengaan van de deuren van een zaal [theater] (voor een voorstelling) |
| kaijosha-介助者 | assistent; verzorg(st)er; helper |
| kaijosuru-介助する | helpen; hulp [assistentie; zorg] verlenen |
| kaikakekin-買掛金 | betaalde vorderingen [rekeningen]; crediteuren posten |
| kaikaku-改革 | hervorming; verbetering; reorganisatie |
| kaikakusuru-改革する | hervormen; verbeteren; reorganiseren |
| kaikehai-買い気配 | biedkoers (waarvoor de koper wil kopen) |
| kaikeijimusho-会計事務所 | accountantskantoor |
| kaikeikansanin-会計監査人 | auditor; registeraccountant |
| kaiken-懐剣 | een (in de binnenzak van kimono's gedragen) Japanse dolk (door mannen en vrouwen, ter zelfverdediging) |
| kaiken-改憲 | grondwetswijziging; constitutionele hervorming |
| kaiki-会規 | sociale [maatschappelijke] regels [voorschriften] |
| kaikinetsu-回帰熱 | terugkerende koorts |
| kaiko-蚕 | zijderups (Bombyx mori) |
| kaiko-解雇 | ontslag; opzegging van een arbeidsovereenkomst door een werkgever |
| kaikō-開講 | het begin [de openingswoorden] van een lezing |
| kaikōichiban-開口一番 | eerste woorden; openingswoorden; begin van een toespraak |
| kaikoku-回国 | wandelen [reizen] door het land |
| kaikoku-開国 | de openstelling van een land [van Japan] (voor de rest van de wereld) |
| kaikon-塊根 | knolgewas; knolwortel |
| kaikyoku-開局 | opening van een gebouw [instelling; kantoor] |
| kaikyū-階級 | klasse; rang(orde); stand |
| kaimendōbutsu-海綿動物 | sponzen (Porifera) |
| kaimon-開門 | het openen van een poort [ingang] |
| kaioki-買い置き | (levensmiddelen) inslaan; in voorraad nemen |
| kaion-快音 | een specifiek [herkenbaar] geluid (zoals van een honkbakslag of een brullende motor) |
| kairanban-回覧板 | een mededelingenbord [circulaire; bulletin] (in Japan gebruikt door buurtverenigingen als communicatiemiddel binnen de gemeenschap) |
| kairiseidōitsuseishōgai-解離性同一性障害 | dissociatieve identiteitsstoornis |
| kairitsu-戒律 | Boeddhistisch voorschrift [gebod]; Boeddhistische regel [richtlijn] |
| kairitsu-戒律 | religieuze voorschriften [geboden] |
| kairopurakutā-カイロプラクター | chiropractor |
| kairyō-改良 | verbetering; vooruitgang; herziening; vernieuwing |
| kaisai-開催 | het houden [organiseren] van een evenement [conferentie; organisatie; tentoonstelling; opening] |
| kaisaisuru-開催する | een evenement [conferentie; organisatie; opening] houden [organiseren] |
| kaisan-海産 | algemene term voor eigendom dat kan worden toevertrouwd aan schuldeisers bij maritieme ondernemingen, zoals scheepseigendom en transportkosten |
| kaisei-回生 | (elektriciteit) regeneratie (versterking door terugkoppeling) |
| kaisen-海戦 | zeeslag; zeegevecht; oorlogvoering op zee |
| kaisenjiyū-開戦事由 | casus belli (een geval van oorlog; aanleiding tot oorlog) |
| kaisetsusha-解説者 | commentator; uitlegger |
| kaishadantai-会社団体 | bedrijfsorganisatie; bedrijfsvereniging |
| kaishain-会社員 | kantooremployé; kantoorpersoneel |
| kaishakōseihō-会社更生法 | Wet op de Bedrijfsreorganisatie (om bedrijven die op de rand van een faillissement staan te helpen reorganiseren) |
| kaisho-会所 | ontmoetingsplek; plaats [locatie] voor een bijeenkomst [feest] |
| kaishōsuru-解消する | oplossen; opgelost worden; annuleren; ontbinden; uiteenvallen |
| kaisō-回送 | het doorsturen [doorzenden] naar een ander adres |
| kaisō-改装 | het bewerken [moderniseren] van de verpakking [vormgeving] (van b.v. boeken, e.d.) |
| kaisoku-会則 | voorschriften; reglementen (van een club, vereniging, etc.) |
| kaisu-介す | zich zorgen maken (over iets); ergens over in zitten |
| kaisuiyokujō-海水浴場 | badplaats; strand met voorzieningen |
| kaisuru-介する | zich zorgen maken (over iets); ergens over in zitten |
| kaitaisuru-懐胎する | in verwachting raken; zwanger worden |
| kaiten-回天 | bemande (kamikaze) torpedo in gebruik bij de Japanse Marine tijdens de 2de wereldoorlog |
| kaiten-回天 | herwinning [hervinding] van een verloren (ziels)kracht |
| kaitenshi-回転子 | rotor |
| kaitenzushi-回転寿司 | restaurant waar sushi op kleine bordjes op een lopende band langs de klanten gaan (de klanten nemen dan de sushi die ze willen eten zelf van de band) |
| kaitō-回答 | antwoord; repliek |
| kaitōsuru-回答する | antwoorden; antwoord [repliek] geven |
| kaitsuke-買い付け | groothandel; in grote hoeveelheden inkopen [in voorraad nemen] |
| kaizan-開山 | oprichter; initiator; grondlegger; stichter |
| kaizen-改善 | verbetering; vooruitgang; verandering ten goede |
| kaizeruhige-カイゼル髭 | een snor met omhoog gekrulde punten zoals die van de Duitse Keizer Wilhelm II |
| kaizō-改造 | reorganisatie |
| kaizō-改造 | renovatie (van een gebouw, de voorzieningen daarvan, e.d.); verbouwing |
| kajiba-火事場 | plaats waar een brand zich voordoet |
| kajiki-梶木 | (verzamelnaam voor makreelachtige zeevissen zoals) zwaardvis; zeilvis; marlijn |
| kajime-搗布 | Ecklonia cava (algensoort) |
| kajitsu-花実 | (poëzie) vorm en inhoud |
| kajō-渦状 | spiraalvormig [kolkvormig] zijn; de vorm [toestand] van een draaikolk hebben |
| kajuaru-カジュアル | informeel; ontspannen; ongedwongen |
| kajuaru・uea-カジュアル・ウエア | informele kleding; vrijetijdskleding |
| kakaa-嚊 | echtgenote; (eigen) vrouw (vaak pejoratief) |
| kakaeru-抱える | iets in je armen houden [dragen]; ergens mee zitten; bezorgd zijn; (een last) op de schouders hebben (fig.) |
| kakakukyōsō-価格競争 | prijzenoorlog |
| kakakutenkai-価格転嫁 | het doorberekenen van prijsstijgingen, zoals van grondstofkosten en arbeidskosten |
| kakarijoshi-係助詞 | verbindend partikel (waarmee een specificatie verderop in de zin wordt gekoppeld aan hetgeen ervoor staat (wa, mo, koso, demo, shika, sae, dani) |
| kakaru-掛かる | starten (van een motor) |
| kakaru-掛かる | opgebeld worden |
| kakawaru-関わる | betrokken worden bij; verwikkeld raken in |
| kakebanareru-掛け離れる | ver verwijderd raken [worden]; uit elkaar raken [groeien] |
| kakei-火刑 | dood door verbranding (op de brandstapel); (levend) verbrand worden (als straf) |
| kakeisei-過形成 | hyperplasie (vergroting van een orgaan) |
| kakekomu-駆け込む | naar binnen rennen [stormen] |
| kakekotoba-掛け詞 | een woordspeling; dubbelzinnigheid; woorden met dezelfde uitspraak maar verschillende betekenissen |
| kakeochi-駆け落ち | het weglopen (met); ervandoor gaan |
| kakeru-掛ける | (iets) gebruiken; toepassen; veroorzaken |
| kakeru-欠ける | missen; ontbreken; vermist [verloren] raken |
| kakeru-欠ける | niet voldoen aan; te kort schieten; niet genoeg zijn |
| kakiarawasu-書き表す | beschrijven; opschrijven; schriftelijk onder woorden brengen [uitdrukken] |
| kakichirasu-書き散らす | slordig [snel] schrijven; krabbelen |
| kakidashi-書き出し | de eerste zin [alinea]; het begin van een (geschreven) tekst; openingswoord(en) |
| kakidasu-書き出す | beginnen te schrijven; uitschrijven; exporteren (computerbestand) |
| kakikieru-掻き消える | (spoorloos) verdwijnen; in rook opgaan |
| kakikiru-掻き切る | doorsnijden; opensnijden; afsnijden |
| kakikomu-書き込む | invullen (b.v. een formulier) |
| kakikotoba-書き言葉 | schrijftaal; het geschreven woord |
| kakimawasu-掻き回す | ophitsen; opporren; aanwakkeren |
| kakimawasu-掻き回す | roeren; karnen (melk); doorzoeken |
| kakimazeru-掻き混ぜる | door elkaar roeren [mengen] |
| kakimidasu-掻き乱す | verstoren; verwarren; door elkaar gooien; rommelen |
| kakin-課金 | het betalen voor virtuele goederen of premium functies (b.v. in een videogame) |
| kakinuki-書き抜き | een korte samenvatting; resumé |
| kakioki-書き置き | (achtergelaten) brief (bij zelfmoord); testament |
| kakiokoshi-書き起こし | (begin van) de eerste zin; openingswoord(en) |
| kakke-脚気 | beriberi (een ziekte veroorzaakt door een tekort aan thiamine (vitamine B1)) |
| kakkiru-掻っ切る | doorsnijden; opensnijden; afsnijden |
| kakkō-郭公 | koekoek (Cuculus canorus) |
| kakō-華甲 | iemand van 61 jaar oud (het eerste karakter kan worden opsplitst in een zes, een tien, en een één) |
| kako-過去 | het verleden; de voorbije tijd |
| kakōbōeki-加工貿易 | verwerkingshandel (handel waarbij producten worden geëxporteerd die zijn vervaardigd van ingevoerde materialen) |
| kakokei-過去形 | de verleden tijd (van een werkwoord) |
| kakon-禍根 | wortel [bron; oorsprong] van het kwaad [van rampspoed; onheil; tegenspoed] |
| kakōshokuhin-加工食品 | voorbewerkt voedsel |
| kaku-格 | norm; standaard |
| kaku-確 | juist; correct; feitelijk |
| kaku-隔 | (voorvoegsel) afwisselend; om de [het] |
| kakuage-格上げ | verhoging in status; promotie; bevordering; opwaardering |
| kakubaru-角張る | formeel [stijf] zijn |
| kakudaihanbai-拡大販売 | verkoopbevordering; promotie |
| kakudo-客土 | aarde van een andere plek die wordt toegevoegd om de bodemgesteldheid ter plaatse te verbeteren |
| kakugen-格言 | spreekwoord; gezegde; spreuk; aforisme |
| kakugo-客語 | object; lijdend voorwerp (grammatica) |
| kakugo-覚悟 | mentale voorbereiding [gereedheid]; paraatheid |
| kakuhan-拡販 | verkoopbevordering; promotie |
| kakuho-確保 | het veiligstellen [waarborgen] |
| kakujoshi-格助詞 | naamvalspartikel (ka, no, o, ni, e, to, de, kara, yori) |
| kakumakuginkō-角膜銀行 | oogbank (voor donor oogweefsel) |
| kakumon-郭門 | kasteelpoort; stadspoort |
| kakuobi-角帯 | een stugge obi (kimono-ceintuur) voor mannen |
| kakuran-攪乱 | verstoring; verwarring; opschudding; commotie |
| kakurega-隠れ家 | verborgen plek; schaduwplek |
| kakurega-隠れ家 | schuilplaats; toevluchtsoord; verstopplaats |
| kakurekirishitan-隠れキリシタン | geheime [ondergedoken] christelijke kerkgemeenschap (tijdens de onderdrukking van het christendom door het Tokugawa shogunaat in de Edo periode) |
| kakureru-隠れる | aan het zicht onttrokken worden; uit het zicht verdwijnen; onzichtbaar worden |
| kakureru-隠れる | onbekend [anoniem] zijn [blijven]; verborgen blijven |
| kakushiki-格式 | formaliteit; (persoonlijke, familie, etc.) gedragsregels; gedragscode |
| kakushin-革新 | hervorming |
| kakushō-確証 | doorslaggevend [onweerlegbaar] bewijs; bevestiging |
| kakushu-各種 | allerlei [verschillende] soorten |
| kakuteisuru-確定する | besloten [bepaald; vastgesteld] worden; besluiten; vastleggen; ratificeren |
| kakuteru・pātī-カクテル・パーティー | cocktailpartij; middagborrel |
| kakutō-確答 | precies [definitief] antwoord |
| kakutōgi-格闘技 | vechtsport(en) |
| kakuzuke-格付け | beoordeling; waardering; classificatie |
| kama-窯 | oven (voor pottenbakken, keramiek, glas, etc.) |
| kamaboko-蒲鉾 | surimi van gepureerde witvis (in de vorm van een boomstammetje) |
| kamado-竈 | traditioneel Japans fornuis [kooktoestel] (gestookt op hout of houtskool) |
| kamadouma-竃馬 | een grottensprinkhaan (Rhaphidophoridae) (grottensprinkhaan (Rhaphidophoridae) |
| kamae-構え | (vechtsporten) gevechtshouding (van het lichaam) |
| kamaeru-構える | een bepaalde houding aannemen (b.v. ter verdediging); gereed hebben; bij de hand hebben; klaar staan (om te); voorbereiden |
| kamaitachi-鎌鼬 | wezel-snede, een snijwond zonder aanraking ontstaan door blootstelling aan een koud atmosferisch vacuüm; vroeger dacht men dat het van een wezel kwam |
| kamaite-構い手 | verzorger; weldoener; helper; metgezel |
| kamakeru-かまける | druk bezig zijn met; verdiept in iets zijn; in beslag genomen zijn door; in iets opgaan |
| kamakubi-鎌首 | lange (kromme) hals [nek] (dit woord wordt vaak gebruikt als metafoor van een slang die zijn kop opsteekt, d.w.z. als teken dat er iets gaat gebeuren) |
| kamakura-かまくら | sneeuw-festival, waarbij kinderen in iglo's of sneeuwhutten spelen (in Noord-Japan, m.n. de prefectuur Akita) |
| kamau-構う | rekening houden met; aandacht hebben voor; (iets kunnen) schelen |
| kamayude-釜茹で | (arch,; straf) levend gekookt worden in een ketel [pot] |
| kamebushi-亀節 | bonitovlokken van een stuk gedroogde tonijn (in de vorm van een schildpad-schild) |
| kamei-加盟 | deelname; toetreding; het lid worden van een organisatie of groep |
| kameikoku-加盟国 | lidstaat (van een internationale organisatie) |
| kamenokō-亀の甲 | (chemie) de structuurformule van benzeen (verticaal en horizontaal op elkaar geplaatste zeshoeken) |
| kamenokō-亀の甲 | het (schildpadschild-vormige) bovendek bij de boeg van een Japans schip (ter bescherming tegen opspattend water.) |
| kamera・ai-カメラ・アイ | observatie [reportage] (gedetailleerd) als door het oog van een camera |
| kamigakari-神懸かり | excentriek gedrag; onzinnige theorie; fanatisme |
| kamigata-上方 | (Meiji periode) aanduiding voor de stad Kyoto |
| kamiire-紙入れ | portefeuille |
| kamikazari-髪飾り | haar sieraad; versiering (speld etc.) voor in het haar |
| kamikaze-神風 | de bijnaam van het speciale luchtmacht-aanvalskorps tijdens de Tweede Wereldoorlog |
| kamikaze-神風 | goddelijke wind [storm]; wind gestuurd door goddelijk ingrijpen |
| kamikiru-噛み切る | iets afbijten; iets doorbijten |
| kaminidankatsuyō-上二段活用 | vervoeging [verbuiging] van de tweede groep (nidan) werkwoorden |
| kamioroshi-神降ろし | aanroeping (in een shinto heiligdom) van een medium aan een god om (tijdelijk) bezit van haar te nemen om voorspellende uitspraken te kunnen doen |
| kamioroshi-神降ろし | formele beloftes in schrift met de naam van de god |
| kamisabiru-神さびる | oud [antiek] worden; er oud uitzien |
| kamisama-神様 | (erende aanspreekvorm van een) god |
| kamisama-神様 | (figuurlijke stijlfiguur om een autoriteit op een bepaald gebied te noemen) expert; groot deskundige; meester |
| kamishibai-紙芝居 | kamishibai, een oude vorm van Japans verteltheater met prenten |
| kamiza-上座 | ereplaats; zitplaats voor een hooggeplaatst persoon of gast (aan het hoofd van de tafel) |
| kamoi-鴨居 | latei; bovenbalk (voor schuifdeuren) |
| kamoji-髢 | (arch.) ander woord voor haar (gebruikt door vrouwen) |
| kamosu-醸す | veroorzaken; tot stand brengen; aanleiding geven tot; teweegbrengen |
| kamotsuyusō-貨物輸送 | vrachttransport; vrachtvervoer; goederenvervoer |
| kamuro-禿 | kortgeknipt meisjeskapsel |
| kan-款 | een behoorlijke som geld |
| kan-款 | wetsartikelen; artikel [voorwaarde; paragraaf] in een overeenkomst |
| kan-看 | (in kanji combinaties) kijken; bekijken; doorzien; begrijpen |
| kan-管 | een woord om voorwerpen zoals fluiten en penselen te tellen |
| kan-艦 | oorlogsschip |
| kanabun-金蚉 | droge-kever (Pseudotorynorrhina japonica) |
| kanagashira-金頭 | Lepidotrigla microptera (een straalvinnige vissensoort uit de familie van ponen) |
| kanagutsuwa-金轡 | metalen bit (mondstuk voor paarden) |
| kanakirigoe-金切り声 | schelle stem; doordringende schreeuw [kreet; uitroep] |
| kanakugi-金釘 | lelijk [onduidelijk] handschrift (afkorting voor kanakugiryū) |
| kaname-要 | (afk. voor) Japanese photinia (plant, Photinia glabra) |
| kanamono-金物 | metalen gebruiksvoorwerpen; ijzerwaren; metalen beslag |
| kanan-火難 | calamiteit als gevolg van brand; door brand veroorzaakte ramp |
| kanappe-カナッペ | canapé (borrelhapje) |
| kanari-可成 | nogal; tamelijk; behoorlijk; aanzienlijk |
| kanashibari-金縛り | als verlamd zijn; niet kunnen bewegen (door schrik of angst) |
| kanashibari-金縛り | (fig.) vastzitten [gebonden] zijn aan; door de macht van het geld beperkt zijn |
| kanau-適う | wensen [dromen] komen uit [worden vervuld] |
| kanawanai-敵わない | niet opgewassen zijn tegen; geen partij zijn voor |
| kanayama-金山 | berg waar metaal wordt gedolven; metaalmijn |
| kanban-看板 | aanplakbord; uithangbord; reclamebord |
| kanban-看板 | woordvoerder; aanspreekpunt; boegbeeld (fig.) |
| kanbanmusume-看板娘 | aantrekkelijke (jonge) vrouw die voor een winkel staat om klanten te trekken |
| kanben-冠冕 | kroon (hoofddeksel voorgeschreven en gedragen aan het hof) |
| kanben-冠冕 | aanduiding voor de officiële taken van overheidsambtenaren |
| kanben-勘弁 | zorgvuldige overweging |
| kanbō-官房 | secretariaat (werkend) voor leidinggevende functionarissen van het kabinet [de ministeries] |
| kanbotsu-陥没 | instorting; verzakking; inzinking; ingedrukt zijn |
| kanbutsu-灌仏 | (afk. voor) de viering van de geboortedag van Boeddha (8 april) |
| kanbutsue-灌仏会 | de viering van de geboortedag van Boeddha (8 april) |
| kanbyō-看病 | verzorging [verpleging; medische behandeling] (van een zieke) |
| kanbyō-看病 | gebed (door een boeddhistische priester e.d.) voor genezing van een kwaal |
| kanchi-感知 | waarneming; bewustwording; herkenning; het aanvoelen |
| kanchiku-寒竹 | gemarmerde bamboe (Chimonobambusa marmorea) |
| kanden-感電 | het een elektrische schok krijgen; geëlektrocuteerd worden |
| kandenshi-感電死 | (dood door) electrocutie |
| kandōsuru-感動する | ontroerd worden; geëmotioneerd [opgewonden] raken |
| kanebukuro-金袋 | (arch.) geldbuidel; stoffen zak voor het bewaren van geld of kostbare spulletjes |
| kanehen-金偏 | kanji radicaal voor metaal of goud |
| kanengomi-可燃ごみ | brandbaar afval; afval dat wordt [kan worden] verbrand |
| kanetataki-鉦叩き | een soort krekel (Ornebius kanetataki, zo genoemd omdat het geluid ervan lijkt op het tikken op een metalen bel) |
| kanete-予て | al; eerder, voortijdig; eerder; voordien; vooraf |
| kangaegoto-考え事 | zorg; iets waarover je inzit [nadenkt] |
| kangai-寒害 | vorstschade; schade veroorzaakt door winterkou |
| kangai-干害 | schade (aan oogsten, e.d.) veroorzaakt door droogte |
| kangaku-管楽 | muziek voor blaasinstrumenten |
| kange-勧化 | fondsenwerving; verzoek om donaties (voor religieuze instellingen) |
| kangeiko-寒稽古 | wintertraining (vechtsporten, podiumkunsten, e.d.) |
| kangeki-観劇 | theaterbezoek; het naar een theater(voorstelling) gaan |
| kangen-換言 | met ander woorden (zeggen); anders uitgedrukt |
| kangen-還元 | restoratie; herstel |
| kangengaku-管弦楽 | orkestmuziek |
| kangengaku-管弦楽 | orkest (groep musici) |
| kangengakudan-管弦楽団 | orkest (groep musici) |
| kango-款語 | informeel [amicaal; intiem] gesprek |
| kango-漢語 | van oorsprong Chinees woord [Chinese uitdrukking] in het Japans |
| kango-監護 | voogdij en zorg [toezicht] |
| kango-看護 | verpleging; ziekenverzorging |
| kangofu-看護婦 | (tot 2001 de term voor) verpleegster; zuster; verpleegkundige |
| kangoku-監獄 | (heden) huis van bewaring (voor kort verblijf en soms tijdelijk verblijf voor gedetineerden die op overplaatsing wachten) |
| kangoku-監獄 | (historisch) gevangenis |
| kangyō-勧業 | promotie [bevordering] van een industrie |
| kanji-幹事 | facilitator; organisator (van bijeenkomsten, vergaderingen, e.d.); administrateur; manager |
| kanji-監事 | inspecteur; supervisor; toezichthouder |
| kanjin-勧進 | het inzamelen van donaties voor de bouw en reparatie van heiligdommen, tempels, e.d. |
| kanjinmoto-勧進元 | een persoon die verantwoordelijk is voor fondsenverwerving voor optredens en uitvoeringen |
| kanjinmoto-勧進元 | initiator; oprichter; promotor |
| kanjishōken-幹事証券 | de leidende effectenmakelaar [underwriter; risicobeoordelaar] bij een effectenuitgifte |
| kanjō-冠状 | kroonachtige vorm |
| kanjō-勧請 | het bidden voor de komst van een god of Boeddha |
| kanjō-環状 | ringvorm; cirkelvorm |
| kanju-貫首 | (andere naam voor 天台座主) de hoofdpriester van de Enryaku-ji-tempel op de berg Hiei (van de Tendai-sekte) |
| kankai-勧戒 | (boeddh.) aanmoediging [vermaning] om de voorschriften van Boeddha na te leven |
| kankai-官海 | bureaucratie; ambtenarij; ambtenarenkorps |
| kankai-官界 | ambtenarenkorps; ambtenarij; bureaucratie |
| kankan-漢奸 | een Chinese landverrader (iemand die collaboreerde met de Japanners) |
| kankan-看貫 | (afk. voor) platformweegschaal |
| kankanbakari-看貫秤 | platformweegschaal |
| kankasuru-看過する | iets over het hoofd zien; toleren; door de vingers zien; oogluikend toestaan |
| kanken-官憲 | autoriteiten; het gezag; de overheid |
| kankibinran-官紀紊乱 | nalatigheid [corruptie] van de ambtelijke discipline |
| kankinōshōgai-肝機能障害 | leverfunctiestoornis; verslechterde leverfunctie |
| kankisen-換気扇 | luchtventilator (ventilator om binnenlucht af te voeren) |
| kankiwamaru-感極まる | zeer geëmotioneerd raken; overmand worden door emoties |
| kankō-緩行 | traag tempo; lage snelheid; langzame vooruitgang |
| kankō-還幸 | terugkeer van een heilig voorwerp (shintai) naar een shinto tempel |
| kankōchi-観光地 | trekpleister; toeristische bestemming (met historische, culturele, religieuze of natuurlijke bezienswaardigheden) |
| kankodori-閑古鳥 | koekoek (Cuculus canorus) |
| kankoku-韓国 | Zuid-Korea |
| kankokugaku-韓国学 | Koreanistiek; Koreastudies |
| kankokugo-韓国語 | het Koreaans; de Koreaanse taal |
| kankyōchō-環境庁 | Bureau voor Milieu Zaken (tot 2001) |
| kankyōhorumon-環境ホルモン | een hormoonverstorende stof |
| kanmei-官命 | overheidsbevel; opdracht [verordening] van de regering |
| kanmin-官民 | ambtenaar en burger; overheid en burgerij; publieke en particuliere sector |
| kannei-奸佞 | doortrapheid; slinksheid; sluwheid |
| kannenteki-観念的 | conceptueel, denkbeeldig; ideologisch; theoretisch; onrealistisch |
| kannō-堪能 | (boeddh.) geduld; doorzettingsvermogen |
| kannō-感応 | goddelijke inspiratie; goddelijk teken [antwoord] |
| kannon-観音 | Kannon, de Japanse naam voor de bodhisattva Avalokitesvara |
| kannuki-閂 | (worstelen) dubbele armklem |
| kanō-化膿 | infectie; ettering; ettervorming |
| kanōdōshi-可能動詞 | (taalkunde) werkwoord dat de potentialis uitdrukt (zoals kunnen) |
| kanpasuru-看破する | doorzien; doorhebben; in de gaten hebben; (iemands) gedachten lezen |
| kanpeki-癇癖 | heetgebakerdheid; opvliegendheid; een kort lontje; prikkelbaarheid |
| kanraku-陥落 | instorting (grot, tunnel, e.d.); bezwijking; inzinking |
| kanrikakaku-管理価格 | (door de fabrikant of verkoper) vastgestelde prijs; vaste prijs |
| kanryū-貫流 | doorstroming; het stromen door |
| kanryūsuru-貫流する | stromen [vloeien] (door) |
| kansai-甘菜 | (andere benaming voor) suikerbiet |
| kansaku-間作 | tussencultuur; tussenbouw (teeltsysteem waarbij kortetermijngewassen tussen rijen andere gewassen worden geplant) |
| kansayaku-監査役 | registeraccountant; bedrijfsrevisor |
| kansei-官制 | regelgeving voor nationale bestuursorganen |
| kansei-官製 | door de overheid [overheidsbedrijven; organisaties] gemaakt [vervaardigd] |
| kanseitō-管制塔 | verkeerstoren (vliegveld) |
| kansen-感染 | besmetting (fig.); aangestoken zijn (door slechte ideeën, etc.) |
| kansen-艦船 | oorlogsschepen; marineschepen; marinevloot |
| kansen-観戦 | observatie van oorlogshandelingen of krijgsverrichtingen |
| kansensuru-感染する | geïnfecteerd worden; ontstoken raken; een ziekte oplopen |
| kansetsu-官設 | opgericht [gevestigd; ingesteld] door de regering [staat] |
| kansetsu-環節 | segment van het lichaam van een ringworm of geleedpotige |
| kanshasai-感謝祭 | open dag voor fans (van sportclubs, e.d.) |
| kanshi-冠詞 | lidwoord |
| kanshiki-鑑識 | identificatie bij een misdrijf (door middel van vingerafdrukken) |
| kanshiki-鑑識 | evaluatie; beoordeling; vaststelling; (waarde)schatting; taxatie |
| kanshin-寒心 | angstig zijn [worden]; angstaanjagend [huiveringwekkend; verontrustend] zijn |
| kanshitsu-乾漆 | droge lak techniek (voorwerpen worden gevormd met lagen hennepdoek gedrenkt in lak, en de oppervlaktedetails gemodelleerd met lak, zaagsel, e.d.) |
| kansho-官署 | overheidskantoor; overheidsinstelling |
| kanshō-環礁 | atol; (ringvormig) koraaleiland |
| kanshoku-間食 | een hapje tussendoor; tussendoortje (eten); snack |
| kanshu-看取 | bespeuring; gewaarwording; bemerking; waarneming; bevinding; besef |
| kansu-鑵子 | theepot voor theeceremonie |
| kansuge-寒菅 | zegge (Carex morrowii) |
| kansui-冠水 | overstroming; overspoeld zijn door water; ondergelopen zijn |
| kansuisuru-冠水する | overstromen; overspoelen door water; onderlopen |
| kantaiheiyōgōdōenshū-環太平洋合同演習 | RIMPAC, the Rim of the Pacific Exercise ('s werelds grootste internationale maritieme oorlogsoefening) |
| kantaku-干拓 | landwinning door drooglegging |
| kantanfuku-簡単服 | gemakkelijk zittende (informele) kleding; lichte [luchtige] (zomer)kleding |
| kantei-艦艇 | marineschip; oorlogsschip; marinevloot |
| kantei-鑑定 | taxatie; beoordeling; deskundig [expertise] rapport |
| kanteiryū-勘亭流 | (vanaf midden Edo-periode) dikke, zwierige kalligrafie-stijl gebruikt voor uithangborden en ranglijsten (bij Kabuki en sumo) |
| kanteisho-鑑定書 | taxatierapport |
| kanteki-かんてき | (Kansai dialect voor) aardewerken kacheltje [houtskoolgrill] |
| kantoku-監督 | opzichter; (film) regisseur; (sport) trainer |
| kantorī・risuku-カントリー・リスク | land risico (vastgesteld voor internationale handelstransacties en investeringen) |
| kanto・pantsu-カイト・パンツ | kitepants (een broek voor kitesurfen) |
| kantsū-貫通 | penetratie; doordringing; doorboring; binnendringing |
| kanwa-漢和 | (kanji) woordenboek van Chinese karakters in het Japans |
| kanwa-閑話 | rustig (informeel) gesprek; zacht gepraat |
| kanwajiten-漢和辞典 | kanji woordenboek (woordenboek met Japanse definities van kanji en kanji combinaties) |
| kanyūsuru-加入する | toetreden; zich aansluiten; lid worden |
| kanzashi-簪 | sierspeld voor in het haar |
| kanzenjidōshi-完全自動詞 | volledig intransitief werkwoord |
| kanzentadōshi-完全他動詞 | volledig transitief werkwoord |
| kanzō-肝臓 | de lever (lichaamsorgaan) |
| kanzukasa-主神 | overheidsfunctionaris die verantwoordelijk is voor Shintō-rituelen (ritsuryō-systeem) |
| kanzume-缶詰め | (in) afzondering; afgescheiden [afgesloten; apart] gehouden zijn [worden] |
| kanzuru-感ずる | voelen; gewaarworden; ervaren |
| kan'yō-涵養 | het cultiveren [kweken; verzorgen] |
| kan'yōon-慣用音 | ingeburgerde Sino-Japanse lezing, die niet tot een van de bestaande on-yomi behoort |
| kan'yōshokubutsu-観葉植物 | bladplant; sierplant (decoratief vanwege mooie bladeren) |
| kan'yū-勧誘 | uitnodiging; overreding; aansporing; colportage |
| kao-顔 | gezicht (fig.); representant; vertegenwoordiger |
| kaojashin-顔写真 | portretfoto |
| kaoshashin-顔写真 | portretfoto |
| kaosu-カオス | chaos; wanorde; puinhoop |
| kāpōto-カーポート | carport (afdak voor auto) |
| kappōgi-割烹着 | Japans (keuken)schort met lange mouwen |
| kappuku-割腹 | rituele zelfdoding (m.n. van de krijgselite) in Japan (te voltrekken door met een kort zwaard de buik open te snijden) |
| kapuseru・hoteru-カプセル・ホテル | capsulehotel (waar de hotelgasten slapen in een soort capsule van ongeveer 2 meter lang, 1 meter breed en 1 meter hoog) |
| kara-唐 | oude naam voor China of Korea |
| karafutoshishamo-樺太柳葉魚 | lodde (soort kleine zalm, Mallotus villosus) |
| karagai-空買い | (bij de effectenhandel) het op prolongatie kopen; het kopen om (met winst) door te verkopen |
| karageiki-空景気 | schijnbare [onechte] voorspoed [succes] |
| karageru-絡げる | (met een touw, koord, e.d.) vastbinden; samenbinden; bundelen |
| karaginu-唐衣 | (Heian-periode) korte overjas (Japanse formele vrouwenkleding) |
| karagokoro-漢心 | de Chinese geest [ziel] (in de denigrerende betekenis gebruikt door de filosofische school Kokugaku uit de Edo-periode) |
| karakami-唐紙 | kleurbenaming in de weefkunst, bij de schering en inslag (horizontaal geel, verticaal wit) |
| karakami-唐紙 | Chinees papier met patronen erop gedrukt (in de Heian periode gebruikt als schrijfpapier, en later voor het bedekken van fusuma (schuifdeuren)) |
| karamawari-空回り | het stationair draaien (van een motor) |
| karamawarisuru-空回りする | stationair draaien (van een motor) |
| karan-禍乱 | chaos [wanorde] in de wereld |
| karanenbutsu-空念仏 | holle frase; lege woorden; bluf; opschepperij |
| karanenbutsu-空念仏 | (alleen voor de vorm) een boeddhistisch gebed opzeggen zonder oprecht gevoel |
| karanishiki-唐錦 | Chinees brokaat; brokaat in Chinese stijl (gekenmerkt door patronen met rode tinten waardoor het vaak wordt vergeleken met herfstbladeren) |
| karaniwa-からには | doordat; aangezien; (juist) omdat |
| karaoke-カラオケ | karaoke (iemand zingt live mee met muziek die wordt afgespeeld) |
| karasawagisuru-空騒ぎする | veel drukte maken om niets; nodeloos ophef veroorzaken |
| karashishi-唐獅子 | een gestileerde en decoratieve afbeelding van een leeuw (in Chinese stijl) |
| karasu-嗄らす | hees worden; zoveel [hard] praten dat je hees wordt; jezelf schor praten |
| karasu-枯らす | laten verdorren |
| karasugane-烏金 | geld uitgeleend voor één etmaal; lening die direct de volgende ochtend moet worden terugbetaald (lett. kraaien-geld; kraaien krijsen bij zonsopgang) |
| karasuguchi-烏口 | (lett. kraaienbek) tekenpen; trekpen (voor tekenen met inkt) |
| karasuki-唐鋤 | ploeg (getrokken door een os of paard) |
| karate-空手 | karate (vechtsport) |
| karauri-空売り | (effectenhandel, short selling) het verkopen van aandelen (zonder ze daadwerkelijk in bezit te hebben) en ze voor een lager bedrag weer terugkopen |
| karausu-唐臼 | stenen mortel (om graan, rijst, e.d. te malen) die met de voeten wordt bediend |
| karazao-殻竿 | dorsvlegel |
| karegare-枯れ枯れ | droog; verdord (bij planten) |
| kareha-枯れ葉 | dorre [dode] bladeren |
| karei-加齢 | veroudering; het ouder worden |
| karei-家令 | hofmeester; majordomus |
| karei-家例 | voorbeeld |
| kareki-枯れ木 | dorre [dode] boom |
| karekusa-枯れ草 | verdord [droog] gras |
| kareobana-枯れ尾花 | verdord Chinees prachtriet [Japans pampasgras] (Miscanthus sinensis) |
| kareru-嗄れる | hees worden |
| kareru-枯れる | verwelken; verdorren; rijpen |
| kari-仮 | tijdelijk [vluchtig; van voorbijgaande aard] zijn |
| karibaraikin-仮払い金 | voorlopige [tijdelijke] betaling |
| karidasu-駆り出す | (iem.) pressen [pushen; aansporen] om iets te doen; ronselen; rekruteren |
| kariginu-狩衣 | informele kleding van de hofadel in de Heian periode (oorspronkelijk gedragen tijdens de jacht) |
| karikata-借り方 | soort lening |
| karikomu-刈り込む | inkorten |
| kāringu-カーリング | curling (ijssport) |
| karinige-借り逃げ | het vluchten [ervandoor gaan] met achterlating van schuld(en) |
| karishakuhō-仮釈放 | voorwaardelijke vrijlating [invrijheidstelling] |
| karō-過労 | veel overwerk; het buitensporig hard werken; het zich teveel inspannen |
| karorī-カロリー | calorie |
| karōshi-過労死 | dood door overwerk; dood te veel [te zwaar] werk(en) |
| karu-駆る | voortdrijven; voortjagen; opdrijven (van vee); het paard de sporen geven |
| karubi-カルビ | kalbi [galbi} vleesgerecht met runderrib (uit de Koreaanse keuken in Japan) |
| karuhazumi-軽はずみ | onbesuisdheid; onvoorzichtigheid |
| karukaya-刈萱 | algemene term voor rieten en grassen die geschikt zijn voor dakbedekking |
| karukyureitā-カルキュレーター | calculator; rekenmachine |
| karusan-カルサン | soort pofbroek (uit de Edoperiode) |
| karyō-佳良 | vrij goed [behoorlijk goed; best goed] zijn |
| karyō-科料 | een kleine [lage] boete (voor een lichte overtreding) |
| karyō-過料 | (geld)boete voor een licht vergrijp [overtreding] |
| karyū-顆粒 | korrel(s); granulaat |
| kasa-笠 | hoofddeksel (voor bescherming tegen sneeuw, regen, sterk zonlicht, e.d.) |
| kasabaru-嵩張る | omvangrijk [lijvig; volumineus] zijn [worden] |
| kasago-笠子 | Sebastiscus marmoratus (vissoort uit de familie van schorpioenvissen) |
| kasaikyū-火砕丘 | pyroclastische kegel' scoria-kegel; sintelkegel (door een vulkaan uitgeworpen puin) |
| kasegu-稼ぐ | iets voor elkaar krijgen; bewerkstelligen; verkrijgen |
| kasei-化成 | transformatie; verandering |
| kasei-歌聖 | vooraanstaande [uitstekende; beroemde] dichter; meesterdichter |
| kasei-河清 | (het helder worden van de (altijd troebele) Gele Rivier (China), een analogie voor:) hopen op iets dat niet verwezenlijkt zal worden |
| kasen-寡占 | oligopolie (monopolievorm op de markt van slechts enkele bedrijven) |
| kasen-歌仙 | een vorm van renga [haikai], bestaande uit 36 afwisselend lange en korte gedichten |
| kasetsu-仮設 | tijdelijke constructie [voorziening; vestiging] |
| kasha-仮借 | een fonetisch leenteken (gebruikt om een ander woord te maken, zonder rekening te houden met het semantische aspect ervan) |
| kasha-火車 | een Japans mythisch monster (waarvan wordt vertelt dat het lijken eet) |
| kasha-火車 | vuur in de vorm van een wiel |
| kashi-瑕疵 | defect; fout; tekortkoming |
| kashidaore-貸し倒れ | een slechte [oninbare] vordering [schuld; lening] |
| kashidaorehikiatekin-貸し倒れ引当金 | een fonds voor het vergoeden van oninbare leningen [schulden] |
| kashidaorejunbikin-貸し倒れ準備金 | een fonds voor het vergoeden van oninbare leningen [schulden] |
| kashidaorekin-貸し倒れ金 | oninbare vordering |
| kashidashiirai-貸し出し依頼 | aanvraag voor een lening |
| kashidashikinsendaka-貸し出し金銭高 | het volledige bedrag uitgeleend aan een individu of instantie door een bank |
| kashidori-樫鳥 | (een bijnaam, vanwege het eikeltjes eten, voor カケス) Japanse gaai (Garrulus glandarius) |
| kashikin-貸し金 | lening; voorschot |
| kashikomarimashita-畏まりました | (beleefd antwoord op een verzoek) jazeker; heel goed; begrepen; graag gedaan; met plezier |
| kashira-かしら | zoiets als; een soort van; op de een of andere manier; ergens |
| kashitsuchishi-過失致死 | doodslag; moord zonder voorbedachten rade; dood door schuld |
| kashitsuchishizai-過失致死罪 | doodslag; moord zonder voorbedachten rade; dood door schuld |
| kashitsukekin-貸付金 | verstrekte [uitstaande] lening; uitstaande vordering |
| kashizashiki-貸座敷 | tatamikamer die verhuurd wordt voor geheime ontmoetingen tussen mannen en vrouwen; bordeel |
| kashizashiki-貸座敷 | een tatamikamer die verhuurd wordt voor vergaderingen, bijeenkomsten, e.d. |
| kashizuku-傅く | zorgen voor; opvoeden |
| kasho-佳所 | sterke zijde [kanten] (van een persoon); fort |
| kashō-和尚 | benaming voor een courtisane uit de hogere klasse |
| kashō-和尚 | (erenaam voor) boeddhistische priester met spirituele training (deze lezing wordt m.n. gebruikt bij het Tendai boeddhisme) |
| kashoku-家職 | een beroep dat (van generatie op generatie) is doorgegeven in de familie; familiebedrijf |
| kashoku-家職 | een familielid (van samoerai, van adel, of van een rijke familie), dat verantwoordelijk is voor huishoudelijke zaken |
| kasō-仮葬 | provisorische begrafenis- of crematieplechtigheid |
| kasōba-火葬場 | crematorium |
| kasōken-科捜研 | forensisch onderzoeker |
| kāsoru-カーソル | cursor (indicator op computerscherm) |
| kasshō-滑翔 | het (door de lucht) zweven |
| kasshōsuru-滑翔する | (door de lucht) zweven; zweefvliegen |
| kassui-渇水 | watertekort; watergebrek; droogte |
| kasumeru-掠める | kort verschijnen; in je opkomen; insinueren |
| kasumeru-掠める | rakelings [snel] langs [voorbij] gaan; bijna aanraken |
| kasumime-翳み目 | aandoening waarbij het gezichtsvermogen is verslechterd door ouderdom, ziekte, etc.; slechtziendheid |
| kasuri-絣 | weeftechniek waarbij de draden speciaal voor het weefpatroon worden geverfd |
| kasuru-化する | veranderen in; zich transformeren; worden |
| kasuru-嫁する | trouwen; huwen; uitgehuwelijkt worden |
| kasuru-嫁する | iemand anders de schuld geven; de verantwoording leggen bij iemand anders |
| kata-形 | vorm; figuur; patroon; stijl |
| katabira-帷子 | luchtige, dunne kimono die in de zomer wordt gedragen |
| katachi-形 | vorm (ook fig.); figuur; gedaante; gestalte |
| katachizukuru-形作る | vormen; vormgeven; modelleren; gestalte geven |
| katafune-片船 | romp [huls] van een vrucht (in de lengterichting doorsneden) |
| katagaki-肩書き | titel (b.v. doctor, professor, e.d.) |
| katagami-型紙 | papieren knippatroon (voor het maken van kleding) |
| katagami-型紙 | papieren sjabloon (voor verfpatronen) |
| katagata-旁 | af en toe; tegelijkertijd; voordien; voordat; en |
| katahai-片肺 | een van de motoren van een tweemotorig vliegtuig |
| katai-歌体 | vorm van waka, Japanse dichtkunst |
| kataire-肩入れ | het bescherming [hulp] bieden (aan iemand); het iemand bevoordelen [voortrekken] |
| katakoto-片言 | een enkel woord; een korte opmerking; een deel van een zin [woord] |
| kataku-家宅 | (formeel]) (woon)huis |
| kataku-花托 | torus; bloembodem (de bovenkant van de bloemsteel waar bloemblaadjes, stampers, etc. aan vastzitten) |
| katakuriko-片栗粉 | zetmeel; verdikkingsmiddel (tegenwoordig aardappelmeel, oorspronkelijk gemaakt van katakuriwortel: Erythronium japonicum, hondstand lelie) |
| katakurushii-堅苦しい | stijf; ongemakkelijk; formeel; gespannen; onbuigzaam; streng |
| katakusōsaku-家宅捜索 | (officiële term voor) huiszoeking door de politie |
| katamaru-固まる | hard [stijf; stevig] worden; verharden; stollen |
| katamewaza-固め技 | worstel [controle] techniek |
| katami-肩身 | aanzien; prestige; houding; uiterlijk (hoe men zich aan anderen laat zien of voordoet) |
| katanagare-片流れ | (afk. voor) een structuur met een dak dat slechts aan één kant helt |
| katanarashi-肩慣らし | warming-up; het opwarmen (voor sporten) |
| katanarashi-肩慣らし | het iets uitproberen; oefeningen vooraf |
| kataomoi-片思い | onbeantwoorde [eenzijdige] liefde; liefde die van één kant komt |
| katariakasu-語り明かす | de hele nacht doorpraten |
| kataribe-語り部 | een verhalenverteller die oorlogservaringen, e.d. doorgeeft aan de volgende generatie |
| kataritsugu-語り継ぐ | verhalen van generatie op generatie doorvertellen |
| kataru-語る | voordragen; opzeggen; reciteren |
| kataru-騙る | zichzelf verkeerd voorstellen |
| katashiro-形代 | een papieren pop die in Shinto rituelen wordt gebruikt voor zuivering |
| katasukashi-肩透かし | (techniek in sumo worstelen) onder-schouderzwaai naar beneden |
| katatataki-肩叩き | in een bedrijf iemand met een schouderklopje aansporen om vervroegd met pensioen te gaan [ ontslag te nemen] |
| katateochi-片手落ち | oneerlijk [eenzijdig; partijdig; vooringenomen] zijn |
| katatoki-片時 | kort moment; ogenblik |
| katatsu-下達 | (het doorgeven van instructies) van superieuren naar ondergeschikten (top-down beleidsstructuur, zonder inspraak) |
| katayaburi-型破り | niet conform aan [afwijkend van] de conventie (van vorm, stijl, e.d.); ongewoon; ongebruikelijk; excentriek |
| katayaburi-型破り | anders; origineel; nieuw |
| katazuku-片付く | geordend [opgeruimd] zijn |
| kategorī-カテゴリー | categorie; soort; klasse |
| kateidenkiseihin-家庭電気製品 | elektrisch huishoudapparaat; elektrisch apparaat voor in huis |
| kateigi-家庭着 | makkelijk zittende kleding voor thuis |
| kateikei-仮定形 | (werkwoordsvorm) conditionalis; voorwaardelijke wijs |
| kāten-カーテン | gordijn |
| katen-加点 | de optelling en notering van scores en punten van testen, examens, wedstrijden, etc. |
| katen-加点 | toevoeging van leestekens voor Japanse lezingen van Chinese (kanbun) teksten |
| kāten・kōru-カーテン・コール | terugroeping (van acteurs na een voorstelling, voor applaus) |
| kāten・rekuchā-カーテン・レクチャー | bedsermoen; gordijnpreek (terechtwijzing van een vrouw aan haar man in de slaapkamer) |
| kāten・rēzā-カーテン・レーザー | (theater) voorprogramma; eerste artiest |
| kāten・wōru-カーテン・ウォール | gordijngevel; vliesgevel |
| katō-下等 | lagere klasse; lage kwaliteit; inferioriteit |
| katō-過当 | buitensporig [overdreven; onredelijk; excessief; exorbitant] zijn |
| katoku-家督 | hoofd van een familie; familiebezit; erfenis; nalatenschap; geboorterecht |
| kāton-カートン | een schaal [schaaltje; dienblad] (waar geld op wordt gelegd bij betaling) |
| katorea-カトレア | cattleya (orchidee) |
| katoreya-カトレヤ | cattleya (orchidee) |
| katsubushi-鰹節 | bonitovlokken (geschaafde vlokken van de gedroogde, gefermenteerde en gerookte tonijnsoort Katsuwonus pelamis) |
| katsugu-担ぐ | iemand aanstellen [benoemen; kiezen] voor een (hogere) functie |
| katsugu-担ぐ | bedriegen; plagen; voor de gek houden |
| katsuobushi-鰹節 | bonitovlokken (geschaafde vlokken van de gedroogde, gefermenteerde en gerookte tonijnsoort Katsuwonus pelamis) |
| katsute-嘗て | eens; eerder; vroeger; voorheen; ooit |
| katsutenaihodo-嘗てないほど | als nooit tevoren |
| katsuyōgo-活用語 | een vervoegd [verbogen] woord |
| katsuyōkei-活用形 | vervoegingsvorm; conjugatie vorm |
| katto-カット | vermindering; reductie; coupure; inkorting |
| katto-カット | (sport) effect; draaibal; kromme bal |
| kattoin-カットイン | het invoegen van een korte scène in een bij film of televisie |
| kattoin-カットイン | (basketbal) door de verdedigingslinie van de tegenstander snijden |
| katto・in-カット・イン | (bij basketbal) snel door de verdedigingslinie breken |
| kau-飼う | dieren houden [fokken; verzorgen] |
| kaun-家運 | fortuin [bezit; rijkdom; lot] van een familie |
| kaunto-カウント | tellen; telling; getal; tel; score |
| kawa-側 | omhulsel; verpakking; behuizing; kast (van een horloge); dek; cover |
| kawagoshi-川越し | door een rivier gescheiden zijn; de andere kant van de rivier |
| kawahagi-皮剥ぎ | het villen (van een dier); ontvellen; ontschorsen |
| kawaki-渇き | dorst |
| kawaku-乾く | drogen; opdrogen; droog worden |
| kawaku-渇く | dorst hebben |
| kawanagare-川流れ | het meegesleurd worden door de rivier |
| kawarakojiki-河原乞食 | (in de Edo-periode een denigrerende term voor) acteur; toneelspeler |
| kawarasenbei-瓦煎餅 | een harde rijstcracker in de vorm van een dakpan |
| kawaru-代わる | vervangen worden; invallen; de plaats innemen (van); vertegenwoordigen |
| kawaru-変わる | veranderd worden; veranderen |
| kawaru-換わる | (om)geruild [gewisseld; verwisseld] worden |
| kawaru-替わる | geruild [(in)gewisseld] worden |
| kawarugawaru-代わる代わる | (af)wisselend; om beurten; om de beurt; een voor een; na elkaar |
| kawasegaki-川施餓鬼 | herdenkingsdienst (bij of op een rivier) voor diegenen die daar zijn verdronken |
| kawasesaitei-為替裁定 | winst maken door verschillen in wisselkoersen |
| kawato-革砥 | aanzetriem (voor een scheermes) |
| kaya-榧 | Japanse taxus (Torreya nucifera) |
| kaya-茅 | riet; schildgras; Miscanthusgras (zoals gebruikt voor dakbedekking) |
| kayaku-加薬 | adjuvans [adjuvant] (niet werkzame stof die wordt toegevoegd aan medicijnen om hun werking te verbeteren) |
| kayaku-加薬 | ingrediënten (groenten en vlees) voor rijst- en noedelgerechten |
| kayoi-通い | (afk. voor) bankboekje |
| kayoi-通い | het bedienen [serveren; brengen] van eten (door kelners, e.d.) |
| kayou-通う | heen- en weer gaan [reizen]; pendelen; forenzen |
| kayou-通う | doorheen gaan; circuleren (van bloed) |
| kayou-通う | (elkaar) kruisen; doorkruisen |
| kazagoe-風邪声 | (door verkoudheid veroorzaakte) hese stem |
| kazamidori-風見鶏 | opportunist; draaier; iemand die met alle winden meewaait |
| kazaore-風折れ | door de wind geveld [afgebroken] (van bomen e.d.) |
| kazari-飾り | decoratie; versiering |
| kazarimono-飾り物 | ornament; decoratie; versiering |
| kazaritateru-飾り立てる | uitvoerig [opzichtig] decoreren [versieren]; uitdossen; opdoffen |
| kazaritsukeru-飾り付ける | decoraties aanbrengen; decoreren; etaleren |
| kazaru-飾る | decoreren; versieren |
| kazehiki-風邪引き | verkouden worden |
| kazoe-数え | leeftijd berekend volgens traditioneel Japans systeem (van één jaar oud bij de geboorte, met één jaar toegevoegd bij elk nieuwjaar) |
| kazoedoshi-数え年 | leeftijd berekend volgens traditioneel Japans systeem (van één jaar oud bij de geboorte, met één jaar toegevoegd bij elk nieuwjaar) |
| kazokuseido-家族制度 | systeem van erfgoed, familie-zijtakken [afstammelingen] en aftredingen van familiehoofden ter voortzetting en behoud van de familie |
| kazokuseido-家族制度 | toonbeeld [normen] voor het familieleven |
| kazukeru-被ける | iemand de schuld [verantwoordelijkheid] geven |
| kē-ケー | K, symbool voor kelvin (eenheid van temperatuur) |
| kē-ケー | k, afk. voor keuken (op de plattegrond van een woning) |
| kē-ケー | K, chemisch symbool voor kalium |
| kē-ケー | k, afk. voor karaat (gehalte voor goud en edelstenen) |
| kē-ケー | k, afk. voor Korea (in samenstellingen, zoals k-pop) |
| kē-ケー | k, afk. voor kilo (gewicht) |
| kea-ケア | kea (Nieuw-Zeelandse papegaai, Nestor notabilis) |
| kea-ケア | zorg; hulp |
| keage-蹴上げ | stootbord (van een traptrede) |
| keana-毛穴 | (huid) porie |
| kearesu・misu-ケアレス・ミス | slordige fout [vergissing] |
| kea・manējā-ケア・マネージャー | zorgmanager |
| kea・puran-ケア・プラン | zorgplan |
| kēburu-ケーブル | (afk. voor) kabelbaan |
| kēburukā-ケーブルカー | kabelbaan; kabelspoorweg; funiculaire |
| kecchaku-決着 | conclusie; schikking; akkoord; regeling |
| kechijū-結集 | (boeddh.) concilie; samenkomst; vergadering (voor de samenstelling van soetra's op schrift) |
| kedo-けど | toch? (een partikel aan het eind van een elliptische zin waarmee de reactie van de gesprekspartner gepeild wordt) |
| kegirai-毛嫌い | een (instinctive) hekel [afkeer] hebben; bevooroordeeld zijn |
| kegon-華厳 | (afk. voor) de Kegon-school van boeddhisme |
| kegon-華厳 | (afk. voor) de bloemenkrans soetra |
| kegon-華厳 | (bloemenkrans als metafoor voor) de verlichting |
| kei-卿 | (arch.) jij (gebruikt door een heer of vorst tegen zijn vazallen) |
| kei-卿 | heer; lord; meester |
| kei-罫 | lijnen (op een raster, go-bord, etc.) |
| keibai-競売 | (door rechtbank georganiseerde) veiling; openbare verkoping |
| keiben-軽便 | (afk. voor) smalspoor (trein) |
| keibentetsudō-軽便鉄道 | smalspoor (trein) |
| keibyaku-啓白 | (bij het begin van een boeddhistische dienst) de verkondiging van het doel van de dienst door de hoofdpriester voor het boeddhabeeld en de aanwezigen |
| keichō-慶弔 | gelukswensen (bij geboorte, huwelijk, e.d.); condoleances (bij overlijden) |
| keidanren-経団連 | (afk. van) de Japanse Federatie van Economische Organisaties (met als doelstelling de economische groei te stimuleren) |
| keiei-形影 | de vorm van iets en de schaduw ervan (onafscheidelijk van elkaar) |
| keieisaikōsekininsha-経営最高責任者 | bestuursvoorzitter; leidinggevende directeur, CEO (chief executive officer) |
| keien-敬遠 | (honkbal) het (tactisch) geven van een vrije loop aan een (sterke) slagman door de werper |
| keien-閨怨 | de bittere eenzaamheid van een vrouw die door haar man is verlaten |
| keigan-慧眼 | scherp zicht; een doordringende [indringende; scherpe] blik; scherpzinnigheid; inzicht |
| keigan-鶏眼 | likdoorn; eksteroog |
| keigu-敬具 | Hoogachtend (formele standaarduitdrukking om een brief af te sluiten) |
| keii-経緯 | schering en inslag; horizontaal en verticaal |
| keiin-契印 | een contractzegel (stempel) dat over twee bladzijden wordt gedrukt om aan te tonen dat ze één document vormen |
| keiji-慶事 | een gelukkige gebeurtenis (huwelijk, geboorte, e.d.); een viering; feest |
| keiji-繋辞 | (taalkunde) koppelwerkwoord; copula |
| keijiban-掲示板 | prikbord; mededelingenbord |
| keijishūkyō-啓示宗教 | (door God aan de mensen) geopenbaarde religie |
| keijisoshōhō-刑事訴訟法 | strafprocesrecht; Wetboek van Strafvordering |
| keijō-啓上 | het (iem.) respectvol toespreken [aanspreken]; het woord richten tot iemand |
| keijō-形状 | vorm; structuur; uiterlijke kenmerken |
| keijō-経常 | gewoon [normaal; regulier; actueel; huidig] zijn |
| keijōrieki-経常利益 | reguliere [terugkerende] winsten (voortvloeiend uit de gewone bedrijfsactiviteiten van een onderneming) |
| keijoshi-係助詞 | verbindend partikel (waarmee een specificatie verderop in de zin wordt gekoppeld aan hetgeen ervoor staat (wa, mo, koso, demo, shika, sae, dani) |
| keika-経過 | het voorbijgaan (van tijd) |
| keikaisen-警戒線 | politiekordon; politieafzetting |
| keikaku-計画 | plan; schema; voornemen |
| keikasuru-経過する | (van tijd) voorbijgaan; passeren |
| keikei-炯炯 | doordringendheid |
| keikeini-軽軽に | luchtig; achteloos; onvoorzichtig; gedachteloos |
| keiki-契機 | katalysator; aanjager; trigger; aanstichter |
| keikijunkansetsu-景気循環説 | conjunctuurtheorie |
| keikikyū-軽気球 | (oude naam voor) luchtballon |
| keikishihyō-景気指標 | bedrijfsindicatoren |
| keikō-経口 | via de mond ingegaan zijn; oraal zijn |
| keikō-蛍光 | fluorescentie |
| keikōhosuieki-経口補水液 | orale rehydratieoplossing (tegen uitdroging) |
| keikōkenbikyō-蛍光顕微鏡 | fluorescentiemicroscoop |
| keikōshoku-蛍光色 | fluoriserende kleur |
| keikōtō-蛍光灯 | fluorescerend licht [lamp]; fluorescentielamp |
| keiku-警句 | aforisme; zinspreuk; epigram |
| keikyoku-荊棘 | obstakel; bron van moeilijkheden; doorn (in het oog) |
| keikyoku-荊棘 | doornstruik; doornige struik |
| keimei-鶏鳴 | hanengekraai (vroeg in de ochtend); dageraad; zonsopgang; ochtendgloren |
| keimōkatsudō-啓蒙活動 | informatiecampagne |
| keimu-警務 | militaire politie (afkorting van keimukan) |
| keimusho-刑務所 | (voor langer verblijf) gevangenis; penitentiaire inrichting |
| keinen-経年 | het verstrijken [voorbijgaan] van jaren; verloop der jaren |
| keirishi-計理士 | boekhouder (zonder de formele certificering van registeraccountant) |
| keirō-敬老 | respect voor ouderen |
| keiro-毛色 | situatie; omstandigheid; soort; type; aard; karakter |
| keirōnohi-敬老の日 | Respect voor de Ouderen Dag (Japanse nationale feestdag, op de derde maandag in september) |
| keirui-係累 | familieleden (m.n. die afhankelijk zijn en onderhouden moeten worden, zoals echtgenoten en kinderen) |
| keisaku-警策 | zweepje (voor paardrijden) |
| keisanki-計算機 | rekenmachine; calculator |
| keisankikagaku-計算機科学 | informatica (computerwetenschappen) |
| keisanzuku-計算尽く | berekenend; met voorbedachten rade; overwogen |
| keisatsuchō-警察庁 | korps landelijke politiediensten; rijkspolitiekorps |
| keisatsuhashutsujo-警察派出所 | (oude benaming voor) politiepost |
| keisei-傾城 | escortdame; prostitué |
| keisei-形勢 | situatie; stand van zaken; ontwikkelingen; vooruitzichten |
| keisei-形成 | vorming; formatie |
| keiseki-形跡 | spoor; bewijs (b.v, van een inbraak) |
| keiseki-蛍石 | fluoriet; vloeispaat |
| keishi-刑死 | dood door terechtstelling [executie] |
| keishichō-警視庁 | hoofdstedelijke politie; politiekorps van Tokio (MPD, Metropolitan Police Department) |
| keishiki-形式 | vorm; frame; raamwerk; formaliteit |
| keishiki-形式 | de vorm; gedaante; het uiterlijk |
| keishiki-形式 | (fil.) de structuur van de verschillende elementen tesamen; de essentiële vorm van iets; het essentiële kenm |
| keishikibaru-形式張る | (te) formeel [stijf; ceremonieel] zijn |
| keishikibi-形式美 | schoonheid van vorm; uiterlijke schoonheid |
| keishikishugi-形式主義 | formalisme (vasthouden aan vorm, principes en regels, meer dan aan betekenis of inhoud) |
| keishikiteki-形式的 | formeel; uiterlijk; oppervlakkig |
| keishitsu-形質 | allel; allelomorf; morfologisch kenmerk |
| keishitsu-形質 | eigenschap; vorm; kenmerk |
| keishō-形勝 | voordelige positie; gunstige ligging; geschikt uitkijkpunt |
| keishō-形象 | uitbeelding [voorstelling] (van een denkbeeld, idee, e.d.) |
| keishō-形象 | vorm; beeld; afbeelding |
| keishō-継承 | (erf)opvolging; het overdragen [voortzetten] (van een traditie, situatie, e.d.) |
| keishoku-軽食 | een lichte [kleine] maaltijd; snelle hap; tussendoortje |
| keisotsu-軽率 | onvoorzichtigheid; lichtvaardigheid; onbesuisdheid |
| keisuiro-軽水炉 | lichtwaterreactor (lichtwatergekoelde kernreactor) |
| keisuru-刑する | (iem.) veroordelen tot [een vonnis opleggen van] een gevangenisstraf [doodstraf] |
| keitai-形態 | vorm; verschijning; gestalte; gedaante |
| keitai-携帯 | (afk.voor) mobiele telefoon; mobiel(tje) |
| keitai-敬体 | (taalkunde) beleefde [respectvolle; formele] stijl (desu-masu) |
| keitairon-形態論 | morfologie; vormleer |
| keiteki-警笛 | alarmfluit; (ge)toeter; (mist)hoorn |
| keiten-経典 | heilige geschriften in een religie (zoals de Bijbel, de Koran, e.d.) |
| keitō-系統 | oorsprong; bron |
| keitō-系統 | geologische formatie |
| keitōdateru-系統立てる | systematiseren; (ideeën, kennis, informatie. etc.) ordenen volgens een bepaald principe of bepaalde regel |
| keiyōdōshi-形容動詞 | zelfstandig gebruikt bijvoeglijk naamwoord; Japans na-adjectief |
| keiyōshi-形容詞 | bijvoeglijk naamwoord; Japans i-adjectief (verbaal adjectief) |
| keiyu-経由 | route; weg; doorgang |
| keizaidantairengōkai-経済団体連合会 | Nippon Keidanren, een Japanse organisatie die tot doel heeft de economische groei in en buiten Japan duurzaam te stimuleren |
| keizaidōyūkai-経済同友会 | Japanse (belangen) Vereniging voor bedrijfsleiders |
| keizaikikakuchō-経済企画庁 | Economisch Planbureau; agentschap voor economische planning |
| keizaisōgoenjokaigi-経済相互援助会議 | Comecon, Council for Mutual Economic Assistance (een economisch samenwerkingsverband tussen communistische landen, opgericht in 1949) |
| keizoku-継続 | voortduring; bestendiging; voortzetting; continuering |
| keizu-系図 | een (andere benaming voor) jonge zeebrasem (Acanthopagrus schlegelii) |
| kekkai-決壊 | dijkdoorbraak; dambreuk; het instorten van een waterkering |
| kekkai-結界 | (theeceremonie) een soort scheidingswand tussen de tatami-mat voor het thee-gerei en de tatami-mat voor de gasten |
| kekkai-結界 | (boeddh.) het afbakenen van een bepaald gebied voor ascese of religieuze praktijken [rituelen] |
| kekkai-結界 | (in het esoterisch boeddhisme) het zuiveren van een specifiek gebied door het vormen van mudra's en het reciteren van mantra's |
| kekkan-欠陥 | nalatigheid; tekortkoming; gebrek; onvolkomenheid; defect; tekort; ontoereikendheid |
| kekkaron-結果論 | oordeel [mening; advies] achteraf geformuleerd, nadat de feiten [resultaten] bekend zijn |
| kekkō-決行 | actie [handeling] met vastberadenheid [doorzettingsvermogen] |
| kekkō-結構 | goed [in orde; prima; voldoende] zijn |
| kekkō-血行 | bloedsomloop; bloedcirculatie; doorbloeding |
| kekkyū-結球 | (de vorming van) een krop (sla, kool, e.d.) |
| keman-華鬘 | niervormige versieringen (van metaal, hout of leer), vaak met belletjes eraan (opgehangen in het binnenste heiligdom van boeddhistische tempels) |
| kemari-蹴鞠 | een balsport, waarbij de bal de grond niet mag raken, gespeeld door Japanse hovelingen aan het keizerlijk hof (Heian periode) |
| kemisuru-閲する | nakijken; controleren; doorlezen |
| kemisuru-閲する | voorbijgaan [verstrijken] (van de tijd) |
| kemonomichi-獣道 | dierenspoor; spoor [pad] dat door dieren wordt gevormd |
| kemu-けむ | (vaak gebruikt met woorden die twijfel uitdrukken over oorzaken of redenen van iets in het verleden) waarschijnlijk omdat; om de een of andere reden |
| kemu-けむ | (duidt op iets in het verleden dat niet door jezelf geverifieerd kan worden) ik hoorde [heb gehoord] dat; hij zei [zou hebben gezegd] dat |
| kemudashi-煙出し | schoorsteen; rookkanaal; rookgat |
| kemui-煙い | benauwd door (het inademen van) rook; brandend [prikkend] (in de ogen) door rook |
| kemuridashi-煙出し | schoorsteen; rookkanaal; rookgat |
| kemutai-煙たい | ongemakkelijk; oncomfortabel |
| ken-けん | (vorm van het hulpww. けむ; drukt een veronderstelling [vermoeden] uit over een iets uit het verleden) zou; waarschijnlijk; ik heb gehoord dat |
| ken-間 | telwoord voor de ruimte tussen pilaren in de Japanse architectuur |
| ken-間 | telwoord voor gebouwen |
| ken-間 | de lijnen op het speelbord van go of shogi (Japans schaken) |
| kenban-検番 | bemiddelingsbureau [kantoor] voor geisha's |
| kenban-鍵盤 | toetsenbord (piano, computer, typemachine, e.d.) |
| kenbun-見聞 | informatie; kennis; waarneming |
| kenchi-検知 | waarneming; perceptie; doorgronding |
| kenchi-検知 | het via apparatuur de oorzaak van een defect [storing; gebrek] achterhalen |
| kenchi-見地 | beoordeling [inspectie] van een grondstuk [perceel] |
| kenchikujōken-建築条件 | bouwvoorwaarden; bouwvoorschriften |
| kenchikuō-建築王 | grote bouwheer; koning der architectuur (bijnaam voor Ramses II) |
| kenchin-巻繊 | (afk. voor) Japanse tofu- en groentenstoofpot |
| kenchin-巻繊 | gehakte groenten (zoals daikon, wortels en shiitake) gebakken en samen met verkruimelde tofu gewikkeld in gedroogde tofuvellen en gefrituurd |
| kenchō-県庁 | overheidskantoor van de prefectuur; provinciehuis |
| kendōgi-剣道着 | kendō uniform; kendō jas |
| kendon-慳貪 | (afk. voor) een prostituee (Edo periode) |
| kendon-慳貪 | (Edo periode) een kom [1 portie] noedels (of rijst) |
| kendon-慳貪 | (afk. voor) een doos [kist] voor her vervoer van gerechten (noedels) |
| kendonbako-倹飩箱 | een doos [kist] voor her vervoer van gerechten (noedels) |
| kendonjorō-倹飩女郎 | (afk. voor) een prostituee (Edo periode) |
| kenen-懸念 | angst; zorg; bezorgdheid; vrees |
| kenen-縣念 | bezorgdheid; ongerustheid; vrees; zorg |
| kengai-遣外 | uitgezonden worden naar het buitenland |
| kengaku-見学 | studiereis; werkbezoek; leren door werkzaamheden te observeren in de praktijk |
| kengeki-剣劇 | een toneelstuk [film] waarin zwaardgevechten voorkomen |
| kengen-建言 | een petitie [voorstel; suggestie; mening] geven aan een hogere ambtenaar [overheidsinstantie] |
| kengen-献言 | het advies [voorstel] (gegeven aan een meerdere) |
| kengen-献言 | het geven van een mening [voorstel; advies] (aan een meerdere) |
| kengen-顕現 | manifestatie; verschijning; verschijningsvorm |
| kengensuru-献言する | een mening [voorstel; advies] geven (aan een meerdere) |
| kengi-建議 | voorstel; petitie; verzoekschrift; memorandum |
| keni-けに | (geeft reden of oorzaak aan) daarom; vanwege |
| kenji-検事 | (oude naam voor) Officier van Justitie |
| kenji-検字 | index in kanji woordenboeken gebaseerd op het totale aantal penseelstreken |
| kenji-献辞 | dedicatie; opdracht (woorden van toewijding waarmee een werk aan iemand wordt opgedragen) |
| kenkei-賢兄 | beleefde aanspreekvorm gebruikt door mannen voor hun leeftijdsgenoten, in brieven, e.d.) beste broer |
| kenketsusha-献血者 | bloeddonor |
| kenketsusuru-献血する | bloed doneren; bloed afstaan (voor transfusie) |
| kenkō-兼行 | dubbel zo snel [lang] (doorgaan) |
| kenkōhoken-健康保険 | zorgverzekering; ziektekostenverzekering |
| kenkōhokenhō-健康保険法 | zorgverzekeringswet |
| kenkon-乾坤 | twee van de acht elementen in de I-ching voorspelling |
| kenkon-乾坤 | (windrichtingen) noordwesten en zuidwesten |
| kenkyūshitsu-研究室 | laboratorium; onderzoeksruimte; congreszaal; kantoor van een professor |
| kenmei-件名 | onderwerp; onderwerpregel (b.v. van een e-mail); naam of trefwoord (voor index of classificatie) |
| kenmei-賢明 | wijsheid; scherpzinnigheid; oordeelkundigheid; intelligentie |
| kenmen-券面 | de voorzijde van een obligatie, certificaat, e.d. (waar het geldbedrag op staat) |
| kenmohororo-けんもほろろ | kortaf; lomp; bot; bruusk |
| kenmon-検問 | politie ondervraging [inspectie] van voorbijgangers op straat, bij een tijdelijke wegversperring e.d. |
| kenmon-見聞 | informatie; kennis; waarneming |
| kennan-剣難 | (de. rampspoed van) het gewond of gedood worden door een zwaard |
| kennawa-間縄 | een touw dat wordt gebruikt voor landmetingen |
| kennawa-間縄 | een touw dat wordt gebruikt om de plantafstand te markeren bij het zaaien of planten van zaailingen |
| kennin-堅忍 | doorzettingsvermogen; volharding |
| kenninfubatsu-堅忍不抜 | doorzettingsvermogen; volharding; vastberadenheid |
| kenninjigaki-建仁寺垣 | omheining van bamboe (zoals voor het eerst gebruikt bij de Kenninji-tempel) |
| kennō-権能 | autoriteit; macht; bevoegdheid |
| kenpaku-建白 | petitie; verzoekschrift; memorandum |
| kenpakusho-建白書 | petitie; verzoekschrift; memorandum |
| kenpei-権柄 | macht; gezag; autoriteit |
| kenpo-健保 | zorgverzekering; ziektekostenverzekering |
| kenpoku-硯北 | en woord dat naast het adres van een brief wordt toegevoegd om respect te tonen |
| kenpon-絹本 | zijdedoek (voor kalligraferen of schilderen) |
| kenri-権利 | macht; autoriteit; gezag |
| kenriochi-権利落ち | (ex rights) ex-dividenddatum (bij een aandeel dat wordt verkocht zonder bijbehorende rechten om extra aandelen te kopen) |
| kenryō-見料 | betaling voor waarzeggerij |
| kenryō-見料 | toegangsprijs; prijs voor een bezichtiging |
| kensaku-検索 | het opzoeken (b.v. in een woordenboek); het zoeken naar bepaalde informatie [gegevens] (in documenten, op internet, etc.) |
| kensaku-献策 | suggestie; voorstel (aan een meerdere; hogere in rang) |
| kenshi-献詞 | dedicatie; opdracht (woorden van toewijding waarmee een werk aan iemand wordt opgedragen) |
| kenshikan-検視官 | patholoog-anatoom; lijkschouwer; forensisch-medisch specialist |
| kenshiki-見識 | scherpzinnigheid; oordeelkundigheid; inzicht |
| kenshikibaru-見識張る | zich wijs [belangrijk; waardig] voordoen; doen alsof je wijs [slim] bent |
| kenshutsuki-検出器 | detector (apparaat) |
| kensui-建水 | een spoelbak waarin het water wordt opgevangen van het wassen van theekopjes na de theeceremonie |
| kentai-献体 | lichaamsdonatie; terbeschikkingstelling van het lichaam na de dood (voor medisch onderzoek) |
| kenwan-懸腕 | bij kalligrafie, het schrijven met de rechterarm (met het penseel) recht omhoog en de elleboog vrij (voor het schrijven van grote karakters) |
| kenzōbutsu-建造物 | bouwwerk (b.v. gebouw, brug, toren, e.d.) |
| ken'an-懸案 | lopende kwestie; onopgeloste [onbeantwoorde] vraag |
| ken'an-検案 | verkenning; oriënterend onderzoek (ter plaatse, van fysiek bewijsmateriaal, zoals (voet)sporen, e.d.) |
| ken'an-検案 | (jur.) onderzoek naar de doodsoorzaak; lijkschouwing; autopsie |
| ken'ei-献詠 | het opdragen van een gedicht aan een vorst, heiligdom, e.d. |
| ken'ei-献詠 | een gedicht opgedragen aan een vorst, heiligdom, e.d. |
| ken'i-権威 | kenner van; expert [meester; autoriteit] in |
| ken'i-権威 | gezag; autoriteit; macht |
| ken'insha-牽引車 | pionier; voortrekker |
| ken'yō-兼用 | het gebruik van iets voor verschillende doeleinden |
| ken'yō-兼用 | het gebruik van iets door verschillende personen |
| ken'yo-権輿 | begin; oorsprong |
| keosareru-気圧される | geïmponeerd [geintimiteerd] worden; zich (door iemand) overweldigd [overrompeld voelen] |
| keppai-欠配 | gebrek [tekort] aan rantsoenen; niet-levering van rantsoenen; het niet uitbetalen van salarissen; het opschorten van lonen |
| keppan-血判 | met bloed bezegelen (om trouw en saamhorigheid te zweren) |
| keppō-月報 | maandelijks verslag [rapport] |
| kera-螻蛄 | veenmol; aardkrekel (Gryllotalpa orientalis) |
| kerachin-ケラチン | keratine; hoornstof |
| keroido-ケロイド | keloïd (verdikking op de huid door overmatige groei van littekenweefsel) |
| kerun-ケルン | kegelvormige steen; pre-Keltisch gedenkteken |
| keruto-ケルト | Kelt (inwoner van Ierland, Wales, Cornwall, Schotland, Bretagne; ook van oude etnische groep in de geschiedenis) |
| kesa-今朝 | vanochtend; vanmorgen; deze morgen |
| kesa-袈裟 | brede lange sjaal, gedragen door Boeddhistische priesters |
| keshikakeru-嗾ける | ophitsen; provoceren; aansporen; aanmoedigen |
| keshiki-気色 | teken; voorteken |
| keshikibamu-気色ばむ | rood van woede [boos; woedend] worden; zijn woede [emoties] tonen |
| keshin-化身 | incarnatie; manifestatie; het verschijning van goden, Boeddha's, demonen, e.d, in menselijke vorm |
| keshitobu-消し飛ぶ | wegvliegen; (plotseling) spoorloos verdwijnen |
| keshōmawashi-化粧回し | een lange, rijkelijk versierde, lendendoek die sumoworstelaars bij ceremoniële gelegenheden dragen |
| kessei-結成 | vorming; oprichting (van een partij, muziekgroep, band, e.d.) |
| kessha-結社 | een vereniging; organisatie; stichting; broederschap; genootschap |
| kesshin-決心 | beslissing; voornemen; besluit |
| kesshinsuru-決心する | beslissen; besluiten; zich voornemen |
| kesshu-血腫 | bloeduitstorting; hematoom |
| kesshutsu-傑出 | voortreffelijk [gerenommeerd; vooraanstaand; gedistingeerd] zijn |
| kesson-欠損 | tekort; verlies |
| kessuru-決する | breken; instorten |
| kessuru-決する | beslissen; bepalen; beslist [geregeld] worden |
| kesu-消す | uitwissen; doorstrepen |
| kesuta-ケスタ | (geologie) cuesta (steilwandige reliëfvorm, asymmetrische berg of heuvel) |
| ketaguri-蹴手繰り | (sumo) techniek waarbij het lichaam van de tegenstander met de hand uit balans wordt getrokken na een trap tegen het been |
| ketai-懈怠 | luiheid; onzorgvuldigheid; gemakzucht |
| ketō-毛唐 | (een denigrerende term voor) een (behaarde) buitenlander; westerling |
| ketsuekikyōfushō-血液恐怖症 | hematofobie (vrees voor bloed) |
| ketsugian-決議案 | resolutie; motie; voorstel |
| ketsui-決意 | besluit; (vast) voornemen; bedoeling; vastberadenheid |
| ketsuji-欠字 | weggelaten woord; omissie (in tekst); leemte |
| ketsujin-傑人 | een voortreffelijke [uitmuntende; eminente] persoon |
| ketsujitsu-結実 | de vruchtvorming [het vruchtdragend zijn] van planten en bomen |
| ketsujō-楔状 | wigvorm |
| ketsujō-楔状 | (oude naam voor) het wiggenbeen |
| ketsujo-欠如 | gebrek; tekort; afwezigheid (van iets); ontbering |
| ketsujō-結縄 | knopenschrift (gevlochten en geknoopte snoeren als schrijftekens, voorloper van een schrift, b.v. bij de Inca's) |
| ketsujū-結集 | (boeddh.) concilie; samenkomst; vergadering (voor de samenstelling van soetra's op schrift) |
| ketsuro-結露 | condens; condensatie; condensvorming |
| ketten-欠点 | tekortkoming; defect; mislukking |
| kezukuroi-毛繕い | het gedrag van dieren waarbij zij hun (of elkaars) vacht, huid, veren, e.d. verzorgen (door parasieten en vuil te verwijderen) |
| kezuru-削る | verwijderen; uitwissen; doorhalen; schrappen; censureren |
| kē・ō-ケーオー | (afk. voor) knock-out (een klap die iemand buiten gevecht stelt) |
| ki- 軌 | wagenspoor; wielspoor; wagenpad; wagenweg; karrenweg |
| ki-棋 | (in kanji combinaties) bordspel go of (Japans) schaken |
| ki-気 | neiging; voorkeur; interesse |
| ki-騎 | woord gebruikt om ruiters te tellen |
| kibamu-黄ばむ | vergelen; geel worden |
| kibansofuto-基盤ソフト | infrastructurele software (bedrijfssoftware specifiek ontworpen voor het uitvoeren van basistaken, zoals interne diensten en processen) |
| kibashiri-木走 | taigaboomkruiper; kortsnavelboomkruiper (een vogel, Certhia familiaris) |
| kibera-木べら | houten modelleergereedschap voor klei; modelleerhoutje |
| kibi-黍 | gierst (graansoort) |
| kibo-規模 | omvang; formaat; schaal |
| kibo-規模 | schaalmodel; voorbeeld |
| kībōdo-キーボード | keyboard (muziekinstrument); toetsenbord |
| kiboku-亀卜 | waarzeggerij met behulp van het schild van een schildpad (door dat te verbranden en daarna het patroon van de scheuren die waren ontstaan te bekijken) |
| kibone-気骨 | bezorgdheid; angst; nervositeit |
| kibutsu-器物 | algemene term gebruikt voor apparaten en gebruiksvoorwerpen |
| kibyō-奇病 | zeldzame ziekte (waarvan oorzaak en geneesbaarheid niet bekend zijn) |
| kichigaizata-気違い沙汰 | gestoord [idioot; krankzinnig] gedrag; waanzin |
| kichinichi-吉日 | een geluksdag; een goede dag; een dag met goede voortekenen |
| kichinto-きちんと | nauwkeurig; nauwgezet; precies; netjes; overzichtelijk; ordelijk |
| kidaore-着倒れ | iemand die al zijn geld uitgeeft voor kleren |
| kidaore-着倒れ | geldverspilling aan kleren; al je geld uitgeven voor kleren |
| kiden-貴殿 | (respectvolle term voor de tweede persoon, m.n. in brieven) u; jij; jullie |
| kidentai-紀伝体 | Chinese biografische geschiedschrijving; Chinese historische legendes |
| kido-木戸 | poort; tuinhekje; ingang |
| kidō-軌道 | baan; orbit (van een hemellichaam); traject |
| kidō-軌道 | spoorweg; rails |
| kidōraku-着道楽 | voorliefde [voorkeur] voor mooie kleding en sieraden |
| kidōsha-気動車 | een dieseltrein; een trein met een verbrandingsmotor |
| kidōshūsei-軌道修正 | koerscorrectie; baancorrectie (ruimtevaart) |
| kieuseru-消え失せる | (uit het zicht) verdwijnen; spoorloos verdwijnen; vervliegen |
| kifuda-木札 | houten plaatje (m.n. voor het schrijven van naam en adres) |
| kigan-奇岩 | vreemd gevormde rots; (grote) rots met een grillige vorm |
| kigan-帰雁 | wilde ganzen die in de lente teruggaan naar het Noorden |
| kigaru-気軽 | luchthartigheid; zorgeloosheid |
| kigen-記言 | woordelijke beschrijving |
| kigen-起源 | herkomst; oorsprong; origine |
| kigentsukitegatakaisōba-期限付手形買相場 | markt voor het kopen van facturen met een vaste looptijd |
| kigenzen-紀元前 | (jaartelling) voor Christus (v.Chr.) |
| kigo-季語 | seizoenwoord (voor verwijzingen naar seizoenen in Japanse gedichten) |
| kigo-綺語 | (boedddh., een van de tien kwaden) loze woorden die indruisen tegen de waarheid; iets mooier voorstellen dat het is |
| kigo-綺語 | (in poëzie en proza) mooi [fraai] woordgebruik |
| kigō-記号 | (semiotiek) taalteken; woord |
| kigokochi-着心地 | draagcomfort (van kleding) |
| kigokoro-気心 | temperament; geaardheid; karakter; inborst |
| kigu-危惧 | angst; vrees; bezorgdheid |
| kigurō-気苦労 | mentale uitputting (door zorg(en), angst, ongerustheid, etc.) |
| kigyōsekinin-企業責任 | maatschappelijk verantwoord ondernemen; collectieve verantwoordelijkheid |
| kigyōtōchi-企業統治 | corporate governance; behoorlijk ondernemingsbestuur |
| kihada-木肌 | boomschors |
| kihin-気稟 | aangeboren karakter [aard; temperament] |
| kihin-貴賓 | een vooraanstaande [hooggeplaatste] gast [klant]; eregast |
| kiin-起因 | oorzaak; oorsprong; aanleiding |
| kiji-記事 | (afk. voor) beschrijvende schrijfstijl |
| kiji-雉 | groene fazant (Phasianus versicolor) |
| kijibato-雉鳩 | Oosterse tortel(duif) (Streptopelia orientalis) |
| kijiku-機軸 | as (van wiel of motor) |
| kijitsu-期日 | vastgestelde datum (voor betaling, houdbaarheid, e.d.)\ |
| kijō-軌条 | rails; spoorlijn |
| kijū-機銃 | (afk. voor) machinegeweer; mitrailleur |
| kijun-基準 | standaard; maatstaf; criterium; norm |
| kijun-規準 | standaard; basis; criterium; norm; referentie |
| kika-奇禍 | een onvoorziene [onverwachte] tegenslag [tegenspoed; ramp] |
| kika-机下 | respect uitdrukkende woord(en) links onderaan een brief gericht aan (het bureau van) een (hooggeplaatste) geadresseerde |
| kika-気化 | verdamping; vaporisatie; evaporatie; gasvorming |
| kikajin-帰化人 | immigrant naar het oude Japan vanuit China of Korea |
| kikaku-規格 | standaard; norm |
| kikakuka-規格化 | standaardisatie; normalisatie |
| kikan-器官 | (biologie) orgaan |
| kikan-機関 | motor; machine |
| kikan-機関 | stelsel; organisatie; instelling |
| kikan-気管 | tracheae (ademhalingsorgaan van insecten, bestaande uit buisvormige structuren door het hele lichaam) |
| kikan-貴官 | respectvolle term voor het persoonlijk voornaamwoord in de tweede persoon, wordt gebruikt voor overheidsfunctionarissen, militair personeel, e.d. |
| kikanshi-機関紙 | bulletin; partijorgaan; nieuwsbrief |
| kikaseru-聞かせる | laten weten [horen]; (iemand over iets) informeren; (iemand iets) vertellen |
| kikengachi-棄権勝ち | (judo) overwinning door terugtrekking van de tegenstander |
| kikenshinshi-貴顕紳士 | edele, vooraanstaande heer; persoon met een hoge status [aanzien; invloed] |
| kiketsu-既決 | (afk. voor) een veroordeelde (gevangene) |
| kiketsu-既決 | veroordeeld [gevonnist] zijn |
| kiketsushū-既決囚 | een veroordeelde (gevangene) |
| kikiawaseru-聞き合わせる | inlichtingen inwinnen; informeren (naar); navragen |
| kikichigai-聞き違い | het verkeerd horen [verstaan] |
| kikidasu-聞き出す | informatie krijgen; (iets) uitzoeken [horen] |
| kikifurusu-聞き古す | een cliché worden; afgezaagd worden (omdat je het al zo vaak hebt gehoord) |
| kikigaki-聞き書き | woordelijk (opgeschreven) verslag; het opschrijven van wat je hoort |
| kikigurushii-聞き苦しい | pijnlijk [onaangenaam; moeilijk] om te horen |
| kikihoreru-聞き惚れる | in vervoering gebracht worden (door muziek); met overgave luisteren |
| kikikaesu-聞き返す | een tegenvraag stellen; een vraag met een wedervraag beantwoorden |
| kikikajiru-聞き齧る | (iets) oppervlakkig kennen [weten]; (iets) alleen van horen zeggen weten |
| kikikomi-聞き込み | buurtonderzoek door politie voor informatie bij bewoners of getuigen op locatie |
| kikikomi-聞き込み | het verkrijgen van informatie door te luisteren [vragen] |
| kikikomisōsa-聞き込み捜査 | buurtonderzoek door politie voor informatie bij bewoners of getuigen op locatie |
| kikimono-聞き物 | iets dat de moeite waard [belangrijk] is om te horen |
| kikimorasu-聞き漏らす | iets niet (goed) horen [verstaan] |
| kikin-飢饉 | droogte; mislukte oogst; voedseltekort; watertekort |
| kikinagasu-聞き流す | niet letten op; geen aandacht schenken aan; het ene oor in en het andere oor uit laten gaan |
| kikinaosu-聞き直す | opnieuw informeren [vragen] |
| kikinikui-聞き難い | moeilijk hoorbaar [om te horen] zijn |
| kikioboe-聞き覚え | herinnering aan wat je eerder hebt gehoord |
| kikioboe-聞き覚え | het leren door luisteren |
| kikioboeru-聞き覚える | je iets herinneren dat je (eerder) hebt gehoord |
| kikioboeru-聞き覚える | iets leren door luisteren (een taal b.v.) |
| kikioku-聞き置く | onthouden wat je hoort |
| kikiosame-聞き納め | de laatste kans om (het) te horen |
| kikiotosu-聞き落とす | iets niet (goed) horen [verstaan] |
| kikioyobu-聞き及ぶ | (iets) horen [vernemen]; lucht krijgen (van) |
| kikisokonau-聞き損なう | verkeerd [niet goed] horen [verstaan] |
| kikisugosu-聞き過ごす | niet (willen) horen; negeren |
| kikite-利き手 | (iemands) voorkeurshand; dominante hand |
| kikite-聞き手 | toehoorder; luisteraar |
| kikitodokeru-聞き届ける | toestaan; toegeven; accepteren; aanhoren |
| kikitori-聞き取り | het luisteren naar anderen; het opdoen van informatie [kennis] door luisteren |
| kikitoru-聞き取る | informatie zoeken; navraag doen |
| kikitoru-聞き取る | horen [begrijpen; verstaan] wat iemand zegt |
| kikitsugu-聞き継ぐ | mondeling doorgeven |
| kikitsukeru-聞きつける | toevallig horen [opvangen] |
| kikitsukeru-聞きつける | horen; (geluid; woorden) opvangen |
| kikitsutae-聞き伝え | gerucht; iets van horen zeggen |
| kikitsutaeru-聞き伝える | het van anderen horen; informatie krijgen uit de tweede hand; iets weten van horen zeggen |
| kikiude-利き腕 | (iemands) voorkeursarm; dominante arm |
| kikiwakeru-聞き分ける | goed kunnen horen; geluiden goed kunnen onderscheiden |
| kikizurai-聞き辛い | moeilijk te horen [verstaan; vragen] |
| kikkake-切っ掛け | actie of signaalwoord om het volgende bedrijf in een theaterstuk (kabuki) aan te geven |
| kikkake-切っ掛け | signaal [teken; aanwijzing; gelegenheid] om iets te beginnen; oorzaak; motief |
| kikkō-亀甲 | (een drukkerij term voor) (vierkante) haakjes |
| kikkō-亀甲 | (afk. voor) schildpadschild vorm; hexagonaal patroon |
| kikkōgata-亀甲形 | schilldpadschild vorm; hexagonaal patroon |
| kikkubokushingu-キックボクシング | (sport) kickboksen |
| kikkubōru-キックボール | (balsport) kickbal |
| kikō-寄港 | aanleghaven (voor schepen); tussenlanding (voor vliegtuigen) |
| kikō-気候 | klimaat; het weer; meteorologische omstandigheden |
| kikoeru-聞こえる | kunnen horen; hoorbaar zijn; gehoord worden |
| kikoeru-聞こえる | bekend [beroemd; populair] worden |
| kikomu-着込む | zich extra kleden; verschillende lagen kleding over elkaar dragen; formele kleding dragen |
| kikon-気根 | luchtwortel |
| kikōshi-貴公子 | een jongeman met een adellijk [edel; nobel] voorkomen [gelaat] |
| kikoshimesu-聞こし召す | (een zeer respectvolle term voor) horen; luisteren; vragen |
| kikoshimesu-聞こし召す | (een zeer respectvolle term voor) nuttigen; drinken (m.n. alcohol); eten |
| kikotsu-気骨 | innerlijke kracht; morele ruggengraat; standvastigheid; onverzettelijkheid; sterke persoonlijkheid; sterk karakter |
| kiku-利く | effect hebben; effectief zijn; goed zijn voor |
| kiku-危懼 | vrees; angst; bezorgdheid |
| kiku-聞く | horen; luisteren; vernemen |
| kiku-聞く | vragen (om informatie); informeren |
| kiku-菊 | mon (Japans familiewapen) in de vorm van een chrysant |
| kiku-規矩 | standaard; criterium; regel; norm |
| kikuban-菊判 | standaard Japans papierformaat (huidig: 150 x 220 mm; vroeger: 636 x 939 mm) |
| kikubari-気配り | aandacht; waakzaamheid; zorg (voor anderen) |
| kikun-貴君 | (m.n. in brieven e.d. gebruikt voor de tweede persoon enkelvoud) jij; u |
| kikunigana-菊苦菜 | cichorei (Cichorium intybus) |
| kikuningyō-菊人形 | decoratieve pop waarvan de kleding is gemaakt van verse chrysanten |
| kikurage-木耳 | judasoor (paddenstoel: Auricularia auricula-judae) |
| kikuzure-着崩れ | verfomfaaid [vormeloos; versleten; afgedragen] zijn |
| kikuzusu-着崩す | formele kleding losser [stijlvoller] dragen |
| kikyō-奇矯 | excentriek zijn; excentriek gedrag; onvoorspelbaarheid; onberekenbaarheid |
| kikyō-帰京 | terugkeer naar de hoofdstad (voor de Meiji-periode was dat Kyoto, daarna Tokio) |
| kikyō-帰郷 | terugkeer (naar geboortehuis, geboortestreek, geboortegrond) |
| kikyō-桔梗 | ballonklokje (Platycodon grandiflorus) |
| kikyō-気胸 | klaplong; pneumothorax |
| kīkyoku-キー局 | belangrijkste radio [tv] zender; het (belangrijkste) station dat de kern vormt in een omroepnetwerk |
| kimakase-気任せ | het de eigen wil [zin; voorkeur] volgen [doen] |
| kimama-気儘 | zorgeloosheid; onbekommerdheid |
| kimari-決まり | overeenkomst; akkoord |
| kimari-決まり | regel; voorschrift |
| kimaru-決まる | beslist [vastgesteld] worden |
| kimedama-決め球 | winnende worp (honkbal) |
| kimedokoro-決め所 | het belangrijkste [cruciale] punt, het punt dat de doorslag kan geven; de perfecte gelegenheid [kans] |
| kimekomi-木目込み | make-up techniek voor acteurs (in Japans theater) |
| kimekomi-木目込み | techniek om traditionele Japanse houten poppen te maken (waarbij in smalle groeven stof wordt gelijmd om de pop aan te kleden) |
| kimekominingyō-木目込み人形 | traditionele Japanse houten pop (gemaakt met een techniek waarbij in smalle groeven stof wordt gelijmd om de pop aan te kleden) |
| kimekomu-決め込む | veronderstellen; zonder meer aannemen; overtuigd zijn van; voorbarige conclusies trekken |
| kimekomu-決め込む | volharden; vasthouden aan; doorgaan met |
| kimete-決め手 | doorslaggevende [beslissende] factor; doorslaggevend bewijs [feit] |
| kimi-君 | jij (familiair, informeel) |
| kimi-君 | vorst; heerser; monarch |
| kimi-気味 | gevoel; gewaarwording |
| kimigayo-君が代 | keizerlijke heerschappij via een familielijn voortgezet in een voortdurende tijdsperiode |
| kimitsu-機密 | geheim; geheime informatie; geheimhouding |
| kimō-起毛 | (van weefsel) het ruwen; opborstelen |
| kimon-鬼門 | poort [ingang, uitgang] voor een boze geest (in ongunstige windrichting, het noordoosten) |
| kimuchi-キムチ | kimchi (groentegerecht uit de Koreaanse keuken) |
| kimyō-帰命 | (Sanskriet: namas) (buigen voor) aanbidding [verering] van Boeddha; je lichaam en ziel toevertrouwen aan Boeddha |
| kimyōchōrai-帰命頂礼 | gereciteerde woorden tijdens de verering van Boeddha |
| kimyōchōrai-帰命頂礼 | formeel gebed; (buigen tijdens) aanbidding [verering] van Boeddha (of de drie juwelen van het boeddhisme) |
| kin-均 | (in kanji combinaties) gelijkwaardig; uniform |
| kin-斤 | woord om broden te tellen |
| kin-菌 | schimmel (organisme) |
| kin-金 | (afk. voor) vrijdag |
| kinakusai-きな臭い | dreigende [gespannen] sfeer (fig. de geur van buskruit, doet denken aan oorlog) |
| kinboshi-金星 | (sumo) overwinning van een laaggeplaatste worstelaar op een yokuzuna (hoogste rang) |
| kinchō-金打 | een plechtige belofte [eed] (afgelegd door samoerai met hun zwaarden tegen elkaar gedrukt, en door vrouwen met spiegels) |
| kinchoku-謹直 | plichtsgetrouwheid; zorgvuldigheid; nauwgezetheid; eerlijkheid; integriteit |
| kinchōsuru-緊張する | gespannen [nerveus] worden; zich opwinden |
| kindai-近代 | tegenwoordig; de [recente] moderne tijd |
| kindengyokurō-金殿玉楼 | een kostbaar gedecoreerd paleis; prachtig [majestueus] gebouw |
| kindenkei-筋電計 | elektromyograaf (instrument voor spierkrachtmetingen) |
| kindenzu-筋電図 | elektromyogram (weergave van de elektrische stromen in spieren door een elektromyograaf) |
| kinezuka-杵柄 | oude ervaringen; eerder verworven kennis |
| kinezuka-杵柄 | de houten hamer [stamper] waarmee rijstdeeg wordt gestampt |
| kingashinnen-謹賀新年 | beste wensen voor het nieuwe jaar; Gelukkig Nieuwjaar (schrijftaal) |
| kingō-近郷 | aangrenzende districten; nabijgelegen dorpen; omringend platteland |
| kingu-キング | koning (vorst); koning (speelkaart); koning (schaakstuk) |
| kinguzu・ingurisshu-キングズ・イングリッシュ | standaard (correct) Engels in het Verenigd Koninkrijk |
| kinhangen-禁反言 | estoppel (juridisch principe dat voorkomt dat iemand recht kan doen gelden dat in strijd is met zijn eerdere handelingen of uitspraken) |
| kinhin-経行 | (zen-boeddh.) loopmeditatie (m.n. als afwisseling met zitmeditatie (zazen) om slaperigheid te voorkomen) |
| kinichi-忌日 | sterfdag; verjaardag van het overlijden van een persoon (waarop boeddhistische herdenkingsrituelen worden uitgevoerd) |
| kininaru-気になる | bezorgd zijn over; dwars zitten; hinderen; zich ergeren |
| kinisuru-気にする | zich zorgen maken over; ergens om geven; zich bemoeien met |
| kinjitsu-近日 | weldra; binnenkort; over [binnen] enkele dagen |
| kinjū-禽獣 | (als scheldwoord tegen een persoon) beest |
| kinka-槿花 | hibiscusbloem (Althaeastruik, Hibiscus syriacus) (metafoor voor de vergankelijkheid, omdat de bloemen 's ochtends opengaan en 's avonds verwelken) |
| kinkagyokujō-金科玉条 | gouden regel; belangrijkste voorschrift |
| kinkakushi-金隠し | de voorwand van een hurktoilet |
| kinkakushi-金隠し | (samoerai) harnasstuk (aan de voorkant, over de dijbenen) |
| kinkan-近刊 | publicatie in de nabije toekomst; boek dat binnenkort gepubliceerd zal worden |
| kinkanban-金看板 | een uithangbord met gouden letters [opschrift] |
| kinkei-近景 | de voorgrond; hetgeen men dichtbij ziet |
| kinketsu-金穴 | sponsor; geldschieter |
| kinkin-近近 | in de nabije toekomst; binnenkort; spoedig |
| kinku-禁区 | gebied verboden voor onbevoegden; spergebied |
| kinku-禁句 | taboewoord(en); verboden woord(en) |
| kinmon-禁門 | de poort van het Keizerlijk Paleis |
| kinmon-禁門 | de verboden poort; een poort waar het strikt verboden was om door te gaan |
| kinmu-勤務 | het werken voor een bedrijf (of organisatie); dienstverlening |
| kinmyaku-金脈 | sponsor; geldschieter |
| kinnō-金嚢 | (arch.) geldbuidel; stoffen zak voor het bewaren van geld of kostbare spulletjes |
| kinō-気囊 | een zakvormig deel van de luchtpijp van een insect |
| kinōgo-機能語 | woorden die alleen een grammaticale (geen semantische) functie hebben |
| kinohayai-気の早い | opvliegend; kortaangebonden; kortaf; lichtgeraakt |
| kinohorumu-キノホルム | chinoform (antischimmel middel) |
| kinpa-金波 | oplichtende [schitterende] golven (door weerspiegeling van zon of maan) |
| kinpika-金ぴか | blingbling; glitterende decoraties |
| kinrō-勤労 | werkaanstelling voor een vastgestelde periode |
| kinrōshazaisankeiseiseido-勤労者財産形成制度 | Werknemers Vermogensvorming Systeem (Eng.: Workers Property Formation System) |
| kinsei-均整 | (juiste) verhouding; proportie; evenredigheid |
| kinsenkankaku-金銭感覚 | gevoel voor geld; het goed met geld om kunnen gaan |
| kinsensaiken-金銭債権 | geldvordering; financiële vordering |
| kinshigan-近視眼 | (fig.) kortzichtigheid |
| kinshiganteki-近視眼的 | (fig.) kortzichtig |
| kinshin-謹慎 | schorsing |
| kinsoku-禁足 | opsluiting; huisarrest; bewegingsbeperkende maatregel; disciplinaire straf (b.v. waarbij politie-ambtenaren alleen kantoorwerk mogen doen) |
| kinsunago-金砂子 | stofgoud; goudpoeder (wordt gebruikt in schilderkunst of lakwerk) |
| kintsugi-金継ぎ | kapot aardewerk repareren met goud of zilver (zodat de breuk juist mooi gemaakt wordt, i.p.v. te proberen die onzichtbaar te maken) |
| kinutakotsu-砧骨 | incus; aambeeld (gehoorbeentje) |
| kinyū-記入 | het inschrijven [invullen]; invulling (van een formulier) |
| kinzai-近在 | voorsteden; buitenwijken |
| kinzai-近在 | naburige [omliggende] dorpen |
| kin'en-禁厭 | spreuken voor het voorkomen van ziekten en rampen |
| kin'in-近因 | directe oorzaak; aanleiding |
| kin'itsu-均一 | uniformiteit; eenvormigheid; gelijkheid |
| kin'ōmuketsu-金甌無欠 | sterke natie die nog nooit is binnengevallen door een buitenlandse macht |
| kin'un-金運 | economische voorspoed; geluk [succes] met geld |
| kin'yūgyō-金融業 | financiële industrie [sector; diensten] |
| kin'yūjiyūka-金融自由化 | financiële liberalisatie (de opheffing van voorschriften en beperkingen op financiële transacties) |
| kiomote-木表 | de voorkant van hout (die het dichtst tegen de bast heeft gezeten) |
| kiou-気負う | opgewonden [enthousiast; zenuwachtig] worden (alvorens iets te doen) |
| kīpaddo-キーパッド | toetsenbord; toetsenpaneel |
| kippunosōchi-キップの装置 | het toestel van Kipp (voor laboratorium) |
| kirā-キラー | moordenaar |
| kiraku-気楽 | relaxed [zorgeloos; luchthartig] zijn |
| kiran-帰蘭 | terugkeer naar Muroran |
| kireigoto-奇麗事 | werk waar je niet vies van wordt |
| kireigoto-奇麗事 | het verdoezelen; verbloemen; iets mooier maken [voorstellen] dan het is |
| kireizuki-奇麗好き | (iemand met) een voorkeur voor netheid |
| kireji-切れ字 | slotwoord aan het einde van een Japans gedicht (haiku, renga, e.a.) om een bepaald gevoel uit te drukken (b.v. 'kana') |
| kireru-切れる | gesneden worden; gewond raken |
| kireru-切れる | doorsnijden; afbreken; verbreken |
| kiri-錐 | boor; priem |
| kiridooshi-切り通し | een weg een door bergachtig [heuvelachtig] terrein [landschap] |
| kirihanasu-切り放す | afsnijden; afhakken; lossnijden; doorsnijden |
| kirijini-切り死に | dood door een zwaardgevecht |
| kirikaesu-切り返す | terugslaan; terugvechten; weerwoord geven |
| kirikōjō-切り口上 | stijf [formeel] taalgebruik [spreken] |
| kirikomu-切り込む | aanvallen; door de vijandelijke linies vechten |
| kirikuzusu-切り崩す | doorsnijden; doorklieven; splijten |
| kirikyōgen-切り狂言 | het laatste (Kyōgen) stuk van een Kabuki voorstelling |
| kirinashi-限無し | voortdurend; continu |
| kirinō-切り能 | vijfde en laatste (afsluitende) stuk van een dagvoorstelling in het Nō-theater |
| kirinukeru-切り抜ける | zich een weg banen [vechten] door; een uitweg vinden; hindernissen overwinnen |
| kirisainamu-切り苛む | kwellen; pijnigen; martelen; verscheurd worden |
| kiritsu-規律 | orde |
| kiritsumeru-切り詰める | verkorten; inkorten |
| kiriuri-切り売り | het stap voor stap delen [presenteren] (van talenten, vaardigheden. e.d.) |
| kirokarorī-キロカロリー | kilocalorie (kcal) |
| kiroku-記録 | record (sport, e.d.) |
| kirokukei-記録係 | iemand die de score [tijd; stukken] bijhoudt; archivaris |
| kiruto-キルト | quilt (lap stof van aan elkaar genaaide stukjes); doorgestikte deken |
| kiruto-キルト | kilt (Schotse geruite wollen rok voor mannen) |
| kisaisha-記載者 | registrator |
| kisama-貴様 | (arch. respectvolle term voor de tweede persoon, voor hogergeplaatsten, b.v. in brieven) u |
| kisama-貴様 | (denigrerende, vaak uitscheldende, term gebruikt door mannen, om iemand aan te spreken die zijn mindere of gelijke is) jij; jij schoft [klootzak] |
| kisan-帰参 | terugkeer (in dienst van de voormalige heer) |
| kisei-帰省 | terugkeer naar geboortestreek of ouderlijk huis |
| kisei-規制 | regulering; regel; voorschrift; reglement |
| kisei-規正 | aanpassing; correctie; herziening |
| kiseihin-既製品 | een kant-en-klaar artikel [product] (klaar voor gebruik) |
| kiseipurankuton-気生プランクトン | aeroplankton; luchtplankton (in de lucht zwevende micro-organismen) |
| kiseki-軌跡 | spoor; groef |
| kisen-機先 | het moment vlak voordat er iets gebeurt |
| kisenyado-汽船宿 | (haven)hotel voor stoomboot passagiers (en tijdelijke opslag van hun particuliere baggage) |
| kishagurabu-記者グラブ | Japanse pers-club; groep verslaggevers van specifieke nieuwsorganisaties (met bronnen bij de overheid en bedrijven) |
| kishin-帰心 | de wens [heimwee; het verlangen] om terug te keren naar je geboorteplaats of geboortehuis |
| kishina-来しな | (shina is een achtervoegsel aan de werkwoordsvorm ki- van kuru (komen)) als je komt; op weg; onderweg |
| kishitsu-器質 | organische stof |
| kisho-寄書 | inzending; bijdrage (een artikel voor een krant, tijdschrift, e.d.) |
| kisho-寄書 | bijdrage (van een aantal woorden als coauteur) |
| kishōbu-黄菖蒲 | gele lis (Iris pseudacorus) |
| kishōchō-気象庁 | Japans Meteorologisch Instituut |
| kishōdai-気象台 | meteorologisch observatorium |
| kishōgaku-気象学 | meteorologie; weerkunde |
| kishōkachi-希少価値 | een hoge waarde van iets doordat het zeldzaam is |
| kishōkansokusen-気象観測船 | weerschip (schip gebruikt voor meteorologische waarnemingen) |
| kishōshippeiyōiyakuhin-希少疾病用医薬品 | weesgeneesmiddel (een geneesmiddel voor een zeldzame ziekte) |
| kishōyohōshi-気象予報士 | weersvoorspeller; weerprofeet |
| kisō-起草 | het maken [opstellen] van een (eerste) ontwerp [voorstel; plan; wet, etc.] |
| kisoku-規則 | voorschrift; regelgeving |
| kison-帰村 | terugkeer naar de geboorteplaats |
| kisoyūyo-起訴猶予 | seponering; opschorting van een aanklacht |
| kisū-基数 | kardinaalgetal kardinale; hoofdtelwoord |
| kisumire-黄菫 | Viola orientalis (bloem) |
| kisuringu-キスリング | soort canvas rugzak voor bergbeklimmen |
| kisuru-帰する | zich overgeven; gehoorzamen |
| kisuru-期する | besluiten; (vooraf) beslissen; een besluit nemen |
| kisuru-期する | verwachten; hopen; uitkijken naar; rekenen op; voorzien; een voorgevoel hebben; aan zien komen |
| kita-北 | het noorden |
| kitachōsen-北朝鮮 | Noord-Korea |
| kitagawa-北側 | noordzijde; noordkant |
| kitaguni-北国 | noordelijk land ;[gebied; district] |
| kitahankyū-北半球 | het noordelijk halfrond |
| kitakaikisen-北回帰線 | kreeftskeerkring; noorderkeerkring |
| kitakaze-北風 | noordenwind |
| kitakipurosu-北キプロス | Noord-Cyprus |
| kitamakura-北枕 | ligging met het hoofd naar het noorden gericht (traditionele positie voor dode lichamen; maar taboe voor het gewone slapen) |
| kitasu-来す | voortbrengen; veroorzaken |
| kitataiseiyōjōyakukikō-北大西洋条約機構 | NAVO (Noord-Atlantische Verdragsorganisatie) |
| kitatōhoku-北東北 | noord-Tohoku |
| kitchiri-きっちり | zorgvuldig [precies; nauwkeurig; betrouwbaar] zijn |
| kitchō-吉兆 | goed [gunstig] voorteken |
| kitei-旗亭 | taverne; herberg; restaurant ( van origine in China gemarkeerd met een vlag) |
| kitei-規定 | voorschrift; regel; bepaling; regelgeving |
| kitei-規程 | voorschrift; regelgeving |
| kiteiengi-規定演技 | (sport) een verplicht onderdeel; verplichte oefening |
| kitsu-詰 | (on-lezing; in kanji combinaties) vooroverbuigen; bukken; krom [moeilijk te begrijpen] zijn |
| kitsuke-着付け | het correct aantrekken en dragen van een kimono |
| kitsumon-詰問 | kruisverhoor; strenge ondervraging |
| kitsuneken-狐拳 | vos-jager-dorpshoofd (een soort kansspel als steen-papier-schaar) |
| kīwādo-キーワード | sleutelwoord; trefwoord; zoekterm |
| kiwamete-極めて | zeer (veel); uiterst; in hoge mate; buitengewoon; buitensporig |
| kiwata-木綿 | boomkatoen (Gossypium arboreum) |
| kiyō-紀要 | door universiteiten of onderzoeksinstellingen gepubliceerde uitgave (met artikelen, onderzoeksverslagen, etc.) |
| kiyō-起用 | aanstelling; benoeming; tewerkstelling; promotie; bevordering |
| kiyomizunobutai-清水の舞台 | het (hooggelegen) platform van de Kiyomizu tempel in Kyoto |
| kiyū-杞憂 | ongegronde bezorgdheid; onnodige angst [vrees] |
| kizai-器材 | gereedschap [machines] en materiaal; materialen [onderdelen] voor het maken van machines |
| kizawari-気障り | irritatie [onprettig gevoel] (door het gedrag van iemand anders) |
| kizokuin-貴族院 | (voormalig) Japanse Hogerhuis (tot 1947) |
| kizome-着初め | het voor het eerst aantrekken [dragen] (van nieuwe kleren) |
| kizuato-傷跡 | (fig.) littekens (b.v. in het landschap met verroest oorlogsmateriaal e.d.) |
| kizui-奇瑞 | een gunstig voorteken |
| kizukai-気遣い | angst; vrees; bezorgdheid; nervositeit |
| kizukai-気遣い | zorg; bedachtzaamheid; attentheid; voorkomendheid |
| kizutsuku-傷つく | gewond [verwond] raken [worden] |
| kizutsuku-傷つく | (emotioneel) gekrenkt worden |
| kī・sutēshon-キー・ステーション | belangrijkste radio [tv] zender; het (belangrijkste) station dat de kern vormt in een omroepnetwerk |
| ko-個 | stuk (woord voor het tellen van allerlei voorwerpen, zoals zeep, cake, fruit) |
| kō-公 | lord [heer, vorst, meester] (achter voornaam of eigennaam) |
| kō-口 | woord gebruikt voor het tellen van zwaarden, gereedschappen etc. |
| kō-口 | woord gebruikt voor het tellen van personen, instrumenten, apparaten, etc. |
| kō-后 | (in kanji combinaties) vorstin; keizerin; vorst; keizer; lokale god |
| kō-向 | richting; oriëntatie |
| ko-小 | (voorvoegsel) klein; smal; weinig; een beetje |
| kō-校 | (in kanji combinaties) drukproef; revisie; gecorrigeerde proef (van een boek, document, etc.); telwoord voor het aantal revisies |
| kō-江 | (oude naam voor) het Biwa meer |
| ko-股 | (van een weg, boom, e.d.) vork; vertakking |
| kōan-公案 | (Zen Boeddhisme) kōan, een schijnbaar onoplosbaar vraagstuk (voorgelegd door een meester aan een leerling) |
| kōan-公案 | een officieel document (oorspronkelijk Chinees) |
| kōanchōsachō-公安調査庁 | (Public Security Intelligence Agency; PSIA) Agentschap voor onderzoek openbare veiligheid |
| kōan'iinkai-公安委員会 | commissie voor openbare veiligheid |
| koatari-小当たり | het uithoren; (fig.) peilen; poolshoogte nemen |
| kōatsu-光圧 | lichtdruk (druk die door licht of elektromagnetische golven wordt uitgeoefend op objecten die deze absorberen of reflecteren) |
| kōatsuteki-高圧的 | onderdrukkend; autoritair; bazig; agressief |
| koaza-小字 | kleine bestuurlijke eenheid [klein administratief onderdeel] van een dorp, gemeente, etc |
| koa・shisutemu-コア・システム | bouwconstructiesysteem, waarbij gemeenschappelijke voorzieningen (machinekamers, trappen, toiletten, liften) middenin een gebouw worden geïnstalleerd |
| kōban-交番 | politiepost (vanaf 1994 de officiële benaming; voorheen 巡査派出所 en 警察派出所) |
| koban-小判 | klein formaat (papier) |
| koban-小判 | ovaal; ellips (vorm) |
| kōban-降板 | (honkbal) de werper [pitcher] van de werpheuvel wegsturen en vervangen door een andere werper |
