zien / zien ( ww )
1見る [met het oog waarnemen; kijken]
2見える [zichtbaar [te zien] zijn]
3理解する; 分かる; 気づく [begrijpen; beseffen; zich realiseren]
Zie je wat ik bedoel?
私の言いたいことがわかる?
私の言いたいことがわかる?
4会う [ontmoeten]
Ik zie hem morgen.
明日、彼に会います。
明日、彼に会います。
5考慮する; 考える; 受け取る [beschouwen; overwegen]
Ik zie dat als een compliment.
私はそれを褒め言葉だと受け取ります。
私はそれを褒め言葉だと受け取ります。
Hij zag dat als zijn plicht.
彼はそれを義務だと考えた。
彼はそれを義務だと考えた。
6思い描く [zich voorstellen]
Kruisverwijzing
zien
| lemma | meaning |
|---|---|
| abayo-あばよ | tot ziens |
| abunakkashii-危なっかしい | er gevaarlijk [onbetrouwbaar] uitzien |
| amenitī-アメニティー | voorziening |
| angai-案外 | onverwacht [onvoorzien] zijn; buiten verwachting |
| annai-案内 | iem. te zien vragen; belet vragen (bij iem. voor iem.); aanbellen; aankloppen |
| annaisuru-案内する | (iem.) de weg wijzen; rondleiden; uitnodigen; te zien vragen (voor iem. anders); bemiddelen voor een ontmoeting; mededelen; laten weten |
| aogu-仰ぐ | opkijken (naar); opzien tegen |
| appudēto-アップデート | update; herziene versie |
| aratameru-改める | vernieuwen; herzien; reviseren; vervangen |
| aritsuku-有り付く | in je levensonderhoud voorzien |
| ashirau-あしらう | van iets passends voorzien; garneren met; versieren met |
| ataeru-与える | aanbieden; (iemand) voorzien van; betalen |
| atamagonashini-頭ごなしに | meedogenloos; nietsontziend |
| ategai-宛てがい | een goede regeling [maatregel; voorziening] |
| atekkosuru-当てっこする | (proberen te) zien wie er het beste kan raden [gissen] |
| atekomu-当て込む | rekenen op een goed resultaat; verwachten; uitzien naar |
| ateuma-当て馬 | een hengst die wordt gebruikt om te zien of een merrie bronstig [tochtig] is |
| atorakushon-アトラクション | attractie; bezienswaardigheid |
| au-会う | elkaar ontmoeten [zien] |
| ba-ば | (geeft de aanleiding van wat volgt, nl. een veronderstelling, betoog of beschouwing, etc. van iem.) gezien... |
| bai-バイ | dag; tot ziens; doei |
| baibai-バイバイ | dag; tot kijk; tot ziens |
| bājon-バージョン | versie; variant; herziene editie |
| bakageru-馬鹿げる | er dom [dwaas; absurd; belachelijk] uitzien |
| bakku・sukurīn-バック・スクリーン | een donker scherm achter het middenveld in een honkbalstadion (zodat de slagman duidelijker het veld kan overzien) |
| bijōfu-美丈夫 | een goed uitziende [knappe] man |
| bijon-ビジョン | vooruitziende blik; inzicht |
| bimokushūrei-眉目秀麗 | (meestal van mannen) knap uiterlijk; er goed uitzien |
| bishōnen-美少年 | mooie [aantrekkelijke; goed uitziende] jongeling [jongen] |
| bokkyaku-没却 | het negeren; niet zien; vergeten |
| bokkyakusuru-没却する | negeren; niet zien; vergeten |
| buraindo-ブラインド | blind (niet kunnen zien) |
| chao-チャオ | tot ziens |
| chikame-近目 | bijziendheid; myopie |
| chinchō-珍重 | (zen-boeddhisme) afscheidswoord gebruikt door monniken, zoals: tot ziens, welterusten, blijf gezond en wel, e.d |
| chīpu・shikku-チープ・シック | goedkoop chic; met goedkope dingen er chic uitzien |
| chokumen-直面 | confrontatie; treffen; tegemoet treden; onder ogen zien |
| chōnōryokusha-超能力者 | paragnost; helderziende |
| chōshi-聴視 | luisteren en kijken; horen en zien |
| dannen-断念 | het opgeven [prijsgeven; afzien; toegeven] |
| dannensuru-断念する | opgeven; prijsgeven; afzien; toegeven |
| dansui-断水 | storing in de watervoorziening; onderbreking van de watertoevoer |
| den'entoshi-田園都市 | tuinstad; stad met veel groenvoorzieningen |
| doa・ai-ドア・アイ | kijkgaatje in een deur (om bezoekers te kunnen zien) |
| engan-遠眼 | verziendheid; hypermetropie |
| enshi-遠視 | verziendheid; hypermetropie |
| essuru-閲する | doornemen; nalezen; inzien; nakijken |
