Kruisverwijzing
MA
| lemma | meaning |
|---|---|
| aa-ああ | (uitroep) ah; och; op die manier; zo |
| abanchūru-アバンチュール | liefdesrelatie; romantisch avontuurtje |
| abaremono-暴れ者 | geweldadige schurk; herriemaker; herrieschopper |
| abemaria-アベ・マリア | Ave Maria (katholiek gebed) |
| abikyōkan-阿鼻叫喚 | de wanhoopskreten van iemand die lijdt in de hel van Avīci |
| abiseru-浴びせる | water over iemand heen gooien; overgieten; overstelpen |
| abuhachitorazu-虻蜂取らず | tussen de wal en het schip vallen [geraken]; noch het een nog het ander (twee dingen tegelijkertijd proberen te doen, maar in geen van beide slagen) |
| abukuzeni-泡銭 | snel [makkelijk] verdiend geld |
| abunai-危ない | smal; kleine marge |
| abunōmaru-アブノーマル | abnormaal; afwijkend |
| abureru-あぶれる | niet instaat zijn tot; niet bij machte zijn; niet kunnen |
| adana-徒名 | gerucht over een (mogelijke) relatie [romance] |
| adesugata-艶姿 | bevallige [bekoorlijke; charmante] verschijning |
| adobataijingu-アドバタイジング | het adverteren [reclame maken] |
| adoman-アドマン | reclameman; reclametekstschrijver |
| aerofurōto-アエロフロート | Aeroflot, Russische luchtvaartmaatschappij |
| aeru-和える | een dressing maken (van azijn, miso, sesam, etc., voor salades, groenten, e.d.) |
| aete-敢えて | helemaal niet; zeker niet |
| afutānūn・shō-アフターヌーン・ショー | middagvoorstelling; tv programma |
| aganau-贖う | goedmaken; compenseren; boete doen |
| agapē-アガペー | agape (christelijk vriendenmaal) |
| agarime-上がり目 | opwaartse tendens (handelsmarkt) |
| ageashitori-揚げ足取り | haarkloverij; muggenzifterij; het iemand belachelijk maken |
| agesage-上げ下げ | het (iemand) prijzen en kleineren |
| agete-挙げて | alles; allemaal; geheel |
| agezen-上げ膳 | een maaltijd geserveerd krijgen |
| agezen-上げ膳 | een maaltijd voor iemand opdienen |
| agitopunkuto-アギトプンクト | (Eng.: agitating point) schuilplaats; onderduikadres; geheim (commando)centrum |
| aguneru-倦ねる | iets moe worden [zat zijn]; interesse verliezen; teveel zijn voor (iemand); buiten iemands controle liggen; niet weten wat te doen |
| agura-胡坐 | kleermakerszit; lotushouding; met gekruiste benen (zitten) |
| ahōguchi-阿呆口 | dom geklets; alleen maar onzin praten |
| ahorichigi-阿呆律儀 | overdreven eerlijk; eerlijk op een naïeve manier |
| ai-哀 | (in kanji combinaties) verdriet; leed; smart; medelijden |
| ai-隘 | (in kanji combinaties) smal; moeilijk |
| aiaishii-愛愛しい | schattig; lief; charmant; aantrekkelijk |
| aiban-合判 | papier formaat; formaat van prent [schildering] |
| aibō-相棒 | goede vriend; kameraad; makker; partner; collega |
| aibyōka-愛猫家 | iemand die van katten houdt |
| aichōka-愛鳥家 | vogelliefhebber; iemand die van vogels houdt |
| aidentitī・kādo-アイデンティティー・カード | identiteitskaart; legitimatiebewijs |
| aidīkādo-アイ・ディー・カード | identiteitskaart; legitimatiebewijs |
| aidoka-アイドカ | AIDCA (een marketingmodel met acroniem: attention (aandacht), interest (belangstelling), desire (verlangen), conviction (overtuiging), action (actie)) |
| aidoku-愛読 | voorliefde voor lezen; met plezier [vaak; regelmatig] een bepaald boek [tijdschrift] lezen |
| aidokusha-愛読者 | iemand die graag [veel] leest; een vaste [trouwe] lezer |
| aidokusho-愛読書 | het favoriete boek (van iemand); lievelingsboek |
| aidoma-アイドマ | AIDMA (een marketingmodel met acroniem: attention (aandacht), interest (belangstelling), desire (verlangen), memory (geheugen), action (actie)) |
| aigi-愛妓 | de favoriete actrice of geisha (van iemand) |
| aiinka-愛飲家 | een (gewoonte)drinker; iem. die regelmatig alcohol drinkt |
| aijirushi-合印 | (kleermakerij) markering op stof om aan te geven waar de delen aan elkaar worden genaaid |
| aijō-愛嬢 | zijn [haar] geliefde dochter (wordt meestal gezegd over de dochter van iemand anders) |
| aiki-愛機 | eigen apparatuur (camera, computer, vliegtuig, enz.) die iemand altijd graag gebruikt |
| aikō-愛校 | houden van de Alma Mater (eigen school of universiteit) |
| aikōsha-愛好者 | liefhebber; amateur; fan |
| aikyō-愛敬 | harmonie tussen man en vrouw (in een relatie) |
| aikyō-愛郷 | de liefde van iemand voor zijn [haar] geboorteplaats |
| aikyōmono-愛敬者 | een charmant meisje; een joviale man; een geliefd [bewonderd] iemand |
| aikyōshōbai-愛敬商売 | beroepsmatige vriendelijkheid (b.v. in restaurant of winkel, e.d.) |
| ainen-愛念 | liefde (tussen man en vrouw) |
| ainori-相乗り | het met iemand meerijden; een gedeelde rit (in een taxi b.v.) |
| airo-隘路 | een smal pad; smalle weg |
| aisai-愛妻 | de liefde [toewijding] (van een man) voor zijn echtgenote; zeer gesteld zijn op zijn echtgenote |
| aisaibentō-愛妻弁当 | de lunchbox klaargemaakt door een lieve vrouw [echtgenote] |
| aisan-愛餐 | agapē, de gezamenlijke maaltijd ter nagedachtenis aan het laatste avondmaal van Jezus; een vriendenmaal |
| aisatsusuru-挨拶する | iem. (be)groeten; zichzelf introduceren; feliciteren; een toespraak houden; aankondigen; bekendmaken; antwoord geven [sturen]; wraak nemen; bemiddelen |
| aiseki-愛惜 | het missen (van iemand); triestheid |
| aisha-愛車 | de eigen auto [fiets] waar iemand dol op is |
| aishadō-アイシャドー | oogschaduw (make-up) |
| aishō-哀傷 | bedroefdheid; smart (vooral na het overlijden van iemand) |
| aishū-哀愁 | droefheid; verdriet; smart; leed |
| aisukageryū-愛洲陰流 | een school [groep; stijl] van schermen [zwaardvechten] (ontstaan in de Muromachiperiode) |
| aitedoru-相手取る | de strijd aangaan met; iemand uitdagen [aanklagen] |
| aitesaki-相手先 | de andere partij (waar men zaken mee doet of mee te maken heeft) |
| aitsu-彼奴 | hij; die man; die vent |
| aitsugunau-相償う | compenseren; goedmaken; vergoeden; het goede en het slechte brengen elkaar in balans |
| aizenkatsura-愛染かつら | de titel van een populaire roman van Matsutarō Kawaguchi, over een liefdesverhouding tussen een dokter en een weduwe-verpleegster die zich afspeelt in |
| aizenmandara-愛染曼荼羅 | mandala gewijd aan Myōō |
| ai・dī・kādo-アイ・ディー・カード | identiteitsbewijs; legitimatiebewijs |
| ai・tī-アイ・ティー | IT (informatietechnologie) |
| ai・esu・ō-アイ・エス・オー | ISO, internationaal normalisatie-instituut (International Standardization Organization) |
| aji-味 | smaak |
| aji-鰺 | de horsmakreel (een vis, Trachurus trachurus) |
| ajikanatoriumu-アジ化ナトリウム | Natriumazide (NaN3) |
| ajikenai-味気ない | flauw; smakeloos (ook fig.); saai |
| ajikinai-味気ない | flauw; smakeloos (ook fig.); saai |
| ajinomoto-味の素 | Ajinomoto, merknaam voor de smaakversterker MSG (monosodium glutamaat) |
| ajiro-網代 | vlechtwerk (manden, e.d.) |
| ajisai-紫陽花 | (Japanse) hortensia (Hydrangea macrophylla) |
| ajitsuke-味付け | gekruid; met toevoeging van smaakmakers |
| ajiwai-味わい | smaak |
| ajiwau-味わう | proeven; smaken |
| akadashi-赤出し | misosoep gemaakt van rode miso |
| akahadaka-赤裸 | helemaal naakt; spiernaakt |
| akaiwashi-赤鰯 | gedroogde (of ingemaakte) sardines |
| akamaishi-赤間石 | roodbruine [paarse] tufsteen (uit de Yamaguchi Prefectuur, wordt gebruikt om inktstenen van te maken) |
| akamegashiwa-赤芽柏 | Mallotus japonicus (plant) |
| akami-赤身 | mager vlees of vis (met weinig vet) |
| akan-あかん | kan niet; mag niet |
| akanbē-あかんべえ | gezichtsuitdrukking waarbij men het onderste ooglid met een vinger naar beneden drukt en het rode gedeelte zichtbaar maakt (minachtend of afkeurend) |
| akane-茜 | meekraprood (kleur (die van de wortel van de plant gemaakt wordt) |
| akarasama-あからさま | op een openhartige [eerlijke; directe] manier |
| akaseru-飽かせる | iemand vervelen [vermoeien] |
| akashichijimi-明石縮 | luxe zomerkimono-stof voor dames (gemaakt van ruwe zijde) |
| akasu-飽かす | iemand afmatten [vermoeien; vervelen] |
| akasu-飽かす | veel kosten maken; veel geld uitgeven aan iets; niet bezuinigen op |
| akaunto・manējā-アカウント・マネージャー | account manager; account beheerder |
| ake-明け | begin van een nieuw jaar, een nieuwe maand of een nieuwe dag |
| akeni-明け荷 | een gevlochten doos met de spullen (mawashi, e.a.) van een sumoworstelaar |
| akeni-明け荷 | reiskoffer; reismand |
| akenokoru-明け残る | (maan, sterren, etc.) zichtbaar blijven bij het ochtendgloren [de dageraad] |
| akeru-空ける | open laten; leeg maken; ruimte maken; ontruimen |
| akimekura-明き盲 | iemand die ziet zonder te begrijpen |
| akimekura-明き盲 | een analfabeet; iemand die niet kan lezen |
| akindo-商人 | handelaar; zakenman; verkoper; dealer |
| akinoōgi-秋の扇 | herfstwaaier, metafoor voor een vrouw die de genegenheid of interesse van een man heeft verloren (uit een oud Chinees verhaal) |
| akitsushima-秋津島 | Akitsushima, oude naam voor Japan |
| akkanshōsetsu-悪漢小説 | een schelmenroman |
| ako-吾子 | een term om (op een vriendelijke manier) naar iemands kinderen of ondergeschikten te wijzen (in de tweede persoon) |
| akōdai-赤魚鯛 | rode rotsvis (Sebastes matsubarae); schorpioenvis |
| akoyagai-阿古屋貝 | pareloester (Pinctada martensii) |
| aku-灰汁 | een scherpe [bittere] smaak |
| akuamarin-アクアマリン | aquamarijn |
| akuchishiki-悪知識 | een kwaadaardig iemand die mensen op het slechte pad brengt |
| akudama-悪玉 | een slecht iemand; een booswicht [boef]; iem. met een slecht karakter |
| akuekishitsu-悪液質 | cachexie; een slechte lichamelijke toestand met vermagering en verval van krachten als gevolg van ondervoeding of ziekte (b.v. kanker) |
| akuen-悪縁 | (boeddh.) slecht karma; lotsbestemming; noodlot |
| akufū-悪風 | een slechte gewoonte; slechte manieren |
| akuhō-悪法 | slechte methode [manier; procedure] |
| akujiki-悪食 | eenvoudig eten; slecht [onsmakelijk] eten |
| akumonogui-悪物食い | eenvoudig eten; slecht [onsmakelijk] eten |
| akunuki-灰汁抜き | het wegnemen van een bittere [wrange] smaak van iets (b.v. groente) (door het eerst te weken of koken) |
| akurirujushi-アクリル樹脂 | Polymethylmethacrylaat (PMMA) |
| akuru-明くる | de volgende (dag, maand, jaar, e.d.) |
| akusai-悪才 | iemand met talent voor kwade [slechte] dingen |
| akusei-悪性 | (med.) maligniteit; kwaadaardigheid (van een ziekte) |
| akusen-悪銭 | kwaad geld, d.w.z. geld dat op een verkeerde [misdadige; illegale] manier is verkregen [verdiend] |
| akusesujikan-アクセス時間 | toegangstijd (tijd die nodig is om verbinding te maken of gegevens te lezen) |
| akusesuken-アクセス権 | recht op toegang (tot informatie) |
| akusesu・taimu-アクセス・タイム | toegangstijd (tijd die nodig is om verbinding te maken of gegevens te lezen) |
| akushidento-アクシデント | onregelmatigheid; storing (van apparatuur) |
| akushogayoi-悪所通い | regelmatige bezoeken aan een bordeel |
| akushoku-悪食 | eenvoudig eten; slecht [onsmakelijk] eten |
| akushōmono-悪性者 | een losbandige man; een losbol; een playboy |
| akushumi-悪趣味 | slechte [goedkope] smaak; wansmaak |
| akutaremono-悪たれ者 | iemand die kattenkwaad uithaalt; een deugniet |
| akutarō-悪太郎 | een ruwe [ongemanierde] persoon |
| akutenkō-悪天候 | slecht weer; ruw [stormachtig] weer |
| akutō-悪党 | de naam van een groep gewapende opstandelingen tegen de [幕府] bakufu regering in de Kamakura periode |
| akuto-悪徒 | een slechte [kwaadaardige] man |
| akutōshōsetsu-悪党小説 | een schelmenroman |
| akyūdo-商人 | handelaar; zakenman; verkoper; dealer |
| ama-アマ | amateur |
| ama-海人 | mannelijke duiker [visser] |
| amacha-甘茶 | hortensia (Hydrangea macrophylla var. thunbergii) |
| amacha-甘茶 | een Japanse kruidenthee gemaakt van gefermenteerde bladeren van Hydrangea macrophylla |
| amachan-甘ちゃん | een slappe [makkelijke] persoon; iemand die over zich laat lopen |
| amachua-アマチュア | amateur |
| amaeru-甘える | gebruik [misbruik] van iemand maken |
| amai-甘い | zoet (van smaak) |
| amakarai-甘辛い | zout en zoet (van smaak); bitterzoet |
| amami-甘み | zoetheid; zoete smaak |
| amana-甘菜 | Amana edulis (bolgewas uit de leliefamilie, met eetbare bol) |
| amanatsu-甘夏 | amanatsu (citrusvrucht, Citrus natsudaidai) |
| amanohara-天の原 | de lucht; de hemel; het firmament |
| amanoiwato-天の岩戸 | Poort van de Hemelse Grot (Ama-no-Iwato is een grot in de Japanse mythologie) |
| amanojaku-天の邪鬼 | Amanojaku (duivel of boze geest in Japanse sprookjes) |
| amaririsu-アマリリス | amaryllis (bloem) |
| amaru-余る | overtreffen; te boven gaan; buiten je macht liggen |
| amarugamu-アマルガム | amalgaam (kwik-metaallegering) |
| amatchoroi-甘っちょろい | te optimistisch; te gemakkelijk (in de omgang); te onverantwoordelijk [goedaardig; naïef; simpel] |
| amatsusae-剰え | bovendien; daarbij komt nog; tot overmaat van ramp |
| amattareru-甘ったれる | je kinderachtig gedragen; je gedragen als een verwend kind; je vastklampen aan iemand; krampachtig [kruiperig] proberen vrienden te maken |
| amattareru-甘ったれる | gebruik [misbruik] van iemand maken |
| amattarui-甘ったるい | te zoet (van smaak) |
| amayakasu-甘やかす | iemand verwennen [vertroetelen] |
| ame-飴 | van aardappel- of rijstzetmeel gemaakte zoete snoep; lolly; (eventueel ook drop) |
| amedasu-アメダス | Japans meteorologisch instituut AMeDAS (Automated Meteorological Data Acquisition System) |
| amegashi-飴菓子 | (zoete) snoepjes (gemaakt van moutstroop) |
| amenomurakumonotsurugi-天叢雲剣 | Ama-no-Murakumo no Tsurugi, het goddelijke zwaard (een van de 3 heilige kostbaarheden van Japan, spiegel, zwaard en juwelen) |
| ameotoko-雨男 | de regenman (een man van wie wordt gezegd dat hij regen brengt [dat het altijd regent als hij komt]) |
| amezaiku-飴細工 | iets dat mooi van buiten is, maar geen inhoud heeft |
| amezaiku-飴細工 | van ame (snoep) gemaakte figuren (zoals poppetjes, dieren, en bloemen) |
| amiki-編み機 | breimachine |
| amime-網目 | mazen van een net |
| aminome-網の目 | de maas [mazen] (van een net) |
| āmondo-アーモンド | amandelboom |
| āmondo-アーモンド | amandel (steenvrucht) |
| an-安 | (in kanji combinaties) makkelijk; rustig; kalm; redelijk |
| anagachi-強ち | (niet) noodzakelijk; (niet) altijd; (niet) helemaal; (niet) kunnen |
| anagama-穴窯 | anagama-oven (voor aardewerk; tunnelvormig, oorspronkelijk in een helling gegraven) |
| anaguma-穴熊 | Japanse das (zoogdier, Meles anaguma) |
| anatakata-あなた方 | jullie (allemaal); u allen |
| anaume-穴埋め | een tekort aanvullen; vacatures invullen; iets compenseren [goedmaken] |
| anaunsu-アナウンス | aankondiging; bekendmaking |
| anaunsumento-アナウンスメント | aankondiging; bekendmaking |
| anaunsusuru-アナウンスする | aankondigen; bekendmaken |
| anbai-塩梅 | smaak |
| anbai-塩梅 | (lett. zout en pruimazijn) smaakmaker |
| anchimagunechikku-アンチマグネチック | anti-magnetisch (bestand zijn tegen magnetisme) |
| anchiroman-アンチロマン | antiroman |
| anchō-暗潮 | een onderstroom [tij] (fig.); nauwelijks waarneembare doch aanwezige kracht in de maatschappij [wereld] |
| anda-安打 | (honkbal) een honkslag (die de slagman in staat stelt het eerste honk te bereiken, zelfs als er geen fout wordt gemaakt door de andere partij) |
| anemuko-姉婿 | de man [echtgenoot] van de oudere zuster; zwager |
| anesannyōbō-姉さん女房 | een vrouw die ouder is dan haar man [echtgenoot] |
| anettaikikō-亜熱帯気候 | subtropisch klimaat |
| anga-安臥 | het liggen in de gemakkelijkste houding |
| angājuman-アンガージュマン | engagement (politieke en maatschappelijke betrokkenheid) |
| angasuru-安臥する | in de gemakkelijkste houding liggen |
| anguiseisha-暗愚為政者 | een domme [slechte] staatsman [ambtenaar] |
| angurushi-アングル紙 | L-vormig hoekmateriaal van karton (ter ondersteuning en bescherming van producten, zoals glasplaten, pakketten, etc.) |
| angya-行脚 | pelgrimage; voettocht |
| ani-豈 | (met een negatie) in geen geval; niet in het minst; niet op welke manier dan ook |
| anii-兄い | vlotte [knappe] jongeman |
| anii-兄い | oudere broer; ouder iemand (dan jijzelf) |
| aniki-兄貴 | oudere broer; man die ouder is dan jijzelf |
| aniki-兄貴 | (informeel) iemand die op natuurlijke wijze de baas is (bij jeugd(bendes), vaklui, yakuza e.d.) |
| anime-アニメ | animatie; animatiefilm; tekenfilm |
| animēshon-アニメーション | animatie; animatiefilm; tekenfilm |
| animēshoneiga-アニメーション映画 | animatiefilm; anime |
| animētā-アニメーター | animator; animatiespecialist (film) |
| anjigoto-案じ事 | dingen waar men zich zorgen om maakt |
| anjiru-案じる | zich zorgen maken (over); ongerust [angstig] zijn |
| anjiru-案じる | denken; plannen maken; uitdenken; uitvinden |
| ankā-アンカー | (televisie) vaste presentator; programmacoördinator |
| ankake-餡掛け | gerechten die worden gemaakt met zetmeel (kudzu-zetmeel, o.a.) |
| ankāman-アンカーマン | (televisie) vaste presentator; programmacoördinator |
| ankatto-アンカット | ongeslepen (diamand) |
| anki-暗鬼 | een monster in de duisternis (d.w.z. die er lijkt te zijn, maar niet echt bestaat) |
| ankō-暗香 | een onbestemde [duistere] geur [parfum]; een aroma [geur] (van bloemen, e.d.) waarvan je niet weet waar die vandaan komt |
| ankōfudō-暗香浮動 | een geur die om je heen hangt, maar waarvan je niet weet waar die vandaan komt |
| ankoku-安国 | een land vredig maken |
| ankokunogetsuyōbi-暗黒の月曜日 | zwarte maandag |
| anma-按摩 | massage |
| anma-按摩 | een masseur [男]; een masseuse [女] |
| anma-接摩 | anma (soort massage) |
| anmasuru-按摩する | (iem.) masseren |
| annai-案内 | iem. de weg wijzen [wegwijs maken]; iem. rondleiden; rondleiding |
| annai-案内 | goed op de hoogte zijn; bepaalde informatie hebben |
| annaigakari-案内係 | receptionist [receptioniste] bij de informatiebalie |
| annaijo-案内所 | informatie balie; inlichtingen (bureau) |
| annani-あんなに | zo; zoals dat; op die manier; in die mate |
| annindōfu-杏仁豆腐 | amandeltofu (Chinees dessert, soort gelatinepudding gemaakt van abrikozenpitmelk, agar en suiker) |
| anotekonote-あの手この手 | op deze en op die manier; op verschillende manieren; de knepen van het vak |
| anoyo-彼の世 | de andere wereld; de wereld van de doden; het hiernamaals |
| anoyō-彼の様 | op die (zelfde) manier; zoals dat |
| anpera-アンペラ | (Maleis) ampela, een vaste plant van de zeggefamilie |
| anpera-アンペラ | een geweven mat van stro |
| anpuku-按腹 | buikmassage; massagetechniek waarbij over de buik wordt gewreven |
| anraku-安楽 | comfort; gemak |
| anrakuisu-安楽椅子 | gemakkelijke [comfortabele; lekker zittende] stoel; luie stoel |
| anshikuropedisuto-アンシクロペディスト | makers van [medewerkers aan] een encyclopedie |
| anshinsuru-安心する | zich op zijn gemak [veilig; vredig] voelen; onbezorgd zijn |
| anshō-暗証 | (Boeddh.) zich wijden aan alleen maar ascetische oefeningen en meditatie (zonder de theorie en dogma) |
| antaido・rōn-アンタイド・ローン | een lening waarbij niet vastgelegd is waarvoor die gebruikt mag worden |
| antena-アンテナ | antenne (voor ontvangst elektromagnetische golven) |
| antore-アントレ | hoofdgerecht (bij maaltijd) |
| anza-安座 | kleermakerszit; met gekruide benen [de benen over elkaar] zitten |
| anzan-安産 | makkelijke [vlotte] bevalling |
| anzuru-按ずる | zich zorgen maken; ongerust [angstig] zijn |
| anzuru-按ずる | denken; plannen maken; uitdenken; uitvinden |
| anzuru-案ずる | denken; plannen maken; uitdenken; uitvinden |
| anzuru-案ずる | zich zorgen maken; bezorgd [ongerust] zijn |
| an'i-安易 | luchthartigheid; gemakkelijk in de omgang zijn |
| an'itsu-安逸 | op je gemak zijn; ontspannen zijn |
| an'itsu-安逸 | het nietsdoen; het luieren; luiheid; gemakzuchtigheid |
| an'yakōro-暗夜行路 | A Dark Night's Passing, de titel van een roman (1921-1937) van Shiga Naoya |
| an'yaku-暗躍 | geheime manoeuvres |
| aodaishō-青大将 | Japanse ratelslang (Elaphe climacophora) |
| aodatami-青畳 | een nieuwe [verse] tatami (mat) |
| aoi-葵 | (plant) malve; kaasjeskruid; stokroos |
| aoitori-青い鳥 | de blauwe Vogel (oorspronkelijk Frans toneelstuk, L’Oiseau Bleu, geschreven door Maurice Maeterlinck in 1908) |
| aojiru-青汁 | aojiru (Japanse groentesap gemaakt van groene groenten) |
| aokimarikogenshō-青木まりこ現象 | het Mariko Aoki-fenomeen (het verschijnsel dat men een aandrang voelt om te poepen na het betreden van een boekwinkel) |
| aomi-青み | groentegarnering (bij maaltijden) |
| aoru-煽る | bumperkleven (dicht achter iemand rijden) |
| aoyagi-青柳 | de naam van een kleurschema van verschillende kimono lagen die over elkaar gedragen worden (voor de lente) |
| aoyagi-青柳 | het vlees van een schelpdier, de stevige strandschelp bakagai (Mactra chinensis) |
| aozoraichiba-青空市場 | openlucht markt; markt in de open lucht |
| aperitifu-アペリティフ | aperitief(je) ((alcoholhoudend) drankje voor de maaltijd) |
| appuru-アップル | Apple (computerfirma) |
| apuri-アプリ | app; applicatie (computerprogramma) |
| apurikēshon-アプリケーション | applicatie (computerprogramma) |
| apurōchi-アプローチ | approach; benadering; (manier van) aanpak |
| ara-粗 | fout; mankement |
| aradateru-荒立てる | lastig [erger] maken |
| araebisu-荒夷 | wildeman; barbaar (denigrerende term die door mensen in de hoofdstad wordt gebruikt om te verwijzen naar mensen uit het oosten van Japan) |
| arafō-アラフォー | een veertiger; iemand die ongeveer veertig jaar is (vaak gebruikt voor een ongehuwde vrouw van in de veertig) |
| aragonashi-粗ごなし | grof malen; grove voorbereidingen |
| araiageru-洗い上げる | goed [helemaal] wassen |
| arakabe-粗壁 | een muur die (na de eerste laag) nogmaals geschilderd moet worden |
| arakan-阿羅漢 | Arhat; Arahant (In het Boeddhisme iemand die de Verlichting heeft bereikt) |
| aramushiro-粗筵 | los geweven rieten mat |
| arankagiri-あらん限り | alle macht; al het mogelijke; zijn uiterste best; alles bij elkaar |
| arappoi-荒っぽい | ruw; grof; wild; slechtgemanierd |
| araryōji-荒療治 | drastische maatregel [behandeling] |
| arasā-アラサー | een dertiger; iemand die ongeveer dertig jaar is (vaak gebruikt voor een ongehuwde vrouw van in de dertig) |
| araseitō-あらせいとう | violier (Matthiola incana) |
| arasou-争う | strijden; vechten; wedijveren; ruzie maken |
| arataka-灼か | wonderbaarlijk; magisch |
| aratamete-改めて | opnieuw; nogmaals |
| arate-新手 | een nieuwe manier [methode] |
| arau-洗う | wassen; schoonmaken; afspoelen; wegspoelen (door regen, etc.) (goed) wasbaar zijn |
| araundo・fōtī-アラウンド・フォーティー | een veertiger; iemand die ongeveer veertig jaar is (vaak gebruikt voor een ongehuwde vrouw van in de veertig) |
| araundo・sātī-アラウンド・サーティー | een dertiger; iemand die ongeveer dertig jaar is (vaak gebruikt voor een ongehuwde vrouw van in de dertig) |
| arayu-新湯 | (schoon heet water voor) een bad (waar nog niemand in heeft gezeten) |
| arazukuri-粗造り | grof gehakt [gemaakt] |
| are-荒れ | stormachtig [ruw; zwaar] weer |
| arechi-荒れ地 | woestenij; wildernis; niemandsland |
| aremoyō-荒れ模様 | stormachtig zijn [lijken] |
| areru-荒れる | hevige schommelingen (in de markt) vertonen |
| arifureru-有り触れる | gewoon [alledaags; normaal] zijn |
| arigētā-アリゲーター | alligator; kaaiman |
| arika-在処 | verblijfplaats; de plek waar iets [iemand] zich bevindt; plek waar iemand rondhangt; adres |
| arikante-アリカンテ | rood alicante marmer |
| arinsu-ありんす | bestaan; (er) zijn (een oude, beleefde vorm van arimasu, vooral gebruikt door prostituees en courtisanes in het Shin-Yoshiwara-dustrict in Edo) |
| arishi-在りし | gedurende iemands leven |
| arishihi-在りし日 | tijdens iemands leven |
| arittake-有りっ丈 | uit alle macht; (met) maximale inspanning |
| aromaserapī-アロマセラピー | aromatherapie |
| aromaterapī-アロマテラピー | aromatherapie |
| arubaitā-アルバイター | iemand met een bijbaan(tje); parttimer |
| aruchizan-アルチザン | handwerksman; ambachtsman; vakman |
| aruheitō-有平糖 | decoratief (vaak kleurrijk) snoepgoed gemaakt van suiker en zetmeelsiroop (ook vaak als zuurstok of lolly) |
| arumagedon-アルマゲドン | Armageddon |
| arumajiro-アルマジロ | armadillo; gordeldier |
| arumanakku-アルマナック | almanak (kalender) |
| arumanyakku-アルマニャック | Armagnac (provincie in Frankrijk) |
| arupaka-アルパカ | alpaca (bergschaap Lama pacos ); alpaca (wol) |
| arutemisu-アルテミス | Artemis (maangodin) |
| aruto・haideruberuku-アルト・ハイデルベルク | Oud-Heidelberg (Duits romantisch toneelstuk door Wilhelm Meyer-Förster) |
| asadachi-朝立ち | ochtenderectie bij mannen |
| asadora-朝ドラ | Japans televisieserie (drama) uitgezonden in ochtend |
| asagake-朝駆け | een voorbeeld van iets dat gemakkelijk is |
| asaichi-朝市 | ochtendmarkt (een markt die in de ochtend) |
| asameshimae-朝飯前 | heel gemakkelijk; een fluitje van een cent; kinderspel |
| asanebō-朝寝坊 | langslaper; iemand die laat opstaat |
| asaoki-朝起き | iemand die vroeg opstaat |
| asemizuku-汗水漬く | helemaal bezweet zijn; kleddernat van het zweet zijn |
| asenburā-アセンブラー | assembleerprogramma (computer) |
| ashi-悪し | (klassieke vorm van warui) niet goed; geen goede indruk makend; slecht; kwaadaardig; verdorven |
| ashibumisuru-足踏みする | pas op de plaats maken |
| ashibyōshi-足拍子 | (bij podiumkunsten) het ritmisch tikken met de voet; tempo [maat] aangeven met de voet |
| ashide-葦手 | een speelse kalligrafiestijl (gebruikt van de Heian- tot de Kamakura-periode) |
| ashidori-足取り | manier van lopen |
| ashigaru-足軽 | iemand die lichtvoetig is |
| ashigata-足形 | (schoenmakers)leest |
| ashikake-足掛け | term die gebruikt wordt bij het ruim berekenen van jaren, maanden, dagen, etc. |
| ashikuse-足癖 | manier van lopen (van iemand); iemand's loop |
| ashimoto-足下 | stap; pas; manier van lopen |
| ashipen-葦ペン | rieten pen (schrijfpen gemaakt van riet) |
| ashirai-あしらい | behandeling; manier van omgaan met |
| ashishigeku-足繁く | vaak; regelmatig; frequent |
| ashitsuki-足付き | manier van lopen; tred |
| asobiaite-遊び相手 | speelkameraad; speelmakker |
| asobigoto-遊び事 | spel; vermaak; ontspanning; recreatie |
| asobihōkeru-遊び呆ける | de tijd doorbrengen met nutteloos vermaak |
| asōgi-阿僧祇 | een eenheid van getal, 10 tot de macht 51 (in India) of 56 (in China) |
| assari-あっさり | makkelijk; simpel; snel; licht |
| asshi-あっし | (informele, ouderwetse manier om naar zichzelf te verwijzen, gebruikt door mannen) ik |
| asshi-私 | (informele, ouderwetse term, gebruikt door mannen, voor de eerste persoon enkelvoud) ik; mij |
| asukī-アスキー | ASCII, digitale codetabel (American Standard Code for Information Interchange) |
| ataeru-与える | aanbieden; (iemand) voorzien van; betalen |
| atai-私 | (eerste persoon enkelvoud, gebruikt door vrouwen of kinderen uit de kasteelstad (shitamachi), of de demi-monde) ik; mij |
| atamadekkachi-頭でっかち | topzwaar zijn; iemand met een groot hoofd |
| atamagoshi-頭越し | het over iemands hoofd heen gaan; iemand [passeren] buitensluiten |
| atarashigariya-新しがり屋 | trendsetter; nieuwtjesjager; iemand die dol is op nieuwigheden |
| atarazusawarazu-当たらず障らず | zich op de vlakte houden; zich niet blootgeven; zich diplomatiek gedragen |
| atari-当たり | smaak (in de mond) |
| ataribachi-当たり鉢 | (aardewerk) vijzel (om te malen) |
| atarimae-当たり前 | juist; geschikt; vanzelfsprekend; logisch; normaal |
| atariya-当たり屋 | iemand die zich opzettelijk een ongeluk laat overkomen (om schadegeld te claimen) |
| atariya-当たり屋 | (honkbal) goede slagman; slagman in goede vorm |
| atariya-当たり屋 | iemand die succesvol is; iemand die veel geluk heeft (b.v. bij gokken) |
| atasshe-アタッシェ | attaché; diplomaat |
| atasshe・kēsu-アタッシェ・ケース | diplomatenkoffer; attachécase; attachékoffer |
| atataka-暖か | warmte; mildheid [zachtheid] (van klimaat); warme temperatuur |
| atatakai-暖かい | warm; zacht; mild; (weer; klimaat) |
| atebumi-宛文 | een officieel document (met daarin een persoonlijke opdracht of mandaat voor de geadresseerde) |
| atebumi-宛文 | een officieel document waarin een leenheer zijn vazal een stuk (grond)bezit gaf (Kamakura en Muromachi-periode) |
| ateburi-当て振り | (bij het dansen) de gebaren maken die passen bij de (inhoud van de) tekst van het zangstuk |
| ategai-宛てがい | een goede regeling [maatregel; voorziening] |
| atekosuru-当て擦る | insinueren (dat); op een bedekte manier een aantijging maken tegen iem.; onder de dekmantel van een heel ander verhaal tegen iem. een ironische opmerk |
| atekoto-当て言 | iets op een genuanceerde manier zeggen (zonder kwade bedoelingen) |
| ateokonaijō-充行状 | een officieel document waarin een leenheer zijn vazal een stuk (grond)bezit gaf (Kamakura en Muromachi-periode) |
| atetsukeru-当て付ける | insinueren; een hatelijke opmerking maken; hatelijk doen |
| ātifisharu-アーティフィシャル | artificieel; kunstmatig; kunst- |
| atoaji-後味 | nasmaak |
| atoaji-後味 | nasmaak (fig.); slecht gevoel achteraf |
| atokata-跡形 | spoor; overblijfsel; bewijs; bewijsmateriaal |
| atokatazuke-後片付け | het opruimen; afruimen; schoonmaken; op orde brengen |
| atokuchi-後口 | nasmaak |
| atsugari-暑がり | erg gevoelig zijn voor hitte; iemand die niet goed tegen warmte kan |
| atsugeshō-厚化粧 | een dikke laag make-up; zware make-up |
| atsuraemuki-誂え向き | ideaal [heel geschikt] zijn (voor); op bestelling gemaakt |
| atsuryokukei-圧力計 | drukmeter; manometer |
| atsushi-あつし | kleding gemaakt van iepenschors (traditioneel gedragen door de Ainu in Japan) |
| attakai-暖かい | warm; zacht; mild (weer, klimaat) |
| awabinoshi-鮑熨斗 | een smalle strip van gedroogde zeeoor |
| awase-合わせ | combinatie; match; samenbrenging |
| awasu-醂す | de wrange smaak verwijderen uit kaki vruchten |
| awatenbō-慌てん坊 | iemand die haastig [onzorgvuldig; slordig] is |
| awayuki-泡雪 | geleiachtig dessert gemaakt van opgeklopt eiwit, agar en suiker |
| aya-アヤ | (een geluid dat gemaakt wordt bij schrik of ontroering) ah; ojee |
| aya-綾 | (kleine) schommelingen (op de markt) |
| ayakarimono-肖り者 | een geluksvogel; iemand die veel geluk heeft |
| ayakaru-肖る | in iemands geluk delen; dezelfde voordelen genieten |
| ayakashi-あやかし | een No-masker (voor de rol van een geest) |
| ayamaru-誤る | zich (in iets) vergissen; een fout [fouten] maken; een misstap begaan |
| ayamaru-謝る | zich verontschuldigen; excuses aanbieden; zich excuseren (bij iemand voor iets) |
| ayamatsu-過つ | schade toebrengen; iets verpesten [kapot maken] |
| ayamatsu-過つ | een fout maken; zich vergissen |
| ayameru-危める | iemand verwonden [vermoorden] |
| ayamodoshi-アヤ戻し | pullback, een tijdelijke prijsverhoging terwijl de markt blijft dalen |
| ayaoshi-アヤ押し | pushback, een tijdelijke prijsdaling terwijl de markt in een opwaartse trend zit |
| ayatsuriningyō-操り人形 | marionet; (Bunraku) pop |
| ayatsuru-操る | hanteren; bedienen; manipuleren |
| ayumu-歩む | doormaken; ervaren; (het levenspad) belopen [begaan; volgen]; verrichten (studie, e.d.) |
| azekura-校倉 | pakhuis (op palen) met wanden gemaakt van horizontaal gestapelde boomstammen |
| azukarishiru-与り知る | op de hoogte zijn van; zich bewust zijn van; beseffen; betrokken zijn bij; te maken hebben met |
| azuke-預け | het in bewaring geven van iets; iets toevertrouwen aan iemand; iemand vragen om op te passen (b.v. op een baby); iemand de zorg geven over |
| azukeru-預ける | (iem.) vragen iets te doen; aan iemand's zorg toevertrouwen; iets aan iemand overlaten |
| azukeru-預ける | (iets aan iemand) toevertrouwen [in bewaring geven]; (geld) deponeren (bij een bank) |
| azumakōto-東コート | Azuma-jas (die over een kimono gedragen wordt) |
| azumaotoko-東男 | een man uit Edo, Kanto regio (werd beschouwd als sterk en mannelijk) |
| azusa-梓 | een ereboog [poort] gemaakt van catalpahout |
| a'nekumēne-アネクメーネ | gebieden op aarde die door extreme omstandigheden (droogte, hitte, hoogte, etc.) niet permanent door mensen bewoond kunnen worden |
| ba-ば | zo (zeer) als; naarmate; in dezelfde mate als |
| baa-ばあ | (onomatopee) troostend geluid (voor een kind) |
| baba-祖母 | oma; grootmama |
| badachi-場立ち | effectenhandelaar; beursmakelaar |
| bagu-バグ | software bug; computer bug (foutje in computerprogramma) |
| bahama-バハマ | de Bahama's |
| bai-倍 | twee keer [maal]; het dubbele |
| bai-倍 | keer [maal]; -voud |
| bai-貝 | draaitol (traditioneel gemaakt van de Japanese Babylon schelp) |
| baijō-陪乗 | het instappen [samenreizen] (in auto, boot, e.d., met iemand die hoger in rang is) |
| baikingu-バイキング | Viking; Noorman |
| baikorojī-バイコロジー | fiets ecologie (beter klimaat door meer fietsen) |
| baimei-売名 | reclame maken voor jezelf; iets doen omwille van de publiciteit; publiciteit zoeken |
| baindā-バインダー | schovenbinder (landbouwmachine) |
| baindā-バインダー | map; omslag; ringband |
| bainiku-梅肉 | het vruchtvlees [de moes; de pulp] van umeboshi (ingemaakte pruimen) |
| baiomasu-バイオマス | biomassa |
| baiseki-陪席 | bijwoning; deelname (met iemand hoger in rang) |
| baito-バイト | byte (eenheid van informatie bestaande uit 8 bits) |
| baizai-媒材 | kunstmedium; (een van de) gebruikte [toegepaste] materialen in de kunst |
| bājin-バージン | maagd |
| bakagai-馬鹿貝 | schelpdier (Mactra chinensis) |
| bakari-ばかり | (in de uitdrukking: bakari ni): (het kwam) alleen maar door(dat)...; slechts vanwege; eenvoudigweg omdat |
| bakari-ばかり | (geeft aan dat iets is gelimiteerd tot en bepaalde handeling [plaats; ding]): slechts, alleen (maar) |
| bakarika-ばかりか | niet alleen (maar), niet slechts |
| bakashōjiki-馬鹿正直 | overdreven eerlijk; eerlijk op een naïeve manier |
| bakazura-馬鹿面 | een domme blik op iemands gezicht |
| bakka-幕下 | vazal; leenman |
| bakkashi-ばっかし | ongeveer; slechts; alleen maar |
| bakku・sukurīn-バック・スクリーン | een donker scherm achter het middenveld in een honkbalstadion (zodat de slagman duidelijker het veld kan overzien) |
| bakugatō-麦芽糖 | maltose; moutsuiker |
| bakuro-暴露 | openbaarmaking; openbaring; ontmaskering |
| ban-判 | (in kanji combinaties) zegel; stempel; papierformaat; oordeel |
| ban-晩 | het avondeten; de avondmaaltijd |
| bangai-番外 | een extra [buitengewone] editie, voorstelling, maat, etc.]; een uitzonderlijk [ongewoon] iets |
| bangasa-番傘 | een paraplu gemaakt van bamboe en geolied papier |
| bangohan-晩御飯 | diner; avondmaaltijd; avondeten |
| bangumi-番組 | programma (TV, etc.) |
| banjin-蛮人 | barbaar; wildeman; onbeschaafd mens |
| banka-蕃茄 | tomaat |
| banketto-バンケット | banket; feestmaal |
| banmeshi-晩飯 | diner; avondmaaltijd; avondeten |
| bannō-万能 | almachtig; omnipotent |
| banshoku-伴食 | iemand die wel de titel [naam] heeft maar niet de daarbij behorende bevoegdheden |
| banshoku-晩食 | avondeten; avondmaal; diner |
| banshoku-晩食 | het 's avonds [laat] eten; de maaltijd 's avonds [laat] eten |
| banshū-晩秋 | 9de maand in de maankalender (ca. oktober) |
| banshun-晩春 | derde maand van de (oude) maankalender |
| bantō-晩稲 | rijstsoort die later rijp is normaal |
| banzen-万全 | grondigheid; volledigheid; volmaaktheid; perfectie |
| banzuke-番付 | ranglijst (sumo); programma (theater) |
| barabara-ばらばら | (onomatopee) verspreid; uit elkaar; los; in stukken |
| baraetībangumi-バラエティー番組 | variété (tv) programma |
| baramonkyō-バラモン教 | brahmanisme |
| baransu・obu・pawā-バランス・オブ・パワー | machtsevenwicht |
| baren-馬簾 | lange stroken papier of leer bevestigd aan een matoi (standaard) |
| barikan-バリカン | tondeuse; kappersschaar (merknaam Bariquand et Marre) |
| baryū・enjiniaringu-バリュー・エンジニアリング | waardeanalyse (een systematische methode om de waarde van projecten, processen of diensten te verbeteren) |
| basabasa-ばさばさ | (onomatopee) geritsel; ritselend |
| bashin-婆心 | sterke [overdreven] bezorgdheid; grote aandacht voor iemands welzijn] |
| bashō-芭蕉 | (Matsuo) Bashō (naam van een Japanse haiku dichter, 1644-1694) |
| bashoku-馬謖 | Ma Su, een Chinese generaal (190 - 228), die leefde in Shu Han tijdens de Drie Koninkrijken periode (221 - 280) |
| bassoku-罰則 | straf; strafbepaling; strafmaatregel |
| basuketto-バスケット | mand; korf |
| basurōbu-バスローブ | badjas; badmantel; kamerjas |
| batabata-ばたばた | (onomatopee) fladderend; flappend; rammelend; kletterend |
| batachi-場立ち | beurshandelaar; effectenmakelaar |
| bāten-バーテン | barkeeper; barman |
| bātendā-バーテンダー | barkeeper; barman |
| baton-バトン | dirigeerstok; tamboer-majoorstok |
| baton・gāru-バトン・ガール | majorette |
| baton・towarā-バトン・トワラー | majorette |
| batsuichi-バツイチ | Iemand die 1 keer gescheiden is |
| battā-バッター | (honkbal) slagman |
| battari-ばったり | (onomatopee) vallend met een doffe klap [met een knal] |
| battera-バッテラ | sushi van een plak makreel op samengedrukte rijst |
| bauhausu-バウハウス | Bauhaus (Hogeschool voor architectuur, opgericht in 1919 in Weimar) |
| bazā-バザー | bazaar; rommelmarkt |
| bedowin-ベドウィン | bedoeïen (rondtrekkende nomade een de woestijn) |
| beigun-米軍 | het Amerikaanse leger; de Amerikaanse krijgsmacht [troepen] |
| beki-冪 | exponent; macht (in wiskunde) |
| benchimākingu-ベンチマーキング | het benchmarken; benchmarking |
| benchimāku-ベンチマーク | benchmark |
| bengaku-勉学 | studie; het ijverig [hard] studeren (niet noodzakelijkerwijs bij educatieve instellingen; zelfontwikkeling met een meer persoonlijk studieprogramma) |
| bengi-便宜 | gemak; voordeel |
| bengiteki-便宜的 | passend; doelmatig; opportuun; voordelig |
| benishōga-紅生姜 | pickles van rode reepjes gember (ingemaakt in azijn) |
| benkei-弁慶 | Benkei, een beroemde krijger uit de Kamakura-periode |
| benpō-便法 | een handige manier [methode]; snelle oplossing; uitweg |
| benri-便利 | gemak; handigheid; geschiktheid |
| benrishi-弁理士 | octrooigemachtigde |
| bentō-弁当 | een bentobox (met voorverpakte maaltijd) |
| beppō-別法 | een andere [verschillende; alternatieve] werkwijze [methode; manier van doen] |
| berobero-べろべろ | (onomatopee) gelik; likkend |
| berobero-べろべろ | (onomatopee) stomdronken |
| bēru-ベール | sluier; dekmantel |
| besshō-蔑称 | een kleinerende [denigrerende] benaming (voor iemand of iets); belediging |
| beta-べた | (helemaal) bedekt [opgevuld; afgedekt] zijn |
| betabeta-べたべた | (onomatopee) kleverig; plakkerig |
| betabeta-べたべた | (onomatopee) dicht op elkaar |
| betabore-ベタ惚れ | stapeldol [stapelgek] op iemand; waanzinnig verliefd |
| betsudōtai-別働隊 | afzonderlijke [aparte] legereenheid (los van de hoofdmacht opererend) |
| betsujin-別人 | een andere persoon; iemand anders; een veranderd persoon |
| betto-別途 | een andere weg [richting]; een andere manier; extra- |
| bīban-ビー判 | B (serie) papierformaat |
| biburiomania-ビブリオマニア | bibliomanie (verzotheid op boeken) |
| bidanshi-美男子 | een knappe man; adonis |
| bifū-美風 | een goede gewoonte; goede manieren |
| bijinesuman-ビジネスマン | zakenman |
| bijōfu-美丈夫 | een goed uitziende [knappe] man |
| bijuaru・komyunikēshon-ビジュアル・コミュニケーション | visuele communicatie (het gebruik van visuele elementen om ideeën en informatie over te brengen) |
| bika-美化 | verfraaiing; het mooier maken |
| bikei-美形 | een knappe [mooie] man [vrouw] |
| bikko-跛 | een kreupele; iemand die mank is |
| bikko-跛 | mankheid; kreupelheid |
| bikkuri-びっくり | (onomatopee) verbaasd; verbijsterd; geschrokken |
| bikō-備荒 | voorzorgsmaatregelingen (voor rampen en calamiteiten) |
| bikuni-比丘尼 | (Kamakura- en Muromachi-periode) rondreizende vrouwelijke entertainer (die optrad verkleed als non); prostituee |
| bimi-美味 | goede [lekkere; heerlijke] smaak |
| bimokushūrei-眉目秀麗 | (meestal van mannen) knap uiterlijk; er goed uitzien |
| binan-美男 | een knappe man (van uiterlijk) |
| bīnbōru-ビーンボール | beanball (bij honkbal, een gevaarlijke bal die een werper opzettelijk naar het hoofd van de slagman gooit) |
| binjō-便乗 | opportuniteit; het gebruik maken van; profiteren |
| bīretsuhonban-B列本判 | standaard Japans papierformaat (765 x 1085 mm) |
| biriken-ビリケン | Billiken (een beeldje gemaakt door de Amerikaanse kunstenaar Florence Pretz uit Kansas City, Missouri) |
| biruma-ビルマ | Birma |
| biru・burōkā-ビル・ブローカー | wisselmakelaar; valutamakelaar |
| bishibishi-びしびし | (onomatopee) streng; genadeloos; meedogenloos |
| bishibishi-びしびし | (onomatopee) het geluid van klappen [slaan; snuiven] |
| bishō-美粧 | mooie opmaak [make-up; opschik; kledij] |
| bisōjutsu-美爪術 | goede verzorging van nagels; manicure; pedicure |
| bisshori-びっしょり | (onomatopee) doorweekt |
| bisuta・kā-ビスタ・カー | panorama wagon (van trein, met mooi uitzicht) |
| bō-某 | (gebruikt door mannen voor) ik; mij |
| bodaisatta-菩提薩埵 | een bodhisattva (een wezen dat streeft naar verlichting en het bereiken van het boeddhaschap, maar deze uitstelt om eerst anderen te kunnen helpen) |
| bodō-母堂 | (beleefde term voor) de moeder van iemand anders; uw [zijn; haar] moeder |
| bōdokumasuku-防毒マスク | gasmasker |
| bōdokumen-防毒面 | gasmasker |
| bōekigaisha-貿易会社 | handelsfirma; handelsonderneming |
| bōfu-亡夫 | overleden echtgenoot [man] |
| bōfū-暴風 | stormachtige [harde] wind; storm |
| bōfū-防風 | (afk. voor hamabōfu) plant, Glehnia littoralis (seizoenwoord voor de lente) |
| bōgetsu-某月 | een bepaalde maand |
| bōihanto-ボーイハント | het op zoek [jacht] gaan naar een jongen [man; vrijer]; het oppikken [versieren] van een jongen [man; vrijer] |
| boikotto-ボイコット | boycot; uitsluiting van maatschappelijk of handelsverkeer |
| boin-拇印 | duimafdruk |
| boin-母印 | duimafdruk (op een verklaring, i.p.v. het persoonlijk naamstempel) |
| bokkon-墨痕 | inktmarkering; inktspoor; handschrift |
| bokkusu-ボックス | (bij honkbal) gebied waar de catcher en de slagman zich bevinden; (bij voetbal) het strafschopgebied |
| bokkusu・sutoa-ボックス・ストア | een winkel waar men producten goedkoop kan aanbieden door ze niet in vakken te zetten, maar ze in de verpakkingsdozen in de winkel te laten staan |
| bokō-母校 | alma mater; iemands oude school |
| boku-僕 | ik; mij (alleen gebruikt door mannen, tegen gelijken of ondergeschikten) |
| bōkun-亡君 | (iemands) overleden meester [heer] |
| bokutachi-僕達 | wij; ons (alleen gebruikt door mannen, tegen gelijken of ondergeschikten) |
| bōman-暴慢 | arrogantie; brutaliteit; ongemanierdheid; schaamteloosheid |
| bon-梵 | brahmaan; Brahma |
| bongan-凡眼 | (door) de ogen van een leek [amateur]; lekenoog; lekenoordeel |
| bonge-凡下 | een gewoon [alledaags; middelmatig] persoon |
| bonge-凡下 | gewoonheid, alledaagsheid; middelmatigheid |
| bonjin-凡人 | eenvoudige burgers; het gewone volk; een middelmatige persoon |
| bonpu-凡夫 | (arch.) analfabeet; ongeletterd iemand |
| bonpu-凡夫 | (boeddh.) iemand die niet de boeddhistische leer kent [volgt], en gebonden is door aardse verlangens |
| bonryo-凡慮 | de gewone mens; middelmatige persoon |
| bonsai-凡才 | een persoon met matige vaardigheid [bekwaamheid] |
| bonsai-凡才 | middelmatigheid; matige vaardigheid [bekwaamheid] |
| bontai-凡退 | (honkbal) het uitgooien van een slagman |
| bonten-梵天 | (hindoe) Brahma(n) |
| bonzoku-凡俗 | gewoon [alledaags; middelmatig] zijn |
| bonzoku-凡俗 | gewone mensen; een middelmatige persoon |
| bon'yō-凡庸 | middelmatigheid |
| boroboro-ぼろぼろ | (onomatopee) het vallen van druppels [stukjes]; brokkelig (worden); vergaan [versleten] raken; gerafeld worden |
| bōruban-ボール盤 | boormachine |
| bosatto-ぼさっと | (onomatopee) afwezig; verstrooid; nietsdoend; nutteloos |
| bōseki-紡績 | het (machinaal) spinnen (van garen) |
| bōsekiki-紡績機 | spinmachine |
| bōsekikikai-紡績機械 | spinmachine |
| bōshoku-暴食 | vraatzucht; gulzigheid; onmatigheid bij het eten |
| boshun-暮春 | derde maand van de (oude) maankalender |
| bōsun-ボースン | bootsman (onderofficier op een schip) |
| bosutōku-ボストーク | Vostok, Sovjet-bemande kunstmatige satelliet (in 1961 voor het eerst gelanceerd) |
| botabota-ぼたぼた | (onomatopee) druppelend; in dikke druppels [vlokken] vallend |
| botchan-坊ちゃん | een jongeman (zonder levenservaring en beschermd opgegroeid) |
| botomuappu-ボトムアップ | een managementsysteem van een organisatie [bedrijf] waarin beslissingen worden genomen op initiatief van de basis [lagere overheden of werknemers] |
| botsushumi-没趣味 | smakeloosheid; gebrek aan smaak [manieren]; vulgair [alledaags] zijn |
| boyaboya-ぼやぼや | (onomatopee) afwezig; verstrooid; nietsdoend; nutteloos |
| bu-武 | legermacht |
| bubunshoku-部分食 | gedeeltelijke verduistering (van zon of maan) |
| buchikomu-打ち込む | (iets) gooien [werpen] in; iemand in de gevangenis gooien |
| buchōhō-不調法 | achteloosheid; onhandigheid; ontoereikendheid; gebrek aan manieren [kennis] |
| budan-武断 | militarisme; militaire macht [bestuur] |
| bugaisha-部外者 | buitenstaander; iemand buiten de (eigen) groep |
| bugen-誣言 | smaad; valse beschuldiging |
| bugyō-奉行 | (Edo-periode)| magistraat van de shogun |
| bui-武威 | militaire macht [kracht; prestige] |
| bujokuteki-侮辱的 | beledigend; kwetsend; aanstootgevend; smadelijk |
| bujokuzai-侮辱罪 | smaad; laster |
| būke-ブーケ | (van wijn) bouquet; geur; aroma |
| buki-武器 | wapen (fig.); sterke punt (van iemand) |
| bukoku-誣告 | valse beschuldiging; smaad; laster |
| bun-分 | mate; omstandigheid |
| bunchi-文治 | burgerlijke macht; civiel bestuur |
| bundai-文題 | hoofdthema [onderwerp] (van een boek, gedicht, opstel, e.d.) |
| bunin-夫人 | vrouw [echtgenote] (van een edelman) |
| bunin-無人 | onderbemand; aderbezetting; met te weinig personeel |
| bunkai-分解 | ontmanteling; opsplitsing; ontbinding |
| bunko-文庫 | paperback in klein formaat; pocketboek |
| bunkobon-文庫本 | pocketboek (paperback in klein formaat) |
| bunpō-文法 | grammatica; spraakleer |
| bunpōteki-文法的 | grammaticaal |
| bunshiryō-分子量 | moleculaire massa; molecuulmassa |
| bunsōō-分相応 | overeenkomstig [in verhouding met] iemand's status [positie; middelen] |
| bunten-文典 | een grammaticaboek |
| buonfuresuko-ブオンフレスコ | Buon fresco is een fresco-schildertechniek (waarbij alkalibestendige pigmenten, vermalen in water, worden aangebracht op nat gips) |
| buotoko-醜男 | een lelijke [onaantrekkelijke] man |