| kōban-降板 | iemand, b.v. na arrestatie, vervangen door een ander |
| kobanashi-小話 | kort verhaal; anekdote |
| kobetsu-個別 | afzonderlijk; stuk voor stuk; van geval tot geval; een voor een |
| kōbin-幸便 | wordt ook gebruikt in aanhef van brieven |
| kobīrokuban-小B6判 | standaard Japans papierformaat (112 x 174 mm) |
| kobiru-小昼 | een snack; hapje tussendoor; tussendoortje |
| kōbo-公募 | algemene [openbare] oproep voor bijdragen; advertentie |
| kōbō-弘法 | Kobodaishi, aanspreektitel voor Kukai (stichter van het Shingon Boeddhisme en beroemd om zijn calligrafeerkunst) |
| kōbōdaishi-弘法大師 | Kobodaishi, aanspreektitel voor Kukai (stichter van het Shingon Boeddhisme en beroemd om zijn calligrafeerkunst) |
| koboku-枯木 | een dode [verdorde] boom |
| kōboku-香木 | welriekend hout; een houtsoort [boom] met een aangename geur |
| kōboku-香木 | (boeddh.) een geurende houten stok waarover wordt gewreven om de handen te reinigen |
| koboreru-零れる | morsen; overstromen; overlopen; eruit vallen |
| koboreru-零れる | lekken; uitlekken; doorsijpelen |
| koboru-コボル | (common business oriented language) COBOL, een computer programmeertaal |
| kōchin-コーチン | cochin (kippenras afkomstig uit Noord-China) |
| kōchisei-向地性 | geotropie; geotropisme (het verschijnsel dat plantenwortels groeien in de richting van de zwaartekracht) |
| kōchisho-拘置所 | huis van bewaring (voor gedaagden in hechtenis; en veroordeelden in afwachting van de hoogste strafvoltrekking in Japan) |
| kōchizon-コーチゾン | cortison (hormoon uit de bijnierschors) |
| kōchō-好調 | goede [gunstige; optimale] toestand [voortgang; situatie; conditie; trend] |
| kōchō-紅潮 | morgenrood [rode gloed in de ochtendzon] op zee |
| kōchō-紅潮 | het rood worden; blozen |
| kochō-胡蝶 | (afk. voor) de vlindermuziek (traditioneel gagaku lied en dans) |
| kōchōdōbutsu-腔腸動物 | coelenterata; holtedieren; diblastische organismen |
| kōchōkai-公聴会 | openbare hoorzitting |
| kōchū-甲虫 | kever; tor |
| kodachi-小太刀 | kort zwaard |
| kōdan-講談 | voordracht [het voordragen] van (oorlogs)verhalen [krijgsgeschiedenis] |
| kōdanshi-講談師 | (in theatervormen, zoals rakugo e.d.) de verteller |
| kodate-小楯 | een {provisorisch) schild; scherm gebruikt als schild |
| kōdenkan-光電管 | fotocel (elektronenbuis voor stralingsdetectie) |
| kōdinētā-コーディネーター | coördinator |
| kōdinēto-コーディネート | coördinatie; (rang)schikking |
| kōdinētosuru-コーディネートする | coördineren; rangschikken; in harmonie brengen [bij elkaar zoeken] (van kleding en accessoires |
| kōdo-コード | snaar; akkord (muziek) |
| kodō-古道 | oude spirituele weg [moraal] van Japan voorafgaand aan de introductie van het boeddhisme en confucianisme |
| kodō-古道 | (arch.) oude [historische] weg |
| kōdō-講堂 | collegezaal; gehoorzaal |
| kōdō-高堂 | hoge tempeltoren; een mooi huis |
| kōdo-高度 | elevatiehoek; hoekafstand vanaf de horizon |
| kōdoban-コードバン | hoogwaardig gelooide leersoort |
| kodōgu-小道具 | (afk. voor) rekwisiteur; toneelknecht |
| kodōgu-小道具 | accessoires [decoraties] voor zwaarden (b.v. op de stootplaat, de greep, e.d.) |
| kodōgu-小道具 | accessoires voor het haar van vrouwen (zoals kam, haarspelden, e.d.) |
| kodomozure-子供連れ | met [vergezeld door] je kind [kinderen]; het meenemen van je kind [kinderen] ergens naartoe |
| kōdōshugi-行動主義 | (psych.) behaviorisme; gedragswetenschap |
| kōdyuroi-コーデュロイ | corduroy; ribfluweel; ribcord |
| kōei-光栄 | eer; glorie; voorrecht |
| kōei-後衛 | (sport) achterspeler; verdediger |
| kōei-高詠 | (respectvolle term voor de poëzie van iemand anders) mooi gedicht |
| kōen-公演 | optreden; voorstelling; uitvoering |
| kōen-口演 | voordracht; recitatie |
| kōen-広遠 | iets dat groot [immens; enorm; omvangrijk; uitgestrekt; verstrekkend] is |
| kōen-後授 | ondersteuning; sponsoring |
| kōen-後援 | ondersteuning; financiering; sponsoring; (financiële) hulp; (financiële) steun |
| kōendantai-後援団体 | supportersvereniging |
| kōensha-後援者 | supporter; fan; sponsor; begunstiger; patroon; mecenas |
| kōensuru-後援する | (financieel) steunen; ondersteunen; helpen; bijstaan; financieren; sponsoren; begunstigen |
| koeru-肥える | vruchtbaar worden |
| koeru-肥える | ervaren [rijp] worden; een kenner [expert] worden; een verfijnde smaak ontwikkelen |
| koeru-肥える | dik worden; aankomen in gewicht |
| kōetsu-校閲 | het corrigeren van drukproeven [documenten; overige geschriften] |
| kofū-古風 | poëzie in klassieke vorm [oude stijl] |
| kōfukukan-幸福感 | euforie; grote blijdschap |
| kōfuseikyūsho-交付請求書 | aanvraagformulier; verzoek tot afgifte |
| kōga-公衙 | overheidskantoor |
| kōgai-口外 | onthulling; het doorvertellen; naar buiten brengen |
| kōgai-郊外 | voorstad; buitenwijk; randgemeente |
| kōgaku-後学 | jonge [nieuwe; toekomstige] geleerden [wetenschappers; professoren] (ook gebruikt als nederige term voor zichzelf) |
| kōgaku-後学 | kennis voor later; kennis waar je in de toekomst profijt van zult hebben |
| kogane-小金 | een klein fortuin; redelijke som geld; aardig bedrag |
| kōgan'en-睾丸炎 | orchitis (ontsteking van de testikel) |
| kogara-小柄 | klein formaat; kleine maat; klein patroon (op stof) |
| kogata-小型 | klein formaat; kleine afmeting [schaal] |
| kōgeihin-工芸品 | (traditionele) kunstvoorwerpen voor dagelijks gebruik; kunst- en ambachtswerk |
| kogen-古諺 | een oud spreekwoord [gezegde] |
| kōgen-抗言 | protest; weerwoord; tegenspraak |
| kogetsukishikin-焦げ付き資金 | slechte [niet meer te vorderen] lening |
| kogetsuku-焦げつく | niet meer invorderbaar [inbaar] worden (van schuld of lening) |
| kogi-古義 | oorspronkelijke [klassieke; oude] betekenis of interpretatie |
| kōgi-広義 | bredere [ruimere] interpretatie van een woord, begrip, theorie, etc. |
| kōgi-講義 | (hoor)college; lezing |
| kogitsuku-漕ぎ着く | (een plaats) bereiken door er naartoe te roeien; ergens heen roeien |
| kogitsuku-漕ぎ着く | (een doel) bereiken (door persoonlijke inzet) |
| kōgo-口語 | spreektaal; het gesproken woord |
| kogo-古語 | oud gezegde; spreekwoord; spreuk |
| kōgotai-口語体 | informele schrijfstijl (geschreven als spreektaal) |
| kogu-漕ぐ | zich moeizaam voortbewegen [zich een weg banen] (door sneeuw, modder, e.d.) |
| koguchi-木口 | de zaagkant van een boomstam [van een afgezaagde boom]; de doorsnede van een boomstam |
| koguchiari-木口蟻 | messing-en-groefverbinding (houtverbinding door inzagen van de uiteinden van de balken) |
| koguchimokuhan-木口木版 | houtblok voor houtsnede |
| koguchisunpō-木口寸法 | houtprofiel; houtdoorsnede [afmeting] |
| kōgun-皇軍 | het keizerlijke leger (vroeger de algemene benaming voor leger en marine van Japan) |
| kōgyō-鉱業 | mijnbouw; mijnsector |
| kōgyōdezain-工業デザイン | industriële vormgeving; industrieel ontwerp |
| kōgyōishō-工業意匠 | industriële vormgeving |
| kōgyoku-紅玉 | Jonathan (appelsoort) |
| kōgyōyōsui-工業用水 | industrieel water (water gebruikt door de industrie) |
| kōhai-後輩 | junior; jongere; jongerejaars |
| kōhai-降灰 | het regenen [neerdalen] van vulkanische as door een vulkaanuitbarsting |
| kōhi-后妃 | vorstin; keizerin; koningin; prinses-gemalin |
| kohitsu-古筆 | (afk. voor) een expert [specialist] in oude handschriften |
| kōhō-広報 | publiciteit; publieksinformatie |
| kōhōjin-公法人 | publieke rechtspersoon; publiekrechtelijk orgaan; openbare instelling |
| kohon-古本 | handgeschreven manuscript of drukwerk van voor de Edo-periode |
| kōhontadō-好本多同 | goed voorbeeld doet goed volgen (zowel geestelijk, gedragsmatig als ook in bekwaamheden) |
| kōhōshi-広報誌 | een informatiebulletin (van een overheid, onderneming, organisatie, e.d.) |
| kōhōto-コーホート | cohort (een groep mensen met een gemeenschappelijk kenmerk, in een demografisch onderzoek) |
| kōhyō-高評 | positieve recensie; goede beoordeling |
| koi-古意 | nostalgisch gevoel (voor het verleden) |
| koi-故意 | bedoeling; voornemen |
| kōi-校異 | vergelijking van de overeenkomsten en verschillen tussen personages en woordkeuze in (m.n. klassieke) teksten |
| koiguchi-鯉口 | kledingstuk (met lange mouwen) dat ter bescherming over de kimono gedragen wordt bij huishoudelijk werk |
| koikaze-恋風 | (lett. liefdeswind) een woord dat wordt gebruikt om uit te drukken een ongelukkige liefde (liefde die bekoeld wordt door de wind) |
| koimo-小芋 | (een andere naam voor) taro (Colocasia esculenta)) |
| kōin-勾引 | dagvaarding; voorgeleiding (van een verdachte of getuige) |
| koiniochiru-恋に落ちる | verliefd worden (op); zijn hart verliezen (aan) |
| koinobori-鯉幟 | traditionele karpervormige wimpels [windzakken] (worden in Japan opgehangen tijdens het Jongensfestival op 5 mei) |
| koinoyokan-恋の予感 | voorgevoel van liefde; onvermijdelijke verliefdheid; al direct [van te voren] weten dat je verliefd gaat worden op iemand |
| koin・rokkā-コイン・ロッカー | locker [kastje] (voor kleding, bagage, e.d.) met muntslot [slot met muntinworp] |
| koisuru-恋する | verliefd zijn [worden] (op); zijn hart verliezen (aan); |
| kōitsu-後逸 | (honkbal) een gemiste vangbal; een doorgeschoten bal |
| koiwazurai-恋煩い | smoorverliefd zijn |
| koji-固持 | volharding; het voet bij stuk houden; het vasthouden aan (een overtuiging, theorie, etc.) |
| koji-故事 | traditie; folklore |
| koji-故事 | historische gebeurtenis |
| kōji-講師 | voorlezer van gedichten aan het keizerlijk hof |
| kōji-麹 | gemoute rijst, een schimmel die gekweekt wordt op rijst en bonen (en gebruikt wordt als starter-cultuur voor het maken van sake, miso, sojasaus e.d.) |
| kōjin-荒神 | (afk. voor) godheid die de drie Schatten (Boeddha, Dharma en Sangha) beschermt; de God van het vuur, de haard en de keuken |
| kōjin-荒神 | (een ander woord voor) huisgod; god van het land |
| kōjin-行人 | voorbijganger; voetganger; reiziger |
| kojinjōhō-個人情報 | persoonsgegevens; persoonlijke informatie |
| kojintenrankai-個人展覧会 | solovoorstelling |
| kojin'yokin-個人預金 | particuliere rekening; persoonlijke storting |
| kojirasu-拗らす | verergeren [erger worden] (van een ziekte) |
| kojireru-拗れる | ingewikkeld [lastig; gecompliceerd] worden |
| kojireru-拗れる | erger worden; verergeren (van ziekte, e.d.) |
| kōjiru-講じる | reciteren; voordragen (van gedichten e.d.) |
| kōjitsu-口実 | excuus; voorwendsel; smoes |
| kōjo-公序 | openbare orde |
| kojō-孤城 | een belegerd kasteel (omringd door vijanden) |
| kōjo-控除 | aftrek; korting |
| kōjōsei-恒常性 | (fysiologie) homeostase; zelfregulering (van organismen) |
| kōjōsen-攻城戦 | belegeringsoorlog; beleg; belegering |
| kōjōsho-口上書 | een niet-ondertekend diplomatiek memorandum (dat dient als informele herinnering aan een onbeantwoorde vraag of verzoek) |
| kōju-口授 | mondelinge overlevering; orale traditie; mondeling onderricht |
| kojukei-小綬鶏 | Chinese bamboepatrijs (Bambusicola thoracicus) |
| kōjun-孝順 | kinderlijke gehoorzaamheid; gehoorzaamheid aan je ouders |
| kōka-考課 | evaluatie; prestatiebeoordeling |
| kōkai-公開 | opening (voor het publiek); het openbaar maken; tentoonstelling |
| kōkai-降灰 | het regenen [neerdalen] van vulkanische as door een vulkaanuitbarsting |
| kōkaidō-公会堂 | hal voor publieke bijeenkomsten; gemeenschapszaal; stadsgehoorzaal |
| kōkaikagikiban-公開鍵基盤 | PKI (Public Key Infrastructure), een systeem dat wordt gebruikt voor het maken en beheren van digitale certificaten |
| kōkaisuru-公開する | openstellen voor publiek; tentoonstellen; openbaar maken |
| kōkandai-交換台 | schakelbord |
| kōkanjōken-交換条件 | uitwisselingsvoorwaarden; (uit)ruilvoorwaarden |
| kōkanpuroguramu-交換プログラム | uitwisselingsprogramma (voor studie) |
| kokatsu-枯渇 | het opgebruiken; opraken; uitgeput raken; opgebruikt worden |
| kokei-固形 | vaste stof [vorm]; vast lichaam |
| kokeienogu-固形絵具 | harde verfstof; verf in vaste vorm (b.v. in blokjes in een verfdoos) |
| kōkeisha-後継者 | opvolger; successor |
| kōken-後見 | adviseur [regent] (voor de shogun) |
| kokeru-痩ける | afvallen; invallen; dun worden |
| kokeshimizu-苔清水 | helder water dat door het mos stroomt |
| kōkikōreishairyōhoken-後期高齢者医療保険 | zorgverzekering voor bejaarden |
| kokin-古今 | (afk. voor) Kokin Wakashū (oude dichtbundel) |
| kokīru-コキール | in een schelp opgediend voorgerecht |
| kokīyu-コキーユ | in een schelp opgediend voorgerecht |
| kokka-国花 | nationale bloem (die symbool staat voor een land) |
| kokkai-国会 | parlement; volksvertegenwoordiging (van Japan) |
| kokkakōan'iinkai-国家公安委員会 | Nationale Commissie voor Openbare Veiligheid (Japan) |
| kokken-黒鍵 | zwarte toets (op piano, orgel, etc.) |
| kokku-刻苦 | zware arbeid; het hard [met grote inspanning en volharding] doorwerken [zwoegen] |
| kokkun-国訓 | Japanse lezing van een Chinees karakter (waarbij soms de oorspronkelijke betekenis van de kanji wordt gewijzigd) |
| koko-個個 | individueel, afzonderlijk, één voor één; stuk voor stuk |
| koko-呱呱 | het huilen van een baby bij de geboorte |
| kōkō-孝行 | (Confucianisme) trouw en gehoorzaamheid (van kinderen) aan hun ouders (of andere oudere familieleden) |
| kōko-後顧 | bezorgdheid (voor de toekomst) |
| kokō-枯槁 | het verwelken; verdrogen; verdorren |
| kokō-糊口 | levensonderhoud; het de kost verdienen; in zijn levensonderhoud voorzien |
| kokomu-ココム | (Coordinating Committee for Multilateral Export Controls) Coördinatiecomité voor multilaterale exportcontroles |
| kokoroeru-心得る | toestemmen; instemmen; akkoord gaan; toestemming geven |
| kokorogakari-心がかり | zorg; bezorgdheid; last op je schouders |
| kokorogamae-心構え | mentale voorbereiding; (geestelijke) houding [instelling] |
| kokoroiki-心意気 | karakter; neiging; inborst; temperament; geaardheid |
| kokoroire-心入れ | bedachtzaamheid; behoedzaamheid; bezorgdheid |
| kokorokubari-心配り | zorgzaamheid; aandacht [zorg] voor anderen |
| kokoromotonai-心許ない | angstig; bezorgd; ongerust; niet op zijn gemak |
| kokoronikui-心憎い | (wordt gezegd van iets dat juist heel goed is) irritant; verschrikkelijk |
| kokorookinaku-心置きなく | zonder terughoudendheid [schroom; voorbehoud; aarzelen; reserve]; onbevreesd |
| kokorougoku-心動く | in verwarring raken; onrustig worden |
| kokoroyasui-心安い | open; vrijuit; ongeremd; vriendelijk; informeel; vertrouwd |
| kokorozashi-志 | intentie; voornemen; streven; ambitie; doel |
| kokorozoe-心添え | advies; raad; aanwijzing; voorstel |
| kokorozukushi-心尽くし | vriendelijkheid; attentheid; voorkomendheid |
| kōkoshiryō-考古資料 | archeologische materiaal; archeologisch (kunst)voorwerp; archeologische artefact |
| kōkotsumoji-甲骨文字 | orakelbotten-schrift (inscripties op beenderen van dieren en plastrons van schildpadden om voorspellingen te noteren) |
| koku-穀 | graan; graankorrels |
| kokuban-黒板 | (zwart of groen) schoolbord |
| kokubandai-黒板台 | schoolbord (op standaard) |
| kokubanfuki-黒板ふき | bordenwisser |
| kokubetsushiki-告別式 | afscheidsceremonie van (de ziel van) een overledene door familieleden en kennissen |
| kōkūbin-航空便 | luchttransport; luchtvervoer |
| kokubunji-国分寺 | door de keizer gestichte boeddhistische tempels (Nara-periode) |
| kokudachi-穀断ち | het niet eten van granen gedurende een periode (als vorm van ascese of vanwege een gelofte) |
| kokudaka-石高 | (Edo-periode) officiële rijstoogst als maatstaf voor de oppervlakte van iemands land en als basis voor het heffen van jaarlijkse belastingen |
| kokuden-国電 | elektrische treindienst (van de Nationale Spoorwegen van Japan) |
| kokudochō-国土庁 | Nationaal Land-agentschap (bestuursorgaan voor grondbeheer; in 2001 opgegaan in het Ministerie van Land, Infrastructuur, Transport, en Tourisme) |
| kokudokōtsūshō-国土交通省 | het Japanse ministerie van Verkeer en Waterstaat (Ministerie van Land, Infrastructuur, Transport en Toerisme) |
| kokugi-国技 | nationale sport |
| kokugoshingikai-国語審議会 | Japanse Taalraad; Raad voor de Japanse Taal |
| kokuheisha-国幣社 | een (door de overheden gesubsidieerde) regionale tempel |
| kokujikōi-国事行為 | bepaalde staatszaken (formele en ceremoniële handelingen) die de keizer verricht volgens de Japanse grondwet |
| kōkūkanseitō-航空管制塔 | luchtverkeerstoren |
| kokuminkenkōhoken-国民健康保険 | Nationale Ziektekostenverzekering; Zorgverzekering |
| kokumintaiikutaikai-国民体育大会 | Nationaal Sport Festival |
| kokuō-国王 | heerser; monarch; vorst |
| kokuōsatsugai-国王殺害 | koningsmoord; regicide |
| kokuru-こくる | (gekoppeld aan andere werkwoorden) blijven doen; doorgaan met |
| kokusaienjokikan-国際援助機関 | internationale hulporganisatie |
| kokusaigakujutsurengōkaigi-国際学術連合会議 | voormalige Internationale raad voor de Wetenschappen (nu: 国際科学会議) |
| kokusaihyōjunkakikō-国際標準化機構 | Internationale Organisatie voor Standaardisatie (ISO) |
| kokusaikagakukaigi-国際科学会議 | Internationale Raad voor de Wetenschappen (voorheen: 国際学術連合会議) |
| kokusaikaijikikan-国際海事機関 | Internationale Maritieme Organisatie (IMO) |
| kokusaikaiyōhōsaibansho-国際海洋法裁判所 | Internationaal Zeerechttribunaal; Internationaal Hof voor het recht van de zee |
| kokusaikeijikeisatsukikō-国際刑事警察機構 | Interpol (International Criminal Police Organization) |
| kokusaikōryūkikin-国際交流基金 | the Japan Foundation (fonds ter bevordering van internationale uitwisseling) |
| kokusaisakkārenmei-国際サッカー連盟 | FIFA, internationale voetbal organisatie |
| kokusaisenpanhōtei-国際戦犯法廷 | Internationaal Tribunaal voor Oorlogsmisdaden |
| kokusei-国政 | de politieke organisatie van een staat |
| kokusen-国選 | pro Deoadvocaat (door de staat aangewezen) |
| kokushu-国主 | koning; vorst; landheer; daimyo |
| kokutai-国体 | staatsbestel; staatssysteem; regeringsvorm |
| kokutai-国体 | (afk. voor) Nationaal Sport Festival |
| kokutei-国定 | van [door] de staat [nationaal] zijn |
| kokuteikōen-国定公園 | quasi-nationaal [semi-nationaal] park (toegewezen door de overheid maar beheerd door een prefectuur) |
| kokutetsu-国鉄 | (afk. voor) Japanse (nationale) Spoorwegen |
| kokuyūrin-国有林 | staatsbos; aan de staat behorend bos |
| kokuyūtetsudō-国有鉄道 | nationale spoorweg |
| kokuzei-国税 | door de nationale overheid geheven belasting |
| kokuzōmushi-穀象虫 | snuitkever; korenkever; rijstkever (Sitophilus) |
| kokyō-故郷 | geboortestreek |
| kōkyo-溝渠 | goot; greppel; kanaal (voor afwatering of watertoevoer) |
| kōkyo-薨去 | het overlijden van een prins [vorst] |
| kōkyōdantai-公共団体 | een openbare [publieke] instelling [organisatie] |
| kōkyōgakudan-交響楽団 | symfonieorkest |
| kōkyōkangengaku-交響管弦楽 | symfonieorkest |
| kōkyōkigyōtai-公共企業体 | de drie voormalige staatsbedrijven (de Japanse Staatsspoorwegen, de Japanse Monopolie-organisatie en de Japanse Telecommunicatieorganisatie) |
| kōkyōkōkoku-公共広告 | publieke mededeling [voorlichting; bekendmaking] |
| kokyoku-古曲 | bepaalde canonieke muziekstukken of stijlen voor koto of shamisen |
| kōkyōkumiai-公共組合 | openbare (publieke) organisatie [unie; genootschap] |
| kōkyōryōkin-公共料金 | heffingen voor openbare nutsvoorzieningen (voor consumenten) |
| kōkyōshokugyōanteijo-公共職業安定所 | het Japanse Rijksarbeidsbureau (Japans-Engelse bijnaam: Hello Work) |
| kokyū-呼吸 | (goede) samenwerking [coördinatie]; harmonie |
| kokyū-呼吸 | korte tijd; tussentijd; interval |
| kōkyū-後宮 | harem; binnenste paleis (gereserveerd voor vrouwen) |
| kokyūfuzen-呼吸不全 | ademhalingsfalen; respiratore insufficiëntie |
| kokyūki-呼吸器 | ademhalingsorgaan |
| koma-駒 | zwenkwieltje (voor de poten van piano, meubilair, e.d.) |
| komadori-コマ撮り | frame-voor-frame animatie; stop-motion (animatie) |
| komadori-駒鳥 | Japanse roodborst (Larvivora akahige) |
| komai-古米 | oude rijst; rijst van de oogst van het voorgaande jaar |
| komame-小忠実 | ijver; inzet; noeste arbeid; het hard (door)werken |
| komaochi-駒落ち | handicap (bij bordspellen zoals Shōgi) |
| komata-小股 | korte [snelle; gehaaste] stappen [pas] |
| komatasukui-小股掬い | (sumo) worptechniek, met één hand om de binnenkant van het kniegewricht van de tegenstander |
| komatasukui-小股掬い | het behalen van een overwinning door de zwakte van de tegenstander uit te buiten |
| komebitsu-米櫃 | kist [container] met rijst; rijstvoorraad |
| komekami-顳顬 | slaap (zijkant van het voorhoofd) |
| komekon-コメコン | Comecon (Council for Mutual Economic Assistance), een economisch samenwerkingsverband tussen communistische landen (opgericht in 1949) |
| komemono-込め物 | holwit (zetmateriaal voor het maken van lege marges bij letterzetten) |
| komentētā-コメンテーター | verslaggever; commentator; reporter |
| kometsubu-米粒 | rijstkorrel |
| kometsukimushi-米搗き虫 | kniptor (Elateroidea) |
| komi-込み | handicap van extra punten (voor de eerste speler in het go-spel) |
| komikaru-コミカル | komisch; grappig; geestig; humoristisch |
| komimi-小耳 | het toevallig horen [opvangen] |
| kominforumu-コミンフォルム | Cominform (organisatie van communistische partijen in Europa, opgericht in 1947) |
| komisshonā-コミッショナー | (bij sportorganisaties) hoofdbestuurslid |
| kōmō-紅毛 | (in de Edo-periode) een Japanse benaming voor Nederlander; Westerling; Europeaan |
| komo-薦 | een ruw geweven mat van stro (oorspronkelijk gemaakt van wilde rijst) |
| komo-薦 | (oude naam voor) Mantsjoerijse wilde rijst (Zizania latifolia) |
| komo-薦 | (afk. voor) bedelaar |
| komo-薦 | (afk. voor) een sakevat gewikkeld in strooien matten |
| kōmō-鴻毛 | (metafoor voor) iets dat heel licht [zo licht als een veertje; vederlicht] is |
| komochi-子持ち | (een set van) een groot voorwerp en een klein voorwerp |
| kōmōjin-紅毛人 | (in de Edo-periode) een Japanse benaming voor Nederlander; Westerling; Europeaan |
| kōmoku-項目 | onderdeel; categorie |
| kōmoku-項目 | (in woordenboeken, e.d.) lemma [trefwoord] met uitleg [woordverklaring] |
| kōmon-後門 | achterpoort |
| kōmon-校門 | schoolpoort; poort van de school |
| kōmon-閘門 | sluis; sluisdeur; sluispoort; schutsluis |
| kōmon-黄門 | (vanwege zijn functie de alternatieve naam voor) Tokugawa Mitsukuni (Mito Kōmon) |
| komonjo-古文書 | oud [historisch] document |
| komonjogaku-古文書学 | de studie van oude geschriften (m.n. voor de Edo periode); paleografie |
| komono-小物 | kleine dingen [voorwerpen; artikelen] ; accessoires; klein gereedschap |
| komono-小物 | kleine visjes [vissoorten] |
| komorebi-木漏れ日 | zonlicht dat door de bomen schijnt [gluurt] |
| komori-子守 | babysitter; kindermeisje; iemand die voor een baby zorgt |
| komori-子守 | de zorg voor een baby; het op een baby passen; babysitten |
| komoro-コモロ | Comoren |
| komu-込む | druk [vol] zijn [worden] |
| komu-込む | (in combinatie met een ander werkwoord) ingaan; inzetten; grondig [voortdurend; volledig] doen |
| komusubi-小結 | vierde rang bij sumo worstelen |
| komyunike-コミュニケ | (formele) mededeling; bekendmaking; aankondiging; bulletin; declaratie |
| kōn-コーン | kegel; hoorntje |
| kōnā-コーナー | fotohoekje (voor het inplakken van foto's in een album) |
| kōnā-コーナー | een sectie voor een specifiek onderwerp in een krant, tijdschrift, etc. |
| kōnago-小女子 | (andere naam voor) zandspiering (Ammodytes personatus) |
| konareru-熟れる | rijpen; rijp [volwassen] worden |
| konareru-熟れる | verteren; verteerd worden |
| konareru-熟れる | ervaren [vakkundig; bedreven] worden |
| kōnaringu-コーナリング | (met schaatsen, skiën, autoracen, e.d.) het nemen van een bocht; bochtenwerk |
| kōnā・wāku-コーナー・ワーク | vaardigheid in het nemen van bochten (schaatsen, autorace, etc.) |
| konbain-コンバイン | dorsmachine; maaidorser |
| konbātā-コンバーター | omvormer; converter; omzetter |
| konbeyā-コンベヤー | transportband |
| konbeyā・beruto-コンベヤー・ベルト | transportband |
| konbi-コンビ | (afk. voor) combinatie; stel; paar |
| konbini-コンビニ | (convenience store) gemakswinkel; buurtwinkel |
| konbo-コンボ | combo (term bij computerspellen, reeks acties die uitgevoerd moeten worden in een specifieke volgorde) |
| konboi-コンボイ | konvooi; (varende) escorte |
| kondaku-混濁 | ondoorzichtigheid; troebelheid |
| kondakusuru-混濁する | troebel worden |
| kondakutā-コンダクター | (afk. voor) reisleider |
| kondan-懇談 | een informeel gesprek |
| kondankai-懇談会 | rondetafelconferentie; forum |
| kondankai-懇談会 | een informele [gezellige] bijeenkomst |
| kondensā-コンデンサー | (elektriciteit) condensator |
| kondensā-コンデンサー | (natuurkunde) condensor |
| kondishon-コンディション | voorwaarde; vereiste |
| kondō-混同 | verwarring; het door elkaar halen van dingen |
| kondoru-コンドル | condor; andescondor (Vultur gryphus) |
| konekaesu-捏ね返す | goed [lang] kneden; door elkaar mengen |
| konemawasu-捏ね回す | kneden en vermengen; door elkaar kneden |
| kōnenreishakoyōanteihō-高年齢者雇用安定法 | Wet stabilisering werkgelegenheid voor oudere werknemers (Eng,: Elderly Persons Employment Stabilization Law) |
| kōnetsu-高熱 | hoge koorts [lichaamstemperatuur] |
| konfōmizumu-コンフォーミズム | conformisme |
| kōnfurēku-コーンフレーク | cornflakes; ontbijtgranen |
| kōnfurēkusu-コーンフレークス | cornflakes; ontbijtgranen |
| kongen-根元 | basis; wortel(s); grondslag |
| kongō-根号 | (wiskunde) wortelteken (√) |
| kongōrikishi-金剛力士 | (boeddh.) Niō; Deva; (beschermgod bij een tempelpoort) |
| kōnin-公認 | officiële [wettelijke] erkenning (door de staat [overheid]) |
| kōninkiroku-公認記録 | officieel verslag [rapport; document] |
| kōninsekaikiroku-公認世界記録 | officieel wereldrecord |
| kōninsha-後任者 | opvolger; successor |
| konjiru-混じる | gemengd [gemixt] worden; zich mengen |
| konjuhōshō-紺綬褒章 | medaille met donkerblauw lint (een prestigieuze Japanse eremedaille voor weldoeners die grote sommen geld hebben gedoneerd voor het algemeen welzijn) |
| konkan-根幹 | wortels en stam (van een boom) |
| konkei-根茎 | wortelstok; rizoom |
| konki-今季 | (sport) het speelseizoen |
| konki-婚期 | huwbare leeftijd (m.n. voor vrouwen) |
| konki-根気 | volharding; vasthoudendheid; energie; doorzettingsvermogen; uithoudingsvermogen |
| konkyo-根拠 | autoriteit; gezag |
| konmō-根毛 | (plantkunde) wortelhaar; rizoïde |
| konmyōnichi-今明日 | vandaag en [of] morgen |
| konnyaku-蒟蒻 | konjak (plant, Amorphophallus konjac) |
| kōnō-後納 | uitgestelde [opgeschorte] betaling |
| konoaida-此の間 | onlangs; kort geleden; intussen |
| konokan-此の間 | onlangs; kort geleden; intussen |
| konomae-この前 | vorig(e) |
| konomama-此の儘 | op deze manier; zoals het nu is; zoals de zaken er nu voorstaan |
| kononde-好んで | vrijwillig; uit eigen beweging; met plezier; bij voorkeur |
| konpa-コンパ | (studenten)bijeenkomst; borrel; feest (m.n. waarbij de kosten worden gedeeld) |
| konpakuto-コンパクト | een kleinere vorm [uitvoering] |
| konpan-今般 | (formeel) nu; heden; recentelijk; onlangs |
| konparusorī-コンパルソリー | (sport) een verplicht onderdeel; verplichte oefening |
| konpo-コンポ | (afk. voor component) stereo-installatie bestaande uit verschillende componenten |
| konpon-根本 | bron; oorsprong; wortel |
| konpuressā-コンプレッサー | compressor; perspomp |
| konpyūtākagaku-コンピューター科学 | informatica (computerwetenschappen) |
| konpyūtā・saiensu-コンピューター・サイエンス | informatica (computer science) |
| konran-混乱 | verwarring; wanorde; chaos |
| konransuru-混乱する | in verwarring [wanorde; chaos] zijn |
| konsai-根菜 | eetbare plantenwortels; wortelgroente (wortelen; radijs, etc.) |
| konsairui-根菜類 | eetbare plantenwortels; wortelgroente (wortelen; radijs, etc.) |
| konseki-痕跡 | overblijfsel; spoor; voetspoor |
| konsen-混戦 | onoverzichtelijke [verwarrende] strijd; gevecht met een onvoorspelbare afloop |
| konsen-混線 | verkeerde verbindingen; interferentie [door elkaar lopende signalen] (vooral bij telefoon- of radiosignalen) |
| konsen-混線 | door elkaar lopende verhaal- of gesprekslijnen |
| konsetsu-今節 | tegenwoordig |
| konsetsu-今節 | (sport) de huidige sectie van het seizoen |
| konsetsu-懇切 | behulpzaam [bedachtzaam; zorgzaam; attent] zijn |
| konshun-今春 | dit voorjaar; deze lente |
| konsōru-コンソール | bedieningspaneel; schakelbord; console |
| konsōshiamu-コンソーシアム | consortium; vereniging van bedrijven [ondernemingen] |
| kontakuto-コンタクト | (afk. voor) contactlens |
| kontakuto-コンタクト | (afk. voor) contactafdruk |
| kontei-根底 | basis; fundament; oorsprong; grondslag; grondbeginsel |
| kontenā・baggu-コンテナー・バッグ | containerzak (een scheurvaste zak van polypropyleen, voor bouwmaterialen, afval, e.d.) |
| konto-コント | een (luchtig, geestig) kort verhaal; sketch; satire |
| konton-混沌 | chaos; wanorde |
| kontorōru・tawā-コントロール・タワー | controletoren; luchtverkeerstoren |
| konwa-懇話 | een informeel gesprek |
| konzetsu-根絶 | uitroeiing; ontworteling; verdelging |
| konzetsusuru-根絶する | uitroeien; ontwortelen; met wortel en al uittrekken; verdelgen |
| konzuru-混ずる | (door elkaar) mengen; vermengen; mixen |
| kōo-好悪 | voorkeur en aversie [tegenzin]; affectie en afkeer; liefde en haat |
| koōkonrai-古往今来 | door de eeuwen heen; te allen tijde |
| kōpasu-コーパス | corpus; verzamelwerk; materiaalverzameling; woordarchief |
| koperunikusutekitenkai-コペルニクス的転回 | Copernicaanse revolutie [omwenteling] (een radicale heroriëntatie van een wetenschap of filosofie) |
| kōpo-コーポ | (af. voor) appartement; appartementenblok; flatgebouw |
| koppamijin-木っ端微塵 | het in kleine stukjes breken; aan diggelen slaan; iets aan gort slaan; verpulveren |
| kōpu-コープ | (afk. voor) coöperatieve onderneming [winkel] |
| kopura-コプラ | koppelwerkwoord |
| kora-コラ | kora, traditioneel West-Afrikaans strijkinstrument |
| koraborēshon-コラボレーション | samenwerking; medewerking; collaboratie |
| koraeru-堪える | verdragen; verduren; weerstaan; uithouden; doorstaan; volhouden |
| kōrakuchi-行楽地 | toeristenoord; vakantieoord; resort |
| kōran-コーラン | (Arabisch: Qur’ān) Koran |
| kōran-攪乱 | verstoring; verwarring; opschudding; commotie |
| kōran-高欄 | lage scheidingswand onder de voor- en achterkant van een ossenkar |
| kōran-高欄 | armleuningen voor stoelen |
| kōran-高覧 | (een beleefd woord voor) wat anderen zien; inzage; uw waarneming |
| korāru-コラール | koraal; koorzang |
| kōrasu-コーラス | (zang)koor; koormuziek |
| kōrei-好例 | goed voorbeeld |
| kōrei-高齢 | gevorderde [hoge] leeftijd |
| kōreika-高齢化 | vergrijzing; veroudering (hoger worden van de gemiddelde leeftijd) |
| kōreikasuru-高齢化する | vergrijzen; verouderen; hoger worden van de gemiddelde leeftijd |
| korekutā-コレクター | collector (deel van een transistor) |
| korekutā-コレクター | (elektriciteit) collector; stroomafnemer |
| koresupondensu-コレスポンデンス | correspondentie; briefwisseling |
| koresupondento-コレスポンデント | correspondent; verslaggever |
| kōri-公吏 | (oude term voor) een lokale overheidsfunctionaris [ambtenaar] |
| kōri-公理 | (wiskunde) axioma, dient als grondslag voor het bewijs van andere wiskundige stellingen |
| kōri-功利 | verdienste [prestatie] en profijt [voordeel] |
| kori-垢離 | zuivering door ablutie (rituele [ceremoniële] wassing met koud water) |
| korintoshiki-コリント式 | Korinthische orde [bouwstijl] |
| kōritsu-公立 | publiekelijke sector |
| koritsugo-孤立語 | isolerende taal (zonder verbuigingen, vervoegingen of gebonden morfemen) |
| koromogae-衣替え | het wisselen van (soort) kleren per seizoen |
| koron-コロン | (afk. voor) eau de Cologne |
| kōron-口論 | woordenwisseling; woordentwist; ruzie; woordenstrijd |
| korona-コロナ | coronavirus |
| korona-コロナ | (astronomie) zonnecorona (buitenste atmosfeer van de zon) |
| korona-コロナ | (elektriciteit) corona (wit licht bij wisselstroomspanning) |
| koronauirusu-コロナウイルス | coronavirus |
| koronban-コロンバン | (informeel) drol; stront |
| koronī-コロニー | kolonie (biologie, groep organismen) |
| kōron'otsubaku-甲論乙駁 | argumenten voor en tegen |
| koroshi-殺し | moord |
| koroshiau-殺し合う | elkaar vermoorden |
| koroshimonku-殺し文句 | veelzeggende [beslissende] uitspraak; doorslaggevend argument |
| koroshiya-殺し屋 | huurmoordenaar |
| korosu-殺す | (iem.) vermoorden; doden; om het leven brengen |
| kōru-コール | direct opvorderbare lening |
| kōru-コール | kort bezoek |
| koru-凝る | opgaan in; bezeten zijn van; toegewijd zijn aan; gek zijn van, zich helemaal storten op |
| koru-凝る | verstijven; stijf [stram] worden |
| kōrubakku-コールバック | uitnodiging om terug te komen (voor een tweede sollicitatiegesprek, auditie, etc.) |
| koruchizōru-コルチゾール | cortisol |
| kōrudo・chēn-コールド・チェーン | koelketen (doorlopend systeem van koeling bij transporten) |
| kōrudo・wō-コールド・ウォー | koude oorlog (ongewapende strijd) |
| korunetto-コルネット | kornet |
| koruresu-コルレス | (afk. voor) correspondentie; briefwisseling |
| koruresu-コルレス | (afk. voor) correspondent |
| koruresuginkō-コルレス銀行 | correspondentbank |
| koruresusaki-コルレス先 | correspondent |
| korusakofushōkōgun-コルサコフ症候群 | korsakovsyndroom |
| korusetto-コルセット | korset (medisch hulpmiddel) |
| korusetto-コルセット | korset (damesondergoed) |
| kōrushijō-コール市場 | call (money) markt (waar kortlopende, direct opzegbare, leningen worden verstrekt tussen banken en andere financiële instellingen) |
| kōruten-コールてん | corduroy; ribfluweel; ribcord |
| kōru・manē-コール・マネー | daggeld; callgeld (geld van een lening die elke dag opgezegd kan worden) |
| kōru・rēto-コール・レート | rentetarief op interbancaire kortlopende leningen |
| kōryaku-後略 | inkorting van een citaat aan het eind; een uitdrukking in een brief, om aan te geven dat er zinnen aan het einde weggelaten worden |
| kōryaku-攻略 | invasie; inval; verovering; bestorming; inname; onderwerping; bezetting |
| kōryan-コーリャン | kaoliang (Chinese naam voor (de graansoort) sorghum) |
| kōryō-稿料 | auteur's honorarium; een betaling voor een stuk tekst |
| kōryō-蛟竜 | Chinese mythische draak (die zich het water verbergt als een soort krokodil, en naar de hemel opstijgt bij regen) |
| kōryō-蛟竜 | een nog niet ontdekt genie; een verborgen talent |
| kōsa-黄砂 | geel zand (dat door de wind tussen maart en mei vanuit China over Japan wordt verspreid) |
| kōsaihi-交際費 | uitgaven voor voor sociale activiteiten |
| kosāju-コサージュ | corsage (bloemendecoratie gedragen op kleding) |
| kōsaku-交錯 | verstrengeling; kruising; vermenging; het door elkaar lopen van dingen |
| kosan-古参 | uitgediende; veteraan; ervaren werknemer; senior |
| kōsei-更正 | correctie; herziening; wijziging |
| kōsei-更生 | wedergeboorte; opleving; wederopstanding |
| kōsei-校正 | het proeflezen; drukproeven corrigeren |
| kōseinenkin-厚生年金 | (door de overheid beheerde) werknemerspensioenen |
| kōseinenkinhoken-厚生年金保険 | (een door de overheid beheerde) pensioenverzekering voor werknemers |
| kōseinenkinhokenhō-厚生年金保険法 | wet op pensioenverzekering voor werknemers |
| kōseisuru-校正する | proeflezen; drukproeven corrigeren |
| kōseitan'i-構成単位 | element; component; factor; eenheid |
| kōseitorihikiiinkai-公正取引委員会 | Japanse Commissie voor Eerlijke Handel (Japan Fair Trade Commission) |
| kōseki-光跡 | lichtspoor |
| kosekigenpon-戸籍原本 | origineel familieregister (zoals het in de burgerlijke stand is opgenomen) |
| kosekitōhon-戸籍謄本 | officiële kopie van het originele familieregister (van alle gegevens) |
| kōsen-交戦 | (gewapend) conflict; oorlog(voering); (onderlinge) strijd (met wapens) |
| kōsha-公舎 | woningen voor overheidsfunctionarissen [ambtenaren] |
| kōshaku-講釈 | lezing; voordracht; toelichting |
| kōshi-後肢 | achterste borstpoten van een insect |
| koshi-枯死 | het verwelken [verdorren; afsterven] |
| kōshi-格子 | (afk. voor) traliedeur; roosterdeur |
| kōshi-格子 | (afk. voor) geruit patroon (stof) |
| kōshi-高師 | (afk. voor) voormalige Japanse Hogere Normaalschool (lerarenopleiding) |
| koshibone-腰骨 | doorzettingsvermogen |
| koshidaka-腰高 | (afk. voor) een schuifdeur met panelen van taillehoogte |
| koshidame-腰撓め | het ondoordacht [impulsief] reageren; het iets doen [ondernemen] zonder voorbereiding |
| koshigatana-腰刀 | een kort zwaard (zonder stootplaat) gedragen op de heup |
| koshihimo-腰紐 | koord van een kimono dat rond de taille wordt gebonden voordat een obi eromheen wordt geknoopt |
| koshike-帯下 | vaginale afscheiding; leukorroe; witte vloed |
| kōshiki-公式 | formule (wiskunde) |
| kōshiki-公式 | formaliteit |
| kōshikiseimei-公式声明 | communiqué; (formele) mededeling; bekendmaking; aankondiging; bulletin |
| kōshikishugi-公式主義 | formalisme (vasthouden aan vorm, principes en regels, meer dan aan betekenis of inhoud) |
| koshimaki-腰巻き | Japanse onderrok voor dames (onder kimono gedragen) |
| koshimino-腰蓑 | traditionele Japanse kilt [rok] van stro of gras (vroeger gedragen door jagers en vissers) |
| kōshin-孝心 | toewijding aan [respect voor] ouders [ouderen] van kinderen |
| kōshin-後身 | reïncarnatie; herboren lichaam; nieuw lichaam na hergeboorte |
| kōshin-後身 | gereorganiseerde vereniging [organisatie]; de opvolger van een vorige organisatie |
| kōshin-後進 | junior; jongere(n); jongere generatie |
| koshirae-拵え | het zich voorbereiden; voorbereidingen (treffen) |
| koshirae-拵え | (een algemene term voor) zwaard-onderdelen (greep, stootplaat, zwaardschede e.d.) |
| koshitsu-固執 | standvastigheid; volharding; halsstarrigheid; doorzettingsvermogen |
| koshiwaza-腰技 | (judo) heupworptechnieken |
| koshiyowa-腰弱 | gebrek aan doorzettingsvermogen; gebrek aan vasthoudendheid; zwakke wil; lafheid |
| kōsho-公署 | districtskantoor; kantoor van lokale overheid |
| koshō-故障 | mankement; storing; defect |
| kōshoku-交織 | stof geweven van verschillende soorten garen (zoals katoen, zijde, e.d.) |
| koshū-固執 | standvastigheid; volharding; halsstarrigheid; doorzettingsvermogen |
| koshu-固守 | volharding; vasthoudendheid; doorzettingsvermogen |
| koshū-弧舟 | (literair woord) een eenzaam drijvende boot |
| kōshu-絞首 | ophanging (als hoogste strafvordering in Japan) |
| kōshūdōtoku-公衆道徳 | sociale etiquette; welvoeglijkheid; fatsoen; moraal |
| kōshūkai-講習会 | (korte) cursus [lezing; studiebijeenkomst; conferentie] |
| koso-こそ | (achtervoegsel, benadrukt het voorgaande) precies; juist; daarom |
| kosode-小袖 | kimono met korte mouwen |
| kōsoku-高足 | beste [vooraanstaande] student [leerling; discipel] |
| kōsokudōrosaimingenshō-高速道路催眠現象 | polderblindheid (verminderde opmerkzaamheid in het verkeer veroorzaakt door een afwezigheid van externe prikkels) |
| kōsokuzōshokuro-高速増殖炉 | snelle kweekreactor |
| kossori-こっそり | (onomatopee) in het geheim; heimelijk; stiekem; verborgen; sluipend |
| kōsu-コース | (sport) baan |
| kosui-鼓吹 | aanmoediging; bemoediging; stimulans; pleitbezorging; bevordering |
| kosuisha-鼓吹者 | voorstander; pleitbezorger; propagandist |
| kosureru-擦れる | gewreven [geschuurd] worden; versleten zijn |
| kōsutā-コースター | onderzetter (voor glazen, etc.) |
| kosuto・infure-コスト・インフレ | kosteninflatie (inflatie als gevolg van doorberekenen van de stijging van de productiekosten aan de consument) |
| kosuto・infurēshon-コスト・インフレーション | kosteninflatie (inflatie als gevolg van doorberekenen van de stijging van de productiekosten aan de consument) |
| kōsu・obu・sutadī-コース・オブ・スタディー | de richtlijnen voor het onderwijscurriculum van het ministerie van Onderwijs |
| kōsu・rekōdo-コース・レコード | baanrecord |
| kotae-答え | antwoord |
| kotaeru-応える | reageren; (be)antwoorden; instemmen; overeenstemmen |
| kotaeru-答える | antwoorden; beantwoorden |
| kotai-個体 | een eenheid (met een eigen bestaan en karakter); een organisch geheel |
| kotai-個体 | een specimen (een enkel organisme, ondeelbaar, met de volledige functies die nodig zijn voor het leven) |
| kote-籠手 | een handschoen die beschermd is met metaal of hard leer (wordt o.a. gedragen bij de Japanse zwaardvechtkunst Kendo) |
| kōtei-公定 | beste [vooraanstaande] student [leerling; discipel] |
| kōtei-孝悌 | (confucianisme) eerbied voor ouderen; kinderlijke gehoorzaamheid; vroomheid; broederliefde |
| kōtei-工程 | voortgang [stadium; proces] van werk [handelingen] |
| kōtei-校定 | correctie(s) (van fouten) in een tekst; revisie |
| koten-個展 | (afk. voor) solotentoonstelling |
| kōten-後天 | na de geboorte verworven [gekregen] zijn |
| kōten-後天 | a posteriori |
| kōten-荒天 | slecht weer; ruw [stormachtig] weer |
| kotenage-小手投げ | (sumo-worstelen) onderarm-worp |
| kōtenteki-後天的 | a posteriori; achteraf (beschouwd); later; retrospectief |
| kōtenteki-後天的 | verworven (eigenschap, kennis, etc.) |
| kōtetsu-更迭 | (van personeel, e.d.) vervanging; verandering; herschikking; reorganisatie |
| kōtō-好投 | (honkbal) goede worp [pitching] |
| kotoba-言葉 | taal; dialect; woord(en) |
| kotobajiri-言葉尻 | einde van een zin; (vervoegde) woorduitgang |
| kotobakazu-言葉数 | aantal woorden |
| kotobatsuki-言葉つき | taalgebruik; woordkeus; manier van spreken |
| kotobazukai-言葉遣い | taal; taalgebruik; woordkeus |
| kotobazukuna-言葉少な | zwijgzaam; stil; onmededeelzaam; van weinig woorden |
| kotoba'asobi-言葉遊び | woordspeling; woordspelletje; woordenraadsel |
| kotoganai-ことがない | het is niet (eerder) gebeurd (dat); het komt niet voor (dat) |
| kōtojibowāru-コートジボワール | Ivoorkust |
| kotokaku-事欠く | tekort komen, gebrek hebben aan; missen; ontberen |
| kōtoku-公徳 | burgerlijke deugd; openbare [sociale] moraal |
| kotomonage-事も無げ | op achteloze [onzorgvuldige; zorgeloze] wijze |
| kotoni-殊に | vooral; in het bijzonder; boven alles |
| kotonoha-言の葉 | woorden; taal; spraak |
| kōtōshihangakkō-高等師範学校 | voormalige Japanse Hogere Normaalschool (lerarenopleiding) |
| kototoittaranai-ことといったらない | niet in woorden uit te drukken zijn (zowel in goede als slechte zin) |
| kotowaru-断る | weigeren; afhouden; afslaan; afwijzen; zich verontschuldigen (voor afwezigheid) |
| kotowaru-断る | vooraf iemand waarschuwen [(iets) doorgeven; toestemming vragen] |
| kotowaza-諺 | spreekwoord; gezegde |
| kotoyoseru-事寄せる | als excuus [voorwendsel] gebruiken. |
| kotozukaru-言付かる | iets toevertrouwd krijgen; gevraagd worden om iets te doen |
| kotozuke-言付け | (mondeling) bericht; (doorgegeven) boodschap |
| kotozume-琴爪 | een soort plectrum [kunstmatige vingernagel] die wordt gebruikt bij het spelen van de koto |
| kōtsū-交通 | verkeer; transport |
| kotsubako-骨箱 | kist [doos] met de as [botten] van een overledene; doos waarin een urn wordt bewaard |
| kotsubu-小粒 | klein korreltje; iets dat klein is |
| kotsudō-骨堂 | ossuarium; knekelhuis; een hal waar de as van gecremeerde personen wordt bewaard |
| kōtsūhansokukin-交通反則金 | bekeuring voor (lichte) verkeersovertredingen; verkeersboete |
| kōtsūhi-交通費 | vervoerkosten; transportkosten; reiskosten; ritprijs |
| kōtsūhyōshiki-交通標識 | verkeersbord |
| kotsuka-骨化 | beenvorming; botvorming |
| kōtsūkikan-交通機関 | verkeersmiddelen; transportmiddelen |
| kōtsūkippu-交通切符 | bekeuring voor een verkeersovertreding |
| kōtsūkōsha-交通公社 | nutsbedrijf voor openbaar vervoer |
| kotsusoshōshō-骨粗鬆症 | osteoporose; bontontkalking |
| kottōhin-骨董品 | antiek; antieke voorwerpen |
| kowabaru-強張る | stijf worden; verstijven |
| kowareru-壊れる | kapotgaan; (af)breken; gebroken worden |
| kōyadōfu-高野豆腐 | bevroren gedroogde tofu (oorspronkelijk gemaakt in de boeddhistische tempel op de berg Koya) |
| koyagake-小屋掛け | de opbouw van een tijdelijke hut [huisje] of (circus)tent; de opbouw van een decor |
| kōyahijiri-高野聖 | monnik die vanuit de berg Koya wordt uitgezonden om de leer te verspreiden en donaties te verzamelen |
| kōyō-高揚 | euforie; opgetogenheid |
| kōyōgo-公用語 | officiële taal van een land [natie]; formeel erkende taal van een land [natie] (om verordeningen, e.d. bekend te maken) |
| koyōkikaikintōhō-雇用機会均等法 | Wet inzake gelijke kansen voor iedereen |
| koyū-固有 | aangeboren eigenschap; talent |
| kōzairyō-好材料 | gunstige voorwaarden, die een positief effect hebben op de beurs; een hausse |
| kōzairyō-好材料 | gunstig [goed] nieuws [materiaal; informatie] |
| kozo-去年 | vorig jaar |
| kōzo-楮 | Japanse papiermoerbei (boom, Broussonetia kazinoki × B. papyrifera; de schors is de grondstof voor Japans papier) |
| kōzogami-楮紙 | een soort Japans papier (washi) gemaakt van de vezels uit de schors van de papiermoerbeiboom |
| kōzui-洪水 | stortvloed; stroom (van producten, informatie, e.d.) |
| kōzui-香水 | (boeddh.) water vermengd met wierook (voor reiniging van tempel, altaar, of lichaam); geurend water geofferd aan Boeddha |
| kozuka-小柄 | (het handvat van) een klein mes dat in de achterkant van de schede van het zwaard wordt gestoken |
| kozukai-小使い | (oude naam voor) conciërge; huismeester; huisbewaarder |
| kozukai-小遣い | zakgeld; geld voor kleine uitgaven |
| kozukaisen-小遣い銭 | zakgeld; geld voor kleine uitgaven |
| kōzuru-講ずる | reciteren; voordragen (van gedichten e.d.) |
| ku-句 | woord dat wordt gebruikt voor het tellen van korte Japanse gedichten (zoals haiku) |
| kuahausu-クアハウス | kuuroord; herstellingsoord; badplaats |
| kubihiki-首引き | het voortdurend zinspelen (op) [verwijzen (naar); naslaan; opzoeken] |
| kubihiki-首引き | een traditioneel Japans nek-trek spel, (een soort touwtrekken, waarbij twee mensen tegenover elkaar op de grond zitten met een touw rond hun nek) |
| kubinage-首投げ | (bij sumo worstelen) hoofdgreep-worp |
| kubippiki-首っ引き | een traditioneel Japans nek-trek spel, (een soort touwtrekken, waarbij twee mensen tegenover elkaar op de grond zitten met een touw rond hun nek) |
| kubippiki-首っ引き | het voortdurend zinspelen (op) [verwijzen (naar); naslaan; opzoeken] |
| kubitsuka-首塚 | begraafplaats [grafheuvel] voor de hoofden van gevallen strijders of veroordeelden |
| kubittake-首ったけ | smoorverliefd zijn |
| kubomu-窪む | inzakken; hol worden; invallen |
| kubonda-凹んだ | hol (geworden); ingestort; ingedeukt; (in)gevallen |
| kuchibeta-口下手 | een slechte spreker; iemand die slecht uit zijn woorden kan komen |
| kuchibi-口火 | aanleiding; reden; oorsprong; begin (van het ontstaan van iets) |
| kuchibuchōhō-口不調法 | slechte spreker; iemand die slecht uit zijn woorden kan komen |
| kuchie-口絵 | titelplaat; titelprent (illustratie voorin een boek, tijdschrift, e.d.) |
| kuchifūji-口封じ | (straattaal) iemand omleggen; laten slapen; voorgoed het zwijgen opleggen |
| kuchigenka-口喧嘩 | ruzie; woordenwisseling; discussie |
| kuchigotae-口答え | weerwoord; tegenspraak |
| kuchigotaesuru-口答えする | tegenspreken; weerwoord geven |
| kuchiguse-口癖 | (door iemand) veel gebruikte uitdrukking [zegswijze]; iets dat iemand graag zegt |
| kuchihige-口髭 | snor |
| kuchikazu-口数 | aantal woorden (dat iemand spreekt) |
| kuchikiri-口切り | openingswoord(en); het ter sprake brengen |
| kuchikukan-駆逐艦 | torpedobootjager |
| kuchimae-口前 | manier van spreken; wat er gezegd is [wordt] |
| kuchimame-口忠実 | veel woorden; spraakwaterval |
| kuchimoto-口元 | rond de mond; de vorm van een mond |
| kuchisaki-口先 | woorden; gepraat; geklets |
| kuchishinogi-口凌ぎ | een klein hapje [drankje] tussendoor |
| kuchisusugu-漱ぐ | gorgelen; de mond spoelen |
| kuchitori-口取り | een hapje vooraf; hors-d'oeuvre |
| kuchitsuki-口付き | vorm van de mond |
| kuchiura-口裏 | de ware betekenis van [achter] (iemand's) woorden of gesprek |
| kuchiutsushi-口移し | het [oraal] van mond tot mond doorgeven |
| kuchiyakusoku-口約束 | mondelinge belofte [afspraak]; zijn woord (geven) |
| kuchiyose-口寄せ | het doorgeven van boodschappen van de goden |
| kuchiyose-口寄せ | een medium; (vrouwelijke) priester die boodschappen van de goden doorgeeft |
| kuchizoe-口添え | advies; aanbeveling; voorspraak; goed woordje |
| kuchizutae-口伝え | mondelinge overlevering; orale traditie; mondeling onderricht |
| kūchūkassō-空中滑走 | het zweven door de lucht |
| kuda-管 | (afk. voor) (muziekinstrument) pijpfluit (kleine buisvormige fluit die op het slagveld wordt gebruikt) |
| kudai-句題 | een regel uit een oud gedicht, als thema voor een haiku [waka] gebruikt |
| kudakeru-砕ける | ontspannen; vriendelijk [informeel; eenvoudiger] worden |
| kudakeru-砕ける | verzwakken; in elkaar storten; inzakken; tenondergaan |
| kudakeru-砕ける | breken; verbrijzelen; gebroken [verbrijzeld] worden |
| kudanofue-管の笛 | (muziekinstrument) pijpfluit (kleine buisvormige fluit die op het slagveld wordt gebruikt) |
| kudaru-下る | aangeven; overgaan (bezit); overleveren; doorgeven |
| kudasareru-下される | gegeven [overgedragen] worden |
| kudasareru-下される | (een respectvolle term voor) geven |
| kuden-口伝 | mondelinge overlevering; orale traditie; mondeling onderricht |
| kūdōka-空洞化 | uitholling; leegloop; het uitgehold worden; substantie [inhoud] verliezen |
| kuesuchon・taimu-クエスチョン・タイム | vragenuur(tje) (tijd waarin vragen gesteld kunnen worden in het Parlement) |
| kufūsuru-工夫する | iets uitvinden; een plan [middel] bedenken voor; op een goed idee komen |
| kugen-苦言 | aanmaning; aansporing; dringend advies; onaangename mededeling |
| kugikakushi-釘隠し | houten of metalen decoratie om draadnagels [spijkerkoppen] te verbergen |
| kugokoro-句心 | aanleg [gevoel] voor poëzie [gedichten] (m.n. voor haiku) |
| kugurinukeru-潜り抜ける | door [doorheen; onderdoor] gaan |
| kuguru-潜る | onder iets (door)gaan; (ergens) tussendoor gaan |
| kūhatsu-空発 | explosie zonder het beoogde effect; het voortijdig afgaan van een wapen |
| kuhō-句法 | de conventies [regels] voor het componeren van (Japanse) poëzie |
| kuiage-食い上げ | je baan verliezen; geen inkomsten meer hebben; niet meer in je levensonderhoud kunnen voorzien |
| kuiamasu-食い余す | het bord niet leegeten; eten laten staan |
| kuiarasu-食い荒らす | voedsel [gerechten] verpesten door er happen uit te nemen; aanvreten |
| kuiawase-食い合わせ | eten dat niet bij elkaar past [dat beter niet samen wordt gegeten]; ingrediënten die samen niet smaken |
| kuibuchi-食い扶持 | de prijs [kosten] voor het eten [de maaltijden] |
| kuichigiru-食いちぎる | afbijten; doorbijten; afknabbelen; met de tanden afscheuren |
| kuichirasu-食い散らす | slordig eten; vreten; eten als een bootwerker |
| kuidaore-食い倒れ | geldverspilling aan eten; het al je geld uitgeven voor eten |
| kuidaore-食い倒れ | iemand die al zijn geld uitgeeft voor eten |
| kuikiru-食い切る | doorbijten; doorknagen |
| kuikiru-食い切る | (alles) opeten; zijn bord leegeten |
| kuikku-クイック | Key Word In Context (techniek voor het automatisch genereren van indexen) |
| kuikomi-食い込み | verlies; (geld) tekort |
| kuinokoshi-食い残し | kliekjes; restjes eten (op je bord) |
| kuīnsaizu-クイーンサイズ | een standaard maat voor bedden en kleding (tussen kingsize en normaal in) |
| kuīnzu・ingurisshu-クイーンズ・イングリッシュ | standaard (correct) Engels in het Verenigd Koninkrijk |
| kuishiro-食い代 | prijs [kosten] voor het eten [de maaltijden] |
| kuitsubusu-食い潰す | (al je geld) opmaken [opsouperen]; iemand de oren van het hoofd eten |
| kuitsumeru-食い詰める | niet meer kunnen overleven; niet meer kunnen voorzien in je levensonderhoud; tot armoede vervallen |
| kuizu-クイズ | kwis; quiz; vraag-en-antwoordspel |
| kujirajaku-鯨尺 | een meetstok van ca. 38 cm (wordt gebruikt bij het maken van kimono's) |
| kujiramaku-鯨幕 | (lett. walvisgordijn) een gordijn met brede, verticale zwart-witte strepen gebruikt bij begrafenisplechtigheden |
| kukan-区間 | traject (tussen twee plaatsen op een spoorlijn, of een autoroute) |
| kukan-苦寒 | (een andere naam voor) de (koude) maand december |
| kukan-躯幹 | romp; torso |
| kukatsuyō-ク活用 | (grammatica) klassieke verbuigingsvorm van bijvoeglijke naamwoorden (met i-uitgang) |
| kūkiasshokuki-空気圧縮機 | luchtcompressor |
| kukicha-茎茶 | soort van (Japanse) groene thee (gemaakt van de takjes van de theeplanten) |
| kūkikansen-空気感染 | aërogene infectie; infectie die door de lucht wordt verspreid |
| kumadori-隈取り | In Kabuki, theater unieke make-up patronen voor de verschillende karakterrollen |
| kumaokuri-熊送り | de Beer-offer ceremonie, waarbij beren als heilige boodschappers van de goden worden geofferd (en dus teruggestuurd worden naar de goden) |
| kumazasa-熊笹 | bamboesoort Sasa veitchii |
| kumen-工面 | vindingrijkheid; het handig voor elkaar krijgen; het op een creative manier verzamelen van geld [goederen] |
| kumiau-組み合う | samengaan; zich verenigen; een vereniging [verbond] vormen |
| kumiawase-組み合わせ | combinatie; samenvoeging; sortering |
| kumichō-組長 | baas; leider; hoofd (vooral bij yakuza) |
| kumihimo-組み紐 | vlecht; gevlochten koord |
| kumiko-組子 | lid van het brandweerkorps |
| kumiko-組子 | lid van een groep (geleid door een kumigashira) |
| kumio-組み緒 | vlecht; gevlochten koord |
| kumiuchi-組み打ち | handgemeen; gevecht van man tegen man; het worstelen |
| kumoru-曇る | bewolkt worden [raken] |
| kumoyuki-雲行き | bewegen [voorbijtrekken; overdrijven; naderbijkomen] van wolken |
| kumu-組む | worstelen; vechten |
| kun-勲 | verdienste (voor de vorst of natie); orde [onderscheiding] van verdienste |
| kuni-国 | territorium; streek; provincie (in het oude Japan) |
| kuni-国 | geboortestreek; eigen land (t.o. buitenland) |
| kuniiri-国入り | een bezoek brengen aan het kiesdistrict; terugkeer van politici of beroemdheden naar hun geboorteplaats |
| kunimoto-国許 | geboorteplaats |
| kunimoto-国許 | geboorteland; vaderland |
| kuniomote-国表 | domein van een daimyō; eigen grondgebied; territorium |
| kunizukushi-国尽くし | Japanse dichtvorm zappai, met het gebruik van procincienamen in de poëzie |
| kunmei-君命 | bevel van een heerser [vorst; heer; meester] |
| kunniringusu-クンニリングス | (oraal-genitaal contact) cunnilingus [cunnilinctus]; het beffen |
| kunnō-君王 | vorst; koning; keizer |
| kunoichi-くの一 | (informele term voor) vrouw |
| kunpu-君父 | de vorst [heer; meester] en [of] de vader |
| kunrei-訓令 | (dienst)voorschrift; instructie; verorderning; opdracht; bevel; richtlijn |
| kunreishiki-訓令式 | het kunrei-systeem (ingesteld in 1937), de officiële richtlijnen voor de transcriptie van het Japans |
| kunsen-薫染 | het doordingen van een geur |
| kunshihyouhen-君子豹変 | de wijzen erkennen en corrigeren hun fouten snel |
| kunshu-君主 | koning; keizer; heerser; vorst (die in familielijn heerst over een rijk) |
| kuntō-勲等 | medaille [orde] van verdienste |
| kuntō-薫陶 | aardewerk maken door klei te kneden terwijl men wierook brandt (waardoor de geur in de klei gaat) |
| kuntoku-君徳 | het goede gedrag [de deugden] van een vorst |
| kūpe-クーペ | coupé (tweedeurs carrosserietype voor personenauto's) |
| kurahara-クラハラ | (afk. voor) intimidatie [kwaadwillig gedrag] van klanten |
| kurai-位 | klasse; rang(orde); (sociale) positie; titel |
| kuraianto-クライアント | client (computer die informatie haalt van een server) |
| kuraidaore-位倒れ | de situatie waarin iem. wel een hoge positie bezit, maar zonder de daarbij behorende inkomsten |
| kuraikomu-食らい込む | in de gevangenis gegooid worden |
| kuraimake-位負け | het onwaardig zijn aan [niet de kwaliteiten hebben voor] zijn titel [positie]; tekort schieten |
| kuraimake-位負け | het diep onder de indruk zijn van [geïmponeerd zijn door] de hoge positie van een ander [een tegenstander] |
| kuraimakesuru-位負けする | diep onder de indruk zijn van [geïmponeerd zijn door] de hoge positie van een tegenstander |
| kuraimakesuru-位負けする | niet de kwaliteiten hebben voor zijn titel [positie]; tekort schieten |
| kurainuke-位抜け | een scheldwoord voor iem. die ten onrechte een hoge rang [positie] heeft (omdat hij die hij niet verdient of er niet de kwaliteiten voor heeft) |
| kurainusubito-位盗人 | een scheldwoord voor iem. die ten onrechte een hoge rang [positie] heeft (omdat hij die hij niet verdient of er niet de kwaliteiten voor heeft) |
| kuraiyama-位山 | de berg van de rangen (voor het opklimmen tot een hogere positie) |
| kuraizuke-位付け | het indelen in klassen [rangorden] van Kabuki acteurs; de toegekende classificaties van Kabuki acteurs |
| kuraizuke-位付け | het toekennen van een rang(orde) [positie; klasse] |
| kuramoto-蔵元 | (Edo-periode) toezichthouders op de verkoop van de voorraden (uit de magazijnen) van verschillende domeinen |
| kuramu-暗む | donker worden; verduisteren |
| kūran-空欄 | lege [nog niet ingevulde] regel (in een tekst of op een formulier) |
| kurashikiryō-倉敷料 | opslagkosten; huurkosten voor een opslagruimte [magazijn] |
| kurasu-暮らす | wonen; leven; zijn leven [dagen] doorbrengen (met) |
| kurasuto-クラスト | korst (steen, ijs, bevroren sneeuw, etc.) |
| kurasuto-クラスト | korst (brood, gebak, etc.) |
| kurasu・akushon-クラス・アクション | (juridisch) groepsvordering; classaction |
| kurasu・magajin-クラス・マガジン | gespecialiseerd tijdschrift, bestemd voor een specifieke groep consumenten (qua leeftijd, geslacht, interesses, etc.) |
| kuraun-クラウン | kroon (van vorsten) |
| kuraya-暗屋 | een bordeel in Edo periode |
| kurayado-暗宿 | een bordeel in Edo periode |
| kurazukuri-蔵造り | het bouwen van een (voorraad)schuur [opslagplaats; pakhuis] |
| kūreienjin-空冷エンジン | luchtgekoelde motor |
| kurējī-クレージー | gek; gestoord |
| kurementain-クレメンタイン | clementine (soort mandarijn) |
| kurementain-クレメンタイン | Clementine (voornaam) |
| kuremutsu-暮れ六つ | (term gebruikt in de Edo-periode voor) het vallen van de avond, ca. 18.00 uur |
| kurenazumu-暮れ泥む | langzaam donker worden; langzaam ondergaan van de zon |
| kureru-呉れる | (iets voor iem.) doen |
| kureru-暮れる | donker worden; ondergaan van de zon |
| kuresshendo-クレッシェンド | (muziekterm) crescendo (sterker wordende toon) |
| kurete-呉れ手 | persoon die geeft; gever; schenker; donor |
| kūri-空理 | lege [abstracte; onuitvoerbare] theorie; niet-feitelijke logica |
| kuriageru-繰り上げる | naar voren [vooruit] schuiven (datum, evenement, etc.) |
| kuriawaseru-繰り合わせる | plannen; organiseren; regelen |
| kuridasu-繰り出す | een uitval doen; vooruit stoten (met een speer, e.d.) |
| kurikoshi-繰り越し | het vooruit [naar voren] halen; overdracht; overbrenging; overplaatsing |
| kurikosu-繰り越す | vooruit boeken; naar voren halen; overbrengen; overplaatsen |
| kurimodoshi-繰り戻し | (éen voor één) terugduwen [terugzetten]; terugbrengen |
| kurīnā-クリーナー | stofzuiger; machine voor schoonmaak [zuivering] |
| kūringu・ofu-クーリング・オフ | bedenktijd (voor contract, aankoop, etc.) |
| kūringu・tawā-クーリング・タワー | koeltoren |
| kurinoberu-繰り延べる | uitstellen; schorsen (van een vergadering, etc.); verzetten |
| kurippu-クリップ | sierspeld; haarspeld; oorclip |
| kurisageru-繰り下げる | uitstellen; opschorten; verzetten; verplaatsen |
| kurisuchan・nēmu-クリスチャン・ネーム | doopnaam; voornaam; roepnaam |
| kuritorisu-クリトリス | (anatomie) clitoris; kittelaar |
| kuriwata-繰り綿 | ontkorreld [geëgreneerd] katoen (waarbij de katoenvezels al van de zaden zijn ontdaan) |
| kurōbarisuto-グローバリスト | globalist (voorstander van mondiale globalisering) |
| kuroki-黒木 | hout met schors |
| kuroko-黒子 | iemand die achter de schermen [uit het zicht] werkt (aan essentiële zaken in een organisatie e.d.) |
| kuromai-クロマイ | (antibioticum) chloromycetine |
| kuromaku-黒幕 | zwarte gordijn |
| kuromizuhiki-黒水引 | zwarte en witte koordjes (op rouwenveloppen) |
| kuromu-黒む | zwart [donker] worden [maken] |
| kūron-空論 | abstracte [onuitvoerbare] theorie |
| kuronbō-黒ん坊 | iemand met een donkere huid; neger; iemand die bruinverbrand is (door de zon) |
| kurōne-クローネ | (Deense of Noorse) kroon (munteenheid) |
| kurorera-クロレラ | Chlorella (een zoetwateralge) |
| kurorofiru-クロロフィル | chlorofyl; bladgroen |
| kurorofuruorokābon-クロロフルオロカーボン | chloorfluorkoolstof-verbinding |
| kurorohorumu-クロロホルム | chloroform |
| kuroromaisechin-クロロマイセチン | (antibioticum) chloromytecine |
| kuroru-クロル | chloor |
| kurōru-クロール | chloor |
| kurosoido-クロソイド | clothoïde; spiraal van Cornu (term uit de civiele techniek) |
| kurosoidokyokusen-クロソイド曲線 | clothoïde; spiraal van Cornu (term uit de civiele techniek) |
| kurosusekushon-クロスセクション | dwarsdoorsnede |
| kurosuwādo・pazuru-クロスワード・パズル | kruiswoordpuzzel |
| kurowassan-クロワッサン | croissant (halvemaanvormig broodje) |
| kurōzudo・shoppu-クローズド・ショップ | onderneming waarin lidmaatschap van vakbond verplicht is voor alle werknemers |
| kurozumu-黒ずむ | zwart [donker] worden |
| kuru-刳る | boren; uithollen |
| kuru-来る | bezorgd worden (post, etc.) |
| kuru-繰る | (open)schuiven; (één voor één) openen [sluiten] (luiken, e.d.) |
| kuru-繰る | spinnen (draad); ontkorrelen (katoen) |
| kurui-狂い | onregelmatigheid; wanorde; ongeregeldheid |
| kurui-狂い | afwijking; misvorming; ernaast (zitten); (ver) naast het doel |
| kuruijini-狂い死に | dood door een psychische aandoening; waanzinnig sterven |
| kuruizaki-狂い咲き | bloei buiten het normale seizoen |
| kurumadai-車代 | ritprijs (taxi, bus, etc.); reiskosten; transportkosten |
| kurumadai-車代 | honorarium [vergoeding] voor een lezing |
| kurushimagire-苦し紛れ | een daad [handeling] uit wanhoop; gedreven door pijn |
| kurushimeru-苦しめる | angst [stress] veroorzaken; kwellen; lastig vallen |
| kurushimeru-苦しめる | laten lijden; pijn veroorzaken |
| kurushimu-苦しむ | lijden; gebukt gaan onder; doorstaan; verduren; gekweld worden door |
| kurūzā-クルーザー | motorjacht; grote motorboot; cruiseschip |
| kusabigata-楔形 | wigvorm |
| kusahibari-草雲雀 | soort (veld)krekel (Paratrigonidium bifasciatum) |
| kūsai-空際 | horizon (het punt waar hemel en aarde elkaar raken) |
| kusaichigo-草苺 | soort framboos (Rubus hirsutus) |
| kusanaginotsuruki-草薙の剣 | Kusanagi no Tsurugi (andere naam voor) het goddelijke zwaard (een van de 3 heilige kostbaarheden van Japan (spiegel, zwaard en juwelen) |
| kusanone-草の根 | graswortel(s) |
| kusanone-草の根 | grassroots (Engelse term voor politieke processen die aan de basis worden ontwikkeld) |
| kusare-腐れ | rottend; verrot; vergaan; bedorven |
| kusareen-腐れ縁 | een slechte [rottende] relatie (die niet verbroken kan worden) |
| kusareru-腐れる | bederven; slecht worden; rotten; verrotten; vergaan |
| kusaru-腐る | depressief [moedeloos; neerslachtig] zijn [worden] |
| kusaru-腐る | bederven; slecht worden; rotten; verrotten; vergaan |
| kusaru-腐る | degenereren; verdorven [ontaard; corrupt] worden |
| kusatta-腐った | bedorven; verrot; vergaan |
| kusawake-草分け | pionier; baanbreker; voorloper; kolonist |
| kusazumō-草相撲 | amateur sumo (worstelen) |
| kuse-曲 | centraal muziekgedeelte van een Nō-voorstelling |
| kusetsu-苦節 | onwankelbare trouw; het iemand door dik en dun blijven steunen |
| kushige-櫛笥 | make-up opbergdoos; doos voor toiletspullen |
| kushō-苦笑 | bittere [zure; geforceerde] glimlach |
| kusshi-屈指 | toonaangevend [vooraanstaand; prominent] zijn |
| kusunoki-樟 | kamferboom (Cinnamomum camphora) |
| kutabaru-くたばる | verzwakken; zwakker worden; uitgeput raken |
| kutchisei-屈地性 | geotropie; geotropisme (het verschijnsel dat plantenwortels groeien in de richting van de zwaartekracht) |
| kutō-句読 | (afk. voor) leesteken |
| kutsubako-靴箱 | (op)bergmeubel voor schoenen (vaak direct bij de ingang van Japanse huizen en gebouwen) |
| kutsuwa-轡 | bit (mondstuk voor paarden) |
| kuttaku-屈託 | zorg; bezorgdheid |
| kūtū-クートゥー | #KuToo (een woordspeling van kutsu = schoenen en kutsū = pijn), protest van Japanse vrouwen tegen het moeten dragen van hoge hakken op het werk |
| kuwa-桑 | moerbeiboom ((Morus alba)) |
| kuwabara-桑原 | een spreuk [bezwering] om blikseminslag tijdens onweer, en andere rampen, te voorkomen (vaak dubbel gebruikt ,als kuwabara-kuwabara) |
| kuwaia-クワイア | koor; zanggroep |
| kuwaire-鍬入れ | een nieuwjaarsceremonie waarbij voor het eerst een spade in de grond wordt gestoken |
| kuwaire-鍬入れ | baanbrekende handeling (oorspronkelijk de eerste keer in het nieuwe jaar dat de boeren een spade in de grond staken) |
| kuwashii-詳しい | goed geïnformeerd [ingevoerd] zijn, veel kennis hebben |
| kuwazugirai-食わず嫌い | iets niet lusten zonder het ooit geproefd te hebben; een instinctieve afkeer [vooroordeel] hebben; niet bereid zijn iets (eerst) te proberen |
| kuyō-九曜 | afkorting van kuyōmon, een afbeelding van een centrale bol die omgeven is door acht andere bollen |
| kuyō-供養 | boeddhistische dienst voor een overledene (met offers en gebeden; Sanskriet pūjanā) |
| kuyokuyo-くよくよ | (onomatopee) zich druk makend; bezorgd; piekerend (over) |
| kūzenzetsugo-空前絶後 | zeer zeldzaam; de enige in zijn soort; eens maar nooit meer; de eerste en laatste keer |
| kūzū-クーズー | koedoe (soort antilope) |
| kuzukiri-葛切り | een traditionele Japanse zoete lekkernij (gemaakt van het zetmeel uit de wortels van de kudzu plant, geserveerd in repen, bedekt met suikerstroop) |
| kuzuko-葛粉 | kudzu-poeder (zetmeel uit de wortels van de kudzu-plant) |
| kuzumai-屑米 | gebroken [beschadigde] rijstkorrels |
| kuzure-崩れ | instorting; afbrokkeling |
| kuzureru- 崩れる | in elkaar storten; afbrokkelen; uit elkaar vallen |
| kuzushi-崩し | (worstelen, judo, etc.) het uit balans brengen van een tegenstander |
| kuzushigaki-崩し書き | het schrijven van kanji in verkorte vorm |
| kuzusu-崩す | in kleinere stukken verdelen; klein maken (groot geld wisselen voor klein geld) |
| kū・kurakkusu・kuran-クー・クラックス・クラン | Ku Klux Klan (geheime blanke organisatie in de Verenigde Staten vooral bekend vanwege hun racistisch geweld) |
| kyabine-キャビネ | fotopapier formaat |
| kyabu-キャブ | carburator |
| kyaku-客 | (informeel) menstruatie; ongesteldheid |
| kyaku-客 | woord voor het tellen van spullen die gebruikt worden bij het ontvangen van gasten (b.v. serviesgoed voor recepties e.d.) |
| kyaku-脚 | (achtervoegsel) gebruikt voor het tellen van meubels, e.d. |
| kyakubun-客分 | als een gast behandeld worden |
| kyakudo-客土 | aarde van een andere plek die wordt toegevoegd om de bodemgesteldheid ter plaatse te verbeteren |
| kyakugo-客語 | lijdend voorwerp (grammatica) |
| kyakushōbai-客商売 | de horeca; dienstensector |
| kyakuyō-客用 | voor (gebruik door) gasten |
| kyandoru・sābisu-キャンドル・サービス | het aansteken van kaarsen door de bruid en de bruidegom bij een huwelijksreceptie |
| kyanpasu-キャンパス | campus (bij universiteit of hogeschool behorend terrein en gebouwen) |
| kyaperin-キャペリン | lodde (soort kleine zalm, Mallotus villosus) |
| kyaputen-キャプテン | aanvoerder (van een sportploeg); hoofd (van een kleine organisatie) |
| kyaputen・shisutemu-キャプテン・システム | (Character and Pattern Telephone Access Information Network) een VIDEOTEX-systeem |
| kyarako-キャラコ | calicot (soort katoen) |
| kyarī-キャリー | (bij golf) de vliegbaan (de afstand die de bal aflegt voordat hij landt) |
| kyassaba-キャッサバ | cassave; maniok (eetbare wortelknol van Manihot esculenta) |
| kyasutingu・bōto-キャスティング・ボート | een beslissende [doorslaggevende] stem (bij gelijk aantal stemmen) |
| kyatapirā-キャタピラー | (merknaam van) een rupsbandtractor; rupsvoertuig |
| kyatchā・bōto-キャッチャー・ボート | (kleine) boot voor de walvisvangst (werkt samen met de grote walvisvaarder) |
| kyatchifon-キャッチフォン | wisselgesprek (signaal waarschuwt voor tweede binnenkomend gesprek) |
| kyatchiwādo-キャッチワード | trefwoord; steekwoord; motto |
| kyattsuai-キャッツアイ | kattenoog; katoog (reflector in wegdek om rijstroken te markeren) |
| kyō-京 | (afk. voor) Kyoto |
| kyō-今日 | vandaag; tegenwoordig; heden |
| kyō-卿 | (vertaling van de Engelse titels) Lord; Sir |
| kyo-去 | (in kanji combinaties) het weggaan; voorbijgaan; wegnemen |
| kyō-境 | (boeddh.) voorwerp [object] van waarneming |
| kyō-強 | (in het oude China) een andere benaming voor 40 jaar oud |
| kyō-狂 | gekte; gestoordheid; krankzinnigheid |
| kyōasu-今日明日 | vandaag en morgen; vandaag of morgen; (binnen) een paar dagen; spoedig; weldra |
| kyōbai-競売 | (door rechtbank georganiseerde) veiling; openbare verkoping |
| kyōben-強弁 | het sterk aandringen; je zin doordrijven; haarkloverij |
| kyōben-教鞭 | stok [staf] van een docent (vroeger om lijfstraffen te geven, nu symbolisch voorwerp) |
| kyōbu-胸部 | borst; borstkas; thorax |
| kyōbun-狂文 | humoristische [satirische] literatuur (Edo-periode) |
| kyōchō-凶兆 | een slecht voorteken |
| kyōchōkainyū-協調介入 | gezamenlijk optreden; gecoördineerde interventie [tussenkomst] |
| kyōchūmō-供給網 | bevoorradingsketen |
| kyodai-巨大 | macro- mega-; [enorm; heel groot; gigantisch] zijn |
| kyodan-巨弾 | grote bom [granaat]; enorm projectiel |
| kyōdan-教団 | religieuze orde [organisatie; sekte] |
| kyōdo-匈奴 | volksstam in Noord China; nomadische ruiters uit Mongolië; de Hunnen |
| kyōdō-経堂 | opslagplaats [zaal; bibliotheek] in een tempelcomplex waar boeddhistische soetra's worden bewaard |
| kyōdo-郷土 | geboorteplaats; geboortegrond |
| kyōdōshakai-共同社会 | (sociologie) Gemeinschaft (een samenleving met sterke affectieve bindingen en saamhorigheid) |
| kyōdōsuponsā-共同スポンサー | medesponsor |
| kyōei-共栄 | (gezamenlijke) voorspoed |
| kyofu-巨富 | groot fortuin; enorme rijkdom |
| kyōfū-強風 | sterke [stormachtige] wind |
| kyōfū-狂風 | heftige [razende] wind; storm |
| kyōgaku-共学 | co-educatie; gemeenschappelijke opleiding [opvoeding] voor jongens en meisjes |
| kyogaku-巨額 | een groot bedrag; een enorme som geld |
| kyōgen-狂言 | Kyōgen, traditioneel komisch Japans theater (vormt samen met Nō het Nōgaku theater) |
| kyōgenkigo-狂言綺語 | woorden die nergens op slaan, denigrerende term voor romans, verhalen, toneelstukken, e.d. |
| kyogetsu-去月 | afgelopen [vorige] maand |
| kyōgi-経木 | een dun houten bord (van ca. 25 centimeter breed) waarop een soetra is geschreven |
| kyōgijō-競技場 | (sport) stadion |
| kyōgoin-教護院 | opvoedingsgesticht; instelling voor kinderen die ontspoord zijn |
| kyohaku-巨擘 | autoriteit; grootheid |
| kyōhakuseishōgai-強迫性障害 | OCS, obsessieve-compulsieve stoornis (Eng.: OCD, obsessive–compulsive disorder); dwangneurose |
| kyohiken-拒否権 | vetorecht; veto |
| kyoho-巨歩 | grote stappen [passen; vorderingen]; grote prestatie |
| kyōikukanji-教育漢字 | (de lijst) van de 1.026 kanji die op de Japanse basisscholen worden onderwezen |
| kyōjin-凶刃 | dolk als moordwapen; dolk van een moordenaar |
| kyōjitsu-凶日 | een ongeluksdag; een kwade [slechte] dag; een dag met slechte voortekenen |
| kyojō-居城 | woonkasteel van een kasteelheer [domeinvorst; daimyō] |
| kyōjō-教場 | oefenterrein [oefenveld, exercitieterrein] voor oude (Japanse) krijgskunsten |
| kyojū-巨獣 | een enorm groot dier [beest]; een monsterlijk groot beest |
| kyōju-教授 | professor; hoogleraar |
| kyoka-炬火 | fakkel; toorts |
| kyōka-狂歌 | humoristisch [satirisch] (soms gewaagd) gedicht (tanka) |
| kyōkaiseijinkakushōgai-境界性人格障害 | borderline persoonlijkheidsstoornis; emotie-regulatie persoonlijkheidsstoornis |
| kyōkaiseipāsonaritishōgai-境界性パーソナリティ障害 | borderline persoonlijkheidsstoornis; emotie-regulatie persoonlijkheidsstoornis |
| kyokan-巨漢 | zeer grote [lange] man; enorme kerel; reus |
| kyōkan-胸間 | de borststreek; borst |
| kyōkan-郷関 | woonplaats; geboorteplaats; geboortestreek |
| kyōkan-郷関 | de grens [overgang] tussen je woonplaats [geboorteplaats] en een andere plek |
| kyōkasuigetsu-鏡花水月 | iets dat mooi en zichtbaar is maar niet aangeraakt kan worden, zoals de reflectie van bloemen in een spiegel of die van de maan in het water |
| kyōkatsu-恐喝 | (formeel) afpersing; chantage |
| kyōketsusha-供血者 | bloeddonor |
| kyōki-凶器 | gevaarlijk wapen [werktuig]; moordwapen |
| kyokkō-極光 | poollicht; aurora |
| kyōkoku-郷国 | iemands geboorteland |
| kyoku-局 | bord (voor spel, zoals go, shogi, etc.); spel |
| kyoku-局 | postkantoor |
| kyōku-狂句 | een humoristische haiku |
| kyokuhō-局方 | (afk. voor) de officiële Japanse farmacopee (handboek van geneesmiddelen) |
| kyokuhoku-極北 | het hoge noorden; nabij de Noordpool |
| kyokuin-局員 | stafmedewerker op een bureau [kantoor; organisatie] |
| kyokuji-曲事 | bedrog; fraude; incorrect gedrag |
| kyokuji-曲事 | ongehoorzaamheid (aan de wet); straf voor ongehoorzaamheid |
| kyokukō-極光 | poollicht; aurora |
| kyokumen-局面 | spelsituatie [positie] bij go of shogi; speelbord van go of shogi |
| kyokunori-曲乗り | (rij)stunt; stuntrijden (b.v. op een paard, fiets, motor) |
| kyokuroku-曲彔 | een stoel waarop Zen-monniken zitten tijdens boeddhistische ceremonies (met cirkelvormige rugleuning + armleuningen) |
| kyokuron-極論 | extreem sterke bewoordingen [formulering] |
| kyokuseki-跼蹐 | (afk. voor) het (nederig) voorovergebogen lopen; het in angst voor de wereld leven; bang [terughoudend] zijn |
| kyokusui-曲水 | een traditioneel gedicht geschreven tijdens een bijeenkomst waarbij de deelnemers een kettinggedicht schrijven wanneer de (wijn)beker voor hen staat |
| kyokusuinoen-曲水の宴 | een traditioneel gedicht geschreven tijdens een bijeenkomst waarbij de deelnemers een kettinggedicht schrijven wanneer de (wijn)beker voor hen staat |
| kyokutensekichi-跼天蹐地 | het (nederig) voorovergebogen lopen; het in angst voor de wereld leven; bang [terughoudend] zijn |
| kyōkyū-供給 | aanbod; voorraad; bevoorrading; voorziening; levering |
| kyōkyūkajō-供給過剰 | overaanbod; overbevoorrading |
| kyōkyūsuru-供給する | bevoorraden; leveren; voorzien (van) |
| kyōmaku-胸膜 | pleura; borstvlies |
| kyoman-巨万 | zeer groot aantal; enorme som [hoeveelheid] |
| kyoman-巨万 | enorm groot bedrag; immens fortuin [vermogen] |
| kyonen-去年 | vorig jaar; verleden jaar |
| kyōnokidaore-京の着倒れ | zichzelf financieel ruïneren door te veel kleding te kopen (wordt gezegd over mensen in Kyoto) |
| kyori-巨利 | enorme winst; veel profijt |
| kyōri-郷里 | woonplaats; geboorteplaats |
| kyōryō-狭量 | kleingeestigheid; bekrompenheid; vooringenomenheid; intolerantie; onverdraagzaamheid |
| kyōsaibentō-恐妻弁当 | (semi-humoristisch) de lunchbox (al dan niet met vergif) klaargemaakt door een bazige [genadeloze) vrouw [echtgenote] |
| kyōsaku-警策 | zweepje (voor paardrijden) |
| kyōsei-匡正 | correctie; verbetering; herstel |
| kyōsei-矯正 | correctie; hervorming; verbetering; reclassering |
| kyōsei-胸声 | borststem (een laag stembereik) |
| kyosetsu-虚説 | onwaar (niet op feiten gebaseerd) verhaal [verslag; rapport] |
| kyōsha-驕奢 | arrogantie en buitensporigheid |
| kyōshi-教師 | leraar; docent; mentor |
| kyōshi-狂詩 | humoristisch gedicht (Edo-periode) |
| kyōshinshō-狭心症 | angina pectoris |
| kyōshitsu-教室 | particuliere school (voor speciale vaardigheden) |
| kyoshokushō-拒食症 | anorexia |
| kyōshū-強襲 | bestorming; felle aanval |
| kyōshūbutai-強襲部隊 | aanvalsformatie |
| kyōshūjōriku-強襲上陸 | offensief; stormaanval |
| kyōshūsuru-強襲する | bestormen; iem. of iets fel aanvallen; stormenderhand veroveren |
| kyoshutsusuru-拠出する | een contributie betalen (aan een organisatie); bijdragen; (geld) doneren [schenken] |
| kyotai-巨体 | een enorm groot lichaam |
| kyōtei-協定 | akkoord; overeenkomst; pact |
| kyōten-経典 | heilige geschriften van een religie (zoals de bijbel, de koran, e.d.) |
| kyōto-凶徒 | oproerkraaier; rebel; relschopper; schurk; moordenaar |
| kyōtsū-胸痛 | pijn op de borst |
| kyōwan-峡湾 | een fjord |
| kyoyōsuru-許容する | toestaan; toelaten; tolereren; veroorloven; permitteren |
| kyōyū-享有 | het bij de geboorte al bezitten van (voor)rechten en talenten) |
| kyozai-巨財 | fortuin; rijkdom; grote hoeveelheid geld |
| kyozetsuhannō-拒絶反応 | (na orgaantransplantatie) afweerreactie; afstotingreactie |
| kyōzō-経蔵 | opslagplaats [zaal; bibliotheek] in een tempelcomplex waar boeddhistische soetra's worden bewaard |
| kyōzō-経蔵 | soetra-pitaka (verzameling van soetra's, die samen met de voorschriften en de verhandelingen de Tripitaka (drie manden) van het boeddhisme vormen) |
| kyōzō-胸像 | buste; borstbeeld |
| kyozō-虚像 | vals beeld [valse voorstelling] (van iemand) |
| kyū-キュー | toneelaanwijzing; seintje; signaalwoord |
| kyū-吸 | (in kanji combinaties) slikken; inhaleren; zuigen ademen; absorberen; innemen |
| kyū-弓 | afstandseenheid voor landmeting (ca. twee en een halve meter) |
| kyū-旧 | (afk. voor) de oude Japanse (maan)kalender |
| kyū-旧 | (in kanji combinaties) oud; voormalig; ex- |
| kyūaku-旧悪 | (Edo-periode) misdaad [misdrijf] waarop verjaring geldt (met uitzondering van moord e.d.) |
| kyūbaku-旧幕 | het oude shogunaat (term gebruikt na de Meiji Restauratie voor het Edo shogunaat) |
| kyūbi-鳩尾 | (med.) fossa epigastrica; maagkuiltje (net onder het borstbeen) |
| kyūbon-旧盆 | het oude Bon festival (oorspronkelijk rond de 15e dag van de 7de maand van de maankalender) |
| kyūbun-旧聞 | oud verhaal; (altijd) hetzelfde verhaal; een verhaal dat ik al eerder heb gehoord |
| kyūbutsu-旧物 | (fig.) anachronisme; iets dat tot een andere tijd behoort |
| kyūbutsu-旧物 | oude dingen [voorwerpen]; oude gewoonten [systemen] |
| kyūbyō-急病 | plotseling ziek worden; plotselinge ziekte-aanval |
| kyūchaku-吸着 | (chemie) adsorptie (binding van stoffen) |
| kyūchō-急潮 | plotseling hoog water (doordat oceaanwater plotseling een baai instroomt door drukverschil op zee); plotselinge snelle stroming |
| kyūchō-級長 | klassenvoorzitter; klassenvertegenwoordiger |
| kyūchū-吸虫 | zuigworm (Trematoda) |
| kyūdai-及第 | het slagen voor een examen |
| kyūdaisuru-及第する | slagen voor een examen |
| kyūden-強電 | sterkstroom (de (normale) elektrische stroom met hoge spanning) |
| kyūden-給電 | lichtnet; stroomvoorziening; voeding [toevoer] van elektriciteit |
| kyūdō-弓道 | (Japans) boogschieten (vooral voor mentale training) |
| kyūdō-旧道 | een oude [historische] weg |
| kyūgeki-旧劇 | klassiek [historisch] drama [toneelstuk] (Kabuki, Noh e.d.) |
| kyūgen-給源 | aanvoerbron; toevoerbron; oorsprong van levering |
| kyūgi-球戯 | balsport |
| kyūgi-球技 | balsport; balspel |
| kyūgyū-九牛 | negen koeien (term gebruikt in het spreekwoord) |
| kyūhai-朽敗 | verval; instorting; verkrotting |
| kyūhen-急変 | een (plotseling optredend) voorval [ongeval]; noodgeval |
| kyūhō-旧法 | (inmiddels niet meer geldende) oude wetgeving [bepaling; verordening] |
| kyūjin-求人 | rekrutering; werving (voor een baan); vacature; het zoeken naar personeel |
| kyūjitai-旧字体 | oude traditionele Japanse kanji schriftstijl (voor de hervorming in 1949 met de instelling van de Toyo kanji-tabel) |
| kyūjō-休場 | het niet meedoen van acteurs, sporters, etc. |
| kyūjutsu-弓術 | (Japans) boogschieten (vooral in oorlogvoering) |
| kyūkan-旧観 | oorspronkelijke [voormalige] staat [vorm; conditie]; hoe het vroeger was |
| kyūkanazukai-旧仮名遣い | oude kana-orthografie (van voor de hervorming van 1946) |
| kyūkanbi-休刊日 | dag waarop geen kranten verschijnen; rustdag voor kranten-uitgevers |
| kyūkanbi-休肝日 | alcoholvrije dag; dag van alcohol onthouding (lett. rustdag voor de lever) |
| kyūkei-弓形 | boog; boogvorm |
| kyūkei-求刑 | strafverzoek (door de openbare aanklager, het O.M.); strafvordering |
| kyūkei-球形 | bolvorm; koepelvorm |
| kyūkeishokubutsu-球茎植物 | knolgewas (een uit een knol voortspruitende plant) |
| kyūketsusha-給血者 | bloeddonor |
| kyūkin-球菌 | (bolvormige bacterie) coccus; kok; kogelbacterie |
| kyūkinzumō-給金相撲 | (in een sumo toernooi) de beslissende partij die bepaalt of de worstelaar meer winst of meer [8] verliespartijen heeft |
| kyūkō-休航 | opschorting [uitstel] van een veerdienst [vliegdienst] |
| kyūkō-急行 | (afk. voor) sneltrein; intercity |
| kyūkyo-旧居 | iemands voormalige [vorige] huis [woning] |
| kyūmei-旧名 | oorspronkelijke naam; oude naam; meisjesnaam |
| kyūmeigu-救命具 | reddingsboei; reddingsvest; reddingsgordel |
| kyūmen-球面 | (wiskunde) bolvormig oppervlak |
| kyūmuin-厩務員 | paardenknecht; verzorger van paarden (m.n. racepaarden); stalknecht |
| kyūnetsu-キュー熱 | Q-koorts |
| kyūpī-キューピー | Kewpie (figuur gebaseerd op Cupido, in 1909 gecreëerd door Rose O'Neill; als logo gebruikt door Kewpie Corporation, producent van o.a. mayonaise) |
| kyurētā-キュレーター | curator; (museum)beheerder |
| kyurotto-キュロット | korte broek; short |
| kyurotto・sukāto-キュロット・スカート | korte broekrok |
| kyūsaisuru-休載する | publicatie(s) (tijdelijk) uitstellen [opschorten] |
| kyūsei-九星 | de 9 traditionele astrologische tekens (worden gebruikt bij het maken van horoscopen) |
| kyūsei-旧制 | het vorige [oude] systeem |
| kyūsei-旧姓 | oorspronkelijke familienaam (voor het huwelijk); meisjesnaam |
| kyūseikokyūkyūhakushōkōgun-急性呼吸窮迫症候群 | ARDS (Acute Respiratory Distress Syndrome); shocklong; longinsufficiëntie na trauma |
| kyūseki-旧跡 | historische plek; oude ruïnes [overblijfselen] |
| kyūshi-旧址 | oude ruïnes [overblijfselen]; historische plek |
| kyūshi-旧師 | iemands oude [voormalige] professor [leraar] |
| kyūshi-旧氏 | vorige naam; oude naam; meisjesnaam |
| kyūshin-急進 | snelle vooruitgang [ontwikkeling] |
| kyūshin-旧臣 | voormalige vazal; oude dienaar |
| kyūshitsu-吸湿 | vochtabsorbtie |
| kyūshitsu-宮室 | de familie van de vorst [keizer]; het keizerlijk huis |
| kyūshitsu-宮室 | het paleis van de vorst [keizer] |
| kyūshitsuzai-吸湿剤 | ontwateringsmiddel; dehydratiemiddel; vocht absorberend middel |
| kyūshō-旧称 | oude naam [vroegere benaming] (voor) |
| kyūshō-求償 | een vordering [eis] tot schadevergoeding |
| kyūshoku-休職 | tijdelijk verlof; tijdelijke uittreding; tijdelijke opschorting van werkzaamheden |
| kyūshoku-給食 | schoollunch; middagmaaltijd die op school wordt aangeboden |
| kyūshū-吸収 | absorptie; opneming; assimilatie |
| kyūshu-旧主 | iemands voormalige meester [heer] |
| kyūshu-球趣 | belangstelling voor honkbal |
| kyūshūgappei-吸収合併 | een bepaald soort bedrijfsfusie door overname (één van de betrokken bedrijven blijft bestaan, het andere bedrijf verdwijnt) |
| kyūshūsuru-吸収する | absorberen; opnemen; assimileren |
| kyūsui-給水 | watervoorziening; waterbevoorrading |
| kyūsuru-窮する | arm worden; tot armoede vervallen; geldgebrek hebben |
| kyūtō-旧冬 | vorige winter; eind [december] vorig jaar |
| kyūtō-給湯 | warmwatervoorziening |
| kyūtōshitsu-給湯室 | keukentje (in kantoren); kitchenette; kastkeuken |
| kyūyō-給養 | bevoorrading |
| kyūyōsuru-給養する | bevoorraden |
| mabara-疎ら | sporadisch [spaarzaam; karig] zijn |
| mabiki-間引き | infanticide; kindermoord (door de ouders) |
| machiagumu-待ち倦む | moe worden van het wachten; niet langer kunnen wachten; het wachten moe zijn |
| machiakasu-待ち明かす | (voor iemand) de hele nacht wachten [opblijven] |
| machibito-待ち人 | de persoon op wie je wacht; degene die je verwacht; degene die verwacht wordt |
| machidōjō-町道場 | plaatselijke school voor vechtporten (judo, kendo, etc.) |
| machigatta-間違った | fout; onjuist; incorrect; onnauwkeurig |
| machikamaeru-待ち構える | klaar staan [zijn] (om te); voorbereid zijn; uitkijken naar |
| machikutabireru-待ち草臥れる | moe worden van het wachten; het wachten moe zijn |
| machinē-マチネー | matinee; middagvoorstelling |
| machiwabiru-待ち侘びる | moe worden van het wachten; niet meer kunnen wachten |
| machiyakuba-町役場 | gemeentehuis; gemeentesecretarie; stadhuis; stadsdeelkantoor |
| mada-まだ | nog (niet) (in comb. met ontkennende werkwoorden) |
| mada-まだ | nog steeds (in comb. met bevestigende werkwoorden) |
| madai-真鯛 | Japanse goudbrasem (Pagrus major) |
| madaki-未だき | heel kort geleden; (in) een vroeg stadium; (op) een vroeg moment |
| madoakari-窓明かり | licht dat door het raam valt [schijnt] |
| madoguchihanbai-窓口販売 | balieverkoop (verkoop rechtstreeks aan de balie, met name van verzekeringsproducten, beleggingsfondsen, staatsobligaties, etc. in bank of postkantoor) |
| madorosu・paipu-マドロス・パイプ | matrozenpijp, een (tabaks)pijp met een grote kop en gebogen steel (werd vaak door zeelui gebruikt) |
| madowasu-惑わす | misleiden; verwarring veroorzaken |
| mae-前 | voor; eerder; vroeger |
| mae-前 | voorkant; voor |
| maeaki-前開き | (bij kleding) opening (en sluiting) aan de voorkant |
| maeashi-前足 | voorpoot (van een viervoeter) |
| maeashi-前足 | de voet die bij een stap naar voren is gezet |
| maeba-前歯 | voortand |
| maebarai-前払い | vooruitbetaling; voorschot |
| maebaraidaikin-前払い代金 | vooruitbetaalde kosten |
| maebaraihiyō-前払い費用 | vooruitbetaalde kosten |
| maebaraikin-前払い金 | vooruitbetaling |
| maebaraisuru-前払いする | vooruitbetalen |
| maebure-前触れ | voorteken; omen; voorbode |
| maebure-前触れ | vooraankondiging; voorafgaande kennisgeving; waarschuwing |
| maedaoshi-前倒し | het naar voren brengen [bewegen; gaan]; vooruitschuiven; bespoedigen |
| maedare-前垂れ | schort; voorschoot |
| maegaki-前書き | voorwoord; inleiding |
| maegami-前髪 | pony; voorlok |
| maegari-前借り | het krijgen van een voorschot (op salaris, zakgeld, e.d.) |
| maegarisuru-前借りする | een voorschot krijgen (op salaris) |
| maegashi-前貸し | vooruitbetaling |
| maegashira-前頭 | een sumo worstelaar van de 5de rang |
| maegashisuru-前貸しする | vooruitbetalen; vooraf betalen |
| maegeiki-前景気 | verwachting; hoop; vooruitzicht(en) |
| maehaba-前幅 | de breedte van de voorkant van een kimono |
| maeiwai-前祝い | viering vooraf; al van te voren toosten [drinken] op (komend) succes |
| maejirase-前知らせ | voorkennis; voorteken(en) |
| maekake-前掛け | schort; voorschoot |
| maekin-前金 | vooruitbetaling; voorschot |
| maekōjō-前口上 | inleidende opmerkingen; proloog; voorwoord |
| maemae-前前 | langgeleden; lang van tevoren; ruim voorafgaand |
| maemigoro-前見頃 | voorpand (van Japanse kleding) |
| maemigoro-前身頃 | de voorkant van een kimono |
| maemotte-前以て | van te voren; voor(af)gaand |
| maemuki-前向き | naar voren gericht; en face |
| maeniwa-前庭 | voortuin |
| maenomeri-前のめり | het naar voren leunen [hangen; buigen; vallen] |
| maeoki-前置き | voorwoord; inleiding |
| maesetsu-前説 | het inspelen (voor een voorstelling) |
| maesetsu-前説 | voorwoord; introductie |
| maeukekin-前受け金 | (ontvangen) voorschot; vooruitbetaling |
| maeukemi-前受身 | een val voorover; voorover vallen |
| maeuri-前売り | voorverkoop |
| maeuriken-前売券 | (vooraf) besproken [gereserveerde] (toegangs)kaartjes [tickets] |
| maeushiro-前後ろ | voor- en achterkant; voor en na |
| maeushiro-前後ろ | achterstevoren; (voor- en achterkant omgekeerd (van kleding) |
| maewatashi-前渡し | vooruitbetaling; vooruit bezorging [overhandiging] van goederen [bestelling] |
| maewatashikin-前渡し金 | vooruitbetaald geld |
| maewatashikin-前渡金 | vooruitbetaling(en) |
| maeyaku-前厄 | het jaar voorafgaand aan de kritieke leeftijd [periode]; het jaar voor het ongeluksjaar |
| maezuke-前付け | voorwerk (van een boekuitgave) |
| mafia-マフィア | maffia (misdaadorganisatie) |
| mafurā-マフラー | geluiddemper; knaldemper; knalpot (voor de uitlaat van een voertuig) |
| magagoto-禍言 | onheilspellende [ongeluk brengende] woorden |
| magatta-曲がった | oneerlijk; verdorven; slecht; kwaadaardig |
| magirawashii-紛らわしい | verwarrend; misleidend; dubbelzinnig; gemakkelijk door elkaar te halen |
| magirekomu-紛れ込む | zich vermengen met; vermengd worden; opgaan in; verdwalen; verloren raken |
| magireru-紛れる | afgeleid [verleid] worden; jezelf verliezen in; geobsedeerd raken door |
| magireru-紛れる | moeilijk te onderscheiden zijn; verwarring veroorzaken |
| magireru-紛れる | [ergens in] verdwijnen; verloren raken |
| magiwa-間際 | net voordat; vlak voor |
| maguchi-間口 | de breedte van de voorkant (van een huis, terrein, land, etc.); voorgevel |
| maguna・karuta-マグナ・カルタ | Magna Charta (oorkonde uit 1215, die de grondslag is van de Engelse staatsinrichting) |
| mahoshi-まほし | (hulpwerkwoord, drukt uit een wens) ik wil; ik zou graag willen |
| mai-枚 | vel [reep, etc.] (woord voor het tellen van platte, dunne voorwerpen) |
| mai-毎 | (als voorvoegsel in kanji combinaties) elk; ieder; elke keer; ...per... |
| maiasa-毎朝 | iedere ochtend [morgen] |
| maikon-マイコン | (af. voor) microcomputer |
| maikuropurosessā-マイクロプロセッサー | microprocessor |
| maikurorīdā-マイクロリーダー | microreader (projectieapparaat voor het bekijken van microfilms of microkaarten) |
| mainā・rīgu-マイナー・リーグ | (sport) lagere divisie [klasse] |
| maindosupōtsu-マインドスポーツ | denksport |
| mairu-参る | (nederig werkwoord voor 行く; 来る) gaan; komen |
| maishin-邁進 | het voortgaan [doorgaan; streven; doorzetten; naar iets toe werken] |
| maishinsuru-邁進する | voortgaan; doorgaan; streven; doorzetten; naar iets toe werken |
| maisu-売僧 | een term die gebruikt wordt om op een denigrerende manier naar monniken te verwijzen |
| maitta-参った | (uitroep bij vechtsporten) ik geef op; ik geef me gewonnen |
| majikku・hando-マジック・ハンド | grijpijzer (om voorwerpen op afstand te pakken); manipulator; robotarm |
| majikku・inki-マジック・インキ | merknaam voor Japanse permanent marker |
| majikku・mirā-マジック・ミラー | eenrichtingsspiegel (die het licht aan een kant doorlaat en aan de andere kant reflecteert; zo kan men iem. observeren zonder die de waarnemer ziet) |
| majimekusaru-真面目腐る | ernstig worden; een plechtige [serieuze] houding aannemen |
| majiru-混じる | gemengd [gemixt] worden; zich mengen |
| mākā-マーカー | teller; optekenaar; iemand die de stand [score] bijhoudt |
| mākāgen'yu-マーカー原油 | benchmark maatstaf] voor ruwe olie |
| makeboshi-負け星 | een nederlaag; (bij sumo) een merktreken (een zwarte cirkel) op het scoreformulier voor een verloren wedstrijd |
| makeikusa-負け戦 | nederlaag; verloren veldslag [strijd; oorlog] |
| makeiro-負け色 | (voor)tekenen van een nederlaag [verlies] |
| makeru-負ける | de prijs verlagen; korting geven |
| makeru-負ける | verliezen; verslagen worden; zich overgeven |
| makeuchirikishi-幕内力士 | hoogste [senioren] divisie sumoworstelen |
| maki-真木 | (generieke naam naam voor verschillende soorten van) de Japanse cederboom |
| maki-真木 | (een algemene term voor ceder- en cipressenhout) goed hout; timmerhout van uitstekende kwaliteit |
| makiami-巻き網 | een rond sleepnet (voor vissen) |
| makiba-牧場 | weide; grasland (voor vee) |
| makie-蒔絵 | een techniek om lakwerk te decoreren met goud- en zilverstofdeeltjes |
| makigai-巻き貝 | huisjesslak; spiraalvormig schelpdier |
| makikomu-巻き込む | meegesleurd [ondergedompeld] worden; verstrengeld [betrokken] raken |
| makimusubi-巻き結び | mastworp knoop (scheepvaart) |
| makiokosu-巻き起こす | veroorzaken; doen ontstaan [opwaaien]; ophef veroorzaken |
| makishimu-マキシム | gezegde; uitdrukking; spreekwoord |
| makizushi-巻き鮨 | maki sushi (in nori gerolde sushi) |
| makkō-真っ向 | voorkant; voorste kant; direct tegenover |
| makkō-真っ向 | voorhoofd |
| makotoni-誠に | zeer; enorm; extreem |
| maku-幕 | gordijn; doek (toneel) |
| makuake-幕開け | toneelgordijn; het ophalen van het toneeldoek; de aanvang van een theatervoorstelling |
| makuaki-幕開き | toneelgordijn; het ophalen van het toneeldoek; de aanvang van een theatervoorstelling |
| makunouchi-幕の内 | (afk. voor) een (uitgebreide) lunchbox (bentō) (oorspronkelijk gegeten tijdens de pauzes in het theater) |
| makunouchi-幕の内 | (theater) het deel van het theaterpodium dat zich achter het gordijn bevindt; backstage; achter het toneel; in de coulissen |
| makunouchi-幕の内 | makuuchi, de hoogste klasse voor sumoworstelaars |
| makunouchi-幕の内 | (hist.) een met gordijnen afgescheiden ruimte voor de sumoworstelaars tijdens een bezoek van de Shōgun |
| makunouchibentō-幕の内弁当 | een (uitgebreide) lunchbox (bentō) (oorspronkelijk gegeten tijdens de pauzes in het theater) |
| makurae-枕絵 | erotische [pornografische] afbeelding |
| makuragi-枕木 | dwarsligger; biels (van spoorwegen) |
| makurakotoba-枕詞 | (lett. een kussen-woord) een vaste [poëtische] uitdrukking (in Japanse literatuur) |
| makurasen-枕銭 | tip [fooi] die in hotelkamers wordt achtergelaten voor de schoonmaker [schoonmaakster] |
| makurazeni-枕銭 | tip [fooi] die in hotelkamers wordt achtergelaten voor de schoonmaker [schoonmaakster] |
| makuri-海人草 | Digenea simplex, een rode algensoort |
| makuri-海人草 | een ontwormingsmiddel (gemaakt van o.a. die algen, zoethout, rabarber) |
| makushita-幕下 | derde klasse van sumo worstelaars |
| mākushītohōshiki-マークシート方式 | examenformulier; testformulier |
| makuuchi-幕内 | sumoworstelaar met een rang hoger of gelijk aan maegashira; hoogste [senioren] divisie |
| makuuchi-幕内 | het deel van het theaterpodium dat zich achter het gordijn bevindt; backstage; achter het toneel; in de coulissen |
| makuwauri-真桑瓜 | (andere naam voor) Chinese [oosterse] meloen (Cucumis melo) |
| mamachari-ママチャリ | omafiets; (dames)fiets met mandje voorop |
| mamechishiki-豆知識 | basiskennis; oppervlakkige kennis; handige informatie |
| mamireru-塗れる | bedekt [besmeurd] worden |
| mamoru-守る | houden; bewaren (vrede; belofte; woord) |
| man-満 | (afk. voor) Mantsjoerije |
| man-漫 | (in kanji combinaties) grap; humor; wijdverspreid; doelloos; zorgeloos; dwalend |
| manadeshi-愛弟子 | lieveling van de juf [meester; docent]; favoriete leerling |
| manakai-目交 | oog in oog met; voor [tussen] je ogen |
| manbo-マンボ | mambo (Cubaanse dans en muziekvorm) |
| manbun-漫文 | een humoristische zin [alinea] |
| mandan-漫談 | een soort podiumkunst met een humoristisch, warrig verhaal [gesprek] |
| manekineko-招き猫 | gelukskatje (beeldje van een kat die met een bewegende voorpoot klanten binnen wenkt (li-poot) of voorspoed en rijkdom binnenhaalt (re-poot)) |
| maneku-招く | veroorzaken; (onheil, etc.) over zichzelf afroepen |
| manē・sapurai-マネー・サプライ | geldvoorraad |