| esupā-エスパー | (Extra Sensory Perception) helderziende; paragnost; iemand met bovennatuurlijke gaven |
| fukansuru-俯瞰する | overzien; van bovenaf bekijken |
| fukekomu-老け込む | verouderen; er ouder uit komen te zien |
| fukubukushii-福福しい | vrolijk [blij; welvarend; mollig] uitziend |
| fukushi-複視 | diplopie; dubbelzien |
| fureru-触れる | waarnemen; zien |
| furikaeru-振り返る | achterom kijken (fig.); terugzien; terugdenken (aan); zich herinneren |
| furikazasu-振り翳す | (van eigen standpunt, zienswijze, e.d.) tonen [verkondigen] aan anderen; vasthouden aan (principes, e.d.) |
| furubiru-古びる | verouderen; oud worden; er oud uit zien |
| furyo-不慮 | onverwacht [niet voorzien] zijn |
| fusoku-不測 | het onvoorstelbaar [onvoorzien; onmeetbaar] zijn |
| gaibun-外聞 | reputatie; naam; aanzien |
| ganpuku-眼福 | iets dat mooi is om te zien; een lust voor het oog; een plaatje |
| geki-撃 | (in kanji combinaties) (hard) slaan; (met kracht) aanvallen; schieten; hard raken (ook fig.) zien; voelen; tasten |
| gojinka-御神火 | een vergoddelijkte vulkaan; vuur en rook van een vulkaanuitbarsting gezien als een god |
| gokigenyō-御機嫌よう | (begroeting bij een ontmoeting of afscheid) hallo; hoe gaat het?; tot ziens; tot kijk; groetjes; succes! |
| gorakushisetsu-娯楽施設 | amusementsvoorzieningen; recreatiefaciliteiten |
| goran ni naru-御覧になる | (respectvolle uitdrukking voor) kijken; zien |
| guddobai-グッドバイ | vaarwel; tot (weer)ziens |
| guyū-具有 | voorzien van; voorbereid op; met aanleg voor |
| gyakuten-逆転 | (jur.) revisie; herziening; vernietiging (van vonnis) |
| haiden-配電 | elektrische (energie)voorziening; elektrische stroomverdeling |
| haiken-拝見 | het zien; (be)kijken; beschouwing |
| haikensuru-拝見する | zien; kijken naar; bekijken |
| hairu-入る | (in combinatie met ogen, oren, hoofd, etc.) zien; horen; vernemen; begrijpen; zich concentreren |
| haku-箔 | prestige; aanzien |
| hanikamu-はにかむ | verlegen [schuchter] zijn; er verlegen uitzien; zich schamen |
| hare-晴れ | gala (kostuum); een prachtig uitziende verschijning (bij een formele gelegenheid) |
| hihon-秘本 | dierbaar boek (waar men zuinig op is en zelden aan anderen laat zien); geheim boek |
| hikinaosu-引き直す | (een lijn) opnieuw trekken; herzien; weer veranderen |
| hikitateru-引き立てる | (iets) er beter uit laten zien; onder de aandacht brengen |
| hikken-必見 | iets dat je gezien moet hebben |
| hiramekaseru-閃かせる | (fig.) een glimp laten zien |
| hitochigai-人違い | het iem. verwarren met iemand anders; iem. aanzien voor iemand anders |
| hitomachigao-人待ち顔 | eruitzien alsof je op iemand wacht |
| hitoshirenu-人知れぬ | verborgen; geheim; ongezien |
| hitoshirezu-人知れず | verborgen; geheim; ongezien |
| hōfutsu-彷彿 | vage verschijning; vaag [wazig] te zien zijn |
| hokage-帆影 | een zeil (van een schip) dat in de verte zichtbaar [te zien] is |
| hōkaisei-法改正 | wetswijziging; wetsherziening; wetshervorming |
| hōki-放棄 | het opgeven [afzien van]; afschaffing; afstandneming |
| honeoshimi-骨惜しみ | het zichzelf ontzien [sparen] |
| hosei-補正 | herziening; aanpassing; aanvulling en verbetering |
| hyottoshite-ひょっとして | toevallig; bij toeval; onvoorzien |
| ichijisanpin-一次産品 | primaire producten [goederen] (die voorzien in de eerste levensbehoefte van de consument) |
| igai-意外 | het onverwacht(s) [verrassend; onvoorzien] zijn |
| igen-威厳 | waardigheid; statigheid; aanzien |
| iiau-言い合う | ruzie maken; ruziën; twisten; discussiëren |
| ijō-以上 | sinds; aangezien; omdat; vanaf |
| iken-意見 | mening; opvatting; oordeel; zienswijze |