| buppōsō-仏法僧 | de drie boeddhistische juwelen [schatten], n.l. Boeddha, Dharma (de boeddhistische leer), en Sangha (de boeddhistische gemeenschap) |
| buraddi・mearī-ブラッディー・メアリー | bloody mary (cocktail van wodka met tomatensap) |
| burafuman-ブラフマン | brahmaan |
| burakku・jānarizumu-ブラック・ジャーナリズム | zwarte journalistiek (met onthullende geheime informatie) |
| burakku・māketto-ブラック・マーケット | zwarte markt |
| burakku・mandē-ブラック・マンデー | Zwarte Maandag (beurscrisis op maandag 19 oktober 1987) |
| buranchi-ブランチ | brunch; gecombineerde ontbijt-lunch maaltijd |
| burando・imēji-ブランド・イメージ | merkbeeld; merk imago |
| burando・shea-ブランド・シェア | merk-marktaandeel (het aandeel in de markt van een bepaald merk) |
| buranmanje-ブランマンジェ | blanc‐manger, soort gelatine pudding met amandelen |
| bure-ぶれ | kleine (vaak onbedoelde) beweging met de camera, waardoor een bewogen [onscherpe] foto [opname; video] wordt gemaakt |
| burei-無礼 | onbeleefdheid; ongemanierdheid; onbeschaafdheid |
| buri-振り | stijl; manier; pose; doen alsof |
| buri-鰤 | (volwassen) geelvinmakreel (Seriola quinqueradiata) |
| burōkā-ブローカー | makelaar; tussenpersoon; tussenhandelaar |
| burōnīban-ブローニー判 | 120 film (formaat filmrolletje), voor het eerst gemaakt voor de Brownie No.2 camera van Eastman Kodak (1901) |
| burudōzā-ブルドーザー | bulldozer; grondverzetmachine |
| burujoa-ブルジョア | burger; iemand uit de middenklasse |
| buruku・mēru- バルク・メール | bulkmail (vele mailberichten tegelijk verstuurd naar verschillende mailboxen) |
| burū・karā-ブルー・カラー | arbeider; iemand die in een fabriek of werkplaats werkt |
| busahō-無作法 | onbeleefdheid; slechte manieren; inbreuk op de etiquette |
| bushitsuke-不躾 | lomp; ongemanierd; onbeschaafd; onbeschaamd; brutaal |
| bushitsukemono-不躾者 | een lompe [ongemanierde; onbeschaafde; onbeschaamde; brutale; onbeschofte] persoon |
| busho-部署 | (iemands) baan; betrekking; afdeling; post |
| bussheru-ブッシェル | inhoudsmaat (voor vloeistof 36,369 l.) |
| busshi-仏師 | maker [beeldhouwer] van boeddhistische beelden |
| busshin-物神 | materie en geest [ziel] |
| busshitsushugi-物質主義 | materialisme |
| busshitsuteki-物質的 | stoffelijk; materieel |
| bussho-仏所 | werkplaats waar boeddhistische beelden worden gemaakt |
| busshuman-ブッシュマン | Bosjesman (lid van een dwergstam in Afrika) |
| busubusu-ぶすぶす | (onomatopee) mopperend; tegensputterend; klagend; smeulend |
| busui-無粋 | onbeschaaftheid; tactloosheid; slechte smaak |
| butakusa-豚草 | alsemambrosia (plant, Ambrosia artemisiifolia) |
| butchigiri-ぶっちぎり | een ruime overwinning; met groot verschil winnen; demarrage |
| butchigiru-打っ千切る | met een ruime marge winnen (m.n. bij paardenraces) |
| butsuryū-物流 | het vervoer van goederen van de producent naar de consument (verpakken, laden, lossen, vervoer, opslag van goederen, alsmede informatie-verstrekking) |
| butsutekiryūtsū-物的流通 | het vervoer van goederen van de producent naar de consument (verpakken, laden, lossen, vervoer, opslag van goederen, alsmede informatie-verstrekking) |
| butsuyoku-物欲 | materialisme; hebzucht; hebberigheid |
| butteki-物的 | materieel; tastbaar |
| buttekishōko-物的証拠 | fysiek [tastbaar] bewijsmateriaal |
| byōdō-廟堂 | mausoleum; een plaats waar de geesten van voorouders worden aanbeden |
| byōma-病魔 | een boze god [demon] die mensen ziek maakt |
| byuretto-ビュレット | buret (glazen maatbuisje) |
| chakasu-茶化す | de spot drijven (met); de draak steken (met); belachelijk maken |
| chako-チャコ | krijt; krijtje voor het markeren van stoffen |
| chakuchaku-着着 | gestaag; stap voor stap; langzaam maar zeker |
| chakufukusuru-着服する | verduisteren; zich iets toe-eigenen; iets verdonkeremanen; achteroverdrukken |
| chama-ちゃま | (variant van sama; gehecht aan de naam van [of verwijzing naar] een persoon, drukt respect uit) meneer; mevrouw |
| chame-茶目 | ondeugd; deugniet; grappenmaker |
| chami-茶味 | de smaak van vers gezette groene thee |
| chāmingu-チャーミング | charmant; bekoorlijk; aantrekkelijk |
| chanoko-茶の子 | tussendoortje [lichte maaltijd] tijdens het werk voor het ontbijt (zoals in een boerenbedrijf) |
| charin-ちゃりん | (onomatopee) gerinkel; getinkel |
| charitī・bazā-チャリティー・バザー | liefdadigheidsmarkt; liefdadigheidsbazaar |
| chazuke-茶漬け | eenvoudige maaltijd |
| chekkumeito-チェックメイト | schaakmat |
| chekku・ando・baransu-チェック・アンド・バランス | controle en evenwicht in de machtsverhoudingen van een politiek bestel |
| cherenkofukōka-チェレンコフ効果 | Tsjerenkov-effect (elektromagnetische straling) |
| cherī・tomato-チェリー・トマト | kerstomaat; cherrytomaat |
| chi-値 | numerieke maat |
| chibutsu-地物 | alle natuurlijke en door de mens gemaakte elementen in een landschap (zoals bossen, rivieren, (spoor)wegen, huizen, e.d.) |
| chiesha-知恵者 | een wijze man [vrouw]; een slimme persoon |
| chīfu・mēto-チーフ・メート | eerste stuurman |
| chigaeru-違える | zich vergissen; een fout maken |
| chigaidana-違い棚 | planken die niet precies boven (of naast) elkaar zijn gemonteerd maar verspringen (deels overlappend) |
| chihōbunken-地方分権 | decentralisatie van de macht (bestuurlijke bevoegdheden bij lokale overheden) |
| chiikineko-地域猫 | buurtkat; straatkat (een kat die niet van één eigenaar is, maar van meerdere bewoners gezamenlijk) |
| chikan-痴漢 | dwaze [domme] man |
| chikan-痴漢 | aanrander; perverse [handtastelijke] man |
| chikara-力 | kracht; energie; macht; vermogen |
| chikaraippai-力一杯 | met man en macht; met alle [uiterste] kracht |
| chikaramakase-力任せ | met al zijn kracht; uit alle macht |
| chikaramakesuru-力負けする | verliezen door overmacht |
| chikaramochi-力持ち | sterke [gespierde] man |
| chikarashigoto-力仕事 | (zwaar) lichamelijk werk; mankracht |
| chikazuki-近づき | kennis; kennismaking; vriendschap |
| chikin・raisu-チキン・ライス | gerecht van kip met gebakken rijst en tomatensaus |
| chikku-チック | pommade; haarplakmiddel |
| chikuro-チクロ | Natriumcyclamaat |
| chikurō-竹籠 | bamboemand |
| chikusatsu-畜殺 | het afslachten [afmaken] (van vee) |
| chikusuijitsu-竹酔日 | 13 mei (maankalender), de dag waarop traditioneel in China bamboe werd geplant (lett. dronken bamboe-dag) |
| chikuwa-竹輪 | Japans (hol, buisvormig) voedingsproduct (gemaakt van o.a. gepureerde vis, zout, suiker, eiwit en zetmeel) |
| chikyō-地峡 | landengte; istmus; smalle strook land |
| chin-朕 | (gebruikt als keizerlijke zelfaanduiding) ik (of pluralis majestatis) wij |
| chinchikurin-ちんちくりん | (te) klein [kort; ondermaats] zijn |
| chinōhan-知能犯 | misdrijven met gebruik van informatie (zonder geweld); criminaliteit met intellectueel eigendom; witteboordencriminaliteit |
| chinshasuru-陳謝する | zich verontschuldigen; excuses maken [aanbieden] |
| chinuru-血塗る | iemand doden (met een zwaard) |
| chiryōsuru-治療する | genezen; helen; beter maken; medisch behandelen; medische zorg geven |
| chisha-知者 | een wijze; een wijs persoon; iemand met veel kennis en inzicht |
| chishiki-知識 | kennis; informatie; begrip; wetenschap |
| chishitsu-知悉 | complete [volledige] kennis [informatie] |
| chisō-馳走 | feestmaal; voortreffelijk gerecht |
| chittomo-ちっとも | (met ontk.) helemaal niet |
| chiyahoya-ちやほや | (onomatopee) ophemelend; ophef makend (over); verwennend |
| chōbatsu-懲罰 | reprimande; disciplinaire maatregel |
| chōchin'ya-提灯屋 | lantaarnwinkel; lantaarnmaker |
| chōda-長打 | (honkbal) (lange) honkslag (waarbij de slagman meerdere honken kan bereiken) |
| chōei-澄瑩 | (volmaakt) helder en duidelijk |
| chōga-頂芽 | eindknop; apicale knop (het primaire, dominante, groeipunt is aan de punt van de stengel of tak van de plant) |
| chōjin-超人 | superman (filmheld) |
| chōjin-超人 | supermens; iemand met uitzonderlijke krachten [talenten; vaardigheden] |
| chōka-町家 | handelshuis; koopmanshuis; familie van handelaren |
| chōkai-懲戒 | disciplinaire straf (maatregel); bestraffing; sanctie; tuchtiging |
| chōkaku-弔客 | iemand die een begrafenis bijwoont; iemand die komt condoleren |
| chokkan-直諫 | berisping; terechtwijzing; vermaning (van een hoger geplaatste persoon door een lager geplaatste persoon) |
| chokuchoku-ちょくちょく | vaak; dikwijls; regelmatig; frequent; geregeld |
| chokudai-勅題 | het onderwerp [thema] voor de Nieuwjaars poëziewedstrijd |
| chōmiryō-調味料 | smaakstof; kruiderij; condiment |
| chonbo-ちょんぼ | (Mahjong) een mogelijk winnende steen verkeerd leggen |
| chōnōryoku-超能力 | paragnosie; paranormale begaafdheid; buitenzintuiglijke waarneming |
| chōreibokai-朝令暮改 | inconsequent [inconsistent; onsamenhangend; veranderlijk] gedrag [beleid]; onlogische maatregelen |
| chorochoro-ちょろちょろ | (onomatopee) druppelend; flikkerend; dartelend; snel [licht] bewegend |
| choroi-ちょろい | eenvoudig; gemakkelijk; simpel (van geest) |
| chōsanrishi-張三李四 | gewone mensen; mensen zonder status; Jan en alleman |
| choshi-楮紙 | een soort Japans papier (washi) gemaakt van de vezels uit de schors van de papiermoerbeiboom |
| chōshi-調子 | manier; stijl; stemming |
| chōshizen-超自然 | occultisme; transcendentie; bovennatuurlijkheid; paranormaliteit |
| chōshuritsu-聴取率 | cijfer dat de luisterdichtheid van, en waardering voor radioprogramma's aangeeft |
| chōteki-朝敵 | een vijand van het hof; iemand die tegen de keizer keert |
| chōyō-重陽 | Chrysanten Festival (9 sept. volgens de maankalender) |
| chozōko-貯蔵庫 | pakhuis; opslagplaats; magazijn |
| chozōshitsu-貯蔵室 | opslagruimte; magazijn; voorraadkamer; bergruimte |
| chūbi-中火 | gematigde hitte; middelmatige vuur |
| chūdō-中道 | (gulden) middenweg; halfweg; halverwege; gematigdheid |
| chūgata-中形 | middelgrote maat; medium; middelgroot; middenklasse |
| chūgen-中元 | de 15de dag van de 7de maand (van de maankalender), de laatste dag van het Obon festival |
| chūgiri-中限 | levering de volgende maand |
| chūhai-酎ハイ | shochu highball, Japanse cocktail (oorspronkelijk shōchū met koolzuurhoudend water en citroen, tegenwoordig ook met wodka en in allerlei smaken) |
| chūkenkigyō-中堅企業 | middelgrote onderneming [firma] |
| chūkōki-中耕機 | grondbewerkingsmachine; cultivator |
| chūkon-中根 | (boeddh.) iemand met een middelmatig spiritueel talent [vermogen] om het Boeddhisme optimaal te kunnen bestuderen [volgen] |
| chūniku-中肉 | een middelgroot [middelmatig] postuur |
| chūniku-中肉 | vlees van middelmatige kwaliteit |
| chūnikuchūzei-中肉中背 | een middelgroot [middelmatig] postuur |
| chūnnappu-チューンナップ | het beter afstellen [optimaliseren] (van een auto, computer, etc.) |
| chūn'appu-チューンアップ | het beter afstellen [optimaliseren] (van een auto, computer, etc.) |
| chūō-中央 | centrum (van de macht, etc.); hoofdstad |
| chūōshūken-中央集権 | centralisatie van de macht; centraal gezag |
| chūsei-中性 | onzijdigheid (grammatica) |
| chūshin-忠臣 | (vanaf de Heian periode, een ander woord voor 准大臣) iemand die de taken van de hoofdstaatsdienaar kan behartigen |
| chūshō-中傷 | laster; belastering; kwaadsprekerij; zwartmakerij |
| chūshoku-昼食 | lunch; middagmaal |
| chūshōsuru-抽象する | abstraheren; abstract maken |
| chūshū-中秋 | middenin [in het midden van] de herfst (de 15de dag van de 8ste maand van de maankalender) |
| chūtai-中退 | voortijdig de school verlaten; de schoolopleiding niet afmaken |
| chūtaichō-中隊長 | compagniecommandant |
| chūyō-中庸 | de (gulden) middenweg; matigheid; de weg van het midden |
| dabi-荼毘 | crematie |
| dabudabu-だぶだぶ | (onomatopee) flodderig; slobberig; afzakkend; los hangend; klotsend |
| daburu-ダブる | nagemaakt [gedupliceerd; verdubbeld] worden |
| daburu・baindo-ダブル・バインド | dilemma |
| dafu-懦夫 | een lafaard; een timide [bange] man |
| daga-だが | maar; echter |
| dageki-打撃 | slag van een slagman bij honkbal |
| dai-題 | onderwerp; thema |
| daiaguramu-ダイアグラム | diagram; grafiek; schema; dienstregeling (trein, e.d.) |
| daiben-代弁 | woordvoerder; spreker (bij volmacht, namens iemand anders) |
| daibensha-代弁者 | woordvoerder (m); woordvoerster (v); zegsman |
| daichi-大知 | een wijze; een wijs man |
| daichōkeishitsushō-大腸憩室症 | diverticulose; diverticulosis (darmaandoening) |
| daida-代打 | (honkbal) pinchhitter; (sterke) vervangende slagman in de kritieke fase van de wedstrijd |
| daidasha-代打者 | (honkbal) pinchhitter; (sterke) vervangende slagman in de kritieke fase van de wedstrijd |
| daiei-題詠 | (het componeren van) een gedicht met een bepaald thema |
| daigakuin-大学院 | postgraduate opleiding (na behalen van de master graad) |
| daigakuinsei-大学院生 | masterstudent; PhD-student |
| daihō-大法 | leer [doctrine] van het Mahayana boeddhisme (het grote voertuig) |
| daiichijisangyō-第一次産業 | primaire industry (landbouw, bosbouw en visserij) |
| daijin-大尽 | iemand die veel geld uitgeeft aan (wilde) uitspattingen |
| daijin-大尽 | miljonair; rijkaard; magnaat |
| daijō-大乗 | (stroming in het boeddhisme) Mahayana (het grote voertuig) |
| daika-台下 | (eretitel van een edelman) edelachtbare |
| daikan-代官 | magistraat; (plaatsvervangend) overheidspersoon [ambtenaar] |
| daikichi-大吉 | veel geluk [mazzel; voorspoed] |
| daikō-乃公 | (arch.; arrogant taalgebruik van mannen) ik; mij |
| daikokuten-大黒天 | Daikokuten (Mahākāla), god van rijkdom en handel (meestal afgebeeld met een houten hamer), 1 van de 7 geluksgoden uit de Japanse mythologie |
| daikotsuban-大骨盤 | het grote bekken (pelvis major) |
| daiku-大工 | timmerman |
| daimoku-題目 | onderwerp; titel; thema |
| daimyōryokō-大名旅行 | een luxueuze [dure] reis maken; reizen in weelde |
| dainichinyorai-大日如来 | Mahavairocana (in het Japans Esoterisch Boeddhisme de hoogste Boeddha van de Kosmos) |
| dainiminamatabyō-第二水俣病 | Niigata Minamataziekte (de tweede minimataziekte) |
| dainin-代人 | tussenpersoon; gevolmachtigde; plaatsvervanger |
| dainingu-ダイニング | maaltijd; diner |
| daino-大の | een zelfstandig iemand die zowel fysiek als mentaal volwassen is |
| dainotsuki-大の月 | een lange maand (die 31 dagen telt volgens de zonnekalender, en 30 volgens de maankalender) |
| daiō-大王 | eretitel voor een (machtige) koning |
| dairekuto・māketingu-ダイレクト・マーケティング | (agressieve) verkoop via telefoon, direct mail, etc. |
| dairiseki-大理石 | marmer |
| dairisekiban-大理石板 | marmerplaat; stuk marmer |
| daisensei-大先生 | humoristische aanduiding of beschrijving van iemand |
| daishikkō-代執行 | administratieve handhaving; uitvoering bij volmacht |
| daishō-代将 | (mil.) brigadegeneraal; commodore (marine; luchtmacht) |
| daishō-大小 | groot en klein; maten; afmetingen |
| daishu-大衆 | het grote publiek; de massa |
| daisū-台数 | het aantal grote objecten (zoals auto's, machines, computers, e.d.) |
| daiya-ダイヤ | diamant |
| daiyaguramu-ダイヤグラム | diagram; grafiek; schema; dienstregeling (trein, e.d.) |
| daiyamondo-ダイヤモンド | diamant |
| daizai-題材 | onderwerp; thema |
| dake-だけ | in de mate (dat); slechts; alleen maar |
| dakiau-抱き合う | elkaar omhelzen [omarmen] |
| dakishimeru-抱きしめる | knuffelen; omarmen; iemand stevig vasthouden |
| daku-抱く | omhelzen; omarmen; in de armen sluiten [dragen] |
| dakuru-駄句る | slechte haiku (gedichten) maken [schrijven] |
| damāru-ダマール | damarhars |
| damashiuchi-騙し討ち | een verrassingsaanval; iemand met een list afleiden en dan aanvallen; vals spel |
| dan-男 | man |
| danchi-暖地 | warme streek [regio]; gebied met een mild klimaat |
| danchō-断腸 | hartzeer; innig leed; smart; ziek van verdriet |
| dangai-弾劾 | beschuldiging; verdachtmaking; aanklaging; terechtwijzing |
| dango-団子 | gekookte deegballetjes (gemaakt van kleefrijstmeel); dumplings; knoedels |
| dangoku-暖国 | warm land; land met een warm klimaat |
| danjite-断じて | (met negatie) helemaal [absoluut] niet; in geen geval |
| danjo-男女 | man en vrouw; mannen en vrouwen; jongens en meisjes; beide geslachten |
| danjokoyōkikaikintōhō-男女雇用機会均等法 | Wet inzake gelijke kansen voor mannen envrouwen |
| dankan-断簡 | fragment van een historisch document [oud manuscript] |
| dankei-男系 | de mannelijke familielijn; de afstammingslijn van vaderskant |
| dankō-断交 | breuk [beëindiging] van (sociale; diplomatieke) betrekkingen |
| dankoku-暖国 | warm land; land met een warm klimaat |
| danku・shūto-ダンク・シュート | (basketbal) een dunk (een worp waarbij een aanvaller een hoge sprong maakt richting de ring en de bal dan in de basket slaat) |
| danmarujushi-ダンマル樹脂 | dammar hars |
| danpingu-ダンピング | het dumpen [goedkoop verkopen] van een grote hoeveelheid goederen ( m.n. op de buitenlandse markt) |
| dansaiki-断裁機 | snijmachine; papiersnijder |
| dansei-男声 | mannenstem |
| dansei-男性 | man; mannelijk persoon; de mannen |
| danseikyōfushō-男性恐怖症 | androfobie (vrees voor mannen) |
| danseisabetsu-男性差別 | mannendiscriminatie |
| danseiteki-男性的 | mannelijk; manachtig (zoals een man); macho |
| danshi-男子 | jongen; jongeman; jongeling |
| danshoku-男色 | (mannelijke) homoseksualiteit; seks tussen mannen |
| danshū-男囚 | (arch.) mannelijke gevangene |
| danshū-男衆 | mannelijke bediende |
| danshū-男衆 | man; mannen |
| dansō-男装 | het dragen van mannenkleding (door een vrouw) |
| dansonjohi-男尊女卑 | mannelijk chauvinisme; (geloof in) de superioriteit van mannen over vrouwen (lett. de man is geëerd, de vrouw nederig) |
| dappō-脱法 | ontduiking van de wet; iets doen door de mazen van de wet |
| daradara-だらだら | (onomatopee) druppelend; stromend; slepend |
| darai・rama-ダライ・ラマ | Dalai Lama |
| darani-陀羅尼 | dharani (boeddhistische gezangen, mantras, bezweringen of recitaties) |
| darasu-だらす | (vorm van het werkwoord daru) uitputten; vermoeien; afmatten |
| daremo-誰も | (+ ontkenning) niemand |
| daruma-達磨 | darumapop (afbeelding van Daruma, waarbij vaak de ogen nog niet zijn ingekleurd, hetgeen men pas doet als een wens uitkomt) |
| daruma-達磨 | Daruma, de boeddhistische monnik Bodhidharma (Zen boeddhisme) |
| dasei-惰性 | macht der gewoonte |
| daseki-打席 | (honkbal) verschijning van de slagman aan de (thuis)plaat om te slaan |
| dasha-打者 | (honkbal) slagman |
| dashimae-出し前 | (iemand's) aandeel in de kosten [uitgaven] |
| dashimono-出し物 | (theater) programma; optreden; nummer |
| dashinuku-出し抜く | iemand's plannen dwarsbomen; iemand te slim af zijn |
| dashu-舵手 | stuurman |
| dasshifunnyū-脱脂粉乳 | magere melk in poedervorm |
| dasshinyū-脱脂乳 | magere (afgeroomde) melk; taptemelk |
| dasshū-脱臭 | ontgeuring; deodorisering; reukloos maken |
| dasshūsuru-脱臭する | ontgeuren; deodoriseren; reukloos maken |
| dasu-出す | naar buiten brengen (fig.); verklaren; bekend maken; publiceren; uitgeven |
| dasu-出す | maken (van geluid, vuur) |
| date-伊達 | gekunsteldheid; gemaaktheid; uiterlijk vertoon |
| datemaki-伊達巻き | een strak opgerolde omelet, gemaakt van eieren en vispuree (traditioneel Japans Nieuwjaarsgerecht) |
| datemaki-伊達巻き | een smalle sjerp (gedragen onder de obi van een kimono) |
| dātī-ダーティー | de wisselkoers beïnvloeden door marktinterventie |
| datte-だって | (voegw.) omdat; tenslotte; maar |
| de-出 | (iemands) afkomst |
| deau-出会う | (iemand; elkaar) tegenkomen; ontmoeten; treffen |
| debaisu・doraibā-デバイス・ドライバー | stuurprogramma (software voor verbinding tussen hardware en besturingssysteem) |
| deddonēmu-デッドネーム | deadname (iemands (vorige) naam die bewust veranderd werd door die persoon in een nieuw gekozen naam) |
| deddo・bōru-デッド・ボール | (honkbal) een dode bal (het stilleggen van de wedstrijd door de scheidsrechter (b.v. als de slagman wordt geraakt door de worp van de pitcher) |
| deddo・zōn-デッド・ゾーン | The Dead Zone, roman van Stephen King |
| deharau-出払う | verlaten [zonder mensen] zijn; niemand thuis zijn |
| deifuorume-ディフォルメ | deformatie; vervorming |
| dējī-デージー | madeliefje; meizoentje |
| dejinere-デジネレ | iemand die lichamelijke en geestelijke tekenen van degeneratie vertoont |
| deka-デカ | deca- (tien maal) |
| deki-出来 | vakmanschap; bekwaamheid; goede uitvoering [afwerking] |
| dekiaisuru-溺愛する | iemand adoreren [verafgoden; aanbidden]; dol (verliefd) zijn op |
| dekoboko-凸凹 | oneffenheid; ongelijkmatigheid; ruwheid |
| dekora-デコラ | Decola, merknaam van thermohardende kunststof gemaakt van melamine en formaldehyde (o.a. gebruikt voor oppervlaktecoatings) |
| dekuwasu-出くわす | (iemand; elkaar) tegenkomen; ontmoeten; treffen |
| dema-デマ | demagogie; volksmisleiding; opzettelijk verspreiden van valse informatie |
| demae-出前 | bezorging aan huis van maaltijden bereid door restaurants, cateraars, e.d. |
| demae-出前 | maaltijdbezorgers |
| demagogī-デマゴギー | demagogie; volksmisleiding; opzettelijk verspreiden van valse informatie |
| demagōgu-デマゴーグ | demagoog |
| demawaru-出回る | op de markt komen; (volop) te koop zijn; circuleren |
| demotēpu-デモテープ | demobandje (geluids- of videoband voor reclame- en marketingdoeleinden) |
| denaosu-出直す | een nieuwe [frisse] start maken |
| denbun-伝聞 | gerucht; informatie van horen zeggen [uit de tweede hand] |
| dendōmishin-電動ミシン | elektrische naaimachine |
| dendōtaipuraitā-電動タイプライター | elektrische typemachine |
| dengurigaeru-でんぐり返る | een salto [buiteling; koprol] maken |
| denji-電磁 | elektromagnetisch zijn |
| denjiba-電磁場 | elektromagnetisch veld |
| denjiha-電磁波 | elektromagnetische golf |
| denjiki-電磁気 | elektromagnetisme |
| denjishaku-電磁石 | elektromagneet |
| denjitekikiroku-電磁的記録 | electromagnetisch bestand [register] |
| denjiyūdō-電磁誘導 | ekektromachnetische inductie |
| denka-殿下 | (aanspreektitel) (Uwe; Hare; Zijne) Majesteit |
| denkōkeijiban-電光掲示板 | elektronisch informatiescherm; elektronisch prikbord |
| denmāku-デンマーク | Denemarken |
| denpa-電波 | radiogolf; elektromagnetische golf; signaal; ontvangst (van telefoon of internet verbinding) |
| denshikeijiban-電子掲示板 | elektronisch [digitaal] informatiebord; bulletinboard |
| denshikeisanki-電子計算機 | elektronische rekenmachine; computer |
| denshimēru-電子メール | |
| denshirenji-電子レンジ | magnetron (oven) |
| dentaku-電卓 | (zak)rekenmachine; elektronische calculator |
| denwasuru-電話する | telefoneren; iemand opbellen |
| deokureru-出遅れる | laat vertrekken; laat ergens aan beginnen; een late start maken |
| deredere-でれでれ | (onomatopee) verliefd [amoureus] zijn |
| deredere-でれでれ | (onomatopee) lui [slonzig] zijn |
| derederesuru-でれでれする | (onomatopee) lui zijn |
| derederesuru-でれでれする | (onomatopee) verliefd [amoureus] zijn; flirten; vleien |
| desu・masuku-デス・マスク | dodenmasker |
| dēta-データ | data; gegevens; informatie |
| dēta・puroseshingu-データ・プロセシング | gegevensverwerking; informatieverwerking |
| dikutafon-ディクタフォン | dictafoon; dicteermachine |
| diproma-ディプロマ | diploma |
| dīpu・sausu-ディープ・サウス | het diepe Zuiden (de meest zuidelijke staten van Amerika: Georgia, Alabama, Louisiana en Mississippi) |
| direkutorī-ディレクトリー | (het bundelen van bestanden in) een map, folder (computer) |
| direnma-ディレンマ | dilemma |
| direttantizumu-ディレッタンティズム | dilettantisme (amateuristische beoefening van kunst of wetenschap) |
| direttanto-ディレッタント | dilettant (m); dilettante (v); amateur; oppervlakkige kunstkenner |
| disukurōjā-ディスクロージャー | bekendmaking; openbaarmaking; vrijgave (van informatie); onthulling |
| disupensā-ディスペンサー | automaat; houder |
| disupōzā-ディスポーザー | afvalvernietiger; voedselrestenvermaler |
| dī・emu-ディー・エム | DM (direct mail) |
| dō-どう | op welke manier; hoe |
| do-度 | (aantal) keer; maal |
| doaman-ドアマン | (Eng.: doorman) portier |
| dōdō-堂堂 | waardig; ontzagwekkend; indrukwekkend; majestueus |
| dōdōmeguri-堂堂巡り | alsmaar maar weer op hetzelfde terugkomen (in gesprekken); in herhalingen vallen |
| dōga-動画 | animatie(film); video |
| dōga-童画 | kindertekening; tekening [schilderij] gemaakt door kinderen |
| dōgan-童顔 | (iemand met) een kinderlijk gezicht; babyface |
| dogeza-土下座 | knielen (voor iemand, om eerbied te tonen, een verzoek te doen, iets af te dwingen, of ter verontschuldiging) |
| doggu・iyā-ドッグ・イヤー | (Eng.: dog's year) een levensjaar van een hond (ca. gelijk aan 7 mensjaren), geeft aan de snelheid van veranderingen in de informatiemaatschappij |
| dogō-土豪 | lokale machtige clan [familie] |
| doguma-ドグマ | dogma |
| dogumatizumu-ドグマティズム | dogmatisme |
| dohi-奴婢 | (mannelijke of vrouwelijke) huisbediende (van de laagste rang) |
| doitsumaruku-ドイツマルク | Duitse mark (oude munt) |
| dōjutsu-道術 | (mystieke) techniek [magie; bovenaardse (tover)kracht] van een taoïst [bergkluizenaar; heremiet] |
| dōka-どうか | of het zo (iets) is (of niet); op de een of andere manier |
| dōkaku-同格 | (grammatica) appositie; bijstelling |
| dōke-道化 | grappenmakerij; zotternij; gek [dwaas] gedrag |
| dokidoki-どきどき | (onomatopee) kloppend; bonzend |
| dōkō-同好 | dezelfde voorkeur [smaak; hobby] |
| dōkō-同工 | dezelfde vakmanschap [bekwaamheid] |
| dōkōikyoku-同工異曲 | dezelfde vakmanschap, maar met verschillende aanpak [stijl] |
| dokoka-何処か | ergens; op de een of andere manier |
| dokoroka-どころか | verre van; allesbehalve; laat staan dat; om nog maar te zwijgen van |
| dokotonaku-何処となく | op de een of andere manier; om de een of andere reden |
| doku-退く | een stap terug [opzij] doen; uit de weg gaan; ruimte maken (voor) |
| dokuganryū-独眼竜 | bijnaam van Date Masamune (伊達政宗), een feodale heer |
| dokuhitsu-毒筆 | kwaadaardige pen; schrijven om iemand te kwetsen |
| dokutā・kōsu-ドクター・コース | doctoraal programma (PhD-opleiding) |
| dōmeiijin-同名異人 | naamgenoot; iemand met dezelfde naam |
| domo-ども | (achter een werkwoord) hoewel; ook al; maar |
| dōmoto-胴元 | (paardsport, etc) bookmaker, bookie |
| dōmyakukobu-動脈瘤 | aneurysma |
| don-ドン | erend prefix voor achternamen van mannen (b.v. Don Quichot) |
| donataka-どなたか | iemand |
| donchansawagi-どんちゃん騒ぎ | wild [luidruchtig; losbandig] vermaak; orgie |
| dōnen-同年 | jaargenoot; iemand die in hetzelfde jaar is geslaagd voor het Chinees keizerlijk examen (archaïsch) |
| dōnidemo-どうにでも | op welke manier dan ook; hoe dan ook |
| dōnika-どうにか | op de één of andere manier [wijze] |
| dōnikashite-どうにかして | op een of andere manier; hoe dan ook |
| dōnimo-どうにも | (in combinatie met een ontkenning) op geen enkele manier; op generlei wijze |
| donmai-ドンマイ | (Eng.: don't mind) geeft niet; laat maar zitten |
| dono-殿 | (suffix achter iemands naam, titel of functie) beleefde aanspreektitel |
| donoyō-どのよう | wat voor (soort); hoe; op welke manier |
| donsu-緞子 | satijn; damast |
| donto-どんと | veel; in voldoende mate |
| dontsū-鈍痛 | een doffe [matte] pijn |
| don\'nani-どんなに | hoe; in welke mate; op welke manier |
| dorado-ドラド | dorado; dolphinfish; mani-mahi |
| doraggu・mafia-ドラッグ・マフィア | drugsmafia |
| doraiyā-ドライヤー | (was)droger; droogmachine; föhn |
| dorama-ドラマ | toneelstuk; drama |
| dorama-ドラマ | dramatische gebeurtenis; drama; tragedie |
| doramachikku-ドラマチック | dramatisch; theatraal |
| doramatsurugī-ドラマツルギー | dramaturgie (de leer van de dramatische kunst) |
| dōran-ドーラン | (merknaam voor) witte make-up [schmink) |
| doressā-ドレッサー | een goedgeklede persoon; iemand die zich goed kleedt |
| doriru-ドリル | dril (Afrikaanse aap, Mandrillus leucophaeus) |
| doriru-ドリル | boor; boortje; boormachine |
| doroppu-ドロップ | (computer term) een document in een map zetten (door het eerst met de muis op te pakken en dan te laten vallen in de juiste map) |
| doroppukikku-ドロップキック | aanvalsmanoeuvre in professioneel worstelen |
| dorushokku-ドル・ショック | de Nixon Shock (economische maatregelen van President Nixon in 1971, o.a. het eenzijdig opheffen van de omwisseling van goud in Amerikaanse dollars) |
| doryō-度量 | (arch.) maatstok en maatbeker |
| doryōkō-度量衡 | gewichten en afmetingen [maten]; lengte, volume en gewicht |
| dōsha-同社 | hetzelfde bedrijf; de genoemde firma; dat bedrijf |
| dōshi-道士 | een taoïst; iemand die taoïsme beoefent |
| dōshi-道士 | een integer [fatsoenlijk] iemand; een persoon met een sterk moreel besef |
| doshidoshi-どしどし | (onomatopee) rammelend; rommelend; meer en meer; de een na de ander; snel na elkaar; snel opvolgend |
| dosshiri-どっしり | zwaar; omvangrijk; massief; solide |
| dosudosu-ドスドス | (onomatopee) stampend geluid (b.v. van een heimachine of van de zware voetstappen van een zwaarlijvig persoon of dier) |
| dotchinishitemo-どっちにしても | in ieder geval; hoe dan ook; op de een of andere manier |
| dōtei-童貞 | kuisheid (m.n. van mannen); maagdelijkheid; maagd |
| doteppara-土手っ腹 | ingewanden; maag; buik |
| dōtokutekimazohizumu-道徳的マゾヒズム | moreel masochisme |
| dōtomo-如何とも | hoe dan ook; op welke manier dan ook |
| dotto・purintā-ドット・プリンター | dot matrix printer; impact printer |
| doyadoya-どやどや | geluid van vele voetstappen [van een menigte mensen] (onomatopee) |
| dōyara-どうやら | op de een of andere manier |
| doyomeku-響めく | (meestal in kana) zijn stem verheffen; herrie maken |
| dozaemon-土左衛門 | lichaam [lijk] van iemand die is verdronken (vernoemd naar sumoworstelaar Narusegawa Dozaemon (Edo periode) die een bleek, dik gezwollen lichaam had) |
| earain-エアライン | luchtvaartmaatschappij |
| ea・fōsu-エア・フォース | luchtmacht |
| ea・kondishoningu-エア・コンディショニング | air conditioning; airco; klimaatbeheersing |
| ea・shūto-エア・シュート | pneumatische transmissiebuis; luchtkoker voor vervoer van voorwerpen |
| ēban-エー判 | papierformaat A |
| ēbīban-AB判 | standaard Japans papierformaat (210 x 257 mm) |
| ebiimo-海老芋 | een smalle taro wortel (de vorm lijkt op een garnaal) |
| ebisu-夷 | iemand uit ongecultiveerd gebied (ver van de hoofdstad) |
| eda-枝 | ledemaat |
| edaniku-枝肉 | (schoongemaakt) karkas |
| edokko-江戸っ子 | (vroeger) iemand die in Edo was geboren en opgegroeid |
| edokko-江戸っ子 | (huidige betekenis) iemand die in Tokio is geboren en opgegroeid |
| efunanbā-エフナンバー | f-nummer; diafragmagetal; diafragmawaarde (fotografie) |
| efu・ē-エフ・エー | fabrieksautomatisering |
| efu・ēka-エフ・エー化 | fabrieksautomatisering |
| egokoro-絵心 | zin hebben in schilderen [om schilderijen te maken] |
| eguzekutibu-エグゼクティブ | leidinggevende persoon; hoofddirecteur; uitvoerende macht |
| egyōfushin-営業不振 | zakelijke malaise; inzinking [verslechtering] van de handel |
| eichi・ai・bui-エイチ・アイ・ブイ | hiv (human immunodeficiency virus) |
| eichi・tī・emu・eru-エイチ・ティー・エム・エル | html (HyperText Markup Language) |
| eidatsu-穎脱 | het uitblinken; excelleren; uitsteken boven (iemand) |
| eigyōken-営業権 | goodwill (immateriële vastgoedwaarde van een bedrijf gebaseerd op zijn traditie en sociaal vertrouwen) |
| eigyōson'eki-営業損益 | operationele winstmarge; winst en verlies in bedrijfsvoering [handel, e.d.] |
| eijū-永住 | permanent verblijf (m.n. in een ander land dan waar men de nationaliteit van heeft) |
| eijūken-永住権 | recht tot permanent verblijf (in een ander land dan waar men de nationaliteit van heeft) |
| eikyo-盈虚 | het wassen [toenemen] en afnemen van de maan |
| eikyūtōdo-永久凍土 | permafrost; altijd bevroren grondlaag |
| eisei-衛星 | kunstmatige satelliet |
| eisei-衛星 | (natuurlijke) satelliet; bijplaneet; maan (van een andere planeet) |
| eiseisen-衛星船 | bemande satelliet |
| eitatsu-栄達 | stijging [vooruitgang] in sociale status [positie]; het beklimmen van de maatschappelijke ladder |
| eito・bīto-エイト・ビート | (muziek) 8-maat (8-beat) |
| eizokukakumei-永続革命 | Permanente Revolutie (1917-1945) |
| eizokuteki-永続的 | permanent; blijvend |
| ējento-エージェント | agent; vertegenwoordiger; gevolmachtigde; zaakwaarnemer |
| ēkā-エーカー | acre (vlaktemaat, ca. 40,5 are) |
| ekiben-駅弁 | een bentobox (met voorverpakte maaltijd) die in stations wordt verkocht |
| ekiden-駅伝 | lange afstand estafetteloop (marathon in estafettevorm) |
| ekidenkyōsō-駅伝競走 | lange afstand estafetteloop (marathon in estafettevorm) |
| ekijōka-液状化 | liquefactie; het vloeibaar worden [maken] |
| ekijōkasuru-液状化する | vloeibaar worden [maken] |
| ekika-液化 | het vloeibaar maken [worden] |
| ekohiiki-依怙贔屓 | partijdigheid; het iemand voortrekken; vooroordeel; vooringenomenheid |
| ekohiikisuru-依怙贔屓する | partijdig zijn; bevooroordeeld zijn; iemand voortrekken |
| eko・māku-エコ・マーク | ecomark; ecologisch keurmerk; milieukeurmerk |
| ekusuchenji・burōkā-エクスチェンジ・ブローカー | deviezenmakelaar; geldwisselaar; wisselagent |
| ekusupōjā-エクスポージャー | (economie) de mate waarin activa of passiva blootgesteld zijn aan het risico van prijsschommelingen |
| ekusutashī-エクスタシー | (peppil) XTC; MDMA |
| emerarudo-エメラルド | smaragd |
| emerarudo・gurīn-エメラルド・グリーン | smaragdgroen |
| emēru-Eメール | |
| emono-得物 | handwapen; iemands favoriete [beste] wapen |
| emu・āru・ai-エム・アール・アイ | (magnetic resonance imaging) MRI-scan |
| emu・āru・ai-エム・アール・アイ | (magnetic resonance imaging) MRI (scan techniek) |
| emu・di・emu・ē-エム・ディー・エム・エー | (peppil) MDMA; XTC |
| en-縁 | het lot; noodlot; bestemming; karma |
| enameru-エナメル | |
| endoresu・tēpu-エンドレス・テープ | eindeloze tape (magnetische tape waarvan de uiteinden aan elkaar zijn verbonden zodat de geluidsopname zich steeds herhaalt) |
| endo・yūzā・yūtiritī-エンド・ユーザー・ユーティリティー | hulpprogramma voor eindgebruikers |
| engimono-縁起物 | gelukssymbool; geluksbrenger; talisman |
| engo-縁語 | semantisch verwante woorden |
| engoshageki-援護射撃 | iemand steunen [bijvallen] tijdens een discussie |
| enishi-縁 | relatie; (romantische) verbintenis |
| enja-演者 | iemand die optreedt (tv of toneel); artiest; acteur |
| enja-演者 | iemand die een toespraak houdt; spreker |
| enjin-エンジン | motor; machine |
| enkōkinkō-遠交近攻 | het beleid [de strategie] om vriendschappelijke betrekkingen te onderhouden met verre landen, maar vijandelijke betrekkingen met buurlanden |
| enmoku-演目 | het programma (van een toneelvoorstelling of concert) |
| ennichi-縁日 | herdenkingsdienst of festival op de dag van de geboorte of manifestatie van een bepaalde god of Boeddha |
| enritchi-エンリッチ | de smaak [kwaliteit; voedingswaarde] (van voedsel) verhogen |
| enritchi-エンリッチ | verrijken; rijk(er) maken |
| enshū-演習 | militaire oefeningen; gevechtstraining; manoeuvres |
| entaitoru-エンタイトル | (honkbal, afk. voor: entitled base) wanneer de slagman of loper volgens de regels naar het volgende honk mag opschuiven |
| entaitoru・tsūbēsu-エンタイトル・ツーベース | (entitled two-base) een slag waardoor de slagman of loper twee honken mag opschuiven |
| entāpuraizu-エンタープライズ | onderneming; bedrijf; firma |
| entāteinmento-エンターテインメント | entertainment; amusement; vermaak |
| enukyoku-エヌ極 | de noordpool (van een staafmagneet) |
| enza-宴坐 | keizerlijk banket [feestmaal] (met feestelijkheden erna) |
| enzen-嫣然 | lieve [charmante] glimlach (van een mooie vrouw) |
| enzerufisshu-エンゼルフィッシュ | maanvis (Pterophyllum scalare) |
| en'ō-鴛鴦 | mandarijneend (Aix galericulata) |
| en'yō-艶容 | een aantrekkelijke [charmante; oogverblindende] verschijning (van een vrouw) |
| epirōgu-エピローグ | epiloog; nawoord; laatste deel van een roman, toneelstuk; opera, e.d. |
| epuron-エプロン | (golfbaan) smalle strook met (hoger) gras rondom de green |
| erabu-選ぶ | (uit)kiezen; een keuze maken; selecteren |
| erabutsu-偉物 | een groot man; een getalenteerd [bekwaam; begaafd] persoon |
| erekutoro・ofisu-エレクトロ・オフィス | kantoor met geautomatiseerde informatietechnologie |
| ēretsuhonban-A列本判 | standaard Japans papierformaat (625 x 880 mm) |
| eria・māketingu-エリア・マーケティング | regionale marketing |
| erīto-エリート | lettertype (met 12 karakters per inch) op een westerse schrijfmachine |
| erosu-エロス | (romantische of seksuele) liefde |
| erotomania-エロトマニア | erotomanie; hyperseksualiteit; abnormaal seksueel verlangen |
| ese-似非 | (voorvoegsel) nep-; pseudo-; quasi-; namaak-; schijn-; inferieur [minderwaardig] zijn |
| essen-エッセン | eten; voedsel; maaltijd |
| esu-エス | (aanduiding voor kledingmaat) small |
| esukarētājōkō-エスカレーター条項 | roltrap-clausule (clausule in een contract voor automatische aanpassing van prijzen, lonen, e.d., afhankelijk van veranderende marktomstandigheden) |
| esukarētā・kurōzu-エスカレーター・クローズ | roltrap-clausule (clausule in een contract voor automatische aanpassing van prijzen, lonen, e.d., afhankelijk van veranderende marktomstandigheden) |
| esukyoku-エス極 | de zuidpool (van een staafmagneet) |
| esupā-エスパー | (Extra Sensory Perception) helderziende; paragnost; iemand met bovennatuurlijke gaven |
| esutopperu-エストッペル | estoppel (juridisch principe dat voorkomt dat iemand recht kan doen gelden dat in strijd is met zijn eerdere handelingen of uitspraken) |
| esutopperunogensoku-エストッペルの原則 | estoppel principe (juridisch principe dat voorkomt dat iemand recht kan doen gelden dat in strijd is met zijn eerdere handelingen of uitspraken) |
| esu・pī-エス・ピー | (standard play) video formaat |
| etchi-エッチ | (inhoudsmaat, hecto) h |
| etchi・ai・bui-エッチ・アイ・ブイ | (human immunodeficiency virus) humaan immunodeficiëntievirus (veroorzaker van AIDS) |
| etchūfundoshi-越中褌 | smalle lendendoek; g-string (soort tangaslip) |
| ete-得手 | (iemand's) sterke kant; waar je goed in bent |
| etoku-会得 | het volledig begrijpen; het zich eigen te maken |
| ē・ai-エー・アイ | kunstmatige intelligentie |
| ē・tī・emu-エー・ティー・エム | (automatic teller machine) geldautomaat |
| ē・tī・esu-エー・ティー・エス | (automatic train stop) een systeem dat automatisch een trein stopt bij bepaalde noodsituaties |
| ē・tī・shī-エー・ティー・シー | automatic train control |
| fajī・konpyūtā-ファジー・コンピューター | speciaal ontworpen computer die gebruik maakt van vage logica (fuzzy logic) |
| fakkusu-ファックス | fax; faxmachine; faxapparaat |
| fāmu・bankingu-ファーム・バンキング | een systeem van bedrijven en banken om online financiële diensten en bedrijfsinformatie te verstrekken |
| fandēshon-ファンデーション | basis make-up |
| fankī-ファンキー | (jazzmuziek) funky; gevoelsmatig |
| fasshon・moderu-ファッション・モデル | mannequin; (foto)model |
| fāsuto-ファースト | (honkbal) eerste honk; eerste honkman |
| faundēshon-ファウンデーション | basis make-up |
| feiku-フェイク | vervalsing; namaak; imitatie |
| feiku・fā-フェイク・ファー | imitatiebont; namaakbont |
| fēku-フェーク | vervalsing; namaak; imitatie |
| ferumānoteiri-フェルマーの定理 | de stelling van Fermat |
| ferumāta-フェルマータ | fermate (muziekterm) |
| fīchā-フィーチャー | hoofdfilm; hoofdartikel; thema-uitzending |
| fijikaru-フィジカル | materieel; tastbaar |
| fikusā-フィクサー | bemiddelaar; iemand die (achter de schermen) dingen regelt [voor elkaar krijgt] |
| fikushon-フィクション | fictie; fictionele [niet op feiten berustende] literatuur; roman |
| firudāzu・choisu-フィルダーズ・チョイス | (honkbal) de keuze van veldspeler (als hij na een honkslag kan kiezen de slagman uit te schakelen of een andere honkloper) |
| fīrudo・asurechikku-フィールド・アスレチック | een sport waarbij hindernissen en toestellen worden opgesteld op een parcours dat gebruik maakt van natuurlijke topografie, zoals bomen, e.d. |
| fisshingu-フィッシング | phishing (cybercriminaliteit via email) |
| fīto-フィート | (meervoud van foot, lengtemaat) voet (ca. 30 cm) |
| foabōru-フォアボール | (honkbal) vrije loop voor de slagman (na vier wijd) |
| fōdo・shisutemu-フォード・システム | massaproductiesysteem in een autofabriek, geïntroduceerd door de Ford Motor Company in de jaren 1910 |
| fōmatto-フォーマット | formaat |
| fōmatto-フォーマット | het formatteren (van een harde schijf van een computer) |
| fōmēshon-フォーメーション | formatie; vorming |
| fōmu-フォーム | gedaante; uiterlijk; mal; gietvorm |
| forio-フォリオ | folio (drukwerkformaat) |
| forudā-フォルダー | (documenten)map |
| forumu-フォルム | forum (centrale marktplein in het oude Rome) |
| fu-父 | oude man |
| fū-風 | wijze; manier van doen; gewoonte |
| fu-麩 | stukjes (vaak mooi gedecoreerd) voedsel gemaakt van tarwegluten (wordt b.v. toegevoegd aan soepen) |
| fuangaru-不安がる | zich ergens ongemakkelijk [onzeker; angstig] over voelen |
| fuben-不便 | ongemak; onhandigheid |
| fubi-不備 | tekortkoming; onvolkomenheid; onvolmaaktheid; gebrekkigheid |
| fuchō-不調 | defect; mankement; storing |
| fuchō-不調 | (afk. voor) achteloosheid; onhandigheid; ontoereikendheid; gebrek aan manieren [kennis] |
| fudan-普段 | gewoonlijk; normaliter; alledaags zijn |
| fudasashi-札差し | (Tokugawa-periode) makelaar in rijst (handelaar die het recht had om geld te geven in ruil voor de rijsttoelagen van vazallen) |
| fude-筆 | (manier van) schrijven [tekenen; schilderen] |
| fudeki-不出来 | slecht vakmanschap; geklungel |
| fudōsangyō-不動産業 | (vastgoed)makelaar(s); makelaardij; de onroerend goed sector (in de economie) |
| fudōshōsūtensū-浮動小数点数 | zwevendekommagetal; drijvendekommagetal; vlottendekommagetal |
| fudōyasan'ya-不動産屋 | makelaar |
| fūfū-ふうふう | (onomatopee) gepuf; gehijg; gezucht; geblaas |
| fūfū-ふうふう | (onomatopee) geworstel; met moeite (iets doen) |
| fūfu-夫婦 | echtpaar; man en vrouw |
| fufufu-ふふふ | (onomatopee) gelach; gegrinnik; hahaha |
| fugen-普賢 | (afk. voor) Samantabhadra, bodhisattva die symbool staat voor de leer en (meditatie) oefeningen van Boeddha (soms afgebeeld op een olifant) |
| fugenbosatsu-普賢菩薩 | Samantabhadra, bodhisattva die symbool staat voor de leer en (meditatie) oefeningen van Boeddha (soms afgebeeld op een olifant) |
| fugenjikkō-不言実行 | geen woorden maar daden |
| fūgetsu-風月 | (heldere) maan en (koele) wind [bries]; de schoonheid van de natuur |
| fugo-畚 | stromat gebruikt als zak voor het dragen van aarde |
| fugō-符号 | teken; markering; code; symbool |
| fugu-不具 | (lichamelijke) afwijking; handicap; misvorming; mismaaktheid |
| fuguai-不具合 | defect; mankement; storing; slechte werking |
| fuhatsu-不発 | het niet aanslaan (van een motor, machine, e.d.) |
| fuhen-不変 | onveranderlijkheid; constantheid; permanentie |
| fuhenshihon-不変資本 | constant kapitaal (concept van Karl Marx) |
| fuhōkōi-不法行為 | onrechtmatige daad |
| fujin-夫人 | vrouw [echtgenote] (van een edelman) |
| fujin-布陣 | formatie; opstelling (b.v. team) |
| fujin-布陣 | gevechtsformatie; slagorde |
| fūjin-風塵 | stormachtige tijden; oorlog |
| fujo-巫女 | tempelmaagd, dienares (en medium) bij een Shinto-schrijn |
| fujutsu-巫術 | shamanisme (in China, Korea en Japan) |
| fukafuka-ふかふか | (onomatopee) zacht; donzig, pluizig; afwezig; verstrooid; achteloos; onnadenkend |
| fukai-不快 | ongenoegen; ongemak |
| fukainaka-深い仲 | intimiteit (tussen man en vrouw) |
| fukaishisū-不快指数 | mate [index] van ongemak [onbehagen] (door hitte in de zomer) |
| fukaishisū-不快指数 | mate [index] van luchtvochtigheid (in de zomer) |
| fukakōryoku-不可抗力 | overmacht; force majeure; onvermijdelijkheid |
| fukama-深間 | intimiteit (tussen man en vrouw) |
| fukameru-深める | verdiepen; dieper maken; versterken; vergroten |
| fukanzen-不完全 | onvolledigheid; onvolmaaktheid |
| fukasetsufukasetsuten-不可説不可説転 | een buitengewoon [onuitsprekelijk] groot getal; het grootste getal dat voorkomt in de Bloemenkrans soetra (10 tot de macht 7 keer 2 tot de macht 112) |
| fukashigi-不可思議 | eenheid van getal, 10 tot de macht 64 (of 80) |
| fukeiki-不景気 | financiële depressie; recessie; zakelijke inactiviteit; slappe markt |
| fukeyaku-老け役 | rol van een ouder personage [oude man] in een toneelstuk; een acteur verkleed als oude man |
| fukisōji-拭き掃除 | het dweilen; schrobben; schoonmaken |
| fukisōjisuru-拭き掃除する | dweilen; schrobben; schoonmaken |
| fukisoku-不規則 | onregelmatigheid; onstandvastigheid |
| fukisokudōshi-不規則動詞 | onregelmatig werkwoord |
| fukisokuhenka-不規則変化 | (grammatica) onregelmatige vervoeging |
| fukokukyōhei-富国強兵 | de natie welvarender maken door het leger te versterken |
| fukube-瓠 | kalebas; vat gemaakt van kalebas |
| fukuchō-副長 | tweede officier [adjudant] (op een marineschip) |
| fukudokuhon-副読本 | aanvullend lesmateriaal [studieboek] |
| fukuen-復円 | het weer zichtbaar worden van zon (of maan) na een eclips [verduistering] |
| fukujoshi-副助詞 | bijwoordelijk partikel (bakari, made, dake, hodo, kurai, nado, nari, yara) |
| fukumenpatokā-覆面パトカー | politieauto zonder politie kenmerken; ongemarkeerde personenwagen gebruikt als politieauto |
| fukushima-福島 | Fukushima (stad) |
| fukushima-福島 | Fukushima (prefectuur) |
| fukushin-フクシン | (rode kleurstof) fuchsine; magenta |
| fukusū-複数 | (grammatica) meervoud |
| fukutsū-腹痛 | buikpijn; maagpijn |
| fumeiyo-不名誉 | schande; oneer; beschaming; blamage |
| fumi-不味 | niet lekker (van smaak) |
| fūmi-風味 | smaak; aroma |
| fumiusu-踏み臼 | stenen mortel (om graan, rijst, e.d. te malen) die met de voeten wordt bediend |
| fumizuki-文月 | de zevende maand van de maandkalender |
| funabito-船人 | schipper; zeeman |
| funadaiku-船大工 | scheepstimmerman; botenbouwer; scheepsbouwer |
| funade-船出 | (iets nieuws) beginnen [starten]; een nieuw begin maken |
| funadon'ya-船問屋 | scheepsbevrachter; scheepsmakelaar |
| funagaisha-船会社 | scheepvaartmaatschappij |
| funanori-船乗り | zeeman: matroos |
| funauta-舟歌 | zeemanslied(je) |
| funki-噴気 | vulkanische gassen (uit een fumarole) |
| funkikō-噴気孔 | fumarole (bron waaruit vulkanische gassen ontsnappen) |
| funkisuru-奮起する | in actie komen; zichzelf oppeppen [stimuleren; vermannen] |
| funkotsu-粉骨 | (lett. botten tot poeder vermalen) je uiterste best (doen) |
| funmon-噴門 | maagmond of cardia (de aansluiting van de slokdarm op de maag) |
| funori-布海苔 | textiellijm gemaakt van funori (rode alg) |
| funsai-粉砕 | vergruizing; verpulvering; vermaling |
| funsaisuru-粉砕する | verpulveren; (ver)malen; frezen |
| funtai-粉黛 | make-up; cosmetica (lett.: wit poeder en wenkbrauwpotlood) |
| funzoku-フン族 | de Hunnen (nomadisch ruitervolk uit Mongolië) |