| mangan-満願 | het einde van een periode van bidden tot goden of Boeddha's tot een vooraf bepaalde dag |
| mangen-万言 | veel woorden |
| mania-マニア | manie; voorliefde, bevlieging |
| maniawaseru-間に合わせる | tijdelijk [in noodgevallen] gebruiken [toepassen]; zich redden met (wat er voorhanden is) |
| manipyurētā-マニピュレーター | grijpijzer (om voorwerpen op afstand te pakken); manipulator; robotarm |
| manjitomoe-卍巴 | verweven [verward; door elkaar; wervelend] zijn |
| manjūgasa-饅頭笠 | een platte hoed dop met een afgeronde bovenkant (als de vorm van een gestoomd broodje) |
| manjushage-曼珠沙華 | rode spinlelie (Lycoris radiata) |
| manmae-真ん前 | vlak [pal; precies] ervoor; recht voor je neus |
| manmaku-幔幕 | (als afscheiding of decoratie) gordijn; draperie |
| manman-満満 | vol [gevuld; boordevol] zijn |
| manmato-まんまと | succesvol; geslaagd; voorspoedig; volledig |
| mannen-万年 | als (voorvoegsel geeft het aan dat de toestand voor altijd ongewijzigd blijft) eeuwig |
| mannendoko-万年床 | een futon die overdag gewoon blijft liggen en niet wordt opgeborgen |
| mannenrei-満年齢 | westerse wijze van leeftijd tellen, waarbij de jaren die men heeft volbracht worden geteld (en niet beginnend met één bij de geboorte) |
| mannin-万人 | iedereen; alle (soorten) mensen |
| manoatari-目の当たり | recht voor je (ogen); vlakbij; direct; persoonlijk, zonder tussenkomst |
| manryō-万両 | kerstbes; Australische hulst; koraalstruik (Ardisia crenata) |
| mansei-慢性 | verstokt [gezworen] zijn |
| manseika-慢性化 | het chronisch worden (van een ziekte, een tekort (aan), probleem, etc.) |
| manten-満点 | 100% correct resultaat; perfecte score |
| mantoru-マントル | (geologie) mantel (laag tussen aardkorst en kern) |
| mantorupīsu-マントルピース | schoorsteenmantel |
| maotaishu-マオタイ酒 | maotai, Chinese gedestilleerde drank, gemaakt van sorgo (Sorghum) |
| mappo-マッポ | (jargon; afk. voor Satsumappo) politieagent (Meiji periode) |
| mappōshisō-末法思想 | pessimisme door het besef dat de periode van verval van de boeddhistische wetten [leer] is aangebroken |
| mapputatsu-真っ二つ | twee gelijke delen; doormidden gedeeld |
| mara-魔羅 | (term gebruikt door boeddhistische monniken voor) penis |
| mararia-マラリア | malaria; moeraskoorts |
| mararianetsu-マラリア熱 | malariakoorts |
| mari-毬 | een bal (voor sport en spel) |
| marīnsunō-マリーンスノー | zeesneeuw (bezinksel in de diepzee bestaande uit organisch materiaal) |
| māru-マール | maar; mare (cirkelvormige krater) |
| maruāru-まるアール | (cirkel met een R erin; Ⓡ) het symbool voor een geregistreerd handelsmerk |
| marubōzu-丸坊主 | een gladgeschoren hoofd |
| maruchibokkusu-マルチボックス | multibox (draagbare aansluitingsdoos met meerdere connectoren) |
| maruchipurukōkoku-マルチプル広告 | multi-advertising (adverteren voor meerdere vestigingen tegelijk) |
| marugai-マル害 | slachtoffer van een moord |
| marugakae-丸抱え | complete financiering [sponsoring] |
| marugari-丸刈り | kort geknipt kapsel [haar] |
| marui-丸い | rond; cirkelvormig |
| marumado-丸窓 | een rond [cirkelvormig] raam |
| marumaru-丸まる | rond worden |
| marumero-マルメロ | (uit het Portugees: marmelo) kweepeer; kweeappel; kwee (Cydonia oblonga) |
| marumi-丸み | ronde vorm; rond zijn |
| marunomi-丸呑み | iets (voor waar) aannemen zonder het te begrijpen |
| marunomi-丸呑み | iets heel doorslikken (zonder te kauwen) |
| marusasushugi-マルサス主義 | malthusianisme (bevolkingstheorie) |
| marusu-マルス | Mars (Romeinse oorlogsgod) |
| marutsubure-丸潰れ | complete instorting [vernietiging]; verval; ruïnering |
| maruyake-丸焼け | totale verwoesting (door vuur); volledig verbrand zijn |
| masago-真砂 | fijn zand; zandkorreltjes (ook gebruikt als metafoor voor vele kleine dingen, zoals b.v. viseitjes) |
| masayume-正夢 | een droom die uitkomt; voorspellende droom |
| mase-ませ | ((gebiedende wijs) vorm van het hulpwerkwoord -masu) drukt uit een beleefd verzoek |
| masen-ません | suffix dat gebruikt wordt voor ontkenning van werkwoorden in de beleefdheidsvorm (masu) |
| māsharu・āto-マーシャル・アート | vechtkunst; vechtsporten |
| mashijimi-真蜆 | Corbicula leana, zoetwaterschelpdier |
| mashimasu-在す | (beleefde, erende vorm van) zijn; aanwezig zijn; verblijven |
| mashin-マシン | raceauto; racemotor |
| mashōmen-真正面 | recht [direct] voor je; recht tegenover |
| massakasama-真っ逆様 | voorover; ondersteboven |
| massatsusuru-抹殺する | elimineren; liquideren; vermoorden; uitwissen; uitvegen; ontkennen; negeren |
| masse-末世 | een gedegenereerde wereld; tijdperk zonder moraal |
| masshi-末子 | het jongste kind; het laatstgeboren kind |
| masshōmen-真っ正面 | recht [direct] voor je; recht tegenover |
| massugu-真っ直ぐ | rechtdoor; recht vooruit |
| massugu-真っ直ぐ | eerlijk; rechtdoorzee |
| māsu-マース | Mars (Romeinse oorlogsgod) |
| masu-鱒 | forel |
| masukatto-マスカット | muskaat (druivensoort); muskaatwijn |
| masutā-マスター | de originele geluidsopname; master-opname |
| masutemiwaza-真捨て身技 | (judo) offerworptechnieken op de rug |
| masutodon-マストドン | mastodont (uitgestorven zoogdier) |
| mata-又 | voorts; verder; weer; opnieuw; ook |
| mata-股 | (van een weg, etc.) vork; vertakking |
| matadōru-マタドール | matador; stierenvechter |
| matagiki-又聞き | gerucht; van horen zeggen |
| matatakuma-瞬く間 | een oogwenk; een mum van tijd; een korte duur |
| matcha-抹茶 | groene thee in poedervorm |
| matchi・pointo-マッチ・ポイント | (sport) matchpoint (een speler of team heeft nog 1 punt nodig voor de overwinning) |
| matehan・robotto-マテハン・ロボット | (material handling robot) industriële robot, die wordt gebruikt voor het transporteren van materialen, onderdelen, etc. |
| matenrō-摩天楼 | wolkenkrabber; torenflat |
| matoi-纏 | (Edo-periode) standaard voor brandweereenheden (versierd met stroken papier of leer) |
| matoi-纏 | standaard voor legereenheden (versierd met stroken papier of leer) |
| matomaru-纏まる | ordelijk gemaakt worden; samenkomen; verzameld worden |
| matomaru-纏まる | vervolledigd worden; afgerond [samengevat] worden |
| matomo-正面 | voorzijde; voorkant |
| matorikkusu-マトリックス | (wiskunde) matrix (systeem van waarden voor toepassing van rekenkundige regels) |
| matsubabotan-松葉牡丹 | mosroos; zonroos; portulakroosje (Portulaca grandiflora) |
| matsugonomizu-末期の水 | het water waarmee de lippen van een stervende worden bevochtigd |
| matsukasatokage-松毬蜥蜴 | pijnappelskink; dennenappelskink (hagedissoort: Tiliqua rugosa) |
| matsukaze-松風 | (het geluid van) de wind die waait door de dennenbomen |
| matsumushi-松虫 | een (den)krekel (Xenogryllus marmoratus) |
| matto-マット | voerkleed; mat; canvas (boksen, worstelen) |
| matto-マット | onderzettertje (voor glazen, e.d.) |
| mattō-全う | correct; fatsoenlijk; eerlijk; oprecht |
| maunto-マウント | opzetkarton [papier] (waar b.v. foto's op geplakt worden) |
| mawashi-回し | een lendendoek (m.n. zoals sumoworstelaars dragen) |
| mawasu-回す | circuleren; rondsturen; doorgeven |
| mayou-迷う | misleid worden; de controle verliezen |
| mazābōdo-マザーボード | (Eng.: motherboard) moederbord (computerterm) |
| mazamaza-まざまざ | duidelijk [levendig] voor je (zien) |
| mazaringu・sandē-マザリング・サンデー | (Eng.: mothering sunday) Moeders Zondag (van oorsprong Christelijke feestdag op de vierde zondag van de vastentijd) |
| mazegaki-交ぜ書き | het in kana schrijven van sommige kanji in samengestelde woorden |
| mazuru-マズル | muilkorf |
| me-目 | korrel; textuur (weefsel); (brei)steek |
| me-目 | achtervoegsel voor de vorming van rangtelwoorden |
| meatarashii-目新しい | nieuw; oorspronkelijk; origineel |
| mebunryō-目分量 | een meting op het gezicht [oog]; ruwe schatting (alleen door te kijken) |
| mecha-滅茶 | het absurd [onredelijk; roekeloos; onmatig; buitensporig] zijn |
| mechakucha-滅茶苦茶 | verwarring; wanorde |
| mechamecha-滅茶滅茶 | wanorde; warboel; chaos |
| mechigai-目違い | verkeerde [foute] beoordeling |
| medaka-目高 | rijstvis (Oryzias, een zoetwatervis) |
| media・mikkusu-メディア・ミックス | productie- [advertentie] middelen bij meerdere soorten media |
| medo-目処 | vooruitzicht; verwachting |
| megasaikuru-メガサイクル | (andere naam voor) megahertz |
| mehachibu-目八分 | volume van 8/10de; voor 8/10de gevuld |
| mei-名 | (wordt ook gebruikt voor het tellen van mensen) mens; persoon |
| meibun-名文 | een mooi (geschreven) tekst; mooie literaire passage; proza in een voortreffelijke stijl |
| meibunka-明文化 | schriftelijke vaststelling [bepaling]; schriftelijke overeenkomst; voorwaarde |
| meidan-明断 | een duidelijk oordeel; duidelijke [definitieve] uitspraak |
| meihin-名品 | beroemd voorwerp; uitstekend artikel; meesterstuk |
| meika-名家 | beroemde [vooraanstaande] familie |
| meikun-名君 | een wijze [goede] vorst [koning]; een verlicht heerser |
| meikun-明君 | een goede [wijze] heerser [vorst] |
| meikyoku-名曲 | beroemd [voortreffelijk] muziekstuk; meesterwerk |
| meimō-迷妄 | illusie; dwaling; hersenschim; waanvoorstelling |
| meimoku-名目 | voorwendsel; pretentie |
| mein-メイン | hoofd-; voornaamste; belangrijkste |
| meireikei-命令形 | (taalkunde) meireikei, imperatieve vorm; gebiedende wijs |
| meiro-迷路 | binnenoor; labyrint |
| meiryū-名流 | beroemdheden; notabelen; voorname personen |
| meisai-迷彩 | camouflage (van een uniform, schip, tank, vliegtuig, etc.) |
| meiseki-名跡 | beroemde plaats [plek; bezienswaardigheid] (met historische waarde) |
| meishi-名詞 | zelfstandig naamwoord |
| meishiban-名刺判 | (van een foto) het formaat 8,3 x 5,4 cm |
| meishu-明主 | een wijze vorst [heerser] |
| meisū-命数 | telwoord |
| meitō-明答 | een duidelijk antwoord |
| meiwakusuru-迷惑する | geërgerd [bezorgd] zijn |
| meiyo-名誉 | eer; glorie; faam; reputatie; goede naam; prestige; waardigheid |
| meiyokisonzai-名誉毀損罪 | een aanklacht voor smaad [laster] |
| meiyokyōju-名誉教授 | emeritus hoogleraar; emeritus professor |
| meiyoryōji-名誉領事 | honorair consul; ereconsul |
| meiyū-盟友 | hechte vriendschap; gezworen kameraden |
| mejā-メジャー | voornaamste; belangrijkste |
| mejā・rīgu-メジャー・リーグ | (sport) hoofdklasse; eerste divisie; eredivisie |
| mejirushi-目印 | oriëntatiepunt; baken; markering(spunt) |
| mekatoronikusu-メカトロニクス | mechatronica (combinatie van mechanica, elektrotechniek en informatica) |
| mekiki-目利き | beoordelaar; kenner; connaisseur |
| mekiki-目利き | beoordeling |
| mekka-メッカ | (fig.) mekka; paradijs; eldorado |
| mekkiri-めっきり | aanzienlijk; merkbaar; opmerkelijk; behoorlijk |
| mekoboshi-目溢し | oogluiking; medeweten; het door de vingers zien |
| mēkuin-メークイン | een aardappelsoort, May Queen |
| mekuru-捲る | (door)bladeren; (bladzijde) omslaan |
| mekusare-目腐れ | iemand met een wazige blik; kortzichtig persoon |
| mematsu-雌松 | de Japanse rode den (Pinus densiflora) |
| memo-メモ | memo; memorandum; notitie |
| memorandamu-メモランダム | memorandum; notitie |
| mēn-メーン | hoofd-; voornaamste; belangrijkste |
| men-免 | (afk. voor) licentie; vergunning; autorisatie |
| menboku-面目 | uiterlijk; voorkomen; gezicht; aanzien; eer; reputatie; prestige; waardigheid |
| mendō-面倒 | zorg; verzorging; aandacht |
| mendōmi-面倒見 | zorgzaam; vriendelijk |
| meneji-雌螺子 | (schroef)moer (die op een (schroef)bout gedraaid kan worden) |
| menkyo-免許 | licentie; vergunning; autorisatie |
| menkyokaiden-免許皆伝 | diploma [verklaring; bewijs] van volledige meesterschap in een kunstvorm [traditie, e.d.] |
| menma-麺麻 | gekookte, en daarna gedroogde of ingemaakte bamboescheuten (na geweekt te zijn in water worden ze gebruikt in Chinese gerechten) |
| menōbō-めのう棒 | polijster; polijstborstel |
| menohoyō-目の保養 | (uitdrukking) een lust voor het oog |
| menpi-面皮 | gezicht; uiterlijk; voorkomen |
| menrui-麺類 | (alle soorten) noodles (b.v. udon, soba, ramen) |
| mensō-面相 | (afk. voor) een penseel met een smalle lange punt voor het schilderen van details in het gezicht, e.d. |
| mensō-面相 | gelaatstrekken; gelaatsvorm; gezichtsvorm |
| mensōfude-面相筆 | een penseel met een smalle lange punt voor het schilderen van details in het gezicht, e.d. |
| mentai-明太 | (afk. voor) pollakkuit; kuit van de alaskakoolvis |
| mentei-面体 | vorm van het gezicht; uiterlijk |
| mentooshi-面通し | osloconfrontatie; opstelling [parade] van verdachten voor identificatie door de ooggetuige(n) |
| menuki-目貫 | zwaard ornament (op het gevest) |
| menwari-面割り | osloconfrontatie; opstelling [parade] van verdachten voor identificatie door de ooggetuige(n) |
| menzen-面前 | voor je (eigen) ogen; (vlak) voor je neus |
| meotojawan-夫婦茶碗 | (een set van) twee theekopjes (voor een echtpaar) |
| mēpuru・shiroppu-メープル・シロップ | ahornsiroop |
| meromero-めろめろ | een zacht ei(tje); een slappeling; een zwak hebben voor iemand |
| mēru・ōdā-メール・オーダー | postorder |
| mesaki-目先 | inzicht; vooruitziendheid |
| mesaki-目先 | (direct) voor zijn [haar] ogen [neus] |
| meshiagaru-召し上がる | (erend werkwoord voor 'taberu'; 'nomu') eten; drinken |
| messō-滅相 | onzin; waanzin; gekheid; buitensporigheid |
| messō-滅相 | (één van de vier fasen in het boeddhisme) de vorm [verschijning) van wanneer karma uitgeput is en het leven eindigt |
| messuru-滅する | vernietigd worden; vergaan; vernietigen; uitroeien |
| metafā-メタファー | metafoor |
| metamorufōze-メタモルフォーゼ | metamorfose |
| mettana-滅多な | zeldzaam; zelden (voorkomend) |
| meuchi-目打ち | perforatie; doorboring; het maken van gaatjes |
| mēzā-メーザー | (microwave amplification by stimulated emission of radiation) een apparaat dat microgolven kan versterken door gestimuleerde emissie van straling |
| mezamashi-目覚し | snoepgoed voor kinderen als ze wakker worden (b.v. na een middag dutje) |
| mezamashi-目覚し | (middel voor) het wakker worden [blijven] |
| mezamashi-目覚し | (afk. voor) wekker |
| mezameru-目覚める | wakker worden |
| mezameru-目覚める | (fig.) wakker worden; zich bewust worden (van) ; beseffen |
| mezawari-目障り | een doorn in het oog; een belediging voor het oog |
| mezoforute-メゾフォルテ | mezzo forte (muziekterm: matig sterk) |
| miayamaru-見誤る | verkeerd zien [begrijpen; beoordelen]; niet herkennen |
| mibiiki-身贔屓 | bevoorrechting; voortrekkerij; vriendjespolitiek; nepotisme |
| michakuhin-未着品 | goederen die nog geleverd moeten worden |
| michigaeru-見違える | iem. niet herkennen; iem. verwarren met [aanzien voor] iemand anders |
| michinaranu-道ならぬ | immoreel; onzedelijk |
| michiru-満ちる | vervuld worden; vol worden; zich vullen |
| michishirube-道標 | wegwijzer; richtingbord |
| michiyuki-道行き | (Kabuki theater) scène waar een man en vrouw samen (in het geheim) ervandoor [op reis] gaan |
| midaregami-乱れ髪 | slordig [ongekamd; warrig] haar; verwilderde haren |
| midareru-乱れる | ontregeld [verstoord] zijn; in de war [chaotisch] zijn |
| midarigawashii-濫りがわしい | ongepast; onbetamelijk; onbeleefd; onverzorgd |
| midashigo-見出し語 | trefwoord; hoofdwoord; lemma; titelwoord |
| midasu-乱す | verstoren; ontregelen |
| middofirudā-ミッドフィルダー | (sport) middenvelder; middenveldspeler |
| midi-ミディ | musical instrument digital interface, een digitaal systeem voor elektronische muziekinstrumenten |
| midiamu・rea-ミディアム・レア | (van vlees) halfrauw; kort gebakken |
| midō-御堂 | (een andere naam voor) de Hojoji-tempel. |
| midokoro-見所 | goed teken [vooruitzicht] |
| midoru・manejimento-ミドル・マネジメント | het middenkader (binnen een organisatie) |
| migaku-磨く | poetsen; borstelen; schrobben; polijsten |
| migarasōken-身柄送検 | doorsturing [verwijzing; renvooiering] van een strafzaak tezamen met de verdachte |
| migi-右 | het voorafgaande [eerdergenoemde] (bij de Japanse (verticale) schrijfwijze van rechts naar links) |
| miginage-右投げ | (honkbalterm) rechtshandige worp |
| migiyotsu-右四つ | (van sumoworstelaars) greep met de rechterhand onder de linkerarm van de tegenstander |
| migomoru-身籠もる | zwanger zijn [worden; raken] |
| mihoreru-見惚れる | geboeid [gefascineerd; gegrepen] raken (door) |
| mijikai-短い | kort |
| mijikame-短め | vrij [nogal] kort zijn |
| mijikayo-短夜 | een korte (zomer)nacht |
| mijukuji-未熟児 | prematuurtje; te vroeg geboren kind |
| mijukujishussan-未熟児出産 | vroeggeboorte; vroegtijdige geboorte |
| mika-三日 | de derde dag na de geboorte |
| mikado-帝 | poort van het keizerlijk paleis |
| mikaeshi-見返し | de andere [achter-; voor-; binnen-;buiten-] kant |
| mikakushōgai-味覚障害 | smaakstoornis (dysgeusie) |
| mikazuki-三日月 | wassende maan (3de dag na nieuwe maan); Halbe [sikkelvormige] maan |
| mikazukigata-三日月形 | de vorm van een halve maan; sikkelvorm |
| miken-眉間 | ruimte tussen de wenkbrauwen; glabella (midden van het voorhoofd vlak boven de neus) |
| miketsu-未決 | (afk. voor) huis van bewaring; detentiecentrum |
| miketsu-未決 | (afk. voor) verdachte die in hechtenis is genomen (en nog niet is veroordeeld) |
| miketsu-未決 | het nog niet veroordeeld [gevonnist] zijn |
| miketsushū-未決囚 | verdachte die in hechtenis is genomen (maar nog niet is veroordeeld) |
| miki-神酒 | (een erende benaming voor) sake; sake die aan de goden wordt geofferd |
| mikiki-見聞き | informatie; kennis; waarneming |
| mikiki-見聞き | zien en horen |
| mikirihassha-見切り発車 | voortijdig vertrek van een trein (voordat alle passagiers aan boord zijn) |
| mikirihassha-見切り発車 | het voortijdig actie ondernemen (voordat er toestemming is) |
| mikiwameru-見極める | doorzien; doorgronden; helemaal begrijpen |
| mikkabōzu-三日坊主 | (lett. een boeddhistische priester voor drie dagen) een uitdrukking voor iemand die snel ergens mee ophoudt [het bijltje erbij neergooit] |
| mikkatenka-三日天下 | kortstondige heerschappij; korte regeerperiode |
| mikkō-密航 | het als verstekeling [clandestien] reizen [aan boord gaan] (van een schip of vliegtuig) |
| mikkoku-密告 | geheime informatie |
| mikkokusha-密告者 | verklikker; verrader; informant |
| mikkokusuru-密告する | iem. aanklagen [verklikken; verraden]; rapporteren |
| mikōkaikabu-未公開株 | niet-genoteerde aandelen (die aan particulieren worden aangeboden); een particulier verhandeld aandeel |
| mikomi-見込み | voorspelling; verwachting; berekening; (in)schatting |
| mikomu-見込む | verwachten; voorspellen; berekenen; (in)schatten |
| mikoshi-神輿 | (shinto) palankijn [draagbare schrijn] die voor een religieuze viering door een groot aantal buurtbewoners in een parade gedragen wordt |
| mikoshi-見越し | verwachting; vooruitzicht |
| mikosu-見越す | verwachten; voorspellen; vooruitkijken |
| mikoto-尊 | (arch. voor de tweede persoon) jij |
| mikoto-尊 | (arch. voor de derde persoon) hij |
| mikoto-尊 | (een eretitel voor ) een god; edelman |
| mikotoba-御言葉 | (Christendom) het Woord van God; Gods Woord |
| mikotonori-詔 | (keizerlijk) decreet; (keizerlijke) verordening |
| mikuzu-水屑 | afval (drijvend) in het water; ook gebruikt als metafoor voor saaie [nutteloze; vluchtige] dingen |
| mimachieru-見間違える | verkeerd zien [begrijpen; beoordelen]; niet herkennen |
| mimagau-見紛う | verkeerd beoordelen [zien; interpreteren] |
| mimai-見舞い | het iemand beterschap [sterkte] wensen; het uiten van bezorgdheid [medeleven] (per kaart, brief, pakje, etc.) |
| mimau-見舞う | het iemand beterschap [sterkte] wensen; het uiten van bezorgdheid [medeleven] (per kaart, brief, pakje, etc.) |
| mime-見目 | uiterlijk; voorkomen; gezicht; gelaatstrekken |
| mimei-未明 | voor zonsopkomst; voor het ochtendgloren |
| mimekatachi-見目形 | (iemand's) voorkomen; verschijning; (gelaat en) gestalte |
| mimi-耳 | oor |
| mimiaka-耳垢 | oorsmeer |
| mimiatarashii-耳新しい | nieuw; nog niet eerder gehoord |
| mimibukuro-耳袋 | oorwarmers |
| mimidare-耳垂れ | oorsmeer; afscheiding uit oor |
| mimigakumon-耳学問 | het improviseren; afgaan op wat je hebt gehoord; op z'n gevoel afgaan |
| mimigane-耳金 | handvat; greep; oor |
| mimikaki-耳搔き | oorreiniger; oorschepje |
| mimikakushi-耳隠し | haarstijl [haarcoupe] die de oren bedekt |
| mimikazari-耳飾り | oorbel; oorring |
| mimikuso-耳糞 | oorsmeer |
| mimimoto-耳元 | (dicht) bij het oor |
| miminareru-耳慣れる | wennen (aan); bekend worden (met) |
| miminari-耳鳴り | oorsuizen; tinnitus |
| mimisen-耳栓 | oordop(pen); oordopje(s) |
| mimitabu-耳朶 | oorlel |
| mimiuchi-耳打ち | fluistering; het (iem.) iets in het oor fluisteren |
| mimiuchisuru-耳打ちする | (iem.) iets in het oor fluisteren |
| mimiwa-耳輪 | oorring |
| mimizatoi-耳聡い | een scherp [goed] gehoor hebbend |
| mimizawari-耳障り | schor [raspend; schril] zijn |
| mimizu-蚯蚓 | regenworm; pier; aardworm |
| mimizunaku-蚯蚓鳴く | het geluid van de regenwormen (in de (regenachtige) herfstnacht; wordt gebruikt als uitdrukking voor eenzaamheid) |
| minage-身投げ | zelfmoord door (van hoogte) in water, of van een gebouw of steile rots, te springen |
| minakuchi-水口 | inlaatsluis voor rijstvelden |
| minamatabyō-水俣病 | Minamataziekte, een neurologisch syndroom (veroorzaakt door een zware kwikvergiftiging) |
| minaminasama-皆皆様 | (sterkere vorm van 皆様) iedereen; dames en heren; geachte aanwezigen |
| minamoto-源 | bron; oorsprong |
| minasama-皆様 | (formeel) iedereen; dames en heren; geachte aanwezigen |
| minimamukyū-ミニマム級 | minmum gewicht (gewichtsklasse bij vechtsporten) |
| minkanbumon-民間部門 | particuliere sector |
| minkandenshō-民間伝承 | folklore; legende |
| minkanitaku-民間委託 | werk uitbesteden aan de particuliere sector |
| minkankigyō-民間企業 | particuliere onderneming; particuliere sector |
| minkukujira-ミンク鯨 | dwergvinvis (Balaenoptera acutorostrata) |
| minogasu-見逃す | door de vingers zien; laten gaan |
| minsen-民選 | gekozen zijn door het volk |
| minshuku-民宿 | (kortverblijf) pension |
| minshuku-民宿 | voor toeristen bestemde (particuliere) kamerverhuur |
| minshuseitai-民主政体 | democratische regeringsvorm |
| minuku-見抜く | doorzien; doorgronden |
| minwa-民話 | folklore; volksverhaal |
| minzokugaku-民俗学 | folklore; volkskunde |
| miotosu-見落とす | over het hoofd zien; voorbijzien; uit het oog verliezen |
| mioyoseru-身を寄せる | onder andermans dak leven; afhankelijk zijn [worden] van iemand; hulp [bescherming] zoeken |
| mirāju-ミラージュ | luchtspiegeling; fata morgana |
| mirareru-見られる | gezien worden; zichtbaar zijn |
| mirareru-見られる | (beleefdheidsvorm) zien |
| mirin-味醂 | mirin, een zoete rijstwijn die voornamelijk gebruikt wordt als ingrediënt bij het koken |
| mīru-ミール | mir (Russische plattelandsgemeenschap, voor 1917) |
| miryoku-魅力 | charme; aantrekkingskracht; bekoring |
| miryokuteki-魅力的 | charmant; aantrekkelijk; bekoorlijk |
| misanga-ミサンガ | een geluksarmbandje (van geknoopt koord) |
| misedama-見せ玉 | koersmanipulatie door een groot aantal orders te plaatsen en die vervolgens te annuleren |
| misegamae-店構え | de vormgeving [het uiterlijk] van een winkelpui |
| misejimai-店仕舞い | het voorgoed sluiten van [stoppen met] een winkel [zaak; bedrijf] |
| misekakeru-見せかける | laten lijken als; doen voorkomen; veinzen |
| misekechi-見せ消ち | een fout in een manuscript markeren (door een streep of een punt) |
| miseshime-見せしめ | les; waarschuwing; voorbeeld |
| mishōizen-未生以前 | voor men geboren is |
| mishūkin-未収金 | (geld) vordering |
| misokonau-見損なう | over het hoofd zien; verkeerd inschatten [beoordelen] |
| misomeru-見初める | (op het eerste gezicht) verliefd worden |
| misonawasu-見そなわす | (erende vorm van 見る) zien; kijken |
| misosuri-味噌擂り | (afk. voor) een monnik die eenvoudige taken uitvoert in een tempel; denigrerende term voor een monnik |
| misosuribōzu-味噌擂り坊主 | denigrerende term voor een monnik |
| missatsu-密殺 | clandestiene moord; (iem.) doden in het geheim |
| misshingu・rinku-ミッシング・リンク | ontbrekende schakel (in de evolutietheorie, een fossiele overgangsvorm) |
| misu-御簾 | (afk. voor) washi papier voor jaloezieën |
| misu-御簾 | (respectvolle term voor) bamboerolgordijn; jaloezieën |
| misugami-御簾紙 | washi papier voor jaloezieën |
| misui-未遂 | (mislukte) poging (tot een misdaad, zelfmoord, e.d.) |
| misukasu-見透かす | doorzien |
| misukyasuto-ミスキャスト | het verkeerd casten van een acteur [actrice] voor een bepaalde rol |
| misumisu-見す見す | vlak onder je ogen; waar je bij stond; niet wetend [doorhebbend] |
| mitamashiro-御霊代 | iets dat wordt aanbeden als symbool voor de geest van een overledene |
| mitarashi-御手洗 | (afk. voor) een festival dat (oorspronkelijk) op 7 juli wordt gehouden in het Kitano Tenmangu-heiligdom in Kyoto |
| mitarashi-御手洗 | een plaats waar pelgrims voorafgaand aan het bezoek van een heiligdom hun handen en mond reinigen. |
| mitarashi-御手洗 | (afk. voor) een rivier die vlakbij een heiligdom stroomt (en ook door pelgrims wordt gebruikt om hun mond met water te spoelen) |
| mitarashigawa-御手洗川 | een rivier die vlakbij een heiligdom stroomt (en ook door pelgrims wordt gebruikt om hun mond met water te spoelen) |
| mitarashimatsuri-御手洗祭 | een festival dat (oorspronkelijk) op 7 juli wordt gehouden in het Kitano Tenmangu-heiligdom in Kyoto |
| mitekure-見て呉れ | uiterlijk; voorkomen |
| mitome-認め | (afk. voor) persoonlijk [privé] zegel |
| mitooshi-見通し | verwachting; voorspelling |
| mitoosu-見通す | vooruitzien; voorzien |
| mitoreru-見惚れる | geboeid [gefascineerd; gegrepen] raken (door) |
| mitsukaru-見つかる | gevonden [ontdekt] worden; tevoorschijn komen |
| mitsukeru-見つける | zoeken; opsporen |
| mitsukurou-見繕う | voorbereiden; klaarmaken; klaarleggen |
| mitsurin-密林 | dichtbegroeid [ondoordringbaar] bos; oerwoud |
| mitsuyaku-密約 | geheim akkoord [verdrag] |
| mittomonai-みっともない | schandelijk; beschamend; ongepast; onbehoorlijk; onfatsoenlijk; onbetamelijk |
| miyaburu-見破る | doorheen kijken; doorzien; doordringen (tot) |
| miyakoochi-都落ち | de hoofdstad (Tokio) verlaten [ontvluchten]; overgeplaatst worden van Tokio naar de provincie [naar een plek buiten de hoofdstad] |
| miyamagarasu-深山烏 | roek (vogel, Corvus frugilegus) |
| miyamairi-宮参り | bezoek aan een Shinto-schrijn [heiligdom] (met baby's, binnen 30 dagen na hun geboorte) |
| miyasama-宮様 | (term die respect en genegenheid uitdrukt voor) leden van de keizerlijke familie |
| miyatsukuchi-身八つ口 | kleine opening in de zijkant (onder de oksel) van traditionele Japanse kleding (zoals kimono's) voor vrouwen en kinderen |
| miyōmimane-見様見真似 | leren door naar anderen te kijken (en na te doen) |
| miyoshi-舳 | (van een schip) boeg; voorsteven |
| mizarukikazaruiwazaru-見猿聞か猿言わ猿 | (spreekwoord) Horen, zien en zwijgen. |
| mizenkei-未然形 | (taalkunde) mizenkei (irrealis vorm; gebruikt als aansluitvorm voor optatief, negatief, passief, causatief) |
| mizou-未曾有 | ongekend [ongehoord; uniek; zonder weerga] zijn; iets dat nooit eerder voorgekomen is |
| mizuame-水飴 | zoete (mout)siroop (wordt als suikervervanger gebruikt) |
| mizuatari-水中り | waterintoxicatie; watervergiftiging (door teveel water drinken) |
| mizubara-水腹 | een volle buik door teveel water gedronken te hebben |
| mizubusoku-水不足 | watertekort; watergebrek |
| mizuchi-蛟 | Mizuchi, een soort Japanse draak of legendarisch slangachtig wezen, verbonden met water of watergebieden |
| mizugare-水涸れ | het opdrogen van rivierbeddingen, vijvers, etc. door de zon |
| mizugo-水子 | foetus; doodgeboren [geaborteerd] kind |
| mizuhiki-水引 | decoratief koord gemaakt van gevlochten [geknoopt] Japans papier |
| mizuire-水入れ | drinkbakje (voor huisdieren e.d.); waterkan; een kleine kan met water om in een inktsteen te gieten |
| mizuiri-水入り | korte tussenpauze voor (sumo)worstelaars als een partij lang duurt |
| mizujimo-水霜 | bevroren dauw (in late herfst) |
| mizukai-水飼い | water voor het vee |
| mizuki-水木 | tafelkornoelje (Cornus controversa) |
| mizukikin-水飢饉 | droogte; watertekort |
| mizuko-水子 | foetus; doodgeboren [geaborteerd] kind |
| mizukoboshi-水翻し | spoelkom (voor omspoelen van theekommen b.v. bij theeceremonie) |
| mizuku-水漬く | doorweekt [ondergedompeld; doordrenkt] worden (in water) |
| mizumushi-水虫 | duikerwants (Hesperocorixa distanti) |
| mizunomiba -水飲み場 | drinkplaats (voor dieren ); drenkplaats; wed |
| mizunurumu-水温む | het (langzaam) warmer worden van het water (van vijvers, beekjes etc.) in de lente |
| mizuochi-鳩尾 | (med.) fossa epigastrica; maagkuiltje (net onder het borstbeen) |
| mizusakazuki-水杯 | het ritueel van het gezamenlijk inschenken en drinken van water waarbij men voorgoed afscheid neemt van elkaar |
| mizusumashi-水澄まし | schrijvertje (soort watertor, Gyrinidae) |
| mizuya-水屋 | wasbak voor theeceremonie |
| mō-孟 | (afk. voor) Mencius (Chinese filosoof, 372-289 v.Chr.) |
| mo-模 | (in kanji combinaties) voorbeeld; imitatoren; namaken; (uit)proberen; vorm |
| mōai-盲愛 | blinde liefde; adoratie; verafgoding |
| mobirēji-モビレージ | eenvoudige campings voor reizigers met de auto |
| mobīru-モビール | mobiel; mobile (decoratief hangend, bewegend voorwerp) |
| mobo-モボ | Japanse man die na de 1e Wereldoorlog de westerse mode en levensstijl volgde |
| mōbosansennooshie-孟母三遷の教え | het belang van het creëren van een goede leeromgeving voor een kind (naar een oud verhaal over Mencius' moeder die 3 keer verhuisde daarvoor) |
| mochi-黐 | vogellijm (rubberachtige substantie verkregen uit boomschors, die werd gebruikt om kleine vogels mee te vangen) |
| mochiagaru-持ち上がる | gebeuren; voorkomen |
| mochiagaru-持ち上がる | opgetild worden; omhoog komen |
| mochiami-餅網 | rooster voor het grillen van rijst cakes (mochi) |
| mochiawase-持ち合わせ | (geld) bij zich (hebben); in voorraad |
| mochiban-持ち番 | verplichte corvee [dienst] |
| mochigusare-持ち腐れ | afval; bezit [voorwerp] zonder waarde |
| mochikakeru-持ちかける | voorstellen; een voorstel [plan] indienen |
| mochikomu-持ち込む | brengen; (af)leveren; bezorgen |
| mochikomu-持ち込む | voorstellen; iem. benaderen; aanspreken |
| mochikosu-持ち越す | uitstellen; vooruitschuiven |
| mochikotaeru-持ち堪える | doorstaan; weerstaan; verduren |
| mochikuzusu-持ち崩す | geruïneerd worden; naar de haaien gaan |
| mochimawari-持ち回り | het rondgaan [doorgeven] |
| mochinige-持ち逃げ | weglopen; (met iets) ervandoor gaan; stelen |
| mochiomori-持ち重り | zwaar (worden) om te dragen |
| mochisaru-持ち去る | iets wegnemen (en naar een andere plaats brengen); ervandoor gaan met iets |
| mochite-持手 | handvat (aan een koffer, mand, amfoor e.d.); greep [gevest] (van een zwaard e.d.) |
| mochitsuki-餅搗き | mochi slaan (het met een houten hamer tot kleverige massa slaan van rijstdeeg, voor het maken van rijst cakes) |
| modaeru-悶える | gekweld [angstig; ongerust] zijn [worden] |
| modan・boi-モダン・ボイ | Japanse man die na de 1e Wereldoorlog de westerse mode en levensstijl volgde |
| modan・gāru-モダン・ガール | Japanse vrouwen die na de 1e Wereldoorlog de Westerse mode en leefstijl volgden |
| moderingu-モデリング | modellering; het vorm geven |
| moderu-モデル | model; fotomodel; type; vorm; toonbeeld; sjabloon; voorbeeld |
| moderu・kēsu-モデル・ケース | een (typisch) voorbeeld [geval; model] |
| modesuto-モデスト | Modesto (naam van een plaats in Californië) |
| mōdō-艨艟 | (ouderwets Japans) oorlogsschip |
| modoki-擬き | (als achtervoegsel bij een zelfst. naamwoord) -achtig; pseudo-; imitatie-; nep- |
| modori-戻り | return (op toetsenbord computer) |
| moga-モガ | Japanse vrouw die na de 1e Wereldoorlog de westerse mode en leefstijl volgde |
| mōgakkō-盲学校 | blindenschool; school voor blinden |
| mogaribue-虎落笛 | het fluitende geluid van een winterse wind die door een bamboe hek waait |
| mōgen-妄言 | onbezonnen [gedachteloze] opmerking [woorden] |
| mogi-模擬 | imitatie; simulatie; voor de schijn; als oefening |
| mogibashi-もぎ箸 | eetstokjes waarvan restjes eten afgelikt worden (onjuist gebruik van eetstokjes) |
| mogurauchi-土竜打ち | ceremonie voor een goede oogst op 14 januari waarbij kinderen met stokken of bundels van strooi op de grond slaan om mollen te verjagen |
| mōguru-モーグル | mogul, een soort freestyle skiën (op bobbelige hellingen) |
| mohan-模範 | voorbeeld; model |
| mohea-モヘア | mohair (angorawol) |
| mōhyō-妄評 | (bescheiden woord voor de eigen kritiek op anderen) mijn kritiek |
| mōi-猛威 | woestheid; woede; heftigheid; geweld; enorme kracht |
| mojamoja-もじゃもじゃ | warrig; verfomfaaid; verwilderd; onverzorgd; ruig |
| mojika-文字化 | overzetting [registratie] van gesproken woord in geschreven woord |
| mōjiki-もうじき | weldra; binnenkort; bijna |
| mojizura-文字面 | letterlijke betekenis van een woord [een geschreven tekst] |
| mojizura-文字面 | uiterlijk [indruk; impressie] van de vorm [structuur; schrijfstijl] van letters [karakters; kanji] |
| mokashin-モカシン | mocassin (traditioneel schoeisel van inheemse volkeren in Noord-Amerika) |
| mōke-設け | voorbereidingen; voorzieningen (voor een diner, feest, e.d.) |
| mōkeru-設ける | voorzien; voorbereiden; vaststellen; regelen |
| mokka-目下 | nu; tegenwoordig; op dit moment |
| mokkanotokoro-目下のところ | nu; op dit moment; voorlopig; voor het ogenblik |
| mokko-畚 | stromat gebruikt als zak voor het dragen van aarde |
| mokkori-もっこり | het uitpuilen [opbollen] van een broek door een erectie |
| mokkotsuhō-没骨法 | (Chinese) schildertechniek zonder omtreklijnen [contouren] (of door inkleuring de omtreklijn laten verdwijnen) |
| mōko-猛虎 | (een metafoor voor) iets dat sterk en gewelddadig is |
| mōkohan-蒙古斑 | mongolenvlek; archipelvlek (aangeboren blauw-grijze pigmentvlek) |
| moku-木 | (afk. voor) donderdag |
| mokuami-木阿弥 | (afk. voor) terug bij af; terugval naar waar men begon; alles verliezen wat men heeft verworven |
| mokuhi-木皮 | boomschors; de schors [bast] van een boom |
| mokuhyō-目標 | oriëntatiepunt; baken; mijlpaal |
| mokurei-目礼 | groet door een oogcontact |
| mokurei-黙礼 | stilzwijgende groet [buiging] (vooral tijdens een plechtigheid) |
| mokuroku-目録 | catalogus; inventaris(lijst); voorraadlijst |
| mokusatsu-黙殺 | het negeren; voorbijgaan aan; (ergens) niet op letten; vermijden |
| mokusei-木犀 | een olijfboomsoort met sterk geurende bloemen (Osmanthus fragrans) |
| mokushō-目睫 | heel dichtbij; vlak voor je ogen |
| mokusu-目す | beschouwen [zien; beoordelen] als |
| mokusuru-目する | beschouwen [zien; beoordelen] als |
| mokutanshi-木炭紙 | houtskool papier; courantdruk (papier gebruikt voor houtskooltekeningen) |
| mokutekigo-目的語 | object; lijdend voorwerp (grammatica) |
| momiai-揉み合い | schermutseling; worsteling; geduw en getrek |
| momiji-紅葉 | Japanse esdoorn (Acer japonicum) |
| momijioroshi-紅葉下ろし | samen geraspte daikon (rettich) en togarashi (rode peper); geraspte daikon en geraspte wortel |
| momikesu-揉み消す | (vuur doven door) uitdrukken; uitwrijven |
| momizumu-モミズム | buitensporige aandacht van een overbezorgde of aanhankelijke moeders voor haar kind |
| momochidori-百千鳥 | plevier (vogelsoort) |
| momochidori-百千鳥 | Japanse struikzanger (Horornis diphone) |
| momonosekku-桃の節句 | Perzikbloesemfestival [Meisjesdag; Poppenfeest] (seizoenfeestdag voor meisjes op 3 maart) |
| momoware-桃割れ | haarstijl met een perzikvormige knot (uit het Meiji tijdperk) |
| momu-揉む | iemand trainen door hem [haar] zware ontberingen te laten ondergaan |
| mon-門 | telwoord voor kanonnen |
| mon-門 | stam; divisie; familie; klasse; soort |
| mon-門 | poort; ingang; deur(opening); doorgang |
| mon-門 | (biologie) hilus (van een orgaan) |
| monban- 門番 | poortwachter; portier |
| monbukagakushō-文部科学省 | (vanaf 2001) Ministerie van Onderwijs, Wetenschappen, Cultuur en Sport |
| monchaku-悶着 | problemen; moeilijkheden; sores; tegenspoed |
| monde-もんで | omdat; vanwege; doordat |
| mondō-問答 | dialoog; vraag en antwoord |
| mōnen-妄念 | aanhoudende [voortdurende] betwijfeling; (boeddh.) verkeerde ideeën [gedachten] |
| mongai-門外 | buiten de (stads)poort; buiten het gebouw |
| mongamae-門構え | de stijl [het bouwen van] een poort |
| mongi-文義 | betekenis van een woord [frase; zin] |
| mongon-文言 | formulering; verwoording; bewoording |
| mōningu-モーニング | (morning coat) jacquet; pandjesjas |
| mōningu・kōru-モーニング・コール | wake-upcall; telefoontje om iemand (b.v. een hotelgast) op verzoek te wekken 's morgens |
| monitā-モニター | monitor; beeldscherm |
| monjokan-文書館 | archief van historische documenten |
| monko-門戸 | deur; deuropening; poort |
| monkon-門閫 | hoge drempel [dorpel] bij een poort (bij Japanse kastelen, boeddhistische tempels, e.d.) |
| monnai-門内 | binnen de (stads)poort |
| mono-物 | voorwerp; object; ding; artikel; goederen |
| mono-物 | categorie; klasse |
| monoanji-物案じ | angst; bezorgdheid |
| monodane-物種 | oorsprong; basis |
| monode-もので | omdat; vanwege; doordat |
| monofobia-モノフォビア | monofobie (angst voor eenzaamheid) |
| monogurafu-モノグラフ | monografie (verhandeling, artikel of onderzoeksrapport over één onderwerp) |
| monoguramu-モノグラム | monogram (dooreengevlochten letters; samengevoegde letters of karakters) |
| monokage-物影 | figuur; vorm |
| monokage-物陰 | een plek uit het zicht; verborgen plek |
| monokōdo-モノコード | monochord (eensnarig muziekinstrument) |
| monokuru-モノクル | monocle; lorgnon |
| monomania-モノマニア | monomanie (psychische stoornis) |
| monomochi-物持ち | zorgvuldig omgaan met dingen |
| monomorai-物貰い | (bij het ooglid) strontje; hordeolum |
| mononareru-物慣れる | ervaren worden; ervaring opdoen |
| mononoaware-物の哀れ | een sterk (ethisch) gevoel [waardering] voor schoonheid (van de natuur) |
| monorēru-モノレール | monorail |
| monoshiri-物知り | een uitgebreide kennis [informatie] |
| monoshiri-物知り | iemand met veel kennis [informatie]; een goed geïnformeerde [erudiete] persoon |
| monosuru-物する | (in Klassiek Japans wordt monosuru gebruikt met verschillende betekenissen, zoals o.a.:) zijn; gaan; komen |
| monowarai-物笑い | voorwerp [mikpunt] van spot [bespotting] |
| monoyawaraka-物柔らか | mildheid; zachtheid; vriendelijkheid; rustig voorkomen |
| monpe-もんぺ | (wijde) werkbroek (met touwtjes om de enkels, m.n. gedragen door vrouwen op het platteland en in fabrieken) |
| monpi-門扉 | de deur(en) van de poort |
| monsatsu-門札 | naamplaat (op de poort) van een huis |
| monsūn-モンスーン | slagregens; stortbuien |
| montō-門塔 | poorttoren |
| montō-門灯 | lamp [verlichting] bij de ingang [poort] van een huis [gebouw; terrein] |
| montoshū-門徒宗 | (informele naam voor Jōdoshinshū) Japanse Boeddhistische stroming |
| monukenokara-蛻の殻 | (lett.) het (lege) afgeworpen vel van een reptiel of insect |
| monzeki-門跡 | (de priester die verantwoordelijk is voor) een tempel waar de leerstellingen van de stichter van de sekte zijn overgeleverd |
| monzeki-門跡 | (informeel) hoofdpriester van de Hōganji tempel (van de Pure Land sekte) |
| monzen-門前 | voor [bij] de poort |
| monzenbarai-門前払い | (Edo periode) wegsturing van criminelen [veroordeelden] bij de poort van een magistraat |
| monzenmachi-門前町 | tempelstad (een stad gebouwd voor de poorten van heiligdommen en tempels) |
| mon'an-問安 | informeren naar de veiligheid [het welzijn] van een hogere in rang |
| mon'ei-門衛 | bewaker; poortwachter; portier (van overheidsgebouwen, bedrijven, scholen, etc.) |
| mookeru-設ける | opzetten; installeren; aanleggen; oprichten; organiseren |
| mookeru-設ける | voorbereiden; voorbereidingen treffen |
| moraijichi-貰い乳 | een zuigeling; baby die gezoogd wordt |
| morarisuto-モラリスト | moralist; zedenmeester; zedenpreker |
| moraru-モラル | moraal; normbesef; zeden; principes; ethiek |
| morāru-モラール | moreel; mentale veerkracht |
| morarusensu-モラルセンス | moreel besef |
| moraru・hazādo-モラル・ハザード | moraal; normbesef; zeden; principes; ethiek |
| morāru・sābei-モラール・サーベイ | moreel onderzoek naar tevredenheid van werknemers over arbeidscondities |
| moraru・sapōto-モラル・サポート | morele steun [bijstand] |
| moratoriamu-モラトリアム | moratorium; uitstel van betaling |
| moratoriamu-モラトリアム | tijdelijke opschorting (van uitvoering) |
| morau-貰う | een gunst [handeling] ontvangen; iemand iets laten doen voor je |
| morēn-モレーン | morene (ophoping van gletsjerpuin) |
| moreru-漏れる | lekken; doorsijpelen; doorschijnen; doorkomen |
| moreru-漏れる | uitkomen; onthuld [geopenbaard] worden |
| mori-盛り | portie (eten) |
| morijio-盛り塩 | een hoopje zout bij de voordeur (van restaurants, etc.) als gelukaanbrenger |
| morikiri-盛り切り | een (enkele) portie rijst |
| morogoe-諸声 | eenstemmigheid; het in koor zingen |
| morokoshi-唐土 | (oude benaming voor) uit China; Chinees |
| morokoshi-唐土 | (oude benaming voor) China |
| morokoshi-蜀黍 | sorghum; kafferkoren (graansoort, Sorghum bicolor) |
| morugu-モルグ | mortuarium; lijkenhuis |
| moruhine-モルヒネ | morfine |
| mōrusufugō-モールス符号 | morsealfabet; morsecode |
| morutaru-モルタル | mortel; metselspecie |
| moruto-モルト | mout (voor het brouwen van bier of whisky) |
| mosatto-もさっと | onverzorgd; slordig; ongemanierd |
| mōshiageru-申し上げる | (nederige vorm voor 言う) zeggen; spreken |
| mōshide-申し出 | voorstel; aanbieding; aanbod; verzoek; aanvraag |
| mōshideru-申し出る | voorstellen; suggereren; een suggestie doen; aanbieden; een aanbod doen; aanvragen; verzoeken |
| mōshiide-申し出で | voorstel; aanbieding; aanbod; verzoek; aanvraag |
| mōshiire-申し入れ | voorstel; aanbod; kennisgeving |
| mōshiireru-申し入れる | voorstellen; aanbieden; een voorstel [aanbod] doen; opmerkingen maken (over); (iets) laten weten |
| moshika-若しか | mogelijk; waneer; in [voor] het geval |
| mōshikomi-申し込み | aanbod; offerte; voorstel; verzoek; aanvraag |
| mōshikomiyōshi-申込用紙 | aanmeldformulier; aanvraagformulier; inschrijfformulier |
| moshimoshi-もしもし | hallo (bij het beantwoorden van de telefoon) |
| mōshitsutaeru-申し伝える | (nederig werkwoord voor 伝える) informeren; rapporteren; (boodschap) doorgeven |
| mōshiwakenai-申し訳ない | het spijt mij zeer; ik voel mij bezwaard; verontschuldiging; dank voor uw hulp |
| mōsho-猛暑 | drukkende [intense] hitte; smoorhitte |
| mōshon・sensā-モーション・センサー | bewegingssensor; bewegingsdetector |
| mōshon・torēsā-モーション・トレーサー | bewegingssensor; bewegingsdetector |
| mōsō-妄想 | fantasie; verbeelding; waanvoorstelling; waanidee |
| mossō-物相 | (tot febr. 2024 gevangenis jargon voor) eetgerei |
| mossō-物相 | keukengerei [kom] om het eten in gelijke porties te verdelen |
| mōsu-申す | (een nederig werkwoord voor) zeggen; spreken |
| mosukītokyū-モスキート級 | muggen-gewicht (de lichtste klasse in boksen, alleen voor amateur junioren, minder dan 45 kg) |
| mōta-モータ | motor |
| mōtā-モーター | motor |
| mōtābaiku-モーターバイク | motor; motorfiets |
| mōtābōto-モーターボート | motorboot |
| motarasu-齎す | met zich meebrengen; te weeg brengen; veroorzaken |
| mōtarizēshon-モータリゼーション | motorisering |
| mōtāsaikuru-モーターサイクル | motor; motorfiets |
| mōtāsupōtsu-モータースポーツ | motorsport |
| mōtō-孟冬 | benaming voor de maand oktober op de maankalender |
| moto-本 | oorsprong; bron |
| motokin-元金 | hoofdsom; het oorspronkelijke bedrag van een lening (zonder rente) |
| motokurosu-モトクロス | motorcross |
| motonari-本生り | (de vorming van) vruchten onderaan de stam van een wijnstok [plant] |
| motonomokuami-元の木阿弥 | terug bij af; terugval naar waar men begon; alles verliezen wat men heeft verworven |
| motootto-元夫 | ex-man; vroegere [vorige] man [echtgenoot] |
| mototsuma-元妻 | ex-vrouw; vroegere [vorige] vrouw [echtgenote] |
| motoyui-元結い | een dun koordje om het haar op te binden |
| motte-以て | wordt ook gebruikt om alleen te versterken [benadrukken] |
| motte-以て | door; door middel van; via; per |
| motte-以て | vanwege; wegens; doordat; aangezien |
| moya-母屋 | woning; (deel van) een gebouw dat wordt gebruikt als woonhuis |
| moyoi-催い | (in combinatie met een zelfst. n.w.) voorbereiding |
| moyōzukesareta-模様づけされた | met een patroon (decoratie) |
| mozaiku-モザイク | (biologie: dier of plant met genetische eigenschappen van verschillende soorten) hybride; entbastaard |
| mozuku-水雲 | een soort eetbaar zeewier |
| mu-無 | (als voorvoegsel) niet aanwezig; zonder |
| mubō-無謀 | roekeloosheid; ondoordachtheid; onvoorzichtigheid |
| mubōunten-無謀運転 | het onvoorzichtig [roekeloos] autorijden |
| mūbumento-ムーブメント | beweging; tempo; voortgang |
| mūbumento-ムーブメント | beweging; organisatie |
| muchiuchi-鞭打ち | (afk. voor) whiplash; zweepslag (t.g.v. een auto-ongeluk e.d.) |
| muchiutsu-鞭打つ | aansporen; aanmoedigen; stimuleren; aanvuren |
| muchū-夢中 | verdiept in; in beslag genomen door; bezeten zijn van; toegewijd |
| mudan-無断 | zonder waarschuwing; zonder (voor)aankondiging; onaangekondigd |
| muenbochi-無縁墓地 | een begraafplaats voor mensen zonder nabestaanden |
| muenboka-無縁墓 | een algemeen graf; een graf voor mensen zonder nabestaanden |
| mufunbetsu-無分別 | indiscretie; onnadenkendheid; onvoorzichtigheid |
| mugamuchū-無我夢中 | zichzelf verliezen [helemaal opgaan] in; totaal in beslag genomen door |
| mugei-無芸 | zonder (verworven) talent [begaafdheid] |
| mugeni-無下に | genadeloos; streng; botweg; zomaar; slordig; onverschillig |
| mugiuchi-麦打ち | het dorsen van tarwe |
| mugiwara-麦藁 | (afk. voor) strohoed |
| mugiwaratonbo-麦藁蜻蛉 | (vrouwelijke) witpuntoeverlibel (libelle-soort, Orthetrum albistylum, met een strokleurige buik) |
| mugon-無言 | (afk. van mugonnogyō) religieuze [ascetische] training zonder woorden [in stilte] |
| mugonnogyō-無言の行 | religieuze [ascetische] training zonder woorden [in stilte] |
| muhyō-霧氷 | rijp; bevroren dauw; ijzel |
| muji-無字 | in een zen-koan gebruikt (met de betekenis: geen woord) als ontkenning op een vraag |
| mujin-無尽 | (afk. voor) roterende spaar- en kredietverenigingen in Japan |
| mujinfumikiri-無人踏切 | onbemande [onbewaakte] spoorwegovergang |
| mujinki-無人機 | ombemand luchtvaartuig (voor militaire of burger doeleinden) |
| mujinzō-無尽蔵 | onuitputtelijke [ongelimiteerde] hoeveelheid [voorraad] |
| mujōken-無条件 | onvoorwaardelijkheid |
| mukabaki-行縢 | (his.) een van herten- of berenbont gemaakte beenbekleding (voor krijgers bij het paardrijden of de valkenjacht) |
| mukagoirakusa-零余子蕁麻 | een plant: Laportea bulbifera (van de plantenfamilie (brand)netels, Urticaceae) |
| mukaibi-向かい火 | vuur dat wordt aangestoken om bosbranden te bestrijden |
| mukangae-無考え | ondoordachtheid; achteloosheid; onbezonnenheid; roekeloosheid |
| muke-向け | gericht op; bedoeld voor |
| mukei-無形 | geest; spiritueel [abstract; vormloos; ontastbaar] zijn |
| muki-無期 | (voor) onbepaalde tijd |
| muki-無期 | (afk. voor) levenslange gevangenisstraf |
| muki-無機 | anorganisch [niet-organisch] zijn |
| mukibutsu-無機物 | anorganische substantie; anorganisch materiaal |
| mukikagaku-無機化学 | anorganische scheikunde |
| mukikagōbutsu-無機化合物 | anorganische verbinding |
| mukishitsu-無機質 | anorganisch materiaal; mineraal; delfstof |
| mukōjōmen-向こう正面 | voorkant; façade |
| mukōjōmen-向こう正面 | zitplaats vooraan (in theater, e.d.); (zitplaatsen aan) de zuidkant van de sumoring |
| mukōkizu-向こう傷 | wond op iemands voorhoofd [gezicht; voorkant] |
| mukuwareru-報われる | beloond [terugbetaald] worden |
| munage-胸毛 | borsthaar |
| munagurushii-胸苦しい | beklemd [benauwd] gevoel op de borst |
| mune-胸 | borsten |
| mune-胸 | borst; borstkas |
| munieru-ムニエル | (voor het bakken) in bloem gewenteld ingrediënt (zoals vis b.v.) |
| mūnraitokeikaku-ムーンライト計画 | Moonlight Programma (onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma voor energiebesparende technologie in Japan) |
| mura-村 | dorp |
| murabito-村人 | dorpeling; dorpsbewoner |
| murahachibu-村八分 | uitsluiting uit de dorpsgemeenschap |
| murasaki-紫 | sojasaus (speciale term die alleen door sushichefs wordt gebruikt) |
| murasaki-紫 | de plant Lithospermum erythrorhizon, paars parelzaad |
| murasame-村雨 | korte maar krachtige regenbui |
| murashibai-村芝居 | rondreizend (dorps)toneelgezelschap |
| murashibai-村芝居 | dorpstheater; dorpstoneel |
| murashibai-村芝居 | rondreizend dorpstheater |
| murashigure-村時雨 | (voorbijtrekkende) hevige herfstregen (van korte duur) |
| murioshisuru-無理押しする | forceren; (af)dwingen; platwalsen; verpletteren |
| murishinjū-無理心中 | moord-zelfmoord; gedwongen zelfmoordpact |
| muriyari-無理やり | tegen iemands zin [wil]; geforceerd; gedwongen |
| muroaji-室鰺 | horsmakreel (Decapterus) |
| muryō-無料 | gratis; kosteloos; voor niets |
| musabetsukyū-無差別級 | open gewichtsklasse (inofficiële gewichtsklasse in vechtsporten, zonder gewichtslimiet) |
| musakurushii-むさくるしい | slordig; rommelig; niet netjes |
| musan-無産 | (afk. voor) het proletariaat; bezitloze arbeidersklasse |
| musasabi-鼯鼠 | witkelige vliegende eekhoorn (Petaurista leucogenys) |
| musebu-噎ぶ | verstikken; gewurgd [gesmoord] worden |
| museibutsu-無生物 | levenloos object [wezen]; levenloze [dode; anorganische] materie |
| musekinin-無責任 | onverantwoordelijkheid |
| musen-無線 | (afk. voor) draadloze communicatie |
| musen'inshoku-無銭飲食 | weggaan (na eten en drinken) zonder te betalen (horeca) |
| museru-噎せる | verstikken; smoren; naar adem snakken |
| mushi-虫 | insect; krekel; mot; worm; rups |
| mushibamu-蝕む | wormstekig zijn; aangevreten door wormen [motten] |
| mushiboshi-虫干し | het luchten [buiten hangen] van kleren [kleden, e.d.] (om te voorkomen dat er insecten of schimmel in komen) |
| mushifūji-虫封じ | bezwering [spreuk; amulet] tegen ziekte (door insecten of bacteriën) bij kinderen |
| mushigarei-虫鰈 | Eopsetta grigorjewi (scholvis) |
| mushikui-虫食い | insectenschade; aangevreten zijn (door insecten) |
| mushin-無心 | (boeddh.) bevrijd van mentale fixatie voor dingen en ideeën |
| mushinabe-蒸し鍋 | een stoomkoker; stomer (voor voedsel) |
| mushinoshirase-虫の知らせ | voorgevoel; vermoeden |
| mushiokuri-虫送り | een nachtelijk ritueel van dorpelingen met fakkels, trommels en bellen om ongedierte van de rijstvelden te verjagen |
| mushiosae-虫押さえ | (medicijn voor) het voorkomen en behandelen van insectenbeten bij kinderen |
| mushiosae-虫押さえ | een klein gerecht [hapje] tussendoor; tussendoortje |
| mushiro-寧ろ | liever; beter; bij voorkeur; eerder |
| mushozoku-無所属 | onafhankelijk [onpartijdig; ongebonden] zijn (niet behorend tot een bepaalde geloofsrichting of politieke partij) |
| musō-無双 | (sumo) werptechniek door het dijbeen van de tegenstander beet te pakken |
| musō-無双 | een kledingstuk dat ook binnenstebuiten gedragen kan worden |
| musuboreru-結ぼれる | in de knoop raken [zitten]; verstrikken; samengebonden worden |
| musuboreru-結ぼれる | (van vloeistof) stollen; stijf [dik] worden |
| musutangu-ムスタング | Mustang (automodel van Ford) |
| musutangu-ムスタング | mustang (Noord-Amerikaans prairiepaard) |
| muteikei-無定型 | (in poëzie) zonder vaste vorm; vrije (vers)vorm |
| muteikei-無定形 | zonder vaste vorm; het geen vaste vorm hebben |
| muteikei-無定形 | een niet-kristallijne vorm; amorf zijn |
| muteikō-無抵抗 | zonder weerstand; gehoorzaamheid |
| mutekatsuryū-無手勝流 | winnen zonder te vechten (door strategie) |
| mutekatsuryū-無手勝流 | (een andere naam voor) Bokudenryû (school voor zwaardvechten) |
| muteki-霧笛 | misthoorn |
| mutodoke-無届け | zonder (voorafgaande) kennisgeving [mededeling] |
| muyami-無闇 | buitensporigheid; onmatigheid |
| muyamiyatara-無闇矢鱈 | buitensporig [onredelijk; mateloos] zijn |
| muzōsa-無造作 | achteloosheid; zorgeloosheid |
| myōban-明晩 | morgenavond |
| myōchō-明朝 | morgenochtend |
| myōgonichi-明後日 | overmorgen |
| myōjō-明星 | (een andere naam voor de planeet) Venus |
| myōmoku-名目 | voorwendsel; pretentie |
| myōnichi-明日 | morgen (de volgende dag) |
| myōri-冥利 | (van goden of Boeddha) genade; voorzienigheid; goddelijke gunst |
| myōri-冥利 | voordeel; gunst; geluk |
| myōshiki-名色 | (boeddh., Sanskriet nāma-rūpa) naam (spirituele kwaliteit) en vorm (fysieke kwaliteit) |
| myūtanto-ミュータント | mutant (biologie; door mutatie ontstaan) |
| n-ん | vorm van de nominalisatie [substantivering] van het partikel no |
| n-ん | vorm van het partikel ni (naar; in) |
| n-ん | vorm van de werkwoordsuitgang -nu, druk uit een ontkenning |
| n-ん | vorm van de werkwoordsuitgang -mu, drukt uit een veronderstelling of voorspelling |
| n-ん | afkorting van un (tussenwerpsel, met de betekenis: bevestigend) |
| na-名 | een reputatie; naam; een goede naam; faam; beroemdheid; eer; glorie; een slechte reputatie; gerucht; roddel; kletspraatjes |
| na-名 | de naam van iem.; roepnaam; voornaam; voornaam- en achternaam |
| na-名 | (slechts) in naam ; uiterlijk; uiterlijke schijn; voorwendsel; excuus; (in) naam (van); op titel van; namens |
| naa-なあ | (in het begin van de zin) kijk [luister] (eens); zeg, ...; hoor eens even; tja... |
| nabigētā-ナビゲーター | (luchtvaart) navigator; piloot |
| nabusutā-ナブスター | voorheen: Navstar GPS; nu Global Positioning System (GPS) |
| nadai-名題 | (afk. voor) hoofdrol (Kabuki theater) |
| nadai-名題 | de titel van een toneelstuk (Kabuki of Joruri) |
| nadai-名題 | (afk. voor) theater reclamebord [titelbord] |
| nadaikanban-名題看板 | theater reclamebord [titelbord] |
| nadarekomu-雪崩れ込む | binnenstormen |
| nadegiri-撫で切り | iets langzaam en soepel doorsnijden (zoals b.v. vis voor sashimi) |
| nado-など | bij citaten wordt tegenwoordig vaak nado to gebruikt |
| nagabiku-長引く | uitlopen; zich lang voortslepen; chronisch worden |
| nagabitsu-長櫃 | langwerpige kist [koffer] (voor kleding, huisraad, etc.) |
| nagaimo-長芋 | Chinese yam (Dioscorea batatas) |
| nagamochi-長持 | een rechthoekige houten opbergkist (meestal gebruikt voor kleding) |
| nagamochisuru-長持する | lang bewaren; lang volhouden [doorstaan]; houdbaar [sterk] zijn; lang meegaan (niet gauw slijten) |
| nagamushi-長虫 | (andere benaming voor) een slang |
| nagaraeru-長らえる | lang aanhouden; lang doorgaan |
| nagaraunten -ながら運転 | (wetsovertreding) autorijden gelijktijdig met een andere nevenactiviteit (telefoneren, sms-en e.d) |
| nagare-流れ | (fig.) stroom; loop; gang; passage; het voorbijgaan |
| nagare-流れ | familielijn; afstamming; (het behoren tot) een school [richting] |
| nagareboshi-流れ星 | vallende ster; meteoor |
| nagarebotoke-流れ仏 | verdronken lijk dat in de zee drijft (vissers behandelen dit met grote zorg als een teken voor een grote vangst) |
| nagashiba-流し場 | douchehoek of wasgelegenheid (zoals in Japan voorafgaand aan het baden) |
| nagashidori-流し撮り | pannen; panoramisch fotograferen [filmen] |
| nagashikomu-流し込む | (iets ergens) ingieten; iets wegspoelen [doorspoelen] |
| nagatsuzuki-長続き | langdurig zijn; voortzetting |
| nage-投げ | een worp; gooi |
| nage-投げ | verkoop van aandelen voor een extreem lage prijs |
| nage-投げ | (werp)techniek bij sumoworstelen |
| nagekakeru-投げかける | ter sprake brengen; (aan iemand) voorleggen |
| nagekiakasu-嘆き明かす | lang blijven rouwen; lange tijd doorbrengen in rouw [verdriet] |
| nagekikurasu-嘆き暮らす | leven [dagen doorbrengen] in rouw en verdriet |
| nagenawa-投げ縄 | lasso; werpkoord |
| nageni-投げ荷 | overboord geworpen lading |
| nageshi-長押 | (decoratieve) dwarsbalk (op de muur of tussen pilaren, in traditionele Japanse architectuur) |
| nageyari-投げ遣り | nalatigheid;; onzorgvuldigheid; slordigheid |
| nagori-余波 | zeewater [zeewier] dat achterblijft op het strand als het eb geworden is |
| nagura-名倉 | (afk. voor) slijpsteen [wetsteen] |
| nagura-名倉 | (hist.) familie van osteopaten (m.n. voor de behandeling van botbreuken) |
| nagusamimono-慰み者 | speelbal (een persoon); iemand waarmee gespeeld wordt (fig.) |
| naharu-なはる | (erend werkwoord voor する) doen; maken |
| nai-ない | (achtervoegsel dat het werkwoord vervoegt naar de korte ontkennende vorm) niet |
| nai-無い | uniek [enig in zijn soort] zijn; eenmalig zijn |
| naibunpitsukakuranbusshitsu-内分泌攪乱物質 | endocrien [hormoon] verstorende stof |
| naichingēru-ナイチンゲール | Florence Nightingale (beroemde Britse verpleegster en wetenschapper, 1820-1910) |
| naidaku-内諾 | interne [informele] goedkeuring [instemming] |
| naifukuyaku-内服薬 | geneesmiddel voor inwendig gebruik |
| naihō-内報 | tip; heimelijke [vertrouwelijke] informatie |
| naiji-内耳 | binnenoor |
| naijo-内助 | hulp of ondersteuning van binnenuit (via een eigen organisatie of bedrijf; vaak ook van de echtgenote die thuis meewerkt) |
| naikabyōin-内科病院 | ziekenhuis voor interne geneeskunde |
| naiken-内見 | interne bezichtiging (zonder openbaarmaking); voorvertoning |
| naiki-内規 | huisregel; (intern) voorschrift |
| naikin-内勤 | kantoorwerk; bureauwerk |
| naikinsuru-内勤する | werken binnen een kantoor [gebouw]; bureauwerk [kantoorwerk] doen |
| naimu-内務 | (afk. voor) Minister van Binnenlandse Zaken |
| nainai-内内 | vertrouwelijk; in het geheim; privé; informeel |
| naiō-内応 | samenzwering; heulen (met de vijand); verraad (door het doorgeven van geheime informatie aan de vijand) |
| nairan-内乱 | burgeroorlog; opstand; rebellie |
| nairan-内覧 | voorvertoning |
| nairankai-内覧会 | kijkdag; voorvertoning; voorproefje |
| nairansuru-内覧する | een voorvertoning geven |
| naisen-内戦 | burgeroorlog; binnenlandse oorlog; interne strijd |
| naisho-内緒 | een bordeelhouder; de huiskamer in een bordeel |
| naisu・shotto-ナイス・ショット | (sport) goed schot; mooie slag |
| naitā-ナイター | avondwedstrijd; sportwedstrijd bij kunstlicht |
| naitei-内定 | informeel [inofficieel] [aanbod; besluit]; voorlopige beslissing |
| naiteisuru-内定する | informeel [inofficieel] beslissen |
| naitokyappu-ナイトキャップ | slaapmutsje; drankje voor het naar bed gaan |
| naito・gēmu-ナイト・ゲーム | avondwedstrijd; sportwedstrijd bij kunstlicht |
| naito・hosupitaru-ナイト・ホスピタル | een ziekenhuis waar 's nachts medische hulp en onderdak wordt geboden aan patiënten die overdag in de gemeenschap kunnen werken |
| naitsū-内通 | samenzwering; heulen (met de vijand); verraad (door het doorgeven van geheime informatie aan de vijand) |
| naitsūsha-内通者 | samenzweerder; collaborateur; verrader |
| naiyōgo-内容語 | (taalkunde) woorden, zoals zelfstandige naamwoorden, werkwoorden en bijvoeglijke naamwoorden, die de semantische betekenis in een zin aanduiden |
| naiyōkyōka-内容教科 | vakken die worden bestudeerd om kennis op een bepaald gebied te verwerven; inhoudsvakken |
| naiyōmihon-内容見本 | een prospectus; een proefversie; voorbeeldbladzijden |
| naizō-内臓 | inwendige organen; ingewanden |
| naizō-内蔵 | inherent; aangeboren |
| nakabi-中日 | de middelste dag van een meerdaags evenement of sporttoernooi |
| nakadachi-仲立ち | bemiddelaar; tussenpersoon; medium; vertegenwoordiger |
| nakadachi-仲立ち | bemiddeling; tussenkomst; vertegenwoordiging |
| nakademo-中でも | vooral; in het bijzonder; met name; onder andere |
| nakagoosae-中子押さえ | metalen klem binnenin een gietvorm |
| nakaguro-中黒 | (leesteken) de (half)hoge [zwevende] punt [interpunt] (gebruikt voor woordscheiding) |
| nakaguro-中黒 | een familiewapen, een zwarte horizontale lijn in een cirkel |
| nakairi-中入り | (theater, sumo, e.d.) een korte pauze midden in de voorstelling |
| nakamahazure-仲間外れ | iemand die uitgesloten [buitengesloten] wordt (van een groep) |
| nakamahazure-仲間外れ | het uitgesloten [buitengesloten] worden (van een groep) |
| nakamaku-中幕 | (in het kabuki-theater) een apart toneelstuk dat tussen de eerste en tweede akte van de hoofdvoorstelling wordt opgevoerd |
| nakamise-仲見世 | winkels (langs een doorgang) op het terrein van een heiligdom of tempel. |
| nakanaka-中中 | erg; behoorlijk (veel); heel wat; nogal; meer dan verwacht; boven verwachting |
| nakanaka-中中 | liever; eerder; veeleer; bij voorkeur |
| nakanaka-中中 | meer dan verwacht; behoorlijk; voldoende; matig |
| nakanzuku-就中 | in het bijzonder; bovenal; met name; vooral |
| nakaomote-中表 | (vellen) papier, stof, etc. binnenstebuiten vouwen (zodat dan de voorkant (buitenkant) aan de binnenkant zit) |
| nakaore-中折れ | (afk. voor) gleufhoed; vilten hoed |
| nakaore-中折れ | (afk. voor) sandalen met een (horizontale) vouw in het midden van de zool |
| nakaoregeta-中折れ下駄 | sandalen met een (horizontale) vouw in het midden van de zool |
| nakayasumi-中休み | pauze; koffiepauze; lunchpauze; korte onderbreking (van werkzaamheden, maar ook van regen, etc.) |
| nakiakasu-泣き明かす | de nacht huilend doorbrengen; de hele nacht huilen |
| nakibokuro-泣き黒子 | een moedervlek onder een oog (volgens een Japans volksgeloof een teken dat iemand gevoelig is voor huilen) |
| nakifusu-泣き伏す | huilend neervallen [ter aarde storten; instorten] |
| nakikurasu-泣き暮らす | zijn dagen huilend slijten; huilend de tijd [je leven] doorbrengen |
| nakinureru-泣き濡れる | tranen in de ogen hebben; doordrenkt van tranen zijn |
| nakiotoshi-泣き落とし | je zin krijgen [doordrijven] door te (gaan) huilen |
| nakiwarai-泣き笑い | huilen en lachen tegelijk; lachen terwijl je huilt; glimlach door de tranen heen |
| nakkurubōru-ナックルボール | (honkbal) een bal die met een speciaal effect wordt gegooid door de pitcher |
| nakunaru-無くなる | op raken; tekort [te weinig] worden |
| nakunaru-無くなる | verdwijnen; weg [verloren] raken; vermist worden |
| nakusu-亡くす | (door de dood) verliezen (van een naaste) |
| nakusuru-無くする | iets kwijtraken; verliezen; laten verwijderen (een ander woord voor nakusu) |
| namae-名前 | benaming; (roep)naam; naam; voornaam; familienaam |
| namagusabōzu-生臭坊主 | corrupte monnik [priester] |
| namagusai-生臭い | corrupt |
| namagusai-生臭い | werelds; verdorven (een monnik die zich niet aan de Boeddhistische voorschriften houdt) |
| namahenji-生返事 | een vaag [onduidelijk] antwoord |
| namarikōgai-鉛公害 | luchtvervuiling door lood in uitlaatgassen (van auto, e.d.) |
| namaru-鈍る | verzwakken; zwakker worden |
| namaru-鈍る | bot worden |
| namazu-癜 | tinea versicolor; pityriasis versicolor (schimmelinfectie) |
| nameko-滑子 | nameko; goudkopje (paddenstoel, Pholiota microspora) |
| nami-並 | gewoon; doorsnee; gemiddeld |
| namiashi-並足 | normaal [gemiddeld] looptempo; wandelpas |
| namida-涙 | (in combinatie met een zelfstandig naamwoord) een kleine hoeveelheid; een beetje; licht(elijk) |
| namidaame-涙雨 | de tranen die worden vergoten als regen; een stortvloed van tranen; een tranenregen |
| namidagawa-涙川 | een stortvloed [stroom] van tranen |
| namidagumori-涙曇り | een waas van tranen (voor de ogen) |
| namidatsu-波立つ | (fig.) het veroorzaken van deining (in situaties) |
| namidatsu-波立つ | (fig,) veroorzaken van onrust [oproer; strijd] |
| namitaitei-並大抵 | gewoon [middelmatig; doorsnee] zijn |
| namu-なむ | (arch.) emfatisch partikel, geeft nadruk aan of een retorische vraag |
| namunamu-なむなむ | (Kyoto dialect) mwah; kan ermee door; goed genoeg |
| nanahikari-七光り | voordelen door bescherming [invloed] van ouders of meester |
| nanako-魚子 | een metaalgraveertechniek (met korrels die op viseieren lijken) |
| nanako-魚子 | (afk. voor) keperbinding (weeftechniek, waarbij het oppervlak van de stof korrelig als een visei wordt) |
| nanakoori-魚子織り | keperbinding (weeftechniek, waarbij het oppervlak van de stof korrelig als een visei wordt) |
| nanakorobiyaoki-七転び八起き | (spreekwoord) met vallen en opstaan (leren); al doende leert men (lett. 7 keer vallen, 8 keer opstaan) |
| nanakusa-七草 | zeven soorten; verscheidenheid; allerlei |
| nanakusagayu-七草粥 | pap, gekookt van 7 ingrediënten, zoals rijst, gierst, bonen, e.d. (gemaakt op de 15e dag van het nieuwe jaar; later vervangen door azukibonenpap) |
| nanakusanosekku-七種の節句 | festival op de zevende dag van het nieuwe jaar (waarbij zeven soorten rijstepap worden gegeten) |
| naname-斜め | vervormd; verdraaid; verwrongen |
| nanatsu-七つ | werd vroeger gebruikt voor tijdsaanduidingen: ca. 4 uur in de morgen of middag |
| nanban-南蛮 | (afk. voor) Japanse gerechten met Europese of Chinese invloeden [ingrediënten] |
| nanban-南蛮 | Zuidelijke Barbaren (in de 16de en 17de eeuw een Japanse benaming voor de Europeanen (m.n. de Portugezen en Spanjaarden) die toen naar Japan kwamen) |
| nanban-南蛮 | Zuidelijke Barbaren (van de Muromachi-periode tot de Edo-periode een Japanse benaming voor (ei)landen in de Stille Zuidzee) |
| nanbā・purēto-ナンバー・プレート | nummerplaat; nummerbord; kentekenplaat (auto) |
| nanboku-南北 | Noord en Zuid (let. Zuid en Noord) |
| nanbokuamerika-南北アメリカ | Noord -en Zuid-Amerika |
| nanbokuni-南北に | van noord naar [tot] zuid |
| nanbokusensō-南北戦争 | de Amerikaanse Burgeroorlog |
| nanbyō-難病 | ziekten die door het Japanse Ministerie van Gezondheid, Arbeid en Welzijn zijn aangeduid als zeldzame en hardnekkige ziekten |
| nande-何で | waarom; waarvoor; hoezo |
| nandemo-何でも | het schijnt dat; men zegt dat; ik heb gehoord dat |
| nando-なんど | enzovoort; etcetera |
| nando-なんど | zoals; bijvoorbeeld |
| nanga-南画 | (afk. voor) zuidelijke schilderstijl |
| nani-何 | nee, (hoor) |
| nanibito-何人 | wat voor (soort) persoon; wat voor iemand; wie |
| naniganashi-何がなし | vaag; zonder duidelijke oorzaak [reden] |
| nanikanashi-何彼無し | vaag; zonder duidelijke oorzaak [reden]; op de één of andere manier |
| nanikuso-何糞 | verdomme; verdorie |
| nanimokamo-何も彼も | alles; stuk voor stuk |
| naniwabushi-浪花節 | traditionele Japanse vertelkunst waarbij het verhaal gezongen wordt met shamisen-begeleiding |
| naniwasateoki-何はさておき | allereerst; om te beginnen; voordat (je iets anders doet) |
| nanjō-何じょう | (lit.) wat? (bij retorische vraag of uiting van twijfel) |
| nanjō-何じょう | (lit.) Waarom...?; Hoezo...? (bij retorische vraag of uiting van twijfel) |
| nanka-何か | (negatief bedoeld) dit soort; zulke |
| nanka-何か | bijvoorbeeld |
| nankan-難関 | moeilijk te passeren controlepunt of (stads)poort (door strenge controle) |
| nankō-難航 | moeilijke [moeizame] voortgang |
| nankōfuraku-難攻不落 | ondoordringbaarheid; onneembaarheid |
| nankyokukō-南極光 | zuiderlicht; zuidpoollicht; aurora australis |
| nanmaidabu-なんまいだぶ | een informele korte vorm van ’Namu Amidabutsu’ (aanroeping van Amida Boeddha) |
| nanori-名乗り | zijn naam (en overige informatie) geven; zijn kandidatuur aankondigen |
| nanoru-名乗る | zichzelf introduceren [voorstellen] (met naam); zichzelf identificeren [aankondigen; bekendmaken] als (met titel, beroep, etc.) |
| nanpito-何人 | wat voor (soort) persoon [iemand]; wie |
| nansenhokuba-南船北馬 | (lett. reis per boot in het zuiden, per paard in het noorden (van China)) het voortdurend onderweg zijn; voortdurend reizen naar alle windstreken |
| nanteki-難敵 | een machtige [formidabele] vijand; een sterke tegenstander |
| nanten-難点 | gebrek; tekortkoming; zwakte |
| nanto-南都 | (poëtische benaming voor de stad) Nara |
| nanto-南都 | (en andere naam voor) de Kōfuku-ji, een boeddhistische tempel in Nara |
| nantō-軟投 | (honkbal) een trage [langzame] worp [aangooi] |
| nanushi-名主 | (in het Edo tijdperk) dorpshoofd; hoofdman van een dorp of plaats (voornamelijk in het Kantō gebied) |
| naoru-治る | herstellen; genezen; beter worden |
| naoru-直る | hersteld [gerepareerd; verbeterd] worden |
| naoru-直る | op de juiste plek komen; op de goede plaats geordend zijn |
| naoru-直る | (op de oorspronkelijke positie) terugkomen |
| naraberu-並べる | op een rij zetten; rangschikken; ordenen |
| narabetateru-並べ立てる | één voor één opnoemen; opsommen |
| naraigoto-習い事 | les [onderricht; onderwijs; training] van een technische vaardigheid [kunstvorm, e.d] bij een meester [specialist] |
| naraseru-生らせる | vrucht laten dragen; ervoor zorgen dat er veel vruchten komen (aan een boom) |
| naratāju-ナラタージュ | narratage (Frans porte-manteau woord van: narration en montage); verteltechniek in film en theater waarbij de hoofdpersoon terugkijkt op zijn verleden |
| narau-習う | leren (van iem.); onderwezen worden; onderricht krijgen |
| narawasu-習わす | (als achtervoegsel aan werkwoorden) gewend [gewoon; gebruikelijk] zijn; altijd doen |
| nareau-馴れ合う | vriendschap sluiten; goed kunnen opschieten met elkaar; intiem worden; een geheime relatie aangaan |
| nareru-慣れる | ervaren [handig] worden; (door ervaring) een expert worden |
| nareru-慣れる | vertrouwd raken met; eigen zijn [worden]; vertrouwd [gemakkelijk; comfortabel] zijn [worden] |
| nareru-慣れる | gewend zijn aan; wennen aan; ervaring hebben [krijgen] met; eigen maken [worden] |
| nareru-熟れる | rijp worden; volwassen [volgroeid] worden |
| nareru-馴れる | (te) intiem [vertrouwd; informeel] |
| naridoshi-生り年 | een goed jaar (voor fruitoogst); een goed fruitjaar |
| naridoshi-生り年 | mastjaar (bij bosbouw en natuurbeheer een benaming voor een jaar waarin bomen en planten veel meer vrucht dragen dan normaal) |
| narihateru-成り果てる | (slechts) eindigen als; teruggebracht worden tot; gereduceerd worden tot, verworden tot |
| narimono-鳴り物 | het orkest in het Kabuki theater |
| narisumasu-成り済ます | zich voordoen [optreden] als (iemand anders) |
| naritatsu-成り立つ | bestaan uit; samengesteld zijn uit; gevormd worden door |
| narite-為り手 | iemand die een rol [functie] op zich wil nemen; (beschikbare) sollicitant (voor een functie) |
| nariwataru-鳴り渡る | (fig.) resoneren; (wijd en zijd) bekend [beroemd] worden |
| naru-成る | (voltooid) worden [zijn] |
| naru-成る | bereikt [behaald; verkregen] worden; succesvol zijn |
| naru-成る | gemaakt door; van de hand van |
| naru-為る | worden; veranderen in |
| naru-為る | gaan gebeuren [komen]; zo (gaan) worden |
| naru-為る | dienen voor; dienst doen als |
| naru-鳴る | weerklinken; bekend worden [zijn] (om) |
| narubeku-成るべく | zo mogelijk; indien mogelijk (dit woord is de klassiek Japanse shūshikei-vorm van het ww. naru) |
| naruko-鳴子 | een ratel (van bamboestokjes op een houten plank, en door eraan te trekken komt er geluid uit), wordt gebruikt om vogels weg te jagen van de velden |
| narukosuge-鳴子菅 | soort kleine rietplant (Carex curvivicollis) |
| nasaru-なさる | (erend werkwoord voor する) doen; maken |
| nasaru-為さる | (gebruikt als hulp-ww. om beleefdheid uit te drukken; wordt niet vertaald of uitgedrukt door de toevoeging: alstublieft) |
| nasaru-為さる | (dit is een beleefdheidsvariant van het werkwoord suru) doen |
| nāshingu・hōmu-ナーシング・ホーム | (Eng.: nursing home) verpleeghuis; verzorgingshuis |
| nashonaru・sentā-ナショナル・センター | landelijke organisatie van vakbonden |
| nashonaru・torasuto-ナショナル・トラスト | (National Trust for Places of Historic Interest or Natural Beauty) Britse organisatie voor monumentenzorg en landschapsbeheer |
| nassho-納所 | (afk. voor) een priester [monnik] van een lagere rang |
| nassho-納所 | (in een zen-tempel) het kantoor dat belast is met de inkomsten en uitgaven (van geld, rijst, e.d.) |
| nassho-納所 | (hist.) belastingkantoor |
| nāsu-ナース | zogen; borstvoeding geven |
| nāsu・banku-ナース・バンク | uitzendbureau voor verpleegkundigen |
| nāsu・senta-ナース・センタ | uitzendbureau voor verpleegkundigen |
| natō-ナトー | (North Atlantic Treaty Organization) NAVO (Noord-Atlantische Verdragsorganisatie) |
| natsu-夏 | zomer (in Japan tegenwoordig van juni tot augustus, vroeger toen men uitging van de maankalender was het van april tot juni) |
| natsuba-夏場 | een goede plek om de zomer door te brengen; een zomerverblijf |
| natsubaori-夏羽織 | een (ongevoerd) zijden zomerjasje (een zomer- haori) |
| natsubasho-夏場所 | het zomer sumotoernooi (sumo toernooi dat gehouden wordt in mei) |
| natsubasho-夏場所 | een goede plek om de zomer door te brengen; een zomerverblijf |
| natsubate-夏ばて | het afnemen [verlies] van lichamelijke krachten door de zomerhitte |
| natsubatesuru-夏ばてする | lichamelijke kracht verliezen door zomerhitte |
| natsudonari-夏隣 | het gevoel [besef] van de naderende zomer; seizoenwoord voor de late lente |
| natsudori-夏鳥 | zomervogels; trekvogels die in de zomer komen nestelen [zich voortplanten], en in de herfst wegtrekken naar warmere streken om te overwinteren |
| natsugake-夏掛け | dunne dekbedden die in de zomer gebruikt worden |
| natsuge-夏毛 | de (okergele) haren van een hertenvacht, die gebruikt worden voor het maken van penselen |
| natsugo-夏子 | een jong dier dat in de zomer geboren is |
| natsugo-夏蚕 | een zijderups, die vanaf de vroege zomer wordt gekweekt |
| natsuimo-夏芋 | een andere benaming voor een (gewone) aardappel |
| natsuimo-夏芋 | (dialect) een taro (eetbare knol van de plant Colocasia antiquorum) |
| natsujikan-夏時間 | zomertijd (in de zomer wordt de klok 1 uur vooruitgezet om meer profijt te hebben van het lange licht) |
| natsukan-夏柑 | de benaming van een vrucht, een soort Chinese citroen |
| natsuku-懐く | emotioneel gehecht raken aan; genegenheid opvatten voor |
| natsumake-夏負け | lichaamszwakte [ziek] door zomerhitte |
| natsumame-夏豆 | in sommige dialecten de naam voor een erwt |
| natsumame-夏豆 | een andere naam voor sora-mame, een soort tuinboon |
| natsumame-夏豆 | in sommige dialecten de naam voor een sojaboon |
| natsumatsuri-夏祭り | festivals [plechtigheden] in Shintō tempels, die worden gehouden in de zomer |
| natsume-棗 | jujube (een vrucht, soort rode dadel) |
| natsumeku-夏めく | zomers [zomerachtig] worden; op de zomer gaan lijken |
| natsumuki-夏向き | (geschikt) voor gebruik in de zomer |
| natsunari-夏成り | vruchten, etc. die in de zomer rijp zijn [in de zomer geplukt of geoogst kunnen worden] |
| natsuobi-夏帯 | een obi (soort ceintuur) voor de zomerkleding |
| natsusaku-夏作 | zomergewassen, (zoals o.a. maïs, bonen, aubergine) die groeien in de zomer, en worden geoogst in de herfst of winter |
| natsutōdai-夏灯台 | een 2-jarige plant van het plantengeslacht Euphorbia |
| natsutsubaki-夏椿 | een zomercamellia [Stewartia pseudocamellia], een in de zomer bloeiende, bladverliezende boom (die vaak ten onrechte shara no ki [シャラノキ] wordt genoemd |
| natsuyama-夏山 | berg die wordt beklommen in de zomer |
| natsuyase-夏痩せ | gewichtsverlies in de warme zomer (door gebrek aan eetlust, slaap, e.d.); afvallen in de zomer wanneer het warm [heet] is |
| natsuyase-夏瘦せ | gewichtsverlies (en daarmee verzwakking van de lichaamskracht) door zomerse hitte |
| natsuzuisen-夏水仙 | de zomerbloeiende giftige plant Lycoris squamigera |
| nattokusuru-納得する | overtuigd worden [zijn]; toegeven |
| nawa-縄 | touw; koord |
| nawabari-縄張り | het gebied [invloedssfeer] (van iemand); territorium |
| nawabariarasoi-縄張り争い | territoriumgevecht; strijd [oorlog] onder criminele groepen |
| nawanoren-縄暖簾 | een touwgordijn; vliegengordijn |
| nawanoren-縄暖簾 | een bar, eethuisje; kroeg, e.d. (waar vaak een touwgordijn voor de ingang hangt) |
| nawashiro-苗代 | een kweekveld voor jonge rijstplantjes (zaailingen) |
| nayamashii-悩ましい | zorgelijk; verontrustend; moeilijk; lastig; netelig; angstig; pijnlijk |
| nayuta-那由他 | (oorspronkelijk boeddh.) extreem grote hoeveelheid; een enorm groot getal |
| nazumu-泥む | voortduren; blijven hangen; stagneren |
| ne-根 | wortel (van een plant, haar, tand, etc.) |
| ne-根 | wortel (fig.); bron, oorsprong |
| neagari-根上がり | wortels van een boom die boven de grond zichtbaar zijn |
| nebari-粘り | volharding; doorzettingsvermogen |
| nebarike-粘り気 | volharding; doorzettingsvermogen |
| nebie-寝冷え | kou (gevat tijdens het slapen); koud geworden tijdens de slaap |
| nebiesuru-寝冷えする | kou vatten tijdens het slapen; koud worden tijdens de slaap |
| nebiki-値引き | prijsreductie; prijsvermindering; korting |
| nebikisuru-値引きする | de prijs verminderen [verlagen]; korting geven |
| nēbī・rukku-ネービー・ルック | (Eng.: navy look) kleding met kenmerken van een marine uniform (vooral in de kleur marineblauw) |
| nebukai-根深い | diepgeworteld |
| neburibashi-ねぶり箸 | eetstokjes waaraan wordt gelikt of die in de mond gehouden worden (onjuist gebruik van eetstokjes) |
| nēburu-ネーブル | (afk. voor) navel sinaasappel |
| nechiketto-ネチケット | (network + etiquette) netiquette (etiquette onder netwerkgebruikers) |
| nedayashi-根絶やし | uitroeiing; ontworteling; verdelging |
| neesan-姉さん | een woord waarmee een geisha een meer ervaren geisha boven zich aanspreekt |
| neesan-姉さん | (een woord waarmee men aanspreekt) een serveerster in een restaurant of hotel |
| neesan-姉さん | (een woord waarmee men beleefd een oudere zus aanspreekt:) zus(ter) |
| neesan-姉さん | (een woord waarmee men een jonge vrouw aanspreekt:) juffrouw |
| neeya-姉や | (aanspreekvorm voor) kinderoppas; dienstmeisje |
| negake-根掛 | een sieraad voor een traditioneel Japans vrouwenkapsel |
| negau-願う | een verzoek [aanvraag] indienen (voor) |
| negi-禰宜 | (een andere naam voor) een sprinkhaan |
| negibōzu-葱坊主 | de bloem [bloeiwijze] van planten van de Allium familie (prei, bosui, bieslook, etc.) (de bolvormige, witte bloemen lijken op een kaalgeschoren hoofd) |
| negokochi-寝心地 | gevoel bij het slapen; slaapcomfort |
| neguse-寝癖 | (na het slapen) warrig [weerbarstig] haar; weerborstel |
| nehan-涅槃 | nirwana; verlichting; (geestelijke) bevrijding van slechte hartstochten en de kringloop van wedergeboortes |
| nehanzu-涅槃図 | schilderij van Sakyamuni Boeddha bij zijn intrede in het nirvana (liggend, omringd door zijn discipelen) |
| nehan'e-涅槃会 | jaarlijkse ceremonie op 15 maart voor de sterfdag van Boeddha (was vroeger 15 februari op de oude maankalender) |
| neimō-獰猛 | woestheid; wreedheid; bloeddorstigheid |
| neirukea-ネイル・ケア | nagelverzorging |
| neitibu-ネイティブ | oorspronkelijk; inheems; autochtoon; aangeboren |
| neitibu-ネイティブ | oorspronkelijke bewoner; autochtoon |
| neitibu-ネイティブ | (afkorting voor) native speaker; moedertaalspreker |
| nejifuseru-捩じ伏せる | (zijn zin) doordrijven; doordrukken; onderdrukken |
| nejikiri-螺子切り | het gereedschap voor het uitsnijden van schroefdraad |
| nejireru-捩れる | pervers [opstandig; dwars] zijn [worden] |
| nejireru-捩れる | (van relaties, e.d.) gespannen zijn [worden] |
| nejireru-捩れる | verdraaid [verbogen; kromgetrokken] zijn [worden] |
| nejiridōryokukei-捩り動力計 | torsiemeter |
| nejiro-根城 | vesting; fort; bolwerk; citadel |
| nekkara-根っから | vanaf het begin; oorspronkelijk |
| nekkara-根っから | van nature; door en door; in hart en nieren |
| nekko-根っこ | wortels (van planten en bomen) |
| nekku-ネック | (afk. voor) flessenhals; (fig.) knelpunt; obstakel |
| nekku-ネック | (afk. voor) halslijn |
| neko-猫 | kruiwagen (een afkorting voor neko-kuruma) |
| neko-猫 | een klein brandertje (een afkorting voor neko-hibachi) |
| nekonekobanten-ねんねこ半纏 | een (korte, warme) overjas die niet alleen de drager ervan maar ook de op de rug gedragen baby bedekt |
| nekosogi-根刮ぎ | ontworteling; het met wortel en al uit de grond trekken |
| nekosogi-根刮ぎ | geheel en al; met wortel en tak |
| nemawashi-根回し | het voorbereidend werk; grondwerk; het leggen van de basis; het achter de schermen manoeuvreren; consensus bereiken om iets te kunnen verwezenlijken |
| nemimi-寝耳 | geluiden die je hoort terwijl je slaapt |
| nemoto-根元 | basis; wortel(s) |
| nēmu-ネーム | (afk. voor) naamplaatje |
| nemuraseru-眠らせる | (fig.) in slaap brengen; doden; vermoorden |
| nemurasu-眠らす | (fig.) in slaap brengen; doden; vermoorden |
| nen-念 | voorzichtigheid |
| nenbutsu-念仏 | invocatie [gebed; recitatie] voor Amida Boeddha (door het reciteren van zijn naam) |
| nenbutsuzanmai-念仏三昧 | toewijding aan [het ijverig uitoefenen van] nenbutsu (invocatie, gebed voor Boeddha) |
| nenbyakunenjū-年百年中 | het hele jaar door; altijd |
| nenchō-年長 | senioriteit; anciënniteit |
| nenchōsha-年長者 | senior; de oudere in leeftijd |
| nendaimono-年代物 | antiek; antiek voorwerp |
| nenga-年画 | Chinese nieuwjaarsschilderijen (schilderijen die op nieuwjaarsdag in China op poorten en muren worden gehangen) |
| nengaranenjū-年がら年中 | het hele jaar door; altijd |
| nenji-年次 | volgorde [opeenvolging] van jaren |
| nenjū-年中 | het hele jaar (door) |
| nenmatsuchōsei-年末調整 | belastingcorrectie [belastingaanpassing] aan het einde van het jaar |
| nennai-年内 | de periode binnen een jaar [voordat het jaar om is] |
| nenneko-ねんねこ | een (korte, warme) overjas die niet alleen de drager ervan maar ook de op de rug gedragen baby bedekt |
| nennotame-念のため | voor de zekerheid |
| nenpu-年譜 | een chronologisch overzicht [rapport; verslag] |
| nentei-拈提 | (zen boedddhisme) publieke uitleg [commentaar] over een voorval en de koan |
| nereru-練れる | door ervaring kundig [bekwaam; wijs] worden |
| nereru-練れる | goed gekneed worden; goed kneedbaar [homogeen] zijn |
| neru-練る | kennis [bekwaamheid] verbeteren door oefenen [trainen] |
| neru-練る | stof [weefsel] zacht maken door het te koken |
| neshina-寝しな | (de tijd) net voor het naar bed gaan [voor het slapen gaan] |
| neshōga-根生姜 | gemberwortel |
| neshōgatsu-寝正月 | de nieuwjaarsvakantie [de vrije dagen rond nieuwjaar] in bed doorbrengen |
| nessa-熱砂 (熱沙) | gloeiend heet zand (zand dat heet is geworden door de brandende zon) |
| nesseikeiren-熱性けいれん | koortsstuip(en) |
| nesshō-熱唱 | het hartstochtelijk [enthousiast; uit volle borst] zingen |
| nessuru-熱する | enthousiast [opgewonden] worden; verhit raken |
| neta-ねた | (een omkering van het woord tane) materiaal; informatie |
| netabako-寝煙草 | het roken in bed; een sigaret die in bed wordt gerookt |
| netabare-ネタバレ | spoiler; bederver; informatie die (een deel van) de plot van een film of boek verklapt |
| netsu-熱 | een ziekte die gepaard gaat met) hoge koorts |
| netsu-熱 | energie (uitgedrukt in joules of caloriëen) |
| netsu-熱 | koorts; verhoogde lichaamstemperatuur |
| netsubunkai-熱分解 | pyrolyse; thermolyse (ontleding door verhitting) |
| netsubyō-熱病 | ziekte met hoge koorts |
| netsukan-熱感 | gevoel van warmte [temperatuur; koorts] |
| netsuke-根付け | een traditionele Japanse (met de hand gesneden) gordelknoop |
| netsuke-熱気 | koortsachtigheid; koortsig zijn |
| netsukigu-熱器具 | verwarmingstoestel (zoals kachel, fornuis, e.d.) |
| netsuppoi-熱っぽい | koortsig |
| netsuryō-熱量 | hoeveelheid warmte; calorische waarde |
| netsusamashi-熱冷まし | koortsverlagend geneesmiddel; koortswerend middel |
| nettaiteikiatsu-熱帯低気圧 | tropische cycloon [wervelstorm] |
| netto-ネット | (afk. voor) netwerk |
| netto-ネット | (bij sporten, zoals tennis, e.d.) net |
| netto-ネット | (afk. voor) internet |
| nettobōru-ネットボール | netbal, een soort (dames) korfbal |
| nettotatchi-ネットタッチ | het aanraken van het net door een speler (tennis, volleybal, etc.) |
| nettowāku-ネットワーク | (afk. voor) computernetwerk |
| neya-閨 | binnenkamer (omsloten door andere kamers in een huis) |
| nezake-寝酒 | een slaapmutsje; alcoholisch drankje voor het slapengaan |
| nezame-寝覚め | het wakker worden; het ontwaken |
| nezameru-寝覚める | wakker worden; ontwaken |
| nezasu-根差す | wortelen; wortel schieten |
| nezasu-根差す | (fig.) geworteld zijn (in); ontstaan [ontspruiten] uit; afkomstig zijn |
| nezuku-根付く | wortel schieten |
| nezumi-鼠 | (afkorting van nezumi-iro) (muis)grijs; donkergrijs |
| nezumikō-鼠講 | piramidespel (systeem waarbij steeds nieuwe deelnemers geld inleggen, en de inleg van de nieuwkomers wordt uitbetaald aan de eerdere deelnemers) |
| nezumitori-ネズミ捕り | (politieterm) autoval (voor het registreren van snelheidsovertredingen) |
| nezuyoi-根強い | diepgeworteld; bestendig |
| ni-に | door |
| ni-に | als; in de vorm van |
| ni-に | (geeft aan de oorzaak of reden van iets) door; met; vanwege |
| ni-に | (in combinatie met wa en ...ga, geeft aan dat iets wel zo is [gebeurt] maar met voorwaarde of restrictie) weliswaar |
| ni-に | (meestal in combinatie met wa of mo achter aanspreektitels, geeft respect aan voor de toegesprokene) |
| ni-に | (geeft aan het resultaat van een verandering) worden; veranderen in [tot] |
| ni-荷 | last; moeite; verantwoordelijkheid; verplichting |
| niau-似合う | (goed) passen bij; geschikt zijn [worden] voor |
| nibu-二部 | twee delen; twee categorieën |
| nibu-二部 | tweedegraads lerarenopleiding voor een middelbaar onderwijsprogramma (in het oude onderwijsprogramma van Japan) |
| niburu-鈍る | minder goed worden; verzwakken; wankelen |
| niburu-鈍る | bot worden |
| nichi-日 | (afk. voor) zondag |
| nichibeichiikyōtei-日米地位協定 | Japans-Amerikaanse "Status-of-Forces" Overeenkomst (hierbij zijn in 1960 de condities vastgesteld voor het Amerikaanse leger gestationeerd in Japan) |
| nichibotsuzen-日没前 | voor zonsondergang |
| nichigintankan-日銀短観 | (afk. voor) Tankan onderzoek (economische kwartaal peiling van het ondernemersvertrouwen door de Japanse Bank) |
| nichirin-日輪 | de zon (benaming n.a.v. de ronde vorm) |
| nichiyōhin-日用品 | dagelijkse benodigdheden; voorwerpen voor dagelijks gebruik |
| nigaoe-似顔絵 | (ukiyo-e) portrettekening van acteurs en beroemde schoonheden |
| nigaoe-似顔絵 | portret |
| nigate-苦手 | afkeer [angst] hebben voor |
| nigauri-苦瓜 | een bittere soort meloen (Momordica charantia) |
| nigawarai-苦笑い | bittere [zure; geforceerde] glimlach |
| nigekōjō-逃げ口上 | ontwijkend antwoord [excuus] |
| nigemadou-逃げ惑う | (in paniek) proberen te ontsnappen; ongecoördineerd rondrennen om te ontsnappen |
| nigenobiru-逃げ延びる | (veilig ontsnappen; ontkomen; ervandoor gaan |
| nigiri-握り | een rijstbal met een vulling van vis, e.a. (de afkorting van nigirimeshi) |
| nigiri-握り | een met de hand gevormde sushi (de afkorting van nigirizushi) |
| nigiribasami-握り鋏 | een U-vormige schaar (zonder vingergaten); wordt meestal gebruikt bij naaiwerk |
| nigiribasu-握り蓮 | een lotusblad-vormige decoratie op balken [railingen] in een gebouw |
| nigiriono-握り斧 | een stenen handbijl (gebruiksvoorwerp uit het stenen tijdperk) |
| nigirizushi-握り鮨 | een soort sushi waarbij een reepje vis (omelet, e.d.) op een samengeknepen blokje sushirijst wordt gelegd |
| nigiwaseru-賑わせる | laten opbloeien [floreren]; tot bloei brengen |
| nigiwashii-賑わしい | levendig; druk; florerend |
| nigiwau-賑わう | goed bezocht worden; geanimeerd zijn |
| nigiwau-賑わう | gedijen; bloeien; floreren |
| nigori-濁り | troebel [modderig; ondoorzichtig; wazig] zijn |
| nigoru-濁る | wazig [onduidelijk; vaag] worden |
| nigoru-濁る | troebel [modderig; bezoedeld; vies] worden |
| nigosu-濁す | ergens omheen draaien; een ontwijkend antwoord geven; vaag blijven |
| nigosu-濁す | (van een vloeistof) troebel maken, vertroebelen, ondoorzichtig maken |
| nihon-二本 | twee stuks (本 wordt gebruikt voor het tellen van lange dingen, boeken, etc.) |
| nihon-二本 | de twee zwaarden van een samoerai (een lange en een korte) |
| nihonbōekishinkōkikō-日本貿易振興機構 | Japanse organisatie voor de bevordering van de handel met het buitenland (Japan External Trade Organization; JETRO, ジェトロ) |
| nihondaihyō-日本代表 | Japanse vertegenwoordiging [delegatie] |
| nihondaihyō-日本代表 | (sport) het Japanse team |
| nihonjidōshayunyūkumiai-日本自動車輸入組合 | JAIA, Japanse Automobiel Importeurs Associatie |
| nihonkokuyūtetsudō-日本国有鉄道 | Japanse (nationale) Spoorwegen |
| nihonnōen-日本脳炎 | Japanse Encephalitis (JE) (veroorzaakt door een door muskieten overgebracht virus) |
| nihonzashi-二本差し | andere term voor morozashi (sumo) |
| nihonzashi-二本差し | een benaming voor twee spiesjes gegrilde tofu of tofu dengaku |
| nihonzashi-二本差し | een benaming voor een samoerai (die beide zwaarden vasthoudt) |
| nihon'yushutsunyūginkō-日本輸出入銀行 | Japan Import Export Bank (opgeheven in 1999) |
| nijigen-二次元 | tweedimensionale media (m.n. anime, videogames en manga, en de personages die daarin voorkomen) |
| nijimasu-虹鱒 | regenboogforel (Oncorhynchus mykiss) |
| nijimideru-滲み出る | wegsijpelen; lekken; doorsijpelen; doorweken |
| nijimu-滲む | doorsijpelen; lekken; uitstromen; opwellen |
| nijūjinkaku-二重人格 | dubbele persoonlijkheidsstoornis |
| nikkō-日光 | (afk. voor) Nikkō bosatsu (een bodhisattva) |
| nikui-憎い | iets dat zo goed is dat je er jaloers van wordt; verschrikkelijk mooi [prachtig; uitmuntend] |
| nikui-難い | (wordt toegevoegd aan een werkwoord) moeilijk [lastig] om te.... |
| nikujiki-肉食 | het eten van vlees; carnivoor |
| nikurui-肉類 | (soorten) vlees |
| nikushoku-肉食 | het eten van vlees; carnivoor |
| nikushokudōbutsu-肉食動物 | carnivoor; vleeseter |
| nikushokujū-肉食獣 | carnivoor; vleeseter |
| nikuyōshu-肉用種 | slachtvee; dier gefokt voor het vlees |
| nikuzure-荷崩れ | het omvallen [verschuiven] van lading [vracht] (tijdens transport) |
| nin-人 | wordt gebruikt voor het tellen van mensen |
| ninaite-担い手 | hoofdverantwoordelijke; (fig.) steunpilaar |
| ninchi-認知 | wettelijke erkenning (van kind door vader) |
| ningoku-任国 | het land waar je wordt benoemd als ambassadeur, gezant of consul |
| ningyōgeki-人形劇 | poppenspel; poppentheater; marionettentheater(voorstelling) |
| nininsankyaku-二人三脚 | tijdelijke samenwerking (voor een bepaalde taak) |
| ninjin-人参 | wortel; peen |
| ninjiru-任じる | zich verbeelden; zich voordoen als |
| ninjutsu-忍術 | (één van de tactieken van ninja's tijdens de samoerai periode) een vorm van spionage (door het gebruik van vermommingen, trucs, e.d.) |
| ninka-認可 | goedkeuring; toestemming; autorisatie; vergunning |
| ninkusuru-忍苦する | verdragen; verduren; doorstaan |
| ninmeiken-任命権 | bevoegd gezag; bevoegde autoriteiten |
| ninoku-二の句 | de volgende [tweede] zin; het volgende woord |
| ninsanpu-妊産婦 | zwangere vrouwen en vrouwen die (net) bevallen zijn; zwangere vrouwen en moeders die borstvoeding geven |
| ninshōdaimeishi-人称代名詞 | persoonlijk voornaamwoord |
| nin'ishuttō-任意出頭 | vrijwillig verschijnen (voor een verhoor of ondervraging bij politie of justitie) |
| niō-仁王 | twee beelden van (boeddhistische) beschermgoden (links en rechts van een tempelpoort) |
| nioisumire-匂菫 | Maarts viooltje (Viola odorata) |
| nippō-日報 | dagelijks verslag [rapport] |
| nippondaihyō-日本代表 | (sport) het Japanse team |
| nippondaihyō-日本代表 | Japanse vertegenwoordiging [delegatie] |
| nippondenshindenwakōsha-日本電信電話公社 | NTT, Nippon Telegraph and Telephone Public Corporation |
| nipponkeizaidantalrengōkai-日本経済団体連合会 | de Japanse Federatie van Economische Organisaties (met als doelstelling de economische groei te stimuleren) |
| nirami-睨み | norse [dreigende; starende] blik |
| nirami-睨み | gezag; autoriteit; invloed (over iets hebben) |
| niramu-睨む | Iemand beoordelen; in de gaten houden |
| nīrusenchōsa-ニールセン調査 | kijkcijferonderzoek uitgevoerd door de Nielsen Company (waarvan de Japanse tak werd opgericht in 1961) |
| niseakashia-贋アカシア | Robinia pseudoacacia (boomsoort) |
| nisei-二世 | tweede generatie Japanner (of Koreaan); kind van een Japanner die in het buitenland is geboren (en die nationaliteit heeft) |
| nisejōhō-偽情報 | onware [valse] informatie |
| nisemono-偽者 | iemand die zich voor een ander uitgeeft |
| nishasannyū-二捨三入 | een rekenmethode waarbij decimalen van 2 of lager naar beneden worden afgerond, en van drie of hoger naar boven) |
| nishijin-西陣 | (afk. voor) Nishijin brokaat |
| nishikita-西北 | het noordwesten |
| nissan-日参 | dagelijks bezoek aan een instelling, e.d. (voor praktische doeleinden) |
| nissan-日参 | dagelijks bezoek aan een heiligdom of tempel (voor religieuze doeleinden) |
| nisshingeppo-日進月歩 | snelle [gestage; dagelijkse] vooruitgang |
| niten'ichiryū-二天一流 | een school voor zwaardvechten [kendo] waarbij met één zwaard in elke hand wordt gevochten |
| nīto-ニート | (not in employment, education or training) een jongere die niet studeert of werkt |
| nitōdate-二頭立て | tweespan; rijtuig voor twee paarden |
| nitōryū-二刀流 | een school voor zwaardvechten [kendo] waarbij met één zwaard in elke hand wordt gevochten (opgericht door Miyamoto Musashi, 1584-1645) |
| nitotte-にとって | betreffende; voor; met |
| nitsuite-に就いて | per; voor (elke) |
| nitsukeru-煮付ける | (groente en vis) goed (laten) doorkoken (in bouillon of sojasaus, zodat de smaak er goed intrekt) |
| nitsuki-に就き | per; voor elke |
| niuma-荷馬 | pakpaard; paard dat wordt gebruikt om lasten te dragen |
| niuribune-煮売り船 | een drijvend winkeltje; een boot waar men gebruiksvoorwerpen en etenswaren kon kopen |
| niwa-庭 | een plaats [plek] waar iets specifieks wordt gedaan (zoals studeren, vissen, jagen, etc.) |
| niwageta-庭下駄 | tuinklompen (houten geta die worden gebruikt in de tuin) |
| niwaishi-庭石 | siersteen [stapsteen] voor in de tuin |
| niwakajikomi-俄仕込み | haastige [noodzakelijke] voorbereidingen; het snel klaarmaken van goederen |
| niwakakyōgen-俄狂言 | (korte) klucht [komisch toneelstuk]; korte grappige sketch |
| niwakido-庭木戸 | houten tuinpoort |
| niyoreba-によれば | volgens; naar verluidt; op basis van (informatie van iemand [iets]) |
| niyori-により | volgens; door (middel); vanwege |
| niyoruto-によると | volgens (van horen zeggen) |
| niyōsoninshō-二要素認証 | tweefactorauthenticatie |
| niyotte-によって | door; vanwege; volgens |
| no-の | (geeft aan de eigenschap(pen), plaats of toestand van iets) over; betreffende; door; van |
| no-の | drukt uit het lijd.voorwerp in de bijzin |
| no-の | (dit partikel geeft aan het verband tussen 2 woorden, waarbij het eerste woord een (bijv.) bepaling is van het woord dat na no staat) |
| nobara-野薔薇 | wilde roos; rosa multiflora (rozenfamilie Rosaceae) |
| nobebaraishin'yō-延べ払い信用 | krediet voor uitgestelde betaling |
