Kruisverwijzing
aar
| lemma | meaning |
|---|---|
| abareuma-暴れ馬 | onhandelbaar paard |
| abekku-アベック | (jong) stel [stelletje]; paartje |
| abisetaoshi-浴びせ倒し | (sumo) de tegenstander naar beneden duwen door op hem te leunen |
| abu-虻 | daas; paardenvlieg; horzel |
| abuhachitorazu-虻蜂取らず | tussen de wal en het schip vallen [geraken]; noch het een nog het ander (twee dingen tegelijkertijd proberen te doen, maar in geen van beide slagen) |
| abunagaru-危ながる | bang zijn (om te); aarzelen; terugdeinzen |
| abunai-危ない | onbetrouwbaar; twijfelachtig; dubieus |
| abunai-危ない | gevaarlijk; riskant; onveilig |
| abunakkashii-危なっかしい | er gevaarlijk [onbetrouwbaar] uitzien |
| aburagami-油紙 | oliepapier; geolied papier (papier gedrenkt in paraffineolie waardoor het vochtwerend is) |
| aburidashi-炙り出し | geschreven [getekend] met onzichtbare inkt (wordt zichtbaar na verhitting) |
| aburimono-炙り物 | etenswaar (zoals vis, vlees) geroosterd boven een vuur |
| achikochi-彼方此方 | hier en daar; her en der; rondom; overal |
| achikochi-彼方此方 | door elkaar; in de war |
| achira-あちら | die kant (op afstand van zowel de toehoorder als de spreker); daar; die |
| achiragawa-彼方側 | de andere kant; daarginds |
| achirakochira-彼方此方 | hier en daar; her en der; rondom; overal |
| achirakochira-彼方此方 | door elkaar; in de war |
| ada-仇 | wrok; wrevel; rancune; haat; boosaardigheid |
| adagoto-徒言 | onwaarheid; leugen |
| adaorosoka-徒疎か | verwaarlozing; nalatigheid |
| adiosu-アディオス | vaarwel; adios |
| adoribu-アドリブ | (naar Latijn: ad libitum) ad lib; naar eigen believen [keuze]; improvisatie (zn); geïmproviseerd (bnw) |
| adyū-アデュー | adieu; vaarwel |
| aegu-喘ぐ | hijgen; naar adem happen; zwaar ademen |
| aerofurōto-アエロフロート | Aeroflot, Russische luchtvaartmaatschappij |
| agaki-足掻き | het krabben [schrapen] over de grond (b.v. met de hoeven door een paard) |
| agaku-足掻く | (van paarden met hun voorpoten) het klauwen [krabben] over de grond |
| agarigamachi-上がり框 | houten plint langs het verhoogde vloerdeel van de kamers in de entree [hal] (waar de schoenen worden uitgedaan en neergezet) van een Japans huis |
| agarikamachi-上がり框 | houten plint langs het verhoogde vloerdeel van de kamers in de entree [hal] (waar de schoenen worden uitgedaan en neergezet) van een Japans huis |
| agarime-上がり目 | opwaartse tendens (handelsmarkt) |
| ageashi-揚げ足 | met de benen over elkaar |
| ageashitori-揚げ足取り | haarkloverij; muggenzifterij; het iemand belachelijk maken |
| ageita-上げ板 | (in een traditioneel theater) houten vloeren links en rechts waar het podium en de hanamichi (verhoogd pad naar toneel) samenkomen |
| agekaji-上げ舵 | een ruk naar achteren aan de stuurknuppel van een vliegtuig (om het omhoog te laten vliegen) |
| agemaki-揚巻 | ouderwetse traditionele haarstijl van jongens (met een scheiding in het midden) |
| ageuma-上げ馬 | het laatste paard als afsluiting bij een wedstrijd boogschieten te paard |
| agezoko-上げ底 | de ziel (welving naar binnen van de bodem) van een fles) |
| agohige-顎鬚 | sik; geitensik; geitenbaard |
| ahōbarai-阿呆払い | een straf voor een samoerai in de Edo periode: zijn 2 zwaarden werden afgepakt (of hij werd uitgekleed), waarna hij werd verjaagd |
| ahōguchi-阿呆口 | dom geklets; alleen maar onzin praten |
| ai-相 | (in combinatie met een werkwoord) elkaar; samen |
| aiba-愛馬 | lievelingspaard; geliefd [favoriet] paard |
| aiba-愛馬 | van paarden houden; het liefdevol verzorgen van een paard |
| aibetsuriku-愛別離苦 | de kwelling [pijn] bij het afscheid van een dierbaar familielid |
| aibeya-相部屋 | een wedstrijd tussen sumoworstelaars van dezelfde stal |
| aiboshi-相星 | (sumoworstelaars die) evenveel winst -en verliespartijen hebben als de ander |
| aibosuru-愛慕する | liefhebben; verlangen naar; zich verbonden voelen met; gehecht zijn aan |
| aichō-愛聴 | het graag ergens naar luisteren |
| aichōshūkan-愛鳥週間 | de week waarin de aandacht wordt gevraagd voor het beschermen en houden van (wilde) vogels (10-16 mei) |
| aichōsuru-愛聴する | graag luisteren (naar) |
| aidentitī・kādo-アイデンティティー・カード | identiteitskaart; legitimatiebewijs |
| aideshi-相弟子 | medeleerling; medestudent; studiegenoot; jaargenoot |
| aidīkādo-アイ・ディー・カード | identiteitskaart; legitimatiebewijs |
| aigansuru-愛玩する | belangrijk [lief; mooi; waardevol] vinden; liefhebben; liefkozen; aaien |
| aigo-愛語 | (boeddh.) vriendelijke woorden (één van de 4 methoden die bodhisattvas gebruiken om levende wezens te leiden naar de Weg van de Boeddha) |
| aigyō-愛楽 | (boeddh.) de zoektocht naar; wens [verlangen] |
| aihansuru-相反する | contrasteren; conflicteren; in tegenspraak zijn; elkaar wederzijds uitsluiten |
| aiirenai-相容れない | tegengesteld; onverenigbaar [niet passend] |
| aijaku-愛惜 | iets waar men niet graag afstand van doet; iets waar men aan gehecht is |
| aijin-愛人 | minnaar; minnares; geliefde (partner) |
| aijirushi-合印 | (kleermakerij) markering op stof om aan te geven waar de delen aan elkaar worden genaaid |
| aijitsu-愛日 | tijd belangrijk [kostbaar] vinden |
| aijitsu-愛日 | toegewijd [attent; respectvol] zijn (t.a.v. zijn of haar ouders) |
| aijō-愛嬢 | zijn [haar] geliefde dochter (wordt meestal gezegd over de dochter van iemand anders) |
| aikuchi-合口 | goed bij elkaar passend zijn; goed met elkaar kunnen opschieten |
| aikyō-愛郷 | de liefde van iemand voor zijn [haar] geboorteplaats |
| aikyōgen-間狂言 | deel van een no-toneelstuk waarin de kyogen-acteur de leidende rol heeft |
| aimochi-相持ち | de rekening opsplitsen waarbij ieder voor zichzelf betaalt |
| ainakabasuru-相半ばする | in evenwicht zijn; salderen; sluitend zijn (balans); tegen elkaar afstrepen |
| aioi-相生い | het samengroeien; aan elkaar groeien |
| aisaibentō-愛妻弁当 | de lunchbox klaargemaakt door een lieve vrouw [echtgenote] |
| aisatsu-挨拶 | relatie [band] (tussen 2 mensen bemiddelen; bemiddeling; interventie; bemiddelaar |
| aisatsu-挨拶 | felicitatie; dank(woord); aankondiging; mededeling; waarschuwing |
| aisatsunin-挨拶人 | bemiddelaar |
| aisha-愛社 | liefde [toewijding] voor het bedrijf waarvoor men werkt |
| aisha-愛車 | de eigen auto [fiets] waar iemand dol op is |
| aishaseishin-愛社精神 | loyaliteit t.o.v. het bedrijf waarvoor men werkt |
| aishiau-愛し合う | van elkaar houden; elkaar liefhebben |
| aishō-相性 | affiniteit; goed samengaan; bij elkaar passen; chemie (tussen mensen) |
| aisō-愛想 | vriendelijkheid; hoffelijkheid; voorkomendheid; gastvrijheid; hulpvaardigheid |
| aisō-愛想 | gunst; welwillendheid; hulpvaardigheid |
| aisu-愛す | liefhebben; houden van; beminnen; leuk [aardig; fijn] vinden; dol zijn op; geïnteresseerd zijn in |
| aisukageryū-愛洲陰流 | een school [groep; stijl] van schermen [zwaardvechten] (ontstaan in de Muromachiperiode) |
| aisuru-愛する | liefhebben; houden van; leuk [aardig; fijn] vinden; dol zijn op; geïnteresseerd zijn in; belangrijk [waardevol] vinden; hoogachten; respect [bewonderi |
| aitai-相対 | onder elkaar [direct; persoonlijk] zijn |
| aitesaki-相手先 | de andere partij (waar men zaken mee doet of mee te maken heeft) |
| aitsugunau-相償う | compenseren; goedmaken; vergoeden; het goede en het slechte brengen elkaar in balans |
| aiuchi-相打ち | elkaar op het zelfde moment slaan [raken] (b.v. bij vechtsporten, zoals Kendo) |
| aiyotsu-相四つ | (sumo) gevecht tussen twee worstelaars die beiden dezelfde hand bij voorkeur gebruiken (dus beiden rechtsaf beiden links) |
| aizōsuru-愛蔵する | zorgvuldig bewaren; als waardevol [geliefd bezit] beschouwen |
| ai・esu・bī・enu-アイ・エス・ビー・エヌ | ISBN (internationaal standaardboeknummer) |
| ajiwau-味わう | genieten van; waarderen |
| akachōchin-赤提灯 | rode lantaarn |
| akachōchin-赤提灯 | goedkope eet- en drinkgelegenheid (vaak herkenbaar aan een rode lantaarn als uithangbord) |
| akadensha-赤電車 | persoon die vaak 's avonds laat pas naar huis gaat |
| akaei-赤鱏 | rode pijlstaartrog (een vis, Hemitrygon akajei) |
| akage-赤毛 | rood haar; roodharig zijn |
| akagi-赤木 | een boomstam waarvan de bast [schors] is verwijderd |
| akaiwashi-赤鰯 | (spottende term voor) een roestig, bot zwaard |
| akamaishi-赤間石 | roodbruine [paarse] tufsteen (uit de Yamaguchi Prefectuur, wordt gebruikt om inktstenen van te maken) |
| akamon-赤門 | bijnaam voor de Universiteit van Tokio, waar de oude rode poort (de Goshudenpoort 御守殿門 uit de Edo periode) zich nu bevindt |
| akanbē-あかんべえ | gezichtsuitdrukking waarbij men het onderste ooglid met een vinger naar beneden drukt en het rode gedeelte zichtbaar maakt (minachtend of afkeurend) |
| akarisaki-明かり先 | de richting waar het licht heen schijnt; de plek waar het licht op schijnt |
| akarumi-明るみ | openbaar; aan het licht gekomen |
| akashingō-赤信号 | rood (stop)licht [verkeerslicht]; waarschuwingssignaal |
| akatsuchi-赤土 | rode aarde [klei] |
| akazu-飽かず | onvermoeibaar; nooit genoeg van krijgen; nooit vervelen |
| ake-明け | begin van een nieuw jaar, een nieuwe maand of een nieuwe dag |
| akeni-明け荷 | een gevlochten doos met de spullen (mawashi, e.a.) van een sumoworstelaar |
| akenokoru-明け残る | (maan, sterren, etc.) zichtbaar blijven bij het ochtendgloren [de dageraad] |
| akete-明けて | het begin van het jaar; januari |
| akewataru-明け渡る | (klaarlichte) dag worden |
| aki-秋 | herfst; najaar |
| akiaji-秋味 | zalm die in de herfst langs de kust wordt gevangen, vlak voordat hij terugkeert naar de rivieren om te paaien |
| akifukashi-秋深し | het late najaar; de late herfst |
| akindo-商人 | handelaar; zakenman; verkoper; dealer |
| akiraka-明らか | duidelijk; helder; onbetwistbaar; onomstotelijk |
| akisame-秋雨 | herfstregen; najaarsregenbui |
| akisamezensen-秋雨前線 | herfst [najaars] regenfront |
| akisamu-秋寒 | najaarskou |
| akishō-飽き性 | licht ontvlambaar [grillig] persoon [karakter] |
| akisumu-秋澄む | de lucht wordt helder [klaart op] in de herfst |
| akki-悪気 | boze geest; kwaadaardigheid; boosaardigheid; kwaadwillendheid |
| ako-吾子 | een term om (op een vriendelijke manier) naar iemands kinderen of ondergeschikten te wijzen (in de tweede persoon) |
| akogare-憧れ | het verlangen [hunkeren] (naar); hunkering |
| akogareru-憧れる | verlangen [hunkeren] (naar); verliefd [dol] zijn op |
| akōsutikku・gitā-アコースティック・ギター | akoestische gitaar |
| akuba-悪罵 | een wild [ontembaar] paard |
| akubyō-悪病 | een besmettelijke ziekte; een epidemie; een kwaadaardige ziekte |
| akuchishiki-悪知識 | een kwaadaardig iemand die mensen op het slechte pad brengt |
| akudamaka-悪玉化 | iem. anders als zondebok aanwijzen (van waar je zelf schuldig aan bent) |
| akudō-悪道 | een slechte weg; een slecht [onbegaanbaar] pad |
| akudō-悪道 | (boeddh.) het slechte pad volgen, d.w.z. in deze wereld slechte dingen doen en daardoor na de dood in de hel komen |
| akui-悪意 | kwaadaardigheid (t.o.v. iem.); slechte bedoelingen |
| akujo-悪女 | een slechte [boosaardige] vrouw |
| akumateki-悪魔的 | duivels; demonisch; kwaadaardig |
| akunaki-飽くなき | onverzadigbaar; onvermoeibaar; volhardend |
| akunin-悪人 | boosaardige [kwaadwillende] persoon |
| akuru-明くる | de volgende (dag, maand, jaar, e.d.) |
| akuruhi-明くる日 | de volgende dag; de dag daarna |
| akurutoshi-明くる年 | volgend jaar; het volgende jaar |
| akusei-悪性 | (med.) maligniteit; kwaadaardigheid (van een ziekte) |
| akuseirinpashu-悪性リンパ腫 | een kwaadaardige lymfoom [lymfkliergezwel] |
| akuseishuyō-悪性腫瘍 | een kwaadaardige tumor |
| akuseputansu-アクセプタンス | acceptatie; aanvaarding |
| akusesu-アクセス | toegang; toelating; bereikbaarheid |
| akushitsu-悪疾 | een kwaadaardige ziekte (vroeger was dit de benaming voor de ziekte van Hansen, leprosie) |
| akushitsu-悪質 | een slecht karakter; kwaadaardig [gemeen] zijn |
| akushō-悪性 | een kwaadaardig [boosaardig; slecht; verdorven; gemeen] karakter |
| akusho-悪所 | een gevaarlijke plek |
| akushootoshi-悪所落し | (op een paard) over een steile weg naar beneden rijden |
| akusō-悪相 | een kwaadaardig [boosaardig] uiterlijk |
| akutagawashō-芥川賞 | de Akutagawa-prijs (een literatuurprijs voor debutanten, vernoemd naar de schrijver Akutagawa Ryūnosuke) |
| akutaimatsuri-悪態祭 | het festival waar de tempelbezoekers elkaar grove verwensingen toeroepen, en de winnaar van het woordengevecht geluk in de toekomst voorspeld wordt |
| akuto-悪徒 | een slechte [kwaadaardige] man |
| akutoku-悪徳 | een oneerlijke [onrechtvaardige] daad; corruptie; verdorvenheid; onzedelijkheid |
| akutokugyōsha-悪徳業者 | een corrupte [oneerlijke] handelaar |
| akuzairyō-悪材料 | een ongunstige omstandigheid [voorwaarde] die de beurs negatief beïnvloedt; een negatieve factor |
| akyūdo-商人 | handelaar; zakenman; verkoper; dealer |
| ama-尼 | jong meisje met haar tot op schouderlengte |
| ama-尼 | (afk. van 尼削) het afknippen van haar op schouderlengte |
| amagu-雨具 | regenuitrusting; watervaste uitrusting (bv. paraplu, regenjas, laarzen, etc.) |
| amagutsu-雨靴 | regenlaars; rubberlaars; waterdicht schoeisel |
| amai-甘い | zachtaardig; mild; vleiend; (al te) toegeeflijk; meegaand |
| amakudari-天下り | vanuit een (hoge) overheidspositie overgaan naar een goedbetaalde functie in semi-overheidsorganisatie of private organisatie |
| amaochi-雨落ち | plek waar regendruppels van de dakrand vallen |
| amari-余り | rest; restant; restwaarde |
| amasogi-尼削 | het haar (van een vrouw) kort knippen |
| amasogi-尼削 | het haar knippen bij intrede als (boeddhistische) non |
| amatchoroi-甘っちょろい | te optimistisch; te gemakkelijk (in de omgang); te onverantwoordelijk [goedaardig; naïef; simpel] |
| amatsusae-剰え | bovendien; daarbij komt nog; tot overmaat van ramp |
| ame-飴 | van aardappel- of rijstzetmeel gemaakte zoete snoep; lolly; (eventueel ook drop) |
| ameni-飴煮 | een gerecht waarin vis, etc. is gekookt met suiker |
| amenomurakumonotsurugi-天叢雲剣 | Ama-no-Murakumo no Tsurugi, het goddelijke zwaard (een van de 3 heilige kostbaarheden van Japan, spiegel, zwaard en juwelen) |
| ametsuchi-天地 | hemel en aarde; het universum; de wereld |
| amezaiku-飴細工 | iets dat mooi van buiten is, maar geen inhoud heeft |
| amiage-編み上げ | (afk. voor) rijglaars |
| amiagebūtsu-編み上げブーツ | rijglaars |
| amiagegutsu-編み上げ靴 | rijglaars |
| amimoto-網元 | aanvoerder [leider] van (een vereniging van) vissers; eigenaar van visnetten en vissersboten |
| an-庵 | klooster; kluizenaarscel |
| an-案 | een bureau; lessenaar |
| anagama-穴窯 | anagama-oven (voor aardewerk; tunnelvormig, oorspronkelijk in een helling gegraven) |
| anagomori-穴籠もり | het overwinteren van dieren in holen in de aarde of in bomen |
| anata-彼方 | daarginds; daarheen (weg van spreker en toehoorder) |
| anba-鞍馬 | (turntoestel) paard |
| anbun-案分 | een evenredige verdeling volgens de standaard [criteria] |
| anchō-暗潮 | een onderstroom [tij] (fig.); nauwelijks waarneembare doch aanwezige kracht in de maatschappij [wereld] |
| anchō-暗潮 | de onderstroom; het (onwaarneembare) tij |
| andā・pā-アンダー・パー | onder par (golfterm voor minder dan het standaard aantal slagen) |
| andepandan-アンデパンダン | de Indépendants (de Onafhankelijken, Franse kunstenaars) |
| anesan-姉さん | zus(ter); mevrouw; juffrouw (een woord waarmee men beleefd een vrouw aanspreekt) |
| anesannyōbō-姉さん女房 | een vrouw die ouder is dan haar man [echtgenoot] |
| angō-暗合 | dingen die toevallig met elkaar overeenkomen; een toevallige samenloop van omstandigheden |
| anguiseisha-暗愚為政者 | een domme [slechte] staatsman [ambtenaar] |
| ani-豈 | hoe; waarom |
| anideshi-兄弟子 | ouderejaars; leerling [student] in hogere klas |
| animaru・serapī-アニマル・セラピー | therapeutische inzet van huisdieren (therapie waarbij huisdieren worden betrokken bij de behandeling) |
| animaru・supōtsu-アニマル・スポーツ | diersporten; sport met dieren (zoals paardrijden, hondensleeën, etc.) |
| anjigoto-案じ事 | dingen waar men zich zorgen om maakt |
| anjisuru-暗示する | een suggestie [voorstel] doen; suggereren; verwijzen (naar); impliceren; aanraden |
| anka-安価 | oppervlakkigheid; lichtvaardigheid |
| ankan-安閑 | het nietsdoen; met de armen over elkaar zitten |
| anki-安危 | een zaak van veiligheid (of gevaar) |
| anki-暗鬼 | een monster in de duisternis (d.w.z. die er lijkt te zijn, maar niet echt bestaat) |
| ankō-暗香 | een onbestemde [duistere] geur [parfum]; een aroma [geur] (van bloemen, e.d.) waarvan je niet weet waar die vandaan komt |
| ankōfudō-暗香浮動 | een geur die om je heen hangt, maar waarvan je niet weet waar die vandaan komt |
| ankogata-あんこ型 | de dikke buik van een sumoworstelaar; een dikke sumoworstelaar |
| annaijō-案内状 | een aankondiging(sbrief); een uitnodingsbrief; uitnodigingskaart |
| annojō-案の定 | zoals verwacht [gedacht]; inderdaad; zowaar |
| anpuku-按腹 | buikmassage; massagetechniek waarbij over de buik wordt gewreven |
| ansatsusha-暗殺者 | moordenaar |
| anshachizu-暗射地図 | een blanko kaart (zonder plaatsnamen zoals wordt gebruikt op scholen) |
| anshishoku-暗紫色 | donkerpaars |
| anshitsu-庵室 | kluizenaarscel; kluizenaarshut |
| anshō-暗証 | (Boeddh.) zich wijden aan alleen maar ascetische oefeningen en meditatie (zonder de theorie en dogma) |
| anshū-暗愁 | zwaarmoedigheid; triestheid |
| antaido・rōn-アンタイド・ローン | een lening waarbij niet vastgelegd is waarvoor die gebruikt mag worden |
| antan-暗澹 | zwaarmoedig; mistroostig; droefgeestig |
| antena・shoppu-アンテナ・ショップ | een winkel waar producenten en lokale overheden nieuwe producten verkopen om uit te proberen hoe de trends zich ontwikkelen bij consumenten |
| antō-案頭 | op het bureau; op de lessenaar [schrijftafel] |
| anza-安座 | kleermakerszit; met gekruide benen [de benen over elkaar] zitten |
| anzuruni-案ずるに | wat ik denk...; als we daar goed over nadenken dan.... |
| an'ei-安永 | de naam van een jaarperiode (van 16-11-1772 tot 04-02-1781) |
| an'i-安位 | (term van Zeami) de hoge graad van perfectie die een acteur van het Nō-theater kan bereiken, waardoor hij ontspannen zijn rol kan spelen |
| an'utsu-暗鬱 | somberheid; zwaarmoedigheid; melancholie |
| ao-青 | blauwzwart (paard) |
| aogu-仰ぐ | opkijken (naar); opzien tegen |
| aoiroshinkoku-青色申告 | blauwe aangifte (soort aangifte inkomstenbelasting waarbij speciale inkomstenaftrek mogelijk is) |
| aomuke-仰向け | het naar boven gekeerd zijn; rugligging |
| aomukeru-仰向ける | naar boven gaan kijken [draaien] ; met het gezicht naar boven gaan liggen |
| aomuku-仰向く | omhoog [naar boven] kijken; met het gezicht naar boven liggen |
| aonokeru-仰のける | naar boven draaien; omdraaien [openleggen] (van een kaart b.v.) |
| aonoku-仰のく | omhoog [naar boven] kijken |
| aori-障泥 | (paardrijden) een leren spatlap aan een zadel |
| aoshio-青潮 | blauw getij (waarbij de zwavel in zeewater colloïdaal wordt en het zeewater troebel wordt) |
| aouma-青馬 | een blauwachtig zwart paard; een zwart paard met blauwe glans |
| aoyagi-青柳 | de naam van een kleurschema van verschillende kimono lagen die over elkaar gedragen worden (voor de lente) |
| aporia-アポリア | aporie; besluiteloosheid; radeloosheid; onoplosbaar probleem |
| appare-天晴れ | bewonderenswaardig |
| appu-アップ | opgestoken haarstijl |
| appuappu-あっぷあっぷ | naar adem snakkend; worstelend; zwoegend |
| appuru・pai-アップル・パイ | appeltaart |
| arabian・raito-アラビアン・ライト | lichte ruwe olie uit Saoedi-Arabië (de standaard bij het bepalen van de olieprijs) |
| arabu-アラブ | Arabische volbloed (paard) |
| araebisu-荒夷 | wildeman; barbaar (denigrerende term die door mensen in de hoofdstad wordt gebruikt om te verwijzen naar mensen uit het oosten van Japan) |
| arafō-アラフォー | een veertiger; iemand die ongeveer veertig jaar is (vaak gebruikt voor een ongehuwde vrouw van in de veertig) |
| aragoto-荒事 | een (krachtige, zwaar aangezette) acteerstijl in Kabuki theater |
| arai-荒い | moeilijk; zwaar |
| araigami-洗い髪 | pas gewassen (loshangend) haar (van vrouwen) |
| araihari-洗い張り | een kimono eerst uit elkaar halen en dan de delen apart wassen en uitgespreid [uitgerekt] laten drogen |
| aranami-荒波 | (fig.) tegenslagen; zwaar weer |
| arani-粗煮 | gerecht van visafval (kop, staart, graten, etc.), gekookt in sojasaus met suiker |
| arankagiri-あらん限り | alle macht; al het mogelijke; zijn uiterste best; alles bij elkaar |
| arasā-アラサー | een dertiger; iemand die ongeveer dertig jaar is (vaak gebruikt voor een ongehuwde vrouw van in de dertig) |
| arashi-嵐 | storm; zwaar weer |
| arashigoto-荒仕事 | ruw werk; zwaar werk |
| arasoenai-争えない | onmiskenbaar; onbetwistbaar |
| arataka-灼か | wonderbaarlijk; magisch |
| aratamano-新玉の | (uitdrukking voor) de verwelkoming [begroeting] van een nieuw begin (het nieuwe jaar, de nieuwe lente, etc.) |
| arau-洗う | wassen; schoonmaken; afspoelen; wegspoelen (door regen, etc.) (goed) wasbaar zijn |
| arau-洗う | informeren (naar); onderzoeken; openbare; blootleggen (fig.) |
| arauma-荒馬 | een wild [ongetemd] paard |
| araundo・fōtī-アラウンド・フォーティー | een veertiger; iemand die ongeveer veertig jaar is (vaak gebruikt voor een ongehuwde vrouw van in de veertig) |
| araundo・sātī-アラウンド・サーティー | een dertiger; iemand die ongeveer dertig jaar is (vaak gebruikt voor een ongehuwde vrouw van in de dertig) |
| arawa-露 | openbaar [openlijk; publiek] zijn |
| arawareru-現れる | verschijnen; zich vertonen; zichtbaar worden |
| arawaza-荒業 | zwaar (lichamelijk) werk |
| arayu-新湯 | (schoon heet water voor) een bad (waar nog niemand in heeft gezeten) |
| are-彼 | (een woord dat een persoon of ding aanduidt dat ver verwijderd is) die; dat; daar; toen |
| are-荒れ | stormachtig [ruw; zwaar] weer |
| arekara-あれから | daarna; sindsdien; sinds toen; vanaf dat moment |
| areru-荒れる | verlaten [verwaarloosd; in verval; in slechte staat] zijn [raken] |
| arerugiiseibunhyou-アレルギー成分表 | allergenenkaart |
| ariawase-有り合わせ | wat voorhanden [verkrijgbaar; klaar; gereed] is |
| arigane-有り金 | beschikbaar geld; geld dat er voorhanden is |
| arigatai-有り難い | fijn [prettig] zijn (lett. tot dankbaarheid stemmend zijn) |
| arigatami-有り難味 | waarde; zegen; verdienste |
| arigatanamida-有り難涙 | tranen van dankbaarheid |
| arika-在処 | verblijfplaats; de plek waar iets [iemand] zich bevindt; plek waar iemand rondhangt; adres |
| arimoshinai-有りもしない | onwaar; onecht; onwerkelijk; niet bestaand |
| aritayaki-有田焼 | Arita aardewerk [porselein] (uit de omgeving van de stad Arita, Kyūshū) |
| aritei-有り体 | de (onverbloemde; nuchtere) waarheid; precies zoals het is |
| arittake-有りっ丈 | alles wat als er is; zoveel als men heeft; alles bij elkaar |
| ariuru-あり得る | mogelijk; waarschijnlijk |
| ariyō-有り様 | waarheid; ideale situatie; hoe het zou moeten zijn |
| aru-有る | beschikbaar zijn |
| aruji-主 | hoofd van het huishouden; eigenaar van het huis; huisbaas |
| arukotonaikoto-有る事無い事 | feit en fictie; halve waarheid |
| arumajikikōi-あるまじき行為 | ongepast gedrag; onwaardige handeling |
| asagake-朝駆け | het paardrijden vroeg in de ochtend |
| asagakesuru-朝駆けする | paardrijden vroeg in de ochtend |
| asaji-浅茅 | (afk. van) de plek met schaarse begroeiing van Japans gras (ook als metafoor voor een verlaten veld of gebied) |
| asaji-浅茅 | een Japanse (schaars groeiende, korte) grassoort van de familie Imperata cylindrica (Japans bloedgras) |
| asajiu-浅茅生 | de plek met schaarse begroeiing van Japans gras (ook als metafoor voor een verlaten veld of gebied) |
| asaru-漁る | zoeken naar [in]; op zoek gaan naar; doorzoeken |
| asashan-朝シャン | het haarwassen in de ochtend (na het opstaan) |
| asekusai-汗臭い | stinkend naar zweet |
| ashi-悪し | (klassieke vorm van warui) niet goed; geen goede indruk makend; slecht; kwaadaardig; verdorven |
| ashige-葦毛 | grijs (vachtkleur van paarden) |
| ashikiri-足切り | het toepassen van een vastgestelde grenswaarde (als criterium voor slagen of zakken bij een examen) |
| asōgi-阿僧祇 | (boeddh.) een ontelbaar getal |
| asoko-あそこ | daar; die plaats (op afstand van zowel de toehoorder als de spreker) |
| asshi-あっし | (informele, ouderwetse manier om naar zichzelf te verwijzen, gebruikt door mannen) ik |
| asshukukichō-圧縮記帳 | een aantekening [notering] van verminderde waarde (bij een financiële transactie) |
| asshukuritsu-圧縮率 | compressibiliteit; samendrukbaarheid |
| assuru-圧する | (naar beneden) drukken; indrukken |
| āsu-アース | aarde (planeet) |
| āsu-アース | aarde (elektrotechniek) |
| asuko-あすこ | daarginds (een plek bij de spreker en gesprekspartner verwijderd) |
| asutoronōto-アストロノート | astronaut; ruimtevaarder |
| atai-価 | prijs; waarde; kosten |
| ataisuru-値する | waard zijn; een bepaalde waarde vertegenwoordigen |
| atamadekkachi-頭でっかち | topzwaar zijn; iemand met een groot hoofd |
| atara-可惜 | helaas; spijtig; betreurenswaardig |
| atari-当たり | (go-spel) wanneer een steen zich in een positie bevindt waar hij met één zet kan worden geslagen |
| ataribachi-当たり鉢 | (aardewerk) vijzel (om te malen) |
| ataridoshi-当たり年 | een goed [gelukkig] jaar |
| atarihazure-当たり外れ | een kwestie van geluk; onvoorspelbaar; lukraak; met wisselend resultaat |
| atchi-あっち | die kant (op afstand van zowel de toehoorder als de spreker); daar; die |
| atchikotchi-彼方此方 | door elkaar; in de verkeerde volgorde; omgekeerd; verward |
| atchikotchi-彼方此方 | hier en daar; deze kant en die kant; overal; rondom; aan alle kanten |
| atebumi-宛文 | een officieel document (met daarin een persoonlijke opdracht of mandaat voor de geadresseerde) |
| atebumi-宛文 | een officieel document waarin een leenheer zijn vazal een stuk (grond)bezit gaf (Kamakura en Muromachi-periode) |
| atedo-当て所 | de plaats waarop je mikt [moet mikken]; waarop je je richt [moet richten] |
| ategaibuchi-宛行扶持 | het loon voor een werknemer dat eenzijdig door de werkgever (naar zijn eigen goeddunken) wordt gegeven |
| ateji-当て字 | het gebruik van karakters naar klank en niet naar betekenis; een fonetisch equivalent van een kanji |
| atekko-当てっこ | het spelletje [een wedstrijd] waarbij men iets naar een bepaald doel probeert te gooien |
| atekomu-当て込む | rekenen op een goed resultaat; verwachten; uitzien naar |
| atenuno-当て布 | een schouderband; een schouderstuk voor het dragen van iets zwaars |
| ateokonaijō-充行状 | een officieel document waarin een leenheer zijn vazal een stuk (grond)bezit gaf (Kamakura en Muromachi-periode) |
| aterareru-当てられる | liefdesbetuigingen [in het openbaar] aanschouwen |
| ateru-当てる | dicht tegen [op] elkaar drukken [plakken] |
| atetsukeru-当て付ける | (demonstratieve) liefdesuitingen in het openbaar |
| atorakushon-アトラクション | attractie; bezienswaardigheid |
| atoyaku-後厄 | het jaar na de kritieke leeftijd [periode]; het jaar na het ongeluksjaar |
| atsubottai-厚ぼったい | erg dik; zwaar |
| atsuita-厚板 | dikke textielstof; dikke zijden stof waarin patronen worden geweven met verschillende draden |
| atsumaru-集まる | verzameld [vergaard] worden; krijgen |
| atsumaru-集まる | bij elkaar komen; zich verzamelen |
| atsumeru-集める | concentreren; samen [bij elkaar] brengen |
| atsuryokuhenshitsu-圧力変質 | het verschijnsel dat gesteenten in aardlagen onder druk veranderen [metamorfoseren] |
| au-会う | elkaar ontmoeten [zien] |
| au-合う | overeenstemmen; harmoniëren; bij elkaar passen |
| au-合う | bij elkaar komen; samensmelten |
| au-合う | aan de standaard voldoen; aan criteria voldoen |
| autofaitingu-アウトファイティング | het vechten op een bepaalde afstand van elkaar |
| autokābu-アウトカーブ | (honkbal) een curveball (effectbal) met een draaibeweging naar buiten |
| auto・bokushingu-アウト・ボクシング | boksen staand op bepaalde afstand van elkaar |
| awabigaeshi-鮑返し | in elkaar geknoopt sierdraad in de vorm van een abalone schelp (als decoratie) |
| awabimusubi-鮑結び | in elkaar geknoopt sierdraad in de vorm van een abalone schelp (als decoratie) |
| awajimusubi-淡路結び | in elkaar geknoopt sierdraad in de vorm van een abalone schelp (als decoratie) |
| aware-哀れ | (arch.) iets dat geliefd [dierbaar] is; iets dat na aan het hart ligt |
| awaremu-哀れむ | bewonderen; waarderen; houden van; gevoelig [ontvankelijk] zijn (voor) |
| awaseru-会わせる | op elkaar afstemmen; coördineren |
| awasete-合わせて | bovendien; daarbij; tegelijkertijd |
| awasete-合わせて | in totaal; alles bij elkaar [tezamen] |
| awasu-合わす | bij [in] elkaar passen |
| ayani-奇に | eigenaardig; vreemd (genoeg] |
| ayaori-綾織り | een weefmethode waarbij de punten waar de scheringdraden en inslagdraden elkaar kruisen |
| ayaoshi-アヤ押し | pushback, een tijdelijke prijsdaling terwijl de markt in een opwaartse trend zit |
| ayashii-怪しい | louche; verdacht; twijfelachtig; onbetrouwbaar |
| ayatori-綾取り | afneemspel (het vormen van figuren met een touwtje om de vingers, waarvan de lussen telkens worden doorgegeven aan anderen) |
| ayaui-危うい | gevaarlijk; riskant |
| ayumiyoru-歩み寄る | (toe)lopen naar (elkaar) |
| azanau-糾う | (touw) vlechten; in elkaar draaien |
| aze-畔 | aarden wal [pad] tussen de rijstvelden |
| azukarikin-預かり金 | aanbetaling; waarborgsom; deposito |
| azukarikin-預り金 | ontvangen waarborgsom |
| azumakudari-東下り | historische term voor het vanuit Kyoto naar de oostelijke provincies (en Edo) reizen |
| a'nekumēne-アネクメーネ | gebieden op aarde die door extreme omstandigheden (droogte, hitte, hoogte, etc.) niet permanent door mensen bewoond kunnen worden |
| a・ra・karuto-ア・ラ・カルト | à la carte (volgens de menukaart) |
| ba-ば | (na de izenkei van een ww. in modern Japans en achter de mizenkei in klassiek Japans wordt er een voorwaarde [conditie] uitgedrukt) als; indien |
| ba-ば | zo (zeer) als; naarmate; in dezelfde mate als |
| ba-馬 | (in kanji-combinaties) paard |
| baba-馬場 | paardenrenbaan |
| babanuki-ばば抜き | (kaartspel) zwartepieten |
| bābarizumu-バーバリズム | barbarisme; barbaarse daad |
| bachiatari-罰当たり | zondaar; ellendeling; schurk |
| bachiatari-罰当たり | zondig [vervloekt; ondankbaar] zijn |
| badachi-場立ち | effectenhandelaar; beursmakelaar |
| bādo・wīku-バード・ウィーク | de week waarin de aandacht wordt gevraagd voor het beschermen en houden van (wilde) vogels (10-16 mei) |
| bafun-馬糞 | paardenvijg; paardenmest; paardendrek |
| bagu-馬具 | paardentuig |
| bahitsu-馬匹 | paarden |
| baibaigēmu-倍倍ゲーム | verdubbelspel (waarbij je score verdubbelt elke keer dat je wint) |
| baiboku-売卜 | waarzeggerij; toekomstvoorspelling |
| baien-梅園 | pruimenboomgaard |
| bainin-売人 | verkoper; handelaar |
| baiohazādo-バイオハザード | biogevaar; biologisch gevaar (biologische stoffen die een gevaar vormen) |
| baioretto-バイオレット | violet (paarsblauwe kleur) |
| bairin-梅林 | pruimen boomgaard |
| baiyaku-売薬 | een medicijnen zonder recept; een vrij verkrijgbaar medicijn |
| bai・rain-バイ・ライン | naamregel (bij een artikel waar de naam van de auteur wordt vermeld) |
| bajō-馬上 | paardrijder; ruiter |
| bajō-馬上 | op een paard; te paard |
| bajō-馬上 | oorlogvoering te paard |
| bajō-馬上 | het paardrijden |
| bajutsu-馬術 | paardrijderskunst; rijkunst |
| bakari-ばかり | (in de uitdrukking: ww.-vorm -ta+bakari geeft het aan een handeling die net is voltooid) pas; net (klaar) |
| bakari-ばかり | (in de uitdrukking: bakari ni): (het kwam) alleen maar door(dat)...; slechts vanwege; eenvoudigweg omdat |
| bakari-ばかり | (geeft aan dat iets is gelimiteerd tot en bepaalde handeling [plaats; ding]): slechts, alleen (maar) |
| bakarika-ばかりか | niet alleen (maar), niet slechts |
| baken-馬券 | weddenschapskaart voor paardenraces |
| bakka-幕下 | ondergeschikte; volgeling; dienaar; huisbediende |
| bakkashi-ばっかし | ongeveer; slechts; alleen maar |
| bakken-抜剣 | het trekken van het zwaard |
| bakkusupin-バックスピン | backspin (sportterm); achterwaartse rotatie |
| bākōdo・hea-バーコード・ヘア | (comb-over) haarstijl van lange plukken haar over kale plekken gekamd |
| baku-漠 | vaag [wazig; onduidelijk; ondefinieerbaar] zijn |
| baku-縛 | (boeddh.) een andere naam voor de wereldse [aardse] verlangens |
| bakurō-博労 | paardenhandelaar |
| bakuro-暴露 | openbaarmaking; openbaring; ontmaskering |
| bakusai-博才 | vaardigheid met gokken |
| bakushin-爆心 | explosiecentrum; explosiehaard |
| bakyaku-馬脚 | zijn ware aard [karakter] |
| bakyaku-馬脚 | been [voet] van een paard |
| ban-バン | (value-added network) netwerkdienst met toegevoegde waarde (een gehost serviceaanbod met aanvullende diensten) |
| banba-輓馬 | trekpaard |
| banbutsu-万物 | alles tussen hemel en aarde (alle levende wezens en dingen in de schepping) |
| banchō-番長 | (vroeger) (staats)dienaar met militaire of politie taken |
| bandai-番台 | uitkijkpost [uitkijktoren] bij de ingang van een openbaar badhuis |
| baniku-馬肉 | paardenvlees |
| banjin-蛮人 | barbaar; wildeman; onbeschaafd mens |
| banmin-蛮民 | een barbaars [primitief] volk |
| bansha-万謝 | heel erg dankbaar zijn; diepe dankbaarheid |
| banshoku-伴食 | iemand die wel de titel [naam] heeft maar niet de daarbij behorende bevoegdheden |
| banshun-晩春 | het einde van de lente; late voorjaar |
| banushi-馬主 | eigenaar [bezitter] van racepaarden |
| banushi-馬主 | paardeneigenaar; bezitter van paarden |
| banzai-万歳 | welvaart ; voorspoed; een lang leven |
| ban'eikeiba-輓曳競馬 | soort van Japanse paardenraces (waarbij trekpaarden zware sleeën zandhellingen optrekken) |
| ban'eikyōsō-輓曳競走 | soort van Japanse paardenraces (waarbij trekpaarden zware sleeën zandhellingen optrekken) |
| ban'i-蛮夷 | barbaar; barbaren; wilden |
| ban'yūinryoku-万有引力 | universele zwaartekracht |
| barabara-ばらばら | (onomatopee) verspreid; uit elkaar; los; in stukken |
| barei-馬齢 | leeftijd van een paard |
| baren-馬簾 | lange stroken papier of leer bevestigd aan een matoi (standaard) |
| baria・furī-バリア・フリー | (gebouwen, openbaar vervoer, etc.) toegankelijk voor gehandicapten |
| barikan-バリカン | tondeuse; kappersschaar (merknaam Bariquand et Marre) |
| bariki-馬力 | paardenkracht |
| baryō-馬糧 | paardenvoer |
| baryū-バリュー | waarde |
| baryū・anarishisu-バリュー・アナリシス | waardebepaling; waardeanalyse |
| baryū・enjiniaringu-バリュー・エンジニアリング | waardeanalyse (een systematische methode om de waarde van projecten, processen of diensten te verbeteren) |
| basha-馬車 | paardenkoets; paard-en-wagen; rijtuig |
| bashauma-馬車馬 | rijtuigpaard; koetspaard; trekpaard |
| bashauma-馬車馬 | (fig.) oogkleppen op hebben; iets onverstoorbaar doen zonder afgeleid te worden door bijzaken |
| bashin-馬身 | paardenlijf; het lichaam van een paard |
| bashin-馬身 | paardlengte; de lengte van een paard (bij paardenraces gebruikt om de afstand tussen paarden aan te geven) |
| basho-場所 | de plaats of tijd waarin een sumo toernooi wordt gehouden; een sumo toernooi |
| bashu-馬主 | eigenaar [bezitter] van renpaarden |
| bashu-馬主 | paardeneigenaar; bezitter van paarden |
| bashu-馬首 | paardenhals |
| bashu-馬首 | de richting waarin het paard gaat |
| basori-馬橇 | arrenslee; paardenslee |
| bāsudē-バースデー | verjaardag |
| bāsudē・kēki-バースデー・ケーキ | verjaardagstaart |
| batabata-ばたばた | snel achter elkaar; opeenvolgend |
| batachi-場立ち | beurshandelaar; effectenmakelaar |
| batakusai-バタ臭い | (lett. ruikend naar boter) westers; Europees; exotisch; on-Japans |
| batei-馬丁 | paardenknecht; oppasser van een officier; lakei |
| batei-馬蹄 | paardenhoef |
| batsugun-抜群 | weergaloos [uitstekend; subliem; ongeëvenaard] zijn |
| battō-抜刀 | het trekken van een zwaard; een getrokken zwaard |
| battōtai-抜刀隊 | een speciale (met Japanse zwaarden bewapende) politie-eenheid (Meiji-periode) |
| bazā-バザー | bazaar; rommelmarkt |
| bazāru-バザール | bazaar |
| bazoku-馬賊 | bandieten te paard (specifiek in de Chinese Qing dynastie) |
| beiju-米寿 | 88ste verjaardag (die in Japan speciaal en feestelijk wordt gevierd) |
| bengosuru-弁護する | verdedigen; rechtvaardigen |
| benkai-弁解 | verklaring; rechtvaardiging; uitleg; excuus |
| benmei-弁明 | rechtvaardiging; verontschuldiging; verweer; rehabilitatie |
| benron-弁論 | discussion; debat; redevoering; spreken in het openbaar |
| benshi-弁士 | (goede) spreker; redenaar; verteller |
| bentōten-弁当店 | uitspanning of kleine winkel waar lunches worden verkocht (vaak in treinstations); snelbuffet |
| beri・kādo-ベリ・カード | QSL kaart (van zendstations) |
| berukuro-ベルクロ | klittenband; velcrostrip (genoemd naar het merk Velcro) |
| bessei-別姓 | verschillende achternamen; het gebruik van verschillende achternamen bij een echtpaar (waar ieder zijn eigen familienaam aanhoudt) |
| bēsugitā-ベース・ギター | basgitaar |
| betabeta-べたべた | (onomatopee) dicht op elkaar |
| betatsuku-べたつく | dicht op elkaar |
| betsugo-別後 | de periode [gebeurtenissen] na een afscheid [scheiding; uit elkaar gaan] |
| betsuwaku-別枠 | buitengewone norm [standaard]; speciaal geval |
| biden-美田 | een vruchtbaar en productief rijstveld |
| biennāre-ビエンナーレ | biënnale (evenement dat om de twee jaar wordt gehouden) |
| bihatsu-美髪 | mooi haar |
| bihon-美本 | een mooi [prachtig] gebonden [uitgegeven] boek; een gaaf exemplaar (van een boek) |
| bijuaru-ビジュアル | visueel; zichtbaar |
| bijutsugan-美術眼 | kunstenaarsblik; artistiek inzicht |
| bijutsuka-美術家 | kunstenaar |
| bijutsushō-美術商 | kunsthandelaar; kunsthandel; galerie |
| bikko-跛 | het ongelijk [niet bij elkaar passend] zijn |
| bikō-尾鉱 | laagwaardig erts (dat overblijft na minerale verwerking) |
| bikotsu-尾骨 | stuit(been); staartbeen |
| bin-鬢 | het haar links en rechts op het hoofd (over [boven] de oren) |
| bīnbōru-ビーンボール | beanball (bij honkbal, een gevaarlijke bal die een werper opzettelijk naar het hoofd van de slagman gooit) |
| binkan-敏感 | (over)gevoeligheid; lichtgeraaktheid; prikkelbaarheid |
| bintēji-ビンテージ | (tijd van de) wijnoogst; wijn van een bepaald jaar; |
| bīretsuhonban-B列本判 | standaard Japans papierformaat (765 x 1085 mm) |
| biriken-ビリケン | Billiken (een beeldje gemaakt door de Amerikaanse kunstenaar Florence Pretz uit Kansas City, Missouri) |
| biru・burōkā-ビル・ブローカー | wisselmakelaar; valutamakelaar |
| biryoku-微力 | geringe kracht; beperkte bekwaamheid [vaardigheden]; weinig invloed; lage sociale status |
| bishin-微震 | zeer lichte aardbeving (intensiteit 1) |
| biso-鼻疽 | kwade droes (ziekte van eenhoevige dieren, m.n. paarden) |
| bō-冒 | (in kanjicombinaties) risico; gevaar; begin; opening |
| bobu-ボブ | korte haarstijl |
| bodaiji-菩提寺 | een familietempel (de tempel waar een familie (vaak al generaties lang) altijd heengaat voor diensten, begrafenissen, familiegrafbezoek, e.d.) |
| bodaisatta-菩提薩埵 | een bodhisattva (een wezen dat streeft naar verlichting en het bereiken van het boeddhaschap, maar deze uitstelt om eerst anderen te kunnen helpen) |
| bodaisho-菩提所 | een familietempel (de tempel waar een familie (vaak al generaties lang) altijd heengaat voor diensten, begrafenissen, familiegrafbezoek, e.d.) |
| bodībōdo-ボディーボード | kleine surfplank (waarop je liggend voortbeweegt) |
| bodō-母堂 | (beleefde term voor) de moeder van iemand anders; uw [zijn; haar] moeder |
| bōekishō-貿易商 | handelaar |
| bōgen-妄言 | leugen; onwaarheid |
| bōihanto-ボーイハント | het op zoek [jacht] gaan naar een jongen [man; vrijer]; het oppikken [versieren] van een jongen [man; vrijer] |
| bōken-冒険 | avontuur; risico; gevaar |
| bōkenteki-冒険的 | avontuurlijk; gevaarlijk; riskant |
| bokken-木剣 | houten zwaard |
| bokkusu-ボックス | (bij honkbal) gebied waar de catcher en de slagman zich bevinden; (bij voetbal) het strafschopgebied |
| bokkusu・sutoa-ボックス・ストア | een winkel waar men producten goedkoop kan aanbieden door ze niet in vakken te zetten, maar ze in de verpakkingsdozen in de winkel te laten staan |
| bokuchi-墨池 | inktputje; uitholling [holte] in een inktsteen (waar de inkt in gaat) |
| bokudenryū-卜伝流 | traditionele school [stijl] voor zwaardvechten |
| bokusha-卜者 | waarzegger; waarzegster |
| bokutō-木刀 | houten zwaard |
| bokuzei-卜筮 | waarzeggerij |
| bon-盆 | Bon (festival) (waarbij men graven van overleden familieleden bezoekt, en papieren lantaarns ophangt of op het water laat drijven) |
| bōnenkai-忘年会 | eindejaarsfeest (lett.: vergeet-het-jaar feest; men drinkt om de zorgen van het oude jaar te vergeten en te toasten op het nieuwe jaar) |
| bonmatsuri-盆祭り | Bon festival (waarbij men graven van overleden familieleden bezoekt, en papieren lantaarns ophangt of op het water laat drijven) |
| bonpu-凡夫 | (boeddh.) iemand die niet de boeddhistische leer kent [volgt], en gebonden is door aardse verlangens |
| bonsai-凡才 | een persoon met matige vaardigheid [bekwaamheid] |
| bonsai-凡才 | middelmatigheid; matige vaardigheid [bekwaamheid] |
| bōon-忘恩 | ondankbaarheid |
| borokuso-襤褸糞 | geringschattend [kleinerend; waardeloos] zijn |
| bosabosa-ぼさぼさ | warrig; door de war; wild; slonzig (haar, kapsel etc.) |
| bōshi-帽子 | smeedpatroon op een zwaardpunt |
| bōshoku-望蜀 | onbevredigbaarheid; onverzadigbaarheid |
| boshun-暮春 | het einde van de lente; late voorjaar |
| bōsō-暴走 | het wild [doelloos] rondrennen; (bij honkbal) het roekeloos rennen naar de honken door een speler |
| bōsōsha-暴走車 | een op hol geslagen voertuig; een auto waar roekeloos mee gereden wordt |
| botabota-ぼたぼた | zwaar en nat [vochtig] |
| botandaun-ボタンダウン | overhemd waarvan de kraag d,m,v, knoopjes vastgezet kan worden |
| bōtaoshi-棒倒し | spel waarbij het de bedoeling is om de paal van de tegenstander omver te werpen |
| bōto・dekki-ボート・デッキ | sloependek (dek waar de reddingsboten zich bevinden) |
| botsunen-没年 | sterfjaar |
| buansankan-ヴァンサンカン | 25 jaar |
| buatsui-分厚い | dik [zwaar] (van een boek, e.d.) |
| bubunkyokuhitsu-舞文曲筆 | vrije schrijfstijl waarbij de de feiten worden verdraaid voor een literair effect |
| budōiro-葡萄色 | (donker) roodpaarse kleur |
| bui・tān-ブイ・ターン | het verschijnsel dat werknemers afkomstig van het platteland die in de grote steden waren gaan werken, daarna weer elders buiten de stad gaan werken |
| bukken-物件 | ding; object; voorwerp; artikel; waar; goederen |
| bunan-無難 | veilig [redelijk; geschikt; aanvaardbaar; adequaat] zijn |
| bunbu-文武 | literaire en militaire kunsten; de pen en het zwaard |
| bunbufuki-文武不岐 | literaire en militaire kunsten [de pen en het zwaard] volgen hetzelfde pad [zijn geen gescheiden paden] |
| bunburyōdō-文武両道 | vaardig met zowel de pen als met het zwaard; meester in zowel literaire als krijgskunsten |
| bunkan-文官 | ambtenaar; (hof)functionaris belast met bestuurstaken |
| bunkozō-文庫蔵 | opslagplaats [opbergplaats; opbergruimte] voor waardevolle boeken |
| bunmeikaika-文明開化 | (lett. beschaving en vooruitgang) tendens naar modernisering en verwestersing in de vroege Meiji-periode in Japan |
| bunminkeisatsukan-文民警察官 | civiele politieambtenaar |
| bunpuzu-分布図 | verspreidingskaart; verspreidingsdiagram |
| buonfuresuko-ブオンフレスコ | Buon fresco is een fresco-schildertechniek (waarbij alkalibestendige pigmenten, vermalen in water, worden aangebracht op nat gips) |
| buraku-部落 | regio waar burakumin wonen (sociale minderheden in Japan) |
| buranketto・eria-ブランケット・エリア | gebieden waar radio-ontvangstproblemen kunnen optreden als gevolg van overlappende radiogolven van meerdere zenders |
| bure-ぶれ | kleine (vaak onbedoelde) beweging met de camera, waardoor een bewogen [onscherpe] foto [opname; video] wordt gemaakt |
| bureikō-無礼講 | een ongedwongen [informeel] feestje [uitje] (waarbij iedereen zichzelf kan zijn zonder te letten op status of positie) |
| burōkā-ブローカー | makelaar; tussenpersoon; tussenhandelaar |
| burokku・sain-ブロック・サイン | (honkbal) een aanwijzing geven door naar een deel van het lichaam te wijzen |
| buruku・mēru- バルク・メール | bulkmail (vele mailberichten tegelijk verstuurd naar verschillende mailboxen) |
| burunetto-ブルネット | brunette (meisje of vrouw met donkerbruin haar) |
| bushōhige-無精髭 | stoppelbaard; stoppel(s) |
| bussho-仏所 | plaats [locatie] waar een boeddhistische beeld is geplaatst |
| bussho-仏所 | werkplaats waar boeddhistische beelden worden gemaakt |
| bussho-仏所 | plaats waar een Boeddha huist; het Reine land |
| busshoku-物色 | het zoeken; doorzoeken; uitzoeken; op zoek gaan naar |
| busshokugai-物色買い | optionele aankoop van aandelen (waarvan verwacht wordt dat ze in de toekomst zullen stijgen) |
| butage-豚毛 | varkenshaar |
| butagenofirubātofude-豚毛のフィルバート筆 | Filbert kwast [penseel] met varkenshaar |
| butchigiru-打っ千切る | met een ruime marge winnen (m.n. bij paardenraces) |
| būtsu-ブーツ | laarzen |
| butsudan-仏壇 | boeddha-altaar; huisaltaar met een boeddhabeeld |
| butsudan-仏壇 | draagbaar altaar met een boeddhabeeld |
| butsuden-仏殿 | tempelgebouw [zaal] waarin het boeddha beeld staat |
| butsudō-仏堂 | tempelgebouw [zaal] waarin het boeddha beeld staat |
| butsugu-仏具 | voorwerpen die worden gebruikt bij boeddhistische rituelen; altaarstukken |
| butsuryū-物流 | het vervoer van goederen van de producent naar de consument (verpakken, laden, lossen, vervoer, opslag van goederen, alsmede informatie-verstrekking) |
| butsutekiryūtsū-物的流通 | het vervoer van goederen van de producent naar de consument (verpakken, laden, lossen, vervoer, opslag van goederen, alsmede informatie-verstrekking) |
| butsuzen-仏前 | voor de Boeddha; voor het boeddhistisch altaar |
| butteki-物的 | materieel; tastbaar |
| buttekishōko-物的証拠 | fysiek [tastbaar] bewijsmateriaal |
| byakugō-白毫 | krul wit haar op het voorhoofd van de Boeddha; een van de tweeëndertig lakshana’s |
| byōdō-廟堂 | mausoleum; een plaats waar de geesten van voorouders worden aanbeden |
| byōjaku-病弱 | vatbaar voor ziekten zijn |
| byōshō-病症 | de aard van een ziekte [aandoening] |
| byōsō-病巣 | ziektehaard; besmettingshaard |
| chadokoro-茶所 | ruimte in tempels [heiligdommen] waar thee wordt geserveerd voor bezoekers |
| chaire-茶入れ | aardewerken pot om thee in te bewaren |
| chakkā・būtsu-チャッカー・ブーツ | Chucker laarsjes (Chukka laarsjes) |
| chakujitsu-着実 | geleidelijkheid; standvastigheid; betrouwbaarheid; zorgvuldigheid |
| chakunin-着任 | het aanvaarden van [intreden bij] een (nieuwe) functie [post; baan; positie] |
| chakusui-着水 | noodlanding op [in] het water (van een vliegtuig); landing in zee (van een ruimtevaartuig) |
| chama-ちゃま | (variant van sama; gehecht aan de naam van [of verwijzing naar] een persoon, drukt respect uit) meneer; mevrouw |
| channeru-チャンネル | knop waarmee je een tv- of radio kanaal selecteert |
| channeru-チャンネル | kanaal; waterweg; vaarwater; zee-engte |
| chanpion-チャンピオン | kampioen; winnaar |
| chari-茶利 | komisch [grappig] gedrag [woordgebruik; gebaar] |
| charitī・bazā-チャリティー・バザー | liefdadigheidsmarkt; liefdadigheidsbazaar |
| charudasshu-チャルダッシュ | czardas (Hongaarse dans) |
| chashitsu-茶室 | theehuis; theekamer (ruimte waar de theeceremonie wordt gehouden) |
| chāto-チャート | kaart; plattegrond; grafiek |
| chazuke-茶漬け | Japans gerecht waarbij groene thee over gekookte rijst gesprenkeld wordt |
| cherunōzemu-チェルノーゼム | (chernozem) vruchtbare aarde (met een hoog humusgehalte) |
| chi-値 | waarde; niveau |
| chi-地 | aarde; grond; land gebied; plaats |
| chi-地 | (één van de vijf elementen in de Japanse filosofie) aarde |
| chichinashigo-父無し子 | bastaardkind (vader onbekend) |
| chiekiken-地役権 | erfdienstbaarheid |
| chigaidana-違い棚 | planken die niet precies boven (of naast) elkaar zijn gemonteerd maar verspringen (deels overlappend) |
| chigaku-地学 | aardwetenschap(pen); geowetenschap(pen); natuurkundige aardrijkskunde |
| chigatana-血刀 | met bloed bevlekt [bloederig] zwaard |
| chihōkōmuin-地方公務員 | functionaris [ambtenaar] van een lokale overheid |
| chihyō-地表 | aardoppervlak |
| chiikineko-地域猫 | buurtkat; straatkat (een kat die niet van één eigenaar is, maar van meerdere bewoners gezamenlijk) |
| chiikishinkō-地域振興 | promotie [bevordering] van regionale welvaart |
| chijin-地神 | agrarische goden; goden van het land [de aarde] |
| chijirege-縮れ毛 | krullend [kroezig] haar |
| chijōe-地上絵 | geoglief; aardtekening |
| chikaku-知覚 | waarneming; perceptie |
| chikaradameshi-力試し | test van fysieke kracht [vaardigheden]; proeve van bekwaamheid |
| chikaramizu-力水 | bij sumo, het water dat de worstelaars drinken voor elke partij |
| chikarashigoto-力仕事 | (zwaar) lichamelijk werk; mankracht |
| chikarawaza-力業 | zwaar werk; werk dat veel (lichamelijke) kracht vereist |
| chikazukeru-近づける | omgaan met (iem.); nader tot elkaar brengen |
| chikin-チキン | lafaard; bangerik |
| chikketo-チケット | kaartje; ticket; toegangsbewijs |
| chikku-チック | pommade; haarplakmiddel |
| chikuba-竹馬 | hobbelpaard |
| chikusuijitsu-竹酔日 | 13 mei (maankalender), de dag waarop traditioneel in China bamboe werd geplant (lett. dronken bamboe-dag) |
| chīku・dansu-チーク・ダンス | dansen cheek to cheek (met de wangen tegen elkaar); schuifelen |
| chikyū-地球 | de aarde; aardbol |
| chikyūgai-地球外 | buitenaards |
| chikyūgi-地球儀 | aarde; aardbol; wereldbol; globe |
| chikyūondanka-地球温暖化 | de opwarming van de aarde |
| chimame-血豆 | bloedblaar |
| chimei-知命 | 50 jaar (oud); 50ste verjaardag |
| chinbun-珍聞 | uitzonderlijk [vreemd; merkwaardig] verhaal [nieuws] |
| chinbunkibun-珍聞奇聞 | een vreemd [merkwaardig] verhaal |
| chinchō-珍重 | het veel waarde hechten aan; iets koesteren; met zorg bewaren |
| chinmyō-珍妙 | raar [vreemd; ongebruikelijk] zijn |
| chinuru-血塗る | iemand doden (met een zwaard) |
| chinuru-血塗る | (ritueel uit het oude China) het smeren van bloed (van vijanden of offerdieren) op zwaarden, trommels, e.d. |
| chin'utsu-沈鬱 | somberheid; zwaarmoedigheid; depressie; melancholie |
| chirashi-散らし | chirashi-sushi (sushigerecht gereserveerd in een kom waarbij de ingrediënten los en gemengd bovenop de sushirijst liggen) |
| chiri-地理 | aardrijkskunde; geografie; topografie |
| chirigaku-地理学 | geografie; aardrijkskunde |
| chirudo-チルド | gekoeld; koud bewaard |
| chishitsu-地質 | geologische kenmerken; de aard [structuur] van de bodem |
| chishitsugaku-地質学 | geologie; aardkunde |
| chishō-地象 | verschijnselen die zich voordoen op aarde (zoals aardverschuivingen en aardbevingen) |
| chītā-チーター | jachtluipaard; cheeta |
| chitose-千歳 | een millennium; duizend jaar; een eeuwigheid |
| chiyorozu-千万 | een buitengewoon [ontelbaar; onbeperkt] groot aantal; 10 miljoen |
| chizu-地図 | plattegrond; landkaart |
| chō-挺 | stuk(s) (wordt gebruikt bij het tellen van langwerpige voorwerpen zoals bijv. spade, schoffel, geweer en kaars) |
| chōba-跳馬 | (turnen) paardsprong |
| chōbi-掉尾 | (lett.) met de staart zwaaien |
| chōbikei-長尾鶏 | langstaarthoen (Japans kippenras met een uitzonderlijk lange staart (uit Kōchi, Shikoku) |
| chōchin-提灯 | lantaarn; lampion; Japanse [Chinese] papieren lantaarn |
| chōchinmochi-提灯持ち | lantaarndrager |
| chōchin'ya-提灯屋 | lantaarnwinkel; lantaarnmaker |
| chōda-長打 | (honkbal) (lange) honkslag (waarbij de slagman meerdere honken kan bereiken) |
| chōhō-調法 | bruikbaarheid; handig te gebruiken |
| chōhō-調法 | waardevolle [kostbare] schat; kostbaarheid |
| chōhō-重宝 | waardevolle [kostbare] schat; kostbaarheid |
| chōjin-超人 | supermens; iemand met uitzonderlijke krachten [talenten; vaardigheden] |
| chōjūgenso-超重元素 | superzwaar element |
| chōka-長靴 | laars |
| chōkaimenshoku-懲戒免職 | (van een ambtenaar) disciplinair ontslag |
| chōkeiryōdōryokuki-超軽量動力機 | ultralicht motorluchtvaartuig |
| chōken-長剣 | lang zwaard |
| choki-ちょき | schaar (in het steen-papier-schaar spelletje) |
| chokin-貯金 | sparen; spaargeld |
| chokinbako-貯金箱 | spaarpot |
| chokudai-勅題 | het onderwerp [thema] voor de Nieuwjaars poëziewedstrijd |
| chokusai-直截 | direct [regelrecht; eerlijk; resoluut; besluitvaardig] zijn |
| chokusetsu-直截 | direct [regelrecht; eerlijk; resoluut; besluitvaardig] zijn |
| chokushin-直進 | (voorwaartse) beweging rechtdoor [in een rechte lijn] |
| chokutō-直刀 | recht zwaard (zonder kromming in het lemmet [in de kling]) |
| chōkyōshi-調教師 | dierentemmer (paarden, honden, of wilde dieren in een circus) |
| chōmoku-鳥目 | geld; munt; muntstuk (lett. vogel-ogen, de term verwijst naar oude munten met ronde gaten) |
| chōmon-聴聞 | het luisteren naar (een lezing, toespraak, preek, etc.) |
| chōnōryoku-超能力 | paragnosie; paranormale begaafdheid; buitenzintuiglijke waarneming |
| chōsei-調製 | het vervaardigen op bestelling; het bereiden op recept (medicijnen; voedsel) |
| chōshuritsu-聴取率 | cijfer dat de luisterdichtheid van, en waardering voor radioprogramma's aangeeft |
| chosuichi-貯水池 | (water) reservoir; spaarbekken |
| chōtei-朝廷 | het hof waar de keizer [keizerin; koning; koningin] regeert |
| chōtō-長刀 | lang zwaard; hellebaard |
| chū-仲 | bemiddeling; bemiddelaar; tussenpersoon |
| chū-宙 | lucht; hemel; ruimte; tussen hemel en aarde |
| chūbaika-虫媒花 | insectenbloemige plant (plant waarvan het stuifmeel door insecten wordt overgebracht) |
| chūboku-忠僕 | trouwe dienaar |
| chūcho-躊躇 | aarzeling; besluiteloosheid |
| chūchosuru-躊躇する | aarzelen; weifelen; besluiteloos zijn; twijfelen |
| chūgakkō-中学校 | middenschool; lager middelbaar onderwijs (in Nederland groep 7 en 8 van de basisschool + brugklas middelbare school) |
| chūgaku-中学 | middenschool; lager middelbaar onderwijs |
| chūgakunen-中学年 | het derde en vierde jaar van de basisschool |
| chūgen-中元 | zomergeschenk (veel Japanners geven tijdens het Obon festival geschenken aan mensen die het afgelopen half jaar veel voor hen hebben betekend) |
| chūi-注意 | waarschuwing; advies |
| chūihō-注意報 | weerswaarschuwing |
| chūisuru-注意する | aandacht schenken; oppassen; attenderen; waarschuwen |
| chūjiku-中軸 | punt [persoon] waar alles om draait; centrale figuur |
| chūka-中華 | China (de naam die door de Han-bevolking van China werd gebruikt om naar hun eigen land te verwijzen) |
| chūkai-注解 | annotatie; commentaar; aantekening |
| chūken-中堅 | (fig.) kern; ruggengraat; steunpilaar; het middenkader |
| chūki-注記 | annotatie; commentaar; aantekening |
| chūkoku-忠告 | advies; raad; waarschuwing |
| chūkokusuru-忠告する | adviseren; waarschuwen |
| chūmoku-注目 | aandacht; waarneming; observatie; herkenning |
| chūmokusuru-注目する | waarnemen; opmerken |
| chūsainin-仲裁人 | bemiddelaar; tussenpersoon |
| chūshaku-注釈 | annotatie; commentaar; verklarende aantekening |
| chūshi-注視 | observatie; het observeren [gadeslaan] [staren]; gestaar |
| chūshin-中震 | middelzware aardbeving; aardbeving van gemiddelde intensiteit |
| chūshin-忠信 | trouw; loyaliteit; getrouwheid; betrouwbaarheid |
| chūshin-忠臣 | (vanaf de Heian periode, een ander woord voor 准大臣) iemand die de taken van de hoofdstaatsdienaar kan behartigen |
| chūshin-忠臣 | (loyale en trouwe) vazal; dienaar |
| chūshinchi-中心地 | centrum (waar een specifieke activiteit vooral om bekend staat) |
| chūshisuru-注視する | iets observeren; iets gadeslaan; ergens naar staren |
| chūsuru-注する | annoteren; commentaar [aantekeningen] toevoegen |
| chūtā-チューター | studiebegeleider; privéleraar; docent |
| daba-駄馬 | werkpaard; lastpaard; pakpaard |
| dabitto-ダビット | davit (een haakpaal aan boord van schepen waar een sloep, reddingsboot, e.d. aan hangt) |
| daburuheddā-ダブルヘッダー | (honkbal) twee wedstrijden na elkaar tegen dezelfde tegenstander |
| daburu・suchīru-ダブル・スチール | dubbele gestolen honk (bij honkbal, de situatie waarbij twee honklopers in één slagbeurt tegelijkertijd een honk stelen) |
| dada-ダダ | Dada (Dadaïsme, culturele beweging van kunstenaars) |
| dadakko-駄駄っ子 | onhandelbaar [verwend] kind |
| dafu-懦夫 | een lafaard; een timide [bange] man |
| daga-だが | maar; echter |
| dahon-駄本 | een slecht [waardeloos] boek |
| daichi-大地 | de aarde (t.o. de hemel) |
| daidōshōnin-大道商人 | straatventer; straathandelaar |
| daien-大円 | grootcirkel; orthodroom (een cirkel op een boloppervlak waarvan de straal gelijk is aan de straal van de bol) |
| daigeiko-代稽古 | (plaats)vervanger voor een leraar [trainer] |
| daihyō-代表 | vertegenwoordiger; agent; representant; afgevaardigde; (sport) selectie |
| daihyōdan-代表団 | delegatie; afvaardiging |
| daihyōsaku-代表作 | het beste werk van [het werk dat is kenmerkend voor] een kunstenaar (schilder, schrijver etc.); meesterwerk |
| daijin-大尽 | miljonair; rijkaard; magnaat |
| daijin-大臣 | minister; hoofdstaatsdienaar |
| daijōdan-大上段 | houding met een zwaard boven het hoofd |
| daijōsai-大嘗祭 | groot festival na de troonsbestijging van een keizer (waarbij de keizer het nieuwe graan van het jaar offert) |
| daikan-代官 | magistraat; (plaatsvervangend) overheidspersoon [ambtenaar] |
| daikinmaebaraikādo-代金前払いカード | prepaidkaart |
| daikokubashira-大黒柱 | (lett.) steunzuil; steunpilaar (van een constructie) |
| daimonji-大文字 | (afk. voor) de berg(helling) bij Kyoto waar tijdens het festival Gozan no Okuribi vuurpatronen van kanji worden aangestoken |
| daimonji-大文字 | (andere naam voor) het festival Gozan no Okuribi (bij Kyoto) waarbij vuurpatronen van kanji worden aangestoken |
| daimonjiyama-大文字山 | de berg(helling) bij Kyoto waar tijdens het festival Gozan no Okuribi vuurpatronen van kanji worden aangestoken |
| dairinin-代理人 | afgevaardigde; vertegenwoordiger; (plaats)vervanger |
| daisen-台船 | een bakvormig vaartuig (zonder motor) gebruikt voor het vervoeren van grond, zand, zware voorwerpen, kranen, etc. |
| daisensei-大先生 | geniale [grote] meester [leraar, docent] |
| daishikyō-大司教 | aartsbisschop (katholiek) |
| daishinsai-大震災 | aardbevingsramp |
| daishirazu-題知らず | (waka-poëzie) de titel en de omstandigheden waaronder het gedicht is geschreven zijn onbekend |
| daitō-大刀 | een groot zwaard |
| daitō-大刀 | de grootste van twee zwaarden |
| daitōryōdaikō-大統領代行 | waarnemend president |
| daiyōkyōin-代用教員 | een vervangende [invallende] leraar |
| dai・in-ダイ・イン | demonstratie (tegen wapens) waarbij de demonstranten simuleren dat ze doodliggen |
| dakara-だから | vandaar; daarom; om die reden; en dus |
| dake-だけ | in de mate (dat); slechts; alleen maar |
| dakiau-抱き合う | elkaar omhelzen [omarmen] |
| dakōken-蛇行剣 | (recht) zwaard met golvend lemmet |
| dakuhi-諾否 | aanvaarding of verwerping; instemming of weigering; ja of nee |
| dāku・hōsu-ダーク・ホース | (in een race) outsider; onverwachte winnaar |
| damashiau-騙し合う | elkaar misleiden [bedriegen; voor de gek houden] |
| dame-駄目 | (in het theater) de aanwijzing [waarschuwing] van een regisseur aan een acteur [actrice] |
| damī-ダミー | de blinde (bij kaartspelen) |
| dan-壇 | ceremoniële (aarden) heuvel |
| danbira-段平 | breed zwaard |
| danku・shūto-ダンク・シュート | (basketbal) een dunk (een worp waarbij een aanvaller een hoge sprong maakt richting de ring en de bal dan in de basket slaat) |
| danro-暖炉 | kachel; (vuur)haard |
| danshaku-男爵 | aardappelsoort (danshaku-imo) |
| dansukyōshi-ダンス教師 | dansleraar (m); danslerares (v) |
| dappan-脱藩 | het verlaten van een clan door een samoerai (die daarna een rōnin (samoerai zonder heer) werd) |
| darō-だろう | (informele vorm van het werkwoord 'zijn'; drukt veronderstelling of vermoeden uit) zal (waarschijnlijk) (zo) zijn (dat) |
| daruma-達磨 | darumapop (afbeelding van Daruma, waarbij vaak de ogen nog niet zijn ingekleurd, hetgeen men pas doet als een wens uitkomt) |
| dasu-出す | op de post doen; (op)sturen; versturen; wegbrengen; afvaardigen |
| dasu-出す | (in combinatie met andere werkwoorden) beginnen te; naar buiten doen [gaan; bewegen] |
| dasu-出す | naar buiten brengen (fig.); verklaren; bekend maken; publiceren; uitgeven |
| datemaki-伊達巻き | een strak opgerolde omelet, gemaakt van eieren en vispuree (traditioneel Japans Nieuwjaarsgerecht) |
