Kruisverwijzing
ME
| lemma | meaning |
|---|---|
| abekawamochi-安倍川餅 | Japanse mochi (rijstcake) met kinako (sojameel) en suiker |
| abekku-アベック | het (iets) samen doen |
| abirinpikku-アビリンピック | Paralympics (Olympische Spelen voor sporters met een handicap) |
| abura-油 | olie; vet; smeersel |
| aburaderi-油照り | drukkend [zwoel; benauwd] zomerweer (zonder een zuchtje wind) |
| aburagusuri-膏薬 | zalf; smeersel |
| aburatsubo-油壺 | oliekan; oliebusje; smeerbus |
| aburidashi-炙り出し | geschreven [getekend] zijn met onzichtbare inkt (wordt zichtbaar na verhitting) |
| abusan-アブサン | absint (Franse likeur met alsem en anijs) |
| abusoryūtizumu-アブソリューティズム | absolutisme; alleenheerschappij |
| abusutorakuto-アブストラクト | uittreksel; samenvatting |
| acharaka-あちゃらか | satirisch toneelstuk met dwaze grappen en koddige gebaren; slapstickachtige komedie (populair in de vroege Shōwa periode) |
| āchi-アーチ | (honkbal) homerun |
| adabana-徒花 | bloemen die geen vrucht dragen |
| adakkyū-亜脱臼 | (medisch) subluxatie; onvolledige ontwrichting |
| adamu-アダム | Adam (naam van de eerste mens in de Bijbel) |
| adanami-徒波 | een wispelturig [grillig] karakter [temperament] |
| adenoido-アデノイド | (medisch) adenoïde (vegetatie) |
| ado-アド | advertentie; reclame |
| adobarūn-アドバルーン | reclame (lucht)ballon |
| adobataijingu-アドバタイジング | het adverteren [reclame maken] |
| adobokashīkōkoku-アドボカシー広告 | een advertentie met het doel een bepaalde mening of overtuiging uit te dragen (Eng.: Advocacy advertising)i |
| adoman-アドマン | reclameman; reclametekstschrijver |
| ado・kyanpēn-アド・キャンペーン | advertentiecampagne; reclamecampagne |
| aegu-喘ぐ | hijgen; naar adem happen; zwaar ademen |
| aemono-和え物 | groenten, vis of zeevruchten met een dressing (van miso, azijn, sesam, e.d.) |
| aen-亜鉛 | zink (metaal) |
| aete-敢えて | met het doel [de intentie; bedoeling]; opzettelijk; doelbewust |
| aforizumu-アフォリズム | aforisme |
| afureru-溢れる | overstromen; overvloeien; overlopen |
| agaki-足掻き | het krabben [schrapen] over de grond (b.v. met de hoeven door een paard) |
| agaki-足掻き | het bewegen [kronkelen] met armen en benen |
| agaki-足掻き | het worstelen (b.v om uit een moeilijke situatie te komen) |
| agaku-足掻く | (van paarden met hun voorpoten) het klauwen [krabben] over de grond |
| agaku-足掻く | het worstelen [fladderen; slaan] met armen en benen |
| agari-上がり | stijging; toename |
| agarigamachi-上がり框 | houten plint langs het verhoogde vloerdeel van de kamers in de entree [hal] (waar de schoenen worden uitgedaan en neergezet) van een Japans huis |
| agariguchi-上がり口 | ingang [toegang] (via een opstap) van (de kamer; gang; trap; van) een huis |
| agarikamachi-上がり框 | houten plint langs het verhoogde vloerdeel van de kamers in de entree [hal] (waar de schoenen worden uitgedaan en neergezet) van een Japans huis |
| agarikomu-上がり込む | een huis [kamer] binnenstappen [binnengaan] |
| agaru-上がる | (een kamer; huis) binnengaan; binnenstappen |
| agaru-上がる | ophouden; stoppen (met regenen, b.v.) |
| agaru-上がる | toenemen; verbeteren; beter worden |
| agaru-上がる | omhoog gaan; stijgen; klimmen |
| agaru-上がる | opkomen; verschijnen; genoemd worden |
| ageashi-揚げ足 | met de benen over elkaar |
| agebuta-上げ蓋 | losse, verwijderbare vloerplank (met opbergruimte eronder) |
| agehachō-揚羽蝶 | page (een algemene term voor vlinders van de Papilionidae-familie) |
| ageita-上げ板 | houten afdruipplaat [roosterplaat] (op badkamervloer, of op het aanrecht in de keuken) |
| ageita-上げ板 | losse, verwijderbare vloerplank (met opbergruimte eronder) |
| ageita-上げ板 | (in een traditioneel theater) houten vloeren links en rechts waar het podium en de hanamichi (verhoogd pad naar toneel) samenkomen |
| agemaki-揚巻 | dameskapsel uit de Meiji-periode |
| agemaki-揚巻 | ouderwetse traditionele haarstijl van jongens (met een scheiding in het midden) |
| ageru-上げる | (aan een meerdere) geven; overhandigen |
| agesage-上げ下げ | opzetten en wegruimen; buitenzetten en binnenhalen |
| ageshio-上げ潮 | het opkomend tij; de vloed |
| ageshio-上げ潮 | (fig.) een opleving; toename |
| ageuma-上げ馬 | strijdros met boogschutter tijdens ceremonieën in heiligdommen |
| agumu-倦む | het moe [zat] worden; interesse verliezen; er genoeg van hebben; er geen zin meer in hebben |
| agura-胡坐 | kleermakerszit; lotushouding; met gekruiste benen (zitten) |
| agureman-アグレマン | agrement (officiële goedkeuring vooraf van een ontvangend land voor de komst van ambassadeurs en gezanten) |
| ahiru-家鴨 | (tamme) eend |
| ahōdori-阿呆鳥 | albatros (zeevogel Diomedea) |
| ahōjikara-阿呆力 | een grote lichamelijke kracht; dierlijke kracht |
| ahōzura-阿呆面 | een domme [dwaze] gelaatsuitdrukking |
| ai-合い | tesamen |
| ai-哀 | (in kanji combinaties) verdriet; leed; smart; medelijden |
| ai-愛 | barmhartigheid; erbarmen |
| ai-相 | (in combinatie met een werkwoord) elkaar; samen |
| ai-相 | (in combinatie met een zelfs.n.w.) zelfde; mede-; gedeelde |
| aiaigasa-相合い傘 | samen onder één paraplu |
| aian-アイアン | iron (golfstok met ijzeren kop) |
| aibeya-相部屋 | het een kamer delen (hotel; ziekenhuis, e.d.) |
| aibiki-合い挽き | half-om-half (rundvlees en varkensvlees gemengd) |
| aibiki-逢い引き | geheime ontmoeting; rendez-voua |
| aibī・karejji-アイビー・カレッジ | Ivy College (universiteit in Amerika) |
| aibō-相棒 | goede vriend; kameraad; makker; partner; collega |
| aibosuru-愛慕する | liefhebben; verlangen naar; zich verbonden voelen met; gehecht zijn aan |
| aichaku-愛着 | het gehecht zijn aan [gesteld zijn op] iets of iem.; het voelen van een (speciale) affiniteit met iets of iem. |
| aichō-哀調 | een droevig lied; trieste melodie [noten; klanken] |
| aichō-愛鳥 | liefde voor vogels; het beschermen van (wilde) vogels; het houden van [dol zijn op; interesse hebben in] vogels (in het bijzonder wilde vogels) |
| aichōshūkan-愛鳥週間 | de week waarin de aandacht wordt gevraagd voor het beschermen en houden van (wilde) vogels (10-16 mei) |
| aidearizumu-アイデアリズム | idealisme |
| aideshi-相弟子 | medeleerling; medestudent; studiegenoot; jaargenoot |
| aidiarizumu-アイディアリズム | idealisme |
| aidoka-アイドカ | AIDCA (een marketingmodel met acroniem: attention (aandacht), interest (belangstelling), desire (verlangen), conviction (overtuiging), action (actie)) |
| aidoku-愛読 | voorliefde voor lezen; met plezier [vaak; regelmatig] een bepaald boek [tijdschrift] lezen |
| aidoma-アイドマ | AIDMA (een marketingmodel met acroniem: attention (aandacht), interest (belangstelling), desire (verlangen), memory (geheugen), action (actie)) |
| aienkien-合縁奇縁 | een ongewone relatie, tot stand gekomen door een speling van het lot |
| aigamo-間鴨 | kruizing tussen een wilde en een tamme eend |
| aigan-哀願 | smeekbede; verzoek |
| aigin-愛吟 | het zingen van een geliefde [favoriete] melodie; het reciteren van een geliefd gedicht |
| aiginsuru-愛吟する | graag [vaak] (een melodie) neuriën; graag (gedichten) reciteren |
| aigo-愛語 | (boeddh.) vriendelijke woorden (één van de 4 methoden die bodhisattvas gebruiken om levende wezens te leiden naar de Weg van de Boeddha) |
| aigosuru-愛護する | beschermen; conserveren; bewaren; goed [vriendelijk] behandelen [verzorgen] |
| aihan-合判 | gezamenlijke handtekening; gemeenschappelijk zegel |
| aiiku-愛育 | liefdevolle opvoeding; het opvoeden met liefde en zorg |
| aiin-合印 | keurzegel; keurmerk; merkteken |
| aijaku-愛惜 | iets waar men niet graag afstand van doet; iets waar men aan gehecht is |
| aijin-愛人 | het houden van mensen; mensenliefde |
| aijirushi-合印 | merkteken; identificatieteken |
| aijō-愛嬢 | zijn [haar] geliefde dochter (wordt meestal gezegd over de dochter van iemand anders) |
| aika-哀歌 | klaagzang; treurdicht; elegie; de Klaagliederen (bijbelboek in het Oude Testament) |
| aikata-相方 | partner; metgezel |
| aiki-愛器 | favoriete [lievelings-] (muziek)instrument [gereedschap] |
| aiki-愛機 | eigen apparatuur (camera, computer, vliegtuig, enz.) die iemand altijd graag gebruikt |
| aikidō-合気道 | aikido (Japanse geweldloze zelfverdedigingsvorm, vechtsport zonder competitie of extreme geweldpleging) |
| aikoku-愛国 | vaderlandsliefde; patriotisme |
| aikokushin-愛国心 | liefde voor het vader- [moeder-] land; patriottisme |
| aikokushugi-愛国主義 | patriottisme |
| aikuchi-合口 | goed bij elkaar passend zijn; goed met elkaar kunnen opschieten |
| aikuchi-合口 | (metselwerk) steunpunt; gezamenlijk uiteinde |
| aikyaku-相客 | medepassagier; kamergenoot; andere gast [loge] |
| aikyō-愛敬 | complimenten; vleierij |
| aikyō-愛敬 | aantrekkelijkheid; charme |
| aikyō-愛敬 | sympathie; medeleven; affectie; vriendelijkheid |
| aikyōbeni-愛敬紅 | rouge [lipstick; oogschaduw] (om de charme te vergroten [het uiterlijk te verfraaien]) |
| aikyōmono-愛敬者 | een charmant meisje; een joviale man; een geliefd [bewonderd] iemand |
| aimamieru-相見える | op audiëntie zijn (bij een vorst); een onderhoud [gesprek] hebben (met een vorst) |
| aimamieru-相見える | oog in oog staan met; (recht) tegenover staan; tegemoet treden |
| aimatte-相俟って | samen; in samenwerking met; gecombineerd met |
| aimochi-相持ち | gezamenlijke eigendom |
| ainaru-相成る | (formele vorm van) worden |
| ainiku-生憎 | jammer [helaas; betreurenswaardig] zijn |
| ainoko-合いの子 | kruising; mengsel; hybride |
| ainoko-合いの子 | halfbloed (kind van gemengde afkomst) |
| ainori-相乗り | het met iemand meerijden; een gedeelde rit (in een taxi b.v.) |
| ainote-合いの手 | intermezzo; entr'acte; tussenstuk; tussenspel |
| ainsutainiumu-アインスタイニウム | einsteinium (chem. element) |
| aioi-相生い | het samengroeien; aan elkaar groeien |
| aioi-相生い | het samen opgroeien (vanaf de geboorte) |
| airen-哀憐 | mededogen; medelijden |
| airen-愛憐 | liefde; affectie; genegenheid; tederheid; mededogen; medelijden |
| airensuru-愛憐する | liefde [tederheid; medelijden] hebben [voelen] |
| aisan-愛餐 | agapē, de gezamenlijke maaltijd ter nagedachtenis aan het laatste avondmaal van Jezus; een vriendenmaal |
| aisatsu-挨拶 | felicitatie; dank(woord); aankondiging; mededeling; waarschuwing |
| aisatsu-挨拶 | relatie [band] (tussen 2 mensen bemiddelen; bemiddeling; interventie; bemiddelaar |
| aisatsusuru-挨拶する | iem. (be)groeten; zichzelf introduceren; feliciteren; een toespraak houden; aankondigen; bekendmaken; antwoord geven [sturen]; wraak nemen; bemiddelen |
| aiseki-相席 | het delen van een tafel met een onbekende (in een restaurant, e.d.) |
| aisha-愛社 | liefde [toewijding] voor het bedrijf waarvoor men werkt |
| aishaseishin-愛社精神 | loyaliteit t.o.v. het bedrijf waarvoor men werkt |
| aishō-愛唱 | het graag [vaak] zingen van een melodie [lied] |
| aishō-相性 | affiniteit; goed samengaan; bij elkaar passen; chemie (tussen mensen) |
| aiso-哀訴 | verzoek; smeekbede; petitie |
| aisō-愛想 | vriendelijkheid; hoffelijkheid; voorkomendheid |
| aisō-愛想 | gastvrijheid; warme ontvangst |
| aisō-愛想 | vriendelijkheid; hoffelijkheid; voorkomendheid; gastvrijheid; hulpvaardigheid |
| aisoku-愛息 | geliefde zoon (wordt meestal gezegd over de zoon van iem. anders) |
| aisotōpushōsha-アイソトープ照射 | bestraling (van tumoren) met isotopen |
| aisufōru-アイスフォール | ijswaterval; ijswand; met ijs bedekte (rots)wand; ijslawine |
| aisukageryū-愛洲陰流 | een school [groep; stijl] van schermen [zwaardvechten] (ontstaan in de Muromachiperiode) |
| aisu・kuraimingu-アイス・クライミング | ijsklimmen |
| aisu・pēru-アイス・ペール | ijsemmer; koelemmer |
| aita-愛他 | altruïsme; onbaatzuchtigheid |
| aitashugi-愛他主義 | altruïsme; onbaatzuchtigheid |
| aite-相手 | partner; metgezel; begeleider |
| aitedoru-相手取る | de strijd aangaan met; iemand uitdagen [aanklagen] |
| aitemu-アイテム | een virtueel voorwerp, wapen of betaalmiddel dat men nodig heeft om een niveau verder te komen in een |
| aitesaki-相手先 | de andere partij (waar men zaken mee doet of mee te maken heeft) |
| aitō-哀悼 | medeleven; condoléance(s); rouwbeklag |
| aiuchi-相打ち | elkaar op het zelfde moment slaan [raken] (b.v. bij vechtsporten, zoals Kendo) |
| aiyado-相宿 | in dezelfde kamer [dezelfde herberg; hetzelfde hotel] logeren [verblijven] |
| aiyō-愛用 | favoriete (gebruiks)voorwerp; het voorwerp dat men altijd graag gebruikt |
| aiyoku-愛欲 | passie; lust; (sexuele) begeerte; lichamelijke liefde |
| aizō-愛蔵 | meest geliefde bezit |
| aizuchi-相槌 | instemmende geluiden [gebaren]; tussenwerpsels (om te laten merken dat je luistert en om het gesprek op gang te houden) |
| ai・tān-アイ・ターン | I-bocht (het verschijnsel dat werknemers uit het platteland in grote steden gaan werken) |
| ai・esu・bī・enu-アイ・エス・ビー・エヌ | ISBN (internationaal standaardboeknummer) |
| ajari-阿闍梨 | een monnik die een opleiding heeft voltooid in het esoterisch boeddhisme |
| ajikiri-鰺切り | een keukenmes om kleine vissen mee te fileren |
| ajikiribōchō-鰺切り包丁 | een keukenmes om kleine vissen mee te fileren |
| ajinomoto-味の素 | Ajinomoto, merknaam voor de smaakversterker MSG (monosodium glutamaat) |
| ajisashi-鰺刺 | een kleine zeemeeuw [stern] (soortnaam Sterna) |
| ajitsuke-味付け | gekruid; met toevoeging van smaakmakers |
| ajiwai-味わい | charme; aantrekkelijkheid |
| aka-赤 | iets roods; iets dat sterk met de kleur rood verbonden is |
| akabikari-垢光り | glimmende plek op kleding (door aangekoekt vuil) |
| akachin-赤チン | mercurochroom; kinderjodium |
| akademizumu-アカデミズム | academisme |
| akadensha-赤電車 | de laatste trein (aangegeven met een rood licht) |
| akagane-銅 | (oude benaming voor) koper (chemisch element Cu) |
| akagi-赤木 | een boom met rood hout (zoals pruim, palissander, kweepeer, e.d.) |
| akaguma-赤熊 | een (variant van de) bruine beer (met roodachtige vacht) |
| akahon-赤本 | sprookjesprentenboeken voor kinderen (met rode kaft) |
| akakippu-赤切符 | proces verbaal (bij zware verkeerovertredingen) met mogelijke strafvervolging |
| akami-赤身 | mager vlees of vis (met weinig vet) |
| akanbē-あかんべえ | (gebaar, meestal van kinderen) het onderste ooglid naar beneden trekken, zodat de rode binnenkant zichtbaar wordt (en vaak tegelijk de tong uitsteken) |
| akane-茜 | Aziatische meekrap (plant, Rubia akane); meekrapwortel |
| akane-茜 | meekraprood (kleur (die van de wortel van de plant gemaakt wordt) |
| ākansō-アーカンソー | Arkansas (een staat in Amerika) |
| akarui-明るい | goed geïnformeerd zijn |
| akarumi-明るみ | openbaar; aan het licht gekomen |
| akashichijimi-明石縮 | luxe zomerkimono-stof voor dames (gemaakt van ruwe zijde) |
| akasu-明かす | toevertrouwen; in vertrouwen nemen |
| akaten-赤点 | een onvoldoende (cijfer op een toets of texamen) |
| akatsubaki-赤椿 | rode camelia (Camellia japonica) |
| akaunto-アカウント | een account (communicatiemedia) |
| ake-朱 | vermiljoen; cinnaber; rood pigment |
| akehanasu-開け放す | (van ramen of deuren) wijd openen [opengooien]; open laten staan |
| akehanatsu-開け放つ | (van ramen of deuren) wijd openen [opengooien]; open laten staan |
| akeharau-開け払う | ontruimen; leegruimen |
| akekureru-明け暮れる | alle tijd doorbrengen (met) |
| akeni-明け荷 | een gevlochten doos met de spullen (mawashi, e.a.) van een sumoworstelaar |
| akeru-明ける | eindigen; tot een einde komen |
| akeru-空ける | open laten; leeg maken; ruimte maken; ontruimen |
| akewatasu-明け渡す | evacueren; (een kamer) verlaten; zich overgeven |
| akichikashi-秋近し | het einde van de zomer (men voelt al dat de herfst eraan komt) |
| akigo-秋蚕 | zijderups (van de soort die in de zomer tot de late herfst tot ontwikkeling komt) |
| akima-空き間 | een vrije [onbezette] kamer [ruimte] |
| akinokure-秋の暮れ | herfstschemering |
| akinonanakusa-秋の七草 | de 7 herfstbloemen (Lespedeza, Misacanthus sinensis, Kudzu, Dianthus superbus, Patricia scabiosifolia, Eupatorium en Gomphocarpus physocarpus) |
| akinoōgi-秋の扇 | een waaier die niet meer wordt gebruikt wanneer het herfst wordt |
| akinoōgi-秋の扇 | herfstwaaier, metafoor voor een vrouw die de genegenheid of interesse van een man heeft verloren (uit een oud Chinees verhaal) |
| akkan-圧巻 | meesterwerk |
| akkanshōsetsu-悪漢小説 | een schelmenroman |
| akke-呆気 | in staat van verbazing [verbijstering]; met stomheid geslagen zijn |
| akki-悪気 | een niet heldere lucht; een rokerige lucht; een lucht met een bepaalde onaangename geur |
| akki-悪鬼 | een kwade geest [godheid] die de mensen op het slechte pad brengt; de god van de onderwereld |
| akuba-悪婆 | een humeurige [chagrijnige; gemene] oude vrouw |
| akubi-悪日 | een ongeluksdag; een kwade [slechte] dag; een dag met slechte voortekenen |
| akubun-悪文 | slecht opgebouwde [kromme] zinnen |
| akubyō-悪病 | een besmettelijke ziekte; een epidemie; een kwaadaardige ziekte |
| akubyōdō-悪平等 | gelijke behandeling van mensen ongeacht hun kwaliteiten; op valse [verkeerde] gronden gebaseerde gelijkheid |
| akuchi-悪血 | slecht bloed (bloed dat door ziekte een verkeerde samenstelling heeft) |
| akuchishiki-悪知識 | een kwaadaardig iemand die mensen op het slechte pad brengt |
| akudama-悪玉 | een slecht iemand; een booswicht [boef]; iem. met een slecht karakter |
| akudō-悪道 | (boeddh.) het slechte pad volgen, d.w.z. in deze wereld slechte dingen doen en daardoor na de dood in de hel komen |
| akudoi-あくどい | gewetenloos; vals; sluw; gemeen |
| akuekishitsu-悪液質 | cachexie; een slechte lichamelijke toestand met vermagering en verval van krachten als gevolg van ondervoeding of ziekte (b.v. kanker) |
| akuen-悪縁 | een noodlottige relatie die men niet kan verbreken |
| akufu-悪婦 | een vrouw met een slecht [opvliegend] karakter [humeur; temperament] |
| akugi-悪戯 | kattenkwaad; ondeugendheid; schelmenstreken |
| akugyaku-悪逆 | ondeugendheid; kattenkwaad; schelmenstreek |
| akuhō-悪法 | slechte methode [manier; procedure] |
| akuhyō-悪評 | slechte [negatieve] recensie [kritieken]; beledigende opmerking(en) |
| akui-悪意 | kwade opzet; met voorbedachte rade |
| akuma-悪魔 | een door en door slechte [wrede; onmenselijke] persoon |
| akumabarai-悪魔払い | exorcisme; het uitdrijven van een kwade geest |
| akumaha-悪魔派 | (een groep) aanhangers van het satanisme |
| akumashugi-悪魔主義 | satanisme; duivelverering; zwarte kunst |
| akume-アクメ | orgasme |
| akumu-悪夢 | nachtmerrie; nare [boze] droom |
| akumu-悪夢 | iets dat zo erg is als een nachtmerrie |
| akunichi-悪日 | een ongeluksdag; een kwade [slechte] dag; een dag met slechte voortekenen |
| akuninshōkisetsu-悪人正機説 | juist slechte mensen ontvangen de gunsten van Amida Boeddha (een theorie van Shinran (1173-1262), de stichter van de boeddhistische Jōdoshin school) |
| akunuki-灰汁抜き | het wegnemen van een bittere [wrange] smaak van iets (b.v. groente) (door het eerst te weken of koken) |
| akuratsu-悪辣 | gewetenloos; gemeen; vals; sluw; listig |
| akurinōru-アクリノール | acrinol (ethacridinelactaat, een bacteriedodend ontsmettingsmiddel) |
| akurirujushi-アクリル樹脂 | Polymethylmethacrylaat (PMMA) |
| akuryokukei-握力計 | een (hand)krachtmeter |
| akusai-悪才 | iemand met talent voor kwade [slechte] dingen |
| akusatsu-悪札 | slecht [lelijk] schrijfwerk (zegt men van eigen handschrift) |
| akusei-悪性 | (med.) maligniteit; kwaadaardigheid (van een ziekte) |
| akuseikokushokushu-悪性黒色腫 | een melanoom |
| akuseku-齷齪 | het zich bezig houden (met); druk in de weer zijn (met) |
| akusekusuru-齷齪する | zich bezig houden (met); druk in de weer zijn (met) |
| akusenkutō-悪戦苦闘 | een verwoed [wanhopig] gevecht met de rug tegen de muur (tegen een sterke tegenstander); een zware strijd onder moeilijke omstandigheden |
| akushitsu-悪質 | een slecht karakter; kwaadaardig [gemeen] zijn |
| akushō-悪性 | een kwaadaardig [boosaardig; slecht; verdorven; gemeen] karakter |
| akushu-握手 | een (handdruk ter) verzoening [vrede-sluiting]; samenwerking |
| akuta-芥 | afval; rommel; vuilnis |
| akutare-悪たれ | met opzet kattenkwaad uithalen; een schelmenstreek uithalen; zich slecht [wild] gedragen |
| akutareguchi-悪たれ口 | beledigende opmerkingen; grove [vulgaire; obscene] taal |
| akutōshōsetsu-悪党小説 | een schelmenroman |
| akuun-悪運 | het geluk van de duivel hebben; er goed vanaf [mee weg] komen; zwijnen |
| akuyaku-悪役 | een rol die hem niet in dank wordt afgenomen |
| akuyū-悪友 | (ironisch) een hele goede [intieme] vriend |
| ama-尼 | jong meisje met haar tot op schouderlengte |
| ama-尼 | (hatelijke aanduiding voor vrouw) wijf; mens; trut |
| amaashi-雨脚 | stromende regen (met ononderbroken strepen, als pijpenstelen); stortregen |
| amabito-天人 | hemelbewoner; engel |
| amacha-甘茶 | een Japanse kruidenthee gemaakt van gefermenteerde bladeren van Hydrangea macrophylla |
| amaguri-甘栗 | (geroosterde) tamme kastanjes |
| amai-甘い | zachtaardig; mild; vleiend; (al te) toegeeflijk; meegaand |
| amajio-甘塩 | licht gezouten zijn; met weinig zout |
| amakudari-天下り | het neerdalen uit de hemel |
| amana-甘菜 | Amana edulis (bolgewas uit de leliefamilie, met eetbare bol) |
| amaneku-普く | over het algemeen; overal; van heinde en verre; uitgebreid; wijdverbreid |
| amani-甘煮 | voedsel (vis, vlees, groenten, e.a.) gekookt met suiker of mirin |
| amanjiru-甘んじる | tevreden zijn met; genoegen nemen met; berusten in |
| amanogawa-天の川 | de Melkweg; het Melkwegstelsel |
| amanohara-天の原 | de lucht; de hemel; het firmament |
| amanoiwato-天の岩戸 | Poort van de Hemelse Grot (Ama-no-Iwato is een grot in de Japanse mythologie) |
| amanzuru-甘んずる | tevreden zijn met; genoegen nemen met; berusten in |
| amari-余り | te; te zeer; zo(veel); meer dan (na getallen); buitengewoon; uiterst |
| amarugamu-アマルガム | mengsel; mengelmoes |
| amarugamu-アマルガム | amalgaam (kwik-metaallegering) |
| amatsu-天つ | hemels; keizerlijk; imperiaal |
| amayo-雨夜 | avond met regen; regenachtige avond |
| ame-天 | lucht; hemel |
| ame-飴 | van aardappel- of rijstzetmeel gemaakte zoete snoep; lolly; (eventueel ook drop) |
| ameashi-雨脚 | stromende regen (met ononderbroken strepen, als pijpenstelen); stortregen |
| amebito-天人 | hemelbewoner; engel |
| amedasu-アメダス | Japans meteorologisch instituut AMeDAS (Automated Meteorological Data Acquisition System) |
| amefuto-アメフト | American football (soort rugby) |
| amejisuto-アメジスト | amethist |
| amekaze-雨風 | slagregen; striemende regen; regen en wind |
| āmen-アーメン | amen |
| ameni-飴煮 | een gerecht waarin vis, etc. is gekookt met suiker |
| Amerika-アメリカ | Amerika (continent) |
| Amerika-アメリカ | Verenigde Staten van Amerika; de VS |
| amerikagasshūkoku-アメリカ合衆国 | De Verenigde Staten (van Amerika); VS |
| amerikajin-アメリカ人 | Amerikaan |
| amerikan-アメリカン | Amerikaan; Amerikaanse |
| amerikanaizu-アメリカナイズ | het veramerikaansen; amerikaniseren |
| amerikan・futtobōru-アメリカン・フットボール | American football (soort rugby) |
| amerikan・kōhī-アメリカン・コーヒー | Amerikaanse koffie (slappe koffie) |
| amerikan・rīgu-アメリカン・リーグ | Amerikaanse League (honkbal competitie) |
| amerikan・sukūru-アメリカン・スクール | de Amerikaanse School |
| amerika・indian-アメリカ・インディアン | Amerikaanse indiaan |
| ametsuchi-天地 | hemel en aarde; het universum; de wereld |
| ameushi-黄牛 | rund met geelbruine vacht |
| ameyu-飴湯 | zoete moutstroop gekookt met kaneel en andere kruiden tot een drank (medicijn of zomerdrankje) |
| amezaiku-飴細工 | van ame (snoep) gemaakte figuren (zoals poppetjes, dieren, en bloemen) |
| amibune-網船 | vissersboot [vissersschip] uitgerust met vangnetten |
| āmin-アーミン | hermelijn embleem [patroon] (in de heraldiek) |
| āmin-アーミン | hermelijn |
| amiuchi-網打ち | het netvissen; vissen met een net |
| amu-編む | samenstellen; redigeren (publicaties e.d.) |
| amyūzumento-アミューズメント | amusement; plezier |
| an-暗 | triestheid; melancholie |
| an-行 | (in kanji combinaties) gaan; meedragen |
| anagomori-穴籠もり | het overwinteren van dieren in holen in de aarde of in bomen |
| anaguma-穴熊 | Japanse das (zoogdier, Meles anaguma) |
| anakizumu-アナキズム | anarchisme |
| anākizumu-アナーキズム | anarchisme |
| anakuro-アナクロ | anachronisme |
| anakuronizumu-アナクロニズム | anachronisme |
| ananri-暗暗裏 | in het geheim; heimelijk [stilzwijgend] zijn |
| anbai-塩梅 | werkwijze; methode |
| anbako-暗箱 | een camera obscura; een zwarte doos |
| anchakusuru-安着する | veilig [behouden] aankomen |
| anchimagunechikku-アンチマグネチック | anti-magnetisch (bestand zijn tegen magnetisme) |
| anchimon-アンチモン | antimoon (chemisch element) |
| andāguraundo-アンダーグラウンド | ondergrondse; heimelijk [clandestien] zijn |
| andāguraundo-アンダーグラウンド | de metro |
| andon-行灯 | andon, een traditionele Japanse lamp (bestaande uit washi-papier over een frame van bamboe, hout of metaal gespannen) |
| andoromeda-アンドロメダ | Andromeda (sterrenbeeld) |
| andoromedaginga-アンドロメダ銀河 | Andromedanevel; Andromedastelsel |
| anesan-姉さん | zus(ter); mevrouw; juffrouw (een woord waarmee men beleefd een vrouw aanspreekt) |
| anforumeru-アンフォルメル | informele schilderkunst (kunststroming 1945 - 1960) |
| angājuman-アンガージュマン | engagement (politieke en maatschappelijke betrokkenheid) |
| ango-安居 | varsika (een term voor Boeddhistische training en meditatie gedurende een periode van 90 dagen) |
| angō-暗号 | geheimtaal; geheime code [tekens] (letters of cijfers); wachtwoord |
| angō-暗合 | dingen die toevallig met elkaar overeenkomen; een toevallige samenloop van omstandigheden |
| ango-暗語 | geheimtaal; geheime code |
| angōkaidoku-暗号解読 | het breken [ontsleutelen; ontcijferen] van een geheime code; decodering |
| anguiseisha-暗愚為政者 | een domme [slechte] staatsman [ambtenaar] |
| anguri-あんぐり | met open mond (van verbazing) |
| anguro・amerika-アングロ・アメリカ | Anglo-Amerika |
| ani-豈 | (met een negatie) in geen geval; niet in het minst; niet op welke manier dan ook |
| anideshi-兄弟子 | een oudere leerling (van een meester) |
| aniki-兄貴 | (informeel) iemand die op natuurlijke wijze de baas is (bij jeugd(bendes), vaklui, yakuza e.d.) |
| animaru・supōtsu-アニマル・スポーツ | diersporten; sport met dieren (zoals paardrijden, hondensleeën, etc.) |
| animēshoneiga-アニメーション映画 | animatiefilm; anime |
| animizumu-アニミズム | animisme |
| anjigoto-案じ事 | dingen waar men zich zorgen om maakt |
| anjū-安住 | tevreden zijn met je leven |
| anjunnō-暗順応 | donker-adaptatie, de aanpassing van de ogen als men vanuit een lichte in een donkere ruimte komt |
| ankā-アンカー | laatste atleet van een estafetteploeg (zwemmen, hardlopen, etc.) |
| anka-行火 | bedwarmer; voetenwarmer |
| ankake-餡掛け | gerechten die worden gemaakt met zetmeel (kudzu-zetmeel, o.a.) |
| ankan-安閑 | het nietsdoen; met de armen over elkaar zitten |
| anko-あんこ | (in Izu) dochter; jonge dame |
| ankō-暗香 | een onbestemde [duistere] geur [parfum]; een aroma [geur] (van bloemen, e.d.) waarvan je niet weet waar die vandaan komt |
| ankokumen-暗黒面 | donkere [duistere; lelijke] kant [schaduwkant] van de samenleving, het leven, etc. |
| ankoromochi-餡ころ餅 | mochi (rijstbal) met zoete bonenpasta eromheen |
| ankun-暗君 | een domme heerser [vorst] |
| ankuru・samu-アンクル・サム | de verenigde Staten; Amerika |
| ankuru・samu-アンクル・サム | de Amerikanen |
| anman-餡饅 | gestoomd (wit) broodje gevuld met bonenpasta |
| anmitsu-餡蜜 | een kommetje met verschillende zoete ingrediënten (vruchten, zoete bonen, e.a.), bedekt met suikerstroop |
| annaisha-案内者 | gids; degene die voorgaat [leidt; de weg wijst]; iem. die goed geïnformeerd is |
| annaisuru-案内する | (iem.) de weg wijzen; rondleiden; uitnodigen; te zien vragen (voor iem. anders); bemiddelen voor een ontmoeting; mededelen; laten weten |
| annindōfu-杏仁豆腐 | amandeltofu (Chinees dessert, soort gelatinepudding gemaakt van abrikozenpitmelk, agar en suiker) |
| annonzoku-アンノン族 | een term die rond 1970-1980 werd gebruikt voor jonge vrouwen die alleen of in kleine groepen reisden (met modetijdschriften en reisgidsen in de hand) |
| anokata-彼の方 | (beleefd) die meneer; hij; die mevrouw; zij |
| anorakku-アノラック | anorak, winddicht jack met capuchon (zonder voorsluiting) |
| anpan-餡パン | zoet broodje gevuld met rodebonenpasta |
| ansanburu-アンサンブル | geheel; totaliteit; verzameling |
| anshachizu-暗射地図 | een blanko kaart (zonder plaatsnamen zoals wordt gebruikt op scholen) |
| anshikamera-暗視カメラ | infrarood camera |
| anshikuropedisuto-アンシクロペディスト | makers van [medewerkers aan] een encyclopedie |
| anshinjutsu-安死術 | methode [procedure] voor euthanasie |
| anshitsu-暗室 | een doka [donkere kamer] (voor het ontwikkelen van foto's e.d.) |
| anshitsurampu-暗室ランプ | safelight; een lichtbron voor gebruik in een (fotografische) donkere kamer |
| anshō-暗証 | een geheime letter- [cijfer] combinatie voor toegang tot bepaalde gegevens, of voor identificatie van een persoon |
| anshō-暗証 | (Boeddh.) zich wijden aan alleen maar ascetische oefeningen en meditatie (zonder de theorie en dogma) |
| anshōbangō-暗証番号 | (geheime) code; paswoord; pincode |
| anshokyōfushō-暗所恐怖症 | nyctofobi (beklemmende vrees voor duisternis) |
| anshu-庵主 | het hoofd van een klooster; meester van de theeceremonie |
| anshu-暗主 | een domme [dwaze] heerser [vorst] |
| antan-暗淡 | schemerig [halfdonker] zijn |
| antena・shoppu-アンテナ・ショップ | een winkel waar producenten en lokale overheden nieuwe producten verkopen om uit te proberen hoe de trends zich ontwikkelen bij consumenten |
| antensuru-暗転する | het toneel verduisteren voor een scène- [decor] wisseling; en ongunstige wending nemen; (plotseling) verslechteren |
| antō-暗闘 | een geheime vete; verborgen [bedekte] vijandigheid |
| antō-暗闘 | een pantomime van een gevecht in het donker in een Kabuki theaterstuk |
| antōsuru-暗闘する | een geheime [verborgen] strijd voeren (tegen) |
| anza-安座 | kleermakerszit; met gekruide benen [de benen over elkaar] zitten |
| anzasu-アンザス | Australië, Nieuw Zeeland en de Verenigde Staten van Amerika (ANZUS) |
| anzen-安禅 | (boeddh.) zazen meditatie in totale concentratie en stilte |
| anzenhoshōjōyaku-安全保障条約 | (Japans-Amerikaans) Veiligheidsverdrag |
| anzenkamisori-安全剃刀 | veiligheidsscheermes |
| an'i-安易 | het zonder problemen zijn; eenvoud |
| an'utsu-暗鬱 | somberheid; zwaarmoedigheid; melancholie |
| an'yaku-暗躍 | geheime manoeuvres |
| an'yakusuru-暗躍する | achter de schermen [in het geheim] werken |
| an'yu-暗喩 | een metafoor |
| aoarashi-青嵐 | frisse zomerwind (die waait door groen gebladerte) |
| aodensha-青電車 | de één na laatste trein (aangegeven met een blauw licht) |
| aogara-青雀 | pimpelmees (Parus caeruleus) |
| aogari-青刈り | het oogsten van gewassen terwijl ze nog groen [niet rijp] zijn (voor gebruik als veevoer of meststof) |
| aoitori-青い鳥 | ook gebruikt in de betekenis van: geluk (dat men niet bemerkt ook al is het dichtbij) |
| aokabi-青黴 | blauwe schimmel; penicilline |
| aokimarikogenshō-青木まりこ現象 | het Mariko Aoki-fenomeen (het verschijnsel dat men een aandrang voelt om te poepen na het betreden van een boekwinkel) |
| aomukeru-仰向ける | naar boven gaan kijken [draaien] ; met het gezicht naar boven gaan liggen |
| aomuku-仰向く | omhoog [naar boven] kijken; met het gezicht naar boven liggen |
| aota-青田 | groen rijstveld (seizoenwoord voor zomer in haiku) |
| aotenjō-青天井 | blauwe hemel |
| aouma-青馬 | een blauwachtig zwart paard; een zwart paard met blauwe glans |
| apāto-アパート | appartement |
| appappa-あっぱっぱ | een dunne, koele zomerjurk |
| appu-アップ | stijging; toename |
| āra-アーラ | Ala (gemeente in Trentino, Italië) |
| ara-粗 | fout; mankement |
| araara-粗粗 | ongeveer; ruwweg; over het algemeen; min of meer |
| arabia・gomu-アラビア・ゴム | Arabische gom (kleefstof uit acacia bomen) |
| araebisu-荒夷 | wildeman; barbaar (denigrerende term die door mensen in de hoofdstad wordt gebruikt om te verwijzen naar mensen uit het oosten van Japan) |
| aragane-粗金 | erts; ongeraffineerd [ruw] metaal |
| arai-洗い | het wassen van de vis met koud water of ijs (gebruikt voor sashimi) |
| araitateru-洗い立てる | goed onderzoeken [inspecteren]; onder de loep nemen |
| arakan-阿羅漢 | Arhat; Arahant (In het Boeddhisme iemand die de Verlichting heeft bereikt) |
| arakata-粗方 | voor het grootste deel; meestal; bijna [praktisch] alles |
| aramashi-あらまし | overzicht; samenvatting |
| arame-荒布 | arame (soort zeewier, Eisenia bicyclis) |
| aramono-荒物 | diverse huishoudelijke artikelen (zoals bezem, stoffer,emmer, etc.) |
| aramusha-荒武者 | woeste [meedogenloze; onbevreesde; dappere] strijder [krijger] |
| arani-粗煮 | gerecht van visafval (kop, staart, graten, etc.), gekookt in sojasaus met suiker |
| araremonai-あられもない | onbetamelijk; onfatsoenlijk; onzedelijk |
| arasagashi-粗探し | het kieskeurig zijn; gauw kritiek [aanmerkingen] hebben |
| arasu-荒らす | trollen (bv. webfora); spammen |
| arasuji-粗筋 | overzicht; samenvatting; synopsis |
| aratamaru-改まる | formeel zijn |
| aratameru-改める | hervormen; verbeteren; corrigeren |
| arate-新手 | een nieuwe werknemer; nieuwe kracht; versterkingen; verse troepen |
| arate-新手 | een nieuwe manier [methode] |
| arau-洗う | informeren (naar); onderzoeken; openbare; blootleggen (fig.) |
| arawaza-荒業 | zwaar (lichamelijk) werk |
| arekara-あれから | daarna; sindsdien; sinds toen; vanaf dat moment |
| areru-荒れる | hevige schommelingen (in de markt) vertonen |
| ariamaru-有り余る | voldoende [overvloedig; meer dan genoeg] zijn |
| arigatai-有り難い | fijn [prettig] zijn (lett. tot dankbaarheid stemmend zijn) |
| arijigoku-蟻地獄 | mierenleeuwen (insecten: Myrmeleontidae) |
| arikante-アリカンテ | rood alicante marmer |
| arikitari-在り来たり | gemeenplaats; cliché |
| aritsuku-有り付く | zich vestigen; (samen)wonen |
| aritsuku-有り付く | eindelijk krijgen (wat men verlangt); door geluk verkrijgen |
| arittake-有りっ丈 | alles wat als er is; zoveel als men heeft; alles bij elkaar |
| arittake-有りっ丈 | uit alle macht; (met) maximale inspanning |
| arubaitā-アルバイター | iemand met een bijbaan(tje); parttimer |
| arubaito-アルバイト | bijbaan(tje); parttime baan |
| arubatorosu-アルバトロス | albatros (golfterm: dat men 3 slagen minder nodig heeft op een hole dan gemiddeld; ook wel double eagle genoemd) |
| arubatorosu-アルバトロス | albatros (zeevogel Diomedea) |
| arufarufa-アルファルファ | alfalfa (plant: Medicago sativa) |
| arugon-アルゴン | argon (chemisch element) |
| arugorizumu-アルゴリズム | algoritme |
| aruheitō-有平糖 | decoratief (vaak kleurrijk) snoepgoed gemaakt van suiker en zetmeelsiroop (ook vaak als zuurstok of lolly) |
| arukōruisonshō-アルコール依存症 | alcoholisme |
| arumajiki-有るまじき | ongepast; onbetamelijk; beneden peil |
| arumenia-アルメニア | Armenië |
| arupenshutokku-アルペンシュトック | alpenstok; bergstok (wandelstok met scherpe metalen punt) |
| arupensutokku-アルペンストック | alpenstok; bergstok (wandelstok met scherpe metalen punt) |
| arupinisuto-アルピニスト | alpinist; bergbeklimmer |
| arutokibarai-ある時払い | het betalen van leningtermijnen wanneer mogelijk [wanneer men geld heeft] |
| aruto・haideruberuku-アルト・ハイデルベルク | Oud-Heidelberg (Duits romantisch toneelstuk door Wilhelm Meyer-Förster) |
| arutsuhaimābyō-アルツハイマー病 | de ziekte van Alzheimer |
| arutsuhaimāgatachihō-アルツハイマー型痴呆 | de ziekte van Alzheimer |
| aryū-亜流 | medestander; volgeling; aanhanger |
| asagaeri-朝帰り | het 's ochtends vroeg thuiskomen (na de hele nacht te zijn weggeweest) |
| asahi-朝日 | ochtendzon; opkomende zon |
| asaichi-朝一 | meteen morgenochtend |
| asaji-浅茅 | (afk. van) de plek met schaarse begroeiing van Japans gras (ook als metafoor voor een verlaten veld of gebied) |
| asajiu-浅茅生 | de plek met schaarse begroeiing van Japans gras (ook als metafoor voor een verlaten veld of gebied) |
| asakai-朝会 | theeceremonie op een vroege zomerochtend |
| asamashii-浅ましい | bespottelijk; meelijwekkend; zielig |
| asamashii-浅ましい | schandelijk; schandalig; gemeen |
| asanagi-朝凪 | kalmte in de vroege ochtend aan de kust (als het even stopt met waaien, wanneer de landbries verandert in een zeebries) |
| asasuzu-朝涼 | koelte in de ochtend (in de zomer) |
| asaura-麻裏 | sandalen met zolen van gevlochten henneptouw |
| asaurazōri-麻裏草履 | sandalen met zolen van gevlochten henneptouw |
| asebi-馬酔木 | Japanese andromeda struik (Pieris japonica) |
| asei-亜聖 | een heilige [wijze] van de tweede rang [orde] (zoals Mencius of Yen Hui) |
| asenburigengo-アセンブリ言語 | assembleertaal (programmeertaal) |
| ashibayani-足早に | met snelle pas; met flinke [kwieke] tred |
| ashibe-葦辺 | rietoever; waterkant met rietgroei |
| ashibi-馬酔木 | Japanese andromeda struik (Pieris japonica) |
| ashibumisuru-足踏みする | tot stilstand komen |
| ashibyōshi-足拍子 | (bij podiumkunsten) het ritmisch tikken met de voet; tempo [maat] aangeven met de voet |
| ashide-葦手 | een gekalligrafeerd landschap van water met riet, gras, rotsen, bomen, vogels, etc., weergegeven in kana en kanji |
| ashidematoi-足手纏い | belemmering; last; hindernis; remmende factor; (fig.) molensteen |
| ashigaru-足軽 | een samoerai met een lage rang; voetsoldaat |
| ashige-足蹴 | een schop [trap] (met de voet) |
| ashigei-足芸 | trucs [jongleren] met de voeten (liggend op de rug) |
| ashikase-足枷 | belemmering; obstakel |
| ashikiri-足切り | de naam van een kinderspel (twee deelnemers rennen langs een rij kinderen met bamboestokken op kniehoogte, wie niet op tijd springt is af) |
| ashikiri-足切り | het toepassen van een vastgestelde grenswaarde (als criterium voor slagen of zakken bij een examen) |
| ashikoshi-足腰 | (fig.) fundament; basis (van een bedrijf, organisatie, e.d.) |
| ashimetorī-アシメトリー | asymmetrie |
| ashinmetorī-アシンメトリー | asymmetrie |
| ashirai-あしらい | behandeling; manier van omgaan met |
| ashirau-あしらう | van iets passends voorzien; garneren met; versieren met |
| ashirau-あしらう | behandelen; omgaan met |
| ashiyowa-足弱 | met zwakke benen; slecht ter been; beperkt loopvermogen |
| ashizuri-足摺り | het met de voeten op de grond stampen [schuivelen] |
| ashura-阿修羅 | Asura (krijgshaftige halfgod in het Boeddhisme en in het Hindoeïsme) |
| asobi-遊び | spel; amusement; vrijetijdsbesteding |
| asobiaite-遊び相手 | speelkameraad; speelmakker |
| asobihōkeru-遊び呆ける | de tijd doorbrengen met nutteloos vermaak |
| assaigan-圧砕岩 | een myloniet (een metamorfe steensoort, d.w.z. ontstaan uit een ander gesteente door metamorfose) |
| assaku-圧搾 | compressie; samenpersing |
| assakukūki-圧搾空気 | samengeperste lucht; perslucht |
| assakusuru-圧搾する | persen; samenpersen; samendrukken |
| assatsu-圧殺 | het (met geweld) onderdrukken |
| assei-圧制 | tirannie; despotisme; onderdrukking |
| assei-圧政 | tirannie; dwingelandij; onderdrukkend regime |
| assenshūwaizai-斡旋収賄罪 | het smeergeld aannemen; corruptie |
| asshi-あっし | (informele, ouderwetse manier om naar zichzelf te verwijzen, gebruikt door mannen) ik |
| asshi-私 | (informele, ouderwetse term, gebruikt door mannen, voor de eerste persoon enkelvoud) ik; mij |
| asshuku-圧縮 | comprimeren [verdichten; inpakken] van gegevens op de computer |
| asshuku-圧縮 | het samenvatten [inkorten; condenseren; comprimeren] |
| asshuku-圧縮 | compressie; samenpersing |
| asshukugasu-圧縮ガス | samengeperst gas |
| asshukukūki-圧縮空気 | samengeperste lucht; perslucht |
| asshukukūkikikai-圧縮空気機械 | een apparaat met perslucht als krachtbron [aandrijving] |
| asshukukūkikikan-圧縮空気機関 | een met perslucht aangedreven hydraulische motor |
| asshukuritsu-圧縮率 | compressibiliteit; samendrukbaarheid |
| asshukusanso-圧縮酸素 | samengeperste zuurstof (in cilinder) |
| asshukusuru-圧縮する | samenpersen; condenseren; inkorten; comprimeren |
| asukī-アスキー | ASCII, digitale codetabel (American Standard Code for Information Interchange) |
| asutorodōmu-アストロドーム | Reliant Astrodome (ook wel genoemd Houston Astrodome, naam van een koepelvormig honkbalstadion in Amerika) |
| asutorodōmu-アストロドーム | Astrodome (overdekt sportstadion met doorzichtige koepel) |
| asutorotāfu-アストロターフ | kunstgras (oorspronkelijk van het merk AstroTurf) |
| atamadashi-頭出し | het bepalen van het startpunt voor het afspelen van audio-, film- of video-opnamen |
| atamadekkachi-頭でっかち | topzwaar zijn; iemand met een groot hoofd |
| atamagonashini-頭ごなしに | meedogenloos; nietsontziend |
| atamagoshi-頭越し | het doorgaan zonder rekening te houden met anderen |
| atamakazu-頭数 | aantal personen [mensen]; quorum; numerieke sterkte |
| atari-当たり | (go-spel) wanneer een steen zich in een positie bevindt waar hij met één zet kan worden geslagen |
| atarihazure-当たり外れ | een kwestie van geluk; onvoorspelbaar; lukraak; met wisselend resultaat |
| atarisawari-当たり障り | belemmering; obstakel; hindernis; beletsel |
| atariya-当たり屋 | iemand die zich opzettelijk een ongeluk laat overkomen (om schadegeld te claimen) |
| ataru-当たる | passend [geschikt] zijn; corresponderen (met) |
| ataru-当たる | raken; aanraken; in contact [aanraking] komen (met) |
| ataru-当たる | ondernemen; op zich nemen |
| atataka-暖か | warmte; mildheid [zachtheid] (van klimaat); warme temperatuur |
| atatakami-温かみ | warmte; vriendelijkheid; medeleven |
| atatameru-暖める | verwarmen; opwarmen; sudderen |
| atatchimento-アタッチメント | attachment; bijlage; aanhangsel |
| atau-能う | kunnen (doen); mogelijk zijn; (met negatie) onmogelijk zijn |
| atebumi-宛文 | een officieel document waarin een leenheer zijn vazal een stuk (grond)bezit gaf (Kamakura en Muromachi-periode) |
| atebumi-宛文 | een officieel document (met daarin een persoonlijke opdracht of mandaat voor de geadresseerde) |
| ategaibuchi-宛行扶持 | het loon voor een werknemer dat eenzijdig door de werkgever (naar zijn eigen goeddunken) wordt gegeven |
| atehamaru-当てはまる | passen; van toepassing zijn; overeenkomstig zijn [corresponderen] (met) |
| atekko-当てっこ | het spelletje [een wedstrijd] waarbij men iets naar een bepaald doel probeert te gooien |
| atekosuri-当て擦り | een beledigende opmerking; sneer; insinuatie; sarcasme |
| atekosuru-当て擦る | insinueren (dat); op een bedekte manier een aantijging maken tegen iem.; onder de dekmantel van een heel ander verhaal tegen iem. een ironische opmerk |
| atekoto-当て言 | een insinuatie; sarcastische opmerking; steek onder water |
| ateokonaijō-充行状 | een officieel document waarin een leenheer zijn vazal een stuk (grond)bezit gaf (Kamakura en Muromachi-periode) |
| ateru-充てる | toewijzen; toekennen; bestemmen (voor); reserveren |
| ateru-当てる | toekennen; toewijzen; benoemen |
| ateru-当てる | verdelen; uitdelen; toekennen; bestemmen; aanwijzen |
| atetsuke-当て付け | een insinuatie [toespeling]; een hatelijke opmerking |
| atetsukegamashii-当て付けがましい | zeer insinuerend [hatelijk; gemeen] |
| atetsukeru-当て付ける | insinueren; een hatelijke opmerking maken; hatelijk doen |
| atetsukeru-当て付ける | toekennen; benoemen |
| ateuma-当て馬 | een hengst die wordt gebruikt om te zien of een merrie bronstig [tochtig] is |
| atobara-後腹 | onaangename gevolgen [nasleep; consequentie] |
| atohiki-後引き | het niet kunnen stoppen (met drinken, e.d.); steeds meer willen |
| atoiresakidashihō-後入れ先出し法 | (voor berekenen van voorraadomzet) de LIFO methode (last-in, first-out) |
| atokatazuke-後片付け | het opruimen; afruimen; schoonmaken; op orde brengen |
| atokusare-後腐れ | overblijvende [resterende; niet geheel opgeloste] problemen (voor later) |
| atomikku・enajī-アトミック・エナジー | atoomenergie; kernenergie |
| atomizumu-アトミズム | atomisme; atoomtheorie |
| atonī-アトニー | atonie (medisch) |
| atopī-アトピー | atopie (medisch) |
| atoshimatsu-後始末 | het op orde brengen; herschikken; rechtzetten; afwikkelen; sorteren; opruimen |
| atsuenkakō-圧延加工 | het platwalsen van metaal |
| atsugi-厚着 | dikke [warme] kleding (dragen) |
| atsui-厚い | vriendelijk; hartelijk; zorgzaam; meelevend |
| atsuita-厚板 | dikke textielstof; dikke zijden stof waarin patronen worden geweven met verschillende draden |
| atsukai-扱い | het behandelen; omgaan met; zorgen voor |
| atsukan-熱燗 | (het drinken van) warme [hete] sake |
| atsukau-扱う | (goed) behandelen; omgaan met; ontvangen; verwelkomen |
| atsumari-集まり | bijeenkomst; vergadering; samenkomst |
| atsumaru-集まる | bij elkaar komen; zich verzamelen |
| atsumaru-集まる | verzameld [vergaard] worden; krijgen |
| atsumeru-集める | verzamelen |
| atsumeru-集める | concentreren; samen [bij elkaar] brengen |
| atsuryoku-圧力 | de kracht van het drukken; de (meetbare) druk |
| atsuryokuhenshitsu-圧力変質 | het verschijnsel dat gesteenten in aardlagen onder druk veranderen [metamorfoseren] |
| atsuryokukei-圧力計 | drukmeter; manometer |
| atsusashinogi-暑さ凌ぎ | afkoeling; verkoeling; het verminderen [afnemen] van hitte |
| attameru-暖める | verwarmen; opwarmen; sudderen |
| au-会う | iem. onverwachts tegenkomen; tegen het lijf lopen [toevallig treffen] |
| au-会う | een onaangename [onwelkome] ontmoeting hebben; iets onaangenaams tegenkomen |
| au-合う | overeenstemmen; harmoniëren; bij elkaar passen |
| au-合う | bij elkaar komen; samensmelten |
| au-合う | overeenkomen; eens zijn (met iem.). |
| autarukī-アウタルキー | autarkie; autarkische staat (met gesloten staatshuishouding) |
| autokābu-アウトカーブ | (honkbal) een curveball (effectbal) met een draaibeweging naar buiten |
| awadatsu-泡立つ | bubbelen; schuimen |
| aware-哀れ | het zielig [armzalig] zijn; in een meelijwekkende situatie verkeren |
| aware-哀れ | droefheid; melancholie; verdriet; (onvervuld) verlangen |
| awaremi-哀れみ | medelijden; mededogen |
| awaremu-哀れむ | medelijden hebben met; zielig vinden |
| awareppoi-哀れっぽい | treurig; droevig; triest; meelijwekkend |
| awasaru-合わさる | (zich) verenigen; samenbrengen |
| awase-合わせ | combinatie; match; samenbrenging |
| awase-袷 | een gevoerde kimono; kimono met voering |
| awasekagami-合わせ鏡 | Infinity spiegel; oneindige spiegel (twee of meerdere spiegels die steeds hetzelfde beeld weerkaatsen) |
| awaseru-会わせる | op elkaar afstemmen; coördineren |
| awaseru-会わせる | verenigen; verbinden; samenvoegen; mengen |
| awaseru-合わせる | combineren; samenbrengen; samenvoegen; mengen |
| awasete-合わせて | in totaal; alles bij elkaar [tezamen] |
| awasezu-合わせ酢 | azijn gemengd met andere ingrediënten |
| awatsubu-粟粒 | iets heel kleins; kruimeltje |
| awayuki-泡雪 | een dun laagje sneeuw; lichte ( snel smeltende) sneeuw |
| aya-綾 | (kleine) schommelingen (op de markt) |
| ayadoru-綾取る | met zorg behandelen; controleren |
| ayanasu-彩なす | (met veel kleuren) versierd zijn |
| ayaori-綾織り | een weefmethode waarbij de punten waar de scheringdraden en inslagdraden elkaar kruisen |
| ayasu-あやす | (een baby of kind) knuffelen; liefkozen; sussen; in de armen wiegen |
| ayatori-綾取り | afneemspel (het vormen van figuren met een touwtje om de vingers, waarvan de lussen telkens worden doorgegeven aan anderen) |
| ayu-阿諛 | vleierij; pluimstrijkerij; ophemeling |
| ayumiyoru-歩み寄る | een compromis sluiten; halfweg tegemoet komen |
| azakeru-嘲る | spotten met; bespotten |
| azekura-校倉 | pakhuis (op palen) met wanden gemaakt van horizontaal gestapelde boomstammen |
| azoierō-アゾイエロー | azogeel (kleurstof Azomethine) |
| azukari-預かり | (in) bewaring; het bewaren [in bewaring nemen] (van iets) |
| azukarishiru-与り知る | op de hoogte zijn van; zich bewust zijn van; beseffen; betrokken zijn bij; te maken hebben met |
| azukaru-与る | deelnemen aan; mee doen met; een aandeel hebben in; betrokken zijn bij |
| azukaru-預かる | bewaren; in bewaring nemen; op zich nemen |
| azukigayu-小豆粥 | azukibonenpap (rijstepap met azukibonen) |
| azumageta-東下駄 | houten dames geta (soort sandalen) met tatami voering |
| a'nekumēne-アネクメーネ | gebieden op aarde die door extreme omstandigheden (droogte, hitte, hoogte, etc.) niet permanent door mensen bewoond kunnen worden |
| a・kapera-ア・カペラ | a capella (zingen zonder instrumentale begeleiding) |
| a・ra・karuto-ア・ラ・カルト | à la carte (volgens de menukaart) |
| ba-ば | (bij een opsomming van 2 of meer dingen) en (ook); noch; en ook niet |
| ba-ば | (in de combinaties naraba, iwaba, tatoeba, etc. gebruikt als bijwoord) namelijk; wat betreft; als het |
| bābarī-バーバリー | (kledingmerk) Burberry regenjas |
| bābarizumu-バーバリズム | barbarisme; barbaarse daad |
| bābarizumu-バーバリズム | barbarisme (letterkunde) |
| bāberu-バーベル | een barbell (lange halter met gewichten) |
| bābon-バーボン | bourbon (Amerikaanse whiskey) |
| bādo・wīku-バード・ウィーク | de week waarin de aandacht wordt gevraagd voor het beschermen en houden van (wilde) vogels (10-16 mei) |
| baffā-バッファー | buffer(mengsel) (chemie) |
| bafun-馬糞 | paardenvijg; paardenmest; paardendrek |
| bagupaipu-バグパイプ | doedelzak (muziekinstrument) |
| bai-梅 | (Prunus mume) Japanse abrikoos; Chinese pruim |
| bai-陪 | (in kanji combinaties) samenkomen; bijwonen; aanwezigheid |
| baichi-培地 | (biologie) voedingsbodem (voor het kweken van micro-organismen en cellen) |
| baien-梅園 | pruimenboomgaard |
| baijō-陪乗 | het instappen [samenreizen] (in auto, boot, e.d., met iemand die hoger in rang is) |
| baika-梅花 | pruimenbloesem(s) |
| baikan-陪観 | het bekijken [bijwonen] van iets met een meerdere [een superieur]; aanwezigheid (bij een keizerlijk bloemenfeest) |
| baikansuru-陪観する | iets bekijken [bijwonen] met een meerdere [een superieur]; (een keizerlijk bloemenfeest) bijwonen |
| baikingu-バイキング | buffet met onbeperkt eten; all-you-can-eat buffet |
| baikorojī-バイコロジー | fiets ecologie (beter klimaat door meer fietsen) |
| baimei-売名 | reclame maken voor jezelf; iets doen omwille van de publiciteit; publiciteit zoeken |
| baimetaru-バイメタル | bimetaal |
| bainburakku-バインブラック | het zwarte pigment dat wordt verkregen door wijnstokken te verbranden |
| bainiku-梅肉 | het vruchtvlees [de moes; de pulp] van umeboshi (ingemaakte pruimen) |
| baiofīdobakku-バイオフィードバック | biofeedback (med. therapie) |
| baiohazādo-バイオハザード | biogevaar; biologisch gevaar (biologische stoffen die een gevaar vormen) |
| baiorin-バイオリン | viool (muziekinstrument) |
| baiorizumu-バイオリズム | bioritme |
| bairin-梅林 | pruimen boomgaard |
| baiseki-陪席 | bijwoning; deelname (met iemand hoger in rang) |
| baisen-媒染 | het beitsen van stoffen [weefsels] (met een bijtmiddel behandelen voordat ze worden geverfd) |
| baishitsu-媒質 | een (transmissie) medium |
| baishoku-陪食 | het dineren met een hooggeplaatste [een vorst, e.d.) |
| baishū-買収 | aankoop; acquisitie, overname (bedrijf) |
| baishūgappei-買収合併 | fusie door overname; aankoop en fusie |
| baisuru-倍する | vermenigvuldigen; verdubbelen; verhogen |
| baitai-媒体 | medium; media; communicatiemiddelen |
| baito-バイト | bijbaan(tje); parttime baan |
| baiyaku-売薬 | een medicijnen zonder recept; een vrij verkrijgbaar medicijn |
| baizai-媒材 | kunstmedium; (een van de) gebruikte [toegepaste] materialen in de kunst |
| bai・amerikan-バイ・アメリカン | Koop Amerikaans (slogan) |
| bai・rain-バイ・ライン | naamregel (bij een artikel waar de naam van de auteur wordt vermeld) |
| bakajikara-馬鹿力 | een grote lichamelijke kracht; dierlijke kracht |
| bakazura-馬鹿面 | een domme blik op iemands gezicht |
| bakeru-化ける | zich transformeren; de vorm aannemen (van) |
| baketsu-バケツ | emmer |
| baketto-バケット | emmer |
| bakkan-麦稈 | tarwestro (gedorste tarwehalmen) |
| bakkari-ばっかり | slechts; net meer dan; alleen omdat; ongeveer |
| bakkupakkingu-バックパッキング | rugzaktoerisme |
| bakkusutoretchi-バックストレッチ | het gedeelte van een ovale renbaan aan de andere kant van de tribune (parallel aan de homestretch) |
| bakku・nanbā-バック・ナンバー | oud nummer (van tijdschrift, e.d.) |
| bakudai-莫大 | enorm [immens; kolossaal] zijn |
| bakudanyokoku-爆弾予告 | bommelding |
| bakufū-爆風 | schokgolf; bomexplosie |
| bakugeki-爆撃 | bombardement |
| bakugyaku-莫逆 | hechte relatie; intieme band |
| bakuon-爆音 | zoemend [brullend] geluid; motorgeluid |
| bakusai-博才 | vaardigheid met gokken |
| bakusai-爆砕 | het opblazen; in stukken blazen (met explosieven) |
| bakusha-幕舎 | kamp; kampement |
| bakushi-爆死 | het omkomen [sterven; om het leven komen] door een explosie of een bom |
| bakushisuru-爆死する | omkomen [sterven; om het leven komen] door een explosie of een bom |
| bakusho-曝書 | het (buiten) luchten [drogen] van boeken (tegen schimmel en insecten) |
| bamenkanmokushō-場面緘黙症 | selectief mutisme (psychische aandoening) |
| bāmirion-バーミリオン | vermiljoen (kleur; pigment) |
| bamu-ばむ | (achtervoegsel achter zelfs.n.w., met de betekenis zoals, lijkend) -ig; -achtig |
| ban-バン | (value-added network) netwerkdienst met toegevoegde waarde (een gehost serviceaanbod met aanvullende diensten) |
| ban-番 | nummer; volgorde; beurt |
| banajiumu-バナジウム | vanadium (chem. element) |
| banare-場慣れ | ervaring hebben [vertrouwd zijn] met; gewend zijn aan; weten om te gaan met |
| banbutsu-万物 | alles tussen hemel en aarde (alle levende wezens en dingen in de schepping) |
| banchi-番地 | huisnummer; straatnummer; perceelnummer |
| banchō-番長 | (vroeger) (staats)dienaar met militaire of politie taken |
| bandai-盤台 | een ondiepe teil [kuip], die wordt gebruikt om vissen in te vervoeren, of om sushi-rijst in te mengen |
| bandarizumu-バンダリズム | vandalisme |
| bandoneon-バンドネオン | bandoneon (muziekinstrument) |
| bane-発条 | metalen veer; springveer |
| bangi-板木 | slagplank [slagbord] om brand te melden of om in boeddhistische tempels een bijeenkomst aan te kondigen |
| bangō-番号 | nummer; getal |
| bango-蛮語 | (Edo periode) buitenlandse taal (soms ook met afkeurende bijbetekenis) |
| banishingu・kurīmu-バニシング・クリーム | cosmetische crème (met een laag vetgehalte, die goed in de huid intrekt) |
| banī・gāru-バニー・ガール | serveermeisje; animeermeisje (in nachtclub) |
| banjin-万人 | iedereen; alle (soorten) mensen |
| banjin-蛮人 | barbaar; wildeman; onbeschaafd mens |
| banjō-バンジョー | banjo (muziekinstrument) |
| banjō-万丈 | een enorme hoogte |
| banjō-万丈 | enthousiasme |
| banjuku-晩熟 | late rijpheid; het later rijpen [tot wasdom komen] dan normaal |
| banka-晩夏 | nazomer; laat in de zomer |
| bankin-板金 | een metalen plaat; bladmetaal |
| banme-番目 | -de [-ste] (in combinatie met rangtelwoorden) |
| bannen-晩年 | laatste jaren (van een mensenleven); levensavond; oude dag; ouderdom |
| bannin-万人 | iedereen; alle (soorten) mensen |
| banpingu-バンピング | een deur ontgrendelen met een speciaal ontwikkelde sleutel (klopsleutel of slagsleutel) |
| banryoku-蛮力 | fysieke [lichamelijke] kracht |
| bansei-晩成 | het laat tot wasdom komen; laat tot rijping komen; late ontwikkeling; late bloei |
| bansei-晩生 | langzame rijping [groei] |
| banshoku-伴食 | eten met een belangrijke [hooggeplaatste] persoon; eten aan dezelfde tafel als de eregast |
| bansō-伴奏 | muziek begeleiding; accompagnement |
| bansō-伴走 | het meelopen [meerennen] (naast een hardloper, tijdens een wedstrijd) |
| bansō-晩霜 | een late vorst (april-mei) |
| banzai-万歳 | gejuich (met handen in de lucht); hoera; gefeliciteerd; lang zal ze leven |
| ban'yūnaizaishinron-万有内在神論 | panentheīsme (filosofie) |
| ban'yūshinkyō-万有神教 | pantheīsme |
| ban'yūzaishinron-万有在神論 | panentheīsme (filosofie) |
| bappai-罰杯 | alcoholische drank die als straf moet worden gedronken (b.v. voor te laat komen, een spelletje verliezen, e.d.) |
| bara-輩 | gevoegd achter zelfstandige naamwoorden die personen aanduiden, geeft meervoud aan |
| baradama-散弾 | hagelschot; met hagel schieten |
| bararaika-バラライカ | balalaika (muziekinstrument) |
| baratsuku-ばらつく | regen [hagel] die verspreid [met tussenpozen] valt |
| barazushi-ばらずし | kom sushirijst met verschillende ingrediënten erover gestrooid |
| baren-馬簾 | kwastjes aan de zomen van Kabuki theaterkostuums |
| baria・furī-バリア・フリー | toegankelijkheid (voor ouderen en mensen met een beperking) |
| barikan-バリカン | tondeuse; kappersschaar (merknaam Bariquand et Marre) |
| bariumu-バリウム | barium (chemisch element) |
| baromētā-バロメーター | barometer |
| baryū・enjiniaringu-バリュー・エンジニアリング | waardeanalyse (een systematische methode om de waarde van projecten, processen of diensten te verbeteren) |
| basabasa-ばさばさ | rommelig; droog; slordig |
| bashofusagi-場所塞ぎ | belemmering; obstakel |
| basshi-抜糸 | (med.) het verwijderen van hechtingen |
| basson-末孫 | afstammeling; nakomeling; nazaat; telg |
| bassui-抜粋 | abstract; uittreksel; samenvatting |
| basu-バス | bas (muziekinstrument) |
| basūn-バスーン | fagot (muziekinstrument) |
| basurōbu-バスローブ | badjas; badmantel; kamerjas |
| basuruumu-バスルーム | badkamer |
| bataashi-ばた足 | (flutter kick) snel doorlopende beenslag (bij crawlzwemmen) |
| batabata-ばたばた | (onomatopee) fladderend; flappend; rammelend; kletterend |
| batabata-ばたばた | vlug; snel; met haast [spoed] |
| batafurai-バタフライ | vlinderslag (zwemmen) |
| batoru・roiyaru-バトル・ロイヤル | battle royale (wedstrijdtype bij worstelen en computergames) |
| batsuei-末裔 | nakomeling; nazaat; afstammeling; telg |
| batsuyō-末葉 | nakomeling |
| battari-ばったり | (onomatopee) vallend met een doffe klap [met een knal] |
| battera-バッテラ | sushi van een plak makreel op samengedrukte rijst |
| battingu-バッティング | het stoten; rammen |
| battōtai-抜刀隊 | een speciale (met Japanse zwaarden bewapende) politie-eenheid (Meiji-periode) |
| bazā-バザー | bazaar; rommelmarkt |
| bāzu・ai・byū-バーズ・アイ・ビュー | algemeen overzicht (in taalkunde) |
| bazu・sesshon-バズ・セッション | informele groepdiscussie |
| bea・toppu-ベア・トップ | (kleding) mouwloos met blote schouders |
| bebiibūmā-ベビーブーマー | babyboomer(s) (generatie mensen geboren na de tweede wereldoorlog, ca. 1946-1960) |
| bebī・fēsu-ベビー・フェース | babyface; persoon met kinderlijk gezicht |
| beddo・hausu-ベッド・ハウス | logement; eenvoudig [armoedig] hotel |
| bēguru-ベーグル | (tennis) setwinst of -verlies met 6-0 |
| bēguru-ベーグル | bagel (rond broodje met een gat in het midden) |
| bei-米 | (afk. voor) Amerika |
| beifun-米粉 | rijstmeel |
| beigo-米語 | (taal) Amerikaans (Engels) |
| beigun-米軍 | het Amerikaanse leger; de Amerikaanse krijgsmacht [troepen] |
| beigunhausu-米軍ハウス | huurwoningen voor Amerikaanse militairen in Japan (na de Tweede Wereldoorlog) |
| beigunkichi-米軍基地 | Amerikaanse militaire basis |
| beikoku-米国 | Amerika; VS |
| beikokushōkentorihikijo-米国証券取引所 | Amerikaanse effectenbeurs |
| beikokuyotakushōken-米国預託証券 | (American Depositary Receipt) Amerikaans certificaat (van een bank) voor een bepaald aantal verhandelbare aandelen van een buitenlands bedrijf |
| beikokuzaimushōshōken-米国財務省証券 | Amerikaanse staatsobligaties (ook wel Treasuries, of Treasurys, genoemd) |
| beisan-米産 | geproduceerd in Amerika |
| beishi-米紙 | Amerikaanse krant; Amerikaanse pers |
| beishikishūkyū-米式蹴球 | American football (een soort rugby) |
| bekakō-べかこう | (gebaar, meestal van kinderen) het onderste ooglid naar beneden trekken, zodat de rode binnenkant zichtbaar wordt (en vaak tegelijk de tong uitsteken) |
| bēkāpuran-ベーカープラン | Baker Plan (door Amerika in de VN voorgesteld plan voor zelfbeschikkingsrecht voor Westelijke Sahara) |
| bekkankō-べっかんこう | (gebaar, meestal van kinderen) het onderste ooglid naar beneden trekken, zodat de rode binnenkant zichtbaar wordt (en vaak tegelijk de tong uitsteken) |
| bekke-別家 | het zelfstandig worden van een werknemer (die een eigen zaak gaat runnen onder dezelfde naam) |
| bekkei-別掲 | het afzonderlijk [apart] weergeven; elders vermelden |
| bekki-別記 | afzonderlijk vermelding; aparte paragraaf [notitie; toevoeging] |
| bekutā-ベクター | vector (med., drager van besmetting) |
| bekutoru-ベクトル | vector (med., drager van besmettingen) |
| bengaku-勉学 | studie; het ijverig [hard] studeren (niet noodzakelijkerwijs bij educatieve instellingen; zelfontwikkeling met een meer persoonlijk studieprogramma) |
| benjin-ベンジン | petroleumether (ligroïne) |
| benkyōzukue-勉強机 | (lett. studie-bureau) bureau; schrijftafel (m.n. in een kinderkamer om huiswerk aan te doen) |
| benpō-便法 | een handige manier [methode]; snelle oplossing; uitweg |
| benran-便覧 | handleiding; gids; vademecum; compendium |
| bentatsu-鞭撻 | zweepslagen; pak slaag; pak rammel |
| benten-弁天 | Benten (= Benzaiten), godin van muziek, welsprekendheid en kunst (meestal afgebeeld met een luit; 1 van de 7 geluksgoden uit de Japanse mythologie) |
| bentō-弁当 | een bentobox (met voorverpakte maaltijd) |
| bentōbako-弁当箱 | lunchbox; lunchtrommel |
| benzaiten-弁財天 | Benzaiten, godin van muziek, welsprekendheid en kunst (meestal afgebeeld met een luit), 1 van de 7 geluksgoden uit de Japanse mythologie |
| beppin-別嬪 | schoonheid; knappe vrouw; mooi meisje |
| beppō-別法 | een andere [verschillende; alternatieve] werkwijze [methode; manier van doen] |
| beririumu-ベリリウム | beryllium (chem. element) |
| berubotomu-ベルボトム | (strakke) broek met wijd uitlopende pijpen |
| berubotomu・pantsu-ベルボトム・パンツ | (strakke) broek met wijd uitlopende pijpen |
| berudatchio-ベルダッチオ | verdaccio (een monochrome groene onderschildering in fresco's en schilderingen) |
| berukuro-ベルクロ | klittenband; velcrostrip (genoemd naar het merk Velcro) |
| bēshikku-ベーシック | basic; basis; minimum-; fundamenteel |
| bessei-別姓 | verschillende achternamen; het gebruik van verschillende achternamen bij een echtpaar (waar ieder zijn eigen familienaam aanhoudt) |
| bessetsu-別説 | een andere [optionele; afwijkende] theorie [visie; mening] |
| besshi-別紙 | bijlage; bijgevoegd [begeleidend; ingesloten] document [blad] |
| besshitsu-別室 | aparte kamer; apart vertrek |
| bessō-別荘 | (informeel) gevangenis |
| bēsu-ベース | basis; fundament; grond; grondslag |
| besuto-ベスト | beste; meest goede |
| besutoban-ベスト盤 | een muziekalbum met de grootste hits |
| beta-ベタ | betta; Siamese kempvis |
| betomin-ベトミン | Vietminh (Vietnamese verzetsbeweging, opgericht in 1941 door Ho Tsi Minh) |
| betsugi-別儀 | (met ontkenning) een belemmering; hindernis |
| bettari-べったり | geplakt; uitgesmeerd; gelijmd; gekleefd |
| bettei-別邸 | tweede huis; villa; zomerhuis; landhuis |
| bettori-べっとり | kleverig; plakkerig; bedekt met |
| bianko・sanjovanni-ビアンコ・サンジョヴァンニ | bianco di San Giovanni (een limoen wit pigment) |
| bibiru-びびる | verlegen [schuchter] zijn; zich schamen [generen] |
| bibō-美貌 | knap uiterlijk; schoonheid; bekoorlijkheid; charme |
| biburafon-ビブラフォン | vibrafoon (muziekinstrument) |
| biennāre-ビエンナーレ | biënnale (evenement dat om de twee jaar wordt gehouden) |
| biggu・ben-ビッグ・ベン | de klokkentoren van het Britse parlementsgebouw |
| bigināzu・rakku-ビギナーズ・ラック | meer geluk dan wijsheid |
| bihin-備品 | roerend goed; meubilair; apparatuur; benodigdheden |
| bijin-美人 | Chinese hofdame (Han-periode) |
| bijinesu-ビジネス | zaak; zaken; bedrijf; handel; commercie; bezigheden |
| bijuaru・komyunikēshon-ビジュアル・コミュニケーション | visuele communicatie (het gebruik van visuele elementen om ideeën en informatie over te brengen) |
| bikō-備考 | opmerking; notitie |
| bikō-尾行 | (m.n. bij politieonderzoek) het schaduwen; (heimelijk) volgen; in het oog houden |
| bimokushūrei-眉目秀麗 | (meestal van mannen) knap uiterlijk; er goed uitzien |
| bin-便 | lijndienst (boot; trein, bus, etc.); vlucht(nummer) |
| bin-憫 | (in kanji combinaties) mededogen; medelijden |
| binbōgami-貧乏神 | god van de armoede [van de arme mensen] |
| binbōyusuri-貧乏揺すり | het (tijdens het zitten) zenuwachtig [nerveus] trillen [bibberen; bewegen] met de benen |
| bingi-便宜 | gemak; een geschikt moment; goede gelegenheid |
| binjō-便乗 | een lift [gratis rit] (met auto, e.d.) krijgen |
| binran-便覧 | handboek; gids; vademecum; compendium |
| binsen-便船 | (reizen met) de (eerste) beschikbare boot |
| binshō-憫笑 | medelijdende glimlach |
| binzasara-編木 | binzasara, een traditioneel Japans percussie-instrument van stroken aan elkaar gebonden hout |
| biora-ビオラ | altviool (muziekinstrument) |
| bioron-ビオロン | viool (muziekinstrument) |
| biriken-ビリケン | Billiken (een beeldje gemaakt door de Amerikaanse kunstenaar Florence Pretz uit Kansas City, Missouri) |
| birushanabutsu-毘盧遮那仏 | Vairocana (één van de vijf dhyani-Boeddha's en de centrale Boeddha van het esoterisch boeddhisme) |
| biryōgenso-微量元素 | sporenelement |
| biseibutsu-微生物 | microbe; micro-organisme |
| bishamonten-毘沙門天 | Bishamonten (Vaishravana), god van rijkdom en overwinning, (afgebeeld in harnas,met schatkamer), 1 van de 7 geluksgoden uit de Japanse mythologie |
| bishibishi-びしびし | (onomatopee) streng; genadeloos; meedogenloos |
| bishō-微少 | oneindig kleine afmeting [hoeveelheid] |
| bishō-美称 | lofprijzing; lovende [poëtische] naam (voor); eufemisme |
| bishokuka-美食家 | fijnproever, gourmet; lekkerbek |
| bishū-美醜 | een goed [mooi] en een slecht [lelijk] uiterlijk [voorkomen] |
| biso-鼻祖 | oprichter; stichter; initiatiefnemer |
| bisoku-鼻息 | neusademhaling; het ademen door de neus; snuiven |
| bisoku-鼻息 | enthousiasme |
| bisumasu-ビスマス | bismut (chem. element) |
| bisumusu-ビスムス | bismut (chemische element Bi) |
| bisuta・kā-ビスタ・カー | panorama wagon (van trein, met mooi uitzicht) |
| bīto-ビート | beat; ritme (muziek) |
| biwako-琵琶湖 | het Biwa meer |
| bō-坊 | kamer [hut; woning] van een Boeddhistische priester |
| bō-妨 | (in kanji combinaties) belemmering; versperring |
| bō-房 | kamer [zaal] een van de traditionele Chinese sterrenbeelden [asterismes] |
| bō-房 | kamer; (gevangenis)cel |
| bo-暮 | (in kanji combinaties) zonsondergang; schemering; avond; einde |
| bō-謀 | (in kanji combinaties) meten; peilen; schatten; beramen; uitdenken; plannen |
| bōatsu-暴圧 | gewelddadige onderdrukking; met geweld onderdrukken [indrukken] |
| bōbō-某某 | (meneer of mevrouw) zus-en-zo |
| bodīsūtsu-ボディースーツ | bodysuit (kledingstuk dat nauw om het lichaam sluit); damesondergoed dat uit 1 stuk bestaat |
| bōfū-防風 | (medicinale) plant, Saposhnikovia divaricata |
| bōgai-妨害 | blokkade; barricade; belemmering; obstructie; inmenging |
| bōgen-妄言 | onbezonnen [gedachteloze] opmerking [woorden] |
| bōgi-謀議 | samenzwering; beraming; komplot; geheim overleg |
| bōgu-防具 | (bij kendo) beschermende uitrusting (helm, borstbeschermer, handschoenen, riem) |
| bōhankamera -防犯カメラ | bewakingscamera; beveiligingscamera |
| bohi-墓碑 | grafsteen; grafmonument |
| bōhyō-妄評 | onterechte [ongepaste] kritiek [opmerkingen] |
| bōjorē・nūbō-ボージョレー・ヌーボー | Beaujolais primeur (nieuwe Beaujolais wijn) |
| bōjutsu-棒術 | de techniek van het vechten met een stok |
| bōkenryokō-冒険旅行 | avontuurtoerisme |
| bokeru-惚ける | dementeren; seniel worden |
| bokin-募金 | collecte; geldinzameling |
| bokinsuru-募金する | collecteren; geld inzamelen |
| bokkō-勃興 | (plotselinge) opkomst [toename; stijging; aanwas] |
| bokkonrinri-墨痕淋漓 | handschrift met mooie, krachtige (penseel) streken |
| bokkuri-木履 | traditionele gelakte houten sandalen (geta) voor meisjes |
| bokkusu・sutoa-ボックス・ストア | een winkel waar men producten goedkoop kan aanbieden door ze niet in vakken te zetten, maar ze in de verpakkingsdozen in de winkel te laten staan |
| bokkyo-卜居 | een woonplaats kiezen (door het vooraf bepalen van een voorspoedige locatie op basis van geografische kenmerken) |
| boku-墨 | (afk. voor) Mexico |
| boku-撲 | (in kanji combinaties) slaan; stoten; meppen; stompen |
| boku-朴 | Japanse komkommerboom; grootbladige magnolia (Magnolia obovata) |
| bōkun-亡君 | (iemands) overleden meester [heer] |
| bokunenjin-朴念仁 | lomperik; botterik; stommeling; domoor; domkop |
| bokusuru-卜する | beslissingen nemen (op basis van waarzeggerij) |
| bōkyō-防共 | verdediging tegen (verspreiding van) het communisme |
| bōmin-暴民 | menigte; meute; gepeupel |
| bon-凡 | (in kanji combinaties) allemaal; iedereen; gewoon; algemeen |
| bon-凡 | zeer algemeen [gewoon] zijn |
| bon-盆 | Bon festival (in juli of augustus, waarbij men graven van overleden familieleden bezoekt, en papieren lantaarns ophangt of op het water laat drijven) |
| bonan-ボナン | bonang (Javaans muziekinstrument) |
| bonaparutisumu-ボナパルティスム | bonapartisme |
| bonbon-ボンボン | suiker- of chocoladesnoepje (met vulling) |
| bōnenkai-忘年会 | eindejaarsfeest (lett.: vergeet-het-jaar feest; men drinkt om de zorgen van het oude jaar te vergeten en te toasten op het nieuwe jaar) |
| bonge-凡下 | gewone mensen; het gewone volk; het grote publiek |
| bongo-ボンゴ | bongo (trommel) |
| bonmatsuri-盆祭り | Bon festival (waarbij men graven van overleden familieleden bezoekt, en papieren lantaarns ophangt of op het water laat drijven) |
| bonpyaku-凡百 | allerlei dingen [zaken; mensen] |
| bonryo-凡慮 | de gewone mens; middelmatige persoon |
| bonsai-凡才 | een persoon met matige vaardigheid [bekwaamheid] |
| bonsai-盆栽 | kweekkunst om miniatuurbomen in een pot te houden |
| bonshō-凡小 | (boeddh.) een gewone mens en aanhanger van het Hinayana |
| bonshu-凡手 | (iemand met) een middelmatig talent; iemand met matige vaardigheden |
| bonten-梵天 | (andere naam voor) Chinese [oosterse] meloen (Cucumis melo) |
| bonten-梵天 | Japanse religieuze staf met wimpels van wit papier |
| bonyū-母乳 | moedermelk |
| bonzoku-凡俗 | gewone mensen; een middelmatige persoon |
| bōoku-茅屋 | een huis met een rieten dak |
| bōonshitsu-防音室 | geluiddichte kamer |
| borishebizumu-ボルシェビズム | bolsjewisme (Russisch communisme) |
| borishevizumu-ボリシェヴィズム | bolsjewisme (Russisch communisme) |
| boryūmu-ボリューム | volume (geluidssterkte) |
| bosanoba-ボサノバ | bossanova (Zuid-Amerikaanse muziek en dans) |
| bōsei-暴政 | tirannie; despotisme; onderdrukking door de overheid |
| bōshi-帽子 | smeedpatroon op een zwaardpunt |
| bōshisuru-防止する | voorkomen; preserveren; goedhouden |
| boshoku-暮色 | de kleuren van de avondschemering; schemerlandschap |
| bōshokuzai-防蝕剤 | (grond)verf om corrosie van metaal tegen te gaan |
| boshūsuru-募集する | verzamelen; werven; selecteren; uitnodigen |
| bōsō-暴走 | het iets doen zonder aandacht voor de omgeving; iets doen zonder rekening te houden met de gevolgen |
| bōsōsha-暴走車 | een op hol geslagen voertuig; een auto waar roekeloos mee gereden wordt |
| bosshū-没収 | verbeurdverklaring; inbeslagname; confiscatie; beslaglegging |
| bosshūsuru-没収する | in beslag nemen; confisqueren; beslag leggen op; verbeurdverklaren |
| bosū-母数 | parameter ( kansrekenng & statistiek) |
| bōsuikumen-防水区画 | waterdichte ruimte; waterdicht compartiment |
| bōtō-暴騰 | plotselinge toename [stijging] |
| botomuappu-ボトムアップ | een managementsysteem van een organisatie [bedrijf] waarin beslissingen worden genomen op initiatief van de basis [lagere overheden of werknemers] |
| botsu-勃 | (in kanji combinaties) plotseling opkomen; opbloeien; energiek; welvarend |
| botsubotsu-ぼつぼつ | langzamerhand; beetje bij beetje; geleidelijk |
| botsubotsu-勃勃 | (krachtig) opkomend |
| botsuga-没我 | onbaatzuchtigheid; altruïsme |
| botsunyūsuru-没入する | toegewijd zijn; volledig opgaan in iets; geheel in beslag genomen zijn (door; met) |
| botsurinusuchūdoku-ボツリヌス中毒 | botulisme |
| botsurinusukin-ボツリヌス菌 | Clostridium botulinum (bacterie die botulisme veroorzaakt) |
| botsuzen-勃然 | het plotseling (krachtig) opkomen [optreden] |
| bōtto-ぼうっと | opvlammend; oplaaiend (vuur) |
| bottō-没頭 | toewijding; het in-beslag-genomen zijn (door); verdiept zijn (in) |
| bottōsuru-没頭する | opgaan in; in-beslag-genomen zijn (door); toegewijd zijn (aan) |
| bōzu-坊主 | (een denigrerende of informele term voor) jongen; jongetje; ventje |
| bu-撫 | (in kanji combinaties) strelen; aaien; kammen; kalmeren; verzorgen |
| buchiageru-打ち上げる | aannemen; (op)pakken; wegnemen |
| buchikomu-打ち込む | slaan; hameren; spijkeren |
| budan-武断 | militarisme; militaire macht [bestuur] |
| budomari-歩留まり | first pass yield (rendement van productvolume uit grondstoffen) |
| bugu-武具 | wapens; wapentuig; militaire uitrusting (harnassen, helmen, e.d.) |
| buiku-撫育 | liefdevolle opvoeding; het (met zorg) opvoeden [grootbrengen] |
| bui・tān-ブイ・ターン | V-bocht (het verschijnsel dat werknemers van het platteland in een grote stad gaan werken, en daarna weer elders buiten de stad gaan werken) |
| bukan-武官 | officier; (hof)functionaris belast met militaire taken |
| būke-ブーケ | boeket (bloemen) |
| bukko-物故 | (formele term in geschriften voor) het overlijden; sterven; de dood; |
| bukkyō-仏教 | boeddhisme |
| bukkyōgaku-仏教学 | wetenschappelijk onderzoek [studie] van het boeddhisme |
| būmeran-ブーメラン | boemerang |
| būmu-ブーム | hausse (plotselinge stijging; toename) |
| bun-聞 | (in kanji combinaties) horen; luisteren; vernemen; gerucht |
| bunai-部内 | (zakelijke) kring; departement; binnen de (eigen) kring [afdeling] (van een bedrijf, organisatie, e.d.) zijn |
| bunbo-分母 | noemer (rekenkunde) |
| bunburyōdō-文武両道 | vaardig met zowel de pen als met het zwaard; meester in zowel literaire als krijgskunsten |
| bundoru-分捕る | veroveren; in beslag nemen; plunderen |
| bungō-分合 | splitsing [verdeling] en samenvoeging |
| bunin-夫人 | (beleefde aanspreektitel) mevrouw |
| bunin-無人 | onderbemand; aderbezetting; met te weinig personeel |
| bunkakunshō-文化勲章 | Japanse Orde van Culturele Verdienste (onderscheiding voor mensen die een bijdrage hebben geleverd aan behoud en ontwikkeling van de cultuur) |
| bunkan-文官 | ambtenaar; (hof)functionaris belast met bestuurstaken |
| bunken-文献 | literatuur; documenten; verslagen; rapporten |
| bunko-文庫 | bibliotheek; boekenverzameling |
| bunmeikaika-文明開化 | (lett. beschaving en vooruitgang) tendens naar modernisering en verwestersing in de vroege Meiji-periode in Japan |
| bunpitsu-文筆 | het schrijven (met penseel van gedichten en proza) |
| bunrikazei-分離課税 | afzonderlijke belasting (van een bepaald type inkomen) |
| bunsetsu-分節 | segment; segmentatie |
| bunsho-文書 | document; akte; epistel; verslag; rapport |
| bunshōgo-文章語 | woord dat voornamelijk in geschreven taal wordt gebruikt |
| bunsōō-分相応 | overeenkomstig [in verhouding met] iemand's status [positie; middelen] |
| buonfuresuko-ブオンフレスコ | Buon fresco is een fresco-schildertechniek (waarbij alkalibestendige pigmenten, vermalen in water, worden aangebracht op nat gips) |
| buppō-仏法 | boeddhisme |
| buppōsō-仏法僧 | de drie boeddhistische juwelen [schatten], n.l. Boeddha, Dharma (de boeddhistische leer), en Sangha (de boeddhistische gemeenschap) |
| buraddi・mearī-ブラッディー・メアリー | bloody mary (cocktail van wodka met tomatensap) |
| burakishizumu-ブラキシズム | het tandenknarsen; bruxisme |
| burakku・chenbā-ブラック・チェンバー | Black Chamber (1919–1929); ook bekend als het Cipher Bureau, de voorloper van de geheime dienst van de VS, National Security Agency (NSA) |
| burakku・jānarizumu-ブラック・ジャーナリズム | zwarte journalistiek (met onthullende geheime informatie) |
| burakku・pansā-ブラック・パンサー | Zwarte Panter(s) (militante Afro-Amerikaanse politieke organisatie) |
| burakku・pawā-ブラック・パワー | Black Power (politieke beweging onder zwarte Amerikanen) |
| burakumin-部落民 | (lett. de mensen van het dorp) van oudsher een autochtone minderheid in Japan |
| burando-ブランド | merk; merknaam; handelsmerk |
| burando・imēji-ブランド・イメージ | merkbeeld; merk imago |
| burando・shea-ブランド・シェア | merk-marktaandeel (het aandeel in de markt van een bepaald merk) |
| buranketto・eria-ブランケット・エリア | gebieden waar radio-ontvangstproblemen kunnen optreden als gevolg van overlappende radiogolven van meerdere zenders |
| buranko-ぶらんこ | schommel; trapeze |
| buranmanje-ブランマンジェ | blanc‐manger, soort gelatine pudding met amandelen |
| buraun・pawā-ブラウン・パワー | Brown Power (Mexicaans-Amerikaanse politieke beweging) |
| bure-ぶれ | kleine (vaak onbedoelde) beweging met de camera, waardoor een bewogen [onscherpe] foto [opname; video] wordt gemaakt |
| bureikō-無礼講 | een ongedwongen [informeel] feestje [uitje] (waarbij iedereen zichzelf kan zijn zonder te letten op status of positie) |
| burendingugihō-ブレンディング技法 | meng-techniek |
| burendo-ブレンド | mengsel; melange |
| burēnsutōmingu-ブレーンストーミング | brainstorming (gezamenlijk overleg om tot oplossingen te komen) |
| bureru-ぶれる | onscherp worden (van een foto, door het bewegen van de camera) |
| bureru-ぶれる | verschuiven; (heen-en-weer) bewegen; afwijken; schommelen |
| buresuto・sutorōku-ブレスト・ストローク | schoolslag (zwemmen) |
| buri-振り | (gasten) die zonder reservering in een restaurant, hotel, etc. komen |
| buriki-ブリキ | blik (bladmetaal) |
| burōnī-ブローニー | brownie (koekje met chocolade) |
| burōnīban-ブローニー判 | 120 film (formaat filmrolletje), voor het eerst gemaakt voor de Brownie No.2 camera van Eastman Kodak (1901) |
| buru-振る | (achtervoegsel gebruikt als zelfstandig werkwoord) zich pretentieus gedragen; een houding aannemen |
| burūberī-ブルーベリー | (Amerikaanse) bosbes (Vaccinium) |
| burumā-ブルマー | damesslip; damesonderbroek |
| burūmā-ブルーマー | damesslip; damesonderbroek |
| burunetto-ブルネット | brunette (meisje of vrouw met donkerbruin haar) |
| burū・dē-ブルー・デー | menstruatiedag |
| busshi-仏子 | boeddhist; volgeling van het boeddhisme |
| busshitsu-物質 | materie; substantie; een verzameling deeltjes die massa bezitten |
| busshitsushugi-物質主義 | materialisme |
| busso-仏祖 | de grondlegger van het boeddhisme (Shakyamuni) |
| busso-仏祖 | een hogepriester die door het zenboeddhisme een religieuze staat heeft bereikt |
| busubusu-ぶすぶす | (onomatopee) mopperend; tegensputterend; klagend; smeulend |
| butabako-豚箱 | (informeel) detentiecel (in een politiebureau); politiecel (lett. varkenskot) |
| butagenofirubātofude-豚毛のフィルバート筆 | Filbert kwast [penseel] met varkenshaar |
| butaiura-舞台裏 | backstage; in de coulissen; achter de schermen |
| butchigiri-ぶっちぎり | een ruime overwinning; met groot verschil winnen; demarrage |
| butchigiru-打っ千切る | met een ruime marge winnen (m.n. bij paardenraces) |
| butchigiru-打っ千切る | (met kracht) scheuren; verscheuren |
| butsu-仏 | boeddhisme |
| butsudan-仏壇 | draagbaar altaar met een boeddhabeeld |
| butsudan-仏壇 | boeddha-altaar; huisaltaar met een boeddhabeeld |
| butsuen-仏縁 | spirituele relatie [connectie] met Boeddha |
| butsuga-仏画 | boeddhistische schilderijen; schilderkunst met met boeddhistische inhoud |
| butsukarigeiko-ぶつかり稽古 | training (van worstelen en judo) met afwisselend duwen en geduwd worden |
| butsumon-仏門 | boeddhistische leer; boeddhisme; intreding tot het boeddhisme |
| butsuryū-物流 | het vervoer van goederen van de producent naar de consument (verpakken, laden, lossen, vervoer, opslag van goederen, alsmede informatie-verstrekking) |
| butsutekiryūtsū-物的流通 | het vervoer van goederen van de producent naar de consument (verpakken, laden, lossen, vervoer, opslag van goederen, alsmede informatie-verstrekking) |
| butsuyoku-物欲 | materialisme; hebzucht; hebberigheid |
| buzā-ブザー | zoemer; pieper |
| buzai-部材 | bouwelementen; structurele elementen van gebouwen (zoals kolommen, balken, muren en plafonds) |
| buzei-無勢 | een klein aantal; numerieke minderheid |
| byō-苗 | (in kanji combinaties) jonge plant [zaailing; stek]; kiem; nakomeling |
| byōbu-屏風 | (Japans) kamerscherm |
| byōbue-屏風絵 | schildering op een kamerscherm |
| byōei-苗裔 | (verre) afstammelingen; nakomelingen |
| byōgentai-病原体 | een pathogeen (organisme); ziekteverwekker |
| byōjōshin-平常心 | (zen boeddh.) een (altijd) kalme en alledaagse geest [ziel] |
| byōma-病魔 | een boze god [demon] die mensen ziek maakt |
| byōshitsu-病室 | ziekenkamer; ziekenhuiskamer; ziekenzaal; ziekenboeg |
| byōsō-病巣 | ziektehaard; besmettingshaard |
| byuffe-ビュッフェ | buffet (tafel met uitgestalde gerechten) |
| byūfōdofūryokukaikyū-ビューフォート風力階級 | de schaal van Beaufort (voor het meten van windsterkte) |
| byūguru-ビューグル | bugel (muziekinstrument) |
| byūrō-ビューロー | kantoor; werkkamer; studeerkamer |
| byū・kamera-ビュー・カメラ | platencamera; technische camera |
| cha-茶 | thee; groene thee (meestal in de vorm お茶) |
| chabako-茶箱 | een doos voor het meenemen van een complete set theebenodigdheden om buiten thee te drinken |
| chaban-茶番 | een farce; klucht; schertsvertoning; komedie |
| chāchi-チャーチ | (Christelijke) kerk (gemeente) |
| chadokoro-茶所 | ruimte in tempels [heiligdommen] waar thee wordt geserveerd voor bezoekers |
| chadokoro-茶所 | theeplantage; regio met theeplantages |
| chainīzuhowaito-チャイニーズホワイト | Chinees wit (pigment, voornamelijk in waterverf) |
| chakai-茶会 | theevisite, een bijeenkomst met een theeceremonie |
| chakasu-茶化す | de spot drijven (met); de draak steken (met); belachelijk maken |
| chaku-着 | (in kanji combinaties) het aankomen; arriveren |
| chakue-着衣 | de kleding die men draagt |
| chakugan-着岸 | het bereiken van de kust [wal]; aanmeren (van een schip) |
| chakui-着衣 | de kleding die men draagt |
| chakuseki-着席 | het plaatsnemen; gaan zitten |
| chakusekisuru-着席する | plaatsnemen; gaan zitten |
| chakuza-着座 | het plaatsnemen; gaan zitten |
| chakuzasuru-着座する | plaatsnemen; gaan zitten |
| chama-ちゃま | (variant van sama; gehecht aan de naam van [of verwijzing naar] een persoon, drukt respect uit) meneer; mevrouw |
| chameshi-茶飯 | fijngehakte groene thee gemengd met gekookte rijst (Nara chameshi) |
| chameshi-茶飯 | rijst gekookt met sojasaus en sake (sakurameshi) |
| chameshi-茶飯 | rijst gekookt in bouillon met thee en zout |
| chāmu-チャーム | charme; bekoring; aantrekkelijkheid |
| chāmu・sukūru-チャーム・スクール | etiquetteschool (voor meisjes) |
| chan-ちゃん | klankverandering van het achtervoegsel -san, gebruikt voor meer vertrouwelijkheid of voor kinderen |
| channeru-チャンネル | knop waarmee je een tv- of radio kanaal selecteert |
| chanoki-茶の木 | theeplant (Camellia sinensis) |
| chanoma-茶の間 | woonkamer |
| charenjā-チャレンジャー | uitdager; mededinger |
| charinko-ちゃりんこ | (informeel) fiets |
| charumera-チャルメラ | schalmei (fluit) |
| chashibu-茶渋 | theeaanslag; aanslag van thee in kopjes [kommetjes] |
| chashitsu-茶室 | theehuis; theekamer (ruimte waar de theeceremonie wordt gehouden) |
| chausu-茶臼 | ondersteboven zijn (verwijst naar een seksuele positie met de vrouw bovenop de man) |
| chekkā-チェッカー | damspel; dammen |
| chenbaro-チェンバロ | klavecimbel (muziekinstrument) |
| cheresuta-チェレスタ | celesta (muziekinstrument) |
| cherimoya-チェリモヤ | cherimoya (Zuid-Amerikaanse vrucht en boom, Annona cherimola) |
| chero-チェロ | cello (muziekinstrument) |
| cherunōzemu-チェルノーゼム | (chernozem) vruchtbare aarde (met een hoog humusgehalte) |
| chi-乳 | (moeder)melk |
| chi-値 | numerieke maat |
| chi-地 | (één van de vijf elementen in de Japanse filosofie) aarde |
| chi-癡 | (boeddh.) (één van de drie giftigheden in de menselijke ziel) stompzinnigheid; onwetendheid |
| chi-稚 | (in samenstellingen) jong; kinderlijk |
| chiban-地番 | nummer dat aan elk stuk grond (perceel) wordt toegekend voor registratie in het kadaster |
| chibanare-乳離れ | het van de borstvoeding afgaan; stoppen met borstvoeding (omdat een kind te groot wordt) |
| chibettobukkyō-チベット仏教 | Tibetaans Boeddhisme |
| chibichibi-ちびちび | beetje bij beetje; stap voor stap; met kleine teugjes [hapjes] |
| chibutsu-地物 | alle natuurlijke en door de mens gemaakte elementen in een landschap (zoals bossen, rivieren, (spoor)wegen, huizen, e.d.) |
| chichi-乳 | (moeder)melk |
| chichikuru-乳繰る | een geheime liefdesaffaire hebben (met) |
| chidōsetsu-地動説 | heliocentrisme; copernicanisme |
| chiekiryō-血液量 | bloedvolume; hoeveelheid bloed |
| chienetsu-知恵熱 | (lett. wijsheidskoorts) plotseling opkomende (en kortdurende) koorts bij baby's (vaak geassocieerd met het tandjes krijgen) |
| chiesha-知恵者 | een wijze man [vrouw]; een slimme persoon |
| chifusu-チフス | tyfus (besmettelijke ziekte) |
| chīfu・eguzekutibu-チーフ・エグゼクティブ | hoofddirecteur; algemeen directeur; president |
| chigaeru-違える | (medisch) ontwrichten; verstuiken; verdraaien |
| chigatana-血刀 | met bloed bevlekt [bloederig] zwaard |
| chigiru-契る | gemeenschap hebben; het bed delen (met) |
| chihōjichitai-地方自治体 | lokale authoriteit; lokale overheid; gemeente |
| chihōsai-地方債 | obligatie(s) uitgegeven door een lokale overheid (provincie; gemeente) |
| chihōsaibansho-地方裁判所 | districtsrechtbank; arrondissementsrechtbank; kantongerecht |
| chiikineko-地域猫 | buurtkat; straatkat (een kat die niet van één eigenaar is, maar van meerdere bewoners gezamenlijk) |
| chiin-知音 | zeer intieme vriend |
| chijōi-知情意 | verstand, emotie en wil (van de menselijke geest) |
| chikan-痴漢 | dwaze [domme] man |
| chikaraippai-力一杯 | met man en macht; met alle [uiterste] kracht |
| chikarakurabe-力競べ | krachtmeting |
| chikaramakase-力任せ | met al zijn kracht; uit alle macht |
| chikaramake-力負け | verlies door krachtsverschil (met sterkere tegenstander) |
| chikarashigoto-力仕事 | (zwaar) lichamelijk werk; mankracht |
| chikarawaza-力業 | zwaar werk; werk dat veel (lichamelijke) kracht vereist |
| chikatetsu-地下鉄 | metro; ondergrondse (spoorlijn) |
| chikatetsueki-地下鉄駅 | metrostation; metrohalte |
| chikazukeru-近づける | omgaan met (iem.); nader tot elkaar brengen |
| chikazuku-近づく | naderen; dicht(er)bij komen |
| chikei-地形 | topografie; geografische kenmerken; terrein; landvorm |
| chikin・raisu-チキン・ライス | gerecht van kip met gebakken rijst en tomatensaus |
| chikoku-遅刻 | het laat [vertraagd] zijn [komen] |
| chikokusuru-遅刻する | (te) laat zijn [komen]; achterlopen |
| chikuh・chikuri・chikun-ちくっ・ちくり・ちくん | de pijnscheut (op het moment dat men geprikt wordt met een naald, etc.) |
| chikujitsu-逐日 | per dag; met de dag; iedere dag |
| chikusanbutsu-畜産物 | dierlijke producten (zoals melk, eieren, vlees; wol, etc.) |
| chikuseki-蓄積 | verzameling; bevoorrading; accumulatie |
| chikusuijitsu-竹酔日 | 13 mei (maankalender), de dag waarop traditioneel in China bamboe werd geplant (lett. dronken bamboe-dag) |
| chikuwa-竹輪 | Japans (hol, buisvormig) voedingsproduct (gemaakt van o.a. gepureerde vis, zout, suiker, eiwit en zetmeel) |
| chīku・dansu-チーク・ダンス | dansen cheek to cheek (met de wangen tegen elkaar); schuifelen |
| chimamire-血塗れ | met bloed bevlekt; bloederig |
| chimatsuri-血祭り | bloedoffer (in het oude China werd een vijand geofferd voor een veldslag om de oorlogsgod gunstig te stemmen) |
| chīmupurē-チームプレー | teamspel; goed samenspel binnen een team |
| chīmuwāku-チームワーク | teamwerk; samenspel; samenwerking |
| chinamu-因む | verbonden zijn; geassocieerd worden met; gerelateerd zijn aan |
| chinamu-因む | verbinden; samenvoegen |
| chinbun-珍聞 | uitzonderlijk [vreemd; merkwaardig] verhaal [nieuws] |
| chinbunkibun-珍聞奇聞 | een vreemd [merkwaardig] verhaal |
| chinchō-珍重 | het veel waarde hechten aan; iets koesteren; met zorg bewaren |
| chinchō-珍重 | (zen-boeddhisme) afscheidswoord gebruikt door monniken, zoals: tot ziens, welterusten, blijf gezond en wel, e.d |
| chinka-鎮火 | het onder controle hebben van de brand [de brand meester zijn] |
| chinkeizai-鎮痙剤 | (medicijnen) spasmolytica; anti-epilepticum |
| chinkin-沈金 | lakwerk met goud ingelegd |
| chinkyaku-珍客 | een welkome (onverwachte) bezoeker [gast] |
| chinōhan-知能犯 | misdrijven met gebruik van informatie (zonder geweld); criminaliteit met intellectueel eigendom; witteboordencriminaliteit |
| chinpanī-チンパニー | pauk; keteltrom (muziekinstrument) |
| chinseizai-鎮静剤 | kalmeringsmiddel; sedatief |
| chinsetsu-珍説 | vreemde theorie [mening]; vreemd standpunt [verhaal] |
| chintsūzai-鎮痛剤 | pijnstiller; analgeticum (medicijn) |
| chinuru-血塗る | (ritueel uit het oude China) het smeren van bloed (van vijanden of offerdieren) op zwaarden, trommels, e.d. |
| chinuru-血塗る | iemand doden (met een zwaard) |
| chinwan-枕腕 | bij kalligrafie, het schrijven met de linkerhand plat op het bureau en de rechterarm (met het penseel) erop rustend (voor kleine karakters) |
| chinzō-頂相 | portret van een hooggeplaatste priester [monnik] (in het zenboeddhisme) |
| chin'utsu-沈鬱 | somberheid; zwaarmoedigheid; depressie; melancholie |
| chin'yū-沈勇 | tegenwoordigheid van geest; kalme moed (bij onverwachte gebeurtenissen) |
| chīpu・shikku-チープ・シック | goedkoop chic; met goedkope dingen er chic uitzien |
| chirashi-散らし | chirashi-sushi (sushigerecht gereserveerd in een kom waarbij de ingrediënten los en gemengd bovenop de sushirijst liggen) |
| chirashizushi-散らし寿司 | een kom sushirijst met verschillende soorten ingrediënten erover gestrooid |
| chiri-ちり | een stoofpotje met vis en groenten (afkorting voor: chirinabe) |
| chirinabe-ちり鍋 | een stoofpotje met vis en groenten (vaak afgekort tot: chiri) |
| chirinokoru-散り残る | (van bloemen, bladeren) nog aan de takken blijven hangen |
| chirori-銚釐 | een koperen of messing kan om sake in te verwarmen |
| chiru-散る | smelten; oplossen; verdwijnen |
| chiryō-治療 | medische zorg [behandeling; therapie; kuur]; genezing |
| chiryōsuru-治療する | genezen; helen; beter maken; medisch behandelen; medische zorg geven |
| chisai-地裁 | districtsrechtbank; arrondissementsrechtbank; kantongerecht |
| chisha-知者 | een wijze; een wijs persoon; iemand met veel kennis en inzicht |
| chishitsu-地質 | geologische kenmerken; de aard [structuur] van de bodem |
| chishō-池沼 | vijver [meertje] en moeras |
| chisōjikan-遅早時間 | gemiste werkuren door te laat komen of vroeger weggaan |
| chisso-窒素 | stikstof (chem. element) |
| chīsubāgā-チーズバーガー | kaasburger; hamburger met kaas |
| chitā-チター | citer (muziekinstrument) |
| chittomo-ちっとも | (met ontk.) helemaal niet |
| chiyahoya-ちやほや | (onomatopee) ophemelend; ophef makend (over); verwennend |
| chō-張 | (in kanji combinaties) uitstrekken; spreiden; spannen; zich een mening vormen; zich uitgebreid informeren |
| chō-暢 | (in kanji combinaties) groeien; toenemen; groter worden; doorgaan; bereiken; aankomen; voorbijgaan |
| chō-牒 | (in kanji combinaties) schrijfpapier; officieel document |
| chō-聴 | (in kanji combinaties) (aandachtig) luisteren; horen; toestaan; toestemmen; instemmen |
| chō-諜 | (in kanji combinaties) het (heimelijk) verkennen van de positie [bewegingen] van de vijand |
| chōaisuru-寵愛する | sympathie [genegenheid] hebben; liefhebben; beschermen; (iem.) protegeren |
| chōba-丁場 | (hist.) een verzamelplaats voor koetsiers; draagstoeldragers, etc. |
| chōba-帳場 | administratie ruimte [kamer]; balie; receptie (hotel, e.d.) |
| chōbi-掉尾 | (lett.) met de staart zwaaien |
| chōbikei-長尾鶏 | langstaarthoen (Japans kippenras met een uitzonderlijk lange staart (uit Kōchi, Shikoku) |
| chōchinmochi-提灯持ち | vleierij; bewieroking; ophemeling |
| chōchō-町長 | burgemeester van een kleine stad |
| chōda-長打 | (honkbal) (lange) honkslag (waarbij de slagman meerdere honken kan bereiken) |
| chōeki-懲役 | gevangenisstraf [gevangenschap] (met dwangarbeid) |
| chōekikei-懲役刑 | gevangenisstraf (met dwangarbeid) |
| chōgikai-町議会 | gemeenteraad |
| chōgin-丁銀 | (Edo-periode) een zilveren munt in de vorm van een zeekomkommer |
| chōhō-諜報 | spionage; geheime inlichtingen |
| chōhyō-徴表 | (filosofie) (onderscheidend) kenmerk; specifieke eigenschap |
| chōi-弔意 | rouwbeklag; condoleantie; blijk van medeleven [deelneming] |
| chōja-長者 | leider; meerdere; superieur |
| chōja-長者 | oudere; persoon met een hoge status in een vakgebied |
| chōji-弔辞 | condoleancebericht; woorden van medeleven |
| chōjin-超人 | (in de filosofie van Nietzsche) übermensch (lichamelijk en geestelijk hoger type mens) |
| chōjin-超人 | supermens; iemand met uitzonderlijke krachten [talenten; vaardigheden] |
| chōjin-鳥人 | (lett. vogelmens) een woord dat gebruikt wordt voor piloten, skiërs, atletiekspringers, e.d. |
| chōjin-鳥人 | Mythologisch wezen dat half mens, half vogel is |
| chōjūgenso-超重元素 | superzwaar element |
| chōka-長歌 | langere vorm van waka-poëzie, met regels van 5 en 7 lettergrepen, die afwisselend minstens drie keer worden herhaald (meestal eindigend met 7) |
| chokkei-直径 | diameter |
| chokkeihizoku-直系卑属 | lineaire afstammeling (b.v. zoon) |
| chokkura-ちょっくら | een beetje; kort; een momentje; eventjes |
| chōkō-兆候 | voorteken; omen; voorbode; indicatie; verwachting |
| choko-猪口 | klein kommetje; sakekopje |
| chokochoko-ちょこちょこ | lopend met kleine pasjes; waggelend |
| chōkokutō-彫刻刀 | beitel; mesje voor houtsnijwerk; graveernaald |
| chokudai-勅題 | een tablet met inscriptie van de keizer |
| chokuhitsu-直筆 | het kalligraferen met de schrijfpenseel rechtop gehouden |
| chokusen-勅撰 | het op keizerlijk bevel verzamelen [bundelen] van gedichten en teksten |
| chokusen-勅撰 | keizer die zelf gedichten schrijft, of dichtbundels samenstelt |
| chokusenshū-勅撰集 | poëziebloemlezing samengesteld in opdracht van de keizer |
| chokusenwakashū-勅撰和歌集 | waka-gedichten verzameld in opdracht van de keizer |
| chokusetsuhō-直接法 | directe methode [rede] (taalkunde) |
| chokusho-勅書 | keizerlijk decreet; keizerlijk document |
| chokutō-直刀 | recht zwaard (zonder kromming in het lemmet [in de kling]) |
| chokuyu-直喩 | een metafoor; vergelijking; gelijkenis; retorische figuur |
| chōkyōshi-調教師 | dierentemmer (paarden, honden, of wilde dieren in een circus) |
| chōmin-町民 | stedeling; stadsmens |
| chōmiryō-調味料 | smaakstof; kruiderij; condiment |
| chōmoku-鳥目 | geld; munt; muntstuk (lett. vogel-ogen, de term verwijst naar oude munten met ronde gaten) |
| chōmonsuru-弔問する | condoleren; medeleven betuigen |
| chonbo-ちょんぼ | blunder; flater; stomme fout; misser |
| chōon-調音 | het stemmen van een muziekinstrument |
| chōonpa-超音波 | ultrasonische golf; golf met een zeer hoge frequentie |
| chōreibokai-朝令暮改 | inconsequent [inconsistent; onsamenhangend; veranderlijk] gedrag [beleid]; onlogische maatregelen |
| chōritsu-調律 | het stemmen van een muziekinstrument |
| chōritsusuru-調律する | stemmen (van muziekinstrumenten) |
| choromakasu-ちょろまかす | stelen; pikken; jatten; er vandoor gaan met |
| chōsanrishi-張三李四 | gewone mensen; mensen zonder status; Jan en alleman |
| chōsei-調製 | het vervaardigen op bestelling; het bereiden op recept (medicijnen; voedsel) |
| chōseisuru-調整する | reguleren; afstemmen; controleren |
| chōshi-弔詞 | condoleancebericht; woorden van medeleven |
| chōshi-調子 | tempo; ritme |
| chōshizen-超自然 | occultisme; transcendentie; bovennatuurlijkheid; paranormaliteit |
| chōshizuku-調子づく | op gang [stoom] komen; in de stemming komen; zijn draai weten te vinden; opgetogen [enthousiast] worden; zich laten gaan |
| chōshū-徴集 | verplichte inzameling (van goederen e.d.) |
| chōshū-長袖 | (kleding met) lange mouwen |
| chōson-町村 | steden en dorpen; gemeenten |
| chōsuiro-長水路 | een 50 meterbad; een groot zwembad van tenminste 50 meter |
| chōtei-調停 | mediation; bemiddeling; arbitrage |
| chotto-ちょっと | eventjes; kort; een momentje; een beetje |
| chōurangenso-超ウラン元素 | transuraan element |
| chōyakukyōgi-跳躍競技 | (atletiekonderdeel) springwedstrijd (verzamelnaam voor verspringen, hoogspringen, hink-stap-springen en polsstokhoogspringen) |
| chōzai-調剤 | dosering (van medicijnen) |
| chōzaigijutsuryō-調剤技術料 | kosten voor uitgifte van voorgeschreven medicatie |
| chozō-貯蔵 | opslag; bewaring; het in voorraad nemen [hamsteren] |
| chozōshitsu-貯蔵室 | opslagruimte; magazijn; voorraadkamer; bergruimte |
| chōzuke-丁付け | paginering; paginanummering |
| chū-仲 | relatie tussen mensen |
| chū-宙 | lucht; hemel; ruimte; tussen hemel en aarde |
| chū-注 | annotatie; aantekening; noot; notitie; opmerking |
| chū-鋳 | (in kanji combinaties) het (smelten en) gieten van metaal |
| chūba-チューバ | tuba (muziekinstrument) |
| chūbaika-虫媒花 | insectenbloemige plant (plant waarvan het stuifmeel door insecten wordt overgebracht) |
| chūburā・beruzu-チュウブラー・ベルズ | buisklokken (slaginstrument); klokkenspel |
| chūgata-中形 | middelgrote maat; medium; middelgroot; middenklasse |
| chūgen-中元 | zomergeschenk (veel Japanners geven tijdens het Obon festival geschenken aan mensen die het afgelopen half jaar veel voor hen hebben betekend) |
| chūhai-酎ハイ | shochu highball, Japanse cocktail (oorspronkelijk shōchū met koolzuurhoudend water en citroen, tegenwoordig ook met wodka en in allerlei smaken) |
| chūikaki-注意書き | instructies [aanwijzingen] voor gebruik (van medicijnen, apparatuur, etc.) |
| chūjien-中耳炎 | middenoorontsteking (otitis media) |
| chūjin-中人 | gewone mensen; mensen uit de middenklasse |
| chūkai-注解 | annotatie; commentaar; aantekening |
| chūkankanrisha-中間管理者 | het middenkader; middenmanagement; leidinggevende in het middenkader |
| chūkanshi-中間子 | meson (elementair deeltje) |
| chūkenshotokusō-中堅所得層 | (mensen met) middenklasse inkomens |
| chūki-注記 | annotatie; commentaar; aantekening |
| chūkin-鋳金 | het metaal gieten |
| chūkon-中根 | (boeddh.) iemand met een middelmatig spiritueel talent [vermogen] om het Boeddhisme optimaal te kunnen bestuderen [volgen] |
| chūkyori-中距離 | intermediair bereik (raket) |
| chūkyū-中級 | intermediair niveau |
| chūmokusuru-注目する | waarnemen; opmerken |
| chūnā-チューナー | stemmer |
| chūnikai-中二階 | tussenverdieping; entresol; mezzanine |
| chūningu-チューニング | het stemmen van een muziekinstrument |
| chūnō-中脳 | middenhersenen; mesencephalon |
| chūnyū-注入 | (chem., med., e.d.) injectie; infusie; infiltratie; impregnatie; het injecteren; inspuiten; inpompen |
| chūōjōhōkyoku-中央情報局 | CIA (geheime dienst van Amerika) |
| chūon-中音 | (muziek) mediant (derde trap van de toonladder); middenregister |
| chūseidai-中生代 | mesozoïcum (tijdperk) |
| chūsenkyoku-中選挙区 | een middelgroot [meervoudig] kiesdistrict (met twee of meer zetels) in Japan |
| chūshaku-注釈 | annotatie; commentaar; verklarende aantekening |
| chūshōhyōgenshugi-抽象表現主義 | abstract expressionisme |
| chūshōron-抽象論 | een abstract argument; abstracte theorie |
| chūshōshugi-抽象主義 | abstracte kunst; abstractionisme |
| chūsuru-注する | annoteren; commentaar [aantekeningen] toevoegen |
| chūsūshinkei-中枢神経 | centrale zenuwstelsel (hersenen en ruggenmerg) |
| chūten-沖天 | het hoog opklimmen [oprijzen; opstijgen] |
| chūu-中有 | (Tibetaans boeddhisme) bardo (fase tussen leven, dood en wedergeboorte |
| chūu-中有 | (in Japans boeddhisme) transitieperiode van 49 dagen tussen overlijden en wedergeboorte |
| chūyu-注油 | het (door)smeren; het oliën; smering |
| chūzai-駐在 | (afk. voor) politiepost met woonvertrekken (vaak buiten de stadsgrenzen, lokaal of op het platteland) |
| chūzaisho-駐在所 | politiepost met woonvertrekken (vaak buiten de stadsgrenzen, lokaal of op het platteland) |
| daburu-ダブル | (jas) met twee rijen knopen |
| daburu・bāsu-ダブル・ベース | (muziekinstrument) contrabas |
| daburu・inkamu-ダブル・インカム | dubbel inkomen (tweeverdieners) |
| daburu・panchi-ダブル・パンチ | (boksen) dubbele slag (met twee vuisten tegelijk) |
| dada-ダダ | Dada (Dadaïsme, culturele beweging van kunstenaars) |
| dadaisumu-ダダイスム | Dadaïsme (kunststroming) |
| dagakki-打楽器 | percussie-instrument; slaginstrument |
| daho-拿捕 | (in oorlogstijd) de tijdelijke inbeslagname van vijandelijke schepen of ladingen |
| daho-拿捕 | inbeslagname; vastlegging (b.v. van een vissersboot) |
| dai-だい | prefix of suffix in samengestelde woorden |
| daiaru-ダイアル | (nummer) draaien [kiezen]; afstemmen |
| daiben-代弁 | woordvoerder; spreker (bij volmacht, namens iemand anders) |
| daibubun-大部分 | meerderheid; meer dan de helft; het grootste deel |
| daichi-大地 | de aarde (t.o. de hemel) |
| daidai-橙 | bittersinaasappel, pomerans; zure sinaasappel (Citrus aurantium) |
| daiei-題詠 | (het componeren van) een gedicht met een bepaald thema |
| daigakkō-大学校 | hogere onderwijsinstelling opgericht in samenwerking met een overheidsinstantie |
| daigan-代願 | voorbede; voorspraak; als tussenpersoon fungeren; bidden tot god {Boeddha] namens een ander |
| daigen-代言 | een pleidooi [het pleiten] namens een ander (advocatuur) |
| daigen-題言 | (korte) tekst op een schilderij, grafsteen of monument |
| daigo-醍醐 | het ultime [oprechte] genoegen [plezier] |
| daigomi-醍醐味 | het ultime [oprechte] genoegen [plezier] |
| daihachiguruma-大八車 | grote kar met twee wielen |
| daihen-代返 | (op school) bij het afroepen van namen van een presentielijst bevestigend antwoorden t.b.v een andere persoon (die zelf niet aanwezig is) |
| daihitsu-代筆 | schrijven namens iem. anders |
| daihō-大法 | leer [doctrine] van het Mahayana boeddhisme (het grote voertuig) |
| daihō-大法 | de hoogste spirituele trainingsvorm in het shingon boeddhisme |
| daihyōsaku-代表作 | het beste werk van [het werk dat is kenmerkend voor] een kunstenaar (schilder, schrijver etc.); meesterwerk |
| daihyōshain-代表社員 | senior partner; senior werknemer die bevoegd is om een bedrijf te vertegenwoordigen |
| daiichininsha-第一人者 | de hoogstgeplaatste [meest gezaghebbende] persoon; degene met de hoogste rang; de leidende [invloedrijkste] persoon (op een bepaald gebied) |
| daijesuto-ダイジェスト | samenvatting; uittreksel |
| daijidaihi-大慈大悲 | (boeddh.) groot mededogen en grote genade; grote compassie en barmhartigheid |
| daijō-大乗 | (stroming in het boeddhisme) Mahayana (het grote voertuig) |
| daijōdan-大上段 | houding met een zwaard boven het hoofd |
| daikasuto-ダイカスト | het gieten (van metaal) in een vorm; gietsel; gietstuk |
| daikoku-大黒 | (informeel) vrouw [echtgenote] (van een boeddhistische priester |
| daikokuten-大黒天 | Daikokuten (Mahākāla), god van rijkdom en handel (meestal afgebeeld met een houten hamer), 1 van de 7 geluksgoden uit de Japanse mythologie |
| daiku-大工 | timmerman |
| daiku-大工 | timmerwerk |
| daikūshū-大空襲 | zware luchtaanval; bombardement |
| daimei-題名 | titel; naam; noemer; opschrift |
| daimeishi-代名詞 | voornaamwoord; pronomen |
| dainamizumu-ダイナミズム | dynamisme (filosofie) |
| dainichinyorai-大日如来 | Mahavairocana (in het Japans Esoterisch Boeddhisme de hoogste Boeddha van de Kosmos) |
| dainingu-ダイニング | eetkamer; eetzaal |
| dainingu・rūmu-ダイニング・ルーム | eetkamer; eetzaal |
| daino-大の | een zelfstandig iemand die zowel fysiek als mentaal volwassen is |
| dainoji-大の字 | (de vorm van het kanji 大) met armen en benen gespreid |
| dairekuto・mēru-ダイレクト・メール | postreclame; persoonlijk geadresseerde reclamepost |
| dairiseki-大理石 | marmer |
| dairisekiban-大理石板 | marmerplaat; stuk marmer |
| daisen-題簽 | (kleine) boekomslag (onderaan een boek met boekgegevens en korte inhoudsbeschrijving) |
| daisenkyoku-大選挙区 | een groot [meervoudig] kiesdistrict (met twee of meer zetels) in Japan |
| daisensei-大先生 | geniale [grote] meester [leraar, docent] |
| daishichi-第七 | nummer 7; de 7de |
| daishō-大小 | groot en klein; maten; afmetingen |
| daitai-大体 | ongeveer; globaal; over het algemeen; voornamelijk |
| daitansa-大胆さ | stoutmoedigheid; dapperheid; moed; vermetelheid |
| daitōryōdaikō-大統領代行 | waarnemend president |
| daitōryōkeigotai-大統領警護隊 | geheime dienst (secret service) ter bewaking van de president |
| daitoshi-大都市 | grote stad; wereldstad; metropool |
| daiyaru-ダイヤル | (nummer) draaien [kiezen]; afstemmen |
| daiyaruin-ダイヤルイン | inkiessysteem; doorkiessysteem (direct bellen met doorkiesnummer) |
| daiyarusuru-ダイヤルする | een nummer draaien (telefoon) |
| daizentei-大前提 | belangrijkste uitgangspunt [veronderstelling; principe; aanname] |
| daizōkyō-大蔵経 | Taishō Tripiṭaka is een uitgave van Chinese boeddhistische geschriften, met Japanse commentaren |
| dakiageru-抱き上げる | in de armen nemen [houden] |
| dakiau-抱き合う | elkaar omhelzen [omarmen] |
| dakikakaeru-抱き抱える | omhelzen; in je armen nemen |
| dakikomu-抱き込む | (iem.) overhalen; overtuigen; inpalmen |
| dakishimeru-抱きしめる | knuffelen; omarmen; iemand stevig vasthouden |
| dakkingu-ダッキング | (bij boksen) wegduiken, met het hoofd omlaag een slag ontwijken |
| dakō-蛇行 | slingering; kronkeling; zigzaggen; meandering (van een rivier e.d.) |
| dakōken-蛇行剣 | (recht) zwaard met golvend lemmet |
| daku-抱く | omhelzen; omarmen; in de armen sluiten [dragen] |
| dakuon-濁音 | stemhebbende medeklinker in het Japans |
| dakuonpu-濁音符 | het (dubbele aanhalings)teken gebruikt voor een stemhebbende medeklinker in het Japans |
| dakusuru-諾する | toestemmen; zich bereid verklaren; instemmen met; akkoord gaan; voldoen aan; inwilligen (verzoek) |
| dakuten-濁点 | het (dubbele aanhalings)teken gebruikt voor een stemhebbende medeklinker in het Japans |
| dāku・hōsu-ダーク・ホース | onbekende mededinger [kandidaat] |
| dakyū-打球 | slag; geslagen bal; het slaan van een bal (met een knuppel, golfclub, racket, e.d.) |
| damarikokuru-黙りこくる | in stilzwijgen verzinken; stilvallen; niets meer zeggen |
| damarikomu-黙り込む | zwijgen; de mond houden; niets (meer) zeggen |
| damashiuchi-騙し討ち | een verrassingsaanval; iemand met een list afleiden en dan aanvallen; vals spel |
| damin-惰眠 | luiheid; ledigheid; inactiviteit; inertie; sluimering |
| damono-駄物 | iets van lage kwaliteit; slecht product; rommel; prul |
| dan-檀 | Indische sering (Melia azedarach) |
| danchi-団地 | appartementengebouw; flatgebouw |
| danchi-暖地 | warme streek [regio]; gebied met een mild klimaat |
| danchigaiheikōbō-段違い平行棒 | brug met ongelijke leggers (turnen) |
| danchizuma-団地妻 | vrouwen die in een commune (leefgemeenschap) wonen |
| dandara-段だら | (patroon met) horizontale strepen |
| dangaisaibansho-弾劾裁判所 | (Japanse) gerechtshof voor impeachment [afzetting] |
| dangensuru-断言する | eisen; claimen; beweren; verklaren |
| dango-団子 | gekookte deegballetjes (gemaakt van kleefrijstmeel); dumplings; knoedels |
| dangō-談合 | heimelijke afspraak; samenzwering; onwettige prijsafspraken |
| dangoku-暖国 | warm land; land met een warm klimaat |
| danjikisuru-断食する | vasten (geen voedsel tot zich nemen) |
| danjite-断じて | (met negatie) helemaal [absoluut] niet; in geen geval |
| danjo-男女 | man en vrouw; mannen en vrouwen; jongens en meisjes; beide geslachten |
| danka-檀家 | parochiaan [aanhanger; volgeling] van een boeddhistische gemeenschap [school; sekte] |
| dankan-断簡 | fragment van een historisch document [oud manuscript] |
| danketsushin-団結心 | gemeenschapszin; coöperatieve mentaliteit; groepsgevoel |
| dankiryū-暖気流 | warme luchtstroom |
| dankoku-暖国 | warm land; land met een warm klimaat |
| dankonsūhai-男根崇拝 | fallisme |
| danpen-断片 | fragment; (onder)deel; stuk(je) |
| danryū-暖流 | warme zeestroming |
| danshari-断捨離 | het grote opruimen, met als doel harmonie te bereiken (gebaseerd op 3 concepten van yoga: weigeren, weggooien, en loslaten van onnodige dingen) |
| danshō-断章 | literair fragment; korte passage in een (literaire) tekst |
| danshoku-暖色 | warme kleur(en) (zoals geel, oranje, rood) |
| dansonjohi-男尊女卑 | mannelijk chauvinisme; (geloof in) de superioriteit van mannen over vrouwen (lett. de man is geëerd, de vrouw nederig) |
| dantō-暖冬 | een warme [milde] winter |
| dappi-脱皮 | het zichzelf bevrijden; breken met (conventies, oude gedachtepatronen, gewoontes, e.d.) |
| daradara-だらだら | (onomatopee) druppelend; stromend; slepend |
| darake-だらけ | (achtervoegsel) vol [bedekt; bezaaid] met |
| daredare-誰誰 | wie; welke personen [mensen] |
| darekare-誰彼 | de ene en de andere persoon; veel mensen; iedereen |
| darō-だろう | (informele vorm van het werkwoord 'zijn'; drukt veronderstelling of vermoeden uit) zal (waarschijnlijk) (zo) zijn (dat) |
| daruma-達磨 | Daruma, de boeddhistische monnik Bodhidharma (Zen boeddhisme) |
| daruma-達磨 | darumapop (afbeelding van Daruma, waarbij vaak de ogen nog niet zijn ingekleurd, hetgeen men pas doet als een wens uitkomt) |
| dashiau-出し合う | het delen van de kosten; gezamenlijk bijdragen |
| dashiire-出し入れ | (geld) storting en opname; het inleggen en uithalen |
| dashimono-出し物 | (theater) programma; optreden; nummer |
| dashin-打診 | (med) onderzoek door bekloppen; percussie |
| dashinuku-出し抜く | iemand's plannen dwarsbomen; iemand te slim af zijn |
| dasshifunnyū-脱脂粉乳 | magere melk in poedervorm |
| dasshinyū-脱脂乳 | magere (afgeroomde) melk; taptemelk |
| dasshusuru-奪取する | veroveren; gevangennemen; beslag leggen; innemen; afpakken |
| dasu-出す | (in combinatie met andere werkwoorden) beginnen te; naar buiten doen [gaan; bewegen] |
| datai-堕胎 | abortus (m.n. door medisch ingrijpen) |
| date-伊達 | (goede) stijl; raffinement; elegantie |
| datemaki-伊達巻き | een strak opgerolde omelet, gemaakt van eieren en vispuree (traditioneel Japans Nieuwjaarsgerecht) |
| datsukōchiku-脱構築 | deconstructie (literatuurwetenschappelijke methode) |
| datte-だって | (partikel) zelfs; ook; blijkbaar; men zegt; ik denk; jij bedoelt |
| daun・jaketto-ダウン・ジャケット | donsjas; gewatteerde jas (gevuld met dons) |
| daun・pāka-ダウン・パーカ | donsparka (jack met donzen voering) |
| dāwinizumu-ダーウィニズム | darwinisme; evolutieleer |
| deashi-出足 | opkomst (van mensen, publiek) |
| deau-出会う | (iemand; elkaar) tegenkomen; ontmoeten; treffen |
| deba-出刃 | een breed keukenmes (vnl. om vis te snijden) |
| debabōchō-出刃包丁 | een breed keukenmes (vnl. om vis te snijden) |
| deban-出番 | beurt; (bij toneelopvoeringen) de beurt van een acteur om op het podium te komen |
| debasho-出場所 | beurt om op te komen (op het toneelpodium) |
| deddo-デッド | (geluid) dof; met weinig weergalm [weerklank; echo] |
| deddonēmu-デッドネーム | deadname (iemands (vorige) naam die bewust veranderd werd door die persoon in een nieuw gekozen naam) |
| deforume-デフォルメ | vervormen; (bewust) verkeerd weergeven |
| degake-出がけ | het moment van vertrek |
| deha-出端 | uitweg; kans [gelegenheid] om te vertrekken [eruit te komen] |
| dehairi-出入り | toename en afname; stijging en daling |
| dehana-出鼻 | startpunt; begin; moment van vertrek |
| deharau-出払う | verlaten [zonder mensen] zijn; niemand thuis zijn |
| dehōdai-出放題 | onbeperkt [vrijelijk] naar buiten gaan [stromen] |
| deiri-出入り | toename en afname; stijging en daling |
| dējī-デージー | madeliefje; meizoentje |
| dejikame-デジカメ | digitale camera |
| dejinere-デジネレ | iemand die lichamelijke en geestelijke tekenen van degeneratie vertoont |
| dejitaru・kamera-デジタル・カメラ | digitale camera |
| dekadantisumu-デカダンティスム | decadentisme |
| dekameron-デカメロン | Decamerone (titel van een boek van Boccaccio)) |
| dekiai-出来合い | het samenwonen (zonder getrouwd te zijn) |
| dekiboshi-出来星 | een ster die plotseling aan de hemel verschijnt |
| dekibutsu-出来物 | een bekwame [kundige] persoon |
| dekidakabarai-出来高払い | betaling al naar gelang de hoeveelheid werk en het productievolume |
| dekine-出来値 | verkoopprijs; de prijs waarmee een transactie op de markt werd afgesloten |
| dekiru-出来る | tot stand komen; gedaan [voltooid] worden; gereed komen |
| dekobō-凸坊 | een kind met een groot (voor)hoofd |
| dekonsutorakushon-デコンストラクション | deconstructie (literatuurwetenschappelijke methode) |
| dekora-デコラ | Decola, merknaam van thermohardende kunststof gemaakt van melamine en formaldehyde (o.a. gebruikt voor oppervlaktecoatings) |
| dekorēshon-デコレーション | decoratie; versiering; ornament |
| dekuwasu-出くわす | (iemand; elkaar) tegenkomen; ontmoeten; treffen |
| demakase-出任せ | gedachteloze opmerking; het iets zeggen zonder nadenken |
| demawaru-出回る | op de markt komen; (volop) te koop zijn; circuleren |
| demotēpu-デモテープ | demobandje (geluids- of videoband voor reclame- en marketingdoeleinden) |
| demukaeru-出迎える | ontmoeten; (gaan) begroeten; (iem.) afhalen; verwelkomen |
| denaosu-出直す | weer [opnieuw] (langs) komen |
| denatsukei-電圧計 | voltmeter; spanningsmeter |
| denbun-電文 | zin(nen) gebruikt bij telegrammen; zinnen in telegramstijl |
| dengonsuru-伝言する | een boodschap meegeven [doorgeven] |
| denjiki-電磁気 | elektromagnetisme |
| denju-伝授 | inwijding [instructie; onderricht] (in de geheimen van een traditie e.d.) |
| denpō-伝法 | de overdracht [het doorgeven; onderwijzen] van de boeddhistische leer (van meester op discipel) |
| denpu-田夫 | boerenkinkel; boerenpummel; onbeschofte persoon |
| denpun-澱粉 | zetmeel |
| denpuyajin-田夫野人 | boerenkinkel; boerenpummel; onbeschofte persoon |
| denryūkei-電流計 | ampèremeter |
| densen-伝染 | besmetting; infectie |
| densenbyō-伝染病 | besmettelijke [overdraagbare] ziekte; epidemie |
| denshibaitai-電子媒体 | digitale [elektronische] media |
| denshimeteronōmu-電子メトロノーム | kwartsmetronoom (quarz metronoom) |
| denwabangō-電話番号 | telefoonnummer |
| den'entoshi-田園都市 | tuinstad; stad met veel groenvoorzieningen |
| deresuke-でれ助 | slappeling; sukkel; slome |
| deresuke-でれ助 | rokkenjager; een man die gemakkelijk bezwijkt voor vrouwelijke schoonheid [charme] |
| deru-出る | ontdekt [onthuld] worden; naar buiten komen (fig.) |
| deru-出る | beginnen; ontstaan; voortkomen uit |
| deru-出る | naar buiten gaan [komen]; weggaan |
| deru-出る | uitkomen; verschijnen; gepubliceerd worden |
| deshabaru-出しゃばる | binnendringen; zich bemoeien (met); interrumperen; tussen beiden komen |
| deshio-出潮 | hoogtij; vloed; hoogwater; opkomend tij |
| deshō-でしょう | misschien; waarschijnlijk; vermoedelijk; het ziet er naar uit dat; het lijkt wel of; naar men zegt |
| desuku・puran-デスク・プラン | nog niet uitgevoerd [geïmplementeerd] plan; plan in de ontwerpfase; het plan op tafel |
| detatchido・kōto-デタッチド・コート | jas met een uitneembare voering |
| detekuru-出て来る | te voorschijn komen |
| dezainā・burando-デザイナー・ブランド | merknaam van een ontwerper |
| diberutimento-ディベルティメント | (muziek) divertimento |
| difyūjon・indekkusu-ディフュージョン・インデックス | diffusie-index (statistiek, econometrie) |
| diguriokurashī-ディグリオクラシー | academische meritocratie, een samenleving waarin het opleidingsniveau een van de belangrijkste criteria is voor het bepalen van de sociale status |
| dimenshon-ディメンション | dimensie; omvang |
| diminuendo-ディミヌエンド | (muziekterm) diminuendo (eleidelijk afnemend in toonsterkte) |
| dinā・jīnzu-ディナー・ジーンズ | nette jeans voor formelere gelegenheden |
| dinkusu-ディンクス | (double income, no kids) tweeverdieners zonder kinderen |
| dīpu・sausu-ディープ・サウス | het diepe Zuiden (de meest zuidelijke staten van Amerika: Georgia, Alabama, Louisiana en Mississippi) |
| dīrā-ディーラー | verkoper; handelaar; officiële vertegenwoordiger van een specifiek merk producten van een fabrikant |
| dirēdo・suchīru-ディレード・スチール | verlate steel-poging (bij honkbal, een verrassingstechniek waarbij de loper een honk steelt op een onverwacht moment) |
| direttantizumu-ディレッタンティズム | dilettantisme (amateuristische beoefening van kunst of wetenschap) |
| disuku・kamera-ディスク・カメラ | (Kodak) Disc camera (met schijffilm) |
| disutābukādo-ドントディスターブカード | niet storen kaart (bij hotelkamer) |
| dī・bui-ディー・ブイ | huiselijk geweld (Engels DV: domestic violence) |
| dī・pī・ī-ディー・ピー・イー | (Development Printing Enlargement) het post-productieproces van fotografische films: ontwikkelen, printen en vergroten |
| dō-同 | delen (met) |
| dō-同 | eenwording; samengaan |
| do-土 | (één van de vijf elementen in de Chinese filosofie) aarde |
| dō-銅 | koper (chemisch element, Cu) |
| dōbachi-銅鈸 | (muziekinstrument) bekken; cimbaal |
| dobashi-土橋 | met aarde bedekte brug; aarden brug |
| dōbutsuaigoshūkan-動物愛護週間 | een week waarin het beschermen van dieren wordt gepropageerd |
| dōbutsuyuraikansenshō-動物由来感染症 | zoönose (infectie die van dier op mens kan overgaan) |
| dōchaku-同着 | het op hetzelfde moment aankomen; tegelijk arriveren, |
| dōchōatsuryoku-同調圧力 | groepsdwang; de druk om je te conformeren aan de rest [de anderen om je heen] |
| dōchōtosetsu-道聴塗説 | wat je hoort meteen geloven en doorvertellen; roddelen |
| dōdan-登壇 | het podium opstappen; het spreekgestoelte beklimmen; achter de kansel gaan staan |
| dōdemo-どうでも | zoals men wil; hoe dan ook |
| dōdō-同道 | reis(tocht) in gezelschap van anderen; het samen reizen |
| dōdokuryōhō-同毒療法 | homeopathie |
| dōdōmeguri-堂堂巡り | alsmaar maar weer op hetzelfde terugkomen (in gesprekken); in herhalingen vallen |
| dōdōmeguri-堂堂巡り | het stemmen van Japanse parlementsleden, waarbij zij hun stembiljetten in een doos die op het podium staat stoppen |
| dogaishisuru-度外視する | negeren; veronachtzamen; geen rekening houden met |
| dōgaku-道学 | studie van (neo)confucianisme; studie van Taoïsme |
| dōgan-童顔 | (iemand met) een kinderlijk gezicht; babyface |
