wassen2 / was-sen ( ww )
1成長する; 発育する [groeien; zich ontwikkelen]
2増水する [stijgen (van waterpeil)]
Kruisverwijzing
wassen
| lemma | meaning |
|---|---|
| adaruto-アダルト | volwassene |
| adaruto・chirudoren-アダルト・チルドレン | volwassen kinderen (volwassenen die zich nog als kind gedragen) |
| ao-青 | onrijp; onvolwassen; jong |
| aogari-青刈り | het oogsten van gewassen terwijl ze nog groen [niet rijp] zijn (voor gebruik als veevoer of meststof) |
| aokusai-青臭い | onervaren; onrijp; onvolwassen |
| aoppoi-青っぽい | onervaren; naïef; onvolwassen |
| arai-洗い | het wassen |
| arai-洗い | het wassen van de vis met koud water of ijs (gebruikt voor sashimi) |
| araiageru-洗い上げる | goed [helemaal] wassen |
| araidashi-洗い出し | het grondig wassen; uitwassen; afwassen |
| araidasu-洗い出す | grondig wassen; uitwassen; afwassen |
| araigami-洗い髪 | pas gewassen (loshangend) haar (van vrouwen) |
| araihari-洗い張り | een kimono eerst uit elkaar halen en dan de delen apart wassen en uitgespreid [uitgerekt] laten drogen |
| arainaosu-洗い直す | (iets) opnieuw wassen |
| araiotosu-洗い落とす | uitwassen; afspoelen |
| araitate-洗い立て | fris [pas; net] gewassen |
| araitateru-洗い立てる | goed [grondig; voorzichtig] wassen |
| araizarashi-洗い晒し(の) | verwassen; (door vaak wassen) vaal; verkleurd; verbleekt |
| arau-洗う | wassen; schoonmaken; afspoelen; wegspoelen (door regen, etc.) (goed) wasbaar zijn |
| asashan-朝シャン | het haarwassen in de ochtend (na het opstaan) |
| boku-僕 | jij (gebruikt door volwassenen tegen kinderen) |
| buri-鰤 | (volwassen) geelvinmakreel (Seriola quinqueradiata) |
| byōgai-病害 | schade aan (landbouw) gewassen door plantenziekten |
| chibanare-乳離れ | (fig.) het volwassen worden |
| chōzuba-手水場 | (in toiletruimte) wasbak; plek om handen te wassen |
| dainin-大人 | volwassene |
| daino-大の | een zelfstandig iemand die zowel fysiek als mentaal volwassen is |
| eikyo-盈虚 | het wassen [toenemen] en afnemen van de maan |
| fuyusaku-冬作 | wintergewassen (groeien in de winter, en worden geoogst in de lente of zomer) |
| hitorimae-一人前 | volwassene; zelfstandige |
| hittekisuru-匹敵する | gelijkwaardig zijn aan; zich kunnen meten met; niet onderdoen voor; opgewassen zijn tegen |
| hōmu・songu-ホーム・ソング | eenvoudige liedjes die zowel door kinderen als volwassenen gezongen worden |
| honami-穂並み | glooiende graanvelden; opstaande [wuivende] halmen [gewassen] |
| honami-穂波 | wuivende gewassen (rijst, graan, gras, etc.) |
| ichininmae-一人前 | volwassene; zelfstandige |
| itokenai-幼けない | jong; kinderlijk; onvolwassen |
| ittan-一端 | kledingstuk voor een volwassene |
| jakushō-弱小 | jong [onrijp; onvolwassen] zijn |
| kanau-適う | vergelijkbaar zijn; tegen elkaar op kunnen; tegen elkaar opgewassen zijn |
| kanawanai-敵わない | niet opgewassen zijn tegen; geen partij zijn voor |
| kansaku-間作 | tussencultuur; tussenbouw (teeltsysteem waarbij kortetermijngewassen tussen rijen andere gewassen worden geplant) |
| kansui-灌水 | het begieten van [water geven aan] planten [gewassen] |
| kensui-建水 | een spoelbak waarin het water wordt opgevangen van het wassen van theekopjes na de theeceremonie |
| konareru-熟れる | rijpen; rijp [volwassen] worden |
| kurīn・raisu-クリーン・ライス | schone [gewassen] rijst |
| madamu・tassō-マダム・タッソー | Madame Tussauds (wassenbeelden museum) |
| makezuotorazu-負けず劣らず | aan elkaar gewaagd; tegen elkaar opgewassen |
| manē・rondaringu-マネー・ロンダリング | het witwassen (van geld) |
| maruarai-丸洗い | het wassen van een kimono in zijn geheel (zonder eerst uit elkaar te halen) |
| michikake-満ち欠け | de maanfases; wassende en afnemende maan |
| michiru-満ちる | wassen (van de maan); opkomen (van het tij) |
| mikazuki-三日月 | wassende maan (3de dag na nieuwe maan); Halbe [sikkelvormige] maan |
| mitarashi-御手洗 | het water om de handen te wassen |
| mitodokeru-見届ける | zich verzekeren (dat); verifiëren; zich ervan gewassen (dat) |
| mizuarai-水洗い | het wassen in water (zonder zeep) |
| mizuaraisuru-水洗いする | wassen in water (zonder zeep) |
| mizushigoto-水仕事 | huishoudelijk werk, zoals schrobben, boenen en wassen |