| dātī・furōto-ダーティー・フロート | een systeem waarbij beleidsautoriteiten ingrijpen wanneer er ongewenste fluctuaties optreden op de wisselkoersen |
| dāto・kōsu-ダート・コース | (paardenrennen of motor races) onverharde baan |
| datsumō-脱毛 | haaruitval; haarverlies; ontharing, epilatie |
| datte-だって | (partikel) zelfs; ook; blijkbaar; men zegt; ik denk; jij bedoelt |
| datte-だって | (voegw.) omdat; tenslotte; maar |
| daun-ダウン | naar beneden; omlaag; neergaand |
| dauningugai-ダウニング街 | Downing Street (waar de Engelse premier woont op nr. 10) |
| daunshifuto-ダウンシフト | terugschakelen (naar een lagere versnelling) |
| daun・burō-ダウン・ブロー | (golf) neerwaartse slag |
| daun・suingu-ダウン・スイング | (golf of honkbal) neerwaartse slag |
| dearō-であろう | (vorm van het werkwoord 'zijn'; drukt veronderstelling of vermoeden uit) zal (waarschijnlijk) (zo) zijn (dat) |
| deau-出会う | (iemand; elkaar) tegenkomen; ontmoeten; treffen |
| debaru-出張る | uitsteken; naar buiten steken; uitpuilen |
| debitto・kādo-デビット・カード | debetkaart; betaalkaart; betaalpas; pinpas |
| debune-出船 | vertrek (van schepen); uitvaart (uit een haven) |
| deddo・zōn-デッド・ゾーン | dode zone (gebied in zee waar het water weinig of geen zuurstof bevat) |
| dedemushi-でで むし | slak (de-de = 出-出, kom naar buiten) |
| deforuto-デフォルト | standaardwaarde; standaardnorm |
| dehōdai-出放題 | onbeperkt [vrijelijk] naar buiten gaan [stromen] |
| dekakeru-出かける | (erop) uitgaan; op pad gaan; naar buiten gaan |
| dekasegi-出稼ぎ | werk ver van huis; in een ander district [land] (dan waar je woont) gaan werken |
| dekiagaru-出来上がる | klaar zijn; beëindigd [voltooid] zijn |
| dekiai-出来合い | kant-en-klaar product [artikel]; confectiekleding |
| dekisokonai-出来損ない | een nietsnut ; waardeloos figuur [persoon] |
| dekisugi-出来過ぎ | (onwaarschijnlijk) grote graad van perfectie; te goed zijn |
| dekuwasu-出くわす | (iemand; elkaar) tegenkomen; ontmoeten; treffen |
| demachi-出待ち | het wachten van fans bij de uitgang (tot een beroemdheid naar buiten komt) |
| demae-出前 | bezorging aan huis van maaltijden bereid door restaurants, cateraars, e.d. |
| demodori-出戻り | terugkeer naar het oude [vorige] bedrijf |
| demodori-出戻り | gescheiden vrouw (die weer bij haar ouders woont) |
| demodori-出戻り | terugkeer van een schip naar de vertrekhaven (vanwege verslechterde weersomstandigheden) |
| demuku-出向く | zich begeven [op weg gaan] (naar); zelf [persoonlijk] een bezoek brengen (aan) |
| dendenmushi-でんでん虫 | slak (den is afgeleid van denai (出ない, komt niet naar buiten) |
| dendō-殿堂 | paleis; openbaar gebouw; grote zaal |
| denomi-デノミ | denominatie (in Japan, de afronding van de waarde van munteenheden) |
| denominēshon-デノミネーション | denominatie (in Japan, de afronding van de waarde van munteenheden) |
| deppuri-でっぷり | dik; zwaarlijvig; corpulent |
| deregēshon-デレゲーション | delegatie; afvaardiging |
| derigēshon-デリゲーション | delegatie; afvaardiging |
| derikēto-デリケート | delicaat; fijngevoelig; kwetsbaar |
| deru-出る | ontdekt [onthuld] worden; naar buiten komen (fig.) |
| deru-出る | naar buiten gaan [komen]; weggaan |
| deshō-でしょう | misschien; waarschijnlijk; vermoedelijk; het ziet er naar uit dat; het lijkt wel of; naar men zegt |
| desukara-ですから | daarom; en dus; om die reden; vandaar |
| desuku-デスク | bureau; (schrijf)tafel; lessenaar |
| desu・matchi-デス・マッチ | (bij professioneel worstelen) een wedstrijd zonder tijdslimiet tot er een winnaar is |
| diberoppā-ディベロッパー | (project)ontwikkelaar |
| diguriokurashī-ディグリオクラシー | academische meritocratie, een samenleving waarin het opleidingsniveau een van de belangrijkste criteria is voor het bepalen van de sociale status |
| dinā・kurūzu-ディナー・クルーズ | dinner cruise (een boottocht waarbij gasten genieten van heerlijk eten aan boord) |
| dīrā-ディーラー | verkoper; handelaar; officiële vertegenwoordiger van een specifiek merk producten van een fabrikant |
| dirēdo・suchīru-ディレード・スチール | verlate steel-poging (bij honkbal, een verrassingstechniek waarbij de loper een honk steelt op een onverwacht moment) |
| dīringu・rūmu-ディーリング・ルーム | handelsruimte, een ruimte in een financiële instelling waar effecten- en valutatransacties worden uitgevoerd |
| disendā-ディセンダー | neerhaal (van een letter); staartletter |
| disendārain-ディセンダーライン | staartlijn (van een letter) |
| disukurōjā-ディスクロージャー | bekendmaking; openbaarmaking; vrijgave (van informatie); onthulling |
| disutābukādo-ドントディスターブカード | niet storen kaart (bij hotelkamer) |
| do-土 | (in kanji combinaties) aarde; grond; bodem; land |
| do-土 | (één van de vijf elementen in de Chinese filosofie) aarde |
| doa・tsū・doa-ドア・ツー・ドア | (bezorging) direct van het ene adres naar het andere adres |
| dobashi-土橋 | met aarde bedekte brug; aarden brug |
| dobei-土塀 | aarden wal; verdedigingsmuur van zand of aarde |
| dobin-土瓶 | (aardewerk) theepot; theekan |
| dōbutsuaigoshūkan-動物愛護週間 | een week waarin het beschermen van dieren wordt gepropageerd |
| dōbutsushōsetsu-動物小説 | literaire genre waarbij dieren de voornaamste personages zijn |
| dochira-どちら | welke kant; waar; welk(e) |
| dochū-土中 | ondergronds; (in) de aarde [grond] |
| dōdō-堂堂 | publiekelijk; openbaar; openlijk |
| dōdō-堂堂 | waardig; ontzagwekkend; indrukwekkend; majestueus |
| dōdōmeguri-堂堂巡り | het stemmen van Japanse parlementsleden, waarbij zij hun stembiljetten in een doos die op het podium staat stoppen |
| dōdōmeguri-堂堂巡り | alsmaar maar weer op hetzelfde terugkomen (in gesprekken); in herhalingen vallen |
| dōgane-胴金 | metalen ring om het handvat van een zwaard of speer |
| doggu・iyā-ドッグ・イヤー | (Eng.: dog's year) een levensjaar van een hond (ca. gelijk aan 7 mensjaren), geeft aan de snelheid van veranderingen in de informatiemaatschappij |
| doheki-土壁 | aarden muur; muur van klei |
| dohyō-土俵 | de ring (op een ondergrond van klei) waarin sumoworstelaars vechten |
| dohyōiri-土俵入り | de ceremonie uitgevoerd door de sumo-worstelaars bij het betreden van de ring voordat het toernooi gaat beginnen |
| dōjime-胴締め | (judo) schaarklem (niet toegestane techniek) |
| dōjiru-同じる | het met elkaar [ergens mee] eens zijn |
| dojō-土壌 | (tuin)grond; aarde |
| dōjō-道場 | plek van de bodhiboom waar Boeddha de verlichting bereikte |
| dōjō-道場 | hal [zaal] waar Japanse vechtsporten beoefend worden |
| dōjutsu-道術 | (mystieke) techniek [magie; bovenaardse (tover)kracht] van een taoïst [bergkluizenaar; heremiet] |
| dokai-土塊 | een kluit aarde; een klomp klei |
| doki-土器 | aardewerk |
| dokkai-読解 | begrijpend lezen; leesvaardigheid |
| dokkaika-読解力 | goede leesvaardigheid hebben; goed begrijpend kunnen lezen; |
| dokkaikatesuto-読解力テスト | leesvaardigheidstest; toets begrijpend lezen |
| dokke-毒気 | kwaadaardigheid; wrok |
| dokki-毒気 | kwaadaardigheid; wrok |
| dokku-ドック | dok (scheepvaart) |
| doko-どこ | waar; welke plaats |
| dōkōikyoku-同工異曲 | dezelfde vakmanschap, maar met verschillende aanpak [stijl] |
| dokomo-何処も | overal; waar dan ook |
| dokoroka-どころか | verre van; allesbehalve; laat staan dat; om nog maar te zwijgen van |
| dokosoko-何処其処 | daar ergens; in een of andere plaats |
| doku-毒 | kwaadaardigheid; boosheid; wrok |
| dokuhitsu-毒筆 | kwaadaardige pen; schrijven om iemand te kwetsen |
| dokujin-毒刃 | dolk van een moordenaar |
| dokujiryoku-読字力 | leesvaardigheid |
| dokuke-毒気 | kwaadaardigheid; wrok |
| dokuryō-読了 | het klaar zijn met lezen; (iets) uitgelezen hebben |
| dokutoku-独特 | eigenaardigheid; bijzonderheid; uniekheid |
| dokuzu-読図 | het kaartlezen |
| doma-土間 | een ruimte in een huis waar geen vloer is gelegd (dus de grond onder het huis als vloer dient) |
| domo-ども | (achter een werkwoord) hoewel; ook al; maar |
| dōmoto-胴元 | (paardsport, etc) bookmaker, bookie |
| donabe-土鍋 | aardewerken pot [stoofpan] |
| dōnatsugenshō-ドーナツ現象 | het wegtrekken [verhuizen] van bewoners uit het centrum van een stad (naar buitenwijken) |
| dōnen-同年 | jaargenoot; iemand die in hetzelfde jaar is geslaagd voor het Chinees keizerlijk examen (archaïsch) |
| dōnen-同年 | hetzelfde jaar |
| donmai-ドンマイ | (Eng.: don't mind) geeft niet; laat maar zitten |
| dontō-鈍刀 | een bot [stomp] zwaard |
| doraibuin-ドライブイン | drive-in (bioscoop, restaurant, e.d. waar bezoekers in hun auto blijven zitten) |
| dōri-道理 | reden; logica; zin; waarheid; juistheid |
| dorifuto-ドリフト | verschijnsel waarbij deeltjes door een externe kracht in een willekeurige beweging worden gebracht (b.v. elektrische geleiding, warmtegeleiding, etc.) |
| dorifuto-ドリフト | driften, rijtechniek waarbij de bestuurder de auto in een zijdelingse beweging door een bocht stuurt |
| doroppu-ドロップ | (bij honkbal) een kromme bal (die verticaal naar beneden valt) |
| doroppu-ドロップ | (bij golf) een bal (die in een vijver was gevallen) op een plek aan de kant laten vallen om van daaruit verder te spelen |
| dorui-土塁 | grondwerk; graafwerk; aarden wal |
| dōryō-同量 | dezelfde hoeveelheid; gelijkwaardigheid |
| dosa-土砂 | aarde en zand |
| dōseki-同席 | naast elkaar zitten; samen zijn; aanwezig [bijeen] zijn |
| dosha-土砂 | aarde en zand |
| doshasaigai-土砂災害 | modderstroom; aardverschuiving |
| dōshi-同士 | tussen; onderling; wederzijds; onder elkaar; samen |
| dōshi-導師 | spirituele gids; leraar |
| dōshi-道士 | asceet; kluizenaar; tovenaar |
| doshidoshi-どしどし | (onomatopee) rammelend; rommelend; meer en meer; de een na de ander; snel na elkaar; snel opvolgend |
| doshigatai-度し難い | niet (meer) te redden; onverbeterlijk; onherstelbaar |
| dōshin-同心 | een lagere ambtenaar in de Edo periode (belast met algemene zaken en politiewerk) |
| dōshite-どうして | hoezo; waarom |
| dosoku-土足 | met schoenen aan (naar binnen gaan) |
| dosshiri-どっしり | waardig; beheerst |
| dosshiri-どっしり | zwaar; omvangrijk; massief; solide |
| dosu-どす | klein zwaard [dolk; mes] zonder stootplaat verborgen in een broekzak of jaszak) |
| dosudosu-ドスドス | (onomatopee) stampend geluid (b.v. van een heimachine of van de zware voetstappen van een zwaarlijvig persoon of dier) |
| dotanba-土壇場 | (Edo periode) aarden platform waar executies [onthoofdingen) plaatsvonden |
| dotchi-どっち | welke kant; waar; welk(e) |
| dote-土手 | dijk; (aarden) wal |
| dotto・mappu-ドット・マップ | puntenkaart; puntverdelingskaart |
| dōyara-どうやら | mogelijk; waarschijnlijk; schijnbaar |
| doyasu-どやす | intimideren; (naar iem.) schreeuwen [schoppen; slaan] |
| dōyō-同様 | hetzelfde [vergelijkbaar; (net) als; gelijk] zijn |
| doyōnami-土用波 | hoge golven tijdens de hondsdagen (de warmste tijd van het jaar) |
| dozaemon-土左衛門 | lichaam [lijk] van iemand die is verdronken (vernoemd naar sumoworstelaar Narusegawa Dozaemon (Edo periode) die een bleek, dik gezwollen lichaam had) |
| dōzan-銅山 | kopermijn; berg waaruit kopererts wordt gewonnen |
| dozō-土蔵 | pakhuis; opslagplaats (met dikke, aarden muren) |
| ea-エア | luchtvaart; luchtruim |
| earain-エアライン | luchtvaartmaatschappij |
| ēbīban-AB判 | standaard Japans papierformaat (210 x 257 mm) |
| ebisu-夷 | barbaar; buitenlander |
| ebisu-恵比須 | Ebisu, god van visserij, scheepvaart en handel (meestal afgebeeld met hengel en vis), 1 van de 7 geluksgoden uit de Japanse mythologie |
| ebisukō-恵比須講 | het Ebisu festival, gewijd aan Ebisu, de god van de welvaart (meestal gehouden in oktober of november) |
| echiren・sentā-エチレン・センター | ethyleen centrum (in aardolieraffinaderij) |
| edomurasaki-江戸紫 | blauw-paarse kleur (voor het eerst genaakt in de Edo periode) |
| edosanpu-江戸参府 | (Edo-periode) hofreis naar (de shogun) in Edo |
| ee-ええ | een Japans partikel dat uitdrukt een bevestiging (ja) of aarzeling (hm,...) |
| efunanbā-エフナンバー | f-nummer; diafragmagetal; diafragmawaarde (fotografie) |
| ehagaki-絵葉書 | ansichtkaart; prentbriefkaart |
| ehō-恵方 | gunstige [geluksbrengende] richting (vroeger de richting van waaruit de nieuwjaarsgoden kwamen) |
| eiei-営営 | ijverig [gretig; onvermoeibaar] zijn |
| eiga-栄華 | pracht; praal; welvaart |
| eigyōken-営業権 | goodwill (immateriële vastgoedwaarde van een bedrijf gebaseerd op zijn traditie en sociaal vertrouwen) |
| eijū-永住 | permanent verblijf (m.n. in een ander land dan waar men de nationaliteit van heeft) |
| eijūken-永住権 | recht tot permanent verblijf (in een ander land dan waar men de nationaliteit van heeft) |
| eirian-エイリアン | een alien; buitenaards wezen |
| eiyō-栄耀 | luxe; welvaart; pracht en praal |
| ējento-エージェント | agent; vertegenwoordiger; gevolmachtigde; zaakwaarnemer |
| ēji・shūtā-エージ・シューター | een age-shooter, een golfspeler die op een 18-holes golfbaan een puntenaantal scoort dat gelijk of lager is dan zijn [haar] leeftijd |
| ekijōka-液状化 | liquefactie; het vloeibaar worden [maken] |
| ekijōkasuru-液状化する | vloeibaar worden [maken] |
| ekika-液化 | het vloeibaar maken [worden] |
| ekisha-駅舎 | (vroeger) de halteplaats voor postkoetsen, paarden, koeriers en reizigers (diende tevens als herberg) |
| ekitei-駅逓 | (arch.) het transporteren van bagage van (post)station naar (post)station (zoals op de Tokaido route in de Edo periode) |
| ekusuchenji・burōkā-エクスチェンジ・ブローカー | deviezenmakelaar; geldwisselaar; wisselagent |
| ekusukāshon・chiketto-エクスカーション・チケット | excursie kaartje |
| ekusupōjā-エクスポージャー | (economie) de mate waarin activa of passiva blootgesteld zijn aan het risico van prijsschommelingen |
| ekusutenshon-エクステンション | haarextensie; haarstukje |
| ema-絵馬 | votief plankje waar men een verzoek [dankbetuiging] op kan schrijven in een heiligdom of tempel (oorspronkelijk met een afbeelding van een paard erop) |
| emono-得物 | bijzondere techniek [kundigheid; vaardigheid] |
| enchū-円柱 | ronde zuil; pilaar |
| endaka-円高 | waardevermeerdering van de yen; een sterke yen |
| endate-円建て | (handel) met de yen als standaard [basis] |
| endoresu・tēpu-エンドレス・テープ | eindeloze tape (magnetische tape waarvan de uiteinden aan elkaar zijn verbonden zodat de geluidsopname zich steeds herhaalt) |
| endo・karā-エンド・カラー | aparte haarkleur op de (onderste) rand van het haar |
| enkōkinkō-遠交近攻 | het beleid [de strategie] om vriendschappelijke betrekkingen te onderhouden met verre landen, maar vijandelijke betrekkingen met buurlanden |
| enpu-怨府 | een plek [oord] waar de wrok van mensen zich verzamelt |
| enritchi-エンリッチ | de smaak [kwaliteit; voedingswaarde] (van voedsel) verhogen |
| enryonaku-遠慮なく | zonder voorbehoud; zonder terughoudendheid; onbeschroomd; zonder aarzeling |
| ensei-延性 | ductiliteit; kneedbaarheid; taaiheid |
| enshūshitsu-演習室 | lokaal waar een werkcollege wordt gegeven |
| entaitoru-エンタイトル | (honkbal, afk. voor: entitled base) wanneer de slagman of loper volgens de regels naar het volgende honk mag opschuiven |
| entaitoru・tsūbēsu-エンタイトル・ツーベース | (entitled two-base) een slag waardoor de slagman of loper twee honken mag opschuiven |
| entaku-円タク | een taxi die door de stad rijdt op zoek naar passagiers |
| entaku-円タク | (Showa-periode) één yen-taxi (die, in de steden Osaka en Tokio, een passagier voor één yen naar elke locatie in de stad bracht) |
| enten-宛転 | soepel (van bewegingen); waardig; vloeiend; zoetgevooisd (van stem) |
| entō-円筒 | ronde pilaar |
| entō-遠島 | verbanning naar een afgelegen eiland (Edo periode) |
| entsuzuki-縁続き | het aan elkaar verbonden zijn van kamers [huizen] (door een veranda) |
| enzetsuka-演説家 | spreker; redenaar |
| enzui-延髄 | medulla oblongata; verlengde merg (verbinding van hersenen naar ruggenmerg) |
| en'en-奄奄 | het hijgen; naar adem snakken [happen] |
| en'yasu-円安 | waardevermindering van de yen; een zwakke yen |
| erai-偉い | verschrikkelijk; afschuwelijk; zwaar; moeilijk |
| ereki-エレキ | (afk. voor) elektrische gitaar |
| ereki・gitā-エレキ・ギター | elektrische gitaar |
| ēretsuhonban-A列本判 | standaard Japans papierformaat (625 x 880 mm) |
| eriashi-襟足 | de haarlijn bij de nek; halslijn; de vorm van de nek [hals] |
| erigami-襟髪 | nekhaar (in de nek groeiend haar) |
| eru・enu・jī-エル・エヌ・ジー | vloeibaar aardgas (LNG: liquefied natural gas) |
| eru・pī・jī-エル・ピー・ジー | vloeibaar (auto)gas (LPG: liquefied petroleum gas) |
| esagashi-絵探し | een spel waarbij men in een afbeelding [tekening; zoekplaatje] voorwerpen moet zoeken |
| ese-似非 | (voorvoegsel) nep-; pseudo-; quasi-; namaak-; schijn-; inferieur [minderwaardig] zijn |
| eshajōri-会者定離 | (boeddh.) alle ontmoetingen eindigen in een afscheid; die elkaar ontmoeten, zijn voorbestemd om weer te scheiden |
| ēsu-エース | een aas (in kaartspel) |
| esukurō-エスクロー | borg [zekerheidstelling] in handen van derden (tot de voorwaarde is voldaan) |
| esutōru-エストール | (term uit de luchtvaart) korte start en landing (STOL; short take-off and landing) |
| etai-得体 | karakter; aard |
| ete-得手 | (iemand's) sterke kant; waar je goed in bent |
| eteshite-得てして | geneigd; waarschijnlijk; aannemelijk; vaak voorkomend |
| ē・eru・tī-エー・エル・ティー | (assistant language teacher) assistent taalleraar |
| faito-ファイト | vechtlust; strijdvaardigheid |
| fandamentaruzu-ファンダメンタルズ | (economie) fundamentele voorwaarden; basisvoorwaarden; basisindicatoren |
| fāsuto・redi-ファースト・レディ | vooraanstaande vrouw; de beste vrouw (in haar vakgebied) |
| feawē-フェアウェー | vaargeul; vaarwater |
| feiru・seifu-フェイル・セイフ | faalveilig (van apparaten, bij falen niet leidend tot een gevaarlijke situatie) |
| fēsu-フェース | nominale waarde; pari |
| fēsu・baryū-フェース・バリュー | nominale waarde; pari |
| fijikaru-フィジカル | materieel; tastbaar |
| fikusā-フィクサー | bemiddelaar; iemand die (achter de schermen) dingen regelt [voor elkaar krijgt] |
| fīrudo・asurechikku-フィールド・アスレチック | een sport waarbij hindernissen en toestellen worden opgesteld op een parcours dat gebruik maakt van natuurlijke topografie, zoals bomen, e.d. |
| foa-フォア | Vrij! (bij golf een waarschuwing dat de bal geslagen wordt) |
| forinto-フォリント | forint (Hongaarse munteenheid) |
| fōrudingurūfu-フォールディングルーフ | opvouwbaar dak; vouwdak (b.v. van een auto) |
| fossa・maguna-フォッサ・マグナ | slenkvallei, gebied waar een vulkanische gordel doorheen loopt (van noord naar zuid door centraal Honshu) |
| fotokina-フォトキナ | tweejaarlijkse internationale handelsbeurs op het gebied van fotografie en film (in Keulen, Duitsland). |
| fūbaika-風媒花 | windbloemige plant (plant waarbij het stuifmeel door de wind wordt overgebracht) |
| fubin-不敏 | traagheid; onvermogen; gebrek aan talent [vaardigheid] |
| fuchin-不沈 | onzinkbaar zijn |
| fuchō-符丁 | prijskaartje |
| fuchōwa-不調和 | disharmonie; disbalans; niet bij elkaar passend; onenigheid |
| fuchū-付注 | annotatie; commentaar; verklarende aantekening |
| fudasashi-札差し | (Tokugawa-periode) makelaar in rijst (handelaar die het recht had om geld te geven in ruil voor de rijsttoelagen van vazallen) |
| fudasho-札所 | ruimte in een tempel [heiligdom] waar de gelovigen ofuda kunnen kopen |
| fudegashira-筆頭 | hoofd [leidinggevende] in een organisatie (soms crimineel van aard) |
| fudekake-筆掛け | rek [standaard] voor schrijfpenselen |
| fudeoki-筆置 | penseel standaard |
| fudezuka-筆塚 | (graf)heuvel, waarin gebruikte schrijfpenselen (van geëerde meesters) begraven zijn |
| fudōsangyō-不動産業 | (vastgoed)makelaar(s); makelaardij; de onroerend goed sector (in de economie) |
| fudōyasan'ya-不動産屋 | makelaar |
| fūfu-夫婦 | echtpaar; man en vrouw |
| fūfubessei-夫婦別姓 | het gebruik van verschillende achternamen bij een echtpaar (waarbij ieder de eigen familienaam aanhoudt) |
| fufuku-不服 | ontevredenheid; onenigheid; bezwaar; klacht |
| fūga-フーガ | fuga (een meerstemmig muziekstuk waarin verschillende stemmen elkaar imiteren) |
| fugainai-腑甲斐無い | laf; slap; lusteloos; futloos; tam; bedeesd; nietswaardig |
| fugenjikkō-不言実行 | geen woorden maar daden |
| fugi-不義 | onrechtvaardigheid; zedeloosheid; ongepastheid; wangedrag |
| fugiri-不義理 | oneerlijkheid; onrechtvaardigheid; oneer; onrecht; ondankbaarheid |
| fuhendatōsei-普遍妥当性 | algemene toepasbaarheid |
| fuhyō-浮標 | boei (scheepvaart) |
| fūjime-封じ目 | verzegeling; de plek waar het zegel is aangebracht (b.v. op een envelop) |
| fujimi-不死身 | onkwetsbaarheid; onsterfelijkheid |
| fūjin-風塵 | wereldse [aardse; alledaagse] zaken |
| fujitsu-不実 | onechtheid; onwaarheid |
| fujō-浮上 | het naar voren komen; zichtbaar [duidelijk] worden |
| fujō-浮上 | het drijven naar de oppervlakte |
| fujōsuru-浮上する | naar de oppervlakte drijven |
| fuka-不可 | fout; slecht; ongepast; niet te rechtvaardigen; niet toegestaan; niet mogelijk |
| fukabun-不可分 | ondeelbaarheid |
| fukachi-不可知 | ondoorgrondelijkheid; raadselachtigheid; onkenbaar [niet te begrijpen] zijn |
| fukagyaku-不可逆 | onomkeerbaar zijn |
| fukagyakusei-不可逆性 | onomkeerbaarheid |
| fukai-深い | compact; dik; ondoordringbaar (bos, mist, e.d.) |
| fukakachi-付加価値 | meerwaarde; toegevoegde waarde |
| fukaketsu-不可欠 | onontbeerlijkheid; onmisbaar [essentieel] zijn |
| fukakujitsu-不確実 | onzekerheid; onbetrouwbaarheid |
| fukakujitsu-不覚実 | onzekerheid, onbetrouwbaarheid |
| fukanshihei-不換紙幣 | fiatgeld; onwisselbaar [ongedekt] papiergeld; fiduciair geld |
| fukasanmeishi-不可算名詞 | ontelbaar zelfstandig naamwoord |
| fukashi-不可視 | onzichtbaarheid |
| fukashin-不可侵 | non-agressie; onschendbaarheid |
| fukatoku-不可得 | (boeddh.) onbereikbaarheid; ongrijpbaarheid van de absolute waarheid (vanwege menselijke beperkingen) |
| fukikesu-吹き消す | uitblazen (kaars, etc.) |
| fukiorosu-吹き下ろす | naar beneden waaien |
| fukiyoseru-吹き寄せる | bij elkaar [op een hoop] waaien [blazen] |
| fukko-フッコ | jonge Japanse zeebaars (Lateolabrax japonicus; 2-3 jaar oud) |
| fuku-復 | het terugkeren [terugbrengen] naar de oorspronkelijke staat |
| fuku-福 | geluk; voorspoed; rijkdom; welvaart |
| fukubukuro-福袋 | tas met geschenken (die winkels bij de eerste verkoopdag in het nieuwe jaar aan klanten uitdelen) |
| fukuen-復円 | het weer zichtbaar worden van zon (of maan) na een eclips [verduistering] |
| fukugaku-ふくがく | terugkeer naar school; hertoelating tot de universiteit [hogeschool] |
| fukuro-復路 | terugreis; terugweg; de weg terug naar het vertrekpunt |
| fukuroobi-袋帯 | dubbel geweven obi (waarvan één kant mooie motieven heeft), die wordt gedragen bij dameskimono |
| fukushi-福祉 | welvaart; voorspoed; welzijn |
| fukusuru-服する | (kleding, een zwaard, e.d.) dragen |
| fumendai-譜面台 | muziekstandaard |
| fumetsu-不滅 | onsterfelijkheid; onverwoestbaarheid |
| fumidasu-踏み出す | vooruitgaan; vooruitlopen; een stap naar voren doen; uitstappen; (fig.) een eerste stap zetten; beginnen; van start gaan |
| fumie-踏み絵 | een christelijke afbeelding, waar men op moest lopen om te bewijzen geen aanhanger te zijn van het verboden christelijke geloof (Edo-periode) |
| fumikatameru-踏み固める | aanstampen; vaststampen; plat stampen (aarde, sneeuw, e.d.) |
| funa-船 | (in kanji combinaties) boot; schip; vaartuig |
| funabin-船便 | scheepvaart [veerboot] dienst |
| funadon'ya-船問屋 | scheepsbevrachter; scheepsmakelaar |
| funagaisha-船会社 | scheepvaartmaatschappij |
| funaji-船路 | vaarroute |
| fune-船 | boot; schip; vaartuig |
| fungō-吻合 | conformiteit; aanpassing; het bij elkaar passen van dingen |
| funiai-不似合い | onwaardig, ongeschikt; ongepast |
| funin-不妊 | onvruchtbaarheid; steriliteit |
| funin-赴任 | start van een nieuwe baan; het voor het eerst naar het werk gaan |
| funinsuru-赴任する | beginnen met een nieuwe baan; voor het eerst naar het werk gaan |
| funkikō-噴気孔 | fumarole (bron waaruit vulkanische gassen ontsnappen) |
| furaggu・kyaria-フラッグ・キャリア | nationale luchtvaartmaatschappij |
| fureau-触れ合う | met elkaar in contact komen; elkaar aanraken |
| furēmenhannō-フレーメン反応 | flemen reactie (bij dieren, een manier van ruiken waarbij het dier zijn bovenlip omkrult, en vaak ook zijn nek uitstrekt) |
| furendorī-フレンドリー | vriendelijk; vriendschappelijk; aardig |
| fureru-触れる | vermelden; verwijzen naar; zinspelen op |
| fureru-触れる | waarnemen; zien |
| furesshuman-フレッシュマン | eerstjaarsstudent |
| furiagebashi-振り上げ箸 | eetstokjes die omhoog gehouden worden en waar gebaren mee worden gemaakt, of naar iets of iemand gewezen wordt (onjuist gebruik van eetstokjes) |
| furiau-振り合う | elkaar aanraken; contact maken |
| furieki-不利益 | nadeel; bezwaar; tegenslag |
| furikaekyūjitsu-振替休日 | een toegewezen vrije dag (als men op de standaard vrije dag naar school of werk moet) |
| furikomeru-降り籠める | regenen [sneeuwen] waardoor mensen binnen blijven |
| furikomu-振り込む | (bij mahjong) een steen weggooien die een tegenstander goed kan gebruiken [waarmee een tegenstander kan winnen] |
| furikomu-降り込む | naar binnen regenen [sneeuwen]; inregenen |
| furīmēson-フリーメーソン | vrijmetselaar (lid van de vrijmetselarij) |
| furimidasu-振り乱す | losschudden; in de war maken; los laten hangen (je haar) |
| furītā-フリーター | freeter, Japanse uitdrukking voor mensen (meestal jongeren) die geen vaste baan hebben maar (wisselende) parttime baantjes |
| furiwake-振り分け | scheiding (in het haar) |
| furī・pasu-フリー・パス | gratis entree [toegang]; gratis ticket [toegangskaart] |
| furō-フロー | (psychologie) flow, mentale toestand (waarin een persoon volledig opgaat in zijn [haar] bezigheden) |
| furoshiki-風呂敷 | doek waarmee men in Japan dingen inpakt om te dragen |
| furō・infurēshon-フロー・インフレーション | (Eng.: flow inflation) flow-inflatie (waarbij de prijzen van goederen en diensten snel stijgen) |
| furugome-古米 | oude rijst; rijst van de oogst van het voorgaande jaar |
| furunajimi-古馴染み | een goede [oude] vriend(in); iemand waar je al heel lang mee bevriend bent |
| furu・supīdo-フル・スピード | volle snelheid; volle vaart |
| furyō-不良 | slecht [inferieur; minderwaardig] zijn |
| furyūmonji-不立文字 | (Zen boeddhisme) spirituele bewustwording (overgebracht van hart naar hart, zonder woorden of letters) |
| fusa-房 | plukje (haar); kwastje (stof, draad, e.d.) |
| fusai-夫妻 | echtpaar; man en vrouw; meneer en mevrouw |
| fusei-不正 | onrechtvaardigheid; onrecht; oneerlijkheid; wangedrag; onregelmatigheid; fraude |
| fuseru-伏せる | plat op de grond [met het gezicht naar beneden] liggen |
| fuseru-伏せる | naar beneden kijken; het hoofd laten hangen |
| fuseru-臥せる | gaan liggen; naar bed gaan |
| fusessei-不摂生 | verwaarlozing van de gezondheid; ongezond leven |
| fushin-普請 | bouw; aanleg; vervaardiging; constructie |
| fushinsetsu-不親切 | onvriendelijkheid; onaardigheid; onbeleefdheid; lompheid |
| fushinsuru-普請する | bouwen; aanleggen; vervaardigen |
| fushō-不承 | bezwaar; afkeuring; onenigheid; weigering |
| fushō-不肖 | onwaardig [onbekwaam; onervaren; ongeschoold] zijn |
| fushōchi-不承知 | bezwaar; afkeuring; onenigheid; weigering |
| fushōfuzui-夫唱婦随 | (de opvatting:) een vrouw moet haar man gehoorzamen [moet doen wat haar man vraagt] |
| fushōji-不祥事 | betreurenswaardig incident; vervelend voorval; schandaal |
| fushoku-腐植 | humus; teelaarde |
| fushokudo-腐植土 | humus; teelaarde |
| fusoku-不測 | het onvoorstelbaar [onvoorzien; onmeetbaar] zijn |
| futene-不貞寝 | chagrijnig [mokkend; mopperend] in bed liggen [naar bed gaan] |
| futoi-太い | zwaar [diep; laag] (stem) |
| futoi-太い | dik; zwaarlijvig; corpulent; breed |
| futokui-不得意 | iemands zwakke punt; slecht zijn in bepaalde vaardigheden |
| futome-太め | vrij dik [mollig; volslank; zwaarlijvig] zijn |
| futotta-太った | dik; gezet; (zwaar)lijvig |
| futsuka-二日 | de tweede dag (van de maand); de tweede dag van het nieuwe jaar |
| futsūyokin-普通預金 | een gewone [algemene] storting; reguliere spaarrekening |
| futsuzen-怫然 | verontwaardigd [geërgerd; nijdig; boos] zijn |
| futtsuri-ふっつり | het (geluid van het) breken van een draad, snaar, etc. |
| fuwafuwa-ふわふわ | onrustig; instabiel; onvoorspelbaar |
| fuwatarikogitte-不渡り小切手 | ongeldig verklaarde cheque |
| fuyajō-不夜城 | de naam van een stad in (wat nu nu de provincie Shandong is) in China (tijdens de Han dynastie, waarvan werd gezegd dat de zon ook 's nachts scheen) |
| fuyajō-不夜城 | uitgaanswijk (waar het 's nachts verlicht en levendig is en niet donker wordt) |
| fuyō-不用 | onnodig [onbruikbaar; nutteloos] zijn |
| fuyū-富裕 | weelde; rijkdom; welvaart |
| fuyubi-冬日 | een dag waarop de laagste temperatuur onder de 0 graden komt |
| fuyudori-冬鳥 | wintervogel; trekvogel, die in de herfst en winter verschijnt en in de lente wegtrekt naar noordelijke streken |
| fuyukai-不愉快 | onaangenaam [onprettig; onplezierig; naar; vervelend] zijn |
| fuyushōgun-冬将軍 | de (strenge) winter; Russische winter (een term die verwijst naar het mislukken van de invasie van Napoleon in Rusland door hevige kou en sneeuw) |
| fuzen-不善 | boosaardigheid; kwaadaardigheid; slechtheid |
| fūzen-風前 | een plek waar de wind heen waait; een plek die blootgesteld is aan de wind |
| gaburi-がぶり | (onomatopee) met grote happen eten; met grote slokken drinken; alles tegelijk doorslikken [naar binnen werken] |
| gachi-雅致 | kunstvaardigheid; goede smaak; elegantie; verfijning |
| gaijintōrokushō-外人登録証 | ID-kaart [identiteitsbewijs] voor buitenlanders |
| gaiju-外需 | buitenlandse vraag (naar producten) |
| gaijūnaigō-外柔内剛 | uiterlijk vriendelijk lijken, maar van binnen keihard zijn |
| gaikokuryokō-外国旅行 | reis naar het buitenland |
| gaishō-街娼 | tippelaarster; straatprostituee |
| gaishutsu-外出 | het uitgaan; het naar buiten gaan; weggaan; afwezig zijn (van kantoor, e.d.) |
| gaitō-街灯 | straatverlichting; straatlamp; straatlantaarn |
| gaitō-該当 | overeenkomend [overeenkomstig; passend; toepasbaar] zijn |
| gaiyū-外遊 | het reizen naar het buitenland; buitenlandse reis |
| gaizen-慨然 | verontwaardiging; teleurstelling; verdriet |
| gaizensei-蓋然性 | waarschijnlijkheid |
| gajō-賀状 | felicitatiebrief; felicitatiekaart (m.n. nieuwjaarskaart) |
| gakai-画会 | een tentoonstelling waar kunstenaars hun eigen schilderijen verkopen |
| gakkyūtannin-学級担任 | klassenleraar |
| gakugeikai-学芸会 | schoolevenement waarbij kinderen van de lagere school en van (de eerste jaren van) de middelbare school hun muziek- en theaterkunsten vertonen |
| gakumen-額面 | nominale waarde; pari |
| gakumenkabushiki-額面株式 | nominale waarde van een aandeel |
| gakumenkakaku-額面価格 | nominale waarde |
| gakumenware-額面割れ | een lager geworden marktwaarde van obligaties en aandelen (t.o.v. de uitgegeven prijs) |
| gakunen-学年 | academisch jaar; leerjaar; studiejaar |
| gakurekishakai-学歴社会 | academische meritocratie, een samenleving waarin het opleidingsniveau een van de belangrijkste criteria is voor het bepalen van de sociale status |
| gakuryoku-学力 | wetenschappelijke bekwaamheid [prestaties]; leervaardigheid |
| gakusai-学才 | studievaardigheid; wetenschappelijk talent |
| ganjitsu-元日 | Nieuwjaarsdag; eerste dag van het nieuwe jaar |
| gannen-元年 | het eerste jaar van een nieuwe keizer periode |
| gansekiken-岩石圏 | lithosfeer; aardkorst |
| ganshō-岩漿 | magma (vloeibaar gesteente) |
| ganshu-癌腫 | carcinoom; kankergezwel; (kwaadaardige) tumor |
| gantan-元旦 | Nieuwjaarsochtend; de ochtend van de eerste dag van het jaar |
| ganzan-元三 | Nieuwjaarsdag; 1 januari |
| ganzan-元三 | drie dagen na Nieuwjaarsdag |
| gara-柄 | karakter; aard; aanleg |
| gareki-瓦礫 | iets zonder waarde |
| gari-ガリ | (tot febr. 2024 gevangenis jargon voor) het knippen van het haar |
| gāruhanto-ガールハント | meisjesjacht; een man die op zoek is naar een vriendin |
| gashi-賀詞 | felicitatie(s); felicitatie kaart [brief; bericht]; gelukwens; nieuwjaarswens |
| gashō-画商 | kunsthandel; kunsthandelaar |
| gasueki-ガス液 | vloeibaar gas |
| gatsu-月 | maand (12 maanden van het jaar) |
| gausu-ガウス | gauss (eenheid van magnetische fluxdichtheid; genoemd naar Carl Friedrich Gauss) |
| gausushōkyohō-ガウスの消去法 | Gauss-eliminatie (genoemd naar Carl Friedrich Gauss) |
| geden-下田 | minder goed [onvruchtbaarder] geworden rijstveld |
| gego-解悟 | (boeddh.) de opheffing van dwalingen, en de verlichting tot de (universele, ultieme) waarheid |
| gei-芸 | kundigheid; vaardigheid; artistiek talent |
| geiiki-芸域 | reikwijdte van iemand's vaardigheden (in een kunstvorm) |
| geiinbashoku-鯨飲馬食 | drinken (m.n. alcohol) als een walvis en eten als een paard |
| geijutsuka-芸術家 | kunstenaar |
| geijutsukahada-芸術家肌 | een artistieke aard [aanleg] hebben; er schuilt een kunstenaar in (hem; haar) |
| geisha-迎車 | taxi die bezet [niet vrij] is (want op weg is naar een klant) |
| gejō-下乗 | verbod om te paard [in een voertuig] het terrein van een tempel [schrijn; heiligdom] op te gaan |
| gejō-下乗 | het uitstappen; afstappen; afstijgen (van een paard) |
| gekai-下界 | de [deze] wereld; de aarde (beneden de hemel) |
| gekifun-激憤 | heftige verontwaardiging [woede] |
| gekisen-激戦 | hevige [felle] strijd; zwaar gevecht |
| gekishin-激震 | zware aardbeving |
| gekishoku-激職 | zwaar werk; belastend werk; een drukke baan |
| gekō-下向 | het van de hoofdstad naar het platteland gaan; van een hooggelegen plaats naar een lagere plaats gaan |
| gekō-下校 | het van school naar huis gaan |
| gen-弦 | snaar (van muziekinstrumenten) |
| genan-下男 | dienaar; bediende; knecht |
| genba-現場 | plaats waar iets is gebeurd (b.v. een misdrijf of ongeluk) |
| genbu-減歩 | overheveling van grond in privébezit naar gebruik voor collectieve of publieke doeleinden |
| genchi-現地 | de precieze locatie; de plek waar het daadwerkelijk gebeurt |
| gengakki-弦楽器 | snaarinstrument(en); strijkinstrument(en) |
| genin-下人 | iemand van lagere klasse [status; rang}; ondergeschikte; bediende; dienaar |
| genjō-現場 | plaats waar iets is gebeurd (b.v. een misdrijf of ongeluk) |
| genka-減価 | verlaagde prijs; waardedaling |
| genkashōkyaku-減価償却 | afschrijving; waardevermindering; afwaardering |
| genkō-玄功 | diepgaande verdienstelijke [lofwaardige] daad |
| genkōhan-現行犯 | (Latijn: flagrante delicto) een duidelijk waarneembare overtreding [misdaad]; een delict dat door de politie wordt waargenomen |
| genpei-源平 | twee elkaar bestrijdende partijen |
| gense-現世 | deze wereld; dit (aardse) leven |
| genseidai-原生代 | proterozoïcum (geologisch tijdperk van ongeveer 2500 tot 541 miljoen jaar geleden) |
| gensetsu-言説 | commentaar; opmerking; verklaring |
| gensoku-減速 | deceleratie; snelheidsvermindering; vaartvermindering; vertraging; afremming |
| gentai-原隊 | (oorspronkelijke) legereenheid; legeronderdeel waartoe men eerder behoorde |
| gentō-幻灯 | een dia; diaprojector; toverlantaarn |
| gentōki-幻灯機 | een diaprojector; toverlantaarn |
| genzōeki-現像液 | ontwikkelaar; ontwikkel(vloei)stof (fotografie) |
| genzu-原図 | de oorspronkelijke afbeelding [tekening; schildering] waarvan een kopie, reproductie, of facsimile is gemaakt |
| geomanshī-ゲオマンシー | geomantiek (waarzegkunst uitgaande van verschijnselen op aarde) |
| gerō-下﨟 | knecht; dienaar |
| gi-伎 | vakmanschap; vaardigheid |
| giboku-擬木 | paal of pilaar van beton of plastic met boomschorsmotief (zodat het lijkt op een boomstam) (in parken, e.d.) |
| gifun-義憤 | terechte verontwaardiging |
| gifuto・kādo-ギフト・カード | cadeaubon; cadeaukaart; geschenkbon |
| gigun-義軍 | (leger voor) een goede, rechtvaardige strijd [oorlog] |
| giin-議員 | parlementslid; raadslid; afgevaardigde |
| gijin-義人 | een rechtvaardig [deugdzaam; rechtschapen] persoon |
| gijutsu-技術 | vakmanschap; een kunst; techniek; bekwaamheid; vaardigheid; kundigheid |
| gikan-技官 | ambtenaar voor technische zaken |
| giki-義旗 | de vlag [het vaandel] (in de strijd) voor rechtvaardigheid |
| giki-義気 | rechtvaardigheidsgevoel; ridderlijkheid |
| gikō-技巧 | vakmanschap; (technische) vaardigheid [kunde]; techniek |
| gikōka-技巧家 | (groot) kunstenaar; vakman |
| gimi-気味 | (achtervoegsel) een beetje; neigend naar; lijkend op; -achrig |
| ginkō-吟行 | om een gedicht te schrijven naar een mooie, historische plaats gaan (al dan niet in gezelschap) voor inspiratie |
| ginzen-銀髯 | (zilver)grijze bakkebaarden; witte baard |
| giretsu-義烈 | heldhaftigheid; heldenmoed; sterk rechtvaardigheidsgevoel |
| giryō-技量 | vaardigheid; bekwaamheid; vermogen |
| giseifurai-犠牲フライ | (honkbal) (Eng.: sacrifice fly) een opofferingsslag waarmee de slagman anderen laat scoren en zichzelf opoffert |
| gitā-ギター | gitaar |
| gitārifu-ギターリフ | gitaarriff (terugkerende reeks gitaarakkoorden]) |
| gitarisuto-ギタリスト | gitarist; gitaarspeler |
| giyaku-義訳 | betekenis-vertaling; vertaling naar de betekenis (b.v. delen van een samengesteld woord vertalen tot een nieuw samengesteld woord in de andere taal) |
| giyō-ギヨー | een onderzeese tafelberg (vernoemd naar de geograaf Arnold H. Guyot, 1807-1884) |
| gizensha-偽善者 | hypocriet; huichelaar |
| gō-号 | pseudoniem (van schrijver, kunstenaar e.d.) |
| go-後 | later; (daar)na; na afloop van (in samenstellingen) |
| go-御 | erend voorvoegsel, uit beleefdheid toegevoegd aan woorden m.b.t. mensen of waardevolle voorwerpen |
| goban-碁盤 | go-bord (het vierkante bord waarop go wordt gespeeld) |
| gobōnuki-牛蒡抜き | het meerdere mensen achter elkaar inhalen tijdens een race |
| gobutsu-御物 | jonge dienaar bij de krijgsadel en tempels |
| gōchin-轟沈 | het onmiddellijk zinken; naar de bodem gaan (van een schip) |
| godai-五大 | de vijf elementen in de Japanse filosofie (aarde, water, vuur, wind en leegte) |
| godō-悟道 | het pad naar [het bereiken van] spirituele verlichting (boeddh.) |
| goemonburo-五右衛門風呂 | (ijzeren) badkuip met een plank die in het water zakt als je erop gaat staan (genoemd naar Ishikawa Goemon, die in kokend water geëxecuteerd werd) |
| gogatsubyō-五月病 | voorjaarsmoeheid; depressie in mei (m.n. na een nieuwe baan of opleiding, die in april is gestart) |
| gogyō-五行 | de vijf elementen in de Chinese filosofie (hout, vuur, aarde, metaal, water) |
| gogyō-御形 | droogbloem; zevenjaarsbloem (Gnaphalium affine) |
| gōhara-業腹 | woedend [geïrriteerd; verontwaardigd] zijn |
| gohasan-御破算 | het helemaal opnieuw beginnen; beginnen met een schone lei; teruggaan naar af |
| gojūnotō-五重の塔 | (boeddhistische) pagode met vijf daklagen (symboliserend de vijf elementen: aarde, water, vuur, wind en lucht) |
| gokansei-互換性 | uitwisselbaarheid; compatibiliteit (computerterm) |
| gōkeisuru-合計する | (bij elkaar) optellen; het totaal berekenen |
| gokoku-後刻 | later; daarna; achteraf; naderhand |
| gokugetsu-極月 | de laatste maand van het jaar; december |
| gokuzusuru-読図する | kaartlezen |
| gōkyū-強弓 | sterke boog (met een zwaar trekgewicht) |
| gomenkudasai-御免下さい | (begroeting bij het binnenkomen van iemand's huis) Hallo, is daar iemand?; Mag ik binnenkomen? |
| gomotsu-御物 | jonge dienaar bij de krijgsadel en tempels |
| gomunaga-ゴム長 | rubberlaars (rubberlaarzen) |
| gongenzukuri-権現造り | een shinto heiligdom waarbij het hoofdgebouw en de hal voor erediensten verbonden zijn door een overdekte gang |
| gongodōdan-言語道断 | onbeschrijflijk; onuitspreekbaar; niet in woorden uit te drukken |
| goninbayashi-五人囃子 | vijf hofmuzikantenpoppen, uitgestald tijdens het meisjesfestival (op 3 maart) |
| gonyogonyo-ごにょごにょ | (onverstaanbaar) gemompel; mompelend |
| goorudorasshu-ゴールドラッシュ | trek naar de goudvelden in de VS in de 19e eeuw |
| gorintō-五輪塔 | (boeddh.) een stenen pagode [grafmonument] bestaande uit 5 lagen (die verwijzen naar de 5 elementen, aarde, water, vuur, wind en lucht) |
| gorogoro-ごろごろ | (onomatopee) gerommel; gedonder; geluid van iets dat hard naar beneden rolt |
| gōruden・wīku-ゴールデン・ウィーク | Golden Week, jaarlijkse vakantieperiode in Japan in mei |
| gōrudo・rasshu-ゴールド・ラッシュ | goldrush (massale zoektocht naar goud(velden)) |
| gorugota-ゴルゴタ | Golgotha (de heuvel waar Jezus werd gekruisigd) |
| gosekku-五節句 | de vijf grote festivals (7 januari, 3 maart, 5 mei, 7 juli en 9 september) |
| goshagosha-ごしゃごしゃ | ongeordend; door elkaar gehusseld |
| goshintō-御神灯 | lantaarn als geluksbrenger opgehangen bij huizen van artiesten, geisha's e.d. |
| gōtai-剛体 | (natuurkunde) een star [onvervormbaar] lichaam |
| gotegote-ごてごて | buitensporig; overdadig; te veel; te zwaar; overdreven |
| gotsugōshugi-御都合主義 | opportunisme (handelen naar omstandigheden, voor persoonlijk voordeel en zonder principes) |
| goyōhajime-御用始め | de hervatting [heropening] van de overheidsdiensten in het nieuwe jaar (meestal op 4 jan.) |
| goyōosame-御用納め | eindejaarsluiting van de overheidsdiensten (meestal 28 dec.) |
| gozannookuribi-五山送火 | het festival Gozan no Okuribi (bij Kyoto) waarbij vuurpatronen van kanji worden aangestoken |
| gū-ぐう | steen (in het steen-papier-schaar spelletje) |
| guddobai-グッドバイ | vaarwel; tot (weer)ziens |
| guddo・dezain・māku-グッド・デザイン・マーク | G- symbool van een Good Design Award winnaar |
| gunba-軍馬 | legerpaard; strijdros; oorlogspaard |
| gunjisaibansho-軍事裁判所 | (standaard benaming voor) krijgsraad; (hoog) militair gerechtshof in Japan |
| gunki-軍旗 | strijdvlag; standaard [vlag] van een leger of militaire eenheid |
| gunkoku-軍国 | militaristisch land; land waar het leger veel invloed heeft |
| guntō-軍刀 | sabel; militair zwaard |
| gurītingu・kādo-グリーティング・カード | wenskaart (Engels: greeting card) |
| gurō-愚老 | (nederig beleefde term waarmee ouderen naar zichzelf verwijzen, b.v.:) ik, oude man; deze oude vrouw |
| gurōbaru・sutandādo-グローバル・スタンダード | wereldwijde standaard; globale norm |
| gurūmī-グルーミー | somber; mistroostig; naargeestig; zwaarmoedig; duister |
| gusetsu-愚説 | (naar) mijn bescheiden mening |
| gushinui-串縫い | Japanse standaard manier van naaien met parallelle stiksels |
| gūyū-偶有 | toevallige eigenschap; bij toeval een bepaalde eigenschap [vaardigheid] hebben |
| gūyūsei-偶有性 | toevallige eigenschap; bij toeval een bepaalde eigenschap [vaardigheid] hebben |
| guzuguzu-ぐずぐず | aarzelend; dralend; treuzelend; tegensputterend |
| gyakuryūsuru-逆流する | terugstromen; achteruit stromen; stroomopwaarts stromen; oprispen |
| gyakuten-逆転 | (luchtvaart) looping; lusvlucht |
| gyarantī-ギャランティー | garantie; (waar)borg |
| gyōbō-翹望 | verwachting; het ergens naar uitkijken |
| gyōchū-蟯虫 | draadworm; aarsmade; aarsworm (Enterobius vermicularis) |
| gyoei-魚影 | het aantal vissen in het water; het waarnemen van vissen (in het water) |
| gyofunori-漁夫の利 | het profiteren [krijgen] van iets waar anderen hun best voor doen [waar anderen om vechten] |
| gyoku-漁区 | visgronden; gebieden waar gevist mag worden |
| gyokuseki-玉石 | diamand en steen; iets goeds en iets slechts; iets waardevols en iets dat waardeloos is |
| gyokusekikonkō-玉石混淆 | een mengeling van goede en slechte [waardevolle en waardeloze] dingen (lett. een mengsel van edelstenen en stenen) |
| gyōmei-驍名 | een heldhaftige reputatie; beroemd om (zijn/haar) heldenmoed [heldhaftigheid] |
| gyomi-魚味 | (afk. voor) Viering van de vissmaak (ceremonie waarbij kinderen voor het eerst sinds de geboorte vis eten) |
| gyominoiwai-魚味の祝い | Viering van de vissmaak (ceremonie waarbij kinderen voor het eerst sinds de geboorte vis eten) |
| gyōretsu-行列 | (wiskunde) matrix (systeem van waarden voor toepassing van rekenkundige regels) |
| gyōsha-業者 | handelaar; koopman; aannemer |
| gyosuru-御する | een paard berijden; een koets besturen |
| gyōyō-業容 | de aard [omvang en inhoud] van het bedrijf |
| gyūba-牛馬 | koeien en paarden |
| gyūinbashoku-牛飲馬食 | gulzig eten en drinken (lett. drinken als een rund en eten als een paard) |
| gyūmōhitsu-牛毛筆 | penseel van runderhaar |
| gyuō-ギュオー | een onderzeese tafelberg (vernoemd naar de geograaf Arnold H. Guyot, 1807-1884) |
| habakari-憚り | angst; vrees; aarzeling; terughoudendheid |
| habakarinagara-憚りながら | met alle respect ...; neem me niet kwalijk, maar... |
| habakarisama-憚り様 | bedankt voor de moeite, maar ... |
| habakaru-憚る | aarzelen; twijfelen; bang zijn om... |
| habaki-鎺 | metalen ring tussen het lemmet en het handvat van een zwaard |
| habukūkō-ハブ空港 | hub luchthaven (centraal vliegveld waar men overstapt op andere vluchten) |
| hada-肌 | karakter; aard; temperament |
| hadakamushi-裸虫 | een schaars geklede persoon |
| hadareyuki-斑雪 | plekken waar sneeuw (nog) is blijven liggen |
| haegiwa-生え際 | (hoofd) haarlijn |
| hāfumeido-ハーフメイド | kleding die nog niet klaar is, op maat wordt gemaakt en pas na bestelling wordt afgewerkt |
| hāfu・mirā-ハーフ・ミラー | eenrichtingsspiegel (die het licht aan een kant doorlaat en aan de andere kant reflecteert; zo kan men iem. observeren zonder die de waarnemer ziet) |
| hagaki-葉書 | een briefkaart; ansichtkaart |
| hageagaru-禿げ上がる | een terugwijkende haarlijn krijgen; kaal (vanaf het voorhoofd) worden |
| hagiawaseru-接ぎ合わせる | (stukken) verbinden; aan elkaar zetten [naaien; lijmen] |
| hai-はい | hé! (een uitroep om de aandacht van iem. te trekken of iem. te waarschuwen) |
| hai-はい | hup; hop; vooruit; vort! (als aansporing aan paarden, e.d.) |
| haiburiddo-ハイブリッド | (planten, dieren) kruising; bastaardvorm |
| haien-廃園 | een verlaten [verwaarloosde] tuin |
| haifuki-灰吹き | een bamboebuis waarin as en sigarettenpeuken gescheiden worden (door blazen) |
| haihanchiken-廃藩置県 | administratieve hervorming van het Japanse staatsbestuur in 1871 (overgang van feodaal clan-systeem naar prefecturen onder centraal overheidsgezag) |
| haiirokōkan-灰色高官 | een verdachte ambtenaar |
| haikā-ハイカー | wandelaar; trekker; iemand die trektochten maakt |
| haikai-俳諧 | bijeenkomst waarbij achter elkaar Japanse gedichten worden gecomponeerd |
| haikara-ハイカラ | haardracht in westerse stijl |
| haikei-拝啓 | Geachte heer/mevrouw [formele standaarduitdrukking om een brief te openen] |
| haiken-佩剣 | omgegord [aangegord] zwaard; het dragen van een zwaard |
| haikensuru-拝見する | zien; kijken naar; bekijken |
| haikinshugisha-拝金主義者 | mammonist (iemand die de geldgod Mammon aanbidt, en streeft naar rijkdom) |
| haikurasu-ハイクラス | hoogwaardig; eersteklas; vooraanstaand |
| hairu-入る | van de voorkant naar achteren [naar binnen] gaan; (in bezit )krijgen; in handen krijgen; binnenkomen |
| haisen-廃船 | ontmanteling van een boot [schip]; een schip dat uit de vaart is genomen; een schip dat niet meer wordt gebruikt en is gesloopt |
| haisui-背水 | met de rug naar het water (staand) |
| haitōochi-配当落ち | (notering) ex dividend (zonder bijrekening van de waarde) |
| haizai-配剤 | het samenstellen [klaarmaken; mengen] van medicijnen |
| hajikakureru-恥隠る | de schaamte bespaard [niet geopenbaard] worden |
| hajiki-土師器 | Japans Haji aardewerk [keramiek] (werd geproduceerd in de Kofun-, Nara- en Heian-perioden) |
| haka-破瓜 | jong meisje (ca.16 jaar) |
| hakanai-儚い | vluchtig; kortstondig; vergankelijk; van voorbijgaande aard; tijdelijk |
| haken-派遣 | uitzending; afvaardiging; het sturen |
| hakkai-発会 | de eerste vergadering [bijeenkomst] (van een jaar, semester, etc.) |
| hakken-発券 | het uitgeven van tickets; kaartverkoop |
| hakkōbyō-発酵病 | zymotische ziekte [waarbij een organisme of virus in het lichaam als een ferment optreedt] |
| hakkōginkō-発行銀行 | bank die betaalkaarten uitgeeft aan klanten |
| hakku-白駒 | schimmel (wit paard) |
| hako-箱 | de doos [kist] waarin een shamisen (Japans snaarinstrument) opgeborgen wordt |
| hakobiya-運び屋 | (politieterm) drugskoerier; drugssmokkelaar |
| hakobu-運ぶ | iets vooruit laten gaan; naar voren brengen; goed laten verlopen |
| hakoiri-箱入り | iets dat kostbaar [dierbaar] is |
| hakuba-白馬 | een wit paard |
| hakuchizu-白地図 | een blanco kaart [basiskaart] (een kaart die alleen de omtrek van landen, eilanden, etc. weergeeft, zonder plaatsnamen, e.d.) |
| hakuchū-伯仲 | het aan elkaar gewaagd zijn; vrijwel gelijk zijn aan |
| hakuhatsu-白髪 | grijs [wit] haar |
| hakuheisen-白兵戦 | gevecht op korte afstand van elkaar; man tegen man gevecht; lijf om lijf gevecht |
| hakuju-白寿 | (viering [feest] voor) de 99ste verjaardag |
| hakunaishō-白内障 | cataract; grijze [grauwe] staar |
| hakuro-白露 | witte [glinsterende] dauw (bij de overgang van zomer naar herfst) |
| hakusai-舶載 | import (per boot) naar Japan |
| hakutō-白頭 | iemand met grijs [wit] haar; grijs hoofd; witte pruik |
| hamaki-葉巻 | sigaar |
| hamakitabako-葉巻煙草 | sigaar |
| hamaya-破魔矢 | een pijl ter verdrijving van kwade krachten (wordt met nieuwjaar door heiligdommen verkocht) |
| hami-馬銜 | bit (metalen mondstuk voor een paard of ander trek- of lastdier) |
| hana-花 | Japans kaartspel |
| hanabasami-花鋏 | bloemenschaar |
| hanafuda-花札 | Japans kaartspel met bloemenkaarten |
| hanagaruta-花ガルタ | Japans kaartspel met bloemenkaarten |
| hanage-鼻毛 | neushaar |
| hanagoyomi-花暦 | bloemen kalender (waarop de bloemen zijn gerangschikt naar bloeitijd) |
| hanakanzashi-花簪 | een haarspeld (kanzashi) versierd met kunstbloemen |
| hanamatsuri-花祭り | bloemenfestival in het Kitashitara-district, in de prefectuur Aichi (aan het einde van het jaar tot nieuwjaar) |
| hanamatsuri-花祭り | bloemenfestival ter viering van de verjaardag van Boeddha (8 april) |
| hanamichi-花道 | verhoogd pad waarover de acteurs naar- en van het toneel lopen (door de zaal met het publiek) |
| hanamichi-花道 | de gang waardoor sumo-worstelaars van de kleedkamer naar de ring lopen (en v.v.) |
| hanamidō-花御堂 | een zaaltje versierd met bloemen voor de viering van de verjaardag van Boeddha (8 april) |
| hanamushiro-花筵 | een mat [kleed] waar men op zit tijdens de hanami |
| hanappashi-鼻っぱし | strijdlustigheid; strijdvaardigheid, competitieve geest; vechtlust |
| hanappashira-鼻っ柱 | strijdlustigheid; strijdvaardigheid, competitieve geest; vechtlust |
| hanarebanare-離れ離れ | apart; gescheiden; uit elkaar; verspreid |
| hanareru-離れる | zich verwijderen; uit elkaar gaan |
| hanasu-放す | (bij het koken) stukjes [plakjes] (groente, aardappel, etc.) toevoegen aan water of bouillon |
| hanasu-離す | verdelen; uit elkaar halen |
| handī-ハンディー | handig; draagbaar; handzaam; makkelijk te hanteren |
| handikurafuto-ハンディクラフト | handwerk; handvaardigheid; ambacht |
| hando-ハンド | speelkaarten aan een speler toebedeeld |
| haneru-跳ねる | (van een voorstelling) eindigen; klaar zijn |
| haneru-跳ねる | springen; opspringen; stuiteren (van een bal); steigeren (van een paard) |
| hanetsuki-羽根突き | een traditioneel Japans Nieuwjaarsspel, gespeeld met een houten peddel (hagoita) en een shuttle |
| hangā-ハンガー | hangaar; vliegtuigloods |
| hangan-判官 | rechter; magistraat; ambtenaar |
| hangenki-半減期 | (chemie) halfwaardetijd; halveringstijd |
| hangeshō-半夏生 | de plant Saururus chinensis (ook wel Aziatische hagedisstaart genoemd) |
| hangonkō-反魂香 | een legendarische wierook, waarmee bij het branden het beeld van een dode in de rook verschijnt |
| hangurīseishin-ハングリー精神 | sterke [agressieve] ambitie [motivatie]; honger naar succes |
| hanki-半季 | een half jaar; semester |
| hanki-半期 | halfjaar |
| hankō-犯行 | misdrijf; strafbaar feit; delict |
| hankyū-半弓 | een kleine boog (waarmee je ook zittend kunt schieten) |
| hannen-半年 | een halfjaar; semester |
| hanpo-半帆 | zeil dat maar voor de helft is opgetrokken vanaf het dek |
| hansetsu-反切 | spellingsysteem in de traditionele Chinese lexicografie (waarbij twee karakters worden gebruikt voor de uitspraak van een monosyllabisch karakter) |
| hanshinhangi-半信半疑 | half in twijfel; twijfelend; sceptisch; aarzelend |
| hanshutsu-搬出 | het (iets) naar buiten brengen [dragen] |
| hanshutsusuru-搬出する | (iets) naar buiten brengen [dragen] |
| hansō-半双 | de helft van een paar; de helft van een set van twee |
| hantoshi-半年 | een halfjaar; semester |
| hanzaiteguchi-犯罪手口 | modus operandi; de wijze waarop een misdrijf wordt begaan |
| han'ei-繁栄 | welvaart |
| happō-八方 | grote hangende (papieren) lantaarn [lamp] |
| happōando-八方行灯 | grote hangende (papieren) lantaarn [lamp] |
| happyōkai-発表会 | een school concert [recital]; een gelegenheid waarbij een reeks uitvoeringen of bevindingen openbaar wordt gemaakt |
| haraguroi-腹黒い | boosaardig; kwaadwillig; gemeen |
| harakiri-腹切り | rituele zelfdoding (m.n. van de krijgselite) in Japan (te voltrekken door met een kort zwaard de buik open te snijden) |
| haramitsu-波羅蜜 | (boeddh.) training tot de bevrijding [verlossing] (en daarmee het nirvana [de overtocht] te bereiken) |
| haramitta-波羅蜜多 | (boeddh.) training tot de bevrijding [verlossing] (en daarmee het nirvana [de overtocht] te bereiken) |
| haraobi-腹帯 | buikriem voor een paard |
| haratsuzumi-腹鼓 | het op een volle buik slaan als op een trommel (als metafoor voor een wereld waar genoeg voedsel is) |
| harau-払う | (met een zwaard, stok e.d.) heen en weer zwaaien |
| hare-晴れ | publiek; openbaar; formeel; officieel |
| haresugata-晴れ姿 | gekleed in zijn [haar] mooiste [formele] kleding |
| harēsuisei-ハレー彗星 | de komeet Halley (genoemd naar Edmond Halley) |
| harete-晴れて | openlijk; publiekelijk; openbaar |
| haridashi-張り出し | een sumoworstelaar die onder de twee hoogste worstelaars (van dezelfde rang) op de ranglijst staat |
| harikonotora-張り子の虎 | papieren tijger (fig., d.w.z. iem. of iets dat er sterk uitziet maar het niet is) |
| haru-張る | (be)spannen; besnaren (b.v. gitaar); opspannen |
| haru-春 | lente; voorjaar |
| haruasashi-春浅し | het allereerste [nog nauwelijks waarneembare] begin van de lente; de eerste vage tekenen van de lente |
| harubādo-ハルバード | hellebaard (middeleeuws wapen) |
| harubaru-遥遥 | ver uit elkaar; op afstand |
| harubasho-春場所 | lente sumotoernooi (in Osaka in maart) |
| harugi-春着 | lentekleding; Nieuwjaars kimono |
| harusaki-春先 | het begin van de lente; het vroege voorjaar |
| haruta-春田 | een lente rijstveld (een veld waar de oude rijst al geoogst is en de nieuwe rijst nog geplant moet worden) |
| haruyasumi-春休み | voorjaarsvakantie |
| hasami-鋏 | schaar |
| hasamu-挟む | tegen over elkaar zijn; aan weerszijden zijn (van) |
| hashi-橋 | bemiddelaar; tussenpersoon |
| hashibirokō-ハシビロコウ | schoenbekooievaar (Balaeniceps rex) |
| hashira-柱 | pilaar; zuil; pijler |
| hashiwatashi-橋渡し | bemiddelaar |
| hassō-八双 | één van de houdingen [standen] bij zwaardvechten |
| hasurā-ハスラー | oplichter; sjacheraar; ritselaar |
| hatabiraki-旗開き | het nieuwjaarsfeest van een vakbond |
| hatachi-二十 | 20 jaar oud |
| hatago-旅籠 | (Edo-periode) mand [kist] met het voedsel voor de paarden op reis |
| hataku-叩く | neerslaan; naar beneden slaan (sumo) |
| hatasashimono-旗指物 | een kleine standaard met vlag, die vroeger door Japanse samoerai op de achterkant van het harnas werd gedragen tijdens het gevecht |
| hatashite-果たして | in dat geval; daardoor; zodoende; dientengevolge |
| hāto-ハート | harten (in kaartspel) |
| hatoronban-ハトロン判 | standaard Japans papierformaat (900 x 1200 mm) |
| hatsubasho-初場所 | eerste sumo toernooi van het jaar (januari in Tokio) |
| hatsugai-初買い | de eerste keer gaan winkelen in het nieuwe jaar, op 2 januari |
| hatsugama-初釜 | de eerste theeceremonie van het nieuwe jaar |
| hatsuharu-初春 | het begin [de eerste maand] van het jaar; Nieuwjaar |
| hatsuhi-初日 | nieuwjaarsochtend; de eerste zonsopgang van het jaar |
| hatsuhikage-初日影 | de eerste zonsopgang van het jaar; zonlicht op nieuwjaarsdag |
| hatsuhinode-初日の出 | de eerste zonsopgang van het jaar; zonsopgang op nieuwjaarsdag |
| hatsukashōgatsu-二十日正月 | 20 januari (de laatste dag van de nieuwjaarsfeesten) |
| hatsumō-発毛 | (nieuwe) haargroei |
| hatsumōde-初詣で | het eerste bezoek aan een heiligdom [tempel] in het nieuwe jaar |
| hatsumonogui-初物食い | iemand die altijd op zoek is naar nieuwe dingen |
| hatsune-初値 | de eerste beurskoers van het nieuwe jaar |
| hatsune-初音 | eerste vogelgezang [vogelenzang] in het nieuwe jaar |
| hatsuni-初荷 | eerste verzending [vracht; transport] van het nieuwe jaar |
| hatsunori-初乗り | de eerste rit (paard, auto, trein, etc.) in het nieuwe jaar |
| hatsunori-初乗り | basistarief (van openbaar vervoer) |
| hatsunoriunchin-初乗り運賃 | de prijs voor het basistarief voor openbaar vervoer (bus, trein of taxi) |
| hatsuoyogi-初泳ぎ | nieuwjaarsduik; duik [zwemmen] in open water op nieuwjaarsdag |
| hatsushigure-初時雨 | de eerste regen na de overgang van herfst naar winter |
| hatsuuri-初売り | eerste verkoopdag [openingsdag] van winkels (in het nieuwe jaar) |
| hatsuyu-初湯 | eerste bad van het nieuwe jaar; eerste bad van een pasgeboren baby |
| hatsuyume-初夢 | je eerste droom in het (nieuwe) jaar |
| hausu・ējenshī-ハウス・エージェンシー | makelaar; makelaardij; woningbureau |
| hawaiangitā-ハワイアンギター | hawaï-gitaar |
| hayaashi-早足 | draf (van een paard) |
| hayamihyō-早見表 | kaart; grafiek; tabel |
| hayane-早寝 | het vroeg naar bed gaan |
| hayanesuru-早寝する | vroeg naar bed gaan |
| hayauchi-早打ち | spoedkoerier; een zeer snel postpaard; het snel verzenden [bezorgen] {van een boodschap) |
| hazakura-葉桜 | een kersenboom waar de bladeren zijn uitgekomen (nadat de bloesem is afgevallen) |
| hazu-筈 | hetgeen te verwachten [waarschijnlijk] is |
| hazu-筈 | de inkeping van een boog (waar de draad vastzit) |
| hazumu-弾む | zwaar ademen; buiten adem zijn |
| hazuna-端綱 | (paarden)halster |
| hazureru-外れる | afwijken (van de standaard); afwijkend zijn |
| he-屁 | iets dat waardeloos is |
| hea-ヘア | haar; haren |
| headai-ヘアダイ | haarverf |
| heapin-ヘアピン | haarspeldbocht |
| heapin-ヘアピン | haarspeld |
| heapin・kābu-ヘアピン・カーブ | haarspeldbocht |
| heapīsu-ヘアピース | haarstuk(je); toupet |
| hea・supurē-ヘア・スプレー | haarlak |
| hea・tonikku-ヘア・トニック | haarmiddel; haartonic |
| hebī-ヘビー | zwaar |
| hebiichigo-蛇苺 | sieraardbei (Duchesnea) |
| hebīkyū-ヘビー級 | zwaargewicht (gewichtsklasse in sport) |
| hebī・dyūtī-ヘビー・デューティー | berekend op zwaar [intensief] gebruik |
| hedataru-隔たる | (in afstand) verschillen; uit elkaar liggen |
| hedateru-隔てる | van elkaar vervreemden |
| hei-併 | (in kanji combinaties) parallel; gelijktijdig; naast elkaar; op een rij; combinatie |
| heichara-平ちゃら | kalm; rustig; bedaard |
| heichi-併置 | juxtapositie; nevenschikking; het naast elkaar [tegelijk] plaatsvinden |
| heigo-平語 | standaard [alledaagse; gewone] taal |
| heihō-兵法 | vechtsporten (zoals zwaardvechten) |
| heika-兵戈 | wapens; messen en zwaarden |
| heika-平価 | pari; pariteit; referentiewaarde |
| heikō-並行 | het gelijktijdig [parallel; naast elkaar] zijn [gaan] |
| heinen-平年 | gemiddeld [normaal] jaar (wat betreft neerslag, temperatuur, etc.) |
| heinen-平年 | geen schrikkeljaar |
| heiritsu-並立 | zij aan zij [op gelijke voet] staan; naast elkaar (be)staan |
| heiro-閉炉 | (in Zen tempels, op eerste dag van de 2de maand van de maankalender) het doven [uitdoen] van de van de vuurhaard [open haard] |
| heisetsu-併設 | juxtapositie; nevenschikking; het naast elkaar [tegelijk] plaatsvinden |
| heishinteitō-平身低頭 | het buigen tot in het stof; het zich ter aarde werpen |
| heishinteitōsuru-平身低頭する | diep buigen; zich ter aarde werpen; knielen |
| heison-併存 | coëxistentie; het naast elkaar bestaan [samenleven] |
| heitan-平淡 | eenvoud; bescheidenheid; lichtvaardigheid |
| heki-僻 | naar één kant overhellen [leunen] |
| hekisuru-僻する | naar één kant overhellen [leunen] |
| hen-変 | vreemdheid; merkwaardigheid |
| henchikurin-へんちくりん | vreemd [raar; eigenaardig; merkwaardig] zijn |
| henkyakuguchi-返却口 | verzamelplek [dienbladentrolly] waar men de gebruikte dienbladen met servies kan terugzetten na het eten (b.v. in kantines) |
| henni-変に | eigenaardig; vreemd; ongewoon |