| dōgane-胴金 | metalen ring om het handvat van een zwaard of speer |
| doggutagu-ドッグタグ | (Eng.: dog tag) metalen identiteitsplaatje (van militairen) |
| doggu・iyā-ドッグ・イヤー | (Eng.: dog's year) een levensjaar van een hond (ca. gelijk aan 7 mensjaren), geeft aan de snelheid van veranderingen in de informatiemaatschappij |
| dogū-土偶 | werkstuk [figuur] in klei van mens, dier e.d. |
| dogumatizumu-ドグマティズム | dogmatisme |
| dōhō-同胞 | broeder; kameraad; landgenoot; medemens |
| dōisuru-同意する | instemmen; het eens zijn (met) |
| dōjaku-瞠若 | (opperste) verbazing; verbijstering; als met stomheid geslagen |
| dōji-童子 | een kind; een kleine jongen; een klein meisje |
| dōjin-同人 | verwante geest; kameraad; persoon [personen] met dezelfde doelen [belangen]; kliek |
| dōjiru-同じる | het met elkaar [ergens mee] eens zijn |
| dōjō-同乗 | het meerijden |
| dōjō-同情 | sympathie; medeleven |
| dōjo-童女 | en kind; een klein meisje |
| dōjōsha-同乗者 | inzittende; passagier; medereiziger |
| dōjōsuru-同情する | meevoelen; invoelen; medelijden [compassie] hebben |
| dōkei-同型 | isomorfisme; isomorfie; gelijkvormigheid |
| dōkei-同形 | gelijkvormigheid; isomorfie; isomorfisme |
| dokkingu-ドッキング | (Eng.: docking) het aanmeren [koppelen] (van ruimteschepen, satellieten, e.d.) |
| dokkinhō-独禁法 | antitrustwet; mededingingsrecht; anti-monopoliewet |
| dokkyorōjin-独居老人 | alleenstaande [alleenwonende] oudere mensen |
| dokō-土工 | werknemer voor publieke werken |
| dōkōikyoku-同工異曲 | dezelfde vakmanschap, maar met verschillende aanpak [stijl] |
| dōkoku-慟哭 | gejammer; geweeklaag |
| dōkokusuru-慟哭する | weeklagen; jammeren |
| dokomo-何処も | (met ontkennend werkwoord) nergens |
| dokonjō-ど根性 | enorme durf [moed; lef] |
| dōkōsha-同行者 | medereiziger; metgezel; reisgenoot |
| dokubōkankin-独房監禁 | eenzame opsluiting |
| dokudan-独断 | eigen oordeel [besluit; beslissing; mening] |
| dokufu-毒婦 | femme fatale; vamp; verleidster |
| dokuritsukokkakyōdōtai-独立国家共同体 | Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS) (ex-Sovjetstaten) |
| dokuryō-読了 | het klaar zijn met lezen; (iets) uitgelezen hebben |
| dokusai-独裁 | dictatuur; despotisme; alleenheerschappij; tirannie |
| dokusaishihai-独裁支配 | autocratisch regime [bewind] |
| dokusenkinshihō-独占禁止法 | antitrustwet; mededingingsrecht; anti-monopoliewet |
| dokushu-毒手 | een vuile [gemene] truc [daad; handelwijze] |
| dokusō-独奏 | een (muziek) solo (instrumentaal) |
| dokutā-ドクター | dokter (med.); doctor (academische graad) |
| dokutā・sutoppu-ドクター・ストップ | op advies van de dokter stoppen met roken, drinken, e.d. |
| dokuzen-独善 | zelfingenomenheid; zelfgenoegzaamheid |
| dōkyo-同居 | samenwonen in een huis (b.v. met vriend(in) of (schoon)familie) |
| dōkyō-道教 | Taoïsme |
| dōkyonin-同居人 | huisgenoot; kamergenoot |
| dokyumentarī-ドキュメンタリー | documentaire |
| dokyumentēshon-ドキュメンテーション | documentatie; handleiding |
| dokyumento-ドキュメント | document; geschrift; akte |
| dōkyūsei-同級生 | klasgenoot; medestudent |
| dōmeiijin-同名異人 | naamgenoot; iemand met dezelfde naam |
| domein-ドメイン | domein |
| domeinmei-ドメイン名 | domeinnaam |
| domein・nēmu-ドメイン・ネーム | domeinnaam |
| domesutikku・saiensu-ドメスティック・サイエンス | huishoudkunde; gezins- en consumentenwetenschap |
| domo-ども | (achter een zelfst.nw.) geeft aan meervoud of nederigheid |
| domoru-吃る | stotteren; stamelen |
| don-ドン | erend prefix voor achternamen van mannen (b.v. Don Quichot) |
| don-貪 | (boeddh.) (één van de drie giftigheden in de menselijke ziel) hebzucht |
| donā-ドナー | donor (iem. die iets doneert, zoals organen of beenmerg) |
| dondon-どんどん | geroffel; getrommel (geluid) |
| dōnen-同年 | jaargenoot; iemand die in hetzelfde jaar is geslaagd voor het Chinees keizerlijk examen (archaïsch) |
| dōnimo-どうにも | (in combinatie met een ontkenning) op geen enkele manier; op generlei wijze |
| dōnin-同人 | verwante geest; kameraad; persoon [personen] met dezelfde doelen [belangen]; kliek |
| donkō-鈍行 | (spreektaal) stoptrein; lokale (langzame) trein |
| donkōressha-鈍行列車 | stoptrein; lokale (langzame) trein |
| dono-殿 | toevoeging achter plaatsnamen |
| donsoku-鈍足 | het langzaam rennen; langzame renner |
| donto-どんと | krachtig; met een klap [dreun] |
| donto・nō・gurūpu-ドント・ノー・グループ | (Eng.: don't-know-group) mensen die b.v. bij een enquête iets niet weten of begrijpen |
| dorafuto-ドラフト | ploegen-samenstelling (honkbal) |
| doraggu-ドラッグ | medicijn; drug(s) |
| doraikurīninguten-ドライクリーニング店 | stomerij |
| dorai・karē-ドライ・カレー | droge curry (een gerecht van gebakken vlees en groenten met kerrie, zonder toevoeging van water) |
| dorai・kurīningu-ドライ・クリーニング | stomerij; (kleding) stomen [chemisch reinigen] |
| dorai・miruku-ドライ・ミルク | melkpoeder; poedermelk |
| doramā-ドラマー | drummer (bespeler van het drumstel) |
| doramu-ドラム | dram; drachme (3,888 gram) |
| dōran-ドーラン | (merknaam voor) witte make-up [schmink) |
| doremo-どれも | alle; elke; iedere; (met negatie) geen (enkele) |
| doresshingu・rūmu-ドレッシング・ルーム | (Eng.: dressing room) kleedkamer |
| doriburu-ドリブル | (sportterm) een dribbel met bal of puck |
| doriru-ドリル | het oefenen; oefenboek (met invuloefeningen) |
| dōrobangō-道路番号 | wegnummer |
| doroppu-ドロップ | (bij honkbal) een kromme bal (die verticaal naar beneden valt) |
| doroppu-ドロップ | (computer term) een document in een map zetten (door het eerst met de muis op te pakken en dan te laten vallen in de juiste map) |
| doroppuauto-ドロップアウト | drop-out; voortijdige schoolverlater; iem. die de samenleving de rug toekeert |
| doroppuauto-ドロップアウト | (bij rugby) hervatting van het spel met een dropkick |
| dorudate-ドル建て | notering in (Amerikaanse) dollars |
| dorufin・kikku-ドルフィン・キック | dolfijntrap (zwembeweging met beide voeten tegelijk in een trappende beweging in het water, bij vlinderslag en rugslag) |
| dorumen-ドルメン | dolmen (neolithisch grafmonument van stenen) |
| dorushokku-ドル・ショック | de Nixon Shock (economische maatregelen van President Nixon in 1971, o.a. het eenzijdig opheffen van de omwisseling van goud in Amerikaanse dollars) |
| doryō-度量 | lengte en volume; afmetingen en inhoud |
| doryōkō-度量衡 | gewichten en afmetingen [maten]; lengte, volume en gewicht |
| dōryū-道流 | (boeddhisme) monniken; priesters |
| dōsa-礬水 | (voor papier) planeerwater (lijmwater met aluin) |
| dōsei-同棲 | het samenleven [samenwonen] |
| dōseikekkon-同性結婚 | homohuwlijk; huwelijk tussen partners met dezelfde sekse |
| dōseki-同席 | naast elkaar zitten; samen zijn; aanwezig [bijeen] zijn |
| dōsha-同車 | (samen) in dezelfde auto rijden [zitten] |
| dosha-土砂 | zand gezegend met speciale spirituele kracht |
| dōshi-同士 | tussen; onderling; wederzijds; onder elkaar; samen |
| dōshi-同志 | kameraden; medestanders; gelijkgestemde mensen; verwante zielen; mensen met dezelfde overtuiging |
| dōshi-道士 | een integer [fatsoenlijk] iemand; een persoon met een sterk moreel besef |
| dōshi-道士 | een taoïst; iemand die taoïsme beoefent |
| doshidoshi-どしどし | (onomatopee) rammelend; rommelend; meer en meer; de een na de ander; snel na elkaar; snel opvolgend |
| doshigatai-度し難い | niet (meer) te redden; onverbeterlijk; onherstelbaar |
| dōshin-同心 | gelijkgestemdheid; dezelfde geest [mening, gedachte] |
| dōshin-同心 | een lagere ambtenaar in de Edo periode (belast met algemene zaken en politiewerk) |
| doshitsurigaku-土質力学 | bodemmechanica |
| dosoku-土足 | met schoenen aan (naar binnen gaan) |
| dosu-どす | klein zwaard [dolk; mes] zonder stootplaat verborgen in een broekzak of jaszak) |
| dosuguroi-どす黒い | schemerig; duister; troebel |
| dotanba-土壇場 | op het laatste moment; op het nippertje |
| dōtarakōtara-どうたらこうたら | (vage) gemeenplaatsen; balblabla; zus en zo; je-weet-wel |
| dōtei-童貞 | (in het katholicisme) de benaming voor een non |
| dotenabe-土手鍋 | een stoofpot van oesters, tofu en groenten (met rode miso als een dijk eromheen in de pan) |
| dōtokutekimazohizumu-道徳的マゾヒズム | moreel masochisme |
| doya-どや | (jargon, inversie van やど) logement; luizig hotel; lijmkit |
| doyadoya-どやどや | geluid van vele voetstappen [van een menigte mensen] (onomatopee) |
| doyagai-どや街 | stadsdeel met talrijke logementen [luizige hotels] (vooral voor dagwerkers) |
| dōyō-動揺 | schok; stoot; schommeling |
| doyō-土用 | de warmste periode van de zomer; de hondsdagen |
| doyōboshi-土用干し | het buiten luchten van kleding (in de zomer) |
| doyomeku-響めく | (meestal in kana) zijn stem verheffen; herrie maken |
| doyomeku-響めく | (na)galmen; weerklinken; resoneren |
| doyomosu-響もす | doen [laten] weerklinken [weergalmen; trillen; dreunen] |
| dōzei-同勢 | gezelschap; groep mensen |
| dozō-土蔵 | pakhuis; opslagplaats (met dikke, aarden muren) |
| dōzuru-同ずる | het eens zijn met; instemmen |
| eazōru-エアゾール | aerosol (een mengsel van stofdeeltjes of vloeistofdruppels in een gas) |
| ea・burēki-エア・ブレーキ | luchtdrukrem (een rem die werkt met perslucht) |
| ea・chekku-エア・チェック | aircheck (een demonstratie-opname van een radio- of tv-presentator) |
| ea・doa-エア・ドア | een apparaat dat een luchtstroomgordijn creëert bij de ingang van een gebouw (om te voorkomen dat buitenlucht en stof binnendringen) |
| ea・kā-エア・カー | een auto die rijdt op samengeperste lucht |
| ea・kāten-エア・カーテン | luchtgordijn, een apparaat dat een luchtstroomgordijn creëert bij de ingang van een gebouw (om te voorkomen dat buitenlucht en stof binnendringen) |
| eba・miruku-エバ・ミルク | gecondenseerde melk; koffiemelk |
| ebisu-夷 | volkeren uit het noorden van Japan (met een eigen taal en cultuur) |
| ebisu-恵比須 | Ebisu, god van visserij, scheepvaart en handel (meestal afgebeeld met hengel en vis), 1 van de 7 geluksgoden uit de Japanse mythologie |
| ebisukō-恵比須講 | het Ebisu festival, gewijd aan Ebisu, de god van de welvaart (meestal gehouden in oktober of november) |
| echiketto-エチケット | etiquette; omgang- en beleefdheidsvormen |
| edamu・chīzu-エダム・チーズ | Edammer kaas |
| edozume-江戸詰め | (Edo-periode) het werken van daimyo (en hun vazallen) in Edo (zij waren verplicht om dat elk jaar af te wisselen met werken in hun eigen domein) |
| efunanbā-エフナンバー | f-nummer; diafragmagetal; diafragmawaarde (fotografie) |
| egetsunai-えげつない | smerig; vulgair; grof; gemeen; wreed |
| egoizumu-エゴイズム | egoisme |
| egujisutanshiarisumu-エグジスタンシアリスム | existentialisme |
| ehō-恵方 | gunstige [geluksbrengende] richting (vroeger de richting van waaruit de nieuwjaarsgoden kwamen) |
| eibei-英米 | Engeland en Amerika |
| eibetsu-永別 | laatste afscheid; het voorgoed [defintief] afscheid nemen |
| eichi・pī-エイチ・ピー | (HP) homepage; startpagina |
| eijihappō-永字八法 | (kalligrafie) de acht basis penseelstreken van kanji (die allen in het karakter 永 voorkomen.) |
| eijū-永住 | permanent verblijf (m.n. in een ander land dan waar men de nationaliteit van heeft) |
| eijūken-永住権 | recht tot permanent verblijf (in een ander land dan waar men de nationaliteit van heeft) |
| eiketsu-英傑 | geweldig persoon; bijzonder mens; genie; held |
| eikokubiiki-英国びいき | anglicisme |
| eikyo-盈虚 | het wassen [toenemen] en afnemen van de maan |
| eikyūshi-永久歯 | blijvende tanden [kiezen] (die doorkomen nadat de melktanden zijn uitgevallen) |
| eisha-泳者 | zwemmer |
| eitatsu-栄達 | stijging [vooruitgang] in sociale status [positie]; het beklimmen van de maatschappelijke ladder |
| eito-エイト | acht, roeiboot met 8 roeiers |
| eiyōhojoshokuhin-栄養補助食品 | voedingssupplement |
| eiyūshugi-英雄主義 | heroïsme; heldendom; heldhaftigheid |
| eizu-エイズ | (acquired immunodeficiency syndrome) aids (immunodeficiëntiesyndroom) |
| ējento-エージェント | agent; vertegenwoordiger; gevolmachtigde; zaakwaarnemer |
| ekiben-駅弁 | een bentobox (met voorverpakte maaltijd) die in stations wordt verkocht |
| ekichū-益虫 | (voor mensen en milieu) nuttig insect |
| ekiin-駅員 | stationsmedewerker; stationspersoneel |
| ekisutikkusu-エキスティックス | wetenschap van menselijke vestiging; planologie |
| ekiteikyoku-駅逓局 | bagagetransport bureau (het bureau dat het bagagevervoer tussen de stations regelde in het begin van de Meiji periode) |
| ekizochishizumu-エキゾチシズム | exotisme |
| ekizochizumu-エキゾチズム | exotisme |
| ekohiiki-依怙贔屓 | partijdigheid; het iemand voortrekken; vooroordeel; vooringenomenheid |
| ekomāku-エコマーク | ecolabel (keurmerk voor minder milieubelastende producten en diensten) |
| ekonometorikkusu-エコノメトリックス | econometrie |
| ekonomikku・animaru-エコノミック・アニマル | economisch dier (term gebruikt voor mensen die alleen economische winst nastreven) |
| ekorojī・māku-エコロジー・マーク | ecologisch keurmerk |
| ekosaido-エコサイド | ecocide (vernietiging van ecosystemen) |
| ekotsūrizumu-エコツーリズム | ecotoerisme |
| eko・māku-エコ・マーク | ecomark; ecologisch keurmerk; milieukeurmerk |
| ekujisutansharizumu-エクジスタンシャリズム | existentialisme |
| ekumēne-エクメーネ | oecumene (eenheid van alle christenen) |
| ekurea-エクレア | eclair (een langwerpig gebakje gevuld met banketbakkersroom en bedekt met een chocolade- of glazuurlaagje) |
| ekusoshisumu-エクソシスム | exorcisme; het uitdrijven van de kwade geest |
| ekusuperimento-エクスペリメント | experiment |
| ekusupōjā-エクスポージャー | (economie) de mate waarin activa of passiva blootgesteld zijn aan het risico van prijsschommelingen |
| ekusupuresshonizumu-エクスプレッショニズム | expressionisme |
| ekusutenshon-エクステンション | extra telefoontoestel(nummer) |
| ekyumenoporisu-エキュメノポリス | ecumenopolis (het hypothetische concept van een wereldomvattende stad) |
| ema-絵馬 | votief plankje waar men een verzoek [dankbetuiging] op kan schrijven in een heiligdom of tempel (oorspronkelijk met een afbeelding van een paard erop) |
| emaki-絵巻 | rolschildering (in een horizontale uitvoering, met afbeeldingen en tekst van literaire of religieuze inhoud) |
| emakimono-絵巻物 | rolschildering (in een horizontale uitvoering, met afbeeldingen en tekst van literaire of religieuze inhoud) |
| emi-笑み | het opengaan [openbarsten] van bloemen [rijpe vruchten] |
| emīshō-エミー賞 | Emmy Award, Amerikaanse tv-prijs |
| emu・ando・ē-エム・アンド・エー | (mergers and acquisitions) fusies en overnames |
| en-縁 | relatie; verbintenis; binding; connectie (tussen mensen) |
| enbu-演武 | demonstratie [beoefening] van vechtkunsten [krijgskunsten, e.d.] (vaak zonder wedstrijdelement) |
| endaka-円高 | waardevermeerdering van de yen; een sterke yen |
| endate-円建て | (handel) met de yen als standaard [basis] |
| endoresu・tēpu-エンドレス・テープ | eindeloze tape (magnetische tape waarvan de uiteinden aan elkaar zijn verbonden zodat de geluidsopname zich steeds herhaalt) |
| enerugī-エネルギー | (lichamelijke of mentale) energie; kracht; uithoudingsvermogen |
| engan-沿岸 | oeverkant langs rivieren, meren e.d, |
| engan-遠眼 | verziendheid; hypermetropie |
| engeikai-演芸会 | bijeenkomst met een verscheidenheid aan podiumkunsten |
| enjin-エンジン | op een computer, het mechanisme dat de gegevensverwerking uitvoert |
| enjin-遠人 | mensen uit een verre streek [een ver land]; buitenlander |
| enjin・burēki-エンジン・ブレーキ | motorrem; uitlaatrem (zorgt voor het afremmen op de motor zelf, via de interne weerstand van de motor) |
| enkatsu-円滑 | glad; soepel; zonder belemmering; vlot |
| enkei-遠景 | de achtergrond; vergezicht; hetgeen men in de verte ziet |
| enko-塩湖 | zoutmeer; zoutwatermeer |
| enkōkinkō-遠交近攻 | het beleid [de strategie] om vriendschappelijke betrekkingen te onderhouden met verre landen, maar vijandelijke betrekkingen met buurlanden |
| enkyokuhō-婉曲法 | eufemisme |
| enmachō-閻魔帳 | cijferlijst; notitieboek met cijfers van leerlingen |
| ennoshita-縁の下 | (fig.) op de achtergrond; uit het zicht; onopgemerkt |
| enogu-絵の具 | verf; pigment |
| enpitsu-円筆 | rond [cirkelvormig] schrift in kalligrafie (meer vloeiend in het geheel) |
| enpu-怨府 | een plek [oord] waar de wrok van mensen zich verzamelt |
| enrai-遠雷 | rommelend onweer [het gerommel van onweer] in de verte |
| enshi-遠視 | verziendheid; hypermetropie |
| ensho-炎暑 | intense hitte; snikheet (b.v. in de zomer) |
| enshō-炎症 | (med.) ontsteking; huidirritatie |
| enshūritsu-円周率 | het getal π (pi) (de verhouding tussen de omtrek en de diameter van een cirkel) |
| enshutsu-演出 | regie; organisatie (van voorstellingen, evenementen, ceremonies, etc.) |
| ensuiko-塩水湖 | zoutwatermeer; zoutmeer |
| entāpuraizu-エンタープライズ | USS Enterprise (Amerikaans vliegdekschip) |
| entāteinmento-エンターテインメント | entertainment; amusement; vermaak |
| entorī-エントリー | registratie; inschrijving (voor deelname aan sportwedstrijden, e.d.) |
| entsuzuki-縁続き | het aan elkaar verbonden zijn van kamers [huizen] (door een veranda) |
| enu・jī・ō-エヌ・ジー・オー | (non-governmental organization) niet-gouvernementele [niet regeringsgebonden] organisatie |
| enu・pī・ō-エヌ・ピー・オー | (nonprofit organization) non-profitorganisatie; organisatie zonder winstoogmerk |
| enza-宴坐 | (boeddh.) zazen meditatie |
| enza-宴坐 | keizerlijk banket [feestmaal] (met feestelijkheden erna) |
| enzantejun-演算手順 | algoritme |
| enzui-延髄 | medulla oblongata; verlengde merg (verbinding van hersenen naar ruggenmerg) |
| en'ei-遠泳 | het langeafstandszwemmen; openwaterzwemmen |
| en'en-炎炎 | vurig [vlammend; brandend] zijn; in vlammen [brand] staan |
| eonizumu-エオニズム | eonisme (travestie) |
| epikyurian-エピキュリアン | epicurist (volgeling van het epicurisme) |
| epuron-エプロン | (golfbaan) smalle strook met (hoger) gras rondom de green |
| erekutoro・ofisu-エレクトロ・オフィス | kantoor met geautomatiseerde informatietechnologie |
| eremento-エレメント | element; component; onderdeel |
| erīto-エリート | de elite; de keur; de crème de la crème |
| erīto-エリート | lettertype (met 12 karakters per inch) op een westerse schrijfmachine |
| erumin-エルミン | hermelijn |
| erumu-エルム | iepenhout; olmenhout |
| eru・dī・kē-エル・ディー・ケー | (living-dining-kitchen) woonkamer-eetkamer-keuken |
| eru・esu・ai-エル・エス・アイ | de implementatie van tienduizenden transistors per chip (LSI: large-scale integrated circuit) |
| eru・nīnyo-エル・ニーニョ | El Niño (meteorologie) |
| esagashi-絵探し | een spel waarbij men in een afbeelding [tekening; zoekplaatje] voorwerpen moet zoeken |
| eshaku-会釈 | begrip; meeleven; voorkomendheid |
| essuru-閲する | doornemen; nalezen; inzien; nakijken |
| esukōto-エスコート | gezelschapsdame |
| esupā-エスパー | (Extra Sensory Perception) helderziende; paragnost; iemand met bovennatuurlijke gaven |
| esuteru-エステル | ester (chemische verbinding die ontstaat uit een reactie tussen een (organisch) zuur met een alcohol) |
| esutopperu-エストッペル | estoppel (juridisch principe dat voorkomt dat iemand recht kan doen gelden dat in strijd is met zijn eerdere handelingen of uitspraken) |
| esutopperunogensoku-エストッペルの原則 | estoppel principe (juridisch principe dat voorkomt dat iemand recht kan doen gelden dat in strijd is met zijn eerdere handelingen of uitspraken) |
| esu・pīkabukashisū-エス・ピー株価指数 | (Stock Price Index) Amerikaanse aandelen index |
| etekatte-得手勝手 | egoïsme; zelfzucht; eigenbelang |
| eteshite-得てして | geneigd; waarschijnlijk; aannemelijk; vaak voorkomend |
| etoki-絵解き | iets uitleggen aan de hand van [met behulp van] een illustratie |
| etosu-エトス | ethos (morele houding, karakter of temperament) |
| ētosu-エートス | ethos (morele houding, karakter of temperament) |
| etsu-謁 | ontmoeting met iemand van hoge status; audiëntie |
| etsuran-閲覧 | raadpleging [inzage; bestudering] van boeken en documenten (in een bibliotheek, e.d.) |
| ē・dī・esu・eru-エー・ディー・エス・エル | (asymmetric digital subscriber line) ADSL (verbinding) |
| ē・emu-エー・エム | (ante meridiem) voor de middag |
| ē・pī-エー・ピー | (Associated Press) Amerikaans persbureau |
| fagotto-ファゴット | fagot (houten blaasinstrument) |
| faia・arāmu-ファイア・アラーム | brandalarm; brandmelding |
| fainaru-ファイナル | finale; eindwedstrijd; eindexamen |
| faindā-ファインダー | zoeker (camera) |
| fain・seramikkusu-ファイン・セラミックス | fijn keramiek (dat nieuwe functies en eigenschappen heeft door de samenstelling, structuur, vorm) |
| fairu-ファイル | bestand; document; verzameling gegevens |
| fakku-ファック | jargon voor geslachtsgemeenschap (ook gebruikt als scheldwoord) |
| famirī・baiku-ファミリー・バイク | gezinsfiets (fiets met aangepast (langer) frame om een voorzitje voor kinderen te kunnen monteren) |
| famirī・burando-ファミリー・ブランド | familiemerk; paraplumerk (één merknaam die wordt gebruikt voor de verkoop van twee of meer gerelateerde producten) |
| fāmu-ファーム | (farm team) In Amerikaans honkbal een team uit de lagere divisie; in Japans honkbal een tweede team |
| fāmu・chīmu-ファーム・チーム | in Amerikaans honkbal een team uit de lagere divisie; in Japans honkbal een tweede team |
| fanashitizumu-ファナティシズム | fanatisme |
| fanburu-ファンブル | frommelen; morrelen; (bij honkbal) de bal uit de handen laten glippen |
| fandamentarisuto-ファンダメンタリスト | fundamentalist |
| fandamentarizumu-ファンダメンタリズム | fundamentalisme |
| fandamentaru-ファンダメンタル | fundamenteel; essentieel; elementair; basis- |
| fandamentaruzu-ファンダメンタルズ | (economie) fundamentele voorwaarden; basisvoorwaarden; basisindicatoren |
| fandēshon-ファンデーション | lingerie; damesondergoed |
| fānichā-ファーニチャー | meubels; meubilair |
| farishizumu-ファリシズム | fallisme |
| fashizumu-ファシズム | fascisme |
| fassho-ファッショ | fascisme |
| faundēshon-ファウンデーション | lingerie; damesondergoed |
| fea・kyatchi-フェア・キャッチ | (rugby en American Football) het afvangen de bal van een tegenstander |
| feminizumu-フェミニズム | feminisme |
| fēngenshō-フェーン現象 | föhnwind (fenomeen) |
| fenomenon-フェノメノン | fenomeen; verschijnsel |
| fenshingu-フェンシング | het schermen; schermkunst |
| feraito-フェライト | ferriet (metaal) |
| ferumiumu-フェルミウム | fermium (chemisch element: Fm) |
| fetishizumu-フェティシズム | fetisjisme (bijgelovige verering) |
| fībā-フィーバー | opwinding; enthousiasme |
| fīchā-フィーチャー | eigenschap; kenmerk; aspect |
| fijikaru-フィジカル | fysiek; lichamelijk |
| fikusā-フィクサー | bemiddelaar; iemand die (achter de schermen) dingen regelt [voor elkaar krijgt] |
| fingaringu-フィンガリング | vingerzetting (muziekinstrumenten) |
| fingā・bōru-フィンガー・ボール | vingerkommetje (om tijdens het eten de vingers te reinigen) |
| finisshu-フィニッシュ | slotscène; slotstuk; laatste actie [nummer; slag] (sport) |
| firamento-フィラメント | filament; gloeidraad |
| firibasutā-フィリバスター | filibuster; obstructie van het parlement door het houden van urenlange redevoeringen (om het aannemen van wetten te vertragen) |
| fīrudo・asurechikku-フィールド・アスレチック | een sport waarbij hindernissen en toestellen worden opgesteld op een parcours dat gebruik maakt van natuurlijke topografie, zoals bomen, e.d. |
| fīto-フィート | (meervoud van foot, lengtemaat) voet (ca. 30 cm) |
| fittonesu-フィットネス | goede (lichamelijke) conditie; fitheid |
| fōbizumu-フォービズム | fauvisme (stroming in schilderkunst) |
| fōmaru-フォーマル | formeel; officieel |
| fōmaru・doresu-フォーマル・ドレス | vormelijke kleding; avondkleding; galakleding |
| fōramu-フォーラム | Romeins forum |
| forudā-フォルダー | (documenten)map |
| forumu-フォルム | forum (centrale marktplein in het oude Rome) |
| fōtoran-フォートラン | (formula translation) computer programmeertaal |
| fōvisumu-フォーヴィスム | fauvisme (stroming in de schilderkunst) |
| fū-風 | (één van de vijf elementen in de Japanse filosofie) wind |
| fu-麩 | tarwezemelen |
| fuannai-不案内 | onwetendheid; onervarenheid; onbekendheid (met) |
| fubai-不買 | het niet kopen (door consumenten) |
| fūbaika-風媒花 | windbloemige plant (plant waarbij het stuifmeel door de wind wordt overgebracht) |
| fubi-不備 | tekortkoming; onvolkomenheid; onvolmaaktheid; gebrekkigheid |
| fūbō-風貌 | uiterlijk; voorkomen |
| fubuku-吹雪く | stormen (met sneeuwval) |
| fucha-普茶 | (afk. voor) vegetarische keuken [gerechten] (overgenomen uit China) |
| fuchaku-不着 | niet aangekomen [bezorgd; geleverd] zijn |
| fuchaku-付着 | samenvoeging; aanhechting; bijvoeging |
| fucharyōri-普茶料理 | vegetarische keuken [gerechten] (overgenomen uit China) |
| fuchi-不知 | onbekend zijn met; niet weten |
| fuchō-不調 | defect; mankement; storing |
| fūchō-風潮 | tendens; trend (in de samenleving) |
| fuchū-付注 | annotatie; commentaar; verklarende aantekening |
| fudangi-普段着 | alledaagse [gewone; informele] kleding |
| fudegashira-筆頭 | (hist.) dorpshoofd belast met administratieve functies |
| fudepen -筆ペン | schrijfpenseel met inktreservoir (zoals een vulpen) |
| fudezuka-筆塚 | (graf)heuvel, waarin gebruikte schrijfpenselen (van geëerde meesters) begraven zijn |
| fudōi-不同意 | meningsverschil; onenigheid; het oneens zijn; afkeuring |
| fudōmyōō-不動明王 | Fudō [Acala], de vernietiger van waanideeën en de beschermer van het boeddhisme. |
| fue-笛 | blaasinstrument; fluit; pijp |
| fueru-増える | toenemen; vermeerderen; groeien; zich vermenigvuldigen |
| fūfū-ふうふう | (onomatopee) geworstel; met moeite (iets doen) |
| fūfubessei-夫婦別姓 | het gebruik van verschillende achternamen bij een echtpaar (waarbij ieder de eigen familienaam aanhoudt) |
| fūga-フーガ | fuga (een meerstemmig muziekstuk waarin verschillende stemmen elkaar imiteren) |
| fūgan-風眼 | (medisch) acute conjunctivitis (etterend oog) |
| fugen-普賢 | (afk. voor) Samantabhadra, bodhisattva die symbool staat voor de leer en (meditatie) oefeningen van Boeddha (soms afgebeeld op een olifant) |
| fugenbosatsu-普賢菩薩 | Samantabhadra, bodhisattva die symbool staat voor de leer en (meditatie) oefeningen van Boeddha (soms afgebeeld op een olifant) |
| fugōkansū-符号関数 | signum (wiskundige functie, met afkorting sgn) |
| fugōsuru- 符合する | overeenkomen; samenvallen; corresponderen; overeenstemmen |
| fugu-不具 | (lichamelijke) afwijking; handicap; misvorming; mismaaktheid |
| fuguai-不具合 | defect; mankement; storing; slechte werking |
| fuguchiri-河豚ちり | gerecht met gekookte fugu (kogelvis) |
| fugyōseki-不行跡 | wangedrag; slecht [onbetamelijk] gedrag |
| fuheibunshi-不平分子 | ontevreden elementen [leden]; dissidenten |
| fuhen-普遍 | universaliteit; algemeenheid; alomtegenwoordigheid |
| fuhendatōsei-普遍妥当性 | algemene toepasbaarheid |
| fujin-夫人 | (beleefde aanspreektitel) mevrouw |
| fujinami-藤波 | bloemen van de wisteria [Blauweregen] |
| fujinfuku-婦人服 | dameskleding |
| fujo-巫女 | tempelmaagd, dienares (en medium) bij een Shinto-schrijn |
| fujō-浮上 | het naar voren komen; zichtbaar [duidelijk] worden |
| fujutsu-巫術 | shamanisme (in China, Korea en Japan) |
| fuka-府下 | buitenwijken; voorstedelijke gebieden (van een metropool) |
| fukachiron-不可知論 | agnosticisme |
| fukairi-深入り | het in beslag genomen zijn [worden] door; ergens diep op ingaan; zich intensief bezighouden met |
| fukairisuru-深入りする | in beslag genomen zijn [worden] door; ergens diep op ingaan; zich intensief bezighouden met |
| fukaishisū-不快指数 | mate [index] van luchtvochtigheid (in de zomer) |
| fukaishisū-不快指数 | mate [index] van ongemak [onbehagen] (door hitte in de zomer) |
| fukakachi-付加価値 | meerwaarde; toegevoegde waarde |
| fukamaru-深まる | dieper worden; toenemen; intensifiëren |
| fukasetsufukasetsuten-不可説不可説転 | een buitengewoon [onuitsprekelijk] groot getal; het grootste getal dat voorkomt in de Bloemenkrans soetra (10 tot de macht 7 keer 2 tot de macht 112) |
| fukasu-吹かす | zich op bepaalde manier gedragen; een houding aannemen |
| fukasu-蒸す | (voedsel) stomen |
| fukatoku-不可得 | (boeddh.) onbereikbaarheid; ongrijpbaarheid van de absolute waarheid (vanwege menselijke beperkingen) |
| fukayomi-深読み | teveel betekenis toekennen aan (een verklaring, uitspraak, etc.) teveel interpreteren; teveel speculeren over wat men bedoelt |
| fukekomu-老け込む | verouderen; er ouder uit komen te zien |
| fuketsu-不潔 | vies [smerig; vuil] zijn |
| fuki-不帰 | het niet meer terugkomen; doodgaan |
| fuki-付記 | appendix; toevoeging; supplement |
| fukiarasu-吹き荒らす | voorbij stormen; verwoesten; kapot waaien |
| fukiareru-吹き荒れる | stormen; razen; gieren (wind, storm) |
| fukiburi-吹き降り | regenstorm; slagregen; striemende regen |
| fukidasu-吹き出す | ontspruiten; opkomen; uitkomen |
| fukidasu-吹き出す | beginnen te waaien [blazen; ademen] |
| fukigen-不機嫌 | slecht humeur; ongenoegen; norsheid |
| fukikakeru-吹きかける | waaien op [over]; ademen over; besproeien |
| fukikomu-吹き込む | inademen; inblazen |
| fukikomu-吹き込む | (muziek) opnemen |
| fukisusabu-吹き荒ぶ | hard waaien; stormen; razen |
| fukiyamu-吹き止む | stoppen met waaien; afnemen [gaan liggen] van de wind |
| fukiyose-吹き寄せ | mengeling; medley (muziek) |
| fukki-復帰 | terugkeer; comeback; rehabilitatie |
| fuku-吹く | blazen; uitademen |
| fukuan-腹案 | idee; plan; voornemen |
| fukuboku-副木 | spalk (medisch) |
| fukubukuro-福袋 | tas met geschenken (die winkels bij de eerste verkoopdag in het nieuwe jaar aan klanten uitdelen) |
| fukubun-複文 | (taalkunde) een samengestelde zin |
| fukudoku-服毒 | het gebruiken [innemen] van vergif |
| fukueki-服役 | werkplicht; corveedienst; militaire dienstplicht; gevangenisstraf met dwangarbeid |
| fukuekishu-服役囚 | veroordeelde met dwangarbeid |
| fukugō-複合 | samenstelling; mengsel; samengesteld geheel |
| fukugōgo-複合語 | een samengesteld woord; samenstelling |
| fukugōkigyō-複合企業 | conglomeraat; bedrijven groep; concern |
| fukuin-副因 | bijkomende [secundaire] oorzaak |
| fukujiteki-副次的 | secundair; ondergeschikt; bijkomend; bijkomstig |
| fukujūsuru-服従する | gehoorzamen |
| fukukon-複婚 | polygamie (relatie met twee of meer partners) |
| fukumenpatokā-覆面パトカー | politieauto zonder politie kenmerken; ongemarkeerde personenwagen gebruikt als politieauto |
| fukumigoe-含み声 | (op) gedempte toon; (met) omfloerste stem |
| fukuramu-膨らむ | uitpuilen; uitzetten; (in volume) toenemen; uitbreiden |
| fukuri-複利 | samengestelde rente |
| fukurihō-複利法 | samengestelde rentemethode |
| fukurikōsei-福利厚生 | personeelswelzijn; het welzijn van werknemers |
| fukurokuju-福禄寿 | Fukurokuju, god van geluk, rijkdom en een lang leven (vaak afgebeeld met een lang hoofd), 1 van de 7 geluksgoden uit de Japanse mythologie |
| fukuroobi-袋帯 | dubbel geweven obi (waarvan één kant mooie motieven heeft), die wordt gedragen bij dameskimono |
| fukushiki-複式 | tweevoudige [meervoudige] vorm |
| fukushūnyū-副収入 | neveninkomsten; extra inkomen |
| fukusū-複数 | (grammatica) meervoud |
| fukusū-複数 | meerdere (in aantal); twee of meer |
| fukusūkei-複数形 | meervoudsvorm |
| fukusuru-服する | gehoorzamen; zich onderwerpen aan; accepteren; zich houden aan |
| fukusuru-服する | (thee, medicijnen, etc,) drinken |
| fukutetsu-覆轍 | blunder [domme fout] van een voorganger |
| fukuyaku-服薬 | het innemen van medicijnen |
| fukuyō-服用 | inname [gebruik; het slikken] (van medicijnen) |
| fukuzatsukei-複雑系 | een complex systeem (d.w.z. dat de eigenschappen van het geheel niet zijn af te leiden uit de eigenschappen van de samenstellende delen afzonderlijk) |
| fumi-文 | geschreven tekst; document; boek; brief |
| fumie-踏み絵 | een christelijke afbeelding, waar men op moest lopen om te bewijzen geen aanhanger te zijn van het verboden christelijke geloof (Edo-periode) |
| fumikiri-踏み切り | (fig.) het een sprong wagen; een moedige [gedurfde] beslissing nemen |
| fumikiru-踏み切る | (fig.) een sprong wagen; een moedige [gedurfde] beslissing nemen |
| fumikoeru-踏み越える | te boven komen; doorstaan |
| fumikomu-踏み込む | zich bemoeien met |
| fuminarasu-踏み鳴らす | stampen (met de voeten); luidruchtig lopen |
| fuminijiru-踏み躙る | vertrappen; pletten met de voeten |
| fumishidaku-踏み拉く | vertrappen; verpletteren met de voeten |
| fumishimeru-踏み締める | met zekere stappen [voorzichtig; met vaste tred] lopen |
| fumiusu-踏み臼 | stenen mortel (om graan, rijst, e.d. te malen) die met de voeten wordt bediend |
| funaasobi-船遊び | boottocht; met een boot varen [roeien; zeilen] |
| funadaiku-船大工 | scheepstimmerman; botenbouwer; scheepsbouwer |
| funanishōken-船荷証券 | cognossement; connossement; zeevrachtbrief |
| funaya-船屋 | botenhuis [boothuis; schuitenhuis] aan een meer (al dan niet met woongedeelte erboven); visserhut (tijdens bevriezing op of aan het water) |
| funesshin-不熱心 | gebrek aan enthousiasme; onverschilligheid |
| fungō-吻合 | anastomose (verbinding tussen bloedvaten, darmen of zenuwen) |
| funinjō-不人情 | onvriendelijkheid; gebrek aan medeleven; harteloosheid |
| funinshujutsu-不妊手術 | sterilisatie (med. operatie) |
| funinsuru-赴任する | beginnen met een nieuwe baan; voor het eerst naar het werk gaan |
| funjin-奮迅 | felheid; tomeloze energie [inzet]; enorme kracht |
| funkisuru-奮起する | in actie komen; zichzelf oppeppen [stimuleren; vermannen] |
| funnyū-粉乳 | melkpoeder |
| funsuru-扮する | zich (ver)kleden [voordoen] als; vertolken; imiteren; zich uitgeven voor; zich vermommen |
| funtai-粉黛 | make-up; cosmetica (lett.: wit poeder en wenkbrauwpotlood) |
| funyoi-不如意 | financiële moeilijkheden; het niet rond kunnen komen |
| fun'in-分陰 | een zeer korte tijd (als een lichtflits); moment |
| furafura-ふらふら | zonder na te denken; ongemerkt; onbewust |
| furakkusu-フラックス | flux (smeltmiddel) |
| furamenko-フラメンコ | flamenco (Spaanse dans) |
| furappe-フラッペ | frappé (drankje met geschaafd ijs) |
| furasuko-フラスコ | (glazen) fles met een lange hals |
| furattā-フラッター | flutter (toonvervorming bij geluidsopname) |
| furatto-フラット | appartement; flat; etage |
| fureau-触れ合う | met elkaar in contact komen; elkaar aanraken |
| furebumi-触れ文 | (theater) lijst met de titel van een toneelstuk, namen van acteurs e.d. |
| furebumi-触れ文 | (Edo periode) algemene kennisgeving aan de bevolking (van een regeling, besluit, bevel, e.d.) |
| furebumi-触れ文 | algemene kennisgeving [mededeling] op schrift |
| furegaki-触れ書き | (Edo periode) algemene kennisgeving aan de bevolking (van een regeling, besluit, bevel, e.d.) |
| furegaki-触れ書き | (theater) lijst met de titel van een toneelstuk, namen van acteurs e.d. |
| fureguransu-フレグランス | aangename geur; aroma; parfum |
| furei-不例 | lichamelijke ongeschiktheid; ongesteldheid; onpasselijkheid; ziekte |
| furekishiburu-フレキシブル | flexibel; soepel; buigzaam; elastisch; meegaand |
| furekomi-触れ込み | aankondiging; bekendmaking; mededeling |
| furemawaru-触れ回る | (iets met veel ophef) rondbazuinen; (gerucht) verspreiden |
| furēmenhannō-フレーメン反応 | flemen reactie (bij dieren, een manier van ruiken waarbij het dier zijn bovenlip omkrult, en vaak ook zijn nek uitstrekt) |
| furēmu-フレーム | kader; frame; omlijsting; raamwerk |
| furenchi・doresshingu-フレンチ・ドレッシング | French dressing (slasaus met olie en azijn) |
| fureru-触れる | waarnemen; zien |
| fureru-触れる | vermelden; verwijzen naar; zinspelen op |
| furiagebashi-振り上げ箸 | eetstokjes die omhoog gehouden worden en waar gebaren mee worden gemaakt, of naar iets of iemand gewezen wordt (onjuist gebruik van eetstokjes) |
| furikaburu-振り被る | omhooghouden; (boven je hoofd) zwaaien (met) |
| furikaekyūjitsu-振替休日 | een toegewezen vrije dag (als men op de standaard vrije dag naar school of werk moet) |
| furikakaru-降りかかる | neervallen [neerkomen; uitstorten] (over; op) |
| furikakaru-降りかかる | (je)overkomen; gebeuren (met) |
| furikake-振り掛け | gemengde specerij (bonitovlokken, zeewier, sesam, etc.) om over de rijst te strooien |
| furikazasu-振り翳す | rondzwaaien (met een voorwerp, wapen, e.d.) |
| furikō-不履行 | verzuim; onvermogen; het niet naleven [nakomen] (van) |
| furikomeru-降り籠める | regenen [sneeuwen] waardoor mensen binnen blijven |
| furikomu-振り込む | (bij mahjong) een steen weggooien die een tegenstander goed kan gebruiken [waarmee een tegenstander kan winnen] |
| furimawasu-振りす | hanteren; zwaaien (met) |
| furīmēson-フリーメーソン | vrijmetselaar (lid van de vrijmetselarij) |
| furimukeru-振り向ける | (geld) uittrekken [bestemmen] voor |
| furippu-フリップ | flipchart; flip-over (presentatiebord met kladbord) |
| furippuchāto-フリップチャート | flipchart; flip-over (presentatiebord met kladbord) |
| furishiku-降り敷く | verspreid liggen [gevallen zijn]; uitgestrooid zijn; bezaaid zijn (met) |
| furisode-振り袖 | lange mouw; kimono met lange mouwen |
| furītā-フリーター | freeter, Japanse uitdrukking voor mensen (meestal jongeren) die geen vaste baan hebben maar (wisselende) parttime baantjes |
| furī・daiyaru-フリー・ダイヤル | (Eng.: free dial) gratis telefoonnummer |
| furī・kuraibingu-フリー・クライミング | (Eng. free climbing) vrij klimmen (zonder hulpmiddelen in bergsport) |
| furī・kuraimingu-フリー・クライミング | het vrij klimmen (zonder hulpmiddelen) |
| furī・māketto-フリー・マーケット | vlooienmarkt; rommelmarkt |
| furō-フロー | (psychologie) flow, mentale toestand (waarin een persoon volledig opgaat in zijn [haar] bezigheden) |
| furoba-風呂場 | badkamer |
| furofuki-風呂吹き | gekookte plakjes daikon (of raap, etc.) die heet worden gegeten met miso |
| furokku-フロック | kudde; menigte; massa (Engels: flock) |
| furoku-付録 | (in drukwerk) supplement; appendix; bijlage; extra editie |
| furonto・enjin-フロント・エンジン | (auto met) voorin geplaatste motor |
| furoshiki-風呂敷 | doek waarmee men in Japan dingen inpakt om te dragen |
| furōto-フロート | koude drank met erop een schep ijs |
| furubakku-フルバック | (American football, rugby, voetbal) vleugelverdediger; achterspeler; laatste man |
| furudōgu-古道具 | tweedehands artikel [goederen]; oude meubels; snuisterijen |
| furugitsune-古狐 | sluwe oude vos; listig mens |
| furuiokosu-奮い起こす | bijeenrapen; verzamelen |
| furunajimi-古馴染み | een goede [oude] vriend(in); iemand waar je al heel lang mee bevriend bent |
| fūryokukei-風力計 | windmeter; windsnelheidsmeter |
| furyū-浮流 | het drijven; afdrijven; meedrijven; wegdrijven |
| furyūmonji-不立文字 | (Zen boeddhisme) spirituele bewustwording (overgebracht van hart naar hart, zonder woorden of letters) |
| fusa-房 | tros (bloemen, vruchten, e.d.) |
| fusaginomushi-塞ぎの虫 | een gevoel van melancholie [somberheid]; trieste stemming |
| fusai-夫妻 | echtpaar; man en vrouw; meneer en mevrouw |
| fūsai-風采 | uiterlijk; voorkomen; houding |
| fusegu-防ぐ | vermijden; voorkomen; afwenden |
| fusegu-防ぐ | (zich) verdedigen; beschermen; weerstand bieden |
| fuseiseki-不成績 | slechte cijfers (voor een examen); slecht resultaat; slechte prestatie |
| fusen-不戦 | (vechtsport) niet doorgaan van het gevecht wegens afwezigheid van een deelnemer |
| fusengachi-不戦勝 | (judo) overwinning wegens niet-opkomen [niet-verschijnen] van de tegenpartij [tegenstander] |
| fusenpai-不戦敗 | (judo) verlies door niet verschijnen [komen opdagen] bij een wedstrijd |
| fusenshō-不戦勝 | (judo) overwinning wegens niet-opkomen [niet-verschijnen] van de tegenpartij [tegenstander] |
| fuseru-伏せる | plat op de grond [met het gezicht naar beneden] liggen |
| fusetsusuru- 符節する | overeenkomen; samenvallen met |
| fūshi-夫子 | wijze man; geleerde; meester |
| fūshi-風刺 | spot; ironie; sarcasme |
| fūshi-風姿 | uiterlijk; voorkomen; houding; gedrag |
| fushido-臥所 | slaapplek; slaapkamer |
| fushimawashi-節回し | melodie; intonatie |
| fushime-節目 | keerpunt; kritiek moment |
| fūshin-風疹 | (med.) rubella; rodehond |
| fushinsha-不審者 | een verdacht persoon (met mogelijk twijfelachtige bedoelingen) |
| fushinshi-不審死 | dood met onbekende oorzaak; verdacht sterfgeval |
| fūsho-封書 | verzegelde brief; verzegeld document |
| fushōbushō-不承不承 | tegen zijn zin; met tegenzin; onder protest |
| fushōfuzui-夫唱婦随 | (de opvatting:) een vrouw moet haar man gehoorzamen [moet doen wat haar man vraagt] |
| fūsō-風葬 | luchtbegrafenis (begrafenismethode waarbij de overledene niet wordt begraven, maar blootgesteld aan de buitenlucht in de natuur) |
| fusoku-不測 | het onvoorstelbaar [onvoorzien; onmeetbaar] zijn |
| fusoku-付則 | supplement; toevoegsel; bijvoegsel |
| fūsokukei-風速計 | windmeter; windsnelheidsmeter; anemometer |
| fusso-弗素 | fluor (chem. element) |
| fusu-付す | bijvoegen; toevoegen; opnemen; bevestigen; insluiten |
| fusuburu-燻る | smeulen; nagloeien; rokerig zijn |
| fusuburu-燻る | (fig.) smeulen; sluimeren; aanmodderen; een onopvallend [obscuur] leven leiden (zonder doelen te bereiken) |
| fusuburu-燻る | zwart worden van roet; beroet [met roet bedekt] worden |
| fusuma-襖 | fusuma, een Japanse schuifdeur van papier in een houten frame |
| fusuma-麬 | (tarwe)zemelen |
| fusumae-襖絵 | schildering op een fusuma (Japanse schuifdeur van papier in een houten frame) |
| fūsuru-諷する | insinueren; hinten op; de spot drijven met |
| futaba-二葉 | kiem; knop; spruit (met twee blaadjes); twee zaadlobben |
| futamata-二股 | met twee dingen tegelijk bezig zijn |
| futamichi-二道 | een relatie hebben met twee leden van het andere geslacht |
| futanari-双成り | tweevormigheid; dimorfisme; hermafroditisme |
| futari-二人 | twee personen; met z'n tweeën |
| futaribeya-二人部屋 | tweepersoonskamer |
| futaroshianinburū-フタロシアニンブルー | blauw (verf) pigment (ftalocyanine blauw) |
| futaroshianingurīn-フタロシアニングリーン | groene (verf) pigment (ftalocyanine groen) |
| futatsume-二つ目 | de tweede; nummer twee |
| futeisai-不体裁 | onfatsoenlijke [onappetijtelijke] vertoning; ongepastheid; onbetamelijkheid |
| futeishūso-不定愁訴 | psychosomatische symptomen; fysieke klachten (zonder aanwijsbare medisch-wetenschappelijke diagnose) |
| futokorode-懐手 | met je handen in je zakken |
| futoru-太る | dik worden; aankomen |
| futsu-沸 | verhitten; koken; opwarmen; fermenteren; smelten |
| futsūjin-普通人 | de gewone man; gewone mensen |
| futsūyokin-普通預金 | een gewone [algemene] storting; reguliere spaarrekening |
| fūu-風雨 | een hevige regenbui met veel wind; regenstorm |
| fuwataritegata-不渡り手形 | niet nagekomen belofte |
| fuyasu-増やす | vermeerderen; toevoegen; laten toenemen |
| fuyukodachi-冬木立 | kale bomen in de winter |
| fuyusaku-冬作 | wintergewassen (groeien in de winter, en worden geoogst in de lente of zomer) |
| fuyuyama-冬山 | een berg die wordt beklommen in de winter |
| fuyuzora-冬空 | winterhemel; winterlucht; winterweer |
| fuzaishatōhyō-不在者投票 | het stemmen bij volmacht; stemmen bij afwezigheid (per post) |
| fuzei-風情 | verschijning; voorkomen; sfeer |
| fuzei-風情 | (in combinatie met een zelfst.naamwoord) in de hoedanigheid van; zoals |
| fuzoku-付属 | (afk. voor) aangesloten scholengemeenschap |
| fuzokugakkō-付属学校 | aangesloten scholengemeenschap |
| fuzui-付随 | behorend bij; gerelateerd aan; samenhangend met |
| fūzu・fū-フーズ・フー | wie is dat; wie is wie (biografisch woordenboek van bekende mensen) |
| fyūcharizumu-フューチャリズム | futurisme |
| fyūjon-フュージョン | samenvoeging; samensmelting, |
| gaburi-がぶり | (onomatopee) met grote happen eten; met grote slokken drinken; alles tegelijk doorslikken [naar binnen werken] |
| gachagacha-がちゃがちゃ | (onomatopee) gekletter; gerammel; geratel |
| gachagacha-がちゃがちゃ | Mecopoda niponensis (een sabelsprinkhaan) |
| gachagacha-がちゃがちゃ | (onomatopee) verward; rommelig |
| gahaku-画伯 | meester in de schilderkunst |
| gaibō-外貌 | uiterlijk; verschijning; uiterlijke kenmerken |
| gaida-咳唾 | de woorden die een meerdere spreekt |
| gaiden-外伝 | (toegevoegde) verhalen en anekdotes, die niet in de officiële bronnen voorkomen |
| gaijinzō-外人像 | het beeld dat men heeft van buitenlanders |
| gaikan-外患 | problemen met het buitenland; druk [dreiging] van buitenaf [van het buitenland] |
| gaikan-外観 | voorkomen; aanzicht; uiterlijke verschijning |
| gaikan-概観 | algemeen beeld; overzicht; schets |
| gaikei-外径 | buitenste diameter; buitenwerkse maat (van een buis, pijp, etc.) |
| gaikokukawase-外国為替 | vreemde valuta; deviezen; monetaire handel (met het buitenland) |
| gaikokushōkenhō-外国証券法 | wetgeving met betrekking tot buitenlandse effecten |
| gaimu-外務 | overleg met externe afdelingen |
| gaimu-外務 | buitenlandse zaken (zoals onderhandelingen, handel, e.d. met het buitenland) |
| gairoju-街路樹 | straatboom; bomen langs de kant van de weg [straat] |
| gaishū-外周 | (buiten)omtrek; perimeter |
| gaishūisshoku-鎧袖一触 | de vijand gemakkelijk verslaan (lett. de vijand verslaan met één klap van een armstuk van een harnas); (fig.) winnen met één hand op de rug |
| gaiteki-外的 | lichamelijk; fysiek |
| gaitō-該当 | overeenkomend [overeenkomstig; passend; toepasbaar] zijn |
| gaitōsuru-該当する | overeenkomen met; van toepassing zijn (op); voldoen aan |
| gaiyō-外用 | uitwendig gebruik (med.) |
| gaiyō-概容 | synopsis; compendium; samenvatting; algemeen overzicht; hoofdlijnen |
| gaiyō-概要 | synopsis; compendium; samenvatting; algemeen overzicht; hoofdlijnen |
| gaiyū-外憂 | problemen met het buitenland; druk [dreiging] van buitenaf [van het buitenland] |
| gajō-画帖 | een album met prenten; prentenboek |
| gakki-学期 | (school; universiteit) lesblok; collegeperiode; semester |
| gakki-楽器 | muziekinstrument |
| gakkōgyōji-学校行事 | schoolevenement; school manifestatie |
| gakubuchi-額縁 | lijst; fotolijst; schilderijlijst; frame; omlijsting |
| gakuchō-楽長 | kapelmeester; dirigent; bandleider |
| gakudō-学童 | schoolkind; schooljongen; schoolmeisje |
| gakugeikai-学芸会 | schoolevenement waarbij kinderen van de lagere school en van (de eerste jaren van) de middelbare school hun muziek- en theaterkunsten vertonen |
| gakuin-学院 | (i.g.v. instellingsnamen) jeugdgevangenis (al dan niet met scholingsprogramma) |
| gakujin-岳人 | bergbeklimmer; alpinist |
| gakujin-楽人 | musicus; muzikant; minstreel (met name van gagaku) |
| gakunto-がくんと | met een ruk; plotseling |
| gakurekishakai-学歴社会 | academische meritocratie, een samenleving waarin het opleidingsniveau een van de belangrijkste criteria is voor het bepalen van de sociale status |
| gakuryō-学寮 | verblijfhuis in de Yushima tempel (Tokio) voor studenten van het confucianisme |
| gakusei-楽聖 | een beroemde [gevierde] musicus [meester] |
| gakuseiundō-学生運動 | studentenbeweging; studenten activisme |
| gakusō-楽想 | muzikaal thema [motief]; melodie |
| gakusoku-学則 | schoolreglementen |
| gakuten-楽典 | basisregels voor het schrijven van muziek (notenbalk, ritme, maat, interval, toonladder, etc.) |
| gakuto-学都 | studentenstad; stad met veel onderwijsinstellingen |
| gakuya-楽屋 | in de coulissen; achter de schermen |
| gakuya-楽屋 | kleedkamer (in theater, etc.) |
| gakuyaura-楽屋裏 | in de coulissen; achter de schermen |
| gakuyaura-楽屋裏 | kleedkamer (in theater, etc.) |
| gamaguchi-蝦蟇口 | portemonnee [geldbuideltje] met een metalen sluiting (met de vorm als de bek van een pad) |
| gamō-鵞毛 | ganzendons; ganzenveer; metafoor voor iets dat heel licht is |
| gamuran-ガムラン | (muziekinstrument Indonesië) gamelan |
| ganbaru-頑張る | eigenwijs [koppig] zijn; vasthouden aan je eigen mening |
| gangan-がんがん | dreunend [galmend; bulderend; bonzend] geluid [lawaai] |
| ganjigarame-雁字搦め | met handen en voeten gebonden |
| gankake-願掛け | gebed; (smeek)bede; verzoek aan Shinto goden of Boeddha's |
| ganrōsuru-玩弄する | spelen [dollen] met; plagen; spotten; voor de gek houden |
| ganryō-含量 | inhoud; samenstelling |
| ganryō-顔料 | pigment; verf |
| gansho-雁書 | brief (formele, literaire term) |
| ganso-元祖 | stichter; oprichter; initiatiefnemer; uitvinder; pionier |
| gan'i-願意 | het oogmerk [de bedoeling; de inhoud] van een verzoek [wens; gebed] |
| gan'yaku-丸薬 | (medicijn) pil; tablet |
| gappei-合併 | combinatie; samenvoeging; samensmelting; fusie |
| gappei・baishū-合併・買収 | fusies en overnames |
| gappyō-合評 | gezamenlijke kritiek [beoordeling; evaluatie] |
| garakuta-がらくた | snuisterijen; prullen; allerlei spullen; rommel |
| garami-搦み | ongeveer; zoiets als; gerelateerd aan; te maken hebbend met |
| gariban-がり版 | mimeograaf; stencil machine |
| garigari-がりがり | erg mager; uitgemergeld; vel over been |
| gāru-ガール | meisje; jonge vrouw |
| gāruhanto-ガールハント | meisjesjacht; een man die op zoek is naar een vriendin |
| garyū-我流 | eigen (autodidactische) methode [stijl; manier] |
| gasai-画才 | technische meesterschap [artistiek talent] in schilderkunst |
| gashū-画集 | album met foto's, schilderijen, tekeningen, e.d. |
| gasōru-ガソール | gasohol; alcoholbenzine (een brandstofmengsel van benzine en ethanol) |
| gassaibukuro-合切袋 | stoffen tasje met een trekkoordsluiting |
| gasshō-合掌 | (in gebed) de handen samenvoegen [vouwen] |
| gasshōrenkō-合従連衡 | alliantie; alliantievorming; het bundelen van krachten (hist. alliantie in China van 6 koninkrijken tegen, en met de Qing dynastie) |
| gasshuku-合宿 | het in dezelfde accommodatie [herberg] verblijven; samen ergens verblijven; op trainingskamp gaan |
| gassō-合奏 | een ensemblestuk (muziek); samenspel |
| gassuru-合する | samenvoegen; samenkomen; samenbrengen; verenigen; combineren; het eens zijn met |
| gasutorokamera-ガストロカメラ | gastrocamera (medisch gebruikt bij maagonderzoek) |
| gasu・tanku-ガス・タンク | gastank; gashouder; gasreservoir; gasmeter |
| gatagata-がたがた | ratelend [krakend; rammelend] (geluid) |
| gatanto-がたんと | met een plotselinge afname [achteruitgang] |
| gatanto-がたんと | (onomatopee) met een klap [knal; dreun]; gekletter; gebonk |
| gatapishi-がたぴし | rammelend, ratelend; bonkend; krakend; piepend |
| gatatsuku-がたつく | ratelen; rammelen; wankelen; onvast [instabiel] zijn |
| gattai-合体 | samensmelting |
| gatto-ガット | GATT (General Agreement on Tariffs and Trade) Wereldovereenkomst voor Tarieven en Handel |
| gattsu・pōzu-ガッツ・ポーズ | (Eng.: guts pose) een houding met één vuist (of twee vuisten) in de lucht bij een overwinning |
| gaun-ガウン | (Eng.: gown) avondjurk; lang gewaad; ochtendjapon; kamerjas |
| gayoku-我欲 | egoïsme; zelfzucht |
| gāze-ガーゼ | (medisch) verbandgaasje |
| gazōkyō-画像鏡 | (hist.) een spiegel uit de Chinese Han-periode (met een gegoten afbeelding op de achterkant) |
| gebon-下品 | gemeenheid; laagheid; vulgariteit |
| gedatsu-解脱 | bevrijding [verlossing] (van spirituele belemmeringen, e.d.) |
| gege-下下 | mensen met een lage status; het gewone volk; de massa; de lagere klassen van de samenleving |
| gego-解悟 | (boeddh.) de opheffing van dwalingen, en de verlichting tot de (universele, ultieme) waarheid |
| gegoku-下獄 | een gevangenisstraf krijgen [uitzitten] (meestal politieke gevangenen) |
| geihin-迎賓 | een eregast verwelkomen |
| geihinkan-迎賓館 | (formele) ontvangstruimte |
| geikai-芸界 | de wereld van het amusement; de showbusiness; entertainers |
| geitō-芸当 | optreden; voorstelling; act; nummer; truc |
| gejo-下女 | keukenmeid; keukenmeisje; dienstmeid; dienstmeisje |
| gekai-下界 | de [deze] wereld; de aarde (beneden de hemel) |
| geki-撃 | (in kanji combinaties) (hard) slaan; (met kracht) aanvallen; schieten; hard raken (ook fig.) zien; voelen; tasten |
| gekiga-劇画 | Gekiga, een Japans stripboekgenre (met meer aandacht voor realistische afbeeldingen en het literaire aspect) |
| gekigen-激減 | een scherpe [sterke] afname [daling; terugval]; keldering |
| gekigo-激語 | ferme taal; krachtige [scherpe] bewoordingen |
| gekihen-激変 | omwenteling; ommekeer; plotselinge [ingrijpende; drastische; radicale] verandering |
| gekiryo-逆旅 | herberg; logement |
| gekisho-激暑 | extreme [intense] hitte |
| gekitsū-劇通 | iemand met kennis van het toneel [de theaterwereld} |
| gekitsui-撃墜 | het neerschieten [neerhalen] van een vliegtuig (met artillerie of geweervuur) |
| gekiyaku-劇薬 | krachtig [effectief] medicijn |
| gekizō-激増 | scherpe [plotselinge] stijging [toename] |
| gekkei-月経 | menstruatie; menstruatieperiode |
| gekon-下根 | (boeddh.) iemand met heel weinig spiritueel talent [vermogen] om het Boeddhisme optimaal te kunnen bestuderen [volgen] |
| gemainshafuto-ゲマインシャフト | gemeenschap; samenleving |
| gemainshafuto-ゲマインシャフト | (sociologie) Gemeinschaft (een samenleving met sterke affectieve bindingen en saamhorigheid) |
| gēmu-ゲーム | spel; game (tennis; video; computer) |
| gēmusetto-ゲームセット | (game set and match) einde van de wedstrijd (tennis) |
| gen-弦 | snaar (van muziekinstrumenten) |
| gen-減 | verkleining; vermindering; afname |
| genbahozon-現場保存 | het beschermen [bewaren; intact houden] van de plaats van een misdrijf of ongeluk |
| genban-原盤 | de originele geluidsopname; master-opname |
| gendōkitsukijitensha-原動機付き自転車 | rijwiel [tweewieler] met hulpmotor; motorfiets |
| genetsuyaku-解熱薬 | koortsremmer; koortswerend medicijn |
| genetsuzai-解熱剤 | koortsremmer; koortswerend medicijn |
| gengakki-弦楽器 | snaarinstrument(en); strijkinstrument(en) |
| genjin-原人 | de eerste mens (Pithecanthropus-Erectus of Javamens) |
| genjitsushugi-現実主義 | realisme; pragmatisme |
| genkan-厳寒 | bittere [extreme] kou |
| genkinbarai-現金払い | contante betaling; cashbetaling; betalen met contant geld |
| genkōhan-現行犯 | (Latijn: flagrante delicto) een duidelijk waarneembare overtreding [misdaad]; een delict dat door de politie wordt waargenomen |
| genkoku-厳酷 | genadeloze wreedheid [meedogenloosheid; strengheid] |
| genkyū-言及 | toespeling; vermelding |
| genkyūsuru-言及する | vermelden; toespeling(en) maken; refereren aan |
| genma-減摩 | vermindering van wrijving; het smeren |
| gennō-玄翁 | (timmermans)hamer |
| genpon-原本 | het origineel (tekst, document, boek) |
| genpu-玄符 | gunstig voorteken (in de hemel) |
| genrishugi-原理主義 | fundamentalisme |
| genrōin-元老院 | senaat; Eerste Kamer; Hogerhuis |
| genron-原論 | fundamentele theorie; principe |
| genron-言論 | betoog; discussie; meningsuiting |
| genryōkeiei-減量経営 | lean management; het verminderen van niet-noodzakelijke activiteiten in het bedrijfsproces |
| gensai-減殺 | afname; vermindering; verkleining; verzwakking |
| gensakishijō-現先市場 | repromarkt (waarin obligaties worden gekocht en verkocht met de belofte [voorwaarde] van terugkopen [terugverkopen] tegen een bepaalde prijs) |
| gensaku-減作 | een slechte [mindere] oogst; een afname van de opbrengst |
| genseidōbutsu-原生動物 | protozoön; protozo (eencellig dierlijk organisme) |
| genseijinrui-現生人類 | de moderne mens; homo sapiens |
| gensetsu-言説 | commentaar; opmerking; verklaring |
| gensha-減車 | afname [vermindering] van het aantal ritten (van bus, tram, e.d.) |
| gensha-減車 | afname [vermindering] van het aantal voertuigen |
| genshi-原紙 | papier dat wordt gebruikt voor originele platen zoals stencilplaten (behandeld met was of chemicaliën) |
| genshi-原紙 | origineel manuscript [document] dat gekopieerd moet worden |
| genshienerugī-原子エネルギー | kernenergie; atoomenergie |
| genshijin-原始人 | primitieve mens; oermens |
| genshiron-原子論 | atomisme; atoomtheorie |
| genshiteki-原始的 | oorspronkelijk; origineel; fundamenteel; primitief |
| genshitsu-玄室 | grafkamer |
| gensho-厳暑 | extreme [intense; verzengende] hitte |
| genshō-減少 | afname; krimp; daling |
| genshō-現象 | fenomeen; verschijnsel |
| genshōgaku-現象学 | fenomenologie (stroming in de filosofie) |
| genshoku-原色 | primaire kleur; fundamentele kleur |
| genshōron-現象論 | fenomenologie; fenomenalisme |
| genshōsuru-減少する | afnemen; dalen; krimpen |
| genshū-減収 | vermindering [daling] van inkomen [opbrengst; inkomsten] |
| genshū-現収 | het huidige inkomen (samentrekking van: genzai no shūnyū, 現在の収入) |
| genso-元素 | (chemisch) element |
| gensōkyoku-幻想曲 | fantasie; een instrumentaal muziekstuk met een ongedefinieerde [vrije] vorm |
| gensoshūkihyō-元素周期表 | de periodieke tabel (der elementen) |
| gensūbunretsu-減数分裂 | meiose; reductiedeling (biologie) |
| gensui-減水 | het zakken [afnemen] van water; lage waterstand |
| gensui-減衰 | (geleidelijke) afname; demping; afzwakking |
| gentai-原隊 | (oorspronkelijke) legereenheid; legeronderdeel waartoe men eerder behoorde |
| gentsuki-原付き | rijwiel [tweewieler] met hulpmotor; motorfiets |
| gentsukibaiku-原付バイク | bromfiets; brommer; rijwiel met hulpmotor |
| gen'eki-現役 | in vaste dienst (werknemers) |
| gerō-下﨟 | een priester [monnik] met lage rang (en weinig ervaring) |
| gerō-下﨟 | een laaggeplaatste persoon met weinig status (en weinig ervaring) |
| gerumaniumu-ゲルマニウム | germanium (chem.element) |
| gesewa-下世話 | algemeen gezegde; algemene uitdrukking |
| geshuku-下宿 | het op kamers wonen; logies; huisvesting |
| geshukunin-下宿人 | kamerbewoner; kamerhuurder |
| geshukusuru-下宿する | op kamers wonen; (in het huis van een ander) verblijven |
| geshukuya-下宿屋 | kamerverhuurder; pension |
| geshutapo-ゲシュタポ | Gestapo (Geheime Staatspolitie in Nazi-Duitsland) |
| gesu-下種 | vulgair persoon; uitschot; smeerlap; lomperik; schoft |
| gesu-下種 | iemand met een lage status [positie] |
| gesubaru-下種張る | onbeleefd [grof; lomp] zijn; zich op een onbetamelijke manier gedragen |
| getabako-下駄箱 | (op)bergmeubel voor schoenen (vaak direct bij de ingang van Japanse huizen en gebouwen) |
| gētobōru-ゲートボール | Japans balspel, waarbij twee teams van vijf spelers een bal slaan met een T-vormige stok |
| gezerushafuto-ゲゼルシャフト | (sociologie) Gesellschaft; winstmaatschappij (een samenleving gebaseerd op eigenbelang) |
| gezerushafuto-ゲゼルシャフト | samenleving; maatschappij |
| gē・pē・ū-ゲー・ペー・ウー | Russische Staats Politieke Administratie, de geheime politie (GPU: Gosudarstvennoe politicheskoe upravlenie) |
| gi-偽 | (logica) foutieve stelling; onjuiste bewering; verkeerd argument |
| gi-議 | discussie; mening; opinie; raadpleging |
| giboku-擬木 | paal of pilaar van beton of plastic met boomschorsmotief (zodat het lijkt op een boomstam) (in parken, e.d.) |
| gibu・ando・teiku-ギブ・アンド・テイク | geven en nemen; eerlijk verdelen |
| gichōkessai-議長決裁 | een beslissende [doorslaggevende] stem van de voorzitter (bij gelijk aantal stemmen) |
| gichōshokken-議長職権 | bevoegdheden [gezag] van de voorzitter (van het Parlement, ed.) |
| gigaku-伎楽 | Gigaku, een klassiek Japans theater genre in pantomime |
| gigoku-疑獄 | (politiek) schandaal vanwege smeergeld [omkoping] |
| giin-議員 | parlementslid; raadslid; afgevaardigde |
| giinrippō-議員立法 | wetsvoorstel; door een parlementslid ingediende wet |
| gijibogai-議事妨害 | filibuster; obstructie van het parlement door het houden van urenlange redevoeringen (om het aannemen van wetten te vertragen) |
| gijō-議場 | vergaderzaal; congreszaal; kamer (parlement) |
| gijutsuteikei-技術提携 | technologische samenwerking [partnerschap] |
| gikai-議会 | parlement; algemene (nationale) vergadering |
| gikaiseiji-議会政治 | parlementarisme; regering met een volksvertegenwoordiging |
| gikaishugi-議会主義 | parlementarisme; parlementair stelsel |
| giketsukennodairikōshi-議決権の代理行使 | uitoefening van stemrecht bij volmacht; het stemmen bij volmacht (namens iemand anders) |
| gikyōshin-義俠心 | een ridderlijke geest (met maatschappelijk betrokkenheid) |
| ginbuchi-銀縁 | zilveren rand [frame] |
| ginga-銀河 | de Melkweg |
| gingakei-銀河系 | de Melkweg; het Melkwegstelsel |
| ginsu-銀子 | (andere benaming voor chōgin, Edo-periode) een zilveren munt in de vorm van een zeekomkommer |
| giragira-ぎらぎら | vlammend; verblindend; verzengend |
| giridate-義理立て | Iets dat men doet uit beleefdheid [plichtsbesef]; plichtpleging; verplichting |
| gisan-蟻酸 | mierenzuur; methaanzuur |
| gisei-擬制 | wettelijke [juridische] fictie (aanname ter wille van een pleidooi) |
| giseifurai-犠牲フライ | (honkbal) (Eng.: sacrifice fly) een opofferingsslag waarmee de slagman anderen laat scoren en zichzelf opoffert |
| giseki-議席 | parlementszetel |
| gishi-技師 | ingenieur. technicus; technisch medewerker |
| gishō-偽証 | meineed; valse getuigenis; valse (getuigen)verklaring |
| giyaku-義訳 | betekenis-vertaling; vertaling naar de betekenis (b.v. delen van een samengesteld woord vertalen tot een nieuw samengesteld woord in de andere taal) |
| giyaman-ギヤマン | vroegere naam voor geslepen glas (dat met een diamant werd bewerkt) |
| gō-号 | nummer; rang; uitgave; formaat |
| go-御 | erend voorvoegsel, uit beleefdheid toegevoegd aan woorden m.b.t. mensen of waardevolle voorwerpen |
| goaku-五悪 | de vijf hoofdzonden van het boeddhisme (doodslag, diefstal, overspel, liegen, teveel drinken) |
| gōbengaisha-合弁会社 | joint venture; samenwerkingsverband (bedrijven, organisaties, etc.) |
| gobōnuki-牛蒡抜き | het oppakken [uit een groep halen] van mensen (b.v. bij demonstraties) |
| gobōnuki-牛蒡抜き | het meerdere mensen achter elkaar inhalen tijdens een race |
| gobutsu-御物 | (respectvolle term voor) de eigendommen van een ander |
| gobutsu-御物 | keizerlijke [adellijke] eigendommen |
| gochamaze-ごちゃまぜ | allegaartje; ratjetoe; rommeltje |
| godai-五大 | de vijf elementen in de Japanse filosofie (aarde, water, vuur, wind en leegte) |
| goddo-ゴッド | God (met name van het Christendom) |
| gōdōkonpa-合同コンパ | gezellige bijeenkomst van alleenstaande jonge mensen (m.n. om een (huwelijks)partner te vinden) |
| goei-護衛 | bewaker; beschermer; escorte |
| goemonburo-五右衛門風呂 | (ijzeren) badkuip met een plank die in het water zakt als je erop gaat staan (genoemd naar Ishikawa Goemon, die in kokend water geëxecuteerd werd) |
| gofun-胡粉 | wit pigment (met als hoofdbestanddeel calciumcarbonaat) |
| gogatsu-五月 | mei (de 5de maand) |
| gogatsubyō-五月病 | voorjaarsmoeheid; depressie in mei (m.n. na een nieuwe baan of opleiding, die in april is gestart) |
| gogatsuningyō-五月人形 | een (samoerai) pop die wordt uitgestald in mei ter gelegenheid van het kinderfestival van jongens |
| gōgō-囂囂 | donderend [rommelend; brullend; gierend] geluid |
| gogon-五言 | Chinees gedicht met vijf karakters per regel |
| gōguru-ゴーグル | beschermende bril (zoals skibril, zwembril, stofbril, etc.) |
| gogyō-五行 | de vijf elementen in de Chinese filosofie (hout, vuur, aarde, metaal, water) |
| gohasan-御破算 | het helemaal opnieuw beginnen; beginnen met een schone lei; teruggaan naar af |
| gohei-御幣 | een houten staf versierd met twee zigzagvormige papieren slingers (shide), gebruikt bij Shinto-rituelen |
| gohō-護法 | een demonengod die het boeddhisme beschermt |
| gohō-護法 | het beschermen van het boeddhisme |
| goisshin-御一新 | (oude naam voor) de Meiji-restauratie |
| gojō-互譲 | compromis; het elkaar tegemoet komen; wederzijdse concessies; het geven en nemen |
| gojūnotō-五重の塔 | (boeddhistische) pagode met vijf daklagen (symboliserend de vijf elementen: aarde, water, vuur, wind en lucht) |
| gokai-五戒 | de vijf geboden van het Boeddhisme (gij zult niet: doden, stelen, overspel plegen, liegen, of teveel drinken) |
| gōkaku-合格 | het slagen voor een examen [toets; test]; [zich] kwalificeren (voor) |
| gōkakushahappyō-合格者発表 | de bekendmaking van de geslaagde (examen)kandidaten |
| gōkakusuru-合格する | slagen voor een examen [toets; test]; (zich) kwalificeren (voor) |
| gokigen-御機嫌 | (beleefde term voor) humeur; stemming; gemoedstoestand |
| gōkin-合金 | (metaal) legering |
| gokkan-極寒 | extreme [intense; bittere] kou |
| gōkon-合コン | gezellige bijeenkomst van alleenstaande jonge mensen (m.n. om een (huwelijks)partner te vinden) |
| gokubi-極微 | geheime leer; verborgen mysterie |
| gokuraku-極楽 | het Paradijs; de Hemel |
| gokusho-極暑 | extreme [intense] hitte |
| gokusotsu-獄卒 | (Boeddhisme) demonen [duivels] in de hel |
| gokutsubushi-穀潰し | nietsnut; klaploper; luiwammes |
| gokyō-五経 | de vijf klassieke soetra's van het Confucianisme |
| gōkyū-号泣 | luide klaagzang; geweeklaag; gejammer |
| gōkyū-強弓 | sterke boog (met een zwaar trekgewicht) |
| gōkyū-強弓 | boogschutter met zo'n boog |
| gōkyūsuru-号泣する | weeklagen; jammeren |
| goma-護摩 | Homa, een Boeddhistisch (votief) ritueel, met het verbranden van offergaven |
| gomaae-胡麻和え | Japans bijgerecht van groente met sesam-dressing |
| gomagi-護摩木 | (Boeddhisme) offerhoutje met gebed voor bescherming |
| gomasuri-胡麻擂り | vleier; hielenlikker; slijmerd; slijmbal |
| gomasuri-胡麻擂り | vleierij; hielenlikkerij; stroopsmeerderij |
| gomenkudasai-御免下さい | (begroeting bij het binnenkomen van iemand's huis) Hallo, is daar iemand?; Mag ik binnenkomen? |
| gomigomi-ごみごみ | vies; smerig; rommelig; slordig |
| gomigomi-ごみごみ | druk; vol (teveel mensen) |
| gomiyashiki-ごみ屋敷 | huis met veel afval binnen en buiten; huis van iemand die veel troep verzamelt |
| gomi'ire-ゴミ入れ | prullenbak; vuilnisbak; vuilnisemmer |
| gomoku-五目 | mengsel [gerecht] van (5) verschillende ingrediënten (vis, groente, rijst, of noedels) |
| gomokuzushi-五目鮨 | een kom sushirijst met verschillende ingrediënten, zoals vis, groenten, paddestoelen, etc. erop |
| gomotsu-御物 | keizerlijke [adellijke] eigendommen |
| gomotsu-御物 | (respectvolle term voor) de eigendommen van een ander |
| gomyaku-語脈 | (semantische en grammaticale) woordkoppeling; samenstelling van twee woorden |
| gonin-誤認 | fout; misvatting; verkeerde interpretatie [opvatting; aanname] |
| goninbayashi-五人囃子 | vijf hofmuzikantenpoppen, uitgestald tijdens het meisjesfestival (op 3 maart) |
| gonjō-言上 | het (formeel) verklaren; informeren; mededelen; uiteenzetten |
| gonjōsuru-言上する | (formeel) verklaren; informeren; mededelen; uiteenzetten |
| gōnomono-剛の者 | ware meester; vakman |
| gonyū-悟入 | het bereiken van de Verlichting (Boeddhisme) |
| gōon-号音 | geluidssignaal; geluidssein (via een tempelbel, luidklok, grote trommel, trompet, etc.) |
| goraku-娯楽 | amusement; entertainment; vermaak |
| gorakushisetsu-娯楽施設 | amusementsvoorzieningen; recreatiefaciliteiten |
| gorin-五倫 | (Confucianisme) de vijf fundamentele morele deugden van menselijke relaties (tussen vader-zoon, heerser-onderdaan, man-vrouw, jong-oud, vrienden) |
| gorintō-五輪塔 | (boeddh.) een stenen pagode [grafmonument] bestaande uit 5 lagen (die verwijzen naar de 5 elementen, aarde, water, vuur, wind en lucht) |
| gorishō-御利生 | zegeningen die men ontvangt van van Boeddha [goden] |
| gōrishugi-合理主義 | rationalisme |
| gorogoro-ごろごろ | (onomatopee) gerommel; gedonder; geluid van iets dat hard naar beneden rolt |
| goroku-語録 | verzameling van uitspraken [citaten] (over confucianisme, zen-boeddhisme, e.d.) |
| gōruden・awā-ゴールデン・アワー | primetime (tijd met de grootste luister- of kijkdichtheid van radio of tv) |
| gōruden・taimu-ゴールデン・タイム | (lett. gouden tijd) primetime (zendtijd met de grootste kijk -en luisterdichtheid op tv of radio) |
| gōruden・uīku-ゴルデン・ウイーク | Gouden week (reeks nationale feestdagen in Japan, de eerste week van mei) |
| gōruden・wīku-ゴールデン・ウィーク | Golden Week, jaarlijkse vakantieperiode in Japan in mei |
| gōruin-ゴールイン | de finish [het doel] bereiken; op het eindpunt aankomen |
| gōryū-合流 | samenvoeging [samengaan] (van politieke partijen of facties) |
| gōryū-合流 | samenvloeiing (van rivieren e.d.) |
| gōryū-合流 | samenvoeging (van autowegen, of rijstroken) |
| gōseigo-合成語 | samengesteld woord; samenstelling |
| gōseimayaku-合成麻薬 | (synthetische drug) MDMA (methyleendioxymethamfetamine) |
| gosekku-五節句 | de vijf grote festivals (7 januari, 3 maart, 5 mei, 7 juli en 9 september) |
| gōshi-合祀 | de verering van eenzelfde god in meerdere shinto heiligdommen [schrijnen] |
| gōshi-合祀 | de verering van twee of meer goden in een shinto heiligdom [schrijn] |
| gōshi-合資 | joint venture (samengaan van twee of meer ondernemingen) |
| goshichichō-五七調 | (poëzie) metrum van vijf- en zeven lettergrepen |
| goshin-五辛 | de 5 soorten groenten met een sterke smaak (knoflook, ui, lenteuitjes, prei en bieslook) |
| goshin-誤信 | denkfout; misvatting; verkeerde aanname |
| goshinzō-御新造 | (erend woord voor) de vrouw [bruid] van een persoon met een hoge sociale status |
| goshuin-御朱印 | brief met het (scharlaken)rode zegel van de shogun |
| goshuinsen-御朱印船 | (Edo-periode) een door de shogun (met een rode zegelbrief) geautoriseerd (buitenlands) handelsschip |
| goshūshōsama-御愁傷様 | (formele condoleance bij een overlijden) gecondoleerd; mijn innige deelneming |
| gosokurō-御足労 | (een respectvol woord gebruikt voor iemand die komt of gaat) de moeite nemen om te komen [gaan] |
| gotagota-ごたごた | ruzie; conflict; problemen; complicaties |
| gotagota-ごたごた | wanordelijk; in verwarring; rommelig |
| gōtai-剛体 | een onbuigzame [stijve; harde] vorm |
| gotamaze-ごたまぜ | mengelmoes; ratjetoe |
| gotatsuku-ごたつく | in de problemen zitten; ruzie hebben [maken] |
| gote-後手 | navolger; achterhoede; telaatkomer |
| gotetsuku-ごてつく | in de problemen zitten; ruzie hebben [maken] |
| gotsugōshugi-御都合主義 | opportunisme (handelen naar omstandigheden, voor persoonlijk voordeel en zonder principes) |
| goun-五蘊 | (boeddh.) de vijf khandhas (groepen van bestaan van de mens: materie, gewaarwording, perceptie, intenties, bewustzijn) |
| gōyā-ゴーヤー | (de naam die in Okinawa wordt gebruikt voor) een bittere soort meloen (Momordica charantia) |
| goyōhajime-御用始め | de hervatting [heropening] van de overheidsdiensten in het nieuwe jaar (meestal op 4 jan.) |
| goyōosame-御用納め | eindejaarsluiting van de overheidsdiensten (meestal 28 dec.) |
| gozan-五山 | de vijf belangrijkste tempels van het Zen-Boeddhisme |
| gō・sutoppu-ゴー・ストップ | (kruising met) verkeerslicht; stoplicht |
| grab・baketto-グラブ・バケット | (b.v. van een hijskraan of graafmachine); grijper; grijpemmer; grijpbak |
| gu-具 | middel; methode; maatregel |
| gu-具 | echtgenoot; echtgenote; partner; medespeler; tegenspeler |
| gu-具 | telwoord voor uitrustingen; gebruiksvoorwerpen, meubels, e.d. |
| gu-具 | pigment bij het (helder) maken van porselein |
| guai-具合 | wijze; manier; methode |
| guai-具合 | passend [geschikt] zijn; je goed uitkomen; netjes [fatsoenlijk] zijn |
| guano-グアノ | guano (meststof) |
| gubigubi-ぐびぐび | (onomatopee) klokkend geluid; met grote slokken (alcoholische dranken) drinken |
| guchi-愚癡 | (boeddh.) (één van de drie giftigheden in de menselijke ziel) stompzinnigheid; onwetendheid |
| gūgū-ぐうぐう | (onomatopee) grommend; ronkend |
| gukei-愚兄 | domme oudere broer |
| gumin-愚民 | de onwetende [domme] mensen [massa] |
| gun-群 | groep; verzameling; kudde |
| gunjin-軍陣 | legerkamp; militair kampement |
| gunjō-群青 | ultramarijn (pigment) |
| gunkei-群形 | allerlei vormen; veelheid aan vormen |
| gunki-軍機 | militair geheim; geclassificeerde militaire documenten [informatie] |
| gunkokushugi-軍国主義 | militarisme |
| gunkyo-群居 | (neiging tot) samenleven; leven in een groep |
| gunmō-群盲 | veel blinde mensen |
| gunmon-軍門 | kamppoort; de ingang [toegangspoort] van een kamp [kampement] |
| gunsei-群生 | een groep dieren van dezelfde soort die in grote aantallen samenleeft in een gebied |
| gunshikin-軍資金 | campagnefonds; geld verzamelt voor een bepaald doel |
| gunshō-群小 | vele gewone [onbelangrijke] mensen [personen] |
| gunsho-軍書 | militaire documenten [rapporten] |
| gunshū-群衆 | menigte; (grote) groep mensen; (mensen)massa |
| gunshū-群集 | menigte; groep; gemeenschap |
| gunshū-群集 | bijeenkomst; het samenkomen |
| guntai-群体 | (biologie) kolonie (van organismen) |
| guntai-群体 | een groep van organismen die tot dezelfde soort |
| gurabu-グラブ | (b.v. van een hijskraan of graafmachine); grijper; grijpemmer; grijpbak |
| guramā・sutokku-グラマー・ストック | glamour stock, een aandeel dat in de belangstelling staat van beleggers, media en analisten |
| gurando・opera-グランド・オペラ | grand opéra (opera met een grote bezetting) |
| gurando・piano-グランド・ピアノ | vleugel (muziekinstrument) |
| gurekorōman-グレコローマン | Grieks-Romeins worstelen |
| gureko・rōman・sutairu-グレコ・ローマン・スタイル | Griek-Romeinse stijl (worstelen) |
| guren-紅蓮 | de Guren hel, een van de 8 hellen in het Boeddhisme (in deze hel is het zo koud dat je huid felrood wordt) |
| gurenjigoku-紅蓮地獄 | de Guren hel, een van de 8 hellen in het Boeddhisme (in deze hel is het zo koud dat je huid felrood wordt) |
| gurinijjihyōjunji-グリニッジ標準時 | (GMT, Greenwich Mean Time) Greenwichtijd (West-Europese tijd) |
| gurisēdo-グリセード | glijden langs een berghelling met klimschoenen (zonder ski's) |
| gurīsu-グリース | vet; smeerolie |
| gurō-愚老 | (nederig beleefde term waarmee ouderen naar zichzelf verwijzen, b.v.:) ik, oude man; deze oude vrouw |
| gurōbarizumu-グローバリズム | globalisme |
| guron-愚論 | absurde [dwaze] opvatting [standpunt; mening]; dom argument |
| guru-ぐる | handlanger (bij een misdaad); samenzweerder |
| gurume-グルメ | gourmet; fijnproever; gastronoom |
| gurūpu・saunzu-グループ・サウンズ | groep muzikanten met elektrische instrumenten die lichte muziek spelen (populair in de 40er jaren) |
| gusarito-ぐさりと | diep snijdend [een diepe wond veroorzakend] als van een messteek (ook fig.) |
| gusetsu-愚説 | belachelijk idee; stomme gedachte; dwaas standpunt |
| gusetsu-愚説 | (naar) mijn bescheiden mening |
| gushinui-串縫い | Japanse standaard manier van naaien met parallelle stiksels |
| gusoku-愚息 | (nederig taalgebruik) mijn zoon (lett. domme zoon) |
| gūsū-偶数 | even getal [nummer] |
| guyū-具有 | voorzien van; voorbereid op; met aanleg voor |
| guzuru-ぐずる | mopperen; klagen; grommen; chagrijnig zijn |
| gyakuryūsuru-逆流する | terugstromen; achteruit stromen; stroomopwaarts stromen; oprispen |
| gyakusei-虐政 | tirannie; despotisme; absolutisme; dictatuur |
| gyakuseisekken-逆性石鹼 | (medicinale) desinfecterende zeep |
| gyakuyō-逆用 | misbruik; verkeerd gebruiken; gebruik van iets op een andere manier [met een andere reden] dan de bedoeling is |
| gyarappuyoronchōsa-ギャラップ世論調査 | galuppoll (methode voor het peilen van de publieke opinie, bedacht door George Horace Gallup in 1935) |
| gyaru-ギャル | meisje; jonge vrouw |
| gyō-行 | religieuze (boeddhistische) training [discipline]; ascetisme |
| gyōan-暁闇 | ochtendschemering (voor zonsopgang) |
| gyōbō-仰望 | het tegen iemand opkijken (met bewondering, eerbied, e.d.) |
| gyobutsu-御物 | keizerlijke eigendommen |
| gyōchaku-凝着 | samenklontering; (aan)hechting; agglutinatie |
| gyoei-魚影 | het aantal vissen in het water; het waarnemen van vissen (in het water) |
| gyofun-魚粉 | vismeel |
| gyoganrenzu-魚眼レンズ | visooglens; visoogobjectief; fisheye (een lens met een zeer grote beeldhoek van boven de 180º en een heel korte brandpuntsafstand) |
| gyohi-魚肥 | meststof gemaakt van [gedroogde) vis |
| gyohō-漁法 | vismethode |
| gyōja-行者 | volgeling van het boeddhisme |
| gyōji-行事 | evenement; ceremonie; festival |
| gyōkō-僥倖 | onverwacht geluk; onverwachte meevaller [mazzel] |
| gyokuan-玉案 | prachtig bureau; bureau [werktafel] belegd met edelstenen |
| gyokusekikonkō-玉石混淆 | een mengeling van goede en slechte [waardevolle en waardeloze] dingen (lett. een mengsel van edelstenen en stenen) |
| gyomotsu-御物 | keizerlijke eigendommen |
| gyōsei-暁星 | sterren die aan de ochtendhemel staan |
| gyosha-御者 | koetsier; wagenmenner |
| gyōsha-業者 | handelaar; koopman; aannemer |
| gyōshō-暁鐘 | (metafoor voor) de aankondiging [inluiding] van een nieuw tijdperk |
| gyoshō-魚醤 | vissaus (gemaakt van gefermenteerde vis) |
| gyōshū-凝集 | cohesie; concentratie; agglutinatie; opeenhoping; samenklontering |
| gyōshuku-凝縮 | bundeling; samenvoeging |
| gyōshukusuru-凝縮する | samenvoegen; bundelen |
| gyotaku-魚拓 | traditionele Japanse methode om een afdruk op papier te maken van een vis |
| gyōten-暁天 | dageraad; ochtendgloren; de hemel bij zonsopgang (wanneer de sterren vervagen) |
| gyūdon-牛丼 | Japans gerecht van rijst met gestoofd rundvlees |
| gyūgo-牛後 | metafoor voor een navolger (iemand die achter iemand met macht aanloopt) |
| gyūmeshi-牛飯 | Japans gerecht van rijst met gestoofd rundvlees |
| gyūnabe-牛鍋 | (oude term voor sukiyaki) Japanse eenpansgerecht (met o.a. rundvlees) |
| gyūnyū-牛乳 | melk; koemelk |
| gyūnyūdaietto-牛乳ダイエット | melkdieet |
| gyūtō-牛刀 | koksmes |
| ha-刃 | snijkant; snede; scherpte; lemmet |
| ha-歯 | getand; met een getande rand |
| habakari-憚り | belemmering; hindernis |
| habakarinagara-憚りながら | met alle respect ...; neem me niet kwalijk, maar... |
| habaki-鎺 | metalen ring tussen het lemmet en het handvat van een zwaard |
| habataku-羽撃く | flapperen met vleugels; de vleugels uitslaan; de wereld intrekken |
| habatsushugi-派閥主義 | factionalisme; partijzucht; partijschap |
| habitatto-ハビタット | (van mens, plant of dier) natuurlijk leefgebied; habitat |
| habōki-羽箒 | plumeau |
| habukūkō-ハブ空港 | hub luchthaven (centraal vliegveld waar men overstapt op andere vluchten) |
| hachibungi-八分儀 | octant (hoek-graden-meter) |
| hachidaijigoku-八大地獄 | de acht grote hellen in het Boeddhisme |
| hachimenroppi-八面六臂 | een standbeeld van een Boeddha met 8 gezichten en 6 armen |
| hachimiri-八ミリ | 8 millimeter (flilm) |
| hada-肌 | karakter; aard; temperament |
| hadajuban-肌襦袢 | een onderhemd met bindkoordjes dat onder de kimono wordt gedragen |
| hadakamugi-裸麦 | hemelgerst; naaktzadige gerst (Hordeum vulgare variëteit nudum) |
| hadō-覇道 | (in confucianisme) besturing van een natie via militaire macht en bedrog; regering met een alleenheerser aan het hoofd |
| hādoboirudo-ハードボイルド | (Amerikaans) literair genre (realistische beknopte stijl, zoals van Hemingway) |
| hādokabā-ハードカバー | (boek met) harde kaft; ingebonden (boek) |
| hādotoppu-ハードトップ | auto met metalen dak zonder raamstijlen |
| hādo・guzzu-ハード・グッズ | duurzame gebruiksartikelen |
| hādo・koa-ハード・コア | met harde kern; onbuigzaam; hard; star |
| hae-南風 | zuidenwind; zuidelijke wind (met name in west-Japan) |
| hāfu-ハーフ | halfbloed; iemand van gemengde afkomst (met name half-Japans, half niet-Japans) |
| hāfubakku-ハーフバック | (voetbal) middenvelder; halfspeler; (American football) aanvallender middenspeler |
| hāfu・ando・hāfu-ハーフ・アンド・ハーフ | half-om-half (mengsel van twee gelijke delen) |
| hāfu・mirā-ハーフ・ミラー | eenrichtingsspiegel (die het licht aan een kant doorlaat en aan de andere kant reflecteert; zo kan men iem. observeren zonder die de waarnemer ziet) |
| hāfu・saizu・kamera-ハーフ・サイズ・カメラ | halfkleinbeeldcamera; half-frame camera |
| hagaki-葉書 | een aantekening [notitie]; een memo(randum) |
| hagemu-励む | (zich) inspannen; met alle kracht iets doen; zich inzetten voor; zich wijden aan |
| hagiawaseru-接ぎ合わせる | (stukken) verbinden; aan elkaar zetten [naaien; lijmen] |
| haginomochi-萩の餅 | een kleefrijstballetje bedekt met zoete bonenpasta |
| hahanohi-母の日 | Moederdag (2de zondag in mei) |
| hai-はい | ja (een woord dat wordt gebruikt als antwoord als men geroepen wordt) |
| hai-杯 | een sake-kommetje |
| hai-杯 | (woord voor het tellen van glazen, kopjes, kommen, etc.) |
| hai-輩 | (in kanji combinaties) groep; menigte; kring; collega; vriend; opvolging (in directe lijn) |
| haiagaru-這い上がる | (fig.) eruit klimmen; jezelf herpakken; jezelf bevrijden uit een moeilijke situatie |
| haiagaru-這い上がる | omhoog klimmen |
| haiban-廃盤 | een uitverkochte [niet meer leverbare] plaat [LP; CD] |
| haibijon-ハイビジョン | (high-definition television) hdtv (tv met hoge resolutie) |
| haiburiddo-ハイブリッド | mengsel; samenstelling |
| haibutsu-廃物 | afval; afvalstoffen; vuilnis; rommel |
| haibutsukishaku-廃仏毀釈 | (Meiji-periode) anti-boeddhistische beweging (en overheidsbeleid om Shinto tot staatsgodsdienst te maken) |
| haichisei-背地性 | negatief geotropisme (het verschijnsel dat planten tegen de zwaartekracht in groeien) |
| haiei-背泳 | rugslag (zwemmen) |
| haifū-俳風 | literaire [formele] schrijfstijl (in de Japanse haikai en haiku dichtkunst) |
| haifurui-灰篩 | aszeef; metalen zeef voor as |
| haiga-俳画 | Japanse stijl van schilderkunst (monochroom of polychroom; verfijnde of eenvoudige stijl met vaak een haiku of proza als bijschrift of legenda) |
| haiga-拝賀 | (respectvolle) felicitaties (m.n. aan personen met hoge status) |
| haigai-排外 | het uitsluiten van buitenlanders; vreemdelingenhaat; chauvinisme |
| haigaku-廃学 | studiebeëindiging zonder einddiploma; voortijdig stoppen met school of studie |
| haigō-配合 | combinatie; vermenging; samenvoeging |
| haihīru-ハイヒール | (schoenen met) hoge hakken |
| haiiro-灰色 | donker; somber; treurig; melancholiek |
| haika-廃家 | uitgestorven familie; familie zonder nakomelingen |
| haikatsuryō-肺活量 | longcapaciteit (de hoeveelheid lucht die na diep inademen kan worden uitgeademd) |
| haikei-拝啓 | Geachte heer/mevrouw [formele standaarduitdrukking om een brief te openen] |
| haimatsuwaru-這い纏わる | vastklampen; (omhoog) kruipen [klimmen] (van planten) |
| hainoboru-這い登る | (op)klimmen tegen; omhoog klauteren [kruipen] |
| haiokutan-ハイオクタン | (met) hoog octaangehalte (benzine) |
| hairaito-ハイライト | in het oog springend detail; opvallend kenmerk |
| hairegu-ハイレグ | dames bodysuit [badpak] (met hoge uitsnijdingen bij de dijbenen) |
| hairu-入る | geïnstalleerd worden; (ergens) in zitten [ingekomen zijn]; een inhoud hebben (van); bevatten |
| hairu-入る | vrucht dragen (van bomen, planten, e.d.) |
| hairu-入る | van de voorkant naar achteren [naar binnen] gaan; (in bezit )krijgen; in handen krijgen; binnenkomen |
| hairu-入る | binnengaan; ingaan; heengaan; meedoen |
| hairu-入る | behoren (bij); gerekend worden (tot); (op)tellen; meetellen; meerekenen; (bij een verkiezing) stemmen krijgen [binnenhalen] |
| hairu-入る | alcohol innemen, een eufemisme voor dronken worden |
| hairu-入る | (in combinatie met ogen, oren, hoofd, etc.) zien; horen; vernemen; begrijpen; zich concentreren |
| haisen-廃船 | ontmanteling van een boot [schip]; een schip dat uit de vaart is genomen; een schip dat niet meer wordt gebruikt en is gesloopt |
| haisetsu-排雪 | sneeuwruimen; het verwijderen van gevallen sneeuw |
| haishisuru-廃止する | afschaffen; stoppen [niet doorgaan] met; beëindigen |
| haishutsu-輩出 | het in opeenvolging verschijnen van talentvolle mensen |
| haisui-背水 | met de rug naar het water (staand) |
| haitōrimawari-配当利回り | dividendrendement |
| haitōritsu-配当率 | dividendrendement |
| haiwē・hipunōshisu-ハイウェー・ヒプノーシス | polderblindheid (verminderde opmerkzaamheid in het verkeer veroorzaakt door een afwezigheid van externe prikkels) |
| haiyā-ハイヤー | huurauto (met chauffeur) |
| haizai-配剤 | het samenstellen [klaarmaken; mengen] van medicijnen |
| hai・arai-ハイ・アライ | jai alai, een balspel (soort squash, gespeeld met een rieten cesta) |
| hai・sosaetī-ハイ・ソサエティー | de hogere klassen [kringen] in de samenleving [maatschappij] |
| hai・supīdo-ハイ・スピード | met hoge snelheid |
| hai・tatchi-ハイ・タッチ | (high touch) de (broodnodige) menselijke inbreng in de technologische samenleving |
| hajiiru-恥じ入る | zich (diep) schamen; zich beschaamd voelen |
| hajikidasu-弾き出す | afstoten; uitstoten; leegstromen |
| hajimeru-始める | beginnen (met); starten; openen (een winkel, e.d.) |
| hajimeru-始める | weer [opnieuw] beginnen (met); herstarten |
| hajiru-恥じる | zich schamen (voor) |
| haka-破瓜 | jong meisje (ca.16 jaar) |
| hakai-破壊 | vernieling; afbraak; vernietiging; vandalisme |
| hakaki-破瓜期 | pubertijd (van meisjes) |
| hakakukōbun-破格構文 | (taalkunde) anakoloet (een zin opgebouwd uit twee (of meer) tegenstrijdige zinspatronen) |
| hakama-袴 | een houder voor een warme fles sake |
| hakari-計り | meting; weging |
| hakaru-計る | meten; wegen; peilen |
| hakaru-謀る | plannen; beramen; uitdenken; bekijken; beschouwen |
| hāken-ハーケン | rotshaak (gereedschap dat door bergbeklimmers in spleten wordt geslagen om zichzelf te zekeren; Duits:Haken) |
| hakenshain-派遣社員 | tijdelijke werknemer; uitzendkracht |
| hakeru-捌ける | afwateren; uitstromen; afgevoerd worden |
| hakidasu-吐き出す | spuien (kritiek, etc.); uitstromen; verspreiden; verklappen; onthullen |
| hakitate-掃きたて | het oogsten [verzamelen] van zijderupsen |
| hakka-発火 | het schieten met losse flodders |
| hakka-薄荷 | Japanse munt (plant, Mentha arvensis var. piperascens) |
| hakkai-発会 | de eerste vergadering [bijeenkomst] (van een jaar, semester, etc.) |
| hakkin-白金 | platina (chem. element) |
| hakkō-発酵 | fermentatie; gist |
| hakkōbyō-発酵病 | zymotische ziekte [waarbij een organisme of virus in het lichaam als een ferment optreedt] |
| hakkōcha-発酵茶 | gefermenteerde thee |
| hakkōnyū-発酵乳 | gefermenteerde melk |
| hakkōryoku-発酵力 | fermentatiekracht |
| hakkōshokuhin-発酵食品 | gefermenteerde voedingsmiddelen (zoals soja, kaas, e.d.) |
| hakkōso-発酵素 | gist; ferment |
| hakkōsuru-発酵する | fermenteren; gisten; rijpen (ook fig. van gedachtenen of ideeën) |
| hakku-白駒 | schimmel (wit paard) |
| hako-箱 | de doos [kist] waarin een shamisen (Japans snaarinstrument) opgeborgen wordt |
| hakobe-繁縷 | vogelmuur (plant, Stellaria media) |
| hakobore-刃毀れ | een afgebrokkeld stukje van het lemmet van een mes |
| hakobore-刃毀れ | het afbrokkelen van een stukje van het lemmet van een mes |
| hakobu-運ぶ | werken met gereedschap; gereedschap hanteren [gebruiken] |
| hakobune-箱船 | vat of kruik (met een dergelijke vorm) |
| hakohibachi-箱火鉢 | houten [met hout beklede] vuurpot [komfoor] |
| hakoirimusume-箱入り娘 | lievelingsdochter; (naïef) meisje dat beschermd is opgevoed |
| hakoniwaryōhō-箱庭療法 | zandspeltherapie (vorm van speltherapie, met het plaatsen van allerlei figuurtjes in een doos met zand) |
| hakozen-箱膳 | doos met eetgerei voor één persoon |
| haku-吐く | uitademen; uitspuwen; uitstoten (rook, e.d.) |
| haku-箔 | folie; dun velletje metaal (zoals bladgoud, bladzilver, etc.); verguldsel |
| hakubai-白梅 | (witte) Japanse abrikoos (Prunus mume) |
| hakuban-箔盤 | kussentje gebruikt bij het vergulden met bladgoud |
| hakuchizu-白地図 | een blanco kaart [basiskaart] (een kaart die alleen de omtrek van landen, eilanden, etc. weergeeft, zonder plaatsnamen, e.d.) |
| hakugei-白鯨 | Moby-Dick, titel van een boek uit 1851 van Herman Melville, over een witte walvis) |
| hakuhake-箔刷毛 | plat kwastje gebruikt bij het vergulden met bladgoud |
| hakumei-薄明 | avondschemering |
| hakunaifu-箔ナイフ | mes gebruikt bij het vergulden met bladgoud |
| hakuoki-箔置き | de vakman die voorwerpen verguldt met bladgoud [bladzilver] |
| hakuoki-箔置き | het verguld zijn met bladgoud [bladzilver] |
| hakuoshisareta-箔押しされた | verguld met bladgoud [bladzilver] |
| hakuraku-伯楽 | mensenkenner (iemand die iemands karakter en kwaliteiten kan doorzien) |
| hakurikiko-薄力粉 | cakemeel; meel van zachte tarwe (geschikt voor tempura of gebak) |
| hakuro-白露 | witte [glinsterende] dauw (bij de overgang van zomer naar herfst) |
| hakurōbyō-白蠟病 | (HAVS) het hand-arm-vibratiesyndroom (beroepsziekte met beschadigingen aan handen en armen door langdurig gebruik van trillend gereedschap) |
| hakusen-白癬 | ringworm (een besmettelijke schimmelinfectie) |
| hakushijakkō-薄志弱行 | een zwak karakter; besluiteloosheid; gebrek aan wil [ondernemersgeest] |
| hakusho-薄暑 | milde hitte in de vroege zomer |
| hakushokutero-白色テロ | Witte Terreur (van een contrarevolutionair regime) |
| hakutō-白桃 | witte perzik (een perziksoort met wit vruchtvlees) |
| hakutō-白頭 | iemand met grijs [wit] haar; grijs hoofd; witte pruik |
| hakuu-白雨 | regenbui; plensbui; regen uit heldere hemel |
| hama-浜 | (in bordspel go) een geslagen [genomen] steen van de tegenspeler |
| hamachi-魬 | jonge geelvinmakreel (ca. 40 centimeter lang; Seriola quinqueradiata) |
| hamaguri-蛤 | schelpdier (Meretrix lusoria) |
| hamanabe-蛤鍋 | een maaltijdsoep [stoofpot] met mosselen [zeevruchten] |
| hamaya-破魔矢 | een pijl ter verdrijving van kwade krachten (wordt met nieuwjaar door heiligdommen verkocht) |
| hamayumi-破魔弓 | (oorspronkelijk) de boog om een hamaya af te schieten (nu met een meer symbolische betekenis) |
| hami-馬銜 | bit (metalen mondstuk voor een paard of ander trek- of lastdier) |
| hamidasu-食み出す | (ergens) uitsteken, (ergens) uitpuilen; tevoorschijn komen |
| hamondo・orugan-ハモンド・オルガン | hammondorgel (muziekinstrument) |
| hamono-刃物 | snijgerei; messen; eetgerei; bestek |
| hamushi-羽虫 | vogelluis (Menoponidae) |
| hamushi-葉虫 | bladhaantje (soort kever, Chrysomelidae) |
| hanabasami-花鋏 | bloemenschaar |
| hanabatake-花畑 | bloementuin; bloembed; veld met bloemen |
| hanadai-花代 | geldbedrag voor bloemen |
| hanafuda-花札 | Japans kaartspel met 48 bloemenkaarten (4 kaarten voor elke maand) |
| hanagaruta-花ガルタ | Japans kaartspel met bloemenkaarten |
| hanagata-花形 | bloemendessin |
| hanagoyomi-花暦 | bloemen kalender (waarop de bloemen zijn gerangschikt naar bloeitijd) |
| hanagoza-花茣蓙 | een mat met een (ingeweven) bloemenpatroon |
| hanagusuri-鼻薬 | smeergeld; zwijggeld |
| hanagusuri-鼻薬 | snoep dat men geeft aan een kind om het te troosten [rustig te krijgen] |
| hanahazukashii-花恥ずかしい | uitzonderlijk mooi (lett. zo mooi dat bloemen erdoor in verlegenheid gebracht worden) |
| hanaike-花生け | (bloemen)vaas |
| hanaiki-鼻息 | neusademhaling; het ademen door de neus; snuiven |
| hanaiki-鼻息 | enthousiasme |
| hanaire-花入れ | (bloemen)vaas |
| hanakago-花籠 | bloemenmand; mand met bloemen |
| hanakanzashi-花簪 | een haarspeld (kanzashi) versierd met kunstbloemen |
| hanakotoba-花言葉 | de taal der bloemen; (symbolische) betekenis van bloemen |
| hanamachi-花街 | rosse buurt; wijk met restaurants, geisha's en bordelen |
| hanamagari-鼻曲がり | mannelijke zalm met een uitpuilende snuit tijdens het voortplantingsseizoen |
| hanamagari-鼻曲がり | een gebogen [kromme] neus |
| hanamagari-鼻曲がり | iemand met een slecht humeur; brombeer; chagrijn |
| hanamatsuri-花祭り | bloemenfestival ter viering van de verjaardag van Boeddha (8 april) |
| hanamatsuri-花祭り | bloemenfestival in het Kitashitara-district, in de prefectuur Aichi (aan het einde van het jaar tot nieuwjaar) |
| hanami-花実 | bloemen en vruchten [fruit] |
| hanami-花見 | (lett. bloemen kijken) Japanse traditie om in de lente gezamenlijk de (voorbijgaande) schoonheid van de kersen- en pruimenbloesems te gaan bewonderen |
| hanamichi-花道 | (fig.) moment van een glorieuze terugtreding [aftreden; pensionering] |
| hanamichi-花道 | de gang waardoor sumo-worstelaars van de kleedkamer naar de ring lopen (en v.v.) |
| hanamichi-花道 | verhoogd pad waarover de acteurs naar- en van het toneel lopen (door de zaal met het publiek) |
| hanamidō-花御堂 | een zaaltje versierd met bloemen voor de viering van de verjaardag van Boeddha (8 april) |
| hanamoji-花文字 | hoofdletters; letters versierd met bloemdessins; bloemen geplant in de vorm van letters |
| hanamori-花守 | het beschermen [bewaken] van bloemen (m.n. kersenbloesems) |
| hanamori-花守 | iemand die bloemen beschermt [bewaakt] (m.n. kersenbloesems) |
| hanamushiro-花筵 | een mat met een (ingeweven) bloemenpatroon |
| hanamushiro-花筵 | (fig.) een bloemenkleed (een laag van op de grond gewaaide bloemblaadjes) |
| hanamushiro-花筵 | een mat [kleed] waar men op zit tijdens de hanami |
| hanaochi-花落ち | jonge vruchten zoals aubergines en komkommers, die worden geoogst kort nadat de bloemen zijn afgevallen |
| hanashiaite-話し相手 | gesprekspartner; iem. om mee te praten; adviseur |
| hanashiau-話し合う | (nadat iedereen zijn mening heeft gegeven) tot een conclusie komen |
| hanashikakeru-話しかける | (iem.) aanspreken; spreken (met) |
| hanashikomu-話し込む | een lang gesprek hebben (met iem.); een gesprek aangaan (met) |
| hanasu-話す | converseren; praten met; bespreken |
| hanataba-花束 | boeket (bloemen); bloemstuk |
| hanauri-花売り | de bloemenverkoper |
| hanauri-花売り | de bloemenverkoop; het verkopen van bloemen |
| hanawa-花輪 | bloemkrans; guirlande; bloemenslinger |
| hanaya-花屋 | bloemenwinkeltje; bloemenstalletje |
| hanaya-花屋 | bloemenverkoper |
| hanayomekaizoenin-花嫁介添人 | bruidsmeisje |
| hanazono-花園 | bloementuin |
| hanazukuri-花作り | bloemkwekerij; bloementeelt |
| hanburu-ハンブル | frommelen; morrelen; (bij honkbal) de bal uit de handen laten glippen |
| handa-半田 | soldeersel; soldeermetaal |
| handai-飯台 | doos met eetgerei voor één persoon |
| handansuru-判断する | zich een oordeel vormen; beoordelen |
| handomēdo-ハンドメイド | andgemaakt; met de hand gemaakt |
| handomeido-ハンドメイド | handgemaakt; met de hand gemaakt |
| handoringu-ハンドリング | (bij rugby) de bal met de handen pakken |
| hanebōki-羽箒 | plumeau |
| hanekaeri-跳ね返り | een jongensachtig [onstuimig]; wild meisje; wildebras |
| hanenokeru-撥ね除ける | (met kracht) opzij schuiven; aan de kant duwen; afschudden |
| hanetsuki-羽根突き | een traditioneel Japans Nieuwjaarsspel, gespeeld met een houten peddel (hagoita) en een shuttle |
| hangā・disupurē-ハンガー・ディスプレー | hangend display; hangend rek met (reclame) folders [brochures] |
| hangetsuban-半月板 | meniscus |
| hangō-飯盒 | etensblik; eetblik; gamel |
| hangonkō-反魂香 | een legendarische wierook, waarmee bij het branden het beeld van een dode in de rook verschijnt |
| hanikamu-はにかむ | verlegen [schuchter] zijn; er verlegen uitzien; zich schamen |
| hanjisei-反磁性 | diamagnetisme |
| hankagai-繁華街 | (drukke) winkelstraat; drukke [levendige] wijk (met winkels, restaurants, bedrijven, etc.) |
| hankagai-繫華街 | uitgaanscentrum; uitgaansgebied; stadsdeel met veel winkels, restaurants, e.d. |
| hanketsubun-判決文 | vonnis document |
| hanketsusho-判決書 | vonnis document |
| hanki-半季 | een half jaar; semester |
| hankō-藩侯 | (feodale) leenheer; hoofd van een domein [clan] |
| hankō-藩校 | (Edo periode) school van een domein [han] (voor hoger onderwijs) |
| hankon-瘢痕 | (med.) litteken |
| hankyō-反共 | anticommunisme |
| hankyōshugi-反共主義 | anticommunisme |
| hankyū-半弓 | een kleine boog (waarmee je ook zittend kunt schieten) |
| hanmā-ハンマー | hamer |
| hanmānage-ハンマー投げ | het kogelslingeren; het hamerslingeren |
| hanmenkyōshi-反面教師 | (Chinees gezegde) een goed voorbeeld [een goede leermeester] van wat je zeker niet moet doen [volgen] |
| hanmichi-半道 | een halve ri (ca. 2 kilometer) |
| hannen-半年 | een halfjaar; semester |
| hannin-半人 | half mens |
| hannya-般若 | hannya-masker met een demonisch gezicht (in no-theater, kyogen e.d.) |
| hanron-反論 | tegenargument; weerlegging; repliek |
| hanryo-伴侶 | metgezel; vriend; kameraad |
| hansayō-反作用 | (mechanica) reactie; tegenbeweging |
| hansen-帆船 | zeilboot; zeilschip; windjammer |
| hansenbyō-ハンセン病 | (ziekte van Hansen) lepra; melaatsheid |
| hansetsu-半切 | stuk papier van halve maat [afmeting] (in de lengte doormidden gesneden) |
| hansharo-反射炉 | smeltoven (voor metalen e.d.) |
| hanshinron-汎心論 | panpsychisme (filosofische leer) |
| hanshinron-汎神論 | pantheïsme (filosofische leer) |
| hanshō-汎称 | algemene [generieke] naam [term; benaming] |
| hanshoku-繁殖 | voortplanting; fokkerij; vermeerdering; vermenigvuldiging |
| hansuru-反する | het tegenovergestelde [in strijd met de verwachtingen] zijn; tegenstrijdig zijn |
| hanten-飯店 | (China) hotel; herberg; logement |
| hantōsei-半透性 | semipermeabiliteit |
| hantoshi-半年 | een halfjaar; semester |
| hantsuki-半搗き | witte rijst half-om-half vermengd met zilvervliesrijst |
| hanzei-反噬 | het zich tegen de meester [weldoener] keren; een hond die zijn baasje bijt |
| han'i-犯意 | criminele bedoeling; voorbedachte raad; mens rea (Lat.: een schuldige geest) |
| han'i-範囲 | gebied; domein; begrenzing; bereik; invloedssfeer |
| han'in'yō-半陰陽 | tweeslachtigheid; hermafroditisme |
| haori-羽織 | kledingstuk die men over een kimono draagt als jasje |
| happa-発破 | het opblazen met explosieven (in mijnen, rotsen, e.d.) |
| happaku-八白 | de achtste van de 9 traditionele astrologische tekens (corresponderend met Saturnus en het Noordoosten) |
| happō-発泡 | het schuimen; bruisen; gebruis; geborrel |
| happōshu-発泡酒 | bier met een laag moutgehalte |
| happōsuru-発泡する | schuimen; bruisen |
| hāpushikōdo-ハープシコード | klavecimbel (muziekinstrument) |
| hara wo kimeru-腹を決める | een besluit [beslissing] nemen; een keuze maken; de knoop doorhakken |
| haraguroi-腹黒い | boosaardig; kwaadwillig; gemeen |
| harai-祓い | rituele reiniging; exorcisme; duiveluitdrijving |
| haraimono-払い物 | iets [een artikel] dat je wilt verkopen; iets dat je niet meer nodig hebt] |
| harakara-同胞 | landgenoot; broeder; kameraad; medemens |
| harakiri-腹切り | rituele zelfdoding (m.n. van de krijgselite) in Japan (te voltrekken door met een kort zwaard de buik open te snijden) |
| haramitsu-波羅蜜 | (boeddh.) training tot de bevrijding [verlossing] (en daarmee het nirvana [de overtocht] te bereiken) |
| haramitta-波羅蜜多 | (boeddh.) training tot de bevrijding [verlossing] (en daarmee het nirvana [de overtocht] te bereiken) |
| haran-波瀾 | commotie; onrust;; problemen; ruzie |
| haran-波瀾 | golven; schommelingen; ups en downs; veranderingen |
| haranbanjō-波瀾万丈 | wisselvalligheid; stormachtigheid; met veel ups en downs |
| harapeko-腹ぺこ | het erge honger hebben; rammelen van de honger |
| haratsuzumi-腹鼓 | het op een volle buik slaan als op een trommel (als metafoor voor een wereld waar genoeg voedsel is) |
| haratsuzumi-腹鼓 | gezegde dat wasbeerhonden op maanverlichte nachten op hun buik trommelen |
| harau-払う | (vaak in de combinatie: chi wo harau, dan meestal geschreven als 掃う) geheel verdwijnen |
| harau-払う | (met een zwaard, stok e.d.) heen en weer zwaaien |
| hārā・dābī-ハーラー・ダービー | (honkbal) de strijd om de werper met de meeste overwinningen in het seizoen te worden |
| hare-晴れ | publiek; openbaar; formeel; officieel |
| hare-晴れ | gala (kostuum); een prachtig uitziende verschijning (bij een formele gelegenheid) |
| haresugata-晴れ姿 | het verschijnen tijdens een bijzondere [formele] gelegenheid |
| haresugata-晴れ姿 | gekleed in zijn [haar] mooiste [formele] kleding |
| harēsuisei-ハレー彗星 | de komeet Halley (genoemd naar Edmond Halley) |
| harigane-針金 | draad; metaalkabel |
| hariharinabe-はりはり鍋 | Japanse stoofschotel met (mizuna) groente en vlees (oorspronkelijk walvisvlees) (harihari is een onomatopee voor het geluid van kauwen) |
| haritsuke-磔 | executie door een veroordeelde aan een paal vast te binden en met speren te steken |
| haro-ハロ | halo (lichtende kring om een hemellichaam) |
| harō-ハロー | halo (lichtende kring om een hemellichaam) |
| haru-張る | vormen |
| haru-張る | strak trekken; afzetten (met touwen) |
| haruchikashi-春近 | de naderende lente; het naderbij komen van de lente |
| harutonari-春隣 | de naderende lente; het naderbij komen van de lente |
| hasamu-挟む | vastklemmen; klemzetten; geklemd worden |
| hasan-破産 | faillissement |
| hasetsukeru-馳せ着ける | haastig aankomen; zich haasten; binnenrennen |
| hashii-端居 | het zitten op de veranda (voor verkoeling in de zomer) |
| hashiri-走り | primeur; de [het] eerste van het seizoen |
| hashiru-走る | (samen) ervandoor gaan; wegvluchten; de benen nemen; van huis weglopen |
| hashiru-走る | (van vloeistoffen) stromen [spuiten] uit |
| hashiru-走る | snel komen en gaan; doorheen schieten |
| hasonkurasuta-破損クラスタ | (computer) beschadigde cluster; verloren bestandsfragment |
| hassei-発生 | het ontstaan; voortkomen; uitbraak (van een natuurramp, ziekte etc.) |
| hasseisuru-発生する | gebeuren; zich voordoen; ontstaan; voortkomen (uit); uitbreken (van ziekte, etc.); uitbarsten (vulkaan) |
| hasshō-発症 | de aanvang [het begin; de eerste symptomen] van een ziekte |
| hasui-破水 | (med.) het breken van de vliezen (voor de bevalling); vruchtwaterstroom |
| hasurā-ハスラー | ondernemend iemand; slimme zakenman; doorzetter |
| hataage-旗揚げ | een nieuwe groep [organisatie] opzetten [vormen]; een nieuw bedrijf starten |
| hataage-旗揚げ | een leger op de been brengen; troepen te verzamelen |
| hatafuri-旗振り | initiatiefnemer; campagneleider |
| hatafuriyaku-旗振り役 | initiatiefnemer; campagneleider |
| hatago-旅籠 | (Edo-periode) mand met etenswaren op reis |
| hatago-旅籠 | (Edo-periode) mand [kist] met het voedsel voor de paarden op reis |
| hataki-叩き | het slaan op een trommel, e.d. |
| hatakikomi-叩き込み | sumo techniek (de tegenstander vellen met meerdere snelle slagen) |
| hatameiwaku-傍迷惑 | overlast [ongemak] (veroorzaken) voor andere mensen [de mensen om je heen] |
| hatan-破綻 | mislukking; fiasco; faillissement; bankroet |
| hataraki-働き | loon [inkomen] uit arbeid |
| hatarakibachi-働き蜂 | werkbij (bij die honing verzamelt) |
| hatarakikakeru-働きかける | het initiatief nemen; beïnvloeden; een beroep doen (op) |
| hatarakite-働き手 | een goede [bekwame] medewerker |
| hatarakizakari-働き盛り | op het hoogtepunt van zijn carrière [leven] zijn; (iem.'s) meest productieve jaren |
| hatasashimono-旗指物 | een kleine standaard met vlag, die vroeger door Japanse samoerai op de achterkant van het harnas werd gedragen tijdens het gevecht |
| hatazaochi-旗竿地 | een stukje grond, ingesloten tussen andere percelen, met een aparte (onpraktische) vorm (een smalle strook met een rechthoek, zoals een vlaggenmast) |
| hatchibakku-ハッチバック | hatchback, auto met vijfde deur (en carrosserie met korte achterkant) |
| hatoronshi-ハトロン紙 | patroonpapier (bruin dun papier met glans aan één zijde) |
| hatsubutai-初舞台 | debuut; de eerste keer dat men op het podium verschijnt |
| hatsugasuru-発芽する | ontkiemen; ontspruiten |
| hatsugatsuo-初鰹 | de eerste bonito (vis) van het (zomer)seizoen |
| hatsugen-発言 | speech; rede; verklaring; mening; opmerking(en); voorstel |
| hatsugon-発言 | praatje; speech; rede; mening; opmerking(en) |
| hatsukazuki-二十日月 | de maan op de twintigste van de maand (met name in de maand augustus) |
| hatsumonogui-初物食い | een voorkeur voor de eerste oogst [producten] van het seizoen; iemand met een voorkeur voor de eerste oogst [producten] van het seizoen |
| hatsunatsu-初夏 | vroege zomer; vroeg in de zomer; in het begin van de zomer |
| hatsuoyogi-初泳ぎ | nieuwjaarsduik; duik [zwemmen] in open water op nieuwjaarsdag |
| hatsuzekku-初節句 | (de viering van) het eerste jongens- [meisjes-] festival van een baby |
| hattatsukasokugenshō-発達加速現象 | het fenomeen van groeiversnelling door externe factoren; versnelde lichamelijke ontwikkeling |
| hattentekikaishō-発展的解消 | ontbinding [opheffing] (van iets) om tot vernieuwing te komen |
| hattotorikku-ハットトリック | goocheltruc uit de hoge hoed; slimme zet |
| hayade-早出 | vroeger (dan normaal) gaan werken [op kantoor komen] |
| hayagatensuru-早合点する | voorbarige conclusies trekken; te snel een oordeel vormen |
| hayagawari-早変わり | eesnelle transformatie [grdaanteverandering]; metamorfose; snelle omkleding (van kostuum) |
| hayajimai-早仕舞い | vroege (winkel)sluiting; vroeg stoppen met werken |
| hayamimi-早耳 | iemand met een goed gehoor |
| hayari-流行 | tijdelijk (veel)voorkomend verschijnsel |
| hayashi-栄 | versiering; ornament; decoratie |
| hayashiraisu-ハヤシライス | een Japans rijstgerecht in westerse stijl (met hachee van rundvlees) |
| hayauchi-早打ち | het snel slaan op een instrument (trommel, bel, gong, e.d.) |
| hayauchi-早打ち | het snel schieten met vuurwapens |
| hazakura-葉桜 | een kersenboom waar de bladeren zijn uitgekomen (nadat de bloesem is afgevallen) |
| hazu-筈 | bij sumo (worstelen), een bepaald soort aanval (met duwen) |
| hazue-葉末 | nakomeling; afstammeling |
| hazumu-弾む | zwaar ademen; buiten adem zijn |
| hazureru-外れる | loskomen; los gemaakt worden |
| hazusu-外す | buiten de vastgestelde normen gaan; de grenzen overschrijden |
| hazusu-外す | nalaten te pakken; niet nemen; verliezen; express ontwijken; ontduiken |
| hebī・metaru-ヘビー・メタル | heavy metal (hardrockmuziek) |
| heburaizumu-ヘブライズム | hebraïsme (oude Hebreeuwse godsdienst of taal) |
| hechima-糸瓜 | luffa; sponskomkommer |
| heddogia-ヘッドギア | (boksen, ijshockey, e.d.) hoofdbeschermer; helm |
| hedonizumu-ヘドニズム | hedonisme |
| hegu-剥ぐ | beroven; afnemen |
| heibei-平米 | vierkante meter (m²) |
| heichara-へいちゃら | kalm; onverschillig; nonchalant; onbekommerd; onbezorgd |
| heidoku-併読 | het twee (of meer) boeken, kranten, of tijdschriften tegelijk lezen |
| heifuku-平服 | gewone [dagelijkse; informele] kleding |
| heihatsu-併発 | samenloop van omstandigheden; complicatie (bij ziekte) |
| heihōkiromētoru-平方キロメートル | vierkante kilometer |
| heiin-閉院 | vroeger de naam voor de sluiting [sluitingsceremonie] van de parlementaire sessies |
| heiin-閉院 | sluiting van een ziekenhuis of andere medische instelling |
| heika-兵戈 | wapens; messen en zwaarden |
| heikō-平行 | parallellisme |
| heikōbō-平行棒 | (bij turnen) brug met gelijke leggers |
| heikōrokumentai-平行六面体 | (meetkunde) parallellepipedum; blok |
| heikōsuru-平行する | parallel lopen met |
| heimokuōdōri-並木大通り | boulevard; promenade |
| heionsetsu-閉音節 | een gesloten lettergreep (die eindigt op een medeklinker) |
| heisagatatōshishintaku-閉鎖型投資信託 | beleggingsfonds dat een vast aantal aandelen uitgeeft via een enkele openbare aanbieding (om kapitaal te verzamelen voor de eerste investeringen) |
| heishi-平氏 | families [clans] met de naam Taira |
| heisho-閉所 | (van instellingen, e.d.) het stoppen met activiteiten; totale sluiting |
| heishutsu-逬出 | het (uit)spuiten; uitbarsten; uitstromen (van water, e.d.) |
| heisoku-閉塞 | blokkade; afsluiting; versperring; belemmering; hindernis; obstructie |
| heisokusei-閉塞性 | een belemmering; blokkering; afsluiting |
| heisokusen- 閉塞船 | blokschip (een schip dat met opzet tot zinken wordt gebracht om als blokkade te dienen) |
| heisokusuru-閉塞する | blokkeren; afsluiten; belemmeren; verhinderen |
| heisokuzensen-閉塞前線 | een occlusiefront (meteorologie) |
| heison-併存 | coëxistentie; het naast elkaar bestaan [samenleven] |
| heisui-平水 | kalm (stromend) water |
| heiwashugi-平和主義 | pacifisme |
| heizoku-平俗 | eenvoudig [informeel; makkelijk te begrijpen] zijn |
| hei・kyūbu-ヘイ・キューブ | hooiblok; blok samengeperste hooi |
| hejjingu-ヘッジング | indekking; afdekking (met tegengestelde posities op de financiële markt) |
| hekomu-凹む | bezwijken; toegeven; de moed verliezen; gedeprimeerd worden |
| hema-へま | een blunder; een domme fout |
| hen-変 | vreemdheid; merkwaardigheid |
| hen-片 | (in kanji combinaties) een (zij)kant; zijde (van iets); fragment; brokstuk; scherf; weinig; gering; een beetje |
| henchikurin-へんちくりん | vreemd [raar; eigenaardig; merkwaardig] zijn |
| hencho-編著 | geschreven en bewerkt [samengesteld] zijn (door) |
| hendō-変動 | verandering; fluctuatie; schommeling |
| hendōritsukisai-変動利付き債 | obligatie met variabele rente |
| hendōshotoku-変動所得 | variabel [fluctuerend] inkomen |
| hengakuhoken-変額保険 | verzekering met variabele bedragen |
| henge-変化 | metamorfose; transformatie |
| hengen-片言 | een enkel woord; een korte opmerking; een deel van een zin [woord] |
| henja-編者 | redacteur; samensteller |
| henji-片時 | kort moment; ogenblik |
| henjō-返上 | het niet opnemen; afstand doen van |
| henkakyū-変化球 | (honkbal) kromme bal; curvebal |
| henkōkei-偏光計 | polarimeter; polarisatiemeter |
| henkyakuguchi-返却口 | verzamelplek [dienbladentrolly] waar men de gebruikte dienbladen met servies kan terugzetten na het eten (b.v. in kantines) |
| henkyoku-編曲 | muziek arrangement |
| henmoku-編目 | item vermeld in een opsomming; artikel; clausule; regel; wet |
| henpen-片片 | kleine stukjes; fragmenten |
| henrei-返礼 | een wedergift; compensatie; een cadeau [compliment] terug geven |
| hensan-編纂 | compilatie; samenstelling; bewerking |
| hensei-編成 | het samenstellen; compileren; in elkaar zetten |
| hensei-編製 | het opstellen [samenstellen] van een familieregister [kiesregister, schoolkinderen register, e.d.] |
| henseigan-変成岩 | metamorf gesteente |
| henshin-変身 | metamorfose; transformatie |
| henshū-偏執 | vooringenomenheid; vooroordeel; koppigheid |
| henshū-編修 | samenstelling; compilatie; bewerking |
| henshū-編集 | redactie; samenstelling; bewerking |
| hensōsuru-変装する | vermommen |
| hentai-変態 | transformatie; metamorfose |
| hen'ai-偏愛 | partijdigheid; vooringenomenheid; begunstiging |
| herenizumu-ヘレニズム | hellenisme |
| herikutsu-屁理屈 | gebekvecht; haarkloverij; drogreden; verkeerde redenering; slecht argument |
| heriomētā-ヘリオメーター | heliometer; zonnemeter |
| heriumu-ヘリウム | helium (chem. element) |
| heru-減る | afnemen; krimpen; slinken; minder worden |
| herumesu-ヘルメス | Hermes (figuur uit de Griekse Mythologie: zoon van Zeus, god van handel, reizigers en dieven) |
| hetchara-へっちゃら | kalm; onverschillig; nonchalant; onbekommerd; onbezorgd |
| hetsurau-諂う | vleien; ophemelen; stroop om de mond smeren; bij iemand in de gunst [in het gevlij] proberen te komen |
| hettakure-へったくれ | potverdorie; naar de hel met...; (je kan) de pot op |
| heya-部屋 | kamer; vertrek |
| heyadai-部屋代 | kamerhuur |
| heyagi-部屋着 | kamerjas |
| heyawari-部屋割り | toewijzing van kamers |
| hi-火 | vuur; vlam(men); brand |
| hi-碑 | stenen monument (met inscriptie) |
| hi-肥 | (in kanji combinaties) mest; gier |
| hiasobi-火遊び | het spelen met vuur (lett. en fig.) |
| hibachi-火鉢 | een hibachi (een stoof [brandertje; pot] van keramiek of ijzer met daarin een houtskoolvuurtje) |
| hibiku-響く | binnenkomen bij (fig.); zich herinneren; (iets) bij je blijven |
| hibiku-響く | (van verre) weerklinken; weergalmen; echoën; ver reiken (geluid) |
| hību-ヒーブ | (home economist in business) iemand die werkzaam is op de consumentenafdeling van een bedrijf |
| hibun-碑文 | inscriptie (op een steen of monument) |
| hibyōin-避病院 | ziekenhuis voor patiënten met een besmettelijke ziekte (die in quarantaine moeten blijven); pesthuis |
| hichiriki-篳篥 | hichiriki, een Japans blaasinstrument (gemaakt van bamboe) gebruikt voor traditionele gagaku muziek |
| hichō-悲調 | droeve [klaaglijke] toon [melodie] |
| hichū-秘中 | heimelijk gekoesterd; geheim gehouden (veelal gevoelens) |
| hidai-肥大 | hypertrofie (een toename van het volume van normaal ontwikkelde cellen, weefsels, organen, etc. van een organisme) |
| hidariyotsu-左四つ | (van sumoworstelaars) greep met de linkerhand onder de rechterarm van de tegenstander |
| hidaruma-火達磨 | vuurbal; vlammenzee |
| hidoi-酷い | wreed; gemeen; schandalig; genadeloos |
| hiebie-冷え冷え | (tussen mensen) kilheid; kilte |
| hiekisuru-裨益する | ten goede komen; baat hebben; voordeel halen; profiteren |
| hieru-冷える | koud worden; het koud krijgen; kleumen; afkoelen |
| hifushikkan-皮膚疾患 | huidaandoening; huidproblemen |
| higi-秘儀 | geheime ceremonie [ritueel] |
| higisha-被疑者 | (formeel) verdachte (van een misdaad) |
| higonokami-肥後守 | vouwmes (met een ijzeren handvat) |
| higure-日暮れ | zonsondergang; schemering; het vallen van de avond |
| hihaku-飛白 | decoratieve penseeltechniek bij het kalligraferen (met vervaagde lijnen) |
| hihō-秘法 | geheime formule [methode} |
| hihon-秘本 | dierbaar boek (waar men zuinig op is en zelden aan anderen laat zien); geheim boek |
| hihyō-批評 | kritiek; commentaar; recensie |
| hijiki-鹿尾菜 | (bruine) zeewier (Sargassum fusiforme) |
| hijōkin-非常勤 | deeltijd [parttime] werk |
| hijun-批准 | ratificatie (voornamelijk van internationale verdragen) |
| hijura-ヒジュラ | (Arab. hijrah) hidjra (de migratie van de islamitische profeet Mohammed en zijn volgelingen van Mekka naar Medina in 622) |
| hikaeshitsu-控え室 | wachtkamer (in een stationsgebouw, ziekenhuis, e.d.) |
| hikagemono-日陰者 | uitgestotene (uit de maatschappij); paria; iemand met een duister verleden |
| hikanshōshugi-非干渉主義 | non-interventie; non-interventionisme (het uit principe niet tussen beide komen) |
| hikanshugi-悲観主義 | pessimisme |
| hikanzeishōheki-非関税障壁 | non-tarifaire handelsbelemmering (de inperking van vrije handel tussen twee landen welke niet de vorm van een tarief aanneemt) |
| hiken-卑見 | mijn (nederige) mening |
| hiken-比肩 | het gelijkwaardig [vergelijkbaar] zijn (met); gunstig afsteken (bij); op één lijn staan (met) |
| hiken-秘剣 | geheime leer in zwaardvechtkunst |
| hiken-秘鍵 | geheime leer (in een religie) |
| hiken-秘鍵 | geheime betekenis |
| hikensuru-披見する | doorlezen; bestuderen; doornemen; nalezen |
| hikensuru-比肩する | gelijkwaardig [vergelijkbaar] zijn (met); gunstig afsteken (bij); op één lijn staan (met) |
| hikerakasu-ひけらかす | pronken (met); opscheppen (over) |
| hiketsusuru-否決する | afwijzen; verwerpen; wegstemmen |
| hikiage-引き上げ | verhoging; vermeerdering; toename |
| hikidashi-引き出し | opname (van een bankrekening) |
| hikidasu-引き出す | (ergens iets) uit halen [nemen; trekken]; naar buiten brengen [trekken] |
| hikidasu-引き出す | (geld) opnemen |
| hikigeki-悲喜劇 | tragikomedie |
| hikigiwa-引き際 | het (juiste) moment om ontslag te nemen [zich terug te trekken; op te houden] |
| hikihanasu-引き離す | vooruitlopen; harder lopen dan; een voorsprong nemen |
| hikikomori-引き籠もり | mensen die zich uit de maatschappij terugtrekken [in sociaal isolement leven) |
| hikikomori-引き籠もり | het zich uit de maatschappij terugtrekken [in sociaal isolement leven) |
| hikimekagibana-引き目鉤鼻 | een schildertechniek voor het tekenen van menselijke gezichten (gebruikt in Yamato-e tijdens de Heian-periode) |
| hikinzoku-卑金属 | onedel metaal |
| hikinzokugenso-非金属元素 | een niet-metaal element (bijv. waterstof, zuurstof, zwavel, etc.) |
| hikitateru-引き立てる | iem. (met geweld) meenemen [ergens heenbrengen] (naar gevangenis, politiebureau, e.d.) |
| hikite-弾き手 | bespeler van een muziekinstrument |
| hikitsugi-引き継ぎ | overname; overdracht |
| hikiuke-引き受け | acceptatie; aanname; het in ontvangst nemen |
| hikizome-弾き初め | de eerste keer dat een instrument wordt bespeeld in het nieuwe jaar |
| hikizome-弾き初め | een instrument voor de eerste keer bespelen na aankoop ervan |
| hikizuriorosu-引き摺り下ろす | iemand met een hoge positie afzetten [degraderen] |
| hikizuru-引き摺る | iemand dwingen (om mee te komen) |
| hikkaku-引っ搔く | krabben (met nagels) |
| hikkaku-筆画 | (schrijf)streep [element] van een kanji |
| hikken-筆硯 | een term die voornamelijk in brieven wordt gebruikt en verwijst naar het leven van een bepaalde schrijver |
| hikkishiken-筆記試験 | schriftelijk examen |
| hikkonuku-引っこ抜く | rukken; uitrukken; met kracht uittrekken; met kracht uitplukken ; met kracht eruit trekken |
| hikkorī-ヒッコリー | bitternoot (Amerikaanse notenboom: Carya) |
| hikōkennin-被後見人 | beschermeling; ondertoezichtgestelde [handelingsonbekwame] persoon |
| hikōshiki-非公式 | informeel [inofficieel] zijn |
| hiku-弾く | spelen (op een snaarinstrument of toetsinstrument); een muziekinstrument bespelen |
| hikumaru-低まる | lager worden; dalen; afnemen |
| hikute-引く手 | iemand die mensen uitnodigt |
| hikutsu-卑屈 | gemeen [stiekem; onderdanig; kruiperig] zijn |
| hikyō-卑怯 | lafheid; gemeenheid |
| hikyoku-悲曲 | klaagzang; treurige melodie |
| hikyoku-秘曲 | geheime [esoterische] muziek |
| himachi-日待ち | (lett.: het wachten op de zon) een bijeenkomst waarbij mensen samen bidden en wachten op de opkomst van de zon (Shinto) |
| himaku-被膜 | membraan; vliesje; een laagje (dat iets bedekt) |
| himanji-肥満児 | een dik kind; een kind met overgewicht |
| himansaibō-肥満細胞 | mestcel; mastocyt |
| himei-碑銘 | inscriptie (uitgehouwen in een stenen monument) |
| himuro-氷室 | ijshuisje; ijshut; ijskelder (om ijs te bewaren in de zomer) |
| hinaarare-雛霰 | kleine, zoete, gekleurde rijstkoekjes die bij het Poppenfestival (op de Meisjesdag, 3 maart) worden gegeten |
| hinagiku-雛菊 | madeliefje; meizoentje |
| hinamatsuri-雛祭り | Japans poppenfeest [Meisjesdag] (op 3 maart, dan stallen meisjes hun traditionele poppen uit) |
| hinawajū-火縄銃 | musket; haakbus (ouderwets geweer met een lont) |
| hinbutsu-品物 | alles tussen hemel en aarde |
| hinekurimawasu-捻くり回す | friemelen; peuteren; prutsen; knoeien (aan); morrelen (aan); spelen (met) |
| hiniku-皮肉 | ironie; sarcasme |
| hinja-貧者 | arme persoon |
| hinjaku-貧弱 | arm [armoedig; schamel; inferieur] zijn |
| hinkonsha-貧困者 | arme mensen; de armen; minderbedeelden; pauper(s) |
| hinoban-火の番 | hofdame in de binnenvertrekken [-ruimtes] van een kasteel (Edo-periode) |
| hinokuruma-火の車 | (Boeddhisme) vuurwagen die de zielen van de zondaren naar de hel brengt |
| hinomarubentō-日の丸弁当 | een bentō (lunchbox) met witte rijst en één rode pruim in het midden (zodat het geheel lijkt op de Japanse vlag hinomaru) |
| hinomarunohata-日の丸の旗 | een vlag met een rode cirkel op een witte achtergrond |
| hinpatsu-頻発 | frequentie; het veelvoorkomend zijn |
| hinpin-頻頻 | het herhaaldelijk [frequent; zeer vaak; voortdurend] gebeuren [voorkomen] |