| nobeita-延べ板 | brede plank die wordt gebruikt om dingen op uit te rekken (b.v. voor het uitrollen van noedels) |
| nobetsu-のべつ | onophoudelijk; voortdurend; continu |
| nobetsumakunashi-のべつ幕なし | onophoudelijk; voortdurend; continu |
| nobi-野火 | veldbrand; het afbranden van verdord gras op de velden (in het voorjaar) |
| nobinayamu-伸び悩む | stagneren; achterblijven (in groei); weinig vooruitgang boeken |
| nobinobi-伸び伸び | comfortabel; op je gemak; ontspannen |
| nobiru-伸びる | groeien; langer worden; zich uitstrekken |
| nobiru-延びる | uitgesteld worden |
| nobiyaka-伸びやか | comfortabel; rustig; ontspannen |
| nobori-上り | van zuid naar noord Kyoto gaan |
| noboritsumeru-上り詰める | enorm geboeid [enthousiast] raken; helemaal opgaan in |
| noboru-上る | aan de orde komen; naar boven komen (fig.) |
| noboru-上る | opgewonden [geagiteerd] raken [worden] |
| noboru-昇る | (in rang, positie, e.d.) stijgen; opklimmen (tot); bevorderd worden (tot) |
| noboseru-上せる | zich voorstellen in gedachten hebben) |
| nobureba-陳者 | (wordt gebruikt in een formele brief, na de begroeting en vóór de hoofdtekst) ik zou u graag willen zeggen; als u mij toestaat te vertellen |
| nobushi-野武士 | helper van de topspeler (de mariashi) in de kemari balsport (gespeeld door hovelingen in het keizerlijk paleis) |
| nobutoi-野太い | (van een stem) luid; hard; schor |
| noda-のだ | (na een naam of persoonlijk voornaamwoord) is [zijn] van |
| nōdai-曩代 | (arch.) voorgaand tijdperk |
| node-ので | omdat; doordat; vanwege het feit dat |
| nodesu-のです | (na een naam of persoonlijk voornaamwoord) is [zijn] van |
| nodoka-長閑 | rustig; gerust; onbezorgd; onbekommerd |
| nōdōtai-能動態 | (grammatica) bedrijvende [actieve] vorm (van een werkwoord) |
| nōdōyusō-能動輸送 | (biochemie) actief transport |
| nōgaku-能楽 | Nōgaku is klassiek Japans theater, omvat twee vormen: Nō en Kyōgen |
| nogasu-逃す | missen; voorbij laten gaan |
| nōhanki-農繁期 | periode met veel landbouwactiviteit; drukke tijd voor landbouwers |
| nōhei-農兵 | boerenmilitie; georganiseerde militie bestaande uit boeren |
| nōhonshugi-農本主義 | agrarisme (een politieke stroming die de landbouw en het platteland voorop stellen) |
| noibara-野茨 | wilde roos; rosa multiflora (rozenfamilie Rosaceae) |
| noji-野路 | weg [pad] door de velden; veldweg |
| nojiita-野地板 | dakbeschot (planken als basis voor dakbedekking) |
| nōkanki-農閑期 | periode van geringe landbouwactiviteit; stille tijd voor landbouwers |
| nokeru-退ける | (achter een ww. in de -te vorm) lukken; kans zien (om); (iets moeilijks) klaarspelen |
| nokisaki-軒先 | de voorkant van een huis |
| nokkaru-乗っかる | (informele vorm van noru) instappen; opstappen |
| nokkingu-ノッキング | het kloppen of pingelen van een motor |
| nokkuautosutēiji-ノックアウト・ステージ | knockout-fase (in een sporttoernooi) |
| nōkōgirei-農耕儀礼 | ritueel verzoek (of dankbetuiging) voor een goede oogst |
| nōkyō-納経 | het aanbieden van geld of rijst in een tempel in ruil voor soetra teksten |
| nōkyō-膿胸 | pleuraal empyeem; pleura-empyeem; pyothorax |
| nōmāku-ノーマーク | (sport) speler die niet gedekt wordt [waar niet op gelet wordt] |
| nōmaru-ノーマル | normaal |
| nomerikomu-のめり込む | voor iets gaan [vallen]; in beslag genomen worden door; bezeten worden van |
| nomeru-のめる | voorover vallen [buigen; leunen; struikelen] |
| nomichi-野道 | weg [pad] door de velden; veldweg |
| nomigusuri-飲み薬 | een medicijn om in te nemen; een medicijn voor inwendig gebruik |
| nomikai-飲み会 | drinkpartij; borrel |
| nomikomu-飲み込む | slikken; doorslikken; inslikken |
| nomikudasu-飲み下す | doorslikken; opslokken |
| nominēto-ノミネート | nomineren; voordragen |
| nomu-飲む | innemen; iets doorslikken |
| nomu-飲む | een dolk, zwaard, e.d. (onder de kleren verborgen) dragen |
| nomu-飲む | opslokken; verzwelgen (vaak gebruikt in de passieve vorm: opgeslokt [verzwolgen] worden) |
| nonbiri-のんびり | op zijn gemak; ontspannen; rustig; relaxed; zorgeloos |
| noni-のに | om te ...; voor |
| nonki-呑気 | zorgeloosheid; nonchalance; onbezorgdheid |
| nonsutoppu-ノンストップ | non-stop; doorgaand; zonder tussenstops |
| nonsutoppu-ノンストップ | doorgaande trein; vlucht zonder tussenlandingen |
| noren-暖簾 | een traditioneel Japans gordijn, hangend in een deuropening (m.n. in winkels, restaurants, e.d.) |
| nori-海苔 | zeewier (Porphyra) |
| noridasu-乗り出す | naar voren leunen |
| norigokochi-乗り心地 | rijcomfort (comfort in een voertuig bij het rijden) |
| noriho-ノリホ | (spoorweg jargon) passagierslijst |
| noriireru-乗り入れる | rijden in [door] (route van een trein, bus, etc.) |
| norikakaru-乗りかかる (乗り掛かる) | op het punt staan in te stappen [aan boord te gaan] (bus, trein, boot, etc.) |
| norimaki-海苔巻き | rijst met andere ingrediënten gewikkeld in velletjes nori (gedroogde zeewier) |
| norimono-乗り物 | voertuig; transportmiddel |
| noriutsugi-糊空木 | pluimhortensia (Hydrangea paniculata) |
| noru-乗る | misleid [bedrogen] worden |
| noru-乗る | gedragen worden (op) |
| noru-載る | gedrukt worden; uitgegeven worden; (in druk) verschijnen |
| norudikku-ノルディック | Noord-Europees; Scandinavisch |
| noruwē-ノルウェー | Noorwegen |
| nōsatsu-悩殺 | bekoring |
| nōsekizuieki-脳脊髄液 | hersenvocht; ruggenmergsvocht (liquor cerebrospinalis) |
| noseru-乗せる | iem. meenemen; iem. mee laten rijden [varen]; iem. aan boord nemen |
| noshi-熨斗 | versiering (voor pakjes of brieven) gemaakt van gekleurd papier gevouwen rond een stukje gedroogde abalone |
| noshiawabi-熨斗鮑 | een smalle strip van gedroogde zeeoor |
| noshibukuro-熨斗袋 | een mooi gedecoreerde enveloppe [omslag] om geld cadeau te doen |
| nōson-農村 | boerendorp; dorp in een agrarisch gebied |
| notamau-宣う | (in modern Japans wordt het soms sarcastisch of plagend gebruikt voor) zeggen |
| notamau-宣う | (een erend, zeer respectvol werkwoord voor) zeggen; spreken |
| nōtatchi-ノータッチ | (honkbal) het niet aanraken met de bal van een honk of tegenstander door een veldspeler |
| nōtenki-脳天気 | geheel zonder zorgen; onbezorgdheid; lichtzinnigheid |
| notto-ノット | knoop (eenheid voor snelheid van schepen) |
| nottoru-則る | nakomen; naleven; eerbiedigen; respecteren; navolgen; corresponderen; overeenkomen; overeenstemmen; stroken met; zich conformeren aan |
| nowaki-野分き | (late) herfststorm (lett. veld-splitser) |
| nōzenkazura-凌霄花 | trompetbloem; trompetklimmer (Campsis grandiflora) |
| nozokaseru-覗かせる | kort [snel] laten zien; deels zichtbaar zijn [worden]; in het oog springen |
| nozoku-覗く | naar binnen [buiten] kijken; doorkijken; een blik werpen op |
| nozomu-臨む | geconfronteerd worden (met); tegenkomen; het hoofd bieden (aan); weerstaan |
| nō・kaunto-ノー・カウント | niet (mee)geteld (in de score) |
| nu-ぬ | achtervoegsel bij werkwoorden in de renyōkei-vervoeging, geeft aan een verleden tijd of voltooiing |
| nu-ぬ | achtervoegsel bij werkwoorden in de mizenkei-vervoeging, geeft aan een ontkenning |
| nue-鵺 | Nue, een No-stuk geschreven door Zeami (een bewerking van het verhaal van de Heike) |
| nue-鵼 | (wordt het gebruikt om te verwijzen naar) een onbekende [vreemde] persoon |
| nuigurumi-縫い包み | een opgezet dier; een knuffel (gevuld voorwerp van stof, b.v. een teddybeer) |
| nuimon-縫い紋 | een geborduurd familiewapen |
| nuishiro-縫い代 | naadtoeslag, extra stuk stof voor de bevestiging van de naad |
| nukago-零余子 | broedknop (een vorm van ongeslachtelijke voortplanting bij planten) |
| nukamiso-糠味噌 | nuka-miso, een pasta van gezouten rijstzemelen (gebruikt voor het inmaken van groente) |
| nukaru-泥濘る | modderig worden |
| nukayorokobi-糠喜び | het te vroeg juichen; voorbarige vreugde |
| nukeagaru-抜け上がる | terugtrekken van de haarlijn; kaal worden vanaf het voorhoofd |
| nukeana-抜け穴 | geheime doorgang; ondergrondse doorgang [passage]; uitweg |
| nukedasu-抜け出す | ervandoor [op kop] gaan; ontsnappen |
| nukegake-抜け駆け | het onverwacht [heimelijk] behalen van een voordeel; voorsprong |
| nukegara-抜け殻 | een afgeworpen huid (van een slang, insect, etc.) |
| nukegara-抜け殻 | schil; vlies; schors |
| nukeme-抜け目 | onvoorzichtigheid; onoplettendheid; nalatigheid |
| nukemichi-抜け道 | zijweg; kortere weg; vluchtweg; uitweg; ontsnappingsroute |
| nukeru-抜ける | gaan door [passeren] |
| nukeru-抜ける | onzorgvuldig te zijn; niet oplettend te zijn; domme dingen doen |
| nukeura-抜け裏 | korte(re) weg; vluchtroute; sluiproute; achterweg |
| nuki-緯 | horizontale lijn |
| nukinishiki-緯錦 | nukinishiki (Japans brokaat waarin met de inslag de kleuren en patronen gemaakt worden) |
| nukitsunukaretsu-抜きつ抜かれつ | het elkaar voortdurend inhalen en ingehaald worden; een nek-aan-nekrace |
| nuku-抜く | doorboren; doorbreken |
| nuku-貫く | doordringen; doorheen gaan ; doorboren |
| numeri-滑り | (afk. voor) korte lied uit de Edo-periode; muziek in Kabuki |
| numeriuta-滑り唄 | kort lied uit de Edo-periode; muziek in Kabuki |
| nunchaku-ヌンチャク | (Okinawa) traditioneel wapen (gemaakt van twee korte houten stokken die met een touw of ketting zijn verbonden) |
| nuranura-ぬらぬら | (onomatopee) langzaam bewegend [voortglijdend] |
| nurasu-濡らす | natmaken; bevochtigen; doordrenken; onderdompelen |
| nurenezumi-濡れ鼠 | (lett. een natte muis of rat) kletsnat zijn; doorweekt tot op de huid zijn |
| nureru-濡れる | nat worden; doordrenkt raken |
| nuresobotsu-濡れそぼつ | drijfnat worden; doorweekt raken |
| nurumu-温む | lauw worden |
| nurunurusuru-ぬるぬるする | slijmerig [glad; glibberig] worden |
| nyōin-女院 | aan het keizerlijk hof de titel 'in' voor de moeder van de keizer, de keizerin of de prinses |
| nyozegamon-如是我聞 | woorden aan het begin van een soetra: Aldus heb ik gehoord |
| nyūbōen-乳房炎 | mastitis; borstontsteking; melkklierontsteking; uierontsteking |
| nyūbōonzonshujutsu-乳房温存手術 | borstbesparende operatie |
| nyūbu-入部 | (hist.) aankomst [betreding] van het aanstellingsgebied voor de eerste keer door een landvoogd [gouverneur e.d.] |
| nyūchō-入超 | importoverschot |
| nyūdan-入団 | toetreding tot een groep [team; organisatie; bedrijf] |
| nyūgan-乳癌 | borstkanker |
| nyūgyo-入御 | (respectvolle term voor de verplaatsing van een keizer, keizerin, mikoshi, en later ook emand van adel) de binnenkomst; het binnegaan |
| nyūinsuru-入院する | in een ziekenhuis opgenomen worden |
| nyūji-乳児 | zuigeling; baby; (pasgeboren) kind |
| nyūjiin-乳児院 | kindertehuis; tehuis voor de opvang van kinderen; kinderbeschermingsinstelling |
| nyūkanryō-入館料 | entreeprijs; toegangsprijs (voor museum, bioscoop, e.d.) |
| nyūkin-入金 | het (geld) storten op eigen rekening |
| nyūkindenpyō-入金伝票 | (geld) stortingsbewijs; stortingskaart |
| nyūko-入庫 | opslag in een voorraadmagazijn [depot] |
| nyūkō-入稿 | het indienen van een manuscript bij de drukker door de uitgever |
| nyūkō-入稿 | het indienen van een manuscript bij de uitgever door de auteur |
| nyūmon-入門 | toelating tot een speciale opleiding; een leerling [discipel] worden (van een meester) |
| nyūmon-入門 | het door de poort naar binnen gaan; betreding; intrede |
| nyūsen-入選 | selectie; het geselecteerd worden |
| nyūsha-入社 | indiensttreding bij een bedrijf; het aangenomen worden als werknemer van een bedrijf |
| nyūshin-入信 | het zich bij een geloof aansluiten; zich bekeren; bekeerd worden |
| nyūsho-入所 | het verblijven in een instelling (voor revalidatie, internering, gevangenschap, e.d.) |
| nyūsui-入水 | zelfverdrinking; zelfmoord [zelfdoding] door verdrinking |
| nyūsu・anarisuto-ニュース・アナリスト | nieuwsanalist; nieuwscommentator |
| nyūsu・sōsu-ニュース・ソース | nieuwsbron; informatiebron |
| nyū・famirī-ニュー・ファミリー | kerngezin waarvan de ouders na de tweede wereldoorlog zijn geboren (dus meer consumptiegericht zijn dan traditionele Japanse gezinnen) |
| nyū・myūjikku-ニュー・ミュージック | nieuwe muziek, benaming voor Japanse popmuziek |
| nyū・seramikkusu-ニュー・セラミックス | nieuw keramiek (dat nieuwe functies en eigenschappen heeft door de samenstelling, structuur, vorm) |
| ō-墺 | (afk. voor 墺太利) Oostenrijk |
| o-小 | (voorvoegsel) klein; smal; weinig; een beetje |
| ō-往 | (in kanji combinaties) voortgang; progressie; passeren; doorgaan; naderhand; later |
| o-御 | erend voorvoegsel, uit beleefdheid toegevoegd aan woorden m.b.t. mensen of waardevolle voorwerpen |
| ō-応 | (in kanji combinaties) reageren; (be)antwoorden; instemmen; passend; geschikt |
| ō-横 | (in kanji combinaties) zijwaarts; zijdelings; horizontaal; liggend; eigenzinnig; egoïstisch; onvoorzien; zonder reden; krachtig |
| ō-王 | vorst; heerser; koning; monarch |
| oapekku-オアペック | Organisatie van Arabische olie-exporterende landen (Engels OAPEC: Organization of Arabian Petroleum Exporting Countries) |
| oazuke-お預け | voorlopig; in afwachting; in de wacht; uitstel; vast gereserveerd |
| ōbā-オーバー | over; boven; voorbij |
| ōbādorafuto-オーバードラフト | bankschuld; debet(saldo); voorschot op een lopende bankrekening |
| ōbāfurō-オーバーフロー | (informatica) overloop; overflow (wanneer een berekend getal te groot is om te kunnen worden opgeslagen) |
| ōbāhīto-オーバーヒート | oververhit worden; opgewonden [opgehitst] raken |
| ōbākiru-オーバーキル | buitensporig gebruik van (vernietigings)wapens |
| ōbāran-オーバーラン | het doorschieten van een vliegtuig op een landingsbaan |
| ōbāran-オーバーラン | uitlopen (b.v. van een vergadering); onder de voet lopen); voorbijlopen; (bij honkbal) te ver doorlopen bij een honk |
| obasan-小母さん | (aanspreektitel voor vrouw van middelbare leeftijd) mevrouw |
| ōbāshūzu-オーバーシューズ | overschoenen; waterdichte hoezen voor schoenen |
| ōbāsurō-オーバースロー | (honkbal) bovenhandse worp |
| ōbāsutokku-オーバーストック | te grote voorraad |
| ōbātaimu-オーバータイム | (extra) verlenging (sportwedstrijd) |
| obi-帯 | katoenen band (bij vechtsporten, zoals judo) |
| obiage-帯揚げ | onderriem [onderband] voor een obi |
| obibangumi-帯番組 | radio- of tv-programma dat op meerdere dagen per week op hetzelfde tijdstip wordt uitgezonden |
| obishin-帯芯 | een kledingstuk (m.n. van katoen) gedragen onder de obi (Japanse gordel) als opvulling bij een (dames)kimono |
| obizan-帯桟 | horizontale balken in een constructie (zoals bij een schuifdeur) |
| ōbo-応募 | inschrijving; aanmelding; inzending (van een werkstuk, e.d. voor een prijsvraag) |
| ōbō-王法 | wetten vastgesteld door de koning |
| oboe-覚え | memorandum; memo |
| oboegaki-覚え書き | memorandum; notitie; aantekening |
| oboreru-溺れる | totaal bezeten zijn; zwelgen in; zich ergens op storten (fig.) |
| obuje-オブジェ | kunstobject; kunstvoorwerp |
| obujekuto-オブジェクト | (grammatica) lijdend voorwerp |
| obujekuto-オブジェクト | voorwerp; ding |
| obusutorakushon-オブストラクション | obstructie (sport) |
| obuzābā-オブザーバー | waarnemer; observator |
| ōchaku-横着 | lui [een lijntrekker] zijn; slordig zijn |
| ochasho-御茶所 | ruimte in tempels [heiligdommen] waar thee wordt geserveerd voor bezoekers |
| ochazuke-お茶漬け | Japans gerecht waarbij groene thee over gekookte rijst gesprenkeld wordt |
| ōchi-楝 | (oude naam voor) Indische sering; kralenboom (Melia azedarach) |
| ochikomu-落ち込む | depressief [neerslachtig] worden |
| ochikomu-落ち込む | instorten; wegvallen; inzinken; inzakken |
| ochiru-落ちる | in elkaar vallen; instorten |
| ochōmechō-雄蝶雌蝶 | een jongen en een meisje die sake inschenken voor het bruidspaar (uit een kan met de vlinderversiering) |
| ochōshimono-お調子者 | roekeloos [wispelturig; arrogant; opportunistisch] persoon |
| ochūdo-落人 | een verslagen krijger op de vlucht; een voortvluchtige strijder |
| ōdā-オーダー | (architectuur) bouworde; bouwstijl; zuilenorde |
| ōdā-オーダー | rangorde; volgorde; rang; klasse |
| ōdā-オーダー | ordeteken; onderscheidingsteken |
| ōdā-オーダー | (klooster) orde; congregatie |
| odaku-汚濁 | corruptie |
| ōdan-横断 | doorkruising (van een gebied) |
| ōdarī・māketingu-オーダリー・マーケティング | het op ordelijke wijze exporteren van goederen zonder de markt van het andere land te verstoren |
| odateru-煽てる | aanzetten; aansporen; opstoken; ertoe bewegen; vleien |
| odeko-おでこ | het voorhoofd |
| odemashi-御出座し | (respectvolle term voor) verschijning; komst; aanwezigheid |
| ōdiensu-オーディエンス | publiek; gehoor; toehoorders |
| ōdō-横道 | kwaad; kwaadaardigheid; zonde; verdorvenheid |
| ōdō-王道 | regering [koning; vorst] (die de natie op een een menselijke en rechtvaardige wijze bestuurt volgens de confucianistische leer) |
| ōdō-王道 | gemakkelijke werkwijze; kortere weg (tot een doel) |
| ōdoburu-オードブル | hors-d'oeuvre; voorgerecht; voorafje |
| ōdoko-大床 | grote tokonoma (alkoof [nis] in de muur waar siervoorwerpen worden uitgestald) |
| odoriji-踊り字 | herhaalsymbool; herhalingsteken voor kanji of kana (々; ゝ) |
| odorikomu-踊り込む | binnenspringen; binnenstormen |
| odorikomu-躍り込む | (met kracht) ergens naar binnen springen; binnenstormen; binnenvallen |
| odoroku-驚く | zich verbazen; verrast worden; schrikken |
| ofā-オファー | aanbod; voorstel; offerte |
| ofisharu・rekōdo-オフィシャル・レコード | officieel rapport [register; document] |
| ofisharu・rekōdo-オフィシャル・レコード | officieel (erkend) record (b.v. wereldrecord) |
| ofisu-オフィス | kantoor; bureau; kantoorgebouw |
| ofisu・gāru-オフィス・ガール | kantooremployee; vrouwelijke werknemer [kantoorbediende] |
| ofisu・konpyūtā-オフィス・コンピューター | kantoor computer |
| ofisu・ōtomēshon-オフィス・オートメーション | kantoorautomatisering |
| ofisu・redi-オフィス・レディ | kantoormedewerkster; kantooremployee |
| ofu-オフ | (prijs) korting |
| ofu-オフ | (afk. voor) buiten het seizoen |
| ofukon-オフコン | kantoor computer |
| ofukuro-お袋 | informele term voor (de eigen) moeder |
| ofure-御触れ | verordening (in de premoderne tijd) |
| ofureko-オフレコ | niet officieel; vertrouwelijk; informeel; onder vier ogen |
| ofurimitto-オフリミット | verboden (terrein) voor bepaalde personen |
| ofushoa-オフショア | in zee; buitengaats; voor de kust |
| ofushoaseisan-オフショア生産 | offshore-productie |
| ofushoashijō-オフショア市場 | offshoremarkt |
| ōga-枉駕 | uw bezoek (formele stijl) |
| ōgandī-オーガンディー | organdie; glasbatist (zeer dun Oost-Indisch weefsel) |
| ōgandī-オーガンディー | organdie; glasbatist (zeer dun Oost-Indisch weefsel) |
| ōganikku-オーガニック | organisch; natuurlijk; biologisch |
| ōganizēshon-オーガニゼーション | organisatie |
| ōgazumu-オーガズム | orgasme |
| ogi-荻 | prachtriet; Amoer-zilvergras (Miscanthus sacchariflorus) |
| oginau-補う | aanvullen; goedmaken; compenseren; dekken (een tekort, verlies, etc.); opvullen (b.v. een vacature) |
| ōgoroshi-王殺し | koningsmoord; regicide |
| ogura-小倉 | (afk. voor) zoete azukibonenpasta met met hele bonen |
| ogura-小倉 | (afk. voor) een soep gemaakt van zoete azukibonenpasta met hele bonen |
| ogushi-御髪 | (beleefd woord voor) het haar van iemand |
| oh-押っ | voorvoegsel ter versterking van de betekenis van het aangevoegde woord |
| ohakobi-御運び | (respectvolle term voor) gaan; komen |
| ohatsu-お初 | voor het eerst; de eerste keer |
| ōhen-応変 | een passend antwoord; passende reactie (voor de situatie of omstandigheden) |
| ōhi-奥秘 | diep (verborgen) geheim; mysterie; diepe betekenis |
| ohitsu-お櫃 | rijstbak, houten bak waar rijst in wordt geroerd (met andere ingrediënten) |
| ōi-王位 | de troon; de kroon; vorstelijke status |
| oi-笈 | draagmand; houten kistje (door pelgrims op de rug gedragen) |
| oibara-追い腹 | zelfmoord [seppuku] van een dienaar na de dood van zijn meester [heer] |
| oiboreru-老い耄れる | oud [afgetakeld; seniel; kinds] worden |
| oide-お出で | (erende vorm voor) zijn; komen; gaan |
| oiesōdō-お家騒動 | machtsstrijd (binnen een bedrijf of organisatie) |
| oikiri-追い切り | (bij paarden) een trainingsrace; testrit (om de conditie van het paard vast te stellen voor de echte race) |
| oikomu-追い込む | tekst door laten lopen |
| oikosu-追い越す | voorbijgaan; inhalen |
| ōinjiten-押韻辞典 | rijmwoordenboek |
| oisaki-生い先 | de toekomst; iemands toekomst [levensduur; vooruitzichten] |
| oishigeru-生い茂る | weelderig [wild] groeien; gedijen; dichtbegroeid worden; (over)woekeren |
| oitateru-追い立てる | wegjagen; wegsturen; voor zich uit drijven |
| oitsumeru-追い詰める | iem. in het nauw drijven; achtervolgen; opsporen |
| oiwake-追分 | (afk. van oiwakebushi) een oud volksliedje (oorspronkelijk uit het dorpje Oiwake) |
| oiwakebushi-追分節 | een oud volksliedje (dat werd gezongen door ruiters, oorspronkelijk uit het dorpje Oiwake, in de Nagano Prefectuur, in de Edo periode) |
| oiyaru-追い遣る | iemand tot iets dwingen; forceren |
| ōja-王者 | koning; heerser; vorst |
| ōja-王者 | leider; topman (in een organisatie e.d.) |
| ōjī-オージー | kantoormeisje; secretaresse |
| ōji-往事 | eerdere [vroegere] gebeurtenissen [voorvallen] |
| ōji-王事 | vorstelijke [keizerlijke; koninklijke] aangelegenheden [zaken] |
| ojikezuku-怖じ気づく | schrikken; bang [angstig] worden; niet meer durven |
| ōjiru-応じる | reageren (op); antwoorden |
| ojisan-オジサン | een straalvinnige vissoort, Parupeneus multifasciatus |
| ōjō-往生 | (boeddh.) het deze wereld verlaten en herboren worden in een andere wereld [het paradijs] |
| ōjuhōshō-黄綬褒章 | Medaille met het gele lint, Japanse nationale onderscheiding (voor mensen die zich hebben onderscheiden in landbouw, handel, industrie, e.d.) |
| okabore-岡惚れ | geheime [ongeoorloofde; onbeantwoorde] liefde |
| okaerinasai-お帰りなさい | welkom thuis; welkom terug (gezegd door degene die thuis is tegen degene die thuis komt) |
| okaeshi-お返し | (beleefd, formeel) wisselgeld |
| okakae-お抱え | in iemands persoonlijke dienst; privé werknemer; iemand die voor een particulier werkt |
| okakure-御隠れ | (respectvolle uitdrukking voor) het overlijden; de dood (van iemand van hoge status) |
| okama-お釜 | (beleefde term voor) ketel; pan; pot |
| okama-お釜 | (denigrerende term voor) een homoseksueel; flikker; mannelijke prostitué |
| okamezasa-阿亀笹 | bamboesoort Shibataea kumasasa |
| okami-御上 | aanspreektitel voor iemand van adel |
| okami-御上 | (aanspreektitel voor) de eigenares [bazin; gastvrouw] van een traditioneel eethuis, theehuis, hotel, e.d. |
| okamisan-お上さん | (aanspreektitel voor) de eigenares [bazin; gastvrouw] van een traditioneel eethuis, theehuis, hotel, e.d. |
| okamochi-岡持ち | een platte houten kist (met handvaten) voor het vervoer van voedsel, e.d. |
| okappiki-岡っ引き | (Edfo-periode) een privédetective die de politie hielp met het opsporen van criminelen |
| okaruto-オカルト | ocult; verborgen |
| okashii-可笑しい | vreemd; ongewoon; abnormaal |
| okasu-犯す | regels [verordeningen] overtreden [schenden]; doorbreken |
| okata-御方 | (arch.) beleefd woord voor de vrouw van iemand anders |
| okata-御方 | eretitel voor de vrouw, concubine of kind van een edelman |
| okawari-お代わり | een tweede [volgende] portie [kopje] (rijst, thee, koffie, etc.); repasse van gerechten; tweede keer bedienen |
| okazari-御飾り | alleen (voor) de vorm [het uiterlijk]; iets dat alleen in naam bestaat, maar (nog) geen inhoud heeft; boegbeeld |
| ōkē-オーケー | OK; oké; akkoord; in orde |
| ōke-王家 | vorstenhuis; koninklijke familie |
| okera-螻蛄 | veenmol; aardkrekel (Gryllotalpa orientalis) |
| ōkesutora-オーケストラ | orkest |
| okiaigyogyo-沖合漁業 | offshore visserij; zeevisserij |
| okigake-起きがけ | direct na het opstaan [wakker worden] |
| okigasa-置き傘 | een extra [reserve] paraplu (die klaar ligt voor indien nodig, b.v. op kantoor) |
| okiishi-置き石 | een steen die met kwade opzet op een spoorrails wordt gelegd |
| okiishi-置き石 | een steen als decoratie in een tuin geplaatst |
| okiishi-置き石 | bij het go-spel een handicap-steen (extra zwarte steen voor de zwakkere speler) |
| okiji-置き字 | literaire schrijfstijl in brieven waarin bijwoorden, voegwoorden, e.d. in kanji worden geschreven (b.v. oyoso 凡, mata 又) |
| okikaeru-置き換える | vervangen door; verwisselen; omwisselen; ruilen; verplaatsen; herschikken |
| okimono-置物 | iets dat aan kleding wordt bevestigd ter versiering |
| okimono-置物 | ornament in een nis of op een boeddhistisch [shintoïtisch] altaar |
| okinuke-起き抜け | direct bij het opstaan [wakker worden; uit bed gaan] |
| okiru-起きる | gebeuren; plaatsvinden; zich voordoen |
| okiru-起きる | wakker worden; opstaan |
| okite-掟 | plan; voorbereiding; procedure |
| okite-掟 | regel; voorschrift; regelgeving; verordening; wet |
| okitsuchi-置き土 | aarde van een andere plek die wordt toegevoegd om de bodemgesteldheid ter plaatse te verbeteren |
| okitsushimamori-沖つ島守 | bewaker van een eiland voor de kust |
| okiya-置屋 | geisha-huis; woonhuis van geisha's (of prostituees), die hun klanten niet thuis ontvingen maar daarvoor naar theehuizen (of bordelen) gingen |
| okkabuseru-押っ被せる | iemand anders de schuld geven; de verantwoordelijkheid afschuiven [bij iemand anders leggen] |
| okkē-オッケー | OK; oké; akkoord; in orde |
| okkochiru-落っこちる | zakken (voor een examen); niet slagen; verliezen |
| okkochiru-落っこちる | vallen; wegvallen; doorheen vallen |
| ōkō-横行 | het woekeren; hoogtij vieren; wijdverspreid [veelvoorkomend] zijn |
| ōkō-横行 | het doelloos rondlopen [zich verplaatsen; zich voortbewegen]; het zijwaarts zich verplaatsen [voortbewegen] |
| okoge-お焦げ | aangebakken rijst; aangebrande rijstkorst |
| okonai-行い | (moreel) gedrag; handelwijze; houding; optreden; manieren |
| okonawareru-行われる | gedaan worden; uitgevoerd worden; actueel zijn; van kracht zijn; in omloop zijn |
| okori-瘧 | (intermitterende) koorts; (koorts)rillingen |
| okori-起こり | oorzaak; aanleiding |
| okori-起こり | bron; oorsprong; begin |
| okoru-怒る | boos [kwaad; woedend] worden; in woede uitbarsten |
| okoru-起こる | plaatsvinden; gebeuren; zich voordoen |
| okoru-起こる | beïnvloed worden door; ervaren; resulteren |
| okoru-起こる | onstaan [opkomen] van een ziekte, e.d.; ziek worden; een aanval krijgen van; het slachtoffer worden van |
| okoshi-御腰 | (respectvolle term voor) taille; heup |
| okoshi-御越し | een beleefdheidsvorm voor: de komst; het komen; het gaan |
| okoshi-粔籹 | traditioneel Japans snoepgoed dat wordt gemaakt gemaakt van gestoomde rijst, gestold met moutzetmeel, suiker, pinda's, e.a. |
| okoshigome-粔籹米 | traditioneel Japans snoepgoed dat wordt gemaakt gemaakt van gestoomde rijst, gestold met moutzetmeel, suiker, pinda's, e.a. |
| okosozukin-御高祖頭巾 | een (warme) vierkante doek, om hoofd en schouders gewikkeld (gebruikt door vrouwen als sjaal-hoofddoek [kap] in de Edo- tot de Meiji-periode) |
| okosu-興す | teweegbrengen; veroorzaken |
| okosu-起こす | veroorzaken |
| okotarinai-怠り無い | zorgvuldig; nauwgezet; ijverig |
| okuman-億万 | miljarden; enorme aantallen [hoeveelheden] |
| okumi-衽 | stroken stof die langs de kraag en de voorpanden van een kimono worden genaaid ter versteviging |
| okunai-屋内 | binnenshuis; indoor; overdekt |
| okuni-御国 | (formeel) het eigen land; het land van ander\ |
| okuni-御国 | (formeel) geboorteplaats |
| okura-お蔵 | het iets wegleggen [opzijleggen; bewaren; opslaan] (voor later gebruik) |
| okura-お蔵 | het annuleren [sluiten; beëindigen] van een project, productie, toneelvoorstelling, etc. |
| okuraseru-遅らせる | uitstellen; verzetten; opschorten |
| okure-遅れ | (natuurkunde) vertraging(sfactor) |
| okurege-後れ毛 | (weerbarstig; slordig) loshangend haar |
| okuri-送り | (afk. voor) factuur |
| okurigana-送り仮名 | kleine kana die naast kanji staan (en de lezing van een woord geven) |
| okuritaoshi-送り倒し | (sumo) techniek waarbij een worstelaar achter zijn tegenstander staat terwijl hij hem naar beneden duwt |
| okuru-送る | zenden; (op)sturen; doorzenden |
| okuru-送る | (de tijd) doorbrengen |
| okusoko-奥底 | diep verscholen [verborgen] plaats |
| omachidoosama-お待ち遠様 | het spijt me dat ik u heb laten wachten; sorry [bedankt] voor het wachten |
| omachikane-お待ちかね | (beleefde uitdrukking voor) langverwacht |
| omae-御前 | (informeel, soms onbeleefd, tussen gelijken) jij |
| omake-お負け | prijsvermindering; korting |
| omawanushippai-思わぬ失敗 | slordige fouten |
| ome-御目 | (beleefd woord voor) oog; visie; zicht |
| omegane-御眼鏡 | oordeel; beoordeling |
| omemoji-御目文字 | persoonlijke ontmoeting met iemand (vooral door vrouwen gebruikt) |
| omeshi-御召し | (respectvolle term voor) roepen; instappen; rijden; aantrekken; dragen |
| omeshi-御召し | (afk. voor) zijde (stof) van hoge kwaliteit |
| omochikaeri-お持ち帰り | (slang voor) een onenightstand (liefdesverhouding voor één nacht) |
| omodaka-沢瀉 | omodaka wordt ook gebruikt als beeldmerk [patroon] |
| omodatta-主立った | toonaangevend; prominent; voornaamste |
| omoi-重い | zwaar; fors; zwaargebouwd |
| omoiataru-思い当たる | zich (plotseling) herinneren; in je opkomen; te binnen schieten; beseffen; zich voor de geest halen |
| omoiegaku-思い描く | zich voorstellen; zich inbeelden; iets voor zich zien |
| omoigakenai-思いがけない | onverwacht; onvoorzien |
| omoiukaberu-思い浮かべる | herinneren; doen denken aan; voor de geest roepen |
| omoiyari-思い遣り | attentheid; voorkomendheid; zorgzaamheid |
| omokage-面影 | overblijfsel; spoor |
| omokaji-面舵 | (van schip) stuurboord; rechterzijde |
| omokata-面形 | gezichtsvorm; vorm van een gezicht |
| omoni-重荷 | zware last; druk; verplichting; taak; verantwoordelijkheid |
| omono-御物 | (respectvolle term voor) etenswaar van een ander |
| omori-重り | gewicht (voor weegschaal) |
| omoshi-重し | zwaar voorwerp; presse-papier |
| omote-表 | voorkant; buitenkant; bovenkant; straatkant |
| omotedatsu-表立つ | (publiekelijk) bekend worden; openbaar (gemaakt) worden |
| omotedoori-表通り | de straat aan de voorkant van je huis |
| omotegawa-表側 | de voorkant |
| omoteguchi-表口 | ingang [uitgang] aan de voorzijde (van een gebouw, e.d.) |
| omoteguchi-表口 | voorzijde; voorkant; voorgevel; façade |
| omotemon-表門 | hoofdpoort (aan de voorzijde); hoofdingang; vooringang |
| omoteura-表裏 | voorkant en achterkant; binnenkant en buitenkant |
| omotezata-表沙汰 | het aanspannen van een rechtszaak; het voor de rechter brengen |
| omowaku-思惑 | verwachting; anticipatie; vooruitzicht; voorspelling; prognose |
| omoya-主屋 | hoofdtak (van een familie); hoofdkantoor; hoofdbureau |
| on-御 | erend voorvoegsel, uit beleefdheid toegevoegd aan woorden m.b.t. mensen of waardevolle voorwerpen |
| ōnā・shisutemu-オーナー・システム | een door eigenaars beheerd (flat)gebouw |
| ōnā・shisutemu-オーナー・システム | een door werknemers geleide onderneming |
| onbiki-音引き | een streep-symbool dat in katakana wordt gebruikt om aan te geven dat de voorgaande klinker wordt verlengd |
| onbō-隠亡 | medewerker van een crematorium; bewaker van een begraafplaats |
| onbuzuman-オンブズマン | (uit het Zweeds: ombudsman) ombudsman (onafhankelijke ambtenaar voor klachten van burgers) |
| onchi-音痴 | geen gevoel hebben (voor); ergens slecht in zijn |
| ondo-音頭 | volkslied en- dans uitgevoerd door een groep |
| ondo-音頭 | het voorgaan; de leiding [het voortouw] nemen |
| ondoku-音読 | het hardop lezen; voorlezen |
| ondokusuru-音読する | hardop lezen; voorlezen |
| ondoru-オンドル | ondol, traditionele Koreaanse vloerverwarming |
| oneji-雄螺子 | schroefbout (bout met schroefdraad waarop een moer geschroefd kan worden) |
| ōnen-往年 | eens; voorheen; vroeger; voorbije jaren |
| ōnetsubyō-黄熱病 | gele koorts |
| ongakugakkō-音楽学校 | muziekschool; conservatorium |
| ongi-恩義 | (morele) verplichting; gunst; dankbaarheid |
| ongisetsu-音義説 | de theorie die de unieke betekenis van elke klank van de Japanse taal erkent |
| ongyoku-音曲 | Japanse traditionele liedjes, begeleid door shamisen muziek |
| oniazami-鬼薊 | Japanse distel (Cirsium borealinipponense) |
| oniba-鬼歯 | vooruitstekende (hoek)tand |
| onigawara-鬼瓦 | (ook figuurlijk gebruikt voor) een lelijk gezicht |
| onigiri-お握り | onigiri, een rijstbal (rond of driehoekig), vaak gevuld en met een stuk nori (geroosterde zeewier) eromheen gevouwen |
| onigo-鬼子 | een kind geboren met reeds ontwikkelde tanden |
| oniokoze-鬼虎魚 | Inimicus japonicus (soort steenvis) |
| onkochishin-温故知新 | lessen trekken uit het verleden; nieuwe ideeën krijgen door de geschiedenis te bestuderen |
| onmun-諺文 | het hangul (Koreaans schrift) |
| onmyōdō-陰陽道 | Onmyōdō (de weg van Yin en Yang), oude Chinese methode gebaseerd op yin-yang en de vijf elementen (voor astronomie, kalenders, waarzeggerij, etc.) |
| onnabakama-女袴 | een traditionele Japanse rok voor vrouwen (vrouwen-bakama) |
| onomatope-オノマトペ | onomatopee (klanknabootsend woord) |
| onrī-オンリー | (direct na de Tweede Wereldoorlog) een prostituee die één buitenlander (van de bezettingsmacht) als enige klant had |
| onrimitto-オンリミット | toegankelijk [toegestaan] voor bepaalde personen |
| onsa-音叉 | stemvork |
| onshū-温習 | repetitie; het repeteren; oefenen (b.v. voor voorstellingen, theater, e.d.) |
| onsūritsu-音数律 | syllabisch metrum; versmaat bepaald door het aantal lettergrepen |
| onten-恩典 | voorrecht; privilege; dispensatie |
| onten-温点 | warme plek; het warme (sensorische) punt |
| onzon-温存 | behoud; instandhouding; voortzetting |
| onzonsuru-温存する | bewaren; behouden; in stand houden; voortzetten |
| on'yōdō-陰陽道 | Onmyōdō (de weg van Yin en Yang), oude Chinese methode gebaseerd op yin-yang en de vijf elementen (voor astronomie, kalenders, waarzeggerij, etc.) |
| on・rain・riaru・taimu・shisutemu-オン・ライン・リアル・タイム・システム | OLRT, een software systeem met gecombineerde reactie- en uitvoertijd van een taak die korter is dan de maximale toegestane tijd |
| ooamana-大甘菜 | gewone vogelmelk (plant, Ornithogalum umbellatum) |
| ooame-大雨 | stortregen; zware regenval |
| ooana-大穴 | een groot tekort; zwaar verlies |
| ooarashi-大嵐 | een zware [hevige] storm |
| ooare-大荒れ | wanorde; onrust; pandemonium |
| ooare-大荒れ | zware storm; heel slecht weer |
| ooatari-大当たり | de grote prijs winnen; veel succes hebben; een klapper maken; een grote hit scoren |
| ooaza-大字 | administratieve (onder)afdeling van een stad of dorp |
| ooe-大兄 | eretitel voor een prins |
| oofū-大風 | kalm [evenwichtig] zijn en niet geobsedeerd zijn door kleine dingen |
| oogara-大柄 | groot formaat; grote maat |
| oogunkandori-大軍艦鳥 | grote fregatvogel (Fregata minor) |
| oohaba-大幅 | aanzienlijk [fors; substantieel; flink; significant] zijn |
| ooichō-大銀杏 | (sumo) mannenkapsel in de vorm van een ginkgoblad |
| ooikusa-大軍 | een grootschalige oorlog; grote veldslag |
| ooinaru-大いなる | groot; groots; enorm; monumentaal |
| ooisogi-大急ぎ | grote [enorme] haast |
| ookaze-大風 | een sterke [harde] wind; storm |
| ookimi-大君 | keizer; koning; vorst; prins |
| ookini-大きに | (In Kansai dialect gebruikt als uitdrukking voor dankbaarheid) hartelijk dank; dank u wel |
| ookini-大きに | zeer; uitermate; buitengewoon; uitzonderlijk; enorm |
| ookisa-大きさ | grootte; maat. afmeting; formaat; capaciteit; volume |
| ooku-多く | (als bijwoord) hoofdzakelijk; vooral |
| oomiya-大宮 | (respectvol woord voor) het keizerlijk paleis |
| oomiya-大宮 | eretitel voor de keizerin-weduwe |
| oomiya-大宮 | (respectvol woord voor) een tempel of schrijn |
| oomon-大門 | poort van Shin Yoshiwara (een bordeel in Edo-periode) |
| oomon-大門 | hoofdpoort [ingang] van kasteel of tempel |
| oomori-大盛り | een (extra) grote hoeveelheid [portie] (voedsel) |
| oomoto-大本 | bron; oorsprong; (ware) wortel |
| oomugi-大麦 | gerst (hordeum vulgare) |
| oone-大根 | wortel; oorsprong; bron; basis |
| oonyūdō-大入道 | mytisch monster uit Japan in de vorm van een kaalhoofdige man met een lange nek |
| oosotogari-大外刈り | (judo) grote buitenwaartse beenworp |
| oote-大手 | hoofdpoort [hoofdingang] van een kasteel |
| ootori-大鳥 | grote vogel(soort) |
| oowarai-大笑い | dwaasheid; lachertje; mikpunt [voorwerp] van spot |
| oozeki-大関 | een sumo worstelaar van de op één na hoogste rang |
| opekku-オペック | Organisatie van olie-exporterende landen (Eng.: Organisation of Petroleum Exporting Countries, OPEC) |
| operētā-オペレーター | organisator; bedrijfsleider |
| operētā-オペレーター | (wiskunde) operator; bewerking |
| opinion・rīdā-オピニオン・リーダー | opinieleider; opiniemaker; opinievormer |
| opochunisuto-オポチュニスト | opportunist |
| oppai-おっぱい | melk; moedermelk; borst(en) |
| ōpungāden-オープンガーデン | open tuin (particuliere tuin die open is voor publiek) |
| ōpunsen-オープン戦 | demonstratiewedstrijd (voorseizoenswedstrijd) |
| ōpun・akaunto-オープン・アカウント | open rekening (waarbij transacties pas achteraf en periodiek worden verrekend) |
| ōpun・gēmu-オープン・ゲーム | open toernooi (toegankelijk voor professionals en amateurs); informele [demonstratie] wedstrijd |
| ōpun・kōsu-オープン・コース | (sport) een parcours zonder afzonderlijke banen |
| ōpun・pojishon-オープン・ポジション | valutapositie waarbij het saldo van de vorderingen en verplichtingen in vreemde valuta verschilt |
| ōpun・porishī-オープン・ポリシー | open (contract) polis (met name bij transportverzekeringen) |
| ōpun・setto-オープン・セット | filmset [theaterdecor] in de buitenlucht |
| ōpun・shoppu-オープン・ショップ | een bedrijf [kantoor] waar de werknemers niet verplicht zijn lid te worden van de vakbond |
| ōpun・sukūru-オープン・スクール | open school (voor zowel jongeren als volwassenen) |
| ōrai-往来 | correspondentie; briefwisseling |
| oran'ūtan-オランウータン | orang-oetan; orang-oetang (Pongo pygmaeus) |
| oratorio-オラトリオ | (muziek) oratorium |
| ore-俺 | ik; mij (voornamelijk gebruikt door mannen) |
| oregano-オレガノ | oregano (tuinkruid) |
| orei-御礼 | etiquette; decorum; beleefdheid |
| oreimairi-御礼参り | tempelbezoek om een godheid of Boeddha te bedanken voor de vervulling van een wens |
| orenji-オレンジ | (de kleur) oranje |
| orenjireddo-オレンジ レッド | oranjerood |
| oreru-折れる | gebroken [gevouwen] worden; afbreken |
| oresama-俺様 | (ook gebruikt als zelfstandig naamwoord voor) een egoïst; egocentrische [arrogante] man |
| ori-檻 | kooi (voor dieren) |
| oriau-折り合う | een overeenkomst bereiken; tot een akkoord komen; een compromis sluiten |
| orientarizumu-オリエンタリズム | oriëntalisme; oosterse stijl |
| orientēringu-オリエンテーリング | oriëntatiesport; oriëntatielopen |
| orientēshon-オリエンテーション | oriëntatie |
| oriento-オリエント | de Orient; het Oosten |
| origami-折り紙 | gekleurde velletjes papier voor origami |
| origami-折り紙 | origami (Japanse papiervouwkunst) |
| orijin-オリジン | herkomst; oorsprong |
| orijinaritī-オリジナリティー | originaliteit; oorspronkelijkheid |
| orijinaru-オリジナル | origineel; oorspronkelijk; authentiek |
| orikaeshi-折り返し | direct antwoord; antwoord per kerende post |
| orikomizumi-織り込み済み | voorzien; ergens (van te voren) rekening mee houden; in aanmerking nemen; incalculeren (bij de planning) |
| orikomu-織り込む | inweven; dooreenweven |
| orime-織り目 | ruimte tussen draden in een stof (bepalend voor de textuur [dichtheid] van een weefsel) |
| orimono-下り物 | vaginale afscheiding; kraamvloed; nageboorte |
| ōrin-黄燐 | gele fosfor |
| orion-オリオン | Orion |
| oriru-下りる | beginnen; neerdalen; invallen (vorst; dooi; duisternis) |
| oriru-下りる | naar beneden komen; dalen; vallen; (b.v.gordijn; luiken; lift) |
| oriru-下りる | uitstappen; van boord gaan |
| ōrora-オーロラ | aurora; poollicht |
| ōrora-オーロラ | morgenrood; dageraad |
| oroshi-下ろし | het verticaal langs de ruggengraat doorsnijden van een vis |
| oroshi-下ろし | het gebruiken van nieuwe voorwerpen [gereedschappen; kleding] |
| oroshi-下ろし | (afk. voor) rasp |
| oroshigane-下ろし金 | rasp (voor radijs, rettich, wasabi, gember, e.d.) |
| oroshitate-下ろしたて | het voor het eerst gebruiken [dragen] van een nieuw artikel |
| orosoka-疎か | nonchalance; slordigheid; onzorgvuldigheid |
| oru-居る | (nederig werkwoord voor いる) zijn |
| orugan-オルガン | orgel |
| oruganaizā-オルガナイザー | organizer (systematische agenda) |
| oruganaizā-オルガナイザー | organisator |
| orugasumusu-オルガスムス | orgasme |
| orugōru-オルゴール | muziekdoos (van Duits [Nederlands]: Orgel) |
| orugu-オルグ | organisator |
| orugu-オルグ | het organiseren; organisatie |
| ōrumaiti-オールマイティ | geweldig; enorm sterk |
| ōrumaitī-オールマイティー | enorm; geweldig; allemachtig |
| ōrunaito-オールナイト | de hele nacht (door) |
| ōru・in・wan-オール・イン・ワン | bodysuit (damesondergoed dat uit 1 stuk bestaat, zoals korset) |
| ōru・wezā-オール・ウエザー | een (atletiek- of race) baan van een materiaal dat geschikt is voor alle weersomstandigheden |
| ōru・wezā-オール・ウエザー | (geschikt voor) alle weersomstandigheden |
| ōru・wezā・torakku-オール・ウエザー・トラック | een (atletiek- of race) baan van een materiaal dat geschikt is voor alle weersomstandigheden |
| osaekomi-抑え込み | (judo) houdgreep door de tegenstander op de grond te drukken |
| osagari-お下がり | (de basis-betekenis is van hoog naar laag) teruggave (m.n. aan de lokale gemeenschap) van offergaven voor de goden |
| osagari-お下がり | term gebruikt voor de regen of sneeuw die valt tijdens de eerste drie dagen van het nieuwe jaar |
| osakini-お先に | sorry (dat ik voorga; dat ik iets eerst doe) |
| osamaru-修まる | zich verbeteren [corrigeren] |
| osamaru-収まる | kalmeren; bedaren; kalm [vredig; beter] worden |
| osamaru-収まる | opgeborgen worden |
| osamaru-治まる | beter worden; afnemen; verminderen (van pijn, e.d.) |
| osamaru-治まる | rustig [vredig; kalm; ontspannen] worden; kalmeren; (fig.) uitdoven; (fig.) overwaaien; onder controle komen |
| osameru-修める | (iemands gedrag, karakter, e.d.) verbeteren; corrigeren |
| osamui-お寒い | (beleefde vorm voor) koud |
| osan-御産 | bevalling; baring; geboorte |
| osaosa-おさおさ | juist; precies; naar behoren |
| ōsatsu-鏖殺 | slachting; moordpartij; bloedbad; uitroeiing |
| ōsen-横線 | een horizontale lijn |
| oshakasama-御釈迦様 | (erend) eigennaam van de (historische) Boeddha Shakamuni |
| oshi-押し | gezag; autoriteit |
| oshiba-押し葉 | gedroogd [droog-geperst] blad [bloem] (voor herbarium) |
| ōshigoto-大仕事 | grote werkzaamheid; enorme ondernemingsactiviteit; levenswerk |
| oshii-惜しい | verspild; te goed `zijn voor |
| oshikakusu-押し隠す | verbergen; geheim [verborgen] houden |
| oshikiru-押し切る | tegenstand negeren; iem. zijn wil opleggen; zijn zin doordrukken |
| oshikise-御仕着せ | uniform; werkkleding |
| oshikomibashi-押し込み箸 | eetstokjes die worden gebruikt om eten in de mond te duwen (onjuist gebruik van eetstokjes) |
| oshikorosu-押し殺す | onderdrukken; smoren (een lach, etc.) |
| oshimakuru-押し捲る | blijven duwen; doorduwen; doordrukken; druk (blijven) uitoefenen |
| oshimondō-押し問答 | woordenwisseling; verbale strijd; heen en weer gepraat; een verbaal touwtrekken |
| oshisusumeru-押し進める | (vooruit) duwen [schuiven]; pushen; doorzetten; promoten |
| oshisusumeru-推し進める | voortmaken; voortgaan; doorzetten |
| oshitsumaru-押し詰まる | urgent [dringend; penibel] worden; het naderen van een deadline |
| oshitsumeru-押し詰める | iets kort [bondig] zeggen |
| oshiwakeru-押し分ける | opzij drukken; uit elkaar duwen; zich een weg banen (door) |
| oshiyoseru-押し寄せる | voortbewegen; oprukken; toestromen |
| oshō-和尚 | benaming voor een courtisane uit de hogere klasse |
| oshō-和尚 | (erenaam voor) boeddhistische priester met spirituele training (deze lezing wordt m.n. gebruikt bij het Zen boeddhisme) |
| ōshō-応召 | het reageren op [gehoor geven aan] een oproep (voor militaire dienst) |
| oshoku-汚職 | corruptie (m.n. bij de overheid); omkoperij |
| ōshokushu-黄色種 | xanthoom (gele gezwelvorming in de huid) |
| ōshu-王者 | koning; heerser; vorst |
| ōshu-王者 | leider; topman (in een organisatie e.d.) |
| ōshūgikaigichō-欧州議会議長 | Voorzitter van het Europees Parlement |
| ōshūiinkaiiinchō-欧州委員会委員長 | Voorzitter van de Europese Commissie |
| ōsō-押送 | escorte (gewapende begeleiding); overplaatsing (v.e. gevangene) |
| osoba-御側 | (beleefde term voor) entourage, de mensen om u heen [aan uw zijde] |
| ōsodokkusu-オーソドックス | orthodox; rechtzinnig; strikt in de leer |
| osoreirimasu-恐れ入ります | het spijt mij; sorry |
| osoreru-恐れる | bang zijn (voor iets); (iets) vrezen |
| ōsoritī-オーソリティー | autoriteit; gezag; overheidsinstantie |
| osorubeki-恐るべき | enorm; in hoge mate; verschrikkelijk (veel) |
| ossan-おっさん | (informele term om voor) oude man; oude vent; oudje |
| ossharu-仰る | (beleefd werkwoord voor) zeggen; spreken |
| osu-押す | ervoor zorgen dat; zich ervan verzekeren |
| osukā-オスカー | Oscar (voornaam) |
| osupā-オスパー | OSPER (ocean space explorer) |
| otabisho-御旅所 | de plaats waar een draagbaar schrijn dat op de feestdagen wordt rondgedragen wordt bewaard |
| ōtai-横隊 | rij; formatie [opstelling] naast elkaar |
| ōtai-黄体 | corpus luteum (in eierstokken van vrouwelijke zoogdieren) |
| otaiko-お太鼓 | iemand die (als beroep) zorgt voor een goede sfeer tussen gasten tijdens een feest; stemmingmaker; grappenmaker; entertainer |
| otaiko-お太鼓 | afkorting van otaikomusubi, één van de manieren om een obi (traditionele Japanse sjerp voor kimono) vast te binden |
| otasshisho-御達書 | wetgeving; (schriftelijk) bevel (afgegeven door een hoge overheidsinstantie) |
| otazune-御尋ね | ondervraging [verhoor] (door een magistraat, politie e.d.) |
| otazune-御尋ね | (afk. voor) verdachte (ter opsporing); iemand die door de politie gezocht wordt; iemand die op de vlucht is |
| otazune-御尋ね | ondervrager; verhoorder |
| otazunemono-御尋ね者 | iemand die door de politie gezocht wordt; iemand die op de vlucht is |
| otchokochoi-おっちょこちょい | achteloos; onachtzaam; onzorgvuldig; suf; onnozel |
| otchokochoi-おっちょこちょい | een achteloos [onachtzaam; onzorgvuldig; suf; onnozel] persoon |
| ote-御手 | beleefdheidsvorm voor iemands handschrift |
| ote-御手 | beleefdheidsvorm voor hand |
| ōte-王手 | schaak (positie waarbij de koning van de tegenstander direct wordt aangevallen; bij schaakspel, shogi, e.d.) |
| otentosama-お天道様 | (de zon als symbool voor) god; voorzienigheid; hemel |
| otentosama-お天道様 | (verheven term voor) de zon |
| ōtō-応答 | antwoord; reactie; respons |
| ōtobai-オートバイ | motor(fiets) |
| otokoburi-男振り | het aantrekkelijke [knappe] voorkomen [uiterlijk] van een man |
| otokodate-男伊達 | het opkomen [strijden] voor de zwakkeren (in de samenleving) |
| otokodate-男伊達 | iemand die opkomt [strijdt] voor de zwakkeren (in de samenleving) |
| otokoppuri-男っぷり | het aantrekkelijke [knappe] voorkomen [uiterlijk] van een man |
| otokozuki-男好き | aantrekkelijk voor mannen |
| ōtomanipyurētā-オートマニピュレーター | automanipulator |
| otomo-お供 | (beleefd woord voor) metgezel; begeleider |
| otonashii-大人しい | rustig; stil; gehoorzaam; volgzaam; braaf; beleefd; fatsoenlijk |
| otooshi-御通し | voorgerecht; bijgerecht; klein gerecht bij een drankje |
| ōtorēsu-オートレース | autorace; motorrace |
| otorisama-御酉様 | (formele naam voor) Tori-no-ichi festival; Haan-festival (gehouden op de dag van de Haan in november bij de Otori-schrijn) |
| otorisōsa-おとり捜査 | undercover operatie; infiltratie (binnen misdaad organisatie door undercover agenten) |
| otoroeru-衰える | achteruitgaan; verzwakken; afnemen; minder worden; vergaan; vervagen |
| otoshi-落とし | een stuk hout dat in een gat in de drempel wordt gezet om te voorkomen dat de deur opengaat |
| otoshimono-落とし物 | verloren [kwijtgeraakte] artikelen [goederen; eigendommen] |
| ototoshi-一昨年 | eerverleden jaar (het jaar voor het vorige jaar) |
| otsuge-御告げ | orakel; openbaring |
| otsumu-御頭 | (afkorting van otsumuri) hoofd; hoofdje (van een baby); koppie |
| otsutome-御勤め | (beleefde vorm van 勤め) plicht; verplichting; taak; opdracht |
| otsutome-御勤め | koopje; voordelige aanbieding |
| ottegaki-追って書き | een postscriptum (PS); nawoord |
| ottori-おっとり | zacht; kalm; rustig; onverstoorbaar |
| ottsuke-追っ付け | binnenkort; aanstonds; weldra; spoedig; een dezer dagen |
| ottsukeru-押っ付ける | bij Sumo de arm van de tegenstander vastklemmen zodat die de gordel niet kan pakken |
| ottsuku-追っつく | inhalen; passeren; voorbijgaan |
| ou-負う | (iets) op zich nemen (verantwoordelijkheid, plicht, e.d.) |
| owari-尾張 | Owari (een voormalige provincie in de prefectuur Aichi) |
| oyabaka-親馬鹿 | iemand die (overdreven) dol is op zijn kind(eren) (en blind is voor de tekortkomingen) |
| oyabune-親船 | moederschip (groot schip dat het middelpunt van een vloot vormt) |
| oyago-親御 | (een beleefd woord voor) de ouder(s) van iemand anders |
| oyagokoro-親心 | ouderliefde; liefde van ouders voor hun kind |
| oyaji-親字 | het eerste karakter [de basis kanji] van een lemma in een kanji woordenboek |
| oyakata-親方 | voorman; opzichter; meester; hoofd; (sumo) stalmeester |
| oyaki-親木 | onderstam; moederstam; wortelstok |
| oyakodonburi-親子丼 | een kom rijst geserveerd met een soort dikke soep van kip, ei, ui en paddenstoelen erover |
| oyakōkō-親孝行 | respect voor [toewijding aan] je ouders |
| oyamoji-親文字 | eerste (opzoek) kanji in een kanji woordenboek |
| oyamoji-親文字 | matrijs (drukvorm van letters) |
| oyaomoi-親思い | liefde [genegenheid] voor je ouders |
| oyasumi-お休み | (afk. voor) welterusten; goedenacht |
| oyatsu-お八つ | tussendoortje; snack; hapje tussen de maaltijden |
| oyobare-御呼ばれ | uitnodiging; het uitgenodigd zijn [worden] |
| ō・bī-オー・ビー | alumnus; afgestudeerde; reünist; senioren lid |
| ō・ē-オー・エー | kantoorautomatisering (office automation) |
| ō・ēka-オー・エー化 | kantoorautomatisering |
| ō・eru-オー・エル | (office lady) kantoormedewerkster; vrouwelijke beambte |
| ō・ī・shī・dī-オー・イー・シー・ディー | (Organization for Economic Cooperation and Development) Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) |
| pā-パー | par (golfterm: score die gelijk is aan het standaard aantal slagen) |
| paa-ぱあ | het gebaar (met wijdopen hand) van papier voor het spel steen-papier-schaar |
| paburikku・akuseputansu-パブリック・アクセプタンス | publieke [openbare] acceptatie (acceptatie door de lokale bevolking voor belangrijke besluiten van de overheid) |
| paburikku・kōsu-パブリック・コース | een openbare golfbaan (die open is voor het publiek, niet alleen voor leden) |
| pachinko-ぱちんこ | pachinko (een soort Japanse gokautomaat, waar een groot aantal kleine balletjes ingeworpen worden) |
| padokku-パドック | omheinde weide voor paarden (bij een paardenstal of renbaan) |
| padokku-パドック | plaats achter de pits op een autoracecircuit |
| pafōmansu-パフォーマンス | optreden; voorstelling; artistieke uitvoering |
| pāforēshon-パーフォレーション | perforatie; doorboring; het maken van gaatjes |
| pain-パイン | (afk. voor) ananas |
| paipingu-パイピング | opgespoten decoraties (van room etc.) op een taart |
| paipuorugan-パイプオルガン | pijporgel |
| paipu・orugan-パイプ・オルガン | pijporgel (muziekinstrument) |
| pairekkusu・garasu-パイレックス・ガラス | pyrex glas (merknaam voor hittebestendig glas) |
| pairu-パイル | kernreactor |
| paisen-パイセン | (slang voor senpai) senior (b.v. iemand met meer ervaring of kennis dan jijzelf op een bepaald vakgebied) |
| pāka-パーカ | (jas of trui met capuchon, vaak met bont, voor koude gebieden) parka; anorak |
| pāka-パーカ | hoodie; soort sweatshirt met capuchon |
| pākinsonnohōsoku-パーキンソンの法則 | de wet van Parkinson (Work expands to fill the time available for its completion.) |
| pakkēji-パッケージ | assortiment; bundel |
| pākorētā-パーコレーター | percolator (koffiezetapparaat) |
| pakupaku-ぱくぱく | (onomatopee) verorberend; naar hartelust etend; opslokkend; verslindend; |
| pāku・ando・raido-パーク・アンド・ライド | een parkeervoorziening bij een halte of station (waar men de auto parkeert en verder reist met openbaar vervoer) |
| pāmanento・puresu-パーマネント・プレス | harsbehandeling op textiel om vervorming en kreuken te voorkomen; kreukvrij |
| pan-パン | brood (van het Portugese woord: pão) |
| pan-パン | pannen (panoramisch filmen) |
| panchingu-パンチング | het ponsen; perforeren; drevelen |
| pandane-パン種 | rijsmiddel voor brood (zoals gist, e.d.) |
| pandoranohako-パンドラの箱 | de doos van Pandora |
| paneru-パネル | panel; commissie; forum |
| paneru-パネル | controlepaneel; schakelbord |
| panikkushōgai-パニック障害 | paniekstoornis (een psychische stoornis waarbij de patiënt herhaaldelijk paniekaanvallen heeft) |
| panjī-パンジー | driekleurig viooltje (Viola tricolor) |
| panorama-パノラマ | panorama; weids landschap; weids uitzicht |
| panorama-パノラマ | een panorama (schilderij op doek van halve of hele cirkel met realistische voorgrond, een uitvinding van Robert Barker |
| panoramabōenkyō-パノラマ望遠鏡 | panorama telescoop |
| panoramadai-パノラマ台 | observatorium; uitkijkpunt; uitkijk platform |
| panoramasatsuei-パノラマ撮影 | panoramafotografie |
| panoramashashin-パノラマ写真 | panoramafoto |
| panpan-パンパン | prostituee (in de jaren van de bezetting van Japan door Amerika na de Tweede Wereldoorlog) |
| panta・rei-パンタ・レイ | panta rhei (stelling van Heraclitus: alles stroomt, d.w.z. alles verandert voortdurend) |
| pantī-パンティー | (voor dames en kinderen) onderbroek |
| panto-パント | (rugby, American football) een punt (de bal uit de hand te laten vallen en dan omhoog schoppen voordat hij de grond raakt) |
| pantorī-パントリー | voorraadkast; provisiekamer; provisiekast (Eng. pantry) |
| pan・kon-パソ・コン | (afk. voor) personal computer, PC |
| pao-パオ | joert; ger (verplaatsbare ronde tent, gebruikt door nomadenvolken) |
| papa-パパ | een woord gebruikt door een vrouw om haar man of minnaar aan te spreken |
| papirusu-パピルス | papyrus (papiersoort in het oude Egypte gemaakt van de papyrusplant) |
| papirusu-パピルス | (een andere naam voor) papyrusplant; papyrusriet (Cyperus papyrus) |
| paradaimu-パラダイム | paradigma (filosofie, theoretisch kader) |
| paradaimu-パラダイム | paradigma (taalkunde, schema van woordvervoegingen) |
| pāraito-パーライト | perliet (soort vulkanisch glas) |
| parapara-ぱらぱら | (onomatopee) doorbladerend; geblader; geritsel (van papier) |
| parasēringu-パラセーリング | parasailing (parachutisten die met een touw achter een auto of motorboot de lucht in worden getrokken) |
| paresuchinakaihōkikō-パレスチナ解放機構 | Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) |
| paretto-パレット | pallet; laadbord |
| parīgu-パリーグ | (afk. voor) Pacific League (Japanse honkbalcompetitie) |
| parikyōtei-パリ協定 | Akkoord van Parijs; Parijs-akkoord (klimaatakkoord) |
| parōru-パロール | (een term van de taalkundige Ferdinand de Saussure) taaluiting; woorden (concreet taalgebruik) |
| pāruhābā-パール・ハーバー | Pearl Harbor |
| parusutsūshin-パルス通信 | communicatiemethode waarbij pulsen worden gebruikt als draaggolf |
| pasapasa-ぱさぱさ | (onomatopee) droog; dor; uitgedroogd; schraal |
| pasatsuku-ぱさつく | droog [broos] zijn [worden] |
| pāseku-パーセク | parsec (eenheid voor afstand tussen sterren en hemellichamen; 1 parsec is ca. 3,26 lichtjaar) |
| pashifikku-パシフィック | (afk. voor) Pacific League (Japanese honkbal competitie) |
| pāsonaritī-パーソナリティー | bekende persoon; presentator (op tv, e.d.) |
| passhingu-パッシング | (afk. voor) passeerslag (tennis) |
| pasu-パス | passen; je beurt voorbij laten gaan (bij kaartspel, b.v.) |
| pasu-パス | (afk. voor) schuifmaat; krompasser |
| pasu-パス | doorgang; pas; passage |
| pasupōto-パスポート | paspoort |
| pasuterubōdo-パステルボード | pastel board (hardboard plaat voorzien van een laklaag aan één zijde) |
| pasuwādo-パスワード | wachtwoord |
| pasu・bōru-パス・ボール | een doorgeschoten bal (honkbalterm voor een catcher die de bal mist) |
| patān-パターン | naaipatroon voor westerse kleding |
| patchiwāku-パッチワーク | patchwork; lappendeken; quilt |
| pāto-パート | (afk. voor) parttime; deeltijd |
| pātobanku-パートバンク | bemiddelingsdienst [uitzendbureau] voor parttime banen |
| pātonā-パートナー | (sport, spel, dans, e.d.) partner; medespeler |
| patorōne-パトローネ | cassette voor 35 mm-rolfilm in een camera |
| paurisuta-パウリスタ | (Japanse) coffeeshop [koffiebar] die gespecialiseerd is in Braziliaanse koffiesoorten en manieren van bereiden |
| pawaasupootsu-パワースポーツ | krachtsport |
| pawā・anpu-パワー・アンプ | (afk. voor power amplifier) eindversterker (bij geluidsinstallaties) |
| pawā・rifutingu-パワー・リフティング | powerliften (krachtsport met 3 onderdelen) |
| pa・do・dū-パ・ド・ドゥー | pas de deux (dans voor twee, ballet) |
| pechanko-ぺちゃんこ | (informeel) meisje met platte borsten |
| pechika-ペチカ | Russisch (gemetseld) fornuis [open haard] |
| pedikyua-ペディキュア | pedicure (voetverzorging) |
| peintekkusu-ペインテックス | Paintex (soort verf op oliebasis) |
| pējento-ページェント | praalvertoning; pronkstoet; historisch schouwspel |
| pendanto-ペンダント | hangertje; hangend versiersel (b.v. aan ketting of oorbel) |
| penfurendo-ペンフレンド | penvriend; penvriendin; correspondentievriend(in) |
| peniban-ペニバン | voorbinddildo; voorbindlul |
| penparu-ペンパル | penvriend; penvriendin; correspondentievriend(in) |
| penpengusa-ぺんぺん草 | (een andere naam voor) herderstasje (plant, Capsella) |
| pentagon-ペンタゴン | Pentagon, hoofdkwartier van het Amerikaans ministerie van Defensie (zo genoemd naar de vorm van het gebouw) |
| pēpā-ペーパー | document; verslag; rapport; scriptie |
| peresutoroika-ペレストロイカ | perestroika (hervormingspolitiek in de Sovjet-Unie, van Michail Gorbatsjov) |
| peshanko-ぺしゃんこ | (informeel) meisje met platte borsten |
| peso-ペソ | peso (munteenheid, tegenwoordig van diverse Zuid-Amerikaanse landen en de Filipijnen) |
| pēsumēkā-ペースメーカー | (medisch) pacemaker; hartsimulator |
| petorizara-ペトリ皿 | petrischaal; glazen laboratoriumschaaltje |
| petto-ペット | lieveling; favoriete [liefste] kind |
| piasu-ピアス | (afk. van pierced earings) oorbellen die door een gaatje in het oor worden gedragen |
| pieta-ピエタ | piëta (een voorstelling van Maria met het lichaam van de gestorven Jezus op haar schoot) |
| pigumī-ピグミー | pygmee (persoon behorend tot de dwergvolken in Afrika en Nieuw-Guinea) |
| pikadon-ぴかどん | (onomatopee van lichtflits en harde knal, als bijnaam voor) een atoombom |
| pikkingu-ピッキング | het opensteken [forceren] van een slot |
| piramiddosukīmu-ピラミッドスキーム | piramidespel (systeem waarbij steeds nieuwe deelnemers geld inleggen, en de inleg van de nieuwkomers wordt uitbetaald aan de eerdere deelnemers) |
| pitchi-ピッチ | (honkbal) worp van de werper; werpafstand |
| pitchi-ピッチ | snelheid en frequentie waarmee een handeling wordt herhaald |
| pitchi-ピッチ | regelmatige afstand [verhouding] van omwentelingen [perforaties; steken van een tandwiel, etc.] |
| pitchi-ピッチ | (sport) speelveld; sportterrein |
| pitchingu-ピッチング | het werpen van de bal door de pitcher (honkbal) |
| pitto-ピット | zandbak voor verspringen (atletiek) |
| pitto-ピット | orkestbak |
| pittorein-ピットレーン | pitsstraat (bij autorace) |
| pitto・sutoppu-ピット・ストップ | pitstop; pitsstop (bij autorace) |
| pittseria-ピッツェリア | pizzeria (restaurant waar voornamelijk pizza's worden geserveerd) |
| piza・pai-ピザ・パイ | pizza; pizza in quichevorm |
| pī・dī・ē-ピー・ディー・エー | (personal digit assistent) draagbare elektronische organiser met display (uit de jaren 1990) |
| pī・dī・efu-ピー・ディー・エフ | (portable document format) bestandsformaat voor elektronische documenten |
| pī・eruhō-ピー・エル法 | (Product Liability Law) productaansprakelijkheidswet (aansprakelijkheid van fabrikanten voor schade veroorzaakt door een product met gebreken) |
| pī・esu・konkurīto-ピー・エス・コンクリート | (prestressed concrete) voorgespannen beton |
| pī・etchi-ピー・エッチ | pH, maat voor de zuurtegraad |
| pī・kē・efu-ピー・ケー・エフ | (peacekeeping force) vredesmacht |
| pī・kōto-ピー・コート | (ook wel pea jacket genoemd) jopper; duffel; wambuis (van oorsprong een zeemansjas) |
| pī・shīkādo-ピー・シーカード | insteekkaart (uitbreidingskaart bestemd voor notebooks; oude computer term) |
| pī・shī・bī-ピー・シー・ビー | pcb (polychloorbifenyl) |
| pī・tī・esu・dī-ピー・ティー・エス・ディー | (post-traumatic stress disorder) posttraumatische stressstoornis |
| pōchi-ポーチ | portaal; portiek; veranda |
| poinsechia-ポインセチア | kerstster; poinsettia (plant, Euphorbia pulcherrima) |
| pointā-ポインター | (computer) cursor |
| pointo-ポイント | punt; cijfer; score |
| pointo-ポイント | spoorwegwissel |
| pointo・gettā-ポイント・ゲッター | (sport) een speler die veel (doel)punten scoort |
| poketto-ポケット | bij langeafstandslopers een situatie waarin iemand omringd is door andere lopers (en niet de mogelijkheid heeft om zelf het pad te kiezen) |
| pomeranian-ポメラニアン | pomeriaan; dwergkeeshond (hondenras, oorspronkelijk afkomstig uit Pommeren) |
| ponchi-ポンチ | werktuig om gaten te slaan; ponsmachine; perforator |
| poppoya-鉄道員 | (in dialect, onomatopee: tjoeketjoeke, voor) spoorwegman |
| poppu-ポップ | (afk. voor) [popmuziek |
| poppu-ポップ | (afk. voor) pop-art |
| poppukōn-ポップコーン | popcorn |
| poppusu-ポップス | (persistent organic pollutants) persistente organische verontreinigende stoffen |
| poppu・furai-ポップ・フライ | (honkbal) boogbal; korte omhoog geslagen bal (die makkelijk te vangen is) |
| pori-ポリ | (afk. voor) polyethyleen |
| pori-ポリ | (als voorvoegsel) poly-; veel; meervoudig |
| pori-ポリ | (afk. voor) politie (m.n. denigrerend bedoeld) |
| poriamori-ポリアモリー | polyamorie |
| porienkabifeniru-ポリ塩化ビフェニル | polychloorbifenyl |
| porienkabinīru-ポリ塩化ビニール | polyvinylchloride (PVC) |
| porigurafu-ポリグラフ | polygraaf; leugendetector |
| porikō-ポリ公 | (afgeleid van het Engels: police; informeel, ook beledigend) politieagent |
| porimētā-ポリメーター | polymeter (soort hygrometer) |
| poritekunizumu-ポリテクニズム | polytechnisme; polytechnische educatie (voor hogere theoretische en technische kennis) |
| poritetorafuruoroechiren-ポリテトラフルオロエチレン | polytetrafluorethyleen |
| poro-ポロ | polo (sport) |
| poruno-ポルノ | (afk. voor) pornografie |
| porunogurafī-ポルノグラフィー | pornografie |
| porutamento-ポルタメント | portamento (een muziekterm die aangeeft dat een toon zonder onderbreking moet overlopen in een andere toon) |
| porutogaru-ポルトガル | Portugal |
| pōtoforio-ポートフォリオ | portefeuille; portfolio |
| pōtorēto-ポートレート | portret (foto, schilderij, e.d.) |
| pōtorēto-ポートレート | geschreven portret |
| pōtowain-ポートワイン | port (wijn) |
| pottode-ぽっと出 | voor het eerst van het platteland nar de grote stad gaan |
| pottode-ぽっと出 | iemand die voor het eerst van het platteland nar de grote stad gaat |
| pūpū-ブーブー | (onomatopee) knor-knor (geluid van een varken) |
| puraibēto・firumu-プライベート・フィルム | particuliere film (gemaakt als persoonlijke expressie, voor specifieke kringen) |
| puraimā-プライマー | inleidend boek; handleiding voor beginners |
| puraimarī・kea-プライマリー・ケア | eerstelijnsgezondheidszorg |
| puraisu・rīdāshippu-プライス・リーダーシップ | prijsleiderschap (systeem waarin marktprijzen worden bepaald door toonaangevende, machtige bedrijven) |
| puramoderu-プラモデル | handelsmerknaam voor een plastic model |
| puran-プラン | plan; voornemen |
| puranaria-プラナリア | planaria (platworm) |
| purantan-プランタン | lente; voorjaar |
| purasu-プラス | winst; voordeel |
| purattohōmu-プラットホーム | platform |
| purazagōi-プラザ合意 | het Plaza-akkoord (van de G5, 1985) |
| pure-プレ | pre- (voorvoegsel aan z.n.w, met de toegevoegde betekenis: voor) |
| purē-プレー | (afk. van play ball) oproep van de scheidsrechter bij balsporten, zoals b.v. honkbal, om te beginnen |
| purēbōru-プレーボール | oproep van de scheidsrechter bij balsporten, zoals b.v. honkbal, om te beginnen |
| purehabu-プレハブ | (afk. van prefabricated building) bouw-constructiemethode waarbij componenten vooraf in een fabriek worden gemaakt en op locatie in elkaar gezet |
| purejidento-プレジデント | president; voorzitter |
| puremia・shō-プレミア・ショー | première voorstelling |
| pureparāto-プレパラート | preparaat (voor microscopisch onderzoek) |
| pureppī-プレッピー | leerling van een (op de universiteit) voorbereidende school |
| pureryūdo-プレリュード | prelude; inleiding; voorspel |
| puresutoresuto・konkurīto-プレストレスト・コンクリート | voorgespannen beton |
| purēsu・kikku-プレース・キック | trap tegen de bal vanuit een stilstaande positie (sportterm) |
| puresu・rūmu-プレス・ルーム | perszaal; zaal waar persconferenties worden gehouden |
| purēto-プレート | bord; schotel |
| purēyā-プレーヤー | speler (sport; muziek) |
| purezentēshon-プレゼンテーション | presentatie; voordracht |
| pure・orinpikku-プレ・オリンピック | de pre-Olympische Spelen (gehouden een jaar voor de echte OS) |
| purodakushon・shearinguhōshiki-プロダクション・シェアリング方式 | methode gebruikt bij contracten voor olie- en aardgasexploratie in ontwikkelingslanden |
| purofessā-プロフェッサー | professor |
| purogesuteron-プロゲステロン | progesteron (hormoon) |
| puroguresshibu・rokku-プログレッシブ・ロック | progressieve rock (soort rockmuziek) |
| purojekutā-プロジェクター | (film- of dia)projector |
| puromōtā-プロモーター | promotor; organisator |
| puropā-プロパー | origineel; uniek; karakteristiek; inheems; eigen |
| puropōzu-プロポーズ | voorstellen; ten huwelijk vragen |
| puroresu-プロレス | professioneel worstelen; showworstelen |
| purorōgu-プロローグ | proloog; voorwoord; inleiding |
| purosessā-プロセッサー | processor; centrale verwerkingseenheid, CVE (computer) |
| purosesu-プロセス | proces; ontwikkeling; voortgang |
| purosesu・chīzu-プロセス・チーズ | smeltkaas (kaas zachtgemaakt door toevoeging van smeltzouten en emulgatoren) |
| purotokoru-プロトコル | protocol; voorschrift; etiquette |
| pūru-プール | poule (sport) |
| pūru-プール | pool, soort biljart |
| pūrunetsu-プール熱 | faryngo-conjunctieve koorts (lett. zwembadkoorts, vanwege vaak voorkomen van besmetting via zwembaden) |
| puruōbā-プルオーバー | trui (zonder knopen of rits, die over het hoofd aangetrokken wordt) |
| purusāmaru-プルサーマル | (afk. van plutonium thermal use) thermische verwerking van plutonium in reactoren |
| pusshu-プッシュ | duw; por; stoot; zet |
| pusshu・botan・wō-プッシュ・ボタン・ウォー | automatische oorlogvoering; oorlogsvoering op afstand (door afvuren van wapens met een druk op de knop) |
| pyonpyon-ぴょんぴょん | (onomatopee voor) het (op-en-neer) springen; huppelen |
| raberu-ラベル | label; etiket; (informatie)strookje; merkje; naamplaatje |
| rabo-ラボ | lab; laboratorium |
| raboratorī-ラボラトリー | laboratorium |
| rabu・gēmu-ラブ・ゲーム | (Eng.: love game) game gewonnen zonder dat de tegenstander scoort (tennis, badminton) |
| rabu・ōru-ラブ・オール | (Eng.: love all) (score bij sportwedstrijd, b.v. tennis) 0-0; nul-nul; (bij bridge) niemand kwetsbaar |
| rabu・sutōrī-ラブ・ストーリー | (Eng.: love story) liefdesverhaal; liefdesgeschiedenis |
| rafu-ラフ | ruw; grof; slordig |
| raguran-ラグラン | raglan (kleding zonder schoudernaden, met de mouw doorlopend tot de hals) |
| raguranjuten-ラグランジュ点 | lagrangepunt (een specifieke vorm van baanresonantie) |
| ragutaimu-ラグタイム | ragtime (muziekgenre, oorspronkelijk uit de Amerikaanse staat Missouri in de jaren tachtig van de negentiende eeuw) |
| rahatsu-螺髪 | kapsel (met spiraalvormige krullen) van een boeddhabeeld |
| rahotsu-螺髪 | kapsel (met spiraalvormige krullen) van een boeddhabeeld |
| rai-ライ | (afk. voor) rogge |
| raibu・hausu-ライブ・ハウス | een café of restaurant waar live muziek wordt gespeeld |
| raidan-来談 | het langskomen om te praten; voor een gesprek bij iemand langsgaan |
| raidingu-ライディング | houding bij worstelen waarbij men boven op een tegenstander ligt en ervoor zorgt dat die niet kan bewegen |
| raifurushageki-ライフル射撃 | het geweerschieten (als sport) |
| raigeki-雷撃 | blikseminslag; door de bliksem getroffen worden |
| raigeki-雷撃 | torpedoaanval |
| raigō-来迎 | verwelkoming door een Boeddha of bodhisattva van de ziel van een overleden gelovige |
| raigō-来迎 | aanschouwing van een zonsopgang op een bergtop (wordt vergeleken met Amitabha Boeddha die op bezoek komt met een aureool) |
| raigyo-雷魚 | noordelijke slangenkopvis (Channa argus) |
| raiharu-来春 | het komend voorjaar; de volgende lente |
| raijin-雷神 | een dondergod (zoals Jupiter, Thor, e.d.) |
| raika-雷火 | brand [vuur] door blikseminslag veroorzaakt |
| raiki-来季 | volgend seizoen (m.n. bij sport) |
| raikō-雷公 | (in China oorspronkelijk de naam van een dondergod) bliksem |
| rain-ライン | reeks; serie; volgorde; opvolging; stamboom |
| rainā-ライナー | (bij honkbal) een lage, rechte worp |
| rainzuman-ラインズマン | (sport) grensrechter; lijnrechter |
| rain・ando・sutaffu-ライン・アンド・スタッフ | lijn en staf [personeel] (een vorm van managementorganisatie, waarbij de lijnfuncties en staffuncties gescheiden worden gehouden) |
| rain・appu-ライン・アップ | (honkbal) slagvolgorde |
| rain・auto-ライン・アウト | (honkbal) als een loper meer dan een meter buiten de lijn tussen de honken rent in een poging te voorkomen dat hij wordt uitgetikt |
| rain・auto-ライン・アウト | (rugby) opstelling van spelers bij een inworp |
| rain・ofu-ライン・オフ | aan het einde van de productielijn [lopende band] (voor een product) |
| rairan-来蘭 | aakomst in de stad Muroran; Muroran bezoeken |
| raishin-来診 | huisbezoek door een arts; doktersvisite |
| raitokyū-ライト級 | lichtgewicht (gewichtsklasse bij vechtsporten) |
| raitomidorukyū-ライトミドル級 | (vechtsporten) licht middengewicht; superweltergewicht |
| raitonoberu-ライトノベル | light novel (een specifiek soort romans in Japan) |
| rajiētā-ラジエーター | radiator (verwarming) |
| rajiētā-ラジエーター | radiateur (koelsysteem van een verbrandingsmotor) |
| rajikase-ラジカセ | (afk. voor) radio-cassetterecorder; taperecorder |
| rajiotaisō-ラジオ体操 | radio-gymnastiek (in Japan vanaf 1928 verzorgd door de NHK omroeporganisatie) |
| rajio・dorama-ラジオ・ドラマ | hoorspel; radiodrama |
| rajio・kasetto-ラジオ・カセット | radio-cassetterecorder; taperecorder |
| rajio・zonde-ラジオ・ゾンデ | radiosonde (voor meteorologische waarnemingen) |
| rakkarōzeki-落花狼藉 | bloemen (of andere dingen) die (in wanorde) verspreid over de grond liggen |
| rakkī-ラッキー | gelukkig; fortuinlijk |
| rakkī・sebun-ラッキー・セブン | (honkbal) de zevende inning van een wedstrijd van negen innings (wordt als gelukkig beschouwd) |
| raku-楽 | gemak; comfort; plezier |
| rakubasuru-落馬する | van een paard vallen [geworpen worden] |
| rakubi-楽日 | de laatste dag van een (sumo) toernooi; de laatste dag van een show; slotvoorstelling |
| rakuchaku-落着 | overeenkomst; akkoord; regeling; schikking; afwikkeling |
| rakuchū-洛中 | in de hoofdstad (meestal wordt hiermee Kyoto bedoeld) |
| rakudai-落第 | het zakken voor een examen; afgewezen worden |
| rakudaisuru-落第する | zakken voor een examen; afgewezen worden |
| rakuen-楽園 | paradijs; eldorado |
| rakugai-洛外 | buiten de hoofdstad (meestal wordt hiermee Kyoto bedoeld) |
| rakuhaku-落魄 | verval tot armoede; in behoeftige omstandigheden geraakt; verarming; teloorgang |
| rakuhatsu-落髪 | het zich laten kaalscheren voor men in een (boeddhistisch) klooster gaat; tonsuur |
| rakujin-楽人 | een zorgeloos persoon; iemand die een zorgeloos leventje leidt |
| rakuraku-楽楽 | comfortabel; gerieflijk |
| rakuseki-落籍 | een voorschot betaald aan de baas van een prostitué of geisha (met het doel haar vrij te kopen) |
| rakusen-落選 | (bij verkiezingen) verslagen [niet verkozen; geweigerd; niet geselecteerd] zijn [worden] |
| rakusensuru-落選する | (verkiezingen) verliezen; geslagen worden |
| rakushoku-落飾 | tonsuur (van een monnik e.d.); geschoren kruin; kruinschering |
| rakutenka-楽天家 | een optimist; een relaxed [zorgeloos] persoon |
| rakutenteki-楽天的 | optimistisch; zorgeloos; vrolijk |
| rakuyaki-楽焼き | raku aardewerk (met de hand gevormd en op lage temperatuur gebakken) |
| rakuyō-洛陽 | Luoyang, een stad in de Chinese provincie Henan (voormalige hoofdstad van China, wordt beschouwd als bakermat van de Chinese cultuur) |
| rakuyō-洛陽 | Rakuyo, een andere naam voor Kyoto |
| ramadan-ラマダン | Ramadan (vastenmaand voor Moslims) |
| ramu-らむ | oude vorm van het hulpwerkwoord ran (らん), met de betekenis: het zal zo zijn dat...; omdat |
| ramuhanmā-ラムハンマー | voorkamer; slaghamer |
| ran-らん | een hulpwerkwoord, met de betekenis: het zal zo zijn dat...; omdat |
| ran-乱 | rebellie; opstand; oorlog |
| ran-藍 | indigo, donkerblauwe kleur (verkregen uit de Chinese indigo plant, Polygonum tinctorium; Persicaria tinctoria) |
| ran-蘭 | orchidee |
| ran-覧 | (gebruikt als erende vorm in samenstellingen voor 見る) zien; kijken |
| ranchi-ランチ | kleine stoomboot; motorbarkas; motorsloep |
| ranchikisawagi-乱痴気騒ぎ | wild [luidruchtig; losbandig] vermaak; orgie |
| ranchō-乱丁 | (bij boekbinden) onjuiste volgorde van de pagina's |
| ranchō-乱調 | disharmonie; verwarring; wanorde |
| ranchū-蘭鋳 | Ranchu (Japanse soort goudvis) |
| rangēji・raboratorī-ランゲージ・ラボラトリー | talenlab; talenlaboratorium |
| rangiku-乱菊 | patroon van chrysanten met ongeordende bloemblaadjes (m.n. op familiewapens) |
| rangoku-乱国 | een land in chaos [wanorde; wetteloze toestand] |
| ranma-欄間 | een traliewerk of opengewerkt paneel (voor licht of ventilatie, boven schuifdeuren) |
| rannāzu・hai-ランナーズ・ハイ | runner's high ( een toestand tijdens het hardlopen waarbij ademhaling en snelheid voor het gevoel perfect op elkaar zijn afgestemd) |
| ranningu・kosuto-ランニング・コスト | algemene, lopende (bedrijfs)kosten (kosten voor onderhoud, beheer en exploitatie) |
| ranningu・shatsu-ランニング・シャツ | hardloopshirt; sporthemd |
| ranningu・sutokku-ランニング・ストック | lopende bedrijfsvoorraad (nodig om de productie en bedrijfsactiviteiten te kunnen voortzetten) |
| ranobe-ラノベ | (afk. voor) light novel (een specifiek soort romans in Japan) |
| ranpon-藍本 | oorspronkelijk geschrift |
| ranritsu-乱立 | het (ongeordend) naast [op] elkaar staan |
| ranshin-乱心 | waanzin; gekte; krankzinnigheid; mentale gestoordheid |
| ransōhorumon-卵巣ホルモン | oestradiol; eierstokhormoon |
| ransōshuyō-卵巣腫瘍 | ovariumtumor |
| ransōtekishutsushujutsu-卵巣摘出手術 | oöforectomie; ovariëctomie |
| rantō-卵塔 | eivormige steen op een grafmonument |
| ranzatsu-乱雑 | wanorde; verwarring; puinhoop; warboel |
| ran'enkei-卵円形 | een ovaal (vorm) |
| rao-ラオ | bamboebuisje dat de ganzenhals van een kiseru (tabakspijp) verbindt met het mondstuk (oorspronkelijk werd hiervoor bamboe uit Laos gebruikt) |
| rappa-喇叭 | hoorn; bugel; trompet |
| rappu-ラップ | een (baan)ronde (sport) |
| rarī-ラリー | sterrit (autosport) |
| rashamen-ラシャ綿 | (Edo-periode) een denigrerende term voor een Japanse vrouw die de concubine werd van een westerling |
| rashamen-ラシャ綿 | (andere naam voor) schaap |
| rashii-らしい | -achtig; zoals ...; lijkend op; typisch voor ...; geschikt voor ... |
| rassanetsu-ラッサ熱 | lassakoorts |
| ratekase-ラテカセ | ratecase is een samengesteld woord voor een audioapparaat dat de drie functies van radio, televisie en cassettedeck combineert |
| ratenkei-ラテン系 | behorend tot Latijns (of Romaans) sprekende etnische groepen |
| rau-ラウ | bamboebuisje dat de ganzenhals van een kiseru (tabakspijp) verbindt met het mondstuk (oorspronkelijk werd hiervoor bamboe uit Laos gebruikt) |
| raundo-ラウンド | rond; cirkelvormig |
| rawan-ラワン | lauan (verzamelnaam voor tropisch hardhout) |
| ra・nīnya-ラ・ニーニャ | La Niña, atmosferisch verschijnsel waarbij de zeewatertemperatuur in het equatoriale gebied van de oostelijke Stille Oceaan aanzienlijk daalt |
| rea-レア | (van vlees) halfrauw; kort gebakken; saignant |
| reberu-レベル | horizontaal; vlak |
| rechitatībo-レチタティーボ | (muziek) recitatief (vocale vorm van het gesproken woord) |
| refarensu-レファレンス | referentie; aanbeveling; verwijzing; raadpleging; raadgeving; informatie |
| refarensu・sābisu-レファレンス・サービス | informatie dienst [service] |
| referī-レフェリー | (sport) scheidsrechter |
| refu-レフ | (afk. voor) (spiegel)reflexcamera |
| refu-レフ | (afk. voor) reflector |
| refurekutā-レフレクター | reflector; reflectiescherm |
| reguhon-レグホン | Leghorn, een (van oorsprong Italiaans) kippenras |
| reguhōn-レグホーン | Leghorn, een (van oorsprong Italiaans) kippenras |
| regyurā-レギュラー | (afk. voor) vast lid; vaste speler (in een team); vaste gast (in een tv-programma) |
| regyurā-レギュラー | (afk. voor) gewone benzine |
| regyurā-レギュラー | normaal; gewoon; regelmatig; algemeen |
| regyurēshon-レギュレーション | reglement; regels; voorschriften |
| rei-例 | voorbeeld; precedent |
| rei-例 | voorschrift |
| rei-礼 | beloning; gift; vergoeding; honorarium |
| rei-隷 | (afkorting van reisho) kalligrafie stijl voor kanji (ontwikkeld volgens traditie voor een algemene leesbaarheid; ook wel kopiist-schrift genoemd) |
| reianshitsu-霊安室 | mortuarium; rouwkamer (in een ziekenhuis, e.d.) |
| reibōbyō-冷房病 | airconditioning ziekte; ziekte door airconditioners |
| reibun-例文 | voorbeeldzin |
| reibyō-霊廟 | mausoleum; altaar [heiligdom] voor de voorouders |
| reidai-例題 | voorbeeldvraag; oefenvraag; oefenopdracht |
| reiden-霊殿 | mausoleum; gebouw waar voorouders of geesten worden vereerd; tempel; heiligdom |
| reifujin-令夫人 | (een term van respect voor de vrouw van een ander) uw vrouw |
| reifuku-礼服 | formele kleding; kleding voor ceremoniële gelegenheden |
| reigai-冷害 | schade aan rijst [gewassen] door koud weer |
| reigen-例言 | voorwoord |
| reigi-礼儀 | hoffelijkheid; beleefdheidsvormen; etiquette; goede manieren |
| reihai-零敗 | (sport) ongeslagen zijn |
| reihai-零敗 | (sport) verliezen zonder te scoren |
| reihitsu-麗筆 | mooie bewoording [beschrijving] |
| reihō-礼法 | hoffelijkheid; beleefdheidsvormen; etiquette; goede manieren |
| reihon-零本 | overgebleven fragmenten [overblijfselen] (van boeken die verloren zijn gegaan) |
| reiiki-霊域 | een heilige plek (waar goden en Boeddha's worden vereerd) |
| reiji-例示 | illustratie; voorbeeld |
| reijō-令嬢 | (beleefd woord voor) de dochter van iemand anders |
| reika-冷菓 | koude zoetigheden (zoals ijs, sorbet, e.d.) |
| reikai-例解 | illustratie; toelichting; uitleg (met voorbeelden) |
| reikan-霊感 | paranormale gave |
| reikin-礼金 | sleutelgeld; vergoeding betaald voor huurrechten |
| reikin-礼金 | beloning (geld); honorarium; vergoeding; gratificatie |
| reimairi-礼参り | tempelbezoek om een godheid of Boeddha te bedanken voor de vervulling van een wens |
| reimei-黎明 | dageraad; ochtendgloren |
| reimeiki-黎明期 | (fig.) dageraad; eerste begin; geboorte |
| reinen-例年 | een normaal jaar; elk jaar |
| reisen-冷戦 | de Koude Oorlog; een koude oorlog (oorlog zonder wapengeweld) |
| reishō-例証 | illustratie; voorbeeld |
| reisho-隷書 | (afkorting van reisho) kalligrafie stijl voor kanji (ontwikkeld volgens traditie voor een algemene leesbaarheid; ook wel kopiist-schrift genoemd) |
| reitei-令弟 | (beleefd woord voor de (jongere) broer van iemand) uw [zijn] broer |
| reiten-冷点 | koude plek; het koude (sensorische) punt |
| reitōshokuhin-冷凍食品 | ingevroren voedsel; diepvriesproducten; diepvriesmaaltijd |
| reiwa-例話 | verklarende uitleg; illustratief voorbeeld |
| reiyō-麗容 | een mooie vorm |
| reizen-霊前 | voor (het altaar of graf van) een overledene |
| rejion・donūru-レジオン・ドヌール | (Frans: Légion d’honneur) Legioen van Eer (ridderorde) |
| reki-歴 | (in kanji combinaties) historisch (overzicht); chronologisch |
| rekichō-歴朝 | opeenvolgende generaties (van vorsten, hoven, e.d.); dynastie |
| rekidan-轢断 | in tweeën [doormidden] gesneden zijn (door overrijden van b.v. een trein) |
| rekijitsu-歴日 | tijdsverloop; tijdpassering; voortgang van tijd |
| rekinen-歴年 | de voortgang van jaren; het verstrijken van de tijd |
| rekinenrei-暦年齢 | leeftijd geteld vanaf de geboortedag (werkelijke leeftijd) |
| rekiran-歴覧 | het (dingen) een voor een (de een na de ander) bekijken [onderzoeken] |
| rekisatsu-轢殺 | dood door overrijden; doodgereden zijn |
| rekishi-轢死 | dood door overreden worden; doodgereden zijn |
| rekishika-歴史家 | historicus; geschiedkundige |
| rekishikan-歴史館 | historisch museum |
| rekishikon-レキシコン | lexicon; wetenschappelijk woordenboek; woordenschat (van een auteur) |
| rekishimonogatari-歴史物語 | een historisch verhaal; geschiedverhaal |
| rekishishōsetsu-歴史小説 | historische roman |
| rekishisuru-轢死する | doodgereden worden |
| rekishiteki-歴史的 | historisch; geschiedkundig |
| rekishitekikanazukai-歴史的仮名遣い | historisch gebruik van Japanse kana (voor de schrifthervorming van 1946); oude kana schrijfwijze |
| rekisū-暦数 | omlooptijd van een planeet om de zon of maan (als basis voor een kalender) |
| rekōdā-レコーダー | opnameapparaat; recorder |
| rekōdo-レコード | record (sport) |
| rekōdo・horudā-レコード・ホルダー | recordhouder |
| rekuchā-レクチャー | instructie; voorlichting; uitleg |
| rekuchā-レクチャー | (hoor)college; lezing |
| remu-レム | röntgenequivalent mens (eenheid voor equivalente dosis ioniserende straling) |
| rēn-レーン | rijstrook; baan (auto, bus, etc.; ook bij sport: zwemmen, kegelen, etc.) |
| ren-聯 | twee bij elkaar horende regels in een lüshi, een klassiek-Chinese dichtvorm; stanza; strofe |
| ren-連 | telwoord voor aaneengeregen dingen (kralen, etc.) |
| rendaku-連濁 | (Japanse morfonologie) opeenvolgende stemvoering: een stemloze klank wordt stemhebbend in een combinatie van woorden, b,v, はな (花) + ひ (火) = はなび (花火) |
| renge-蓮華 | een Chinese porseleinen lepel |
| rengyō-連翹 | hangend Chinees klokje (Forsythia suspense) |
| renji-レンジ | fornuis; kooktoestel; oven |
| renjō-蓮声 | doorlopende klank (in het japans en Chinees) |
| renjō-連声 | (taalkunde) sandhi (klankbeïnvloeding door naburige klanken binnen een woord of tussen twee woorden) |
| renju-連珠 | een vorm van klassieke Chinese proza |
| renka-廉価 | lage prijs; voordelig geprijsd [goedkoop] zijn |
| renkei-連係 | verbinding; koppeling; coördinatie;; samenwerking |
| renkō-連衡 | alliantie; alliantievorming (hist. in China van 6 koninkrijken, met de Qing dynastie) |
| renkon-蓮根 | lotuswortel |
| rensai-連載 | publicatie als serie [feuilleton]; een reeks van artikelen [verhalen] die in afleveringen worden uitgegeven (in kranten, tijdschriften, e.d.) |
| renshu-連取 | het punten of sets achter elkaar scoren (in een sportwedstrijd) |
| rensō-連想 | associatie (van woorden of ideeën) |
| rentaihoshōnin-連帯保証人 | een gezamenlijke borgsteller [garantsteller]; borgsteller die hoofdelijk aansprakelijk is; medeondertekenaar |
| rentaikei-連体形 | (taalkunde) rentaikei (attributieve vorm; woordenboekvorm) |
| rentaishūshokugo-連体修飾語 | (taalkunde) een bepaling [bepalend woord] bij een niet-infecterend [onvervoegbaar] woord |
| rentatsu-練達 | meesterschap; grote vaardigheid; ervarenheid door oefening |
| renzasei-連座制 | systeem van schuld door associatie |
| renzokusatsujinhan-連続殺人犯 | seriemoordenaar |
| renzokusuru-連続する | verdergaan (met); voortzetten; voortduren |
| renzokutai-連続体 | continuüm; doorlopende reeks |
| renzokuteki-連続的 | continu; voortdurend; opeenvolgend |
| ren'on-連音 | (taalkunde) sandhi (gelijkwording van eind- en beginklank van opeenvolgende delen) |
| ren'yō-連用 | langdurig [doorlopend] gebruik [toepassing] |
| ren'yōkei-連用形 | (taalkunde) renyōkei (verbindingsvorm van werkwoorden) |
| ren'yōshūshokugo-連用修飾語 | (taalkunde) een bepaling [bepalend woord] bij een inflecterend [vervoegbaar] woord |
| ren'yōsuru-連用する | voortdurend [langdurig; doorlopend] gebruiken [innemen] (b.v. medicijnen) |
| repo-レポ | reporter; verslaggever |
| repo-レポ | rapport; verslag |
| repōtā-レポーター | verslaggever; reporter |
| repōto-レポート | rapport; verslag |
| reppai-劣敗 | het verlies [verslagen worden] van een zwakkere (door een sterkere) |
| reppū-烈風 | harde [stormachtige] wind |
| rēruwē-レールウェー | spoor; spoorweg; spoorlijn; spoorbaan |
| reseputo-レセプト | doktersrecept; medisch voorschrift |
| reshībā-レシーバー | ontvanger; hoorn |
| reshībā-レシーバー | vanger (balsport) |
| reshību-レシーブ | vangen (balsport) |
| reshipi-レシピ | voorschrift; medisch recept |
| reshipiento-レシピエント | ontvanger (van orgaan, weefsel, bloed, e.d.) |
| reshipuro・enjin-レシプロ・エンジン | zuigermotor; zuigermachine |
| reshitēshon-レシテーション | recitatie; voordracht |
| resse・fēru-レッセ・フェール | het laisser faire principe (ook economische term voor vrijheid van productie en (handels)verkeer zonder overheidsbemoeienis) |
| ressuru-列する | behoren bij; in een bepaalde positie zijn |
| resu-レス | worstelen |
| resu-レス | respons; antwoord; reactie |
| rēsu-レース | veter; koord; kant(werk) |
| resuponshibiritī-レスポンシビリティー | verantwoordelijkheid |
| resuponsu-レスポンス | respons; antwoord; reactie |
| resurā-レスラー | worstelaar |
| resuringu-レスリング | worstelen |
| reten-レ点 | teken dat aangeeft dat de volgorde van karakters moet worden omgekeerd (bij het lezen van Chinese of klassiek Japanse teksten) |
| reten-レ点 | vinkje (voor het aanmerken tekstregels) |
| rētingu-レーティング | (Eng.: rating) beoordeling; classificatie; notering |
| retorikku-レトリック | retoriek; redekunst |
| retoruto-レトルト | retort-zak; vacuüm verpakking |
| retoruto-レトルト | retort; distilleerkolf |
| retorutoshokuhin-レトルト食品 | retort voedsel (kant-en-klaar voedsel dat vacuüm verpakt is) |
| retoruto・pauchi-レトルト・パウチ | retort-zak; vacuüm verpakking |
| retsu-列 | rang; categorie |
| retsui-劣位 | inferioriteit; ondergeschiktheid; ondergeschikte positie |
| retteru-レッテル | etiket; label (op iemand als waardeoordeel) |
| rettō-劣等 | inferioriteit; lagere rang [klasse] |
| rēzā-レーザー | laser (= light amplification by stimulated emission of radiation; een apparaat dat een smalle coherente bundel licht voortbrengt) |
| rēzā・disuku-レーザー・ディスク | laserdisk; Cd-video (een analoge optische schijf voor het bewaren van beeld en geluid) |
| rezā・katto-レザー・カット | haarstijl, waarbij het haar niet met een schaar maar met een scheermes wordt geknipt |
| rezu-レズ | (afk. voor) lesbisch; lesbienne; lesbo (kan als discriminerend of denigrerend ervaren worden) |
| riakushon-リアクション | reactie; antwoord |
| riasushikikaigan-リアス式海岸 | riaskust (kustvorm met veel verdronken rivieren) |
| ria・enjin-リア・エンジン | motor achterin |
| ribanōru-リバノール | Rivanol (merknaam voor acrinol of ethacridinelactaat, een bacteriedodend ontsmettingsmiddel) |
| ribaundo-リバウンド | rebound; terugslag; terugkaatsing (balsporten) |
| ribēto-リベート | rabat; korting; aftrek |
| ribo-リボ | (afk. voor) draaiend; doorlopend |
| riborubingu-リボルビング | draaiend; doorlopend |
| riborubingu・kurejitto-リボルビング・クレジット | doorlopend krediet |
| ribu-リブ | lib (afkorting van liberation) |
| rīdo・ofu・man-リード・オフ・マン | (honkbal) de eerste slagman in de slagvolgorde |
| rienjiniaringu-リエンジニアリング | herstructurering (van bedrijfsprocessen binnen een organisatie) |
| rifarensu-リファレンス | referentie; aanbeveling; verwijzing; raadpleging; raadgeving; informatie |
| rifōmu-リフォーム | hervorming; verbetering; verbouwing |
| rifurekutā-リフレクター | reflector; reflectiescherm |
| rifuresshukyūka-リフレッシュ休暇 | een (welverdiende) vakantie om weer bij te tanken [fit te worden] |
| rigai-利害 | voordeel en nadeel; winst en verlies |
| rigorizumu-リゴリズム | rigorisme; uiterste strengheid |
| rīgu-リーグ | bond; federatie; sportcompetitie |
| rihabiri-リハビリ | (afk. voor) rehabilitatie; revalidatie |
| rihāsaru-リハーサル | repetitie; oefenvoorstelling |
| rijichō-理事長 | voorzitter van de raad van bestuur |
| rijikoku-理事国 | lidstaat van een uitvoerend comité in een internationale organisatie |
| rijin-里人 | dorpsbewoner; dorpeling |
| rikai-理解 | begrip; inzicht; doorzicht |
| rikaisuru-理解する | begrijpen; bevatten; doorhebben; inzien |
| rikan-罹患 | het oplopen [krijgen] van een ziekte; het ziek worden |
| rikansuru-罹患する | een ziekte oplopen [krijgen]; ziek worden |
| riken-利剣 | (Boeddh.) beeldspraak voor de wijsheid of boeddhistische leer die nodig is om aardse verlangens en kwade krachten te kunnen verwerpen |
| riken-利権 | belang; aandeel; voorrecht |
| rīki-リーキ | prei (Allium porrum) |
| rikiddo-リキッド | (afk. voor) haarstylingvloeistof (voor mannen) |
| rikishi-力士 | een sumoworstelaar |
| rikisō-力漕 | het stevig doorroeien; roeien met stevige slagen |
| rikitō-力投 | (honkbal) krachtige worp |
| rikon-利根 | (aangeboren) intelligentie; slimheid; natuurlijke aanleg |
| rikōru-リコール | terugroeping van een defect product door de fabrikant |
| rīku-リーク | lekkage (van electriciteit); stroomlekkage; kortsluiting |
| rīku-リーク | (Eng.: leak) lek (van informatie, geheim etc.) |
| rikufū-陸封 | het fenomeen dat zoutwatervissen door topografische veranderingen opgesloten worden in geheel door land omgeven water, en in zoet water verder leven |
| rikujōkassōsupōtsu-陸上滑走スポーツ | rolsport(en) (skateboard, rolschaatsen, etc.) |
| rikujōkyōgi-陸上競技 | atletiek (sport) |
| rikurūto・katto-リクルート・カット | kort, net kapsel voor mannen (voor het solliciteren naar een baan) |
| rikusho-六書 | de zes historische schrijfstijlen van Chinese karakters [kanji] |
| rikusho-六書 | de zes categorieën van de samenstelling en het gebruik van Chinese karakters [kanji] |
| rikushyōho-陸将補 | (militaire rang) generaal-majoor |
| rīkusuru-リークする | lekken; weglekken; doorlekken; (laten) uitlekken |
| rikutai-六体 | de zes historische schrijfstijlen van Chinese karakters [kanji] |
| rikutsu-理屈 | reden; logica; theorie |
| rimupakku-リムパック | the Rim of the Pacific Exercise ('s werelds grootste internationale maritieme oorlogsoefening) |
| rin-林 | (in kanji combinaties) verzameling van gelijksoortige dingen of mensen |
| rin-燐 | fosfor; fosforus (chem. element) |
| rinbatsu-輪伐 | periodieke kap; rotatiebosbouw (voor een stabiele houtproductie en het behoud van een ecologisch evenwicht van de bossen) |
| rinbyō-淋病 | gonorroe (geslachtsziekte) |
| rindoku-淋毒 | gonorroea; gonorroe (geslachtsziekte) |
| ringetsu-臨月 | de laatste maand van de zwangerschap; de maand waarin de geboorte wordt verwacht |
| ringi-稟議 | besluitvorming via circulerende memo's binnen een bedrijf (i.p.v. vergaderen) |
| ringisho-稟議書 | een voorstel dat ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de betrokken bestuurders |
| ringu-リング | ring (vinger, oor, etc.) |
| ringusaido-リングサイド | (boksen of worstelen) zitplaatsen vlakbij de ring |
| rinin-離任 | overplaatsing naar een andere werkplek [afdeling, bijkantoor] (binnen een bedrijf of instelling) |
| rinji-臨時 | tijdelijk [voorlopig; interim] zijn |
| rinkai-臨界 | kritieke grens (toestand waarin de kettingreactie van kernsplijting met een constante snelheid wordt gehandhaafd in kernreactoren) |
| rinkaigakkō-臨海学校 | een school bij het strand die gebruikt word voor zomerschool activiteiten |
| rinkei-輪形 | ringvorm; cirkelvorm |
| rinō-離農 | het stoppen met boerenbedrijf; de landbouwsector verlaten (en in een andere sector gaan werken) |
| rinraku-淪落 | verval; ruïnering; aan lager wal zijn; vernietiging; verdorvenheid; losbandigheid; het zichzelf ruïneren |
| rinri-倫理 | ethiek; moraal; gedragscode |
| rinri-淋漓 | het stromen; druipen; vloeien; doorweekt raken |
| rinrin-凛凛 | hevig [doordringend; bitter] koud |
| rinsaku-輪作 | wisselbouw (het telen van verschillende gewassen na elkaar op dezelfde grond, om bodemziekten te voorkomen) |
| rinsan-燐酸 | fosforzuur (H₃PO₄) |
| rinsei-稟請 | formeel verzoek; (aan een hogergeplaatste); petitie |
| rinsen-林泉 | een rustige plek om je te kunnen afzonderen; toevluchtsoord |
| rinsen-臨戦 | deelname aan de strijd [oorlog]; zich klaarmaken om te vechten [strijden]; het betreden van het slagveld |
| rinsentaisei-臨戦態勢 | klaar voor de strijd; in staat van paraatheid (voor de oorlog) |
| rinsetsu-鱗屑 | huidschilfers; afschilfering van de huid (door een huidziekte, zoals b.v. psoriasis of ringworm) |
| rinshankaihō-リンシャンカイホー | (Mahjong) het winnen door het trekken van een tegel, waarmee dan een kong (een set van vier identieke tegels) wordt gevormd |
| rinsho-臨書 | het nauwkeurig overschrijven van kanji naar een (klassiek) schrijfmodel (voor het verkrijgen van kalligrafische schrijfvaardigheid) |
| rinyū-離乳 | het spenen; geleidelijk stoppen met borstvoeding (en overgaan op vast voedsel) |
| rinzu-綸子 | een soort glanzende, geverfde patroonstof |
| ripītā-リピーター | (communicatiemedia) repetitor; versterker |
| ripōtā-リポーター | rapporteur |
| ripōtā-リポーター | verslaggever; reporter |
| ripōto-リポート | rapport; verslag |
| rippō-律法 | wet; voorschrift |
| rippō-律法 | Joodse wetten [voorschriften]; Thora |
| rippōfu-立法府 | wetgever; wetgevende macht; wetgevende instantie [orgaan; instituut] |
| rippōkikan-立法機関 | wetgevende macht; wetgevend orgaan |
| rippōkon-立方根 | (wiskunde) de derdemachtswortel; kubiekwortel |
| rirē-リレー | doorgeven; estafette |
| rirē-リレー | (afk. voor) estafetteloop |
| rirēeisei-リレー衛星 | relay satelliet (van voormalig Amerikaans communicatiesatellietprogramma) |
| rireki-履歴 | iemands voorgeschiedenis [achtergrond; verleden; carrière] |
| riron-理論 | theorie |
| rironka-理論家 | theoreticus |
| rironteki-理論的 | theoretisch |
| risaisuru-罹災する | (ramp, etc.) doorstaan; ondergaan; verduren; lijden (onder) |
| risen-離船 | het verlaten van een schip; van boord [aan wal] gaan |
| risensuru-離船する | het schip verlaten; van boord gaan; aan wal gaan |
| rishinsenpū-離心旋風 | anticycloon (meteorologie) |
| rishū-履修 | inschrijving (voor een studieprogramma); voltooiing van een opleiding |
| risō-離相 | (boeddh.) scheiding van (weder)geboorten en sterven |
| risōsu・shearingu-リソース・シェアリング | het gezamenlijk gebruik van beschikbare (informatie)bronnen (zoals computers, software, e.d.) |
| risshinshusse-立身出世 | carrière; sociale vooruitgang (qua positie in de gemeenschap) |
| risu-栗鼠 | eekhoorn |