| iketeru-イケてる | cool [sexy; knap] zijn; er goed uitzien |
| ikō-威光 | macht; aanzien; invloed |
| infomēshon・yūtiriti-インフォメーション・ユーティリティ | informatiebureau; informatievoorziening; informatiehulpprogramma |
| ishin-威信 | gezag; prestige; aanzien; waardigheid |
| isseki-一石 | opzien; beroering |
| issuru-逸する | over het hoofd zien; vergeten; weglaten |
| ittemairimasu-行って参ります | ik ga; tot ziens; tot straks (gezegd door degene die weggaat tegen degene die thuis blijft) |
| itterasshai-行ってらっしゃい | tot ziens; tot straks (gezegd door degene die thuis blijft tegen degene die weggaat) |
| izumonokami-出雲の神 | godheid van het Izumo heiligdom (wordt gezien als god van het huwelijk) |
| jikatsu-自活 | zelfstandig levensonderhoud; het voorzien in eigen levensonderhoud |
| jikyū-自給 | zelfstandigheid; zelfvoorziening |
| jikyūjisoku-自給自足 | zelfvoorzienigheid |
| jikyūsuru-自給する | in zijn eigen onderhoud voorzien; zelfstandig iets uitvoeren; zelfvoorzienend zijn |
| jimoku-耳目 | ogen en oren; horen en zien |
| jin'en-人煙 | menselijke bewoners (te zien door rook uit hun huizen) |
| jiritsu-自立 | zelfstandigheid; onafhankelijkheid; zelfvoorziening |
| jitai-辞退 | het (beleefd) weigeren [afzien} van (een aanbod, uitnodiging, prijs, e.d.) |
| jōhōshūsei-上方修正 | opwaartse aanpassing [herziening; waardering] (van aandelen of kapitaal) |
| jūdai-重大 | belangrijk [serieus; aanzienlijk; ernstig] zijn |
| junran-巡覧 | bezichtiging; excursie; het bezoeken van bezienswaardigheden |
| jūryōsei-従量制 | betaling naar gebruik (een methode waarbij diensten en voorzieningen in rekening worden gebracht gebaseerd op werkelijk gebruikte gegevens en tijd) |
| kabau-庇う | in acht nemen; ontzien |
| kachō-花鳥 | de stemming [het gevoel] wanneer je geniet van het zien van bloemen en het horen van het gezang van vogels |
| kaeru-変える | (iets) veranderen; wijzigen; herzien; terugdraaien |
| kahōshūsei-下方修正 | neerwaartse herziening [aanpassing; correctie] |
| kaichō-開帳 | het openen (op bepaalde dagen) van de gordijnen of deuren van een heiligdom, zodat het publiek het verborgen Boeddhabeeld kan zien |
| kaihan-改版 | revisie; herziene uitgave; nieuwe druk |
| kaikō-改稿 | een herschrijving [bewerking; revisie; herziene uitgave] van een manuscript |
| kaikōsuru-改稿する | een manuscript herschrijven [herzien; bewerken] |
| kairyō-改良 | verbetering; vooruitgang; herziening; vernieuwing |
| kaisuiyokujō-海水浴場 | badplaats; strand met voorzieningen |
| kaitei-改定 | revisie; herziening; wijziging; verandering |
| kaitei-改訂 | (m.b.t. uitgaven, publicaties, etc.) herziening; wijziging |
| kaizō-改造 | renovatie (van een gebouw, de voorzieningen daarvan, e.d.); verbouwing |
| kakkowarui-かっこ悪い | onaantrekkelijk; er slecht uitzien; onelegant; niet modieus; niet cool; sullig |
| kakushu-鶴首 | het uitkijken naar (iets leuks); tegemoet zien; verlangend afwachten |
| kamisabiru-神さびる | indrukwekkend [eerbiedwaardig; prachtig] zijn [eruit zien] |
| kamisabiru-神さびる | oud [antiek] worden; er oud uitzien |
| kamite-上手 | de linkerkant van het toneel [podium] (vanuit het podium gezien) |
| kan-看 | (in kanji combinaties) kijken; bekijken; doorzien; begrijpen |
| kanari-可成 | nogal; tamelijk; behoorlijk; aanzienlijk |
| kankasuru-看過する | iets over het hoofd zien; toleren; door de vingers zien; oogluikend toestaan |
| kankōchi-観光地 | trekpleister; toeristische bestemming (met historische, culturele, religieuze of natuurlijke bezienswaardigheden) |
| kanpasuru-看破する | doorzien; doorhebben; in de gaten hebben; (iemands) gedachten lezen |