| hinsei-品性 | (menselijk) karakter; aard; inborst; persoonlijkheid |
| hinshitsukanri-品質管理 | kwaliteitsmanagement |
| hinzūkyō-ヒンズー教 | Hindoeïsme |
| hippu-匹夫 | onbelangrijke [eenvoudige] man; man met een lage functie; ongeschoolde [onwetende] man |
| hippubōn-ヒップボーン | (hiphugger) rok of broek met een lage taille (zonder tailleband) |
| hippugerō-匹夫下郎 | eenvoudige mannen en knechten; mannen met lage functies |
| hippuhippu-匹夫匹婦 | het gewone volk; onwetende [domme; onverstandige] mensen |
| hippu・hangā-ヒップ・ハンガー | (hiphugger) rok of broek met een lage taille (zonder tailleband) |
| hirakinaoru-開き直る | zich afzetten tegen; een verdedigende houding aannemen; uitdagend [opstandig] zijn |
| hiramekaseru-閃かせる | fonkelen; pronken met |
| hiraoyogi-平泳ぎ | (zwemmen) schoolslag |
| hireidaihyōsei-比例代表制 | kiesstelsel van proportioneel vertegenwoordigde kiesdistricten (met meerdere zetels) |
| hiretsu-卑劣 | gemeenheid; laagheid; achterbaksheid |
| hirezake-鰭酒 | een kop warme sake met gegrilde visvinnen (meestal van fugu) |
| hiro-尋 | vadem; vaam (lengtemaat, ca. 1,6-1,8 meter) |
| hiroizumu-ヒロイズム | heroïsme; heldendom; heldhaftigheid |
| hiropon-ヒロポン | Philopon, handelsnaam voor methamfetamine in Japan |
| hirou-拾う | kiezen; selecteren; verzamelen; verkrijgen |
| hirugaeru-翻る | veranderen (van mening; gedachten; richting) |
| hiryō-肥料 | mest; kunstmest; meststof |
| hisabetsuburaku-被差別部落 | gebied [(woon)gemeenschap; kolonie] van uitgestotenen [gediscrimineerden] uit de maatschappij (Edo-periode) |
| hisaku-秘策 | geheim plan; geheime strategie |
| hiseki-秘跡 | sacrament |
| hishaku-柄杓 | (diepe) opscheplepel (meestal van hout of bamboe) |
| hishitsu-皮質 | (med.) cortex (hersenschors) |
| hisho-避暑 | de zomerse hitte ontvluchten (door naar een koelere plek te gaan) |
| hisho -飛書 | brief met spoed verstuurd; urgente correspondentie |
| hisho -飛書 | anonieme brief (van een lezer aan een krant, e.d.) |
| hiso-ヒ素 | arsenicum; arseen (chem. element) |
| hiso-砒素 | arsenicum; arseen (chem. element) |
| hisoka-密か | geheim; heimelijk; stiekem; clandestien; privé |
| hisoyaka-密やか | heimelijk; ongrijpbaar; onopvallend |
| hissageru-引っ提げる | (iets) in de hand hebben [meenemen; dragen] |
| hissatsu-必殺 | dodelijk [zeer heftig] zijn; vast voornemen om te doden |
| hisupanikku-ヒスパニック | Amerikaan van Latijns-Amerikaanse afkomst |
| hisupanikku-ヒスパニック | Latijns-Amerikaans |
| hitchihaiku-ヒッチハイク | liften (een voertuig aanhouden om gratis mee te rijden) |
| hitetsukinzoku-非鉄金属 | non-ferrometaal |
| hito-人 | mens; persoon |
| hitō-秘湯 | (afgelegen) weinig bekende warme bron |
| hitoashi-人足 | voetgangersverkeer; het komen en gaan van mensen |
| hitoashirai-人あしらい | de omgang [manier van omgaan] met mensen |
| hitobarai-人払い | alle mensen wegsturen (uit een kamer, zaal, etc,) |
| hitobashira-人柱 | mensenoffer |
| hitobito-人人 | veel mensen; iedereen |
| hitochigai-人違い | het iem. verwarren met iemand anders; iem. aanzien voor iemand anders |
| hitodakari-人集り | een mensenmenigte; menigte [massa] mensen |
| hitodama-人魂 | een (kleding)rekwisiet bij Kabuki om de illusie te wekken dat men door de lucht vliegt |
| hitodama-人魂 | meteoor |
| hitodasuke-人助け | een vriendelijke daad; gunst; hulp aan andere mensen |
| hitode-人出 | grote opkomst; menigte; publiek |
| hitode-人手 | (menselijke) hand |
| hitodenashi-人でなし | een bruut; beest; monster; onmenselijk wezen |
| hitodoori-人通り | voetgangers verkeer; komen en gaan van mensen |
| hitoeni-偏に | oprecht; gemeend |
| hitogaki-人垣 | menigte; mensenmassa |
| hitogirai-人嫌い | misantropie; mensenhaat |
| hitogirai-人嫌い | misantroop; mensenhater |
| hitogoe-人声 | (het geluid van) de (menselijke) stem |
| hitogokoro-人心 | het menselijk hart; de harten van de mensen; de menselijke natuur; de publieke opinie |
| hitogomi-人込み | mensenmassa; drukte (van mensen); gedrang |
| hitogoto-人事 | anderman's zaken [problemen] |
| hitoichibai-人一倍 | meer dan anderen; meer dan gewoonlijk; met extra [meer] inzet; (ver)dubbel(d); twee keer (zo hard, veel, etc.) |
| hitoikire-人熱れ | muffe [benauwde] lucht (van veel mensen in een kleine ruimte) |
| hitojichihan-人質犯 | gijzelnemer |
| hitojichitori-人質取り | gijzelnemer |
| hitokage-人影 | menselijke figuur [silhouet] |
| hitokata-一方 | algemeen [gewoon] zijn |
| hitokazu-人数 | een groep mensen |
| hitokoburakuda-一瘤駱駝 | dromedaris |
| hitokoro-一頃 | een (bepaald) moment [periode]; eens |
| hitokotosuru-一言する | wat [een paar woorden] zeggen; een korte opmerking maken |
| hitokurōn-ヒトクローン | menselijke kloon |
| hitomae-人前 | publiek; openbaar; (in) aanwezigheid van (andere) mensen |
| hitomakase-人任せ | het aan anderen overlaten; geen verantwoordelijkheid nemen |
| hitomakasesuru-人任せする | (iets) aan anderen overlaten; geen verantwoordelijkheid nemen |
| hitomigokū-人身御供 | mensenoffer |
| hitomoji-人文字 | een letter [karakter] uitgebeeld door een groep mensen |
| hitonadare-人雪崩 | aanzwellende menigte; lawine van mensen |
| hitonakase-人泣かせ | een last voor ander mensen; anderen tot last zijn |
| hitonami-人波 | een kolkende menigte; opdringende massa (mensen) |
| hitonareru-人慣れる | wennen aan mensen; vertrouwd raken met mensen |
| hitonatsukashii-人懐かしい | eenzaam zonder mensen; verlangend naar mensen (om zich heen) |
| hitori-火取り | wierookbrander (m.n bedekt met gaas om kleding te parfumeren) |
| hitoribeya-一人部屋 | eenpersoonskamer |
| hitorigaten-独り合点 | aanname; overhaast oordeel; te snelle conclusie |
| hitorigime-独り決め | (eigen) aanname [beslissing] zelf beslissen |
| hitorimushi-火取り虫 | de (vele) insecten die aangetrokken worden door (en fladderen rond) licht [lampen] (verwijzing naar zomeravonden) |
| hitoriyogari-独りよがり | zelfingenomenheid; eigendunk; eigenwijsheid |
| hitosama-人様 | anderen; andere mensen |
| hitoshio-一入 | nog meer; des te meer; in het bijzonder; vooral |
| hitosujinawa-一筋縄 | de gewone [makkelijke] manier [methode] |
| hitotarashi-人たらし | mensenmens (iemand die graag onder de mensen is) |
| hitoyama-人山 | mensenmenigte |
| hitozukai-人使い | de wijze van omgaan met [behandeling van] werknemers [personeel]; mensen 'gebruiken' |
| hitozuki-人好き | charme; aantrekkelijkheid |
| hitozukiai-人付き合い | het sociaal zijn; goed met mensen overweg kunnen |
| hito・genomu-ヒト・ゲノム | menselijk genoom |
| hitsu-櫃 | grote kist; bak met deksel (vaak zonder scharnierverbindingen) |
| hitsuboku-筆墨 | wat geschreven is met penseel en inkt; kalligrafie |
| hitsui-筆意 | mentale houding tijdens het schrijven [kalligraferen] |
| hitsujin-筆陣 | stellingname (in een polemiek; pennenstrijd; twistgeschrift) |
| hitteki-匹敵 | metgezel; echtgenoot; echtgenote |
| hittekisuru-匹敵する | gelijkwaardig zijn aan; zich kunnen meten met; niet onderdoen voor; opgewassen zijn tegen |
| hitto-ヒット | een succes; hit; succesnummer |
| hittsuku-引っ付く | zich hechten (aan); intiem worden (met) |
| hiwari-日割り | programma; programmering; schema |
| hiya-冷や | koud drinkwater (met ijsblokjes) |
| hiyaase-冷や汗 | het koude [klamme] zweet |
| hiyakasu-冷やかす | plagen; de draak steken met; voor de gek houden |
| hiyaku-秘薬 | wondermiddel; wondermedicijn |
| hiyaku-秘鑰 | geheime sleutel |
| hiyamizu-冷や水 | (fig.) een domper; een koude douche; het bekoelen [dempen] (van iemand's enthousiasme) |
| hiyayakko-冷や奴 | een Japans gerecht met koud geserveerde tahoe [tofoe] |
| hiyoku-比翼 | een mythische vogelpaar uit het Oude China met ieder één vleugel en één oog; ook gebruikt als metafoor voor een gelukkig liefdespaar |
| hiyoku-比翼 | een ongevoerd kledingstuk met alleen voering langs mouwen en kraag |
| hiyokunotori-比翼の鳥 | een mythische vogelpaar uit het Oude China met ieder één vleugel en één oog; ook gebruikt als metafoor voor een gelukkig liefdespaar |
| hiyorimi-日和見 | opportunisme; afwachtende houding; besluiteloosheid; de kat uit de boom kijken |
| hiyorimishugi-日和見主義 | opportunisme |
| hiyu-比喩 | stijlfiguur; woordspeling; gelijkenis; metafoor |
| hizaate-ひざ当て | kniebeschermer |
| hizamakura-膝枕 | met je hoofd op iemand's schoot [knieën] |
| hizoku-卑属 | (jur.) zijdelingse afstammeling [bloedverwant] (via zijlijn, zoals neven, nichten, etc.) |
| hō-奉 | (in combinatie met andere karakters) toewijding; offer; eerbied; gehoorzaamheid |
| hō-朋 | (in kanji combinaties) vriend metgezel; kameraad |
| hō-法 | manier; methode; techniek; etiquette |
| hoanyōin-保安要員 | ordehandhavingspersoneel; beveiligingsmedewerker |
| hōbai-朋輩 | kameraad; metgezel; collega |
| hobikibune-帆曳船 | (traditioneel) zeilschip met één groot zeil over de gehele bootlengte |
| hobikifune-帆引き船 | (Japanse) (vissers)boot, met één groot zeil over de gehele lengte van het zeilvaartuig |
| hobikisen-帆曳船 | (traditioneel) zeilschip met één groot zeil over de gehele bootlengte |
| hobune-帆船 | zeilschip; zeilboot; windjammer |
| hochikisu-ホチキス | (merknaam van) een nietmachine; nietapparaat |
| hōchō-包丁 | keukenmes |
| hochū-補注 | aanvullende opmerking [notitie] |
| hodokeru-解ける | zich ontspannen; tot rust komen; je opgelucht voelen |
| hodokeru-解ける | loskomen; losraken |
| hodoyoi-程好い | precies goed; op het juiste moment |
| hōeikisei-防衛機制 | afweermechanisme |
| hōen-方円 | vierkante en ronde vormen |
| hōen-豊艶 | goede [sexy; weelderige] lichaamsbouw [charme] (van een vrouw) |
| hōfu-抱負 | aspiratie; ambitie; voornemen |
| hofumanhōshiki-ホフマン方式 | de Hoffmann methode (soort financiële berekeningsmethode) |
| hōgakōshin-萌芽更新 | het afkappen van bomen en struiken net boven de stambasis |
| hōgaku-方角 | methode; manier; werkwijze |
| hōgan-砲丸 | stootkogel (massieve metalen bol voor kogelstoten) |
| hōganshi-方眼紙 | ruitjespapier; milimeterpapier; rasterpapier |
| hōgeki-砲撃 | beschieting; bombardement (m.n. vanuit artillerie) |
| hogoshugi-保護主義 | protectionisme |
| hogosuru-保護する | beschermen; bewaren; behouden |
| hōhō-方法 | methode; manier |
| hohoemu-微笑む | (van bloemen) beginnen te bloeien; opengaan |
| hōhōron-方法論 | methodologie |
| hoi-補遺 | supplement; addendum; appendix |
| hoikusho-保育所 | (formeel) crèche; kinderdagverblijf; peuterspeelzaal |
| hoiru-ホイル | (metaal)folie |
| hojikuru-穿る | onderzoeken; onder de loep nemen |
| hōjin-邦人 | Japanner (m.n. wonend in het buitenland); Japanse medeburger |
| hōjō-法帖 | lesboek voor (kanji) kalligrafie (met klassieke voorbeelden van oude (Chinese) meesters) |
| hōjutsu-方術 | middel; manier; methode; wijze; techniek |
| hokahoka-ほかほか | (onomatopee) stomend; (lekker) warm |
| hōkai-抱懐 | het koesteren [hebben; erop na houden] van een gedachte, mening, etc |
| hokaku-捕獲 | in beslagname; confiscatie; vangst |
| hokan-補完 | aanvulling; toevoegsel; supplement |
| hokanaranu-他ならぬ | niet [niets] meer [minder; anders] zijn dan |
| hōkatsu-包括 | inclusie; volledige samenvoeging; allesomvattend zijn |
| hōkei-包茎 | (med.) fimose |
| hōken-封建 | feodalisme |
| hōkenseido-封建制度 | feodaal stelsel; feodalisme |
| hōki-芳紀 | (een formele term voor vrouwen) huwbare [mooie; jeugdige; aantrekkelijke] leeftijd |
| hōkiboshi-箒星 | komeet |
| hokidasu-吐き出す | spuien (kritiek, etc.); uitstromen; verspreiden; verklappen; onthullen |
| hokkoku-北国 | (vroege Meiji-periode) de provincies van Hokkaido |
| hōko-宝庫 | schatkamer; schatkist |
| hoko-矛 | (met lantaarns) gedecoreerde paal (voor optochten en festivals) |
| hōkō-芳香 | parfum; aroma; aangename geur |
| hōkoku-報告 | melding; rapport; bericht; inlichting |
| hōkoku-報国 | patriottisme; het dienen van je land |
| hōkokusuru-報告する | melden; berichten; rapporteren |
| hōkon-方今 | (op) deze tijd [dit moment]; precies nu |
| hokosaki-矛先 | (fig.) speerpunt (leidend element) |
| hōkōtenkan-方向転換 | verandering van richting [koers] (ook fig.); ommekeer; radicale verandering |
| hokuga-北画 | (afk. van) (landschap)schilderijen van de Noordelijke schildersschool (China), m.n. door professionele schilders met krachtige, scherpe lijnen |
| hokushuga-北宗画 | (landschap)schilderijen van de Noordelijke schildersschool (China), m.n. door professionele schilders met krachtige, scherpe lijnen |
| hōkyō-法橋 | (boeddh.) de brug van de Dharma (deze term vergelijkt de leer van Boeddha met een brug die mensen naar de overkant brengt) |
| hokyū-補給 | aanvulling; bijvulling; bijvoegsel; supplement |
| hōmā-ホーマー | (honkbal) homerun |
| hōmatsu-泡沫 | (metafoor voor) iets onbeduidends [iets vluchtigs] |
| homechigiru-褒めちぎる | verheerlijken; (iemand de hemel in) prijzen; iemand overladen met lofbetuigingen |
| homegoroshi-褒め殺し | (bespotting door) overdreven lof; onoprechte [sarcastische] complimenten |
| homemono-褒め者 | iets dat door veel mensen geprezen wordt |
| homemono-褒め者 | een prijzenswaardig persoon; iemand die door veel mensen geprezen wordt. |
| homeopashī-ホメオパシー | homeopathie |
| homeopasu-ホメオパス | homeopaat |
| homeosutashisu-ホメオスタシス | (fysiologie) homeostase; zelfregulering (van organismen) |
| homeru-褒める | prijzen; bewonderen; ophemelen; verheerlijken |
| homo-ホモ | (wetenschappelijke naam voor) mens |
| homogyūnyū-ホモ牛乳 | gehomogeniseerde melk |
| hōmongi-訪問着 | traditionele Japanse kimono (voor formele bezoeken) |
| homo・ekonomikusu-ホモ・エコノミクス | homo economicus (de mens die zich laat leiden door economische en rationele overwegingen) |
| homo・erekutosu-ホモ・エレクトス | de rechtopstaande mens |
| homo・fāberu-ホモ・ファーベル | (filosofie) homo faber (lett. de werkende mens) |
| homo・habirisu-ホモ・ハビリス | Homo habilis (uitgestorven menssoort, die 2,3 tot 1,5 miljoen jaar geleden leefde in Oost-Afrika)) |
| homo・rūdensu-ホモ・ルーデンス | homo ludens (lett. de spelende mens) |
| homo・sapiensu-ホモ・サピエンス | (wetenschappelijke naam voor) de moderne mens; homo sapiens |
| hōmu-法務 | zaken die te maken hebben met de boeddhistische leer |
| hōmupēji-ホームページ | homepage (van een website) |
| hōmuran-ホームラン | (honkbal) homerun |
| hōmuran・dābī-ホームラン・ダービー | (Major League Baseball) jaarlijkse wedstrijd om wie de meeste homeruns slaat |
| hōmusupan-ホームスパン | dikke met de hand gesponnen garen |
| hōmusupan-ホームスパン | grove wollen stof (van met de hand gesponnen garen) |
| hōn-ホーン | hoorn (muziekinstrument) |
| hon-翻 | (in kanji combinaties) fladderen; wapperen; zwaaien; omdraaien; overzetten; van richting [mening; gedachten) veranderen |
| honami-穂並み | glooiende graanvelden; opstaande [wuivende] halmen [gewassen] |
| honban-本番 | showtime (start van een optreden) |
| honban-本番 | (live) optreden (voor een publiek); tijdstip van handeling [actie e.d.]; filmopname |
| honbun-本文 | originele tekst; brontekst (in boek, document; brief, etc.) |
| hondō-本堂 | hoofdtempel (binnen een tempeldomein) |
| hone-骨 | skelet; geraamte; frame |
| honegumi-骨組み | frame; skelet (fig.); raamwerk; constructie |
| honeppoi-骨っぽい | benig; knokig; met veel graten (vis) |
| honeppoi-骨っぽい | (qua karakter) stug; star; moeilijk om mee om te gaan |
| hongi-本義 | grondbetekenis; fundamentele [ware; oorspronkelijke] betekenis |
| hongimari-本決まり | (formele) definitieve beslissing; vaststaand besluit |
| honjitsu-本日 | (schrijftaal, formeel) vandaag |
| honkaku-本格 | traditionele [formele] methode [regels] |
| honke-本家 | hoofdplaats; de naam van een domeinheer |
| honkī・tonku-ホンキー・トンク | Amerikaanse pianomuziek-stijl |
| honmō-本望 | lang gekoesterde wens; ultieme droom |
| honmon-本文 | originele tekst; brontekst (in boek, document; brief, etc.) |
| honne-本音 | oprechte [eerlijke] (persoonlijke) mening [bedoeling] |
| honogurai-仄暗い | (half)duister; somber; dof; wazig; schemerdonker |
| honomekasu-仄めかす | zinspelen op; laten doorschemeren; een toespeling maken; een hint geven |
| honoo-炎 | vlam; vuur; vuurzee; vlammenzee |
| honrainara-本来なら | strikt genomen; normaal gesproken |
| honrō-翻弄 | het slingeren; zwalken; (doen) dobberen; (doen) schommelen; een speelbal zijn; bespelen; voor de gek houden |
| honruida-本塁打 | (honkbal) homerun |
| honryō-本領 | kenmerk; karakteristiek; (speciale) eigenschap; specialiteit |
| honsei-本姓 | oorspronkelijke achternaam [familienaam]; meisjesnaam |
| honsenwatashi-本船渡し | (free on board) f.o.b. (met inbegrip van vervoerkosten tot in het schip) |
| honshi-本紙 | hoofdsectie [belangrijkste deel] (van een krant of document) |
| honshiken-本試験 | eindexamen; afsluitend examen |
| honsho-本書 | officieel document; officiële tekst |
| honsho-本書 | hoofdtekst; hoofddocument |
| honshoshigosen-本初子午線 | nulmeridiaan (meridiaan van Greenwich) |
| honsō-奔走 | inspanning; het druk [actief] bezig zijn (met) |
| hoo-朴 | Japanse komkommerboom; grootbladige magnolia (Magnolia obovata) |
| hoobaru-頬張る | zijn mond volproppen (met eten) |
| hoozue-頬杖 | met je kin [gezicht] op je handen |
| hōrei-法例 | wettelijke reglementen; regels voor de toepassing van wetten |
| horekomu-惚れ込む | gecharmeerd zijn van; verliefd zijn op |
| hōren-鳳輦 | een draagstoel (voor de keizer) met een vergulde bronzen feniks erop |
| horidōru-ホリドール | merknaam van parathion (insecticide) |
| horigotatsu-掘り炬燵 | verzonken kotatsu (tafelverwarming) met beenruimte onder de vloerhoogte (zodat men makkelijker kan zitten) |
| horohorochō-ほろほろ鳥 | helmparelhoen (Numida meleagris) |
| hōrudingu-ホールディング | (basketbal, voetbal, boksen, e.d.) een tegenstander hinderen [vasthouden] met arm of hand |
| horumiumu-ホルミウム | holmium (scheikundig element) |
| horun-ホルン | hoorn (muziekinstrument) |
| hōsei-縫製 | het naaien (met een naaimachine); naaiwerk |
| hōshanōosen-放射能汚染 | radioactieve besmetting; radioactieve verontreiniging |
| hōshaseigenso-放射性元素 | een radioactief element |
| hōshaseitansonendaisokutei-放射性炭素年代測定 | radiocarbondatering; C14-datering; radiometrische koolstofdatering |
| hoshi-星 | ster (hemellichaam) |
| hoshii-糒 | rijst die eerst gaargestoomd is en daarna gedroogd (makkelijk mee te nemen op reis en klaar om te eten na het te weken in water) |
| hoshika-干し鰯 | meststof op basis van gedroogde ontvette sardines en haring (werd gebruikt voor de katoen- en tabaksteelt van late Edo-periode tot de Meiji periode) |
| hōshiki-方式 | methode; systeem; formule |
| hōshiki-法式 | reglement; voorschrift; regel(s) |
| hoshikuzu-星屑 | sterrenwolk; kosmische stof; veel sterren (aan de nachtelijke hemel) |
| hōshin-芳信 | bericht over het bloeien van de bloemen [kersenbloesems] |
| hoshitorihyō-星取り表 | een soort scorekaart bij Sumo, waarop de resultaten van een worstelaar worden bijgehouden met witte of zwarte sterren |
| hoshizora-星空 | sterrenhemel |
| hōshō-褒章 | eremedaille; medaille voor verdienstelijkheid |
| hōshoku-奉職 | complementaire kleuren (die tegenover elkaar staan in de kleurencirkel en met licht samen wit vormen) |
| hoshu-保守 | conservatisme |
| hōso-硼素 | boor; borium (chem. element) |
| hosomi-細み | een van de fundamentele principes van de shōfū- of Bashō-stijl in de Japanse poëzie, n.l. het streven naar verfijning en oprechtheid |
| hosu-干す | (iemand) iets afnemen [ontnemen]; afpakken (van een baan, rol, etc) |
| hosūkei-歩数計 | pedometer; stappenteller |
| hosupitarizumu-ホスピタリズム | hospitalisme (ziekte ontstaan door verblijf in ziekenhuis) |
| hosuru-補する | benoemen; aanstellen |
| hotarubi-蛍火 | smeulende sintels [houtskool] |
| hotarugusa-蛍草 | (een andere naam voor) Aziatische dagbloem (Commelina communis) |
| hotaruzoku-蛍族 | (een informele term voor) mensen die niet binnen mogen roken en daarom buiten gaan roken (en op vuurvliegjes lijken) |
| hotchikisu-ホッチキス | (merknaam van) een nietmachine; nietapparaat |
| hotei-布袋 | Hotei, god van overvloed en goede gezondheid (afgebeeld met dikke buik en zak op zijn rug), 1 van de 7 geluksgoden uit de Japanse mythologie |
| hōtei-捧呈 | het aanbieden van iets aan een persoon met een hogere status |
| hōteidensenbyō-法定伝染病 | meldingsplichtige infectieziekte (besmettelijke ziekte die men wettelijk verplicht moet melden aan de autoriteiten) |
| hōteisuru- 捧呈する | iets aanbieden aan een persoon met een hogere status |
| hōto-方途 | manier; middel; methode |
| hōtō-餺飥 | platte udon-noedels met groenten in miso-soep |
| hotobashiru-迸る | spuiten; (opeens, krachtig) uitstromen |
| hotobori-ほとぼり | het aanhouden [blijven voelen] van emoties [enthousiasme; opwinding] |
| hotokeshō-仏性 | compassie; mededogen |
| hototogisu-杜鵑草 | paddenlelie; armeluisorchidee (Tricyrtis hirta) |
| hottate-掘っ立て | een paal [pilaar] direct in de grond [aarde] plaatsen (zonder frame of standaard) |
| hottō-発頭 | (afk. voor) de persoon die alles heeft gepland; de bedenker; het brein (erachter); de initiatiefnemer |
| hottokēki-ホットケーキ | soort Amerikaanse pannenkoek |
| hottoku-放っとく | met rust laten; laten zoals het is; negeren; verwaarlozen |
| hottōnin-発頭人 | de persoon die alles heeft gepland; de bedenker; het brein (erachter); de initiatiefnemer |
| hotto・doggu-ホット・ドッグ | hotdog (broodje met knakworst) |
| hotto・wisukī-ホット・ウィスキー | (Eng.: hot whiskey) een drankje van whiskey met heet water, honing, citroen en specerijen (ook wel hot toddy genoemd) |
| howaito・gōrudo-ホワイト・ゴールド | (Eng.: white gold) witgoud (een legering van goud met tenminste één wit metaal (b.v. nikkel, zilver of palladium) |
| howaito・hausu-ホワイト・ハウス | het Witte Huis (residentie van de president van Amerika) |
| howaito・karā-ホワイト・カラー | witteboordenwerknemer; iemand die op kantoor werkt |
| howaito・mīto-ホワイト・ミート | (Eng.: white meat) wit vlees (b.v. van kip of kalf) |
| howaito・sōsu-ホワイト・ソース | (lett. witte saus) bechamelsaus |
| hoya-火屋 | metalen deksel (met gaatjes) van wierookbrander |
| hōyū-朋友 | vriend; kameraad |
| hōzō-宝蔵 | schatkamer; gebouw waar schatten worden bewaard |
| hozuna-帆綱 | val (touw waarmee een zeil van een schip gehesen wordt) |
| hyakka-百花 | vele [allerlei (soorten)] bloemen |
| hyakkazensho-百科全書 | het samenstellen van een encyclopedie |
| hyakkazenshoka-百科全書家 | makers van [medewerkers aan] een encyclopedie |
| hyakumonogatari-百物語 | 100 spookverhalen (gezelschapspel uit de Edo periode, van de 100 kaarsen doofde men er 1 na elk verhaal, na de laatste zou er een monster verschijnen) |
| hyakusei-百姓 | het gewone volk; de gewone mensen |
| hyakushō-百姓 | het gewone volk; de gewone mensen; burgers |
| hyakuyōsō-百葉箱 | huisje [hokje] voor meetapparatuur van weersomstandigheden (thermometer, hygrometer, e.d.) |
| hyōchō-表徴 | merkteken; kenteken; uiterlijk kenmerk |
| hyōchō-表徴 | (biol.) onderscheidend kenmerk |
| hyōden-票田 | (voor een bepaalde partij) een gebied met betrouwbare kiezerssteun [achterban] |
| hyōgenshugi-表現主義 | expressionisme |
| hyōgo-評語 | commentaar; (kritische) opmerking |
| hyōjikakaku-表示価格 | de vermelde prijs; catalogusprijs |
| hyōkasuru-評価する | taxeren; ramen; (de waarde) schatten |
| hyōki-標記 | markering; merkteken |
| hyōmenka-表面化 | het aan de oppervlakte komen; een probleem worden |
| hyōmenkasuru-表面化する | aan de oppervlakte komen; een probleem worden |
| hyōryō-秤量 | de weging; het wegen met een weegschaal |
| hyōryō-秤量 | het maximumgewicht dat een weegschaal kan meten |
| hyōsha-評者 | criticus; recensent; commentator |
| hyōshi-拍子 | (precies op het) moment |
| hyōshi-拍子 | muziekmaat; ritme; tempo |
| hyōshitsu-氷室 | ijshuisje; ijshut; ijskelder (om ijs te bewaren in de zomer) |
| hyōshō-表彰 | eerbewijs; eervolle vermelding; publieke erkenning |
| hyōso-瘭疽 | (med.) panaritium; fijt (etterende ontsteking aan vingers of tenen) |
| hyōsuru-評する | evalueren; beoordelen; becommentariëren |
| hyottoko-ひょっとこ | een masker van een komisch Japans personage (met een scheve mond) |
| hyūman-ヒューマン | (Eng.: human) mens |
| hyūmanitī-ヒューマニティー | (Eng.: humanity) mensheid |
| hyūmanizumu-ヒューマニズム | humanisme |
| hyūman・asesumento-ヒューマン・アセスメント | (Eng.: human assessment) beoordeling van mensen (b.v. personeel) |
| hyūman・rirēshonzu-ヒューマン・リレーションズ | (Eng.: human relations) menselijke betrekkingen [relaties] |
| i-医 | geneeskunde; medicijnen |
| i-慰 | (in kanji combinaties) troost; bemoediging; zorg; medeleven |
| i-移 | (arch.) een circulaire (uitwisseling van documenten tussen overheidsinstellingen ten tijde van het Ritsuryō-systeem) |
| ianfu-慰安婦 | troostmeisje(s) |
| ibarakidasshu-茨城ダッシュ | rijgedrag van automobilisten die zodra het stoplicht op groen springt, snel rechtsaf slaan voor het tegemoetkomend verkeer (genoemd naar Ibaraki Pref) |
| ibasho-居場所 | de eigen plek [plaats] van iemand; de plek waar men zich thuisvoelt |
| ibasho-居場所 | de plek [locatie] waar men zich bevindt |
| ibento-イベント | (Eng.: event) evenement; voorval; gebeurtenis |
| ibotarō-水蠟蠟 | bomenwas; insectenwas; Chinese was |
| ibu-慰撫 | troost; geruststelling; kalmering |
| ibuki-息吹 | ademhaling; het ademen |
| ibuku-息吹く | ademen |
| ibun-異文 | variant van een tekst; ander [afwijkend] document |
| iburu-燻る | roken; smeulen; walmen; gloeien |
| ichiba-市場 | markt (met kramen); marktplaats |
| ichibai-一倍 | vermenigvuldigen met één; oorspronkelijke bedrag [hoeveelheid] |
| ichiban-一番 | de eerste [beste]; nummer 1; -ste (overtreffende trap) |
| ichiban'yari-一番槍 | de initiatiefnemer; degene die als eerste (een belangrijke) actie onderneemt; (lett. degene die de eerste speer gooit) |
| ichibu-一部 | een exemplaar (van een boek, document, etc.) |
| ichidan-一段 | nog (veel) meer; behoorlijk veel |
| ichidō-一同 | met z'n allen; allemaal; iedereen |
| ichidō-一堂 | verzamelplaats [ruimte] (voor een bijeenkomst, e.d.); onder één dak |
| ichigakki-一学期 | eerste semester (school) |
| ichigen-一言 | één (enkel) woord; korte opmerking; een paar woorden |
| ichigenkoji-一言居士 | iemand die altijd overal commentaar op heeft |
| ichigō-一号 | nummer 1; de eerste |
| ichigō-一合 | 0,33 vierkante meter |
| ichigo-一期 | een (mensen)leven |
| ichigoichie-一期一会 | ieder moment; eenmalig; één keer in je leven (en nooit weer) |
| ichihayaku-逸早く | zonder uitstel; vlug; snel; meteen; onmiddellijk; ter plekke; op staande voet |
| ichijikikyū-一時帰休 | non-actief; tijdelijk ontslag (bij overschot aan personeel het tijdelijk vrijgeven aan werknemers, met behoud van de arbeidsrelatie) |
| ichijinogare-一時逃れ | een tijdelijke oplossing [maatregel]; noodmaatregel (proberen moeilijkheden en verantwoordelijkheden te vermijden met een tijdelijke oplossing) |
| ichijirushii-著しい | opvallend; opmerkelijk; merkwaardig |
| ichijisangyō-一次産業 | primaire industrie (houdt zich bezig met de winning van natuurlijke hulpbronnen) |
| ichijisanpin-一次産品 | primaire producten [goederen] (die voorzien in de eerste levensbehoefte van de consument) |
| ichijō-一場 | één plaats [plek; moment]; de plek |
| ichikabachika-一か八か | (gezegde) het erop wagen; alles of niets; erop of eronder; zwemmen [pompen] of verzuipen |
| ichimei-一命 | een leven; het (mensen)leven; iemands leven |
| ichimi-一味 | (Boeddhisme) de eenheid van de veelheid van interpretatieverschillen, die afhankelijk van tijdperk, locatie en individuen ontstaan |
| ichimi-一味 | bende; groepering; samenzwering; kliek; kartel |
| ichimi-一味 | een bepaalde smaak; een bepaald (medicijn) ingrediënt |
| ichimon-一門 | leerlingen van dezelfde meester (van een school der kunsten, vechtsporten, e.d.) |
| ichinenhokki-一念発起 | vastberadenheid; oprecht voornemen [plan] |
| ichiō-一応 | voorlopig; zo'n beetje; min of meer |
| ichiren-一聯 | 1000 vellen [2 riemen] papier |
| ichirenbangō-一連番号 | opeenvolgende nummers [getallen] |
| ichiritsu-市立 | gemeentelijk; stedelijk |
| ichirokushōbu-一六勝負 | wedden op het gooien van een 1 of een 6 met een dobbelsteen; gokken |
| ichiyaku-一躍 | met één sprong; in één keer; in één klap |
| ichiyazuke-一夜漬け | de hele nacht door studeren [blokken] voor een examen] |
| ichizenmeshi-一膳飯 | een (grote) kom (met alleen) rijst |
| ichizon-一存 | zijn eigen [persoonlijke] oordeel [mening] |
| ichō-胃腸 | de ingewanden (maag en darmen) |
| ichō・nomi-イチョウ・ノミ | beitel met een ronde bovenkant (stierenkop beitel) |
| idaku-抱く | koesteren (gevoelens, gedachtes, meningen) |
| idaku-抱く | in de armen houden [dragen]; omarmen; omhelzen |
| idokoro-居所 | achterwerk; achterste; billen (van mens, dier e.d.) |
| idokoro-居所 | de plek waar men zich bevindt; het adres (waar men verblijft; woont) |
| iebae-家蠅 | huisvlieg (Musca domestica) |
| iedesuru-家出する | van huis weglopen; voorgoed uit huis gaan; er met iemand vandoor gaan |
| iegamae-家構え | de uiterlijke kenmerken (bouwstijl, etc.) van een huis |
| iemen-イエメン | Jemen |
| ienoko-家の子 | kind geboren in een voorname [gegoede; oude] familie |
| ienoko-家の子 | (einde van de Heian periode) lid van een clan die een meester-dienaarrelatie had met de feodale heer |
| ierō・bebī-イエロー・ベビー | een pasgeboren baby met geelzucht |
| ierō・zōn-イエロー・ゾーン | zonemet verkeersverbod, aangegeven met een gele streep |
| ieyashiki-家屋敷 | landgoed; hoeve; huis met erf en bijgebouwen |
| igaku-医学 | geneeskunde; medicijnen (studie) |
| igakubu-医学部 | Medische Faculteit; Faculteit der Geneeskunde |
| igenbyō-医原病 | iatrogene aandoening (veroorzaakt door medisch handelen) |
| igon-遺言 | testament; laatste wilsbeschikking |
| igonjō-遺言状 | testament; laatste wilsbeschikking |
| igonsho-遺言書 | testament; laatste wilsbeschikking |
| iguzamu-イグザム | examen; test; tentamen |
| ihen-韋編 | leren boekbindkoord; een boek ingebonden met leren koord |
| ihichiōru-イヒチオール | ichtyol (of ichthammol of ammoniumbituminosulfonaat, ontstekingremmend middel in zalf) |
| iiawaseru-言い合わせる | (van te voren) afspreken [overeenkomen] |
| iidakudaku-唯唯諾諾 | bereidwillig; gewillig; instemmend |
| iidasu-言い出す | beginnen met praten; als eerste spreken |
| iigai-言い甲斐 | het vermelden waard (zijn) |
| iigusa-言い草 | opmerking(en); commentaar; wat iemand zegt |
| iijō-言い条 | argument; wat iemand zegt; het punt dat men maakt |
| iikaeru-言い換える | iets anders [met andere woorden] zeggen |
| iikagen-いい加減 | behoorlijk (wat); tamelijk; nogal; niet gering; niet weinig |
| iikawasu-言い交わす | een gesprek hebben met; gedachten wisselen met; beloftes uitwisselen |
| iikiru-言い切る | verklaren; mededelen; vaststellen; uiteenzetten |
| iimeiwaku-好い迷惑 | grote ergernis; problemen veroorzaakt door iemand anders |
| iimorasu-言い漏らす | vergeten te vermelden; niet zeggen; iets verzwijgen |
| iinagara-言いながら | met deze woorden; dit gezegd hebbende |
| iinasu-言い做す | bemiddelen (tussen); proberen (mensen) te verzoenen |
| iinokosu-言い残す | een testament achterlaten; je laatste woorden spreken |
| iiotosu-言い落とす | vergeten [nalaten] te vertellen [vermelden; zeggen] |
| iiowaru-言い終わる | stoppen [klaar zijn] met spreken; afronden |
| iioyobu-言い及ぶ | verwijzen naar; refereren aan; zinspelen op; vermelden |
| iishiburu-言い渋る | aarzelen om te zeggen; met tegenzin spreken |
| iisobireru-言いそびれる | de kans missen [de gelegenheid voorbij laten gaan; verzuimen] om iets te zeggen |
| iisuteru-言い捨てる | bij het weggaan nog (over je schouder) iets zeggen; een laatste opmerking maken (zonder op antwoord te wachten) |
| iitokodori-良いとこ取り | alleen de positieve kanten [punten die je eigen voordeel zijn] noemen; alleen de voordelen benadrukken (en de nadelen negeren); selectief te werk gaan |
| iitsukeru-言いつける | gewend zijn om te zeggen; meestal zeggen |
| iitsukurou-言い繕う | (fouten) verdoezelen;; (problemen) gladstrijken; excuus [smoesje] verzinnen; iets goedpraten |
| iitsunoru-言い募る | heftig [op hoge toon] discussiëren; fel betogen; volhouden dat men gelijk heeft |
| iiwasureru-言い忘れる | vergeten te zeggen [vermelden] |
| iiyodomu-言い淀む | aarzelen iets te zeggen; stamelen; niet de juiste woorden kunnen vinden |
| iizama-好い様 | (ironisch spraakgebruik) netelige [moeilijke; lastige; beschamende] omstandigheid [situatie] |
| iji-医事 | medische zaken; geneeskunde |
| iji-意地 | gemoed; temperament; aard; karakter |
| ijigen-異次元 | een andere dimensie |
| ijimashii-いじましい | kleinzielig; gemeen; gierig; zielig |
| ijin-異人 | een asceet met bijzondere krachten |
| ījisukan-イージス艦 | Aegis kruiser (marineschip uitgerust met het Aegis-systeem) |
| ijiwarui-意地悪い | gemeen; hatelijk; boosaardig; wraakzuchtig; kwaadaardig |
| ījī・kea-イージー・ケア | (ge)makkelijk te onderhouden (meestal gebruikt voor stoffen van kleding) |
| ijō-以上 | meer dan; hoger; boven |
| ijō-以上 | ... en [of] meer [hoger] |
| ijū-移住 | migratie (van mensen) |
| ijutsu-医術 | geneeskunde; medische technieken; medische vaardigheden |
| ikaku-威嚇 | (be)dreiging; intimidatie; dreigement; bangmakerij |
| ikamera-胃カメラ | gastrocamera (voor gastroscopie) |
| ikan-尉官 | algemene term voor militaire rangen, zoals onderofficier, kapitein, luitenant en tweede luitenant |
| ikan-衣冠 | (afk. voor) informele hofkleding (voor mannen) |
| ikansokutai-衣冠束帯 | (Heian-periode) informele hofkleding (voor mannen) |
| ikantomo-如何とも | (met negatie) op geen enkele manier |
| ikarisō-碇草 | elfenbloem (Epimedium grandiflorum) |
| ikemen-いけ面 | (informeel) knappe kerel [vent]; bink; spetter; stuk |
| iken-意見 | mening; opvatting; oordeel; zienswijze |
| iken-異見 | een afwijkende mening [opvatting] |
| iken-違憲 | in strijd met de grondwet [ongrondwettig] zijn |
| iken-遺賢 | een bekwaam persoon die niet door de overheid in dienst wordt genomen (maar in de private sector werkt) |
| ikenkōkan-意見交換 | ideeënuitwisseling; het uitwisselen van meningen |
| ikenkōkoku-意見広告 | niet-commerciële reclame [advertentie] |
| ikeru-埋ける | een (houtskool)vuur met as bedekken om het te laten smeulen |
| ikesukanai-いけ好かない | gemeen; slecht; walgelijk; griezelig; eng |
| ikezu-いけず | gemeen; kwaadaardig; kwaadwillend; pesterig |
| ikezukuri-生け作り | methode van fileren van een levende vis voor sashimi, waarbij de afgesneden reepjes worden teruggeplaatst en de vis in z'n geheel wordt opgediend |
| ikiataru-行き当たる | tegen iets aanlopen; ergens op stuiten; geconfronteerd worden met een moeilijke situatie |
| ikichigai-行き違い | onenigheid; verschil van mening |
| ikigao-生き顔 | het gezicht van een levende (mens) |
| ikigata-行き方 | methode; manier; aanpak; benadering |
| ikigimo-生き肝 | de lever van een levend dier (werd vroeger medicinaal gebruikt) |
| ikigomi-意気込み | enthousiasme; geestdrift; ijver |
| ikihaji-生き恥 | de schaamte die men tijdens zijn leven moet verduren; leven [voortbestaan] in schaamte [schande; oneer] |
| ikikaeru-生き返る | weer bijkomen (na bewusteloosheid); weer tot leven komen |
| ikinone-息の根 | het leven; ademen; levenskracht |
| ikioi-勢い | verloop; loop; momentum |
| ikioizuku-勢いづく | moed vatten; zich vermannen; kracht verzamelen |
| ikiryō-生き霊 | een levende (lichaamsloze) geest die zijn eigen lichaam heeft verlaten om wraak te nemen op iemand; een wraakzuchtige geest |
| ikisaki-行き先 | (eind)bestemming; plaats waar men heen gaat; nieuwe verblijfplaats |
| ikishōten-意気衝天 | opperbeste stemming; stralend humeur; groot enthousiasme |
| ikisosō-意気阻喪 | terneergeslagen [depressief; gedeprimeerd; ontmoedigd] zijn |
| ikitai-生き体 | (sumo) situatie waarin één worstelaar tegen het einde van het gevecht duidelijk meer kans heeft om te winnen (lett. levend lichaam) |
| ikitōgōsuru-意気投合する | goed met elkaar overweg kunnen; op dezelfde golflengte zitten |
| ikitsugi-息継ぎ | een ademhaling (b.v. tijdens zingen of zwemmen) |
| ikitsuku-行き着く | (de bestemming) bereiken; uitkomen op [bij]; tot de conclusie komen |
| ikizama-生き様 | levenshouding; manier van leven; hoe men zijn leven leeft |
| ikizuku-息衝く | zwaar ademen; hijgen; naar adem snakken |
| ikizukuri-生き作り | (lett. levend klaargemaakt) sashimi gesneden van een levende vis (een controversiële methode) |
| ikizumaru-息詰まる | buiten adem [benauwd] zijn; (bijna) niet kunnen ademen (van zenuwachtigheid) |
| ikizumaru-行き詰まる | een grens bereiken; in een doodlopende weg komen; in een impasse komen; aan het einde zijn [haar] vermogen komen |
| ikkagen-一家言 | persoonlijke mening |
| ikkakusenkin-一攫千金 | in één klap rijk worden; in één keer enorme winst behalen |
| ikkan-一貫 | samenhang; consistentie; coherentie |
| ikkatsushingi-一括審議 | gezamenlijk overleg |
| ikkatsushori-一括処理 | batchverwerking; gezamenlijke verwerking |
| ikkō-一向 | (met ontkenning) niet een beetje; niet in het minst |
| ikkō-一行 | één document [brief] |
| ikkō-一行 | een groep (mensen); gevolg; begeleiders |
| ikkoku-一刻 | een ogenblik(je); moment; tijdje; poosje; minuut |
| Ikkoku-一石 | één koku (oude volume eenheid) |
| ikkokusenkin-一刻千金 | elk moment is belangrijk [kostbaar;dierbaar]; tijd is geld |
| ikō-意向 | intentie; voornemen; bedoeling; opzet; instelling |
| ikoboreru-居溢れる | (bom)vol [afgeladen] met mensen zijn |
| ikokujōcho-異国情緒 | exotisme |
| ikomu-イコム | International Council of Museums (een onafhankelijke niet-gouvernementele internationale organisatie voor musea) |
| ikutamōru-イクタモール | ichthammol (of ammoniumbituminosulfonaat of ichthyic, ontstekingremmend middel in zalf) |
| ikutsumo-幾つも | (met ontkenning) nauwelijks; bijna niets |
| ikyō-異教 | heidendom; paganisme |
| ikyoku-医局 | dokterskamer; spreekkamer [werkkamer; kantoor] van een arts; medische afdeling |
| ima-今 | nu; op dit moment |
| ima-居間 | woonkamer; huiskamer; salon |
| imachizuki-居待ち月 | (in de maankalender) de 18e dag van de maand (met name 18 augustus) |
| imada-未だ | (met negatie) nog niet; nooit; nog steeds niet |
| imadoki-今時 | op dit tijdstip; op dit moment |
| imagawayaki-今川焼き | dikke pannenkoek gevuld met zoete bonenpasta |
| imahitotsu-今一つ | nog een; nog meer |
| imanimo-今にも | op elk [ieder] moment |
| imanotokoro-今の所 | op dit ogenblik; tegenwoordig; momenteel; vandaag de dag |
| imashigata-今し方 | zojuist; daarnet; een moment geleden |
| imaya-今や | nu; op dit moment |
| imei-遺命 | laatste wilsbeschikking; testament |
| imējimento-イメージメント | het controleren [aanpassen] van het imago [de uitstraling] van producten of diensten naar de verwachtingen van de consumenten |
| imēji・ado-イメージ・アド | reclame, die meer nadruk legt op het imago van het aangeprezen product dan op de voordelen of kenmerken ervan |
| imishin-意味深 | (afk. voor) met diepe [geheime] betekenis |
| imishinchō-意味深長 | met diepe [geheime] betekenis |
| imobō-芋棒 | een gerecht (uit Kyoto) van kabeljauw met ebiimo (taro wortel) |
| imochibyō-稲熱病 | (Magnaporthe grisea) rijstschimmel; rijstrothals; rijstzaailingziekte |
| imogayu-芋粥 | rijstepap met zoete aardappel |
| imon-慰問 | bezoek (uit medeleven) aan een ongelukkig persoon of iemand die het moeilijk heeft |
| imono-鋳物 | het gieten; gietsel; gietmetalen voorwerp |
| imonsuru-慰問する | (uit medeleven) een ongelukkig persoon of iemand die het moeilijk heeft bezoeken |
| imōtobun-妹分 | protegee; beschermelinge |
| in-イン | herberg; logement; pension |
| in-院 | (openbaar) gebouw; instituut; parlement; (hogere) school |
| in-院 | achtervoegsel achter postume boeddhistische namen |
| inakajiruko-田舎汁粉 | (plattelandse) zoete rode bonensoep met (gebakken) rijst cakes |
| inakamono-田舎者 | (schertsend) plattelander; provinciaal; boerenkinkel; boerenpummel |
| inaoru-居直る | rechtop zitten; een correcte houding aannemen |
| inari-稲荷 | (afkorting voor) inarizushi, een buideltje van gefrituurde tofuvel gevuld met sushirijst |
| inari-稲荷 | god uit de Japanse mythologie, beschermer van de rijstoogst |
| inbātā-インバーター | (computer) omvormer |
| inbō-陰謀 | complot; intrige; heimelijk plan |
| inbō-陰謀 | (jur.) samenzwering |
| inbōron-陰謀論 | complottheorie; samenzweringstheorie |
| inbōsetsu-陰謀説 | complottheorie; samenzweringstheorie |
| indian-インディアン | indiaan (Inheems Amerikaans) |
| indian・samā-インディアン・サマー | nazomer; warm [mooi] herfstweer |
| indio-インディオ | inheemse volkeren [Indianen] van Centraal en Zuid-Amerika |
| inemuri-居眠り | het (zittend) in slaap vallen; indutten; indommelen; knikkebollen |
| infaitingu-インファイティング | (verborgen) machtsstrijd; stammenstrijd; heimelijke concurentie |
| inferuno-インフェルノ | hel; inferno; vlammenzee |
| infōmaru-インフォーマル | informeel; niet officieel; vrijblijvend; ongedwongen |
| infōmatibu・ado-インフォーマティブ・アド | informatieve reclame |
| infomēshon・demokurashī-インフォメーション・デモクラシー | informatie democratie (politiek-maatschappelijk concept met toegang tot vrije informatiestromen als kern van een goed functionerende democratie) |
| infōmudo・konsento-インフォームド・コンセント | verklaring van vrijwillige toestemming (med.) |
| ingai-院外 | buiten het parlement [ziekenhuis] |
| ingaidan-院外団 | leden van een politieke partij die geen zetel hebben in het parlement |
| inginburei-慇懃無礼 | gespeelde [niet gemeende] beleefdheid; verborgen afkeer |
| ingō-因業 | hardvochtigheid; harteloosheid; genadeloosheid; meedogenloosheid |
| inishiētā-イニシエーター | (Eng.: initiator) initiatiefnemer |
| inkamu-インカム | inkomen; inkomsten |
| inkamu-インカム | koptelefoon met microfoon |
| inkamu・akaunto-インカム・アカウント | (Eng.: income account) inkomensrekening |
| inki-陰気 | treurigheid; zwaarmoedigheid; melancholie |
| inkyaku-韻脚 | metrische voet; eindrijm (m.n. in Chinese poëzie) |
| inkyo-隠居 | pensionering; het met pensioen gaan; het leiden van een stil [teruggetrokken] leven |
| inkyubētā-インキュベーター | bedrijf dat startende ondernemers helpt |
| innai-院内 | in [binnen] het parlement |
| innā・torippu-インナー・トリップ | innerlijke reis; meditatie |
| inoko-亥の子 | (af, voor) een evenement [(oogst)feest] dat plaatsvindt (m.n. in West-Japan) op de eerste dag van de maand van het Zwijn |
| inokonoiwai-亥の子の祝 | een evenement [(oogst)feest] dat plaatsvindt (m.n. in West-Japan) op de eerste dag van de maand van het Zwijn |
| inparusu-インパルス | (med.) impuls; zenuwprikkeling |
| inpon-院本 | (Edo-periode) een gedrukt boek met alle songteksten van Joruri toneel |
| inrō-印籠 | (Edo periode) traditioneel Japans doosje (voor het meenemen van kleine voorwerpen), gehangen aan de obi |
| insaidātorihiki-インサイダー取引 | (effecten)handel met voorkennis |
| inseki-隕石 | meteoriet |
| inshō-印章 | stempel; zegel; waarmerk |
| inshōshugi-印象主義 | impressionisme |
| inshuunten-飲酒運転 | het rijden onder invloed van alcohol; alcomobilisme |
| insō-印相 | mudra (symbolische handsymboliek bij beelden in verschillende godsdiensten, o.a. Boeddhisme) |
| insutanto・kamera-インスタント・カメラ | instantcamera (camera voor instantfotografie) |
| insutityūshonaru・ado-インスティテューショナル・アド | institutionele reclame (gericht op het vestigen van een naam van een instituut, i.p.v. een product) |
| insutorakutā-インストラクター | instructeur; docent; leermeester; trainer |
| intādishipurinarī-インターディシプリナリー | interdisciplinair (samenwerking tussen verschillende takken van wetenschap) |
| intāfea-インターフェア | tussenbeide komen; ingrijpen; interfereren |
| intāfea-インターフェア | hinderen; in de weg staan; belemmeren |
| intāfearansu-インターフェアランス | belemmering; hindering; storing |
| intāfēsu-インターフェース | interface (waarmee twee of meer computersystemen met elkaar communiceren) |
| intai-引退 | het uit bedrijf nemen [ontmantelen] (van grote voertuigen, m.n. schepen, treinen, e.d.) |
| intaisuru-引退する | terugtreden; met pensioen gaan; zich terugtrekken uit het openbare leven |
| intārūdo-インタールード | (muziek) intermezzo |
| interia-インテリア | het interieur (van kamer, gebouw, voertuig, etc.); de binnenkant |
| interijento・biru-インテリジェント・ビル | intelligent gebouw (met computergestuurde functies) |
| interu-インテル | interlinie (bij boekdrukkerij, metalen plaatje om regels te scheiden) |
| inukaki-犬搔き | op zijn hondjes zwemmen; zwemmen als een hond |
| inuki-居抜き | (het kopen of huren van) een woonpand of winkelpand met inboedel |
| inzen-隠然 | onzichtbaar [verborgen; geheim; sluimerend; latent] zijn |
| in'yu-隠喩 | een metafoor; beeldspraak |
| ionbin-イ音便 | (taalkunde) eufonische verandering (waarbij de medeklinkers k, g, sh, of r voor de -i wegvallen, b.v. 聞きて wordt 聞いて) |
| ippaku-一白 | witte vlekken op de benen van een paard; een paard met witte vlekken op zijn benen |
| ippan-一般 | de algemene [normale] gang van zaken |
| ippandō-一般道 | algemene weg; openbare [plaatselijke] weg |
| ippandōro-一般道路 | algemene weg; openbare [plaatselijke] weg |
| ippanjin-一般人 | de gewone man; gewone mensen; iemand zonder status; onbekende persoon |
| ippankaikei-一般会計 | boekhouding van algemene inkomsten en uitgaven bij nationale en lokale overheden |
| ippankyōiku-一般教育 | algemeen onderwijs |
| ippanni-一般に | in het algemeen; doorgaans; gewoonlijk; in de regel |
| ippanron-一般論 | heersende mening; algemene opvatting; generalisatie |
| ippansaishutsu-一般歳出 | algemene uitgaven |
| ippansei-一般性 | algemeenheid; universaliteit; algemeen (erkend) kenmerk |
| ippanteki-一般的 | algemeen; gewoon; gebruikelijk |
| ippatsu-一発 | één schot (met een pijl, kogel, e.d.) |
| ippentō-一辺倒 | onverdeelde toewijding; het zich volledig toeleggen (op één ding); het vooringenomen zijn |
| ippī-イッピー | (Youth International Party + hippie) hippie met politieke interesses |
| ippin-逸品 | voortreffelijk voorwerp [object; product; artikel]; pronkjuweel; meesterstuk; meesterwerk |
| ippitsu-一筆 | één brief [document] |
| ipponjime-一本締め | ritueel van het gezamenlijk handklappen (aan het einde van een bijeenkomst, ceremonie, project, e.d.) |
| ippon'yari-一本槍 | het doorzetten [volharden] met slechts één methode van begin tot eind |
| ippon'yari-一本槍 | een beslissende actie (b.v. met een speer) |
| ippuku-一幅 | één hangende rol (met kalligrafie of schildering) |
| ipputasai-一夫多妻 | polygynie; veelwijverij (vorm van polygamie waarbij één man met meer dan één vrouw is getrouwd) |
| ipputasaisei-一夫多妻制 | (het gebruik) polygynie; veelwijverij (vorm van polygamie waarbij één man met meer dan één vrouw is getrouwd) |
| irassharu-いらっしゃる | gaan; komen; langskomen [op visite komen]; zijn (beleefd voor het onderwerp van de handeling en met de -masu vorm, ook nog beleefd voor de toehoorder) |
| irechigai-入れ違い | het elkaar tegenkomen; elkaar tegen het lijf lopen |
| ireihi-慰霊碑 | cenotaaf (leeg grafmonument); gedenkteken |
| ireru-入れる | toelaten; aannemen; in dienst nemen |
| ireru-入れる | meedoen; deelnemen; lid worden |
| irēzā-イレーザー | vlakgom; gummetje; bordenwisser |
| irifune-入り船 | een binnenkomend ship; een schip dat de haven binnenvaart |
| iriha-入端 | (Nō theater) een oude term die verwijst naar de tweede akte van een toneelstuk met twee bedrijven |
| irimajiru-入り交じる | gemengd [vermengd; gemixt] zijn [worden] |
| irishio-入り潮 | inkomend tij [water] |
| irizake-煎り酒 | een saus van bonito vlokken en zure pruimen, gekookt in sake |
| iroha-伊呂波 | de kana-tabel, een verzameling van in het totaal 47 karakters, die allen voorkomen in het gedicht iroha-uta |
| irojiro-色白 | met lichtgekleurde huid; blank; blond; bleek |
| iroka-色香 | schoonheid; charme |
| irokeshi-色消し | kleurloosheid; achromatisme |
| iron-異論 | een andere [afwijkende] mening [visie; theorie] |
| iru-入る | (naar) binnen gaan [komen] |
| iru-鋳る | (metaal) gieten; munten slaan |
| iryō-医療 | medische zorg [behandeling] |
| iryōkikan-医療機関 | medische instelling; medisch instituut |
| iryōyōgu-医療用具 | medische instrumenten |
| iryōyōkikaikigu-医療用機械器具 | medische apparatuur |
| iryūhin-遺留品 | (bij politieonderzoek) voorwerpen die zijn achtergelaten door de dader; eigendommen van het slachtoffer; gevonden voorwerpen |
| isamu-勇む | opgewekt [vrolijk; levendig; in een goed humeur] zijn |
| isan-胃散 | medicijn bij maagklachten |
| isei-異姓 | andere achternaam; verschillende achternamen |
| iseitai-異性体 | een isomeer |
| iseru-いせる | techniek om twee stukken stof van ongelijke grootte aan elkaar te naaien (met een krimpnaad, b.v. bij mouwinzetten) |
| isetsu-異説 | een andere [afwijkende; alternatieve] theorie [mening; kijk] |
| isha-医者 | arts; dokter; geneesheer; medicus |
| ishi-意志 | wil; wens; voornemen; bedoeling |
| ishi-意思 | bedoeling; gedachte; mening; wens |
| ishibōchō-石包丁 | (oudheid) een stenen (oogst) mes |
| ishibumi-碑 | stenen monument (met inscriptie) |
| ishidatami-石畳 | een familie embleem met een schaakbord patroon |
| ishigami-石神 | een heilige steen [rots] (waarvan men gelooft dat er een godheid in woont)) |
| ishikiteki-意識的 | bewust; opzettelijk; met opzet |
| ishimuro-石室 | stenen kamer [hut] |
| ishimuro-石室 | grafkamer (van steen) |
| ishin-維新 | (afk. voor) de Meiji-restauratie (1867) |
| ishindenshin-以心伝心 | [禅宗で、言葉では表せない仏法の神髄を無言のうちに弟子に伝えること] (in het Zen Boeddhisme) de non-verbale transmissie van de essentie van de Boeddhistische concepten |
| ishizuki-石突き | (metalen) dop om het uiteinde [de punt] van een stok (zwaardschede; wapenstok; paraplu, wandelstok, e.d.] |
| isho-遺書 | testament |
| ishū-異臭 | stank; walgelijke [onaangename] geur |
| ishū-蝟集 | zwerm; horde; menigte |
| isokando-イソ感度 | ISO-gevoeligheid (van een camera) |
| issei-一世 | mensenleven; een leven lang |
| isseifūbi-一世風靡 | de heerschappij voeren; overwicht [controle] hebben op de gedachten van mensen |
| issetsuna-一刹那 | een moment; ogenblik |
| isshi-一紙 | een blad [vel; stuk] papier [document] |
| isshin-一新 | totale verandering; ommekeer; ommezwaai; vernieuwing; restauratie |
| isshinfuran-一心不乱 | met hart en ziel; doelbewust; vastberaden |
| isshinkyō-一神教 | monotheïsme (geloof in één god) |
| isshinni-一心に | van (ganser) harte; met heel het hart |
| isshisōden-一子相伝 | overdracht [het doorgeven] van (de geheimen van) bepaalde vaardigheden aan één van de kinderen |
| isshitsu-一室 | een zekere [een of andere] kamer |
| isshitsu-一室 | dezelfde kamer |
| isshitsu-一室 | een kamer |
| issho-一書 | één boek [document; brief] |
| issho-一緒 | (te)samen; gezamenlijk |
| isshōbin-一升瓶 | een fles met een inhoud van 1 shō (ca. 1,8 liter) |
| isshokenmei-一所懸命 | met de volle inzet [met grote moeite; uit alle macht] (iets doen) |
| isshōkenmei-一生懸命 | met hart en ziel, intens; vol overgave; uit alle macht; met de volle inzet |
| isshokuta-一緒くた | mengelmoes; warboel; ratjetoe |
| isshōsantan-一唱三嘆 | de frase wordt gebruikt om uitzonderlijke gedichten of muziek te prijzen (letterlijke betekenis: drie stemmen zingen in harmonie met de solozanger) |
| isshun-一瞬 | één ogenblik; moment; oogwenk |
| isso-いっそ | liever; bij voorkeur; eerder; nogal; vrij veel; des te meer (minder) |
| issonokoto-いっその事 | liever; bij voorkeur; eerder; nogal; vrij veel; des te meer (minder) |
| issuisuru-溢水する | overstromen; overlopen |
| isukumeru-射竦める | de tegenstander intimideren met een woeste [dreigende] blik |
| isukumeru-射竦める | de vijand immobiliseren [op zijn positie vastpinnen] met een regen aan pijlen |
| isuramugenrishugi-イスラム原理主義 | moslimfundamentalisme |
| isurāmugenrishugi-イスラーム原理主義 | moslimfundamentalisme |
| isuramu・fandamentarizumu-イスラム・ファンダメンタリズム | moslimfundamentalisme |
| isūsei-異数性 | aneuploïdie (het hebben van een afwijkend aantal chromosomen) |
| isūtai-異数体 | aneuploïde; heteroploïde (een individu met een abnormaal aantal chromosomen) |
| itabari-板張り | beplanking; lambrisering; met panelen bekleed |
| itabuki-板葺き | houten dakbedekking [dakspanen]; dak met houten betimmering |
| itade-痛手 | een enorme klap |
| itagane-板金 | plaatmetaal |
| itaitashii-痛痛しい | meelijwekkend; zielig |
| itamegawa-撓め革 | leer dat is gebrand of geweekt in water met lijm, en dan gehamerd (om het stevig te maken) |
| itami-痛み | (lichamelijke) pijn |
| itanoma-板の間 | (een kamer met) een houten vloer |
| itarikkurōman-イタリックローマン | cursief romeins (lettertype) |
| itawaru-労る | rekening houden (met); begrip tonen; meevoelen |
| itawasa-板山葵 | een gerecht van plakjes kamaboko (stammetjes van witvis-puree) met wasabi en sojasaus |
| itawashii-労しい | hartverscheurend; zielig; beklagenswaardig; meelijwekkend |
| itazura-悪戯 | tijdverdrijf; pleziertje; amusement; hobby (dit zegt men bescheiden over zijn eigen daden) |
| itazura-悪戯 | kattenkwaad; ondeugendheid; schelmenstreken |
| itchisuru-一致する | overeenstemmen; overeenkomen (met) |
| ito-意図 | bedoeling; voornemen; intentie |
| itodo-いとど | bovendien; daarnaast; temeer; zoveel te meer omdat |
| itoku-遺徳 | verdienstelijke nalatenschap door de deugd van een voorouder [stamvader] voor zijn nakomelingen |
| itoma-暇 | ontslag (nemen, krijgen) |
| itonami-営み | (eufemisme voor) seks |
| itonamu-営む | voorbereidingen treffen voor een evenement [banket, e.d.] |
| itosabaki-糸捌き | het bespelen van een snaarinstrument |
| itoshii-愛しい | zielig; meelijwekkend |
| itoteki-意図的 | opzettelijk; met opzet; expres; bewust |
| itsubun-逸文 | een (citaat van een) bewaard gebleven fragment van een verdwenen tekst |
| itsubun-逸聞 | een zeldzaam verhaal dat niet algemeen bekend is |
| itsubusu-鋳潰す | (om)smelten |
| itsuitsu-何時何時 | wanneer dit het geval is; op dat moment |
| itsumadeni-何時までに | tot en met wanneer |
| itsunandoki-何時何時 | op elk (willekeurig) moment [ogenblik]; wanneer dan ook |
| itsunomanika-いつの間にか | voordat je er erg in hebt; ongemerkt |
| itsurakuseikatsu-逸楽生活 | levensstijl waarbij men vooral op zoek is naar vermaak en plezier |
| itsushika-何時しか | voordat men het weet; voordat men er erg in heeft; onopgemerkt |
| itsuzai-逸材 | een opmerkelijk talent; een uitzonderlijk getalenteerd persoon |
| itsuzuke-居続け | meerdere dagen uitgaan en plezier maken |
| ittai-一体 | (wat) in hemelsnaam; in vredesnaam; verdorie |
| ittaika-一体化 | integratie; opneming; inpassing; samenvoeging |
| ittaikasuru-一体化する | integreren; samenvoegen |
| ittaini-一体に | over [in] het algemeen |
| ittaizentai-一体全体 | (een sterkere variant van 一体) (wat) allemachtig; in hemelsnaam; in vredesnaam; verdorie |
| ittan-一端 | gedeelte; fragment; onderdeel |
| ittōbori-一刀彫り | houtsnijwerk volgens de Ittōbori-methode |
| ittōbori-一刀彫り | eenvoudig houtsnijwerk (waarbij slechts één klein mes wordt gebruikt) |
| ittoku-一得 | voordeel; verdienste; gunstig kenmerk |
| ittōryōdan-一刀両断 | met één slag (van het zwaard) doormidden snijden |
| ittōryōdan-一刀両断 | resolute en snelle actie [maatregel; stap]; drastische maatregelen nemen |
| iu-言う | noemen; betitelen |
| iutokorono-言うところの | wat men noemt; zoals het genoemd wordt; de zogenaamde; bekend (staand) als; bij wijze van spreken |
| iwaba-岩場 | rotsachtig terrein [gebied]; plek met steile rotswand(en) |
| iwaibashi-祝い箸 | ronde eetstokjes met dunne uiteinden die men gebruikt bij feestelijke maaltijden |
| iwakutsuki-曰く付き | met een verhaal [geschiedenis] erachter |
| iwane-岩根 | een grote rots (met een deel dat (als een wortel) onder de grond zit) |
| iwan'ya-況んや | nog (veel) meer; laat staan dat, om maar niet te spreken van; om nog maar te zwijgen over |
| iya-弥 | meer en meer; in toenemende mate |
| iyadoroppu-イヤドロップ | oorhanger; lange oorbel; oorbel met hanger |
| iyagaueni-弥が上に | hoe langer hoe meer; des te meer; steeds meer; nog eens erbovenop |
| iyahaya-いやはや | (uitroep) o jee; lieve hemel; goede genade |
| iyaiya-嫌嫌 | onwillig; met tegenzin |
| iyaku-医薬 | geneesmiddel; medicijn |
| iyakuhin-医薬品 | geneesmiddel; medicijn; medicament |
| iyāmafu-イヤーマフ | oorbeschermer (geluidisolerend) |
| iyamāku-イヤマーク | oormerk |
| iyamasaru-弥増さる | alsmaar meer [groter; talrijker] worden |
| iyami-嫌み | sarcasme; beledigende opmerking |
| iyashi-癒やし | therapie; genezing; heling; rustgeving; kalmering |
| iyashii-卑しい | gemeen; vals; grof; verachtelijk; smerig |
| iyōgazō-医用画像 | beeldvormend medisch onderzoek; medische beeldvorming |
| izai-偉材 | (iem. met) een buitengewoon talent; een genie |
| izaisoku-居催促 | weigering om te vertrekken [weg te gaan] (tot men zijn zin [betaling] heeft gekregen |
| izake-居酒 | de sterke drank die men drinkt in een kroeg [bar] |
| izakoza-いざこざ | complicaties; conflict(en); moeilijkheden; (geld) problemen |
| izon-異存 | andersdenkend zijn; een andere [afwijkende] mening hebben; het oneens zijn (met iem.) |
| izu-出ず | (arch.) naar buiten gaan [komen]; weggaan; vertrekken, etc. |
| izu-出づ | beginnen; ontstaan; voortkomen uit |
| izu-出づ | (opnieuw) verschijnen; opkomen; ontdekt [onthuld] worden; naar buiten komen (fig.) |
| izu-出づ | naar buiten gaan [komen]; weggaan |
| izuminetsu-泉熱 | Izumi koorts (infectieziekte vergelijkbaar met roodvonk) |
| izumu-イズム | -isme (doctrine) |
| ī・ī・shī-イー・イー・シー | (European Economic Community) Europese Economische Gemeenschap |
| ī・pī-イー・ピー | (European Parlement) Europese parlement |
| ī・tī-イー・ティー | Eastern Time (Noord-Amerika) |
| ī・tī・dī-イー・ティー・ディー | (estimated time of departure) verwachtte vertrektijd |
| ī・tī・ē-イー・ティー・エー | (estimated time of arrival) verwachte aankomsttijd |
| jaaku-邪悪 | wreedheid; kwaadaardigheid; gemeenheid |
| jaba-ジャバ | merknaam van een Japans (sanitair) schoonmaakmiddel |
| jaba-ジャバ | Java (computer) programmeertaal |
| jabara-蛇腹 | blaasbalg; trekbalg van een accordeon; geplooide balg van een oude camera |
| jabisen-蛇皮線 | sanshin, een traditioneel snaarinstrument uit Okinawa |
| jainakyō-ジャイナ教 | jaïnisme |
| jairopairotto-ジャイロパイロット | (op vliegtuigen en schepen) automatische piloot (een instrument dat automatisch een bepaalde koers aanhoudt) |
| jakkanmei-若干名 | een paar mensen; een beperkt aantal personen (1-10) |
| jakkoku-弱国 | een zwakke natie; een land met weinig macht [kracht] |
| jakkunaifu-ジャックナイフ | (groot) knipmes |
| jakuden-弱電 | zwakstroom (elektrische stroom met lage spanning) |
| jakuhai-若輩 | jong persoon; jongeling; jongmens |
| jakyoku-邪曲 | verdorvenheid; gemeenheid; oneerlijkheid |
| jamadate-邪魔だて | (moedwillige) obstructie; hindering; tegenwerking; belemmering |
| jamamono-邪魔者 | iemand die [iets dat] een belemmering [obstakel; last] is |
| janomegasa-蛇の目傘 | papieren parasol (met het omcirkelde punt patroon) |
| japonisumu-ジャポニスム | japonisme (de invloed van Japanse kunst op de westerse kunst) |
| jasuto・mīto-ジャスト・ミート | goede timing; (honkbal) de bal precies op goede moment (met het midden van het slaghout) raken |
| jasu・māku-ジャス・マーク | JAS (Japanese Agricultural Standard) keurmerk voor voedsel (landbouw en dierlijke producten) |
| jerumediumu-ジェルメディウム | gel medium |
| jē・tān-ジェー・ターン | J-bocht (het verschijnsel dat werknemers van het platteland naar de stad gaan om te werken, vervolgens verhuizen naar een stad in hun geboortestreek) |
| jiai-地合い | (in de handel) het marktsentiment; de algemene situatie op de markt |
| jiai-自愛 | egoïsme; eigenbelang |
| jiasutāze-ジアスターゼ | diastase; mengsel van amylasen |
| jibaku-自爆 | het zichzelf opblazen; zelfmoordaanslag met een bom |
| jiban-地盤 | (onder)grond; bodem; fundament |
| jibiki-地引き | het vissen met een sleepnet |
| jibunjishin-自分自身 | (versterkende vorm met nadruk) ik; zelf; ikzelf; mijzelf |
| jibunkatte-自分勝手 | zelfzuchtigheid; egoïsme; egocentrisch zijn |
| jichiku-自治区 | autonoom [zelfbesturend] gebied; gebied [regio; wijk] met autonomie |
| jichin-自沈 | het tot zinken brengen van de eigen boot [de boot waar men zelf aan boord is) |
| jichitai-自治体 | gemeente; plaatselijke overheid |
| jidaikankaku-時代感覚 | een gevoel voor de tijdgeest; begrip voor de kenmerken [trends] van de tijdsperiode |
| jidaisakugo-時代錯誤 | anachronisme |
| jidaishoku-時代色 | de sfeer [kenmerken; trends] van een bepaalde tijd [periode] |
| jidan-示談 | (informele) overeenkomst buiten het gerecht om |
| jidō-自動 | automatische [mechanische] bediening |
| jidōfurikomi-自動振込 | automatische incasso [overschrijving] door de bank (met machtiging van de rekeninghouder) |
| jifu-慈父 | zorgzame [liefhebbende] vader |
| jifun-自噴 | het uit de grond omhoog spuiten [stromen; opwellen] van vloeistoffen [water, olie) of gas [stoom] |
| jigajisan-自画自賛 | zijn eigen lof zingen; zichzelf ophemelen; opschepperij |
| jigane-地金 | erts; onbewerkt metaal |
| jigen-字源 | de regels voor het samenstellen van Chinees karakter [kanji] |
| jigen-次元 | dimensie; omvang |
| jigi-時宜 | geschikt moment; juiste [passende] gelegenheid |
| jigō-次号 | het volgende nummer; de volgende uitgave; de volgende editie |
| jigōkanketsu-次号完結 | wordt voltooid in de volgende uitgave [het volgende nummer] |
| jigyaku-自虐 | masochisme; zelfkastijding; zelfkwelling |
| jigyōka-事業家 | ondernemer; zakenman |
| jigyōkatsudō-事業活動 | commerciële activiteiten; bedrijfsvoering |
| jigyōsai-事業債 | bedrijfsobligaties voor een specifiek project (uitgegeven door algemene ondernemingen die geen financiële instellingen zijn) |
| jigyōsha-事業者 | ondernemer; zakenman: zakenvrouw; entrepreneur |
| jihada-地肌 | het oppervlak van (het lemmet van) een zwaard |
| jiheishō-自閉症 | autisme |
| jihi-慈悲 | mededogen; barmhartigheid; genade |
| jihibiki-地響き | aardtrilling; ondergrondse trilling [beving]; ondergronds gerommel |
| jihibukai-慈悲深い | barmhartig; meelevend; mededogen hebbend |
| jihyō -耳標 | oormerk (voor vee) |
| jihyō-辞表 | ontslagbrief (ingediend door een werknemer); verzoekschrift (voor ontslagneming) |
| jijin-時人 | mensen van een (bepaald) tijdperk; tijdgenoten |
| jijin-自刃 | zelfdoding met een zwaard [mes] |
| jijitsumukon-事実無根 | ongegrond [ongefundeerd] zijn; in strijd zijn met de feiten |
| jijo-侍女 | hofdame; kamenier |
| jijo-児女 | meisje |
| jijo-児女 | jongens en meisjes |
| jijōnomajiwari-爾汝の交わり | goed bekend [bevriend] met elkaar zijn (zodat men elkaar met jij en jouw aanspreekt); familiair omgaan met elkaar |
| jika-磁化 | de hoeveelheid magnetisch moment per volume-eenheid |
| jikaku-磁覚 | magnetoceptie; magnetoreceptie (het kunnen waarnemen van magnetische velden) |
| jikatabi-地下足袋 | (Japanse) canvas schoen voor werklieden (met teenspleet en rubber zool) |
| jiketsu-自決 | zelfdoding (bij het op zich nemen van verantwoordelijkheid) |
| jiki-磁気 | magnetisme |
| jikiden-直伝 | directe overdracht van een kunstvorm [leer] van meester op student |
| jikideshi-直弟子 | directe [persoonlijke] leerling [volgeling] (van een meester) |
| jikini-直に | onmiddellijk; meteen; op zeer korte termijn |
| jikisho-直書 | zelf geschreven verklaring met ondertekening [handtekening] |
| jikkan-十干 | de tien Chinese kalendertekens [hemelse stammen] |
| jikken-実験 | experiment |
| jikkendai-実験台 | laboratoriumtafel; een tafel waarop experimenten [proeven] worden uitgevoerd |
| jikkendai-実験台 | het onderwerp van een experiment; proefpersoon |
| jikkensuru-実験する | experimenteren; uitproberen |
| jikkenteki-実験的 | experimenteel |
| jikkyōkenbun-実況見分 | politieonderzoek op de plaats van een misdrijf met instemming van de betrokkenen (zonder een gerechtelijke of wettige machtiging) |
| jikohasan-自己破産 | het eigen faillissement aanvragen |
| jikohon'i-自己本位 | egoïsme; egocentrisme |
| jikoku-二黒 | in de vijf elementen behorend tot de aarde (zuid-west) |
| jikoku-二黒 | één van de negen sterren (geassocieerd met Saturnus, in Zuidelijke richting) |
| jikomanzoku-自己満足 | zelfgenoegzaamheid; eigendunk; zelfbehagen; zelfingenomenheid |
| jikoru-事故る | (informele term voor) het veroorzaken van een ongeval (m.n. een verkeersongeval) |
| jikoryū-自己流 | je eigen stijl [manier; methode] |
| jikoshugi-自己主義 | egoïsme |
| jikyo-辞去 | het vertrekken; weggaan; afscheid nemen |
| jikyosuru-辞去する | vertrekken; weggaan; afscheid nemen |
| jikyūhiryō-自給肥料 | mest van eigen bedrijf |
| jimejime-じめじめ | (onomatopee) terneergeslagen; somber; gedeprimeerd; melancholisch |
| jimon-寺門 | (afk. voor) de Jimonha-secte (van het Tendai boeddhisme) |
| jimonha-寺門派 | Jimonha-secte (Tendai Boeddhisme) |
| jimono-地物 | traditioneel zangstuk met shamisen begeleiding |
| jin-人 | mens; persoon |
| jinaoshi-地直し | het voorbehandelen van stoffen om krimp of rek te voorkomen |
| jinbun-人文 | mensheid; beschaving; cultuur |
| jinbunshugi-人文主義 | humanisme |
| jinchi-陣地 | (militair) kamp(ement); veldverblijf; legerplaats; stelling |
| jinchūmimai-陣中見舞い | een helpend [aanmoedigend] bezoek aan mensen die hard moeten werken |
| jindoru-陣取る | plaatsnemen; gaan zitten (op een goede plek) |
| jindoru-陣取る | een (strategische) positie innemen; (troepen) stationeren; een kamp opzetten |
| jindōshugi-人道主義 | humanisme |
| jindōteki-人道的 | humaan; menswaardig; menslievend |
| jingai-人外 | een plek buiten de door mensen bewoonde wereld |
| jingai-人外 | onmenselijk zijn |
| jingai-塵外 | (de gemoedstoestand van) een plek ver weg van de problemen van de alledaagse [stoffelijke; seculiere] wereld |
| jingasa-陣笠 | strohoeden die vroeger door gewone voetsoldaten werden gedragen i.p.v. helmen |
| jingi-仁義 | naastenliefde en rechtvaardigheid (in confucianisme) |
| jingi-神祇 | de goden van de hemel en de goden van de aarde |
| jingisukannabe-ジンギスカン鍋 | Genghis Khan-hotpot (een Mongools grillgerecht met lams- of schapenvlees en groenten) |
| jingo-人後 | na anderen; minder dan andere mensen |
| jingo-人語 | het praten van mensen |
| jingo-人語 | mensentaal |
| jingoizumu-ジンゴイズム | jingoïsme (een vorm van overdreven patriottisme) |
| jinin-辞任 | ontslagname; het aftreden; opzeggen van een functie |
| jinji-仁慈 | welwillendheid; barmhartigheid; liefdadigheid; mededogen |
| jinjiidō-人事異動 | (veranderingen in de positie, rechten of lokatie van werknemers) personeelsreorganisatie; personeelsherstructurering |
| jinjikanri-人事管理 | personeelszaken; personeelsadministratie; personeelsmanagement |
| jinjikōka-人事考課 | het evalueren [beoordelen] van de capaciteiten, prestaties, e.d. van het personeel [de medewerkers] |
| jinjōshōgakkō-尋常小学校 | (in het oude onderwijssysteem van Japan, 1886-1941) verplichte school voor algemeen basisonderwijs |
| jinjūkyōtsūkansenshō-人獣共通感染症 | zoönose (infectie die van dier op mens en v.v. kan overgaan) |
| jinkai-人海 | (lett.: zee van mensen) overmacht aan mensen [personeel, soldaten, e.d.] |
| jinkai-人界 | de menselijke wereld; mensenwereld |
| jinkan-人間 | de wereld; de mensheid |
| jinken-人権 | mensenrechten; burgerlijke vrijheden |
| jinkendantai-人権団体 | mensenrechtenorganisatie |
| jinkengaikō-人権外交 | mensenrechtendiplomatie |
| jinkenjūrin-人権蹂躙 | schending van mensenrechten |
| jinkenkatsudōka-人権活動家 | mensenrechtenactivist(e) |
| jinkenmondai-人権問題 | mensenrechtenkwestie |
| jinkenseisaku-人権政策 | mensenrechtenbeleid |
| jinkensengen-人権宣言 | de Verklaring van de rechten van de mens |
| jinkenshingai-人権侵害 | mensenrechtenschending |
| jinketsu-人傑 | een intelligent [getalenteerd] persoon; een groot mens |
| jinki-人気 | het temperament [de stemming] van mensen in een bepaald gebied |
| jinkō-人工 | mensenwerk; vakwerk; kunstmatig iets |
| jinkōgenso-人工元素 | synthetisch [kunstmatig] element |
| jinkokki-人国記 | een register met biografieën van belangrijke mensen (gerangschikt per geboorteplaats) |
| jinkotsu-人骨 | menselijke botten [beenderen] |
| jinkōzunō-人工頭脳 | kunstmatig [mechanisch] brein |
| jinmei-人命 | het (menselijk) leven |
| jinmeiroku-人名録 | naamlijst; namenlijst |
| jinmeiyōkanji-人名用漢字 | lijst van officieel toegelaten karakters om eigennamen weer te geven in de familieregisters |
| jinmenjūshin-人面獣心 | een monster [beest] in menselijke gedaante; een bruut; meedogenloos [wreed] mens |
| jinmon-人文 | mensheid; beschaving; cultuur |
| jinoshi-地伸し | het voorbehandelen van stoffen om krimp of rek te voorkomen |
| jinpin-人品 | (persoonlijk) voorkomen; uiterlijk; verschijning |
| jinponshugi-人本主義 | humanisme |
| jinpun-人糞 | menselijke uitwerpselen |
| jinrin-人倫 | menselijke betrekkingen [relaties]; moraliteit, |
| jinrin-人倫 | de mensheid |
| jinrui-人類 | menselijk wezen; de mens (Homo sapiens); de mensheid |
| jinruiai-人類愛 | mensenliefde; humanisme |
| jinryoku-人力 | mankracht; menselijke kracht |
| jinsei-人世 | de mensenwereld; deze wereld; het (menselijk) bestaan; de maatschappij |
| jinsei-人生 | een mensenleven; het leven (van iemand) |
| jinsha-仁者 | een deugdzaam iemand [mens] |
| jinshi-人士 | persoon met een hoge status [opleiding]; iemand van goede komaf |
| jinshi-人士 | mensen; bevolking |
| jinshin-人心 | het menselijk hart; de harten van de mensen; de menselijke natuur; de publieke opinie |
| jinshin-人身 | menselijk lichaam |
| jinshinbaibai-人身売買 | slavenhandel; mensenhandel |
| jinshinjiko-人身事故 | een (verkeers)ongeval met letsel of de dood tot gevolg |
| jinshinkōgeki-人身攻撃 | persoonlijke aanval; gemene [valse] opmerkingen]; karaktermoord; argumentum ad hominem (afk. ad hominem) |
| jinshō-腎症 | (symptomen van) nierziekte; nefropathie |
| jinshu-人種 | (mensen) ras |
| jinshusabetsu-人種差別 | racisme; rassendiscriminatie |
| jintai-人体 | het menselijk lichaam |
| jintai-靱帯 | ligament; bindweefselband |
| jintaijikken-人体実験 | experimenteren op mensen; onderzoek met menselijke proefpersonen |
| jintaikaibō-人体解剖 | menselijke anatomie |
| jintaikaibōgaku-人体解剖学 | de studie van de menselijke anatomie |
| jintaimokei-人体模型 | anatomisch model van het menselijk lichaam |
| jintēze-ジンテーゼ | synthese; samenvoeging; integratie |
| jintō-人頭 | aantal mensen; bevolking |
| jintō-人頭 | mensenhoofd; het hoofd van een mens |
| jintonikku-ジントニック | gin-tonic (tonic met een scheutje gin) |
| jinzōningen-人造人間 | androïde; kunstmatige mens; robot |
| jin'ei-陣営 | (militair) kamp; kampement; legerkamp; bivak |
| jin'en-人煙 | menselijke bewoners (te zien door rook uit hun huizen) |
| jin'in-人員 | het aantal mensen |
| jin'in-人員 | personeel; mankracht; werknemers |
| jin'ya-陣屋 | (Edo periode) residentie van de daimyo van een klein domein zonder kasteel |
| jiorama-ジオラマ | diorama opstelling met achtergrond schildering op ware grootte |
| jipangu-ジパング | Zipangu, de naam waarmee naar Japan wordt verwezen in Marco Polo's Reizen (het Engelse woord Japan is daarvan afgeleid) |
| jippahitokarage-十把一絡げ | alles bij elkaar genomen; alles tegelijk; samenvattend geheel; generalisering |
| jireikenkyūhō-事例研究法 | casestudy methode |
| jirijiri-じりじり | beetje bij beetje; stap voor stap; langzaam maar zeker; langzamerhand; geleidelijk |
| jiritsushinkei-自律神経 | het autonome zenuwstelsel |
| jirō-耳漏 | oorsmeer; afscheiding uit het oor |
| jiron-持論 | mijn vaste [overtuigde] mening [standpunt; theorie] |
| jirukoniumu-ジルコニウム | zirkonium (chem. element) |
| jiryō-寺領 | tempeldomein; tempelterrein |
| jiryokukei-磁力計 | magnetometer |
| jisaku-自作 | (iemands) eigen werk; iets dat men zelf maakte |
| jisan-持参 | het meebrengen; meenemen |
| jisansuru-持参する | meebrengen; meenemen; dragen |
| jisei-磁性 | magnetisme |
| jisetsu-自説 | iemands persoonlijke mening |
| jishingi-時辰儀 | klok; chronometer |
| jishō-事象 | fenomeen; verschijnsel; gebeurtenis |
| jisho-字書 | (algemeen) woordenboek |
| jisho-字書 | kanji woordenboek (met schrijfvolgorde, lezing, betekenis, e.d.) |
| jisho-辞書 | woordenboek voor kanji [of woorden] met schrijfvolgorde, lezing en betekenis |
| jishohenshū-辞書編集 | lexicografie; het samenstellen van een woordenboek |
| jishohenshūsha-辞書編集者 | lexicograaf; samensteller van een woordenboek |
| jishokusuru-辞職する | aftreden; terugtreden; ontslag nemen |
| jisshi-十指 | de tien vingers [tenen]; tien (opmerkelijke) zaken |
| jisshi-実施 | uitvoering; toepassing; implementatie |
| jisshō-実証 | (in de traditionele Chinese (kruiden)geneeskunde) een constitutie met een fysieke kracht en sterke weerstand tegen ziekte |
| jisshōron-実証論 | positivisme |
| jisshōshugi-実証主義 | positivisme |
| jisshōtetsugaku-実証哲学 | positivisme |
| jisshū-実収 | nettowinst; netto opbrengst; netto inkomen |
| jisuru-持する | in acht nemen; zich houden aan (voorschriften e.d.) |
| jisuru-辞する | vertrekken; weggaan; afscheid nemen |
| jisuru-辞する | (met ontkenning) bereid zijn te doen; (vastberaden) doorgaan; niet opgeven |
| jisuru-辞する | ontslag nemen; aftreden |
| jitchūhakku-十中八九 | met grote waarschijnlijkheid; negen van de tien keer; in negen van de tien gevallen |
| jiten-時点 | (op een bepaald) moment; per ... |
| jiten-自転 | omwenteling; aswenteling; rotatie (van een hemellichaam om de eigen as) |
| jiten-辞典 | (vanaf de Meiji periode en in titels) woordenboek |
| jitennettokessai-時点ネット決済 | (Japans bankwezen jargon) Designated Time Net Settlement (DTNS) |
| jitsugyōka-実業家 | ondernemer; zakenman; handelaar |
| jitsuin-実印 | (persoonsgebonden) officieel geregistreerde zegel; gewaarmerkte [officieel erkende] stempel |
| jitsuin-実員 | het werkelijke personeelsbestand; effectieve krachten [medewerkers] |
| jitsuji-実字 | een kanji [Chinees karakter] met een concrete betekenis (b.v. 山: berg) |
| jitsuji-実字 | een kanji [Chinees karakter] met een inhoudelijke betekenis (in de klassieke Chinese grammatica, zoals een zelfstandige naamwoord, werkwoord, etc.) |
| jitsuzairon-実在論 | realisme; externalisme (filosofie) |
| jitsuzonshugi-実存主義 | existentialisme |
| jitsuzontetsugaku-実存哲学 | filosofie van het existentialisme |
| jiyaku-持薬 | iemands (vaste) medicijnen; de medicijnen die men altijd [regelmatig] inneemt |
| jiyō-滋養 | (het tot zich nemen van) voeding; voedsel |
| jiyū-事由 | (jur.) feiten die als directe reden of oorzaak van iets aangemerkt worden |
| jiyūgata-自由形 | (zwemmen) de vrije slag; borstcrawl |
| jiyūjizai-自由自在 | vrij [onbelemmerd; onbeperkt] zijn; de controle hebben (over) |
| jiyūkei-自由刑 | straf met vrijheidsberoving; gevangenisstraf |
| jiyūkyōsō-自由競争 | (economie) vrije mededinging; vrije concurrentie (zonder inmenging of regulering door de staat) |
| jiyūshugi-自由主義 | liberalisme |
| jī・kōdo-ジー・コード | G-code (Gemstar Development) |
| jī・māku-ジー・マーク | G-merk |
| jō-上 | (respectvolle term op een cadeau t.a.v. de ontvanger) aangeboden door; met de hartelijke groeten |
| jō-上 | vanuit het standpunt; met betrekking tot; vanwege |
| jō-乗 | (wiskunde) macht; vermenigvuldiging |
| jō-乗 | (vervoer met) een voertuig |
| jō-情 | gevoel(ens); sentiment; emotie; compassie; medeleven |
| jō-譲 | (in samenstellingen) geven; overhandigen; toekennen; doorgeven; verkopen |
| jō-錠 | (medicijn) tablet; pil |
| jōbako-状箱 | doos met brieven die vroeger werd meegegeven aan een bode |
| jōchan-嬢ちゃん | jong meisje; juffrouw |
| jochū-女中 | (inwonende) dienstmeid |
| jochū-女中 | (Edo-periode) vrouw; dame |
| jōdoshū-浄土宗 | de Jōdo school (pure land school van boeddhisme) |
| joen-助演 | bijrol; medespeler |
| jōhō-乗法 | (wiskunde); het vermenigvuldigen; vermenigvuldiging |
| jōhō-定法 | een conventie; gebruikelijke methode [manier] |
| jōhōkashakai-情報化社会 | informatiemaatschappij; kennismaatschappij; informatiesamenleving |
| jōin-上院 | de Eerste Kamer; het Hogerhuis; de Senaat |
| joji-女児 | jong meisje; schoolmeisje |
| jōji-畳字 | kanji-idioom (een uitdrukking met meerdere kanji) |
| jōjin-常人 | een gewone [middelmatige] persoon; iemand met middelmatige talenten of bekwaamheden |
| jōjiru-乗じる | vermenigvuldigen |
| jojishitekieiga-叙事詩的映画 | (filmgenre) filmepos |
| jōkaku-城郭 | kasteel met verdedigingswerk (slotgracht, etc.) en/of versterkingen; citadel |
| jokan-女官 | hofdame |
| jōkentsuki-条件付き | met [onder] voorwaarde(n) |
| jōki-乗機 | bemand vliegtuig; vliegtuig met mensen aan boord |
| jōkigen-上機嫌 | goed humeur; vrolijkheid; opgewektheid |
| jōkin-常勤 | fulltime [voltijds] dienstverband [baan] |
| jōkon-上根 | (boeddh.) iemand met heel veel spiritueel talent [vermogen] om het Boeddhisme optimaal te kunnen bestuderen [volgen] |
| jōkū-上空 | lucht; luchtstreek; hemel; firmament |
| jokyū-女給 | serveerster; barmeisje |
| jomaku-除幕 | onthulling (van een standbeeld, monument, e.d.) |
| jomei-助命 | het sparen van iemand's leven; genade; clementie; gratie verlening |
| jomei-除名 | royement; het schrappen van iemands naam van de lijst |
| jōmon-縄文 | (afk. voor) Jōmon aardewerk (met een touw-patroon) |
| jōmondoki-縄文土器 | Jōmon-aardewerk (met touwpatroon, gemaakt tijdens de Jōmon-periode) |
| jōmu-常務 | (afk. voor) algemeen directeur |
| jōmukai-常務会 | directiecomité (met als taak het uitvoeren van het door de Raad van Bestuur vastgestelde beleid) |
| jōmutorishimariyaku-常務取締役 | algemeen directeur |
| jōmyō-常命 | levensduur (van een mensenleven) |
| jōnetsu-情熱 | passie; enthousiasme; bezieling; gedrevenheid |
| jōon-常温 | constante [vaste] temperatuur; kamertemperatuur; normale temperatuur |
| jōonhozon-常温保存 | opslag [bewaring] bij kamertemperatuur |
| jōonhozonkanōhin-常温保存可能品 | producten die op kamertemperatuur kunnen worden bewaard |
| jōrei-条例 | voorschrift; reglement; verorderning |
| joren-鋤簾 | soort schoffel met bamboesteel |
| jōriku-上陸 | aan land komen (uit zee); landing |
| jōrō-上﨟 | een adellijke dame; edelvrouw |
| jōrō-上﨟 | een priester met een hoge rang (en veel ervaring) |
| jōrō-上﨟 | hofdame |
| jōrō-上﨟 | een hooggeplaatste persoon (met veel status en ervaring) |
| jōryūshakai-上流社会 | de hogere klassen [kringen] in de samenleving [maatschappij] |
| joseikaihōron-女性解放論 | feminisme |
| joseisabetsu-女性差別 | vrouwendiscriminatie; seksisme |
| joseishi-女性誌 | damesblad; vrouwenblad; tijdschrift voor vrouwen |
| jōseki-定石 | een vaste zet [reeks zetten] bij go of Japans schaken; een standaard tactiek [methode; formule] |
| jōseki-定跡 | een standaard [vaste] methode [manier] |
| josetsu-除雪 | het sneeuwruimen |
| jōsha-乗車 | met de auto [bus, trein, taxi, e.d.] gaan [reizen] |
| jōshi-上使 | bovenste ledematen; armen |
| joshi-女子 | vrouw; meisje |
| joshijidō-女子児童 | jong meisje; schoolmeisje |
| jōshin-上申 | bericht [verslag] voor een superieur [meerdere] |
| jōshinsuru-上申する | verslag doen [rapporteren] aan een meerdere [superieur] |
| jōshō-上昇 | stijging; klim; toename |
| jōshōsuru-上昇する | stijgen; toenemen; omhoog gaan |
| jōshu-城主 | daimyō met een kasteel in bezit (Tokugawa periode) |
| jōshūsei-常習性 | handeling [drang; neiging] uit gewoonte; recidivisme |
| josondanpi-女尊男卑 | vrouwelijk chauvinisme; (het geloof in) de superioriteit van vrouwen over mannen (lett. de vrouw is geëerd, de man nederig) |
| jōsū-乗数 | vermenigvuldiger; multiplicator |
| jōsūkōka-乗数効果 | vermenigvuldigingseffect |
| jōtai-常体 | (taalkunde) een informele [directe] stijl (da-de aru) |
| jōtatsu-上達 | (het doorgeven van de wensen [meningen]) van ondergeschikten naar superieuren (bottom-up beleidsstructuur, met inspraak) |
| jōten-上天 | de schepper (in religieuze betekenis); God in de hemel |
| jōten-上天 | Hemelvaart |
| jōten-上天 | de hemel (die boven de wereld is) |
| jōten-上天 | één van de vier hemelen; n.l. de winterhemel |
| jōyokachi-剰余価値 | overwaarde; meerwaarde; toegevoegde waarde |
| jōyōkanji-常用漢字 | de officiële lijst van kanji die elke Japanse student tenminste moet kennen bij het afleggen van het examen voor het voortgezet onderwijs in Japan |
| jōza-上座 | (in een Japanse kamer) de zitplaats ver van de ingang en het dichtste bij de alkoof |
| jōzan-乗算 | (wiskunde) het vermenigvuldigen; vermenigvuldiging |
| jūbako-重箱 | een doos met meerdere lagen; stapeldoos |
| juchū-受注 | het in ontvangst nemen van een levering [bestelling] |
| judaku-受諾 | het accepteren [aannemen] (van een uitnodiging, e.d.) |
| jūden-充電 | (fig.) (mentale, spirituele) oplading (door een rusttijd in te lassen) |
| judōkitsuen-受動喫煙 | het meeroken; passief roken (de rook inhaleren van de sigaret, sigaar of pijp van een ander) |
| jūen-重縁 | een gemengd huwelijk (van verschillende families, groepen, etc.) |
| jugaku-儒学 | confucianisme |
| jūgeki-銃撃 | beschieting (met een vuurwapen) |
| jūgō-重合 | polymerisatie |
| jūgōhannō-重合反応 | polymerisatie (reactie) |
| jūgōtai-重合体 | (chemie) polymeer |
| jūgoya-十五夜 | een nacht met een volle maan (in september) |
| jūgun'ianfu-従軍慰安婦 | troostmeisje (als prostituee gebruikte gevangene van de Japanse bezetters in WO II) |
| jūgyōin-従業員 | werknemer; medewerker; employé |
| jūgyōinhoken-従業員保険 | werknemersverzekering |
| jūgyōinmochikabuseido-従業員持ち株制度 | het systeem dat werknemers aandelen in de zaak (waar ze werken) kunnen hebben |
| jūhan-従犯 | medeplichtigheid; medeplichtige |
| juhō-呪法 | (esoterisch boeddhisme) het zingen van spreuken |
| juhyō-樹氷 | een boom bedekt met rijp [rijm] |
| juju-授受 | geven en nemen; overdracht; overhandiging; uitwisseling |
| jukai-樹海 | een groot bos; dichtbegroeid woud; een zee van bomen |
| juken-受験 | het afleggen [maken] van een examen |
| jukensensō-受験戦争 | examenoorlog, de felle competitie bij toelatingsexamen(s) (voor scholen of universiteiten) |
| jukensha-受験者 | examinandus; examenkandidaat |
| jukensuru-受験する | examen doen |
| jūkinzoku-重金属 | zware metalen |
| juku-塾 | privéschool; stoomcursus (ter voorbereiding op toelatingsexamen voor middelbare scholen en universiteiten) |
| jukuchi-熟知 | grondige kennis (van); goede bekendheid (met) |
| jukugo-熟語 | een samenstelling (samengesteld woord); kanji combinaite |
| jukurensuru-熟練する | zich bekwamen (in); vakkundig [ervaren] worden |
| jukusei-塾生 | student aan een privéschool (voor extra onderwijsdoeleinden ter voorbereiding van toelatingsexamens aan middelbare scholen) |
| jukusei-熟成 | (chem.) rijping; fermentatie; veroudering |
| jukutō-塾頭 | hoofdonderwijzer [docent; leraar] aan een privéschool (voor extra onderwijsdoeleinden ter voorbereiding van toelatingsexamens aan middelbare scholen) |
| jūmō-絨毛 | (med.) villus (m.v. villi) vlokken (b.v. darmvlokken) |
| jūnantaisō-柔軟体操 | rek- en strekoefeningen om het lichaam soepel te maken, meestal als warming-up voor een sport |
| junia・bōdo・shisutemu-ジュニア・ボード・システム | Junior Raad van Bestuur systeem, waarbij jonge medewerkers binnen het bedrijf oplossingen mogen bedenken voor verschillende managementvraagstukken |
| jūnibun-十二分 | meer dan genoeg; ruimschoots; volledig voldoende |
| juniku-受肉 | de incarnatie van Christus (de Zoon van God als mens; geest en vlees) |
| junjiru-殉じる | zelfmoord plegen na de dood van zijn meester |
| junjiru-準じる | zich conformeren [houden] aan; (een regel, wet etc.) volgen |
| junkatsu-潤滑 | smering |
| junkatsu-潤滑 | gesmeerd [soepel] zijn |
| junkatsuyu-潤滑油 | smeerolie |
| junkyosuru-準拠する | zich conformeren aan; gebaseerd zijn op |
| junnōsuru-順応する | (zich) aanpassen; conformeren (aan); acclimatiseren |
| junō-受納 | aanvaarding; aanname; ontvangst |
| jūnōshugi-重農主義 | fysiocratie; fysiocratisme |
| junpū-順風 | gunstige wind; wind die uit de juiste richting komt; wind mee; wind in de rug |
| junshusuru-遵守する | naleven; gehoorzamen; zich houden aan; eerbiedigen |
| junsoku-準則 | regel; voorschrift; reglement |
| junte-順手 | bovenhandse greep; normale greep (met de rug van de hand naar boven) |
| junzuru-殉ずる | zelfmoord plegen na de dood van zijn meester |
| junzuru-準ずる | zich conformeren [houden] aan; (een regel, wet etc.) volgen |
| jun'en-順縁 | (boedd.) de Boeddhistische leer ingaan met een goed karma |
| jun'en-順縁 | het feit dat in de natuurlijke loop der dingen de mensen sterven in volgorde van ouderdom |
| jun'yo-旬余 | meer dan tien dagen |
| jūōmujin-縦横無尽 | zonder remmingen; onbelemmerd [onbeperkt] zijn; naar hartenlust |
| jupitā-ジュピター | Jupiter (Romeinse God) |
| juri-受理 | het ontvangen; aannemen; in ontvangst nemen |
| jurōjin-寿老人 | Jurōjin, god van een lang leven (vaak afgebeeld met lange baard en staf), 1 van de 7 geluksgoden uit de Japanse mythologie |
| jūrokumiri-十六ミリ | 16 millimeter |
| jūrokumiri-十六ミリ | 16mm-film of een camera gebruikmakend van hetzelfde filmformaat |
| jūrokumirieiga-十六ミリ映画 | een 16 millimeter film |
| jūrokumirikamera-十六ミリカメラ | een camera gebruikmakend van het 16 millimeter filmformaat |
| jūryokukei-重力計 | gravimeter; zwaartekrachtmeter |
| jūryokusenkō-重力選鉱 | zwaartekrachtscheiding (een industriële methode om twee componenten te scheiden) |
| jūryōsei-従量制 | betaling naar gebruik (een methode waarbij diensten en voorzieningen in rekening worden gebracht gebaseerd op werkelijk gebruikte gegevens en tijd) |
| jusei-儒生 | een student die het Confucianisme bestudeert |
| jūshimatsu-十姉妹 | Japanse meeuw (Lonchura striata domestica) |
| jushin-受診 | het ondergaan van een [medisch] onderzoek; (dokters)consult |
| jūshin-重心 | het meetkundige zwaartepunt van een driehoek (het snijpunt van de lijnen die elk hoekpunt verbinden met het midden van de tegenoverliggende zijde) |
| jushinryō-受信料 | kijk- en luistergeld; (tv en radio) abonnementsgeld |
| jūshōshugi-重商主義 | mercantilisme |
| jushōsuru-受賞する | een prijs krijgen [winnen; in ontvangst nemen] |
| jutaku-受託 | het toevertrouwd worden met; in bewaring krijgen |
| jūtanbakugeki-絨緞爆撃 | tapijtbombardement (waarbij een groot aantal bommen over een heel gebied worden uitgestrooid, in plaats van bepaalde doelen te raken) |
| jutchū-術中 | intraopratieve zorg (in de operatiekamer, voor, tijdens en direct na de operatie) |
| jūtenteki-重点的 | gefocust; geconcentreerd; met hoge prioriteit |
| jutsu-述 | (in kanji combinaties) verklaren; mededelen; vertellen |
| jutsubu-述部 | het onderwerp (met bepalingen) van een zin |
| juzutsunagi-数珠繫ぎ | het aaneenrijgen; het samenbinden; met elkaar verbonden zijn |
| ka-火 | (één van de vijf elementen in de Chinese filosofie) vuur |
| ka-火 | (één van de vijf elementen in de Japanse filosofie) vuur |
| ka-科 | classificatie van organismen en virussen; familie (van planten) |
| ka-科 | departement; afdeling; faculteit; specialisatie; afdeling; onderverdeling |
| ka-菓 | wordt samen met telwoord gebruikt om aantal vruchten te tellen |
| ka-課 | afdeling; sectie; departement |
| kabau-庇う | in acht nemen; ontzien |
| kabau-庇う | iemand beschermen; behoeden (voor); onder de hoede nemen; dekking geven |
| kabi-黴 | schimmel (organisme) |
| kabin-花瓶 | (bloemen)vaas |
| kābingunaifu-カービングナイフ | vleesmes |
| kābon-カーボン | koolstof (chem. element) |
| kabukimon-冠木門 | een traditionele poort met twee pilaren en een brede, zware dwarsbalk aan de bovenkant |
| kabukōzō-下部構造 | onderbouw; fundament; onderliggende structuur |
| kabunushisōkai-株主総会 | (algemene) aandeelhoudersvergadering |
| kabura-鏑 | (afk. voor) een pijl met een fluitje aan de pijlpunt, dat geluid maakt als de pijl wordt afgeschoten; werd gebruikt door samoerai in het feodale Japan |
| kaburo-禿 | kortgeknipt meisjeskapsel |
| kaburo-禿 | (arch.) een meisje van ongeveer 10 jaar oud, als leerling van courtisane |
| kaburu-被る | over zich heen krijgen; bedekt worden (met water; stof, etc.); onder water komen; baden |
| kaburu-被る | op zich nemen; de verantwoording nemen |
| kabushikisanka-株式参加 | het nemen van een aandelenbelang |
| kabutoyaki-兜焼き | Japans gerecht van een met zout of in teriyakisaus gegrilde vissekop |
| kabuwake-株分け | (vermeerderingswijze van planten) scheuring (van de wortels, e.d.) |
| kachiboshi-勝ち星 | een overwinning; (bij sumo) een merktreken (een witte cirkel) op het scoreformulier voor een overwinning |
| kachikōgaku-価値工学 | waardeanalyse (een systematische methode om de waarde van projecten, processen of diensten te verbeteren) |
| kachikosu-勝ち越す | de leiding nemen; overwinning(en) boeken |
| kachō-花鳥 | bloemen en [of] vogels (voorbeelden van natuurschoon) |
| kachō-花鳥 | de stemming [het gevoel] wanneer je geniet van het zien van bloemen en het horen van het gezang van vogels |
| kachū-家中 | (Edo periode) dienaar [vazal] in een han-domein; vazal van een daimyo; han-domein |
| kachū-火中 | in het vuur; in de vlammen |
| kaden-家伝 | familietraditie (vooral in verschillende kunstvormen, zoals Nō, Budō, e.d.) |
| kaden-瓜田 | meloenenveld; veld met meloenen |
| kadobaru-角張る | formeel [stijf] zijn |
| kadomatsu-門松 | decoraties met dennentakken (rond Nieuwjaar) |
| kadomiumu-カドミウム | cadmium (scheikundig element) |
| kaeba-替え刃 | reservemesje (b.v. bij scheermes) |
| kaen-火炎 | vlammen; brand; vuurzee |
| kaenhōshaki-火炎放射器 | vlammenwerper |
| kaenkenshutsuki-火炎検出器 | vlammen detector |
| kaenshiki-火焔式 | decoratie met de vorm van een vlam |
| kaenshiki-火焔式 | aardewerk uit het midden van de Jomon-periode met deze decoratie |
| kaerizaki-返り咲き | comeback; herstel; herinstallatie |
| kaeru-帰る | terugkomen; terugkeren; naar huis gaan |
| kaeruoyogi-蛙泳ぎ | schoolslag (zwemmen) |
| kaeshiwaza-返し技 | (judo, e.d.) tegenaanval; overname-techniek |
| kaette-却って | des te meer [beter; slechter]; juist daarom; als reactie daarop |
| kafeore-カフェオレ | koffie verkeerd; (sterke) koffie met (veel) melk |
| kafu-家扶 | hofmeester |
| kafu-花譜 | een boek met afbeeldingen van bloemen (gerangschikt naar bloeiseizoen) |
| kafun-花粉 | stuifmeel; pollen |
| kaga-夏芽 | zomerknoppen (bloem- of bladknoppen die aan planten en bomen groeien in de zomer, en dan later in het jaar uitkomen) |
| kagai-花街 | rosse buurt; wijk met restaurants, geisha's en bordelen |
| kagakugenso-化学元素 | chemisch element |
| kagaminoma-鏡の間 | spiegelkamer; spiegelzaal (Versailles) |
| kagaminoma-鏡の間 | kleedkamer; artiestenfoyer |
| kage-陰 | achtergrond; achter de schermen |
| kagebenkei-陰弁慶 | een opschepper; bullebak; iem. met een grote moed (maar weinig moed) |
| kagekibunshi-過激分子 | radicaal element (chem.) |
| kagekiha-過激派 | extreme groep (van politiek e.d.) |
| kagemusha-影武者 | iemand (het brein, de feitelijke leider) die achter de schermen werkt en anderen als marionetten bespeelt of gebruikt |
| kagenagara-陰ながら | van achter de schermen; vanaf de zijlijn; op de achtergrond; in het geheim |
| kageryū-陰流 | een school [groep; stijl] van schermen [zwaardvechten] ontstaan in de Muromachiperiode (de verkorte vorm van [愛洲陰流] aisukageryū) |
| kagezen-陰膳 | een maaltijd klaarmaken voor een afwezige persoon (met een gebed voor diens veilige terugkeer) |
| kagitsukeru-嗅ぎつける | een geur waarnemen; ergens lucht van krijgen; in de gaten krijgen; ergens achter komen |
| kagōbutsu-化合物 | chemische samenstelling [verbinding] |
| kagonuke-籠抜け | iemand oplichten en dan met geld of goederen (via de achterdeur) ervandoor gaan [wegglippen] |
| kagu-家具 | huisraad; meubilair; meubels |
| kagyaku-加虐 | sadisme |
| kagyakuseiai-加虐性愛 | sadisme |
| kahan-過半 | het grootste deel; de meerderheid; meer dan de helft |
| kahanshin-下半身 | geslachtsdelen; intieme delen; schaamstreek |
| kahansū-過半数 | de meerderheid; het grootste aantal |
| kahi-下婢 | dienstmeisje |
| kahi-可否 | goedkeuring of afkeuring; voor- of tegenstemmen |
| kahi-歌碑 | een stenen monument met een inscriptie van een waka (oud Japanse gedicht) |
| kahogo-過保護 | overbezorgdheid; overdreven bezorgdheid; te beschermend zijn |
| kai-下意 | gedachten [mening; gevoelens; wens] van de gewone mensen |
| kai-械 | mechanisme; apparaat; machine |
| kaibunsho-怪文書 | een anoniem document met twijfelachtige [lasterlijke] inhoud |
| kaibushi-蚊燻し | (om insecten te verjagen) smeulend rokerig vuur; rookpotje |
| kaichin-開陳 | aankondiging; verklaring; mededeling (van een mening e.d.) |
| kaichō-開帳 | (jur.) het houden van een gok-evenement; het openen van een gokhal |
| kaichō-開張 | (jur.) het houden van een gok-evenement; het openen van een gokhal |
| kaieki-改易 | (hist.) het wegnemen van grondgebied, ambt of positie (op basis van strafrechtelijke vervolging, e.d.) |
| kaigen-開眼 | het verkrijgen van meesterschap (in een kunstvorm)\ |
| kaigiron-懐疑論 | scepticisme |
| kaigishugi-懐疑主義 | scepticisme |
| kaigoken-介護犬 | assistentiehond; ADL-hond (om mensen met een handicap te helpen met Activiteiten van het Dagelijks Leven) |
| kaigōsuru-会合する | ontmoeten; bijeenkomen; vergaderen |
| kaigui-買い食い | snoepjes [lekkers] kopen en meteen opeten |
| kaigyō-開業 | het openen [opstarten] van een bedrijf [(medische) praktijk] |
| kaigyōsuru-改行する | met een nieuwe regel [paragraaf] beginnen |
| kaihatsutojōkoku-開発途上国 | ontwikkelingsland; de groeilanden; de opkomende naties |
| kaihyō-解氷 | dooi; het smelten van ijs (in het voorjaar) |
| kaihyō-開票 | het tellen van de (uitgebrachte) stemmen |
| kaiji-改字 | wijziging van een karakter (ter vermijding van taboeonderwerpen, of om personen niet bij naam te noemen) |
| kaijō-会場 | ontmoetingsruimte; vergaderzaal; evenementenruimt |
| kaika-開花 | het ontluiken [tot bloei komen] van bloemen |
| kaikake-買い掛け | aankoop met betaling achteraf |
| kaikakusuru-改革する | hervormen; verbeteren; reorganiseren |
| kaiketsu-怪傑 | en persoon met uitzonderlijke capaciteiten [mysterieuze krachten] |
| kaiki-回帰 | terugkeer; ommekeer; comeback; herstel; revival (weer in de mode komen) |
| kaikō-開口 | opening; gat; diafragmaopening (camera) |
| kaikō-開口 | de mond opendoen; beginnen met spreken |
| kaikoroku-回顧録 | memoires; gedenkschrift |
| kaiku-海区 | maritieme zone; maritiem gebied (zoals bij visgronden, e.d.) |
| kaikyūshakai-階級社会 | klassenmaatschappij; hiërarchische samenleving |
| kaimaki-掻い巻き | een gewatteerde kimono; een (gewatteerde) deken met mouwen |
| kaimaku-開幕 | opening; start (van een evenement, tentoonstelling, e.d.) |
| kaimei-改名 | naamswijziging; het aannemen van een nieuwe naam |
| kaimei-開明 | civilisatie; (menselijke) beschaving; culturele verlichting |
| kaimyō-戒名 | postume boeddhistische naam |
| kain-下院 | de Tweede Kamer; het Lagerhuis; het Huis van Afgevaardigden |
| kainarasu-飼い馴らす | domesticeren; temmen (van dieren) |
| kaineko-飼い猫 | huiskat; tamme kat |
| kaininki-買い人気 | een bereidheid [enthousiasme] om te kopen |
| kaioki-買い置き | (levensmiddelen) inslaan; in voorraad nemen |
| kairakushugi-快楽主義 | epicurisme; hedonisme |
| kairanban-回覧板 | een mededelingenbord [circulaire; bulletin] (in Japan gebruikt door buurtverenigingen als communicatiemiddel binnen de gemeenschap) |
| kairi-海里 | zeemijl (1852 meter) |
| kairitsushū-戒律宗 | Risshū; de Ritsu school (Boeddhisme) |
| kaisai-開催 | het houden [organiseren] van een evenement [conferentie; organisatie; tentoonstelling; opening] |
| kaisaichi-開催地 | plaats [locatie] van een evenement [tentoonstelling, e.d.] |
| kaisaisuru-開催する | een evenement [conferentie; organisatie; opening] houden [organiseren] |
| kaisaku-快作 | meesterwerk |
| kaisan-海産 | algemene term voor eigendom dat kan worden toevertrouwd aan schuldeisers bij maritieme ondernemingen, zoals scheepseigendom en transportkosten |
| kaisei-快晴 | mooi [helder] weer; een wolkenloze hemel |
| kaisei-改正 | wijziging; verandering; verbetering; amendement; revisie |
| kaiseiburēki-回生ブレーキ | recuperatief remmen (het terugwinnen van energie bij het remmen) |
| kaisetsu-解説 | commentaar; uitleg; verklaring |
| kaisetsusha-解説者 | commentator; uitlegger |
| kaisetsusha-解説者 | explicateur bij een stomme film |
| kaisha-膾炙 | iets dat algemeen bekend [geliefd; gewaardeerd] is |
| kaishakōseihō-会社更生法 | Wet op de Bedrijfsreorganisatie (om bedrijven die op de rand van een faillissement staan te helpen reorganiseren) |
| kaishin-改心 | verandering van gedachten [mening] |
| kaishō-快勝 | makkelijke [dikke; ruime] overwinning |
| kaishū-回収 | inning; inzameling; opname (van geld); terugwinning; recuperatie |
| kaishūsuru-回収する | intrekken; terugtrekken; inzamelen; recyclen; opnemen (van geld) |
| kaiso-開祖 | oprichter; stichter; grondlegger; initiatiefnemer |
| kaisoku-会則 | voorschriften; reglementen (van een club, vereniging, etc.) |
| kaisōroku-回想録 | memoires (opgeschreven persoonlijke herinneringen) |
| kaisuiyoku-海水浴 | het zwemmen in zee [in de oceaan] |
| kaisuiyokujō-海水浴場 | badplaats; strand met voorzieningen |
| kaisuru-会する | ontmoeten; onverwacht tegenkomen; elkaar treffen |
| kaisuru-会する | samenkomen; bij elkaar komen; bijeenkomen; verzamelen |
| kaitenkei-回転計 | tachometer; toerenteller |
| kaitenzushi-回転寿司 | restaurant waar sushi op kleine bordjes op een lopende band langs de klanten gaan (de klanten nemen dan de sushi die ze willen eten zelf van de band) |
| kaitō-解凍 | (computer) het decomprimeren; unzippen |
| kaitsuke-買い付け | (de locatie) waar je meestal de inkopen doet; artikelen die je gewoonlijk koopt |
| kaitsuke-買い付け | groothandel; in grote hoeveelheden inkopen [in voorraad nemen] |
| kaitsumamu-搔い摘む | samenvatten; een overzicht geven van de belangrijkste punten |
| kaiyū-会友 | medelid |
| kaizeruhige-カイゼル髭 | een snor met omhoog gekrulde punten zoals die van de Duitse Keizer Wilhelm II |
| kaizoe-介添え | helper; hulp; assistent; secondant; bruidsmeisje; bruidsjonker |
| kaizoenin-介添人 | getuige bij een huwelijk; bruidsjonker; bruidsmeisje |
| kai'nyūshugi-介入主義 | (economie) interventionisme |
| kaji-鍛冶 | het smeden; smeedwerk |
| kajiki-梶木 | (verzamelnaam voor makreelachtige zeevissen zoals) zwaardvis; zeilvis; marlijn |
| kajin-家人 | iem. die binnenshuis blijft (met name de echtgenote en de hulp); familielid |
| kajiru-齧る | het tokkelen; een snaarinstrument bespelen |
| kajitsu-花実 | bloemen en vruchten [fruit] |
| kajū-加重 | (med.) herhaalde stimulatie [prikkeling] |
| kajuaru-カジュアル | informeel; ontspannen; ongedwongen |
| kajuaru・uea-カジュアル・ウエア | informele kleding; vrijetijdskleding |
| kakaeru-抱える | iets in je armen houden [dragen]; ergens mee zitten; bezorgd zijn; (een last) op de schouders hebben (fig.) |
| kakaeru-抱える | aannemen; in dienst nemen; inhuren |
| kakarijoshi-係助詞 | verbindend partikel (waarmee een specificatie verderop in de zin wordt gekoppeld aan hetgeen ervoor staat (wa, mo, koso, demo, shika, sae, dani) |
| kakawaru-関わる | zich bezig houden met; te maken hebben met |
| kakazuriau-拘り合う | verwikkeld zijn in; te maken hebben met |
| kakeawaseru-掛け合わせる | vermenigvuldigen |
| kakekomu-駆け込む | naar binnen rennen [stormen] |
| kakekotoba-掛け詞 | een woordspeling; dubbelzinnigheid; woorden met dezelfde uitspraak maar verschillende betekenissen |
| kakemochi-掛け持ち | het hebben van twee verschillende (parttime) banen |
| kakeochi-駆け落ち | het weglopen (met); ervandoor gaan |
| kakera-欠けら | een (afgebroken) stukje; fragment; scherf; splinter |
| kakeru-掛ける | vermenigvuldigen |
| kaketsukeru-駆けつける | ergens haastig heen gaan [heensnellen]; uitrukken met spoed (van politie, brandweer, ambulance e.d.) |
| kakeudon-掛け饂飩 | udon-noedels met dashi-bouillon (zonder garnering) |
| kakezan-掛け算 | (wiskunde) het vermenigvuldigen; vermenigvuldiging |
| kaki-夏季 | zomer; zomerseizoen |
| kakigoori-欠き氷 | drankje van geschaafd ijs met siroop |
| kakigorin-夏季五輪 | Olympische Zomerspelen |
| kakikesu-掻き消す | uitvegen; uitwissen; overstemmen (geluid) |
| kakikomibashi-かき込み箸 | eetstokjes gebruikt om (met de kom tegen de mond gedrukt) eten in de mond te schuiven [lepelen] (onjuist gebruik van eetstokjes) |
| kakikyūka-夏季休暇 | zomervakantie |
| kakimawasu-掻き回す | roeren; karnen (melk); doorzoeken |
| kakimazeru-掻き混ぜる | door elkaar roeren [mengen] |
| kakimidasu-掻き乱す | verstoren; verwarren; door elkaar gooien; rommelen |
| kakimono-書き物 | document; geschrift |
| kakin-家禽 | tamme vogels; pluimvee |
| kakin-課金 | het betalen voor virtuele goederen of premium functies (b.v. in een videogame) |
| kakinaderu-掻き撫でる | gladstrijken; (glad) kammen |
| kakinaderu-掻き撫でる | tokkelen (op een snaarinstrument) |
| kakinarasu-掻き鳴らす | tokkelen; trommelen; pingelen |
| kakinoshi-書き熨斗 | brief versierd met een 'noshi' (gekleurd papier gevouwen rond een gedroogde abalone) |
| kakinuki-書き抜き | een korte samenvatting; resumé |
| kakioki-書き置き | (achtergelaten) brief (bij zelfmoord); testament |
| kakioki-書き置き | notitie; memo; aantekeningen (b.v. een boodschappenlijstje) |
| kakiorinpikku-夏季オリンピック | Olympische Zomerspelen |
| kakiryōkin-夏季料金 | zomertarief |
| kakitori-書き取り | het dicteren [dictaat opnemen]; transcriberen; uitschrijven |
| kaku-獲 | (in kanji combinaties) in beslag nemen; verkrijgen; opbrengen |
| kaku-覚 | (staat van) verlichting (boeddhisme) |
| kakubaru-角張る | formeel [stijf] zijn |
| kakudai-拡大 | uitbreiding; vermeerdering; (uit)vergroting |
| kakudaisuru-拡大する | (uit)vergroten; inzoomen |
| kakudan-格段 | bijzonder; opmerkelijk; opvallend; compleet anders |
| kakudosokutei-角度測定 | goniometrie; hoekmeetkunde (deel van de trigonometrie) |
| kakuekiteisha-各駅停車 | stoptrein; boemeltrein |
| kakugen-格言 | spreekwoord; gezegde; spreuk; aforisme |
| kakugo-覚悟 | mentale voorbereiding [gereedheid]; paraatheid |
| kakuhansuru-攪拌する | roeren; (op)kloppen; karnen (melk); mengen |
| kakuhitsu-擱筆 | de pen [het penseel] neerleggen en stoppen met schrijven |
| kakuho-確保 | het zekeren (bij bergbeklimmen) |
| kakurekirishitan-隠れキリシタン | geheime [ondergedoken] christelijke kerkgemeenschap (tijdens de onderdrukking van het christendom door het Tokugawa shogunaat in de Edo periode) |
| kakuseiki-拡声器 | megafoon; luidspreker |
| kakushidokoro-隠し所 | geheime bergplaats; schuilplaats; verstopplek |
| kakusode-角袖 | (Meiji-tijdperk) een officier [agent] in burgerkleding |
| kakusode-角袖 | vierkante [rechthoekige] mouwen (van een herenkimono); herenkimono met zulke mouwen |
| kakutei-各停 | stoptrein; boemeltrein |
| kakuteikyoshutsunenkin-確定拠出年金 | pensioenregeling met vastgestelde bijdragen |
| kakuteikyūfugatanenkin-確定給付型年金 | pensioen met vaste uitkeringen |
| kakyō-佳境 | het sleutelmoment [de climax; het hoogtepunt] (van een verhaal, discussie, etc.) |
| kakyō-佳境 | een prachtige plek (met een mooi uitzicht) |
| kakyū-火球 | vuurbol (met staart); bolide |
| kama-釜 | kookpot; (hemelwater) ketel; rijstkoker |
| kamaboko-蒲鉾 | surimi van gepureerde witvis (in de vorm van een boomstammetje) |
| kamaeru-構える | een bepaalde houding aannemen (b.v. ter verdediging); gereed hebben; bij de hand hebben; klaar staan (om te); voorbereiden |
| kamaitachi-鎌鼬 | wezel-snede, een snijwond zonder aanraking ontstaan door blootstelling aan een koud atmosferisch vacuüm; vroeger dacht men dat het van een wezel kwam |
| kamaite-構い手 | verzorger; weldoener; helper; metgezel |
| kamakeru-かまける | druk bezig zijn met; verdiept in iets zijn; in beslag genomen zijn door; in iets opgaan |
| kamakubi-鎌首 | lange (kromme) hals [nek] (dit woord wordt vaak gebruikt als metafoor van een slang die zijn kop opsteekt, d.w.z. als teken dat er iets gaat gebeuren) |
| kamameshi-釜飯 | gerecht van rijst gekookt met verschillende ingrediënten in een kookpot |
| kamanbēru-カマンベール | camembert (Franse kaas) |
| kamataki-罐焚き | het stoken; aansteken; verwarmen |
| kamau-構う | rekening houden met; aandacht hebben voor; (iets kunnen) schelen |
| kamei-仮名 | alias; pseudoniem; nom de plume; schuilnaam |
| kamei-加盟 | deelname; toetreding; het lid worden van een organisatie of groep |
| kameo-カメオ | camee (iin reliëf uitgesneden steen) |
| kamera-カメラ | camera |
| kameraman-カメラマン | cameraman |
| kamera・ai-カメラ・アイ | cameraoog; lens van een camera |
| kamera・ai-カメラ・アイ | observatie [reportage] (gedetailleerd) als door het oog van een camera |
| kamera・rihāsaru-カメラ・リハーサル | camera-repetitie (proefoptreden met camera) |
| kamereon-カメレオン | kameleon (ook fig.) |
| kameriha-カメリハ | camera-repetitie (proefoptreden met camera) |
| kamerūn-カメルーン | Kameroen |
| kamiau-噛み合う | elkaar bijten; vechten met elkaar |
| kamiawase-噛み合わせ | het tanden [kaken] op elkaar klemmen |
| kamiawaseru-噛み合わせる | tanden [kaken] op elkaar klemmen |
| kamibaitai-紙媒体 | papieren media |
| kamibana-紙花 | papieren bloemen (vaak gebruikt bij begrafenissen) |
| kamidana-神棚 | (plank met) Shinto huisaltaar |
| kamigakari-神懸かり | excentriek gedrag; onzinnige theorie; fanatisme |
| kamigata-上方 | (Meiji periode) aanduiding voor de stad Kyoto |
| kamin-夏眠 | zomerslaap; estivatie |
| kaminarioyaji-雷親父 | een slechtgehumeurde [prikkelbare] oude man; een oude brompot [mopperkont] |
| kaminazuki-神無月 | de 10de maand op de maankalender (de maand dat alle goden van Japan vanuit hun eigen gebieden in Izumo Taisha samenkomen) |
| kaminokuni-神の国 | (Christendom) het Koninkrijk van God; het Koninkrijk Gods; Hemel |
| kamioroshi-神降ろし | formele beloftes in schrift met de naam van de god |
| kamioroshi-神降ろし | de uitnodiging [aanroeping] aan een god om naar een heiligdom te komen |
| kamioroshi-神降ろし | aanroeping (in een shinto heiligdom) van een medium aan een god om (tijdelijk) bezit van haar te nemen om voorspellende uitspraken te kunnen doen |
| kamisama-神様 | (figuurlijke stijlfiguur om een autoriteit op een bepaald gebied te noemen) expert; groot deskundige; meester |
| kamishibai-紙芝居 | kamishibai, een oude vorm van Japans verteltheater met prenten |
| kamisori-剃刀 | scheermes; scheerapparaat |
| kamitsubusu-噛み潰す | met de tanden [kiezen] vermalen |
| kamiwaza-神業 | het werk van god; wonder; bovenmenselijke prestatie |
| kamiza-上座 | (in een Japanse kamer) de zitplaats ver van de ingang en het dichtste bij de alkoof |
| kamizutsumi-紙包み | (met papier) ingepakt pakket; het iets inpakken [verpakken] met papier |
| kamome-鴎 | meeuw; zeemeeuw |
| kamonanban-鴨南蛮 | een Japans gerecht van soep met soba of udon noedels, eendenvlees, en uien |
| kamoru-鴨る | (iem.) beetnemen; duperen |
| kamu-カム | nok (een mechanisch element dat de richting van de beweging verandert) |
| kamu-噛む | zich verspreken; stamelen |
| kamubakku-カムバック | comeback; terugkomst; hernieuwd optreden |
| kamuro-禿 | (arch.) een meisje van ongeveer 10 jaar oud, als leerling van courtisane |
| kamuro-禿 | kortgeknipt meisjeskapsel |
| kan-燗 | het opwarmen van sake [rijstwijn] |
| kana-かな | (aan het einde van een zin, met een ontkenning) ik wens dat; ik hoop dat; ik wou dat |
| kana-かな | (aan het einde van een zin) ik vraag me af of; zal ik maar; zou ik |
| kanaa-かなあ | (aan het einde van een zin) ik vraag me af of; zal ik maar; zou ik |
| kanaa-かなあ | (aan het einde van een zin, met een ontkenning) ik wens dat; ik hoop dat; ik wou dat |
| kanabasami-金鋏 | (metalen) tang [grote schaar; kniptang] |
| kanabutsu-金仏 | metalen [bronzen] Boeddhabeeld |
| kanadarai-金盥 | metalen kom [bekken; wasbak] |
| kanagu-金具 | metalen hulpstuk [montagestuk; onderdeel] |
| kanagutsuwa-金轡 | metalen bit (mondstuk voor paarden) |
| kanake-金気 | metaalsmaak; metaalachtige smaak |
| kanakusai-金臭い | metaalachtige geur [smaak] |
| kanakuso-金屎 | (metaal)slak; sintel; onzuiverheden in gesmolten metaal |
| kanakuzu-金屑 | schroot; metaalafval |
| kaname-要 | het essentiële [belangrijkste] punt (waar alles om draait); fundament; hoeksteen |
| kanamono-金物 | metalen gebruiksvoorwerpen; ijzerwaren; metalen beslag |
| kanari-可成 | nogal; tamelijk; behoorlijk; aanzienlijk |
| kanashiki-金敷き | aambeeld (smeedblok) |
| kanau-適う | wensen [dromen] komen uit [worden vervuld] |
| kanau-適う | overeenkomen met; voldoen aan |
| kanayama-金山 | berg waar metaal wordt gedolven; metaalmijn |
| kanazuchi-金槌 | hamer |
| kanazuchi-金槌 | iemand die niet kan zwemmen |
| kanbai-寒梅 | vroegbloeiende pruimenboom |
| kanban-看板 | aanplakbord; uithangbord; reclamebord |
| kanbatsu-簡抜 | selectie; uittreksel; fragment |
| kanbutsu-奸物 | een sluwe persoon; iemand met slechte bedoelingen |
| kanbyō-看病 | verzorging [verpleging; medische behandeling] (van een zieke) |
| kanchi-寒地 | koude streek [regio]; gebied met een koud klimaat |
| kanchiku-寒竹 | gemarmerde bamboe (Chimonobambusa marmorea) |
| kanchō-管長 | hoofdabt; hoofdpriester (boeddhisme of Shintoïsme) |
| kanchō-貫長 | (Tendai-boeddhisme) hoofdpriester [hoofdabt] van een tempel |
| kandankei-寒暖計 | thermometer; temperatuurmeter (lucht, water, etc.) |
| kane-金 | geld (meestal お金) |
| kane-金 | metaal |
| kanebanare-金離れ | manier van geld besteden [met geld omgaan] |
| kānegī・hōru-カーネギー・ホール | Carnegie Hall (theater in America) |
| kaneguri-金繰り | financiering; geldinzameling; fondsenwerving |
| kanehen-金偏 | kanji radicaal voor metaal of goud |
| kanehen-金偏 | de metaalindustrie |
| kanetataki-鉦叩き | het slaan met een stok [hamertje] op een kleine metalen bel [gong] (bij boeddhistische rituelen, zoals het reciteren van soetra's) |
| kanetataki-鉦叩き | een soort krekel (Ornebius kanetataki, zo genoemd omdat het geluid ervan lijkt op het tikken op een metalen bel) |
| kanetsu-加熱 | het (iets) verwarmen; opwarmen |
| kangae-考え | gedachte; mening; opvatting; idee |
| kangaetsuku-考え付く | bedenken; verzinnen; te binnen schieten; (ergens) opkomen |
| kangakki-管楽器 | blaasinstrument |
| kangaku-漢学 | in Japan, de premoderne studie van China (m.n. het Confucianisme); sinologie |
| kangaku-管楽 | muziek voor blaasinstrumenten |
| kangamiru-鑑みる | rekening houden met; in gedachten houden; overwegen |
| kangen-換言 | met ander woorden (zeggen); anders uitgedrukt |
| kangen-管弦 | (de muziek van) blaasinstrumenten en strijkinstrumenten |
| kangiten-歓喜天 | Kangiten, een van de Boeddhisme beschermgoden |
| kango-款語 | informeel [amicaal; intiem] gesprek |
| kangoe-寒肥 | winterbemesting; bemesten in de winter |
| kangōshūraku-環濠集落 | nederzetting met een (vesting)gracht eromheen |
| kanibarizumu-カニバリズム | kannibalisme |
| kanitama-蟹玉 | een Chinees gerecht van ei (omelet) met krab en groenten |
| kanjidashō-カンジダ症 | candidiasis; candidose; candida (schimmelinfectie) |
| kanjiku-巻軸 | gedeelte met de handtekeningen in een verdrag, e.d. |
| kanjin-勧進 | boeddhistisch zendingswerk; het mensen aanmoedigen het boeddhistische pad [de boeddhistische leer] te volgen |
| kanjin-勧進 | het inzamelen van donaties voor de bouw en reparatie van heiligdommen, tempels, e.d. |
| kanjiru-観じる | (boeddh.) mediteren; reflecteren (op de waarheid) |
| kanjiyasui-感じ易い | sentimenteel; emotioneel |
| kanjo-官女 | hofdame |
| kanjo-寛恕 | verdraagzaamheid; tolerantie; (grootmoedige) vergeving; vergiffenis; clementie |
| kanjō-干城 | soldaten [krijgers] die het land beschermen |
| kanjō-感状 | eervolle vermelding; aanbevelingsbrief |
| kanjō-灌頂 | esoterisch-boeddhistisch ritueel (het gieten van geparfumeerd water over iemands hoofd tijdens de overdracht van de Dharma) |
| kanjō-灌頂 | onderwijzing [lering] van de geheimen van Japanse poëzie |
| kanjōteki-感情的 | sentimenteel; emotioneel |
| kanju-貫首 | de hoofdabt van een tempel (Tentai-boeddhisme) |
| kanjuku-慣熟 | meesterschap; vaardigheid; bekwaamheid |
| kanka-換価 | (jur.) in beslag genomen eigendommen omrekenen in geld |
| kankaku-扞格 | meningsverschil; verschil van mening [inzicht]; onverenigbaarheid |
| kankan-漢奸 | een Chinese landverrader (iemand die collaboreerde met de Japanners) |
| kankan-閑閑 | een kalme, ontspannen gemoedstoestand |
| kankatsu-寛闊 | verdraagzaamheid; meegaandheid; mildheid |
| kankei-奸計 | samenzwering; complot; sinister [gemeen] plan; sluwe list |
| kankō-緩行 | traag tempo; lage snelheid; langzame vooruitgang |
| kankō-観光 | toerisme |
| kanko-鹹湖 | zoutmeer; zoutwatermeer |
| kankōba-勧工場 | In de Meiji- en Taisho-periode een plek (markt, bazaar) waar vele winkels onder één dak allerlei goederen verkochten |
| kankōchi-観光地 | trekpleister; toeristische bestemming (met historische, culturele, religieuze of natuurlijke bezienswaardigheden) |
| kankōjusu-観光繻子 | satijn (geweven van zijde en katoen; in de Meiji-periode geproduceerd in de prefectuur Gunma en verkocht bij een toeristenbureau in Asakusa, Tokio) |
| kannazuki-神無月 | de 10de maand op de maankalender (de maand dat alle goden van Japan vanuit hun eigen gebieden in Izumo Taisha samenkomen) |
| kannenron-観念論 | idealisme |
| kanningu-カンニング | bedrog [spieken] bij een examen |
| kannonbiraki-観音開き | openslaande deuren [ramen] |
| kannōshugi-官能主義 | sensualisme; zinnelijkheid |
| kanō-嘉納 | het (met genoegen) aannemen [accepteren] van iets (een geschenk, suggestie, advies, etc.) |
| kanoe-庚 | het zevende teken van decaden (de tien hemelstammen) van de Chinese lunisolaire kalender |
| kanōha-狩野派 | de Kanō school van Japanse schilderkunst (de meest dominante school van eind 15e eeuw tot de Meiji periode |
| kanokomochi-鹿の子餅 | Japans snoepgoed, mochi (rijstcake) met zoete rode bonenpasta |
| kanokoshibori-鹿の子絞り | knoopverven, een tie-dyetechniek (waarmee men op textiel een gevlekt patroon aanbrengt) |
| kanoto-辛 | het achtste teken van de decaden (de tien hemelstammen) van de Chinese lunisolaire kalender |
| kanpa-カンパ | campagne (publieke actie); geldinzamelingsactie |
| kanpachi-間八 | grote geelstaart (makreel); barnsteenmakreel (Seriola dumerili) |
| kanpō-観法 | (boeddh.) bezinningsmethode (nadenken over de Dharma) |
| kanri-管理 | beheer; management; controle; toezicht; supervisie |
| kanrikeiei-管理経営 | beheer; management; administratie |
| kanrikeizai-管理経済 | management boekhouding |
| kanrishoku-管理職 | management; manager; administratie |
| kanroni-甘露煮 | (met mirin, suiker of honing) gezoete gekookte vis |
| kanryū-貫流 | doorstroming; het stromen door |
| kanryūsuru-貫流する | stromen [vloeien] (door) |
| kansaku-奸策 | samenzwering; complot; sinister [gemeen] plan; sluwe list |
| kansatsusuru-観察する | observeren; waarnemen; controleren; toezicht houden |
| kanseiyu-乾性油 | drogende olie (met siccatief behandeld om de droogsnelheid van olieverf te verhogen) |
| kansen-感染 | besmetting (fig.); aangestoken zijn (door slechte ideeën, etc.) |
| kansen-感染 | infectie; ontsteking; besmetting |
| kansendōrobangō-幹線道路番号 | snelwegnummer; nummer van een snelweg |
| kansengen-感染源 | besmettingshaard |
| kansenshō-感染症 | besmettelijke ziekte; infectieziekte |
| kansetsu-環節 | segment van het lichaam van een ringworm of geleedpotige |
| kansetsuhō-間接法 | indirecte methode |
| kanshaku-癇癪 | kwaadheid; slecht humeur; geïrriteerdheid; woede-uitbarsting |
| kanshi-鉗子 | metalen medische tang |
| kanshiki-乾式 | droge methode (zonder vloeistof) |
| kanshitsu-乾漆 | droge lak techniek (voorwerpen worden gevormd met lagen hennepdoek gedrenkt in lak, en de oppervlaktedetails gemodelleerd met lak, zaagsel, e.d.) |
| kanshō-感傷 | sentimentaliteit; (grote) gevoeligheid |
| kanshō-癇性 | geïrriteerdheid; lichtgeraaktheid; prikkelbaarheid; slechtgehumeurd zijn |
| kanshoku-間色 | secundaire kleur; mengkleur |
| kanshōsuru-干渉する | tussenbeide komen; zich mengen (in); zich bemoeien (met) |
| kanshu-看取 | bespeuring; gewaarwording; bemerking; waarneming; bevinding; besef |
| kansō-感想 | iemands mening [indruk; gedachten; gevoelens] |
| kansō-観相 | Japanse gedicht over menselijke (sociale) omstandigheden en het leven |
| kansonminpi-官尊民卑 | het plaatsen van bureaucraten en ambtenaren boven het volk; het aannemen dat de bestuurders [de staat] belangrijker zijn dan het volk |
| kansōsentaku-乾燥洗濯 | stomerij |
| kansōshitsu-乾燥室 | droogkamer; droogruimte |
| kansuiko-鹹水湖 | zoutwatermeer; zoutmeer |
| kansuisuru-冠水する | overstromen; overspoelen door water; onderlopen |
| kansuru-冠する | benoemen; een naam [titel] toevoegen aan |
| kantaiheiyōgōdōenshū-環太平洋合同演習 | RIMPAC, the Rim of the Pacific Exercise ('s werelds grootste internationale maritieme oorlogsoefening) |
| kantanfuku-簡単服 | gemakkelijk zittende (informele) kleding; lichte [luchtige] (zomer)kleding |
| kantarōpu-カンタロープ | kanteloep; kantaloep (meloen) |
| kantarūpu-カンタループ | kanteloep; kantaloep (meloen) |
| kanten-寒天 | koude lucht; winterhemel |
| kantsubaki-寒椿 | winter camellia |
| kanwa-閑話 | rustig (informeel) gesprek; zacht gepraat |
| kanwajiten-漢和辞典 | kanji woordenboek (woordenboek met Japanse definities van kanji en kanji combinaties) |
| kanzen-間然 | het bekritiseren; kritiek [aanmerkingen; berisping; afkeuring] oproepen |
| kanzenshitsugyōritsu-完全失業率 | het volledige werkloosheidspercentage (gebaseerd op het aantal mensen dat actief op zoek is naar werk) |
| kanzeon-観世音 | Avalokitesvara; Kannon (bodhisattva van barmhartigheid en mededogen |
| kanzō-萱草 | daglelie (Hemerocallis) |
| kanzuru-観ずる | (boeddh.) mediteren; reflecteren (op de waarheid) |
| kan'ansuru-勘案する | overwegen, in overweging [aanmerking] nemen |