| risutora-リストラ | reorganisatie; herstructurering van een bedrijf; inkrimping van het personeel |
| risutorakucharingu-リストラクチャリング | reorganisatie; herstructurering van een bedrijf; inkrimping van het personeel |
| ritān・matchi-リターン・マッチ | (bij boksen) wedstrijd waarbij degene die zijn titel heeft verloren, als eerste uitdager tegen de nieuwe kampioen vecht |
| riten-利点 | voordeel; pluspunt |
| ritomikku-リトミック | ritmiek (muziekonderwijsmethode om ritme door lichaamsbeweging te begrijpen) |
| ritoru・rīgu-リトル・リーグ | (Amerikaanse) honkbal competitie voor teams van jongens en meisjes tussen 9 en 12 jaar |
| ritsuryō-律令 | oude Japanse wetgeving, (in de 8ste eeuw geschreven naar Chinese voorbeelden) |
| rittō-立党 | oprichting [vorming] van een politieke partij |
| riyaku-利益 | (boeddh.) verkrijging van een materieel of spiritueel voordeel [gunst] (door het verrichten van goede daden e.d.) |
| riyū-理由 | reden; oorzaak |
| rīzento-リーゼント | een haarstijl voor mannen (de voorkant in een kuif, en de zijkanten glad naar achteren) |
| rīzento・sutairu-リーゼント・スタイル | een haarstijl voor mannen (de voorkant in een kuif, en de zijkanten glad naar achteren) |
| rizōto-リゾート | (luxueus) vakantieverblijf; resort |
| rizōto・uea-リゾート・ウエア | vrijetijdskleding; (vaak kleurige) kleding gedragen in vakantieresorts, etc. |
| rīzun-リーズン | reden; oorzaak |
| rīzun・howai・kopī-リーズン・ホワイ・コピー | een reclametechniek [reclametekst], die met logische argumenten de kenmerken en voordelen van een aangeboden product of dienst uitlegt |
| rō-楼 | toren; uitkijkpost; hoog gebouw |
| ro-露 | (kanji dat gebruikt wordt voor) Rusland |
| roakuka-露悪家 | iemand die graag opschept over hoe slecht hij of zij is; iemand die zich voordoet als een slecht persoon |
| roban-路盤 | de grond die geëgaliseerd is om spoorrails te ondersteunen |
| roban-露盤 | een vierkante plaat bovenin een pagode, waarop de sōrin (lang verticaal ornament is geplaatst |
| rōbashin-老婆心 | sterke [overdreven] bezorgdheid; grote aandacht voor iemands welzijn] |
| robatayaki-炉端焼 | Japanse gerechten die aan tafel op een houtskoolvuur(tje) worden bereid |
| robiisuto-ロビイスト | lobbyist (iemand die als vertegenwoordiger van een groep de publieke opinie beïnvloedt om politieke steun te verkrijgen) |
| robu-ロブ | kapsel met halflang haar (nieuw woord dat onstaan is uit het woord voor lang haar ロング en kort haar ボブ) |
| rochirimen-絽縮緬 | (soort stof) gaas crêpe |
| rōdā-ローダー | (computer) onderdeel van een besturingssysteem voor het laden van programma's en bibliotheken |
| rōdo-ロード | lord |
| rōdōjikantanshuku-労働時間短縮 | werktijdverkorting; arbeidsduurverkorting |
| rōdōkankeichōseihō-労働関係調整法 | wet voor Arbeidsverhouding en Geschillen |
| rōdōkijunhō-労働基準法 | Japanse Arbeidsnormenwet; Standaard Arbeidsrechtenwet |
| rōdoku-朗読 | voordracht; het voorlezen [hardop oplezen] |
| rōdo・mappu-ロード・マップ | roadmap van een (technisch) product (waarin staat wat de vernieuwingen zijn en wanneer ze kunnen worden verwacht) |
| rōdo・rēsu-ロード・レース | wegrace; wegwedstrijd; autorace op de (openbare) weg |
| rōei-朗詠 | voordracht [het voordragen] van een (klassiek) gedicht |
| rōei-漏洩 | het uitlekken (van informatie); lek; openbaring |
| rōgankyō-老眼鏡 | leesbril; bril om ouderdomsverziendheid te corrigeren |
| rogo-ロゴ | logo; beeldmerk; woordmerk |
| rogosu-ロゴス | logos; (filosofie) de rede; (Bijbeltaal) het Woord |
| rogotaipu-ロゴタイプ | logo; beeldmerk; woordmerk |
| rogui-櫓杭 | draaipunt [steunpunt] voor roeiriemen in een Japanse boot |
| rōho-老舗 | winkelonderneming met een lange geschiedenis, die van generatie op generatie wordt voortgezet |
| rohō-露鋒 | een techniek in de kalligrafie (waarbij de punt van het penseel plat op het papier wordt gezet) |
| roitāshisū-ロイター指数 | Reuters-index (nternationale prijsindex voor primaire grondstoffen, samengesteld door Reuters) |
| roiyaritī-ロイヤリティー | royalty (winstaandeel voor patenten, handelsmerken, auteursrechten, e.d.) |
| roiyaru-ロイヤル | koninklijk; vorstelijk |
| roiyarutī-ロイヤルティー | royalty (winstaandeel voor patenten, handelsmerken, auteursrechten, e.d.) |
| rōjinfukushihō-老人福祉法 | de welzijnswet voor ouderen; de wet ouderenzorg |
| rōjinnohi-老人の日 | de dag van (het respect voor) de Ouderen (publieke feestdag in Japan op 3e maandag in september) |
| rojin・baggu-ロジン・バッグ | rosin zakje; harszakje (zakje gevuld met hars van dennenbomen, gebruikt bij honkbal door werpers om hun grip op de bal te verbeteren) |
| rōjin・baggu-ロージン・バッグ | rosin zakje; harszakje (zakje gevuld met hars van dennenbomen, gebruikt bij honkbal door werpers om hun grip op de bal te verbeteren) |
| rokaiyu-ロカイユ | rocaille (decoratieve stijl met schelp- koraal- en steenmotieven, in rococo) |
| roke-ロケ | (afk. voor) plaatst locatie (b.v. voor filmopnamen) |
| rokehan-ロケハン | het zoeken naar de meest geschikte locaties voor film- of t.v. opnames |
| rokēshon・hantingu-ロケーション・ハンティング | het zoeken naar de meest geschikte locaties voor film- of t.v. opnames |
| rōkihō-労基法 | (afk. voor) Japanse Arbeidsnormenwet; Standaard Arbeidsrechtenwet |
| rokkon-六根 | (boeddh.) de zes zintuiglijke vermogens om gewaarwordingen en bewustzijn te beheersen (ogen, oren, neus, tong, lichaam en geest) |
| rokkonshōjō-六根清浄 | (boeddh.) zuivering [reiniging] van de zes zintuiglijke vermogens om gewaarwordingen en bewustzijn te beheersen |
| rokkotsu-肋骨 | rib (gebeente in borstholte) |
| rokkotsu-肋骨 | benaming voor decoratief lint op legeruniformen (tijdens de Russisch-Japanse Oorlog 1904-1905) |
| rokoko-ロココ | rococo (decoratieve stijl, 1723 tot ca. 1760) |
| rokudōrinne-六道輪廻 | eindeloze transmigratie van de ziel door zes werelden [bestaansniveaus] (Boeddhistisch filosofie); cyclus van wedergeboorte; zielsverhuizing |
| rokuga-録画 | video-opname; videoregistratie |
| rokujūrokubu-六十六部 | een boeddhistische monnik die 66 kopieën van de Lotus Soetra maakte, en bij zijn pelgrimreis door Japan aan elke heilige plaats een exemplaar schonk |
| rokumai-禄米 | toelage in rijst; rijstvergoeding (voor samoerai) |
| rokuni-碌に | voldoende; genoeg; behoorlijk; juist; correct (vaak gebruikt met negatie) |
| rokunusubito-禄盗人 | (beledigende term voor) iemand die zijn salaris niet waard is; (luie) mensen zonder talent [bekwaamheden] die toch een hoog salaris krijgen |
| rokurokuban-六六判 | 6x6 cm (fotoformaat) |
| rokurokubi-轆轤首 | (in Japanse folklore) een vrouwelijk monster met een lange nek |
| rokuroseikei-ロクロ整形 | het (op de schijf) draaien [vormen] |
| rokusansei-六三制 | 6-3 onderwijssysteem (6 jaar basisschool gevolgd door 3 jaar middelbare school) |
| rokushaku-六尺 | traditionele Japanse lendendoek voor mannen |
| rokushakufundoshi-六尺褌 | traditionele Japanse lendendoek voor mannen |
| rokusuppo-碌すっぽ | voldoende; genoeg; behoorlijk; juist; correct (vaak gebruikt met negatie) |
| rokuzai-肋材 | houten frame voor de kiel van een schip |
| rōkyoku-浪曲 | (andere naam voor naniwabushi) traditionele Japanse vertelkunst waarbij het verhaal gezongen wordt met shamisen-begeleiding |
| romansugurē-ロマンスグレー | romantisch grijs, een uitdrukking voor een aantrekkelijke man van middelbare leeftijd (met hier en daar wat grijs haar) |
| rōma・kurabu-ローマ・クラブ | de Club van Rome (internationale niet-gouvernementele organisatie) |
| rōmon-楼門 | torenpoort van twee verdiepingen |
| romu-ロム | (computer term) ROM (read-only memory) |
| rōmu-ローム | leem (grondsoort) |
| ron-栄 | (Mahjong) winnen door een afgelegde tegel op te pakken |
| ron-論 | leer; theorie |
| rondan-論断 | conclusie; oordeel |
| rōnen-老年 | oude [hoge; gevorderde] leeftijd; ouderdom |
| rongu・shotto-ロング・ショット | (golfsport) lange slag; ver geslagen bal |
| rōnin-浪人 | iemand die het toelatingsexamen voor de universiteit niet heeft gehaald (en moet wachten op een volgende kans) |
| ronjiru-論じる | (een thema, e.d.) behandelen; gaan (over); aan de orde stellen |
| ronpa-論破 | bestrijding van een theorie, opvatting e.d.; het met tegenargumenten komen |
| ronpyō-論評 | commentaar; kritiek; recensie; beoordeling |
| ronsen-論戦 | woordenwisseling; verbale strijd; controverse; (ge)ruzie |
| ronzuru-論ずる | (een thema, e.d.) behandelen; gaan (over); aan de orde stellen |
| roppōzensho-六法全書 | compilatieuitgave van de 6 wetboeken (Grondwet, Burgerlijk Wetboek, Wetboeken van Koophandel, Strafrecht, Burgerlijke Rechtsvordering, Strafvordering) |
| roppu-六腑 | (traditionele Chinese geneeskunde) zes (holle) organen (dikke darm, dunne darm, galblaas, maag; blaas en sanjiao) |
| rōpu-ロープ | touw; koord; draad |
| rōrā-ローラー | roller; cilinder; rolvormig voorwerp |
| rōrei-老齢 | gevorderde leeftijd; ouderdom |
| rōrenka-老練家 | een expert; meester; oudgediende; iem. die ervaren [door de wol geverfd] is |
| rōrerai-ローレライ | Lorelei, hoge rots aan de oever van de Rijn bij de Duitse stad Sankt Goarshausen (vernoemd naar de nimf) |
| rōrerai-ローレライ | Lorelei, een legendarische nimf die zeelui verleidde met haar mooie zangstem en ze schipbreuk liet lijden |
| rōrō-朗朗 | resonantie; helder [duidelijk; sonoor] zijn |
| rōrushahha・tesuto-ロールシャッハ・テスト | rorschachtest; vlekkentest (psychologisch test met inktvlekken) |
| rōsei-老生 | (een nederig woord van een bejaarde voor zichzelf) ik oude man; deze oude man |
| rosen-路線 | route (voor autorit, treinrels, vliegbestemming e.d.) |
| rōshi-老師 | oorlogsmoeheid (van strijdkrachten) |
| roshia・forumarizumu-ロシア・フォルマリズム | Russisch formalisme (taalkunde) |
| rōshigun-娘子軍 | (arch.) leger dat geheel bestond uit (of werd geleid door) vrouwen (m.n. tijdens de T'ang periode in de Chin. geschiedenis) |
| rōshō-朗唱 | recitatie; voordracht |
| rōshōfujō-老少不定 | de onvoorspelbaarheid [onzekerheid] van het menselijk bestaan (ongeacht de leeftijd, oud of jong) |
| rōshon-ローション | lotion (huid- of haarverzorgingsmiddel) |
| rōso-労組 | (afk. voor) vakbond |
| rōsō-老僧 | (woord dat door een oude monnik werd gebruikt om naar zichzelf te verwijzen) ik |
| rosuto・jenerēshon-ロスト・ジェネレーション | verloren generatie (m.n. na de eerste WO) |
| rosu・rīdā-ロス・リーダー | lokartikel; lokkertje (product dat goedkoop wordt verkocht om klanten te trekken) |
| rosu・taimu-ロス・タイム | blessuretijd (sport) |
| rōtā-ローター | rotor |
| rōtaika-老大家 | ervaren [gerespecteerde] autoriteit (op een bepaald vakgebied) |
| rōtarī・enjin-ロータリー・エンジン | rotatiemotor; wankelmotor |
| rōtā・burēdo-ローター・ブレード | rotorblad |
| rōyaru-ローヤル | koninklijk; vorstelijk |
| rōzeki-狼藉 | chaos; wanorde |
| rō・anguru-ロー・アングル | (fotografie) lage hoek; kikvorsperspectief |
| rui-類 | soort; ras; verscheidenheid |
| ruibetsu-類別 | classificatie; categorisering |
| ruigi-類義 | synonymie (eigenschap van woorden die synoniem zijn) |
| ruigigojiten-類義語辞典 | thesaurus; synoniemen woordenboek |
| ruiheki-塁壁 | stadswal; vestingmuur; borstwering |
| ruikon-涙痕 | de sporen die tranen nalaten (op het gezicht) nadat men heeft gehuild |
| ruirei-類例 | gelijkwaardig [vergelijkbaar] voorbeeld |
| ruisho-類書 | dezelfde soort boeken; soortgelijke boeken |
| ruisho-類書 | een verzameling woorden of zinnen uit verschillende teksten, bij elkaar gezocht op onderwerp |
| ruisui-類推 | evenredigheid; redenering bij analogie; het afleiden door te vergelijken |
| ruisuru-類する | lijken op; vergelijkbaar [gelijksoortig] zijn |
| ruji-屢次 | het vaak [herhaaldelijk; regelmatig] voorkomen |
| rukei-流刑 | verbanning; deportatie |
| rukin-鏤金 | versiering [decoratie] met goud; gravure op metaal |
| rukkusu-ルックス | uiterlijk; voorkomen; verschijning; gezichtsuitdrukking |
| ruminōru-ルミノール | luminol (een organische verbinding met als bijzondere eigenschap dat bij oxidatie ervan energie vrijkomt in de vorm van zichtbaar licht) |
| runin-流人 | iemand die tot ballingschap is veroordeeld; banneling; gedeporteerde |
| ruporutāju-ルポルタージュ | reportage; verslag |
| rūpusen-ループ線 | spiraalvormige spoorlijn (b.v. om tegen een steile helling op te rijden) |
| rūpu・tai-ループ・タイ | veterdas (stropdas van dun koord, aan de voorkant vastgemaakt met een siergesp) |
| rūretto-ルーレット | perforatiewieltje; stippelwieltje (voor papier of stoffen) |
| rūru-ルール | regel; voorschrift |
| ruru-縷縷 | continu; ononderbroken; doorlopend |
| rusubandenwa-留守番電話 | antwoordapparaat (telefoon) |
| ruten-流転 | stroming; voortdurende verandering |
| ruten-流転 | (boeddh.) de cyclus van dood en wedergeboorte |
| rūto-ルート | wortel |
| rūto・sērusu-ルート・セールス | routeverkoop (een verkoopsysteem van regelmatig vaste klanten te bezoeken voor nieuwe transacties) |
| rūtsu-ルーツ | wortel(s) (van een plant) |
| rūtsu-ルーツ | oorsprong; herkomst; afkomst |
| rūzu-ルーズ | los; slap; slordig; ongebonden; onnauwkeurig |
| ryakā-リャカー | trekkar; handkar (die getrokken wordt door een persoon) |
| ryakkai-略解 | korte toelichting [verklaring; uiteg] |
| ryakki-略記 | samenvatting; korte beschrijving [schets] |
| ryaku-掠 | het zesde principe van de Acht Principes van Yong (de (basis penseelstreken van Chinese karakters, die allen in het karakter 永 voorkomen) |
| ryaku-略 | afkorting; verkorting; inkorting |
| ryakuden-略伝 | korte biografie; biografische schets |
| ryakufu-略譜 | korte [eenvoudige] genealogie |
| ryakufu-略譜 | (muziek) verkorte vorm van een partituur (meestal numeriek) |
| ryakufuku-略服 | alledaagse [informele] kleding |
| ryakugen-略言 | samenvatting; kort overzicht; synopsis; korte verklaring |
| ryakugi-略儀 | informaliteit; ongedwongenheid |
| ryakugō-略号 | code; symbool; afkorting |
| ryakugo-略語 | afkorting; acroniem |
| ryakuhitsu-略筆 | vereenvoudigde vorm van een kanji |
| ryakuhonreki-略本暦 | verkorte [vereenvoudigde] vorm van de Japanse traditionele kalender |
| ryakuji-略字 | een vereenvoudigde [verkorte] vorm van een Chinees karakter (kanji) |
| ryakuji-略字 | afkorting; symbool |
| ryakujutsu-略述 | korte samenvatting; kort overzicht |
| ryakureki-略歴 | kort profieloverzicht; korte (beschrijving van de) persoonlijke geschiedenis (van iemand) |
| ryakusetsu-略説 | korte uitleg; samenvatting; (kort) overzicht |
| ryakushi-略史 | korte geschiedenis; (kort) historisch overzicht |
| ryakushiki-略式 | informaliteit; ongedwongenheid |
| ryakushō-略称 | afkorting |
| ryakusu-略す | afkorten; verkorten; inkorten; weglaten |
| ryakusuru-略する | afkorten; inkorten; verkorten; weglaten |
| ryakutai-略体 | vereenvoudigde vorm van (een) kanji |
| ryanko-両個 | (een denigrerende term voor) een samoerai (met twee zwaarden) |
| ryō-両 | een ryō [tael], een weeg-eenheid (voor goud, zilver, etc.) |
| ryō-両 | woord dat wordt gebruikt om wagens [wagons] te tellen |
| ryōbu-両部 | (afk. voor) syncretisme tussen Shintoïsme en Boeddhisme (van Shintoïsme vanuit het perspectief van het Shingon-boeddhisme) |
| ryōbun-領分 | gebied; territorium; grondbezit |
| ryōchi-領地 | territorium |
| ryōgasuru-凌駕する | overtreffen; voorbijstreven |
| ryōhi-寮費 | vergoeding voor voeding en huisvesting [kost en inwoning] |
| ryoken-旅券 | paspoort |
| ryokkaundō-緑化運動 | campagne [promotiebeweging] voor vergroening |
| ryōkū-領空 | het luchtruim (boven het grondgebied) van een natie (en de territoriale wateren) |
| ryōnagare-両流れ | dakstijl voor de hoofdschrijn van een shinto heiligdom (waarbij de dakranden (voor-achter of links-rechts) glooiingen hebben aan beide zijden) |
| ryōnagarezukuri-両流造 | dakstijl voor de hoofdschrijn van een shinto heiligdom (waarbij de dakranden (voor-achter of links-rechts) glooiingen hebben aan beide zijden) |
| ryōrikyōshitsu-料理教室 | kookles; kookschool (voor amateurs) |
| ryōsatsu-了察 | consideratie; voorkomendheid; attentheid; sympathie |
| ryōshinteki-良心的 | zorgvuldig; nauwgezet |
| ryōshoku-糧食 | (voorraad) voedsel; proviand; rantsoen |
| ryoshuku-旅宿 | herberg voor reizigers; pleisterplaats |
| ryōtō-両刀 | (afk. voor) het met twee zwaarden tegelijk vechten |
| ryōtō-両刀 | set Japanse zwaarden (het lange en het korte zwaard) |
| ryōya-良夜 | avond met helder maanlicht; maanverlichte nacht (vooral van de oogstmaan in de herfst, op 13 sept.) |
| ryōzen-両全 | perfect [compleet; goed] voor beide kanten [zijden; partijen] |
| ryūchi-留置 | detentie; hechtenis (door politie) |
| ryūdō-流動 | stroom; (door)stroming; circulatie |
| ryūdōfusai-流動負債 | vlottende [kortlopende] schulden |
| ryūdosui-竜吐水 | (handmatige) pomp voor brandblusser |
| ryūgi-流儀 | traditioneel doorgeven werkwijze in scholen van performance kunstvormen |
| ryūho-留保 | reserve; voorbehoud; bedenking |
| ryūi-留意 | aandacht; bewustwording; overweging |
| ryūjin-流人 | iemand die rondzwerft [rondtrekt] buiten het geboorteland; zwerver |
| ryūjin-流人 | iemand die tot ballingschap is veroordeeld; banneling; gedeporteerde |
| ryūkeisha-流刑者 | iemand die tot ballingschap is veroordeeld; banneling; gedeporteerde |
| ryūō-竜王 | (in shōgi, Japans schaakspel) een schaakstuk (toren) dat in het spel drakenkoning kan worden |
| ryūsei-流星 | vallende ster; meteoor |
| ryūsei-隆盛 | welvaart; voorspoed |
| ryūsenkei-流線形 | aerodynamische [gestroomlijnde] vorm |
| ryūshi-粒子 | korrel; (elementair) deeltje |
| ryūshitsu-流失 | weggespoeld [meegesleurd] worden |
| ryūtō-竜灯 | (lett. drakenlicht) het lichten [fosforescentie] op de zee |
| ryūzan-流産 | het niet realiseren [volledig uitvoeren] van een plan [idee, voorstel, e.d.] |
| sabaibaru-サバイバル | overleven; voortbestaan |
| sabakeru-捌ける | uitverkocht zijn [worden] |
| sabakeru-捌ける | wereldwijs zijn [worden] |
| sabaku-捌く | oordelen; een oordeel vellen |
| sabaku-捌く | (uit)verkopen; een markt vinden voor |
| sabaku-裁く | rechtspreken; een oordeel [vonnis] vellen |
| sabakuka-砂漠化 | woestijnvorming |
| sabaran-サバラン | savarin (kransvormig taartje met likeur) |
| sabayomi-鯖読み | smokkelen met cijfers (in eigen voordeel); met opzet verkeerd (op)tellen |
| sābisu-サービス | service (bij balsporten) |
| sābisubumon-サービス部門 | dienstensector; service afdeling |
| sābisugyō-サービス業 | dienstverlenende sector [bedrijven] |
| sābisu・saizu-サービス・サイズ | het formaat van een foto [kleurendruk)] (die goedkoop kan worden aangeboden door in grote hoeveelheden machinaal af te drukken) |
| sābisu・sutēshon-サービス・ステーション | tankstation met autoreparatie bedrijf |
| sabita-さびた | pluimhortensia (Hydrangea paniculata) |
| sabitsuku-錆びつく | verroesten; roestig worden; aangetast worden door de roest |
| sabu-左武 | respect [waardering] voor vechtsporten |
| sadame-定め | oordeel; vonnis; uitspraak; beslissing |
| sadameru-定める | voorschrijven; regels [wetten] vaststellen [maken] |
| sadon・desu-サドン・デス | (bij sportwedstrijden) verlenging bij gelijke eindstand tot er door een van beiden partijen wordt gescoord |
| sadoru-サドル | zadel (voor paard, fiets, etc.) |
| safurawā-サフラワー | saffloer (Carthamus tinctorius) |
| sāfusukī-サーフスキー | surfski (soort kayak) |
| sagashimono-探し物 | iets waarnaar men op zoek is; ontbrekend [zoekgeraakt] voorwerp [artikel] |
| sage-下げ | (afk. voor) dalend getijde; eb |
| sage-下げ | (afk. voor) (van samoerai) koord om de zwaardschede aan de obi te bevestigen |
| sagegami-下げ髪 | (Edo-periode) soort dameskapsel met een knot |
| sagegami-下げ髪 | soort Kabuki-pruik |
| sagegami-下げ髪 | kapsel model voor jonge meisjes |
| sagen-左舷 | (van schip) bakboord; linkerzijde |
| sageo-下げ緒 | (van samoerai) koord om de zwaardschede aan de obi te bevestigen |
| sagyōkantokusha-作業監督者 | ploegbaas; voorman |
| sai-才 | jaar (klasse-aanduider voor leeftijd) |
| sai-才 | (aangeboren) talent; aanleg (voor iets) |
| sai-最 | (voorvoegsel) beste; meeste; maximum; belangrijkste |
| sai-歳 | jaar (klasse-aanduider voor leeftijd) |
| sai-犀 | neushoorn |
| saibanchō-裁判長 | voorzittende rechter; president van de rechtbank |
| saibankandangaisaibansho-裁判官弾劾裁判所 | (Japans) gerechtshof voor de veroordeling [afzetting] van rechters |
| saibātero-サイバーテロ | cyberterrorisme |
| saibāterorisuto-サイバーテロリスト | cyberterrorist |
| saibōgu-サイボーグ | cyborg (cybernetisch organisme, fantasiewezen dat half mens half machine is) |
| saichi-細緻 | aandacht voor detail; zorgvuldigheid; precisie |
| saidaikyū-最大級 | hoogste [grootste] niveau [klasse]; topcategorie |
| saidokā-サイドカー | soort cocktail |
| saidokā-サイドカー | zijspan (motor) |
| saidorain-サイドライン | (sport) zijlijn |
| saidosurō-サイドスロー | (sidearm) een worp met de arm evenwijdig aan de grond (honkbal) |
| saido・rīdā-サイド・リーダー | aanvullend lesmateriaal (voor buitenlandse talen) |
| saifon-サイフォン | sifon; hevelfles (voor spuitwater) |
| saifu-財布 | portemonnee |
| saigo-最期 | levenseinde; iemands laatste moment (voor de dood) |
| saigoku-西国 | (afk. voor) Saikoku pelgrimage naar 33 tempels gewijd aan Kanon (in de Kansai regio van Japan) |
| saigu-祭具 | gebruiksvoorwerpen voor rituelen en erediensten |
| saihan-再販 | wederverkoop; detailverkoop; doorverkoop |
| saihankakaku-再販価格 | wederverkoopprijs; detailverkoopprijs; doorverkoopprijs |
| saihen-再編 | reorganisatie |
| saihensei-再編成 | reorganisatie; herstructurering |
| saihenseisuru-再編成する | reorganiseren; herstructureren |
| saihitsu-載筆 | schrijver worden |
| saihō-西方 | (boeddh.) (afk. voor) het westelijke pure land van Amitabha |
| saihō-西方 | (boeddh.) (afk. voor) de drievoudige pure land soetra |
| saihon-サイホン | sifon; hevelfles (voor spuitwater) |
| saiji-細事 | detail; gedetailleerde informatie |
| saiji-細字 | namen van de sumo worstelaars onderaan de ranglijst in klein schrift |
| saijō-祭場 | de plek waar een ritueel [religieuze ceremonie] wordt gehouden |
| saijōden-祭場殿 | hal [tempel; paleis] waar een ceremonie wordt gehouden |
| saika-裁可 | (onder de Meiji grondwet) officiële goedkeuring van de keizer voor wetsvoorstellen en begrotingen |
| saikeikoku-最恵国 | meest begunstigde natie (voor handel) |
| saiketsu-裁決 | oordeel; veroordeling; vonnis; uitspraak |
| saikin-細瑾 | een kleine fout [vergissing; tekortkoming] |
| saikinsen-細菌戦 | bacteriologische oorlogsvoering |
| saikōsai-最高裁 | (afk. voor) hooggerechtshof; Hoge Raad |
| saikōsei-再構成 | reorganisatie; wederopbouw; reconstructie |
| saikun-細君 | (term voor) de eigen vrouw |
| saikun-細君 | (term voor) de vrouw van iemand anders |
| saikuru・hitto-サイクル・ヒット | (hitting for the cycle) een cycle slaan (bij honkbal, het slaan van een honkslag, een dubbeslag, een driehonkslag en een homerun in één wedstrijd) |
| sainen-再燃 | het opvlammen; terugkomen; zich opnieuw voordoen; verergering (van ziektesymptomen) |
| sairo-サイロ | silo (pakhuis voor stortgoed, zoals graan, etc.) |
| sairo-サイロ | raketsilo (ondergrondse opslag voor raketten) |
| sairyō-宰領 | het organiseren [verzorgen; begeleiden] van groepsreizen; reisleider; gids |
| sairyōrōdōsei-裁量労働制 | discretionair arbeidssysteem (waarin lonen worden betaald op basis van vooraf bepaalde hoeveelheid gewerkte tijd i.p.v. van de werkelijke werkuren) |
| saisaki-幸先 | voorteken; omen; voorbode |
| saisei-再生 | hervorming; rehabilitatie |
| saisei-再製 | herproductie; recycling (een product uit elkaar halen en de grondstoffen hergebruiken voor een nieuw product) |
| saisei-最盛 | hoogtepunt (van welvaart; voorspoed) |
| saisenbako-賽銭箱 | donatiekist voor geldoffers (aan tempels, heiligdommen, e.d.) |
| saisetsukyū-噴石丘 | pyroclastische kegel; scoria-kegel; sintelkegel (door een vulkaan uitgeworpen puin) |
| saishūbi-最終日 | slotdag; de laatste dag (van een voorstelling, tentoonstelling, e.d.) |
| saisō-採草 | grasmaaien voor veevoer of compost |
| saitakusuru-採択する | (een voorstel, wet, etc.) aannemen; aanvaarden; selecteren |
| saitan-最短 | de kortste lengte |
| saitan-歳旦 | afkorting voor saitan-biraki (een bijeenkomst van dichters en hun leerlingen in januari om gedichten te maken over nieuwjaarsdag) |
| saitanbiraki-歳旦開き | een Nieuwjaars bijeenkomst waarbij renga en haiku gedichten worden gemaakt en voorgedragen |
| saitankikan-最短期間 | de kortste tijd [periode] |
| saitankōsu-最短コース | de kortste route |
| saitankyori-最短距離 | de kortste afstand (tot) |
| saitansai-歳旦祭 | nieuwjaarsfeest (een Shinto ritueel om het nieuwe jaar in te wijden, gevolgd door een sake (rijstwijn) ceremonie en mochi (gestampte rijst) ceremonie |
| saiteki-最適 | uiterste geschiktheid; beste oplossing [voorwaarde] |
| saiten-採点 | waardering; beoordeling; cijfers |
| saiwai-幸い | succes; voorspoed |
| saizen-最前 | de voorkant; vooraan |
| saizenretsu-最前列 | voorste rij; eerste rij |
| saizensen-最前線 | voorgrond; frontline; voorhoede; spits |
| saizu-サイズ | maat; grootte; afmeting; formaat |
| saizuchiatama-才槌頭 | een op een hamer lijkend hoofd (voorhoofd en achterhoofd steken uit) |
| sajesuchon-サジェスチョン | suggestie; hint; verwijzing; voorstel |
| sajesuto-サジェスト | een suggestie [voorstel] doen; suggereren; impliceren; aanraden |
| sajikagen-匙加減 | recept; dosering; voorschrift |
| sajikagen-匙加減 | rekening houdend (met); overweging; beoordeling |
| sajin-砂塵 | stofwolk; zandstorm |
| sakaeru-栄える | voorspoed hebben; succes hebben; floreren |
| sakago-逆子 | kind dat in stuitligging geboren wordt |
| sakan-盛ん | bloeiend [florerend; bruisend; voorspoedig; welvarend] zijn |
| sakarau-逆らう | niet gehoorzamen; rebelleren |
| sakasama-逆様 | omgekeerd; ondersteboven; achterstevoren |
| sakaurami-逆恨み | wrok; rancune; stank voor dank |
| sakazuki-杯 | een drinkgelag; banket; huwelijksdronk (het drinken uit elkaars glazen door bruid en bruidegom op hun huwelijk) |
| sake-酒 | sake; rijstwijn (meestal in de vorm お酒) |
| saki-先 | voorste; eerste; voorop; eerder |
| sakibarai-先払い | vooruitbetaling |
| sakibashiru-先走る | op de zaken vooruit lopen; te snel handelen; te vroeg starten; voor de troepen uitlopen (fig.) |
| sakibō-先棒 | de persoon die de voorkant van de draagstoel draagt |
| sakidateru-先立てる | (iemand) vooruit [voor] laten gaan |
| sakidatsu-先立つ | voorgaan; voorafgaan |
| sakidatsu-先立つ | vooraf plaatsvinden [gebeuren] |
| sakidori-先取り | in afwachting van; het vooruit lopen op; anticiperen |
| sakidori-先取り | het iets vooraf nemen [krijgen] |
| sakigake-先駆け | pionier; wegbereider; initiatiefnemer; voorloper; voorbode; leider |
| sakigari-先借り | het krijgen van een voorschot |
| sakigashi-先貸し | vooruitbetaling |
| sakihodo-先程 | (beleefder synoniem voor さっき) daarnet; zojuist |
| sakinori-先乗り | verkenner; degene die de voorbereidingen treft [voorop of vooruit gaat] |
| sakinsaishu-砂金採取 | goudwinning door goudwassen in beken en rivieren |
| sakinzuru-先んずる | voorop gaan; het initiatief [voortouw] nemen |
| sakiokuri-先送り | (iets) uitstellen [vooruitschuiven] (naar een later tijdstip) |
| sakisama-先様 | (respectvol woord voor) de andere persoon; de anderen |
| sākittotorēningu-サーキットトレーニング | circuittraining (trainingsmethode waarbij verschillende soorten oefeningen in een set worden gecombineerd en herhaald) |
| sakiwatashi-先渡し | verkooptransactie waarbij de goederen later worden geleverd |
| sakiwatashi-先渡し | vroege levering (voor de vervaldatum) |
| sakiwatashi-先渡し | het uitbetalen van loon [vergoeding] voordat het werk is gedaan |
| sakiwau-幸う | gelukkig [welvarend] worden; bloeien; floreren |
| sakiyama-先山 | in bergbossen, arbeiders die hout verzamelen en samenbinden voor het vervoer |
| sakiyasukan-先安感 | toekomstige daling; lagere notering [verwachtingen] voor prijzen op de beurs |
| sakiyuki-先行き | toekomst; toekomstperspectief; vooruitzicht |
| sakizonae-先備え | voorhoede; eerste gevechtslinie |
| sakizuke-先付け | voorgerecht |
| sakkaku-錯覚 | waanvoorstelling; zinsbegoocheling; hallucinatie |
| sakki-殺気 | bloeddorstigheid; moordlustigheid |
| sakkidatsu-殺気立つ | bloeddorstig [razend; woedend] worden |
| sakkō-作興 | bevordering; verbetering aanmoediging; opwekking |
| sakkon-昨今 | tegenwoordig;; heden; momenteel |
| saku-朔 | de kalender voor het nieuwe jaar die de keizer in China (in vroegere tijden) aan het eind van het jaar aan vorsten gaf |
| saku-裂く | afscheuren; verscheuren; splitsen; doorsnijden; doorknippen |
| sakuchū-作中 | iets dat [iemand die] wordt beschreven in een verhaal |
| sakugen-遡源 | het teruggaan naar de bron [de oorsprong; het begin] |
| sakuin-索引 | index; trefwoordenregister |
| sakujitsu-昨日 | gisteren; de vorige dag |
| sakujo-削除 | doorhaling; wegstreping; geschrapt woord; geschrapte passage |
| sakujosuru-削除する | wegstrepen; doorhalen; schrappen |
| sakunen-昨年 | verleden jaar; vorig jaar |
| sakurafubuki-桜吹雪 | kersebloesem die door de wind (geblazen) dwarrelen in de lucht (als sneeuw) |
| sakuragari-桜狩り | (oorspronkelijk) de valkenjacht tijdens het bewonderen van de kersenbloesems |
| sakurei-作例 | praktisch voorbeeld voor het schrijven van poëzie, essays, etc. |
| sakurei-作例 | (lexicografie) voorbeeld in een woordenboek om het woordgebruik te tonen |
| sakusōsuru-錯綜する | ingewikkeld [gecompliceerd] worden; verstrikt raken |
| sākyurētā-サーキュレーター | luchtcirculator; ventilator |
| sama-様 | (beleefde vorm voor さん) meneer; mevrouw; juffrouw |
| samarī-サマリー | samenvatting; kort overzicht |
| samasu-冷ます | afkoelen; koud laten worden |
| samasu-覚ます | wakker worden |
| samatageru-妨げる | belemmeren; (ver)hinderen; verstoren |
| sameru-冷める | koud worden; afkoelen (b.v. koffie, soep) |
| sameru-覚める | wakker worden; ontwaken |
| sameru-覚める | nuchter worden; tot bezinning komen |
| sameru-覚める | gedesillusioneerd worden [raken] |
| sāmisutā-サーミスター | thermistor (een elektrische weerstand component) |
| samon-査問 | onderzoek (in een zaak); verhoor; hoorzitting |
| samonsuru-査問する | onderzoeken; verhoren; ondervragen |
| samue-作務衣 | samue, werkkleding van Japanse boeddhistische monniken (tegenwoordig ook gedragen als vrijetijds- of werkkleding) |
| san-散 | medicijn in poedervorm |
| san-産 | geboorte; bevalling |
| san-産 | product; afkomst; oorsprong |
| sanadamushi-真田虫 | lintworm |
| sanatoriumu-サナトリウム | sanatorium; kuuroord |
| sanbasō-三番叟 | (Kabuki) een dans die aan het begin van een voorstelling wordt uitgevoerd |
| sanbonjime-三本締め | ritueel (aan het einde van een bijeenkomst, ceremonie, project, e.d.) waarbij het klappen in de handen drie keer wordt herhaald |
| sanbyakudaigen-三百代言 | (denigrerende term voor) een advocaat; (vroege Meiji-periode) iemand die niet gekwalificeerd was als advocaat, maar wel als zodanig optrad |
| sanbyōshi-三拍子 | het ritme dat wordt bepaald door drie instrumenten, de kleine trommel, grote trommel en de taiko-trommel |
| sanchi-産地 | gebied [streek] waar een lokaal product (wijn, vruchten, kunstnijverheid, e.d.) wordt geproduceerd |
| sanchi-産地 | geboorteplaats |
| sandaibanashi-三題噺 | een vorm van rakugo waarbij het publiek wordt gevraagd drie onderwerpen voor de voorstelling te kiezen |
| sandan-算段 | vernuft; het bedenken [voor elkaar krijgen] (van iets); het regelen; beheren |
| sandawara-桟俵 | ronde deksel van stro (werd gebruikt voor het afdichten van een baal rijst) |
| sandoitchiman-サンドイッチマン | sandwichman (iemand met reclameborden op borst en rug) |
| sanforaizu-サンフォライズ | anti-krimp verwerkingstechnologie voor stoffen |
| sangai-三界 | (boeddh.) de drie werelden van transmigratie (de wereld van wezens met begeerten, van wezens met vorm en van wezens zonder vorm) |
| sangaku-参学 | gezamelijk hoorcollege over de boeddhistische leer |
| sangaku-参学 | bestudering van het boeddhisme (door zen-meditatie) |
| sange-山家 | (andere naam voor) de Enryaku hoofdtempel op Hieizan |
| sangedatsumon-三解脱門 | (lett. poort van de drie bevrijdingen) drie manieren [meditaties] om de Verlichting te bereiken |
| sango-珊瑚 | koraal (zeedieren) |
| sangoban-三五判 | standaard Japans papier formaat (84 x 148 mm) |
| sangogani-珊瑚蟹 | koraalkrab (Trapezia cymodoce) |
| sangohebi-珊瑚蛇 | koraalslang |
| sangoju-珊瑚樹 | sneeuwbal (de heester Viburnum odoratissimum) |
| sangoju-珊瑚珠 | koraalkraal; kraal gemaakt van koraal |
| sangokujidai-三国時代 | (n Korea) de Drie Koninkrijken Goguryeo, Baekje en Silla, die met elkaar in oorlog waren (4de-7de eeuw) |
| sangokujidai-三国時代 | (in China na de val van de Latere Han-dynastie) de Drie Koninkrijken Wei, Wu en Shu-Han, die met elkaar in oorlog waren (220-280 n.Chr.) |
| sangoshō-珊瑚礁 | koraalrif |
| sangotō-珊瑚島 | koraaleiland; atol |
| sangyō-三業 | 3 soorten horeca gelegenheden (restaurants, geishahuizen en bordelen) |
| sangyōritchi-産業立地 | geschikte locatie voor industrie; goed industriegebied |
| sangyōyobigun-産業予備軍 | industrieel reserveleger (Marxistische term voor de grote groep werkelozen, die door kapitalisten gebruikt werden om werkenden onder druk te zetten) |
| sanjaku-三尺 | (afk. voor) een obi (van ca. 91 cm lang) |
| sanjikan-参事官 | adviseur; raadgever; voorlichter |
| sanjisangyō-三次産業 | tertiaire sector; dienstensector |
| sanjōkon-三乗根 | de derdemachtswortel; kubiekwortel |
| sanka-参稼 | iemand met een speciale functie [vaardigheid] binnen een organisatie |
| sankai-散会 | schorsing; reces (van zitting vanhet parlement) |
| sankakangenkōso-酸化還元酵素 | oxidoreductase |
| sankakunami-三角波 | een korte [driehoekige] golfslag (op zee) |
| sankan-三冠 | (Eng.: Triple Crown) bij honkbal, de speler met het beste slaggemiddelde, de meeste homeruns en de meeste punten gescoord met een goede hit |
| sankan'ō-三冠王 | (Eng.: Triple Crown) bij honkbal, de speler met het beste slaggemiddelde, de meeste homeruns en de meeste punten gescoord met een goede hit |
| sankasuru-参加する | deelnemen; meedoen; lid worden (van een groep); inschrijven (voor) |
| sanke-産気 | signalen in de laatste fase van bevalling dat het kind geboren gaat worden |
| sankō-山行 | door de bergen gaan [reizen] |
| sankō-鑽孔 | perforatie; doorboring |
| sankō-鑽孔 | het iets doorboren; aanboren |
| sankuchuari-サンクチュアリ | toevluchtsoord; asiel |
| sanmai-三昧 | (boeddh.) samadhi; (spirituele) concentratie; diepe meditatie; absorptie |
| sanmai-三枚 | (afk. voor) het dragen van een draagstoel door drie dragers |
| sanmai-三枚 | keukenmes voor het schoonmaken van (vooral) vis in drie lagen (top, midden (graten e.d.), en onder) |
| sanmaigata-三枚肩 | het dragen van een draagstoel door drie dragers |
| sanminshugi-三民主義 | (Chinese politieke filosofie bedacht door Sun Yat-sen) san-min-doctrine, de drie principes van het volk |
| sanmon-三門 | hoofdpoort in het hart van een boeddhistisch (Zen) tempelcomplex (meestal tussen de buitenpoort en de Hal van Boeddha) |
| sanmon-三門 | driedelige toegangspoort bij een tempel (m.n. een grote in het midden met twee kleine ernaast) |
| sanmon-山門 | tempelpoort; hoofdingang van een (boeddhistische) tempel |
| sanmon-山門 | (een andere naam voor) de Hieizan Enryakuji-tempel |
| sanpatsu-散発 | het sporadisch [met tussenposen] voorkomen |
| sanpin-産品 | product; voortbrengsel |
| sanpiryōron-賛否両論 | voor- en tegenargumenten; pro en contra |
| sanpō-算法 | rekenkunde; getallenleer; algoritme |
| sanranriron-散乱理論 | verstrooiingstheorie (wis- en natuurkunde) |
| sanriku-三陸 | (algemene term voor) de 3 oude gebiedsdelen Rikuzen, Rikuchu en Mutsu (in het noordoosten van Honshu, nu de prefecturen Aomori, Iwate en Miyagi) |
| sanrui-酸類 | (soorten) zuren (zoals b.v. azijnzuur, salpeterzuur, zoutzuur.) |
| sansai-三彩 | aardewerk gemaakt met drie (maar soms ook twee of vier) soorten gekleurd glazuur, op lage temperatuur gebakken |
| sansai-三才 | (in fysionomie) voorhoofd, kin en neus |
| sansai-山塞 | een fort [burcht] in de bergen |
| sansankudo-三三九度 | (bij Shinto-huwelijksritueel) het drinken van kopjes sake door het bruidspaar (eerst de man 3, dan de vrouw 3, dan de man weer 3 kopjes, totaal 9) |
| sansei-散聖 | respectvolle term voor een monnik [priester]; intreding tot een religie |
| sansei-散聖 | erenaam voor de priester Hotei |
| sansei-賛成 | overeenstemming; akkoord; goedkeuring |
| sansen-三遷 | (afk. voor) het belang van het creëren van een goede leeromgeving voor een kind |
| sansen-参戦 | deelname aan een oorlog; het ten strijde gaan [trekken] |
| sansen-参戦 | (sport) deelname aan een competitiewedstrijd |
| sansennooshie-三遷の教え | (afk. voor) het belang van het creëren van een goede leeromgeving voor een kind |
| sansensuru-参戦する | ten strijde trekken; deelnemen aan een oorlog |
| sansha-三舎 | in historisch China de afstand van een 3 daagse marstocht door een leger (ca. 36km) |
| sanshō-三焦 | san jiao, de drievoudige verwarmer (in Chinese geneeskunde, het zesde orgaan van fuppu; orgaan in functie niet in vorm, de holle ruimte in de romp) |
| sanshu-三種 | drie (soorten); derde klasse |
| sansō-三蔵 | Tripitaka, de drie manden (soetra's, voorschriften en verhandelingen van de boeddhistische leer) |
| sanson-山村 | bergdorp |
| sansuru-賛する | het eens zijn; akkoord gaan; goedkeuren |
| sansuru-賛する | van een inscriptie voorzien |
| santan-サンタン | zonnebrand; bruine kleur door de zon |
| santoku-三徳 | een gebruiksvoorwerp dat drie functies in één heeft |
| santōna-山東菜 | een soort Chinese kool (Brassicaceae-familie) |
| sanzen-産前 | prepartum; voor de bevalling |
| sanzenkon-三善根 | (boeddh.) de drie wortels van goedheid: geen hebzucht, geen haat en geen onwetendheid |
| sanzensango-産前産後 | voor en na de bevalling |
| sanzon-三尊 | Boeddha drie-eenheid; afbeelding van een Boeddha vergezeld door twee bodhisattva's |
| sanzuru-参ずる | (bescheiden woord voor) gaan; komen; bezoeken |
| san'en-三猿 | de drie wijze apen (horen, zien en zwijgen) |
| san'indō-山陰道 | Japanse geografische term (voor een oude indeling van provincies en de hoofdwegen die erdoorheen lopen) |
| san'yaku-三役 | de drie belangrijkste [hooggeplaatste] functionarissen (in bedrijven, organisaties of politieke partijen) |
| san'yaku-散薬 | (medicijn) poeder; geneesmiddel dat in poedervorm worden toegediend |
| san'yō-山容 | de vorm van een berg |
| san'yūkan-三遊間 | (bij honkbal) het gebied tussen de derde honkman en de korte stop |
| san・baizā-サン・バイザー | zonneklep (in auto); zonneklep (met band om het hoofd, b.v. tijdens het sporten) |
| sao-竿 | formatie-rij van vliegende ganzen |
| sapōtā-サポーター | sponsor |
| sapōtā-サポーター | supporter; aanhanger |
| sapurai-サプライ | levering; voorraad; bevoorrading |
| sapurai・chën-サプライ・チェーン | bevoorradingsketen |
| sara-沙羅 | salboom (Shorea robusta) |
| sara-皿 | bord; schotel; gerecht |
| sarafan-サラファン | sarafan, lange Russische trapeziumvormige jumperjurk |
| sarami-サラミ | salami (worst) |
| saran-サラン | Saran (handelsnaam voor polyethyleen voedselverpakking van S.C. Johnson & Son) |
| sarasōju-娑羅双樹 | salboom (Shorea robusta) |
| sarau-復習う | herzien; opnieuw beoordelen [leren]; herhalen (van gestudeerde materialen) |
| sarī-サリー | sari, Indiaas kledingstuk voor vrouwen |
| saru-去る | voorbijgaan; overgaan |
| saru-申 | (een oude naam voor) ongeveer 4 uur 's middags; een tijdstip tussen 3 en 5 uur 's middags |
| sarubarusan-サルバルサン | Salvarsan (merknaam voor arsfenamine) |
| sarugaku-猿楽 | Sarugaku, oude Japanse theatervorm (11de-14de eeuw) |
| saruhodoni-然る程に | (aan het begin van een zin wordt gebruikt om van onderwerp te veranderen) trouwens; bovendien; tussen haakjes |
| sarumawashi-猿回し | een straatartiest die een aap allerlei kunstjes laat doen (vooral op Nieuwjaar) |
| sasadake-笹竹 | dwergbamboe; kleine bamboesoort |
| sasagoi-笹五位 | Amerikaanse mangrovereiger; gestreepte reiger (Butorides striatus) |
| sasara-簓 | een traditioneel Japans muziekinstrument, dat bestaat uit een bundel aan elkaar gebonden repen bamboe, die tegen een geribbelde staaf wordt gewreven |
| sasaru-刺さる | doorsteken; doorboren; vastgeprikt zijn |
| sashiatari-差し当たり | voorlopig |
| sashichigaeru-刺し違える | (bij sumo, verkeerde beslissing van de scheidsrechter) de verkeerde worstelaar als winnaar aanwijzen |
| sashidasu-差し出す | indienen; aanbieden; voorleggen |
| sashidasu-差し出す | voor zich uithouden; (zijn handen) uitsteken |
| sashigane-差し金 | aansporing; suggestie; instructie achter de schermen |
| sashigane-差し金 | (gereedschap) winkelhaak (metalen L-vormige liniaal) |
| sashikaeru-差し替える | vervangen (door iets anders); ruilen |
| sashikiru-差し切る | (bij paardenraces) de race nipt [op het allerlaatste moment] winnen; met een neuslengte [vlak voor de finishlijn] de anderen verslaan |
| sashikoeru-差し越える | voor je beurt gaan; voordringen; voorrang nemen |
| sashizoe-差し添え | een kort zwaard (dat samen met een groot zwaard door de samoerai werd gedragen) |
| sashizuninbaraitegata-指図人払い手形 | rekening [nota] (betaalbaar) aan order [toonder]; toonderpapier |
| sashō-詐称 | een valse [onjuiste] voorstelling van zaken [verklaring; gegevens] |
| sashu-詐取 | toe-eigening (van geld, goederen, e.d.) door bedrog [zwendel; fraude] |
| sasori-蠍 | schorpioen |
| sasorimodoki-蠍擬 | zweepstaartschorpioen (Thelyphonida) |
| sasoriza-蝎座 | (sterrenbeeld) Schorpioen (Scorpius) |
| sasshi-冊子 | brochure; folder; informatieboekje |
| sasshin-刷新 | hervorming; renovatie; innovatie |
| sasu-さす | (iemand) iets laten doen; toestaan; veroorzaken |
| sasu-刺す | naaien; borduren |
| sasu-指す | (iem.) benoemen; voordragen; aanstellen |
| sasu-注す | markeren (van correcties, etc.) |
| sasumata-刺股 | (Edo periode) een tweetandige (maanvormige) wapenstok (om criminelen te vangen) |
| sasupendo-サスペンド | pauze; opschorting; uitstel; verdaging |
| sata-沙汰 | bericht; kennisgeving; informatie; nieuws |
| sateraito・sutajio-サテライト・スタジオ | een andere locatie dan de studio van waaruit men normaal de uitzendingen (voor radio of tv) verzorgt. |
| satobito-里人 | dorpsbewoner, dorpeling |
| satoru-悟る | (be)merken; zich realiseren; begrijpen; gewaarworden |
| satsu-冊 | (boek)deel [band, blad, etc.] (woord voor het tellen van boeken, tijdschriften) |
| satsubira-札片 | (informeel) bankbiljet |
| satsugai-殺害 | moord; doodslag |
| satsui-殺意 | opzet te doden; met voorbedachten rade tot moord |
| satsuire-札入れ | portemonnee; portefeuille |
| satsujin-殺人 | moordenaar |
| satsujingenba-殺人現場 | plaats [plek] van de moord |
| satsujinhan-殺人犯 | moordenaar |
| satsujinjiken-殺人事件 | moordzaak |
| satsujinteki-殺人的 | moordend; dodelijk; moorddadig |
| satsumaage-薩摩揚げ | gebakken viskoekje (oorspronkelijk uit Satsuma, het huidige Kagoshima) |
| satsumabiwa-薩摩琵琶 | (muziekinstrument) satsuma biwa (oorspronkelijk uit Satsuma, het huidige Kagoshima) |
| satsuriku-殺戮 | massamoord; bloedbad; slachting |
| saundosukēpu-サウンドスケープ | muzikaal panorama |
| saundo・bōdo-サウンド・ボード | klankbord; klankbodem |
| saundo・torakku-サウンド・トラック | soundtrack; geluidsspoor; filmmuziek |
| sawagaseru-騒がせる | verstoren; ontregelen; overlast [een sensatie] veroorzaken |
| sawara-鰆 | Japanse makreel (Scomberomorus niphonius) |
| sawarabi-早蕨 | de naam van een kleurencombinatie (de voorzijde paars, achterzijde blauw) |
| sayamaki-鞘巻 | een kort zwaard zonder rand (zoals door samurai naast hun lange zwaard werd gedragen) |
| sayatori-鞘取り | arbitrage; transactie die wordt uitgevoerd om te profiteren van het prijsverschil tussen verschillende leverdata en markten) |
| sayoarashi-小夜嵐 | krachtige avondwind; stormachtige wind in de nacht [avond] |
| sayori-細魚 | een straalvinnige vis, halfsnavelbek (Hyporhamphus sajori) |
| sayuri-小百合 | (een poëtische naam voor) een lelie |
| sazae-栄螺 | Turbo cornutus, een zeeslak |
| sebamaru-狭まる | smaller [kleiner] worden; zich vernauwen |
| sebangō-背番号 | rugnummer (van een sporter) |
| sēbingu-セービング | (balsporten) het stoppen van de bal (door een keeper) |
| sedo-背戸 | achterdeur; achterpoort; achteringang; achteruitgang |
| sēfugādo-セーフガード | vrijwaring; waarborg |
| segare-倅 | (nederige benaming voor je eigen zoon) mijn zoon |
| segare-倅 | (denigrerende term voor de zoon van iemand anders, of voor een jonge man) zoon |
| sei-所為 | consequentie; (iemand's) schuld; blaam; verantwoording |
| sei-正 | iets dat primair [superieur; officieel; wettelijk; origineel] is |
| sei-正 | iets dat correct [goed] is |
| sei-西 | Spanje (afkorting voor 西班牙, スペイン) |
| seiba-征馬 | oorlogspaard |
| seibetsufugō-性別不合 | genderincongruentie; genderdysforie |
| seibetsuiwa-性別違和 | genderdysforie |
| seibi-整備 | voorbereiding; uitrusting; onderhoud; service |
| seibisuru-整備する | voorbereiden; klaar maken; uitrusten; voorzien van; onderhouden |
| seibō-制帽 | uniformpet |
| seibutsu-生物 | levend wezen; organisme |
| seibutsu-静物 | niet bewegend voorwerp |
| seichi-生地 | onbekende plek; plaats waar iemand voor het eerst komt |
| seichi-生地 | geboorteplaats; geboortegrond |
| seichōsangyō-成長産業 | industrietak in een groeisector; expansieve bedrijfstak |
| seidaikenjidai-聖体顕示台 | (katholieke liturgie) monstrans; ostensorium |
| seidōitsuseishōgai-性同一性障害 | genderidentiteitsstoornis; genderdysforie |
| seidoku-精読 | het zorgvuldig (door)lezen |
| seiei-清栄 | (uw) gezondheid en welvaart [voorspoed] |
| seifuhoshōsai-政府保証債 | door de overheid gegarandeerde obligatie |
| seifuku-制服 | uniform (kleding) |
| seifuku-正副 | origineel en kopie |
| seihangō-正反合 | (in filosofie, drie stadia van dialectische logica geformuleerd door Hegel) these, antithese, synthese |
| seihei-精兵 | elite-eenheid; elitekorps; elitetroepen |
| seihin'yunyū-製品輸入 | import van fabrieksgoederen |
| seihoku-西北 | het noordwesten |
| seihokusei-西北西 | het westnoordwesten |
| seihon-正本 | gewaarmerkte kopie (van een originele tekst) |
| seiiku-成育 | levensontwikkeling; groei [ontwikkeling] (vanaf de geboorte) |
| seiin-成員 | lid van een organisatie [vereniging] |
| seiin-成因 | factor [oorzaak] (voor het ontstaan van een fenomeen of gebeurtenis) |
| seiin-正員 | volwaardig lid; formeel gekwalificeerd lid |
| seiitaishōgun-征夷大将軍 | generaal die in de Heian-periode naar het noordelijke territorium uitgezonden werd om tegen niet-Japanse volken te strijden |
| seiitsu-斉一 | eenvormigheid; uniformiteit |
| seiji-正字 | correcte schrijfwijze van een kanji |
| seiji-正字 | voorgeschreven [oorspronkelijke] )kanji (zonder vereenvoudiging) |
| seiji-盛時 | hoogtijdagen; glorietijd; periode van welvaart |
| seiji-青磁 | celadonporselein (met de specifieke zeegroene kleur die ontstaat door een chemische reactie van ijzeroxide in het glazuur) |
| seijikessha-政治結社 | een politieke organisatie |
| seijinnohi-成人の日 | (nationale feestdag) dag van de volwassenwording (2de maandag in januari, als iemand 20 jaar wordt) |
| seijinshiki-成人式 | ceremonie van volwassenwording; initiatie; overgangsrite |
| seijō-正常 | normaal [gewoon] zijn |
| seijū-西戎 | Xirong, een term die in het oude China werd gebruikt voor verschillende etnische groepen in het westen, zoals Turken en Tibetanen |
| seijun-正閏 | normale jaren en schrikkeljaren |
| seika-生家 | geboortehuis; huis waar men geboren is |
| seikabutsu-成果物 | (aan een klant) te leveren materiële of immateriële goederen of diensten (b.v. een rapport, een document, een (software)product, e.a.) |
| seikai-正解 | juiste [goede; correcte] oplossing [antwoord] |
| seikaku-正格 | correcte regel |
| seikaku-正確 | juistheid; correctheid; precisie |
| seikakukatsuyō-正格活用 | (taalkunde) regelmatige vervoeging (van werkwoorden) |
| seikatai-聖歌隊 | (zang)koor |
| seikatsunenrei-生活年齢 | leeftijd geteld vanaf de geboortedag (werkelijke leeftijd) |
| seikeigeka-整形外科 | orthopedische chirurgie |
| seikeigekai-整形外科医 | orthopeed; orthopedisch chirurg |
| seikeihishisū-生計費指数 | kosten voor het levensonderhoud index |
| seikenjuritsu-政権樹立 | vorming [samenstelling] van een regering; kabinetsformatie |
| seiki-生起 | gebeurtenis; voorval |
| seiki-盛期 | periode van voorspoed [welvaart] |
| seikika-正規化 | normalisatie; standaardisatie |
| seikisuru-生起する | gebeuren; voorkomen; voorvallen |
| seikoku-正鵠 | hoofdpunt; voornaamste punt |
| seikon-成婚 | (formeel) huwelijk |
| seikyō-盛況 | voorspoed; welvaart; succes |
| seikyō-聖教 | de christelijke [orthodoxe] leer; het Christendom |
| seikyōiku-性教育 | seksuele voorlichting |
| seikyōkai-正教会 | de oosters-orthodoxe kerk; de orthodoxe katholieke kerk |
| seikyū-請求 | eis; claim; vordering; aanmaning; aanvraag |
| seikyūken-請求権 | rechtsvordering; actierecht (om een rechtszaak aan te spannen) |
| seikyūsho-請求書 | aanvraagformulier |
| seikyūsuru-請求する | eisen; verzoeken; vorderen; aanmanen |
| seimei-姓名 | persoons naam (voor- en achternaam) |
| seimoku-井目 | (bij het go-spel, als er een groot verschil in vaardigheid is) het vooraf plaatsen van 9 stenen op het bord door de slechtste speler |
| seimoku-星目 | (bij het go-spel) sterpunten (aangegeven met een stip op het bord) |
| seimoku-星目 | (bij het go-spel) een handicap (voor een betere speler) van negen zwarte stenen op de sterpunten |
| seimon-正門 | hoofdingang; centrale ingang; hoofdpoort; centrale poort |
| seinen-生年 | geboortejaar |
| seinengappi-生年月日 | geboortedatum |
| seiniku-精肉 | zorgvuldig geselecteerd [gesneden] vlees van hoge kwaliteit (zoals door de slager wordt verkocht) |
| seiran-清覧 | (respectvol woord in een brief voor) het kijken |
| seiran-青嵐 | frisse zomerwind (wind die waait door groen gebladerte) |
| seirei-政令 | regeringsverordening; kabinetsbesluit |
| seiretsu-整列 | het in een rij gaan staan; een rij vormen |
| seiretsujōsha-整列乗車 | op een ordelijke manier in een rij gaan staan, voor het instappen in een trein |
| seiri-整理 | het reguleren; op orde brengen |
| seiri-整理 | herschikking; herordening; bijstelling |
| seiri-整理 | liquidatie; reorganisatie |
| seiritsu-成立 | vestiging; formalisatie; verwezelijking; het onstaan |
| seisakukatsudōhi -政策活動費 | onkostenvergoeding voor beleidsactiviteiten (aan fractieleden door hun eigen partij) |
| seisan-正餐 | banket; formeel diner |
| seisankōgaku-生産工学 | vormgevingstechniek; industriële techniek; technische bedrijfskunde |
| seisannin-清算人 | curator; liquidateur; vereffenaar |
| seisanshabeika-生産者米価 | de prijs die de overheid aan de boeren betaalt voor hun rijst (in het kader van de wet op de voedselcontrole) |
| seisatsu-制札 | een informatiebord met verordeningen en voorschriften (bij tempels en heiligdommen) |
| seisatsu-精察 | grondig [zorgvuldig] onderzoek |
| seisatsusuru-精察する | grondig [zorgvuldig] onderzoeken [beschouwen] |
| seisei-整斉 | orde; regeling; samenstelling; rangschikking |
| seisei-生成 | schepping; creatie; vorming; wording |
| seisei-精製 | zorgvuldige [nauwkeurige] fabricage [vervaardiging] |
| seiseidōdō-正正堂堂 | eerlijk; oprecht; rechtdoorzee |
| seisekihyō-成績表 | cijferlijst; schoolrapport |
| seisen-聖戦 | heilige oorlog; kruistocht |
| seishibosatsu-勢至菩薩 | Mahāsthāmaprāpta, bodhisattva (die symbool staat voor de kracht van wijsheid en sterkte) |
| seishiki-制式 | iets dat gedefinieerd [vastgelegd; officieel; voorgeschreven; reglementair] is |
| seishiki-正式 | vormelijkheid; correctheid |
| seishinhattatsuchitai-精神発達遅滞 | geestelijke [intellectuele] ontwikkelingsstoornis; geestelijk gehandicapt zijn |
| seishinshōkai-精神障害 | geestesstoornis; psychische aandoening; geestesziekte |
| seishō-斉唱 | in koor; gelijktijdigheid |
| seishohō-正書法 | orthografie; spelling |
| seishoku-聖職 | de geestelijkheid; het ordinaat; de geestelijken |
| seishoshakugi-聖書釈義 | exegese (kritische uitleg of interpretatie van een tekst, vooral van een religieuze tekst) |
| seishutsu-正出 | legitimiteit van geboorte; geboorte uit een wettig huwelijk |
| seiskaisha-清算会社 | bedrijf dat geliquideerd wordt |
| seisō-成層 | stratificatie; laagvorming; gelaagdheid |
| seisō-正装 | galakleding; gala-tenue; gala-uniform |
| seisoku-正則 | regelmatigheid; correct [juist; regulier; gebruikelijk; normaal] zijn |
| seisokuchi-生息地 | leefgebied (van dieren); territorium |
| seisui-盛衰 | voorspoed en tegenspoed; hoogte- en dieptepunten; opkomst en ondergang; wisselvalligheden |
| seitai-成体 | organisme dat voldoende volgroeid is om zich voort te planten |
| seitai-政体 | bestuursvorm; overheidssysteem; staatsbestel |
| seitai-生体 | levend wezen; organisme |
| seitai-聖体 | het (heilige) lichaam van Christus; Corpus Christi; hostie |
| seitai-青黛 | blauw wenkbrauwpotlood; blauw pigment voor make-up (theater) |
| seitaigenso-生体元素 | organisch element |
| seitaiishoku-生体移植 | transplantatie van een levende donor |
| seitan-生誕 | geboorte |
| seitankyoku-聖譚曲 | (muziek) oratorium |
| seitekishikō-性的指向 | seksuele oriëntatie; seksuele geaardheid |
| seiten-聖典 | heilig geschrift [boek] (met woorden en daden van heiligen) |
| seiten-聖典 | en boek waarin de basisleerstellingen van een religie zijn vastgelegd (zoals de Bijbel, de Koran. e.d.) |
| seitō-正答 | juist [correct] antwoord |
| seitō-正統 | legitimiteit; wettigheid; orthodoxie |
| seitōha-正統派 | orthodoxe school [sekte] |
| seitoku-生得 | aangeboren kwaliteit [gave; talent]; aard; karakter |
| seiton-整頓 | een goede orde [inrichting, rangschikking] |
| seitsū-精通 | het goed bekend [geïnformeerd] zijn; diepgaande kennis hebben (van) |
| seiun-盛運 | voorspoed; welvaart |
| seiwajiten-西和辞典 | Spaans-Japans woordenboek |
| seiya-征野 | slagveld; oorlogsgebied |
| seiya-聖夜 | kerstavond; de avond voor Kerstmis |
| seiyaku-制約 | beperking; restrictie; voorwaarde |
| seiyō-整容 | het corrigeren van iemands houding [voorkomen] |
| seiyōhashibami-西洋榛 | hazelaar (Corylus avellana) |
| seiyōtoneriko-西洋トネリコ | es; essenboom (Fraxinus excelsior) |
| seizōbutsusekininhō-製造物責任法 | productaansprakelijkheidswet (aansprakelijkheid van fabrikanten voor schade veroorzaakt door een product met gebreken) |
| seizōgyō-製造業 | fabrikant(en); productiesector; verwerkende industrie |
| seizuban-製図板 | tekentafel; tekenbord |
| sekaibōekikikan-世界貿易機関 | Wereldhandelsorganisatie |
| sekaichitekishoyūkenkikan-世界知的所有権機関 | Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom (World Intellectual Property Organization (WIPO)) |
| sekaihokenkikan-世界保健機関 | WHO, Wereldgezondheidsorganisatie (World Health Organization) |
| sekaikiroku-世界記録 | wereldrecord |
| sekaikirokuhojisha-世界記録保持者 | wereldrecordhouder |
| sekaitaisen-世界大戦 | wereldoorlog |
| sekando・ran-セカンド・ラン | tweede reeks van een filmvoorstelling (in een andere bioscoopzaal) |
| sekasu-急かす | opjagen; tot haast aanzetten; aansporen |
| sekennami-世間並み | gebruikelijke [normaal; gewoon; gemiddeld) zijn |
| sekentei-世間体 | voorkomen; uiterlijke verschijning |
| seki-席 | positie; volgorde; rang |
| seki-石 | steen; telwoord voor (edel)stenen; dioden, e.a. |
| seki-隻 | woord gebruikt om (relatief grote) boten te tellen |
| seki-隻 | woord gebruikt om een (zij)kant van dingen te tellen (b.v. van een kamerscherm) |
| seki-隻 | woord gebruikt om vogels, vissen en pijlen te tellen |
| sekidō-赤道 | evenaar; equator |
| sekidōginia-赤道ギニア | Equatoriaal-Guinea |
| sekigo-隻語 | (slechts) een enkel woord; een paar woorden |
| sekiji-席次 | plaatsingsvolgorde |
| sekijin-石刃 | (prehistorie) stenen lemmet [kling] |
| sekijūji-赤十字 | het Rode Kruis (hulporganisatie) |
| sekijūjisha-赤十字社 | het Rode Kruis (hulporganisatie) |
| sekimonshingaku-石門心学 | moraalfilosofie, die het confucianisme, boeddhisme en shintoïsme combineerde, gesticht door Ishida Baigan (1685-1744) |
| sekimori-関守 | (arch.) grenswacht, grensbewaker; poortwachter |
| sekinin-責任 | verantwoordelijkheid; taak; verplichting |
| sekininkan-責任感 | verantwoordelijkheidsgevoel |
| sekininnogare-責任逃れ | het vermijden [ontduiken] van verantwoordelijkheid |
| sekininsha-責任者 | de verantwoordelijke (degene die de verantwoordelijkheid draagt); leidinggevende; supervisor |
| sekirin-赤燐 | rode fosfor |
| sekirui-石塁 | stenen fort [burcht] |
| sekisaba-関鯖 | Seki makreel (vis die wordt gevangen in de Bungo zeestraat, tussen Shikoku en Kyushu)) |
| sekisaku-脊索 | rudimentaire ruggengraat; chorda dorsalis |
| sekishi-赤子 | onderdaan (van een vorst) |
| sekishi-赤子 | een pasgeboren baby; een baby (dat op het punt staat geboren te worden |
| sekishō-石菖 | dwergkalmoes (Acorus gramineus) |
| sekitori-関取 | sumoworstelaar met een rang hoger dan of gelijk aan Juryo; (oorspronkelijk de naam voor) de rang Ozeki |
| sekiwake-関脇 | (een sumoworstelaar van) de derde hoogste rang |
| sekiya-関屋 | poortwachtershuisje; grenswachtershuisje; wachthuisje bij een controlepost |
| sekiyuyushutsukokukikō-石油輸出国機構 | Organisatie van olie-exporterende landen (Eng.: Organization of Petroleum Exporting Countries (OPEC)) |
| sekkaku-折角 | vriendelijk; voorkomend |
| sekkaku-折角 | met (grote) moeite; speciaal; vooral; uitdrukkelijk |
| sekkei-設計 | ontwerp; vormgeving; design |
| sekko-セッコ | technieksymbool in de klassieke muziek (in muzieknotatie soms geschreven in de afkorting: sec) |
| sekkō-拙攻 | slecht opgezette [voorbereidde] aanval; zwak offensief (bij sportwedstrijden) |
| sekusutashī-セクスタシー | (seks + ecstacy) een combinatie van de woorden seks en extase |
| semakimon-狭き門 | (Mat. 7: 13-14) nauwe poort (tot de religieuze waarheid) |
| semakimon-狭き門 | (fig.) hoge drempel; hindernis; obstakel (voor het te bereiken doel) |
| seme-責め | verantwoordelijkheid; plicht; aansprakelijkheid |
| semen-セメン | (afk. voor) cement |
| semen-セメン | (afk. voor semen cina) (zaden van) wormkruid (Artemisia cina) |
| semenshina-セメンシナ | (zaden van) wormkruid (Artemisia cina) |
| semento-セメント | cement; mortel; specie |
| semeru-責める | [iemand, iets] de schuld geven; veroordelen |
| semeyoseru-攻め寄せる | aanvallend benaderen, aanstormen op |
| semifōmaru-セミフォーマル | semiformeel |
| semishigure-蟬時雨 | het (continu doorgaande) tsjilpen van cicaden (als het stromen van de zomerregen) |
| sen-専 | (afk. voor) beroepsschool; vakschool |
| sen-戦 | strijd; oorlog; gevecht |
| sen-線 | spoorlijn; bus [tram] lijn; route |
| senbetsu-選別 | selectie; keuze; sortering |
| senbetsusuru-選別する | selecteren; (uit)kiezen; sorteren |
| senbin-先便 | (iemands) vorige [laatste] brief [bericht; post] |
| senbotsu-戦没 | het sneuvelen in een gevecht [oorlog] |
| senbyōshi-戦病死 | aan het front overlijden door ziekte |
| senbyōshisha-戦病死者 | iemand die door ziekte aan het front overlijdt |
| senchi-戦地 | slagveld; oorlogsgebied; strijdtoneel; front |
| senchōshitsu-船長室 | kajuit [scheepshut] (m.n. voor de kapitein) |
| senchū-戦中 | tijdens de oorlog; (midden) in oorlogstijd |
| sendai-先代 | voorganger; de voormalige [vorige] persoon |
| sendai-先代 | vorig tijdperk |
| sendai-先代 | de vorige generatie van het hoofd (m.n. van de familie) |
| sendaimushikui- 仙台虫喰 | kroonboszanger (Phylloscopus coronatus) |
| sendatsu-先達 | voorganger; pionier |
| sendatsu-蟬脱 | het afgeworpen vel van een cicade |
| sendensen-宣伝戦 | propagandaoorlog |
| sendō-先導 | vooropgaand [toonaangevend; leidend; gids] zijn |
| sendō-扇動 | ophitsing; aansporing; uitlokking |
| sendōsuru-扇動する | opstoken; ophitsen; aanstichten; uitlokken; aansporen |
| sengai-船外 | overboord; buiten boord |
| sengai-選外 | niet geselecteerd worden; afgewezen worden |
| sengaku-先学 | (voormalige) geleerden [wetenschappers; professoren] uit het verleden |
| sengen-千言 | veel woorden |
| sengenbango-千言万語 | een groot aantal woorden; veel woorden en zinnen |
| sengetsu-先月 | vorige maand; verleden maand |
| sengi-詮議 | ondervraging; verhoor |
| sengo-戦後 | na de oorlog; naoorlogse periode (m.n. na de Tweede Wereldoorlog) |
| sengoku-戦国 | een turbulente wereld; een wereld in beroering door oorlogen |
| sengoku-戦国 | landen die oorlog voeren (met elkaar) |
| sengokujidai-戦国時代 | Sengoku periode (tijdperk van de oorlogvoerende staten in Japan, 1467-1568) |
| sengokujidai-戦国時代 | tijdperk van oorlogvoerende staten in China (770-221 v. Chr.) |
| sengū-遷宮 | installatie of verplaatsing van een heilig beeld [voorwerp] in een (nieuwe of verbouwde) tempel |
| sengunbanba-千軍万馬 | vele gevechten [oorlogen; slagen] |
| sengyō-戦況 | oorlogssituatie; verloop van een veldslag [gevecht; oorlog] |
| seninshitsu-船員室 | scheepsruimte [scheepsvertrek] voor de bemanning |
| senji-戦時 | oorlogstijd; periode van oorlog |
| senjibaisho-戦時賠償 | herstelbetaling (voor schade van oorlogshandelingen) |
| senjichōhatsu-戦時徴発 | vordering in oorlogstijd |
| senjikokusaihō-戦時国際法 | oorlogsrecht |
| senjimon-千字文 | (Qianziwen) klassiek Chinees gedicht van duizend karakters (geschreven door Zhou Xingsi, 470─521) |
| senjin-先人 | voorouder(s); voorloper; iemand uit de (klassieke) oudheid |
| senjin-先陣 | voorhoede |
| senjin-戦陣 | slagorde; slaglinie; opstelling |
| senjinaikaku-戦時内閣 | oorlogskabinet |
| senjisangyō-戦時産業 | oorlogsindustrie; industrie in oorlogstijd |
| senjō-戦場 | strijdperk; slagveld; strijdtoneel; oorlogsgebied; oorlogsterrein; front |
| senjō-船上 | aan boord; op een schip |
| senjū-先住 | oorspronkelijke bewoner |
| senjū-先住 | (boeddh.) voormalige hoofdpriester van een tempel |
| senka-戦果 | opbrengsten [resultaat] van de oorlog; wapenfeiten |
| senka-戦渦 | de chaos [staat van beroering] in oorlogstijd |
| senka-戦火 | oorlog; oorlogsvuur; oorlogsgeweld |
| senka-戦禍 | oorlogsschade; vernietigingen [verschrikkingen] door de oorlog |
| senka-遷化 | overgang; transformatie |
| senkaitō-船海灯 | (verplichte) boordlantaarn op schepen op de zeevaart |
| senkaku-先覚 | voorloper; voorbode |
| senkakusha-先覚者 | pionier; baanbreker; voortrekker; ziener |
| senkan-戦艦 | oorlogsschip; slagschip |
| senkeidōbutsu-線形動物 | rondworm (Nematoda) |
| senken-先見 | vooruitziendheid; vooruitblik; voorkennis |
| senki-戦記 | (waargebeurd of fictief) oorlogsverhaal |
| senki-戦記 | oorlogsverslag |
| senkin-千金 | een grote hoeveelheid geld; een fortuin |
| senkō-先皇 | de vorige [voorgaande; voormalige} koning |
| senkō-先行 | het vooruitgaan; voorgaan; voorafgaan |
| senkō-先行 | voorafgaande actie [handeling, gebeurtenis, e.d.) |
| senkō-戦功 | wapenfeit; heldendaad; heldhaftige oorlogsdaad |
| senkō-線香 | (afk. voor) anti-muskieten wierook; muggen geurspiraal |
| senkō-繊巧 | zorgvuldig vakmanschap |
| senkō-遷幸 | verplaatsing van de hoofdstad (door de keizer) |
| senkofueki-千古不易 | voor altijd; onveranderlijk; eeuwig(durend); voortdurend; eindeloos |
| senkōhanabi-線香花火 | (wierookstokjes vuurwerk) traditioneel Japans vuurwerk (een soort sterretje) |
| senkoku-宣告 | (van een ziekte door een dokter) bekendmaking; afkondiging; verklaring |
| senku-先駆 | voorloper; voorganger; voorhoede; pionier |
| senku-戦区 | slagveld; strijdperk; oorlogsgebied |
| senkyaku-先客 | een voorgaande [eerdere] gast [bezoeker] |
| senkyō-仙境 | een plek bewoond door asceten |
| senkyō-戦況 | oorlogssituatie; verloop van een veldslag [gevecht; oorlog] |
| senkyoku-戦局 | oorlogssituatie; oorlogstoestand |
| senkyū-選球 | bij honkbal, de keuze een slag of wijd te slaan door een slagman |
| senmai-饌米 | (gewijde) rijst die aan een godheid wordt geofferd |
| senmu-専務 | (afk. voor) algemeen directeur |
| senmyōtai-宣命体 | schriftsysteem uit de Nara- (710–794) en vroege Heian-periode (794–1192) (met kleinere karakters voor grammaticale elementen dan voor lexicale) |
| sennai-船内 | binnenboord; aan boord; binnen in het schip |
| senniku-鮮肉 | vers [rauw] vlees voor consumptie |
| sennō-先王 | de vorige [voorgaande; voormalige} koning |
| sennyūkan-先入観 | vooroordeel; vooropgezette mening |
| senpai-先輩 | senior; oudere; ouderejaars; voorganger |
| senpan-戦犯 | (afk. voor) oorlogsmisdadiger |
| senpatsu-先発 | het als eerste vertrekken [starten; beginnen; deelnemen]; voor(af)gaan |
| senpenbanka-千変万化 | voortdurend veranderend; eindeloze verscheidenheid |
| senpu-先夫 | ex-man; ex-echtgenoot; voormalige echtgenoot |
| senpu-先婦 | ex-vrouw; ex-echtgenote; voormalige echtgenote |
| senpū-旋風 | wervelwind; tornado; (kleine) cycloon |
| senpūki-扇風機 | een (elektrische) ventilator |
| senran-戦乱 | chaos [verwoesting; ravages] door oorlog |
| senrei-先例 | precedent; eerder voorbeeld |
| senreki-戦歴 | staat van dienst in oorlog; gevechtscarrière; oorlogservaring |
| senrihin-戦利品 | oorlogsbuit |
| senro-線路 | spoorweg; spoorbaan |
| senryo-浅慮 | onnadenkendheid; onvoorzichtigheid; onbedachtzaamheid |
| senryū-川柳 | senryū (Japanse dichtvorm, humoristische haiku) |
| sensā-センサー | sensor; (elektronische) voeler; aftaster |
| sensabanbetsu-千差万別 | enorme verscheidenheid; groot assortiment |
| sensai-先妻 | ex-vrouw; vroegere [vorige] vrouw [echtgenote] |
| sensai-戦災 | oorlogsschade |
| sensaku-詮索 | doorzoeking; onderzoeking; navorsing; verkenning |
| sensei-先制 | initiatief; voorop (lopen); de eerste stap (zetten) |
| sensei-先生 | (aanspreektitel voor) een leraar; docent; professor; arts |
| sensei-先生 | (tot febr. 2024 gevangenis jargon, aanspreektitel voor) cipier; gevangenbewaarder |
| senseikunsha-専制君主 | absolute vorst [heerser]; despoot |
| senseki-戦跡 | (de sporen van) een oud slagveld |
| sensen-先先 | (als voorvoegsel) voor de vorige |
| sensen-先占 | voormalig bezit; de voormalige eigenaar zijn |
| sensen-先占 | het in bezit nemen van onbeheerde roerende zaken (zoals wilde vissen en vogels) met de bedoeling eigenaar te worden; acquisitie van onbeheerde zaken |
| sensen-宣戦 | oorlogsverklaring |
| sensen-戦線 | het front; de frontlinie; oorlogslinie |
| sensēshon-センセーション | gevoel; gewaarwording; sensatie |
| senshafuda-千社札 | votief kaart [strook; aanplakbiljet] in klein formaat (achtergelaten na een bezoek aan een heiligdom) |
| senshi-先史 | de prehistorie |
| senshi-先師 | iemands oude [voormalige] professor [leraar] |
| senshi-戦史 | oorlogsgeschiedenis; militaire geschiedenis |
| senshi-戦士 | (fig.) voorvechter; voorstander; verdediger |
| senshi-戦死 | het sneuvelen in een strijd [gevecht; oorlog] van een militair [soldaat] |
| senshibantai-千姿万態 | een grote [eindeloze] verscheidenheid aan vormen [afmetingen] |
| senshigaku-先史学 | de studie van de prehistorie |
| senshijidai-先史時代 | prehistorie; prehistorische tijden |
| senshin-先進 | het hoger zijn in leeftijd, bekwaamheid of status; de senior; superieur |
| senshin-線審 | (sport) grensrechter; lijnrechter |
| senshinbanku-千辛万苦 | het doorstaan van veel ontberingen en lijden |
| senshitibu・aitemu-センシティブ・アイテム | een (import)gevoelig product (waarvan de invoer kan worden beperkt of verboden wanneer er risico bestaat dat de binnenlandse markt verstoord wordt) |
| senshitibu・aitemu-センシティブ・アイテム | een gevoelig voorwerp (dat bij diefstal, verlies of zoekraken gevaarlijk kan zijn voor de openbare veiligheid) |
| senshitsu-船室 | scheepshut (m.n. voor passagiers) |
| senshō-先勝 | (volgens de oude maankalender) de dagen die in de ochtend als geluksdagen worden aangemerkt, maar in de middag als ongeluksdagen |
| senshō-先勝 | het scoren van het eerste punt; het winnen van de eerste wedstrijd [partij] |
| senshō-鮮少 | (formele term voor) kleinigheid; zeer weinig; zeldzaam |
| senshu-僭主 | tiran; dictator |
| senshu-僭主 | usurpator; onwettige heerser; iemand die zich met geweld de keizerstroon toe-eigent |
| senshu-先取 | het de eerste zijn [als eerste iets doen]; voorop lopen |
| senshū-先週 | vorige week |
| senshu-選手 | speler; sportman; sportvrouw; deelnemer |
| senshuken-選手権 | voorselectie kwalificatie van een atleet [sportman/-vrouw] (voor internationale competities e.d.) |
| senshumura-選手村 | Olympisch dorp |
| senshūraku-千秋楽 | laatste voorstelling (van een serie); laatste dag van een toernooi |
| sensō-戦争 | oorlog; oorlogvoering; (veld)slag |
| sensōbungaku-戦争文学 | oorlogsliteratuur |
| sensōeiga-戦争映画 | oorlogsfilm |
| sensōgiseisha-戦争犠牲者 | oorlogsslachtoffer |
| sensōgokko-戦争ごっこ | het soldaatje [oorlogje] spelen |
| sensōgokkosuru-戦争ごっこする | soldaatje [oorlogje] spelen |
| sensōhanzai-戦争犯罪 | oorlogsmisdaad |
| sensōhanzainin-戦争犯罪人 | oorlogsmisdadiger |
| sensōhōki-戦争放棄 | verwerping van de oorlog (als politiek instrument) |
| sensōkeiki-戦争景気 | oorlogshausse; economische opleving door [tijdens] de oorlog |
| sensōkko-戦争っ子 | oorlogskind |
| sensōkoji-戦争孤児 | oorlogswees |
| sensōmibōjin-戦争未亡人 | oorlogsweduwe |
| sensōnarikin-戦争成金 | oorlogsprofiteur |
| sensōnetsu-戦争熱 | oorlogszuchtigheid |
| sensōshashinka-戦争写真家 | oorlogsfotograaf |
| sensōshinkeishō-戦争神経症 | oorlogsneurose |
| sensōshō-戦争省 | ministerie van oorlog |
| sensōsuru-戦争する | oorlog voeren |
| sensu-センス | (goede) smaak; gevoel (voor) |
| sensuru-撰する | samenstellen (van woordenboeken e.d.) |
| sentā-センター | (balsporten) middenspeler |
| sentā-センター | (balsporten) voorzet |
| sentan-先端 | voorhoede; spits; voorloper; pionier |
| sentankyōfushō-先端恐怖症 | aichmofobie (vrees voor scherpe voorwerpen) |
| sentaringu-センタリング | (balsporten) een voorzet doen |
| sentā・pōru-センター・ポール | elektriciteitspaal tussen twee spoorwegen |
| sente-先手 | (bij bordspellen, zoals go en shōgi) degene die de eerste zet doet |
| senten-先天 | a priori |
| senten-先天 | aangeboren zijn |
| sentō-先頭 | eerste lijn; voorhoede; front |
| sentō-尖塔 | torenspits; minaret |
| sentō-船灯 | boordlantaarn; scheepslantaarn |
| sentōjōtai-戦闘状態 | oorlogssituatie |
| sentorarukitchin-セントラル・キッチン | centrale keuken (voor instellingen, ziekenhuizen, scholen, etc.) |
| senzaisuru-潜在する | latent aanwezig zijn; verborgen zijn |
| senzei-蟬蛻 | het afgeworpen vel van een cicade |
| senzen-戦前 | voor de oorlog; vooroorlogse periode (m.n. voor de Tweede Wereldoorlog) |
| senzo-先祖 | voorouder(s) |
| senzoku-専属 | exclusiviteit; exclusief behorend bij |
| sen'inhoken-船員保険 | zeevarenden verzekering; verzekering voor zeevarenden |
| sen'ō-先王 | de vorige [voorgaande; voormalige} koning |
| sen'un-戦雲 | onheilspellende [donkere] wolken als teken van de naderende oorlog |
| sen'ya-戦野 | slagveld; strijdperk; oorlogsgebied |
| sen'yō-専用 | alleen te gebruiken door specifieke personen |
| sen'yō-専用 | alleen te gebruiken voor specifieke doeleinden |
| seoinage-背負い投げ | (judo) schouderworp |
| seoiotoshi-背負い落とし | (judo) worp over de schouder |
| seorī-セオリー | theorie |
| separēto・kōsu-セパレート・コース | (sport) een parcours met afzonderlijke banen |
| separētsu-セパレーツ | (dames)kleding die uit afzonderlijke delen bestaat, zodat ze combineerbaar zijn (en apart kunnen worden gekocht) |
| seppō-説法 | oordeel; commentaar |
| seppuku-切腹 | rituele zelfdoding (m.n. van de krijgselite) in Japan (te voltrekken door met een kort zwaard de buik open te snijden) |
| serifu-台詞 | iemands woorden [opmerkingen] |
| serifugeki-台詞劇 | voorstelling [toneelstuk] met alleen gesproken tekst (zonder muziek, dans, etc.) |
| serifumawashi-台詞回し | spreektrant; wijze van voordragen |
| seru-セル | startmotor |
| serufukea-セルフケア | zelfzorg; voor je eigen gezondheid [geluk] zorgen |
| serumōtā-セルモーター | startmotor |
| sērusu・enjinia-セールス・エンジニア | technisch (verkoop) vertegenwoordiger |
| sērusu・puromōshon-セールス・プロモーション | verkooppromotie; verkoopbevordering |
| seseribashi-せせり箸 | eetstokjes die worden gebruikt om een beetje te spelen met eten [in het eten zitten te zoeken of prikken] (onjuist gebruik van eetstokjes) |
| sesō-世相 | toestand in de wereld; wereldorde; sociale omstandigheden |
| seson-世尊 | (erenaam voor) Sakyamuni; Gautama; Boeddha |
| sessakuyu-切削油 | snijolie; boorolie |
| sesshin'e-接心会 | bijeenkomst (voor m.n. zazen) in een (boeddhistische) tempel |
| sesshō-殺生 | (boeddh.) het leven nemen; het doden [vermoorden] van een levend wezen |
| sesshokushōgai-摂食障害 | eetstoornis |
| sesshu-摂取 | absorptie; opname (van voedsel, e.d.); inname |
| setchū-折衷 | compromis; eclecticisme; combinatie van stijlen [denkvormen; werkwijzen] |
| seto-瀬戸 | (afk. voor) breekpunt; kritiek moment |
| setsu-設 | (in kanji combinaties) installeren; voorbereiden; inrichten; vestigen |
| setsu-説 | mening; gedachte; theorie; betoog |
| setsuaku-拙悪 | inferioriteit lage [slechte] kwaliteit; slechte situatie [smaak] |
| setsubi-設備 | uitrusting; voorzieningen; fasciliteiten; materieel |
| setsubishikin-設備資金 | investeringskapitaal; benodigde middelen voor productiefaciliteiten (zoals gebouwen en machines) |
| setsubisuru-設備する | uitrusten; outilleren; leveren; voorzien (van) |
| setsubun-拙文 | (nederige term voor de eigen tekst) mijn tekst |
| setsudai-設題 | het voorbereiden [vooraf opstellen] van een vraag [vraagstuk; thema; vraagstelling] |
| setsudai-設題 | van te voren vastgestelde [opgestelde] vraag [thema] |
| setsudan-切断 | het afsnijden; doorsnijden; ontkoppelen |
| setsudansuru-切断する | afsnijden; doorsnijden; uit elkaar halen; loskoppelen |
| setsudo-節度 | gematigdheid; matiging; standaard; norm; regel(s) |
| setsuei-設営 | het van tevoren klaarzetten [inrichten; regelen] van gebouwen, faciliteiten, locaties, etc. (voor evenementen) |
| setsugai-殺害 | moord; doodslag |
| setsugai-雪害 | schade veroorzaakt door sneeuwval [lawines] |
| setsugi-節義 | morele integriteit; rechtschapenheid; trouw aan principes |
| setsujōsupōtsu-雪上スポーツ | sneeuwsport(en) (skiën, snowboarden, etc.) |
| setsumeikai-説明会 | briefing; instructieve bijeenkomst; voorlichtingsbijeenkomst |
| setsumeisekinin-説明責任 | aansprakelijkheid; verantwoordelijkheid |
| setsuri-摂理 | voorzienigheid |
| setsurin-節臨 | het overschrijven van een passage [versregel] van een originele (klassieke) tekst (voor het verkrijgen van kalligrafische schrijfvaardigheid) |
| setsuzokujoshi-接続助詞 | partikel als voegwoord (ba, ya, ga, te, noni, node, kara, tokoroga, keredomo, kuseni) |
| setsuzokushi-接続詞 | voegwoord; conjunctie |
| setto-セット | set (in sportwedstrijden) |
| setto-セット | set; stel; assortiment; garnituur; verzameling |
| settōgo-接頭語 | voorvoegsel; prefix |
| settōji-接頭辞 | voorvoegsel; prefix |
| settoōru-セットオール | gelijke stand in sets bij tennis, tafeltennis, e.d. (waarna een afsluitende set wordt gespeeld om een winnaar aan te wijzen) |
| setto・pojishon-セット・ポジション | (honkbal) de houding die de pitcher moet innemen vlak voordat hij gaat werpen |
| sewa-世話 | hulp; zorg (voor) |
| sewamono-世話物 | eigentijdse stukken (Edo-periode) in Japanse traditioneel theater (zoals in kabuki, joruri en bunraku) |
| sewanin-世話人 | tussenpersoon; bemiddelaar; organisator; vertegenwoordiger; conciërge |
| sewanyōbō-世話女房 | een goede [zorgzame; toegewijde] echtgenote |
| sewasuru-世話する | helpen; zorgen voor |
| sewayaki-世話焼き | tussenpersoon; bemiddelaar; organisator; vertegenwoordiger; conciërge |
| sewayaki-世話焼き | zorgzaam persoon; bemoeial |
| sha-捨 | (boeddh.) spirituele kalmte [rust], zonder te worden beïnvloed door lijden of vreugde |
| sha-砂 | (in kanji combinaties) zand; zandkorrel; grind; kiezel |
| sha-車 | (afk. voor) auto, trein e.d. |
| shābetto-シャーベット | sorbet |
| shabushabu-しゃぶしゃぶ | Japans gerecht (aan tafel geserveerd waarbij plakjes vlees met eetstokjes door een pan met bouillon en groenten worden gehaald) |
| shachi-鯱 | orka |
| shachihokobaru-鯱張る | stijf [formeel] zijn |
| shachihokobaru-鯱張る | verstijven; stijf worden |
| shachikobaru-鯱張る | verstijven; stijf worden |
| shachikobaru-鯱張る | stijf [formeel] zijn |
| shadanki-遮断機 | spoorboom; slagboom |
| shagaregoe-嗄れ声 | een schorre [hese] stem |
| shagareru-嗄れる | hees [schor] worden |
| shageki-射撃 | het schieten; de schietsport |
| shagiri-しゃぎり | (volkskunst) begeleidingsmuziek die wordt gespeeld tijdens processies |
| shagiri-しゃぎり | (kabuki) soort achtergrondmuziek, gespeeld na elke akte (behalve de laatste) |
| shagōhyō-社号標 | pilaar [aanduiding] met de naam van een bedrijfsorganisatie |
| shahi-社費 | bedrijfskosten; onkosten van een organisatie [onderneming] |
| shaji-謝辞 | dankwoord; woorden [uitingen] van dank [verontschuldiging] |
| shajishitsu-写字室 | scriptorium; schrijfvertrek in kloosters |
| shajō-射場 | schietterrein; schietplaats (voor vuurwapens) |
| shajō-射場 | oefenterrein voor het boogschieten |
| shajō-謝状 | een (formele) dankbrief |
| shajō-謝状 | een (formele) excuusbrief |
| shajō-車上 | in [aan boord van] een voertuig (trein, auto, etc.) |
| shakaichitsujo-社会秩序 | sociale orde |
| shakaijigyō-社会事業 | sociale voorzieningen; maatschappelijk werk; welzijnszorg |
| shakaikōgaku-社会工学 | social engineering (het met technische middelen misbruik maken van menselijke zwakheden door criminelen) |
| shakaisei-社会性 | saamhorigheidsgevoel; gemeenschapszin |
| shakariki-しゃかりき | (een informele uitdrukking voor) het zeer ijverig [fanatiek] zijn |
| shaken-車券 | wedformulier; gokbriefje |
| shakin-謝金 | beloning; vergoeding; honorarium |
| shakō-藉口 | voorwendsel; excuus |
| shako-車庫 | garage; carport; stalling |
| shakubuku-折伏 | [boeddh.] bekering (tot de leer) door breken [het kwade straffen)en onderwerpen |
| shakumon-借問 | het (informeel) een vraag stellen; iets vragen |
| shakushijōgi-杓子定規 | het iets volgens een vaste vorm [regulering] maken [houden]; onbuigzaam zijn |
| shakuson-釈尊 | eretitel voor Gautama Boeddha [Shakyamuni Boeddha] |
| shakuyaku-芍薬 | Chinese pioen (Paeonia lactiflora) |
| shakyō-写経 | het overschrijven [kopiëren] van een soetra (voor studie, ter nagedachtenis van een overledene, e.d.) |
| shamei-社名 | de naam van een bedrijf [organisatie, vereniging, heiligdom, e.a.) |
| shamo-シャモ | een term die door de Ainu wordt gebruikt om te verwijzen naar niet-Ainu Japanners |
| shamon-借問 | een (informele) vraag stellen; iets vragen |
| shamu-シャム | Siam (oude naam voor Thailand) |
| shanaihi-社内秘 | bedrijfsgeheim; bedrijfsvertrouwelijke informatie |
| shanimuni-遮二無二 | roekeloos; blindelings; hals over kop; koortsachtig |
| shara-沙羅 | salboom (Shorea robusta) |
| shāre-シャーレ | petrischaal; glazen laboratoriumschaaltje |
| share-洒落 | woordspeling; grapje; mop |
| sharuman-シャルマン | bekoorlijk; charmant; aardig |
| sharyō-車両 | treinwagon; spoorwagon |
| sharyō-車両 | (formeel) voertuig (auto); wagen |
| shasairyūtsūshijō-社債流通市場 | distributiemarkt voor bedrijfsobligaties |
| shasen-斜線 | schuine lijn; schuine streep (naar voren); diagonaal |
| shasharakuraku-洒洒落落 | ongedwongen; zorgeloos; onbekommerd; eenvoudig; pretentieloos |
| shāshī-シャーシー | een behuizing waarin het moederbord, geheugen, diskettes en andere onderdelen van een computer zijn gemonteerd |
| shāshifan-シャーシファン | ventilator in een (computer) behuizing |
| shashin-捨身 | (boeddh.) jezelf opofferen voor een hoger doel |
| shatekisupōtsu-射的スポーツ | schietsport |
| shatō-社頭 | voor het Shinto-heiligdom; het voorste gedeelte [terrein] van een Shinto-heiligdom |
| shattoauto-シャットアウト | (honkbal) slagbeurt waarin een team niet scoort |
| shayō-社用 | werkzaamheden voor een heiligdom [schrijn] |
| shayū-社友 | iemand die geen werknemer is maar wel als zodanig behandeld wordt |
| sherutā-シェルター | toevluchtsoord; schuilkelder; bunker; schuilplaats; opvang |
| shi-シ | (Italiaanse naam voor) de muzieknoot B |
| shi-姉 | erend achtervoegsel voor een vrouw van gelijke of hogere status |
| shi-姿 | (in kanji combinaties) vorm; figuur |
| shi-師 | docent; leraar; mentor; leermeester; expert |
| shi-紙 | woord gebruikt om kranten te tellen |
| shi-誌 | (afk. voor) tijdschrift; magazine |
| shiaijō-試合場 | ring; sportveld; speelveld; stadion |
| shian-私案 | iemands (persoonlijke) plan [voorstel] |
| shiasatte-明明後日 | de dag na overmorgen; over 3 dagen |
| shiba-芝 | gras (voor gazon) |
| shibagaki-柴垣 | (afk. voor) Shibagaki-dans (Edo periode) |
| shibagaki-柴垣 | (afk. voor) Shibagaki-ballade (Edo periode) |
| shibakusa-芝草 | gras (voor gazon) |
| shibaraku-暫く | een tijd(je); voorlopig |
| shibashi-暫し | even; eventjes; voor een tijdje |
| shibe-蕊 | voortplantingsorganen van een plant (stamper en meeldraad) |
| shibetsu-死別 | door de dood gescheiden; iemand verliezen door de dood |
| shibi-鴟尾 | decoratieve tegel in de vorm van een vissenstaart (op beide uiteinden van de nokbalk van oude paleizen en tempels in Japan en China) |
| shibireei-痺れ鱏 | sidderrog (Torpediniformes) |
| shibireei-痺れ鱝 | sidderrog (Torpediniformes) |
| shibireru-痺れる | gevoelloos worden; het slapen van ledematen (tintelend gevoel door beknelling) |
| shibiretake-痺れ茸 | Psilocybe venenata (paddenstoelensoort) |
| shibireunagi-痺れ鰻 | sidderaal (Electrophorus electricus) |
| shibiru・minimamu-シビル・ミニマム | civiel minimum (minimum levensstandaard voor burgers in steden) |
| shibito-死人 | dode; overledene; gestorvene |
| shiboriageru-絞り上げる | ophalen (gordijn); opstropen (mouwen) |
| shiboriben-絞り弁 | regelklep; smoorklep |
| shiborizome-絞り染め | tie-dye (techniek waarmee men textiel van een patroon voorziet, door de stof te knopen voor het verven) |
| shiboru-絞る | (zich) inspannen; (de hersens) pijnigen; forceren |
| shibōsha-死亡者 | overledene; gestorvene; dode |
| shibu-支部 | bijkantoor; tak; onderafdeling; lokale afdeling |
| shibugaki-渋柿 | astringente kaki (een kakisoort met hoog gehalte aan tannine, waardoor ze bitter smaken, en langer moeten rijpen om eetbaar te worden) |
| shibugami-渋紙 | Japans papier behandeld met gefermenteerd sap van onrijpe kaki's waardoor het bruin, waterbestendig en stevig wordt |
| shibui-渋い | ontevreden; nors; chagrijnig |
| shibuku-しぶく | sproeien; (door de wind) verstrooid worden |
| shibutsu-死物 | een (dood; levenloos) voorwerp [ding]; een nutteloos voorwerp [ding] |
| shichi-質 | onderpand; borg; garantie; belofte |
| shichidōgaran-七堂伽藍 | (boeddh.) de zeven hoofdgebouwen van een tempelcomplex (hoofdzaal, pagode, gehoorzaal, klokkentoren, opslaghuis van soetra's, eetzaal en slaapzaal) |
| shichigosan-七五三 | (lett. zeven-vijf-drie) een traditioneel Japans festival op 15 november, voor meisjes van drie en zeven jaar oud en jongens van vijf jaar oud |
| shichihenge-七変化 | (andere naam voor) de Japanse hortensia (Hydrangea macrophylla) |
| shichihenge-七変化 | (andere naam voor) de wisselbloem (Lantana camara) |
| shichikaiki-七回忌 | boeddhistische herdenkingsdienst die wordt gehouden in het zesde jaar sinds het overlijden |
| shichiku-紫竹 | (een andere naam voor) zwarte bamboe (Phyllostachys nigra) |
| shichiku-紫竹 | een stevige hoge (donkerpaarse) bamboesoort (wordt vaak rond huizen geplant als windbreker) |
| shichiku-紫竹 | (een andere naam voor) de gemarmerde bamboe (Chimonobambusa marmorea) |
| shichikudoi-しちくどい | erg hardnekkig; doordringend; scherp |
| shichinan-七難 | (boeddh.) 7 soorten rampen [ongeluk] |
| shichiseki-七赤 | 7de van de 9 astrologische tekens in de Onmyōdō kosmologie (horoscoop en waarzeggerij; verwant aan planeet Venus, windrichting west en element metaal) |
| shichishō-七生 | zeven wedergeboorten; zeven maal herboren worden |
| shichiya-七夜 | de avond van de zevende dag na de geboorte van het kind |
| shichō-市庁 | stadskantoor; gemeentekantoor |
| shichō-思潮 | gedachtengang in de samenleving; hoe er in het algemeen (over iets) gedacht wordt; de trend in de publieke opinie |
| shichō-支庁 | districtskantoor; provinciehuis |
| shichō-試聴 | het beluisteren van muziek (b.v. cd's) voor het te kopen |
| shichōkaku-視聴覚 | de zintuigen gezicht en gehoor (zien en horen) |
| shidaini-次第に | geleidelijk aan; langzamerhand; beetje bij beetje; stukje voor stukje |
| shidaini-次第に | op volgorde; om de beurt; beurtelings |
| shidan-史談 | historisch verhaal (een verhaal gebaseerd op een historische gebeurtenis) |
| shidare-枝垂れ | hangende vorm (van takken en bladeren) |
| shide-四手 | zigzagvormige papieren slingers, gebruikt bij Shinto-rituelen |
| shiden-紫電 | gevechtsvliegtuig van de voormalige Keizerlijke Japanse Marine |
| shīdo-シード | (sport) rang [plaatsing] van een speler |
| shidō-始動 | start; activering, het starten [opstarten] van iets (motor; machine, etc.) |
| shidō-祠堂 | in huis de plek waar de zielen van voorouders worden geëerd; in (boeddh.) tempels de plek met gedenkplaten voor familieleden van de locale bevolking |
| shidō-祠堂 | een kleine constructie [klein gebouw] waar Shinto goden of Boeddha's worden geëerd |
| shidō-祠堂 | monetaire donaties voor ceremonies voor voorouders en om de tempelgebouwen in stand te houden |
| shidokenai-しどけない | slordig; slonzig; onverzorgd |
| shidōsen-祠堂銭 | monetaire donaties voor ceremonies voor voorouders en om de tempelgebouwen in stand te houden |
| shie-紫衣 | paarse pij van een priester [monnik]; paars gewaad voor de hofhouding van de keizer |
| shieki-使役 | (taalkunde) causatief; causatieve vorm |
| shien-支援 | steun; ondersteuning; support; bijstand; hulp |
| shien-試演 | voorvertoning; proefvoorstelling |
| shifuku-仕服 | een tas voor het opbergen van theekommetjes, theebussen, e.d. |
| shifuto-シフト | Shift-knop (toetsenbord computer) |
| shigai-市外 | buitenwijk; voorstad; randgemeente |
| shigaku-詩学 | poëtica; theorie van de dichtkunst; poëzieleer |
| shigeki-史劇 | historiestuk; historisch drama [toneelstuk] |
| shigen-始原 | oorsprong; begin; bron |
| shigen-至言 | een waar woord; goed gezegde; toepasselijke [juiste] beschrijving |
| shigen'enerugīchō-資源エネルギー庁 | Agentschap voor Natuurlijke Hulpbronnen en Energie (Japan) |
| shigeru-茂る | welig tieren; dichtbegroeid zijn [worden]; overwoekeren |
| shigo-死語 | verouderd [archaïsch] woord |
| shigo-詩語 | poëtisch woord [taalgebruik] |
| shigohenka-死後変化 | post mortem [postmortaal] interval (PMI) |
| shigokōchoku-死後硬直 | rigor mortis; lijkstijfheid |
| shigure-時雨 | korte (zware) regenbui (in late herfst of vroege winter) |
| shigyaku-弑逆 | het doden (door iemand) van zijn vader [meester; heer] |
| shihaisō-支配層 | de heersende klasse; gevestigde orde |
| shihan-四半 | vierkante vorm (steen, stof, etc.) |
| shihan-死斑 | lijkvlek; livor mortis |
| shiharaitegata-支払い手形 | schuldvordering |
| shihō-至宝 | (fig.) juweel; parel; toonbeeld; voorbeeld |
| shihōshiken-司法試験 | balie-examen (examen dat een advocaat moet afleggen om te worden toegelaten tot de balie van een rechtsgebied) |
| shihyakushibyō-四百四病 | elk soort ziekte; alle verschillende ziekten |
| shihyō-師表 | toonbeeld; model; goed voorbeeld |
| shihyō-師表 | iemand met een voorbeeldfunctie |
| shihyō-指標 | index; indicator |
| shii-紫衣 | paarse pij van een priester [monnik]; paars gewaad voor de hofhouding van de keizer |
| shiigyaku-弑逆 | het doden (door iemand) van zijn vader [meester; heer] |
| shiikubako-飼育箱 | kweekbak (voor insecten, e.d.) |
| shiikuin-飼育員 | dierenverzorger (m.n. in een dierentuin) |
| shiin-死因 | doodsoorzaak |
| shiina-粃 | onrijpe rijst [graan]; lege graankorrel; kaf |
| shiira-シイラ | (Coryphaena hippurus) goudmakreel; dolphinfish; mahimahi; dorado |
| shiire-仕入れ | inkoop; aankoop; bevoorrading |
| shiireru-仕入れる | inkopen; inslaan; in voorraad nemen; opslaan |
| shiisosan-尸位素餐 | er de kantjes aflopen; niet alles doen waar men wel voor wordt betaald |
| shiisuru-弑する | het vermoorden van de vader [heer; vorst] |
| shiji-指事 | ideogram; een Chinees karakter dat een abstract idee symboliseert, waarbij de betekenis af valt te leiden uit de vorm |
| shiji-支持 | steun; ondersteuning; support |
| shiji-死児 | dood kind; doodgeboren kind |
| shijidaimeishi-指示代名詞 | (taalkunde) aanwijzend voornaamwoord |
| shijigo-指示語 | (taalkunde) demonstratief; aanwijzend [deiktisch) (voornaam)woord |
| shijimi-蜆 | corbicula, tweekleppig schelpdier |
| shijin-至人 | iemand die de geheimen van Tao heeft doorgrond |
| shijisha-支持者 | aanhanger; voorstander; medestander |
| shijishi-指示詞 | (taalkunde) demonstratief; aanwijzend (deiktisch] (voornaam)woord |
| shijitai-支持体 | ondergrond voor schilderingen (zoals papier, karton, canvas, metaalplaten en muuroppervlakken) |
| shijitsu-史実 | historisch feit |
| shijō-史上 | in de geschiedenis; (vanuit een) historisch [geschiedkundig] (perspectief) |
| shijōshōheki-市場障壁 | drempel voor toetreding tot de markt; marktbarrière |
| shijūkunichi-四十九日 | de negenenveertigste dag na iemands overlijden (de dag dat de herdenkingsbijeenkomst gehouden wordt) |
| shijūshō-四重唱 | vocaal kwartet; vierdelig koor |
| shika-史家 | historicus; geschiedkundige |
| shikai-司会 | ceremoniemeester; presentator; presentatrice |
| shikai-司会 | het voorzitten [presenteren] |
| shikaisha-司会者 | ceremoniemeester; presentator; presentatrice |
| shikakehin-仕掛品 | onderhanden werk (term in de financiële administratie voor producten die nog niet gereed zijn en waarvoor nog geen factuur gestuurd is) |
| shikakushimen-四角四面 | vierkant [stijf; star; vormelijk; serieus; formeel] zijn |
| shikakyōseigaku-歯科矯正学 | orthodontie |
| shikan-止観 | (afkorting van makashikan) Mohe Zhiguan, een belangrijke Chinese boeddhistische tekst |
| shikan-止観 | (een andere naam voor) Tendai boeddhisme |
| shikarashimeru-然らしめる | ervoor zorgen dat iets lukt [gebeurt]; iets laten gebeuren; te danken zijn aan |
| shikei-紙型 | een gietvorm van papier-maché |
| shikei-詩形 | versvorm; dichtvorm |
| shikeito-絓糸 | grove zijden draad (die als inslag (dwarsdraad) in geweven stoffen wordt gebruikt) |
| shikenkan-試験官 | examinator |
| shiki-始期 | (jur.) begintermijn (voor een rechtshandeling) |
| shiki-色 | (boeddh.) materieel bestaan; iets dat een fysieke vorm [kleur] heeft (een van de vijf khandhas) |
| shikibi-式微 | (formele term) neergang; verval; achteruitgang |
| shikii-敷居 | drempel; dorpel |
| shikiita-敷板 | houten onderzetter (voor een theepot, e.d. |
| shikiji-式次 | programmering [programma; volgorde] van ceremonies [rituelen] |
| shikijōkyō-色情狂 | erotomanie; hyperseksualiteit; abnormaal seksueel verlangen |
| shikikin-敷金 | waarborgsom; zekerheidsreserve |
| shikimono-敷物 | onderpand; waarborg |
| shikinkyūshūryoku-資金吸収力 | absorptiecapaciteit van fondsen |
| shikiru-仕切る | organiseren; regisseren |
| shikisha-識者 | een goed geïnformeerd [intelligent; hoogopgeleid] persoon |
| shikishima-敷島 | (andere naam voor) Japan |
| shikisokuzekū-色即是空 | vorm [materie] is leegte (boeddhisme); alles is ijdelheid |
| shikiten-式典 | ceremonie; formaliteit(en) |
| shikkan-疾患 | ziekte; aandoening; kwaal; stoornis |
| shikkei-失敬 | pardon; sorry; groet van degene die weggaat (gebruikt meestal door mannen) |
| shikken-執権 | (Kamakura-periode) regent [toezichthouder] voor de shogun |
| shikkō-膝行 | het voortbewegen [lopen] op de knieën |
| shikkōshō-失行症 | apraxie (bewegingsstoornis) |
| shikkōyūyo-執行猶予 | voorwaardelijke veroordeling[gevangenisstraf]; opschorting; schorsing; uitstel van executie |
| shikō-嗜好 | voorkeur; voorliefde |
| shikō-志向 | intentie; bedoeling; doel; oriëntatie |
| shikō-至高 | suprematie; overmacht; superioriteit |
| shikomu-仕込む | voorraden aanleggen; veel inkopen doen |
| shikomu-仕込む | (voedsel) van te voren klaarmaken; voorbereiden (b.v. ingrediënten mengen en in vaten verpakken voor het brouwen van sake, sojasaus, miso, e.d.) |
| shikon-歯根 | tandwortel |
| shikon-詩魂 | dichterlijk gemoed; gevoel voor poezie |
| shikona-醜名 | (een nederige term voor je eigen naam) mijn naam |
| shikona-醜名 | (四股名) ringnaam; de professionele naam van sumoworstelaars |
| shikori-痼り | knobbel (b.v. in de borst); spierknoop |
| shikoro-錏 | (afk. voor) Shikoro-dak (dakvorm van m.n. Japanse tempels) |
| shikoroyane-錣屋根 | Shikoro-dak (dakvorm van twee lagen van m.n. Japanse tempels) |
| shikoru-凝る | verstijven; stijf worden |
| shiku-詩句 | dichterlijke bewoording; dichtregel; strofe |
| shikuhakku-四苦八苦 | (Boeddh.) het lijden van de mensen (ondervonden in de 4 stadia van geboorte, ouderdom, ziekte en dood) |
| shikujiru-しくじる | een positie [baan, etc.] verliezen (door eigen fout, nalatigheid, e.d.) |
| shikukatsuyō-シク活用 | de klassieke shiku-vorm van bijvoeglijke naamwoorden (b.v. utsukushiku 'mooi') (in Modern Japans utsukushii) |
| shikyoku-支局 | bijkantoor; plaatselijk filiaal |
| shikyū-死球 | (honkbal) hit by pitch (de slagman wordt direct geraakt door de worp van de pitcher) |
| shimaaji-縞味 | zomertaling (soort eend: Anas querquedula) |
| shimaaji-縞鰺 | Nieuw-Zeelandse horsmakreel |
| shimadai-島台 | decoraties (van dennentakken, bamboe, etc., symboliserend het eiland van de eeuwige jeugd) bij een huwelijk of andere ceremonie |
| shimaguni-島国 | eilandstaat; eilandenrijk; een land omringd door zee |
| shimakage-島影 | een verborgen plek op een eiland die niet kan worden gezien. vanuit zee |
| shimanagashi-島流し | (historisch) verbanning naar een afgelegen eiland of een plaats ver weg |
| shimanagashi-島流し | (heden) [gedwongen] overplaatsing naar een andere afdeling in een organisatie; een vorm van demotie |
| shimanrokusennichi-四万六千日 | een speciale dag waarvan wordt gezegd dat een pelgrimstocht [tempelbezoek] op deze dag dezelfde verdienste geeft als die van 46.000 dagen |
| shimaru- 閉まる | gesloten worden; vastgebonden worden |
| shimaru-絞まる | smoren; verstikken; afgekneld worden |