| furaggu・kyaria-フラッグ・キャリア | nationale luchtvaartmaatschappij |
| furaisuban-フライス盤 | freesmachine; freesbank |
| furanki-孵卵器 | broedmachine; incubator |
| fureguransu-フレグランス | aangename geur; aroma; parfum |
| furekomi-触れ込み | aankondiging; bekendmaking; mededeling |
| furekomu-触れ込む | aankondigen; bekendmaken |
| furēmenhannō-フレーメン反応 | flemen reactie (bij dieren, een manier van ruiken waarbij het dier zijn bovenlip omkrult, en vaak ook zijn nek uitstrekt) |
| furiagebashi-振り上げ箸 | eetstokjes die omhoog gehouden worden en waar gebaren mee worden gemaakt, of naar iets of iemand gewezen wordt (onjuist gebruik van eetstokjes) |
| furiau-振り合う | elkaar aanraken; contact maken |
| furidashi-振り出し | betaalopdracht; overmaking (geld); geldwisseling |
| furigoto-振り事 | een dans of dansdrama opgevoerd op een Kabuki-podium |
| furikaekyūjitsu-振替休日 | een vervangende vrije dag (op maandag als er op de zondag ervoor een nationale feestdag valt) |
| furikaeru-振り替える | (geld) overmaken [overschrijven] |
| furikomu-振り込む | geld overmaken [overboeken; overschrijven] |
| furikomu-振り込む | (bij mahjong) een steen weggooien die een tegenstander goed kan gebruiken [waarmee een tegenstander kan winnen] |
| furīku-フリーク | (Eng.: freak) iemand die gek is op [enthousiast; geobsedeerd door] iets (b.v. film, computer, snelheid, etc.) |
| furimidasu-振り乱す | losschudden; in de war maken; los laten hangen (je haar) |
| furīsaizu-フリーサイズ | (Eng.: free size) één (beschikbare) maat voor iedereen (kleding) |
| furītā-フリーター | freeter, Japanse uitdrukking voor mensen (meestal jongeren) die geen vaste baan hebben maar (wisselende) parttime baantjes |
| furī・ējento-フリー・エージェント | (Eng.: free agent) iemand die onafhankelijk [zonder verplichtingen] is; een sporter die niet contractueel gebonden is |
| furī・māketto-フリー・マーケット | vlooienmarkt; rommelmarkt |
| furōchāto-フロー・チャート | stroomschema; stroomdiagram; flowchart |
| furokku-フロック | bof; mazzel (Engels: fluke) |
| furokku-フロック | kudde; menigte; massa (Engels: flock) |
| furokyan-風呂キャン | iemand die niet in bad gaat (vanwege vermoeidheid, tijdgebrek, e.d.) |
| furonto-フロント | receptie; informatiebalie (hotels, winkels, etc.) |
| furonto・desuku-フロント・デスク | receptie; informatiebalie (in hotels, winkels, etc.) |
| furōringu-フローリング | (houten) vloermateriaal |
| furō・chāto-フロー・チャート | stroomschema; een grafische weergave van workflow |
| furu-フル | vol; volledig; helemaal |
| furubakku-フルバック | (American football, rugby, voetbal) vleugelverdediger; achterspeler; laatste man |
| furumai-振る舞い | gedrag; houding; manieren |
| furumau-振る舞う | vermaken; amuseren; trakteren |
| furunajimi-古馴染み | een goede [oude] vriend(in); iemand waar je al heel lang mee bevriend bent |
| furu・marason-フル・マラソン | (full-length marathon) hele marathon (42,195 km) |
| furyō-不猟 | een slechte [magere] vangst [prooi] |
| fusai-夫妻 | echtpaar; man en vrouw; meneer en mevrouw |
| fusegite-防ぎ手 | verdediger; verdedigende maatregel |
| fusei-不正 | onrechtvaardigheid; onrecht; oneerlijkheid; wangedrag; onregelmatigheid; fraude |
| fuseimyaku-不整脈 | onregelmatige polsslag [hartslag] |
| fushi-五倍子 | de Chinese sumak of galnoot {galappel} boom (Rhus chinensis) |
| fūshi-夫子 | wijze man; geleerde; meester |
| fushōfuzui-夫唱婦随 | (de opvatting:) een vrouw moet haar man gehoorzamen [moet doen wat haar man vraagt] |
| fusuma-襖 | fusuma, een Japanse schuifdeur van papier in een houten frame |
| fusumae-襖絵 | schildering op een fusuma (Japanse schuifdeur van papier in een houten frame) |
| fusuru-賦する | gedichten componeren [maken; schrijven] |
| futamatagōyaku-二股膏薬 | opportunist; iemand die twee kanten tegelijk kiest; het van twee walletjes eten |
| futananoka-二七日 | de 14de dag na iemands overlijden |
| futanari-双成り | tweevormigheid; dimorfisme; hermafroditisme |
| futeiki-不定期 | onregelmatigheid |
| futeishūso-不定愁訴 | psychosomatische symptomen; fysieke klachten (zonder aanwijsbare medisch-wetenschappelijke diagnose) |
| futō-不当 | onwettigheid; onrechtmatigheid |
| futokui-不得意 | iemands zwakke punt; slecht zijn in bepaalde vaardigheden |
| futon-布団 | futon (Japanse opvouwbare matras) |
| futsū-普通 | gewone [normale] toestand |
| futsūbun-普通文 | (tekst in) normale [moderne] schrijfstijl |
| futsuka-二日 | de tweede dag (van de maand); de tweede dag van het nieuwe jaar |
| fuwaraidō-付和雷同 | (iemand) blindelings volgen (zonder zelf na te denken); afgaan op het oordeel van een ander |
| fuzaishatōhyō-不在者投票 | het stemmen bij volmacht; stemmen bij afwezigheid (per post) |
| fuzakeru-ふざける | grappen [plezier] maken; ronddartelen; gek doen; geintjes uithalen |
| fuzei-風情 | elegantie; (verfijnde) smaak |
| fūzokushōsetsu-風俗小説 | zedenroman |
| fuzoroi-不揃い | onregelmatigheid; ongelijkheid; oneffenheid |
| fuzuki-文月 | de zevende maand van de maandkalender |
| fyūnerarumāchi-フューネラルマーチ | dodenmars; treurmars |
| ga-雅 | elegantie; goede smaak; verfijndheid |
| gabi-蛾眉 | mooie wenkbrauwen (in de vorm van een halve maan) |
| gabugabu-がぶがぶ | (onomatopee) het geluid van slikken; (op)slokkend; snel [veel] drinkend |
| gaburi-がぶり | (onomatopee) met grote happen eten; met grote slokken drinken; alles tegelijk doorslikken [naar binnen werken] |
| gachagacha-がちゃがちゃ | (onomatopee) verward; rommelig |
| gachagacha-がちゃがちゃ | (onomatopee) gekletter; gerammel; geratel |
| gachi-雅致 | kunstvaardigheid; goede smaak; elegantie; verfijning |
| gachigachi-がちがち | (onomatopee) klapperend (van tanden); |
| gachigachi-がちがち | (onomatopee) stijf; onbuigzaam |
| gagyō-画業 | (iemands) schilderkunst; schilderwerk; prestaties van een schilder |
| gai-垓 | een eenheid van getal, 10 tot de macht 20 |
| gaichūkakō-外注加工 | iets elders laten produceren (buiten de eigen firma; out-house) |
| gaido-ガイド | gids; leidsman; reisleider; raadgever |
| gaijūnaigō-外柔内剛 | uiterlijk vriendelijk lijken, maar van binnen keihard zijn |
| gaikei-外径 | buitenste diameter; buitenwerkse maat (van een buis, pijp, etc.) |
| gaikō-外交 | diplomatie |
| gaikōdan-外交団 | corps diplomatique (ambassadeurs en consuls) |
| gaikōjirei-外交辞令 | diplomatiek taalgebruik |
| gaikōkan-外交官 | diplomaat |
| gaikōkankei-外交関係 | diplomatieke betrekkingen |
| gaikokukawaseshijō-外国為替市場 | deviezenmarkt; valutamarkt |
| gaikōmondai-外交問題 | diplomatieke kwestie [ruzie]; diplomatiek probleem [geschil] |
| gairyakuzu-概略図 | schematische tekening |
| gaishō-外傷 | uitwendige letsel; trauma; oppervlakkige wond |
| gaishūisshoku-鎧袖一触 | de vijand gemakkelijk verslaan (lett. de vijand verslaan met één klap van een armstuk van een harnas); (fig.) winnen met één hand op de rug |
| gaitō-外套 | overjas; mantel |
| gakkōbunpō-学校文法 | school grammatica |
| gakkōgyōji-学校行事 | schoolevenement; school manifestatie |
| gakkōkyūshoku-学校給食 | schoolmaaltijd; school lunch |
| gakuchō-学長 | president [rector magnificus] van een universiteit [Hogeschool] |
| gakufu-岳父 | vader van de echtgenote; schoonvader (van de man) |
| gakugeki-楽劇 | opera; muziekdrama |
| gakuin-学院 | (i.g.v. instellingsnamen) jeugdgevangenis (al dan niet met scholingsprogramma) |
| gakumenware-額面割れ | een lager geworden marktwaarde van obligaties en aandelen (t.o.v. de uitgegeven prijs) |
| gakuryō-学寮 | verblijfhuis in de Yushima tempel (Tokio) voor studenten van het confucianisme |
| gakusō-楽想 | muzikaal thema [motief]; melodie |
| gan-贋 | namaak; vals; onecht |
| ganma-ガンマ | gamma (Griekse letter ϒ) |
| ganpi-雁皮 | gampi (Diplomorpha sikokiana, van de vezels van deze plant wordt in Japan washi papier gemaakt) |
| ganraikō-雁来紅 | (plant) driekleuren amarant (Amaranthus tricolor) |
| ganrō-玩弄 | spel; vermaak; plagerij; spot |
| gansakusuru-贋作する | vervalsen; namaken |
| ganseki-岩石 | rots; steen; rotsformatie |
| ganshō-岩漿 | magma (vloeibaar gesteente) |
| gappi-月日 | datum (maand en dag) |
| gappori-がっぽり | een grote hoeveelheid; massa; bundel; pak; stapel |
| garabō-がら紡 | het (machinaal) spinnen (van garen) |
| garami-搦み | ongeveer; zoiets als; gerelateerd aan; te maken hebbend met |
| gari-ガリ | dungesneden gemarineerde gemberplakjes |
| gariban-がり版 | mimeograaf; stencil machine |
| gariben-がり勉 | iemand die hard studeert |
| garigari-がりがり | (onomatopee) knarsend; krassend knerpend |
| garigari-がりがり | erg mager; uitgemergeld; vel over been |
| gāruhanto-ガールハント | meisjesjacht; een man die op zoek is naar een vriendin |
| garuson-ガルソン | ober; kelner; bediende; jongeman |
| garyū-我流 | eigen (autodidactische) methode [stijl; manier] |
| gasumasuku-ガス・マスク | gasmasker |
| gasupacho-ガスパチョ | (uit het Spaans) gazpacho (koud geserveerde tomatensoep) |
| gasutorokamera-ガストロカメラ | gastrocamera (medisch gebruikt bij maagonderzoek) |
| gatanto-がたんと | (onomatopee) met een klap [knal; dreun]; gekletter; gebonk |
| gatsu-月 | maand (12 maanden van het jaar) |
| gatten-合点 | een markering (doorgaans een punt of een cirkeltje) in een tekst om aan te geven dat iets goed is) |
| gausu-ガウス | gauss (eenheid van magnetische fluxdichtheid; genoemd naar Carl Friedrich Gauss) |
| gayagaya-がやがや | (onomatopee) luidruchtig; rumoerig; geroezemoes; geklets; gelach |
| gazai-画材 | schildermaterialen |
| gege-下下 | mensen met een lage status; het gewone volk; de massa; de lagere klassen van de samenleving |
| gei-ゲイ | (mannelijke) homo(seksueel) |
| gei-芸 | oude streeknaam in west-Hiroshima |
| geibōi-ゲイボーイ | homoseksuele man; vrouwelijke man |
| geiiki-芸域 | reikwijdte van iemand's vaardigheden (in een kunstvorm) |
| geisen-ゲイセン | arcadehal; automatenhal |
| gei・bōi-ゲイ・ボーイ | (verouderde term) een man die het uiterlijk en de taal van vrouwen imiteert (m.n. als beroep) |
| geji-下知 | bevel; commando; mandaat |
| gejun-下旬 | de laatste tien dagen van de maand; het einde van de maand |
| gekibun-檄文 | manifest; bekendmaking |
| gekieiga-劇映画 | (drama)film |
| gekika-劇化 | dramatisering; toneelbewerking |
| gekikasuru-劇化する | dramatiseren; een toneelbewerking maken |
| gekishi-劇詩 | versdrama (gedicht in de vorm van een toneelstuk) |
| gekiteki-劇的 | dramatisch; drastisch; ontroerend; hartverscheurend |
| gekitekijiken-劇的事件 | een dramatische gebeurtenis |
| gekitekikōka-劇的効果 | een dramatisch effect |
| gekitsū-劇通 | iemand met kennis van het toneel [de theaterwereld} |
| gekka-月下 | (de plek) in het maanlicht |
| gekkan-月刊 | maandelijkse uitgave [publicatie] |
| gekkei-月桂 | maanlicht; maan |
| gekkei-月桂 | in een Chinese legende, een laurierboom op de maan |
| gekkō-月光 | maanlicht |
| gekkyū-月給 | maandsalaris |
| gekkyūbi-月給日 | betaaldag (van maandsalaris) |
| geko-下戸 | een niet-drinker; geheelonthouder; iemand die geen alcohol drinkt [kan drinken] |
| gekon-下根 | (boeddh.) iemand met heel weinig spiritueel talent [vermogen] om het Boeddhisme optimaal te kunnen bestuderen [volgen] |
| gēmusentā-ゲームセンター | arcadehal; automatenhal |
| gēmusetto-ゲームセット | (game set and match) einde van de wedstrijd (tennis) |
| gen-厳 | het wordt als beleefde toevoeging gebruikt voor de vader van iemand anders |
| genban-原版 | (boekdruk) letterzetting; zetmachine |
| genban-原盤 | de originele geluidsopname; master-opname |
| genbo-原簿 | origineel boek [manuscript] |
| genbutsushijō-現物市場 | potmarkt; contante markt; cashmarkt |
| gendaigeki-現代劇 | modern toneelstuk; hedendaags drama |
| gendansuru-厳談する | iemand streng toespreken; (bij iemand) protesteren; een antwoord eisen |
| gendōki-原動機 | motor [machine] (voor het aandrijven en opwekken van bewegingsenergie) |
| gengetsu-弦月 | halvemaan; halfvolle maan |
| genin-下人 | iemand van lagere klasse [status; rang}; ondergeschikte; bediende; dienaar |
| genjitsushugi-現実主義 | realisme; pragmatisme |
| genjitsuteki-現実的 | realistisch; pragmatisch |
| genjutsu-幻術 | magie; tovenarij |
| genkairieki-限界利益 | dekkingsbijdrage; marginale winst |
| genkō-原稿 | manuscript; kopie; ontwerp; schets |
| genkōyōshi-原稿用紙 | manuscript-papier (voor Japanse teksten); ruitjes-schrijfpapier |
| genkyūsuru-言及する | vermelden; toespeling(en) maken; refereren aan |
| gennō-玄翁 | (timmermans)hamer |
| genrō-元老 | oudere; nestor; senior; oudere staatsman; veteraan |
| genryō-減量 | vermagering; vermindering van gewicht |
| genryōkeiei-減量経営 | lean management; het verminderen van niet-noodzakelijke activiteiten in het bedrijfsproces |
| genshi-原紙 | origineel manuscript [document] dat gekopieerd moet worden |
| genshiryō-原子量 | atoommassa; atoomgewicht |
| genshoku-原色 | primaire kleur; fundamentele kleur |
| genzairyō-原材料 | grondstof; basis materiaal; onbewerkte materialen |
| genzu-原図 | de oorspronkelijke afbeelding [tekening; schildering] waarvan een kopie, reproductie, of facsimile is gemaakt |
| geomanshī-ゲオマンシー | geomantiek (waarzegkunst uitgaande van verschijnselen op aarde) |
| geppō-月報 | maandelijkse rapportage [uitgave]; maandelijks bericht [bulletin] |
| geppu-月賦 | (betaling in) maandelijkse termijnen |
| geragera-げらげら | (onomatopee) schaterend; hard lachend |
| gerimandā-ゲリマンダー | kiesrechtgeografie (het manipuleren of hertekenen van de grenzen van kiesdistricten) |
| gerumaniumu-ゲルマニウム | germanium (chem.element) |
| gēsen- ゲーセン | arcadehal; automatenhal |
| geshi-夏至 | één van de 24 seizoenen van de oude maankalender, wanneer de zon staat op 90 graden (geografische) lengte; tegenwoordig is dat 22 juni; zonnewende |
| gesshoku-月食 | maansverduistering |
| gesu-下種 | iemand met een lage status [positie] |
| gesubaru-下種張る | onbeleefd [grof; lomp] zijn; zich op een onbetamelijke manier gedragen |
| getsu-月 | maan |
| getsu-月 | maand |
| getsugaku-月額 | maandelijks bedrag |
| getsumen-月面 | maanoppervlak |
| getsuri-月利 | maandelijkse rente |
| getsuyō-月曜 | maandag |
| getsuyōbi-月曜日 | maandag |
| getsuyōbyō-月曜病 | maandagziekte (moeite om na het vrije weekend weer aan het werk te gaan) |
| gezerushafuto-ゲゼルシャフト | (sociologie) Gesellschaft; winstmaatschappij (een samenleving gebaseerd op eigenbelang) |
| gezerushafuto-ゲゼルシャフト | samenleving; maatschappij |
| gi-伎 | vakmanschap; vaardigheid |
| gibutsu-偽物 | vervalsing; namaak; imitatie |
| giga-ギガ | giga-; 10 tot de macht 9 |
| gijutsu-技術 | vakmanschap; een kunst; techniek; bekwaamheid; vaardigheid; kundigheid |
| giketsukennodairikōshi-議決権の代理行使 | uitoefening van stemrecht bij volmacht; het stemmen bij volmacht (namens iemand anders) |
| gikō-技工 | ambachtsman |
| gikō-技巧 | vakmanschap; (technische) vaardigheid [kunde]; techniek |
| gikochinai-ぎこちない | ongemakkelijk; onhandig; onbeholpen; stijf; ruw; bot |
| gikogiko-ギコギコ | (onomatopee) piepend; krakend; zagend |
| gikōka-技巧家 | (groot) kunstenaar; vakman |
| gikyōshin-義俠心 | een ridderlijke geest (met maatschappelijk betrokkenheid) |
| gimonbun-疑問文 | (grammatica) een vraagzin; vragende zin |
| gimuzukeru-義務づける | verplicht maken [stellen]; vereisen |
| gingamu-ギンガム | gingang (een in een effen binding geweven middelzware stof; Maleis: genggang) |
| ginkōfurikomi-銀行振り込み | bank overschrijving [overboeking; overmaking] |
| ginpa-銀波 | zilverkleurige golven (door reflectie van maanlicht) |
| ginsei-銀製 | iets dat is gemaakt van zilver |
| giongo-擬音語 | onomatopee |
| gisei-擬勢 | bluf; misleiding; vals machtsvertoon |
| giseifurai-犠牲フライ | (honkbal) (Eng.: sacrifice fly) een opofferingsslag waarmee de slagman anderen laat scoren en zichzelf opoffert |
| giseigo-擬声語 | een onomatopee (klanknabootsend woord) |
| giyaman-ギヤマン | (benaming uit Edo-periode voor) diamant |
| giyaman-ギヤマン | vroegere naam voor geslepen glas (dat met een diamant werd bewerkt) |
| gō-号 | nummer; rang; uitgave; formaat |
| gō-業 | karma; lot; lotsbestemming |
| gobaishi-五倍子 | de Chinese sumak of galnoot {galappel} boom (Rhus chinensis) |
| gobun-誤聞 | misverstand, verkeerd horen [begrijpen]; verkeerde informatie |
| gobusata-御無沙汰 | langdurige afwezigheid van communicatie; iemand lange tijd niet bezoeken of schrijven |
| gochisōsama-御馳走様 | dank u voor de traktatie [voor de maaltijd; voor het onthaal; voor de ontvangst] |
| goden-誤伝 | onjuiste [verkeerde] informatie |
| gogataki-碁敵 | tegenspeler (in het go-spel); iemand die regelmatig go speelt |
| gogatsu-五月 | mei (de 5de maand) |
| gohan-御飯 | (gekookte) rijst; maaltijd |
| gohasan-御破算 | het helemaal opnieuw beginnen; beginnen met een schone lei; teruggaan naar af |
| gōhō-合法 | wettigheid; legitimiteit; rechtmatigheid; conform de wet |
| gōhō-業報 | (boeddh.)de gevolgen van (goed of slecht) karma; onvermijdelijke vergelding |
| gohō-誤報 | verkeerd bericht; foute [verkeerde] informatie [inlichtingen] |
| gōingu・mai・wē-ゴーイング・マイ・ウェー | op je eigen manier leven; je eigen weg volgen |
| gōkakushahappyō-合格者発表 | de bekendmaking van de geslaagde (examen)kandidaten |
| goku-極 | eenheid van getal, 10 tot de macht 48 |
| gokugetsu-極月 | de laatste maand van het jaar; december |
| goma-護摩 | Homa, een Boeddhistisch (votief) ritueel, met het verbranden van offergaven |
| gomashio-胡麻塩 | een smaakmaker uit de Japanse keuken gemaakt van fijngemalen sesamzaad en een kleine hoeveelheid zout |
| gomasuri-胡麻擂り | gemalen sesamzaad |
| gomenkudasai-御免下さい | (begroeting bij het binnenkomen van iemand's huis) Hallo, is daar iemand?; Mag ik binnenkomen? |
| gomi-五味 | de vijf smaken (zoet, zuur, zout, bitter, pittig) |
| gomiyashiki-ごみ屋敷 | huis met veel afval binnen en buiten; huis van iemand die veel troep verzamelt |
| gōmo-毫も | (niet) in het minst; helemaal (niet) |
| gōmon-拷問 | marteling; foltering |
| gōmonsuru-拷問する | martelen; folteren |
| gomyaku-語脈 | (semantische en grammaticale) woordkoppeling; samenstelling van twee woorden |
| goneru-ごねる | klagen; moeilijk doen over; een probleem maken van |
| gongen-権現 | een goddelijke manifestatie; tijdelijke verschijning van Boeddha's en Bodhisattva's in verschillende gedaanten |
| goninbayashi-五人囃子 | vijf hofmuzikantenpoppen, uitgestald tijdens het meisjesfestival (op 3 maart) |
| gōnomono-剛の者 | ware meester; vakman |
| goraku-娯楽 | amusement; entertainment; vermaak |
| gōrei-号令 | bevel; order; commando; gebod |
| gōriki-強力 | iemand die de bagage van bergasceten draagt |
| gorin-五倫 | (Confucianisme) de vijf fundamentele morele deugden van menselijke relaties (tussen vader-zoon, heerser-onderdaan, man-vrouw, jong-oud, vrienden) |
| gorogoro-ごろごろ | (onomatopee) gerommel; gedonder; geluid van iets dat hard naar beneden rolt |
| gōrudo・rasshu-ゴールド・ラッシュ | goldrush (massale zoektocht naar goud(velden)) |
| gōruin-ゴールイン | een doelpunt maken |
| gōrukīpā-ゴールキーパー | keeper; doelman [doelvrouw]; doelverdediger |
| gosai-後妻 | (iemands) tweede vrouw (na overlijden of scheiding van zijn eerste vrouw) |
| gose-後世 | het hiernamaals; het leven na de dood |
| gōsei-剛性 | (mate van) stijfheid; hardheid; rigiditeit |
| gōseimayaku-合成麻薬 | (synthetische drug) MDMA (methyleendioxymethamfetamine) |
| gosekke-五摂家 | de vijf regentenhuizen (voornaamste families van de Fujiwara-clan, vanaf het midden van de Kamakura-periode) |
| gosekku-五節句 | de vijf grote festivals (7 januari, 3 maart, 5 mei, 7 juli en 9 september) |
| gōshi-郷士 | (Edo periode) landedelman (uit de samurai klasse); landjonker; jonkheer |
| goshichinichi-五七日 | de 35ste dag na iemands overlijden |
| gōshigaisha-合資会社 | commanditaire vennootschap |
| goshin-五辛 | de 5 soorten groenten met een sterke smaak (knoflook, ui, lenteuitjes, prei en bieslook) |
| goshinpu-御親父 | (beleefd woord voor de vader van iemand anders) uw [jouw] vader |
| goshō-後生 | hiernamaals; het leven na de dood |
| gosho-御所 | woonplaats [residentie] van een prins, shogun, minister, staatsman, e.d. |
| goshujin-御主人 | (respectvolle de term voor de echtgenoot van iemand anders) uw echtgenoot |
| gosokurō-御足労 | (een respectvol woord gebruikt voor iemand die komt of gaat) de moeite nemen om te komen [gaan] |
| gotatsuku-ごたつく | in de problemen zitten; ruzie hebben [maken] |
| gotetsuku-ごてつく | in de problemen zitten; ruzie hebben [maken] |
| gotoobi-五十日 | dagen van de maand eindigend op 5 of 0 |
| gotsugotsu-ごつごつ | (onomatopee) ruw; oneffen; ruig; verweerd; hoekig; stijf |
| gotsugotsu-ごつごつ | (onomatopee) geluid van hoesten [bonken] |
| goyōron-語用論 | pragmatiek |
| gōyū-豪遊 | extravagant vermaak; het (uitbundig) feestvieren |
| goza-茣蓙 | biezenmat |
| gōzoku-豪族 | machtige [invloedrijke] familie [clan] |
| grab・baketto-グラブ・バケット | (b.v. van een hijskraan of graafmachine); grijper; grijpemmer; grijpbak |
| gu-具 | pigment bij het (helder) maken van porselein |
| gu-具 | middel; methode; maatregel |
| gū-寓 | (in kanji combinaties) tijdelijke verblijfplaats; (beleefde term voor de) woning (van iemand); fabel |
| guai-具合 | wijze; manier; methode |
| guatemara-グアテマラ | Guatemala |
| gubigubi-ぐびぐび | (onomatopee) klokkend geluid; met grote slokken (alcoholische dranken) drinken |
| gūgoru-グーゴル | googol, een eenheid van getal, 10 tot de macht 100 |
| gūgū-ぐうぐう | (onomatopee) snurkend (zzz-zzz) |
| gūgū-ぐうぐう | (onomatopee) grommend; ronkend |
| gun-軍 | leger; krijgsmacht; strijdmacht; troepen |
| gunjō-群青 | ultramarijn (pigment) |
| gunjōiro-群青色 | ultramarijn (kleur) |
| gunju-軍需 | behoeften van het leger; materiaal of diensten die het leger nodig heeft; leger goederen [bevoorrading; munitie; proviand] |
| gunki-軍機 | militair geheim; geclassificeerde militaire documenten [informatie] |
| gunkō-軍港 | marinehaven; haven voor oorlogsschepen |
| gunmō-群盲 | de onwetende massa; de ongeletterden |
| gunshin-軍神 | oorlogsgod; god van de oorlog (Mars) |
| gunshū-群衆 | menigte; (grote) groep mensen; (mensen)massa |
| gunzei-軍勢 | strijdkrachten; militaire troepen; manschappen |
| gurabu-グラブ | (b.v. van een hijskraan of graafmachine); grijper; grijpemmer; grijpbak |
| guraindā-グラインダー | slijper; slijpmachine |
| guramā-グラマー | grammatica |
| gurasu・ūru-グラス・ウール | glaswol (filtreer- en isolatiemateriaal) |
| guraundo・sutorōku-グラウンド・ストローク | (tennis) groundstroke (een slag die wordt geslagen nadat de bal eenmaal is gestuiterd) |
| gurīn・berē-グリーン・ベレー | commando (soldaat); speciale (militaire) eenheid |
| gurī・kurabu-グリー・クラブ | Glee Club (mannenkoor in Londen, 1783-1857) |
| gurī・kurabu-グリー・クラブ | mannenkoor |
| gurō-愚老 | (nederig beleefde term waarmee ouderen naar zichzelf verwijzen, b.v.:) ik, oude man; deze oude vrouw |
| gurōsuru-愚弄する | (iem.) bespotten; belachelijk maken |
| guruguru-ぐるぐる | (onomatopee) draaiend; duizelig |
| gusei-愚生 | (nederig, mannentaal) ik, mij |
| gushinui-串縫い | Japanse standaard manier van naaien met parallelle stiksels |
| gussuri-ぐっすり | (onomatopee) diep [vast] slapend |
| gutaisaku-具体策 | concrete maatregelen |
| gyakuen-逆縁 | slechte daad die iemand uiteindelijk tot de Boeddhistische leer leidt |
| gyakuyō-逆用 | misbruik; verkeerd gebruiken; gebruik van iets op een andere manier [met een andere reden] dan de bedoeling is |
| gyaruson-ギャルソン | ober; kelner; bediende; jongeman |
| gyazā-ギャザー | (bij het maken van kleding) plooisel; smokwerk |
| gyōbō-仰望 | het tegen iemand opkijken (met bewondering, eerbied, e.d.) |
| gyōchū-蟯虫 | draadworm; aarsmade; aarsworm (Enterobius vermicularis) |
| gyodai-御題 | titel [thema] voor een poëziewedstrijd, door de keizer opgeschreven [gekozen] |
| gyōgi-行儀 | gedrag; houding; manieren |
| gyohi-魚肥 | meststof gemaakt van [gedroogde) vis |
| gyoi-御衣 | (respectvolle term voor) kleding van een keizer [vorst; edelman]; keizerlijke gewaden |
| gyokkō-玉稿 | (respectvolle term voor het manuscript van iemand anders) uw manuscript |
| gyōkō-僥倖 | onverwacht geluk; onverwachte meevaller [mazzel] |
| gyoku-漁区 | visgronden; gebieden waar gevist mag worden |
| gyokuhai-玉杯 | (sake) kop gemaakt van jade |
| gyokuhaku-玉璞 | ruwe diamant; ongeslepen diamant |
| gyokujū-玉什 | (een respectvolle naam voor de poëzie van iemand anders) uw gedicht [poëzie] |
| gyokuseki-玉石 | diamand en steen; iets goeds en iets slechts; iets waardevols en iets dat waardeloos is |
| gyomi-魚味 | vissmaak; de smaak van vis |
| gyomi-魚味 | (afk. voor) Viering van de vissmaak (ceremonie waarbij kinderen voor het eerst sinds de geboorte vis eten) |
| gyominoiwai-魚味の祝い | Viering van de vissmaak (ceremonie waarbij kinderen voor het eerst sinds de geboorte vis eten) |
| gyoran-魚籃 | vismand; viskorf |
| gyōretsu-行列 | (wiskunde) matrix (systeem van waarden voor toepassing van rekenkundige regels) |
| gyōseiken-行政権 | de uitvoerende macht (één van de drie machten van de staat) |
| gyōseishobun-行政処分 | bestuurlijke [administratieve] regelgeving [maatregelen] |
| gyōsekifushin-業績不振 | economische malaise |
| gyōsha-業者 | handelaar; koopman; aannemer |
| gyoshō-魚醤 | vissaus (gemaakt van gefermenteerde vis) |
| gyotaku-魚拓 | traditionele Japanse methode om een afdruk op papier te maken van een vis |
| gyotto-ぎょっと | (onomatopee) geschrokken; geschokt |
| gyūgo-牛後 | metafoor voor een navolger (iemand die achter iemand met macht aanloopt) |
| gyūgyū-ぎゅうぎゅう | (onomatopee) krakend [piepend] geluid |
| gyūhi-求肥 | een vorm van wagashi, traditioneel Japans snoepgoed (een zachtere variant van mochi, ook gemaakt van kleefrijst) |
| gyutto-ぎゅっと | (onomatopee) strak; stevig; krachtig; knijpend |
| gyо̄muyо̄-業務用 | zakelijk [bedrijfsmatig] gebruik |
| haba-幅 | marge; verschil; afwijking |
| habakarinagara-憚りながら | met alle respect ...; neem me niet kwalijk, maar... |
| habakarisama-憚り様 | bedankt voor de moeite, maar ... |
| habakaru-憚る | macht [invloed] uitoefenen (op) |
| habakiki-幅利き | het macht [invloed] hebben |
| hachigatsu-八月 | augustus (de 8ste maand) |
| hachimenreirō-八面玲瓏 | volmaakte [perfecte] harmonie [helderheid; kalmte] |
| hachimenroppi-八面六臂 | allround [veelzijdig; van vele markten thuis] zijn |
| hadō-覇道 | (in confucianisme) besturing van een natie via militaire macht en bedrog; regering met een alleenheerser aan het hoofd |
| hādoboirudo-ハードボイルド | genre misdaadromans |
| hadoron- ハドロン | (scheikunde) hadron, een subatomair deeltje dat uit quarks bestaat (de naam is afgeleid van het Griekse hadros, dat sterk betekent) |
| hāfindāru・hāshuman・indekkusu-ハーフィンダール・ハーシュマン・インデックス | Herfindahl–Hirschman Index |
| hāfu-ハーフ | halfbloed; iemand van gemengde afkomst (met name half-Japans, half niet-Japans) |
| hāfumeido-ハーフメイド | kleding die nog niet klaar is, op maat wordt gemaakt en pas na bestelling wordt afgewerkt |
| hāfu・marason-ハーフ・マラソン | halve marathon (21,1 km) |
| hageitō-葉鶏頭 | (plant) driekleuren amarant (Amaranthus tricolor) |
| hagemasu-励ます | iemand aanmoedigen [bemoedigen] |
| hagi-萩 | Hagi, een stad gelegen aan de Japanse Zee, in het Noorden van de prefectuur Yamaguchi |
| hagyō-覇業 | overheersing; suprematie; heerschappij |
| hahachō-叭々鳥 | kuifmaina (een spreeuwensoort, Acridotheres cristatellus) |
| hai-ハイ | hoog; om hoge mate [graad] |
| haigaku-廃学 | studiebeëindiging zonder einddiploma; voortijdig stoppen met school of studie |
| haigun-敗軍 | verslagen leger(macht) [generaal] |
| haikā-ハイカー | wandelaar; trekker; iemand die trektochten maakt |
| haikingu-ハイキング | trekken; trektochten [lange wandelingen] maken |
| haikinshugisha-拝金主義者 | mammonist (iemand die de geldgod Mammon aanbidt, en streeft naar rijkdom) |
| haiku-ハイク | trekken; trektochten [lange wandelingen] maken |
| hairu-入る | in werking [aan] zijn (licht, machines, e.d.) |
| hairu-入る | (informatie, e.d.) doorgeven; introduceren (als iets nieuws) |
| hairyō-拝領 | geschenk (van een vorst of edelman aan een onderdaan); geschenk ontvangen van een hogergeplaatste |
| haisen-廃船 | ontmanteling van een boot [schip]; een schip dat uit de vaart is genomen; een schip dat niet meer wordt gebruikt en is gesloopt |
| haisensu-ハイセンス | goede smaak; verfijnd gevoel |
| haishin-配信 | distributie (van nieuws, informatie e.d.) |
| haishoku-配食 | maaltijdbezorging (in een instelling) |
| haizai-配剤 | het samenstellen [klaarmaken; mengen] van medicijnen |
| hai・sosaetī-ハイ・ソサエティー | de hogere klassen [kringen] in de samenleving [maatschappij] |
| hajimemashite-初めまして | aangenaam kennis te maken |
| hajishirazu-恥知らず | een schaamteloos persoon; iemand die geen schaamte kent |
| haka-破瓜 | ontmaagding |
| hakadoru-捗る | vooruitgang boeken; vooruitgaan; vorderingen maken |
| hakama-袴 | een hakama, traditioneel Japans kledingstuk voor mannen (wijde broek) |
| hake-捌け | markt; afzetgebied |
| hakeguchi-捌け口 | markt; afzetgebied |
| haken-覇権 | hegemonie; suprematie |
| hakisōji-掃き掃除 | vegen; vegen en schoonmaken |
| hakitate-掃きたて | net geveegd [schoongemaakt] |
| hakkachō-八哥鳥 | kuifmaina (een spreeuwensoort, Acridotheres cristatellus) |
| hakō-跛行 | mankheid; het mank lopen; hinken |
| hakō-跛行 | (fig.) iets dat uit balans is [niet soepel gaat]; onregelmatig verloop; onstabiele voortgang |
| hakugei-白鯨 | Moby-Dick, titel van een boek uit 1851 van Herman Melville, over een witte walvis) |
| hakuhan-白斑 | vitiligo; leukoderma |
| hakuheisen-白兵戦 | gevecht op korte afstand van elkaar; man tegen man gevecht; lijf om lijf gevecht |
| hakujin-白人 | beginneling; amateur |
| hakumen-白面 | onopgemaakt gezicht; gezicht zonder make-up |
| hakuran-博覧 | iets verspreiden [toegankelijk maken voor een groter publiek] |
| hakusen-白線 | (wegmarkering) witte lijn [streep] |
| hakushaku-伯爵 | graaf (edelman) |
| hakutō-白頭 | iemand met grijs [wit] haar; grijs hoofd; witte pruik |
| hama-浜 | (afk. voor) Yokohama |
| hamachi-魬 | jonge geelvinmakreel (ca. 40 centimeter lang; Seriola quinqueradiata) |
| hamamatsu-浜松 | Hamamatsu is de naam van een stad in de prefectuur Shizuoka |
| hamanabe-蛤鍋 | een maaltijdsoep [stoofpot] met mosselen [zeevruchten] |
| hamayumi-破魔弓 | (oorspronkelijk) de boog om een hamaya af te schieten (nu met een meer symbolische betekenis) |
| han-判 | papierformaat |
| hanagoza-花茣蓙 | een mat met een (ingeweven) bloemenpatroon |
| hanahada-甚だ | (heel) erg; uiterst; extreem; bovenmatig; excessief |
| hanakago-花籠 | bloemenmand; mand met bloemen |
| hanamagari-鼻曲がり | mannelijke zalm met een uitpuilende snuit tijdens het voortplantingsseizoen |
| hanamagari-鼻曲がり | iemand met een slecht humeur; brombeer; chagrijn |
| hanamori-花守 | iemand die bloemen beschermt [bewaakt] (m.n. kersenbloesems) |
| hanamushiro-花筵 | een mat [kleed] waar men op zit tijdens de hanami |
| hanamushiro-花筵 | een mat met een (ingeweven) bloemenpatroon |
| hanareru-放れる | zich losmaken van; bevrijd [losgelaten] worden |
| hanashiburi-話し振り | (iemand's) manier van praten |
| hanashikata-話し方 | manier van praten [spreken]; spreektrant |
| hanashizuki-話し好き | een kletskous; iemand die graag [veel] praat |
| hanbunjokurei-繁文縟礼 | bureaucratische formaliteiten [regels]; administratieve rompslomp |
| handī-ハンディー | handig; draagbaar; handzaam; makkelijk te hanteren |
| handoauto-ハンドアウト | folder; stencil; pamflet (informatiemateriaal voorafgaand aan persconferenties, symposia, etc.) |
| handomēdo-ハンドメイド | andgemaakt; met de hand gemaakt |
| handomeido-ハンドメイド | handgemaakt; met de hand gemaakt |
| hane-羽 | veer; pluim; pluimage |
| haneru-刎ねる | onthoofden; iemands hoofd afhakken. |
| hangan-判官 | rechter; magistraat; ambtenaar |
| hangetsu-半月 | halvemaan; halfvolle maan |
| hanguappu-ハングアップ | (computer) programmastop; vastlopen van het systeem |
| hangurī-ハングリー | hunkerend; smachtend |
| hanhaba-半幅 | de helft van de normale stofbreedte.(bij kimonostof is dit ongeveer 18 cm.) |
| hanjisei-反磁性 | diamagnetisme |
| hanmai-飯米 | (consumptie)rijst; rijst (voor het bereiden van maaltijden) |
| hanmokku-ハンモック | hangmat |
| hanninmae-半人前 | half [matig] werk leveren; halfslachtig [halfbakken] zijn |
| hannya-般若 | hannya-masker met een demonisch gezicht (in no-theater, kyogen e.d.) |
| hanpo-半帆 | zeil dat maar voor de helft is opgetrokken vanaf het dek |
| hanro-販路 | markt; verkoopkanaal; afzetgebied |
| hansetsu-半切 | stuk papier van halve maat [afmeting] (in de lengte doormidden gesneden) |
| hanshazai-反射材 | reflecterend materiaal [reflecterende producten] (voor verkeersveiligheid) |
| hansōha-搬送波 | (elektromagnetische) draaggolf |
| hantsuki-半月 | een halve maand; de helft van de maand |
| han'eikyū-半永久 | semipermanentie |
| han'eikyūteki-半永久的 | semipermanent |
| han'in'yō-半陰陽 | tweeslachtigheid; hermafroditisme |
| han'onkai-半音階 | (muziek) chromatische toonladder |
| happōbijin-八方美人 | allemansvriend; persoon die iedereen welgevallig is of wil zijn (vaak geringschattend gebruikt) |
| happu-発布 | proclamatie; afkondiging; verkondiging |
| happyōkai-発表会 | een school concert [recital]; een gelegenheid waarbij een reeks uitvoeringen of bevindingen openbaar wordt gemaakt |
| happyōsuru-発表する | aankondigen; bekend maken; presenteren; publiceren |
| hapuningu-ハプニング | geïmproviseerde manisfestatie; spontane kunstactiviteit |
| hara wo kimeru-腹を決める | een besluit [beslissing] nemen; een keuze maken; de knoop doorhakken |
| hara-腹 | maag; ingewanden |
| haradatsu-腹立つ | boos worden; ruzie maken |
| haragei-腹芸 | (op subtiele manier) iemand overhalen om iets te doen |
| harahara-はらはら | (onomatopee) nerveus; zenuwachtig; gespannen |
| harahara-はらはら | (onomatopee) neerdwarrelend |
| haraita-腹痛 | buikpijn; maagpijn |
| haranbanjō-波乱万丈 | stormachtig; dramatisch; veelbewogen |
| haranbanjō-波瀾万丈 | wisselvalligheid; stormachtigheid; met veel ups en downs |
| haratsuzumi-腹鼓 | gezegde dat wasbeerhonden op maanverlichte nachten op hun buik trommelen |
| harau-払う | overweldigen; wegvagen; iem. helemaal van zijn stuk brengen |
| hare-晴れ | (na verdachtmakingen, bewezen) onschuld |
| hariharinabe-はりはり鍋 | Japanse stoofschotel met (mizuna) groente en vlees (oorspronkelijk walvisvlees) (harihari is een onomatopee voor het geluid van kauwen) |
| hariko-張り子 | papier-maché |
| harikonotora-張り子の虎 | papieren tijger (fig., d.w.z. iem. of iets dat er sterk uitziet maar het niet is) |
| haron-ハロン | (Engelse afstandsmaat) furlong (een achtste mijl, ca. 201 m.) |
| haru-張る | vastmaken; (vast)plakken; aanhechten |
| harubasho-春場所 | lente sumotoernooi (in Osaka in maart) |
| harumagedon-ハルマゲドン | Armageddon |
| hashigonori-梯子乗り | het uitvoeren van acrobatiek op een rechtopstaande ladder (traditioneel performance kunst bij brandweer) |
| hashika-麻疹 | mazelen |
| hassaku-八朔 | 1 augustus (van de maankalender) |
| hasshin-発信 | het versturen van berichten (via post, telegram, e-mail, radio, etc.) |
| hasshō-発祥 | bakermat; geboorteplaats |
| hassōhyōgo-発想標語 | stilistische notatie in bladmuziek (b.v. animato, dolce, e.d.) |
| hassun-八寸 | 8 sun (lengtemaat) |
| hasurā-ハスラー | ondernemend iemand; slimme zakenman; doorzetter |
| hatago-旅籠 | (Edo-periode) mand [kist] met het voedsel voor de paarden op reis |
| hatago-旅籠 | (Edo-periode) mand met etenswaren op reis |
| hatagosen-旅籠銭 | (Edo-periode) verblijfskosten in een herberg (logies en maaltijden) |
| hataku-叩く | opmaken (geld); leegmaken (portemonnee) |
| hatameiwaku-傍迷惑 | overlast [ongemak] (veroorzaken) voor andere mensen [de mensen om je heen] |
| hatankyō-巴旦杏 | amandel(boom) (Prunus dulcis) |
| hatarakaseru-働かせる | (iemand) laten werken; aan het werk zetten |
| hatarakasu-働かす | (iemand) aan het werk zetten; laten werken |
| hatarakiburi-働き振り | manier van werken; taakvervulling |
| hatarakimono-働き者 | een harde werker; iemand die hard werkt |
| hatarakite-働き手 | kostwinner; iemand die werkt |
| hatato-はたと | plotseling; totaal; helemaal |
| hatazao-旗竿 | vlaggenmast |
| hatazaochi-旗竿地 | een stukje grond, ingesloten tussen andere percelen, met een aparte (onpraktische) vorm (een smalle strook met een rechthoek, zoals een vlaggenmast) |
| hatchakukan-発着艦 | arriverende en vertrekkende marineschepen (in een zeegebied) |
| haterumajima-波照間島 | Hateruma (een eiland van Okinawa) |
| hatoha-鳩派 | (fig.) duiven; gematigde groep [factie] |
| hatoronban-ハトロン判 | standaard Japans papierformaat (900 x 1200 mm) |
| hatsuaki-初秋 | de 7de maand in de maankalender |
| hatsubaisuru-発売する | te koop aanbieden; op de markt brengen |
| hatsubon-初盆 | het eerste Bon festival na iemand's overlijden |
| hatsudōki-発動機 | motor; machine |
| hatsufuyu-初冬 | de 10de maand van de maankalender |
| hatsugen-発現 | openbaring; verschijning; manifestatie |
| hatsugo-初子 | iemands eerste kind; eerstgeborene |
| hatsuharu-初春 | het begin [de eerste maand] van het jaar; Nieuwjaar |
| hatsuka-二十日 | twintig dagen; de twintigste dag van de maand |
| hatsukaban-二十日盆 | 20 juli, volgens de oude maankalender (in het Tohoku district is er een speciaal festival op die dag) |
| hatsukazuki-二十日月 | de maan op de twintigste van de maand (met name in de maand augustus) |
| hatsumono-初物 | maagd |
| hatsumonogui-初物食い | iemand die altijd op zoek is naar nieuwe dingen |
| hatsumonogui-初物食い | een voorkeur voor de eerste oogst [producten] van het seizoen; iemand met een voorkeur voor de eerste oogst [producten] van het seizoen |
| hatsuon-発音 | articulatie; uitspraak (manier van uitspreken) |
| hatsurei-発令 | proclamatie; (officiële) bekendmaking |
| hatsuro-発露 | uitdrukking; manifestatie; uiting; verschijning |
| hatten-発展 | de ontwikkeling in de relatie (tussen man en vrouw); een losbandig leven leiden; een actief sex leven hebben |
| hausu-ハウス | firma; zaak; bedrijf |
| hausudoresu-ハウスドレス | makkelijk zittende kleding voor thuis |
| hausuhazubando-ハウスハズバンド | huisman; thuisblijvende echtgenoot (van werkende vrouw) |
| hausu・ējenshī-ハウス・エージェンシー | makelaar; makelaardij; woningbureau |
| hautsū-ハウツー | hoe te (doen); op welke manier; handleiding |
| hayade-早出 | vroeger (dan normaal) gaan werken [op kantoor komen] |
| hayagawari-早変わり | eesnelle transformatie [grdaanteverandering]; metamorfose; snelle omkleding (van kostuum) |
| hayami-早見 | (kort) overzicht; schema; tabel; grafiek |
| hayamimi-早耳 | iemand met een goed gehoor |
| hayamimi-早耳 | iemand die snel iets (gerucht, informatie e.d.) te weten komt |
| hayato-隼人 | benaming voor jongens in de Kagoshima-prefectuur |
| hayato-隼人 | (hist.) volkstam in Zuid Kyushu (die verzet pleegde tegen de Yamato regering van de keizer) |
| hazu-ハズ | man; echtgenoot |
| hazubando-ハズバンド | man; echtgenoot |
| hazuki-葉月 | augustus (de 8ste maand volgens de oude maankalender) |
| hazureru-外れる | loskomen; los gemaakt worden |
| hazusu-外す | losmaken; openmaken; ontsluiten; afdoen; uitdoen |
| hebaru-へばる | uitgeput [afgemat; doodmoe; uitgeteld] zijn |
| hebonshikirōmaji-ヘボン式ローマ字 | het hepburnsysteem voor de transcriptie van Japanse woorden in het Latijnse alfabet (romaji) |
| heiba-兵馬 | cavalerie; manschappen; strijdkrachten |
| heibon-平凡 | het gewoon [alledaags; middelmatig] zijn |
| heichara-へいちゃら | gemakkelijk; eenvoudig |
| heichara-平ちゃら | makkelijk; eenvoudig |
| heichō-兵長 | voormalige rang in het Japanse leger en de marine (de hoogste rang van soldaten) |
| heiheitantan-平平坦坦 | erg [extreem] gelijkmatig [vlak] |
| heiji-平時 | normale omstandigheden [tijden] |
| heijō-平常 | normaal [gebruikelijk; gewoon] zijn |
| heijun-平準 | nivellering; het waterpas maken |
| heika-陛下 | Zijne [Hare; Uwe] Majesteit |
| heiken-兵権 | de militaire macht; het militaire gezag |
| heikiko-兵器庫 | arsenaal; wapenhuis; wapenmagazijn |
| heimyaku-平脈 | normale polsslag |
| heinen-平年 | gemiddeld [normaal] jaar (wat betreft neerslag, temperatuur, etc.) |
| heinetsu-平熱 | normale temperatuur |
| heiro-閉炉 | (in Zen tempels, op eerste dag van de 2de maand van de maankalender) het doven [uitdoen] van de van de vuurhaard [open haard] |
| heiryoku-兵力 | troepenmacht; strijdkrachten; militaire kracht |
| heisashijō-閉鎖市場 | gesloten markt |
| heisoku-閉塞 | maatschappelijke stagnatie, onzekerheid |
| heiwaijigun-平和維持軍 | vredesmacht |
| hejjingu-ヘッジング | indekking; afdekking (met tegengestelde posities op de financiële markt) |
| hekoobi-兵児帯 | soepele obi (kimono-ceintuur) voor mannen en kinderen |
| hekutāru-ヘクタール | hectare (vlaktemaat, = 10 are; 10.000 m²) |
| hekuto-ヘクト | hecto- (100 maal) |
| henbō-変貌 | transformatie; gedaanteverandering; vormverandering |
| henchō-変調 | afwijking; onregelmatigheid |
| henge-変化 | metamorfose; transformatie |
| henka-変化 | vervoeging (grammatica) |
| henkakukatsuyō-変格活用 | (taalkunde) onregelmatige vervoeging (van werkwoorden) |
| henkan-変換 | wijziging; verandering; conversie; transformatie |
| henkei-変形 | transformatie; deformatie; vervorming; verandering van vorm |
| henkeirōdōjikansei-変形労働時間制 | systeem van variabele [onregelmatige] werktijden |
| henreihin-返礼品 | bedank-cadeautje; retourgeschenk (in waardering voor een gunst of schenking van iemand) |
| henreki-遍歴 | reis; rondreis; zwerftocht; pelgrimage |
| henro-遍路 | (boeddhistische) pelgrimage |
| henseiarukōru-変性アルコール | gedenatureerde alcohol (onbruikbaar gemaakt voor consumptie) |
| henshin-変身 | metamorfose; transformatie |
| henshitsukyō-偏執狂 | monomanie (psychische stoornis) |
| hensoku-変則 | onregelmatigheid; afwijkend [abnormaal; incorrect; onjuist] zijn |
| hensōkyoku-変奏曲 | variatie (verandering van een muzikaal thema binnen een muziekstuk) |
| hentai-変態 | transformatie; metamorfose |
| hentai-変態 | abnormaliteit; perversiteit |
| hentai-編隊 | formatie (van vliegtuigen, e.d.) |
| hentaihikō-編隊飛行 | het in formatie vliegen; formatievlucht |
| hentō-扁桃 | amandel (steenvrucht) |
| hentō-扁桃 | (keel)amandel; tonsil |
| hentōsen-扁桃腺 | (keel)amandel; tonsil |
| hentōsen-扁桃腺 | amandel (steenvrucht) |
| hen'atsuki-変圧器 | transformator |
| hen'yō-変容 | transformatie; gedaanteverandering; vormverandering |
| hetchara-へっちゃら | gemakkelijk; eenvoudig |
| heteronōmativiti-ヘテロノーマティヴィティ | heteronormativiteit |
| hetsurau-諂う | vleien; ophemelen; stroop om de mond smeren; bij iemand in de gunst [in het gevlij] proberen te komen |
| hi-被 | (als voorvoegsel in kanji combinaties) geeft aan dat iemand (of jezelf) object van een handeling is |
| hibiku-響く | effect hebben; indruk maken; beïnvloeden |
| hibō-誹謗 | laster; smaad |
| hibōchūshō-誹謗中傷 | laster; kwaadspreken; smaad; zwartmakerij |
| hību-ヒーブ | (home economist in business) iemand die werkzaam is op de consumentenafdeling van een bedrijf |
| hichiriki-篳篥 | hichiriki, een Japans blaasinstrument (gemaakt van bamboe) gebruikt voor traditionele gagaku muziek |
| hidai-肥大 | hypertrofie (een toename van het volume van normaal ontwikkelde cellen, weefsels, organen, etc. van een organisme) |
| hidane-火種 | vonk; gloeiend kooltje [houtje] (om vuur aan te maken) |
| hidari-左 | veel alcohol drinken; iemand die veel alcohol drinkt |
| hidarikiki-左利き | iemand die linkshandig is |
| hien-飛燕 | een eenpersoons jachtvliegtuig van het voormalige Japanse leger |
| hifubyō-皮膚病 | huidziekte; dermatose |
| hifuen-皮膚炎 | dermatitis; huidontsteking |
| hifuka-皮膚科 | dermatologie |
| hifukai-皮膚科医 | dermatoloog; huidarts |
| higagoto-僻事 | vergissing; verspreking; misverstand; ongemak |
| higeki-悲劇 | tragische gebeurtenis; tragedie; ramp; drama |
| higo-飛語 | gerucht; roddel; valse informatie |
| higōhō-非合法 | illegaal [onwettig; onrechtmatig] zijn |
| higoro-日頃 | gewoonlijk; normaal; altijd |
| hihīn-ヒヒーン | (onomatopee) hinnik (van een paard) |
| hihokensha-被保険者 | verzekerde; iemand die verzekerd is; iemand die een verzekering(polis) heeft |
| hii-非違 | (arch.) hoofd van de politie en rechtbank (Heian en Kamakura periode |
| hii-非違 | onwettelijkheid; onrechtmatigheid |
| hikagemono-日陰者 | uitgestotene (uit de maatschappij); paria; iemand met een duister verleden |
| hikagemono-日陰者 | iemand die door de wereld is vergeten; iemand die in de anonimiteit leeft |
| hikagen-火加減 | conditie van het vuur; mate van hitte van het vuur |
| hikasu-引かす | schulden (van iemand anders) betalen (b.v. om een geisha of prostituee vrij te kopen) |
| hike-引け | slotprijs (aandelenmarkt) |
| hikeshi-火消し | brandweerman; brandweerbrigade |
| hiki-誹毀 | smaad; laster; schandaal |
| hikiiru-率いる | aanvoeren; de leiding [het commando] hebben over |
| hikikomori-引き籠もり | mensen die zich uit de maatschappij terugtrekken [in sociaal isolement leven) |
| hikikomori-引き籠もり | het zich uit de maatschappij terugtrekken [in sociaal isolement leven) |
| hikimekagibana-引き目鉤鼻 | een schildertechniek voor het tekenen van menselijke gezichten (gebruikt in Yamato-e tijdens de Heian-periode) |
| hikiotoshi-引き落とし | automatische overschrijving |
| hikishimeru-引き締める | strakker maken; insnoeren; aantrekken (riem, touw, teugels, etc.) |
| hikishimeru-引き締める | strenger [strikter] maken (regels, etc.) |
| hikite-引き手 | iemand die trekt |
| hikiwari-碾き割り | gemalen gerst [tarwe] |
| hikiwari-碾き割り | (graan) vermalen; pletten; fijn malen |
| hikizuriorosu-引き摺り下ろす | iemand met een hoge positie afzetten [degraderen] |
| hikizuru-引き摺る | iemand dwingen (om mee te komen) |
| hikokumin-非国民 | iemand die niet patriottisch is; landverrrader |
| hiku-引く | aanbrengen (was; make-up, etc) |
| hiku-挽く | (ver)malen; zagen |