| kan'yō-慣用 | algemeen [gewoon] gebruik |
| kan'yo-関与 | deelname; betrokkenheid |
| kan'yu-換喩 | metonymie (stijlfiguur in taal) |
| kan'yūzaisan-官有財産 | rijkseigendommen; rijksgebouwen |
| kaodachi-顔立ち | gezicht; gelaatstrekken; uiterlijk; uiterlijke kenmerken |
| kaokatachi-顔形 | uiterlijk; gezichtskenmerken; gelaatstrekken; gelaatsuitdrukking |
| kaomuke-顔向け | zijn gezicht laten zien; onder ogen komen |
| kaori-香り | (aangename) geur; aroma; parfum |
| kaotsunagi-顔繋ぎ | het (regelmatig) contact houden [bij elkaar komen] |
| kappa-河童 | (lett. rivierkind) een (aap-kikkerachtig) watermonster uit de Japanse mythologie, met een met vocht gevulde holte op het hoofd waar hij kracht uit put |
| kappamaki-河童巻き | een (hoso)maki van sushirijst en komkommer |
| kappōgi-割烹着 | Japans (keuken)schort met lange mouwen |
| kappuku-割腹 | rituele zelfdoding (m.n. van de krijgselite) in Japan (te voltrekken door met een kort zwaard de buik open te snijden) |
| kapuseru・hoteru-カプセル・ホテル | capsulehotel (waar de hotelgasten slapen in een soort capsule van ongeveer 2 meter lang, 1 meter breed en 1 meter hoog) |
| karaabooru-カラーボール | kleurende (met verf gevulde) bal om naar een vluchtende dief of overvaller te gooien |
| karaage-唐揚げ | (met sojasaus en mirin) gemarineerde, in tarwebloem gerolde en daarna gefrituurde stukjes kip of vis |
| karaaya-唐綾 | Chinees brokaat; satijn met een reliëfpatroon in Chinese stijl |
| karabitsu-唐櫃 | een Chinese kist (met 4 of 6 poten) |
| karabuki-乾拭き | het (iets) afnemen [poetsen] met een droge doek |
| karagai-空買い | (bij de effectenhandel) het op prolongatie kopen; het kopen om (met winst) door te verkopen |
| karageru-絡げる | (met een touw, koord, e.d.) vastbinden; samenbinden; bundelen |
| karaginu-唐衣 | (Heian-periode) korte overjas (Japanse formele vrouwenkleding) |
| karahafu-唐破風 | gebogen dakgevel (in de Japanse architectuur vaak gebruikt op kastelen, boeddhistische tempels en Shinto-heiligdommen) |
| karakami-唐紙 | Chinees papier met patronen erop gedrukt (in de Heian periode gebruikt als schrijfpapier, en later voor het bedekken van fusuma (schuifdeuren)) |
| karakami-唐紙 | fusuma (schuifdeuren), bedekt met Chinees papier |
| karakishi-からきし | totaal; volledig; volkomen; geheel en al; geheel |
| karameru-カラメル | karamel |
| karameru-絡める | verwikkelen; verbinden; betrekken; vermengen; in verband brengen met |
| karameru-絡める | wikkelen in [om]; bedekken met; glaceren |
| karamiau-絡み合う | verstrengeld raken; (samen) betrokken verwikkeld] raken (in) |
| karanishiki-唐錦 | Chinees brokaat; brokaat in Chinese stijl (gekenmerkt door patronen met rode tinten waardoor het vaak wordt vergeleken met herfstbladeren) |
| karaoke-カラオケ | karaoke (iemand zingt live mee met muziek die wordt afgespeeld) |
| karaori-唐織り | brokaat met een vogel- en bloemenpatronen |
| karasuguchi-烏口 | (lett. kraaienbek) tekenpen; trekpen (voor tekenen met inkt) |
| karate-空手 | (met) lege handen; zonder iets in handen (te hebben) |
| karatsuyu-空梅雨 | een droog regenseizoen; regenseizoen met bijna geen regen |
| karausu-唐臼 | stenen mortel (om graan, rijst, e.d. te malen) die met de voeten wordt bediend |
| karā・mētā-カラー・メーター | kleurmeter |
| kare-彼 | hij of zij; die persoon (tot aan Meiji tijdperk gebruikt); u; jij (arch.); dat (arch.) |
| karei-家令 | hofmeester; majordomus |
| kareishū-加齢臭 | oudemensengeur; de geur van oude mensen |
| karen-可憐 | mooiheid; leukheid; charme; lieflijkheid |
| karēraisu-カレーライス | curry met rijst |
| karesansui-枯山水 | een droge landschapstuin (waar zand en grind een vijver met water nabootst) |
| karetsu-苛烈 | hard [meedogenloos; streng] zijn |
| kariginu-狩衣 | informele kleding van de hofadel in de Heian periode (oorspronkelijk gedragen tijdens de jacht) |
| karikomu-刈り込む | (terug)snoeien; trimmen; knotten |
| karikoshi-借り越し | het teveel lenen; te zware lening (in verhouding met het onderpand) |
| karin-花梨 | Chinese kweepeer (Chaenomeles sinensis) |
| karinige-借り逃げ | het vluchten [ervandoor gaan] met achterlating van schuld(en) |
| karinui-仮縫い | het met rijgsteken vastnaaien |
| karipasu-カリパス | een krompasser (meetinstrument) |
| karisuma-カリスマ | charisma; charme; aantrekkingskracht |
| karōjite-辛うじて | nauwelijks; amper; nog maar net; met moeite |
| karotōsen-夏炉冬扇 | iets dat nutteloos is, zoals een haard in de zomer of een waaier in de winter |
| karu-狩る | verzamelen; (wild)plukken |
| karubi-カルビ | kalbi [galbi} vleesgerecht met runderrib (uit de Koreaanse keuken in Japan) |
| karukaya-刈萱 | algemene term voor rieten en grassen die geschikt zijn voor dakbedekking |
| karukuchi-軽口 | scherts; grapje; grappige opmerking; spitsvondigheid |
| karusuto-カルスト | (geologie) karst (gebied met holen, spleten en grotten) |
| karute-カルテ | medisch dossier; patiëntenkaart |
| karyō-加療 | medische behandeling |
| karyōbinga-迦陵頻伽 | (in het (Boeddhisme) Kalaviṅka, onsterfelijk wezen met een menselijk hoofd en het lichaam van een vogel |
| karyokuhatsudensho-火力発電所 | kolencentrale; elektriciteitscentrale met stoomturbine |
| kasa-嵩 | omvang; grootte; volume; massa |
| kasa-枷鎖 | (zenboeddhisme) mentale boeien; immateriële beperkingen |
| kasan-加算 | optelling; vermeerdering |
| kasanaru-重なる | bij elkaar passen; overeenkomen met |
| kasanebashi-重ね箸 | eetstokjes waarmee men één gerecht achterelkaar opeet zonder af te wisselen met andere gerechten (onjuist gebruik van eetstokjes) |
| kasei-化成 | chemische synthese [samenstelling] |
| kasei-歌聖 | vooraanstaande [uitstekende; beroemde] dichter; meesterdichter |
| kasei-火勢 | de kracht van vlammen [vuur] |
| kaseigaku-家政学 | huishoudkunde; gezins- en consumentenwetenschap |
| kaseihin-化成品 | chemisch samengestelde producten [goederen] |
| kaseihiryō-化成肥料 | samengestelde kunstmest |
| kasen-歌仙 | uitstekende uitmuntende] dichter; meesterdichter (van klassiek Japanse poëzie) |
| kasetsu-仮設 | veronderstelling; aanname; hypothese |
| kasetsu-仮説 | hypothese; veronderstelling; aanname |
| kasha-仮借 | een fonetisch leenteken (gebruikt om een ander woord te maken, zonder rekening te houden met het semantische aspect ervan) |
| kasha-火車 | (boeddh.) vuurwagen (vervoert dode mensen die tijdens hun leven slechte daden hebben begaan naar de hel) |
| kashi-歌誌 | tanka tijdschrift; tijdschrift met tanka poëzie |
| kashikomarimashita-畏まりました | (beleefd antwoord op een verzoek) jazeker; heel goed; begrepen; graag gedaan; met plezier |
| kashima-貸間 | kamerverhuur; huurkamer |
| kashin-花心 | het hart van een bloem (waar de stamper en meeldraden zitten) |
| kashira-かしら | ik vraag me af (of); denk je dat ...?; misschien dat ik ...; wat dacht je van ...? |
| kashira-頭 | topgedeelte van kanji als hoofdelement in het classificatie systeem van kanji |
| kashishitsu-貸し室 | een gehuurde [te huren] kamer [ruimte; zaal] |
| kashizashiki-貸座敷 | een tatamikamer die verhuurd wordt voor vergaderingen, bijeenkomsten, e.d. |
| kashizashiki-貸座敷 | tatamikamer die verhuurd wordt voor geheime ontmoetingen tussen mannen en vrouwen; bordeel |
| kasho-佳所 | plaats [plek] met goed uitzicht |
| kashō-和尚 | (groot)meester in de Japanse krijgskunsten |
| kashō-和尚 | (erenaam voor) boeddhistische priester met spirituele training (deze lezing wordt m.n. gebruikt bij het Tendai boeddhisme) |
| kashō-過賞 | onverdiende lofprijzing; overdreven complimenten; overwaardering |
| kashobunshotoku-可処分所得 | besteedbaar inkomen |
| kashū-家集 | de verzamelde waka-gedichten (van één dichter) |
| kashū-歌集 | verzameling [anthologie] van (waka) gedichten |
| kashū-歌集 | liedboek; verzameling liederen |
| kasō-仮装 | het zich verkleden [vermommen]; vermomming |
| kasō-家相 | de (gunstige of ongunstige) ligging, windrichting, plattegrond, etc. van een huis (in verband gebracht met geluk of pech) |
| kasoka-過疎化 | ontvolking; afname van de bevolking |
| kasokushugi-加速主義 | accelerationisme |
| kasōsuru-仮想する | veronderstellen; aannemen |
| kassen-割線 | (geometrie) snijlijn |
| kassenhō-割線法 | secant-methode (numerieke wiskunde) |
| kasu-滓 | minderwaardig [waardeloos] overschot [restant]; rotzooi; uitschot; waardeloze mensen |
| kasu-滓 | droesem; drab; bezinksel; sediment |
| kasukasu-かすかす | amper; maar net; met moeite; nauwelijks |
| kasumeru-掠める | kort verschijnen; in je opkomen; insinueren |
| kasumeru-掠める | stelen; wegnemen; roven; plunderen |
| kasuru-化する | veranderen in; zich transformeren; worden |
| kata-方 | achtervoegsel achter persoonsnamen (erend) |
| kata-潟 | wad; strandmeer; haf |
| katabira-帷子 | luchtige, dunne kimono die in de zomer wordt gedragen |
| katabō-片棒 | deelname |
| katabutsu-堅物 | een serieuze [onbuigzame] persoon |
| katachizukuru-形作る | vormen; vormgeven; modelleren; gestalte geven |
| katagi-気質 | temperament; aard; karakter |
| kataho-片帆 | het kantelen van het zeil, bij het varen met zijwind |
| katakoto-片言 | een enkel woord; een korte opmerking; een deel van een zin [woord] |
| kataku-家宅 | (formeel]) (woon)huis |
| kataku-火宅 | (lett. een brandend huis) deze wereld (van kwellingen en bekommeringen) |
| katakuchi-片口 | kom met een tuitje in de rand |
| katakuriko-片栗粉 | zetmeel; verdikkingsmiddel (tegenwoordig aardappelmeel, oorspronkelijk gemaakt van katakuriwortel: Erythronium japonicum, hondstand lelie) |
| katakurushii-堅苦しい | stijf; ongemakkelijk; formeel; gespannen; onbuigzaam; streng |
| katamae-片前 | (jas) met één rij knopen |
| katami-肩身 | aanzien; prestige; houding; uiterlijk (hoe men zich aan anderen laat zien of voordoet) |
| katan-荷担 | deelname; participatie; medewerking |
| katanagare-片流れ | (afk. voor) een structuur met een dak dat slechts aan één kant helt |
| katanarashi-肩慣らし | warming-up; het opwarmen (voor sporten) |
| kataneri-固練り | het hard kneden (met weinig vocht); stijf geknede substantie |
| katarau-語らう | nauwe banden met iemand hebben; in nauw contact met iemand staan |
| katarau-語らう | openlijk [ontspannen] met elkaar praten; een praatje maken |
| katarau-語らう | iemand vragen [uitnodigen] om mee te gaan [doen]; samenkomen |
| katarimono-語り物 | Japanse gezongen teksten; vocale muziek met de nadruk op het overbrengen van de betekenis van de teksten |
| katasu-片す | opruimen; terugzetten |
| katatataki-肩叩き | in een bedrijf iemand met een schouderklopje aansporen om vervroegd met pensioen te gaan [ ontslag te nemen] |
| katateochi-片手落ち | oneerlijk [eenzijdig; partijdig; vooringenomen] zijn |
| katatoki-片時 | kort moment; ogenblik |
| kataude-片腕 | iemands meest capabele en betrouwbare assistent |
| katawa-片端 | (iemand met) een lichaamsgebrek |
| katawa-片端 | onbetamelijkheid; ongepastheid |
| katawa-片端 | onvolkomenheid; onvolmaaktheid |
| kataware-片割れ | fragment; afgebroken stuk; part |
| katazukeru-片付ける | opruimen; afruimen; afmaken |
| katei-仮定 | hypothese; aanname; veronderstelling |
| kateiran-家庭欄 | (in krant of tijdschrift) sectie met artikelen over familiezaken (zoals huishouden, tuinieren, kinderopvang, etc.) |
| kateisuru-仮定する | veronderstellen; aannemen; vermoeden |
| katen-加点 | de optelling en notering van scores en punten van testen, examens, wedstrijden, etc. |
| kāten・rekuchā-カーテン・レクチャー | bedsermoen; gordijnpreek (terechtwijzing van een vrouw aan haar man in de slaapkamer) |
| katēteru-カテーテル | (med.) katheter; sonde |
| kāton-カートン | een slof sigaretten of sigaren; kartonnen grootverpakking met een aantal doosjes of pakjes bij elkaar |
| katōrennyū-加糖練乳 | (gezoete) gecondenseerde melk |
| katorikkukyō-カトリック教 | katholicisme |
| katsu-喝 | (zen boeddhisme) uitroep om iemand uit een spirituele impasse [fixatie] te halen |
| katsubushi-鰹節 | bonitovlokken (geschaafde vlokken van de gedroogde, gefermenteerde en gerookte tonijnsoort Katsuwonus pelamis) |
| katsugu-担ぐ | laden; op de schouders dragen [nemen] |
| katsugu-担ぐ | iemand aanstellen [benoemen; kiezen] voor een (hogere) functie |
| katsuobushi-鰹節 | bonitovlokken (geschaafde vlokken van de gedroogde, gefermenteerde en gerookte tonijnsoort Katsuwonus pelamis) |
| katsuyakusuru-活躍する | bezig zijn met; actief zijn [een actieve rol spelen] in |
| katsuzai-滑剤 | smeermiddel |
| kattāshatsu-カッターシャツ | shirt met lange mouwen; overhemd met vaste kraag en manchetten |
| katto-カット | (sport) effect; draaibal; kromme bal |
| kattō-葛藤 | problemen [moeilijkheden; onenigheid; geschillen] tussen mensen |
| kattobasu-かっ飛ばす | (hard) slaan; meppen |
| kattoin-カットイン | tussen beide komen; in de rede vallen |
| katto・auto-カット・アウト | (in de montage van films, e.d.) uit-monteren, het wegsnijden van delen van de opname |
| kau-買う | accepteren; aannemen |
| kawaakari-川明かり | glans [oplichten] van een rivier in de schemering |
| kawaasobi-川遊び | rivier recreatie (varen, zwemmen, etc.) |
| kawago-皮籠 | een mand bekleed met leer (of met papier) |
| kawaige-かわいげ | charme |
| kawaisō-かわいそう | zielig [meelijwekkend] zijn |
| kawanagare-川流れ | het meegesleurd worden door de rivier |
| kawaoto-川音 | het geruis [gekabbel] van een rivier; geluid van stromend (rivier) water |
| kawaru-代わる | vervangen worden; invallen; de plaats innemen (van); vertegenwoordigen |
| kawase-川瀬 | ondiep gedeelte van een rivier met snelle stroming |
| kawasehendō-為替変動 | koersschommelingen; het schommelen van de wisselkoers |
| kawatarō-河太郎 | (lett. rivierkind) een (aap-kikkerachtig) watermonster uit de Japanse mythologie, met een met vocht gevulde holte op het hoofd waar hij kracht uit put |
| kawato-革砥 | aanzetriem (voor een scheermes) |
| kayaku-加薬 | adjuvans [adjuvant] (niet werkzame stof die wordt toegevoegd aan medicijnen om hun werking te verbeteren) |
| kayari-蚊遣り | (om insecten te verjagen) smeulend rokerig vuur; rookpotje |
| kayaribi-蚊遣り火 | (om insecten te verjagen) smeulend rokerig vuur; rookpotje |
| kayoi-通い | het komen en gaan; verkeer |
| kayoiji-通い路 | (hist.) hoofdweg met poststations en pleisterplaatsen |
| kayou-通う | gelijkenis tonen; overeenkomen; lijken op |
| kayou-通う | elkaar begrijpen; overbrengen [uitdrukken; mededelen] (van een gedachte, e.d.) |
| kazamidori-風見鶏 | opportunist; draaier; iemand die met alle winden meewaait |
| kazaore-風折れ | door de wind geveld [afgebroken] (van bomen e.d.) |
| kazarimono-飾り物 | ornament; decoratie; versiering |
| kazegusuri-風邪薬 | medicijn tegen verkoudheid |
| kazeishotoku-課税所得 | belastbaar inkomen |
| kazō-加増 | toename; uitbreiding (van toelage, bezit, domein, e.d.) |
| kazoe-数え | leeftijd berekend volgens traditioneel Japans systeem (van één jaar oud bij de geboorte, met één jaar toegevoegd bij elk nieuwjaar) |
| kazoeageru-数え上げる | tellen; (bij elkaar) optellen; opsommen; opnoemen |
| kazoedoshi-数え年 | leeftijd berekend volgens traditioneel Japans systeem (van één jaar oud bij de geboorte, met één jaar toegevoegd bij elk nieuwjaar) |
| kazokuseido-家族制度 | toonbeeld [normen] voor het familieleven |
| kazokuseido-家族制度 | systeem van erfgoed, familie-zijtakken [afstammelingen] en aftredingen van familiehoofden ter voortzetting en behoud van de familie |
| kazu-数 | cijfer; nummer |
| kē-ケー | k, afk. voor Korea (in samenstellingen, zoals k-pop) |
| kechijū-結集 | (boeddh.) concilie; samenkomst; vergadering (voor de samenstelling van soetra's op schrift) |
| kedamono-獣 | een bruut; beest; onmens; barbaar; schoft |
| kedamono-獣 | een (viervoetig) dier [beest] met een vacht |
| kedo-けど | toch? (een partikel aan het eind van een elliptische zin waarmee de reactie van de gesprekspartner gepeild wordt) |
| keganin-怪我人 | gewonde(n); gewonde mensen |
| kegare-汚れ | vlek; smet; vervuiling |
| kegi-化儀 | onderwijsmethode van de boeddhistische leer |
| kego-毛蚕 | net uit het ei gekomen (harige) zijderups |
| kegon-華厳 | (afk. voor) de Kegon-school van boeddhisme |
| kegon-華厳 | (afk. voor) de bloemenkrans soetra |
| kegon-華厳 | (bloemenkrans als metafoor voor) de verlichting |
| kegonkyō-華厳経 | de bloemenkrans soetra |
| kegonshū-華厳宗 | de Kegon-school van boeddhisme |
| kehheru-ケッヘル | Ludwig von Köchel (1800-1877), Oostenrijkse jurist en musicoloog (bekend van de catalogus van de werken van Mozart die hij samenstelde) |
| kehherubangō-ケッヘル番号 | KV-nummer, indexnummer in de Mozart catalogus van Ludwig von Köchel |
| kehō-化法 | boeddhistische leer; boeddhisme |
| kei-卿 | heer; lord; meester |
| keibō-閨房 | slaapkamer; vrouwenvertrek; boudoir |
| keichitsu-啓蟄 | het ontwaken der insecten; de dag dat insecten na de winter uit de grond komen (ca. 6 maart) |
| keidanren-経団連 | (afk. van) de Japanse Federatie van Economische Organisaties (met als doelstelling de economische groei te stimuleren) |
| keiei-経営 | bestuur; beheer; management |
| keieikiban-経営基盤 | managementbasis; zakelijk fundament |
| keieisenryaku-経営戦略 | managementstrategie |
| keifu-系譜 | verbinding [relatie] tussen groepen (mensen of dingen); tak |
| keigu-敬具 | Hoogachtend (formele standaarduitdrukking om een brief af te sluiten) |
| keigun-鶏群 | een samenkomst [bijeenkomst] van gewone mensen |
| keihin-景品 | relatiegeschenk (aan klanten van een winkel, deelnemers aan een evenement, e.d.) |
| keiin-契印 | een contractzegel (stempel) dat over twee bladzijden wordt gedrukt om aan te tonen dat ze één document vormen |
| keiji-掲示 | een mededeling [bulletin; aankondiging; proclamatie] aanplakken |
| keijiban-掲示板 | prikbord; mededelingenbord |
| keijijō-形而上 | het metafysische; het bovennatuurlijke |
| keijijōgaku-形而上学 | metafysica |
| keijika-形而下 | het fysische; het fysieke (overeenkomend met de natuur) |
| keijishūkyō-啓示宗教 | (door God aan de mensen) geopenbaarde religie |
| keijō-形状 | vorm; structuur; uiterlijke kenmerken |
| keijō-計上 | het opnemen van alle kosten [bedragen] in een totale berekening |
| keijoshi-係助詞 | verbindend partikel (waarmee een specificatie verderop in de zin wordt gekoppeld aan hetgeen ervoor staat (wa, mo, koso, demo, shika, sae, dani) |
| keikaku-計画 | plan; schema; voornemen |
| keikan-挂冠 | ontslagname [aftreden] uit een overheidsfunctie [ambt] |
| keikenron-経験論 | empirisme |
| keikensuru-経験する | ervaren; meemaken |
| keiki-景気 | levendigheid; energie; enthousiasme |
| keikihendō-景気変動 | economische fluctuaties [schommelingen] |
| keikinzoku-軽金属 | lichtmetaal; lichte metalen |
| keikō-携行 | het iets meenemen [bij zich dragen] (tijdens een reis, tocht, e.d.) |
| keikodai-稽古台 | trainingsruimte; oefenruimte (met houten vloer) |
| keiku-警句 | aforisme; zinspreuk; epigram |
| keimosenseikunshu-啓蒙専制君主 | verlicht despotisme |
| keiren-痙攣 | stuiptrekking; spasme; kramp |
| keiretsu-系列 | conglomeraat; samengestelde onderneming |
| keiretsu-系列 | serie; (samen)stelsel; opeenvolging |
| keirishi-計理士 | boekhouder (zonder de formele certificering van registeraccountant) |
| keiro-毛色 | haarkleur (bij mensen); de kleur van de vacht (bij dieren) |
| keiryō-計量 | meting; weging; het meten; het wegen |
| keiryōkeizaigaku-計量経済学 | (de studie) econometrie |
| keisaku-警策 | (zen-boeddh.) lat om een slag te geven op de rechterschouder van een meditatie-beoefenaar ter waarschuwing om niet te verslappen |
| keisanpu-経産婦 | multipara; vrouw die meerdere kinderen heeft gebaard |
| keisanzuku-計算尽く | berekenend; met voorbedachten rade; overwogen |
| keisei-傾城 | escortdame; prostitué |
| keisei-形声 | een kanji (karakter) met een semantisch en een fonetisch element |
| keisen-係船 | het afmeren [aanleggen] van een schip |
| keisen-経線 | parallel van de lengtegraad [meridiaan] |
| keisenfuhyō-係船浮標 | meerboei; tuiboei (scheepvaart) |
| keishichō-警視庁 | hoofdstedelijke politie; politiekorps van Tokio (MPD, Metropolitan Police Department) |
| keishiki-形式 | (fil.) de structuur van de verschillende elementen tesamen; de essentiële vorm van iets; het essentiële kenm |
| keishiki-形式 | vorm; frame; raamwerk; formaliteit |
| keishiki-形式 | de stijl; kenmerk; wijze; type |
| keishikibaru-形式張る | (te) formeel [stijf; ceremonieel] zijn |
| keishikishugi-形式主義 | formalisme (vasthouden aan vorm, principes en regels, meer dan aan betekenis of inhoud) |
| keishikiteki-形式的 | formeel; uiterlijk; oppervlakkig |
| keishitsu-形質 | eigenschap; vorm; kenmerk |
| keishitsu-形質 | allel; allelomorf; morfologisch kenmerk |
| keitai-携帯 | het bij zich dragen; meenemen; meebrengen |
| keitai-敬体 | (taalkunde) beleefde [respectvolle; formele] stijl (desu-masu) |
| keiyakusaki-契約先 | bedrijf of persoon die een contract met een zakelijke partner heeft |
| keizaika-経済家 | een spaarzame [zuinige; gierige] persoon; krent; vrek |
| keizaisangyōshō-経済産業省 | (sinds 2001) Ministerie van Economie, Handel en Industrie (METI) |
| keizaisōgoenjokaigi-経済相互援助会議 | Comecon, Council for Mutual Economic Assistance (een economisch samenwerkingsverband tussen communistische landen, opgericht in 1949) |
| kekkai-結界 | afbakeningen [houten hekken] tussen de binnenste- en buitenste heiligdommen van een tempel, of tussen de zitplaatsen van monniken en leken |
| kekkai-結界 | (in het esoterisch boeddhisme) het zuiveren van een specifiek gebied door het vormen van mudra's en het reciteren van mantra's |
| kekkan-欠陥 | nalatigheid; tekortkoming; gebrek; onvolkomenheid; defect; tekort; ontoereikendheid |
| kekkaron-結果論 | oordeel [mening; advies] achteraf geformuleerd, nadat de feiten [resultaten] bekend zijn |
| kekki-決起 | het vastbesloten [resoluut] in actie komen; daadkrachtig optreden; opspringen |
| kekki-血気 | vitaliteit; onstuimigheid; geestdrift; (jeugdig) enthousiasme |
| kekkō-決行 | actie [handeling] met vastberadenheid [doorzettingsvermogen] |
| kekkyo-穴居 | het wonen in een grot; hopbewoning; troglodytisme |
| kekomi-蹴込み | de plek waar men de schoenen uittrekt (b.v. in de gang van het huis) |
| keman-華鬘 | niervormige versieringen (van metaal, hout of leer), vaak met belletjes eraan (opgehangen in het binnenste heiligdom van boeddhistische tempels) |
| kemono-獣 | een (viervoetig) dier [beest] met een vacht |
| kemu-けむ | (vaak gebruikt met woorden die twijfel uitdrukken over oorzaken of redenen van iets in het verleden) waarschijnlijk omdat; om de een of andere reden |
| kemui-煙い | benauwd door (het inademen van) rook; brandend [prikkend] (in de ogen) door rook |
| ken-間 | lengte eenheid (ca. 1.818 meter) |
| kenbangakki-鍵盤楽器 | keyboard (instrument) |
| kenbi-兼備 | (van meerdere dingen) gelijktijdig bezit; combinatie |
| kenchiikichi-検知閾値 | meetdrempel; minimale te meten waarde |
| kenchin-巻繊 | gehakte groenten (zoals daikon, wortels en shiitake) gebakken en samen met verkruimelde tofu gewikkeld in gedroogde tofuvellen en gefrituurd |
| kendakueki-懸濁液 | (chemie) suspensie; mengsel |
| kendon-慳貪 | gebrek aan mededogen; wreedheid; onvriendelijkheid; kwaadaardigheid |
| kenga-懸河 | snelle stroom; snel stromende rivier; stroomversnelling |
| kengan-検眼 | oogonderzoek; oogmeting; optometrie |
| kengan'i-検眼医 | optometrist |
| kengeki-剣劇 | een toneelstuk [film] waarin zwaardgevechten voorkomen |
| kengen-建言 | een petitie [voorstel; suggestie; mening] geven aan een hogere ambtenaar [overheidsinstantie] |
| kengen-献言 | het advies [voorstel] (gegeven aan een meerdere) |
| kengen-献言 | het geven van een mening [voorstel; advies] (aan een meerdere) |
| kengensuru-献言する | een mening [voorstel; advies] geven (aan een meerdere) |
| kengi-建議 | voorstel; petitie; verzoekschrift; memorandum |
| kengō-剣豪 | een meester in het zwaardvechten |
| kengu-賢愚 | wijsheid en domheid; de wijze [slimme] en de dwaze [domme] |
| kengyō-顕教 | exoterisch boeddhisme |
| kenji-献辞 | dedicatie; opdracht (woorden van toewijding waarmee een werk aan iemand wordt opgedragen) |
| kenjinkai-県人会 | prefectuur-vereniging; vereniging [bijeenkomst] van mensen die uit dezelfde prefectuur afkomstig zijn |
| kenjiru-献じる | iets aanbieden [geven] aan een meerdere [hoger geplaatste] |
| kenjutsu-剣術 | schermen; kendo; zwaardvechten |
| kenka-献花 | bloemenoffer; het offeren van bloemen |
| kenkai-見解 | mening; opvatting; standpunt |
| kenkaku-剣客 | zwaardvechter; (kendo) schermer |
| kenkashokubutsu-顕花植物 | fanerogamen; zaadplanten |
| kenkō-兼行 | het meerdere dingen tegelijkertijd doen |
| kenkōjōtai-健康状態 | lichamelijke conditie; staat van gezondheid; gezondheidstoestand |
| kenkon-乾坤 | twee van de acht elementen in de I-ching voorspelling |
| kenkon-乾坤 | hemel en aarde; het heelal; universum |
| kenkōshindan-健康診断 | medisch onderzoek; medische controle |
| kenkyaku-剣客 | zwaardvechter; (kendo) schermer |
| kenkyō-牽強 | verdraaiing van de feiten; kromme redenatie |
| kenkyūkaihatsu-研究開発 | Onderzoek en Ontwikkeling (Research and development, R&D) |
| kennawa-間縄 | een touw dat wordt gebruikt voor landmetingen |
| kenpaku-建白 | petitie; verzoekschrift; memorandum |
| kenpakusho-建白書 | petitie; verzoekschrift; memorandum |
| kenpi-建碑 | de oprichting [plaatsing] van een monument [gedenksteen] |
| kenpōihan-憲法違反 | handelen in strijd met de grondwet; ongrondwettig [inconstitutioneel] handelen |
| kenpōkinenbi-憲法記念日 | Dag van de Grondwet (in Japan op 3 mei) |
| kenpujin-賢夫人 | een wijze [slimme] vrouw [echtgenote] |
| kenryo-賢慮 | (beleefde verwijzing naar) de overwegingen [gedachten; mening] van een ander |
| kenryōkan-検量官 | waagmeester |
| kensaku-検索 | het opzoeken (b.v. in een woordenboek); het zoeken naar bepaalde informatie [gegevens] (in documenten, op internet, etc.) |
| kensaku-献策 | suggestie; voorstel (aan een meerdere; hogere in rang) |
| kenshi-献詞 | dedicatie; opdracht (woorden van toewijding waarmee een werk aan iemand wordt opgedragen) |
| kenshikan-検視官 | patholoog-anatoom; lijkschouwer; forensisch-medisch specialist |
| kenshin-健診 | medisch onderzoek; medische controle |
| kenshin-検診 | medisch onderzoek; geneeskundige keuring; medische controle |
| kenshin-検針 | opname van de (gas-, water-. elektriciteits-)meterstand |
| kenshinsuru-検針する | de (gas-, water-. elektriciteits-)meterstand opnemen |
| kenshō-乾象 | hemel; astronomisch verschijnsel; weersomstandigheden (over tijdsduur en plaats) |
| kenshō-見性 | (zen-boeddhisme) het zien van de eigen ware aard |
| kensui-懸垂 | een fitnessoefening waarbij men zichzelf optrekt aan een stang |
| kensuru-験する | testen; toetsen; (uit)proberen; experimenteren |
| kentai-献体 | lichaamsdonatie; terbeschikkingstelling van het lichaam na de dood (voor medisch onderzoek) |
| kenwan-懸腕 | bij kalligrafie, het schrijven met de rechterarm (met het penseel) recht omhoog en de elleboog vrij (voor het schrijven van grote karakters) |
| kenwanchokuhitsu-懸腕直筆 | bij kalligrafie, het schrijven met de hand met het penseel rechtop en de elleboog opzij |
| kenzan-剣山 | bloemenprikker (gebruikt bij ikebana (bloemschikken) |
| kenzuru-献ずる | iets aanbieden [geven] aan een meerdere [hoger geplaatste] |
| ken'i-権威 | kenner van; expert [meester; autoriteit] in |
| ken'in-検印 | keurstempel; waarmerk; goedkeuringsstempel |
| ken'on-検温 | lichaamstemperatuur meting |
| keotosu-蹴落とす | met ellenbogenwerk hogerop komen; carrière maken ten koste van anderen |
| keppan-血判 | met bloed bezegelen (om trouw en saamhorigheid te zweren) |
| keppeki-潔癖 | mysofobie; infectievrees; smetvrees |
| keppekishō-潔癖症 | smetvrees; mysofobie |
| keppitsu-欠筆 | weglating van een gedeelte van een karakter (ter vermijding van taboeonderwerpen, of om personen niet bij naam te noemen) |
| keshigomu-消しゴム | een gum(metje); vlakgom |
| keshiki-景色 | bijzondere artistieke elementen (zoals afwerking e.d.) in (hoge kwaliteit) theegerei van de theeceremonie |
| keshiki-気色 | stemming; humeur; gevoel |
| keshin-化身 | incarnatie; manifestatie; het verschijning van goden, Boeddha's, demonen, e.d, in menselijke vorm |
| keshō-化粧 | make-up; opmaak; cosmetica |
| keshōhin-化粧品 | schoonheidsproduct; cosmetisch product |
| kessaku-傑作 | meesterwerk (literatuur, kunst, etc.) |
| kessetsu-結節 | knoop (samengebonden) |
| kessetsu-結節 | (med.) knobbel; nodus; knoop |
| kesshi-決死 | grote moed; dapperheid (met bereidheid om desnoods te sterven) |
| kesshin-決心 | beslissing; voornemen; besluit |
| kesshinsuru-決心する | beslissen; besluiten; zich voornemen |
| kessho-血書 | het schrijven met (eigen) bloed; een document geschreven met bloed |
| kesshotangan-血書嘆願 | een petitie geschreven met bloed |
| kesshū-結集 | samentrekking; bijeenbrenging; mobilisatie; verbinding |
| kesshūsuru-結集する | verzamelen; bijeenbrengen; mobiliseren |
| kesshutsu-傑出 | voortreffelijk [gerenommeerd; vooraanstaand; gedistingeerd] zijn |
| kesuji-毛筋 | strepen [strengen] na het kammen van het haar |
| kesuta-ケスタ | (geologie) cuesta (steilwandige reliëfvorm, asymmetrische berg of heuvel) |
| kēsu・sutadī-ケース・スタディー | (onderzoeksmethode) casestudy; gevalsstudie |
| ketaguri-蹴手繰り | (sumo) techniek waarbij het lichaam van de tegenstander met de hand uit balans wordt getrokken na een trap tegen het been |
| ketsuatsukei-血圧計 | bloeddrukmeter |
| ketsuban-欠番 | ontbrekend [weggelaten; overgeslagen] nummer [getal] |
| ketsugo-結語 | conclusie; afronding; eindresultaat; slotopmerkingen; epiloog |
| ketsui-決意 | besluit; (vast) voornemen; bedoeling; vastberadenheid |
| ketsujitsu-結実 | de vruchtvorming [het vruchtdragend zijn] van planten en bomen |
| ketsujō-欠場 | afwezigheid; het ontbreken; niet (komen) opdagen |
| ketsujū-結集 | (boeddh.) concilie; samenkomst; vergadering (voor de samenstelling van soetra's op schrift) |
| ketsurei-欠礼 | het nalaten iemand te begroeten [te complimenteren]; gebrek aan respect [beleefdheid; manieren] |
| ketsuyūbyō-血友病 | (med.) hemofilie; bloederziekte |
| ki-機 | machine; apparaat; mechanisme |
| ki-気 | geest; humeur; gevoel |
| ki-生 | onvermengd; zuiver |
| ki-飢 | honger; omkomen van de honger; hongerdood |
| kiatsukei-気圧計 | barometer |
| kiawaseru-来合わせる | toevallig (langs) komen [gaan] |
| kibangan-基盤岩 | grondgesteente; moedergesteente; fundament |
| kibarashi-気晴らし | afleiding; ontspanning; amusement |
| kibataraki-気働き | tact; meelevendheid; (snel van) begrip; inzicht |
| kibi-機微 | geheimen; innerlijke kenmerken |
| kibidango-黍団子 | zoete deegballetjes gemaakt van gierstmeel |
| kibidango-黍団子 | noedels gemaakt van gierstmeel |
| kibishii-厳しい | streng; strict; scherp; hard; wreed; meedogenloos |
| kībōdo-キーボード | keyboard (muziekinstrument); toetsenbord |
| kiboku-亀卜 | waarzeggerij met behulp van het schild van een schildpad (door dat te verbranden en daarna het patroon van de scheuren die waren ontstaan te bekijken) |
| kibu-基部 | basis; fundament; fundering |
| kibun-気分 | gevoelens; stemming; humeur |
| kibutsu-器物 | algemene term gebruikt voor apparaten en gebruiksvoorwerpen |
| kibutsu-帰仏 | bekering tot het Boeddhisme |
| kibyō-奇病 | zeldzame ziekte (waarvan oorzaak en geneesbaarheid niet bekend zijn) |
| kichi-既知 | bekendheid; (algemeen) bekend zijn |
| kichigai-気違い | waanzin; enthousiasme |
| kichinichi-吉日 | een geluksdag; een goede dag; een dag met goede voortekenen |
| kidō-軌道 | baan; orbit (van een hemellichaam); traject |
| kidoairaku-喜怒哀楽 | de 4 menselijke emoties: vreugde, woede, verdriet en plezier |
| kidōsha-気動車 | een dieseltrein; een trein met een verbrandingsmotor |
| kie-帰衣 | aanvaarding van een geloof (shinto, boeddhisme, e.d.) |
| kieiru-消え入る | geleidelijk vervagen [verdwijnen; afnemen]; wegsterven |
| kienokoru-消え残る | (over)blijven; achterblijven; blijven liggen [smeulen] |
| kieru-消える | uitgaan (vuur, etc.); verdwijnen; smelten |
| kifu-寄付 | schenking; donatie (aan tempels, heiligdommen, kerken, scholen, etc.) |
| kifutsu-帰仏 | bekering tot het Boeddhisme |
| kigan-奇岩 | vreemd gevormde rots; (grote) rots met een grillige vorm |
| kigeki-喜劇 | een komedie; blijspel |
| kigen-機嫌 | stemming; gemoedstoestand; humeur |
| kigenso-希元素 | een zeldzaam element |
| kigentsukitegatakaisōba-期限付手形買相場 | markt voor het kopen van facturen met een vaste looptijd |
| kigō-記号 | symbool; karakter; teken; merkteken |
| kigokoro-気心 | temperament; geaardheid; karakter; inborst |
| kigu-器具 | werktuig; instrument; gereedschap |
| kigumi-木組み | houten frame |
| kigumi-気組み | mentale houding; denkwijze; instelling; bedoeling |
| kigumi-気組み | bereidheid, enthousiasme; ijver |
| kigurō-気苦労 | mentale uitputting (door zorg(en), angst, ongerustheid, etc.) |
| kigyō-企業 | onderneming; bedrijf; zaak; firma; maatschappij; coöperatie; ondernemerschap |
| kigyōka-企業家 | ondernemer; industrieel |
| kigyōkeiretsu-企業系列 | concern; conglomeraat |
| kigyōsekinin-企業責任 | maatschappelijk verantwoord ondernemen; collectieve verantwoordelijkheid |
| kihaku-希薄 | gebrek aan enthousiasme [aandacht; inhoud]; slap [ongeïnteresseerd] zijn |
| kihan-羈絆 | het vastbinden (van dieren e.d.) met touwen |
| kihan-羈絆 | belemmering; dwang |
| kihin-気稟 | aangeboren karakter [aard; temperament] |
| kihon-基本 | basis; fundament; standaard |
| kihonteki-基本的 | fundamenteel; basaal; standaard |
| kijiku-基軸 | basis; fundament; hoeksteen |
| kijiku-機軸 | plan; methode |
| kijin-貴人 | iemand met een hoge sociale status; iemand uit een hoogstaande familie; edelman |
| kijo-貴女 | vrouw met hoge sociale status; edelvrouw; dame |
| kijo-鬼女 | kenau; gemene vrouw |
| kikagaku-幾何学 | meetkunde; geometrie |
| kikagakutekina-幾何学的 | geometrisch |
| kikai-器械 | machine; apparaat; instrument |
| kikaigaku-機械学 | mechanica |
| kikaika-機械化 | mechanisering; mechanisatie |
| kikaikō-機械工 | monteur; mecanicien; werktuigkundige |
| kikairon-機械論 | (filosofie) mechanisme |
| kikaitaisō-器械体操 | toestelturnen; het turnen [gymnastiek] met gebruik van toestellen |
| kikaiteki-機械的 | mechanisch |
| kikakaru-来掛かる | toevallig (langs) komen |
| kikakuhan-規格判 | standaard afmeting [maat; grootte] |
| kikamei-帰化名 | de naam die men aanneemt na naturalisatie |
| kikanshitsu-機関室 | machinekamer |
| kikarasuuri-黄烏瓜 | Chinese komkommerplant (Trichosanthes kirilowii) |
| kikaseru-聞かせる | laten weten [horen]; (iemand over iets) informeren; (iemand iets) vertellen |
| kiken-棄権 | onthouding van stemmen; afstand doen van een recht |
| kiken-貴顕 | iemand met een goede [grote] reputatie [status] |
| kikensha-棄権者 | niet-stemmer; iemand die zich onthoudt van stemming |
| kikenshinshi-貴顕紳士 | edele, vooraanstaande heer; persoon met een hoge status [aanzien; invloed] |
| kikiawaseru-聞き合わせる | inlichtingen inwinnen; informeren (naar); navragen |
| kikihoreru-聞き惚れる | in vervoering gebracht worden (door muziek); met overgave luisteren |
| kikiireru-聞き入れる | goed luisteren naar; (iemand's advies) volgen; toestemmen; toegeven |
| kikikaesu-聞き返す | een tegenvraag stellen; een vraag met een wedervraag beantwoorden |
| kikikanri-危機管理 | crisismanagement |
| kikinaosu-聞き直す | opnieuw informeren [vragen] |
| kikinzoku-貴金属 | edelmetaal |
| kikioyobu-聞き及ぶ | (iets) horen [vernemen]; lucht krijgen (van) |
| kikitogameru-聞き咎める | terechtwijzen; berispen; aanmerkingen hebben (op); in twijfel trekken (wat iemand zegt) |
| kikka-菊花 | wierook (van kruidnagel, agarhout en muskus) met een geur die doet denken aan chrysanten |
| kikkai-奇っ怪 | vreemd [merkwaardig; mysterieus; raar] zijn |
| kikō-気候 | klimaat; het weer; meteorologische omstandigheden |
| kikoeru-聞こえる | klinken [overkomen] als; interpreteren |
| kikōka-寄稿家 | (aan krant, tijdschrift, etc.) bijdrager; medewerker; inzender |
| kikoku-鬼哭 | (arch.) het gejammer en geweeklaag van een rusteloze geest of dode ziel |
| kikomu-着込む | zich extra kleden; verschillende lagen kleding over elkaar dragen; formele kleding dragen |
| kikōshi-貴公子 | een jongeman met een adellijk [edel; nobel] voorkomen [gelaat] |
| kiku-聞く | horen; luisteren; vernemen |
| kiku-聞く | vragen (om informatie); informeren |
| kikusuru-掬する | iemand begrijpen; zich inleven; meeleven; empathie tonen |
| kikusuru-掬する | (water) scheppen met beide handen |
| kikuzu-木屑 | (hout)zaagsel; zaagmeel; houtpulp |
| kikuzure-着崩れ | verfomfaaid [vormeloos; versleten; afgedragen] zijn |
| kikuzusu-着崩す | formele kleding losser [stijlvoller] dragen |
| kikyō-帰京 | terugkeer naar de hoofdstad (voor de Meiji-periode was dat Kyoto, daarna Tokio) |
| kikyū-企及 | poging [inspanning] (om iets te bereiken, je achterstand in te halen, of gelijk te komen) |
| kimama-気儘 | koppigheid; egoïsme; eigenbelang |
| kimama-気儘 | zorgeloosheid; onbekommerdheid |
| kimarikitta-決まり切った | vastgesteld; definitief; overeengekomen |
| kimariwarui-決まり悪い | zich schamen; verlegen [beschaamd] zijn |
| kimatsushiken-期末試験 | tentamen aan het eind van een semester |
| kimatte-決まって | altijd; gewoonlijk; meestal |
| kimekominingyō-木目込み人形 | traditionele Japanse houten pop (gemaakt met een techniek waarbij in smalle groeven stof wordt gelijmd om de pop aan te kleden) |
| kimekomu-決め込む | veronderstellen; zonder meer aannemen; overtuigd zijn van; voorbarige conclusies trekken |
| kimekomu-決め込む | volharden; vasthouden aan; doorgaan met |
| kimerashōhin-キメラ商品 | een product met meerdere functies (b.v. een radiowekker) |
| kimi-君 | jij (familiair, informeel) |
| kimitsu-機密 | geheim; geheime informatie; geheimhouding |
| kimitsu-気密 | luchtdicht [hermetisch afgesloten] zijn |
| kimitsubunsho-機密文書 | vertrouwelijke [geheime] documenten |
| kimitsuhi-機密費 | geheime begroting [fondsen] |
| kimitsujikō-機密事項 | vertrouwelijke [geheime] zaken |
| kimitsushitsu-気密室 | luchtdichte kamer |
| kimitsushorui-機密書類 | vertrouwelijke [geheime] documenten |
| kimyō-奇妙 | eigenaardigheid; merkwaardigheid |
| kimyōchōrai-帰命頂礼 | formeel gebed; (buigen tijdens) aanbidding [verering] van Boeddha (of de drie juwelen van het boeddhisme) |
| kin-琴 | qin, antiek Chinees snaarinstrument |
| kin-菌 | schimmel (organisme) |
| kin-金 | (één van de vijf elementen van de Chinese filosofie) metaal |
| kinbae-金蠅 | een bromvlieg, Chrysomya megacephala |
| kinbuchi-金縁 | gouden rand; gouden frame |
| kinbyōbu-金屏風 | een kamerscherm bedekt met bladgoud |
| kinchō-金打 | een plechtige belofte [eed] (afgelegd door samoerai met hun zwaarden tegen elkaar gedrukt, en door vrouwen met spiegels) |
| kindei-金泥 | goudverf; goudpigment |
| kindenkei-筋電計 | elektromyograaf (instrument voor spierkrachtmetingen) |
| kindenzu-筋電図 | elektromyogram (weergave van de elektrische stromen in spieren door een elektromyograaf) |
| kinenbutsu-記念物 | monument |
| kinenhi-記念碑 | monument; gedenksteen; gedenkplaats |
| kinezuka-杵柄 | de houten hamer [stamper] waarmee rijstdeeg wordt gestampt |
| kingaku-菌学 | mycologie (studie van schimmels en paddenstoelen) |
| kinhangen-禁反言 | estoppel (juridisch principe dat voorkomt dat iemand recht kan doen gelden dat in strijd is met zijn eerdere handelingen of uitspraken) |
| kinhin-経行 | (zen-boeddh.) loopmeditatie (m.n. als afwisseling met zitmeditatie (zazen) om slaperigheid te voorkomen) |
| kiniiru-気に入る | houden van; leuk vinden; blij zijn met |
| kinin-帰任 | (na een tijdelijke afwezigheid) het terugkeren naar [opnieuw opnemen van] een functie [betrekking; dienst] |
| kinisuru-気にする | onnnodig veel aandacht aan iets besteden; ergens teveel mee bezig zijn |
| kinisuru-気にする | zich zorgen maken over; ergens om geven; zich bemoeien met |
| kinji-金地 | gouden ondergrond (op kamerscherm etc.) |
| kinjiru-禁じる | (met negatie) niet te bedwingen; (zichzelf) niet in bedwang kunnen houden: |
| kinka-槿花 | hibiscusbloem (Althaeastruik, Hibiscus syriacus) (metafoor voor de vergankelijkheid, omdat de bloemen 's ochtends opengaan en 's avonds verwelken) |
| kinkanban-金看板 | een uithangbord met gouden letters [opschrift] |
| kinkangakki-金管楽器 | koperen blaasinstrument |
| kinkei-謹啓 | (beleefde aanhef van een brief) geachte (heer, mevrouw, etc.) |
| kinkei-近景 | de voorgrond; hetgeen men dichtbij ziet |
| kinki-錦旗 | vlag van rood met goud brokaat |
| kinkin-僅僅 | slechts; alleen maar; niet meer dan |
| kinko-近古 | vroeg moderne tijd (In de Japanse geschiedenis verwijst het meestal naar de Kamakura- en Muromachi-periodes) |
| kinkō-金工 | metaalbewerker |
| kinkō-金工 | metaalbewerking |
| kinko-金海鼠 | zeekomkommer (bêche-de-mer) |
| kinkoku-謹告 | beleefde [eerbiedige] aankondiging [mededeling] |
| kinkyō-禁教 | verboden religie [godsdienst] (met name de christelijke godsdienst) |
| kinkyoku-琴曲 | muziek gespeeld op de koto (Japans snaarinstrument); kotomuziek |
| kinkyūsochi-緊急措置 | (het nemen van) noodmaatregelen |
| kinmōru-金モール | een (zijden) stof geweven met gouden draad als inslag |
| kinoborisuru-木登りする | in een boom klimmen |
| kinohorumu-キノホルム | chinoform (antischimmel middel) |
| kinokogari-茸狩り | het (eetbare) paddenstoelen plukken [verzamelen] |
| kinori-気乗り | geïnteresseerd zijn (in); zin hebben om iets te doen; enthousiasme |
| kinpi-金肥 | kunstmest |
| kinrōshazaisankeiseiseido-勤労者財産形成制度 | Werknemers Vermogensvorming Systeem (Eng.: Workers Property Formation System) |
| kinrōshotoku-勤労所得 | inkomen uit arbeid |
| kinrui-菌類 | schimmel; zwam; fungus |
| kinsaku-近作 | iemands laatste [meest recente] werk; iemands allernieuwste werk |
| kinseki-金石 | metalen en edelstenen; metalen en stenen gereedschappen |
| kinsekibun-金石文 | inscriptie op metaal of steen |
| kinsen-琴線 | gevoelige snaar; sentiment; emotie |
| kinsen-琴線 | snaar van een koto (Japans snaarinstrument) |
| kinsenkankaku-金銭感覚 | gevoel voor geld; het goed met geld om kunnen gaan |
| kinsetsu-近接 | nadering; het naderbij [dichterbij] komen |
| kinshigyokuyō-金枝玉葉 | keizerlijke familie [nakomelingen] |
| kinshikanzai-筋弛緩剤 | (medicijn) spierverslapper |
| kinshikan'yaku-筋弛緩薬 | (medicijn) spierverslapper |
| kinshitai-菌糸体 | (schimmel) zwamvlok; mycelium |
| kinsho-謹書 | met respect geschreven |
| kinshuku-緊縮 | samentrekking; inkrimping |
| kintsugi-金継ぎ | kapot aardewerk repareren met goud of zilver (zodat de breuk juist mooi gemaakt wordt, i.p.v. te proberen die onzichtbaar te maken) |
| kinuta-砧 | vollersblok (houten of stenen blok waarmee op stoffen werd geslagen om ze zacht te maken) |
| kinzoku-金属 | metaal |
| kinzokuban-金属板 | metalen plaat |
| kinzokugenso-金属元素 | een metaal (element; bijv. ijzer, cobalt, titanium etc.) |
| kinzokukōgaku-金属工学 | metallurgie |
| kin'en-禁厭 | spreuken voor het voorkomen van ziekten en rampen |
| kin'un-金運 | economische voorspoed; geluk [succes] met geld |
| kin'yokushugi-禁欲主義 | ascetisme |
| kin'yūshōhinka-金融商品化 | commercialisering van een financieel product |
| kin'yūshōhintorihikihō-金融商品取引法 | (Financial Instruments and Exchange Act) Wet op de Financiële Instrumenten en Markten |
| kippu-きっぷ | aard; karakter; temperament |
| kirā-キラー | meedogenloze tegenstander |
| kirara-雲母 | (mineraal) mica; glimmer |
| kiregire-切れ切れ | onsamenhangend |
| kireigoto-奇麗事 | het verdoezelen; verbloemen; iets mooier maken [voorstellen] dan het is |
| kireisappari-奇麗さっぱり | brandschoon; smetteloos |
| kireizuki-奇麗好き | (iemand met) een voorkeur voor netheid |
| kiremono-切れ物 | snijwerktuig; mes |
| kiri-桐 | Anna Paulownaboom (Paulownia tomentosa) |
| kiriageru-切り上げる | beëindigen; stoppen (met); afronden |
| kiriau-切り合う | de degens kruisen (met); vechten met zwaarden |
| kiridashi-切り出し | een puntig mes |
| kiriharau-切り払う | weghakken; wegsnoeien; wieden; (grond) vrijmaken (van bomen, onkruid, etc.) |
| kirikōjō-切り口上 | stijf [formeel] taalgebruik [spreken] |
| kirikorosu-切り殺す | (iem.) doodsteken; neersabelen; doden met een zwaard of mes |
| kirikumu-切り組む | stukken aan elkaar maken; (twee delen) verbinden (met verstek, zwaluwstaartje, e.d.) |
| kirikuzu-切り屑 | (etens)resten; kliekjes; spaanders; houtkrullen; (metaal) slijpsel |
| kirimori-切り盛り | beheer; bestuur; management |
| kirimusubu-切り結ぶ | duelleren; de degens kruisen (met); strijden |
| kirin-騏驎 | Japans biermerk Kirin |
| kirin-騏驎 | mythisch dier in het oude China (met lichaam van een hert, staart van een koe, en hoeven van een paard) |
| kiritsugi-切り継ぎ | het enten (planten en bomen) |
| kiritsugisuru-切り継ぎする | het enten (planten en bomen) |
| kiritsukeru-切りつける | steken [slaan] met een wapen (mes, zwaard, e.d.) |
| kiritsukeru-切り付ける | iemand steken [snijden; verwonden] (met een mes, zwaard, e.d.) |
| kiro-キロ | kilometer |
| kiroku-記録 | verslag; document; notulen; aantekeningen; document |
| kirokueiga-記録映画 | documentaire film |
| kiromētoru-キロメートル | kilometer |
| kirorittoru-キロリットル | kiloliter (kl, volume-eenheid) |
| kīru-キール | kir (witte wijn met cassis) |
| kiru-切る | (snel) (om)draaien; van richting veranderen; (een bal) met effect slaan [gooien] |
| kisai-奇祭 | festival met bijzondere [unieke] onderdelen [gebruiken; rituelen] |
| kisai-記載 | vermelding; beschrijving; inschrijving; invoer |
| kisei-寄生 | parasitisme |
| kisei-棋聖 | een grootmeester van go of shogi (Japans schaken) |
| kisei-気勢 | vastberadenheid; enthousiasme; geestdrift |
| kisei-規制 | regulering; regel; voorschrift; reglement |
| kiseipurankuton-気生プランクトン | aeroplankton; luchtplankton (in de lucht zwevende micro-organismen) |
| kiseki-軌跡 | locus; plaats; (wiskunde) meetkundige plaats; puntenverzameling |
| kisen-機先 | het moment vlak voordat er iets gebeurt |
| kiseru-着せる | bekleden (met); fineren; lakken; pantseren |
| kishagurabu-記者グラブ | Japanse pers-club; groep verslaggevers van specifieke nieuwsorganisaties (met bronnen bij de overheid en bedrijven) |
| kishin-貴紳 | een edelman; een hooggeplaatste [rijke] persoon; iemand met een hoge status |
| kishina-来しな | (shina is een achtervoegsel aan de werkwoordsvorm ki- van kuru (komen)) als je komt; op weg; onderweg |
| kishitsu-気質 | temperament; aard; karakter |
| kisho-奇書 | zeldzaam [waardevol] boek [document]; zeldzame [waardevolle] brief [uitgave] |
| kishō-気性 | temperament; aard; karakter (vaak met negatieve connotatie) |
| kishōchō-気象庁 | Japans Meteorologisch Instituut |
| kishōdai-気象台 | meteorologisch observatorium |
| kishōgaku-気象学 | meteorologie; weerkunde |
| kishōkansokusen-気象観測船 | weerschip (schip gebruikt voor meteorologische waarnemingen) |
| kishōkinzoku-希少金属 | zeldzaam metaal |
| kishoku-気色 | stemming; humeur |
| kishōshippeiyōiyakuhin-希少疾病用医薬品 | weesgeneesmiddel (een geneesmiddel voor een zeldzame ziekte) |
| kishōtenketsu-起承転結 | structuur van klassieke (Chinese) poëzie met introductie (ki), ontwikkeling (shō), wending (ten) en ontknoping (ketsu) |
| kisokōjo-基礎控除 | basisinhouding [standaardinhouding] op (belastbaar) inkomen |
| kisoku-気息 | het ademen; ademhaling |
| kisoku-驥足 | (lett. de benen van een snel paard) een groot talent; een persoon met uitzonderlijk talent |
| kisū-奇数 | oneven getal [nummer] |
| kisuringu-キスリング | soort canvas rugzak voor bergbeklimmen |
| kisuru-帰する | zich overgeven; gehoorzamen |
| kisuru-帰する | resulteren in; leiden tot; aankomen bij; komen tot (een conclusie) |
| kisuru-期する | verwachten; hopen; uitkijken naar; rekenen op; voorzien; een voorgevoel hebben; aan zien komen |
| kisuru-期する | besluiten; (vooraf) beslissen; een besluit nemen |
| kitakusuru-帰宅する | thuiskomen |
| kitamakura-北枕 | ligging met het hoofd naar het noorden gericht (traditionele positie voor dode lichamen; maar taboe voor het gewone slapen) |
| kitanai-汚い | vies; smerig; vuil; rommelig |
| kitei-基底 | basis; fundament |
| kitei-旗亭 | taverne; herberg; restaurant ( van origine in China gemarkeerd met een vlag) |
| kiteretsu-きてれつ | vreemd; raar; ongewoon; merkwaardig |
| kitsuenshitsu-喫煙室 | rookruimte; rookcabine; rookkamer |
| kitteshūshūka-切手収集家 | postzegelverzamelaar |
| kiwa-際 | tijd; tijdstip; (specifiek) moment |
| kiwaku-木枠 | houten frame |
| kiwametsuki-極めつき | erkend; uitmuntende; met een uitstekende reputatie |
| kiwametsuki-極めつき | gewaarmerkt, gecertificeerd |
| kiyō-紀要 | door universiteiten of onderzoeksinstellingen gepubliceerde uitgave (met artikelen, onderzoeksverslagen, etc.) |
| kiyūkyoku-嬉遊曲 | (muziek) divertimento |
| kizu-傷 | beschadiging; kras; mankement |
| kizuato-傷跡 | (fig.) littekens (b.v. in het landschap met verroest oorlogsmateriaal e.d.) |
| kizukai-気遣い | zorg; bedachtzaamheid; attentheid; voorkomendheid |
| kizuku-気づく | opmerken; bemerken; beseffen; in de gaten hebben |
| kko-っこ | (achtervoegsel) net zoals; met elkaar; gezamenlijk |
| kkya-っきゃ | (met ontkenning, drukt uit een intentie of beperking) slechts; enkel; alleen |
| kō-公 | lord [heer, vorst, meester] (achter voornaam of eigennaam) |
| kō-口 | woord gebruikt voor het tellen van personen, instrumenten, apparaten, etc. |
| kō-校 | (in kanji combinaties) drukproef; revisie; gecorrigeerde proef (van een boek, document, etc.); telwoord voor het aantal revisies |
| kō-江 | (oude naam voor) het Biwa meer |
| ko-股 | (van een mens) onderbuik; kruis; lies |
| koagari-小上がり | verhoogde zitruimte met tatami-matten (gebruikelijk in Japanse traditionele restaurants) |
| koaji-小味 | kleine prijsschommelingen op de handelsmarkt |
| kōan-公案 | een officieel document (oorspronkelijk Chinees) |
| kōan-公案 | (Zen Boeddhisme) kōan, een schijnbaar onoplosbaar vraagstuk (voorgelegd door een meester aan een leerling) |
| koatari-小当たり | het uithoren; (fig.) peilen; poolshoogte nemen |
| kōatsuzai-降圧剤 | medicijn om de bloeddruk te verlagen; bloeddrukverlagend middel |
| koaza-小字 | kleine bestuurlijke eenheid [klein administratief onderdeel] van een dorp, gemeente, etc |
| koa・shisutemu-コア・システム | bouwconstructiesysteem, waarbij gemeenschappelijke voorzieningen (machinekamers, trappen, toiletten, liften) middenin een gebouw worden geïnstalleerd |
| koa・taimu-コア・タイム | bloktijd (tijd waarin alle werknemers met variabele werktijden aanwezig moeten zijn) |
| kōbaikanri-購買管理 | inkoopmanagement; inkoopbeheer |
| kōbaisū-公倍数 | (wiskunde) gemene [gemeenschappelijke] veelvoud |
| kobaka-小馬鹿 | een dwaas; een domme persoon |
| kōbaku-広漠 | onmetelijke uitgestrektheid |
| kobamu-拒む | verhinderen; versperren; beletten; belemmeren |
| kobaruto-コバルト | kobalt (chem. element) |
| kobiru-媚びる | vleien; stroopsmeren; slijmen; flirten |
| kōbo-公募 | algemene [openbare] oproep voor bijdragen; advertentie |
| kōbō-弘法 | Kobodaishi, aanspreektitel voor Kukai (stichter van het Shingon Boeddhisme en beroemd om zijn calligrafeerkunst) |
| kōbōdaishi-弘法大師 | Kobodaishi, aanspreektitel voor Kukai (stichter van het Shingon Boeddhisme en beroemd om zijn calligrafeerkunst) |
| kōboku-香木 | welriekend hout; een houtsoort [boom] met een aangename geur |
| koboreru-零れる | morsen; overstromen; overlopen; eruit vallen |
| koboreru-零れる | naar buiten komen; zichtbaar zijn |
| koboru-コボル | (common business oriented language) COBOL, een computer programmeertaal |
| kobukusha-子福者 | een persoon die gezegend is met veel kinderen |
| kōbunsho-公文書 | overheidsdocument |
| kōchaku-膠着 | het vastkleven; vastplakken; samenkleven; aankoeken |
| kōchi-公知 | algemene bekendheid |
| kōchisei-向地性 | geotropie; geotropisme (het verschijnsel dat plantenwortels groeien in de richting van de zwaartekracht) |
| kōchō-紅潮 | menstruatie |
| kōchō-高調 | enthousiasme; opgetogenheid |
| kōchōdōbutsu-腔腸動物 | coelenterata; holtedieren; diblastische organismen |
| kōda-好打 | (honkbal) goede slag (op het juiste moment) |
| kodachi-木立 | een groep (dicht op elkaar staande) bomen |
| kodaiko-小太鼓 | kleine trom [trommel] |
| kodaimōsōkyō-誇大妄想狂 | grootheidswaan; megalomanie |
| kōdanshi-講談師 | (in theatervormen, zoals rakugo e.d.) de verteller |
| kōden-香典 | geschenk bij condoleance op een begrafenis (meestal geld); begrafenisoffer |
| kodō-古道 | oude spirituele weg [moraal] van Japan voorafgaand aan de introductie van het boeddhisme en confucianisme |
| kodō-鼓動 | ritme; slagen; kloppen |
| kodōgu-古道具 | tweedehands artikel [goederen]; oude meubels; snuisterijen |
| kodōgu-小道具 | (theater) rekwisieten; meubels, gereedschap, etc. gebruikt op het podium |
| kodoku-孤独 | eenzelvig mens; iemand die zijn eigen weg gaat [zich afzondert] |
| kōdoku-講読 | leescollege (met tekstverklaring en discussie als onderdelen); het gezamenlijk een tekst lezen en bespreken |
| kōdoku-購読 | het kopen en lezen van boeken, kranten, tijdschriften e.d.; een abonnement hebben (op een krant of tijdschrift) |
| kōdokusuru-講読する | gezamenlijk een tekst lezen en bespreken |
| kōdokusuru-購読する | boeken, kranten, tijdschriften e.d. kopen en lezen; een abonnement hebben (op een krant of tijdschrift) |
| kodomobeya-子供部屋 | kinderkamer |
| kodomozure-子供連れ | met [vergezeld door] je kind [kinderen]; het meenemen van je kind [kinderen] ergens naartoe |
| kōdōshugi-行動主義 | (psych.) behaviorisme; gedragswetenschap |
| kōdōsuru-行動する | handelen; actie ondernemen; zich gedragen |
| koe-声 | (menselijke) stem |
| koe-声 | stem (fig.); mening; opinie |
| koe-肥 | mest; gier; drek |
| koegoe-声声 | (pratende) stemmen (van vele mensen) |
| kōei-後裔 | afstammeling; telg; nazaat; nakomeling |
| kōeki-交易 | handel; handelsverkeer; het zaken doen {met) |
| kōeki-交易 | vermenging; assimilatie |
| kōeki-公益 | algemeen (publiek) belang |
| kōekihōjin-公益法人 | (jur.) een rechtspersoon [stichting; instelling] van algemeen nut [openbaar belang]; een stichting zonder winstoogmerk |
| kōen-広遠 | iets dat groot [immens; enorm; omvangrijk; uitgestrekt; verstrekkend] is |
| kōensha-後援者 | supporter; fan; sponsor; begunstiger; patroon; mecenas |
| koeru-肥える | dik worden; aankomen in gewicht |
| koetago-肥担桶 | mestvat; gierton |
| kōetsu-校閲 | het corrigeren van drukproeven [documenten; overige geschriften] |
| kōfuan'yaku-抗不安薬 | kalmeringsmiddel; angstwerend middel; anxiolyticum |
| koga-古画 | oud schilderij; schilderij van een oude meester |
| kōgai-口蓋 | verhemelte; gehemelte; palatum |
| kōgai-梗概 | beknopte beschrijving; overzicht; samenvatting |
| kōgai-郊外 | voorstad; buitenwijk; randgemeente |
| kōgaikotsu-口蓋骨 | verhemeltebeen (os palatinum) |
| kōgaisuion-口蓋垂音 | (taalkunde) uvulaar; uvulaire medeklinker |
| kogaki-小書き | toneelaanwijzing (in No theater e.d. en opgenomen in het script of scenario) |
| kōgakukikai-光学機械 | optisch instrument |
| kōgakurokuon-光学録音 | optische opname |
| kogashi-焦がし | rijstemeel; gerstemeel (van geroosterd en gemalen rijst of gerst) |
| kogata-小型 | klein formaat; kleine afmeting [schaal] |
| kogatana-小刀 | klein zwaard; mes; dolk |
| kogatana-小刀 | klein mes dat als onderdeel aan een zwaardschede is toegevoegd |
| kōge-香華 | wierook en bloemen om te offeren (aan Boeddha) |
| kōgengaku-考現学 | studie van (sociale verschijnselen in) moderne samenlevingen |
| kogetsukishikin-焦げ付き資金 | slechte [niet meer te vorderen] lening |
| kogetsuku-焦げつく | niet meer invorderbaar [inbaar] worden (van schuld of lening) |
| kōgi-好誼 | warme vriendschap |
| kōgi-広義 | bredere [ruimere] interpretatie van een woord, begrip, theorie, etc. |
| kogō-古豪 | veteraan; iemand met veel ervaring |
| kōgōshii-神神しい | goddelijk; hemels; verheven; plechtig; subliem |
| kōgotai-口語体 | informele schrijfstijl (geschreven als spreektaal) |
| kogu-漕ぐ | schommelen |
| koguchiari-木口蟻 | messing-en-groefverbinding (houtverbinding door inzagen van de uiteinden van de balken) |
| koguchisunpō-木口寸法 | houtprofiel; houtdoorsnede [afmeting] |
| kōgun-皇軍 | het keizerlijke leger (vroeger de algemene benaming voor leger en marine van Japan) |
| kogunfuntō-孤軍奮闘 | een eenzame strijd; gevecht in je eentje |
| kōgyō-興行 | amusementsindustrie; showbusiness |
| kōhan-孔版 | mimeograaf; stencilmachine; kopieermachine |
| kohan-湖畔 | waterkant [oever] van een meer |
| koharu-小春 | warme nazomer; warme [zonnige] dag in (het begin van de) winter |
| koharubiyori-小春日和 | nazomer; oudewijvenzomer; warme dagen in de (late) herfst |
| kōhatsu-後発 | het later vertrekken [starten; beginnen; deelnemen]; volgen |
| kōhi-高庇 | (beleefd) uw welwillende steun [hulp] (met dankbaarheid) |
| kōho-候補 | mededinger; rivaal; tegenstander |
| kōhōto-コーホート | cohort (een groep mensen met een gemeenschappelijk kenmerk, in een demografisch onderzoek) |
| kōhyō-講評 | recensie; review; kritiek; commentaar |
| kōhyōsuru-講評する | bekritiseren; commentaar leveren op; recenseren |
| koi-故意 | bedoeling; voornemen |
| koibana-恋ばな | gesprekjes (m.n. van meisjes) over elkaars liefdes(avonturen) |
| koigataki-恋敵 | medeminnaar; rivaal in de liefde |
| koiguchi-鯉口 | kledingstuk (met lange mouwen) dat ter bescherming over de kimono gedragen wordt bij huishoudelijk werk |
| kōin-後胤 | afstammeling; telg; nazaat; nakomeling |
| koinegau-希う | (hartstochtelijk) verlangen; wensen; hopen; smeken; verzoeken |
| koinobori-鯉幟 | traditionele karpervormige wimpels [windzakken] (worden in Japan opgehangen tijdens het Jongensfestival op 5 mei) |
| koin・rokkā-コイン・ロッカー | locker [kastje] (voor kleding, bagage, e.d.) met muntslot [slot met muntinworp] |
| kōishitsu-更衣室 | kleedkamer; kleedhokje |
| koji-居士 | (erend) volgeling van het (Zen)boeddhisme |
| koji-居士 | een achtervoegsel aan de postume naam van mannen |
| kōji-講師 | (boeddh.) een priester [monnik] die sutra's reciteert tijdens een boeddhistische ceremonie (m.n. met een onderwijzende taak in de tempel) |
| kōji-麹 | gemoute rijst, een schimmel die gekweekt wordt op rijst en bonen (en gebruikt wordt als starter-cultuur voor het maken van sake, miso, sojasaus e.d.) |
| kojiki-古事記 | Kojiki; Kroniek van oude zaken (het oudste overgeleverde boek met mythen en sagen over de antieke geschiedenis van Japan) |
| kojin-古人 | de mensen uit de oudheid |
| kōjin-広刃 | een breed puntig lemmet |
| kōjin-後人 | nageslacht; nakomeling(en) |
| kōjin-荒神 | (in gewoon spraakgebruik) dienstmeid |
| kōjin-行人 | de titel van een roman van Natsume Soseki |
| kojinbangō-個人番号 | Japans algemeen identiteitsnummer; (vgl. Ned. burgerservicenummer) |
| kojinmedorē-個人メドレー | individuele wisselslag (zwemmen) |
| kojinsa-個人差 | individuele verschillen; verschillen tussen individuen op basis van hun mentale en fysieke kenmerken |
| kojinshōhi-個人消費 | consumentenbestedingen |
| kojinshotoku-個人所得 | persoonlijk inkomen |
| kojinshugi-個人主義 | individualisme; zelfzuchtigheid; egotisme |
| kōjitsu-好日 | een goede [aangename; rustige] dag |
| kōjō-口上 | (verbale) mededeling [boodschap] |
| kōjō-向上 | toename; stijging; progressie |
| kojō-湖上 | op het meer |
| kōjōsei-恒常性 | (fysiologie) homeostase; zelfregulering (van organismen) |
| kōjōsho-口上書 | een niet-ondertekend diplomatiek memorandum (dat dient als informele herinnering aan een onbeantwoorde vraag of verzoek) |
| kōjuhōshō-紅綬褒章 | medaille met rood lint |
| kōjutsu-公述 | het spreken [geven van je mening] tijdens een openbare bijeenkomst |
| kōjutsu-後述 | het later genoemde [vermelde] |
| kōkaidō-公会堂 | hal voor publieke bijeenkomsten; gemeenschapszaal; stadsgehoorzaal |
| kōkan-巷間 | in het openbaar; op straat; algemeen |
| kōkan-後患 | toekomstige problemen; onaangename gevolgen |
| kōkan-校勘 | facsimile met verbeteringen |
| kōkechi-纐纈 | (tie-and-dyemethode) knoopverven (verftechniek uit de Nara-periode, waarbij de stof eerst werd samengeknoopt en dan geverfd) |
| kōken-貢献 | bijdrage (m.n. aan de samenleving) |
| kōki-口気 | spreekstijl; stemvolume |
| kōki-後期 | latere periode; tweede semester; laatste semester |
| kōki-校規 | schoolreglement |
| kokkai-国会 | parlement; volksvertegenwoordiging (van Japan) |
| kokkaigiin-国会議員 | parlementslid; parlementariër; kamerlid |
| kokkaigijidō-国会議事堂 | parlementsgebouw |
| kokkaishingi-国会審議 | parlementair debat |
| kokkakeisatsu-国家警察 | rijkspolitie (met landelijke jurisdictie) |
| kokkan-酷寒 | extreme [bittere] kou |
| kokkashakaishugi-国家社会主義 | nationaalsocialisme |
| kokkashiken-国家試験 | staatsexamen |
| kokkashugi-国家主義 | nationalisme |
| kokkoku-刻刻 | elk moment; elk uur; uur na uur |
| kokku-刻苦 | zware arbeid; het hard [met grote inspanning en volharding] doorwerken [zwoegen] |
| kōko-公庫 | gemeentelijke kas; gemeentekas; financieringsmaatschappij |
| kōkō-孝行 | (Confucianisme) trouw en gehoorzaamheid (van kinderen) aan hun ouders (of andere oudere familieleden) |
| kōkō-膏肓 | een plek diep in (het binnenste deel) van het (menselijk) lichaam |
| kokoa-ココア | chocolademelk |
| kōkoku-広告 | advertentie; reclame |
| kōkokubun'anka-広告文案家 | (reclame)tekstschrijver |
| kōkokugyōsha-広告業者 | reclameman |
| kōkokutoriatsukaidaka-広告取扱高 | reclameomzet |
| kokomai-古古米 | twee jaar geleden geproduceerde rijst (rijst die na de oogst meer dan twee jaar opgeslagen is geweest) |
| kōkon-後昆 | nageslacht; nakomeling(en); afstammeling(en) |
| kōkon-黄昏 | schemering; zonsondergang |
| kokonattsu・miruku-ココナッツ・ミルク | kokosmelk |
| kokoro-心 | hart; ziel; geest; gevoelens; mentaliteit; karakter; aard; persoonlijkheid |
| kokoroatatamaru-心温まる | hartverwarmend zijn |
| kokoroeru-心得る | toestemmen; instemmen; akkoord gaan; toestemming geven |
| kokorogamae-心構え | mentale voorbereiding; (geestelijke) houding [instelling] |
| kokorogurushii-心苦しい | meelevend; medelijdend; pijnlijk; spijtig |
| kokoroiki-心意気 | karakter; neiging; inborst; temperament; geaardheid |
| kokoromi-試み | poging; experiment; onderneming |
| kokoromini-試みに | bij [tijdens] een poging; bij wijze van proef [experiment]; om uit te proberen |
| kokoromochi-心持ち | gevoel; stemming; humeur |
| kokoroyasui-心安い | open; vrijuit; ongeremd; vriendelijk; informeel; vertrouwd |
| kokorozashi-志 | intentie; voornemen; streven; ambitie; doel |
| kokorozukushi-心尽くし | vriendelijkheid; attentheid; voorkomendheid |
| koku-石 | Japanse inhoudsmaat (180,4 liter; 0,275 kubieke meter laadruimte van schepen) |
| kokū-虚空 | de lucht; hemel; de (kosmische) ruimte |
| kōkū-高空 | hoge lucht [hemel]; hoog boven de grond; hoog in de lucht |
| koku-黒 | (in samenstellingen) zwart |
| kokudo-国土 | domein; grondgebied; land; aardrijk |
| kokudo-黒土 | (chernozem) vruchtbare aarde (met een hoog humusgehalte) |
| kokudochō-国土庁 | Nationaal Land-agentschap (bestuursorgaan voor grondbeheer; in 2001 opgegaan in het Ministerie van Land, Infrastructuur, Transport, en Tourisme) |
| kokudokōtsūshō-国土交通省 | het Japanse ministerie van Verkeer en Waterstaat (Ministerie van Land, Infrastructuur, Transport en Toerisme) |
| kokufukusuru-克服する | overwinnen; verslaan; onderwerpen; te boven komen |
| kokufun-穀粉 | meel (gemalen graan) |
| kokugū-酷遇 | mishandeling; slechte [gemene; wrede] behandeling |
| kokugūsuru-酷遇する | (iem.) slecht [wreed; gemeen] behandelen; mishandelen |
| kōkuhai-コークハイ | Coke Highball, een cocktail [longdrink] met coca-cola |
| kokuhaku-酷薄 | onmenselijkheid; wreedheid |
| kokuhanbyō-黒斑病 | sterroetdauw (een schimmelziekte op planten) |
| kokuikkoku-刻一刻 | met het verstrijken van de tijd; van uur tot uur; van minuut tot minuut |
| kokujikōi-国事行為 | bepaalde staatszaken (formele en ceremoniële handelingen) die de keizer verricht volgens de Japanse grondwet |
| kokukoku-刻刻 | elk moment; elk uur; uur na uur |
| kokuminshotoku-国民所得 | nationaal inkomen |
| kokuminshugi-国民主義 | nationalisme |
| kokumintekigōi-国民的合意 | nationale consensus; gemeenschappelijke mening [instemming] van een volk |
| kokumushō-国務省 | Ministerie van Buitenlandse Zaken (van Amerika) |
| kokun-古訓 | levenslessen van mensen uit een ver verleden |
| kokunetsu-酷熱 | brandende [extreme; tropische] hitte |
| kokuragari-小暗がり | een halfdonkere [schemerige] plek |
| kokuragari-小暗がり | iets duisters; schemerdonker zijn |
| kokuri-酷吏 | meedogenloze [wrede] ambtenaar |
| kokuron-国論 | publieke opinie; mening van het volk |
| kokuru-こくる | (gekoppeld aan andere werkwoorden) blijven doen; doorgaan met |
| kokusaikaijikikan-国際海事機関 | Internationale Maritieme Organisatie (IMO) |
| kokusaikyōryoku-国際協力 | internationale samenwerking |
| kokusaishōgyōkaigisho-国際商業会議所 | de Internationale Kamer van koophandel |
| kokushobi-酷暑日 | een extreem hete dag (met een temperatuur van 40 graden Celsius of hoger) |
| kokushu-国手 | meester go-speler |
| kokusui-国粋 | bepaalde kenmerken [karakteristieken] van een land |
| kokusuishugi-国粋主義 | nationalisme; extreem patriottisme |
| kokusuru-哭する | bewenen; luid klagen; jammeren |
| kokutaiseiji-国対政治 | parlementaire beraadslagingen (via deals en compromissen); achterkamertjespolitiek |
| kōkyō-公共 | openbare [publieke] status; openbaar [publiek; gemeenschappelijk] belang |
| kōkyo-溝渠 | (fig.) kloof; afstand (tussen mensen) |
| kōkyōkōkoku-公共広告 | publieke mededeling [voorlichting; bekendmaking] |
| kōkyōryōkin-公共料金 | heffingen voor openbare nutsvoorzieningen (voor consumenten) |
| kokyū-呼吸 | (goede) samenwerking [coördinatie]; harmonie |
| kokyū-胡弓 | kokyū (traditioneel Japans snaarinstrument) |
| kōkyūryōtei-高級料亭 | eersteklas restaurant; kwaliteitsrestaurant; gourmet restaurant |
| kokyūsuru-呼吸する | ademhalen; inademen en uitademen |
| koma-駒 | zwenkwieltje (voor de poten van piano, meubilair, e.d.) |
| koma-駒 | kam (van een snaarinstrument) |
| koma-齣 | frame (in een film of animatie); vakje (van een strip of manga) |
| komadori-コマ撮り | frame-voor-frame animatie; stop-motion (animatie) |
| komainu-狛犬 | twee standbeelden van leeuwachtige honden bij heiligdommen of tempels (om kwade krachten en invloeden af te weren) |
| komaku-鼓膜 | trommelvlies |
| komakuen-鼓膜炎 | myringitis; trommelvliesontsteking |
| komamusubi-小間結び | een strakke, platte knoop (om twee lijnen (of twee uiteinden van eenzelfde lijn) met elkaar te verbinden) |
| komanuku-拱く | de armen over elkaar kruisen; met gekruiste armen toezien (en niets doen) |
| komaotoshi-齣落とし | fastmotioneffect, het filmen met lagere snelheid dan de standaardsnelheid; bij het projecteren op standaardsnelheid, lijkt de beweging dan sneller) |
| komarinuku-困り抜く | radeloos [ten einde raad] zijn; zich geen raad meer weten; in de problemen zitten |
| komaru-困る | in de problemen komen; in verlegenheid gebracht zijn; geen raad met iets weten; vervelend zijn |
| komāsharizumu-コマーシャリズム | commercialisme; handelsgeest; marktdenken |
| komāsharu-コマーシャル | reclameboodschap; reclamespot; tv-reclame |
| komāsharu・burēku-コマーシャル・ブレーク | reclameblok (op tv) |
| komāsharu・songu-コマーシャル・ソング | reclametune; reclameliedje; commercieel muzieknummer |
| komatasukui-小股掬い | (sumo) worptechniek, met één hand om de binnenkant van het kniegewricht van de tegenstander |
| komazukai-小間使い | dienstmaagd; dienstmeid; dienstmeisje; vrouwelijke bediende |
| komebitsu-米櫃 | kist [container] met rijst; rijstvoorraad |
| komedī-コメディー | komedie |
| komedian-コメディアン | komiek; grappenmaker; komediant |
| komekon-コメコン | Comecon (Council for Mutual Economic Assistance), een economisch samenwerkingsverband tussen communistische landen (opgericht in 1949) |
| komen-湖面 | het wateroppervlak van een meer |
| komentētā-コメンテーター | verslaggever; commentator; reporter |
| komento-コメント | commentaar; toelichting; kanttekening; verklaring |
| komenuka-米糠 | rijstzemelen |
| komeru-込める | (zich) concentreren op; betrekken (bij); invoegen; bijvoegen; bijtellen; meetellen |
| kometto-コメット | komeet |
| kōminkan-公民館 | wijkcentrum; buurthuis; gemeenschapsgebouw |
| kominterun-コミンテルン | Komintern (de Communistische Internationale, samenwerkingsverband van communistische partijen, opgericht in 1919) |
| komittomento-コミットメント | betrokkenheid; engagement; toewijding |
| kōmō-膏肓 | een plek diep in (het binnenste deel) van het (menselijk) lichaam |
| kōmō-鴻毛 | (metafoor voor) iets dat heel licht [zo licht als een veertje; vederlicht] is |
| kōmoku-項目 | (in woordenboeken, e.d.) lemma [trefwoord] met uitleg [woordverklaring] |
| komon-小紋 | verftechniek met sjablonen |
| komonjo-古文書 | oud [historisch] document |
| komono-小物 | een onbelangrijke persoon; iemand met weinig invloed [aanzien] |
| komorebi-木漏れ日 | zonlicht dat door de bomen schijnt [gluurt] |
| komori-子守 | babysitter; kindermeisje; iemand die voor een baby zorgt |
| komoru-籠る | gevuld [vol] zijn (met) |
| komu-込む | (in combinatie met een ander werkwoord) ingaan; inzetten; grondig [voortdurend; volledig] doen |
| komu-込む | ingewikkeld [met elkaar verweven] zijn |
| komugiko-小麦粉 | tarwebloem; tarwemeel |
| kōmushikkōbōgaizai-公務執行妨害罪 | (als strafbaar feit) de belemmering van een overheidsambtenaar (politie, e.d.) in de uitoefening van diens werktaken en plichten |
| komusume-小娘 | (enigszins spottend bedoeld) een jong meisje |
| komyunike-コミュニケ | (formele) mededeling; bekendmaking; aankondiging; bulletin; declaratie |
| komyunikēshon-コミュニケーション | communicatie; kennisgeving; mededeling; overdracht |
| komyunitī-コミュニティー | gemeenschap; buurt |
| komyunizumu-コミュニズム | communisme |
| kon-昆 | (in kanji combinaties) oudere broer; afstammeling; later; na; veel |
| kona-粉 | poeder; meel; gruis |
| konagona-粉粉 | verpulverd; vergruisd; in kleine stukjes [scherven]; verkruimeld |
| konamijin-粉微塵 | kleine stukjes; fragmenten; scherven; splinters |
| konamiruku-粉ミルク | melkpoeder; poedermelk; gedroogde melk |
| kōnaringu-コーナリング | (met schaatsen, skiën, autoracen, e.d.) het nemen van een bocht; bochtenwerk |
| kōnā・wāku-コーナー・ワーク | vaardigheid in het nemen van bochten (schaatsen, autorace, etc.) |
| konbāchiburu-コンバーチブル | cabriolet; auto met open dak |
| konbātā-コンバーター | omvormer; converter; omzetter |
| konbinēshon-コンビネーション | het combineren; samenspel |
| konbinēshon-コンビネーション | combinatie; samenstelling; verbinding |
| konbō-懇望 | smeekbede; dringend verzoek |
| konbō-混紡 | gemengd weefsel; mengsel van met verschillende vezels (zoals katoen met kunstvezels) |
| kondan-懇談 | een informeel gesprek |
| kondankai-懇談会 | een informele [gezellige] bijeenkomst |
| kondate-献立 | menu (van computerprogramma) |
| kondate-献立 | menu; spijskaart |
| kondatehyō-献立表 | menukaart; week [maand] overzicht van maaltijden |
| kondei-金泥 | goudverf; goudpigment |
| kondensu・miruku-コンデンス・ミルク | gecondenseerde melk |
| kondō-混同 | vermenging; het combineren van dingen |
| kondominiamu-コンドミニアム | een wooncomplex [appartementencomplex] met meerdere wooneenheden (en afzonderlijk te koop aangeboden woningen) |
| konekaesu-捏ね返す | goed [lang] kneden; door elkaar mengen |
| konemawasu-捏ね回す | kneden en vermengen; door elkaar kneden |
| kōnenki-更年期 | menopauze; overgang |
| kōnenkishōgai-更年期障害 | menopauzale [climacterische] klachten; overgangsklachten |
| kōnenreishakoyōanteihō-高年齢者雇用安定法 | Wet stabilisering werkgelegenheid voor oudere werknemers (Eng,: Elderly Persons Employment Stabilization Law) |
| konfarensu-コンファレンス | lagere divisie van de competitie in American football |
| konfōmizumu-コンフォーミズム | conformisme |
| konga-コンガ | langwerpige trommel (gebruikt in Cubaanse volksmuziek) |
| kongan-懇願 | smeekbede; het smeken |
| kongasuri-紺絣 | Japanse stof met een geweven kasuri-patroon met wit op een indigo-blauwe achtergrond |
| kongetsugō-今月号 | het nummer [de editie] van deze maand |
| kongō-混合 | mengsel; mengeling; melange |
| kongōbutsu-混合物 | mengsel; vermenging |
| kongōjō-金剛杖 | pelgrimsstaf; houten staf van berg-priesters (yamabushi) of bergbeklimmers |
| kongōzue-金剛杖 | pelgrimsstaf; houten staf van berg-priesters (yamabushi) of bergbeklimmers |
| konguromāchanto-コングロマーチャント | conglomeraat handelaar; complex retailbedrijf |
| konguromaritto-コングロマリット | conglomeraat; groot multinationaal concern |
| kōninkaikeishishiken-公認会計士試験 | accountantsexamen; CPA-examen (CPA = Certified Public Accountant) |
| kōninkiroku-公認記録 | officieel verslag [rapport; document] |
| koninzū-小人数 | klein aantal mensen [personen] |
| konjiru-混じる | gemengd [gemixt] worden; zich mengen |
| konjō-根性 | karakter; aard; temperament; persoonlijkheid |
| konjuhōshō-紺綬褒章 | medaille met donkerblauw lint (een prestigieuze Japanse eremedaille voor weldoeners die grote sommen geld hebben gedoneerd voor het algemeen welzijn) |
| konkagiri-根限り | (met) alle macht [kracht; inspanning] |
| konkai-今回 | nu; heden; op dit moment |
| konkan-根幹 | de kern (van een zaak); de basis; het fundament; de essentie |
| konkatsu-婚活 | het zoeken naar een partner te vinden om mee te trouwen |
| konketsu-混血 | gemengde afkomst; gemengde etnische [raciale] achtergrond |
| konkō-混交 | mengsel; vermenging; mengeling; samenstelling |
| konkōsu-コンコース | het centrale plein (van een park, e.d,); (stations)hal; promenade |
| konkyo-根拠 | basis; grond(slag); fundament |
| konkyū-困窮 | het in de problemen zitten; armoede; financiële nood |
| konkyūsha-困窮者 | arme mensen; de armen; de behoeftigen |
| konmentāru-コンメンタール | notities; opmerkingen; commentaar |
| konmō-懇望 | smeekbede; dringend verzoek |
| konmōsuru-懇望する | smeken; dringend verzoeken |
| konnyū-混入 | mengsel; het (ver)mengen (met) |
| konnyūsuru-混入する | (ver)mengen |
| konohodo-此の程 | nu; op dit moment; deze keer |
| konoma-木の間 | (ruimte) tussen de bomen |
| kononde-好んで | vrijwillig; uit eigen beweging; met plezier; bij voorkeur |
| konosai-此の際 | op dit moment; bij deze gelegenheid; in deze omstandigheden |
| konoshitayami-木の下闇 | de donkere schaduw onder de bomen (in de zomer als er veel bladeren zijn) |
| konoue-此の上 | bovendien; verder; meer dan dat |
| konpairu-コンパイル | samenstellen |
| konpan-今般 | (formeel) nu; heden; recentelijk; onlangs |
| konpanion-コンパニオン | gezelschapsdame; gastvrouw |
| konpanion-コンパニオン | metgezel; partner; vriend; begeleider |
| konpātomento-コンパートメント | compartiment; (trein) coupé |
| konpaundo-コンパウンド | samenstelling; mengsel |
| konpirēshon-コンピレーション | compilatie; verzamelalbum |
| konpojishon-コンポジション | compositie; samenstelling |
| konpon-根本 | basis; fundament; grondslag |
| konponshugi-根本主義 | fundamentalisme |
| konponshugisha-根本主義者 | fundamentalist |
| konponteki-根本的 | fundamenteel; essentieel; elementair; wezenlijk |
| konsarutingu・sērusu-コンサルティング・セールス | adviesverkoop (een verkoopmethode waarbij de verkoper optreedt als adviseur) |
| konsātomasutā-コンサートマスター | concertmeester |
| konsei-混成 | mengeling; vermenging; mengsel; samenstelling |
| konseikyōgi-混成競技 | (atletiek) meerkamp |
| konseishu-混成酒 | een cocktail (van alcohol gemengd met fruit, specerijen etc.) |
| konsen-混戦 | onoverzichtelijke [verwarrende] strijd; gevecht met een onvoorspelbare afloop |
| konshūmā-コンシューマー | consument |
| konshūmā・risāchi-コンシューマー・リサーチ | consumentenonderzoek |
| konsome-コンソメ | consommé (heldere soep [bouillon]) |
| konsutāchi-コンスターチ | maismeel; maiszetmeel; maizena |
| kontan-魂胆 | complot; intrige; geheime bedoeling; bijbedoeling; achterliggend motief |
| kontei-根底 | basis; fundament; oorsprong; grondslag; grondbeginsel |
| kontekisuto-コンテキスト | context; kader, samenhang, verband |
| kontekusuto-コンテクスト | context; kader, samenhang, verband |
| kontesuto-コンテスト | competitie; krachtmeting; (wed)strijd |
| kontinyuitī-コンティニュイティー | continuïteit; samenhang |
| kontorabasu-コントラバス | (muziekinstrument) contrabas |
| konuka-小糠 | rijstzemelen; restprodukt bij het polijsten van rijst |
| konwa-懇話 | een informeel gesprek |
| konwa-混和 | mengsel; vermenging; menging |
| konzai-混在 | het naast elkaar bestaan; samengaan; vermengen |
| konzatsu-混雑 | vermenging; samensmelting |
| konzetsusuru-根絶する | uitroeien; ontwortelen; met wortel en al uittrekken; verdelgen |
| konzuru-混ずる | (door elkaar) mengen; vermengen; mixen |
| kon'itsu-混一 | vermenging |
| kon'yō-混用 | vermenging; gemengd [gecombineerd] gebruik |
| kon'yoku-混浴 | het gemengd baden (van mannen en vrouwen) |
| kōondōbutsu-恒温動物 | warmbloedigheid; homeothermie; warmbloedig dier |
| kōonkei-高温計 | pyrometer; infrarood-thermometer |
| kooribukuro-氷袋 | ijszak; zak met ijs [ijsblokjes] |
| koorimakura-氷枕 | verkoelend kussen (kussen gevuld met ijs of koud water, om het hoofd te koelen) |
| koorimizu-氷水 | drankje van geschaafd ijs met siroop |
| kōpasu-コーパス | corpus; verzamelwerk; materiaalverzameling; woordarchief |
| kopī-コピー | kopij; (reclame)tekst |
| kopī-コピー | exemplaar; nummer |
| kōpo-コーポ | (af. voor) appartement; appartementenblok; flatgebouw |
| kōporasu-コーポラス | appartement; appartementenblok; flatgebouw |
| koppen-骨片 | botfragment |
| koppō-骨法 | speciale [geheime] technieken [trucs] in de kunst (m.n. podiumkunst) of ambachten |
| koppō-骨法 | fundamenten; basisregels; principes |
| koppun-骨粉 | beendermeel; beenpoeder |
| kora-コラ | kora, traditioneel West-Afrikaans strijkinstrument |
| koraborēshon-コラボレーション | samenwerking; medewerking; collaboratie |
| korāju-コラージュ | het vastplakken; opplakken; lijmen |
| kōraku-攻落 | verovering; inname (b.v. van een kasteel) |
| kōrakusuru-攻落する | veroveren; innemen |
| koredake-此れだけ | in deze mate; alleen maar [beperkt tot] dit; niets meer dan dit |
| kōrei-交霊 | spiritualisme; het communiceren met [aanroepen van] doden [geesten] |
| kōreisha-高齢者 | oude mensen; ouderen; bejaarden; mensen op hoge leeftijd |
| korekushon-コレクション | collectie; verzameling |
| korekutā-コレクター | verzamelaar |
| korekutā-コレクター | (elektriciteit) collector; stroomafnemer |
| korewa-これは | hé, zeg!; meen je dat?; is het echt waar? |
| korewakorewa-これはこれは | (versterkende uitdrukking van これは) hé, zeg!; meen je dat?; is het echt waar? |
| korewashitari-これはしたり | o jeetje; hemeltjelief; lieve hemel; mijn god! |
| kori-垢離 | zuivering door ablutie (rituele [ceremoniële] wassing met koud water) |
| kōri-行李 | reiskoffer [mand met deksel] (van gevlochten bamboe of wilgenhout); reisbagage |
| kōrikakaku-小売り価格 | detailhandelsprijs; winkelprijs; verkoopprijs; consumentenprijs |
| korikutsu-小理屈 | muggenzifterij; zinloze argumenten; haarkloverij |
| kōrishugi-功利主義 | utilitarisme; utilisme; nuttigheidssysteem; utiliteitsbeginsel |
| koritsugo-孤立語 | isolerende taal (zonder verbuigingen, vervoegingen of gebonden morfemen) |
| koritsushugi-孤立主義 | isolationisme |
| korō-虎狼 | een genadeloze en wrede bruut [woesteling; onmens] |
| koroai-頃合い | geschikte [goede] tijd; juiste moment |
| koronban-コロンバン | (informeel) drol; stront |
| koronī-コロニー | kolonie (biologie, groep organismen) |
| koronī-コロニー | kolonie (collectieve nederzettingen, van mensen) |
| kōron'otsubaku-甲論乙駁 | argumenten voor en tegen |
| koroseumu-コロセウム | het Colosseum (in Rome) |
| koroshiamu-コロシアム | het Colosseum (in Rome) |
| koroshimonku-殺し文句 | veelzeggende [beslissende] uitspraak; doorslaggevend argument |
| kōrubakku-コールバック | uitnodiging om terug te komen (voor een tweede sollicitatiegesprek, auditie, etc.) |
| kōrudo・kurīmu-コールド・クリーム | koelzalf; huidzalf; nachtcrème; coldcream |
| kōrudo・pāma-コールド・パーマ | (kapsel) koude permanent (techniek met lotion zonder verhitting) |
| korusetto-コルセット | korset (damesondergoed) |
| korusetto-コルセット | korset (medisch hulpmiddel) |
| kōryaku-攻略 | invasie; inval; verovering; bestorming; inname; onderwerping; bezetting |
| kōryō-亢竜 | hemelse [vliegende] draak |
| kōryō-蛟竜 | Chinese mythische draak (die zich het water verbergt als een soort krokodil, en naar de hemel opstijgt bij regen) |
| koryōriten-小料理店 | Japans eethuisje met een eenvoudige menukaart |
| koryosuru-顧慮する | in overweging nemen; overwegen; rekening houden met |
| kōryū-亢竜 | hemelse [vliegende] draak |
| kōsa-交差 | kruising; het (elkaar) kruisen; samenkomen |
| kōsa-黄砂 | geel zand (dat door de wind tussen maart en mei vanuit China over Japan wordt verspreid) |
| kōsai-鉱滓 | [metaal) slak; sintel(s) |
| kosāju-コサージュ | corsage (bloemendecoratie gedragen op kleding) |
| kōsaku-交錯 | verstrengeling; kruising; vermenging; het door elkaar lopen van dingen |
| kōsakuhin-工作品 | handwerk; met de hand gemaakte producten |
| kōsakuin-工作員 | fabrikant; aannemer |
| kosan-古参 | uitgediende; veteraan; ervaren werknemer; senior |
| kōseinenkin-厚生年金 | (door de overheid beheerde) werknemerspensioenen |
| kōseinenkinhoken-厚生年金保険 | (een door de overheid beheerde) pensioenverzekering voor werknemers |
| kōseinenkinhokenhō-厚生年金保険法 | wet op pensioenverzekering voor werknemers |
| kōseishōsho-公正証書 | notariële akte; officieel [wettelijk erkend] document |
| kōseishugi-構成主義 | constructivisme |
| kōseitan'i-構成単位 | element; component; factor; eenheid |
| kosekigenpon-戸籍原本 | origineel familieregister (zoals het in de burgerlijke stand is opgenomen) |
| kōsen-交戦 | (gewapend) conflict; oorlog(voering); (onderlinge) strijd (met wapens) |
| kōsen-高専 | technische school; middelbare school met een focus op techniek die gemiddeld vijf jaar duurt |
| koshahon-古写本 | oud (handgeschreven) manuscript; codex; samengebonden bundel perkamenten |
| koshibyōbu-腰屏風 | een laag kamerscherm (van taille-hoogte) |
| koshidaka-腰高 | (afk. voor) een schuifdeur met panelen van taillehoogte |
| koshidaka-腰高 | serveertafeltje; dienblad met een poot |
| koshidaka-腰高 | gereedschap, serviesgoed, e.d. met een hoog middelgedeelte |
| koshidakashōji-腰高障子 | een schuifdeur met panelen van taillehoogte |
| koshidame-腰撓め | het ondoordacht [impulsief] reageren; het iets doen [ondernemen] zonder voorbereiding |
| kōshikiseimei-公式声明 | communiqué; (formele) mededeling; bekendmaking; aankondiging; bulletin |
| kōshikishugi-公式主義 | formalisme (vasthouden aan vorm, principes en regels, meer dan aan betekenis of inhoud) |
| koshimaki-腰巻き | Japanse onderrok voor dames (onder kimono gedragen) |
| koshin-湖心 | het midden van een meer |
| koshirae-拵え | werkwijze; methode |
| koshirae-拵え | (een algemene term voor) zwaard-onderdelen (greep, stootplaat, zwaardschede e.d.) |
| koshitsu-個室 | privé kamer; eenpersoonskamer |
| kōshitsu-後室 | een kamer aan de achterkant van het huis |
| kōshitsu-硬質 | hardheid (van water, metaal, etc.) |
| kōshō-公称 | officiële [algemene] naam [benaming] |
| kōshō-工匠 | handwerksman; ambachtsman; timmerman |
| koshō-故障 | mankement; storing; defect |
| kōshō-高唱 | het hardop [met luide stem] zingen |
| koshōhakka-胡椒薄荷 | pepermunt (plant, Mentha piperita) |
| koshōhon-古抄本 | oud (handgeschreven) manuscript; codex; samengebonden bundel perkamenten |
| koshōsuru-故障する | kapotgaan; fout gaan; niet meer functioneren [werken] |
| kōshū-口臭 | onaangename geur van de mond [adem]; slechte adem; halitose |
| kōshu-好手 | een goede techniek; een goede methode; vaardigheid |
| kōshu-好手 | een vaardig [bekwaam] persoon; expert; meester |
| kōshu-巧手`` | een goede techniek; een goede methode; vaardigheid |
| kōshu-巧手`` | een vaardig [bekwaam] persoon; expert; meester |
| kosode-小袖 | kimono met korte mouwen |
| kosodoro-こそ泥 | insluiper; kruimeldief |
| kōsoku-校則 | schoolreglement; schoolregels |
| kōsokubasu-高速バス | expresbus (tussen steden, meestal via snelwegen) |
| kōsokudōrosaimingenshō-高速道路催眠現象 | polderblindheid (verminderde opmerkzaamheid in het verkeer veroorzaakt door een afwezigheid van externe prikkels) |
| kossori-こっそり | (onomatopee) in het geheim; heimelijk; stiekem; verborgen; sluipend |
| kosuru-鼓する | ophalen; bijeenrapen; verzamelen |
| kosuru-鼓する | een muziekinstrument bespelen; luiden; bellen |
| kosuto・infure-コスト・インフレ | kosteninflatie (inflatie als gevolg van doorberekenen van de stijging van de productiekosten aan de consument) |
| kosuto・infurēshon-コスト・インフレーション | kosteninflatie (inflatie als gevolg van doorberekenen van de stijging van de productiekosten aan de consument) |
| kotaeru-応える | reageren; (be)antwoorden; instemmen; overeenstemmen |
| kotaeru-応える | aantasten; beïnvloeden; effect hebben op; een tol eisen; hard aankomen |
| kotai-個体 | een eenheid (met een eigen bestaan en karakter); een organisch geheel |
| kotai-個体 | een specimen (een enkel organisme, ondeelbaar, met de volledige functies die nodig zijn voor het leven) |
| kotatsu-炬燵 | Japanse tafelkachel (een laag tafeltje met verwarming eronder om de benen te warm te houden, vaak met een deken erover om de warmte te bewaren) |
| kote-籠手 | een handschoen die beschermd is met metaal of hard leer (wordt o.a. gedragen bij de Japanse zwaardvechtkunst Kendo) |
| kōtei-孝悌 | (confucianisme) eerbied voor ouderen; kinderlijke gehoorzaamheid; vroomheid; broederliefde |
| kotei-湖底 | de bodem van een meer |
| kotēji-コテージ | arbeidershuisje; plattelandshuis; vakantiehuisje; zomerhuis |
| koteki-鼓笛 | (drum en fife) trommel en fluit |
| kōten-公転 | omwenteling; baan; rotatie (van een hemellichaam om een ander hemellichaam) |
| kotenshugi-古典主義 | classicisme |
| kōtetsu-鋼鉄 | staal (metaal) |
| kōtō-光頭 | een kaal (glimmend) hoofd |
| koto-琴 | koto, een Japans snaarinstrument (met 13 snaren) |
| koto-糊塗 | het verdoezelen; wegpoetsen; verhullen; verbloemen |
| kotobazukuna-言葉少な | zwijgzaam; stil; onmededeelzaam; van weinig woorden |
| kotoji-琴柱 | koto-pilaar; brug van een koto (muziekinstrument) |
| kotokaku-事欠く | tekort komen, gebrek hebben aan; missen; ontberen |
| kotonakareshugi-事勿れ主義 | (houding van) de dingen op zijn beloop laten; geen slapende honden wakker maken (een passieve houding hebben t.o.v.problemen i.p.v. ze aan te pakken) |
| kōtōsenmongakkō-高等専門学校 | technische school; middelbare school met een focus op techniek die gemiddeld vijf jaar duurt |
| kotosuru-糊塗する | verdoezelen; wegpoetsen; verhullen; verbloemen |
| kotozute-言伝 | boodschap; bericht; mondelinge mededeling [communicatie] |
| kotsuage-骨上げ | de ceremonie waarbij de familieleden na de crematie gezamenlijk uit de as van de overledene de overgebleven botjes zoeken en in een urn doen |
| kotsubako-骨箱 | kist [doos] met de as [botten] van een overledene; doos waarin een urn wordt bewaard |
| kotsudō-骨堂 | ossuarium; knekelhuis; een hal waar de as van gecremeerde personen wordt bewaard |
| kotsuhiroi-骨拾い | de ceremonie waarbij de familieleden na de crematie gezamenlijk uit de as van de overledene de overgebleven botjes zoeken en in een urn doen |
| kotsuzui-骨髄 | beenmerg; medulla |
| kotsuzumi-小鼓 | kleine handtrommel |
| kou-請う | smeken; dringend verzoeken |
| kōunryūsui-行雲流水 | meebewegen met het tij; met de stroming meegaan; dingen nemen zoals ze komen |
| kōwa-高話 | met eerbied refereren aan wat iemand anders zegt |
| kōwa-高話 | (met) luide stem |
| kowameshi-強飯 | gestoomde kleefrijst met rode bonen (gegeten bij feestelijke gelegenheden) |
| kōyahijiri-高野聖 | monnik die vanuit de berg Koya wordt uitgezonden om de leer te verspreiden en donaties te verzamelen |
| kōyakusū-公約数 | (wiskunde) gemene [gemeenschappelijke] deler |
| koyashi-肥やし | bemesting; (kunst)mest |
| kōyō-効用 | de mate waarin goederen en diensten voldoen aan de wensen van consumenten |
| kōyōgo-公用語 | officiële taal van een land [natie]; formeel erkende taal van een land [natie] (om verordeningen, e.d. bekend te maken) |
| kōyū-交遊 | vriendschap; broederschap; kameraadschap |
| kōyū-公有 | openbaar bezit; gemeengoed; gemeenschappelijk bezit; staatseigendom; staatsbezit |
| kōyu-香油 | geparfumeerde [geurige] olie |
| koyūshu-固有種 | endemie; endemisme |
| kōza-広座 | ruime zitplaats; zitplaats waar meerdere mensen kunnen zitten; sofa |
| kōzai-鋼材 | staal; metalen constructiemateriaal; gewalst staal |
| kōzō-構造 | structuur; constructie; frame |
| kōzōshugi-構造主義 | structuralisme |
| kozotte-挙って | zonder uitzondering; allen tezamen; iedereen |
| kōzui-香水 | (boeddh.) water vermengd met wierook (voor reiniging van tempel, altaar, of lichaam); geurend water geofferd aan Boeddha |
| kozuka-小柄 | (het handvat van) een klein mes dat in de achterkant van de schede van het zwaard wordt gestoken |
| kozukai-小使い | (oude naam voor) conciërge; huismeester; huisbewaarder |
| kozure-子連れ | (je) kind meenemen [meebrengen] |
| kū-空 | (één van de vijf elementen in de Japanse filosofie) leegte |
| kū-空 | leegte; lucht; hemel |
| kūbaku-空爆 | luchtaanval; bombardement |
| kubihiki-首引き | een traditioneel Japans nek-trek spel, (een soort touwtrekken, waarbij twee mensen tegenover elkaar op de grond zitten met een touw rond hun nek) |
| kubihiki-首引き | het met elkaar wedijveren [strijden] |
| kubikase-首枷 | belemmering; obstakel (iets die je vrijheid beperkt) |
| kubippiki-首っ引き | een traditioneel Japans nek-trek spel, (een soort touwtrekken, waarbij twee mensen tegenover elkaar op de grond zitten met een touw rond hun nek) |
| kūbun-空文 | dode letter (een wet [regeling] die niet meer geldt [geen waarde of toepassing meer heeft) |
| kuchibeta-口下手 | een slechte spreker; iemand die slecht uit zijn woorden kan komen |
| kuchibuchōhō-口不調法 | slechte spreker; iemand die slecht uit zijn woorden kan komen |
| kuchibue-口笛 | (met de mond) het fluiten; gefluit; fluitje |
| kuchigane-口金 | (metalen) dop(je) |
| kuchigomoru-口籠る | stotteren; stamelen; mompelen |
| kuchiguruma-口車 | vleierij; stroopsmeerderij |
| kuchijamisen-口三味線 | het neuriën van een shamisen melodie |
| kuchikazu-口数 | aantal mensen; aantal gezinsleden; aantal monden te voeden |
| kuchikomi-口コミ | mondelinge overlevering; mondeling commentaar |
| kuchikura-クチクラ | beschermend laagje op plantenblad |
| kuchiomo-口重 | zwijgzaamheid; onmededeelzaamheid; geslotenheid |
| kuchioshii-口惜しい | ergerlijk; irritant; vervelend; spijtig; betreurenswaardig; jammerlijk |
| kuchiyose-口寄せ | een medium; (vrouwelijke) priester die boodschappen van de goden doorgeeft |
| kuchizamishii-口寂しい | (lett. eenzame mond) hongerig zijn; trek [zin] hebben (in eten, een sigaret, etc.) |
| Kuchō-区長 | districtsburgemeester; burgemeester van een van de 23 speciale wijken van Tokio |
| kūchū-空中 | lucht; hemel |
| kūchūbakugeki-空中爆撃 | luchtaanval; bombardement |
| kuda-管 | (afk. voor) (muziekinstrument) pijpfluit (kleine buisvormige fluit die op het slagveld wordt gebruikt) |
| kudakeru-砕ける | ontspannen; vriendelijk [informeel; eenvoudiger] worden |
| kudaku-砕く | (fig.) verbrijzelen (van iemands hoop, vertrouwen, etc.); dwarsbomen; pijnigen; kwellen |
| kudanno-件の | eerder [hierboven] genoemd [vermeld]; ... in kwestie |
| kudanofue-管の笛 | (muziekinstrument) pijpfluit (kleine buisvormige fluit die op het slagveld wordt gebruikt) |
| kudariayu-下り鮎 | ayu (vissen), die stroomafwaarts in de rivier zwemmen om eieren te gaan leggen |
| kudoku-功徳 | een verdienstelijke [goede; deugdzame] daad; barmhartigheid |
| kuesuchon・taimu-クエスチョン・タイム | vragenuur(tje) (tijd waarin vragen gesteld kunnen worden in het Parlement) |
| kufūsuru-工夫する | iets uitvinden; een plan [middel] bedenken voor; op een goed idee komen |
| kugai-苦界 | (boeddh.) de (mensen)wereld van eindeloos lijden |
| kuge-供花 | het offeren van bloemen (bij een heiligdom, graf, e.d.); bloemenoffer; geofferde bloemen; kranslegging |
| kugen-苦言 | aanmaning; aansporing; dringend advies; onaangename mededeling |
| kugikakushi-釘隠し | houten of metalen decoratie om draadnagels [spijkerkoppen] te verbergen |
| kugin-苦吟 | met moeite en inspanning een gedicht componeren |
| kuguru-潜る | overleven; te boven komen; ontsnappen; aan |
| kuiage-食い上げ | je baan verliezen; geen inkomsten meer hebben; niet meer in je levensonderhoud kunnen voorzien |
| kuiakiru-食い飽きる | overeten; teveel gegeten hebben; vol zitten; niet meer lusten |
| kuiarasu-食い荒らす | voedsel [gerechten] verpesten door er happen uit te nemen; aanvreten |
| kuiaratameru-悔い改める | berouw hebben; tot inkeer komen; een nieuw begin maken; met een schone lei beginnen |
| kuiawase-食い合わせ | eten dat niet bij elkaar past [dat beter niet samen wordt gegeten]; ingrediënten die samen niet smaken |
| kuichigau-食い違う | niet bij elkaar passen; onverenigbaar [strijdig] zijn (met) |
| kuichigiru-食いちぎる | afbijten; doorbijten; afknabbelen; met de tanden afscheuren |
| kuidame-食い溜め | het zich volproppen; heel veel eten (zodat je een tijd lang niet meer hoeft te eten |
| kuidamesuru-食い溜めする | zich volproppen; heel veel eten (zodat je een tijd lang niet meer hoeft te eten |
| kuikku・tān-クイック・ターン | (zwemmen) snel (rol of tuimel) keerpunt |
| kuikomu-食い込む | wegstromen; (geld) verliezen |
| kuishibaru-食いしばる | tandenknarsen; de tanden op elkaar klemmen |
| kuitsumeru-食い詰める | niet meer kunnen overleven; niet meer kunnen voorzien in je levensonderhoud; tot armoede vervallen |
| kūji-空字 | weglating van een karakter (ter vermijding van taboeonderwerpen, of om personen niet bij naam te noemen) |
| kujirajaku-鯨尺 | een meetstok van ca. 38 cm (wordt gebruikt bij het maken van kimono's) |
| kujiramaku-鯨幕 | (lett. walvisgordijn) een gordijn met brede, verticale zwart-witte strepen gebruikt bij begrafenisplechtigheden |
| kukatsuyō-ク活用 | (grammatica) klassieke verbuigingsvorm van bijvoeglijke naamwoorden (met i-uitgang) |
| kūkei-空閨 | eenzame slaapkamer, lege slaapkamer (als je geen partner meer hebt) |
| kūken-空拳 | met blote [lege] handen |
| kukeru-絎ける | met een blindsteek [onzichtbare steek] naaien |
| kumen-工面 | vindingrijkheid; het handig voor elkaar krijgen; het op een creative manier verzamelen van geld [goederen] |
| kumiageru-汲み上げる | rekening houden met; in aanmerking [overweging] nemen |
| kumiau-組み合う | samengaan; zich verenigen; een vereniging [verbond] vormen |
| kumiawase-組み合わせ | combinatie; samenvoeging; sortering |
| kumiawaseru-組み合わせる | combineren; samenvoegen |
| kumifuseru-組み伏せる | (iemand) neerdrukken [vastklemmen] (op de grond) |
| kumiireru-汲み入れる | vullen met water |
| kumiireru-汲み入れる | in overweging nemen |
| kumiireru-組み入れる | invoegen; verwerken; opnemen; onderbrengen |
| kumikaeru-組み換える | herschikken; herindelen; opnieuw samenstellen |
| kumikawasu-酌み交わす | elkaar inschenken; elkaar's glazen vullen; samen iets drinken |
| kumiko-組子 | dun raster [frame]; raamstijl |
| kumisuru-与する | meedoen; deelnemen; instemmen met; het eens zijn met; iemands kant kiezen |
| kumitate-組み立て | assemblage; montage; samenvoeging |
| kumitateru-組み立てる | assembleren; monteren; samenvoegen; in elkaar zetten [passen] |
| kumitenjō-組み天井 | rasterplafond; plafond met raamwerk [latwerk] |
| kumiuchi-組み打ち | handgemeen; gevecht van man tegen man; het worstelen |
| kumiuta-組歌 | Japans volksliedje; Japanse traditionele melodie |
| kumonomine-雲の峰 | hoge wolken (als een bergtop) in de zomer |
| kumonoue-雲の上 | boven de wolken; hoog in de lucht [hemel] |
| kumoyuki-雲行き | bewegen [voorbijtrekken; overdrijven; naderbijkomen] van wolken |
| kumu-汲む | inschenken (van sake, thee, e.d.); het samen iets drinken |
| kumu-組む | samenstellen; (op)zetten |
| kumu-組む | (zich) verenigen; samengaan; aansluiten (bij) |
| kumu-組む | de benen [armen] kruisen [over elkaar slaan] |
| kun-君 | de heer; meneer (aanspreektitel, achtervoegsel achter persoonsnamen) |
| kun-薫 | aangenaam ruikende bomen of planten |
| kun-薫 | (in kanji combinaties) lekkere [aangename] geur; geuren; aroma |
| kunigarō-国家老 | hooggeplaatste samoerai-ambtenaar in dienst van een daimyō (die in diens afwezigheid het domein beheert) |
| kuniomote-国表 | domein van een daimyō; eigen grondgebied; territorium |
| kunizukushi-国尽くし | Japanse dichtvorm zappai, met het gebruik van procincienamen in de poëzie |
| kunizume-国詰め | (Edo-periode) het werken van daimyo (en hun vazallen) in hun eigen domein (zij waren verplicht om dat elk jaar af te wisselen met werken in Edo) |
| kunjō-燻蒸 | uitroking; het fumigeren; zuiveren [ontsmetten] met rook |
| kunmei-君命 | bevel van een heerser [vorst; heer; meester] |
| kunoichi-くの一 | (informele term voor) vrouw |
| kunpu-君父 | de vorst [heer; meester] en [of] de vader |
| kunpū-薫風 | zachte zomerwind; zomerbries |
| kunshō-勲章 | medaille; onderscheiding |
| kuntō-勲等 | medaille [orde] van verdienste |
| kuntō-薫陶 | aardewerk maken door klei te kneden terwijl men wierook brandt (waardoor de geur in de klei gaat) |
| kuōku-クオーク | quark (elementair deeltje) |
| kūpe-クーペ | rijtuig (met één zitbank) |
| kurabemono-比べ物 | vergelijking; iets om mee te vergelijken |
| kuragari-暗がり | een geheime plaats; geheimhouding |
| kuragura-暗暗 | schemering |
| kuragura-暗暗 | schemerig |
| kurai-暗い | somber; treurig; melancholiek |
| kurai-暗い | donker; schemerig; slecht verlicht |
| kurai-暗い | onwetend; onervaren; niet bekend met |
| kuraidori-位取り | nummer (4) bij het rekenen met de abacus |
| kuraimā-クライマー | klimmer; bergbeklimmer |
| kuraimingu-クライミング | het klimmen |
| kuraisuru-位する | een bepaalde rang [positie; plaats] innemen [bezitten] |
| kuraiyama-位山 | de berg van de rangen (voor het opklimmen tot een hogere positie) |
| kuraizuke-位付け | nummer 4 bij het rekenen met de abacus |
| kuramise-蔵店 | winkelpand gebouwd in de pakhuis-stijl (met gepleisterde muren) |
| kuramoto-蔵元 | (Edo-periode) toezichthouders op de verkoop van de voorraden (uit de magazijnen) van verschillende domeinen |
| kuramoto-蔵元 | sakebrouwer; sakebrouwerij; producent van sake, miso en andere gefermenteerde producten |
| kurashikku・kā-クラシック・カー | klassieke auto; oldtimer |
| kurasu-暮らす | wonen; leven; zijn leven [dagen] doorbrengen (met) |
| kurasu・magajin-クラス・マガジン | gespecialiseerd tijdschrift, bestemd voor een specifieke groep consumenten (qua leeftijd, geslacht, interesses, etc.) |
| kuratchi-クラッチ | kruis (van mens of broek) |
| kurau-食らう | leven; bestaan; aan de kost komen |
| kurauchingu・sutāto-クラウチング・スタート | (atletiek) geknielde start; (zwemmen) gehurkte start |
| kurayami-暗闇 | een onopvallende [geheime] plaats; geheim(houding) |
| kurayamimatsuri-暗闇祭 | het festival waarbij men de lichten dooft om in het donker de geesten van overledenen te kunnen verwelkomen |
| kurayamizaiku-暗闇細工 | spelletje waarbij men geblinddoekt de verschillende delen van een papieren gezicht op een plaat prikt (traditioneel gespeeld op Nieuwjaarsdag) |
| kurazukuri-蔵造り | woonhuis gebouwd in de stijl van een pakhuis (met gepleisterde muren, e.d.) |
| kure-暮れ | zonsondergang; schemering; het vallen van de avond |
| kurementain-クレメンタイン | clementine (soort mandarijn) |
| kurementain-クレメンタイン | Clementine (voornaam) |
| kurēmu-クレーム | crème |
| kurenjingu・kurīmu-クレンジング・クリーム | reinigingscrème |
| kurezōru-クレゾール | cresol (bestaat uit 3 verschillende isomeren) |
| kuriageru-繰り上げる | naar voren [vooruit] schuiven (datum, evenement, etc.) |
| kuriaransu-クリアランス | opruiming; het opruimen [schoonvegen] |
| kuridasu-繰り出す | een uitval doen; vooruit stoten (met een speer, e.d.) |
| kurikku-クリック | klik (met de muis op een computerscherm) |
| kurīku-クリーク | golfclub nummer 5 hout |
| kurīmu-クリーム | crème |
| kurinchi-クリンチ | houdgreep; handgemeen; conflict |
| kurīningu-クリーニング | (kleding) stomen [chemisch reinigen] |
| kurisutaruzoku-クリスタル族 | universitaire studentes vernoemd naar personage uit: なんとなく、クリスタル (Somehow, Crystal), roman uit de Japanse postmoderne literatuur van Tanaka Yasuo |
| kurogaki-黒柿 | Kurogaki, een groenblijvende boom, van de familie van de kaki bomen (Diospyros kaki) met donkere vruchten |
| kurokabi-黒黴 | zwarte schimmel (Aspergillus niger) |
| kuroki-黒木 | hout met schors |
| kuroko-黒子 | iemand die achter de schermen [uit het zicht] werkt (aan essentiële zaken in een organisatie e.d.) |
| kuromaku-黒幕 | belangrijke figuur op de achtergrond; iemand die achter de schermen aan de touwtjes trekt |
| kuromu-クロム | chroom (chem. element) |
| kuronbō-黒ん坊 | iemand met een donkere huid; neger; iemand die bruinverbrand is (door de zon) |
| kuronezumi-黒鼠 | een onbetrouwbare werknemer [bediende] |
| kurōnningen-クローン人間 | een menselijke kloon; gekloonde mens |
| kuronomētā-クロノメーター | chronometer |
| kurosu・raisensu-クロス・ライセンス | wederzijdse licentieovereenkomst tussen twee of meer partijen |
| kurōto-玄人 | geisha; animeermeisje; prostituee |
| kuroyaki-黒焼き | iets dat zwart gebrand [geblakerd] is; medicinale poeder van gebrande ingrediënten |
| kuroyama-黒山 | een grote mensenmassa [menigte] |
| kurōzudo・mōgēji-クローズド・モーゲージ | hypotheek met vast kapitaal [onderpand] |
| kurōzudo・shoppu-クローズド・ショップ | onderneming waarin lidmaatschap van vakbond verplicht is voor alle werknemers |
| kurōzudo・sutansu-クローズド・スタンス | (golf, honkbal) stand bij het slaan met de voeten naast elkaar |
| kurōzu・appu-クローズ・アップ | (fotografie) close-up; detailopname; opname van vlakbij |
| kuru-来る | komen; aankomen; arriveren; naderen; dichterbij komen |
| kurui-狂い | waanzin; krankzinnigheid; fanatisme; obsessie |
| kurumaido-車井戸 | een waterput met een katrol |
| kurumaru-包まる | bedekt zijn met; gewikkeld zijn in (b.v. een deken) |
| kurumegasuri-久留米絣 | Kasuri-textiel (katoen) uit Kurume (Kyushu) |
| kurumeru-包める | samenklonteren; samenvoegen; opstapelen; optellen |
| kuruppu-クルップ | (medisch) kroep |
| kurūpu-クループ | (medisch) (pseudo)kroep |
| kurutoshi-来る年 | het nieuwe jaar; het komende jaar |
| kusaba-草葉 | blaadjes gras; halmen; (gras)sprietjes |
| kusabue-草笛 | rietfluit; riet [tong] (van blaasinstrument) |
| kusabukai-草深い | met gras begroeid [overwoekerd] |
| kūsai-空際 | horizon (het punt waar hemel en aarde elkaar raken) |
| kusaichi-草市 | bloemenmarkt tijdens het Obon festival |
| kusaikire-草熱れ | de sterke geur van gras (in de zomerhitte0) |
| kusaki-草木 | bomen en planten; vegetatie |
| kusamochi-草餅 | rijstcake gekruid met bijvoet (Artemisia) |
| kusanone-草の根 | de gewone mensen; het algemene publiek |
| kusarigama-鎖鎌 | traditioneel Japans wapen bestaande uit een ketting met een sikkel (kama) eraan |
| kusaya-草屋 | een hut [huis] met een rieten dak |
| kusazuri-草摺り | dij-harnasplaat (harnasstuk om de dijbenen te beschermen) |
| kusemono-曲者 | verdacht-uitziende [louche] persoon; (oude) sluwe [slimme] vos |
| kushinsantan-苦心惨憺 | onverdroten; ijverig; nijver; noest; met grote moeite |
| kūshitsu-空室 | vrije [niet-gereserveerde] kamer (in een hotel, e.d.) |
| kūshitsu-空室 | leegstaande kamer; kamer waar niemand woont |
| kusuburu-燻る | roken; smeulen; walmen; gloeien |
| kusuburu-燻る | (fig.) smeulen (b.v. van een ruzie) |
| kusuburu-燻る | roetig zijn; met roet bedekt zijn |
| kusuri-薬 | medicijn; geneesmiddel |
| kutchisei-屈地性 | geotropie; geotropisme (het verschijnsel dat plantenwortels groeien in de richting van de zwaartekracht) |
| kutsubako-靴箱 | (op)bergmeubel voor schoenen (vaak direct bij de ingang van Japanse huizen en gebouwen) |
| kutsugaesu-覆す | omverwerpen (van een regime, e.d.) |
| kutsurogu-寛ぐ | luieren; zich ontspannen; relaxen; doen alsof men thuis is |
| kutsuwamushi-轡虫 | Mecopoda niponensis (een sabelsprinkhaan) |
| kutsuzumi-靴墨 | schoensmeer; schoenpoets; schoencrème |
| kuwabara-桑原 | een spreuk [bezwering] om blikseminslag tijdens onweer, en andere rampen, te voorkomen (vaak dubbel gebruikt ,als kuwabara-kuwabara) |
| kuwaeru-加える | verhogen; vergroten; toenemen |
| kuwaeru-加える | omvatten; bevatten; meetellen |
| kuwaeru-銜える | iets in de mond (tussen de tanden of lippen) houden [hebben; nemen] |
| kuwashii-詳しい | goed geïnformeerd [ingevoerd] zijn, veel kennis hebben |
| kuwasu-クワス | kvas, een traditioneel Russische drank op basis van gefermenteerde roggemeel en mout |
| kūyanenbutsu-空也念仏 | invocatie van Amida Boeddha volgens de leer van Kūya (een Tendai monnik, 903 - 972) met behulp van instrumentale begeleiding (kalebas of bel) en dans |
| kuyō-供養 | boeddhistische dienst voor een overledene (met offers en gebeden; Sanskriet pūjanā) |
| kūzenzetsugo-空前絶後 | zeer zeldzaam; de enige in zijn soort; eens maar nooit meer; de eerste en laatste keer |
| kuzu-屑 | afval; rommel; vuilnis; schroot |
| kuzukiri-葛切り | een traditionele Japanse zoete lekkernij (gemaakt van het zetmeel uit de wortels van de kudzu plant, geserveerd in repen, bedekt met suikerstroop) |
| kuzuko-葛粉 | kudzu-poeder (zetmeel uit de wortels van de kudzu-plant) |
| kuzumono-屑物 | rommel; afval; rotzooi; troep; schroot |
| kū・kurakkusu・kuran-クー・クラックス・クラン | Ku Klux Klan (geheime blanke organisatie in de Verenigde Staten vooral bekend vanwege hun racistisch geweld) |
| kyaku-客 | klant; afnemer; client |
| kyaku-客 | (informeel) menstruatie; ongesteldheid |
| kyaku-脚 | (achtervoegsel) gebruikt voor het tellen van meubels, e.d. |
| kyakuashirai-客あしらい | manier van omgaan met gasten [klanten]; dienstverlening |
| kyakuatsukai-客扱い | manier van omgaan met gasten [klanten]; klankvriendelijkheid |
| kyakuma-客間 | salon; ontvangkamer; zitkamer |
| kyakumachi-客待ち | (eufemisme) in de tippelzone, het wachten op klanten |
| kyakuryoku-脚力 | loopvermogen; afstand die men kan lopen |
| kyakushitsu-客室 | logeerkamer; gastenkamer; passagiershut |
| kyakuzashiki-客座敷 | salon; ontvangkamer; bezoekerskamer |
| kyakuzen-客膳 | laag serveertafeltje; dienblad met pootjes |
| kyandoru・sābisu-キャンドル・サービス | een (avond)dienst (in een kerk) met brandende kaarsen |
| kyanpu-キャンプ | kamp; kampement; legerplaats |
| kyantarōpu-キャンタロープ | kanteloep; kantaloep (meloen) |
| kyarameru-キャラメル | karamel |
| kyaria・gāru-キャリア・ガール | carrièremeisje; ambitieus meisje |
| kyaripasu-キャリパス | krompasser; schuifmaat (meetinstrument) |
| kyasshuresu-キャッシュレス | zonder contant geld; niet betalen met contant geld (dus betalen met creditkaart of betaalkaart) |
| kyassuru-キャッスル | Compact Application Solution Language (programmeertaal) |
| kyasutingu・bōto-キャスティング・ボート | een beslissende [doorslaggevende] stem (bij gelijk aantal stemmen) |
| kyatapirā-キャタピラー | (merknaam van) een rupsbandtractor; rupsvoertuig |
| kyatchā・bōto-キャッチャー・ボート | (kleine) boot voor de walvisvangst (werkt samen met de grote walvisvaarder) |
| kyatchifon-キャッチフォン | wisselgesprek (signaal waarschuwt voor tweede binnenkomend gesprek) |
| kyatchi・furēzu-キャッチ・フレーズ | bekende zin [frase; uitspraak] (vaak geassocieerd met een beroemde persoon) |
| kyatchi・sērusu-キャッチ・セールス | agressieve verkoopmethode (waarbij men mensen op straat aanspreekt om hen iets te verkopen) |
| kyō-享 | (in kanji-combinaties) ontvangen; ondergaan; aannemen; ondernemen |
| kyō-京 | hoofdstad; metropool |
| kyō-協 | (in kanji combinaties) de krachten bundelen; samenwerken |
| kyo-去 | (in kanji combinaties) het weggaan; voorbijgaan; wegnemen |
| kyō-強 | iets meer dan (een naar beneden afgerond getal) |
| kyō-橋 | (med.) pons Varoli; brug van Varol (verbinding tussen de kleine hersenhelften) |
| kyōbainin-競売人 | veilingmeester |
| kyōbō-共謀 | samenzwering; samenspanning; complot |
| kyōcho-共著 | co-auteurschap; gezamenlijk werk |
| kyōchō-協調 | samenwerking; eendracht; overeenstemming |
| kyōchōkainyū-協調介入 | gezamenlijk optreden; gecoördineerde interventie [tussenkomst] |
| kyōchōsei-協調性 | bereidheid tot [geest van] samenwerking |
| kyōchōyūshi-協調融資 | gezamenlijke financiering; co-financiering; medefinanciering |
| kyochūchōtei-居中調停 | bemiddeling; mediatie |
| kyodai-巨大 | macro- mega-; [enorm; heel groot; gigantisch] zijn |
| kyodatsu-虚脱 | (med.) collaps; flauwte; shock |
| kyōdō-共同 | samenwerking; medewerking; coöperatie |
| kyōdō-協同 | coöperatie; samenwerking; medewerking |
| kyōdōbōgi-共同謀議 | samenzwering; samenspanning; complot |
| kyōdōkeiei-共同経営 | gezamenlijk beheer [management] |
| kyōdōkumiai-協同組合 | coöperatie; samenwerking(sverband); partnership |
| kyōdōkunren-共同訓練 | (van strijdkrachten) gemeenschappelijke training [oefening] |
| kyōdōseihan-共同正犯 | medeplichtige; handlanger |
| kyōdōseimei-共同声明 | gezamenlijke verklaring [proclamatie] |
| kyōdōsengen-共同宣言 | gezamenlijke verklaring; gezamenlijk communiqué |
| kyōdōshakai-共同社会 | (sociologie) Gemeinschaft (een samenleving met sterke affectieve bindingen en saamhorigheid) |
| kyōdōshakai-共同社会 | samenleving; gemeenschap |
| kyōdōshijō-共同市場 | gemeenschappelijke markt |
| kyōdōshuken-共同主権 | condominium; gemeenschappelijk bestuurd gebied; gemeenschappelijke soevereiniteit |
| kyōdōshusshi-共同出資 | gemeenschappelijke [gezamenlijke] investering |
| kyōdōsuponsā-共同スポンサー | medesponsor |
| kyōdōsuru-共同する | samenwerken; zich verenigen; de handen ineenslaan |
| kyōdōtai-共同体 | gemeenschap; maatschappij |
| kyōei-共栄 | (gezamenlijke) voorspoed |
| kyōen-共演 | (film, toneelstuk, muziek) samenspelen; samen de hoofdrol delen |
| kyofu-巨富 | groot fortuin; enorme rijkdom |
| kyōfushō-恐怖症 | fobie; beklemmende angst |
| kyōgaku-共学 | co-educatie; gemeenschappelijke opleiding [opvoeding] voor jongens en meisjes |
| kyogaku-巨額 | een groot bedrag; een enorme som geld |
| kyōge-教化 | bekering; (iemand) bekeren tot (het Boeddhisme) |
| kyōgen-狂言 | Kyōgen, traditioneel komisch Japans theater (vormt samen met Nō het Nōgaku theater) |
| kyōgenmawashi-狂言回し | iemand die achter de schermen werkt [aan de touwtjes trekt] |
| kyōgi-経木 | een dun houten bord (van ca. 25 centimeter breed) waarop een soetra is geschreven |
| kyōhaku-脅迫 | intimidatie; bedreiging; dreigement |
| kyōhan-共犯 | medeplichtigheid |
| kyōhansha-共犯者 | medeplichtige |
| kyōikukihonhō-教育基本法 | de (Japanse) Fundamentele Onderwijswet |
| kyōjisei-強磁性 | ferromagnetisme |
| kyōjitsu-凶日 | een ongeluksdag; een kwade [slechte] dag; een dag met slechte voortekenen |
| kyōjo-共助 | samenwerking |
| kyojō-居城 | woonkasteel van een kasteelheer [domeinvorst; daimyō] |
| kyōjōshugi-教条主義 | dogmatisme |
| kyojūkyokasho-居住許可書 | verblijfsvergunning (document) |
| kyōka-供花 | het offeren van bloemen (bij een heiligdom, graf, e.d.); bloemenoffer; geofferde bloemen; kranslegging |
| kyōkai-教会 | (Christelijke) kerk; kerkgenootschap; parochie; (kerk)gemeente |
| kyokan-巨漢 | zeer grote [lange] man; enorme kerel; reus |
| kyōkan-経巻 | een rol met soetra's |
| kyōkashokuhin-強化食品 | verrijkt voedsel (met mineralen, vitaminen, etc.) |
| kyōkasuigetsu-鏡花水月 | iets dat mooi en zichtbaar is maar niet aangeraakt kan worden, zoals de reflectie van bloemen in een spiegel of die van de maan in het water |
| kyokasuru-許可する | toestaan; toestemmen; goedkeuring |
| kyōkatabira-経帷子 | witte lijkwade (kimono, met soetra's erop geschreven) van een overledene (bij een boeddhistische begrafenis) |
| kyōkatsu-恐喝 | (formeel) afpersing; chantage |
| kyōke-教化 | bekering; (iemand) bekeren tot (het Boeddhisme) |
| kyōkei-恭敬 | gedrag met zelfbeheersing en aandacht; respectvol gedrag |
| kyoku-局 | bureau; departement; afdeling |
| kyōku-教区 | parochie (gemeenschap); (kerkelijke) gemeente |
| kyoku-曲 | muziek; muziekstuk; muzieknummer; lied |
| kyokuban-局番 | netnummer (telefoon) |
| kyokuhidōbutsu-棘皮動物 | stekelhuidigen (Echinodermata, ongewervelde zeedieren, zoals zeesterren, zee-egels, zeekomkommers) |
| kyokuin-局員 | stafmedewerker op een bureau [kantoor; organisatie] |
| kyokujitsu-旭日 | rijzende [opkomende] zon (ook fig.); ochtendzon |
| kyokumoku-曲目 | een muziekstuk; muzikaal nummer; muziekprogramma; repertoire |
| kyokuroku-曲彔 | een stoel waarop Zen-monniken zitten tijdens boeddhistische ceremonies (met cirkelvormige rugleuning + armleuningen) |
| kyokuron-曲論 | drogreden; misleidende argumentatie; sofisme |
| kyokuron-極論 | het grondig argumenteren [bespreken] |
| kyokuryō-極量 | maximale dosering (van medicijnen) |
| kyokuryoku-極力 | tot het uiterste; naar beste vermogen [kracht]; met alle macht |
| kyokusetsu-曲節 | een melodie; deuntje |
| kyokusui-曲水 | een traditioneel gedicht geschreven tijdens een bijeenkomst waarbij de deelnemers een kettinggedicht schrijven wanneer de (wijn)beker voor hen staat |
| kyokusuinoen-曲水の宴 | een traditioneel gedicht geschreven tijdens een bijeenkomst waarbij de deelnemers een kettinggedicht schrijven wanneer de (wijn)beker voor hen staat |
| kyokyojitsujitsu-虚虚実実 | kracht, mogelijke strategieën, trucs, geheime kneepjes en listen |
| kyōma-京間 | tatami-mat met een standaardafmeting van ca. 191 cm x 95,5 cm |
| kyōma-京間 | standaardafmeting van de afstand tussen pilaren in de Japanse architectuur (ca. 1.95 meter) |
| kyoman-巨万 | zeer groot aantal; enorme som [hoeveelheid] |
| kyoman-巨万 | enorm groot bedrag; immens fortuin [vermogen] |
| kyōmei-共鳴 | (fig.) emotionele meebeleving; geestelijke verbinding; instemming |
| kyomushugi-虚無主義 | nihilisme |
| kyōnetsu-狂熱 | grote [extreme] passie [betrokkenheid]; wild enthousiasme |
| kyōnokidaore-京の着倒れ | zichzelf financieel ruïneren door te veel kleding te kopen (wordt gezegd over mensen in Kyoto) |
| kyōrakushugi-享楽主義 | epicurisme (filosofie van Epicurus); hedonisme; genotzucht |
| kyori-巨利 | enorme winst; veel profijt |
| kyorikei-距離計 | afstandmeter; telemeter |
| kyōrikiko-強力粉 | broodmeel; meel van harde [sterke] tarwe |
| kyōryō-狭量 | kleingeestigheid; bekrompenheid; vooringenomenheid; intolerantie; onverdraagzaamheid |
| kyōryoku-協力 | samenwerking; medewerking; coöperatie |
| kyōryokusuru-協力する | samenwerken |
| kyōsaibentō-恐妻弁当 | (semi-humoristisch) de lunchbox (al dan niet met vergif) klaargemaakt door een bazige [genadeloze) vrouw [echtgenote] |
| kyōsaku-警策 | (zen-boeddh.) lat om een slag te geven op de rechterschouder van een meditatie-beoefenaar ter waarschuwing om niet te verslappen |
| kyōsanshugi-共産主義 | communisme |
| kyoseki-巨石 | megaliet; groot rotsblok |
| kyōshi-教師 | leraar; docent; mentor |
| kyōshin-狂信 | fanatisme |
| kyoshitsu-居室 | woonkamer; zitkamer |
| kyoshō-巨匠 | meester; maestro; virtuoos |
| kyōshokuin-教職員 | onderwijzend personeel; school personeel; docenten en medewerkers van een school |
| kyōshūsuru-強襲する | bestormen; iem. of iets fel aanvallen; stormenderhand veroveren |
| kyōsui-胸水 | (med.) pleurale effusie; pleuravocht (rond de longen) |
| kyōtei-競艇 | speedbootrace; wedstrijd met raceboten |
| kyōtō-驚倒 | het versteld staan; met stomheid geslagen zijn; verbitterd [geschokt] zijn |
| kyōtsū-共通 | (iets) gemeen [gemeenschappelijk] hebben |
| kyōtsūgo-共通語 | gemeenschappelijke taal; standaardtaal |
| kyōtsūten-共通点 | gemeenschappelijk punt; punt van overeenkomst |
| kyōwa-共和 | (politieke) samenwerking |
| kyōwa-共和 | republicanisme; rebublikeinse gezindheid |
| kyōyō-教養 | cultuur; educatie; (algemene) ontwikkeling |
| kyōyū-共有 | gemeenschappelijk bezit [eigendom] |
| kyōzō-経蔵 | soetra-pitaka (verzameling van soetra's, die samen met de voorschriften en de verhandelingen de Tripitaka (drie manden) van het boeddhisme vormen) |
| kyū-吸 | (in kanji combinaties) slikken; inhaleren; zuigen ademen; absorberen; innemen |
| kyū-宮 | de eerste stem in het vijf-stemmen systeem van Chinese en Japanse muziek |
| kyū-弓 | afstandseenheid tot het doel bij boogschieten (ca. twee meter) |
| kyū-弓 | afstandseenheid voor landmeting (ca. twee en een halve meter) |
| kyūaku-旧悪 | (Edo-periode) misdaad [misdrijf] waarop verjaring geldt (met uitzondering van moord e.d.) |
| kyūbaku-旧幕 | het oude shogunaat (term gebruikt na de Meiji Restauratie voor het Edo shogunaat) |
| kyūban・hīru-キューバン・ヒール | Cubaanse hak (hak met schuinlopende achterkant van een schoen of laars) |
| kyūbi-鳩尾 | (med.) fossa epigastrica; maagkuiltje (net onder het borstbeen) |
| kyūbizumu-キュービズム | cubisme (kunststroming) |
| kyūbutsu-旧物 | oude dingen [voorwerpen]; oude gewoonten [systemen] |
| kyūbutsu-旧物 | (fig.) anachronisme; iets dat tot een andere tijd behoort |
| kyūdai-及第 | het slagen voor een examen |
| kyūdaisuru-及第する | slagen voor een examen |
| kyūden-強電 | sterkstroom (de (normale) elektrische stroom met hoge spanning) |
| kyūdō-弓道 | (Japans) boogschieten (vooral voor mentale training) |
| kyūhō-旧法 | (inmiddels niet meer geldende) oude wetgeving [bepaling; verordening] |