| mokuhon-木本 | (houtige gewassen) bomen; struiken |
| mokuyoku-沐浴 | het baden; het lichaam en het haar wassen |
| namanamashii-生生しい | vers; ruw; onvolwassen; levendig |
| namanie-生煮え | onvolwassen zijn |
| nanori-名乗り | naam na het bereiken van volwassenheid bij adelijke en samoerai families |
| narabu-並ぶ | gelijk zijn; evenredig zijn; opgewassen zijn (tegen) |
| nareru-熟れる | rijp worden; volwassen [volgroeid] worden |
| natsusaku-夏作 | zomergewassen, (zoals o.a. maïs, bonen, aubergine) die groeien in de zomer, en worden geoogst in de herfst of winter |
| nimōsaku-二毛作 | dubbele oogst [twee oogsten per jaar] van twee verschillende gewassen op dezelfde (landbouw)grond |
| noarashi-野荒らし | de mens die [het dier dat} de gewassen vernielt of steelt |
| noarashi-野荒らし | het vernietigen [stelen] van gewassen op de velden |
| noborizuki-上り月 | wassende maan |
| nuregami-濡れ髪 | (na wassen nog) nat haar |
| oigoe-追い肥 | aanvullende [tweede] bemesting (van gewassen) |
| ōpun・sukūru-オープン・スクール | open school (voor zowel jongeren als volwassenen) |
| osanai-幼い | kinderlijk; kinderachtig; onvolwassen |
| otona-大人 | volwassene |
| pītā・pan・shindorōmu-ピーター・パン・シンドローム | peterpansyndroom; peterpancomplex (mannen die zich niet kunnen aanpassen aan de volwassen samenleving) |
| rensaku-連作 | herhaalde teelt van dezelfde gewassen op dezelfde grond |
| rinsaku-輪作 | wisselbouw (het telen van verschillende gewassen na elkaar op dezelfde grond, om bodemziekten te voorkomen) |
| rojisaibai-露地栽培 | het kweken [cultiveren] van gewassen buiten op het land [in de openlucht] |
| rōsei-老成 | volwassenheid |
| sakinsaishu-砂金採取 | goudwinning door goudwassen in beken en rivieren |
| sakuzuke-作付け | het planten [aanplanten; zaaien] van gewassen |
| sanagi-蛹 | pop (het ontwikkelingsstadium van een insect tussen larve en volwassen insect) |
| seijin-成人 | volwassene |
| seijinkyōiku-成人教育 | volwassenenonderwijs; volwasseneneducatie |
| seijinnohi-成人の日 | (nationale feestdag) dag van de volwassenwording (2de maandag in januari, als iemand 20 jaar wordt) |
| seijinshiki-成人式 | ceremonie van volwassenwording; initiatie; overgangsrite |
| sendeki-洗滌 | schoonmaak; reiniging; het wassen |
| sendekisuru-洗滌する | schoonmaken; reinigen; wassen |
| senjōsuru-洗浄する | schoonmaken; reinigen; wassen |
| senmen-洗面 | het wassen van het gezicht |
| senpatsu-洗髪 | het haar wassen |
| sensha-洗車 | het wassen van autos, treinstellen, etc. |
| sentaku-洗濯 | de was (doen); (kleren) wassen |
| sentakusuru-洗濯する | (kleren) wassen; de was doen |
| shakaijin-社会人 | een (volwassen) werkend lid van de samenleving |
| shikinsenjō-資金洗浄 | het witwassen (van geld) |
| sōhon-草本 | (niet-houtige gewassen) kruiden; planten |
| suibokuga-水墨画 | gewassen inkt schilderij |
| suisen-水洗 | doorspoeling; het afspoelen; met water wassen |
| suzuki-鱸 | (volwassen) Japanse zeebaars (Lateolabrax japonicus) |
| taijin-大人 | volwassene |
| tearai-手洗い | je handen wassen |
| temizu-手水 | water om je handen te wassen |
| tenjikurōnin-天竺浪人 | Tenjuku Ronin, een Japanse striptekenaar (m.n. van manga voor volwassenen |
| tensaku-転作 | gewassen-afwisseling (een rotatie van de productie van verschillende soorten gewassen om de paar jaar) |
| togu-研ぐ | wassen van rijst (voor het koken) |
| tokiarai-解き洗い | het wassen van een kimono in delen (na het loshalen van de stiknaden) |
| tsukubai-蹲い | stenen wasbak [wasbassin] (in theetuinen of bij tempels voor het ritueel de handen wassen) |
| tsumamiarai-摘み洗い | alleen het vuile gedeelte (van een kledingstuk) wassen |
| ureru-熟れる | rijpen; rijp [volwassen] worden |
| wase-早稲 | rijstvariëteit die vroeg rijpt; vroeg rijpende gewassen [vruchten] |
| wase-早稲 | vroeg volwassen worden |
| wosshu-ウォッシュ | de gewassen teken [schilder] techniek |
| wosshufude-ウォッシュ筆 | penseel voor de gewassen teken [schilder] techniek |
| yangu・adaruto-ヤング・アダルト | jongvolwassene; adolescent |
| yukan-湯灌 | lijkwassing; het wassen van het lichaam van een overledene (voor de begrafenis) |