| hō-崩 | (in kanji combinaties) instorten; afbrokkelen |
| kekkai-決壊 | dijkdoorbraak; dambreuk; het instorten van een waterkering |
| kessuru-決する | breken; instorten |
| nakifusu-泣き伏す | huilend neervallen [ter aarde storten; instorten] |
| ochikomu-落ち込む | instorten; wegvallen; inzinken; inzakken |
| ochiru-落ちる | in elkaar vallen; instorten |
| tsuieru-潰える | instorten; in verval raken |
| yorobou-蹌踉ぼう | op instorten [omvallen] staan |