| kyūjitai-旧字体 | oude traditionele Japanse kanji schriftstijl (voor de hervorming in 1949 met de instelling van de Toyo kanji-tabel) |
| kyūjō-休場 | het niet meedoen van acteurs, sporters, etc. |
| kyūkai-休会 | reces (b.v. van het parlement) |
| kyūkinzumō-給金相撲 | (in een sumo toernooi) de beslissende partij die bepaalt of de worstelaar meer winst of meer [8] verliespartijen heeft |
| kyūkō-救荒 | het redden van mensen bij hongersnood |
| kyūkoku-急告 | urgente [dringende] aankondiging [mededeling]; spoedbericht |
| kyūkyo-急遽 | in haast; haastig; met spoed; overijld |
| kyūkyō-旧教 | katholicisme |
| kyūkyū-救急 | eerste hulp (medisch); EHBO |
| kyūkyūkyūmeishi-救急救命士 | ambulancepersoneel met een medische basistraining |
| kyūmei-救命 | redding; het redden van iemand in nood [van een mensenleven] |
| kyūmei-旧名 | oorspronkelijke naam; oude naam; meisjesnaam |
| kyūmei-究明 | onderzoek; het verzamelen van feiten; ontdekken; uitzoeken; aan het licht brengen |
| kyūmensankakuhō-球面三角法 | boldriehoeksmeting; sferische goniometrie; sferische trigonometrie |
| kyūmin-救民 | rampenbestrijding; hulp aan mensen in nood |
| kyūni-急に | direct; meteen; plotseling; onverwacht; versneld; scherp (bocht) |
| kyūri-胡瓜 | komkommer |
| kyūryū-穹窿 | hemel; hemelgewelf |
| kyūsei-旧姓 | oorspronkelijke familienaam (voor het huwelijk); meisjesnaam |
| kyūseikokyūkyūhakushōkōgun-急性呼吸窮迫症候群 | ARDS (Acute Respiratory Distress Syndrome); shocklong; longinsufficiëntie na trauma |
| kyūseishu-救世主 | de Verlosser; Messias |
| kyūsha-厩舎 | renstal; stal met renpaarden |
| kyūshi-旧氏 | vorige naam; oude naam; meisjesnaam |
| kyūshi-窮死 | sterven onder erbarmelijke omstandigheden |
| kyūshin-救心 | de merknaam van een (kruiden)geneesmiddel |
| kyūshu-旧主 | iemands voormalige meester [heer] |
| kyūshu-鳩首 | het samenkomen; bij elkaar komen |
| kyūshūgappei-吸収合併 | een bepaald soort bedrijfsfusie door overname (één van de betrokken bedrijven blijft bestaan, het andere bedrijf verdwijnt) |
| kyūshūsuru-吸収する | absorberen; opnemen; assimileren |
| kyūsō-急送 | het iets met spoed [per expresse] verzenden; spoedzending |
| kyūso-泣訴 | smeekbede; het smeken (met tranen in de ogen) |
| kyūsodai-窮措大 | een arme student [geleerde] |
| kyūsuru-窮する | in de war zijn; niet weten wat te doen; in de problemen zitten |
| kyūtō-急騰 | plotselinge toename [stijging] |
| kyūyakuseisho-旧約聖書 | het Oude Testament |
| kyūyu-給油 | het oliën; smeren (van een machine) |
| kyūzō-急増 | snelle [plotselinge] toename [stijging] |
| kyūzōsuru-急増する | in rap tempo toenemen; snel [plotseling] stijgen |
| maai-間合い | gelegenheid; kans; het juiste moment |
| maamaa-まあまあ | (gebruikt om iemand te kalmeren) |
| mabataki-瞬き | het knipperen (met de ogen; van het licht); het twinkelen (van een ster) |
| mabu-間夫 | liefdesaffaire buiten het huwelijk (van een getrouwde vrouw met een minnaar of van een getrouwde man met een minnares) |
| māburu-マーブル | marmer |
| māchandaijingu-マーチャンダイジング | merchandising; marktonderzoek; productstrategie |
| machiai-待合 | afspraak; samenkomst; ontmoeting |
| machiai-待合 | de plek waar men elkaar ontmoet [op elkaar wacht]; wachtkamer |
| machiaiseiji-待合政治 | achterkamertjespolitiek |
| machiaishitsu-待合室 | wachtkamer [wachtruimte] (in een stationsgebouw, ziekenhuis, e.d.) |
| machibōke-待ち惚け | het tevergeefs wachten (op iemand); niet komen opdagen (van iemand) |
| machibugyō-町奉行 | gemeenteambtenaar; stadsbestuurder |
| machiisha-町医者 | gemeentearts; stadsarts; huisarts |
| machiwabiru-待ち侘びる | moe worden van het wachten; niet meer kunnen wachten |
| machiyakuba-町役場 | gemeentehuis; gemeentesecretarie; stadhuis; stadsdeelkantoor |
| mada-まだ | nog steeds (in comb. met bevestigende werkwoorden) |
| mada-まだ | nog (niet) (in comb. met ontkennende werkwoorden) |
| madai-間代 | de huurprijs van een kamer; kamerhuur |
| madaki-未だき | heel kort geleden; (in) een vroeg stadium; (op) een vroeg moment |
| madamada-未だ未だ | nog; nog meer; nog steeds |
| madamu・tassō-マダム・タッソー | Madame Tussauds (wassenbeelden museum) |
| madogiwazoku-窓際族 | een onproductieve werknemer; een incompetente werknemer van middelbare leeftijd (die een zitplaats bij het raam krijgt zodat hij niet in de weg loopt) |
| madoguchihanbai-窓口販売 | balieverkoop (verkoop rechtstreeks aan de balie, met name van verzekeringsproducten, beleggingsfondsen, staatsobligaties, etc. in bank of postkantoor) |
| madomoazeru-マドモアゼル | mademoiselle; een jonge vrouw; mejuffrouw |
| madori-間取り | kamerindeling [plattegrond] van een huis |
| madorosu・paipu-マドロス・パイプ | matrozenpijp, een (tabaks)pijp met een grote kop en gebogen steel (werd vaak door zeelui gebruikt) |
| maebure-前触れ | voorteken; omen; voorbode |
| maeiwai-前祝い | viering vooraf; al van te voren toosten [drinken] op (komend) succes |
| maekagami-前屈み | het met afhangende schouders [een ronde rug] lopen; gebukt [gebogen] lopen |
| maekōjō-前口上 | inleidende opmerkingen; proloog; voorwoord |
| maeukeshūeki-前受収益 | uitgesteld inkomen |
| mafu-マフ | mof (handenwarmer) |
| māgaretto-マーガレット | (Argyranthemum frutescens) struikmargriet, zomermargriet |
| magashi-間貸し | kamerverhuur |
| magashisuru-間貸しする | kamer(s) verhuren |
| mageru-曲げる | buigen; krommen; bukken |
| mageru-曲げる | verdraaien (ook fig.: feiten, etc.); veranderen (van mening b.v.) |
| magirekomu-紛れ込む | zich vermengen met; vermengd worden; opgaan in; verdwalen; verloren raken |
| mago-馬子 | een pakpaard voerman [menner] |
| magoko-孫子 | kinderen en kleinkinderen; nageslacht; afstammelingen |
| magonote-孫の手 | rugkrabber (meestal van bamboe, ca. 50 - 60 cm lang, met een handje op het uiteinde) |
| maguneshiumu-マグネシウム | magnesium (chem. element) |
| maguso-馬糞 | paardenvijg; paardenmest; paardendrek |
| mahiseichihō-麻痺性痴呆 | paralystische dementie |
| maho-真帆 | het zeilen met de wind mee [met rugwind] |
| maho-真帆 | met volle zeilen |
| mahometto-マホメット | Mohammed |
| mahomettokyō-マホメット教 | mohammedanisme; islam |
| maikotsu-埋骨 | (na de crematie) bijzetting van de urn met gecremeerde botten in het familiemausoleum |
| maikuromētā-マイクロメーター | micrometer (1 duizendste millimeter) |
| maikuromētā-マイクロメーター | micrometer (instrument om kleine afstanden te meten) |
| maikuromētoru-マイクロメートル | micrometer (instrument om kleine afstanden te meten) |
| maikuromētoru-マイクロメートル | micrometer (1 duizendste millimeter) |
| maikurosofuto-マイクロソフト | Microsoft (naam Amerikaans computerbedrijf) |
| maimu-マイム | mime; pantomime |
| mainanbā-マイナンバー | Japans algemeen identiteitsnummer; (vgl. Ned. burgerservicenummer) |
| mairu-参る | (nederig werkwoord voor 行く; 来る) gaan; komen |
| maisu-売僧 | een monnik die oneerlijke wijze zaken doet (met misbruik van zijn boeddhistische status) |
| maitta-参った | (uitroep bij vechtsporten) ik geef op; ik geef me gewonnen |
| majieru-交える | combineren; (ver)mengen; opnemen; toevoegen |
| majikku・inki-マジック・インキ | merknaam voor Japanse permanent marker |
| majikku・mirā-マジック・ミラー | eenrichtingsspiegel (die het licht aan een kant doorlaat en aan de andere kant reflecteert; zo kan men iem. observeren zonder die de waarnemer ziet) |
| majimaji-まじまじ | (onomatopee) starend; (met de ogen); zonder te knipperen |
| majimekusaru-真面目腐る | ernstig worden; een plechtige [serieuze] houding aannemen |
| majirogu-瞬ぐ | met de ogen knipperen |
| majiru-混じる | gemengd [gemixt] worden; zich mengen |
| majoritī-マジョリティー | meerderheid |
| mākā-マーカー | teken; merk; label |
| makazu-間数 | aantal kamers |
| makeboshi-負け星 | een nederlaag; (bij sumo) een merktreken (een zwarte cirkel) op het scoreformulier voor een verloren wedstrijd |
| makeinu-負け犬 | een duidelijke verliezer (als een hond die met zijn staart tussen de benen afdruipt); underdog |
| makejidamashii-負けじ魂 | onverzettelijke [onbuigzame; onverschrokken] geest [ziel] |
| makekosu-負け越す | meer verliezen hebben dan overwinningen |
| māketto・segumentēshon-マーケット・セグメンテーション | marktsegmentatie (onderverdeling van de doelmarkt in subgroepen van consumenten) |
| maki-真木 | (een algemene term voor ceder- en cipressenhout) goed hout; timmerhout van uitstekende kwaliteit |
| makiaberizumu-マキアベリズム | machiavellisme |
| makiageru-巻き上げる | wegnemen; afpakken; stelen |
| makie-蒔絵 | een techniek om lakwerk te decoreren met goud- en zilverstofdeeltjes |
| makijaku-巻き尺 | (oprolbaar) meetlint; rolcentimeter |
| makijita-巻き舌 | met trilling geproduceerde r-klank (een rollende r) |
| makikomu-巻き込む | meegesleurd [ondergedompeld] worden; verstrengeld [betrokken] raken |
| makimono-巻物 | perkamentrol; makimono |
| makkāshizumu-マッカーシズム | Mccarthyisme (anticommunistische verdachtmakingen in Amerika in de jaren 50) |
| makotoshiyaka-真しやか | aannemelijk (maar niet waar) zijn; geloofwaardig zijn (b.v. van een leugen) |
| māku-マーク | (merk)teken; merk; etiket; label; embleem |
| maku-撒く | ontsnappen; ontkomen; (iem.) ontglippen; ontwijken |
| maku-膜 | membraan; vlies |
| makunouchi-幕の内 | (hist.) een met gordijnen afgescheiden ruimte voor de sumoworstelaars tijdens een bezoek van de Shōgun |
| makurame-マクラメ | macramé; knoopwerk |
| makurasen-枕銭 | tip [fooi] die in hotelkamers wordt achtergelaten voor de schoonmaker [schoonmaakster] |
| makurasuru-枕する | iets als kussen gebruiken; slapen [liggen] met je hoofd op iets |
| makurazeni-枕銭 | tip [fooi] die in hotelkamers wordt achtergelaten voor de schoonmaker [schoonmaakster] |
| makurazōshi-枕草紙 | boek met erotische prenten |
| mākusensu-マークセンス | mark sensing (data input methode) |
| mākushītohōshiki-マークシート方式 | examenformulier; testformulier |
| makuuchi-幕内 | het personeel achter de schermen |
| makuuchi-幕内 | sumoworstelaar met een rang hoger of gelijk aan maegashira; hoogste [senioren] divisie |
| makuwauri-真桑瓜 | (andere naam voor) Chinese [oosterse] meloen (Cucumis melo) |
| mākyurī-マーキュリー | Mercurius (Romeinse godheid) |
| mākyurī-マーキュリー | de planeet Mercurius |
| mākyurokuromu-マーキュロクロム | mercurochroom |
| mamachari-ママチャリ | omafiets; (dames)fiets met mandje voorop |
| mamagoto-飯事 | (kinderspel) vadertje en moedertje spelen; theepartijtje, e.d. houden met speelgoedservies |
| māmeido-マーメイド | zeemeermin |
| mamireru-塗れる | bedekt [besmeurd] worden |
| mamori-守り | (beschermende) amulet; talisman |
| mamoru-守る | beschermen; verdedigen; bewaken; waken over |
| man-マン | man; mens |
| manadeshi-愛弟子 | lieveling van de juf [meester; docent]; favoriete leerling |
| manakai-目交 | oog in oog met; voor [tussen] je ogen |
| manatsu-真夏 | midzomer; hartje zomer |
| manatsubi-真夏日 | een tropische (zomer)dag (met een temperatuur van meer dan 30 graden) |
| manbun-漫文 | een warrige [onsamenhangende] zin [alinea] |
| mandan-漫談 | warrig [onsamenhangend] geklets [praatje] |
| mandan-漫談 | een soort podiumkunst met een humoristisch, warrig verhaal [gesprek] |
| mandara-曼荼羅 | mandala (geometrische afbeelding die metafysisch of symbolisch de kosmos uitbeeldt in Oosterse religies) |
| manejimento-マネジメント | management; bedrijfsvoering; beheer |
| manējimento-マネージメント | management; bedrijfsvoering; beheer |
| manejimento・konsarutanto-マネジメント・コンサルタント | management adviseur |
| manekineko-招き猫 | gelukskatje (beeldje van een kat die met een bewegende voorpoot klanten binnen wenkt (li-poot) of voorspoed en rijkdom binnenhaalt (re-poot)) |
| mangaichi-万が一 | bij toeval; in het zeldzame [onwaarschijnlijke] geval; in geval van nood; in het ergste geval |
| mangakissa-漫画喫茶 | theehuis [lunchroom] met een boekenkast met stripboeken, die klanten kunnen lezen tijdens de maaltijd |
| mangan-マンガン | mangaan (chem. element) |
| mangan-満願 | het nakomen van een gelofte [eed] |
| maniawaseru-間に合わせる | tijdelijk [in noodgevallen] gebruiken [toepassen]; zich redden met (wat er voorhanden is) |
| manierisumu-マニエリスム | maniërisme |
| maningen-真人間 | een fatsoenlijk mens; rechtschapen persoon |
| manjirito-まんじりと | met heel weinig slaap |
| manjōitchi-満場一致 | algemene overeenstemming; unaniem zijn |
| manjū-饅頭 | gestoomd broodje met vulling |
| manjūgasa-饅頭笠 | een platte hoed dop met een afgeronde bovenkant (als de vorm van een gestoomd broodje) |
| mankanshoku-満艦飾 | (van schepen) feestelijk vlagvertoon [tuigage]; het pavoiseren (met rijen vlaggen en wimpels versieren) |
| mankimaehensaihoshōryō-満期前返済保償料 | obligatielening met vervroegde aflossing |
| mankirimawari-満期利回り | rendement op de vervaldag; aflossingsrendement |
| mankitsu-満喫 | met volle teugen genieten; met veel plezier |
| manman-漫漫 | uitgestrekt [grenzeloos; onmetelijk groot] zijn |
| mannenrei-満年齢 | westerse wijze van leeftijd tellen, waarbij de jaren die men heeft volbracht worden geteld (en niet beginnend met één bij de geboorte) |
| mannen'yuki-万年雪 | eeuwige sneeuw; sneeuw (boven de sneeuwgrens) die niet smelt, maar altijd blijft liggen |
| manneri-マンネリ | maniërisme |
| mannerizumu-マンネリズム | maniërisme; gekunstelde stijlfiguur |
| mannin-万人 | iedereen; alle (soorten) mensen |
| manomētā-マノメーター | manometer; drukmeter |
| manpitsu-漫筆 | willekeurige notities; losse aantekeningen [opmerkingen] |
| manpokei-万歩計 | pedometer; stappenteller |
| manrikigusari-万力鎖 | oud Japans kettingwapen (zware ketting met gewichten aan de uiteinden) |
| manroku-漫録 | willekeurige notities; losse aantekeningen [opmerkingen] |
| mansaku-万作 | Japanse toverhazelaar (Hamamelis japonica) |
| mansaku-満作 | Japanse toverhazelaar (Hamamelis japonica) |
| manshon-マンション | appartement (in een flatgebouw) |
| mansui-満水 | volledige waterstand; hoogste waterpeil; geheel gevuld met water |
| manten-満天 | het firmament; uitspansel; de hele hemel |
| manugareru-免れる | ontsnappen; ontkomen aan; vermijden; ontlopen |
| manukareru-免れる | ontsnappen; ontkomen aan; vermijden; ontlopen |
| manyuaru-マニュアル | met handmatige bediening |
| manzai-万歳 | entertainers, die vroeger bij Nieuwjaarsfeesten van deur tot deur gingen om de mensen te vermaken |
| manzokusuru-満足する | tevreden zijn (met) |
| man'ichi-万一 | bij toeval; in het zeldzame [onwaarschijnlijke] geval; in geval van nood; in het ergste geval |
| maotoko-間男 | een overspelige man; (geheime) minaar |
| mappai-末輩 | een ondergeschikte; iemand met een lage rang [status]; iemand met weinig vaardigheden |
| mappira-真っ平 | (met ontkenning) helemaal niet; geenszins |
| mappo-マッポ | (jargon; afk. voor Satsumappo) politieagent (Meiji periode) |
| mappōshisō-末法思想 | pessimisme door het besef dat de periode van verval van de boeddhistische wetten [leer] is aangebroken |
| maria-マリア | Maria (meisjesnaam) |
| marinba-マリンバ | (muziekinstrument) marimba |
| marin・rukku-マリン・ルック | maritieme look (kledingstijl) |
| marobu-転ぶ | vallen; struikelen; ten val komen; omvallen; tuimelen |
| maruāru-まるアール | (cirkel met een R erin; Ⓡ) het symbool voor een geregistreerd handelsmerk |
| maruchianpuhōshiki-マルチアンプ方式 | systeem met meerdere versterkers; multi-channel versterker |
| maruchibokkusu-マルチボックス | multibox (draagbare aansluitingsdoos met meerdere connectoren) |
| maruchichanneru-マルチチャンネル | multichannel; via meerdere kanalen |
| maruchimedia-マルチメディア | multimedia |
| maruchipuroguramingu-マルチプログラミング | (computer) multiprogrammering |
| maruchipurukōkoku-マルチプル広告 | multi-advertising (adverteren voor meerdere vestigingen tegelijk) |
| maruchipuru・choisu-マルチプル・チョイス | meerkeuze; multiple choice |
| maruchisukurīnhōshiki-マルチスクリーン方式 | systeem met meerdere schermen |
| maruchoi-マルチョイ | meerkeuze; multiple choice |
| marudori-丸取り | het nemen [opeisen] van alles (niets overlatend); totaal in beslag nemen |
| maruhadaka-丸裸 | geen bezittingen meer hebben; alles kwijtgeraakt zijn |
| marukibashi-丸木橋 | een brug gemaakt van boomstammen |
| marukishizumu-マルキシズム | Marxisme |
| marukusushugi-マルクス主義 | marxisme |
| marumekomu-丸め込む | verleiden; inpalmen; overhalen; ompraten; vleien |
| marumero-マルメロ | (uit het Portugees: marmelo) kweepeer; kweeappel; kwee (Cydonia oblonga) |
| marunomi-丸呑み | iets (voor waar) aannemen zonder het te begrijpen |
| marusasushugi-マルサス主義 | malthusianisme (bevolkingstheorie) |
| marushī-まるシー | (cirkel met een C erin: ©) symbool van auteursrecht; copyrightteken |
| marusu-マルス | Mars (Romeinse oorlogsgod) |
| masago-真砂 | fijn zand; zandkorreltjes (ook gebruikt als metafoor voor vele kleine dingen, zoals b.v. viseitjes) |
| masaguru-弄る | friemelen; spelen [rommelen; knoeien] (met); sleutelen [prutsen] (aan) |
| masaka-まさか | het huidige moment |
| masaka-まさか | (drukt uit een onwaarschijnlijkheid, onmogelijkheid, ongeloof, e.d.) zeker niet; onmogelijk; in geen geval; dat meen je niet! |
| masaka-まさか | een moment van schrik [verrassing] |
| masani-正に | precies op dat moment; op het punt staan (om) |
| masatsuon-摩擦音 | een fricatief (medeklinker met wrijvend of sissend geluid, zoals f, s, ch) |
| masson-末孫 | afstammeling; nakomeling; nazaat; telg |
| masu-マス | een massa; grote groep; menigte (mensen) |
| māsu-マース | Mars (Romeinse oorlogsgod) |
| masu-増す | groeien; toenemen; opzwellen; vermeerderen; aankomen (in gewicht) |
| masukumeron-マスクメロン | suikermeloen (Cucumis melo) |
| masumasu-益益 | steeds meer; in toenemende mate |
| masumedia-マスメディア | massamedia |
| masutā-マスター | de originele geluidsopname; master-opname |
| masutā-マスター | zich bekwamen; beheersen |
| masutā-マスター | baas; eigenaar; manager; leider; meester |
| masu・sukurīningu-マス・スクリーニング | grootschalig (medisch) onderzoek |
| matagami-股上 | bandhoogte [heuphoogte] van een broek (gemeten vanaf het kruis) |
| matataku-瞬く | (met de ogen) knipperen; twinkelen (van sterren, e.d. |
| materiarizumu-マテリアリズム | materialisme |
| materiaru-マテリアル | stoffelijk; materieel; lichamelijk |
| matoi-纏 | standaard voor legereenheden (versierd met stroken papier of leer) |
| matoi-纏 | (Edo-periode) standaard voor brandweereenheden (versierd met stroken papier of leer) |
| matomaru-纏まる | ordelijk gemaakt worden; samenkomen; verzameld worden |
| matomaru-纏まる | vervolledigd worden; afgerond [samengevat] worden |
| matomeru-纏める | verzamelen; bij elkaar brengen |
| matomeru-纏める | samenvatten |
| matorikkusu-マトリックス | matrix; basis; grond(massa); fundament |
| matsubi-末尾 | (van documenten, e.d.) het einde; het laatste stuk [deel]; de afsluiting |
| matsuei-末裔 | nakomeling; nazaat; afstammeling; telg |
| matsugonomizu-末期の水 | het water waarmee de lippen van een stervende worden bevochtigd |
| matsukasaika-松毬烏賊 | inktvis ingesneden met vierkante inkepingen en dan geroosterd |
| matsukaze-松風 | (het geluid van) de wind die waait door de dennenbomen |
| matsuryū-末流 | nakomeling(en) |
| matsuwaru-纏わる | verband houden met; te maken hebben met |
| matsuyō-末葉 | nakomeling |
| matsuyoi-待宵 | nacht waarop men op iemand wacht (die zou komen) |
| mattanashi-待った無し | niet meer wachten; de tijd is om; nu of nooit; (bij sumo) klaar om te beginnen |
| maunto-マウント | lensvatting (van camera) |
| maunto-マウント | dia-frame |
| mausupīsu-マウスピース | mondstuk (van een blaasinstrument) |
| mawaridōrō-回り灯籠 | een lantaarn waarvan de binnenste cilinder (met uitgesneden afbeeldingen) draait en schaduwen werpt op het buitenste scherm |
| mawarikudoi-回りくどい | omslachtig; indirect; met een omweg |
| mawashi-回し | groepsseks; van een prostituee het in één nacht seks met meerdere klanten achter elkaar hebben |
| mayoibashi-迷い箸 | eetstokjes die men besluiteloos van gerecht naar gerecht beweegt zonder iets te nemen (onjuist gebruik van eetstokjes) |
| mazeawaseru-混ぜ合わせる | samenvoegen; bij elkaar voegen; (ver)mengen |
| mazegaki-交ぜ書き | het in kana schrijven van sommige kanji in samengestelde woorden |
| mazegohan-混ぜ御飯 | gekookte rijst vermengd met andere ingrediënten (b.v. groente en vlees) |
| mazekaesu-混ぜ返す | interrumperen; iemand onderbreken; spottende opmerkingen maken |
| mazekaesu-混ぜ返す | roeren; mengen |
| mazekoze-まぜこぜ | wirwar; mengelmoes |
| mazeru-混ぜる | mixen; mengen; omvatten |
| mazohizumu-マゾヒズム | masochisme |
| mazu-先ず | bijna; (met ontkenning) bijna niet; nauwelijks |
| me-奴 | vent; heerschap; mens |
| mebaeru-芽生える | ontkiemen; ontluiken; ontspruiten; uitlopen; opbloeien |
| mebana-雌花 | vrouwelijke bloem; stamperbloem (bloem met alleen een stamper) |
| meberi-目減り | vermindering van gewicht [volume]; reductie |
| meboshi-目星 | schatting; doel; oogmerk |
| meboshii-めぼしい | opvallend; opmerkelijk; belangrijk |
| mebuku-芽吹く | ontkiemen; ontluiken; uitbotten |
| mebunryō-目分量 | een meting op het gezicht [oog]; ruwe schatting (alleen door te kijken) |
| mechakucha-滅茶苦茶 | onsamenhangendheid; onredelijkheid; ongerijmdheid |
| mechie-メチエ | (Frans: metiér) vak; beroep; expertise; specialiteit |
| mechiru・arukōru-メチル・アルコール | methylalcohol; methanol (CH3OH) |
| medama-目玉 | spiegelei (met hele dooier) |
| medama-目玉 | pronkstuk; hoofdattractie; paradepaardje (fig.); meest belangrijke item; kernpunt |
| medamayaki-目玉焼き | spiegelei (met hele dooier) |
| medarisuto-メダリスト | medaillewinnaar |
| medaru-メダル | medaille |
| medatta-目立った | opvallend; opmerkelijk; zichtbaar; waarneembaar |
| mēdē-メーデー | Dag van de Arbeid (1 mei) |
| media-メディア | media |
| mediakurashī-メディアクラシー | mediacratie; media-democratie |
| media・mikkusu-メディア・ミックス | productie- [advertentie] middelen bij meerdere soorten media |
| media・riterashī-メディア・リテラシー | mediageletterdheid; mediawijsheid |
| medikaru-メディカル | medisch |
| medikaru・enjiniaringu-メディカル・エンジニアリング | medische techiek |
| medishin-メディシン | medicijn |
| medium-メディウム | medium; gemiddelde |
| mēdo-メード | meid; dienstmeid; kamermeisje; huishoudster; maagd |
| medo-目処 | doel; bedoeling; oogmerk |
| medokku-メドック | Médoc (regio in Frankrijk) |
| medokku-メドック | medoc (Franse wijn) |
| medorē-メドレー | (muziek) medley; potpourri |
| medorē・rirē-メドレー・リレー | (Eng.: medley relay) wisselslag estafette (zwemmen) |
| mega-メガ | mega (10⁶) |
| megafon-メガフォン | megafoon; luidspreker |
| megaherutsu-メガヘルツ | megahertz |
| megahon-メガホン | megafoon; luidspreker |
| meganebashi-眼鏡橋 | een brug met twee bogen |
| megaroporisu-メガロポリス | megalopolis (een groot stedelijk gebied van aan elkaar gegroeide steden) |
| megasaikuru-メガサイクル | (andere naam voor) megahertz |
| megaton-メガトン | megaton (eenheid van massa, gelijk aan 1 miljoen ton |
| megaton-メガトン | megaton (1 miljoen ton TNT, de energie die vrijkomt bij het ontploffen van waterstofbommen) |
| meguōmu-メグオーム | megohm, 1 miljoen ohm (eenheid van elektrische weerstand) |
| mehachibu-目八分 | volume van 8/10de; voor 8/10de gevuld |
| mei-名 | (als prefix) beroemd; befaamd; gerenommeerd |
| mei-名 | (wordt ook gebruikt voor het tellen van mensen) mens; persoon |
| meianjunnō-明暗順応 | (med.) licht-donker adaptatie van de ogen als men van donkere in lichte ruimten komt en v.v |
| meibo-名簿 | naamlijst; namenlijst (van leden, inclusief adresgegevens, e.d.) |
| meibōka-名望家 | een persoon met hoog aanzien [met een goede reputatie] |
| meicho-名著 | een beroemd boek; meesterwerk |
| meido-メイド | meid; dienstmeid; kamermeisje; huishoudster; maagd |
| meidō-鳴動 | gerommel; rommelend geluid; gedreun |
| meifuku-冥福 | hemelse zaligheid; geluk in het hiernamaals |
| meiga-名画 | een meesterwerk (schilderij) |
| meihin-名品 | beroemd voorwerp; uitstekend artikel; meesterstuk |
| meihitsu-名筆 | meesterlijk [uitmuntend] kalligrafeerwerk |
| meii-名医 | goede [bekende; bekwame] dokter |
| meiji-明治 | Meiji, de regeringsperiode (1868-1912) van keizer Mutsuhito (1852-1912) |
| meijiishin-明治維新 | de Meiji-restauratie (1867) |
| meijijidai-明治時代 | de Meiji periode (1868-1912) |
| meijin-名人 | meester; expert |
| meijiru-命じる | benoemen; aanwijzen; aanstellen |
| meijunnō-明順応 | (med.) licht-adaptatie, de aanpassing van de ogen als men van een donkere in een lichte ruimte komt |
| meikan-名鑑 | naamlijst; namenlijst; adresboek |
| meikyoku-名曲 | beroemd [voortreffelijk] muziekstuk; meesterwerk |
| meimeihō-命名法 | nomenclatuur |
| meimokuchingin-名目賃金 | nominaal loon; nominale inkomen |
| mein・banku-メイン・バンク | hoofdbank van een bedrijf (de bank met de hoogste kredietwaardigheid) |
| mein・ibento-メイン・イベント | belangrijkste gebeurtenis [optreden]; hoofdwedstrijd; hoofdfilm; hoofdnummer |
| meireikei-命令形 | (taalkunde) meireikei, imperatieve vorm; gebiedende wijs |
| meiryū-名流 | beroemdheden; notabelen; voorname personen |
| meisaku-名作 | beroemd kunstwerk; meesterwerk |
| meiseki-名跡 | beroemde plaats [plek; bezienswaardigheid] (met historische waarde) |
| meishi-名刺 | vissitekaartje; naamlkaartje (ook met beroep-, contactgegevens e.d.) |
| meishō-名匠 | meester; grootmeester; groot vakman |
| meishu-名手 | meester; expert |
| meisō-瞑想 | meditatie; contemplatie (in stilte) |
| meisū-名数 | een bepaald [precies] aantal; bepaalde hoeveelheid; numerieke waarde |
| meiyokyōju-名誉教授 | emeritus hoogleraar; emeritus professor |
| meiyū-盟友 | hechte vriendschap; gezworen kameraden |
| meizuru-命ずる | benoemen; aanwijzen; aanstellen |
| mejā-メジャー | maat; afmeting |
| mekanikaru-メカニカル | mechanisch |
| mekanikku-メカニック | mechanica |
| mekanikku-メカニック | mechanisch |
| mekanikku-メカニック | monteur; mecanicien; werktuigkundige |
| mekanizumu-メカニズム | mechaniek (apparaat) |
| mekanizumu-メカニズム | (filosofie) mechanisme |
| mekanizumu-メカニズム | mechanisme (werking; techniek) |
| mekatoronikusu-メカトロニクス | mechatronica (combinatie van mechanica, elektrotechniek en informatica) |
| mekimeki-めきめき | opvallend; duidelijk zichtbaar; steeds meer |
| mekishiko-メキシコ | Mexico |
| mekka-メッカ | Mekka (Arabische bedevaartsplaats) |
| mekka-メッカ | (fig.) mekka; paradijs; eldorado |
| mekkiri-めっきり | aanzienlijk; merkbaar; opmerkelijk; behoorlijk |
| mekoboshi-目溢し | oogluiking; medeweten; het door de vingers zien |
| mekubase-目配せ | het knipogen; met oogcontact [een blik] (iets) te kennen geven |
| mekubasesuru-目配せする | knipogen; met oogcontact [een blik] (iets) te kennen geven |
| mekuraban-盲判 | ondertekening [verzegeling; afstempeling] van een document zonder de inhoud ervan te kennen |
| mekusare-目腐れ | iemand met een wazige blik; kortzichtig persoon |
| memo-メモ | memo; memorandum; notitie |
| memorandamu-メモランダム | memorandum; notitie |
| memowāru-メモワール | memoires (opgeschreven persoonlijke herinneringen) |
| men-面 | hoofdbeschermer |
| menbā-メンバー | lid (van een groep, club, etc.); deelnemer |
| menbō-面貌 | uiterlijk; gezichtsuitdrukking; uiterlijke kenmerken |
| menboku-面目 | uiterlijk; voorkomen; gezicht; aanzien; eer; reputatie; prestige; waardigheid |
| menbokunai-面目ない | beschaamd; beschamend; schandalig |
| mēnfurēmu-メーンフレーム | mainframe (centrale computer) |
| meniērubyō-メニエール病 | de ziekte van Ménière |
| menkyokaiden-免許皆伝 | diploma [verklaring; bewijs] van volledige meesterschap in een kunstvorm [traditie, e.d.] |
| menmon-面門 | (zen boeddhisme) mond; gezicht |
| menpeki-面壁 | zittende zen meditatie met het gezicht naar een muur |
| menpi-面皮 | gezicht; uiterlijk; voorkomen |
| menrui-麺類 | (alle soorten) noodles (b.v. udon, soba, ramen) |
| menseki-面積 | oppervlakte; gebied (in vierkante (kilo)meters) |
| menshebiki-メンシェビキ | mensjewiek |
| mensō-面相 | (afk. voor) een penseel met een smalle lange punt voor het schilderen van details in het gezicht, e.d. |
| mensōfude-面相筆 | een penseel met een smalle lange punt voor het schilderen van details in het gezicht, e.d. |
| mensu-メンス | menstruatie |
| mentaru-メンタル | mentaal; geestelijk; psychisch |
| mentōru-メントール | menthol |
| menuetto-メヌエット | (muziekterm) menuet |
| menuki-目貫 | zwaard ornament (op het gevest) |
| menyū-メニュー | menu; spijskaart (in een restaurant) |
| menyū-メニュー | menu (computerprogramma) |
| mēn・banku-メーン・バンク | hoofdbank van een bedrijf (de bank met de hoogste kredietwaardigheid) |
| mēn・ibento-メーン・イベント | belangrijkste gebeurtenis [optreden]; hoofdwedstrijd; hoofdfilm; hoofdnummer |
| mēn・tēburu-メーン・テーブル | hoofdtafel; tafel met de belangrijkste gasten en/of gastheer [gastvrouw] |
| meranin-メラニン | melanine (biologisch pigment) |
| merankorī-メランコリー | melancholie; weemoed |
| meriken-メリケン | Amerikaans; Amerikaan |
| merikenko-メリケン粉 | tarwebloem; tarwemeel (m.n. van Amerikaanse tarwe) |
| merikomu-減り込む | zinken [zakken] (in); vast komen te zitten (in) |
| merodī-メロディー | melodie |
| merodorama-メロドラマ | melodrama |
| meron-メロン | meloen |
| merukarishindokaikyū-メルカリ震度階級 | schaal van Mercalli |
| meruki-メルキ | melk |
| merukumāru-メルクマール | (filosofie) (onderscheidend) kenmerk; specifieke eigenschap |
| meruton-メルトン | melton (dikke wollen stof) |
| mesena-メセナ | mecenaat (functie van mecenas) |
| meshia-メシア | Messias (Christus) |
| meshikakaeru-召し抱える | in dienst nemen |
| meshiyoseru-召し寄せる | iemand oproepen [bij zich roepen; laten komen] |
| meshiyoseru-召し寄せる | iets bestellen [laten komen] |
| mesoddo-メソッド | methode |
| mesomeso-めそめそ | (onomatopee) snikkend; huilend; jammerend; jankend |
| meson-メソン | meson (elementair deeltje) |
| mesotoron-メソトロン | meson (subatomair deeltje) |
| messhi-滅私 | onbaatzuchtigheid; altruïsme |
| messō-滅相 | (één van de vier fasen in het boeddhisme) de vorm [verschijning) van wanneer karma uitgeput is en het leven eindigt |
| mesu-メス | mes; ontleedmes; chirurgische mes |
| mesushirindā-メスシリンダー | meetcilinder; maatglas |
| mētā-メーター | meter (lengtemaat) |
| mētā-メーター | meettoestel; meetinstrument; meter (b.v. taximeter) |
| metafā-メタファー | metafoor |
| metafijikkusu-メタフィジックス | metafysica |
| metagengo-メタ言語 | metataal |
| metakurirujushi-メタクリル樹脂 | polymethylmethacrylaat (een polymeer van methylmethacrylaat); perspex; plexiglas |
| metamorufōze-メタモルフォーゼ | metamorfose |
| metan-メタン | methaan |
| metangasu-メタンガス | methaangas |
| metanōru-メタノール | methanol |
| metarikku-メタリック | metallic; metaalachtig; metalen |
| metaru-メタル | metaal |
| metaru・furēmu-メタル・フレーム | metalen brilmontuur; bril met metalen montuur |
| metasekoia-メタセコイア | watercipres; Chinese mammoetboom (Metasequoia glyptostroboides) |
| metchen-メッチェン | meisje |
| mete-馬手 | de rechterhand (de hand waarmee men de teugels van het paard vasthoudt) |
| metoro-メトロ | metro; ondergrondse |
| metoronōmu-メトロノーム | metronoom |
| metoroporisu-メトロポリス | metropool; wereldstad; hoofdstad |
| mētoru-メートル | meter (lengtemaat) |
| mētoruhō-メートル法 | metriek stelsel (meetmethode) |
| mētorusei-メートル制 | systeem gebaseerd op het metrieke stelsel |
| metsu-滅 | één van de vier grote waarheden in het Boeddhisme, n.l. het einde van het lijden |
| metsugi-芽接ぎ | (van fruitbomen) het enten (van knoppen); oculeren |
| metsukeyaku-目付役 | waakhond (ook fig.) bewaker; beschermer; begeleider |
| mettana-滅多な | zeldzaam; zelden (voorkomend) |
| mettayatara-滅多矢鱈 | op een extreme manier; als een gek |
| mettsosopurano-メッツォソプラノ | mezzosopraan |
| meue-目上 | (iemand's) meerdere; hogere in rang |
| meutsuri-目移り | geïnteresseerd zijn in meerdere dingen |
| mezashi-目刺し | (een pin of snoer met) gedroogde sardientjes |
| mezochinto-メゾチント | (diepdruktechniek) mezzotint; zwarte kunst |
| mezoforute-メゾフォルテ | mezzo forte (muziekterm: matig sterk) |
| mezonetto-メゾネット | maisonnette (appartement dat twee verdiepingen beslaat) |
| mezopiano-メゾピアノ | mezzo piano (muziekterm: matig zacht) |
| mezo・sopurano-メゾ・ソプラノ | mezzosopraan (een middelhoge vrouwelijke zangstem tussen de sopraan en alt) |
| mezu-馬頭 | (boeddh.) demoon (beeld) met het hoofd van een paard en het lichaam van een mens |
| mi-身 | (menselijk) lichaam |
| miakiru-見飽きる | genoeg hebben van (het kijken naar) iets; iets niet (langer) meer willen zien |
| miataru-見当たる | vinden; tegenkomen |
| mibiiki-身贔屓 | bevoorrechting; voortrekkerij; vriendjespolitiek; nepotisme |
| michaku-未着 | nog niet aangekomen [gearriveerd] zijn |
| michigaeru-見違える | iem. niet herkennen; iem. verwarren met [aanzien voor] iemand anders |
| michiito-道糸 | vislijn (met name het eerste stuk dat aan de hengel zit) |
| michikake-満ち欠け | de maanfases; wassende en afnemende maan |
| michiru-満ちる | wassen (van de maan); opkomen (van het tij) |
| michitariru-満ち足りる | tevreden zijn (met) |
| michiyuki-道行き | (Kabuki theater) scène waar een man en vrouw samen (in het geheim) ervandoor [op reis] gaan |
| michizure-道連れ | het iemand tegen zijn zin meenemen |
| midarigawashii-濫りがわしい | ongepast; onbetamelijk; onbeleefd; onverzorgd |
| midi-ミディ | musical instrument digital interface, een digitaal systeem voor elektronische muziekinstrumenten |
| midiamu-ミディアム | medium; communicatiemiddel |
| midō-御堂 | de tempel [hal] met een boeddhabeeld |
| midoku-味読 | het met veel plezier [waardering] lezen (van een boek) |
| midokusuru-味読する | (een boek) met veel plezier [waardering] lezen |
| midoro-みどろ | (achtervoegsel) bedekt; besmeurd |
| mieru-見える | (beleefd) komen; arriveren |
| migarasōken-身柄送検 | doorsturing [verwijzing; renvooiering] van een strafzaak tezamen met de verdachte |
| migatte-身勝手 | zelfzuchtigheid; egoïsme; egocentrisch zijn |
| migikataagari-右肩上がり | stijging; toename (zoals de lijn in een grafiek stijgt naar rechts) |
| migikatasagari-右肩下がり | daling; afname; vermindering (zoals de lijn en een grafiek daalt naar rechts) |
| migimaki-右巻き | rechtsdraaien (met de klok mee) |
| migiri-砌 | tijd; moment; ten tijde van; tijdens; toen; wanneer |
| migiyotsu-右四つ | (van sumoworstelaars) greep met de rechterhand onder de linkerarm van de tegenstander |
| miihaa-みいはあ | iemand die met alle winden meedraait; aansteller; navolger |
| miiri-実入り | inkomen; opbrengst |
| mīizumu-ミーイズム | zelfzuchtigheid; egoïsme |
| mijika-身近 | een hechte relatie (met iets of iemand) |
| mijikayo-短夜 | een korte (zomer)nacht |
| mijime-惨め | ellendig [triest, zielig; meelijwekkend] zijn |
| mijinko-微塵粉 | tot meel vermalen kleefrijst |
| mijukumono-未熟者 | onervaren persoon; groentje; nieuwkomer; halfwas |
| mikaihōburaku-未解放部落 | gebied [(woon)gemeenschap; kolonie] van uitgestotenen [gediscrimineerden] uit de maatschappij (Edo-periode) |
| mikaijin-未開人 | barbaar; wildeman; onbeschaafd mens; een barbaars [primitief] volk |
| mikakeru-見かける | (toevallig) zien; opmerken; waarnemen; te zien krijgen |
| mikata-味方 | vriend; bondgenoot; medestander; geallieerde |
| mikeneko-三毛猫 | lapjeskat (met een 3 kleurenvacht) |
| miketsu-未決 | (afk. voor) verdachte die in hechtenis is genomen (en nog niet is veroordeeld) |
| miketsushū-未決囚 | verdachte die in hechtenis is genomen (maar nog niet is veroordeeld) |
| mikirihassha-見切り発車 | het voortijdig actie ondernemen (voordat er toestemming is) |
| mikiru-見切る | duidelijk [goed] (kunnen) zien [opmerken; onderscheiden] |
| mikisā-ミキサー | mixer (groente- of fruitmixer; cementmixer; geluidsmixer) |
| mikishingu-ミキシング | het combineren [mengen] van audio- en videobeelden |
| mikkabōzu-三日坊主 | (lett. een boeddhistische priester voor drie dagen) een uitdrukking voor iemand die snel ergens mee ophoudt [het bijltje erbij neergooit] |
| mikkai-密会 | geheime ontmoeting; rendez-vous |
| mikkoku-密告 | geheime informatie |
| mikkoku-密告 | een anonieme tip; verraad |
| mikkusu-ミックス | mengsel; vermenging; mix |
| mikkusu-ミックス | mengen; combineren |
| mikkyō-密教 | esoterisch [tantrisch] boeddhisme |
| miko-巫女 | tempelmaagd, dienares (en medium) bij een Shinto-schrijn |
| mikuraberu-見比べる | (dingen bekijken en) met elkaar vergelijken; |
| mikuron-ミクロン | micrometer; micron; mu |
| mikusuto・daburusu-ミクスト・ダブルス | gemengd dubbelspel (bij tennis, e.d.) |
| mikuzu-水屑 | afval (drijvend) in het water; ook gebruikt als metafoor voor saaie [nutteloze; vluchtige] dingen |
| mimai-見舞い | het iemand beterschap [sterkte] wensen; het uiten van bezorgdheid [medeleven] (per kaart, brief, pakje, etc.) |
| mimau-見舞う | het iemand beterschap [sterkte] wensen; het uiten van bezorgdheid [medeleven] (per kaart, brief, pakje, etc.) |
| mime-見目 | uiterlijk; voorkomen; gezicht; gelaatstrekken |
| mimekatachi-見目形 | (iemand's) voorkomen; verschijning; (gelaat en) gestalte |
| mimeshisu-ミメシス | mimesis (nabootsing, m.n. van de natuur) |
| mimiaka-耳垢 | oorsmeer |
| mimibukuro-耳袋 | oorwarmers |
| mimidare-耳垂れ | oorsmeer; afscheiding uit oor |
| mimikuso-耳糞 | oorsmeer |
| miminareru-耳慣れる | wennen (aan); bekend worden (met) |
| mimizunaku-蚯蚓鳴く | het geluid van de regenwormen (in de (regenachtige) herfstnacht; wordt gebruikt als uitdrukking voor eenzaamheid) |
| minaminasama-皆皆様 | (sterkere vorm van 皆様) iedereen; dames en heren; geachte aanwezigen |
| minasama-皆様 | (formeel) iedereen; dames en heren; geachte aanwezigen |
| minazuki-水無月 | zoete driehoekjes van rijst gelatine met een laagje adukibonen erop |
| minchi・pai-ミンチ・パイ | vleespastei; pastei gevuld met gehakt |
| mine-峰 | de achterkant van het lemmet van een zwaard |
| mineruba-ミネルバ | Minerva (Romeinse godin) |
| minikomi-ミニコミ | minicommunicatie (communicatie tussen een beperkt aantal mensen) |
| minikomizasshi-ミニコミ雑誌 | tijdschrift met een kleine oplage [een beperkte lezersgroep] |
| mini・sutā-ミニ・スター | mini-star (oud Japans sigarettenmerk) |
| minkanhōsō-民間放送 | commerciële omroep |
| minkanhōsōkyoku-民間放送局 | commercieel tv [radio] station |
| minku-ミンク | mink (een dier, de Amerikaanse nerts) |
| minogasu-見逃す | over het hoofd zien; niet opmerken |
| minoue-身の上 | menselijk lot; lotsbestemming |
| minpō-民放 | commerciële omroep |
| minsei-民生 | het leven [levensonderhoud] van de bevolking; het algemeen welzijn |
| minshuku-民宿 | voor toeristen bestemde (particuliere) kamerverhuur |
| minzokushugi-民族主義 | nationalisme |
| mīnzutesuto-ミーンズ・テスト | inkomensonderzoek |
| mippei-密閉 | hermetische afsluiting; het goed [hermetisch; luchtdicht] afsluiten |
| mirai-未来 | (grammatica) de toekomende tijd; futurum |
| miraiha-未来派 | futurisme |
| mirāju-ミラージュ | jachtbommenwerper van de Franse luchtmacht |
| miri-ミリ | millimeter |
| mirimētoru-ミリメートル | millimeter |
| mirin-味醂 | mirin, een zoete rijstwijn die voornamelijk gebruikt wordt als ingrediënt bij het koken |
| mirinboshi-味醂干し | vis gemarineerd in mirin (met olie en sojasaus) en dan gedroogd |
| miritarizumu-ミリタリズム | militarisme |
| mīru-ミール | mir (Russische plattelandsgemeenschap, voor 1917) |
| miru-診る | medisch onderzoeken |
| miruku-ミルク | melk; koemelk; gecondenseerde melk |
| miryoku-魅力 | charme; aantrekkingskracht; bekoring |
| misebirakasu-見せびらかす | pronken (met); showen; paraderen; te koop lopen (met) |
| misejimai-店仕舞い | het voorgoed sluiten van [stoppen met] een winkel [zaak; bedrijf] |
| misekakeru-見せかける | laten lijken als; doen voorkomen; veinzen |
| misesu-ミセス | (getrouwde vrouw) mevrouw; mw.; mevr. |
| mishiru-見知る | herkennen; van gezicht kennen; kennismaken met |
| mishōizen-未生以前 | voor men geboren is |
| miso-味噌 | miso (pasta van gefermenteerde sojabonen) |
| misoppa-味噌っ歯 | rotte melktand |
| missen-密栓 | het afdoppen [hermetisch afsluiten; verzegelen]; luchtdichte stop |
| missensuru-密栓する | afdoppen; (hermetisch) afsluiten; verzegelen |
| misshi-密使 | een geheime boodschapper [gezant]; geheim agent |
| misshitsu-密室 | (hermetisch) afgesloten ruimte |
| misshitsu-密室 | geheime kamer |
| missho-密書 | vertrouwelijk [geheim] bericht [document] |
| misshū-密集 | massa; concentratie; samenvoeging; menigte; zwerm; (rugby) scrum |
| missō-密送 | heimelijke verzending |
| misu-ミス | mejuffrouw |
| misueru-見据える | (met een onbeweeglijke blik) staren [turen] (naar); de blik gevestigd houden (op) |
| misugosu-見過ごす | over het hoofd zien; niet opmerken; niet in de gaten hebben |
| misutā-ミスター | meneer; de heer; dhr. |
| mitarashi-御手洗 | (afk. voor) een rivier die vlakbij een heiligdom stroomt (en ook door pelgrims wordt gebruikt om hun mond met water te spoelen) |
| mitarashigawa-御手洗川 | een rivier die vlakbij een heiligdom stroomt (en ook door pelgrims wordt gebruikt om hun mond met water te spoelen) |
| mitekure-見て呉れ | uiterlijk; voorkomen |
| mitetoru-見て取る | opmerken; bemerken; begrijpen; beseffen |
| mītingu-ミーティング | meeting; bijeenkomst; vergadering |
| mitogameru-見咎める | betwijfelen; in twijfel trekken; iets aan te merken hebben |
| mitōhō-未踏峰 | een berg die nog nooit beklommen is |
| mitomeru-認める | zien; waarnemen; onderscheiden; herkennen; (be)merken; vaststellen |
| mitoru-見取る | bemerken; opmerken; beseffen; begrijpen |
| mitsudokei-密度計 | densimeter |
| mitsugi-密儀 | geheime rituelen |
| mitsukaru-見つかる | gevonden [ontdekt] worden; tevoorschijn komen |
| mitsunyūkoku-密入国 | heimelijk [stiekem; illegaal] het land binnenkomen |
| mitsushukkoku-密出国 | heimelijk [stiekem; illegaal] het land verlaten |
| mitsuyubi-三つ指 | een beleefde buiging met drie vingers op de grond (duim, wijsvinger en middelvinger.) |
| mittomonai-みっともない | schandelijk; beschamend; ongepast; onbehoorlijk; onfatsoenlijk; onbetamelijk |
| miukeru-見受ける | zien; in het ogg krijgen; tegenkomen; vinden |
| miyadaiku-宮大工 | timmerman die gespecialiseerd is in oude architectuur (zoals heiligdommen, tempels en paleizen) |
| miyage-土産 | souvenir, aandenken meegenomen van een reis; cadeautje; presentje |
| miyamairi-宮参り | bezoek aan een Shinto-schrijn [heiligdom] (met baby's, binnen 30 dagen na hun geboorte) |
| mizantorōpu-ミザントロープ | misantroop; mensenhater |
| mizorenabe-霙鍋 | een hotpot schotel met geraspte daikon |
| mizou-未曾有 | ongekend [ongehoord; uniek; zonder weerga] zijn; iets dat nooit eerder voorgekomen is |
| mizu-ミズ | mevrouw; mejuffrouw; mw.; mevr. |
| mizuabisuru-水浴びする | baden; een bad nemen |
| mizuashi-水足 | de snelheid van stromend water |
| mizubakari-水秤 | een waterpas (instrument) |
| mizubara-水腹 | de honger stillen met water drinken |
| mizuchi-蛟 | Mizuchi, een soort Japanse draak of legendarisch slangachtig wezen, verbonden met water of watergebieden |
| mizugei-水芸 | het goochelen [jongleren] met water |
| mizugoe-水肥 | vloeibare mest |
| mizugokoro-水心 | het goed kunnen zwemmen |
| mizugokoro-水心 | het midden van het water (van een rivier, meer, vijver, etc.] |
| mizugori-水垢離 | rituele [ceremoniële] reiniging met (koud) water |
| mizugusuri-水薬 | vloeibare medicijn; medicinaal drankje |
| mizuire-水入れ | drinkbakje (voor huisdieren e.d.); waterkan; een kleine kan met water om in een inktsteen te gieten |
| mizuiro-水色 | lichtblauw; hemel(s)blauw; azuur; turkoois |
| mizukasa-水嵩 | watervolume; hoeveelheid water |
| mizukoboshi-水翻し | spoelkom (voor omspoelen van theekommen b.v. bij theeceremonie) |
| mizumawari-水回り | vochtige ruimte (in huis, zoals badkamer) |
| mizumushi-水虫 | voetschimmel |
| mizunomibyakushō-水呑み百姓 | een arme boer |
| mizunurumu-水温む | het (langzaam) warmer worden van het water (van vijvers, beekjes etc.) in de lente |
| mizuochi-鳩尾 | (med.) fossa epigastrica; maagkuiltje (net onder het borstbeen) |
| mizusakazuki-水杯 | het ritueel van het gezamenlijk inschenken en drinken van water waarbij men voorgoed afscheid neemt van elkaar |
| mizutaki-水炊き | een gerecht van kip en groente gekookt in water, geserveerd met een dipsaus (meestal ponzu) |
| mizuumi-湖 | een meer (binnenwater) |
| mizuwari-水割り | met water verdunde alcoholische drank (b.v. whiskey) |
| mo-も | (met ontkenning) noch |
| mō-もう | reeds; al; (niet) langer; nog (meer) |
| mō-孟 | (afk. voor) Mencius (Chinese filosoof, 372-289 v.Chr.) |
| moare-モアレ | (textiel) stof [weefsel] met een moirépatroon |
| mobbu-モッブ | menigte; meute; gepeupel |
| mobirēji-モビレージ | eenvoudige campings voor reizigers met de auto |
| mōbo-孟母 | de moeder van Mencius (Chinese wijsgeer, 372 v.Chr. - 289 v.Chr.) |
| mōbosansennooshie-孟母三遷の教え | het belang van het creëren van een goede leeromgeving voor een kind (naar een oud verhaal over Mencius' moeder die 3 keer verhuisde daarvoor) |
| mochi-糯 | glutineuze rijst of graan waarvan men rijst cakes maakt |
| mochi-黐 | vogellijm (rubberachtige substantie verkregen uit boomschors, die werd gebruikt om kleine vogels mee te vangen) |
| mochiagaru-持ち上がる | opgetild worden; omhoog komen |
| mochiagaru-持ち上がる | gebeuren; voorkomen |
| mochidashi-持ち出し | het uit [naar buiten] nemen [brengen] |
| mochidasu-持ち出す | uit [naar buiten] nemen [brengen] |
| mochigoma-持ち駒 | reserve personeel [mensen] |
| mochijikan-持ち時間 | (om les te geven) het aantal klassen per week; de tijd die men nodig heeft; de verplichte tijd |
| mochikaeru-持ち帰る | terugbrengen; thuisbrengen; meenemen naar huis |
| mochinige-持ち逃げ | weglopen; (met iets) ervandoor gaan; stelen |
| mochisaru-持ち去る | iets wegnemen (en naar een andere plaats brengen); ervandoor gaan met iets |
| mochitsuki-餅搗き | mochi slaan (het met een houten hamer tot kleverige massa slaan van rijstdeeg, voor het maken van rijst cakes) |
| mochiya-餅屋 | winkel waar men mochi (rijst cakes) verkoopt; verkoper van mochi |
| mochiyoru-持ち寄る | (lasten; kosten) bundelen; samenvoegen; verdelen |
| modanizumu-モダニズム | modernisme |
| modasu-黙す | stil zijn; niets zeggen; zwijgen; stoppen met praten |
| moderunorojī-モデルノロジー | studie [wetenschap] van de moderne tijd [moderne samenleving] |
| modoriuri-戻り売り | verkoop (van aandelen) op het moment dat een lagere marktwaarde weer omhoog gaat |
| modoru-戻る | teruggaan; terugkomen; terugkeren |
| moeageru-燃え上がる | ontvlammen; in de brand vliegen; in vlammen opgaan |
| moederu-萌え出る | ontkiemen; ontluiken; uitbotten; uitlopen |
| moeru-萌える | ontspruiten; ontkiemen; uitlopen |
| mōgen-妄言 | onbezonnen [gedachteloze] opmerking [woorden] |
| mogidō-没義道 | onmenselijkheid; wreedheid; meedogenloosheid |
| mogomogo-もごもご | (onomatopee) mompelend; prevelend; binnensmonds pratend; kauwend; knagend; knabbelend; kronkelend; wriemelend |
| mogurauchi-土竜打ち | ceremonie voor een goede oogst op 14 januari waarbij kinderen met stokken of bundels van strooi op de grond slaan om mollen te verjagen |
| mōhatsu-毛髪 | (van mensen) haar; beharing |
| mohaya-最早 | niet meer; niet langer |
| mōhitsu-毛筆 | penseel (vervaardigd met natuurlijke materialen, zoals diereharen); kwast |
| mōhitsu-毛筆 | het schrijven [schrijfwerk; kalligrafie] met een dergelijk penseel |
| mōhyō-妄評 | onterechte [ongepaste] kritiek [opmerkingen] |
| mōi-猛威 | woestheid; woede; heftigheid; geweld; enorme kracht |
| mōja-亡者 | een dode; dood mens; een geest |
| mojiban-文字盤 | wijzerplaat (op een uurwerk, meter, etc.) |
| mojimoji-もじもじ | (onomatopee) terughoudend; aarzelend; friemelend; rusteloos |
| moka-モカ | mokkakoffie (uit Jemen) |
| moka-モカ | Mokka (havenstad in Jemen) |
| mōka-猛火 | laaiend vuur; wilde [razende] vlammen; grote [verwoestende] brand |
| mokashin-モカシン | mocassin (traditioneel schoeisel van inheemse volkeren in Noord-Amerika) |
| mokka-目下 | nu; tegenwoordig; op dit moment |
| mokkangakki-木管楽器 | houten blaasinstrument |
| mokkanotokoro-目下のところ | nu; op dit moment; voorlopig; voor het ogenblik |
| mokkon-目今 | nu; op dit moment |
| mokkyo-黙許 | stilzwijgende toestemming [goedkeuring; medewerking] |
| mōko-猛虎 | (een metafoor voor) iets dat sterk en gewelddadig is |
| mōkohan-蒙古斑 | mongolenvlek; archipelvlek (aangeboren blauw-grijze pigmentvlek) |
| moku-木 | (één van de vijf elementen in de Chinese filosofie) hout |
| mokuami-木阿弥 | (afk. voor) terug bij af; terugval naar waar men begon; alles verliezen wat men heeft verworven |
| mokugyo-木魚 | houten vis, gebruikt als percussie instrument bij boeddhistische rituelen (b.v. bij het reciteren van soetra's of de naam van Boeddha) |
| mokuhon-木本 | (houtige gewassen) bomen; struiken |
| mokuninsuru-黙認する | (stil)zwijgend toestemmen [goedkeuren] |
| mokusei-木犀 | een olijfboomsoort met sterk geurende bloemen (Osmanthus fragrans) |
| mokusei-木精 | methanol |
| mokusō-黙想 | meditatie; concentratie; in gedachten verzonken; mijmering in stilte |
| mokusuru-黙する | stil zijn; niets zeggen; zwijgen; stoppen met praten |
| mokuteki-目的 | bedoeling; doel; streven; oogmerk; intentie |
| mokutō-黙祷 | moment van stilte (ter nagedachtenis) |
| mokuzai-木材 | hout; timmerhout |
| momento-モメント | moment; ogenblik |
| mōmento-モーメント | moment; ogenblik |
| momiai-揉み合い | schommelingen in aandelenkoersen |
| momijioroshi-紅葉下ろし | samen geraspte daikon (rettich) en togarashi (rode peper); geraspte daikon en geraspte wortel |
| momo-百 | (meer poëtische lezing) honderd; een groot aantal |
| momonosekku-桃の節句 | Perzikbloesemfestival [Meisjesdag; Poppenfeest] (seizoenfeestdag voor meisjes op 3 maart) |
| momoware-桃割れ | haarstijl met een perzikvormige knot (uit het Meiji tijdperk) |
| monaka-最中 | met azuki-bonenpasta gevulde mochi-wafel |
| monchaku-悶着 | problemen; moeilijkheden; sores; tegenspoed |
| monchō-紋帳 | een boek [register] met familiewapens |
| mondai-問題 | opdracht; vraag (v.e.tentamen b.v.) |
| mondo-モンド | Mondo (wereld), een filmgenre met een sensationele weergave van vreemde culturen, vaak over taboeonderwerpen zoals seks en dood |
| mondoeiga-モンド映画 | Mondo, een filmgenre met een sensationele weergave van vreemde culturen, vaak over taboeonderwerpen zoals seks en dood |
| mongaifushutsu-門外不出 | verbod op het meenemen van waardevolle boeken of artikelen uit een collectie |
| monhabutae-紋羽二重 | een habutae stof met een ingeweven patroon |
| monitā-モニター | waarnemer; toezichthouder |
| monjayaki-もんじゃ焼き | hartige pannenkoek met een verscheidenheid aan ingrediënten (groente, vis, vlees, e.d.) |
| monjin-問訊 | (zen boeddh.) buiging met gevouwen handen als begroeting |
| monjo-文書 | document; brief; verslag; archiefstuk |
| monjokan-文書館 | archief van historische documenten |
| monka-もんか | ik vraag me af; is dat zo; alsof; hoe (in hemelsnaam) |
| monoganashii-物悲しい | droevig; melancholisch |
| monoguramu-モノグラム | monogram (dooreengevlochten letters; samengevoegde letters of karakters) |
| monoka-ものか | ik vraag me af; is dat zo; alsof; hoe (in hemelsnaam) |
| monokōdo-モノコード | monochord (eensnarig muziekinstrument) |
| monomochi-物持ち | een rijke (persoon); iemand met veel geld |
| monomochi-物持ち | zorgvuldig omgaan met dingen |
| mononome-物の芽 | de bloemknoppen die in de lente uitkomen |
| monoomoi-物思い | meditatie; diep in gedachten; mijmerij; dagdromen |
| monosashi-物差し | meetlat; maatstaf (ook fig.); standaard; toets(steen) |
| monoshiri-物知り | iemand met veel kennis [informatie]; een goed geïnformeerde [erudiete] persoon |
| monosuru-物する | (in Klassiek Japans wordt monosuru gebruikt met verschillende betekenissen, zoals o.a.:) zijn; gaan; komen |
| monoui-物憂い | lusteloos; futloos; apathisch; melancholisch |
| monowakari-物分り | begrip; medeleven; sympathie |
| monoyawaraka-物柔らか | mildheid; zachtheid; vriendelijkheid; rustig voorkomen |
| monpe-もんぺ | (wijde) werkbroek (met touwtjes om de enkels, m.n. gedragen door vrouwen op het platteland en in fabrieken) |
| monrōshugi-モンロー主義 | monroeleer (genoemd naar de Amerikaanse president James Monroe) |
| montoshū-門徒宗 | (informele naam voor Jōdoshinshū) Japanse Boeddhistische stroming |
| monyumento-モニュメント | monument; gedenkteken |
| monzeki-門跡 | (informeel) hoofdpriester van de Hōganji tempel (van de Pure Land sekte) |
| monzenbarai-門前払い | afwijzing van aanvragen [verzoeken; klachten; deelnames] |
| monzenmachi-門前町 | tempelstad (een stad gebouwd voor de poorten van heiligdommen en tempels) |
| mon'an-問安 | informeren naar de veiligheid [het welzijn] van een hogere in rang |
| moraibisuru-貰い火する | overslaan van vlammen; verspreiden van vuur |
| morainaki-貰い泣き | (uit sympathie) met iemand mee huilen; tranen van medeleven |
| morarisuto-モラリスト | moralist; zedenmeester; zedenpreker |
| morāru-モラール | moreel; mentale veerkracht |
| morāru・sābei-モラール・サーベイ | moreel onderzoek naar tevredenheid van werknemers over arbeidscondities |
| morau-貰う | krijgen; ontvangen; aannemen; accepteren |
| morau-貰う | verzoeken; nemen; willen hebben |
| moreru-漏れる | lekken; doorsijpelen; doorschijnen; doorkomen |
| moreru-漏れる | uitkomen; onthuld [geopenbaard] worden |
| moriagaru-盛り上がる | opzwellen; opkomen |
| moriagezaishiki-盛り上げ彩色 | schildertechniek met dik opgebrachte verf |
| moribana-盛り花 | een bepaalde ikebana-stijl; bloemenarrangement |
| moribuden-モリブデン | molybdeen (chem. element) |
| morigaaru-森ガール | zachte, losse [wijde] stijl van vrouwenkleding (met als thema een meisje in het bos); meisje dat zulke kleding draagt |
| morigashi-盛り菓子 | een stapeltje [bakje] met snoep(jes) |
| morikomu-盛り込む | verenigen; opnemen; bevatten; inhouden |
| morobito-諸人 | veel mensen; iedereen; allerlei mensen |
| moromoro-諸諸 | allerlei dingen [zaken; mensen] |
| morote-諸手 | beide handen [armen] |
| mōru-モール | promenade |
| moru-盛る | (thermometer, etc.) gradueren; kalibreren |
| moru-盛る | geven; (medicijnen) toedienen |
| morutaru-モルタル | mortel; metselspecie |
| mōshi-孟子 | Mencius (Chinese filosoof, 372-289 v.Chr.) |
| mōshibun-申し分 | aanmerking; bezwaar; verwijt |
| mōshiireru-申し入れる | voorstellen; aanbieden; een voorstel [aanbod] doen; opmerkingen maken (over); (iets) laten weten |
| mōshikomi-申し込み | inschrijving; aanmelding |
| mōshikomiyōshi-申込用紙 | aanmeldformulier; aanvraagformulier; inschrijfformulier |
| mōshikomu-申し込む | indienen; inschrijven; registreren; aanmelden |
| mōshitsutaeru-申し伝える | (nederig werkwoord voor 伝える) informeren; rapporteren; (boodschap) doorgeven |
| mōshiwake-申し訳 | onbeduidend; klein; bescheiden; niet noemenswaard |
| mōshobi-猛暑日 | een erg hete dag (met een temperatuur van 35 graden Celsius of hoger) |
| mōsuto・baryuaburu・purēyā-モースト・バリュアブル・プレーヤー | meest waardevolle speler |
| motarasu-齎す | met zich meebrengen; te weeg brengen; veroorzaken |
| mōten-盲点 | (med.) een blinde vlek (in het gezichtsveld); een scotoom |
| mōten-盲点 | (fig.) een blinde vlek; iets dat men vaak over het hoofd ziet |
| motonomokuami-元の木阿弥 | terug bij af; terugval naar waar men begon; alles verliezen wat men heeft verworven |
| motoru-悖る | ergens tegenin gaan; handelen in strijd met; in tegengestelde richting gaan; afwijken van |
| motsu-持つ | op zich nemen; houden (vergadering, etc); goed houden; weerstaan; verdragen |
| motte-以て | met |
| motteiku-持って行く | (iets) meenemen [meebrengen] |
| motto-もっと | (nog) meer; -er (vergelijkende trap) |
| mottomo-最も | meeste; buitengewoon; -ste (overtreffende trap) |
| moya-母屋 | (timmermansterm) dwarsbalk; dwarsligger (onder de dakrand van een huis) |
| moyaibune-舫い船 | een aangemeerde boot |
| moyashi-萌やし | (bonen) spruiten; kiemen; taugé |
| moyoi-催い | (in combinatie met een zelfst. n.w.) lijken; eruitzien als |
| moyoi-催い | (in combinatie met een zelfst. n.w.) voorbereiding |
| moyooshi-催し | evenement; bijeenkomst; viering; ceremonie |
| moyooshimono-催し物 | evenement; amusement (programma) |
| moyōzukesareta-模様づけされた | met een patroon (decoratie) |
| mozaiku-モザイク | (biologie: dier of plant met genetische eigenschappen van verschillende soorten) hybride; entbastaard |
| mozaikukanazuchi-モザイク金槌 | mozaïek hamer |
| mubyōsokusai-無病息災 | in goede gezondheid; volkomen gezond zijn |
| muchi-鞭 | een zweep; stok (om mee te slaan) |
| muchiuchi-鞭打ち | deel van het lichaam van paarden waar de ruiter op slaat met zijn zweep |
| muchiutsu-鞭打つ | afranselen; ranselen; geselen; met de zweep slaan; een pak slaag geven |
| muchū-夢中 | verdiept in; in beslag genomen door; bezeten zijn van; toegewijd |
| mudai-無題 | (document) zonder titel |
| mūdī-ムーディー | humeurig; somber; melancholisch |
| mūdo-ムード | stemming; humeur; sfeer |
| muenbochi-無縁墓地 | een begraafplaats voor mensen zonder nabestaanden |
| muenboka-無縁墓 | een algemeen graf; een graf voor mensen zonder nabestaanden |
| muenshakai-無縁社会 | een samenleving waarin persoonlijke relaties vrijwel geen rol spelen |
| muenshi-無縁死 | een eenzame dood (zonder nabestaanden) |
| muga-無我 | zelfopoffering; onbaatzuchtigheid; onzelfzuchtigheid; altruïsme |
| mugaku-無学 | ongeletterdheid; analfabetisme; onwettendheid; onontwikkeldheid |
| mugaku-無学 | (boeddh.) spiritueel niveau waarbij men bevrijd is van aardse verlangens en studie niet langer nodig is om dat te bereiken |
| mugamuchū-無我夢中 | zichzelf verliezen [helemaal opgaan] in; totaal in beslag genomen door |
| muge-無碍 | (boeddh.) vrij van belemmeringen zijn; ongehinderd zijn |
| mugen-夢幻 | dromen; illusies; visioenen; fantasie |
| mugendai-無限大 | oneindigheid; onmetelijkheid |
| mugeni-無下に | volledig; zonder meer; uitsluitend |
| mugiaki-麦秋 | de oogsttijd van tarwe (het begin van de zomer, de vierde maand van de maandkalender) |
| mugiko-麦粉 | tarwebloem; tarwemeel |
| mugikogashi-麦焦がし | geroosterd en tot poeder gemalen gerst; geroosterd gerstemeel |
| mugiwara-麦藁 | stro (van tarwehalmen) |
| mugiwaratonbo-麦藁蜻蛉 | (vrouwelijke) witpuntoeverlibel (libelle-soort, Orthetrum albistylum, met een strokleurige buik) |
| mugoi-惨い | wreed; genadeloos; meedogenloos; gruwelijk |
| mugongeki-無言劇 | mime; pantomime |
| muhitsu-無筆 | analfabetisme; ongeletterdheid |
| muhōnnin-謀反人 | rebel; verrader; muiter; samenzweerder |
| muji-無字 | in een zen-koan gebruikt (met de betekenis: geen woord) als ontkenning op een vraag |
| mujihi-無慈悲 | genadeloosheid; meedogenloosheid; wreedheid |
| mujin-無人 | onbemand zijn; onderbezetting; met te weinig personeel |
| mujirushi-無印 | merkloos [zonder label] zijn |
| mujirushi-無印 | een atleet of paard met weinig kans om te winnen. |
| mujirushishōhin-無印商品 | merkloze [generieke] artikelen [goederen] |
| mukaeru-迎える | ontmoeten; (iem.) afhalen; tegemoetkomen; verwelkomen; groeten |
| mukaeru-迎える | uitnodigen; laten komen |
| mukaeutsu-迎え撃つ | de strijd aangaan (met de vijand) |
| mukiau-向き合う | tegenover elkaar [oog in oog] (komen te) staan |
| mukku-ムック | publicatie waarvan de inhoud een boek is en de publicatiemethode van een tijdschrift |
| mukuge-尨毛 | (van een mens) dun, zacht [donzig] haar |
| mukuiru-報いる | belonen; teruggeven; terugbetalen; wraak nemen |
| mukumuku-むくむく | (onomatopee) opkomend; opwellend (van gedachten, etc.) |
| mukuu-報う | belonen; terugbetalen; wraak nemen |
| muma-夢魔 | nachtmerrie |
| mumeishi-無名氏 | een anonieme persoon; anonymus; naamloze |
| munimusan-無二無三 | in alle ernst; gefocust; doelgericht; gemeend |
| munin-無人 | onbemand; onderbezetting; met te weinig personeel |
| murahachibu-村八分 | uitsluiting uit de dorpsgemeenschap |
| murasakiumagoyashi-紫馬肥 | alfalfa (plant: Medicago sativa) |
| murasu-蒸らす | stomen |
| mure-群れ | (grote) groep; menigte; zwerm; kudde; school |
| muriōjō-無理往生 | het met dwang iemand iets te laten doen; gedwongen medewerking |
| murioshi-無理押し | met geweld [dwang] |
| murisū-無理数 | een onmeetbaar [irrationeel] getal |
| muro-室 | droogkamer; droogruimte |
| murozaki-室咲き | de teelt [het kweken] van bloemen in de kas |
| murozaki-室咲き | kasbloem(en); in kassen geteelde bloemen |
| muryō-無量 | onmetelijkheid; oneindigheid |
| musakuichūshutsuhō-無作為抽出法 | (statistiek) aselecte steekproef methode; methode van willekeurige selectie |
| musakurushii-むさくるしい | slordig; rommelig; niet netjes |
| musan-無産 | zonder bezit [eigendommen; vermogen] |
| museifushugi-無政府主義 | anarchisme |
| museki-無籍 | zonder vaste woon- of verblijfsplaats; niet in een familieregister opgenomen zijn |
| mushakusha-むしゃくしゃ | geërgerd; geïrriteerd; humeurig; slecht-gehumeurd |
| mushakushasuru-むしゃくしゃする | geërgerd [geïrriteerd; humeurig; slecht-gehumeurd] zijn |
| mushibamu-蝕む | wormstekig zijn; aangevreten door wormen [motten] |
| mushiboshi-虫干し | het luchten [buiten hangen] van kleren [kleden, e.d.] (om te voorkomen dat er insecten of schimmel in komen) |
| mushin-無心 | (boeddh.) bevrijd van mentale fixatie voor dingen en ideeën |
| mushinabe-蒸し鍋 | een stoomkoker; stomer (voor voedsel) |
| mushinron-無神論 | atheïsme |
| mushiokuri-虫送り | een nachtelijk ritueel van dorpelingen met fakkels, trommels en bellen om ongedierte van de rijstvelden te verjagen |
| mushiosae-虫押さえ | (medicijn voor) het voorkomen en behandelen van insectenbeten bij kinderen |
| mushisuru-無視する | negeren; veronachtzamen; minachten |
| musshū-ムッシュー | (Frans: monsieur) meneer; de heer |
| musu-蒸す | (voedsel) stomen |
| musubi-結び | band [verbinding] (tussen mensen) |
| musubitsuku-結び付く | samenhangen; verbonden zijn (aan; met); samenkomen |
| musuboreru-結ぼれる | in de knoop raken [zitten]; verstrikken; samengebonden worden |
| musuboreru-結ぼれる | depressief gedeprimeerd; somber] zijn |
| musume-娘 | meisje; jonge vrouw |
| musumegokoro-娘心 | meisjesachtige geest [hart; aard]; meisjesachtige onschuld |
| musutangu-ムスタング | mustang (Noord-Amerikaans prairiepaard) |
| muteiken-無定見 | zonder vaste mening [overtuiging; principes] |
| mutodoke-無届け | zonder (voorafgaande) kennisgeving [mededeling] |
| mutsumu-睦む | hecht [intiem; bevriend] zijn; goed kunnen opschieten met; harmonieus zijn |
| muzatsu-無雑 | zuiverheid; ongemengdheid |
| muzori-無反り | een recht lemmet (van mes of zwaard) |
| myakuraku-脈絡 | context; samenhang; logisch verband |
| myō-明 | (in kanji combinaties( wijsheid; mantra; volgende; komende |
| myōgo-冥護 | geheime hulp [bescherming] van de goden |
| myōnen-明年 | volgend jaar; het komende jaar |
| myōyaku-妙薬 | wondermiddel; wondermedicijn |
| myūryūshi-ミュー粒子 | muon (elementair deeltje) |
| n-ん | afkorting van un (tussenwerpsel, met de betekenis: bevestigend) |
| na-名 | (slechts) in naam ; uiterlijk; uiterlijke schijn; voorwendsel; excuus; (in) naam (van); op titel van; namens |
| nabete-並べて | algemeen; gewoonlijk |
| nachizumu-ナチズム | nazisme; nationaalsocialisme |
| nachurarizumu-ナチュラリズム | naturalisme |
| nadai-名題 | (afk. voor) theater reclamebord [titelbord] |
| nadaikanban-名題看板 | theater reclamebord [titelbord] |
| nadarekomu-雪崩れ込む | binnenstormen |
| nadareru-雪崩れる | naar beneden stromen |
| nadeageru-撫で上げる | (het haar) opkammen; omhoog [naar achteren] kammen |
| nagabanashisuru-長話する | lang praten; een lang gesprek voeren [hebben] (met) |
| nagamochi-長持 | een rechthoekige houten opbergkist (meestal gebruikt voor kleding) |
| nagamochisuru-長持する | lang bewaren; lang volhouden [doorstaan]; houdbaar [sterk] zijn; lang meegaan (niet gauw slijten) |
| nagara-ながら | (gevoegd achter een ww. geeft het aan een gelijktijdigheid van meerdere handelingen) terwijl; onder het...; al ...nde |
| nagaraunten -ながら運転 | (wetsovertreding) autorijden gelijktijdig met een andere nevenactiviteit (telefoneren, sms-en e.d) |
| nagarazoku-ながら族 | mensen (leeringen; studenten) die de gewoonte hebben tijdens het studeren te luisteren naar muziek, radio enz. |
| nagareboshi-流れ星 | vallende ster; meteoor |
| nagarebotoke-流れ仏 | verdronken lijk dat in de zee drijft (vissers behandelen dit met grote zorg als een teken voor een grote vangst) |
| nagaredasu-流れ出す | uitstromen; uitschenken; uitgieten; (weg)lekken |
| nagarekomu-流れ込む | instromen; binnenstromen |
| nagareru-流れる | stromen; circuleren; leeglopen; wegdrijven |
| nagarezukuri-片流れ造り | een structuur met een dak dat slechts aan één kant helt |
| nagashidori-流し撮り | pannen; panoramisch fotograferen [filmen] |
| nagasode-長袖 | (kleding met) lange mouwen |
| nagasu-流す | stromen; golven (geluid; elektriciteit) |
| nagasu-流す | laten stromen; gieten; vloeien (tranen, etc.) |
| nagatachō-永田町 | de wijk Nagata in het Chiyoda district van Tokio (met o.a. het parlementsgebouw en de officiële residentie van de Minister-President) |
| nagauta-長唄 | nagauta, een (lange) ballade gezongen met begeleiding van een shamisen (Japans snaarinstrument) |
| nagebumi-投げ文 | een anonieme brief bij een huis naar binnen gegooid |
| nagedasu-投げ出す | (halverwege) opgeven; ergens halverwege mee stoppen; ergens de brui aan geven |
| nageire-投げ入れ | vrije stijl ikebana (bloemschikken) arrangement |
| nagekubi-投げ首 | (met gebogen hoofd) niet weten wat te doen |
| nagorioshii-名残惜しい | terughoudend; onwillig; met tegenzin |
| naguru-殴る | slaan; stoten; meppen |
| nagusamimono-慰み者 | speelbal (een persoon); iemand waarmee gespeeld wordt (fig.) |
| nai-無い | in combinatie met koto: (lett.: het feit is er niet dat...) het is niet zo dat...; niet nodig zijn; niet hoeven; niet mogelijk zijn |
| naibunpi-内分泌 | endocrien (med.) |
| naibunpitsu-内分泌 | endocrien (med.) |
| naichingēru-ナイチンゲール | nachtegaal (zangvogel, Luscinia megarhynchos) |
| naidaku-内諾 | interne [informele] goedkeuring [instemming] |
| naifu-ナイフ | mes; scalpel |
| naihō-内報 | tip; heimelijke [vertrouwelijke] informatie |
| naijo-内助 | hulp of ondersteuning van binnenuit (via een eigen organisatie of bedrijf; vaak ook van de echtgenote die thuis meewerkt) |
| naikan-内患 | interne [binnenlandse] problemen |
| naikei-内径 | binnenste diameter; binnenwerkse maat (van een buis; pijp, etc.) |
| naiki・hākyurīzu-ナイキ・ハーキュリーズ | Nike Hercules, een Amerikaanse luchtdoelraket |
| naimaze-綯い交ぜ | mix; menging; verstrengeling; vlecht |
| naimazeru-綯い交ぜる | verweven; mengen; verstrengelen; vlechten |
| naimu-内務 | binnenlandse (staats)zaken m.b.t. politie, publieke werken, algemene volksgezondheid (inclusief afvalverwerking en riolering) en lokaal bestuur |
| naimu-内務 | (bij militaire instellingen) de dagelijkse zaken in kazernes of kampementen |
| nainai-内内 | vertrouwelijk; in het geheim; privé; informeel |
| naiō-内応 | samenzwering; heulen (met de vijand); verraad (door het doorgeven van geheime informatie aan de vijand) |
| naisen-内線 | interne (telefoon)lijn; telefoontoestel(nummer) |
| naisenbangō-内線番号 | een (telefoon)toestelnummer |
| naishin-内心 | (geometrie) middelpunt |
| naisho-内緒 | een bordeelhouder; de huiskamer in een bordeel |
| naishogoto-内緒事 | geheime dingen [zaken] |
| naitei-内定 | informeel [inofficieel] [aanbod; besluit]; voorlopige beslissing |
| naiteisuru-内定する | informeel [inofficieel] beslissen |
| naiteki-内的 | geestelijk; mentaal |
| naito・hosupitaru-ナイト・ホスピタル | een ziekenhuis waar 's nachts medische hulp en onderdak wordt geboden aan patiënten die overdag in de gemeenschap kunnen werken |
| naitsū-内通 | samenzwering; heulen (met de vijand); verraad (door het doorgeven van geheime informatie aan de vijand) |
| naitsūsha-内通者 | samenzweerder; collaborateur; verrader |
| naiyō-内用 | (med.) inwendig gebruik; het innemen (van medicijnen) |
| naiyōseki-内容積 | inhoud; capaciteit; kubiek [inwendig] volume [afmeting]; massa |
| naiyōshōmei-内容証明 | een speciale postzending, zoals een aangetekende brief of een brief [pakket] met bijgevoegde inhoudsverklaring |
| naiyōshōmeiyūbin-内容証明郵便 | een speciale postzending, zoals b.v. een aangetekende brief [pakket] of een brief [pakket] met bijgevoegde inhoudsverklaring |
| naiyū-内憂 | interne [binnenlandse] problemen |
| najimu-馴染む | harmoniseren met; goed passen bij |
| najimu-馴染む | vertrouwd raken met; gehecht raken aan; wennen [gewend raken] aan; zich aanpassen; acclimatiseren |
| nakaai-中間 | relatie tussen mensen (met name tussen familieleden). |
| nakabi-中日 | de middelste dag van een meerdaags evenement of sporttoernooi |
| nakadachi-仲立ち | bemiddelaar; tussenpersoon; medium; vertegenwoordiger |
| nakadaka-中高 | een (mooi) gezicht met een hoge neusbrug |
| nakademo-中でも | vooral; in het bijzonder; met name; onder andere |
| nakagoosae-中子押さえ | metalen klem binnenin een gietvorm |
| nakaguro-中黒 | een adelaarsveer met witte strepen in het bovenste- en onderste gedeelte en zwarte strepen in het midden (gebruikt op een pijl) |
| nakai-仲居 | een dienstmeisje |
| nakairi-中入り | actie tijdens een gevecht met de vijand, waarbij een deel van de troepen zich afsplitsen om de vijand onverwachts in de rug aan te vallen |
| nakairi-中入り | (in Nō en Kyōgen) het moment dat de eerste akte (van een toneelstuk in twee aktes) eindigt, en de acteur het podium verlaat |
| nakajikiri-中仕切り | tussenwand; scheidingsmuur (in een kamer, e.d.) |
| nakama-仲間 | kameraad; vriend; metgezel; collega; partner |
| nakami-中身 | het lemmet (van een zwaard, mes, e.d.) |
| nakanaka-中中 | meer dan verwacht; behoorlijk; voldoende; matig |
| nakanaka-中中 | erg; behoorlijk (veel); heel wat; nogal; meer dan verwacht; boven verwachting |
| nakanzuku-就中 | in het bijzonder; bovenal; met name; vooral |
| nakaore-中折れ | (afk. voor) sandalen met een (horizontale) vouw in het midden van de zool |
| nakaoregeta-中折れ下駄 | sandalen met een (horizontale) vouw in het midden van de zool |
| nakatagai-仲違い | ruzie; meningsverschil; onenigheid |
| nakayoshi-仲良し | goede [intieme] vriend; makker; kameraad |
| nakenashi-なけなし | geringe hoeveelheid; het kleine beetje (weinige) dat men heeft |
| nakibeso-泣きべそ | met een gezicht dat op huilen uitbarsten staat |
| nakigoto-泣き言 | geklaag; gejammer; gedrein; gejengel |
| nakiharasu-泣き腫らす | huilen tot je ogen rood [gezwollen] zijn; tranen met tuiten huilen; opgezwollen ogen van het huilen hebben |
| nakikomu-泣き込む | huilend smeken |
| nakiri-菜切り | (breed) groentemes; keukenmes |
| nakiribōchō-菜切り包丁 | (breed) groentemes; keukenmes |
| nakishikiru-鳴き頻る | onophoudelijk tjilpen [zoemen] (van volgels of insecten) |
| nakiwakare-泣き別れ | een afscheid in tranen; het huilend afscheid nemen [uit elkaar gaan] |
| nakkurubōru-ナックルボール | (honkbal) een bal die met een speciaal effect wordt gegooid door de pitcher |
| nakuhanai-なくはない | (uitdrukking met een dubbele ontkenning) het is niet zo dat het er (helemaal) niet is; niet zonder zijn; wel zo moeten zijn; er zijn veel |
| nakunaku-泣く泣く | in tranen; met grote tegenzin |
| nakunaru-無くなる | niet meer zijn; ontbreken; weg zijn; niet meer doen |
| nakusu-無くす | geen wilskracht [zin] meer hebben; het opgeven |
| namaakubi-生欠伸 | een lichte (opkomende maar onderdrukte) geeuw |
| namabyōhō-生兵法 | oppervlakkige kennis van [ervaring met] (militaire tactieken) |
| namakemono-怠け者 | luiaard; luierik; lui mens |
| namako-海鼠 | zeekomkommer (Holothuroidea) |
| namari-鉛 | lood (metaal element) |
| namarigōkin-鉛合金 | een metaalmengsel dat [een legering die] lood bevat |
| namaru-訛る | met een accent spreken [praten]; verbasteren; iets verkeerd uitspreken |
| namasu-膾 | gerecht van dunne plakjes vis, zeevruchten, groenten of fruit in azijn met kruiden |
| namazu-癜 | tinea versicolor; pityriasis versicolor (schimmelinfectie) |
| namazu-鯰 | meerval (m.n. de Amoermeerval, Silurus asotus) |
| nameko-滑子 | nameko; goudkopje (paddenstoel, Pholiota microspora) |
| namete-並めて | algemeen; gewoonlijk |
| namida-涙 | (in combinatie met een zelfstandig naamwoord) een kleine hoeveelheid; een beetje; licht(elijk) |
| namida-涙 | (menselijke) gevoelens (zoals medeleven en verdriet) |
| namidagoe-涙声 | met trillende stem; met huilerige stem |
| namidagumashii-涙ぐましい | (lit.) pathetisch; aandoenlijk; ontroerend; deerniswekkend; erbarmelijk |
| namidakin-涙金 | smartegeld; vergoeding [compensatie]; een kleine som geld gegeven uit medelijden [als troost] (b.v. na een breuk in een relatie) |
| namidamoroi-涙脆い | sentimenteel; overgevoelig; emotioneel |
| namidatsu-波立つ | het opkomen van hoge golven (op zee e.d.) |
| namiiru-並み居る | (met z'n allen) op een rij zitten [staan] |
| namiki-並木 | rij bomen langs een straat [weg] |
| namikimischi-並木道 | avenue; laan met bomen erlangs |
| namunamu-なむなむ | (Kyoto dialect) mwah; kan ermee door; goed genoeg |
| namuru-ナムル | (gerechten met) eetbare grassen of bladeren [bladgroenten} |
| namusan-南無三 | (uitroep) O mijn hemel!; sakkerloot! |
| namusanbō-南無三宝 | (uitroep) O mijn hemel!; sakkerloot! |
| namusanbō-南無三宝 | geprezen zij de drie Juwelen [Schatten] van het boeddhisme (Boeddha, de Dharma (leer van de Boeddha) en de Sangha (de boeddhistische gemeenschap)) |
| nan-軟 | (in samenstellingen) zachtheid; zacht zijn |
| nan-難 | onvolkomenheid; fout; gebrek; nadeel |
| nanae-七重 | veelvoudig (beeldmerkend) |
| nanahikari-七光り | voordelen door bescherming [invloed] van ouders of meester |
| nanairotōgarashi-七色唐辛子 | mengsel van 7 kruiden (o.a. chilipeper) |
| nanako-魚子 | een metaalgraveertechniek (met korrels die op viseieren lijken) |
| nanakorobiyaoki-七転び八起き | (spreekwoord) met vallen en opstaan (leren); al doende leert men (lett. 7 keer vallen, 8 keer opstaan) |
| nanakusa-七草 | de zeven herfstbloemen |
| nanakusagayu-七草粥 | rijstepap, traditioneel gekookt met 7 kruiden (op de zevende dag van het nieuwe jaar) |
| nanatsuya-七つ屋 | pandjeshuis; lommerd |
| nanbā-ナンバー | nummer; getal |
| nanban-南蛮 | Zuidelijke Barbaren (in de 16de en 17de eeuw een Japanse benaming voor de Europeanen (m.n. de Portugezen en Spanjaarden) die toen naar Japan kwamen) |
| nanban-南蛮 | (afk. voor) Japanse gerechten met Europese of Chinese invloeden [ingrediënten] |
| nanbanni-南蛮煮 | Japanse gerechten met Europese of Chinese invloeden [ingrediënten]; een schotel [gerecht] van gekookte groente met vis, vlees of gevogelte |
| nanbaringu-ナンバリング | nummering |
| nanbaringu-ナンバリング | numeroteur (machine die nummers stempelt) |
| nanbaringu・mashīn-ナンバリング・マシーン | numeroteur (machine die nummers stempelt) |
| nanbā・disupurē-ナンバー・ディスプレー | nummerweergave (telefoon) |
| nanbā・purēto-ナンバー・プレート | nummerplaat; nummerbord; kentekenplaat (auto) |
| nanbā・sukūru-ナンバー・スクール | (een van) de acht oudste en meest prestigieuze middelbare scholen in Japan (in de Meiji periode) |
| nanbā・wan-ナンバー・ワン | nummer één, de eerste; de beste |
| nanbei-南米 | Zuid-Amerika |
| nanbokuamerika-南北アメリカ | Noord -en Zuid-Amerika |
| nanbokusensō-南北戦争 | de Amerikaanse Burgeroorlog |
| nanbyō-難病 | ziekten die door het Japanse Ministerie van Gezondheid, Arbeid en Welzijn zijn aangeduid als zeldzame en hardnekkige ziekten |
| nandemo-何でも | het schijnt dat; men zegt dat; ik heb gehoord dat |
| nanga-南画 | nanga schilderstijl; monochrome Chinese landschapschilderkunst |
| nanigashikaregashi-某某 | (meneer; mevrouw) zus-en-zo |
| nanikuso-何糞 | verdomme; verdorie |
| nanimo-何も | (met ontkenning) niets |
| naniwabushi-浪花節 | traditionele Japanse vertelkunst waarbij het verhaal gezongen wordt met shamisen-begeleiding |
| nanjō-何じょう | (lit.) wat zeg je?; hè, dat meen je niet!; nee, toch?; wat erg! |
| nankan-難関 | een (onoverkomelijke) barrière [obstakel; hindernis]; een moeilijke situatie; patstelling; impasse |
| nankinmushi-南京虫 | bedwants (Cimex lectularius) |
| nankō-難航 | moeilijke [moeizame] voortgang |
| nanmaidabu-なんまいだぶ | een informele korte vorm van ’Namu Amidabutsu’ (aanroeping van Amida Boeddha) |
| nannin-何人 | hoeveel mensen [personen] |
| nanohana-菜の花 | koolzaad bloemen |
| nanori-名乗り | (publieke) aankondiging van de koopwaar [handelswaar)]met de naam van het product of de producent, e.d. |
| nanoru-名乗る | een (andere) naam aannemen (b.v. na een huwelijk) |
| nanoru-名乗る | zichzelf introduceren [voorstellen] (met naam); zichzelf identificeren [aankondigen; bekendmaken] als (met titel, beroep, etc.) |
| nanoru-名乗る | in de derde persoon (met naam) spreken over zichzelf |
| nanoru-名乗る | namen geven aan vogels en insecten naar het geluid dat ze maken |
| nanpa-軟派 | mensen die speculeren op de handelsmarkt |
| nanpū-南風 | zuidenwind; zuidelijke wind; zomerwind |
| nanten-南天 | de zuidelijke hemel |
| nanten-南天 | Nandina domestica (een plant, ook wel hemelse bamboe genoemd) |
| nantō-軟投 | (honkbal) een trage [langzame] worp [aangooi] |
| nanushi-名主 | (in het Edo tijdperk) dorpshoofd; hoofdman van een dorp of plaats (voornamelijk in het Kantō gebied) |
| naoru-直る | (op de oorspronkelijke positie) terugkomen |
| naoru-直る | op de juiste plek komen; op de goede plaats geordend zijn |
| nappuzakku-ナップザック | kleine rugzak; knapzak; zak met proviand |
| naraberu-並べる | opnoemen; opsommen; optellen |
| naraberu-並べる | (met elkaar) vergelijken |
| narabetateru-並べ立てる | één voor één opnoemen; opsommen |
| narachameshi-奈良茶飯 | fijngehakte groene thee gemengd met gekookte rijst |
| naraigoto-習い事 | les [onderricht; onderwijs; training] van een technische vaardigheid [kunstvorm, e.d] bij een meester [specialist] |
| naraseru-生らせる | vrucht laten dragen; ervoor zorgen dat er veel vruchten komen (aan een boom) |
| narasu-鳴らす | laten klinken (rinkelen; bellen; fluiten; klappen; rammelen, etc.) |
| narazumono-ならず者 | nietsnut; luiwammes; lanterfanter |
| nareau-馴れ合う | vriendschap sluiten; goed kunnen opschieten met elkaar; intiem worden; een geheime relatie aangaan |
| nareau-馴れ合う | samenspannen; samenzweren |
| narejji・manejimento-ナレッジ・マネジメント | kennismanagement; kennisbeheer |
| nareru-慣れる | gewend zijn aan; wennen aan; ervaring hebben [krijgen] met; eigen maken [worden] |
| nareru-慣れる | vertrouwd raken met; eigen zijn [worden]; vertrouwd [gemakkelijk; comfortabel] zijn [worden] |
| nareru-馴れる | (te) intiem [vertrouwd; informeel] |
| nari-なり | (achtervoegsel) of; en; met; op de manier van |
| naridoshi-生り年 | mastjaar (bij bosbouw en natuurbeheer een benaming voor een jaar waarin bomen en planten veel meer vrucht dragen dan normaal) |
| naridoshigenshō-生り年現象 | mastjaar (een jaar waarin bomen veel vruchten geven) |
| narihibikaseru-鳴り響かせる | doen [laten] weerklinken [weergalmen; trillen; dreunen] |
| narihibiku-鳴り響く | een goede reputatie hebben; algemeen bekend zijn |
| narihibiku-鳴り響く | weerklinken; weergalmen; resoneren |
| narimono-鳴り物 | de muziekinstrumenten in het Kabuki theater, behalve de samisen |
| narimono-鳴り物 | muziekinstrument |
| narishingu・kurīmu-ナリシング・クリーム | voedende huidcrème |
| naritatsu-成り立つ | bestaan uit; samengesteld zijn uit; gevormd worden door |
| naritatsu-成り立つ | (een deal) sluiten; voltooien; afronden; tot een overeenkomst komen |
| narite-為り手 | iemand die een rol [functie] op zich wil nemen; (beschikbare) sollicitant (voor een functie) |
| narōkyasutingu-ナローキャスティング | narrowcasting, een internetcommunicatie-model, gebaseerd op een verspreidingsmechanisme en een gefragmenteerd gebruik van de inhoud |
| naru-成る | (gebruikt als een hulpww. zonder eigen betekenis, in combinatie met ni achter een ww. , met pref. o of go), uit respect |
| naru-為る | gaan gebeuren [komen]; zo (gaan) worden |
| narushishizumu-ナルシシズム | narcisme; eigenliefde |
| narushizumu-ナルシズム | narcisme |
| nasa-ナサ | (National Aeronautics and Space Administration) Amerikaans lucht- en ruimtevaart bureau |
| nasake-情け | goedheid; mededogen; sympathie |
| nasakebukai-情け深い | meelevend; sympathiek; welwillend; goedhartig |
| nasakenai-情けない | erbarmelijk; miserabel; armzalig; zielig; meelijwekkend |
| nasakenai-情けない | schandelijk; jammerlijk; betreurenswaardig |
| nasakeyōsha-情け容赦 | mededogen en vergevingsgezindheid; genade |
| nāshingu・hōmu-ナーシング・ホーム | (Eng.: nursing home) verpleeghuis; verzorgingshuis |
| nashonarizumu-ナショナリズム | nationalisme |
| nashonaru・burando-ナショナル・ブランド | nationaal handelsmerk |
| nashonaru・konsensasu-ナショナル・コンセンサス | nationale consensus; gemeenschappelijke mening [instemming] van een volk |
| nashonaru・rīgu-ナショナル・リーグ | (Amerikaanse) nationale honkbalcompetitie |
| nashonaru・torasuto-ナショナル・トラスト | (National Trust for Places of Historic Interest or Natural Beauty) Britse organisatie voor monumentenzorg en landschapsbeheer |
| nassho-納所 | (in een zen-tempel) de priester [monnik] die belast is met de inkomsten en uitgaven |
| nassho-納所 | (in een zen-tempel) het kantoor dat belast is met de inkomsten en uitgaven (van geld, rijst, e.d.) |
| nasshobōzu-納所坊主 | een priester [monnik] die belast is met inkomsten en uitgaven (van een tempel) |
| nata-鉈 | bijl; hakmes; leidekkershamer |
| natadekoko-ナタデココ | kokosgelei (gemaakt van gefermenteerd kokossap) |
| nata・de・koko-ナタ・デ・ココ | kokosgel (gelei uit gefermenteerd kokoswater) |
| natori-名取り | erkend meester in de (uitvoerende) kunst |
| natori-名取り | iemand met een grote reputatie; een beroemd persoon |
| natoriumu・ranpu-ナトリウム・ランプ | natriumlamp (lamp met natriumdamp) |
| natsu-夏 | zomer (in Japan tegenwoordig van juni tot augustus, vroeger toen men uitging van de maankalender was het van april tot juni) |
| natsuba-夏場 | een goede plek om de zomer door te brengen; een zomerverblijf |
| natsuba-夏場 | zomertijd; het zomerseizoen |
| natsubaori-夏羽織 | een (ongevoerd) zijden zomerjasje (een zomer- haori) |
| natsubasho-夏場所 | het zomer sumotoernooi (sumo toernooi dat gehouden wordt in mei) |
| natsubasho-夏場所 | een goede plek om de zomer door te brengen; een zomerverblijf |
| natsubate-夏ばて | het afnemen [verlies] van lichamelijke krachten door de zomerhitte |
| natsubatesuru-夏ばてする | lichamelijke kracht verliezen door zomerhitte |
| natsubi-夏日 | een zomer(se) dag; een dag dat de temperatuur boven de 25 graden is |
| natsubiki-夏引き | draden die in de zomer gesponnen zijn |
| natsubiki-夏引き | het spinnen in de zomer van draden van de poppen van harugo (lenterupsen) |
| natsudonari-夏隣 | het gevoel [besef] van de naderende zomer; seizoenwoord voor de late lente |
| natsudori-夏鳥 | zomervogels; trekvogels die in de zomer komen nestelen [zich voortplanten], en in de herfst wegtrekken naar warmere streken om te overwinteren |
| natsufuku-夏服 | (dunne) zomerkleren |
| natsugake-夏掛け | dunne dekbedden die in de zomer gebruikt worden |
| natsugare-夏枯れ | een tijdelijke terugval in de verkoop bij winkels, etc. in de zomer periode; komkommertijd |
| natsuge-夏毛 | zomertooi; de vacht [pels] van dieren in de zomer |
| natsugi-夏着 | zomerkleren |
| natsugiku-夏菊 | een zomerchrysant |
| natsugo-夏子 | een jong dier dat in de zomer geboren is |
| natsugo-夏蚕 | een zijderups, die vanaf de vroege zomer wordt gekweekt |
| natsugoromo-夏衣 | zomerkleding |
| natsujikan-夏時間 | zomertijd (in de zomer wordt de klok 1 uur vooruitgezet om meer profijt te hebben van het lange licht) |
| natsukaze-夏風邪 | een zomer- [warm weer] verkoudheid |
| natsukodachi-夏木立 | een bos dat in de zomer dicht begroeid is |
| natsukusa-夏草 | zomergras |
| natsumake-夏負け | lichaamszwakte [ziek] door zomerhitte |
| natsumakesuru-夏負けする | last hebben van [lijden onder] de zomerhitte |
| natsumame-夏豆 | een andere naam voor sora-mame, een soort tuinboon |
| natsumatsuri-夏祭り | festivals [plechtigheden] in Shintō tempels, die worden gehouden in de zomer |
| natsumatsuri-夏祭り | een zomerfestival om de goden te verzoeken de oogsten te beschermen tegen insectenplagen, overstromingen, e.d. |
| natsume-夏芽 | bloem- of bladknoppen die aan planten en bomen groeien in de zomer, en dan later in het jaar uitkomen; zomerknoppen |
| natsumeku-夏めく | zomers [zomerachtig] worden; op de zomer gaan lijken |
| natsumono-夏物 | dingen die je in de zomer gebruikt [nodig hebt]; zomerspullen; zomerkleding |
| natsumuki-夏向き | (geschikt) voor gebruik in de zomer |
| natsumuki-夏向き | zomertijd; zomer periode |
| natsumushi-夏虫 | insecten die in de zomer verschijnen |
| natsumushi-夏虫 | (met name) insecten (zoals motten) die in het donker op licht af komen |
| natsunari-夏成り | een landbouw-belasting over de opbrengsten van de zomer-oogst (stamt uit de Middeleeuwen) |
| natsunari-夏成り | vruchten, etc. die in de zomer rijp zijn [in de zomer geplukt of geoogst kunnen worden] |
| natsunebutsu-夏念仏 | zomer nenbutsu, het reciteren van de nenbutsu in de zomer |
| natsunenbutsu-夏念仏 | zomer nenbutsu, het reciteren van de nenbutsu in de zomer |
| natsuno-夏野 | een zomerveld; veld in de zomer |
| natsunohi-夏の日 | zomerdag |
| natsunotsuki-夏の月 | (koele) zomermaan |
| natsuobi-夏帯 | een obi (soort ceintuur) voor de zomerkleding |
| natsusaku-夏作 | zomergewassen, (zoals o.a. maïs, bonen, aubergine) die groeien in de zomer, en worden geoogst in de herfst of winter |
| natsushirogiku-夏白菊 | witte zomerchrysant, een meerjarige plant van het plantengeslacht Matricaria |
| natsutsubaki-夏椿 | een zomercamellia [Stewartia pseudocamellia], een in de zomer bloeiende, bladverliezende boom (die vaak ten onrechte shara no ki [シャラノキ] wordt genoemd |
| natsuyama-夏山 | berg die wordt beklommen in de zomer |
| natsuyama-夏山 | bergen met de weelderige begroeiing van de zomer |
| natsuyase-夏痩せ | gewichtsverlies in de warme zomer (door gebrek aan eetlust, slaap, e.d.); afvallen in de zomer wanneer het warm [heet] is |
| natsuyase-夏瘦せ | gewichtsverlies (en daarmee verzwakking van de lichaamskracht) door zomerse hitte |
| natsuyasumi-夏休み | zomervakantie |
| natsuzashiki-夏座敷 | zomer (zit)kamer |
| natsuzuisen-夏水仙 | de zomerbloeiende giftige plant Lycoris squamigera |
| nattō-納豆 | gefermenteerde sojabonen |
| nattoku-納得 | instemming; aanvaarding; volgzaamheid; toegeeflijkheid; meegaandheid |
| nawabari-縄張り | afgebakend terrein (met een touw; met name in de bouw) |
| nawatsuki-縄付き | het (met touwen) vastgebonden zijn |
| nda-んだ | aan het eind van een zin, geeft nadruk [mening; verklaring; conclusie; aanwijzing; aanbeveling] aan (b.v. het is zo dat; de reden is dat; namelijk) |
| ndesu-んです | aan het eind van een zin, geeft nadruk [mening; verklaring; conclusie; aanwijzing; aanbeveling] aan (b.v. het is zo dat; de reden is dat; namelijk) |
| neanderutārujin-ネアンデルタール人 | neanderthaler; neanderthalmens |
| nēbī・rukku-ネービー・ルック | (Eng.: navy look) kleding met kenmerken van een marine uniform (vooral in de kleur marineblauw) |
| nechinechi-ねちねち | (onomatopee) drammerig; zeurend |
| nedaru-強請る | smeken; afdwingen; pleiten; overreden |
| nedo-寝所 | slaapkamer; slaapplaats |
| nedoko-寝所 | slaapkamer; slaapplaats |
| nedokoro-寝所 | slaapkamer; slaapplaats |
| neesan-姉さん | (een woord waarmee men beleefd een oudere zus aanspreekt:) zus(ter) |
| neesan-姉さん | een woord waarmee een geisha een meer ervaren geisha boven zich aanspreekt |
| neesan-姉さん | (een woord waarmee men aanspreekt) een serveerster in een restaurant of hotel |
| neesan-姉さん | (een woord waarmee men een jonge vrouw aanspreekt:) juffrouw |
| neeya-姉や | (aanspreekvorm voor) kinderoppas; dienstmeisje |
| negasakabu-値嵩株 | aandelen met een hoge (aandelen)koers |
| negau-願う | verzoeken; smeken |
| negibōzu-葱坊主 | de bloem [bloeiwijze] van planten van de Allium familie (prei, bosui, bieslook, etc.) (de bolvormige, witte bloemen lijken op een kaalgeschoren hoofd) |
| negimanabe-葱鮪鍋 | een stoofschotel met tonijn en prei |
| neguru-ネグる | verwaarlozen; veronachtzamen; verzuimen; nalaten; negeren |
| neiribana-寝入り端 | het moment waarop men in slaap valt [net in slaap gevallen is] |
| neitibu・amerikan-ネイティブ・アメリカン | inheemse Amerikaan |
| nejiridōryokukei-捩り動力計 | torsiemeter |
| nekkara-根っから | (met ontkenning) niet in het minst; helemaal niet(s) |
| nekko-根っこ | wortels (van planten en bomen) |
| nekkyō-熱狂 | enthousiasme; bevlogenheid |
| neko-猫 | bijnaam van een shamisen (een muziekinstrument, zo genoemd omdat het vaak met kattenhuid is bekleed) |
| nekonekobanten-ねんねこ半纏 | een (korte, warme) overjas die niet alleen de drager ervan maar ook de op de rug gedragen baby bedekt |
| nekosogi-根刮ぎ | ontworteling; het met wortel en al uit de grond trekken |
| nekosogi-根刮ぎ | geheel en al; met wortel en tak |
| nema-寝間 | slaapkamer; slaapvertrek |
| nemawashi-根回し | het voorbereidend werk; grondwerk; het leggen van de basis; het achter de schermen manoeuvreren; consensus bereiken om iets te kunnen verwezenlijken |
| nenbutsushū-念仏宗 | Nembutsu sekte (van het boeddhisme) |
| nenchakusuru-粘着する | vastplakken; vastlijmen; aanhechten |
| nenchūgyōji-年中行事 | jaarlijks evenement; jaarlijkse gebeurtenis |
| nendokei-粘度計 | viscosimeter; viscositeitsmeter |
| nendosokutei-粘度測定 | viscosimetrie |
| nenjisōkai-年次総会 | jaarlijkse algemene vergadering |
| nenjūgyōji-年中行事 | jaarlijks evenement; jaarlijkse gebeurtenis |
| nenneko-ねんねこ | een (korte, warme) overjas die niet alleen de drager ervan maar ook de op de rug gedragen baby bedekt |
| nenshū-年収 | jaarinkomen |
| nentei-拈提 | (zen boedddhisme) publieke uitleg [commentaar] over een voorval en de koan |
| nen'yo-年余 | meer dan een jaar; ruim een jaar |
| neon-ネオン | neon (chem. element) |
| nepuchūn-ネプチューン | Neptunus (Romeinse godheid) |
| neriawaseru-練り合わせる | kneden; samenkneden; iets tot één geheel kneden |
| neribei-練り塀 | (traditionele Japanse) pleistermuur (een muur opgebouwd uit afwisselende lagen stenen en gestampte klei, met leistenen [dakpannen] erbovenop) |
| nerikō-練り香 | een ronde plak wierook (gemaakt van een mengsel van verschillende geurpoeders) |
| neru-寝る | slapen met; het bed delen met |
| neru-寝る | fermenteren; gisten |
| neru-練る | (metaal) smeden |
| neru-練る | goed nadenken [peinzen] over hoe men iets mooier kan maken [verbeteren] |
| nessei-熱誠 | totale [warme] eerlijkheid [oprechtheid] |
| nessen-熱線 | hete metaaldraad |
| nesshin-熱心 | enthousiasme; ijver |
| nessuru-熱する | verhitten; verwarmen; oververhitten |
| neta-ねた | truc; handigheid; instrument |
| netsu-熱 | passie; vurig enthousiasme; manie |
| netsu-熱 | een ziekte die gepaard gaat met) hoge koorts |
| netsubyō-熱病 | ziekte met hoge koorts |
| netsudo-熱度 | mate van enthousiasme |
| netsugi-根継ぎ | versteviging [reparatie] van fundamenten (van een gebouw, m.n. pilaren) |
| netsui-熱意 | vurig enthousiasme; ijver; hartstocht |
| netsuke-根付け | een traditionele Japanse (met de hand gesneden) gordelknoop |
| nettobōru-ネットボール | netbal, een soort (dames) korfbal |
| neya-閨 | binnenkamer (omsloten door andere kamers in een huis) |
| neya-閨 | slaapkamer; slaapvertrek (m.n. van echtparen) |
| nezumikō-鼠講 | piramidespel (systeem waarbij steeds nieuwe deelnemers geld inleggen, en de inleg van de nieuwkomers wordt uitbetaald aan de eerdere deelnemers) |
| nezumizan-鼠算 | geometrische [meetkundige] reeks; |
| nezumizan-鼠算 | snelle vermenigvuldiging; snelle toename (in aantal); snelle verspreiding |
| ni-に | (meestal in combinatie met wa of mo achter aanspreektitels, geeft respect aan voor de toegesprokene) |
| ni-に | (geeft aan de oorzaak of reden van iets) door; met; vanwege |
| ni-に | (in combinatie met wa en ...ga, geeft aan dat iets wel zo is [gebeurt] maar met voorwaarde of restrictie) weliswaar |
| ni-に | (geeft aan de manier of methode) (zo)als; (net) als; zoals |
| ni-丹 | rode kleur; natuurlijk vermiljoen (pigment gemaakt van verbrand loodpoeder) |
| niban-二番 | de tweede; nummer 2 |
| nichibei-日米 | Japan-Amerika; Japan en Amerika |
| nichibeianzenhoshōjōyaku-日米安全保障条約 | het Japans-Amerikaanse Veiligheidsverdrag |
| nichibeichiikyōtei-日米地位協定 | Japans-Amerikaanse "Status-of-Forces" Overeenkomst (hierbij zijn in 1960 de condities vastgesteld voor het Amerikaanse leger gestationeerd in Japan) |
| nichibeikan-日米間 | (relaties, etc.) tussen Japan en Amerika |
| nichibeikankei-日米関係 | de Japans-Amerikaanse betrekkingen |
| nichigintankan-日銀短観 | (afk. voor) Tankan onderzoek (economische kwartaal peiling van het ondernemersvertrouwen door de Japanse Bank) |
| nichijōsahan-日常茶飯 | dagelijkse gebeurtenissen [beslommeringen] |
| nigakki-二学期 | twee semesters van een (school)jaar; tweede semester |
| nigakkimatsushiken-二学期末試験 | (laatste) examen aan het einde van het tweede semester |
| niganrefu-二眼レフ | spiegelreflexcamera met dubbele lens |
| nigate-苦手 | lastige klant; moeilijk persoon; iemand met een gebruiksaanwijzing |
| nigauri-苦瓜 | een bittere soort meloen (Momordica charantia) |
| nigekiru-逃げ切る | (op het nippertje) ontsnappen; weg weten te komen; stand kunnen houden |
| nigenobiru-逃げ延びる | (veilig ontsnappen; ontkomen; ervandoor gaan |
| nigiri-握り | een rijstbal met een vulling van vis, e.a. (de afkorting van nigirimeshi) |
| nigiri-握り | een met de hand gevormde sushi (de afkorting van nigirizushi) |
| nigiribasami-握り鋏 | een U-vormige schaar (zonder vingergaten); wordt meestal gebruikt bij naaiwerk |
| nigiribashi-握り箸 | het stevig met de vuist omklemmen van eetstokjes (meestal bij kinderen) |
| nigiributo-握り太 | de handgreep van een boog dat met leer omwikkeld is om het dikker te maken |
| nigirigintama-握り金玉 | (arch.) met de handen in de zakken staan (te niksen); nietsdoen |
| nigirikobushi-握り拳 | met lege handen staan; geen geld op zak hebben; met blote handen [ongewapend] zijn |
| nigirimeshi-握り飯 | een rijstbal (die kan gevuld zijn met vlees, vis, of groente); een onigiri |
| nigiritsubusu-握り潰す | een plan [project] niet in behandeling nemen |
| nigirizushi-握り鮨 | een soort sushi waarbij een reepje vis (omelet, e.d.) op een samengeknepen blokje sushirijst wordt gelegd |
| nigiru-握る | iets vasthouden [vastklemmen] in de hand |
| nigiru-握る | nigirimeshi en nigirizushi klaarmaken |
| nigiwau-賑わう | goed bezocht worden; geanimeerd zijn |
| nihaizu-二杯酢 | een mengsel van azijn en sojasaus |
| nihirizumu-ニヒリズム | nihilisme |
| nihonbōekishinkōkikō-日本貿易振興機構 | Japanse organisatie voor de bevordering van de handel met het buitenland (Japan External Trade Organization; JETRO, ジェトロ) |
| nihonma-日本間 | kamer [ruimte] in Japanse stijl; Japanse kamer |
| nihonshōkōkaigisho-日本商工会議所 | de Japanse Kamer van Koophandel en Industrie |
| niin-二院 | de twee kamers van de wetgevende macht (In Japan de Senaat en het Huis van Afgevaardigden) |
| nijigen-二次元 | tweedimensionaal; twee dimensies |
| nijigen-二次元 | tweedimensionale media (m.n. anime, videogames en manga, en de personages die daarin voorkomen) |
| nijigenkōdo-二次元コード | tweedimensionale barcode; QR code |
| nijimu-滲む | doorsijpelen; lekken; uitstromen; opwellen |
| nijimu-滲む | vlekken; besmeuren |
| nijishoku-二次色 | secundaire kleur(en); mengkleur(en) |
| nikayou-似通う | erg veel lijken op; veel overeenkomsten hebben met |
| nikkeru-ニッケル | nikkel (chem. element) |
| nikkōyokushitsu-日光浴室 | solarium; zonnebank (kamer) |
| nikuboso-肉細 | light-faced (lettertype met dunne lijnen) |
| nikubuto-肉太 | full-faced; boldfaced (lettertype met dikke lijnen) |
| nikuhaku-肉薄 | het dichterbij komen; dicht benaderen; insluiten; achtervolgen; inhalen |
| nikujaga-肉じゃが | Japans stoofgerecht (met vlees, aardappelen en soms ook groenten ) |
| nikukan-肉感 | lichamelijk genot; seksuele passie |
| nikukoppun-肉骨粉 | diermeel (van vlees en botten) |
| nikumanjū-肉饅頭 | gestoomd broodje met vleesvulling |
| nikumareguchi-憎まれ口 | beledigende [kwetsende; hatelijke] opmerkingen; grof taakgebruik |
| nikunanban-肉南蛮 | een gerecht van soba of udon met dungesneden varkensvlees en lente-uitjes |
| nikuromu-ニクロム | nichroom (mengsel van nikkel en chroom) |
| nikutairōdō-肉体労働 | fysieke [lichamelijke] arbeid |
| nikutaiteki-肉体的 | fysiek; lichamelijk |
| nikutarashii-憎たらしい | walgelijk; hatelijk; gemeen; afschuwelijk |
| nin-人 | wordt gebruikt voor het tellen van mensen |
| nin-人 | mens; persoon |
| ninchishō-認知症 | dementie |
| ninga-人我 | (boeddh.) zelfzuchtigheid; egoïsme |
| ningai-人界 | (boeddh.) (een van de tien rijken) de wereld waarin mensen leven; de menselijke wereld |
| ningen-人間 | mens; persoon; mensheid |
| ningendokku-人間ドック | algeheel [uitgebreid] medisch (lichamelijk) onderzoek |
| ningengaku-人間学 | menswetenschappen; humanistiek; filosofische antropologie |
| ningengirai-人間嫌い | misantroop; mensenhater |
| ningengirai-人間嫌い | misantropie; mensenhaat |
| ningenkankei-人間関係 | (inter)menselijke relaties [betrekkingen] |
| ningenkokuhō-人間国宝 | levend nationale kunstschat (titel gegeven aan kunstenaars of traditionele ambachtslieden met een zeer hoge technische bekwaamheid) |
| ningenmi-人間味 | menselijkheid; menslievendheid; zachtaardigheid |
| ningenmorumotto-人間モルモット | menselijk proefkonijn |
| ningenmoyō-人間模様 | (complexe) betrekkingen [relaties] tussen mensen |
| ningennami-人間並み | (net) als een mens; met menselijke eigenschappen [intelligentie] |
| ningensei-人間性 | de menselijke natuur [aard]; menselijkheid |
| ningensogai-人間疎外 | ontmenselijking; dehumanisering |
| ningenteki-人間的 | menselijk |
| ningenwaza-人間業 | mensenwerk; wat mensen kunnen doen; waar mensen toe in staat zijn; wat menselijkerwijs mogelijk is |
| ningenzō-人間像 | (toon)beeld van een mens |
| ningyo-人魚 | zeemeermin (v); zeemeerman (m) |
| ningyōtsukai-人形遣い | (fig.) degene die aan de touwtjes trekt; degene die (achter de schermen) de touwtjes in handen heeft |
| nininsankyaku-二人三脚 | driebeenswedloop (waarbij de deelnemers met een been aan dat van een ander zijn vastgebonden) |
| nininsankyaku-二人三脚 | tijdelijke samenwerking (voor een bepaalde taak) |
| ninja-忍者 | een ninja (geheime strijder in het feodale Japan) |
| ninjiru-任じる | benoemen; aanstellen |
| ninjiru-任じる | (een opdracht, etc.) aannemen [op zich nemen] |
| ninjō-人情 | menselijk gevoel; menselijkheid; vriendelijkheid; menselijke aard |
| ninjōmi-人情味 | medemenselijkheid; warme menselijke gevoelens; vriendelijkheid |
| ninmari-にんまり | zelfvoldane [zelfingenomen] glimlach |
| ninmeisuru-任命する | benoemen; aanstellen |
| ninzū-人数 | veel mensen; een grote groep mensen |
| nipponkeizaidantalrengōkai-日本経済団体連合会 | de Japanse Federatie van Economische Organisaties (met als doelstelling de economische groei te stimuleren) |
| niru-似る | lijken (op); gelijkenis hebben (met); eruit zien (als) |
| nisemono-偽物 | vervalsing; vervalst product [merk] |
| nishasannyū-二捨三入 | een rekenmethode waarbij decimalen van 2 of lager naar beneden worden afgerond, en van drie of hoger naar boven) |
| nisshō-日商 | de Japanse Kamer van Koophandel en Industrie |
| nitchi-ニッチ | niche (klein gespecialiseerd segment |in de markt) |
| nitchisangyō-ニッチ産業 | niche-industrie; niche-branche (van een klein gespecialiseerd segment van de handelsmarkt) |
| nitchishijō-ニッチ市場 | nichemarkt (klein gespecialiseerd segment |in de markt) |
| niten'ichiryū-二天一流 | een school voor zwaardvechten [kendo] waarbij met één zwaard in elke hand wordt gevochten |
| nīto-ニート | (not in employment, education or training) een jongere die niet studeert of werkt |
| nitōryū-二刀流 | een school voor zwaardvechten [kendo] waarbij met één zwaard in elke hand wordt gevochten (opgericht door Miyamoto Musashi, 1584-1645) |
| nitotte-にとって | betreffende; voor; met |
| nitsuite-に就いて | wat betreft; betreffende; met betrekking tot |
| nitsumaru-煮詰まる | tot stilstand komen; een impasse bereiken |
| nitsumaru-煮詰まる | tot een oplossing [conclusie] komen (van een discussie, onderzoek, enz.) |
| niuke-荷受け | het in ontvangst nemen van een goederen [van een pakket] |
| niuribune-煮売り船 | een drijvend winkeltje; een boot waar men gebruiksvoorwerpen en etenswaren kon kopen |
| niyakeru-にやける | dandyachtig [verwijfd; meisjesachtig] zijn |
| noarashi-野荒らし | de mens die [het dier dat} de gewassen vernielt of steelt |
| nobana-野花 | wilde bloemen; veldbloemen |
| nobana-野花 | papieren bloemen (vaak gebruikt bij begrafenissen) |
| nobanashi-野放し | iemand zijn gang laten gaan; (iets) op zijn beloop laten; zich ergens niet mee bemoeien |
| nobebō-延べ棒 | (metalen) staaf [baar] |
| nobegane-延べ金 | plaatmetaal; metalen plaat |
| nobeita-延べ板 | (platgehamerd) plaatmetaal |
| nobejin'in-延べ人員 | het totaal aantal mensen [personen] (dat nodig is om een taak te voltooien) |
| nobeninzū-延べ人数 | het totaal aantal mensen [personen] (dat nodig is om een taak te voltooien) |
| noberu-述べる | vertellen; zeggen; vermelden; uitdrukken; verklaren |
| nobezao-延べ竿 | eenvoudige (bamboe) hengel met vastgemaakte lijn (zonder molen) |
| noboriayu-上り鮎 | jonge ayu (vissen: Plecoglossus altivelis) die stroomopwaarts zwemmen (in de lente) |
| noborishio-上り潮 | opkomend tij |
| noboritsumeru-上り詰める | naar de top [het hoogste punt] klimmen; helemaal naar boven klimmen |
| noboru-上る | aan de orde komen; naar boven komen (fig.) |
| noboru-上る | omhoog gaan; klimmen |
| noboru-昇る | (in rang, positie, e.d.) stijgen; opklimmen (tot); bevorderd worden (tot) |
| noboru-昇る | opkomen van de zon [maan] |
| noboru-昇る | (op)rijzen; omhoog komen; (op)stijgen |
| noboseru-上せる | omhoog brengen; omhoog laten gaan [klimmen] |
| nōburando-ノーブランド | merkloos |
| nobureba-陳者 | (wordt gebruikt in een formele brief, na de begroeting en vóór de hoofdtekst) ik zou u graag willen zeggen; als u mij toestaat te vertellen |
| noda-のだ | aan het eind van een zin, geeft eigen nadruk [mening; verklaring; conclusie] aan (b.v. het is zo dat; de reden is dat; namelijk) |
| nodesu-のです | aan het eind van een zin, geeft eigen nadruk [mening; verklaring; conclusie] aan (b.v. het is zo dat; de reden is dat; namelijk) |
| nodoka-長閑 | rustig; gerust; onbezorgd; onbekommerd |
| nōgaki-能書き | advertentie [aanprijzing] van een medicijn (te verkrijgen zonder doktersrecept) |
| nōgaku-能楽 | Nōgaku is klassiek Japans theater, omvat twee vormen: Nō en Kyōgen |
| nogeshi-野芥子 | melkdistel (Sonchus oleraceus) |
| nogusa-野草 | wilde grassen [planten; bloemen] |
| nōhanki-農繁期 | periode met veel landbouwactiviteit; drukke tijd voor landbouwers |
| nōhitsu-能筆 | meester-kalligraaf |
| nōhitsu-能筆 | mooi handschrift; bekwame schrijfkunst [kalligrafie] |
| nōhō-農法 | landbouwsysteem; landbouw methode |
| nōhonshugi-農本主義 | agrarisme (een politieke stroming die de landbouw en het platteland voorop stellen) |
| nōju-納受 | aanvaarding; aanname; ontvangst |
| nōkai-納会 | laatste vergadering (van het jaar, semester, etc.); eindejaarsbijeenkomst |
| nokeru-退ける | uitsluiten; wegnemen; weglaten |
| nōki-納期 | overeengekomen leverdatum; leveringstermijn |
| nokkaru-乗っかる | (informele vorm van noru) instappen; opstappen |
| nōkomento-ノーコメント | geen commentaar |
| nokoribi-残り火 | sintels; smeulende resten van een vuur |
| nōkotsudō-納骨堂 | columbarium; ossuarium; urnengalerij (met de beenderen van overledenen) |
| nōmakuen-脳膜炎 | hersenvliesontsteking; meningitis |
| nomaseru-飲ませる | iemand laten drinken; iemand te drinken geven; iemand op een drankje trakteren; iemand dwingen te drinken; iemand medicijnen laten innemen |
| nomerikomu-のめり込む | voor iets gaan [vallen]; in beslag genomen worden door; bezeten worden van |
| nomigusuri-飲み薬 | een medicijn om in te nemen; een medicijn voor inwendig gebruik |
| nomikomu-飲み込む | opnemen; binnenhalen; verzwelgen |
| nominoichi-蚤の市 | vlooienmarkt; rommelmarkt |
| nōmoa-ノーモア | nooit meer |
| nomu-飲む | met tegenzin accepteren; slikken |
| nomu-飲む | innemen; iets doorslikken |
| nonburu-ノンブル | nummering; volgnummer |
| noni-のに | (drukt meestal een tegenstelling uit) hoewel; terwijl |
| nōri-能吏 | een bekwame ambtenaar |
| noriawaseru-乗り合わせる | (toevallig) met iemand samen reizen [in dezelfde auto, trein, boot, etc.) |
| noridasu-乗り出す | beginnen met rijden; een ritje maken |
| noriireru-乗り入れる | ergens in [binnen] rijden (met een auto, fiets, etc.) |
| noriki-乗り気 | interesse; gretigheid; vurigheid; enthousiasme |
| norimaki-海苔巻き | rijst met andere ingrediënten gewikkeld in velletjes nori (gedroogde zeewier) |
| norizuke-糊付け | het plakken [lijmen]; het stijven (van kleding) |
| noru-乗る | (zich) goed verdelen [uitspreiden; uitsmeren] |
| noru-乗る | in harmonie zijn met; harmonieus zijn |
| noru-乗る | (gaan) meedoen; deelnemen aan |
| nōsekizuieki-脳脊髄液 | hersenvocht; ruggenmergsvocht (liquor cerebrospinalis) |
| noseru-乗せる | iem. meenemen; iem. mee laten rijden [varen]; iem. aan boord nemen |
| noseru-乗せる | ertussen nemen; erin laten lopen; in een val lokken; misbruik maken (van) |
| noseru-乗せる | laten meedoen [deelnemen] |
| noseru-乗せる | stemmen; op elkaar afstemmen |
| noshiagaru-伸し上がる | rijzen; stijgen; klimmen; zich verheffen |
| nōsho-能書 | het vakkundig schrijven; bekwame schrijfkunst [kalligrafie] |
| nōsho-能書 | meester-kalligraaf |
| nōtatchi-ノータッチ | (honkbal) het niet aanraken met de bal van een honk of tegenstander door een veldspeler |
| notautsu-のた打つ | kronkelen; wriemelen; (ineen)krimpen (van de pijn) |
| nōto-ノート | memo; notitie; aantekenboekje; notitieboekje; notitieblok |
| nottoru-則る | nakomen; naleven; eerbiedigen; respecteren; navolgen; corresponderen; overeenkomen; overeenstemmen; stroken met; zich conformeren aan |
| nōzenkazura-凌霄花 | trompetbloem; trompetklimmer (Campsis grandiflora) |
| nozokeba-除けば | afgezien van; behalve; met uitzondering van |
| nozokimegane-覗き眼鏡 | waterkijker; hydroscoop (kastje met lens om onder wateroppervlak te kijken) |
| nozoku-除く | verwijderen; wegnemen; weghalen; elimineren |
| nozomu-臨む | bijwonen; aanwezig zijn (bij); meedoen; deelnemen |
| nozomu-臨む | geconfronteerd worden (met); tegenkomen; het hoofd bieden (aan); weerstaan |
| nō・kaunto-ノー・カウント | niet (mee)geteld (in de score) |
| nūdizumu-ヌーディズム | nudisme |
| nue-鵼 | mythische vogel met het hoofd van een aap, het lichaam van een wasbeer, de staart van een slang, en de poten van een tijger |
| nuka-糠 | rijstzemelen |
| nukaabura-糠油 | olie geperst uit rijstzemelen |
| nukaboshi-糠星 | ontelbare kleine sterren aan de nachtelijke hemel |
| nukabukuro-糠袋 | een stoffen zak gevuld met rijstzemelen om de huid mee te schrobben tijdens het baden |
| nukamiso-糠味噌 | nuka-miso, een pasta van gezouten rijstzemelen (gebruikt voor het inmaken van groente) |
| nukazuke-糠漬け | groenten geconserveerd met gefermenteerde rijstzemelen |
| nukeana-抜け穴 | geheime doorgang; ondergrondse doorgang [passage]; uitweg |
| nukederu-抜け出る | stilletjes [heimelijk] weggaan [wegglippen] |
| nukegake-抜け駆け | het onverwacht [heimelijk] behalen van een voordeel; voorsprong |
| nukeru-抜ける | onzorgvuldig te zijn; niet oplettend te zijn; domme dingen doen |
| nukeru-抜ける | uitvallen; loslaten; loskomen |
| nukini-抜き荷 | kruimeldiefstal; gegap |
| nukinishiki-緯錦 | nukinishiki (Japans brokaat waarin met de inslag de kleuren en patronen gemaakt worden) |
| nukishiro-緯白 | weefsel met witte inslag |
| nuku-抜く | pikken; stelen; wegnemen |
| nume-絖 | glanzende dunne zijde (gebruikt in de Japanse schilderkunst en bij het maken van kunstbloemen) |
| numenume-ぬめぬめ | slijmerig [glad; glanzend] zijn |
| numeri-滑り | slijm; slijmerigheid |
| nunchaku-ヌンチャク | (Okinawa) traditioneel wapen (gemaakt van twee korte houten stokken die met een touw of ketting zijn verbonden) |
| nurakura-ぬらくら | glad; glibberig; week; slijmerig |
| nurakuraguchi-ぬらくら口 | een vlotte prater; iem. met een vlotte babbel; iem. die welbespraakt is |
| nurakurasuru-ぬらくらする | glad [slijmerig] zijn; ontwijkend zijn; lui [gemakzuchtig] zijn |
| nuranura-ぬらぬら | (onomatopee) glibberig; slijmerig; glad |
| nuratsuku-ぬらつく | glibberig [slijmerig] zijn |
| nurigusuri-塗り薬 | (medicinale) zalf |
| nuritsubusu-塗り潰す | overschilderen; (ergens) overheen schilderen; volledig met verf bedekken |
| nuru-塗る | verven; schilderen; lakken; smeren; (be)pleisteren; aanbrengen |
| nurunuru-ぬるぬる | slijmerig; glad; glibberig |
| nurunurusuru-ぬるぬるする | slijmerig [glad; glibberig] worden |
| nushi-主 | eigenaar; bezitter; meester; leider |
| nusumigui-盗み食い | het eten stelen; stiekem een hap nemen |
| nusumu-盗む | stelen; wegpakken; afpakken; wegnemen |
| nyōbō-女房 | hofdame |
| nyojitsu-如実 | (boeddhisme) absolute waarheid |
| nyokan-女官 | hofdame |
| nyokinyoki-にょきにょき | (onomatopee) het plotseling (de een na de ander) opkomen [ontstaan; ontspruiten]; oprijzen; omhoog groeien] |
| nyūbōen-乳房炎 | mastitis; borstontsteking; melkklierontsteking; uierontsteking |
| nyūeki-乳液 | melkachtige vloeistof (in planten); melksap; latex |
| nyūeki-乳液 | melkachtige vloeistof die oliën bevat (zoals glycerine, lanoline, e.d.) |
| nyūgakushiken-入学試験 | toelatingsexamen |
| nyūgakusuru-入学する | zich inschrijven (bij een school); met een opleiding beginnen |
| nyūgyō-乳業 | melkindustrie; zuivelindustrie |
| nyūgyū-乳牛 | melkkoe |
| nyūhakushoku-乳白色 | melkwit (kleur) |
| nyūin-入院 | ziekenhuisopname |
| nyūinsuru-入院する | in een ziekenhuis opgenomen worden |
| nyūjō-乳状 | melkachtig zijn |
| nyūkai-入会 | aanmelding; inschrijving |
| nyūmon-入門 | toelating tot een speciale opleiding; een leerling [discipel] worden (van een meester) |
| nyūraku-乳酪 | zuivelproduct(en) (zoals melk, boter en kaas) |
| nyūsan-乳酸 | melkzuur |
| nyūseihin-乳製品 | melkproducten; zuivelproducten |
| nyūsen-乳腺 | melkklier |
| nyūsen-入船 | een binnenkomend ship; een schip dat de haven binnenvaart |
| nyūsha-入社 | het een functie aannemen bij een vereniging [vakbond] |
| nyūsha-入社 | indiensttreding bij een bedrijf; het aangenomen worden als werknemer van een bedrijf |
| nyūshi-乳歯 | melktand; melkgebit |
| nyūshi-入試 | toelatingsexamen |
| nyūshibō-乳脂肪 | melkvet; botervet |
| nyūshin-入神 | goddelijke [buitengewone] vaardigheid [meesterschap]; mystieke inspiratie |
| nyūshitsu-乳質 | melkkwaliteit |
| nyūshitsu-入室 | het binnengaan [betreden] van een kamer |
| nyūshitsu-入室 | (boeddh.) het betreden van de kamer van de leermeester om onderricht te ontvangen |
| nyūsu・anarisuto-ニュース・アナリスト | nieuwsanalist; nieuwscommentator |
| nyūtō-乳糖 | lactose; melksuiker |
| nyūton・rafusonhō-ニュートン・ラフソン法 | methode van Newton-Raphson (numerieke wiskunde) |
| nyū・dīru-ニュー・ディール | reeks economische maatregelen van de Amerikaanse president F. Roosevelt om de Grote Depressie van 1929 te overwinnen |
| nyū・famirī-ニュー・ファミリー | kerngezin waarvan de ouders na de tweede wereldoorlog zijn geboren (dus meer consumptiegericht zijn dan traditionele Japanse gezinnen) |
| nyū・media-ニュー・メディア | nieuwe media (nieuwe communicatietechnologie) |
| nyū・raito-ニュー・ライト | (politiek) Nieuw Rechts; neoconservatisme |
| nyū・seramikkusu-ニュー・セラミックス | nieuw keramiek (dat nieuwe functies en eigenschappen heeft door de samenstelling, structuur, vorm) |
| o-御 | erend voorvoegsel, uit beleefdheid toegevoegd aan woorden m.b.t. mensen of waardevolle voorwerpen |
| ō-応 | (in kanji combinaties) reageren; (be)antwoorden; instemmen; passend; geschikt |
| ō-押 | (in kanji combinaties) drukken; duwen; in beslag nemen |
| ō-王 | meester; magnaat |
| ō-翁 | (als erend achtervoegsel) meneer |
| oainikusama-お生憎様 | jammer [helaas; betreurenswaardig] zijn |
| obakeyashiki-御化け屋敷 | oud huis met een spook of (gekwelde) geest |
| ōbakushū-黄檗宗 | Ōbaku school van het Zen Boeddhisme |
| obana-雄花 | mannelijke bloem; bloem met alleen meeldraden |
| ōbāōru-オーバーオール | over het algemeen; in totaal; in het algemeen; globaal |
| ōbārappu-オーバーラップ | overlapping; gedeeltelijk samenvallen |
| ōbārōn-オーバーローン | overtollige lening, het verschijnsel dat banken in Japan meer uitleenden dan de som van hun kapitaal en deposito's |
| obasan-小母さん | (aanspreektitel voor vrouw van middelbare leeftijd) mevrouw |
| ōbā・fensu-オーバー・フェンス | (honkbal) homerun, bal die over het hek [de omheining] is geslagen |
| ōbei-欧米 | Europa en Amerika |
| obekkatsukai-おべっか使い | vleier; hielenlikker; slijmbal; slijmerd |
| obenchara-おべんちゃら | vleierij; stroopsmeerderij |
| obibangumi-帯番組 | radio- of tv-programma dat op meerdere dagen per week op hetzelfde tijdstip wordt uitgezonden |
| obigane-帯金 | metalen band [strook; beslag] |
| obishin-帯芯 | een kledingstuk (m.n. van katoen) gedragen onder de obi (Japanse gordel) als opvulling bij een (dames)kimono |
| ōbo-応募 | inschrijving; aanmelding; inzending (van een werkstuk, e.d. voor een prijsvraag) |
| ōbō-横暴 | tirannie; despotisme; onderdrukking |
| ōboe-オーボエ | hobo (muziekinstrument) |
| oboe-覚え | memorandum; memo |
| oboegaki-覚え書き | memorandum; notitie; aantekening |
| obon-御盆 | Obon (festival) (waarbij men graven van overleden familieleden bezoekt, en papieren lantaarns ophangt of op het water laat drijven) |
| oburāto-オブラート | papiertje om poedermedicijn in te pakken |
| obusutorakushon-オブストラクション | belemmering; versperring; hindernis |
| obuzābā-オブザーバー | waarnemer; observator |
| ocha-御茶 | thee (meestal groene thee) |
| ochappii-おちゃっぴい | een kletskous; een spraakzaam [levendig] meisje |
| ocharakasu-おちゃらかす | de spot drijven (met); plagen; uitlachen |
| ochasho-御茶所 | ruimte in tempels [heiligdommen] waar thee wordt geserveerd voor bezoekers |
| ōchi-楝 | (oude naam voor) Indische sering; kralenboom (Melia azedarach) |
| ochiayu-落ち鮎 | ayu (vissen), die stroomafwaarts in de rivier zwemmen om eieren te gaan leggen |
| ochien-落ち縁 | een lage veranda (een trede lager dan de kamers) |
| ochiru-落ちる | zinken; zakken (ook fig.); afnemen; verminderen |
| ochitsuku-落ち着く | bedaren; tot rust komen; stabiliseren |
| ochōmechō-雄蝶雌蝶 | een jongen en een meisje die sake inschenken voor het bruidspaar (uit een kan met de vlinderversiering) |
| oden-おでん | oden, een Japans eenpansgerecht (met o.a. eieren, daikon (rettich), kon'yaku, viskoekjes) |
| ōdo-王土 | koninklijk [keizerlijk] domein |
| ōdō-王道 | regering [koning; vorst] (die de natie op een een menselijke en rechtvaardige wijze bestuurt volgens de confucianistische leer) |
| ōdō-王道 | optimale werkwijze [methode] |
| ōdō-黄銅 | messing; (geel)koper |
| odorikomu-踊り込む | binnenspringen; binnenstormen |
| odorikomu-躍り込む | (met kracht) ergens naar binnen springen; binnenstormen; binnenvallen |
| ofisharu・rekōdo-オフィシャル・レコード | officieel rapport [register; document] |
| ofisu・gāru-オフィス・ガール | kantooremployee; vrouwelijke werknemer [kantoorbediende] |
| ofisu・redi-オフィス・レディ | kantoormedewerkster; kantooremployee |
| ofuda-御札 | amulet of talisman die men kan kopen bij een heiligdom of tempel |
| ofukuro-お袋 | informele term voor (de eigen) moeder |
| ofukuwake-お福分け | het met anderen delen van een gift [iets dat je zelf hebt ontvangen] |
| ofumi-御文 | brieven aan volgelingen [studenten] van de Jōdoshin sekte om de leer daarvan in eenvoudige termen uit te leggen |
| ofurain-オフライン | offline (niet verbonden met het internet) |
| ofuregaki-御触書 | (Edo periode) algemene kennisgeving aan de bevolking (van een regeling, besluit, bevel, e.d.) |
| ofureko-オフレコ | niet officieel; vertrouwelijk; informeel; onder vier ogen |
| ofu・burōdowē-オフ・ブロードウェー | experimenteel [niet commercieel] theater (Engels: off-Broadway) |
| ofu・ofu・burōdowē-オフ・オフ・ブロードウェー | avant-garde [zeer experimenteel] theater (Engels: off-off-Broadway) |
| ofu・shīzun-オフ・シーズン | slappe tijd; komkommertijd |
| ōga-枉駕 | uw bezoek (formele stijl) |
| ogara-苧殻 | hennep; vlashalmen |
| ōgazumu-オーガズム | orgasme |
| ōgi-奥義 | geheime kennis [leer]; mysterie |
| ōgonshūkan-黄金週間 | Gouden week (reeks nationale feestdagen in Japan, de eerste week van mei) |
| ogura-小倉 | (afk. voor) zoete azukibonenpasta met met hele bonen |
| ogura-小倉 | (afk. voor) een soep gemaakt van zoete azukibonenpasta met hele bonen |
| oguraan-小倉餡 | zoete adzukibonenpasta (gemengd met met hele bonen) |
| ogurai-小暗い | schemerig; duister; schaduwrijk |
| ogurajiruko-小倉汁粉 | een soep gemaakt van zoete azukibonenpasta met hele bonen |
| ohagi-お萩 | een kleefrijstballetje bedekt met zoete bonenpasta |
| ohakobi-御運び | (respectvolle term voor) gaan; komen |
| ohanabatake-お花畑 | een veld met alpenbloemen |
| oharame-大原女 | vrouwelijke marskramer in Kyoto (uit Ohara) |
| ohitashi-お浸し | gekookte (blad)groenten met sojasaus |
| ohitsu-お櫃 | rijstbak, houten bak waar rijst in wordt geroerd (met andere ingrediënten) |
| oiageru-追い上げる | terrein winnen; dichterbij komen; inhalen |
| oibane-追い羽根 | een traditioneel Japans Nieuwjaarsspel, gespeeld met een houten peddel (hagoita) en een shuttle |
| oibara-追い腹 | zelfmoord [seppuku] van een dienaar na de dood van zijn meester [heer] |
| oide-お出で | (erende vorm voor) zijn; komen; gaan |
| oie-お家 | de familie van de heer [meester] |