| hikute-引く手 | iemand die de aandacht trekt; iemand die bewonderd wordt; iemand die populair [in trek] is |
| hikute-引く手 | iemand die mensen uitnodigt |
| himajin-閑人 | iemand die veel vrije tijd [niets te doen] heeft; een luilak |
| himansaibō-肥満細胞 | mestcel; mastocyt |
| himarayasanmyaku-ヒマラヤ山脈 | de Himalaya; het Himalaya gebergte |
| himarayasugi-ヒマラヤ杉 | Himalayaceder (Cedrus deodara) |
| hin-浜 | (afk. voor) Yokohama |
| hinaarare-雛霰 | kleine, zoete, gekleurde rijstkoekjes die bij het Poppenfestival (op de Meisjesdag, 3 maart) worden gegeten |
| hinagiku-雛菊 | madeliefje; meizoentje |
| hinamatsuri-雛祭り | Japans poppenfeest [Meisjesdag] (op 3 maart, dan stallen meisjes hun traditionele poppen uit) |
| hinaningyō-雛人形 | hina-pop (traditionele Japanse pop die op 3 maart, de dag van het Japanse poppenfeest, wordt uitgestald) |
| hindo-頻度 | frequentie (aantal malen dat iets voorkomt) |
| hinji-賓辞 | het lijdend voorwerp (grammatica) |
| hinji-賓辞 | het predicaat; gezegde (grammatica) |
| hinkaku-品格 | waardigheid; goede smaak; elegantie |
| hinkaku-賓格 | de accusatief (naamval); objectstorm (grammatica) |
| hinnyō-頻尿 | pollakisurie, het frequent (vaker dan normaal) plassen [urineren] |
| hinoeuma-丙午 | het vuurpaard, een teken van de Chinese dierenriem (de 43e combinatie van de sexagesimale cyclus) |
| hinoki-檜 | Japanse (dwerg) cipres (Chamaecyparis obtusa) |
| hinomarubentō-日の丸弁当 | een bentō (lunchbox) met witte rijst en één rode pruim in het midden (zodat het geheel lijkt op de Japanse vlag hinomaru) |
| hinpan-頻繁 | voortdurend [onophoudelijk; herhaald; regelmatig] zijn |
| hinsen-貧賤 | arm en van lage komaf zijn |
| hinshitsukanri-品質管理 | kwaliteitsmanagement |
| hintārando-ヒンターランド | achterland; hinterland (gebied dat deel uitmaakt van de economische zone van een stad) |
| hippu-匹夫 | onbelangrijke [eenvoudige] man; man met een lage functie; ongeschoolde [onwetende] man |
| hippugerō-匹夫下郎 | eenvoudige mannen en knechten; mannen met lage functies |
| hirahira-ひらひら | (onomatopee) fladderend; dwarrelend; klapperend; flikkerend |
| hiraishin-避雷針 | bliksemafleider |
| hiratai-平たい | simpel; eenvoudig; makkelijk (te begrijpen) |
| hiriki-非力 | machteloosheid; hulpeloosheid |
| hīringu-ヒーリング | healing (genezing langs paranormale weg of door alternatieve therapieën) |
| hiro-尋 | vadem; vaam (lengtemaat, ca. 1,6-1,8 meter) |
| hirou-拾う | oppikken (geluid, etc.); iemand oppikken [ophalen] |
| hīru-ヒール | (van een schip) slagzij (maken) |
| hirumeshi-昼飯 | lunch; lichte maaltijd rond het middaguur |
| hiruseki-昼席 | matinee; middagvoorstelling |
| hisabetsuburaku-被差別部落 | gebied [(woon)gemeenschap; kolonie] van uitgestotenen [gediscrimineerden] uit de maatschappij (Edo-periode) |
| hiseiki-非正規 | (afk. voor) losse baantjes; tijdelijk [onregelmatig] werk |
| hiseikikoyō-非正規雇用 | losse baantjes; tijdelijk [onregelmatig] werk |
| hishimochi-菱餅 | (driekleurige) mochi in ruitvorm, voor Hinamatsuri, het poppenfestival op op 3 Maart) |
| hishō-費消 | het opmaken (van geld of goederen) |
| hishōsuru-費消する | (geld of goederen) opmaken |
| hissei-筆生 | kopiist; iemand die teksten kopieert (als beroep) |
| hisshi-必死 | (shōgi) onvermijdelijke schaakmat situatie |
| hisshi-必至 | (shōgi) onvermijdelijk schaakmat situatie |
| hitahita-ひたひた | (onomatopee) een kabbelend geluid (als van golven) |
| hitan-悲嘆 | verdriet; leed; smart; droefheid |
| hitatare-直垂 | traditionele Japanse kleding (oorspronkelijk de werkkleding van het gewone volk, later, vanaf de Muromachi periode, gedragen door de samoerai) |
| hitoatari-人当たり | (iemands) houding; gedrag; manieren |
| hitochigai-人違い | het iem. verwarren met iemand anders; iem. aanzien voor iemand anders |
| hitodakari-人集り | een mensenmenigte; menigte [massa] mensen |
| hitodanomi-人頼み | afhankelijk zijn van iemand anders; rekenen [vertrouwen] op iemand anders |
| hitogaki-人垣 | menigte; mensenmassa |
| hitogomi-人込み | mensenmassa; drukte (van mensen); gedrang |
| hitogoto-人事 | anderman's zaken [problemen] |
| hitokotosuru-一言する | wat [een paar woorden] zeggen; een korte opmerking maken |
| hitomachigao-人待ち顔 | eruitzien alsof je op iemand wacht |
| hitomawari-一回り | een maat |
| hitomōke-一儲け | het maken van winst; eenmalige winst |
| hitonami-人並み | gewoon [gemiddeld; normaal] zijn |
| hitonami-人波 | een kolkende menigte; opdringende massa (mensen) |
| hitorishibai-一人芝居 | onemanshow; onewomanshow; solovoorstelling |
| hitosuji-一筋 | (iets dat lang en smal is) een streep; lijn; stuk; snoer; lengte; straal |
| hitosujinawa-一筋縄 | de gewone [makkelijke] manier [methode] |
| hitotabi-一度 | één keer [maal] |
| hitotarashi-人たらし | mensenmens (iemand die graag onder de mensen is) |
| hitotsuki-一月 | één maand |
| hitozute-人伝 | informatie uit de tweede hand; van horen zeggen |
| hitsuke-火付け | brandstichting; pyromanie |
| hitsuke-火付け | pyromaan; brandstichter |
| hiwari-日割り | programma; programmering; schema |
| hiyakasu-冷やかす | winkelen zonder iets te kopen; kijken maar niet kopen |
| hiyamizu-冷や水 | (fig.) een domper; een koude douche; het bekoelen [dempen] (van iemand's enthousiasme) |
| hiyodori-鵯 | bruinoorbuulbuul (een zangvogel: Hypsipetes amaurotis) |
| hizabyōshi-膝拍子 | de maat [het tempo] aangeven door op je knieën te tikken |
| hizamakura-膝枕 | met je hoofd op iemand's schoot [knieën] |
| hō-報 | informatie; nieuws; verslag |
| hō-方 | manier; soort; categorie; klasse |
| hō-法 | (grammatica) modus; wijs |
| hō-法 | manier; methode; techniek; etiquette |
| hoanshobun- 保安処分 | maatregelen om de openbare orde te handhaven |
| hobashira-帆柱 | mast (van een schip) |
| hōben-方便 | een handige manier; geschikt middel; hulpmiddel |
| hochikisu-ホチキス | (merknaam van) een nietmachine; nietapparaat |
| hodo-程 | mate; graad; grootte; reikwijdte |
| hodohodo-程程 | gematigd [matig; gemiddeld; precies genoeg] zijn |
| hodohodo-程程 | passend bij iemands status zijn |
| hodoku-解く | losmaken; losknopen; ontwarren; ontrafelen; loslaten; uitpakken |
| hodoyoi-程好い | gematigd; middelmatig |
| hofumanhōshiki-ホフマン方式 | de Hoffmann methode (soort financiële berekeningsmethode) |
| hōgaku-方角 | methode; manier; werkwijze |
| hōgan-判官 | rechter; magistraat |
| hōgan-砲丸 | stootkogel (massieve metalen bol voor kogelstoten) |
| hōhō-方法 | methode; manier |
| hoihoi-ほいほい | gemakkelijk; zonder enige moeite; volgzaam |
| hoikushishō-保育士証 | diploma kleuterleidster |
| hōjin-邦人 | landgenoot; landsman |
| hōjū-放縦 | genotzucht; losbandigheid; onmatigheid |
| hōjutsu-方術 | middel; manier; methode; wijze; techniek |
| hōka-砲架 | kanonwagen; affuit; (marine) rolpaard [rampaard} |
| hōkahannin-放火犯人 | brandstichter; pyromaan |
| hōkaheki-放火癖 | pyromanie |
| hōkahekisha-放火癖者 | pyromaan |
| hokahoka-ほかほか | (onomatopee) stomend; (lekker) warm |
| hōkakyō-放火狂 | pyromanie |
| hōkakyō-放火狂 | pyromaan |
| hōkan-奉還 | teruggave (door de shogun) van een verleende (vol)macht (b.v. aan de keizer) |
| hokengaisha-保険会社 | verzekeringsmaatschappij |
| hokku-ホック | haak(je) (voor het dichtmaken van kleding) |
| hokku-ホック | drukknoop (voor het dichtmaken van kleding) |
| hokkyokuguma-北極熊 | ijsbeer; poolbeer (Ursus maritimus) |
| hōkō-芳香 | parfum; aroma; aangename geur |
| hokuriku-北陸 | Hokuriku gebied [streek] (bestaat uit de prefecturen Fukui, Ishikawa, Toyama en Niigata) |
| hokuteki-北狄 | noordelijke barbaren, naam die werd gegeven aan nomadische volkeren in het oude China |
| hokuto-北斗 | (afk. van) het sterrenbeeld de Grote Beer (Ursa Major) |
| hokutoshichisei-北斗七星 | het sterrenbeeld de Grote Beer (Ursa Major) |
| hōkyō-法橋 | (boeddh.) de brug van de Dharma (deze term vergelijkt de leer van Boeddha met een brug die mensen naar de overkant brengt) |
| homechigiru-褒めちぎる | verheerlijken; (iemand de hemel in) prijzen; iemand overladen met lofbetuigingen |
| hōmen-放免 | vrijlating; bevrijding; vrijmaking (als slaaf) |
| hōmō-法網 | de mazen van de wet |
| hōmu-法務 | zaken die te maken hebben met de boeddhistische leer |
| hōmumēdo-ホームメード | eigengemaakt; zelf vervaardig [bereid] |
| hōmuran・dābī-ホームラン・ダービー | (Major League Baseball) jaarlijkse wedstrijd om wie de meeste homeruns slaat |
| hōmu・dorama-ホーム・ドラマ | soap-serie; tv-drama over gezinsleven |
| hōmu・doresu-ホーム・ドレス | makkelijk zittende kleding voor thuis |
| hōmu・sentā-ホーム・センター | doe-het-zelfzaak; bouwmarkt |
| honba-本場 | geboorteplaats; thuisland; thuisbasis; bakermat |
| hondō-本道 | de juiste weg; het goede pad; de juiste manier |
| hōnen-放念 | geruststelling; het iemand geruststellen; iets van je afzetten |
| honenashi-骨無し | slapheid; zonder ruggengraat (fig.); een slap iemand; iem. zonder ruggengraat |
| hongumi-本組み | pagina opmaak (drukwerk) |
| hongyō-本業 | iemands hoofdberoep |
| honji-本地 | oorspronkelijke vorm; (iemand's) ware aard; (iemand's) diepste gedachten |
| honmyō-本名 | (iemands) echte naam |
| honnomushi-本の虫 | boekenwurm; boekenworm (iemand die veel van lezen houdt) |
| honomekasu-仄めかす | zinspelen op; laten doorschemeren; een toespeling maken; een hint geven |
| honrainara-本来なら | strikt genomen; normaal gesproken |
| honsai-本妻 | (iemands) wettige echtgenote |
| honsei-本性 | (iemands) ware aard [karakter] |
| honseki-本籍 | (iemands) wettelijke [officiële] adres [woonplaats] |
| honsha-本社 | hoofdkantoor; hoofdkwartier; moedermaatschappij |
| honshō-本性 | (iemands) ware aard [karakter] |
| honsō-本葬 | officiële begrafenis- of crematieplechtigheid |
| honzuki-本好き | boekenwurm; boekenworm (iemand die veel van lezen houdt) |
| hon'in-本院 | aanduiding voor een voormalige keizer |
| hooba-朴歯 | steunbalkjes onder geta sandalen, gemaakt van magnolia hout |
| hoobeni-頬紅 | rouge (make-up) |
| hoozukiichi-酸漿市 | de lampionplant markt gehouden in de tempel Sensōji in Tokio op 9-10 juli |
| hora-ほら | (uitroep om iemands aandacht te trekken) hé; hallo |
| horāshōsetsu-ホラー小説 | griezelverhaal; griezelroman; horrorstory |
| horebore-惚れ惚れ | bewonderend; betoverend; fascinerend; charmant |
| horidashimono-掘り出し物 | een gelukkige vondst; mazzel; toevalstreffer |
| horigotatsu-掘り炬燵 | verzonken kotatsu (tafelverwarming) met beenruimte onder de vloerhoogte (zodat men makkelijker kan zitten) |
| hōriki-法力 | de kracht van de boeddhistische leer [dharma] |
| hōrin-法輪 | (lett. wiel der wet) de dharmachakra; de leer van Boeddha |
| horizonto-ホリゾント | (theater) cyclorama; rondhorizon; achterwand of achterdoek van het toneel (waar het decor op geprojecteerd wordt) |
| hōrō-琺瑯 | (glas) email |
| horohoro-ほろほろ | (onomatopee) geleidelijk; druppelsgewijs; zachtvallend; uit elkaar vallend; verspreid; afbrokkelend; gorgelend; sudderend |
| hororito-ほろりと | (onomatopee) druppelend; stilletjes vallend (b.v. van tranen); uit elkaar vallend; tot tranen toe geroerd |
| horudā-ホルダー | (iemand) bezitter; houder (van een record, titel, etc.) |
| hōrudingu-ホールディング | holdingcompany; houdstermaatschappij |
| hōrudingu・kanpanī-ホールディング・カンパニー | holdingcompany; houdstermaatschappij |
| horumarin-ホルマリン | formaline (chemische stof) |
| horumuarudehido-ホルムアルデヒド | formaldehyde |
| horyūsuru-保留する | voorbehoud maken; bewaren (voor later); uitstellen (tot later); achterwege laten; achterhouden |
| hōsaku-方策 | plan; schema; maatregel; beleid |
| hōsei-縫製 | het naaien (met een naaimachine); naaiwerk |
| hōshi-法師 | Boeddhistische priester [monnik]; iemand in monniksgewaad |
| hoshii-糒 | rijst die eerst gaargestoomd is en daarna gedroogd (makkelijk mee te nemen op reis en klaar om te eten na het te weken in water) |
| hoshimawari-星回り | een van de sterren aan de hand waarvan (via het geboortejaar) het lot [geluk] van iemand wordt bepaald |
| hōshin-方針 | magneetnaald; kompasnaald |
| hoshizukiyo-星月夜 | een heldere [door de maan verlichte] sterrennacht |
| hoshō-保証 | machtiging |
| hōshō-放縦 | genotzucht; losbandigheid; onmatigheid |
| hoshōsuru-補償する | compenseren; schadeloosstellen; goedmaken; (schuld) vereffenen |
| hosoi-細い | dun; smal; nauw |
| hōsōkyoku-放送局 | omroepstation; omroepvereniging; omroepmaatschappij; radio- of tv zender |
| hosomeru-細める | smaller maken; versmallen; vernauwen |
| hosonagai-細長い | langwerpig; uitgerekt; lang en smal |
| hosu-干す | (water) aftappen; afvloeien; leeg laten lopen; vasten (de maag legen) |
| hosu-干す | leegdrinken; (helemaal) opdrinken |
| hosu-干す | (iemand) iets afnemen [ontnemen]; afpakken (van een baan, rol, etc) |
| hosuto-ホスト | (mannelijke) presentator (van tv-programma's, e.d.) |
| hotchikisu-ホッチキス | (merknaam van) een nietmachine; nietapparaat |
| hōteisōzokunin-法定相続人 | wettige erfgenaam; legitimaris |
| hōto-方途 | manier; middel; methode |
| hottarakasu-ほったらかす | laten liggen; verwaarlozen; terzijde leggen; niet afmaken |
| hotto・manē-ホット・マネー | (Eng.: hot money) geld dat tussen financiële instellingen wordt uitgewisseld in een poging de rente of vermogenswinst te maximaliseren |
| howaitoningu-ホワイトニング | het wit maken; bleken |
| howaito・karā-ホワイト・カラー | witteboordenwerknemer; iemand die op kantoor werkt |
| hoya-海鞘 | zakpijp (in zee levend manteldier, Ascidiacea) |
| hyakkazenshoka-百科全書家 | makers van [medewerkers aan] een encyclopedie |
| hyakubai-百倍 | honderdmaal; honderd keer (zoveel) |
| hyakubaisuru-百倍する | verhonderdvoudigen; honderdmaal zo groot maken |
| hyakusenrenma-百戦錬磨 | een veteraan; een ervaren iemand; een doorgewinterde vakman |
| hyappō-百方 | op alle mogelijke manieren |
| hyōji-表示 | indicatie; aanduiding; uitdrukking; manifestatie |
| hyōki-標記 | markering; merkteken |
| hyōki-標記 | titel; onderwerp (brief, e-mail, etc.) |
| hyōmei-表明 | verklaring; uiting; bekendmaking |
| hyoronagai-ひょろ長い | lang en dun [smal; mager]; spichtig; slungelig |
| hyōryō-秤量 | het maximumgewicht dat een weegschaal kan meten |
| hyōshi-拍子 | muziekmaat; ritme; tempo |
| hyōshiki-標識 | verkeersbord; verkeersteken; markering; baken |
| hyōshinuke-拍子抜け | anticlimax; tegenvaller; teleurstelling |
| hyōtan-瓢簞 | bak gemaakt van een uitgeholde kalebas |
| hyottoko-ひょっとこ | (gebruikt als scheldwoord voor een man) lelijkerd; grapjas; vlegel; rotzak |
| hyottoko-ひょっとこ | een masker van een komisch Japans personage (met een scheve mond) |
| hyūman-ヒューマン | (Eng.: human) mens |
| hyūmanisuto-ヒューマニスト | humanist |
| hyūmanitī-ヒューマニティー | (Eng.: humanity) mensheid |
| hyūmanizumu-ヒューマニズム | humanisme |
| hyūman・asesumento-ヒューマン・アセスメント | (Eng.: human assessment) beoordeling van mensen (b.v. personeel) |
| hyūman・rirēshonzu-ヒューマン・リレーションズ | (Eng.: human relations) menselijke betrekkingen [relaties] |
| i-伊 | (afk. voor) de voormalige prefectuur Iga (nu onderdeel van de prefectuur Mie) |
| i-位 | decimaal (cijfer achter de komma of punt) |
| i-易 | eenvoud; gemak; moeiteloosheid |
| i-胃 | maag |
| iai-居合い | iai, in een soepele beweging het zwaard trekken, de tegenstander neermaaien, en daarna het zwaard terug in de schede doen |
| iaijutsu-居合術 | de iai-krijgskunst, het in een soepele beweging het zwaard trekken, de tegenstander neermaaien, en daarna het zwaard terug in de schede doen |
| ibasho-居場所 | de eigen plek [plaats] van iemand; de plek waar men zich thuisvoelt |
| ibyō-胃病 | maagaandoening; maagklachten |
| ichi-市 | markt; bazaar |
| ichiba-市場 | markt (met kramen); marktplaats |
| ichibu-一部 | eerstegraads lerarenopleiding voor het middelbaar onderwijsprogramma (in het oude onderwijsprogramma van Japan) |
| ichidō-一同 | met z'n allen; allemaal; iedereen |
| ichido-一度 | één keer [maal] |
| ichigatsu-一月 | januari (1ste maand) |
| ichigenkoji-一言居士 | iemand die altijd overal commentaar op heeft |
| ichigoichie-一期一会 | ieder moment; eenmalig; één keer in je leven (en nooit weer) |
| ichiitaisui-一衣帯水 | smalle zeestraat [zee-engte] tussen twee landen; (twee landen) gescheiden door een smalle strook water |
| ichiji-一次 | de eerste (rang; keer); oorspronkelijke; primaire |
| ichijisangyō-一次産業 | primaire industrie (houdt zich bezig met de winning van natuurlijke hulpbronnen) |
| ichijisanpin-一次産品 | primaire producten [goederen] (die voorzien in de eerste levensbehoefte van de consument) |
| ichijishinogi-一時凌ぎ | noodoplossing; tijdelijke maatregel |
| ichijitsu-一日 | de eerste dag (van de maand) |
| ichijōbunseki-市場分析 | martktanalyse |
| ichiku-移築 | verplaatsing (ontmanteling en wederopbouw) van een gebouw |
| ichimaikanban-一枚看板 | de enige attractie; de enige trekpleister; iemands enige trots |
| ichimaikanban-一枚看板 | coryfee; uitblinker; prima-donna; ster; het boegbeeld |
| ichimei-一命 | een leven; het (mensen)leven; iemands leven |
| ichimei-一命 | (China) heer; man van beschaving; overheidsdienaar; krijgsman; strijder |
| ichimenshiki-一面識 | oppervlakkige kennis; eenmalige ontmoeting |
| ichimi-一味 | een bepaalde smaak; een bepaald (medicijn) ingrediënt |
| ichinichi-一日 | de eerste dag (van de maand) |
| ichinin-一任 | het iets overlaten [toevertrouwen] aan (iemand anders) |
| ichininsuru-一任する | iets toevertrouwen [overlaten] aan (iemand anders) |
| ichinotori-一の酉 | de eerste Dag van de Haan in de elfde maand; het festival van de Ōtori-schrijn gehouden op die dag |
| ichiranhyō-一覧表 | tabel; lijst; rooster; schema |
| ichiroheian-一路平安 | een uitdrukking om iemand een goede reis te wensen |
| ichiyazuke-一夜漬け | in één nacht ingemaakt [ingelegd; gepekeld] |
| ichizenmeshi-一膳飯 | een eenvoudige maaltijd |
| ichō-胃腸 | de ingewanden (maag en darmen) |
| idaku-抱く | in de armen houden [dragen]; omarmen; omhelzen |
| iedesuru-家出する | van huis weglopen; voorgoed uit huis gaan; er met iemand vandoor gaan |
| iegara-家柄 | komaf; afstamming; afkomst; sociale status van een familie |
| ieki-胃液 | maagsap |
| ien-胃炎 | gastritis (ontsteking in de maag) |
| ienken-以遠権 | landingsrecht dat een luchtvaartmaatschappij toestaat om na aankomst in het land dat het reisdoel is, door te vliegen en te landen in een ander land |
| iesu・man-イエス・マン | jaknikker; jabroer (een man die altijd doet wat hem gezegd wordt) |
| ifūrinrin-威風凛凛 | imposant en waardig [majestueus] zijn |
| igan-胃癌 | maagkanker |
| iganokuni-伊賀国 | de voormalige prefectuur Iga (nu onderdeel van de prefectuur Mie) |
| igata-鋳型 | gietvorm; mal |
| igirisujin-イギリス人 | Engelsman |
| igyō-易行 | (boeddh.) de eenvoudige [makkelijke] oefening [training] via de recitatie van Boeddha's naam (b.v. bij de Jodo secte) |
| igyōdō-易行道 | (boeddh.) de eenvoudige [makkelijke] oefening [training] via de recitatie van Boeddha's naam (b.v. bij de Jodo secte) |
| ihansuru-違反する | schenden; overtreden; inbreuk maken |
| iheki-胃壁 | maagwand |
| ihhiroman-イッヒロマン | ik-roman |
| ihō-違法 | onwettigheid; onrechtmatigheid |
| ii-良い | goed; prima; uitstekend; geschikt |
| iiarasou-言い争う | ruzie maken; twisten; discussiëren |
| iiau-言い合う | ruzie maken; ruziën; twisten; discussiëren |
| iigusa-言い草 | opmerking(en); commentaar; wat iemand zegt |
| iijō-言い条 | argument; wat iemand zegt; het punt dat men maakt |
| iikagen-いい加減 | precies goed [passend; geschikt]; zoals het hoort zijn; geschiktheid; de juiste maat [mate] |
| iikara-いいから | al goed; dat is in orde; dat gaat prima (zo) |
| iikata-言い方 | spreekwijze; zegswijze; manier van praten |
| iikurumeru-言い包める | iem. voor de gek houden; iem. iets wijs maken; iem. ompraten; iem. overhalen iets te doen |
| iimeiwaku-好い迷惑 | grote ergernis; problemen veroorzaakt door iemand anders |
| iisuteru-言い捨てる | bij het weggaan nog (over je schouder) iets zeggen; een laatste opmerking maken (zonder op antwoord te wachten) |
| iitsukeru-言いつける | iem. iets opdragen; commanderen |
| iiwatasu-言い渡す | (een vonnis) uitspreken; bekendmaken |
| iiyō-言い様 | manier van spreken |
| iiyoru-言い寄る | iem. benaderen; het hof maken; flirten |
| iizama-言い様 | manier van spreken |
| ījī-イージー | (ge)makkelijk; eenvoudig |
| ījīgōingu-イージーゴーイング | relaxed; ontspannen; gemakkelijk (in de omgang) |
| ijin-偉人 | een groot man; vooraanstaand [invloedrijk] persoon |
| ijin-異人 | iemand anders; een andere persoon |
| ijin-異人 | buitengewoon iemand; bijzonder persoon |
| ījisukan-イージス艦 | Aegis kruiser (marineschip uitgerust met het Aegis-systeem) |
| ījī・kea-イージー・ケア | (ge)makkelijk te onderhouden (meestal gebruikt voor stoffen van kleding) |
| ījī・ōdā-イージー・オーダー | goedkopere maatkleding |
| ījī・risuningu-イージー・リスニング | gemakkelijk in het gehoor liggende muziek |
| ījī・risuningu・myūjikku-イージー・リスニング・ミュージック | gemakkelijk in het gehoor liggende muziek |
| ijō-異常 | abnormaal [ongewoon] zijn |
| ijō-異状 | abnormale [ongewone] situatie [omstandigheden] |
| ijōfu-偉丈夫 | een groot man; held |
| ijōfu-偉丈夫 | een robuuste [stevig gebouwde; gespierde] man |
| ijōseiyoku-異常性欲 | hyperseksualiteit; abnormale seksuele drang |
| ikaga-如何 | (beleefder synoniem voor どう) hoe; op welke manier |
| ikaiyō-胃潰瘍 | maagzweer |
| ikaku-威嚇 | (be)dreiging; intimidatie; dreigement; bangmakerij |
| ikakuchō-胃拡張 | maagverwijding |
| ikakusuru-威嚇する | bedreigen; intimideren; bang maken |
| ikamonogui-如何物食い | een vreemde voorkeur (voor iets) hebben; een vreemde [bizarre] smaak hebben |
| ikan-偉観 | een prachtig [schitterend; magnifiek] uitzicht |
| ikan-衣冠 | (afk. voor) informele hofkleding (voor mannen) |
| ikani-如何に | hoe; op welke manier |
| ikansokutai-衣冠束帯 | (Heian-periode) informele hofkleding (voor mannen) |
| ikantomo-如何とも | (met negatie) op geen enkele manier |
| ikantomo-如何とも | hoe dan ook; op welke manier dan ook |
| ikareru-いかれる | geobsedeerd [geboeid; gefascineerd] worden; helemaal verliefd zijn [worden] |
| ikaru-斑鳩 | maskerdikbek (zangvogel, Eophona personata) |
| ikataru-胃カタル | maagcatarre; gastritis; ontsteking van het maagslijmvlies |
| ikatsu-威喝 | het iemand laten schrikken [afsnauwen; bedreigen; uitschelden] |
| ikayō-如何様 | hoe; op wat voor manier |
| ikeiren-胃痙攣 | maagkramp |
| iken-遺賢 | een bekwaam persoon die niet door de overheid in dienst wordt genomen (maar in de private sector werkt) |
| ikerukuchi-いける口 | drinker; iemand die veel drinkt; iemand die goed tegen alcohol kan |
| ikikata-生き方 | manier van leven; levenshouding; levensstijl |
| ikioi-勢い | macht; gezag; autoriteit; invloed |
| ikioizuku-勢いづく | moed vatten; zich vermannen; kracht verzamelen |
| ikiryō-生き霊 | een levende (lichaamsloze) geest die zijn eigen lichaam heeft verlaten om wraak te nemen op iemand; een wraakzuchtige geest |
| ikizama-生き様 | levenshouding; manier van leven; hoe men zijn leven leeft |
| ikizukuri-生き作り | (lett. levend klaargemaakt) sashimi gesneden van een levende vis (een controversiële methode) |
| ikkagetsu-一か月 | een (1) maand |
| ikkikasei-一気呵成 | iets in een keer afmaken; iets afmaken zonder pauze te houden |
| ikkiuchi-一騎討ち | tweegevecht; duel; man-tegen-man gevecht |
| ikkyo-一挙 | eenmalige actie [handeling] |
| ikō-威光 | macht; aanzien; invloed |
| ikō-遺稿 | nagelaten manuscript; postuum gepubliceerd werk |
| ikotsu-遺骨 | botten die na crematie overblijven |
| ikuraka-幾らか | tot op zekere hoogte; in zekere mate; deels |
| imachizuki-居待ち月 | het wachten tot de maan opkomt |
| imachizuki-居待ち月 | (in de maankalender) de 18e dag van de maand (met name 18 augustus) |
| imahitotsu-今一つ | niet genoeg; niet zo best; niet helemaal goed |
| imawashii-忌まわしい | onaangenaam; verwerpelijk; onsmakelijk; walgelijk |
| imēji-イメージ | imago; reputatie |
| imējiappu-イメージアップ | verbetering van het imago [de reputatie] van iemand |
| imējichenji-イメージチェンジ | verandering van imago |
| imējidaun-イメージダウン | het imago [de reputatie] van iemand schaden[verpesten] |
| imējimento-イメージメント | het controleren [aanpassen] van het imago [de uitstraling] van producten of diensten naar de verwachtingen van de consumenten |
| imēji・ado-イメージ・アド | reclame, die meer nadruk legt op het imago van het aangeprezen product dan op de voordelen of kenmerken ervan |
| imēji・mēkā-イメージ・メーカー | iemand die het imago creëert voor een persoon, product of bedrijf |
| imēji・sābei-イメージ・サーベイ | beeldonderzoek; imago onderzoek |
| imiron-意味論 | semantiek; betekenisleer |
| imitēshon-イミテーション | imitatie; namaak; vervalsing |
| imoban-芋版 | stempel gemaakt van een aardappel [taro] |
| imochibyō-稲熱病 | (Magnaporthe grisea) rijstschimmel; rijstrothals; rijstzaailingziekte |
| imohori-芋掘り | (scherts, beledigend) plattelander; iemand die uit de klei is getrokken |
| imomeigetsu-芋名月 | (een andere naam voor) de oogstmaan (na het oogsten van de taro, 15 augustus op de maankalender) |
| imon-慰問 | bezoek (uit medeleven) aan een ongelukkig persoon of iemand die het moeilijk heeft |
| imonsuru-慰問する | (uit medeleven) een ongelukkig persoon of iemand die het moeilijk heeft bezoeken |
| imōtomuko-妹婿 | zwager (man van je jongere zus) |
| in-淫 | onmatig; overmatig; het zwelgen in |
| in-淫 | mannelijk zaad; sperma |
| inada-鰍 | jonge geelvinmakreel (ca. 40 cm lang; Seriola quinqueradiata) |
| inase-鯔背 | energieke [knappe; goedgeklede] jongeman |
| indasutoriaru・māketingu-インダストリアル・マーケティング | industriële marketing (marketing van technische en productiebedrijven) |
| inenmaku-胃粘膜 | maagslijmvlies |
| infaitingu-インファイティング | (verborgen) machtsstrijd; stammenstrijd; heimelijke concurentie |
| infīrudo・furai-インフィールド・フライ | (regel bij honkbal) de scheidsrechter kan bepalen dat de slagman uit is, ook al is er geen vangbal |
| infōmanto-インフォーマント | informant; informatieverstrekker; informatiebron |
| infōmatibu・ado-インフォーマティブ・アド | informatieve reclame |
| infomēshon-インフォメーション | informatie; inlichtingen; kennis |
| infomēshon・anarisuto-インフォメーション・アナリスト | informatie analist |
| infomēshon・burōkā-インフォメーション・ブローカー | datahandelaar; handelsinformatiebureau |
| infomēshon・demokurashī-インフォメーション・デモクラシー | informatie democratie (politiek-maatschappelijk concept met toegang tot vrije informatiestromen als kern van een goed functionerende democratie) |
| infomēshon・disukurōjā-インフォメーション・ディスクロージャー | openbaarmaking [onthulling] van informatie |
| infomēshon・gyappu-インフォメーション・ギャップ | informatiekloof |
| infomēshon・retorībaru-インフォメーション・レトリーバル | het ophalen van informatie |
| infomēshon・saiensu-インフォメーション・サイエンス | informatica |
| infomēshon・yūtiriti-インフォメーション・ユーティリティ | informatiebureau; informatievoorziening; informatiehulpprogramma |
| inga-因果 | karma; noodlot |
| ingai-員外 | niet-leden; iemand zonder lidmaatschap |
| ingaōhō-因果応報 | straf; vergelding; karma; zijn verdiende loon (fig.); boontje komt om zijn loontje |
| ingō-院号 | naam van een tempel die door een edelman, shogun, e.d. is gesticht |
| inin-委任 | opdracht; taak; mandaat |
| ininjō-委任状 | (schriftelijke) volmacht [machtiging; autorisatie] |
| ininkeiyaku-委任契約 | overeenkomst van opdracht; mandaatovereenkomst |
| ininsuru-委任する | toevertrouwen (aan); machtigen; delegeren |
| inja-隠者 | kluizenaar; iemand die in afzondering leeft |
| inkābu-インカーブ | (honkbal) een worp die naar binnen buigt bij de slagman |
| inkōsu-インコース | (honkbal) (een worp van de pitcher) vlakbij de slagman |
| inkyubētā-インキュベーター | broedmachine; incubator; couveuse |
| innen-因縁 | eerdere [oude] relatie [band; verbinding]; oorsprong; oorzaak; karma |
| inofu-胃の腑 | maag |
| inoko-亥の子 | de eerste dag van de maand van het Zwijn (oktober van de maankalender) |
| inoko-亥の子 | (af, voor) een evenement [(oogst)feest] dat plaatsvindt (m.n. in West-Japan) op de eerste dag van de maand van het Zwijn |
| inokonoiwai-亥の子の祝 | een evenement [(oogst)feest] dat plaatsvindt (m.n. in West-Japan) op de eerste dag van de maand van het Zwijn |
| inpotensu-インポテンス | impotentie; machteloosheid; onvermogen |
| inraku-淫楽 | wellustig vermaak; zinnelijk genot |
| inran-淫乱 | losbandigheid; (zinnelijke) onmatigheid |
| inreki-陰暦 | maankalender |
| insatsuki-印刷機 | printer; printmachine |
| inshi-隠士 | kluizenaar; iemand die in afzondering leeft |
| inshu-淫酒 | zich te buiten gaan aan alcohol; overmatig drinken |
| insō-印相 | toekomstvoorspelling via de bestudering van iemand's persoonlijke zegel |
| intai-引退 | het uit bedrijf nemen [ontmantelen] (van grote voertuigen, m.n. schepen, treinen, e.d.) |
| intaku-隠宅 | toevluchtsoord; retraite; verblijf van iemand die zich heeft teruggetrokken uit het maatschappelijk leven |
| intāpuritā-インタープリター | interpreter (software), computerprogramma dat herhaaldelijk instructies leest en vertaalt naar machinecode |
| interijensu-インテリジェンス | kennis; informatie; inlichtingen |
| interuposuto-インテルポスト | (International Electronic Post) Internationale e-mail service |
| intoranetto-イントラネット | (computer) intranet; (besloten informatieplatform binnen een organisatie) |
| intoron-イントロン | intron (genetisch materiaal) |
| inuhariko-犬張り子 | een hondje van papier-maché |
| inyū-移入 | invoering; introductie; import (van goederen, maatregelen, ideeën, etc.) |
| inzai-印材 | materiaal voor het maken van zegels |
| ippan-一般 | de algemene [normale] gang van zaken |
| ippan-一飯 | een kom rijst; een maaltijd |
| ippatsu-一発 | (gebruikt als bijwoord) één keer; eenmalig |
| ippon'yari-一本槍 | (iemands) speciale vaardigheid |
| ippu-一夫 | een man (in het bijzonder een soldaat) |
| ipputasai-一夫多妻 | polygynie; veelwijverij (vorm van polygamie waarbij één man met meer dan één vrouw is getrouwd) |
| ipputasaisei-一夫多妻制 | (het gebruik) polygynie; veelwijverij (vorm van polygamie waarbij één man met meer dan één vrouw is getrouwd) |
| iraira-いらいら | (onomatopee) nerveus; geïrriteerd |
| iraira-苛苛 | (onomatopee) zenuwachtig; ongeduldig; geïrriteerd; geërgerd; gespannen; nerveus |
| irassharu-いらっしゃる | gaan; komen; langskomen [op visite komen]; zijn (beleefd voor het onderwerp van de handeling en met de -masu vorm, ook nog beleefd voor de toehoorder) |
| iregyurā-イレギュラー | ongewoon; abnormaal; onregelmatig |
| iribitaru-入り浸る | regelmatig [vaak] bezoeken (een bar, etc.) |
| irimuko-入り婿 | een man die wordt geadopteerd door zijn schoonfamilie |
| irodori-彩り | het kleuren [schilderen; verven]; kleurschema; kleurenpatroon |
| irogoto-色事 | affaire; (liefdes)verhouding; romance |
| irogurui-色狂い | seksmaniak |
| irokeshi-色消し | kleurloosheid; achromatisme |
| irokichigai-色気違い | erotomanie; hyperseksualiteit; nymfomanie |
| irokichigai-色気違い | seksmaniak |
| irootoko-色男 | knappe man; donjuan |
| iryoku-威力 | macht; gezag; autoriteit; invloed |
| isaki-伊佐木 | grombaard; knorvis (Parapristipoma trilineatum) |
| isamiashi-勇み足 | bij sumo(worstelen) een tegenstander naar de rand van de ring brengen maar dan per ongeluk zelf uit de ring stappen |
| isan-胃散 | medicijn bij maagklachten |
| isan-胃酸 | maagzuur |
| isei-威勢 | macht; invloed; autoriteit |
| iseiaichūshinshugi-異性愛中心主義 | heteronormativiteit |
| iseiaikihan-異性愛規範 | heteronormativiteit |
| iseisha-為政者 | staatsman; politicus |
| isharyō-慰謝料 | schadevergoeding; smartengeld |
| ishi-頤使 | het de baas spelen; iemand onder controle houden |
| ishidatami-石畳 | ichimatsu patroon; schaakbord patroon |
| ishigame-石亀 | Japanse waterschildpad (Mauremys japonica) |
| ishiki-違式 | informaliteit |
| ishikifumei-意識不明 | bewusteloosheid; coma |
| ishin-維新 | restauratie; reformatie |
| ishisuru-頤使する | de baas spelen; iemand onder controle [onder de duim] houden |
| isho-遺書 | nagelaten werken [boeken; manuscripten] |
| isoiso-いそいそ | (onomatopee) opgewekt; vrolijk; blij; luchthartig; opgewonden [huppelend] van blijdschap |
| isondo-依存度 | mate [graad] van afhankelijkheid [vertrouwen] |
| isōrō-居候 | iemand die parasiteert (zonder te betalen kost en inwoning geniet); uitvreter; parasiet |
| issai-一切 | alles; allemaal |
| issai-一切 | niets; helemaal niet; niet in het minst |
| issakusaku-一昨昨 | drie (dagen; maanden; jaren) geleden |
| issanateru-一山当てる | fortuin maken |
| isseichidai-一世一代 | één keer in je leven; uniek; eenmalig |
| isseki-一席 | banket; feestmaal; feestelijk diner; etentje |
| isshiichiyū-一雌一雄 | monandrie (vrouw getrouwd 1 man) |
| isshokenmei-一所懸命 | met de volle inzet [met grote moeite; uit alle macht] (iets doen) |
| isshōkenmei-一生懸命 | met hart en ziel, intens; vol overgave; uit alle macht; met de volle inzet |
| isshūki-一周忌 | iemands eerste sterfdag |
| isso-いっそ | (arch.) werkelijk; helemaal; in ieder geval; hoe dan ook |
| issoku-一足 | (bij kemari, traditionele Japanse balsport) een schop |
| isūtai-異数体 | aneuploïde; heteroploïde (een individu met een abnormaal aantal chromosomen) |
| itabasami-板挟み | dilemma; tweestrijd |
| itachi-鼬 | marter; wezel (Mustela) |
| itadaki-頂 | het iets zonder moeite doen; makkelijk winnen [voor elkaar krijgen] |
| itadakimasu-頂きます | bedankt voor dit lekkere eten [deze maaltijd] |
| itaiitaibyō-イタイイタイ病 | itai-itai-ziekte, een botziekte veroorzaakt door cadmiumvergiftiging in Toyama rond 1912 (een van de 4 grote vervuilingziekten van Japan) |
| itakedaka-居丈高 | aanmatigend [dominant; overheersend; hooghartig] zijn |
| itamegawa-撓め革 | leer dat is gebrand of geweekt in water met lijm, en dan gehamerd (om het stevig te maken) |
| itametsukeru-痛めつける | straffen; martelen; kwellen; in elkaar slaan |
| itaranaiten-至らない点 | zwak punt; tekortkoming; gebrek; onvolmaaktheid (als uitdrukking ook gebruikt bij begroeting of verontschuldiging) |
| itaranuten-至らぬ点 | zwak punt; tekortkoming; gebrek; onvolmaaktheid (als uitdrukking ook gebruikt bij begroeting of verontschuldiging) |
| itasu-致す | doen [maken] (in nederig-beleefde vorm) |
| itawasa-板山葵 | een gerecht van plakjes kamaboko (stammetjes van witvis-puree) met wasabi en sojasaus |
| ITgijutsusha-IT技術者 | IT technicus; informaticus |
| itomeru-射止める | veroveren; bemachtigen; winnen |
| itsū-胃痛 | maagpijn |
| itsudemo-何時でも | te allen tijde; wanneer (dan) ook; altijd; wanneer je maar wilt |
| itsumademo-何時までも | voor altijd; eeuwig; permanent; zolang je wilt |
| itsuraku-逸楽 | (ijdel) vermaak; het (alleen maar) genieten [plezier maken] |
| itsurakuseikatsu-逸楽生活 | levensstijl waarbij men vooral op zoek is naar vermaak en plezier |
| ittan-一旦 | één keer [maal] |
| ittōchi-一頭地 | de beste (van allemaal) |
| ittōryōdan-一刀両断 | resolute en snelle actie [maatregel; stap]; drastische maatregelen nemen |
| ittōsei-一等星 | een ster van magnitude 1 (astronomie) |
| ittōshihaisei-一党支配制 | eenpartijstelsel; een stelsel waarbij één partij alle macht [controle] heeft |
| iwa-違和 | ongemak; stoornis; inconsistentie |
| iwaibashi-祝い箸 | ronde eetstokjes met dunne uiteinden die men gebruikt bij feestelijke maaltijden |
| iwakan-違和感 | gevoel van onbehagen, ongemakkelijk gevoel |
| iwan'ya-況んや | nog (veel) meer; laat staan dat, om maar niet te spreken van; om nog maar te zwijgen over |
| iwataobi-岩田帯 | een band [doek] die door zwangere vrouwen gedragen wordt rond de buik (vanaf de vijfde maand van de zwangerschap) |
| iya-弥 | meer en meer; in toenemende mate |
| iyaiya-否否 | nee!; nee nee!; nee, helemaal niet |
| iyaiya-嫌嫌 | (uitroep) nee; nee nee!; helemaal niet |
| iyamasaru-弥増さる | alsmaar meer [groter; talrijker] worden |
| iyasu-癒やす | genezen; helen; beter maken |
| izayoi-十六夜 | de (maan van de) 16de nacht (van de maand in de maankalender; de nacht na volle maan) |
| izumai-居住まい | (iemands) zithouding; manier van zitten |
| izumotaisha-出雲大社 | Izumo heiligdom [schrijn] (Shimane prefectuur) |
| izure-何れ | hoe dan ook, wat er ook van zijn mag; uiteindelijk; vroeg of laat |
| ī・mēru-イー・メール | e-mail; elektronische post |
| ī・tī・dī-イー・ティー・ディー | (estimated time of departure) verwachtte vertrektijd |
| ī・tī・ē-イー・ティー・エー | (estimated time of arrival) verwachte aankomsttijd |
| jahō-邪法 | ketterij; zwarte magie |
| jaianto-ジャイアント | reus; grote man |
| jairopairotto-ジャイロパイロット | (op vliegtuigen en schepen) automatische piloot (een instrument dat automatisch een bepaalde koers aanhoudt) |
| jaken-邪見 | slechte [verkeerde] manier van bekijken [denken] |
| jakkan-弱冠 | een twintigjarige; jongeman |
| jakkoku-弱国 | een zwakke natie; een land met weinig macht [kracht] |
| jakusha-弱者 | een zwakke [machteloze] persoon |
| jama-邪魔 | (over)last; hinder; obstakel; ongemak |
| jamaika-ジャマイカ | Jamaica |
| jamamono-邪魔者 | iemand die [iets dat] een belemmering [obstakel; last] is |
| jasudakkushijō-ジャスダック市場 | de JASDAC-markt (Japan Association of Securities Dealers Automated Quotations) |
| jiba-磁場 | magnetisch veld |
| jiban-地盤 | territorium; kiesdistrict; machtsbasis |
| jichō-自嘲 | zelfspot; het zichzelf belachelijk maken |
| jidaigeki-時代劇 | (historisch) kostuumdrama (toneel; film) |
| jidaimono-時代物 | een historisch drama [toneelstuk; kostuumstuk] (uit de Edo periode of daarvoor) |
| jidaishōsetsu-時代小説 | roman die zich afspeelt in de premoderne tijd (voor 1868) |
| jidenshōsetsu-自伝小説 | autobiografische roman |
| jidō-自動 | automatische [mechanische] bediening |
| jidōfurikae-自動振替 | automatische (bank)overschrijving; incasso |
| jidōfurikomi-自動振込 | automatische incasso [overschrijving] door de bank (met machtiging van de rekeninghouder) |
| jidōhanbaiki-自動販売機 | (verkoop)automaat (blikjes, sigaretten, etc.) |
| jidōhon'yaku-自動翻訳 | automatische vertaling |
| jidōka-自動化 | automatisering |
| jidōseigyo-自動制御 | automatische bediening [besturing] (van een machine of apparaat) |
| jidōshibori-自動絞り | automatisch diafragma |
| jidōshōjū-自動小銃 | automatisch geweer |
| jidōteki-自動的 | automatisch |
| jigane-地金 | (iemands) ware karakter [aard] |
| jigao-地顔 | gezicht zonder make-up |
| jige-地下 | gewone man; burger |
| jige-地毛 | (iemands) eigen [echte; natuurlijke] haar |
| jigen-示現 | openbaring; verschijning; manifestatie (van een godheid, Boeddha, e.d.) |
| jigi-辞儀 | een buiging (maken) |
| jigoe-地声 | (iemands natuurlijke [gewone] stem |
| jiguchi-地口 | (Muromachi periode) voorgevel-belasting (een tijdelijke belasting op huizen [percelen], in steden als Kyoto en Nara) |
| jiguchisen-地口銭 | (Muromachi periode) een tijdelijke belasting op huizen [percelen] (in steden als Kyoto en Nara) |
| jigyaku-自虐 | masochisme; zelfkastijding; zelfkwelling |
| jigyō-地形 | grondwerkzaamheden (voor funderingen); het egaliseren [bouwklaar maken] van grond |
| jigyōka-事業家 | ondernemer; zakenman |
| jigyōsha-事業者 | ondernemer; zakenman: zakenvrouw; entrepreneur |
| jihi-自費 | (iemands) kosten; uitgaven |
| jii-自慰 | masturbatie; zelfbevrediging |
| jiito-地糸 | draad die niet fabrieksmatig wordt gesponnen (traditioneel vaak gedaan als nevenactiviteit in o.a. het boerenbedrijf) |
| jijii-爺 | een oude man; oude bediende |
| jijō-磁場 | magnetisch veld |
| jijō-自乗 | kwadraat; tot de tweede macht |
| jijū-自重 | leeggewicht; het eigen gewicht van een voertuig of machine (zonder lading) |
| jika-時価 | marktprijs |
| jika-磁化 | magnetisering; magnetisatie |
| jika-磁化 | de hoeveelheid magnetisch moment per volume-eenheid |
| jika-自火 | een brand in eigen huis; een vuur [brand] die in iemands eigen huis uitbreekt |
| jikaku-磁覚 | magnetoceptie; magnetoreceptie (het kunnen waarnemen van magnetische velden) |
| jikanwari-時間割 | rooster; tijdschema; dienstregeling |
| jikasei-自家製 | eigengemaakt; zelf vervaardigd [bereid] zijn |
| jikasōgaku-時価総額 | totale actuele marktwaarde |
| jikasuru-磁化する | magnetiseren; gemagnetiseerd worden |
| jikini-直に | makkelijk; snel |
| jikkyōkenbun-実況見分 | politieonderzoek op de plaats van een misdrijf met instemming van de betrokkenen (zonder een gerechtelijke of wettige machtiging) |
| jikokuhyō-時刻表 | dienstregeling; tijdschema |
| jikoryū-自己流 | je eigen stijl [manier; methode] |
| jikoshōkai-自己紹介 | zelfintroductie; het zichzelf (aan iemand) voorstellen |
| jikoshuchō-自己主張 | zelfbewustheid; aanmatiging |
| jikyoku-磁極 | magnetische pool |
| jimejime-じめじめ | (onomatopee) terneergeslagen; somber; gedeprimeerd; melancholisch |
| jimejime-じめじめ | (onomatopee) benauwd; klam; vochtig |
| jimichi-地道 | normale loopsnelheid (van een paard e.d.) |
| jinba-人馬 | man [ruiter] en paard |
| jinbunshugi-人文主義 | humanisme |
| jindōshugi-人道主義 | humanisme |
| jindōteki-人道的 | humaan; menswaardig; menslievend |
| jinjō-尋常 | gewoon [normaal; alledaags; middelmatig; gemiddeld] zijn |
| jinkai-人海 | (lett.: zee van mensen) overmacht aan mensen [personeel, soldaten, e.d.] |
| jinkei-陣形 | slagorde; legeropstelling; gevechtsformatie |
| jinkengaikō-人権外交 | mensenrechtendiplomatie |
| jinkō-人工 | mensenwerk; vakwerk; kunstmatig iets |
| jinkōchinō-人工知能 | kunstmatige intelligentie |
| jinkōchishiki-人工知識 | kunstmatige intelligentie (AI: artificial intelligence) |
| jinkōeisei-人工衛星 | (kunstmatige) satelliet; spoetnik; kunstmaan |
| jinkōeiyō-人工栄養 | kunstmatige voeding (bij zieken) |
| jinkōgenso-人工元素 | synthetisch [kunstmatig] element |
| jinkōjusei-人工授精 | kunstmatige inseminatie [bevruchting] |
| jinkōkokyū-人工呼吸 | kunstmatige beademing |
| jinkōmen'eki-人工免疫 | kunstmatige immuniteit |
| jinkōseimei-人工生命 | kunstmatig leven (computersimulatie) |
| jinkōzunō-人工頭脳 | kunstmatig [mechanisch] brein |
| jinponshugi-人本主義 | humanisme |
| jinriki-人力 | mankracht |
| jinruiai-人類愛 | mensenliefde; humanisme |
| jinryoku-人力 | mankracht; menselijke kracht |
| jinsei-人世 | de mensenwereld; deze wereld; het (menselijk) bestaan; de maatschappij |
| jinsei-人生 | een mensenleven; het leven (van iemand) |
| jinsha-仁者 | een deugdzaam iemand [mens] |
| jinshi-人士 | persoon met een hoge status [opleiding]; iemand van goede komaf |
| jinshin-人身 | (iemands) persoonlijkheid |
| jinzō-人造 | kunstmatigheid |
| jinzōningen-人造人間 | androïde; kunstmatige mens; robot |
| jin'in-人員 | personeel; mankracht; werknemers |
| jiomanshī-ジオマンシー | geomatiek (waarzegkunst uitgaande van verschijnselen op aarde) |
| jiorama-ジオラマ | diorama opstelling met achtergrond schildering op ware grootte |
| jipangu-ジパング | Zipangu, de naam waarmee naar Japan wordt verwezen in Marco Polo's Reizen (het Engelse woord Japan is daarvan afgeleid) |
| jirei-辞令 | woordgebruik; formulering; diplomatiek taalgebruik |
| jirenma-ジレンマ | dilemma |
| jirijiri-じりじり | beetje bij beetje; stap voor stap; langzaam maar zeker; langzamerhand; geleidelijk |
| jirojiro-じろじろ | (onomatopee) starend; nauwkeurig bekijkend |
| jiryoku-磁力 | magnetische kracht; magnetische aantrekkingskracht |
| jiryokukei-磁力計 | magnetometer |
| jiryokusen-磁力線 | magnetische veldlijn(en) |
| jiryokusenkō-磁力選鉱 | magnetische scheiding |
| jisaku-自作 | (iemands) eigen werk; iets dat men zelf maakte |
| jisei-時制 | (grammatica) tijdsvorm; tempus |
| jisei-磁性 | magnetisme |
| jisei-自製 | het (iets) zelf maken |
| jisei-自製 | een zelfgemaakt [eigengemaakt] voorwerp [artikel] |
| jiseitai-磁性体 | magnetisch materiaal |
| jisetsu-自説 | iemands persoonlijke mening |
| jishaku-磁石 | magneet |
| jishin-磁針 | magneetnaald; kompasnaald |
| jishoku-辞色 | iemands taalgebruik en uiterlijke verschijning [gelaatstrekken; gelaatsuitdrukking] |
| jisoku-磁束 | magnetische flux (natuurkunde) |
| jissaiteki-実際的 | praktisch; realistisch; pragmatisch |
| jisshakai-実社会 | de echte [werkelijke] maatschappij [wereld]; het echte [werkelijke] leven |
| jisshinhō-十進法 | decimale [tientallige] talstelsel |
| jisshō-実性 | de ware aard (van iemand) |
| jitekkō-磁鉄鉱 | magnetiet; magneetijzererts |
| jitsugetsu-日月 | de zon en de maan |
| jitsugetsu-日月 | tijd; dagen en maanden; jaren |
| jitsugyōka-実業家 | ondernemer; zakenman; handelaar |
| jitsuroku-実録 | (afk. voor) een historische roman geplaatst in de Edo-periode |
| jitsurokumono-実録物 | een historische roman geplaatst in de Edo-periode |
| jitsuryoku-実力 | militaire [politie] macht |
| jitsuzō-実像 | echte [waarheidsgetrouwe] afbeelding [beeltenis] (van iets of iemand) |
| jiyūhonpō-自由奔放 | freewheelen; het kalm aandoen; zich niet druk maken |
| jiyūka-自由化 | liberalisering; liberalisatie; versoepeling; deregulering; vrijmaking |
| jiyūkasuru-自由化する | liberaliseren; dereguleren; vrijmaken |
| jiyūkeizai-自由経済 | vrijemarkteconomie |
| jō-上 | Zijne Majesteit |
| jō-乗 | (wiskunde) macht; vermenigvuldiging |
| jō-穣 | een eenheid van getal, 10 tot de macht 28 |
| jobiraki-序開き | (toneel, in de Edo-periode) een eenakter, als voorprogramma voor een groot toneelstuk |
| jōchi-上知 | een wijze [wijs man] |
| jōchi-常置 | permanent aanwezig zijn |
| jochō-助長 | goedbedoelde maar onnodige hulp die resulteert in iets negatiefs |
| jōfu-丈夫 | talentrijke [begaafde] man |
| jōfu-丈夫 | held; heldhaftige man |
| jōfu-丈夫 | getrouwde man; echtgenoot |
| jōgen-上弦 | het eerste kwartier van de maanstand; maansikkel |
| jōgo-上戸 | iemand die graag [veel] alcohol drinkt (en dan emotioneel wordt) |
| jōha-縦波 | longitudinale (elektromagnetische) golf |
| johō-叙法 | (grammatica) wijs; modus |
| jōhō-定法 | een conventie; gebruikelijke methode [manier] |
| jōhō-情報 | inlichtingen; informatie; nieuws; verslag |
| jōhōgen-情報源 | informatiebron; nieuwsbron |
| jōhōka-情報化 | computerisering; automatisering |
| jōhōkashakai-情報化社会 | informatiemaatschappij; kennismaatschappij; informatiesamenleving |
| jōhōkōgaku-情報工学 | informatica; computer techniek; information engineering |
