| aogari-青刈り | het oogsten van gewassen terwijl ze nog groen [niet rijp] zijn (voor gebruik als veevoer of meststof) |
| beisaku-米作 | rijstteelt; het verbouwen en oogsten van rijst |
| chatsumi-茶摘み | de theepluk; het theeplukken; thee oogsten |
| hakitate-掃きたて | het oogsten [verzamelen] van zijderupsen |
| imomeigetsu-芋名月 | (een andere naam voor) de oogstmaan (na het oogsten van de taro, 15 augustus op de maankalender) |
| kangai-干害 | schade (aan oogsten, e.d.) veroorzaakt door droogte |
| kari-狩り | jacht; het jagen; oogsten |
| karikomu-刈り込む | oogsten (maaien [afsnoeien] en opslaan) |
| miiri-実入り | oogst; rijp [klaar om te oogsten] zijn |
| natsumatsuri-夏祭り | een zomerfestival om de goden te verzoeken de oogsten te beschermen tegen insectenplagen, overstromingen, e.d. |
| nikisaku-二期作 | dubbele oogst [twee oogsten per jaar] van hetzelfde gewas (m.n. rijst) op dezelfde (landbouw)grond |
| nimōsaku-二毛作 | dubbele oogst [twee oogsten per jaar] van twee verschillende gewassen op dezelfde (landbouw)grond |
| saishu-採取 | het verzamelen; plukken; oogsten |
| tekki-適期 | juiste tijd; geschikte periode (b.v. om te planten of te oogsten) |
| toriire-取り入れ | oogst; het oogsten |
| toriireru-取り入れる | oogsten |