Kruisverwijzing
ijken
| lemma | meaning |
|---|---|
| abunōmaru-アブノーマル | abnormaal; afwijkend |
| akasu-証す | verduidelijken; verhelderen |
| akuhei-悪弊 | kwade [corrupte] praktijken [gewoonten] (die slechte gevolgen hebben) |
| amiuchi-網打ち | een werptechniek bij sumo (lijkend op een net werpen) |
| anadoru-侮る | neerkijken op; minachten; onderschatten |
| andepandan-アンデパンダン | de Indépendants (de Onafhankelijken, Franse kunstenaars) |
| aogu-仰ぐ | opkijken (naar); opzien tegen |
| aomukeru-仰向ける | naar boven gaan kijken [draaien] ; met het gezicht naar boven gaan liggen |
| aomuku-仰向く | omhoog [naar boven] kijken; met het gezicht naar boven liggen |
| aonoku-仰のく | omhoog [naar boven] kijken |
| aratameru-改める | nakijken; onderzoeken; inspecteren; tellen |
| aremoyō-荒れ模様 | stormachtig zijn [lijken] |
| atozusaru-後退る | terugdeinzen; terugwijken; achteruit deinzen [wijken] |
| au-合う | opbrengen wat werd verwacht; een goede investering blijken te zijn |
| awaseru-会わせる | vergelijken |
| azamuku-欺く | de illusie geven van; bedrieglijk veel lijken op |
| baikan-陪観 | het bekijken [bijwonen] van iets met een meerdere [een superieur]; aanwezigheid (bij een keizerlijk bloemenfeest) |
| baikansuru-陪観する | iets bekijken [bijwonen] met een meerdere [een superieur]; (een keizerlijk bloemenfeest) bijwonen |
| bamu-ばむ | (achtervoegsel achter zelfs.n.w., met de betekenis zoals, lijkend) -ig; -achtig |
| bashoku-馬謖 | Ma Su, een Chinese generaal (190 - 228), die leefde in Shu Han tijdens de Drie Koninkrijken periode (221 - 280) |
| bessetsu-別説 | een andere [optionele; afwijkende] theorie [visie; mening] |
| betsu-蔑 | (in kanji combinaties) neerkijken op; minachten; verachten |
| bō-望 | (in kanji combinaties) vooruit [in de verte] kijken; hopen; verwachten; verlangen |
| boku-僕 | ik; mij (alleen gebruikt door mannen, tegen gelijken of ondergeschikten) |
| bokutachi-僕達 | wij; ons (alleen gebruikt door mannen, tegen gelijken of ondergeschikten) |
| bu-侮 | (in kanji combinaties) verachten; neerkijken op; minachten; bespotten |
| bureru-ぶれる | verschuiven; (heen-en-weer) bewegen; afwijken; schommelen |
| byūā-ビューアー | viewer (voor het bekijken van dia's) |
| chigau-違う | anders zijn; verschillen; niet lijken (op) |
| chikarazukeru-力づける | iem. aanmoedigen [stimuleren; inspireren; opvrolijken] |
| chokuyu-直喩 | een metafoor; vergelijking; gelijkenis; retorische figuur |
| chōshi-聴視 | luisteren en kijken; horen en zien |
| dakkingu-ダッキング | (bij boksen) wegduiken, met het hoofd omlaag een slag ontwijken |
| dokō-土工 | publieke werken in de afhandeling van grond en zand (voor de aanleg van dijken, wegen, e.d.) |
| dōnatsugenshō-ドーナツ現象 | het wegtrekken [verhuizen] van bewoners uit het centrum van een stad (naar buitenwijken) |
| enritchi-エンリッチ | verrijken; rijk(er) maken |
| essuru-閲する | doornemen; nalezen; inzien; nakijken |
| essuru-閲する | voorbijgaan; verstrijken (van de tijd) |
| etsu-閲 | het inspecteren; nakijken; onderzoeken |
| etsu-閲 | het verstrijken [voorbijgaan] van de tijd |
| fuen-敷衍 | het verduidelijken; uitvoerig bespreken; ergens dieper [uitvoeriger] op ingaan; uitweiden; uiteenzetten |
| fuensuru-敷衍する | verduidelijken; uitvoerig bespreken; ergens dieper [uitvoeriger] op ingaan; uitweiden; uiteenzetten |
| fuka-府下 | buitenwijken; voorstedelijke gebieden (van een metropool) |