| jōhōya-情報屋 | informant |
| jōi-攘夷 | afkeer [uitsluiting] van vreemdelingen [buitenlanders] (in Japan m.n. in de Bakumatsu periode, 1853-1868) |
| joji-助辞 | (grammatica) partikel |
| joji-助辞 | (grammatica) hulp(werk)woord |
| jōjin-常人 | een gewone [middelmatige] persoon; iemand met middelmatige talenten of bekwaamheden |
| jōjiru-乗じる | gebruik [misbruik] maken van; profiteren; uitbuiten |
| jōjun-上旬 | de eerste tien dagen van de maand; het begin van de maand |
| jōki-乗機 | bemand vliegtuig; vliegtuig met mensen aan boord |
| jōkō-上皇 | ex-keizer; voormalige keizer; keizer die troonsafstand doet |
| jōkon-上根 | (boeddh.) iemand met heel veel spiritueel talent [vermogen] om het Boeddhisme optimaal te kunnen bestuderen [volgen] |
| jōkū-上空 | lucht; luchtstreek; hemel; firmament |
| jomei-助命 | het sparen van iemand's leven; genade; clementie; gratie verlening |
| jomei-除名 | royement; het schrappen van iemands naam van de lijst |
| jōmondoki-縄文土器 | Jōmon-aardewerk (met touwpatroon, gemaakt tijdens de Jōmon-periode) |
| jon・buru-ジョン・ブル | een John Bull (een typische Engelsman) |
| jōon-常温 | constante [vaste] temperatuur; kamertemperatuur; normale temperatuur |
| jōryūshakai-上流社会 | de hogere klassen [kringen] in de samenleving [maatschappij] |
| joseikaihō-女性解放 | vrouwenemancipatie |
| jōseki-定跡 | een standaard [vaste] methode [manier] |
| jōsetsu-常設 | vast [bestendig; permanent] zijn |
| jōshi-上使 | bovenste ledematen; armen |
| joshi-助詞 | (grammatica) partikel |
| jōsho-浄書 | het netjes overschrijven (van aantekeningen, e.d.); een goede [nette] kopie maken (in schoonschrift) |
| jōshu-情趣 | (goede) stemming; sfeer; gevoel; (schilderachtig; romantisch) effect |
| jōshūhan-常習犯 | veelpleger; recidivist; iemand die steeds dezelfde fouten maakt |
| josō-女装 | het dragen van vrouwenkleding (door een man) |
| josondanpi-女尊男卑 | vrouwelijk chauvinisme; (het geloof in) de superioriteit van vrouwen over mannen (lett. de vrouw is geëerd, de man nederig) |
| jōzu-上手 | een bekwaam persoon; expert; vakman |
| jūbakoban-重箱判 | standaard Japans papierformaat (182 x 206 mm) |
| judōtai-受動態 | (grammatica) lijdende [passieve] vorm (van een werkwoord) |
| jūgatsu-十月 | oktober (de 10de maand) |
| jūgoya-十五夜 | een nacht met een volle maan (in september) |
| jūgoya-十五夜 | 15de nacht van de 8ste maand van de maankalender |
| jugyo-入御 | (respectvolle term voor de verplaatsing van een keizer, keizerin, mikoshi, en later ook iemand van adel) de binnenkomst; het binnengaan |
| jūhachiban-十八番 | iemand's specialiteit [sterke kant] |
| jūichi-じゅういち | Maleise sperwerkoekoek (Cuculus fugax) |
| jūichigatsu-十一月 | november (de 11de maand) |
| jukasekijō-樹下石上 | (slapen) onder een boom of op een steen (zoals een Boeddhistische monnik op pelgrimage) |
| jūkeibi-重警備 | zware beveiliging; maximum security (gevangenis) |
| juken-受験 | het afleggen [maken] van een examen |
| jūmen-渋面 | grimas |
| jumon-呪文 | (boeddh.) magische spreuk [incantatie] |
| jun-旬 | een periode van 10 dagen (een derde deel van een maand) |
| jun-旬 | een periode van 10 maanden |
| junansha-受難者 | martelaar |
| jūnantaisō-柔軟体操 | rek- en strekoefeningen om het lichaam soepel te maken, meestal als warming-up voor een sport |
| jundaijin-准大臣 | (Heian periode) iemand die de taken van de hoofdstaatsdienaar kan behartigen |
| junetsu-巡閲 | inspectie (van de manschappen e.d.) |
| junia・bōdo・shisutemu-ジュニア・ボード・システム | Junior Raad van Bestuur systeem, waarbij jonge medewerkers binnen het bedrijf oplossingen mogen bedenken voor verschillende managementvraagstukken |
| jūnigatsu-十二月 | december (de 12de maand) |
| jūnintoiro-十人十色 | (spreekwoord) zoveel hoofden zoveel zinnen; smaken verschillen; over smaak valt niet te twisten |
| junjiru-殉じる | zichzelf opofferen; zijn leven geven (voor een bepaalde zaak of persoon); de martelaarsdood sterven |
| junjiru-殉じる | verplicht zijn jegens iemand en hem (of haar) navolgen [opvolgen] |
| junkyō-殉教 | martelaarschap |
| junkyōsha-殉教者 | martelaar |
| junnan-殉難 | zichzelf opofferen voor land of religie; martelaarschap |
| junnō-順応 | aanpassing; conformatie; inschikkelijkheid; acclimatisatie |
| junnōsuru-順応する | (zich) aanpassen; conformeren (aan); acclimatiseren |
| junpitsu-潤筆 | de vergoeding [beloning] voor het maken van een kalligrafie of tekening |
| junpitsuryō-潤筆料 | de vergoeding [beloning] voor het maken van een kalligrafie of tekening |
| junpūbizoku-醇風美俗 | goede zeden en gewoonten [manieren] |
| junrei-巡礼 | bedevaart; pelgrimage |
| junsa-巡査 | politieman; (politie)agent |
| junyōkan-巡洋艦 | kruiser (marineschip) |
| junzuru-殉ずる | verplicht zijn jegens iemand en hem (of haar) navolgen [opvolgen] |
| junzuru-殉ずる | zichzelf opofferen; zijn leven geven (voor een bepaalde zaak of persoon); de martelaarsdood sterven |
| jun'en-順縁 | (boedd.) de Boeddhistische leer ingaan met een goed karma |
| jūn・buraido-ジューン・ブライド | juni bruid (vrouw die in de maand juni trouwt of trouwde) |
| jūrokumiri-十六ミリ | 16mm-film of een camera gebruikmakend van hetzelfde filmformaat |
| jūrokumirikamera-十六ミリカメラ | een camera gebruikmakend van het 16 millimeter filmformaat |
| juryoku-呪力 | magische kracht(en) |
| jūryokushitsuryō-重力質量 | gravitatiemassa; zware massa |
| jūsho-住所 | (iemands) adres; verblijfplaats |
| jussaku-述作 | de leer [theorie] van iemand |
| jūtai-縦隊 | colonne; formatie [opstelling] achter elkaar |
| jutakunin-受託人 | gevolmachtigde; bewindvoerder; trustee |
| jutakusha-受託者 | gevolmachtigde; bewindvoerder; trustee |
| jutsu-術 | manier; middel |
| jutsubu-述部 | (grammatica) predikaat; gezegde |
| jutsugo-述語 | (grammatica) predicaat; gezegde |
| jūya-十夜 | (boeddh. Jōdo-school) het ritueel van het zingen van Nembutsu gedurende 10 dagen en nachten (van de 6de tot 15de dag van de 10de maand (maankalender) |
| juyōkoku-主要国 | de grote mogendheden; wereldmachten |
| juzō-寿像 | standbeeld (van een persoon, gemaakt tijdens zijn leven) |
| juzudama-数珠玉 | Job's tranen (grassoort, Coix lacryma-jobi) |
| kabanmochi-鞄持ち | tassendrager (een denigrerende term voor iemand die zijn baas slaafs volgt en zijn tas draagt) |
| kabau-庇う | iemand beschermen; behoeden (voor); onder de hoede nemen; dekking geven |
| kabo-家母 | mater familias; het hoofd van een familie |
| kaboku-家僕 | (hist.) leenman; vazal |
| kabun-寡聞 | beperkte informatie |
| kabura-鏑 | (afk. voor) een pijl met een fluitje aan de pijlpunt, dat geluid maakt als de pijl wordt afgeschoten; werd gebruikt door samoerai in het feodale Japan |
| kaburaya-鏑矢 | een pijl waar aan de punt een fluitje is bevestigd (dat geluid maakt als de pijl wordt afgeschoten; werd gebruikt door samoerai in het feodale Japan) |
| kabushikikōkai-株式公開 | primaire emissie; beursgang; het openbaar [publiek] maken van aandelen |
| kabushikishijō-株式市場 | aandelenmarkt |
| kachikōgaku-価値工学 | waardeanalyse (een systematische methode om de waarde van projecten, processen of diensten te verbeteren) |
| kachikuichi-家畜市 | veemarkt |
| kachō-家長 | pater [mater] familias; het hoofd van een familie |
| kachō-家長 | patriarch; matriarch |
| kachū-渦中 | draaikolk; maalstroom (ook fig.) |
| kadai-課題 | onderwerp; thema; kwestie |
| kādo・shisutemu-カード・システム | kaartsysteem (bij informatie- en gegevensverwerking) |
| kaesu-帰す | (iemand) terugsturen; ontslaan; laten gaan |
| kafēpaurisuta-カフェーパウリスタ | (Japanse) coffeeshop [koffiebar] die gespecialiseerd is in Braziliaanse koffiesoorten en manieren van bereiden |
| kafū-下風 | (in) een ondergeschikte positie; onder iemand werken |
| kafu-寡夫 | gescheiden (niet hertrouwde) man |
| kafusu-カフス | manchet; handboord |
| kagakuchōmiryō-化学調味料 | smaakversterker (zoals b.v. MSG, monosodium glutamaat) |
| kagameru-屈める | buigen; bukken; een buiging maken |
| kagebenkei-陰弁慶 | een opschepper; bullebak; iem. met een grote moed (maar weinig moed) |
| kageguchi-陰口 | kwaadsprekerij; boosaardige roddel [laster]; achterklap; geroddel achter iemand's rug |
| kagemusha-影武者 | iemand (het brein, de feitelijke leider) die achter de schermen werkt en anderen als marionetten bespeelt of gebruikt |
| kagen-下弦 | het laatste kwartier van de maanstand |
| kagen-加減 | aanpassing; verbetering; matiging; de juiste hoeveelheid gebruiken (b.v. van kruiden) |
| kageryū-陰流 | een school [groep; stijl] van schermen [zwaardvechten] ontstaan in de Muromachiperiode (de verkorte vorm van [愛洲陰流] aisukageryū) |
| kagezen-陰膳 | een maaltijd klaarmaken voor een afwezige persoon (met een gebed voor diens veilige terugkeer) |
| kagihokku-鉤ホック | haak en oog (voor het dichtmaken van kleding) |
| kagiya-鍵屋 | slotenmaker |
| kagiya-鍵屋 | (Edo periode) bedrijfsnaam van een vuurwerkmaker |
| kago-籠 | mand; korf |
| kagonuke-籠抜け | iemand oplichten en dan met geld of goederen (via de achterdeur) ervandoor gaan [wegglippen] |
| kaheigaku-貨幣学 | numismatiek (munt- of penningkunde) |
| kaheigakusha-貨幣学者 | numismaat; numismaticus; muntkundige; penningkundige |
| kahenshihon-可変資本 | variabel kapitaal (concept van Karl Marx) |
| kahodo-斯程 | zoals dit; in deze mate; zoveel |
| kahōmono-果報者 | een geluksvogel; iemand die veel geluk heeft |
| kai-回 | keer; maal |
| kai-械 | mechanisme; apparaat; machine |
| kaidanshi-快男子 | een goede man; fijne vent |
| kaidō-海棠 | sierappel boom (Malus) |
| kaifū-開封 | het openen; openmaken |
| kaigun-海軍 | zeemacht; marine |
| kaigunhikōyokarenshūsei-海軍飛行予科練習生 | de opleiding [training] voor piloten bij de Japanse marine |
| kaigunkichi-海軍基地 | marinebasis |
| kaigyū-海牛 | zeekoe; lamantijn; doejong |
| kaihō-懐抱 | omhelzing; omarming |
| kaiin-海員 | zeeman; matroos |
| kaijō-海上 | zee [oceaan] oppervlak; op zee; maritiem |
| kaikata-買い方 | koopwijze; manier van kopen (b.v. in een winkel, online, e.d.) |
| kaiken-懐剣 | een (in de binnenzak van kimono's gedragen) Japanse dolk (door mannen en vrouwen, ter zelfverdediging) |
| kaiki-会規 | sociale [maatschappelijke] regels [voorschriften] |
| kaikō-改稿 | een herschrijving [bewerking; revisie; herziene uitgave] van een manuscript |
| kaikō-開口 | opening; gat; diafragmaopening (camera) |
| kaikōbu-開口部 | opening; diafragma |
| kaikoku-回国 | pelgrimstocht; pelgrimage |
| kaikoku-戒告 | waarschuwing; reprimande |
| kaikokujunrei-回国巡礼 | pelgrimstocht; pelgrimage |
| kaikōsuru-改稿する | een manuscript herschrijven [herzien; bewerken] |
| kaiku-海区 | maritieme zone; maritiem gebied (zoals bij visgronden, e.d.) |
| kaikyūshakai-階級社会 | klassenmaatschappij; hiërarchische samenleving |
| kaimoku-皆目 | volledig; helemaal; totaal |
| kaimonokago-買い物籠 | boodschappenmand; winkelmandje |
| kaimu-皆無 | nihil; (helemaal) niets; geen |
| kainarasu-飼い馴らす | (iemand) aan zich onderwerpen; beteugelen; in toom [onder controle] houden |
| kairo-開炉 | (in Zen tempels, op de eerste dag van de 10de maand van de maankalender) het aansteken van de vuurhaard [open haard] |
| kaiseki-解析 | analyse; ontleding (van b.v. bewijsmateriaal, videobeelden, e.d.) |
| kaisha-会社 | bedrijf; firma; zaak; onderneming |
| kaishime-買い占め | speculatie (op de beurs); het massaal opkopen van aandelen |
| kaishimeru-買い占める | speculeren (op de beurs); aandelen massaal opkopen |
| kaishō-快勝 | makkelijke [dikke; ruime] overwinning |
| kaisu-介す | zich zorgen maken (over iets); ergens over in zitten |
| kaisuru-介する | zich zorgen maken (over iets); ergens over in zitten |
| kaitai-解体 | ontmanteling; dissectie; ontleding; demontage |
| kaitaisuru-解体する | ontmantelen; ontleden; demonteren; uit elkaar halen |
| kaiten-回天 | bemande (kamikaze) torpedo in gebruik bij de Japanse Marine tijdens de 2de wereldoorlog |
| kaitenkyūgyō-開店休業 | (van een winkel) open zijn maar bijna geen klandizie [klanten] hebben |
| kaiyōkikō-海洋気候 | zeeklimaat |
| kaiyōseikikō-海洋性気候 | zeeklimaat |
| kaizan-改竄 | falsificatie; verdraaiing (van de feiten); onbevoegde [onrechtmatige] verandering (van tekst) |
| kaizō-改造 | reconstructie; aanpassing (van voertuigen, machines e.d.) |
| kaizōdo-解像度 | resolutie (van beeldmateriaal, beeldscherm, etc.) |
| kajiki-梶木 | (verzamelnaam voor makreelachtige zeevissen zoals) zwaardvis; zeilvis; marlijn |
| kajin-家人 | dienaar; leenman; vazal |
| kajitori-舵取り | stuurman; roerganger; leider |
| kajō-過剰 | overschot; overvloed; overmaat; overtolligheid |
| kajōryūdōsei-過剰流動性 | bovenmatige liquiditeit |
| kajūsuru-加重する | verzwaren; zwaarder maken; verergeren |
| kakashi-案山子 | iem. die iets [iemand] lijkt te zijn, maar dat in werkelijkheid niet is |
| kakawarazu-拘わらず | ongeacht; hoewel; ondanks; maar toch; niettegenstaande |
| kakawaru-関わる | zich bezig houden met; te maken hebben met |
| kakazuriau-拘り合う | verwikkeld zijn in; te maken hebben met |
| kakehiki-駆け引き | de opmars of terugtrekking van troepen (op het slagveld) |
| kakehiki-駆け引き | tactiek; strategie; diplomatie |
| kakekotoba-掛け詞 | een woordspeling; dubbelzinnigheid; woorden met dezelfde uitspraak maar verschillende betekenissen |
| kakene-掛け値 | een te hoge prijs; kunstmatig opgedreven prijs |
| kakeyoru-駆け寄る | naar iemand toe [op iemand af] rennen |
| kakezu-掛け図 | (lesmateriaal, op school, e.d.) wandkaart; wandplaat |
| kakō-華甲 | iemand van 61 jaar oud (het eerste karakter kan worden opsplitst in een zes, een tien, en een één) |
| kakōbōeki-加工貿易 | verwerkingshandel (handel waarbij producten worden geëxporteerd die zijn vervaardigd van ingevoerde materialen) |
| kakomu-囲む | (Go, Shogi, Mahjong, e.d.) spelen |
| kakū-架空 | imaginair [denkbeeldig; fictief; irreëel; onwezenlijk; onwerkelijk] zijn |
| kaku-格 | naamval (grammatica) |
| kakudo-確度 | (mate van) zekerheid; waarschijnlijkheid; betrouwbaarheid; nauwkeurigheid |
| kakugetsu-各月 | elke maand |
| kakugo-客語 | object; lijdend voorwerp (grammatica) |
| kakuhoyūkoku-核保有国 | kernmacht; land dat kernwapens bezit |
| kakuin-客員 | iemand die op uitnodiging werkzaamheden verricht (en niet in vaste dienst aldaar is) |
| kakumau-匿う | iemand onderdak [een schuilplaats] bieden; herbergen |
| kakuobi-角帯 | een stugge obi (kimono-ceintuur) voor mannen |
| kakushiki-格式 | formaliteit; (persoonlijke, familie, etc.) gedragsregels; gedragscode |
| kakushite-斯くして | aldus; op deze [die] manier; zoals dit |
| kakusu-隠す | verstoppen; verbergen; verhullen; verzwijgen; maskeren; achterhouden; geheimhouden; bedekken |
| kakutei-画定 | afbakening; begrenzing; demarcatie; vaststelling |
| kakyō-佳境 | het sleutelmoment [de climax; het hoogtepunt] (van een verhaal, discussie, etc.) |
| kamābando-カマーバンド | sjerp; maagband (onderdeel van een smoking) |
| kamaeru-構える | bouwen; vestigen; maken; in elkaar zetten |
| kāmasūtora-カーマスートラ | (Hindi: Kāmasūtra) Kamasutra |
| kamawanai-構わない | niets uitmaken; niet (kunnen) schelen |
| kamen-仮面 | masker (ook figuurlijk) |
| kameraman-カメラマン | cameraman |
| kamiarizuki-神在月 | de 10de maand op de maankalender (in Izumo, Shimane-prefectuur) |
| kamikaze-神風 | de bijnaam van het speciale luchtmacht-aanvalskorps tijdens de Tweede Wereldoorlog |
| kaminarioyaji-雷親父 | een slechtgehumeurde [prikkelbare] oude man; een oude brompot [mopperkont] |
| kaminazuki-神無月 | de 10de maand op de maankalender (de maand dat alle goden van Japan vanuit hun eigen gebieden in Izumo Taisha samenkomen) |
| kaminendo-紙粘土 | papier-maché |
| kamisan-上さん | (iemands) vrouw |
| kamisuki-紙漉き | het maken van papier |
| kamisuki-紙漉き | papiermaker |
| kamitsu-過密 | (overmatige) gedetailleerdheid |
| kamitsubusu-噛み潰す | met de tanden [kiezen] vermalen |
| kamitsuku-噛み付く | iem. afsnauwen [aanvallen]; uitvaren tegen iemand |
| kamiwakeru-噛み分ける | onderscheid maken; begrijpen |
| kamiyori-紙縒り | touw gemaakt van stukjes gedraaid papier |
| kamiyui-髪結い | het kappen [opmaken; knippen] van het haar |
| kamizaiku-紙細工 | producten [artikelen] gemaakt van papier |
| kamon-家門 | iemands familie of clan |
| kamoru-鴨る | een tegenstander makkelijk [listig] verslaan |
| kan-汗 | (in kanji combinaties) Khan (hoofd van nomadische stam) |
| kan-澗 | een eenheid van getal, 10 tot de macht 36 |
| kana-かな | (aan het einde van een zin) ik vraag me af of; zal ik maar; zou ik |
| kanaa-かなあ | (aan het einde van een zin) ik vraag me af of; zal ik maar; zou ik |
| kanai-家内 | iemand's familie(leden) |
| kanakana-かなかな | avondcicade (naar het geluid dat die maakt) |
| kanake-金気 | metaalsmaak; metaalachtige smaak |
| kanakusai-金臭い | metaalachtige geur [smaak] |
| kanashibari-金縛り | (fig.) vastzitten [gebonden] zijn aan; door de macht van het geld beperkt zijn |
| kanashimi-悲しみ | verdriet; bedroefdheid; smart; leed |
| kanazuchi-金槌 | iemand die niet kan zwemmen |
| kanbandaore-看板倒れ | schijngoed; oppervlakkig; iets dat minder goed is dan verwacht; iets dat mooi is aan de buitenkant maar zonder inhoud |
| kanbashii-芳しい | geurig; aromatisch |
| kanbashii-芳しい | smaakvol; lekker |
| kanben-簡便 | eenvoudig [simpel; makkelijk; handig] zijn |
| kanbi-甘美 | zoet (van smaak) zijn |
| kanbuna-寒鮒 | een karper die is gevangen midden in de winter (dan is de smaak het lekkerst) |
| kanburi-寒鰤 | koude geelvinmakreel, d.w.z. die gevangen is midden in de winter |
| kanbutsu-奸物 | een sluwe persoon; iemand met slechte bedoelingen |
| kanchi-寒地 | koude streek [regio]; gebied met een koud klimaat |
| kanchiku-寒竹 | gemarmerde bamboe (Chimonobambusa marmorea) |
| kanchō-浣腸 | klysma; darmspoeling |
| kanchō-艦長 | scheepskapitein; gezagvoerder (m.n. op een marineschip) |
| kanebanare-金離れ | manier van geld besteden [met geld omgaan] |
| kanemochi-金持ち | een rijk iemand; rijkaard |
| kanemōke-金儲け | het geld verdienen; winst maken |
| kanenbutsu-可燃物 | brandbaar materiaal; brandbare stoffen |
| kanezukai-金遣い | manier van geld besteden |
| kangaekata-考え方 | denkwijze; denkpatroon; denktrant; manier van denken; gedachtegang; opvatting |
| kangaeyō-考え様 | denkwijze; manier van denken; gezichtspunt; kijk (op dingen) |
| kangen-諫言 | vermaning; berisping |
| kangetsu-寒月 | de maan op (koude) een winternacht |
| kangetsu-観月 | het kijken naar de maan |
| kanja-冠者 | jongeman; jongeling |
| kanji-幹事 | facilitator; organisator (van bijeenkomsten, vergaderingen, e.d.); administrateur; manager |
| kanjin-閑人 | iemand die veel vrije tijd [niets te doen] heeft; een luilak |
| kanjin-閑人 | iemand die alleen ver weg [teruggetrokken van de wereld] leeft |
| kanjishōken-幹事証券 | de leidende effectenmakelaar [underwriter; risicobeoordelaar] bij een effectenuitgifte |
| kanjō-灌頂 | esoterisch-boeddhistisch ritueel (het gieten van geparfumeerd water over iemands hoofd tijdens de overdracht van de Dharma) |
| kankai-勧戒 | (boeddh.) aanmoediging [vermaning] om de voorschriften van Boeddha na te leven |
| kankai-勧戒 | aanmoediging [vermaning] om het goede te doen en waarschuwing tegen het kwade |
| kankan-漢奸 | een Chinese landverrader (iemand die collaboreerde met de Japanners) |
| kankiwamaru-感極まる | zeer geëmotioneerd raken; overmand worden door emoties |
| kankōba-勧工場 | In de Meiji- en Taisho-periode een plek (markt, bazaar) waar vele winkels onder één dak allerlei goederen verkochten |
| kankōjusu-観光繻子 | satijn (geweven van zijde en katoen; in de Meiji-periode geproduceerd in de prefectuur Gunma en verkocht bij een toeristenbureau in Asakusa, Tokio) |
| kanma-カンマ | decimaalteken |
| kanma-カンマ | komma |
| kanmi-甘味 | zoetheid; zoete smaak |
| kannazuki-神無月 | de 10de maand op de maankalender (de maand dat alle goden van Japan vanuit hun eigen gebieden in Izumo Taisha samenkomen) |
| kannō-感応 | (elektromagnetische) inductie |
| kanpachi-間八 | grote geelstaart (makreel); barnsteenmakreel (Seriola dumerili) |
| kanpanī-カンパニー | bedrijf; onderneming; firma |
| kanpasuru-看破する | doorzien; doorhebben; in de gaten hebben; (iemands) gedachten lezen |
| kanpeki-完璧 | perfectie; volmaaktheid |
| kanpō-観法 | (boeddh.) bezinningsmethode (nadenken over de Dharma) |
| kanpu-姦夫 | overspelige man; vreemdganger |
| kanrengaisha-関連会社 | een geaffilieerd bedrijf; dochterbedrijf; zustermaatschappij |
| kanri-管理 | beheer; management; controle; toezicht; supervisie |
| kanrikeiei-管理経営 | beheer; management; administratie |
| kanrikeizai-管理経済 | management boekhouding |
| kanrishoku-管理職 | management; manager; administratie |
| kanrisuru-管理する | beheren; managen; controleren; toezicht houden |
| kansaiheri-艦載ヘリ | marinehelikopter; vliegdek(schip) helikopter |
| kansaiki-艦載機 | marinevliegtuig; vliegdek(schip) vliegtuig |
| kansei-官製 | door de overheid [overheidsbedrijven; organisaties] gemaakt [vervaardigd] |
| kansen-艦船 | oorlogsschepen; marineschepen; marinevloot |
| kansentaisaku-感染対策 | infectiebestrijdingsmaatregelen |
| kansho-甘藷 | zoete aardappel (Satsuma aardappel) |
| kansō-完走 | (bij een hardlooprace) het afleggen van de gehele afstand (van startplaats tot finish); een race helemaal uitlopen |
| kansō-感想 | iemands mening [indruk; gedachten; gevoelens] |
| kansō-観相 | fysionomie; iemands gezicht of uiterlijk beschouwd als spiegel van zijn aard en karakter |
| kantai-艦隊 | (marine) vloot; vlooteskader |
| kantaiheiyōgōdōenshū-環太平洋合同演習 | RIMPAC, the Rim of the Pacific Exercise ('s werelds grootste internationale maritieme oorlogsoefening) |
| kantaikikō-寒帯気候 | poolklimaat |
| kantanfuku-簡単服 | gemakkelijk zittende (informele) kleding; lichte [luchtige] (zomer)kleding |
| kantei-艦艇 | marineschip; oorlogsschip; marinevloot |
| kanwa-官話 | het mandarijn (Chinese taal) |
| kanyū-加入 | toetreding; aansluiting; lidmaatschap; inschrijving |
| kanzen-完全 | perfectie; volmaaktheid; compleetheid |
| kanzetsu-冠絶 | uniekheid; eigenheid; ongeëvenaardheid; suprematie; onovertroffenheid |
| kanzōgaku-肝臓学 | hematologie (wetenschap van leverziekten) |
| kaomuke-顔向け | iemand (recht) in de ogen kijken [aankijken] |
| kaori-香り | (aangename) geur; aroma; parfum |
| kaotsunagi-顔繋ぎ | het (regelmatig) contact houden [bij elkaar komen] |
| kaoyaku-顔役 | een invloedrijk man; kopstuk |
| kappamaki-河童巻き | een (hoso)maki van sushirijst en komkommer |
| kappu-カップ | (inhoudsmaat) een kop |
| karaage-唐揚げ | (met sojasaus en mirin) gemarineerde, in tarwebloem gerolde en daarna gefrituurde stukjes kip of vis |
| karafutoshishamo-樺太柳葉魚 | lodde (soort kleine zalm, Mallotus villosus) |
| karai-辛い | (smaak) pittig; kruidig; scherp; zoutig |
| karakami-唐紙 | fusuma (schuifdeuren), bedekt met Chinees papier |
| karakami-唐紙 | Chinees papier met patronen erop gedrukt (in de Heian periode gebruikt als schrijfpapier, en later voor het bedekken van fusuma (schuifdeuren)) |
| karakara-からから | (onomatopee) geklapper; geratel; luid gelach |
| karakau-からかう | redetwisten; debatteren; tegenspreken; ruzie maken |
| karakau-からかう | plagen; sarren; bespotten; belachelijk maken |
| karakuriningyō-絡繰り人形 | marionet; opwind pop |
| karamawari-空回り | vergeefse moeite; ondoelmatig [ondoeltreffend] zijn |
| karamawarisuru-空回りする | ondoelmatig [ondoeltreffend] zijn |
| karaoke-カラオケ | karaoke (iemand zingt live mee met muziek die wordt afgespeeld) |
| karaori-唐織り | de kostuums in het No theater (gemaakt van kleurrijk brokaat) |
| karasawagisuru-空騒ぎする | veel drukte maken om niets; nodeloos ophef veroorzaken |
| karasugane-烏金 | geld uitgeleend voor één etmaal; lening die direct de volgende ochtend moet worden terugbetaald (lett. kraaien-geld; kraaien krijsen bij zonsopgang) |
| karatō-辛党 | een drinker; iemand die wel een glaasje lust |
| karausu-唐臼 | stenen mortel (om graan, rijst, e.d. te malen) die met de voeten wordt bediend |
| karei-家令 | hofmeester; majordomus |
| kareshi-彼氏 | hij; die man |
| karikari-カリカリ | (onomatopee) krokant; knapperig |
| karikata-借り方 | lener; iemand die leent; debiteur |
| karikomu-刈り込む | oogsten (maaien [afsnoeien] en opslaan) |
| karisuma-カリスマ | charisma; charme; aantrekkingskracht |
| karōjite-辛うじて | nauwelijks; amper; nog maar net; met moeite |
| karui-軽い | makkelijk; luchthartig; ongedwongen |
| karukyureitā-カルキュレーター | calculator; rekenmachine |
| karyū-下流 | benedenstroom; stroomafwaarts |
| kasa-嵩 | omvang; grootte; volume; massa |
| kasa-枷鎖 | (zenboeddhisme) mentale boeien; immateriële beperkingen |
| kasago-笠子 | Sebastiscus marmoratus (vissoort uit de familie van schorpioenvissen) |
| kasakasa-かさかさ | (onomatopee) droog; uitgedroogd |
| kasakasa-かさかさ | (onomatopee) ritselend (geluid) |
| kasanegasane-重ね重ね | herhaaldelijk; vaak; regelmatig; steeds weer |
| kasanegasane-重ね重ね | nogmaals; oprecht |
| kasei-化成 | transformatie; verandering |
| kasei-火星 | Mars (planeet) |
| kasen-寡占 | oligopolie (monopolievorm op de markt van slechts enkele bedrijven) |
| kasha-仮借 | een fonetisch leenteken (gebruikt om een ander woord te maken, zonder rekening te houden met het semantische aspect ervan) |
| kashi-下肢 | onderste ledematen; benen; poten |
| kashi-下賜 | een gift [geschenk] van iemand van een hogere rang aan iemand van een lagere rang; keizerlijk geschenk |
| kashin-家臣 | vazal; leenman |
| kashira-かしら | zoiets als; een soort van; op de een of andere manier; ergens |
| kashizashiki-貸座敷 | tatamikamer die verhuurd wordt voor geheime ontmoetingen tussen mannen en vrouwen; bordeel |
| kashoku-貨殖 | het verdienen [vergaren] van geld; geldmakerij |
| kashuhi-仮種皮 | zaadmantel; zaadrok |
| kasō-仮葬 | provisorische begrafenis- of crematieplechtigheid |
| kasō-火葬 | crematie, lijkverbranding |
| kasōba-火葬場 | crematorium |
| kasōshiki-火葬式 | crematieplechtigheid |
| kassaba-カッサバ | cassave; maniok |
| kasukasu-かすかす | amper; maar net; met moeite; nauwelijks |
| kasukasu-かすかす | droog; uitgedroogd; smakeloos |
| kasuru-嫁する | iemand anders de schuld geven; de verantwoording leggen bij iemand anders |
| kasutamaizu-カスタマイズ | maatwerk; aanpassen naar de wensen van de klant |
| kasutamu-カスタム | klandizie; op bestelling gemaakt |
| kasutamu・kā-カスタム・カー | aangepaste auto; auto op maat (gebouwd aan de hand van specificaties van de koper) |
| kasutamu・meido-カスタム・メイド | op maat gemaakt; op bestelling gebouwd |
| kata-方 | manier; wijze |
| kata-過多 | overmaat; overschot; overvloed |
| katadori-型取り | het een afdruk [afgietsel; moulage] maken |
| katagami-型紙 | papieren knippatroon (voor het maken van kleding) |
| kataguruma-肩車 | het iemand op de schouders dragen |
| katai-難い | moeilijk; niet makkelijk |
| kataire-肩入れ | het schoudergedeelte van een kimono, dat is gemaakt van een apart stuk stof |
| kataire-肩入れ | het bescherming [hulp] bieden (aan iemand); het iemand bevoordelen [voortrekken] |
| katakata-かたかた | (onomatopee) gekletter; geratel; ratelend |
| katakuriko-片栗粉 | zetmeel; verdikkingsmiddel (tegenwoordig aardappelmeel, oorspronkelijk gemaakt van katakuriwortel: Erythronium japonicum, hondstand lelie) |
| katakurushii-堅苦しい | stijf; ongemakkelijk; formeel; gespannen; onbuigzaam; streng |
| katamaran-カタマラン | catamaran |
| katamaran・yotto-カタマラン・ヨット | catamaran jacht |
| katami-筐 | een (fijn) gevlochten bamboemand |
| katashiki-型式 | type; model (vliegtuig, auto, machine, e.d.) |
| katatataki-肩叩き | iemand lichtjes op de schouders kloppen (tegen stijfheid) |
| katatataki-肩叩き | in een bedrijf iemand met een schouderklopje aansporen om vervroegd met pensioen te gaan [ ontslag te nemen] |
| kataude-片腕 | iemands meest capabele en betrouwbare assistent |
| katawa-片端 | onvolkomenheid; onvolmaaktheid |
| katawa-片端 | (iemand met) een lichaamsgebrek |
| kataware-片割れ | één iemand (van een groep) |
| katazukeru-片付ける | opruimen; afruimen; afmaken |
| katei-課程 | cursus; lesprogramma; curriculum |
| kateigi-家庭着 | makkelijk zittende kleding voor thuis |
| kāten・rekuchā-カーテン・レクチャー | bedsermoen; gordijnpreek (terechtwijzing van een vrouw aan haar man in de slaapkamer) |
| kāten・rēzā-カーテン・レーザー | (theater) voorprogramma; eerste artiest |
| katsu-喝 | (zen boeddhisme) uitroep om iemand uit een spirituele impasse [fixatie] te halen |
| katsuyō-活用 | (grammatica) vervoeging; conjugatie |
| katsuyōgobi-活用語尾 | (grammatica) verbuigingsuitgang; vervoegingsuitgang |
| katsuzen-豁然 | de plotseling vergroting [opening] van iemands gezichtsveld [uitzicht; inzicht] |
| kattā-カッター | snijgereedschap; snijmachine |
| kattāshatsu-カッターシャツ | shirt met lange mouwen; overhemd met vaste kraag en manchetten |
| kattosō-カットソー | kleding gemaakt van jersey stof |
| katto・auto-カット・アウト | (bij rugby, e.d.) plotselinge uitwijkmanoeuvre naar de zijlijn |
| kaunserā-カウンセラー | raadsman; raadsvrouw; adviseur; vertrouwenspersoon |
| kauntā-カウンター | telmachine; rekenmachine |
| kawago-皮籠 | een mand bekleed met leer (of met papier) |
| kawagoromo-皮衣 | bontjas; kleding gemaakt van bont [dierenvel] |
| kawakudari-川下り | stroomafwaarts |
| kawamori-川守 | veerman |
| kawanagare-川流れ | drenkeling; iemand die verdronken is (in de rivier) |
| kawasesaitei-為替裁定 | winst maken door verschillen in wisselkoersen |
| kawashimo-川下 | stroomafwaarts |
| kawaya-厠 | gemakhuisje; buiten-wc; privaathuisje |
| kayō-斯様 | deze manier [wijze] |
| kayubara-粥腹 | het (zwakke) gevoel in de maag na het eten van (rijst)pap (i.p.v. stevig voedsel) |
| kazamidori-風見鶏 | opportunist; draaier; iemand die met alle winden meewaait |
| kazehiki-風邪引き | iemand die verkouden is |
| kazoku-華族 | edelman; aristocraat |
| kazukeru-被ける | iemand een kledingstuk schenken |
| kazukeru-被ける | bij iemand een hoed op het hoofd zetten |
| kazukeru-被ける | iemand de schuld [verantwoordelijkheid] geven |
| kea・manējā-ケア・マネージャー | zorgmanager |
| kebiishi-検非違使 | (arch.) hoofd van de politie en rechtbank (Heian en Kamakura periode) |
| kechappu-ケチャップ | (tomaten)ketchup |
| kedo-けど | maar; echter; hoewel; alhoewel; toch; niettemin; niettegenstaande |
| kegasu-汚す | ontmaagden; verkrachten |
| kegasu-汚す | bevuilen; vies maken |
| kei-京 | eenheid van getal, 10 tot de macht 16 |
| kei-啓 | (in kanji combinaties) openen; openbaren; bekendmaken; onthullen |
| keibaku-繋縛 | (iemand) vastbinden; boeien; ketenen |
| keiben-軽便 | (afk. voor) smalspoor (trein) |
| keibentetsudō-軽便鉄道 | smalspoor (trein) |
| keibi-軽微 | geringe mate; onbeduidendheid |
| keibiishi-検非違使 | (arch.) hoofd van de politie en rechtbank (Heian en Kamakura periode) |
| keichitsu-啓蟄 | het ontwaken der insecten; de dag dat insecten na de winter uit de grond komen (ca. 6 maart) |
| keiei-経営 | bestuur; beheer; management |
| keieisenryaku-経営戦略 | managementstrategie |
| keieisha-経営者 | manager; bedrijfsleider; eigenaar |
| keien-敬遠 | (honkbal) het (tactisch) geven van een vrije loop aan een (sterke) slagman door de werper |
| keien-敬遠 | respectvolle afstand (tussen personen); het iemand omzeilen; in een boog om iemand heen lopen |
| keihin-京浜 | Tokio en Yokohama |
| keii-軽易 | eenvoudig [licht; gemakkelijk] zijn |
| keiji-掲示 | een mededeling [bulletin; aankondiging; proclamatie] aanplakken |
| keijō-啓上 | het (iem.) respectvol toespreken [aanspreken]; het woord richten tot iemand |
| keijō-経常 | gewoon [normaal; regulier; actueel; huidig] zijn |
| keikaku-圭角 | scherpe [ruwe] kant (van iemands karakter, e.d.) |
| keikaku-計画 | plan; schema; voornemen |
| keikakusei-計画性 | planmatigheid |
| keikakusuru-計画する | plannen; een plan [schema] maken |
| keikan-警官 | politieagent; politieman |
| keikasochi-経過措置 | overgangsmaatregel |
| keikensuru-経験する | ervaren; meemaken |
| keiki-景気 | zakelijke activiteit; (goede) financiële markt [economie] |
| keikikanjū-軽機関銃 | licht machinegeweer; lichte mitrailleur |
| keikishigekisaku-景気刺激策 | maatregelen om de economie te stimuleren |
| keikitaisaku-景気対策 | (economie) stimulerende maatregelen |
| keikoku-警告 | waarschuwing; vermaning; berisping |
| keikōsenryō-蛍光染料 | optische witmaker; opwitter |
| keikōtō-蛍光灯 | iemand die traag van begrip is [traag reageert] |
| keimanshotō-ケイマン諸島 | Kaaimaneilanden |
| keimōkatsudō-啓蒙活動 | informatiecampagne |
| keimōkatsudō-啓蒙活動 | bewustmakingsprogramma |
| keimukan-警務官 | militaire politie (MP); marechaussee |
| keiretsugaisha-系列会社 | gelieerd bedrijf; moeder-, dochter-, of zustermaatschappij |
| keirōnohi-敬老の日 | Respect voor de Ouderen Dag (Japanse nationale feestdag, op de derde maandag in september) |
| keisanki-計算機 | rekenmachine; calculator |
| keisankikagaku-計算機科学 | informatica (computerwetenschappen) |
| keisanshaku-計算尺 | rekenliniaal; schuifmaat |
| keisatsukan-警察官 | politieagent; politieagente; politieman |
| keisatsutechō-警察手帳 | politiepenning; politie ID-bewijs; politiekaart; legitimatiekaart van een politieambtenaar |
| keisei-形声 | een kanji (karakter) met een semantisch en een fonetisch element |
| keisei-形成 | vorming; formatie |
| keishiki-形式 | vorm; frame; raamwerk; formaliteit |
| keishikishugi-形式主義 | formalisme (vasthouden aan vorm, principes en regels, meer dan aan betekenis of inhoud) |
| keishoku-軽食 | een lichte [kleine] maaltijd; snelle hap; tussendoortje |
| keitai-敬体 | (taalkunde) beleefde [respectvolle; formele] stijl (desu-masu) |
| keitō-系統 | geologische formatie |
| keitōdateru-系統立てる | systematiseren; (ideeën, kennis, informatie. etc.) ordenen volgens een bepaald principe of bepaalde regel |
| keiyo-恵与 | (van iemand gekregen) gift [geschenk; cadeau] |
| keizaika-経済家 | iemand die verstand heeft van economie |
| keizaiseichōritsu-経済成長率 | mate [percentage] van economische groei |
| keizō-恵贈 | (van iemand gekregen) gift [geschenk; cadeau] |
| kekkafuza-結跏趺坐 | lotus positie (bij yoga); padmasana |
| kekkō-結構 | goed [in orde; prima; voldoende] zijn |
| kekkonaite-結婚相手 | toekomstige man [vrouw] |
| kemari-蹴鞠 | een balsport, waarbij de bal de grond niet mag raken, gespeeld door Japanse hovelingen aan het keizerlijk hof (Heian periode) |
| kemikaru・shūzu-ケミカル・シューズ | schoeisel vervaardigd van synthetische materialen; kunstleren schoenen |
| ken-研 | (in kanji combinaties) polijsten; slijpen; scherper maken; oppoetsen |
| kenbaiki-券売機 | kaartjesautomaat; kaartverkoop automaat |
| kenban-鍵盤 | toetsenbord (piano, computer, typemachine, e.d.) |
| kenbiishi-検非違使 | (arch.) hoofd van de politie en rechtbank (Heian en Kamakura periode) |
| kenbun-見聞 | informatie; kennis; waarneming |
| kenchiikichi-検知閾値 | meetdrempel; minimale te meten waarde |
| kenchikuyōzai-建築用材 | bouwmaterialen |
| kendo-けんど | (Kansai-dialect) maar; echter; hoewel |
| kengen-権限 | macht; zeggenschap; gezag |
| kengen-顕現 | manifestatie; verschijning; verschijningsvorm |
| kengo-堅固 | standvastig [gelijkmatig] zijn (van gemoed) |
| kenji-健児 | sterke, gezonde jongeman |
| kenji-献辞 | dedicatie; opdracht (woorden van toewijding waarmee een werk aan iemand wordt opgedragen) |
| kenjin-県人 | iemand die afkomstig uit een bepaalde prefectuur; inwoner van een bepaalde prefectuur |
| kenjō-献上 | schenking [het schenken] van iets aan iemand die hoger in rang of sociale positie is |
| kenjōmono-献上物 | geschenk aan een geëerde [machtige] persoon |
| kenjōsha-健常者 | een gezonde persoon; iemand die gezond van lijf en leden is |
| kenkei-賢兄 | beleefde aanspreekvorm gebruikt door mannen voor hun leeftijdsgenoten, in brieven, e.d.) beste broer |
| kenmei-件名 | onderwerp; onderwerpregel (b.v. van een e-mail); naam of trefwoord (voor index of classificatie) |
| kenmon-権門 | een hooggeplaatste [machtige] familie [persoon] |
| kenmon-権門 | (poging tot) omkoping (van een machtige persoon) |
| kenmon-見聞 | informatie; kennis; waarneming |
| kenmotsu-献物 | geschenk aan een geëerde [machtige] persoon |
| kennawa-間縄 | een touw dat wordt gebruikt om de plantafstand te markeren bij het zaaien of planten van zaailingen |
| kennō-権能 | autoriteit; macht; bevoegdheid |
| kenpei-権柄 | macht; gezag; autoriteit |
| kenpo-兼補 | benoeming [aanstelling] van iemand in een nevenfunctie naast zijn hoofdfunctie |
| kenri-権利 | macht; autoriteit; gezag |
| kenryoku-権力 | macht; gezag; invloed |
| kenryokubunritsu-権力分立 | scheiding der machten |
| kenryokukankei-権力関係 | machtsverhoudingen |
| kenryokusha-権力者 | een machtige [invloedrijke; gezaghebbende] persoon |
| kensaku-検索 | het opzoeken (b.v. in een woordenboek); het zoeken naar bepaalde informatie [gegevens] (in documenten, op internet, etc.) |
| kensakuban-研削盤 | slijper; slijpmachine |
| kensakuenjin-検索エンジン | zoekmachine (computer) |
| kensetsukikai-建設機械 | bouwmachine |
| kenshi-献詞 | dedicatie; opdracht (woorden van toewijding waarmee een werk aan iemand wordt opgedragen) |
| kenshō-顕彰 | (publieke) bekendmaking; publieke eerbewijzen |
| kentei-賢弟 | beleefde uitdrukking om de jongere broer van iemand anders aan te duiden |
| kentei-賢弟 | beleefde uitdrukking om een jonger iemand aan te spreken in (bijv. een brief) |
| kenzai-建材 | bouwmateriaal |
| kenzai-顕在 | duidelijke zichtbaarheid [aanwezigheid]; onmiskenbaarheid; gemanifesteerd [geopenbaard] zijn |
| ken'an-検案 | verkenning; oriënterend onderzoek (ter plaatse, van fysiek bewijsmateriaal, zoals (voet)sporen, e.d.) |
| ken'i-健胃 | een sterke[gezonde] maag |
| ken'i-権威 | gezag; autoriteit; macht |
| keosareru-気圧される | geïmponeerd [geintimiteerd] worden; zich (door iemand) overweldigd [overrompeld voelen] |
| keotosu-蹴落とす | met ellenbogenwerk hogerop komen; carrière maken ten koste van anderen |
| keppō-月俸 | maandsalaris |
| keppō-月報 | maandelijks verslag [rapport] |
| kēpu-ケープ | cape; schoudermantel |
| keredo-けれど | echter; maar; toch |
| keredomo-けれども | echter; maar; toch |
| keroido-ケロイド | keloïd (verdikking op de huid door overmatige groei van littekenweefsel) |
| keshin-化身 | incarnatie; manifestatie; het verschijning van goden, Boeddha's, demonen, e.d, in menselijke vorm |
| keshitsubu-芥子粒 | maanzaad; papaverzaad |
| keshō-化粧 | make-up; opmaak; cosmetica |
| keshōbako-化粧箱 | make-updoos; beautycase |
| kesshō-血漿 | bloedplasma |
| kesshoku-欠食 | een maaltijd overslaan; niet eten |
| kesshokusuru-欠食する | niet eten; een maaltijd overslaan |
| kesshu-血腫 | bloeduitstorting; hematoom |
| kēsuwākā-ケースワーカー | maatschappelijk werker |
| kēsuwāku-ケースワーク | maatschappelijk werk |
| ketai-懈怠 | luiheid; onzorgvuldigheid; gemakzucht |
| kētaringu-ケータリング | catering; proviandering; maaltijdverstrekking |
| ketsuekikyōfushō-血液恐怖症 | hematofobie (vrees voor bloed) |
| ketsunyō-血尿 | bloed in de urine; hematurie |
| ketsurei-欠礼 | het nalaten iemand te begroeten [te complimenteren]; gebrek aan respect [beleefdheid; manieren] |
| ketsuro-血路 | manier om moeilijkheden te overwinnen [om te overleven] |
| kē・ō-ケーオー | (afk. voor) knock-out (een klap die iemand buiten gevecht stelt) |
| ki-機 | marionet; opwind pop |
| ki-機 | machine; apparaat; mechanisme |
| kiaji-気味 | tendens op de markt [aandelenbeurs] |
| kibidango-黍団子 | noedels gemaakt van gierstmeel |
| kibidango-黍団子 | zoete deegballetjes gemaakt van gierstmeel |
| kibo-規模 | omvang; formaat; schaal |
| kibutsusonkai-器物損壊 | eigendomsschade, schade aan iemands eigendom |
| kidaore-着倒れ | iemand die al zijn geld uitgeeft voor kleren |
| kido-輝度 | (mate van) helderheid [licht] |
| kidoru-気取る | gemaakt [gekunsteld; geaffecteerd] zijn; zich aanstellen; zich een houding geven |
| kie-帰依 | (boeddh.) toevlucht (tot Boeddha, de dharma, e.d.); terugkomst in vertrouwen tot de Boeddha, e.d. |
| kigentsukitegatakaisōba-期限付手形買相場 | markt voor het kopen van facturen met een vaste looptijd |
| kigō-揮毫 | geschrift; kalligrafie (m.n. in opdracht gemaakt) |
| kigyō-企業 | onderneming; bedrijf; zaak; firma; maatschappij; coöperatie; ondernemerschap |
| kigyōsekinin-企業責任 | maatschappelijk verantwoord ondernemen; collectieve verantwoordelijkheid |
| kihankeikaku-基本計画 | masterplan; groot plan; veelomvattend plan; plan in grote lijnen |
| kiji-生地 | het ruwe [natuurlijke] materiaal; onbewerkte stof |
| kijin-貴人 | iemand met een hoge sociale status; iemand uit een hoogstaande familie; edelman |
| kijū-機銃 | (afk. voor) machinegeweer; mitrailleur |
| kijun-基準 | standaard; maatstaf; criterium; norm |
| kikai-器械 | machine; apparaat; instrument |
| kikai-機械 | machine |
| kikakuhan-規格判 | standaard afmeting [maat; grootte] |
| kikakuka-規格化 | standaardisatie; normalisatie |
| kikan-季刊 | kwartaalpublicatie; publicatie [uitgave] 4 keer per jaar (van een tijdschrift, magazine, e.d.) |
| kikan-機関 | motor; machine |
| kikanjoshi-機関助士 | hulpmachnist |
| kikanjū-機関銃 | machinegeweer; mitrailleur |
| kikanshi-機関士 | machinist (van een stoomlocomotief, stoomboot e.d.) |
| kikanshitsu-機関室 | machinekamer |
| kikaseru-聞かせる | laten weten [horen]; (iemand over iets) informeren; (iemand iets) vertellen |
| kikaseru-聞かせる | (iemand iets) aan het verstand brengen; (fig.) het erin stampen |
| kiken-貴顕 | iemand met een goede [grote] reputatie [status] |
| kikensha-棄権者 | niet-stemmer; iemand die zich onthoudt van stemming |
| kiki-機器 | apparatuur; machines |
| kikidasu-聞き出す | informatie krijgen; (iets) uitzoeken [horen] |
| kikiireru-聞き入れる | goed luisteren naar; (iemand's advies) volgen; toestemmen; toegeven |
| kikikanri-危機管理 | crisismanagement |
| kikikata-聞き方 | manier van luisteren [vragen] |
| kikikomi-聞き込み | buurtonderzoek door politie voor informatie bij bewoners of getuigen op locatie |
| kikikomi-聞き込み | het verkrijgen van informatie door te luisteren [vragen] |
| kikikomisōsa-聞き込み捜査 | buurtonderzoek door politie voor informatie bij bewoners of getuigen op locatie |
| kikite-利き手 | (iemands) voorkeurshand; dominante hand |
| kikitogameru-聞き咎める | terechtwijzen; berispen; aanmerkingen hebben (op); in twijfel trekken (wat iemand zegt) |
| kikitori-聞き取り | het luisteren naar anderen; het opdoen van informatie [kennis] door luisteren |
| kikitoru-聞き取る | horen [begrijpen; verstaan] wat iemand zegt |
| kikitoru-聞き取る | informatie zoeken; navraag doen |
| kikitsutaeru-聞き伝える | het van anderen horen; informatie krijgen uit de tweede hand; iets weten van horen zeggen |
| kikiude-利き腕 | (iemands) voorkeursarm; dominante arm |
| kikō-季候 | het weer [klimaat] van een seizoen |
| kikō-気候 | klimaat; het weer; meteorologische omstandigheden |
| kikōgaku-気候学 | klimatologie |
| kikōgakusha-気候学者 | klimatoloog; klimaatwetenschapper |
| kikōhendō-気候変動 | klimaatverandering |
| kikonasu-着こなす | zich smaakvol [elegant] kleden; kleding stijvol [flatterend] dragen |
| kikōshi-貴公子 | een jongeman met een adellijk [edel; nobel] voorkomen [gelaat] |
| kikōshi-貴公子 | jonge edelman [aristocraat] |
| kiku-聞く | vragen (om informatie); informeren |
| kikuban-菊判 | standaard Japans papierformaat (huidig: 150 x 220 mm; vroeger: 636 x 939 mm) |
| kikuimo-菊芋 | aardpeer, topinamboer, knolzonnebloem; jeruzalemartisjok (Helianthus tuberosus) |
| kikuningyō-菊人形 | decoratieve pop waarvan de kleding is gemaakt van verse chrysanten |
| kikusuru-掬する | iemand begrijpen; zich inleven; meeleven; empathie tonen |
| kikuzure-気崩れ | (handelsmarkt) tijdelijke inzinking [daling] van de marktprijs |
| kikyo-起居 | iemands houding en gedrag [handelingen]; iemands bewegingen [staan of zitten]; iemands dagelijkse leven |
| kimazui-気不味い | onaangenaam; gênant; ongemakkelijk; pijnlijk |
| kimekomi-木目込み | make-up techniek voor acteurs (in Japans theater) |
| kimekomi-木目込み | techniek om traditionele Japanse houten poppen te maken (waarbij in smalle groeven stof wordt gelijmd om de pop aan te kleden) |
| kimekominingyō-木目込み人形 | traditionele Japanse houten pop (gemaakt met een techniek waarbij in smalle groeven stof wordt gelijmd om de pop aan te kleden) |
| kimen-鬼面 | het masker van een duivel [demon]; duivelsmasker |
| kimi-気味 | de geur en smaak van iets; sfeer; interesse |
| kimitsu-機密 | geheim; geheime informatie; geheimhouding |
| kimitsuseinotakai-気密性の高い | zeer [in hoge mate] luchtdicht |
| kimodameshi-肝試し | dapperheidstest; test van iemands moed |
| kimusume-生娘 | maagd |
| kimyō-帰命 | (Sanskriet: namas) (buigen voor) aanbidding [verering] van Boeddha; je lichaam en ziel toevertrouwen aan Boeddha |
| kindengyokurō-金殿玉楼 | een kostbaar gedecoreerd paleis; prachtig [majestueus] gebouw |
| kinema-キネマ | (archaïsch) cinema; bioscoop |
| kinhangen-禁反言 | estoppel (juridisch principe dat voorkomt dat iemand recht kan doen gelden dat in strijd is met zijn eerdere handelingen of uitspraken) |
| kinisuru-気にする | zich zorgen maken over; ergens om geven; zich bemoeien met |
| kinken-金権 | financiële macht [invloed]; de macht van het geld |
| kinkin-僅僅 | slechts; alleen maar; niet meer dan |
| kinmokusei-金木犀 | geurende [zoete] Osmanthus (Osmanthus fragrans aurantiacus) |
| kinmuseiseki-勤務成績 | werkprestatie; (iemands) functioneren |
| kinōgo-機能語 | woorden die alleen een grammaticale (geen semantische) functie hebben |
| kīnōto-キーノート | centraal thema; grondgedachte; uitgangspunt |
| kinpa-金波 | oplichtende [schitterende] golven (door weerspiegeling van zon of maan) |
| kinrōshazaisankeiseiseido-勤労者財産形成制度 | Werknemers Vermogensvorming Systeem (Eng.: Workers Property Formation System) |