| henreihin-返礼品 | bedank-cadeautje; retourgeschenk (in waardering voor een gunst of schenking van iemand) |
| hensa-偏差 | verschil in waarde |
| hensachi-偏差値 | afwijkende waarde |
| hensei-編成 | het samenstellen; compileren; in elkaar zetten |
| henseiarukōru-変性アルコール | gedenatureerde alcohol (onbruikbaar gemaakt voor consumptie) |
| henseiki-変声期 | de leeftijd waarop bij jongens de stem verandert [zwaarder wordt]; de leeftijd dat jongens de baard in de keel krijgen |
| hensen-変遷 | verandering; overgang; wisselvalligheid; wederwaardigheid; lotswisseling |
| henteko-へんてこ | vreemd [raar; gek] zijn |
| henzai-辺材 | spinthout (buitenste jaarringen van een boom) |
| heppoko-へっぽこ | slecht; inferieur (in vaardigheid); nutteloos |
| herikutsu-屁理屈 | gebekvecht; haarkloverij; drogreden; verkeerde redenering; slecht argument |
| hetakuso-下手糞 | onbekwaam [onhandig, slecht; slordig; waardeloos] zijn |
| heto-へと | (geeft de bewegingsrichting aan) naar; in de richting (van) |
| hettakure-へったくれ | potverdorie; naar de hel met...; (je kan) de pot op |
| hi-彼 | (on-lezing, in kanji combinaties) daar(ginds); die |
| hiaringu-ヒアリング | het luisteren; luistervaardigheid |
| hiashi-日脚 | de beweging van de zon (van oost naar west) |
| hibachi-火鉢 | een hibachi (een stoof [brandertje; pot] van keramiek of ijzer met daarin een houtskoolvuurtje) |
| hibasami-火ばさみ | vuurschaar |
| hibukure-火膨れ | brandblaar; blaar [blaren] door verbranden |
| hidari-左 | het volgende; wat (hierop) volgt (bij de Japanse (verticale) schrijfwijze van rechts naar links) |
| hidarimuki-左向き | naar links gericht |
| hidariyotsu-左四つ | (van sumoworstelaars) greep met de linkerhand onder de rechterarm van de tegenstander |
| hige-髭 | snor; baard |
| higezura-髭面 | behaard [bebaard] gezicht |
| higuchi-火口 | brander; brandhaard |
| hihaku-飛白 | (kasuri) weeftechniek waarbij de draden speciaal voor het weefpatroon worden geverfd |
| hihīn-ヒヒーン | (onomatopee) hinnik (van een paard) |
| hihon-秘本 | dierbaar boek (waar men zuinig op is en zelden aan anderen laat zien); geheim boek |
| hihyō-批評 | kritiek; commentaar; recensie |
| hijura-ヒジュラ | (Arab. hijrah) hidjra (de migratie van de islamitische profeet Mohammed en zijn volgelingen van Mekka naar Medina in 622) |
| hikegiwa-引け際 | sluitingstijd; vertrektijd (van kantoor naar huis) |
| hiken-卑倹 | (arch.) spaarzaamheid; natuurlijke eenvoud; soberheid; zuinigheid |
| hiken-比肩 | het gelijkwaardig [vergelijkbaar] zijn (met); gunstig afsteken (bij); op één lijn staan (met) |
| hiken-秘剣 | geheime leer in zwaardvechtkunst |
| hikensuru-比肩する | gelijkwaardig [vergelijkbaar] zijn (met); gunstig afsteken (bij); op één lijn staan (met) |
| hikidasu-引き出す | (ergens iets) uit halen [nemen; trekken]; naar buiten brengen [trekken] |
| hikigamo-引鴨 | wilde eenden die in de lente teruggaan naar het Noorden |
| hikihanasu-引き離す | wegtrekken; uit elkaar halen; scheiden |
| hikiotoshi-引き落とし | (sumo-techniek) een tegenstander naar beneden trekken |
| hikitateru-引き立てる | iem. (met geweld) meenemen [ergens heenbrengen] (naar gevangenis, politiebureau, e.d.) |
| hikite-引き手 | (afk. voor) een theehuis dat klanten naar prostituees leidde (Edo periode) |
| hikitechaya-引き手茶屋 | een theehuis dat klanten naar prostituees leidde (Edo periode) |
| hikizome-弾き初め | de eerste keer dat een instrument wordt bespeeld in het nieuwe jaar |
| hikizuriorosu-引き摺り下ろす | naar beneden trekken [halen; brengen] |
| hikka-筆架 | rek [standaard] voor schrijfpenselen |
| hikkei-必携 | iets dat onmisbaar [essentieel] is; iets dat je moet hebben |
| hikken-筆硯 | een term die voornamelijk in brieven wordt gebruikt en verwijst naar het leven van een bepaalde schrijver |
| hikō-飛行 | vlucht; luchtvaart; luchtreis |
| hiku-引く | trekken (streep; kaart; lot; kabels) |
| hiku-引く | trekken (aan); slepen; leiden (een paard, e.d.) |
| hiku-弾く | spelen (op een snaarinstrument of toetsinstrument); een muziekinstrument bespelen |
| hikute-引く手 | handgebaar bij het dansen |
| hikyōmono-卑怯者 | lafaard; angsthaas |
| himachi-日待ち | (lett.: het wachten op de zon) een bijeenkomst waarbij mensen samen bidden en wachten op de opkomst van de zon (Shinto) |
| himan-肥満 | overgewicht; corpulentie; zwaarlijvigheid |
| himo-ヒモ | (politieterm) souteneur; koppelaar; pooier |
| himoto-火元 | brandhaard; oorsprong [ontstaan] van een brand |
| hinaarare-雛霰 | kleine, zoete, gekleurde rijstkoekjes die bij het Poppenfestival (op de Meisjesdag, 3 maart) worden gegeten |
| hinamatsuri-雛祭り | Japans poppenfeest [Meisjesdag] (op 3 maart, dan stallen meisjes hun traditionele poppen uit) |
| hinaningyō-雛人形 | hina-pop (traditionele Japanse pop die op 3 maart, de dag van het Japanse poppenfeest, wordt uitgestald) |
| hinbutsu-品物 | alles tussen hemel en aarde |
| hinkaku-品格 | waardigheid; goede smaak; elegantie |
| hinoeuma-丙午 | het vuurpaard, een teken van de Chinese dierenriem (de 43e combinatie van de sexagesimale cyclus) |
| hinokuruma-火の車 | (Boeddhisme) vuurwagen die de zielen van de zondaren naar de hel brengt |
| hinsei-品性 | (filosofie) karakter als een morele [innerlijke] waarde |
| hinsei-品性 | (menselijk) karakter; aard; inborst; persoonlijkheid |
| hipokuritto-ヒポクリット | hypocriet; huichelaar |
| hiramasa-平政 | geelstaart koningsvis (Seriola lalandi) |
| hirasokobune-平底船 | platbodem (vaartuig) |
| hiroibashi-拾い箸 | eetstokjes gebruikt om eten door te geven aan elkaar (onjuist gebruik van eetstokjes) |
| hirui-比類 | equivalent; een vergelijkbaar iets |
| hirumu-怯む | terugdeinzen; ineenkrimpen; aarzelen |
| hisenkyoken-被選挙権 | gerechtigdheid om verkozen te worden (als volksvertegenwoordiger); verkiesbaarheid |
| hishimochi-菱餅 | (driekleurige) mochi in ruitvorm, voor Hinamatsuri, het poppenfestival op op 3 Maart) |
| hisho-避暑 | de zomerse hitte ontvluchten (door naar een koelere plek te gaan) |
| hisoyaka-密やか | heimelijk; ongrijpbaar; onopvallend |
| hitaigiwa-額際 | haargrens |
| hitogara-人柄 | karakter; aard; persoonlijkheid |
| hitojichi-人質 | gijzelaar; gegijzelde |
| hitoko-火床 | (vuur)haard; rooster; stookplaats |
| hitokoto-一言 | één (enkel) woord; een paar woorden |
| hitokotosuru-一言する | wat [een paar woorden] zeggen; een korte opmerking maken |
| hitomae-人前 | publiek; openbaar; (in) aanwezigheid van (andere) mensen |
| hitome-人目 | publiek; openbaar; in de ogen van de wereld |
| hitomukashi-一昔 | lang geleden; (ongeveer) tien jaar (geleden) |
| hitonaka-人中 | openbaarheid |
| hitorigurashi-一人暮らし | alleen leven [wonen; een kluizenaarsbestaan; vrijgezellen bestaan; celibaat |
| hitorizumō-一人相撲 | alleen bewegingen uitvoeren van een sumoworstelaar (als Shinto ritueel of als straatoptreden) |
| hitoshii-等しい | eender; identiek; gelijk; gelijkwaardig |
| hitsui-筆意 | schrijfvaardigheid; schrijfstijl; houding bij het kalligraferen |
| hitsuyōjōken-必要条件 | sine qua non; noodzakelijke voorwaarden (relatie tussen stellingen); vereisten |
| hitteki-匹敵 | gelijkwaardig zijn; goed vergelijkbaar zijn |
| hitteki-匹敵 | gelijkwaardige tegenstander |
| hittekisuru-匹敵する | gelijkwaardig zijn aan; zich kunnen meten met; niet onderdoen voor; opgewassen zijn tegen |
| hittsume-引っ詰め | het haar achterover gekamd in een knot gebonden |
| hiyakasu-冷やかす | winkelen zonder iets te kopen; kijken maar niet kopen |
| hiyaku-秘薬 | geheim geneesmiddel; geneesmiddel waarvan het recept geheim gehouden wordt |
| hiyaringu-ヒヤリング | het luisteren; luistervaardigheid |
| hiyayaka-冷ややか | (fig.) kil [koel; koud; onbenaderbaar] zijn |
| hiyoku-比翼 | een mythische vogelpaar uit het Oude China met ieder één vleugel en één oog; ook gebruikt als metafoor voor een gelukkig liefdespaar |
| hiyoku-肥沃 | vruchtbaarheid (van grond, aarde) |
| hiyokunotori-比翼の鳥 | een mythische vogelpaar uit het Oude China met ieder één vleugel en één oog; ook gebruikt als metafoor voor een gelukkig liefdespaar |
| hizara-火皿 | haardrooster |
| hizazume-膝詰め | face to face; vis-à-vis; direct [recht] tegenover elkaar; rechtstreeks [persoonlijk] contact |
| ho-穂 | (koren)aar; halm |
| hō-豊 | vruchtbaar; rijk (van oogst, etc.) |
| hōan-奉安 | (m.n. religieuze) kostbaarheden zorgvuldig en veilig bewaren [opslaan] |
| hobikifune-帆引き船 | (Japanse) (vissers)boot, met één groot zeil over de gehele lengte van het zeilvaartuig |
| hōbō-方方 | overal; hier en daar |
| hodonaku-程無く | spoedig (daarna); kort daarna; iets later; over een tijdje |
| hogeibosen-捕鯨母船 | grote walvisvaarder; moederschip bij de walvisvangst |
| hogeisen-捕鯨船 | walvisvaarder; schip voor de walvisvangst |
| hogokansatsukan-保護観察官 | reclasseringsambtenaar |
| hogoshi-保護司 | reclasseringsambtenaar |
| hōgyoku-宝玉 | edelsteen; kostbaar juweel |
| hōhatsu-蓬髪 | onverzorgd [slonzig; ongekamd; warrig] haar |
| hojō-捕縄 | bindtouw om bewegingsvrijheid van verdachten, criminelen, e.d., te beperken tijdens het vervoer van een locatie naar een andere (vgl. een hondenlijn) |
| hōjō-豊穣 | vruchtbaarheid; rijke [overvloedige] oogst [groei] |
| hōjō-豊饒 | vruchtbaarheid; fertiliteit |
| hōka-砲架 | kanonwagen; affuit; (marine) rolpaard [rampaard} |
| hokage-帆影 | een zeil (van een schip) dat in de verte zichtbaar [te zien] is |
| hōkai-崩壊 | in(een)storting; het in [uit] elkaar vallen |
| hokani-外に | verder; daarnaast; bovendien |
| hōken-宝剣 | een kostbaar [belangrijk; eervol] zwaard. |
| hokennendo-保険年度 | verzekeringsjaar |
| hokensha-保険者 | verzekeraar |
| hōki-宝器 | een kostbaar voorwerp [object] |
| hokkyō-法橋 | (in de middeleeuwen) titel gegeven aan kunstenaars |
| hoko-矛 | (met lantaarns) gedecoreerde paal (voor optochten en festivals) |
| hōkōda-方向舵 | verticaal roer (in de staart van een vliegtuig) |
| hokujō-北上 | het (zich) richting het noorden begeven; naar het noorden gaan |
| hokujōsuru-北上する | (zich) richting het noorden begeven; naar het noorden gaan |
| hokuso-火糞 | gesmolten kaarsvet |
| hokuyō-北洋 | een term die in China werd gebruikt om te verwijzen naar de drie provincies van de Qing-dynastie, Zhihlei (Hebei), Shandong en Mukden (Liaoning) |
| hōkyō-法橋 | (boeddh.) de brug van de Dharma (deze term vergelijkt de leer van Boeddha met een brug die mensen naar de overkant brengt) |
| hōkyō-豊凶 | goede oogst en slechte oogst; goed jaar en slecht jaar |
| hōmingu-ホーミング | het instinct van dieren om terug te keren naar hun hol of nest |
| hōmingu-ホーミング | geleiding (naar een doel) van moderne wapens (zoals raketten) |
| hōmon-法門 | boeddhistische leer; poort naar de boeddhistische [spirituele] verlichting |
| hōmotsu-宝物 | schat (kunst, cultuur); belangrijk [dierbaar] bezit; juweel |
| homo・habirisu-ホモ・ハビリス | Homo habilis (uitgestorven menssoort, die 2,3 tot 1,5 miljoen jaar geleden leefde in Oost-Afrika)) |
| hōmumēdo-ホームメード | eigengemaakt; zelf vervaardig [bereid] |
| hōmuran・dābī-ホームラン・ダービー | (Major League Baseball) jaarlijkse wedstrijd om wie de meeste homeruns slaat |
| hōmurūmu-ホームルーム | schoollokaal waar een groep leerlingen extra begeleiding krijgt van een vaste leraar (vaak voordat de reguliere lessen beginnen) |
| hōmu・guraundo-ホーム・グラウンド | het eigen vakgebied (waar je goed in bent) |
| hōmu・suchīru-ホーム・スチール | (honkbal) het stelen van het thuishonk (d.w.z. dat de honkloper begint te rennen naar de thuisplaat al voordat de pitcher heeft gegooid) |
| hōnen-豊年 | een vruchtbaar jaar; een jaar van overvloed |
| honeori-骨折り | moeite; krachtsinspanning; zwaar werk |
| honji-本地 | oorspronkelijke vorm; (iemand's) ware aard; (iemand's) diepste gedachten |
| honkadori-本歌取り | het componeren van een Japans gedicht waarin de woorden en ideeën van oude, bekende [beroemde] gedichten worden verwerkt |
| honkakuteki-本格的 | volwaardig; volledig; totaal; volslagen; regelrecht; serieus |
| honma-本真 | (vooral gebruikt in Kyoto en Kansai) waarheid |
| honmatsutentō-本末転倒 | verkeerd beoordelen wat belangrijk en onbelangrijk is; het paard achter de wagen spannen |
| honmi-本身 | een echt zwaard (i.t.t. een houten oefenzwaard) |
| honnen-本年 | dit jaar; het huidige jaar |
| honni-本に | echt; werkelijk; waarlijk; heus; feitelijk |
| honpō-本法 | (in juridische teksten een term die wordt gebruikt om naar de wet zelf te verwijzen) deze wet |
| honsei-本性 | (iemands) ware aard [karakter] |
| honshin-本心 | je geweten; aangeboren aard [karakter] |
| honshitsu-本質 | ware aard [natuur]; essentie (van iets); intrinsieke [wezenlijke] kwaliteit [waarde] |
| honshō-本性 | (iemands) ware aard [karakter] |
| hontō-本当 | waarheid; juistheid; oprechtheid; authenticiteit |
| hontōni-本当に | echt; waarlijk; heus; werkelijk; feitelijk |
| honzu-本図 | de originele tekening [schildering; kaart; grafiek] |
| honzu-本図 | deze tekening [schildering; kaart; grafiek] |
| hon'ikahei-本位貨幣 | standaardvaluta |
| hoohige-頬髯 | bakkebaard(en) |
| hoozuki-酸漿 | een kelkblad van de lampionplant dat fungeert als fluitje waar kinderen op blazen |
| hoozuri-頬擦り | (uit affectie) de wangen tegen elkaar drukken [strijken] |
| hōraku-崩落 | in(een)storting; het in [uit] elkaar vallen |
| hori-捕吏 | (hist.) een ambtenaar die criminelen arresteert |
| hōridasu-放り出す | verwaarlozen; achterlaten |
| hōrikomu-放り込む | (iets ergens) inwerpen; naar binnen gooien |
| horizonto-ホリゾント | (theater) cyclorama; rondhorizon; achterwand of achterdoek van het toneel (waar het decor op geprojecteerd wordt) |
| horo-幌 | een opvouwbaar dak van een cabriolet |
| horohoro-ほろほろ | (onomatopee) geleidelijk; druppelsgewijs; zachtvallend; uit elkaar vallend; verspreid; afbrokkelend; gorgelend; sudderend |
| hōroku-焙烙 | een ondiepe, ongeglazuurde aardewerken pot |
| hororito-ほろりと | (onomatopee) druppelend; stilletjes vallend (b.v. van tranen); uit elkaar vallend; tot tranen toe geroerd |
| hōrudoappu-ホールドアップ | handen omhoog (als teken van overgave, of het bevel daartoe) |
| hōshi-奉仕 | dienstverlening; dienstbaarheid |
| hoshiashige-星葦毛 | grijs gevlekt (kleur van paard) |
| hoshii-糒 | rijst die eerst gaargestoomd is en daarna gedroogd (makkelijk mee te nemen op reis en klaar om te eten na het te weken in water) |
| hoshimawari-星回り | een van de sterren aan de hand waarvan (via het geboortejaar) het lot [geluk] van iemand wordt bepaald |
| hōshin-芳信 | (beleefde term) uw (vriendelijke; gewaardeerde] brief |
| hoshitorihyō-星取り表 | een soort scorekaart bij Sumo, waarop de resultaten van een worstelaar worden bijgehouden met witte of zwarte sterren |
| hoshō-保証 | garantie; waarborg; borg |
| hoshōkin-保証金 | (waar)borgsom; garantiebedrag; onderpand |
| hōshoku-奉職 | complementaire kleuren (die tegenover elkaar staan in de kleurencirkel en met licht samen wit vormen) |
| hōshoyaki-奉書焼き | een gerecht waarbij vis [zeevruchten; paddenstoelen] in papier gewikkeld worden gestoomd op een open vuur |
| hosomi-細み | een van de fundamentele principes van de shōfū- of Bashō-stijl in de Japanse poëzie, n.l. het streven naar verfijning en oprechtheid |
| hotaruzoku-蛍族 | (een informele term voor) mensen die niet binnen mogen roken en daarom buiten gaan roken (en op vuurvliegjes lijken) |
| hōten-宝典 | waardevol boek; thesaurus |
| hottarakasu-ほったらかす | laten liggen; verwaarlozen; terzijde leggen; niet afmaken |
| hottate-掘っ立て | een paal [pilaar] direct in de grond [aarde] plaatsen (zonder frame of standaard) |
| hottoku-放っとく | met rust laten; laten zoals het is; negeren; verwaarlozen |
| hōyoku-豊沃 | vruchtbaarheid (van grond, aarde) |
| hoyūsha-保有者 | bezitter; eigenaar; houder; drager |
| hōzō-宝蔵 | (een woord dat verwijst naar) de leer van Boeddha |
| hōzō-宝蔵 | het gebouw in een tempel waar de geschriften worden bewaard |
| hōzō-宝蔵 | schatkamer; gebouw waar schatten worden bewaard |
| hozonbukuro-保存袋 | hersluitbaar bewaarzakje (vaak van plastic) |
| hozuna-帆綱 | val (touw waarmee een zeil van een schip gehesen wordt) |
| hyakumonogatari-百物語 | 100 spookverhalen (gezelschapspel uit de Edo periode, van de 100 kaarsen doofde men er 1 na elk verhaal, na de laatste zou er een monster verschijnen) |
| hyakunen-百年 | honderd jaar; een eeuw |
| hyakunenme-百年目 | honderdste jaar |
| hyappatsuhyakuchū-百発百中 | altijd raak schieten; onfeilbaar zijn; het altijd goed doen |
| hyō-豹 | luipaard; panter |
| hyōdo-表土 | toplaag; bovenlaag; bovenste laag aarde [grond]; bovengrond |
| hyōgo-評語 | commentaar; (kritische) opmerking |
| hyōhen-豹変 | (verwijzing naar de vacht van een luipaard) plotselinge verandering van gedrag (en taalgebruik) |
| hyōjun-標準 | standaard; norm |
| hyōjungo-標準語 | standaardtaal |
| hyōjunhensa-標準偏差 | (statistiek) standaardafwijking; standaarddeviatie |
| hyōjunka-標準化 | standaardisatie |
| hyōka-評価 | taxatie; waardebepaling; schatting |
| hyōka-評価 | evaluatie; waardering; erkenning; beoordeling |
| hyōkason-評価損 | waardeverlies; boekwaardeverlies |
| hyōkasuru-評価する | taxeren; ramen; (de waarde) schatten |
| hyonna-ひょんな | vreemd; onverwacht; toevallig; ongewoon; eigenaardig |
| hyōtan-氷炭 | contradictie; tegenstelling; onverenigbaarheid; strijdigheid |
| i-夷 | (hist.) barbaar; barbaren; onbeschaafd volk |
| iai-居合い | iai, in een soepele beweging het zwaard trekken, de tegenstander neermaaien, en daarna het zwaard terug in de schede doen |
| iaijutsu-居合術 | de iai-krijgskunst, het in een soepele beweging het zwaard trekken, de tegenstander neermaaien, en daarna het zwaard terug in de schede doen |
| ibarakidasshu-茨城ダッシュ | rijgedrag van automobilisten die zodra het stoplicht op groen springt, snel rechtsaf slaan voor het tegemoetkomend verkeer (genoemd naar Ibaraki Pref) |
| ibasho-居場所 | de eigen plek [plaats] van iemand; de plek waar men zich thuisvoelt |
| ibasho-居場所 | de plek [locatie] waar men zich bevindt |
| ibiridasu-いびり出す | (iem.) dwingen te vertrekken; naar buiten werken; wegpesten |
| ībun・pā-イーブン・パー | (Eng.: even par) (golfterm), score waarbij het aantal slagen gelijk is aan de rating voor die baan |
| icharibachōdē-いちゃりばちょーでー | (Okinawa dialect) zodra we elkaar ontmoeten zijn we broers [zusters] (m.a.w. wees vriendelijk voor vreemden) |
| ichi-市 | markt; bazaar |
| ichibu-一部 | eerstegraads lerarenopleiding voor het middelbaar onderwijsprogramma (in het oude onderwijsprogramma van Japan) |
| ichibu-一部 | een exemplaar (van een boek, document, etc.) |
| ichigaini-一概に | onvoorwaardelijk; zonder voorbehoud; zonder uitzondering |
| ichigen-一言 | één (enkel) woord; korte opmerking; een paar woorden |
| ichigenkoji-一言居士 | iemand die altijd overal commentaar op heeft |
| ichigō-一合 | 1 tiende van de weg (van de voet) naar de top van de berg Fuji |
| ichigo-苺 | aardbei |
| ichigonhanku-一言半句 | slechts een paar woorden; (geen) enkel woord |
| ichijirushii-著しい | opvallend; opmerkelijk; merkwaardig |
| ichijisenkin-一字千金 | woorden van waarde; belangrijke woorden |
| ichijō-一定 | zeker; werkelijk; wis en waarachtig |
| ichimei-一命 | (China) heer; man van beschaving; overheidsdienaar; krijgsman; strijder |
| ichimon'oshimi-一文惜しみ | een gierigaard; vrek |
| ichinenjū-一年中 | het hele jaar door; gedurende een jaar |
| ichinensei-一年生 | eerstejaars student [scholier] |
| idō-異動 | wijziging van voorwaarden in een overeenkomst [contract] |
| idokoro-居所 | de plek waar men zich bevindt; het adres (waar men verblijft; woont) |
| ieji-家路 | de weg naar huis |
| iemochi-家持ち | huiseigenaar; gezinshoofd; hoofd van een familie |
| ienken-以遠権 | landingsrecht dat een luchtvaartmaatschappij toestaat om na aankomst in het land dat het reisdoel is, door te vliegen en te landen in een ander land |
| ienoko-家の子 | (einde van de Heian periode) lid van een clan die een meester-dienaarrelatie had met de feodale heer |
| ienoko-家の子 | (trouwe) huisbediende; dienaar; vazal |
| ierō・kādo-イエロー・カード | (in sportwedstrijden) gele kaart |
| ierō・zōn-イエロー・ゾーン | waarschuwingsgebied voor aardverschuivingen |
| ifū-威風 | indrukwekkende aanwezigheid; autoriteit [gezag] afdwingende verschijning; waardigheid |
| ifūrinrin-威風凛凛 | imposant en waardig [majestueus] zijn |
| igen-威厳 | waardigheid; statigheid; aanzien |
| igi-異議 | bezwaar; tegenwerping; protest; objectie |
| igisu-海髪 | zeehaar (dunne rode zeewier, gebruikt in agar en lijm) |
| igo-以後 | sinds; nadat; nadien; daarna |
| īguru-イーグル | adelaar; arend |
| iigai-言い甲斐 | het vermelden waard (zijn) |
| iigusa-言い草 | opmerking(en); commentaar; wat iemand zegt |
| iikaneru-言い兼ねる | (iets) niet kunnen zeggen; (iets) niet durven te zeggen; aarzelen [twijfelen] om te zeggen |
| iikikaseru-言い聞かせる | iem. iets laten doen [voorschrijven; opleggen]; iem. ergens op attenderen; waarschuwen |
| iinasu-言い做す | iets laten klinken alsof; (iets zeggen en daarbij) de indruk wekken dat |
| iinayamu-言い悩む | aarzelen [het moeilijk vinden] om te zeggen |
| iiowaru-言い終わる | stoppen [klaar zijn] met spreken; afronden |
| iioyobu-言い及ぶ | verwijzen naar; refereren aan; zinspelen op; vermelden |
| iishiburu-言い渋る | aarzelen om te zeggen; met tegenzin spreken |
| iiwake-言い訳 | excuus; verantwoording; rechtvaardiging; uitleg |
| iiwakesuru-言い訳する | zich excuseren [verdedigen; rechtvaardigen]; verantwoording afleggen |
| iji-意地 | gemoed; temperament; aard; karakter |
| ijiwarui-意地悪い | gemeen; hatelijk; boosaardig; wraakzuchtig; kwaadaardig |
| ijō-移乗 | het overstappen van een vervoermiddel naar een andere (auto, boot, e.d.) |
| ijō-移乗 | verplaatsing [overbrenging] van de ene (zit- of lig)plaats [plek] naar een andere |
| ijōsekkin-異常接近 | een bijna-botsing van vliegtuigen die elkaar rakelings passeren in de lucht |
| ijutsu-医術 | geneeskunde; medische technieken; medische vaardigheden |
| ikameshii-厳めしい | plechtig; ernstig; waardig; indrukwekkend; statig |
| ikan-いかん | niet goed; slecht; onbruikbaar |
| ikan-遺憾 | teleurstelling; betreurenswaardig zijn |
| ikari-怒り | woede; verontwaardiging; rancune; wrok |
| iken-遺賢 | een bekwaam persoon die niet door de overheid in dienst wordt genomen (maar in de private sector werkt) |
| ikenai-いけない | niet goed; slecht; ondeugend; onbruikbaar |
| iki-遺棄 | veronachtzaming; verwaarlozing |
| ikiba-行き場 | bestemming; plaats om naar toe te gaan |
| ikichigai-行き違い | het elkaar voorbij lopen [passeren] (zonder ontmoeting; contact) |
| ikidaore-行き倒れ | op straat in elkaar zakken; bewusteloos [dood] op straat liggen |
| ikidoori-憤り | woede; verontwaardiging |
| ikidooru-憤る | woedend [razend; ontstemd; verontwaardigd] zijn; zich beledigd voelen |
| ikisekikiru-息急き切る | hijgen; puffen; naar adem happen; buiten adem zijn |
| ikitōgōsuru-意気投合する | goed met elkaar overweg kunnen; op dezelfde golflengte zitten |
| ikiuma-生き馬 | een levend paard |
| ikizuku-息衝く | zwaar ademen; hijgen; naar adem snakken |
| ikizukuri-生き作り | (lett. levend klaargemaakt) sashimi gesneden van een levende vis (een controversiële methode) |
| ikizumaru-行き詰まる | een grens bereiken; in een doodlopende weg komen; in een impasse komen; aan het einde zijn [haar] vermogen komen |
| ikkaisei-一回生 | eerstejaarsstudent |
| ikkokusenkin-一刻千金 | elk moment is belangrijk [kostbaar;dierbaar]; tijd is geld |
| ikō-遺構 | overgebleven funderingen van een historisch bouwwerk (waarin de lay-out van het gebouw nog herkenbaar is) |
| ikoraizā-イコライザー | (voorversterker voor geluidsweergave) equalizer; toonregelaar |
| ikōru-イコール | gelijk; overeenkomstig; gelijkwaardig |
| ikujihōki-育児放棄 | kinderverwaarlozing |
| ikura-イクラ | zalmkaviaar; zalmkuit |
| ikutsu-幾つ | hoeveel (stuks); sommige; een paar |
| imashigata-今し方 | zojuist; daarnet; een moment geleden |
| imējimento-イメージメント | het controleren [aanpassen] van het imago [de uitstraling] van producten of diensten naar de verwachtingen van de consumenten |
| imo-芋 | aardappel; taro |
| imoban-芋版 | stempel gemaakt van een aardappel [taro] |
| imogayu-芋粥 | rijstepap met zoete aardappel |
| imohori-芋掘り | het aardappelrooien; aardappelrooier |
| in-院 | (openbaar) gebouw; instituut; parlement; (hogere) school |
| ina-異な | vreemd; ongewoon; raar |
| inamenai-否めない | niet te ontkennen; onmiskenbaar; onomstotelijk |
| inbaundo-インバウンド | terugvlucht; retourvlucht; terugvaart |
| inferioritī・konpurekkusu-インフェリオリティー・コンプレックス | minderwaardigheidscomplex |
| infomēshon・burōkā-インフォメーション・ブローカー | datahandelaar; handelsinformatiebureau |
| infomēshon・disukurōjā-インフォメーション・ディスクロージャー | openbaarmaking [onthulling] van informatie |
| ingotto-インゴット | gegoten staaf [baar] |
| ingotto・kēsu-インゴット・ケース | gietvorm (voor staaf of baar) |
| inja-隠者 | kluizenaar; iemand die in afzondering leeft |
| inkābu-インカーブ | (honkbal) een worp die naar binnen buigt bij de slagman |
| inken-隠見 | verschijning en verdwijning; zichtbaarheid en onzichtbaarheid [verborgenheid} |
| inki-陰気 | treurigheid; zwaarmoedigheid; melancholie |
| inmō-陰毛 | schaamhaar |
| inmyunitī-インミュニティー | immuniteit; onschendbaarheid; vrijstelling |
| inni-陰に | onzichtbaar; verborgen; privé |
| inochigake-命がけ | gevaar voor eigen leven; het leven wagen [riskeren] |
| inochikaragara-命からがら | alsof haar [zijn] leven ervan afhangt |
| inochimyōga-命冥加 | wonderbaarlijke redding [ontsnapping] van de dood |
| inrei-引例 | aanhaling; citaat; het voorbeeld (waarnaar verwezen wordt) |
| inrei-引例 | het aanhalen [citeren; geven] van een voorbeeld; het verwijzen naar een bron |
| inryoku-引力 | aantrekkingskracht; zwaartekracht |
| inshi-隠士 | kluizenaar; iemand die in afzondering leeft |
| inshin-殷賑 | welvaart; welzijn; voorspoed |
| inshō-印章 | stempel; zegel; waarmerk |
| insutanto-インスタント | instant; kant-en-klaar |
| insutantoshokuhin-インスタント食品 | instant voedsel; kant-en-klaargerechten |
| intāfēsu-インターフェース | interface (waarmee twee of meer computersystemen met elkaar communiceren) |
| intāoperabiritī-インターオペラビリティー | interoperabiliteit (onderlinge uitwisselbaarheid) |
| intāpuritā-インタープリター | interpreter (software), computerprogramma dat herhaaldelijk instructies leest en vertaalt naar machinecode |
| inukuguri-犬潜り | een gat in hek of heg, waardoor hond in en uit kan lopen |
| inzen-隠然 | onzichtbaar [verborgen; geheim; sluimerend; latent] zijn |
| in'itsu-隠逸 | afzondering; kluizenaarschap |
| in'itsu-隠逸 | kluizenaar |
| in'yō-飲用 | het (gebruiken om te) drinken; drinkbaar zijn |
| in・hai-イン・ハイ | afk. voor Inter-high, nationaal atletiektoernooi voor middelbare scholen dat twee keer per jaar wordt gehouden |
| in・hai-イン・ハイ | (honkbal) een hoge bal die naar binnen draait |
| iō-以往 | daarvóór |
| iomante-イオマンテ | een Ainu-ceremonie waarbij een bruine beer wordt geofferd (nadat hij een bepaalde tijd in het dorp is grootgebracht) |
| ionbin-イ音便 | (taalkunde) eufonische verandering (waarbij de medeklinkers k, g, sh, of r voor de -i wegvallen, b.v. 聞きて wordt 聞いて) |
| iori-庵 | hermitage; kluizenaarshut; kluizenaarscel |
| ippaku-一白 | witte vlekken op de benen van een paard; een paard met witte vlekken op zijn benen |
| ippaku-一白 | wit landschap; iets dat [omgeving waar] alles wit is |
| ippon'yari-一本槍 | (iemands) speciale vaardigheid |
| ipputasai-一夫多妻 | polygynie; veelwijverij (vorm van polygamie waarbij één man met meer dan één vrouw is getrouwd) |
| ipputasaisei-一夫多妻制 | (het gebruik) polygynie; veelwijverij (vorm van polygamie waarbij één man met meer dan één vrouw is getrouwd) |
| irasutorētā-イラストレーター | illustrator; illustratietekenaar |
| irebun・nain-イレブン・ナイン | elf-negen, verwijst naar een stof-zuiverheid van 99,999999999% |
| irechigai-入れ違い | het elkaar tegenkomen; elkaar tegen het lijf lopen |
| iriha-入端 | (Nō theater) een oude term die verwijst naar de tweede akte van een toneelstuk met twee bedrijven |
| iriha-入端 | (in dans-gerelateerde podiumkunsten) het deel waar dans, zang, muziek, etc. worden uitgevoerd bij het verlaten van het podium |
| irikomu-入り込む | (naar) binnengaan; binnenlopen; binnenstappen |
| irimachi-入り待ち | het wachten van fans bij de ingang (tot een beroemdheid arriveert en naar binnen gaat) |
| irimidareru-入り乱れる | door elkaar gehaald [gegooid] worden |
| irohagaruta-伊呂波ガルタ | iroha kaartspel |
| iron-異論 | bezwaar; tegenwerping |
| irootoko-色男 | minnaar |
| irori-囲炉裏 | verzonken haard; stookplaats (vierkant en centraal in de leefruimte) |
| iru-入る | (naar) binnen gaan [komen] |
| iru-入る | zinken; naar beneden gaan [zakken]; ondergaan (van de zon) |
| isaki-伊佐木 | grombaard; knorvis (Parapristipoma trilineatum) |
| isamiashi-勇み足 | te ver gaan [teveel je best doen; overijverig zijn] (en daardoor falen) |
| isamiashi-勇み足 | bij sumo(worstelen) een tegenstander naar de rand van de ring brengen maar dan per ongeluk zelf uit de ring stappen |
| isei-遺制 | uit vroeger tijden bewaard gebleven systeem; verouderde gewoonten |
| iseru-いせる | techniek om twee stukken stof van ongelijke grootte aan elkaar te naaien (met een krimpnaad, b.v. bij mouwinzetten) |
| ishidōrō-石灯籠 | (Japanse) stenen lantaarn |
| ishigami-石神 | een heilige steen [rots] (waarvan men gelooft dat er een godheid in woont)) |
| ishigumi-石組み | schikking [groepering] van stenen in een Japanse tuin (waarbij de stenen symbolisch worden gebruikt als eiland, berg, etc.) |
| ishikeri-石蹴り | hinkelen; hinkelspel (waarbij kinderen een steentje schoppen op vlakken die op de grond zijn getekend) |
| ishin-威信 | gezag; prestige; aanzien; waardigheid |
| ishitsusha-遺失者 | eigenaar [eigenares] van een verloren voorwerp |
| ishiyakiimo-石焼き芋 | zoete aardappel geroosterd [gepoft] op hete stenen |
| ishizuki-石突き | (metalen) dop om het uiteinde [de punt] van een stok (zwaardschede; wapenstok; paraplu, wandelstok, e.d.] |
| ishu-意趣 | wrok; wrevel; boosaardigheid |
| isoisosuru-いそいそする | vrolijk [levendig] zijn; ergens blij [vol verwachting] naar uitkijken |
| ISOkikaku-ISO規格 | ISO-standaard [norm; specificatie] |
| isoshimu-勤しむ | zich wijden aan; streven naar; ijverig [plichtsgetrouw] zijn |
| issakunen-一昨年 | eerverleden jaar (het jaar voor het vorige jaar) |
| issei-一世 | de eerste van een koning of keizer waarbij de naam van de vorst tevens in de volgende generaties voorkomt (b.v.: Willem I der Nederlanden) |
| issei-一斉 | gelijkheid; gelijkwaardigheid |
| issho-一緒 | één (passend) geheel; bij elkaar; dezelfde categorie |
| isshū-一周 | rotatie; omwenteling; rondgang; omvaart |
| isshūnen-一周年 | een heel jaar |
| issoku-一足 | een paar (schoenen; sokken ) |
| issokutobi-一足飛び | een sprint [run] (naar de eindbestemming) |
| itaba-板場 | (lett. plek waar de snijplank ligt) keuken (in een restaurant) |
| itachigokko-鼬ごっこ | ratrace; felle jacht op [streven naar] een positie [resultaat]; genadeloze concurrentie; kat-en-muisspel |
| itadaki-頂 | een vrouw die (op het strand) de spullen die ze verkoopt op haar hoofd draagt |
| itadaki-頂 | het iets zonder moeite doen; makkelijk winnen [voor elkaar krijgen] |
| itamae-板前 | de plek in de keuken waar de snijplank gebruikt wordt |
| itametsukeru-痛めつける | straffen; martelen; kwellen; in elkaar slaan |
| itawashii-労しい | hartverscheurend; zielig; beklagenswaardig; meelijwekkend |
| iten-移転 | verhuizing (naar een ander adres, etc.) |
| itodo-いとど | bovendien; daarnaast; temeer; zoveel te meer omdat |
| itoma-暇 | afscheid; vaarwel |
| itosabaki-糸捌き | het bespelen van een snaarinstrument |
| itoshigo-愛し子 | dierbaar [geliefd] kind |
| itoshii-愛しい | lief; geliefd; dierbaar |
| itsudemo-何時でも | te allen tijde; wanneer (dan) ook; altijd; wanneer je maar wilt |
| itsuraku-逸楽 | (ijdel) vermaak; het (alleen maar) genieten [plezier maken] |
| itsurakuseikatsu-逸楽生活 | levensstijl waarbij men vooral op zoek is naar vermaak en plezier |
| itsuwari-偽り | onwaarheid; valsheid; onechtheid; leugen |
| itteichi-一定値 | constante waarde |
| ittō-一刀 | één zwaard |
| ittō-一刀 | één zwaardslag |
| ittōryōdan-一刀両断 | met één slag (van het zwaard) doormidden snijden |
| ittōshihaisei-一党支配制 | eenpartijstelsel; een stelsel waarbij één partij alle macht [controle] heeft |
| ittsui-一対 | paar; duo; stel; tweetal; een set van twee |
| iwaigaki-祝書 | nieuwjaarskaart |
| iwaku-曰く | volgens (haar; hem, etc.) |
| iwan'ya-況んや | nog (veel) meer; laat staan dat, om maar niet te spreken van; om nog maar te zwijgen over |
| iyamasaru-弥増さる | alsmaar meer [groter; talrijker] worden |
| iyani-嫌に | vreselijk; buitengewoon; onaangenaam; naar; vervelend |
| iyaō-否応 | aanvaarding of afwijzing; akkoord of niet akkoord; eens of oneens; ja of nee |
| iyō-威容 | een plechtige [statige; waardige; deftige] verschijning [houding] |
| iyō-異様 | ongewoonheid; eigenaardigheid |
| iyū-畏友 | gewaardeerde [gerespecteerde] vriend |
| izakaya-居酒屋 | Japanse bar waar hapjes en drankjes worden geserveerd |
| izon-異存 | bezwaar; tegenwerping |
| izonsei-依存性 | afhankelijkheid; afhankelijke aard |
| izu-出ず | (arch.) naar buiten gaan [komen]; weggaan; vertrekken, etc. |
| izu-出づ | naar buiten gaan [komen]; weggaan |
| izu-出づ | (opnieuw) verschijnen; opkomen; ontdekt [onthuld] worden; naar buiten komen (fig.) |
| izuko-何処 | waar; welke plaats |
| izukunzo-安んぞ | hoe; waarom |
| izuminetsu-泉熱 | Izumi koorts (infectieziekte vergelijkbaar met roodvonk) |
| ī・tī-イー・ティー | (extraterrestial) buitenaards |
| jaaku-邪悪 | wreedheid; kwaadaardigheid; gemeenheid |
| jabisen-蛇皮線 | sanshin, een traditioneel snaarinstrument uit Okinawa |
| jagaimo-じゃが芋 | aardappel |
| jajauma-じゃじゃ馬 | een onhandelbaar [weerspannig] paard |
| jakkan-弱冠 | 20 jaar; jonge leeftijd |
| jakkan-若干 | een kleine hoeveelheid; een beetje; een weinig; een paar |
| janken-じゃん拳 | het steen-papier-schaar spelletje (gebruikt om te loten of om te bepalen wie er eerst aan de beurt is) |
| janohige-蛇の髭 | slangenbaard (plant: Ophiopogon japonicus) |
| janohige-蛇の鬚 | slangenbaard (plant, Ophiopogon japonicus) |
| jashin-邪心 | kwaadaardigheid; boosaardigheid; een slecht [verdorven; kwaadaardig] hart |
| jesuchā-ジェスチャー | gebaar; handgebaar; geste |
| ji-侍 | (in kanji combinaties) dienaar; dienen |
| jiban-地盤 | grond(laag); oppervlaktelaag; aardkorst |
| jibun-時分 | tijd; seizoen; tijd (van het jaar); uur |
| jibutsu-持仏 | een boeddhistisch beeld dat altijd wordt gedragen of in huis bewaard, als beschermgod |
| jichin-自沈 | het tot zinken brengen van de eigen boot [de boot waar men zelf aan boord is) |
| jidaikōshō-時代考証 | historisch onderzoek (b.v. voor een waarheidsgetrouwe weergave van historische items in films, series, kunst, e.d.); achtergrondonderzoek |
| jidaimono-時代物 | een historisch drama [toneelstuk; kostuumstuk] (uit de Edo periode of daarvoor) |
| jidoku-侍読 | hofgeleerde; hofleraar; onderwijzer aan het hof |
| jidori-地鳥 | een vrije uitloop kip (die in Japan aan bepaalde strenge voorwaarden moet voldoen) |
| jigami-地神 | agrarische goden; goden van het land [de aarde] |
| jigami-地髪 | natuurlijk haar |
| jigane-地金 | (iemands) ware karakter [aard] |
| jige-地毛 | (iemands) eigen [echte; natuurlijke] haar |
| jigen-字源 | het Chinese karakter [de kanji] waar een kana-teken van is afgeleid |
| jigōjitoku-自業自得 | boeten voor zijn fouten; zijn verdiende loon krijgen; de gevolgen [consequenties] (van zijn daden) moeten aanvaarden |
| jihan-事犯 | een strafbaar feit [gedrag]; overtreding; misdaad |
| jihibiki-地響き | aardtrilling; ondergrondse trilling [beving]; ondergronds gerommel |
| jijin-自刃 | zelfdoding met een zwaard [mes] |
| jijōnomajiwari-爾汝の交わり | goed bekend [bevriend] met elkaar zijn (zodat men elkaar met jij en jouw aanspreekt); familiair omgaan met elkaar |
| jijun-耳順 | het zestigste levensjaar |
| jikaku-磁覚 | magnetoceptie; magnetoreceptie (het kunnen waarnemen van magnetische velden) |
| jikasei-自家製 | eigengemaakt; zelf vervaardigd [bereid] zijn |
| jikasōgaku-時価総額 | totale actuele marktwaarde |
| jikkei-実刑 | gevangenisstraf zonder uitstel uitgevoerd; onvoorwaardelijke gevangenisstraf |
| jikkeihanketsu-実刑判決 | gevangenisstraf zonder uitstel uitgevoerd; onvoorwaardelijke gevangenisstraf |
| jikkendai-実験台 | laboratoriumtafel; een tafel waarop experimenten [proeven] worden uitgevoerd |
| jikobengo-自己弁護 | zelfrechtvaardiging, zelfverdediging; excuus |
| jiman-自慢 | trots; zelfwaardering; verwaandheid; arrogantie |
| jimawari-地回り | lokale handelaar |
| jimen-地面 | grond; aardoppervlak |
| jimenshi-地面師 | zwendelaar [oplichter] in grondverkoop (niet in eigen bezit) |
| jimichi-地道 | normale loopsnelheid (van een paard e.d.) |
| jinba-人馬 | man [ruiter] en paard |
| jinbutsu-人物 | persoonlijkheid; aard; karakter |
| jindōteki-人道的 | humaan; menswaardig; menslievend |
| jingasa-陣笠 | een lid van het Huis van Afgevaardigden dat geen speciale (regerings- of partij)post bekleedt |
| jingi-仁義 | naastenliefde en rechtvaardigheid (in confucianisme) |
| jingi-神器 | heilige schat (m.n. de drie heilige schatten van de keizerlijke troon, het zwaard, het juweel, de spiegel) |
| jingi-神祇 | de goden van de hemel en de goden van de aarde |
| jinjō-尋常 | eerlijk [prijswaardig; stijlvol] zijn |
| jinkai-塵界 | de gewone [alledaagse; aardse] wereld |
| jinkaku-人格 | karakter; aard; persoonlijkheid |
| jinushi-地主 | landeigenaar; landbezitter |
| jiomanshī-ジオマンシー | geomatiek (waarzegkunst uitgaande van verschijnselen op aarde) |
| jipangu-ジパング | Zipangu, de naam waarmee naar Japan wordt verwezen in Marco Polo's Reizen (het Engelse woord Japan is daarvan afgeleid) |
| jippahitokarage-十把一絡げ | alles bij elkaar genomen; alles tegelijk; samenvattend geheel; generalisering |
| jirijiri-じりじり | beetje bij beetje; stap voor stap; langzaam maar zeker; langzamerhand; geleidelijk |
| jiritsu-而立 | (leeftijd) 30 jaar; 30ste levensjaar |
| jisatsusha-自殺者 | zelfmoordenaar |
| jisha-侍者 | dienaar (bij vooraanstaande [adellijke] families) |
| jishin-地震 | aardbeving |
| jishinchitai-地震地帯 | aardbevingsgebied |
| jishinsōjitsu-自信喪失 | minderwaardigheidscomplex |
| jishō-自称 | zelfbenoemde; zelfverklaarde; zelf beschrevene |
| JISkikaku-JIS規格 | Japanse Industriële Standaarden |
| jison-自尊 | zelfrespect; eigenwaarde; zelfachting |
| jisonshin-自尊心 | (gevoel van) eigenwaarde; zelfrespect; trots |
| jissetsu-実説 | een waar gebeurd verhaal |
| jisshō-実性 | de ware aard (van iemand) |
| jisshō-実正 | (vastgesteld) feit; zekerheid; waarheid |
| jissōkannyū-実相観入 | (poëzietheorie van Mokichi Saito) de werkelijkheid achter de waarneming [perceptie] beschrijven in tanka |
| jisu-ジス | (Japanese Industrial Standard) Japanese industriële standaard |
| jitankaibōzu-人体解剖図 | anatomische kaart (afbeelding) |
| jitchoku-実直 | eerlijkheid; betrouwbaarheid |
| jitchūhakku-十中八九 | met grote waarschijnlijkheid; negen van de tien keer; in negen van de tien gevallen |
| jitsugi-実技 | praktische bekwaamheid [vaardigheid] |
| jitsugyōka-実業家 | ondernemer; zakenman; handelaar |
| jitsuroku-実録 | feitelijke [waarheidsgetrouwe] beschrijving |
| jitsurokumono-実録物 | een feitelijk [waarheidsgetrouw] verslag |
| jitsuryoku-実力 | (werkelijke) kracht; vermogen; competentie; talent; vaardigheid |
| jitsuwa-実は | in feite; feitelijk; trouwens; om de waarheid te zeggen |
| jitsuwa-実話 | een waar gebeurd verhaal |
| jitsuyō-実用 | praktisch gebruik; bruikbaarheid; functionaliteit |
| jitsuzō-実像 | echt beeld (een beeld dat ontstaat wanneer gereflecteerde en gebroken lichtstralen elkaar op elk punt kruisen) |
| jitsuzō-実像 | echte [waarheidsgetrouwe] afbeelding [beeltenis] (van iets of iemand) |
| jiun-自運 | kanji kalligraferen en daarbij je eigen creativiteit volgend |
| jiyūsairyōken-自由裁量権 | discretionaire bevoegdheid (naar eigen inzicht) |
| jizai-自在 | (afk. voor) een haak boven een haard of fornuis om een pot of ketel aan te hangen |
| jizaikagi-自在鉤 | een haak boven een haard of fornuis om een pot of ketel aan te hangen |
| jō-定 | waarheid; echtheid; zekerheid |
| jōba-乗馬 | paardrijden |
| jōbasuru-乗馬する | paardrijden |
| jōbi-常備 | paraat zijn; klaar staan |
| jōbitaki-尉鶲 | spiegelroodstaart (zangvogel, Phoenicurus auroreus) |
| jōbun-条文 | artikel; clausule; voorwaarde |
| jochō-助長 | goedbedoelde maar onnodige hulp die resulteert in iets negatiefs |
| jōhōshūsei-上方修正 | opwaartse aanpassing [herziening; waardering] (van aandelen of kapitaal) |
| jōkā-ジョーカー | joker (in kaartspel) |
| jōkan-上官 | een hogere ambtenaar [functionaris] |
| jōkan-条款 | artikel; voorwaarde; clausule |
| jōken-条件 | voorwaarde; conditie; vereiste |
| jōkenhansha-条件反射 | een geconditioneerde [voorwaardelijke] reflex |
| jōkentsuki-条件付き | met [onder] voorwaarde(n) |
| jōkenzukenatsuinshōsho-条件付捺印証書 | borg [zekerheidstelling] in handen van derden (tot de voorwaarde is voldaan) |
| jōki-上気 | het blozen; het stijgen van bloed naar het hoofd |
| jokkī-ジョッキー | jockey (paardrijder) |
| jokō-徐行 | het langzaam voortgaan; langzaam (gaan) rijden; vaart minderen |
| jōkō-条項 | clausule; artikel; bepaling; voorwaarde |
| jokōsuru-徐行する | langzaam voortgaan; langzaam (gaan) rijden; vaart minderen |
| jōkyō-上京 | van het platteland naar de hoofdstad [naar Tokio] gaan |
| jōkyūsei-上級生 | ouderejaarsstudent; een ouderejaars |
| jōmon-縄文 | (afk. voor) Jōmon aardewerk (met een touw-patroon) |
| jōmondoki-縄文土器 | Jōmon-aardewerk (met touwpatroon, gemaakt tijdens de Jōmon-periode) |
| jōonhozonkanōhin-常温保存可能品 | producten die op kamertemperatuur kunnen worden bewaard |
| jōraku-上洛 | naar Kyoto gaan; Kyoto bezoeken |
| jōruri-浄瑠璃 | (m.n. bij bunraku poppentheater) traditionele Japanse verhalende muziek (waarbij de verteller (tayū) zingt o.b.v. een shamisen) |
| jōryū-上流 | bovenstroom; stroomopwaarts |
| jōsashi-状差し | brievenstandaard; brievenhouder |
| jōseki-定石 | een vaste zet [reeks zetten] bij go of Japans schaken; een standaard tactiek [methode; formule] |
| jōseki-定跡 | een standaard zet (bij go of shōgi) |
| jōseki-定跡 | een standaard [vaste] methode [manier] |
| jōshō-常勝 | onoverwinnelijkheid; onverslaanbaar zijn; voortdurende overwinningen |
| jōtatsu-上達 | (het doorgeven van de wensen [meningen]) van ondergeschikten naar superieuren (bottom-up beleidsstructuur, met inspraak) |
| jōten-上天 | Hemelvaart |
| joya-除夜 | oudejaarsavond; silvesteravond |
| joyaku-助役 | plaatsvervangend functionaris; ambtenaar |
| jōyokachi-剰余価値 | overwaarde; meerwaarde; toegevoegde waarde |
| jū-柔 | zachtheid; breekbaarheid; teerheid |
| jūbakoban-重箱判 | standaard Japans papierformaat (182 x 206 mm) |
| jūboku-従僕 | dienaar; bediende; lakei |
| jūbunjōken-十分条件 | voldoende woordwaarden (relatie tussen stellingen) |
| jūchin-重鎮 | een vooraanstaande figuur; autoriteit [expert] (in zijn/haar vakgebied) |
| judaku-受諾 | het accepteren; onderschrijven (van voorwaarden, verdragen, etc.) |
| jūdōka-柔道家 | judoka; beoefenaar van judo |
| judōkitsuen-受動喫煙 | het meeroken; passief roken (de rook inhaleren van de sigaret, sigaar of pijp van een ander) |
| jūgen-重言 | kanji-combinatie waarin hetzelfde teken wordt herhaald |
| jūgyōinmochikabuseido-従業員持ち株制度 | het systeem dat werknemers aandelen in de zaak (waar ze werken) kunnen hebben |
| jūhō-重宝 | waardevolle [kostbare] schat; kostbaarheid |
| jūhō-重砲 | zwaar geschut; zware artillerie; groot kaliber wapen |
| jūjigun-十字軍 | kruistocht; kruisvaarder |
| jūken-銃剣 | geweren en zwaarden |
| jukusu-熟す | rijpen (fig.); goed ontwikkeld zijn [worden] (b.v. gedachte, plan, gelegenheid, vaardigheid) |
| jukusu-熟す | goed gekookt [gaar] zijn |
| jukusuru-熟する | goed gekookt [gaar] zijn |
| jukusuru-熟する | rijpen (fig.); goed ontwikkeld zijn [worden] (b.v. gedachte, plan, gelegenheid, vaardigheid) |
| jukutō-塾頭 | hoofdonderwijzer [docent; leraar] aan een privéschool (voor extra onderwijsdoeleinden ter voorbereiding van toelatingsexamens aan middelbare scholen) |
| jūmō-絨毛 | zacht [donzig] haar |
| jun-旬 | een periode van 10 jaar |
| junansha-受難者 | martelaar |
| jundaijin-准大臣 | (Heian periode) iemand die de taken van de hoofdstaatsdienaar kan behartigen |
| junia・bōdo・shisutemu-ジュニア・ボード・システム | Junior Raad van Bestuur systeem, waarbij jonge medewerkers binnen het bedrijf oplossingen mogen bedenken voor verschillende managementvraagstukken |
| junjiru-準じる | iets behandelen volgens de standaard ervan; gelijk behandelen |
| junkyō-殉教 | martelaarschap |
| junkyō-順境 | gunstige omstandigheden; voorspoed; welvaart |
| junkyōsha-殉教者 | martelaar |
| junnan-殉難 | zichzelf opofferen voor land of religie; martelaarschap |
| junō-受納 | aanvaarding; aanname; ontvangst |
| junran-巡覧 | bezichtiging; excursie; het bezoeken van bezienswaardigheden |
| junrei-巡礼 | bedevaart; pelgrimage |
| junreisha-巡礼者 | pelgrim; bedevaartganger |
| junryō-順良 | goedaardigheid en deugdzaamheid; eerlijkheid |
| junsai-蓴菜 | de waterplant Brasenia schreier (waarvan de jonge loten en bladeren in Japan gegeten worden) |
| junshisan-純資産 | netto waarde; netto (eigen) vermogen; netto activa |
| junzen-純然 | beslist; uiteraard; volslagen |
| junzuru-準ずる | iets behandelen volgens de standaard ervan; gelijk behandelen |
| jūōmujin-縦横無尽 | zonder remmingen; onbelemmerd [onbeperkt] zijn; naar hartenlust |
| jūrōdō-重労働 | zware arbeid; zwaar werk |
| jurōjin-寿老人 | Jurōjin, god van een lang leven (vaak afgebeeld met lange baard en staf), 1 van de 7 geluksgoden uit de Japanse mythologie |
| juryō-受領 | aanvaarding; acceptatie; ontvangst |
| jūryō-重量 | gewicht; zwaarte |
| jūryoku-重力 | zwaartekracht; gravitatie |
| jūryokuba-重力場 | gravitatieveld; zwaartekrachtveld; zwaarteveld |
| jūryokuhōkai-重力崩壊 | zwaartekracht(s)implosie; gravitatie-instorting |
| jūryokukei-重力計 | gravimeter; zwaartekrachtmeter |
| jūryokusenkō-重力選鉱 | zwaartekrachtscheiding (een industriële methode om twee componenten te scheiden) |
| jūryōsei-従量制 | betaling naar gebruik (een methode waarbij diensten en voorzieningen in rekening worden gebracht gebaseerd op werkelijk gebruikte gegevens en tijd) |
| jūshō-重傷 | zware verwonding; zwaar letsel |
| jushōsha-受賞者 | prijswinnaar |
| jūshōsha-重傷者 | een zwaargewonde (persoon) |
| jūsui-重水 | zwaar water (deuteriumoxide) |
| jūtai-縦隊 | colonne; formatie [opstelling] achter elkaar |
| jūtanbakugeki-絨緞爆撃 | tapijtbombardement (waarbij een groot aantal bommen over een heel gebied worden uitgestrooid, in plaats van bepaalde doelen te raken) |
| jūten-重点 | nadruk; focus; zwaartepunt |
| jūtō-重盗 | dubbele gestolen honk (bij honkbal, de situatie waarbij twee honklopers in één slagbeurt tegelijkertijd een honk stelen) |
| jutsu-術 | een kunst; een techniek; operatie; een bekwaamheid; een vaardigheid; een kundigheid |
| kaba-河馬 | nijlpaard |
| kabadi-カバディ | (Hindi: kabaḍḍī) kabaddi, een nationale sport in India (waarbij 2 teams van 7 spelers tegen elkaar strijden) |
| kaboku-家僕 | dienaar; bediende; knecht |
| kaburaya-鏑矢 | een pijl waar aan de punt een fluitje is bevestigd (dat geluid maakt als de pijl wordt afgeschoten; werd gebruikt door samoerai in het feodale Japan) |
| kaburo-禿 | (arch.) een meisje van ongeveer 10 jaar oud, als leerling van courtisane |
| kabushikikōkai-株式公開 | primaire emissie; beursgang; het openbaar [publiek] maken van aandelen |
| kabushikikōkaigaisha-株式公開会社 | onderneming die haar aandelen openbaar heeft uitgegeven; beursgenoteerde onderneming |
| kabutochō-兜町 | Kabutochō (wijk in Tokio, waar de Beurs van Tokio is gevestigd) |
| kachi-価値 | waarde |
| kachihandan-価値判断 | waardeoordeel |
| kachikan-価値観 | waardebegrip; normbesef |
| kachikōgaku-価値工学 | waardeanalyse (een systematische methode om de waarde van projecten, processen of diensten te verbeteren) |
| kachiku-家畜 | vee; levende have (koeien, paarden, varkens, schapen, etc.) |
| kachikushō-家畜商 | veehandelaar |
| kachinuku-勝ち抜く | winnen en doorgaan naar de volgende ronde van een sporttoernooi |
| kachū-家中 | (Edo periode) dienaar [vazal] in een han-domein; vazal van een daimyo; han-domein |
| kachūsha-カチューシャ | haarband |
| kadai-架台 | standaard; statief |
| kaden-家伝 | boekwerk waarin familie overleveringen, kennis e.d. staan beschreven |
| kādo-カード | kaart; card; kaartje |
| kadō-可動 | beweeglijkheid; beweegbaarheid |
| kadomatsu-門松 | decoraties met dennentakken (rond Nieuwjaar) |
| kādo・rōn-カード・ローン | creditcard [kredietkaart] lening |
| kādo・shisutemu-カード・システム | kaartsysteem (bij informatie- en gegevensverwerking) |
| kaenshiki-火焔式 | aardewerk uit het midden van de Jomon-periode met deze decoratie |
| kaeribana-返り花 | tweede bloei (binnen een jaar); herbloei |
| kaerigake-帰りがけ | (op) weg naar huis; terugweg |
| kaerimichi-帰り道 | terugweg; weg naar huis |
| kaeru-帰る | terugkomen; terugkeren; naar huis gaan |
| kaette-却って | integendeel; veeleer; in plaats (daar)van |
| kaette-却って | des te meer [beter; slechter]; juist daarom; als reactie daarop |
| kafu-寡夫 | weduwnaar |
| kafu-花譜 | een boek met afbeeldingen van bloemen (gerangschikt naar bloeiseizoen) |
| kafunenkin-寡夫年金 | weduwnaarspensioen |
| kaga-夏芽 | zomerknoppen (bloem- of bladknoppen die aan planten en bomen groeien in de zomer, en dan later in het jaar uitkomen) |
| kagamibiraki-鏡開き | (lett. spiegel opening) Nieuwjaarsritueel van het snijden, eten en offeren van ronde mochi (rijst cakes) |
| kagamimochi-鏡餅 | rijstcakes in de vorm van een spiegel (gebruikt als nieuwjaarsdecoratie) |
| kagebenkei-陰弁慶 | een opschepper; bullebak; iem. met een grote moed (maar weinig moed) |
| kageguchi-陰口 | kwaadsprekerij; boosaardige roddel [laster]; achterklap; geroddel achter iemand's rug |
| kageryū-陰流 | een school [groep; stijl] van schermen [zwaardvechten] ontstaan in de Muromachiperiode (de verkorte vorm van [愛洲陰流] aisukageryū) |
| kagezen-陰膳 | een maaltijd klaarmaken voor een afwezige persoon (met een gebed voor diens veilige terugkeer) |
| kagitsukeru-嗅ぎつける | een geur waarnemen; ergens lucht van krijgen; in de gaten krijgen; ergens achter komen |
| kagyaku-可逆 | omkeerbaar zijn |
| kahaku-仮泊 | (scheepvaart) het tijdelijk voor anker gaan |
| kaheikachi-貨幣価値 | monetaire waarde; de waarde van een munteenheid |
| kahō-家宝 | familiestuk (vaak van grote of historische waarde); familiebezit; erfstuk |
| kahō-火砲 | zwaar geschut; artillerie; kanon |
| kahōshūsei-下方修正 | neerwaartse herziening [aanpassing; correctie] |
| kai-甲斐 | gevolg; resultaat; voordeel; de moeite waard |
| kaiba-海馬 | zeepaardje |
| kaichūdentō-懐中電灯 | zaklamp; zaklantaarn |
| kaigaishinshutsu-海外進出 | handel expansie [uitbreiding] overzee; uitbreiding van handel naar het buitenland |
| kaigen-開眼 | (boeddh.) het ontwaken tot de boeddhistische waarheid |
| kaigorōjinhokenshisetsu-介護老人保健施設 | bejaardentehuis; bejaardenhuis |
| kaiheiki-開閉器 | schakelaar |
| kaijū-怪獣 | beest; (gevaarlijk) dier; monster |
| kaikaburu-買い被る | overschatten; overwaarderen; te hoog (in)schatten |
| kaikehai-買い気配 | biedkoers (waarvoor de koper wil kopen) |
| kaikeikansa-会計監査 | accountantsonderzoek; jaarrekeningcontrole; audit |
| kaikeinendo-会計年度 | fiscaal jaar |
| kaikoku-戒告 | waarschuwing; reprimande |
| kaikyū-懐旧 | nostalgie; verlangen naar vroeger; terugblik |
| kain-下院 | de Tweede Kamer; het Lagerhuis; het Huis van Afgevaardigden |
| kainushi-飼い主 | eigenaar [baasje] van een huisdier |
| kaion-快音 | een specifiek [herkenbaar] geluid (zoals van een honkbakslag of een brullende motor) |
| kairi-乖離 | vervreemding; het uit elkaar groeien; het verwateren van een contact |
| kairo-開炉 | (in Zen tempels, op de eerste dag van de 10de maand van de maankalender) het aansteken van de vuurhaard [open haard] |
| kaisetsu-解説 | commentaar; uitleg; verklaring |
| kaisha-膾炙 | iets dat algemeen bekend [geliefd; gewaardeerd] is |
| kaisho-楷書 | de (standaard) vierkante [blok] stijl van kanji (Chinese karakters); standaardschrift |
| kaishūfunō-回収不能 | oninbaar zijn |
| kaisō-回送 | (van openbaar vervoer) terugsturen [terugrit] (naar de remise of garage) |
| kaisō-回送 | het doorsturen [doorzenden] naar een ander adres |
| kaisūken-回数券 | couponboekje; rittenkaart |
| kaisuru-会する | samenkomen; bij elkaar komen; bijeenkomen; verzamelen |
| kaisuru-会する | ontmoeten; onverwacht tegenkomen; elkaar treffen |
| kaitaisuru-解体する | ontmantelen; ontleden; demonteren; uit elkaar halen |
| kaitenkyūgyō-開店休業 | (van een winkel) open zijn maar bijna geen klandizie [klanten] hebben |
| kaitenzushi-回転寿司 | restaurant waar sushi op kleine bordjes op een lopende band langs de klanten gaan (de klanten nemen dan de sushi die ze willen eten zelf van de band) |
| kaitouranma-快刀乱麻 | (vakkundige) besluitvaardigheid |
| kaitsuburi-かいつぶり | (watervogel) dodaars; fuut |
| kaitsuke-買い付け | (de locatie) waar je meestal de inkopen doet; artikelen die je gewoonlijk koopt |
| kaizō-改造 | renovatie (van een gebouw, de voorzieningen daarvan, e.d.); verbouwing |
| kaizome-買い初め | de eerste aankoop van het jaar |
| kaizu-海図 | zeekaart |
| kajiba-火事場 | plaats waar een brand zich voordoet |
| kajiki-梶木 | (verzamelnaam voor makreelachtige zeevissen zoals) zwaardvis; zeilvis; marlijn |
| kajin-家人 | dienaar; leenman; vazal |
| kajiru-齧る | het tokkelen; een snaarinstrument bespelen |
| kajōheikin-加重平均 | gemiddelde zwaarte; gemiddeld gewicht |
| kajōkazei-加重課税 | zwaardere belastingen |
| kajū-過重 | te zwaar [te veel; overbelast] zijn; te zware last |
| kajūsuru-加重する | verzwaren; zwaarder maken; verergeren |
| kakaadenka-嬶天下 | gezin [huishouden] waar de vrouw de baas is |
| kakaku-価格 | prijs; kosten; waarde |
| kakarijoshi-係助詞 | verbindend partikel (waarmee een specificatie verderop in de zin wordt gekoppeld aan hetgeen ervoor staat (wa, mo, koso, demo, shika, sae, dani) |
| kakashi-案山子 | iem. die iets [iemand] lijkt te zijn, maar dat in werkelijkheid niet is |
| kakawarazu-拘わらず | ongeacht; hoewel; ondanks; maar toch; niettegenstaande |
| kakebanareru-掛け離れる | ver verwijderd raken [worden]; uit elkaar raken [groeien] |
| kakekomu-駆け込む | naar binnen rennen [stormen] |
| kakekotoba-掛け詞 | een woordspeling; dubbelzinnigheid; woorden met dezelfde uitspraak maar verschillende betekenissen |
| kakeme-掛け目 | leenwaarde; verhouding van de hoogte van een lening t.o.v, het onderpand |
| kaketsu-可決 | goedkeuring; instemming; aanvaarding |
| kakeyoru-駆け寄る | naar iemand toe [op iemand af] rennen |
| kakezu-掛け図 | (lesmateriaal, op school, e.d.) wandkaart; wandplaat |
| kakimazeru-掻き混ぜる | door elkaar roeren [mengen] |
| kakimidasu-掻き乱す | verstoren; verwarren; door elkaar gooien; rommelen |
| kakinaderu-掻き撫でる | tokkelen (op een snaarinstrument) |
| kakite-書き手 | schrijver; tekenaar; kalligraaf |
| kakizome-書初め | eerste kalligrafie van het jaar |
| kakki-画期 | overgang van het ene tijdperk naar het andere; verandering van tijdperk; begin van een nieuw tijdperk |
| kakō-華甲 | iemand van 61 jaar oud (het eerste karakter kan worden opsplitst in een zes, een tien, en een één) |
| kakōbōeki-加工貿易 | verwerkingshandel (handel waarbij producten worden geëxporteerd die zijn vervaardigd van ingevoerde materialen) |
| kakōsuru-下降する | (af)dalen; naar beneden gaan; zinken; vallen; duiken |
| kaku-格 | norm; standaard |
| kakuage-格上げ | verhoging in status; promotie; bevordering; opwaardering |
| kakudo-確度 | (mate van) zekerheid; waarschijnlijkheid; betrouwbaarheid; nauwkeurigheid |
| kakuho-確保 | het veiligstellen [waarborgen] |
| kakuin-客員 | iemand die op uitnodiging werkzaamheden verricht (en niet in vaste dienst aldaar is) |
| kakuin-客員 | buitengewoon lid (van tijdelijke aard) |
| kakujitsu-確実 | deugdelijk [absoluut; zeker; positief; betrouwbaar; degelijk; solide] zijn |
| kakunōko-格納庫 | hangaar; vliegtuigloods |
| kakureru-隠れる | aan het zicht onttrokken worden; uit het zicht verdwijnen; onzichtbaar worden |
| kakuritsu-確率 | waarschijnlijkheid; kans |
| kakuritsubunpu-確率分布 | waarschijnlijkheidsverdeling |
| kakushi-客思 | gemoedstoestand van een reiziger (op weg naar een bestemming) |
| kakushō-確証 | doorslaggevend [onweerlegbaar] bewijs; bevestiging |
| kakushu-鶴首 | het uitkijken naar (iets leuks); tegemoet zien; verlangend afwachten |
| kakutoshita-確とした | ferm; zeker; resoluut; onweerlegbaar; onbetwist |
| kakuzuke-格付け | beoordeling; waardering; classificatie |
| kakyū-火球 | vuurbol (met staart); bolide |
| kakyūsei-下級生 | jongerejaarsstudent; jongerejaars |
| kamaeru-構える | een bepaalde houding aannemen (b.v. ter verdediging); gereed hebben; bij de hand hebben; klaar staan (om te); voorbereiden |
| kamaeru-構える | bouwen; vestigen; maken; in elkaar zetten |
| kamakura-かまくら | sneeuw-festival, waarbij kinderen in iglo's of sneeuwhutten spelen (in Noord-Japan, m.n. de prefectuur Akita) |
| kame-瓶 | kruik; aardewerken pot |
| kamenokō-亀の甲 | (chemie) de structuurformule van benzeen (verticaal en horizontaal op elkaar geplaatste zeshoeken) |
| kami-髪 | (hoofd)haar; kapsel |
| kamiau-噛み合う | in elkaar grijpen (tandwielen etc.) |
| kamiau-噛み合う | elkaar bijten; vechten met elkaar |
| kamiawase-噛み合わせ | het tanden [kaken] op elkaar klemmen |
| kamiawaseru-噛み合わせる | tanden [kaken] op elkaar klemmen |
| kamidana-神棚 | (plank met) Shinto huisaltaar |
| kamigata-髪型 | haarstijl |
| kamihanki-上半期 | het eerste halfjaar; de eerste helft van het (fiscale) jaar |
| kamikazari-髪飾り | haar sieraad; versiering (speld etc.) voor in het haar |
| kaminoke-髪の毛 | hoofdhaar |
| kamioroshi-神降ろし | de uitnodiging [aanroeping] aan een god om naar een heiligdom te komen |
| kamioroshi-神降ろし | aanroeping (in een shinto heiligdom) van een medium aan een god om (tijdelijk) bezit van haar te nemen om voorspellende uitspraken te kunnen doen |
| kamisabiru-神さびる | indrukwekkend [eerbiedwaardig; prachtig] zijn [eruit zien] |
| kamite-上手 | bovenste deel; stroomopwaarts (rivier) |
| kamitsuku-噛み付く | bijten naar |
| kamiyui-髪結い | het kappen [opmaken; knippen] van het haar |
| kamoji-髢 | haarstukje |
| kamoji-髢 | (arch.) ander woord voor haar (gebruikt door vrouwen) |
| kamu-噛む | in elkaar grijpen (tandwielen, etc.) |
| kamuro-禿 | (arch.) een meisje van ongeveer 10 jaar oud, als leerling van courtisane |
| kan-款 | wetsartikelen; artikel [voorwaarde; paragraaf] in een overeenkomst |
| kan-館 | openbaar gebouw; instituut; zaal; hal; paviljoen |
| kana-かな | (aan het einde van een zin) ik vraag me af of; zal ik maar; zou ik |
| kanaa-かなあ | (aan het einde van een zin) ik vraag me af of; zal ik maar; zou ik |
| kanabasami-金鋏 | (metalen) tang [grote schaar; kniptang] |
| kanagutsuwa-金轡 | metalen bit (mondstuk voor paarden) |
| kanakana-かなかな | avondcicade (naar het geluid dat die maakt) |
| kaname-要 | het essentiële [belangrijkste] punt (waar alles om draait); fundament; hoeksteen |
| kanau-適う | vergelijkbaar zijn; tegen elkaar op kunnen; tegen elkaar opgewassen zijn |
| kanayama-金山 | berg waar metaal wordt gedolven; metaalmijn |
| kanba-悍馬 | een onstuimig [onhandelbaar; weerbarstig] paard |
| kanba-汗馬 | een bezweet [zwetend] paard |
| kanbandaore-看板倒れ | schijngoed; oppervlakkig; iets dat minder goed is dan verwacht; iets dat mooi is aan de buitenkant maar zonder inhoud |
| kanbō-観望 | observatie; waarneming |
| kanbu-患部 | het aangetaste deel (van een wond); ziektehaard |
| kanchi-感知 | waarneming; bewustwording; herkenning; het aanvoelen |