| shimatta-しまった | (en uitroep die wordt gebruikt wanneer men zich realiseert dat iets niet goed is gegaan) verdorie!; mijn God!; O nee! |
| shimau-仕舞う | (arch.) een prostituee inhuren voor een aantal dagen |
| shimau-仕舞う | (voorafgegaan door een werkwoord in de te-vorm) (iets) afronden [helemaal afmaken] (vaak met de connotatie dat het helaas niet meer |
| shimau-仕舞う | (arch.) een zaak beëindigen door je tegenstander te vermoorden |
| shimayama-島山 | berg op een eiland; eiland dat voor het grootste deel wordt gevormd door een berg |
| shimayama-島山 | eiland in de vorm van een berg in een tuinvijver |
| shimei-氏名 | achternaam [familienaam] en voornaam |
| shimeijunni-指名順に | in de volgorde waarin de namen worden afgeroepen |
| shimeitehai-指名手配 | gezocht worden door de politie; op de lijst [poster] met door de politie verdachte [gezochte] personen staan |
| shimekazari-注連飾り | nieuwjaarsdecoraties (met touwen) rond heiligdommen en poorten |
| shimen-紙面 | brief; bewoording (van een brief) |
| shimenawa-注連縄 | gevlochten touw dat gebruikt wordt om een heilige plek af te bakenen of een plek te beschermen tegen kwade invloeden |
| shimensoka-四面楚歌 | (van alle kanten) omringd [omgeven] zijn door vijanden; verraden [in de steek gelaten] zijn |
| shimeru-占める | in beslag nemen; omvatten; bevatten; vormen; beslaan; |
| shimeta-しめた | (uitroep, wordt gebruikt als je blij bent hoe de dingen verlopen zijn) geweldig!; gelukt!; top! |
| shimideru-滲み出る | wegsijpelen; lekken; doorsijpelen; doorweken |
| shimo-霜 | vorst; rijp; bevriezing |
| shimodoke-霜解け | de dooi; het dooien (van vorst, ijs, rijp, e.d.) |
| shimofuri-霜降り | (afk. voor) marmering kookmethode (zeevruchten, vis of kip eerst blancheren in kokend water en dan in ijskoud water dompelen) |
| shimogakoi-霜囲い | vorstbescherming; beschermlaag tegen de vorst (b.v. stro) |
| shimogare-霜枯れ | (af. voor) het gure [kale] winterseizoen |
| shimogare-霜枯れ | het verwelken en verschrompelen van planten door vorst |
| shimogaredoki-霜枯れ時 | een slappe tijd voor zakendoen (aan het eind van het jaar) |
| shimoichidankatsuyō-下一段活用 | vervoeging [verbuiging] van ichidan werkwoorden eindigend op: -eru |
| shimoyake-霜焼け | winterhanden; wintervoeten; bevroren vingers [tenen] |
| shimyurētā-シミュレーター | simulator |
| shin-新 | (afk. van) de nieuwe Japanse (Gregoriaanse) zonnekalender |
| shina-品 | voorwerp; ding; item |
| shina-支那 | China (een oude benaming, werd in oorlogstijden ook wel denigrerend gebruikt) |
| shinachiku-支那竹 | gekookte, en daarna gedroogde of ingemaakte bamboescheuten (na geweekt te zijn in water worden ze gebruikt in Chinese gerechten) |
| shinagire-品切れ | uitverkocht [niet op voorraad] zijn (van artikelen) |
| shinajina-品品 | een verscheidenheid; allerlei soorten |
| shinasadame-品定め | beoordeling; inschatting; oordeel; commentaar; kritiek |
| shinausu-品薄 | gebrek [tekort] aan goederen [voorraad] |
| shinausukabu-品薄株 | schaarste [tekort] aan aandelen |
| shinbi-審美 | gevoel voor schoonheid; esthetisch gevoel voor het onderscheiden van schoonheid |
| shinbigan-審美眼 | oog voor schoonheid; schoonheidsgevoel |
| shinbijiumu-シンビジウム | cymbidium (orchidee) |
| shinbō-深謀 | goed doordacht plan |
| shinboku-神木 | een boom bewoond door een god of geest |
| shinboku-親睦 | vriendelijkheid voor elkaar; wederzijdse vriendschap |
| shinbun'ya-新聞屋 | uitgeverij van kranten; krantenzaak (voor verkoop en bezorging aan huis) |
| shinbutsu-神物 | bovenzinnelijk [transcendent] voorwerp (met verborgen krachten); talisman |
| shinbutsushūgō-神仏習合 | (theoretische) samenvloeiing van shinto en boeddhisme |
| shinchō-慎重 | voorzichtigheid; behoedzaamheid |
| shinchoku-進捗 | voortgang; vooruitgang |
| shinchōron-慎重論 | voorzichtigheid; voorzichtige strategie; conservatieve visie |
| shinchū-心中 | je ware inborst; innerlijk; hart; geest |
| shindai-身代 | geluk; rijkdom; voorspoed; bezit |
| shinden-寝殿 | hoofdgebouw; centrale hal (voor ceremonieën etc.) |
| shinden-親電 | een telegram verzonden door een staatshoofd [vorst; keizer] |
| shindeshi-新弟子 | nieuwe beroepsworstelaar (sumo) |
| shindo-進度 | vooruitgang |
| shindokaikyū-震度階級 | schaal voor seismische intensiteit |
| shinesain-シネサイン | lichtreclamebord met bewegend beeld |
| shingai-心外 | vervelend [ergerlijk; hinderlijk; storend; teleurstellend; onaangenaam] zijn |
| shingaku-心学 | moraalfilosofie, die het confucianisme, boeddhisme en shintoïsme combineerde, gesticht door Ishida Baigan (1685-1744) |
| shingaku-進学 | het gaan [doorstromen] naar een hogere school [universiteit] |
| shingan-真贋 | echtheid of onechtheid; waarheid of onwaarheid; authenticiteit of valsheid; origineel of imitatie |
| shingapōru-シンガポール | Singapore |
| shingari-殿 | achterhoede; achterste; de laatste in een formatie [hiërarchie] |
| shingeki-新劇 | nieuw [Westers] soort theater [toneel]; nieuwe manier van acteren |
| shingeki-進撃 | (leger) opmars; aanval; bestorming |
| shingekisuru-進撃する | (de vijand) aanvallen; bestormen; opmarcheren |
| shingo-新語 | neologisme; nieuw woord |
| shingōmachi-信号待ち | het wachten [wachtend verkeer] voor het stoplicht |
| shingon-真言 | (afk. voor) de shingon-school van Boeddhisme |
| shingon-真言 | mantra; het ware woord |
| shingōtō-信号塔 | zendmast; seintoren |
| shinguru-シングル | single; alleenstaande; (voor) 1 persoon; 1-persoonskamer |
| shingyōsō-真行草 | de 3 belangrijkste schrijfstijlen voor Chinese karakters (regulier (kaisho), semi-cursief (gyōsho) en cursief (sōsho)) |
| shinia-シニア | senior (de oudere in leeftijd) |
| shinifie-シニフィエ | (taalkunde) vorm; teken; geluid (signified) |
| shiniisogu-死に急ぐ | zich haasten naar de dood; snel op weg zijn naar de dood; op weg naar een voortijdige dood zijn |
| shinin-死人 | dode; overledene; gestorvene |
| shinise-老舗 | winkelonderneming met een lange geschiedenis, die van generatie op generatie wordt voortgezet |
| shinitai-死に体 | (sumo) situatie waarin één worstelaar tegen het einde van het gevecht duidelijk geen kans meer heeft om te winnen (lett. dood lichaam) |
| shinitai-死に体 | hopeloze situatie [positie]; toestand waarin een individu [organisatie] verzwakt [aangeschoten wild] is en zijn macht heeft verloren |
| shinizokonai-死に損ない | zelfmoordpoging (zonder succes) |
| shinji-新字 | kanji die voor het eerst in lesboeken worden gegeven |
| shinji-神事 | eredienst en rituelen voor shinto goden |
| shinjin-神人 | een term voor Jezus Christus |
| shinjitai-新字体 | nieuwe (vereenvoudigde) vorm van Japanse kanji schriftstijl (na de hervorming in 1949 met de instelling van de Toyo kanji-tabel) |
| shinjū-心中 | (figuurlijk) je verplicht voelen je lot te verbinden aan een ander (of aan het bedrijf of de organisatie waar je werkt) |
| shinjū-心中 | de zelfmoord van twee of meer familieleden |
| shinjū-心中 | de zelfmoord van twee geliefden |
| shinka-深化 | verdieping; het verdiepen; dieper worden |
| shinka-進化 | evolutie; ontwikkeling; vooruitgang |
| shinkanazukai-新仮名遣い | de nieuwe kana schrijfwijze [spelling]; de nieuwe regels voor het gebruik van kana, met name de regels zoals vastgesteld door het kabinet in 1964 |
| shinkaron-進化論 | evolutietheorie; evolutieleer |
| shinkasuru-深化する | zich verdiepen; dieper worden |
| shinkasuru-進化する | evolueren; ontwikkelen; vooruitgaan |
| shinkeiseimushokuyokushō-神経性無食欲症 | anorexia nervosa |
| shinkeisen-神経戦 | psychologische oorlogvoering; zenuwoorlog; zenuwenoorlog |
| shinkenpō-新憲法 | nieuwe grondwet (m.n. de naoorlogse grondwet van Japan) |
| shinkensha-親権者 | ouderlijk gezaghebbende; voogd; wettelijk vertegenwoordiger |
| shinkenshōbu-真剣勝負 | een gevecht met echte zwaarden; een spel dat serieus gespeeld wordt |
| shinki-新奇 | originaliteit; nieuwigheid |
| shinkijiku-新機軸 | innovatie; origineel idee; nieuwe start |
| shinkirō-蜃気楼 | luchtspiegeling; fata morgana |
| shinkisannyū-新規参入 | nieuwe (markt)toetreding; voor het eerst toetreden tot (de markt of een beroep) |
| shinkō-振興 | promotie; het bevorderen |
| shinkō-進行 | vooruitgang |
| shinkō-進行 | voortgang |
| shinkokukasuru-深刻化する | verergeren; erger [ernstiger] worden |
| shinkōsei-進行性 | (van ziekte) progressiviteit; voortwoekering |
| shinkotchō-真骨頂 | oorspronkelijke [ware; echte] verschijning [vorm; waarde] |
| shinkui-身口意 | (in Boeddhisme) een woord voor het menselijk handelen, n.l. doen, spreken en denken (lett. lichaam, mond en geest) |
| shinkun-神君 | een vorst die (voor het land) verdienstelijk is |
| shinkun-神君 | (erend, een andere naam voor) Tokugawa Ieyasu |
| shinmei-神明 | (erenaam voor) Amaterasu Omikami |
| shinnāchūdoku-シンナー中毒 | vergiftiging door het inademen van verfverdunner |
| shinnyo-信女 | achtervoegsel voor de postume Boeddhistische naam van een vrouw |
| shinnyū-進入 | toegang; doorgang |
| shinodake-篠竹 | kleine bamboesoort (met smalle bladeren) |
| shinōkunrenshi-視能訓練士 | orthoptist |
| shinopia-シノピア | sinopia (voortekening in houtskool van een frescoschildering) |
| shinopushisu-シノプシス | synopsis (korte beschrijving van de inhoud) |
| shinpa-シンパ | sympathisant; supporter; aanhanger |
| shinpai-心配 | bezorgdheid; ongerustheid; angst; vrees |
| shinpaisuru-心配する | zich zorgen maken; ongerust zijn |
| shinpan-審判 | oordeel; vonnis |
| shinpan-新版 | gecorrigeerde [herziene] uitgave |
| shinpasaizā-シンパサイザー | sympathisant; supporter; aanhanger |
| shinpin-神品 | (christelijk-orthodoxe kerk) het priesterschap |
| shinpō-新法 | nieuwe wetgeving [verordening; voorschriften] |
| shinpo-進歩 | voortgang; vooruitgang; voortschrijding; groei; verbetering |
| shinposuru-進歩する | vooruitgang [voortgang] boeken; vooruitgaan |
| shinpoteki-進歩的 | progressief; vooruitstrevend |
| shinpuku-心腹 | borst en buik |
| shinpuku-臣服 | leenmanschap; ondergeschiktheid; onderworpenheid; vazal zijn |
| shinrei-浸礼 | doop door onderdompeling; baptistische doop |
| shinreki-新暦 | de nieuwe Japanse (Gregoriaanse) zonnekalender |
| shinrinkankyōzeigaku-森林環境税額 | bos-milieubelasting; milieubelasting voor bosbeheer |
| shinrō-心労 | angst; bezorgdheid; vrees |
| shinro-進路 | (fig.) koers; richting; keuze (voor de toekomst) |
| shinrui-進塁 | (honkbal) het doorlopen naar het volgende honk |
| shinryakusensō-侵略戦争 | aanvalsoorlog; agressieoorlog |
| shinryakusha-侵略者 | agressor; aanvaller; indringer |
| shinseibutsu-新生物 | neoplasma; tumor |
| shinseiji-新生児 | pasgeborene; pasgeboren baby |
| shinseisho-申請書 | aanvraagformulier; aanmeldformulier |
| shinsen-振戦 | (medisch) tremor; trilling |
| shinsetsu-新説 | een nieuwe theorie [uitleg; versie] |
| shinshi-進士 | (Oud China) iemand die is geslaagd voor een examen om in overheidsdienst te treden |
| shinshi-進士 | (Nara-Heian periode in Japan) iemand die na een overheidsexamen in het Ministerie van Riten en Ceremoniën wordt toegelaten |
| shinsho-信書 | brief; correspondentie; epistel |
| shinsho-新書 | paperback uitgave van een (m.n. non-fiction) boek (in het B6 shinsho-formaat) |
| shinsho-親書 | brief van een keizer [vorst; staatshoofd] |
| shinshoban-新書判 | standaard Japans papierformaat (103 x 182 mm) |
| shinshoku-浸食 | erosie; corrosie |
| shinshū-神州 | het land van de goden; goddelijk land (erenaam voor het eigen land, Japan of China) |
| shinshutsu-新出 | het voor het eerst voorkomen [verschijnen] (b.v. van een woord of kanji in een studieboek) |
| shinshutsu-浸出 | doorsijpeling; afscheiding; uitscheiding; filtratie; percolatie |
| shinshutsu-進出 | voortgang; opmars; vooruitgang |
| shinshutsusuru-浸出する | doorsijpelen; afscheiden; uitscheiden; filtreren; percoleren |
| shinsō-深層 | diep (verborgen) in het bewustzijn [het hart; de ziel] |
| shinso-神祖 | erenaam voor shogun Tokugawa Ieyasu (1542 - 1616) |
| shinso-神祖 | erenaam voor een voorouder [stamvader] |
| shinso-神祖 | erenaam voor Ameterasu Omikami (godin van de zon in de Japanse mythologie) |
| shinsui-心酔 | toewijding; het de ban zijn van; het opgaan in; het geboeid zijn door |
| shinsui-薪水 | het hout verzamelen en water halen (zoals vroeger nodig voor het huishouden) |
| shintai-新体 | nieuwe stijl [vorm] |
| shintai-神体 | heilig voorwerp (dat wordt aanbeden) in een Shinto tempel |
| shintai-進退 | beweging; vooruitgang; achteruitgang |
| shintaishi-新体詩 | nieuwe stijl (Japanse) poëzie (door Westerse invloeden in de vroege Meiji-periode) |
| shintaiukagai-進退伺い | informele aankondiging van ontslagneming |
| shintaku-神託 | orakel; goddelijke boodschap |
| shintakuginkō-信託銀行 | trust bank (die cliënten in staat stelt transacties met elkaar te verrichten door middel van contracten die trusts genoemd worden) |
| shintekigaishōgosutoresushōgai-心的外傷後ストレス障害 | (PTSS) posttraumatisch stresssyndroom; posttraumatische stressstoornis (PTSD, post-traumatic stress disorder) |
| shintō-浸透 | osmose; infiltratie; percolatie; doorsijpeling |
| shintōryū-新当流 | traditionele school [stijl] voor zwaardvechten |
| shintōsei-浸透性 | permeabiliteit; doorlaatbaarheid; doordringbaarheid |
| shinzen-神前 | voor God; voor het altaar |
| shinzō-心臓 | hart (orgaan) |
| shin'ei-親衛 | bewaker(s) van een vorst (keizer, koning, etc.) |
| shin'etsu-親閲 | (ongeoorloofde) censuur door een staatshoofd |
| shin'yo-神輿 | (shinto) palankijn [draagbare schrijn] die voor een religieuze viering door een groot aantal buurtbewoners in een parade gedragen wordt |
| shin'yu-新湯 | (schoon heet water voor) een bad (waar nog niemand in heeft gezeten) |
| shiokaragoe-塩辛声 | een hese [schorre] stem |
| shiokarai-塩辛い | hees; schor (van stem) |
| shion-四恩 | (boeddh.) de vier verplichtingen, jegens je ouders, de vorst, alle levende wezens, en de drie boeddhistische schatten (Boeddha, Dharma en Sangha) |
| shioreru-萎れる | verwelken; verdorren; vervagen |
| shiori-撓り | (één van de basisprincipes van haiku) het doordringen van de geest [ziel] bij het beschouwen van de natuur |
| shiorido-枝折り戸 | een tuinpoortje [hekje] gemaakt van (in elkaar gevlochten) takken of bamboe |
| shioze-塩瀬 | een zijden stof, geweven met dikke inslagdraden om horizontale ribbels te creëren |
| shippaisuru-失敗する | mislukken; zakken (voor een examen, etc.); tekortschieten; iets verknallen [verknoeien]; een flater slaan; een domme fout begaan |
| shippe-竹篦 | (boeddh.) een bamboestok, gebruikt door Zenmeesters om leerlingen met een tik wakker te houden bij de meditatie |
| shippei-竹篦 | (boeddh.) een bamboestok, gebruikt door Zenmeesters om leerlingen met een tik wakker te houden bij de meditatie |
| shippi-櫛比 | het (dicht bij elkaar) in een rij staan; een rij vormen |
| shippitsu-執筆 | (in kalligrafie) de manier waarop een schrijfpenseel wordt vastgehouden |
| shippō-七宝 | (afk. voor) Japans emaille cloisonné |
| shippūmokū-櫛風沐雨 | het in wind en regen doorploeteren; het doorstaan van ontberingen |
| shirabe-調べ | (afk. voor) de spandraden van een dubbelzijdige trommel |
| shirabe-調べ | onderzoek; inspectie; verhoor; ondervraging |
| shirabyōshi-白拍子 | en soort ritme in gagaku muziek |
| shirahari-白張 | een met wit papier beplakt voorwerp, zoals b.v. een lantaarn, parasol, e.d. |
| shiraito-白糸 | (metafoor voor) iets dat dun en wit is |
| shirajira-白白 | het (geleidelijk) licht [helder] worden (van de nacht naar de dageraad) |
| shīrakansu-シーラカンス | coelacant (grote beenvis: Coelacanthiformes) |
| shirakeru-白ける | verkleuren; vervagen; verschieten; wit worden; verbleken; licht worden |
| shirakeru-白ける | bedorven [verpest] worden (sfeer); verveeld raken; saai worden; lusteloos worden |
| shirakobato- 白子鳩 | turkse tortel (Streptopelia decaocto) |
| shiran-紫蘭 | Japanse orchidee (Bletilla striata) |
| shirankao-知らん顔 | een (geveinsd] onschuldig gezicht); het voordoen alsof je iets niet weet |
| shiranui-不知火 | bioluminescentie, het uitstralen van licht door organismen in zee |
| shiraseru-知らせる | (iem.) informeren; laten weten; mededelen |
| shirasu-白子 | (een andere naam voor shirauo) ijsgrondel (Leucopsarion petersii) |
| shirasu-白子 | hele jonge visjes (m.n. ansjovis, sardines, e.d., worden in het geheel gegeten) |
| shirei-指令 | (dienst)bevel; order; instructies |
| shirei-死冷 | lijkkoude; algor mortis (dalende lichaamstemperatuur na overlijden) |
| shiremono-痴れ者 | idioot; dwaas; mafkees; domoor |
| shirewataru-知れ渡る | wijd verbreid [bekend] worden |
| shirikire-尻切れ | iets dat abrupt (voor het einde) stopt [afgebroken wordt] |
| shirikire-尻切れ | (afk, voor) korte Japanse strosandalen zonder hak |
| shirikirezōri-尻切れ草履 | korte Japanse strosandalen zonder hak |
| shirikon・barē-シリコン・バレー | Silicon Valley (in California, regio zijn veel technologiebedrijven) |
| shirimochi-尻餅 | (Edo-periode) mochi die werd gegeten wanneer een peuter al voor de eerste verjaardag zijn eerste stapjes had leren zetten |
| shirindā-シリンダー | (in motor) cilinder |
| shirindā-シリンダー | (vorm) cilinder |
| shirinuke-尻抜け | vergeetachtigheid; niet onthouden wat men zegt; het ene oor in en het andere oor uit laten gaan |
| shiritori-尻取り | een Japans woordspel (waarbij spelers om de beurt een woord zeggen dat begint met de laatste lettergreep (kana) van het vorige woord) |
| shiriusu-シリウス | de ster Sirius (alpha Canis Majoris, ook wel Hondsster genoemd |
| shiro-城 | kasteel; burcht; fort |
| shirobai-白バイ | politiemotor |
| shirokuban-四六判 | standaard Japans papierformaat (127 x 188 mm, het was oorspronkelijk papier van 788 x 1091 mm, dat in 1/32 werd gesneden) |
| shirokujira-白鯨 | de witte baleinen van de grijze walvis (worden gebruikt als knutselmateriaal) |
| shiromadara-白斑 | Japanse slang (Dinodon Lycodon orientalis) |
| shiron-史論 | historische verhandeling |
| shironanbā-白ナンバー | witte kentekenplaat (gebruikt voor personenauto's, in particulier bezit) |
| shironezumi-白鼠 | witte rat [muis]; laboratoriumrat |
| shirotae-白栲 | witte stof (geweven van vezels uit boomschors) |
| shirozumi-白炭 | witte steenkool (gefabriceerd door het drogen van gehakt hout boven een vuur, zonder carboniseren) |
| shirubā・shīto-シルバー・シート | zitplaatsen voor senioren en gehandicapten (in bus, trein, metro, etc.) |
| shīrudokōhō-シールド工法 | schild methode (constructiemethode voor het boren van tunnels, met een tunnelboormachine) |
| shiryō-史料 | historische materialen [verslagen; bronnen]; archief |
| shiryo-思慮 | overweging; behoedzaamheid; voorzichtigheid; discretie |
| shiryō-思量 | (zorgvuldige) afweging [overweging] |
| shiryōhensan-史料編纂 | geschiedschrijving; historiografie |
| shiryōhensan-史料編纂 | bundeling, samenvoeging historisch materiaal |
| shīsā-シーサー | (Okinawa) decoratie (van aardewerk), een beeld lijkend op een kruising van hond en leeuw, ter bescherming gezet bij poorten en op daken van huizen |
| shisai-詩才 | talent voor dichten; dichtgave |
| shisan-試算 | proefberekening; voorlopige [eerste] berekening |
| shisasuru-示唆する | suggereren; voorstellen; impliceren |
| shisatsu-刺殺 | steekmoord; doodsteek |
| shisei-市井 | een plek waar mensen samenkomen (vroeger in China was dat rond de waterput); dorp; straat; plein |
| shisei-私製 | door particulieren [particulieren bedrijven; organisaties] gemaakt [vervaardigd] |
| shisei-詩聖 | eretitel voor de Chinese dichter Du Fu (712 - 770) |
| shisei-資性 | aard; aangeboren kwaliteiten; natuurlijke talenten |
| shiseikaikaku-市政改革 | gemeentelijke hervorming(en) |
| shiseki-史跡 | historische plaats [gebouw]; locatie [gebouw] van historisch belang |
| shiseki-咫尺 | zeer korte afstand |
| shisen-支線 | zijlijn (van een spoorweg); toevoerleiding; aanvoerroute |
| shisha-死者 | een dode; overledene; gestorvene |
| shishiku-獅子吼 | (boeddh.) de zuivere [krachtige] waarheid prediken (en woord dat de preken van Boeddha vergelijkt met de kracht van het gebrul van een leeuw) |
| shishikyū-四死球 | (honkbal) een combinatie van vier wijd en een worp die de slagman direct raakt |
| shishin-指箴 | een waarschuwing [gebod] als leidraad dienend; moreel kompas |
| shishin-指針 | kompasnaald; wijzer; indicator |
| shishin-私信 | vertrouwelijke [geheime] correspondentie |
| shishin-詩神 | een voortreffelijke [uitmuntende] dichter |
| shishinden-紫宸殿 | de zaal voor staatsceremonies (in het keizerlijk paleis in Kyoto) |
| shishiodoshi-鹿威し | een bamboebuis waar water door loopt, die omklapt tegen een steen als hij vol is (werd vroeger gebruikt om vogels en dieren te verjagen) |
| shishitō-獅子唐 | een groene peper (soort: Capsicum annuum) |
| shishitōgarashi-獅子唐辛子 | een groene peper (soort: Capsicum annuum) |
| shisho-四書 | de vier klassieke (door Zhu Xi geselecteerde) confucianistische boeken (de Grote Leer, Doctrine van het midden, Gesprekken van Confucius, en Mencius) |
| shishō-四生 | (boeddh.) de vier manieren van geboren worden (foetale geboorte (levendbarend); eiboorte (eierleggend), natte geboorte (uit vocht), en transformatie) |
| shisho-支所 | filiaal; nevenvestiging; bijkantoor |
| shisho-支署 | filiaal; bijkantoor |
| shisho-死所 | en plek om voor te sterven (die de moeite waard is om voor te sterven) |
| shisho-私書 | (persoonlijke) correspondentie [brief]; persoonlijk (geschreven) document |
| shisho-私書 | geheime correspondentie |
| shishobako-私書箱 | een postbus (voor particulieren, in een postkantoor, m.n. hoofdkantoor; sinds 1872) |
| shishokan-私書函 | (oude benaming voor) postbus |
| shishū-刺繍 | borduurwerk |
| shishū-死臭 | de stank [doordringende geur] van een lijk [dood lichaam] |
| shishūsuru-刺繍する | borduren |
| shiso-紙塑 | vormkarton (gerecycled papierpulp) |
| shisō-詞藻 | poëtisch [bloemrijk] taalgebruik; stijlfiguur; poëtische uitdrukking [retoriek] |
| shisō-詩草 | een opzet voor [een voorlopige versie van] een gedicht |
| shisshiki-湿式 | natte methode; methode waarbij vloeistof wordt gebruikt |
| shisshoku-失職 | het zijn baan verliezen; werkloos worden |
| shissō-執奏 | het overbrengen van een mening aan de keizer [vorst] |
| shīsu-シース | (Eng. sheath) etui (voor potloden, pennen, messen, e.d.) |
| shīsurū-シースルー | doorkijk -; doorzichtig |
| shisuru-資する | bijdragen (aan); verschaffen; voorzien in; bevorderen |
| shisutemu・hausu-システム・ハウス | een bedrijf dat op maat gemaakte software en kant-en-klare systemen voor klanten ontwikkelt en verkoopt |
| shisutemu・kitchin-システム・キッチン | systeem keuken (een keuken die uit losse elementen naar keuze wordt opgebouwd) |
| shisutemu・konpōnento-システム・コンポーネント | een stereo set [stereotoren] (bestaande uit afspeelapparatuur, versterker en luidspreker) |
| shitaaji-下味 | het vooraf (voor het koken, braden, etc.) kruiden van voedsel |
| shitabaki-下履き | schoenen voor buitenshuis |
| shitaetsuke-下絵付け | onderglazuur decoratie |
| shitagau-従う | gehoorzamen; (na)volgen |
| shitageiko-下稽古 | repetitie; proefoptreden; oefenvoorstelling |
| shitagokoro-下心 | geheim verlangen [motief]; verborgen intentie; bijbedoeling |
| shitagoshirae-下拵え | ingrediënten klaarmaken voor het eten; voorbereidingen voor het koken; het voorkoken |
| shitaiishoku-死体移植 | transplantatie van een overleden donor |
| shitajiki-下敷き | basis; voorbeeld; patroon |
| shitajunbi-下準備 | voorbereiding(en) |
| shitakenbun-下検分 | vooronderzoek; voorinspectie; verkenning |
| shitaku-支度 | voorbereiding |
| shitamae-下前 | binnenste pand van een kledingstuk dat om het lichaam wordt gewikkeld (b.v. kimono) |
| shitami-下見 | een eerste inspectie [onderzoek]; vooronderzoek |
| shitan-紫檀 | rozenhout; paarsachtig hardhout (van de soort Pterocarpus) |
| shitashigoto-下仕事 | voorwerk; voorbereidend werk; aangenomen werk |
| shitashimu-親しむ | iemand goed leren kennen; bevriend zijn [worden] met; op vriendschappelijke voet staan met; vertrouwd raken met |
| shitashirabe-下調べ | vooronderzoek; voorbereiding(en) |
| shitasōdan-下相談 | voorbereidende [inleidende] gesprekken |
| shitatameru-認める | (zich) voorbereiden; zich klaarmaken; regelen |
| shitatameru-認める | organiseren; stappen ondernemen |
| shitatarazu-舌足らず | onduidelijke uitspraak door spraakgebrek; slissen; lispelen |
| shitatarazu-舌足らず | krom praten; slecht woordgebruik; onduidelijke uitleg |
| shitatenage-下手投げ | onderhandse worp |
| shitau-慕う | verlangen [smachten] naar; adoreren; verliefd zijn op; veel houden van |
| shitayomi-下読み | doorlezing; oefening; voorbereiding (op lessen, etc.) |
| shitazaya-下鞘 | een hoes voor een zwaard |
| shitazaya-下鞘 | lagere marktprijs (voor aandelen) |
| shitchi-失地 | verloren terrein [gebied] |
| shitchin-七珍 | (boeddh.) de Zeven Schatten (goud, zilver, parels, agaat, kristal, koraal, lapis lazuli) |
| shiteki-史的 | historisch |
| shitekiyuibutsuron-史的唯物論 | het historisch materialisme |
| shiten-支店 | filiaal; nevenvestiging; bijkantoor |
| shitetsu-私鉄 | particuliere spoorlijn |
| shiteyaru-為て遣る | (arch.) eten; wegwerken; verorberen |
| shiteyaru-為て遣る | slagen (in); bewerkstelligen; klaarspelen; lukken; vóór zijn; anticiperen |
| shitō-私闘 | conflict door persoonlijke rancune [wrok; wrevel] |
| shītoberuto-シートベルト | veiligheidsgordel; veiligheidsriem; stoelriem |
| shītopairu-シートパイル | metalen beschoeiing [damwand] (voor grondwerkzaamheden) |
| shītopia-シートピア | seatopia (experimentele onderwater habitat door Japan ontwikkeld in de jaren 1970) |
| shitsu-質 | aard [karakter]; (aangeboren) aanleg [talent] |
| shitsudokushō-失読症 | dyslexie; woordblindheid |
| shitsuji-執事 | (Tokugawa periode) benaming voor een jongeling in het shogunaat |
| shitsuji-執事 | (Muromachi periode) plaatsvervangend functionaris voor de shogun |
| shitsumeisuru-失明する | blind worden |
| shitsumujikan-執務時間 | werktijd; kantooruren; spreekuren |
| shitsumushitsu-執務室 | kantoor |
| shitsunaikyōgi-室内競技 | zaalsport; indoorsport |
| shitsunaipūru-室内プール | indoorzwembad; binnenzwembad |
| shitsunaiyōsankyakuīzeru-室内用三脚イーゼル | radiale atelierezel (voor schilderij) |
| shittakaburi-知ったかぶり | het veinzen [voorwenden] (dat men alles weet of helemaal op de hoogte is) |
| shitten-失点 | (in een spel of wedstrijd) een verloren punt; een punt dat men zomaar weggeeft |
| shiwa-史話 | verhaal gebaseerd op een historische gebeurtenis |
| shiwa-詩話 | lezing [voordracht] over poëzie |
| shiwagareru-嗄れる | schor [hees] worden |
| shiwake-仕分け | sortering; classificering; indeling |
| shiyōkigen-使用期限 | vervaldatum; houdbaarheidsdatum (niet voor levensmiddelen) |
| shiyui-思惟 | (boeddh.) wijsheid verkrijgen door diepe gedachten [bedachtzaamheid] |
| shiyūmozaiku-雌雄モザイク | (biologie) gynandromorfisme (dieren die uiterlijk sterk op een mannetje lijken, maar toch een vrouwtje zijn) |
| shizan-死産 | geboorte van een dood kind; doodgeboorte |
| shizanji-死産児 | doodgeboren kind |
| shizenkikashokubutsu-史前帰化植物 | prehistorische genaturaliseerde planten |
| shizumarikaeru-静まり返る | doodstil worden |
| shizuru・sēru-シズル・セール | (Eng.: sizzle sales) verkooptechnieken om de kooplust van klanten te bevorderen |
| shī・ai-シー・アイ | bedrijfsidentiteit; huisstijl (Corporate Identity) |
| shī・dī-シー・ディー | (cash discount) korting voor contante betaling |
| shī・dī-シー・ディー | Corps Diplomatique |
| shī・dī・āru-シー・ディー・アール | CD-R, compact disc recordable (kan slechts één keer worden beschreven, daarna meerdere keren worden gelezen) |
| shī・esu-シー・エス | (community school) brede school (combinatie van basisschool en extra voorzieningen in één gebouw) |
| shī・esu-シー・エス | (convenience store) gemakswinkel |
| shī・kyū-シー・キュー | (call to quarters) code die gebruikt wordt bij communiceren via morsecode |
| shī・yū・ai-シー・ユー・アイ | (character user interface) gebruikersinterface die gebruik maakt van tekst om opdrachten en informatie weer te geven bij computerbewerkingen |
| shō-小 | (voorvoegsel) klein; kort; kleiner; jonger; lager |
| sho-書 | (afk. voor) het Boek der Documenten (Chinees historisch werk) |
| shō-笙 | blaasinstrument dat wordt gebruikt voor traditionele Japanse gagaku muziek |
| shō-頌 | stijlvorm (soms ook in dichtvorm) in kanbun ter verheerlijking [lofprijzing] van keizers en edelen |
| shō-頌 | Chinese dichtvorm in Het Boek der Liederen [Boek der Oden] (Shijing) |
| shōatsuyaku-昇圧薬 | vasopressor (medicijn) |
| shōatsuzai-昇圧剤 | vasopressor (medicijn) |
| shobadai-所場代 | standplaats belasting (als afpersing door yakuza) |
| shōbō-消防 | brandweer; afkorting voor brandweerman [brandweervrouw] of brandweerwagen |
| shōbō-焼亡 | het afvoerbranden; verbranden; door brand verloren gaan |
| shōbōhō-消防法 | brandverordening(en) |
| shōbōjōrei-消防条例 | brandweervoorschrift |
| shōbu-菖蒲 | kalmoes (Acorus calamus) |
| shōbun-小文 | kort geschrift; korte tekst |
| shōbun-性分 | aard; aangeboren karakter |
| shōchi-勝地 | plaats met goed uitzicht; schilderachtige plek; plaats van historisch belang |
| shōchikubai-松竹梅 | (metafoor voor rangschikking van niveaus) hoogste [eerste] rang (松), middelste [tweede] rang (竹), en laagste [derde] rang (梅) |
| shōchikubai-松竹梅 | den, bamboe en pruimenboom (omdat ze alle drie goed tegen de kou kunnen, worden ze in China ook wel de Drie Vrienden van de Winter genoemd) |
| shōchikubai-松竹梅 | den, bamboe en pruimenboom (in Japan symbolen van geluk, en gebruikt bij decoraties van feesten, e.d.) |
| shochō-所長 | hoofd [leider; chef, e.d.] (van een bijkantoor, onderzoeksinstelling, gevangenis, e.d.) |
| shōchō-省庁 | overheidskantoren; ministeries |
| shōchō-省庁 | de overheid; de autoriteiten |
| shōchoku-詔勅 | (keizerlijk) decreet; (keizerlijke) verordening |
| shōchūhaibōru-焼酎ハイボール | shochu highball, Japanse cocktail (oorspronkelijk shōchū met koolzuurhoudend water en citroen, tegenwoordig ook met wodka en in allerlei smaken) |
| shōdābijon-ショーダービジョン | shore radar television (televisieontvangst via radarapparatuur op het vasteland) |
| shōdai-昭代 | roemrijke heerschappij; glorieus tijdperk; vreedzame en welvarende periode |
| shōdaku-承諾 | toestemming; akkoord; instemming; goedkeuring |
| shodan-処断 | vonnis; het vellen van een oordeel; een uitspraak doen |
| shōden-承伝 | overlevering; het erven en doorgeven [overnemen]; traditie |
| shōden-正伝 | één van de Jōruri scholen van het traditionele poppentheater in Japan |
| shōdō-衝動 | aanzetting [aansporing] (aan iemand om iets te doen) |
| shodōsōsa-初動捜査 | het eerste onderzoek; initieel onderzoek (door de politie); vooronderzoek |
| shōfū-松風 | (het geluid van) de wind die waait door de dennenbomen |
| shōfū-正風 | correcte haiku-stijl (de stijl van Matsuo Bashō) |
| shōfū-正風 | correcte houding; correct uiterlijk [voorkomen]; correcte (literaire) stijl |
| shōfū-蕉風 | correcte haiku-stijl (de stijl van Matsuo Bashō) |
| shōfūtei-正風体 | correcte haiku-stijl (de stijl van Matsuo Bashō) |
| shōfūtei-正風体 | correcte houding; correct uiterlijk [voorkomen]; correcte (literaire) stijl |
| shōgaigakushū-生涯学習 | levenslange training [oefening] (in technische vaardigheden, kunstvormen, e.d.) |
| shōgaishafukushi-障害者福祉 | welzijnsvoorziening voor gehandicapten |
| shōgaishakea-障害者ケア | gehandicaptenzorg |
| shōgaishakenrijōyaku-障害者権利条約 | Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (New York, 13-12-2006) |
| shōgaishakyōiku-障害者教育 | special onderwijs (voor mensen [kinderen]) met een beperking |
| shōgaishasupōtsu-障害者スポーツ | gehandicaptensport |
| shōgaisupōtsu-生涯スポーツ | levenslang sporten; sport die je altijd kan doen (ongeacht leeftijd) voor de gezondheid en recreatie |
| shogaku-初学 | iemand die voor het eerst studeert; iemand die begint met leren |
| shōgiban-将棋盤 | shogi (speel)bord |
| shōgyōshisetsu-商業施設 | commerciële voorziening; commercieel gebouw (zoals winkelcentrum, warenhuis, outlet etc.) |
| shōhenshōsetsu-掌編小説 | buitengewoon kort verhaal; handpalmverhaal (flash fiction) |
| shōhikigen-消費期限 | de vervaldatum (voornamelijk van voedsel); de uiterste houdbaarheidsdatum [gebruiksdatum] |
| shōhinaridakachō-商品有高帳 | voorraadregister |
| shōhishanundō-消費者運動 | consumenten organisatie (ter bescherming van consumentenbelangen) |
| shohō-処方 | voorschrift; recept |
| shōhon-正本 | manuscript; originele tekst |
| shoi-所為 | gevolg; oorzaak; reden |
| shoichinen-初一念 | oorspronkelijke bedoeling [wens] |
| shōin-勝因 | de oorzaak van [sleutel tot] het succes [de overwinning] |
| shōin-小引 | kort voorwoord; kleine inleiding |
| shoin-所員 | (kantoor)medewerker; personeel; staf |
| shoin-書院 | alkoof voor schrijfactiviteiten |
| shoin-書院 | (China) studieplaats (van literatuurwetenschappers); privé-school (voor (hogere) studiedoeleinden) |
| shoinage-背負い投げ | schouderworp (judo) |
| shoinzukuri-書院造り | Shoin-zukuri, Japanse architectuurstijl (uit de Muromachi-, Momoyama- en Edo-periodes; wordt nog steeds toegepast in hedendaagse Japanse huizen) |
| shōji-少時 | korte tijd; moment; ogenblik |
| shōji-生死 | van geboorte tot dood; een mensenleven |
| shōjin-精進 | (boeddh.) (religieuze) zuivering; het naleven van de boeddhistische voorschriften; vegetariër worden |
| shōjiru-生じる | produceren; opbrengen; genereren; voortkomen uit; veroorzaken; teweegbrengen; verwekken |
| shōjiten-小辞典 | klein woordenboek; zakwoordenboek |
| shojō-書状 | (afk. voor) (priester) functionaris in een Zen tempel belast met correspondentie; secretaris |
| shōjō-賞状 | certificaat van onderscheiding; oorkonde |
| shōjōbakama-猩々袴 | Japanse hyacint (Heloniopsis orientalis) |
| shojoenzetsu-処女演説 | maidenspeech (eerste redevoering als volksvertegenwoordiger) |
| shojōjisha-書状侍者 | (priester) functionaris in een Zen tempel belast met correspondentie; secretaris |
| shojokaitai-処女懐胎 | maagdelijke geboorte (van Christus) |
| shōka-娼家 | bordeel; huis van ontucht |
| shōka-昇華 | sublimatie (een chemisch proces waarbij een stof van vaste fase direct overgaat naar gasvormige fase) |
| shōka-消化 | het opnemen [verwerken] van informatie; absorptie; voltooiing |
| shokai-初会 | eerste ontmoeting; het voor de eerste keer bijeenkomen |
| shōkaisuru-紹介する | introduceren; (iem.) voorstellen |
| shōkaki-消化器 | spijsverteringsorgaan |
| shōkan-小閑 | een korte (adem)pauze (tussen andere activiteiten door) |
| shokan-書函 | brievenbak; opbergdoos voor brieven |
| shokan-書簡 | correspondentie; brief |
| shōkei-捷径 | een kortere weg |
| shoken-初見 | iets voor het eerst [de eerste keer] zien |
| shoken-初見 | muziek (voor het eerst) spelen direct van bladmuziek |
| shōken-小見 | kortzichtigheid; bekrompen blik [mening] |
| shoken-書剣 | pen (lett.: boek) en zwaard (voorwerpen die geleerden en schrijvers vroeger altijd bij zich hadden) |
| shōken-正見 | (boeddh.) het juiste [correcte] inzicht |
| shōkendaikō-証券代行 | effectenbureau (doet administratief werk voor het bedrijf dat de aandelen heeft uitgegeven) |
| shōkengaisha-証券会社 | effectenkantoor |
| shōkentōshi-証券投資 | beleggingseffecten; portefeuillebeleggingen |
| shoki-所記 | (taalkunde) vorm; teken; geluid (signified) |
| shōki-詳記 | gedetailleerde beschrijving; uitvoerig [gedetailleerd] verslag [rapport] |
| shokijōken-初期条件 | de beginvoorwaarde; de initiële voorwaarde |
| shokisettei-初期設定 | (computer; radio, etc.) voorkeurinstellingen; oorspronkelijke instellingen; de basisconfiguratie |
| shokkiri-初っ切り | komische act van sumoworstelaars van lagere rang (bij demonstratiewedstrijden) |
| shōkō-商港 | handelshaven (voor handelsvloot, passagiersschepen, vrachtschepen, e.d.) |
| shōkō-小康 | (fig.) een korte adempauze; stabiele [rustige] periode (in de wereld) |
| shōkō-昇降 | het floreren [vooruitgaan] en achteruitgaan |
| shōkō-消光 | het doorbrengen van tijd |
| shokō-諸公 | (term voor het respectvol aanspreken van een aantal mensen) dames en heren; hooggeëerd publiek |
| shōkodateru-証拠立てる | bewijsstuk voorleggen; bewijs leveren |
| shōkokin-証拠金 | waarborgsom; geld in deposito geplaatst |
| shōkon-性根 | energie; kracht; vitaliteit; doorzettingsvermogen; vastberadenheid; vasthoudendheid |
| shōkori-性懲り | leren door (bittere) ervaring; door ervaring wijzer worden |
| shōkotsuban-小骨盤 | het kleine bekken (pelvis minor) |
| shōkotsukyoku-踵骨棘 | hielspoor (spina calcanei) |
| shoku-色 | wordt gebruikt om kleuren te tellen |
| shokuba-職場 | werkplek; werkplaats; kantoor |
| shokubai-触媒 | katalysator |
| shokugyōanteijo-職業安定所 | overheidsdienst voor arbeidsvoorziening [arbeidsbemiddeling] |
| shokuhi-食費 | de prijs [kosten] voor het eten [de maaltijden] |
| shokumushitsumon-職務質問 | politieondervraging; politieverhoor |
| shokun-諸君 | (term voor het beleefd aanspreken van een aantal mensen, vaak m.b.t. een geheel mannelijk gezelschap) geachte aanwezigen |
| shokunōkyū-職能給 | salaris [loon] dat is gebaseerd op de functiebeoordeling [functiewaardering; werk evaluatie]] |
| shokuryō-食糧 | voedingsmiddelen; voedselvoorraad; proviand |
| shokuryōfusoku-食糧不足 | voedseltekort; voedselschaarste; voedselgebrek |
| shokushō-食傷 | oververzadiging; het teveel (dezelfde dingen) eten; genoeg hebben [beroerd worden] van veel hetzelfde eten [horen] |
| shokushu-職種 | werkclassificatie; beroeps-categorie; soort baan |
| shokusuru-嘱する | een boodschap [bericht] doorgeven [overbrengen] |
| shokuyōgaeru-食用蛙 | (andere naam voor) Amerikaanse stierkikker [brulkikker] (Lithobates catesbeianus) |
| shokuyōshikiso-食用色素 | voedingskleurstof; kleurstof (voor etenswaren) |
| shokuzen-食前 | voor de maaltijd; voor het eten |
| shōkyaku-消却 | doorhaling; opheffing; verwijdering; uitwissing |
| shōkyakushikin-償却資金 | fonds [financiële reserve] die wordt aangelegd voor afschrijving van vaste activa |
| shokyō-書経 | het Boek der Documenten (Chinees historisch werk) |
| shōkyoku-小曲 | een kort [klein] liedje [muziekstukje] |
| shokyū-初球 | (honkbal) de eerste worp van de pitcher |
| shōkyū-昇級 | bevordering; promotie; stijging in rang; vooruitgang |
| shōkyūshi-小休止 | korte vakantie [onderbreking; rustpauze; rustperiode] |
| shōmanshippu-ショーマンシップ | propagandistisch talent; gave voor het publiekstrekken |
| shōmen-正面 | voorzijde; voorkant |
| shōmen-正面 | rechtdoor |
| shōmikigen-賞味期限 | houdbaarheidsdatum (voor levensmiddelen); uiterste consumptiedatum |
| shominteki-庶民的 | volks; ordinair; populair |
| shōnen-正念 | mindfulness (vorm van boeddhistische meditatie) |
| shonichi-初日 | de eerste dag; openingsdag; de première (van een voorstelling) |
| shonin-初任 | eerste benoeming [functie]; het voor het eerst in dienst zijn |
| shōnotsuki-小の月 | korte maand (met minder dan 31 dagen) |
| shonyū-初乳 | colostrum; biest; voormelk (de eerste melk na een bevalling) |
| shōō-照応 | anafoor (stijlfiguur) |
| shoppai-塩っぱい | fronsend; chagrijnig [stuurs; nors] kijkend |
| shōrai-招来 | het veroorzaken [teweeg brengen] |
| shōrai-松籟 | het geluid van de wind die waait door pijnbomen |
| shōraisei-将来性 | toekomstperspectief; mogelijkheid; belofte (voor de toekomst) |
| shōraisuru-招来する | veroorzaken; teweeg brengen; aanleiding geven tot; leiden tot |
| shōran-ショーラン | (short range navigation) navigatiehulpmiddelen voor de korte afstand |
| shōrei-奨励 | aanmoediging; stimulering; aansporing |
| shōrei-省令 | ministrieel besluit; ministeriële verordening |
| shōri-勝利 | (boeddh.) gave [gift, schenking] (als beloning voor goede daden) |
| shorinōryoku-処理能力 | verwerkingscapaciteit, doorvoer [doorstroom] capaciteit |
| shōro-松露 | shōro (eetbare paddenstoel, Rhizopogon rubescens) |
| shōroku-詳録 | gedetailleerd verslag; uitgebreide documentatie [informatie] |
| shōron-小論 | kort essay [artikel; opstel] |
| shoron-所論 | (mijn) mening [standpunt; theorie] |
| shorui-書類 | document; formulier; akte |
| shoruisōken-書類送検 | doorsturing [verwijzing; renvooiering] van een strafzaak met bewijstukken, geschriften, documenten e.d. |
| shōryaku-省略 | afkorting; inkorting |
| shōryakuji-省略時 | standaard; norm |
| shōryōe-精霊会 | een herdenkingsdienst die wordt gehouden in de Shitennoji- tempel, op de sterfdag van prins Shotoku (22 februari volgens de maankalender) |
| shosa-所作 | (theater) dans; acteren; dans of dansdrama in Kabuki (afk. voor: 所作事) |
| shosanpu-初産婦 | primipara; vrouw die voor het eerst een kind heeft gebaard; vrouw die in verwachting is van haar eerste kind |
| shosei-初生 | net geboren zijn |
| shosei-初生 | eerstgeborene |
| shōsei-小生 | (formeel, bescheiden, mannelijk taalgebruik) ik |
| shosei-所生 | geboorteplaats |
| shosei-所生 | een geboren kind; baby |
| shosei-書生 | inwonende student, die voor de hoofdbewoner werkzaamheden doet voor kost en inwoning |
| shōseki-証跡 | bewijs; bewijsmateriaal; spoor |
| shōsen-商戦 | handelsoorlog |
| shōsen-省線 | nationale spoorweg (onder het beheer van het spoorweg ministerie van 1920 tot 1943) |
| shosen-緒戦 | het begin van een oorlog [strijd] |
| shōsenkyokuhireidaihyōheiritsusei-小選挙区比例代表並立制 | kiesstelsel bestaande uit kiesdistricten met één zetel en proportioneel vertegenwoordigde kiesdistricten met meerdere zetels |
| shosetsu-諸説 | verschillende meningen [theorieën; verklaringen] |
| shoshi-初志 | de oorspronkelijke bedoeling |
| shōshi-小史 | een korte geschiedenis; kort historisch overzicht |
| shōshi-小子 | (nederig woord (van een student) voor) ik; mij |
| shōshi-小子 | aanspreektitel van een leraar voor zijn leerling |
| shōshi-尚歯 | (archaïsch) respect voor de ouderen |
| shoshi-書誌 | uitleg en beschrijving van boeken (over formaat, materiaal (grondstoffen) en productiewijze) |
| shōshi-焼死 | dood door verbranding |
| shoshi-諸子 | (afk. voor) de Honderd Scholen van het denken (China, voor 220 v.Chr. ) |
| shōshi-賞詞 | lofrede; lovende woorden |
| shoshihyakka-諸子百家 | de Honderd Scholen van het denken (China, voor 220 v.Chr. ) |
| shōshika-少子化 | daling van het geboortecijfer; vermindering van het aantal kinderen |
| shōshikai-尚歯会 | bijeenkomst [feest] voor ouderen |
| shoshiki-書式 | formulier; formaat; opmaak (een vaste manier om documenten te schrijven, zoals b.v. certificaten) |
| shōshikōreika-少子高齢化 | een dalend geboortecijfer in combinatie met een vergrijzende bevolking (resulterend in demografische krimp) |
| shoshin-初審 | het eerste proces; de eerste hoorzitting |
| shōshin-昇進 | bevordering; promotie |
| shōshin-焦心 | ongeduld; opwinding; bezorgdheid |
| shōshin-焼身 | zelfverbranding; zelfmoord door verbranding |
| shōshinjisatsu-焼身自殺 | zelfverbranding; zelfmoord door verbranding |
| shoshinryō-初診料 | de vergoeding voor het eerste consult (van een patiënt) |
| shōshinsuru-昇進する | bevorderd worden |
| shōshitsu-焼失 | verwoesting [vernietiging] door brand |
| shōsho-小暑 | het (milde) begin van de steeds warmer wordende zomerperiode (rond 7 juli) |
| shōshō-少将 | generaal-majoor |
| shōshō-少少 | (beleefder synoniem voor 少し) een beetje; eventjes |
| shōsho-詔書 | (keizerlijk) decreet; (keizerlijke) verordening |
| shōshoku-少食 | het weinig eten; kleien porties [hapjes] eten |
| shōshū-消臭 | deodorisatie |
| shoshu-諸種 | verschillende soorten |
| shoshutsu-庶出 | geboorte buiten het huwelijk; |
| shoshutsu-所出 | geboorte |
| shoshutsu-所出 | geboorteplaats |
| shōshūzai-消臭剤 | deodorant; luchtverfrisser |
| shōsō-尚早 | voorbarigheid; ontijdigheid |
| shosō-諸相 | verschillende aspecten [verschijningen; fasen; vormen] |
| shōsōin-正倉院 | de naam voor een repositorium [magazijn] voor kunstschatten van een boeddhistische tempel (zoals de Todai-ji, in Nara) |
| shōsoku-消息 | verblijfplaats; omstandigheid; situatie; voortgang |
| shōsokusuji-消息筋 | informatiebronnen; welingelichte kringen |
| shōsokutsū-消息通 | een kenner; insider; goed geïnformeerd persoon; |
| shōsuru-称する | zich voordoen als; pretenderen |
| shōtai-正体 | originele [natuurlijke] vorm; ware verschijning |
| shōtai-正体 | (shinto) de geest van een god(heid) die in een voorwerp huist |
| shotaijimiru-所帯じみる | uitgeput raken (door huishoudelijke zorgen] |
| shotaijimiru-所帯じみる | huiselijk [huishoudelijk] worden |
| shōto-ショート | kort |
| shōto-ショート | (short selling) het verkopen van effecten die men niet in eigen bezit heeft (om snel te kunnen anticiperen op koerswisselingen) |
| shōto-ショート | kort rok; minirok |
| shōto-ショート | (short circuit) kortsluiting |
| shōto-ショート | kort haar |
| shōto-ショート | (honkbal) korte stop |
| shōtohando-ショートハンド | stenografie; korte wijze van uitdrukken [noteren] |
| shōtoku-生得 | aangeboren kwaliteit [gave; talent]; aard; karakter |
| shōtoningu-ショートニング | verkorting; inkorting |
| shōtosutoppu-ショートストップ | (honkbal) korte stop |
| shōto・aian-ショート・アイアン | golfstok ijzer 8 of 9 (voor korte afstanden) |
| shōto・hea-ショート・ヘア | kort haar |
| shōto・katto-ショート・カット | kortere weg |
| shōto・katto-ショート・カット | kortgeknipt kapsel (voor vrouwen) |
| shōto・puroguramu-ショート・プログラム | kort programma; korte kuur (kunstschaatsen) |
| shōto・sākitto-ショート・サーキット | kortsluiting |
| shōto・shōto-ショート・ショート | buitengewoon kort verhaal; handpalmverhaal (flash fiction) |
| shōto・sukāto-ショート・スカート | korte rok; minirok |
| shōto・sutōrī-ショート・ストーリー | kort verhaal; novelle |
| shōtsu-ショーツ | korte broek; short |
| shottetatsu-背負って立つ | de steunpilaar zijn voor; de volle verantwoordelijkheid dragen voor |
| shotto-ショット | borrel; een glas sterke drank |
| shotto-ショット | (sport) schot; slag |
| shou-背負う | (fig.) (de last) op de schouders dragen; verantwoordelijkheid nemen voor |
| shōwa-唱和 | het in koor zingen [zeggen; juichen; roepen; antwoorden] |
| shōwa-小話 | kort verhaal; anekdote |
| shōwa-笑話 | grappig [humoristisch; amusant; vermakelijk] verhaal |
| shōya-庄屋 | dorpshoofd; hoofdman van een dorp |
| shōyaku-抄訳 | een beknopte [verkorte] vertaling; een vertaling van een gedeelte van een tekst |
| shōyō-商用 | voor zaken; zakelijke handelingen [activiteiten] |
| shōyō-従容 | rust; ontspanning; onbezorgdheid |
| shōyō-慫慂 | advies; aanbeveling; aansporing |
| shōyōbun-商用文 | zakelijke brief; zakelijke correspondentie |
| shōza-正座 | de ereplaats (voor de (belangrijke) gast) |
| shōzō-肖像 | portret; beeltenis |
| shōzōga-肖像画 | (geschilderd) portret; portrettekening |
| shōzōgaka-肖像画家 | portretschilder; portrettekenaar |
| shōzōken-肖像権 | portretrecht; beeldrecht |
| shozoku-所属 | verwantschap; connectie; horend bij |
| shozokuchō-所属長 | leidinggevende; supervisor |
| shozokusuru-所属する | (be)horen bij |
| shōzōshashin-肖像写真 | portretfoto |
| shōzui-祥瑞 | goed [gunstig] voorteken |
| shōzuru-生ずる | produceren; opbrengen; genereren; voortkomen uit; veroorzaken; teweegbrengen; verwekken |
| shū-秀 | voortreffelijkheid; uitmuntendheid |
| shu-首 | woord dat wordt gebruikt om Chinese en Japanse gedichten (zoals tanka, e.a.) te tellen |
| shubetsu-種別 | classificatie; sortering |
| shubi-守備 | (sport) verdediging; veldbezetting |
| shūbi-愁眉 | bezorgde blik; gefronste wenkbrauwen |
| shubihan'i-守備範囲 | (sport) gebied dat men geacht wordt te (kunnen) verdedigen; verdedigings-reikwijdte |
| shūbunnohi-秋分の日 | herfstnachtevening, Japanse nationale feestdag voor de viering van het begin van de herfst (op 22 of 23 september) |
| shūchūgōu-集中豪雨 | plaatselijke stortbui [regenval] |
| shūdankasuru-集団化する | een groep vormen |
| shūdansoshō-集団訴訟 | (juridisch) groepsvordering; classaction |
| shueishitsu-守衛室 | wachthuis; wachtlokaal; ruimte voor de bewaking |
| shūen-終演 | einde van een show [voorstelling] |
| shuen-酒宴 | feest; borrel; banket |
| shūgi-祝儀 | gage; fooi; gift (b.v. bloemen voor een artiest) |
| shūgiin-衆議院 | het (Japanse) Lagerhuis; Kamer van volksvertegenwoordigers; Tweede Kamer (der Staten-Generaal) |
| shūgin-秀吟 | een prachtig [voortreffelijk] lied [gedicht] |
| shugyō-執行 | (boeddh.) hoofdpriester die verantwoordelijk is voor administratie en tempelzaken |
| shūgyō-終業 | einde van de werkdag; kantoor sluitingstijd |
| shūhai-集配 | het ophalen en afleveren [bezorgen] (van iets) |
| shuhan-主犯 | leider (m.b.t. een misdaad of misdrijf); voornaamste pleger [dader; schuldige] |
| shuhitsu-朱筆 | correctie; verbetering; verandering (in een tekst, met rode pen (of penseel) |
| shuhō-主峰 | voornaamste top [bergpiek] in een bergketen |
| shuhō-主砲 | het grootste kaliber kanon (van een oorlogsschip) |
| shūhō-週報 | weekrapport |
| shuin-主因 | hoofdoorzaak; belangrijkste factor; drijfveer |
| shuin-朱印 | rood zegel; rode stempelafdruk (vanaf de Muromachi periode tot de Edo-periode voor officiële documenten van het shogunaat) |
| shūin-衆院 | het (Japanse) Lagerhuis; Kamer van volksvertegenwoordigers |
| shuji-主事 | hoofdopzichter; toezichthouder; degene die de primaire verantwoordelijkheid draagt |
| shuji-主事 | (zenboeddhisme) opzichter; secretaris; kok; beheerder (voor 1 jaar) |
| shūji-修辞 | spreekwijze; retorisch middel; stijlfiguur |
| shuji-種子 | zaad; zaadkorrel |
| shuji-種子 | (shingon boeddhisme) sanskriet letter (het zaad, dat een boeddha of bodhisattva vertegenwoordigt) (ook 種子-しゅうじ) |
| shūjigaku-修辞学 | retorica |
| shūjin-囚人 | gevangene; gedetineerde (door de strafrecht herziening van 1995 formeel niet langer in gebruik) |
| shūjinfuku-囚人服 | gevangenisuniform; gevangeniskleren |
| shūjitsu-終日 | de hele dag (door) |
| shūki-宗規 | religieuze voorschriften |
| shuki-手記 | (voor zichzelf opgeschreven) notities [aantekeningen]; herinneringen; memoires |
| shūki-終期 | (jur.) eindtermijn (voor een rechtshandeling) |
| shūkidome-臭気止め | deodorant |
| shūkinbukuro-集金袋 | envelop waarin men geld voor een betaling doet |
| shukkasashizusho-出荷指図書 | leveringsvoorschrift; leverantie voorwaarden; verschepingsvoorschriften |
| shukketsu-出血 | bloeding; hemorragie |
| shukko-出庫 | levering vanuit een voorraadmagazijn [depot] |
| shūkō-衆口 | publieke opinie; algemeen oordeel |
| shukōgyō-手工業 | ambachtelijke sector |
| shūku-秀句 | woordspeling; kwinkslag |
| shukuaku-宿悪 | (boeddh.) slechte daden gepleegd in een vorig leven |
| shukubō-宿坊 | (eufemistisch) bordeel |
| shukubō-宿坊 | ruimte voor shinto-priesters voor religieuze reiniging [purificatie] e.d |
| shukubō-宿坊 | verblijfsplaats voor pelgrims in een tempel |
| shukugan-宿願 | (boeddh.) een wens [gelofte] uit een vorig leven |
| shukugō-宿業 | karma (het resultaat van goede en slechte daden in een vorig leven) |
| shukusei-粛正 | verordeningen; strikte handhaving van discipline (en aanpak van fraude) |
| shukushō-縮小 | vermindering; korting; aftrek; afname |
| shukushōsuru-縮小する | verminderen; korten; aftrekken |
| shūkyōdantai-宗教団体 | religieuze organisatie [groep] |
| shūkyōhōjin-宗教法人 | religieuze organisatie [onderneming] (zonder winstbejag) |
| shūkyōkaikaku-宗教改革 | (protestantse) Reformatie |
| shūmaku-終幕 | het einde van iets (van een voorstelling, show, zaak, etc.) |
| shūmatsuiryō-終末医療 | (med.) terminale zorg |
| shūmatsukiiryō-終末期医療 | terminale (medische) zorg |
| shumi-趣味 | smaken; voorkeuren |
| shumoku-種目 | categorie; discipline; onderdeel |
| shumon-守門 | poortwachter |
| shumon-守門 | poortwacht; poortbewaking (van een stad, kasteel e.d.) |
| shun-旬 | seizoen; hoogseizoen; het seizoen voor... |
| shunbunnohi-春分の日 | lentenachtevening, Japanse nationale feestdag voor de viering van het begin van de lente (op 20 of 21 maart) |
| shunbunten-春分点 | lentepunt; voorjaarsequinox; lentenachtevening |
| shundei-春泥 | modder door gesmolten sneeuw in de lente |
| shūnen-執念 | vastberadenheid; hardnekkingheid; volharding; doorzettingsvermogen |
| shungiku-春菊 | gekroonde ganzenbloem (Chrysanthemum coronarium) |
| shungyō-春暁 | dageraad [zonsopgang; ochtendgloren] in de lente |
| shuninteate-主任手当て | toelage [financiële vergoeding] voor leerkrachten met aanvullende administratieve taken |
| shunkashūtō-春夏秋冬 | de 4 seizoenen; het hele jaar (door) |
| shunki-春季 | de lente; het voorjaar; het lenteseizoen |
| shunōkeru-シュノーケル | snorkel (duikuitrusting) |
| shunpō-皴法 | in oosterse schilderijen een techniek waarbij extra inkt wordt toegevoegd om de oneffenheden van bergen, rotsen, e.d. realistischer weer te geven |
| shunran-春蘭 | nobele orchidee (Cymbidium goeringii) |
| shuperioritī・konpurekkusu-シュペリオリティー・コンプレックス | superioriteitscomplex |
| shuppinsuru-出品する | tentoonstellen; exposeren; uitstallen; (iets) inzenden voor een tentoonstelling [veiling] |
| shupurehikōru-シュプレヒコール | spreekkoor |
| shupūru-シュプール | skispoor; loipe |
| shūraku-集落 | woonplaats, woonkern (dorp, gehucht, stad); gemeenschap |
| shūren-修練 | geestelijke en technische training (in kunstvormen, vechtkunsten e.d.) |
| shuriken-手裏剣 | stervormig werpmes |
| shurō-鐘楼 | klokkentoren |
| shūru-シュール | (afk. voor) surrealisme |
| shurui-種類 | soort; type; variëteit; categorie |
| shūryō-収量 | de hoeveelheid van een doelstof die wordt verkregen door zuivering, synthese, etc. |
| shuryū-主流 | hoofdtak [hoofdschool] (van een groepering, organisatie e.d.) |
| shuryū-主流 | (fig.) hoofdstroom; heersende stroming; voornaamste trend [richting] (in kunst, cultuur, e.d.) |
| shusai-主催 | sponsoring; promotie; steun |
| shūsaku-習作 | een voorstudie [oefenstuk] (voor een kunstwerk of muziekstuk); compositie |
| shūsan-秋蚕 | zijderups (van de soort die in de zomer tot de late herfst tot ontwikkeling komt) |
| shūsei-修正 | verbetering; correctie; rectificatie; revisie; amendement |
| shuseki-主席 | de voorzitter; het hoofd; de leider |
| shuseki-酒席 | banket; feest; borrel |
| shuseki-首席 | leider; voorzitter; hoofd |
| shusen-酒仙 | een zware drinker; drankorgel; iemand die veel sterke drank drinkt |
| shūsenkinenbi-終戦記念日 | herdenkingsdag voor het einde van de oorlog (in Japan op 15 aug.) |
| shushi-種子 | zaad; zaadkorrel |
| shūshi-終始 | van begin tot eind; voortdurend; onveranderlijk; altijd |
| shūshikei-終止形 | (taalkunde) shūshikei (in klassiek Japans, eindvorm; woordenboekvorm) |
| shushō-主将 | aanvoerder (van een sportteam) |
| shusho-朱書 | iets (een correctie, e.d.) dat in rode inkt is geschreven |
| shūshoku-愁色 | bezorgde [angstige; sombere] blik; somberheid |
| shūshokugo-修飾語 | (taalkunde) bepaling; bepalend woord |
| shūshokunan-就職難 | moeilijk werk kunnen vinden (door een tekort aan werkgelegenheid) |
| shūshokushiken-就職試験 | een test [examen] om te kunnen beoordelen of een kandidaat geschikt is voor baan |
| shussan-出産 | bevalling; baring; geboorte |
| shussan'iwai-出産祝い | felicitaties [cadeaus] bij een geboortefeest |
| shussan'iwai-出産祝い | geboortefeest |
| shussei-出生 | geboorte |
| shusshi-出仕 | naar kantoor [het werk] gaan (vooral gebruikt door ambtenaren) |
| shusshinchi-出身地 | geboorteplaats; bakermat; plaats waar men is opgegroeid |
| shusshisuru-出仕する | naar kantoor [het werk] gaan |
| shussho-出所 | oorsprong; bron |
| shussho-出所 | geboorteplaats |
| shusshō-出生 | geboorte |
| shusshōchi-出生地 | geboorteplaats; de plek waar men geboren is |
| shusshōnengappi-出生年月日 | geboortedatum |
| shusshōritsu-出生率 | geboortecijfer |
| shusshōshōmeisho-出生証明書 | geboorteakte; geboortecertificaat |
| shusshōtodoke-出生届 | geboorteaangifte |
| shutara-修多羅 | (boeddh.) annotatie waarin de leer wordt uitgelegd |
| shutara-修多羅 | decoratief gevlochten koord (op de mantel van een boeddhistische priester) |
| shutchin-出陳 | inzending voor een tentoonstelling; het exposeren |
| shutchō-出超 | exportoverschot |
| shutchōjo-出張所 | bijkantoor; filiaal; lokale [plaatselijke] vertegenwoordiging; agentschap |
| shūtei-修訂 | verbetering; correctie (in tekst) |
| shūto-シュート | stortkoker, glijgoot; helling |
| shuto-酒徒 | (zware) drinker (van sterke drank); drinkebroer; drankorgel |
| shūtoku-拾得 | het vinden; oprapen (van iets dat verloren is) |
| shutsudai-出題 | het maken [uitdelen] van opgave [taak; vraagstuk] (voor een examen) |
| shutsudai-出題 | het bepalen van een titel [thema] (voor een dichtwerk) |
| shutsudohin-出土品 | archeologische vondst; opgegraven voorwerp |
| shutsuenryō-出演料 | honorarium (voor een optreden) |
| shutsugyo-出御 | (respectvolle term voor de verplaatsing van een keizer, keizerin, mikoshi, en later ook shogun) de aankomst; het arriveren |
| shutsujin-出陣 | vertrek naar het slagveld [oorlogsgebied; front]; het ten strijde trekken |
| shutsujinshiki-出陣式 | ceremonie voorafgaand aan het vertrek naar een slagveld [oorlogsfront] |
| shutsujinshiki-出陣式 | ceremonie voorafgaand aan de start van een (politie)actie, verkiezingscampagne, e.d. |
| shutsumon-出門 | poort (voor ingang of uitgang) |
| shutsunyū-出入 | komen en gaan; aankomst en vertrek; storting en opname (van monetaire middelen) |
| shuttei-出廷 | verschijning voor de rechter; voorkomen voor het gerecht |
| shuttō-出頭 | het verschijnen [voorkomen] (voor het gerecht of een rechtbank) |
| shuttōsuru-出頭する | (voor het gerecht of een rechtbank) verschijnen [voorkomen] |
| shūu-驟雨 | (plotselinge) regenbui; stortbui |
| shūwai-収賄 | omkoping; omgekocht worden |
| shūya-庄屋 | (in het Edo tijdperk) dorpshoofd; hoofdman van een dorp of plaats (voornamelijk in het Kantō gebied) |
| shūya-終夜 | de hele nacht door |
| shuyō-腫瘍 | tumor; gezwel; neoplasma |
| shuzai-取材 | nieuwsgaring; informatie verzamelen (voor verslaggeving) |
| shuzen-鬚髯 | een baard [bakkebaard; snor] (hebben) |
| shūzō-収蔵 | opslag (voor later gebruik van landbouwproducten, e.d.) |
| shuzoku-種族 | dieren- of plantensoort [familie] |
| sō-壮 | een woord dat wordt gebruikt om het aantal keren te tellen van moxibustie (behandeling met brandende moxa op de huid) |
| sō-相 | uiterlijk; voorkomen; verschijning; gelaatsuitdrukking; gelaatstrekken |
| sō-艘 | woord gebruikt bij het tellen van vaartuigen |
| sobadateru-欹てる | aandachtig luisteren; de oren spitsen |
| sobadatsu-峙つ | hoog oprijzen; ergens bovenuit torenen (van gebouwen, bergtoppen, e.d.) |
| sōbai-層倍 | (woord voor het aangeven van veelvouden van getallen) keer; maal |
| sobazue-側杖 | schade [letsel] opgelopen als (onschuldige) toeschouwer; onbedoeld geraakt worden als omstander bij een gevecht |
| sobazue-側杖 | het ondervinden van een ramp door iets waar men zelf niets mee te maken heeft |
| sobieru-聳える | hoog oprijzen; ergens bovenuit torenen (van gebouwen, bergtoppen, e.d.) |
| sobireru-そびれる | (als achtervoegsel bij een werkwoord) een kans [gelegenheid] missen; er niet in slagen om |
| sōbyō-宗廟 | mausoleum van de voorouders |
| sōbyō-宗廟 | plaats waar de voorouders van de keizer(s) worden vereerd |
| sochira-そちら | die kant (dichter bij de toehoorder dan bij de spreker); daar; die |
| sōchō-曹長 | van de zelfverdedigingstroepen, algemene naam voor sergeant-majoor |
| sōchō-総長 | president [rector magnificus] van een universiteit [Hogeschool] |
| sodachi-育ち | geboren en getogen (in een gebied of milieu) |
| sōdai-総代 | vertegenwoordiger; afgevaardigde; gedelegeerde; plaatsvervanger |
| sodaigomi-粗大ごみ | (humoristisch) een nietsnut (m.n. een echtgenoot die na pensionering thuis rondhangt en verder niets onderneemt) |
| sōdairiten-総代理店 | vertegenwoordigend agentschap; alleenvertegenwoordiger |
| sōdanaite-相談相手 | adviseur; mentor; vertrouweling |
| sodateru-育てる | ontwikkelen; bevorderen; volbrengen |
| sodatsu-育つ | opgroeien; opgevoed worden |
| sōda・garasu-ソーダ・ガラス | natronkalkglas (soort glas, ook soda-lime-silica-glas genoemd) |
| sode-袖 | een kant van een poort, hek, etc.; vleugel (van een gebouw); coulissen (toneel) |
| sodegaki-袖垣 | een lage heg [laag hek(werk)] aan weerszijden van een toegangspoort |
| sodekabā-袖カバー | mouwbeschermer (tegen vervuiling, zoals inktvlekken e.d., bij kantoorwerk) |
| sōden-相伝 | overdracht [het doorgeven] van bepaalde vaardigheden (van generatie op generatie) |
| sodeyama-袖山 | bovenste plooi (in bergvorm) van een mouw (Japanse traditionele kleding) |
| sōdō-僧堂 | (oorspronkelijk) leefruimte om daar zowel te eten en te slapen naast de zazen-meditatie |
| sōdō-草堂 | mijn nederig stulpje (wordt alleen gebruikt voor je eigen huis) |
| sōdōin-総動員 | het iedereen oproepen [verzamelen; inzetten; mobiliseren] voor een bepaald doel |
| sodoku-素読 | het hardop lezen van een tekst (zonder na te denken over de betekenis van de woorden) |
| sodomu-ソドム | Sodom (verdorven stad uit de Bijbel) |
| soeji-添え乳 | borstvoeding |
| soejisuru-添え乳する | (een kind) borstvoeding geven |
| sōfu-送付 | verzending; doorzending |
| sofutobōru-ソフトボール | softbal sport) |
| sofutobōru-ソフトボール | softbal (de bal waarmee softbal wordt gespeeld) |
| sofutonomikkusu-ソフトノミックス | economische beleid dat meer gericht is op informatie en de software industrie |
| sofuto・baiku-ソフト・バイク | lichte motorfiets; bromscooter (gemotoriseerde tweewieler met een cilinderinhoud van 50 cc of minder) |
| sofuto・fōkasu-ソフト・フォーカス | softfocus (techniek uit de fotografie waarbij het beeld opzettelijk enigszins onscherp wordt gemaakt) |
| sofuto・guzzu-ソフト・グッズ | niet-duurzame gebruiksartikelen (vooral textiel) |
| sofuto・poruno-ソフト・ポルノ | softporno (seks films) |
| sofuto・rōn-ソフト・ローン | zachte lening (met gunstige aflossingsvoorwaarden) |
| sōgai-霜害 | vorstschade; schade door bevriezing |
| sogen-遡源 | het teruggaan naar de bron [de oorsprong; het begin] |
| sōgōgachi-総合勝ち | (judo) overwinning door samengestelde winst |
| sōgōgakka-総合学科 | een extra keuzevak dat op middelbare scholen wordt aangeboden naast de algemene en gespecialiseerde vakken |
| sōgōgijutsukyōiku-総合技術教育 | polytechnisme; polytechnische educatie (voor hogere theoretische en technische kennis) |
| sōgōshoku-総合職 | leidinggevende functies binnen een organisatie of bedrijf, niet gebonden aan een afdeling of locatie |
| sōgu-装具 | accessoires; (kleine) ornamenten; sieraden |
| sōgyō-僧形 | het uiterlijk [de gedaante] van een monnik (met een kaalgeschoren hoofd en in monnikskledij) |
| sohikihanzai-組織犯罪 | georganiseerde misdaad |
| sōhō-ソーホー | SOHO (Eng.: small office home office) klein kantoor; thuiskantoor |
| sōikufū-創意工夫 | vindingrijkheid; originaliteit |
| soin-素因 | aanleg; vatbaarheid (voor ziekten) |
| soin-素因 | factor; medeoorzaak; reden |
| sōin-総員 | al het personeel (van een kantoor, bedrijf, etc.); de gehele bemanning (van een schip e.d.) |
| soitogeru-添い遂げる | oeilijkheden overwinnen om man en vrouw te worden |
| sōiu-そういう | zulke; dat soort; dergelijke |
| soji-措辞 | formulering; woordkeuze; taalgebruik |
| sōji-相似 | gelijkenis; overeenkomst; gelijkvormigheid; analogie |
| soji-素地 | aanleg (voor); gave |
| sōji-送辞 | afscheidsrede; afscheidswoorden |
| sōjin-騒人 | (literaire term voor) een letterkundige; dichter; poëet |
| sōjōkōka-相乗効果 | synergie; voordeel door samenwerking |
| sōkaiya-総会屋 | type Japanse mafia (yakuza), dat bedrijven onder druk zet d.m.v (dreigen met) het verstoren van aandeelhoudersvergadering |
| sokaku-組閣 | kabinetsformatie |
| sōkan-相関 | correlatie; samenhang |
| sōkan-総監 | hoofdbestuurder; algemeen directeur; supervisor; superintendent |
| sōkankankei-相関関係 | wederzijdse [onderlinge] betrekkingen; correlatie |
| sōkankeisū-相関係数 | correlatiecoëfficiënt (van Pearson) |
| sōkei-早計 | vroegtijdigheid; voorbarigheid |
| sōken-総見 | het bezoeken van een wedstrijd [voorstelling] met een grote groep ter aanmoediging [ondersteuning] |
| sōken-送検 | doorsturing [verwijzing; renvooiering] van een strafzaak naar het Openbaar Ministerie door een gerechtsdienaar (politie) |
| sōkensuru-総見する | met een grote groep een wedstrijd [voorstelling] bezoeken |
| sōketsu-雙闕 | een poort met een wachttoren [uitkijkpost] links en rechts ervan |
| sōki-想起 | herinnering; voorstelling; (opgeroepen) beeld; gedachtenis |
| sokkenai-素っ気ない | bot; nors; kortaf |
| sokkōjo-測候所 | weerstation; meteorologisch station |
| sokkurikaeru-反っくり返る | zich hooghartig gedragen; een uitdagende houding aannemen (de borst vooruit, met opgeheven hoofd) |
| sokkyōshijin-即興詩人 | een improvisator; iem. die improviseert |
| sokkyōshijin-即興詩人 | Improvisatoren, de titel van een roman van de Deense schrijver Hans Christian Andersen (gepubliceerd in 1835, in het Japans vertaald door Mori Ogai) |
| sokkyū-速球 | fastball (met grote snelheid geworpen bal) |
| soko-そこ | daar; die plaats (dichter bij de toehoorder dan bij de spreker) |
| sokō-粗肴 | een bescheiden [nederige] term voor gerechten die men een ander aanbiedt |
| sōkō-草稿 | een eerste [ruwe; voorlopige] versie; kladversie (van een document, manuscript, etc.) |
| sōkō-走行 | het rijden [voortbewegen] van voertuigen |
| sokoku-祖国 | thuisland; vaderland; geboorteland |
| sōkon-爪痕 | (door vingernagel toegebracht) krab; kras; schram |
| sōkon-草根 | graswortels |
| sokonau-損なう | (gekoppeld achter andere werkwoorden) niet voor elkaar krijgen; niet goed doen |
| sōkonbokuhi-草根木皮 | wortels van kruiden en schors van bomen (gebruikt in de traditionele Chinese geneeskunde) |
| sokoneru-損ねる | (gekoppeld achter andere werkwoorden) niet voor elkaar krijgen; niet goed doen |
| sōkonmokuhi-草根木皮 | wortels van kruiden en schors van bomen (gebruikt in de traditionele Chinese geneeskunde) |
| sokonuke-底抜け | roekeloos; onvoorzichtig; indiscreet |
| sokubai-即売 | verkoop ter plekke (verkoop van tentoongestelde voorwerpen direct in de tentoonstellingsruimte) |
| sokudan-速断 | snel oordeel; haastige conclusie [beoordeling] |
| sokumon-足紋 | voetafdruk; voetspoor |
| sokunō-即納 | een snelle [stipte] betaling of bezorging |
| sokuseki-足跡 | voetafdruk; pootafdruk (van een dier); spoor |
| sokusen-側線 | zijlijn (van sportveld of atletiekbaan) |
| sokusen-側線 | (spoorwegen) zijspoor |
| sokusha-速射 | snelvuur; spervuur (het voortdurend schieten) |
| sokushin-促進 | versnelling; vooruitgang; promotie |
| sokushinsuru-促進する | versnellen; vooruitgaan; promoten |
| sokusu-即す | zich conformeren met; zich aanpassen aan; zich schikken naar; gebaseerd zijn op |
| sokusuru-即する | zich conformeren met; zich aanpassen aan; zich schikken naar; gebaseerd zijn op |
| sokutō-側頭 | slaap (zijkant van voorhoofd) |
| sokutō-即答 | een direct antwoord; het meteen antwoorden |
| sokutōsuru-即答する | meteen [direct] antwoorden |
| sōkyokuseishōgai-双極性障害 | bipolaire stoornis; manisch-depressieve stoornis |
| sokyūken-遡及権 | vorderingsrecht om ontvangen wissels [cheques] te gelde te maken |
| somaru-染まる | geverfd worden |
| somatsu-粗末 | slordigheid; onzorgvuldigheid |
| someagari-染め上がり | geverfd worden |
| sōmen-素麺 | sōmen; zomernoedels (dunne noedels die in de zomer koud worden gegeten) |
| somo-抑 | voor het eerst; de eerste keer |
| somoji-其文字 | jij (aanspreekvorm gebruikt door hofdames) |
| sōmu-総務 | werknemer [kantoorbediende] van (de afdeling) algemene zaken |
| sōmushō-総務省 | Japanse Ministerie van Binnenlandse Zaken en Communicatie (voor 2001: Ministerie van Openbaar Bestuur, Binnenlandse Zaken, Post en Telecommunicatie) |
| son-村 | (in kanji combinaties) dorp |
| sonaeru-備える | voorbereiden; voorbereidingen treffen |
| sonaeru-備える | in voorraad hebben; voorzien in; beschikken over; uitrusten; installeren |
| sonarematsu-磯馴れ松 | door de (zee)wind geteisterde pijnbomen; pijnbomen (aan de kust) met laaghangende takken door de zeewind |
| sonawaru-備わる | voorzien zijn (van); uitgerust [ingericht] zijn (met) |
| sonchō-村長 | dorpshoofd |
| sonchō-村長 | burgemeester van een dorp |
| sondai-尊台 | (formeel, beleefd t.o.v. tweede persoon) u |
| sondō-尊堂 | (schrijftaal, m.n. in brieven, voor het huis van een ander) uw huis |
| sondō-村道 | dorpsstraat |
| sonetto-ソネット | sonnet (dichtvorm) |
| songaibaishō-損害賠償 | schadevergoeding; schadeloosstelling; tegemoetkoming [vergoeding; compensatie] voor geleden schade |
| songaihokengaisha-損害保険会社 | schadeverzekeringskantoor |
| songaihoshōseikyū-損害補償請求 | verzoek [vordering] tot schadevergoeding |
| songan-尊顔 | (respectvol woord voor het gezicht van iemand anders) uw gezicht [gelaat; voorkomen] |
| songikai-村議会 | dorpsraad |
| songu-ソング | string (soort onderbroek) |
| sonka-尊家 | (respectvol woord voor het huis of de familie van iemand anders) uw huis; uw familie |
| sonkai-村会 | dorpsvergadering; dorpsraad |
| sonkan-尊翰 | (respectvol woord voor een brief van een ander) uw brief |
| sonkei-尊兄 | (respectvol gebruikt als aanspreektitel voor de tweede persoon tussen mannen met een gelijke status) u |
| sonmin-村民 | dorpeling; dorpsbewoner |
| sonna-そんな | zulke; zo'n; zoals dat [die] (dichter bij de toehoorder dan bij de spreker) |
| sono-その | dat; die (dichter bij de toehoorder dan bij de spreker) |
| sonobashinogi-其の場凌ぎ | een tijdelijke maatregel; noodoplossing; een aktie ondernemen voor een tijdelijke oplossing |
| sonohazu-其の筈 | het zou zo moeten zijn; zoals het hoort; zoals verwacht; normaliter |
| sonoseika-そのせいか | kwam het daardoor?; is dat vanwege …? |
| sonota-其の他 | de anderen; de rest; en anderen; et cetera; enzovoort |
| sonotame-其の為 | daarom; daardoor; als gevolg daarvan; met dat doel |
| sonouchi-その内 | binnenkort (wel eens); gauw |
| sonpu-尊父 | (beleefd woord voor de vader van iemand anders) uw [jouw] vader |
| sonsho-尊書 | (respectvol woord voor een brief van een ander) uw brief |
| sontaku-尊宅 | (respectvolle term voor het huis van een ander) uw huis |
| sontaku-尊宅 | (respectvolle aanspreektitel voor een ander) u |
| sontoku-損得 | winst en verlies; voordeel en nadeel |
| sonzoku-存続 | voortbestaan; voortzetting; vervolg |
| sōon-宋音 | Song-lezing (de Japanse uitspraak van Chinese karakters uit de Song dynastie; vooral van woorden gerelateerd aan het Zen Boeddhisme) |
| soppa-反っ歯 | vooruitstekende (boven)tanden |
| soppugata-ソップ型 | de slanke bouw van een sumoworstelaar; een slanke sumoworstelaar |
| sōpurando-ソープランド | combinatie van badhuis + bordeel |
| sorame-空目 | hallucinatie; verkeerd zien; iemand aanzien voor iemand anders |
| soramimi-空耳 | verkeerd horen; niet goed verstaan |
| soramimi-空耳 | net doen alsof je iets niet hoort; Oost-Indisch doof |
| sōran-騒乱 | ordeverstoring; oproer; rel; relletje |
| sorane-空音 | geluid dat men meent te horen maar er niet echt is; vermeend dierengeluid |
| soranenbutsu-空念仏 | lege [zinloze] woorden; holle frase |
| sorarizēshon-ソラリゼーション | solarisatie (fotografische inversie, waarbij zwart-wit in fotografisch werk wordt omgekeerd door tijdens het ontwikkelen enigszins te overbelichten) |
| sōrā・hausu-ソーラー・ハウス | zonnehuis (woning verwarmd door zonne-energie) |
| sore-それ | dat; die (dichter bij de toehoorder dan bij de spreker) |
| sorei-祖霊 | voorouderlijke geesten (n Japan de geesten van overledenen waarvoor al bepaalde herdenkingsdiensten zijn gehouden, b.v. 33 of 50 jaar na hun dood) |
| sōri-総理 | (afk. voor) minister-president; premier; eerste minister |
| sōri-総理 | het beheer [de coördinatie] van administratieve taken |
| sorikaeru-反り返る | kromtrekken; vervormd raken |
| sorikaeru-反り返る | opscheppen; de borst vooruit steken |
| sorimi-反り身 | lichaamshouding met de borst vooruit |
| sōrin-相輪 | een verticaal decoratief ornament bovenop een Japanse pagode |
| soro-候 | gebruikt als hulpwerkwoord, voegt het beleefdheid toe van de spreker voor de toehoorder |
| sorō-疎漏 | nalatigheid; onzorgvuldigheid; roekeloosheid |
| sōro-走路 | (sport) baan; parcours; piste |
| soroibumi-揃い踏み | (sumo) ceremonie waarbij alle worstelaars achter elkaar op de dojo stappen |
| soropuchimisuto-ソロプチミスト | soroptimist |
| sorube-ソルベ | sorbet |
| sōru・ējento-ソール・エージェント | alleenvertegenwoordiger |
| sōryokusen-総力戦 | strijd [oorlog, actie, e.d.] met volle inzet |
| sōsaku-捜索 | doorzoeking; huiszoeking; fouillering; aftasting |
| sosan-粗餐 | een eenvoudige [sobere] maaltijd (bescheiden term voor de maaltijd die je voor iemand anders hebt klaargemaakt) |
| sōsei-創製 | oorsprong; ontstaan |
| sōseiji-早生児 | vroeggeboorte; voortijdige geboorte; te vroeg geboren baby |
| sōseisuru-創製する | ontstaan; voortkomen (uit) |
| sōsēji-ソーセージ | worst; saucijs |
| sōseki-踪跡 | (iemands) (voet)sporen |
| sōseki-送籍 | (door huwelijk of adoptie) overdracht van het familieregister [huishouden-registratie] van het ene naar het andere huishouden [gezin] |
| sosen-祖先 | voorouder; voorvaderen |
| sōsetsu-霜雪 | vorst en sneeuw |
| sōsharu・danpingu-ソーシャル・ダンピング | lagere productiekosten door het werken met zeer goedkope arbeidskrachten |
| sōsharu・enjiniaringu-ソーシャル・エンジニアリング | social engineering (het met technische middelen misbruik maken van menselijke zwakheden door criminelen) |
| sōsharu・hakkingu-ソーシャル・ハッキング | sociaal hacken; het op grote schaal beïnvloeden van het gedrag en standpunten van mensen (zonder dat ze het door hebben) (Engels: social hacking) |
| sōsharu・kurakkingu-ソーシャル・クラッキング | sociaal kraken; het achter iemands wachtwoord proberen te komen [een wachtwoord kraken] buiten de computerwereld om (Engels: social cracking) |
| sōsharu・uea-ソーシャル・ウエア | kleding die gedragen wordt buiten het kantoor indien men persoonlijk met het publiek moet communiceren (Engels: social wear) |
| sōsharu・wāku-ソーシャル・ワーク | maatschappelijk werk (Engels: social work) |
| sōshi-壮士 | (Meiji-periode) strijder [voorvechter] van liberaal [democratisch] gedachtegoed |
| sōshi-壮士 | (Meiji-periode) politieke opportunist [zwendelaar] |
| soshi-祖師 | oorsprong; het eerste begin |
| sōshi-草紙 | een onopgemaakte, nog niet geordende versie van een tekst [geschrift] |
| soshi-阻止 | blokkering; obstructie; versperring; het tegenhouden; voorkomen |
| soshiki-組織 | organisatie; unie; verbond |
| soshiki-組織 | formatie; structuur; samenstelling |
| soshikihyō-組織票 | het stemmen in blok; blokvorming (b.v. bij verkiezingen of vakbonden) |
| soshikika-組織化 | organisatie; systematisering |
| soshikikaisei-組織改正 | reorganisatie |
| soshikirōdōsha-組織労働者 | arbeiders georganiseerd in een vakbond |
| soshikiryoku-組織力 | organisatorisch vermogen |
| soshikisha-組織者 | organisator |
| soshikisuru-組織する | organiseren; vormen; samenstellen |
| soshikitai-組織体 | organisatie; instituut; organisatorische eenheid |
| soshikiteki-組織的 | systematisch; stelselmatig; georganiseerd; organisatorisch |
| soshikitōchi-組織統治 | corporate governance (gericht op verbeteren van het management) |
| sōshin-送信 | doorzending; overdracht (bericht) |
| sōshinsuru-送信する | verzenden; doorsturen; overbrengen (bericht) |
| soshioguramu-ソシオグラム | sociogram (voorstelling van relaties in een sociale groep) |
| sōsho-草書 | cursieve schrijfstijl voor kanji |
| sōshoku-装飾 | versiering; ornament; decoratie |
| sōshokudōbutsu-草食動物 | herbivoor; planteneter |
| sōshokumoji-装飾文字 | decoratieve letter |
| sōshokusuru-装飾する | versieren; decoreren |
| sōshun-早春 | vroeg in de lente; in het vroege voorjaar |
| sōsō-草草 | korte slotzin (als afsluiting in een brief, voorafgaande aan de ondertekening) |
| sōsō-草草 | vereenvoudiging; snelheid; slordigheid |
| sosokeru-そそける | pluizig [donzig] worden |
| sōsoku-総則 | algemene bepalingen; algemene voorwaarden |
| sossensuihan-率先垂範 | het initiatief [de leiding] nemen om een goed voorbeeld te stellen |
| sōsū-総数 | huidige hoeveelheid (voorraad) |
| sōsui-送水 | watertoevoer; watervoorziening |
| sōsuru-奏する | (muziekinstrument) bespelen; (muziek) spelen; laten horen |
| sōsuru-奏する | rapporteren [berichten; informeren] aan de keizer |
| sōtai-草体 | cursieve stijl [grasstijl] voor het schrijven van kanji |
| sōtaionkan-相対音感 | relatief gehoor |
| sōtaiseiriron-相対性理論 | relativiteitstheorie |
| sotchi-そっち | die kant (dichter bij de toehoorder dan bij de spreker); daar; die |
| sōtei-漕艇 | roeien; roeisport |
| sōten-総点 | totaal aantal punten; totaalscore; eindcijfer |
| sōto-ソート | sorteren; categoriseren |
| sōto-ソート | sorteeralgoritme |
| sōto-ソート | sortering; categorisering |
| soto-外 | behorend tot een andere groep [familie] |
| sōtō-相当 | behoorlijke [aanzienlijke] hoeveelheid |
| sotoberi-外耗 | de verhouding tussen het verlies van de hoeveelheid graan bij vermaling en de oorspronkelijke hoeveelheid |
| sotogake-外掛け | (sumo) buitenwaartse beenworp |
| sotomawari-外回り | werken buiten kantoor; buiten werken |
| sotomawari-外回り | de buitenste sporen van een ringspoorweg [cirkellijn]; de buitenste rijstroken van een ringweg |
| sōtōshū-曹洞宗 | Sōtō Zen (een stroming binnen het Japanse Zen-Boeddhisme, ooit vanuit China geïntroduceerd door de monnik Dōgen) |
| sotsū-疎通 | doorgang zonder hinder [belemmering] |
| souru-ソウル | Seoel (de hoofdstad van Zuid-Korea) |
| soware-ソワレ | (Frans: soirée) soiree; avondvoorstelling; avondfeest |
| soyō-素養 | basistraining; opleiding; verworven kennis [vaardigheid] |
| sozai-素材 | (oorspronkelijk) materiaal; materie; grondstof |
| sozaisangyō-素材産業 | industriesector die zich bezighoudt met het winnen en raffineren van onbewerkte grondstoffen (b.v. staal, olie, kool, hout, etc.) |
| sōzan-早産 | vroeggeboorte; voortijdige geboorte; prematuur |
| sōzōryoku-想像力 | verbeeldingskracht; voorstellingsvermogen |
| sōzōsuru-想像する | zich verbeelden; zich voorstellen; veronderstellen |
| sōzu-添水 | een bamboebuis waar water door loopt, die omklapt tegen een steen als hij vol is (werd vroeger gebruikt om vogels en dieren te verjagen) |
| sū-数 | lot; noodlot; (voor)bestemming |
| subarashii-素晴らしい | prachtig; geweldig; voortreffelijk; schitterend |
| suberidome-滑り止め | tweede keuze school [universiteit e.d.] (als men is gezakt voor het toelatingsexamen van de eerste keuze) |
| suberu-滑る | zakken voor een examen |
| subomu-窄む | nauwer worden; verschrompelen; leeglopen (van een ballon) |
| sudare-簾 | bamboejaloezie; scherm van horizontale bamboelatjes |
| sudare-簾 | scherm; afscherming (voor direct zonlicht e.d.) |
| sudare-簾 | weefsel [textiel] met een horizontaal weefpatroon |
| sudeni-既に | voorheen; eerder |
| suehiro-末広 | het steeds welvarender worden |
| suehirogari-末広がり | het steeds welvarender worden |
| suekko-末っ子 | het jongste kind; het laatstgeboren kind |
| suenagaku-末長く | voor altijd; voor eeuwig; nog vele jaren; voorgoed |
| sueokikikan-据え置き期間 | opschortingsperiode; aflossingsvrije periode |
| suezen-据え膳 | een maaltijd voor iemand opdienen |
| sugata-姿 | figuur; vorm |
| sugata-姿 | uiterlijk; verschijning; voorkomen; gedaante |
| suge-菅 | zegge (een cypergrassoort) |
| sugi-過ぎ | voorbij; te; te veel; over(matig) |
| sugiru-過ぎる | passeren; voorbijgaan |
| sugiyuku-過ぎ行く | voorbijgaan; passeren; verstrijken |
| sugoi-凄い | geweldig; enorm; fantastisch; verbazingwekkend |
| sugoku-すごく | ontzettend; enorm; immens |
| sugosu-過ごす | (tijd) doorbrengen [besteden] |
| sugureru-優れる | overtreffen; voorbijstreven; beter zijn (dan); uitblinken |
| sui-水 | (afk. voor) woensdag |
| suiban-推輓 | aanbeveling, aanprijzing (oorspronkelijke betekenis: een wagen vanaf de achterkant duwen, of vanaf de voorkant trekken) |
| suiban-水盤 | schaal voor ikebana (bloemschikken) arrangement |
| suibi-衰微 | verval; achteruitgang; het zwakker worden |
| suidō-水道 | watervoorziening; waterleiding; stromend water (in huis) |
| suidōkōnetsu-水道光熱 | nutsvoorzieningen (water, licht en warmte) |
| suien-垂涎 | vurig verlangen; hunkering; honger [dorst] naar |
| suigai-水害 | waterschade; schade door overstroming |
| suigen-水源 | de bron [oorsprong] van een rivier |
| suigissha-水牛車 | ossenwagen (voertuig voor enkel hooggeplaatsten) |
| suihan-垂範 | een goed voorbeeld geven (voor anderen) |
| suihansuru-垂範する | een goed voorbeeld geven (voor anderen) |
| suihei-水平 | horizontaliteit; horizontale stand |
| suiheibungyō-水平分業 | horizontale arbeidsverdeling [werkverdeling; specialisatie] |
| suiheidō-水平動 | horizontale beweging |
| suiheisen-水平線 | horizontale lijn |
| suiheisen-水平線 | horizon (vanaf het water) |
| suihō-水泡 | metafoor voor vluchtigheid [verspilling] |
| suijōkyōgi-水上競技 | watersport |
| suijōkyōgitaikai-水上競技大会 | watersportevenement; zwemwedstrijd |
| suikomu-吸い込む | inhaleren; inademen; opzuigen; doorslikken |
| suiminshōgai-睡眠障害 | slaapstoornis |
| suinguauto-スイングアウト | (bij honkbal) uitgeslagen worden |
| suisen-水洗 | doorspoeling; het afspoelen; met water wassen |
| suishi-水死 | verdrinkingsdood; dood door verdrinking |
| suishin-推進 | stimulans; bevordering |
| suishin-推進 | voortdrijving; voortstuwing |
| suishinsha-推進者 | promotor; drijvende kracht; leider |
| suishoku-水食 | erosie (door water) |
| suisoionshisū-水素イオン指数 | pH, maat voor de zuurtegraad |
| suitai-推戴 | onder de leiding [het voorzitterschap] van; (iemand) laten voorzitten; iemand de leiding geven |
| suitchibakku-スイッチバック | zigzagspoorweg (op een berghelling) |
| suītopī-スイートピー | lathyrus (odoratus) |
| suitoru-吸い取る | afdeppen; absorberen; opzuigen; droog maken |
| suīto・kōn-スイート・コーン | (Eng.: sweet corn) suikermais |
| suiun-水運 | vervoer over water; watertransport (van passagiers, goederen e.d.) |
| suiyaku-水薬 | vloeibaar medicijn; geneesmiddel in drankvorm; medicinaal drankje |
| suiyōeki-水様液 | waterig oogvocht (vloeistof in het oog die de ruimte tussen het hoornvlies en de lens (en rondom de lens) opvult) |
| suizen-垂涎 | vurig verlangen; hunkering; honger [dorst] naar |
| sujibaru-筋張る | gespierd zijn [worden] |
| sujibaru-筋張る | formeel [stijfjes] zijn [worden] |
| sujigane'iri-筋金入り | beproefd; ervaren; door de wol geverfd; standvastig; met een sterke wil |
| sukaimeito-スカイメイト | skymate is een kortingssysteem (voor jongeren) op vliegtarieven van Japanse luchtvaartmaatschappijen |
| sukairain-スカイライン | (Eng.: skyline) horizon; silhouet [contouren] van bergen of gebouwen in de lucht |
| sukaisupōtsu-スカイスポーツ | luchtsport(en) (zweefvliegen, ballonvaren, etc.) |
| sukanburingugihō-スカンブリング技法 | scumbling, een techniek in de schilderkunst waarbij de verf wordt gedempt [verdoezeld] om een vager [glazig] effect te krijgen |
| sukaru-スカル | scull (roeiboot met twee riemen voor iedere roeier) |
| sukarupu・kea-スカルプ・ケア | hoofdhuidverzorging |
| sukatorojī-スカトロジー | scatologie (aandacht of voorliefde voor uitwerpselen) |
| sukeruton-スケルトン | (sport) skeleton (stalen slee waarbij de bestuurder op zijn buik ligt) |
| suketchi-スケッチ | kort toneelstuk [verhaal; muziekstuk] |
| suketchifon-スケッチフォン | telefoon voor doven en slechthorenden (met een display en tekstinformatie-invoer) |
| suki-好き | voorliefde; voorkeur |
| sukige-梳き毛 | haarextensie; een haarstuk dat aan en kapsel wordt toegevoegd |
| sukījō-スキー場 | ski resort; skicentrum; skihelling |
| sukima-隙間 | onvoorbereidheid; onzorgvuldigheid |
| sukitto-スキット | kort toneelstuk; sketch |
| sukiyazukuri-数寄屋造り | Japanse traditionele, verfijnde bouwstijl (waarbij elementen van een theehuis worden opgenomen) |
| sukoa-スコア | (sport) score; stand |
| sukoabōdo-スコアボード | scorebord |
| sukoabukku-スコアブック | (sport) scoreboek |
| sukoarā-スコアラー | iemand die tijdens een (honkbal)wedstrijd de score bijhoudt; (wedstrijdpunten) optekenaar |
| sukoaringu・pojishon-スコアリング・ポジション | (honkbal) scoringspositie (d.w.z. een loper op het tweede of derde honk) |
| sukōkā-スコーカー | luidsprekersysteem voor middentonen |
| sukōn-スコーン | scone (soort cake) |
| sukōpā-スコーパー | beitel (Eng.: scorper) |
| sukoriakyū-スコリア丘 | pyroclastische kegel; scoria-kegel; sintelkegel (door een vulkaan uitgeworpen puin) |
| sukōru-スコール | storm; (zware) regenbui |
| sukoshi-少し | eventjes; korte tijd |
| suku-空く | leger [minder druk; onbezet] worden |
| suku-透く | uitdunnen; spaarzaam zijn [worden] |
| sukuea-スクエア | onbuigzaam; strikt; formeel |
| sukuinage-掬い投げ | (sumo) worp door een arm onder de oksel van de tegenstander te steken (een van de worptechnieken zonder de band van de tegenstander vast te pakken) |
| sukunakarazu-少なからず | behoorlijk wat; niet gering; in niet geringe mate |
| sukunakunai-少なくない | niet weinig; behoorlijk veel; talrijk |
| sukuraburu-スクラブル | scrabble (woordspel) |
| sukuranburu-スクランブル | het verstoren van radiogolven |
| sukuranburudo・māchandaijingu-スクランブルド・マーチャンダイジング | tactiek in de detailhandel waarbij een handelaar artikelen verkoopt die doorgaans buiten zijn assortiment vallen |
| sukuranburu・rēsu-スクランブル・レース | een vorm van motor-cross door natuurlijk terrein |
| sukurappu・ando・birudo-スクラップ・アンド・ビルド | methode bij het maken van een nieuwe begroting van een organisatie (inefficiënte onderdelen worden geschrapt en vervangen door nieuwe) |
| sukuriputo-スクリプト | script, scenario (voor b.v. film, toneel en tv) |
| sukurōru-スクロール | het scrollen door een document (op een scherm) |
| sukūru・karā-スクール・カラー | schoolkleuren (b.v. van schooluniform) |
| sukūru・zōn-スクール・ゾーン | gebied rond een school met een snelheidsbeperking voor verkeer |
| sukuryūbōru-スクリューボール | (werptechniek bij honkbal) een bal geworpen met omgekeerde curve |
| sumi-隅 | (afk. voor) (Edo periode) kapsel voor jonge samoerai (met de zijkanten van de haarlijn van de pony in hoeken ingeschoren) |
| sumi-隅 | (afk. voor) houten dienblad waarbij de scherpe hoeken zijn afgesneden |
| sumidagawa-隅田川 | (rivier die door Tokio stroomt) Sumidagawa |
| sumimaegami-角前髪 | (Edo periode) kapsel voor jonge samoerai (met de zijkanten van de haarlijn van de pony in hoeken ingeschoren) |
| sumitsuki-墨付き | (historisch) formele brief met handtekening van een daimyo |
| sumō-相撲 | sumo (worstelen) |
| sumokku-スモック | (boeren)kiel; jasschort |
| sumōku・bōru-スモーク・ボール | (sport) een snelle worp |
| sumōku・bōru-スモーク・ボール | golfbal die rook afgeeft als hij wordt geslagen |
| sumōmoji-相撲文字 | schrijfstijl voor sumo ranglijsten, e.d. |
| sumōtori-相撲取り | sumo worstelaar |
| sumu-済む | aflopen; eindigen; voorbij zijn; voltooid zijn |
| sumu-澄む | (van water; lucht, e.d.) helder [zuiver] worden |
| sumu-澄む | kalm [rustig; sereen] worden |
| sunaabi-砂浴び | stofbad (m.n. door dieren om parasieten uit hun vacht te verdrijven) |
| sunaarashi-砂嵐 | zandstorm |
| sunakku-スナック | hapje; tussendoortje; lichte maaltijd |
| sunao-素直 | mildheid; zachtaardigheid; gehoorzaamheid |
| sunappu-スナップ | (American football) beginpass (door de benen van de center naar de back) |
| sunawachi-即ち | met andere woorden; dat wil zeggen; te weten; namelijk |
| sungeki-寸劇 | kort toneelstuk; sketch |
| sungen-寸言 | kernachtige [korte en geestige] opmerking; kwinkslag; boutade |
| sunji-寸時 | een [kort] moment [ogenblik]; een minuutje |
| sunkoku-寸刻 | kort moment; tel; seconde |
| sunōbōto-スノーボート | bootvormige slee; kuipslee |
| sunōkeru-スノーケル | snorkel; snorkelen |
| sunpyō-寸評 | een korte beoordeling [bespreking]; kort commentaar |
| sunshi-寸志 | (nederige term voor de eigen gevoelens) mijn gevoelens |
| sunwa-寸話 | heel kort verhaaltje |
| sunzen-寸前 | (plaats, tijd e.d.) iets ervoor; enige afstand ervoor; enige tijd ervoor |
| sun'in-寸陰 | een zeer korte tijd; moment |
| suō-周防 | Suō (voormalige provincie in het zuidoosten van de huidige prefectuur Yamaguchi) |
| sūpā-スーパー | superheterodyne (soort radio-ontvangst) |
| sūpāheterodain-スーパーヘテロダイン | superheterodyne (soort radio-ontvangst) |
| sūpākā-スーパーカー | sportwagen |
| supea-スペア | (bowlen) spare (het omvergooien van alle kegels met de eerste twee worpen) |
| superingu-スペリング | spelling; spellingwijze; spellingleer; orthografie |
| supēsu・bā-スペース・バー | spatiebalk (op een toetsenbord) |
| supēsu・kī-スペース・キー | spatiebalk (op een toetsenbord) |
| supīchi-スピーチ | spraak; toespraak; rede; voordracht |
| supīdobōru-スピードボール | (honkbal) fastball (met snelheid geworpen bal van de pitcher) |
| supōkusuman-スポー クスマン | woordvoerder; zegsman |
| suponsā-スポンサー | sponsor |
| suponsāshippu-スポンサーシップ | sponsoring |
| supōtī-スポーティー | sportief |
| supōtsu-スポーツ | sport(en) |
| supōtsuchūsaisaibansho-スポーツ仲裁裁判所 | Hof van Arbitrage voor Sport |
| supōtsuman-スポーツマン | sportman; sporter |
| supōtsumanshippu-スポーツマンシップ | sportiviteit |
| supōtsushi-スポーツ紙 | sportkrant |
| supōtsushinbun-スポーツ新聞 | sportkrant |
| supotto-スポット | (biljarten) zwarte stip waar de bal op wordt gelegd |
| supotto-スポット | in-en uitstap platform (luchthaven) |
| supotto・komāsharu-スポット・コマーシャル | reclamespotje dat op bepaalde tijdstippen wordt uitgezonden |
| supūn-スプーン | (visserij) lepelvormig kunstaas |
| supureddo-スプレッド | spreiding (van portefeuille, risico's, e.d.) |
| supuringu-スプリング | lente; voorjaar |
| supurintā-スプリンター | (sport) sprinter |
| supuritto-スプリット | (bowlen) een eerste worp waarna twee groepjes kegels blijven staan |
| supuritto・fingādo・fasuto・bōru-スプリット・フィンガード・ファスト・ボール | (honkbal) een snelle bal met effect geworpen zodat hij plotseling daalt |
| supurōru-スプロール | wildgroei; onregelmatige [onordelijke] uitgroei [uitbreiding] |
| suraidā-スライダー | (honkbal) een horizontaal afbuigende bal (geworpen door de pitcher) |
| suraidingu-スライディング | sliding (bij sport: glijdende beweging over de grond met de benen vooruit) |
| suraidogarasu-スライドガラス | microscoopglaasje; object glaasje; voorwerpglaasje |
| suraidogurasu-スライドグラス | microscoopglaasje; object glaasje; voorwerpglaasje |
| surappusutikku-スラップスティック | slapstick (vorm van komedie) |
| suresure-すれすれ | (maar) net; vlak voor |
| surēto-スレート | leisteen (steensoort) |
| suri-刷り | drukwerk; het gedrukt worden |
| sūri-数理 | wiskundige theorie |
| suriban-擦り半 | alarmbel bij brand(gevaar) in de buurt, die zonder ophouden wordt geluid |
| suribanshō-擦り半鐘 | alarmbel bij brand(gevaar) in de buurt, die zonder ophouden wordt geluid |
| surikku-スリック | (profielloze) droogweerband (autoracen) |
| surikkutaiya-スリックタイヤ | (profielloze) droogweerband (autoracen) |
| surikogi-擂り粉木 | een scheldwoord voor iemand die langzaam aan het aftakelen is (net zoals het afslijten van een houten stamper) |
| surikogi-擂り粉木 | houten stamper (behorend bij vijzel) |
| surīkuōtā-スリークオーター | (honkbal) driekwart worp |
| surimi-擂り身 | surimi (fijngehakte vis of schaaldieren die tot een gladde pasta zijn vermalen, o.a. gebruikt voor imitatie krabsticks) |
| suritto・kamera-スリット・カメラ | een camera zonder sluiter, maar met een smalle spleet waar het licht doorheen valt (stripfotografie of spleetfotografie) |
| surōin-スローイン | inworp; ingooi |
| surotto-スロット | (in een machine) sleuf, spleet; gleuf (voor munten, kaarten, e.d.) |
| surottoru-スロットル | regelklep; smoorklep |
| surottoru-スロットル | gas minderen; smoren; dichtknijpen |
| surottoru・barubu-スロットル・バルブ | regelklep; smoorklep |
| surotto・mashin-スロット・マシン | automaat (voor kaartjes, drank, sigaretten, etc.) |
| suru-する | oordelen; beschouwen (als); veronderstellen |
| suru-する | maken (tot); veranderen (in); worden (tot) |
| suru-擦る | verspillen; opmaken; verliezen (van geld, b.v. door te gokken) |
| surudoi-鋭い | scherp (ogen; oren) |
| sūryōnebiki-数量値引き | kwantumkorting; staffelkorting |
| susa-苆 | stro gemengd in muurpleister (om scheuren, e.d. te voorkomen) |
| susabu-荒ぶ | intensiveren (van wind, regen, etc.); heviger worden |
| susabu-荒ぶ | ruw [minder verfijnd] worden |
| susabu-荒ぶ | verwilderen; wild [extreem; chaotisch] worden (van gedrag, e.d.) |
| susamajii-凄まじい | enorm; groots; reusachtig |
| susamu-荒む | verwilderen; wild [extreem; chaotisch] worden (van gedrag, e.d.) |
| susamu-荒む | intensiveren (van wind, regen, etc.); heviger worden |
| susamu-荒む | ruw [minder verfijnd] worden |
| sūshi-数詞 | telwoord |
| sūshiki-数式 | (wiskundige) formule |
| susogo-裾濃 | verfpatroon waarbij de kleur van de bovenkant naar de onderkant (van de stof) geleidelijk donkerder wordt |
| susokukan-数息観 | (zen-meditatie) een trainingsmethode om de geest te concentreren door het tellen van de in- en uitademingen |
| susomoyō-裾模様 | decoratief patroon op de onderrand van een kimono [kledingstuk] |
| susuharai-煤払い | het huis schoonmaken op oudjaar (ter voorbereiding op het nieuwe jaar) |
| susuharai-煤払い | verwijdering van roet van heiligdommen in december (ter voorbereiding op het nieuwe jaar) |
| susumeru-進める | doorgaan (met) |
| susumeru-進める | voortgaan; vooruitgaan |
| susumu-進む | doorgaan; zich (verder) ontwikkelen |
| sutā-スター | (stijl)vorm |
| sutabiraizā-スタビライザー | stabilisator |
| sutairu-スタイル | figuur; gestalte; vorm |
| sutajiamu-スタジアム | (sport) stadion |
| sutamen-スタメン | (sport) startopstelling |
| sutandādo-スタンダード | standaard; norm |
| sutandobai・kurejitto-スタンドバイ・クレジット | kredietbrief (voor schuldgarantie) van een lokale bank aan een buitenlandse onderneming |
| sutando・purē-スタンド・プレー | (sport) spectaculair [mooi] spel om het publiek enthousiast te krijgen |
| sutāringu・burokku-スターリング・ブロック | een groep landen (voornamelijk uit het Britse Gemenebest) die hun munteenheid aan het pond sterling koppelden |
| sutaru-廃る | beschadigd worden (eer, reputatie, e.d.) |