| kaodashisuru-顔出しする | verschijnen; acte de présence geven; je gezicht laten zien |
| kaomuke-顔向け | zijn gezicht laten zien; onder ogen komen |
| karaniwa-からには | doordat; aangezien; (juist) omdat |
| kasetsu-仮設 | tijdelijke constructie [voorziening; vestiging] |
| kasumime-翳み目 | aandoening waarbij het gezichtsvermogen is verslechterd door ouderdom, ziekte, etc.; slechtziendheid |
| katami-肩身 | aanzien; prestige; houding; uiterlijk (hoe men zich aan anderen laat zien of voordoet) |
| kataru-語る | tonen; laten zien; duiden |
| kenbutsu-見物 | het bezoeken van bezienswaardigheden; sightseeing |
| kenbutsusuru-見物する | bezienswaardigheden bezoeken; sightseeën |
| kenkasuru-喧嘩する | (rede)twisten; ruziën |
| kenpōkaisei-憲法改正 | grondwetsherziening; grondwetswijziging |
| kenshō-見性 | (zen-boeddhisme) het zien van de eigen ware aard |
| kenzetsu-懸絶 | groot verschil; aanzienlijk onderscheid |
| kika-奇禍 | een onvoorziene [onverwachte] tegenslag [tegenspoed; ramp] |
| kikenshinshi-貴顕紳士 | edele en vooraanstaande heren; personen met een hoge status, met aanzien en invloed |
| kingan-近眼 | bijziendheid; myopie |
| kinkinzen-欣欣然 | erg blij [gelukkig; vrolijk] zijn; er blij uitzien |
| kinshi-近視 | bijziendheid; myopie |
| kinshigan-近視眼 | bijziendheid |
| kinshiganteki-近視眼的 | bijziend |
| kisei-規正 | aanpassing; correctie; herziening |
| kishokumanmen-喜色満面 | stralen van geluk; er stralend [gelukkig] uitzien |
| kisuru-期する | verwachten; hopen; uitkijken naar; rekenen op; voorzien; een voorgevoel hebben; aan zien komen |
| koa・shisutemu-コア・システム | bouwconstructiesysteem, waarbij gemeenschappelijke voorzieningen (machinekamers, trappen, toiletten, liften) middenin een gebouw worden geïnstalleerd |
| kochiranohanashi-こちらの話 | onze kant van de zaak (zoals wij het zien) |
| koei-孤影 | eenzaam [triest] zijn; er eenzaam uitzien |
| kokorogake-心がけ | geesteshouding; denkwijze; zienswijze; standpunt; benadering; streven; doel |
| kōkyōryōkin-公共料金 | heffingen voor openbare nutsvoorzieningen (voor consumenten) |
| kōran-高覧 | (een beleefd woord voor) wat anderen zien; inzage; uw waarneming |
| kōronsuru-口論する | ruziën; redetwisten |
| kōsei-更正 | correctie; herziening; wijziging |
| koshokusōzen-古色蒼然 | er antiek [oud] uitziend |
| kuiage-食い上げ | je baan verliezen; geen inkomsten meer hebben; niet meer in je levensonderhoud kunnen voorzien |
| kuitsumeru-食い詰める | niet meer kunnen overleven; niet meer kunnen voorzien in je levensonderhoud; tot armoede vervallen |
| kusemono-曲者 | verdacht-uitziende [louche] persoon; (oude) sluwe [slimme] vos |
| kyōkyū-供給 | aanbod; voorraad; bevoorrading; voorziening; levering |
| kyōkyūsuru-供給する | bevoorraden; leveren; voorzien (van) |
| kyūden-給電 | lichtnet; stroomvoorziening; voeding [toevoer] van elektriciteit |
| kyūsui-給水 | watervoorziening; waterbevoorrading |
| kyūtō-給湯 | warmwatervoorziening |
| machimōkeru-待ち設ける | verwachten; naar uitzien; hopen op |
| machinimatta-待ちに待った | langverwacht; waarnaar reikhalzend is uitgezien |
| mazamaza-まざまざ | duidelijk [levendig] voor je (zien) |
| meibō-名望 | reputatie; aanzien; faam; (goede) naam |
| meibōka-名望家 | een persoon met hoog aanzien [met een goede reputatie] |
| meiseki-名跡 | beroemde plaats [plek; bezienswaardigheid] (met historische waarde) |
| meisho-名所 | bezienswaardigheid |
| mekkiri-めっきり | aanzienlijk; merkbaar; opmerkelijk; behoorlijk |
| mekoboshi-目溢し | oogluiking; medeweten; het door de vingers zien |
| meku-めく | (als achtervoegsel) tekenen vertonen van; eruit zien als |
| menareru-目慣れる | vaak zien; gewend zijn om te zien |