| kanchū-寒中 | midwinter; midden in de winter; het koude jaargetijde |
| kaneme-金目 | waarde (in geld) |
| kanemochi-金持ち | een rijk iemand; rijkaard |
| kanen-可燃 | ontvlambaar [brandbaar] zijn |
| kanenbutsu-可燃物 | brandbaar materiaal; brandbare stoffen |
| kanengomi-可燃ごみ | brandbaar afval; afval dat wordt [kan worden] verbrand |
| kanensei-可燃性 | brandbaarheid; ontvlambaarheid |
| kanenseigasu-可燃性ガス | brandbaar gas |
| kanetataki-鉦叩き | een bedelende monnik (die rondgaat en daarbij op een bel slaat) |
| kangaegoto-考え事 | zorg; iets waarover je inzit [nadenkt] |
| kangeki-観劇 | theaterbezoek; het naar een theater(voorstelling) gaan |
| kangetsu-観月 | het kijken naar de maan |
| kangiku-観菊 | het kijken naar chrysanten |
| kanjiru-観じる | (boeddh.) mediteren; reflecteren (op de waarheid) |
| kanjishōken-幹事証券 | de leidende effectenmakelaar [underwriter; risicobeoordelaar] bij een effectenuitgifte |
| kanjiyasui-感じ易い | gevoelig; kwetsbaar; ontvankelijk; vatbaar; beïnvloedbaar |
| kanjō-勧請 | het overbrengen van de geest van een god of Boeddha naar een andere locatie |
| kanjō-灌頂 | ceremonie waarbij een bodhisattva die de verlichting bereikt water over zijn hoofd gegoten krijgt |
| kanjuku-慣熟 | meesterschap; vaardigheid; bekwaamheid |
| kankai-勧戒 | aanmoediging [vermaning] om het goede te doen en waarschuwing tegen het kwade |
| kankaku-扞格 | meningsverschil; verschil van mening [inzicht]; onverenigbaarheid |
| kankō-還幸 | terugkeer van een Keizer naar het paleis |
| kankō-還幸 | terugkeer van een heilig voorwerp (shintai) naar een shinto tempel |
| kankōba-勧工場 | In de Meiji- en Taisho-periode een plek (markt, bazaar) waar vele winkels onder één dak allerlei goederen verkochten |
| kankōchi-観光地 | trekpleister; toeristische bestemming (met historische, culturele, religieuze of natuurlijke bezienswaardigheden) |
| kanmin-官民 | ambtenaar en burger; overheid en burgerij; publieke en particuliere sector |
| kannin-寛仁 | Kannin (periode in Japanse jaartelling (april 1017 - februari 1021) |
| kannō-堪能 | getalenteerd [begenadigd; vaardig; kundig] zijn |
| kanojo-彼女 | zij; haar; die vrouw |
| kanokoshibori-鹿の子絞り | knoopverven, een tie-dyetechniek (waarmee men op textiel een gevlekt patroon aanbrengt) |
| kanōsei-可能性 | mogelijkheid; waarschijnlijkheid; kans |
| kanpachi-間八 | grote geelstaart (makreel); barnsteenmakreel (Seriola dumerili) |
| kanpeki-癇癖 | heetgebakerdheid; opvliegendheid; een kort lontje; prikkelbaarheid |
| kanreki-還暦 | 60ste verjaardag |
| kanrenbun'ya-関連分野 | aan elkaar grenzende gebieden |
| kanri-官吏 | ambtenaar |
| kanryō-官僚 | ambtenaar; bureaucraat |
| kansaku-間作 | tussencultuur; tussenbouw (teeltsysteem waarbij kortetermijngewassen tussen rijen andere gewassen worden geplant) |
| kansatsu-観察 | waarneming; supervisie; observatie; toezicht |
| kansatsusuru-観察する | observeren; waarnemen; controleren; toezicht houden |
| kansei-官製 | door de overheid [overheidsbedrijven; organisaties] gemaakt [vervaardigd] |
| kansei-歓声 | uitroep van blijdschap [waardering e.d.]; vreugdekreet; gejuich |
| kansengen-感染源 | besmettingshaard |
| kansha-感謝 | dank; dankbaarheid; waardering |
| kanshasuru-感謝する | bedanken; waarderen; dankbaar zijn |
| kanshiki-鑑識 | evaluatie; beoordeling; vaststelling; (waarde)schatting; taxatie |
| kanshin-感心 | bewonderenswaardig [indrukwekkend] zijn |
| kanshō-癇性 | geïrriteerdheid; lichtgeraaktheid; prikkelbaarheid; slechtgehumeurd zijn |
| kanshō-鑑賞 | waardering (van kunst etc.) |
| kanshōsuru-鑑賞する | (kunst, etc.) waarderen; bewonderen; appreciëren |
| kanshu-看取 | bespeuring; gewaarwording; bemerking; waarneming; bevinding; besef |
| kansō-観相 | fysionomie; iemands gezicht of uiterlijk beschouwd als spiegel van zijn aard en karakter |
| kansoku-観測 | waarneming; observatie |
| kansokugosa-観測誤差 | waarnemingsfout |
| kanteki-かんてき | (Kansai dialect voor) aardewerken kacheltje [houtskoolgrill] |
| kantera-カンテラ | lantaarn; lampion |
| kanzashi-簪 | sierspeld voor in het haar |
| kanzenshitsugyōritsu-完全失業率 | het volledige werkloosheidspercentage (gebaseerd op het aantal mensen dat actief op zoek is naar werk) |
| kanzetsu-冠絶 | uniekheid; eigenheid; ongeëvenaardheid; suprematie; onovertroffenheid |
| kanzeyori-観世縒り | (een slinger van) in elkaar gedraaide dunne stroken Japans papier |
| kanzuru-感ずる | voelen; gewaarworden; ervaren |
| kanzuru-観ずる | (boeddh.) mediteren; reflecteren (op de waarheid) |
| kan'in-官印 | stempel van een overheidsambtenaar |
| kan'in-官員 | overheidsfunctionaris; ambtenaar |
| kan'ippatsu-間一髪 | haarbreedte |
| kan'on-感恩 | dankbaarheid |
| kaotsunagi-顔繋ぎ | het (regelmatig) contact houden [bij elkaar komen] |
| kappa-河童 | (lett. rivierkind) een (aap-kikkerachtig) watermonster uit de Japanse mythologie, met een met vocht gevulde holte op het hoofd waar hij kracht uit put |
| kappuku-割腹 | rituele zelfdoding (m.n. van de krijgselite) in Japan (te voltrekken door met een kort zwaard de buik open te snijden) |
| kappuru-カップル | paar; stel; koppel |
| kapuseru・hoteru-カプセル・ホテル | capsulehotel (waar de hotelgasten slapen in een soort capsule van ongeveer 2 meter lang, 1 meter breed en 1 meter hoog) |
| kara-から | omdat; daarom; vanwege |
| karaabooru-カラーボール | kleurende (met verf gevulde) bal om naar een vluchtende dief of overvaller te gooien |
| karaage-唐揚げ | (met sojasaus en mirin) gemarineerde, in tarwebloem gerolde en daarna gefrituurde stukjes kip of vis |
| karanishiki-唐錦 | Chinees brokaat; brokaat in Chinese stijl (gekenmerkt door patronen met rode tinten waardoor het vaak wordt vergeleken met herfstbladeren) |
| karasuki-唐鋤 | ploeg (getrokken door een os of paard) |
| karegashi-彼某 | die persoon (iem. waarvan de naam onbekend is) |
| karen-可憐 | zieligheid; beklagenswaardigheid |
| karesansui-枯山水 | een droge landschapstuin (waar zand en grind een vijver met water nabootst) |
| kari-仮 | tijdelijk [vluchtig; van voorbijgaande aard] zijn |
| karinushi-借り主 | lener; schuldenaar; debiteur |
| karishakuhō-仮釈放 | voorwaardelijke vrijlating [invrijheidstelling] |
| karite-借り手 | lener; schuldenaar; debiteur |
| karōjite-辛うじて | nauwelijks; amper; nog maar net; met moeite |
| karōshi-過労死 | dood door overwerk; dood te veel [te zwaar] werk(en) |
| karotōsen-夏炉冬扇 | iets dat nutteloos is, zoals een haard in de zomer of een waaier in de winter |
| karu-駆る | voortdrijven; voortjagen; opdrijven (van vee); het paard de sporen geven |
| karusa-軽さ | lichtheid; licht gewicht; geringe zwaarte |
| karuta-カルタ | karuta (traditioneel Japans kaartspel) |
| karute-カルテ | medisch dossier; patiëntenkaart |
| karyō-下僚 | lagere [ondergeschikte] ambtenaar |
| karyū-下流 | benedenstroom; stroomafwaarts |
| kasa-枷鎖 | boei en ketting; een keten [ketting] om gevangenen aan elkaar te klinken |
| kasa-笠 | lampenkap; kap van een lantaarn; hoed van een paddenstoel |
| kasanaru-重なる | (zich) opstapelen; opgestapeld zijn; op elkaar liggen |
| kasanaru-重なる | tegelijkertijd gebeuren; elkaar overlappen |
| kasanaru-重なる | opnieuw gebeuren; na elkaar plaatsvinden; zich herhalen |
| kasanaru-重なる | bij elkaar passen; overeenkomen met |
| kasanebashi-重ね箸 | eetstokjes waarmee men één gerecht achterelkaar opeet zonder af te wisselen met andere gerechten (onjuist gebruik van eetstokjes) |
| kasanegi-重ね着 | kleding in lagen over elkaar; gelaagde kleding |
| kasaneru-重ねる | opstapelen; ophopen; bovenop elkaar leggen [zetten] |
| kasegu-稼ぐ | iets voor elkaar krijgen; bewerkstelligen; verkrijgen |
| kasha-火車 | een Japans mythisch monster (waarvan wordt vertelt dat het lijken eet) |
| kasha-火車 | (boeddh.) vuurwagen (vervoert dode mensen die tijdens hun leven slechte daden hebben begaan naar de hel) |
| kashi-可視 | zichtbaarheid |
| kashidashijuyō-貸し出し需要 | de vraag naar leningen |
| kashin-花心 | het hart van een bloem (waar de stamper en meeldraden zitten) |
| kashira-頭 | (hoofd)haar |
| kashira-頭 | topdeel aan het eind van de zwaardgreep |
| kashō-過賞 | onverdiende lofprijzing; overdreven complimenten; overwaardering |
| kashobunshotoku-可処分所得 | besteedbaar inkomen |
| kashōhyōka-過小評価 | onderschatting; onderwaardering |
| kashoku-華燭 | helder [schitterend] licht; prachtige lantaarn |
| kasu-滓 | minderwaardig [waardeloos] overschot [restant]; rotzooi; uitschot; waardeloze mensen |
| kasukasu-かすかす | amper; maar net; met moeite; nauwelijks |
| kasumime-翳み目 | aandoening waarbij het gezichtsvermogen is verslechterd door ouderdom, ziekte, etc.; slechtziendheid |
| kasuri-絣 | weeftechniek waarbij de draden speciaal voor het weefpatroon worden geverfd |
| kasutamaizu-カスタマイズ | maatwerk; aanpassen naar de wensen van de klant |
| kataashi-片足 | een paar schoenen [sokken] |
| katagi-気質 | temperament; aard; karakter |
| katai-固い | betrouwbaar; eerlijk |
| katajikenai-忝い | zeer [eeuwig] dankbaar zijn |
| kataku-花托 | torus; bloembodem (de bovenkant van de bloemsteel waar bloemblaadjes, stampers, etc. aan vastzitten) |
| katakuriko-片栗粉 | zetmeel; verdikkingsmiddel (tegenwoordig aardappelmeel, oorspronkelijk gemaakt van katakuriwortel: Erythronium japonicum, hondstand lelie) |
| katamari-塊 | kluit (aarde); brok; homp (vlees) |
| katana-刀 | (Japans) zwaard |
| katasukashi-肩透かし | (techniek in sumo worstelen) onder-schouderzwaai naar beneden |
| katatsu-下達 | (het doorgeven van instructies) van superieuren naar ondergeschikten (top-down beleidsstructuur, zonder inspraak) |
| katazuku-片付く | klaar [af] zijn |
| kateikei-仮定形 | (werkwoordsvorm) conditionalis; voorwaardelijke wijs |
| kateikyōshi-家庭教師 | privéleraar; huisonderwijzer |
| kāten・rekuchā-カーテン・レクチャー | bedsermoen; gordijnpreek (terechtwijzing van een vrouw aan haar man in de slaapkamer) |
| kāton-カートン | een schaal [schaaltje; dienblad] (waar geld op wordt gelegd bij betaling) |
| kāton-カートン | een slof sigaretten of sigaren; kartonnen grootverpakking met een aantal doosjes of pakjes bij elkaar |
| katte-勝手 | handelwijze; weten hoe zich te gedragen; iets gebruiken naar eigen inzicht |
| kattingu-カッティング | cutting (gitaartechniek) |
| katto-カット | couperen (bij kaartspel) |
| katto-カット | (haar) knipbeurt |
| katto・auto-カット・アウト | (bij rugby, e.d.) plotselinge uitwijkmanoeuvre naar de zijlijn |
| kau-買う | waarderen |
| kawakami-川上 | stroomopwaarts |
| kawakudari-川下り | stroomafwaarts |
| kawara-航 | een lange, dikke houten plaat die van de boeg van een Japans schip naar de achtersteven gaat |
| kawarake-土器 | (ongeglazuurd) aardewerk |
| kawariau-代わり合う | om de beurt gaan; elkaar aflossen |
| kawarimi-変わり身 | wendbaarheid; lichtvoetigheid |
| kawarugawaru-代わる代わる | (af)wisselend; om beurten; om de beurt; een voor een; na elkaar |
| kawasegaki-川施餓鬼 | herdenkingsdienst (bij of op een rivier) voor diegenen die daar zijn verdronken |
| kawashimo-川下 | stroomafwaarts |
| kawatarō-河太郎 | (lett. rivierkind) een (aap-kikkerachtig) watermonster uit de Japanse mythologie, met een met vocht gevulde holte op het hoofd waar hij kracht uit put |
| kayō-可溶 | oplosbaarheid (in een vloeistof) |
| kayoiji-通い路 | route naar het huis van een geliefde |
| kayou-通う | elkaar begrijpen; overbrengen [uitdrukken; mededelen] (van een gedachte, e.d.) |
| kayou-通う | (elkaar) kruisen; doorkruisen |
| kazamachi-風待ち | het wachten op een gunstige wind (scheepvaart) |
| kazashio-風潮 | getijde waarbij het waterpeil van de zee stijgt als gevolg van harde wind vanuit de zee richting het land |
| kazasu-挿頭す | een versiering (b.v. een bloem) in het haar steken |
| kazeishotoku-課税所得 | belastbaar inkomen |
| kazeitaishō-課税対象 | belastbaar object |
| kazemachi-風待ち | het wachten op een gunstige wind (scheepvaart) |
| kazoe-数え | leeftijd berekend volgens traditioneel Japans systeem (van één jaar oud bij de geboorte, met één jaar toegevoegd bij elk nieuwjaar) |
| kazoeageru-数え上げる | tellen; (bij elkaar) optellen; opsommen; opnoemen |
| kazoedoshi-数え年 | leeftijd berekend volgens traditioneel Japans systeem (van één jaar oud bij de geboorte, met één jaar toegevoegd bij elk nieuwjaar) |
| kazoekirenai-数え切れない | ontelbaar; talloos; oneindig veel |
| kazokuawase-家族合わせ | kaartspel (Engels: Happy families) |
| kazokuseido-家族制度 | systeem waarin familieleden onder sterke controle staan van het familiehoofd |
| kazura-鬘 | pruik; haarstukje; haarversiering |
| ke-毛 | haar; wol; bont; dons; veren |
| keba-毛羽 | (op kaarten) arcering |
| kebukai-毛深い | harig; behaard |
| kechi-けち | zuinigheid; gierigheid; krenterigheid; spaarzaamheid |
| kechinbō-けちん坊 | gierigaard |
| kedamono-獣 | een bruut; beest; onmens; barbaar; schoft |
| kedarakeno-毛だらけの | harig; behaard |
| kedo-けど | maar; echter; hoewel; alhoewel; toch; niettemin; niettegenstaande |
| kedo-けど | toch? (een partikel aan het eind van een elliptische zin waarmee de reactie van de gesprekspartner gepeild wordt) |
| kegasu-汚す | onwaardig zijn |
| kehaegusuri-毛生え薬 | haargroeimiddel |
| kei-桂 | het paard in het Japans schaakspel shōgi |
| keiba-競馬 | de paardenrennen; paardenraces |
| keichitsu-啓蟄 | het ontwaken der insecten; de dag dat insecten na de winter uit de grond komen (ca. 6 maart) |
| keieisha-経営者 | manager; bedrijfsleider; eigenaar |
| keigu-敬具 | Hoogachtend (formele standaarduitdrukking om een brief af te sluiten) |
| keihōmessēji-警報メッセージ | waarschuwingsboodschap; waarschuwingsbericht (comp. term) |
| keiji-刑事 | strafbaar feit |
| keijishūkyō-啓示宗教 | (door God aan de mensen) geopenbaarde religie |
| keijō-警乗 | (politie)bewaking [beveiliging] in openbaar vervoer [m.n. treinen] |
| keijoshi-係助詞 | verbindend partikel (waarmee een specificatie verderop in de zin wordt gekoppeld aan hetgeen ervoor staat (wa, mo, koso, demo, shika, sae, dani) |
| keikaishoku-警戒色 | waarschuwingskleur |
| keikoku-警告 | waarschuwing; vermaning; berisping |
| keikokutō-警告灯 | waarschuwingslamp |
| keimukan-刑務官 | cipier; gevangenisbewaarder; detentiebegeleider |
| keiro-毛色 | haarkleur (bij mensen); de kleur van de vacht (bij dieren) |
| keiro-毛色 | situatie; omstandigheid; soort; type; aard; karakter |
| keisaku-警策 | zweepje (voor paardrijden) |
| keisaku-警策 | (zen-boeddh.) lat om een slag te geven op de rechterschouder van een meditatie-beoefenaar ter waarschuwing om niet te verslappen |
| keisanpu-経産婦 | multipara; vrouw die meerdere kinderen heeft gebaard |
| keisatsushokuin-警察職員 | politieambtenaar; politiebeambte |
| keisatsutechō-警察手帳 | politiepenning; politie ID-bewijs; politiekaart; legitimatiekaart van een politieambtenaar |
| keisenfuhyō-係船浮標 | meerboei; tuiboei (scheepvaart) |
| keisotsu-軽率 | onvoorzichtigheid; lichtvaardigheid; onbesuisdheid |
| keizaika-経済家 | een spaarzame [zuinige; gierige] persoon; krent; vrek |
| kekkonkinenbi-結婚記念日 | (de verjaardag van een bruiloft) trouwdag; huwelijksdag; bruiloftsdag |
| kekomi-蹴込み | de plek waar men de schoenen uittrekt (b.v. in de gang van het huis) |
| kemari-蹴鞠 | een balsport, waarbij de bal de grond niet mag raken, gespeeld door Japanse hovelingen aan het keizerlijk hof (Heian periode) |
| kemikaru・shūzu-ケミカル・シューズ | schoeisel vervaardigd van synthetische materialen; kunstleren schoenen |
| kemudashi-煙出し | raam(werk) om rook naar buiten weg te voeren |
| kemuridashi-煙出し | raam(werk) om rook naar buiten weg te voeren |
| ken-けん | omdat; vanwege; daarom |
| ken-兼 | (in kanji combinaties) en; daarbij; daarnaast; tegelijkertijd |
| ken-剣 | zwaard; bajonet; sabel |
| kenba-犬馬 | honden en paarden |
| kenba-犬馬 | (bescheiden term om naar zichzelf te verwijzen) ik; (uw) dienaar |
| kenbaiki-券売機 | kaartjesautomaat; kaartverkoop automaat |
| kenbun-見聞 | informatie; kennis; waarneming |
| kenbutsu-見物 | het bezoeken van bezienswaardigheden; sightseeing |
| kenbutsusuru-見物する | bezienswaardigheden bezoeken; sightseeën |
| kenchi-検知 | waarneming; perceptie; doorgronding |
| kenchi-硯池 | inktputje; uitholling [holte] in een inktsteen (waar de inkt in gaat) |
| kenchiikichi-検知閾値 | meetdrempel; minimale te meten waarde |
| kenchikujōken-建築条件 | bouwvoorwaarden; bouwvoorschriften |
| kendo-けんど | (Kansai-dialect) maar; echter; hoewel |
| kendō-剣道 | kendō (Japans zwaardvechten) |
| kendon-慳貪 | gebrek aan mededogen; wreedheid; onvriendelijkheid; kwaadaardigheid |
| kengai-遣外 | uitgezonden worden naar het buitenland |
| kengakusen-見学船 | observatieschip; rondvaartboot |
| kengeki-剣劇 | een toneelstuk [film] waarin zwaardgevechten voorkomen |
| kengeki-剣戟 | zwaardvechten |
| kengen-建言 | een petitie [voorstel; suggestie; mening] geven aan een hogere ambtenaar [overheidsinstantie] |
| kengō-剣豪 | een meester in het zwaardvechten |
| keni-けに | (geeft reden of oorzaak aan) daarom; vanwege |
| kenji-献辞 | dedicatie; opdracht (woorden van toewijding waarmee een werk aan iemand wordt opgedragen) |
| kenjitsu-堅実 | stabiel [betrouwbaar; degelijk] zijn |
| kenjutsu-剣術 | schermen; kendo; zwaardvechten |
| kenkaku-剣客 | zwaardvechter; (kendo) schermer |
| kenkan-顕官 | een hoge overheidsfunctionaris [ambtenaar] |
| kenkon-乾坤 | hemel en aarde; het heelal; universum |
| kenkyaku-健脚 | sterke [goede; gezonde] loper [wandelaar] |
| kenkyaku-剣客 | zwaardvechter; (kendo) schermer |
| kenmen-券面 | de voorzijde van een obligatie, certificaat, e.d. (waar het geldbedrag op staat) |
| kenmon-見聞 | informatie; kennis; waarneming |
| kennan-剣難 | (de. rampspoed van) het gewond of gedood worden door een zwaard |
| kennon-剣吞 | risico; onzekerheid; gevaar |
| kenpitsu-健筆 | het vaardig [goed] schrijven van een tekst |
| kenpō-剣法 | het zwaardvechten; zwaardvechtkunst |
| kenpon-献本 | presentexemplaar; gratis exemplaar van een boek |
| kenryō-見料 | betaling voor waarzeggerij |
| kenryo-賢慮 | (beleefde verwijzing naar) de overwegingen [gedachten; mening] van een ander |
| kensaku-検索 | het opzoeken (b.v. in een woordenboek); het zoeken naar bepaalde informatie [gegevens] (in documenten, op internet, etc.) |
| kensatsuchō-検察庁 | Openbaar Ministerie (OM) |
| kensetsusuru-建設する | bouwen; vervaardigen; opzetten; optrekken; oprichten |
| kenshi-献詞 | dedicatie; opdracht (woorden van toewijding waarmee een werk aan iemand wordt opgedragen) |
| kenshikibaru-見識張る | zich wijs [belangrijk; waardig] voordoen; doen alsof je wijs [slim] bent |
| kenshō-見性 | (zen-boeddhisme) het zien van de eigen ware aard |
| kensho-険所 | een gevaarlijke plek |
| kenshutsu-検出 | waarneming; speurwerk (iets zoeken en vinden) |
| kensui-建水 | een spoelbak waarin het water wordt opgevangen van het wassen van theekopjes na de theeceremonie |
| kensui-懸垂 | een fitnessoefening waarbij men zichzelf optrekt aan een stang |
| kentai-兼帯 | veelzijdige bruikbaarheid; dubbele functie; tweeledig doel |
| kentai-検体 | exemplaar; monster; proeve; onderzoeksobject |
| kenukiawase-毛抜き合わせ | het perfect [precies] in [aan] elkaar passend zijn (van stukken stof; patronen, e.d.) |
| kenzai-顕在 | duidelijke zichtbaarheid [aanwezigheid]; onmiskenbaarheid; gemanifesteerd [geopenbaard] zijn |
| ken'aku-険悪 | gevaarlijk [hard; zwaar; ernstig; hachelijk; kritiek; dreigend] zijn |
| ken'an-検案 | (jur.) onderzoek naar de doodsoorzaak; lijkschouwing; autopsie |
| ken'in-検印 | keurstempel; waarmerk; goedkeuringsstempel |
| ken'yaku-倹約 | zuinigheid; spaarzaamheid |
| keotosu-蹴落とす | naar beneden [onderuit] schoppen; verslaan |
| keppatsu-結髪 | het haar op een traditionele stijl arrangeren [kappen] |
| kera-螻蛄 | veenmol; aardkrekel (Gryllotalpa orientalis) |
| kerai-家来 | dienaar; bediende; vazal |
| keredo-けれど | echter; maar; toch |
| keredomo-けれども | echter; maar; toch |
| keshōmawashi-化粧回し | een lange, rijkelijk versierde, lendendoek die sumoworstelaars bij ceremoniële gelegenheden dragen |
| kessaku-傑作 | (van) een bizarre [vreemde; eigenaardige] kwaliteit zijn |
| ketachigai-桁違い | buitengewoon; ongelooflijk; onvergelijkbaar |
| ketsumyaku-血脈 | lijn van instructie van leraar naar leerling [discipel] |
| kewashii-険しい | steil (van een helling, e.d.); moeilijk; zwaar |
| kezukuroi-毛繕い | het gedrag van dieren waarbij zij hun (of elkaars) vacht, huid, veren, e.d. verzorgen (door parasieten en vuil te verwijderen) |
| kī-キー | toon; toonaard (muziek) |
| ki-机 | (in kanji combinaties) bureau; schrijftafel; lessenaar |
| ki-気 | aard; karakter |
| kiba-騎馬 | paardrijder; ruiter |
| kiba-騎馬 | het paardrijden |
| kibakeikan-騎馬警官 | bereden politie; politie te paard |
| kibakyokugei-騎馬曲芸 | acrobatiek [stunts; kunstjes] te paard |
| kibasami-木鋏 | snoeischaar; tuinschaar |
| kiboku-亀卜 | waarzeggerij met behulp van het schild van een schildpad (door dat te verbranden en daarna het patroon van de scheuren die waren ontstaan te bekijken) |
| kibutsu-帰仏 | terugkeer naar Frankrijk |
| kibyō-奇病 | zeldzame ziekte (waarvan oorzaak en geneesbaarheid niet bekend zijn) |
| kichi-危地 | gevaarlijke plek; kritieke situatie; gevaar |
| kichō-貴重 | kostbaar [waardevol] zijn |
| kichōhin-貴重品 | kostbaarheden |
| kidachi-木太刀 | houten zwaard |
| kidate-気立て | geestelijke instelling; aard; karakter |
| kidōshūsei-軌道修正 | koerscorrectie; baancorrectie (ruimtevaart) |
| kie-帰衣 | aanvaarding van een geloof (shinto, boeddhisme, e.d.) |
| kifuda-木札 | vrijbiljet; vrijkaart |
| kifutsu-帰仏 | terugkeer naar Frankrijk |
| kigan-帰雁 | wilde ganzen die in de lente teruggaan naar het Noorden |
| kigenzen-紀元前 | (jaartelling) voor Christus (v.Chr.) |
| kigo-季語 | seizoenwoord (voor verwijzingen naar seizoenen in Japanse gedichten) |
| kigo-綺語 | (boedddh., een van de tien kwaden) loze woorden die indruisen tegen de waarheid; iets mooier voorstellen dat het is |
| kigokoro-気心 | temperament; geaardheid; karakter; inborst |
| kihai-跪拝 | kniebuiging; teraardewerping; prosternatie; knielend aanbidden [vereren] |
| kihan-帰帆 | een zeilschip op de terugvaart; een naar de thuishaven terugkerende zeilboot |
| kihin-気稟 | aangeboren karakter [aard; temperament] |
| kihon-基本 | basis; fundament; standaard |
| kihonhōshin-基本方針 | basis richtlijn; standaard beleid |
| kihonryōritsu-基本料率 | basistarief; standaardtarief |
| kihonteki-基本的 | fundamenteel; basaal; standaard |
| kijiku-機軸 | rotatieas van de aarde |
| kijitsu-期日 | vastgestelde datum (voor betaling, houdbaarheid, e.d.)\ |
| kijō-騎乗 | het paardrijden |
| kijun-基準 | standaard; maatstaf; criterium; norm |
| kijun-規準 | standaard; basis; criterium; norm; referentie |
| kijunchi-基準値 | standaardwaarde |
| kijunkakaku-基準価額 | standaardprijs |
| kijutsushi-奇術師 | goochelaar; illusionist |
| kikajin-帰化人 | immigrant naar het oude Japan vanuit China of Korea |
| kikaku-規格 | standaard; norm |
| kikakuhan-規格判 | standaard afmeting [maat; grootte] |
| kikakuka-規格化 | standaardisatie; normalisatie |
| kikan-基幹 | kern; basis; sleutel; steunpilaar |
| kikan-季刊 | kwartaalpublicatie; publicatie [uitgave] 4 keer per jaar (van een tijdschrift, magazine, e.d.) |
| kikan-旗艦 | vlaggenschip (fig.); paradepaardje |
| kiken-危険 | gevaar; risico; bedreiging |
| kikiawaseru-聞き合わせる | inlichtingen inwinnen; informeren (naar); navragen |
| kikibeta-聞き下手 | een slechte luisteraar |
| kikiippatsu-危機一髪 | op een haar na; op het nippertje; nog net op tijd |
| kikiireru-聞き入れる | goed luisteren naar; (iemand's advies) volgen; toestemmen; toegeven |
| kikiiru-聞き入る | aandachtig [in vervoering] luisteren naar; opgaan in |
| kikijōzu-聞き上手 | een goede luisteraar |
| kikikaikai-奇奇怪怪 | heel vreemd [bizar, raar, mysterieus] zijn |
| kikikan-危機感 | gevoel van dreigend gevaar [onheil] |
| kikimono-聞き物 | iets dat de moeite waard [belangrijk] is om te horen |
| kikinikui-聞き難い | moeilijk hoorbaar [om te horen] zijn |
| kikite-聞き手 | toehoorder; luisteraar |
| kikitori-聞き取り | luistervaardigheid in [auditief begrip van] een vreemde taal |
| kikitori-聞き取り | het luisteren naar anderen; het opdoen van informatie [kennis] door luisteren |
| kikiyaku-聞き役 | (de rol van) luisteraar |
| kikkai-奇っ怪 | vreemd [merkwaardig; mysterieus; raar] zijn |
| kikoeru-聞こえる | kunnen horen; hoorbaar zijn; gehoord worden |
| kikoku-帰国 | remigratie; terugkeer naar eigen land; thuiskomst |
| kikokushijo-帰国子女 | een kind dat na een lang verblijf in het buitenland is teruggekeerd naar Japan |
| kikokusuru-帰国する | remigreren; naar eigen land terugkeren |
| kikomu-着込む | zich extra kleden; verschillende lagen kleding over elkaar dragen; formele kleding dragen |
| kiku-規矩 | standaard; criterium; regel; norm |
| kikuban-菊判 | standaard Japans papierformaat (huidig: 150 x 220 mm; vroeger: 636 x 939 mm) |
| kikuimo-菊芋 | aardpeer, topinamboer, knolzonnebloem; jeruzalemartisjok (Helianthus tuberosus) |
| kikuningyō-菊人形 | decoratieve pop waarvan de kleding is gemaakt van verse chrysanten |
| kikyō-奇矯 | excentriek zijn; excentriek gedrag; onvoorspelbaarheid; onberekenbaarheid |
| kikyō-帰京 | terugkeer naar de hoofdstad (voor de Meiji-periode was dat Kyoto, daarna Tokio) |
| kikyō-帰郷 | terugkeer (naar geboortehuis, geboortestreek, geboortegrond) |
| kikyū-危急 | noodsituatie; crisissituatie; driegend gevaar |
| kimayoi-気迷い | twijfel; aarzeling |
| kimekomi-木目込み | techniek om traditionele Japanse houten poppen te maken (waarbij in smalle groeven stof wordt gelijmd om de pop aan te kleden) |
| kimekominingyō-木目込み人形 | traditionele Japanse houten pop (gemaakt met een techniek waarbij in smalle groeven stof wordt gelijmd om de pop aan te kleden) |
| kimi-気味 | gevoel; gewaarwording |
| kimyō-奇妙 | eigenaardigheid; merkwaardigheid |
| kin-均 | (in kanji combinaties) gelijkwaardig; uniform |
| kin-琴 | qin, antiek Chinees snaarinstrument |
| kinan-危難 | gevaar, in nood zijn |
| kinboshi-金星 | (sumo) overwinning van een laaggeplaatste worstelaar op een yokuzuna (hoogste rang) |
| kinchō-金打 | een plechtige belofte [eed] (afgelegd door samoerai met hun zwaarden tegen elkaar gedrukt, en door vrouwen met spiegels) |
| kindengyokurō-金殿玉楼 | een kostbaar gedecoreerd paleis; prachtig [majestueus] gebouw |
| kinezuka-杵柄 | de houten hamer [stamper] waarmee rijstdeeg wordt gestampt |
| kingashinnen-謹賀新年 | beste wensen voor het nieuwe jaar; Gelukkig Nieuwjaar (schrijftaal) |
| kingu-キング | koning (vorst); koning (speelkaart); koning (schaakstuk) |
| kinguzu・ingurisshu-キングズ・イングリッシュ | standaard (correct) Engels in het Verenigd Koninkrijk |
| kingu・saizu-キング・サイズ | groter dan de standaard grootte |
| kinhon'i-金本位 | goudstandaard |
| kinhon'isei-金本位制 | (het systeem van) de goudstandaard |
| kinichi-忌日 | sterfdag; verjaardag van het overlijden van een persoon (waarop boeddhistische herdenkingsrituelen worden uitgevoerd) |
| kinin-帰任 | (na een tijdelijke afwezigheid) het terugkeren naar [opnieuw opnemen van] een functie [betrekking; dienst] |
| kininaru-気になる | geïnteresseerd zijn in; nieuwsgierig zijn naar |
| kinji-矜持 | zelfrespect; trots; waardigheid |
| kinjichi-近似値 | geschatte waarde; waarde bij benadering; schatting |
| kinjō-金城 | sterk [onneembaar] kasteel |
| kinkai-金塊 | goudklomp; goudbaar; goudstaaf |
| kinkanshoku-金環食 | jaarlijkse zonsverduistering |
| kinki-錦旗 | keizerlijke standaard [vaandel] |
| kinkin-僅僅 | slechts; alleen maar; niet meer dan |
| kinkyoku-琴曲 | muziek gespeeld op de koto (Japans snaarinstrument); kotomuziek |
| kinmanka-金満家 | rijkaard; rijke stinkerd |
| kinoji-喜の字 | 77ste verjaardag |
| kinpatsu-金髪 | goudblond haar |
| kinpin-金品 | geld en sieraden; waardevolle spullen |
| kinsaku-金策 | geld bij elkaar brengen; fondsen werven |
| kinsen-琴線 | gevoelige snaar; sentiment; emotie |
| kinsen-琴線 | snaar van een koto (Japans snaarinstrument) |
| kinshin-近臣 | (trouwe) vazal; dienaar |
| kinshō-僅少 | een klein aantal; kleine hoeveelheid; slechts een paar |
| kinsoku-禁足 | opsluiting; huisarrest; bewegingsbeperkende maatregel; disciplinaire straf (b.v. waarbij politie-ambtenaren alleen kantoorwerk mogen doen) |
| kintsugi-金継ぎ | kapot aardewerk repareren met goud of zilver (zodat de breuk juist mooi gemaakt wordt, i.p.v. te proberen die onzichtbaar te maken) |
| kinuta-砧 | vollersblok (houten of stenen blok waarmee op stoffen werd geslagen om ze zacht te maken) |
| kinzanjimiso-金山寺味噌 | Kanzanji-miso (vernoemd naar de bereidingswijze in de Kinzanji, een tempel in China) |
| kiomo-気重 | sombere stemming; zwaar gemoed |
| kippu-きっぷ | aard; karakter; temperament |
| kippu-切符 | kaartje; entreebiljet; toegangsbewijs; bon; coupon; bekeuring |
| kirā-キラー | moordenaar |
| kiraku-帰洛 | het terugkeren naar de hoofdstad; terugkeer naar Kyoto |
| kiran-帰蘭 | terugkeer naar Nederland |
| kiran-帰蘭 | terugkeer naar Muroran |
| kireigoto-奇麗事 | werk waar je niet vies van wordt |
| kiri-きり | (achtervoegsel) slechts; (alleen) maar; sindsdien; vanaf nu; nog steeds |
| kiriau-切り合う | de degens kruisen (met); vechten met zwaarden |
| kirifuda-切り札 | troefkaart |
| kirifuki-霧吹き | sproeier; verstuiver; vernevelaar |
| kiriha-切刃 | scherpe kant (bij zwaarden e.d.) |
| kirihanasu-切り放す | (in gedachten) scheiden [uit elkaar houden]; als twee aparte dingen beschouwen |
| kirijini-切り死に | dood door een zwaardgevecht |
| kirikorosu-切り殺す | (iem.) doodsteken; neersabelen; doden met een zwaard of mes |
| kirikumu-切り組む | stukken aan elkaar maken; (twee delen) verbinden (met verstek, zwaluwstaartje, e.d.) |
| kirin-騏驎 | mythisch dier in het oude China (met lichaam van een hert, staart van een koe, en hoeven van een paard) |
| kirisageru-切り下げる | afsnijden; afknippen; van boven naar beneden snijden |
| kiritsukeru-切りつける | steken [slaan] met een wapen (mes, zwaard, e.d.) |
| kiritsukeru-切り付ける | iemand steken [snijden; verwonden] (met een mes, zwaard, e.d.) |
| kiriuri-切り売り | het stap voor stap delen [presenteren] (van talenten, vaardigheden. e.d.) |
| kirutingu-キルティング | het quilten (verschillende lapjes aan elkaar naaien) |
| kiruto-キルト | quilt (lap stof van aan elkaar genaaide stukjes); doorgestikte deken |
| kiryo-羈旅 | een term in Japanse gedichten (wake, haiku) die verwijst naar de gevoelens van reizen |
| kisan-帰山 | de terugkeer van een monnik naar zijn tempel |
| kisatsu-貴札 | (respectvolle term die verwijst naar de brief van een ander) uw brief |
| kisei-帰省 | terugkeer naar geboortestreek of ouderlijk huis |
| kisei-既製 | kant-en-klaar (vervaardigd) zijn; (confectie) klaar om te dragen zijn |
| kiseihin-既製品 | een kant-en-klaar artikel [product] (klaar voor gebruik) |
| kisekiteki-奇跡的 | miraculeus; verbazingwekkend; wonderbaarlijk |
| kisetsu-季節 | seizoen; jaargetijde |
| kisha-騎射 | het boogschieten te paard |
| kishi-騎士 | een samoerai op een paard; een cavalerist |
| kishin-帰心 | de wens [heimwee; het verlangen] om terug te keren naar je geboorteplaats of geboortehuis |
| kishitsu-気質 | temperament; aard; karakter |
| kisho-奇書 | zeldzaam [waardevol] boek [document]; zeldzame [waardevolle] brief [uitgave] |
| kishō-気性 | temperament; aard; karakter (vaak met negatieve connotatie) |
| kishōkachi-希少価値 | een hoge waarde van iets doordat het zeldzaam is |
| kishōkansokusen-気象観測船 | weerschip (schip gebruikt voor meteorologische waarnemingen) |
| kishōkeihō-気象警報 | weerswaarschuwing |
| kishū-帰舟 | terugkerend schip [boot] (naar de thuishaven) |
| kisokōjo-基礎控除 | basisinhouding [standaardinhouding] op (belastbaar) inkomen |
| kisōsei-帰巣性 | het instinct van dieren om terug te keren naar hun hol of nest |
| kisshu-キッシュ | quiche (hartige taart) |
| kisuru-期する | verwachten; hopen; uitkijken naar; rekenen op; voorzien; een voorgevoel hebben; aan zien komen |
| kitai-危殆 | (groot) gevaar |
| kitaichi-期待値 | verwachte waarde |
| kitamakura-北枕 | ligging met het hoofd naar het noorden gericht (traditionele positie voor dode lichamen; maar taboe voor het gewone slapen) |
| kitchiri-きっちり | zorgvuldig [precies; nauwkeurig; betrouwbaar] zijn |
| kitei-既定 | iets dat standaard [vastgesteld; beslist] is |
| kiteretsu-きてれつ | vreemd; raar; ongewoon; merkwaardig |
| kito-帰途 | terugkeer; op weg naar huis |
| kitsuneken-狐拳 | vos-jager-dorpshoofd (een soort kansspel als steen-papier-schaar) |
| kitteshūshūka-切手収集家 | postzegelverzamelaar |
| kiwametsuki-極めつき | gewaarmerkt, gecertificeerd |
| kizuku-築く | bouwen; oprichten; optrekken; opzetten; aanleggen; in elkaar zetten |
| kkiri-っきり | (achtervoegsel) slechts; (alleen) maar; sindsdien; vanaf nu; nog steeds |
| kko-っこ | (achtervoegsel) net zoals; met elkaar; gezamenlijk |
| kō-公 | publiek; openbaar |
| kō-口 | woord gebruikt voor het tellen van zwaarden, gereedschappen etc. |
| kō-航 | (in kanji combinaties) scheepvaart; luchtvaart |
| kōan-公案 | (Zen Boeddhisme) kōan, een schijnbaar onoplosbaar vraagstuk (voorgelegd door een meester aan een leerling) |
| koa・shisutemu-コア・システム | bouwconstructiesysteem, waarbij gemeenschappelijke voorzieningen (machinekamers, trappen, toiletten, liften) middenin een gebouw worden geïnstalleerd |
| koa・taimu-コア・タイム | bloktijd (tijd waarin alle werknemers met variabele werktijden aanwezig moeten zijn) |
| kōbakakaku-公募価格 | openbaar aangeboden prijs |
| kobīrokuban-小B6判 | standaard Japans papierformaat (112 x 174 mm) |
| kōbō-工房 | atelier; werkplaats (van een kunstenaar, ambachtsman, e.d.) |
| kōboku-公僕 | (arch.) overheidsfunctionaris; rijksambtenaar |
| koboreru-零れる | naar buiten komen; zichtbaar zijn |
| kōchaku-降着 | (paardenrennen) terugzetting [verlaging van positie] in de einduitslag |
| kōchi-巧遅 | uitgebreide maar trage uitvoering; langzaam maar zeker te werk gaan |
| kōcho-高著 | (term die verwijst naar) een literair werk van een ander; uw [jouw] boek |
| kodachi-小太刀 | kort zwaard |
| kodaimurasaki-古代紫 | roodachtig paarse kleur |
| kōdinētosuru-コーディネートする | coördineren; rangschikken; in harmonie brengen [bij elkaar zoeken] (van kleding en accessoires |
| kōdo-コード | snaar; akkord (muziek) |
| kōdō-公道 | rechtvaardigheid; gerechtigheid |
| kōdō-高堂 | (een respectvolle term om te verwijzen naar de familie of familieleden van een ander) uw familie |
| kōdo-黄土 | löss (gele aarde) |
| kōdoban-コードバン | hoogwaardig gelooide leersoort |
| kodōgu-小道具 | accessoires voor het haar van vrouwen (zoals kam, haarspelden, e.d.) |
| kodōgu-小道具 | accessoires [decoraties] voor zwaarden (b.v. op de stootplaat, de greep, e.d.) |
| kōei-公営 | openbaar bestuur |
| kōekihōjin-公益法人 | (jur.) een rechtspersoon [stichting; instelling] van algemeen nut [openbaar belang]; een stichting zonder winstoogmerk |
| kōen-公園 | (openbaar) park |
| koeru-肥える | vruchtbaar worden |
| kōfu-交付 | overhandiging; uitvaardiging; verlening; toekenning; uitgifte |
| kōfun-公憤 | publieke verontwaardiging |
| kōgai-笄 | een lange haarspeld (sierspeld) |
| kōgaisuion-口蓋垂音 | (taalkunde) uvulaar; uvulaire medeklinker |
| kogane-小金 | een klein fortuin; redelijke som geld; aardig bedrag |
| kogatana-小刀 | klein zwaard; mes; dolk |
| kogatana-小刀 | klein mes dat als onderdeel aan een zwaardschede is toegevoegd |
| kogetsuku-焦げつく | niet meer invorderbaar [inbaar] worden (van schuld of lening) |
| kōgi-抗議 | protest; tegenwerping; bezwaar |
| kogitsuku-漕ぎ着く | (een plaats) bereiken door er naartoe te roeien; ergens heen roeien |
| kōhai-後輩 | junior; jongere; jongerejaars |
| kōhei-公平 | onpartijdigheid; rechtvaardigheid |
| kohheru-コッヘル | klein draagbaar kooktoestel |
| kōhi-高批 | (beleefd ontvangen) kritiek van anderen; uw gewaardeerde kritiek |
| kōhyō-講評 | recensie; review; kritiek; commentaar |
| kōhyōsuru-講評する | bekritiseren; commentaar leveren op; recenseren |
| koibana-恋ばな | gesprekjes (m.n. van meisjes) over elkaars liefdes(avonturen) |
| koibito-恋人 | minnaar; minnares; vrijer; liefje |
| koigataki-恋敵 | medeminnaar; rivaal in de liefde |
| koiguchi-鯉口 | opening bij de schede van een zwaard |
| koikogareru-恋い焦がれる | verlangen [smachten; hunkeren] (naar); wanhopig verliefd zijn |
| koinaka-恋仲 | wederzijdse liefde; verliefd zijn op elkaar |
| koishii-恋しい | (vurig) smachtend [verlangend] zijn (naar); (iets of iemand) erg missen |
| koishitau-恋い慕う | (iem.) missen; verlangen (naar iem.) |
| koji-居士 | kluizenaar; erudiet persoon (niet in overheidsdienst) |
| kōjikakaku-公示価格 | geregistreerde [officieel vastgestelde] prijs [waarde] |
| kojiki-乞食 | bedelaar |
| kōjiki-高直 | iets dat duur [kostbaar; waardevol] is |
| kōjin-公人 | een ambtenaar; overheidsfunctionaris |
| kōka-高価 | hoge prijzen [kosten]; duur [kostbaar] zijn |
| kōkagakusumogguchuui-光化学スモッグ注意 | smogwaarschuwing |
| kōkai-公開 | opening (voor het publiek); het openbaar maken; tentoonstelling |
| kōkai-航海 | zeereis; zeescheepvaart; zeevaart |
| kōkaiiki-降灰域 | gebied waar vulkanische as is neergedaald |
| kōkaishi-航海士 | navigatieofficier (scheepvaart) |
| kōkaisuru-公開する | openstellen voor publiek; tentoonstellen; openbaar maken |
| kōkan-巷間 | in het openbaar; op straat; algemeen |
| kōkanjōken-交換条件 | uitwisselingsvoorwaarden; (uit)ruilvoorwaarden |
| kōkechi-纐纈 | (tie-and-dyemethode) knoopverven (verftechniek uit de Nara-periode, waarbij de stof eerst werd samengeknoopt en dan geverfd) |
| koki-古希 | 70 jaar (leeftijd) |
| kōkikōreishairyōhoken-後期高齢者医療保険 | zorgverzekering voor bejaarden |
| kokkakōmuin-国家公務員 | (nationale) overheidsfunctionaris; regeringsbeambte; staatsambtenaar |
| kokkun-国訓 | Japanse lezing van een Chinees karakter (waarbij soms de oorspronkelijke betekenis van de kanji wordt gewijzigd) |
| kōkō-膏肓 | ongeneeslijk zijn (onbehandelbaar omdat het te diep in het lichaam zit) |
| kōkō-航行 | zeevaart; scheepvaart |
| kōkō-航行 | luchtvaart |
| kokō-虎口 | (lett. mond van de tijger) een zeer gevaarlijke plek [plaats] of situatie |
| kōkō-高校 | (laatste 4 jaar van) de middelbare school |
| kokomai-古古米 | twee jaar geleden geproduceerde rijst (rijst die na de oogst meer dan twee jaar opgeslagen is geweest) |
| kokoro-心 | hart; ziel; geest; gevoelens; mentaliteit; karakter; aard; persoonlijkheid |
| kokorogakeru-心がける | streven naar; pogen; willen; op het oog hebben |
| kokoroiki-心意気 | karakter; neiging; inborst; temperament; geaardheid |
| kokoromachi-心待ち | het (verlangend) uitkijken (naar iets); het verlangend afwachten |
| kokoronikui-心憎い | bewonderenswaardig; prachtig; uitstekend; perfect |
| kokorookinaku-心置きなく | zonder terughoudendheid [schroom; voorbehoud; aarzelen; reserve]; onbevreesd |
| kokoroyuku-心ゆく | volledig; ten volle; naar hartenlust; tot volle tevredenheid |
| kōkōsei- 高校生 | scholier van (de laatste 4 jaar van) de middelbare school |
| kōkū-航空 | luchtvaart |
| kokubandai-黒板台 | schoolbord (op standaard) |
| kokubetsu-告別 | afscheid; vaarwel |
| kokudaka-石高 | (Edo-periode) officiële rijstoogst als maatstaf voor de oppervlakte van iemands land en als basis voor het heffen van jaarlijkse belastingen |
| kokudo-国土 | (boeddh.) het aardse leven |
| kokudo-国土 | domein; grondgebied; land; aardrijk |
| kokudo-黒土 | (chernozem) vruchtbare aarde (met een hoog humusgehalte) |
| kokudo-黒土 | zwarte aarde |
| kokuei-国営 | openbaar bestuur; nationaal beheer (van de overheid) |
| kōkūgaisha-航空会社 | luchtvaartmaatschappij |
| kokui-国威 | nationaal prestige [gezag]; nationale eer [waardigheid] |
| kokuji-酷似 | het hebben van een sterke gelijkenis; het veel op elkaar lijken |
| kōkūki-航空機 | luchtvaartuig (zoals luchtballon, luchtschip, vliegtuig e.d.) |
| kōkūkōgaku-航空工学 | luchtvaarttechniek; vliegtuigbouwkunde |
| kokuminsei-国民性 | volksaard |
| kokumotsushō-穀物商 | graanhandelaar |
| kokuri-酷吏 | meedogenloze [wrede] ambtenaar |
| kokusaihyōjunkakikō-国際標準化機構 | Internationale Organisatie voor Standaardisatie (ISO) |
| kokusei-国勢 | de toestand [situatie] waarin een land [volk] zich bevindt |
| kokushokaidai-国書解題 | catalogue raisonné van de Japanse literatuur vanaf ca. het Nara tijdperk tot het jaar 1867 |
| kokuteikōen-国定公園 | quasi-nationaal [semi-nationaal] park (toegewezen door de overheid maar beheerd door een prefectuur) |
| kōkyō-公共 | openbare [publieke] status; openbaar [publiek; gemeenschappelijk] belang |
| kōkyōkōtsūkikan-公共交通機関 | openbaar vervoer(middel) (bus, tram, trein) |
| kokyū-呼吸 | vaardigheid; truc; handigheid |
| kokyū-胡弓 | kokyū (traditioneel Japans snaarinstrument) |
| kōkyū-高級 | topkwaliteit; hoogwaardig [chic; luxueus] zijn |
| koma-駒 | (klein) paard; pony; veulen |
| koma-駒 | kam (van een snaarinstrument) |
| komai-古米 | oude rijst; rijst van de oogst van het voorgaande jaar |
| komamusubi-小間結び | een strakke, platte knoop (om twee lijnen (of twee uiteinden van eenzelfde lijn) met elkaar te verbinden) |
| kōmei-公明 | rechtvaardigheid; gerechtigheid; eerlijkheid |
| kōmeiseidai-公明正大 | eerlijkheid; rechtvaardigheid; integriteit; rechtschapenheid |
| komento-コメント | commentaar; toelichting; kanttekening; verklaring |
| kōmō-紅毛 | rood haar |
| kōmō-膏肓 | ongeneeslijk zijn (onbehandelbaar omdat het te diep in het lichaam zit) |
| kōmuin-公務員 | rijksambtenaar; overheidsfunctionaris |
| komurasaki-濃紫 | donkerpaars; donkerpurper |
| kōmuru-被る | ontvangen (van een gunst; vriendelijkheid; rechtvaardige bejegening) |
| kōmushikkōbōgaizai-公務執行妨害罪 | (als strafbaar feit) de belemmering van een overheidsambtenaar (politie, e.d.) in de uitoefening van diens werktaken en plichten |
| kōnan-硬軟 | hardheid en zachtheid; strengheid en zachtaardigheid |
| kōnā・wāku-コーナー・ワーク | vaardigheid in het nemen van bochten (schaatsen, autorace, etc.) |
| konbi-コンビ | (afk. voor) combinatie; stel; paar |
| konbiniensu・fūdo-コンビニエンス・フード | kant-en-klaarmaaltijden; vlugklaargerechten |
| kondate-献立 | menu; spijskaart |
| kondatehyō-献立表 | menukaart; week [maand] overzicht van maaltijden |
| kondishon-コンディション | voorwaarde; vereiste |
| kondō-金堂 | (in een boeddhistisch tempel-complex) het hoofdgebouw waar het Boeddhabeeld is ondergebracht |
| konemawasu-捏ね回す | kneden en vermengen; door elkaar kneden |
| kōnen-光年 | lichtjaar |
| kongō-金剛 | (boeddh.) vajra (de waarheid is sterk en onverwoestbaar, zoals diamant en bliksem) |
| konguromāchanto-コングロマーチャント | conglomeraat handelaar; complex retailbedrijf |
| konji-恨事 | een betreurenswaardige aangelegenheid [zaak]; wrok; spijt; berouw |
| konjō-根性 | karakter; aard; temperament; persoonlijkheid |
| konkatsu-婚活 | het zoeken naar een partner te vinden om mee te trouwen |
| konki-今季 | het huidige seizoen [jaargetijde]; dit seizoen |
| konmentāru-コンメンタール | notities; opmerkingen; commentaar |
| konmō-根毛 | (plantkunde) wortelhaar; rizoïde |
| konmori-こんもり | (onomatopee) dicht (op elkaar) |
| konnen-今年 | dit jaar; het huidige [lopende] jaar |
| kōnotori-鸛 | ooievaar |
| konpa-コンパ | (studenten)bijeenkomst; borrel; feest (m.n. waarbij de kosten worden gedeeld) |
| konrei-坤霊 | aardgod |
| konsarutingu・sērusu-コンサルティング・セールス | adviesverkoop (een verkoopmethode waarbij de verkoper optreedt als adviseur) |
| konsei-懇請 | dringend (maar beleefd) verzoek |
| konsen-混線 | verkeerde verbindingen; interferentie [door elkaar lopende signalen] (vooral bij telefoon- of radiosignalen) |
| konsen-混線 | door elkaar lopende verhaal- of gesprekslijnen |
| konshū-今秋 | dit najaar |
| konshun-今春 | dit voorjaar; deze lente |
| konzai-混在 | het naast elkaar bestaan; samengaan; vermengen |
| konzuru-混ずる | (door elkaar) mengen; vermengen; mixen |
| kopī-コピー | exemplaar; nummer |
| kopīshokuhin-コピー食品 | namaak-voedsel (voedingsmiddel dat lijkt op een (duurder) ingrediënt, maar van een andere substantie nagemaakt is; zoals b.v. crab sticks) |
| koppai-骨牌 | speelkaart |
| kōran-高覧 | (een beleefd woord voor) wat anderen zien; inzage; uw waarneming |
| koredake-此れだけ | in deze mate; alleen maar [beperkt tot] dit; niets meer dan dit |
| kōreijukyūshashō-高齢受給者証 | AOW-pas; 65+ kaart |
| kōreisha-高齢者 | oude mensen; ouderen; bejaarden; mensen op hoge leeftijd |
| korekutā-コレクター | verzamelaar |
| korewa-これは | hé, zeg!; meen je dat?; is het echt waar? |
| korewakorewa-これはこれは | (versterkende uitdrukking van これは) hé, zeg!; meen je dat?; is het echt waar? |
| kōri-公吏 | (oude term voor) een lokale overheidsfunctionaris [ambtenaar] |
| kōri-公理 | (logica) axioma, een niet bewezen (maar als grondslag aanvaarde) bewering |
| kōri-功利 | bruikbaarheid; nut; nuttigheid |
| korikutsu-小理屈 | muggenzifterij; zinloze argumenten; haarkloverij |
| kōrin-降臨 | neerdaling (naar aarde van een godheid); verschijning; (goddelijke) openbaring |
| korō-古老 | een oudere persoon; een bejaarde |
| koroshiau-殺し合う | elkaar vermoorden |
| koroshiya-殺し屋 | huurmoordenaar |
| kōru-コール | (bij kaartspel) bod; bieding |
| kōrushijō-コール市場 | call (money) markt (waar kortlopende, direct opzegbare, leningen worden verstrekt tussen banken en andere financiële instellingen) |
| kōryō-蛟竜 | Chinese mythische draak (die zich het water verbergt als een soort krokodil, en naar de hemel opstijgt bij regen) |
| koryōriten-小料理店 | Japans eethuisje met een eenvoudige menukaart |
| kōsa-交差 | kruising; het (elkaar) kruisen; samenkomen |
| kōsa-黄砂 | geel zand (dat door de wind tussen maart en mei vanuit China over Japan wordt verspreid) |
| kōsa-黄砂 | gele aarde; löss |
| kōsaku-工作 | ambacht; handvaardigheid |
| kōsakubutsu-工作物 | industrieel vervaardigde producten |
| kōseikanō-構成可能 | configureerbaar; instelbaar |
| kosekishōhon-戸籍抄本 | uittreksel van het familieregister (m.b.t. gegevens van één familielid daarin) |
| kōsen-高専 | technische school; middelbare school met een focus op techniek die gemiddeld vijf jaar duurt |
| kosenjō-古戦場 | een oud slagveld; de plek waar vroeger een slag heeft plaatsgevonden |
| kōsha-巧者 | vakkundigheid; vaardigheid; bekwaamheid; slimheid |
| kōshi-公私 | openbaar en privé; overheid en bevolking; officieel en persoonlijk |
| kōshi-紅紫 | rood-paars |
| koshigatana-腰刀 | een kort zwaard (zonder stootplaat) gedragen op de heup |
| koshiire-輿入れ | (arch.) de verhuizing van een vrouw (op de huwelijksdag, direct na het huwelijk) naar het huis van haar man |
| kōshin-恒心 | standvastigheid; onwrikbaarheid |
| koshio-小潮 | doodtij (getijdekrachten heffen elkaar op, zodat de getijdenverschillen minimaal zijn) |
| koshirae-拵え | het (klaar)maken; bouwen; monteren |
| koshirae-拵え | (een algemene term voor) zwaard-onderdelen (greep, stootplaat, zwaardschede e.d.) |
| koshitantan-虎視眈々 | waakzaamheid; alertheid; klaar zijn om toe te slaan [aan te vallen] |
| kōshite-斯うして | en toen; daarna |
| koshōgatsu-小正月 | Klein Nieuwjaar (festival) op 14, 15 of 16 januari |
| koshōgatsu-小正月 | de dagen rond de 15de dag van het nieuwe jaar (maankalender) |
| kōshū-公衆 | openbaar [publiek] zijn |
| koso-こそ | (achtervoegsel, benadrukt het voorgaande) precies; juist; daarom |
| kosumechikku-コスメチック | pommade; haarplakmiddel |
| kosumonōto-コスモノート | kosmonaut; ruimtevaarder |
| kotaerarenai-堪えられない | onweerstaanbaar; geweldig; fantastisch (goed) |
| kote-籠手 | een handschoen die beschermd is met metaal of hard leer (wordt o.a. gedragen bij de Japanse zwaardvechtkunst Kendo) |
| kōtei-航程 | (van een schip) vaarafstand; vaartijd; zeereis; cruise |
| kōteki-公的 | openbaar; publiekelijk; officieel |
| kōtekishu-好敵手 | een waardige [geduchte] tegenstander |
| kotekote-こてこて | (onomatopee) zwaar; vet; dik; machtig (van eten); rijk (versierd); opzichtig |
| kotō-古刀 | een oud [antiek] zwaard |
| koto-琴 | koto, een Japans snaarinstrument (met 13 snaren) |
| koto-異 | verschillend; anders; ongewoon; raar |
| kōtōgakkō-高等学校 | (de laatste 3 of 4 jaar van) de middelbare school |
| kotoji-琴柱 | koto-pilaar; brug van een koto (muziekinstrument) |
| kōtōkensatsuchō-高等検察庁 | Openbaar Ministerie; Openbare aanklager |
| kōtōsenmongakkō-高等専門学校 | technische school; middelbare school met een focus op techniek die gemiddeld vijf jaar duurt |
| kotoshi-今年 | dit jaar; het huidige [lopende] jaar |
| kotowaru-断る | vooraf iemand waarschuwen [(iets) doorgeven; toestemming vragen] |
| kotsuage-骨上げ | de ceremonie waarbij de familieleden na de crematie gezamenlijk uit de as van de overledene de overgebleven botjes zoeken en in een urn doen |
| kotsubako-骨箱 | kist [doos] met de as [botten] van een overledene; doos waarin een urn wordt bewaard |
| kotsuhiroi-骨拾い | de ceremonie waarbij de familieleden na de crematie gezamenlijk uit de as van de overledene de overgebleven botjes zoeken en in een urn doen |
| kotsujiki-乞食 | bedelaar; het bedelen |
| kōtsūkōsha-交通公社 | nutsbedrijf voor openbaar vervoer |
| kotsukotsu-こつこつ | vlijtig; nijver; onvermoeibaar; gestaag |
| kou-恋う | (iemand, iets) missen; verlangen naar; houden van; beminnen |
| kouma-子馬 | veulen; jong paard |
| kowaremono-壊れ物 | breekbare goederen [waar] |
| koyakunin-小役人 | een lagere ambtenaar |
| kōyō-効用 | de mate waarin goederen en diensten voldoen aan de wensen van consumenten |
| kōyō-効用 | gebruik; bruikbaarheid |
| kōyū-公有 | openbaar bezit; gemeengoed; gemeenschappelijk bezit; staatseigendom; staatsbezit |
| kōyu-鉱油 | aardolie; ruwe olie [petroleum] |
| kōza-広座 | ruime zitplaats; zitplaats waar meerdere mensen kunnen zitten; sofa |
| kōzairyō-好材料 | gunstige voorwaarden, die een positief effect hebben op de beurs; een hausse |
| kōzen-公然 | openbaarheid |
| kozo-去年 | vorig jaar |
| kōzui-香水 | (boeddh.) water vermengd met wierook (voor reiniging van tempel, altaar, of lichaam); geurend water geofferd aan Boeddha |
| kubihiki-首引き | een traditioneel Japans nek-trek spel, (een soort touwtrekken, waarbij twee mensen tegenover elkaar op de grond zitten met een touw rond hun nek) |
| kubihiki-首引き | het met elkaar wedijveren [strijden] |
| kubihiki-首引き | het voortdurend zinspelen (op) [verwijzen (naar); naslaan; opzoeken] |
| kubippiki-首っ引き | een traditioneel Japans nek-trek spel, (een soort touwtrekken, waarbij twee mensen tegenover elkaar op de grond zitten met een touw rond hun nek) |
| kubippiki-首っ引き | het voortdurend zinspelen (op) [verwijzen (naar); naslaan; opzoeken] |
| kūbun-空文 | dode letter (een wet [regeling] die niet meer geldt [geen waarde of toepassing meer heeft) |
| kuchiire-口入れ | tussenpersoon; bemiddelaar |
| kuchiirenin-口入れ人 | tussenpersoon; bemiddelaar |
| kuchikiki-口利き | bemiddelaar; invloedrijk persoon |
| kuchikomi-口コミ | mondelinge overlevering; mondeling commentaar |
| kuchioshii-口惜しい | ergerlijk; irritant; vervelend; spijtig; betreurenswaardig; jammerlijk |
| kuchitori-口取り | een paard (bij de teugels) leiden |
| kudakeru-砕ける | verzwakken; in elkaar storten; inzakken; tenondergaan |
| kudaranai-下らない | waardeloos; onbeduidend |
| kudari-下り | treinen en bussen die vanaf het startpunt van de route (m.n. Tokio) naar het platteland rijden |
| kudari-下り | het (vanuit de stad) naar het platteland gaan |
| kudari-下り | het afdalen; naar beneden gaan |
| kudariayu-下り鮎 | ayu (vissen), die stroomafwaarts in de rivier zwemmen om eieren te gaan leggen |
| kudaru-下る | naar beneden gaan; afdalen |
| kudatte-下って | naar beneden; lager; later |
| kue-九絵 | tandbaars (Epinephelus, een zeebrasem) |
| kuesuchon・taimu-クエスチョン・タイム | vragenuur(tje) (tijd waarin vragen gesteld kunnen worden in het Parlement) |
| kuiau-食い合う | goed bij elkaar passen |
| kuiawase-食い合わせ | eten dat niet bij elkaar past [dat beter niet samen wordt gegeten]; ingrediënten die samen niet smaken |
| kuichigau-食い違う | elkaar kruisen; haaks staan op elkaar |
| kuichigau-食い違う | niet bij elkaar passen; onverenigbaar [strijdig] zijn (met) |
| kuīnsaizu-クイーンサイズ | een standaard maat voor bedden en kleding (tussen kingsize en normaal in) |
| kuīnzu・ingurisshu-クイーンズ・イングリッシュ | standaard (correct) Engels in het Verenigd Koninkrijk |
| kuishibaru-食いしばる | tandenknarsen; de tanden op elkaar klemmen |
| kuishinbō-食いしん坊 | gulzigaard; veelvraat; slokop |
| kuitaosu-食い倒す | opsouperen (van een erfenis, spaarrekening, e.d.) |
| kujakushida-孔雀羊歯 | vrouwenhaar; venushaar; hoefijzervaren (Adiantum pendatum) |
| kujō-苦情 | klacht; bezwaar |
| kumaokuri-熊送り | de Beer-offer ceremonie, waarbij beren als heilige boodschappers van de goden worden geofferd (en dus teruggestuurd worden naar de goden) |
| kumen-工面 | vindingrijkheid; het handig voor elkaar krijgen; het op een creative manier verzamelen van geld [goederen] |
| kumijū-組み重 | een nest [set] van in elkaar passende dozen |
| kumikawasu-酌み交わす | elkaar inschenken; elkaar's glazen vullen; samen iets drinken |
| kumisakazuki-組み杯 | een nest van (op elkaar passende) sake cups |
| kumishiyasui-与し易い | handelbaar; hanteerbaar |
| kumitateru-組み立てる | assembleren; monteren; samenvoegen; in elkaar zetten [passen] |
| kumu-組む | de benen [armen] kruisen [over elkaar slaan] |
| kumu-組む | vastmaken; aan elkaar maken |
| kumu-組む | in elkaar zetten; monteren |
| kundō-訓導 | leraar op een basisschool (onder het oude onderwijssysteem) |
| kunigara-国柄 | nationaal karakter; nationale geaardheid |
| kunigarō-国家老 | hooggeplaatste samoerai-ambtenaar in dienst van een daimyō (die in diens afwezigheid het domein beheert) |
| kuniiri-国入り | (Edo periode) terugkeer van de leenheer naar zijn landgoed |
| kuniiri-国入り | een bezoek brengen aan het kiesdistrict; terugkeer van politici of beroemdheden naar hun geboorteplaats |
| kunkai-訓戒 | terechtwijzing; waarschuwing; berisping; vermaning |
| kunkoku-訓告 | reprimande; (mondelinge of schriftelijke) waarschuwing |
| kuntō-薫陶 | aardewerk maken door klei te kneden terwijl men wierook brandt (waardoor de geur in de klei gaat) |
| kunwa-訓話 | een leerzaam [waarschuwend] verhaal |
| kuoritī-クオリティー | kwaliteit; waarde; eigenschap |
| kuōtarī-クオータリー | driemaandelijks; éénmaal per kwartaal; viermaal per jaar |
| kūpon-クーポン | coupon; (waarde)bon; voucher; plaatsbewijs |
| kurabu-クラブ | klaveren; klaver (in kaartspel) |
| kuraidaore-位倒れ | de situatie waarin iem. wel een hoge positie bezit, maar zonder de daarbij behorende inkomsten |
| kuraimake-位負け | het onwaardig zijn aan [niet de kwaliteiten hebben voor] zijn titel [positie]; tekort schieten |
| kuraizuke-位付け | in de Edo-periode een indeling van de landerijen [velden] en het toekennen van een klasse daaraan |
| kurayamimatsuri-暗闇祭 | het festival waarbij men de lichten dooft om in het donker de geesten van overledenen te kunnen verwelkomen |
| kurayamizaiku-暗闇細工 | spelletje waarbij men geblinddoekt de verschillende delen van een papieren gezicht op een plaat prikt (traditioneel gespeeld op Nieuwjaarsdag) |
| kure-暮れ | einde van het jaar; einde van het seizoen |
| kurejittokādo-クレジットカード | creditcard; kredietkaart |
| kurejitto・kādo-クレジット・カード | kredietkaart; creditcard |
| kureka-クレカ | creditcard; kredietkaart |
| kureuchi-塊打ち | het fijnmaken van de plaggen die bij het omploegen van aarde zijn ontstaan |
| kuriageru-繰り上げる | naar voren [vooruit] schuiven (datum, evenement, etc.) |
| kuridasu-繰り出す | in grote groep(en) naar buiten [op pad] gaan |
| kurige-栗毛 | een kastanjekleurig paard |
| kuriirodo-栗色土 | kastanjebruine aarde |
| kurikoshi-繰り越し | het vooruit [naar voren] halen; overdracht; overbrenging; overplaatsing |
| kurikosu-繰り越す | vooruit boeken; naar voren halen; overbrengen; overplaatsen |
| kurippu-クリップ | sierspeld; haarspeld; oorclip |
| kurisutaruzoku-クリスタル族 | universitaire studentes vernoemd naar personage uit: なんとなく、クリスタル (Somehow, Crystal), roman uit de Japanse postmoderne literatuur van Tanaka Yasuo |
| kuritorisu-クリトリス | (anatomie) clitoris; kittelaar |
| kuriwata-繰り綿 | ontkorreld [geëgreneerd] katoen (waarbij de katoenvezels al van de zaden zijn ontdaan) |
| kuriyoseru-繰り寄せる | naar je toe trekken; binnenhalen |
| kuro-畔 | een voetpad [aarden richel] tussen de rijstvelden |
| kurofune-黒船 | zwart schip (schip varend naar Japan onder westerse vlag 16de-19de eeuw) |
| kurokami-黒髪 | zwart haar; zwarte haren |
| kurosufaia-クロスファイア | kruisvuur (beschietingen die elkaar kruisen) |
| kurosu・gēmu-クロス・ゲーム | spannende wedstrijd (waarbij de tegenstanders gelijk opgaan); nek-aan-nek race |
| kurotsuchi-黒土 | zwarte aarde |
| kurōzudo・shoppu-クローズド・ショップ | onderneming waarin lidmaatschap van vakbond verplicht is voor alle werknemers |
| kurōzudo・sutansu-クローズド・スタンス | (golf, honkbal) stand bij het slaan met de voeten naast elkaar |
| kurukuru-くるくる | (onomatopee) in de rondte; alsmaar ronddraaiend; wervelend |
| kurūpu-クループ | kroep (het achterste deel van de romp van het paard) |
| kurushii-苦しい | pijnlijk; moeilijk; zwaar (te verduren) |
| kurutoshi-来る年 | het nieuwe jaar; het komende jaar |
| kūsai-空際 | horizon (het punt waar hemel en aarde elkaar raken) |
| kusakeiba-草競馬 | lokale paardenrace (op het platteland) |
| kusanaginotsuruki-草薙の剣 | Kusanagi no Tsurugi (andere naam voor) het goddelijke zwaard (een van de 3 heilige kostbaarheden van Japan (spiegel, zwaard en juwelen) |
| kusaru-腐る | degenereren; verdorven [ontaard; corrupt] worden |
| kuse-癖 | afwijking; eigenaardigheid |
| kusege-癖毛 | weerbarstig [pluizig; krullend] haar |
| kusekke-癖っ毛 | weerbarstig [pluizig; krullend] haar |
| kushi-櫛 | haarkam |
| kushi-駆使 | vrije beschikking (hebben over); gebruik naar eigen goeddunken |
| kutsuwa-轡 | bit (mondstuk voor paarden) |
| kutsuzure-靴擦れ | blaar op de voet (van de schoenen) |
| kuwaeru-加える | (bij elkaar) optellen; toevoegen |
| kuwaire-鍬入れ | baanbrekende handeling (oorspronkelijk de eerste keer in het nieuwe jaar dat de boeren een spade in de grond staken) |
| kuwaire-鍬入れ | een nieuwjaarsceremonie waarbij voor het eerst een spade in de grond wordt gestoken |
| kūzenzetsugo-空前絶後 | zeer zeldzaam; de enige in zijn soort; eens maar nooit meer; de eerste en laatste keer |
| kuzureru- 崩れる | in elkaar storten; afbrokkelen; uit elkaar vallen |
| kyabia-キャビア | kaviaar (gezouten viskuit) |
| kyakudo-客土 | aarde van een andere plek die wordt toegevoegd om de bodemgesteldheid te verbeteren |
| kyakushitsu-脚質 | racestijl (paardenrennen, fietsen, e.d.) |
| kyakuuke-客受け | ontvangst [waardering] van het publiek; populariteit |
| kyandoru-キャンドル | kaars |
| kyandoru・sābisu-キャンドル・サービス | het aansteken van kaarsen door de bruid en de bruidegom bij een huwelijksreceptie |
| kyandoru・sābisu-キャンドル・サービス | een (avond)dienst (in een kerk) met brandende kaarsen |
| kyapashitī-キャパシティー | capaciteit; hoeveelheid; bekwaamheid; vaardigheid; vermogen |
| kyapusutan-キャプスタン | (scheepvaart) kaapstander; windas |
| kyasshuresu-キャッシュレス | zonder contant geld; niet betalen met contant geld (dus betalen met creditkaart of betaalkaart) |
| kyatchā・bōto-キャッチャー・ボート | (kleine) boot voor de walvisvangst (werkt samen met de grote walvisvaarder) |
| kyatchifon-キャッチフォン | wisselgesprek (signaal waarschuwt voor tweede binnenkomend gesprek) |
| kyatchi・bā-キャッチ・バー | een bar die ronselaars inzet om klanten naar binnen te lokken (en vervolgens extreem hoge prijzen berekent) |
| kyatchi・sērusu-キャッチ・セールス | agressieve verkoopmethode (waarbij men mensen op straat aanspreekt om hen iets te verkopen) |
| kyōasu-今日明日 | vandaag en morgen; vandaag of morgen; (binnen) een paar dagen; spoedig; weldra |
| kyōben-強弁 | het sterk aandringen; je zin doordrijven; haarkloverij |
