する suru
1 doen; spelen; opvoeren; optreden; acteren; handelen
早まったことをする
overhaast [te snel] handelen
2 maken (tot); veranderen (in); worden (tot)
品物を金にする
goederen te gelde maken
3 gebruiken (als)
本を枕にする
een boek als kussen gebruiken
4 beslissen
行事をとりやめにする
besluiten om het evenement af te lasten
5 oordelen; beschouwen (als); veronderstellen
6 dragen (van kleding)
ネクタイをする
een das dragen