| menboku-面目 | uiterlijk; voorkomen; gezicht; aanzien; eer; reputatie; prestige; waardigheid |
| mentsu-メンツ | aanzien; eer |
| mesaki-目先 | inzicht; vooruitziendheid |
| mezatoi-目敏い | scherpziend; pienter |
| miageru-見上げる | bewonderen; (tegen iemand) opzien |
| miakiru-見飽きる | genoeg hebben van (het kijken naar) iets; iets niet (langer) meer willen zien |
| miayamaru-見誤る | verkeerd zien [begrijpen; beoordelen]; niet herkennen |
| mibae-見栄え | er goed uitzien; arrogante houding; ijdelheid |
| michigaeru-見違える | iem. niet herkennen; iem. verwarren met [aanzien voor] iemand anders |
| mieru-見える | (kunnen) zien; zichtbaar zijn |
| mieru-見える | schijnen; lijken; eruit zien als |
| migirei-身奇麗 | netheid; het zich netjes kleden; er netjes uitzien |
| migoro-見頃 | de beste tijd om te zien |
| migotae-見応え | de moeite waard om te zien; indrukwekkend |
| migurushii-見苦しい | lelijk; onfatsoenlijk; pijnlijk [onaangenaam] om te zien |
| miharasu-見晴らす | uitkijken (op; over); overzien; een mooi uitzicht hebben |
| miharukasu-見晴るかす | uitkijken (op; over); overzien; een mooi uitzicht hebben |
| mikakeru-見かける | (toevallig) zien; opmerken; waarnemen; te zien krijgen |
| mikaneru-見兼ねる | niet aan kunnen zien; niet kunnen kijken naar |
| mikata-見方 | zienswijze; standpunt; gezichtspunt |
| miken-未見 | iets dat onbekend [nog niet eerder gezien] is |
| mikiki-見聞き | zien en horen |
| mikiru-見切る | alles (kunnen) zien |
| mikiru-見切る | duidelijk [goed] (kunnen) zien [opmerken; onderscheiden] |
| mikiwameru-見極める | doorzien; doorgronden; helemaal begrijpen |
| mimachieru-見間違える | verkeerd zien [begrijpen; beoordelen]; niet herkennen |
| mimagau-見紛う | verkeerd beoordelen [zien; interpreteren] |
| minaoshi-見直し | herziening; revisie; wijziging |
| minaosu-見直す | heroverwegen; herzien |
| minareru-見慣れる | vaak zien; gewend zijn om te zien |
| minikui-見難い | moeilijk te zien |
| minogasu-見逃す | missen; niet zien |
| minogasu-見逃す | door de vingers zien; laten gaan |
| minogasu-見逃す | over het hoofd zien; niet opmerken |
| minuku-見抜く | doorzien; doorgronden |
| miorosu-見下ろす | naar beneden kijken; overheen kijken; uitzien [uitkijken] over |
| miotosu-見落とす | over het hoofd zien; voorbijzien; uit het oog verliezen |
| mirareru-見られる | gezien worden; zichtbaar zijn |
| mirareru-見られる | kunnen zien |
| mirareru-見られる | (beleefdheidsvorm) zien |
| miru-見る | zien; kijken (naar) |
| mirukarani-見るからに | in een blik [oogopslag]; om te zien |
| mirumo-見るも | om te zien |
| misedokoro-見せ所 | plek [gelegenheid] waar je laat zien wat je kunt |
| misegane-見せ金 | geld om te laten zien (dat je echt geld hebt) |
| miseru-見せる | laten zien; tonen |
| miseru-見せる | zich laten zien; verschijnen |
| misokonau-見損なう | over het hoofd zien; verkeerd inschatten [beoordelen] |
| misonawasu-見そなわす | (erende vorm van 見る) zien; kijken |
| misugosu-見過ごす | over het hoofd zien; niet opmerken; niet in de gaten hebben |
| misukasu-見透かす | doorzien |
| mitatokoro-見た所 | schijnbaar; uiterlijk; om te zien |
| mitomeru-認める | zien; waarnemen; onderscheiden; herkennen; (be)merken; vaststellen |
| mitoosu-見通す | vooruitzien; voorzien |
| miukeru-見受ける | zien; in het ogg krijgen; tegenkomen; vinden |
| miwatasu-見渡す | uitkijken [uitzien] over |
| miyaburu-見破る | doorheen kijken; doorzien; doordringen (tot) |
| miyasui-見易い | duidelijk; helder; makkelijk te zien [begrijpen] |
| miyō-見様 | zienswijze; manier van kijken |
| miyoi-見好い | makkelijk [goed] te zien |
| mizarukikazaruiwazaru-見猿聞か猿言わ猿 | (spreekwoord) Horen, zien en zwijgen. |