| fukansuru-俯瞰する | overzien; van bovenaf bekijken |
| fukazakesuru-深酒する | stevig [veel] (alcohol) drinken; diep in het glaasje kijken |
| fumitaosu-踏み倒す | niet betalen; betalingen ontwijken [vermijden] |
| furenchi・surību-フレンチ・スリーブ | wijde rechthoekige mouw (gelijkend op de mouw van een Japanse kimono) |
| furikaeru-振り返る | (achter)omkijken; je hoofd omdraaien; over je schouder kijken; zich omdraaien |
| furikaeru-振り返る | achterom kijken (fig.); terugzien; terugdenken (aan); zich herinneren |
| furimuku-振り向く | achterom kijken [draaien; keren] |
| furu-振る | draaien; omdraaien; achterom kijken |
| fuseru-伏せる | naar beneden kijken; het hoofd laten hangen |
| gaijūnaigō-外柔内剛 | uiterlijk vriendelijk lijken, maar van binnen keihard zijn |
| gakidō-餓鬼道 | Het rijk van de hongerige geesten (een van de ongelukkige rijken van wedergeboorte in de boeddhistische cyclus van bestaan) |
| gasshō-合従 | alliantie; alliantievorming (hist. in China van 6 koninkrijken, tegen de Qing dynastie) |
| gasshōrenkō-合従連衡 | alliantie; alliantievorming; het bundelen van krachten (hist. alliantie in China van 6 koninkrijken tegen, en met de Qing dynastie) |
| genkizukeru-元気づける | oppeppen; opvrolijken |
| genkizukeru-元気付ける | bemoedigen; opvrolijken |
| gimi-気味 | (achtervoegsel) een beetje; neigend naar; lijkend op; -achrig |
| goran ni naru-御覧になる | (respectvolle uitdrukking voor) kijken; zien |
| goran ni naru-御覧になる | (respectvolle uitdrukking na de -te vorm van een werkwoord) (uit)proberen; (eens) doen (en kijken hoe het gaat) |
| gyōbō-仰望 | het omhoogkijken |
| gyōbō-仰望 | het tegen iemand opkijken (met bewondering, eerbied, e.d.) |
| gyōbō-翹望 | verwachting; het ergens naar uitkijken |
| gyōshisuru-凝視する | staren; turen; nauwkeurig bekijken |
| hageagaru-禿げ上がる | een terugwijkende haarlijn krijgen; kaal (vanaf het voorhoofd) worden |
| haikan-拝観 | bezichtiging; bezoek; het (respectvol) bekijken [aanschouwen] |
| haiken-拝見 | het zien; (be)kijken; beschouwing |
| haikensuru-拝見する | zien; kijken naar; bekijken |
| hanajiromu-鼻白む | ontmoedigd [beschaamd] kijken; teleurgesteld zijn |
| hanami-花見 | (lett. bloemen kijken) Japanse traditie om in de lente gezamenlijk de (voorbijgaande) schoonheid van de kersen- en pruimenbloesems te gaan bewonderen |
| harumeku-春めく | lenteachtig worden; op lenteweer lijken |
| hatasu-果たす | realiseren; verwezenlijken; uitvoeren; volbrengen |
| hazureru-外れる | missen; afwijken; afdwalen |
| hazureru-外れる | afwijken (van de standaard); afwijkend zijn |
| hazusu-外す | ontwijken |
| hazusu-外す | nalaten te pakken; niet nemen; verliezen; express ontwijken; ontduiken |
| heddo・appu-ヘッド・アップ | (honkbal), golf omhoog kijken tijdens het slaan van de bal |
| hekomu-凹む | bezwijken; toegeven; de moed verliezen; gedeprimeerd worden |
| hensachi-偏差値 | afwijkende waarde |
| hensoku-変則 | onregelmatigheid; afwijkend [abnormaal; incorrect; onjuist] zijn |
| hisuru-比する | vergelijken |
| hiyakasu-冷やかす | winkelen zonder iets te kopen; kijken maar niet kopen |
| hiyorimi-日和見 | opportunisme; afwachtende houding; besluiteloosheid; de kat uit de boom kijken |
| hiyu-比喩 | stijlfiguur; woordspeling; gelijkenis; metafoor |
| hōfutsu-彷彿 | sterke gelijkenis |
| homeru-褒める | prijzen; bewonderen; ophemelen; verheerlijken |