| sutātā-スターター | starter (persoon die het startsein geeft, bij sportwedstrijden) |
| sutātā-スターター | starter; ontsteking (motor) |
| sutatingumenba-スターティング・メンバー | (sport) startopstelling |
| sutātingu・menbā-スターティング・メンバー | (sport) deelnemer die meedoet aan het begin van een wedstrijd (in de startopstelling) |
| suteba-捨場 | vuilstortplaats; vuilnisbelt; afvalstort |
| sutegana-捨て仮名 | kleine kana gebruikt voor twee samengetrokken klanken |
| sutemiwaza-捨て身技 | (judo) offerworptechnieken |
| suteoku-捨て置く | iets laten zoals het is; door de vingers zien; negeren |
| sutēshon-ステーション | spoorwegstation; radiostation |
| sutēshon・burēku-ステーション・ブレーク | een pauze in een radio- of televisie-uitzending voor reclame of mededelingen |
| sutetchi-ステッチ | steek (naaien, breien, borduren) |
| sutētomento-ステートメント | (computer) formulering van een opdracht |
| sutēto・amachua-ステート・アマチュア | door de overheid gesubsidieerde amateursporter |
| sutōbu-ストーブ | kachel; fornuis |
| sutōbu・rīgu-ストーブ・リーグ | (honkbal) winterstop (de term verwijst naar de honkbalfans en managers die dan bij de kachel over de sport en de transfers zitten praten) |
| sutokku-ストック | voorraad; inventaris |
| sutokku・infurēshon-ストック・インフレーション | (Eng.: stock inflation) voorraadinflatie (waarbij de prijzen van activa zoals grond en voorraden stijgen) |
| sutōmu-ストーム | wanorde; tumult |
| sutōmu-ストーム | storm |
| sutoppā-ストッパー | (sport) speler die de aanval van de tegenstander blokkeert |
| sutoppā-ストッパー | (honkbal) een werper die in de negende inning van een wedstrijd wordt ingezet |
| sutoppā-ストッパー | afsluiter; stopper (voor deuren, machines, e.d.) |
| sutoppu-ストップ | registerknop (orgel) |
| sutoraikā-ストライカー | (sport) aanvaller; spits; slagman |
| sutoraiku-ストライク | (honkbal) slag (worp van de pitcher die in is maar door de slagman gemist wordt) |
| sutorakku・auto-ストラック・アウト | (honkbal) uitgegooid met drie slag (waardoor de slagman uit is) |
| sutorappu-ストラップ | riem; band; koord |
| sutorēto-ストレート | rechtdoorzee; eerlijk; correct; fatsoenlijk |
| sutoringu-ストリング | (biljarten) voorstoot (om te bepalen wie er begint) |
| sutoringu-ストリング | draad; koord; touwtje; snoer |
| sutoringusu-ストリングス | (in een orkest) de (bespelers van) snaarinstrumenten |
| sutorōku・purē-ストローク・プレー | (golf) strokeplay (alle slagen van iedere speler worden opgeteld, de speler met de minste slagen is de winnaar) |
| sutōru-ストール | overtrokken vlucht van een vliegtuig (door vergroting van de invalshoek van een vleugel); het afslaan van een motor |
| sutōru-ストール | stool (lange bandstrook door priesters gedragen) |
| suu-吸う | absorberen |
| suutai-素謡 | een (sobere) Nō-voorstelling met alleen zang, zonder muzikale begeleiding of dans |
| suwaridako-座り胼胝 | eelt op de voeten door het zitten in seiza positie |
| suwarigokochi-座り心地 | zitcomfort |
| suwettoshatsu-スウェットシャツ | sweatshirt; sweater; (katoenen) sporttrui |
| suyomi-素読み | het doorlezen; proeflezen |
| suyomi-素読み | het (hardop) voorlezen |
| sūyōtoku-枢要徳 | de kardinale deugden (Prudentia, Justitia, Fortitudo, Temperantia) |
| suzukake-鈴掛け | een hennepmantel gedragen door bergpriesters |
| suzukake-鈴掛け | een Nō-kostuum voor de rol van bergpriester |
| suzukake-鈴掛け | plataan (boom, Platanus orientalis) |
| suzukakenoki-鈴懸けの木 | plataan (boom, Platanus orientalis) |
| suzumebachi-雀蜂 | wesp; horzel |
| suzumeodori-雀踊り | musjesdans, waarbij de bewegingen van mussen door de dansers worden geïmiteerd (traditionele dans uit de 19de eeuw, wordt nog opgevoerd op festivals) |
| suzumezushi-雀鮨 | sushi gemaakt door een kleine zeebrasem open te snijden en te vullen met sushirijst (de vorm van de sushi lijkt op een mus) |
| suzumushi-鈴虫 | belkrekel (Meloimorpha japonicus) |
| suzutake-篠竹 | kleine bamboesoort (Sasamorpha) |
| tabasamu-手挟む | een zwaard dragen [omgorden] |
| tabehōdai-食べ放題 | all-you-can-eat; zoveel eten als je wilt voor een vaste prijs |
| tabenokoshi-食べ残し | kliekjes; restjes eten (op je bord) |
| tabenokosu-食べ残す | je bord niet leegeten; eten laten staan |
| tabezugirai-食べず嫌い | een (instinctieve) hekel hebben aan een bepaald soort voedsel; iets niet lusten zonder het ooit geproefd te hebben |
| tabi-足袋 | tabi, Japanese sok (met een split tussen de tenen voor het dragen van geta sandalen of teenslippers) |
| tabijitaku-旅支度 | voorbereidingen voor de reis |
| tabikōgyō-旅興行 | een show op tournee; rondreizende voorstelling |
| tabisho-旅所 | de plaats waar een draagbaar schrijn dat op de feestdagen wordt rondgedragen wordt bewaard |
| tabō-多望 | grote belofte; goede hoop voor toekomst; goede vooruitzichten |
| tābochājā-ターボチャージャー | turbolader; turbocompressor |
| tābojetto-ターボジェット | turbinestraalmotor |
| tabu-タブ | tab; tabtoets; tabulator |
| tabun-他聞 | informering; mededelingen (voor andermans oren) |
| taburō-タブロー | tafereel; afbeelding; voorstelling; schildering |
| taburoido-タブロイド | tabloid (een formaat voor kranten en tijdschriften, 420-297 mm) |
| tachi-質 | aard; karakter; soort; temperament |
| tachiai-立ち合い | het opstaan (uit de hurkzit) om te beginnen met worstelen |
| tachifusagaru-立ち塞がる | het in de weg [voor iemand] gaan staan; met gespreide handen staan; iem. blokkeren [tegenhouden] |
| tachigare-立ち枯れ | het staand verwelken [verdorren] (van planten) |
| tachigie-立ち消え | (vuur, kaars, etc.) het uitgaan voordat het goed brandt; uitgaan als een nachtkaars |
| tachigiki-立ち聞き | het afluisteren; toevallig horen [opvangen] |
| tachikaze-太刀風 | het zoevende geluid [geruis] van een zwaardslag; de wind veroorzaakt door een zwaardslag |
| tachikaze-太刀風 | Tachikaze-klasse van torpedo(boot)jagers |
| tachikiru-断ち切る | afsnijden; doorsnijden |
| tachikurami-立ち眩み | duizeligheid bij (op)staan; orthostatische hypotensie |
| tachimochi-太刀持ち | (bij sumo) een van de twee worstelaars die een yokozuna begeleiden bij de ringceremonie |
| tachimono-断ち物 | het vasten [weigeren te eten] voor een periode als middel om iets gedaan te krijgen van anderen |
| tachiuchi-太刀打ち | twist; woordenstrijd; onenigheid |
| tachiwaza-立ち技 | (judo) staande (worp) technieken |
| tachiyuku-立ち行く | standhouden; doorgaan; zich handhaven |
| tachiyuku-立ち行く | voorbijgaan; verstrijken |
| tada-徒 | gratis; voor niets |
| tadai-多大 | groot in aantal [talrijk; enorm; zeer omvangrijk] zijn |
| tadaima-ただいま | hallo, daar ben ik weer; ik ben thuis (gezegd door degene die thuis komt tegen degene die thuis is) |
| tadareru-爛れる | (fig.) verdorven; ontaard |
| tadashi-但し | maar; echter; alleen; behalve dat; op voorwaarde dat |
| tadashigaki-但し書き | voorbehoud; uitzonderingsbepaling; beding |
| tadashii-正しい | volgens de norm; legitiem |
| tadashii-正しい | juist; correct; exact |
| tadasu-正す | corrigeren; hervormen; wijzigen; aanpassen |
| tadasu-質す | vragen; navraag doen; informeren naar |
| tadoritsuku-辿り着く | (na veel nadenken) op een idee [antwoord] komen; een ingeving krijgen |
| tadoritsuku-辿り着く | (na inspanningen of moeite) iets bereiken; iets voor elkaar krijgen; ergens toekomen |
| tadoru-辿る | een spoor [aanwijzing] nagaan [volgen; controleren; nalopen; zoeken] |
| tadoru-辿る | voortgaan in een bepaalde richting |
| tadoru-辿る | oorsprong hebben in; teruggaan [terugvoeren] tot |
| tadōshi-他動詞 | transitief werkwoord; overgankelijk werkwoord |
| taeru-絶える | verbroken [vernietigd] worden; ophouden te bestaan; uitsterven |
| taeru-耐える | weerstaan; trotseren; doorstaan; weerstand bieden |
| taeshinobu-耐え忍ぶ | verdragen; dulden; doorstaan |
| taezu-絶えず | onophoudelijk; voortdurend; constant; altijd; gestaag; ononderbroken; zonder te stoppen |
| taga-箍 | hoepel; ring (om de buitenkant van een kuip of emmer, oorspronkelijk gemaakt van bamboe) |
| tagi-多義 | een woord [uitdrukking] met meerdere betekenissen; polysemie; meerduidigheid |
| tagui-類い | soort; type; klas; categorie |
| tagu・matchi-タグ・マッチ | professionele worstelwedstrijden van tagteams |
| tahatsu-多発 | veelvoorkomend zijn; het in grote aantallen voorkomen |
| tahatsu-多発 | met meerdere motoren uitgerust zijn (vliegtuig) |
| tahōmen-多方面 | veelzijdigheid; veelsoortigheid |
| tahōtō-多宝塔 | een pagode, bestaande uit (slechts) twee verdiepingen (begane grond en bovenverdieping) (voornamelijk bij Shingon en Tendai Boeddhistische tempels) |
| tai-たい | (zou) willen; graag willen; wensen (adjectief achtervoegsel, gebruikt als hulpwerkwoord, voor de 1ste pers., of in vraagzinnen voor de 2de pers.) |
| tai-タイ | gelijk spel; gelijke stand (sport) |
| tai-体 | woord gebruikt bij het tellen van beeldhouwwerken |
| tai-体 | uiterlijk; verschijning; houding; gedaante; vorm |
| tai-態 | (taalkunde) vorm; aspect |
| tai-態 | uiterlijk; figuur; vorm; gestalte; houding |
| tai-袋 | telwoord voor dingen in zakken [tassen] |
| tai-隊 | compagnie; corps; eenheid |
| taian-対案 | tegenvoorstel; tegenbod |
| taiatari-体当たり | het met het volle gewicht er tegenaan gaan; zich storten op |
| taiban-胎盤 | placenta; nageboorte |
| taibutsu-対物 | betreffende [betrekking hebbende op] dingen [voorwerpen] |
| taichō-退潮 | (fig.) verzwakking; verslapping; daling; teloorgang |
| taidan-退団 | het weggaan [verlaten] van een groep [team; organisatie; bedrijf] |
| taido・rōn-タイド・ローン | een lening waarbij vastgelegd is waarvoor die gebruikt mag worden |
| taiga-タイガ | moerassig naaldwoud; boreaal woud |
| taigaku-退学 | het van school gestuurd zijn [worden] |
| taigakusha-退学者 | drop-out; een voortijdige schoolverlater; iemand die stopt met de studie |
| taige-体解 | (boeddh.) totaal begrip [besef; bevatting] (door lichaam en geest verkregen) |
| taigensuru-体現する | belichamen; model staan voor |
| taigyō-大業 | grote [enorme] klus [taak; onderneming; geweldige prestatie |
| taigyō-大業 | het slagen voor het eindexamen van het officiële promotie-examen in het Ritsuryo-systeem; ook de persoon die dat bereikt |
| taihaku-太白 | afkorting van taihakuame; snoepgoed gemaakt van witte suiker |
| taihaku-太白 | taihaku(imo); een soort zoete aardappel |
| taihaku-太白 | afkorting van taihakusei; Venus (planeet) |
| taiheiraku-太平楽 | zorgeloosheid; onbekommerdheid |
| taihojutsu-逮捕術 | arrestatietechniek voor politie (om iemand die zich verzet tegen arrestatie de handboeien aan te doen) |
| taii-大意 | de kern; essentie; (hoofd)strekking; het algemene idee; een korte samenvatting |
| taiikukan-体育館 | gymnasium; gymzaal; trainingszaal; sportschool |
| taiikunohi-体育の日 | Nationale Sportdag in Japan (op de 2de maandag in oktober; voorheen: Gezondheids- en Sportdag) |
| taiin-隊員 | korpslid (politie, brandweer, krijgsmacht., e.d.) |
| taiinsuru-退院する | ontslagen worden uit het ziekenhuis |
| taiji-胎児 | foetus; ongeboren kind |
| taijisuru-対峙する | tegenover elkaar staan; het hoofd bieden aan; niet wijken voor |
| taijōhōshin-帯状疱疹 | herpes zoster; gordelroos |
| taika-大家 | rijke [voorname] familie |
| taika-大家 | groot [voornaam] huis; villa |
| taikai-体解 | (in het oude China) doodstraf door het afhakken van ledematen |
| taikan-体幹 | romp; torso |
| taikan-台観 | observatie platform |
| taikan-大患 | grote zorgen [angst]; kommer en kwel |
| taike-大家 | rijke [voorname] familie |
| taikei-大兄 | (beleefd woord van mannen voor een oudere of gelijke) u |
| taikei-大兄 | (beleefd woord voor je eigen, oudere) broer |
| taikei-隊形 | formatie; samenstelling; (militaire) eenheid |
| taikiroku-タイ記録 | evenaring van een record (sport) |
| taikomochi-太鼓持ち | iemand die (als beroep) zorgt voor een goede sfeer tussen gasten en geisha tijdens een feest; stemmingmaker; animator |
| taikōsetsu-待降節 | advent (de vier weken voor Kerstmis) |
| taikōtennō-大行天皇 | de aanduiding voor de naamperiode van een recent overleden keizer |
| taikun-大君 | keizer; koning; vorst; prins |
| taikun-大君 | (China) erenaam voor de opvolger van een koning [vorst] |
| taikun-大君 | andere naam voor de shogun die tijdens de Edo-periode voor het buitenland werd gebruikt |
| taikutsu-退屈 | (in historische documenten e.d.) vrij [ongebonden] en zonder werk |
| taikyō-胎教 | prenatale zorg; zwangerschapstraining |
| taikyo-退去 | vertrek; deportatie; evacuatie |
| taimatsu-松明 | toorts; fakkel (gemaakt van dennenhout, bamboe, riet, e.d.) |
| taimei-大命 | keizerlijk [koninklijk] bevel; decreet van een vorst |
| taimei-待命 | in afwachting van orders [instructies; aanstelling] |
| taimurī-タイムリー | (honkbal) een slag waardoor een honkloper kan scoren (timely hit) |
| taimurī・hitto-タイムリー・ヒット | (honkbal) een slag waardoor een honkloper kan scoren (run-scoring hit) |
| taimuzu・sukuea-タイムズ・スクエア | Times Square (plein in Manhattan, New York) |
| taimu・appu-タイム・アップ | de tijd is om; de tijd is voorbij |
| taimu・kapuseru-タイム・カプセル | tijdcapsule (een capsule gevuld met informatie, bedoeld om mensen in de toekomst te helpen een beeld te krijgen van een bepaalde tijdsperiode) |
| taimu・tonneru-タイム・トンネル | tijdtunnel (fantasie-tunnel als een soort tijdmachine) |
| tainin-体認 | deskundigheid op basis van ervaring; door ervaring wijs geworden |
| tainin-大任 | belangrijke missie [opdracht]; zware taak [verantwoording] |
| taiōgenri-対応原理 | (natuurkunde) correspondentieprincipe |
| taipu-タイプ | type; soort; stijl |
| tairagu-平らぐ | onderdrukt worden |
| tairan-大乱 | rebellie; opstand; burgeroorlog |
| tairei-頽齢 | (iemands) oude dag; laatste jaren; gevorderde [hoge] leeftijd |
| tairyōgyakusatsu-大量虐殺 | massamoord; genocide; massaslachting |
| tairyōyusōkikan-大量輸送機関 | massatransport |
| taisa-大差 | een groot [enorm] verschil |
| taisei-体制 | de gevestigde orde; de autoriteiten; het regime; het bewind |
| taisei-体制 | systeem; structuur; stelsel; kader; organisatie |
| taisei-大聖 | vooraanstande wijsgeer; verheven heilige (met een deugdzaam leven) |
| taisen-大戦 | grote oorlog [veldslag] |
| taisha-代謝 | het oude vervangen door het nieuwe |
| taisha-大社 | (oorspronkelijk) nationale hoofdtempel [schrijn] |
| taishita-大した | groot; enorm; geweldig; belangrijk |
| taishitsu-対質 | kruisverhoor |
| taishō-対象 | voorwerp; object; ding |
| taishoku-耐食 | corrosie resistentie; roestbestendigheid |
| taishokudaikō-退職代行 | het ontslag regelen (voor iemand); ontslaghulp |
| taishōsha-対象者 | doelgroep; iemand die in aanmerking komt voor |
| taishosha-退所者 | gevangene die zijn tijd heeft uitgezeten en zijn vrijheid terugkrijgt [wordt vrijgelaten] |
| taiten-大典 | (historisch) overheidsambt in het ritsuryō rechtssysteem van Japan |
| taitorōpu-タイトロープ | koord dat wordt gebruikt bij koorddansen |
| taitorōpu-タイトロープ | (fig.) (dansen op) het slappe koord (risicovolle onderneming) |
| taiwanbōzu-台湾坊主 | (algemene term voor) kaalheid |
| taiyakon-タイヤ痕 | afdruk profiel van een wiel [band] (van een auto, brommer, fiets, etc.); bandenspoor |
| taizanhokuto-泰山北斗 | autoriteit; deskundige; beroemdheid |
| tajōtakon-多情多恨 | veel verdriet [zorgen] en teleurstellingen |
| takaagari-高上がり | hoger [duurder] worden; duurder dan verwacht |
| takamaru-高まる | hoger [sterker] worden; toenemen |
| takanotsume-鷹の爪 | theesoort van hoge kwaliteit |
| takashimada-高島田 | Japanse traditionele haarstijl voor vrouwen |
| takatobi-高飛び | (voor de politie) het vluchten; ervandoor gaan; op de vlucht slaan |
| takegushi-竹串 | bamboe spies [pin] (m.n. voor voedsel) |
| takemitsu-竹光 | (een spottende term voor) een bot zwaard |
| takenokoseikatsu-筍生活 | het slechts in je levensonderhoud kunnen voorzien door steeds meer persoonlijke bezittingen te verkopen (gelijkend op het afpellen van een bamboescheu |
| takeritatsu-猛り立つ | razen; woeden; woedend worden; in woede uitbarsten |
| takeru-炊ける | =gekookt [gaar] worden |
| takeru-猛る | razen; woedend [opgewonden] zijn [worden] |
| takeru-長ける | vergevorderd zijn; in volle gang zijn |
| takeru-長ける | ouder (in jaren) worden |
| taketonbo-竹蜻蛉 | (traditioneel Japans speelgoed) bamboe libelle, een propellor die gaat draaien door een pin snel in beide handpalmen te wrijven |
| takeuma-竹馬 | (afk. voor) tweedehands kledingwinkel (Edo-periode) |
| takiguchi-焚き口 | branddeur (b.v. van een keukenfornuis) |
| takishimeru-焚き染める | (kleding, etc.) parfumeren door het branden van wierook |
| takkan-達観 | een vooruitziende blik; het lange termijnperspectief. |
| takken-卓見 | helderziendheid; doordringend inzicht |
| takken-達見 | inzicht; vooruitziende blik |
| takkuru-タックル | (sport) het onderscheppen van de bal [puck] |
| takkuru-タックル | techniek in het worstelen |
| takkuru-タックル | (sport) het stoppen en onderuithalen van de tegenstander |
| takō-多幸 | groot [veel] geluk; voorspoed |
| takoashi-蛸足 | octopuspoot (een voorwerp met meerdere takken die op één plek ontspringen, b.v. in elektra) |
| takoku-他国 | buitenland; een ander land; een andere plaats] [regio] (dan waar je bent geboren) |
| takokukankyōtei-多国間協定 | multilateraal akkoord [verdrag] |
| takōshō-多幸症 | euforie (medisch) |
| takosu-タコス | taco (knapperige gevulde tortilla) |
| taku-卓 | telwoord voor tafels, bureaus, e.d. |
| takubatsu-卓抜 | excellentie; superioriteit |
| takuboku-啄木 | (afk. voor) specht |
| takuboku-啄木 | de titel van een muziekstuk voor de biwa (Japans snaarinstrument) |
| takuchi-宅地 | grond voor woningbouw; woningbouwlocatie; (bouw)kavel |
| takuetsu-卓越 | excellentie; superioriteit; uitmuntendheid |
| takuhai-宅配 | thuisbezorging |
| takuhaibin-宅配便 | koeriersdienst; (snelle) levering aan huis; thuisbezorging |
| takuhatsu-托鉢 | (boeddh.) bedeltocht van een monnik; rondgang voor het vragen van aalmoezen) |
| takuhon-拓本 | (archeologie) rubbing; wrijfsel (door wrijving verkregen kopieën op papier van reliëfversieringen) |
| takusen-託宣 | (goddelijk) orakel; openbaring |
| takuwaeru-蓄える | laten groeien (baard, snor) |
| takuwaeru-蓄える | (iets) opslaan; opsparen; voorraad opbouwen [inslaan] |
| tamamatsuri-霊祭り | vooroudersfestival; festival van de doden (om de geesten van de voorouders te verwelkomen, in de zevende maand van de maankalender) |
| tamanori-玉乗り | het balanceren [voortbewegen] op een grote bal |
| tamaru-貯まる | gespaard worden; zich opstapelen |
| tamatebako-玉手箱 | een mysterieuze doos (die niet geopend had mogen worden) uit het Japanse volksverhaal Urashima Tarō |
| tamatebako-玉手箱 | waardevolle schat (die niet zomaar aan iedereen wordt getoond); doos van Pandora |
| tamaya-霊屋 | een klein huisje dat op een graf wordt geplaatst |
| tameni-為に | voor; ter wille van; om te |
| tameshi-例 | voorbeeld; precedent |
| tāminaru・kea-ターミナル・ケア | terminale zorg |
| tamokuteki-多目的 | multipurpose; voor meerdere doeleinden geschikt; multifunctioneel |
| tamore-給れ | (imperatieve vorm van tamoru) geeft u mij alstublieft; wees zo goed om |
| tamoru-給る | (beleefd werkwoord voor) geven; verlenen; toekennen |
| tamushi-田虫 | ringworm (huidaandoening: tinea corporis) |
| tan-譚 | verhaal (dit kanji wordt alleen gebruikt in combinatie met andere kanji) |
| tanaoroshidaka-棚卸高 | inventaris; inventariswaarde; voorraadwaarde |
| tanaoroshishisan-棚卸資産 | inventaris; voorraad |
| tanazarae-棚浚え | uitverkoop van (overtollige) winkelvoorraad |
| tanazarashi-棚晒し | onverkoopbare [niet verkochte] winkelvoorraad; producten die op de planken zijn blijven liggen |
| tanbi-度 | (informele vorm van: tabi) keer; maal; telkens |
| tanbi-耽美 | voorliefde [gevoeligheid] voor kunst en schoonheid |
| tanborin-タンボリン | (muziekinstrument) tamborim (Braziliaanse handtrommel) |
| tanbun-短文 | een korte zin; een korte tekst |
| tanchiken-探知犬 | snuffelhond (voor explosieven, drugs, e.d.) |
| tanda-単打 | (honkbal) (korte) honkslag (waarmee de slagman alleen het eerste honk bereikt) |
| tanda-短打 | (honkbal) (korte) honkslag (waarmee de slagman alleen het eerste honk bereikt) |
| tanden-丹田 | plexus solaris [zonnevlecht] (punt onder de navel; focus punt voor innerlijke meditatie; in oosterse geneeskunde beschouwd als belangrijk energiepunt) |
| tandorī・chikin-タンドリー・チキン | kip tandoori (Indiaas gerecht) |
| tane-種 | oorzaak; bron |
| tane-種 | ras; soort; afstamming |
| tangankyō-単眼鏡 | monocle; lorgnon |
| tango-単語 | woord; woordenschat |
| tangonosekku-端午の節句 | Japanse feestdag voor jongens (elk jaar op 5 mei) |
| tanigawa-谷川 | bergbeek; rivier die door het dal stroomt |
| tanimachi-谷町 | (sumo) beschermheer; mecenas; geldschieter (van een worstelaar of stal) |
| taningyōgi-他人行儀 | het zich afstandelijk [gereserveerd; formeel] gedragen; gereserveerdheid; afstandelijkheid |
| tanjijitsu-短時日 | een paar dagen; korte tijd |
| tanjikankinmusei-短時間勤務制 | systeem van werktijdverkorting [verkorte werktijden] |
| tanjitsu-短日 | korte dag (in de winter) |
| tanjitsugetsu-短日月 | een korte tijd [periode] |
| tanjō-誕生 | geboorte |
| tanjōbi-誕生日 | verjaardag; geboortedag |
| tanjōsuru-誕生する | geboren worden |
| tankan-短観 | (afk. voor) Tankan onderzoek (economische kwartaal peiling van het ondernemersvertrouwen door de Japanse Bank) |
| tankei-短径 | korte [kleine] as (van een ellips) |
| tanken-短剣 | kort zwaard; dolk; mes; ponjaard |
| tanki-短期 | korte termijn |
| tankidaigaku-短期大学 | (2-jarige) hogeschool [universiteit] (opleidend tot Bachelor diploma) |
| tankikashitsuke-短期貸付 | kortetermijnlening |
| tankikashitsukekin-短期貸付金 | kortlopende lening |
| tankikeikaku-短期計画 | kortetermijnplanning |
| tankikinri-短期金利 | kortetermijn rente |
| tankikioku-短期記憶 | kortetermijngeheugen |
| tankitaizai-短期滞在 | kort verblijf |
| tankiyūshi-短期融資 | kortlopende lening |
| tanku-短句 | frase; korte zinsnede |
| tankyori-短距離 | korte afstand (sport, wapens, etc.) |
| tanmari-たんまり | heel wat; nogal wat; behoorlijk veel |
| tanmei-短命 | een kort leven; korte levensduur |
| tanmō-短毛 | kort haar |
| tanoshimi-楽しみ | plezier; hoop; voorpret |
| tanpa-短波 | kortegolf (hoge radiofrequentie) |
| tanpahōsō-短波放送 | kortegolfuitzending |
| tanpajushinki-短波受信機 | kortegolfontvanger (radio) |
| tanpan-短パン | korte broek |
| tanpasōshinki-短波送信機 | kortegolfzender |
| tanpatsu-単発 | eenmotorig zijn (vliegtuig) |
| tanpatsuki-単発機 | eenmotorig toestel (vliegtuig) |
| tanpen-短編 | kort stuk (verhaal, film, etc.) |
| tanpenshosetsu-短編小説 | een kort verhaal; novelle |
| tanpo-担保 | onderpand; (waar)borg; garantie |
| tanpyō-短評 | korte recentie |
| tanraku-短絡 | kortsluiting |
| tanraku-短絡 | verkorting (v.e. procedure); voorbarige conclusies |
| tanrakusuru-短絡する | kortsluiten |
| tanrakusuru-短絡する | voorbarige conclusies trekken; te snel handelen [oordelen] |
| tanrei-端麗 | schoonheid; bekoorlijkheid; elegantie |
| tansa-探査 | onderzoek; exploratie |
| tanshi-短詩 | een kort gedicht |
| tanshi-端子 | klem; poort; aansluiting; terminal (computer) |
| tanshiki-単式 | een eenvoudige vorm |
| tanshiki-単式 | (afk. voor) enkel [enkelvoudige] boekhouding |
| tanshin-短信 | kort bericht; notitie; memo; korte boodschap |
| tansho-短所 | zwakheid; tekortkoming; gebrek; zwak punt; nadeel |
| tansoganyūryō-炭素含有量 | koolstofgehalte (formele term) |
| tantakatan-鍛高譚 | een soort shōchū (Japanse gedistilleerde drank) gemaakt met perilla (shiso) bladeren |
| tantan-眈眈 | (b.v. van een tijger, e.d.) een scherpe en doordringende blik; waakzaam zijn; klaar om actie te ondernemen |
| tāntēburu-ターンテーブル | draaischijf (voor locomotieven) |
| tantehōkōjiku-短手方向軸 | korte [kleine] as |
| tantō-担当 | het de leiding hebben; verantwoordelijk zijn |
| tantōchokunyū-単刀直入 | direct ter zake komen; rechtdoorzee; openhartig |
| tantōsha-担当者 | leidinggevende; de verantwoordelijke persoon; coördinator; contactpersoon |
| tantōsuru-担当する | de leiding hebben; verantwoordelijk zijn |
| tantsubo-痰壺 | spuugbak; spuwbak; kwispedoor |
| tanza-端座 | (bij Zen meditatie) de correcte [voorgeschreven] zitpositie |
| tanzaku-短冊 | een smalle strook papier voor het schrijven van Japanse (waka) gedichten (verticaal) |
| tanzaku-短冊 | een strook papier voor het maken van lijsten |
| tanzan-炭山 | een berg waaruit steenkool gedolven wordt |
| tān'araundo・taimu-ターンアラウンド・タイム | doorlooptijd; omlooptijd; keertijd |
| tan'i-単位 | zitplaats voor Zen-meditatie (in de meditatiehal) |
| tan'on-短音 | (taalkunde) korte klank; korte klinker |
| tan'onsetsugo-単音節語 | eenlettergrepig woord |
| taranoki-楤の木 | (Aralia elata) duivelswandelstok; engelenboom; engelwortelboom |
| taratara-たらたら | onophoudelijk; overvloedig; voortdurend |
| tarekomu-垂れ込む | klikken; verklikken; verraden; doorgeven (aan de politie) |
| taruhiroi-樽拾い | het ophalen door de slijterij van lege sake-vaten en flessen (bij klanten) |
| tarumu-弛む | afhangen; slap hangen; los hangen [worden]; doorzakken |
| tasatsu-他殺 | moord |
| tashinami-嗜み | discretie; voorzichtigheid; bescheidenheid |
| tashinami-嗜み | kennis over [voorkeur voor] een kunstvorm; hobby; voorkeur |
| tashinamu-嗜む | voorzichtig [bescheiden] zijn |
| tashu-多種 | veelheid aan categorieën |
| tasogare-黄昏 | (metaforisch) achteruitgang [verval] |
| tasukaru-助かる | geholpen [gered] worden |
| tatakai-戦い | oorlog; gevecht; strijd |
| tatakinaosu-叩き直す | door discipline corrigeren |
| tatakinaosu-叩き直す | in de oude vorm herstellen [terugbrengen]; in de oude vorm slaan |
| tatakiuri-叩き売り | voor een verlaagde prijs verkopen |
| tatamisuiren-畳水練 | (lett. het oefenen van zwemmen op een tatamimat) boekenwijsheid; theorie die niet in de praktijk getest is |
| tataru-祟る | een slecht resultaat [slechte situatie] teweegbrengen [veroorzaken] |
| tatchirain-タッチライン | (sport) zijlijn |
| tatchi・netto-タッチ・ネット | het aanraken van het net door een speler (tennis, volleybal, etc.) |
| tate-縦 | lengte; hoogte; diepte; verticaal; loodrecht; van boven naar beneden; van noord naar zuid |
| tateba-立て場 | (Edo periode) een stopplaats [rustplaats] voor reizigers met paardenkoetsen en riksja's |
| tatebue-縦笛 | blaasinstrument waar verticaal op geblazen wordt |
| tatekaekin-立替金 | voorschot |
| tatekaeru-立て替える | voor iemand betalen; geld voorschieten |
| tatekan-立て看 | (staand) uithangbord; reclamebord |
| tatenuki-経緯 | verticaal en horizontaal; lengtegraad en breedtegraad; schering en inslag |
| tateru-立てる | opstellen; uitwerken; naar voren brengen |
| tateshi-殺陣師 | choreograaf van scenes met zwaardgevechten (voor film, toneel, etc.) |
| tatetoosu-立て通す | (tot het einde) voortduren [blijven bestaan] |
| tatetoosu-立て通す | volharden; volhouden; doorzetten |
| tatetsuku-盾突く | trotseren; tarten; zich verzetten; niet gehoorzamen; in opstand komen |
| tatewari-縦割り | verticale [hiërarchische] organisatiestructuur |
| tatewari-縦割り | iets verticaal [in de lengte] doormidden delen |
| tateya-建屋 | gebouw (voor opslag en gebruik van (zware) machines, apparatuur, e.d.) |
| tatezahyō-縦座標 | ordinaat (meetkunde) |
| tatoe-例え | voorbeeld |
| tatoe-例え | vergelijking; metafoor; allegorie |
| tatoeba-例えば | bijvoorbeeld |
| tatsu-建つ | gebouwd worden |
| tatsu-経つ | verstrijken; voorbijgaan (van de tijd) |
| tatsumaki-竜巻 | tornado; wervelwind |
| tawā-タワー | toren |
| tawamure-戯れ | spel; sport; grap; scherts; kattenkwaad |
| tawashi-束子 | schuurborstel; schuurspons |
| tayū-大夫 | de verteller in jōruri |
| tayumu-弛む | verzwakken; afzakken; minder worden |
| tazai-多罪 | (een beleefde term om je te verontschuldigen voor onbeleefdheid, nalatigheid, e.d.) excuses (voor...) |
| tazuna-手綱 | teugels; toom (voor paarden) |
| tazunemono-尋ね物 | iets waarnaar men op zoek is; ontbrekend [zoekgeraakt] voorwerp [artikel] |
| tazunemono-尋ね者 | gezocht persoon; persoon die gezocht wordt |
| tazuneru-尋ねる | vragen; informeren (naar) |
| tazusaeru-携える | (iemand) meenemen; vergezeld worden door |
| te-手 | hand; arm; voorpoot |
| teate-手当て | medische behandeling; medische zorg [hulp] |
| teate-手当て | voorbereiding |
| teba-てば | achter een zelfst.naamwoord of zin gebruikt om een oproep [bewering; verzoek; eis] te benadrukken |
| tebana-手鼻 | je neus schoonblazen door met je vingers één voor één de neusgaten dicht te drukken |
| tebanare-手離れ | (van een kind) het niet meer constante zorg van de moeder nodig hebben |
| tebanare-手離れ | iets dat klaar is (waar niet meer aan gewerkt hoeft te worden) |
| tebiki-手引き | introductie; bijstand; sponsor |
| tebikisho-手引書 | handleiding; inleiding; handboek voor beginners |
| tebineri-手びねり | het met de hand vormen |
| tebōki-手箒 | kleine (hand)borstel |
| tebunko-手文庫 | kleine doos voor schrijfmaterialen [brieven] |
| tēburu・sentā-テーブル・センター | tafelkleedje (als decoratie op het midden van de tafel) |
| tēburu・supīchi-テーブル・スピーチ | korte toespraak aan tafel tijdens een diner |
| tebusoku-手不足 | een tekort aan handen; tekort aan personeel |
| tebyōshi-手拍子 | een ondoordachte [domme] zet (bij schaken, etc.) |
| tefuda-手札 | briefkaart formaat voor foto-afdruk |
| tefūkin-手風琴 | accordeon; trekharmonica; concertina |
| tefuron-テフロン | teflon (merknaam van polytetrafluorethyleen) |
| tegatakashitsuke-手形貸付け | voorschot op promesse; lening op rekening |
| tegatashijō-手形市場 | markt voor handelspapier [bankbiljetten; commerciële waardepapieren] |
| tegoro-手頃 | handformaat; handig; praktisch; makkelijk te hanteren |
| teguchi-手口 | modus operandi; de wijze waarop een misdrijf wordt begaan |
| tehai-手配 | voorbereiding(en); voorzorg; maatregel |
| tehai-手配 | opsporingsbevel; huiszoekingsbevel |
| tehaishashin-手配写真 | foto van een verdachte in het opsporingsregister |
| tehon-手本 | voorbeeld (handschrift, tekening, etc.) |
| tei-丁 | de vierde rang [klasse; categorie; partij] |
| tei-定 | (in kanji combinaties) (definitieve) beslissing; regel; voorschrift; vastgesteld; vast |
| tei-底 | soort; type |
| tei-弟 | (in kanji combinaties) jongere broer; leerling; discipel; (een bescheiden term voor) ik; mij |
| teian-提案 | voorstel; suggestie |
| teiansuru-提案する | voorstellen |
| teichiami-定置網 | een vast visnet (dat in zee wordt geïnstalleerd) |
| teiden-停電 | stroomuitval; stroomstoring; stroomonderbreking |
| teigaku-停学 | (tijdelijke) schorsing voor het volgen van klassen [colleges] |
| teigen-提言 | mening; idee; gedachtegoed; voorstel |
| teiichi-定位置 | vaste positie (b.v. bij sport van een speler in het veld) |
| teiin-定員 | quotum (voor personeel, passagiers, etc.) |
| teiji-丁字 | (afk. voor) T-vorm |
| teiji-定時 | vastgesteld [vooraf bepaald] tijdstip; vaste tijd |
| teijikei-丁字形 | T-vorm |
| teikeishi-定型詩 | verzen in vaste vorm (poëziestijl) |
| teiki-定期 | (afk. voor) termijndeposito |
| teiki-定期 | (afk. voor) termijn contract; futures contract |
| teiki-定期 | (afk. voor) openbaar vervoerspas [abonnement]; pendelpas; forenzenpas; seizoenkaart |
| teikijōshaken-定期乗車券 | OV-kaart; trajectkaart; een abonnement voor het openbaar vervoer |
| teikiken-定期券 | openbaar vervoerspas [abonnement]; pendelpas; forenzenpas; seizoenkaart |
| teikyō-提供 | donatie; sponsoring |
| teimei-低迷 | (voortdurende) ongunstige [slechte] situatie [omstandigheden] |
| teinei-丁寧 | zorgvuldigheid |
| teineigo-丁寧語 | beleefdheidsvorm; beleefd taalgebruik |
| teire-手入れ | zorg; verzorging; reparatie; (iets) in goede conditie brengen [houden] |
| teiri-定理 | stelling; theorema |
| teiron-定論 | gevestigde theorie; algemeen gangbare mening |
| teiryōshihyō-定量指標 | kwantitatieve indicatoren |
| teisei-訂正 | correctie; aanpassing; herziening; rectificatie |
| teisengōi-停戦合意 | overeenkomst voor een staakt-het-vuren [wapenstilstand] |
| teisenjōken-停戦条件 | de voorwaarden voor de wapenstilstand |
| teisenkaidan-停戦会談 | onderhandelingen voor een wapenstilstand |
| teisenkyōtei-停戦協定 | een overeenkomst [afspraak; akkoord] voor een wapenstilstand |
| teisenmeirei-停戦命令 | een opdracht [order] tot een staakt-het-vuren |
| teisenmōshiire-停戦申し入れ | voorstellen voor een wapenstilstand |
| teisetsu-定説 | algemeen geaccepteerde [gangbare] verklaring [uitleg; theorie] |
| teisha-停車 | het (tijdelijk) stoppen van een voertuig (voor een stoplicht, halte, station, etc.) |
| teishaba-停車場 | treinstation; spoorweghalte |
| teishajō-停車場 | treinstation; spoorweghalte |
| teishi-停止 | stopzetting; staking; schorsing; onderbreking |
| teishiki-定式 | vastgestelde norm [vorm]; voorgeschreven ritueel [gebruik] |
| teishinsuru-挺身する | zich als vrijwilliger aanbieden; het voortouw nemen |
| teishisuru-停止する | opschorten; onderbreken; staken |
| teishō-提唱 | verdediging; voorspraak; voorstel |
| teishoku-停職 | schorsing van de dienstverband; tijdelijke verwijdering uit het ambt |
| teishōsha-提唱者 | voorstander; pleitbezorger |
| teishōsuru-提唱する | (be)pleiten; verdedigen; voorstellen; propageren |
| teishu-亭主 | (informeel) mijn man |
| teishu-亭主 | herbergier; eigenaar (van horeca); gastheer |
| teisoku-定則 | wet; vaste regel; voorschrift |
| teisokusū-定足数 | quorum |
| teisōtai-貞操帯 | kuisheidsgordel |
| teisū-定数 | vast aantal; quorum (vereist aantal aanwezigen) |
| teisuru-挺する | het voortouw [initiatief] nemen; voorop gaan; zich inzetten voor; zich opofferen |
| teisuru-訂する | corrigeren; correcties aanbrengen; herzien; verbeteren |
| teitō-剃刀 | een scheermes voor (het ritueel van) het scheren van het hoofdhaar van boeddhistische monniken |
| teiyu-提喩 | synecdoche (stijlfiguur in grammatica en retorica) |
| tejaku-手酌 | sake inschenken voor jezelf; zelf inschenken |
| tekagami-手鑑 | model; voorbeeld |
| tekigō-適合 | conformiteit; congruentie; verenigbaarheid; overeenstemming |
| tekiidō-定期異動 | verplaatsing voor bepaalde tijd |
| tekikakutegata-適格手形 | een bankaccept (gekwalificeerd door de Bank van Japan) |
| tekin-手金 | borg; onderpand |
| tekiōshōgai-適応障害 | aanpassingsstoornis |
| tekipaki-てきぱき | kordaat; bruusk; snel; alert; stipt |
| tekirei-適例 | een goed [toepasselijk] voorbeeld |
| tekisetsu-適切 | passend [geschikt; correct] zijn |
| tekishin-摘心 | het dieven [weghalen] van takken [knoppen] van een plant (om de groei van vruchten te bevorderen) |
| tekishitsu-敵失 | fout gemaakt door een tegenstander [vijand] |
| tekisu-適す | passen; geschikt zijn (voor) |
| tekisuru-敵する | gewaagd zijn aan elkaar; een partij zijn voor; gelijke [vergelijkbaar] zijn |
| tekisuru-適する | passen; geschikt zijn (voor) |
| tekitō-適当 | correctheid; geschiktheid |
| tekiyaku-適薬 | het juiste [specifieke] medicijn; passende remedie (voor een bepaalde ziekte) |
| tekiyō-摘要 | samenvatting; kort overzicht |
| tekiyōsho-摘要書 | samenvatting; abstract; korte inhoud (van een tekst) |
| tekizai-適材 | de juiste [geschikte] persoon (voor een functie) |
| tekizen-敵前 | voor [tegenover] de vijand |
| tekka-鉄火 | (afk. voor tekkadonburi) een Japans rijstgerecht met daarop rauwe tonijn sashimi |
| tekka-鉄火 | (afk. voor tekkamaki) in nori (gedroogde zeewier) gerolde sushi met een vulling van rauwe tonijn |
| tekkaba-鉄火場 | (informeel, niet standaard) gokhuis; gokhol; goktent |
| tekkamaki-鉄火巻 | in nori (gedroogde zeewier) gerolde sushi met een vulling van rauwe tonijn |
| tekkamiso-鉄火味噌 | Tekka-miso (rode miso van aantal gekruide en gefrituurde wortelgroenten) |
| tekku-テック | (afk. voor) technologie; techniek |
| tekkusu-テックス | tex (eenheid voor lineaire massa, voor het meten van de fijnheid van garen of vezels) |
| tekondō-テコンドー | taekwondo (Koreaanse vechtsport) |
| tekubari-手配り | voorbereiding; maatregel |
| tekunikkusu-テクニックス | Technics, merknaam van Panasonic Corporation |
| tekunofobia-テクノフォビア | technofobie (angst voor technologie) |
| tekunosutorakuchā-テクノストラクチャー | (van het Engelse technostructure) een netwerk van vakbekame personen die grip houden; controle houden over de economie binnen de eigen organisatie |
| tekuragari-手暗がり | (een donkere plek door) de schaduw van je hand (b.v. bij het schrijven) |
| tema-手間 | salaris; loon naar werken; geld voor verrichte arbeid |
| temachin-手間賃 | salaris; loon naar werken; geld voor verrichte arbeid |
| temadai-手間代 | salaris; loon naar werken; geld voor verrichte arbeid |
| temae-手前 | deze [mijn] kant; voor mij |
| temawashi-手回し | voorbereiding(en); maatregel(en) |
| temijika-手短 | kortheid; beknoptheid |
| temochi-手持ち | in voorraad hebben; bij de hand hebben |
| ten-天 | (afk. voor) tempura |
| ten-天 | de voorzienigheid; het lot; de lotsbestemming |
| ten-点 | (telwoord voor) artikel, product, etc. |
| ten-点 | cijfer; score; punten (van een spel, e.d.) |
| tenā-テナー | tenor |
| tenbai-転売 | doorverkoop; wederverkoop |
| tenbaisuru-転売する | doorverkopen; opnieuw [weer] verkopen |
| tenbatsu-天罰 | goddelijke straf; God's toorn |
| tenbiki-天引き | automatische inhouding; aftrek vooraf |
| tenbin-天秤 | (vistuig) metalen fitting die wordt gebruikt om te voorkomen dat een vislijn verstrikt raakt (onder het wateroppervlak) |
| tenbin-天秤 | (afk. voor ) juk; draagstok |
| tenbin-天秤 | (afk. voor) (sterrenbeeld) Weegschaal (Libra) |
| tenbun-天分 | (natuurlijk; aangeboren) talent; gave; aanleg |
| tenchō-転調 | (muziek) modulatie; verandering van toonsoort |
| tenchū-天誅 | goddelijke straf; God's toorn |
| tendō-天道 | Voorzienigheid Gods; goddelijke voorzienigheid [gerechtigheid] |
| tendon-天丼 | (afk. voor) het Japanse gerecht tempura donburi |
| tengai-天涯 | de horizon |
| tengai-天蓋 | een rieten hoed gedragen door Komuso monniken |
| tengai-天蓋 | decoratieve bekleding over een altaar |
| tengan-天眼 | (boeddh.) een van de 5 soorten zicht, het bovennatuurlijk vermogen om door alles heen te kijken |
| tengen-天眼 | (boeddh.) een van de 5 soorten zicht, het bovennatuurlijk vermogen om door alles heen te kijken |
| tenjihin-展示品 | tentoongesteld [geëxposeerd] voorwerp [kunstwerk] |
| tenjiku-天竺 | (gekoppeld aan zelfstandig naamwoord met de betekenis:) ver weg; ingevoerd; geïmporteerd |
| tenjiku-天竺 | (oude benaming voor) India |
| tenjikurōnin-天竺浪人 | Tenjuku Ronin, een Japanse striptekenaar (m.n. van manga voor volwassenen |
| tenjō-殿上 | (afk. voor) ruimtes [vertrekken] in het paleis |
| tenjō-殿上 | (afk. voor) paleisdienaar |
| tenju-天授 | natuurlijke gave; aangeboren eigenschappen |
| tenka-天下 | (erenaam voor) keizerlijke prins [prinses]; prins-regent |
| tenka-天下 | (afk. voor) keizer; zoon des hemels |
| tenka-天下 | titel voor een shogun tijdens de Edo-periode |
| tenka-天火 | (afk. voor) een slechte dag; een ongeluksdag (volgens de kalendernotities moet men dan werk aan daken, kachels, etc vermijden) |
| tenka-天火 | brand door blikseminslag |
| tenka-転化 | transformatie, transfiguratie; metamorfose |
| tenka-転嫁 | het afschuiven van schuld of verantwoordelijkheid op anderen |
| tenka-転訛 | vervorming [verandering; verbastering] van de oorspronkelijke klank [uitspraak] van een woord |
| tenkafun-天花粉 | een soort talkpoeder; babypoeder (gemaakt van zetmeel van de plant kikarasuuri) |
| tenkaku-点画 | de punten en lijnen die een kanji vormen |
| tenkanshasai-転換社債 | converteerbare obligatie (obligatie die kan worden omgezet in aandelen) |
| tenkara-てんから | (met een ontkennend werkwoord) helemaal niet; absoluut niet; geenszins |
| tenkataihei-天下泰平 | universele vrede; wereldvrede; (tijd van) vrede en voorspoed |
| tenkei-典型 | standaardvorm; (standaard)model; typisch voorbeeld (van); archetype |
| tenki-天機 | aanleg; karakter; aard; aangeboren kwaliteiten; natuurtalent |
| tenkinsuru-転勤する | overgeplaatst worden |
| tenkiyohō-天気予報 | weerbericht; weersvoorspelling; weersverwachting |
| tenkomori-てんこ盛り | een flinke portie; een hoop [berg] eten |
| tenkyo-典拠 | oorspronkelijke [betrouwbare] bron; de oorsprong van woorden, zinnen, etc. |
| tenma-天魔 | (boeddh.) een boze geest van de zesde hemel (het verlangen) die het pad tot het boeddhisme voor volgelingen blokkeert |
| tenmado-天窓 | een gerecht waarbij er op gebakken noedels (soba of udon) een (zacht) gekookt of gebakken ei wordt gelegd |
| tenmondai-天文台 | sterrenwacht; observatorium |
| tennenkinenbutsu-天然記念物 | een beschermde diersoort [plantensoort] |
| tennenkinenbutsu-天然記念物 | een beschermde habitat [leefgebied]; een beschermde geologische formatie |
| tenōru-テノール | tenor |
| tenōrukigō-テノール記号 | tenorsleutel (muziek, c-sleutel op de vierde lijn van de (vijflijnige) notenbalk) |
| tenpan-典範 | model; norm; standaard |
| tenpan-典範 | regels; wet; voorschrift |
| tenpera-テンペラ | tempera (verfsoort) |
| tenperaga-テンペラ画 | tempera schilderij; schilderij met tempera (verfsoort) geschilderd |
| tenpin-天稟 | (van de hemel ontvangen) gezegend zijn met aangeboren talent [gaven; aanleg; kwaliteiten] |
| tenpo-塡補 | aanvulling (van een tekort]; compensatie (van een gemis) |
| tenpu-天賦 | (door de hemel gegeven) van nature [aangeboren] zijn (talent, gave, kwaliteiten, e.d.) |
| tenrai-天来 | hemels [door de hemel gezonden; goddelijk] zijn |
| tenrai-天籟 | prachtige [voortreffelijke] poëzie |
| tenro-転炉 | convertor; staaloven |
| tensai-天才 | aangeboren talent; natuurlijke gave |
| tensaku-添削 | correctie; verbetering; het bijwerken van tekst |
| tensaku-転作 | gewassen-afwisseling (een rotatie van de productie van verschillende soorten gewassen om de paar jaar) |
| tensei-天成 | iets dat aangeboren is |
| tensei-展性 | soepelheid; buigzaamheid; vervormbaarheid |
| tensei-転成 | transformatie; vormverandering |
| tensei-転生 | reïncarnatie; wedergeboorte; zielsverhuizing |
| tenshadai-転車台 | draaischijf (voor voertuigen, m.n. treinen) |
| tenshaku-天爵 | een nobele inborst; aangeboren deugdzaamheid |
| tenshi-天子 | de vorst van een land |
| tenshi-天資 | aard; ongeboren aanleg, natuurlijke gave(n) |
| tenshi-展翅 | het spreiden van de vleugels van een insect (voor het tentoonstellen van een dood exemplaar) |
| tenshin-天心 | de goddelijke wil; voorzienigheid |
| tenshin-点心 | (boeddh.) voorafje; snack |
| tenshin-点心 | (een ander woord voor) lunch |
| tenshokuzai-展色剤 | (bind)middel dat gebruikt wordt in verfstoffen [kleurstoffen] |
| tenshu-天守 | (grote) kasteeltoren; slottoren; donjon |
| tenshukaku-天守閣 | (grote) kasteeltoren; slottoren; donjon |
| tensō-転送 | overplaatsing; doorzending |
| tensōsuru-転送する | doorsturen; doorzenden; overplaatsen |
| tensu-テンス | tijdsvorm; tempus (grammatica) |
| tensū-点数 | punt; cijfer; score |
| tensū-点数 | telwoord voor artikelen [producten] |
| tentekisenseki-点滴穿石 | beetje voor beetje; stap voor stap op je doel af gaan (lett. het constant druppelen van water boort een gat in een steen) |
| tentetsuki-転轍機 | een (spoorweg)wissel |
| tentō-店頭 | winkelpui; voorkant [etalage] van een winkel |
| tentō-転倒 | verstoring; verwarring; uit evenwicht; ontsteltenis |
| tenuki-手抜き | slordigheid; nalatigheid; onachtzaamheid |
| tenzo-典座 | een priester die verantwoordelijk is voor het eten in een Zen-tempel |
| ten'i-天意 | de goddelijke wil; voorzienigheid |
| ten'yaku-典薬 | hofarts; lijfarts van een vorst |
| ten'yawan'ya-てんやわんや | (totale) verwarring; wanorde; chaos |
| ten'yōsuru-転用する | converteren; omzetten; iets voor een ander doel gebruiken dan oorspronkelijk bedoeld |
| teppanyaki-鉄板焼 | Japanse gerechten die aan tafel op een ijzeren plaat (teppan) worden bereid |
| teppitsu-鉄筆 | zegel-snijder (metalen pen voor het snijden [graveren] van zegels) |
| teppōyuri-鉄砲百合 | graflelie (Lilium longiflorum) |
| tēpu・rekōdā-テープ・レコーダー | bandrecorder |
| terakoya-寺子屋 | (historisch, pre-modern Japan) klein klaslokaal in een tempel (om buurtbewoners basisles te geven in lezen, schrijven en rekenen) |
| terasen-寺銭 | betaling van geleend geld (voor gok doeleinden) met vaste rentetoeslag |
| terasu-テラス | terras; bordes |
| tērā・shisutemu-テーラー・システム | systeem van wetenschappelijke bedrijfsvoering (van Frederick Taylor) |
| terebitō-テレビ塔 | televisietoren |
| terepōtēshon-テレポーテーション | teleportatie |
| terepōto-テレポート | teleportatie |
| teritorī-テリトリー | grondgebied; territorium |
| tero-テロ | terrorisme |
| teroppu-テロップ | television opaque projector |
| terorisuto-テロリスト | terrorist |
| terorizumu-テロリズム | terrorisme |
| teroru-テロル | terreur; terrorisme |
| teruterubōzu-照る照る坊主 | pop van wit papier of katoen, opgehangen aan de dakrand in de hoop om daardoor de volgende dag mooi weer te krijgen |
| tesaki-手先 | loopjongen; stroman; iemand die het vuile werk opknapt voor anderen |
| teshio-手塩 | liefdevolle zorg (voor een kind) |
| tessan-鉄傘 | stalen [ijzeren] koepel [paraplu-vormig dak] (op een gebouw) |
| tessō-鉄窓 | raam met (ijzeren) tralies ervoor |
| tessuru-徹する | doordringen; penetreren |
| tessuru-徹する | (een nacht) doorhalen; opblijven |
| tesutā-テスター | klein instrument voor meting van stroom(spanning) |
| tetori-手取り | een ervaren [vaardige] sumoworstelaar |
| tetoron-テトロン | Tetoron (de Japanse handelsnaam voor polyester) |
| tetsu-徹 | (in kanji combinaties) doorheen gaan; doorboren; volharden; doorgaan |
| tetsu-鉄 | spoorbaan; spoorweg |
| tetsudō-鉄道 | spoorweg; spoorbaan; spoorlijn |
| tetsudōeki-鉄道駅 | treinstation; spoorstation |
| tetsudōin-鉄道員 | spoorwegpersoneel; spoorwegman; spoor(weg)wachter; stationschef |
| tetsudōkyō-鉄道橋 | spoorbrug; spoorwegbrug |
| tetsudōmō-鉄道網 | spoorwegnet; spoorwegstelsel |
| tetsudōshokuin-鉄道職員 | spoorwegpersoneel |
| tetsuke-手付け | borg; garantie; onderpand |
| tetsukekin-手付金 | borgsom |
| tetsuro-鉄路 | spoorweg; spoorbaan; spoorlijn |
| tetsuya-徹夜 | het een hele nacht opblijven [wakker blijven; waken; doorhalen; doorwerken] |
| tetsuyasuru-徹夜する | de hele nacht doorwerken [doorhalen; waken; wakker blijven] |
| tetta-てった | informele, korte vorm van ていった (-te + iru, verleden tijd) |
| tettō-鉄塔 | stalen toren; hoogspanningsmast |
| tettō-鉄桶 | (metafoor voor) ijzersterke verdediging |
| tettōtetsubi-徹頭徹尾 | grondig; door en door; van begin tot eind |
| tettsui-鉄槌 | (metafoor voor) strenge straf [sanctie]; zware slag (toebrengen) |
| teuchi-手打ち | overeenkomst; akkoord; overeenstemming |
| tewatashi-手渡し | persoonlijke bezorging [aflevering] |
| tezumari-手詰まり | verloren partij (schaken, go, e,d,) |
| tezume-手詰め | sterke aandrang [pressie]; stevig doordrukken |
| tezure-手擦れ | versleten; vuil [vet] geworden (door veelvuldig gebruik) |
| tīchingu・mashin-ティーチング・マシン | oorspronkelijk mechanische apparaat dat lesmateriaal presenteerde aan studenten (was de basis voor het latere computerondersteunend onderwijs) |
| tīchi・in-ティーチ・イン | een (politieke) discussiebijeenkomst op een universiteit tussen professoren en studenten |
| tikkā-ティッカー | tikker (toestel dat berichten telegrafisch op papierstroken overbrengt); elektronisch prikbord voor nieuws en beursberichten |
| tī・bakku-ティー・バック | een T-back; een kledingstuk (b.h., bikini, etc.) met bandjes in T vorm |
| tī・efu・tī-ティー・エフ・ティー | dunne film transistor (speciaal type transistor voor dunne films) |
| tī・guraundo-ティー・グラウンド | de afslagplaats (voor het begin van een hole bij golf) |
| tī・pī・ō-ティー・ピー・オー | passende kleding voor de tijd, plaats en gelegenheid |
| tō-塔 | toren; torenspits; pagode; stoepa |
| tō-当 | (afk. voor) verkozen [benoemd] zijn |
| tō-当 | (als voorvoegsel) deze; dit; de [het]... in kwestie |
| tō-頭 | (woord voor het tellen van grotere dieren) |
| tō-騰 | (in kanji combinaties) groter worden; stijgen; toename |
| tōan-答案 | antwoorden (op vragen, examen, e.d.) beantwoording; antwoordenvel |
| tōanyōshi-答案用紙 | antwoordenblad; antwoordenvel |
| tōba-塔婆 | (afk. voor) stoepa; boeddhistisch stenen monument |
| toban-塗板 | (zwart of groen) schoolbord |
| tobari-帳 | gordijn; voorhang(sel); draperie |
| tōbatsu-討伐 | onderwerping; onderdrukking; bedwinging (door militair ingrijpen) |
| tobidasu-飛び出す | (ten tonele) verschijnen; tevoorschijn komen |
| tobiguchi-鳶口 | brandhaak (een metalen haak op een stok gebruikt door brandweerlieden) |
| tobikakaru-飛びかかる | zich op iemand [iets] storten; aanvallen |
| tobikomidai-飛び込み台 | (hoge) duikplank; springtoren |
| tobikomijisatsu-飛び込み自殺 | zelfmoord door voor een rijdende trein te springen |
| tobikomu-飛び込む | binnenstormen |
| tobikosu-飛び越す | (fig.) vooruitspringen; met sprongen vooruitgaan |
| tobinoru-飛び乗る | op (een paard) springen; in een (rijdende) trein [bus, e.d.] springen; aan boord springen |
| tobira-扉 | deur; openslaande deuren; poort |
| tobirae-扉絵 | frontispies; fronton; versiering voorgevel |
| tobitobi-飛び飛び | sporadisch; verspreid; hier en daar; van de hak op de tak |
| toboso-枢 | gaten [uitsparingen] in deurposten voor de scharnieren |
| tobotobo-とぼとぼ | lusteloos; langzaam; moeizaam; sjokkend; sloffend; voortploeterend |
| tobu-飛ぶ | vervliegen; rondvliegen; verspreid [verstrooid] worden |
| tobukuro-戸袋 | opbergruimte (aan de rand van de dorpel) voor stormdeuren [luiken] van traditionele Japanse huizen |
| tōbun-当分 | voorlopig; op het ogenblik |
| toburau-弔う | een herdenkingsdienst houden; bidden voor de zielenrust van een overledene |
| tōbyō-投錨 | het voor anker gaan [liggen]; het ankeren |
| tōbyōsuru-投錨する | ankeren; voor anker gaan [liggen] |
| tōchakujun-到着順 | volgorde van aankomst |
| tōchi-トーチ | fakkel; toorts |
| tochi-土地 | grondgebied; terrein; domein; territorium |
| tōchi・rirē-トーチ・リレー | fakkeltocht; het doorgeven van de Olympische fakkel |
| tochō-都庁 | (afk. voor) het overheidskantoor van grootstedelijk Tokio |
| tōdai-灯台 | vuurtoren |
| toden-都電 | (afk. voor) Tokio Toden; Tokio Tramlijn |
| todoke-届け | levering; bezorging; aflevering |
| todokedenin-届出人 | degeen die aangifte doet (van geboorte, huwelijk, etc.) |
| todokemono-届け物 | bezorging; (post)bestelling; levering |
| todokesaki-届け先 | bestemming; adres van de ontvanger (van een bezorging, bestelling, levering e.d.) |
| tōdori-頭取 | voorzanger |
| tōei-灯影 | licht; lamp; toorts; lichtschijnsel [flikkering] (van lamp of vuur) |
| tōfū-東風 | (volgens de leer van de vijf elementen) lentewind; voorjaarswind |
| tōga-トーガ | tabbaard; toga (kledingstuk; oorspronkelijk uit het oude Rome) |
| tōga-冬芽 | bloem- of (blad)knoppen die gedurende de late zomer tot aan de herfst onstaan, de winter in dormante staat doorbrengen, om uiteindelijk in de lente op |
| togameru-咎める | beschuldigen; berispen; verwijten; ter verantwoording roepen |
| toge-刺 | doorn |
| togeru-遂げる | volbrengen; bereiken; uitvoeren; plegen (misdaad); voor elkaar krijgen |
| togikai-都議会 | hoofdstedelijke vergadering (het besluitvormende orgaan van het stadsbestuur van Tokio) |
| tōgo-倒語 | (fonetisch) omgekeerd woord; een woord waarbij de volgorde van de lettergrepen van het oorspronkelijke woord is omgekeerd |
| tōgō-統合 | eenwording; unificatie; integratie |
| togu-研ぐ | wassen van rijst (voor het koken) |
| togyo-渡御 | (respectvolle term voor de verplaatsing van een keizer, keizerin, mikoshi, en later ook shogun) het vertrek; het weggaan; uitgaan |
| tōgyūjō-闘牛場 | arena voor stierengevechten |
| tōgyūshi-闘牛士 | stierenvechter; matador; torero; toreador |
| toh-取っ | voorvoegsel (afgeleid van 取り), gebruikt om de betekenis van werkwoorden te intensiveren [versterken] |
| tōhachiken-藤八拳 | vos-jager-dorpshoofd (een soort kansspel als steen-papier-schaar) |
| tōhenboku-唐変木 | (een scheldwoord) domkop; lomperik; idioot; sukkel |
| tōhō-投法 | werptechniek (in balsporten) |
| tōhoku-東北 | het noordoosten |
| tōhoku-東北 | de noordoostelijke regio van (het hoofdeiland) Honshu in Japan |
| tōhokutō-東北東 | het oostnoordoosten |
| toiawaseru-問い合わせる | informeren (naar); navraag doen; inlichtingen inwinnen |
| tōisokumyō-当意即妙 | snedige repliek; gevat antwoord |
| tōitsu-統一 | eenwording; vereniging; hereniging; unificatie; standaardisatie |
| tōitsuteki-統一的 | gelijkvormig; verenigd |
| toiukotoda-と言うことだ | (drukt uit de betekenis van horen zeggen) ik heb gehoord dat; naar verluidt; men zegt; het zal wel |
| toiunowa-と言うのは | (drukt uit intentie of reden) omdat; doordat; aangezien |
| toiwazu-と言わず | (geeft nadruk voor) en; zowel … als...; niet alleen..., maar ook...; en niet te vergeten... |
| tōji-冬至 | (één van de 24 seizoenen in de oude maankalender, als de zon staat op 270 graden (geografische) lengte); midwinter; de kortste dag: 21 of 22 dec. |
| toji-刀自 | (respectvolle aanspreekvorm) mevrouw |
| tojibari-綴じ針 | een grote [dikke; lange] naald (voor breien, naaien, e.d.) |
| tōjiki-陶磁器 | keramiek en porselein |
| tōjinmage-唐人髷 | een haarstijl voor dames (Edo- tot Meiji-periode) |
| tōjiru-投じる | zich toeleggen op; zich wijden aan; zich (enthousiast) ergens op storten |
| tōjō-筒状 | cilindervorm; buisvorm |
| tōjōka-頭状花 | bloemhoofdje; korfje (bloeiwijze) |
| tōkai-倒壊 | instorting; ineenstorting |
| tōkai-東海 | (afk. voor) Tōkai universiteit |
| tōkai-東海 | (een andere naam voor) Japan |
| tōkai-東海 | (afk. voor) Tōkaidō route |
| tōkai-韜晦 | verberging; het verborgen houden; verzwijgen; bescheidenheid |
| tokei-時計 | horloge; klok |
| tōken-刀剣 | (algemene term voor) zwaard (met één snijvlak of met twee snijvlakken) |
| tokeru-解ける | ontlast [ontspannen] worden |
| tokeru-解ける | opgelost worden |
| tōki-陶器 | (zacht) porselein (aardewerk); keramiek |
| tōkibi-唐黍 | (een andere naam voor) sorghum; kafferkoren (graansoort, Sorghum bicolor) |
| tōkibi-唐黍 | (een andere naam voor) maïs |
| tokinashi-時無し | geen vaste [vastgestelde] tijd; aldoor; de hele tijd |
| tokinashi-時無し | (afk. voor 時無し大根) een soort daikon [rettich] (die het hele jaar door beschikbaar is) |
| tokinashidaikon-時無し大根 | een soort daikon [rettich] (die het hele jaar door beschikbaar is) |
| tokka-徳化 | door een goed voorbeeld te geven (met oprechte deugdzaamheid), anderen onderwijzen en hun levenswijze te verbeteren |
| tokken-特権 | privilege; voorrecht |
| tokkenkaikyū-特権階級 | de bevoorrechte klasse |
| tokkenteki-特権的 | bevoorrecht; gepriviligieerd |
| tokki-突起 | uitsteeksel; uitgroeisel; aanhangsel; vooruitstekend deel |
| tokkō-特攻 | zelfmoordaanslag |
| tokkō-特高 | (afk. voor) Bijzondere Hogere Politie (ontbonden in 1945 na WOII) |
| tokkuri-とっくり | (onomatopee) zorgvuldig; grondig |
| tokkuri-徳利 | (een term die wordt gebruikt om de spot te drijven met) iemand die niet kan zwemmen |
| tokkuri-徳利 | een fles (met een smalle hals) voor sake [sojaolie; zijn, e.d.] |
| tokobashira-床柱 | steunbalk van een tokonoma (alkoof [nis] in de muur waar siervoorwerpen worden uitgestald) |
| tokobushi-常節 | kleine zeeoor [abalone] (Sulculus diversicolor supertexta) |
| tokoharu-常春 | eeuwige lente; lente het hele jaar door |
| tokomise-床店 | marktkraam; bestelwagen (omgebouwd voor straatverkoop) |
| tōkon-刀痕 | snede [litteken] veroorzaakt door een zwaard |
| tōkon-当今 | tegenwoordig; dezer dagen; momenteel; nu |
| tokonoma-床の間 | alkoof [nis] in de muur (waar siervoorwerpen worden uitgestald) |
| tokoshie-常しえ | eeuwigheid; voor altijd |
| tokotsuchi-床土 | (hoogwaardige) leem [klei] voor het bepleisteren van een alkoof [nis] (in een Japans huis) |
| tokoyama-床山 | traditionele haarstylist van sumoworstelaars |
| tokozure-床擦れ | doorligplek; doorliggend; decubitus |
| tokubetsudenpō-特別電報 | speciaal telegram (specifiek van buitenlandse correspondenten naar hun kranten) |
| tokubetsukaikei-特別会計 | speciale rekening (staat los van de algemene rekening en wordt beheerd door de nationale of lokale overheid in Japan) |
| tokubetsukyōshitsu-特別教室 | speciaal uitgeruste klaslokalen (voor vakken als muziek, handvaardigheid, huishoudkunde, e.a., ook gebruikt als audio-visuele ruimte) |
| tokubetsusōsakan-特別捜査官 | buitengewoon opsporingsambtenaar; speciaal agent |
| tokubetsuyōgorōjinhōmu-特別養護老人ホーム | verpleeghuis voor ouderen |
| tokuden-特電 | (afk. voor) speciaal telegram (specifiek van buitenlandse correspondenten naar hun kranten) |
| tokudō-得道 | doorgronding; begrip (van de grondoorzaken) |
| tokuhain-特派員 | correspondent (verslaggever ter plaatse) |
| tokuhain-特派員 | afvaardiging; delegatie; vertegenwoordiger |
| tokuhitsu-禿筆 | (bescheiden term voor) het eigen schrijfwerk |
| tokuhō-特報 | een speciaal (kort) nieuwsbericht; nieuwsflits |
| tokuhon-読本 | leerboek; lesboek; tekstboek; boek voor beginners |
| tokuibi-特異日 | (meteorologie) singulariteit: een specifieke dag waarop een bepaald weertype zich met grote waarschijnlijkheid voordoet |
| tokuiwaza-得意技 | de favoriete [karakteristieke] techniek (van iemand in een vechtsport) |
| tokuni-特に | met name; in het bijzonder; speciaal; vooral; voornamelijk |
| tokureishi-特例市 | (Japans systeem) classificatie als kernstad (met speciale administratieve bevoegdheden) voor steden met minstens 20.000 inwoners |
| tokuri-徳利 | (een term die wordt gebruikt om de spot te drijven met) iemand die niet kan zwemmen |
| tokuri-徳利 | een fles (met smalle hals) voor sake [sojaolie, azijn, e.d.] |
| tokusan-特産 | lokale specialiteit; lokaal product (dat m.n. in een bepaalde regio wordt geproduceerd) |
| tokusen-特選 | eervolle onderscheiding (door een jury tijdens een wedstrijd) |
| tokushitsu-得失 | winst en verlies; voor- en nadelen |
| tokushoku-瀆職 | corruptie (m.n. bij de overheid); omkoperij |
| tokushoku-特色 | steunkleur (voor een inkt die met één enkele oplage wordt gedrukt) |
| tokushu-特種 | bijzondere soort; speciaal type |
| tokushuhōjin-特殊法人 | bijzondere onderneming (voor projecten zonder commerciële doeleinden, zoals overheidsbedrijven, bedrijfsverenigingen, stichtingen, e.d.) |
| tokushukō-特殊鋼 | speciaal staal (gemaakt door extra elementen toe te voegen aan gewoon gelegeerd staal) |
| tokusō-徳操 | moraal; morele waarde; deugd; kuisheid |
| tokusoku-督促 | vordering tot terugbetaling; aanmaning |
| tokusuru-得する | ergens van profiteren; ergens voordeel uit halen; winst maken |
| tokuten-得点 | behaalde punten [cijfers]; score |
| tokutenken-得点圏 | (honkbal) scoringspositie (d.w.z. een loper op het tweede of derde honk) |
| tokuto-篤と | grondig; zorgvuldig; doordacht |
| tōkutsu-盗掘 | illegale opgraving (van grondstoffen, historische kostbaarheden e.d.) |
| tokyō-都響 | Tokyo Metropolitan Symfonieorkest |
| tōkyōtochō-東京都庁 | het overheidskantoor van grootstedelijk Tokio |
| tōkyōtokōkyōgakudan-東京都交響楽団 | Tokyo Metropolitan Symfonieorkest |
| tōkyū-投球 | (honkbal) worp; het werpen |
| tomae-戸前 | dubbele deur voor de schuifdeur van een opslagplaats [pakhuis; magazijn] |
| tomae-戸前 | woord gebruikt om opslagplaatsen te tellen |
| tomae-戸前 | voor de ingang van een opslagplaats [pakhuis; magazijn] |
| tome-止め | en klein knoopje aan het einde van naaigaren (om te voorkomen dat de draad losschiet) |
| tōmen-当面 | confrontatie; voorliggend probleem; dringend geval |
| tōmen-当面 | onmiddellijk [huidig; actueel; voorlopig] zijn |
| tomesode-留め袖 | formele kimono (van een getrouwde vrouw) |
| tomi-富 | rijkdom; fortuin |
| tomi-富 | (afk. voor) loterij |
| tomobiki-友引 | een dag (in de zesdaagse cyclus) waarop iemands geluk dat van zijn vrienden beïnvloedt (daarom gunstig voor bruiloften, maar niet voor begrafenissen) |
| tomoe-巴 | boogvorm; halve cirkel |
| tomogire-共切れ | een extra stukje van dezelfde stof (voor reparatie, e.d.) |
| tomomachi-供待ち | (ook de benaming voor) dienaren (die op hun meester wachten) |
| tomomachi-供待ち | wachtruimte voor dienaren (die op hun meester wachten) |
| tomonuno-共布 | een extra stukje van dezelfde stof (voor reparatie, e.d.) |
| tōmorokoshi-玉蜀黍 | mais (graansoort) |
| tomoshi-灯 | fakkels gebruikt door jagers om 's nachts herten op te sporen (en te schieten) |
| tomoshiraga-共白髪 | het samen oud worden |
| tomu-富む | rijk [welvarend] zijn [worden] |
| tomurau-弔う | een herdenkingsdienst houden; bidden voor de zielenrust van een overledene |
| ton-頓 | (boeddh.) in één keer de verlichting bereiken (zonder voorproces van studie en training) |
| tonā-トナー | printertoner; cartridge voor printers en kopieermachines |
| tonaeru-唱える | beweren; naar voren brengen; verkondigen; bepleiten |
| tonboro-トンボロ | tombolo; schoorwal (smalle verbindingsstrook tussen een eiland en het vaste land) |
| tonchaku-頓着 | zorg; bezorgdheid; ongerustheid |
| tonchakusuru-頓着する | bezorgd zijn (over); aandacht hebben (voor); attent zijn |
| tondemonai-とんでもない | (de woorden van een ander krachtig ontkennend) in geen geval; dat is niet waar; echt [absoluut] niet! |
| tondo-トンド | rond schilderij; cirkelvormig reliëf |
| tongarakasu-尖んがらかす | puntig worden [maken]; slijpen; taps toelopen |
| tongaru-尖んがる | puntig worden [maken]; slijpen; taps toelopen |
| tonjaku-頓着 | zorg; bezorgdheid; ongerustheid |
| tonneru-トンネル | (honkbal) de bal achterwaarts tussen de benen door gooien |
| tono-殿 | aanspreektitel voor iemands (leen)heer, meester of echtgenoot |
| tonogata-殿方 | (term die door vrouwen wordt gebruikt om mannen aan te spreken) heren |
| tonosama-殿様 | (respectvolle aanspreektitel voor) een daimyo [hatamoto] |
| tonosama-殿様 | (aanspreektitel voor) iemand die arrogant en wereldvreemd is |
| tonosama-殿様 | (respectvolle aanspreektitel voor) heer; meester |
| tonosamashōbai-殿様商売 | amateuristische handel (sarcastische term voor een bedrijfspraktijk waarbij geen inspanning of vindingrijkheid wordt getoond om de winst te vergroten) |
| tonza-頓挫 | gefrustreerd worden (van plannen) |
| tonzasuru-頓挫する | plotseling tot stilstand komen; gefrustreerd worden (van plannen); niet doorgaan |
| tookarazu-遠からず | binnenkort; weldra; binnen afzienbare tijd |
| toomawashi-遠回し | indirectheid; omhaal van woorden |
| toori-通り | doorstroming (water, lucht, etc.) |
| toori-通り | straat; weg; doorgang |
| toorinukeru-通り抜ける | door iets (bijvoorbeeld een tunnel) heengaan; doorsteken (een kortere weg nemen) |
| toorisugari-通りすがり | voorbijgaand; passerend; iem. die [iets dat] voorbij komt |
| toorisugiru-通り過ぎる | langsgaan,; voorbijgaan; passeren |
| tooru-通る | passeren; voorbijgaan; gaan (langs; door) |
| tooshi-通し | voorgerecht; voorafje; hors-d'oeuvre |
| toosu-通す | laten passeren; doorlaten |
| toppā-トッパー | korte, wijde damesmantel |
| toppa-突破 | doorbraak; doorbreking |
| toppa-突破 | het doorstaan; bereiken |
| toppākōto-トッパーコート | korte, wijde damesmantel |
| toppatsu-突発 | plotselinge gebeurtenis; plotseling optredend voorval; uitbarsting |
| toppu-トップ | (spinnerij) bol lont; voorgaren |
| toppudaun-トップダウン | een managementsysteem van een organisatie [bedrijf] waarin beslissingen worden genomen vanuit de top |
| toppuresu-トップレス | blote [naakte] boezem [borsten] |
| toppusu-トップス | topje; kledingstuk voor het bovenlichaam |
| toppuya-トップ屋 | freelance journalist, die primeurs (actuele top-artikelen) schrijft voor kranten |
| toppu・nyūsu-トップ・ニュース | het belangrijkste nieuws; voorpaginanieuws |
| tora-虎 | (informeel) beschonkenheid; dronkenschap; dronkenlap; zuiplap |
| torabako-トラ箱 | (informeel) dronkenmanscel (in een politiebureau) |
| torabāsu-トラバース | traverse (horizontaal oversteken van een bergwand of bergkam) |
| toraburumēkā-トラブルメーカー | iemand die problemen veroorzaakt; herrieschopper; onruststoker |
| toraddo-トラッド | (afk. voor) traditioneel |
| toraedokoro-捕らえ所 | het belangrijkste punt [argument]; de kern (van een discussie, theorie, e.d.) |
| torahōmu-トラホーム | trachoom (oogbindvliesontsteking door de bacterie Chlamydia trachomatis) |
| torai-トライ | (rugby) de actie dat het aanvallende team 5 punten scoort door de bal op de grond te drukken in het doelgebied van de tegenstander |
| torai-渡来 | introductie; het importeren; binnenbrengen |
| toraiaru-トライアル | (sport) voorronde; oefenwedstrijd |
| toraijetto-トライジェット | driemotorig straalvliegtuig |
| toraisutā-トライスター | bijnaam voor het grote straalvliegtuig L-1011 van Lockheed ()968-1984) |
| torakōma-トラコーマ | trachoom (oogbindvliesontsteking door de bacterie Chlamydia trachomatis) |
| torakutā-トラクター | tractor |
| toranjisutā-トランジスター | transistor |
| torankusu-トランクス | boxershorts; onderbroek; sportbroek (voor mannen) |
| toranoko-虎の子 | (fig.) schat; waardevol voorwerp |
| toranoo-虎の尾 | (andere naam voor) Japanse ijzervaren (Cyrtomium fortunei) |
| toranoo-虎の尾 | (andere naam voor) witte troswederik (Lysimachia clethroides) |
| toranshībā-トランシーバー | zendontvanger; zend-ontvangapparaat; walkietalkie; portofoon |
| toranshitto-トランシット | transietinstrument (optisch meetinstrument om horizontale en verticale hoeken te meten) |
| toransu-トランス | (afk. voor) transgender |
| toransu-トランス | transformer |
| toransufōmēshon-トランスフォーメーション | transformatie; verandering; vervorming |
| torapisuto-トラピスト | trappist; monnik, lid van de trappistenorde |
| torappu-トラップ | bij voetbal, het stoppen van de bal (met de voet of borst) |
| torawareru-捕らわれる | gevangen [opgepakt; gearresteerd] worden |
| toreadōru-トレアドール | stierenvechter; matador; torero; toreador |
| toreddo-トレッド | wielbasis (afstand tussen voor- en achterwielen) |
| torēdo・tāmuzu-トレード・タームズ | handelsvoorwaarden |
| tōrei-答礼 | wedergroet; beleefde beantwoording |
| torēnā-トレーナー | (sport) trainer; coach |
| torēnā-トレーナー | sweatshirt; sweater; (katoenen) sporttrui |
| torenchi-トレンチ | (afk. voor) regenjas |
| torēningu・uea-トレーニング・ウエア | sportkleding; trainingspak |
| torēru・baiku-トレール・バイク | crossmotor |
| torēsu-トレース | (computer) het traceren van de volgorde van stappen in een programma |
| toriaezu-取り敢えず | voorlopig; tijdelijk |
| toriatsukaihinmoku-取扱品目 | productlijn; assortiment |
| toriawaseru-取り合わせる | ordenen; sorteren; bij elkaar zetten; combineren |
| toribun-取り分 | (iemand's) deel [portie] |
| torichigaeru-取り違える | verwarren; door elkaar halen; verkeerd begrijpen |
| toridasu-取り出す | uitnemen; uithalen; tevoorschijn halen; uitpakken |
| toride-砦 | fort; burcht |
| toriennāre-トリエンナーレ | tentoonstelling die om de drie jaar wordt gehouden |
| torihakobu-取り運ぶ | (zonder stoppen) verdergaan; doorgaan |
| torihikijōken-取引条件 | handelsvoorwaarden; koopvoorwaarden |
| torii-鳥居 | toegangspoort tot een Shintō heiligdom |
| torikaji-取り舵 | (van schip) bakboord; linkerzijde |
| torikatazukeru-取り片付ける | opruimen; ordenen; afruimen |
| toriko-取り粉 | rijstmeel, dat (tegen het vastkleven) op het werkblad wordt gestrooid bij het maken van mochi (kleefrijstbolletjes) |
| torikoshigurō-取り越し苦労 | overbezorgdheid; teveel [onnodig] gepieker over de toekomst |
| torikuchi-取り口 | een techniek bij sumo worstelen |
| torikumi-取り組み | (in sport) partij; wedstrijd |
| torikumu-取り組む | worstelen (met een tegenstander); strijden |
| torikumu-取り組む | (een probleem); aanpakken; proberen op te lossen; worstelen (met) |
| torimidasu-取り乱す | verwarren; in de war brengen; verstoren |
| torimochi-鳥黐 | vogellijm (rubberachtige substantie verkregen uit boomschors, die werd gebruikt om kleine vogels mee te vangen) |
| torimonaosazu-取りも直さず | namelijk; anders gezegd; met andere woorden |
| torimuneniku-鶏胸肉 | kippenborst (vlees) |
| torinasu-取り成す | bemiddelen; tussenbeide komen; een goed woordje doen (voor iemand) |
| torinigasu-取り逃がす | missen; misgrijpen; laten vallen; door de vingers laten slippen |
| torinoichi-酉の市 | Tori-no-ichi festival; Haan-festival (gehouden op de dag van de Haan in november bij de Otori-schrijn) |
| torinokogami-鳥の子紙 | torinoko-papier (hoge kwaliteit stevig papier) |
| torinokomochi-鳥の子餅 | witte en (roze)rode rijstcakes (in de vorm van een vogelei), uitgedeeld bij feestelijke gelegenheden |
| torippingu-トリッピング | (sportterm) tripping (het laten struikelen van een tegenstander) |
| torippu-トリップ | een korte reis [trip] |
| torishirabe-取り調べ | onderzoek; ondervraging; verhoor |
| torishiraberu-取り調べる | onderzoeken; uitzoeken; ondervragen; verhoren |
| torishirabeshitsu-取調室 | verhoorkamer |
| torisumasu-取り澄ます | zich onbezorgd [zelfverzekerd] voordoen; zich een zelfverzekerde houding geven |
| toriteki-取的 | een sumo worstelaar van een lagere rang |
| torītomento-トリートメント | behandeling; verzorging |
| toritsugiten-取り次ぎ店 | vertegenwoordiger; agent; distributeur |
| toritsugu-取り次ぐ | doorgeven |
| toritsuku-取り付く | bezeten [geobsedeerd] zijn; ten prooi vallen aan; het slachtoffer worden van (een ziekte, etc.) |
| toriumu-トリウム | thorium (chem. element) |
| toriwake-取り分け | in het bijzonder; vooral; bovenal |
| torizara-取り皿 | een apart bordje [schaaltje] per persoon (om te eten uit gemeenschappelijke schalen met gerechten) |
| tōro-当路 | gezaghebbers; autoriteiten |
| toroika-トロイカ | een driemanschap; triumviraat; een groep van drie personen of organisaties die gezamenlijk (leidend) optreden |
| toroi・onsu-トロイ・オンス | troyounce (|een gewichtsmaat voor edelmetalen, groot 31,1034768 gram) |
| toronpu・ruiyu-トロンプ・ルイユ | trompe-l'œil (een schildertechniek, die zo natuurgetrouw is dat er een optische illusie wordt gecreëerd) |
| torōru-トロール | trol (Oudnoors monster) |
| torotto-トロット | (afk. voor) foxtrot |
| tōru-トール | Thor (Noorse mythologie) |
| tōru-トール | torr (eenheid van druk in de vacuümtechniek) |
| toru-執る | doen; uitvoeren; zich inzetten voor; het bevel [de leiding] nemen |
| tōrugēto-トールゲート | tolpoort |
| torukobō-トルコ帽 | een (rode) fez (cilindervormige Turkse hoed zonder rand); tarboesj |
| torunēdo-トルネード | tornado |
| torusō-トルソー | torso; romp |
| tōryō-投了 | (sport of spel) opgave; het opgeven; zich gewonnen geven |
| tōryō-棟梁 | een belangrijke [hooggeplaatste] onderdaan [vazal] van een vorst |
| tōryō-棟梁 | een vooraanstaande persoon; het hoofd van een familie of clan; leider |
| tōryū-逗留 | korte verblijf; oponthoud |
| toryufu-トリュフ | truffel (soort paddenstoel) |
| tōryūmon-登竜門 | de poort tot succes |
| tōsa-踏査 | onderzoek; exploratie; inspectie |
| tōsai-当歳 | geboortejaar; een jaar oud |
| tosaka-鶏冠 | (afk. voor) Meristotheca papulosa (een rode algensoort) |
| tosakanori-鶏冠海苔 | Meristotheca papulosa, een rode algensoort |
| tosatsu-屠殺 | het slachten van dieren (voor vlees) |
| tōsatsu-盗撮 | het heimelijk [stiekem; zonder toestemming] nemen van foto's; het fotograferen met een verborgen camera |
| tose-年 | het telwoord voor het tellen van kalenderjaren of leeftijden |
| tōsei-陶製 | keramiek; aardewerk; porselein |
| tōseki-投石 | steenworp; het stenigen |
| tōsensuru-当選する | gekozen worden |
| tōsha-投射 | (psych.) projectie; voorstelling |
| tōshi-凍死 | dood door onderkoeling; het doodvriezen |
| tōshi-唐紙 | Chinees (rijst)papier (m.n. voor kalligrafie en schilderkunst) |
| tōshi-透視 | (medisch) fluorescopie; röntgen; radioscopie |
| tōshi-透視 | (ergens) doorheen kijken; doorzichtigheid |
| tōshi-闘士 | vechter; strijder (b.v. in een oorlog of een maatschappelijke beweging) |
| toshigo-年子 | een kind dat geboren is binnen een jaar na broer of zus; kinderen (van een gezin) die minder dan een jaar schelen |
| toshimawari-年回り | geluk behorend bij een bepaalde leeftijd (er wordt gezegd dat de ongeluksleeftijd bij mannen 42 is en bij vrouwen 33) |
| tōshin-答申 | rapport; verslag; antwoord; reactie; uitspraak; vonnis |
| toshinami-年波 | leeftijd; het ouder worden; op leeftijd raken |
| toshionna-年女 | een vrouw in hetzelfde dierenriem-jaar (in de cyclus van 12) als van haar geboorte |
| toshiotoko-年男 | een man in hetzelfde dierenriem-jaar (in de cyclus van 12) als van zijn geboorte |
| toshishita-年下 | junior; jongere persoon |
| tōshisuru-透視する | ergens doorheen kijken |
| toshitori-年取り | een jaar ouder worden |
| toshitoru-年取る | ouder worden; verouderen |
| toshiue-年上 | senior; oudere persoon |
| toshiwasure-年忘れ | eindejaarsborrel (om de ontberingen van het afgelopen jaar te vergeten) |
| toshiyowa-年弱 | geboren in de tweede helft van het jaar |
| toshizuyo-年強 | geboren in de eerste helft van het jaar |
| tōshō-刀傷 | snijwond [verwonding] door een zwaard veroorzaakt |
| tōsho-答書 | antwoordbrief |
| tōshoku-橙色 | oranje (kleur) |
| tōshon・mētā-トーション・メーター | torsiemeter; koppelmeter |
| tōshū-踏襲 | het volgen; naleven (van traditionele voorbeelden of gewoonten) |
| tōsō-凍瘡 | winterhanden; wintervoeten; bevroren vingers [tenen] |
| toso-屠蘇 | toso, een kruidige sake (wordt vooral met Nieuwjaar gedronken) |
| tōsō-闘争 | gevecht; conflict; oorlog; strijd |
| tōsotsu-統率 | leiding; leiderschap; commando; gezag; autoriteit |
| tosshin-突進 | stormloop; uitval; aanval |
| tosshinsuru-突進する | stormlopen; vooruit stormen; ergens op afstuiven |
| tosu-トス | worp; opgooi (b.v. bij het serveren met tennis); onderhandse worp naar een medespeler (bij honkbal) |
| tōsu-刀子 | (lett.: kort zwaard) mes voor dagelijks gebruik in de oudheid |
| tōsui-透水 | het doorsijpelen van water; water doorlaten; percoleren |
| tōsuido-透水度 | mate van waterdoorlaatbaarheid |
| tōsuikan-陶酔感 | euforie; welbehagen; grote blijdschap |
| tōsuikeisū-透水係数 | waterdoorlaatbaarheidscoëfficiënt |
| tōsuiki-透水器 | percolator; filterapparaat |
| tōsuiritsu-透水率 | waterdoorlaatbaarheidspercentage |
| tōsuisei-透水性 | waterdoorlaatbaarheid |
| tōsuishiken-透水試験 | waterdoorlaatbaarheidstest |
| tōsuisuru-透水する | doorsijpelen; filteren |
| tosu・battingu-トス・バッティング | (honkbal) peppergame, oefening waarbij ballen herhaaldelijk naar een slagman worden gegooid, die ze terugslaat naar dichtbij staande veldspelers |
| tote-とて | (na zelfstandige naamwoorden) op grond van; omdat; gezien; vanwege |
| tote-とて | (na zelfstandige naamwoorden) zonder uitzondering; zelfs; ook |
| tōtei-到底 | (wordt altijd gevolgd door ontkenning) helemaal (niet); totaal (niet); absoluut (niet) |
| tōteki-投擲 | worp; gooi |
| totemo-とても | erg; veel; enorm; buitengewoon; uiterst |
| tōtetsu-透徹 | helderheid; doorzichtigheid; transparantie |
| totetsumonai-途轍もない | enorm; reusachtig; buitensporig; extreem; extravagant |
| totetsusuru-透徹する | duidelijk zijn; doorzichtig zijn; helder [transparant] zijn |
| tōtō-等等 | enzovoorts; etcetera; etc.; enz. |
| totokarucho-トトカルチョ | voetballoterij; sportloterij |
| totonoeru-整える | voor elkaar krijgen; tot een goed einde brengen; voltooien; tot stand brengen |
| totonoeru-整える | in orde maken [brengen]; regelen; schikken; opruimen |
| totonou-整う | compleet zijn; op orde zijn; klaar [voltooid] zijn |
| totsugu-嫁ぐ | (in een familie) trouwen; bruid worden |
| totsumenkyō-凸面鏡 | een convexe [bolvormige; bolle] spiegel |
| totsuzenhen'itai-突然変異体 | mutant (biologie; door mutatie ontstaan) |
| tottemo-とっても | erg; veel; enorm; buitengewoon; uiterst |
| tōyō-東洋 | het Oosten; de Oriënt |
| tōyō-盗用 | plagiaat; toe-eigening; fraude; oneigenlijk [ongeoorloofd] gebruik |
| toyoashihara-豊葦原 | archaïsche naam voor Japan |
| tōza-当座 | huidig; voorlopig; tijdelijk |
| tozan-登山 | het bergbeklimmen; alpinisme; bergsport |
| tozangutsu-登山靴 | bergschoen(en); klimschoen(en) voor bergbeklimming |
| tozetsu-途絶 | onderbreking; stopzetting; schorsing; opschorting; het tot stilstand komen |
| tōzokukamome-盗賊鴎 | middelste jager (een vogel, Stercorarius pomarinus) |
| tsaratusutora-ツァラトゥストラ | (Iraanse profeet) Zarathoestra (Zarathustra of Zoroaster) |
| tsentoneru-ツェントネル | (naam voor een gewicht van) 50 kilogram |
| tsu-つ | (herhaling bij parallelle acties; klassiek literair, in Modern Japans wordt tari gebruikt) en; heen en weer; over en weer; tegelijkertijd |
| tsu-つ | hulpwerkwoord, gevoegd achter de renyōkei van een werkwoord of adjectief, drukt uit: voltooide handeling; uiteindelijk; zekere verwachting; zekerheid |
| tsū-通 | brief [document, etc.] (woord voor het tellen van brieven, documenten, telegrammen, etc.) |
| tsūba-痛罵 | scherpe [vernietigende; harde; bijtende] kritiek; veroordeling |
| tsuba-鍔 | (van pannen, ketels, e.d.) boord; kraag |
| tsūbaifō-ツーバイフォー | een balk hout van twee bij vier duim doorsnede |
| tsūbaifōkōhō-ツーバイフォー工法 | houtskeletbouw waarbij gebruik gemaakt wordt van balken van 2 bij 4 duim |
| tsubomu-窄む | smaller worden; samentrekken; krimpen; zich sluiten |
| tsubu-粒 | individuen of voorwerpen die (bij elkaar in een groep) van hoog niveau zijn |
| tsubu-粒 | korrel; druppel; kraal |
| tsubu-粒 | woord voor het tellen van kleine ronde dingen |
| tsubudatsu-粒立つ | korrelig worden (zoals bij het koken van rijst, die niet papperig is, waarbij afzonderlijke korreltjes goed zichtbaar zijn) |
| tsubureru-潰れる | platgeslagen [verpletterd] worden |
| tsuchifuru-土降る | zand [stof] regenen; zand stormen |
| tsūchiginkō-通知銀行 | adviserende bank; kredietdoorgevende bank |
| tsūchihyō-通知表 | schoolrapport |
| tsuchikau-培う | kweken; opvoeden; verplegen; verzorgen |
| tsūchisuru-通知する | mededelen; berichten; laten weten; informeren; adviseren |
| tsuchitsukazu-土付かず | (bij sumo) nog nooit een partij verloren hebben |
| tsūgakuteikijōshaken-通学定期乗車券 | OV-kaart voor studenten; studenten-OV |
| tsugaru-津軽 | Tsugaru, de westelijke regio van de prefectuur Aomori |
| tsūgen-痛言 | scherpe kritiek; harde woorden |
| tsugeru-告げる | (zonder woorden) aankondigen; aangeven; signaleren (van de tijd, het seizoen, e.d.) |
| tsugeru-告げる | (met woorden) informeren; mededelen; aankondigen; melden; berichten |
| tsugi-継ぎ | het oplappen (kapotte stof repareren door er een ander stuk op aan te brengen) |
| tsugi-継ぎ | de lap stof gebruikt voor het herstellen van een kapotte stof |
| tsugiho-接ぎ穂 | aanknopingspunt (voor een gesprek) |
| tsugiho-接ぎ穂 | entloot; entrijs (scheut of tak die bij het enten met de onderstam verbonden wordt) |
| tsuginoma-次の間 | voorkamer; de kamer die grenst aan de hoofdkamer |
| tsugitsugi-次次 | opeenvolgend; een voor een; achtereenvolgens |
| tsugō-都合 | reden; voorwaarde |
| tsugu-告ぐ | (zonder woorden) aankondigen; aangeven; signaleren (van de tijd, het seizoen, e.d.) |
| tsugu-告ぐ | (met woorden) informeren; mededelen; aankondigen; melden; berichten |
| tsugu-継ぐ | navolgen; voortzetten; opvolgen; erven |
| tsūgyō-通暁 | een grondige kennis hebben (van); goed geïnformeerd zijn |
| tsūhan-通販 | (afk. voor) postorder; internethandel; online winkelen |
| tsūhei-通弊 | algemene [veel voorkomende) kwaal [tekortkoming] |
| tsuieru-潰える | verzwakken; zwak worden; uitgeput raken |
| tsuieru-潰える | instorten; in verval raken |
| tsuieru-潰える | volledig verslagen worden; de strijd verliezen |
| tsuieru-費える | verspild [verkwist] worden; zinloos voorbij laten gaan (van tijd) |
| tsuifuku-追福 | herdenkingsdienst; (boeddhistische) dienst om te bidden voor de ziel van een overledene |
| tsuigō-追号 | postume titel [naam]; titel [naam] die na iemands dood wordt toegekend (b.v. aan een overleden keizer) |
| tsuihō-追放 | uitwijzing; uitzetting; verbanning; deportatie |
| tsuihōsuru-追放する | uitzetten; uitwijzen; verbannen; deporteren |
| tsuikasuru-追加する | toevoegen; bijvoegen; aanvullen; van een supplement voorzien |
| tsuikyū-追及 | ondervraging; verhoor; vervolging |
| tsuin-ツイン | tegenhanger; bijbehorend deel |
| tsūin-通院 | regelmatig naar het ziekenhuis gaan (voor een behandeling) |
| tsuinō-追納 | (het doen van) een extra betaling [storting] |
| tsuiraku-墜落 | val; tuimeling; neerstorting |
| tsuirakusuru-墜落する | vallen; tuimelen; neerstorten |
| tsuiren-対聯 | duilian (Chinese nieuwjaarsversiering, bestaande uit twee rode langwerpige stroken met kalligrafie die aan weerszijden van een deur worden gehangen) |
| tsuiseki-追跡 | navolging; voortzetting; vervolg |
| tsuiseki-追跡 | achtervolging; opsporing |
| tsuishi-墜死 | dood door een val (van een hoge plek) |
| tsuishi-追試 | (afk. voor) inhaalexamen (vanwege ziekte b.v.); herexamen |
| tsuishisuru-墜死する | doodvallen; sterven door een val (van een hoge plek) |
| tsuitate-衝立 | (afk. voor) (kamer)scherm; partitiescherm |
| tsuitemawaru-付いて回る | gevolgd [vergezeld; achtervolgd; geteisterd] worden |
| tsuizen-追善 | herdenkingsdienst; (boeddhistische) dienst om te bidden voor de ziel van een overledene |
| tsuizui-追随 | het in de voetsporen volgen (van); inhalen; op gelijke hoogte komen (met) |
| tsuizuisuru-追随する | in de voetsporen volgen (van); inhalen; op gelijke hoogte komen (met) |
| tsūji-通事 | vertaler, tolk (meer specifiek voor het Nederlands in Nagasaki tijdens de Edo periode) |
| tsūjō-通常 | algemeen; normaal; gewoon |
| tsūjōkokkai-通常国会 | normale [reguliere] sessie van het Parlement |
| tsūjōyūbin-通常郵便 | normale [reguliere] post |
| tsūjunkyō-通潤橋 | aquaduct; waterweg voor landbouwdoeleinden |
| tsuka-柄 | heft; gevest (van zwaarden, messen of dolken); steel of greep (van b.v. borstels); handvat |
| tsūka-通過 | doorgang; passage |
| tsūkabiza-通過ビザ | doorreisvisum; transitvisum |
| tsukae-痞え | iets dat op je gemoed drukt; iets dat een zware belasting voor iemand vormt |
| tsukaeru-仕える | dienen; in dienst zijn (van); werken (voor) |
| tsukaeru-使える | bruikbaar zijn; gebruikt (kunnen) worden; dienen (als) |
| tsukaeru-支える | stijf worden, verstijven |
| tsukaeru-支える | gehinderd worden; geblokkeerd worden; verstopt zijn |
| tsukaeru-支える | een drukkend gevoel op de borst hebben, zich bedrukt voelen (door verdriet of zorgen) |
| tsukaeru-支える | (knielend) je handen voor je op de grond leggen (als groet, of voor het betonen van eer of spijt) |
| tsukaimono-使い物 | gebruiksvoorwerp; iets dat te gebruiken [nuttig] is |
| tsukaisaki-使い先 | datgene waar geld aan besteed wordt |
| tsukaiwakeru-使い分ける | correct gebruiken (de juiste instrumenten voor de juiste taak gebruiken); zich aanpassen aan de situatie |
| tsūkakyōkyūryō-通貨供給量 | geldvoorraad |
| tsukamaru-捕まる | (op)gepakt [gearresteerd] worden |
| tsukamaru-掴まる | gepakt [gearresteerd; gevangen] worden |
| tsukamatsuru-仕る | (een nederig, beleefd woord voor) (zullen) doen; dienen; van dienst zijn |
| tsūkan-通患 | gemeenschappelijke bezorgdheid [zorgen]; universeel probleem; veelvoorkomend nadeel; gemeenschappelijke [wereldwijde] schade |
| tsūkan-通関 | douane-inklaring; inklaring (van goederen) door de douane |
| tsūkankisei-通関規制 | douanevoorschriften; douaneregelgeving |
| tsukanoma-束の間 | een korte tijd; een vluchtig moment |
| tsūkantetsuzuki-通関手続き | douaneformaliteiten; in- en uitklaring |
| tsukareru-憑かれる | bezeten [geobsedeerd] zijn (door) |
| tsukareru-疲れる | moe worden; vermoeid [uitgeput] zijn [worden; raken] |
| tsukaru-漬かる | ondergedompeld [doorweekt] zijn [worden]; onder water staan |
| tsūkasuru-通過する | passeren; doorgaan (zonder stoppen) |
| tsukebito-付け人 | jonge bediende van een sumoworstelaar |
| tsukedashi-付け出し | systeem dat een voorkeursstatus geeft aan succesvolle amateur sumoworstelaars |
| tsukegeiki-付け景気 | het voorwenden [doen voorkomen] dat de economie goed is |
| tsukehige-付け髭 | een valse snor [baard] |
| tsukene-付け根 | basis; wortel; gewricht |
| tsukiban-月番 | maanddienst; iemand die een maand lang dienst doet (en dan wordt afgelost) |
| tsukikage-月影 | de gestalte [verschijning; vorm] van de maan |
| tsukikiru-突き切る | steken en doorsnijden; doorboren |
| tsukikiru-突き切る | doordringen |
| tsukimisō-月見草 | (soort) teunisbloem (Oenothera tetraptera) |
| tsūkin-通勤 | het forenzen; pendelen (woon-werkverkeer) |
| tsūkinsuru-通勤する | naar het werk gaan [reizen]; forenzen; pendelen |
| tsūkinteikijōshaken-通勤定期乗車券 | OV-kaart voor werknemers |
| tsukisasu-突き刺す | (lett.) steken; prikken; doorboren |
| tsukisusumu-突き進む | zich een weg banen; voorwaarts stormen [rennen] |
| tsukiya -突矢 | met de hand geworpen pijl |
| tsukiyo-月夜 | door de maan verlichte nacht; maannacht |
| tsukiyubi-突き指 | distorsie [verrekking; verstuiking] van een vinger [teen] |
| tsukkendon-突っ慳貪 | onvriendelijk [bot; kortaf; bruusk; nors] zijn |
| tsukkomu-突っ込む | (snel of hard) induiken; invliegen; inrammen; opbotsen; bestormen; aanvallen |
| tsūkō-通航 | doorvaart; passage; scheepvaart |
| tsūkō-通行 | doorgang |
| tsūkōnin-通行人 | voorbijganger; passant |
| tsuku-漬く | ondergedompeld [doordrenkt] zijn |
| tsukubai-蹲い | stenen wasbak [wasbassin] (in theetuinen of bij tempels voor het ritueel de handen wassen) |
| tsukune-捏ね | (afk. voor) gebakken gehaktballetjes (vis of kip) |
| tsukune-捏ね | (afk. voor) een (Chinese) yam (zoete aardappel, Dioscorea oppositifolia) |
| tsukune-捏ね | (afk. voor) gefrituurde gehaktballetjes (vis of kip) |
| tsukuneimo-捏ね芋 | een (Chinese) yam (zoete aardappel, Dioscorea oppositifolia) |
| tsukuri-作り | voorbereiding |
| tsukurikaeru-作り替える | vermaken; vernieuwen; herbouwen; omvormen; transformeren |
| tsukuritateru-作り立てる | decoreren; versieren; opmaken |
| tsukurou-繕う | (uiterlijk, haar, kleding etc.) verzorgen ; netjes maken |
| tsuma-妻 | (arch.) één van twee dingen die sterk aan elkaar gerelateerd zijn (bv. een hert en hagi (Japanse struikklaver) zijn beiden symbool voor de herfst) |
| tsumagoi-妻恋 | de liefde voor de echtgenoot [echtgenote; partner] |
| tsumami-摘み | snuifje; korreltje; mespuntje |
| tsumari-詰まり | kortom; namelijk; met andere woorden (m.a.w.); dat wil zeggen (d.w.z.) |
| tsumaru-詰まる | [volgestopt; gevuld] worden |
| tsumarutokoro-詰まるところ | om kort te zijn; uiteindelijk; alles goed en wel; als puntje bij paaltje komt |
| tsumasakiagari-爪先上がり | een opgaand [omhooglopend] pad; geleidelijk steiler wordende helling |
| tsumazuku-躓く | (halverwege) falen; mislukken; gehinderd worden; ergens tegenaan lopen |
| tsumemigaki-爪磨き | artikelen [gereedschap] voor de verzorging van nagels (nagelvijl, e.d.) |
| tsumemigaki-爪磨き | nagelverzorging; manicure; pedicure |
| tsumesho-詰め所 | standplaats; wachtpost; kantoor; stafkamer |
| tsumibukai-罪深い | zondig; immoreel; schuldig; met schuld beladen |
| tsumisuru-罪する | beschuldigen; aanklagen; veroordelen; bestraffen |
| tsumu-詰む | (bij shogi, Japans schaakspel) schaakmat gezet zijn (door het omsingelen van de koning) |
| tsumu-詰む | in het nauw [klem] zitten; geen vooruitgang boeken; vastzitten (b.v. in de sneeuw) |
| tsumujikaze-旋風 | wervelwind; tornado |
| tsuna-綱 | speciale gordel van de yokuzuna (sumo) |
| tsuna-綱 | touw; lijn; koord; snaar; kabel |
| tsunawatari-綱渡り | het koorddansen; balanceren; risico's nemen |
| tsunbo-聾 | doofheid; slechthorendheid; dove |
| tsunbosajiki-聾桟敷 | ongeïnformeerd zijn; ergens buiten gehouden worden |
| tsune-常 | de normale [gebruikelijke] omstandigheden [gang van zaken]; constantheid; onveranderlijkheid |
| tsuneni-常に | altijd; onophoudelijk; voortdurend; constant |
| tsuno-角 | hoorn; gewei |
| tsuno-角 | voelspriet; antenne; voelhoorn |
| tsunobue-角笛 | hoorn (muziekinstrument) |
| tsunoru-募る | in hevigheid [kracht] toenemen; sterker [heftiger] worden |
| tsura-面 | gezicht; (vulgair) porum; smoel; tronie |
| tsureru-連れる | meenemen [meebrengen]; vergezeld worden door |
| tsuresou-連れ添う | een paar [stel; koppel] zijn [worden] |
| tsuribune-釣り船 | een bootvormige bloemenvaas [bloempot] |
| tsuridōgu-釣り道具 | vistuig; visgerei; vishengel en toebehoren |
| tsurigu-釣り具 | vistuig; visgerei; vishengel en toebehoren |
| tsūringu-ツーリング | rondreis per auto of motor |
| tsurite-釣り手 | hanger (voor muskietennet, etc.) |
| tsūro-通路 | gang; hal; doorgang; passage; gangpad; weg; straat |
| tsurureishi-蔓茘枝 | een bittere soort meloen (Momordica charantia) |
| tsūsanshō-通産省 | (afk. voor) het voormalige Ministerie van Internationale Handel en Industrie (MITI) (tot 2001) |
| tsūsetsu-通説 | logische en wetenschappelijk onderbouwde theorie |
| tsūsetsu-通説 | algemeen erkende theorie |
| tsūshin-通信 | communicatie; correspondentie; nieuws; bericht; verslag; mededeling |
| tsūshinbo-通信簿 | schoolrapport |
| tsūshinhanbai-通信販売 | postorder; internethandel; online winkelen |
| tsūshin'in-通信員 | correspondent; verslaggever |
| tsūshōsangyōshō-通商産業省 | het voormalige Ministerie van Internationale Handel en Industrie (MITI) (tot 2001) |
| tsutaeru-伝える | doorgeven; berichten; laten weten |
| tsutawaru-伝わる | doorgegeven [bekend] worden |
| tsutomenin-勤め人 | ambtenaar; kantooremployé; iemand die op kantoor werkt |
| tsutomeru-努める | pogen; wagen; zich inzetten (voor); zijn best doen; zich toeleggen op |
| tsutomesaki-勤め先 | werkplek; kantoor |
| tsutoni-夙に | vroeg in de morgen [ochtend] |
| tsutsumi-包み | woord om ingepakte voorwerpen te tellen |
| tsutsushimi-慎み | (Edo periode) strafmaatregel in de vorm van huisarrest bij de hofadel en krijgsadel |
| tsutsushimi-慎み | voorzichtigheid; bescheidenheid; terughoudendheid |
| tsutsushimu-慎む | letten op; passen op; voorzichtig [tactvol] zijn |
| tsuyomaru-強まる | sterker worden; versterkt worden |
| tsuyuharai-露払い | heraut; de persoon die vooruit loopt en de weg vrijmaakt voor een hooggeplaatste persoon [stoet] |
| tsuyuharai-露払い | de sumoworstelaar die een yokozuna naar de ring leidt voor zijn openingsceremonie |
| tsuyuharai-露払い | openingsact; iemand die als eerste optreedt bij een evenement [voorstelling] |
| tsuyujimo-露霜 | bevroren dauw(druppels) |
| tsuyukeshi-露けし | dauwnat; nat door de dauw |
| tsūzokushōsetsu-通俗小説 | lichte roman; stuiversroman; sensatieroman; roman voor het grote publiek |
| tsuzukeru-続ける | doorgaan met; vervolgen; volhouden |
| tsuzuki-続き | vervolg; voortzetting; volgende aflevering |
| tsuzuku-続く | voortduren; doorgaan; voortzetten; blijven |
| tsuzumayaka-約やか | klein; kort en bondig; eenvoudig |
| tsuzumeru-約める | verkorten; inkorten; comprimeren |
| tsuzurikata-綴り方 | spelling; orthografie |
| tteba-ってば | achter een zelfst.naamwoord of zin gebruikt om een oproep [bewering; verzoek; eis] te benadrukken |
| u-有 | (in kanji combinaties) zijn; bestaan; worden |
| ubaiau-奪い合う | onderling strijden [vechten; worstelen] om iets te veroveren [grijpen] (b.v. de vlag van een ander team) |
| ubasuteyama-姥捨山 | een afdeling [functie] waar oudere mensen die niet meer van nut zijn, naar worden overgeplaatst |
| ube-宜 | (wordt gebruikt als bevestiging) waarlijk; waarachtig; inderdaad; echt |
| ubenau-諾う | toestemmen; instemmen; bevestigen; akkoord gaan; gehoorzamen |
| ubu-初 | naïviteit; onbedorvenheid; onschuldigheid |
| ubugi-産着 | babykleding (voor een pasgeboren baby) |
| ubugoe-産声 | iets dat voor het eerst gedaan wordt (door een organisatie, systeem, e.d.) |
| ubugoe-産声 | eerste geluid [kreet] van een pasgeboren baby |
| ubusunagami-産土神 | beschermgod van de geboorteplaats (van iemand) |
| ubuyu-産湯 | het eerste bad van een pasgeboren baby |
| uchi-内 | (mijn) gezin; het gezin waar ik toe behoor |
| uchi-内 | de in-groep; de groep waartoe ik behoor |
| uchiawase-打ち合わせ | voorbespreking; voorbereiding; inleidend gesprek |
| uchiawaseru-打ち合わせる | van te voren [vooraf] regelen [beslissen] |
| uchibarai-内払い | gedeeltelijke betaling [vooruitbetaling; borg] |
| uchiberi-内耗 | de verhouding tussen de hoeveelheid graan die overblijft na vermaling en de oorspronkelijke hoeveelheid |
| uchidashi-打ち出し | het einde (van een optreden, voorstelling, etc.) |
| uchidashi-打ち出し | (bij sport) een slag; drive |
| uchideshi-内弟子 | bij een leermeester inwonende student (die huistaken verricht als betaling voor onderwijs) |
| uchigake-内掛け | (sumo-techniek) binnen-beenworp (een been aan de binnenkant van een been van de tegenstander zetten om hem omver te werpen) |
| uchigi-袿 | formele onderkleding met wijde mouwen voor mannen |
| uchihimo-打ち紐 | vlecht; gevlochten koord |
| uchikabuto-内兜 | verborgen omstandigheden; interne [geheime] informatie |
| uchikake-打ち掛け | Japanse bruidsjapon die over de kimono wordt gedragen |
| uchiko-打ち粉 | meel (voor noedels, e.d.) |
| uchimakeru-打ち負ける | overwonnen [verslagen] worden |
| uchimaku-内幕 | interne [geheime] informatie |
| uchimata-内股 | judoworp (het omverwerpen van je tegenstander door je been tussen zijn benen te steken) |
| uchimawari-内回り | binnenste rijstrook; binnenste spoor |
| uchini-内に | tijdens, onder het...; voordat (met ontkenning) |
| uchini-打ち荷 | overboord geworpen lading |
| uchinuku-打ち抜く | doorboren; penetreren; perforeren |
| uchinuku-打ち抜く | voortzetten; doorgaan (met) |
| uchisugiru-打ち過ぎる | voorbijgaan (van tijd) |
| uchitsuzuku-打ち続く | doorgaan; volhouden; aanhouden |
| uchiwake-内訳 | specificatie (van producten, voorraad, uitgaven, etc.) |
| udedokei-腕時計 | (pols)horloge |
| udezumō-腕相撲 | het armworstelen |
| udo-独活 | udo (plant: Aralia cordata) |
| udonge-優曇華 | (Sanskriet) udumbara (een mythische plant die zogezegd eens in de 3000 jaar bloeide), wordt gebruikt als metafoor voor iets dat uiterst zeldzaam is |
| ue-上 | de keizer; vorst |
| ue-上 | hoger; eerder; vorige |
| ue-筌 | cylindrische bamboe mand voor het vangen van vis |
| uēbu-ウエーブ | golfbeweging; wave (van het publiek in stadions tijdens sportwedstrijden of concerten) |
| uedingu・māchi-ウエディング・マーチ | bruiloftsmars (muziek die bij de huwelijksceremonie gespeeld wordt) |
