kloppen / klop-pen ( ww )
1あわてる [klutsen]
een ei kloppen
卵を泡立てる
2たたく; ノックする [tikken; kloppen op]
op de deur kloppen
戸を叩く
3どうする [van het hart, e.d.]
4じつである; 正解せいかいである [accuraat, juist, correct, zijn]