| hanemawaru-跳ね回る | rondspringen; huppelen; (rond)dartelen |
| isoiso-いそいそ | (onomatopee) opgewekt; vrolijk; blij; luchthartig; opgewonden [huppelend] van blijdschap |
| jareru-戯れる | speels zijn; spelen; huppelen; kwispelen (hond) |
| pyonpyon-ぴょんぴょん | (onomatopee voor) het (op-en-neer) springen; huppelen |
| sukippu-スキップ | huppelen; hinkelen; springen |