| hoozuri-頬擦り | (uit affectie) de wangen tegen elkaar drukken [strijken] |
| hotaruzoku-蛍族 | (een informele term voor) mensen die niet binnen mogen roken en daarom buiten gaan roken (en op vuurvliegjes lijken) |
| i-異 | ongewoonheid; vreemdheid; zonderling [afwijkend] zijn |
| ibun-異文 | variant van een tekst; ander [afwijkend] document |
| ibun-異文 | andere [afwijkende] lezing |
| ifū-異風 | ongebruikelijke [afwijkende] gewoonte [situatie] |
| igyō-異形 | vreemd [atypisch; afwijkend] van vorm [gedaante; uiterlijk] |
| iimagirasu-言い紛らす | zich ergens uitpraten [uitkletsen]; ergens omheen draaien; een ontwijkend antwoord geven |
| iken-異見 | een afwijkende mening [opvatting] |
| ikiutsushi-生き写し | evenbeeld; sprekende gelijkenis |
| inasu-往なす | afwenden; afweren; ontwijken |
| inu-往ぬ | verstrijken [voorbijgaan] van de tijd |
| iron-異論 | een andere [afwijkende] mening [visie; theorie] |
| isetsu-異説 | een andere [afwijkende; alternatieve] theorie [mening; kijk] |
| isoisosuru-いそいそする | vrolijk [levendig] zijn; ergens blij [vol verwachting] naar uitkijken |
| issuru-逸する | afwijken |
| isūsei-異数性 | aneuploïdie (het hebben van een afwijkend aantal chromosomen) |
| itai-異体 | afwijkende [ongebruikelijke] vorm |
| izon-異存 | andersdenkend zijn; een andere [afwijkende] mening hebben; het oneens zijn (met iem.) |
| jaken-邪見 | slechte [verkeerde] manier van bekijken [denken] |
| jamon-蛇紋 | gevlekt patroon (lijkend op een slangenvel) |
| jirojiro-じろじろ | (onomatopee) starend; nauwkeurig bekijkend |
| jitsugensuru-実現する | realiseren; verwezenlijken; bewerkstelligen |
| jōjusuru-成就する | verwezenlijken; bereiken; voltooien; succes behalen |
| jukuransuru-熟覧する | zorgvuldig nakijken [controleren; inspecteren] |
| kadobi-門火 | vuur dat brand bij de ingang van huizen tijdens het Bon festival, bij begrafenissen of huwelijken |
| kaimeisuru-解明する | ophelderen; verduidelijken; uitleggen |
| kakinaderu-掻き撫でる | gladstrijken; (glad) kammen |
| kakushu-鶴首 | het uitkijken naar (iets leuks); tegemoet zien; verlangend afwachten |
| kan-看 | (in kanji combinaties) kijken; bekijken; doorzien; begrijpen |
| kangaenaosu-考え直す | heroverwegen; opnieuw bekijken; van gedachten veranderen |
| kangetsu-観月 | het kijken naar de maan |
| kangiku-観菊 | het kijken naar chrysanten |
| kanran-観覧 | bezichtiging; bezoek; het gaan bekijken; toeschouwen |
| kanteki-監的 | (bij schietwedstrijden) dicht bij het doel [de schietschijf] staan en kijken of er raak geschoten is |
| kaomuke-顔向け | iemand (recht) in de ogen kijken [aankijken] |
| kasha-火車 | een Japans mythisch monster (waarvan wordt vertelt dat het lijken eet) |
| katayaburi-型破り | niet conform aan [afwijkend van] de conventie (van vorm, stijl, e.d.); ongewoon; ongebruikelijk; excentriek |
| kayou-通う | gelijkenis tonen; overeenkomen; lijken op |
| keikizuke-景気づけ | het oppeppen; opvrolijken; aanmoedigen; een boost geven |
| keinen-経年 | het verstrijken [voorbijgaan] van jaren; verloop der jaren |
| kemisuru-閲する | nakijken; controleren; doorlezen |
| kemisuru-閲する | voorbijgaan [verstrijken] (van de tijd) |
| kenzan-検算 | het controleren [nakijken] van een berekening |
| kiboku-亀卜 | waarzeggerij met behulp van het schild van een schildpad (door dat te verbranden en daarna het patroon van de scheuren die waren ontstaan te bekijken) |
| kinji-近似 | sterke gelijkenis |
