いろ iro
1 kleur; tint
2 gelaatskleur; teint
3 gezichtsuitdrukking; uiterlijk; expressie
4 toon; klank; stemming; sfeer
5 teken; voortekenen
6 vriendelijkheid; genegenheid
7 liefde; passie

Spreekwoord(en)/gezegde(s)
十人十色。
Zoveel mensen, zoveel meningen (lett. 10 mensen, 10 kleuren); Zoveel hoofden, zoveel zinnen; Smaken verschillen.

Zie ook: 色(しき)

Zie ook: 色(しょく)