rooskleurig / roos-kleu-rig ( bn )
1薔薇ばら色rいろ [de rooskleur hebbend]
rooskleurige [roze] wangen
薔薇色の頰
2有望ゆうぼうな; 楽観的らっかんてき [veelbelovend]
een rooskleurige toekomst
有望な前途