| kinzai-近在 | voorsteden; buitenwijken |
| kirau-嫌う | ontwijken; onderscheid maken |
| kireru-切れる | (tijd) verlopen; verstrijken; vervallen |
| kisuru-期する | verwachten; hopen; uitkijken naar; rekenen op; voorzien; een voorgevoel hebben; aan zien komen |
| kitsuke-気付け | het opvrolijken; opfleuren |
| kizamu-刻む | verstrijken [wegtikken] van tijd; de maat slaan |
| kokoromachi-心待ち | het (verlangend) uitkijken (naar iets); het verlangend afwachten |
| kokuikkoku-刻一刻 | met het verstrijken van de tijd; van uur tot uur; van minuut tot minuut |
| Kuchō-区長 | districtsburgemeester; burgemeester van een van de 23 speciale wijken van Tokio |
| kugurinukeru-潜り抜ける | ontwijken; ontsnappen |
| kurabemono-比べ物 | vergelijking; iets om mee te vergelijken |
| kuraberu-比べる | vergelijken |
| machihazure-町外れ | de buitenwijken [rand] van de stad |
| machikamaeru-待ち構える | klaar staan [zijn] (om te); voorbereid zijn; uitkijken naar |
| magai-紛い | (goedgelijkende) namaak, imitatie; vervalsing |
| maikurorīdā-マイクロリーダー | microreader (projectieapparaat voor het bekijken van microfilms of microkaarten) |
| maku-撒く | ontsnappen; ontkomen; (iem.) ontglippen; ontwijken |
| manryōbi-満了日 | einddatum; datum van verstrijken |
| marunomi-丸呑み | iets accepteren zoals het is; een gegeven paard niet in de mond kijken |
| matsuru-祭る | verheerlijken; aanbidden; verafgoden; toewijden |
| meawaseru-妻合わせる | uithuwelijken |
| mebunryō-目分量 | een meting op het gezicht [oog]; ruwe schatting (alleen door te kijken) |
| meguru-巡る | verstrijken (van tijd) |
| metsuki-目付き | blik; uitdrukking in de ogen; manier van kijken |
| miageru-見上げる | opkijken; omhoog kijken |
| miakiru-見飽きる | genoeg hebben van (het kijken naar) iets; iets niet (langer) meer willen zien |
| miau-見合う | elkaar aankijken |
| miawaseru-見合わせる | elkaar aankijken |
| mieru-見える | schijnen; lijken; eruit zien als |
| miharasu-見晴らす | uitkijken (op; over); overzien; een mooi uitzicht hebben |
| miharukasu-見晴るかす | uitkijken (op; over); overzien; een mooi uitzicht hebben |
| miiru-見入る | bekijken; kijken [staren; turen] naar; gadeslaan; observeren |
| mikaeri-見返り | het achterom kijken |
| mikaesu-見返す | terugkijken; terug staren |
| mikaneru-見兼ねる | niet aan kunnen zien; niet kunnen kijken naar |
| mikawasu-見交わす | blikken uitwisselen; elkaar aankijken |
| mikoshi-見越し | het overheen kijken; uitkijken (over) |
| mikosu-見越す | verwachten; voorspellen; vooruitkijken |
| mikosu-見越す | kijken over (iets heen) |
| mikubiru-見縊る | onderschatten; neerkijken op |
| mikudasu-見下す | neerkijken (op); afkeuren; minachten |
| mikuraberu-見比べる | (dingen bekijken en) met elkaar vergelijken; |
| mimamoru-見守る | goed [aandachtig] kijken; staren naar |
| mimawasu-見回す | rondkijken; om je heen kijken |
| mimono-見物 | bezoek; het bekijken; toekijken; beschouwen; bijwonen |
| mimonosuru-見物する | bezoeken; bekijken; toekijken; beschouwen; bijwonen |
| minaosu-見直す | nog een keer bekijken; nog eens [opnieuw] kijken naar; een tweede blik werpen op; terugblikken |
| minasu-見做す | overwegen; beschouwen; vergelijken |
| miorosu-見下ろす | naar beneden kijken; overheen kijken; uitzien [uitkijken] over |
| miru-見る | zien; kijken (naar) |
| miru-見る | bekijken; gadeslaan; nakijken |
| misageru-見下げる | neerkijken op; minachten |
| misekakeru-見せかける | laten lijken als; doen voorkomen; veinzen |