| kinryoku-金力 | financiële macht [kracht] |
| kinsa-僅差 | een kleine marge; klein verschil |
| kinsaku-近作 | iemands laatste [meest recente] werk; iemands allernieuwste werk |
| kinsei-金製 | gemaakt van goud |
| kinshijō-金市場 | goudmarkt |
| kinshōsa-僅少差 | gering verschil; kleine marge |
| kinshukuseisaku-緊縮政策 | bezuinigingsbeleid; bezuinigingsmaatregelen |
| kinsoku-禁足 | opsluiting; huisarrest; bewegingsbeperkende maatregel; disciplinaire straf (b.v. waarbij politie-ambtenaren alleen kantoorwerk mogen doen) |
| kintsugi-金継ぎ | kapot aardewerk repareren met goud of zilver (zodat de breuk juist mooi gemaakt wordt, i.p.v. te proberen die onzichtbaar te maken) |
| kinuta-砧 | vollersblok (houten of stenen blok waarmee op stoffen werd geslagen om ze zacht te maken) |
| kin'ei-近影 | recente foto (van iemand) |
| kin'ōmuketsu-金甌無欠 | sterke natie die nog nooit is binnengevallen door een buitenlandse macht |
| kin'yūgaisha-金融会社 | financieringsmaatschappij |
| kin'yūkōko-金融公庫 | financieringsmaatschappij |
| kin'yūsakimonoshijō-金融先物市場 | financiële termijnmarkt |
| kin'yūsakimonotorihiki-金融先物取引 | financiële termijntransactie; transactie op de financiële termijnmarkt |
| kin'yūshijō-金融市場 | financiële markt; geldmarkt |
| kin'yūshōhintorihikihō-金融商品取引法 | (Financial Instruments and Exchange Act) Wet op de Financiële Instrumenten en Markten |
| kin'yūsōba-金融相場 | financiële marktprijs |
| kin'yūsōsa-金融操作 | financiële operatie (m.n. een specifiek pakket van maatregelen van een centrale bank om de liquiditeit in het bankverkeer te vergroten of verkleinen) |
| kiomo-気重 | inactiviteit op de aandelenmarkt; stagnerende handel |
| kiōshō-既往症 | ziektegeschiedenis (van iemand); anamnese |
| kīpā-キーパー | keeper; doelman [doelvrouw] |
| kirakira-きらきら | (onomatopee) flikkerend; flonkerend |
| kirau-嫌う | ontwijken; onderscheid maken |
| kirau-嫌う | iemand [iets] haten; een hekel hebben aan iemand [iets] |
| kireigoto-奇麗事 | het verdoezelen; verbloemen; iets mooier maken [voorstellen] dan het is |
| kireizuki-奇麗好き | (iemand met) een voorkeur voor netheid |
| kirengeshōma-黄蓮華升麻 | Japanse wasbloem (Kirengeshoma palmata) |
| kiri-きり | (achtervoegsel) slechts; (alleen) maar; sindsdien; vanaf nu; nog steeds |
| kirifuseru-切り伏せる | (vijand) verslaan; vellen; afmaken |
| kiriharau-切り払う | weghakken; wegsnoeien; wieden; (grond) vrijmaken (van bomen, onkruid, etc.) |
| kirikomu-切り込む | diep insnijden; insnijding [kerf; inkeping] maken |
| kirikumu-切り組む | stukken aan elkaar maken; (twee delen) verbinden (met verstek, zwaluwstaartje, e.d.) |
| kirimori-切り盛り | beheer; bestuur; management |
| kirisainamu-切り苛む | kwellen; pijnigen; martelen; verscheurd worden |
| kiritsukeru-切り付ける | iemand steken [snijden; verwonden] (met een mes, zwaard, e.d.) |
| kirokukei-記録係 | iemand die de score [tijd; stukken] bijhoudt; archivaris |
| kiruku-キルク | kurk (materiaal, van de bast van de kurkeik) |
| kiruto-キルト | kilt (Schotse geruite wollen rok voor mannen) |
| kiryō-器量 | iemands uiterlijk [gelaatstrekken] |
| kiryō-器量 | iemands capaciteiten [competentie] |
| kisai-鬼才 | genie; uitzonderlijk talent; bijzonder begaafd iemand |
| kisaishijō-起債市場 | obligatiemarkt |
| kisaki-后 | keizerin; koningin; prinses-gemalin |
| kisama-貴様 | (denigrerende, vaak uitscheldende, term gebruikt door mannen, om iemand aan te spreken die zijn mindere of gelijke is) jij; jij schoft [klootzak] |
| kisan-帰参 | terugkeer (in dienst van de voormalige heer) |
| kisaragi-如月 | tweede maand van de maankalender |
| kiseru-着せる | iemand de schuld geven; iemand (vals) beschuldigen; aangeven |
| kiseru-着せる | (iemand) kleden; aankleden |
| kisetsu-既設 | reeds gemaakt [gebouwd]; al in werking zijn |
| kishin-貴紳 | een edelman; een hooggeplaatste [rijke] persoon; iemand met een hoge status |
| kishun-季春 | late lente; derde maand volgens de maankalender |
| kisō-起草 | het maken [opstellen] van een (eerste) ontwerp [voorstel; plan; wet, etc.] |
| kitamakura-北枕 | ligging met het hoofd naar het noorden gericht (traditionele positie voor dode lichamen; maar taboe voor het gewone slapen) |
| kitei-旗亭 | taverne; herberg; restaurant ( van origine in China gemarkeerd met een vlag) |
| kitsui-きつい | sterk; scherp (van smaak, geur, etc.) |
| kiwamete-極めて | zeer (veel); uiterst; in hoge mate; buitengewoon; buitensporig |
| kizai-器材 | gereedschap [machines] en materiaal; materialen [onderdelen] voor het maken van machines |
| kizai-機材 | machines [apparatuur] en materiaal; machineonderdelen |
| kizamu-刻む | verstrijken [wegtikken] van tijd; de maat slaan |
| kizawari-気障り | irritatie [onprettig gevoel] (door het gedrag van iemand anders) |
| kizokuin-貴族院 | (voormalig) Japanse Hogerhuis (tot 1947) |
| kizu-傷 | beschadiging; kras; mankement |
| kizuato-傷跡 | (fig.) littekens (b.v. in het landschap met verroest oorlogsmateriaal e.d.) |
| kkiri-っきり | (achtervoegsel) slechts; (alleen) maar; sindsdien; vanaf nu; nog steeds |
| kō-こう | op deze manier; zo |
| kō-侯 | markies; (krijgs)heer; leenheer |
| ko-小 | (voorvoegsel) klein; smal; weinig; een beetje |
| kō-溝 | een eenheid van getal, 10 tot de macht 32 |
| koagari-小上がり | verhoogde zitruimte met tatami-matten (gebruikelijk in Japanse traditionele restaurants) |
| koaji-小味 | subtiele [delicate] smaak [aroma] |
| koaji-小味 | kleine prijsschommelingen op de handelsmarkt |
| kōatsu-光圧 | lichtdruk (druk die door licht of elektromagnetische golven wordt uitgeoefend op objecten die deze absorberen of reflecteren) |
| koa・shisutemu-コア・システム | bouwconstructiesysteem, waarbij gemeenschappelijke voorzieningen (machinekamers, trappen, toiletten, liften) middenin een gebouw worden geïnstalleerd |
| kōbaikanri-購買管理 | inkoopmanagement; inkoopbeheer |
| koban-小判 | klein formaat (papier) |
| kōban-降板 | iemand, b.v. na arrestatie, vervangen door een ander |
| kōbashī-香ばしい | aromatisch; prettig ruikend; geurend; welriekend |
| kōbashii-香ばしい | geurig; geurend; aromatisch |
| kōbin-後便 | (iemands) volgende [latere] brief [bericht; post] |
| kobīrokuban-小B6判 | standaard Japans papierformaat (112 x 174 mm) |
| kōbō-工房 | atelier; werkplaats (van een kunstenaar, ambachtsman, e.d.) |
| kobonnō-子煩悩 | iemand die erg veel van zijn kind(eren) houdt |
| kōbu-公武 | edelen [edelmannen] en soldaten; keizerlijk hof en shogunaat; aristocratie en samurai |
| kōbun-構文 | grammaticale constructie; zinsbouw |
| kōbunshi-高分子 | macromolecule |
| kobushi-辛夷 | Japanse magnolia boom (Magnolia kobus) |
| kōchā-コーチャー | coach; trainer; iemand die coacht |
| kōchi-巧遅 | uitgebreide maar trage uitvoering; langzaam maar zeker te werk gaan |
| kōchō-好調 | goede [gunstige; optimale] toestand [voortgang; situatie; conditie; trend] |
| kōchō-高潮 | climax; hoogtepunt |
| kōda-コーダ | deel van een muzikale compositie dat zich na de climax van het stuk afspeelt; eindsectie van een compositie |
| kodaimōsōkyō-誇大妄想狂 | grootheidswaan; megalomanie |
| kōdanshi-好男子 | een knappe man; adonis |
| kōdanshi-好男子 | goede man; fijne vent |
| kōdo-高度 | een hoge graad; hoge mate |
| kodoku-孤独 | eenzelvig mens; iemand die zijn eigen weg gaat [zich afzondert] |
| kōei-高詠 | (respectvolle term voor de poëzie van iemand anders) mooi gedicht |
| kōekijigyō-公益事業 | maatschappelijk nuttige activiteit; non-profitactiviteit; publieke dienstverlening |
| kōenkai-講演会 | (publieke) lezing (over een vastgesteld onderwerp, thema, e.d.) |
| koeru-肥える | ervaren [rijp] worden; een kenner [expert] worden; een verfijnde smaak ontwikkelen |
| kōfu-公布 | proclamatie; openbare afkondiging [bekendmaking] |
| kofude-小筆 | smalle [dunne] schrijfpenseel, om in klein handschrift te schrijven |
| kōfun-口吻 | manier van spreken; suggestie |
| kogaisha-子会社 | dochteronderneming; dochtermaatschappij |
| kogara-小柄 | klein formaat; kleine maat; klein patroon (op stof) |
| kōgasha-恒河沙 | een eenheid van getal, 10 tot de macht 52 (of 56) |
| kogashi-焦がし | rijstemeel; gerstemeel (van geroosterd en gemalen rijst of gerst) |
| kogata-小型 | klein formaat; kleine afmeting [schaal] |
| kōgen-公言 | publieke [officiële] aankondiging [proclamatie; verklaring; bekendmaking] |
| kōgi-巧技 | vakmanschap; vakkundigheid |
| kogō-古豪 | veteraan; iemand met veel ervaring |
| kōgōheika-皇后陛下 | Hare Majesteit de keizerin (van Japan) |
| kogomeru-屈める | buigen; bukken; een buiging maken |
| kōgun-皇軍 | het keizerlijke leger (vroeger de algemene benaming voor leger en marine van Japan) |
| kōhaichi-後背地 | achterland; hinterland (gebied dat deel uitmaakt van de economische zone van een stad) |
| kōhaku-厚薄 | dikte; dik of dun; de mate van iets |
| kōhan-孔版 | mimeograaf; stencilmachine; kopieermachine |
| kōhansei-後半生 | tweede helft [laatste deel] van iemand's leven |
| kōhi-后妃 | vorstin; keizerin; koningin; prinses-gemalin |
| kōhinkyoku-行進曲 | mars (muziek; tempo) |
| kōhō-公報 | een officiële bekendmaking; communiqué; nieuwsbulletin |
| kōhō-広報 | publiciteit; publieksinformatie |
| kohon-古本 | handgeschreven manuscript of drukwerk van voor de Edo-periode |
| kōhon-稿本 | manuscript |
| kōhontadō-好本多同 | goed voorbeeld doet goed volgen (zowel geestelijk, gedragsmatig als ook in bekwaamheden) |
| kōhōshi-広報誌 | een informatiebulletin (van een overheid, onderneming, organisatie, e.d.) |
| kōhyō-公表 | (openbare) aankondiging; bekendmaking; proclamatie |
| koi-濃い | dik (vloeistof); donker; diep (van kleur); sterk (van smaak) |
| kōi-皇威 | keizerlijke macht |
| koiji-恋路 | liefdesverhouding; romance; liefdesrelatie |
| koikaze-恋風 | Koi kaze, titel van een bekende Japanse manga serie |
| koikogareru-恋い焦がれる | verlangen [smachten; hunkeren] (naar); wanhopig verliefd zijn |
| koime-濃いめ | sterk (van smaak); diep [donker] (van kleur) zijn |
| koinoyokan-恋の予感 | voorgevoel van liefde; onvermijdelijke verliefdheid; al direct [van te voren] weten dat je verliefd gaat worden op iemand |
| koishii-恋しい | (vurig) smachtend [verlangend] zijn (naar); (iets of iemand) erg missen |
| kōji-公示 | publieke [officiële] bekendmaking [aankondiging] |
| kōji-小路 | kleine [smalle] weg [straat]; steeg; laantje |
| koji-居士 | een achtervoegsel aan de postume naam van mannen |
| kōji-麹 | gemoute rijst, een schimmel die gekweekt wordt op rijst en bonen (en gebruikt wordt als starter-cultuur voor het maken van sake, miso, sojasaus e.d.) |
| kōjin-行人 | de titel van een roman van Natsume Soseki |
| kojinjōhō-個人情報 | persoonsgegevens; persoonlijke informatie |
| kojinshōten-個人商店 | eenmanszaak; eenmansbedrijf |
| kojiraseru-拗らせる | verergeren [erger maken] (van een ziekte) |
| kōjisuru-公示する | publiekelijk [officieel] bekendmaken [aankondigen] |
| kojōrakujitsu-孤城落日 | het zich helemaal [hopeloos] alleen en verlaten voelen |
| kōjōsho-口上書 | een niet-ondertekend diplomatiek memorandum (dat dient als informele herinnering aan een onbeantwoorde vraag of verzoek) |
| kōkai-公開 | opening (voor het publiek); het openbaar maken; tentoonstelling |
| kōkaikagikiban-公開鍵基盤 | PKI (Public Key Infrastructure), een systeem dat wordt gebruikt voor het maken en beheren van digitale certificaten |
| kōkaisuru-公開する | openstellen voor publiek; tentoonstellen; openbaar maken |
| kōkan-好漢 | een goede man; fijne vent |
| kōkanpuroguramu-交換プログラム | uitwisselingsprogramma (voor studie) |
| kokekokkō-コケコッコー | (onomatopee) kukeleku (het kraaien van een haan) |
| kokeshi-こけし | kokeshi-pop (traditionele houten pop zonder ledematen) |
| kokitsukau-扱き使う | iemand afbeulen [uitbuiten; te hard laten werken] |
| kokkusu-コックス | stuurman (vnl. van een roeiboot) (Engels: cox) |
| kōko-公庫 | gemeentelijke kas; gemeentekas; financieringsmaatschappij |
| kōkokugyōsha-広告業者 | reclameman |
| kokoromotonai-心許ない | angstig; bezorgd; ongerust; niet op zijn gemak |
| kōkoshiryō-考古資料 | archeologische materiaal; archeologisch (kunst)voorwerp; archeologische artefact |
| kokozotobakarini-ここぞとばかりに | de kans benutten [aangrijpen]; van de gelegenheid gebruik maken |
| koku-刻 | oude tijdseenheid (in de maankalender) |
| koku-石 | Japanse inhoudsmaat (180,4 liter; 0,275 kubieke meter laadruimte van schepen) |
| kokubun-告文 | petitie; manifest |
| kokubun-告文 | (keizerlijke) proclamatie (aan het volk, de natie, etc.) |
| kokubunpō-国文法 | Japanse grammatica (m.n. de tradtionele) |
| kokuchi-告知 | aankondiging; notificatie; bekendmaking |
| kokudaka-石高 | (Edo-periode) officiële rijstoogst als maatstaf voor de oppervlakte van iemands land en als basis voor het heffen van jaarlijkse belastingen |
| kokufun-穀粉 | meel (gemalen graan) |
| kōkūgaisha-航空会社 | luchtvaartmaatschappij |
| kokujin-国人 | bewoner van een land; landsman; landgenoot |
| kokuminkin'yūkōko-国民金融公庫 | Nationale Volksfinancieringsmaatschappij (1949-1999) |
| kokunaika-口腔内科 | mondheelkunde; stomatologie |
| kokunaikakaku-国内価格 | binnenlandse prijzen; prijzen op de binnenlandse markt |
| kokunaishijō-国内市場 | thuismarkt; binnenlandse markt |
| kokunoaru-酷のある | rijke [volle; robuuste] smaak (van wijn, e.d.) |
| kokurenanzenhoshōjōninrijikoku-国連安全保障常任理事国 | permanent lid van de Veiligheidsraad (van de Verenigde Naties) |
| kokuryoku-国力 | (economische) macht [sterkte; kracht] van een land |
| kokusaigakujutsurengōkaigi-国際学術連合会議 | voormalige Internationale raad voor de Wetenschappen (nu: 国際科学会議) |
| kokusaikaijikikan-国際海事機関 | Internationale Maritieme Organisatie (IMO) |
| kokusaikankaku-国際感覚 | kosmopolitische [internationale] manier van denken |
| kokusaikin'yūkōsha-国際金融公社 | Internationale Financieringsmaatschappij (IFC) |
| kokushi-国士 | patriot; belangrijke [patriottische] staatsman [staatsburger] |
| kokushi-酷使 | overbelasting; overmatig gebruik; overmatige inspanning |
| kokusho-国書 | diplomatieke brief [brieven] in naam van een staat [van een staatshoofd] (aan een andere staat) |
| kokushohōtei-国書奉呈 | presentatie van de diplomatieke brief van een staat [staatshoofd] |
| kokuteikōen-国定公園 | quasi-nationaal [semi-nationaal] park (toegewezen door de overheid maar beheerd door een prefectuur) |
| kokuyu-告諭 | officiële kennisgeving; vermaning |
| kōkyū-後宮 | gemalin van de keizer |
| kōkyū-恒久 | permanentie; bestendigheid; duurzaamheid; eeuwigheid; eindeloosheid |
| koma-齣 | frame (in een film of animatie); vakje (van een strip of manga) |
| komadori-コマ撮り | frame-voor-frame animatie; stop-motion (animatie) |
| komai-細い | dun; smal; fijn |
| komando-コマンド | opdracht; bevel; command (computer term) |
| komando-コマンド | (mil.) commandotroepen; stoottroepen |
| komāsharizumu-コマーシャリズム | commercialisme; handelsgeest; marktdenken |
| komazukai-小間使い | dienstmaagd; dienstmeid; dienstmeisje; vrouwelijke bediende |
| komedian-コメディアン | komiek; grappenmaker; komediant |
| komemono-込め物 | vulmateriaal; vulling; opvulsel |
| komemono-込め物 | holwit (zetmateriaal voor het maken van lege marges bij letterzetten) |
| kōmi-香味 | geur [aroma] en smaak |
| komichi-小道 | smalle weg; smal pad; paadje; weggetje; straatje; steegje |
| komike-コミケ | stripboekenbeurs; stripboekenmarkt |
| komiketto-コミケット | stripboekenbeurs; stripboekenmarkt |
| komikkumāketto-コミックマーケット | stripboekenbeurs; stripboekenmarkt |
| kōmoku-項目 | (in woordenboeken, e.d.) lemma [trefwoord] met uitleg [woordverklaring] |
| kōmon-告文 | (keizerlijke) proclamatie (aan het volk, de natie, etc.) |
| komyunike-コミュニケ | (formele) mededeling; bekendmaking; aankondiging; bulletin; declaratie |
| kōn-コーン | mais; graan |
| kon-紺 | donkerblauw; marine(blauw) |
| kōnaien-口内炎 | stomatitis; mondslijmvliesontsteking; aft(e) |
| konashi-熟し | (lichaams)houding; tred; manier van bewegen |
| konbain-コンバイン | dorsmachine; maaidorser |
| konbājon-コンバージョン | (rugby) conversie (na een try mag het team proberen de bal tussen de palen en boven de lat van het doel te schoppen) |
| konbini-コンビニ | (convenience store) gemakswinkel; buurtwinkel |
| konbiniensu・fūdo-コンビニエンス・フード | kant-en-klaarmaaltijden; vlugklaargerechten |
| konbiniensu・sutoa-コンビニエンス・ストア | gemakswinkel; buurtwinkel |
| kondate-献立 | schema; programma |
| kondate-献立 | menu (van computerprogramma) |
| kondatehyō-献立表 | menukaart; week [maand] overzicht van maaltijden |
| kondishoningu-コンディショニング | aanpassing; conditionering; optimalisering van de conditie (b.v. van atleten) |
| kōnenkishōgai-更年期障害 | menopauzale [climacterische] klachten; overgangsklachten |
| kongetsu-今月 | deze maand |
| kongetsugō-今月号 | het nummer [de editie] van deze maand |
| kongō-金剛 | (boeddh.) vajra (de waarheid is sterk en onverwoestbaar, zoals diamant en bliksem) |
| kongōjō-金剛杖 | (boeddh.) de vajra (diamanten staf of scepter) |
| kongōjō-金剛杖 | pelgrimsstaf; houten staf van berg-priesters (yamabushi) of bergbeklimmers |
| kongōzue-金剛杖 | pelgrimsstaf; houten staf van berg-priesters (yamabushi) of bergbeklimmers |
| kongōzue-金剛杖 | (boeddh.) de vajra (diamanten staf of scepter) |
| konji-今次 | deze keer; ditmaal; bij deze gelegenheid |
| konkagiri-根限り | (met) alle macht [kracht; inspanning] |
| konma-コンマ | komma |
| konma-コンマ | decimaalteken |
| konmori-こんもり | (onomatopee) dicht (op elkaar) |
| konmori-こんもり | (onomatopee) opgehoopt; opgestapeld |
| konnani-こんなに | zoals dit; op deze manier; in deze mate |
| konobun-此の分 | in dit geval; op deze manier |
| konomama-此の儘 | op deze manier; zoals het nu is; zoals de zaken er nu voorstaan |
| konoyō-此の様 | op deze manier; zoals dit; zoiets (dergelijks) |
| konpyūtākagaku-コンピューター科学 | informatica (computerwetenschappen) |
| konpyūtā・saiensu-コンピューター・サイエンス | informatica (computer science) |
| konsei-懇請 | dringend (maar beleefd) verzoek |
| konshīrā-コンシーラー | concealer (een basis make-up product om oneffenheden te camoufleren) |
| konsutāchi-コンスターチ | maismeel; maiszetmeel; maizena |
| kōnsutāchi-コーンスターチ | maizena (maīzena) |
| kontenā・baggu-コンテナー・バッグ | containerzak (een scheurvaste zak van polypropyleen, voor bouwmaterialen, afval, e.d.) |
| kontō-昏倒 | flauwte; onmacht; flauwvallen |
| kon'yoku-混浴 | het gemengd baden (van mannen en vrouwen) |
| kōontashitsu-高温多湿 | hoge temperatuur en vochtigheid (van klimaat) |
| kōpasu-コーパス | corpus; verzamelwerk; materiaalverzameling; woordarchief |
| kopīki-コピー機 | (foto)kopieerapparaat; kopieermachine |
| kopīshokuhin-コピー食品 | namaak-voedsel (voedingsmiddel dat lijkt op een (duurder) ingrediënt, maar van een andere substantie nagemaakt is; zoals b.v. crab sticks) |
| koppai-骨牌 | mahjong-steen |
| koppō-骨法 | etiquette; goede manieren |
| korashimeru-懲らしめる | straffen; iemand een lesje leren; disciplineren; kastijden |
| koredake-此れだけ | in deze mate; alleen maar [beperkt tot] dit; niets meer dan dit |
| korehodo-此れ程 | zoals dit; in deze mate; zoveel |
| kōreijutsu-降霊術 | necromantie; dodenbezwering |
| korekutā-コレクター | (elektriciteit) collector; stroomafnemer |
| kōri-公理 | (wiskunde) axioma, dient als grondslag voor het bewijs van andere wiskundige stellingen |
| kōri-公理 | (logica) axioma, een niet bewezen (maar als grondslag aanvaarde) bewering |
| kori-梱 | (omwikkelde) baal; pakket; bagage; tenen mand |
| kōri-行李 | reiskoffer [mand met deksel] (van gevlochten bamboe of wilgenhout); reisbagage |
| kōritsu-効率 | doelmatigheid; efficiëntie |
| kōritsu-高率 | hoge mate; hoog tarief |
| kōritsuka-効率化 | het efficiënt maken; verbeteren van de efficiëntie; optimalisering |
| koroai-頃合い | geschiktheid; juistheid; matigheid |
| korokoro-ころころ | (onomatopee) rollend; klaterend (geluid) |
| koroshimonku-殺し文句 | wervende openingszin (bij een eerste ontmoeting); vlotte uitspraak om iemand de versieren |
| kōru-コール | oproep; sommatie; beroep; claim |
| koru-凝る | opgaan in; bezeten zijn van; toegewijd zijn aan; gek zijn van, zich helemaal storten op |
| kōrudo・pāma-コールド・パーマ | (kapsel) koude permanent (techniek met lotion zonder verhitting) |
| koruku-コルク | kurk (materiaal, van de bast van de kurkeik) |
| kōrushijō-コール市場 | call (money) markt (waar kortlopende, direct opzegbare, leningen worden verstrekt tussen banken en andere financiële instellingen) |
| kōryō-香料 | smaakstof; geurstof |
| koryū-古流 | oude stijl; oude manier van doen |
| kōsa-黄砂 | geel zand (dat door de wind tussen maart en mei vanuit China over Japan wordt verspreid) |
| kōsakuhin-工作品 | handwerk; met de hand gemaakte producten |
| kōsakukikai-工作機械 | werktuigmachine; gereedschapswerktuig |
| koshahon-古写本 | oud (handgeschreven) manuscript; codex; samengebonden bundel perkamenten |
| kōshaku-侯爵 | (adellijke titel) markies; markiezin |
| kōshi-行使 | uitoefening (van recht, macht, e.d.); gebruikmaking van |
| kōshi-講師 | docent (hoger onderwijs); spreker; iemand die een lezing geeft |
| kōshi-高師 | (afk. voor) voormalige Japanse Hogere Normaalschool (lerarenopleiding) |
| koshiire-輿入れ | (arch.) de verhuizing van een vrouw (op de huwelijksdag, direct na het huwelijk) naar het huis van haar man |
| koshiita-腰板 | rugstuk bij een hakama |
| kōshikan'in-公使館員 | attaché; diplomaat |
| kōshiki-公式 | formaliteit |
| kōshikihappyō-公式発表 | een officiële bekendmaking; communiqué |
| kōshikiseimei-公式声明 | communiqué; (formele) mededeling; bekendmaking; aankondiging; bulletin |
| kōshikishugi-公式主義 | formalisme (vasthouden aan vorm, principes en regels, meer dan aan betekenis of inhoud) |
| kōshin-行進 | mars; parade; stoet |
| koshio-小潮 | doodtij (getijdekrachten heffen elkaar op, zodat de getijdenverschillen minimaal zijn) |
| koshirae-拵え | het (klaar)maken; bouwen; monteren |
| koshirae-拵え | (toneel) zich aankleden; kostuum aantrekken; make-up aanbrengen, e.d. |
| kōshite-斯うして | aldus; op deze [die] manier; zoals dit |
| koshitsuki-腰つき | (lichaams)houding; manier van bewegen [lopen] |
| kōshō-公娼 | erkende [geregistreerde] prostitutie [prostituee] (vanaf Kamakura periode tot aan 1958) |
| kōshō-公称 | publieke bekendmaking |
| kōshō-工匠 | productie ontwerp (van een gebouw, machine, e.d.) |
| kōshō-工匠 | handwerksman; ambachtsman; timmerman |
| koshō-故障 | mankement; storing; defect |
| koshōgatsu-小正月 | de dagen rond de 15de dag van het nieuwe jaar (maankalender) |
| koshōhon-古抄本 | oud (handgeschreven) manuscript; codex; samengebonden bundel perkamenten |
| kōshu-工手 | arbeider; werkman |
| kosoguru-擽る | prikkelen (iemands nieuwsgierigheid, ijdelheid, etc.); opwekken |
| kosoguru-擽る | iemand aan het lachen maken; amuseren; vermaken |
| kōsokassei-酵素活性 | enzymactiviteit |
| kosokoso-こそこそ | (onomatopee) stiekem; fluisterend; steels |
| kōsotsu-高卒 | afstuderen aan [het behalen van het diploma van] de middelbare school |
| kossori-こっそり | (onomatopee) in het geheim; heimelijk; stiekem; verborgen; sluipend |
| kōsu-コース | een gang (van een maaltijd) |
| kosumechikku-コスメチック | pommade; haarplakmiddel |
| kōtai-交代 | vervanging; (plaats)vervanger; wisseling (van macht, regering, etc.) |
| kōtaisuru-後退する | zich terugtrekken; teruggaan; rechtsomkeer maken |
| kōtei-肯定 | bevestiging; affirmatie; verzekering |
| kōteiteki-肯定的 | bevestigend; affirmatief; positief |
| kotekote-こてこて | (onomatopee) zwaar; vet; dik; machtig (van eten); rijk (versierd); opzichtig |
| kōten-荒天 | slecht weer; ruw [stormachtig] weer |
| kotenkoten-こてんこてん | (onomatopee) volledig verslagen; verwoest; bont en blauw geslagen |
| kotobatsuki-言葉つき | taalgebruik; woordkeus; manier van spreken |
| kotobure-事触れ | aankondiging; bekendmaking |
| kotogotoku-悉く | helemaal; volledig; geheel en al; totaal |
| kotogotoshii-事事しい | overdreven; aanmatigend; bombastisch; pretentieus |
| kotohogu-言祝ぐ | feliciteren; iemand succes wensen; de beste wensen doen |
| kotokoto-ことこと | (onomatopee) zacht rinkelend; kletterend; kloppend; pruttelend; sudderend |
| kotonakareshugi-事勿れ主義 | (houding van) de dingen op zijn beloop laten; geen slapende honden wakker maken (een passieve houding hebben t.o.v.problemen i.p.v. ze aan te pakken) |
| kōtōshihangakkō-高等師範学校 | voormalige Japanse Hogere Normaalschool (lerarenopleiding) |
| kotowaru-断る | vooraf iemand waarschuwen [(iets) doorgeven; toestemming vragen] |
| kotozume-琴爪 | een soort plectrum [kunstmatige vingernagel] die wordt gebruikt bij het spelen van de koto |
| kotsu-骨 | as; overblijfselen (na crematie)) |
| kotsuage-骨上げ | de ceremonie waarbij de familieleden na de crematie gezamenlijk uit de as van de overledene de overgebleven botjes zoeken en in een urn doen |
| kotsuhiroi-骨拾い | de ceremonie waarbij de familieleden na de crematie gezamenlijk uit de as van de overledene de overgebleven botjes zoeken en in een urn doen |
| kōtsūkisei-交通規制 | verkeersbeperkende maatregelen; verkeersregelingen |
| kōtsūsensō-交通戦争 | (het maatschappelijke probleem van) het groeiend aantal verkeersslachtoffers |
| kou-恋う | (iemand, iets) missen; verlangen naar; houden van; beminnen |
| kōun-幸運 | geluk; succes; mazzel |
| kōwa-高話 | met eerbied refereren aan wat iemand anders zegt |
| kowairo-声色 | geïmiteerde stem; imitatie [nabootsing] van iemands stem |
| kowasu-壊す | kapotmaken; stukmaken; vernielen; breken |
| kōyadōfu-高野豆腐 | bevroren gedroogde tofu (oorspronkelijk gemaakt in de boeddhistische tempel op de berg Koya) |
| kōyō-効用 | de mate waarin goederen en diensten voldoen aan de wensen van consumenten |
| kōyōgo-公用語 | officiële taal van een land [natie]; formeel erkende taal van een land [natie] (om verordeningen, e.d. bekend te maken) |
| koyori-紙縒り | touw gemaakt van stukjes gedraaid papier |
| koyūmeishi-固有名詞 | (grammatica) eigennaam |
| kōzafurikae-口座振替 | automatische (bank)overschrijving; incasso |
| kōzai-鋼材 | staal; metalen constructiemateriaal; gewalst staal |
| kōzairyō-好材料 | gunstig [goed] nieuws [materiaal; informatie] |
| kozō-小僧 | jong ventje; manneke |
| kōzogami-楮紙 | een soort Japans papier (washi) gemaakt van de vezels uit de schors van de papiermoerbeiboom |
| kōzu-構図 | compositie (b.v. van een schilderij); structuur; schema |
| kōzui-洪水 | stortvloed; stroom (van producten, informatie, e.d.) |
| kubō-公方 | shogun (na de Muromachi periode) |
| kubō-公方 | shogunaat (in Kamakura - Muromachi periode) |
| kuchi-口 | smaak |
| kuchiatari-口当たり | mondgevoel; smaak |
| kuchibeta-口下手 | een slechte spreker; iemand die slecht uit zijn woorden kan komen |
| kuchibuchōhō-口不調法 | slechte spreker; iemand die slecht uit zijn woorden kan komen |
| kuchiburi-口ぶり | manier van praten |
| kuchibyōshi-口拍子 | het hardop tellen; de maat aangeven |
| kuchidomesuru-口止めする | iemand het zwijgen opleggen; iemand verbieden te spreken |
| kuchifūji-口封じ | (straattaal) iemand omleggen; laten slapen; voorgoed het zwijgen opleggen |
| kuchifūji-口封じ | iemand laten [dwingen te] zwijgen (over iets); iemand het zwijgen opleggen |
| kuchiguchi-口口 | iedereen; elke persoon; allemaal |
| kuchiguse-口癖 | manier van praten [spreken] |
| kuchiguse-口癖 | (door iemand) veel gebruikte uitdrukking [zegswijze]; iets dat iemand graag zegt |
| kuchikazu-口数 | aantal woorden (dat iemand spreekt) |
| kuchimae-口前 | manier van spreken; wat er gezegd is [wordt] |
| kuchinaoshi-口直し | iets eten of drinken om de vieze (na) smaak uit de mond te krijgen |
| kuchinarashi-口慣らし | het wennen aan [aanleren van] een bepaalde smaak |
| kuchitsuki-口付き | manier van praten |
| kuchiura-口裏 | de ware betekenis van [achter] (iemand's) woorden of gesprek |
| kuchiutsushi-口写し | het iemand napraten; herhalen wat iemand zegt |
| kuchizawari-口触り | gevoel in de mond [op de tong]; smaak |
| kuchō-口調 | manier van praten; intonatie; spreektoon |
| kudai-句題 | een regel uit een oud gedicht, als thema voor een haiku [waka] gebruikt |
| kudaku-砕く | vereenvoudigen; begrijpelijk maken; uitleggen |
| kudaku-砕く | (fig.) verbrijzelen (van iemands hoop, vertrouwen, etc.); dwarsbomen; pijnigen; kwellen |
| kudariayu-下り鮎 | ayu (vissen), die stroomafwaarts in de rivier zwemmen om eieren te gaan leggen |
| kudasai-下さい | alsjeblieft; alstublieft (geef mij; mag ik van u) |
| kudokiotosu-口説き落とす | (iemand) overtuigen; overhalen om (iets te doen) |
| kudoku-口説く | avances maken; versieren; vleien |
| kūfuku-空腹 | honger; lege maag |
| kugatsu-九月 | september (de 9de maand) |
| kugen-苦言 | aanmaning; aansporing; dringend advies; onaangename mededeling |
| kūgun-空軍 | luchtmacht |
| kuiaratameru-悔い改める | berouw hebben; tot inkeer komen; een nieuw begin maken; met een schone lei beginnen |
| kuiawase-食い合わせ | eten dat niet bij elkaar past [dat beter niet samen wordt gegeten]; ingrediënten die samen niet smaken |
| kuibuchi-食い扶持 | de prijs [kosten] voor het eten [de maaltijden] |
| kuidaore-食い倒れ | iemand die al zijn geld uitgeeft voor eten |
| kuihagureru-食い逸れる | een maaltijd overslaan [mislopen] |
| kuiiru-食い入る | knagen aan; aantasten; inbreuk maken |
| kuikku-クイック | Key Word In Context (techniek voor het automatisch genereren van indexen) |
| kuīnsaizu-クイーンサイズ | een standaard maat voor bedden en kleding (tussen kingsize en normaal in) |
| kuishiro-食い代 | prijs [kosten] voor het eten [de maaltijden] |
| kuitaosu-食い倒す | je consumptie (eten en drinken) niet betalen; op iemand ander's kosten leven |
| kuitsubusu-食い潰す | (al je geld) opmaken [opsouperen]; iemand de oren van het hoofd eten |
| kujirajaku-鯨尺 | een meetstok van ca. 38 cm (wordt gebruikt bij het maken van kimono's) |
| kukan-苦寒 | (een andere naam voor) de (koude) maand december |
| kukatsuyō-ク活用 | (grammatica) klassieke verbuigingsvorm van bijvoeglijke naamwoorden (met i-uitgang) |
| kukicha-茎茶 | soort van (Japanse) groene thee (gemaakt van de takjes van de theeplanten) |
| kukō-句稿 | manuscript [eerste versie] van een haiku (gedicht) |
| kumadori-隈取り | In Kabuki, theater unieke make-up patronen voor de verschillende karakterrollen |
| kumaso-熊襲 | Kumaso, een mythisch volk uit het oude Japan (Zuid-Kyūshū) |
| kumaso-熊襲 | Kumaso (vroegere provincie, nu de prefectuur Miyazaki) |
| kumen-工面 | iemands financiële situatie |
| kumen-工面 | vindingrijkheid; het handig voor elkaar krijgen; het op een creative manier verzamelen van geld [goederen] |
| kumi-苦味 | bittere smaak |
| kumifuseru-組み伏せる | (iemand) neerdrukken [vastklemmen] (op de grond) |
| kumishiku-組み敷く | iemand tegen de grond drukken (en zo in bedwang houden) |
| kumisuru-与する | meedoen; deelnemen; instemmen met; het eens zijn met; iemands kant kiezen |
| kumitsuku-組みつく | iemand te lijf gaan [bespringen; vastgrijpen] |
| kumiuchi-組み打ち | handgemeen; gevecht van man tegen man; het worstelen |
| kumu-汲む | attent [begripvol] zijn; iemands gevoelens begrijpen [aanvoelen] |
| kumu-組む | uitgeven; overmaken (betaalopdracht) |
| kumu-組む | vastmaken; aan elkaar maken |
| kun-薫 | (in kanji combinaties) lekkere [aangename] geur; geuren; aroma |
| kunan-苦難 | kwelling; marteling; pijniging; foltering; het lijden; ontbering |
| kunibito-国人 | bewoner van een land; landsman; landgenoot |
| kuniku-苦肉 | wanhopige poging [maatregel]; zichzelf kwellen om de vijand te misleiden |
| kunkai-訓戒 | terechtwijzing; waarschuwing; berisping; vermaning |
| kunkoku-訓告 | reprimande; (mondelinge of schriftelijke) waarschuwing |
| kunreishikirōmaji-訓令式ローマ字 | romaji notatie volgens het kunrei-systeem |
| kunshihyouhen-君子豹変 | de wijzen passen zich gemakkelijk aan veranderde omstandigheden aan |
| kunten-訓点 | markeringen in katakana of hiragana bij kanji (van een chinese tekst) |
| kuntō-薫陶 | aardewerk maken door klei te kneden terwijl men wierook brandt (waardoor de geur in de klei gaat) |
| kunugi-櫟 | gezaagdbladige eik (Quercus acutissima) |
| kuōtarī-クオータリー | driemaandelijks; éénmaal per kwartaal; viermaal per jaar |
| kura-蔵 | pakhuis; opslagplaats; magazijn |
| kurafuto-クラフト | ambacht; handwerk; handgemaakt artikel [product] |
| kurafutoshi-クラフト紙 | kraftpapier (bruin pakpapier, gemaakt is volgens het kraftprocedé) |
| kuraianto-クライアント | client (computer die informatie haalt van een server) |
| kuraidaore-位倒れ | de situatie waarin iem. wel een hoge positie bezit, maar zonder de daarbij behorende inkomsten |
| kuraimakkusu-クライマックス | climax; hoogtepunt |
| kurakkā-クラッカー | knalbonbon (Christmas cracker) |
| kuramono-暗者 | imitatie; namaak; vals(spelen) |
| kurashikiryō-倉敷料 | opslagkosten; huurkosten voor een opslagruimte [magazijn] |
| kurasshā-クラッシャー | vergruizer; maalmachine; pletmachine |
| kurawatashi-倉渡し | magazijnverkoop; (goederenoverdracht) af magazijn |
| kurazukuri-蔵造り | iemand die pakhuizen, opslagplaatsen, e.d. bouwt |
| kurementain-クレメンタイン | clementine (soort mandarijn) |
| kureuchi-塊打ち | het fijnmaken van de plaggen die bij het omploegen van aarde zijn ontstaan |
| kūriku-空陸 | luchtmacht en leger(troepen) |
| kurīnā-クリーナー | stofzuiger; machine voor schoonmaak [zuivering] |
| kurīningu-クリーニング | reiniging; schoonmaak |
| kurisuchania-クリスチャニア | een christiana (ski-manoeuvre) |
| kurisutaruzoku-クリスタル族 | universitaire studentes vernoemd naar personage uit: なんとなく、クリスタル (Somehow, Crystal), roman uit de Japanse postmoderne literatuur van Tanaka Yasuo |
| kurodaiya-黒ダイヤ | zwarte diamand |
| kuroko-黒子 | toneelassistent die helemaal in het zwart is gekleed (om niet op te vallen) |
| kuroko-黒子 | iemand die achter de schermen [uit het zicht] werkt (aan essentiële zaken in een organisatie e.d.) |
| kurōku-クローク | mantel; jas; dekmantel |
| kuromaku-黒幕 | belangrijke figuur op de achtergrond; iemand die achter de schermen aan de touwtjes trekt |
| kuromatogurafī-クロマトグラフィー | chromatografie |
| kuromu-黒む | zwart [donker] worden [maken] |
| kuronbō-黒ん坊 | iemand met een donkere huid; neger; iemand die bruinverbrand is (door de zon) |
| kuronuri-黒塗り | zwartgelakt [zwartgeverfd; zwartgemaakt] zijn |
| kuroten-黒貂 | sabelmarter (Martes zibellina) |
| kurōto-玄人 | expert; vakman; specialist |
| kurowassan-クロワッサン | croissant (halvemaanvormig broodje) |
| kuroyama-黒山 | een grote mensenmassa [menigte] |
| kurōzudo・shoppu-クローズド・ショップ | onderneming waarin lidmaatschap van vakbond verplicht is voor alle werknemers |
| kurū-クルー | bemanning; ploeg; team |
| kurui-狂い | onregelmatigheid; wanorde; ongeregeldheid |
| kuruimawaru-狂い回る | razen; tieren; raaskallen; amok maken |
| kuruizaki-狂い咲き | bloei buiten het normale seizoen |
| kurūjingu-クルージング | een cruise maken; (langzaam) rondvaren [rondrijden] |
| kurūjingu-クルージング | op de versiertoer zijn; op mannenjacht [vrouwenjacht] zijn |
| kurukuru-くるくる | (onomatopee) in de rondte; alsmaar ronddraaiend; wervelend |
| kurumaebi-車海老 | Japanse tijgergarnaal (Marsupenaeus japonicus) |
| kurūzā-クルーザー | kruiser (marineschip) |
| kusabōki-草箒 | bezem gemaakt van gedroogde bladstengels |
| kusagame-臭亀 | Chinese driekielschildpad (Mauremys reevesii) |
| kusagoe-草肥 | compost (van gemaaid gras) |
| kusaichi-草市 | bloemenmarkt tijdens het Obon festival |
| kusakari-草刈り | degene die het gras maait |
| kusakari-草刈り | het maaien van gras |
| kusakariki-草刈機 | grasmaaier; grasmaaimachine; grasmachine |
| kusarigama-鎖鎌 | traditioneel Japans wapen bestaande uit een ketting met een sikkel (kama) eraan |
| kusasotetsu-草蘇鉄 | struisvaren (Matteuccia struthiopteris) |
| kusayakyū-草野球 | amateur honkbal (op een veldje) |
| kusazumō-草相撲 | amateur sumo (worstelen) |
| kuseni-癖に | (grammaticale constructie die een gevoel van ontevredenheid of beschuldiging insinueert) ondanks; hoewel |
| kusetsu-苦節 | onwankelbare trouw; het iemand door dik en dun blijven steunen |
| kussō-屈葬 | het iemand begraven in gehurkte [gebogen; zittende] houding |
| kusukusu-くすくす | (onomatopee) giechelend |
| kutakuta-くたくた | (onomatopee) zacht; papperig; (tot) moes |
| kutakuta-くたくた | (onomatopee) tot op de draad verleten |
| kutakuta-くたくた | (onomatopee) uitgeput; op; doodmoe; dodelijk vermoeid |
| kuyokuyo-くよくよ | (onomatopee) zich druk makend; bezorgd; piekerend (over) |
| kūzenzetsugo-空前絶後 | zeer zeldzaam; de enige in zijn soort; eens maar nooit meer; de eerste en laatste keer |
| kuzuire-屑入れ | afvalbak; prullenmand; prullenbak |
| kuzukago-屑籠 | prullenmand, prullenbak; afvalbak |
| kuzukiri-葛切り | een traditionele Japanse zoete lekkernij (gemaakt van het zetmeel uit de wortels van de kudzu plant, geserveerd in repen, bedekt met suikerstroop) |
| kuzusu-崩す | in kleinere stukken verdelen; klein maken (groot geld wisselen voor klein geld) |
| kyabine-キャビネ | fotopapier formaat |
| kyakuashirai-客あしらい | manier van omgaan met gasten [klanten]; dienstverlening |
| kyakuatsukai-客扱い | manier van omgaan met gasten [klanten]; klankvriendelijkheid |
| kyakugo-客語 | lijdend voorwerp (grammatica) |
| kyaperin-キャペリン | lodde (soort kleine zalm, Mallotus villosus) |
| kyaputen・shisutemu-キャプテン・システム | (Character and Pattern Telephone Access Information Network) een VIDEOTEX-systeem |
| kyaripasu-キャリパス | krompasser; schuifmaat (meetinstrument) |
| kyassaba-キャッサバ | cassave; maniok (eetbare wortelknol van Manihot esculenta) |
| kyatsu-彼奴 | die man; die vent; hij |
| kyattsuai-キャッツアイ | kattenoog; katoog (reflector in wegdek om rijstroken te markeren) |
| kyō-京 | eenheid van getal, 10 tot de macht 16 |
| kyō-狂 | (achtervoegsel) -manie |
| kyōai-狭隘 | nauw [smal] zijn |
| kyodai-巨大 | macro- mega-; [enorm; heel groot; gigantisch] zijn |
| kyōdai-強大 | macht; kracht |
| kyōdasha-強打者 | (honkbal) goede [krachtige] slagman |
| kyōdo-匈奴 | volksstam in Noord China; nomadische ruiters uit Mongolië; de Hunnen |
| kyōdōkeiei-共同経営 | gezamenlijk beheer [management] |
| kyōdōseimei-共同声明 | gezamenlijke verklaring [proclamatie] |
| kyōdōshijō-共同市場 | gemeenschappelijke markt |
| kyōdōtai-共同体 | gemeenschap; maatschappij |
| kyōen-饗宴 | banket; feestmaal; smulpartij |
| kyōfū-強風 | sterke [stormachtige] wind |
| kyōgai-境涯 | (iemands) omstandigheden; situatie |
| kyōge-教化 | bekering; (iemand) bekeren tot (het Boeddhisme) |
| kyōgenkigo-狂言綺語 | woorden die nergens op slaan, denigrerende term voor romans, verhalen, toneelstukken, e.d. |
| kyōgenmawashi-狂言回し | iemand die achter de schermen werkt [aan de touwtjes trekt] |
| kyogetsu-去月 | afgelopen [vorige] maand |
| kyōgi-教義 | dogma; doctrine |
| kyōgi-経木 | flinterdunne houtvellen (m.n. gebruikt als verpakkingsmateriaal) |
| kyōgigaku-教義学 | dogmatiek |
| kyōhakukannen-強迫観念 | obsessie; dwangmatig idee; dwanggedachte |
| kyōikumama-教育ママ | (een moeder die haar kind(eren) streng opvoedt om ze zo goed mogelijk te laten presteren) tijgermoeder; tijgermama |
| kyōjakuhyōgo-強弱標語 | (muziek) dynamiektekens; dynamische markeringen [notatie] |
| kyōjakukigō-強弱記号 | (muziek) dynamiektekens; dynamische markeringen [notatie] |
| kyōji-驕児 | een egoïstische [losbandige] jonge man [vrouw] |
| kyojin-巨人 | reus; grote man |
| kyōjisei-強磁性 | ferromagnetisme |
| kyōjōshugi-教条主義 | dogmatisme |
| kyōkan-凶漢 | slechterik; boosaardige man; schurk |
| kyokan-巨漢 | zeer grote [lange] man; enorme kerel; reus |
| kyōkasuigetsu-鏡花水月 | iets dat mooi en zichtbaar is maar niet aangeraakt kan worden, zoals de reflectie van bloemen in een spiegel of die van de maan in het water |
| kyōkasuru-強化する | versterken; verstevigen; sterker maken |
| kyōke-教化 | bekering; (iemand) bekeren tot (het Boeddhisme) |
| kyokō-虚構 | verzinsel; fictie; imitatie; namaaksel |
| kyōkoku-強国 | een sterke natie; een machtig land |
| kyōkoku-郷国 | iemands geboorteland |
| kyoku-極 | uiterste; extremiteit; climax |
| kyokudai-極大 | maximum; hoogste waarde; hoogste punt |
| kyokuhidōbutsu-棘皮動物 | stekelhuidigen (Echinodermata, ongewervelde zeedieren, zoals zeesterren, zee-egels, zeekomkommers) |
| kyokuhō-局方 | (afk. voor) de officiële Japanse farmacopee (handboek van geneesmiddelen) |
| kyokumoku-曲目 | een muziekstuk; muzikaal nummer; muziekprogramma; repertoire |
| kyokuryō-極量 | maximale dosering (van medicijnen) |
| kyokuryoku-極力 | tot het uiterste; naar beste vermogen [kracht]; met alle macht |
| kyōma-京間 | tatami-mat met een standaardafmeting van ca. 191 cm x 95,5 cm |
| kyōri-教理 | doctrine; leerstuk; dogma; leer |
| kyōryoku-強力 | grote kracht; veel macht [invloed] |
| kyōsai-恐妻 | onderdanigheid van een man aan zijn bazige [genadeloze) vrouw [echtgenote] |
| kyōsaibentō-恐妻弁当 | (semi-humoristisch) de lunchbox (al dan niet met vergif) klaargemaakt door een bazige [genadeloze) vrouw [echtgenote] |
| kyoseisuru-去勢する | castreren; ontmannen |
| kyōsha-強者 | een sterke [machtige] persoon |
| kyoshiteki-巨視的 | macroscopisch; macro |
| kyoshō-巨匠 | meester; maestro; virtuoos |
| kyōshūbutai-強襲部隊 | aanvalsformatie |
| kyōshūjōriku-強襲上陸 | offensief; stormaanval |
| kyosū-虚数 | imaginair getal (wiskunde) |
| kyotaku-居宅 | (iemand's) woning; (woon)huis; thuis |
| kyōtei-胸底 | het diepste van iemands hart [ziel] |
| kyōyōbangumi-教養番組 | een educatief [cultureel] programma (op radio of tv) |
| kyoyōgosa-許容誤差 | de toegestane foutmarge |
| kyoyōryō-許容量 | maximaal toelaatbare waarde [hoeveelheid] |
| kyoyōsenryō-許容線量 | maximaal toelaatbare dosis |
| kyōzai-教材 | lesmateriaal; onderwijsmateriaal |
| kyōzō-経蔵 | soetra-pitaka (verzameling van soetra's, die samen met de voorschriften en de verhandelingen de Tripitaka (drie manden) van het boeddhisme vormen) |
| kyozō-虚像 | vals beeld [valse voorstelling] (van iemand) |
| kyū-旧 | (afk. voor) de oude Japanse (maan)kalender |
| kyū-旧 | (in kanji combinaties) oud; voormalig; ex- |
| kyūbon-旧盆 | het oude Bon festival (oorspronkelijk rond de 15e dag van de 7de maand van de maankalender) |
| kyūchū-吸虫 | zuigworm (Trematoda) |
| kyūden-強電 | sterkstroom (de (normale) elektrische stroom met hoge spanning) |
| kyūgeki-旧劇 | klassiek [historisch] drama [toneelstuk] (Kabuki, Noh e.d.) |
| kyūketsu-吸血 | hematofagie |
| kyūkō-旧稿 | oud manuscript (van een literair werk) |
| kyūkon-求婚 | verloving; verkering; iem, het hof maken |
| kyūkonsuru-求婚する | iem. het hof maken |
| kyūkyo-旧居 | iemands voormalige [vorige] huis [woning] |
| kyūmei-救命 | redding; het redden van iemand in nood [van een mensenleven] |
| kyūpī-キューピー | Kewpie (figuur gebaseerd op Cupido, in 1909 gecreëerd door Rose O'Neill; als logo gebruikt door Kewpie Corporation, producent van o.a. mayonaise) |
| kyūreki-旧暦 | de oude Japanse (maan)kalender |
| kyurī-キュリー | (Marie) Curie (Franse natuurkundige en scheikundige, 1867-1934) |
| kyūsei-九星 | de 9 traditionele astrologische tekens (worden gebruikt bij het maken van horoscopen) |
| kyūshi-旧師 | iemands oude [voormalige] professor [leraar] |
| kyūshin-旧臣 | voormalige vazal; oude dienaar |
| kyūshōgatsu-旧正月 | Nieuwjaar volgens de oude maankalender |
| kyūshoku-給食 | schoollunch; middagmaaltijd die op school wordt aangeboden |
| kyūshu-旧主 | iemands voormalige meester [heer] |
| kyutto-きゅっと | (onomatopee) strak [stevig] (binden, knijpen, drukken, wrijven, etc.) |
| kyutto-きゅっと | (onomatopee) (sake, etc.) in grote slokken [in één teug] (drinken) |
| kyūyu-給油 | het oliën; smeren (van een machine) |
| maamaa-まあまあ | zozo; gaat wel; matig; niet slecht |
| maamaa-まあまあ | (gebruikt om iemand te kalmeren) |
| mabisashi-目庇 | een smalle luifel boven een raam |
| mābōdōfu-マーボー豆腐 | Mapo tofu (Chinees pikant tahoe-gerecht uit de provincie Sichuan) |
| mabu-間夫 | liefdesaffaire buiten het huwelijk (van een getrouwde vrouw met een minnaar of van een getrouwde man met een minnares) |
| māburu-マーブル | marmer |
| māchandaijingu-マーチャンダイジング | merchandising; marktonderzoek; productstrategie |
| māchi-マーチ | mars (muziek; tempo) |
| machiakasu-待ち明かす | (voor iemand) de hele nacht wachten [opblijven] |
| machiawaseru-待ち合わせる | wachten op iemand (op de afgesproken plek) |
| machibari-待ち針 | markeerspeld |
| machibōke-待ち惚け | het tevergeefs wachten (op iemand); niet komen opdagen (van iemand) |
| machiēru-マチエール | materiaal; stof; grondstof; materie |
| machigau-間違う | zich (ergens in) vergissen; er naast zitten; een fout maken |
| machinē-マチネー | matinee; middagvoorstelling |
| machiya-町家 | herenhuis; koopmanshuis |
| madagasukaru-マダガスカル | Madagaskar |
| madai-真鯛 | Japanse goudbrasem (Pagrus major) |
| madamu・tassō-マダム・タッソー | Madame Tussauds (wassenbeelden museum) |
| madoka-円か | rond zijn; rustig [op zijn gemak] zijn |
| madomoazeru-マドモアゼル | mademoiselle; een jonge vrouw; mejuffrouw |
| madonna-マドンナ | madonna (kuise vrouw) |
| madonna-マドンナ | Madonna (de heilige Maagd Maria) |
| madonna-マドンナ | Madonnabeeld; Mariabeeld(je) |
| madorosu-マドロス | matroos; zeeman |
| madorosu・paipu-マドロス・パイプ | matrozenpijp, een (tabaks)pijp met een grote kop en gebogen steel (werd vaak door zeelui gebruikt) |
| mafia-マフィア | maffia (misdaadorganisatie) |
| magai-紛い | (goedgelijkende) namaak, imitatie; vervalsing |
| magajin-マガジン | (fotografie) magazijn; cassette |
| māgaretto-マーガレット | (Argyranthemum frutescens) struikmargriet, zomermargriet |
| māgarin-マーガリン | margarine |
| magaru-曲がる | krom [gebogen] zijn; kronkelen; een bocht maken |
| magirawashii-紛らわしい | verwarrend; misleidend; dubbelzinnig; gemakkelijk door elkaar te halen |
| mago-馬子 | een pakpaard voerman [menner] |