| oigoe-追い肥 | aanvullende [tweede] bemesting (van gewassen) |
| oikaze-追い風 | wind mee; rugwind |
| ōin-押韻 | rijm; het rijmen |
| ōinshi-押韻詩 | rijmend gedicht; berijmd vers |
| ōinsuru-押韻する | rijmen |
| oisoreto-おいそれと | zomaar; zonder meer; eenvoudig (vaak gebruikt in negatieve zinnen) |
| ōitsu-横溢 | overvloedig [vol; overstromend] zijn |
| ōjī-オージー | kantoormeisje; secretaresse |
| ojiisan-お爺さん | meneer; mijnheer |
| ojikezuku-怖じ気づく | schrikken; bang [angstig] worden; niet meer durven |
| ōjiru-応じる | accepteren; toestemmen; instemmen |
| ojisan-小父さん | oude(re) man; meneer |
| ojiya-おじや | rijst gruwel met vis en groente, op smaak gebracht met sojasaus of miso |
| ōjō-圧状 | dwang; bedreiging; een onder dwang geschreven document |
| ōjō-往生 | het (verzet) opgeven; onvermogen (iets te doen); berusting; het geen uitweg meer zien |
| ōjō-往生 | dwang; bedreiging; een onder dwang geschreven document |
| ōjuhōshō-黄綬褒章 | Medaille met het gele lint, Japanse nationale onderscheiding (voor mensen die zich hebben onderscheiden in landbouw, handel, industrie, e.d.) |
| ōka-王化 | de heilzame invloed in de wereld van een goede [rechtvaardige] koning |
| okabore-岡惚れ | geheime [ongeoorloofde; onbeantwoorde] liefde |
| okaeshi-お返し | (beleefd, formeel) wisselgeld |
| okakae-お抱え | in iemands persoonlijke dienst; privé werknemer; iemand die voor een particulier werkt |
| okame-お亀 | een dikke alledaagse [niet mooie; niet aantrekkelijkuitziende] vrouw; (een masker of beeldje van) een vrouw met dikke wangen en een platte neus |
| okame-お亀 | soep met sobanoedels (en vis, groenten, paddestoelen, etc.) |
| okamochi-岡持ち | een platte houten kist (met handvaten) voor het vervoer van voedsel, e.d. |
| okanmuri-お冠 | slecht humeur; boosheid; geïrriteerdheid |
| okappa-お河童 | een (meisjes) kapsel waarbij de pony tot aan de wenkbrauwen is geknipt en het haar aan de zijkanten en achterkant recht op schouderlengte |
| okappiki-岡っ引き | (Edfo-periode) een privédetective die de politie hielp met het opsporen van criminelen |
| okarina-オカリナ | (muziekinstrument) ocarina |
| okashina-可笑しな | belachelijk; merkwaardig; vreemd; ongewoon |
| okashiratsuki-尾頭付き | een hele vis (compleet met kop en staart, geserveerd tijdens religieuze ceremonies) |
| okasu-冒す | de achternaam van iemand anders aannemen [gebruiken] |
| okata-御方 | (respectvol) die persoon; heer; dame |
| okayaki-岡焼き | jaloezie (met name t.o.v. een ander liefdespaar) |
| oketsu-悪血 | onzuiver [besmet] bloed |
| oki-置き | (als achtervoegsel) om de; om en om; elke; met tussenpozen [tussenruimte] van |
| oki-起き | het opstaan; ontwaken; uit bed komen |
| okiagarikoboshi-起き上がり小法師 | (lett. een kleine monnik die opstaat) traditioneel Japans poppetje (een tuimelaartje gemaakt van papier-mâché) |
| okiba-置き場 | (volkstaal) lommerd; pandjeshuis; bank van lening |
| okidokoro-置き所 | plek waar men kan verblijven; plek waar men zich veilig voelt |
| okigo-置き碁 | go-spel gespeeld met een handicap |
| okiishi-置き石 | een steen die met kwade opzet op een spoorrails wordt gelegd |
| okimono-置物 | ornament in een nis of op een boeddhistisch [shintoïtisch] altaar |
| okinimesu-お気に召す | houden van; prefereren; tevreden [blij] zijn (met iets) |
| okiru-熾きる | opvlammen [ontstaan] van vuur; uitbreken van brand |
| okiwasureru-置き忘れる | laten liggen; vergeten mee te nemen |
| okken-憶見 | op veronderstellingen [speculatie; vermoeden] gebaseerde mening |
| okkochiru-落っこちる | zakken (voor een examen); niet slagen; verliezen |
| ōkō-横行 | het woekeren; hoogtij vieren; wijdverspreid [veelvoorkomend] zijn |
| okojo-おこじょ | hermelijn |
| okonomiyaki-お好み焼き | Japanse pannenkoek, gebakken op een grillplaat, met groenten, vlees of vis naar keuze |
| okoru-興る | opkomen; bloeien; tot bloei komen |
| okoru-起こる | onstaan [opkomen] van een ziekte, e.d.; ziek worden; een aanval krijgen van; het slachtoffer worden van |
| okoru-起こる | verschijnen; opkomen; ontstaan; tot stand komen |
| okoshi-御越し | een beleefdheidsvorm voor: de komst; het komen; het gaan |
| okoshi-粔籹 | traditioneel Japans snoepgoed dat wordt gemaakt gemaakt van gestoomde rijst, gestold met moutzetmeel, suiker, pinda's, e.a. |
| okoshigome-粔籹米 | traditioneel Japans snoepgoed dat wordt gemaakt gemaakt van gestoomde rijst, gestold met moutzetmeel, suiker, pinda's, e.a. |
| okoshiyasu-御越しやす | (Kansai regio) bedankt dat u de moeite heeft genomen om te komen |
| okosozukin-御高祖頭巾 | een (warme) vierkante doek, om hoofd en schouders gewikkeld (gebruikt door vrouwen als sjaal-hoofddoek [kap] in de Edo- tot de Meiji-periode) |
| okotaru-怠る | verwaarlozen; veronachtzamen; nalaten; achterwege laten |
| okowa-お強 | gestoomde rijst met rode bonen, kastanjes, bamboescheuten, e.d. (traditioneel gegeten bij feestdagen, familiebijeenkomsten, e.d.) |
| okuden-奥伝 | initiatie; inwijding (in geheime kennis of technieken) |
| okugaki-奥書 | getuigschrift van meesterschap (m.n. bij traditionele kunstscholing e.d.) |
| okugi-奥義 | geheime overlevering [kennis, leer] in de uitoefening van beeldende kunsten, traditionele vechtkunsten e.d. |
| okuman-億万 | miljarden; enorme aantallen [hoeveelheden] |
| okumuki-奥向き | (zaken die te maken hebben met) het huishouden (zoals de financiën van het huishouden) |
| okumuki-奥向き | binnenin het huis (m.n. woonkamer en keuken) |
| okuni-御国 | (formeel) het eigen land; het land van ander\ |
| okuni-御国 | (formeel) geboorteplaats |
| okunoin-奥の院 | Oku-no-in, begraafplaats op Koyasan; laatste rustplaats van Kukai (de grondlegger van het Shingon boeddhisme) |
| okunote-奥の手 | geheim; geheime vaardigheden [techniek] |
| okureru-遅れる | (te) laat [later] komen; (te) laat zijn; vertraging hebben |
| okurimukae-送り迎え | het iemand afzetten [wegbrengen; uitzwaaien] of ophalen [verwelkomen] |
| okurina-贈り名 | postume naam [titel] |
| okuru-送る | afscheid (moeten) nemen; (een naaste) verliezen |
| okusama-奥様 | uw vrouw; mevrouw |
| okusan-奥さん | uw vrouw; mevrouw |
| okusetsu-憶説 | hypothese; veronderstelling; speculatie; aanname |
| okute-晩稲 | een laatbloeier (iemand wiens talenten laat tot bloei komen) |
| okuyurushi-奥許し | initiatie; inwijding (in geheime kennis of technieken) |
| okuzuke-奥付 | colofon (mededelingen aan het slot van een uitgave) |
| okyan-お侠 | brutaal [schaamteloos; vrijpostig; baldadig] meisje |
| omachidoosama-お待ち遠様 | het spijt me dat ik u heb laten wachten; sorry [bedankt] voor het wachten |
| omae-御前 | (informeel, soms onbeleefd, tussen gelijken) jij |
| omāji-オマージ | hommage; eerbetoon; hulde; complimenten |
| omamori-お守り | (beschermende) amulet; talisman |
| omamori-御守り | een (beschermende) talisman [amulet] |
| omega-オメガ | omega, de laatste letter van het Griekse alfabet (Ω, ω) |
| omemoji-御目文字 | persoonlijke ontmoeting met iemand (vooral door vrouwen gebruikt) |
| ometsukeyaku-お目付役 | (beleefd) waakhond (ook fig.) bewaker; beschermer; begeleider |
| omiyage-御土産 | souvenir, aandenken meegenomen van een reis; geschenk; cadeau; presentje |
| omodachi-面立ち | gezicht; gelaatstrekken; uiterlijk; uiterlijke kenmerken |
| omodaka-沢瀉 | omodaka wordt ook gebruikt als beeldmerk [patroon] |
| omogai-面繫 | riem van een paardenhoofdstel (het deel van een paardentuig dat de teugels met het bit verbindt) |
| omoiamaru-思い余る | niet meer weten wat te doen; besluiteloos zijn; iets niet meer kunnen volhouden |
| omoiataru-思い当たる | zich (plotseling) herinneren; in je opkomen; te binnen schieten; beseffen; zich voor de geest halen |
| omoiawaseru-思い合わせる | (verscheidene zaken) in overweging nemen; overdenken; in gedachten houden |
| omoiitaru-思い至る | zich beseffen; tot de conclusie komen |
| omoitatsu-思い立つ | bedenken; van plan zijn; besluiten; beslissen; een besluit [beslissing] nemen |
| omoiyari-思い遣り | attentheid; voorkomendheid; zorgzaamheid |
| omotase-お持たせ | een klein geschenk dat een gastheer [gastvrouw] aan een gast geeft om mee naar huis te nemen |
| omotekata-表方 | (in het theater) personeel dat in direct in contact staat met de bezoekers (kaartverkopers, begeleiders etc) |
| omou-思う | denken; vinden; van mening zijn |
| omouni-思うに | mijns inziens; naar mijn mening |
| omouzonbun-思う存分 | naar hartelust; naar volle tevredenheid; volop; met volle teugen; tot het uiterste; zonder zich in te houden |
| ōmu-オーム | Om; Aum (mantra in Boeddhisme en Hindoeïsme) |
| ōmugaeshi-鸚鵡返し | bijJapanse waka (gedichten) een versregel van een ander herhalen met een kleine wijziging daarin |
| omunibasu-オムニバス | (boek) omnibus; verzameluitgave |
| omuraisu-オムライス | (omelet-rijst) gebakken rijst in een omelet |
| omuretsu-オムレツ | omelet |
| on-御 | erend voorvoegsel, uit beleefdheid toegevoegd aan woorden m.b.t. mensen of waardevolle voorwerpen |
| onagadori-尾長鶏 | langstaarthoen (Japans kippenras met een uitzonderlijk lange staart (uit Kōchi, Shikoku) |
| onago-女子 | meisje; (jonge) vrouw |
| onagusami-お慰み | vermaak; entertainment |
| onamidachōdai-お涙頂戴 | tranentrekker; smartlap; melodrama; sentimenteel verhaal [liedje; programma] |
| ōnā・shisutemu-オーナー・システム | een door werknemers geleide onderneming |
| onba-乳母 | min; zoogster; kindermeisje |
| onbō-隠亡 | medewerker van een crematorium; bewaker van een begraafplaats |
| onboro-おんぼろ | vervallen; bouwvallig; gammel; versleten |
| onchō-音調 | melodie |
| onchō-音調 | ritme; intonatie |
| ondankasuru-温暖化する | opwarmen (van de aarde) |
| ondo-音頭 | het voorgaan; de leiding [het voortouw] nemen |
| ondokei-温度計 | thermometer; temperatuurmeter (lucht, water, etc.) |
| oneechan-お姉ちゃん | meisje; jongedame |
| oneesan-お姉さん | (iemand aanspreken met) zus; mevrouw; juffrouw |
| oneji-雄螺子 | schroefbout (bout met schroefdraad waarop een moer geschroefd kan worden) |
| ongusutorōmu-オングストローム | ångström (eenheid van lengte, 10⁻¹⁰ meter = 0,1 nanometer) |
| oni-鬼 | aardse geest [god] (i.t.t hemelse god) |
| onibaba-鬼婆 | gemene oude vrouw; oude tang; vals kreng |
| onigawara-鬼瓦 | een daktegel met een demonen-masker erop |
| onigiri-お握り | onigiri, een rijstbal (rond of driehoekig), vaak gevuld en met een stuk nori (geroosterde zeewier) eromheen gevouwen |
| onigo-鬼子 | een kind geboren met reeds ontwikkelde tanden |
| onjō-温情 | warme gevoelens; medeleven; genade; welwillendheid |
| onmyōdō-陰陽道 | Onmyōdō (de weg van Yin en Yang), oude Chinese methode gebaseerd op yin-yang en de vijf elementen (voor astronomie, kalenders, waarzeggerij, etc.) |
| onnabara-女腹 | een vrouw wiens kinderen allemaal meisjes zijn |
| onnade-女手 | vrouwelijke hulpkracht; medewerkster; werkneemster |
| onnanoko-女の子 | meisje; dochter |
| onnarashii-女らしい | vrouwelijk; damesachtig |
| ōnō-懊悩 | zielepijn; kwelling; angst; mentaal lijden |
| onpū-温風 | warme lucht [luchtstroom] (b.v. van een droger of airconditioner) |
| onrain-オンライン | online (verbonden met internet) |
| onreko-オンレコ | officieel vermeld; geregistreerd |
| onryō-音量 | (geluid)volume |
| onsūritsu-音数律 | syllabisch metrum; versmaat bepaald door het aantal lettergrepen |
| ontai-御大 | (vertrouwelijke [ironische] aanspreektitel) baas; meneer; hoogheid |
| ontai-温帯 | zone met gematigd klimaat; klimaatgebied tussen de tropen en de poolgebieden |
| onten-温点 | warme plek; het warme (sensorische) punt |
| ōnusa-大幣 | een houten staf met meerdere slingers van stof of papier (shide), gebruikt bij Shinto-rituelen |
| on'yōdō-陰陽道 | Onmyōdō (de weg van Yin en Yang), oude Chinese methode gebaseerd op yin-yang en de vijf elementen (voor astronomie, kalenders, waarzeggerij, etc.) |
| on・rain・riaru・taimu・shisutemu-オン・ライン・リアル・タイム・システム | OLRT, een software systeem met gecombineerde reactie- en uitvoertijd van een taak die korter is dan de maximale toegestane tijd |
| on・za・rokku-オン・ザ・ロック | met ijs(klontjes) (Eng.: on the rocks) |
| on・za・rokku-オン・ザ・ロック | (sterke) drank met ijsblokjes |
| ooamana-大甘菜 | gewone vogelmelk (plant, Ornithogalum umbellatum) |
| oobanyaki-大判焼き | dikke pannenkoek gevuld met zoete bonenpasta |
| ooburoshiki-大風呂敷 | een grote furoshiki (doek waarmee men in Japan dingen inpakt om te dragen) |
| ōodori-大踊り | groepsdans; dans met een groot aantal deelnemers |
| oogata-大型 | een grote maat [afmeting; schaal] |
| ooinaru-大いなる | groot; groots; enorm; monumentaal |
| ooisogi-大急ぎ | grote [enorme] haast |
| ookisa-大きさ | grootte; maat. afmeting; formaat; capaciteit; volume |
| ooku-多く | de meerderheid; het grootste deel |
| oomaka-大まか | globaal; bij benadering; vrij; algemeen |
| oomukō-大向こう | het publiek; de mensenmassa |
| oomune-概ね | over [in] het algemeen; grotendeels; meestal |
| oonata-大鉈 | groot hakmes |
| ooninzū-大人数 | een groot aantal mensen; een menigte |
| oonyūdō-大入道 | mytisch monster uit Japan in de vorm van een kaalhoofdige man met een lange nek |
| oose-仰せ | opdracht; wensen (van een meerdere); instructie(s) |
| ootsuzumi-大鼓 | (Japanse) grote handtrom(mel) |
| ooyoso-大凡 | basis; grondslag; (bij) benadering; in grote trekken; in het algemeen; ruwweg |
| oozei-大勢 | een menigte [grote groep] (mensen) |
| oozora-大空 | het zwerk; de wijde hemel, het hemelgewelf |
| oozukami-大掴み | een globaal (beeld hebben); ruwe [algemene] (details) |
| opinion-オピニオン | mening; visie; opinie |
| opinion・rīdā-オピニオン・リーダー | opinieleider; opiniemaker; opinievormer |
| oppai-おっぱい | melk; moedermelk; borst(en) |
| ōpun・dētingu・shisutemu-オープン・デーティング・システム | het systeem van het labelen van producten met de houdbaarheidsdatum en de productiedatum |
| ōpun・gēmu-オープン・ゲーム | open toernooi (toegankelijk voor professionals en amateurs); informele [demonstratie] wedstrijd |
| ōpun・karā・shatsu-オープン・カラー・シャツ | schillerhemd (overhemd met open kraag; genoemd naar de Duitse dichter Schiller, 1759-1805) |
| ōpun・porishī-オープン・ポリシー | open (contract) polis (met name bij transportverzekeringen) |
| ōpun・rīru-オープン・リール | open spoel (opnameband op haspel) |
| ōpun・shatsu-オープン・シャツ | schillerhemd (overhemd met open kraag; genoemd naar de Duitse dichter Schiller, 1759-1805) |
| ōpun・shoppu-オープン・ショップ | een bedrijf [kantoor] waar de werknemers niet verplicht zijn lid te worden van de vakbond |
| ōpun・sutansu-オープン・スタンス | (golf, honkbal) stand bij het slaan met de voeten uit elkaar |
| oputimizumu-オプティミズム | optimisme |
| ōrai-往来 | het verkeer; het komen en gaan |
| ore-俺 | ik; mij (voornamelijk gebruikt door mannen) |
| oriashiku-折悪しく | helaas; ongelegen; slecht uitkomend; op een ongelukkig moment; jammer genoeg |
| oriau-折り合う | een overeenkomst bereiken; tot een akkoord komen; een compromis sluiten |
| oriau-折り合う | goed overweg kunnen met (elkaar); goede relatie [verstandhouding] hebben met |
| orientarizumu-オリエンタリズム | oriëntalisme; oosterse stijl |
| orifushi-折節 | (op) dat moment; (bij) die gelegenheid |
| origami-折り紙 | waarmerk; keurmerk; certificaat van echtheid |
| oriitte-折り入って | smekend; (dringend) verzoekend |
| orikaeshi-折り返し | keerpunt (zwemmen, hardlopen) |
| orikara-折柄 | (precies) op dat moment; toen; op dat punt |
| orikomikōkoku-折り込み広告 | bijgevoegde reclamefolder; inlegvel met reclame |
| orikomizumi-織り込み済み | voorzien; ergens (van te voren) rekening mee houden; in aanmerking nemen; incalculeren (bij de planning) |
| orikomu-折り込む | invoegen; naar binnen vouwen; plooien; zomen (kleding) |
| orikomu-織り込む | in aanmerking nemen; rekening houden met |
| orinasu-織りなす | samenbrengen; samenvoegen (b.v. delen van een compositie van een kunstwerk); combineren |
| oriru-下りる | opgeven; (zich) terugtrekken; stoppen (met); vallen (fig.) |
| oriru-下りる | naar beneden komen; dalen; vallen; (b.v.gordijn; luiken; lift) |
| oroshiae-おろし和え | een dressing van gerapte daikon met sojasaus en azijn (meestal bij vis, groenten, paddenstoelen, e.d.) |
| ōrudo・gāru-オールド・ガール | oudje; beste meid |
| orugasumusu-オルガスムス | orgasme |
| ōru・gyaranti-オール・ギャランティ | met volledige garantie |
| ōru・in・wan-オール・イン・ワン | bodysuit (damesondergoed dat uit 1 stuk bestaat, zoals korset) |
| osagari-お下がり | (de basis-betekenis is van hoog naar laag) teruggave (m.n. aan de lokale gemeenschap) van offergaven voor de goden |
| osage-お下げ | een kapsel met lange vlechten |
| osamaru-収まる | kalmeren; bedaren; kalm [vredig; beter] worden |
| osamaru-治まる | beter worden; afnemen; verminderen (van pijn, e.d.) |
| osamaru-治まる | rustig [vredig; kalm; ontspannen] worden; kalmeren; (fig.) uitdoven; (fig.) overwaaien; onder controle komen |
| osan-御三 | keukenmeid; keukenmeisje |
| osandon-お爨どん | keukenmeid; keukenhulp; werk in de keuken |
| osaosa-おさおさ | (met ontkenning) helemaal; volledig; grondig |
| osaraba-おさらば | het afscheid (nemen) |
| ōsetsuma-応接間 | ontvangstruimte; ontvangkamer; salon |
| ōsetsushitsu-応接室 | ontvangstkamer |
| oshiau-押し合う | (elkaar) duwen; dringen; ellebogen (met de ellebogen werken) |
| oshieru-教える | iem. iets vertellen dat hij [zij] nog niet weet; mededelen |
| oshigami-押し紙 | notitie [stuk papier] bij een document (met aantekeningen en vragen) |
| ōshigoto-大仕事 | grote werkzaamheid; enorme ondernemingsactiviteit; levenswerk |
| oshikakeru-押しかける | (van mensen) te hoop lopen; toestromen; met z'n allen tegelijk naar binnen gaan |
| oshinabete-押し並べて | in het algemeen; over het geheel genomen; globaal |
| oshinokeru-押し退ける | (dwingend) de plaats innemen van iem.; iem. (dwingend) vervangen |
| oshirase-お知らせ | bericht; mededeling; melding; in kennis stelling |
| oshisemaru-押し迫る | op komst [op handen] zijn; naderen; dichterbij komen |
| oshite-押し手 | de linkerhand bij het bespelen van snaarinstrumenten zoals luit, citer, e.d. |
| oshitsumeru-押し詰める | proppen [stouwen; klemmen] in; in het nauw [een hoek] drijven |
| oshiuri-押し売り | agressieve verkoop (methoden) |
| oshiyoseru-押し寄せる | voortbewegen; oprukken; toestromen |
| oshō-和尚 | (erenaam voor) boeddhistische priester met spirituele training (deze lezing wordt m.n. gebruikt bij het Zen boeddhisme) |
| oshō-和尚 | (groot)meester in Japanse krijgskunsten |
| ōshūgikai-欧州議会 | Europees Parlement |
| ōshūgikaigichō-欧州議会議長 | Voorzitter van het Europees Parlement |
| ōshūkeizaikyōdōtai-欧州経済共同体 | Europese Economische Gemeenschap |
| ōshūkyōdōtai-欧州共同体 | Europese Gemeenschap |
| ōshūsuru-押収する | confisqueren; in beslag nemen; beslag leggen (op) |
| oso-悪阻 | Zwangerschapsmisselijkheid (Hyperemesis gravidarum) |
| osoba-御側 | (beleefde term voor) entourage, de mensen om u heen [aan uw zijde] |
| oson-汚損 | een vieze vlek; beschadiging; besmeuring |
| osowaru-教わる | onderwijs [instructie] krijgen [nemen] |
| ossan-おっさん | (informele term om voor) oude man; oude vent; oudje |
| ōsui-王水 | koningswater; aqua regia (mengsel van zoutzuur en salpeterzuur) |
| ōsui-黄水 | braaksel met gal; gele vloeistof |
| osumitsuki-御墨付き | certificaat, toestemming, document met handtekening |
| osusowake-お裾分け | het delen van iets met anderen; het samen delen |
| osusowakesuru-お裾分けする | iets samen [met anderen] delen |
| otafuku-お多福 | een dikke alledaagse [niet mooie; niet aantrekkelijkuitziende] vrouw; (een masker of beeldje van) een vrouw met dikke wangen en een platte neus |
| otakara-御宝 | een schildering van een schip volgeladen met kostbaarheden [schatten] |
| otakara-御宝 | een schip volgeladen met kostbaarheden [schatten] |
| otasshi-御達し | (officiële) mededeling; kennisgeving; aankondiging; proclamatie |
| otedama-お手玉 | (honkbal) blunderen met de bal |
| otedama-お手玉 | kinderspelletje met (stoffen) zakjes met bonen |
| otenba-お転婆 | een wilde [jongensachtige] meid; wildebras |
| otentosama-お天道様 | (de zon als symbool voor) god; voorzienigheid; hemel |
| otetsudaisan-お手伝いさん | huishoudelijke hulp (meestal in een particuliere huishouding) |
| otokoburi-男振り | het aantrekkelijke [knappe] voorkomen [uiterlijk] van een man |
| otokodate-男伊達 | het opkomen [strijden] voor de zwakkeren (in de samenleving) |
| otokodate-男伊達 | iemand die opkomt [strijdt] voor de zwakkeren (in de samenleving) |
| otokode-男手 | mannelijke hulpkracht; medewerker; werknemer |
| otokomusubi-男結び | een document waarin een vrouw haar liefde aan een man belooft |
| otokoppuri-男っぷり | het aantrekkelijke [knappe] voorkomen [uiterlijk] van een man |
| ōtomachikkusha-オートマチック車 | automaat (auto met automatische versnellingsbak) |
| ōtomatisumu-オートマティスム | automatisme |
| otome-乙女 | meisje; jonge vrouw; maagd |
| otomego-乙女子 | klein meisje; jonge dame |
| ōtomīru-オートミール | havermout; havermeel |
| otomo-お供 | (beleefd woord voor) metgezel; begeleider |
| otorisama-御酉様 | (formele naam voor) Tori-no-ichi festival; Haan-festival (gehouden op de dag van de Haan in november bij de Otori-schrijn) |
| otoroeru-衰える | achteruitgaan; verzwakken; afnemen; minder worden; vergaan; vervagen |
| otoshi-落とし | een val; een apparaat [mechaniek] om dieren te vangen |
| otoshi-落とし | een stuk hout dat in een gat in de drempel wordt gezet om te voorkomen dat de deur opengaat |
| otoshimono-落とし物 | verloren [kwijtgeraakte] artikelen [goederen; eigendommen] |
| otōtodeshi-弟弟子 | een jongere leerling (van een meester) |
| otozureru-訪れる | komen (bv. de lente); verschijnen |
| ottsukeru-押っ付ける | bij Sumo de arm van de tegenstander vastklemmen zodat die de gordel niet kan pakken |
| ou-負う | (iets) op zich nemen (verantwoordelijkheid, plicht, e.d.) |
| ou-負う | (op de rug of schouders) dragen [meenemen] |
| oyagawari-親代わり | optreden als pleegouder {namens de ouders) |
| oyajigyagu-オヤジぎやぐ | vadergrap; papagrap (een met opzet melige mop) |
| oyakata-親方 | voorman; opzichter; meester; hoofd; (sumo) stalmeester |
| oyakodonburi-親子丼 | een kom rijst geserveerd met een soort dikke soep van kip, ei, ui en paddenstoelen erover |
| oyama-女形 | meisjespop |
| oyobi-及び | en; alsmede |
| oyogi-泳ぎ | het zwemmen |
| oyogu-泳ぐ | zwemmen |
| ōzappa-大雑把 | het globaal [algemeen; vaag] zijn |
| ozashiki-御座敷 | een (traditionele) Japanse kamer met tatami matten |
| ozashiki-御座敷 | een feest [banket] (met geisha, e.d.) gehouden in een (traditionele) Japanse kamer met tatami matten |
| ō・dī・ē-オー・ディー・エー | Officiële Ontwikkelingshulp (Official Development Assistance) |
| ō・eru-オー・エル | (office lady) kantoormedewerkster; vrouwelijke beambte |
| ō・ī・shī・dī-オー・イー・シー・ディー | (Organization for Economic Cooperation and Development) Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) |
| paa-ぱあ | het gebaar (met wijdopen hand) van papier voor het spel steen-papier-schaar |
| paa-ぱあ | blut zijn; niets meer hebben |
| pabirion-パビリオン | paviljoen; tentoonstellingsgebouw; bijgebouw; zomerhuis; tuinhuis |
| paburikku・sukūru-パブリック・スクール | (in Amerika) openbare school |
| paburishitī-パブリシティー | publiciteit; reclame |
| pachikuri-ぱちくり | het knipperen met de ogen |
| pāchimentoshi-パーチメント紙 | perkamentpapier |
| pachipachi-ぱちぱち | het herhaald knipperen met de ogen |
| paichūkanshi-パイ中間子 | (natuurkunde) elementair deeltje pimeson |
| painto-パイント | Engelse volume-eenheid (in het yard-pondsysteem, ca. 0,568 liter) |
| paipu・orugan-パイプ・オルガン | pijporgel (muziekinstrument) |
| pairekkusu・garasu-パイレックス・ガラス | pyrex glas (merknaam voor hittebestendig glas) |
| pairētsu・pantsu-パイレーツ・パンツ | piratenbroek (met broekspijpen onder de knie of driekwartlengte) |
| pairotto・fāmu-パイロット・ファーム | proefboerderij; experimentele boerderij |
| pairotto・shoppu-パイロット・ショップ | een winkel waar producenten en lokale overheden nieuwe producten verkopen om uit te proberen hoe de trends zich ontwikkelen bij consumenten |
| paisen-パイセン | (slang voor senpai) senior (b.v. iemand met meer ervaring of kennis dan jijzelf op een bepaald vakgebied) |
| pāka-パーカ | hoodie; soort sweatshirt met capuchon |
| pāka-パーカ | (jas of trui met capuchon, vaak met bont, voor koude gebieden) parka; anorak |
| pākasshon-パーカッション | slagwerk; slaginstrumenten; percussie |
| pākingu・mētā-パーキング・メーター | parkeermeter |
| pākinsonnohōsoku-パーキンソンの法則 | de wet van Parkinson (Work expands to fill the time available for its completion.) |
| pakkēji-パッケージ | assortiment; bundel |
| pakuru-ぱくる | met grote happen eten; (eten) naar binnen schrokken |
| pāku・ando・raido-パーク・アンド・ライド | een parkeervoorziening bij een halte of station (waar men de auto parkeert en verder reist met openbaar vervoer) |
| pāmanento・puresu-パーマネント・プレス | harsbehandeling op textiel om vervorming en kreuken te voorkomen; kreukvrij |
| pan-パン | pan Americanisme |
| pan-パン | pannen (panoramisch filmen) |
| panchingu-パンチング | het stompen; met de vuist (weg)slaan |
| panchi・dorankā-パンチ・ドランカー | (iemand met) CTE, chronische traumatische encefalopathie (hersenbeschadiging als gevolg van veelvuldige stoten op het hoofd, b.v. bij boksen) |
| panerā-パネラー | deelnemer aan een quizshow |
| panko-パン粉 | broodkruimel(s) |
| panorama-パノラマ | een panorama (schilderij op doek van halve of hele cirkel met realistische voorgrond, een uitvinding van Robert Barker |
| panpan-パンパン | prostituee (in de jaren van de bezetting van Japan door Amerika na de Tweede Wereldoorlog) |
| pantagurafu-パンタグラフ | pantograaf (telescopische stroomafnemer bevestigd aan het dak van een trein of elektrische locomotief) |
| pantagurafu-パンタグラフ | pantograaf (tekeninstrument, verstelbaar parallellogram om een afbeelding vergroot of verkleind over te brengen) |
| panteon-パンテオン | Panthéon, gebouw in Parijs (met mausoleum) |
| panteon-パンテオン | pantheon (Grieke of Romeinse tempel gewijd aan alle goden) |
| panteon-パンテオン | Pantheon, antieke tempel in Rome |
| pantī-パンティー | (voor dames en kinderen) onderbroek |
| panto-パント | (rugby, American football) een punt (de bal uit de hand te laten vallen en dan omhoog schoppen voordat hij de grond raakt) |
| pantomaimu-パントマイム | pantomime; mime |
| pantorī-パントリー | voorraadkast; provisiekamer; provisiekast (Eng. pantry) |
| pan・amerikanizumu-パン・アメリカニズム | panamerikanisme |
| papakatsusuru-パパ活する | het suikerpapa zijn; het tegen betaling (of cadeaus) daten (van een oudere man) met een jonge vrouw |
| pārā-パーラー | ontvangkamer; salon |
| paradaisu-パラダイス | het paradijs; de hemel |
| parajiumu-パラジウム | palladium (chem. element) |
| paramedikaru-パラメディカル | paramedisch; paramedicus |
| parasēringu-パラセーリング | parasailing (parachutisten die met een touw achter een auto of motorboot de lucht in worden getrokken) |
| parettonaifu-パレットナイフ | paletmes |
| parumezan-パルメザン | parmezaan; parmezaanse kaas |
| parusā-パルサー | pulsar (een hemellichaam dat regelmatig pulsen van radiogolven en röntgenstralen uitzendt) |
| parusu-パルス | ritme (muziek) |
| parusutsūshin-パルス通信 | communicatiemethode waarbij pulsen worden gebruikt als draaggolf |
| pāsā-パーサー | administrateur [opperhofmeester] (op een passagierschip) |
| pāseku-パーセク | parsec (eenheid voor afstand tussen sterren en hemellichamen; 1 parsec is ca. 3,26 lichtjaar) |
| pasetikku-パセティック | pathetisch; aandoenlijk; meelijwekkend; ontroerend |
| pāsonarumusen-パーソナル無線 | persoonlijke (eenvoudige) radiodienst die gebruik maakte van de 900 MHz-band (In 2021 uit productie genomen in Japan) |
| passhibu・sumōkingu-パッシブ・スモーキング | het meeroken; passief roken (de rook inhaleren van de sigaret, sigaar of pijp van een ander) |
| pasu-パス | geslaagd examen |
| pasuteru-パステル | vaste verf (gemaakt van pigment gemengd met witte klei) |
| patchi-パッチ | lapje (stof); pleister; stukje (metaal, etc.) |
| pāto-パート | (afk. voor) parttime; deeltijd |
| pātobanku-パートバンク | bemiddelingsdienst [uitzendbureau] voor parttime banen |
| pātonā-パートナー | vriend; metgezel; medeplichtige |
| pātonā-パートナー | (sport, spel, dans, e.d.) partner; medespeler |
| patorōne-パトローネ | cassette voor 35 mm-rolfilm in een camera |
| pātotaimā-パートタイマー | deeltijdwerker; parttimer |
| pāto・taimu-パート・タイム | parttime; deeltijd |
| paundo・kēki-パウンド・ケーキ | cake (traditioneel gemaakt met een pond van elk van de vier ingrediënten: bloem, boter, eieren en suiker) |
| pawā・erīto-パワー・エリート | personen met veel macht (in staatsinstellingen, grote bedrijven, etc.) |
| pawā・rifutingu-パワー・リフティング | powerliften (krachtsport met 3 onderdelen) |
| pechanko-ぺちゃんこ | (informeel) meisje met platte borsten |
| pechika-ペチカ | Russisch (gemetseld) fornuis [open haard] |
| pedanchikku-ペダンチック | pedant; betweterig; schoolmeesterachtig |
| pedomētā-ペドメーター | pedometer; stappenteller |
| peintingunaifu-ペインティングナイフ | verfmes |
| peiofu-ペイオフ | depositoverzekering bij een faillissement |
| peipei-ぺいぺい | iemand met weinig kennis [ervaring; status]; een nieuwkomer; groentje |
| pekingenjin-北京原人 | pekingmens (Homo erectus pekinensis) |
| penanto・rēsu-ペナント・レース | kampioensvlag-race (de laatste wedstrijd om het kampioenschap van de competitie, met name in honkbal) |
| penishirin-ペニシリン | (med.) penicilline |
| pensu-ペンス | meervoud van penny (Engelse munt) |
| pentagon-ペンタゴン | Pentagon, hoofdkwartier van het Amerikaans ministerie van Defensie (zo genoemd naar de vorm van het gebouw) |
| pēpā-ペーパー | document; verslag; rapport; scriptie |
| pēpābakku-ペーパーバック | paperback (boekuitgave met zachte kaft) |
| pepāminto-ペパーミント | pepermunt (plant, Mentha piperita) |
| perusona-ペルソナ | menselijke figuur (in de kunst) |
| perusona-ペルソナ | mens; persoon; persoonlijkheid |
| peshanko-ぺしゃんこ | (informeel) meisje met platte borsten |
| peshimizumu-ペシミズム | pessimisme |
| peso-ペソ | peso (munteenheid, tegenwoordig van diverse Zuid-Amerikaanse landen en de Filipijnen) |
| pēsumēkā-ペースメーカー | (medisch) pacemaker; hartsimulator |
| pesuto-ペスト | pesto (Italiaanse saus met basilicum) |
| petapeta-ぺたぺた | (onomatopee) (geluid van) herhaaldelijk contact maken; getik; (zacht) geklop; het herhaaldeijk stempelend; beschilderend; besmeurend |
| petinaifu-ペティナイフ | (keukenmesje; fruitmesje |
| pēzurī-ペーズリー | paisley, abstract kleurenpatroon in stoffen (genoemd naar de plaats Paisley in Schotland, waar kasjmier sjaals met paisley motief werden gefabriceerd) |
| piero-ピエロ | clown; pierrot (trieste clown, met witgeschminkt gezicht) |
| pieta-ピエタ | piëta (een voorstelling van Maria met het lichaam van de gestorven Jezus op haar schoot) |
| pigumī-ピグミー | pygmee (persoon behorend tot de dwergvolken in Afrika en Nieuw-Guinea) |
| pikaichi-光一 | de beste; de nummer één |
| pikaresukushōsetsu-ピカレスク小説 | schelmenroman |
| pikata-ピカタ | een Italiaans gerecht van plakjes kalfsvlees of kip (in een saus met citroensap, boter en kappertjes) |
| pikkoro-ピッコロ | piccolo (muziekinstrument) |
| pikkuappu-ピックアップ | toonopnemer (van een platenspeler) |
| pikkuappu-ピックアップ | oppakken; opvangen; opnemen; ophalen |
| pinto-ピント | brandpunt; focus (van fotocamera) |
| pīpuruzu・kyapitarizumu-ピープルズ・キャピタリズム | volkskapitalisme |
| piramiddosukīmu-ピラミッドスキーム | piramidespel (systeem waarbij steeds nieuwe deelnemers geld inleggen, en de inleg van de nieuwkomers wordt uitbetaald aan de eerdere deelnemers) |
| pirugurimu・fāzāzu-ピルグリム・ファーザーズ | Pilgrim Fathers (groep Engelse puriteinen, die in 1620 naar Amerika gingen en daar een kolonie stichtten) |
| pītā・pan・shindorōmu-ピーター・パン・シンドローム | peterpansyndroom; peterpancomplex (mannen die zich niet kunnen aanpassen aan de volwassen samenleving) |
| pitchi-ピッチ | bij het bergbeklimmen de periode tussen het ene gezekerde punt en het volgende |
| pitchi-ピッチ | het aantal keren dat de armen en benen bewegen tijdens het zwemmen |
| pitchi-ピッチ | pek; pik; asfaltbitumen |
| pitchi-ピッチ | snelheid en frequentie waarmee een handeling wordt herhaald |
| pitekantoropusu・erekutosu-ピテカントロプス・エレクトス | Javamens (Homo erectus javanicus) |
| pitto-ピット | de pits (bij autocircuit); smeerkuil [werkkuil] (in autowerkplaats) |
| pittseria-ピッツェリア | pizzeria (restaurant waar voornamelijk pizza's worden geserveerd) |
| pī・dī・ē-ピー・ディー・エー | (personal digit assistent) draagbare elektronische organiser met display (uit de jaren 1990) |
| pī・dī・efu-ピー・ディー・エフ | (portable document format) bestandsformaat voor elektronische documenten |
| pī・emu-ピー・エム | (post meridiem) na de middag |
| pī・eruhō-ピー・エル法 | (Product Liability Law) productaansprakelijkheidswet (aansprakelijkheid van fabrikanten voor schade veroorzaakt door een product met gebreken) |
| pī・etchi・esu-ピー・エッチ・エス | (personal handy-phone system) mobiel netwerksysteem met laag stroomverbruik (ontwikkeld in Japan) |
| pointā-ポインター | pointer (computer programmeerterm) |
| pojitibu・shinkingu-ポジティブ・シンキング | positief denken; optimisme |
| pokanto-ぽかんと | met een krak [klap; bons] (geluid) |
| pokanto-ぽかんと | met open mond |
| pokarito-ぽかりと | klap; mep |
| pokarito-ぽかりと | gapend (gat); met open mond |
| pokatto-ぽかっと | klap; mep |
| pokatto-ぽかっと | gapend (gat); met open mond |
| pomeranian-ポメラニアン | pomeriaan; dwergkeeshond (hondenras, oorspronkelijk afkomstig uit Pommeren) |
| ponchi-ポンチ | punch (een drankje van vruchtensap en suiker, met wijn, rum of cognac) |
| ponītēru-ポニーテール | paardenstaart (haardracht met het haar samengebonden in een staart) |
| ponzu-ポン酢 | ponzu, Japanse sojasaus met citrussap |
| ponzushōyu-ポン酢醤油 | sojasaus met citroensap |
| poppu-ポップ | (point-of-purchase advertising) reclame op het verkooppunt |
| popuri-ポプリ | potpourri (geurig mengsel van gedroogde bloemen) |
| popuri-ポプリ | (muziek) potpourri; medley |
| popyurisumu-ポピュリスム | populisme |
| poraroido・kamera-ポラロイド・カメラ | polaroidcamera |
| pori-ポリ | (als voorvoegsel) poly-; veel; meervoudig |
| poriandorī-ポリアンドリー | polyandrie; veelmannerij (vrouw getrouwd met meer mannen) |
| porigamī-ポリガミー | polygamie (relatie met twee of meer partners) |
| porijinī-ポリジニー | polygynie; veelwijverij (man met meerdere vrouwen) |
| porikō-ポリ公 | (afgeleid van het Engels: police; informeel, ook beledigend) politieagent |
| porimā-ポリマー | polymeer |
| porimētā-ポリメーター | polymeter (soort hygrometer) |
| porīpu-ポリープ | poliep (medisch) |
| porisentorizumu-ポリセントリズム | polycentrisme |
| poritekunizumu-ポリテクニズム | polytechnisme; polytechnische educatie (voor hogere theoretische en technische kennis) |
| pōru-ポール | paal; stok; staaf; mast; polsstok; landmeetstok |
| pōru-ポール | (rod) roede (eenheid van oppervlakte, 25,29 vierkante meter) |
| porutamento-ポルタメント | portamento (een muziekterm die aangeeft dat een toon zonder onderbreking moet overlopen in een andere toon) |
| pōtā-ポーター | valet (iemand belast met het parkeren en ophalen van auto's van gasten van restaurants, hotels, vliegvelden, etc.) |
| potchi-ぽっち | klein beetje; slechts; schamel; onbeduidend |
| pōtto-ぽうっと | warme [rode] gloed (in de lucht) |
| purachina-プラチナ | platina (chem. element) |
| puragumatizumu-プラグマティズム | pragmatisme |
| puraibēto・burando-プライベート・ブランド | eigen merk; huismerk |
| puraimā-プライマー | primer; grondverf; basislaag |
| puraimu・rēto-プライム・レート | meest preferentiële rentetarief |
| puraimu・taimu-プライム・タイム | primetime (zendtijd met de grootste luister- of kijkdichtheid) |
| purakutikarizumu-プラクティカリズム | pragmatisme |
| puramoderu-プラモデル | handelsmerknaam voor een plastic model |
| puran-プラン | plan; voornemen |
| pure-プレ | pre- (voorvoegsel aan z.n.w, met de toegevoegde betekenis: voor) |
| purehabu-プレハブ | (afk. van prefabricated building) bouw-constructiemethode waarbij componenten vooraf in een fabriek worden gemaakt en op locatie in elkaar gezet |
| puresu-プレス | de pers; journalisten; media; persberichten |
| puresu・rimākusu-プレス・リマークス | opmerkingen [verklaringen] in de pers |
| purēto-プレート | plaat (zoals in naamplaat, nummerplaat, tektonische plaat, etc.) |
| purodakushon・shearinguhōshiki-プロダクション・シェアリング方式 | methode gebruikt bij contracten voor olie- en aardgasexploratie in ontwikkelingslanden |
| purodakuto・purēsumento-プロダクト・プレースメント | sluikreclame; merkreclame (in film of tv) |
| puroguramā-プログラマー | programmeur (computer) |
| puroguramingu-プログラミング | het programmeren |
| puroguramingugengo-プログラミング言語 | programmeertaal |
| purometeusu-プロメテウス | Prometheus (figuur uit de Griekse mythologie) |
| puromōshon-プロモーション | het promoten; reclame; promotie |
| puromunādo-プロムナード | wandelweg; promenade; boulevard; wandelgang |
| purosesu・chīzu-プロセス・チーズ | smeltkaas (kaas zachtgemaakt door toevoeging van smeltzouten en emulgatoren) |
| purotekutā-プロテクター | beschermer |
| pūru-プール | gemeenschappelijk fonds; kartel |
| pūru-プール | pot; gezamenlijke inzet (bij gokspelen) |
| purūn-プルーン | gedroogde pruim; pruimedant |
| pūrunetsu-プール熱 | faryngo-conjunctieve koorts (lett. zwembadkoorts, vanwege vaak voorkomen van besmetting via zwembaden) |
| purūtō-プルートー | Pluto (Romeinse mythologische figuur) |
| purutoniumu-プルトニウム | plutonium (chem. element) |
| pusshu・botan・wō-プッシュ・ボタン・ウォー | automatische oorlogvoering; oorlogsvoering op afstand (door afvuren van wapens met een druk op de knop) |
| ra-等 | (achtervoegsel dat meervoud aangeeft) |
| rabāsōru-ラバーソール | (schoenen met) rubberen zool |
| raberu-ラベル | label; etiket; (informatie)strookje; merkje; naamplaatje |
| rabu・gēmu-ラブ・ゲーム | (Eng.: love game) game gewonnen zonder dat de tegenstander scoort (tennis, badminton) |
| rachi-羅致 | het samenbrengen van personen met bepaalde vaardigheden (zoals het vangen van vogels in een net) |
| radon-ラドン | radon (chem. element) |
| ragan-裸眼 | het zien [gezichtsvermogen] zonder bril [met het blote oog] |
| rāge-ラーゲ | houding [positie] tijdens de geslachtsgemeenschap |
| raguran-ラグラン | raglan (kleding zonder schoudernaden, met de mouw doorlopend tot de hals) |
| ragutaimu-ラグタイム | ragtime (muziekgenre, oorspronkelijk uit de Amerikaanse staat Missouri in de jaren tachtig van de negentiende eeuw) |
| rahatsu-螺髪 | kapsel (met spiraalvormige krullen) van een boeddhabeeld |
| rahotsu-螺髪 | kapsel (met spiraalvormige krullen) van een boeddhabeeld |
| rai-ライ | (Arab.: ray) rai, Algerijnse muziek met West-Europese invloeden |
| rai-癩 | lepra; melaatsheid |
| raiā-ライアー | lier (muziekinstrument) |
| raiburarī-ライブラリー | boekencollectie; boekenverzameling |
| raibyō-癩病 | lepra; melaatsheid |
| raichōsuru-来聴する | bijwonen; aanwezig zijn; komen luisteren naar |
| raidan-来談 | het langskomen om te praten; voor een gesprek bij iemand langsgaan |
| raiden-来電 | inkomend telefoongesprek |
| raiden-来電 | de aankomst van een telegram; een inkomend [ontvangen] telegram |
| raidingu-ライディング | houding bij worstelen waarbij men boven op een tegenstander ligt en ervoor zorgt dat die niet kan bewegen |
| raien-来演 | het komen optreden |
| raifu-ライフ | het dagelijks [werkzame] leven; de carrière |
| raifugādo-ライフガード | strandwacht; badmeester; lid van de (water) reddingsbrigade |
| raigetsu-来月 | (de) volgende [komende] maand |
| raigō-来迎 | aanschouwing van een zonsopgang op een bergtop (wordt vergeleken met Amitabha Boeddha die op bezoek komt met een aureool) |
| raiharu-来春 | het komend voorjaar; de volgende lente |
| raihō-来報 | bezoek om iemand iets mede te delen; persoonlijk overgebracht bericht; boodschap; tijding |
| raikan-来観 | (van een evenement, optreden, tentoonstelling, e.d.) het komen bezoeken [bezichtigen]; komen kijken |
| rainen-来年 | volgend jaar; het komende jaar |
| rain・ando・sutaffu-ライン・アンド・スタッフ | lijn en staf [personeel] (een vorm van managementorganisatie, waarbij de lijnfuncties en staffuncties gescheiden worden gehouden) |
| rain・appu-ライン・アップ | line-up; opstelling; rangschikking; samenstelling |
| rain・auto-ライン・アウト | (honkbal) als een loper meer dan een meter buiten de lijn tussen de honken rent in een poging te voorkomen dat hij wordt uitgetikt |
| raionzu・kurabu-ライオンズ・クラブ | Lions Club (een charitatieve vereniging van zakenlieden, waarvan de leden op vriendschappelijke basis samenwerken) |
| raise-来世 | (lett.: de komende wereld) het hiernamaals; het leven na de dood |
| raiseiki-来世紀 | de volgende [komende] eeuw |
| raishin-来信 | ingekomen [ontvangen] brief [bericht] |
| raisho-来書 | binnenkomende post; binnengekomen [ontvangen] brief |
| raisukarē-ライスカレー | rijst met curry |
| raisu・bouru-ライス・ボウル | Rice bowl (jaarlijkse nationale American football kampioenschap in Japan) |
| raiten-来店 | het komen naar [bezoeken van] een winkel [restaurant] |
| raitō-来島 | het komen naar [bezoeken van] een eiland |
| raito・bīru-ライト・ビール | licht bier (bier met laag percentage alcohol) |
| rajikaru-ラジカル | fundamenteel |
| rajiokābon・dētingu-ラジオカーボン・デーティング | radiocarbondatering; C14-datering; radiometrische koolstofdatering |
| rajio・kā-ラジオ・カー | radiowagen; auto met een geluidsinstallatie |
| rajio・zonde-ラジオ・ゾンデ | radiosonde (voor meteorologische waarnemingen) |
| rajiumu-ラジウム | radium (chem. element) |
| rakkan-楽観 | optimisme; optimistische kijk (op) |
| rakkanshugi-楽観主義 | optimisme |
| rakkarōzeki-落花狼藉 | bloemen (of andere dingen) die (in wanorde) verspreid over de grond liggen |
| rakkei-落慶 | viering van de voltooiing van de bouw of verbouwing van tempels [heiligdommen] |
| rakkī・zōn-ラッキー・ゾーン | (honkbal) de gelukszone (tussen het gewone hek rond het veld en een hek dat daarbinnen is geplaatst om het slaan van homeruns makkelijker te maken) |
| rakuchū-洛中 | in de hoofdstad (meestal wordt hiermee Kyoto bedoeld) |
| rakuda-駱駝 | kameel |
| rakudai-落第 | het zakken voor een examen; afgewezen worden |
| rakudaisuru-落第する | zakken voor een examen; afgewezen worden |
| rakugai-洛外 | buiten de hoofdstad (meestal wordt hiermee Kyoto bedoeld) |
| rakugan-落雁 | traditioneel Japans snoepgoed (gemaakt van kleefrijstmeel, graanmeel, suiker en zoete siroop) |
| rakugo-落伍 | het uitvallen; achterop raken; opgeven; niet meer mee kunnen doen |
| rakuhatsu-落髪 | het zich laten kaalscheren voor men in een (boeddhistisch) klooster gaat; tonsuur |
| rakuin-烙印 | brandmerk; stigma |
| rakujō-落城 | overhandiging van iets dat men niet kan blijven (be)houden; instemming na aanhoudende verzoeken |
| rakuraku-楽楽 | makkelijk; met gemak |
| rakuseki-落籍 | een voorschot betaald aan de baas van een prostitué of geisha (met het doel haar vrij te kopen) |
| rakusenundō-落選運動 | het campagne voeren met het doel een of meer specifieke kandidaten te laten verliezen |
| rakutenshugi-楽天主義 | optimisme |
| rakuyaki-楽焼き | raku aardewerk (met de hand gevormd en op lage temperatuur gebakken) |
| rakuyō-洛陽 | Rakuyo, kleine planeet nummer 5825 |
| ramakyō-ラマ教 | Lamaïsme (Tibetaans boeddhisme) |
| rame-ラメ | lamé, weeftechniek bij stoffen |
| rāmen-ラーメン (拉麺) | ramen (Chinese stijl noedels en noedelsoep) |
| ramu-らむ | oude vorm van het hulpwerkwoord ran (らん), met de betekenis: het zal zo zijn dat...; omdat |
| ramuhanmā-ラムハンマー | voorkamer; slaghamer |
| ramune-ラムネ | Ramune, Schots-Japanse koolzuurhoudende frisdrank in een glazen flesje, verzegeld met een knikker |
| ran-らん | een hulpwerkwoord, met de betekenis: het zal zo zijn dat...; omdat |
| ran-覧 | (gebruikt als erende vorm in samenstellingen voor 見る) zien; kijken |
| ranchō-乱調 | grote schommelingen (in de handelsmarkt) |
| randa-乱打 | (honkbal) het met de ene na de andere slag de werper raken |
| rangiku-乱菊 | patroon van chrysanten met ongeordende bloemblaadjes (m.n. op familiewapens) |
| rangun-乱軍 | strijdgewoel; krijgsgewoel; mêlee |
| rankingu-ランキング | ranking; rangschikking; ranglijst; klassement; positionering |
| rankōge-乱高下 | grote prijsschommelingen |
| ranningu・kosuto-ランニング・コスト | algemene, lopende (bedrijfs)kosten (kosten voor onderhoud, beheer en exploitatie) |
| ranritsu-乱立 | teveel [een overschot aan] (mensen, kandidaten, etc.) |
| ransen-乱戦 | strijdgewoel; krijgsgewoel; mêlee |
| ransetto-ランセット | lancet; chirurgisch mes |
| ranshi-乱視 | astigmatisme (onscherp netvliesbeeld) |
| ranshin-乱心 | waanzin; gekte; krankzinnigheid; mentale gestoordheid |
| rantan-ランタン | lanthaan (chemisch element, symbool La) |
| rantō-乱闘 | vechtpartij; knokpartij; handgemeen; kloppartij |
| rantō-卵塔 | eivormige steen op een grafmonument |
| rao-ラオ | bamboebuisje dat de ganzenhals van een kiseru (tabakspijp) verbindt met het mondstuk (oorspronkelijk werd hiervoor bamboe uit Laos gebruikt) |
| rasetsu-羅刹 | Rakshasa, een bovennatuurlijk mensenetend wezen (Hindoeïsme en Boeddhisme) |
| rashonarizumu-ラショナリズム | rationalisme |
| rasotsu-邏卒 | politieagent (begin Meiji tijdperk |
| rasseru-ラッセル | Russell sneeuwruimer (machine) |
| rataishugi-裸体主義 | nudisme |
| ratekase-ラテカセ | ratecase is een samengesteld woord voor een audioapparaat dat de drie functies van radio, televisie en cassettedeck combineert |
| raten'ongaku-ラテン音楽 | Latijns-Amerikaanse muziek |
| raten・amerika-ラテン・アメリカ | Latijns-Amerika |
| rau-ラウ | bamboebuisje dat de ganzenhals van een kiseru (tabakspijp) verbindt met het mondstuk (oorspronkelijk werd hiervoor bamboe uit Laos gebruikt) |
| raundohando-ラウンドハンド | rondschrift (schrijfstijl met elegante, ronde omhalingen) |
| rawan-ラワン | lauan (verzamelnaam voor tropisch hardhout) |
| rāyu-ラーユ | Chinese plantaardige olie met chilipeper |
| rea・metaru-レア・メタル | zeldzaam metaal |
| reberu-レベル | waterpas; waterpasinstrument |
| redī-レディー | respectabele [beschaafde] dame |
| redī-レディー | vrouw; dame |
| refarensu・rūmu-レファレンス・ルーム | (studie)zaal met naslagwerken |
| refu-レフ | (afk. voor) (spiegel)reflexcamera |
| refurekkusu・kamera-レフレックス・カメラ | (spiegel)reflexcamera |
| rēganomikkusu-レーガノミックス | Reaganomics, het economische beleid van de Amerikaanse president Ronald Reagan in de jaren 1980 |
| regāzu-レガーズ | beenbeschermer |
| reggu・wōmā-レッグ・ウォーマー | beenwarmers |
| reginsu-レギンス | babybroekje; babymaillot (met voetjes) |
| regyurā-レギュラー | normaal; gewoon; regelmatig; algemeen |
| regyurēshon-レギュレーション | reglement; regels; voorschriften |
| rei-レイ | (Hawaïaanse) bloemenslinger |
| rei-隷 | (afkorting van reisho) kalligrafie stijl voor kanji (ontwikkeld volgens traditie voor een algemene leesbaarheid; ook wel kopiist-schrift genoemd) |
| reianshitsu-霊安室 | mortuarium; rouwkamer (in een ziekenhuis, e.d.) |
| reibai-霊媒 | een (spiritueel) medium |
| reibaishi-霊媒師 | medium (iemand met een veronderstelde gave om te kunnen communiceren met geesten) |
| reiboku-零墨 | fragment van een (oude) kalligrafie [brief] |
| reichōrui-霊長類 | primaten (apen, halfapen, en mensen) |
| reifuku-礼服 | formele kleding; kleding voor ceremoniële gelegenheden |
| reigi-礼儀 | hoffelijkheid; beleefdheidsvormen; etiquette; goede manieren |
| reihō-礼法 | hoffelijkheid; beleefdheidsvormen; etiquette; goede manieren |
| reihon-零本 | overgebleven fragmenten [overblijfselen] (van boeken die verloren zijn gegaan) |
| reihyō-冷評 | sarcastische [bijtende] opmerking [kritiek]; hoongelach |
| reihyōsuru-冷評する | sarcastische opmerkingen maken |
| reiihō-零位法 | nulmethode; compensatiemethode (meettechniek) |
| reikai-例解 | illustratie; toelichting; uitleg (met voorbeelden) |
| reikan-冷汗 | het koude [klamme] zweet |
| reiken-霊剣 | heilig zwaard (met mystieke krachten) |
| reikoku-冷酷 | wreedheid; meedogenloosheid; harteloosheid |
| reinōsha-霊能者 | (spiritueel) medium |
| reisho-隷書 | (afkorting van reisho) kalligrafie stijl voor kanji (ontwikkeld volgens traditie voor een algemene leesbaarheid; ook wel kopiist-schrift genoemd) |
| reisui-冷水 | (fig.) een domper; een koude douche; het bekoelen [dempen] (van iemand's enthousiasme) |
| reiten-礼典 | etiquette; ceremonie; ritueel; sacramenten |
| reiwa-令和 | Reiwa, naam van het Japanse tijdperk dat is begonnen met de troonsbestijging van Keizer Naruhito (op 1 mei 2019) |
| reiyaku-霊薬 | wondermiddel (medicijn) |
| rejime-レジメ | resumé; samenvatting; overzicht; synopsis |
| rejume-レジュメ | resumé; samenvatting; overzicht; synopsis |
| rēki-レーキ | (substraat)pigment; verflak |
| rekireki-歴歴 | notabelen; mensen met een hoge status; hooggeplaatste familie |
| rekisei-瀝青 | asfalt; bitumen; pek; (kool)teer |
| rekishō-暦象 | astronomische almanak met de omlooptijd van hemellichamen (planeten, manen sterren, e.d.) |
| rekishō-暦象 | hemellichamen |
| rekōdā-レコーダー | opnameapparaat; recorder |
| rekōdingu-レコーディング | geluidsopname |
| rekōdo-レコード | (muziek) grammofoonplaat; opname |
| rēkusaido-レークサイド | de oever van een meer |
| remu-レム | röntgenequivalent mens (eenheid voor equivalente dosis ioniserende straling) |
| rēn-レーン | rijstrook; baan (auto, bus, etc.; ook bij sport: zwemmen, kegelen, etc.) |
| ren-憐 | (in kanji combinaties) medelijden; compassie |
| ren-練 | (in kanji combinaties) training; oefening; kneden; smeden; ruwe zijde |
| ren-聯 | twee symetrisch opgehangen kalligrafiewerken |
| ren-連 | metgezel; gezelschap |
| renkan-連関 | verwantschap; relatie; samenhang; verband |
| renkei-連係 | verbinding; koppeling; coördinatie;; samenwerking |
| renkei-連携 | samenwerking; medewerking |
| renkeikyōka-連携強化 | versterking van de samenwerking |
| renki-連記 | meerdere vermeldingen [namen; onderwerpen] |
| renkō-連衡 | alliantie; alliantievorming (hist. in China van 6 koninkrijken, met de Qing dynastie) |
| renpō-連邦 | unie; (con)federatie; gemenebest; statenbond |
| renpōjunbiginkō-連邦準備銀行 | (Amerikaanse) Federal Reserve Bank (afk. FRB) |
| renrakusuru-連絡する | contact maken (met); communiceren; laten weten |
| rensaku-連作 | gezamenlijk auteurschap (met meerdere auteurs die ieder een deel van het boek schrijven) |
| rensei-連星 | dubbelster (twee sterren die om een gemeenschappelijk zwaartepunt bewegen) |
| rensō-連奏 | optreden van twee of meer muzikanten die hetzelfde type instrument bespelen |
| rentaihoshōnin-連帯保証人 | een gezamenlijke borgsteller [garantsteller]; borgsteller die hoofdelijk aansprakelijk is; medeondertekenaar |
| rentaru・rūmu-レンタル・ルーム | gehuurde kamer [zaal] |
| rentatsu-練達 | meesterschap; grote vaardigheid; ervarenheid door oefening |
| renzokusuru-連続する | verdergaan (met); voortzetten; voortduren |
| renzu-レンズ | lens (camera, etc.) |
| renzutsukifirumu-レンズ付きフィルム | wegwerpcamera |
| renzu・shattā-レンズ・シャッター | lens sluiter (camera) |
| ren'on-連音 | trilling (rollende medeklinker) |
| ren'yōsuru-連用する | voortdurend [langdurig; doorlopend] gebruiken [innemen] (b.v. medicijnen) |
| reppu-烈婦 | kuise [deugdzame; sterke; dappere] vrouw; heldin |
| repura-レプラ | lepra; melaatsheid |
| rēsā-レーサー | racer (met auto, fiets, e.d.) |
| reseputo-レセプト | doktersrecept; medisch voorschrift |
| reshipi-レシピ | voorschrift; medisch recept |
| ressuru-列する | aanwezig zijn (bij); bijwonen; deelnemen |
| resutoran・shiatā-レストラン・シアター | theaterrestaurant; een restaurant met een show [optreden] tijdens het diner |
| resuto・hausu-レスト・ハウス | (rustig) pension; logement; pleisterplaats |
| reten-レ点 | vinkje (voor het aanmerken tekstregels) |
| rettōsei-劣等生 | slechte [trage] leerling; leerling met een leerachterstand |
| rezā-レザー | scheermes |
| rezā・katto-レザー・カット | haarstijl, waarbij het haar niet met een schaar maar met een scheermes wordt geknipt |
| rēzā・mesu-レーザー・メス | laser mes; laser scalpel (gebruikt in chirurgie) |
| riakushon-リアクション | (mechanica) reactie; tegenbeweging |
| riarizumu-リアリズム | realisme |
| riarutaimu-リアルタイム | realtime (computer); live |
| riarutaimushori-リアルタイム処理 | (real time processing) realtime verwerking (computerterm) |
| riaru・taimu・purosesshingu-リアル・タイム・プロセッシング | real-time verwerking van de invoer van gegevens (computer) |
| riasushikikaigan-リアス式海岸 | riaskust (kustvorm met veel verdronken rivieren) |
| ribanōru-リバノール | Rivanol (merknaam voor acrinol of ethacridinelactaat, een bacteriedodend ontsmettingsmiddel) |
| riberarizumu-リベラリズム | liberalisme |
| ribēto-リベート | commissie; provisie; smeergeld |
| ribingu・rūmu-リビング・ルーム | woonkamer |
| ribyō-罹病 | besmetting; het oplopen (van een ziekte) |
| richi-理知 | (boeddh.) de ultieme werkelijkheid en de wijsheid om die te begrijpen |
| richiumu-リチウム | lithium (chem. element) |
| rīdingu・hittā-リーディング・ヒッター | (in honkbal) de slagman met het hoogste slaggemiddelde |
| rīdo-リード | rietfluit; rietje (van blaasinstrument) |
| riekishakai-利益社会 | (sociologie) Gesellschaft; winstmaatschappij (een samenleving gebaseerd op eigenbelang) |
| riekisōhan-利益相反 | belangenverstrengeling; belangenvermenging |
| rifuresshukyūka-リフレッシュ休暇 | een verlof toegekend aan werknemers die gedurende een bepaalde periode in dienst zijn geweest |
| rigorizumu-リゴリズム | rigorisme; uiterste strengheid |
| rījonarizumu-リージョナリズム | regionalisme |
| rijun-利潤 | rendement; opbrengst; winst |
| rika-李下 | onder een Japanse pruimenboom |
| rikai-理解 | sympathie; medeleven |
| rikaku-離隔 | isolement; (af)scheiding; afzondering |
| riki-利器 | een scherp mes; scherp gereedschap |
| rikigaku-力学 | dynamica; mechanica |
| rikimu-力む | kracht [druk] uitoefenen op; onder druk zetten; met kracht proberen iets te doen |
| rikisen-力戦 | harde [felle] strijd; gevecht met volle kracht |
| rikisetsu-力説 | uitleg (met overtuiging); het zo goed mogelijk uitleggen; benadrukken |
| rikisō-力漕 | het stevig doorroeien; roeien met stevige slagen |
| rikka-立夏 | eerste dag van de zomer (ca. 6 mei, volgens de oude maankalender) |
| riko-利己 | eigenbelang; zelfzucht; egoïsme |
| rikoshugi-利己主義 | egoïsme |
| rikuesuto-リクエスト | verzoekje; verzoeknummer (van muziek) |
| rikufū-陸封 | het fenomeen dat zoutwatervissen door topografische veranderingen opgesloten worden in geheel door land omgeven water, en in zoet water verder leven |
| rikurainingu・shīto-リクライニング・シート | stoel met verstelbare rugleuning |
| rikurūto-リクルート | rekruut (soldaat); nieuwkomer |
| rikusho-六書 | de zes categorieën van de samenstelling en het gebruik van Chinese karakters [kanji] |
| rikutsu-理屈 | argument; bewijs(grond); interpretatie |
| rikutsu-理屈 | geldinzameling |
| rimāku-リマーク | opmerking |
| rimawari-利回り | rendement (op een bestaand investeringsbedrag) |
| rimawarikakusa-利回り格差 | rendementsverschil |
| rimu-リム | (auto) velg; wielframe |
| rimujin-リムジン | limousine (luxe auto met chauffeur) |
| rimupakku-リムパック | the Rim of the Pacific Exercise ('s werelds grootste internationale maritieme oorlogsoefening) |
| rin-林 | (in kanji combinaties) verzameling van gelijksoortige dingen of mensen |
| rin-燐 | fosfor; fosforus (chem. element) |
| rin-鈴 | boeddhistisch instrument gebruikt bij het oplezen van een soetra |
| rindoku-輪読 | het om beurten lezen (verschillende mensen lezen om de beurt hetzelfde boek) |
| ringerueki-リンゲル液 | (med.) Ringer oplossing (infusie vloeistof) |
| ringi-稟議 | besluitvorming via circulerende memo's binnen een bedrijf (i.p.v. vergaderen) |
| rinia・puroguramingu-リニア・プログラミング | lineaire programmering |
| rinjikokkai-臨時国会 | buitengewone zitting van het parlement |
| rinjō-臨場 | bezoek; aanwezigheid; deelname; bijwoning |
| rinkai-臨界 | kritieke grens (toestand waarin de kettingreactie van kernsplijting met een constante snelheid wordt gehandhaafd in kernreactoren) |
| rinkaigakkō-臨海学校 | een school bij het strand die gebruikt word voor zomerschool activiteiten |
| rinkaku-輪郭 | schets; ontwerp; samenvatting; overzicht |
| rinō-離農 | het stoppen met boerenbedrijf; de landbouwsector verlaten (en in een andere sector gaan werken) |
| rinri-淋漓 | het stromen; druipen; vloeien; doorweekt raken |
| rinritsu-林立 | het (als een woud van bomen) dicht op elkaar (recht overeind) staan |
| rinritsusuru-林立する | (als een woud van bomen) dicht op elkaar (recht overeind) staan |
| rinsaku-輪作 | wisselbouw (het telen van verschillende gewassen na elkaar op dezelfde grond, om bodemziekten te voorkomen) |
| rinsei-稟請 | formeel verzoek; (aan een hogergeplaatste); petitie |
| rinsen-林泉 | tuin in Japanse stijl (met bomen, water, etc.) |
| rinsen-臨戦 | deelname aan de strijd [oorlog]; zich klaarmaken om te vechten [strijden]; het betreden van het slagveld |
| rinshankaihō-リンシャンカイホー | (Mahjong) het winnen door het trekken van een tegel, waarmee dan een kong (een set van vier identieke tegels) wordt gevormd |
| rinshitsu-隣室 | aangrenzende kamer; kamer [woning) hiernaast |
| rinsu-リンス | (haar) conditioner; crèmespoeling |
| rinyū-離乳 | het spenen; geleidelijk stoppen met borstvoeding (en overgaan op vast voedsel) |
| rinzaishū-臨済宗 | (boeddh.) rinzai-school (een van de drie grote stromingen van het zen-boeddhisme in Japan) |
| ripītā-リピーター | (communicatiemedia) repetitor; versterker |
| rippu・sābisu-リップ・サービス | lippendienst (iets wel zeggen, maar niet menen) |
| rirēeisei-リレー衛星 | relay satelliet (van voormalig Amerikaans communicatiesatellietprogramma) |
| ririshizumu-リリシズム | lyriek; lyrisme |
| rīru-リール | filmrol; spoel met filmband |
| rishinron-理神論 | deïsme |
| rishinsenpū-離心旋風 | anticycloon (meteorologie) |
| rishū-離愁 | pijn [verdriet] van het afscheid(nemen) [scheiden] |
| risōshugi-理想主義 | idealisme |
| risōsu・shearingu-リソース・シェアリング | het gezamenlijk gebruik van beschikbare (informatie)bronnen (zoals computers, software, e.d.) |
| risshinshusse-立身出世 | carrière; sociale vooruitgang (qua positie in de gemeenschap) |
| rīsu-リース | bloemenkrans; grafkrans; lauwerkrans |
| risuku・manējimento-リスク・マネージメント | risicomanagement; risicobeheer |
| ritaia-リタイア | met pensioen gaan; zich terugtrekken |
| ritarudando-リタルダンド | ritardando (Italiaanse muziekterm met de betekenis: steeds langzamer) |
| ritashugi-利他主義 | altruïsme |
| rīto-リート | (real estate investment trust) vastgoedbeleggingsfonds |
| ritomikku-リトミック | ritmiek (muziekonderwijsmethode om ritme door lichaamsbeweging te begrijpen) |
| ritoru・rīgu-リトル・リーグ | (Amerikaanse) honkbal competitie voor teams van jongens en meisjes tussen 9 en 12 jaar |
| ritsuki-利付き | met rente |
| rittaiteki-立体的 | driedimensionaal |
| rizayakasegi-利鞘稼ぎ | speculatie; het speculeren (met winstmarges) |
| rizumu-リズム | ritme |
| rīzun・howai・kopī-リーズン・ホワイ・コピー | een reclametechniek [reclametekst], die met logische argumenten de kenmerken en voordelen van een aangeboden product of dienst uitlegt |
| ro-炉 | (open) haard; (smelt)oven |
| rō-狼 | (in kanji combinaties) wolf; genadeloos; wreed; gemeen |
| rōasha-聾唖者 | iemand die doofstom is; een doofstomme |
| rōbai-老梅 | oude pruimenboom |
| rōbai-蠟梅 | meloenboompje; winterzoet (Chimonanthus praecox) |
| roban-露盤 | een vierkante plaat bovenin een pagode, waarop de sōrin (lang verticaal ornament is geplaatst |
| robī-ロビー | een bezoekersruimte [wandelgang] binnen het parlement |
| robotomī-ロボトミー | (med.) lobotomie; leukotomie |
| robu-ロブ | kapsel met halflang haar (nieuw woord dat onstaan is uit het woord voor lang haar ロング en kort haar ボブ) |
| rōbu・dekorute-ローブ・デコルテ | jurk met decolleté; japon met diepe halsuitsnijding |
| rōdōkijunhō-労働基準法 | Japanse Arbeidsnormenwet; Standaard Arbeidsrechtenwet |
| rōdōsai-労働祭 | Dag van de Arbeid (1 mei) |
| rōdōsha-労働者 | arbeider; werknemer |
| rofuto-ロフト | zolder(verdieping); zolderkamer; appartement op de zolderetage |
| rogo-ロゴ | logo; beeldmerk; woordmerk |
| rogotaipu-ロゴタイプ | logo; beeldmerk; woordmerk |
| roguauto-ログアウト | het uitloggen; afmelden |
| rogui-櫓杭 | draaipunt [steunpunt] voor roeiriemen in een Japanse boot |
| roguin-ログイン | login; het inloggen; aanmelden |
| roguofu-ログオフ | het uitloggen; afmelden |
| roguon-ログオン | het inloggen; aanmelden |
| rōhīru-ローヒール | (schoenen met) lage hakken |
| rōho-老舗 | winkelonderneming met een lange geschiedenis, die van generatie op generatie wordt voortgezet |
| roidomegane-ロイド眼鏡 | Lloyd-bril (een type bril van de Amerikaanse komiek Harold Lloyd, jaren 1920) |
| roitāshisū-ロイター指数 | Reuters-index (nternationale prijsindex voor primaire grondstoffen, samengesteld door Reuters) |
| roiyaritī-ロイヤリティー | royalty (winstaandeel voor patenten, handelsmerken, auteursrechten, e.d.) |
| roiyarutī-ロイヤルティー | royalty (winstaandeel voor patenten, handelsmerken, auteursrechten, e.d.) |
| rōjaku-老弱 | lichamelijke zwakheid op oudere leeftijd; ouderdomsklachten |
| rojin-ロジン | colofonium; spiegelhars; vioolhars; pijnhars (natuurlijke hars gewonnen uit naaldbomen, Pinus) |
| rōjinseichihōshō-老人性痴呆症 | seniele dementie |
| rojin・baggu-ロジン・バッグ | rosin zakje; harszakje (zakje gevuld met hars van dennenbomen, gebruikt bij honkbal door werpers om hun grip op de bal te verbeteren) |
| rōjin・baggu-ロージン・バッグ | rosin zakje; harszakje (zakje gevuld met hars van dennenbomen, gebruikt bij honkbal door werpers om hun grip op de bal te verbeteren) |
| rojiumu-ロジウム | rodium (chem. element) |
| rōjo-老女 | eerste hofdame (bij de krijgsadel) |
| rokaiyu-ロカイユ | rocaille (decoratieve stijl met schelp- koraal- en steenmotieven, in rococo) |
| rokaiyu-ロカイユ | rocaille (kunstmatige grotten van cement met kiezels, schelpen, e.d.) |
| rōkarizumu-ローカリズム | lokalisme; provincialisme |
| roke-ロケ | (afk. voor) plaatst locatie (b.v. voor filmopnamen) |
| rokehan-ロケハン | het zoeken naar de meest geschikte locaties voor film- of t.v. opnames |
| rokēshon・hantingu-ロケーション・ハンティング | het zoeken naar de meest geschikte locaties voor film- of t.v. opnames |
| roketto-ロケット | medaillon |
| rōkihō-労基法 | (afk. voor) Japanse Arbeidsnormenwet; Standaard Arbeidsrechtenwet |
| rokkingu・chea-ロッキング・チェア | schommelstoel |
| rokkingu・mōshon-ロッキング・モーション | schommelende beweging; (honkbal) zwaaiende beweging van een pitcher met zijn arm en bovenlichaam bij het gooien van de bal |
| rokkotsu-肋骨 | benaming voor decoratief lint op legeruniformen (tijdens de Russisch-Japanse Oorlog 1904-1905) |
| rokkuauto-ロックアウト | lock-out (sluiting van de werkplek [het wegzenden van werknemers] als middel tegen stakingen) |
| rokku・kuraimingu-ロック・クライミング | rotsklimmen (bergbeklimmen) |
| roku-禄 | geschenk [geluk] uit de hemel |
| rokubungi-六分儀 | sextant (navigatie instrument) |
| rokuga-録画 | video-opname; videoregistratie |
| rokujizō-六地蔵 | een tempel met zes Jizo-beelden |
| rokuni-碌に | voldoende; genoeg; behoorlijk; juist; correct (vaak gebruikt met negatie) |
| rokunusubito-禄盗人 | (beledigende term voor) iemand die zijn salaris niet waard is; (luie) mensen zonder talent [bekwaamheden] die toch een hoog salaris krijgen |
| rokuon-録音 | geluidsopname |
| rokuonsuru-録音する | opnemen (geluid) |
| rokuroku-碌碌 | (met negatie) niet voldoende [genoeg] zijn |
| rokurokubi-轆轤首 | (in Japanse folklore) een vrouwelijk monster met een lange nek |
| rokuroseikei-ロクロ整形 | het (op de schijf) draaien [vormen] |
| rokushaku-六尺 | zes voet (ca. 1,8 meter) |
| rokusuppo-碌すっぽ | voldoende; genoeg; behoorlijk; juist; correct (vaak gebruikt met negatie) |
| rokuzai-肋材 | houten frame voor de kiel van een schip |
| rōkyoku-浪曲 | (andere naam voor naniwabushi) traditionele Japanse vertelkunst waarbij het verhaal gezongen wordt met shamisen-begeleiding |
| rōma-ローマ | Rome |
| rōmakyōkō-ローマ教皇 | de Paus (in Rome) |
| rōmakyōkōchō-ローマ教皇庁 | de Curia; het Vaticaan (in Rome) |
| rōmankyapitaru-ローマンキャピタル | Romeinse hoofdletters |
| romansugurē-ロマンスグレー | romantisch grijs, een uitdrukking voor een aantrekkelijke man van middelbare leeftijd (met hier en daar wat grijs haar) |
| rōmashinwa-ローマ神話 | Romeinse mythologie [mythen] |
| rōmasūji-ローマ数字 | Romeinse cijfers |
| rōma・kurabu-ローマ・クラブ | de Club van Rome (internationale niet-gouvernementele organisatie) |
| romu-ロム | (computer term) ROM (read-only memory) |
| romu-ロム | computer term ROM (read only member) |
| ron-論 | visie; mening |
| ron-論 | verhandeling; traktaat; commentaar |
| ronbaku-論駁 | weerlegging; tegenargument(en) |
| rondan-論壇 | de pers; de media(wereld) |
| rondonkeishichō-ロンドン警視庁 | Scotland Yard (hoofdkwartier van de Londense politie, London Metropolitan Police) |
| rongu・shotto-ロング・ショット | (film, televisie en fotografie) beeldopname van grote afstand; totaalopname |
| rōnin-浪人 | iemand die het toelatingsexamen voor de universiteit niet heeft gehaald (en moet wachten op een volgende kans) |
| rōnin-浪人 | een samoerai zonder meester [leenheer] |
| ronjiru-論じる | overwegen; in aanmerking nemen |
| ronkyo-論拠 | de basis van een argument; bewijsgrond |
| rōnō-老農 | boer [landbouwer; agrariër] met veel ervaring |
| ronpa-論破 | bestrijding van een theorie, opvatting e.d.; het met tegenargumenten komen |
| ronpyō-論評 | commentaar; kritiek; recensie; beoordeling |
| ronsan-論纂 | een verzameling essays van verschillende auteurs |
| ronsetsu-論説 | toelichting; commentaar; redactioneel artikel |
| ronshō-論証 | bewijsvoering; argumentatie; betoog |
| ronshū-論集 | een verzameling [bundel] essays [verhandelingen; scripties] |
| ronten-論点 | de kern van een argument [betoog]; het onderwerp van een gesprek [discussie] |
| rōnyakunannyo-老若男女 | alle mensen ongeacht leeftijd of geslacht; mannen en vrouwen van alle leeftijden |
| ronzuru-論ずる | overwegen; in aanmerking nemen |
| rōrenka-老練家 | een expert; meester; oudgediende; iem. die ervaren [door de wol geverfd] is |
| rōrerai-ローレライ | Lorelei, een legendarische nimf die zeelui verleidde met haar mooie zangstem en ze schipbreuk liet lijden |
| rōretsu-陋劣 | gemeenheid; ongemanierdheid; hatelijkheid |
| rorikon-ロリコン | Lolita complex (van mannen die zich aangetrokken voelen tot jonge meisjes) |
| rōringu-ローリング | het op gang komen (van een project, e.d.) |
| rorīta・konpurekkusu-ロリータ・コンプレックス | Lolita complex (van mannen die zich aangetrokken voelen tot jonge meisjes) |
| rōrushahha・tesuto-ロールシャッハ・テスト | rorschachtest; vlekkentest (psychologisch test met inktvlekken) |
| rōsen-楼船 | een hoog schip; een schip [boot] met twee verdiepingen |
| rōshi-浪士 | een samoerai zonder meester [leenheer] |
| rōshi-老師 | oude leermeester [priester] |
| roshia・forumarizumu-ロシア・フォルマリズム | Russisch formalisme (taalkunde) |
| rōshōfujō-老少不定 | de onvoorspelbaarheid [onzekerheid] van het menselijk bestaan (ongeacht de leeftijd, oud of jong) |
| rōshū-老醜 | de lelijkheid van ouderdom [oude mensen] |
| rōsō-老荘 | de eerste karakters van de twee namen van de Chinese filosofen (in the Taoïstische traditie) Lao Zi (老子) en Zhuang Zi (荘子) |
| rōtaikoku-老大国 | een land dat vroeger heel machtig was, maar nu niet meer; een ooit machtige natie in verval |
| rottoringupen-ロットリングペン | Rotring pen (merknaam) |
| rōyō-老幼 | oude mensen en kinderen |
| rū-ルー | roux (sausbasis van boter, bloem en melk, of bouillon) |
| ruchin-ルチン | (med.) rutine; rutoside |
| rūchin-ルーチン | routine (een reeks procedures met een bepaalde functie, b.v. in een computerprogramma) |
| ruigigojiten-類義語辞典 | thesaurus; synoniemen woordenboek |
| ruijin'en-類人猿 | mensaap; anthropoïde |
| ruikon-涙痕 | de sporen die tranen nalaten (op het gezicht) nadat men heeft gehuild |
| ruiku-類句 | haiku met vergelijkbare inhoud [betekenis] |
| ruiku-類句 | frasen [uitdrukkingen] met vergelijkbare [synonieme] inhoud [betekenis] |
| ruishin-累進 | het geleidelijk opklimmen in functie; stapsgewijze promoties |
| ruishin-累進 | geleidelijk stijging [toename] (in prijs, hoeveelheid, e.d.) |
| ruisho-類書 | een verzameling woorden of zinnen uit verschillende teksten, bij elkaar gezocht op onderwerp |
| ruizō-累増 | cumulatie; progressieve [geleidelijke] toename |
| ruji-屢次 | het vaak [herhaaldelijk; regelmatig] voorkomen |
| rukin-鏤金 | versiering [decoratie] met goud; gravure op metaal |
| rukkusu-ルックス | uiterlijk; voorkomen; verschijning; gezichtsuitdrukking |
| rukoku-鏤刻 | het graveren (van letters of afbeeldingen) in metaal of hout |
| rūmania-ルーマニア | Roemenië |
| rūmen-ルーメン | lumen (eenheid van lichtsterkte) |
| ruminōru-ルミノール | luminol (een organische verbinding met als bijzondere eigenschap dat bij oxidatie ervan energie vrijkomt in de vorm van zichtbaar licht) |
| rūmu-ルーム | kamer |
| rūmukūrā-ルームクーラー | kamer koeler; kamer koelinstallatie |
| rūmumeito-ルームメイト | kamergenoot; huisgenoot |
| rūmumēto-ルームメート | kamergenoot; huisgenoot |
| rūmuraito-ルームライト | kamerverlichting; interieurverlichting; binnenverlichting (b.v. van een auto) |
| rūmu・chāji-ルーム・チャージ | kamerprijs |
| runba-ルンバ | roomba (merknaam van een robotstofzuiger) |
| runge・kuttahō-ルンゲ・クッタ法 | de Runge-Kuttamethode (een numerieke methode om differentiaalvergelijkingen op te lossen, van de Duitse wiskundigen Carl Runge en Martin Kutta) |
| ruporutāju-ルポルタージュ | documentaire |
| rūpu・tai-ループ・タイ | veterdas (stropdas van dun koord, aan de voorkant vastgemaakt met een siergesp) |
| rusanchiman-ルサンチマン | ressentiment; wrok; rancune |
| rutsubo-坩堝 | smeltkroes |
| ryakki-略記 | samenvatting; korte beschrijving [schets] |
| ryaku-掠 | het zesde principe van de Acht Principes van Yong (de (basis penseelstreken van Chinese karakters, die allen in het karakter 永 voorkomen) |
| ryakufu-略譜 | (muziek) verkorte vorm van een partituur (meestal numeriek) |
| ryakufuku-略服 | alledaagse [informele] kleding |
| ryakugen-略言 | samenvatting; kort overzicht; synopsis; korte verklaring |
| ryakuhitsu-略筆 | overzicht; synopsis; samenvatting |
| ryakujutsu-略述 | korte samenvatting; kort overzicht |
| ryakusetsu-略説 | korte uitleg; samenvatting; (kort) overzicht |
| ryakusuru-略する | gevangennemen; grijpen |
| ryanko-両個 | (een denigrerende term voor) een samoerai (met twee zwaarden) |
| ryōbu-両部 | de twee belangrijkste leerstellingen van het shingon (esoterische) boeddhisme |
| ryōbu-両部 | (afk. voor) syncretisme tussen Shintoïsme en Boeddhisme (van Shintoïsme vanuit het perspectief van het Shingon-boeddhisme) |
| ryōbun-領分 | (Edo periode) domein [leengoed] van een daimyo |
| ryōbushintō-両部神道 | syncretisme tussen Shintoïsme en Boeddhisme (gebaseerd op een interpretatie van Shintoïsme vanuit het perspectief van het Shingon-boeddhisme) |
| ryōchō-寮長 | conciërge; huismeester; slaapzaal opzichter [wacht] |
| ryohan-侶伴 | metgezel; vriend; kameraad |
| ryōhō-療法 | (medische) therapie; behandeling; remedie |
| ryōjin-良人 | een goed mens; een wijs persoon |
| ryōkan-量感 | van grote afmetingen |
| ryōki-涼気 | aangename koele lucht |
| ryokka-緑化 | aanplant van bomen; bebossing; vergroening |
| ryokudo-緑土 | groen mineraal; zee-sediment |
| ryokudo-緑土 | gebied met weelderige vegetatie |
| ryokuhi-緑肥 | groenbemesting; groene mest |
| ryokuin-緑陰 | de schaduw onder de (groene) bomen |
| ryokujuhōshō-緑綬褒章 | medaille met groen lint (Japanse eremedaille) |
| ryōmae-両前 | (jas) met twee rijen knopen |
| ryōmin-領民 | bevolking van een domein [gebied; leengoed] |
| ryōnin-良人 | een goed mens; een wijs persoon |
| ryōritsu-両立 | co-existentie; verenigbaarheid; het goed samengaan |
| ryōsatsu-了察 | consideratie; voorkomendheid; attentheid; sympathie |
| ryōshirikigaku-量子力学 | kwantummechanica |
| ryoshū-旅愁 | weemoedigheid [melancholie] tijdens het reizen |
| ryōshu-領主 | daimyo; domeinheer; (feodale) heer (van een bepaald gebied) |
| ryōte-両手 | beide handen [armen] |
| ryōtō-両刀 | (afk. voor) het met twee zwaarden tegelijk vechten |
| ryōtōzukai-両刀遣い | met twee zwaarden tegelijk kunnen vechten; iemand die met twee zwaarden tegelijk vecht |
| ryōu-涼雨 | koele regen (zomerregen die verkoeling brengt) |
| ryōude-両腕 | beide armen |
| ryōya-良夜 | avond met helder maanlicht; maanverlichte nacht (vooral van de oogstmaan in de herfst, op 13 sept.) |
| ryōyaku-良薬 | een goed (werkend) medicijn |
| ryōyō-療養 | medische behandeling; herstel; recuperatie; revalidatie |
| ryōyū-両雄 | twee bijzondere personen; twee helden [grootheden; meesters] |
| ryūchijō-留置場 | detentie cel; arrestantenlokaal; arrestantenkamer (in o.a. politie bureaus) |
| ryūgi-流儀 | werkwijze; methode; handelwijze |
| ryūgi-流儀 | traditioneel doorgeven werkwijze in scholen van performance kunstvormen |
| ryūkōka-流行歌 | populair lied [nummer]; hit |
| ryūō-竜王 | (boeddh.) drakenkoning (de beschermer van de boeddhistische leer) |
| ryūryōkei-流量計 | stroomsnelheidmeter; debietmeter |
| ryūryū-流流 | manier van doen; werkwijze; methode; stijl |
| ryūsanshi-硫酸紙 | perkamentpapier |
| ryūsei-流星 | vallende ster; meteoor |
| ryūshi-粒子 | korrel; (elementair) deeltje |
| ryūshitsu-流失 | weggespoeld [meegesleurd] worden |
| ryūshutsuritsu-流出率 | uitstroom [uitloop] percentage [volume] |
| ryūto-リュート | luit (snaarinstrument) |
| ryūtsūkikō-流通機構 | distributiesysteem (van producten naar consumenten) |
| sabaku-捌く | (problemen) oplossen; afhandelen |
| sabaran-サバラン | savarin (kransvormig taartje met likeur) |
| sabayomi-鯖読み | smokkelen met cijfers (in eigen voordeel); met opzet verkeerd (op)tellen |
| sābei・mētā-サーベイ・メーター | stralingsmeter; draagbare geigerteller |
| sabiru-錆びる | een lage kalme stem krijgen |
| sabiru-錆びる | vastroesten qua geestelijke en [of] lichamelijke bekwaamheden |
| sābisueria-サービスエリア | (lett.) service gebied (gewoonlijk plek met tankstation, parkeerplaats, winkeltjes en een restaurant) |
| sābisu・eria-サービス・エリア | wegrestauratie (met tankstation) |
| sābisu・kōto-サービス・コート | servicevak (gedeelte van de baan waar men moet serveren bij tennis, badminton, etc.) |
| sābisu・māku-サービス・マーク | servicemerk (op service gebaseerd handelsmerk) |
| sābisu・sutēshon-サービス・ステーション | tankstation met autoreparatie bedrijf |
| saboru-サボる | spijbelen; (werk) veronachtzamen; onproductief zijn |
| saburiminarukōkoku-サブリミナル広告 | subliminale reclame (zonder dat de consument zich ervan bewust is) |
| sāburu-サーブル | sabel (schermen) |
| sabuwei-サブウェイ | metro; ondergrondse (trein) |
| sadameru-定める | tot rust laten komen; kalmeren; stabiliseren; gesetteld raken |
| sadizumu-サディズム | sadisme |
| sādo-サード | derde [plaats; positie}; nummer drie |
| saezuru-囀る | (van plattelandsmensen, buitenlanders, e.d.) onverstaanbaar praten |
| saezuru-囀る | (van vrouwen of kinderen) met elkaar babbelen; kletsen |
| safaia-サファイア | saffier (blauwe kleur); hemelsblauw |
| sagashimono-探し物 | iets waarnaar men op zoek is; ontbrekend [zoekgeraakt] voorwerp [artikel] |
| sage-下げ | (muziek) een passage met dalende toon |
| sagegami-下げ髪 | kapsel model voor jonge meisjes |
| sagegami-下げ髪 | (Edo-periode) soort dameskapsel met een knot |
| sageru-下げる | opruimen; afruimen (de tafel b.v.) |
| sagimai-鷺舞 | reigerdans (festivaldans met witte reigerkostuums) |
| saguribashi-探り箸 | eetstokjes die men gebruikt om iets in een gerecht te zoeken (onjuist gebruik van eetstokjes) |
| sagyōshitsu-作業室 | werkkamer |
| sai-宰 | rentmeester, feodaal heer; minister |
| sai-才 | volume maat (ca. 1,8 ml) |
| sai-最 | (voorvoegsel) beste; meeste; maximum; belangrijkste |
| saibāhanzai-サイバー犯罪 | cybermisdaad; cybercrime |
| saibātero-サイバーテロ | cyberterrorisme |
| saibōgu-サイボーグ | cyborg (cybernetisch organisme, fantasiewezen dat half mens half machine is) |
| saibōmaku-細胞膜 | celmembraan |
| saibōyūgō-細胞融合 | celfusie; celsamensmelting |
| saibunka-細分化 | onderverdeling; segmentatie; fractionering; versnippering |
| saibunkasuru-細分化する | onderverdelen; segmenteren; fractioneren; versnipperen |
| saidā-サイダー | frisdrank; priklimonade (zoals lemon-lime) |
| saidai-最大 | het grootste; meeste; maximum |
| saidaikōyakusū-最大公約数 | grootste gemene [gemeenschappelijke] deler (afk. ggd) |
| saidaitasū-最大多数 | grootste aantal mensen; de meeste mensen |
| saidaiyaru-再ダイヤル | opnieuw bellen; nummerherhaling |
| saidokumoji-再読文字 | kanji met toegevoegde [tweede] lezing (m.n. in Kanbun teksten) |
| saidosurō-サイドスロー | (sidearm) een worp met de arm evenwijdig aan de grond (honkbal) |
| saigo-最期 | levenseinde; iemands laatste moment (voor de dood) |
| saihate-最果て | de verste [meest afgelegen] (plek) |
| saihi-歳費 | jaarsalaris van parlementsleden |
| saiji-細字 | namen van de sumo worstelaars onderaan de ranglijst in klein schrift |
| saijo-才女 | een intelligente [talentvolle] vrouw [dame] |
| saika-裁可 | (onder de Meiji grondwet) officiële goedkeuring van de keizer voor wetsvoorstellen en begrotingen |
| saikederikku-サイケデリック | psychedelisch; bewustzijnsverruimend |
| saikeikoku-最恵国 | meest begunstigde natie (voor handel) |
| saikeirei-最敬礼 | meest respectvolle [diepste] buiging |
| saiketsu-採決 | stemming; het stemmen; het uitbrengen van een stem |
| saiki-債鬼 | meedogenloze schuldeiser [incasseerder] |
| saiki-再起 | terugkeer; comeback; herstel |
| saikin-細謹 | kleine onvolkomenheid; klein gebrek |
| saikoku-催告 | kennisgeving, mededeling; melding; bericht; afkondiging |
| saikon-再建 | herbouw van gebouwen (m.n. van heiligdommen en tempels) |
| saikosomatikku-サイコソマティック | psychosomatisch (van lichaam en ziel samen) |
| saikuru・hitto-サイクル・ヒット | (hitting for the cycle) een cycle slaan (bij honkbal, het slaan van een honkslag, een dubbeslag, een driehonkslag en een homerun in één wedstrijd) |
| saimarukyasuto-サイマルキャスト | simulcasten (afk. van simultaneous broadcast; een uitzending tegelijk over meerdere media uitzenden) |
| sainen-再燃 | het opvlammen; terugkomen; zich opnieuw voordoen; verergering (van ziektesymptomen) |
| sairento-サイレント | een stomme film (beeld zonder geluid) |
| sairō-豺狼 | een hebzuchtig en wreed [meedogenloos] persoon |
| sairoku-再録 | heropname; opnieuw opnemen |
| saisaki-幸先 | voorteken; omen; voorbode |
| saisankabu-採算株 | dividendrendement; hoogrenderende aandelen |
| saisenbako-賽銭箱 | donatiekist voor geldoffers (aan tempels, heiligdommen, e.d.) |
| saishōkōbaisū-最小公倍数 | kleinste gemene veelvoud |
| saishokushahon-彩飾写本 | manuscript met illustraties of (hoofd)letters van bladgoud of bladzilver |
| saishokushugi-菜食主義 | vegetarisme |
| saishu-採取 | het verzamelen; plukken; oogsten |
| saishū-採集 | het verzamelen; verzameling |
| saisun-採寸 | het aanmeten; de maat nemen |
| saisunsuru-採寸する | aanmeten; de maat nemen (van iemand) |
| saitai-妻帯 | getrouwd zijn (met een vrouw) |
| saitaisha-妻帯者 | een getrouwde man (een man die getrouwd is met een vrouw) |
| saitakusuru-採択する | (een voorstel, wet, etc.) aannemen; aanvaarden; selecteren |
| saiten-祭典 | festival; evenement |
| saitori-才取り | hulpje van de metselaar; opperman |
| saiuyoku-最右翼 | dominant persoon; sterkste mededinger [deelnemer]; degene met de meeste kans (om te winnen) |
| saiyō-採用 | gebruik; toepassing; aanname; introductie |
| saiyōsuru-採用する | gebruiken; toepassen; aannemen; introduceren |
| saiyūshūsenshu-最優秀選手 | meest waardevolle speler |
| saizu-サイズ | maat; grootte; afmeting; formaat |
| saizuchi-才槌 | (kleine) houten hamer |
| saizuchiatama-才槌頭 | een op een hamer lijkend hoofd (voorhoofd en achterhoofd steken uit) |
| sajikagen-匙加減 | rekening houdend (met); overweging; beoordeling |
| sakarau-逆らう | niet gehoorzamen; rebelleren |
| sakazuki-杯 | een sake-kommetje; kop |
| sakazukigoto-杯事 | met een drankje [een toost] een gelofte [afspraak] bezegelen |
| sake-酒 | sake; rijstwijn (meestal in de vorm お酒) |
| sakekuse-酒癖 | gewoontes [gedrag] wanneer men dronken is |
| sakeru-避ける | zich onthouden van (commentaar, etc.) |
| sakibosori-先細り | (geleidelijk) afnemend; aflopend; afbouwend; dalend |
| sakibutori-先太り | (geleidelijk) toenemend; opbouwend; stijgend |
| sakidori-先取り | het iets vooraf nemen [krijgen] |
| sakigake-先駆け | pionier; wegbereider; initiatiefnemer; voorloper; voorbode; leider |
| sakimaruchizeru-先丸チゼル | een beitel met een ronde kop |
| sakinzuru-先んずる | voorop gaan; het initiatief [voortouw] nemen |
| sākittotorēningu-サーキットトレーニング | circuittraining (trainingsmethode waarbij verschillende soorten oefeningen in een set worden gecombineerd en herhaald) |
| sakiwake-咲き分け | het bloeien van bloemen van verschillende kleuren op dezelfde plant. |
| sakiyama-先山 | in bergbossen, arbeiders die hout verzamelen en samenbinden voor het vervoer |
| sakizuke-先付け | postdatering; een latere datum geven (aan een document, gebeurtenis, e.d.) |
| sakkā-サッカー | gestreept of geruit dun weefsel met een bobbelige structuur |
| sakkon-昨今 | tegenwoordig;; heden; momenteel |
| sakoku-鎖国 | afsluiting van het land (duidt op de periode dat Japan zich had afgesloten van de rest van de wereld, met uitzondering van Nederland en China) |
| saku-咲く | bloeien; in bloei staan; tot bloei komen |
| sakubō-策謀 | (krijgs)list, plan; complot; intrige; samenzwering |
| sakudō-策動 | intrige; het maken van geheime plannen; het smeden van een complot |
| sakunyū-搾乳 | het melken (van dieren) |
| sakunyūsuru-搾乳する | melken (van dieren) |
| sakuramento-サクラメント | sacrament |
| sakurameshi-桜飯 | rijst gekookt met sojasaus en sake |
| sakusei-作成 | vervaardiging van een documenten, e.d |
| sakushusuru-搾取する | uitmelken; uitbuiten; uitpersen |
| sakuyō-腊葉 | geperst en gedroogd exemplaar [specimen] van een plant |
| samā-サマー | zomer |
| sama-様 | (beleefde vorm voor さん) meneer; mevrouw; juffrouw |
| samarī-サマリー | samenvatting; kort overzicht |
| samatageru-妨げる | belemmeren; (ver)hinderen; verstoren |
| samatsushugi-瑣末主義 | trivialisme, een houding waarbij waarbij men zich fixeert op randzaken in plaats van de essentie van gebeurtenissen |
| samā・taimu-サマー・タイム | zomertijd |
| sameru-冷める | bekoelen (enthousiasme, etc.) |
| sameru-覚める | nuchter worden; tot bezinning komen |
| samidare-五月雨 | vroege zomerregen (tijdens de maand mei in de maankalender) |
| samoarinan-然もありなん | begrijpelijk (zijn); niet meer dan logisch (zijn) |
| sāmomētā-サーモメーター | thermometer |
| samoshii-さもしい | gemeen; laag; verachtelijk; egoïstisch; zelfzuchtig |
| samugari-寒がり | het koud hebben; koukleumen; kouwelijk zijn |
| san-さん | meneer; mevrouw; mejuffrouw (erend suffix) |
| san-散 | medicijn in poedervorm |
| san-纂 | (in kanji combinaties) verzamelen; samenstellen |
| sanaeda-早苗田 | rijstveld met net ontkiemde rijstplantjes |
| sanbaizu-三杯酢 | een mengsel van azijn, sojasaus en suiker of zoete rijstwijn |
| sanbō-三宝 | de drie Juwelen [Schatten] van het boeddhisme (Boeddha, de Dharma (leer van de Boeddha) en de Sangha (de boeddhistische gemeenschap)) |
| sanbonshōbu-三本勝負 | 3 game [best of three] wedstrijd; wedstrijd om drie punten |
| sanborisumu-サンボリスム | symbolisme |
| sanbyakudaigen-三百代言 | (denigrerende term voor) een advocaat; (vroege Meiji-periode) iemand die niet gekwalificeerd was als advocaat, maar wel als zodanig optrad |
| sanbyōshi-三拍子 | (muziek) drievoudige meter |
| sanbyōshi-三拍子 | het ritme dat wordt bepaald door drie instrumenten, de kleine trommel, grote trommel en de taiko-trommel |
| sanchi-サンチ | centimeter |
| sanchichokketsu-産地直結 | handel via een directe verbinding met het productiegebied |
| sanchīmu-サンチーム | centiem; centime (oude munteenheid, een honderdste deel van een frank) |
| sandan-散弾 | schot met grove hagel; hagelschot |
| sandanronpō-三段論法 | syllogisme; sluitrede |
| sandatsu-簒奪 | usurpatie; wederrechtelijke inbezitname (van de troon) |
| sandikarisumu-サンディカリスム | syndicalisme; sociale actie van vakverenigingen |
| sandoitchiman-サンドイッチマン | sandwichman (iemand met reclameborden op borst en rug) |
| sanga-参賀 | felicitatiebezoek aan het keizerlijk paleis (b.v. met nieuwjaar) |
| sangai-三界 | (boeddh.) de drie werelden van transmigratie (de wereld van wezens met begeerten, van wezens met vorm en van wezens zonder vorm) |
| sangaku-参学 | gezamelijk hoorcollege over de boeddhistische leer |
| sangaku-参学 | bestudering van het boeddhisme (door zen-meditatie) |
| sangaku-参学 | intreding tot het zen-boeddhisme |
| sangedatsumon-三解脱門 | (lett. poort van de drie bevrijdingen) drie manieren [meditaties] om de Verlichting te bereiken |
| sangokujidai-三国時代 | (in China na de val van de Latere Han-dynastie) de Drie Koninkrijken Wei, Wu en Shu-Han, die met elkaar in oorlog waren (220-280 n.Chr.) |
| sangokujidai-三国時代 | (n Korea) de Drie Koninkrijken Goguryeo, Baekje en Silla, die met elkaar in oorlog waren (4de-7de eeuw) |
| sangun-三軍 | het gehele leger; de gezamenlijke strijdkrachten (landmacht, marine en luchtmacht) |
| sanji-讃辞 | lofbetuiging; lofrede; lofprijzing; compliment(en) |
| sanjigen-三次元 | drie dimensies |
| sanjikarisumu-サンジカリスム | syndicalisme; sociale actie van vakverenigingen |
| sanjō-三乗 | (boeddh.) de drie wegen [voertuigen; methoden] om de waarheid te bereiken (spreken-luisteren, verlichting, bodhisattva) |
| sanjo-産所 | kraamkamer; verloskamer (in ziekenhuis) |
| sanka-参加 | deelname; deelneming; participatie; inschrijving |
| sanka-参稼 | iemand met een speciale functie [vaardigheid] binnen een organisatie |
| sankahi-参加費 | deelnamekosten |
| sankai-散会 | schorsing; reces (van zitting vanhet parlement) |
| sankaku-参画 | deelname aan de planning; een aandeel hebben in een plan |
| sankakuhi-三角比 | trigonometrische verhouding |
| sankakuhō-三角法 | trigonometrie; driehoeksmeetkunde |
| sankakusokuryō-三角測量 | (landmeetmethode) driehoeksmeting |
| sankakuten-三角点 | driehoeksmeting station; trigonometrisch punt |
| sankan-三冠 | (Eng.: Triple Crown) bij honkbal, de speler met het beste slaggemiddelde, de meeste homeruns en de meeste punten gescoord met een goede hit |
| sankanshion-三寒四温 | (in de winter) een afwisseling van drie koude en vier warme dagen |
| sankan'ō-三冠王 | (Eng.: Triple Crown) bij honkbal, de speler met het beste slaggemiddelde, de meeste homeruns en de meeste punten gescoord met een goede hit |
| sankasha-参加者 | deelnemer; participant |
| sankasuru-参加する | deelnemen; meedoen; lid worden (van een groep); inschrijven (voor) |
| sanken-散見 | wat men hier en daar ziet [vindt] |
| sanko-三顧 | drie keer bezoeken (verwijst naar een Chinese legende waarin Liu Bei drie keer Zhuge Liang bezocht m hem als militaire commandant te verwelkomen) |
| sankō-参向 | naar een persoon met een hoge rang gaan |
| sankō-山行 | naar de bergen gaan (om te wandelen, klimmen, etc.) |
| sankyaku-三脚 | drievoet; driepoot; statief (met drie poten) |
| sanmai-三昧 | (boeddh.) samadhi; (spirituele) concentratie; diepe meditatie; absorptie |
| sanmai-三昧 | volledige inzet (bij het doen van iets); opgaan in wat men doet |
| sanmai-三枚 | keukenmes voor het schoonmaken van (vooral) vis in drie lagen (top, midden (graten e.d.), en onder) |
| sanmaime-三枚目 | komediant; acteur die een komische rol speelt; komiek; grappenmaker |
| sanmon-三門 | (sangedatsumon) drie manieren [meditaties] om de Verlichting te bereiken) |
| sanmon-三門 | driedelige toegangspoort bij een tempel (m.n. een grote in het midden met twee kleine ernaast) |
| sanmon-三門 | hoofdpoort in het hart van een boeddhistisch (Zen) tempelcomplex (meestal tussen de buitenpoort en de Hal van Boeddha) |
| sannin-三人 | drie personen; met z'n drieën |
| sannyū-算入 | optelling [meeneming] bij een berekening; het opnemen in een begroting |
| sannyūsuru-参入する | meedoen; ingaan |
| sanō-砂嚢 | zandzak; zak met zand |
| sanpatsu-散発 | het sporadisch [met tussenposen] voorkomen |
| sanpatsudattōrei -散髪脱刀令 | (Meiji) proclamatie in 1871, ter afschaffing van de klassieke haardracht van de samoerai en een verbod op het publiekelijk dragen van zwaarden |
| sanpeijiru-三平汁 | gerecht uit Hokkaido, een soep met rijstzemelen, vis en ingelegde groenten |
| sanpiryōron-賛否両論 | voor- en tegenargumenten; pro en contra |
| sanpiryōron-賛否両論 | uiteenlopende [wisselende] meningen; zowel goede als slechte recensies] |
| sanpō-算法 | rekenkunde; getallenleer; algoritme |
| sanpuringu-サンプリング | (het selecteren van) een steekproef; monsters nemen |
| sanpuringu-サンプリング | het hergebruiken van geluiden of fragmenten |
| sanretsu-参列 | het bijwonen van [het deelnemen] aan een ceremonie [plechtigheid e.d.] |
| sanretsusha-参列者 | deelnemer; aanwezige |
| sanriku-三陸 | (algemene term voor) de 3 oude gebiedsdelen Rikuzen, Rikuchu en Mutsu (in het noordoosten van Honshu, nu de prefecturen Aomori, Iwate en Miyagi) |
| sanrinsha-三輪車 | driewieler; voertuig met drie wielen |
| sanryō-山陵 | keizerlijk mausoleum [grafmonument] |
| sansagari-三下がり | (methode om de shamisen te stemmen) verlaging van de derde snaar met een hele toon |
| sansai-三彩 | aardewerk gemaakt met drie (maar soms ook twee of vier) soorten gekleurd glazuur, op lage temperatuur gebakken |
| sansai-三才 | hemel, aarde en de mensen |
| sansan-潸潸 | alsmaar huilen; het stromen van tranen |
| sansei-三省 | overpeinzing; meditatie (3 keer per dag) |
| sansei-三聖 | de drie mensen die het beste zijn in hun vakgebied (b.v. kalligrafie) |
| sansei-参政 | participatie [deelname] aan de politiek |
| sansei-参政 | (Meiji-periode) leenheer van een domein |
| sanseisuru-賛成する | het eens zijn; instemmen |
| sansen-参戦 | (sport) deelname aan een competitiewedstrijd |
| sansen-参戦 | deelname aan een oorlog; het ten strijde gaan [trekken] |
| sansen-山泉 | (landschap met) bergen en rivieren |
| sansensuru-参戦する | ten strijde trekken; deelnemen aan een oorlog |
| sanshin-三振 | (honkbal) het uitgooien van de slagman met 3 slag |
| sanshin-三線 | sanshin, een traditioneel snaarinstrument uit Okinawa |
| sanshitsu-産室 | kraamkamer; verloskamer (in ziekenhuis) |
| sanshō-三焦 | san jiao, de drievoudige verwarmer (in Chinese geneeskunde, het zesde orgaan van fuppu; orgaan in functie niet in vorm, de holle ruimte in de romp) |
| sanshū-参集 | bijeenkomst; vergadering; samenkomst |
| sansō-山荘 | vakantiehuis(je); (zomer)huis in de bergen |
| sanso-酸素 | zuurstof (chem. element) |
| sansui-山水 | bergen en water [rivieren of meren] |
| sansui-散水 | besproeiing [besprenkeling] met water |
| santa・maria-サンタ・マリア | Santa María (het schip van Christoffel Columbus, die in 1492 Amerika ontdekte) |
| santome・purinshipe-サントメ・プリンシペ | Sao Tomé en Principe |
| santōseiji-三頭政治 | driemanschap; triumviraat (ten tijde van het Romeinse Rijk) |
| sanzen-参禅 | beoefening van zen-meditatie (onder begeleiding van een zen-meester) |
| sanzen-参禅 | zen-meditatie in groepsverband |
| sanzō-三蔵 | Tripitaka (of Tipitaka) (verwijst naar drie dingen in het boeddhisme: Ritsuzo, Kyozo en Ronzo) |
| sanzunokawa-三途の川 | Sanzu, in de Japanse boeddhistische mythologie een rivier die overledenen na hun dood moeten oversteken om in het hiernamaals te komen |
| sanzuru-参ずる | toetreden tot het Zen-boeddhisme |
| sanzuru-参ずる | (bescheiden woord voor) gaan; komen; bezoeken |
| sanzuru-参ずる | het beoefenen van Zen-meditatie |
| san'yaku-散薬 | (medicijn) poeder; geneesmiddel dat in poedervorm worden toegediend |
| san'yo-参与 | actieve deelname; betrokkenheid |
| san'yosuru-参与する | deelnemen aan; een actieve rol spelen in; betrokken zijn bij |
| san・baizā-サン・バイザー | zonneklep (in auto); zonneklep (met band om het hoofd, b.v. tijdens het sporten) |
| san・shīrudo-サン・シールド | (hoofddeksel) (pet met) zonneklep |
| saotome-早乙女 | jonge vrouw [meisje] |
| sappari-さっぱり | (met ontkenning) helemaal niet; totaal niet |
| sapurimento-サプリメント | supplement; voedingssupplement |
| sarakin-サラ金 | woekeraar; verstrekker van consumentenkredieten |
| sarani-更に | (met ontkenning) niet in het minst |
| sarani-更に | meer nog; sterker nog |
| sararīman-サラリーマン | werknemer in loondienst; (Japanse) zakenman |
| sarau-浚う | met sleepnetten vissen |
| sarome-サロメ | Salome (toneelstuk van Oscar Wilde) |
| sarome-サロメ | Salomé (in de Bijbel, de dochter van Herodias, Nieuwe Testament) |
| saron-サロン | salon; ontvangkamer |
| saru-申 | (windrichting) 30 graden ten zuiden van het westen (vergelijkbaar met Westzuidwest) |
| sarubarusan-サルバルサン | Salvarsan (merknaam voor arsfenamine) |
| sasagani-細蟹 | spin (zo genoemd vanwege de gelijkenis met een kleine krab); spinnenweb |
| sasagoi-笹五位 | Amerikaanse mangrovereiger; gestreepte reiger (Butorides striatus) |
| sasara-簓 | een traditioneel Japans muziekinstrument, dat bestaat uit een bundel aan elkaar gebonden repen bamboe, die tegen een geribbelde staaf wordt gewreven |
| sashiashi-差し足 | (bij paardenraces) de laatste spurt waarmee een paard de anderen inhaalt en net als eerste over de finish komt |
| sashichigaeru-刺し違える | elkaar steken (met een zwaard, mes, e.d.) |
| sashideguchi-差し出口 | ongepaste opmerking |
| sashideru-差し出る | opdringerig zijn; zijn neus ergens in steken (fig.); zich ergens mee bemoeien |
| sashigane-差し金 | aansporing; suggestie; instructie achter de schermen |
| sashigane-差し金 | een stok met een touwtje, om de handen van marionetten [bunraku poppen] te laten bewegen |
| sashigane-差し金 | (gereedschap) winkelhaak (metalen L-vormige liniaal) |
| sashikiru-差し切る | (bij paardenraces) de race nipt [op het allerlaatste moment] winnen; met een neuslengte [vlak voor de finishlijn] de anderen verslaan |
| sashikoeru-差し越える | voor je beurt gaan; voordringen; voorrang nemen |
| sashikomu-差し込む | binnenstromen (van licht, b.v.) inkomen (van het getijde) |
| sashimono-指し物 | schrijnwerk; meubelmakerij |
| sashiosae-差し押え | inbeslagname; beslaglegging; (financiële) executie |
| sashizoe-差し添え | een kort zwaard (dat samen met een groot zwaard door de samoerai werd gedragen) |
| sasou-誘う | verleiden; verlokken; meevoeren |
| sassoku-早速 | meteen; direct; onmiddellijk |
| sassui-撒水 | besproeiing [besprenkeling] met water |
| sassuru-察する | meeleven; te doen hebben (met) |
| sasu-差す | verschijnen; opkomen (tij, water) |
| sasu-指す | (iem.) benoemen; voordragen; aanstellen |
| sasupenshon-サスペンション | (chemie) suspensie; mengsel |
| sasupuro-サスプロ | programma zonder reclame (op commerciële radio- of televisiezender) |
| sasutēningu・puroguramu-サステーニング・プログラム | programma zonder reclame (op commerciële radio- of televisiezender) |
| sateraito・sutajio-サテライト・スタジオ | een andere locatie dan de studio van waaruit men normaal de uitzendingen (voor radio of tv) verzorgt. |
| satoru-悟る | (be)merken; zich realiseren; begrijpen; gewaarworden |
| satsubira-札片 | (informeel) bankbiljet |
| satsuei-撮影 | het filmen; filmopname |
| satsui-殺意 | opzet te doden; met voorbedachten rade tot moord |
| satsuki-五月 | mei in de maankalender |
| satsukiame-五月雨 | vroege zomerregen (tijdens de maand mei in de maankalender) |
| satsukibare-五月晴れ | mooi weer in mei (tijdens het regenseizoen) |
| satsukiyami-五月闇 | donkere nacht tijdens de vroege zomer (de maand mei in de maankalender) |
| satsumabiwa-薩摩琵琶 | (muziekinstrument) satsuma biwa (oorspronkelijk uit Satsuma, het huidige Kagoshima) |
| satsumajiru-薩摩汁 | Satsuma soep (lokale variant van misosoep met kip of varkensvlees) |
| satsumanokami-薩摩守 | een gratis ritje; iemand die gratis meerijdt |
| satsuyō-撮要 | compendium; samenvatting; overzicht |
| sawā-サワー | whiskey met citroen |
| sawani-沢煮 | een stoofpot van witte vis, of kippenvlees, met verschillende groenten |
| sawari-障り | hindernis; obstakel; belemmering |
| sawaru-障る | hinderen; belemmeren |
| sazanka-山茶花 | Camellia sasanqua |
| sazukarimono-授かり物 | zegen; (gods)geschenk; meevaller |
| sebangō-背番号 | rugnummer (van een sporter) |
| sēbu-セーブ | remmen; beteugelen |
| segamu-せがむ | smeken; bedelen |
| sei-勢 | (van mensen) energie; kracht; aantal (mensen) |
| seiakusetsu-性悪説 | de overtuiging dat de mens van nature slecht is |
| seibaisūsei-正倍数性 | euploïdie (het hebben van een complete set chromosomen) |
| seibaisūtai-正倍数体 | euploïde (een individu met een complete set chromosomen) |
| seibetsu-生別 | bij leven gescheiden; apart [gescheiden] leven; niet meer samenwonen met iemand |
| seibutsu-生物 | levend wezen; organisme |
| seibutsu-生物 | (in samenstellingen) bio-; biologisch |
| seibyō-聖廟 | heilig mausoleum (in China met Confucius, in Japan met Sugawara no Michizane) |
| seichō-成長 | groei; toename; vergroting; vermeerdering |
| seichō-整調 | het stemmen van een muziekinstrument |
| seichō-整調 | zwemslag; slag met een roeispaan; slagroeier |
| seichōsuru-成長する | groeien; ontwikkelen; toenemen |
| seidō-精銅 | geraffineerd koper (metaal met meer dan 97,5 % koper) |
| seidōenerugī-制動エネルギー | remenergie |
| seifū-清風 | verfrissende wind; aangename (koele) bries |
| seifukaihatsuenjo-政府開発援助 | Officiële Ontwikkelingshulp (Official Development Assistance, ODA) |
| seigōsei-整合性 | samenhang; gebondenheid; consistentie |
| seihō-製法 | productiemethode |
| seihon-正本 | gewaarmerkte kopie (van een originele tekst) |
| seiin-成因 | factor [oorzaak] (voor het ontstaan van een fenomeen of gebeurtenis) |
| seiin-正員 | volwaardig lid; formeel gekwalificeerd lid |
| seiji-盛事 | groots evenement; succesvolle zaak [onderneming] |
| seiji-青磁 | celadonporselein (met de specifieke zeegroene kleur die ontstaat door een chemische reactie van ijzeroxide in het glazuur) |
| seijō-清浄 | zuiverheid; schoon en onbesmet zijn |
| seika-生家 | geboortehuis; huis waar men geboren is |
| seika-盛夏 | middenin de zomer; hoogzomer |
| seikabutsu-成果物 | (aan een klant) te leveren materiële of immateriële goederen of diensten (b.v. een rapport, een document, een (software)product, e.a.) |
| seikatsukyōdōkumiai-生活協同組合 | consumentencoöperatie |
| seikatsukyū-生活給 | loon berekend op basis van de kosten van levensonderhoud van de werknemer (rekening houdend met leeftijd, dienstjaren en gezinssituatie) |
| seiken-政権 | politieke macht; bewind; regering; kabinet; regime |
| seikenjuritsu-政権樹立 | vorming [samenstelling] van een regering; kabinetsformatie |
| seikisuru-生起する | gebeuren; voorkomen; voorvallen |
| seikō-性交 | copulatie; geslachtsgemeenschap; paring (bij mensen) |
| seikon-成婚 | (formeel) huwelijk |
| seikōtōtei-西高東低 | hoge barometerdruk in het westen, lage druk in het oosten |
| seikurabe-背比べ | vergelijking van lengte [hoogte]; het met de ruggen tegen elkaar aan gaan staan om te kijken wie het grootste [langste] is |
| seikyō-生協 | coöperatieve onderneming [winkel]; consumentencoöperatie |
| seikyō-聖教 | de heilige leer; Confucianisme; Boeddhisme |
| seimei-生命 | werkzame leven; carrière |
| seimitsukikai-精密機械 | precisie-instrument |
| seimoku-星目 | (bij het go-spel) sterpunten (aangegeven met een stip op het bord) |
| seinen-成年 | (wettelijke) meerderjarigheid |
| seiran-青嵐 | frisse zomerwind (wind die waait door groen gebladerte) |
| seireishiteitoshi-政令指定都市 | decretaal gedesigneerde stad (met meer dan 500.000 inwoners, en met fiscale en bestuurlijke bevoegdheden, die gelijk zijn aan die van prefecturen) |
| seiretsu-整列 | het in een rij gaan staan; een rij vormen |
| seiri-生理 | menstruatie |
| seiribangō-整理番号 | referentienummer; serienummer |
| seirifujun-生理不順 | onregelmatige menstruatie |
| seiriken-整理券 | toegangskaart(je) (met zitplaats nummer); instapkaart |
| seirikyūka-生理休暇 | verlof vanwege de menstruatie; menstruatieverlof |
| seiriteki-生理的 | lichamelijk; fysiek; fysiologisch; instinctief |
| seiritsū-生理痛 | menstruatiepijn |
| seiron-正論 | een goed argument; een juiste redenering |
| seiryokuzetsurin-精力絶倫 | tomeloze [oneindig veel] energie |
| seiryōzai-清涼剤 | verfrissing; verfrissend medicijn; tonic; koelmiddel; koelvloeistof |
| seiryūtō-青竜刀 | Chinees slagzwaard [kromzwaard] (met op het uiteinde van het handvat een blauwe draak als versiering) |
| seisabetsu-性差別 | seksuele discriminatie; seksisme |
| seisan-正餐 | banket; formeel diner |
| seisandaka-生産高 | opbrengst; rendement |
| seisankanri-生産管理 | productie management [beheer] |
| seisanki-精算機 | automaat waarmee je het te weinig of teveel betaalde bedrag van je treinkaartje kunt verrekenen |
| seisatsu-制札 | een informatiebord met verordeningen en voorschriften (bij tempels en heiligdommen) |
| seisei-整斉 | orde; regeling; samenstelling; rangschikking |
| seiseidōdō-正正堂堂 | een eerlijk gevecht; met open vizier strijden |
| seishain-正社員 | werknemer in vaste dienst; een regulier [volwaardig] personeelslid; een vaste [fulltime] werknemer |
| seishi-静思 | overdenking; meditatie; bespiegeling; beschouwing; contemplatie; reflectie |
| seishiki-制式 | iets dat gedefinieerd [vastgelegd; officieel; voorgeschreven; reglementair] is |
| seishiki-正式 | vormelijkheid; correctheid |
| seishinnenrei-精神年齢 | mentale [geestelijke] leeftijd |
| seishinshōgaisha-精神障害者 | geestelijk gehandicapte (persoon); persoon met geestelijke [verstandelijke] beperking |
| seishinshugi-精神主義 | spiritualisme |
| seishinteki-精神的 | mentaal; geestelijk; psychisch |
| seishin'anteizai-精神安定剤 | (med.) kalmeringsmiddel |
| seishitsu-性質 | aard; karakter; temperament |
| seishitsu-正室 | kamer om gasten te ontvangen |
| seishō-政商 | een zakenman met politieke contacten [invloed] |
| seishō-清祥 | tekst in een brief om de andere persoon te feliciteren met zijn [haar] gezond en gelukkig leven |
| seisho-盛暑 | hoogzomer; de heetste dagen [de hitte] van de zomer |
| seisho-聖書 | Bijbel; Testament |
| seisho-聖書 | boek met een verzameling van uitspraken en daden van een wijsgeer uit de oudheid |
| seishu-清酒 | Japanse (rijst) sake met een uniek aroma |
| seishun-青春 | lente; (warme) lentetijd |
| seisoku-生息 | het leven; bewonen; bevolken (van mensen) |
| seisokubasho-生息場所 | (van mens, plant of dier) natuurlijk leefgebied; habitat |
| seisui-精粋 | zuiver [puur; smetteloos; onvervalst; onbaatzuchtig] zijn |
| seitai-成体 | (dierkunde) imago (volkomen ontwikkeld insect) |
| seitai-成体 | organisme dat voldoende volgroeid is om zich voort te planten |
| seitai-生体 | levend wezen; organisme |
| seitai-生態 | (van mensen of dieren) ecologie; leefomstandigheden; levensomstandigheden |
| seitai-青黛 | blauw wenkbrauwpotlood; blauw pigment voor make-up (theater) |
| seitaigenso-生体元素 | organisch element |
| seitekimazohizumu-性的マゾヒズム | seksueel masochisme |
| seiten-晴天 | mooi weer; blauwe [heldere] hemel [lucht] |
| seiten-聖典 | heilig geschrift [boek] (met woorden en daden van heiligen) |
| seiten-青天 | blauwe hemel [lucht] |
| seitoku-聖徳 | goddelijke [hemelse] deugden |
| seitsū-精通 | het goed bekend [geïnformeerd] zijn; diepgaande kennis hebben (van) |
| seiukei-晴雨計 | barometer |
| seiun-青雲 | [heldere] blauwe lucht [hemel] |
| seiya-星夜 | sterrennacht; avond [nacht] met sterrenlicht |
| seiyaku-製薬 | vervaardiging van geneesmiddelen [medicijnen] |
| seiyō-整容 | het corrigeren van iemands houding [voorkomen] |
| seiyōsumomo-西洋李 | Westerse pruimenboom; pruim |
| seiza-正座 | (lett. de juiste zithouding) rechtop geknield zitten (met je billen op je voeten) |
| seizensetsu-性善説 | de overtuiging dat de mens van nature goed is |
| seizōbutsusekininhō-製造物責任法 | productaansprakelijkheidswet (aansprakelijkheid van fabrikanten voor schade veroorzaakt door een product met gebreken) |
| seizoroi-勢揃い | samenkomst; het bijeenkomen; zich verzamelen |
| seji-世辞 | vleierij; compliment |
| sejin-世人 | het volk; de mensen (in de wereld) |
| sejō-世情 | de toestand van de wereld [samenleving] |
| sekaiichi-世界一 | de beste [nummer één] van de wereld |
| sekando・raifu-セカンド・ライフ | een tweede leven (met name na pensionering) |
| seken-世間 | de wereld; de toestand in de wereld; hoe het er in de wereld aan toegaat; de mensen (in de wereld) |
| sekentei-世間体 | voorkomen; uiterlijke verschijning |
| seki-席 | plaats [plek] waar een ontmoeting [gebeurtenis; gelegenheid] zal plaatsvinden; kamer; zaal |
| seki-隻 | woord gebruikt om een (zij)kant van dingen te tellen (b.v. van een kamerscherm) |
| sekibetsu-惜別 | het verdriet [leedwezen] bij het afscheid nemen; met tegenzin afscheid nemen |
| sekigaku-碩学 | een erudiet persoon; iemand met uitgebreide kennis; een groot geleerde |
| sekihai-惜敗 | een nipte nederlaag; het met een kleine marge verliezen |
| sekihan-赤飯 | sekihan (lett. rode rijst), kleefrijst met rode bonen |
| sekihen-石片 | steenfragment; brokstuk(je) steen |
| sekihi-石碑 | stenen monument [gedenkteken]; grafsteen |
| sekihin-赤貧 | extreme armoede |
| sekijin-石刃 | (prehistorie) stenen lemmet [kling] |
| sekimonshingaku-石門心学 | moraalfilosofie, die het confucianisme, boeddhisme en shintoïsme combineerde, gesticht door Ishida Baigan (1685-1744) |
| sekiryō-席料 | kamerhuurprijs; entreeprijs |
| sekisaku-脊索 | rudimentaire ruggengraat; chorda dorsalis |
| sekiseiinko-脊黄青鸚哥 | grasparkiet (Melopsittacus undulatus) |
| sekishitsu-石室 | grafkamer (van steen) |
| sekishitsu-石室 | stenen kamer [hut] |
| sekishokudairiseki-赤色大理石 | rood marmer |
| sekitori-関取 | sumoworstelaar met een rang hoger dan of gelijk aan Juryo; (oorspronkelijk de naam voor) de rang Ozeki |
| sekitoshite-寂として | volkomen stil; doodstil; muisstil |
| sekiyō-夕陽 | avondschemering |
| sekizui-脊髄 | ruggenmerg |
| sekkaku-折角 | met (grote) moeite; speciaal; vooral; uitdrukkelijk |
| sekkaku-折角 | vriendelijk; voorkomend |
| sekkei-雪渓 | sneeuwvallei; besneeuwde vallei; vallei waar zelfs in de zomer sneeuw ligt |
| sekken-接見 | een (vraag)gesprek van een verdachte die in hechtenis zit met zijn [haar] advocaat |
| sekkusu-セックス | seks; geslacht; geslachtsgemeenschap |
| sekkusu・chekku-セックス・チェック | geslachtsbepaling onderzoek [medische tests] |
| sekkyokuteki-積極的 | positief; constructief; zelfverzekerd; zelfbewust; ambitieus; ondernemend |
| sekushizumu-セクシズム | seksisme; seksuele discriminatie |
| sekushon-セクション | sectie; afdeling; segment; district |
| sekushonarizumu-セクショナリズム | particularisme |
| sekushon・pēpā-セクション・ペーパー | ruitjespapier; milimeterpapier; rasterpapier |
| semedōgu-責め道具 | martelwerktuig; folterinstrument |
| semen-セメン | (afk. voor semen cina) (zaden van) wormkruid (Artemisia cina) |
| semen-セメン | (afk. voor) cement |
| semento-セメント | cement; mortel; specie |
| semeotosu-攻め落とす | een kasteel van de vijand innemen |
| semeru-責める | (een paard) temmen |
| semeru-責める | met volle inzet [uit alle macht] iets doen |
| semeyoseru-攻め寄せる | aanvallend benaderen, aanstormen op |
| semidokyumentarī-セミドキュメンタリー | semidocumentaire; gespeelde documentaire |
| semifōmaru-セミフォーマル | semiformeel |
| semishigure-蟬時雨 | het (continu doorgaande) tsjilpen van cicaden (als het stromen van de zomerregen) |
| senakaawase-背中合わせ | rug tegen rug; met de ruggen tegen elkaar |
| senbiki-線引き | het trekken van een draad (van metaal) |
| senchaku-先着 | het als eerste aankomen |
| senchi-センチ | centimeter |
| senchi-糎 | centimeter |
| senchimentarisuto-センチメンタリスト | gevoelig [sentimenteel] persoon |
| senchimentarizumu-センチメンタリズム | sentimentalisme (literaire stroming in de 18de eeuw) |
| senchimentarizumu-センチメンタリズム | sentimentalisme; sentimentele levenshouding |
| senchimentaru-センチメンタル | sentimenteel; emotioneel; gevoelig |
| senchimento-センチメント | sentiment; emotie; gevoel; stemming |
| senchimētoru-センチメートル | centimeter |
| sendan-栴檀 | Indische sering; kralenboom (Melia azedarach) |
| senden-宣伝 | publiciteit; reclame; advertentie; propaganda |
| sendenkā-宣伝カー | reclamewagen; luidsprekerwagen |
| sendo-先途 | het hoogste ambt dat men kan bereiken |
| sengoku-戦国 | landen die oorlog voeren (met elkaar) |
| senja-撰者 | samensteller van een bloemlezing [anthologie] |
| senjū-専従 | volledige [voltijds] baan; iem. die fulltime werkt |
| senjūsha-専従者 | fulltime medewerker; fulltime meewerkend gezinslid |
| senjutsu-先述 | bovengenoemde; zoals (hier)boven vermelde |
| senjutsu-撰述 | het samenstellen; schrijven; redigeren |
| senkai-旋回 | rotatie; ommekeer; draaiing |
| senkeikeikakuhō-線形計画法 | lineaire programmering |
| senkō-潜航 | een geheime vaartocht |
| senkyō-仙境 | een adembenemend landschap ver van de profane wereld |
| senmanmuryō-千万無量 | ontelbaarheid; onmetelijkheid; onpeilbaarheid |
| senmenjo-洗面所 | badkamer; toilet(ruimte); wasruimte |
| senmon-専門 | specialisme; specialisatie; expertise |
| senmon'i-専門医 | medisch specialist |
| senmu-専務 | (afk. voor) algemeen directeur |
| senmutorishimariyaku-専務取締役 | algemeen directeur |
| senmyōtai-宣命体 | schriftsysteem uit de Nara- (710–794) en vroege Heian-periode (794–1192) (met kleinere karakters voor grammaticale elementen dan voor lexicale) |
| sennaribyōtan- 千成瓢箪 | embleem van Toyotomi Hideyoshi met een kluster kalebassen erop |
| sennin-仙人 | kluizenaar; iemand die de wereld van bekommeringen e.d. achter zich heeft gelaten |
| sennō-先王 | deugdzame koning in vroegere tijden |
| sennorikyū-千利休 | Sen no Rikyū (beroemde theeceremonie-meester 1522-1591) |
| sennyū-潜入 | insluiping; infiltratie; het heimelijk binnengaan |
| sennyūkan-先入観 | vooroordeel; vooropgezette mening |
| senpatsu-先発 | het als eerste vertrekken [starten; beginnen; deelnemen]; voor(af)gaan |
| senpyō-選評 | selectie en kritiek [commentaar] |
| senretsu-鮮烈 | levendig [opmerkelijk; opvallend; treffend] zijn |
| senritsu-旋律 | melodie |
| senryō-選良 | parlementslid |
| senryōyakusha-千両役者 | (lett. een acteur met een salaris van 1.000 ryo per jaar) steracteur; meest getalenteerde acteur |
| sensabanbetsu-千差万別 | enorme verscheidenheid; groot assortiment |
| sensei-専制 | despotisme |
| sensen-先占 | het in bezit nemen van onbeheerde roerende zaken (zoals wilde vissen en vogels) met de bedoeling eigenaar te worden; acquisitie van onbeheerde zaken |
| sensen-潺潺 | het traag stromen [kabbelen] van een beekje |
| sensha-戦車 | (arch.) strijdwagen (met twee of vier paarden) |
| senshi-穿刺 | (med.) punctie |
| senshibankō-千紫万紅 | een overvloed aan kleurrijke bloemen |
| senshibantai-千姿万態 | een grote [eindeloze] verscheidenheid aan vormen [afmetingen] |
| senshin-先進 | het geavanceerder [meer ontwikkeld] zijn |
| senshō-僭称 | het zich een titel aanmeten; (onterecht) een troon opeisen; zich iets toe-eigenen |
| senshō-先勝 | (volgens de oude maankalender) de dagen die in de ochtend als geluksdagen worden aangemerkt, maar in de middag als ongeluksdagen |
| senshō-鮮少 | (formele term voor) kleinigheid; zeer weinig; zeldzaam |
| senshu-僭主 | usurpator; onwettige heerser; iemand die zich met geweld de keizerstroon toe-eigent |
| senshu-選手 | speler; sportman; sportvrouw; deelnemer |
| senshuarizumu-センシュアリズム | sensualisme; genotzucht |
| senshutsu-選出 | selectie [verkiezing; keuze] (van iets of iemand uit een verzameling) |
| sensōhōki-戦争放棄 | verwerping van de oorlog (als politiek instrument) |
| sensuru-撰する | samenstellen (van woordenboeken e.d.) |
| sentai-船隊 | een vloot (van 2 of meer schepen) |
| sentaishō-線対称 | axiale symmetrie (rond een as of een lijn) |
| sentaringu-センタリング | tekst in een document uitlijnen vanaf het midden |
| sente-先手 | initiatiefnemer; degene die de eerste stap doet |
| senyōra-セニョーラ | mevrouw; dame |
| senyorīta-セニョリータ | mevrouw; dame; juffrouw |
| senyōru-セニョール | meneer; de heer |
| senzogaeri-先祖返り | atavisme; erfelijke terugslag (genetische eigenschappen die generaties overslaan en dan weer terugkomen) |
| sen'igenso-遷移元素 | overgangs [transitie] element |
| sen'ō-先王 | deugdzame koning in vroegere tijden |
| seoi-背負い | het op de rug [op zijn schouders] nemen [dragen] |
| seou-背負う | op de rug [op zijn schouders] nemen [dragen] |
| seoyogi-背泳ぎ | rugslag (zwemmen) |
| separēto・kōsu-セパレート・コース | (sport) een parcours met afzonderlijke banen |
| separētsu-セパレーツ | (dames)kleding die uit afzonderlijke delen bestaat, zodat ze combineerbaar zijn (en apart kunnen worden gekocht) |
| sepia-セピア | zwartbruine verf (gemaakt met inktvis-inkt) |
| seppō-説法 | oordeel; commentaar |
| seppuku-切腹 | rituele zelfdoding (m.n. van de krijgselite) in Japan (te voltrekken door met een kort zwaard de buik open te snijden) |
| serekuto・shoppu-セレクト・ショップ | detailhandelszaak die producten van verschillende fabrikanten of merken verkoopt |
| seren-セレン | selenium; seleen (chem. element) |
| seriau-競り合う | concurreren [wedijveren; strijden] met |
| serifu-台詞 | iemands woorden [opmerkingen] |
| serifugeki-台詞劇 | voorstelling [toneelstuk] met alleen gesproken tekst (zonder muziek, dans, etc.) |
| seriumu-セリウム | Cerium (een scheikundig element met symbool Ce en atoomnummer 58). |
| sero-セロ | cello (muziekinstrument) |
| serufu・taimā-セルフ・タイマー | zelfontspanner (camera) |
| serurianburū-セルリアンブルー | hemelsblauw |
| sērusu・pointo-セールス・ポイント | verkoopargument |
| seseribashi-せせり箸 | eetstokjes die worden gebruikt om een beetje te spelen met eten [in het eten zitten te zoeken of prikken] (onjuist gebruik van eetstokjes) |
| seseru-挵る | een kleine beweging telkens maar blijven herhalen (b.v. met een potlood tegen een tafel tikken) |
| seshiumu-セシウム | cesium (chem. element) |
| sessaku-切削 | het snijden (van metaal en andere materialen) |
| sessatakuma-切瑳琢磨 | samenwerken met als doel de wederzijdse cultivering van kennis |
| sessha-接写 | close-up fotografie; een close-up foto nemen |
| sesshō-殺生 | (boeddh.) het leven nemen; het doden [vermoorden] van een levend wezen |
| sesshokusuru-接触する | aanraken; aantikken; contact maken; in contact komen (met) |
| sesshu-摂取 | absorptie; opname (van voedsel, e.d.); inname |
| sesshu-摂取 | (boeddhisme) redding [verlossing; bevrijding] van levende wezens |
| sessui-節水 | waterbesparing; zuinig [spaarzaam] zijn met water |
| sesuna-セスナ | Cessna, (Amerikaans) licht vliegtuig |
| setchū-折衷 | compromis; eclecticisme; combinatie van stijlen [denkvormen; werkwijzen] |
| seto-瀬戸 | (afk. voor) breekpunt; kritiek moment |
| setogiwa-瀬戸際 | breekpunt; kritiek moment |
| setsu-説 | mening; gedachte; theorie; betoog |
| setsubun-節分 | Setsubun festival (laatste dag van de winter in de maankalender, 3 a 4 febr.; met het ritueel van bonen strooien om boze geesten weg te jagen) |
| setsuei-設営 | het van tevoren klaarzetten [inrichten; regelen] van gebouwen, faciliteiten, locaties, etc. (voor evenementen) |
| setsugetsuka-雪月花 | de maan, sneeuw, en bloemen (de schoonheid van alle seizoenen) |
| setsuju-接受 | ontvangst; aanvaarding; acceptatie; het aannemen |
| setsuni-切に | met oprechte gevoelens; uit het hart; van harte |
| setsurumento-セツルメント | vestigingswerk in wijken; sociaal werk om de levensomstandigheden in arme buurten te verbeteren |
| setsuzokusuru-接続する | verbinden; aansluiten; samenvoegen; vastmaken |
| setta-雪駄 | Japanse sandalen met lederen zolen |
| setto-セット | set; stel; assortiment; garnituur; verzameling |
| settō-石頭 | moker; breekhamer |
| setto・pojishon-セット・ポジション | (honkbal) de houding die de pitcher moet innemen vlak voordat hij gaat werpen |
| setto・sukuramu-セット・スクラム | (rugby) scrum (na het commando: set, mogen de spelers inkomen) |
| sewanyōbō-世話女房 | een goede [zorgzame; toegewijde] echtgenote |
| seyaku-施薬 | (verstrekking van) gratis medicijnen |
| shabudome-しゃぶ止め | (politieterm) parkeerstijl over meerdere parkeervakken, waarbij de bestuurder mogelijk onder invloed is van drugs en de auto schade en deuken heeft |
| shabushabu-しゃぶしゃぶ | Japans gerecht (aan tafel geserveerd waarbij plakjes vlees met eetstokjes door een pan met bouillon en groenten worden gehaald) |
| shachihoko-鯱 | Japanse mythologisch dier met het hoofd van een tijger en het lichaam van een karper |
| shachihokobaru-鯱張る | stijf [formeel] zijn |
| shachikobaru-鯱張る | stijf [formeel] zijn |
| shaden-社殿 | muziekinstrument in Kabuki theater |
| shado-赭土 | (pigment) rode oker |
| shadō・purē-シャドー・プレー | schaduwspel; schimmenspel |
| shagiri-しゃぎり | (kyōgen) een vrolijke fluitmelodie |
| shagōhyō-社号標 | pilaar [aanduiding] met de naam van een shinto heiligdom |
| shagōhyō-社号標 | pilaar [aanduiding] met de naam van een bedrijfsorganisatie |
| shaikaitsūnen-社会通念 | algemeen (maatschappelijk) geaccepteerde ideeën en waarden |
| shain-社員 | werknemer; personeelslid; staflid |
| shainshō-社員証 | werknemersverklaring; werknemersidentificatie; medewerkerspasje |
| shajitsusei-写実性 | realisme |
| shajitsushugi-写実主義 | realisme (richting in de kunst) |
| shajō-謝状 | een (formele) excuusbrief |
| shajō-謝状 | een (formele) dankbrief |
| shakai-社会 | maatschappij; samenleving; gemeenschap; wereld; kring |