| ueito-ウエイト | belang; nadruk; prioriteit |
| uerudan-ウエルダン | doorbakken (van vlees) |
| uesama-上様 | een eretitel voor een persoon van hoger rang (zoals een keizer, shogun, e.d.) |
| uesama-上様 | (in handelskringen) een term die wordt gebruikt op facturen e.d. (in plaats van de naam van de klant) |
| uesuto・bōru-ウエスト・ボール | (Eng.: waste ball) waste pitch; (met opzet) verspilde worp (buiten het slagveld bij honkbal) |
| uēto-ウエート | belang; nadruk; prioriteit |
| ūfā-ウーファー | woofer (luidsprekersysteem voor lage tonen) |
| ugai-含嗽 | gegorgel; mondspoeling |
| ugai-嗽 | gegorgel; mondspoeling |
| ugaisuru-含嗽する | gorgelen; de mond spoelen |
| ugatsu-穿つ | een gat boren; iets doorboren; (op)graven |
| ugatsu-穿つ | tot de kern van een zaal doordringen; de essentie van dingen begrijpen; menselijke emoties haarfijn aanvoelen |
| ugen-右舷 | (van schip) stuurboord; rechterzijde |
| ugui-石斑魚 | Tribolodon hakonensis (straalvinnige vissensoort uit de familie van karpers) |
| uguisu-鶯 | de Japanse struikzanger (Horornis diphone) |
| uhatsu-有髪 | een boeddhistische monnik of non die niet is kaalgeschoren; het niet kaalgeschoren zijn |
| uigo-初子 | iemands eerste kind; eerstgeborene |
| uīkudē-ウイークデー | weekdag; doordeweekse dag (ma. t/m zat.) |
| uīkupointo-ウイークポイント | zwak punt; zwakke plek; tekortkoming |
| uindō・doresshingu-ウインドー・ドレッシング | lokkertje; misleidende voorstelling van zaken |
| uingu-ウイング | (van sportploeg) vleugel |
| uingu・karā-ウイング・カラー | vleugelkraag (stijve overhemdkraag waarvan de bovenhoeken naar beneden zijn gekeerd, voor formele gelegenheden) |
| uiningu・shotto-ウイニング・ショット | (sport) winnend schot; winnende slag |
| uinnā-ウインナー | Wener worst(je) |
| uinnā・sōsēji-ウインナー・ソーセージ | Wener worst(je) |
| uintā・supōtsu-ウインター・スポーツ | wintersport |
| uizan-初産 | voor de eerste keer een kind baren |
| ukaberu-浮かべる | zich herinneren; voor de geest halen |
| ukabiagaru-浮かび上がる | naar boven komen (drijven); aan de oppervlakte komen; tevoorschijn komen |
| ukagau-伺う | (beleefde vorm voor) horen; vernemen |
| ukagau-伺う | (beleefde vorm voor) bezoeken |
| ukagau-伺う | (beleefde vorm voor) vragen; informeren (naar) |
| ukai-鵜飼い | het vissen met aalscholvers (ze worden gebruikt om vissen te vangen, met een ring om hun hals zodat ze alleen kleine vissen zelf kunnen doorslikken) |
| ukauka-うかうか | (onomatopee) onzorgvuldig; nonchalant |
| uke-有卦 | periode van geluk [voorspoed] |
| uke-筌 | cylindrische bamboe mand voor het vangen van vis |
| ukeai-請け合い | garantie; zekerheid; borg |
| ukeau-請け合う | beloven; garanderen; verantwoordelijkheid nemen voor |
| ukeguchi-受け口 | iemand met een (naar voren) uitstekende onderkaak |
| ukein-受印 | stempel van waarborg; stempel van bevestiging |
| ukekotae-受け答え | antwoord |
| ukekotaesuru-受け答えする | (be)antwoorden |
| ukemi-受身 | (grammatica) de passieve [lijdende] vorm |
| ukenin-請け人 | borgsteller |
| ukeou-請け負う | op zich [voor zijn rekening] nemen; (werk) aannemen |
| uketamawaru-承る | luisteren (naar); horen; vernemen |
| uketoritegata-受取手形 | (geld) vorderingen |
| uketoru-受け取る | begrijpen; geloven; (voor waar) aannemen |
| uketsuke-受付 | receptie (b.v. van een hotel); informatiebalie |
| ukeuri-受け売り | het napraten; doorvertellen [herhalen] wat anderen zeggen |
| ukewatashi-受け渡し | bezorging; bestelling; transactie; overmaking; betaling |
| ukezara-受け皿 | ontvanger (voor fondsen, etc.) |
| ukiashidatsu-浮き足立つ | klaar staan om te vluchten [weg te rennen]; onrustig worden; wankelen |
| ukibori-浮き彫り | snijwerk in reliëfvorm |
| ukideru-浮き出る | oprijzen; tevoorschijn komen; aan de oppervlakte komen |
| ukikusa-浮き草 | veelworteling kroos (Spirodela polyrhiza) |
| ukimi-浮き身 | gezelschapsdame voor handelsreizigers (tijdens hun verblijf) |
| ukini-浮き荷 | wrakhout; zeedrift; overboord geslagen goederen [lading] |
| ukitatsu-浮き立つ | opgewekt zijn; opgebeurd [bemoedigd; opgevrolijkt] worden |
| ukiyo-浮き世 | deze vergankelijke wereld (waarin wij leven); het vergankelijke [voorbijgaande; mondaine] leven |
| ukiyobanare-浮き世離れ | wereldvreemdheid; het los van [onverschillig voor] de werkelijkheid [realiteit] zijn |
| ukon-鬱金 | kurkuma; geelwortel (plant, Curcuma longa) |
| ukon'iro-鬱金色 | saffraangeel; curcumine (kleurstof uit geelwortel) |
| ukurādo-ウクラード | (economie) bepaalde soorten productieverhoudingen |
| ukyaku-雨脚 | stromende regen (met ononderbroken strepen, als pijpenstelen); stortregen |
| umabune-馬槽 | voerbak [trog] voor een paard |
| umadashi-馬出し | een aarden wal voor een kasteel (om vertrek en aankomst van ruiters niet aan de vijand te laten zien) |
| umagaeshi-馬返し | het punt op een bergpas waar het te steil wordt, waardoor een paard niet meer verder kan en moet omkeren |
| umaku-うまく | succesvol; fortuinlijk |
| umanori-馬乗り | onderzijde van een haori overjas |
| umare-生まれ | geboorte; afkomst |
| umarekawaru-生まれ変わる | (fig.) herboren zijn; totaal veranderd zijn; een nieuwe start maken; zich rehabiliteren |
| umarekawaru-生まれ変わる | opnieuw geboren worden |
| umareru-生まれる | geboren worden |
| umaru-埋まる | gevuld worden |
| umaru-埋まる | begraven worden |
| umauma-うまうま | mmm (tussenwerpsel voor: lekker) |
| umibōzu-海坊主 | Umibōzu, een legendarisch zeemonster (met een geschoren hoofd zoals een Boeddhistische monnik) |
| umidasu-生み出す | voortbrengen; scheppen; produceren |
| umidasu-産み出す | voortbrengen; baren |
| umiushi-海牛 | zeehaas (zeeslakkensoort Aplysia depilans) |
| umizuki-産み月 | de laatste maand van de zwangerschap; de maand waarin de geboorte wordt verwacht |
| umoreru-埋もれる | begraven [bedekt; afgedekt; verborgen] worden |
| umurauto-ウムラウト | (taalkunde) umlaut (teken voor klankwijziging van klinkers) |
| unagasu-促す | aandringen; aansporen; bespoedigen; dringend verzoeken; op het hart drukken |
| undōjō-運動場 | gymnastiekzaal; sportveld; speelplaats; schoolplein |
| undōkai-運動会 | sportdag (op school); sportief evenement |
| undōkōen-運動公園 | sportpark; park met sportfasciliteiten |
| undōshinkei-運動神経 | motorische zenuw; reflex |
| undōsuru-運動する | bewegen; sporten; oefenen; oefeningen doen |
| unka-雲霞 | een grote menigte; horde; zwerm (mensen) |
| unmeiteki-運命的 | voorbestemd; noodlottig |
| unnun-云云 | enzovoort; enz.; etc.; zo en zo; en dergelijke; e.d. |
| unomi-鵜呑み | iets zomaar (voor zoete koek) aannemen [slikken] |
| unomi-鵜呑み | het iets in zijn geheel doorslikken [inslikken] |
| unpan-運搬 | transport; vervoer |
| unpansuru-運搬する | transporteren; vervoeren |
| unputenpu-運否天賦 | het (iets) aan het lot overlaten; op goed geluk; (iemans) geluk of ongeluk wordt door het lot bepaald |
| unsen-雲箋 | (formeel) brief (ontvangen, van een ander) |
| unsō-運漕 | transport; goederenvervoer (per schip); zeetransport; verscheping |
| unsō-運送 | (zee|)transport; vervoer; verscheping (van goederen, passagiers e.d.) |
| unsōchingin-運送賃銀 | gage [betaling, loon] voor het vervoer van passagiers, goederen, e.d. |
| unsōgaisha-運送会社 | transportbedrijf |
| unsōhi-運送費 | transportkosten |
| unsōsuru-運送する | transporteren; vervoeren; verschepen |
| untei-雲梯 | een lange ladder die werd gebruikt om kastelen aan te vallen; stormladder |
| untei-雲梯 | horizontale ladder; speel(klim)toestel |
| unten-運転 | het autorijden; (een auto) besturen |
| untensuru-運転する | autorijden; (een voertuig) besturen |
| unto-うんと | enorm; verschrikkelijk veel; grote hoeveelheid |
| unu-汝 | (scheldwoord) domkop; sukkel |
| unuboreru-自惚れる | verwaand [arrogant] zijn [worden] |
| unzarisuru-うんざりする | (onomatopee) ziek [moe] worden van; het zat zijn; tegenstaan; een aversie hebben tegen; tegen de borst stuiten; vervelen |
| un'enkagan-雲煙過眼 | vluchtige [snel voorbijgaande] dingen [gedachten] (zoals wolken en rook) |
| un'yu-運輸 | vervoer; transport |
| un'yushō-運輸省 | Ministerie van Transport |
| uogokoro-魚心 | (afk. voor) (spreekwoord) wie goed doet, goed ontmoet; voor wat, hoort wat |
| uogokoroarebamizugokoro-魚心あれば水心 | (spreekwoord) wie goed doet, goed ontmoet; voor wat, hoort wat (lett. als de vis een hart heeft, heeft het water een hart) |
| uonbin-ウ音便 | (taalkunde) klankverandering waarbij klanken als ku, gu, hi, bi, en mi worden uitgesproken als u |
| uonome-魚の目 | likdoorn; eksteroog |
| urabanashi-裏話 | het verhaal achter iets; inside story |
| urajōmen-裏正面 | (zitplaatsen aan) de andere kant (de zuidkant) an de sumoring |
| urakido-裏木戸 | achterpoort; achteringang; achterdeur |
| uramon-裏門 | achterpoort; achteringang |
| uranai-占い | waarzeggerij; toekomstvoorspelling |
| uranari-末生り | vrucht die groeit aan het uiteinde van een tak of stengel (en daardoor onvolgroeid en onrijp is) |
| uranari-末生り | metafoor voor (een zwak) iemand met een bleek gezicht |
| uranau-占う | waarzeggen; de toekomst voorspellen |
| uraomote-裏表 | achterkant en voorkant; binnenkant en buitenkant; twee [beide] kanten |
| urashimatarō-浦島太郎 | (informeel) gevangene die na een lang verblijf in de gevangenis wordt vrijgelaten |
| urauchi-裏打ち | hofkleding dat aan de achterzijde wordt gedragen |
| urayama-裏山 | berg aan de achterzijde [achterkant] (van iemands huis, dorp, etc.) |
| urazato-浦里 | een dorp aan zee [vlak bij de kust]; badplaats |
| urazato-浦里 | vissersdorp |
| ureashi-売れ足 | snelle verkoop; de snelheid waarmee een product wordt verkocht |
| uree-憂え | angst; bezorgdheid; ongerustheid |
| ureeru-憂える | vrezen; zich zorgen maken; angst hebben |
| urei-憂い | angst; bezorgdheid; ongerustheid |
| ureru-熟れる | rijpen; rijp [volwassen] worden |
| ureu-憂う | zich zorgen maken over; treuren; overstuur [angstig; van streek; bedroefd] zijn |
| urikakekin-売り掛け金 | openstaande vorderingen; onbetaalde rekeningen; debiteuren posten |
| urikakekin-売掛金 | handelsvordering(en) |
| urikakesaiken-売掛債権 | vordering; openstaande rekening |
| urikotoba-売り言葉 | provocerende [opruiende] woorden |
| urimono-売物 | (belangrijkste) pluspunt; voordeel; hoofdattractie; pronkstuk |
| urisabaku-売り捌く | efficiënt [op grote schaal] verkopen van artikelen; de hele voorraad goederen verkopen |
| uriwatasu-売り渡す | iemand verraden [aangeven] (bij de vijand, in ruil voor eigen voordeel) |
| urobune-売ろ舟 | (arch., dit woord stamt uit de Edo periode) een drijvend winkeltje; een boot waar men gebruiksvoorwerpen en etenswaren kon kopen |
| ūroncha-ウーロン茶 | oolong thee (Chinese theesoort) |
| urourobune-うろうろ船 | (arch.) een drijvend winkeltje; een boot waar men gebruiksvoorwerpen en etenswaren kon kopen |
| uru-得る | (formeel) verkrijgen; ontvangen |
| uruguai・raundo-ウルグアイ・ラウンド | Uruguay-ronde (Internationale onderhandelingen van 1986 tot 1994, die uiteindelijk leidden tot de oprichting van de Wereldhandelsorganisatie) |
| urumu-潤む | nat [vochtig] zijn [worden] |
| urumu-潤む | wazig [troebel] zijn [worden] |
| urusai-煩い | vervelend; hinderlijk; storend; irritant |
| urushi-漆 | Japanse [Chinese] lak (gebruikt voor lakwerk) |
| urushimake-漆負け | huiduitslag door gifsumak (van de plant Rhus radicans) |
| urutoramontanizumu-ウルトラモンタニズム | ultramontanisme (leer binnen de katholieke kerk met nadruk op de autoriteit van de paus) |
| urutora・shī-ウルトラ・シー | gymnastiekoefening die qua uitvoering moeilijker is dan de norm voor de hoogste van de drie lagere moeilijkheidsgraden |
| ushikaimenjōnōshō-牛海綿状脳症 | BSE (bovine spongiform encephalopath); gekkekoeienziekte |
| ushin-有心 | de standaard vorm van een waka gedicht |
| ushin-有心 | de serieuze vorm van een renga gedicht |
| ushin-有心 | (boeddh.) gehechtheid, sterke mentale fixatie voor dingen en ideeën |
| ushinotokimairi-丑の時参り | bezoek aan een heiligdom (om ca. 2 uur in de ochtend) om een vervloeking te doen door een effigie (strooien pop) van iemand aan een boom te spijkeren |
| ushirokizu-後ろ傷 | verborgen wond of beschadiging (uit het verleden) |
| ushiromae-後ろ前 | achterstevoren |
| usoji-嘘字 | niet correct geschreven kanji (Japans of Chinees karakter) |
| usu-臼 | usu, grote Japanse vijzel (o.a. gebruikt om het deeg te stampen voor mochi, Japanse balletjes van kleefrijst) |
| usukuchi-薄口 | dun [fijn; delicaat] voorwerp (b.v. aardewerk, porselein) |
| usuragu-薄らぐ | afnemen; vervagen; dunner [zwakker] worden; afkoelen |
| usutā・sōsu-ウスター・ソース | worcestersaus (worcestershiresauce) |
| utakai-歌会 | dichtwedstrijd; wedstrijd [bijeenkomst] voor het maken van Japanse gedichten |
| utakata-泡沫 | (metafoor voor) iets onbeduidends [iets vluchtigs] |
| utamakura-歌枕 | beroemde plaatsen [historische locaties] die beroemd zijn geworden door waka-poëzie |
| utamakura-歌枕 | (oorspronkelijke betekenis) poëtische woordenschat (woordspelingen, beroemde plaatsen, etc.), die nodig zijn voor het schrijven van waka-poëzie |
| utatane-転た寝 | een dutje; (kort) slaapje |
| utena-台 | toren |
| utsubo-鱓 | kidako murene (vissoort, Gymnothorax kidako) |
| utsuribashi-移り箸 | eetstokjes waarmee achter elkaar iets uit verschillende gerechten wordt aangeraakt (onjuist gebruik van eetstokjes) |
| utsuru-写る | gefotografeerd [afgebeeld; weerspiegeld; gereflecteerd] worden |
| utsuru-映る | zich weerspiegelen; gereflecteerd worden |
| utsuru-移る | aangestoken [geïnfecteerd] worden |
| utsushidasu-映し出す | afbeelden; beschrijven; uitbeelden; voorstellen; tonen |
| utsusu-写す | fotograferen; portretteren |
| utsutsu-現 | normale gemoedstoestand; geestelijke gezondheid |
| utsuzen-鬱然 | voorspoedig [krachtig] zijn |
| uttaeru-訴える | iemand aanklagen; voor de rechter dagen; een proces [zaak] aanspannen |
| uwabaki-上履き | schoenen [slippers; sloffen] voor binnenshuis |
| uwabe-上辺 | uiterlijke verschijning; voorkomen |
| uwaetsuke-上絵付け | overglazuur decoratie |
| uwagutsu-上靴 | schoenen [slippers] voor binnenshuis |
| uwanori-上乗り | het begeleiden [de begeleider; opzichter] van goederen [vracht; lading] tijdens transport |
| uwappari-上っ張り | stofjas; overall; (jas)schort |
| uwaru-植わる | geplant worden |
| uwatenage-上手投げ | (honkbal, sumo, e.d.) bovenhandse worp |
| uwatsuku-浮つく | wispelturig [lichtzinnig; rusteloos] zijn [worden] |
| uwaya-上屋 | een douaneloods (voor het kortstondig opslaan van vracht) |
| uwaya-上屋 | een overkapping op palen (bij een huis voor de auto, bij een treinstation, e.d.) |
| uwaya-上屋 | (een andere benaming voor) mausoleum |
| uyoku-羽翼 | vleugelvormig orgaan (b.v. bij planten) |
| uzumaki-渦巻き | spiraal; spiraalvorm |
| uzumoreru-埋もれる | begraven [bedekt; afgedekt; verborgen] worden |
| wa-羽 | (woord voor het tellen van vogels, kippen, konijnen) |
| wa-話 | (in kanji combinaties) spreken; zeggen; vertellen; taal; woord; verhaall |
| wabiru-侘びる | eenzaam [angstig; bezorgd; triest; depressief; pessimistisch; teleurgesteld; in de war] zijn |
| wabun-和文 | Japanse karakters [woorden] |
| wadokujiten-和独辞典 | Japans-Duits woordenboek |
| waeijiten-和英辞典 | Japans-Engels woordenboek |
| wafutsujiten-和仏辞典 | Japans-Frans woordenboek |
| wagahai-我輩 | (mannelijk taalgebruik, eerste persoon enkelvoud, tegenwoordig met een nogal arrogante duiding) ik |
| wagamama-我が儘 | egoïsme; zelfzuchtigheid; ongehoorzaamheid |
| wago-和語 | oorspronkelijk Japans woord |
| wagyū-和牛 | Japans runderras (gefokt voor het vlees) |
| wāhori-ワーホリ | (afk. voor) werkvakantie; vakantiereis met werkvergunning [visum] (waarbij reizigers mogen werken in het land dat ze bezoeken) |
| waidoban-ワイド判 | standaard Japans papierformaat (210 x 257 mm) |
| waido・sukurīn-ワイド・スクリーン | breedbeeld (formaat) |
| wain・reddo-ワイン・レッド | wijnrood; bordeauxrood |
| wairubyō-ワイル病 | ziekte van Weil (vorm van leptospirose) |
| wairudo・pitchi-ワイルド・ピッチ | (honkbal) wilde worp (van de werper) |
| wairudo・kādo-ワイルド・カード | (bij sportwedstrijden) wildcard |
| waiyaresu-ワイヤレス | (afkorting voor) draadloze microfoon |
| waiyaresu・kībōdo-ワイヤレス・キーボード | draadloos toetsenbord |
| wai・daburyū・shī・ē-ワイ・ダブリュー・シー・エー | Young Women’s Christian Association, een beweging die zich inzet voor leiderschap en rechten van vrouwen en meisjes |
| wai・emu・shī・ē-ワイ・エム・シー・エー | Young Men's Christian Association, een oecumenisch-christelijke jongerenorganisatie |
| wajin-倭人 | (arch.) een oude benaming voor een Japanner |
| wajō-和尚 | benaming voor een courtisane uit de hogere klasse |
| wajō-和尚 | (erenaam voor) boeddhistische priester met spirituele training (deze lezing wordt m.n. gebruikt bij het Shingon boeddhisme) |
| wakaayu-若鮎 | jonge ayu (vis: Plecoglossus altivelis) (in Japanse poëzie symbool voor de lente) |
| wakachigaki-分かち書き | het scheiden van (Japanse) woorden door spaties |
| wakagaeru-若返る | verjongen; jonger worden; weer jong worden |
| wākahorikku-ワーカホリック | workaholic. iemand die verslaafd is aan zijn werk; iemand die veel werkt |
| wakaian-和解案 | schikkingsvoorstel |
| wakaisuru-和解する | zich verzoenen; verzoend worden (met); (ruzie) bijleggen |
| wakamatsu-若松 | Nieuwjaarsdecoratie van dennentakken |
| wakamiya-若宮 | heiligdom voor de zoon van de god van de hoofdtempel |
| wakamuki-若向き | bestemd voor [gericht op] jonge mensen |
| wakarejimo-別れ霜 | late [laatste] vorst (voor de lente begint) |
| wakareru-分かれる | verdeeld worden; zich vertakken [verspreiden] |
| wakasu-沸かす | boos worden |
| wakasu-沸かす | opgewonden [enthousiast] worden [maken]; stimuleren; opruien |
| wakate-若手 | een jong iemand; jonge man [vrouw]; een junior employé [werknemer] |
| wake-分け | (in samenstellingen) verdelen; indelen; scheiden; sorteren |
| wakemae-分け前 | (aan)deel; portie |
| wakizashi-脇差 | kort zwaard (met stootplaat) |
| wakizashi-脇差 | (afk. voor) kort zwaard (in de obi gestoken naast het lange zwaard) |
| wakō-倭冦 | (oude scheldnaam in Korea en China voor) Japan; mensen uit Japan |
| wakō-倭寇 | (hist.) Japanse zeerovers [piraten] (bij China en Korea, 13de tot eind 16de eeuw) |
| wakōdōjin-和光同塵 | het niet overmatig tonen van kennis en daardoor met anderen in goede verhouding kunnen staan |
| wakonkansai-和魂漢才 | Japanse geest doordrenkt met Chinese kennis [wetenschap] |
| wakonyōsai-和魂洋才 | Japanse geest doordrenkt met Westerse kennis [wetenschap] |
| waku-惑 | (in kanji combinaties) verwarring; verbijstering; desoriëntatie; verdwalen |
| wakudeki-惑溺 | verslaving; een zwak hebben (voor) |
| wakugumi-枠組み | raamwerk; raster; framework |
| wākushoppu-ワークショップ | workshop |
| wāmu-ワーム | (write once, read many) opslagschijf waarop slechts één keer geschreven kan worden en dat daarna niet meer gewist of gewijzigd kan worden |
| wāmu-ワーム | worm (dier) |
| wāmu-ワーム | computerworm (computervirus dat zichzelf dupliceert en vermenigvuldigt) |
| wamyō-和名 | (oorspronkelijke) Japanse benaming [naam] |
| wan-椀 | woord dat wordt gebruikt om kommen te tellen |
| wan-椀 | (houten) kom (voor soep, rijst, e.d.) |
| wanchan-わんちゃん | (liefkozende benaming voor) hond(je); woefje |
| wandane-椀種 | ingrediënten voor soep (zoals vis, eieren, tofu, etc.) |
| waniguchi-鰐口 | (spottende term voor iemand met) een brede [grote] mond |
| wankosoba-椀子蕎麦 | een kom bouillon met soba-noedels, die steeds wordt bijgevuld tot de klant genoeg heeft |
| wankotsu-腕骨 | handwortelbeen; ossa carpi |
| wanman-ワンマン | één man die de leiding heeft [die alle macht naar zich toetrekt]; tiran; dictator |
| wanman・shō-ワンマン・ショー | onemanshow; solovoorstelling |
| wanraitingu・shisutemu-ワンライティング・システム | één standaard [basis] formulier voor verschillende administratieve toepassingen |
| wan・iyā・rūru-ワン・イヤー・ルール | WAN (computerterm, afkorting van Wide Area Network) |
| wan・pointo-ワン・ポイント | 1 punt (score) |
| wan・pointo-ワン・ポイント | slechts één patroon of decoratie van borduurwerk op kleding |
| waon-和音 | (muziek) akkoord |
| wappu-割賦 | het meermaals (In porties) toewijzen of verdelen |
| warabe-童 | (arch. een denigrerende term voor) mijn vrouw |
| warabeuta-童歌 | traditionele Japanse kinderliedjes; liedjes gezongen door [voor] kinderen |
| warabī-ワラビー | wallaby (kleine kangoeroesoort) |
| waraeru-笑える | iets grappig [belachelijk; hilarisch] vinden; aan het lachen gemaakt worden |
| waraijōgo-笑い上戸 | een vrolijke drinker; iemand die vrolijk wordt als hij alcohol drinkt; iem. die een goede dronk heeft |
| waraimono-笑い物 | iem. die uitgelachen wordt [belachelijk gemaakt wordt]; onderwerp van spot |
| warawa-私 | (oude nederige vorm, gebruikt door vrouwen, voor:) ik |
| warazuto-藁苞 | strobundel; strowikkel (als verpakkingsmateriaal); een voorwerp in stro verpakt |
| waregachini-我勝ちに | het streven [dringen] om de eerste te zijn; ieder voor zich |
| waregane-割れ鐘 | (metafoor voor) een luide, schorre stem |
| warekaeru-割れ返る | hard gebroken worden; veel lawaai maken |
| waremonochūi-割れ物注意 | (op bagage, pakketten, etc.) voorzichtig [pas op], breekbaar! |
| warenagara-我ながら | ondanks zichzelf; voor mij; wat mij betreft |
| wareru-割れる | gebroken [gespleten; gekraakt] worden |
| waresakini-我先に | het streven [dringen] om de eerste te zijn; ieder voor zich |
| wari-割り | percentage; ratio; proportie |
| wariai-割合 | percentage; ratio; verhouding; proportie |
| waribiki-割り引き | korting; vermindering; (prijs)reductie |
| waribikibuai-割引歩合 | kortingspercentage; kortingstarief |
| waribikihakkō-割引発行 | uitgave van kortingstarieven |
| waribikisai-割引債 | kortingsobligatie |
| waribikishōsha-割引商社 | makelaar in kortingsobligaties |
| waribikitegata-割引手形 | een rekening met korting; een gereduceerde rekening |
| waribiku-割り引く | korting geven (op) |
| warihan-割り判 | stempel die doorloopt over de randen van twee papieren |
| wariin-割り印 | een zegelafdruk over twee documenten (om aan te geven dat ze bij elkaar horen) |
| warikireru-割り切れる | deelbaar zijn (door); gedeeld kunnen worden (door) |
| warimodosu-割り戻す | korting; aftrek; vermindering, provisie; gedeeltelijke terugbetaling |
| warini-割に | ongewoon; anders dan normaal; in aanmerking genomen |
| warishita-割り下 | bouillon gemengd met sojasaus en suiker (voor het gerecht sukiyaki) |
| waritsuke-割り付け | ordening; layout |
| waru-割る | splijten; delen door (rekenen) |
| warubireru-悪びれる | (dit w.w. wordt gebruikt in ontkennende zinnen) te verlegen zijn; zich klein [minderwaardig] voelen; rusteloos [zenuwachtig] zijn |
| waruburu-悪ぶる | zich (ten onrechte) voordoen [gedragen] als een schurk [slechterik] |
| wārudo・kappu-ワールド・カップ | wereldbeker (World Cup) |
| wārudo・shirīzu-ワールド・シリーズ | Amerikaans kampioenschap honkbal (World Series) |
| wārudo・waido・webu-ワールド・ワイド・ウェブ | world wide web (www); internet |
| warufuzake-悪ふざけ | het iem. voor de gek houden; een grap uithalen terwijl iem. dat niet leuk vindt |
| warujie-悪知恵 | sluwheid; listigheid; geslepenheid; doortraptheid |
| warukuchi-悪口 | belediging; scheldwoord(en); laster; roddel; kwaadsprekerij |
| warukuchimatsuri-悪口祭 | het festival waar de tempelbezoekers elkaar grove verwensingen toeroepen, en de winnaar van het woordengevecht geluk in de toekomst voorspeld wordt |
| warumono-悪者 | een slechte [kwaadaardige; verdorven] persoon; een schurk; een boef; een schoft |
| warunasubi-悪茄子 | een meerjarige plant van de plantensoort aubergine |
| warunori-悪乗り | overdrijven (met woorden of daden); te ver gaan; teveel vergen van; te veel [vaak] gebruiken [doen |
| warusawagisuru-悪騒ぎする | druk [luidruchtig] feestvieren, zonder rekening te houden met de overlast voor anderen |
| warushi-悪し | (klassieke vorm van warui) niet goed; geen goede indruk makend; slecht; kwaadaardig; verdorven |
| waruyoi-悪酔い | een kater; hoofdpijn door te veel alcohol drinken |
| waruzure-悪擦れ | te veel wereldwijsheid; iem. die (door ervaring) heel sluw [listig] is geworden |
| wasabi-山葵 | wasabi (scherpe specerij in de Japanse keuken vooral gebruikt bij visgerechten) |
| wasan-和算 | Japanse wiskunde (een aparte wiskunde vorm, ontwikkeld in Japan tijdens de Edoperiode) |
| wase-早稲 | vroeg volwassen worden |
| waseieigo-和製英語 | Japans pseudo-Engels woord (een Japans woord samengesteld uit één of meerdere Engelse leenwoorden) |
| wasen-和戦 | oorlog en vrede |
| wasen-和戦 | vrede (na de oorlog) |
| washintonjōyaku-ワシントン条約 | Washington conventie (overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde dieren en plantensoorten) |
| wasupu-ワスプ | (White Anglo-Saxon Protestant) WASP (blanke Amerikaanse protestant met Britse voorouders) |
| wasurejimo-忘れ霜 | late vorst; vorst aan het einde van de lente |
| wasuremono-忘れ物 | iets dat verloren [vergeten; achtergelaten] is; gevonden voorwerp(en) |
| wasuru-和する | passende dichtregels maken als antwoord op een andere dichtregels [verzen] |
| watakuri-綿繰り | egrenering [ontkorreling] van katoen; katoenzuivering |
| watakuriguruma-綿繰り車 | katoenrol (houten werktuig om zaden [korrels] te verwijderen) |
| watari-渡り | doorgang; overtocht; voorbijgang |
| wataribashi-渡り箸 | eetstokjes waarmee iets uit het ene na het andere gerecht wordt gepakt zonder tussendoor wat rijst te eten (onjuist gebruik van eetstokjes) |
| watashi-渡し | bezorging; aflevering; overhandiging |
| watashiba-渡し場 | veerhaven; landingsplaats voor veerboten |
| watashidomo-私ども | (nederige vorm voor 私達) wij |
| watauchi-綿打ち | het katoen-kloppen (waarbij katoen zacht (en schoon) wordt gemaakt door erop te kloppen) |
| watauchiyumi-綿打ち弓 | gereedschap voor het slaan van katoen |
| watchi-私 | (gebruikt door personen van lage komaf) ik; mij |
| wayō-和様 | (in de Kamukura-periode geïntroduceerde) Japanse bouwstijl (m.n. voor tempelarchitectuur) |
| wazamono-業物 | een scherp zwaard (gemaakt door een meestervakman) |
| wazatogamashii-態とがましい | onnatuurlijk; geforceerd; gekunsteld; kunstmatig; gemaakt |
| wazatorashii-態とらしい | onnatuurlijk; geforceerd; gekunsteld; kunstmatig; gemaakt |
| wazawaisuru-災いする | problemen veroorzaken; slecht invloed hebben; kwaad doen |
| wazurai-患い | bezorgdheid; ongerustheid; spanning |
| wazuraitsuku-患いつく | ziek worden |
| wazurau-患う | ziek worden; last hebben van; lijden aan |
| webpurattofōmu-webプラットフォーム | webplatform |
| webukōkoku-ウェブ広告 | webvertising; adverteren op het (world wide) web |
| webupōtaru-ウェブポータル | webportaal |
| webu・fōramu-ウェブ・フォーラム | webforum; forum op het web |
| windouzu・akuseraretā-ウィンドウズ・アクセラレーター | Windows Accelerator (computer programma) |
| winzāgurīn-ウィンザーグリーン | Windsor groen (kleur) |
| wo-を | o is het partikel dat een lijdend voorwerp aanduidt |
| wōkingu・dikushonarī-ウォーキング・ディクショナリー | een wandelend woordenboek (iemand met een zeer grote woordenschat) |
| won-ウォン | won (Koreaanse munteenheid) |
| wonteddo-ウォンテッド | gevraagd; gezocht (vooral door de politie); gezochte persoon |
| wōrugai-ウォール街 | Wall Street (New Yorkse geldmarkt) |
| wosshufude-ウォッシュ筆 | penseel voor de gewassen teken [schilder] techniek |
| wosshu・ōbā・doraiburashi-ウォッシュ・オーバー・ドライブラシ (wash over dry brush) | penseel voor de was-over-droog schildertechniek |
| wōtāsupōtsu-ウォータースポーツ | watersport(en) |
| wotchi-ウオッチ | horloge |
| wotchiwādo-ウォッチワード | wachtwoord; leuze; slogan; parool |
| yaba-矢場 | (Edo periode) een bordeel verborgen achter een boogschietbaan |
| yabudatami-藪畳 | (Kabuki) toneel decorstuk, dat een bamboestruikgewas voorstelt |
| yabuiri-藪入り | (arch.) een dag verlof voor bedienden op 16 juli en op nieuwjaarsdag |
| yabureru-敗れる | verliezen; verslagen worden |
| yabureru-破れる | scheuren; gebroken worden |
| yabureru-破れる | verscheurd [gebroken] worden (fig.); verslagen worden |
| yabusotetsu-藪蘇鉄 | Japanse ijzervaren (Cyrtomium fortunei) |
| yachi-谷地 | (In Hokkaido, een informele term voor) veenland |
| yachōhogoku-野鳥保護区 | vogelreservaat; beschermd gebied voor vogels |
| yadori-宿り | verblijf; huis; tehuis; toevluchtsoord |
| yadosagari-宿下がり | een kort verblijf; een korte vakantie |
| yaeba-八重歯 | dubbele tanden (een persisterende melktand die niet uitvalt en de nieuwe tand die al doorkomt) |
| yagaru-やがる | een hulpwerkwoord dat in combinatie met een ander werkwoord ergernis uitdrukt over de daad [actie] van een ander |
| yagate-軈て | momenteel; tegenwoordig |
| yagate-軈て | na een tijdje; spoedig; binnenkort; gauw; uiteindelijk |
| yagiza-山羊座 | (sterrenbeeld) Steenbok (Capricornus) |
| yagura-櫓 | (arch.) een opslagplaats [pakhuis] voor pijlen en andere wapens |
| yagura-櫓 | een hoge toren (m.n. boven een poort); kasteeltoren; wachttoren |
| yagura-櫓 | steiger, hoge (houten) stellage (voor bouwwerkzaamheden); hoog podium voor theater, e.d. |
| yagura-櫓 | houten frame voor een kotatsu (Japanse tafelkachel) |
| yagura-櫓 | (afk. voor) een beenworp techniek bij sumo worstelen |
| yagura-櫓 | (afk. voor) hoge bovenbouw van grote Japanse schepen |
| yaguramon-櫓門 | torenpoort (van een kasteelmuur) |
| yaguranage-櫓投げ | (lett. torenworp) een beenworp techniek bij sumo worstelen |
| yahari-矢張り | zoals verwacht; zoals te voorzien was; logischerwijs |
| yahari-矢張り | nog steeds; zoals voorheen |
| yaiba-刃 | generieke naam voor zwaarden, messen, etc. |
| yajikita-弥次喜多 | (afk. voor) een leuk [vrolijk] uitsapje [reisje] van twee mannen |
| yajirushi-矢印 | pijl (symbool); pijlvormige markering |
| yaka-やか | gekoppeld aan een zelfstandige naamwoord vormt het een bijvoeglijk naamwoord (met な) |
| yakata-屋形 | (Heian periode) hofkoets (getrokken door ossen) |
| yakazu-矢数 | een krijgskunst waarbij zoveel mogelijk pijlen achter elkaar geschoten worden |
| yakazuhaikai-矢数俳諧 | een vorm van haikai waarbij de deelnemers proberen zoveel mogelijk haiku te componeren in 24 uur (in navolging van het pijl-en-boogschieten) |
| yakebutori-焼け太り | rijker [welvarender] worden na een brand |
| yakedasareru-焼け出される | door brand zijn huis (moeten) verlaten [verliezen] |
| yakekoge-焼け焦げ | brandgat (in kleding, door sigaret); schroeiplek |
| yakeru-焼ける | heet [droog; branderig; pijnlijk] worden; verdorren |
| yakeru-焼ける | afbranden; verbrand [gebakken; geroosterd] worden |
| yakiami-焼き網 | een grill-gaasrooster (voor vis, etc.) |
| yakiba-焼き場 | crematorium |
| yakibata-焼き畑 | brand-landbouwgrond; akkers die door hakken en branden (van de begroeiing) zijn aangelegd |
| yakie-焼き絵 | brandwerk versiering; afbeelding gemaakt door brandwerk |
| yakimoki-やきもき | (onomatopee) angstig; ongeduldig; bezorgd |
| yakimono-焼き物 | keramiek; aardewerk; porselein |
| yakka-薬価 | medicijnprijzen; de vergoeding voor medicijnen |
| yakkan-約款 | overeenkomst; voorwaarde; clausule |
| yakkodako-奴凧 | een (traditionele) Japanse vlieger in de vorm van een man met uitgespreide armen (als vleugels) |
| yakō-夜行 | (afk. voor) nachttrein |
| yaku-ヤク | jak (soort rund: Bos grunniens) |
| yakubi-厄日 | (voor boeren) een kritieke dag voor de oogst |
| yakubyōgami-疫病神 | Yakubyōgami, een boze god die mensen ziek maakt en rampen veroorzaakt; god van de pest |
| yakudoshi-厄年 | ongeluksjaar [leeftijd] (voor mannen 25, 42 en 61; voor vrouwen 19, 33 en 37) |
| yakuharai-厄払い | exorcisme; ritueel om boze geesten uit te drijven; ceremoniële reiniging van het kwaad |
| yakuhōshi-薬包紙 | poederpapiertje (een vierkant velletje papier dat wordt gevouwen om poedervormige geneesmiddelen in te verpakken in apotheken) |
| yakumae-厄前 | (psychologie) het jaar voorafgaand aan de kritieke leeftijd [periode]; het jaar voor het ongeluksjaar |
| yakushin-躍進 | snelle vooruitgang; spurt; run; toeloop;stormloop |
| yakushinyorai-薬師如来 | Yakushi-nyorai, Boeddha van de genezing |
| yakushu-薬種 | ingrediënten voor geneesmiddelen; Chinese kruiden |
| yakusu-約す | verminderen; verkorten; afkorten; weglaten |
| yakusuru-約する | afkorten; verkleinen; samenvatten |
| yamaarashi-山嵐 | storm in de bergen |
| yamabato-山鳩 | Oosterse tortel(duif) (Streptopelia orientalis) |
| yamabatoiro-山鳩色 | geelblauw (de kleur van de veren van de Oosterse tortelduif) |
| yamaboko-山鉾 | decoratief praalstuk dat wordt rondgedragen tijdens een festival |
| yamadera-山寺 | Yama-dera, algemene benaming voor de Risshaku-ji (Tendai bergtempel in Yamagata-stad) |
| yamadome-山留め | stutsel; schoorpalen; het stutten [schragen] |
| yamagaaru-山ガール | praktische sport- of bergkleding voor vrouwen; vrouw die bergtochten maakt in zulke kleding |
| yamaimo-山芋 | Japanse bergyam (Dioscorea japonica ) |
| yamakago-山駕籠 | draagstoel voor in de bergen |
| yamanari-山形 | de vorm van een berg; een chevron (een omgekeerde V als onderscheidingsteken, b.v. op de mouw van een officier) |
| yamanekosuto-山猫スト | een wilde staking (d.w.z. niet door de vakbonden georganiseerd) |
| yamanoimo-山の芋 | Japanse bergyam (Dioscorea japonica ) |
| yamaoroshi-山颪 | bergwind; wind die waait [raast] door de bergen |
| yamatoimo-大和芋 | Japanse yam (soort aardappel, Dioscorea japonica) |
| yamatokotoba-大和言葉 | de oude, oorspronkelijke Japanse taal [woorden] |
| yamatoshimane-大和島根 | Yamato-shima; Yamato no Kuni; Gebied rondom Yamato (een voormalige provincie van Japan, gelegen in de huidige prefectuur Nara) (arch.) |
| yamayaki-山焼き | het verbranden van (dor) gras op de berghellingen (in de lente) |
| yamazato-山里 | bergdorp(je); gehucht in de bergen |
| yami-闇 | een ordenloze staat; zonder [zeden] normen en waarden |
| yamibusshi-闇物資 | artikelen [goederen] van de zwarte markt; illegaal geïmporteerde [gesmokkelde] goederen; geheime voorraden |
| yamigome-闇米 | de rijst die heimelijk wordt verhandeld buiten de reguliere kanalen; rijst van de zwarte markt |
| yamijiru-闇汁 | een winters vermaak, waarbij een nabe-soep wordt gemaakt met ingrediënten die bezoekers hebben meegenomen, en die soep wordt in het donker opgegeten |
| yamikin'yū-闇金融 | geldtransacties door bedrijven of organisaties, die daarvoor geen wettelijke toestemming hebben; transacties met een niet wettelijk bepaalde rente |
| yaminabe-闇鍋 | een winters vermaak, waarbij een nabe-soep wordt gemaakt met ingrediënten die bezoekers hebben meegenomen, en die soep wordt in het donker opgegeten |
| yamitsuki-病み付き | het ziek worden |
| yana-梁 | fuik; visdam; visweer (om een vis door de rivier te geleiden) |
| yanagawa-柳川 | (afk. voor) stoofpot van modderkruiper en klis(wortel) |
| yanagawanabe-柳川鍋 | stoofpot van modderkruiper en klis(wortel) |
| yanagiba-柳刃 | smal keukenmes met toelopende punt voor het snijden van m.n. sashimi, e.d. |
| yanari-家鳴り | het (geluid van) gerommel [gekraak] (van een huis b.v. door het krimpen van houten bouwmaterialen door temperatuurverschillen) |
| yaneita-屋根板 | dakspaan; houten planken die als dakbedekking worden gebruikt |
| yani-やに | Zeg...?; ..., zeg! (is een uitdrukking die alleen wordt gebruikt indien de spreker de luisteraar iets vertelt wat hij/zij nog niet wist en is dialect |
| yani-やに | zodat (is een streekgebonden uitspraak van yōni (Tajima-ben en Tottori-ben)) |
| yankī-ヤンキー | yankee (Amerikaan; m.n. noorderling) |
| yanoasatte-弥の明後日 | de dag na overmorgen; overovermorgen |
| yanojimusubi-やの字結び | de obi van een kimono geknoopt in de vorm van het Japanse karakter "ya" |
| yanwari-やんわり | zacht; rustig; beleefd; voorzichtig; zachtaardig; vriendelijk |
| yaochō-八百長 | matchfixing; een sportwedstrijd waarvan (door omkoping) de einduitslag van tevoren is bepaald |
| yaoya-八百屋 | iemand met een wijde belangstelling [interesse] (lett. voor 800 onderwerpen) in wetenschap, kunst, e.d.; homo universalis |
| yaoyorozu-八百万 | een zeer groot aantal; een enorme hoeveelheid |
| yariba-遣り場 | vluchtoord; schuilplaats; uitlaatklep (fig.) |
| yaridama-槍玉 | het iemand steken [doorboren] met een speer |
| yarikaesu-遣り返す | (be)antwoorden; weerwoord geven; terugkaatsen; terugschieten |
| yarikirenai-遣り切れない | niet kunnen voltooien; niet voor elkaar kunnen krijgen |
| yarikireru-遣り切れる | kunnen doen; voor elkaar krijgen |
| yarikonasu-遣り熟す | iets (goed) kunnen (doen); voor elkaar krijgen |
| yarikuri-遣り繰り | het erdoorheen komen; zich behelpen; toch voor elkaar krijgen |
| yarisokonau-遣り損なう | tekortschieten; falen; mislukken; slecht werk leveren; een blunder begaan |
| yarisugosu-遣り過ごす | voorbij laten gaan |
| yarite-遣り手 | de bazin van een bordeel |
| yāru-ヤール | yard (oorspronkelijk maat voor stof) |
| yasatsu-野冊 | plantenpers (twee bamboe plankjes waartussen bladeren en bloemen geperst worden om ze te drogen) |
| yase-瘦せ | het afvallen; dunner worden |
| yasegaman-瘦せ我慢 | het (met moeite) doorstaan [verdragen] |
| yasehosoru-瘦せ細る | dunner worden; vermageren; uitgemergeld raken |
| yasekokeru-瘦せこける | mager worden |
| yasen-夜戦 | nachtelijke gevechten [oorlog] |
| yaseru-痩せる | onvruchtbaar worden |
| yashiki-屋敷 | (afk. voor bukeyashiki) behuizing van de krijgselite (in feodaal Japan) |
| yashinau-養う | ondersteunen, onderhouden, zorgen voor; kweken; opvoeden |
| yashiro-社 | plaats waar een god(heid) ter aarde komt; plaats waar deze god(heid) wordt vereerd |
| yasude-安手 | de goedkopere van de dingen die te koop worden aangeboden |
| yasui-安い | frivool; zorgeloos; onvoorzichtig; indiscreet |
| yasukikurai-安き位 | (term van Zeami) de hoge graad van perfectie die een acteur van het Nō-theater kan bereiken, waardoor hij ontspannen zijn rol kan spelen |
| yasume-安め | een verliezende worp bij het dobbelspel |
| yasuragu-安らぐ | gemoedsrust hebben; zich op zijn gemak voelen; gerust [zonder zorgen] zijn |
| yasuraka-安らか | onbezorgd; gerust; zonder zorgen |
| yasuukeai-安請け合い | een ondoordachte [lichtvaardige] belofte |
| yasuurikyōsō-安売り競争 | een prijzenoorlog |
| yasuurimise-安売り店 | een kortingzaak; goedkope winkel; discountwinkel; discount zaak |
| yasuuriten-安売り店 | een kortingzaak; goedkope winkel; discountwinkel; discount zaak |
| yatchaba-やっちゃ場 | markt voor groente en fruit in Tokio (zo genoemd vanwege de uitroepen tijdens de veiling: yatcha, yatcha) |
| yatsubara-奴原 | (een denigrerende term voor een groep mensen) die gasten; die lui; dat gespuis |
| yatsukuchi-八つ口 | kleine opening in de zijkant (onder de oksel) van traditionele Japanse kleding (zoals kimono's) voor vrouwen en kinderen |
| yatsumeunagi-八つ目鰻 | prik (vissoort, Petromyzontiformes) |
| yatsura-奴等 | (een denigrerende term voor een groep mensen) die gasten; die lui; dat gespuis |
| yattsukeru-やっつける | en aanval plaatsen; aanvallen; achter iemand aangaan; (neer)slaan; verslaan; opruimen; vermoorden |
| yattsukeshigoto-やっつけ仕事 | haastwerk; slordig uitgevoerde klus |
| yawa-夜話 | (Zen boeddhisme) parabel verteld voor de avondtraining |
| yawaragu-和らぐ | vertrouwd [intiem] worden |
| yawaragu-和らぐ | zacht [mild; kalm; minder streng] worden; bedaren |
| yawaragu-和らぐ | zacht [soepel] worden |
| yō-よう | (vervoeging van klassiek Japanse hulpwerkwoorden) om het vermoeden of de wil van de spreker uit te drukken) laten we; ik denk; zou het zo zijn |
| yō-妖 | (in kanji combinaties) charmant; aantrekkelijk; bekoorlijk; betoverend; mysterieus; spookachtig; verdacht |
| yō-様 | uiterlijk; verschijning; voorkomen; manier; situatie |
| yō-沃 | (afk. voor) jodium |
| yō-洋 | (afk. voor) het Westen; Occident |
| yobai-夜這い | heimelijk nachtbezoek (door een man aan een vrouw) |
| yobi-予備 | voorbereiding; inleidend; voorafgaand |
| yobidashi-呼び出し | (sumo) degene die de namen van de worstelaars (hardop) aankondigt |
| yobijio-呼び塩 | het ontzouten (van zout voedsel door mengen met water; hierbij wordt een beetje speciaal zout toegevoegd om te voorkomen dat het waterig wordt) |
| yobijio-呼び塩 | speciaal zout dat wordt gebruikt bij het ontzouten |
| yobikata-呼び方 | aanspreekvorm |
| yobikō-予備校 | een school voor voorbereiding op (het toelatingsexamen van) een universiteit |
| yobimizu-呼び水 | een waterpomp in werking zetten; water dat in een (water)pomp wordt gegoten (om hem in werking te krijgen) |
| yobiokosu-呼び起こす | wakker maken (door te roepen); wakker worden (door); opwekken |
| yōbō-容貌 | gelaatstrekken; gelaatsvorm; gezichtsvorm |
| yobōsen-予防線 | voorzorgsmaatregelen |
| yobōsuru-予防する | beschermen; voorkomen |
| yobukodori-呼子鳥 | (andere naam voor) koekoek (Cuculus canorus) |
| yochi-予知 | voorkennis |
| yochō-予兆 | voorteken; omen; voorbode |
| yōchūijinbutsu-要注意人物 | verdachte; verdacht persoon; persoon die in de gaten moet worden gehouden |
| yodan-予断 | voorspelling; vooronderstelling; aanname |
| yōdo-用度 | voorraadbeheer (m.n. van kantoorbenodigdheden) |
| yōdo-用度 | (oud woord voor) (contant) geld |
| yōdohorumu-ヨードホルム | jodoform |
| yodomu-淀む | lusteloos [zwak; traag] worden; haperen |
| yōgai-要害 | het versterken van de verdediging; voorzorgsmaatregelen voor de verdediging |
| yōgai-要害 | een natuurlijke vesting; verdedigingslinie (plek met ruig terrein, geschikt voor de verdediging tegen vijanden) |
| yogen-予言 | (toekomst)voorspelling |
| yōgen-用言 | (taalkunde) een verbuigbaar woord; woord dat men kan vervoegen |
| yōgin-洋銀 | buitenlandse zilveren munten geïmporteerd in Japan vanaf het einde van de Edo-periode |
| yogiru-過る | oversteken; doortrekken; (door)kruisen |
| yogiru-過る | voorbijgaan; passeren; voorbijkomen |
| yōgo-洋語 | Japans leenwoord uit een westerse taal |
| yōgo-用語 | terminologie; term; woordgebruik |
| yōgo-要語 | sleutelwoord; belangrijke woorden |
| yōgo-養護 | bescherming; verpleging; verzorging |
| yōgogakkō-養護学校 | speciale school; school voor speciaal onderwijs (voor kinderen met een lichamelijke of geestelijke beperking) |
| yogoreru-汚れる | vies worden; bevuild [besmet] raken |
| yogoreta-汚れた | vies (geworden); besmet geraakt |
| yoha-余波 | boeggolven; (secundaire) golven ontstaan door schepen |
| yōhin-洋品 | import artikelen |
| yohō-予報 | voorspelling; verwachting |
| yōhō-用法 | gebruiksvoorschrift; gebruiksaanwijzing |
| yōi-用意 | voorbereiding; voorzorg; (in) gereedheid (brengen) |
| yōiku-養育 | opvoeding; verzorging |
| yōikuhi-養育費 | de kosten van de zorg voor [opvoeding van] kinderen |
| yōin-要因 | hoofdoorzaak; primaire factor |
| yoitsubureru-酔い潰れる | stomdronken worden; zich bewusteloos drinken; comazuipen |
| yōji-楊枝 | tandenborstel |
| yojijukugo-四字熟語 | vierkarakterwoord; woord bestaande uit vier karakters [kanji] |
| yōjin-用心 | voorzichtigheid; zorgvuldigheid; voorzorg |
| yōjin-要人 | VIP; belangrijke [vooraanstaande] persoon |
| yōjinbō-用心棒 | (deur)grendel; staaf voor het vergrendelen van deur of poort |
| yōjinbō-用心棒 | stok gebruikt voor zelfverdediging |
| yōjinbukai-用心深い | voorzichtig; waakzaam; alert; op zijn hoede |
| yōjiporuno-幼児ポルノ | kinderporno; kinderpornografie |
| yojireru-捩れる | verdraaid [verbogen; kromgetrokken] zijn [worden] |
| yokaku-予覚 | voorgevoel; intuïtie |
| yokan-予感 | voorgevoel |
| yokan-余寒 | aanhoudende kou; de (winter)kou die blijft voortduren tot in de (vroege) lente; een koude lentedag |
| yokareashikare-善かれ悪しかれ | goed of slecht; hoe dan ook; in voor- en tegenspoed |
| yokaren-予科練 | de opleiding [training] voor piloten bij de Japanse marine |
| yokei-余慶 | geluk dat nakomelingen ontvangen vanwege de goede daden van hun voorouders |
| yoken-予見 | verwachting; voorspelling; prognose; voorkennis |
| yōken-用件 | zaak; kwestie; aangelegenheid; dingen die gedaan moeten worden |
| yōken-要件 | voorwaarde |
| yōkin-洋琴 | yangqin, Chinees snaarinstrument (hakkebord) |
| yokinjidōazukeireki-預金自動預入れ機 | geldstortingsautomaat; automaat om geld op je bankrekening te storten |
| yokkaichizensoku-四日市喘息 | Yokkaichi asthma, veroorzaakt door inademen van zwaveldioxide (vervuilingsziekte in Japanse prefectuur Mie tussen 1960 en1972) |
| yokō-余光 | invloed [gunst] van (voor)ouders |
| yoko-横 | breedte; wijdte; horizontaal; van links naar rechts; zijwaarts; zijdelings |
| yōkō-洋行 | (in China) algemene benaming voor handelsondernemingen in bezit van buitenlanders |
| yokoana-横穴 | een (horizontaal) gegraven gat [kuil] |
| yokoana-横穴 | een horizontaal gegraven grafkuil in een berghelling (late Kofun-periode) |
| yokobai-横這い | (in) horizontale richting; zijwaartse beweging |
| yokoburi-横降り | door de wind schuin vallende neerslag (regen, sneeuw, e.d.) |
| yokochō-横帳 | oblong [liggend] formaat notitieboek (van vellen papier horizontaal doormidden gevouwen en gebonden) |
| yokodori-横取り | het (zijdelings) weggrijpen; wegpakken van iemands goederen of kennis (en die als eigen bevindingen doen voorkomen, b.v. in een werksituatie) |
| yokogaki-横書き | horizontaal schrift (m.n. van links naar rechts) |
| yokogami-横紙 | papier dat horizontaal gebruikt wordt (voor gebruik een kwartslag wordt gedraaid, waardoor boven- en onderkant links en rechts worden) |
| yokogami-横紙 | dwars papier, d.w.z. papier met een horizontale vezelrichting (in de breedte) |
| yokogi-横木 | dwarsbalk; zijstuk; horizontale balk |
| yokogumi-横組み | horizontale typografie; horizontale leesrichting |
| yokoguruma-横車 | een worp [werptechniek] bij judo |
| yokoito-横糸 | inslag (de draad die op een weefgetouw door de schering geweven wordt) |
| yokojiku-横軸 | horizontale as; x-as |
| yokojima-横縞 | horizontale streep |
| yokoku-予告 | vooraankondiging; voorafgaande kennisgeving; waarschuwing |
| yokomoji-横文字 | horizontale schrijfwijze |
| yokomono-横物 | horizontaal geschreven tekst; horizontaal opgehangen kunstwerk |
| yokomuki-横向き | zijwaarts; (op de zij) liggend; landscape formaat (van een foto) |
| yokorenbo-横恋慕 | geheime [ongeoorloofde; onbeantwoorde] liefde |
| yokoshima-邪 | iets dat slecht [kwaad] is; verdorvenheid; slechtheid |
| yokosu-寄越す | verzenden; doorsturen; bezorgen; overhandigen |
| yokowari-横割り | horizontaal doormidden delen |
| yokowari-横割り | horizontale [platte] organisatiestructuur |
| yōku-ヨーク | York (stad iin het noordoosten van Engeland) |
| yoku-良く | goed; grondig; precies; zorgvuldig |
| yoku-良く | bekwaam; kundig; juist; correct |
| yokuasa-翌朝 | de volgende morgen [ochtend] |
| yokuchō-翌朝 | de volgende morgen [ochtend] |
| yokume-欲目 | partijdigheid; bevooroordeeld [vooringenomen] zijn |
| yokuseki-翌夕 | de volgende avond; morgenavond |
| yokusuru-善くする | goed doen; vaak doen; kunnen doen; goed zorgen voor |
| yokuyō-浴用 | (voor gebruik in bad) bad- |
| yokuyoku-翼翼 | voorzichtig [behoedzaam] zijn |
| yōmei-溶明 | (beeld) het invloeien; verschijnen; lichter [helderder] worden |
| yomiageru-読み上げる | hardop lezen; voorlezen; oplezen |
| yomikaeru-読み替える | iets anders formuleren [verwoorden] |
| yomikikaseru-読み聞かせる | voorlezen |
| yomikyō-読響 | Yomiuri Nippon Symfonieorkest |
| yominagasu-読み流す | (een boek, tekst) doorbladeren; vlug doorlezen; vluchtig inkijken |
| yomite-読み手 | lezer; voorlezer |
| yomitoru-読み取る | gedachten lezen; tussen de regels door lezen |
| yomiuri-読み売り | (Edo-periode) bedrukte vellen papier die actuele gebeurtenissen beschreven en werden verkocht door straatverkopers |
| yomiurikōkyōgakudan-読売日本交響楽団 | Yomiuri Nippon Symfonieorkest |
| yomiya-夜宮 | avondwake voor een festival; een ritueel dat wordt gehouden op de vooravond van een festival |
| yomosugara-夜もすがら | de hele nacht (door) |
| yōmu-用務 | af te handelen taak; dingen die gedaan moeten worden |
| yomu-詠む | een Japans gedicht componeren [schrijven]; als thema voor een gedicht gebruiken |
| yonaki-夜鳴き | (afk. voor) soba-noedels die 's nachts worden verkocht |
| yonaki-夜鳴き | (afk. voor) udon-noedels die 's nachts worden verkocht |
| yonakisoba-夜鳴き蕎麦 | soba-noedels die 's nachts worden verkocht |
| yonakiudon-夜鳴き饂飩 | udon-noedels die 's nachts worden verkocht |
| yonaoshi-世直し | een sociale [maatschappelijke] hervorming; wereldverbetering |
| yone-米 | 88 jaar oud (betekenis door het feit dat het karakter kan worden opgesplitst in de Japanse cijfers acht, tien en acht) |
| yōnisuru-ようにする | proberen; het zo doen; ervoor zorgen dat |
| yonō-予納 | vooruitbetaling |
| yono-四幅 | (afk. voor) een futon gemaakt van vier stukken stof van dezelfde afmeting |
| yoō-余殃 | onheil dat nakomelingen overkomt vanwege slechte daden van hun voorouders |
| yoō-餘殃 | tegenspoed; rampspoed (als bestraffing voor wandaden) |
| yopparau-酔っ払う | dronken worden [zijn] |
| yoppite-夜っぴて | de hele nacht (door); gedurende de (hele) nacht |
| yōrei-用例 | voorbeeld; illustratie (van) |
| yori-より | (bijwoord) meer; des te meer |
| yoritaoshi-寄り倒し | sumotechniek, waarbij de worstelaar zijn tegenstander achterover duwt |
| yoriwakeru-選り分ける | classificeren; sorteren; uitzoeken |
| yorobou-蹌踉ぼう | op instorten [omvallen] staan |
| yōroppahedai-ヨーロッパヘダイ | goudbrasem; dorade |
| yoroshii-宜しい | (beleefde vorm voor よい) goed; prima; ok |
| yorozu-万 | alle (soorten) dingen; allerlei dingen |
| yorozuya-万屋 | een winkel van Sinkel (een winkel waar allerlei verschillende artikelen worden verkocht) |
| yoru-因る | methoden [middelen] gebruiken voor; een beroep doen op |
| yoru-因る | veroorzaakt worden door; te wijten [danken] zijn aan |
| yorudan-ヨルダン | Jordanië |
| yōryokuso-葉緑素 | chlorofyl; bladgroen |
| yōryū-楊柳 | Yoryu, Japanse stof (zijden crêpe) |
| yōsai-要塞 | fort; burcht; vesting |
| yosakoi-よさこい | yosakoi (een Japanse danssoort, ontstaan in 1954 in Kōchi, Shikoku) |
| yosegaki-寄せ書き | tekst door meerdere mensen samen geschreven (ieder een paar regels); tekening door meerdere mensen samen gemaakt |
| yosegi-寄せ木 | intarsia; inlegwerk van stukjes van verschillende houtsoorten |
| yosemoji-寄席文字 | schrijfstijl voor uithangborden voor kabuki theaters, e.d. |
| yosen-予選 | voorronde; kwalificatiewedstrijd; selectiewedstrijd |
| yōsen-用船 | boot [schip] voor allerlei gebruiksdoeleinden |
| yōsenkeiyaku-傭船契約 | scheepscontract (contract om een schip of scheepsruimte te huren voor een transport) |
| yōsetsu-夭折 | een voortijdige [vroege] dood; het jong [vroeg] overlijden |
| yōshi-容姿 | (iemand's) verschijning; voorkomen; uiterlijk; gestalte |
| yōshi-用紙 | (invul)formulier; een vel papier; (voorgedrukt) briefpapier |
| yoshiashi-善し悪し | goed en [of] slecht [kwaad]; goed en [of] fout; voor- en nadelen |
| yōshikibi-様式美 | schoonheid van vorm; esthetiek van stijl |
| yoshin-予審 | gerechtelijk vooronderzoek; hoorzitting in afwachting van het proces |
| yoshiwarushi-善し悪し | goed en [of] slecht [kwaad]; goed en [of] fout; voor- en nadelen |
| yoshoku-余色 | complementaire kleuren (die tegenover elkaar staan in de kleurencirkel en met licht samen wit vormen) |
| yoshū-予習 | (voor de les) voorbereiding; oefening |
| yoshūsuru-予習する | (studie, les, etc.) voorbereiden |
| yosō-予想 | verwachting; vooruitzicht; voorspelling; veronderstelling |
| yōso-要素 | element; component; factor; onderdeel |
| yosōgai-予想外 | niet verwacht; onvoorzien |
| yosoiki-余所行き | (fig.) formele houding [uiterlijk] |
| yosoku-予測 | voorspelling; verwachting; (in)schatting |
| yosomisuru-よそ見する | opzij kijken; niet opletten; niet voor je kijken |
| yosoou-装う | bekleden; versieren; decoreren |
| yosoou-装う | (zich) voordoen (als); simuleren; veinzen; pretenderen |
| yosōsuru-予想する | verwachten; veronderstellen; voorspellen |
| yosoyososhii-余所余所しい | afstandelijk; formeel |
| yosoyuki-余所行き | (fig.) formele houding [uiterlijk] |
| yōsu-様子 | verschijning; uiterlijk; voorkomen |
| yōsu-要す | inkorten; samenvatten; resumeren |
| yōsui-用水 | kraanwater; bluswater; water voor irrigatie |
| yōsuru-要する | inkorten; samenvatten; resumeren |
| yotakasoba-夜鷹蕎麦 | sobanoedels die 's avonds (laat) worden verkocht. |
| yoteichōwa-予定調和 | (prästabilierte Harmonie) vooraf vastgestelde harmonie (concept van de Duitse filosoof Gottfried Wilhelm Leibniz, 1646-1716) |
| yōten-要点 | hoofdpunt; kernpunt; het essentiële [voornaamste; cruciale] punt; de essentie |
| yotogi-夜伽 | een nachtelijke wake houden bij een overledene (voor de begrafenis) |
| yotogi-夜伽 | het 's nachts blijven waken bij [verzorgen van] een zieke |
| yotsu-四つ | (sumo) techniek waarbij beide worstelaars elkaar kruislings bij de handen beetpakken |
| yotsu-四つ | (afk. voor) in vieren gesneden; kwarto; papierafmeting (b.v. van fotopapier, 25,5cm x 30,5cm) |
| yotsu-四つ | denigrerende term voor mensen uit de laagste sociale klasse |
| yotsu-四つ | (oude naam voor) de tijd rond 10 [22] uur |
| yotsuashi-四つ足 | (afk. voor) tempelpoort met vier pilaren (en een dakje) |
| yotsuashimon-四脚門 | tempelpoort met vier pilaren (en een dakje) |
| yotsude-四つ手 | (afk. voor) een vierarmig visnet (een net hangend aan vier gebogen bamboestokken) |
| yotsumi-四つ身 | (sumo) techniek waarbij beide worstelaars elkaar kruislings bij de handen beetpakken |
| yotsumi-四つ身 | een speciale manier om stof voor een kimono voor kinderen (van 4-12 jaar) te knippen |
| you-良う | (wordt gebruikt om een vermoeden uit te drukken dat iets niet gemakkelijk of mogelijk is) hoe [waarom] zou het kunnen |
| you-酔う | ziek [misselijk] worden |
| you-酔う | dronken worden |
| yowami-弱み | zwakte; zwakke plek; tekortkoming |
| yōyou-漸う | beetje bij beetje; stap voor stap; geleidelijk |
| yozume-夜爪 | het 's nachts ['s avonds] je nagels knippen (volgens bijgeloof brengt dat ongeluk, m.n. dat men zijn ouders niet meer zal zien voordat ze sterven) |
| yū-郵 | postkantoor; postdienst |
| yūbin-郵便 | postbezorging; postbedrijf |
| yūbinbako-郵便箱 | brievenbus (op straat of in een postkantoor) |
| yūbinhaitatsu-郵便配達 | postbode; postbezorger |
| yūbinhaitatsu-郵便配達 | postbezorging; postbestelling |
| yūbinhaitatsunin-郵便配達人 | postbezorger; postbode |
| yūbinkyoku-郵便局 | postkantoor |
| yūbinryōkin-郵便料金 | verzendkosten; portokosten |
| yubizumō-指相撲 | duimworstelen |
| yūbō-有望 | goede vooruitzichten; veelbelovend zijn |
| yūbōkabu-有望株 | een veelbelovend persoon; persoon met goede vooruitzichten |
| yūbōkigyō-有望企業 | een veelbelovende onderneming; een onderneming met goede vooruitzichten |
| yūbun-右文 | respect [waardering] voor het geschreven woord [geschriften; literatuur] |
| yudaki-湯炊き | rijst koken door het direct in kokend water te doen |
| yudan-油断 | onoplettendheid; onzorgvuldigheid; onvoorbereid zijn (etymologie: het licht gaat uit door het niet op tijd bijvullen van de lampolie) |
| yudaneru-委ねる | zich inzetten (voor); zich overgeven (aan); zich toeleggen (op) |
| yudantaiteki-油断大敵 | de grootste vijand is onoplettendheid [onzorgvuldigheid; onvoorbereid zijn] |
| yūdō-誘導 | aanmoediging; aansporing; begeleiding; beïnvloeding |
| yūdōenboku-遊動円木 | soort lange schommel (gemaakt van een boomstam hangend aan kettingen in een rek) |
| yudooshi-湯通し | het blancheren [voorkoken] van voedsel |
| yūeki-有益 | voordelig [nuttig; winstgevend; leerzaam] zijn |
| yuen-所以 | reden; oorzaak |
| yūetsukan-優越感 | meerderwaardigheidsgevoel; gevoel van superioriteit |
| yūfō-ユーフォー | ongeïdentificeerd vliegend voorwerp (unidentified flying object) |
| yugamu-歪む | kromtrekken; vervormd zijn; buigen; verbogen zijn |
| yūgeki-遊撃 | (afk. voor) korte stop (honkbal) |
| yūgeki-遊撃 | (militaire) aanval door een mobiele eenheid |
| yūgekisen-遊撃戦 | geurillaoorlog |
| yūgekishu-遊撃手 | (honkbal) korte stop |
| yūgen-幽玄 | subtiele eenvoud [elegantie]; pure [verborgen] schoonheid |
| yūgentai-幽玄体 | een vorm van tanka poëzie met diepe verborgen gevoelens |
| yūgi-遊技 | spel(en); sport |
| yūgigu-遊戯具 | (hist.) bordspel (zoals go e.d.) |
| yugyō-遊行 | het rondreizen door monniken (voor training of onderricht) |
| yugyō-遊行 | (afk. voor) rondreizende [rondtrekkende] monnik |
| yugyōhijiri-遊行聖 | rondreizende [rondtrekkende] monnik (voor training of onderricht) |
| yūhatsu-誘発 | veroorzaking; tweegbrenging |
| yūhi-雄飛 | een (goede) start; (fig.) een (grote) sprong voorwaarts |
| yūhisuru-雄飛する | (energiek; voortvarend) van start gaan; beginnen |
| yūi-優位 | overheersing; superioriteit; overwicht; dominantie; suprematie |
| yūin-誘因 | oorzaak; motief; (directe) aanleiding; drijfveer |
| yūin-誘引 | aantrekkingskracht; verleiding; bekoring |
| yuishiki-唯識 | boeddhistische filosofie dat alle objecten worden gemanifesteerd door bewustzijn |
| yuiwata-結い綿 | een familiewapen in de vorm van een brede knoop |
| yuiwata-結い綿 | een traditioneel Japans kapsel (voor ongetrouwde vrouwen) |
| yūkage-夕影 | een figuur [vorm] verlicht door de avondzon |
| yukaihan-愉快犯 | een persoon die voor de lol [grap; sensatie] een misdrijf pleegt |
| yukaihan-愉快犯 | een misdrijf gepleegd voor de lol [grap; sensatie] |
| yūkaku-遊客 | bordeelbezoeker |
| yūkan-憂患 | angst; bezorgdheid; ongerustheid |
| yukan-湯灌 | lijkwassing; het wassen van het lichaam van een overledene (voor de begrafenis) |
| yūkei-有形 | materie; vorm; concreet [tastbaar] zijn |
| yūki-有機 | organisch zijn |
| yukiataribattari-行き当たりばったり | willekeurig [lukraak] zijn; zonder een (consistent) plan [schema]; op goed geluk; een zorgeloze houding |
| yukiataru-行き当たる | tegen iets aanlopen; ergens op stuiten; geconfronteerd worden met een moeilijke situatie |
| yukibara-雪腹 | (door kou tijdens sneeuwval) lumbago; spit |
| yūkibutsu-有機物 | (afk. voor) organische verbinding |
| yūkibutsu-有機物 | organisch materiaal; organische stof |
| yukichigai-行き違い | het elkaar voorbij lopen [passeren] (zonder ontmoeting; contact) |
| yukidaore-行き倒れ | een overleden persoon die op straat ligt (vroeger iem. die stierf tijdens een reis en niet begraven kon worden omdat hij geen gegevens bij zich had) |
| yukidomari-行き止まり | doodlopende weg [straat]; geen doorgaande weg |
| yukigakoi-雪囲い | strodek voor planten of bomen als bescherming voor sneeuw |
| yūkikagaku-有機化学 | organische chemie [scheikunde]; koolstofchemie |
| yūkikagōbutsu-有機化合物 | organische verbinding (scheikunde) |
| yukimochi-雪持ち | dwarsbalk [net; gaas] ter voorkoming van plotselinge val van sneeuw van daken |
| yukiokoshi-雪起こし | onweer voorafgaand aan een sneeuwstorm |
| yukiore-雪折れ | het (door)breken [doorzakken] (van iets) onder het gewicht van een pak sneeuw |
| yukioresuru-雪折れする | (door)breken [doorzakken] (van iets) onder het gewicht van een pak sneeuw |
| yukishina-行きしな | onderweg; en route; op weg; in het voorbijgaan |
| yukisugi-行き過ぎ | het passeren van je bestemming; te ver [er voorbij] gaan |
| yūkitai-有機体 | organisme |
| yūkiteki-有機的 | symbiotisch; organisch |
| yukitodoku-行き届く | attent [oplettend; zorgvuldig; nauwgezet] zijn |
| yukiyake-雪焼け | zonnebrand in de sneeuw (door weerkaatsing van zonlicht op sneeuw of ijs) |
| yukizuri-行きずり | voorbijgaand; terloops |
| yukke-ユッケ | Koreaans rauw vleesgerecht (tartaar) |
| yūkō-有功 | (judo) yuko (een halve punt score) |
| yūkō-有孔 | poreus zijn |
| yūkōjōchū-有鉤条虫 | varkenslintworm (Taenia solium) |
| yūku-憂苦 | droefheid; smart; bezordheid |
| yuku-行く | gaan (naar); weggaan; op pad gaan; bereiken; voorbijgaan |
| yukuharu-行く春 | het einde van de lente; de voorbijgaande lente |
| yukusue-行く末 | iemands toekomst [vooruitzichten; lot; levensduur] |
| yukutoshi-行く年 | het oude jaar; het voorbijgaande jaar |
| yumechigae-夢違え | het uitspreken van een bezwering [spreuk] om het onheil te voorkomen dat gezien werd in een nare droom |
| yumemaboroshi-夢幻 | een metafoor voor iets uiterst kortstondig [vergankelijk] is |
| yumesara-夢更 | ten minste; zelfs een klein beetje; (gevolgd door een ontkenning) niet in het minst; helemaal niet |
| yumi-弓 | boog (voor pijlen) |
| yumichi-湯道 | gietloop (voor gesmolten metaal); gietkanaal; glijgoot |
| yumihajime-弓始 | ceremonie voor het (voor het eerst) boogschieten op de zevende dag van het nieuwe jaar, voor een nieuwe oefenplaats, e.d. |
| yumitori-弓取り | de boog-ceremonie; degene die boog-ceremonie doet (aan het einde van een dag sumoworstelen) |
| yumitorishiki-弓取り式 | boog-ceremonie (aan het einde van een dag sumoworstelen) |
| yumiya-弓矢 | oorlog |
| yumizu-湯水 | (een term die gebruikt wordt om iets te beschrijven dat overvloedig aanwezig is) als water |
| yūmoa-ユーモア | humor |
| yumoji-湯文字 | lendedoek voor vrouwen (traditioneel Japans ondergoed) |
| yūmon-幽門 | pylorus; maagportier |
| yūmorasu-ユーモラス | humoristisch; grappig; geestig |
| yūmoresuku-ユーモレスク | humoreske (humoristisch toneel- of muziekstuk) |
| yumoto-湯元 | oorsprong van een warmwaterbron; de plek waar de warmwaterbron ontspringt |
| yuna-湯女 | een vrouw die vroeger voor badgasten zorgde in een onsen (warmwaterbron) |
| yunesuko-ユネスコ | UNESCO, de Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization) |
| yunibāsaru・bankingu-ユニバーサル・バンキング | systeem waarin banken vele soorten bankactiviteiten en andere financiële diensten aanbieden |
| yunibāshiādo-ユニバーシアード | universiade (olympiade voor studenten) |
| yunihōmu-ユニホーム | uniform; (sport)tenue |
| yunikōn-ユニコーン | narwal; eenhoornvis |
| yunikōn-ユニコーン | eenhoorn (fabelachtig dier) |
| yunikōn-ユニコーン | Eenhoorn (sterrenbeeld Monoceros) |
| yunīku-ユニーク | uniek; origineel |
| yunion・shoppu-ユニオン・ショップ | vakbondswinkel, een vorm van een vakbondsveiligheidsclausule met afspraken tussen werkgevers en vakbond |
| yunittogatatōshishintaku-ユニット型投資信託 | unit investment trust, Amerikaans beleggingsfonds dat op de beurs wordt verhandeld en een vaste effectenportefeuille heeft met een vaste levensduur |
| yunitto・shisutemu-ユニット・システム | eenheden systeem; internationaal meetsysteem (bij fabricage volgens bepaalde vastgestelde normen) |
| yunohana-湯の花 | sedimenten uit warmwaterbronnen, wordt verkocht als badzout |
| yunyū-輸入 | invoer; import; introductie |
| yunyūchōka-輸入超過 | importoverschot (de totale import is groter dan de export) |
| yunyūizondo-輸入依存度 | de mate van (economische) afhankelijkheid van import (verhouding tussen invoerwaarde en nationale productie) |
| yunyūkachōkin-輸入課徴金 | (heffing van) speciale tarieven en toeslagen op geïmporteerde goederen |
| yunyūkisei-輸入規制 | invoerbeperking; import regulering |
| yunyūseigen-輸入制限 | invoerbeperking; import regulering |
| yunyūsuru-輸入する | importeren; introduceren |
| yunyūsūryōseigen-輸入数量制限 | importquota; beperking van hoeveelheden import |
| yunyūwariate-輸入割当 | invoerquota; importquota |
| yunyūzei-輸入税 | importbelasting; importheffing |
| yurai-由来 | oorsprong; herkomst; afkomst; afgeleide; ontlening |
| yūranchi-遊覧地 | een recreatie [vakantie] verblijf; resort |
| yūri-有利 | winstgevend [lucratief; nuttig; voordelig; gunstig] zijn |
| yūri-遊里 | rosse buurt; buurt of wijk met veel bordelen |
| yurine-百合根 | leliewortel; lelie bloembol |
| yūrobijon-ユーロビジョン | Eurovisie (Organisatie van Europese tv-stations) |
| yūroyokinkinri-ユーロ預金金利 | euro-depositorente |
| yurugase-忽せ | onachtzaam [onzorgvuldig] zijn |
| yurumaru-緩まる | losser worden |
| yurumeru-緩める | losser [slapper] worden; los gaan; (zich) ontspannen |
| yurumu-緩む | losser [slap; minder strak] worden |
| yūryō-優良 | excellentie; superioriteit |
| yūryo-憂慮 | angst; bezorgdheid; zorg; vrees |
| yūryokukigyō-有力企業 | invloedrijk [vooraanstaand; groot] bedrijf |
| yūryōtegata-優良手形 | een goede wissel [promesse] (met een uiterst laag risico, uitgegeven door een bedrijf of onderneming met een hoge kredietwaardigheid) |
| yūsei-優勢 | superioriteit; overheersing; dominantie; overwicht |
| yūseidaijin-郵政大臣 | vroeger: Minister van post en telecommunicatie, tegenwoordig: Minister van binnenlandse zaken en communicatie |
| yūseigachi-優勢勝ち | (judo) overwinning door overmacht [bij scheidsrechter's besluit] |
| yūseishō-郵政省 | vroeger: Ministerie van post en telecommunicatie, tegenwoordig geïntegreerd in Mnisterie van binnenlandse zaken en communicatie |
| yūsen-優先 | voorrang; voorkeur; prioriteit |
| yūsen-有線 | (afk. voor) vaste telefoonlijn |
| yūsen-有線 | (afk. voor) bekabelde communicatie |
| yūsen-有線 | (afk. voor) kabeluitzending |
| yūsenken-優先権 | voorrangsrecht; prioriteitsrecht |
| yūsenteki-優先的 | voorkeurs-; voorkeur hebbend; bevoorrecht; preferentieel |
| yūshi-有志 | geïnteresseerde; voorstander; medestander; vrijwilliger |
| yushi-油紙 | oliepapier; geolied papier (papier gedrenkt in paraffineolie waardoor het vochtwerend is) |
| yūshi-融資 | financiering; voorschot; lening |
| yūshikisha-有識者 | deskundige; autoriteit (in een vakgebied); expert |
| yūshisuru-融資する | financieren; voorschieten; lening geven |
| yūshoku-憂色 | een bezorgde [sombere; trieste] blik |
| yūshun-優駿 | voortreffelijkheid; iemand [iets] met bijzondere kwaliteiten |
| yūshutsu-湧出 | (lett. en fig.) het opborrelen; opwellen; naar buiten stromen |
| yushutsu-輸出 | export; uitvoer |
| yushutsuchōka-輸出超過 | exportoverschot (de totale export is groter dan de import) |
| yushutsuizongatasangyō-輸出依存型産業 | van de export afhankelijke industrieën |
| yushutsujishukisei-輸出自主規制 | vrijwillige exportbeperking |
| yushutsukakaku-輸出価格 | exportprijs |
| yushutsukisei-輸出規制 | exportcontrole; exportregulering |
| yushutsunyū-輸出入 | export en import |
| yushutsunyūginkō-輸出入銀行 | export- en importbank |
| yushutsunyūkanriseido-輸出入管理制度 | export en import managementsysteem |
| yushutsushijō-輸出市場 | exportmarkt |
| yushutsusuru-輸出する | exporteren |
| yushutsuwariate-輸出割当て | exportquota; uitvoerquota |
| yushutsuyūgūzeisei-輸出優遇税制 | export preferentiële regeling (exporteurs ontvangen een terugbetaling van de betaalde consumptiebelasting op in eigen land aangeschafte producten) |
| yusō-油層 | aardolielaag (geologische laag waarin olie wordt aangetroffen) |
| yusō-油送 | het transporteren [doorpompen] van olie |
| yusō-輸送 | vervoer; transport (van personen of goederen) |
| yūsōhi-郵送費 | portokosten; verzendkosten |
| yūsōryō-郵送料 | portokosten; verzendingskosten |
| yūsū-有数 | prominent [vooraanstaand; beroemd; illuster] zijn |
| yūtai-優待 | voorkeursbehandeling; gastvrijheid |
| yūtiritī-ユーティリティー | nutsbedrijf; openbare voorziening |
| yūtō-優等 | superioriteit; uitmuntendheid; hogere rang [klasse]; cum laude |
| yutō-湯桶 | (Japanse) houten (gelakte) emmer voor heet water |
| yutōyomi-湯桶読み | gemengde leeswijze binnen één woord, waarbij het eerste karakter de kun'yomi (Japanse lezing) heeft en het tweede de on'yomi (Chinese lezing) |
| yuttari-ゆったり | comfortabel; gemakkelijk; kalm; ontspannen |
| yuyase-湯瘦せ | vermagering [afvallen] door overmatig [vaak] baden in heet water |
| yūzeisuru-遊説する | campagne voeren; politieke toespraken houden (voor de verkiezingen) |
| yūzen-油然 | opwellen; opborrelen; uitstromen |
| yū・āru・eru-ユー・アール・エル | wegpagina-adres (uniform resource locator) |
| yū・bōto-ユー・ボート | U-boot (Unterseeboot, Duitse onderzeeboot [onderzeeër] in gebruik tijdens de Eerste en de Tweede Wereldoorlog) |
| yū・esu・bī-ユー・エス・ビー | USB (universele seriële bus, standaard voor de aansluiting van randapparatuur op computers) |
| yū・tān-ユー・ターン | U-bocht (het verschijnsel dat werknemers afkomstig van het platteland die in de grote steden waren gaan werken teruggaan naar hun geboorteplaats) |
| zachō-座長 | voorzitter |
| zafu-座蒲 | rond zitkussen voor zen-meditatie |
| zahyō-座標 | coördinaat; coördinaten |
| zahyōjiku-座標軸 | coördinaat-as(sen) |
| zahyōkei-座標系 | coördinatenstelsel |
| zaigō-在郷 | het verblijven [wonen] in je geboorteplaats |
| zaigyō-在郷 | het verblijven [wonen] in je geboorteplaats |
| zaii-在位 | heerschappij [regeringsperiode] (van een vorst, koning, keizer) |
| zaijōninpi-罪状認否 | voorgeleiding met het schuldig of onschuldig pleiten (van de tenlastelegging) |
| zaikai-財界 | financiële wereld; fianciële sector |
| zaikei-財形 | (belastingvrij) spaarplan voor werknemers |
| zaikeichochiku-財形貯蓄 | (belastingvrij) spaarplan voor werknemers |
| zaiko-在庫 | inventaris; voorraad |
| zaikochōsei-在庫調整 | inventarisaanpassing; vergroting of verkleining van voorraad om economische omstandigheden |
| zaikohin-在庫品 | voorraadartikel; artikel [goederen] in voorraad [in opslag] |
| zaikoritsu-在庫率 | voorraadomvang; voorraadcijfer |
| zainō-財嚢 | portemonnee, geldbeurs, portefeuille |
| zairaishu-在来種 | inheemse plant- of siersoort |
| zairyō-材料 | feiten; bewijsvoering; basis (voor een besluit); motivering |
| zairyō-材料 | gegevens; data; informatie; bronmateriaal |
| zairyō-材料 | (economie) marktbepalende factor |
| zaisanka-財産家 | een rijke [welgestelde; gefortuneerde] persoon |
| zaiseiakaji-財政赤字 | begrotingstekort |
| zaiseisaiken-財政再建 | financiële herstructurering [hervormingen] (door de overheid) |
| zaiseishudōgata-財政主導型 | door overheidsfinanciën geleide economie |
| zaiseki-在席 | het op kantoor zijn [zitten]; aan je bureau zitten; op het werk zijn |
| zaiseki-在籍 | ingeschreven staan; aangemeld zijn (bij een school, vereniging, sportclub, etc.) |
| zaitai-罪体 | corpus delicti (concreet bewijs van een misdaad) |
| zaitai-罪体 | het voorwerp waarmee het misdrijf is gepleegd |
| zaitakukaigo-在宅介護 | thuiszorg; zorg [verpleging] aan huis |
| zaiteku-財テク | vermogensbeheer door investeringen |
| zaiya-在野 | het geen openbaar ambt bekleden; het werken in de particuliere sector |
| zajō-座乗 | het aan boord gaan van een oorlogsschip of vliegtuig door de bevelvoerder |
| zaku-ざく | diverse groenten (zoals groene ui) voor eenpansgerechten zoals sukiyaki |
| zakuroguchi-石榴口 | (Edo-periode) in badhuizen, een houten deur met een lage opening waardoor men moest kruipen om in bad te gaan (voorzorg tegen afkoeling van het water) |
| zangiri-散切り | kortgeknipt (haar) |
| zangōsen-塹壕戦 | loopgravenoorlog |
| zanji-暫時 | korte tijd; even; een moment |
| zanmai-三昧 | (boeddh.) samadhi; (spirituele) concentratie; diepe meditatie; absorptie |
| zanmu-残務 | werkachterstand; werk dat is blijven liggen; resterende [ongedane] werkzaamheden; dingen die nog gedaan moeten worden |
| zannyū-竄入 | het per ongeluk [foutief] samenvoegen [mengen; door elkaar halen] |
| zanrui-残塁 | (honkbal) honklopers die nog op een honk staan (zonder te scoren) aan het einde van een inning |
| zanrui-残塁 | een fort dat wordt aangevallen maar stand houdt |
| zanryūseiyūkiosenbusshitsu-残留性有機汚染物質 | POPs (persistent organic pollutants) persistente organische verontreinigende stoffen |
| zansatsu-惨殺 | gruwelijke [brute; bloederige] moord; bloedbad |
| zanshin-斬新 | nieuw [origineel; vernieuwend; onconventioneel] zijn |
| zanshin-残心 | (in vechtsporten) de mentale houding van het blijven opletten (ook na de actie) |
| zanshitai-惨死体 | het (verminkte) lichaam van iemand die op brute wijze is vermoord |
| zanson-残存 | overleving; voortbestaan |
| zanzai-斬罪 | (executie door) onthoofding |
| zappai-雑俳 | (Edo-periode) een verzamelnaam voor diverse (humoristische) Japanse korte gedichten (afgeleid van haikai) |
| zappaku-雑駁 | onsamenhangend [inconsistent; rommelig; onlogisch, warrig; ongecoördineerd; ongeorganiseerd] zijn |
| zaraba-ザラ場 | (op de handelsbeurs) continue handel; doorlopende sessie (van de eerste transactie tot de sluiting) |
| zarazara-ざらざら | (onomatopee) ruw; korrelig |
| zarazarashita-ざらざらした | (onomatopee) grof; ruw; korrelig; scherp |
| zasetsu-挫折 | het falen; mislukking; instorting |
| zasetsusuru-挫折する | falen; mislukken; ineenstorten; uit elkaar vallen |
| zashi-座視 | het onbezorgd [lui; onverschillig; werkeloos] toekijken (zonder iets te doen) |
| zashikirō-座敷牢 | (hist.) een cel [kamer] (bedekt met tatami matten) voor het opsluiten van een krankzinnige persoon |
| zashikiwarashi-座敷童 | (Tohoku-regio in de prefectuur Iwate) geestachtige wezens, vaak in de verschijning van een jong kind met een rood gezicht en kortgeknipt haar |
| zashoku-座食 | leven in ledigheid; nietsdoen; eten zonder ervoor te werken |
| zasshoku-雑食 | omnivoor; alleseter |
| zatsu-雑 | mengeling; varia; ongesorteerde artikelen |
| zatsuboku-雑木 | gemengd bos (bestaande uit verschillende soorten bomen) |
| zatsueki-雑役 | klusje(s); (losse) karweitjes; corvee |
| zatsugeki-雑劇 | zaju, een klassieke Chinese theatervorm (opera) |
| zatsuki-座付き | het (exclusief) werken voor een bepaald theater(gezelschap) (als auteur of acteur) |
| zatsuzen-雑然 | wanorde; warboel; puinhoop |
| zatta-雑多 | divers [ongeordend; ongeorganiseerd; ongesorteerd] zijn |
| zatto-ざっと | oppervlakkig; eenvoudig; kort; snel |
| zawameku-ざわめく | (onomatopee) luidruchtig [lawaaierig] zijn; commotie veroorzaken; ritselen (van bladeren) |
| zawazawasuru-ざわざわする | (onomatopee) luidruchtig [lawaaierig] zijn; commotie veroorzaken; ritselen (van bladeren); rillen; bibberen |
| zayaku-座薬 | zetpil; suppositorium |
| zazai-座剤 | zetpil; suppositorium |
| zeeroku-贅六 | (Edo-periode) een denigrerende term voor mensen uit de Kansai-regio |
| zehi-是非 | goed en fout; plussen en minnen; voor- en nadelen |
| zeichiku-筮竹 | (50) bamboestokjes, die worden gebruikt om de toekomst te voorspellen |
| zeigen-税源 | een bron van belastinginkomsten; zaken waarop belasting wordt geheven |
| zeigen-贅言 | breedsprakigheid; overbodige woorden; pleonasme |
| zeikan-税関 | douane; douanekantoor |
| zeikomi-税込み | vóór belasting; bruto; inclusief belasting |
| zeimushinkokusho-税務申告書 | belastingaangifteformulier |
| zeimusho-税務署 | belastingkantoor; belastingdienst |
| zeiroku-贅六 | (Edo-periode) een denigrerende term voor mensen uit de Kansai-regio |
| zeiseikaikaku-税制改革 | belastinghervorming |
| zekke-絶家 | uitgestorven familie; familie waarvan alle leden zijn overleden |
| zekken-ゼッケン | (rug)nummer (van een sporter) |
| zekkōchō-絶好調 | (perfecte) topvorm; beste vorm |
| zekkon-舌根 | tongwortel |
| zekku-絶句 | een Chinese dichtvorm (kwatrijn) |
| zekku-絶句 | het stoppen met praten; geen woorden (ervoor) hebben; met de mond vol tanden staan |
| zen-前 | (als achtervoegsel) voor; voorheen; geleden |
| zen-前 | (als voorvoegsel) vorige; voormalige; ex-; oud- |
| zen-漸 | (in kanji combinaties) geleidelijk; stap voor stap |
| zen-漸 | geleidelijke vooruitgang |
| zen-然 | (in kanji combinaties) natuurlijk; toevallig; onvoorzien; vastberaden |
| zen-禅 | Zen; (afk. voor) zenboeddhisme |
| zenbin-前便 | (iemands) vorige [laatste] brief [bericht; post] |
| zenbō-全貌 | het geheel; totaal beeld (van iets); (fig.) voorstelling |
| zenbu-前部 | het voorste deel |
| zenchishi-前置詞 | voorzetsel |
| zenchō-前兆 | voorteken; voorbode; omen |
| zenchū-蠕虫 | worm (dier) |
| zendai-前代 | vorige generatie; vroeger [eerder] tijdperk |
| zendaimimon-前代未聞 | ongekend [buitengewoon] zijn; nooit eerder voorgekomen |
| zendan-前段 | de vorige sectie; de vorige paragraaf [alinea] |
| zendō-善道 | (boeddh.) een goede wereld, d.w.z. van goden of van mensen (door goede daden in dit leven kan men na de dood in zo'n goede wereld worden herboren) |
| zeneraru・mōgēji-ゼネラル・モーゲージ | algemene bedrijfsobligaties (uitgegeven door bedrijven die bij speciale wetgeving zijn opgericht, zoals elektriciteitsbedrijven, e.d.) |
| zengaku-前額 | het voorhoofd |
| zengakuren-全学連 | (afk. voor) Japanse nationale federatie van zelfbesturende studentenverenigingen (opgericht in 1948) |
| zengan-前癌 | het voorstadium van kanker |
| zengetsu-前月 | vorige maand; afgelopen maand |
| zengetsu-前月 | de maand ervoor |
| zengi-前戯 | (seksueel) voorspel |
| zengō-前号 | voorgaande editie [nummer]; vorige uitgave |
| zengo-前後 | voor en na |
| zengo-前後 | de voor- en achterkant; rondom |
| zengo-前後 | omkering; verkeerde volgorde; door elkaar |
| zengo-善後 | het zorgvuldig [correct} regelen [afhandelen] |
| zengo-禅語 | zen term (woorden en terminologie die uniek zijn voor het Zenboeddhisme) |
| zenigame-銭亀 | (in katakana schrift) de Japanse benaming van de fictieve Pokémon-soort Squirtle |
| zenji-禅師 | (in China en Japan) erenaam door het keizerlijk hof toegekend aan een zenpriester met een hoog niveau van geleerdheid, wijsheid en deugdzaamheid |
| zenjin-前人 | voorganger; mensen uit vroegere tijden; voorouders |
| zenjitsu-前日 | de dag ervoor; voorgaande dag |
| zenjō-禅定 | (shugendo) ascetisme door heilige bergen te beklimmen |
| zenjō-禅譲 | abdicatie; troonsafstand (voor troonopvolging van een keizer) |
| zenkai-全壊 | totale ineenstorting [vernieling; vernietiging] |
| zenkai-前回 | de vorige keer; de vorige gelegenheid |
| zenkei-全形 | de volledige [complete] vorm |
| zenkei-全形 | de algemene vorm |
| zenkei-全景 | volledig beeld [overzicht]; panorama; vogelperspectief |
| zenkei-前傾 | het vooroverbuigen; anteversie |
| zenkei-前掲 | voornoemde; bovenvermeld; bovengenoemd; bovenstaand |
| zenkei-前景 | (landschap op de) voorgrond |
| zenkei-前景 | de voorgrond op een schilderij, foto, e.d. |
| zenken-全権 | complete autoriteit; absolute macht |
| zenken-前件 | voorgenoemde [bovengenoemde] alinea [pagina; tekst; document] |
| zenki-前期 | eerste semester; vorige semester; vorige periode |
| zenkin-前金 | voorschot; vooruitbetaling |
| zenkō-前項 | de voorgaande clausule [paragraaf] |
| zenkokukigyōtankikeizaikansokuchōsa-全国企業短期経済観測調査 | Tankan onderzoek (economische kwartaal peiling van het ondernemersvertrouwen door de Japanse Bank) |
| zenkon-前根 | voorste wortel (van de ruggenmergszenuw) |
| zenku-前駆 | het te paard voorop rijden (in een stoet) |
| zenku-前駆 | degene die te paard voorop rijdt (in een stoet) |
| zenku-前駆 | voorloper; voorbode; voorteken |
| zenkushōjō-前駆症状 | vroege [voorafgaande] symptomen (voordat de ziekte zich openbaart) |
| zenkutsu-前屈 | het voorover buigen; buiging voorover |
| zenkyoku-全曲 | de gehele compositie [voorstelling; muziekopname] |
| zenmei-喘鳴 | stridor; hoorbare [piepende] ademhaling |
| zenmen-前面 | voorop; vooraan; aan het hoofd [front] |
| zenmen-前面 | (meteorologie) een front (een scheidingsvlak tussen koude en warme luchtsoorten) |
| zenmen-前面 | voorgevel; voorkant; voorzijde |
| zenmi-禅味 | (een stijl [smaak] die kenmerkend is voor het Zenboeddhisme) een transcendente, verfijnde en sobere stijl |
| zenmon-前門 | voorpoort |
| zenmon-禅門 | iemand die formeel boeddhist wordt (inclusief scheren van het hoofdhaar en voorgeschreven kleding) |
| zennen-前年 | vorig jaar; het voorgaande [afgelopen] jaar |
| zennin-前任 | het voorgaande; de vorige |
| zennin-前任 | (iemands) voorganger |
| zennō-全農 | (afk. voor) Nationale Boerenbond |
| zennō-全農 | (afk. voor) Nationale federatie van landbouwcoöperaties |
| zennō-前納 | vooruitbetaling; het betalen voor de deadline |
| zennō-前脳 | voorhersenen; prosencefalon |
| zenpō-前方 | de voorkant |
| zenpō-前方 | rechthoekige voorkant |
| zenpō-善報 | (boeddh.) de beloning voor goede daden |
| zenpōkōenfun-前方後円墳 | een oude Japanse tumulus [grafheuvel] (in sleutelvorm van bovenaf gezien) |
| zenpu-前夫 | ex-man; ex-echtgenoot; voormalige echtgenoot |
| zenpu-前婦 | ex-vrouw; ex-echtgenote; voormalige echtgenote |
| zenpyō-前表 | voorteken; voorgevoel; voorbode |
| zenreki-前歴 | iemands verleden; achtergrond; historie |
| zenretsu-前列 | de voorste rij |
| zenrin-全臨 | het overschrijven van een gehele originele (klassieke) tekst (voor het verkrijgen van kalligrafische schrijfvaardigheid) |
| zenrin-前輪 | voorwiel; neuswiel |
| zenrinkudō-前輪駆動 | voorwielaandrijving (auto) |
| zenryaku-前略 | inkorting van een citaat aan het begin; een uitdrukking in een brief, om aan te geven dat er zinnen in het begin weggelaten worden |
| zensai-前妻 | ex-vrouw; vroegere [vorige] vrouw [echtgenote] |
| zensai-前菜 | voorgerecht; voorafje |
| zense-前世 | (boeddh.) het vorige leven; het leven vóór de geboorte in deze wereld |
| zensei-前世 | het verleden; de oudheid; een vorig tijdperk |
| zensei-前世 | (boeddh.) het vorige leven; het leven vóór de geboorte in deze wereld |
| zensen-全線 | (tijdens een oorlog); het hele front; alle frontlinies |
| zensen-前線 | (meteorologie) een front (een scheidingsvlak tussen koude en warme luchtsoorten) |
| zensenmen-前線面 | (meteorologie) een front (een scheidingsvlak tussen koude en warme luchtsoorten) |
| zensha-前者 | de eerstgenoemde; voormalige; vroegere |
| zensha-前車 | de voorste wagen [auto; wagon] |
| zenshakekin-前借金 | voorschot; geldlening |
| zenshaku-前借 | een voorschot; lening |
| zenshi-全姿 | totaalbeeld; complete vorm |
| zenshi-前史 | voorgeschiedenis; prehistorie |
| zenshi-前肢 | voorpoot; de (twee) voorpoten (van een dier met vier poten) |
| zenshi-前肢 | uitgroeisels aan het borststuk van een insect |
| zenshin-前身 | (boeddh.) een eerdere incarnatie; iemands vorige leven |
| zenshin-前身 | vorige status [beroep; carrière] van een persoon [organisatie; groep; instelling] |
| zenshin-前進 | vooruitgang; voorwaartse beweging; vordering; verbetering |
| zenshin-善心 | moreel besef; geweten; rechtschapenheid |
| zenshin-漸進 | geleidelijke vooruitgang [ontwikkeling] |
| zenshinbiyōshi-全身美容師 | schoonheidsspecialist(e) voor het hele lichaam |
| zenshitsu-禅室 | een kamer voor zen-meditatie (zazen) |
| zensho-全書 | een verzamelbundel; verzameld werk; compleet boek (met alle theorieën en geschriften van een bepaalde persoon of op een bepaald vakgebied) |
| zenshō-全焼 | volledige verwoesting door vuur; volledig verbrand [afgebrand] zijn |
| zensho-前書 | het vorige boek; het eerder geschreven [gepubliceerde] boek |
| zensho-前書 | de vorige brief |
| zenshō-前生 | (boeddh.) het vorige leven; het leven vóór de geboorte in deze wereld |
| zensho-善書 | een goed boek; moreel recht [morele wet] volgens de geschriften |
| zenshoku-前職 | voorganger (binnen een werkrelatie) |
| zenshoku-前職 | vorige baan [beroep] |
| zenshōsen-前哨戦 | voorpostengevecht; schermutseling |
| zenshōsen-前哨戦 | voorronde; oefenwedstrijd |
| zenshu-善趣 | (Boeddh) een goede wereld, d.w.z. van de goden of van de mensen (door goede daden te doen in dit leven kan men na de dood in zo'n goede wereld worden |
| zensō-前奏 | voorspel; inleiding; prelude |
| zensōhō-漸層法 | climax (een retorische methode waarbij men een opeenvolging van steeds sterkere uitdrukkingen gebruikt) |
| zentei-前庭 | vestibulum; voorhof (medisch, b.v. van het oor) |
| zentei-前庭 | voortuin |
| zentetsu-前轍 | (fig.) het spoor [de fouten] van de voorganger |
| zentetsu-前轍 | de spoorvorming van een voorgaand voertuig |
| zento-前途 | toekomstperspectief; vooruitzicht |
| zentō-前頭 | voorhoofd |
| zentobu-前頭部 | voorhoofd; voorkant |
| zentōdō-前頭洞 | voorhoofdsholte |
| zentōkotsu-前頭骨 | voorhoofdsbeen (os frontale) |
| zentotanan-前途多難 | sombere vooruitzichten; problemen in de toekomst |
| zentōyō-前頭葉 | voorhoofdskwab (lobus frontalis) |
| zentoyōyō-前途洋洋 | veelbelovende toekomst; goede vooruitzichten |
| zentsū-全通 | (her)opening van het volledige traject (spoorlijn) |
| zenwan-前腕 | onderarm; voorarm |
| zenza-前座 | voorprogramma; openingsact |
| zenzen-前前 | de voorlaatste; de tweede rij |
| zen'ei-前衛 | (sport) voorspeler; aanvaller |
| zen'ei-前衛 | (militair) voorhoede |
| zen'ei-前衛 | (binnen de revolutionaire beweging, e.d.) voorlopers; toonaangevende groep |
| zen'i-前胃 | (van vogels) kliermaag (bulbus glandulórus of proventriculus) |
| zen'i-善意 | goede [nobele] inborst; goede bedoelingen |
| zen'inzenka-善因善果 | (boeddh.) goede daden worden beloond; wie goed doet, goed ontmoet |
| zen'ya-前夜 | gisteravond; gisternacht; de vorige avond [nacht] |
| zen'ya-前夜 | de avond voor (een bepaalde dag) |
| zen'yasai-前夜祭 | de vooravond van een festival [gebeurtenis; ceremonie] |
| zen'yusuru-全癒する | volledig; genezen [herstellen; beter worden] |
| zeppan-絶版 | (van boeken) niet meer gedrukt worden; niet meer in de handel zijn |
| zeppitsu-絶筆 | laatste werk van een auteur (vlak voor overlijden) |
| zeppō-舌鋒 | (fig.) een scherpe tong; strijdlustige [felle] toon [woorden] |
| zerosamu-ゼロサム | nulsom; nulsomspel (situatie waarbij een voordeel voor de ene partij noodzakelijk moet leiden tot een even groot nadeel voor andere partijen) |
| zerosamugēmu-ゼロサム・ゲーム | nulsom; nulsomspel (situatie waarbij een voordeel voor de ene partij noodzakelijk moet leiden tot een even groot nadeel voor andere partijen) |
| zerosamushakai-ゼロサム社会 | nulsommaatschappij (waar economische groei stopt, de totale rijkdom constant blijft en één persoon voordeel heeft, en een ander een even groot nadeel) |
| zerowa-ゼロ和 | nulsom; nulsomspel (situatie waarbij een voordeel voor de ene partij noodzakelijk moet leiden tot een even groot nadeel voor andere partijen) |
| zerowagēmu-ゼロ和ゲーム | nulsom; nulsomspel (situatie waarbij een voordeel voor de ene partij noodzakelijk moet leiden tot een even groot nadeel voor andere partijen) |
| zesei-是正 | correctie; rectificatie |
| zessen-舌戦 | woordenwisseling; verbale strijd |
| zetsesshon-ゼツェッション | Sezession of Secession, (een benaming voor verschillende kunstbewegingen aan het eind van de 19e eeuw) |
| zetsudai-絶大 | enorme grootte; iets heel groots |
| zetsuentai-絶縁体 | isolator; isolerend [niet-geleidend] materiaal |
| zetsugi-絶技 | uitblinkend kunststuk; stunt; voortreffelijk optreden [acteerwerk]; goede techniek |
| zetsumetsukigushu-絶滅危惧種 | bedreigde diersoorten [plantensoorten] |
| zettai-絶対 | absoluut [onvoorwaardelijk] zijn |
| zettaionkan-絶対音感 | absoluut gehoor |
| zettaiteki-絶対的 | absoluut; onvoorwaardelijk |
| zettō-絶倒 | het overmand worden door hevige emoties |
| zezehihi-是是非非 | onbevooroordeeld [eerlijk en rechtvaardig] zijn |
| zō-像 | afbeelding; portret; beeltenis |
| zō-像 | standbeeld; figuur; vorm |
| zōchi-増置 | het vestigen van meer bedrijven [kantoren; organisaties] |
| zōchō-増長 | het steeds erger [brutaler; arroganter] worden |
| zōchōsuru-増長する | steeds erger [arroganter; brutaler] worden |
| zōge-象牙 | ivoor |
| zōgo-造語 | neologisme; een nieuw woord |
| zōgohō-造語法 | woordvorming; woordformatie |
| zōgon-雑言 | schuttingtaal; grof taalgebruik; scheldwoorden |
| zōgoseibun-造語成分 | de componenten van een samengesteld woord |
| zōhō-蔵鋒 | een techniek in de kalligrafie (waarbij de punt van het penseel rond op het papier wordt gedraaid) |
| zōhyō-雑兵 | een onbeduidende [onbelangrijke] persoon binnenin een organisatie; een werkmier |
| zōi-贈位 | toekenning van een rang of titel (als erkenning voor verdiensten tijdens het leven) |
| zōji-造次 | plotseling [dringend; slechts voor korte tijd] zijn |
| zōka-雑歌 | diverse [gevarieerde] (waka) gedichten, die niet in een seizoen categorie vallen |
| zōkei-造形 | vorming; vormgeving; realisatie |
| zōkei-造詣 | geleerdheid; diepgaande kennis [begrip]; verworvenheid; kundigheid |
| zōkeisuru-造形する | modelleren; vormen; in een bepaalde vorm brengen |
| zōketsu-造血 | bloedvorming; hematopoëse; hemopoëse |
| zōketsukikan-造血器官 | hematopoëtisch [bloedvormend; hemopoëtisch] orgaan |
| zōki-臓器 | (inwendig) orgaan (in lichaam) |
| zōki-雑木 | gemengd bos (bestaande uit verschillende soorten bomen) |
| zōkidonā-臓器ドナー | orgaandonor |
| zōkiishoku-臓器移植 | orgaantransplantatie |
| zōkiryōhō-臓器療法 | orgaantherapie |
| zōkiseizai-臓器製剤 | orgaanpreparaat |
| zōkiteikyō-臓器提供 | orgaandonatie |
| zōkiteikyōsha-臓器提供者 | orgaandonor |
| zokkan-続刊 | voortzetting van de publicatie; een reeds gepubliceerd boek of tijdschrift blijven uitgeven |
| zokkibon-ぞっき本 | boekrestanten; boeken voor goedkope prijzen |
| zokkō-続稿 | een doorlopend manuscript; voortzetting [uitbreiding] van een bestaand manuscript |
| zokkō-続行 | voortzetting; continuering |
| zokkon-ぞっこん | heel erg [tot over de oren] verliefd |
| zokuaku-俗悪 | ordinair [vulgair; protserig] zijn |
| zokuchishugi-属地主義 | territorialiteitsbeginsel |
| zokuei-続映 | een doorlopende vertoning van een film. |
| zokuen-続演 | heropvoering [continuering] van een toneelstuk of voorstelling (vanwege succes) |
| zokuga-俗画 | een vulgair [ordinair] schilderij |
| zokugen-俗諺 | spreekwoord; populair gezegde |
| zokuhō-続報 | vervolgrapport; aanvullend nieuws; nadere bijzonderheden |
| zokuji-俗字 | een informele variant van een kanji |
| zokuji-俗耳 | de aandacht [het gehoor] van het grote publiek |
| zokujinshugi-属人主義 | het principe dat het strafrecht van het land van herkomst van de dader moet worden toegepast, ongeacht waar het misdrijf heeft plaatsgevonden |
| zokumyō-俗名 | lekennaam; naam voordat men intreedt in het boeddhisme |
| zokuraku-続落 | een voortdurende daling van de (markt)prijzen |
| zokuryō-属領 | grondgebied; staatsgebied; territorium |
| zokuryū-粟粒 | gierstkorrel |
| zokusai-続載 | publicatie als serie [feuilleton]; een reeks van artikelen [verhalen] die in afleveringen worden uitgegeven (in kranten, tijdschriften, e.d.) |
| zokusei-簇生 | het (dicht) bij [door] elkaar groeien (bv. van planten, bomen, maar ook van tanden en kiezen) |
| zokuseisuru-簇生する | (dicht) bij [door] elkaar groeien |
| zokusetsu-俗説 | algemeen [populair] gezegde [idee; geloof]; folklore; traditie; legende |
| zokushin-続伸 | een voortdurende stijging van de (markt)prijzen |
| zokutō-属島 | een eiland dat behoort bij een land of een ander (hoofd)eiland |
| zokutō-続投 | het blijven doorwerken (zonder eindtijd of aflossing) |
| zokuzoku-続続 | het doorgaan [voortzetten] zonder ophouden |
| zome-初め | (voorvoegsel bij een werkwoord) iets voor de eerste keer doen |
| zōmotsu-臓物 | (voor consumptie) orgaanvlees [ingewanden] (van dieren) |
| zōni-雑煮 | soep met rijstcakes en groenten (traditioneel gerecht voor Nieuwjaarsdag) |
| zonjiageru-存じ上げる | (nederige vorm) weten; zich bewust zijn van; denken |
| zonjiru-存じる | (nederig werkwoord voor) weten; beseffen; denken |
| zonzai-ぞんざい | onvoorzichtig; achteloos; nonchalant |
| zonzuru-存ずる | (nederig werkwoord voor) weten; beseffen; denken |
| zoroasutā-ゾロアスター | (Iraanse profeet) Zoroaster (Zarathoestra of Zarathustra) |
| zoroasutākyō-ゾロアスター教 | zoroastrianisme (leer van Zarathoestra) |
| zororito-ぞろりと | slordig [losjes] gekleed; te opzichtig [formeel] gekleed |
| zōsei-増生 | hyperplasie (vergroting van een orgaan) |
| zōsei-造成 | ontginning; voorbereiding van een bouwterrein; grondontwikkeling |
| zōshin-増進 | bevordering; verbetering; vooruitgang |
| zōshitsu-蔵室 | pakhuis; voorraadschuur; opslagplaats |
| zōshitsu-蔵室 | magazijn (in een bibliotheek voor boeken e.d.) |
| zōsho-蔵書 | boekenverzameling; (privé)bibliotheek; de boekenvoorraad (van een bibliotheek) |
| zōshō-蔵相 | (afk. voor) Minister van Financiën (oude benaming, tot 2001) |
| zōshokuro-増殖炉 | kweekreactor |
| zōshūwai-贈収賄 | corruptie; omkoping |
| zoya-ぞや | tussenwerpsel, binnen een zin wordt het ook gebruikt voor nadruk |
| zubanukeru-ずば抜ける | de beste zijn; opvallen; zichzelf onderscheiden; (met kop en schouders) uitsteken boven; uittorenen boven |
| zubora-ずぼら | slordig zijn |
| zubunure-ずぶ濡れ | kletsnat [druipnat; doorweekt] zijn |
| zuda-頭陀 | (afk. voor) pelgrimstas; tas van bedelmonniken; tas om de nek van een dode; stoffen boodschappentas |
| zui-瑞 | (afk. voor) Zwitserland |
| zui-瑞 | een goed voorteken; een teken van voorspoed [geluk] |
| zui-瑞 | (afk. voor) Zweden |
| zuibun-随分 | behoorlijk; tamelijk; aanzienlijk |
| zuichō-瑞兆 | een goed voorteken |
| zuieki-髄液 | hersenvocht; ruggenmergsvocht (liquor cerebrospinalis) |
| zuiheishikō-水平思考 | het lateraal denken (het anders ordenen van bestaande informatie om zo tot nieuwe informatie te komen) |
| zuijun-随順 | nederige gehoorzaamheid; onderdanigheid |
| zuiki-瑞気 | een goed voorteken |
| zuikō-瑞光 | licht dat een gunstig voorteken [geluk] symboliseert. |
| zuishō-瑞祥 | een goed voorteken |
| zuisō-瑞相 | een goed (gunstig) voorteken [omen] |
| zuito-ずいと | vastberaden; zonder aarzelen; doortastend |
| zuitokuji-随徳寺 | (fonetisch klinkt dit woord als de naam voor een tempel en qua betekenis: de dingen laten zoals ze zijn) vlucht |
| zukai-図解 | schema; illustratie; schematische voorstelling; grafiek; diagram |
| zukan-図鑑 | veldgids; identificatie-gids (b.v. voor planten of dieren) |
| zuku-付く | (achtervoegsel) ...worden |
| zukushi-尽くし | allerlei soorten |
| zukyō-誦経 | gift ter betaling voor het reciteren van een soetra |
| zukyōmono-誦経物 | gift ter betaling voor het reciteren van een soetra |
| zume-詰め | (achtervoegsel bij werkwoord) geeft aan dat de actie [handeling; situatie] doorgaat |
| zunberabō-ずんべらぼう | slordigheid; een slordig persoon |
| zundō-寸胴 | cilindervorm; (menselijke figuur) zonder taille; (kleding) zonder mouwen |
| zunguri-ずんぐり | (onomatopee) (kort en) dik; gedrongen; gezet; mollig |
| zunukeru-図抜ける | de beste zijn; opvallen; zichzelf onderscheiden; (met kop en schouders) uitsteken boven; uittorenen boven |
| zurekomu-ずれ込む | uitgesteld [vertraagd; verplaatst; verzet] worden |
| zurō-杜漏 | onachtzaamheid; slordigheid; nalatigheid |
| zuruzuru-ずるずる | lang doorgaand; slepend (fig.) |
| zusan-杜撰 | slordigheid; imperfectie |
| zushite-ずして | (werkwoordsuitgang -zu + shite) zonder ... te doen [zijn] |
| zuto-ずと | (werkwoordsuitgang -zu + to) zelfs zonder te... |
| zutto-ずっと | steeds; de hele tijd; aldoor |