| maguma-マグマ | magma (vloeibaar gesteente) |
| maguna・karuta-マグナ・カルタ | Magna Charta (oorkonde uit 1215, die de grondslag is van de Engelse staatsinrichting) |
| magunechikku-マグネチック | magnetisch |
| magunechikku・kādo-マグネチック・カード | magneetkaart |
| maguneshiumu-マグネシウム | magnesium (chem. element) |
| magunetaito-マグネタイト | magnetiet; magneetijzererts |
| magunetto-マグネット | magneet |
| magunichūdo-マグニチュード | magnitude; omvang; grootte; kracht |
| magunoria-マグノリア | magnolia |
| magure-紛れ | geluk; mazzel; toevalstreffer |
| mahha-マッハ | mach (verhouding tussen stromingssnelheid (b.v. bij het vliegen) en de snelheid van het geluid; vernoemd naar Ernst Mach) |
| mahō-魔法 | magie; toverij; toverkunst; tovenarij; hekserij |
| mahoganī-マホガニー | mahonie (boom; hout) |
| mahōjin-魔方陣 | magisch vierkant; tovervierkant |
| maido-毎度 | (zeer) vaak; regelmatig |
| maigetsu-毎月 | elke maand; maandelijks |
| maihōmu-マイホーム | iemands eigen huis [thuis] |
| maikotsu-埋骨 | (na de crematie) bijzetting van de urn met gecremeerde botten in het familiemausoleum |
| maikuropuroguramu-マイクロプログラム | microprogramma (van computer) |
| maikurouēbu-マイクロウエーブ | magnetron |
| maindo・kontorōru-マインド・コントロール | zelfbeheersing; controle over de geest van iemand anders; hersenspoeling |
| maipēsu-マイペース | dingen in je eigen tempo [op je eigen manier] doen |
| maishoku-毎食 | (bij) elke maaltijd |
| maisu-売僧 | een term die gebruikt wordt om op een denigrerende manier naar monniken te verwijzen |
| maitsuki-毎月 | elke maand; maandelijks |
| mājan-マージャン | mahjong (Chinees spel) |
| majikku-マジック | magisch getal |
| majikku-マジック | magie; toverij; toverkunst; tovenarij; hekserij |
| majikku・hando-マジック・ハンド | grijpijzer (om voorwerpen op afstand te pakken); manipulator; robotarm |
| majikku・inki-マジック・インキ | merknaam voor Japanse permanent marker |
| majikku・nanbā-マジック・ナンバー | magisch getal |
| majimaji-まじまじ | (onomatopee) starend; (met de ogen); zonder te knipperen |
| mājin-マージン | winstmarge |
| mājin-マージン | kantlijn; marge |
| mājinaru・kosuto-マージナル・コスト | (economie) marginale kosten; grenskosten |
| mājintorihiki-マージン取引 | margin transactie |
| majishan-マジシャン | tovenaar; magiër; goochelaar; illusionist |
| majorika-マジョリカ | (Italiaans aardewerk) majolica; faience |
| majorikayaki-マヨリカ焼き | (Italiaans aardewerk) majolica; faience |
| majutsu-魔術 | magie; hekserij |
| mākā-マーカー | (schrijfgerei) markeerstift; markeerpen; marker |
| mākā-マーカー | teller; optekenaar; iemand die de stand [score] bijhoudt |
| mākāgen'yu-マーカー原油 | benchmark maatstaf] voor ruwe olie |
| makanai-賄い | maaltijden; kost; vol pension |
| makao-マカオ | Macau |
| makarimachigau-罷り間違う | een ernstige vergissing begaan; een grote fout maken; helemaal fout gaan |
| makaroni-マカロニ | macaroni |
| makasu-負かす | (iem.) overwinnen [verslaan]; (van iemand) winnen |
| makedonia-マケドニア | Macedonië |
| māketingu-マーケティング | marketing |
| māketingu・mappu-マーケティング・マップ | marketing grafiek [kaart] |
| māketingu・risāchā-マーケティング・リサーチャー | marktonderzoeker |
| māketingu・risāchi-マーケティング・リサーチ | marktonderzoek (Eng. market research) |
| māketingu・sābei-マーケティング・サーベイ | marketingonderzoek |
| maketto-マケット | maquette; schaalmodel |
| māketto-マーケット | markt |
| māketto・anarishisu-マーケット・アナリシス | marktanalyse; marktonderzoek |
| māketto・puraisu-マーケット・プライス | marktprijs |
| māketto・rīdā-マーケット・リーダー | marktleider |
| māketto・risāchi-マーケット・リサーチ | marktonderzoek |
| māketto・segumentēshon-マーケット・セグメンテーション | marktsegmentatie (onderverdeling van de doelmarkt in subgroepen van consumenten) |
| māketto・shea-マーケット・シェア | marktaandeel |
| makiaberizumu-マキアベリズム | machiavellisme |
| makikaeshi-巻き返し | zich herstellen (van tegenslag); zich vermannen; het terugdraaien; terugspoelen |
| makimono-巻物 | perkamentrol; makimono |
| makimono-巻物 | maki sushi (gerolde sushi) |
| makimusubi-巻き結び | mastworp knoop (scheepvaart) |
| makishi-マキシ | (kleding) maxi (lange rok, jurk, jas, etc.) |
| makishimamu-マキシマム | maximum |
| makizushi-巻き鮨 | maki sushi (in nori gerolde sushi) |
| makkāshizumu-マッカーシズム | Mccarthyisme (anticommunistische verdachtmakingen in Amerika in de jaren 50) |
| makki-末期 | de laatste periode [dagen; maanden; jaren]; de laatste [terminale] fase |
| makkintosshu-マッキントッシュ | Macintosh, computer (van Apple) |
| makkintosshu-マッキントッシュ | mackintosh, waterdichte stof |
| makkintosshu-マッキントッシュ | mackintosh, regenjas |
| makomo-真菰 | Mantsjoerijse wilde rijst (Zizania latifolia) |
| makotoshiyaka-真しやか | aannemelijk (maar niet waar) zijn; geloofwaardig zijn (b.v. van een leugen) |
| mākuappu-マークアップ | winstmarge |
| makurame-マクラメ | macramé; knoopwerk |
| makurasen-枕銭 | tip [fooi] die in hotelkamers wordt achtergelaten voor de schoonmaker [schoonmaakster] |
| makurazeni-枕銭 | tip [fooi] die in hotelkamers wordt achtergelaten voor de schoonmaker [schoonmaakster] |
| makuro-マクロ | macro; heel groot |
| makurofāji-マクロファージ | (biologie) macrofaag |
| makurokeizaigaku-マクロ経済学 | macro-economie |
| makurokosumosu-マクロコスモス | macrokosmos |
| makurosukopikku-マクロスコピック | macroscopisch |
| makuro・enjiniaringu-マクロ・エンジニアリング | macro-engineering |
| mākusensu-マークセンス | mark sensing (data input methode) |
| makuuchi-幕内 | sumoworstelaar met een rang hoger of gelijk aan maegashira; hoogste [senioren] divisie |
| māmā-まあまあ | matig; redelijk; zozo; middelmatig |
| mama-ママ | mamma; (mijn) moeder |
| mama-儘 | wijze; manier; (net) zoals het is |
| mamachari-ママチャリ | omafiets; (dames)fiets met mandje voorop |
| māmarēdo-マーマレード | marmalade (jam) |
| mamayo-儘よ | nou ja; laat maar (zitten); het maakt niet uit |
| mamechishiki-豆知識 | basiskennis; oppervlakkige kennis; handige informatie |
| mamori-守り | (beschermende) amulet; talisman |
| māmotto-マーモット | marmot |
| man-マン | Duitse achternaam (b.v. Thomas Mann) |
| man-マン | man; mens |
| man-満 | (afk. voor) Mantsjoerije |
| manā-マナー | (goede) manieren; houding; etiquette |
| manamusume-愛娘 | geliefde dochter; lievelingsdochter (van iemand anders) |
| manbennaku-満遍なく | gelijkmatig; zonder uitzondering; overal |
| manbo-マンボ | mambo (Cubaanse dans en muziekvorm) |
| mandara-曼荼羅 | mandala (geometrische afbeelding die metafysisch of symbolisch de kosmos uitbeeldt in Oosterse religies) |
| mandarin-マンダリン | mandarijn (vrucht) |
| mandarin-マンダリン | Mandarijn (hoge staatsambtenaar in het oude China) |
| mandokoro-政所 | de vrouw van een edelman |
| mandorin-マンドリン | mandoline |
| manējā-マネージャー | manager; bedrijfsleider |
| manejimento-マネジメント | management; bedrijfsvoering; beheer |
| manejimento-マネジメント | bestuur; directie; managers |
| manējimento-マネージメント | bestuur; directie; managers |
| manējimento-マネージメント | management; bedrijfsvoering; beheer |
| manejimento・konsarutanto-マネジメント・コンサルタント | management adviseur |
| manekin-マネキン | etalagepop; mannequin; model |
| manē・māketto-マネー・マーケット | geldmarkt |
| manga-漫画 | manga; stripboek |
| mangaka-漫画家 | manga-tekenaar; striptekenaar |
| mangakissa-漫画喫茶 | theehuis [lunchroom] met een boekenkast met stripboeken, die klanten kunnen lezen tijdens de maaltijd |
| mangan-マンガン | mangaan (chem. element) |
| mangetsu-満月 | vollemaan |
| mangō-マンゴー | mango (Mangifera indica) |
| mangūsu-マングース | mangoest (mangoeste); ichneumon (klein katachtig roofdier) |
| manhōru-マンホール | mangat |
| mania-マニア | manie; voorliefde, bevlieging |
| manierisumu-マニエリスム | maniërisme |
| manifesuto-マニフェスト | manifest; openbare bekendmaking |
| manikyua-マニキュア | manicure |
| manipyurētā-マニピュレーター | grijpijzer (om voorwerpen op afstand te pakken); manipulator; robotarm |
| manisshu・rukku-マニッシュ・ルック | mannelijk uiterlijk; mannelijke uitstraling |
| manmon-マンモン | (Bijbel) Mammon (geldgod; god van de rijkdom) |
| manmonisuto-マンモニスト | mammonist (iemand die de geldgod Mammon aanbidt, en streeft naar rijkdom) |
| manmosu-マンモス | mammoet |
| mannentake-万年茸 | gesteelde lakzwam (Ganoderma lucidum) |
| mannen'yuki-万年雪 | eeuwige sneeuw; sneeuw (boven de sneeuwgrens) die niet smelt, maar altijd blijft liggen |
| manneri-マンネリ | maniërisme |
| mannerizumu-マンネリズム | maniërisme; gekunstelde stijlfiguur |
| manomētā-マノメーター | manometer; drukmeter |
| manpawā-マンパワー | mankracht; arbeidskracht |
| mansaku-万作 | Japanse toverhazelaar (Hamamelis japonica) |
| mansaku-満作 | Japanse toverhazelaar (Hamamelis japonica) |
| manshū-満州 | Mantsjoerije |
| mansurī-マンスリー | maandelijks |
| manto-マント | mantel; jas |
| mantō-マン島 | het eiland Man |
| mantohihi-マント狒狒 | mantelbaviaan |
| mantoru-マントル | (geologie) mantel (laag tussen aardkorst en kern) |
| mantorupīsu-マントルピース | schoorsteenmantel |
| mantsūman-マンツーマン | man tegen man; man tot man; één-op-één |
| mantsūman・difensu-マンツーマン・ディフェンス | mandekking (in de verdediging) |
| manukan-マヌカン | etalagepop; mannequin; model |
| manyuaru-マニュアル | met handmatige bediening |
| manyusukuriputo-マニュスクリプト | manuscript |
| manzai-万歳 | entertainers, die vroeger bij Nieuwjaarsfeesten van deur tot deur gingen om de mensen te vermaken |
| manzara-満更 | (niet) helemaal; (niet) geheel; (niet) in alle opzichten |
| man'yōgana-万葉仮名 | man'yōgana, oud Japans lettergrepen-systeem (van Chinese karakters fonetisch gebruikt) |
| maotaishu-マオタイ酒 | maotai, Chinese gedestilleerde drank, gemaakt van sorgo (Sorghum) |
| maotoko-間男 | een overspelige man; (geheime) minaar |
| mappira-真っ平 | (met ontkenning) helemaal niet; geenszins |
| mappira-真っ平 | helemaal; in ieder geval |
| mappo-マッポ | (jargon; afk. voor Satsumappo) politieagent (Meiji periode) |
| marakaito-マラカイト | malachiet |
| marakasu-マラカス | sambabal; maracas |
| mararia-マラリア | malaria; moeraskoorts |
| marariagenchū-マラリア原虫 | malaria parasiet (plasmodium) |
| marariakanja-マラリア患者 | malariapatiënt |
| marariamaen-マラリア蔓延 | verspreiding van malaria |
| mararianetsu-マラリア熱 | malariakoorts |
| marason-マラソン | marathon (langeafstandsloop) |
| maraui-マラウイ | Malawi |
| marēshia-マレーシア | Maleisië |
| mari-マリ | Mali |
| maria-マリア | (de heilige Maagd) Maria (moeder van Jezus) |
| maria-マリア | Maria Magdalena (Bijbel) |
| maria-マリア | Maria (meisjesnaam) |
| marianashotō-マリアナ諸島 | de Marianen (Oceanische eilandengroep) |
| mariashi-鞠足 | (top) kemari-speler; kemari-voetballer |
| marifana-マリファナ | marihuana; cannabis; wiet |
| marimo-毬藻 | mosbol; marimo |
| marinā-マリナー | zeeman; zeevaarder; matroos |
| marinba-マリンバ | (muziekinstrument) marimba |
| marine-マリネ | marinade; gemarineerd |
| marīnsunō-マリーンスノー | zeesneeuw (bezinksel in de diepzee bestaande uit organisch materiaal) |
| marin・rukku-マリン・ルック | maritieme look (kledingstijl) |
| marionetto-マリオネット | marionet |
| marionetto-マリオネット | marionettentheater |
| marishiten-摩利支天 | Marīci, een boeddhistische godheid (m.n. de beschermgod van de samoerai) |
| māru-マール | maar; mare (cirkelvormige krater) |
| maru-丸 | geheel; helemaal |
| maruchishōhō-マルチ商法 | multilevel marketing; netwerkmarketing |
| marukibashi-丸木橋 | een brug gemaakt van boomstammen |
| marukibune-丸木舟 | boomstamkano (kano gemaakt van een uitgeholde boomstam) |
| marukishisuto-マルキシスト | marxist |
| marukishizumu-マルキシズム | Marxisme |
| maruku-マルク | Molukken [Maluku] |
| maruku-マルク | mark (oude Duitse valuta) |
| maruku-マルク | Mark (stad in Zweden) |
| maruku-マルク | Franz Marc (Duitse schilder, 1880-1916) |
| maruku-マルク | March (rivier in Tsjechië) |
| marukugawa-マルク川 | de rivier March (in Tsjechië) |
| marukushi-マルク市 | de stad Mark (in Zweden) |
| marukushū-マルク州 | de provincie Molukken [Maluku] |
| marukusushugi-マルクス主義 | marxisme |
| marukusushugisha-マルクス主義者 | marxist |
| marumero-マルメロ | (uit het Portugees: marmelo) kweepeer; kweeappel; kwee (Cydonia oblonga) |
| marumeru-丸める | rond maken; oprollen (tot een bal) |
| marusasushugi-マルサス主義 | malthusianisme (bevolkingstheorie) |
| marusu-マルス | Mars (planeet) |
| marusu-マルス | Mars (Romeinse oorlogsgod) |
| maruta-マルタ | Malta |
| masen-ません | suffix dat gebruikt wordt voor ontkenning van werkwoorden in de beleefdheidsvorm (masu) |
| māsharushotō-マーシャル諸島 | Marshalleilanden |
| mashin-マシン | machine; apparaat |
| mashingan-マシンガン | machinegeweer; mitraillieur |
| mashumaro- マシュマロ | marshmallow |
| massāji-マッサージ | massage |
| massakari-真っ盛り | hoogtepunt; climax |
| masu-マス | een massa; grote groep; menigte (mensen) |
| masu-マス | massa; grote hoeveelheid; groot aantal |
| masu-マス | de massa; het grote publiek |
| māsu-マース | Mars (planeet) |
| māsu-マース | Mars (Romeinse oorlogsgod) |
| masu-升 | maateenheid |
| masu-升 | maatbeker (soms ook als drinkbeker gebruikt) |
| masugēmu-マスゲーム | massa turnen (gymnastische oefeningen in grote groepen) |
| masukara-マスカラ | mascara (wenkbrauwen kleurstof) |
| masukomi-マスコミ | massacommunicatie |
| masukotto-マスコット | mascotte |
| masuku-マスク | masker |
| masumasu-益益 | steeds meer; in toenemende mate |
| masumedia-マスメディア | massamedia |
| masupurodakushon-マスプロダクション | massaproductie |
| masutā-マスター | academische graad (master's degree) |
| masutā-マスター | de originele geluidsopname; master-opname |
| masutā-マスター | baas; eigenaar; manager; leider; meester |
| masutābēshon-マスターベーション | masturbatie; zelfbevrediging |
| masutā・puran-マスター・プラン | masterplan; groot plan; veelomvattend plan; plan in grote lijnen |
| masuto-マスト | mast (van een schip) |
| masutodon-マストドン | mastodont (uitgestorven zoogdier) |
| māsutorihitojōyaku-マーストリヒト条約 | het Verdrag van Maastricht (1992) |
| masuzake-枡酒 | sake geschonken in een houten (vaak vierkante] maatbeker |
| masu・komyunikēshon-マス・コミュニケーション | massacommunicatie |
| masu・sērusu-マス・セールス | massaverkoop; grootschalige verkoop |
| matadōru-マタドール | matador; stierenvechter |
| mataiden-マタイ伝 | het Evangelie volgens Matteüs (Bijbel) |
| mataifukuinsho-マタイ福音書 | het Evangelie volgens Matteüs (Bijbel) |
| matatabi-木天蓼 | zilverwingerd (plant: Actinidia polygama) |
| matazoro-又ぞろ | alweer; opnieuw; nogmaals |
| matchi・pointo-マッチ・ポイント | (sport) matchpoint (een speler of team heeft nog 1 punt nodig voor de overwinning) |
| matchi・purē-マッチ・プレー | (golf) matchplay (wedstrijd tussen twee spelers of twee teams) |
| matehan・robotto-マテハン・ロボット | (material handling robot) industriële robot, die wordt gebruikt voor het transporteren van materialen, onderdelen, etc. |
| materiarisuto-マテリアリスト | materialist |
| materiarizumu-マテリアリズム | materialisme |
| materiaru-マテリアル | materiaal; stof |
| materiaru-マテリアル | stoffelijk; materieel; lichamelijk |
| matīni-マティーニ | martini (cocktail) |
| māto-マート | markt; marktplein; handelscentrum |
| matomaru-纏まる | ordelijk gemaakt worden; samenkomen; verzameld worden |
| matorikkusu-マトリックス | matrix; basis; grond(massa); fundament |
| matorikkusu-マトリックス | (wiskunde) matrix (systeem van waarden voor toepassing van rekenkundige regels) |
| matsujitsu-末日 | de laatste dag van de maand |
| matsumushi-松虫 | een (den)krekel (Xenogryllus marmoratus) |
| matsutake-松茸 | matsutake, eetbare bospaddenstoel (Tricholoma matsutake) |
| matsuwaru-纏わる | verband houden met; te maken hebben met |
| matsuwaru-纏わる | (om iets of iemand) heen draaien; omringen; volgen |
| matsuyoi-待宵 | nacht waarop men op iemand wacht (die zou komen) |
| matsuyoi-待宵 | de nacht van 14 op 15 augustus (maankalender) |
| mattaku-全く | helemaal; geheel; compleet; helemaal niet; niet in het minst |
| mattari-まったり | (van smaak) vol; rijk |
| matto-マット | mat; deurmat |
| matto-マット | voerkleed; mat; canvas (boksen, worstelen) |
| mattoresu-マットレス | matras |
| mawashi-回し | mantel; omslagdoek; cape |
| mayoke-魔除け | talisman [amulet] (ter bescherming tegen het kwaad) |
| mayonēzu-マヨネーズ | mayonaise |
| mazekaesu-混ぜ返す | interrumperen; iemand onderbreken; spottende opmerkingen maken |
| mazenta-マゼンタ | (rode kleurstof) magenta; fuchsine |
| mazohisuto-マゾヒスト | masochist |
| mazohizumu-マゾヒズム | masochisme |
| mazohizumutekikōdō-マゾヒズム的行動 | masochistisch gedrag |
| mazuhizumutekiseikaku-マゾヒズム的性格 | masochistisch karakter [persoonlijkheid] |
| mazui-不味い | vies; onsmakelijk |
| mazuruka-マズルカ | Mazurka (Poolse volksdans) |
| meboshi-目星 | leucoma; leukoom (oogafwijking) |
| mecha-滅茶 | het absurd [onredelijk; roekeloos; onmatig; buitensporig] zijn |
| mēdo-メード | meid; dienstmeid; kamermeisje; huishoudster; maagd |
| megaton-メガトン | megaton (eenheid van massa, gelijk aan 1 miljoen ton |
| meido-メイド | meid; dienstmeid; kamermeisje; huishoudster; maagd |
| meido-冥土 | (boeddh.) dodenrijk; hiernamaals; Hades; onderwereld; hel |
| meifuku-冥福 | hemelse zaligheid; geluk in het hiernamaals |
| meigen-明言 | verklaring; bekendmaking; verkondiging; bewering |
| meigensuru-明言する | verklaren; beweren; bekendmaken; verkondigen |
| meigetsu-名月 | volle maan (op 15 aug in de maankalender) |
| meigetsu-名月 | oogstmaan (op 13 sept. in de maankalender) |
| meijiru-銘じる | (lett. en fig.) graveren; griffen; een inscriptie maken |
| meikai-冥界 | (boeddh.) dodenrijk; hiernamaals; Hades; onderwereld; hel |
| meiku-メイク | make-up; schmink |
| meikuappu-メイクアップ | make-up; schmink |
| meiru-メイル | email; mail; post |
| meishiban-名刺判 | (van een foto) het formaat 8,3 x 5,4 cm |
| meishō-名匠 | meester; grootmeester; groot vakman |
| meisū-命数 | levensduur ( het aantal dagen in iemands leven) |
| meiwaku-迷惑 | last; ergernis; ongemak |
| meiyokison-名誉棄損 | laster; belastering; smaad; eerroof |
| meiyokison-名誉毀損 | smaad; laster |
| meiyokisonzai-名誉毀損罪 | een aanklacht voor smaad [laster] |
| meizuru-銘ずる | (lett. en fig.) graveren; griffen; een inscriptie maken |
| mejā-メジャー | maat; afmeting |
| mejirushi-目印 | oriëntatiepunt; baken; markering(spunt) |
| mēkā-メーカー | fabrikant; producent; maker |
| mēkā-メーカー | apparaat; machine |
| mekago-目籠 | opengewerkte bamboe mand |
| mekakushi-目隠し | (kinderspel) blindemannetje |
| mekatoronikusu-メカトロニクス | mechatronica (combinatie van mechanica, elektrotechniek en informatica) |
| mekkemono-目っけ物 | veel geluk; mazzel |
| mēku-メーク | make-up; schmink |
| mēkuappu-メークアップ | make-up; schmink |
| mēkuin-メークイン | een aardappelsoort, May Queen |
| mekusare-目腐れ | iemand met een wazige blik; kortzichtig persoon |
| mēkyappu-メーキャップ | make-up; schmink |
| memori-目盛り | schaalverdeling; maatstreep; graadverdeling |
| men-面 | (gezichts)masker |
| menba-面罵 | het iemand openlijk [ronduit; in zijn gezicht] beledigen |
| menchi-メンチ | gehakt; gemalen vlees |
| mēnfurēmu-メーンフレーム | mainframe (centrale computer) |
| mengane-面金 | ijzeren tralies van een kendōmasker |
| menjiru-免じる | ontslaan; iemand uit zijn functie ontheffen |
| menjō-免状 | diploma; licentie |
| menkui-面食い | iemand die alleen maar op het gezicht [uiterlijk] afgaat |
| menkyokaiden-免許皆伝 | diploma [verklaring; bewijs] van volledige meesterschap in een kunstvorm [traditie, e.d.] |
| menma-麺麻 | gekookte, en daarna gedroogde of ingemaakte bamboescheuten (na geweekt te zijn in water worden ze gebruikt in Chinese gerechten) |
| mensō-面相 | (afk. voor) een penseel met een smalle lange punt voor het schilderen van details in het gezicht, e.d. |
| mensōfude-面相筆 | een penseel met een smalle lange punt voor het schilderen van details in het gezicht, e.d. |
| mentenansu-メンテナンス | onderhoud (van een huis, machine, etc.); beheer |
| menyū-メニュー | schema; programma |
| menyū-メニュー | menu (computerprogramma) |
| menzuru-免ずる | ontslaan; iemand uit zijn functie ontheffen |
| meoto-夫婦 | echtpaar; man en vrouw |
| merodorama-メロドラマ | melodrama |
| meromero-めろめろ | een zacht ei(tje); een slappeling; een zwak hebben voor iemand |
| mēru-メール | mail; post(zending) |
| mēru-メール | |
| mēru・magajin-メール・マガジン | elektronisch tijdschrift; email tijdschrift; e-magazine |
| mesen-目線 | zwarte streep over de ogen op een foto (om iem. onherkenbaar te maken) |
| meshita-目下 | (iemand's) ondergeschikte; lagere in rang |
| meshiyoseru-召し寄せる | iemand oproepen [bij zich roepen; laten komen] |
| mesomeso-めそめそ | (onomatopee) snikkend; huilend; jammerend; jankend |
| mesotoron-メソトロン | meson (subatomair deeltje) |
| messō-滅相 | (één van de vier fasen in het boeddhisme) de vorm [verschijning) van wanneer karma uitgeput is en het leven eindigt |
| mesushirindā-メスシリンダー | meetcilinder; maatglas |
| mētā-メーター | meter (lengtemaat) |
| metasekoia-メタセコイア | watercipres; Chinese mammoetboom (Metasequoia glyptostroboides) |
| metate-目立て | het slijpen; weer scherp maken (van een zaag, vijl, etc.) |
| mētoru-メートル | meter (lengtemaat) |
| metoru-娶る | trouwen; iemand tot je vrouw maken |
| metsuki-目付き | blik; uitdrukking in de ogen; manier van kijken |
| mettayatara-滅多矢鱈 | op een extreme manier; als een gek |
| meuchi-目打ち | perforatie; doorboring; het maken van gaatjes |
| meue-目上 | (iemand's) meerdere; hogere in rang |
| meyasu-目安 | criterium; standaard; maatstaf |
| mezaru-目笊 | opengewerkte bamboe mand |
| mezoforute-メゾフォルテ | mezzo forte (muziekterm: matig sterk) |
| mezonetto-メゾネット | maisonnette (appartement dat twee verdiepingen beslaat) |
| mezopiano-メゾピアノ | mezzo piano (muziekterm: matig zacht) |
| mi-身 | (maatschappelijke) status; positie |
| miageru-見上げる | bewonderen; (tegen iemand) opzien |
| mibun-身分 | iemands status; positie |
| mibun-身分 | iemands persoonlijke situatie |
| mibunshōmeisho-身分証明書 | identiteitsbewijs; identiteitskaart; legitimatiebewijs |
| michiannai-道案内 | gids; iemand die de weg wijst |
| michigaeru-見違える | iem. niet herkennen; iem. verwarren met [aanzien voor] iemand anders |
| michikake-満ち欠け | de maanfases; wassende en afnemende maan |
| michiru-満ちる | wassen (van de maan); opkomen (van het tij) |
| michiyuki-道行き | (Kabuki theater) scène waar een man en vrouw samen (in het geheim) ervandoor [op reis] gaan |
| michizure-道連れ | het iemand tegen zijn zin meenemen |
| midai-御台 | de vrouw van een shogun of een edelman van de hoogste rang |
| midaibandokoro-御台盤所 | de vrouw van een shogun of een edelman van de hoogste rang |
| midaidokoro-御台所 | de vrouw van een shogun of een edelman van de hoogste rang |
| midashigo-見出し語 | trefwoord; hoofdwoord; lemma; titelwoord |
| midi-ミディ | midi (roklengte halverwege de kuit, tussen mini en maxi) |
| migara-身柄 | (iemands) lichaam; persoon; identiteit |
| migikiki-右利き | iemand die rechtshandig is |
| migiuchi-右打ち | (bij honkbal) een slag naar het rechtsveld; rechtshandige slagman |
| migonashi-身熟し | (iemands) manier van bewegen; houding; gedrag |
| migoroshi-見殺し | het iemand aan zijn lot overlaten; iemand laten sterven zonder te helpen |
| mihakken-未発見 | iets dat nog niet bekendgemaakt [ontdekt; uitgevonden] is |
| mihatsu-未発 | iets dat nog niet is bekendgemaakt [ontdekt; uitgevonden] |
| miihaa-みいはあ | iemand die met alle winden meedraait; aansteller; navolger |
| mijika-身近 | een hechte relatie (met iets of iemand) |
| mijinko-微塵粉 | tot meel vermalen kleefrijst |
| mijukuji-未熟児 | prematuurtje; te vroeg geboren kind |
| mika-三日 | drie maanden |
| mika-三日 | de derde dag van de maand |
| mikaihōburaku-未解放部落 | gebied [(woon)gemeenschap; kolonie] van uitgestotenen [gediscrimineerden] uit de maatschappij (Edo-periode) |
| mikaijin-未開人 | barbaar; wildeman; onbeschaafd mens; een barbaars [primitief] volk |
| mikaku-味覚 | een fijne [scherpe] smaak hebben; (verschillende smaken) goed kunnen proeven |
| mikaku-味覚 | smaak (zintuig); smaakvermogen |
| mikakushōgai-味覚障害 | smaakstoornis (dysgeusie) |
| mikan-蜜柑 | mandarijn (vrucht) |
| mikazuki-三日月 | maansikkel |
| mikazuki-三日月 | wassende maan (3de dag na nieuwe maan); Halbe [sikkelvormige] maan |
| mikazukigata-三日月形 | de vorm van een halve maan; sikkelvorm |
| miketsushū-未決囚 | verdachte die in hechtenis is genomen (maar nog niet is veroordeeld) |
| mikiki-見聞き | informatie; kennis; waarneming |
| mikiwameru-見極める | doorzien; doorgronden; helemaal begrijpen |
| mikka-三日 | de derde dag van de maand (m.n. de derde dag van het nieuwe jaar) |
| mikkabōzu-三日坊主 | (lett. een boeddhistische priester voor drie dagen) een uitdrukking voor iemand die snel ergens mee ophoudt [het bijltje erbij neergooit] |
| mikkoku-密告 | geheime informatie |
| mikkokusha-密告者 | verklikker; verrader; informant |
| miko-巫女 | tempelmaagd, dienares (en medium) bij een Shinto-schrijn |
| mikoto-尊 | (een eretitel voor ) een god; edelman |
| mimai-見舞い | het iemand beterschap [sterkte] wensen; het uiten van bezorgdheid [medeleven] (per kaart, brief, pakje, etc.) |
| mimau-見舞う | het iemand beterschap [sterkte] wensen; het uiten van bezorgdheid [medeleven] (per kaart, brief, pakje, etc.) |
| mimekatachi-見目形 | (iemand's) voorkomen; verschijning; (gelaat en) gestalte |
| mina-皆 | iedereen; allemaal; allen |
| minamatabyō-水俣病 | Minamataziekte, een neurologisch syndroom (veroorzaakt door een zware kwikvergiftiging) |
| minamoto-源 | familienaam van een machtige clan (Heian en Kamakura periode) |
| minari-身形 | manier [stijl] van kleding |
| minasan-皆さん | allen; allemaal; iedereen |
| minasugen'yu-ミナス原油 | Minas-olieveld (in centraal Sumatra, Indonesië) |
| minazuki-水無月 | juni, de 6de maand volgens de maankalender |
| minchi-ミンチ | gehakt; gemalen vlees |
| mindo-民度 | culturele [economische; maatschappelijke] standaard (van een volk); levensstandaard |
| minimaru・āto-ミニマル・アート | minimalistische kunst |
| minitomato-ミニトマト | cherrytomaat; kerstomaat |
| minkangaikō-民間外交 | burgerdiplomatie |
| minku-ミンク | minkmantel; nertsmantel |
| minna-皆 | iedereen; allen; allemaal |
| mino-蓑 | traditioneel Japans regenjasje [cape] gemaakt van stro |
| miokuru-見送る | iemand uitgeleide doen [uitzwaaien; wegbrengen] |
| mioyoseru-身を寄せる | onder andermans dak leven; afhankelijk zijn [worden] van iemand; hulp [bescherming] zoeken |
| mirai-未来 | (grammatica) de toekomende tijd; futurum |
| mirāju-ミラージュ | jachtbommenwerper van de Franse luchtmacht |
| mirinboshi-味醂干し | vis gemarineerd in mirin (met olie en sojasaus) en dan gedroogd |
| miritarī-ミリタリー | leger; krijgsmacht; strijdkrachten |
| miroku-弥勒 | (boeddh.) Miroku; Maitreya |
| mirokubosatsu-弥勒菩薩 | Maitreya (Bodhisattva); Miroku |
| miryokuteki-魅力的 | charmant; aantrekkelijk; bekoorlijk |
| misao-操 | kuisheid; maagdelijkheid |
| misasagi-陵 | graf [mausoleum] van een keizer of keizerin |
| misedama-見せ玉 | koersmanipulatie door een groot aantal orders te plaatsen en die vervolgens te annuleren |
| misekechi-見せ消ち | een fout in een manuscript markeren (door een streep of een punt) |
| misetsu-未設 | nog niet gemaakt [gebouwd]; nog niet in werking zijn |
| misetsukeru-見せつける | (iem.) imponeren; beïnvloeden; indruk maken (op) |
| mishin-ミシン | naaimachine |
| mishirioku-見知り置く | kennismaken |
| mishiru-見知る | herkennen; van gezicht kennen; kennismaken met |
| misoka-晦日 | de laatste dag van de maand |
| misozuke-味噌漬け | het vlees, vis of groenten inmaken in miso |
| misshū-密集 | massa; concentratie; samenvoeging; menigte; zwerm; (rugby) scrum |
| misuterī-ミステリー | detectiveroman; detectiveverhaal; een whodunit |
| mitake-身丈 | iemands lengte; lichaamslengte |
| mitamaya-御霊屋 | mausoleum |
| mitarashi-御手洗 | (afk. voor) een festival dat (oorspronkelijk) op 7 juli wordt gehouden in het Kitano Tenmangu-heiligdom in Kyoto |
| mitarashimatsuri-御手洗祭 | een festival dat (oorspronkelijk) op 7 juli wordt gehouden in het Kitano Tenmangu-heiligdom in Kyoto |
| miteikō-未定稿 | onvoltooid manuscript |
| mitorizan-見取り算 | een berekening maken op een abacus (houten telraam) |
| mitsukurou-見繕う | voorbereiden; klaarmaken; klaarleggen |
| miwake-見分け | het onderscheiden [onderscheid maken; uit elkaar houden] |
| miwakeru-見分ける | onderscheiden; onderscheid maken; uit elkaar houden |
| miyadaiku-宮大工 | timmerman die gespecialiseerd is in oude architectuur (zoals heiligdommen, tempels en paleizen) |
| miyamazakura-深山桜 | Miyama kersenboom (Prunus maximowiczii) |
| miyasui-見易い | duidelijk; helder; makkelijk te zien [begrijpen] |
| miyō-見様 | zienswijze; manier van kijken |
| miyoi-見好い | makkelijk [goed] te zien |
| mizugameza-水瓶座 | (sterrenbeeld) Waterman (Aquarius) |
| mizuhiki-水引 | decoratief koord gemaakt van gevlochten [geknoopt] Japans papier |
| mizukagen-水加減 | de juiste hoeveelheid water om een gerecht klaar te maken (b.v. rijst te koken) |
| mizumori-水盛り | waterpas; waterpas maken |
| mizuzeme-水責め | waterbehandeling; watermarteling |
| mo-模 | (in kanji combinaties) voorbeeld; imitatoren; namaken; (uit)proberen; vorm |
| mobiritishakai-モビリティ社会 | mobiliteitsmaatschappij |
| mobo-モボ | Japanse man die na de 1e Wereldoorlog de westerse mode en levensstijl volgde |
| mōbu-モーブ | mauve; zachtpaars |
| mochi-望 | 15e dag van elke maand in de maankalender |
| mochi-望 | volle maan |
| mochi-糯 | glutineuze rijst of graan waarvan men rijst cakes maakt |
| mochi-餅 | (Japans) zoet rijstballetje (gemaakt van kleefrijst) |
| mochiaji-持ち味 | karakteristieke [natuurlijke; bijzondere] smaak |
| mochiba-持ち場 | iemand's werkplek [wachtpost; standplaats] |
| mochibun-持ち分 | iemand's deel [percentage; rente]; quotum |
| mochiiru-用いる | gebruiken; gebruik maken (van) |
| mochikabu-持ち株 | iemand's aandelen [effecten] |
| mochikabugaisha-持ち株会社 | holdingcompany; houdstermaatschappij |
| mochimae-持ち前 | iemand's karakter [eigenschappen; aard] |
| mochite-持手 | handvat (aan een koffer, mand, amfoor e.d.); greep [gevest] (van een zwaard e.d.) |
| mochitsuki-餅搗き | mochi slaan (het met een houten hamer tot kleverige massa slaan van rijstdeeg, voor het maken van rijst cakes) |
| mochizuki-望月 | vollemaan |
| mochizuki-望月 | de maan op de 15e dag van de maand volgens de maankalender |
| modan・boi-モダン・ボイ | Japanse man die na de 1e Wereldoorlog de westerse mode en levensstijl volgde |
| mōde-詣で | bedevaart; pelgrimage; pelgrimstocht |
| moderāto-モデラート | matig; gematigd (Italiaans: moderato) |
| mōderu-詣でる | een pelgrimstocht maken; op bedevaart [pelgrimage] gaan |
| moderuiyā-モデルイヤー | modeljaar (jaar waarin een nieuw model auto (e.d.) op de markt komt) |
| modori-戻り | terugkeer; herstel; reactie; opleving (van een markt) |
| modoriuri-戻り売り | verkoop (van aandelen) op het moment dat een lagere marktwaarde weer omhoog gaat |
| mogomogo-もごもご | (onomatopee) mompelend; prevelend; binnensmonds pratend; kauwend; knagend; knabbelend; kronkelend; wriemelend |
| mogumogu-もぐもぐ | (onomatopee) mompelend; kauwend; knabbelend; kronkelend |
| mogumogusuru-もぐもぐする | (onomatopee) mompelen; kauwen; knabbelen; kronkelen |
| mōhitsu-毛筆 | penseel (vervaardigd met natuurlijke materialen, zoals diereharen); kwast |
| mōja-亡者 | iemand die bezeten [geobsedeerd] is |
| mojiban-文字盤 | letterplaat (b.v. op schrijfmachine) |
| mojimoji-もじもじ | (onomatopee) terughoudend; aarzelend; friemelend; rusteloos |
| mōjin-盲人 | een blinde; iemand die blind is |
| mojiru-捩る | parodiëren; een parodie maken op |
| mojūru-モジュール | module (deel van een ruimtevaartuig of machine dat afzonderlijk kan functioneren) |
| mojūru-モジュール | module (gestandariseerd bouwmateriaal) |
| mōkeguchi-儲け口 | manier om geld te verdienen; bron van inkomsten |
| mokei-模型 | model; maquette |
| mōkeru-儲ける | verkrijgen; (geld) verdienen; winst maken; inkomsten genereren |
| mokkan-木簡 | een smalle strook hout waarop officiële stukken tekst werden geschreven (in het oude China en Japan) |
| mokko-畚 | stromat gebruikt als zak voor het dragen van aarde |
| mokuren-木蓮 | magnolia |
| mokuromi-目論見 | plan; schema |
| mokusei-木製 | houten; (gemaakt) van hout |
| mokushi-黙示 | onthulling; revelatie; bekendmaking; openbaarmaking |
| mokutekigo-目的語 | object; lijdend voorwerp (grammatica) |
| momi-樅 | zilverspar (Abies firma) |
| mōmō-モーモー | (onomatopee) boe-boe (het loeien van een koe) |
| momonosekku-桃の節句 | Perzikbloesemfestival [Meisjesdag; Poppenfeest] (seizoenfeestdag voor meisjes op 3 maart) |
| momu-揉む | iemand trainen door hem [haar] zware ontberingen te laten ondergaan |
| momu-揉む | masseren; wrijven; kneden |
| mon-者 | een persoon; iemand |
| monbatsu-門閥 | (goede) komaf; afkomst; stamboom |
| monchi-門地 | komaf; afstamming; afkomst |
| mongai-門外 | buiten het vakgebied [de expertise] (van iemand) |
| mongaikan-門外漢 | leek; amateur |
| mōningu・kōru-モーニング・コール | wake-upcall; telefoontje om iemand (b.v. een hotelgast) op verzoek te wekken 's morgens |
| monju-文殊 | Manjushri, bodhisattva die helpt onwetendheid te overwinnen en wijsheid te bereiken |
| mono-者 | een persoon; iemand |
| monogusa-物臭 | luiheid; sloomheidheid; luiaard; een lui iemand |
| monohoshige-物欲しげ | diep verlangen; vurige wens; smachten |
| monoii-物言い | manier van spreken; taal |
| monomania-モノマニア | monomanie (psychische stoornis) |
| monomochi-物持ち | een rijke (persoon); iemand met veel geld |
| monosashi-物差し | meetlat; maatstaf (ook fig.); standaard; toets(steen) |
| monoshiri-物知り | een uitgebreide kennis [informatie] |
| monoshiri-物知り | iemand met veel kennis [informatie]; een goed geïnformeerde [erudiete] persoon |
| monzenbarai-門前払い | (Edo periode) wegsturing van criminelen [veroordeelden] bij de poort van een magistraat |
| morainaki-貰い泣き | (uit sympathie) met iemand mee huilen; tranen van medeleven |
| morau-貰う | een gunst [handeling] ontvangen; iemand iets laten doen voor je |
| moriagari-盛り上がり | opzwelling; climax |
| morigaaru-森ガール | zachte, losse [wijde] stijl van vrouwenkleding (met als thema een meisje in het bos); meisje dat zulke kleding draagt |
| mōrishasu-モーリシャス | Mauritius |
| mōritania-モーリタニア | Mauritanië |
| morohaku-諸白 | rijstwijn gemaakt van rijst en mout; sake van goede kwaliteit |
| morokko-モロッコ | Marokko |
| morudibu-モルディブ | Malediven; Maldiven |
| mosa-猛者 | een dappere [sterke] man; een heldhaftige strijder |
| mosaku-模作 | imitatie; namaak |
| mosakusuru-模作する | namaken; imiteren |
| mosatto-もさっと | onverzorgd; slordig; ongemanierd |
| mōsha-盲者 | een blinde; iemand die blind is |
| moshi-もし | (om iemand aan te spreken) hallo; pardon |
| mōshiireru-申し入れる | voorstellen; aanbieden; een voorstel [aanbod] doen; opmerkingen maken (over); (iets) laten weten |
| moshimoshi-もしもし | pardon (bij het aanspreken van iemand die je niet kent) |
| mōshitateru-申し立てる | aanhangig maken; verklaren |
| mōshon-モーション | het maken van avances |
| mōshun-孟春 | eerste maand van de maankalender |
| mosukītokyū-モスキート級 | muggen-gewicht (de lichtste klasse in boksen, alleen voor amateur junioren, minder dan 45 kg) |
| mosuru-模する | Imiteren; kopiëren; nadoen; namaken |
| mōtō-孟冬 | benaming voor de maand oktober op de maankalender |
| motomiya-元宮 | (plaatsnaam) Motomiya (stad in Fukushima-prefectuur) |
| motootto-元夫 | ex-man; vroegere [vorige] man [echtgenoot] |
| moyō-模様 | patroon; ontwerp; markering; tekening |
| moyooshimono-催し物 | evenement; amusement (programma) |
| mūdo-ムード | (grammatica) modus; wijs |
| muenbotoke-無縁仏 | iemand die is overleden zonder nabestaanden |
| mugamuchū-無我夢中 | zichzelf verliezen [helemaal opgaan] in; totaal in beslag genomen door |
| mugetsu-無月 | maanloze periode; een tijd waarin de maan niet te zien is |
| mugifumi-麦踏み | het vertrappen van tarweplanten in de winter (om de koudebestendigheid te vergroten en de stengelvoeten van het gewas sterker te maken) |
| mugikō-無技巧 | ongekunsteld [natuurlijk; niet kunstmatig] zijn |
| muika-六日 | de zesde dag (van de maand); zes dagen |
| muimukan-無位無官 | (persoon) zonder enige rang of titel; gewone burger; de gewoneman |
| mujin-無人 | onbemand zijn; onderbezetting; met te weinig personeel |
| mujinfumikiri-無人踏切 | onbemande [onbewaakte] spoorwegovergang |
| mujinhansōsha-無人搬送車 | automatische geleid voertuig; onbemand (robot)voertuig |
| mujinka-無人化 | onbemand; volledig geautomatiseerd |
| mujinki-無人機 | ombemand luchtvaartuig (voor militaire of burger doeleinden) |
| mujin'eisei-無人衛星 | onbemande satelliet |
| mujin'eki-無人駅 | onbemand treinstation |
| mujin'uchūhikō-無人宇宙飛行 | onbemande ruimtevlucht |
| mukabaki-行縢 | (his.) een van herten- of berenbont gemaakte beenbekleding (voor krijgers bij het paardrijden of de valkenjacht) |
| mukae-迎え | persoon [voertuig] die iemand opwacht [komt afhalen] |
| mukae-迎え | ontmoeting; het iemand opwachten [afhalen] |
| mukago-零余子 | broedknop; propagule (plantaardig materiaal) |
| mukamuka-むかむか | (onomatopee) misselijk; beroerd; geïrriteerd |
| mukan-無官 | iemand die geen officiële functie [positie; rang] bij de overheid heeft |
| mukeibunkazai-無形文化財 | immaterieel cultureel erfgoed |
| mukeishisan-無形資産 | immateriële activa [goederen] |
| mukibutsu-無機物 | anorganische substantie; anorganisch materiaal |
| mukinaoru-向き直る | zich omdraaien [omkeren]; rechtsomkeert maken |
| mukishitsu-無機質 | anorganisch materiaal; mineraal; delfstof |
| mukōkizu-向こう傷 | wond op iemands voorhoofd [gezicht; voorkant] |
| mukui-報い | karma; straf; vergelding; wraak; (verdiende) loon |
| mukumuku-むくむく | (onomatopee) dik; ruig; wollig |
| mukumuku-むくむく | (onomatopee) opkomend; opwellend (van gedachten, etc.) |
| mukumuku-むくむく | (onomatopee) opstijgend; golvend; kokend |
| muma-夢魔 | een duivelsverschijning die in een droom verschijnt (incubus, een mannelijke demon, of succubus, een vrouwelijke demon) |
| mune-胸 | hart; longen; maag |
| muneyake-胸焼け | (brandend) maagzuur; pyrosis |
| munin-無人 | onbemand; onderbezetting; met te weinig personeel |
| mūnraito-ムーンライト | maanlicht |
| mūnraitokeikaku-ムーンライト計画 | Moonlight Programma (onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma voor energiebesparende technologie in Japan) |
| murasame-村雨 | korte maar krachtige regenbui |
| murashibai-村芝居 | amateurtheater; amateurtoneel |
| murimutai-無理無体 | onredelijke, dwangmatige daad |
| muriōjō-無理往生 | het met dwang iemand iets te laten doen; gedwongen medewerking |
| muriyari-無理やり | tegen iemands zin [wil]; geforceerd; gedwongen |
| muryoku-無力 | machteloosheid |
| muryōtaisū-無量大数 | een eenheid van getal, 10 tot de macht 68 (of 88) |
| musaku-無策 | zonder plan [maatregelen; middelen] |
| museibutsu-無生物 | levenloos object [wezen]; levenloze [dode; anorganische] materie |
| mushaburi-武者振り | moed; durf; krijgshaftigheid; onversaagdheid; onverschrokkenheid; manmoedigheid |
| mushi-無死 | (honkbal) nul uit (nog geen slagmannen uitgegooid) |
| mushimushi-むしむし | (onomatopee) benauwd; drukkend (weer) |
| mushiro-筵 | een mat (geweven van) van stro |
| mushirobata-筵旗 | vlag gemaakt van een mushiro (mat van stro) aan een bamboestok (gebruikt bij boerenopstanden in de Edo-periode) |
| musoji-六十路 | leeftijd van 60 jaar; iemand van 60 jaar |
| musubareru-結ばれる | een relatie aangaan; trouwen (m.n. van man en vrouw) |
| musubitsukeru-結びつける | verbinden; verbinding maken |
| musurima-ムスリマ | moslima |
| mutaibutsu-無体物 | immateriële [onstoffelijke] dingen |
| mutaishisan-無体資産 | immateriële activa [goederen] |
| mutekatsuryū-無手勝流 | een eigen stijl; dingen op je eigen manier doen |
| muyami-無闇 | buitensporigheid; onmatigheid |
| muyamiyatara-無闇矢鱈 | buitensporig [onredelijk; mateloos] zijn |
| muzamuza-むざむざ | gemakkelijk; zomaar; zonder weerwerk |
| myanmā-ミャンマー | Myanmar |
| myō-明 | (in kanji combinaties( wijsheid; mantra; volgende; komende |
| myōdō-冥道 | (boeddh.) dodenrijk; hiernamaals; Hades; onderwereld; hel |
| myōjō-明星 | een ster (iemand die ergens in uitblinkt) |
| myōkai-冥界 | (boeddh.) dodenrijk; hiernamaals; Hades; onderwereld; hel |
| myōshiki-名色 | (boeddh., Sanskriet nāma-rūpa) naam (spirituele kwaliteit) en vorm (fysieke kwaliteit) |
| myūru-ミュール | fijnspinmachine |
| nabirome-名広め | aankondiging [bekendmaking] van een nieuwe naam (van een artiest, winkel, e.d.) |
| nadakai-名高い | welbekend; beroemd; vermaard; gevierd; berucht |
| nadaraka-なだらか | gelijkmatigheid; zachtheid; glooiend zijn; geleidelijk (oplopend) |
| nagarezu-流れ図 | stroomschema; stroomdiagram; flowchart |
| nagasa-長さ | lengte (maat) |
| nagasakie-長崎絵 | Nagasaki prenten (houtblok-prenten die in de Edo periode in Nagasaki werden gemaakt) |
| nagashiuchi-流し打ち | (bij honkbal) een slag van een rechtshandige slagman naar het rechtsveld, of een linkshandige slagman naar het linksveld |
| nagatsuki-長月 | september (de negende maand van de maankalender) |
| nage-無げ | achteloos; willekeurig; zomaar |
| nagekakeru-投げかける | naar iemand sturen; aan iemand richten |
| nagekakeru-投げかける | ter sprake brengen; (aan iemand) voorleggen |
| nagusamimono-慰み者 | speelbal (een persoon); iemand waarmee gespeeld wordt (fig.) |
| naharu-なはる | (erend werkwoord voor する) doen; maken |
| nai-無い | uniek [enig in zijn soort] zijn; eenmalig zijn |
| naihō-内報 | tip; heimelijke [vertrouwelijke] informatie |
| naijūgaigō-内柔外剛 | uiterlijk hard lijken, maar van binnen zacht [vriendelijk; mild] zijn |
| naikei-内径 | binnenste diameter; binnenwerkse maat (van een buis; pijp, etc.) |
| naiken-内見 | interne bezichtiging (zonder openbaarmaking); voorvertoning |
| naikū-内宮 | de binnenste schrijn van het Ise Jingu heiligdom (Mie-prefectuur), gewijd aan Amaterasu-ōmikami (godin van de zon) |
| naiō-内応 | samenzwering; heulen (met de vijand); verraad (door het doorgeven van geheime informatie aan de vijand) |
| nairikuseikikō-内陸性気候 | landklimaat |
| naisho-内緒 | een privé plek (niet openbaar, maar thuis); de keuken |
| naisu・midoru-ナイス・ミドル | leuke [aardige; aantrekkelijke] man van middelbare leeftijd |
| naitsū-内通 | samenzwering; heulen (met de vijand); verraad (door het doorgeven van geheime informatie aan de vijand) |
| naiyōgo-内容語 | (taalkunde) woorden, zoals zelfstandige naamwoorden, werkwoorden en bijvoeglijke naamwoorden, die de semantische betekenis in een zin aanduiden |
| naiyōseki-内容積 | inhoud; capaciteit; kubiek [inwendig] volume [afmeting]; massa |
| najimu-馴染む | vertrouwd raken met; gehecht raken aan; wennen [gewend raken] aan; zich aanpassen; acclimatiseren |
| nakaban-中番 | tussendienst; middelste werkschema |
| nakadarumi-中弛み | stagnatie in de (handels)markt |
| nakagai-仲買 | tussenhandelaar; makelaar |
| nakagainin-仲買人 | tussenhandelaar; makelaar |
| nakagiri-中限 | transactie waarvan de leveringsdatum is in de volgende maand na het sluiten van het verkoopcontract |
| nakanaka-中中 | meer dan verwacht; behoorlijk; voldoende; matig |
| nakanaka-中中 | niet makkelijk; niet eenvoudig |
| nakanaori-仲直り | verzoening; herstel van de relatie; het (weer) goed maken |
| nakaseru-泣かせる | (iemand) aan het huilen maken; laten huilen |
| nakasu-泣かす | (iemand) aan het huilen maken; laten huilen |
| nakayasumi-中休み | pauze; koffiepauze; lunchpauze; korte onderbreking (van werkzaamheden, maar ook van regen, etc.) |
| nakayoshi-仲良し | goede [intieme] vriend; makker; kameraad |
| nakibokuro-泣き黒子 | een moedervlek onder een oog (volgens een Japans volksgeloof een teken dat iemand gevoelig is voor huilen) |
| nakijōgo-泣き上戸 | huilerige dronkelap; iemand die huilt als hij dronken is |
| naku-鳴く | (het geluid maken van dieren) piepen; zingen; tjilpen; huilen; krijsen |
| nakuhanai-なくはない | (uitdrukking met een dubbele ontkenning) het is niet zo dat het er (helemaal) niet is; niet zonder zijn; wel zo moeten zijn; er zijn veel |
| namaakubi-生欠伸 | een lichte (opkomende maar onderdrukte) geeuw |
| namameku-艶めく | verleidelijk [sexy; elegant; charmant] zijn; er betoverend uitzien |
| namayasashii-生易しい | heel eenvoudig; gemakkelijk |
| namiashi-並足 | normaal [gemiddeld] looptempo; wandelpas |
| namidakin-涙金 | smartegeld; vergoeding [compensatie]; een kleine som geld gegeven uit medelijden [als troost] (b.v. na een breuk in een relatie) |
| namitaitei-並大抵 | gewoon [middelmatig; doorsnee] zijn |
| namusanbō-南無三宝 | geprezen zij de drie Juwelen [Schatten] van het boeddhisme (Boeddha, de Dharma (leer van de Boeddha) en de Sangha (de boeddhistische gemeenschap)) |
| nanakusagayu-七草粥 | pap, gekookt van 7 ingrediënten, zoals rijst, gierst, bonen, e.d. (gemaakt op de 15e dag van het nieuwe jaar; later vervangen door azukibonenpap) |
| nanamenarazu-斜めならず | buitengewoon; uitzonderlijk; uitermate |
| nanban-南蛮 | Zuidelijke Barbaren (van de Muromachi-periode tot de Edo-periode een Japanse benaming voor (ei)landen in de Stille Zuidzee) |
| nanbaringu-ナンバリング | numeroteur (machine die nummers stempelt) |
| nanbaringu・mashīn-ナンバリング・マシーン | numeroteur (machine die nummers stempelt) |
| nandemoya-何でも屋 | een alleskunner; een veelzijdig iemand; een allround persoon; een duizendpoot |
| naniganandemo-何が何でも | tegen elke prijs; hoe dan ook; wat er ook gebeurt; op alle mogelijke manieren |
| naniganashi-何がなし | op de één of andere manier |
| nanikanashi-何彼無し | vaag; zonder duidelijke oorzaak [reden]; op de één of andere manier |
| nanikure-何くれ | op allerlei manieren; op de een of andere manier |
| nanisama-何様 | een belangrijk iemand; een persoon van belang |
| nankagetsu-何か月 | hoeveel maanden? |
| nannaku-難なく | makkelijk; eenvoudig; zonder moeite [probleem] |
| nano-ナノ | nano (symbool: n; 10 tot de macht -9) |
| nanori-名乗り | zijn naam (en overige informatie) geven; zijn kandidatuur aankondigen |