| shakaiaku-社会悪 | sociale misstanden; maatschappelijke problemen |
| shakaijin-社会人 | een (volwassen) werkend lid van de samenleving |
| shakaikōgaku-社会工学 | social engineering (het met technische middelen misbruik maken van menselijke zwakheden door criminelen) |
| shakaimen-社会面 | (in een krant) de pagina met berichten over algemene [lokale] gebeurtenissen in de samenleving |
| shakaisei-社会性 | saamhorigheidsgevoel; gemeenschapszin |
| shakaishugi-社会主義 | socialisme |
| shakaisokuteihō-社会測定法 | sociometrie |
| shakan-舎監 | (op een kostschool, internaat, e.d.) huismeester; toezichthouder |
| shakariki-しゃかりき | (een informele uitdrukking voor) het zeer ijverig [fanatiek] zijn |
| shake-社家 | familie met erfelijke lijn van shinto-priesters |
| shaketsu-瀉血 | bloedafname; aderlating |
| shakkanhō-尺貫法 | traditioneel Japans meetsysteem van lengtematen (shaku) en gewichten (kan) |
| shakkei-借景 | tuinarchitectuur waarbij men het omringende, natuurlijke landschap gebruikt als onderdeel van de tuin |
| shakoku-社告 | officiële aankondiging [mededeling] van een bedrijf [onderneming] |
| shaku-勺 | oude eenheid van volume (0,018 liter) |
| shaku-勺 | oude oppervlakte eenheid (ca. 0,033 meter) |
| shaku-社区 | woongemeenschap; samenleving (m.n. in de Volksrepubliek China) |
| shakudo-尺度 | ijkmaat; maatstaf; meetlat; standaard; |
| shakufu-酌婦 | barvrouw; barmeisje |
| shakuhachi-尺八 | Japanse bamboefluit (met 5 gaatjes) |
| shakujō-錫杖 | boeddhistische gebedszang met de staf als begeleiding |
| shakujō-錫杖 | topdeel van de staf (een ring met verschillende kleine ringen eraan) |
| shakuma-借間 | gehuurde kamer; het huren van een kamer |
| shakumon-借問 | het (informeel) een vraag stellen; iets vragen |
| shakunage-石南花 | rhododendron (subg. Hymenanthes) |
| shakuryō-酌量 | afweging; overweging; het rekening houden met |
| shakutorimushi-尺取り虫 | spanners (rupsen, Geometridae, familie van de vlinders) |
| shamanizumu-シャマニズム | sjamanisme |
| shāmanizumu-シャーマニズム | shamanisme |
| shamei-社命 | opdracht van een bedrijf aan werknemers |
| shamisen-三味線 | shamisen (driesnarig muziekinstrument) |
| shamon-借問 | een (informele) vraag stellen; iets vragen |
| shamuneko-シャム猫 | siamees; Siamese kat |
| shamusōseiji-シャム双生児 | een Siamese tweeling |
| sharyō-車両 | (formeel) voertuig (auto); wagen |
| shasairimawari-社債利回り | rendement van een bedrijfsobligaties |
| shasharakuraku-洒洒落落 | ongedwongen; zorgeloos; onbekommerd; eenvoudig; pretentieloos |
| shāshī-シャーシー | een metalen frame [kast] van een televisie, radio of ander electronisch apparaat |
| shashinki-写真機 | (foto)camera |
| shashinsokuryō-写真測量 | fotogrammetrie; fotografische landmeting |
| shashin'utsuri-写真写り | hoe men overkomt op een foto; fotogeniek zijn |
| shashō-社章 | badge [insigne; speld(je)] met het logo van een bedrijf |
| shasuru-謝する | ontslag nemen |
| shasuru-謝する | wraak nemen |
| shataku-社宅 | bedrijfswoning; huis dat eigendom is van het bedrijf waar men werkt |
| shattā-シャッター | rolluik; sluiter (camera) |
| shattā・chansu-シャッター・チャンス | beste sluitertijd om een foto te nemen |
| shayō-斜陽 | het verval; de neergang (van iets dat niet kan meegaan met de veranderingen van de tijd) |
| shayōzoku-社用族 | werknemers die genieten van een hoge levensstandaard op kosten van de baas (via hoge onkostennota's) |
| shayū-社友 | iemand die geen werknemer is maar wel als zodanig behandeld wordt |
| shea-シェア | deel; aandeel; het delen (met elkaar) |
| shēbingu・kurīmu-シェービング・クリーム | scheerschuim; scheercrème |
| shēkā-シェーカー | cocktailshaker; mengglas; strooibus |
| shi-屍 | (mensen)lijk; stoffelijk overschot |
| shi-市 | stad; gemeente |
| shi-師 | docent; leraar; mentor; leermeester; expert |
| shi-氏 | familie; meneer; dhr.; mevrouw |
| shīaha-シーア派 | het sjiisme (een van de twee grote ideologische stromingen binnen de islam, waarvan de andere het soennisme is) |
| shiatsu-指圧 | shiatsu; acupressuur (een massagetherapie waarbij men met vingers en handpalmen druk uitoefent op bepaalde plekken van het lichaam) |
| shibaguri-柴栗 | een Japanse kastanjeboom (met kleine, eetbare vruchten) |
| shibayama-芝山 | een met gras begroeide berg |
| shibe-蕊 | voortplantingsorganen van een plant (stamper en meeldraad) |
| shibireei-痺れ鱏 | sidderrog (Torpediniformes) |
| shibireei-痺れ鱝 | sidderrog (Torpediniformes) |
| shibirenamazu-痺れ鯰 | siddermeerval (Malapterurus electricus) |
| shibo-思慕 | een diep verlangen (naar); sterke verbondenheid (met) |
| shibori-絞り | het knoopverven (samenknopen van stof en dan zo verven) |
| shiborizome-絞り染め | tie-dye (techniek waarmee men textiel van een patroon voorziet, door de stof te knopen voor het verven) |
| shibōshindansho-死亡診断書 | medische overlijdensverklaring |
| shibotsu-死没 | het sterven [overlijden; doodgaan] (van mensen) |
| shibu-渋 | scherp [bitter] (gefermenteerd) sap van onrijpe kaki's; kaki tannine |
| shibugaki-渋柿 | astringente kaki (een kakisoort met hoog gehalte aan tannine, waardoor ze bitter smaken, en langer moeten rijpen om eetbaar te worden) |
| shibugami-渋紙 | Japans papier behandeld met gefermenteerd sap van onrijpe kaki's waardoor het bruin, waterbestendig en stevig wordt |
| shibun-斯文 | deze studie; dit onderzoeksgebied (met name van het Confucianisme) |
| shibun-死文 | dode letter (een wet [regeling] die niet meer geldt [geen waarde of toepassing meer heeft) |
| shibunsho-私文書 | privé document |
| shibushibu-渋渋 | met tegenzin; onwillig; halfslachtig |
| shichakushitsu-試着室 | paskamer |
| shichifuda-質札 | pandbewijs; lommerdbriefje |
| shichigosan-七五三 | (lett. zeven-vijf-drie) een traditioneel Japans festival op 15 november, voor meisjes van drie en zeven jaar oud en jongens van vijf jaar oud |
| shichiku-紫竹 | (een andere naam voor) de gemarmerde bamboe (Chimonobambusa marmorea) |
| shichimitōgarashi-七味唐辛子 | mengsel van 7 kruiden (o.a. chilipeper) |
| shichinan-七難 | 7 [vele] fouten [onvolkomenheden] |
| shīchingu-シーチング | plaatwerk; metalen bekleding |
| shichiseki-七赤 | 7de van de 9 astrologische tekens in de Onmyōdō kosmologie (horoscoop en waarzeggerij; verwant aan planeet Venus, windrichting west en element metaal) |
| shichitenhakki-七転八起 | met vallen en opstaan |
| shichiya-質屋 | pandjeshuis; lommerd |
| shichiyō-七曜 | de zeven hemellichamen Mars, Mercurius, Jupiter, Venus, Saturnus, zon en maan) |
| shichō-市庁 | stadskantoor; gemeentekantoor |
| shichō-市長 | burgemeester van een grote stad |
| shichō-師長 | docent [meester] en superieur [leidinggevende] |
| shichō-思潮 | gedachtengang in de samenleving; hoe er in het algemeen (over iets) gedacht wordt; de trend in de publieke opinie |
| shichōsha-市庁舎 | stadhuis; gemeentehuis |
| shidai-四大 | (boeddha.) de vier elementen (aarde, water, vuur en wind) |
| shidai-四大 | (taoïsme) de vier grote dingen: Tao, Hemel, Aarde en Koning |
| shidai-四大 | het menselijk lichaam |
| shidaigenso-四大元素 | de vier klassieke elementen (water, aarde, lucht en vuur) |
| shidaini-次第に | geleidelijk aan; langzamerhand; beetje bij beetje; stukje voor stukje |
| shidan-指弾 | het met de vingers knippen [tikken] |
| shiden-師伝 | het onderricht van de meester aan zijn leerlingen [volgelingen]; onderricht [les] krijgen van de meester zelf |
| shidō-市道 | stadsweg; straat; gemeentelijke weg; weg binnen de bebouwde kom |
| shidō-師道 | het juiste pad [gedrag] van de meester [leraar] |
| shidō-斯道 | het goede [rechtvaardige] pad; de menselijke manier [aanpak] |
| shido-示度 | (van een meetinstrument) de afgelezen stand [waarde] |
| shidō-祠堂 | in huis de plek waar de zielen van voorouders worden geëerd; in (boeddh.) tempels de plek met gedenkplaten voor familieleden van de locale bevolking |
| shidōhō-指導法 | leermethode; onderwijsmethode |
| shidokoro-為所 | geschikt moment [goede gelegenheid] om (iets) te doen |
| shidoromodoro-しどろもどろ | onsamenhangend; verward |
| shiei-市営 | gemeentelijk beheer [exploitatie] |
| shiei-私営 | in particulier bezit; particulier bestuur [management] |
| shifu-師父 | vader; leermeester |
| shifu-師父 | (als een vader gerespecteerde) leraar; meester |
| shifū-師風 | de (academische of artistieke) stijl van de meester |
| shifuku-仕服 | een tas voor het opbergen van theekommetjes, theebussen, e.d. |
| shifun-脂粉 | cosmetica; make-up |
| shigai-市外 | buitenwijk; voorstad; randgemeente |
| shigai-死骸 | (mensen)lijk; stoffelijk overschot |
| shigaichi-市街地 | stadswijk; stadsdeel vol gebouwen met weinig groen |
| shigaikyokuban-市外局番 | netnummer; kengetal (telefonie) |
| shigaku-斯学 | dit (academisch) kennisgebied [kennisterrein; kennisdomein] |
| shigaku-視学 | schoolinspecteur (Meiji periode) |
| shigamitsuku-しがみつく | (zich) vastklampen; vastklemmen |
| shigarami-柵 | obstakel; belemmering |
| shigei-至芸 | volmaakte [perfecte; meesterlijke; onovertroffen] uitvoering [kunst] |
| shīgengo-シー言語 | programmeertaal C |
| shigi-市議 | gemeenteraadslid; wethouder; (in België) schepen |
| shigosen-子午線 | meridiaan |
| shigyaku-嗜虐 | sadisme |
| shigyaku-弑逆 | het doden (door iemand) van zijn vader [meester; heer] |
| shigyakusei-嗜虐性 | sadisme |
| shihan-師範 | (groot)meester; instructeur |
| shiharaihōhō-支払い方法 | betaalwijze; wijze van betalen; betaalmethode; betalingsmethode |
| shihi-詩碑 | een stenen monument [gedenkplaat] met een gedicht als inscriptie |
| shihō-仕法 | methode; manier |
| shihonshugi-資本主義 | kapitalisme |
| shihōshiken-司法試験 | balie-examen (examen dat een advocaat moet afleggen om te worden toegelaten tot de balie van een rechtsgebied) |
| shihyō-師表 | iemand met een voorbeeldfunctie |
| shii-私意 | eigen [persoonlijke] mening [gedachten] |
| shii-私意 | eigenzinnigheid; egoïsme; zelfzuchtigheid |
| shiigyaku-弑逆 | het doden (door iemand) van zijn vader [meester; heer] |
| shiin-子音 | medeklinker (letter) |
| shiiregakari-仕入れ係 | inkoper; aankoper; afnemer |
| shiireru-仕入れる | inkopen; inslaan; in voorraad nemen; opslaan |
| shiisosan-尸位素餐 | er de kantjes aflopen; niet alles doen waar men wel voor wordt betaald |
| shiite-強いて | met dwang [geweld] |
| shiji-四時 | de vier seizoenen (lente, zomer, herfst, winter) |
| shijigen-四次元 | vierde dimensie |
| shijin-士人 | (hist.) een intellectueel met een confucianistische opleiding |
| shijin-士人 | een geleerd en deugdzaam persoon; een persoon met een hoge opleiding of status |
| shijin-至人 | iemand die de geheimen van Tao heeft doorgrond |
| shijisha-支持者 | aanhanger; voorstander; medestander |
| shijitai-支持体 | ondergrond voor schilderingen (zoals papier, karton, canvas, metaalplaten en muuroppervlakken) |
| shijōshinri-市場心理 | marktsentiment; stemming onder de deelnemers aan de aandelenmarkt |
| shijūkara-四十雀 | (Japanse) grijze koolmees (Parus cinereus) |
| shijutsu-施術 | uitvoering van een (medische) operatie |
| shika-しか | (met ontkenning, drukt uit een intentie of beperking) slechts; enkel; alleen |
| shika-雌花 | vrouwelijke bloem; stamperbloem (bloem met alleen een stamper) |
| shikabane-屍 | (mensen)lijk; stoffelijk overschot |
| shikai-司会 | ceremoniemeester; presentator; presentatrice |
| shikai-四海 | (boeddh.] de zeeën die de berg Sumeru aan alle vier zijden omringen |
| shikaisha-司会者 | ceremoniemeester; presentator; presentatrice |
| shikake-仕掛け | mechanisme; mechaniek; apparaat |
| shikakeru-仕掛ける | (iem.) uitdagen; initiëren; het initiatief nemen; in werking zetten |
| shikakushimen-四角四面 | vierkant [stijf; star; vormelijk; serieus; formeel] zijn |
| shikan-止観 | (een andere naam voor) Tendai boeddhisme |
| shikan-止観 | (Tendai boeddhisme) meditatie waarbij de geest zich concentreert op een enkel object, zonder afleidende gedachten |
| shikan-私感 | persoonlijke indruk [mening]; persoonlijk gevoel |
| shikanshū-止観宗 | Tendai boeddhisme |
| shikantaza-只管打座 | het volledig (geconcentreerd) zitten in zen-meditatie (zonder overige gedachten daarbuiten) |
| shikatabanashi-仕方話 | gesticulatie; het praten en tegelijk gebaren maken; spreken met veel lichaamstaal |
| shike-師家 | zenmeester; zazen-leraar |
| shike-師家 | Zazen-meester |
| shikei-師系 | kunststroming van een meester |
| shiken-試験 | examen; tentamen; test |
| shikenkijutsu-試験期日 | examendatum (en tijd) |
| shikibetsubangō-識別番号 | identificatienummer |
| shikibi-式微 | (formele term) neergang; verval; achteruitgang |
| shikiji-式次 | programmering [programma; volgorde] van ceremonies [rituelen] |
| shikiji-識字 | geletterdheid; alfabetisme; vermogen om te lezen en schrijven |
| shikinguri-資金繰り | fondsenwerving; geldinzameling; financiering |
| shikinhikidashi-資金引き出し | geldopname (uit fonds) |
| shikinseki-試金石 | toetssteen (steen gebruikt om het gehalte van edelmetalen vast te stellen) |
| shikisha-識者 | een goed geïnformeerd [intelligent; hoogopgeleid] persoon |
| shikiso-色素 | pigment; kleurstof |
| shikisochinchaku-色素沈着 | pigmentatie |
| shikisohan-色素斑 | pigmentvlek |
| shikisokuzekū-色即是空 | vorm [materie] is leegte (boeddhisme); alles is ijdelheid |
| shikkei-失敬 | pardon; sorry; groet van degene die weggaat (gebruikt meestal door mannen) |
| shikkōyaku-執行役 | uitvoerend functionaris [bestuurder; manager] (belast met de bedrijfsvoering) |
| shikō-私考 | de eigen gedachten; persoonlijke mening |
| shikō-試行 | poging; experiment |
| shikomu-仕込む | (voedsel) van te voren klaarmaken; voorbereiden (b.v. ingrediënten mengen en in vaten verpakken voor het brouwen van sake, sojasaus, miso, e.d.) |
| shikoro-錏 | nekbeschermende delen [platen] van een Japanse samoeraihelm |
| shikōsakugo-試行錯誤 | met vallen en opstaan; proefondervindelijk |
| shikuhakku-四苦八苦 | (Boeddh.) het lijden van de mensen (ondervonden in de 4 stadia van geboorte, ouderdom, ziekte en dood) |
| shikumi-仕組み | mechanisme; werking |
| shikumu-仕組む | bedenken; plannen; beramen |
| shikuramen-シクラメン | cyclaam (plant, Cyclamen persicum) |
| shīkuretto・sābisu-シークレット・サービス | de Geheime Dienst |
| shima-揣摩 | speculatie; aanname; gok |
| shima-縞 | een in stof geweven patroon van strepen (in twee of meer kleuren) |
| shimaaji-縞味 | zomertaling (soort eend: Anas querquedula) |
| shimagunikonjō-島国根性 | eilandmentaliteit; bekrompen [gesloten] mentaliteit van eilandbewoners |
| shimamono-縞物 | gestreepte geweven stof; stof met ingeweven strepen |
| shimatta-しまった | (en uitroep die wordt gebruikt wanneer men zich realiseert dat iets niet goed is gegaan) verdorie!; mijn God!; O nee! |
| shimau-仕舞う | sluiten; ophouden (met) |
| shimau-仕舞う | stoppen (met); beëindigen; tot een einde brengen |
| shimau-仕舞う | (voorafgegaan door een werkwoord in de te-vorm) (iets) afronden [helemaal afmaken] (vaak met de connotatie dat het helaas niet meer |
| shimeijunni-指名順に | in de volgorde waarin de namen worden afgeroepen |
| shimeisuru-指名する | benoemen |
| shimeitehai-指名手配 | gezocht worden door de politie; op de lijst [poster] met door de politie verdachte [gezochte] personen staan |
| shimeji-占地 | de eetbare paddenstoelen Lyophyllum shimeji |
| shimekazari-注連飾り | nieuwjaarsdecoraties (met touwen) rond heiligdommen en poorten |
| shimekiri-締め切り | het gesloten houden van ramen, deuren, etc. |
| shimenawa-注連縄 | gevlochten touw dat gebruikt wordt om een heilige plek af te bakenen of een plek te beschermen tegen kwade invloeden |
| shimeru-占める | in beslag nemen; omvatten; bevatten; vormen; beslaan; |
| shimofuri-霜降り | (afk. voor) marmering kookmethode (zeevruchten, vis of kip eerst blancheren in kokend water en dan in ijskoud water dompelen) |
| shimofuri-霜降り | wit gespikkeld [gevlekt; gemarmerd] zijn |
| shimofurizukuri-霜降り作り | marmering kookmethode (zeevruchten, vis of kip eerst blancheren in kokend water en dan in ijskoud water dompelen) |
| shimogoe-下肥 | mest (gemaakt van menselijke uitwerpselen) |
| shimojimo-下下 | mensen met een lage status; het gewone volk; de massa; de lagere klassen van de samenleving |
| shin-瞋 | (boeddh.) (één van de drie giftigheden in de menselijke ziel, of één van de tien kwaden) woede; haat |
| shina-しな | (achtervoegsel) op het moment; na; toen |
| shinadama-品玉 | het jongleren (met ballen, messen, etc.) |
| shinagaki-品書き | (restaurant) menu |
| shinansha-指南車 | oud Chinees rijtuig (met een kompas waarvan de naald altijd het Zuiden aangeeft) |
| shinantoropusu・pekinenshisu-シナントロプス・ペキネンシス | pekingmens (Homo erectus pekinensis) |
| shinasadame-品定め | beoordeling; inschatting; oordeel; commentaar; kritiek |
| shinbaru-シンバル | cimbaal (muziekinstrument) |
| shinbō-心房 | hartkamer; atrium |
| shinbochi-新発意 | pas ingewijde [toegetreden] persoon (b.v. in boeddhisme) |
| shinborizumu-シンボリズム | symbolisme |
| shinbutsu-神物 | bovenzinnelijk [transcendent] voorwerp (met verborgen krachten); talisman |
| shinbutsubunri-神仏分離 | (1868) de scheiding van Shinto en Boeddhisme (van shinto goden en boeddha's, van boeddhistische tempels en shinto heiligdommen) |
| shinbutsushūgō-神仏習合 | (theoretische) samenvloeiing van shinto en boeddhisme |
| shinchintaisha-新陳代謝 | metabolisme; stofwisseling |
| shinchō-伸張 | (computer) het decomprimeren; unzippen |
| shinchū-真鍮 | messing; (geel)koper |
| shinchūsei-真鍮製 | koper (metaal) |
| shindansho-診断書 | gezondheidsverklaring; doktersverklaring; medische verklaring |
| shindenzukuri-寝殿造り | een stijl van aristocratische residenties in de Heian-periode, met het slaapzaalgebouw in het midden van het complex |
| shindōgenso-親銅元素 | chalcofiel element |
| shinekon-シネコン | bioscoopcomplex; multiplexbioscoop (bioscoop met een groot aantal filmzalen) |
| shinema・konpurekkusu-シネマ・コンプレックス | bioscoopcomplex; multiplexbioscoop (bioscoop met een groot aantal filmzalen) |
| shinesain-シネサイン | lichtreclamebord met bewegend beeld |
| shingaku-心学 | moraalfilosofie, die het confucianisme, boeddhisme en shintoïsme combineerde, gesticht door Ishida Baigan (1685-1744) |
| shingaku-進学 | het gaan [doorstromen] naar een hogere school [universiteit] |
| shingan-心願 | smeekbede; gebed; oprechte wens; vurig verlangen |
| shingao-新顔 | een nieuwkomer; nieuw gezicht |
| shingekisuru-進撃する | (de vijand) aanvallen; bestormen; opmarcheren |
| shingenbukuro-信玄袋 | een stoffen draagtas (met platte bodem en een touwsluiting) |
| shingo-新語 | neologisme; nieuw woord |
| shingon-真言 | (afk. voor) de shingon-school van Boeddhisme |
| shingonshū-真言宗 | shingon school (esoterische stroming binnen het boeddhisme) |
| shinguru-シングル | (jas) met één rij knopen |
| shinguru-シングル | single; alleenstaande; (voor) 1 persoon; 1-persoonskamer |
| shinguruban-シングル盤 | 45 toerenplaat; plaat [cd] met één nummer |
| shingurusu-シングルス | enkele muzieknummers (oude 45 toeren platen) |
| shinguru・purēyā-シングル・プレーヤー | golfer met een eencijferig getal als handicap |
| shinhoshushugi-新保守主義 | (politiek) neoconservatisme; Nieuw Rechts |
| shinibana-死に花 | postume eer; eer [erkenning] op het einde van het leven |
| shinibasho-死に場所 | plaats van overlijden; plek om te sterven; plaats waar men zou willen sterven |
| shinidoki-死に時 | tijd(stip) van overlijden; tijd [passend moment] om te sterven |
| shinigami-死に神 | de (personificatie van de) dood; Magere Hein; de man met de zeis |
| shinigao-死に顔 | het gezicht van een dode (mens) |
| shinime-死に目 | het moment van overlijden |
| shinimizu-死に水 | het laatste (slokje) water dat men geeft aan een stervende |
| shinimonogurui-死に物狂い | wanhopige vastberadenheid; met de moed der wanhoop; een strijd op leven en dood |
| shinise-老舗 | winkelonderneming met een lange geschiedenis, die van generatie op generatie wordt voortgezet |
| shinishizumu-シニシズム | cynisme (filosofie) |
| shinishizumu-シニシズム | cynisme; cynische uitlating |
| shinitai-死に体 | (sumo) situatie waarin één worstelaar tegen het einde van het gevecht duidelijk geen kans meer heeft om te winnen (lett. dood lichaam) |
| shinjin-新人 | nieuweling; nieuwkomer; nieuw lid; rekruut; novice; groentje |
| shinjin-新人 | cro-magnonmens; moderne Homo sapiens |
| shinjin-神人 | een nobel [goddelijk] persoon; iemand met spirituele krachten |
| shinjin-神人 | (in Okinawa) een meisje die in een Shintō-heiligdom werkt |
| shinjin-神人 | God en de mens |
| shinjitai-新字体 | nieuwe (vereenvoudigde) vorm van Japanse kanji schriftstijl (na de hervorming in 1949 met de instelling van de Toyo kanji-tabel) |
| shinjiyūshugi-新自由主義 | neoliberalisme |
| shinjo-寝所 | slaapkamer; slaapplaats |
| shinjū-心中 | de zelfmoord van twee of meer familieleden |
| shinjun-浸潤 | (med.) infiltratie |
| shinka-神火 | heilige vlammen; heilig vuur |
| shinkanazukai-新仮名遣い | de nieuwe kana schrijfwijze [spelling]; de nieuwe regels voor het gebruik van kana, met name de regels zoals vastgesteld door het kabinet in 1964 |
| shinkenshōbu-真剣勝負 | een gevecht met echte zwaarden; een spel dat serieus gespeeld wordt |
| shinki-心機 | mentale toestand [houding] |
| shinki-心気 | mentaliteit; stemming; sentiment; gevoel |
| shinkigenso-親気元素 | atmofiel element (b.v. waterstof; stikstof) |
| shinkinshō-真菌症 | schimmelinfectie; mycose |
| shinkisannyūsha-新規参入者 | nieuwkomer (op de markt of in een beroep) |
| shinkō-新興 | nieuwe ontwikkeling; het opnieuw opbloeien [opkomen; herrijzen] |
| shinkoku-申告 | verklaring; mededeling; aangifte (belasting, e.d.) |
| shinkotenshugi-新古典主義 | neoclassicisme |
| shinkui-身口意 | (in Boeddhisme) een woord voor het menselijk handelen, n.l. doen, spreken en denken (lett. lichaam, mond en geest) |
| shinkuronaizudo・suimingu-シンクロナイズド・スイミング | synchroonzwemmen |
| shinkyō-心境 | gemoedstoestand; mentaliteit |
| shinkyō-新教 | protestantisme |
| shinmei-神明 | de menselijke ziel [geest] |
| shinmei-神明 | god; godheid; de goden van hemel en aarde |
| shinmetorī-シンメトリー | symmetrie |
| shinmiri-しんみり | somber; troosteloos; gedeprimeerd |
| shinnāchūdoku-シンナー中毒 | vergiftiging door het inademen van verfverdunner |
| shinnyo-信女 | achtervoegsel voor de postume Boeddhistische naam van een vrouw |
| shinnyū-新入 | het nieuw intreden [binnenkomen] |
| shinnyū-新入 | nieuwkomer |
| shinnyūsha-新入者 | nieuwkomer; nieuwe employé [werknemer] |
| shinnyūzai-侵入罪 | inbraak met diefstal |
| shinobiai-忍び会い | geheime ontmoeting; rendez-vous |
| shinobinai-忍びない | het niet kunnen opbrengen om; met tegenzin iets doen; (iets) niet kunnen verdragen |
| shinodake-篠竹 | kleine bamboesoort (met smalle bladeren) |
| shinpin-神品 | meesterwerk; kalligrafie [schilderij] van de hoogste kwaliteit |
| shinpō-新法 | nieuwe methode |
| shinrai-新来 | een nieuwkomer |
| shinrai-新来 | iets nieuws; iets dat zojuist aangekomen [net gearriveerd] is |
| shinraisha-新来者 | een nieuwkomer |
| shinrinyoku-森林浴 | (lett. bos baden) tot rust komen [relaxen] in het bos |
| shinriteki-心理的 | psychologisch; mentaal; psychisch |
| shinrō-心労 | mentale uitputting [vermoeidheid] |
| shinryō-診療 | medisch onderzoek; medische behandeling |
| shinsatsu-診察 | medisch onderzoek |
| shinseinin-申請人 | aanvrager; aanmelder |
| shinseisha-申請者 | aanvrager; aanmelder |
| shinseisho-申請書 | aanvraagformulier; aanmeldformulier |
| shinsekigenso-親石元素 | lithofiel element |
| shinsen-振戦 | (medisch) tremor; trilling |
| shinsen-新選 | (op)nieuw samengesteld [geselecteerd; bewerkt] zijn |
| shinsen-深浅 | (van afmeting) diepte |
| shinsen-神仙 | een wijze [heremiet] met bovennatuurlijke krachten |
| shinsensenmō-振戦せん妄 | delirium tremens |
| shinshi-進士 | (Nara-Heian periode in Japan) iemand die na een overheidsexamen in het Ministerie van Riten en Ceremoniën wordt toegelaten |
| shinshi-進士 | (Oud China) iemand die is geslaagd voor een examen om in overheidsdienst te treden |
| shinshitsu-寝室 | slaapkamer; slaapvertrek |
| shinshitsu-心室 | hartkamer |
| shinshitsusaidō-心室細動 | hartkamerfibrileren |
| shinshutsu-新出 | het voor het eerst voorkomen [verschijnen] (b.v. van een woord of kanji in een studieboek) |
| shinso-神祖 | erenaam voor Ameterasu Omikami (godin van de zon in de Japanse mythologie) |
| shinsui-薪水 | het hout verzamelen en water halen (zoals vroeger nodig voor het huishouden) |
| shintaihappu-身体髪膚 | het hele (menselijk) lichaam (kop tot teen; huid en haar) |
| shintaikatsudō-身体活動 | lichamelijke [fysieke] activiteit |
| shintaikensa-身体検査 | lichamelijk [medisch] onderzoek |
| shintairiku-新大陸 | het nieuwe continent; de Nieuwe Wereld (Amerika) |
| shintaishi-新体詩 | nieuwe stijl (Japanse) poëzie (door Westerse invloeden in de vroege Meiji-periode) |
| shintaishōgaisha-身体障害者 | lichamelijk gehandicapte (persoon); persoon met een lichamelijke beperking |
| shintaiukagai-進退伺い | informele aankondiging van ontslagneming |
| shintakuginkō-信託銀行 | trust bank (die cliënten in staat stelt transacties met elkaar te verrichten door middel van contracten die trusts genoemd worden) |
| shinten-親展 | Vertrouwelijk (op een brief, document of envelop) |
| shintetsugenso-親鉄元素 | siderofiel element (b.v. goud, kobalt, ijzer) |
| shintōsei-浸透性 | permeabiliteit; doorlaatbaarheid; doordringbaarheid |
| shinzai-浸剤 | (med.) infuus |
| shinzan-新参 | nieuwkomer; nieuwe werknemer; de persoon die een nieuwe functie gaat bekleden |
| shin'ai-親愛 | intieme [hechte] vriendschap |
| shin'i-瞋恚 | (boeddh.) (één van de drie giftigheden in de menselijke ziel, of één van de tien kwaden) woede; haat |
| shin'inshōshugi-新印象主義 | neo-impressionisme |
| shin'yaku-新薬 | een nieuw medicijn |
| shin'yakuseisho-新約聖書 | het Nieuwe Testament |
| shin'yōtorihiki-信用取引 | krediettransactie; margehandel (beleggen met geleend geld) |
| shin・gādo-シン・ガード | scheenbeschermer |
| shioai-潮合い | het moment van de afwisseling van eb en vloed |
| shiodoki-潮時 | het moment van de afwisseling van eb en vloed |
| shiodoki-潮時 | het juiste moment; een goede gelegenheid; kans |
| shioiri-潮入り | het binnenstromen van zeewater bij vloed |
| shiokagen-塩加減 | (mate van) zoutheid; op smaak gebracht met de juiste hoeveelheid zout |
| shiokara-塩辛 | een pasta van gedroogde en gefermenteerde vis (inktvis, schaaldieren, visingewanden, etc.) |
| shiomushi-塩蒸し | het stomen met zout; voedsel dat is gestoomd met zout |
| shionizumu-シオニズム | zionisme |
| shiozakai-潮境 | de plek waar twee verschillende zeestromingen samenkomen |
| shiozake-塩鮭 | gezouten zalm (vaak gegrild gegeten bij een traditioneel Japans ontbijt, samen met een kom rijst en misosoep) |
| shioze-塩瀬 | een zijden stof, geweven met dikke inslagdraden om horizontale ribbels te creëren |
| shippaisuru-失敗する | mislukken; zakken (voor een examen, etc.); tekortschieten; iets verknallen [verknoeien]; een flater slaan; een domme fout begaan |
| shippe-竹篦 | een tik (geven) met de wijsvinger en middelvinger op iemands hand [pols] |
| shippe-竹篦 | (boeddh.) een bamboestok, gebruikt door Zenmeesters om leerlingen met een tik wakker te houden bij de meditatie |
| shippei-竹篦 | een tik (geven) met de wijsvinger en middelvinger op iemands hand [pols] |
| shippei-竹篦 | (boeddh.) een bamboestok, gebruikt door Zenmeesters om leerlingen met een tik wakker te houden bij de meditatie |
| shippi-櫛比 | het (dicht bij elkaar) in een rij staan; een rij vormen |
| shippitsusha-執筆者 | schrijver; auteur; medewerker [bijdrager] (aan publicaties) |
| shiraae-白和え | een salade met tofu, witte sesam en witte miso |
| shirabakureru-しらばくれる | zich van de domme houden; doen alsof je iets niet weet; onwetendheid veinzen |
| shirabe-調べ | toon; melodie; muziekstuk |
| shirabe-調べ | het bespelen van een muziekinstrument |
| shirabe-調べ | (afk. voor) de spandraden van een dubbelzijdige trommel |
| shirabenoo-調べの緒 | de spandraden van een dubbelzijdige trommel |
| shirabyōshi-白拍子 | en soort ritme in gagaku muziek |
| shirahari-白張 | een met wit papier beplakt voorwerp, zoals b.v. een lantaarn, parasol, e.d. |
| shiraito-白糸 | (arch. vrouwentaal) sōmen-noedels |
| shiraito-白糸 | (metafoor voor) iets dat dun en wit is |
| shīrakansu-シーラカンス | coelacant (grote beenvis: Coelacanthiformes) |
| shirako-白子 | hom (klier met teelvocht van vissen) |
| shiraku-刺絡 | aderlating; bloedafname |
| shiranui-不知火 | bioluminescentie, het uitstralen van licht door organismen in zee |
| shirase-知らせ | bericht; kennisgeving; mededeling |
| shiraseru-知らせる | (iem.) informeren; laten weten; mededelen |
| shiratsuyu-白露 | witte {glinsterende] dauw (bij de overgang van zomer naar herfst) |
| shiraume-白梅 | (witte) Japanse abrikoos (Prunus mume) |
| shireifune-司令船 | (van een ruimteschip) commando module; bemanningscompartiment |
| shirimetsuretsu-支離滅裂 | inconsistentie; onsamenhangendheid |
| shirinuke-尻抜け | vergeetachtigheid; niet onthouden wat men zegt; het ene oor in en het andere oor uit laten gaan |
| shiriomo-尻重 | luiaard; luilak; luiwammes; nietsnut |
| shiritori-尻取り | een Japans woordspel (waarbij spelers om de beurt een woord zeggen dat begint met de laatste lettergreep (kana) van het vorige woord) |
| shiritsu-市立 | gemeente |
| shiritsubyōin-市立病院 | stadsziekenhuis; gemeenteziekenhuis |
| shirizoku-退く | ontslag nemen; zich terugtrekken (uit een positie) |
| shiroashige-白葦毛 | lichtgrijs, schimmel(kleur) |
| shiroi-白い | schoon; smetteloos |
| shiron-私論 | persoonlijke mening; eigen standpunt |
| shironezumi-白鼠 | trouwe [betrouwbare] werknemer [bediende] |
| shirotaku-白タク | een personenauto met witte kentekenplaat, gebruikt als taxi |
| shiroza-シロザ | melganzenvoet; witte ganzenvoet (Chenopodium album var. album) |
| shiru-知る | te weten komen; vernemen |
| shirubāshijō-シルバー市場 | markt [verkoop] (met producten) gericht op de ouderen |
| shirubā・māketto-シルバー・マーケット | markt [verkoop] (met producten) gericht op de ouderen |
| shirubā・shīto-シルバー・シート | zitplaatsen voor senioren en gehandicapten (in bus, trein, metro, etc.) |
| shīrudokōhō-シールド工法 | schild methode (constructiemethode voor het boren van tunnels, met een tunnelboormachine) |
| shiruko-汁粉 | zoete rode bonensoep met (gebakken) rijst cakes |
| shiryō-試料 | monster; specimen |
| shiryōhensan-史料編纂 | bundeling, samenvoeging historisch materiaal |
| shisaku-試作 | prototype; experimenteel product |
| shisei-姿勢 | stellingname; houding; standpunt; opvatting |
| shisei-市井 | een plek waar mensen samenkomen (vroeger in China was dat rond de waterput); dorp; straat; plein |
| shisei-市制 | gemeentewetten |
| shisei-市制 | lokale overheid; gemeente |
| shisei-市政 | gemeentelijke overheid; lokale overheid; gemeentebestuur; stadsbestuur |
| shisei-試製 | proefproductie; proeffabricage; experimentele productie |
| shisei-詩聖 | grote dichter; meester-dichter [-dichteres] |
| shiseikaikaku-市政改革 | gemeentelijke hervorming(en) |
| shiseki-咫尺 | ontmoeting met [audiëntie bij] iemand van hoge status |
| shisenwakashū-私撰和歌集 | privéverzameling van waka-gedichten |
| shīshī-シーシー | kubieke centimeter (cc) |
| shishi-師資 | meester en leerling; leraar en student; de relatie tussen meester en leerling |
| shishi-師資 | meester; leraar |
| shishiku-獅子吼 | (boeddh.) de zuivere [krachtige] waarheid prediken (en woord dat de preken van Boeddha vergelijkt met de kracht van het gebrul van een leeuw) |
| shishin-私信 | vertrouwelijke [geheime] correspondentie |
| shishin-私心 | egoïsme; eigenbelang |
| shishin-視診 | uitwendig medisch onderzoek |
| shishisonson-子子孫孫 | de nakomelingen; het nageslacht |
| shishitsu-私室 | privékamer; privé ruimte; eigen kamer |
| shisho-四書 | de vier klassieke (door Zhu Xi geselecteerde) confucianistische boeken (de Grote Leer, Doctrine van het midden, Gesprekken van Confucius, en Mencius) |
| shishō-師匠 | meester; leraar; instructeur |
| shishō-支障 | obstakel; hindernis; belemmering |
| shisho-死所 | de plaats van overlijden; de plek waar men sterft |
| shisho-私書 | (persoonlijke) correspondentie [brief]; persoonlijk (geschreven) document |
| shisho-私書 | geheime correspondentie |
| shishōbō-四攝法 | (boeddh.) de 4 methoden die de bodhisattvas gebruiken om levende wezens te leiden naar de Weg van de Boeddha |
| shishōjiko-死傷事故 | ongeluk met doden en gewonden |
| shishuku-止宿 | verblijf; onderdak; onderkomen; logies |
| shishusuru-死守する | zich wanhopig verdedigen; verdedigen met je leven; verdedigen tot de laatste man |
| shiso-始祖 | stichter; oprichter; initiatiefnemer; (stam)vader |
| shisō-詩宗 | een gerenommeerd dichter |
| shisoku-四則 | de 4 wiskundige (basis) rekenmethoden (optellen, aftrekken, vermenigvuldigen, en delen) |
| shison-子孫 | nakomeling; nazaat; afstammeling; telg |
| shisshiki-湿式 | natte methode; methode waarbij vloeistof wordt gebruikt |
| shisshō-失笑 | gedwongen lach; gelach op een ongelegen moment; lach die je niet kan inhouden |
| shissō-執奏 | het overbrengen van een mening aan de keizer [vorst] |
| shissoku-失速 | stagnatie; achteruitgang; afname |
| shīsu-シース | (Eng. sheath) etui (voor potloden, pennen, messen, e.d.) |
| shisū-指数 | index(nummer); exponent |
| shisutemu・hausu-システム・ハウス | een bedrijf dat op maat gemaakte software en kant-en-klare systemen voor klanten ontwikkelt en verkoopt |
| shisutemu・kitchin-システム・キッチン | systeem keuken (een keuken die uit losse elementen naar keuze wordt opgebouwd) |
| shita-舌 | tong (klep) in een blaasinstrument |
| shitabi-下火 | het (langzaam) uitgaan [onder controle komen] van vuur; minder hard branden |
| shitadai-舌代 | bericht; mededeling |
| shitagau-従う | gehoorzamen; (na)volgen |
| shitai-四諦 | de vier grote waarheden in het Boeddhisme |
| shitai-肢体 | armen en benen; ledematen |
| shitaji-下地 | fundering; fundament; basis |
| shitajita-下下 | mensen met een lage status; het gewone volk; de massa; de lagere klassen van de samenleving |
| shitajitoryō-下地塗料 | primer; onderlaag |
| shitakirisuzume-舌切り雀 | de mus met de afgesneden tong (Japans sprookje) |
| shitamu-湑む | vocht opnemen met een doek |
| shitamuki-下向き | (de blik) naar beneden gericht; met de ogen naar beneden |
| shitanuri-下塗り | (verf) onderlaag; primer |
| shitāru-シタール | (Hindi.: sitār) sitar (muziekinstrument) |
| shitashigoto-下仕事 | voorwerk; voorbereidend werk; aangenomen werk |
| shitashimu-親しむ | iemand goed leren kennen; bevriend zijn [worden] met; op vriendschappelijke voet staan met; vertrouwd raken met |
| shitashoku-下職 | onderaannemer |
| shitatameru-認める | organiseren; stappen ondernemen |
| shitauke-下請け | onderaannemerscontract; subcontract |
| shitaukegaisha-下請け会社 | onderaannemer; onderaannemersbedrijf |
| shitaukegyōsha-下請け業者 | onderaannemer |
| shitaukekigyō-下請け企業 | onderaannemer |
| shitaukenin-下請け人 | onderaannemer |
| shitei-子弟 | jonge mensen; jongeren |
| shitei-師弟 | meester en leerling; leraar en student |
| shiteitoshi-指定都市 | decretaal gedesigneerde stad (met meer dan 500.000 inwoners, en met fiscale en bestuurlijke bevoegdheden, die gelijk zijn aan die van prefecturen) |
| shiteki-指摘 | aanwijzing; indicatie; commentaar |
| shitekiyuibutsuron-史的唯物論 | het historisch materialisme |
| shiti・manējāseido-シティ・マネージャー制度 | (city-manager government) gemeenteraadsbestuur |
| shītopairu-シートパイル | metalen beschoeiing [damwand] (voor grondwerkzaamheden) |
| shītopia-シートピア | seatopia (experimentele onderwater habitat door Japan ontwikkeld in de jaren 1970) |
| shitoyaka-淑やか | beleefd; welgemanierd; verfijnd; elegant; damesachtig |
| shitsu-室 | kamer |
| shitsudokei-湿度計 | hygrometer; vochtmeter; vochtigheidsmeter |
| shitsugen-失言 | verspreking; ongepaste opmerking |
| shitsuji-執事 | (hist.) hofmeester; bediende; dienaar |
| shitsumeishi-失名氏 | een anonieme persoon; anonymus; naamloze |
| shitsunai-室内 | binnen; binnenskamers; binnenshuis; het interieur van een kamer [gebouw] |
| shitsunaigaku-室内楽 | kamermuziek |
| shitsunaiondo-室内温度 | kamertemperatuur |
| shitsuon-室温 | kamertemperatuur |
| shitsuryōbunsekihō-質量分析法 | massaspectrometrie |
| shittakaburi-知ったかぶり | het veinzen [voorwenden] (dat men alles weet of helemaal op de hoogte is) |
| shitten-失点 | (in een spel of wedstrijd) een verloren punt; een punt dat men zomaar weggeeft |
| shiun-紫雲 | (in Boeddhisme) de wolk waarop de boeddha Amida gelovigen op hun sterfbed tegemoet treedt |
| shiya-視野 | gezichtspunt; oogpunt; standpunt; mening |
| shiyakusho-市役所 | stadhuis; gemeentehuis |
| shiyōnin-使用人 | employé; werknemer; bediende |
| shiyōsha-使用者 | gebruiker; consument |
| shiyūdōtai-雌雄同体 | hermafroditisme |
| shiyūmozaiku-雌雄モザイク | (biologie) gynandromorfisme (dieren die uiterlijk sterk op een mannetje lijken, maar toch een vrouwtje zijn) |
| shiza-視座 | standpunt; gezichtspunt; mening |
| shizā・katto-シザー・カット | een knip [het knippen] met een schaar |
| shizei-市税 | gemeentebelasting; gemeentelijke belasting |
| shizengenshō-自然現象 | natuurfenomeen; natuurlijk fenomeen |
| shizengenso-自然元素 | natuurlijk element |
| shizenshugi-自然主義 | naturalisme |
| shizumu-沈む | naar beneden gaan; ondergaan; zinken; onder water komen te staan; wegzakken; verzakken |
| shī・ai-シー・アイ | samengestelde index (Composite Index) |
| shī・dī・āru-シー・ディー・アール | CD-R, compact disc recordable (kan slechts één keer worden beschreven, daarna meerdere keren worden gelezen) |
| shī・emu-シー・エム | (contract manufacturer) onderaannemer |
| shī・emu-シー・エム | (commercial message) commerciële reclameboodschap |
| shī・emu-シー・エム | (customer management) klantenbeheer; relatiebeheer |
| shī・emu-シー・エム | (construction management) bouwmanagement |
| shī・esu-シー・エス | (customer satisfaction) klanttevredenheid |
| shī・ī・ō-シー・イー・オー | (chief executive officer) president-directeur; algemeen directeur |
| shō-少 | (in kanji combinaties) klein; weinig; schamel; luttel |
| shō-捷 | (in combinatie met andere kanji) snel; vlug |
| sho-暑 | warmste tijd (van het jaar); hete zomer; hondsdagen |
| sho-書 | (in kanji combinaties) schrijven; schrijfwerk; kalligrafie; brief; boek; document |
| sho-書 | (afk. voor) het Boek der Documenten (Chinees historisch werk) |
| shō-省 | ministerie; departement |
| shō-笙 | blaasinstrument dat wordt gebruikt voor traditionele Japanse gagaku muziek |
| shō-証 | (med.) de toestand van een patiënt |
| shoan-書案 | kladversie van een tekst [document, brief, e.d.] |
| shōatsuyaku-昇圧薬 | vasopressor (medicijn) |
| shōatsuzai-昇圧剤 | vasopressor (medicijn) |
| shōbaigi-商売気 | handelsgeest; zakelijk inzicht; commerciële instelling |
| shōbainin-商売人 | animeermeisje; geisha |
| shōban-相伴 | deelname; participatie |
| shobiku-しょびく | meesleuren; met geweld meetrekken |
| shōbinisumu-ショービニスム | chauvinisme: overdreven patriottisme |
| shōbinizumu-ショービニズム | chauvinisme |
| shobō-書房 | studeerkamer |
| shobun-処分 | het afstand doen [zich ontdoen] van; (uit)verkopen; opruimen; weggooien; verwijderen |
| shochi-処置 | (med.) behandeling |
| shōchi-勝地 | plaats met goed uitzicht; schilderachtige plek; plaats van historisch belang |
| shōchi-招致 | oproep; ontbieding; sommering; uitnodiging |
| shōchikubai-松竹梅 | (metafoor voor rangschikking van niveaus) hoogste [eerste] rang (松), middelste [tweede] rang (竹), en laagste [derde] rang (梅) |
| shōchikubai-松竹梅 | den, bamboe en pruimenboom (in Japan symbolen van geluk, en gebruikt bij decoraties van feesten, e.d.) |
| shōchikubai-松竹梅 | den, bamboe en pruimenboom (omdat ze alle drie goed tegen de kou kunnen, worden ze in China ook wel de Drie Vrienden van de Winter genoemd) |
| shōchisuru-承知する | instemmen met; goedkeuren |
| shochō-初潮 | de eerste menstruatie |
| shōchōshugi-象徴主義 | symbolisme |
| shochū-暑中 | midden in de zomer; in het heetst van de zomer |
| shochū-書中 | tekstuele bronnen (zoals boeken, documenten, brieven, e.d.) |
| shōchūhaibōru-焼酎ハイボール | shochu highball, Japanse cocktail (oorspronkelijk shōchū met koolzuurhoudend water en citroen, tegenwoordig ook met wodka en in allerlei smaken) |
| shodachi-初太刀 | de eerste zwaardslag; de eerste slag met een zwaard |
| shōdai-昭代 | roemrijke heerschappij; glorieus tijdperk; vreedzame en welvarende periode |
| shodan-書壇 | kalligrafie-wereld; kringen van kalligrafie-meesters |
| shōden-承伝 | overlevering; het erven en doorgeven [overnemen]; traditie |
| shōden-昇殿 | (met toestemming) de gebedshal van een heiligdom betreden |
| shōdoku-消毒 | desinfectie; ontsmetting |
| shōdokusuru-消毒する | desinfecteren; ontsmetten |
| shōdokuyaku-消毒薬 | ontsmettingsmiddel; antisepticum |
| shofū-書風 | kalligrafie stijl (.mn. met penseel); schrijfwijze; (hand)schrift |
| shōfū-松風 | (het geluid van) de wind die waait door de dennenbomen |
| shōfū-正風 | correcte houding; correct uiterlijk [voorkomen]; correcte (literaire) stijl |
| shofuku-書幅 | een hangende rol met kalligrafie erop |
| shōfūtei-正風体 | correcte houding; correct uiterlijk [voorkomen]; correcte (literaire) stijl |
| shōgai-傷害 | verwonding; (lichamelijk) letsel |
| shōgaigakushū-生涯学習 | levenslange training [oefening] (in technische vaardigheden, kunstvormen, e.d.) |
| shōgaisha-障害者 | gehandicapte persoon; persoon met een handicap; persoon met een geestelijke of lichamelijke beperking |
| shōgaishakenrijōyaku-障害者権利条約 | Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (New York, 13-12-2006) |
| shōgaishakyōiku-障害者教育 | special onderwijs (voor mensen [kinderen]) met een beperking |
| shogaku-初学 | iemand die voor het eerst studeert; iemand die begint met leren |
| shōgun-将軍 | shogun; groot opperbevelhebber; legerleider; generaal; veldheer (met tijdelijk mandaat van de keizer) |
| shōgyōfudōsan-商業不動産 | commercieel vastgoed; bedrijf onroerend goed (BOG) |
| shōgyōshisetsu-商業施設 | commerciële voorziening; commercieel gebouw (zoals winkelcentrum, warenhuis, outlet etc.) |
| shōhai-賞牌 | medaille |
| shōhen-小片 | klein stukje; fragment; brokstuk; scherf |
| shōhikigen-消費期限 | de vervaldatum (voornamelijk van voedsel); de uiterste houdbaarheidsdatum [gebruiksdatum] |
| shōhisha-消費者 | consument |
| shōhishabukka-消費者物価 | consumentenprijs |
| shōhishakōdō-消費者行動 | consumentengedrag |
| shōhishanundō-消費者運動 | consumenten organisatie (ter bescherming van consumentenbelangen) |
| shōhishashinraikan-消費者信頼感 | consumentenvertrouwen |
| shōhisuru-消費する | verbruiken; consumeren |
| shōhyō-商標 | handelsmerk; merknaam; handelsnaam |
| shōhyō-証票 | bewijsstuk; certificaat; echtheidsdocument |
| shōhyōken-商標権 | merkenrecht; handelsmerkrecht |
| shōhyōtōroku-商標登録 | handelsmerk registratie |
| shoin-所員 | (kantoor)medewerker; personeel; staf |
| shoin-書院 | de kamer van de abt in zen-boeddhistische tempels |
| shoin-書院 | studiezaal; studeerkamer; leeszaal |
| shoin-書院 | Japanse kamer in shoin stijl |
| shōin-証印 | zegel; stempel (op een document, certificaat, e.d.) |
| shōji-少時 | korte tijd; moment; ogenblik |
| shōji-生死 | van geboorte tot dood; een mensenleven |
| shōji-障子 | traditionele Japanse schuifdeur gemaakt van een houten raamwerk met (rijst)papier |
| shojihin-所持品 | persoonlijke bezittingen [eigendommen] |
| shōjiru-生じる | produceren; opbrengen; genereren; voortkomen uit; veroorzaken; teweegbrengen; verwekken |
| shōjō-小乗 | (stroming in het boeddhisme) Hinayana (het mindere voertuig) |
| shōjo-少女 | (jong) meisje; jonge vrouw; maagd |
| shojō-書状 | (afk. voor) (priester) functionaris in een Zen tempel belast met correspondentie; secretaris |
| shōjō-清浄 | zuiverheid; schoon en onbesmet zijn |
| shōjō-症状 | symptoom; medische conditie (van een patiënt) |
| shojōjisha-書状侍者 | (priester) functionaris in een Zen tempel belast met correspondentie; secretaris |
| shōka-上下 | mensen met een hoge status [rang] en mensen met een lage status [rang] |
| shoka-初夏 | vroege zomer; vroeg in de zomer; in het begin van de zomer |
| shōka-消化 | het opnemen [verwerken] van informatie; absorptie; voltooiing |
| shokai-初会 | eerste ontmoeting; het voor de eerste keer bijeenkomen |
| shokai-所懐 | iem.'s gedachten [mening; opinie; indruk] |
| shōkaiha-小会派 | kleine (politieke) fractie; kleine parlementaire groepering [stroming] |
| shokan-所感 | iem.'s gedachten [mening; opinie; indruk] |
| shokansen-初感染 | primaire besmetting [infectie] |
| shokei-初経 | menarche; eerste menstruatie |
| shōkei-小径 | kleine diameter of radius |
| shokei-書契 | geschreven belofte; promesse |
| shokei-書契 | iets dat opgeschreven is; document; brief |
| shokei-書痙 | schrijfkramp; grafospasme |
| shōken-小見 | kortzichtigheid; bekrompen blik [mening] |
| shoken-所見 | mening; indruk; bevinding |
| shōkentorihikiiinkai-証券取引委員会 | Securities and Exchange Commission (SEC) (Amerikaanse toezichthouder van verschillende effectenbeurzen) |
| shōkessetsu-小結節 | (med.) knobbeltje |
| shōki-将器 | (een persoon met) het vermogen [de capaciteiten] om generaal te kunnen zijn |
| shōki-沼気 | moerasgas; methaan |
| shokku-ショック | (medisch) shock |
| shokō-諸公 | (term voor het respectvol aanspreken van een aantal mensen) dames en heren; hooggeëerd publiek |
| shōko-鉦鼓 | bronzen gongtrommel (een combinatie van gong en trommel) |
| shōkōi-商行為 | commericiele handeling [activiteit; transactie] |
| shōkōkaigisho-商工会議所 | Kamer van Koophandel |
| shokudōraku-食道楽 | bourgondiër; gourmet; fijnproever |
| shokuin-職員 | personeel; medewerker; personeelslid; staflid |
| shokujin-食人 | kannibalisme; antropofagie |
| shokujiryōhō-食事療法 | medisch dieet; dieet therapie |
| shokuju-植樹 | het planten van bomen |
| shokuminchishugi-植民地主義 | kolonialisme |
| shokun-諸君 | (term voor het beleefd aanspreken van een aantal mensen, vaak m.b.t. een geheel mannelijk gezelschap) geachte aanwezigen |
| shokutaku-嘱託 | tijdelijke aanstelling; parttime werk |
| shokuten-食店 | (term uit de Meiji periode) eethuis; eetgelegenheid; restaurant |
| shokutsū-食通 | gourmet; fijnproever |
| shokuyōgaeru-食用蛙 | (andere naam voor) Amerikaanse stierkikker [brulkikker] (Lithobates catesbeianus) |
| shokuzen-食膳 | (gerecht op) een klein eettafeltje (of dienblad met pootjes) |
| shokyō-書経 | het Boek der Documenten (Chinees historisch werk) |
| shōkyo-消去 | verwijdering; uitwissing (van filmopnames, gegevens, e.d.) |
| shōkyohō-消去法 | de methode van eliminatie; eliminatieproces |
| shōmakyō-照魔鏡 | een spiegel die ware aard van de mens [samenleving] onthult |
| shōman-小満 | (één van de 24 zonnetermen van de maankalender) de 8ste term (rond 21 mei van de zonnekalender) |
| shomen-書面 | document; geschrift; akte |
| shomin-庶民 | het (gewone) volk; de gewone mensen |
| shōmu-商務 | (commerciële) zaken; handelsaangelegenheid |
| shomu-庶務 | algemene zaken |
| shōmyō-声明 | het zingen van boeddhistische teksten (in het Sanskriet of Chinees; m.n. in Tendai- en Shingon boeddhisme) |
| shōmyō-小名 | (Edo-periode) een feodale heer met een relatief klein grondgebied |
| shōnen-正念 | mindfulness (vorm van boeddhistische meditatie) |
| shōnenba-正念場 | het moment van de waarheid; een keerpunt (in het leven); alles-of-niets [erop-of-eronder] situatie |
| shonetsu-暑熱 | zomerhitte |
| shōnetsujigoku-焦熱地獄 | inferno; brandende hel (de zesde hel van de acht in het Boeddhisme) |
| shōninzū-少人数 | een klein aantal mensen |
| shōnotsuki-小の月 | korte maand (met minder dan 31 dagen) |
| shonyū-初乳 | colostrum; biest; voormelk (de eerste melk na een bevalling) |
| shoppiku-しょっぴく | meesleuren; met geweld meetrekken |
| shōrai-将来 | de (nabije) toekomst; de komende tijd |
| shōrai-松籟 | het geluid van de wind die waait door pijnbomen |
| shōraisuru-招来する | uitnodigen; laten overkomen |
| shōrō-鐘楼 | (bij boeddhistisch tempel) open hal met de tempelbel |
| shōroku-抄録 | abstract; uittreksel; samenvatting |
| shōroku-詳録 | gedetailleerd verslag; uitgebreide documentatie [informatie] |
| shoron-所論 | (mijn) mening [standpunt; theorie] |
| shorui-書類 | document; formulier; akte |
| shoruisōken-書類送検 | doorsturing [verwijzing; renvooiering] van een strafzaak met bewijstukken, geschriften, documenten e.d. |
| shoryō-所領 | domein; (bestuurs)gebied |
| shosai-書斎 | studeerkamer, annex privé bibliotheek |
| shōsei-小生 | (formeel, bescheiden, mannelijk taalgebruik) ik |
| shosei-書聖 | meester-kalligraaf; meester in de kalligrafiekunst |
| shosen-所詮 | uiteindelijk; ten slotte; immers; per slot van rekening |
| shōsenkyoku-小選挙区 | een klein [enkelvoudig] kiesdistrict (met één zetel) in Japan |
| shōsenkyokuhireidaihyōheiritsusei-小選挙区比例代表並立制 | kiesstelsel bestaande uit kiesdistricten met één zetel en proportioneel vertegenwoordigde kiesdistricten met meerdere zetels |
| shōsenkyokusei-小選挙区制 | kiestselsel van kiesdistricten met één zetel |
| shōsetsu-小雪 | één van de 24 zonnetermen (van de zonnekalender, ca.. 22 nov.) |
| shosetsu-所説 | mening; visie; bewering; verklaring |
| shosetsu-諸説 | verschillende meningen [theorieën; verklaringen] |
| shoshi-諸姉 | (gebruikt als aanspreektitel) geachte dames; (u; jullie) |
| shoshi-諸氏 | vele [alle] mensen; iedereen |
| shoshiki-書式 | formulier; formaat; opmaak (een vaste manier om documenten te schrijven, zoals b.v. certificaten) |
| shōshikōreika-少子高齢化 | een dalend geboortecijfer in combinatie met een vergrijzende bevolking (resulterend in demografische krimp) |
| shoshin-初診 | het eerste medisch onderzoek |
| shosho-処暑 | de periode (rond 23 augustus) wanneer de zonnestand op 150 lengtegraad is en de zomerhitte afneemt (1 van de 24 graadverdelingen van de zonnekalender) |
| shōsho-小暑 | het (milde) begin van de steeds warmer wordende zomerperiode (rond 7 juli) |
| shoshō-書証 | documentair bewijs; bewijsstuk; bewijsmateriaal |
| shōsho-消暑 | afkoelen; de zomerhitte verslaan |
| shōshu-摂取 | (boeddhisme) redding [verlossing; bevrijding] van levende wezens |
| shōsō-聖僧 | een (boeddhistische) priester met een hoog niveau van geleerdheid en wijsheid |
| shōsō-聖僧 | boeddhistisch beeld (m.n. van Manjushri) in de monnikenhal (Zenboeddhisme), of aan het hoofd van de eetzaal |
| shosō-諸相 | verschillende aspecten [verschijningen; fasen; vormen] |
| shōsoku-消息 | beweging en rust; komen en gaan; eb en vloed |
| shōsokutsū-消息通 | een kenner; insider; goed geïnformeerd persoon; |
| shotaiken-初体験 | de eerste ervaring [belevenis]; de eerste keer dat men iets doet |
| shotaimen- 初対面 | de eerste ontmoeting (met iemand) |
| shōten-昇天 | Hemelvaart (van Christus) |
| shōto-ショート | (short selling) het verkopen van effecten die men niet in eigen bezit heeft (om snel te kunnen anticiperen op koerswisselingen) |
| shotō-初等 | elementair onderdeel; het beginnersniveau |
| shōtō-小刀 | klein keukenmes; zakmes |
| shotōdaisūgaku-初等代数学 | elementaire algebra |
| shōtokēki-ショートケーキ | lagen cake of biscuitgebak met room en vruchten ertussen |
| shotoku-所得 | inkomen; inkomsten |
| shotokusuijun-所得水準 | inkomensniveau |
| shotokuwari-所得割 | inkomensafhankelijke [inkomensgerelateerde] (belasting)heffing |
| shotōsūgaku-初等数学 | de elementaire wiskunde |
| shotto-ショット | (fotografie, film) opname; shot |
| shottsuru-塩汁 | een saus gemaakt van gezouten en gefermenteerde vis (een specialiteit van Akita) |
| shou-背負う | (fig.) (de last) op de schouders dragen; verantwoordelijkheid nemen voor |
| shōyaku-生薬 | natuurgeneesmiddel; natuurlijk medicijn (plantaardig of dierlijk) |
| shōyō-称揚 | bewondering; lof; eerbetoon; compliment; applaus |
| shōyōjurin-照葉樹林 | bos bestaand uit bladhoudende loofbomen; groenblijvend bos |
| shōzen-承前 | vervolg (vermelding boven een tekst) |
| shozon-所存 | intentie; bedoeling; mening |
| shōzuru-生ずる | produceren; opbrengen; genereren; voortkomen uit; veroorzaken; teweegbrengen; verwekken |
| shū-収 | (in kanji combinaties) verzamelen; ophalen; binnenhalen |
| shū-拾 | (in kanji combinaties) oppakken; oprapen; vinden; verzamelen; krijgen; kiezen |
| shu-朱 | vermiljoen; cinnaber; rood pigment |
| shubihan'i-守備範囲 | (sport) gebied dat men geacht wordt te (kunnen) verdedigen; verdedigings-reikwijdte |
| shubiikkan-首尾一貫 | samenhang; consistentie; cohesie |
| shūchi-周知 | algemene bekendheid |
| shuchin-シュチン | (Ned.: satijn) met patroon geweven satijnen stof |
| shūchū-衆中 | temidden van veel mensen; in een grote groep mensen |
| shūchū-集中 | centralisatie; het bijeenbrengen [verzamelen] |
| shūchūchiryō-集中治療 | intensive care; intensieve (medische) behandeling |
| shūchūsuru-集中する | centraliseren; samenbrengen |
| shudai-首題 | titel van een document [brief; boekdeel] |
| shudaika-主題歌 | titelsong; titelmelodie |
| shudan-手段 | middel; methode |
| shūdan-集団 | (grote) groep; menigte |
| shūdankasuru-集団化する | een groep vormen |
| shūdensha-終電車 | (Franse film, 1980) Le Dernier Métro |
| shūekikiban-収益基盤 | inkomstenbasis; basisrendement |
| shufu-首府 | hoofdstad (waar ook de overheid meestal zetelt) |
| shuga-主我 | egoïsme |
| shugen-修験 | Japans berg ascetisme |
| shugendō-修験道 | Japans berg ascetisme (een samensmelting van verschillende religieuze stromingen, zoals Boeddhisme en Shinto) |
| shugi-主義 | principe; beginsel; dogma; -isme; doctrine |
| shūgi-宗義 | fundamentele doctrine van een geloofsgemeenschap [sekte] |
| shūgi-祝儀 | gage; fooi; gift (b.v. bloemen voor een artiest) |
| shūgi-衆議 | publieke discussie; volksraadpleging; meerderheidsbesluit |
| shūgiin-衆議院 | het (Japanse) Lagerhuis; Kamer van volksvertegenwoordigers; Tweede Kamer (der Staten-Generaal) |
| shūgō-集合 | {wiskundige) verzameling |
| shūgō-集合 | bijeenkomst; samenkomst |
| shugosuru-守護する | beschermen; bewaken; verdedigen; beveiligen |
| shugotenshi-守護天使 | beschermengel |
| shūgu-衆愚 | de domme massa; het gepeupel |
| shūgyō-終業 | het einde van een semester [schooljaar] |
| shuheki-酒癖 | gewoontes [gedrag] wanneer men dronken is |
| shuhitsu-朱筆 | correctie; verbetering; verandering (in een tekst, met rode pen (of penseel) |
| shuhō-手法 | methode; manier; techniek |
| shui-主意 | belangrijkste betekenis [idee; mening] |
| shuin-朱印 | rood zegel; rode stempelafdruk (vanaf de Muromachi periode tot de Edo-periode voor officiële documenten van het shogunaat) |
| shūin-衆院 | het (Japanse) Lagerhuis; Kamer van volksvertegenwoordigers |
| shuinsen-朱印船 | (Edo periode) handelsschip met permissie om naar het buitenland te varen |
| shuishugi-主意主義 | (psychologie) voluntarisme |
| shuji-主事 | (zenboeddhisme) opzichter; secretaris; kok; beheerder (voor 1 jaar) |
| shuji-種子 | (shingon boeddhisme) sanskriet letter (het zaad, dat een boeddha of bodhisattva vertegenwoordigt) (ook 種子-しゅうじ) |
| shūjin-囚人 | gevangene; gedetineerde (door de strafrecht herziening van 1995 formeel niet langer in gebruik) |
| shūjin-集塵 | een hoop [ophoping van] stof [afval; rommel] |
| shūjusuru-収受する | ontvangen; aannemen |
| shūkai-集会 | vergadering; samenkomst; bijeenkomst |
| shūkan-終刊 | laatste nummer van een periodieke publicatie |
| shūketsu-集結 | het (op één plek) samenkomen [verzamelen; bijeenkomen] |
| shuki-手記 | (voor zichzelf opgeschreven) notities [aantekeningen]; herinneringen; memoires |
| shūkinbukuro-集金袋 | envelop waarin men geld voor een betaling doet |
| shūkinnin-集金人 | collectant; iem. die geld inzamelt [ophaalt] |
| shukke-出家 | toetreding tot het boeddhisme (uittreding uit de mondaine wereld) |
| shukkin-出勤 | aanwezigheid [presentie] op het werk; het naar het werk gaan; op het werk komen; inklokken |
| shukkin-出金 | het opnemen [afhalen] van geld van eigen rekening |
| shūkō-就航 | in gebruiksname [in werkingstelling] (van b.v. schepen, vliegtuigen) |
| shūkō-衆口 | publieke opinie; algemeen oordeel |
| shukō-首肯 | (een knik met het hoofd als) toestemming; instemmend knikken |
| shukubō-宿坊 | vertrekken [kamers] van priesters [monniken] in een tempel |
| shukuhaku-宿泊 | verblijf; onderdak; onderkomen; logies |
| shukuhakuchi-宿泊地 | onderkomen; accommodatie; verblijfplaats |
| shukui-宿意 | mening [visie; gedachten] die men al lang heeft |
| shukujo-淑女 | respectabele [beschaafde] dame |
| shukumeiron-宿命論 | fatalisme |
| shūkurīmu-シュークリーム | (Frans: chou á la crème) roomsoesje |
| shukushō-縮小 | vermindering; korting; aftrek; afname |
| shukuyū-祝融 | (in China) de god van de zomer |
| shukyū-守旧 | conservativisme; behoudendheid |
| shūmai-シューマイ | Chinese gestoomde dumplings gevuld met vlees |
| shūmatsuiryō-終末医療 | (med.) terminale zorg |
| shūmatsukiiryō-終末期医療 | terminale (medische) zorg |
| shumei-主命 | bevel van de heerser [meester] |
| shūmei-襲名 | (bij een opvolging) de naam aannemen van een leermeester [ouder] |
| shumēru-シュメール | Soemerisch |
| shumērubunmei-シュメール文明 | Soemerische beschaving |
| shumīzu-シュミーズ | (dames)hemd |
| shunbin-俊敏 | scherpzinnig [opmerkzaam; alert] zijn |
| shunga-春画 | Japanse erotische prent, meestal als blokdruk (ukiyo-e) |
| shuninteate-主任手当て | toelage [financiële vergoeding] voor leerkrachten met aanvullende administratieve taken |
| shunji-瞬時 | oogwenk; moment; (fractie van) een seconde |
| shunkan-瞬間 | ogenblik; moment |
| shunshū-春愁 | lente melancholie [depressie] |
| shūnyū-収入 | inkomen; verdiensten; opbrengst |
| shun'ei-俊英 | een persoon met een grote bekwaamheid; een groot talent; genie |
| shupurematisumu-シュプレマティスム | suprematisme |
| shura-修羅 | Asura (krijgshaftige halfgod in het Boeddhisme en in het Hindoeïsme) |
| shūraku-集落 | woonplaats, woonkern (dorp, gehucht, stad); gemeenschap |
| shūren-修練 | geestelijke en technische training (in kunstvormen, vechtkunsten e.d.) |
| shuriken-手裏剣 | stervormig werpmes |
| shurō-鐘楼 | (bij een boeddhistisch tempel) de open hal met de tempelbel |
| shūroku-収録 | het publiceren; noteren; samenstelling; drukken |
| shūroku-収録 | het opnemen (muziek); vastleggen; filmen |
| shūroku-集録 | compilatie; samenstelling; verzameling |
| shūru-シュール | (afk. voor) surrealisme |
| shururearisumu-シュルレアリスム | surrealisme |
| shūrurearisumu-シュールレアリスム | surrealisme |
| shūryoku-衆力 | de kracht van vele mensen (tezamen); vereende krachten |
| shuryokuginkō-主力銀行 | hoofdbank van een bedrijf (de bank met de hoogste kredietwaardigheid) |
| shūsai-秀才 | (de meest) getalenteerde [briljante] persoon [student] |
| shūsan-秋蚕 | zijderups (van de soort die in de zomer tot de late herfst tot ontwikkeling komt) |
| shūsei-修正 | verbetering; correctie; rectificatie; revisie; amendement |
| shusei-守成 | overname en consolidatie van een bedrijf |
| shūsei-衆生 | alle mensen; veel mensen |
| shusha-手写 | het met de hand overschrijven [kopiëren] |
| shushi-趣旨 | doel; bedoeling; oogmerk |
| shūshinkoyōseido-終身雇用制度 | Japans systeem dat werknemers hun hele (werkzame) leven bij hetzelfde bedrijf werken |
| shushō-手抄 | handgeschreven kopie; uittreksel; samenvatting |
| shusho-朱書 | het schrijven met rode inkt |
| shūsho-秋暑 | aanhoudende (zomer)warmte in (het begin van) de herfst |
| shūshokushiken-就職試験 | een test [examen] om te kunnen beoordelen of een kandidaat geschikt is voor baan |
| shūshū-収集 | inzameling; verzameling |
| shūshūka-収集家 | verzamelaar; verzamelaarster |
| shūshuku-収縮 | krimp; samentrekking; contractie |
| shūso-臭素 | broom (chem. element) |
| shuso-首座 | (Zen-Boeddhisme) de hoogstgeplaatste monnik [priester] |
| shussesaku-出世作 | (in de kunst of literatuur) een werk dat de maker roem [erkenning; aanzien] opleverde; meesterwerk; debuut(werkstuk) |
| shusseuo-出世魚 | vissen die een verschillende namen hebben al naar gelang hun grootte en ouderdom |
| shussha-出社 | het naar [aan] het werk gaan; inklokken (aanmelden per prikklok) |
| shusshi-出仕 | (in de Meiji periode) een ambtenaar in proeftijd; tijdelijke boventallige ambtenaren |
| shusshinchi-出身地 | geboorteplaats; bakermat; plaats waar men is opgegroeid |
| shusshōchi-出生地 | geboorteplaats; de plek waar men geboren is |
| shussō-出走 | deelname aan een race |
| shūtaisei-集大成 | compilatie; verzameling |
| shutchōin-出張員 | uitgezonden functionaris, agent (namens een bedrijf) |
| shutoken-首都圏 | hoofdstedelijk gebied; stedelijke agglomeratie |
| shutokusuru-取得する | verkrijgen; verwerven; in bezit krijgen [nemen]; aankopen |
| shutsudai-出題 | het maken [uitdelen] van opgave [taak; vraagstuk] (voor een examen) |
| shutsudō-出動 | mobilisatie; uitzending (belast met een uitvoeringsopdracht, e.d.) |
| shutsujō-出場 | aanwezigheid; deelname (aan een wedstrijd etc.); inschrijving; het verschijnen; komen opdagen |
| shutsujōsha-出場者 | deelnemer |
| shutsunyū-出入 | komen en gaan; aankomst en vertrek; storting en opname (van monetaire middelen) |
| shuttei-出廷 | verschijning voor de rechter; voorkomen voor het gerecht |
| shuttō-出頭 | het verschijnen [voorkomen] (voor het gerecht of een rechtbank) |
| shuttōsuru-出頭する | (voor het gerecht of een rechtbank) verschijnen [voorkomen] |
| shūwaisuru-収賄する | smeerdgeld aannemen; zich laten omkopen |
| shūya-庄屋 | (in het Edo tijdperk) dorpshoofd; hoofdman van een dorp of plaats (voornamelijk in het Kantō gebied) |
| shuyaku-主薬 | (bij medicijnen) de basis; hoofdingrediënt; belangrijkste component |
| shūyaku-集約 | samenvatting; bij elkaar verzamelen |
| shuyu-須臾 | moment; ogenblik; tijdje |
| shuza-首座 | (Zen-Boeddhisme) de hoogstgeplaatste monnik [priester] |
| shuzai-主剤 | (van medicijnen) belangrijkste ingrediënt; hoofdbestanddeel; de basis |
| shuzai-取材 | nieuwsgaring; informatie verzamelen (voor verslaggeving) |
| shuzan-珠算 | berekeningen uitgevoerd met behulp van een telraam |
| shūzen-愁然 | melancholie; verdrietigheid; treurigheid |
| shuzumi-朱墨 | vermiljoenkleurige inkt; inkt gemaakt van vermiljoenpoeder met lijm |
| sō-壮 | een woord dat wordt gebruikt om het aantal keren te tellen van moxibustie (behandeling met brandende moxa op de huid) |
| sō-然う | (met negatie) niet zo veel; niet zo |
| sō-相 | uiterlijk; voorkomen; verschijning; gelaatsuitdrukking; gelaatstrekken |
| sobagaki-蕎麦掻き | gekookte boekweit knoedels (gegeten met met sojasaus of dipsaus) |
| sōbai-早梅 | vroege pruimenbloesems |
| sobame-側妻 | dienares(se) (van iemand met hoge status) |
| sobameshi-蕎麦飯 | een (okonomiyaki) gerecht van soba noedels en rijst, aan tafel gebakken op een metalen plaat |
| sobayōnin-側用人 | opperkamerheer van een shogun of daimyo |
| sobazue-側杖 | het ondervinden van een ramp door iets waar men zelf niets mee te maken heeft |
| sōbetsu-総別 | over het algemeen; in het algemeen; meestal |
| sōbyō-躁病 | (med.) manie |
| sōchō-曹長 | van de zelfverdedigingstroepen, algemene naam voor sergeant-majoor |
| sōdanaite-相談相手 | adviseur; mentor; vertrouweling |
| sōda・garasu-ソーダ・ガラス | natronkalkglas (soort glas, ook soda-lime-silica-glas genoemd) |
| sōde-総出 | allen tezamen [gezamenlijk] vertrekken [uitgaan] |
| sodekabā-袖カバー | mouwbeschermer (tegen vervuiling, zoals inktvlekken e.d., bij kantoorwerk) |
| sodenoshita-袖の下 | omkoping; omkoperij; smeergeld |
| sodetsukegoromo-袖付け衣 | (arch.) een jurk met lange mouwen met extra brede uiteinden; een jurk met mouwen |
| sōdō-僧堂 | (oorspronkelijk) leefruimte om daar zowel te eten en te slapen naast de zazen-meditatie |
| sōdō-僧堂 | meditatie-hal (in een zen-tempel) |
| sōdōin-総動員 | het iedereen oproepen [verzamelen; inzetten; mobiliseren] voor een bepaald doel |
| soemono-添え物 | toevoeging; aanhangsel; bijvoegsel; supplement; appendix |
| soen-疎遠 | vervreemding; verwijdering (tussen mensen) |
| sōen-蒼鉛 | bismut (chemisch element Bi) |
| sofisutikēshon-ソフィスティケーション | verfijning; raffinement; elegantie; chic |
| sofutobōru-ソフトボール | softbal (de bal waarmee softbal wordt gespeeld) |
| sofutokādo・miruku-ソフトカード・ミルク | wrongelmelk |
| sofutonomikkusu-ソフトノミックス | economische beleid dat meer gericht is op informatie en de software industrie |
| sofuto・baiku-ソフト・バイク | lichte motorfiets; bromscooter (gemotoriseerde tweewieler met een cilinderinhoud van 50 cc of minder) |
| sofuto・guzzu-ソフト・グッズ | niet-duurzame gebruiksartikelen (vooral textiel) |
| sofuto・rōn-ソフト・ローン | zachte lening (met gunstige aflossingsvoorwaarden) |
| sōga-爪牙 | een (trouwe) dienaar die zijn meester beschermt; iemands rechterhand (fig.) |
| sogai-阻害 | obstructie; blokkade; hindernis; belemmering |
| sogaisuru-疎外する | iemand op afstand houden [negeren; koeltjes behandelen; met de nek aankijken] |
| sogaisuru-阻害する | hinderen; belemmeren; blokkeren |
| sōgakari-総掛かり | het met vereende krachten ergens aan werken |
| sōgaku-奏楽 | een van de muziekinstrumenten in Kabuki |
| sōgei-送迎 | het verwelkomen en uitzwaaien [afscheid nemen) (van mensen) |
| sōgi-争議 | meningsverschil; geschil; ruzie; twist; conflict |
| sōgō-総合 | synthese; samenvoeging; integratie |
| sōgōdaigaku-総合大学 | een algemene [uitgebreide] universiteit (met faculteiten in meerdere academische vakgebieden) |
| sōgōgachi-総合勝ち | (judo) overwinning door samengestelde winst |
| sōgōgakka-総合学科 | een extra keuzevak dat op middelbare scholen wordt aangeboden naast de algemene en gespecialiseerde vakken |
| sōgōgijutsukyōiku-総合技術教育 | polytechnisme; polytechnische educatie (voor hogere theoretische en technische kennis) |
| sōgōkazei-総合課税 | belasting op verzamelinkomen |
| sōgosayō-相互作用 | interactie; wisselwerking; samenspel |
| sogoshisu-総合指数 | samengestelde index (Composite Index) |
| sōgōshōsha-総合商社 | (algemene) handelsonderneming; handelsmaatschappij |
| sōgu-装具 | accessoires; (kleine) ornamenten; sieraden |
| sōgu-装具 | uitrusting (wapenrusting; medische uitrusting; klimuitrusting e.d.) |
| sōgyō-僧形 | het uiterlijk [de gedaante] van een monnik (met een kaalgeschoren hoofd en in monnikskledij) |
| sōhaku-湊泊 | (dingen, goederen, e.d.) bijeenbrengen [verzamelen] |
| sōhaku-湊泊 | het afmeren (van schepen in een haven) |
| sōhitsu-走筆 | het snelschrijven; snelschrift met schrijfpenseel |
| sōhō-ソーホー | SOHO (Eng.: small office home office) klein kantoor; thuiskantoor |
| soin-素因 | factor; medeoorzaak; reden |
| sōinai-相違ない | onbelemmerd |
| soine-添い寝 | het samen [naast elkaar] slapen [liggen] |
| sōissō-層一層 | nog meer; in toenemende mate; des te meer |
| soji-素地 | onderbouwing; grondslag; fundament |
| sōjin-騒人 | iemand met een verfijnde (literaire) smaak |
| sōjō-相乗 | meerdere elementen versterken elkaars werking |
| sōjō-相乗 | vermenigvuldiging |
| sōjōheikin-相乗平均 | meetkundig [geometrisch] gemiddelde |
| sōjōkōka-相乗効果 | synergie; voordeel door samenwerking |
| sōkai-総会 | algemene vergadering |
| sōkaiya-総会屋 | type Japanse mafia (yakuza), dat bedrijven onder druk zet d.m.v (dreigen met) het verstoren van aandeelhoudersvergadering |
| sōkan-相関 | correlatie; samenhang |
| sōkan-総監 | hoofdbestuurder; algemeen directeur; supervisor; superintendent |
| sōkatsu-総括 | samenvatting; resumé; uittreksel |
| sōken-総見 | het bezoeken van een wedstrijd [voorstelling] met een grote groep ter aanmoediging [ondersteuning] |
| sōkensuru-総見する | met een grote groep een wedstrijd [voorstelling] bezoeken |
| sōketsu-雙闕 | een poort met een wachttoren [uitkijkpost] links en rechts ervan |
| sōki-総記 | algemene beschrijving |
| sokkin-側近 | (iemands persoonlijke) hofhouding; entourage [naaste medewerkers; staf] |
| sokkōjo-測候所 | weerstation; meteorologisch station |
| sokkoku-即刻 | onmiddellijk; meteen |
| sokkurikaeru-反っくり返る | zich hooghartig gedragen; een uitdagende houding aannemen (de borst vooruit, met opgeheven hoofd) |
| sokkyū-速球 | fastball (met grote snelheid geworpen bal) |
| sōkō-壮行 | het afscheidnemen (van iemand die op reis gaat) |
| sokō-粗肴 | een bescheiden [nederige] term voor gerechten die men een ander aanbiedt |
| sōkō-草稿 | een eerste [ruwe; voorlopige] versie; kladversie (van een document, manuscript, etc.) |
| sōkō-霜降 | de 18de van de 24 zonnetermijnen in de oude Chinese maankalender (met de ecliptische lengtegraad van de zon op 210°-225°, nu ca. 22-23 oktober) |
| sōkoban-倉庫番 | magazijnmeester |
| sōkonbokuhi-草根木皮 | wortels van kruiden en schors van bomen (gebruikt in de traditionele Chinese geneeskunde) |
| sōkonmokuhi-草根木皮 | wortels van kruiden en schors van bomen (gebruikt in de traditionele Chinese geneeskunde) |
| sōkōnotsuma-糟糠の妻 | de vrouw die met je trouwde toen je (nog) arm was |
| sokoshirenai-底知れない | bodemloos; onbegrensd; onmetelijk |
| soku-息 | (in kanji combinaties) adem; ademen; leven; rusten; rente |
| sokuchi-測地 | landmeting; aardmeting |
| sokumen-側面 | aspect; dimensie |
| sokuryō-測量 | het (op)meten; het landmeten; het peilen (van waterdiepte). |
| sokusha-速写 | snapshot; momentopname; kiekje |
| sokusu-即す | zich conformeren met; zich aanpassen aan; zich schikken naar; gebaseerd zijn op |
| sokusuru-即する | zich conformeren met; zich aanpassen aan; zich schikken naar; gebaseerd zijn op |
| sokutei-測定 | meting |
| sokuteichi-測定値 | meetwaarde |
| sokuteifunō-測定不能 | onmeetbaarheid |
| sokuteigenkai-測定限界 | meetlimiet; maximale meetwaarde |
| sokuteihō-測定法 | meetmethode |
| sokuteihōhō-測定方法 | meetmethode |
| sokuteiki-測定器 | meetinstrument |
| sokuteisōchi-測定装置 | meetinstrument |
| sokutō-即答 | een direct antwoord; het meteen antwoorden |
| sokutōsuru-即答する | meteen [direct] antwoorden |
| sōkyo-巣居 | huis; onderkomen; woning |
| sōmen-素麺 | sōmen; zomernoedels (dunne noedels die in de zomer koud worden gegeten) |
| somoji-其文字 | jij (aanspreekvorm gebruikt door hofdames) |
| sōmoku-草木 | bomen en planten; vegetatie |
| sōmon-僧門 | boeddhisme |
| sōmu-総務 | werknemer [kantoorbediende] van (de afdeling) algemene zaken |
| sōmu-総務 | (afdeling) algemene zaken |
| somurie-ソムリエ | sommelier; wijnkelner; keldermeester |
| sonarematsu-磯馴れ松 | door de (zee)wind geteisterde pijnbomen; pijnbomen (aan de kust) met laaghangende takken door de zeewind |
| sonawaru-備わる | voorzien zijn (van); uitgerust [ingericht] zijn (met) |
| sonchō-村長 | burgemeester van een dorp |
| sondai-尊台 | (formeel, beleefd t.o.v. tweede persoon) u |
| songan-尊顔 | (respectvol woord voor het gezicht van iemand anders) uw gezicht [gelaat; voorkomen] |
| songu-ソング | lied; melodie |
| sonkei-尊兄 | (respectvol gebruikt als aanspreektitel voor de tweede persoon tussen mannen met een gelijke status) u |
| sonnaha-スンナ派 | het soennisme (een van de twee grote stromingen binnen de islam, waarvan de andere het sjiisme is) |
| sonobashinogi-其の場凌ぎ | een tijdelijke maatregel; noodoplossing; een aktie ondernemen voor een tijdelijke oplossing |
| sonohigurashi-其の日暮らし | een onzeker [sober] bestaan leiden; (financieel) de eindjes aan elkaar knopen; van dag tot dag leven; het leven nemen zoals het komt |
| sonomētā-ソノメーター | sonometer |
| sonosetsu-其の節 | toen; op dat moment; in die tijd (verleden) |
| sonosetsu-其の節 | dan; op het moment (toekomst) |
| sonotame-其の為 | daarom; daardoor; als gevolg daarvan; met dat doel |
| sonzoku-尊属 | (jur.) directe afstammeling [bloedverwant] (in directe lijn, zoals ouders, kinderren, kleinkinderen, etc.) |
| sōoku-草屋 | rieten hut; huisje met rieten dak |
| sōon-宋音 | Song-lezing (de Japanse uitspraak van Chinese karakters uit de Song dynastie; vooral van woorden gerelateerd aan het Zen Boeddhisme) |
| sopurano-ソプラノ | een muziekinstrument met het hoogste toonbereik (b.v. sopraansaxofoon) |
| sora-空 | lucht; hemel |
| sorairo-空色 | hemelsblauw; azuur |
| sorane-空音 | geluid dat men meent te horen maar er niet echt is; vermeend dierengeluid |
| soratobokeru-空惚ける | zich van de domme houden; net doen alsof je het niet weet |
| soredake-其れだけ | dat is alles; alleen dat; niet meer dan dat |
| soredake-其れだけ | des te meer [minder]; zoveel als; in verhouding |
| soregashikaregashi-某彼某 | (meneer; mevrouw) zus-en-zo |
| soremade-其れまで | tot dan; tot dat moment |
| sorewasorewa-其れは其れは | (uitroep van verbazing, etc.) mijn hemel; wat jammer |
| soriddo・gitā-ソリッド・ギター | gitaar zonder klankkast en met een elektromagnetisch opneemsysteem) |
| soriddo・sutēto-ソリッド・ステート | (elektronica) vaste stof (gebruikmakend van het elektronisch fenomeen van de stof zelf) |
| sorimi-反り身 | lichaamshouding met de borst vooruit |
| sorin-疎林 | open bos; een bos met weinig bomen |
| sōrin-相輪 | een verticaal decoratief ornament bovenop een Japanse pagode |
| soroibumi-揃い踏み | (toneel) het samen op de bühne stappen; gezamenlijke opkomst |
| sōryō-総量 | totale [bruto] gewicht [volume; hoeveelheid] |
| sōryokusen-総力戦 | strijd [oorlog, actie, e.d.] met volle inzet |
| soryūshi-素粒子 | elementair deeltje |
| sosei-組成 | samenstelling; opbouw; structuur |
| sōseisuru-創製する | ontstaan; voortkomen (uit) |
| sōsekiun-層積雲 | stratocumulus (beneden 2000 meter hangende wolkenlagen) |
| sōsenkyo-総選挙 | algemene (kamer)verkiezing |
| sōsetsu-総説 | algemene discussie [bespreking]; overzicht |
| sōsha-奏者 | instrumentalist; speler; bespeler van een muziekinstrument |
| soshaku-咀嚼 | het verteren; in zich opnemen; begrijpen |
| soshakusuru-咀嚼する | verteren; in zich opnemen; verwerken; begrijpen |
| sōsharizumu-ソーシャリズム | socialisme |
| sōsharu・adobataijingu-ソーシャル・アドバタイジング | publieksreclame |
| sōsharu・danpingu-ソーシャル・ダンピング | lagere productiekosten door het werken met zeer goedkope arbeidskrachten |
| sōsharu・enjiniaringu-ソーシャル・エンジニアリング | social engineering (het met technische middelen misbruik maken van menselijke zwakheden door criminelen) |
| sōsharu・hakkingu-ソーシャル・ハッキング | sociaal hacken; het op grote schaal beïnvloeden van het gedrag en standpunten van mensen (zonder dat ze het door hebben) (Engels: social hacking) |
| sōsharu・kurakkingu-ソーシャル・クラッキング | sociaal kraken; het achter iemands wachtwoord proberen te komen [een wachtwoord kraken] buiten de computerwereld om (Engels: social cracking) |
| sōsharu・uea-ソーシャル・ウエア | kleding die gedragen wordt buiten het kantoor indien men persoonlijk met het publiek moet communiceren (Engels: social wear) |
| sōshi-創始 | het beginnen [starten] met iets nieuws; oprichting; stichting |
| sōshi-壮士 | (Meiji-periode) strijder [voorvechter] van liberaal [democratisch] gedachtegoed |
| sōshi-壮士 | (Meiji-periode) politieke opportunist [zwendelaar] |
| soshi-祖師 | (zenboeddhisme) de eretitel van opeenvolgende hogepriesters |
| soshi-素子 | element; component; onderdeel; elementair apparaat |
| sōshi-草紙 | middeleeuwse en vroegmoderne lectuur (m.n. met illustraties) |
| soshi-阻止 | blokkering; obstructie; versperring; het tegenhouden; voorkomen |
| sōshiki-相識 | een kennis; een bekende; iem. die men goed kent |
| soshiki-組織 | formatie; structuur; samenstelling |
| soshikihyō-組織票 | het stemmen in blok; blokvorming (b.v. bij verkiezingen of vakbonden) |
| soshikisuru-組織する | organiseren; vormen; samenstellen |
| soshikitōchi-組織統治 | corporate governance (gericht op verbeteren van het management) |
| soshiometorī-ソシオメトリー | sociometrie |
| sōshō-総称 | algemene [generieke] naam [term; benaming] |
| sōsho-草書 | brief; verslag; document |
| sōshoku-装飾 | versiering; ornament; decoratie |
| sōshu-双手 | beide handen [armen] |
| sōshū-爽秋 | aangename [verfrissende] herfst |
| sōsō-淙淙 | (het geluid van stromend water) gekabbel; gemurmel |
| sosogu-注ぐ | stromen in; uitmonden |
| sōsoku-総則 | algemene bepalingen; algemene voorwaarden |
| sossensuihan-率先垂範 | het initiatief [de leiding] nemen om een goed voorbeeld te stellen |
| sōsuru-奏する | (muziekinstrument) bespelen; (muziek) spelen; laten horen |
| sōsuru-奏する | rapporteren [berichten; informeren] aan de keizer |
| sōtaishugi-相対主義 | relativisme |
| sotchinoke-其方退け | het verwaarlozen; negeren; veronachtzamen |
| sotē-ソテー | sauteren (kookmethode: snel bakken op heet vuur) |
| sōtei-想定 | veronderstelling; hypothese; aanname; verwachting; inschatting |
| sōto-ソート | sorteeralgoritme |
| sotoba-卒塔婆 | stoepa; boeddhistisch stenen monument |
| sotoba-卒塔婆 | grafplank (houten plank met inscriptie op graven) |
| sotogama-外釜 | buitenpan van een rijststomer |
| sotomata-外股 | manier van lopen, met de tenen naar buiten gedraaid |
| sotonori-外法 | meting van de buitenmaat; buitenbreedte [buitenlengte] |
| sōtōshū-曹洞宗 | Sōtō Zen (een stroming binnen het Japanse Zen-Boeddhisme, ooit vanuit China geïntroduceerd door de monnik Dōgen) |
| sotsū-疎通 | doorgang zonder hinder [belemmering] |
| sotto-そっと | stiekem; heimelijk |
| sou-沿う | volgen; in lijn zijn met |
| sowaru-添わる | toevoegen; verhogen; toenemen |
| sozaisangyō-素材産業 | industriesector die zich bezighoudt met het winnen en raffineren van onbewerkte grondstoffen (b.v. staal, olie, kool, hout, etc.) |
| sōzarai-総浚い | repeteren [herhalen; opnieuw bestuderen] (hetgeen men geleerd heeft) |
| sū-数 | nummer; cijfer |
| sube-術 | (vastgestelde) methode; manier; werkwijze |
| subekukuru-統べ括る | samenvoegen; samenbrengen; bijeenvoegen |
| suberidome-滑り止め | tweede keuze school [universiteit e.d.] (als men is gezakt voor het toelatingsexamen van de eerste keuze) |
| suberu-滑る | zakken voor een examen |
| sūchi-数値 | aflezing [meetwaarde] (op een meter, pomp, etc.) |
| sūchi-数値 | numerieke waarde |
| sūchikaiseki-数値解析 | numerieke analyse |
| sudare-簾 | weefsel [textiel] met een horizontaal weefpatroon |
| sudare-簾 | weefsel uit de Yamanashi prefectuur met een stippelpatroon |
| sue-末 | nakomeling |
| sugao-素顔 | echt gezicht (zonder modificatie zoals met fotoshoppen e.d.) |
| sugata-姿 | uiterlijk; verschijning; voorkomen; gedaante |
| sugi-杉 | Japanese ceder (Cryptomeria japonica) |
| sugiru-過ぎる | overschrijden; meer [teveel] zijn dan; te ver gaan |
| sugoku-すごく | ontzettend; enorm; immens |
| sugosu-過ごす | te veel doen; te ver gaan (met) |
| sugu-直ぐ | meteen; direct; onmiddellijk |
| sugureru-優れる | (met negatie) niet goed (voelen, eruitzien, etc.) |
| sugusama-直ぐ様 | onmiddellijk; direct; meteen |
| sūhijutsu-数秘術 | numerologie |
| sui-水 | (één van de vijf elementen in de Japanse filosofie) water |
| sui-水 | (één van de vijf elementen in de Chinese filosofie) water |
| suiba-酸葉 | veldzuring (plant: Rumex acetosa) |
| suiban-水盤 | schaal voor ikebana (bloemschikken) arrangement |
| suibotsu-水没 | onderdompeling; immersie; onder water komen te staan |
| suidama-吸い玉 | glazen (ader)laatkop (medisch) |
| suidasu-吸い出す | uitzuigen; uitademen |
| suidō-水道 | watervoorziening; waterleiding; stromend water (in huis) |
| suiei-水泳 | zwemmen |
| suieisuru-水泳する | zwemmen |
| suiginkiatsukei-水銀気圧計 | kwikbarometer |
| suihi-水肥 | vloeibare mest |
| suihō-水泡 | metafoor voor vluchtigheid [verspilling] |
| suijaku-衰弱 | zwakte; uitputting; uitmergeling; wegtering |
| suijōkyōgitaikai-水上競技大会 | watersportevenement; zwemwedstrijd |
| suika-西瓜 | watermeloen |
| suikei-水系 | watersysteem (van water op het aardoppervlak, zoals rivieren, meren, e.d.) |
| suikomu-吸い込む | inhaleren; inademen; opzuigen; doorslikken |
| suimā-スイマー | zwemmer |
| suimingu-スイミング | zwemmen |
| suiminyaku-睡眠薬 | slaappil; slaapmedicatie |
| suiryōkei-水量計 | watermeter |
| suisei-彗星 | komeet |
| suisei-水星 | Mercurius (planeet) |
| suiseikaku-彗星核 | komeetkern |
| suisen-水洗 | doorspoeling; het afspoelen; met water wassen |
| suisho-水書 | waterkalligrafie (het schrijven met een penseel met water i.p.v. inkt, op een speciale ondergrond) |
| suisō-吹奏 | het bespelen van een blaasinstrumenten |
| suiso-水素 | waterstof (chem. element) |
| suisōgaku-吹奏楽 | blaasmuziek; muziek van blaasinstrumenten |
| suitai-翠黛 | (archaïsch) groen(ig) wenkbrauwpigment; groen(ige) wenkbrauwen |
| suitei-推定 | aanname; inschatting; veronderstelling |
| suiteimuzai- 推定無罪 | vermeende onschuld; vermoeden van onschuld |
| suiton-水団 | in soep gekookte (platte) meelballetjes [knoedels] |
| suiun-衰運 | afnemend vermogen |
| suiyaku-水薬 | vloeibaar medicijn; geneesmiddel in drankvorm; medicinaal drankje |
| suizan-衰残 | uitgemergeld [afgemat] zijn |
| sūji-数次 | aantal keren; meerdere malen |
| sujibaru-筋張る | formeel [stijfjes] zijn [worden] |
| sujichigai-筋違い | onredelijkheid; een tegenargument dat geen stand houdt |
| sujigaki-筋書き | samenvatting; synopsis; plot; script |
| sujigane-筋金 | metalen versterking [versteviging] |
| sujigane'iri-筋金入り | metalen versterking [versteviging] |
| sujigane'iri-筋金入り | beproefd; ervaren; door de wol geverfd; standvastig; met een sterke wil |
| sujihiki-筋引 | keukenmes; fileermes; uitbeenmes |
| sujimichi-筋道 | methode; argumentatie |
| sukai-スカイ | lucht; hemel |
| sukaipākingu-スカイパーキング | (Eng.: sky parking) parkeergarage met meerdere verdiepingen |
| sukaru-スカル | scull (roeiboot met twee riemen voor iedere roeier) |
| sukasazu-透かさず | zonder aarzeling; meteen; onmiddellijk |
| sukashi-透かし | watermerk |
| sukatorojī-スカトロジー | scatologie; studie van (fossiele) excrementen |
| suketchifon-スケッチフォン | telefoon voor doven en slechthorenden (met een display en tekstinformatie-invoer) |
| sukimasangyō-隙間産業 | niche-industrie; niche-branche (van een klein gespecialiseerd segment van de handelsmarkt) |
| sukimu・miruku-スキム・ミルク | taptemelk; magere (afgeroomde) melk |
| sukiru・inbentorī・shisutemu-スキル・インベントリー・システム | inventarisering van de vaardigheden, opleidingen en ervaringen van de werknemers van een bedrijf |
| sukiyaki-鋤焼き | sukiyaki, een Japans eenpansgerecht (met o.a. rundvlees) |
| sukiyazukuri-数寄屋造り | Japanse traditionele, verfijnde bouwstijl (waarbij elementen van een theehuis worden opgenomen) |
| sukoshimo-少しも | (met een ontkenning) niet in het minst; geenszins; helemaal niet |
| suku-梳く | (haar) (uit)kammen; (wol) kaarden |
| sukuea-スクエア | onbuigzaam; strikt; formeel |
| sukuea・sutansu-スクエア・スタンス | (bij honkbal en golf) een slaghouding met beide voeten op een lijn |
| sukuizu-スクイズ | (honkbal) een opofferingsslag met een loper op het derde honk |
| sukuizu・purē-スクイズ・プレー | (honkbal) een opofferingsslag met een loper op het derde honk |
| sukūpu-スクープ | primeur (nieuws) |
| sukuramu-スクラム | een dicht opeengepakte menigte; een menselijke keten bij een demonstratie |
| sukuranburudo・māchandaijingu-スクランブルド・マーチャンダイジング | tactiek in de detailhandel waarbij een handelaar artikelen verkoopt die doorgaans buiten zijn assortiment vallen |
| sukurappu-スクラップ | (metaal) schroot |
| sukurappu・ando・birudo-スクラップ・アンド・ビルド | methode bij het maken van een nieuwe begroting van een organisatie (inefficiënte onderdelen worden geschrapt en vervangen door nieuwe) |
| sukurēpā-スクレーパー | schraper; schraapmes; krabber |
| sukurōru-スクロール | het scrollen door een document (op een scherm) |
| sukūru・karā-スクール・カラー | karakter [kenmerken] van de school |
| sukūru・zōn-スクール・ゾーン | gebied rond een school met een snelheidsbeperking voor verkeer |
| sukuryūbōru-スクリューボール | (werptechniek bij honkbal) een bal geworpen met omgekeerde curve |
| sukyatto-スキャット | scat, het zingen van betekenisloze lettergrepen (zoals bv. doo-bee-doo-bee, meestal improviserend in jazz) |
| sukyūba・daibingu-スキューバ・ダイビング | duiken met scuba-uitrusting |
| sumaki-簀巻き | een hek in het ondiepe water van een meer of rivier om vis te vangen |
| sumātobōru-スマートボール | Japans balspel (vergelijkbaar met flipperen) |
| sumi-隅 | (afk. voor) (Edo periode) kapsel voor jonge samoerai (met de zijkanten van de haarlijn van de pony in hoeken ingeschoren) |
| sumikomi-住み込み | medebewoner; inwoner |
| sumimaegami-角前髪 | (Edo periode) kapsel voor jonge samoerai (met de zijkanten van de haarlijn van de pony in hoeken ingeschoren) |
| sumitsuki-墨付き | commentaar ingestoken in een klassiek boekwerk |
| sumitsuki-墨付き | document; brief; certificaat |
| sumitsuki-墨付き | (historisch) formele brief met handtekening van een daimyo |
| sumizome-墨染め | het verven met (Aziatische) zwarte inkt |
| sumomo-李 | Japanse pruimenboom (Prunus salicina) |
| sumūjī-スムージー | smoothie (vruchtendrank, met melk, yoghurt of ijs) |
| sun-駿 | het oude Suruga domein [gebied] |
| sunabukuro-砂袋 | zandzak; zak met zand |
| sunappu-スナップ | (American football) beginpass (door de benen van de center naar de back) |
| sunappu-スナップ | momentopname; snapshot |
| sunappushotto-スナップショット | momentopname; snapshot |
| sunawachi-即ち | precies; niets anders dan; niet meer en niet minder |
| sunawachi-即ち | met andere woorden; dat wil zeggen; te weten; namelijk |
| sunbyō-寸秒 | moment; ogenblik; seconde |
| suneate-脛当て | scheenbeschermers |
| sunēkuuddo-スネークウッド | letterhout of slangenhout (hout met een natuurlijke tekening lijkend lettersschrift of op slangenhuid, van de tropische boom Brosimum guianense) |
| sungeki-寸隙 | vrij ogenblik [moment]; vrije tijd |
| sungen-寸言 | kernachtige [korte en geestige] opmerking; kwinkslag; boutade |
| sunji-寸時 | een [kort] moment [ogenblik]; een minuutje |
| sunka-寸暇 | een vrij ogenblik [moment] |
| sunkoku-寸刻 | kort moment; tel; seconde |
| sunobizumu-スノビズム | snobisme |
| sunpō-寸法 | afmeting; maat; grootte; lengte |
| sunpyō-寸評 | een korte beoordeling [bespreking]; kort commentaar |
| sunzenshakuma-寸善尺魔 | Er is meer kwaad dan goed in deze wereld. (lett. een sun (ca. 3 cm) goed en een shaku (ca. 30 cm) kwaad) |
| sun'in-寸陰 | een zeer korte tijd; moment |
| supaiku-スパイク | (schoenen met) spikes (nagels of noppen) |
| sūpākonpyūtā-スーパーコンピューター | supercomputer (computer met een buitengewoon grote bewerkingscapaciteit of rekenvermogen) |
| supan・obu・kontorōru-スパン・オブ・コントロール | spanwijdte (een management-begrip dat aangeeft aan hoeveel ondergeschikten een manager moet leidinggeven) |
| supāringu-スパーリング | het sparren; oefenen met een tegenstander (b.v. bij boksen) |
| sūpā・bouru-スーパー・ボウル | de Super Bowl (de kampioenswedstrijd tussen de twee winnende teams van resp. de American Football Conference en de National Football Conference) |
| supea-スペア | (bowlen) spare (het omvergooien van alle kegels met de eerste twee worpen) |
| supīdobōru-スピードボール | (honkbal) fastball (met snelheid geworpen bal van de pitcher) |
| supīdo・gan-スピード・ガン | snelheidsmeter (bij honkbal, een machine die de werpsnelheid meet) |
| supiritto-スピリット | temperament; humeur |
| supotto・ado-スポット・アド | reclamespot; televisiespot |
| supotto・komāsharu-スポット・コマーシャル | reclamespotje dat op bepaalde tijdstippen wordt uitgezonden |
| supotto・kyanpēn-スポット・キャンペーン | reclamecampagne |
| supureddo-スプレッド | smeersel (op brood, e.d.) |
| supuritto・fingādo・fasuto・bōru-スプリット・フィンガード・ファスト・ボール | (honkbal) een snelle bal met effect geworpen zodat hij plotseling daalt |
| surā-スラー | (muziek) legato uitgevoerd fragment |
| suragu-スラグ | (metaal) slak; sintel(s) |
| suraidingu-スライディング | sliding (bij sport: glijdende beweging over de grond met de benen vooruit) |
| suraidingu・shisutemu-スライディング・システム | glijdende schaal systeem (methode die de lonen automatisch aanpast aan schommelingen in de index van kosten van levensonderhoud en consumptieprijzen) |
| suraidingu・sukēru-スライディング・スケール | glijdende schaal (methode die de lonen automatisch aanpast aan schommelingen in de index van de kosten van levensonderhoud, consumptieprijzen, etc) |
| suraidosei-スライド制 | glijdende schaal (methode die de lonen automatisch aanpast aan schommelingen in de index van de kosten van levensonderhoud, consumptieprijzen, etc) |
| surappusutikku-スラップスティック | slapstick (vorm van komedie) |
| suriashi-摺り足 | een schuifelende [sloffende; glijdende] loop (met de voeten over de grond slepend) |
| surinamu-スリナム | Suriname |
| suritto・kamera-スリット・カメラ | een camera zonder sluiter, maar met een smalle spleet waar het licht doorheen valt (stripfotografie of spleetfotografie) |
| surī・dī-スリー・ディー | 3D (driedimensionaal) |
| surī・dimenshon-スリー・ディメンション | drie dimensies; 3D |
| surī・futto・rain-スリー・フット・ライン | (honkbal) drie-voet-lijn, de lijn die het slagveld verbindt met het eerste honk |
| surudoi-鋭い | scherp (van mes, naald, etc.) |
| suruga-駿河 | het oude Suruga domein [gebied] |
| sururianburū-セルリアンブルー | hemelsblauw; azuur |
| susa-苆 | stro gemengd in muurpleister (om scheuren, e.d. te voorkomen) |
| susabi-遊び | amusement; recreatie |
| susabu-荒ぶ | doen wat men wil; zijn gang gaan; zich amuseren |
| susamu-荒む | doen wat men wil; zijn gang gaan; zich amuseren |
| susokukan-数息観 | (zen-meditatie) een trainingsmethode om de geest te concentreren door het tellen van de in- en uitademingen |
| susugu-濯ぐ | (雪ぐ) zich ontdoen van een smet [schandvlek; vernedering] |
| susugu-濯ぐ | (濯ぐ) (af)spoelen [reinigen] met water |
| susuharai-煤払い | verwijdering van roet van heiligdommen in december (ter voorbereiding op het nieuwe jaar) |
| susumeru-進める | doorgaan (met) |
| sutā-スター | ster (hemellichaam) |
| sutanbai-スタンバイ | in de sluimerstand staan (van apparaten) |
| sutandādo・nanbā-スタンダード・ナンバー | standaard (muziek) nummer |
| sutandoin-スタンドイン | vervanger (iemand die bij filmopnames een acteur vervangt) |
| sutandopointo-スタンドポイント | standpunt; visie; mening; opvatting |
| sutansu-スタンス | (bij rotsklimmen) steunpunt; houvast |
| sutāringu・burokku-スターリング・ブロック | een groep landen (voornamelijk uit het Britse Gemenebest) die hun munteenheid aan het pond sterling koppelden |
| sutārinshugi-スターリン主義 | stalinisme |
| sutaru-廃る | uit de mode [in onbruik] raken; ouderwets zijn; achteruitgaan; afnemen |
| sutasuta-すたすた | (onomatopee) met vlotte pas lopend |
| sutātingu・menbā-スターティング・メンバー | (sport) deelnemer die meedoet aan het begin van een wedstrijd (in de startopstelling) |
| sutegana-捨て仮名 | kleine kana gebruikt voor twee samengetrokken klanken |
| sutēkusu-ステークス | (paarden)race met prijzengeld |
| suteppu-ステップ | nietje; krammetje |
| suterusu-ステルス | (Eng. stealth) heimelijkheid; stiekem; in het geheim |
| sutēshon・burēku-ステーション・ブレーク | een pauze in een radio- of televisie-uitzending voor reclame of mededelingen |
| sutēshon・wagon-ステーション・ワゴン | stationcar; combi (personenauto met extra achterruimte) |
| sutoashugi-ストア主義 | stoïcisme |
| sutoatetsugaku-ストア哲学 | stoïcisme |
| sutoishizumu-ストイシズム | stoïcisme |
| sutoppu・wotchi-ストップ・ウォッチ | stopwatch; chronometer |
| sutoraiku-ストライク | (bowlen) strike (het omverwerpen van alle kegels met een bal) |
| sutorakku・auto-ストラック・アウト | (honkbal) uitgegooid met drie slag (waardoor de slagman uit is) |
| sutorakuchādo・puroguramingu-ストラクチャード・プログラミング | gestructureerd programmeren |
| sutoringu-ストリング | snaar (van muziekinstrument) |
| sutoringusu-ストリングス | (in een orkest) de (bespelers van) snaarinstrumenten |
| sutorō-ストロー | rietje (om mee te drinken) |
| sutorōku-ストローク | zwemslag; slag met een roeispaan; slagroeier |
| sutorōku・purē-ストローク・プレー | (golf) strokeplay (alle slagen van iedere speler worden opgeteld, de speler met de minste slagen is de winnaar) |
| sutoronchiumu-ストロンチウム | strontium (chem. element Sr) |
| suu-吸う | inhaleren; inademen |
| suu-吸う | zuigen; met kleine slokjes drinken |
| suudon-素饂飩 | udon-noedels met dashi-bouillon (zonder garnering) |
| suutai-素謡 | een (sobere) Nō-voorstelling met alleen zang, zonder muzikale begeleiding of dans |
| suwapputorihiki-スワップ取引 | ruilcontract (waarbij een partij een bepaalde kasstroom of risico ruilt met dat van een andere partij) |
| suwarikomu-座り込む | plaatsnemen; (demonstratief) gaan zitten (en blijven zitten) |
| suzu-鈴 | (metalen) bel |
| suzu-錫 | tin (chem. element) |
| suzumezushi-雀鮨 | sushi gemaakt door een kleine zeebrasem open te snijden en te vullen met sushirijst (de vorm van de sushi lijkt op een mus) |
| suzumi-涼み | de (prettige) koelte van een zomeravond |
| suzumushi-鈴虫 | belkrekel (Meloimorpha japonicus) |
| suzunari-鈴生り | tros (b.v. van vruchten); opeenhoping; massa; (over)vol met mensen; volgepropt zijn |
| taai-他愛 | altruïsme; onbaatzuchtigheid |
| tabakaru-謀る | plannen; een plan maken; beramen; een list bedenken |
| tabaneru-束ねる | (samen)bundelen; bij elkaar binden; (het haar) in een staart doen |
| taberu-食べる | leven (van); rondkomen (met) |
| tabi-足袋 | tabi, Japanese sok (met een split tussen de tenen voor het dragen van geta sandalen of teenslippers) |
| tabikasanaru-度重なる | zich meerdere keren herhalen; frequent zijn |
| tabun-他聞 | informering; mededelingen (voor andermans oren) |
| tachi-質 | aard; karakter; soort; temperament |
| tachi-達 | achtervoegsel dat meervoud aangeeft |
| tachiai-立ち合い | het opstaan (uit de hurkzit) om te beginnen met worstelen |
| tachidokoroni-立ち所に | direct; onmiddellijk; meteen; à la minute |
| tachidomaru-立ち止まる | stoppen; tot stilstand komen |
| tachifusagaru-立ち塞がる | het in de weg [voor iemand] gaan staan; met gespreide handen staan; iem. blokkeren [tegenhouden] |
| tachihataraku-立ち働く | hard werken; druk zijn met werken |
| tachiiru-立ち入る | ergens diep op ingaan; zich bemoeien (met andermans zaken) |
| tachiitaru-立ち至る | bereiken; op het punt komen (dat) |
| tachikaeru-立ち返る | terugkomen (ook fig.) |
| tachikiru-断ち切る | stoppen (met); opgeven (van); blokkeren |
| tachikomeru-立ち込める | hangen in [over]; versluieren; bedekken; (om)hullen; maskeren; afschermen |
| tachinaoru-立ち直る | zich herstellen; zit vermannen; terugveren; er weer bovenop komen |
| tachinoboru-立ち上る | omhoog gaan; klimmen |
| tachiuchi-太刀打ち | gevecht; strijd; het duelleren; de degens kruisen (met) |
| tachiuchisuru-太刀打ちする | duelleren; de degens kruisen (met); strijden; vechten |
| tadachini-直ちに | onmiddellijk; direct; meteen |
| tadaima-ただいま | nu; thans; op dit moment |
| tadanori-只乗り | het zwartrijden (met een bus, trein, etc. rijden zonder te betalen) |
| tadasu-正す | corrigeren; hervormen; wijzigen; aanpassen |
| tadasu-質す | vragen; navraag doen; informeren naar |
| tadoritsuku-辿り着く | (na veel nadenken) op een idee [antwoord] komen; een ingeving krijgen |
| tadoritsuku-辿り着く | (na inspanningen of moeite) iets bereiken; iets voor elkaar krijgen; ergens toekomen |
| tadotadoshii-たどたどしい | onhandig; stamelend; niet vloeiend (spreken, e.d.) |
| taedae-絶え絶え | bij vlagen; met tussenpozen; fluctuerend |
| tafī-タフィー | toffee; karamel |
| tāfu・kōsu-ターフ・コース | grasbaan; renbaan bedekt met gras |
| taga-箍 | hoepel; ring (om de buitenkant van een kuip of emmer, oorspronkelijk gemaakt van bamboe) |
| tagaini-互いに | wederzijds; wederkerig; onderling; tezamen |
| tagakaru-謀る | een complot smeden; iemand bedriegen; misleiden |
| taganeru-綰ねる | bundelen; samenbinden |
| tagenron-多元論 | pluralisme |
| tagi-多義 | een woord [uitdrukking] met meerdere betekenissen; polysemie; meerduidigheid |
| tahatsu-多発 | veelvoorkomend zijn; het in grote aantallen voorkomen |
| tahatsu-多発 | met meerdere motoren uitgerust zijn (vliegtuig) |
| tahōtō-多宝塔 | een pagode, bestaande uit (slechts) twee verdiepingen (begane grond en bovenverdieping) (voornamelijk bij Shingon en Tendai Boeddhistische tempels) |
| tai-タイ | (muziek) boogje dat noten met dezelfde toonhoogte verbindt |
| tai-退 | (in kanji combinaties) terugtrekken; aftreden; ontslag nemen; krimpen; beëindigen |
| taiappu-タイアップ | band; connectie; samenwerking |
| taiatari-体当たり | het met het volle gewicht er tegenaan gaan; zich storten op |
| taibetsu-大別 | algemene onderverdeling [classificatie] |
| taibetsusuru-大別する | ruwweg [algemeen] onderverdelen [classificeren] |
| taidan-対談 | dialoog; tweespraak; samenspraak; onderhoud; conversatie |
| taieki-体液 | (eufemisme in de media over seksueel wangedrag en misdaden) sperma; (mannelijk) zaad |
| taigakusha-退学者 | drop-out; een voortijdige schoolverlater; iemand die stopt met de studie |
| taigensuru-体現する | belichamen; model staan voor |
| taigyō-大業 | grote [enorme] klus [taak; onderneming; geweldige prestatie |
| taigyō-大業 | het slagen voor het eindexamen van het officiële promotie-examen in het Ritsuryo-systeem; ook de persoon die dat bereikt |
| taiha-大破 | overwinning met overmacht; afstraffing (van een tegenstander) |
| taihaku-太白 | afkorting van taihakuame; snoepgoed gemaakt van witte suiker |
| taihan-大半 | meerderheid; het grootste deel |
| taiheiraku-太平楽 | zorgeloosheid; onbekommerdheid |
| taihi-堆肥 | compost; mest |
| taihitsu-大筆 | meesterwerk in kalligrafie, dichtkunst, proza, e.d. |
| taihō-大砲 | (honkbal) sterke slagman (met grote slagkracht) |
| taihon-大本 | basis; fundament; grondslag |
| taihosuru-逮捕する | arresteren; gevangennemen |
| taii-大意 | de kern; essentie; (hoofd)strekking; het algemene idee; een korte samenvatting |
| taiiku-体育 | lichamelijke opvoeding; gymnastiek |
| taijin-対人 | persoonlijk; interpersoonlijk; tegenover andere mensen |
| taijin-対人 | betreffende [betrekking hebbend op] mensen |
| taijin-退陣 | terugtrekking; ontslagname; aftreden |
| taika-大家 | rijke [voorname] familie |
| taika-大家 | meester; expert; eminent geleerde [vakman] |
| taikai-大会 | massabijeenkomst; groot evenement [toernooi] |
| taikan-体感 | zintuiglijke waarneming; lichamelijke gevoelens; sensibiliteit |
| taikan-大患 | grote zorgen [angst]; kommer en kwel |
| taikatsusuru-大喝する | met een harde stem de les lezen; uitschelden |
| taike-大家 | rijke [voorname] familie |
| taikei-隊形 | formatie; samenstelling; (militaire) eenheid |
| taiketsu-対決 | tweegevecht; confrontatie; krachtmeting |
| taikō-大綱 | hoofdlijnen; basisprincipes; algemene [fundamentele] regels [principes] |
| taiko-太鼓 | trom; trommel |
| taikobara-太鼓腹 | dikke buik (lett. een buik als een trommel) |
| taikomochi-太鼓持ち | vleier; slijmbal; slijmerd |
| taikōsha-対向車 | tegemoetkomend voertuig; tegenligger |
| taikutsu-退屈 | (in historische documenten e.d.) vrij [ongebonden] en zonder werk |
| taikyo-太虚 | hemel; heelal; universum; kosmos |
| taikyoku-大局 | een algemene situatie van een Go-partij; het momentum van een Go-partij |
| taikyoku-大局 | algemene [globale] situatie [omstandigheid]; algemene [globale] toestand; breder geheel; het grote beeld; het algehele overzicht |
| taikyūzai-耐久財 | duurzame goederen |
| taimā-タイマー | tijdwaarnemer; tijdopnemer |
| taimā-タイマー | zelfontspanner (camera) |
| taimenkōtsū-対面交通 | met het gezicht naar [aan de kant van de weg van] tegemoetkomend verkeer lopen |
| taimeshi-鯛飯 | een Japans gerecht van rijst met zeebrasem |
| taimingu-タイミング | timing (op het juiste moment doen) |
| taimingu-タイミング | de tijd opnremen |
| taimurī-タイムリー | (honkbal) een slag waardoor een honkloper kan scoren (timely hit) |
| taimuzu・sukuea-タイムズ・スクエア | Times Square (plein in Manhattan, New York) |
| taimu・auto-タイム・アウト | time-out; (spel)onderbreking; adempauze |
| taimu・kapuseru-タイム・カプセル | tijdcapsule (een capsule gevuld met informatie, bedoeld om mensen in de toekomst te helpen een beeld te krijgen van een bepaalde tijdsperiode) |
| taimu・kīpā-タイム・キーパー | tijdwaarnemer |
| taimu・tonneru-タイム・トンネル | The Time Tunnel (Amerikaanse serie 1966-67) |
| tainaitōshi-対内投資 | inkomende investeringen; buitenlandse investeringen in Japan |
| tainichi-対日 | ten opzichte van [met betrekking tot] Japan; wat Japan betreft; met Japan |
| tainin-退任 | terugtreding; ontslagname |
| taininsuru-退任する | terugtreden; ontslag nemen; zijn plaats afstaan |
| taiō-対応 | overeenstemming (met); gelijkwaardigheid |
| taionkei-体温計 | thermometer; temperatuurmeter (lichaam) |
| taisaku-大作 | (in kwaliteit) een meesterwerk |
| taisei-体制 | de gevestigde orde; de autoriteiten; het regime; het bewind |
| taisei-大聖 | vooraanstande wijsgeer; verheven heilige (met een deugdzaam leven) |
| taisei-太清 | de weg [wetten] van de hemel |
| taisekheiya-堆積平野 | sedimentaire vlakte |
| taiseki-体積 | volume; hoeveelheid; massa; kubieke inhoud |
| taiseki-堆積 | accumulatie (sediment) |
| taisekibutsu-堆積物 | sediment; afzetting; bezinksel |
| taisekidanseiritsu-体積弾性率 | compressiemodulus; massa [volume] modulus |
| taisekigaku-堆積学 | sedimentologie |
| taisekigan-堆積岩 | sedimentair gesteente; afzettingsgesteente |
| taisekisayō-堆積作用 | sedimentatie; depositie proces |
| taisekisō-堆積層 | sedimentaire laag; sedimentlaag; stratum |
| taisetsu-大雪 | één van de 24 zonnetermen (van de zonnekalender, ca. 7 dec.) |
| taisha-代謝 | stofwisseling; metabolisme |
| taisha-代赭 | (rode) oker (pigment) |
| taisha-退社 | ontslagname; ontslagneming |
| taisha-退社 | het stoppen met werken; van het werk naar huis gaan; uitklokken (afmelden per prikklok) |
| taishitsu-体質 | fysieke [lichamelijke] gesteldheid |
| taishitsu-退室 | het verlaten van een vertrek [kamer] |
| taisho-大暑 | extreme [intense; verzengende] hitte |
| taishō-対称 | symmetrie |
| taishoku-退職 | pensionering; ontslagname |
| taishōsha-対象者 | doelgroep; iemand die in aanmerking komt voor |
| taishūka-大衆化 | popularisatie; het populair [algemeen begrijpelijk] maken (van wetenschap b.v.) |
| taishutsu-帯出 | het meenemen; het lenen (van een bibliotheekboek, e.d.) |
| taisō-大宗 | grote [gezaghebbende] meester (m.n. op het gebied van de kunsten) |
| taisū-対数 | logaritme |
| taitei-大帝 | God; Heer in de Hemel; de Schepper |
| taitei-大抵 | het merendeel; grootste deel |
| taiten-大典 | (boeddh. naam) Taiten, priester van de Rinzai-sekte (Zen boeddhisme) met een groot aantal dichtwerken op zijn naam (Edo-periode) |
| taiwanbōzu-台湾坊主 | (algemene term voor) kaalheid |
| taiyakon-タイヤ痕 | afdruk profiel van een wiel [band] (van een auto, brommer, fiets, etc.); bandenspoor |
| taiyōgi-太陽儀 | heliometer; zonnemeter |
| taiyōkōhatsuden-太陽光発電 | [opwekken van] zonne-energie; [opwekken van] energie met zonnepanelen |
| taiyōnensū-耐用年数 | levensduur (tijd dat iets mee kan, b.v. van machine, auto, e.d.) |
| taizei-大勢 | een menigte [grote groep] (mensen) |
| taizen-大全 | verzamelbundel; verzamelwerk; het complete werk |
| tai・burēku-タイ・ブレーク | (tennis) speciale game om set te beslissen (bij een stand van 6-6) |
| tajitanan-多事多難 | onrust; beroering; zware [moeilijke] tijden; problemen |
| tajūjinkaku-多重人格 | meervoudige [gespleten] persoonlijkheid |
| takabanashi-高話 | (met) luide stem |
| takamagahara-高天原 | de Japanse Olympus; de hemel van de goden |
| takamaru-高まる | hoger [sterker] worden; toenemen |
| takan-多感 | gevoeligheid; sensitiviteit; sentimentaliteit |
| takanaru-高鳴る | hard [hoog] rinkelen [galmen] |
| takanebike-高値引け | op een hogere prijs uitkomen [eindigen] |
| takarabune-宝船 | een schip vol met schatten |
| takaru-集る | zich verzamelen; samenkomen |
| takasachōsetsuneji-高さ調節ねじ | steeksleutel om de hoogte van een frame, e.d. te verstellen |
| takatekote-高手小手 | de handen en armen vastgebonden op de rug |
| takatsuki-高坏 | een klein eettafeltje met één poot |
| take-丈 | lengte; afmeting |
| take-竹 | de middelste [tweede] rang (van het 3-rangen systeem, waarbij 1= matsu (den), en 3 = ume (pruim) ) |
| take-竹 | een van bamboe gemaakt blaasinstrument (zoals shakuhachi) |
| takebera-竹篦 | een bamboe spatel [mes] |
| takedakeshii-猛猛しい | wild; woest; vermetel; dapper; brutaal |
| takegari-茸狩り | het (eetbare) paddenstoelen plukken [verzamelen] |
| takemitsu-竹光 | een zwaard met een lemmet van bamboe |
| takenokoseikatsu-筍生活 | het slechts in je levensonderhoud kunnen voorzien door steeds meer persoonlijke bezittingen te verkopen (gelijkend op het afpellen van een bamboescheu |
| takeochiba-竹落葉 | het (af)vallen van (oude) bamboebladeren (in de zomer wanneer er nieuwe jonge bladeren komen) |
| takeru-哮る | brullen; grommen; huilen; blaffen (van dieren); hard schreeuwen |
| taketonbo-竹蜻蛉 | (traditioneel Japans speelgoed) bamboe libelle, een propellor die gaat draaien door een pin snel in beide handpalmen te wrijven |
| takeumafurugiya-竹馬古着屋 | (in de Edo-periode een rondreizende koopman met kleding op stokken) tweedehands kledingwinkel |
| takidashi-炊き出し | distributie van noodvoedsel (met name gekookte rijst) |
| takikomigohan-炊き込みご飯 | Takikomi gohan (rijst met verschillende meegekookte ingrediënten) |
| takishimeru-焚き染める | (kleding, etc.) parfumeren door het branden van wierook |
| takken-宅建 | erkend [bevoegd; gediplomeerd] makelaar in onroerend goed |
| takō-多幸 | (med.) een (onnatuurlijk) vrolijke stemming (o.i.v. drugs, e.d.) |
| takoashi-蛸足 | octopuspoot (een voorwerp met meerdere takken die op één plek ontspringen, b.v. in elektra) |
| takokukanshugi-多国間主義 | multilateralisme |
| takomētā-タコメーター | tachometer; toerenteller |
| takōshō-多幸症 | euforie (medisch) |
| takuboku-啄木 | de titel van een muziekstuk voor de biwa (Japans snaarinstrument) |
| takuchitatemonotorihikishi-宅地建物取引士 | erkend [bevoegd; gediplomeerd] makelaar in onroerend goed |
| takuchitatemonotorihikishuninsha-宅地建物取引主任者 | erkend [bevoegd; gediplomeerd] makelaar in onroerend goed |
| takuhatsu-托鉢 | (Zen boeddhisme) monniken gaan met hun eigen eetkom naar de eetzaal in een Zen tempel |
| takumi-匠 | handwerksman; vakman; vakvrouw; houtbewerker; timmerman |
| takuramu-企む | plannen; beramen; (een plan) bedenken; samenspannen; samenzweren |
| takuto-タクト | (muziek, literatuur) maat; ritme |
| takuwaeru-蓄える | verzamelen (van kennis, ervaring, vaardigheden, e.d.) |
| tamagoyaki-卵焼き | (zoete of gekruide) omelet |
| tamamatsuri-霊祭り | vooroudersfestival; festival van de doden (om de geesten van de voorouders te verwelkomen, in de zevende maand van de maankalender) |
| tamarikaneru-堪り兼ねる | onverdraaglijk zijn; (iets) niet langer kunnen verdragen; er niet meer tegen kunnen |
| tamaru-溜まる | zich opstapelen [verzamelen]; aangroeien; oplopen; blijven liggen |
| tamburan-タンブラン | (muziekinstrument) tamboerijn |
| tameru-溜める | verzamelen; opstapelen; opsparen |
| tameshigiri-試し斬り | het testen van de scherpte van een zwaard (op mensen of dieren) |
| tamesu-試す | pogen; proberen; testen; experimenteren |
| tamokuteki-多目的 | multipurpose; voor meerdere doeleinden geschikt; multifunctioneel |
| tamukeru-手向ける | afscheid nemen |
| tamurosuru-屯する | samenkomen; samenscholen; samentroepen |
| tamutamu-タムタム | tamtam; trommel; gong |
| tan-丹 | rode kleur; natuurlijk vermiljoen (pigment gemaakt van verbrand loodpoeder) |
| tan-反 | afmeting van een lap stof: ca. 34 cm breed en 10,6 meter lang |
| tan-反 | oppervlakte eenheid: 1 tan = (300 tsubo =) ca. 991 vierkante meter) |
| tan-譚 | verhaal (dit kanji wordt alleen gebruikt in combinatie met andere kanji) |
| tanbarin-タンバリン | (muziekinstrument) tamboerijn |
| tanbi-度 | (informele vorm van: tabi) keer; maal; telkens |
| tanbishugi-耽美主義 | estheticisme |
| tanborin-タンボリン | (muziekinstrument) tamborim (Braziliaanse handtrommel) |
| tanburā-タンブラー | wasdroger; droogtrommel |
| tanda-単打 | (honkbal) (korte) honkslag (waarmee de slagman alleen het eerste honk bereikt) |
| tanda-短打 | (honkbal) (korte) honkslag (waarmee de slagman alleen het eerste honk bereikt) |
| tanden-丹田 | plexus solaris [zonnevlecht] (punt onder de navel; focus punt voor innerlijke meditatie; in oosterse geneeskunde beschouwd als belangrijk energiepunt) |
| tanechigai-種違い | halfbroer; halfzus (met dezelfde moeder maar verschillende vaders) |
| tanegami-種紙 | zijderups-eieren papier (papier waarop men zijderupsen eieren laat leggen) |
| tanenseishokubutsu-多年生植物 | vaste [meerjarige; overblijvende] plant; een plant met een groeiperiode van 3 jaar of langer |
| tanetsuke-種付け | het fokken [paren] met het beste mannetje en vrouwtje (bij dieren) |
| tangan-嘆願 | smeekbede; petitie; pleidooi; (officieel) verzoek\ |
| tango-端午 | Jongensdag (5 mei) |
| tangonosekku-端午の節句 | Japanse feestdag voor jongens (elk jaar op 5 mei) |
| tangusuten-タングステン | wolfraam (chem. element) |
| tanhon'i-単本位 | monometallisme (een monetair systeem met één metaal als muntstandaard) |
| tanhon'iseido-単本位制度 | monometallisme (een monetair systeem met één metaal als muntstandaard) |
| tanimachi-谷町 | (sumo) beschermheer; mecenas; geldschieter (van een worstelaar of stal) |
| tanin-他人 | de ander(en); andere mensen; buitenstaander |
| taningyōgi-他人行儀 | het zich afstandelijk [gereserveerd; formeel] gedragen; gereserveerdheid; afstandelijkheid |
| taninzu-多人数 | een groot aantal mensen; een menigte |
| tanjunsen-単純泉 | eenvoudige waterbron (warmwaterbron met een extreem laag gehalte aan mineralen en kooldioxide) |
| tanka-短歌 | een Japans gedicht bestaande uit vijf regels met 31 lettergrepen (5-7-5-7-7) |
| tankadaigaku-単科大学 | universiteit met een enkele faculteit |
| tankan-短観 | (afk. voor) Tankan onderzoek (economische kwartaal peiling van het ondernemersvertrouwen door de Japanse Bank) |
| tanken-短剣 | kort zwaard; dolk; mes; ponjaard |
| tanki-単記 | (het schrijven van) een enkele vermelding [naam; onderwerp] (op een apart blad) |
| tanki-短気 | opvliegend [driftig; ongeduldig] karakter [humeur] |
| tankitōhyō-単記投票 | het stemmen op één enkele persoon |
| tanko-淡湖 | zoetwatermeer |
| tanmen-タンメン | Chinese noedelsoep met roergebakken vlees en groenten |
| tannō-堪能 | volle tevredenheid; verzadigd zijn; het met volle teugen genieten |
| tanpotsuki-担保付き | met (gegarandeerde) zekerheid |
| tanpotsukishasai-担保付社債 | bedrijfsobligatie met zekerheid |
| tanren-鍛練 | het smeden (van metaal); smeedwerk |
| tanren-鍛練 | geestelijke en lichamelijke training [discipline] |
| tansansui-炭酸水 | spuitwater; water met koolzuur [prik] |
| tanshin-短信 | kort bericht; notitie; memo; korte boodschap |
| tanso-炭素 | koolstof (chem. element) |
| tansoganyūryō-炭素含有量 | koolstofgehalte (formele term) |
| tansuiko-淡水湖 | zoetwatermeer |
| tantai-単体 | enkelvoudige stof; enkelvoudig element |
| tantakatan-鍛高譚 | een soort shōchū (Japanse gedistilleerde drank) gemaakt met perilla (shiso) bladeren |
| tantan-淡淡 | rustig bewegend [stromend] (water) |
| tantan-眈眈 | (b.v. van een tijger, e.d.) een scherpe en doordringende blik; waakzaam zijn; klaar om actie te ondernemen |
| tantōchokunyū-単刀直入 | direct ter zake komen; rechtdoorzee; openhartig |
| tanza-端座 | (bij Zen meditatie) de correcte [voorgeschreven] zitpositie |
| tan'i-単位 | zitplaats voor Zen-meditatie (in de meditatiehal) |
| tapioka-タピオカ | tapioca (cassave zetmeel) |
| tarashikomu-誑し込む | (iemand) verleiden; inpalmen; versieren |
| tare-垂れ | lendebeschermer (kendō) |
| tare-垂れ | saus (met als basis sojasaus) |
| tareme-垂れ目 | ogen met neergaande [hangende] ooghoeken |
| tareru-垂れる | druppelen; lekken; stromen |
| tari-人 | mens; persoon |
| tarumono-たる者 | zo iemand als; iemand die zich ... kan noemen; degene die ... (moet) zijn |
| tarutaru・sōsu-タルタル・ソース | tartaarsaus (mayonaise met mosterd, kappertjes, augurk, e.d.) |
| taruto-タルト | opgerolde cake [bisquitrol] met yuzu-bonenpasta |
| taruto-タルト | rond gebak met fruit, jam, e.d. |
| tasha-他者 | anderen; andere mensen; andere personen |
| tashinameru-窘める | (iem.) fysiek of mentaal pijnigen |
| tashinkyō-多神教 | polytheïsme; veelgodendom |
| tashisentakushiki-多肢選択式 | multiple choice; meerkeuze |
| tashisentakushikimondai-多肢選択式問題 | meerkeuzevragen; multiplechoicevragen |
| tashisentakushikitesuto-多肢選択式テスト | multiplechoicetest; multiplechoicetoets; meerkeuzetoets |
| tashō-多少 | enigszins; ietwat; lichtelijk; tamelijk |
| tasogare-黄昏 | schemering; zonsondergang |
| tasogare-黄昏 | (metaforisch) achteruitgang [verval] |
| tassha-達者 | meester; expert; vakman |
| tassha-達者 | ervaring; vakmanschap; bekwaamheid; meesterschap |
| tasū-多数 | groot aantal; meerderheid |
| tasūha-多数派 | meerderheid; meerderheidsgroepering |
| tata-多多 | hoe meer hoe (beter) |
| tatai-多胎 | meerlingzwangerschap; meervoudige zwangerschap |
| tataiji-多胎児 | meerling |
| tatakai-戦い | wederzijds handgemeen |
| tatakidaiku-叩き大工 | een beginnende [slechte; onhandige] timmerman |
| tatakidasu-叩き出す | beginnen te slaan [timmeren; hameren] |
| tatakidasu-叩き出す | uitslaan; uitdeuken; uitsmeden (in reliëf) |
| tatamisuiren-畳水練 | (lett. het oefenen van zwemmen op een tatamimat) boekenwijsheid; theorie die niet in de praktijk getest is |
| tatchi-タッチ | deelname; betrokkenheid |
| tatchi・futtobōru-タッチ・フットボール | eenvoudigere variant van het American Football |
| tateba-立て場 | (Edo periode) een stopplaats [rustplaats] voor reizigers met paardenkoetsen en riksja's |
| tatebue-縦笛 | blaasinstrument waar verticaal op geblazen wordt |
| tategu-建具 | traditionele Japanse (houten) (schuif) deuren, ramen, screens, kasten, etc. |
| tateguya-建具屋 | Japanse timmerman (maker van traditionele schuifdeuren, kasten, etc.) |
| tatekan-立て看 | (staand) uithangbord; reclamebord |
| tatekomoru-立て籠もる | (zich) terugtrekken (in een kamer) |
| tateshi-殺陣師 | choreograaf van scenes met zwaardgevechten (voor film, toneel, etc.) |
| tatetsuku-盾突く | trotseren; tarten; zich verzetten; niet gehoorzamen; in opstand komen |
| tatezahyō-縦座標 | ordinaat (meetkunde) |
| tatoe-例え | vergelijking; metafoor; allegorie |
| tatsujin-達人 | expert; meester; deskundige; iemand die in een bepaalde vak, kunst of ambacht excelleert |
| tatsutaage-竜田揚げ | (met sojasaus en mirin) gemarineerde, in aardappelmeel gerolde, en daarna gefrituurde stukjes kip of vis |
| tatsutahime-竜田姫 | Tatsutahime, godin van de herfst |
| taun・mītingu-タウン・ミーティング | gemeentevergadering (met inwoners en gemeentebestuurders) |
| tayū-大夫 | (Edo-periode) courtisane met een hoge status |
| taza-打坐 | (boeddh.) het zitten (in zen meditatie) |
| tazei-多勢 | groot aantal (mensen); numerieke overmacht |
| tazunemono-尋ね物 | iets waarnaar men op zoek is; ontbrekend [zoekgeraakt] voorwerp [artikel] |
| tazuneru-尋ねる | vragen; informeren (naar) |
| tazusaeru-携える | (iemand) meenemen; vergezeld worden door |
| tazusaeru-携える | samen handelen [iets doen]; (fig.) de handen ineenslaan |
| tazusawaru-携わる | verwikkelen; (erbij) betrekken; zich bezighouden met; meedoen |
| teaburi-手焙り | handwarmer; kleien hibachi |
| teaka-手垢 | handsmeer; vuil op de handen |
| teami-手編み | breien (met de hand); (hand)breiwerk |
| teate-手当て | medische behandeling; medische zorg [hulp] |
| tebana-手鼻 | je neus schoonblazen door met je vingers één voor één de neusgaten dicht te drukken |
| tebanare-手離れ | iets dat klaar is (waar niet meer aan gewerkt hoeft te worden) |
| tebanare-手離れ | (van een kind) het niet meer constante zorg van de moeder nodig hebben |
| tebata-手旗 | vlaggetje; kleine vlaggetje om mee te zwaaien |
| tebentō-手弁当 | de (eigen) lunch klaarmaken [meenemen; betalen] |
| tebineri-手びねり | het met de hand vormen |
| tebura-手ぶら | (met) lege handen |
| tebyōshi-手拍子 | de maat slaan met een hand; op de maat met de handen klappen |
| tebyōshi-手拍子 | een ondoordachte [domme] zet (bij schaken, etc.) |
| tedashi-手出し | inmenging; bemoeiing; interventie |
| tedate-手立て | maatregel; manier; methode |
| tedori-手取り | netto salaris; besteedbaar inkomen |
| tefuron-テフロン | teflon (merknaam van polytetrafluorethyleen) |
| tegakari-手がかり | handgreep; houvast (bij bergbeklimmen) |
| tegatakashitsuke-手形貸付け | voorschot op promesse; lening op rekening |
| tegatakyozetsushōsho-手形拒絶証書 | protest van non-betaling; protestakte (wettelijk bewijs dat een handelsdocument niet is geaccepteerd en niet is betaald op de vervaldatum) |
| tegatana-手刀 | (karate)slag met de hand; de hand als zwaard gebruiken |
| tegatasaimu-手形債務 | wisselschuld; promesseschuld; nog te betalen handelspapier |
| tegatashijō-手形市場 | markt voor handelspapier [bankbiljetten; commerciële waardepapieren] |
| tegokoro-手心 | discretie; consideratie; rekening houden met anderen |
| tegoto-手事 | (lang) tussenspel [intermezzo] bij traditionele Japanse volksmuziek |
| teguri-手繰り | het met de hand (draden) spinnen |
| tei-帝 | (in kanji combinaties) keizer (zoon van het hemelse rijk) |
| tei-帝 | (in kanji combinaties) hemelse god (i.t.t. aardse god) |
| teichaku-定着 | vaststelling; algemene erkenning; totstandkoming |
| teichigyogyō-定置漁業 | visserij met vaste netten |
| teidan-鼎談 | gesprek met drie partijen; tripartiete gesprek |
| teifu-貞婦 | een deugdzame vrouw [echtgenote] |
| teigakuhō-定額法 | lineaire afschrijvingsmethode |