| mōke-設け | voorbereidingen; voorzieningen (voor een diner, feest, e.d.) |
| mōkeru-設ける | voorzien; voorbereiden; vaststellen; regelen |
| mokusu-目す | beschouwen [zien; beoordelen] als |
| mokusuru-目する | beschouwen [zien; beoordelen] als |
| momijigari-紅葉狩り | het bewonderen [gaan zien] van herfstbladeren |
| motte-以て | vanwege; wegens; doordat; aangezien |
| moyō-模様 | lijken op; ernaar uitzien dat; uiterlijk; omstandigheden; situatie; symptoom; teken (van) |
| moyoi-催い | (in combinatie met een zelfst. n.w.) lijken; eruitzien als |
| mugetsu-無月 | maanloze periode; een tijd waarin de maan niet te zien is |
| mukau-向かう | uitzien op; zich bevinden tegenover |
| muku-向く | zich richten (naar; tot); (om)draaien naar; uitzien op; gaan in de richting (van) |
| nadokoro-名所 | beroemde [bekende; interessante] plaats; bezienswaardigheid |
| nageutsu-擲つ | weggooien; opgeven; laten gaan; afzien van |
| nakidashisōnasoramoyō-泣き出しそうな空模様 | een dreigende (regen)lucht; het ernaar uitzien dat het gaat regenen |
| namameku-艶めく | verleidelijk [sexy; elegant; charmant] zijn; er betoverend uitzien |
| nimaime-二枚目 | knappe [goed uitziende] man |
| ninchi-認知 | erkenning (het onder ogen zien) |
| ninshikisuru-認識する | beseffen; inzien; begrijpen; zich realiseren |
| niru-似る | lijken (op); gelijkenis hebben (met); eruit zien (als) |
| nokeru-退ける | (achter een ww. in de -te vorm) lukken; kans zien (om); (iets moeilijks) klaarspelen |
| nozokaseru-覗かせる | kort [snel] laten zien; deels zichtbaar zijn [worden]; in het oog springen |
| nozokasu-覗かす | laten zien; zichtbaar maken |
| nozokeba-除けば | afgezien van; behalve; met uitzondering van |
| nozomu-望む | hopen; verwachten; ergens naar uitzien |
| nozomu-臨む | uitzien (naar; op); zijn gezicht richten (naar; op); recht t.o. zijn |
| okame-お亀 | een dikke alledaagse [niet mooie; niet aantrekkelijkuitziende] vrouw; (een masker of beeldje van) een vrouw met dikke wangen en een platte neus |
| okamehachimoku-岡目八目 | het (gunstige) uitkijkpunt van omstanders; toeschouwers kunnen een wedstrijd beter overzien dan de spelers zelf |
| omoiegaku-思い描く | zich voorstellen; zich inbeelden; iets voor zich zien |
| omouni-思うに | mijns inziens; naar mijn mening |
| onparēdo-オンパレード | te zien; in het zicht; in een stoet [défile] |
| oohaba-大幅 | aanzienlijk [fors; substantieel; flink; significant] zijn |
| ooini-大いに | zeer (veel); aanzienlijk; in hoge mate |
| orikomizumi-織り込み済み | voorzien; ergens (van te voren) rekening mee houden; in aanmerking nemen; incalculeren (bij de planning) |
| osarai-お浚い | herhaling; herziening; oefening |
| oshieru-教える | tonen; laten zien; onthullen; openbaren |
| otafuku-お多福 | een dikke alledaagse [niet mooie; niet aantrekkelijkuitziende] vrouw; (een masker of beeldje van) een vrouw met dikke wangen en een platte neus |
| pasuterubōdo-パステルボード | pastel board (hardboard plaat voorzien van een laklaag aan één zijde) |
| ran-覧 | (gebruikt als erende vorm in samenstellingen voor 見る) zien; kijken |
| rikaisuru-理解する | begrijpen; bevatten; doorhebben; inzien |
| rōgan-老眼 | presbyopie; verziendheid op oudere leeftijd |
| rōgankyō-老眼鏡 | leesbril; bril om ouderdomsverziendheid te corrigeren |
| saikentō-再検討 | herziening; herbeschouwing; nieuw onderzoek |
| saikentōsuru-再検討する | herzien; heroverwegen; opnieuw onderzoeken |
| saitei-再訂 | (tweede) herziening; revisie; herdruk |
| saiteihan-再訂版 | (tweede) herziene uitgave [editie] |
| sansuru-賛する | van een inscriptie voorzien |
| san'en-三猿 | de drie wijze apen (horen, zien en zwijgen) |
