鞭 ben comp.
1 (in kanji combinaties) stok; zweep; afranseling; de vorm van een zweep
鞭撻
aanmoediging; aansporing
aanmoediging; aansporing
教鞭
stok van een docent (vroeger gebruikt om lijfstraffen te geven)
stok van een docent (vroeger gebruikt om lijfstraffen te geven)
鞭毛
flagel; zweepstaartje
flagel; zweepstaartje
Zie ook: 鞭(むち)