| teigakuteikijidōkashitsuke-定額定期自動貸付 | automatische lening met vaste looptijd |
| teigen-低減 | afname; vermindering; daling; reductie |
| teigen-提言 | mening; idee; gedachtegoed; voorstel |
| teihakusuru-停泊する | ankeren; verankeren; het anker uitwerpen; aanmeren |
| teihyō-定評 | gevestigde reputatie; algemene erkenning |
| teijisei-定時制 | systeem van parttime onderwijs (m.n. in avonden en weekends); deeltijdopleiding |
| teika-低下 | daling; afname; verlaging; vermindering |
| teike-手生け | een geisha als vrouw of minnares nemen |
| teikeiyūbinbutsu-定形郵便物 | standaardpost; poststuk binnen de vaste standaard van afmeting en gewicht (verzonden via Japan Post met lagere verzendkosten) |
| teiki-定期 | (afk. voor) openbaar vervoerspas [abonnement]; pendelpas; forenzenpas; seizoenkaart |
| teikijōshaken-定期乗車券 | OV-kaart; trajectkaart; een abonnement voor het openbaar vervoer |
| teikiken-定期券 | openbaar vervoerspas [abonnement]; pendelpas; forenzenpas; seizoenkaart |
| teikokushugi-帝国主義 | imperialisme |
| teikū-低空 | lage lucht [hemel]; laag boven de grond; laag in de lucht |
| teikubakku-テイクバック | terugnemen; herroepen |
| teikuōbā-テイクオーバー | overname (bedrijf) |
| teinai-邸内 | binnen huis en erf; binnen het landgoed [domein; herenhuis] |
| teinentaishoku-定年退職 | pensionering; het met pensioen gaan vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd |
| teirazu-手入らず | makkelijk; zonder problemen [mankementen] |
| teiri-廷吏 | rechtbankmedewerker; gerechtsdienaar |
| teiritsuhō-定率法 | degressieve afschrijvingsmethode |
| teiron-定論 | gevestigde theorie; algemeen gangbare mening |
| teiseibunseki-定性分析 | een kwalitatieve analyse (onderzoeksmethode) |
| teiseki-定積 | een vast [constant] volume; vaste inhoud |
| teisenkanshiin-停戦監視員 | wapenstilstand controleur [waarnemer] |
| teisenkanshijin-停戦監視人 | wapenstilstand controleur [waarnemer] |
| teisenkanshisha-停戦監視者 | wapenstilstand controleur [waarnemer] |
| teisensuru-停戦する | stoppen met vechten [schieten]; de wapens neerleggen; de vijandelijkheden staken |
| teisetsu-定説 | algemeen geaccepteerde [gangbare] verklaring [uitleg; theorie] |
| teishi-停止 | het stoppen; stilstand; buiten werking (van apparaten of mechanismen) |
| teishi-底止 | het tot een einde komen; de bodem [het laatste punt; de grens; de limiet] bereiken |
| teishinsuru-挺身する | zich als vrijwilliger aanbieden; het voortouw nemen |
| teishisuru-底止する | tot een einde komen; de bodem [het laatste punt; de grens; de limiet] bereiken |
| teishō-低唱 | het zachtjes [met zachte stem] zingen |
| teishoku-定食 | (gerecht van) een vast menu; keuzemenu |
| teishu-亭主 | (informeel) mijn man |
| teisuru-挺する | het voortouw [initiatief] nemen; voorop gaan; zich inzetten voor; zich opofferen |
| teitō-剃刀 | een scheermes voor (het ritueel van) het scheren van het hoofdhaar van boeddhistische monniken |
| teito-帝都 | keizerlijke hoofdstad; een stad met een keizerlijk paleis |
| teiwan-提腕 | bij kalligrafie, het schrijven met de rechterarm (met het penseel) rustend op het bureau |
| teiyō-提要 | samenvatting; overzicht; resumé; synopsis |
| teiza-鼎座 | drie mensen die in een driehoek zitten |
| teizō-逓増 | geleidelijke groei [toename] |
| tekagami-手鑑 | verzameling oude handschriften |
| tekaki-手書き | iemand die goed [mooi] kan schrijven; iemand met een mooi handschrift; een kalligraaf |
| tekateka-てかてか | (onomatopee) glimmend; glinsterend; glanzend |
| tekibishii-手厳しい | streng; hard; meedogenloos; wreed |
| tekīra-テキーラ | tequila (Mexicaanse alcoholische drank) |
| tekiroku-摘録 | samenvattting; résumé |
| tekirokusuru-摘録する | samenvatten; resumeren |
| tekisuru-敵する | zich verzetten tegen; bezwaar maken tegen; dwarsbomen; tegenwerken |
| tekitō-滌蕩 | zuivering; reiniging; purificatie (van een verwonding, smet e.d.) |
| tekiyaku-適薬 | het juiste [specifieke] medicijn; passende remedie (voor een bepaalde ziekte) |
| tekiyō-摘要 | samenvatting; kort overzicht |
| tekiyōsho-摘要書 | samenvatting; abstract; korte inhoud (van een tekst) |
| tekka-鉄火 | (afk. voor tekkadonburi) een Japans rijstgerecht met daarop rauwe tonijn sashimi |
| tekka-鉄火 | (afk. voor tekkamaki) in nori (gedroogde zeewier) gerolde sushi met een vulling van rauwe tonijn |
| tekkaba-鉄火場 | (informeel, niet standaard) gokhuis; gokhol; goktent |
| tekkadonburi-鉄火丼 | een Japans rijstgerecht met daarop rauwe tonijn sashimi |
| tekkamaki-鉄火巻 | in nori (gedroogde zeewier) gerolde sushi met een vulling van rauwe tonijn |
| tekki-摘記 | samenvatting |
| tekkisuru-摘記する | samenvatten |
| tekkotsu-鉄骨 | staalconstructie [stalen frame] van een bouwwerk |
| tekkusu-テックス | tex (eenheid voor lineaire massa, voor het meten van de fijnheid van garen of vezels) |
| tekkyosuru-撤去する | verwijderen; weghalen; wegruimen |
| tekozuru-手子摺る | het moeilijk hebben; in de problemen zitten; niet weten hoe te doen |
| tekunikaru・nokkuauto-テクニカル・ノックアウト | technische knockout (wanneer een scheidsrechter bepaalt dat één van de deelnemers aan een gevecht niet in staat is verder te gaan) |
| tekunikku-テクニック | techniek; methode |
| tekunikkusu-テクニックス | Technics, merknaam van Panasonic Corporation |
| tekunosutorakuchā-テクノストラクチャー | (van het Engelse technostructure) een netwerk van vakbekame personen die grip houden; controle houden over de economie binnen de eigen organisatie |
| tekunosutoresu-テクノストレス | technostress (de negatieve invloed die het gebruik van computers heeft op de mens) |
| tekusuchāpēpā-テクスチャーペーパー | structuurpapier; papier met een structuuroppervlak |
| temadoru-手間取る | meer tijd en moeite kosten dan verwacht |
| temaegatte-手前勝手 | zelfzuchtigheid; egoïsme; egocentrisch zijn |
| temaemiso-手前味噌 | zelfverheerlijking; zelfingenomenheid; opschepperij |
| temaki-手巻き | met de hand gerold (sigaret, sushi, e.d.) |
| temakura-手枕 | je arm als kussen gebruiken; met je hoofd op je arm rusten |
| temane-手真似 | (hand)gebaar; geste; teken; pantomime |
| temawashi-手回し | (apparaten) met de hand bediend [gedraaid] |
| tēma・songu-テーマ・ソング | herkenningsmelodie; hoofdmelodie |
| temonaku-手もなく | makkelijk; zonder problemen; moeiteloos |
| ten-天 | de lucht; de hemel; het firmament |
| ten-天 | God; de Hemel; het hemelrijk |
| tenabe-手鍋 | een pan [pot] met een handvat; steelpan |
| tenaga-手長 | lange armen |
| tenaga-手長 | lange vingers; diefachtig zijn; een dief (iemand met lange vingers) |
| tenareru-手慣れる | zich bekwamen (in); zich eigen maken; gewend raken (aan) |
| tenazukeru-手懐ける | temmen; beteugelen |
| tenba-天馬 | een paard dat in de de hemelse wereld leeft |
| tenba-天馬 | Pegasus; paard met vleugels |
| tenbin-天秤 | (vistuig) metalen fitting die wordt gebruikt om te voorkomen dat een vislijn verstrikt raakt (onder het wateroppervlak) |
| tenbyō-点描 | de schildertechniek van het pointillisme |
| tenbyōshugi-点描主義 | pointillisme (schildertechniek) |
| tenchi-天地 | hemel en aarde; het universum; de wereld |
| tenchikaibyaku-天地開闢 | de schepping [het ontstaan] van hemel en aarde |
| tenchishinmei-天地神明 | de god(en) van hemel en aarde |
| tendō-天堂 | Olympus; Paleis van de goden in de hemel |
| tendō-天堂 | Hemel; het hemelse rijk |
| tendō-天道 | omloopbaan van hemellichamen |
| tendōsetsu-天動説 | geocentrisme |
| tengai-天外 | boven de hemel |
| tengoku-天国 | de hemel (religie) |
| tengu-天狗 | een kobold met een lange neus (Japans fabeldier, half mens, half vogel) |
| tenjiku-天竺 | (arch.) lucht; hemel |
| tenjiku-天竺 | (gekoppeld aan zelfstandig naamwoord met de betekenis:) ver weg; ingevoerd; geïmporteerd |
| tenjin-天人 | de hemel en mensheid |
| tenjin-天神 | God van de hemel |
| tenjō-天上 | de hemel |
| tenjo-天助 | goddelijke hulp [bijstand]; hulp uit de Hemel |
| tenjō-天壌 | hemel en aarde; de hele wereld; het universum |
| tenjō-添乗 | jet vergezellen; begeleiden; meerijden |
| tenjōgawa-天井川 | een rivier met een verhoogde bedding |
| tenjōkai-天上界 | hemel; hemelrijk |
| tenjōtenge-天上天下 | de hele wereld; hemel en aarde |
| tenjōura-天井裏 | een (lege) vliering (zonder vloerdelen, enkel met constructie-balken) |
| tenka-天下 | (afk. voor) keizer; zoon des hemels |
| tenka-天火 | (afk. voor) een slechte dag; een ongeluksdag (volgens de kalendernotities moet men dan werk aan daken, kachels, etc vermijden) |
| tenka-転化 | transformatie, transfiguratie; metamorfose |
| tenkafun-天花粉 | een soort talkpoeder; babypoeder (gemaakt van zetmeel van de plant kikarasuuri) |
| tenkai-天界 | hemel; hemelrijk |
| tenkai-転回 | ommekeer; wending; omkering (180°) |
| tenkaku-点画 | de punten en lijnen die een kanji vormen |
| tenkanichi-天火日 | een slechte dag; een ongeluksdag (volgens de kalendernotities moet men dan werk aan daken, kachels, etc vermijden) |
| tenkara-てんから | (met een ontkennend werkwoord) helemaal niet; absoluut niet; geenszins |
| tenkei-点景 | (in een landschapschilderij) een bijschildering [toevoeging] van mensen of dieren |
| tenkeigenso-典型元素 | hoofdgroep-element; representatief element |
| tenkeiteki-典型的 | kenmerkend; karakteristiek; typerend; stereotiep |
| tenki-天機 | geheimen der natuur [schepping; hemel en aarde] |
| tenkō-天功 | hemels werk; werk [prestatie; gave] van de hemel [de natuur; het universum] (of van de keizer als plaatsvervanger van de hemel) |
| tenko-点呼 | appel; het oplezen [omroepen] van namen om te controleren of iedereen aanwezig is |
| tenkū-天空 | de hemel; de lucht; het firmament |
| tenma-天魔 | (boeddh.) een boze geest van de zesde hemel (het verlangen) die het pad tot het boeddhisme voor volgelingen blokkeert |
| tennendoseiganryō-天然土性顔料 | aardkleurig pigment |
| tennenkinenbutsu-天然記念物 | natuurmonument |
| tennin-天人 | hemelbewoner; engel |
| tennin-天人 | de hemel en mensheid |
| tennō-天王 | (Boeddh.) hemelse koning |
| tennōzan-天王山 | cruciaal moment; keerpunt |
| tennyo-天女 | nimf van het hemelrijk; engel; hemelgeest (v) |
| tenpen-天変 | buitengewone verschijnselen (in de hemel en op aarde); natuurramp |
| tenperaga-テンペラ画 | tempera schilderij; schilderij met tempera (verfsoort) geschilderd |
| tenperamento-テンペラメント | temperament; aard; stemming |
| tenpin-天稟 | (van de hemel ontvangen) gezegend zijn met aangeboren talent [gaven; aanleg; kwaliteiten] |
| tenpu-天賦 | (door de hemel gegeven) van nature [aangeboren] zijn (talent, gave, kwaliteiten, e.d.) |
| tenpu-添付 | bijlage; aanhangsel; attachment |
| tenpuradonburi-天ぷら丼 | een Japans gerecht, bestaande uit een kom rijst met daarop tempura en saus |
| tenpuru・burokku-テンプル・ブロック | tempelblok (slagwerkinstrument) |
| tenrai-天来 | hemels [door de hemel gezonden; goddelijk] zijn |
| tenshin-天心 | het zenit; toppunt van de hemel; absolute hoogtepunt |
| tenshu-天主 | (Boeddhisme) de heer [heerser] over de hemelen [goden] |
| tentai-天体 | hemellichaam |
| tentan-恬淡 | onverschilligheid; ongeïnteresseerdheid; onbekommerdheid |
| tentei-点綴 | bezaaid zijn (met); verspreid zijn |
| tentekisenseki-点滴穿石 | met beperkte kracht [middelen] grote dingen bereiken |
| tentekomai-てんてこ舞い | drukte; bruisend met activiteiten; gewoel |
| tentetsu-点綴 | bezaaid zijn (met); verspreid zijn |
| tentō-天道 | Sol; (de zon als een god waargenomen); God; de Schepper |
| tentō-天道 | de zon (als een hemellichaam) |
| tentō-転倒 | val; tuimeling; het vallen |
| tenui-手縫い | met de hand genaaid |
| tenurui-手緩い | laks; nonchalant; mild; toegeeflijk; meegaand |
| tenzai-点在 | het her en der [verspreid] aanwezig zijn (van bouwwerken, e.d.) in een gebied; bezaaid zijn met |
| tenzaru-天ざる | zarusoba met tempura |
| tenzoku-転属 | overplaatsing (van werknemers) |
| ten'i-転移 | (med.) uitzaaiing; metastase |
| ten'in-店員 | winkelpersoneel; winkelbediende; winkelmedewerker |
| teodori-手踊り | een dans waarbij een aantal mensen tegelijk dezelfde bewegingen maken |
| teoke-手桶 | (houten) emmer; waterbak; waterkom |
| teoshi-手押し | handaandrijving; met de hand geduwd |
| teppeki-鉄壁 | een (kasteel)muur van ijzer [met ijzer bekleed] |
| teppitsu-鉄筆 | stift; stencilpen (penseel met een ijzeren punt) |
| teppitsu-鉄筆 | zegel-snijder (metalen pen voor het snijden [graveren] van zegels) |
| teramachi-寺町 | stadsdeel [wijk] met veel tempels |
| terasen-寺銭 | betaling van geleend geld (voor gok doeleinden) met vaste rentetoeslag |
| terebigēmu-テレビゲーム | tv (video)game |
| terekusai-照れくさい | gênant; pijnlijk; beschamend; vernederend; ongemakkelijk |
| tero-テロ | terrorisme |
| terorizumu-テロリズム | terrorisme |
| teroru-テロル | terreur; terrorisme |
| tēruberuto-テールベルト | groene aarde; groen pigment (schilderkunst) |
| tesagebukuro-手提げ袋 | handtas; damestasje; boodschappentas |
| tesaguri-手探り | het (met de handen) tasten; voelen |
| tesagyō-手作業 | handwerk; ambacht (enkel met handgereedschappen) |
| tesha-手者 | een bekwaam [kundig; getalenteerd; rijk] persoon; meester |
| teshigoto-手仕事 | handwerk; handarbeid; werken met je handen |
| tessō-鉄窓 | raam met (ijzeren) tralies ervoor |
| tesukino-手漉きの | met de hand gemaakt |
| tesutā-テスター | klein instrument voor meting van stroom(spanning) |
| tesutamento-テスタメント | Testament (Bijbel) |
| tesutimoniarukōkoku-テスティモニアル広告 | reclameboodschap waarin een (bekend) persoon vertelt over positieve ervaringen met een product of bedrijf |
| tesuto-テスト | test; examen |
| tesutoxmassu-テストxマッサ | test met kerst |
| tetorapoddo-テトラポッド | tetrapod, golfbrekerelement (vierpotig betonblok, gebruikt om de kust te beschermen tegen de zee) |
| tetsudau-手伝う | bijdragen; meewerken (aan) |
| tetta-てった | informele, korte vorm van ていった (-te + iru, verleden tijd) |
| tettō-鉄桶 | (metafoor voor) ijzersterke verdediging |
| tettsui-鉄槌 | grote ijzeren hamer |
| tettsui-鉄槌 | (metafoor voor) strenge straf [sanctie]; zware slag (toebrengen) |
| teuchi-手打ち | het met de blote handen doden |
| teue-手植え | zelf [persoonlijk; handmatig] planten (van bomen en planten) |
| teusu-手薄 | onderbemand; schaars bemand; met weinig personeel |
| tezaiku-手細工 | met de hand gemaakte artikelen [producten] |
| tezukara-手ずから | met je eigen handen; persoonlijk |
| tezukuri-手作り | handwerk; met de hand gemaakt |
| tezuri-手刷り | met de hand drukken; handdrukwerk |
| tezuri-手釣り | (vissen met een) handlijn; vislijn |
| tīchingu・mashin-ティーチング・マシン | oorspronkelijk mechanische apparaat dat lesmateriaal presenteerde aan studenten (was de basis voor het latere computerondersteunend onderwijs) |
| tinpani-ティンパニ | pauk; keteltrom (muziekinstrument) |
| tipikaru-ティピカル | typisch; typerend; kenmerkend |
| tī・bakku-ティー・バック | een T-back; een kledingstuk (b.h., bikini, etc.) met bandjes in T vorm |
| tī・pātī-ティー・パーティー | Tea party (factie binnen Conservatieve Partij van Amerika) |
| tō-騰 | (in kanji combinaties) groter worden; stijgen; toename |
| tōan-偸安 | een moment rust nemen |
| tōan-答案 | antwoorden (op vragen, examen, e.d.) beantwoording; antwoordenvel |
| tōatsusen-等圧線 | isobaar (lijn op een kaart die punten met dezelfde luchtdruk verbindt) |
| tōba-塔婆 | grafplank (houten plank met inscriptie op graven) |
| tōba-塔婆 | (afk. voor) stoepa; boeddhistisch stenen monument |
| tōbatsu-盗伐 | illegale houtkap; het illegaal kappen en stelen van bomen |
| tobei-渡米 | het naar Amerika [de Verenigde Staten] gaan |
| tōbi-掉尾 | (lett.) met de staart zwaaien |
| tobidasu-飛び出す | (ten tonele) verschijnen; tevoorschijn komen |
| tobiguchi-鳶口 | brandhaak (een metalen haak op een stok gebruikt door brandweerlieden) |
| tobihi-飛び火 | rondvliegende vonken [vlammen]; zich verspreidend [overspringend] vuur |
| tobiiri-飛び入り | het inspringen; op het laatste moment [onverwacht] meedoen |
| tobikomu-飛び込む | binnenstormen |
| tobikosu-飛び越す | (fig.) vooruitspringen; met sprongen vooruitgaan |
| tobishoku-鳶職 | bouwvakker (met name op hoge steigers) |
| tobosu-灯す | geslachtsgemeenschap |
| tōbuhogo-頭部保護 | hoofdbeschermer; kap [helm] om het hoofd te beschermen |
| toburau-弔う | (samen) rouwen; condoleren; een condoleancebezoek afleggen |
| tōchakuressha-到着列車 | aankomende [binnenkomende] trein; trein die arriveert [aankomt] |
| tōchakusuru-到着する | aankomen; arriveren |
| tochi-土地 | grondgebied; terrein; domein; territorium |
| tochikan-土地勘 | goede kennis van [vertrouwdheid met] een bepaalde plaats [omgeving; buurt] |
| tochikan-土地鑑 | kennis van [bekend zijn met] een bepaalde plaats [omgeving; buurt] |
| tochō-徒長 | overmatige groei van bladeren en stengels (als gevolg van overbemesting of gebrek aan licht) |
| tōden-盗電 | (illegale) aftapping [heimelijk gebruik] van electriteit |
| todoke-届け | registratie; kennisgeving; schriftelijke melding |
| tōfū-東風 | (volgens de leer van de vijf elementen) lentewind; voorjaarswind |
| tōga-トーガ | tabbaard; toga (kledingstuk; oorspronkelijk uit het oude Rome) |
| tōga-冬芽 | bloem- of (blad)knoppen die gedurende de late zomer tot aan de herfst onstaan, de winter in dormante staat doorbrengen, om uiteindelijk in de lente op |
| tōgekō-登下校 | het van en naar school gaan (met het huis als beginpunt of eindpunt) |
| togikai-都議会 | hoofdstedelijke vergadering (het besluitvormende orgaan van het stadsbestuur van Tokio) |
| tōgokusuru-投獄する | gevangennemen |
| tōgōsanbōhonbu-統合参謀本部 | de gezamenlijke stafchefs (van de Amerikaanse strijdkrachten) |
| togu-研ぐ | slijpen (mes, etc.) |
| tōhan-登坂 | het beklimmen van een heuvel |
| tōhan-登攀 | beklimming; het klimmen [klauteren; stijgen] |
| tōhon-謄本 | gewaarmerkte kopie; gewaarmerkt afschrift |
| tōhyōsuru-投票する | stemmen; stem uitbrengen bij verkiezingen |
| toiawaseru-問い合わせる | informeren (naar); navraag doen; inlichtingen inwinnen |
| tōin-登院 | het bijwonen van een zitting van het parlement |
| tōitsu-統一 | eenheid; samenhang |
| toiukotoda-と言うことだ | (drukt uit de betekenis van horen zeggen) ik heb gehoord dat; naar verluidt; men zegt; het zal wel |
| toiuto-と言うと | als het gaat om; wanneer met spreekt van; als je het hebt over; als je ... zegt, bedoel je ... |
| toji-刀自 | (respectvolle aanspreekvorm) mevrouw |
| tōji-当時 | op dat moment; destijds; toentertijd |
| tōji-湯治 | een warmwaterbehandeling; ziektebehandeling met warmwaterbron |
| tojigane-綴じ金 | een (metalen) binddraad; bindstrip |
| tojikomu-綴じ込む | samenbinden tot één geheel; invoegen |
| tōjinmage-唐人髷 | een haarstijl voor dames (Edo- tot Meiji-periode) |
| tojinshi-都人士 | stadsbewoner; stadsmens |
| tōjiru-投じる | gooien (in; uit; op); stemmen (een stem uitbrengen) |
| tōjiru-投じる | toedienen (medicijnen) |
| tojiru-綴じる | het binden van (voedings)ingrediënten (o.a. met geklopte eieren) |
| tōkan-盗汗 | (med.) nachtelijk zweten |
| tōkashihonriekiritsu-投下資本利益率 | rendement op geïnvesteerd kapitaal |
| tōkatsu-統括 | vereniging; samenvoeging |
| tokeimawari-時計回り | draaien met (de wijzers van) de klok mee (rechtsom) |
| tokekomu-溶け込む | samensmelten; oplossen (in) |
| tokekomu-溶け込む | opgaan; samengaan; zich aanpassen; assimileren (in een groep) |
| tōken-刀剣 | (algemene term voor) zwaard (met één snijvlak of met twee snijvlakken) |
| tōkenranbu-刀剣乱舞 | Tōken Ranbu, video--cardgame |
| tokeru-溶ける | oplossen; smelten; dooien |
| tōkī-トーキー | een film met beeld en geluid (samen geprojecteerd) |
| tōki-騰貴 | toename (van prijs of waarde) |
| tokinoujigami-時の氏神 | iemand die precies op het juiste moment komt om te helpen |
| tokka-徳化 | door een goed voorbeeld te geven (met oprechte deugdzaamheid), anderen onderwijzen en hun levenswijze te verbeteren |
| tokki-特記 | speciale [bijzondere] vermelding |
| tokkō-徳行 | houding [instelling; gedrag] volgens deugdzame principes |
| tokkō-特効 | (met) specifieke (uit)werking [werkzaamheid] |
| tokkumiai-取っ組み合い | handgemeen; schermutseling; knokpartij |
| tokkuri-徳利 | (een term die wordt gebruikt om de spot te drijven met) iemand die niet kan zwemmen |
| tokkuri-徳利 | een fles (met een smalle hals) voor sake [sojaolie; zijn, e.d.] |
| tokobanare-床離れ | het apart gaan slapen (van een stel met relatieproblemen) |
| tōkōkyohi-登校拒否 | het verzuimen; spijbelen |
| tōkon-当今 | tegenwoordig; dezer dagen; momenteel; nu |
| tokonatsu-常夏 | eeuwigdurende zomer |
| tokoro-所 | punt (fig.); kenmerk |
| tokorogara-所柄 | kenmerken van een bepaalde plaats |
| toku-解く | (het haar) kammen |
| toku-解く | oplossen (in een vloeistof); smelten |
| tokubai-特売 | speciale verkoop met lage prijzen; uitverkoop |
| tokubetsukaikei-特別会計 | speciale rekening (staat los van de algemene rekening en wordt beheerd door de nationale of lokale overheid in Japan) |
| tokubetsukokkai-特別国会 | speciale zitting van het parlement binnen 30 dagen na de verkiezingen |
| tokubetsuku-特別区 | de 23 speciale wijken in Tokio, die autonome gemeenten zijn met een eigen bestuur |
| tokuchō-特徴 | kenmerk; eigenschap |
| tokudai-特大 | extra grote maat [afmeting] |
| tokudane-特種 | exclusief nieuws; (nieuws)primeur; scoop |
| tokudo-得度 | (geestelijke) verlichting (met loslating van wereldlijke gehechtheid) |
| tokudo-得度 | toetreding [inwijding] tot het boeddhisme (als monnik met gehele tonsuur van het hoofdhaar) |
| tokudō-得道 | (boeddh.) de weg [methode] om de verlichting te bereiken |
| tokuhitsu-特筆 | noemenswaardig; vermeldenswaardig |
| tokuibi-特異日 | (meteorologie) singulariteit: een specifieke dag waarop een bepaald weertype zich met grote waarschijnlijkheid voordoet |
| tokumeiryūdōtekihanzaigurūpu-匿名流動的犯罪グループ | een anonieme (van samenstelling wisselende) groep misdadigers |
| tokuni-特に | met name; in het bijzonder; speciaal; vooral; voornamelijk |
| tokureishi-特例市 | (Japans systeem) classificatie als kernstad (met speciale administratieve bevoegdheden) voor steden met minstens 20.000 inwoners |
| tokuri-徳利 | (een term die wordt gebruikt om de spot te drijven met) iemand die niet kan zwemmen |
| tokuri-徳利 | een fles (met smalle hals) voor sake [sojaolie, azijn, e.d.] |
| tokuryuū-匿流 | een anonieme (van samenstelling wisselende) groep misdadigers |
| tokusei-徳政 | goede [deugdzame] regering |
| tokusei-特性 | karakteristiek; kenmerk; eigenschap |
| tokushitsu-特質 | kenmerk; bijzondere kwaliteit; eigenschap |
| tokushoku-特色 | kenmerk; eigenschap; aard; eigenaardigheid |
| tokushoku-特色 | steunkleur (voor een inkt die met één enkele oplage wordt gedrukt) |
| tokushuhōjin-特殊法人 | bijzondere onderneming (voor projecten zonder commerciële doeleinden, zoals overheidsbedrijven, bedrijfsverenigingen, stichtingen, e.d.) |
| tokushukō-特殊鋼 | speciaal staal (gemaakt door extra elementen toe te voegen aan gewoon gelegeerd staal) |
| tokuyū-特有 | specifiek kenmerk; specifieke eigenschap |
| tokyō-都響 | Tokyo Metropolitan Symfonieorkest |
| tōkyōtokōkyōgakudan-東京都交響楽団 | Tokyo Metropolitan Symfonieorkest |
| tomabune-苫舟 | boot met een biezen (rieten) dak |
| tomarigake-泊まりがけ | trip [uitstapje; excursie] met overnachting |
| tomaru-止まる | stoppen; tot stilstand komen |
| tomaya-苫屋 | hut [huis] met rieten dak |
| tome-止め | (timmerwerk) verstek-verbinding |
| tome-止め | en klein knoopje aan het einde van naaigaren (om te voorkomen dat de draad losschiet) |
| tomesode-留め袖 | formele kimono (van een getrouwde vrouw) |
| tomeyama-留め山 | berg(en) waar jagen en kappen van bomen verboden zijn |
| tomi-富 | grondstoffen [materialen] (met een economische waarde) |
| tomobataraki-共働き | tweeverdieners; dubbel inkomen |
| tomodachi-友達 | vriend; vriendin; vrienden; kameraad |
| tomodaore-共倒れ | gezamenlijke [gelijktijdige] ondergang; wederzijdse vernietiging |
| tomoe-巴 | een (familie)wapen met komma-achtige figuren binnen een cirkel |
| tomogaki-友垣 | vriend; vriendin; vrienden; kameraad |
| tomomachi-供待ち | wachtruimte voor dienaren (die op hun meester wachten) |
| tomomachi-供待ち | (ook de benaming voor) dienaren (die op hun meester wachten) |
| tomonau-伴う | volgen; meegaan; vergezellen; meenemen |
| tomonau-伴う | met zich meebrengen; resulteren; gepaard gaan met |
| tomoni-共に | samen; gezamenlijk; beiden |
| tomoshiraga-共白髪 | het samen oud worden |
| tomozuna-纜 | tros; kabeltouw; meertros |
| tomozuri-友釣り | het hengelen [vissen] met een aasvisje |
| tomurau-弔う | (samen) rouwen; condoleren; een condoleancebezoek afleggen |
| ton-トン | tonnage; ton (eenheid van massa en gewicht in het metrieke stelsel) |
| tonaeru-唱える | noemen; een benaming geven |
| tonai-都内 | in groot-Tokio; in Tokio-metropolis (m.n. binnen de 23 wijken van Tokio) |
| tono-殿 | heer; meester |
| tono-殿 | aanspreektitel voor iemands (leen)heer, meester of echtgenoot |
| tonosama-殿様 | (respectvolle aanspreektitel voor) heer; meester |
| tonshu-頓首 | (in China) een diepe buiging (met het hoofd tot op de grond) |
| tonto-とんと | (met ontkenning) helemaal niet; absoluut niet |
| tontonbyōshi-とんとん拍子 | het zonder problemen [soepel; vlot] zijn |
| tōnyū-豆乳 | sojamelk |
| tonzasuru-頓挫する | plotseling tot stilstand komen; gefrustreerd worden (van plannen); niet doorgaan |
| toomaki-遠巻き | omsingeling op afstand; een ruime [grote] omcirkeling |
| toori-通り | verkeer; komen en gaan |
| toorinukeru-通り抜ける | door iets (bijvoorbeeld een tunnel) heengaan; doorsteken (een kortere weg nemen) |
| toorisōba-通り相場 | gangbare gewoonte; algemeen gebruik |
| toppā-トッパー | korte, wijde damesmantel |
| toppākōto-トッパーコート | korte, wijde damesmantel |
| toppudaun-トップダウン | een managementsysteem van een organisatie [bedrijf] waarin beslissingen worden genomen vanuit de top |
| toppuya-トップ屋 | freelance journalist, die primeurs (actuele top-artikelen) schrijft voor kranten |
| toppu・battā-トップ・バッター | (honkbal) de nummer één [beste] slagman |
| toppu・manējimento-トップ・マネージメント | topmanagement |
| tora-虎 | (informeel) beschonkenheid; dronkenschap; dronkenlap; zuiplap |
| torabako-トラ箱 | (informeel) dronkenmanscel (in een politiebureau) |
| toraberingu-トラベリング | (bij basketbal) loopfout (het zetten van drie of meer stappen terwijl je de bal vasthoudt) |
| toraburu-トラブル | last; overlast; ongerief; problemen |
| toraburumēkā-トラブルメーカー | iemand die problemen veroorzaakt; herrieschopper; onruststoker |
| toraedokoro-捕らえ所 | het belangrijkste punt [argument]; de kern (van een discussie, theorie, e.d.) |
| toraianguru-トライアングル | triangel (muziekinstrument) |
| toraianguru・rabu-トライアングル・ラブ | driehoeksverhouding; een liefdesaffaire (liefdesrelatie) tussen drie mensen |
| toraiaru・ando・erā-トライアル・アンド・エラー | met vallen en opstaan; proefondervindelijk |
| tōraku-騰落 | toename en afname; (prijs)schommeling(en) |
| torankiraizā-トランキライザー | (med.) kalmeringsmiddel |
| toranomaki-虎の巻 | boek met geheimen [strategieën] |
| toranshitto-トランシット | transietinstrument (optisch meetinstrument om horizontale en verticale hoeken te meten) |
| toransu-トランス | transformer |
| toransusekushuarizumu-トランスセクシュアリズム | (arch.) transseksualiteit; transseksisme |
| torappu-トラップ | bij voetbal, het stoppen van de bal (met de voet of borst) |
| torēdomāku-トレードマーク | handelsmerk; typisch kenmerk (van iemand) |
| torēdo・kyarakutā-トレード・キャラクター | een bepaald karakter [personage] als handelsmerk |
| torēsu-トレース | overtrekken (met calqueerpapier); overtekenen |
| torēsu-トレース | (bergbeklimmen) en elkaars voetstappen lopen |
| tori-取り | het nemen; degene die neemt |
| toriageru-取り上げる | wegnemen |
| toriageru-取り上げる | aannemen; accepteren |
| toriageru-取り上げる | oppakken; aanpakken; vastpakken; ter hand nemen |
| toriatsukaidaka-取り扱い高 | omzet; handelsvolume; omvang van de transacties |
| toriatsukaihinmoku-取扱品目 | productlijn; assortiment |
| toriau-取り合う | betreffen; betrekking hebben (op); samenhangen (met) |
| toribiarizumu-トリビアリズム | trivialisme, een houding waarbij waarbij men zich fixeert op randzaken in plaats van de essentie van gebeurtenissen |
| torichigaeru-取り違える | de verkeerde nemen [pakken[ |
| torichirakasu-取り散らかす | rondstrooien; rommel maken |
| toridaka-取り高 | inkomen; opbrengst; verdiensten |
| toridasu-取り出す | uitnemen; uithalen; tevoorschijn halen; uitpakken |
| torigā-トリガー | trekker; pal (van een geweer, pistool, e.d.); activeringsmechanisme |
| toriharau-取り払う | weghalen; opruimen; afruimen |
| torihikisaki-取引先 | klant; consument; zakenrelatie |
| torihikisuru-取り引きする | handelen met; zaken doen |
| toriire-取り入れ | inname; het binnenhalen [verzamelen]; overnemen; aannemen |
| toriireru-取り入れる | inhalen; binnenhalen; verzamelen |
| toriireru-取り入れる | aannemen; overnemen |
| toriiru-取り入る | bij iemand in de gratie [in het gevlij] proberen te komen; zich aan iemand opdringen |
| torikaesu-取り返す | terugpakken; hernemen; terughalen; terugkrijgen |
| torikatazukeru-取り片付ける | opruimen; ordenen; afruimen |
| torikimeru-取り決める | regelen; overeenkomen; afspreken; vaststellen |
| toriko-取り粉 | rijstmeel, dat (tegen het vastkleven) op het werkblad wordt gestrooid bij het maken van mochi (kleefrijstbolletjes) |
| torikomu-取り込む | in gebruik nemen; introduceren; binnenhalen; overhalen; overtuigen |
| torikumu-取り組む | worstelen (met een tegenstander); strijden |
| torikumu-取り組む | (een probleem); aanpakken; proberen op te lossen; worstelen (met) |
| torimā-トリマー | (honden)trimmer; trimmer [kapper] van huisdieren |
| torimagireru-取り紛れる | druk (bezig) [in beslag genomen] zijn |
| torimatomeru-取り纏める | verzamelen; bij elkaar doen |
| torimazeru-取り混ぜる | (ver)mengen; mixen; bij elkaar doen |
| torimingu-トリミング | trimmen; (bij)knippen (van foto's) |
| torimingu-トリミング | trimmen (van dieren) |
| torimochi-鳥黐 | vogellijm (rubberachtige substantie verkregen uit boomschors, die werd gebruikt om kleine vogels mee te vangen) |
| torimodosu-取り戻す | terugnemen; terugwinnen; terugkrijgen |
| torimonaosazu-取りも直さず | namelijk; anders gezegd; met andere woorden |
| torimusubu-取り結ぶ | (bij iemand) in de gunst proberen te komen; een goede relatie hebben (met) |
| torinasu-取り成す | bemiddelen; tussenbeide komen; een goed woordje doen (voor iemand) |
| torinokeru-取り除ける | verwijderen; weghalen; wegvegen; opruimen |
| torinozoku-取り除く | verwijderen; weghalen; wegleggen; apart leggen; opruimen |
| torishirabeshitsu-取調室 | verhoorkamer |
| torisoroeru-取り揃える | bij elkaar brengen; verzamelen |
| torisugaru-取り縋る | dringend verzoeken; smeken |
| torisugaru-取り縋る | vasthouden; vastklemmen |
| toritsugu-取り次ぐ | gasten ontvangen; de deur opendoen; de telefoon aannemen |
| toritsuku-取り付く | vasthouden; vastklemmen; beethouden |
| toritsukurou-取り繕う | gladstrijken; effenen; verbloemen |
| toriumu-トリウム | thorium (chem. element) |
| torizara-取り皿 | een apart bordje [schaaltje] per persoon (om te eten uit gemeenschappelijke schalen met gerechten) |
| toroika-トロイカ | een slede [koets] met drie paarden; een driespan |
| toroika-トロイカ | een driemanschap; triumviraat; een groep van drie personen of organisaties die gezamenlijk (leidend) optreden |
| toroi・onsu-トロイ・オンス | troyounce (|een gewichtsmaat voor edelmetalen, groot 31,1034768 gram) |
| tōrokushōhyō-登録商標 | geregistreerd handelsmerk |
| torōringu-トローリング | het vissen met een sleephengel |
| tororī・basu-トロリー・バス | trolleybus; elektrische bus (met bovenleiding) |
| torotsukisuto-トロツキスト | trotskist (aanhanger van het trotskisme) |
| torotsukizumu-トロツキズム | trotskisme |
| toru-取る | opnemen (muziek, etc.) |
| toru-取る | pakken; nemen; verkrijgen |
| toru-取る | weghalen; wegnemen; verwijderen |
| toru-執る | doen; uitvoeren; zich inzetten voor; het bevel [de leiding] nemen |
| toru-執る | vasthouden; nemen; (op)pakken |
| toru-撮る | (op)nemen (foto, film, etc.) |
| toruku-トルク | krachtmoment |
| torukumenisutan-トルクメニスタン | Turkmenistan |
| tōryō-棟梁 | bouwmeester; meester-timmerman |
| tosaka-鶏冠 | (afk. voor) Meristotheca papulosa (een rode algensoort) |
| tosakanori-鶏冠海苔 | Meristotheca papulosa, een rode algensoort |
| tōsan-倒産 | faillissement |
| tōsansunzen-倒産寸前 | het op de rand van het faillissement staan; op het punt staan om failliet te gaan |
| tōsatsu-盗撮 | het heimelijk [stiekem; zonder toestemming] nemen van foto's; het fotograferen met een verborgen camera |
| tōsen-唐船 | Japanse schepen die in de middeleeuwen handel dreven met China |
| tōshaban-謄写版 | mimeograph; stencilmachine; gestencilde kopie |
| tōshi-透視 | (medisch) fluorescopie; röntgen; radioscopie |
| tōshin-刀身 | lemmet; kling (plat snijgedeelte van een zwaard) |
| tōshō-刀匠 | zwaardsmid; iemand die zwaarden smeedt |
| toshokan-図書館 | boekenverzameling |
| toshoken-図書券 | boekenbon (met geldwaarde) |
| tōshon・mētā-トーション・メーター | torsiemeter; koppelmeter |
| toso-屠蘇 | toso, een kruidige sake (wordt vooral met Nieuwjaar gedronken) |
| tossa-咄嗟 | moment; ogenblik |
| tosshinsuru-突進する | stormlopen; vooruit stormen; ergens op afstuiven |
| tosu-トス | worp; opgooi (b.v. bij het serveren met tennis); onderhandse worp naar een medespeler (bij honkbal) |
| tōsu-刀子 | (lett.: kort zwaard) mes voor dagelijks gebruik in de oudheid |
| tosu・battingu-トス・バッティング | (honkbal) peppergame, oefening waarbij ballen herhaaldelijk naar een slagman worden gegooid, die ze terugslaat naar dichtbij staande veldspelers |
| totan-トタン | golfplaat (golvend gegalvaniseerd metaal) |
| totan-塗炭 | ellende; kommer en kwel; misère |
| totan-途端 | het juiste [precieze] moment [ogenblik] |
| tōtatsu-到達 | aankomst; het arriveren; aankomen; het bereiken van de bestemming |
| tōtekikyōgi-投擲競技 | een werpnummer (bij atletiek, nl. discus, hamer, kogel of speerwerpen) |
| tōtemizumu-トーテミズム | totemisme (het geloof aan en verering van totems) |
| totemo-とても | (met ontkenning) onmogelijk; in geen geval; geenszins |
| totō-徒党 | samenzwering; samenzweerder |
| tōtō-滔滔 | onstuimig [turbulent; woest; snelstromend] zijn |
| totonoeru-整える | een groep mensen bijeen brengen |
| totonoeru-整える | in orde maken [brengen]; regelen; schikken; opruimen |
| totonoeru-整える | benodigdheden verzamelen; aanschaffen; kopen |
| totonoeru-整える | (tempo, ritme, e.d.) aanpassen; (af)stemmen; afstellen |
| totonoeru-整える | tot overeenstemming komen; overeenstemming bereiken |
| totsu-凸 | (wiskunde) convexe verzameling [functie] |
| totsuben-訥弁 | het stotterend [stamelend; haperend] spreken; niet welbespraakt zijn |
| totsugu-嫁ぐ | (arch.) geslachtsgemeenschap hebben |
| totsutotsu-訥訥 | stotterend; stamelend |
| tōyaku-投薬 | medicatie; medicijnen; recept |
| toyomosu-響もす | doen [laten] weerklinken [weergalmen; trillen; dreunen] |
| tozan-登山 | het bergbeklimmen; alpinisme; bergsport |
| tozanka-登山家 | klimmer; bergbeklimmer |
| tozansha-登山者 | klimmer; bergbeklimmer |
| tozetsu-途絶 | onderbreking; stopzetting; schorsing; opschorting; het tot stilstand komen |
| tsārizumu-ツァーリズム | tsarisme |
| tsū-通 | brief [document, etc.] (woord voor het tellen van brieven, documenten, telegrammen, etc.) |
| tsuba-鍔 | stootplaat [handbeschermer] van een zwaard [degen] |
| tsūbaifō-ツーバイフォー | bouwmethode van houten huizen gebruik makend van standaard balken van twee bij vier duim |
| tsubaki-椿 | camelia; Camellia japonica |
| tsubame-燕 | jongeman die een affaire heeft met een oudere vrouw |
| tsubamoto-鍔元 | het punt van een Japans zwaard waar de stootplaat (tsuba) en het lemmet (tōshin) elkaar raken |
| tsūbīto-ツービート | tweeslag (ritme) |
| tsubo-坪 | afmeting van een stuk stof, papier, e.d.: ca. 918 vierkante centimeter |
| tsubo-坪 | oppervlakte eenheid: ca. 3,3 vierkante meter |
| tsūbō-痛棒 | stok gebruikt tijdens Zen meditatie training (om onoplettende leerlingen een tik te geven) |
| tsūbō-通謀 | samenzwering; complot |
| tsubomu-窄む | smaller worden; samentrekken; krimpen; zich sluiten |
| tsubone-局 | (arch.) een hofdame aan het keizerlijk hof |
| tsubone-局 | (arch.) kamer van een prostituee |
| tsubone-局 | (arch.) een aparte kamer, afgescheiden van andere kamers (in een paleis, landhuis, tempel, e.d.) |
| tsūbun-通分 | (wiskunde) de noemers van twee of meer breuken gelijk maken zonder hun waarden te veranderen; onder een noemer brengen |
| tsubute-礫 | een steen(tje) (om mee te gooien) |
| tsūchi-通知 | mededeling; kennisgeving; advies |
| tsuchifuru-土降る | zand [stof] regenen; zand stormen |
| tsūchisuru-通知する | mededelen; berichten; laten weten; informeren; adviseren |
| tsuchiyose-土寄せ | het aanaarden; met aarde bedekken |
| tsūchō-通牒 | een document met een eenzijdige intentieverklaring |
| tsudoi-集い | verzameling |
| tsudou-集う | samenkomen; bijeenkomen; zich verzamelen |
| tsugaeru-番える | twee of meer dingen combineren |
| tsugeguchi-告げ口 | het vertellen [verklappen] van geheimen; het verklikken; verraden |
| tsugeru-告げる | (met woorden) informeren; mededelen; aankondigen; melden; berichten |
| tsugihagi-継ぎ接ぎ | het oplappen met verschillende stukken stof |
| tsugihagi-継ぎ接ぎ | samenvoeging (van losse stukken, geschriften, e.d.) |
| tsugiho-接ぎ穂 | entloot; entrijs (scheut of tak die bij het enten met de onderstam verbonden wordt) |
| tsugiki-接ぎ木 | het enten van bomen [planten] |
| tsugikisuru-接ぎ木する | bomen [planten] enten |
| tsugikomu-注ぎ込む | gieten (in); vullen met |
| tsuginoma-次の間 | voorkamer; de kamer die grenst aan de hoofdkamer |
| tsuginoma-次の間 | zijkamer; de kamer gelegen naast de hoofdkamer |
| tsugizao-継ぎ棹 | uit delen samengestelde hals van een shamisen (Japans snaarinstrument) |
| tsugu-告ぐ | (met woorden) informeren; mededelen; aankondigen; melden; berichten |
| tsugu-次ぐ | de volgende in de rij zijn; als volgende komen |
| tsugu-継ぐ | repareren; samenvoegen; toevoegen; aanvullen |
| tsūgyō-通暁 | een grondige kennis hebben (van); goed geïnformeerd zijn |
| tsūhei-通弊 | algemene [veel voorkomende) kwaal [tekortkoming] |
| tsūhō-通報 | melding; aangifte (b.v. bij de politie of brandweer) |
| tsui-つい | zojuist; daarnet; meteen; nu net; vlakbij |
| tsuieru-潰える | mislukken; fout gaan; vervliegen (van dromen) |
| tsuigō-追号 | postume titel [naam]; titel [naam] die na iemands dood wordt toegekend (b.v. aan een overleden keizer) |
| tsuika-追加 | toevoeging; supplement; appendix |
| tsuikasuru-追加する | toevoegen; bijvoegen; aanvullen; van een supplement voorzien |
| tsuin-ツイン | tweepersoonskamer (hotel, etc.) |
| tsuin・rūmu-ツイン・ルーム | tweepersoonskamer (hotel, etc.) |
| tsuiraku-墜落 | val; tuimeling; neerstorting |
| tsuirakusuru-墜落する | vallen; tuimelen; neerstorten |
| tsuiren-対聯 | duilian (Chinese nieuwjaarsversiering, bestaande uit twee rode langwerpige stroken met kalligrafie die aan weerszijden van een deur worden gehangen) |
| tsuishi-追試 | (afk. voor) inhaalexamen (vanwege ziekte b.v.); herexamen |
| tsuishi-追試 | een extra controle [tegencontrole] van een experiment [proef] |
| tsuishiken-追試験 | inhaalexamen (vanwege ziekte b.v.); herexamen |
| tsuitate-衝立 | (afk. voor) (kamer)scherm; partitiescherm |
| tsuitatesōji-衝立障子 | (kamer)scherm; partitiescherm |
| tsuiyasu-費やす | uitgeven; consumeren; verspillen; weggooien; verkwisten |
| tsuizō-追贈 | toekenning van een postume onderscheiding [rang] |
| tsuizui-追随 | het in de voetsporen volgen (van); inhalen; op gelijke hoogte komen (met) |
| tsuizuisuru-追随する | in de voetsporen volgen (van); inhalen; op gelijke hoogte komen (met) |
| tsūji-通事 | vertaler, tolk (meer specifiek voor het Nederlands in Nagasaki tijdens de Edo periode) |
| tsūjō-通常 | algemeen; normaal; gewoon |
| tsūjōkokkai-通常国会 | normale [reguliere] sessie van het Parlement |
| tsūjōsonshitsu-通常損失 | algemeen [standaard] verlies |
| tsūkā-つうかあ | elkaar geheel [compleet; volkomen; snel] begrijpen; op dezelfde golflengte zitten |
| tsuka-柄 | heft; gevest (van zwaarden, messen of dolken); steel of greep (van b.v. borstels); handvat |
| tsukae-痞え | ongemakkelijke omstandigheden; belemmering |
| tsukagashira-柄頭 | pommel |
| tsukaikonasu-使いこなす | (goed) omgaan met; goed kunnen gebruiken |
| tsukaite-使い手 | (schermen, speerwerpen, e.d.) meester |
| tsukaite-使い手 | gebruiker; consument; werkgever |
| tsukaiwakeru-使い分ける | correct gebruiken (de juiste instrumenten voor de juiste taak gebruiken); zich aanpassen aan de situatie |
| tsukamaseru-摑ませる | iemand iets laten gebruiken; iemand iets laten aannemen] (b.v. steekpenningen); omkopen |
| tsukamasu-摑ます | iemand iets laten gebruiken; iemand iets laten aannemen] (b.v. steekpenningen); omkopen |
| tsūkan-通巻 | nummer van een deel van een reeks [serie] (boeken, tijdschriften, etc.) |
| tsūkan-通患 | gemeenschappelijke bezorgdheid [zorgen]; universeel probleem; veelvoorkomend nadeel; gemeenschappelijke [wereldwijde] schade |
| tsukanoma-束の間 | een korte tijd; een vluchtig moment |
| tsukaru-漬かる | (van voedsel) goed gekruid zijn; met kruiden ingelegd (in vloeistof) zijn |
| tsukegeiki-付け景気 | het voorwenden [doen voorkomen] dat de economie goed is |
| tsukeru-着ける | (een plek; bestemming) bereiken; aankomen [stoppen] bij |
| tsukeru-着ける | op een positie zetten; laten plaatsnemen |
| tsukesage-付け下げ | een methode om patronen op Japanse kleding aan te brengen (de patronen wijzen naar boven tot de schouders) |
| tsukesage-付け下げ | een Japanse kimono met tsukesage patronen |
| tsuki-突き | (schermen) uitval; steek; (kendō) stekende aanval naar de keel |
| tsukiau-付き合う | omgaan met; relatie hebben met; gezelschap houden |
| tsukiau-付き合う | uitgaan met |
| tsukinami-月次 | gewoon; algemeen |
| tsūkinteikijōshaken-通勤定期乗車券 | OV-kaart voor werknemers |
| tsukisasu-突き刺す | (fig.) steken; prikken; priemen |
| tsukisusumu-突き進む | zich een weg banen; voorwaarts stormen [rennen] |
| tsukiya -突矢 | met de hand geworpen pijl |
| tsukiyukihana-月雪花 | maan, sneeuw, en bloemen (schoonheid in alle seizoenen) |
| tsukkomu-突っ込む | (snel of hard) induiken; invliegen; inrammen; opbotsen; bestormen; aanvallen |
| tsukkomu-突っ込む | je neus ergens insteken; zich bemoeien met |
| tsukkomu-突っ込む | alles tezamen nemen (zonder onderscheid te maken); alles tegelijk in aanmerking nemen; overal rekening mee houden |
| tsūkō-通行 | algemeen gebruik |
| tsuku-着く | aankomen; arriveren |
| tsukurikaeru-作り替える | vermaken; vernieuwen; herbouwen; omvormen; transformeren |
| tsukutsukubōshi-つくつく法師 | Walker's cicade (Meimuna opalifera) |
| tsuma-妻 | (meestal geschreven in hiragana) garnering (van sashimi met groenten, zeewier, e.d.); versiering; opmaak; toevoeging |
| tsumabiki-爪弾き | het tokkelen (op een muziekinstrument) |
| tsumabikisuru-爪弾きする | tokkelen (op een muziekinstrument) |
| tsumagake-爪掛け | een hoesje over het uiteinde van geta (houten sandalen), om de tenen te beschermen tegen regen en sneeuw |
| tsumahajiki-爪弾き | het knippen (met de vingers) |
| tsumahajikisuru-爪弾きする | knippen (met de vingers) |
| tsumami-摘み | snuifje; korreltje; mespuntje |
| tsumamidasu-摘まみ出す | (iets) met je vingers [(eet)stokjes] weghalen [ergens uithalen] |
| tsumamidasu-摘まみ出す | (iemand) met kracht naar buiten brengen [sleuren]; (iemand) wegsturen [verwijderen] |
| tsumamu-摘む | samenvatten; herhalen; recapituleren |
| tsumari-詰まり | kortom; namelijk; met andere woorden (m.a.w.); dat wil zeggen (d.w.z.) |
| tsumesho-詰め所 | standplaats; wachtpost; kantoor; stafkamer |
| tsumiageru-積み上げる | bijeenbrengen; verzamelen |
| tsumibukai-罪深い | zondig; immoreel; schuldig; met schuld beladen |
| tsumigoe-積み肥 | compost; mest |
| tsumikusa-摘み草 | het plukken van (wilde) planten, kruiden en bloemen |
| tsumitate-積み立て | het sparen; geld verzamelen [reserveren] |
| tsumitateru-積み立てる | (geld) sparen; verzamelen; opzij leggen |
| tsumitsukuri-罪作り | handelingen die in strijd zijn met de boeddhistische leer (zoals het doden of verwonden van levende wezens) |
| tsumu-摘む | (af)knippen; (af)snijden; trimmen |
| tsunade-綱手 | een aanmeerlijn; een touw om boot af te meren |
| tsunagaru-繋がる | een band hebben met; gelinkt zijn aan; verbonden [verwant] zijn met |
| tsunagiawaseru-繋ぎ合わせる | samenbrengen; samenbundelen; samenbinden; verbinden; (verschillende zaken) samenvoegen tot een eenheid |
| tsunagibune-繋ぎ船 | veerpont (tussen oevers op rivieren, meren e.d.) |
| tsunawatari-綱渡り | het koorddansen; balanceren; risico's nemen |
| tsunbosajiki-聾桟敷 | ongeïnformeerd zijn; ergens buiten gehouden worden |
| tsundoku-積ん読 | meer boeken kopen dan je leest; boeken kopen en ongelezen laten |
| tsunobue-角笛 | hoorn (muziekinstrument) |
| tsunoru-募る | inzamelen; (aan)werven; oproepen |
| tsunoru-募る | in hevigheid [kracht] toenemen; sterker [heftiger] worden |
| tsuntsun-つんつん | (onomatopee) stinkend; met sterke geur |
| tsure-連れ | metgezel; kameraad |
| tsuredatsu-連れ立つ | samen (ergens heen) gaan; meegaan met |
| tsureru-連れる | meenemen [meebrengen]; vergezeld worden door |
| tsureshōben-連れ小便 | samen gaan plassen; gezamenlijk naar het toilet gaan |
| tsuribune-釣り船 | een bootvormige bloemenvaas [bloempot] |
| tsuridana-吊り棚 | een hangend schap [rek] (met één of meerdere planken) |
| tsurikawa-吊り革 | hanglus (waaraan staande passagiers zich kunnen vasthouden in tram, bus, metro, e.d.) |
| tsurime-つり目 | ogen met naar boven gerichte ooghoeken |
| tsurisugara-吊巣雀 | buidelmees (Remis pendulinus) |
| tsuru-弦 | snaar (van een boog, muziekinstrument, etc.) |
| tsurube-釣瓶 | putemmer |
| tsurubeotoshi-釣瓶落とし | het snel vallen van de avond (als een dalende putemmer) |
| tsurugi-剣 | tweesnijdend zwaard; zwaard met twee snijvlakken |
| tsurureishi-蔓茘枝 | een bittere soort meloen (Momordica charantia) |
| tsūsetsu-通説 | algemeen erkende theorie |
| tsūshin-通信 | communicatie; correspondentie; nieuws; bericht; verslag; mededeling |
| tsūshō-通称 | (algemene) naam; roepnaam |
| tsutaiaruki-伝い歩き | steeds aan iets (meubels, muren, e.d.) vasthoudend (leren) lopen |
| tsutau-伝う | meegaan; (ergens) langs [over] gaan; volgen |
| tsūtei-通底 | zaken [dingen; ideeën] die aan de oppervlakte verschillend lijken, maar in de basis overeenkomen |
| tsutsusode-筒袖 | een kimono met rechte mouwen |
| tsuyameku-艶めく | glanzen; glimmen |
| tsūyū-通有 | gemeenschappelijk kenmerk; gemeenschappelijke eigenschap [basis] |
| tsuyuharai-露払い | openingsact; iemand die als eerste optreedt bij een evenement [voorstelling] |
| tsuyukusa-露草 | Aziatische dagbloem (Commelina communis) |
| tsuzukeru-続ける | doorgaan met; vervolgen; volhouden |
| tsuzumeru-約める | verkorten; inkorten; comprimeren |
| tsuzura-葛 | Sinomenium acutum (klimplant) |
| tsuzurafuji-葛藤 | Sinomenium acutum (klimplant) |
| tsuzuriawaseru-綴り合わせる | samenbinden; aan elkaar naaien [nieten; binden; hechten] |
| ubaitoru-奪い取る | afpakken; stelen; beroven; ontnemen |
| ubasuteyama-姥捨山 | een afdeling [functie] waar oudere mensen die niet meer van nut zijn, naar worden overgeplaatst |
| ubasuteyama-姥捨山 | een legende over het achterlaten van oude mensen (om te sterven) op de berg Obasute |
| ubenau-諾う | toestemmen; instemmen; bevestigen; akkoord gaan; gehoorzamen |
| uchidashi-打ち出し | (in papier of metaal) reliëfwerk; drijfwerk |
| uchidasu-打ち出す | beginnen met slaan [met de slagbeurt] (honkbal, e.d.); serveren (tennis); beginnen met typen |
| uchidenokozuchi-打ち出の小槌 | magische [legendarische] gelukshamer |
| uchideshi-内弟子 | bij een leermeester inwonende student (die huistaken verricht als betaling voor onderwijs) |
| uchigi-袿 | formele onderkleding met wijde mouwen voor mannen |
| uchijūde-家中で | met het hele gezin; met de hele familie |
| uchikabuto-内兜 | verborgen omstandigheden; interne [geheime] informatie |
| uchikake-打ち掛け | (tussentijds) stoppen [pauzeren] met een spel (b.v. go) |
| uchikasanaru-打ち重なる | opstapelen; opeenvolgen; achter elkaar komen |
| uchikiru-打ち切る | stoppen [ophouden] met; iets staken [afbreken; stopzetten] |
| uchiko-打ち粉 | meel (voor noedels, e.d.) |
| uchikomu-打ち込む | inslaan; inhameren |
| uchimaku-内幕 | interne [geheime] informatie |
| uchimata-内股 | manier van lopen, met de voeten [tenen] naar binnen gedraaid |
| uchimono-打ち物 | smeedijzer; gesmeed ijzer |
| uchini-内に | tijdens, onder het...; voordat (met ontkenning) |
| uchinori-内法 | meting van de binnenmaat; binnenbreedte [binnenlengte] |
| uchinuku-打ち抜く | voortzetten; doorgaan (met) |
| uchishizumu-打ち沈む | gedeprimeerd [ontmoedigd; neerslachtig; terneergeslagen] zijn |
| uchisueru-打ち据える | meedogenloos slaan; afranselen |
| uchitsureru-打ち連れる | samen (ergens heen) gaan; meegaan (met) |
| uchiwa-内輪 | (voet met) naar binnen gekeerde tenen |
| uddo-ウッド | een golfclub met houten kop |
| uddoburokku-ウッドブロック | woodblock (muziekinstrument) |
| udedate-腕立て | pronken met je fysieke kracht; vertrouwen op je fysieke kracht (in een gevecht, b.v.) |
| uderu-茹でる | een zwelling [pijnlijke plek] behandelen (met stoom, warme kompressen, e.d.) |
| udonge-優曇華 | (Sanskriet) udumbara (een mythische plant die zogezegd eens in de 3000 jaar bloeide), wordt gebruikt als metafoor voor iets dat uiterst zeldzaam is |
| uekoinin-請負人 | aannemer |
| uekomi-植え込み | het (vol) planten; (een plek met) dichte beplanting |
| uerunesu-ウエルネス | gezondheid; lichamelijk welbevinden |
| uesuto・bōru-ウエスト・ボール | (Eng.: waste ball) waste pitch; (met opzet) verspilde worp (buiten het slagveld bij honkbal) |
| uētingu・rūmu-ウエーティング・ルーム | wachtkamer |
| uetto-ウエット | sentimenteel; klef; slap |
| ugatsu-穿つ | tot de kern van een zaal doordringen; de essentie van dingen begrijpen; menselijke emoties haarfijn aanvoelen |
| ugomeku-蠢く | wriemelen; kronkelen |
| uguisumochi-鶯餅 | mochi (rijstcakes) gevuld met rode bonenpasta en bedekt met meel van groene sojabonen |
| ui-初 | (in samenstellingen) begin; eerste |
| uingu・karā-ウイング・カラー | vleugelkraag (stijve overhemdkraag waarvan de bovenhoeken naar beneden zijn gekeerd, voor formele gelegenheden) |
| uinnā-ウインナー | wienermelange (koffie) |
| uinnā・kōhī-ウインナー・コーヒー | wienermelange koffie |
| uirō-外郎 | traditionele Japanse gestoomde zoetigheid (gemaakt van rijstmeel en suiker) |
| uirōmochi-外郎餠 | traditionele Japanse gestoomde zoetigheid (gemaakt van rijstmeel en suiker) |
| uisukī-ウイスキー | whiskey (Iers of Amerikaans); whisky (Schots) |
| uisukī・sawā-ウイスキー・サワー | whiskey met citroen |
| ujiko-氏子 | parochiaan [gemeentelid] van een shinto heiligdom |
| ujō-有情 | menselijkheid; medeleven |
| ukabiagaru-浮かび上がる | naar boven komen (drijven); aan de oppervlakte komen; tevoorschijn komen |
| ukabu-浮かぶ | opkomen; verschijnen; naar boven komen |
| ukagau-伺う | (beleefde vorm voor) vragen; informeren (naar) |
| ukagau-伺う | (beleefde vorm voor) horen; vernemen |
| ukai-鵜飼い | het vissen met aalscholvers (ze worden gebruikt om vissen te vangen, met een ring om hun hals zodat ze alleen kleine vissen zelf kunnen doorslikken) |
| ukan-有官 | iemand met een officiële functie [rang; positie] bij de overheid; een ambtenaar |
| ukaseru-浮かせる | half overeind komen; zich oprichten |
| ukasu-浮かす | half overeind komen; zich oprichten |
| ukeau-請け合う | beloven; garanderen; verantwoordelijkheid nemen voor |
| ukeguchi-受け口 | iemand met een (naar voren) uitstekende onderkaak |
| ukeireru-受け入れる | ontvangen; aannemen; toelaten |
| ukemotsu-受け持つ | (een taak) op zich nemen [uitvoeren]; (een opdracht) aannemen |
| ukeou-請け負う | op zich [voor zijn rekening] nemen; (werk) aannemen |
| ukeru-受ける | ontvangen; (ver)krijgen; aannemen |
| ukeru-受ける | ondergaan (operatie, etc.); ondernemen |
| uketamawaru-承る | luisteren (naar); horen; vernemen |
| uketetatsu-受けて立つ | een uitdaging aannemen [aangaan] |
| uketori-受け取り | aanname; ontvangst; ontvangstbewijs |
| uketoru-受け取る | in ontvangst nemen; aanpakken |
| uketoru-受け取る | begrijpen; geloven; (voor waar) aannemen |
| uketsugu-受け継ぐ | (iem.) opvolgen; een taak (van iem.) overnemen; erven |
| uketsukeru-受け付ける | ontvangen; aannemen; accepteren; op zich nemen |
| ukiagaru-浮き上がる | oprijzen; aan de oppervlakte komen; bovendrijven |
| ukidasu-浮き出す | opkomen; naar boven (komen) drijven; aan de oppervlakte komen |
| ukideru-浮き出る | oprijzen; tevoorschijn komen; aan de oppervlakte komen |
| ukimi-浮き身 | (tijdens het zwemmen) het op de rug in het water drijven |
| ukimi-浮き身 | gezelschapsdame voor handelsreizigers (tijdens hun verblijf) |
| ukkari-うっかり | (onomatopee) vergeetachtig; afwezig; gedachtenloos; onbewust; ongemerkt |
| uku-浮く | drijven; boven komen drijven; aan de oppervlakte komen |
| ukurere-ウクレレ | ukelele (muziekinstrument) |
| ukyaku-雨脚 | stromende regen (met ononderbroken strepen, als pijpenstelen); stortregen |
| uma-午 | mei (5de maand van de maankalender) |
| umagaeshi-馬返し | het punt op een bergpas waar het te steil wordt, waardoor een paard niet meer verder kan en moet omkeren |
| ūman・ribu-ウーマン・リブ | vrouwenbevrijdingsbeweging |(woman's liberation movement) |
| ume-梅 | Japanse abrikoos (boom: Prunus mume) |
| umebishio-梅醬 | pruimengelei |
| umeboshi-梅干し | ingemaakte gezouten pruimen |
| umibōzu-海坊主 | Umibōzu, een legendarisch zeemonster (met een geschoren hoofd zoals een Boeddhistische monnik) |
| umikamome-海鴎 | zeemeeuw |
| unadon-鰻丼 | (Japans traditioneel gerecht) een (donburi-stijl) kom rijst met gegrilde paling erop |
| unaginobori-鰻登り | (lett. een paling die verticaal omhoog (in het water) klimt) het snel stijgen [omhoogklimmen]; omhoogschieten (van prijzen, populariteit, e.d.) |
| unaru-唸る | kreunen; kermen; brullen; grommen; janken; zoemen; suizen; kreten van bewondering slaken |
| unaru-唸る | met lage stem zingen [reciteren] |
| unasareru-魘される | een nachtmerrie hebben; geluiden maken terwijl je slaapt; onrustig slapen |
| unazuku-頷く | (instemmend) knikken |
| unbo-雲母 | (mineraal) mica; glimmer |
| undōkai-運動会 | sportdag (op school); sportief evenement |
| undōkōen-運動公園 | sportpark; park met sportfasciliteiten |
| undōryō-運動量 | impuls; stuwkracht; momentum |
| unka-雲霞 | een grote menigte; horde; zwerm (mensen) |
| unmeiron-運命論 | fatalisme |
| unmo-雲母 | (mineraal) mica; glimmer |
| unomi-鵜呑み | iets zomaar (voor zoete koek) aannemen [slikken] |
| unsen-雲箋 | (formeel) brief (ontvangen, van een ander) |
| unshi-運指 | vingerzetting (muziekinstrumenten) |
| unza-運座 | bijeenkomst waarbij mensen samen haiku gedichten schrijven over een bepaald onderwerp |
| un'ei-運営 | beheer; bestuur; besturing; management |
| un'yōshūeki-運用収益 | rendement op [inkomsten uit] vermogensbeheer; investeringsrendement; investeringsopbrengst |
| uojōyu-魚醤油 | vissaus (gemaakt van gefermenteerde vis) |
| uradana-裏店 | een winkelpand [handelshuis] met het woonhuis aan de achterkant |
| uragaki-裏書き | endossement; bevestiging |
| uragane-裏金 | smeergeld; steekpenning; omkoopsom |
| uraguchi-裏口 | (fig.) achterdeur; illegaal binnenkomen; op frauduleuze wijze doen; toegang (tot universiteit, bedrijf, e.d.) zonder te voldoen aan toelatingseisen |
| urakata-裏方 | (in het theater) personeel dat achter de schermen werkt |
| uramichi-裏道 | slechte [oneerlijke] handelswijze [methode; levenswijze] |
| uramitsurami-恨み辛み | ingehouden [opgekropte] rancune; wrok; ressentiment |
| uran-ウラン | uranium (scheikundig element U) |
| uranari-末生り | metafoor voor (een zwak) iemand met een bleek gezicht |
| uraniumu-ウラニウム | uranium (scheikundig element U) |
| urashimatarō-浦島太郎 | (informeel) gevangene die na een lang verblijf in de gevangenis wordt vrijgelaten |
| ureashi-売れ足 | snelle verkoop; de snelheid waarmee een product wordt verkocht |
| uresuji-売れ筋 | een nummer één artikel; een product met hoge verkoopcijfers |
| uri-瓜 | meloenplant |
| uriba-売り場 | optimaal moment om te verkopen; ideale verkoopconditie |
| uriko-売り子 | verkoper; verkoopster; verkoopmedewerker |
| urikomu-売り込む | iets promoten; (mensen) aanmoedigen om te kopen |
| urimonku-売り文句 | verkooppraatje; (reclame)slogan |
| urioshimu-売り惜しむ | (in afwachting van [in de hoop op] hogere prijzen) terughoudend zijn met verkopen; de verkoop uitstellen |
| uritsukeru-売り付ける | iem. iets aansmeren; iem. verleiden [dwingen] om iets te kopen |
| urobune-売ろ舟 | (arch., dit woord stamt uit de Edo periode) een drijvend winkeltje; een boot waar men gebruiksvoorwerpen en etenswaren kon kopen |
| urourobune-うろうろ船 | (arch.) een drijvend winkeltje; een boot waar men gebruiksvoorwerpen en etenswaren kon kopen |
| uru-得る | (formeel) verkrijgen; ontvangen |
| urumeiwashi-潤目鰯 | ronde haring (vis, Etrumeus teres) |
| urutoramontanizumu-ウルトラモンタニズム | ultramontanisme (leer binnen de katholieke kerk met nadruk op de autoriteit van de paus) |
| urutoranashonarizumu-ウルトラナショナリズム | ultranationalisme |
| uryōkei-雨量計 | regenmeter; pluviometer |
| usa-憂さ | somberheid; zwaarmoedigheid; droefgeestigheid; neerslachtigheid; melancholie; weemoed |
| ushigaeru-牛蛙 | Amerikaanse stierkikker [brulkikker] (Lithobates catesbeianus) |
| ushin-有心 | (boeddh.) gehechtheid, sterke mentale fixatie voor dingen en ideeën |
| ushirodate-後ろ盾 | ondersteuner; beschermheer; helper achter de schermen |
| ushirokizu-後ろ傷 | verwonding aan de rug opgelopen tijdens het vluchten (in het oude Japan een beschamend eerverlies) |
| ussō-鬱蒼 | dichte bebossing; donkere [dicht op elkaar staande] bomen |
| usuakari-薄明かり | zwak licht; schemering |
| usuba-薄刃 | dun mes; mes met dun lemmet |
| usuba-薄刃 | snede; snijkant (van een mes, etc.) |
| usugurai-薄暗い | donker; somber; schemerig; duister |
| usuragu-薄らぐ | afnemen; vervagen; dunner [zwakker] worden; afkoelen |
| uta-歌 | lied; melodie |
| utaguchi-歌口 | mondstuk van een blaasinstrument |
| utaimonku-謳い文句 | slagzin; (reclame) slogan |
| utakata-泡沫 | (metafoor voor) iets onbeduidends [iets vluchtigs] |
| utata-転た | meer en meer; steeds meer; in toenemende mate |
| utau-謳う | lof zingen; prijzen; ophemelen; verheerlijken |
| utoi-疎い | (vrij) onwetend [onbekend] (zijn met) |
| utoutosuru-うとうとする | (onomatopee) (weg) dutten; soezen; (in) dommelen; een hazenslaapje doen; sluimeren |
| utsu-打つ | laten klinken; bespelen (muziekinstrument) |
| utsu-打つ | hameren; typen |
| utsubyō-鬱病 | depressie; melancholie |
| utsuribashi-移り箸 | eetstokjes waarmee achter elkaar iets uit verschillende gerechten wordt aangeraakt (onjuist gebruik van eetstokjes) |
| utsushitoru-写し取る | kopiëren; (precies) overschrijven [overnemen] |
| utsute-打つ手 | methode; maatregel; handeling |
| uttaeru-訴える | zijn toevlucht nemen tot |
| uttetsuke-打って付け | ideaal [perfect; meest geschikt; meest passend; precies goed] zijn |
| uwabe-上辺 | uiterlijke verschijning; voorkomen |
| uwayaku-上役 | leidinggevende; chef; baas; meerdere |
| uwazumi-上積み | extra verhoging [toename] |
| uyoku-羽翼 | hulp; assistent; trouwe medewerker; (iemands) rechterhand (fig.) |
| vuiburafon-ヴィブラフォン | vibrafoon (muziekinstrument) |
| wabisuke-侘助 | Wabisuke camelia (een variëteit van de Camellia Japonica, met kleine enkele bloemen; vanwege hun eenvoud vaak gebruikt bij theeceremonies) |
| wabizumai-侘び住まい | een armoedig huis [onderkomen]; een leven in armoede |
| wagahai-我輩 | (mannelijk taalgebruik, eerste persoon enkelvoud, tegenwoordig met een nogal arrogante duiding) ik |
| wagahai-我輩 | (mannelijk taalgebruik, eerste persoon meervoud) wij |
| wagamama-我が儘 | egoïsme; zelfzuchtigheid; ongehoorzaamheid |
| wagon-ワゴン | (dien)wagentje; kar (met ijs, e.d.) |
| wāhori-ワーホリ | (afk. voor) werkvakantie; vakantiereis met werkvergunning [visum] (waarbij reizigers mogen werken in het land dat ze bezoeken) |
| waidan-猥談 | boek [verhaal] met aanstootgevende [obscene; choquerende] inhoud |
| waipu-ワイプ | het wissen van gegevens van opnamebanden en hardeschijven |
| waipu-ワイプ | methode om van scène te wisselen (film en televisie) |
| wairo-賄賂 | omkoping; omkoperij; smeergeld |
| waiya-ワイヤ | draad; metaalkabel |
| waiya-ワイヤ | snaar (van een muziekinstrument) |
| wai・daburyū・shī・ē-ワイ・ダブリュー・シー・エー | Young Women’s Christian Association, een beweging die zich inzet voor leiderschap en rechten van vrouwen en meisjes |
| wai・emu・shī・ē-ワイ・エム・シー・エー | Young Men's Christian Association, een oecumenisch-christelijke jongerenorganisatie |
| wajō-和尚 | (erenaam voor) boeddhistische priester met spirituele training (deze lezing wordt m.n. gebruikt bij het Shingon boeddhisme) |
| wajō-和尚 | (groot)meester in de Japanse krijgskunsten |
| waka-和歌 | waka (klassieke Japanse dichtkunst), met subgenres zoals b.v. tanka |
| wakachiau-分かち合う | (iets met iemand) delen; (iets) gemeen hebben (met iemand) |
| wakadanna-若旦那 | jongeheer; jonge meester; jonge echtgenoot |
| wakaishu-若い衆 | jongere; jonge mensen; de jeugd |
| wakaisuru-和解する | zich verzoenen; verzoend worden (met); (ruzie) bijleggen |
| wakamuki-若向き | bestemd voor [gericht op] jonge mensen |
| wakareru-別れる | afscheid nemen; uit elkaar gaan; scheiden |
| wakasagi-公魚 | Japanse spiering (Hypomesus nipponensis) |
| wakasama-若様 | jonge meester |
| wakashu-若衆 | jongere; jonge man; jonge mensen |
| wakasu-沸かす | smelten (van metaal, e.d.) |
| wakasu-沸かす | verwarmen; koken (van water); opwarmen |
| wakate-若手 | een jong iemand; jonge man [vrouw]; een junior employé [werknemer] |
| wakatono-若殿 | jonge heer; jonge meester |
| wake-分け | (in samenstellingen) verdelen; indelen; scheiden; sorteren |
| wakimaeru-弁える | bekend zijn met; (goed) weten |
| wākingu・horidē-ワーキング・ホリデー | werkvakantie; vakantiereis met werkvergunning [visum] (waarbij reizigers mogen werken in het land dat ze bezoeken) |
| wakizashi-脇差 | kort zwaard (met stootplaat) |
| wakō-倭冦 | (oude scheldnaam in Korea en China voor) Japan; mensen uit Japan |
| wako-和子 | (arch.) de zoon uit een welgestelde familie; de zoon van iemand met een hoge rang [status]; de zoon van een edelman |
| wakōdōjin-和光同塵 | het niet overmatig tonen van kennis en daardoor met anderen in goede verhouding kunnen staan |
| wakōdōjin-和光同塵 | (boeddh.) de Boeddha en Bodhisattva versluieren hun wijsheid om op toegankelijke wijze de lijdende mensheid te kunnen redden |
| wakonkansai-和魂漢才 | Japanse geest doordrenkt met Chinese kennis [wetenschap] |
| wakonyōsai-和魂洋才 | Japanse geest doordrenkt met Westerse kennis [wetenschap] |
| waku-枠 | raamwerk; frame; onderstel |
| wakugumi-枠組み | raamwerk; raster; framework |
| wakusei-惑星 | een outsider; onverwachte kanshebber [mededinger] |
| wāmu-ワーム | (write once, read many) opslagschijf waarop slechts één keer geschreven kan worden en dat daarna niet meer gewist of gewijzigd kan worden |
| wāmu-ワーム | computerworm (computervirus dat zichzelf dupliceert en vermenigvuldigt) |
| wan-椀 | woord dat wordt gebruikt om kommen te tellen |
| waniguchi-鰐口 | een Japanse platte (ronde, holle) metalen gong (in tempel of heiligdom, met een touw waarmee de gelovigen de gong kunnen laten klinken) |
| waniguchi-鰐口 | (spottende term voor iemand met) een brede [grote] mond |
| wankosoba-椀子蕎麦 | een kom bouillon met soba-noedels, die steeds wordt bijgevuld tot de klant genoeg heeft |
| wanman・kā-ワンマン・カー | een trein, bus of tram met maar 1 personeelslid (de bestuurder die ook de functie van conducteur vervult) |
| wanrūmu・manshon-ワンルーム・マンション | eenkamerappartement; studio |
| wansutoppu・shoppingu-ワンストップ・ショッピング | koopgedrag waarbij consumenten tegelijkertijd boodschappen en andere diensten doen op één locatie |
| wantsū・panchi-ワンツー・パンチ | (boksen) een snelle combinatie van slagen afwisselend met de linker- en rechtervuist |
| wan・tatchi-ワン・タッチ | één aanraking; (met) één druk op de knop |
| wappu-割賦 | het meermaals (In porties) toewijzen of verdelen |
| warabuki-藁葺き | met (gevlochten) stro bedekt; strodak; rieten dak |
| warabuton-藁布団 | futon gevuld met stro |
| waraitobasu-笑い飛ばす | iets weglachen; zich er met een (glim)lach vanaf maken |
| warantosai-ワラント債 | een obligatie met warrant |
| warasa-稚鰤 | jonge geelvinmakreel (40 - 60 centimeter lang; Seriola quinqueradiata) |
| warawa-童 | (arch.) kapsel met loshangend haar van kinderen |
| waregane-割れ鐘 | (metafoor voor) een luide, schorre stem |
| waribikitegata-割引手形 | een rekening met korting; een gereduceerde rekening |
| waridaka-割高 | in verhouding (met de kwaliteit) duur zijn |
| warigaki-割り書き | (bijgeschreven) opmerkingen; aantekeningen; annotaties |
| warigo-破り子 | een (houten) lunchbox met vakjes |
| wariin-割り印 | een zegelafdruk over twee documenten (om aan te geven dat ze bij elkaar horen) |
| warikireru-割り切れる | (kunnen) aanvaarden; tevreden zijn (met); overtuigd zijn (van) |
| warikiru-割り切る | beslissend concluderen; tot een duidelijk besluit komen |
| warini-割に | ongewoon; anders dan normaal; in aanmerking genomen |
| warishita-割り下 | bouillon gemengd met sojasaus en suiker (voor het gerecht sukiyaki) |
| waruasobi-悪遊び | gemene streek; schelmenstreek; slechte [kwade] geneugten [pleziertjes] |
| waruba-悪場 | (een term uit het bergbeklimmen) een gevaarlijke plek (die moeilijk te beklimmen is) in de bergen |
| warudakumi-悪巧み | een slimme [sluwe; gemene] streek; duister plan; complot |
| wārudo・shirīzu-ワールド・シリーズ | Amerikaans kampioenschap honkbal (World Series) |
| warujare-悪洒落 | een gemene [beledigende] grap |
| warunasubi-悪茄子 | een meerjarige plant van de plantensoort aubergine |
| warunori-悪乗り | overdrijven (met woorden of daden); te ver gaan; teveel vergen van; te veel [vaak] gebruiken [doen |
| warusawagisuru-悪騒ぎする | druk [luidruchtig] feestvieren, zonder rekening te houden met de overlast voor anderen |
| waseieigo-和製英語 | Japans pseudo-Engels woord (een Japans woord samengesteld uit één of meerdere Engelse leenwoorden) |
| wasen-和船 | Japans schip (met Japanse kenmerken) |
| washitsu-和室 | een kamer in Japanse stijl |
| wasserumanhannō-ワッセルマン反応 | Wassermannreactie (medische test genoemd naar de bacterioloog August von Wassermann) |
| wasupu-ワスプ | (White Anglo-Saxon Protestant) WASP (blanke Amerikaanse protestant met Britse voorouders) |
| wasuru-和する | goed met elkaar kunnen opschieten; op één lijn zitten met elkaar |
| wataire-綿入れ | kledingstuk met katoenen vulling; gewatteerde kleding |
| wataribashi-渡り箸 | eetstokjes waarmee iets uit het ene na het andere gerecht wordt gepakt zonder tussendoor wat rijst te eten (onjuist gebruik van eetstokjes) |
| wazamono-業物 | een scherp zwaard (gemaakt door een meestervakman) |
| wazashi-業師 | een technische man; iemand met goede vaardigheden |
| wazashi-業師 | gewiekste [slimme; sluwe] kerel |
| wazawaisuru-災いする | problemen veroorzaken; slecht invloed hebben; kwaad doen |
| wazawaza-態々 | uitdrukkelijk; nadrukkelijk; speciaal; de moeite nemen (om te) |
| webu・kamera-ウェブ・カメラ | webcamera |
| wōkingu・dikushonarī-ウォーキング・ディクショナリー | een wandelend woordenboek (iemand met een zeer grote woordenschat) |
| wōtāmeron-ウォーターメロン | watermeloen (Citrullus lanatus) |
| yabanjin-野蛮人 | barbaar; wildeman; onbeschaafd mens; een barbaars [primitief] volk |
| yabo-野暮 | domheid; dwaasheid; onwetendheid; domme daad [handeling; opmerking] |
| yaboten-野暮天 | lomperik; lummel; dwaas |
| yabuhebi-藪蛇 | (lett. slang in het struikgewas) lastige [netelige] situatie; onverwachte problemen |
| yabuichikuan-藪井竹庵 | kwakzalver; medische charlatan |
| yabuisha-藪医者 | kwakzalver; slechte [onbekwame] dokter |
| yachi-谷地 | (In Hokkaido, een informele term voor) veenland |
| yādo・pondohō-ヤード・ポンド法 | systeem van Engelse meeteenheden (yard-pond) |
| yae-八重 | achtvoud; meerlaags [meerlagig]; dubbel (bloem) |
| yaeba-八重歯 | dubbele tanden (een persisterende melktand die niet uitvalt en de nieuwe tand die al doorkomt) |
| yagaru-やがる | een hulpwerkwoord dat in combinatie met een ander werkwoord ergernis uitdrukt over de daad [actie] van een ander |
| yagate-軈て | momenteel; tegenwoordig |
| yagura-櫓 | houten frame voor een kotatsu (Japanse tafelkachel) |
| yahi-野卑 | (iemand met) een zeer lage status |
| yaiba-刃 | lemmet (van een mes); kling (van een zwaard) |
| yaiba-刃 | generieke naam voor zwaarden, messen, etc. |
| yaita-矢板 | (metalen) damwand; damplaat |
| yajūha-野獣派 | fauvisme (stroming in de schilderkunst) |
| yaka-やか | gekoppeld aan een zelfstandige naamwoord vormt het een bijvoeglijk naamwoord (met な) |
| yakamashii-喧しい | streng; meedogenloos; onverbiddelijk; veeleisend |
| yakara-輩 | familie; clan; groep mensen |
| yakazuhaikai-矢数俳諧 | een vorm van haikai waarbij de deelnemers proberen zoveel mogelijk haiku te componeren in 24 uur (in navolging van het pijl-en-boogschieten) |
| yakenokoru-焼け残る | ontsnappen aan de vlammen [het vuur]; onverbrand blijven |
| yakeochiru-焼け落ちる | (totaal) afgebrand zijn; tot de grond toe afgebrand zijn; in vlammen tenondergaan |
| yakifu-焼き麩 | luchtige broodjes [cakejes] gemaakt van tarwegluten en meel |
| yakiin-焼き印 | brandmerk |
| yakiire-焼き入れ | het afharden [temperen] (van metaal in water) |
| yakin-冶金 | metallurgie |
| yakinamashi-焼き鈍し | het temperen [ontharden] (van glas of metaal) |
| yakinaoshi-焼き直し | het opnieuw bakken [braden; smeden] |
| yakinaosu-焼き直す | opnieuw bakken [braden; smeden] |
| yakisoba-焼き蕎麦 | roerbak gerecht met boekweitnoedels; (Chinees) cho mein |
| yakitori-焼き鳥 | spiesjes met geroosterde kipblokjes |
| yakiuchi-焼き討ち | aanval (op een kasteel) met vuur(pijlen) |
| yakka-薬価 | medicijnprijzen; de vergoeding voor medicijnen |
| yakka-薬禍 | schadelijke bijwerkingen van een medicijn |
| yakkaibarai-厄介払い | het afkomen [zich ontdoen] van iets vervelends [van iemand die tot last is] |
| yakkō-薬効 | de werkzaamheid van een medicijn [geneesmiddel] |
| yakkodako-奴凧 | een (traditionele) Japanse vlieger in de vorm van een man met uitgespreide armen (als vleugels) |
| yakubi-厄日 | ongeluksdag; dag met rampspoed [tegenslag] |
| yakubutsu-薬物 | geneesmiddel; medicijn; medicament |
| yakubyōgami-疫病神 | Yakubyōgami, een boze god die mensen ziek maakt en rampen veroorzaakt; god van de pest |
| yakudoku-薬毒 | gif in een medicijn; een giftige stof in medicijnen |
| yakugara-役柄 | iemands rol [positie]; de aard [kenmerken] van iemands positie |
| yakuharai-厄払い | exorcisme; ritueel om boze geesten uit te drijven; ceremoniële reiniging van het kwaad |
| yakuhin-薬品 | medicijn; geneesmiddel; chemisch produkt |
| yakujihō-薬事法 | de wet op farmaceutische en medische hulpmiddelen |
| yakumuki-役向き | iemands rol [positie]; de aard [kenmerken] van iemands positie |
| yakuninkonjō-役人根性 | bureaucratisme; ambtenarij |
| yakuon-約音 | (taalkunde) samentrekking (van lettergrepen) |
| yakuri-薬理 | werking [effect] van medicijnen |
| yakurisayō-薬理作用 | medicinale werking; de werking van geneesmiddelen |
| yakurō-薬籠 | medicijnkist |
| yakusatsu-薬殺 | vergiftiging; (iem.) doden met vergif |
| yakushin-薬疹 | huiduitslag als bijwerking van medicijngebruik |
| yakushu-薬酒 | medicijndrank; geneeskrachtige [medicinale] drank |
| yakusokusuru-約束する | afspreken; beloven; overeenkomen |
| yakusokutegata-約束手形 | promesse; schuldverklaring |
| yakusuru-扼する | een sleutelpositie innemen |
| yakusuru-約する | afkorten; verkleinen; samenvatten |
| yakute-約手 | promesse; schuldverklaring |
| yakuwari-役割 | (toegewezen) rol; aandeel; functie (in een bedrijf, de gemeenschap, e.d.) |
| yakuzai-薬剤 | een medicijn; farmaceutisch product |
| yamabito-山人 | bergbeklimmer |
| yamadera-山寺 | Yama-dera, algemene benaming voor de Risshaku-ji (Tendai bergtempel in Yamagata-stad) |
| yamagara-山雀 | (bonte) mees (Parus varius) |
| yamagaru-山雀 | bonte mees (Sittiparus varius) |
| yamakake-山かけ | gerecht van tonijnsashimi met wasabi en geraspte yam |
| yamake-山気 | ondernemend persoon; iemand die graag risico's neemt |
| yamaki-山気 | ondernemend persoon; iemand die graag risico's neemt |
| yamakke-山っ気 | ondernemend persoon; iemand die graag risico's neemt |
| yamanari-山鳴り | het rommelend geluid van een berg [vulkaan] |
| yamanobori-山登り | bergbeklimmen; bergbeklimming |
| yamaotoko-山男 | bergbeklimmer; alpinist |
| yamatonadeshiko-大和撫子 | de ideale Japanse vrouw (met traditionele deugden en gratie) |
| yameru-止める | ontslag nemen; terugtreden; aftreden; zijn functie neerleggen |
| yameru-辞める | ontslag nemen; terugtreden; aftreden; zijn functie neerleggen |
| yami-闇 | een ordenloze staat; zonder [zeden] normen en waarden |
| yamibaito-闇バイト | zwartwerk; illegaal deeltijdwerk (soms met criminele doeleinden) |
| yamibusshi-闇物資 | artikelen [goederen] van de zwarte markt; illegaal geïmporteerde [gesmokkelde] goederen; geheime voorraden |
| yamigasuri-闇絣 | een katoenen stof met een klein, onregelmatig vlekkenpatroon op een donkere achtergrond |
| yamigome-闇米 | de rijst die heimelijk wordt verhandeld buiten de reguliere kanalen; rijst van de zwarte markt |
| yamiji-闇路 | in een toestand zijn waar men geen onderscheidingsvermogen meer heeft; van de goede weg afgedwaald zijn |
| yamijiru-闇汁 | een winters vermaak, waarbij een nabe-soep wordt gemaakt met ingrediënten die bezoekers hebben meegenomen, en die soep wordt in het donker opgegeten |
| yamikin-闇金 | geldtransacties zonder wettelijke toestemming; transacties met een niet wettelijk bepaalde rente |
| yamikin'yū-闇金融 | geldtransacties door bedrijven of organisaties, die daarvoor geen wettelijke toestemming hebben; transacties met een niet wettelijk bepaalde rente |
| yaminabe-闇鍋 | een winters vermaak, waarbij een nabe-soep wordt gemaakt met ingrediënten die bezoekers hebben meegenomen, en die soep wordt in het donker opgegeten |
| yamishōgun-闇将軍 | iemand die de macht heeft in de onderwereld; de baas van de gangsters; iemand die in het geheim (achter de schermen) de macht in handen heeft |
| yamucha-ヤムチャ | yum cha (Kantonese brunch met Chinese thee en dim sum) |
| yamunaku-已むなく | onvrijwillig; tegen wil en dank; met tegenzin; ongaarne |
| yamuniyamarenu-已むに已まれぬ | gedwongen; tegen wil en dank; met tegenzin |
| yanagiba-柳刃 | smal keukenmes met toelopende punt voor het snijden van m.n. sashimi, e.d. |
| yanagidaru-柳樽 | een traditioneel wilgenhouten sakevat met twee lange handgrepen (gebruikt bij bruiloften en partijen) |
| yanari-家鳴り | het (geluid van) gerommel [gekraak] (van een huis b.v. door het krimpen van houten bouwmaterialen door temperatuurverschillen) |
| yanebune-屋根船 | een kleine boot met een rieten dak |
| yaneura-屋根裏 | zolder; zolderkamer |
| yani-やに | ongewenst; met tegenzin; onacceptabel (is een verbastering van iya ni) |
| yani-脂 | gom; hars (uit bomen) |
| yanisagaru-脂下がる | zelfgenoegzaam [zelfvoldaan] zijn; een arrogante houding aannemen |
| yanisagaru-脂下がる | een pijp schuin roken (met de kop naar boven gericht zodat teer in de mond loopt) |
| yaniwani-矢庭に | direct; onmiddellijk; meteen |
| yankī-ヤンキー | yankee (Amerikaan; m.n. noorderling) |
| yannurukana-已んぬるかな | alles is afgelopen; dit is het einde; er is niets meer aan te doen |
| yanusu-ヤヌス | Janus (Romeinse God) |
| yaochō-八百長 | een samenzering |
| yaoya-八百屋 | iemand met een wijde belangstelling [interesse] (lett. voor 800 onderwerpen) in wetenschap, kunst, e.d.; homo universalis |
| yaoyorozu-八百万 | een zeer groot aantal; een enorme hoeveelheid |
| yarazubuttakuri-遣らずぶったくり | alleen maar nemen en niets geven |
| yariau-遣り合う | wedijveren; strijden; vechten; ruziën (met) |
| yaribusuma-槍衾 | een dicht aaneengesloten rij van soldaten met speren |
| yaridama-槍玉 | het iemand steken [doorboren] met een speer |
| yarikuri-遣り繰り | het erdoorheen komen; zich behelpen; toch voor elkaar krijgen |
| yaritori-遣り取り | geven en nemen; (brieven) uitwisselen; debatteren |
| yarō-野郎 | een Kabuki-acteur met een mannelijke hoofdrol |
| yasatsu-野冊 | plantenpers (twee bamboe plankjes waartussen bladeren en bloemen geperst worden om ze te drogen) |
| yasegaman-瘦せ我慢 | het (met moeite) doorstaan [verdragen] |
| yasehosoru-瘦せ細る | dunner worden; vermageren; uitgemergeld raken |
| yashiki-屋敷 | perceel; (bouw)terrein; grondgebied (van huis met erf of landbouwgrond) |
| yasō-野草 | wilde grassen [planten; bloemen] |
| yasubushin-安普請 | gebouwen [huizen] die op een goedkope manier zijn gebouwd (vaak met slechte materialen) |
| yasugekkyū-安月給 | een klein [laag] (maand)salaris; een mager (maandelijks) inkomen |
| yasui-安い | intiem; een intieme relatie hebben. |
| yasumu-休む | verzuimen; afwezig zijn; vrij zijn [nemen] (van werk, etc.) |
| yasunokawa-安の河 | de mythologische (hemel)rivier; de Melkweg |
| yasuukeaisuru-安請け合いする | lichtvaardig [overhaast] een belofte doen (die men niet kan nakomen) |
| yasuyasu-安安 | (vaak gebruikt in combinatie met to) vredig; zonder problemen |
| yasuyasu-易易 | (vaak gebruikt in combinatie met to) heel gemakkelijk, eenvoudig, simpel; met groot gemak; erg toegankelijk (fig.) |
| yatou-雇う | (in)huren; in dienst nemen |
| yatsu-奴 | vent; heerschap; mens |
| yatsubara-奴原 | (een denigrerende term voor een groep mensen) die gasten; die lui; dat gespuis |
| yatsuhashi-八つ橋 | Japans snoep van gepoft rijstmeel met suiker en kaneel (uit Kyoto) |
| yatsumeunagi-八つ目鰻 | prik (vissoort, Petromyzontiformes) |
| yatsura-奴等 | (een denigrerende term voor een groep mensen) die gasten; die lui; dat gespuis |
| yatto-やっと | eindelijk (met veel moeite); ten langen leste; uiteindelijk; tenslotte |
| yattsukeru-やっつける | en aanval plaatsen; aanvallen; achter iemand aangaan; (neer)slaan; verslaan; opruimen; vermoorden |
| yawa-夜話 | (Zen boeddhisme) parabel verteld voor de avondtraining |
| yō-様 | uiterlijk; verschijning; voorkomen; manier; situatie |
| yobai-夜這い | heimelijk nachtbezoek (door een man aan een vrouw) |
| yobawari-呼ばわり | het bestempelen; noemen |
| yobawarisuru-呼ばわりする | bestempelen (als); noemen |
| yobiatsumeru-呼び集める | bij elkaar roepen; bijeenroepen; bijeenkomen; samenkomen |
| yobidashi-呼び出し | (sumo) degene die de namen van de worstelaars (hardop) aankondigt |
| yobidasu-呼び出す | roepen; omroepen; oproepen; sommeren |
| yobiireru-呼び入れる | iem. uitnodigen (om binnen te komen); iem. binnenvragen |
| yobijio-呼び塩 | het ontzouten (van zout voedsel door mengen met water; hierbij wordt een beetje speciaal zout toegevoegd om te voorkomen dat het waterig wordt) |
| yobikō-予備校 | een school voor voorbereiding op (het toelatingsexamen van) een universiteit |
| yobikomu-呼び込む | iem. uitnodigen (om binnen te komen); iem. binnenvragen |
| yobimono-呼び物 | bezienswaardigheid; manifestatie; evenement; attractie; hoogtepunt |
| yobirin-呼び鈴 | bel; zoemer; deurbel |
| yobitsukeru-呼び付ける | iem. bij zich roepen; oproepen; sommeren |
| yobiyoseru-呼び寄せる | laten komen; oproepen; sommeren; bij elkaar roepen [verzamelen] |
| yobōsuru-予防する | beschermen; voorkomen |
| yobu-呼ぶ | noemen |
| yobyō-余病 | (med.) complicaties [bijverschijnselen] van een ziekte |
| yōchi-用地 | plaats [locatie; perceel] (met een bestemmingsdoel) |
| yochō-予兆 | voorteken; omen; voorbode |
| yōchō-羊腸 | kronkelend [gebogen; slingerend] zijn (als de darmen van een schaap) |
| yōdai-容態 | (medische) aandoening [kwaal]; lichamelijke gesteldheid [conditie] |
| yodan-予断 | voorspelling; vooronderstelling; aanname |
| yodomi-淀み | (een plek met) stilstaand [niet stromend] water |
| yodomi-淀み | hapering; het stamelen; stotteren |
| yodomi-淀み | sediment; bezinksel |
| yodomu-淀む | stilstaan; niet stromen [vloeien]; niet soepel verlopen |
| yoei-余栄 | postume onderscheiding |
| yōei-揺曳 | (van geluid) nagalmen; blijven hangen |
| yōgai-要害 | een natuurlijke vesting; verdedigingslinie (plek met ruig terrein, geschikt voor de verdediging tegen vijanden) |
| yōgen-用言 | (taalkunde) een verbuigbaar woord; woord dat men kan vervoegen |
| yogiru-過る | voorbijgaan; passeren; voorbijkomen |
| yōgogakkō-養護学校 | speciale school; school voor speciaal onderwijs (voor kinderen met een lichamelijke of geestelijke beperking) |
| yogoreru-汚れる | vies worden; bevuild [besmet] raken |
| yogoreta-汚れた | vies (geworden); besmet geraakt |
| yogoro-夜頃 | een paar nachten; meerdere nachten |
| yogosu-汚す | vuil maken; besmeuren; bevuilen |
| yōgu-用具 | instrument; gereedschap; werktuig |
| yōgukyōka-用具教科 | de instrumentvakken, vakken zoals taal en wiskunde, waarvan de kennis als instrument kan dienen bij het bestuderen van de inhoudsvakken |
| yōhin-洋品 | westerse artikelen (veelal kleding, accessoires, cosmetica, etc.) |
| yōikuhi-養育費 | kinderalimentatie |
| yojigen-四次元 | vierde dimensie |
| yojinoboru-攀じ登る | klimmen [klauteren] (op); beklimmen; opklauteren |
| yojiru-攀じる | (omhoog) klimmen; klauteren; rotsklimmen |
| yojōhan-四畳半 | een Japanse kamer met een oppervlakte van 4,5 tatami matten (ongeveer 2,7 m. x 2,7 m.) |
| yojōhan-四畳半 | een kleine kamer [ruimte] |
| yōka-沃化 | behandeling met jodium; het joderen |
| yōka-養家 | adoptiefamilie; adoptiegezin; familie waarin men geadopteerd is |
| yokei-余慶 | geluk dat nakomelingen ontvangen vanwege de goede daden van hun voorouders |
| yokei-余計 | overtollig [overbodig; meer dan genoeg; in overvloed; extra] zijn |
| yōketsu-要訣 | (belangrijk) geheim; geheime sleutel |
| yoki-斧 | kleine bijl; hakmes |
| yōkin-洋琴 | yangqin, Chinees snaarinstrument (hakkebord) |
| yokka-翼下 | (fig.) bescherming; onder zijn vleugels [hoede] (nemen) |
| yokkai-欲界 | (boeddh.) het rijk van de begeerte [lust] (m.n. de mensenwereld tussen hemel en aarde) |
| yokkaichizensoku-四日市喘息 | Yokkaichi asthma, veroorzaakt door inademen van zwaveldioxide (vervuilingsziekte in Japanse prefectuur Mie tussen 1960 en1972) |
| yōkō-洋行 | (in China) algemene benaming voor handelsondernemingen in bezit van buitenlanders |
| yokodori-横取り | het (zijdelings) weggrijpen; wegpakken van iemands goederen of kennis (en die als eigen bevindingen doen voorkomen, b.v. in een werksituatie) |
| yokogami-横紙 | dwars papier, d.w.z. papier met een horizontale vezelrichting (in de breedte) |
| yokorenbo-横恋慕 | geheime [ongeoorloofde; onbeantwoorde] liefde |
| yokoyari-横槍 | aanval (met speren) over de flanken |
| yokujō-浴場 | bad; badkamer |
| yokukai-欲界 | (boeddh.) het rijk van de begeerte [lust] (m.n. de mensenwereld tussen hemel en aarde) |
| yokume-欲目 | partijdigheid; bevooroordeeld [vooringenomen] zijn |
| yōkun-幼君 | een jonge heer [meester; prins] |
| yokushitsu-浴室 | badkamer |
| yōkyō-容共 | pro-communisme |
| yōkyūsuru-要求する | eisen; opeisen; claimen |
| yōma-洋間 | kamer [ruimte] in westerse stijl; westerse kamer |
| yōmeigaku-陽明学 | (filosofische school van het neoconfucianisme, van Wang Yangming) de School van de geest; de School van het hart; Yangmingisme |
| yometoome-夜目遠目 | (gezegde) Bij duisternis kan men geen onderscheid maken tussen mooi en lelijk. (lett. een vrouw in het donker, in de verte) |
| yometori-嫁取り | een bruid nemen; een vrouw trouwen |
| yomiawase-読み合わせ | tekstvergelijking; (gezamenlijke) tekstlezing |
| yomifuda-読み札 | (speel)kaarten met tekst erop |
| yomikiri-読み切り | het stoppen met lezen |
| yomikomu-詠み込む | in een gedicht de naam van iets opnemen (b.v. plaatsnaam, seizoen, etc.) |
| yomoya-よもや | (met negatie) haast ondenkbaar; onwaarschijnlijk |
| yōmuin-用務員 | conciërge; huismeester; huisbewaarder |
| yondai-四大 | universiteiten of hogescholen met vierjarige opleidingen |
| yonimo-世にも | (arch., met ontkenning) nooit; zeker niet |
| yōnin-傭人 | werknemer; dienaar |
| yōnin-用人 | (Edo-periode) dienaar belast met algemene zaken, boekhouding, etc. van een feodale heer |
| yonkyokuko-四極子 | quadrupool; vierpool (elektrotechniek, schakeling met vier klemmen) |
| yonkyokushinkūkan-四極真空管 | tetrodebuis (een elektronenbuis met vier elektroden) |
| yono-四幅 | (afk. voor) een futon gemaakt van vier stukken stof van dezelfde afmeting |
| yonobuton-四幅蒲団 | een futon gemaakt van vier stukken stof van dezelfde afmeting |
| yoō-余殃 | onheil dat nakomelingen overkomt vanwege slechte daden van hun voorouders |
| yōran-要覧 | overzicht; samenvatting |
| yori-より | (bijwoord) meer; des te meer |
| yoridokoro-拠り所 | basis; grond(slag); fundament |
| yorokobu-喜ぶ | (iem.) feliciteren; (iets) met blijdschap [dank] ontvangen |
| yorokonde-喜んで | met plezier; bereidwillig; blijmoedig; graag |
| yoroshiku-宜しく | gepast; fatsoenlijk; betamelijk; netjes |
| yoru-因る | methoden [middelen] gebruiken voor; een beroep doen op |
| yoru-寄る | naderen; dichterbij komen |
| yoru-寄る | ontmoeten; bij elkaar komen |
| yōryō-容量 | capaciteit; inhoud; volume |
| yoseatsume-寄せ集め | samenraapsel; mengeling; mengelmoes; allegaartje |
| yoseatsumeru-寄せ集める | (verschillende dingen) op één plek verzamelen; bij elkaar brengen |
| yosebashi-寄せ箸 | eetstokjes waarmee men (kom met) een gerecht naar zich toe trekt (onjuist gebruik van eetstokjes) |
| yosegaki-寄せ書き | tekst door meerdere mensen samen geschreven (ieder een paar regels); tekening door meerdere mensen samen gemaakt |
| yosei-余生 | de laatste jaren (van een mensenleven) |
| yosenabe-寄せ鍋 | eenpansgerecht [hotpotschotel] met verschillende ingrediënten (zoals vis, gevogelte, schelpdieren, groenten) |
| yōsetsusuru-溶接する | (iets aan elkaar) lassen; samensmeden |
| yōsha-容赦 | vergeving; vergiffenis; clementie; genade |
| yōshanai-容赦ない | meedogenloos; onbarmhartig |
| yōshi-容姿 | (iemand's) verschijning; voorkomen; uiterlijk; gestalte |
| yōshi-要旨 | de kern; hoofdpunten; essentie; samenvatting; uittreksel |
| yōshi-養子 | geadopteerd kind; pleegkind (meestal mannelijk) |
| yoshimi-好 | een (hechte) vriendschap; vertrouwelijke [intieme] relatie |
| yoshoku-余色 | complementaire kleuren (die tegenover elkaar staan in de kleurencirkel en met licht samen wit vormen) |
| yōso-要素 | element; component; factor; onderdeel |
| yosoeru-寄える | wedijveren; rivaliseren; mededingen |
| yosoiki-余所行き | (fig.) formele houding [uiterlijk] |
| yosoyososhii-余所余所しい | afstandelijk; formeel |
| yosoyuki-余所行き | (fig.) formele houding [uiterlijk] |
| yōsu-様子 | verschijning; uiterlijk; voorkomen |
| yōsu-要す | inkorten; samenvatten; resumeren |
| yōsuru-要する | inkorten; samenvatten; resumeren |
| yotarō-与太郎 | een domme [dwaze] vent; ezel; sufferd |
| yōten-陽転 | (med.) een verandering in het resultaat van een biometrische test van negatief naar positief (m.n. van tuberculine-reactietesten) |
| yōtōkuniku-羊頭狗肉 | (lett. een schapenkop (ophangen) en hondenvlees (verkopen)) misleidende reclame |
| yotsu-四つ | (afk. voor) in vieren gesneden; kwarto; papierafmeting (b.v. van fotopapier, 25,5cm x 30,5cm) |
| yotsu-四つ | denigrerende term voor mensen uit de laagste sociale klasse |
| yotsuashi-四つ足 | (afk. voor) tempelpoort met vier pilaren (en een dakje) |
| yotsuashimon-四脚門 | tempelpoort met vier pilaren (en een dakje) |
| yotsudake-四つ竹 | bamboe castagnetten (een percussie instrument van twee stukken bamboe, gebruikt bij volksdansen en kabuki) |
| yotsugana-四つ仮名 | term die verwijst naar de vier klanken van de kana じ,ぢ,ず,づ (tot en met de Muromachi periode) |
| yotsugiri-四つ切り | kwarto; papierafmeting (b.v. van fotopapier, 25,5cm x 30,5cm) |
| yotsumegaki-四つ目垣 | een hekwerk [trellis] van bamboe (met vierkante openingen) |
| yottari-四人 | vier mensen [personen] |
| yottetakatte-寄って集って | met z'n allen; gezamenlijk; in groten getale; massaal |
| yowane-弱音 | zacht [zwak] geklaag; gejammer |
| yowarime-弱り目 | [moment] tijd van zwakte; verzwakte toestand |
| yōyaku-要約 | samenvatting; uittreksel; overzicht |
| yōyū-溶融 | fusie; samensmelting |
| yōzai-用材 | timmerhout; hout (als materiaal) |
| yozume-夜爪 | het 's nachts ['s avonds] je nagels knippen (volgens bijgeloof brengt dat ongeluk, m.n. dat men zijn ouders niet meer zal zien voordat ze sterven) |
| yu-湯 | gesmolten metaal |
| yubi-hanashiken-指-鼻試験 | vinger-neus-test (medisch) |
| yubikiri-指切り | elkaar een belofte [eed] doen met in elkaar gehaakte [gestrengelde] pinken |
| yūbinshokan-郵便書簡 | postblad (invouwbaar postpapier met opgedrukte postzegel) |
| yubisasu-指差す | wijzen; aanwijzen (met de vinger) |
| yubishaku-指尺 | de lengte van iets meten met de vingers |
| yūbōkabu-有望株 | een veelbelovend aandeel; een aandeel met potentie |
| yūbōkabu-有望株 | een veelbelovend persoon; persoon met goede vooruitzichten |
| yūbōkigyō-有望企業 | een veelbelovende onderneming; een onderneming met goede vooruitzichten |
| yūboku-遊牧 | nomadisme |
| yuchaku-癒着 | (medisch) verkleving; samenleving; samengroeiing |
| yudayakyō-ユダヤ教 | judaïsme; de joodse leer; het jodendom |
| yuderu-茹でる | een zwelling [pijnlijke plek] behandelen (met stoom, warme kompressen, e.d.) |
| yūdōenboku-遊動円木 | soort lange schommel (gemaakt van een boomstam hangend aan kettingen in een rek) |
| yudono-湯殿 | (arch.) een bediende die een edelman helpt met baden |
| yudono-湯殿 | badkamer; badruimte |
| yūei-遊泳 | (het) zwemmen; baden |
| yūenchi-遊園地 | pretpark; amusementspark |
| yūetsukan-優越感 | meerderwaardigheidsgevoel; gevoel van superioriteit |
| yūfoniamu-ユーフォニアム | eufonium (koperen blaasinstrument) |
| yūgata-夕方 | schemering; (vroege) avond |
| yūgei-遊芸 | optredens als entertainment [amusement] (zoals muziek, zang en dans) |
| yūgengaisha-有限会社 | een besloten vennootschap; een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid |
| yūgentai-幽玄体 | een vorm van tanka poëzie met diepe verborgen gevoelens |
| yūgō-融合 | fusie; samenvoeging; samensmelting |
| yūgōsuru-融合する | fuseren; samenvoegen; samensmelten |
| yūgure-夕暮れ | avondschemering |
| yūhen-雄編 | meesterwerk |
| yūhitsu-右筆 | (hist.) (overheids)dienaar belast met het schrijven van documenten |
| yūhitsu-右筆 | het schrijven van documenten met een schrijfpenseel |
| yūhitsu-右筆 | (bij de krijgsadel) iemand die belast is met het schrijven van documenten in adelijke families |
| yūi-有意 | opzettelijk [doelbewust] zijn; met (bij)bedoelingen |
| yuibishugi-唯美主義 | estheticisme |
| yuibutsu-唯物 | materialisme |
| yuibutsubenshōhō-唯物弁証法 | dialectisch materialisme (een natuur- en wetenschapsfilosofie) |
| yuibutsuron-唯物論 | materialisme |
| yuigon-遺言 | testament; laatste wilsbeschikking |
| yuigonjō-遺言状 | testament; laatste wilsbeschikking |
| yuigonsho-遺言書 | testament; laatste wilsbeschikking |
| yuishinron-唯心論 | spiritualisme (filosofie) |
| yūjo-遊女 | meisje van plezier; prostituee; hoer |
| yūka-雄花 | mannelijke bloem; bloem met alleen meeldraden |
| yūkai-融解 | fusie; versmelting; samensmelting |
| yūkaku-遊郭 | rosse buurt met vergunning (afgeschaft in Japan in 1957) |
| yūkei-夕景 | schemering; vroege avond |
| yūki-結城 | (afk. van Yūki-momen) een geweven gestreepte katoenen stof (lijkend op de zijden stof Yūki-tsumugi) |
| yukiataru-行き当たる | tegen iets aanlopen; ergens op stuiten; geconfronteerd worden met een moeilijke situatie |
| yukiau-行き合う | iemand (toevallig) tegenkomen [tegen het lijf lopen; ontmoeten] |
| yukichigai-行き違い | onenigheid; verschil van mening |
| yukidoke-雪解け | dooi; het smelten van de sneeuw |
| yukigakoi-雪囲い | strodek voor planten of bomen als bescherming voor sneeuw |
| yukigata-行き方 | methode; manier; aanpak; benadering |
| yukige-雪消 | het water van smeltende sneeuw |
| yukige-雪消 | het verdwijnen [smelten; dooien] van sneeuw (in de lente) |
| yukigeshō-雪化粧 | een laag sneeuw; het met sneeuw bedekt zijn |
| yukiguni-雪国 | sneeuwland; gebied met veel sneeuw(val) |
| yukikaki-雪搔き | het sneeuwruimen |
| yukikau-行き交う | komen en gaan; heen en weer gaan |
| yukimichi-雪道 | een besneeuwde [met sneeuw bedekte] weg |
| yukimidōrō-雪見灯籠 | een lage stenen tuinlantaarn (met grote platte kap) |
| yukimochi-雪持ち | met sneeuw bedekte bladeren [takken] van bomen |
| yukinayamu-行き悩む | (muur)vast komen te zitten; vastlopen; in een impasse geraken |
| yukioroshi-雪下ろし | sneeuwwind; een wind die sneeuw meevoert uit de bergen |
| yukisaki-行き先 | (eind)bestemming; de plaats waar men heen gaat, nieuwe verblijfplaats |
| yukishiro-雪代 | gesmolten sneeuw; smeltwater |
| yūkitai-有機体 | organisme |
| yukitsuku-行き着く | (de bestemming) bereiken; uitkomen op [bij]; tot de conclusie komen |
| yukizumaru-行き詰まる | een grens bereiken; in een doodlopende weg komen; in een impasse komen; aan het einde zijn [haar] vermogen komen |
| yuku-行く | heengaan; overlijden (alleen met de schrijfwijze 逝く) |
| yukue-行方 | plaats van bestemming; verblijfplaats; waar men zich bevindt |
| yukue-行方 | richting; bestemming; waar men heengaat |
| yūkyū-有給 | met betaling |
| yūmagure-夕間暮れ | avondschemering |
| yumanite-ユマニテ | mensheid |
| yumanite-ユマニテ | menselijkheid |
| yumeawase-夢合わせ | droomuitlegging; waarzeggerij gebaseerd op dromen |
| yumechigae-夢違え | het uitspreken van een bezwering [spreuk] om het onheil te voorkomen dat gezien werd in een nare droom |
| yumegokochi-夢心地 | dromerigheid; een gevoel hebben alsof je droomt; in een droomtoestand zijn |
| yumeji-夢路 | het dromen; de droom; het pad dat men in dromen bewandelt; wat men in dromen ziet |
| yumemaboroshi-夢幻 | een metafoor voor iets uiterst kortstondig [vergankelijk] is |
| yumemi-夢見 | het dromen, het zien [beleven] van een droom |
| yumemiru-夢見る | dromen (van) |
| yumeuranai-夢占い | oneiromantie; droomuitlegging; waarzeggerij gebaseerd op dromen |
| yumeyume-努努 | (gebruikt met een ontkenning) helemaal niet; zelfs niet in je (stoutste) dromen |
| yumeyume-努努 | ijverig; met toewijding; met volle inzet; uit alle macht |
| yumeyume-努努 | (gebruikt met een verbod) absoluut niet; zeker niet |
| yumi-弓 | strijkstok (muziekinstrumenten) |
| yumichi-湯道 | gietloop (voor gesmolten metaal); gietkanaal; glijgoot |
| yunanimisumu-ユナニミスム | unanimisme; eenstemmigheid |
| yunde-弓手 | de linkerhand (de hand waarmee men de boog vasthoudt) |
| yūni-優に | ruimschoots; meer dan voldoende; met gemak |
| yunikōn-ユニコーン | een startende onderneming die (al snel) een marktwaardering heeft bereikt van meer dan 1 miljard dollar |
| yunion・shoppu-ユニオン・ショップ | vakbondswinkel, een vorm van een vakbondsveiligheidsclausule met afspraken tussen werkgevers en vakbond |
| yunisefu-ユニセフ | UNICEF, het Kinderfonds van de Verenigde Naties (United Nations International Children's Emergency Fund, nu genoemd: United Nations Children's Fund) |
| yunittogatatōshishintaku-ユニット型投資信託 | unit investment trust, Amerikaans beleggingsfonds dat op de beurs wordt verhandeld en een vaste effectenportefeuille heeft met een vaste levensduur |
| yunitto・shisutemu-ユニット・システム | eenheden systeem; internationaal meetsysteem (bij fabricage volgens bepaalde vastgestelde normen) |
| yunohana-湯の花 | sedimenten uit warmwaterbronnen, wordt verkocht als badzout |
| yūrankyaku-遊覧客 | toerist(en); dagjesmens(en) |
| yurasu-揺らす | (iets) heen-en-weer schommelen [zwaaien; slingeren] |
| yurayura-ゆらゆら | (onomatopee) schommelend; slingerend; zwaaiend; wankelend |
| yūri-遊里 | rosse buurt; buurt of wijk met veel bordelen |
| yurikamome-百合鴎 | kokmeeuw; kapmeeuw (Chroicocephalus ridibundus) |
| yūrisū-有理数 | een meetbaar [rationeel] getal |
| yūrokomyunizumu-ユーロコミュニズム | eurocommunisme |
| yuru-揺る | schudden; schokken; schommelen |
| yurusu-許す | vertrouwen; in vertrouwen nemen |
| yūryōtegata-優良手形 | een goede wissel [promesse] (met een uiterst laag risico, uitgegeven door een bedrijf of onderneming met een hoge kredietwaardigheid) |
| yusaburu-揺さぶる | schudden; schommelen; schokken |
| yūsan-有産 | met bezit [eigendommen; vermogen] |
| yusayusa-ゆさゆさ | (onomatopee) schommelend; zwaaiend; wankelend |
| yusen-湯煎 | bain-marie; (iets) opwarmen in een schaal die op een pan met heet water is geplaatst |
| yūsetsu-融雪 | dooi; smeltende sneeuw; gesmolten sneeuw |
| yūshi-有志 | geïnteresseerde; voorstander; medestander; vrijwilliger |
| yushi-諭旨 | het meedelen van beweegredenen (achtergronden) |
| yūshiki-有識 | geleerdheid; goede algemene ontwikkeling; deskundigheid |
| yushimenshoku-諭旨免職 | ontslagname na een officieel advies; gedwongen ontslagname |
| yushin-油浸 | olie-immersie (opvulling met olie) |
| yūshinron-有神論 | theïsme |
| yushisuru-諭旨する | meedelen van beweegredenen (achtergronden) |
| yūshō-優賞 | aanprijzing; eervolle vermelding; hoofdprijs; bijzondere onderscheiding |
| yūshun-優駿 | voortreffelijkheid; iemand [iets] met bijzondere kwaliteiten |
| yūshutsu-湧出 | (lett. en fig.) het opborrelen; opwellen; naar buiten stromen |
| yushutsunyūkanriseido-輸出入管理制度 | export en import managementsysteem |
| yūsōjin-遊走腎 | (med.) wandelende nier |
| yusugu-濯ぐ | wraak nemen |
| yusuraume-梅桃 | Japanse sierkers; Nankingkers (Prunus tomentosa) |
| yūsuru-有する | hebben; bezitten; uitgerust zijn met |
| yūtaisuru-勇退する | zich terugtrekken; vrijwillig zijn baan opzeggen; een stap terug doen; vrijwillig met pensioen gaan |
| yūten-融点 | het smeltpunt |
| yūtiritarianizumu-ユーティリタリアニズム | utilitarisme; utilisme; nuttigheidssysteem; utiliteitsbeginsel |
| yutō-湯桶 | (Japanse) houten (gelakte) emmer voor heet water |
| yūtopian-ユートピアン | utopist; idealist; dagdromer |
| yutōyomi-湯桶読み | gemengde leeswijze binnen één woord, waarbij het eerste karakter de kun'yomi (Japanse lezing) heeft en het tweede de on'yomi (Chinese lezing) |
| yuu-言う | zeggen; praten; vertellen; noemen |
| yūutsu-憂鬱 | melancholie; depressie; droefgeestigheid; zwaarmoedigheid |
| yuuzora-夕空 | avondhemel; avondlucht; avondschemering |
| yūwa-融和 | harmonie; verzoening; samenvoeging; vermenging |
| yuwaeru-結わえる | vastbinden; samenbinden; bijeenbinden; strikken |
| yuya-湯屋 | openbaar [publiek] badhuis; gebouw (bij een tempel of heiligdom) met badhuis |
| yūyaku-勇躍 | goedgehumeurdheid; vrolijke stemming |
| yūyami-夕闇 | schemering |
| yūyo-有余 | (iets) meer dan... ; ... en meer; ruim ... |
| yuyushii-由由しい | ernstig; alarmerend; onheilspellend |
| yūzā-ユーザー | gebruiker; consument |
| yuzai-油剤 | zalf; smeersel (een medicijn dat olie bevat) |
| yūzai-融剤 | flux (smeltmiddel) |
| yūzen-油然 | opwellen; opborrelen; uitstromen |
| yū・tān-ユー・ターン | U-bocht (het verschijnsel dat werknemers afkomstig van het platteland die in de grote steden waren gaan werken teruggaan naar hun geboorteplaats) |
| yū・tān-ユー・ターン | omkeer; u-bocht; ommekeer |
| zaazaa-ざあざあ | (geluid van) harde regen [hard stromend water] |
| zafu-座蒲 | rond zitkussen voor zen-meditatie |
| zagane-座金 | metalen sluitring |
| zai-材 | hout; timmerhout |
| zaibatsu-財閥 | financieel en zakelijk conglomeraat |
| zaijōninpi-罪状認否 | voorgeleiding met het schuldig of onschuldig pleiten (van de tenlastelegging) |
| zaike-在家 | (in de middeleeuwen) landhuis met grondgebied |
| zaikei-財形 | (belastingvrij) spaarplan voor werknemers |
| zaikeichochiku-財形貯蓄 | (belastingvrij) spaarplan voor werknemers |
| zaimoku-材木 | timmerhout (gebruikt in de bouw e.d.) |
| zaisankei-財産刑 | straf met ontneming van eigendom; financiële straf |
| zaiseki-在籍 | ingeschreven staan; aangemeld zijn (bij een school, vereniging, sportclub, etc.) |
| zaisu-座椅子 | Japanse stoel zonder poten (m.n. gebruikt in kamers met tatamimatten) |
| zaitai-罪体 | het voorwerp waarmee het misdrijf is gepleegd |
| zaiten-在天 | in de hemel zijn (van een god of geest) |
| zajiki-ザジキ | tzatziki (Grieks gerecht van komkommer met yoghurt) |
| zakka-雑貨 | diversen; algemene koopwaar [goederen]; kleine artikelen |
| zakkan-雑感 | losse [onsamenhangende] gedachten; overpeinzingen |
| zakkin-雑菌 | ziektekiemen; bacteriën; bacillen |
| zakkoku-雑穀 | gemengde (verschillende) granen |
| zakō-座高 | zithoogte (wanneer je met een rechte rug in de stoel zit, de hoogte van de zitting t/m het hoofd) |
| zakone-雑魚寝 | het met veel mensen in één kamer slapen (dicht op elkaar, als haringen in een ton) |
| zakuroguchi-石榴口 | (Edo-periode) in badhuizen, een houten deur met een lage opening waardoor men moest kruipen om in bad te gaan (voorzorg tegen afkoeling van het water) |
| zakyō-座興 | spel; amusement; tijdverdrijf |
| zametsu-挫滅 | (med.) verbrijzeling |
| zametsushōkōgun-挫滅症候群 | (med.) crush-syndroom |
| zangyaku-残虐 | wreedheid; meedogenloosheid |
| zanji-暫時 | korte tijd; even; een moment |
| zanka-残火 | nasmeulend vuur |
| zanka-残花 | de laatste bloemen die nog bloeien |
| zanketsu-残欠 | restant; fragment; overgebleven deel |
| zanmai-三昧 | volledige inzet (bij het doen van iets); opgaan in wat men doet |
| zanmai-三昧 | (boeddh.) samadhi; (spirituele) concentratie; diepe meditatie; absorptie |
| zannen-残念 | jammer; spijtig |
| zannyū-竄入 | het per ongeluk [foutief] samenvoegen [mengen; door elkaar halen] |
| zanpen-残片 | overblijfsel; overgebleven stuk [fragment] |
| zansatsu-斬殺 | het (iem.) doden met een zwaard [aan het aan het zwaard rijgen] |
| zansei-残生 | de laatste jaren (in een mensenleven) |
| zanshi-慙死 | het zich dood schamen; sterven van schaamte |
| zanshin-残心 | (in vechtsporten) de mentale houding van het blijven opletten (ook na de actie) |
| zanshisuru-慙死する | zich dood schamen |
| zansho-残暑 | aanhoudende (zomer)hitte (aan het begin van de herfst) |
| zanteirōdōsha-暫定労働者 | interim; plaatsvervanger; waarnemer |
| zappai-雑俳 | (Edo-periode) een verzamelnaam voor diverse (humoristische) Japanse korte gedichten (afgeleid van haikai) |
| zappaku-雑駁 | onsamenhangend [inconsistent; rommelig; onlogisch, warrig; ongecoördineerd; ongeorganiseerd] zijn |
| zarazara-ざらざら | (onomatopee) gerammel |
| zareru-戯れる | speels zijn; spelen; dollen; zich amuseren (met iets); grappen maken |
| zarusoba-笊蕎麦 | soba (boekweit) noedels met gedroogd zeewier (meestal geserveerd op een bamboerekje) |
| zashiki-座敷 | een (traditionele) Japanse kamer met tatami matten |
| zashiki-座敷 | een feest [banket] (met geisha, e.d.) gehouden in een (traditionele) Japanse kamer met tatami matten |
| zashikirō-座敷牢 | (hist.) een cel [kamer] (bedekt met tatami matten) voor het opsluiten van een krankzinnige persoon |
| zashikiwarashi-座敷童 | (Tohoku-regio in de prefectuur Iwate) geestachtige wezens, vaak in de verschijning van een jong kind met een rood gezicht en kortgeknipt haar |
| zasu-座主 | Boeddhistische monnik met de hoogste rang (toezichthouder van de grote tempel) |
| zataku-座卓 | lage tafel waaraan men op de grond zit |
| zatsu-雑 | mengeling; varia; ongesorteerde artikelen |
| zatsuboku-雑木 | gemengd bos (bestaande uit verschillende soorten bomen) |
| zatsubun-雑文 | (een mengelmoes van) diverse geschriften; verzameling losse teksten |
| zatsushotoku-雑所得 | overige inkomsten; gemengde inkomsten |
| zatto-ざっと | (onomatopee) ongeveer; ruwweg; min of meer |
| zattō-雑踏 | drukte; menigte; mensenmassa; verkeersopstopping |
| zazen-座禅 | zazen (zittende zenmeditatie) (座禅 - m.n. gebruikt bij de Rinzai-school, 坐禅 - m.n. gebruikt bij de Soto-school) |
| zeeroku-贅六 | (Edo-periode) een denigrerende term voor mensen uit de Kansai-regio |
| zeigen-贅言 | breedsprakigheid; overbodige woorden; pleonasme |
| zeikin-税金 | (rijks- of gemeente) belasting(en) |
| zeiroku-贅六 | (Edo-periode) een denigrerende term voor mensen uit de Kansai-regio |
| zeisei-税政 | Belastingdienst (de uitvoerende macht die te maken heeft met belastingen) |
| zekken-ゼッケン | (rug)nummer (van een sporter) |
| zekku-絶句 | het stoppen met praten; geen woorden (ervoor) hebben; met de mond vol tanden staan |
| zen-禅 | dhyana (diepe meditatie) |
| zen-禅 | Zen; (afk. voor) zenboeddhisme |
| zenbei-全米 | de gehele Verenigde Staten; heel Amerika |
| zenchishiki-善知識 | (boeddh.) iem. die de Boeddhistische leer uitlegt en mensen leidt naar de juiste (Boeddhistische) weg |
| zenchō-前兆 | voorteken; voorbode; omen |
| zendaimimon-前代未聞 | ongekend [buitengewoon] zijn; nooit eerder voorgekomen |
| zendama-善玉 | een goed mens; goede persoon |
| zendō-善導 | goede begeleiding [instructie; onderricht] (tot een heilzame (geestelijke) ontwikkeling) |
| zendō-善道 | (boeddh.) een goede wereld, d.w.z. van goden of van mensen (door goede daden in dit leven kan men na de dood in zo'n goede wereld worden herboren) |
| zendō-禅堂 | meditatie-hal (in een zen-tempel) |
| zenekon-ゼネコン | aannemer; aannemersbedrijf |
| zenerarisuto-ゼネラリスト | generalist; algemeen deskundige |
| zeneraru-ゼネラル | algemeen; gewoon; onbepaald |
| zeneraru・kontorakutā-ゼネラル・コントラクター | aannemer; aannemersbedrijf |
| zeneraru・mōgēji-ゼネラル・モーゲージ | algemene bedrijfsobligaties (uitgegeven door bedrijven die bij speciale wetgeving zijn opgericht, zoals elektriciteitsbedrijven, e.d.) |
| zeneraru・raisensu-ゼネラル・ライセンス | algemene licentie [vergunning] |
| zeneraru・sutaffu-ゼネラル・スタッフ | generale staf (bedrijfsmanagement) |
| zeneraru・sutoraiki-ゼネラル・ストライキ | algemene staking |
| zenesuto-ゼネスト | algemene staking |
| zengaku-禅学 | de leer [doctrines] en training van het zenboeddhisme |
| zengen-前言 | eerdere opmerkingen; wat [zoals] eerder gezegd is |
| zengen-漸減 | geleidelijke afname |
| zengensuru-漸減する | geleidelijk afnemen |
| zengō-前号 | voorgaande editie [nummer]; vorige uitgave |
| zengo-禅語 | zen term (woorden en terminologie die uniek zijn voor het Zenboeddhisme) |
| zengosaku-善後策 | herstelmaatregel; remedie |
| zenji-禅師 | (in China en Japan) erenaam door het keizerlijk hof toegekend aan een zenpriester met een hoog niveau van geleerdheid, wijsheid en deugdzaamheid |
| zenji-禅師 | zenmeester; zen-monnik die grote ervaring heeft in zen-meditatie |
| zenjin-全人 | de complete mens (die zowel kennis, emotie en wil heeft) |
| zenjin-前人 | voorganger; mensen uit vroegere tijden; voorouders |
| zenjō-禅定 | (shugendo) ascetisme door heilige bergen te beklimmen |
| zenjō-禅定 | (Zen) meditatieve concentratie |
| zenjō-禅定 | het zich concentreren op iets via mentale rust |
| zenjutsu-前述 | het eerder genoemde [vermelde] |
| zenkamono-前科者 | bajesklant; iemand die in de gevangenis heeft gezeten; persoon met een strafblad |
| zenkan-善管 | goed management; goed bestuur |
| zenkei-全形 | de algemene vorm |
| zenkei-前掲 | voornoemde; bovenvermeld; bovengenoemd; bovenstaand |
| zenken-前件 | voorgenoemde [bovengenoemde] alinea [pagina; tekst; document] |
| zenki-前期 | eerste semester; vorige semester; vorige periode |
| zenkokukigyōtankikeizaikansokuchōsa-全国企業短期経済観測調査 | Tankan onderzoek (economische kwartaal peiling van het ondernemersvertrouwen door de Japanse Bank) |
| zenkon-前根 | voorste wortel (van de ruggenmergszenuw) |
| zenkushōjō-前駆症状 | vroege [voorafgaande] symptomen (voordat de ziekte zich openbaart) |
| zenkyoku-全局 | de algemene [hele] situatie [toestand]; een brede kijk (op) |
| zenkyoku-全曲 | de gehele compositie [voorstelling; muziekopname] |
| zenmai-発条 | metalen veer; springveer |
| zenmen-前面 | (meteorologie) een front (een scheidingsvlak tussen koude en warme luchtsoorten) |
| zenmi-禅味 | (een stijl [smaak] die kenmerkend is voor het Zenboeddhisme) een transcendente, verfijnde en sobere stijl |
| zenmon-禅門 | iemand die formeel boeddhist wordt (inclusief scheren van het hoofdhaar en voorgeschreven kleding) |
| zenmon-禅門 | zenboeddhisme |
| zenmondō-禅問答 | zen raadsel (in gesprek tussen zenmeester en leerling) |
| zennanzennyo-善男善女 | (boeddh.) vrome [religieuze] mensen; gelovigen |
| zennin-善人 | een rechtschapen [deugdzaam; eerlijk] mens |
| zenrin-善隣 | het onderhouden van goede relaties met buren of buurlanden |
| zenrin-禅林 | zentempel; plaats (b.v. in een bos) waar volgelingen van het zenboeddhisme bijeenkomen |
| zensen-前線 | (meteorologie) een front (een scheidingsvlak tussen koude en warme luchtsoorten) |
| zensenmen-前線面 | (meteorologie) een front (een scheidingsvlak tussen koude en warme luchtsoorten) |
| zenshi-前肢 | voorpoot; de (twee) voorpoten (van een dier met vier poten) |
| zenshinzenrei-全身全霊 | met hart en ziel; van ganser harte; met grote toewijding; uit alle macht |
| zenshitsu-全室 | de hele kamer; alle kamers |
| zenshitsu-禅室 | een kamer van een zenboeddhist (monnik) |
| zenshitsu-禅室 | een kamer voor zen-meditatie (zazen) |
| zensho-全書 | een verzamelbundel; verzameld werk; compleet boek (met alle theorieën en geschriften van een bepaalde persoon of op een bepaald vakgebied) |
| zensho-善書 | mooi handschrift; het vakkundig schrijven; bekwame schrijfkunst [kalligrafie] |
| zensho-善書 | meester-kalligraaf |
| zenshū-全集 | verzameld werk; verzamelbundel |
| zenshu-善趣 | (Boeddh) een goede wereld, d.w.z. van de goden of van de mensen (door goede daden te doen in dit leven kan men na de dood in zo'n goede wereld worden |
| zenshū-禅宗 | zenboeddhisme |
| zensō-禅僧 | monnik die zenboeddhisme bestudeert, en zenmeditatie (zazen) beoefent |
| zensōhō-漸層法 | climax (een retorische methode waarbij men een opeenvolging van steeds sterkere uitdrukkingen gebruikt) |
| zentaini-全体に | n het algemeen; al met al; over het geheel genomen; als geheel (bezien) |
| zentaishugi-全体主義 | totalitarisme |
| zentei-前庭 | vestibulum; voorhof (medisch, b.v. van het oor) |
| zentei-前提 | veronderstelling; aanname; uitgangspunt |
| zentotanan-前途多難 | sombere vooruitzichten; problemen in de toekomst |
| zenwa-禅話 | dialoog [gesprek; verhandeling] in het Zen Boeddhisme |
| zenzai-善哉 | (in de Kantō regio) mochi met zoete bonenpasta erop |
| zenzai-善哉 | (in de Kansai regio) zoete bonensoep met mochi (rijstcake) |
| zenzen-全然 | (met negatie) helemaal niet |
| zenzō-漸増 | geleidelijke toename |
| zenzōsuru-漸増する | geleidelijk toenemen |
| zen'in-全員 | alle mensen [leden]; de hele bemanning; al het personeel |
| zeppan-絶版 | (van boeken) niet meer gedrukt worden; niet meer in de handel zijn |
| zeppin-絶品 | uitstekend product [werk]; meesterwerk; kunststuk |
| zeppitsu-絶筆 | beëindiging van het schrijverschap; stoppen met schrijven |
| zeromētoruchitai-ゼロメートル地帯 | gebied [zone] op zeeniveau (0 meter) |
| zesshokusuru-絶食する | vasten (geen voedsel tot zich nemen) |
| zessoku-絶息 | het stoppen met ademhalen; de laatste adem uitblazen [sterven] |
| zetsubi-絶美 | adembenemende [uitzonderlijke] schoonheid |
| zetsudai-絶大 | enorme grootte; iets heel groots |
| zetsudai-舌代 | bericht; mededeling |
| zettairyō-絶対量 | een absolute hoeveelheid; absoluut volume |
| zettaishugi-絶対主義 | absolutisme; alleenheerschappij |
| zettaitasū-絶対多数 | een absolute meerderheid |
| zō-増 | vergroting; verhoging; toename; vermeerdering |
| zō-造 | (in kanji combinaties) maken; bouwen; samenstellen |
| zōbin-増便 | toename van openbaar vervoer (bus, trein, vliegtuig) |
| zōbō-像法 | (in het boeddhisme, een van de 3 perioden na de dood van Shakyamuni) de volgende 500 of 1000 jaar na de officiële Dharma |
| zōchi-増置 | het vestigen van meer bedrijven [kantoren; organisaties] |
| zōdai-増大 | vermeerdering; vergroting; verhoging |
| zōdaisuru-増大する | vermeerderen; vergroten; verhogen |
| zōeki-増益 | toename; verhoging; vergroting |
| zōeki-増益 | grotere [toegenomen] winst [opbrengst] |
| zōgan-象眼 | inlegwerk (hout, e.d.); damasceren (in metaal) |
| zōgen-増減 | vermeerdering en vermindering; opkomst en ondergang; schommeling; fluctuatie |
| zōgo-造語 | neologisme; een nieuw woord |
| zōgoseibun-造語成分 | de componenten van een samengesteld woord |
| zōin-増員 | toename van personeel |
| zōjōman-増上慢 | (boeddh.) hoogmoed (ten onrechte geloven dat men verlichting heeft bereikt) |
| zōka-増加 | toename; groei; stijging |
| zōkasuru-増加する | toenemen; stijgen; groeien |
| zōkeisuru-造形する | modelleren; vormen; in een bepaalde vorm brengen |
| zōketsukikan-造血器官 | hematopoëtisch [bloedvormend; hemopoëtisch] orgaan |
| zōki-雑木 | gemengd bos (bestaande uit verschillende soorten bomen) |
| zokkai-俗界 | de seculiere maatschappij [samenleving]; de wereld van alledag; de wereld om ons heen; het leven van alledag |
| zokkai-俗解 | populaire [algemene; oppervlakkige] uitleg [interpretatie] |
| zokkasuru-俗化する | populariseren; vulgariseren; verpesten; vercommercialiseren; verlagen |
| zokkyoku-俗曲 | Japanse populaire volksliedjes (m.n. met shamisen begeleiding) |
| zokuden-俗伝 | populaire legende; algemeen gezegde; volksgeloof |
| zokugan-俗眼 | lekenoog; lekenmening |
| zokuji-俗字 | een informele variant van een kanji |
| zokujin-俗人 | een leek; seculier persoon; gewone mensen; het gewone volk |
| zokuju-俗儒 | een middelmatige geleerde; een confucianist met weinig inzicht [begrip] |
| zokumyō-俗名 | lekennaam; naam voordat men intreedt in het boeddhisme |
| zokuni-俗に | in het algemeen; gewoonlijk |
| zokuron-俗論 | vulgaire [populistische; primitieve] visie [mening] |
| zokuryū-粟粒 | iets heel kleins; kruimeltje |
| zokusei-簇生 | het (dicht) bij [door] elkaar groeien (bv. van planten, bomen, maar ook van tanden en kiezen) |
| zokusetsu-俗説 | algemeen [populair] gezegde [idee; geloof]; folklore; traditie; legende |
| zokushi-賊子 | rebel; oproerkraaier; samenzweerder |
| zokushin-賊臣 | rebel; opstandeling; verrader; samenzweerder |
| zokushō-俗称 | algemeen gebruikte naam; gangbare naam |
| zokushū-俗習 | (algemeen) gewoonte; volksgebruik; traditie |
| zōkyō-増強 | versterking; opbouw; vergroting; toename |
| zōni-雑煮 | soep met rijstcakes en groenten (traditioneel gerecht voor Nieuwjaarsdag) |
| zon'i-存意 | gedachte; mening |
| zōn・fōkasu-ゾーン・フォーカス | zone focus (het punt waarop men met een camera scherp stelt) |
| zōritori-草履取り | knecht (van samoerai) belast met schoeisel |
| zorome-ぞろ目 | dubbel (hetzelfde getal gegooid met twee dobbelstenen) |
| zororito-ぞろりと | met elkaar in verband [verbonden] (tot een geheel) |
| zororito-ぞろりと | slordig [losjes] gekleed; te opzichtig [formeel] gekleed |
| zorozoro-ぞろぞろ | (onomatopee) in grote hoeveelheden; drommen; stroom; menigte; gekrioel (van insecten) |
| zōryō-増量 | toename; verhoging; vermeerdering van hoeveelheid [geld) |
| zōryō-増量 | vermeerdering van gewicht; aankomen |
| zōsaku-増作 | een goede [betere] oogst; een toename van de opbrengst |
| zōsha-増車 | toename van het aantal voertuigen |
| zōsha-増車 | toename van het aantal ritten (bus, tram, e.d.) |
| zōsho-蔵書 | boekenverzameling; (privé)bibliotheek; de boekenvoorraad (van een bibliotheek) |
| zōshoka-蔵書家 | boekenverzamelaar |
| zōsui-増水 | het stijgen [toenemen] van water; hoge waterstand (van een rivier); overstroming |
| zōsui-雑炊 | rijst gruwel met vis en groente, op smaak gebracht met sojasaus of miso |
| zōtan-増反 | vergroting [toename] van het beplante oppervlak [areaal] |
| zubanukeru-ずば抜ける | de beste zijn; opvallen; zichzelf onderscheiden; (met kop en schouders) uitsteken boven; uittorenen boven |
| zue-図会 | een verzameling afbeeldingen |
| zui-髄 | merg; medulla |
| zuibun-随分 | behoorlijk; tamelijk; aanzienlijk |
| zuieki-髄液 | hersenvocht; ruggenmergsvocht (liquor cerebrospinalis) |
| zuihan-随伴 | samenhang van gebeurtenissen |
| zuihan-随伴 | het vergezellen; begeleiden; het met iemand meegaan (op reis) |
| zuiheishikō-水平思考 | het lateraal denken (het anders ordenen van bestaande informatie om zo tot nieuwe informatie te komen) |
| zuiji-随時 | immer; te allen tijde; altijd |
| zuikō-髄腔 | merkholte |
| zuimaku-髄膜 | hersenvlies; meninges |
| zuimakuen-髄膜炎 | meningitis; hersenvliesontsteking |
| zuimakuenkin-髄膜炎菌 | meningokok (bakterie) |
| zuisō-瑞相 | een goed (gunstig) voorteken [omen] |
| zukkokeru-ずっこける | zichzelf belachelijk maken; domme dingen doen |
| zukkokeru-ずっこける | naar beneden glijden [slippen; vallen]; loslaten; loskomen |
| zūmingu-ズーミング | het zoomen |
| zūmu・auto-ズーム・アウト | (fotografie) het uitzoomen |
| zūmu・in-ズーム・イン | (fotografie) het inzoomen |
| zundō-寸胴 | cilindervorm; (menselijke figuur) zonder taille; (kleding) zonder mouwen |
| zunukeru-図抜ける | de beste zijn; opvallen; zichzelf onderscheiden; (met kop en schouders) uitsteken boven; uittorenen boven |
| zunzun-ずんずん | snel ; vlug; gestaag; met grote stappen |
| zushiri-ずしり | (onomatopee) zwaar; hard (aankomen) |
| zusshiri-ずっしり | (onomatopee) zwaar; hard (aankomen) |
| zuzō-図像 | ikoon (met een boeddhistische inhoud) |