gyōbō-翹望 | verwachting; het ergens naar uitkijken |
isoisosuru-いそいそする | vrolijk [levendig] zijn; ergens blij [vol verwachting] naar uitkijken |
kakushu-鶴首 | het uitkijken naar (iets leuks); tegemoet zien; verlangend afwachten |
kisuru-期する | verwachten; hopen; uitkijken naar; rekenen op; voorzien; een voorgevoel hebben; aan zien komen |
kokoromachi-心待ち | het (verlangend) uitkijken (naar iets); het verlangend afwachten |
machikamaeru-待ち構える | klaar staan [zijn] (om te); voorbereid zijn; uitkijken naar |
miharasu-見晴らす | uitkijken (op; over); overzien; een mooi uitzicht hebben |
miharukasu-見晴るかす | uitkijken (op; over); overzien; een mooi uitzicht hebben |
mikoshi-見越し | het overheen kijken; uitkijken (over) |
mikosu-見越す | verwachten; voorspellen; vooruitkijken |
miorosu-見下ろす | naar beneden kijken; overheen kijken; uitzien [uitkijken] over |
miwatasu-見渡す | uitkijken [uitzien] over |
nozomu-望む | uitkijken op [over]; zicht hebben op |
wotchi-ウオッチ | uitkijken; bekijken |