| kyōchōshiau-強調し合う | elkaar versterken |
| kyodan-巨弾 | (fig.) grote [zware] aanval; zwaar geschut |
| kyōdō-経堂 | opslagplaats [zaal; bibliotheek] in een tempelcomplex waar boeddhistische soetra's worden bewaard |
| kyōgashinnen-恭賀新年 | Gelukkig Nieuwjaar (groet op nieuwjaarskaart) |
| kyogen-虚言 | onwaarheid; leugen |
| kyōgi-経木 | een dun houten bord (van ca. 25 centimeter breed) waarop een soetra is geschreven |
| kyogi-虚偽 | onwaarheid; leugen |
| kyōikumama-教育ママ | (een moeder die haar kind(eren) streng opvoedt om ze zo goed mogelijk te laten presteren) tijgermoeder; tijgermama |
| kyōin-教員 | docent; leerkracht; leraar |
| kyōji-矜持 | zelfrespect; trots; waardigheid |
| kyōji-驕児 | een verwend [onhandelbaar] kind |
| kyōjin-凶刃 | dolk als moordwapen; dolk van een moordenaar |
| kyōju-教授 | professor; hoogleraar |
| kyōkan-凶漢 | slechterik; boosaardige man; schurk |
| kyōkan-教官 | instructeur; docent; leraar |
| kyōkasuigetsu-鏡花水月 | iets dat mooi en zichtbaar is maar niet aangeraakt kan worden, zoals de reflectie van bloemen in een spiegel of die van de maan in het water |
| kyōken-恭謙 | nederigheid; bescheidenheid; eerbiedigheid (naar anderen toe) |
| kyōki-凶器 | gevaarlijk wapen [werktuig]; moordwapen |
| kyōki-狂気 | waanzin; krankzinnigheid; ontoerekeningsvatbaarheid |
| kyōkō-強硬 | (positief) onverzettelijk [drastisch; standvastig; onwrikbaar; onbuigzaam] zijn |
| kyokudai-極大 | maximum; hoogste waarde; hoogste punt |
| kyokunori-曲乗り | (rij)stunt; stuntrijden (b.v. op een paard, fiets, motor) |
| kyokuroku-曲彔 | een stoel waarop Zen-monniken zitten tijdens boeddhistische ceremonies (met cirkelvormige rugleuning + armleuningen) |
| kyokuryoku-極力 | tot het uiterste; naar beste vermogen [kracht]; met alle macht |
| kyokusui-曲水 | een traditioneel gedicht geschreven tijdens een bijeenkomst waarbij de deelnemers een kettinggedicht schrijven wanneer de (wijn)beker voor hen staat |
| kyokusuinoen-曲水の宴 | een traditioneel gedicht geschreven tijdens een bijeenkomst waarbij de deelnemers een kettinggedicht schrijven wanneer de (wijn)beker voor hen staat |
| kyōkyaku-橋脚 | (brug]pijler; brugpilaar |
| kyōma-京間 | standaardafmeting van de afstand tussen pilaren in de Japanse architectuur (ca. 1.95 meter) |
| kyōma-京間 | tatami-mat met een standaardafmeting van ca. 191 cm x 95,5 cm |
| kyomō-虚妄 | onwaarheid; leugen |
| kyōnen-享年 | overlijdensjaar, leeftijd bij overlijden |
| kyonen-去年 | vorig jaar; verleden jaar |
| kyōsaibentō-恐妻弁当 | (semi-humoristisch) de lunchbox (al dan niet met vergif) klaargemaakt door een bazige [genadeloze) vrouw [echtgenote] |
| kyōsaku-警策 | zweepje (voor paardrijden) |
| kyōsaku-警策 | (zen-boeddh.) lat om een slag te geven op de rechterschouder van een meditatie-beoefenaar ter waarschuwing om niet te verslappen |
| kyosetsu-虚説 | onwaar (niet op feiten gebaseerd) verhaal [verslag; rapport] |
| kyōshi-教師 | leraar; docent; mentor |
| kyōshitsu-教室 | particuliere school (voor speciale vaardigheden) |
| kyōshoku-教職 | het beroep van docent [leraar; onderwijzer] |
| kyōsōba-競走馬 | renpaard; racepaard; wedstrijdpaard |
| kyōtaku-教卓 | lessenaar; lerarenbureau |
| kyōtsūgo-共通語 | gemeenschappelijke taal; standaardtaal |
| kyoyōryō-許容量 | maximaal toelaatbare waarde [hoeveelheid] |
| kyōyu-教諭 | docent; leraar (vanaf basisschool tot vwo) |
| kyōzō-経蔵 | opslagplaats [zaal; bibliotheek] in een tempelcomplex waar boeddhistische soetra's worden bewaard |
| kyōzon-共存 | co-existentie; het vreedzaam naast elkaar bestaan [leven] |
| kyū-急 | spoed(geval); noodgeval; crisis; gevaar |
| kyūaku-旧悪 | (Edo-periode) misdaad [misdrijf] waarop verjaring geldt (met uitzondering van moord e.d.) |
| kyūban・hīru-キューバン・ヒール | Cubaanse hak (hak met schuinlopende achterkant van een schoen of laars) |
| kyūjin-求人 | rekrutering; werving (voor een baan); vacature; het zoeken naar personeel |
| kyūjō-宮城 | (vroeger) keizerlijk paleis en in de directe omgeving daarvan de gebouwen om het rijk te besturen |
| kyūkanbi-休刊日 | dag waarop geen kranten verschijnen; rustdag voor kranten-uitgevers |
| kyūkinzumō-給金相撲 | (in een sumo toernooi) de beslissende partij die bepaalt of de worstelaar meer winst of meer [8] verliespartijen heeft |
| kyūmuin-厩務員 | paardenknecht; verzorger van paarden (m.n. racepaarden); stalknecht |
| kyūsha-厩舎 | stal (paardenstal, koeienstal, e.d.) |
| kyūsha-厩舎 | renstal; stal met renpaarden |
| kyūshi-旧師 | iemands oude [voormalige] professor [leraar] |
| kyūshin-旧臣 | voormalige vazal; oude dienaar |
| kyūshōgatsu-旧正月 | Nieuwjaar volgens de oude maankalender |
| kyūshoku-求職 | het zoeken naar werk [een baan]; werkzoekend zijn |
| kyūshu-鳩首 | het samenkomen; bij elkaar komen |
| kyūtikuru・rimūbā-キューティクル・リムーバー | nagelriemverwijderaar |
| kyūtō-旧冬 | vorige winter; eind [december] vorig jaar |
| ma-真 | precies; waar; echt; puur |
| mabara-疎ら | sporadisch [spaarzaam; karig] zijn |
| mabu-間夫 | (arch.) minnaar (m n. van een prostituee) |
| mabu-間夫 | liefdesaffaire buiten het huwelijk (van een getrouwde vrouw met een minnaar of van een getrouwde man met een minnares) |
| machiai-待合 | de plek waar men elkaar ontmoet [op elkaar wacht]; wachtkamer |
| machibugyō-町奉行 | gemeenteambtenaar; stadsbestuurder |
| machikamaeru-待ち構える | klaar staan [zijn] (om te); voorbereid zijn; uitkijken naar |
| machikogareru-待ち焦がれる | vurig verlangen (naar); ongeduldig wachten (op) |
| machimōkeru-待ち設ける | verwachten; naar uitzien; hopen op |
| machinimatta-待ちに待った | langverwacht; waarnaar reikhalzend is uitgezien |
| made-まで | tot; naar (plaats) |
| madō-魔道 | (boeddh.) de wereld waar de duivel leeft |
| maeashi-前足 | de voet die bij een stap naar voren is gezet |
| maebure-前触れ | vooraankondiging; voorafgaande kennisgeving; waarschuwing |
| maedaoshi-前倒し | het naar voren brengen [bewegen; gaan]; vooruitschuiven; bespoedigen |
| maegashira-前頭 | een sumo worstelaar van de 5de rang |
| maemuki-前向き | naar voren gericht; en face |
| maenomeri-前のめり | het naar voren leunen [hangen; buigen; vallen] |
| maeuriken-前売券 | (vooraf) besproken [gereserveerde] (toegangs)kaartjes [tickets] |
| maeyaku-前厄 | het jaar voorafgaand aan de kritieke leeftijd [periode]; het jaar voor het ongeluksjaar |
| magatta-曲がった | oneerlijk; verdorven; slecht; kwaadaardig |
| magirawashii-紛らわしい | verwarrend; misleidend; dubbelzinnig; gemakkelijk door elkaar te halen |
| mago-馬子 | een pakpaard voerman [menner] |
| maguma-マグマ | magma (vloeibaar gesteente) |
| magunechikku・kādo-マグネチック・カード | magneetkaart |
| maguso-馬糞 | paardenvijg; paardenmest; paardendrek |
| mahha-マッハ | mach (verhouding tussen stromingssnelheid (b.v. bij het vliegen) en de snelheid van het geluid; vernoemd naar Ernst Mach) |
| mahiru-真昼 | op klaarlichte dag; 's middags; overdag |
| mai-まい | (negatieve veronderstelling) (dat) zal (waarschijnlijk) niet |
| maikurokādo-マイクロカード | microkaart |
| maikurorīdā-マイクロリーダー | microreader (projectieapparaat voor het bekijken van microfilms of microkaarten) |
| maimodoru-舞い戻る | terugkeren (naar waar je vandaan kwam) |
| mainen-毎年 | elk jaar |
| mairudo-マイルド | zacht; zachtaardig; mild |
| maishin-邁進 | het voortgaan [doorgaan; streven; doorzetten; naar iets toe werken] |
| maishinsuru-邁進する | voortgaan; doorgaan; streven; doorzetten; naar iets toe werken |
| maisō-埋葬 | begrafenis; teraardebestelling |
| maisu-売僧 | een term die gebruikt wordt om op een denigrerende manier naar monniken te verwijzen |
| maisū-枚数 | het aantal vellen [bladen, kaarten, e.d.] |
| maitoshi-毎年 | elk jaar |
| maji-まじ | serieus; werkelijk; echt waar |
| majikku・mirā-マジック・ミラー | eenrichtingsspiegel (die het licht aan een kant doorlaat en aan de andere kant reflecteert; zo kan men iem. observeren zonder die de waarnemer ziet) |
| majishan-マジシャン | tovenaar; magiër; goochelaar; illusionist |
| majorika-マジョリカ | (Italiaans aardewerk) majolica; faience |
| majorikayaki-マヨリカ焼き | (Italiaans aardewerk) majolica; faience |
| mākā-マーカー | teller; optekenaar; iemand die de stand [score] bijhoudt |
| makanai-賄い | kok; cateraar |
| makeinu-負け犬 | een duidelijke verliezer (als een hond die met zijn staart tussen de benen afdruipt); underdog |
| māketingu・mappu-マーケティング・マップ | marketing grafiek [kaart] |
| makezuotorazu-負けず劣らず | aan elkaar gewaagd; tegen elkaar opgewassen |
| makijaku-巻き尺 | (oprolbaar) meetlint; rolcentimeter |
| makimusubi-巻き結び | mastworp knoop (scheepvaart) |
| makiotoshi-巻き落とし | naar beneden draaiende aanval (kendō, sumo) |
| makitabako-巻き煙草 | (gerolde tabak) sigaret; sigaar |
| makkōkusai-抹香臭い | (fig.) het ruiken naar religie; erg religieus [vroom] zijn |
| makkōkusai-抹香臭い | het ruiken naar wierook |
| makoto-誠 | waarheid; realiteit; feit |
| makotoshiyaka-真しやか | aannemelijk (maar niet waar) zijn; geloofwaardig zijn (b.v. van een leugen) |
| makushita-幕下 | derde klasse van sumo worstelaars |
| makuuchi-幕内 | sumoworstelaar met een rang hoger of gelijk aan maegashira; hoogste [senioren] divisie |
| mama-ママ | de vrouwelijke eigenaar [uitbaatster; gastvrouw] van een bar |
| mamanaranu-儘ならぬ | niet naar wens; niet zoals gewenst [gedacht] |
| mamayo-儘よ | nou ja; laat maar (zitten); het maakt niet uit |
| man-慢 | verwaarlozing; ontwijking; nalatigheid |
| mana-愛 | (in kanji combinaties) geliefd; dierbaar |
| mandarin-マンダリン | Mandarijn (hoge staatsambtenaar in het oude China) |
| mandō-万灯 | (boeddh.) rijen hangende lantaarns rondom een heiligdom tijdens het lantaarnfestival |
| mandōe-万灯会 | (boeddh.) lantaarnfestival |
| mangaichi-万が一 | bij toeval; in het zeldzame [onwaarschijnlijke] geval; in geval van nood; in het ergste geval |
| mangaka-漫画家 | manga-tekenaar; striptekenaar |
| mangaka-漫画家 | cartoonist; cartoontekenaar; karikaturist |
| manimani-随に | ad libitum; naar eigen inzicht [keuze; believen] |
| mankibi-満期日 | vervaldatum; houdbaarheidsdatum |
| manman'ichi-万万一 | onwaarschijnlijke gebeurtenis; uitzonderlijk geval; noodgeval |
| manmonisuto-マンモニスト | mammonist (iemand die de geldgod Mammon aanbidt, en streeft naar rijkdom) |
| mannen'yuki-万年雪 | eeuwige sneeuw; sneeuw (boven de sneeuwgrens) die niet smelt, maar altijd blijft liggen |
| mansaku-万作 | Japanse toverhazelaar (Hamamelis japonica) |
| mansaku-満作 | Japanse toverhazelaar (Hamamelis japonica) |
| mantoru-マントル | (geologie) mantel (laag tussen aardkorst en kern) |
| manyufakuchua-マニュファクチュア | vervaardiging; fabricage; productie |
| manzai-万歳 | tienduizend jaar |
| manzai-万歳 | entertainers, die vroeger bij Nieuwjaarsfeesten van deur tot deur gingen om de mensen te vermaken |
| man'ichi-万一 | bij toeval; in het zeldzame [onwaarschijnlijke] geval; in geval van nood; in het ergste geval |
| maotoko-間男 | een overspelige man; (geheime) minaar |
| mappiruma-真っ昼間 | overdag; midden op de dag; op klaarlichte dag |
| mappu-マップ | kaart; plattegrond; landkaart |
| marinā-マリナー | zeeman; zeevaarder; matroos |
| maronie-マロニエ | witte paardenkastanje (Aesculus hippocastanum) |
| māru-マール | maar; mare (cirkelvormige krater) |
| maruarai-丸洗い | het wassen van een kimono in zijn geheel (zonder eerst uit elkaar te halen) |
| marudashi-丸出し | gehele zichtbaarheid; openheid; niets verhullend |
| marugari-丸刈り | kort geknipt kapsel [haar] |
| marumage-丸髷 | de Japanse haarstijl van een getrouwde vrouw |
| marumie-丸見え | volledig zichtbaar zijn |
| marunomi-丸呑み | iets accepteren zoals het is; een gegeven paard niet in de mond kijken |
| marunomi-丸呑み | iets (voor waar) aannemen zonder het te begrijpen |
| maruzome-丸染め | een complete kimono verven (zonder hem eerst uit elkaar te halen) |
| masshu・poteto-マッシュ・ポテト | aardappelpuree |
| massugu-真っ直ぐ | kaarsrecht |
| masutā-マスター | baas; eigenaar; manager; leider; meester |
| matoi-纏 | standaard voor legereenheden (versierd met stroken papier of leer) |
| matoi-纏 | (Edo-periode) standaard voor brandweereenheden (versierd met stroken papier of leer) |
| matomeru-纏める | verzamelen; bij elkaar brengen |
| matorikkusu-マトリックス | (wiskunde) matrix (systeem van waarden voor toepassing van rekenkundige regels) |
| matsugonomizu-末期の水 | het water waarmee de lippen van een stervende worden bevochtigd |
| matsukazari-松飾り | versiering van dennentakken (op Nieuwjaar) |
| matsunouchi-松の内 | de eerste 7 dagen van het nieuwe jaar |
| matsuyoi-待宵 | nacht waarop men op iemand wacht (die zou komen) |
| mattaku-全く | inderdaad; werkelijk; waarlijk |
| mattanashi-待った無し | niet meer wachten; de tijd is om; nu of nooit; (bij sumo) klaar om te beginnen |
| maunto-マウント | opzetkarton [papier] (waar b.v. foto's op geplakt worden) |
| maunto-マウント | (plaatsing op) een voetstuk; standaard; zetting; montering |
| mawaridōrō-回り灯籠 | een lantaarn waarvan de binnenste cilinder (met uitgesneden afbeeldingen) draait en schaduwen werpt op het buitenste scherm |
| mawashi-回し | groepsseks; van een prostituee het in één nacht seks met meerdere klanten achter elkaar hebben |
| mawashi-回し | een lendendoek (m.n. zoals sumoworstelaars dragen) |
| mayakumitsubainin-麻薬密売人 | drugshandelaar; drugsdealer |
| mayakushōnin-麻薬商人 | drugshandelaar; drugsdealer |
| mayoibashi-迷い箸 | eetstokjes die men besluiteloos van gerecht naar gerecht beweegt zonder iets te nemen (onjuist gebruik van eetstokjes) |
| mayou-迷う | twijfelen; aarzelen |
| mazeawaseru-混ぜ合わせる | samenvoegen; bij elkaar voegen; (ver)mengen |
| mazumazu-先ず先ず | toelaatbaar; aanvaardbaar; acceptabel; afdoende |
| meberi-目減り | vermindering van waarde |
| medama-目玉 | pronkstuk; hoofdattractie; paradepaardje (fig.); meest belangrijke item; kernpunt |
| medarisuto-メダリスト | medaillewinnaar |
| medatta-目立った | opvallend; opmerkelijk; zichtbaar; waarneembaar |
| megakeru-目がける | streven naar |
| megaroporisu-メガロポリス | megalopolis (een groot stedelijk gebied van aan elkaar gegroeide steden) |
| meibunka-明文化 | schriftelijke vaststelling [bepaling]; schriftelijke overeenkomst; voorwaarde |
| meigi-名義 | rechtvaardiging |
| meihaku-明白 | (over)duidelijk; onmiskenbaar; zonneklaar; klinkklaar; onomstotelijk; ondubbelzinnig; onweerlegbaar |
| meiken-名剣 | beroemd zwaard; zwaard van hoge kwaliteit |
| meimei-冥冥 | donker; onzichtbaar |
| meimokukakaku-名目価格 | nominale waarde |
| mein・banku-メイン・バンク | hoofdbank van een bedrijf (de bank met de hoogste kredietwaardigheid) |
| meiseki-名跡 | beroemde plaats [plek; bezienswaardigheid] (met historische waarde) |
| meishi-名刺 | vissitekaartje; naamlkaartje (ook met beroep-, contactgegevens e.d.) |
| meishi-明視 | duidelijk zichtbaar zijn |
| meisho-名所 | bezienswaardigheid |
| meisū-名数 | een bepaald [precies] aantal; bepaalde hoeveelheid; numerieke waarde |
| meitō-名刀 | beroemd zwaard; zwaard van hoge kwaliteit |
| meiyo-名誉 | eer; glorie; faam; reputatie; goede naam; prestige; waardigheid |
| meiyokyōju-名誉教授 | emeritus hoogleraar; emeritus professor |
| meiyoshin-名誉心 | verlangen [streven] naar roem [eer] |
| mekajiki-眼梶木 | zwaardvis |
| mekiki-目利き | beoordelaar; kenner; connaisseur |
| mekimeki-めきめき | opvallend; duidelijk zichtbaar; steeds meer |
| mekka-メッカ | Mekka (Arabische bedevaartsplaats) |
| mekkiri-めっきり | aanzienlijk; merkbaar; opmerkelijk; behoorlijk |
| mekugi-目釘 | pin [angel] (van een zwaard) |
| mēkuin-メークイン | een aardappelsoort, May Queen |
| menboku-面目 | uiterlijk; voorkomen; gezicht; aanzien; eer; reputatie; prestige; waardigheid |
| menkui-面食い | iemand die alleen maar op het gezicht [uiterlijk] afgaat |
| menma-麺麻 | gekookte, en daarna gedroogde of ingemaakte bamboescheuten (na geweekt te zijn in water worden ze gebruikt in Chinese gerechten) |
| menpeki-面壁 | zittende zen meditatie met het gezicht naar een muur |
| menuki-目貫 | zwaard ornament (op het gevest) |
| menyū-メニュー | menu; spijskaart (in een restaurant) |
| mēn・banku-メーン・バンク | hoofdbank van een bedrijf (de bank met de hoogste kredietwaardigheid) |
| meoto-夫婦 | echtpaar; man en vrouw |
| meritto-メリット | waarde |
| mesaki-目先 | (direct) voor zijn [haar] ogen [neus] |
| mesen-目線 | zwarte streep over de ogen op een foto (om iem. onherkenbaar te maken) |
| meshitsukai-召し使い | bediende; dienaar; dienares |
| messhu-メッシュ | highlights in het haar; coupe soleil |
| mete-馬手 | de rechterhand (waarmee men de teugels van een paard vasthield) |
| metsu-滅 | één van de vier grote waarheden in het Boeddhisme, n.l. het einde van het lijden |
| meyasu-目安 | criterium; standaard; maatstaf |
| mezu-馬頭 | (boeddh.) demoon (beeld) met het hoofd van een paard en het lichaam van een mens |
| mi-巳 | de slang (het zesde dier in de twaalfjaarlijkse cyclus van de Chinese dierenriem) |
| miakiru-見飽きる | genoeg hebben van (het kijken naar) iets; iets niet (langer) meer willen zien |
| miau-見合う | elkaar aankijken |
| miawaseru-見合わせる | elkaar aankijken |
| mibunshōmeisho-身分証明書 | identiteitsbewijs; identiteitskaart; legitimatiebewijs |
| michiyuki-道行き | (Kabuki theater) scène waar een man en vrouw samen (in het geheim) ervandoor [op reis] gaan |
| midaregami-乱れ髪 | slordig [ongekamd; warrig] haar; verwilderde haren |
| midoku-味読 | het met veel plezier [waardering] lezen (van een boek) |
| midokusuru-味読する | (een boek) met veel plezier [waardering] lezen |
| midoru・tīn-ミドル・ティーン | (Eng. middle teen = mid-teen) in de leeftijd van 15 of 16 jaar |
| mieru-見える | (kunnen) zien; zichtbaar zijn |
| migi-右 | het voorafgaande [eerdergenoemde] (bij de Japanse (verticale) schrijfwijze van rechts naar links) |
| migikataagari-右肩上がり | stijging; toename (zoals de lijn in een grafiek stijgt naar rechts) |
| migikatasagari-右肩下がり | daling; afname; vermindering (zoals de lijn en een grafiek daalt naar rechts) |
| migiuchi-右打ち | (bij honkbal) een slag naar het rechtsveld; rechtshandige slagman |
| migiyotsu-右四つ | (van sumoworstelaars) greep met de rechterhand onder de linkerarm van de tegenstander |
| migotae-見応え | de moeite waard om te zien; indrukwekkend |
| mihakarau-見計らう | iets naar eigen inzicht doen; naar eigen goeddunken iets doen; zelf beslissen over iets |
| miharashi-見晴らし | uitzicht; vergezicht; zichtbaarheid |
| mihitsunokoi-未必の故意 | bewuste [opzettelijke] verwaarlozing; nalatigheid; onachtzaamheid |
| miiri-実入り | oogst; rijp [klaar om te oogsten] zijn |
| miiru-見入る | bekijken; kijken [staren; turen] naar; gadeslaan; observeren |
| mikaijin-未開人 | barbaar; wildeman; onbeschaafd mens; een barbaars [primitief] volk |
| mikakeru-見かける | (toevallig) zien; opmerken; waarnemen; te zien krijgen |
| mikaneru-見兼ねる | niet aan kunnen zien; niet kunnen kijken naar |
| mikawasu-見交わす | blikken uitwisselen; elkaar aankijken |
| miketsushū-未決囚 | verdachte die in hechtenis is genomen (maar nog niet is veroordeeld) |
| mikiki-見聞き | informatie; kennis; waarneming |
| mikka-三日 | de derde dag van de maand (m.n. de derde dag van het nieuwe jaar) |
| mikuraberu-見比べる | (dingen bekijken en) met elkaar vergelijken; |
| mimai-見舞い | het iemand beterschap [sterkte] wensen; het uiten van bezorgdheid [medeleven] (per kaart, brief, pakje, etc.) |
| mimamoru-見守る | goed [aandachtig] kijken; staren naar |
| mimau-見舞う | het iemand beterschap [sterkte] wensen; het uiten van bezorgdheid [medeleven] (per kaart, brief, pakje, etc.) |
| mimikakushi-耳隠し | haarstijl [haarcoupe] die de oren bedekt |
| mimizu-蚯蚓 | regenworm; pier; aardworm |
| minaosu-見直す | nog een keer bekijken; nog eens [opnieuw] kijken naar; een tweede blik werpen op; terugblikken |
| mindo-民度 | culturele [economische; maatschappelijke] standaard (van een volk); levensstandaard |
| mine-峰 | de achterkant van het lemmet van een zwaard |
| minikui-見難い | onduidelijk; onleesbaar |
| minkan-民間 | privé; burgerlijk; civiel; niet openbaar; niet publiek |
| minkankōkū-民間航空 | burgerluchtvaart |
| miorosu-見下ろす | naar beneden kijken; overheen kijken; uitzien [uitkijken] over |
| miosame-見納め | een laatste blik; vaarwel |
| mirareru-見られる | gezien worden; zichtbaar zijn |
| miru-見る | zien; kijken (naar) |
| mirugai-海松貝 | paardenschelp; gaperschelp (Tresus keenae) |
| misanpu-未産婦 | nullipara; een vrouw die nooit kinderen heeft gebaard |
| misedokoro-見せ所 | plek [gelegenheid] waar je laat zien wat je kunt |
| miseshime-見せしめ | les; waarschuwing; voorbeeld |
| mishiranu-見知らぬ | vreemd; eigenaardig; onbekend |
| missei-密生 | dichtbegroeid zijn; dicht op elkaar groeien; bossig zijn |
| missetsu-密接 | nauwe verbondenheid; dicht bij elkaar zijn |
| misshon-ミッション | delegatie; afvaardiging; gezantschap |
| missō-密葬 | uitvaart in besloten kring |
| misueru-見据える | (met een onbeweeglijke blik) staren [turen] (naar); de blik gevestigd houden (op) |
| misumisu-見す見す | vlak onder je ogen; waar je bij stond; niet wetend [doorhebbend] |
| mitaida-みたいだ | het ziet er naar uit [lijkt erop] dat |
| mitarashi-御手洗 | een plaats waar pelgrims voorafgaand aan het bezoek van een heiligdom hun handen en mond reinigen. |
| mitatokoro-見た所 | schijnbaar; uiterlijk; om te zien |
| mitō-味到 | waardering; het genieten van |
| mitoku-味得 | volledige appreciatie [waardering] (van iets van hoogstaande kwaliteit) |
| mitome-認め | erkenning; aanvaarding; acceptatie; goedkeuring |
| mitomeru-認める | erkennen; bevestigen; toekennen; evalueren; waarderen |
| mitomeru-認める | zien; waarnemen; onderscheiden; herkennen; (be)merken; vaststellen |
| mitsuke-見付 | toegangsweg [oprit] (naar een kasteel) |
| mitsukurou-見繕う | voorbereiden; klaarmaken; klaarleggen |
| mitsumeru-見つめる | (strak) staren [turen (naar) |
| mitsuyunyū-密輸入 | het (land) in smokkelen; naar binnen smokkelen |
| mitsuyushutsu-密輸出 | het (land) uit smokkelen; naar buiten smokkelen |
| mitsuyushutsusuru-密輸出する | uit smokkelen; naar buiten smokkelen |
| mitsuzō-密造 | illegale vervaardiging [productie]; illegaal distilleren [stoken] van sterke drank |
| miwake-見分け | het onderscheiden [onderscheid maken; uit elkaar houden] |
| miwakeru-見分ける | onderscheiden; onderscheid maken; uit elkaar houden |
| miyakoochi-都落ち | de hoofdstad (Tokio) verlaten [ontvluchten]; overgeplaatst worden van Tokio naar de provincie [naar een plek buiten de hoofdstad] |
| miyoi-見好い | fatsoenlijk; eerbaar; netjes |
| miyōmimane-見様見真似 | leren door naar anderen te kijken (en na te doen) |
| mizubukure-水膨れ | blaar |
| mizuirazu-水入らず | alleen; onder elkaar |
| mizuiri-水入り | korte tussenpauze voor (sumo)worstelaars als een partij lang duurt |
| mizukagen-水加減 | de juiste hoeveelheid water om een gerecht klaar te maken (b.v. rijst te koken) |
| mizunomiba -水飲み場 | (openbaar) drinkkraantje; fonteintje om water te drinken; waterhappertje |
| mizusakazuki-水杯 | het ritueel van het gezamenlijk inschenken en drinken van water waarbij men voorgoed afscheid neemt van elkaar |
| mobairu-モバイル | draagbaar; verplaatsbaar; draadloos |
| mōbosansennooshie-孟母三遷の教え | het belang van het creëren van een goede leeromgeving voor een kind (naar een oud verhaal over Mencius' moeder die 3 keer verhuisde daarvoor) |
| mōbu-モーブ | mauve; zachtpaars |
| mochi-持ち | bezit; bezitting; eigendom; eigenaar; bezitter |
| mochi-糯 | glutineuze rijst of graan waarvan men rijst cakes maakt |
| mochidashi-持ち出し | het uit [naar buiten] nemen [brengen] |
| mochidasu-持ち出す | uit [naar buiten] nemen [brengen] |
| mochigusare-持ち腐れ | afval; bezit [voorwerp] zonder waarde |
| mochikaeru-持ち帰る | terugbrengen; thuisbrengen; meenemen naar huis |
| mochikuzusu-持ち崩す | geruïneerd worden; naar de haaien gaan |
| mochimae-持ち前 | iemand's karakter [eigenschappen; aard] |
| mochinushi-持ち主 | eigenaar; bezitter |
| mochiomori-持ち重り | zwaar (worden) om te dragen |
| mochisaru-持ち去る | iets wegnemen (en naar een andere plaats brengen); ervandoor gaan met iets |
| mochite-持手 | eigenaar |
| mochite-持手 | handvat (aan een koffer, mand, amfoor e.d.); greep [gevest] (van een zwaard e.d.) |
| mochiya-餅屋 | winkel waar men mochi (rijst cakes) verkoopt; verkoper van mochi |
| mōde-詣で | bedevaart; pelgrimage; pelgrimstocht |
| mōderu-詣でる | een pelgrimstocht maken; op bedevaart [pelgrimage] gaan |
| moderuiyā-モデルイヤー | modeljaar (jaar waarin een nieuw model auto (e.d.) op de markt komt) |
| modoriuri-戻り売り | verkoop (van aandelen) op het moment dat een lagere marktwaarde weer omhoog gaat |
| moenokori-燃え残り | verkoold stuk hout; as; verbrandingsresten; sintels; overgebleven stompje van een kaars |
| moesashi-燃え止し | verbrandingsrest; dat wat onverbrand blijft (zoals een laatste stukje van een kaars, de restanten van een lucifer) |
| mōgen-妄言 | leugen; onwaarheid |
| mogibashi-もぎ箸 | eetstokjes waarvan restjes eten afgelikt worden (onjuist gebruik van eetstokjes) |
| mogurauchi-土竜打ち | ceremonie voor een goede oogst op 14 januari waarbij kinderen met stokken of bundels van strooi op de grond slaan om mollen te verjagen |
| mōhatsu-毛髪 | (van mensen) haar; beharing |
| mōhatsu'ishoku-毛髪移植 | haartransplantatie |
| mōhitsu-毛筆 | penseel (vervaardigd met natuurlijke materialen, zoals diereharen); kwast |
| mojimoji-もじもじ | (onomatopee) terughoudend; aarzelend; friemelend; rusteloos |
| mojūru-モジュール | module (deel van een ruimtevaartuig of machine dat afzonderlijk kan functioneren) |
| mokkan-木簡 | een smalle strook hout waarop officiële stukken tekst werden geschreven (in het oude China en Japan) |
| mokuami-木阿弥 | (afk. voor) terug bij af; terugval naar waar men begon; alles verliezen wat men heeft verworven |
| mokuba-木馬 | paard (turntoestel) |
| mokuba-木馬 | houten paard; hobbelpaard |
| mokugeki-目撃 | observatie; constatering; waarneming |
| mokuhyō-目標 | doelstelling; iets waar je naar streeft |
| mokushi-黙示 | onthulling; revelatie; bekendmaking; openbaarmaking |
| mokuyoku-沐浴 | het baden; het lichaam en het haar wassen |
| mokuzō-木造 | vervaardigd uit hout; van hout; houten |
| momiage-揉み上げ | bakkebaarden; tochtlatten |
| momizumu-モミズム | buitensporige aandacht van een overbezorgde of aanhankelijke moeders voor haar kind |
| momonosekku-桃の節句 | Perzikbloesemfestival [Meisjesdag; Poppenfeest] (seizoenfeestdag voor meisjes op 3 maart) |
| momotose-百歳 | honderd jaar; honderdjarige leeftijd |
| momoware-桃割れ | haarstijl met een perzikvormige knot (uit het Meiji tijdperk) |
| momu-揉む | aanzwepen (om paarden harder te laten rennen) |
| momu-揉む | iemand trainen door hem [haar] zware ontberingen te laten ondergaan |
| mongaifushutsu-門外不出 | verbod op het meenemen van waardevolle boeken of artikelen uit een collectie |
| monitā-モニター | waarnemer; toezichthouder |
| monogatai-物堅い | eerlijk; betrouwbaar |
| monogoi-物乞い | gebedel; bedelaar |
| monogusa-物臭 | luiheid; sloomheidheid; luiaard; een lui iemand |
| monomezurashii-物珍しい | vreemd; raar |
| monomorai-物貰い | bedelaar |
| mononoaware-物の哀れ | een sterk (ethisch) gevoel [waardering] voor schoonheid (van de natuur) |
| mononokazu-物の数 | iets belangrijks; iets dat de moeite waard is |
| monosabiru-物寂びる | zich verlaten [eenzaam; verwaarloosd; troosteloos] voelen |
| monosashi-物差し | meetlat; maatstaf (ook fig.); standaard; toets(steen) |
| monrōshugi-モンロー主義 | monroeleer (genoemd naar de Amerikaanse president James Monroe) |
| monukenokara-蛻の殻 | lijk; dood lichaam (waaruit de ziel verdwenen is) |
| monzeki-門跡 | (de priester die verantwoordelijk is voor) een tempel waar de leerstellingen van de stichter van de sekte zijn overgeleverd |
| mon'an-問安 | informeren naar de veiligheid [het welzijn] van een hogere in rang |
| morāru・sābei-モラール・サーベイ | moreel onderzoek naar tevredenheid van werknemers over arbeidscondities |
| moreru-漏れる | uitkomen; onthuld [geopenbaard] worden |
| morimono-盛り物 | een offer (bij een altaar) |
| moritsuchi-盛り土 | dijk; verhoogde grond [aarde]; het ophogen van grond |
| mōsaikan-毛細管 | capillaire buis; haarvat |
| mōsaikekkan-毛細血管 | haarvat; capillaire buis |
| mosaku-模索 | het rondtasten [zoeken] (naar) |
| mosakusuru-模索する | rondtasten; zoeken (naar) |
| mosamosa-もさもさ | behaard (persoon); dichtbegroeid (planten) |
| mōshikaneru-申し兼ねる | aarzelen [het moeilijk vinden] om iets te zeggen |
| moshikasuruto-若しかすると | misschien; waarschijnlijk; mogelijk; eventueel |
| mōshiwake-申し訳 | onbeduidend; klein; bescheiden; niet noemenswaard |
| mōshiwakenai-申し訳ない | het spijt mij zeer; ik voel mij bezwaard; verontschuldiging; dank voor uw hulp |
| mōshon-モーション | beweging; gebaar |
| mōshū-孟秋 | het begin van de herfst; het vroege najaar |
| mōsuto・baryuaburu・purēyā-モースト・バリュアブル・プレーヤー | meest waardevolle speler |
| motodori-髻 | knotje (van haar op het hoofd) |
| motomeru-求める | zoeken (naar) |
| motonomokuami-元の木阿弥 | terug bij af; terugval naar waar men begon; alles verliezen wat men heeft verworven |
| mottai-勿体 | waarde; belang (hechten aan) |
| mottainai-勿体ない | niet waard [onwaardig] zijn; onverdiend |
| mottomorashii-尤もらしい | geloofwaardig; serieus |
| moyō-模様 | lijken op; ernaar uitzien dat; uiterlijk; omstandigheden; situatie; symptoom; teken (van) |
| mozaiku-モザイク | (biologie: dier of plant met genetische eigenschappen van verschillende soorten) hybride; entbastaard |
| mozuku-水雲 | een soort eetbaar zeewier |
| muchiuchi-鞭打ち | deel van het lichaam van paarden waar de ruiter op slaat met zijn zweep |
| mudan-無断 | zonder waarschuwing; zonder (voor)aankondiging; onaangekondigd |
| muenshakai-無縁社会 | een samenleving waarin persoonlijke relaties vrijwel geen rol spelen |
| mugaku-無学 | (boeddh.) spiritueel niveau waarbij men bevrijd is van aardse verlangens en studie niet langer nodig is om dat te bereiken |
| mugetsu-無月 | maanloze periode; een tijd waarin de maan niet te zien is |
| muhi-無比 | ongeëvenaard zijn |
| muhōsha-無法者 | bandiet; vogelvrijverklaarde misdadiger |
| mujin-無尽 | (afk. voor) roterende spaar- en kredietverenigingen in Japan |
| mujinki-無人機 | ombemand luchtvaartuig (voor militaire of burger doeleinden) |
| mujinkō-無尽講 | roterende spaar- en kredietverenigingen in Japan |
| mujirushi-無印 | een atleet of paard met weinig kans om te winnen. |
| mujōken-無条件 | onvoorwaardelijkheid |
| muka-無価 | onbetaalbaar; van ongekende waarde |
| muka-無価 | zonder waarde; gratis |
| mukabaki-行縢 | (his.) een van herten- of berenbont gemaakte beenbekleding (voor krijgers bij het paardrijden of de valkenjacht) |
| mukago-零余子 | broedknop; propagule (plantaardig materiaal) |
| mukaiau-向かい合う | tegenover elkaar staan |
| mukaiawase-向かい合わせ | het tegenover elkaar [oog in oog} staan; van aangezicht tot aangezicht |
| mukau-向かう | zich richten naar; gaan in de richting van |
| mukei-無形 | geest; spiritueel [abstract; vormloos; ontastbaar] zijn |
| mukeru-向ける | richten (op; naar); mikken op; zich richten tot |
| mukiau-向き合う | tegenover elkaar [oog in oog] (komen te) staan |
| mukku-ムック | publicatie waarvan de inhoud een boek is en de publicatiemethode van een tijdschrift |
| mukōiki-向こう意気 | vechtlust; strijdlustigheid; strijdvaardigheid |
| mukou-向こう | (daar)ginds; in de verte |
| muku-向く | zich richten (naar; tot); (om)draaien naar; uitzien op; gaan in de richting (van) |
| mukuge-尨毛 | (van een dier) ruig haar; ruwe vacht |
| mukuge-尨毛 | (van een mens) dun, zacht [donzig] haar |
| mukyū-無休 | (van winkels, bedrijven, etc) het hele jaar geopend zijn (geen sluitingsdagen) |
| mumei-無名 | zonder reden; niet te rechvaardigen; onverdedigbaar |
| mumei-無銘 | ongesigneerd zijn (van kunstwerken, zoals kalligrafieën, schilderijen, zwaarden, etc.); niet ondertekend; anoniem |
| mumyō-無明 | (boeddh.) spirituele duisternis; onwetendheid; het onvermogen om de waarheid te begrijpen |
| munage-胸毛 | borsthaar |
| murasaki-紫 | paars; violet |
| murasaki-紫 | de plant Lithospermum erythrorhizon, paars parelzaad |
| murasame-村雨 | korte maar krachtige regenbui |
| murisandan-無理算段 | het de eindjes aan elkaar knopen; het bij elkaar scharrelen (van geld) |
| murisandansuru-無理算段する | de eindjes aan elkaar knopen; geld bij elkaar scharrelen [schrapen] |
| murisū-無理数 | een onmeetbaar [irrationeel] getal |
| musabetsu-無差別 | zonder onderscheid; gelijkwaardigheid; onpartijdigheid |
| museiran-無精卵 | onbevrucht [onvruchtbaar] ei |
| museru-噎せる | verstikken; smoren; naar adem snakken |
| mushashugyō-武者修行 | naar andere delen van het land reizen om bijzondere vaardigheden te leren (b.v. in de muziek of de krijgskunst) |
| musō-無双 | ongeëvenaard [weergaloos; zonder weerga] zijn |
| musoji-六十路 | leeftijd van 60 jaar; iemand van 60 jaar |
| musubitsukeru-結びつける | vastbinden; aan elkaar knopen |
| musumegokoro-娘心 | meisjesachtige geest [hart; aard]; meisjesachtige onschuld |
| musutangu-ムスタング | mustang (Noord-Amerikaans prairiepaard) |
| mute-無手 | zonder talent [vaardigheden] |
| mutekatsuryū-無手勝流 | (een andere naam voor) Bokudenryû (school voor zwaardvechten) |
| muyō-無用 | nutteloos [onbruikbaar; onnodig; overbodig; onbevoegd] zijn |
| muzamuza-むざむざ | gemakkelijk; zomaar; zonder weerwerk |
| muzei-無税 | belastingvrij; gevrijwaard zijn van belastingheffing |
| myō-妙 | eigenaardigheid; mysterie |
| myōnen-明年 | volgend jaar; het komende jaar |
| n-ん | vorm van het partikel ni (naar; in) |
| nabigētā-ナビゲーター | (scheepvaart) navigatieofficier |
| nabigētā-ナビゲーター | (luchtvaart) navigator; piloot |
| nadakai-名高い | welbekend; beroemd; vermaard; gevierd; berucht |
| nadareru-雪崩れる | naar beneden stromen |
| nadeageru-撫で上げる | (het haar) opkammen; omhoog [naar achteren] kammen |
| nadokoro-名所 | beroemde [bekende; interessante] plaats; bezienswaardigheid |
| nafuda-名札 | naamkaartje |
| nagagutsu-長靴 | laars |
| nagamochi-長持 | lange houdbaarheid |
| nagamochisuru-長持する | lang bewaren; lang volhouden [doorstaan]; houdbaar [sterk] zijn; lang meegaan (niet gauw slijten) |
| nagarazoku-ながら族 | mensen (leeringen; studenten) die de gewoonte hebben tijdens het studeren te luisteren naar muziek, radio enz. |
| nagashime-流し目 | zijwaartse blik; het (iem.) zijdelings aankijken |
| nagashiuchi-流し打ち | (bij honkbal) een slag van een rechtshandige slagman naar het rechtsveld, of een linkshandige slagman naar het linksveld |
| nagashiuchisuru-流し打ちする | (bij honkbal) naar het tegenovergelegen veld slaan |
| nagauta-長唄 | nagauta, een (lange) ballade gezongen met begeleiding van een shamisen (Japans snaarinstrument) |
| nage-無げ | onwaarschijnlijk; onbestaanbaar |
| nage-無げ | achteloos; willekeurig; zomaar |
| nagebumi-投げ文 | een anonieme brief bij een huis naar binnen gegooid |
| nagedasu-投げ出す | naar buiten gooien; naar buiten slingeren |
| nagekakeru-投げかける | naar iemand sturen; aan iemand richten |
| nagekawashii-嘆かわしい | betreurenswaardig; triest; beklagenswaardig; ellendig |
| nagetsukeru-投げつける | tekeergaan; razen; tieren; (iem. verwijten) naar het hoofd slingeren |
| nagetsukeru-投げつける | gooien [werpen] (naar); op de grond gooien [smijten] |
| naginata-長刀 | (Japanse) hellebaard; lang zwaard |
| nagori-名残 | het einde; vaarwel |
| nagusamimono-慰み者 | speelbal (een persoon); iemand waarmee gespeeld wordt (fig.) |
| nahen-那辺 | waar; (op) welke plaats |
| nahen-那辺 | (daar)ginds; op die plek |
| nai-ない | (achtervoegsel dat het werkwoord vervoegt naar de korte ontkennende vorm) niet |
| naichi-内地 | het binnenland; gebied landinwaarts |
| naiju-内需 | binnenlandse vraag (naar producten) |
| naijūgaigō-内柔外剛 | uiterlijk hard lijken, maar van binnen zacht [vriendelijk; mild] zijn |
| naiken-内見 | interne bezichtiging (zonder openbaarmaking); voorvertoning |
| nairiku-内陸 | binnenland; landinwaarts |
| naisho-内緒 | een privé plek (niet openbaar, maar thuis); de keuken |
| naisu・gai-ナイス・ガイ | aardige vent [kerel] |
| naisu・midi-ナイス・ミディ | leuke [aardige; aantrekkelijke] vrouw van middelbare leeftijd |
| naisu・midoru-ナイス・ミドル | leuke [aardige; aantrekkelijke] man van middelbare leeftijd |
| naito-ナイト | ridder; paard (schaken) |
| naitokyappu-ナイトキャップ | slaapmutsje; drankje voor het naar bed gaan |
| naito・hosupitaru-ナイト・ホスピタル | een ziekenhuis waar 's nachts medische hulp en onderdak wordt geboden aan patiënten die overdag in de gemeenschap kunnen werken |
| naiyō-内容 | inhoudelijke betekenis [waarde]; diepte; kwaliteit |
| nakadachi-仲立ち | bemiddelaar; tussenpersoon; medium; vertegenwoordiger |
| nakagai-仲買 | tussenhandelaar; makelaar |
| nakagainin-仲買人 | tussenhandelaar; makelaar |
| nakagiri-中限 | transactie waarvan de leveringsdatum is in de volgende maand na het sluiten van het verkoopcontract |
| nakayasumi-中休み | pauze; koffiepauze; lunchpauze; korte onderbreking (van werkzaamheden, maar ook van regen, etc.) |
| nakidashisōnasoramoyō-泣き出しそうな空模様 | een dreigende (regen)lucht; het ernaar uitzien dat het gaat regenen |
| nakifusu-泣き伏す | huilend neervallen [ter aarde storten; instorten] |
| nakiwakare-泣き別れ | een afscheid in tranen; het huilend afscheid nemen [uit elkaar gaan] |
| naku-泣く | onwaardig [niet netjes; verkeerd] zijn |
| namaakubi-生欠伸 | een lichte (opkomende maar onderdrukte) geeuw |
| namakemono-怠け者 | luiaard; luierik; lui mens |
| namakemono-樹懶 | (zoogdier) luiaard; ai; oenau |
| namakeru-怠ける | (werk, studie, e.d.) verwaarlozen; lui zijn; niet hard genoeg werken |
| namanie-生煮え | niet goed gaar [halfgaar; niet lang genoeg gekookt] zijn |
| namayake-生焼け | half gebakken [half geroosterd; halfgaar] zijn |
| namazu-鯰 | (arch.) aardbeving |
| namidabashi-涙箸 | eetstokjes waar druppels afvallen (b.v. soep of saus) tijdens het eten (onjuist gebruik van eetstokjes) |
| namidanoiro-涙の色 | situatie [toestand] waarbij tranen vloeien |
| namikaze-波風 | (fig.) zwaar weer; tegenspoed; ontberingen |
| nanako-魚子 | (afk. voor) keperbinding (weeftechniek, waarbij het oppervlak van de stof korrelig als een visei wordt) |
| nanakoori-魚子織り | keperbinding (weeftechniek, waarbij het oppervlak van de stof korrelig als een visei wordt) |
| nanakusagayu-七草粥 | pap, gekookt van 7 ingrediënten, zoals rijst, gierst, bonen, e.d. (gemaakt op de 15e dag van het nieuwe jaar; later vervangen door azukibonenpap) |
| nanakusagayu-七草粥 | rijstepap, traditioneel gekookt met 7 kruiden (op de zevende dag van het nieuwe jaar) |
| nanakusanosekku-七種の節句 | festival op de zevende dag van het nieuwe jaar (waarbij zeven soorten rijstepap worden gegeten) |
| nanaso-七十 | (leeftijd) zeventigjarig; zeventig jaar oud |
| nanasoji-七十路 | (leeftijd) zeventigjarig; zeventig jaar oud |
| nanatsu-七つ | zeven (jaar oud) |
| nanban-南蛮 | Zuidelijke Barbaren (in de 16de en 17de eeuw een Japanse benaming voor de Europeanen (m.n. de Portugezen en Spanjaarden) die toen naar Japan kwamen) |
| nanbokuni-南北に | van noord naar [tot] zuid |
| nanchakuriku-軟着陸 | zachte landing (luchtvaartuigen) |
| nanga-南画 | (Edo periode) schilderkunst van kunstenaars uit literaire kringen |
| nani-何 | waarom (arch.) |
| naniga-何が | waarom |
| nanjō-何じょう | (lit.) Waarom...?; Hoezo...? (bij retorische vraag of uiting van twijfel) |
| nanka-南下 | het zuidwaarts [naar het zuiden] gaan |
| nankō-難航 | moeilijke vaart [oversteek] |
| nannen-何年 | (in) welk jaar |
| nannen-何年 | hoeveel jaar; hoelang |
| nanori-名乗り | (publieke) aankondiging van de koopwaar [handelswaar)]met de naam van het product of de producent, e.d. |
| nanoru-名乗る | namen geven aan vogels en insecten naar het geluid dat ze maken |
| nansenhokuba-南船北馬 | (lett. reis per boot in het zuiden, per paard in het noorden (van China)) het voortdurend onderweg zijn; voortdurend reizen naar alle windstreken |
| naraberu-並べる | naast elkaar zetten |
| naraberu-並べる | (met elkaar) vergelijken |
| narabu-並ぶ | naast elkaar staan; parallel lopen |
| naraigoto-習い事 | les [onderricht; onderwijs; training] van een technische vaardigheid [kunstvorm, e.d] bij een meester [specialist] |
| naratāju-ナラタージュ | narratage (Frans porte-manteau woord van: narration en montage); verteltechniek in film en theater waarbij de hoofdpersoon terugkijkt op zijn verleden |
| nareau-馴れ合う | vriendschap sluiten; goed kunnen opschieten met elkaar; intiem worden; een geheime relatie aangaan |
| naredomo-なれども | hoewel; maar; echter |
| naridoshi-生り年 | een goed jaar (voor fruitoogst); een goed fruitjaar |
| naridoshi-生り年 | mastjaar (bij bosbouw en natuurbeheer een benaming voor een jaar waarin bomen en planten veel meer vrucht dragen dan normaal) |
| naridoshigenshō-生り年現象 | mastjaar (een jaar waarin bomen veel vruchten geven) |
| naritatsu-成り立つ | rendabel [haalbaar] zijn |
| nasa-ナサ | (National Aeronautics and Space Administration) Amerikaans lucht- en ruimtevaart bureau |
| nasakenai-情けない | schandelijk; jammerlijk; betreurenswaardig |
| nashonaru・aidentitī-ナショナル・アイデンティティー | volksaard; volkskarakter; nationale indentiteit |
| nashonaru・furaggu・kyaria-ナショナル・フラッグ・キャリア | nationale luchtvaartmaatschappij |
| nashonaru・kyarakutā-ナショナル・キャラクター | volksaard; volkskarakter; nationaal karakter |
| nashonaru・minimamu-ナショナル・ミニマム | nationale minimum levenstandaard |
| nasukon-茄子紺 | aubergine (paarsblauwe kleur) |
| nasuriai-擦り合い | tegenbeschuldiging, recriminatie; wederzijdse beschuldigingen; het elkaar de schuld geven |
| natsudori-夏鳥 | zomervogels; trekvogels die in de zomer komen nestelen [zich voortplanten], en in de herfst wegtrekken naar warmere streken om te overwinteren |
| natsuimo-夏芋 | een andere benaming voor een (gewone) aardappel |
| natsukashii-懐かしい | dierbaar; nostalgisch; verlangend (naar) |
| natsukashimu-懐かしむ | (nostalgisch) verlangen naar; terugverlangen naar |
| natsume-夏芽 | bloem- of bladknoppen die aan planten en bomen groeien in de zomer, en dan later in het jaar uitkomen; zomerknoppen |
| natsuyase-夏瘦せ | gewichtsverlies (en daarmee verzwakking van de lichaamskracht) door zomerse hitte |
| nattoku-納得 | instemming; aanvaarding; volgzaamheid; toegeeflijkheid; meegaandheid |
| naze-何故 | waarom |
| ne-ね | (een uitroep:) hé; hè; nietwaar? |
| ne-値 | prijs; waarde; kosten |
| ne-根 | wortel (van een plant, haar, tand, etc.) |
| neagari-根上がり | wortels van een boom die boven de grond zichtbaar zijn |
| neburibashi-ねぶり箸 | eetstokjes waaraan wordt gelikt of die in de mond gehouden worden (onjuist gebruik van eetstokjes) |
| neesan-姉さん | een woord waarmee een geisha een meer ervaren geisha boven zich aanspreekt |
| neesan-姉さん | (een woord waarmee men een jonge vrouw aanspreekt:) juffrouw |
| neesan-姉さん | (een woord waarmee men aanspreekt) een serveerster in een restaurant of hotel |
| neesan-姉さん | (een woord waarmee men beleefd een oudere zus aanspreekt:) zus(ter) |
| nefuda-値札 | prijskaartje; prijslabel |
| negirau-労う | dankbaarheid [waardering] tonen; iemand bedanken |
| negurekuto-ネグレクト | veronachtzaming; verwaarlozing |
| neguru-ネグる | verwaarlozen; veronachtzamen; verzuimen; nalaten; negeren |
| neguse-寝癖 | (na het slapen) warrig [weerbarstig] haar; weerborstel |
| nehan'e-涅槃会 | jaarlijkse ceremonie op 15 maart voor de sterfdag van Boeddha (was vroeger 15 februari op de oude maankalender) |
| nekashitsukeru-寝かしつける | in slaap [naar bed] brengen; laten slapen |
| nekokaburi-猫被り | een hypocriet; een huichelaar |
| nekonekobanten-ねんねこ半纏 | een (korte, warme) overjas die niet alleen de drager ervan maar ook de op de rug gedragen baby bedekt |
| nen-年 | jaar |
| nenbarai-年払い | jaarlijkse betaling |
| nenbō-年棒 | jaarsalaris |
| nenbyakunenjū-年百年中 | het hele jaar door; altijd |
| nenchū-粘稠 | stroperigheid; viscositeit; dik-vloeibaarheid |
| nendai-年代 | jaartelling |
| nendo-年度 | fiscaal jaar; belastingjaar; boekjaar |
| nendo-年度 | studiejaar; schooljaar |
| nenga-年画 | Chinese nieuwjaarsschilderijen (schilderijen die op nieuwjaarsdag in China op poorten en muren worden gehangen) |
| nenga-年賀 | nieuwjaarsviering; nieuwjaarswens; nieuwjaarsbezoek |
| nengajō-年賀状 | nieuwjaarskaart |
| nengaku-年額 | jaarlijks bedrag |
| nengaranenjū-年がら年中 | het hele jaar door; altijd |
| nengō-年号 | jaarperiode |
| nenjisōkai-年次総会 | jaarlijkse algemene vergadering |
| nenjiyūkyūkyūka-年次有給休暇 | jaarlijkse betaalde vakantie |
| nenjū-年中 | het hele jaar (door) |
| nenjūmukyū-年中無休 | elke dag van het jaar geopend; 24/7 geopend |
| nenkan-年間 | (periode van) een jaar; jaarperiode; tijdperk |
| nenki-年期 | periode van één jaar |
| nenkyū-年休 | jaarlijkse betaalde vakantie |
| nenkyū-年給 | jaarsalaris |
| nenmatsu-年末 | het einde van het jaar; jaareinde |
| nenmatsuchōsei-年末調整 | belastingcorrectie [belastingaanpassing] aan het einde van het jaar |
| nenmatsushōyo-年末賞与 | eindejaarsbonus |
| nennai-年内 | de periode binnen een jaar [voordat het jaar om is] |
| nenneko-ねんねこ | een (korte, warme) overjas die niet alleen de drager ervan maar ook de op de rug gedragen baby bedekt |
| nennen-年年 | jaar na jaar; jaarlijks; elk jaar; van jaar tot jaar |
| nennensaisai-年年歳歳 | jaarlijks; elk jaar,; jaar in jaar uit |
| nenpō-年俸 | jaarsalaris |
| nenpō-年報 | jaarverslag |
| nenpu-年賦 | jaarlijkse betaling [betalingstermijn] |
| nenri-年利 | jaarlijkse rente |
| nenrin-年輪 | de jaarringen (van een boom) |
| nenritsu-年率 | jaarcijfer; jaartarief |
| nensan-年産 | jaarlijkse productie |
| nenshi-年始 | Nieuwjaarsdag; het begin van het (nieuwe) jaar |
| nenshi-年始 | nieuwjaarsgroet; nieuwjaarsbezoek |
| nenshiki-年式 | modeljaar (jaar waarin een nieuw model auto (e.d.) op de markt komt) |
| nensho-年初 | Nieuwjaarsdag; het begin van het (nieuwe) jaar |
| nenshō-年商 | jaarlijks omzet |
| nenshū-年収 | jaarinkomen |
| nentei-拈提 | (zen boedddhisme) publieke uitleg [commentaar] over een voorval en de koan |
| nen'yo-年余 | meer dan een jaar; ruim een jaar |
| nerau-狙う | streven (naar) |
| neru-寝る | naar bed gaan; gaan slapen [rusten] |
| neseru-寝せる | naar bed brengen; naar bed sturen |
| neshina-寝しな | (de tijd) net voor het naar bed gaan [voor het slapen gaan] |
| neshōgatsu-寝正月 | de nieuwjaarsvakantie [de vrije dagen rond nieuwjaar] in bed doorbrengen |
| netsu-熱 | een ziekte die gepaard gaat met) hoge koorts |
| netsuku-寝付く | in slaap vallen; naar bed gaan |
| netsuryō-熱量 | hoeveelheid warmte; calorische waarde |
| netsuzō-捏造 | verzinsel; onwaarheid; bedenksel; bedrog; vervalsing |
| netto-ネット | net (haarnet, vissersnet, etc.) |
| neuchi-値打ち | waarde; prijs |
| neuchi-値打ち | schatting; raming; waardering |
| ni-に | (bij herhaling als versterking gebruikt) ...en...; alsmaar |
| ni-に | (in combinatie met wa en ...ga, geeft aan dat iets wel zo is [gebeurt] maar met voorwaarde of restrictie) weliswaar |
| ni-に | (geeft richting, doel of plan aan) naar; aan; in; iets gaan doen |
| ni-丹 | rode aarde (bevat cinnaber of kwiksulfide) |
| niamisu-ニアミス | een bijna-botsing van vliegtuigen die elkaar rakelings passeren in de lucht |
| niboshi-煮干し | gedroogde etenswaar, m.n. ansjovis |
| nibu-二部 | tweedegraads lerarenopleiding voor een middelbaar onderwijsprogramma (in het oude onderwijsprogramma van Japan) |
| nigakki-二学期 | twee semesters van een (school)jaar; tweede semester |
| nigamushi-苦虫 | een insect waarvan je zou denken dat het bitter smaakt als je erin bijt |
| nigejitaku-逃げ支度 | zich klaarmaken om te vluchten |
| nigenai-似気無い | ongebruikelijk; ongewoon; niet passend bij; onwaardig |
| nigeuma-逃げ馬 | koploper (paardenraces) |
| nigiribasami-握り鋏 | een U-vormige schaar (zonder vingergaten); wordt meestal gebruikt bij naaiwerk |
| nigirikawa-握り革 | het leer dat om het heft van een zwaard of de handgreep van een boog gewikkeld is |
| nigiriya-握り屋 | een zuinig [gierig] iemand; een vrek [krent; gierigaard] |
| nigirizushi-握り鮨 | een soort sushi waarbij een reepje vis (omelet, e.d.) op een samengeknepen blokje sushirijst wordt gelegd |
| nigiru-握る | nigirimeshi en nigirizushi klaarmaken |
| nihon-二本 | de twee zwaarden van een samoerai (een lange en een korte) |
| nihonkōgyōkikaku-日本工業規格 | Japanse industriële standaarden (JIS) |
| nihonkōkū-日本航空 | De Japanse Luchtvaart Maatschappij (Japan Airlines, afk.: JAL) |
| nihonsangyōkikaku-日本産業規格 | Japanese industriële standaard |
| nihonsankei-日本三景 | de drie bewonderingswaardige landschappen in Japan (Matsushima, Amanohashidate, en Miyajima) |
| nihonzashi-二本差し | een benaming voor een samoerai (die beide zwaarden vasthoudt) |
| niin-二院 | de twee kamers van de wetgevende macht (In Japan de Senaat en het Huis van Afgevaardigden) |
| niisan-兄さん | jonge man (familaar) |
| niisan-兄さん | oudere broer (familiaar en respectvol) |
| nijigen-二次元 | tweedimensionale media (m.n. anime, videogames en manga, en de personages die daarin voorkomen) |
| niki-二季 | Bon [obon] periode en eindejaar [oudejaars] periode |
| niki-二季 | twee seizoenen [jaargetijden] (m.n. lente en herfst) |
| nikisaku-二期作 | dubbele oogst [twee oogsten per jaar] van hetzelfde gewas (m.n. rijst) op dezelfde (landbouw)grond |
| nikoge-和毛 | zacht [donzig] haar |
| nikujaga-肉じゃが | Japans stoofgerecht (met vlees, aardappelen en soms ook groenten ) |
| nikunikushii-憎憎しい | kwaadaardig; hatelijk; wraakzuchtig |
| nikuzure-煮崩れ | het inkoken [zacht koken] van voedsel; het uit elkaar vallen van voedsel tijdens het koken |
| nimaijita-二枚舌 | oplichterij; oneerlijkheid; bedrog; onbetrouwbaarheid |
| nimaime-二枚目 | (acteur in) de rol van knappe man [minnaar] |
| nimokakawarazu-にも拘わらず | ongeacht; hoewel; ondanks; maar toch; niettegenstaande |
| nimōsaku-二毛作 | dubbele oogst [twee oogsten per jaar] van twee verschillende gewassen op dezelfde (landbouw)grond |
| ninaite-担い手 | hoofdverantwoordelijke; (fig.) steunpilaar |
| ninensei-二年生 | tweede jaars scholier [student] |
| ningai-人界 | (boeddh.) (een van de tien rijken) de wereld waarin mensen leven; de menselijke wereld |
| ningenkokuhō-人間国宝 | levend nationale kunstschat (titel gegeven aan kunstenaars of traditionele ambachtslieden met een zeer hoge technische bekwaamheid) |
| ningenmi-人間味 | menselijkheid; menslievendheid; zachtaardigheid |
| ningensei-人間性 | de menselijke natuur [aard]; menselijkheid |
| ningenwaza-人間業 | mensenwerk; wat mensen kunnen doen; waar mensen toe in staat zijn; wat menselijkerwijs mogelijk is |
| ningoku-任国 | het land waar je wordt benoemd als ambassadeur, gezant of consul |
| nininsankyaku-二人三脚 | driebeenswedloop (waarbij de deelnemers met een been aan dat van een ander zijn vastgebonden) |
| ninjō-人情 | menselijk gevoel; menselijkheid; vriendelijkheid; menselijke aard |
| ninjōbon-人情本 | (Japans literaar genre uit het begin van de 19de eeuw)) sociale roman die het liefdes- en familieleven van de burgers van Edo beschrijft |
| ninoashi-二の足 | aarzeling; heroverweging; bedenking |
| nin'yō-認容 | erkenning; toelating; goedkeuring; aanvaarding; acceptatie |
| nio-鳰 | dodaars (een watervogel: Tachybaptus ruficollis) |
| nioisumire-匂菫 | Maarts viooltje (Viola odorata) |
| nīrusenchōsa-ニールセン調査 | kijkcijferonderzoek uitgevoerd door de Nielsen Company (waarvan de Japanse tak werd opgericht in 1961) |
| nishasannyū-二捨三入 | een rekenmethode waarbij decimalen van 2 of lager naar beneden worden afgerond, en van drie of hoger naar boven) |
| nisokunowaraji-二足の草鞋 | (lett. twee paar strosandalen dragen) twee petten op hebben; twee ijzers in het vuur hebben |
| nissha-日車 | omwenteling (in een dag van de aarde) |
| niten'ichiryū-二天一流 | een school voor zwaardvechten [kendo] waarbij met één zwaard in elke hand wordt gevochten |
| nitōdate-二頭立て | tweespan; rijtuig voor twee paarden |
| nitōryū-二刀流 | een school voor zwaardvechten [kendo] waarbij met één zwaard in elke hand wordt gevochten (opgericht door Miyamoto Musashi, 1584-1645) |
| niuribune-煮売り船 | een drijvend winkeltje; een boot waar men gebruiksvoorwerpen en etenswaren kon kopen |
| niwa-庭 | een plaats [plek] waar iets specifieks wordt gedaan (zoals studeren, vissen, jagen, etc.) |
| no-の | (dit partikel geeft aan het verband tussen 2 woorden, waarbij het eerste woord een (bijv.) bepaling is van het woord dat na no staat) |
| nō-能 | talent; vaardigheid; bekwaamheid; gave |
| nobasu-伸ばす | langer maken; (uit)rekken; uitstrekken; laten groeien (van haar) |
| nobebō-延べ棒 | (metalen) staaf [baar] |
| nobegane-延べ金 | dolk; zwaard |
| nobi-野火 | veldbrand; het afbranden van verdord gras op de velden (in het voorjaar) |
| nobori-上り | perron waar de treinen naar de stad vertrekken; een weg richting de stad |
| nobori-上り | naar een grotere stad gaan; naar Tokio gaan; naar het centrum van de stad gaan |
| nobori-上り | klim; beklimming; bestijging; opstijgen; opgang; opkomst; het oprijzen; het omhooggaan; opvaart; opwaartse [oplopende] helling |
| nobori-上り | van zuid naar noord Kyoto gaan |
| noboriayu-上り鮎 | jonge ayu (vissen: Plecoglossus altivelis) die stroomopwaarts zwemmen (in de lente) |
| noboribune-上り船 | een schip dat stroomopwaarts vaart; de boot die vaart van het platteland richting de streek van Kyoto-Osaka |
| noboriguchi-上り口 | de plek waar de beklimming begint (van een trap, berg, etc.) |
| noboriyana-上り簗 | een fuik om vis te vangen die stroomopwaarts zwemt |
| noborizaka-上り坂 | opwaartse [oplopende] helling; bergopwaarts; groeiend; herstellend (economie); verbetering (weer, gezondheid) |
| noboru-上る | aan de orde komen; naar boven komen (fig.) |
| noboru-上る | naar de hoofdstad gaan |
| noboru-上る | (bij een rivier) stroomopwaarts gaan |
| noboseru-逆上せる | duizelig zijn; het stijgen van het bloed naar het hoofd |
| nōdōkitsuen-能動喫煙 | het actief roken (de rook inhaleren van je eigen sigaret, sigaar of pijp) |
| nōgaki-能書き | opscheppen over de eigen vaardigheden |
| nōhittonōran-ノーヒットノーラン | (honkbal) een wedstrijd waarin geen van beide teams een honkslag hebben geslagen |
| nōju-納受 | aanvaarding; aanname; ontvangst |
| nōkai-納会 | laatste vergadering (van het jaar, semester, etc.); eindejaarsbijeenkomst |
| nokeru-退ける | (achter een ww. in de -te vorm) lukken; kans zien (om); (iets moeilijks) klaarspelen |
| nōki-能記 | (taalkunde) de betekenaar; het betekenende; het concept (signifier) |
| nōkō-濃厚 | (sterke) waarschijnlijkheid; grote kans |
| nōkomento-ノーコメント | geen commentaar |
| nokoru-残る | (bewaard) blijven; blijven liggen |
| nōmāku-ノーマーク | (sport) speler die niet gedekt wordt [waar niet op gelet wordt] |
| nomihosu-飲み干す | achter elkaar [in één keer] opdrinken; helemaal opdrinken |
| nomitorimanako-蚤取り眼 | scherpe blik [ogen]; adelaarsblik; arendsblik; arendsogen |
| nomu-飲む | een dolk, zwaard, e.d. (onder de kleren verborgen) dragen |
| noni-のに | (in vaste uitdrukkingen zoals to iu noni en ii noni) maar; hoewel |
| noppikinaranai-退っ引きならない | onvermijdelijk; onontkoombaar; onafwendbaar; onweerstaanbaar |
| nōri-能吏 | een bekwame ambtenaar |
| noridasu-乗り出す | naar voren leunen |
| norite-乗り手 | (goede) paardrijder; (be)rijder; ruiter |
| nōryoku-能力 | vaardigheid; bekwaamheid; competentie; vermogen; capaciteit |
| noseru-乗せる | stemmen; op elkaar afstemmen |
| nozokaseru-覗かせる | kort [snel] laten zien; deels zichtbaar zijn [worden]; in het oog springen |
| nozokasu-覗かす | laten zien; zichtbaar maken |
| nozoku-覗く | naar beneden kijken |
| nozoku-覗く | naar binnen [buiten] kijken; doorkijken; een blik werpen op |
| nozomu-望む | hopen; verwachten; ergens naar uitzien |
| nozomu-臨む | uitzien (naar; op); zijn gezicht richten (naar; op); recht t.o. zijn |
| nue-鵼 | (wordt het gebruikt om te verwijzen naar) een onbekende [vreemde] persoon |
| nue-鵼 | mythische vogel met het hoofd van een aap, het lichaam van een wasbeer, de staart van een slang, en de poten van een tijger |
| nukeagaru-抜け上がる | terugtrekken van de haarlijn; kaal worden vanaf het voorhoofd |
| nukege-抜け毛 | haarverlies; haaruitval; verharing; afgevallen haar |
| nukeni-抜け荷 | het smokkelen; smokkelwaar |
| nukimi-抜き身 | ontbloot [(uit de schede) getrokken] zwaard |
| nukini-抜き荷 | gestolen waar [goed]; buit |
| nukinishiki-緯錦 | nukinishiki (Japans brokaat waarin met de inslag de kleuren en patronen gemaakt worden) |
| nurakura-ぬらくら | ontwijkend; vaag; ongrijpbaar; onbetrouwbaar |
| nuregami-濡れ髪 | (na wassen nog) nat haar |
| nurimihon-塗り見本 | verfstalen; verfkleurenkaart |
| nushi-主 | eigenaar; bezitter; meester; leider |
| nyojitsu-如実 | (boeddhisme) absolute waarheid |
| nyūkanken-入館券 | entreebiljet; toegangskaart(je) |
| nyūkindenpyō-入金伝票 | (geld) stortingsbewijs; stortingskaart |
| nyūmon-入門 | het door de poort naar binnen gaan; betreding; intrede |
| nyūsu・baryū-ニュース・バリュー | nieuwswaarde |
| nyū・famirī-ニュー・ファミリー | kerngezin waarvan de ouders na de tweede wereldoorlog zijn geboren (dus meer consumptiegericht zijn dan traditionele Japanse gezinnen) |
| o-尾 | staart (van een dier) |
| o-御 | erend voorvoegsel, uit beleefdheid toegevoegd aan woorden m.b.t. mensen of waardevolle voorwerpen |
| ō-翁 | oude [bejaarde] man; grijsaard |
| ōbāfurō-オーバーフロー | (scheepvaart) overflow (wanneer een schip brandstof verliest bij het laden of lossen) |
| obire-尾鰭 | staartvin (van een vis) |
| obon-御盆 | Obon (festival) (waarbij men graven van overleden familieleden bezoekt, en papieren lantaarns ophangt of op het water laat drijven) |
| obujekushon-オブジェクション | bezwaar; tegenwerping; afkeuring |
| obuzābā-オブザーバー | waarnemer; observator |
| ochasho-御茶所 | ruimte in tempels [heiligdommen] waar thee wordt geserveerd voor bezoekers |
| ochazuke-お茶漬け | Japans gerecht waarbij groene thee over gekookte rijst gesprenkeld wordt |
| ochiayu-落ち鮎 | ayu (vissen), die stroomafwaarts in de rivier zwemmen om eieren te gaan leggen |
| ochimusha-落ち武者 | (spreektaal) student, kandidaat, of sollicitant die heeft gefaald in zijn [haar] ondernemingen |
| ochiru-落ちる | in elkaar vallen; instorten |
| ochō-御帳 | (openbaar) register; lijst |
| ochōmechō-雄蝶雌蝶 | een jongen en een meisje die sake inschenken voor het bruidspaar (uit een kan met de vlinderversiering) |
| ōdō-横道 | kwaad; kwaadaardigheid; zonde; verdorvenheid |
| ōdō-王道 | regering [koning; vorst] (die de natie op een een menselijke en rechtvaardige wijze bestuurt volgens de confucianistische leer) |
| ōdo-黄土 | löss; gele aarde |
| ōdoko-大床 | grote tokonoma (alkoof [nis] in de muur waar siervoorwerpen worden uitgestald) |
| odoodo-おどおど | (onomatopee) timide; zenuwachtig; aarzelend; schuchter; angstig |
| odorasu-踊らす | manipuleren; (fig.) aan de touwtjes trekken; iemand laten doen wat je wilt; iemand naar je pijpen laten dansen |
| ofensu-オフェンス | overtreding; misdrijf; strafbaar feit; delict |
| ofumi-御文 | brieven aan volgelingen [studenten] van de Jōdoshin sekte om de leer daarvan in eenvoudige termen uit te leggen |
| ogasawararyū-小笠原流 | een school die gespecialiseerd is in krijgsvoering en strategieën [of in boogschieten en paardrijden] |
| ogosoka-厳か | plechtig [eerbiedwaardig; deftig; indrukwekkend] zijn |
| ogushi-御髪 | (beleefd woord voor) het haar van iemand |
| ogyō-御形 | droogbloem; zevenjaarsbloem (Gnaphalium affine) |
| oha-尾羽 | staartveer; roer; stuurpen |
| ohatsu-お初 | iets nieuws; de eerste van het jaar of seizoen; gloednieuw (b.v. van kleding) |
| ohire-尾鰭 | vinnen en staart (van een vis) |
| ohitsu-お櫃 | rijstbak, houten bak waar rijst in wordt geroerd (met andere ingrediënten) |