| misonawasu-見そなわす | (erende vorm van 見る) zien; kijken |
| miwatasu-見渡す | uitkijken [uitzien] over |
| miyaburu-見破る | doorheen kijken; doorzien; doordringen (tot) |
| miyaru-見遣る | kijken; staren; een blik werpen (op) |
| miyō-見様 | zienswijze; manier van kijken |
| miyōmimane-見様見真似 | leren door naar anderen te kijken (en na te doen) |
| morugu-モルグ | mortuarium; lijkenhuis |
| motoru-悖る | ergens tegenin gaan; handelen in strijd met; in tegengestelde richting gaan; afwijken van |
| motto-もっと | (nog) meer; -er (vergelijkende trap) |
| moyō-模様 | lijken op; ernaar uitzien dat; uiterlijk; omstandigheden; situatie; symptoom; teken (van) |
| moyoi-催い | (in combinatie met een zelfst. n.w.) lijken; eruitzien als |
| nadeorosu-撫で下ろす | gladstrijken |
| naderu-撫でる | aaien; strelen; strijken (over); gladstrijken |
| nagashime-流し目 | zijwaartse blik; het (iem.) zijdelings aankijken |
| naijūgaigō-内柔外剛 | uiterlijk hard lijken, maar van binnen zacht [vriendelijk; mild] zijn |
| nanako-魚子 | een metaalgraveertechniek (met korrels die op viseieren lijken) |
| nangyō-難行 | (boeddh.) ascetische praktijken; zware training (van ontberingen en beproevingen) |
| naraberu-並べる | (met elkaar) vergelijken |
| narasu-均す | effenen; glad maken; egaliseren; glad strijken |
| natsumeku-夏めく | zomers [zomerachtig] worden; op de zomer gaan lijken |
| negibōzu-葱坊主 | de bloem [bloeiwijze] van planten van de Allium familie (prei, bosui, bieslook, etc.) (de bolvormige, witte bloemen lijken op een kaalgeschoren hoofd) |
| nemawashi-根回し | het voorbereidend werk; grondwerk; het leggen van de basis; het achter de schermen manoeuvreren; consensus bereiken om iets te kunnen verwezenlijken |
| nigekōjō-逃げ口上 | ontwijkend antwoord [excuus] |
| nigemawaru-逃げ回る | op de vlucht zijn; (ont)vluchten; wegrennen; ontwijken |
| nigeru-逃げる | ontsnappen; vluchten; wegrennen; ontwijken |
| nigiwasu-賑わす | opluisteren; verlevendigen; verrijken; populair maken |
| nigosu-濁す | ergens omheen draaien; een ontwijkend antwoord geven; vaag blijven |
| ningai-人界 | (boeddh.) (een van de tien rijken) de wereld waarin mensen leven; de menselijke wereld |
| niru-似る | lijken (op); gelijkenis hebben (met); eruit zien (als) |
| nobushi-野武士 | een monnik die in de bergen woont en ascetische praktijken beoefent; bergpriester; heremiet |
| nogareru-逃れる | ontsnappen; (ont)vluchten; ontwijken; vermijden; ontlopen |
| nomu-飲む | neerkijken op; verachten; overweldigen; onderschatten |
| norarikurari- のらりくらり | (onomatopee) lui; doelloos; vaag, ontwijkend |
| nozokimegane-覗き眼鏡 | waterkijker; hydroscoop (kastje met lens om onder wateroppervlak te kijken) |
| nozoku-覗く | naar binnen [buiten] kijken; doorkijken; een blik werpen op |
| nozoku-覗く | naar beneden kijken |
| nozoku-覗く | een glimp opvangen (van); vluchtig bekijken |
| nozomu-望む | uitkijken op [over]; zicht hebben op |
| nurakura-ぬらくら | ontwijkend; vaag; ongrijpbaar; onbetrouwbaar |
| nurakurasuru-ぬらくらする | glad [slijmerig] zijn; ontwijkend zijn; lui [gemakzuchtig] zijn |
| nurarikurari-ぬらりくらり | ontwijkend; omzeilend |
| nusumu-盗む | ideëen [gedachten] stelen en imiteren; zich iets toeëigenen; afkijken; plagiaat plegen; in het geheim iets van iem. leren |
| omae-御前 | (informeel, soms onbeleefd, tussen gelijken) jij |
| omoeru-思える | lijken; schijnen; de indruk wekken |