| saraba-然らば | tot ziens; vaarwel |
| sarau-復習う | herzien; opnieuw beoordelen [leren]; herhalen (van gestudeerde materialen) |
| sashihikaeru-差し控える | afzien van; zich onthouden [weerhouden] van |
| sashitaru-然したる | bijzonder; bepaald; specifiek; aanzienlijk |
| sayōnara-さようなら | tot (weer)ziens; dag; doeg; doei, gegroet; het ga je goed; tot kijk; tot; vaarwel; adieu; ajuus |
| sayonara-さよなら | tot (weer)ziens; dag; doeg; doei, gegroet; het ga je goed; tot kijk; tot; vaarwel; adieu; ajuus |
| seibisuru-整備する | voorbereiden; klaar maken; uitrusten; voorzien van; onderhouden |
| seigan-晴眼 | (goed) kunnen zien; goede [scherpe] ogen hebben |
| seigan-晴眼 | een ziende; iemand die (goed) kan zien |
| seigansha-晴眼者 | een ziende; iemand die (goed) kan zien |
| seikatanden-臍下丹田 | het midden [centrum] van het lichaam, vlak onder de navel (gezien als de bron van spirituele levenskracht in Oosterse filosofie) |
| senkakusha-先覚者 | pionier; baanbreker; voortrekker; ziener |
| senken-先見 | vooruitziendheid; vooruitblik; voorkennis |
| sensēshonaru-センセーショナル | sensationeel; spectaculair; opzienbarend |
| setsubi-設備 | uitrusting; voorzieningen; fasciliteiten; materieel |
| setsubisuru-設備する | uitrusten; outilleren; leveren; voorzien (van) |
| setsuri-摂理 | voorzienigheid |
| shakaijigyō-社会事業 | sociale voorzieningen; maatschappelijk werk; welzijnszorg |
| shi-視 | (in kanji combinaties) zien; beschouwen |
| shichōkaku-視聴覚 | de zintuigen gezicht en gehoor (zien en horen) |
| shikaraba-然らば | tot ziens; vaarwel |
| shimesu-示す | laten zien; tonen; aanwijzen; tentoonstellen |
| shinpan-新版 | gecorrigeerde [herziene] uitgave |
| shiryokushōgai-視力障害 | slechtziendheid |
| shiryokushōgaisha-視力障害者 | slechtziende (persoon) |
| shisuru-資する | bijdragen (aan); verschaffen; voorzien in; bevorderen |
| shī・esu-シー・エス | (community school) brede school (combinatie van basisschool en extra voorzieningen in één gebouw) |
| shobokureru-しょぼくれる | de moed verliezen [opgeven]; terneergeslagen zijn; er neerslachtig uitzien |
| shōgaishafukushi-障害者福祉 | welzijnsvoorziening voor gehandicapten |
| shōgyōshisetsu-商業施設 | commerciële voorziening; commercieel gebouw (zoals winkelcentrum, warenhuis, outlet etc.) |
| shoken-初見 | iets voor het eerst [de eerste keer] zien |
| shokugyōanteijo-職業安定所 | overheidsdienst voor arbeidsvoorziening [arbeidsbemiddeling] |
| shōran-照覧 | een duidelijk beeld (van iets); het helder zien |
| shūjin-囚人 | gevangene; gedetineerde (door de strafrecht herziening van 1995 formeel niet langer in gebruik) |
| shuppin-出品 | het tentoonstellen [laten zien]; expositie; uitstalling |
| shussesaku-出世作 | (in de kunst of literatuur) een werk dat de maker roem [erkenning; aanzien] opleverde; meesterwerk; debuut(werkstuk) |
| shusshoku-出色 | aanzien; waardering |
| sōba-相場 | maatschappelijke [publieke] waardering [reputatie]; aanzien |
| sōkenbutsu-総見物 | excursies [het bezoeken van bezienswaardigheden; sightseeing] |
| sonawaru-備わる | voorzien zijn (van); uitgerust [ingericht] zijn (met) |
| songen-尊厳 | waardigheid; prestige; aanzien; respect |
| sorame-空目 | hallucinatie; verkeerd zien; iemand aanzien voor iemand anders |
| sorewasateoki-それはさておき | los daarvan; behalve dat; afgezien van dat; dat buiten beschouwing gelaten |
| sōtō-相当 | behoorlijke [aanzienlijke] hoeveelheid |
| sugame-眇 | een scheel oog; het scheelzien [loensen] |
| sugureru-優れる | (met negatie) niet goed (voelen, eruitzien, etc.) |
| suidō-水道 | watervoorziening; waterleiding; stromend water (in huis) |