| ohyakudo-お百度 | honderdvoudig gebed (honderd keer heen en weer lopen naar een schrijn en telkens een gebed doen) |
| oi-老い | een oude persoon; bejaarde; de ouderen |
| oibane-追い羽根 | een traditioneel Japans Nieuwjaarsspel, gespeeld met een houten peddel (hagoita) en een shuttle |
| oibara-追い腹 | zelfmoord [seppuku] van een dienaar na de dood van zijn meester [heer] |
| oikiri-追い切り | (bij paarden) een trainingsrace; testrit (om de conditie van het paard vast te stellen voor de echte race) |
| oikirichōkyō-追い切り調教 | een snelheidstraining (van paarden) |
| oisoreto-おいそれと | zomaar; zonder meer; eenvoudig (vaak gebruikt in negatieve zinnen) |
| ojiisan-お爺さん | oude man; grijsaard |
| ōka-王化 | de heilzame invloed in de wereld van een goede [rechtvaardige] koning |
| okadochigai-お門違い | naar het verkeerde adres [huis; gebouw] gaan; het bij het verkeerde eind hebben |
| okashina-可笑しな | belachelijk; merkwaardig; vreemd; ongewoon |
| okashiratsuki-尾頭付き | een hele vis (compleet met kop en staart, geserveerd tijdens religieuze ceremonies) |
| okayaki-岡焼き | jaloezie (met name t.o.v. een ander liefdespaar) |
| okazari-御飾り | Nieuwjaarsversieringen; Nieuwjaar |
| okazari-御飾り | alleen (voor) de vorm [het uiterlijk]; iets dat alleen in naam bestaat, maar (nog) geen inhoud heeft; boegbeeld |
| okera-螻蛄 | veenmol; aardkrekel (Gryllotalpa orientalis) |
| okiagarikoboshi-起き上がり小法師 | (lett. een kleine monnik die opstaat) traditioneel Japans poppetje (een tuimelaartje gemaakt van papier-mâché) |
| okiba-置き場 | (op)bergplaats; bewaarplaats; opslagplaats; magazijn |
| okidokoro-置き所 | plek waar men kan verblijven; plek waar men zich veilig voelt |
| okifushi-起き伏し | het gaan liggen [naar bed gaan] en (weer) opstaan |
| okigasa-置き傘 | een extra [reserve] paraplu (die klaar ligt voor indien nodig, b.v. op kantoor) |
| okiji-置き字 | literaire schrijfstijl in brieven waarin bijwoorden, voegwoorden, e.d. in kanji worden geschreven (b.v. oyoso 凡, mata 又) |
| okimari-お決まり | vaste gewoonte [regel]; standaardprocedure; stereotype |
| okimono-置物 | ornament in een nis of op een boeddhistisch [shintoïtisch] altaar |
| okina-翁 | oude [bejaarde] man; grijsaard |
| okite-掟 | instelling; aard; karakter |
| okiya-置屋 | geisha-huis; woonhuis van geisha's (of prostituees), die hun klanten niet thuis ontvingen maar daarvoor naar theehuizen (of bordelen) gingen |
| okkabuseru-押っ被せる | (iets) bedekken; toedekken; op elkaar leggen |
| ōkō-横行 | het doelloos rondlopen [zich verplaatsen; zich voortbewegen]; het zijwaarts zich verplaatsen [voortbewegen] |
| okonomiyaki-お好み焼き | Japanse pannenkoek, gebakken op een grillplaat, met groenten, vlees of vis naar keuze |
| okotaru-怠る | verwaarlozen; veronachtzamen; nalaten; achterwege laten |
| okuba-奥歯 | achterste kies; molaar; ware kies |
| okugata-奥方 | bij krijgsadel het woongedeelte waar de vrouwen hun verblijf hebben |
| okunote-奥の手 | geheim; geheime vaardigheden [techniek] |
| okunote-奥の手 | laatste redmiddel; (laatste) troefkaart |
| okurege-後れ毛 | (weerbarstig; slordig) loshangend haar |
| okuriookami-送り狼 | een man die vriendelijk aanbiedt om een vrouw naar huis te brengen, maar haar daarna plotseling aanvalt |
| okutanka-オクタン価 | octaangetal; octaanwaarde |
| omakeni-お負けに | bovendien; daarbij komt nog; daarbovenop; tot overmaat van ramp |
| omeshichirimen-御召し縮緬 | (hoogwaardige) crèpe zijde |
| omizutori-御水取り | het putten van water, een ceremonie in het Nigatsudō-heiligdom van het Tōdaiji tempelcomplex in Nara (op 12 maart) |
| omoi-重い | zwaar; fors; zwaargebouwd |
| omoi-重い | moe; somber; depressief; zwaar op de hand |
| omoi-重い | zwaar |
| omoiomoi-思い思い | naar believen; zoals iemand zelf wil; naar eigen keuze |
| omoneru-阿る | (Iemand) vleien; naar de mond praten |
| omono-御物 | etenswaar van de keizer [de adel, e.d.] |
| omono-御物 | (respectvolle term voor) etenswaar van een ander |
| omosa-重さ | gewicht; zwaarte |
| omoshi-重し | zwaar voorwerp; presse-papier |
| omoshiroi-面白い | leuk; interessant; aardig |
| omotai-重たい | zwaar |
| omotase-お持たせ | een klein geschenk dat een gastheer [gastvrouw] aan een gast geeft om mee naar huis te nemen |
| omotedatsu-表立つ | (publiekelijk) bekend worden; openbaar (gemaakt) worden |
| omotedatsu-表立つ | uitvaardiging; afkondiging (van vonnis, uitspraak, e.d.) |
| omotekata-表方 | (in het theater) personeel dat in direct in contact staat met de bezoekers (kaartverkopers, begeleiders etc) |
| omotemuki-表向き | uiterlijke verschijning; officieel [openbaar] zijn |
| omotezata-表沙汰 | openbaarmaking; bekendmaking; onthulling |
| omotezukai-面使い | één van de bewegingen in Nō theater (het hoofd naar links en rechts draaien om om je heen te kijken) |
| omouni-思うに | mijns inziens; naar mijn mening |
| omousama-思うさま | naar hartelust |
| omouzonbun-思う存分 | naar hartelust; naar volle tevredenheid; volop; met volle teugen; tot het uiterste; zonder zich in te houden |
| ōmugaeshi-鸚鵡返し | bijJapanse waka (gedichten) een versregel van een ander herhalen met een kleine wijziging daarin |
| on-御 | erend voorvoegsel, uit beleefdheid toegevoegd aan woorden m.b.t. mensen of waardevolle voorwerpen |
| ōnā-オーナー | eigenaar; eigenares; bezitter |
| ōna-媼 | oude(re) [bejaarde] vrouw |
| onagadori-尾長鶏 | langstaarthoen (Japans kippenras met een uitzonderlijk lange staart (uit Kōchi, Shikoku) |
| onagare-お流れ | beleefde zegswijze waarbij de gastheer aan de eregast om diens sakekopje vraagt (om zelf uit te drinken) |
| onaji-同じ | hetzelfde; identiek; gelijk; gelijkwaardig |
| onara-おなら | iets dat waardeloos is |
| ōnā・shisutemu-オーナー・システム | een door eigenaars beheerd (flat)gebouw |
| onbuzuman-オンブズマン | (uit het Zweeds: ombudsman) ombudsman (onafhankelijke ambtenaar voor klachten van burgers) |
| ondanka-温暖化 | opwarming van de aarde |
| ondankasuru-温暖化する | opwarmen (van de aarde) |
| oneji-雄螺子 | schroefbout (bout met schroefdraad waarop een moer geschroefd kan worden) |
| ongakukyōshi-音楽教師 | muziekleraar; muziekdocent |
| ongi-恩義 | (morele) verplichting; gunst; dankbaarheid |
| oni-鬼 | aardse geest [god] (i.t.t hemelse god) |
| onigo-鬼子 | een kind dat wild [onhandelbaar] is als een duivel [monster] |
| oniyarai-鬼遣らい | (het ritueel van) het uit het huis jagen van boze geesten op Oudejaarsavond |
| onkō-温厚 | zachtaardig [vriendelijk] zijn |
| onnamusubi-女結び | vrouwenknoop, een platte knoop waarbij de eerste knoop en de tweede knoop elkaar kruisen (komt sneller los dan de mannenknoop) |
| onrī-オンリー | enkel; slechts; alleen maar |
| onushi-御主 | jij, u (wanneer je verwijst naar gelijken of minderen) |
| ooana-大穴 | een groot tekort; zwaar verlies |
| ooburoshiki-大風呂敷 | een grote furoshiki (doek waarmee men in Japan dingen inpakt om te dragen) |
| oogara-大柄 | zwaar postuur; grote gestalte |
| oogui-大食い | iem. die veel eet; een veelvraat; gulzigaard; smulpaap |
| ookamimōhitsu-オオカミ毛筆 | penseel van wolfshaar |
| oomisoka-大晦日 | oudejaarsavond; oudejaarsdag; de laatste dag van het jaar (31 december) |
| oomono-大物 | een belangrijk [gewichtig; machtig] persoon; een zwaargewicht |
| oomono-大物 | een belangrijk [kostbaar] iets |
| oooku-大奥 | binnenruimte in (Edo-)kasteel waar vrouw en concubines van de Shogun verbleven |
| oosōji-大掃除 | grote schoonmaak aan het eind van jaar |
| oosoto-大外 | (bij paardenraces) de buitenkant [buitenbocht] van het parcours |
| oosotogari-大外刈り | (judo) grote buitenwaartse beenworp |
| ootsugomori-大晦 | oudejaarsavond; oudejaarsdag; de laatste dag van het jaar (31 december) |
| ooya-大家 | huisbaas; waard; herbergier; gastheer |
| oozeki-大関 | een sumo worstelaar van de op één na hoogste rang |
| ōpun-オープン | openlucht; open ruimte; buitenlucht; openbaarheid |
| ōpun-オープン | open; geopend; vrij toegankelijk; openstaand; openbaar |
| ōpun・akaunto-オープン・アカウント | open rekening (waarbij transacties pas achteraf en periodiek worden verrekend) |
| ōpun・dētingu・shisutemu-オープン・デーティング・システム | het systeem van het labelen van producten met de houdbaarheidsdatum en de productiedatum |
| ōpun・karā・shatsu-オープン・カラー・シャツ | schillerhemd (overhemd met open kraag; genoemd naar de Duitse dichter Schiller, 1759-1805) |
| ōpun・pojishon-オープン・ポジション | valutapositie waarbij het saldo van de vorderingen en verplichtingen in vreemde valuta verschilt |
| ōpun・shatsu-オープン・シャツ | schillerhemd (overhemd met open kraag; genoemd naar de Duitse dichter Schiller, 1759-1805) |
| ōpun・shoppu-オープン・ショップ | een bedrijf [kantoor] waar de werknemers niet verplicht zijn lid te worden van de vakbond |
| ōpun・sutansu-オープン・スタンス | (golf, honkbal) stand bij het slaan met de voeten uit elkaar |
| oriau-折り合う | goed overweg kunnen met (elkaar); goede relatie [verstandhouding] hebben met |
| origami-折り紙 | waarmerk; keurmerk; certificaat van echtheid |
| orikasanaru-折り重なる | op elkaar liggen; op een hoop liggen; opgestapeld zijn |
| orikomu-折り込む | invoegen; naar binnen vouwen; plooien; zomen (kleding) |
| oriru-下りる | naar beneden komen; dalen; vallen; (b.v.gordijn; luiken; lift) |
| oriru-下りる | afdalen; naar beneden gaan [lopen] |
| ōro-往路 | heenreis; heenweg; de weg erheen [naar een bestemming] |
| oroka-疎か | uiteraard; vanzelfsprekend |
| oroshishō-卸商 | groothandelaar |
| oroshiurishō-卸売商 | groothandelaar |
| orosu-下ろす | naar beneden halen; laten zakken |
| ōrubakku-オールバック | (helemaal) naar achteren gekamd haar (zonder scheiding) |
| ōrudo-オールド | oud; bejaard; antiek |
| ōrudo・taimā-オールド・タイマー | een ouderwets persoon; een bejaarde |
| ōrumaitī-オールマイティー | de hoogste kaart in een kaartspel |
| osae-押さえ | het naar beneden drukken; neerwaartse druk |
| osagari-お下がり | (de basis-betekenis is van hoog naar laag) teruggave (m.n. aan de lokale gemeenschap) van offergaven voor de goden |
| osagari-お下がり | verplaatsing (vanuit een stad) naar een rustieke [landelijke] omgeving [locatie] |
| osagari-お下がり | term gebruikt voor de regen of sneeuw die valt tijdens de eerste drie dagen van het nieuwe jaar |
| osechi-御節 | traditionele Japanse Nieuwjaarsgerechten |
| osechiryōri-お節料理 | traditionele Japanse Nieuwjaarsgerechten |
| ōshi-王師 | leraar van de keizer |
| oshiau-押し合う | (elkaar) duwen; dringen; ellebogen (met de ellebogen werken) |
| oshii-惜しい | kostbaar; belangrijk; waardevol |
| oshii-惜しい | spijtig; betreurenswaardig; teleurstellend |
| oshikakeru-押しかける | (van mensen) te hoop lopen; toestromen; met z'n allen tegelijk naar binnen gaan |
| oshikiri-押し切り | rietsnijder; hakselaar |
| oshite-押し手 | de linkerhand bij het bespelen van snaarinstrumenten zoals luit, citer, e.d. |
| oshitsumaru-押し詰まる | het naderen van het einde van het jaar; het teneinde lopen van een jaar |
| oshiwakeru-押し分ける | opzij drukken; uit elkaar duwen; zich een weg banen (door) |
| osoba-御側 | vazal; dienaar (van een edelman) |
| osoraku-恐らく | waarschijnlijk; vermoedelijk; mogelijk; misschien |
| otabisho-御旅所 | de plaats waar een draagbaar schrijn dat op de feestdagen wordt rondgedragen wordt bewaard |
| ōtai-横隊 | rij; formatie [opstelling] naast elkaar |
| otakara-御宝 | een schip volgeladen met kostbaarheden [schatten] |
| otakara-御宝 | een schat; kostbaarheid; kostbaar stuk |
| otakara-御宝 | een schildering van een schip volgeladen met kostbaarheden [schatten] |
| otazunegaki-御尋書 | (schriftelijke) kennisgeving (m.b.t. de verdachte van een criminele zaak, bijzonderheden daaromtrent e.d.) |
| ōte-王手 | schaak (positie waarbij de koning van de tegenstander direct wordt aangevallen; bij schaakspel, shogi, e.d.) |
| otokomusubi-男結び | mannenknoop, een platte knoop waarbij de eerste knoop en de tweede knoop evenwijdig lopen (is niet makkelijk los te trekken) |
| otokomusubi-男結び | een document waarin een vrouw haar liefde aan een man belooft |
| otokorashii-男らしい | mannelijk; macho; stoer; flink; dapper; moedig; betrouwbaar |
| otoshidama-御年玉 | (klein) geldgeschenk in het nieuwe jaar (aan kinderen, of aan personeel in familiebedrijven, e.d.) |
| otoshigo-落とし子 | onwettig [onecht] kind; bastaard |
| ototoshi-一昨年 | eerverleden jaar (het jaar voor het vorige jaar) |
| otsutome-御勤め | oplezing van een soetra bij een Boeddhistisch altaar |
| otte-追って | later; daarna; naderhand; nadien |
| ottori-おっとり | zacht; kalm; rustig; onverstoorbaar |
| oyaimo-親芋 | stengelknol van de taro (zoete aardappel) |
| oyaji-親父 | huisbaas; baas; eigenaar (van winkel, restaurant, e.d.) |
| oyasumi-お休み | (beleefd) slapen; gaan slapen; naar bed gaan |
| ozuozu-怖ず怖ず | verlegen; bedeesd; angstig; aarzelend |
| ozzu-オッズ | winstkansen; waarschijnlijkheid om te winnen (bij een weddenschap b.v.) |
| pā-パー | papier (in het steen-papier-schaar spelletje) |
| pā-パー | par (golfterm: score die gelijk is aan het standaard aantal slagen) |
| pā-パー | equivalent; van gelijke waarde; nominale waarde |
| paa-ぱあ | het gebaar (met wijdopen hand) van papier voor het spel steen-papier-schaar |
| paburikku-パブリック | publiek; openbaar |
| paburikku・kōporēshon-パブリック・コーポレーション | openbaar bedrijf; publieke instantie; overheidsbedrijf |
| pachinko-ぱちんこ | pachinko (een soort Japanse gokautomaat, waar een groot aantal kleine balletjes ingeworpen worden) |
| pachipachi-ぱちぱち | geklik (het repeterende geluid van achter elkaar foto schieten) |
| padokku-パドック | omheinde weide voor paarden (bij een paardenstal of renbaan) |
| pāfekuto・gēmu-パーフェクト・ゲーム | perfecte wedstrijd (een honkbalwedstrijd waarin de tegenstander geen enkele run heeft gemaakt) |
| pairotto・shoppu-パイロット・ショップ | een winkel waar producenten en lokale overheden nieuwe producten verkopen om uit te proberen hoe de trends zich ontwikkelen bij consumenten |
| pakupaku-ぱくぱく | (onomatopee) herhaaldelijk openend en sluitend (van de mond); naar lucht happend |
| pakupaku-ぱくぱく | (onomatopee) verorberend; naar hartelust etend; opslokkend; verslindend; |
| pakuru-ぱくる | met grote happen eten; (eten) naar binnen schrokken |
| pāma-パーマ | permanent (in het haar) |
| pāmanento-パーマネント | permanent (in het haar) |
| pāmanento・uēbu-パーマネント・ウェーブ | permanent (in het haar) |
| panchikādo-パンチカード | ponskaart |
| papa-パパ | een woord gebruikt door een vrouw om haar man of minnaar aan te spreken |
| paradaisu-パラダイス | (fig.) een paradijs (op aarde) |
| parapara-ぱらぱら | (onomatopee) schaars; verspreid; (van iemands haar) piekerig; in losse plukken geknipt |
| parapara-ぱらぱら | (onomatopee) in kleine hoeveelheden (druppels, e.d.) naar beneden vallend (het geluid daarbij): gedruppel; gekletter |
| pāseku-パーセク | parsec (eenheid voor afstand tussen sterren en hemellichamen; 1 parsec is ca. 3,26 lichtjaar) |
| passhibu・sumōkingu-パッシブ・スモーキング | het meeroken; passief roken (de rook inhaleren van de sigaret, sigaar of pijp van een ander) |
| passhingu-パッシング | het geven van een lichtsignaal in de auto om andere weggebruikers te waarschuwen |
| pasu-パス | passen; je beurt voorbij laten gaan (bij kaartspel, b.v.) |
| pasu-パス | (computer) het pad naar de locatie van een bestand of map |
| pea-ペア | een paar |
| pechika-ペチカ | Russisch (gemetseld) fornuis [open haard] |
| pegasasu-ペガサス | Pegasus (gevleugeld paard in de Griekse mythologie) |
| pegasosu-ペガソス | Pegasus (gevleugeld paard in de Griekse mythologie) |
| pentagon-ペンタゴン | Pentagon, hoofdkwartier van het Amerikaans ministerie van Defensie (zo genoemd naar de vorm van het gebouw) |
| pēpā・doraibā-ペーパー・ドライバー | iemand die wel een rijbewijs heeft, maar geen rijervaring |
| pēpā・kanpanī-ペーパー・カンパニー | papieren onderneming (een bedrijf dat is geregistreerd maar geen daadwerkelijke zakelijke activiteiten heeft); brievenbusfirma |
| pēpā・puran-ペーパー・プラン | een plan dat alleen maar op papier bestaat, en waarvan de haalbaarheid of uitvoerbaarheid klein is |
| pēsutorī-ペーストリー | deeg; pasteideeg; brooddeeg; taartendeeg |
| petenshi-ペテン師 | (Chin.: bēngzi) zwendelaar; oplichter; bedrieger |
| pēzurī-ペーズリー | paisley, abstract kleurenpatroon in stoffen (genoemd naar de plaats Paisley in Schotland, waar kasjmier sjaals met paisley motief werden gefabriceerd) |
| pieta-ピエタ | piëta (een voorstelling van Maria met het lichaam van de gestorven Jezus op haar schoot) |
| pin-ピン | 1 (getal op dobbelsteen, kaart, etc.) |
| pin・kāru-ピン・カール | het vastspelden van een haarkrul |
| pirugurimu・fāzāzu-ピルグリム・ファーザーズ | Pilgrim Fathers (groep Engelse puriteinen, die in 1620 naar Amerika gingen en daar een kolonie stichtten) |
| pitchi-ピッチ | snelheid en frequentie waarmee een handeling wordt herhaald |
| pitto-ピット | gat achter een bowlingbaan waar de omgevallen kegels in vallen |
| pittseria-ピッツェリア | pizzeria (restaurant waar voornamelijk pizza's worden geserveerd) |
| pī・esu-ピー・エス | (Pferdestärke) paardenkracht |
| pī・shīkādo-ピー・シーカード | insteekkaart (uitbreidingskaart bestemd voor notebooks; oude computer term) |
| pōkā-ポーカー | poker (kaartspel) |
| poketto-ポケット | bij langeafstandslopers een situatie waarin iemand omringd is door andere lopers (en niet de mogelijkheid heeft om zelf het pad te kiezen) |
| pokkuri-ぽっくり | het geluid van de hoeven van een paard dat stapvoets loopt |
| pokkuri-ぽっくり | erg breekbaar zijn; breekbaarheid |
| ponbiki-ぽん引き | zwendelaar; oplichter |
| ponī-ポニー | pony (klein paardenras) |
| ponītēru-ポニーテール | paardenstaart (haardracht met het haar samengebonden in een staart) |
| posuto-ポスト | pilaar; paal |
| posutokādo-ポストカード | ansichtkaart; briefkaart; prentbriefkaart |
| pōtaburu-ポータブル | draagbaar; verplaatsbaar |
| poteto-ポテト | aardappel |
| pōtto-ぽうっと | het bloed stijgt naar het hoofd |
| punpun-ぷんぷん | (onomatopee) geagiteerd; woedend; verontwaardigd |
| puraisu-プライス | prijs; waarde |
| puraisu・rīdāshippu-プライス・リーダーシップ | prijsleiderschap (systeem waarin marktprijzen worden bepaald door toonaangevende, machtige bedrijven) |
| purantan-プランタン | lente; voorjaar |
| purasu・arufa-プラス・アルファ | plus daarbij toegevoegd; plus extra |
| purēgaido-プレーガイド | ticketbureau; plaatsbesprekingsbureau; kaartverkoper |
| purehabu-プレハブ | (afk. van prefabricated building) bouw-constructiemethode waarbij componenten vooraf in een fabriek worden gemaakt en op locatie in elkaar gezet |
| puremiamu-プレミアム | (economie) premium, waarde boven pari |
| puresu・rūmu-プレス・ルーム | perszaal; zaal waar persconferenties worden gehouden |
| pure・orinpikku-プレ・オリンピック | de pre-Olympische Spelen (gehouden een jaar voor de echte OS) |
| puripeidokādo-プリペイド・カード | prepaidkaart |
| puripeido・kādo-プリペイド・カード | prepaid kaart (telefoon) |
| purobabiritī-プロバビリティー | waarschijnlijkheid |
| purodakushon-プロダクション | productie; vervaardiging; opbrengst |
| purodakushon・shearinguhōshiki-プロダクション・シェアリング方式 | methode gebruikt bij contracten voor olie- en aardgasexploratie in ontwikkelingslanden |
| rabā-ラバー | minnaar; geliefde |
| rabu・hanto-ラブ・ハント | (Eng.: love hunt) zoektocht naar liefde |
| rabu・ōru-ラブ・オール | (Eng.: love all) (score bij sportwedstrijd, b.v. tennis) 0-0; nul-nul; (bij bridge) niemand kwetsbaar |
| rachi-羅致 | het samenbrengen van personen met bepaalde vaardigheden (zoals het vangen van vogels in een net) |
| raichōsuru-来聴する | bijwonen; aanwezig zijn; komen luisteren naar |
| raidingu-ライディング | paardrijden |
| raidingu-ライディング | houding bij worstelen waarbij men boven op een tegenstander ligt en ervoor zorgt dat die niet kan bewegen |
| raido-ライド | een rit; het rijden (in een auto, etc); het berijden (van een paard, e.d.) |
| raiharu-来春 | het komend voorjaar; de volgende lente |
| rainen-来年 | volgend jaar; het komende jaar |
| raionzu・kurabu-ライオンズ・クラブ | Lions Club (een charitatieve vereniging van zakenlieden, waarvan de leden op vriendschappelijke basis samenwerken) |
| rairā-ライアー | leugenaar |
| raisu・bouru-ライス・ボウル | Rice bowl (jaarlijkse nationale American football kampioenschap in Japan) |
| raiten-来店 | het komen naar [bezoeken van] een winkel [restaurant] |
| raito-ライト | rechtvaardig(heid) |
| raitō-来島 | het komen naar [bezoeken van] een eiland |
| raitohebīkyū-ライトヘビー級 | lichtzwaargewicht (gewichtsklasse boksen) |
| rakkan'in-落款印 | stempel van de kunstenaar |
| rakkī・zōn-ラッキー・ゾーン | (honkbal) de gelukszone (tussen het gewone hek rond het veld en een hek dat daarbinnen is geplaatst om het slaan van homeruns makkelijker te maken) |
| raku-絡 | (in kanji combinaties) verbinding; verband; verstrengelen; bij elkaar blijven; aansluiten |
| rakuba-落馬 | een val van een paard |
| rakubasuru-落馬する | van een paard vallen [geworpen worden] |
| rakuin-落胤 | onwettig kind; bastaard (van ouders van verschillende sociale klassen) |
| rakuseki-落籍 | een voorschot betaald aan de baas van een prostitué of geisha (met het doel haar vrij te kopen) |
| rakuyaki-楽焼き | raku aardewerk (met de hand gevormd en op lage temperatuur gebakken) |
| rannāzu・hai-ランナーズ・ハイ | runner's high ( een toestand tijdens het hardlopen waarbij ademhaling en snelheid voor het gevoel perfect op elkaar zijn afgestemd) |
| ranpu-ランプ | helling, talud, schans; oprit naar snelweg |
| ranritsu-乱立 | het (ongeordend) naast [op] elkaar staan |
| ransōninshin-卵巣妊娠 | ovariële zwangerschap; eierstok zwangerschap (een buitenbaarmoederlijke zwangerschap) |
| rantan-ランタン | lantaarn |
| ranyaku-蘭訳 | het naar het Nederlands vertalen |
| rashii-らしい | schijnbaar; kennelijk; ogenschijnlijk |
| rei-例 | standaard; gewoon; altijd hetzelfde |
| rei-礼 | dank; dankbaarheid |
| rei-隷 | (afkorting van reisho) kalligrafie stijl voor kanji (ontwikkeld volgens traditie voor een algemene leesbaarheid; ook wel kopiist-schrift genoemd) |
| rei-隷 | dienaar; slaaf |
| reibyō-霊廟 | mausoleum; altaar [heiligdom] voor de voorouders |
| reigen-霊験 | wonder; wonderbaarlijke werkzaamheid [doeltreffendheid] |
| reii-霊異 | wonder; mysterie; iets wonderbaarlijks |
| reiiki-霊域 | een heilige plek (waar goden en Boeddha's worden vereerd) |
| reiken-霊剣 | heilig zwaard (met mystieke krachten) |
| reimai-令妹 | jouw [jullie; zijn; haar; hun] jongere zus |
| reimyō-霊妙 | wonder; mysterie; iets wonderbaarlijks [mysterieuis] |
| reinen-例年 | een normaal jaar; elk jaar |
| rein・shūzu-レイン・シューズ | regenschoenen; waterbestendig schoeisel; regenlaarzen |
| reisei-冷静 | kalmte; rust; bedaardheid; evenwichtigheid |
| reisho-隷書 | (afkorting van reisho) kalligrafie stijl voor kanji (ontwikkeld volgens traditie voor een algemene leesbaarheid; ook wel kopiist-schrift genoemd) |
| reizan-霊山 | heilige berg (waar goden zijn) |
| reizen-霊前 | voor (het altaar of graf van) een overledene |
| reizoku-隷属 | ondergeschiktheid; dienstbaarheid; slavernij |
| rekihō-歴訪 | rondgang; het bezoeken van verschillende locaties (landen, e.d.) na elkaar |
| rekijitsu-暦日 | dagen en maanden in een kalenderjaar; jaren; tijd |
| rekimon-歴問 | rondgang; het bezoeken van verschillende locaties (landen, e.d.) na elkaar |
| rekinen-暦年 | een kalenderjaar |
| rekinen-歴年 | jaar na jaar |
| rekisū-暦数 | aantal jaren; jaartal; tijdperk |
| rekiyū-歴遊 | studiereis (van kunstenaars e.d.) |
| rekizen-歴然 | duidelijk [evident; onmiskenbaar] zijn |
| rekkitoshita-歴とした | echt; onmiskenbaar; duidelijk; onweerlegbaar; wettelijk |
| ren-聯 | twee bij elkaar horende regels in een lüshi, een klassiek-Chinese dichtvorm; stanza; strofe |
| renjuku-練熟 | bekwaamheid; vaardigheid; vakkundigheid; behendigheid; ervaring |
| renketsukessan-連結決算 | geconsolideerde jaarrekening [balans] |
| renkō-連行 | begeleiding naar een politiebureau (niet geheel op vrijwillige basis) |
| rennen-連年 | jaar na jaar; elk jaar |
| renpai-連俳 | een paar haiku gedichten |
| rensaku-連作 | seriewerk van één kunstenaar |
| rensei-連星 | dubbelster (twee sterren die om een gemeenschappelijk zwaartepunt bewegen) |
| renshu-連取 | het punten of sets achter elkaar scoren (in een sportwedstrijd) |
| rentaihoshōnin-連帯保証人 | een gezamenlijke borgsteller [garantsteller]; borgsteller die hoofdelijk aansprakelijk is; medeondertekenaar |
| rentaishūshokugo-連体修飾語 | (taalkunde) een bepaling [bepalend woord] bij een niet-infecterend [onvervoegbaar] woord |
| renzen'ashige-連銭葦毛 | grijs gevlekt (kleur van paard) |
| renzokusatsujinhan-連続殺人犯 | seriemoordenaar |
| ren'yōshūshokugo-連用修飾語 | (taalkunde) een bepaling [bepalend woord] bij een inflecterend [vervoegbaar] woord |
| reopon-レオポン | leopon (kruising tussen een leeuwin en een mannelijke luipaard) |
| ressei-劣勢 | minderwaardigheid; nadeel; ongunstige situatie |
| resurā-レスラー | worstelaar |
| retorutoshokuhin-レトルト食品 | retort voedsel (kant-en-klaar voedsel dat vacuüm verpakt is) |
| retsujaku-劣弱 | minderwaardigheid |
| retteru-レッテル | etiket; label (op iemand als waardeoordeel) |
| rettōkan-劣等感 | minderwaardigheidscomplex |
| rezā・katto-レザー・カット | haarstijl, waarbij het haar niet met een schaar maar met een scheermes wordt geknipt |
| rībe-リーベ | (naar het Duits: Liebe) liefde; geliefde; minnaar [minnares] |
| riben-利便 | gemak; geschiktheid; bruikbaarheid |
| rihatsu-理髪 | kapsel; coupe; haardracht |
| rihatsushitsu-理髪室 | kapperszaak; haarsalon |
| rijin-里人 | iemand uit de streek [de plaats] waar je vandaan komt; iemand uit de buurt van je ouderlijk huis |
| riken-利剣 | (Boeddh.) beeldspraak voor de wijsheid of boeddhistische leer die nodig is om aardse verlangens en kwade krachten te kunnen verwerpen |
| riken-利剣 | scherp zwaard |
| rikisaku-力作 | inspannend werk; krachttoer; zwaar werk |
| rikishi-力士 | een sumoworstelaar |
| rimōto・suitchi-リモート・スイッチ | schakelaar op afstand; externe schakelaar; draadloze schakelaar |
| ringetsu-臨月 | de laatste maand van de zwangerschap; de maand waarin de geboorte wordt verwacht |
| rinin-離任 | overplaatsing naar een andere werkplek [afdeling, bijkantoor] (binnen een bedrijf of instelling) |
| rinkai-臨界 | kritieke grens (toestand waarin de kettingreactie van kernsplijting met een constante snelheid wordt gehandhaafd in kernreactoren) |
| rinrin-凛凛 | imposant; waardig; indrukwekkend |
| rinritsu-林立 | het (als een woud van bomen) dicht op elkaar (recht overeind) staan |
| rinritsusuru-林立する | (als een woud van bomen) dicht op elkaar (recht overeind) staan |
| rinsaku-輪作 | wisselbouw (het telen van verschillende gewassen na elkaar op dezelfde grond, om bodemziekten te voorkomen) |
| rinsen-臨戦 | deelname aan de strijd [oorlog]; zich klaarmaken om te vechten [strijden]; het betreden van het slagveld |
| rinsentaisei-臨戦態勢 | klaar voor de strijd; in staat van paraatheid (voor de oorlog) |
| rinsho-臨書 | het nauwkeurig overschrijven van kanji naar een (klassiek) schrijfmodel (voor het verkrijgen van kalligrafische schrijfvaardigheid) |
| rinsu-リンス | (haar) conditioner; crèmespoeling |
| rinzen-凛然 | imponerend; waardig en moedig; statig; indrukwekkend; ontzagwekkend |
| rippu・sābisu-リップ・サービス | lippendienst (iets wel zeggen, maar niet menen) |
| risshun-立春 | het begin van de lente; de dag waarop de lente begint (4 febr.) |
| risuku-リスク | gevaar; risico |
| ritō-利刀 | een vlijmscherp zwaard |
| ritsunen-立年 | jongeman van 30 jaar |
| ritsuryō-律令 | oude Japanse wetgeving, (in de 8ste eeuw geschreven naar Chinese voorbeelden) |
| ro-炉 | (open) haard; (smelt)oven |
| rō-郎 | (gebruikt in kanji-combinaties) man; jongen; dienaar |
| rōba-老馬 | een oud paard; paard op leeftijd |
| rōban-牢番 | gevangenisbewaarder; bewaker; cipier |
| roban-露盤 | een vierkante plaat bovenin een pagode, waarop de sōrin (lang verticaal ornament is geplaatst |
| robata-炉端 | dichtbij [rond] de (open) haard |
| rōbo-老母 | oude [bejaarde] moeder |
| robu-ロブ | kapsel met halflang haar (nieuw woord dat onstaan is uit het woord voor lang haar ロング en kort haar ボブ) |
| rōdō-労働 | arbeid; (zwaar) werk |
| rōdōkijunhō-労働基準法 | Japanse Arbeidsnormenwet; Standaard Arbeidsrechtenwet |
| rōdōsanpō-労働三法 | de drie Japanse arbeidswetten (労働基準法 Standaard Arbeidsrechten; 労働組合法 Vakbondsrecht; 労働関係調整法 Arbeidsverhouding en Geschillen) |
| rōdo・mappu-ロード・マップ | wegenkaart |
| rōdo・mappu-ロード・マップ | roadmap van een (technisch) product (waarin staat wat de vernieuwingen zijn en wanneer ze kunnen worden verwacht) |
| rōdo・mūbī-ロード・ムービー | roadmovie (filmgenre waarin de hoofdpersonen onderweg zijn) |
| rōfu-老父 | oude vader [bejaarde] |
| rohō-露鋒 | een techniek in de kalligrafie (waarbij de punt van het penseel plat op het papier wordt gezet) |
| rōjin-老人 | oudere (persoon); bejaarde |
| rōjinhōmu-老人ホーム | bejaardentehuis; bejaardenhuis |
| rojō-路上 | op weg (naar een bestemming, levensdoel, e.d.) |
| rokehan-ロケハン | het zoeken naar de meest geschikte locaties voor film- of t.v. opnames |
| rōken-老犬 | oude [bejaarde] hond |
| rokēshon・hantingu-ロケーション・ハンティング | het zoeken naar de meest geschikte locaties voor film- of t.v. opnames |
| rōkihō-労基法 | (afk. voor) Japanse Arbeidsnormenwet; Standaard Arbeidsrechtenwet |
| rokkā-ロッカー | locker; afsluitbaar kastje; kluisje |
| rokkon-六根 | (boeddh.) de zes zintuiglijke vermogens om gewaarwordingen en bewustzijn te beheersen (ogen, oren, neus, tong, lichaam en geest) |
| rokkonshōjō-六根清浄 | (boeddh.) zuivering [reiniging] van de zes zintuiglijke vermogens om gewaarwordingen en bewustzijn te beheersen |
| rōko-牢固 | inflexibel [onbuigbaar] zijn |
| rōkosei-牢固性 | stevigheid; de mate waarin iets stevig of inflexibel is |
| rokujūrokubu-六十六部 | een boeddhistische monnik die 66 kopieën van de Lotus Soetra maakte, en bij zijn pelgrimreis door Japan aan elke heilige plaats een exemplaar schonk |
| rokunusubito-禄盗人 | (beledigende term voor) iemand die zijn salaris niet waard is; (luie) mensen zonder talent [bekwaamheden] die toch een hoog salaris krijgen |
| rokusansei-六三制 | 6-3 onderwijssysteem (6 jaar basisschool gevolgd door 3 jaar middelbare school) |
| romansugurē-ロマンスグレー | romantisch grijs, een uitdrukking voor een aantrekkelijke man van middelbare leeftijd (met hier en daar wat grijs haar) |
| ron-論 | verhandeling; traktaat; commentaar |
| ronkōkōshō-論功行賞 | beloning naar [overeenkomstig] verdienste; het toekennen van beloningen op basis van de verdiensten |
| ronpyō-論評 | commentaar; kritiek; recensie; beoordeling |
| ronsetsu-論説 | toelichting; commentaar; redactioneel artikel |
| rōrerai-ローレライ | Lorelei, een legendarische nimf die zeelui verleidde met haar mooie zangstem en ze schipbreuk liet lijden |
| rōrerai-ローレライ | Lorelei, hoge rots aan de oever van de Rijn bij de Duitse stad Sankt Goarshausen (vernoemd naar de nimf) |
| rōsei-老生 | (een nederig woord van een bejaarde voor zichzelf) ik oude man; deze oude man |
| rōshōfujō-老少不定 | de onvoorspelbaarheid [onzekerheid] van het menselijk bestaan (ongeacht de leeftijd, oud of jong) |
| rōshon-ローション | lotion (huid- of haarverzorgingsmiddel) |
| rōsō-老僧 | (woord dat door een oude monnik werd gebruikt om naar zichzelf te verwijzen) ik |
| rōsoku-蝋燭 | kaars |
| rōtaikoku-老大国 | een land dat vroeger heel machtig was, maar nu niet meer; een ooit machtige natie in verval |
| rōtoru-ロートル | oude persoon; oudere; bejaarde |
| ruigetsu-累月 | maand na maand; een periode van maanden (achter elkaar) |
| ruigohanpuku-類語反復 | tautologie (logische waarheid) |
| ruiji-類字 | op elkaar lijkende kanji [Chinese karakters] |
| ruirei-類例 | gelijkwaardig [vergelijkbaar] voorbeeld |
| ruisuru-類する | lijken op; vergelijkbaar [gelijksoortig] zijn |
| ruminōru-ルミノール | luminol (een organische verbinding met als bijzondere eigenschap dat bij oxidatie ervan energie vrijkomt in de vorm van zichtbaar licht) |
| rusuban-留守番 | huisbewaarder; iemand die op het huis past |
| rusui-留守居 | huisbewaarder; iemand die op het huis past |
| ryanko-両個 | (een denigrerende term voor) een samoerai (met twee zwaarden) |
| ryō-良 | goedheid; goedaardigheid; van goede kwaliteit; iets goeds |
| ryōki-猟奇 | op zoek naar het vreemde [curieuze; bizarre; onwerkelijke] |
| ryokunaishō-緑内障 | glaucoom; groene staar |
| ryokusaku-力作 | inspannend werk; krachttoer; zwaar werk |
| ryōnagare-両流れ | dakstijl voor de hoofdschrijn van een shinto heiligdom (waarbij de dakranden (voor-achter of links-rechts) glooiingen hebben aan beide zijden) |
| ryōnagarezukuri-両流造 | dakstijl voor de hoofdschrijn van een shinto heiligdom (waarbij de dakranden (voor-achter of links-rechts) glooiingen hebben aan beide zijden) |
| ryōrisuru-料理する | koken; eten klaarmaken [bereiden] |
| ryōritsu-両立 | co-existentie; verenigbaarheid; het goed samengaan |
| ryōsho-猟書 | het zoeken naar boeken van uitzonderlijke waarde en beperkte oplage |
| ryōsho-良書 | een goed [waardevol] boek |
| ryōtō-両刀 | (afk. voor) het met twee zwaarden tegelijk vechten |
| ryōtō-両刀 | vaardig [bekwaam] zijn in twee vakgebieden; twee beroepen uitoefenen |
| ryōtō-両刀 | set Japanse zwaarden (het lange en het korte zwaard) |
| ryōtōzukai-両刀遣い | vaardig [bekwaam] zijn in twee verschillende vakgebieden [takken van kunst]; twee verschillende beroepen uitoefenen |
| ryōtōzukai-両刀遣い | met twee zwaarden tegelijk kunnen vechten; iemand die met twee zwaarden tegelijk vecht |
| ryūchō-流暢 | spreekvaardigheid |
| ryūdōsei-流動性 | vloeibaarheid; beweeglijkheid |
| ryūdōshoku-流動食 | vloeibaar voedsel |
| ryūdōteki-流動的 | vloeibaar |
| ryūkō-流行 | gangbaarheid; wijdverspreid zijn |
| ryūma-竜馬 | een zeer goed [uitmuntend] paard |
| ryūme-竜馬 | een zeer goed [uitmuntend] paard |
| ryūnen-留年 | een schooljaar over moeten doen; blijven zitten; doubleren |
| ryūnen-立年 | 30 jaar (leeftijd) |
| ryūsei-隆盛 | welvaart; voorspoed |
| ryūto-リュート | luit (snaarinstrument) |
| ryūtō-竜灯 | een lantaarn gewijd aan een heiligdom |
| ryūtsūkikō-流通機構 | distributiesysteem (van producten naar consumenten) |
| sābanto-サーバント | bediende; dienaar; dienares |
| sabaran-サバラン | savarin (kransvormig taartje met likeur) |
| sābisu・kōto-サービス・コート | servicevak (gedeelte van de baan waar men moet serveren bij tennis, badminton, etc.) |
| sabu-左武 | respect [waardering] voor vechtsporten |
| sadoru-サドル | zadel (voor paard, fiets, etc.) |
| sae-さえ | (さえ...ば)als het maar (zo was dat)…; zo lang... |
| sagarime-下がり目 | neerwaartse trend (handelsmarkt) |
| sagashimono-探し物 | iets waarnaar men op zoek is; ontbrekend [zoekgeraakt] voorwerp [artikel] |
| sagasu-探す | zoeken; op zoek gaan (naar) |
| sage-下げ | (afk. voor) (van samoerai) koord om de zwaardschede aan de obi te bevestigen |
| sage-下げ | verlaging; het naar beneden brengen; laten zakken |
| sagefuda-下げ札 | etiket; strookje; label; (handel) prijskaartje |
| sageo-下げ緒 | (van samoerai) koord om de zwaardschede aan de obi te bevestigen |
| sageru-下げる | (naar beneden) hangen; bungelen |
| sagishi-詐欺師 | fraudeur; bedrieger; oplichter; zwendelaar |
| saguru-探る | (rond)tasten; zoeken [voelen] naar |
| sai-才 | jaar (klasse-aanduider voor leeftijd) |
| sai-歳 | jaar (klasse-aanduider voor leeftijd) |
| saidan-祭壇 | altaar; offertafel |
| saidanga-祭壇画 | altaarstuk |
| saido・suteppu-サイド・ステップ | zijwaartse stap |
| saigokusanjūsansho-西国三十三所 | Saikoku pelgrimage naar 33 tempels gewijd aan Kanon (in de Kansai regio van Japan) |
| saihi-歳費 | jaaruitgaven (van de overheid) |
| saihi-歳費 | jaarsalaris van parlementsleden |
| saihitsu-才筆 | schrijfstijl op hoog niveau; (literaire) schrijfvaardigheid |
| saiji-細字 | namen van de sumo worstelaars onderaan de ranglijst in klein schrift |
| saijō-祭場 | de plek waar een ritueel [religieuze ceremonie] wordt gehouden |
| saijōden-祭場殿 | hal [tempel; paleis] waar een ceremonie wordt gehouden |
| saikei-歳計 | jaarrekening; begroting |
| saiken-細見 | gedetailleerde kaart [plattegrond; gids] |
| saiku-細工 | handvaardigheid; handwerk; vakmanschap |
| saimusha-債務者 | schuldenaar; debiteur |
| sainō-採納 | overneming; aanneming; aanvaarding; adoptie |
| sainyū-歳入 | jaarlijkse overheidsinkomsten (totale overheidsinkomsten binnen één fiscaal jaar) |
| sairyōrōdōsei-裁量労働制 | discretionair arbeidssysteem (waarin lonen worden betaald op basis van vooraf bepaalde hoeveelheid gewerkte tijd i.p.v. van de werkelijke werkuren) |
| saisai-歳歳 | jaarlijks; elk jaar |
| saisansaishi-再三再四 | herhaaldelijk; keer op keer; steeds maar weer |
| saisei-再製 | herproductie; recycling (een product uit elkaar halen en de grondstoffen hergebruiken voor een nieuw product) |
| saisei-最盛 | hoogtepunt (van welvaart; voorspoed) |
| saishō-細小 | minuscuul; (zeer) klein; (haar)fijn |
| saishoku-菜食 | plantaardig voedsel; een groente-fruit dieet |
| saishutsu-歳出 | jaarlijkse overheidsuitgaven (totale overheidsuitgaven binnen één fiscaal jaar) |
| saitaku-採択 | aanneming; aanvaarding; selectie |
| saitakusuru-採択する | (een voorstel, wet, etc.) aannemen; aanvaarden; selecteren |
| saitan-歳旦 | afkorting voor saitan-biraki (een bijeenkomst van dichters en hun leerlingen in januari om gedichten te maken over nieuwjaarsdag) |
| saitan-歳旦 | Nieuwjaarsochtend |
| saitanbiraki-歳旦開き | een Nieuwjaars bijeenkomst waarbij renga en haiku gedichten worden gemaakt en voorgedragen |
| saitansai-歳旦祭 | nieuwjaarsfeest (een Shinto ritueel om het nieuwe jaar in te wijden, gevolgd door een sake (rijstwijn) ceremonie en mochi (gestampte rijst) ceremonie |
| saiteki-最適 | uiterste geschiktheid; beste oplossing [voorwaarde] |
| saiten-採点 | waardering; beoordeling; cijfers |
| saitō-彩陶 | plateel keramiek (beschilderd Chinees aardewerk) |
| saitori-才取り | hulpje van de metselaar; opperman |
| saitori-才取り | makelaar; tussenpersoon; tussenhandelaar |
| saiwan-才腕 | vaardigheid; bekwaamheid; talent |
| saiyūshūsenshu-最優秀選手 | meest waardevolle speler |
| sakadateru-逆立てる | recht overeind (gaan) staan (van haar) |
| sakamuke-逆剝け | (de plaats waar de huid langs de nagel in ingescheurd) nijnagel; dwangnagel; stroopnagel |
| sakanoboru-遡る | dateren (uit); teruggaan naar [tot] |
| sakanoboru-遡る | stroomopwaarts gaan |
| sakari-盛り | paartijd (bij dieren) |
| sakazuki-杯 | een drinkgelag; banket; huwelijksdronk (het drinken uit elkaars glazen door bruid en bruidegom op hun huwelijk) |
| sakeru-避ける | zich onthouden van (commentaar, etc.) |
| saki-左記 | (verwijzing links van een verticale Japanse tekst, van rechts naar links geschreven) zoals volgt; zoals hierna aangegeven |
| sakihodo-先程 | (beleefder synoniem voor さっき) daarnet; zojuist |
| sakki-さっき | daarnet; zojuist; zo-even |
| saku-朔 | de kalender voor het nieuwe jaar die de keizer in China (in vroegere tijden) aan het eind van het jaar aan vorsten gaf |
| sakudo-作土 | toplaag; oppervlakte grond [aarde]; bewerkte [geploegde] grond |
| sakugen-遡源 | het teruggaan naar de bron [de oorsprong; het begin] |
| sakuinkādo-索引カード | indexkaart |
| sakunen-昨年 | verleden jaar; vorig jaar |
| sakusei-作成 | vervaardiging van een documenten, e.d |
| sakusha-作者 | maker van een kunstwerk; kunstenaar |
| sakushi-策士 | intrigant; konkelaar |
| sakuyō-腊葉 | geperst en gedroogd exemplaar [specimen] van een plant |
| samo-然も | klaarblijkelijk; werkelijk; schijnbaar; duidelijk; waarschijnlijk |
| sanbonjime-三本締め | ritueel (aan het einde van een bijeenkomst, ceremonie, project, e.d.) waarbij het klappen in de handen drie keer wordt herhaald |
| sanbyakudaigen-三百代言 | (denigrerende term voor) een advocaat; (vroege Meiji-periode) iemand die niet gekwalificeerd was als advocaat, maar wel als zodanig optrad |
| sanchi-産地 | gebied [streek] waar een lokaal product (wijn, vruchten, kunstnijverheid, e.d.) wordt geproduceerd |
| sandō-参道 | de toegangsweg naar een tempel [heiligdom] |
| sangatsu-三月 | maart (de 3de maand) |
| sangoban-三五判 | standaard Japans papier formaat (84 x 148 mm) |
| sangokuichi-三国一 | ongeëvenaard [uniek] in Japan, China en India |
| sangokujidai-三国時代 | (n Korea) de Drie Koninkrijken Goguryeo, Baekje en Silla, die met elkaar in oorlog waren (4de-7de eeuw) |
| sangokujidai-三国時代 | (in China na de val van de Latere Han-dynastie) de Drie Koninkrijken Wei, Wu en Shu-Han, die met elkaar in oorlog waren (220-280 n.Chr.) |
| sanka-参稼 | iemand met een speciale functie [vaardigheid] binnen een organisatie |
| sankaiki-三回忌 | derde sterfdag; derde herdenkingsdag (in het tweede jaar) van een overlijden |
| sankan-三冠 | (Eng.: Triple Crown) het paard dat de drie belangrijkste paardenrennen in Japan wint |
| sankanba-三冠馬 | (Eng.: Triple Crown) het paard dat de drie belangrijkste paardenrennen in Japan wint |
| sankei-三景 | de drie bewonderingswaardige landschappen in Japan (Matsushima, Amanohashidate, en Miyajima) |
| sankei-参詣 | bedevaart; pelgrimage; pelgrimstocht |
| sankeisha-参詣者 | bezoeker (pelgrim, bedevaartganger, gelovige, etc.) van een tempel [heiligdom] |
| sankeisuru-参詣する | een pelgrimstocht maken; op bedevaart [pelgrimage] gaan |
| sanken-散見 | wat men hier en daar ziet [vindt] |
| sankinkōtai-参勤交代 | (Edo periode) politiek systeem waarbij feodale heren (daimyo) werden verplicht om elk tweede jaar in Edo te verblijven |
| sanko-三顧 | drie keer bezoeken (verwijst naar een Chinese legende waarin Liu Bei drie keer Zhuge Liang bezocht m hem als militaire commandant te verwelkomen) |
| sankō-参向 | naar een persoon met een hoge rang gaan |
| sankō-山行 | naar de bergen gaan (om te wandelen, klimmen, etc.) |
| sankōkādo-鑽孔カード | ponskaart |
| sannen-三年 | drie jaar [jaren] |
| sanpatsu-散髪 | het knippen van het haar; knipbeurt |
| sanpatsudattōrei -散髪脱刀令 | (Meiji) proclamatie in 1871, ter afschaffing van de klassieke haardracht van de samoerai en een verbod op het publiekelijk dragen van zwaarden |
| sanpatsusuru-散髪する | je [haar; zijn] haar laten knippen |
| sanpitsu-算筆 | rekenkunde en kalligrafie [lees- en schrijfvaardigheid] |
| sanpuzu-散布図 | verspreidingskaart; verstrooiingsdiagram; besprenkelingsschema |
| sansagari-三下がり | (methode om de shamisen te stemmen) verlaging van de derde snaar met een hele toon |
| sansai-三彩 | aardewerk gemaakt met drie (maar soms ook twee of vier) soorten gekleurd glazuur, op lage temperatuur gebakken |
| sansai-三才 | hemel, aarde en de mensen |
| sansan-潸潸 | alsmaar huilen; het stromen van tranen |
| sansankudo-三三九度 | (bij Shinto-huwelijksritueel) het drinken van kopjes sake door het bruidspaar (eerst de man 3, dan de vrouw 3, dan de man weer 3 kopjes, totaal 9) |
| sanshin-三線 | sanshin, een traditioneel snaarinstrument uit Okinawa |
| sanshōsuru-参照する | consulteren; raadplegen; verwijzen naar; refereren aan |
| sanshūki-三周忌 | derde sterfdag; derde herdenkingsdag (in het tweede jaar) van een overlijden |
| sanshunojingi-三種の神器 | de drie heilige kostbaarheden van Japan (spiegel, zwaard en juwelen) |
| sansonzuhō-サンソン図法 | sinusoïdeprojectie (een pseudo-cilindrische kaartprojectie) |
| sansūkentei-算数検定 | rekenvaardigheid test |
| santō-三冬 | drie winters (drie jaar) |
| sanzō-三蔵 | Tripitaka (of Tipitaka) (verwijst naar drie dingen in het boeddhisme: Ritsuzo, Kyozo en Ronzo) |
| sanzon-三尊 | drie belangrijke [te respecteren] personen: heerser, vader en leraar |
| saodachi-竿立ち | (van paarden, e.d.) het recht overeind staan; op de achterpoten staan; steigeren |
| sappitsu-擦筆 | een doezelaar (puntig opgerold stuk papier of zeemleer, gebruikt om kleuren in te wrijven op papier of fresco) |
| saraba-然らば | tot ziens; vaarwel |
| sarabureddo-サラブレッド | raspaard; volbloed; stamboekdier; rasdier |
| sarakin-サラ金 | woekeraar; verstrekker van consumentenkredieten |
| sarashinashōma-晒菜升麻 | zilverkaars (Cimicifuga simplex) |
| saru-申 | (windrichting) 30 graden ten zuiden van het westen (vergelijkbaar met Westzuidwest) |
| sarumawashi-猿回し | een straatartiest die een aap allerlei kunstjes laat doen (vooral op Nieuwjaar) |
| sasae-支え | steun; stut; steunpilaar |
| sasara-簓 | een traditioneel Japans muziekinstrument, dat bestaat uit een bundel aan elkaar gebonden repen bamboe, die tegen een geribbelde staaf wordt gewreven |
| sashiashi-差し足 | (bij paardenraces) de laatste spurt waarmee een paard de anderen inhaalt en net als eerste over de finish komt |
| sashibashi-刺し箸 | eetstokjes gebruikt om in eten te prikken en het daarna in de mond te stoppen (onjuist gebruik van eetstokjes) |
| sashichigaeru-刺し違える | elkaar steken (met een zwaard, mes, e.d.) |
| sashichigaeru-刺し違える | (bij sumo, verkeerde beslissing van de scheidsrechter) de verkeerde worstelaar als winnaar aanwijzen |
| sashichigaeru-差し違える | een fout maken bij het bepalen van de winnaar (b.v. bij sumo) |
| sashige-差し毛 | verschillende kleuren haar in de vacht van een dier |
| sashikiru-差し切る | (bij paardenraces) de race nipt [op het allerlaatste moment] winnen; met een neuslengte [vlak voor de finishlijn] de anderen verslaan |
| sashizoe-差し添え | een kort zwaard (dat samen met een groot zwaard door de samoerai werd gedragen) |
| sashizuninbaraitegata-指図人払い手形 | rekening [nota] (betaalbaar) aan order [toonder]; toonderpapier |
| sasorimodoki-蠍擬 | zweepstaartschorpioen (Thelyphonida) |
| sasu-差す | schijnen (zon, licht); zichtbaar zijn |
| sasu-指す | wijzen (naar); aanwijzen; richten (op) |
| sasu-指す | verwijzen (naar); refereren (aan) |
| sasuga-流石 | (naar) verwachting |
| satan-嗟嘆 | bewondering; waardering; lof |
| satei-査定 | waardebepaling; schatting |
| sateraito・sutajio-サテライト・スタジオ | een andere locatie dan de studio van waaruit men normaal de uitzendingen (voor radio of tv) verzorgt. |
| satobito-里人 | iemand uit de streek [de plaats] waar je vandaan komt; iemand uit de buurt van je ouderlijk huis |
| satoru-悟る | (be)merken; zich realiseren; begrijpen; gewaarworden |
| satosu-諭す | terechtwijzen; (iem. iets) verwijten; waarschuwen; overtuigen; (iem.) overhalen (om iets te doen) |
| satoyama-里山 | bergen en bossen nabij een bevolkt gebied (waarbij de bewoners in hun levensbehoeften daarvan afhankelijk zijn) |
| satsujin-殺人 | moordenaar |
| satsujin-殺陣 | zwaardgevecht |
| satsujinhan-殺人犯 | moordenaar |
| saundo・kādo-サウンド・カード | geluidskaart |
| saya-鞘 | (zwaard)schede |
| sayamaki-鞘巻 | een kort zwaard zonder rand (zoals door samurai naast hun lange zwaard werd gedragen) |
| sayōnara-さようなら | tot (weer)ziens; dag; doeg; doei, gegroet; het ga je goed; tot kijk; tot; vaarwel; adieu; ajuus |
| sayonara-さよなら | tot (weer)ziens; dag; doeg; doei, gegroet; het ga je goed; tot kijk; tot; vaarwel; adieu; ajuus |
| sazu-左図 | figuur [diagram; kaart; illustratie] (hier) links [aan de linkerkant] |
| sēburufude-セーブル筆 | schilderskwast van sabelhaar |
| sēburuhirafude-セーブル平筆 | platte [brede] kwast van sabelhaar |
| sechigarai-世知辛い | hard; moeilijk; zwaar |
| sēfugādo-セーフガード | vrijwaring; waarborg |
| sei-性 | aard; karakter |
| seiba-征馬 | reispaard; paard om op reis te gaan |
| seiba-征馬 | oorlogspaard |
| seibisuru-整備する | voorbereiden; klaar maken; uitrusten; voorzien van; onderhouden |
| seibo-歳暮 | kerstcadeau; kerstpakket; eindejaarscadeau |
| seichi-生地 | onbekende plek; plaats waar iemand voor het eerst komt |
| seichijunrei-聖地巡礼 | bedevaart naar een heilige plaats [het heilige Land] |
| seiei-清栄 | (uw) gezondheid en welvaart [voorspoed] |
| seigi-正義 | gerechtigheid; rechtvaardigheid |
| seigi-正義 | onkreukbaarheid; rechtschapenheid; deugdzaamheid |
| seigo-鮬 | hele jonge Japanse zeebaars (Lateolabrax japonicus; tot 2 jaar oud) |
| seihatsu-整髪 | het kappen [knippen] van haar |
| seiheki-性癖 | natuurlijke aanleg; aard; karakter |
| seihon-正本 | gewaarmerkte kopie (van een originele tekst) |
| seiin-正員 | volwaardig lid; formeel gekwalificeerd lid |
| seiippai-精一杯 | uit alle macht; naar (iemand's) beste vermogen; zo goed mogelijk |
| seiitaishōgun-征夷大将軍 | generaal die in de Heian-periode naar het noordelijke territorium uitgezonden werd om tegen niet-Japanse volken te strijden |
| seijinnohi-成人の日 | (nationale feestdag) dag van de volwassenwording (2de maandag in januari, als iemand 20 jaar wordt) |
| seijisei-政治性 | politiek karakter; politieke aard |
| seika-正価 | nettoprijs; standaardprijs; catalogusprijs |
| seika-生家 | geboortehuis; huis waar men geboren is |
| seika-製菓 | vervaardiging van zoetwaren |
| seika-製靴 | het vervaardigen van schoenen; het schoenmaken |
| seikaku-性格 | (iem.'s) karakter; aard; persoonlijkheid |
| seikatsuhogohō-生活保護法 | Wet op de openbare bijstand (ter garantie van een minimumlevensstandaard) |
| seikatsusuijun-生活水準 | levensstandaard |
| seiki-盛期 | periode van voorspoed [welvaart] |
| seikika-正規化 | normalisatie; standaardisatie |
| seikō-性行 | karakter [aard] en gedrag |
| seikō-精巧 | verfijning; vaardigheid; precisie; vakmanschap |
| seikō-製鋼 | vervaardiging [productie] van staal |
| seikōudoku-晴耕雨読 | op het land werken als de zon schijnt en thuis een boek lezen als het regent (verwijst naar het stille [geïsoleerde] leven op het platteland) |
| seikurabe-背比べ | vergelijking van lengte [hoogte]; het met de ruggen tegen elkaar aan gaan staan om te kijken wie het grootste [langste] is |
| seikyō-盛況 | voorspoed; welvaart; succes |
| seimoku-井目 | (bij het go-spel, als er een groot verschil in vaardigheid is) het vooraf plaatsen van 9 stenen op het bord door de slechtste speler |
| seinen-生年 | geboortejaar |
| seireki-西暦 | Westerse (Christelijke) jaartelling |
| seiren-清廉 | eerlijkheid; integriteit; onkreukbaarheid |
| seiriken-整理券 | toegangskaart(je) (met zitplaats nummer); instapkaart |
| seiryūtō-青竜刀 | Chinees slagzwaard [kromzwaard] (met op het uiteinde van het handvat een blauwe draak als versiering) |
| seisaku-製作 | vervaardiging; productie; fabricage |
| seisakusha-制作者 | maker; ontwikkelaar; producent |
| seisanki-精算機 | automaat waarmee je het te weinig of teveel betaalde bedrag van je treinkaartje kunt verrekenen |
| seisankyoten-生産拠点 | productiebasis (locatie waar de productie is geconcentreerd) |
| seisannin-清算人 | curator; liquidateur; vereffenaar |
| seisei-凄清 | treurig en beklagenwaardige situatie |
| seisei-精製 | zorgvuldige [nauwkeurige] fabricage [vervaardiging] |
| seisen-生鮮 | (van voedsel) vers [bederfelijk; beperkt houdbaar] zijn |
| seisenshokuhin-生鮮食品 | beperkt houdbaar voedsel; bederfelijke [snel bedervende] etenswaren |
| seishain-正社員 | werknemer in vaste dienst; een regulier [volwaardig] personeelslid; een vaste [fulltime] werknemer |
| seishi-製紙 | (het proces van) het vervaardigen [maken] van papier |
| seishi-青史 | geschiedenis; kroniek; jaarboek (vroeger op bamboe schrijfplankjes geschreven) |
| seishitsu-性質 | aard; karakter; temperament |
| seishō-清祥 | tekst in een brief om de andere persoon te feliciteren met zijn [haar] gezond en gelukkig leven |
| seisuru-製する | fabricage; vervaardiging |
| seitekishikō-性的指向 | seksuele oriëntatie; seksuele geaardheid |
| seiten-聖典 | en boek waarin de basisleerstellingen van een religie zijn vastgelegd (zoals de Bijbel, de Koran. e.d.) |
| seitetsu-製鉄 | vervaardiging van ijzer |
| seitō-正当 | iets dat rechtvaardig [rechtmatig; legitiem; terecht] is |
| seitōbōei-正当防衛 | (gerechtvaardigde; gewettigde) zelfverdediging |
| seitoku-生得 | aangeboren kwaliteit [gave; talent]; aard; karakter |
| seiun-盛運 | voorspoed; welvaart |
| seiun-青雲 | onthechting van de wereld [van het aardse bestaan] |
| seiyaku-制約 | beperking; restrictie; voorwaarde |
| seiyaku-製薬 | vervaardiging van geneesmiddelen [medicijnen] |
| seiyōhashibami-西洋榛 | hazelaar (Corylus avellana) |
| seiyōtochinoki-西洋栃の木 | witte paardenkastanje (Aesculus hippocastanum) |
| seizen-西漸 | westwaartse beweging; het naar het westen gaan [trekken] |
| seizō-製造 | vervaardiging; productie; fabricage |
| seizonnōryoku-生存能力 | levensvatbaarheid |
| seizōsuru-製造する | vervaardigen; produceren; fabriceren |
| seizu-星図 | sterrenkaart (astrologie) |
| sekai-世界 | de wereld; aarde |
| sekaichizu-世界地図 | wereldkaart |
| seki-席 | plaats [plek] waar een ontmoeting [gebeurtenis; gelegenheid] zal plaatsvinden; kamer; zaal |
| sekichū-石柱 | stenen zuil [pilaar] |
| sekidō-赤道 | evenaar; equator |
| sekigo-隻語 | (slechts) een enkel woord; een paar woorden |
| sekirei-鶺鴒 | kwikstaart (een vogel, Motacilla) |
| sekitori-関取 | sumoworstelaar met een rang hoger dan of gelijk aan Juryo; (oorspronkelijk de naam voor) de rang Ozeki |
| sekiwake-関脇 | (een sumoworstelaar van) de derde hoogste rang |
| sekkaku-折角 | zeldzaam; kostbaar; belangrijk |
| sekkei-雪渓 | sneeuwvallei; besneeuwde vallei; vallei waar zelfs in de zomer sneeuw ligt |
| sekken-接見 | een (vraag)gesprek van een verdachte die in hechtenis zit met zijn [haar] advocaat |
| sekki-石器 | steengoed (zwaar, hard aardewerk of keramiek) |
| semakimon-狭き門 | (Mat. 7: 13-14) nauwe poort (tot de religieuze waarheid) |
| semeru-責める | (een paard) temmen |
| sen-専 | onontbeerlijk; onmisbaar; essentieel; noodzakelijk; eerste |
| senakaawase-背中合わせ | rug tegen rug; met de ruggen tegen elkaar |
| senbin-船便 | scheepvaart [veerboot] dienst |
| senchurī-センチュリー | eeuw; tijdperk; 100 jaar |
| sengoku-戦国 | landen die oorlog voeren (met elkaar) |
| senjitsu-先日 | onlangs; recent; een paar dagen geleden |
| senjutsu-仙術 | bovenaardse krachten [geheim van onsterfelijkheid] van een bergkluizenaar [heremiet] |
| senkai-仙界 | plek waar kluizenaars wonen; afgelegen retraite |
| senkaitō-船海灯 | (verplichte) boordlantaarn op schepen op de zeevaart |
| senki-戦記 | (waargebeurd of fictief) oorlogsverhaal |
| senkō-専行 | eigengereidheid; het handelen op eigen gezag [naar eigen goeddunken]; het willekeurig handelen |
| senkō-潜航 | een geheime vaartocht |
| senkō-遷幸 | verhuizing van een keizer (of ex-keizer) naar een andere residentie |
| senkotsu-仙骨 | kluizenaarsbestaan; het uiterlijk van een kluizenaar |
| senkyo-船渠 | dok (scheepvaart) |
| senman-千万 | een buitengewoon [ontelbaar; onbeperkt] groot aantal; 10 miljoen |
| senmanmuryō-千万無量 | ontelbaarheid; onmetelijkheid; onpeilbaarheid |
| senmō-繊毛 | trilhaar |
| senmō-繊毛 | dun haar |
| sennen-千年 | duizend jaar, een millennium |
| sennin-仙人 | kluizenaar; iemand die de wereld van bekommeringen e.d. achter zich heeft gelaten |
| senpai-先輩 | senior; oudere; ouderejaars; voorganger |
| senpaku-船舶 | schip; vaartuig |
| senpatsu-洗髪 | het haar wassen |
| sensei-先生 | (tot febr. 2024 gevangenis jargon, aanspreektitel voor) cipier; gevangenbewaarder |
| sensei-先生 | (aanspreektitel voor) een leraar; docent; professor; arts |
| sensēshon-センセーション | gevoel; gewaarwording; sensatie |
| sensha-戦車 | (arch.) strijdwagen (met twee of vier paarden) |
| senshafuda-千社札 | votief kaart [strook; aanplakbiljet] in klein formaat (achtergelaten na een bezoek aan een heiligdom) |
| senshi-先師 | iemands oude [voormalige] professor [leraar] |
| senshitibu・aitemu-センシティブ・アイテム | een gevoelig voorwerp (dat bij diefstal, verlies of zoekraken gevaarlijk kan zijn voor de openbare veiligheid) |
| senshitibu・aitemu-センシティブ・アイテム | een (import)gevoelig product (waarvan de invoer kan worden beperkt of verboden wanneer er risico bestaat dat de binnenlandse markt verstoord wordt) |
| senshō-先勝 | (volgens de oude maankalender) de dagen die in de ochtend als geluksdagen worden aangemerkt, maar in de middag als ongeluksdagen |
| senshū-千秋 | duizend jaar; een zeer lange periode |
| sensuji-千筋 | patroon van dunne verticale strepen (op textiel of aardewerk) |
| sentangijutsu-先端技術 | hoogwaardige technologie; geavanceerde technologie |
| sentanzairyō-先端材料 | hoogwaardige [geavanceerde] materialen |
| sentō-船灯 | boordlantaarn; scheepslantaarn |
| sento-遷都 | verplaatsing van de hoofdstad naar een andere locatie |
| sento・mārchintō-セント・マーチン島 | Sint Maarten (eiland van de Kleine Antillen in de Caraïbische Zee) |
| senzai-千載 | duizend jaar; millennium; vele jaren; een eeuwigheid |
| separētsu-セパレーツ | (dames)kleding die uit afzonderlijke delen bestaat, zodat ze combineerbaar zijn (en apart kunnen worden gekocht) |
| seppō-説法 | oordeel; commentaar |
| seppuku-切腹 | rituele zelfdoding (m.n. van de krijgselite) in Japan (te voltrekken door met een kort zwaard de buik open te snijden) |
| seramikkusu-セラミックス | keramiek; aardewerk |
| seseru-挵る | een kleine beweging telkens maar blijven herhalen (b.v. met een potlood tegen een tafel tikken) |
| sessatakuma-切磋琢磨 | toewijding; wederzijdse aanmoediging(en); elkaar stimuleren (om het beter te doen) |
| sessui-節水 | waterbesparing; zuinig [spaarzaam] zijn met water |
| setomono-瀬戸物 | aardewerk [keramiek] uit Seto (Aichi prefectuur, Japan) |
| setomono-瀬戸物 | Chinees of Japans aardewerk |
| setsubō-切望 | een vurig [intens] verlangen [streven] (naar) |
| setsudansuru-切断する | afsnijden; doorsnijden; uit elkaar halen; loskoppelen |
| setsudo-節度 | gematigdheid; matiging; standaard; norm; regel(s) |
| setsurin-節臨 | het overschrijven van een passage [versregel] van een originele (klassieke) tekst (voor het verkrijgen van kalligrafische schrijfvaardigheid) |
| setsuyu-説諭 | waarschuwing; vermaning; berisping; verwijt |
| settoōru-セットオール | gelijke stand in sets bij tennis, tafeltennis, e.d. (waarna een afsluitende set wordt gespeeld om een winnaar aan te wijzen) |
| settorōshon-セットローション | haarversteviging lotion |
| sewanin-世話人 | tussenpersoon; bemiddelaar; organisator; vertegenwoordiger; conciërge |
| sewayaki-世話焼き | tussenpersoon; bemiddelaar; organisator; vertegenwoordiger; conciërge |
| shaba-娑婆 | (boeddh.) het aardse leven; de wereld van de stervelingen |
| shaba-車馬 | trekpaard; werkpaard |
| shaba-車馬 | (lett. wagen en paard) paard en wagen; voertuig |
| shabudome-しゃぶ止め | (politieterm) parkeerstijl over meerdere parkeervakken, waarbij de bestuurder mogelijk onder invloed is van drugs en de auto schade en deuken heeft |
| shabushabu-しゃぶしゃぶ | Japans gerecht (aan tafel geserveerd waarbij plakjes vlees met eetstokjes door een pan met bouillon en groenten worden gehaald) |
| shado-赭土 | (geologie) utisol; rode aarde |
| shagī-シャギー | ruig; behaard; wild; grof; oneffen |
| shagi-謝儀 | dankbetuiging; dankoffer; geschenk uit dankbaarheid |
| shagōhyō-社号標 | pilaar [aanduiding] met de naam van een shinto heiligdom |
| shagōhyō-社号標 | pilaar [aanduiding] met de naam van een bedrijfsorganisatie |
| shaikaitsūnen-社会通念 | algemeen (maatschappelijk) geaccepteerde ideeën en waarden |
| shakaisei-社会性 | sociaal karakter; sociale aanleg [aard] |
| shakaiseigi-社会正義 | social rechtvaardigheid [gerechtigheid] |
| shakkei-借景 | tuinarchitectuur waarbij men het omringende, natuurlijke landschap gebruikt als onderdeel van de tuin |
| shakudo-尺度 | ijkmaat; maatstaf; meetlat; standaard; |
| shamo-シャモ | een term die door de Ainu wordt gebruikt om te verwijzen naar niet-Ainu Japanners |
| sharuman-シャルマン | bekoorlijk; charmant; aardig |
| shasei-写生 | het tekenen [schilderen] naar de natuur; natuurgetrouw schilderen |
| shasen-斜線 | schuine lijn; schuine streep (naar voren); diagonaal |
| shāshī-シャーシー | een behuizing waarin het moederbord, geheugen, diskettes en andere onderdelen van een computer zijn gemonteerd |
| shasuru-謝する | bedanken; dankbaarheid tonen |
| shataku-社宅 | bedrijfswoning; huis dat eigendom is van het bedrijf waar men werkt |
| shattoauto-シャットアウト | (honkbal) slagbeurt waarin een team niet scoort |
| shayōzoku-社用族 | werknemers die genieten van een hoge levensstandaard op kosten van de baas (via hoge onkostennota's) |