| omotezukai-面使い | één van de bewegingen in Nō theater (het hoofd naar links en rechts draaien om om je heen te kijken) |
| onushi-御主 | jij, u (wanneer je verwijst naar gelijken of minderen) |
| puresu-プレス | drukken, duwen, persen; strijken |
| rakusei-洛西 | ten westen van de hoofdstad (Kyoto); de westelijke wijken van Kyoto |
| ran-覧 | (gebruikt als erende vorm in samenstellingen voor 見る) zien; kijken |
| rashii-らしい | -achtig; zoals ...; lijkend op; typisch voor ...; geschikt voor ... |
| rekinen-歴年 | de voortgang van jaren; het verstrijken van de tijd |
| rekiran-歴覧 | het rondkijken |
| rekiran-歴覧 | het (dingen) een voor een (de een na de ander) bekijken [onderzoeken] |
| renkō-連衡 | alliantie; alliantievorming (hist. in China van 6 koninkrijken, met de Qing dynastie) |
| ruiji-類似 | gelijkenis; overeenkomst |
| ruiji-類字 | op elkaar lijkende kanji [Chinese karakters] |
| ruisui-類推 | evenredigheid; redenering bij analogie; het afleiden door te vergelijken |
| ruisuru-類する | lijken op; vergelijkbaar [gelijksoortig] zijn |
| sagesumu-蔑む | minachten; verachten; neerkijken op |
| saido・suteppu-サイド・ステップ | opzijgaan; uit de weg gaan; ontwijken |
| saizuchiatama-才槌頭 | een op een hamer lijkend hoofd (voorhoofd en achterhoofd steken uit) |
| sakeru-避ける | vermijden; ontwijken; uit de weg gaan; ontlopen |
| sankan-参観 | het bezoeken; inspecteren; rondkijken |
| sasagani-細蟹 | spin (zo genoemd vanwege de gelijkenis met een kleine krab); spinnenweb |
| seikansuru-静観する | rustig afwachten [toekijken] |
| seikurabe-背比べ | vergelijking van lengte [hoogte]; het met de ruggen tegen elkaar aan gaan staan om te kijken wie het grootste [langste] is |
| seiran-清覧 | (respectvol woord in een brief voor) het kijken |
| seishoku-聖職 | de geestelijkheid; het ordinaat; de geestelijken |
| setsumeisuru-説明する | uitleggen; verduidelijken; aantonen |
| setsurumento-セツルメント | vestigingswerk in wijken; sociaal werk om de levensomstandigheden in arme buurten te verbeteren |
| setsuzeisuru-節税する | het betalen van belasting ontwijken; proberen zo min mogelijk belasting te betalen |
| shichō-視聴 | het beluisteren en bekijken (film, video, e.d.) |
| shigeshige-繁繁 | starend; strak (aankijken) |
| shiko-四顧 | het kijken in alle (vier) richtingen [naar alle kanten]; in de buurt [omgeving] |
| shimoyashiki-下屋敷 | (Edo periode) residentie van de daimyo in de buitenwijken van Edo |
| shirime-尻目 | vanuit de ooghoeken kijken; schuine [zijwaartse] blik |
| shīsā-シーサー | (Okinawa) decoratie (van aardewerk), een beeld lijkend op een kruising van hond en leeuw, ter bescherming gezet bij poorten en op daken van huizen |
| shitame-下目 | het op iemand neerkijken; verachting |
| shiyūmozaiku-雌雄モザイク | (biologie) gynandromorfisme (dieren die uiterlijk sterk op een mannetje lijken, maar toch een vrouwtje zijn) |
| shoppai-塩っぱい | fronsend; chagrijnig [stuurs; nors] kijkend |
| shōsuru-頌する | prijzen; loven; bezingen; verheerlijken |
| shugyō-修行 | training; ascetische discipline [praktijken] |
| sogaisuru-疎外する | iemand op afstand houden [negeren; koeltjes behandelen; met de nek aankijken] |
| sōji-相似 | gelijkenis; overeenkomst; gelijkvormigheid; analogie |
| sorame-空目 | het naar boven kijken |
| sorani-空似 | een toevallige gelijkenis |
| sugiyuku-過ぎ行く | voorbijgaan; passeren; verstrijken |