| suteitasu-ステイタス | status; positie; aanzien |
| suteoku-捨て置く | iets laten zoals het is; door de vingers zien; negeren |
| sutētasu-ステータス | status; positie; aanzien |
| taken-他見 | het iets laten zien aan anderen; blootstelling; onthulling |
| takenokoseikatsu-筍生活 | het slechts in je levensonderhoud kunnen voorzien door steeds meer persoonlijke bezittingen te verkopen (gelijkend op het afpellen van een bamboescheu |
| takkan-達観 | een vooruitziende blik; het lange termijnperspectief. |
| takken-卓見 | helderziendheid; doordringend inzicht |
| takken-達見 | inzicht; vooruitziende blik |
| tanshō-探勝 | sightseeing; het bezoeken van bezienswaardigheden (mooie landstreken, e.d.) |
| tatsuse-立つ瀬 | de eigen positie [situatie]; aanzien |
| teiji-提示 | vertoning; presentatie; het tonen; laten zien |
| teijisuru-提示する | tonen; laten zien; presenteren |
| teikan-諦観 | het aandachtig [strak] bekijken; zien |
| teisei-訂正 | correctie; aanpassing; herziening; rectificatie |
| teisuru-訂する | corrigeren; correcties aanbrengen; herzien; verbeteren |
| ten-天 | de voorzienigheid; het lot; de lotsbestemming |
| tendō-天道 | Voorzienigheid Gods; goddelijke voorzienigheid [gerechtigheid] |
| tengan-天眼 | helderziendheid |
| tengantsū-天眼通 | helderziendheid |
| tengentsū-天眼通 | (boeddh.) een van de zes bovennatuurlijke krachten, helderziendheid |
| tonaruto-となると | als [wanneer] het zover is; als het gebeurt dat; als blijkt dat; aangezien; gegeven de situatie |
| tonattewa-となっては | als [wanneer] het zover is; als het gebeurt dat; als blijkt dat; aangezien; gegeven de situatie |
| tookarazu-遠からず | binnenkort; weldra; binnen afzienbare tijd |
| toome-遠目 | verziendheid |
| toonoku-遠退く | vervreemden (van elkaar); (elkaar) minder vaak zien [bezoeken] |
| tōshi-透視 | helderziendheid |
| tote-とて | (na zelfstandige naamwoorden) op grond van; omdat; gezien; vanwege |
| tsuikasuru-追加する | toevoegen; bijvoegen; aanvullen; van een supplement voorzien |
| tsutsushimu-慎む | nalaten; afzien van; zich onthouden van |
| tsuyameku-艶めく | verleidelijk [sexy; elegant; charmant] zijn; er betoverend uitzien |
| umadashi-馬出し | een aarden wal voor een kasteel (om vertrek en aankomst van ruiters niet aan de vijand te laten zien) |
| warobu-悪ぶ | (arch.) er slecht uitzien |
| waruge-悪気 | een slecht gevoel; er slecht uitzien |
| watariau-渡り合う | redetwisten; discussiëren; ruziën |
| yabinirami-藪睨み | scheel (zien); loensen |
| yahari-矢張り | zoals verwacht; zoals te voorzien was; logischerwijs |
| yariau-遣り合う | wedijveren; strijden; vechten; ruziën (met) |
| yasuppoi-安っぽい | er goedkoop uitzien |
| yobimono-呼び物 | bezienswaardigheid; manifestatie; evenement; attractie; hoogtepunt |
| yōkoso-ようこそ | welkom; blij je te zien |
| yosōgai-予想外 | niet verwacht; onvoorzien |
| yozume-夜爪 | het 's nachts ['s avonds] je nagels knippen (volgens bijgeloof brengt dat ongeluk, m.n. dat men zijn ouders niet meer zal zien voordat ze sterven) |
| yumemi-夢見 | het dromen, het zien [beleven] van een droom |
| yūran-遊覧 | (toeristische) excursie; pleziertochtje; uitstapje; het bezoeken van bezienswaardigheden |
| yūtiritī-ユーティリティー | nutsbedrijf; openbare voorziening |
| zanzen-嶄然 | prominent [in 't oog lopend; opzienbarend; uitblinkend; uitmuntend; ongeëvenaard] zijn |
| zen-然 | (in kanji combinaties) natuurlijk; toevallig; onvoorzien; vastberaden |
| zenpōkōenfun-前方後円墳 | een oude Japanse tumulus [grafheuvel] (in sleutelvorm van bovenaf gezien) |
| zokutai-俗体 | een vulgair [smakeloos] uitziende persoon |
| zuibun-随分 | behoorlijk; tamelijk; aanzienlijk |