| shea-シェア | deel; aandeel; het delen (met elkaar) |
| shi-師 | docent; leraar; mentor; leermeester; expert |
| shi-紫 | paars |
| shiagaru-仕上がる | voltooid [klaar; af] zijn |
| shīaha-シーア派 | het sjiisme (een van de twee grote ideologische stromingen binnen de islam, waarvan de andere het soennisme is) |
| shiatsu-指圧 | shiatsu; acupressuur (een massagetherapie waarbij men met vingers en handpalmen druk uitoefent op bepaalde plekken van het lichaam) |
| shiba-死馬 | dood paard |
| shibi-鴟尾 | decoratieve tegel in de vorm van een vissenstaart (op beide uiteinden van de nokbalk van oude paleizen en tempels in Japan en China) |
| shibia-シビア | streng; moeilijk; zwaar |
| shibirehime-痺れ姫 | (Kabuki) rol waarbij de acteur lange tijd beweegt noch spreekt in de rol van een prinses |
| shibiru・minimamu-シビル・ミニマム | civiel minimum (minimum levensstandaard voor burgers in steden) |
| shibo-思慕 | een diep verlangen (naar); sterke verbondenheid (met) |
| shiborizome-絞り染め | tie-dye (techniek waarmee men textiel van een patroon voorziet, door de stof te knopen voor het verven) |
| shibuchin-渋ちん | een vrek; gierigaard; gierig [vrekkig] persoon |
| shibugaki-渋柿 | astringente kaki (een kakisoort met hoog gehalte aan tannine, waardoor ze bitter smaken, en langer moeten rijpen om eetbaar te worden) |
| shibugami-渋紙 | Japans papier behandeld met gefermenteerd sap van onrijpe kaki's waardoor het bruin, waterbestendig en stevig wordt |
| shibui-渋い | gierig; spaarzaam |
| shibun-死文 | dode letter (een wet [regeling] die niet meer geldt [geen waarde of toepassing meer heeft) |
| shichi-死地 | (levens)gevaarlijke plek [situatie]; de klauwen van de dood; op de rand van de afgrond |
| shichigon-七言 | Chinees gedicht waarbij elke regel uit 7 karakters bestaat |
| shichigosan-七五三 | (lett. zeven-vijf-drie) een traditioneel Japans festival op 15 november, voor meisjes van drie en zeven jaar oud en jongens van vijf jaar oud |
| shichihenge-七変化 | een Kabuki dans waarbij de acteur zeven keer van kostuum wisselt |
| shichikaiki-七回忌 | boeddhistische herdenkingsdienst die wordt gehouden in het zesde jaar sinds het overlijden |
| shichikaiki-七回忌 | zevende sterfdag; zevende herdenkingsdag (in het zesde jaar) van een overlijden |
| shichiku-紫竹 | een stevige hoge (donkerpaarse) bamboesoort (wordt vaak rond huizen geplant als windbreker) |
| shichinenki-七年忌 | zevende verjaardag van een overlijden |
| shichirin-七輪 | aardewerken kacheltje [houtskoolgrill] |
| shichiseki-七赤 | 7de van de 9 astrologische tekens in de Onmyōdō kosmologie (horoscoop en waarzeggerij; verwant aan planeet Venus, windrichting west en element metaal) |
| shichōritsu-視聴率 | kijkcijfer; waarderingscijfer (van tv-programma's) |
| shichū-支柱 | (lett. of fig.) steunpilaar; pijler; stut; steunpunt |
| shichū-死中 | doodsgevaarlijke [levensgevaarlijke; hachelijke] situatie |
| shidai-四大 | (boeddha.) de vier elementen (aarde, water, vuur en wind) |
| shidai-四大 | (taoïsme) de vier grote dingen: Tao, Hemel, Aarde en Koning |
| shidaigenso-四大元素 | de vier klassieke elementen (water, aarde, lucht en vuur) |
| shiden-紫電 | fel licht; glinstering van een (scherp) zwaard |
| shiden-紫電 | paarse bliksemschicht |
| shidō-師道 | het juiste pad [gedrag] van de meester [leraar] |
| shidō-斯道 | het goede [rechtvaardige] pad; de menselijke manier [aanpak] |
| shido-示度 | (van een meetinstrument) de afgelezen stand [waarde] |
| shidō-祠堂 | een kleine constructie [klein gebouw] waar Shinto goden of Boeddha's worden geëerd |
| shidō-祠堂 | in huis de plek waar de zielen van voorouders worden geëerd; in (boeddh.) tempels de plek met gedenkplaten voor familieleden van de locale bevolking |
| shidōkyōyu-指導教諭 | een leraar die niet alleen lesgeeft aan scholieren en studenten, maar ook andere leraren begeleidt |
| shie-紫衣 | paarse pij van een priester [monnik]; paars gewaad voor de hofhouding van de keizer |
| shien-紫煙 | paarsblauwe rook, tabaksrook |
| shigā-シガー | sigaar |
| shigaku-志学 | verlangen [streven] naar kennis [studie] |
| shigen-至言 | een waar woord; goed gezegde; toepasselijke [juiste] beschrijving |
| shigusa-仕草 | gebaar; nonverbale communicatie; bewegingen en gezichtsuitdrukkingen (b.v. van acteurs) |
| shihanki-四半期 | kwartaal; een kwart jaar (3 maanden) |
| shihō-至宝 | uiterst kostbare schat; kunstschat; kostbaarheid |
| shihōkeisatsuin-司法警察員 | wetsdienaar |
| shihōkeisatsushokuin-司法警察職員 | administratief wetsdienaar |
| shihōshoshi-司法書士 | gerechtsgriffier; gerechtelijk ambtenaar |
| shii-紫衣 | paarse pij van een priester [monnik]; paars gewaad voor de hofhouding van de keizer |
| shiiresaki-仕入れ先 | leverancier; groothandelaar; grossier |
| shiisosan-尸位素餐 | er de kantjes aflopen; niet alles doen waar men wel voor wordt betaald |
| shiji-指事 | ideogram; een Chinees karakter dat een abstract idee symboliseert, waarbij de betekenis af valt te leiden uit de vorm |
| shijiritsu-支持率 | (publiek; openbaar) waarderingscijfer |
| shijōkakaku-市場価格 | marktwaarde; koerswaarde; marktprijs |
| shikai-四海 | de zee naar alle vier richtingen |
| shikakehin-仕掛品 | onderhanden werk (term in de financiële administratie voor producten die nog niet gereed zijn en waarvoor nog geen factuur gestuurd is) |
| shikan-止観 | (Tendai boeddhisme) meditatie waarbij de geest zich concentreert op een enkel object, zonder afleidende gedachten |
| shikanominarazu-然のみならず | niet alleen ... maar ook |
| shikantaza-只管打座 | het volledig (geconcentreerd) zitten in zen-meditatie (zonder overige gedachten daarbuiten) |
| shikaraba-然らば | tot ziens; vaarwel |
| shikashi-然し | maar; echter |
| shikashinagara-然しながら | echter; desalniettemin; maar toch |
| shike-師家 | zenmeester; zazen-leraar |
| shikekomu-しけ込む | stiekem naar de rosse buurt [een minnares, e.d.] gaan |
| shikijō-式場 | de zaal waar een ceremonie plaatsvindt (b.v. een trouwzaal) |
| shikikin-敷金 | waarborgsom; zekerheidsreserve |
| shikimono-敷物 | onderpand; waarborg |
| shikkarishita-しっかりした | sterk; krachtig; stevig; betrouwbaar |
| shikkōyūyo-執行猶予 | voorwaardelijke veroordeling[gevangenisstraf]; opschorting; schorsing; uitstel van executie |
| shiko-四顧 | het kijken in alle (vier) richtingen [naar alle kanten]; in de buurt [omgeving] |
| shikō-試航 | (bij schepen) proefvaart; (bij vliegtuigen) proefvlucht; testvlucht |
| shikon-紫紺 | blauwachtig paars; donker paars-blauw |
| shikona-醜名 | (四股名) ringnaam; de professionele naam van sumoworstelaars |
| shikyū-四球 | (honkbal) vrije loop naar eerste honk |
| shikyū-子宮 | baarmoeder; uterus |
| shikyūgaininshin-子宮外妊娠 | buitenbaarmoederlijke zwangerschap |
| shikyūgan-子宮がん | baarmoederkanker; uteruscarcinoom |
| shikyūkei-子宮頸 | baarmoederhals; cervix |
| shikyūkeibu-子宮頸部 | baarmoederhals; cervix |
| shikyūkeigan-子宮頸癌 | baarmoederhalskanker; cervixcarcinoom |
| shimanagashi-島流し | (historisch) verbanning naar een afgelegen eiland of een plaats ver weg |
| shimanagashi-島流し | (heden) [gedwongen] overplaatsing naar een andere afdeling in een organisatie; een vorm van demotie |
| shimau-仕舞う | (arch.) het afbetalen van rekeningen aan het eind van het jaar |
| shimeijunni-指名順に | in de volgorde waarin de namen worden afgeroepen |
| shimekazari-注連飾り | nieuwjaarsdecoraties (met touwen) rond heiligdommen en poorten |
| shimobe-僕 | dienaar; bediende; knecht |
| shimogaredoki-霜枯れ時 | een slappe tijd voor zakendoen (aan het eind van het jaar) |
| shimohanki-下半期 | het tweede halfjaar; de tweede helft van het (fiscale) jaar |
| shimote-下手 | het onderste deel; stroomafwaarts (rivier) |
| shin-芯 | lont (van een kaars); stift (van een potlood) |
| shina-品 | kwaliteit; waarde |
| shinachiku-支那竹 | gekookte, en daarna gedroogde of ingemaakte bamboescheuten (na geweekt te zijn in water worden ze gebruikt in Chinese gerechten) |
| shinai-竹刀 | bamboe zwaard (gebruikt bij kendō) |
| shinansha-指南車 | oud Chinees rijtuig (met een kompas waarvan de naald altijd het Zuiden aangeeft) |
| shinasadame-品定め | beoordeling; inschatting; oordeel; commentaar; kritiek |
| shinausukabu-品薄株 | schaarste [tekort] aan aandelen |
| shinbashira-心柱 | (fig. een persoon) steunpilaar |
| shinbashira-心柱 | (centrale) steunpilaar in een stupa [pagode] |
| shinboku-親睦 | vriendelijkheid voor elkaar; wederzijdse vriendschap |
| shinden-神田 | een rijstveld bij [van] een heiligdom (waar de opbrengst heengaat) |
| shindeshi-新弟子 | nieuwe beroepsworstelaar (sumo) |
| shindo-心土 | onderste [ongeploegde] bodemlaag (aarde; grond) |
| shindo-震度 | de intensiteit van een aardbevingsbeweging op een bepaald punt (volgens de seismische schaalverdeling in Japan uitgedrukt in de getallen 1 tot 7) |
| shingaku-進学 | het gaan [doorstromen] naar een hogere school [universiteit] |
| shingan-真贋 | echtheid of onechtheid; waarheid of onwaarheid; authenticiteit of valsheid; origineel of imitatie |
| shingen-震源 | hypocentrum (van aardbeving) |
| shinibasho-死に場所 | plaats van overlijden; plek om te sterven; plaats waar men zou willen sterven |
| shinifian-シニフィアン | (taalkunde) de betekenaar; het betekenende; het concept (signifier) |
| shiniisogu-死に急ぐ | zich haasten naar de dood; snel op weg zijn naar de dood; op weg naar een voortijdige dood zijn |
| shinjitsu-真実 | waarheid; werkelijkheid |
| shinjū-心中 | (figuurlijk) je verplicht voelen je lot te verbinden aan een ander (of aan het bedrijf of de organisatie waar je werkt) |
| shinjusō-真珠層 | parelmoer; paarlemoer |
| shinkā-シンカー | (honkbal) een snelle bal die naar beneden en naar de binnenkant afbuigt |
| shinka-臣下 | dienaar; vazal; onderdaan |
| shinken-真剣 | een echt zwaard (geen houten zwaard) |
| shinken-神剣 | het goddelijke zwaard (een van de 3 heilige kostbaarheden van Japan (spiegel, zwaard en juwelen) |
| shinkenshōbu-真剣勝負 | een gevecht met echte zwaarden; een spel dat serieus gespeeld wordt |
| shinkon-新婚 | een pas getrouwd echtpaar [stel] |
| shinkotchō-真骨頂 | oorspronkelijke [ware; echte] verschijning [vorm; waarde] |
| shinkyū-新旧 | oud en nieuw; oudejaarsnacht en nieuwjaarsdag |
| shinmai-新米 | nieuwe rijst, de eerste rijst(oogst) van het jaar |
| shinme-神馬 | heilig paard (in een shinto schrijn) |
| shinmei-神明 | god; godheid; de goden van hemel en aarde |
| shinnen-新年 | Nieuwjaar; het nieuwe jaar |
| shinnenkai-新年会 | nieuwjaarsfeest |
| shinobikomu-忍び込む | insluipen; ergens naar binnen sluipen |
| shinpyōsei-信憑性 | geloofwaardigheid; betrouwbaarheid |
| shinri-真理 | waarheid |
| shinrui-進塁 | (honkbal) het doorlopen naar het volgende honk |
| shinryō-真竜 | een paard van topklasse |
| shinsai-震災 | aardbeving; aardbevingsramp |
| shinsatsuken-診察券 | patiënt-registratiekaart (bij huisarts, tandarts, ziekenhuis, e.d.) |
| shinsei-心性 | natuur; aard; karakter; gemoed |
| shinsei-真性 | de ware aard; echtheid; zuiverheid; reinheid |
| shinsei-神性 | goddelijkheid; godheid; goddelijke aard |
| shinsha-深謝 | diepe dankbaarheid; hartelijk dank |
| shinshinsōshitsu-心神喪失 | ontoerekeningsvatbaarheid |
| shinshoban-新書判 | standaard Japans papierformaat (103 x 182 mm) |
| shinshun-新春 | Nieuwjaar; het nieuwe jaar |
| shinsōkyūmei-真相究明 | waarheidsvinding |
| shinsozai-新素材 | hoogwaardige materialen |
| shintaihappu-身体髪膚 | het hele (menselijk) lichaam (kop tot teen; huid en haar) |
| shintakuginkō-信託銀行 | trust bank (die cliënten in staat stelt transacties met elkaar te verrichten door middel van contracten die trusts genoemd worden) |
| shintō-新刀 | een zwaard gemaakt na 1615 |
| shintō-新刀 | een nieuw zwaard |
| shintōatsu-浸透圧 | osmotische waarde [druk] |
| shintōryū-新当流 | traditionele school [stijl] voor zwaardvechten |
| shintōsei-浸透性 | permeabiliteit; doorlaatbaarheid; doordringbaarheid |
| shinto・māruten-シント・マールテン | Sint Maarten (eiland van de Kleine Antillen in de Caraïbische Zee) |
| shinto・mārutentō-シント・マールテン島 | Sint Maarten (eiland van de Kleine Antillen in de Caraïbische Zee) |
| shinzen-神前 | voor God; voor het altaar |
| shinzenbi-真善美 | (3 deugden) waarheid, goedheid en schoonheid |
| shin'ō-震央 | epicentrum (van aardbeving) |
| shin'yōchōsa-信用調査 | kredietonderzoek' kredietcontrole; onderzoek naar kredietwaardigheid |
| shin'yu-新湯 | (schoon heet water voor) een bad (waar nog niemand in heeft gezeten) |
| shioma-潮間 | de periode waarin het getij afneemt [zich terugtrekt] (van vloed naar eb gaat) |
| shiorashii-しおらしい | bewonderenswaardig; aardig; lief; bescheiden |
| shiorido-枝折り戸 | een tuinpoortje [hekje] gemaakt van (in elkaar gevlochten) takken of bamboe |
| shippāzu・yūzansu-シッパーズ・ユーザンス | een handelstransactie, waarbij de verzender de koper een uitstel van betaling geeft totdat het product is verkocht |
| shippitsu-執筆 | (in kalligrafie) de manier waarop een schrijfpenseel wordt vastgehouden |
| shippo-尻尾 | staart; staartvin |
| shiraga-白髪 | grijs [wit] haar |
| shirajira-白白 | het (geleidelijk) licht [helder] worden (van de nacht naar de dageraad) |
| shiratsuyu-白露 | witte {glinsterende] dauw (bij de overgang van zomer naar herfst) |
| shirayaki-白焼き | het keramiek bakken zonder glazuur; biscuitaardewerk |
| shirige-尻毛 | bilhaar; haar op de billen |
| shirigomi-尻込み | terugdeinzing; aarzeling |
| shirigomisuru-尻込みする | terugdeinzen; terugschrikken; aarzelen |
| shirime-尻目 | vanuit de ooghoeken kijken; schuine [zijwaartse] blik |
| shirimochi-尻餅 | (Edo-periode) mochi die werd gegeten wanneer een peuter al voor de eerste verjaardag zijn eerste stapjes had leren zetten |
| shirimochi-尻餅 | op zijn [haar] achterste [bips] vallen |
| shiriomo-尻重 | luiaard; luilak; luiwammes; nietsnut |
| shirisubomari-尻窄まり | het (van breed naar smal) uitlopen; spits toelopen |
| shiritori-尻取り | een Japans woordspel (waarbij spelers om de beurt een woord zeggen dat begint met de laatste lettergreep (kana) van het vorige woord) |
| shirokuban-四六判 | standaard Japans papierformaat (127 x 188 mm, het was oorspronkelijk papier van 788 x 1091 mm, dat in 1/32 werd gesneden) |
| shirome-白目 | kille [kwaadaardige] ogen |
| shirouma-白馬 | een wit paard |
| shirubā・wīku-シルバー・ウィーク | Silver Week, in Japan een aantal officiële vakantiedagen achter elkaar |
| shīsā-シーサー | (Okinawa) decoratie (van aardewerk), een beeld lijkend op een kruising van hond en leeuw, ter bescherming gezet bij poorten en op daken van huizen |
| shisanhyōka-資産評価 | waardering [waardebepaling] van activa |
| shisei-市井 | een plek waar mensen samenkomen (vroeger in China was dat rond de waterput); dorp; straat; plein |
| shisei-私製 | door particulieren [particulieren bedrijven; organisaties] gemaakt [vervaardigd] |
| shisei-資性 | aard; aangeboren kwaliteiten; natuurlijke talenten |
| shisetsudan-使節団 | delegatie; afvaardiging; gezantschap |
| shishi-師資 | meester; leraar |
| shishi-師資 | meester en leerling; leraar en student; de relatie tussen meester en leerling |
| shishiodoshi-鹿威し | een bamboebuis waar water door loopt, die omklapt tegen een steen als hij vol is (werd vroeger gebruikt om vogels en dieren te verjagen) |
| shishitsu-資質 | vaardigheden; capaciteiten |
| shishitsu-資質 | aard; aanleg; karakter; eigenschappen |
| shisho-史書 | geschiedenisboek; kroniek; jaarboek |
| shishō-師匠 | meester; leraar; instructeur |
| shishōbō-四攝法 | (boeddh.) de 4 methoden die de bodhisattvas gebruiken om levende wezens te leiden naar de Weg van de Boeddha |
| shisoku-子息 | de zoon (van iemand anders); zijn [haar] zoon; jouw [uw] zoon |
| shīsō・gēmu-シーソー・ゲーム | een heen-en-weer gaande strijd; getouwtrek om de overwinning; strijd waarbij dan weer de ene partij de overhand heeft, dan weer de andere |
| shisutemu・kitchin-システム・キッチン | systeem keuken (een keuken die uit losse elementen naar keuze wordt opgebouwd) |
| shitagatte-従って | daarom; derhalve; vervolgens; als gevolg daarvan; vandaar |
| shitagoshirae-下拵え | ingrediënten klaarmaken voor het eten; voorbereidingen voor het koken; het voorkoken |
| shitai-四諦 | de vier grote waarheden in het Boeddhisme |
| shitame-下目 | neerwaartse blik |
| shitamuki-下向き | (de blik) naar beneden gericht; met de ogen naar beneden |
| shitamuki-下向き | neerwaartse tendens |
| shitan-紫檀 | rozenhout; paarsachtig hardhout (van de soort Pterocarpus) |
| shitanamezuri-舌舐めずり | het likkebaarden |
| shitanamezurisuru-舌舐めずりする | likkebaarden; watertanden |
| shitanui-下縫い | het los [tijdelijk] aan elkaar naaien; rijgsteken |
| shitatameru-認める | (zich) voorbereiden; zich klaarmaken; regelen |
| shitatariochiru-滴り落ちる | naar beneden sijpelen [druppelen] |
| shitau-慕う | verlangen [smachten] naar; adoreren; verliefd zijn op; veel houden van |
| shitawashii-慕わしい | dierbaar; geliefd |
| shitazaya-下鞘 | een hoes voor een zwaard |
| shitei-師弟 | meester en leerling; leraar en student |
| shitei-視程 | zichtbaarheid |
| shiteki-指摘 | aanwijzing; indicatie; commentaar |
| shiteyaru-為て遣る | slagen (in); bewerkstelligen; klaarspelen; lukken; vóór zijn; anticiperen |
| shitsu-質 | aard [karakter]; (aangeboren) aanleg [talent] |
| shitsu-質 | kwaliteit; waarde |
| shitsuji-執事 | (hist.) hofmeester; bediende; dienaar |
| shitsukoi-しつこい | zwaar (van voedsel); schreeuwerig (van kleur); rijk (van smaak) |
| shitten-失点 | (in een spel of wedstrijd) een verloren punt; een punt dat men zomaar weggeeft |
| shiun-紫雲 | paarse wolken |
| shiun-紫雲 | (in Boeddhisme) de wolk waarop de boeddha Amida gelovigen op hun sterfbed tegemoet treedt |
| shiwanbō-吝ん坊 | gierigaard; vrek |
| shiyōkigen-使用期限 | vervaldatum; houdbaarheidsdatum (niet voor levensmiddelen) |
| shiyūmozaiku-雌雄モザイク | (biologie) gynandromorfisme (dieren die uiterlijk sterk op een mannetje lijken, maar toch een vrouwtje zijn) |
| shizai-死罪 | halsmisdrijf; halsmisdaad; misdaad waar de doodstraf op staat |
| shizā・katto-シザー・カット | een knip [het knippen] met een schaar |
| shizugokoro-静心 | innerlijke kalmte; rust; bedaardheid; serene gemoedstoestand |
| shizumu-沈む | naar beneden gaan; ondergaan; zinken; onder water komen te staan; wegzakken; verzakken |
| shī・dī・āru-シー・ディー・アール | CD-R, compact disc recordable (kan slechts één keer worden beschreven, daarna meerdere keren worden gelezen) |
| shī・rēn-シー・レーン | vaarroute |
| sho-暑 | warmste tijd (van het jaar); hete zomer; hondsdagen |
| shōbainin-商売人 | koopman; handelaar; winkelier |
| shōbō-正法 | de Periode van de Ware Leer van Boeddha (de periode van vijfhonderd of duizend jaar na de dood van Sakyamuni) |
| shōbu-尚武 | vechtersgeest; waarde hechten aan vechtkunsten en militaire zaken |
| shōbun-性分 | aard; aangeboren karakter |
| shōchū-焼酎 | shōchū, Japanse alcoholische drank (gemaakt van o.a. rijst, zoete aardappel, bruine suiker) |
| shodachi-初太刀 | de eerste zwaardslag; de eerste slag met een zwaard |
| shōdan-昇段 | promotie naar een hogere graad of rang |
| shodō-初動 | de eerste schok (van een aardbeving) |
| shōfuku-妾腹 | een buitenechtelijk kind; bastaard |
| shōgaigakushū-生涯学習 | levenslange training [oefening] (in technische vaardigheden, kunstvormen, e.d.) |
| shogakusei-初学者 | beginneling; nieuweling; eerstejaars student |
| shōgatsu-正月 | nieuwjaar; het nieuwe jaar; januari |
| shogyō-諸行 | alle aardse dingen |
| shogyōmujō-諸行無常 | (boeddh.) de vergankelijkheid van alles (in de schepping); alle wereldse [aardse] dingen zijn vergankelijk |
| shōhikigen-消費期限 | de vervaldatum (voornamelijk van voedsel); de uiterste houdbaarheidsdatum [gebruiksdatum] |
| shōhin-商品 | product; artikel; (handels)waar; goederen |
| shoiko-背負い子 | raamwerk van hout en touw om grote bagage (b.v. een stapel brandhout) op de rug te dragen (op plaatsen waar autovervoer e.d, niet mogelijk is) |
| shoin-署員 | beambte; ambtenaar |
| shojiryoku-書字力 | schrijfvaardigheid |
| shōka-昇華 | sublimatie (een chemisch proces waarbij een stof van vaste fase direct overgaat naar gasvormige fase) |
| shōkan-小官 | lagere ambtenaar |
| shōkanjō-召喚状 | dagvaarding |
| shōkaryōku-消化力 | verteerbaarheid |
| shoken-書剣 | pen (lett.: boek) en zwaard (voorwerpen die geleerden en schrijvers vroeger altijd bij zich hadden) |
| shōken-証券 | waardepapier; effect; certificaat |
| shōki-鍾馗 | Shoki, een Chinese god die demonen verjaagt (en daarom vaak als een beeld of afbeelding in de ingang van huizen staat) |
| shokibidō-初期微動 | (aardbeving) eerste [inleidende; aanvangs-] trillingen |
| shokijōken-初期条件 | de beginvoorwaarde; de initiële voorwaarde |
| shokkiri-初っ切り | komische act van sumoworstelaars van lagere rang (bij demonstratiewedstrijden) |
| shōkō-商工 | handelaar en ambachtsman |
| shokubutsusei-植物性 | het vegetatief [plantaardig] zijn |
| shokubutsuseishibō-植物性脂肪 | plantaardig vet |
| shokubutsuyu-植物油 | plantaardige olie |
| shokubutsuyushi-植物油脂 | plantaardige oliën en vetten |
| shokumō-植毛 | haartransplantatie |
| shokumōjutsu-植毛術 | haartransplantatie (operatie) |
| shokumuhyōka-職務評価 | waardebepaling van de functies binnen een bedrijf |
| shokunōkyū-職能給 | salaris [loon] dat is gebaseerd op de functiebeoordeling [functiewaardering; werk evaluatie]] |
| shokuryōfusoku-食糧不足 | voedseltekort; voedselschaarste; voedselgebrek |
| shokuyō-食用 | eetbaar [geschikt om te eten] zijn |
| shokuzai-食材 | ingrediënten (van eten); etenswaar |
| shōmakyō-照魔鏡 | een spiegel die ware aard van de mens [samenleving] onthult |
| shōmakyō-照魔鏡 | een magische spiegel (uit Chinese en Japanse volksverhalen) die de ware aard van de duivel onthult |
| shōmikigen-賞味期限 | houdbaarheidsdatum (voor levensmiddelen); uiterste consumptiedatum |
| shōne-性根 | aard; karakter |
| shonen-初年 | het eerste jaar; de eerste jaren; de beginjaren |
| shōnenba-正念場 | het moment van de waarheid; een keerpunt (in het leven); alles-of-niets [erop-of-eronder] situatie |
| shonenhei-初年兵 | een nieuwe rekruut; soldaat in zijn eerste jaar in militaire dienst |
| shōnin-商人 | handelaar; zakenman; verkoper; dealer |
| shōninkanmon-証人喚問 | dagvaarding; het oproepen van getuige |
| shōryakuji-省略時 | standaard; norm |
| shosaku-初作 | het eerste werk van een kunstenaar [schrijver] |
| shosanpu-初産婦 | primipara; vrouw die voor het eerst een kind heeft gebaard; vrouw die in verwachting is van haar eerste kind |
| shōsen-商船 | koopvaardijschip |
| shōsentai-商船隊 | koopvaardijvloot |
| shōsha-勝者 | winnaar |
| shōshi-小史 | achtervoegsel na iemands pseudoniem (m.n. van een kunstenaar) |
| shōshi-小子 | (onder het Ritsuryo-systeem) een jongen in de leeftijd van 4 tot 16 jaar |
| shōshi-小子 | aanspreektitel van een leraar voor zijn leerling |
| shoshi-庶子 | een buitenechtelijk kind; bastaard |
| shoshi-書肆 | boekhandelaar; boekhandel; boekenwinkel; uitgever |
| shōshin-正真 | waarheid; echtheid |
| shōshinmono-小心者 | timide [bedeesde] persoon; lafaard |
| shosho-所所 | overal; hier en daar |
| shosho-諸所 | hier en daar; overal |
| shōshū-招集 | oproep; convocatie; dagvaarding |
| shoshun-初春 | het begin [de eerste maand] van het jaar; Nieuwjaar |
| shōshun-頌春 | nieuwjaarsgroet; nieuwjaarswens |
| shōtaijō-招待状 | uitnodigingsbrief; uitnodigingskaart |
| shōten-昇天 | Hemelvaart (van Christus) |
| shoten-書店 | boekenwinkel; boekhandel; boekhandelaar |
| shōto-ショート | kort haar |
| shōtō-小刀 | klein zwaard |
| shōtoku-生得 | aangeboren kwaliteit [gave; talent]; aard; karakter |
| shōto・hea-ショート・ヘア | kort haar |
| shōtsuki-祥月 | sterfmaand; de maand waarin een persoon is overleden |
| shottetatsu-背負って立つ | de steunpilaar zijn voor; de volle verantwoordelijkheid dragen voor |
| shōwaru-性悪 | slecht van aard [karakter]; kwaadaardigheid; boosaardigheid |
| shōyaku-生薬 | natuurgeneesmiddel; natuurlijk medicijn (plantaardig of dierlijk) |
| shoyūsha-所有者 | bezitter; eigenaar |
| shozai-所在 | verblijfplaats; locatie; bewaarplaats; bergplaats |
| shōzōgaka-肖像画家 | portretschilder; portrettekenaar |
| shu-殊 | (in kanji combinaties) buitengewoon; bijzonder; exceptioneel; prijzenswaardig |
| shū-秋 | (in kanji combinaties) herfst; najaar |
| shubi-首尾 | nek en staart |
| shuchū-主柱 | belangrijkste (steun)pilaar [pijler] (van een gebouw) |
| shufu-首府 | hoofdstad (waar ook de overheid meestal zetelt) |
| shūgaku-就学 | het naar school gaan; onderwijs volgen |
| shūgakusuru-就学する | naar school gaan |
| shugi-手技 | vaardigheid; handwerk |
| shūgyō-修業 | training ter uitbreiding van kennis en vaardigheden; afronding [voltooiing] van een opleiding |
| shūgyō-終業 | het einde van een semester [schooljaar] |
| shūgyo-集魚 | het lokken van vissen naar de vissersboot [vissersnetten] |
| shugyōsha-修行者 | beoefenaar van vechtkunsten e.d. |
| shuinsen-朱印船 | (Edo periode) handelsschip met permissie om naar het buitenland te varen |
| shuji-主事 | (zenboeddhisme) opzichter; secretaris; kok; beheerder (voor 1 jaar) |
| shujinkō-主人公 | pensionhouder; herbergier; waard; werkgever; eigenaar |
| shūkatsu-就活 | het zoeken naar een baan; het zoeken naar werk |
| shūki-秋季 | herfstseizoen; najaar |
| shūkinbukuro-集金袋 | envelop waarin men geld voor een betaling doet |
| shukkasashizusho-出荷指図書 | leveringsvoorschrift; leverantie voorwaarden; verschepingsvoorschriften |
| shukkin-出勤 | aanwezigheid [presentie] op het werk; het naar het werk gaan; op het werk komen; inklokken |
| shukkinsuru-出勤する | naar het werk gaan |
| shukkō-出校 | het naar school gaan; het schoolgaan |
| shukkō-出航 | een schip dat de haven uitvaart |
| shukkoku-出国 | uitreis naar het buitenland; het land verlaten om naar het buitenland te gaan |
| shukkyō-出京 | het de hoofdstad verlaten (en naar een andere plaats gaan) |
| shukkyō-出京 | het (van het platteland) naar de hoofdstad gaan [verhuizen] |
| shukueki-宿駅 | pleisterplaats; poststation (om van paarden te wisselen) |
| shunba-駿馬 | excellent (ren)paard |
| shunbunnohi-春分の日 | lentenachtevening, Japanse nationale feestdag voor de viering van het begin van de lente (op 20 of 21 maart) |
| shunbunten-春分点 | lentepunt; voorjaarsequinox; lentenachtevening |
| shūnen-周年 | een heel jaar |
| shuninsei-主任制 | een systeem waarbij leerkrachten bepaalde administratieve taken krijgen toegewezen |
| shuninseido-主任制度 | een systeem waarbij leerkrachten bepaalde administratieve taken krijgen toegewezen |
| shunjun-逡巡 | aarzeling; besluiteloosheid |
| shunkashūtō-春夏秋冬 | de 4 seizoenen; het hele jaar (door) |
| shunki-春季 | de lente; het voorjaar; het lenteseizoen |
| shunme-駿馬 | excellent (ren)paard |
| shunpō-皴法 | in oosterse schilderijen een techniek waarbij extra inkt wordt toegevoegd om de oneffenheden van bergen, rotsen, e.d. realistischer weer te geven |
| shunsetsu-春節 | Chinees Nieuwjaar; Lentefeest (Chūn Jié) |
| shuran-酒乱 | dronkelap; dronkaard |
| shureddā-シュレッダー | (papier)versnipperaar |
| shuren-手練 | vaardigheid; bekwaamheid |
| shūro-舟路 | vaarroute |
| shuryokuginkō-主力銀行 | hoofdbank van een bedrijf (de bank met de hoogste kredietwaardigheid) |
| shūshi-秋思 | herfstdepressie; najaarsdepressie |
| shūshin-就寝 | het naar bed gaan; gaan slapen |
| shūshinjikan-就寝時間 | bedtijd; tijd om naar bed te gaan; slaaptijd |
| shūshinsuru-就寝する | naar bed gaan; gaan slapen |
| shūshokukatsudō-就職活動 | het zoeken naar een baan |
| shūshūka-収集家 | verzamelaar; verzamelaarster |
| shussatsu-出札 | kaartverkoop; het verkopen van toegangskaarten [kaartjes] |
| shussen-出船 | vertrek (van schepen); uitvaart (uit een haven) |
| shusseuo-出世魚 | vissen die een verschillende namen hebben al naar gelang hun grootte en ouderdom |
| shussha-出社 | het naar [aan] het werk gaan; inklokken (aanmelden per prikklok) |
| shusshi-出仕 | (in de Meiji periode) een ambtenaar in proeftijd; tijdelijke boventallige ambtenaren |
| shusshi-出仕 | naar kantoor [het werk] gaan (vooral gebruikt door ambtenaren) |
| shusshinchi-出身地 | geboorteplaats; bakermat; plaats waar men is opgegroeid |
| shusshisuru-出仕する | naar kantoor [het werk] gaan |
| shusshōchi-出生地 | geboorteplaats; de plek waar men geboren is |
| shusshoku-出色 | aanzien; waardering |
| shūsui-秋水 | een goed [scherp] geslepen zwaard |
| shutara-修多羅 | (boeddh.) annotatie waarin de leer wordt uitgelegd |
| shutsuba-出馬 | (te paard) eropuit gaan [vertrekken] (b.v. naar het slagveld) |
| shutsujin-出陣 | (boeddh.) vertrek naar de plaats van discussie [dispuut; betoog] |
| shutsujin-出陣 | vertrek naar het slagveld [oorlogsgebied; front]; het ten strijde trekken |
| shutsujinshiki-出陣式 | ceremonie voorafgaand aan het vertrek naar een slagveld [oorlogsfront] |
| shuttatsu-出立 | vertrek; afreis; afvaart |
| shūu-秋雨 | herfstregen; najaarsregenbui |
| shuwan-手腕 | talent; gave; bekwaamheid; vaardigheid |
| shūyaku-集約 | samenvatting; bij elkaar verzamelen |
| shuzen-鬚髯 | een baard [bakkebaard; snor] (hebben) |
| sō-壮 | de leeftijd vol kracht, energie en gezondheid; iemand van ca. 30 jaar; iemand in de bloei van zijn leven |
| sō-相 | (chemie) fase (b.v. gas of vloeibaar) |
| sō-艘 | woord gebruikt bij het tellen van vaartuigen |
| sōan-僧庵 | monnikscel; kluizenaarshut |
| sōba-相場 | maatschappelijke [publieke] waardering [reputatie]; aanzien |
| sobame-側目 | het zijwaarts [vanaf de zijkant] (be)kijken; als toeschouwer observeren |
| sōbetsu-送別 | vaarwel; afscheid |
| sōbyō-宗廟 | plaats waar de voorouders van de keizer(s) worden vereerd |
| sochikochi-其方此方 | hier en daar; overal |
| sochira-そちら | die kant (dichter bij de toehoorder dan bij de spreker); daar; die |
| sōda-そうだ | (bevestiging aan het einde van een zin) dat is zo; dat klopt; blijkbaar |
| sōdai-総代 | vertegenwoordiger; afgevaardigde; gedelegeerde; plaatsvervanger |
| sōden-桑田 | moerbeiboomgaard; moerbeiplantage |
| sōdō-僧堂 | (oorspronkelijk) leefruimte om daar zowel te eten en te slapen naast de zazen-meditatie |
| sōdō-草堂 | (stro)hut; kluizenaarshut; eenvoudig huisje |
| sofisuto-ソフィスト | (fil.) sofist; drogredenaar |
| sōfuku-双幅 | een paar kakemono (naast elkaar gehangen) |
| sofutobōru-ソフトボール | softbal (de bal waarmee softbal wordt gespeeld) |
| sofuto・fōkasu-ソフト・フォーカス | softfocus (techniek uit de fotografie waarbij het beeld opzettelijk enigszins onscherp wordt gemaakt) |
| sofuto・randingu-ソフト・ランディング | zachte landing (luchtvaartuigen) |
| sofuto・rōn-ソフト・ローン | zachte lening (met gunstige aflossingsvoorwaarden) |
| sofuto・tatchi-ソフト・タッチ | zachtheid; zachtaardigheid; zacht aanvoelen; zachte aanpak |
| sōga-爪牙 | een (trouwe) dienaar die zijn meester beschermt; iemands rechterhand (fig.) |
| sogen-遡源 | het teruggaan naar de bron [de oorsprong; het begin] |
| sōgi-葬儀 | begrafenis(ritueel); uitvaartplechtigheid; afscheid (van een overledene) |
| sōgoginkō-相互銀行 | coöperatieve spaarbank, een financiële instelling die eigendom is van haar spaarders of klanten |
| soin-素因 | aanleg; vatbaarheid (voor ziekten) |
| sōjō-相乗 | meerdere elementen versterken elkaars werking |
| sōken-送検 | doorsturing [verwijzing; renvooiering] van een strafzaak naar het Openbaar Ministerie door een gerechtsdienaar (politie) |
| sōkenbutsu-総見物 | excursies [het bezoeken van bezienswaardigheden; sightseeing] |
| soko-そこ | daar; die plaats (dichter bij de toehoorder dan bij de spreker) |
| sōkō-装甲 | gepantserd (voertuig, vaartuig) |
| sokobaku-若干 | een (onbepaald) aantal; een kleine hoeveelheid; een paar; een beetje |
| sokomame-底豆 | blaar (op de voet) |
| sokona-其処な | daar; daarginds |
| sokonashi-底無し | bodemloos; onpeilbaar |
| sokonau-損なう | (gekoppeld achter andere werkwoorden) niet voor elkaar krijgen; niet goed doen |
| sokoneru-損ねる | (gekoppeld achter andere werkwoorden) niet voor elkaar krijgen; niet goed doen |
| sokotsuchi-底土 | onderste [ongeploegde] bodemlaag (aarde; grond) |
| sokuchi-測地 | landmeting; aardmeting |
| sokuho-速歩 | draf (van paard) |
| sokujo-息女 | (uw, zijn, haar) dochter |
| sokusu-即す | zich conformeren met; zich aanpassen aan; zich schikken naar; gebaseerd zijn op |
| sokusuru-即する | zich conformeren met; zich aanpassen aan; zich schikken naar; gebaseerd zijn op |
| sokuteichi-測定値 | meetwaarde |
| sokuteifunō-測定不能 | onmeetbaarheid |
| sokuteigenkai-測定限界 | meetlimiet; maximale meetwaarde |
| sokuza-即座 | het bereid zijn; het klaar [op het punt] staan |
| sōku・wakuchin-ソーク・ワクチン | salkvaccin (poliovaccin, genoemd naar Jonas E. Salk) |
| sōmō-草莽 | plek waar gras groeit; grasgrond; grasland |
| sōmō-草莽 | onbegaanbaar [onherbergzaam] terrein zoals bergen en rivieren |
| sōmushō-総務省 | Japanse Ministerie van Binnenlandse Zaken en Communicatie (voor 2001: Ministerie van Openbaar Bestuur, Binnenlandse Zaken, Post en Telecommunicatie) |
| sonata-其方 | die; daar |
| sonchō-尊重 | respect; waardering; achting |
| songen-尊厳 | waardigheid; prestige; aanzien; respect |
| songenshi-尊厳死 | een waardige [natuurlijke] dood |
| sonnaha-スンナ派 | het soennisme (een van de twee grote stromingen binnen de islam, waarvan de andere het sjiisme is) |
| sono-園 | tuin; park; boomgaard |
| sonoato-その後 | daarna; sindsdien |
| sonogo-その後 | daarna; sindsdien |
| sonohigurashi-其の日暮らし | een onzeker [sober] bestaan leiden; (financieel) de eindjes aan elkaar knopen; van dag tot dag leven; het leven nemen zoals het komt |
| sonoseika-そのせいか | kwam het daardoor?; is dat vanwege …? |
| sonotame-其の為 | daarom; daardoor; als gevolg daarvan; met dat doel |
| sonoue-その上 | bovendien; daarnaast; daarbij; daar komt nog bij |
| sonshoku-遜色 | minderwaardigheid; ondergeschiktheid |
| soppugata-ソップ型 | de slanke bouw van een sumoworstelaar; een slanke sumoworstelaar |
| sorame-空目 | het naar boven kijken |
| sorane-空音 | geluid dat men meent te horen maar er niet echt is; vermeend dierengeluid |
| sorarizēshon-ソラリゼーション | solarisatie (fotografische inversie, waarbij zwart-wit in fotografisch werk wordt omgekeerd door tijdens het ontwikkelen enigszins te overbelichten) |
| sore-其れ | dat; het; toen; daar; dan |
| sorei-祖霊 | voorouderlijke geesten (n Japan de geesten van overledenen waarvoor al bepaalde herdenkingsdiensten zijn gehouden, b.v. 33 of 50 jaar na hun dood) |
| sorekara-それから | en toen; vervolgens; daarna |
| soreni-それに | daarnaast; daarbij; ook; verder |
| soreppotchi-それっぽっち | zo weinig; zo gering; zo klein; zo'n klein beetje; slechts [alleen maar] dit [dat]; onbelangrijk; onbeduidend; futiel |
| sōretsu-葬列 | begrafenisstoet; uitvaartstoet |
| sorewasateoki-それはさておき | los daarvan; behalve dat; afgezien van dat; dat buiten beschouwing gelaten |
| soreyue-其れ故 | daarom; als gevolg daarvan; om die reden |
| soriddo・gitā-ソリッド・ギター | gitaar zonder klankkast en met een elektromagnetisch opneemsysteem) |
| sorikaeru-反り返る | achterover buigen; het hoofd naar achter buigen |
| soroibumi-揃い踏み | (sumo) ceremonie waarbij alle worstelaars achter elkaar op de dojo stappen |
| sosan-粗餐 | een eenvoudige [sobere] maaltijd (bescheiden term voor de maaltijd die je voor iemand anders hebt klaargemaakt) |
| sōseki-送籍 | (door huwelijk of adoptie) overdracht van het familieregister [huishouden-registratie] van het ene naar het andere huishouden [gezin] |
| sōsharu-ソーシャル | maatschappelijk; publiekelijk; openbaar; sociaal |
| sōsharu・apurikēshon-ソーシャル・アプリケーション | sociale software; software waar sociale netwerken op draaien (Engels: social application) |
| sōsharu・bukkumāku-ソーシャル・ブックマーク | sociale bladwijzer; een (gedeelde) referentie naar een bron [website] op het internet (Engels: social bookmark) |
| sōsharu・sukiru-ソーシャル・スキル | sociale vaardigheden (Engels: social skill) |
| sōshiki-葬式 | begrafenis; teraardebestelling; uitvaart; begrafenisplechtigheid |
| sōshun-早春 | vroeg in de lente; in het vroege voorjaar |
| sōsō-葬送 | uitvaart |
| sōsoku-総則 | algemene bepalingen; algemene voorwaarden |
| sotchi-そっち | die kant (dichter bij de toehoorder dan bij de spreker); daar; die |
| sotchinoke-其方退け | het verwaarlozen; negeren; veronachtzamen |
| sōtō-相当 | gelijkwaardigheid |
| sotoburo-外風呂 | badhuis; openbaar bad; warmwaterbron-bad |
| sotogake-外掛け | (sumo) buitenwaartse beenworp |
| sotomata-外股 | manier van lopen, met de tenen naar buiten gedraaid |
| sou-沿う | zich bevinden op een rij [naast elkaar; langs [parallel} aan] |
| soyō-素養 | basistraining; opleiding; verworven kennis [vaardigheid] |
| soyūzu-ソユーズ | Sojoez (Russisch ruimtevaartuig) |
| sozōdai-塑造台 | modelschijf; modelleer standaard |
| sōzu-添水 | een bamboebuis waar water door loopt, die omklapt tegen een steen als hij vol is (werd vroeger gebruikt om vogels en dieren te verjagen) |
| subashikkoi-すばしっこい | vlug; snel; wendbaar; behendig |
| sūchi-数値 | aflezing [meetwaarde] (op een meter, pomp, etc.) |
| sūchi-数値 | numerieke waarde |
| suchīru・gitā-スチール・ギター | (Eng.: steel guitar) steelgitaar; steelguitar |
| sudareatama-簾頭 | (comb-over) haarstijl van lange plukken haar over kale plekken gekamd |
| sueki-須恵器 | Sue aardewerk, Japans blauwgrijs aardewerk (geproduceerd vanaf het late Kofun-tijdperk tot de Heian-periode) |
| sugina-杉菜 | (paardenstaart) Heermoes (een plant, Equisetum arvense) |
| suidō-水道 | (scheepvaart) waterweg |
| suien-垂涎 | vurig verlangen; hunkering; honger [dorst] naar |
| suigyo-水魚 | water en vis(sen) (ook als symbool van iets dat moeilijk van elkaar te scheiden is) |
| suihō-水疱 | blaar; blaasje |
| suijun-水準 | niveau; standaard |
| suikaku-酔客 | dronkaard; dronkenlap; zuiplap; zuipschuit |
| suikan-酔漢 | dronkaard; beschonken [dronken] man |
| suikyaku-酔客 | dronkaard; dronkenlap; zuiplap; zuipschuit |
| suimyaku-水脈 | waterweg; vaarroute; kanaal |
| suitchi-スイッチ | schakelaar |
| suitchi・torēdo-スイッチ・トレード | handelswijze waarbij het ene bedrijf zijn verplichting om een aankoop te doen in een bepaald land aan een ander bedrijf verkoopt |
| suīto・hāto-スイート・ハート | (Eng.: sweetheart) geliefde; lief(je); lieverd; minnaar; minnares |
| suīto・poteto-スイート・ポテト | (Eng.: sweet potato) zoete aardappel |
| suiyaku-水薬 | vloeibaar medicijn; geneesmiddel in drankvorm; medicinaal drankje |
| suiyō-水溶 | wateroplosbaar zijn |
| suiyōeki-水溶液 | waterige oplossing (oplossing waarbij water het oplosmiddel is) |
| suizen-垂涎 | vurig verlangen; hunkering; honger [dorst] naar |
| sukaimeito-スカイメイト | skymate is een kortingssysteem (voor jongeren) op vliegtarieven van Japanse luchtvaartmaatschappijen |
| sukanburingugihō-スカンブリング技法 | scumbling, een techniek in de schilderkunst waarbij de verf wordt gedempt [verdoezeld] om een vager [glazig] effect te krijgen |
| sukasazu-透かさず | zonder aarzeling; meteen; onmiddellijk |
| sukēpugōto-スケープゴート | iem. anders als zondebok aanwijzen (van waar je zelf schuldig aan bent) |
| sukērabiriti-スケーラビリティ | schaalbaarheid; uitbreidbaarheid; aanpasbaarheid |
| sukeruton-スケルトン | (sport) skeleton (stalen slee waarbij de bestuurder op zijn buik ligt) |
| sukige-梳き毛 | haarextensie; een haarstuk dat aan en kapsel wordt toegevoegd |
| sukihōdai-好き放題 | naar believen, helemaal naar (je) eigen zin |
| sukīinsutorakutā-スキーインストラクター | ski-instructeur; skileraar; skilerares |
| sukikatte-好き勝手 | naar believen, helemaal naar (je) eigen zin |
| sukiru-スキル | vaardigheid; bekwaamheid |
| sukiru・inbentorī・shisutemu-スキル・インベントリー・システム | inventarisering van de vaardigheden, opleidingen en ervaringen van de werknemers van een bedrijf |
| sukiyazukuri-数寄屋造り | Japanse traditionele, verfijnde bouwstijl (waarbij elementen van een theehuis worden opgenomen) |
| sukoarā-スコアラー | iemand die tijdens een (honkbal)wedstrijd de score bijhoudt; (wedstrijdpunten) optekenaar |
| suku-梳く | (haar) (uit)kammen; (wol) kaarden |
| suku-透く | uitdunnen; spaarzaam zijn [worden] |
| sukunai-少ない | weinig; gering; kleine hoeveelheid; schaars; onvoldoende; zelden |
| sukuranburudo・māchandaijingu-スクランブルド・マーチャンダイジング | tactiek in de detailhandel waarbij een handelaar artikelen verkoopt die doorgaans buiten zijn assortiment vallen |
| sukuranburukōsaten-スクランブル交差点 | schuine oversteekplaatsen; kruispunt waar voetgangers gelijktijdig in alle richtingen kunnen oversteken |
| sumātobōru-スマートボール | Japans balspel (vergelijkbaar met flipperen) |
| sumi-隅 | (afk. voor) (Edo periode) kapsel voor jonge samoerai (met de zijkanten van de haarlijn van de pony in hoeken ingeschoren) |
| sumi-隅 | (afk. voor) houten dienblad waarbij de scherpe hoeken zijn afgesneden |
| sumimaegami-角前髪 | (Edo periode) kapsel voor jonge samoerai (met de zijkanten van de haarlijn van de pony in hoeken ingeschoren) |
| suminooshiki-隅の折敷 | houten dienblad waarbij de scherpe hoeken zijn afgesneden |
| sumitsuki-墨付き | commentaar ingestoken in een klassiek boekwerk |
| sumōtori-相撲取り | sumo worstelaar |
| sunao-素直 | mildheid; zachtaardigheid; gehoorzaamheid |
| sunappu-スナップ | (American football) beginpass (door de benen van de center naar de back) |
| sunda-済んだ | klaar; af; beëindigd; opgelost |
| sunēku・auto-スネーク・アウト | wegsluipen; naar buiten sluipen |
| sunēku・in-スネーク・イン | binnensluipen; naar binnen sluipen |
| sunpyō-寸評 | een korte beoordeling [bespreking]; kort commentaar |
| sunshi-寸志 | ontevredenheid; afkeuring; bezwaar |
| supēdo-スペード | schoppen (in kaartspel) |
| supekyurēshon-スペキュレーション | (bij kaartspel) de schoppenaas |
| supēsushippu-スペースシップ | ruimteschip; ruimtevaartuig |
| supēsu・toraberu-スペース・トラベル | ruimtevaart |
| supoito-スポイト | pipet; druppelaar; druppelbuisje; spuit |
| suponji・kēki-スポンジ・ケーキ | biscuitgebak; cake [taart] van biscuitdeeg |
| supotto-スポット | (biljarten) zwarte stip waar de bal op wordt gelegd |
| suppokasu-すっぽかす | (iets) nalaten; ongedaan laten; (een plicht; taak) verwaarlozen [verzaken] |
| supuringu-スプリング | lente; voorjaar |
| supuritto-スプリット | (bowlen) een eerste worp waarna twee groepjes kegels blijven staan |
| suraido-スライド | dia; lantaarnplaatje; objectglaasje |
| sureau-擦れ合う | tegen elkaar schuren [dringen; duwen] |
| surechigau-擦れ違う | elkaar (rakelings) passeren |
| surechigau-擦れ違う | langs elkaar heen praten |
| suresure-すれすれ | (maar) net; vlak voor |
| suriban-擦り半 | alarmbel bij brand(gevaar) in de buurt, die zonder ophouden wordt geluid |
| suribanshō-擦り半鐘 | alarmbel bij brand(gevaar) in de buurt, die zonder ophouden wordt geluid |
| suritto・kamera-スリット・カメラ | een camera zonder sluiter, maar met een smalle spleet waar het licht doorheen valt (stripfotografie of spleetfotografie) |
| surotto-スロット | (in een machine) sleuf, spleet; gleuf (voor munten, kaarten, e.d.) |
| surotto・mashin-スロット・マシン | automaat (voor kaartjes, drank, sigaretten, etc.) |
| suruto-すると | en; vervolgens; toen; daarna |
| suso-裾 | haarpunt |
| susogo-裾濃 | verfpatroon waarbij de kleur van de bovenkant naar de onderkant (van de stof) geleidelijk donkerder wordt |
| susuharai-煤払い | het huis schoonmaken op oudjaar (ter voorbereiding op het nieuwe jaar) |
| susuharai-煤払い | verwijdering van roet van heiligdommen in december (ter voorbereiding op het nieuwe jaar) |
| susurinoumi-硯の海 | inktputje; uitholling [holte] in een inktsteen (waar de inkt in gaat) |
| sutanbai-スタンバイ | paraat [bereikbaar; klaar; reserve] zijn |
| sutandādo-スタンダード | standaard; norm |
| sutandādohan-スタンダード版 | standaardmodel |
| sutandādohan-スタンダード版 | standaarduitvoering; basisuitvoering |
| sutandādohan-スタンダード版 | standaard versie |
| sutandādo・mōdo- スタンダード・モード | standaardmodus (computer term) |
| sutandādo・nanbā-スタンダード・ナンバー | standaard (muziek) nummer |
| sutandādo・tesuto-スタンダード・テスト | standaard test |
| sutando-スタンド | standaard; stelling |
| sutekki-ステッキ | zweep (paardenraces) |
| sutēkusu-ステークス | (paarden)race met prijzengeld |
| suterusugijutsu-ステルス技術 | stealth-technologie (om een vliegtuig of een voertuig minder makkelijk detecteerbaar te maken) |
| sutēshon・kōru-ステーション・コール | een internationaal gesprek waarbij de aanvrager niet een bepaalde persoon hoeft te spreken |
| sutōbu・rīgu-ストーブ・リーグ | (honkbal) winterstop (de term verwijst naar de honkbalfans en managers die dan bij de kachel over de sport en de transfers zitten praten) |
| sutokku・infurēshon-ストック・インフレーション | (Eng.: stock inflation) voorraadinflatie (waarbij de prijzen van activa zoals grond en voorraden stijgen) |
| sutoraiku-ストライク | (honkbal) slag (worp van de pitcher die in is maar door de slagman gemist wordt) |
| sutorakku・auto-ストラック・アウト | (honkbal) uitgegooid met drie slag (waardoor de slagman uit is) |
| sutorēto-ストレート | (kaars)recht |
| sutoringu-ストリング | snaar (van muziekinstrument) |
| sutoringusu-ストリングス | (in een orkest) de (bespelers van) snaarinstrumenten |
| sutoroberī-ストロベリー | aardbei |
| sutorōku・purē-ストローク・プレー | (golf) strokeplay (alle slagen van iedere speler worden opgeteld, de speler met de minste slagen is de winnaar) |
| suwappukyōtei-スワップ協定 | een ruilovereenkomst, waarbij de centrale banken van landen hun valuta tijdelijk aan elkaar verstrekken (om de wisselkoers te stabiliseren) |
| suwapputorihiki-スワップ取引 | ruilcontract (waarbij een partij een bepaalde kasstroom of risico ruilt met dat van een andere partij) |
| suyaki-素焼き | het keramiek bakken zonder glazuur; biscuitaardewerk |
| suzuki-鱸 | (volwassen) Japanse zeebaars (Lateolabrax japonicus) |
| suzumeodori-雀踊り | musjesdans, waarbij de bewegingen van mussen door de dansers worden geïmiteerd (traditionele dans uit de 19de eeuw, wordt nog opgevoerd op festivals) |
| tabako-煙草 | tabak; sigaret; sigaar |
| tabaneru-束ねる | (samen)bundelen; bij elkaar binden; (het haar) in een staart doen |
| tabasamu-手挟む | een zwaard dragen [omgorden] |
| tabearuki-食べ歩き | een restaurant trip; verschillende restaurants na elkaar bezoeken [uitproberen] |
| tabisho-旅所 | de plaats waar een draagbaar schrijn dat op de feestdagen wordt rondgedragen wordt bewaard |
| tabo-髱 | haarwrong (in Japanse stijl) |
| tabun-多分 | waarschijnlijk; misschien |
| tabusa-髻 | knotje (van haar op het hoofd) |
| tachi-太刀 | een (lang) zwaard |
| tachi-質 | aard; karakter; soort; temperament |
| tachi-館 | openbaar gebouw; groot gebouw; statig huis |
| tachigie-立ち消え | (vuur, kaars, etc.) het uitgaan voordat het goed brandt; uitgaan als een nachtkaars |
| tachiiru-立ち入る | naar binnen gaan; ingaan; betreden (ook zonder toestemming) |
| tachikaze-太刀風 | het zoevende geluid [geruis] van een zwaardslag; de wind veroorzaakt door een zwaardslag |
| tachimawaru-立ち回る | kaartspelen; acteren |
| tachimochi-太刀持ち | (bij sumo) een van de twee worstelaars die een yokozuna begeleiden bij de ringceremonie |
| tachimochi-太刀持ち | (bij samoerai) zwaarddrager |
| tachinarabu-立ち並ぶ | gelijkwaardig zijn (aan) |
| tachisabaki-太刀捌き | (de wijze van) het hanteren van een zwaard; hoe iemand zijn zwaard hanteert; schermkunst |
| tachisaki-太刀先 | de punt van een zwaard |
| tachisuji-太刀筋 | schermkunst; zwaardkunst |
| tachiuo-太刀魚 | haarstaartdegenvis (Trichiurus lepturus) |
| tada-徒 | slechts; enkel maar |
| tadaima-ただいま | hallo, daar ben ik weer; ik ben thuis (gezegd door degene die thuis komt tegen degene die thuis is) |
| tadareru-爛れる | (fig.) verdorven; ontaard |
| tadashi-但し | maar; echter; alleen; behalve dat; op voorwaarde dat |
| tadasu-糾す | onderzoeken; een onderzoek doen naar; controleren (van feiten, b.v.) |
| tadasu-質す | vragen; navraag doen; informeren naar |
| tadoritsuku-辿り着く | (na inspanningen of moeite) iets bereiken; iets voor elkaar krijgen; ergens toekomen |
| tae-妙 | uitmuntend [uitstekend; wonderbaarlijk; mysterieus] zijn |
| taeru-耐える | waard zijn |
| tafunesu-タフネス | taaiheid; (ge)hardheid; sterkte; onvermoeibaarheid |
| tagu-タグ | label; etiket; prijskaartje |
| tai-胎 | baarmoeder |
| taichi-対地 | naar de grond (vanuit de lucht); tov. de grond |
| taidō-胎動 | het bewegen van een foetus in de baarmoeder |
| taido・rōn-タイド・ローン | een lening waarbij vastgelegd is waarvoor die gebruikt mag worden |
| taieki-退役 | het op non-actief stellen van machines, vaartuigen, e.d. (na lang gebruik) |
| taigimeibun-大義名分 | een goede [geloofwaardige] reden, rechtvaardiging |
| taihaku-太白 | taihaku(imo); een soort zoete aardappel |
| taiji-対峙 | het tegenover elkaar staan; confrontatie |
| taijisuru-対峙する | tegenover elkaar staan; het hoofd bieden aan; niet wijken voor |
| taikan-体感 | zintuiglijke waarneming; lichamelijke gevoelens; sensibiliteit |
| taikan-大官 | hogere [hooggeplaatste] ambtenaar |
| taikan-諦観 | (boeddh.) duidelijk [helder] inzicht (hebben) in de waarheid [de essentie van zaken en omstandigheden] |
| taiken-帯剣 | het dragen van een zwaard |
| taiken-帯剣 | een aangegespt zwaard |
| taikin-退勤 | het naar huis gaan (na een werkdag); uitklokken |
| taikō-大公 | aartshertog; groothertog |
| taikōbō-太公望 | een ervaren [enthousiaste] hengelaar [visser] |
| taimā-タイマー | tijdwaarnemer; tijdopnemer |
| taimā-タイマー | schakelklok; tijdschakelaar |
| taimen-体面 | eer, reputatie; waardigheid; prestige |
| taimen-対面 | tegenover elkaar staan; confrontatie |
| taimenkōtsū-対面交通 | met het gezicht naar [aan de kant van de weg van] tegemoetkomend verkeer lopen |
| taimō-体毛 | lichaamshaar |
| taimurī-タイムリー | (honkbal) een slag waardoor een honkloper kan scoren (timely hit) |
| taimurī・hitto-タイムリー・ヒット | (honkbal) een slag waardoor een honkloper kan scoren (run-scoring hit) |
| taimu・kīpā-タイム・キーパー | tijdwaarnemer |
| taimu・suitchi-タイム・スイッチ | schakelklok; tijdschakelaar |
| tainai-胎内 | in de baarmoeder |
| tainei-太寧 | aarde |
| tainōshobun-滞納処分 | beslaglegging naar aanleiding van een betalingsachterstand |
| taiō-対応 | overeenstemming (met); gelijkwaardigheid |
| taiō-対応 | verenigbaarheid; compatibiliteit; toepasbaarheid |
| tairageru-平らげる | (helemaal) opeten; naar binnen werken |
| taisha-退社 | het stoppen met werken; van het werk naar huis gaan; uitklokken (afmelden per prikklok) |
| taishin-大震 | zware [grote] aardbeving |
| taishin-耐震 | aardbevingsbestendigheid |
| taishinkōzō-耐震構造 | aardbevingsbestendige constructie |
| taishitsu-体質 | karakter; aard; natuur |
| taisho-大暑 | de heetste tijd van het jaar (rond 23 juli van de zonnekalender) |
| taitō-対当 | equivalentie; gelijkwaardigheid; overeenkomstigheid |
| taitō-帯刀 | een aangegespt zwaard |
| taitō-帯刀 | het dragen van een zwaard |
| taiyōnen-太陽年 | zonnejaar |
| taiza-対座 | het tegenover elkaar zitten |
| taizai-大罪 | ernstige misdaad; zwaar misdrijf; zware [grote] zonde |
| taizasuru-対座する | tegenover elkaar zitten |
| tajirogu-たじろぐ | terugdeinzen; aarzelen; terugschrikken |
| tajitaji-たじたじ | wankelend; weifelend; aarzelend; haperend; onzeker; terugdeinzend |
| tajō-多情 | wispelturigheid; wisselvalligheid; onbetrouwbaarheid |
| taka-高 | hoogte; waarde; hoeveelheid |
| takai-高い | duur; kostbaar |
| takanenohana-高嶺の花 | (lett. een bloem op een hoge bergtop) iets dat buiten je bereik is; iets waar je naar verlangt maar niet kunt bereiken |
| takara-宝 | schat; kostbaarheid; rijkdom |
| takaramono-宝物 | schat; juweel; belangrijk [dierbaar] bezit |
| takashimada-高島田 | Japanse traditionele haarstijl voor vrouwen |
| take-竹 | de middelste [tweede] rang (van het 3-rangen systeem, waarbij 1= matsu (den), en 3 = ume (pruim) ) |
| takemitsu-竹光 | een zwaard met een lemmet van bamboe |
| takemitsu-竹光 | (een spottende term voor) een bot zwaard |
| takeru-炊ける | =gekookt [gaar] worden |
| takeuma-竹馬 | (kinderspeelgoed) stokpaard |
| takken-宅建 | erkend [bevoegd; gediplomeerd] makelaar in onroerend goed |
| takoku-他国 | buitenland; een ander land; een andere plaats] [regio] (dan waar je bent geboren) |
| taku-啄 | de zevende penseelstreek (diagonaal van rechtsboven naar linksonder) van de 永字八法 (de acht basis penseelstreken van kanji) |
| takuboku-啄木 | de titel van een muziekstuk voor de biwa (Japans snaarinstrument) |
| takuchitatemonotorihikishi-宅地建物取引士 | erkend [bevoegd; gediplomeerd] makelaar in onroerend goed |
| takuchitatemonotorihikishuninsha-宅地建物取引主任者 | erkend [bevoegd; gediplomeerd] makelaar in onroerend goed |
| takuhatsu-托鉢 | (Zen boeddhisme) monniken gaan met hun eigen eetkom naar de eetzaal in een Zen tempel |
| takumi-匠 | handvaardigheid; (vak)bekwaamheid |
| takuwaeru-蓄える | laten groeien (baard, snor) |
| takuwaeru-蓄える | verzamelen (van kennis, ervaring, vaardigheden, e.d.) |
| tamaru-貯まる | gespaard worden; zich opstapelen |
| tamatebako-玉手箱 | waardevolle schat (die niet zomaar aan iedereen wordt getoond); doos van Pandora |
| tamaya-霊屋 | ruimte waar een overledene tijdelijk ligt opgebaard tot de begrafenis |
| tameike-溜め池 | waterreservoir; spaarbekken; (irrigatie) vijver |
| tamerau-躊躇う | aarzelen; weifelen; besluiteloos zijn; twijfelen |
| tameshigiri-試し斬り | het testen van de scherpte van een zwaard (op mensen of dieren) |
| tan-丹 | rode aarde (bevat cinnaber of kwiksulfide) |
| tanazarashi-棚晒し | onoplosbaar gebleven vraagstuk [probleem] |
| tanda-単打 | (honkbal) (korte) honkslag (waarmee de slagman alleen het eerste honk bereikt) |
| tanda-短打 | (honkbal) (korte) honkslag (waarmee de slagman alleen het eerste honk bereikt) |
| tanechigai-種違い | halfbroer; halfzus (met dezelfde moeder maar verschillende vaders) |
| tanegami-種紙 | zijderups-eieren papier (papier waarop men zijderupsen eieren laat leggen) |
| tanenseishokubutsu-多年生植物 | vaste [meerjarige; overblijvende] plant; een plant met een groeiperiode van 3 jaar of langer |
| tangonosekku-端午の節句 | Japanse feestdag voor jongens (elk jaar op 5 mei) |
| tanhon'i-単本位 | monometallisme (een monetair systeem met één metaal als muntstandaard) |
| tanhon'iseido-単本位制度 | monometallisme (een monetair systeem met één metaal als muntstandaard) |
| tanimachi-谷町 | (sumo) beschermheer; mecenas; geldschieter (van een worstelaar of stal) |
| tanjijitsu-短時日 | een paar dagen; korte tijd |
| tanjōbi-誕生日 | verjaardag; geboortedag |
| tanka-担架 | brancard; draagbaar |
| tanken-短剣 | kort zwaard; dolk; mes; ponjaard |
| tānkī-ターンキー | gebruiksklaar; kant-en-klaar; alles inbegrepen |
| tanmō-短毛 | kort haar |
| tannaru-単なる | simpelweg; slechts; alleen maar |
| tannin-担任 | klassenleraar |
| tanninkyōshi-担任教師 | klassenleraar |
| tannō-堪能 | getalenteerd [begenadigd; vaardig; kundig] zijn |
| tanpo-担保 | onderpand; (waar)borg; garantie |
| tanpopo-蒲公英 | paardenbloem (Taraxacum) |
| tansaku-単作 | één oogst [gewas] per jaar (op een veld) |
| tanseki-旦夕 | dreiging; urgente situatie; (gevaarlijke) rand |
| tanshin-誕辰 | verjaardag |
| tanshō-探勝 | sightseeing; het bezoeken van bezienswaardigheden (mooie landstreken, e.d.) |
| tantan-眈眈 | (b.v. van een tijger, e.d.) een scherpe en doordringende blik; waakzaam zijn; klaar om actie te ondernemen |
| tanzan-炭山 | een berg waaruit steenkool gedolven wordt |
| taoreru-倒れる | omvallen; achterover vallen; in elkaar zakken |
| taremaku-垂れ幕 | een (hangende) langwerpige strook stof waarop (van boven naar beneden) iets geschreven staat |
| tariru-足りる | voldoende [genoeg] zijn; de moeite waard zijn |
| taru-足る | waard zijn; verdienen |
| tarutaru・sōsu-タルタル・ソース | tartaarsaus (mayonaise met mosterd, kappertjes, augurk, e.d.) |
| tasan-多産 | vruchtbaarheid; fertiliteit |
| tashika-確か | zeker; waar; ongetwijfeld; duidelijk |
| tasukeau-助け合う | elkaar helpen |
| tate-縦 | lengte; hoogte; diepte; verticaal; loodrecht; van boven naar beneden; van noord naar zuid |
| tateba-立て場 | (Edo periode) een stopplaats [rustplaats] voor reizigers met paardenkoetsen en riksja's |
| tatebue-縦笛 | blaasinstrument waar verticaal op geblazen wordt |
| tateru-立てる | opstellen; uitwerken; naar voren brengen |
| tateshi-殺陣師 | choreograaf van scenes met zwaardgevechten (voor film, toneel, etc.) |
| tatsui-達意 | begrijpelijkheid; duidelijkheid; klaarheid |
| tatsunootoshigo-竜の落とし子 | zeepaardje |
| tatsutaage-竜田揚げ | (met sojasaus en mirin) gemarineerde, in aardappelmeel gerolde, en daarna gefrituurde stukjes kip of vis |
| tatta-たった | slechts; enkel maar |
| tattoi-尊い | waardevol; kostbaar; onschatbaar |
| tayori-頼り | het vertrouwen [steunen; rekenen; zich verlaten op]; betrouwbaarheid; steunpilaar |
| tayorinai-頼りない | onbetrouwbaar |
| tazuna-手綱 | teugels; toom (voor paarden) |
| tazunemono-尋ね物 | iets waarnaar men op zoek is; ontbrekend [zoekgeraakt] voorwerp [artikel] |
| tazuneru-尋ねる | zoeken (naar); uitzoeken |
| tazuneru-尋ねる | vragen; informeren (naar) |
| te-手 | een zet (bij schaken, etc.); kaarten (van een kaartspeler) |
| teba-てば | (als introductie aan het begin van een zin) nu we het daar toch over hebben; wat betreft |
| tebanare-手離れ | iets dat klaar is (waar niet meer aan gewerkt hoeft te worden) |
| tebashikoi-手捷い | vlug; snel; wendbaar; behendig |
| tebentō-手弁当 | de (eigen) lunch klaarmaken [meenemen; betalen] |
| teburi-手振り | handgebaar |
| tedare-手足れ | bedrevenheid; vaardigheid; handigheid |
| tedori-手取り | netto salaris; besteedbaar inkomen |
| tefuda-手札 | de (speel)kaarten in de hand |
| tefuda-手札 | briefkaart formaat voor foto-afdruk |
| tefuda-手札 | naamkaartje; visitekaartje |
| tegara-手絡 | mooi zijden stuk stof om het haar van een vrouw op te binden |
| tegatai-手堅い | solide; betrouwbaar; veilig |
| tegatana-手刀 | (karate)slag met de hand; de hand als zwaard gebruiken |
| tegatashijō-手形市場 | markt voor handelspapier [bankbiljetten; commerciële waardepapieren] |
| teguchi-手口 | modus operandi; de wijze waarop een misdrijf wordt begaan |
| tegusunehiku-手薬煉引く | klaar [gereed] staan; alert zijn; op de uitkijk staan |
| tehon-手本 | model; exemplaar; toonbeeld |
| tei-帝 | (in kanji combinaties) hemelse god (i.t.t. aardse god) |
| teiban-定番 | vaste routine; vast patroon; standaardprocedure; sleur |
| teiban-定番 | standaardproduct (een product waar altijd vraag naar is, ongeacht trends) |
| teiichi-定位置 | vaste plaats [plek] (waar iets is) |
| teikan-諦観 | (boeddh.) duidelijk [helder] inzicht (hebben) in de waarheid [de essentie van zaken en omstandigheden] |
| teiki-定期 | (afk. voor) openbaar vervoerspas [abonnement]; pendelpas; forenzenpas; seizoenkaart |
| teikijōshaken-定期乗車券 | OV-kaart; trajectkaart; een abonnement voor het openbaar vervoer |
| teikiken-定期券 | openbaar vervoerspas [abonnement]; pendelpas; forenzenpas; seizoenkaart |
| teikisen-定期船 | lijnboot; lijnschip (schip dat een vaste route vaart) |
| teikubakku-テイクバック | (tennis) armbeweging naar achteren |
| teisen-停船 | (van vaartuigen) het stoppen; bijdraaien |
| teisenjōken-停戦条件 | de voorwaarden voor de wapenstilstand |
| teisenkanshiin-停戦監視員 | wapenstilstand controleur [waarnemer] |
| teisenkanshijin-停戦監視人 | wapenstilstand controleur [waarnemer] |
| teisenkanshisha-停戦監視者 | wapenstilstand controleur [waarnemer] |
| teishu-亭主 | herbergier; eigenaar (van horeca); gastheer |
| teitai-手痛い | ernstig; moeilijk; pijnlijk; zwaar |
| tejinashi-手品師 | goochelaar; illusionist |
| tekigō-適合 | conformiteit; congruentie; verenigbaarheid; overeenstemming |
| tekiseikensa-適性検査 | onderzoek [test] naar geschiktheid; proeve van bekwaamheid; keuring (m.b.t. dienstplicht e.d.) |
| tekisuru-敵する | zich verzetten tegen; bezwaar maken tegen; dwarsbomen; tegenwerken |
| tekisuru-敵する | gewaagd zijn aan elkaar; een partij zijn voor; gelijke [vergelijkbaar] zijn |
| tekiya-的屋 | straatventer; sjacheraar; oplichter; bedrieger |
| tekka-鉄火 | gewelddadigheid; boosaardigheid |