| suiyōeki-水様液 | op water lijkende oplossing |
| sunēkuuddo-スネークウッド | letterhout of slangenhout (hout met een natuurlijke tekening lijkend lettersschrift of op slangenhuid, van de tropische boom Brosimum guianense) |
| suru-擦る | wrijven; schuren; schrobben; afstrijken (lucifer); vijlen; polijsten; afdrukken |
| tachimi-立ち見 | (kijken vanaf een ) staanplaats |
| tachiyuku-立ち行く | voorbijgaan; verstrijken |
| taijisuru-対峙する | tegenover elkaar staan; het hoofd bieden aan; niet wijken voor |
| takekurabe-丈比べ | in Japanse renga (poëzie) het vergelijken van de lengtes van zinnen in verzen |
| takenokoseikatsu-筍生活 | het slechts in je levensonderhoud kunnen voorzien door steeds meer persoonlijke bezittingen te verkopen (gelijkend op het afpellen van een bamboescheu |
| tasseisuru-達成する | presteren; (resultaat) bereiken; verwezenlijken |
| tataeru-称える | loven; prijzen; verheerlijken; lofprijzen; bewonderen |
| tatoeru-例える | vergelijken; figuurlijk spreken; bij wijze van spreken |
| tatsu-経つ | verstrijken; voorbijgaan (van de tijd) |
| teikan-諦観 | het aandachtig [strak] bekijken; zien |
| toku-解く | oplossen (een probleem, misverstand, e.d.); ophelderen; verduidelijken; ontcijferen |
| tokubetsuku-特別区 | de 23 speciale wijken in Tokio, die autonome gemeenten zijn met een eigen bestuur |
| ton-遁 | (in kanji combinaties) vluchten; ontsnappen; ontwijken; vermijden |
| tonai-都内 | in groot-Tokio; in Tokio-metropolis (m.n. binnen de 23 wijken van Tokio) |
| toritsukurou-取り繕う | gladstrijken; effenen; verbloemen |
| tōshi-透視 | (ergens) doorheen kijken; doorzichtigheid |
| tōshisuru-透視する | ergens doorheen kijken |
| tsukihi-月日 | (het verstrijken van) de tijd |
| tsukimi-月見 | (genieten van) het kijken naar de maan |
| tsūtei-通底 | zaken [dingen; ideeën] die aan de oppervlakte verschillend lijken, maar in de basis overeenkomen |
| ukenagasu-受け流す | afwenden; pareren; afweren; ontwijken |
| uketomeru-受け止める | stoppen; tegenhouden; afweren; ontwijken; opvangen |
| urifutatsu-瓜二つ | (op elkaar lijkend) als twee druppels water |
| utau-謳う | lof zingen; prijzen; ophemelen; verheerlijken |
| utsumukeru-俯ける | naar beneden kijken; ondersteboven draaien [hangen]; op zijn kop zetten |
| wakimi-脇見 | het opzij kijken; onoplettend zijn |
| wotchi-ウオッチ | uitkijken; bekijken |
| wotchingu-ウオッチング | het bekijken; toekijken; de wacht houden |
| yamabushi-山伏 | bergpriester; heremiet; een monnik die in de bergen woont en ascetische praktijken beoefent |
| yamiyami-闇闇 | hulpeloos toekijken (bij wat er gebeurt) |
| yangu・ritchi-ヤング・リッチ | de jonge rijken; koopkrachtige jongeren |
| yogiru-過る | (ver)mijden; ontwijken |
| yokeru-避ける | vermijden; ontwijken |
| yominagasu-読み流す | (een boek, tekst) doorbladeren; vlug doorlezen; vluchtig inkijken |
| yosoeru-寄える | vergelijken; contrasteren |
| yosomisuru-よそ見する | opzij kijken; niet opletten; niet voor je kijken |
| yozakura-夜桜 | (het kijken naar) kersenbloesems in de nacht |
| yūki-結城 | (afk. van Yūki-momen) een geweven gestreepte katoenen stof (lijkend op de zijden stof Yūki-tsumugi) |
| yukimi-雪見 | het kijken naar de sneeuw; het genieten van een besneeuwd landschap |
| yūkimomen-結城木綿 | een geweven gestreepte katoenen stof (lijkend op de zijden stof Yūki-tsumugi |
| zashi-座視 | het onbezorgd [lui; onverschillig; werkeloos] toekijken (zonder iets te doen) |