| tekka-鉄火 | (afk. voor tekkadonburi) een Japans rijstgerecht met daarop rauwe tonijn sashimi |
| tekka-鉄火 | zwaarden en geweren |
| tekkaba-鉄火場 | (informeel, niet standaard) gokhuis; gokhol; goktent |
| tekkadonburi-鉄火丼 | een Japans rijstgerecht met daarop rauwe tonijn sashimi |
| tekketsu-鉄血 | (lett. ijzer en bloed) sterke krijgsmacht (verwijzing naar een toespraak van Bismarck van Pruisen) |
| tekki-適帰 | ergens heengaan en daar verblijven; ergens onderdak gaan zoeken |
| tema-手間 | salaris; loon naar werken; geld voor verrichte arbeid |
| temachin-手間賃 | salaris; loon naar werken; geld voor verrichte arbeid |
| temadai-手間代 | salaris; loon naar werken; geld voor verrichte arbeid |
| temane-手真似 | (hand)gebaar; geste; teken; pantomime |
| temo-ても | toch; evenwel; zelfs als; hoe dan ook; hoewel; maar; toch |
| temochishikin-手持ち資金 | ter beschikking staande fondsen; geld [kapitaal] dat er beschikbaar is |
| tenchi-天地 | hemel en aarde; het universum; de wereld |
| tenchikaibyaku-天地開闢 | de schepping [het ontstaan] van hemel en aarde |
| tenchishinmei-天地神明 | de god(en) van hemel en aarde |
| tendoku-転読 | het reciteren van een (klein) deel van een soetra (b.v. alleen de titel of een paar zinnen) |
| tengai-天蓋 | decoratieve bekleding over een altaar |
| tengaku-転学 | het veranderen van school [faculteit]; overstappen naar een andere opleiding |
| tenganki-点眼器 | oogdruppelaar; oogdruppelbuisje |
| tenjikurōnin-天竺浪人 | Tenjuku Ronin, een Japanse striptekenaar (m.n. van manga voor volwassenen |
| tenjō-天壌 | hemel en aarde; de hele wereld; het universum |
| tenjō-殿上 | (afk. voor) paleisdienaar |
| tenjōbito-殿上人 | paleisdienaar |
| tenjōtenge-天上天下 | de hele wereld; hemel en aarde |
| tenjū-転住 | verhuizing (naar een andere woning) |
| tenka-天下 | de wereld [aarde] |
| tenkaippin-天下一品 | uniek [bijzonder, weergaloos; ongeëvenaard] zijn |
| tenkan-天冠 | traditioneel hoofddeksel gedragen tijdens boogschieten te paard, kagura-dans, e.d. |
| tenkei-典型 | standaardvorm; (standaard)model; typisch voorbeeld (van); archetype |
| tenken-天険 | ruig [moeilijk begaanbaar] terrein (als natuurlijke verdediging) |
| tenki-天機 | geheimen der natuur [schepping; hemel en aarde] |
| tenki-天機 | aanleg; karakter; aard; aangeboren kwaliteiten; natuurtalent |
| tenkizu-天気図 | weerkaart |
| tenkō-転校 | verandering van school; overplaatsing van een leerling naar een andere school |
| tenma-伝馬 | postpaard; pakpaard |
| tenma-伝馬 | lichter; platbodem (vaartuig) |
| tenmabune-伝馬船 | lichter; bladbodem (vaartuig) |
| tenmado-天窓 | een gerecht waarbij er op gebakken noedels (soba of udon) een (zacht) gekookt of gebakken ei wordt gelegd |
| tenmasen-伝馬船 | lichter; bladbodem (vaartuig) |
| tennendoseiganryō-天然土性顔料 | aardkleurig pigment |
| tennengasu-天然ガス | aardgas |
| tennōtanjōbi-天皇誕生日 | de verjaardag van de keizer (nationale feestdag; 23 februari) |
| tennyū-転入 | verhuizing [overplaatsing] (naar); intrekneming |
| tenpan-典範 | model; norm; standaard |
| tenpen-天変 | buitengewone verschijnselen (in de hemel en op aarde); natuurramp |
| tenperamento-テンペラメント | temperament; aard; stemming |
| tenpo-テンポ | snelheid; tempo; vaart |
| tenpuradonburi-天ぷら丼 | een Japans gerecht, bestaande uit een kom rijst met daarop tempura en saus |
| tensaku-転作 | gewassen-afwisseling (een rotatie van de productie van verschillende soorten gewassen om de paar jaar) |
| tensei-天性 | natuur; karakter; aard |
| tensei-展性 | soepelheid; buigzaamheid; vervormbaarheid |
| tenshi-天資 | aard; ongeboren aanleg, natuurlijke gave(n) |
| tenshi-展翅 | het spreiden van de vleugels van een insect (voor het tentoonstellen van een dood exemplaar) |
| tensoku-天測 | astronomische waarneming |
| tentō-天道 | Sol; (de zon als een god waargenomen); God; de Schepper |
| tento-奠都 | verplaatsing van de hoofdstad naar een andere locatie |
| tenzen-恬然 | kalmte; sereniteit; bedaardheid; zelfbeheersing |
| teodori-手踊り | een dans waarbij een aantal mensen tegelijk dezelfde bewegingen maken |
| teraotoko-寺男 | (inwonende) tempeldienaar |
| terīnu-テリーヌ | terrine (aardewerken kom) |
| tēru-テール | staart |
| tēruberuto-テールベルト | groene aarde; groen pigment (schilderkunst) |
| teruterubōzu-照る照る坊主 | pop van wit papier of katoen, opgehangen aan de dakrand in de hoop om daardoor de volgende dag mooi weer te krijgen |
| teshoku-手燭 | draagbare kandelaar |
| tesutimoniarukōkoku-テスティモニアル広告 | reclameboodschap waarin een (bekend) persoon vertelt over positieve ervaringen met een product of bedrijf |
| tetenashigo-父無し子 | bastaardkind (vader onbekend) |
| tetori-手取り | een ervaren [vaardige] sumoworstelaar |
| tetsuan-鉄案 | een onherroepelijke [definitieve] beslissing; onwrikbaar besluit |
| tetsuki-手付き | handgebaar; handbeweging |
| teusu-手薄 | onderbemand; schaars bemand; met weinig personeel |
| tezaiku-手細工 | handwerk; handvaardigheid; ambacht |
| tīnējā-ティーンエージャー | tiener (jong iemand tussen 10 en 20 jaar oud) |
| tō-刀 | (in kanji combinaties) zwaard |
| tōatsusen-等圧線 | isobaar (lijn op een kaart die punten met dezelfde luchtdruk verbindt) |
| tōbakuundō-倒幕運動 | beweging die streefde naar het omverwerpen van het shogunaat |
| tobei-渡米 | het naar Amerika [de Verenigde Staten] gaan |
| tōbi-掉尾 | (lett.) met de staart zwaaien |
| tobidasu-飛び出す | wegrennen; naar buiten rennen |
| tobihanareru-飛び離れる | ver uit elkaar zijn [staan] |
| tobihanareru-飛び離れる | uiteen [uit elkaar] stuiven |
| tobiko-飛子 | vliegviskuit; vliegviskaviaar |
| tobinoru-飛び乗る | op (een paard) springen; in een (rijdende) trein [bus, e.d.] springen; aan boord springen |
| tobioriru-飛び降りる | naar beneden springen; afspringen |
| tobitobi-飛び飛び | sporadisch; verspreid; hier en daar; van de hak op de tak |
| tobitsuku-飛びつく | op (iemand of iets) afspringen; een uitval [duik] doen (naar) |
| toboshii-乏しい | schaars; karig; beperkt; te weinig; ontoereikend |
| tōchakuhōmu-到着ホーム | het perron waar de trein aankomt |
| tochi-土地 | grond; land; aarde; bodem |
| tochinoki-栃の木 | Japanse paardenkastanje (Aesculus turbinata) |
| tōdai-灯台 | ouderwetse olielamp op een standaard |
| tōdori-頭取 | leider van een theatergroep; eigenaar van een sumo dojo |
| tōfū-東風 | (volgens de leer van de vijf elementen) lentewind; voorjaarswind |
| tōgekō-登下校 | het van en naar school gaan (met het huis als beginpunt of eindpunt) |
| togeru-遂げる | volbrengen; bereiken; uitvoeren; plegen (misdaad); voor elkaar krijgen |
| tōgo-倒語 | (fonetisch) omgekeerd woord; een woord waarbij de volgorde van de lettergrepen van het oorspronkelijke woord is omgekeerd |
| tōhachiken-藤八拳 | vos-jager-dorpshoofd (een soort kansspel als steen-papier-schaar) |
| tōhatsu-頭髪 | hoofdhaar; haar (op het hoofd) |
| tōhi-当否 | goed of fout; rechtvaardigheid |
| tōhon-謄本 | gewaarmerkte kopie; gewaarmerkt afschrift |
| toiawaseru-問い合わせる | informeren (naar); navraag doen; inlichtingen inwinnen |
| tōitsu-統一 | eenwording; vereniging; hereniging; unificatie; standaardisatie |
| tōitsusuru-統一する | herenigen; verenigen; consolideren; standaardiseren |
| toiya-問屋 | groothandelaar |
| tōjinmage-唐人髷 | een haarstijl voor dames (Edo- tot Meiji-periode) |
| tōjōken-搭乗券 | instapkaart (vliegtuig); boardingpass |
| tōjōsuru-搭乗する | baarden (instappen in vliegtuig) |
| tōka-等価 | gelijkwaardigheid; equivalentie (aan) |
| tōkeizuhyō-統計図表 | statistische grafiek [kaart] |
| tōken-刀剣 | (algemene term voor) zwaard (met één snijvlak of met twee snijvlakken) |
| tōkenranbu-刀剣乱舞 | wilde zwaarddans |
| tōki-陶器 | (zacht) porselein (aardewerk); keramiek |
| tōki-騰貴 | toename (van prijs of waarde) |
| tokinashi-時無し | (afk. voor 時無し大根) een soort daikon [rettich] (die het hele jaar door beschikbaar is) |
| tokinashidaikon-時無し大根 | een soort daikon [rettich] (die het hele jaar door beschikbaar is) |
| tokkyū-特級 | hoogwaaridig [eersteklas; van goede kwaliteit] zijn |
| tōkō-刀工 | zwaardsmid; zwaardenmaker |
| tōkō-登校 | schoolgang; het naar school gaan |
| tokobashira-床柱 | steunbalk van een tokonoma (alkoof [nis] in de muur waar siervoorwerpen worden uitgestald) |
| tokoharu-常春 | eeuwige lente; lente het hele jaar door |
| tōkon-刀痕 | snede [litteken] veroorzaakt door een zwaard |
| tokonoma-床の間 | alkoof [nis] in de muur (waar siervoorwerpen worden uitgestald) |
| tokorodokoro-所所 | hier en daar; her en der (verspreid) |
| tokorokamawazu-所構わず | overal; waar dan ook |
| tōkōsuru-登校する | schoolgaan; naar school gaan |
| tokotsuchi-床土 | (hoogwaardige) leem [klei] voor het bepleisteren van een alkoof [nis] (in een Japans huis) |
| tokoyama-床山 | traditionele haarstylist van acteurs in (Japans) theater |
| tokoyama-床山 | traditionele haarstylist van sumoworstelaars |
| toku-解く | (het haar) kammen |
| tokubetsudenpō-特別電報 | speciaal telegram (specifiek van buitenlandse correspondenten naar hun kranten) |
| tokubetsukyōshitsu-特別教室 | speciaal uitgeruste klaslokalen (voor vakken als muziek, handvaardigheid, huishoudkunde, e.a., ook gebruikt als audio-visuele ruimte) |
| tokubetsusōsakan-特別捜査官 | buitengewoon opsporingsambtenaar; speciaal agent |
| tokuden-特電 | (afk. voor) speciaal telegram (specifiek van buitenlandse correspondenten naar hun kranten) |
| tokuhain-特派員 | afvaardiging; delegatie; vertegenwoordiger |
| tokuhitsu-特筆 | noemenswaardig; vermeldenswaardig |
| tokui-得意 | (iemands) specialiteit; sterke punt; vaardigheid |
| tokuibi-特異日 | (meteorologie) singulariteit: een specifieke dag waarop een bepaald weertype zich met grote waarschijnlijkheid voordoet |
| tokusa-木賊 | schaafstro (een plant, Equisetum hyemale; paardenstaartenfamilie) |
| tokushoku-特色 | kenmerk; eigenschap; aard; eigenaardigheid |
| tokushu-特殊 | bijzonderheid; eigenaardigheid |
| tokusō-徳操 | moraal; morele waarde; deugd; kuisheid |
| tōkutsu-盗掘 | illegale opgraving (van grondstoffen, historische kostbaarheden e.d.) |
| tōkyū-等級 | classificatie; waardering |
| tomarigi-止まり木 | een dwarsbalkje in een vogelkooi (waar vogels op kunnen zitten) |
| tomeyaku-留め役 | bemiddelaar |
| tomeyama-留め山 | berg(en) waar jagen en kappen van bomen verboden zijn |
| tomi-富 | grondstoffen [materialen] (met een economische waarde) |
| tomobiki-友引 | een dag (in de zesdaagse cyclus) waarop iemands geluk dat van zijn vrienden beïnvloedt (daarom gunstig voor bruiloften, maar niet voor begrafenissen) |
| tomomachi-供待ち | plaats waar bedienden [chauffeurs, etc.] wachten op de gasten |
| tomonau-伴う | met zich meebrengen; resulteren; gepaard gaan met |
| tomu-富む | rijk zijn aan; in overvloed zijn; overvloedig aanwezig zijn; vruchtbaar zijn (fig.) |
| tonaeru-唱える | beweren; naar voren brengen; verkondigen; bepleiten |
| tonariawase-隣り合わせ | aangrenzend; aanpalend; naast elkaar |
| tonbogaeri-蜻蛉返り | (lett. als een libelle die tijdens het vliegen plotseling achterwaarts draait) salto; koprol; radslag; looping |
| tondemonai-とんでもない | (de woorden van een ander krachtig ontkennend) in geen geval; dat is niet waar; echt [absoluut] niet! |
| tondemonai-とんでもない | ongelooflijk; verbazingwekkend; verbluffend; ondenkbaar |
| tonosamashōbai-殿様商売 | amateuristische handel (sarcastische term voor een bedrijfspraktijk waarbij geen inspanning of vindingrijkheid wordt getoond om de winst te vergroten) |
| ton'ya-問屋 | groothandelaar; grossier |
| toonoku-遠退く | vervreemden (van elkaar); (elkaar) minder vaak zien [bezoeken] |
| toorina-通り名 | de naam waaronder een persoon bekend is; alias; artiestennaam; bijnaam |
| toraashige-虎葦毛 | grijs gevlekt (kleur van paard) |
| toranoko-虎の子 | (fig.) schat; waardevol voorwerp |
| toranokuchi-虎の口 | (lett. mond van de tijger) een zeer gevaarlijke plek [plaats] of situatie |
| torēdo・tāmuzu-トレード・タームズ | handelsvoorwaarden |
| toriau-取り合う | hand in hand lopen [gaan]; de hand van elkaar pakken |
| toriawaseru-取り合わせる | ordenen; sorteren; bij elkaar zetten; combineren |
| torichigaeru-取り違える | verwarren; door elkaar halen; verkeerd begrijpen |
| torie-取り柄 | waarde; verdienste |
| torifuda-取り札 | een kaart die een speler van de tafel pakt (b.v. bij het Japanse kaartspel hyakunin isshu) |
| torihazusu-取り外す | weghalen; afhalen; loshalen; uit elkaar halen |
| torihikijōken-取引条件 | handelsvoorwaarden; koopvoorwaarden |
| torikkusutā-トリックスター | bedrieger; oplichter; zwendelaar; goochelaar |
| torimatomeru-取り纏める | verzamelen; bij elkaar doen |
| torimazeru-取り混ぜる | (ver)mengen; mixen; bij elkaar doen |
| torimusubu-取り結ぶ | bemiddelen; als bemiddelaar optreden |
| torisoroeru-取り揃える | bij elkaar brengen; verzamelen |
| toriteki-取的 | een sumo worstelaar van een lagere rang |
| toritsukeru-取り付ける | frequenteren; vaak naar dezelfde winkel gaan |
| tōrō-灯籠 | (Japanse) tuinlantaarn; tuinverlichting |
| tōsai-当歳 | dit jaar |
| tōsai-当歳 | geboortejaar; een jaar oud |
| tōsansai-唐三彩 | Sancai aardewerk (driekleurig: bruin, groen en gebroken wit; uit de Chinese Tang dynastie) |
| tōsei-陶製 | keramiek; aardewerk; porselein |
| tōsei-騰勢 | opwaartse trend |
| toshi-年 | jaar (leeftijd) |
| toshidoshi-年年 | elk [ieder] jaar; jaar op jaar; van jaar tot jaar |
| toshigo-年子 | een kind dat geboren is binnen een jaar na broer of zus; kinderen (van een gezin) die minder dan een jaar schelen |
| toshigoto-年毎 | jaarlijks; elk jaar |
| toshikoshi-年越し | oudejaarsavond; oudejaarsnacht; einde van het oude jaar en begin van het nieuwe jaar |
| tōshin-刀心 | het onscherpe gedeelte van de kling in de handgreep (van een zwaard) |
| tōshin-刀身 | lemmet; kling (plat snijgedeelte van een zwaard) |
| toshinoichi-年の市 | eindejaarsmarkt |
| toshinokure-年の暮れ | het einde van het jaar |
| toshinose-年の瀬 | einde van het jaar; de laatste dagen van het jaar |
| toshionna-年女 | een vrouw in hetzelfde dierenriem-jaar (in de cyclus van 12) als van haar geboorte |
| toshiotoko-年男 | een man in hetzelfde dierenriem-jaar (in de cyclus van 12) als van zijn geboorte |
| toshitori-年取り | het ritueel van verwelkoming van het nieuwe jaar (op oudejaarsavond) |
| toshitori-年取り | een jaar ouder worden |
| toshiwasure-年忘れ | eindejaarsborrel (om de ontberingen van het afgelopen jaar te vergeten) |
| toshiyori-年寄り | een oudere; bejaarde; oud persoon; ouder iemand |
| toshiyowa-年弱 | geboren in de tweede helft van het jaar |
| toshizuyo-年強 | geboren in de eerste helft van het jaar |
| tōshō-刀傷 | snijwond [verwonding] door een zwaard veroorzaakt |
| tōshō-刀匠 | zwaardsmid; iemand die zwaarden smeedt |
| toshoken-図書券 | boekenbon (met geldwaarde) |
| tōshu-当主 | de huidige eigenaar; het huidige hoofd (van een familie, stam, e.d.) |
| tōsō-刀装 | zwaardonderdelen (zoals gevest, stootplaat, schede, e.d.) |
| toso-屠蘇 | toso, een kruidige sake (wordt vooral met Nieuwjaar gedronken) |
| tosu-トス | worp; opgooi (b.v. bij het serveren met tennis); onderhandse worp naar een medespeler (bij honkbal) |
| tōsu-刀子 | (lett.: kort zwaard) mes voor dagelijks gebruik in de oudheid |
| tōsuido-透水度 | mate van waterdoorlaatbaarheid |
| tōsuikeisū-透水係数 | waterdoorlaatbaarheidscoëfficiënt |
| tōsuiritsu-透水率 | waterdoorlaatbaarheidspercentage |
| tōsuiryōkeisū-透水量係数 | overdraagbaarheidscoefficient |
| tōsuisei-透水性 | waterdoorlaatbaarheid |
| tōsuishiken-透水試験 | waterdoorlaatbaarheidstest |
| tosu・battingu-トス・バッティング | (honkbal) peppergame, oefening waarbij ballen herhaaldelijk naar een slagman worden gegooid, die ze terugslaat naar dichtbij staande veldspelers |
| toto-とと | een term die kinderen gebruiken om naar hun vader te verwijzen |
| toto-とと | een term die kinderen gebruiken om naar een vogel, kip, vis, etc. te verwijzen |
| tōtoi-尊い | waardevol; kostbaar; onschatbaar |
| tōtorojī-トートロジー | tautologie (logische waarheid) |
| tsā-ツァー | tsaar |
| tsāri-ツァーリ | tsaar |
| tsentonā-ツェントナー | centenaar (oude gewichtsmaat, was in Duitsland 50kg; Zwitserland en Oostenrijk 100kg) |
| tsuba-鍔 | stootplaat [handbeschermer] van een zwaard [degen] |
| tsūbaifō-ツーバイフォー | bouwmethode van houten huizen gebruik makend van standaard balken van twee bij vier duim |
| tsūbaifōkōhō-ツーバイフォー工法 | houtskeletbouw waarbij gebruik gemaakt wordt van balken van 2 bij 4 duim |
| tsubamoto-鍔元 | het punt van een Japans zwaard waar de stootplaat (tsuba) en het lemmet (tōshin) elkaar raken |
| tsuboyaki-壺焼き | gerecht gegaard in een aardewerken pot |
| tsuboyaki-壺焼き | het garen [bakken] in een aardewerken pot |
| tsubu-粒 | individuen of voorwerpen die (bij elkaar in een groep) van hoog niveau zijn |
| tsubudatsu-粒立つ | korrelig worden (zoals bij het koken van rijst, die niet papperig is, waarbij afzonderlijke korreltjes goed zichtbaar zijn) |
| tsūbun-通分 | (wiskunde) de noemers van twee of meer breuken gelijk maken zonder hun waarden te veranderen; onder een noemer brengen |
| tsubushinedan-潰し値段 | restwaarde; schrootwaarde |
| tsuchi-土 | aarde; klei; grond |
| tsuchiiro-土色 | aardkleur; vale tint; bleekheid |
| tsuchikabe-土壁 | aarden muur; muur van klei |
| tsuchikeiro-土気色 | aardkleur; vale tint; bleekheid |
| tsuchikure-土塊 | een kluit aarde; een klomp klei |
| tsugai-番い | paar; stel; koppel |
| tsūgakuro-通学路 | loop- of fietsroute van en naar school |
| tsūgakuteikijōshaken-通学定期乗車券 | OV-kaart voor studenten; studenten-OV |
| tsugiawaseru-継ぎ合わせる | iets aan elkaar zetten [plakken; binden] |
| tsugimono-継ぎ物 | reparatie; iets dat gerepareerd [in elkaar geflanst] is |
| tsugini-次に | daarna; vervolgens |
| tsugō-都合 | reden; voorwaarde |
| tsui-対 | paar; stel; set |
| tsuifuku-対幅 | een paar kakemono (hangende rollen) of schilderijen |
| tsūin-通院 | regelmatig naar het ziekenhuis gaan (voor een behandeling) |
| tsuina-追儺 | (het ritueel van) het uit het huis jagen van boze geesten op Oudejaarsavond |
| tsuiren-対聯 | duilian (Chinese nieuwjaarsversiering, bestaande uit twee rode langwerpige stroken met kalligrafie die aan weerszijden van een deur worden gehangen) |
| tsuite-就いて | in dit verband; dus; daarom; betreffende |
| tsuiteha-就いては | daarom; als gevolg daarvan; in dit verband; wat dat betreft; in dat opzicht |
| tsuitotsu-追突 | kop-staartbotsing |
| tsūji-通事 | tussenpersoon; bemiddelaar |
| tsūjōsonshitsu-通常損失 | algemeen [standaard] verlies |
| tsūkā-つうかあ | elkaar geheel [compleet; volkomen; snel] begrijpen; op dezelfde golflengte zitten |
| tsuka-塚 | aardverhoging; terp; (graf)heuveltje; tumulus |
| tsuka-柄 | heft; gevest (van zwaarden, messen of dolken); steel of greep (van b.v. borstels); handvat |
| tsukaeru-使える | bruikbaar zijn; gebruikt (kunnen) worden; dienen (als) |
| tsukaisaki-使い先 | datgene waar geld aan besteed wordt |
| tsukaisaki-使い先 | de plek waar de boodschap heen moet |
| tsukasa-官 | hoge ambtenaar |
| tsukatsuka-つかつか | (onomatopee) gedecideerd; zonder aarzeling |
| tsukebito-付け人 | jonge bediende van een sumoworstelaar |
| tsukedashi-付け出し | systeem dat een voorkeursstatus geeft aan succesvolle amateur sumoworstelaars |
| tsukefuda-付札 | etiket; strookje; label; (handel) prijskaartje |
| tsukehige-付け髭 | een valse snor [baard] |
| tsukesage-付け下げ | een methode om patronen op Japanse kleding aan te brengen (de patronen wijzen naar boven tot de schouders) |
| tsuki-突き | (schermen) uitval; steek; (kendō) stekende aanval naar de keel |
| tsukimi-月見 | (genieten van) het kijken naar de maan |
| tsūkinsuru-通勤する | naar het werk gaan [reizen]; forenzen; pendelen |
| tsūkinteikijōshaken-通勤定期乗車券 | OV-kaart voor werknemers |
| tsukiotosu-突き落とす | naar beneden duwen; (iets of iemand) ergens af duwen |
| tsukisusumu-突き進む | zich een weg banen; voorwaarts stormen [rennen] |
| tsūkō-通航 | doorvaart; passage; scheepvaart |
| tsukue-机 | bureau; schrijftafel; lessenaar |
| tsukune-捏ね | (afk. voor) een (Chinese) yam (zoete aardappel, Dioscorea oppositifolia) |
| tsukuneimo-捏ね芋 | een (Chinese) yam (zoete aardappel, Dioscorea oppositifolia) |
| tsukurite-作り手 | maker; vervaardiger; producent |
| tsukurou-繕う | (uiterlijk, haar, kleding etc.) verzorgen ; netjes maken |
| tsukuru-作る | maken; vervaardigen; produceren; fabriceren; in elkaar zetten; componeren |
| tsuma-妻 | (arch.) het mannetje of vrouwtje van een dierenpaar |
| tsuma-妻 | (arch.) één van twee dingen die sterk aan elkaar gerelateerd zijn (bv. een hert en hagi (Japanse struikklaver) zijn beiden symbool voor de herfst) |
| tsuma-妻 | (arch.) liefkozende naam bij een echtpaar: mijn lief; schat; wederhelft; echtgenoot [echtgenote] |
| tsumado-妻戸 | (dubbele) houten deur van een huis (m.n. naar de tuin) |
| tsumadoikon-妻問婚 | een (matrilokaal) huwelijk waarbij het echtpaar bij de familie van de vrouw woont |
| tsumami-摘み | (druk)knop; handvat; schakelaar |
| tsumamidasu-摘まみ出す | (iemand) met kracht naar buiten brengen [sleuren]; (iemand) wegsturen [verwijderen] |
| tsumashii-倹しい | zuinig; spaarzaam; sober |
| tsumeshōgi-詰め将棋 | een shogi-probleem (een gegeven schaakstelling waarbij het doel is de koning van de tegenstander schaakmat te zetten) |
| tsumiageru-積み上げる | opstapelen; ophopen; op elkaar stapelen |
| tsumibito-罪人 | zondaar; misdadiger |
| tsumitatekin-積立金 | reserve; spaargeld |
| tsumu-詰む | dicht [strak] geweven [gebreid] zijn; dicht op elkaar gepakt [gepropt] zijn |
| tsuna-綱 | touw; lijn; koord; snaar; kabel |
| tsunagaru-繋がる | in relatie staan tot; verwijzen naar |
| tsunbosajiki-聾桟敷 | de dovengalerij (bovenste rijen stoelen in de schouwburg waar de verstaanbaarheid van het toneel slecht is) |
| tsūnen-通年 | een vol [heel] jaar |
| tsuno-角 | pin; speld (in het haar of op een hoofddeksel) |
| tsurai-辛い | pijnlijk; moeilijk; zwaar; hartverscheurend; wreed |
| tsureshōben-連れ小便 | samen gaan plassen; gezamenlijk naar het toilet gaan |
| tsuresou-連れ添う | een paar [stel; koppel] zijn [worden] |
| tsurikawa-吊り革 | hanglus (waaraan staande passagiers zich kunnen vasthouden in tram, bus, metro, e.d.) |
| tsūriki-通力 | bovennatuurlijke [wonderbaarlijke; magische; geheimzinnige] kracht |
| tsurikomu-釣り込む | binnenhalen; ophalen; optillen; naar zich toe trekken |
| tsurime-つり目 | ogen met naar boven gerichte ooghoeken |
| tsurite-釣り手 | visser; hengelaar |
| tsuru-弦 | snaar (van een boog, muziekinstrument, etc.) |
| tsurugi-剣 | tweesnijdend zwaard; zwaard met twee snijvlakken |
| tsūtei-通底 | zaken [dingen; ideeën] die aan de oppervlakte verschillend lijken, maar in de basis overeenkomen |
| tsūtoiebakā-つうと言えばかあ | elkaar snel begrijpen; op één lijn [op dezelfde golflengte] zitten |
| tsutome-勤め | oplezing van een soetra bij een Boeddhistisch altaar |
| tsutomenin-勤め人 | ambtenaar; kantooremployé; iemand die op kantoor werkt |
| tsuyuharai-露払い | de sumoworstelaar die een yokozuna naar de ring leidt voor zijn openingsceremonie |
| tsuzukete-続けて | achtereen; opeenvolgend; achterelkaar |
| tsuzuriawaseru-綴り合わせる | samenbinden; aan elkaar naaien [nieten; binden; hechten] |
| tsuzuru-綴る | inbinden; aan elkaar naaien [stikken] |
| tteba-ってば | (als introductie aan het begin van een zin) nu we het daar toch over hebben; wat betreft |
| uba-姥 | oude [bejaarde] vrouw |
| ubasuteyama-姥捨山 | een afdeling [functie] waar oudere mensen die niet meer van nut zijn, naar worden overgeplaatst |
| ube-宜 | (wordt gebruikt als bevestiging) waarlijk; waarachtig; inderdaad; echt |
| ubuge-産毛 | donshaar; nesthaar; lanugo |
| uchi-内 | (mijn) gezin; het gezin waar ik toe behoor |
| uchi-内 | (mijn) huis; het huis waar ik woon |
| uchi-内 | de in-groep; de groep waartoe ik behoor |
| uchiakeru-打ち明ける | iem. iets toevertrouwen; onthullen; openbaren; de waarheid vertellen |
| uchiau-打ち合う | elkaar slaan; vechten; op de vuist gaan |
| uchiawaseru-打ち合わせる | elkaar slaan |
| uchibenkei-内弁慶 | iemand die thuis bazig is [de flinke held uithangt], maar daarbuiten verlegen is |
| uchibu-打ち歩 | (economie) premium, waarde boven pari |
| uchikasanaru-打ち重なる | opstapelen; opeenvolgen; achter elkaar komen |
| uchiko-打ち粉 | poeder om (zwaarden) te poetsen |
| uchimata-内股 | manier van lopen, met de voeten [tenen] naar binnen gedraaid |
| uchinomesu-打ちのめす | (iem.) neerslaan; tegen de grond slaan; in elkaar slaan |
| uchisuteru-打ち捨てる | negeren; verwaarlozen |
| uchiwa-内輪 | (voet met) naar binnen gekeerde tenen |
| uchiwa-団扇 | papieren waaier (onopvouwbaar) |
| uchūhikō-宇宙飛行 | ruimtevaart |
| uchūhikōshi-宇宙飛行士 | ruimtevaarder; astronaut |
| uchūsen-宇宙船 | ruimteschip; ruimtevaartuig |
| ude-腕 | bekwaamheid; vaardigheid |
| udedameshi-腕試し | het testen van iemands vaardigheid [kracht] |
| udemae-腕前 | bekwaamheid; vaardigheid |
| udonge-優曇華 | (Sanskriet) udumbara (een mythische plant die zogezegd eens in de 3000 jaar bloeide), wordt gebruikt als metafoor voor iets dat uiterst zeldzaam is |
| uēbu-ウエーブ | golf in het haar; golvend haar |
| uekomu-植え込む | (in groepen bij elkaar) planten; volplanten |
| ueru-飢える | hunkeren; verlangen; smachten naar |
| uētingu・sākuru-ウエーティング・サークル | in honkbal, het gedeelte van het veld (schuin achter de thuisplaat) waar de volgende slagman wacht |
| ugatsu-穿つ | tot de kern van een zaal doordringen; de essentie van dingen begrijpen; menselijke emoties haarfijn aanvoelen |
| uguisuiro-鶯色 | groen-bruin (genoemd naar de kleur van de vleugels van een vogel, de Japanse struikzanger) |
| ui-愛い | fijn; goed; aardig; mooi; bewonderenswaardig |
| uingu・karā-ウイング・カラー | vleugelkraag (stijve overhemdkraag waarvan de bovenhoeken naar beneden zijn gekeerd, voor formele gelegenheden) |
| uizādo-ウイザード | tovenaar; genie; magiër |
| ujiuji-うじうじ | (onomatopee) aarzelend; besluiteloos |
| ukabiagaru-浮かび上がる | naar boven komen (drijven); aan de oppervlakte komen; tevoorschijn komen |
| ukabu-浮かぶ | opkomen; verschijnen; naar boven komen |
| ukagau-伺う | (beleefde vorm voor) vragen; informeren (naar) |
| ukan-有官 | iemand met een officiële functie [rang; positie] bij de overheid; een ambtenaar |
| ukeguchi-受け口 | iemand met een (naar voren) uitstekende onderkaak |
| ukein-受印 | stempel van waarborg; stempel van bevestiging |
| ukesho-受書 | brief van aanvaarding (bevel, verzoek, e.d.) |
| uketamawaru-承る | luisteren (naar); horen; vernemen |
| uketoru-受け取る | begrijpen; geloven; (voor waar) aannemen |
| ukiashidatsu-浮き足立つ | klaar staan om te vluchten [weg te rennen]; onrustig worden; wankelen |
| ukidasu-浮き出す | opkomen; naar boven (komen) drijven; aan de oppervlakte komen |
| ukiyo-浮き世 | deze vergankelijke wereld (waarin wij leven); het vergankelijke [voorbijgaande; mondaine] leven |
| uma-午 | paard (7de Chinese sterrenbeeld) |
| uma-午 | (oude tijd notatie) uur van het paard (rond het middaguur) |
| uma-馬 | paard |
| umabune-馬槽 | voerbak [trog] voor een paard |
| umadashi-馬出し | een aarden wal voor een kasteel (om vertrek en aankomst van ruiters niet aan de vijand te laten zien) |
| umadashi-馬出し | een rechte paardenrenbaan |
| umagaeshi-馬返し | het punt op een bergpas waar het te steil wordt, waardoor een paard niet meer verder kan en moet omkeren |
| umanori-馬乗り | schrijlingse zitpositie (alsof je op een paard zit, soms om iemand in bedwang te houden) |
| umanori-馬乗り | paardrijder; ruiter |
| umanori-馬乗り | het paardrijden |
| umanushi-馬主 | eigenaar [bezitter] van renpaarden |
| umanushi-馬主 | paardeneigenaar; bezitter van paarden |
| umiuma-海馬 | zeepaardje |
| umizuki-産み月 | de laatste maand van de zwangerschap; de maand waarin de geboorte wordt verwacht |
| unajū-鰻重 | gegrilde paling en rijst geserveerd in (op elkaar gestapelde) lakdozen |
| unkōsuru-運行する | rijden (van openbaar vervoer) |
| unomi-鵜呑み | iets zomaar (voor zoete koek) aannemen [slikken] |
| untengijutsu-運転技術 | rijvaardigheid; rijtechniek |
| unza-運座 | bijeenkomst waarbij mensen samen haiku gedichten schrijven over een bepaald onderwerp |
| uogashi-魚河岸 | een rivieroever waar een vismarkt is |
| uonbin-ウ音便 | (taalkunde) klankverandering waarbij klanken als ku, gu, hi, bi, en mi worden uitgesproken als u |
| uōsaō-右往左往 | verward ronddwalen; alle kanten opgaan; dan weer hierheen dan weer daarheen |
| uradoshi-裏年 | slecht oogstjaar |
| uragaki-裏書き | dagvaarding; sommatie |
| uranai-占い | waarzeggerij |
| uranaishi-占い師 | waarzegger |
| uranari-末生り | vrucht die groeit aan het uiteinde van een tak of stengel (en daardoor onvolgroeid en onrijp is) |
| uranau-占う | waarzeggen; de toekomst voorspellen |
| urayamashii-羨ましい | benijdenswaardig; jaloersmakend |
| ureashi-売れ足 | snelle verkoop; de snelheid waarmee een product wordt verkocht |
| ureāze-ウレアーゼ | urease (ureum amidohydrolase, een enzym dat de hydrolyse van ureum naar koolstofdioxide en ammoniak katalyseert) |
| ureyuki-売れ行き | (markt) verkoop; afzet; vraag (naar producten) |
| urifutatsu-瓜二つ | (op elkaar lijkend) als twee druppels water |
| urikehai-売り気配 | laatkoers (het minimum waartegen een verkoper bereid is te verkopen) |
| uriko-売子 | venter; straathandelaar |
| urimono-売物 | handelswaar; koopwaar; handelsartikel |
| urobune-売ろ舟 | (arch., dit woord stamt uit de Edo periode) een drijvend winkeltje; een boot waar men gebruiksvoorwerpen en etenswaren kon kopen |
| urourobune-うろうろ船 | (arch.) een drijvend winkeltje; een boot waar men gebruiksvoorwerpen en etenswaren kon kopen |
| uruudoshi-閏年 | schrikkeljaar |
| usa-憂さ | somberheid; zwaarmoedigheid; droefgeestigheid; neerslachtigheid; melancholie; weemoed |
| ushin-有心 | de standaard vorm van een waka gedicht |
| ushirogami-後ろ髪 | haar op de achterkant van het hoofd |
| ushirogeri-後ろ蹴り | (judo) een trap naar achteren |
| ushiromuki-後ろ向き | achteruit; achterwaarts; rugwaarts |
| uso-嘘 | leugen; onwaarheid; verzinsel |
| ussō-鬱蒼 | dichte bebossing; donkere [dicht op elkaar staande] bomen |
| usu-薄 | (als prefix) licht; vaag; dun; weinig; schaars |
| usui-薄い | dun; karig; schaars; weinig; gering |
| usukuchi-薄口 | dun [fijn; delicaat] voorwerp (b.v. aardewerk, porselein) |
| usumurasaki-薄紫 | lichtpaars |
| usumurasakiiro-薄紫色 | lichtpaarse kleur |
| utagawashii-疑わしい | twijfelachtig; verdacht; onzeker; betwistbaar; onbetrouwbaar |
| utagokoro-歌心 | de vaardigheid en kennis [principes; kunst] van (het schrijven van) waka-poëzie |
| utakaihajime-歌会始 | de eerste poëziebijeenkomst van het nieuwe jaar (in het Keizerlijk Paleis) |
| utoutoshii-疎疎しい | koel; afstandelijk; ongenaakbaar |
| utsumukeru-俯ける | naar beneden kijken; ondersteboven draaien [hangen]; op zijn kop zetten |
| utsuribashi-移り箸 | eetstokjes waarmee achter elkaar iets uit verschillende gerechten wordt aangeraakt (onjuist gebruik van eetstokjes) |
| utsuwa-器 | bekwaamheid; gave; aanleg; talent; vaardigheid; geschiktheid |
| uwa-上 | (in kanji combinaties) boven; op; hoog; daarbij; toegevoegd |
| uwabami-蠎 | zware drinker; dronkaard |
| uwamai-上米 | (makelaars) commissie |
| uzu-右図 | figuur [diagram; kaart; illustratie] (hier) rechts [aan de rechterkant] |
| wabisabi-侘寂 | wabisabi, een Japans esthetisch concept waarin de aanvaarding van vergankelijkheid en imperfectie centraal staat |
| wāhori-ワーホリ | (afk. voor) werkvakantie; vakantiereis met werkvergunning [visum] (waarbij reizigers mogen werken in het land dat ze bezoeken) |
| waidoban-ワイド判 | standaard Japans papierformaat (210 x 257 mm) |
| waiya-ワイヤ | snaar (van een muziekinstrument) |
| wakadoshiyori-若年寄 | een ambtenaar in de Edo periode |
| wakamatsu-若松 | Nieuwjaarsdecoratie van dennentakken |
| wakamizu-若水 | het eerste verse water op Nieuwjaarsdag |
| wakamurasaki-若紫 | licht paars |
| wakareru-別れる | afscheid nemen; uit elkaar gaan; scheiden |
| wakashiraga-若白髪 | vroeg grijs; grijs haar op jonge leeftijd |
| wakige-腋毛 | okselhaar; okselbeharing |
| wakimaeru-弁える | onderscheid maken; differentiëren; uit elkaar houden |
| wākingu・horidē-ワーキング・ホリデー | werkvakantie; vakantiereis met werkvergunning [visum] (waarbij reizigers mogen werken in het land dat ze bezoeken) |
| wakizashi-脇差 | (afk. voor) kort zwaard (in de obi gestoken naast het lange zwaard) |
| wakizashi-脇差 | kort zwaard (met stootplaat) |
| wakōdōjin-和光同塵 | het niet overmatig tonen van kennis en daardoor met anderen in goede verhouding kunnen staan |
| wakoku-倭国 | (term die China sinds de Han-dynastie gebruikt om te verwijzen naar) Japan |
| waku-惑 | (boeddh.) aardse [wereldse] verlangens |
| wāmu-ワーム | (write once, read many) opslagschijf waarop slechts één keer geschreven kan worden en dat daarna niet meer gewist of gewijzigd kan worden |
| waniguchi-鰐口 | een Japanse platte (ronde, holle) metalen gong (in tempel of heiligdom, met een touw waarmee de gelovigen de gong kunnen laten klinken) |
| waniguchi-鰐口 | een gevaarlijke plek (lett. de bek van een krokodil) |
| waniguchi-鰐口 | gerucht; (kwaadaardig) geroddel |
| wanman-ワンマン | één man die de leiding heeft [die alle macht naar zich toetrekt]; tiran; dictator |
| wanman・kā-ワンマン・カー | een trein, bus of tram met maar 1 personeelslid (de bestuurder die ook de functie van conducteur vervult) |
| wanori-輪乗り | het paardrijden in een cirkel |
| wanraitingu・shisutemu-ワンライティング・システム | één standaard [basis] formulier voor verschillende administratieve toepassingen |
| wansaido・gēmu-ワンサイド・ゲーム | eenzijdige wedstrijd (wedstrijd waarin een partij veel sterker is) |
| wansutoppu・shoppingu-ワンストップ・ショッピング | koopgedrag waarbij consumenten tegelijkertijd boodschappen en andere diensten doen op één locatie |
| wantō-彎刀 | krom zwaard (zoals de katana in Japan) |
| warabi-蕨 | adelaarsvaren (Pteridium aquilinum) |
| warawa-童 | (arch.) kapsel met loshangend haar van kinderen |
| waremonochūi-割れ物注意 | (op bagage, pakketten, etc.) voorzichtig [pas op], breekbaar! |
| wareyasui-割れ易い | breekbaar; fragiel |
| waribikishōsha-割引商社 | makelaar in kortingsobligaties |
| wariin-割り印 | een zegelafdruk over twee documenten (om aan te geven dat ze bij elkaar horen) |
| warikata-割り方 | wijze van delen [uit elkaar halen, b.v. van eetstokjes) |
| warikireru-割り切れる | (kunnen) aanvaarden; tevreden zijn (met); overtuigd zijn (van) |
| warikireru-割り切れる | deelbaar zijn (door); gedeeld kunnen worden (door) |
| warizerifu-割り台詞 | in Kabuki, twee acteurs die (in een monoloog) dezelfde gedachten uiten onafhankelijk [onbewust] van elkaar |
| waruba-悪場 | (een term uit het bergbeklimmen) een gevaarlijke plek (die moeilijk te beklimmen is) in de bergen |
| warubireru-悪びれる | (dit w.w. wordt gebruikt in ontkennende zinnen) te verlegen zijn; zich klein [minderwaardig] voelen; rusteloos [zenuwachtig] zijn |
| warudassha-悪達者 | iets dat zeer bekwaam is uitgevoerd, maar stijl of verfijning mist |
| warugi-悪気 | kwade bedoelingen [opzet]; boosaardigheid; kwaadwillendheid |
| warukuchimatsuri-悪口祭 | het festival waar de tempelbezoekers elkaar grove verwensingen toeroepen, en de winnaar van het woordengevecht geluk in de toekomst voorspeld wordt |
| warumono-悪者 | een slechte [kwaadaardige; verdorven] persoon; een schurk; een boef; een schoft |
| warushi-悪し | (klassieke vorm van warui) niet goed; geen goede indruk makend; slecht; kwaadaardig; verdorven |
| washi-鷲 | adelaar; arend |
| washizukami-鷲掴み | het stevig [ruw] beetpakken [grijpen] (zoals een adelaar zijn prooi grijpt) |
| wasserumanhannō-ワッセルマン反応 | Wassermannreactie (medische test genoemd naar de bacterioloog August von Wassermann) |
| wasshoi-わっしょい | (tussenwerpsel; uitroep) hup, hup!; allemaal tegelijk! (trekken; tillen); (scheepvaart) anker op! |
| wasuru-和する | goed met elkaar kunnen opschieten; op één lijn zitten met elkaar |
| watariaruku-渡り歩く | (rond)zwerven; van de ene naar de andere plaats gaan |
| wataribashi-渡り箸 | eetstokjes waarmee iets uit het ene na het andere gerecht wordt gepakt zonder tussendoor wat rijst te eten (onjuist gebruik van eetstokjes) |
| watauchi-綿打ち | het katoen-kloppen (waarbij katoen zacht (en schoon) wordt gemaakt door erop te kloppen) |
| waza-技 | techniek; vaardigheid; handigheid; manoeuvre |
| wazamono-業物 | een scherp zwaard (gemaakt door een meestervakman) |
| wazashi-業師 | een technische man; iemand met goede vaardigheden |
| webuhyōjun-ウェブ標準 | webstandaard |
| webusaitoōnā-ウェブサイトオーナー | websitehouder; website-eigenaar |
| webutantōsha-ウェブ担当者 | webhandelaar |
| wosshaburu-ウォッシャブル | wasbaar; wasecht |
| yabai-やばい | riskant; gevaarlijk |
| yaban-野蛮 | barbaarsheid; wreedheid; onbeschaafdheid |
| yabanjin-野蛮人 | barbaar; wildeman; onbeschaafd mens; een barbaars [primitief] volk |
| yabankoku-野蛮国 | onbeschaafd [barbaars; primitief] land |
| yabudatami-藪畳 | plek waar een struikgewas het hele gebied bedekt |
| yabuiri-藪入り | (arch.) een dag verlof voor bedienden op 16 juli en op nieuwjaarsdag |
| yabusaka-吝か | terughoudend; aarzelend |
| yabusame-流鏑馬 | het boogschieten te paard; een boogschutter te paard |
| yachiyo-八千代 | (lett. 8000 jaar) zeer lange periode; eeuwigheid |
| yadonushi-宿主 | waard; herbergier; (hotel)eigenaar; hospita; gastheer |
| yagimōhitsu-ヤギ毛筆 | geitenharen kwast; penseel [kwast] van geitenhaar |
| yaiba-刃 | generieke naam voor zwaarden, messen, etc. |
| yaiba-刃 | lemmet (van een mes); kling (van een zwaard) |
| yakazu-矢数 | een krijgskunst waarbij zoveel mogelijk pijlen achter elkaar geschoten worden |
| yakazuhaikai-矢数俳諧 | een vorm van haikai waarbij de deelnemers proberen zoveel mogelijk haiku te componeren in 24 uur (in navolging van het pijl-en-boogschieten) |
| yakiimo-焼き芋 | geroosterde [gepofte] zoete aardappel |
| yakimono-焼き物 | keramiek; aardewerk; porselein |
| yakkan-約款 | overeenkomst; voorwaarde; clausule |
| yaku-厄 | slecht jaar; rampjaar; ongeluksjaar |
| yakudatsu-役立つ | nuttig [bruikbaar; handig] zijn |
| yakudoshi-厄年 | ongeluksjaar [leeftijd] (voor mannen 25, 42 en 61; voor vrouwen 19, 33 en 37) |
| yakugara-役柄 | iemands rol [positie]; de aard [kenmerken] van iemands positie |
| yakumae-厄前 | (psychologie) het jaar voorafgaand aan de kritieke leeftijd [periode]; het jaar voor het ongeluksjaar |
| yakumuki-役向き | iemands rol [positie]; de aard [kenmerken] van iemands positie |
| yakunin-役人 | overheidsfunctionaris; ambtenaar |
| yamabito-山人 | (in de bergen wonende) heremiet; kluizenaar; onsterfelijke |
| yamakuzure-山崩れ | grondverschuiving; grondverzakking; aardverschuiving (ook fig.) |
| yamamoto-山元 | eigenaar van een berg; eigenaar van een (kolen)mijn |
| yamatoimo-大和芋 | Japanse yam (soort aardappel, Dioscorea japonica) |
| yamatsunami-山津波 | modderstroom; steenlawine; aardverschuiving |
| yami-闇 | een ordenloze staat; zonder [zeden] normen en waarden |
| yamiburōkā-闇ブローカー | een illegaal handelende makelaar |
| yamiji-闇路 | (de weg naar) de onderwereld |
| yamiji-闇路 | in een toestand zijn waar men geen onderscheidingsvermogen meer heeft; van de goede weg afgedwaald zijn |
| yamijiru-闇汁 | een winters vermaak, waarbij een nabe-soep wordt gemaakt met ingrediënten die bezoekers hebben meegenomen, en die soep wordt in het donker opgegeten |
| yamikin'yū-闇金融 | geldtransacties door bedrijven of organisaties, die daarvoor geen wettelijke toestemming hebben; transacties met een niet wettelijk bepaalde rente |
| yaminabe-闇鍋 | een winters vermaak, waarbij een nabe-soep wordt gemaakt met ingrediënten die bezoekers hebben meegenomen, en die soep wordt in het donker opgegeten |
| yaminoutsutsu-闇の現 | de werkelijkheid in het duister; onduidelijkheid; iets waarvan je niet zeker bent of het werkelijkheid is of niet |
| yamishōnin-闇商人 | een handelaar op de zwarte markt |
| yamiya-闇屋 | een zwarthandelaar; iem. die op de zwarte markt werkt |
| yamunaku-已むなく | onvrijwillig; tegen wil en dank; met tegenzin; ongaarne |
| yamuoenai-已むを得ない | onvermijdelijk; onweerstaanbaar |
| yani-やに | Zeg...?; ..., zeg! (is een uitdrukking die alleen wordt gebruikt indien de spreker de luisteraar iets vertelt wat hij/zij nog niet wist en is dialect |
| yanushi-家主 | huiseigenaar |
| yaomote-矢面 | doelwit (daar waar de pijl aankomt) |
| yarikehai-ヤリ気配 | laatkoers (het minimum waartegen een verkoper bereid is te verkopen) |
| yarikirenai-遣り切れない | niet kunnen voltooien; niet voor elkaar kunnen krijgen |
| yarikirenai-遣り切れない | on(ver)draaglijk; onuitstaanbaar; onduldbaar |
| yarikireru-遣り切れる | kunnen doen; voor elkaar krijgen |
| yarikonasu-遣り熟す | iets (goed) kunnen (doen); voor elkaar krijgen |
| yarikuri-遣り繰り | het erdoorheen komen; zich behelpen; toch voor elkaar krijgen |
| yaritogeru-遣り遂げる | volbrengen; voltooien; bereiken; tot stand brengen; vol elkaar krijgen |
| yasakebi-矢叫び | het geschreeuw van twee legers die op elkaar schieten |
| yasaotoko-優男 | een vriendelijke [zachtaardige] man |
| yasashii-優しい | lief; vriendelijk; aardig; elegant |
| yasashikusuru-優しくする | aardig [vriendelijk] zijn tegen iemand |
| yasatsu-野冊 | plantenpers (twee bamboe plankjes waartussen bladeren en bloemen geperst worden om ze te drogen) |
| yasechi-瘦せ地 | onvruchtbaar land; schrale grond |
| yasei-野生 | (een nederige term om naar zichzelf te verwijzen) ik; mij |
| yaseru-痩せる | onvruchtbaar worden |
| yaseta-瘦せた | onvruchtbaar; steriel |
| yaseude-瘦せ腕 | weinig levenskracht en vaardigheden hebben |
| yashi-野師 | straatventer [straathandelaar]; straatartiest (tijdens festiviteiten) |
| yashikibōkō-屋敷奉公 | huisbediende [dienaar] van een feodale heer [samoerai] |
| yashikizutome-屋敷勤め | huisbediende [dienaar] van een feodale heer [samoerai] |
| yashiro-社 | plaats waar een god(heid) ter aarde komt; plaats waar deze god(heid) wordt vereerd |
| yasoji-八十路 | 80 [tachtig] jaar |
| yasudaiji-易大事 | iets dat er eenvoudig uitziet, maar in werkelijkheid zeer belangrijk is |
| yasukikurai-安き位 | (term van Zeami) de hoge graad van perfectie die een acteur van het Nō-theater kan bereiken, waardoor hij ontspannen zijn rol kan spelen |
| yasurai-休らい | (lit.) aarzeling; twijfeling |
| yasurau-休らう | (lit.) aarzelen; twijfelen |
| yasuukeai-安請け合い | een ondoordachte [lichtvaardige] belofte |
| yasuukeaisuru-安請け合いする | lichtvaardig [overhaast] een belofte doen (die men niet kan nakomen) |
| yasuuri-安売り | op lichtvaardige wijze bereidwillig zijn |
| yatō-夜灯 | nachtlamp; nachtlantaarn (als straatverlichting e.d.) |
| yawa-柔 | zacht [zwak; breekbaar] zijn |
| yobiatsumeru-呼び集める | bij elkaar roepen; bijeenroepen; bijeenkomen; samenkomen |
| yobidashi-呼び出し | (sumo) degene die de namen van de worstelaars (hardop) aankondigt |
| yobidashijō-呼び出し状 | dagvaarding |
| yobikawasu-呼び交わす | elkaar roepen; naar elkaar roepen [schreeuwen] |
| yobiko-呼び子 | fluitje (om iemand te waarschuwen of roepen) |
| yobimono-呼び物 | bezienswaardigheid; manifestatie; evenement; attractie; hoogtepunt |
| yobine-呼び値 | vraagprijs; bod; koerswaarde; prijsnotering |
| yobiyoseru-呼び寄せる | laten komen; oproepen; sommeren; bij elkaar roepen [verzamelen] |
| yobuko-呼ぶ子 | fluitje (om iemand te waarschuwen of roepen) |
| yochokin-預貯金 | deposito's en spaargeld |
| yofune-夜船 | nachtboot; een schip dat in de nacht vaart |
| yōgen-用言 | (taalkunde) een verbuigbaar woord; woord dat men kan vervoegen |
| yoginai-余儀ない | onvermijdelijk; onontkoombaar; onafwendbaar; gedwongen; niet anders kunnen |
| yōgukyōka-用具教科 | de instrumentvakken, vakken zoals taal en wiskunde, waarvan de kennis als instrument kan dienen bij het bestuderen van de inhoudsvakken |
| yōhatsu-洋髪 | haarkapsel in westerse stijl |
| yoidore-酔いどれ | dronkaard; zuiplap; dronkenlap |
| yojiru-捩る | (in elkaar) draaien; wikkelen; kronkelen |
| yōka-養家 | adoptiefamilie; adoptiegezin; familie waarin men geadopteerd is |
| yōkaisuru-溶解する | iets oplossen (in); vloeibaar maken |
| yōkan'iro-羊羹色 | de (roestachtige) kleur die ontstaat wanneer kleuren als zwart en paars vervagen |
| yōken-要件 | voorwaarde |
| yōkin-洋琴 | yangqin, Chinees snaarinstrument (hakkebord) |
| yokinsha-預金者 | deposant; inlegger; spaarder |
| yokkai-欲界 | (boeddh.) het rijk van de begeerte [lust] (m.n. de mensenwereld tussen hemel en aarde) |
| yoko-横 | breedte; wijdte; horizontaal; van links naar rechts; zijwaarts; zijdelings |
| yōkō-洋行 | (studie)reis (vanuit Japan) naar het buitenland [het Westen] |
| yokogaki-横書き | horizontaal schrift (m.n. van links naar rechts) |
| yokoku-予告 | vooraankondiging; voorafgaande kennisgeving; waarschuwing |
| yokome-横目 | zijwaartse [schuine] blik |
| yokomuki-横向き | zijwaarts; (op de zij) liggend; landscape formaat (van een foto) |
| yokosuberi-横滑り | zijwaartse beweging [slip; schuiver]; zijslip (van auto, skiër, etc.) |
| yokotaeru-横たえる | (een zwaard, etc.) (aan zijn zijde) dragen |
| yokotcho-横っちょ | zijwaarts; zijdelings; opzij |
| yokoyure-横揺れ | het heen-en-weer bewegen (van gebouwen, e.d. bij aardbevingen) |
| yokudo-沃土 | vruchtbaar land; vruchtbare grond |
| yokukai-欲界 | (boeddh.) het rijk van de begeerte [lust] (m.n. de mensenwereld tussen hemel en aarde) |
| yokunen-翌年 | het volgende jaar |
| yokutoshi-翌年 | het volgende jaar |
| yokuya-沃野 | vruchtbaar veld; vruchtbare grond [vlakte] |
| yōmaku-羊膜 | vruchtvlies (in baarmoeder bij zwangerschap) |
| yomeiribune-嫁入り舟 | boot(je) om een bruid (pasgetrouwde echtgenote) te vervoeren (naar het huis van de echtgenoot) |
| yomifuda-読み札 | (speel)kaarten met tekst erop |
| yomigotae-読み応え | het lezen waard zijn |
| yomikudasu-読み下す | (Japanse tekst) van boven naar beneden lezen |
| yomoya-よもや | waarschijnlijk; zeker |
| yomoya-よもや | (met negatie) haast ondenkbaar; onwaarschijnlijk |
| yomoyama-四方山 | overal; hier en daar |
| yōmuin-用務員 | conciërge; huisbewaarder |
| yōni-陽に | zichtbaar; openlijk; openbaar; publiekelijk |
| yōnin-容認 | erkenning; toelating; goedkeuring; aanvaarding; acceptatie |
| yorisou-寄り添う | dicht tegen elkaar aan zitten [kruipen; blijven]; zich tegen elkaar aan nestelen |
| yorozuya-万屋 | een winkel van Sinkel (een winkel waar allerlei verschillende artikelen worden verkocht) |
| yoru-寄る | ontmoeten; bij elkaar komen |
| yoru-縒る | ineendraaien; in elkaar draaien; omwinden; twijnen |
| yosebashi-寄せ箸 | eetstokjes waarmee men (kom met) een gerecht naar zich toe trekt (onjuist gebruik van eetstokjes) |
| yosegaki-寄せ書き | tekst door meerdere mensen samen geschreven (ieder een paar regels); tekening door meerdere mensen samen gemaakt |
| yōsetsusuru-溶接する | (iets aan elkaar) lassen; samensmeden |
| yoshoku-余色 | complementaire kleuren (die tegenover elkaar staan in de kleurencirkel en met licht samen wit vormen) |
| yosomono-余所者 | (geen standaard term, soms onbeleefd) buitenlander; vreemdeling; buitenstaander; outsider |
| yōsui-羊水 | vruchtwater (vloeistof in de baarmoeder tijdens zwangerschap) |
| yosutebito-世捨て人 | Kluizenaar; heremiet |
| yotsu-四つ | (sumo) techniek waarbij beide worstelaars elkaar kruislings bij de handen beetpakken |
| yotsu-四つ | vier jaar (oud) |
| yotsugana-四つ仮名 | term die verwijst naar de vier klanken van de kana じ,ぢ,ず,づ (tot en met de Muromachi periode) |
| yotsumi-四つ身 | een speciale manier om stof voor een kimono voor kinderen (van 4-12 jaar) te knippen |
| yotsumi-四つ身 | (sumo) techniek waarbij beide worstelaars elkaar kruislings bij de handen beetpakken |
| yowamushi-弱虫 | lafaard; bangerik; zwakkeling; slappeling; watje |
| yowasa-弱さ | zwakte; kwetsbaarheid |
| yowayowashii-弱弱しい | zwak; kwetsbaar; broos |
| yōyaku-漸く | maar net; nauwelijks; ternauwernood |
| yozai-余財 | financiële reserve(s); beschikbaar [overtollig] geld |
| yozakura-夜桜 | (het kijken naar) kersenbloesems in de nacht |
| yūbenka-雄弁家 | een begaafd redenaar; een goede [vlotte] spreker |
| yubikiri-指切り | elkaar een belofte [eed] doen met in elkaar gehaakte [gestrengelde] pinken |
| yūbinchokin-郵便貯金 | post(spaar)bank |
| yūbinhagaki-郵便葉書 | briefkaart; ansichtkaart |
| yūbinshokan-郵便書簡 | postblad (invouwbaar postpapier met opgedrukte postzegel) |
| yūbun-右文 | respect [waardering] voor het geschreven woord [geschriften; literatuur] |
| yueni-故に | daarom; bijgevolg; om die reden |
| yūetsukan-優越感 | meerderwaardigheidsgevoel; gevoel van superioriteit |
| yugamu-歪む | pervers [gedegenereerd; ontaard] zijn; koppig [tegendraads] zijn |
| yūhi-雄飛 | een (goede) start; (fig.) een (grote) sprong voorwaarts |
| yūhitsu-右筆 | (hist.) (overheids)dienaar belast met het schrijven van documenten |
| yūigi-有意義 | zinvol [belangrijk; de moeite waard] zijn |
| yuiitsumuni-唯一無二 | de enige echte; ongeëvenaard [onovertroffen; uniek] zijn |
| yūkaku-遊客 | iemand die zich alleen maar vermaakt zonder te werken; lanterfanter; pretmaker |
| yūkashōken-有価証券 | (verhandelbare) waardepapieren; verhandelbare effecten |
| yūkei-有形 | materie; vorm; concreet [tastbaar] zijn |
| yuki-行き | (trein, tram, bus) naar... |
| yukiba-行き場 | bestemming; plaats om naar toe te gaan |
| yukichigai-行き違い | het elkaar voorbij lopen [passeren] (zonder ontmoeting; contact) |
| yukidaore-行き倒れ | op straat in elkaar zakken; bewusteloos [dood] op straat liggen |
| yukigake-行きがけ | route; op weg; onderweg (naar; daarheen) |
| yukikau-行き交う | elkaar passeren |
| yukimi-雪見 | het kijken naar de sneeuw; het genieten van een besneeuwd landschap |
| yukimidōrō-雪見灯籠 | een lage stenen tuinlantaarn (met grote platte kap) |
| yukizumaru-行き詰まる | een grens bereiken; in een doodlopende weg komen; in een impasse komen; aan het einde zijn [haar] vermogen komen |
| yukke-ユッケ | Koreaans rauw vleesgerecht (tartaar) |
| yukue-行方 | richting; bestemming; waar men heengaat |
| yukue-行方 | plaats van bestemming; verblijfplaats; waar men zich bevindt |
| yukue-行方 | toekomst; waar het heengaat; resultaat |
| yukutoshi-行く年 | het oude jaar; het voorbijgaande jaar |
| yukuyuku-行く行く | onderweg; op weg (naar) |
| yumeuranai-夢占い | oneiromantie; droomuitlegging; waarzeggerij gebaseerd op dromen |
| yumihajime-弓始 | ceremonie voor het (voor het eerst) boogschieten op de zevende dag van het nieuwe jaar, voor een nieuwe oefenplaats, e.d. |
| yumoto-湯元 | oorsprong van een warmwaterbron; de plek waar de warmwaterbron ontspringt |
| yunibāsaru・bankingu-ユニバーサル・バンキング | systeem waarin banken vele soorten bankactiviteiten en andere financiële diensten aanbieden |
| yunikōn-ユニコーン | een startende onderneming die (al snel) een marktwaardering heeft bereikt van meer dan 1 miljard dollar |
| yunyūizondo-輸入依存度 | de mate van (economische) afhankelijkheid van import (verhouding tussen invoerwaarde en nationale productie) |
| yūran-遊覧 | (toeristische) excursie; pleziertochtje; uitstapje; het bezoeken van bezienswaardigheden |
| yūransen-遊覧船 | rondvaartboot; plezierboot |
| yūreki-遊歴 | studiereis (van kunstenaars e.d.) |
| yurikaeshi-揺り返し | naschok (bij aardbeving) |
| yūrisū-有理数 | een meetbaar [rationeel] getal |
| yusei-油性 | goed oplosbaar in olie zijn |
| yūshi-有司 | overheidsambtenaar |
| yushi-油紙 | oliepapier; geolied papier (papier gedrenkt in paraffineolie waardoor het vochtwerend is) |
| yūshihiritsu-融資比率 | de verhouding tussen de hoogte van de hypotheek en de waarde van de woning |
| yūshōsha-優勝者 | (eerste prijs) winnaar; kampioen |
| yūshū-優秀 | excellent [superieur; uitmuntend; bewonderenswaardig] zijn |
| yūshun-優駿 | renpaard; racepaard |
| yusō-油層 | aardolielaag (geologische laag waarin olie wordt aangetroffen) |
| yutōyomi-湯桶読み | gemengde leeswijze binnen één woord, waarbij het eerste karakter de kun'yomi (Japanse lezing) heeft en het tweede de on'yomi (Chinese lezing) |
| yūutsu-憂鬱 | melancholie; depressie; droefgeestigheid; zwaarmoedigheid |
| yuya-湯屋 | openbaar [publiek] badhuis; gebouw (bij een tempel of heiligdom) met badhuis |
| yūyō-有用 | nuttig [behulpzaam; bruikbaar] zijn |
| yūyoku-遊弋 | vaartocht; cruise |
| yū・esu・bī-ユー・エス・ビー | USB (universele seriële bus, standaard voor de aansluiting van randapparatuur op computers) |
| yū・tān-ユー・ターン | het verschijnsel dat werknemers afkomstig van het platteland die in de grote steden waren gaan werken teruggaan naar hun geboorteplaats |
| zaihō-財宝 | rijkdom; schatten; kostbaarheden |
| zaikei-財形 | (belastingvrij) spaarplan voor werknemers |
| zaikeichochiku-財形貯蓄 | (belastingvrij) spaarplan voor werknemers |
| zaimei-在銘 | gesigneerd ondertekend] zijn (van kunstwerken, zoals kalligrafieën, schilderijen, zwaarden, etc.) |
| zaimushohyō-財務諸表 | jaarverslag; jaaroverzicht |
| zainin-罪人 | crimineel, misdadiger; dader; zondaar |
| zaitai-罪体 | het voorwerp waarmee het misdrijf is gepleegd |
| zakka-雑貨 | diversen; algemene koopwaar [goederen]; kleine artikelen |
| zangiri-散切り | kortgeknipt (haar) |
| zannyū-竄入 | het per ongeluk [foutief] samenvoegen [mengen; door elkaar halen] |
| zanrui-残塁 | een fort dat wordt aangevallen maar stand houdt |
| zansatsu-斬殺 | het (iem.) doden met een zwaard [aan het aan het zwaard rijgen] |
| zanteirōdōsha-暫定労働者 | interim; plaatsvervanger; waarnemer |
| zanzen-嶄然 | prominent [in 't oog lopend; opzienbarend; uitblinkend; uitmuntend; ongeëvenaard] zijn |
| zasetsusuru-挫折する | falen; mislukken; ineenstorten; uit elkaar vallen |
| zashikiwarashi-座敷童 | (Tohoku-regio in de prefectuur Iwate) geestachtige wezens, vaak in de verschijning van een jong kind met een rood gezicht en kortgeknipt haar |
| zataku-座卓 | lage tafel waaraan men op de grond zit |
| zatsuroku-雑録 | miscellanea; aantekeningen [geschriften] van allerlei aard (en zonder een vastgestelde indeling) |
| zeigen-税源 | een bron van belastinginkomsten; zaken waarop belasting wordt geheven |
| zeijaku-脆弱 | zwakheid; breekbaarheid; broosheid |
| zeikanri-税関吏 | douanebeambte; douaneambtenaar; douanier |
| zekke-絶家 | uitgestorven familie; familie waarvan alle leden zijn overleden |
| zenchishiki-善知識 | (boeddh.) iem. die de Boeddhistische leer uitlegt en mensen leidt naar de juiste (Boeddhistische) weg |
| zengo-前後 | omkering; verkeerde volgorde; door elkaar |
| zenjinmitō-前人未到 | onontdekt [ongekend; ongeëvenaard; onontgonnen; onbetreden] zijn |
| zenkushōjō-前駆症状 | vroege [voorafgaande] symptomen (voordat de ziekte zich openbaart) |
| zenmon-禅門 | iemand die formeel boeddhist wordt (inclusief scheren van het hoofdhaar en voorgeschreven kleding) |
| zenpyō-全豹 | (lett. de hele luipaard) het geheel; het volledige beeld; het complete plaatje |
| zenrin-全臨 | het overschrijven van een gehele originele (klassieke) tekst (voor het verkrijgen van kalligrafische schrijfvaardigheid) |
| zenrin-禅林 | zentempel; plaats (b.v. in een bos) waar volgelingen van het zenboeddhisme bijeenkomen |
| zenryōsei-全寮制 | een systeem waarin alle stafleden en studenten verplicht op het universiteitsterrein wonen |
| zensei-全盛 | het toppunt van iemands macht [kunnen; welvaart] |
| zenshin-前進 | vooruitgang; voorwaartse beweging; vordering; verbetering |
| zensōhō-漸層法 | climax (een retorische methode waarbij men een opeenvolging van steeds sterkere uitdrukkingen gebruikt) |
| zensokuryoku-全速力 | volle snelheid; volle vaart |
| zerosaiji-ゼロ歳児 | een kind jonger dan één jaar |
| zerosamu-ゼロサム | nulsom; nulsomspel (situatie waarbij een voordeel voor de ene partij noodzakelijk moet leiden tot een even groot nadeel voor andere partijen) |
| zerosamugēmu-ゼロサム・ゲーム | nulsom; nulsomspel (situatie waarbij een voordeel voor de ene partij noodzakelijk moet leiden tot een even groot nadeel voor andere partijen) |
| zerosamushakai-ゼロサム社会 | nulsommaatschappij (waar economische groei stopt, de totale rijkdom constant blijft en één persoon voordeel heeft, en een ander een even groot nadeel) |
| zerowa-ゼロ和 | nulsom; nulsomspel (situatie waarbij een voordeel voor de ene partij noodzakelijk moet leiden tot een even groot nadeel voor andere partijen) |
| zerowagēmu-ゼロ和ゲーム | nulsom; nulsomspel (situatie waarbij een voordeel voor de ene partij noodzakelijk moet leiden tot een even groot nadeel voor andere partijen) |
| zessan-絶賛 | veel waardering; grote bewondering; lovende kritiek |
| zesuchā-ゼスチャー | gebaar; handgebaar; geste |
| zetsurin-絶倫 | ongeëvenaard [onovertroffen; uniek] zijn |
| zettai-絶対 | absoluut [onvoorwaardelijk] zijn |
| zettaichi-絶対値 | de absolute waarde; modulus |
| zettaiteki-絶対的 | absoluut; onvoorwaardelijk |
| zettaizetsumei-絶体絶命 | uitzichtloze situatie; situatie waaruit geen ontsnapping mogelijk is; in een hoek gedreven zijn |
| zettoki-ゼット旗 | signaalvlag (scheepvaart) |
| zezehihi-是是非非 | onbevooroordeeld [eerlijk en rechtvaardig] zijn |
| zōbin-増便 | toename van openbaar vervoer (bus, trein, vliegtuig) |
| zōbō-像法 | (in het boeddhisme, een van de 3 perioden na de dood van Shakyamuni) de volgende 500 of 1000 jaar na de officiële Dharma |
| zōgen-造言 | leugen; onwaarheid; verzinsel |
| zōhatsu-増発 | verhoging van de frequentie van openbaar vervoer (trein, etc.) |
| zōhei-造兵 | de vervaardiging van wapens (en munitie) |
| zōhin-贓品 | gestolen goederen [waar] |
| zōhō-蔵鋒 | een techniek in de kalligrafie (waarbij de punt van het penseel rond op het papier wordt gedraaid) |
| zōka-増価 | prijsverhoging; waardestijging |
| zōka-増価 | verhoogde prijs [waarde] |
| zokkan-属官 | lagere [laaggeplaatste] ambtenaar |
| zokubutsu-俗物 | snob; materialist; cultuurbarbaar; vulgair persoon |
| zokujinshugi-属人主義 | het principe dat het strafrecht van het land van herkomst van de dader moet worden toegepast, ongeacht waar het misdrijf heeft plaatsgevonden |
| zokuri-俗吏 | (denigrerende term) een kleine [onbeduidende; onbelangrijke] ambtenaar [klerk] |
| zokuri-属吏 | een ondergeschikte [lage] ambtenaar [functionaris] |
| zokuryō-属僚 | een ondergeschikte (ambtenaar) |
| zokusei-簇生 | het (dicht) bij [door] elkaar groeien (bv. van planten, bomen, maar ook van tanden en kiezen) |
| zokuseisuru-簇生する | (dicht) bij [door] elkaar groeien |
| zokuseken-俗世間 | de (aardse; seculiere) wereld [maatschappij] |
| zokushū-俗臭 | vulgariteit; aardsheid; slechte smaak |
| zokuyō-俗用 | gangbaar gebruik |
| zonde-ゾンデ | sonde; (onbemand) ruimtevaartuig |
| zōni-雑煮 | soep met rijstcakes en groenten (traditioneel gerecht voor Nieuwjaarsdag) |
| zonnen-存念 | iets waar je altijd aan denkt; iets dat je nooit vergeet |
| zōn・fōkasu-ゾーン・フォーカス | zone focus (het punt waarop men met een camera scherp stelt) |
| zorome-ぞろ目 | (bij paardenraces) paarden uit dezelfde startpositie die als eerste en tweede eindigen |
| zororito-ぞろりと | met elkaar in verband [verbonden] (tot een geheel) |
| zōshoka-蔵書家 | boekenverzamelaar |
| zu-図 | diagram; figuur; illustratie; tekening; kaart; grafiek |
| zuhō-図法 | projectie (b.v. van het aardoppervlak) op een kaart |
| zuiki-随喜 | diepe dankbaarheid; overweldigende vreugde; groot geluk |
| zuito-ずいと | vastberaden; zonder aarzelen; doortastend |
| zukkokeru-ずっこける | naar beneden glijden [slippen; vallen]; loslaten; loskomen |
| zunō-図嚢 | (land)kaartenmapje [tasje] |
| zureru-ずれる | wegglijden; naar beneden glijden; verschuiven |
| zuri-ずり | rotsgruis; rotsaarde (uit een mijn) |
| zuriochiru-ずり落ちる | wegglijden; naar beneden glijden |
| zuryō-受領 | ontvangst; aanvaarding |
| zushi-厨子 | Boeddhistisch miniatuur tempel [altaar] |
| zushiri-ずしり | (onomatopee) zwaar; hard (aankomen) |
| zusshiri-ずっしり | (onomatopee) zwaar; hard (aankomen) |
| zūtai-図体 | (groot; dik; zwaar) lichaam [postuur] |
| zūzūben-ずうずう弁 | zwaar Tohoku accent |
| しんらいど-信頼度 | betrouwbaarheid |