| nanoru-名乗る | namen geven aan vogels en insecten naar het geluid dat ze maken |
| nanoru-名乗る | zichzelf introduceren [voorstellen] (met naam); zichzelf identificeren [aankondigen; bekendmaken] als (met titel, beroep, etc.) |
| nanpa-軟派 | mensen die speculeren op de handelsmarkt |
| nanpa-軟派 | (politiek) de gematigden; gematigde partij |
| nanshoku-男色 | (mannelijke) homoseksualiteit; seks tussen mannen |
| nanteki-難敵 | een machtige [formidabele] vijand; een sterke tegenstander |
| nantoka-何とか | op de één of andere manier; hoe (dan ook); wat dan ook |
| nantonaku-何となく | op de een of andere manier; om de een of andere reden; hoe dan ook |
| nanushi-名主 | (in het Edo tijdperk) dorpshoofd; hoofdman van een dorp of plaats (voornamelijk in het Kantō gebied) |
| nanzo-なんぞ | zo iets (of zo iemand) als... |
| naosu-治す | beter maken; genezen |
| napukin-ナプキン | maandverband |
| narasu-均す | effenen; glad maken; egaliseren; glad strijken |
| naratāju-ナラタージュ | narratage (Frans porte-manteau woord van: narration en montage); verteltechniek in film en theater waarbij de hoofdpersoon terugkijkt op zijn verleden |
| narazuke-奈良漬け | in zout en droesem van sake ingemaakte groenten |
| naredomo-なれども | hoewel; maar; echter |
| narejji・manejimento-ナレッジ・マネジメント | kennismanagement; kennisbeheer |
| nareru-慣れる | gewend zijn aan; wennen aan; ervaring hebben [krijgen] met; eigen maken [worden] |
| nareru-慣れる | vertrouwd raken met; eigen zijn [worden]; vertrouwd [gemakkelijk; comfortabel] zijn [worden] |
| naresome-馴れ初め | het begin van een romance [liefde] |
| nari-なり | (achtervoegsel) of; en; met; op de manier van |
| naridoshi-生り年 | mastjaar (bij bosbouw en natuurbeheer een benaming voor een jaar waarin bomen en planten veel meer vrucht dragen dan normaal) |
| naridoshigenshō-生り年現象 | mastjaar (een jaar waarin bomen veel vruchten geven) |
| narini-なりに | op (zijn) eigen manier; op die manier |
| narisumasu-成り済ます | zich voordoen [optreden] als (iemand anders) |
| narite-為り手 | iemand die een rol [functie] op zich wil nemen; (beschikbare) sollicitant (voor een functie) |
| naru-成る | gemaakt door; van de hand van |
| nasakeshirazu-情け知らず | een genadeloos [harteloos] iemand |
| nasaru-なさる | (erend werkwoord voor する) doen; maken |
| nasha-無者 | iemand die niets heeft; iemand zonder talent of bezit |
| nashikuzushi-済し崩し | geleidelijke ontmanteling [afbraak] |
| nashonaru・furaggu・kyaria-ナショナル・フラッグ・キャリア | nationale luchtvaartmaatschappij |
| natadekoko-ナタデココ | kokosgelei (gemaakt van gefermenteerd kokossap) |
| natori-名取り | iemand met een grote reputatie; een beroemd persoon |
| natsu-夏 | zomer (in Japan tegenwoordig van juni tot augustus, vroeger toen men uitging van de maankalender was het van april tot juni) |
| natsuge-夏毛 | de (okergele) haren van een hertenvacht, die gebruikt worden voor het maken van penselen |
| natsumame-夏豆 | een andere naam voor sora-mame, een soort tuinboon |
| natsunotsuki-夏の月 | (koele) zomermaan |
| natsusaku-夏作 | zomergewassen, (zoals o.a. maïs, bonen, aubergine) die groeien in de zomer, en worden geoogst in de herfst of winter |
| natsushirogiku-夏白菊 | witte zomerchrysant, een meerjarige plant van het plantengeslacht Matricaria |
| natsuume-夏梅 | zilverwingerd (plant: Actinidia polygama) |
| nawabari-縄張り | het gebied [invloedssfeer] (van iemand); territorium |
| nayami-悩み | smart; leed; angst; kwelling; (ziele)pijn |
| nayuta-那由他 | een eenheid van getal, 10 tot de macht 60 (of 72) |
| nēbī-ネービー | marine (Eng.: navy) |
| nēbī・burū-ネービー・ブルー | marineblauw; donkerblauw (Eng. navy blue) |
| nēbī・rukku-ネービー・ルック | (Eng.: navy look) kleding met kenmerken van een marine uniform (vooral in de kleur marineblauw) |
| nebō-寝坊 | iemand die laat opstaat; slaapkop |
| nebosuke-寝坊助 | iemand die veel slaapt [zich verslaapt]; slaapkop |
| nechinechi-ねちねち | (onomatopee) drammerig; zeurend |
| nechinechi-ねちねち | (onomatopee) plakkerig; klevend |
| negao-寝顔 | gelaatsuitdrukking van een slaper [iemand die slaapt] |
| negirau-労う | dankbaarheid [waardering] tonen; iemand bedanken |
| negiru-値切る | afdingen; pingelen; marchanderen |
| nehan'e-涅槃会 | jaarlijkse ceremonie op 15 maart voor de sterfdag van Boeddha (was vroeger 15 februari op de oude maankalender) |
| nejiageru-捩じ上げる | iemand de arm omdraaien [verdraaien; omwringen]; iemand in bedwang houden |
| nejifuseru-捩じ伏せる | iemand tegen de grond werken; iemand op de grond gooien [vasthouden] |
| nejiro-根城 | hoofdkwartier; commandopost |
| nekkara-根っから | (met ontkenning) niet in het minst; helemaal niet(s) |
| neko-猫 | kruiwagen (een afkorting voor neko-kuruma) |
| nekokawaigari-猫可愛がり | het iemand verwennen [vertroetelen] (als een kat) |
| nekonekobanten-ねんねこ半纏 | een (korte, warme) overjas die niet alleen de drager ervan maar ook de op de rug gedragen baby bedekt |
| nemaki-寝巻き | pyjama; nachthemd |
| nemawashi-根回し | het voorbereidend werk; grondwerk; het leggen van de basis; het achter de schermen manoeuvreren; consensus bereiken om iets te kunnen verwezenlijken |
| nenashigusa-根無し草 | zwerver; iemand zonder vaste verblijfplaats |
| nengetsu-年月 | jaren (en maanden); lange tijd |
| nenneko-ねんねこ | een (korte, warme) overjas die niet alleen de drager ervan maar ook de op de rug gedragen baby bedekt |
| nenseiritsu-粘性率 | viscositeitscoëfficiënt; mate van viscositeit |
| nenshiki-年式 | modeljaar (jaar waarin een nieuw model auto (e.d.) op de markt komt) |
| neriaruku-練り歩く | lopen in een processie [stoet; optocht; parade]; paraderen; marcheren |
| nerikō-練り香 | een ronde plak wierook (gemaakt van een mengsel van verschillende geurpoeders) |
| neru-練る | stof [weefsel] zacht maken door het te koken |
| neru-練る | goed nadenken [peinzen] over hoe men iets mooier kan maken [verbeteren] |
| neru-練る | langzaam in een rij marcheren; paraderen; langzaam [rustig] lopen |
| neta-ねた | (een omkering van het woord tane) materiaal; informatie |
| neta-ねた | bewijs(materiaal) |
| netabare-ネタバレ | spoiler; bederver; informatie die (een deel van) de plot van een film of boek verklapt |
| netsu-熱 | passie; vurig enthousiasme; manie |
| netsudo-熱度 | mate van enthousiasme |
| netsudo-熱度 | mate van warmte [hitte] |
| nettaikikō-熱帯気候 | tropisch klimaat |
| nettori-ねっとり | (onomatopee) stroperig; kleverig; plakkerig |
| ni-に | (bij herhaling als versterking gebruikt) ...en...; alsmaar |
| ni-に | (geeft aan de manier of methode) (zo)als; (net) als; zoals |
| ni-に | (in combinatie met wa en ...ga, geeft aan dat iets wel zo is [gebeurt] maar met voorwaarde of restrictie) weliswaar |
| ni-丹 | rode kleur; natuurlijk vermiljoen (pigment gemaakt van verbrand loodpoeder) |
| niban-二番 | tweemaal; twee keer |
| nibu-二部 | tweedegraads lerarenopleiding voor een middelbaar onderwijsprogramma (in het oude onderwijsprogramma van Japan) |
| nichi-日 | de dag van de maand |
| nichi-日 | een dag; een etmaal |
| nigamushi-苦虫 | een insect waarvan je zou denken dat het bitter smaakt als je erin bijt |
| nigate-苦手 | lastige klant; moeilijk persoon; iemand met een gebruiksaanwijzing |
| nigatsu-二月 | februari (2de maand) |
| nigejitaku-逃げ支度 | zich klaarmaken om te vluchten |
| nigiributo-握り太 | de handgreep van een boog dat met leer omwikkeld is om het dikker te maken |
| nigiriya-握り屋 | een zuinig [gierig] iemand; een vrek [krent; gierigaard] |
| nigiru-握る | nigirimeshi en nigirizushi klaarmaken |
| nigiwasu-賑わす | opluisteren; verlevendigen; verrijken; populair maken |
| nigosu-濁す | (van een vloeistof) troebel maken, vertroebelen, ondoorzichtig maken |
| nihonhōsōkyōkai-日本放送協会 | NHK, Japanse omroepmaatschappij |
| nihonkōkū-日本航空 | De Japanse Luchtvaart Maatschappij (Japan Airlines, afk.: JAL) |
| nihonsankei-日本三景 | de drie bewonderingswaardige landschappen in Japan (Matsushima, Amanohashidate, en Miyajima) |
| nihonsei-日本製 | van Japanse makelij; gemaakt in Japan |
| nihonyakkyokuhō-日本薬局方 | de officiële Japanse farmacopee (handboek van geneesmiddelen) |
| nihyakuhatsuka-二百二十日 | de 220ste dag sinds het begin van de lente (maankalender) |
| niibon-新盆 | het eerste Bon festival na iemand's overlijden |
| niin-二院 | de twee kamers van de wetgevende macht (In Japan de Senaat en het Huis van Afgevaardigden) |
| niisan-兄さん | jonge man (familaar) |
| niishimamori-新島守 | nieuwe eilandbewaker (personage in de klassieke Japanse gedichtenbundel Man'yōshū) |
| nijigen-二次元 | tweedimensionale media (m.n. anime, videogames en manga, en de personages die daarin voorkomen) |
| nijō-二乗 | kwadraat; de tweede macht |
| nikoniko-にこにこ | (onomatopee) grinnikend; glimlachend |
| niku-肉 | het postuur [de grootte; dikte; omvang] van iemand |
| nimaime-二枚目 | knappe [goed uitziende] man |
| nimaime-二枚目 | (acteur in) de rol van knappe man [minnaar] |
| nimokakawarazu-にも拘わらず | ongeacht; hoewel; ondanks; maar toch; niettegenstaande |
| ninfomania-ニンフォマニア | nymfomanie |
| ningengaku-人間学 | menswetenschappen; humanistiek; filosofische antropologie |
| ningensogai-人間疎外 | ontmenselijking; dehumanisering |
| ningyō-人形 | een pop; een marionet |
| ningyō-人形 | een marionet (fig.: iem. die zich als een marionet laat manipuleren) |
| ningyo-人魚 | zeemeermin (v); zeemeerman (m) |
| ningyōgeki-人形劇 | poppenspel; poppentheater; marionettentheater(voorstelling) |
| ningyōtsukai-人形遣い | poppenspeler; marionettenspeler |
| ninjōbon-人情本 | (Japans literaar genre uit het begin van de 19de eeuw)) sociale roman die het liefdes- en familieleven van de burgers van Edo beschrijft |
| ninozen-二の膳 | de tweede gang (van een maaltijd) |
| ninpu-人夫 | (hand)arbeider; werkman; bouwvakker; sjouwer; kruier |
| nioi-匂い | geur; stank; aroma |
| nioisumire-匂菫 | Maarts viooltje (Viola odorata) |
| nippayashi-ニッパ椰子 | Nipa Palm; Mangrove Palm; (Nypa fruticans) |
| nisejōhō-偽情報 | onware [valse] informatie |
| nisemono-偽者 | iemand die zich voor een ander uitgeeft |
| nishasannyū-二捨三入 | een rekenmethode waarbij decimalen van 2 of lager naar beneden worden afgerond, en van drie of hoger naar boven) |
| nitchi-ニッチ | niche (klein gespecialiseerd segment |in de markt) |
| nitchisangyō-ニッチ産業 | niche-industrie; niche-branche (van een klein gespecialiseerd segment van de handelsmarkt) |
| nitchishijō-ニッチ市場 | nichemarkt (klein gespecialiseerd segment |in de markt) |
| nitsukeru-煮付ける | (groente en vis) goed (laten) doorkoken (in bouillon of sojasaus, zodat de smaak er goed intrekt) |
| nittei-日程 | agenda; dagplanning; rooster; tijdschema; dagelijkse routine |
| niwashi-庭師 | tuinman; hovenier |
| niwatsukuri-庭作り | tuinman; hovenier |
| nōauto-ノーアウト | (honkbal) nul uit (nog geen slagmannen uitgegooid) |
| nobanashi-野放し | iemand zijn gang laten gaan; (iets) op zijn beloop laten; zich ergens niet mee bemoeien |
| nobasu-伸ばす | langer maken; (uit)rekken; uitstrekken; laten groeien (van haar) |
| noberu-ノベル | roman |
| nobezao-延べ竿 | eenvoudige (bamboe) hengel met vastgemaakte lijn (zonder molen) |
| nobinobi-伸び伸び | comfortabel; op je gemak; ontspannen |
| noborizuki-上り月 | wassende maan |
| noboru-昇る | opkomen van de zon [maan] |
| nobushi-野武士 | helper van de topspeler (de mariashi) in de kemari balsport (gespeeld door hovelingen in het keizerlijk paleis) |
| nochizoi-後添い | (iemands) tweede vrouw (na overlijden of scheiding van zijn eerste vrouw) |
| nodo-喉 | de rugmarge van een (gebonden) boek |
| nōdōtai-能動態 | (grammatica) bedrijvende [actieve] vorm (van een werkwoord) |
| nogisu-ノギス | nonius; schuifmaat (hulpschaalverdeling) |
| nōkaniro-濃紺色 | donkerblauw; marineblauw |
| nōkō-濃厚 | sterk zijn (van geur; aroma; smaak); diep zijn (van kleur); dik zijn (van vloeistof) |
| nōkon-濃紺 | donkerblauw; marineblauw |
| nokorazu-残らず | alles; volledig; helemaal; compleet; totaal; zonder uitzondering |
| nokoru-残る | (achter een ander ww. gevoegd:) niet (helemaal) gedaan, onafgemaakt |
| nōkyō-納経 | het offeren in een tempel van een handmatig gekopieerde soetra |
| nōmaru-ノーマル | normaal |
| nomaseru-飲ませる | iemand laten drinken; iemand te drinken geven; iemand op een drankje trakteren; iemand dwingen te drinken; iemand medicijnen laten innemen |
| nōmen-能面 | een Nō masker |
| nomihosu-飲み干す | achter elkaar [in één keer] opdrinken; helemaal opdrinken |
| nominoichi-蚤の市 | vlooienmarkt; rommelmarkt |
| nōmitsu-濃密 | volheid; diepte (van smaak, b.v.); gedetailleerdheid |
| nomitsubusu-飲み潰す | zich bezatten; iemand onder de tafel drinken |
| nonbee-飲兵衛 | iemand die veel alcohol drinkt; een stevige [zware] drinker |
| nonbiri-のんびり | op zijn gemak; ontspannen; rustig; relaxed; zorgeloos |
| nonbirisuru-のんびりする | zich op zijn gemak voelen; rustig aan doen; zich ontspannen |
| noni-のに | (in vaste uitdrukkingen zoals to iu noni en ii noni) maar; hoewel |
| nonpuro-ノンプロ | (nonprofessional) niet-professioneel; niet beroepsmatig |
| noppo-のっぽ | een lange, magere persoon; een bonenstaak (fig.) |
| norakura-のらくら | (onomatopee) langzaam en ontspannen; lekker rustig; nietsdoend |
| norarikurari- のらりくらり | (onomatopee) lui; doelloos; vaag, ontwijkend |
| noriawaseru-乗り合わせる | (toevallig) met iemand samen reizen [in dezelfde auto, trein, boot, etc.) |
| noridasu-乗り出す | beginnen met rijden; een ritje maken |
| norikakaru-乗りかかる (乗り掛かる) | beginnen [aanstalten maken] iets te doen |
| norikumiin-乗組員 | bemanning |
| noronoro-のろのろ | (onomatopee) langzaam; sloom; slepend |
| noseru-乗せる | ertussen nemen; erin laten lopen; in een val lokken; misbruik maken (van) |
| noseru-乗せる | (iem.) enthousiast [verrukt; opgetogen] maken; in vervoering brengen |
| noshi-熨斗 | versiering (voor pakjes of brieven) gemaakt van gekleurd papier gevouwen rond een stukje gedroogde abalone |
| noshiawabi-熨斗鮑 | een smalle strip van gedroogde zeeoor |
| nōtan-濃淡 | sterk en zwak (van kleur, aroma, geur, e.d.); gradatie; nuance |
| nōtosuru-ノートする | een notitie [aantekening] maken |
| nozokasu-覗かす | laten zien; zichtbaar maken |
| nūbō・roman-ヌーボー・ロマン | nouveau roman (literaire stroming) |
| nuhi-奴婢 | (mannelijke of vrouwelijke) huisbediende (van de laagste rang) |
| nukamiso-糠味噌 | nuka-miso, een pasta van gezouten rijstzemelen (gebruikt voor het inmaken van groente) |
| nukaru-抜かる | een misstap [blunder; vergissing] begaan; een fout maken |
| nukazuku-額ずく | en diepe buiging maken; knielen |
| nukinishiki-緯錦 | nukinishiki (Japans brokaat waarin met de inslag de kleuren en patronen gemaakt worden) |
| nuku-抜く | selecteren; een uittreksel maken |
| nume-絖 | glanzende dunne zijde (gebruikt in de Japanse schilderkunst en bij het maken van kunstbloemen) |
| nunchaku-ヌンチャク | (Okinawa) traditioneel wapen (gemaakt van twee korte houten stokken die met een touw of ketting zijn verbonden) |
| nurakura-ぬらくら | lui; gemakzuchtig; sloom; doelloos |
| nurakurasuru-ぬらくらする | glad [slijmerig] zijn; ontwijkend zijn; lui [gemakzuchtig] zijn |
| nuranura-ぬらぬら | (onomatopee) glibberig; slijmerig; glad |
| nuranura-ぬらぬら | (onomatopee) langzaam bewegend [voortglijdend] |
| nurasu-濡らす | natmaken; bevochtigen; doordrenken; onderdompelen |
| nūvō・roman-ヌーヴォー・ロマン | nouveau roman (literaire stroming) |
| nyannyan-ニャンニャン | (onomatopee) miauw-miauw |
| nyanya-ニャニャ | (onomatopee) miauw-miauw |
| nyōbō-女房 | echtgenote; mijn [iemands] vrouw |
| nyoirinkannon-如意輪観音 | (Sanskriet: Cintāmaṇicakra) een bodhisattva, een van de manifestaties van Avalokiteśvara [Kannon] |
| nyokinyoki-にょきにょき | (onomatopee) het plotseling (de een na de ander) opkomen [ontstaan; ontspruiten]; oprijzen; omhoog groeien] |
| nyoronyoro-にょろにょろ | (onomatopee) glibberend; kronkelend; glijdend |
| nyūbōen-乳房炎 | mastitis; borstontsteking; melkklierontsteking; uierontsteking |
| nyūgyo-入御 | (respectvolle term voor de verplaatsing van een keizer, keizerin, mikoshi, en later ook emand van adel) de binnenkomst; het binnegaan |
| nyūinkanja-入院患者 | een ziekenhuispatiënt (iemand die in het ziekenhuis ligt) |
| nyūko-入庫 | opslag in een voorraadmagazijn [depot] |
| nyūkō-入稿 | het indienen van een manuscript bij de uitgever door de auteur |
| nyūkō-入稿 | het indienen van een manuscript bij de drukker door de uitgever |
| nyūmaku-入幕 | (sumo) promotie tot de makuuchi rang |
| nyūraru・nettowāku-ニューラル・ネットワーク | (kunstmatig) neuraal netwerk (computersysteem) |
| nyūsu・sōsu-ニュース・ソース | nieuwsbron; informatiebron |
| nyū・dīru-ニュー・ディール | reeks economische maatregelen van de Amerikaanse president F. Roosevelt om de Grote Depressie van 1929 te overwinnen |
| nyū・furontia-ニュー・フロンティア | New Frontier, de naam die John F. Kennedy gaf aan zijn regeringsprogramma tijdens de presidentsverkiezingen in 1960 |
| o-小 | (voorvoegsel) klein; smal; weinig; een beetje |
| ō-王 | meester; magnaat |
| ō-翁 | oude [bejaarde] man; grijsaard |
| o-雄 | man; mannelijk; mannetje |
| oazuke-お預け | (een huisdier laten wachten op commando) wacht!; zit! |
| ōbāakushon-オーバーアクション | op een overdreven manier handelen [acteren] |
| obaasan-お婆さん | grootmoeder; oma; oude vrouw |
| ōbāfurō-オーバーフロー | (informatica) overloop; overflow (wanneer een berekend getal te groot is om te kunnen worden opgeslagen) |
| obake-お化け | boeman; monster |
| ōbākiru-オーバーキル | overmatig streng economisch beleid |
| obana-雄花 | mannelijke bloem; bloem met alleen meeldraden |
| obibangumi-帯番組 | radio- of tv-programma dat op meerdere dagen per week op hetzelfde tijdstip wordt uitgezonden |
| oborozuki-朧月 | nevelige [wazige] maan in de lentenacht |
| obujekuto-オブジェクト | (grammatica) lijdend voorwerp |
| ochanoko-お茶の子 | een makkelijk klusje; een makkie; een fluitje van een cent |
| ochazuke-お茶漬け | eenvoudige maaltijd |
| ochiayu-落ち鮎 | ayu (vissen), die stroomafwaarts in de rivier zwemmen om eieren te gaan leggen |
| ochiba-落ち葉 | onwettig kind (van een hooggeplaatste man) |
| ochō-御帳 | register [lijst] van de magistraat (m.b.t. de misdaden, verblijfplaats, e.d. van criminelen en ex-gevangenen) |
| ochōmechō-雄蝶雌蝶 | een mannelijke en een vrouwelijke vlinder, als versiering gebruikt bij bruiloften |
| odake-雄竹 | (lett. mannelijke bamboe) hooggroeiende bamboe (Phyllostachys) |
| odaki-雄滝 | de grootste (lett. mannelijke) van twee watervallen |
| ōdarī・māketingu-オーダリー・マーケティング | het op ordelijke wijze exporteren van goederen zonder de markt van het andere land te verstoren |
| ōdā・meido-オーダー・メイド | op bestelling gemaakt; op maat gemaakt |
| ōdō-王道 | optimale werkwijze [methode] |
| ōdō-王道 | gemakkelijke werkwijze; kortere weg (tot een doel) |
| odokasu-脅かす | (be)dreigen; bang maken; in het nauw drijven |
| odokeru-戯ける | zich dwaas gedragen; gek doen; grapjes maken |
| ōdoko-大床 | grote tokonoma (alkoof [nis] in de muur waar siervoorwerpen worden uitgestald) |
| odoodo-おどおど | (onomatopee) timide; zenuwachtig; aarzelend; schuchter; angstig |
| odorasu-踊らす | manipuleren; (fig.) aan de touwtjes trekken; iemand laten doen wat je wilt; iemand naar je pijpen laten dansen |
| odosu-脅す | dreigen; bedreigen; bang maken |
| ofisu・ōtomēshon-オフィス・オートメーション | kantoorautomatisering |
| ofuda-御札 | amulet of talisman die men kan kopen bij een heiligdom of tempel |
| ofumi-御文 | (respectvol) brief van iemand anders |
| ofushoashijō-オフショア市場 | offshoremarkt |
| ogawa-小川 | smalle [kleine] rivier; beek |
| oginau-補う | aanvullen; goedmaken; compenseren; dekken (een tekort, verlies, etc.); opvullen (b.v. een vacature) |
| ogoru-奢る | iemand trakteren (op een drankje of etentje) |
| ogura-小倉 | (afk. voor) een soep gemaakt van zoete azukibonenpasta met hele bonen |
| ogurajiruko-小倉汁粉 | een soep gemaakt van zoete azukibonenpasta met hele bonen |
| ogushi-御髪 | (beleefd woord voor) het haar van iemand |
| ōha-横波 | transversale (elektromagnetische) golf |
| ōhanhensei-黄斑変性 | maculadegeneratie (oogziekte) |
| oharame-大原女 | vrouwelijke marskramer in Kyoto (uit Ohara) |
| ohirome-お披露目 | officiële aankondiging [bekendmaking] (b.v. van een huwelijk) |
| ōhō-往訪 | een bezoek (aan iemand); op bezoek gaan |
| oi-笈 | draagmand; houten kistje (door pelgrims op de rug gedragen) |
| oiesōdō-お家騒動 | machtsstrijd (binnen een bedrijf of organisatie) |
| oikakeru-追いかける | achtervolgen; volgen; achter (iets of iemand) aangaan; achternazitten |
| ōinkeishiki-押韻形式 | rijmschema |
| oisaki-生い先 | de toekomst; iemands toekomst [levensduur; vooruitzichten] |
| oishii-美味しい | lekker; smakelijk; heerlijk |
| oisoreto-おいそれと | zomaar; zonder meer; eenvoudig (vaak gebruikt in negatieve zinnen) |
| oiyaru-追い遣る | iemand tot iets dwingen; forceren |
| ōja-王者 | leider; topman (in een organisatie e.d.) |
| ojigi-御辞儀 | een (beleefde) buiging (maken) |
| ojiisan-お爺さん | oude man; grijsaard |
| ojimiso-おじみそ | (Tokushima dialect) huilebalk; bangerik |
| ojisan-伯父さん | oude(re) man |
| ojisan-小父さん | oude(re) man; meneer |
| ojiya-おじや | rijst gruwel met vis en groente, op smaak gebracht met sojasaus of miso |
| okakae-お抱え | in iemands persoonlijke dienst; privé werknemer; iemand die voor een particulier werkt |
| okame-お亀 | een dikke alledaagse [niet mooie; niet aantrekkelijkuitziende] vrouw; (een masker of beeldje van) een vrouw met dikke wangen en een platte neus |
| okamezasa-阿亀笹 | bamboesoort Shibataea kumasasa |
| okami-御上 | aanspreektitel voor iemand van adel |
| ōkamiotoko-狼男 | (mannelijke) weerwolf |
| okashii-可笑しい | vreemd; ongewoon; abnormaal |
| okashira-お頭 | hoofd (van iemand anders) |
| okasu-侵す | schenden; inbreuk maken; overschrijden |
| okasu-冒す | de achternaam van iemand anders aannemen [gebruiken] |
| okata-御方 | (arch.) beleefd woord voor de vrouw van iemand anders |
| okata-御方 | eretitel voor de vrouw, concubine of kind van een edelman |
| okatoranoo-岡虎の尾 | witte troswederik (Lysimachia clethroides) |
| okazari-御飾り | alleen (voor) de vorm [het uiterlijk]; iets dat alleen in naam bestaat, maar (nog) geen inhoud heeft; boegbeeld |
| ōken-王権 | koninklijk gezag; koninklijke macht |
| okeya-桶屋 | kuiper; vatenmaker; tonnenmaker |
| okiagarikoboshi-起き上がり小法師 | (lett. een kleine monnik die opstaat) traditioneel Japans poppetje (een tuimelaartje gemaakt van papier-mâché) |
| okiba-置き場 | (op)bergplaats; bewaarplaats; opslagplaats; magazijn |
| okiji-置き字 | literaire schrijfstijl in brieven waarin bijwoorden, voegwoorden, e.d. in kanji worden geschreven (b.v. oyoso 凡, mata 又) |
| okimono-置物 | (fig.) hoofd [leider] alleen in naam; stroman; zetbaas |
| okina-翁 | oude [bejaarde] man; grijsaard |
| okinagusa-翁草 | smalbladige pasquebloem (Pulsatilla cernua) |
| okinushi-置主 | pandgever (iemand die bezittingen in onderpand geeft) |
| okiya-置屋 | geisha-huis; woonhuis van geisha's (of prostituees), die hun klanten niet thuis ontvingen maar daarvoor naar theehuizen (of bordelen) gingen |
| okizari-置き去り | het achterlaten (van iemand, iets, e.d.); in de steek laten; verlaten |
| okkabuseru-押っ被せる | iemand anders de schuld geven; de verantwoordelijkheid afschuiven [bij iemand anders leggen] |
| okogamashii-痴がましい | aanmatigend; brutaal; vrijpostig |
| okonai-行い | (moreel) gedrag; handelwijze; houding; optreden; manieren |
| okoraseru-怒らせる | (iemand) boos [woedend] maken; (iemand) ergeren; opstoken; provoceren |
| okori-瘧 | malaria |
| okoshi-粔籹 | traditioneel Japans snoepgoed dat wordt gemaakt gemaakt van gestoomde rijst, gestold met moutzetmeel, suiker, pinda's, e.a. |
| okoshigome-粔籹米 | traditioneel Japans snoepgoed dat wordt gemaakt gemaakt van gestoomde rijst, gestold met moutzetmeel, suiker, pinda's, e.a. |
| okosu-起こす | wekken; wakker maken |
| okugata-奥方 | (erend) de vrouw [echtgenote] van iemand hoog in rang binnen de hofadel, krijgsadel, e.d. |
| okumuki-奥向き | (zaken die te maken hebben met) het huishouden (zoals de financiën van het huishouden) |
| okuriookami-送り狼 | een man die vriendelijk aanbiedt om een vrouw naar huis te brengen, maar haar daarna plotseling aanvalt |
| okuriookami-送り狼 | een wolf die iemand die in de bergen of bossen loopt een tijd lang achtervolgt en dan plotseling aanvalt |
| okute-晩稲 | een laatbloeier (iemand wiens talenten laat tot bloei komen) |
| okuyukashii-奥ゆかしい | mooi; gracieus; elegant; smaakvol; verfijnd; bescheiden; teruggetrokken |
| okuyuki-奥行き | (fig.) diepgang (van iemands persoonlijkheid, gedachten, e.d.) |
| omāji-オマージ | hommage; eerbetoon; hulde; complimenten |
| omakeni-お負けに | bovendien; daarbij komt nog; daarbovenop; tot overmaat van ramp |
| omamori-お守り | (beschermende) amulet; talisman |
| omamori-御守り | een (beschermende) talisman [amulet] |
| omān-オマーン | Oman |
| omanma-お飯 | (gekookte) rijst; maaltijd |
| omedama-お目玉 | standje; uitbrander; reprimande |
| omemoji-御目文字 | persoonlijke ontmoeting met iemand (vooral door vrouwen gebruikt) |
| omizutori-御水取り | het putten van water, een ceremonie in het Nigatsudō-heiligdom van het Tōdaiji tempelcomplex in Nara (op 12 maart) |
| omochikaeri-お持ち帰り | afhaalmaaltijd; het afhalen (van eten en drinken) |
| omoiomoi-思い思い | naar believen; zoals iemand zelf wil; naar eigen keuze |
| omoneru-阿る | (Iemand) vleien; naar de mond praten |
| omote-面 | gezicht; (Nō) masker |
| omotedatsu-表立つ | (publiekelijk) bekend worden; openbaar (gemaakt) worden |
| omotezata-表沙汰 | openbaarmaking; bekendmaking; onthulling |
| omowaku-思惑 | speculatie (op de markt) |
| omowasure-面忘れ | het iemand niet herkennen; vergeten zijn hoe iemand eruit ziet |
| ōmu-オーム | Om; Aum (mantra in Boeddhisme en Hindoeïsme) |
| ōmugaeshi-鸚鵡返し | het (iemand) napraten; papegaaien |
| onagusami-お慰み | vermaak; entertainment |
| onajiku-同じく | op dezelfde manier; net zo; evenzo; evenzeer |
| onamidachōdai-お涙頂戴 | tranentrekker; smartlap; melodrama; sentimenteel verhaal [liedje; programma] |
| onanī-オナニー | masturbatie; zelfbevrediging; onanie |
| onbō-隠亡 | medewerker van een crematorium; bewaker van een begraafplaats |
| onbuzuman-オンブズマン | (uit het Zweeds: ombudsman) ombudsman (onafhankelijke ambtenaar voor klachten van burgers) |
| ondan-温暖 | warm [mild; zacht; gematigd] zijn (van klimaat) |
| ondemandoshuppan-オンデマンド出版 | (print on demand, POD) afdrukken [printen] op aanvraag |
| oneesan-お姉さん | (iemand aanspreken met) zus; mevrouw; juffrouw |
| onigawara-鬼瓦 | een daktegel met een demonen-masker erop |
| oniisan-お兄さん | jonge man |
| onimotsu-お荷物 | bagage; koffers (van iemand anders) |
| onna-女 | vrouw; vrouw des huizes; vriendin; maîtresse |
| onnabakama-女袴 | een traditionele Japanse rok voor vrouwen (vrouwen-bakama) |
| onnabara-女腹 | een vrouw wiens kinderen allemaal meisjes zijn |
| onnamusubi-女結び | vrouwenknoop, een platte knoop waarbij de eerste knoop en de tweede knoop elkaar kruisen (komt sneller los dan de mannenknoop) |
| onoko-男 | man; jongen |
| onomatope-オノマトペ | onomatopee (klanknabootsend woord) |
| onrī-オンリー | enkel; slechts; alleen maar |
| onrī-オンリー | (direct na de Tweede Wereldoorlog) een prostituee die één buitenlander (van de bezettingsmacht) als enige klant had |
| ontaikikō-温帯気候 | gematigd klimaat |
| on・rain・riaru・taimu・shisutemu-オン・ライン・リアル・タイム・システム | OLRT, een software systeem met gecombineerde reactie- en uitvoertijd van een taak die korter is dan de maximale toegestane tijd |
| ooatari-大当たり | de grote prijs winnen; veel succes hebben; een klapper maken; een grote hit scoren |
| ooban-大判 | grote maat (boek, papier), etc. |
| oogakari-大掛かり | grote schaal; grote maat |
| oogara-大柄 | groot formaat; grote maat |
| oogata-大型 | een grote maat [afmeting; schaal] |
| oogosho-大御所 | leidende [invloedrijke; machtige] persoon |
| ooichō-大銀杏 | (sumo) mannenkapsel in de vorm van een ginkgoblad |
| ooini-大いに | zeer (veel); aanzienlijk; in hoge mate |
| ookisa-大きさ | grootte; maat. afmeting; formaat; capaciteit; volume |
| ookura-大蔵 | magazijn van het keizerlijk hof |
| oomono-大物 | een belangrijk [gewichtig; machtig] persoon; een zwaargewicht |
| oomonogui-大物食い | reuzendoder; iemand die de grote kampioen(en) verslaat |
| oomukō-大向こう | het publiek; de mensenmassa |
| oonyūdō-大入道 | mytisch monster uit Japan in de vorm van een kaalhoofdige man met een lange nek |
| oosanshōuo-大山椒魚 | Japanse reuzensalamander (Andrias japonicus) |
| oosetsukeru-仰せつける | opdracht [bevel] geven; commanderen |
| ooshii-雄雄しい | dapper; moedig; heldhaftig; mannelijk |
| oosōji-大掃除 | grote schoonmaak aan het eind van jaar |
| ōotoko-大男 | grote [lange] man; reus |
| ootono-大殿 | edelman; hoofd van een adellijke familie |
| ooyō-大様 | ontspannen [kalm; gemakkelijk in de omgang] zijn |
| oozakenomi-大酒飲み | dronkenman; dronkenlap; zuiplap |
| oozoko-大底 | (op de handelsmarkt) de laagste prijs; minimumprijs; bodemprijs |
| ope-オペ | (militaire) operatie; manoeuvre; transactie; onderneming |
| operēshon-オペレーション | (militaire) operatie; manoeuvre; transactie; onderneming |
| operētā-オペレーター | iemand die een machine [toestel) bedient [bestuurt]; operateur; bedieningstechnicus; telegrafist |
| opinion・rīdā-オピニオン・リーダー | opinieleider; opiniemaker; opinievormer |
| ōpun・gēmu-オープン・ゲーム | open toernooi (toegankelijk voor professionals en amateurs); informele [demonstratie] wedstrijd |
| ōpun・māketto・operēshon-オープン・マーケット・オペレーション | openmarkttransacties; openmarktactiviteiten |
| ōrai-オーライ | all right; prima; OK; oké |
| oran'ūtan-オランウータン | orang-oetan; orang-oetang (Pongo pygmaeus) |
| ore-俺 | ik; mij (voornamelijk gebruikt door mannen) |
| oresama-俺様 | (ook gebruikt als zelfstandig naamwoord voor) een egoïst; egocentrische [arrogante] man |
| oribako-折り箱 | vouwdoos(je) (gemaakt van karton of dun hout) |
| orikaeshi-折り返し | revers; manchet; omslag; flap |
| ōru-オール | lees; allen; allemaal |
| ōrubakku-オールバック | (helemaal) naar achteren gekamd haar (zonder scheiding) |
| ōrudo・bōi-オールド・ボーイ | oudje; oude man; oudeheer; ouwe reus; oude vriend |
| oruganaizā-オルガナイザー | organizer (systematische agenda) |
| ōrumaiti-オールマイティ | almachtig; omnipotent |
| ōrumaitī-オールマイティー | enorm; geweldig; allemachtig |
| ōrumaitī-オールマイティー | almachtig; omnipotent |
| ōrumaitī-オールマイティー | de Almachtige (god) |
| ōru・wezā-オール・ウエザー | een (atletiek- of race) baan van een materiaal dat geschikt is voor alle weersomstandigheden |
| ōru・wezā・torakku-オール・ウエザー・トラック | een (atletiek- of race) baan van een materiaal dat geschikt is voor alle weersomstandigheden |
| osa-長 | hoofdman; stamhoofd; opperhoofd; chef; leider; oudste |
| osaekomi-押さえ込み | het iemand (op de grond) neerdrukken; iemand (op de grond) vasthouden [vastpinnen] |
| osaekomu-押さえ込む | iemand (op de grond) neerdrukken; iemand (op de grond) vasthouden [vastpinnen] |
| oshidori-鴛鴦 | mandarijneend (Aix galericulata) |
| oshiego-教え子 | iemands (oud-)leerling [(oud-)student; vroegere discipel] |
| oshiroi-白粉 | witte (gezichts)poeder [make-up poeder] |
| oshisusumeru-推し進める | voortmaken; voortgaan; doorzetten |
| oshitsukegamashii-押し付けがましい | opdringerig; brutaal; aanmatigend; vrijpostig |
| ōshu-王者 | leider; topman (in een organisatie e.d.) |
| osoba-御側 | vazal; dienaar (van een edelman) |
| osorubeki-恐るべき | enorm; in hoge mate; verschrikkelijk (veel) |
| ossan-おっさん | (informele term om voor) oude man; oude vent; oudje |
| osu-雄 | mannelijk (van plant, dier); mannetje |
| otafuku-お多福 | een dikke alledaagse [niet mooie; niet aantrekkelijkuitziende] vrouw; (een masker of beeldje van) een vrouw met dikke wangen en een platte neus |
| ōtai-横隊 | rij; formatie [opstelling] naast elkaar |
| otaiko-お太鼓 | afkorting van otaikomusubi, één van de manieren om een obi (traditionele Japanse sjerp voor kimono) vast te binden |
| otaiko-お太鼓 | iemand die (als beroep) zorgt voor een goede sfeer tussen gasten tijdens een feest; stemmingmaker; grappenmaker; entertainer |
| otamaya-御霊屋 | mausoleum |
| otasshi-御達し | (officiële) mededeling; kennisgeving; aankondiging; proclamatie |
| otazune-御尋ね | ondervraging [verhoor] (door een magistraat, politie e.d.) |
| otazune-御尋ね | (afk. voor) verdachte (ter opsporing); iemand die door de politie gezocht wordt; iemand die op de vlucht is |
| otazunemono-御尋ね者 | iemand die door de politie gezocht wordt; iemand die op de vlucht is |
| ote-御手 | commando aan een hond om een pootje te geven |
| ote-御手 | beleefdheidsvorm voor iemands handschrift |
| otemae-お手前 | bekwaamheid; talent; vakmanschap |
| ōto-オート | auto; automobiel; automatisch |
| otoko-男 | man; kerel; vent |
| otokobara-男腹 | een vrouw wiens kinderen allemaal jongens zijn |
| otokoburi-男振り | het aantrekkelijke [knappe] voorkomen [uiterlijk] van een man |
| otokodate-男伊達 | iemand die opkomt [strijdt] voor de zwakkeren (in de samenleving) |
| otokode-男手 | mannelijke hulpkracht; medewerker; werknemer |
| otokode-男手 | mannenhandschrift |
| otokogokoro-男心 | de gevoelens van een man; mannelijk gedrag [instinct] |
| otokogurui-男狂い | mannengek [gek op mannen; losbandig] zijn |
| otokomusubi-男結び | mannenknoop, een platte knoop waarbij de eerste knoop en de tweede knoop evenwijdig lopen (is niet makkelijk los te trekken) |
| otokomusubi-男結び | een document waarin een vrouw haar liefde aan een man belooft |
| otokonohito-男の人 | man |
| otokoonna-男女 | een hermafrodiet; intersekse persoon; vrouwelijke man; mannelijke vrouw |
| otokoppuri-男っぷり | het aantrekkelijke [knappe] voorkomen [uiterlijk] van een man |
| otokorashii-男らしい | mannelijk; macho; stoer; flink; dapper; moedig; betrouwbaar |
| otokoyamome-男鰥 | weduwnaar; een gescheiden man die niet is hertrouwd |
| otokozakari-男盛り | de beste jaren van het leven van een man |
| otokozuki-男好き | aantrekkelijk voor mannen |
| ōtoma-オートマ | automaat |
| ōtomachikku-オートマチック | automatisch |
| ōtomachikkusha-オートマチック車 | automaat (auto met automatische versnellingsbak) |
| ōtomachikku・kontorōru-オートマチック・コントロール | automatische bediening [besturing] |
| ōtomanipyurētā-オートマニピュレーター | automanipulator |
| ōtomatisumu-オートマティスム | automatisme |
| ōtomatto-オートマット | automaat; automatische machine |
| ōtomatto-オートマット | mat ter versteviging van zachte ondergrond van parkeerterreinen |
| otome-乙女 | meisje; jonge vrouw; maagd |
| ōtomēshon-オートメーション | automatisering |
| otomeza-乙女座 | (sterrenbeeld) Maagd (Virgo) |
| ōtoribāsu-オートリバース | automatische omkering (van afspeelrichting) |
| ōtorōdo-オートロード | het automatisch laden |
| ōtorokku-オートロック | automatische vergrendeling |
| otoshi-落とし | het (iets of iemand) laten vallen |
| ōtotsu-凹凸 | oneffenheid; onregelmatigheid; hobbeligheid; ongelijkmatigheid |
| otto-夫 | (mijn) man; echtgenoot |
| ousu-御薄 | lichte [slappe] (groene) matcha thee |
| oyabaka-親馬鹿 | iemand die (overdreven) dol is op zijn kind(eren) (en blind is voor de tekortkomingen) |
| oyagaisha-親会社 | moederbedrijf; moedermaatschappij |
| oyago-親御 | (een beleefd woord voor) de ouder(s) van iemand anders |
| oyaji-親字 | het eerste karakter [de basis kanji] van een lemma in een kanji woordenboek |
| oyaji-親父 | oude man |
| oyajigyagu-親父ギャグ | slechte [flauwe] grap; oude mannengrap (Eng.: dad joke) |
| oyakata-親方 | voorman; opzichter; meester; hoofd; (sumo) stalmeester |
| oyamoji-親文字 | matrijs (drukvorm van letters) |
| oyatsu-お八つ | tussendoortje; snack; hapje tussen de maaltijden |
| ōyō-鷹揚 | ontspannen [kalm; gemakkelijk in de omgang] zijn |
| ozashiki-御座敷 | een feest [banket] (met geisha, e.d.) gehouden in een (traditionele) Japanse kamer met tatami matten |
| ozashiki-御座敷 | een (traditionele) Japanse kamer met tatami matten |
| ō・ē-オー・エー | kantoorautomatisering (office automation) |
| ō・ēka-オー・エー化 | kantoorautomatisering |
| pachinko-ぱちんこ | pachinko (een soort Japanse gokautomaat, waar een groot aantal kleine balletjes ingeworpen worden) |
| pachisuro-パチスロ | gokautomaat in een pachinko-hal |
| pāfekuto-パーフェクト | perfect; foutloos; volmaakt |
| pāfekuto・gēmu-パーフェクト・ゲーム | perfecte wedstrijd (een honkbalwedstrijd waarin de tegenstander geen enkele run heeft gemaakt) |
| pafōmansu-パフォーマンス | functie [werking] van een machine, e.d. |
| pāforēshon-パーフォレーション | perforatie; doorboring; het maken van gaatjes |
| pai-牌 | steen van het Mahjong spel |
| paisen-パイセン | (slang voor senpai) senior (b.v. iemand met meer ervaring of kennis dan jijzelf op een bepaald vakgebied) |
| pajama-パジャマ | pyjama (nachtkleding) |
| pakupaku-ぱくぱく | (onomatopee) herhaaldelijk openend en sluitend (van de mond); naar lucht happend |
| pakupaku-ぱくぱく | (onomatopee) verorberend; naar hartelust etend; opslokkend; verslindend; |
| pakuru-ぱくる | stelen; wegpakken; afhandig maken (van geld of goederen); zwendelen |
| pāma-パーマ | permanent (in het haar) |
| pāmanento-パーマネント | permanent; blijvend |
| pāmanento-パーマネント | permanent (in het haar) |
| pāmanentoburakku-パーマネントブラック | permanent zwart |
| pāmanento・uēbu-パーマネント・ウェーブ | permanent (in het haar) |
| panama-パナマ | Panama |
| panorama-パノラマ | een panorama (schilderij op doek van halve of hele cirkel met realistische voorgrond, een uitvinding van Robert Barker |
| panorama-パノラマ | panorama; weids landschap; weids uitzicht |
| panoramabōenkyō-パノラマ望遠鏡 | panorama telescoop |
| panoramasatsuei-パノラマ撮影 | panoramafotografie |
| panoramashashin-パノラマ写真 | panoramafoto |
| panpan-ぱんぱん | (onomatopee) barstensvol; opgezwollen |
| panpan-ぱんぱん | (onomatopee) pang pang; geluid van geknal [schoten; vuurwerk, etc.) |
| panteon-パンテオン | Panthéon, gebouw in Parijs (met mausoleum) |
| papa-パパ | een woord gebruikt door een vrouw om haar man of minnaar aan te spreken |
| papakatsusuru-パパ活する | het suikerpapa zijn; het tegen betaling (of cadeaus) daten (van een oudere man) met een jonge vrouw |
| paradaisu・fisshu-パラダイス・フィッシュ | paradijsvis (Macropodus opercularis) |
| parapara-ぱらぱら | (onomatopee) doorbladerend; geblader; geritsel (van papier) |
| parapara-ぱらぱら | (onomatopee) in kleine hoeveelheden (druppels, e.d.) naar beneden vallend (het geluid daarbij): gedruppel; gekletter |
| parapara-ぱらぱら | (onomatopee) (her en der) verspreid zijn [liggen] |
| parapara-ぱらぱら | (onomatopee) schaars; verspreid; (van iemands haar) piekerig; in losse plukken geknipt |
| parikyōtei-パリ協定 | Akkoord van Parijs; Parijs-akkoord (klimaatakkoord) |
| paripari-ぱりぱり | (onomatopee) knapperig; krokant; knisperend; ritselend; scheurend; fonkelnieuw [strak gesteven] (van kleding); levendig; energiek |
| paritto-ぱりっと | (onomatopee) stijlvol; zwierig; netjes gekleed; knapperig; krokant; krakend; gesteven; fonkelnieuw; scheurend |
| parusā-パルサー | pulsar (een hemellichaam dat regelmatig pulsen van radiogolven en röntgenstralen uitzendt) |
| pasapasa-ぱさぱさ | (onomatopee) droog; dor; uitgedroogd; schraal |
| pasha-パシャ | pasja (titel van een officier in het Ottomaanse Rijk) |
| pāsonarumusen-パーソナル無線 | persoonlijke (eenvoudige) radiodienst die gebruik maakte van de 900 MHz-band (In 2021 uit productie genomen in Japan) |
| pāsonaru・dipuromashī-パーソナル・ディプロマシー | persoonlijke [particuliere] diplomatie [diplomatieke activiteiten] |
| pasu-パス | (computer) het pad naar de locatie van een bestand of map |
| pasu-パス | (afk. voor) schuifmaat; krompasser |
| paurisuta-パウリスタ | (Japanse) coffeeshop [koffiebar] die gespecialiseerd is in Braziliaanse koffiesoorten en manieren van bereiden |
| pechanko-ぺちゃんこ | (onomatopee) platgedrukt; plat; geplet; plakkerig; plakkend; (fig.) geknakt; gekrenkt; verslagen |
| peke-ペケ | een kruisje (markering dat het fout is) |
| pekopeko-ぺこぺこ | (onomatopee) (in)gedeukt |
| pekopeko-ぺこぺこ | (onomatopee) hongerig; uitgehongerd |
| pekopeko-ぺこぺこ | (onomatopee) herhaaldelijk buigend |
| penihi-ペニヒ | pfennig (vroegere Duitse munt, 1/100 mark) |
| penisu-ペニス | penis; lid; mannelijk geslachtsdeel |
| pēpā・doraibā-ペーパー・ドライバー | iemand die wel een rijbewijs heeft, maar geen rijervaring |
| pēpā・kanpanī-ペーパー・カンパニー | papieren onderneming (een bedrijf dat is geregistreerd maar geen daadwerkelijke zakelijke activiteiten heeft); brievenbusfirma |
| pēpā・puran-ペーパー・プラン | een plan dat alleen maar op papier bestaat, en waarvan de haalbaarheid of uitvoerbaarheid klein is |
| perapera-ぺらぺら | (onomatopee) vloeiend (een taal spreken); veel [snel] pratend; welbespraakt |
| peropero-ぺろぺろ | (onomatopee) (op)likkend; smakkend; opslokkend |
| perorito-ぺろりと | (onomatopee) opslokkend; snel opetend; herhaaldelijk [snel] de tong uitstekend |
| peshanko-ぺしゃんこ | (onomatopee) platgedrukt; plat; geplet; plakkerig; plakkend; (fig.) geknakt; gekrenkt; verslagen |
| pēsumēkā-ペースメーカー | gangmaker; tempoloper |
| pēsumēkā-ペースメーカー | (medisch) pacemaker; hartsimulator |
| petapeta-ぺたぺた | (onomatopee) (geluid van) herhaaldelijk contact maken; getik; (zacht) geklop; het herhaaldeijk stempelend; beschilderend; besmeurend |
| pettari-ぺったり | (onomatopee) vastgeplakt; (aan)gehecht; dun en plat |
| pichapicha-ぴちゃぴちゃ | (onomatopee) spetterend; plonzend; spattend; tikkend; zacht kloppend; oplikkend; slurpend |
| pichipichi-ぴちぴち | (onomatopee) levendig; energiek; springerig; spartelend; krakend; krinkelend |
| pieta-ピエタ | piëta (een voorstelling van Maria met het lichaam van de gestorven Jezus op haar schoot) |
| piipii-ぴいぴい | (onomatopee) piepend; fluitend; tjirpend; huilend; jankend |
| pijama-ピジャマ | pyjama (nachtkleding) |
| pikadon-ぴかどん | (onomatopee van lichtflits en harde knal, als bijnaam voor) een atoombom |
| pikapika-ぴかぴか | (onomatopee) glinsterend; glitterend |
| pikaresukushōsetsu-ピカレスク小説 | schelmenroman |
| pīku-ピーク | hoogtepunt; climax |
| pinchi・hittā-ピンチ・ヒッター | (honkbal) pinchhitter; (sterke) vervangende slagman in de kritieke fase van de wedstrijd |
| pinpin-ぴんぴん | (onomatopee) levendig; bruisend; energiek; krachtig; springerig |
| piripiri-ぴりぴり | (onomatopee) prikkelend; stekend; brandend; scherp |
| piripiri-ぴりぴり | (onomatopee) scheurend (geluid) |
| piripiri-ぴりぴり | (onomatopee) fluitend (geluid) |
| piripiri-ぴりぴり | (onomatopee) nerveus; zenuwachtig; gespannen |
| pītā・pan・shindorōmu-ピーター・パン・シンドローム | peterpansyndroom; peterpancomplex (mannen die zich niet kunnen aanpassen aan de volwassen samenleving) |
| pitchi-ピッチ | regelmatige afstand [verhouding] van omwentelingen [perforaties; steken van een tandwiel, etc.] |
| pitchi-ピッチ | mate van hellen van een dak of andere structuur |
| pī・dī・efu-ピー・ディー・エフ | (portable document format) bestandsformaat voor elektronische documenten |
| pī・etchi-ピー・エッチ | pH, maat voor de zuurtegraad |
| pī・kē・efu-ピー・ケー・エフ | (peacekeeping force) vredesmacht |
| pī・kōto-ピー・コート | (ook wel pea jacket genoemd) jopper; duffel; wambuis (van oorsprong een zeemansjas) |
| pī・tī・esu・dī-ピー・ティー・エス・ディー | (post-traumatic stress disorder) posttraumatische stressstoornis |
| pochapocha-ぽちゃぽちゃ | (onomatopee) het geluid van opspattend water |
| poinsechia-ポインセチア | kerstster; poinsettia (plant, Euphorbia pulcherrima) |
| pointo-ポイント | punt (leesteken); decimale punt |
| poketto-ポケット | bij langeafstandslopers een situatie waarin iemand omringd is door andere lopers (en niet de mogelijkheid heeft om zelf het pad te kiezen) |
| pokettodentaku-ポケット電卓 | zakrekenmachine |
| pomādo-ポマード | pommade; haarvet |
| ponchi-ポンチ | werktuig om gaten te slaan; ponsmachine; perforator |
| ponkan-ポン柑 | Ponkan mandarijn (Citrus reticulata) |
| poppoya-鉄道員 | (in dialect, onomatopee: tjoeketjoeke, voor) spoorwegman |
| poppu・furai-ポップ・フライ | (honkbal) boogbal; korte omhoog geslagen bal (die makkelijk te vangen is) |
| poriandorī-ポリアンドリー | polyandrie; veelmannerij (vrouw getrouwd met meer mannen) |
| porijinī-ポリジニー | polygynie; veelwijverij (man met meerdere vrouwen) |
| porishī-ポリシー | beleid; politieke maatregelen |
| pororito-ぽろりと | (onomatopee) geluid van het vallen van een druppel [traan] |
| pororito-ぽろりと | (onomatopee) geluid van iets dat uit de handen glijdt |
| pōru-ポール | paal; stok; staaf; mast; polsstok; landmeetstok |
| posuto-ポスト | postvakje; mailbox; (openbare) brievenbus |
| pōtā-ポーター | valet (iemand belast met het parkeren en ophalen van auto's van gasten van restaurants, hotels, vliegvelden, etc.) |
| potapota-ぽたぽた | (onomatopee) druppelend; druppel na druppel vallend |
| potarito-ぽたりと | (onomatopee) (geluid van) gedruppel; druppelend; druipend |
| potsunto-ぽつんと | (onomatopee) druppelend; mompelend |
| pottode-ぽっと出 | iemand die voor het eerst van het platteland nar de grote stad gaat |
| punpun-ぷんぷん | (onomatopee) geagiteerd; woedend; verontwaardigd |
| punpun-ぷんぷん | (onomatopee) sterk ruikend; een scherpe lucht hebbend |
| pūpū-ブーブー | (onomatopee) knor-knor (geluid van een varken) |
| puragumatizumu-プラグマティズム | pragmatisme |
| puraibēto・firumu-プライベート・フィルム | particuliere film (gemaakt als persoonlijke expressie, voor specifieke kringen) |
| puraimarī・karā-プライマリー・カラー | primaire kleur |
| puraisu・rīdāshippu-プライス・リーダーシップ | prijsleiderschap (systeem waarin marktprijzen worden bepaald door toonaangevende, machtige bedrijven) |
| purakutikarizumu-プラクティカリズム | pragmatisme |
| purantā-プランター | plantmachine; zaaimachine |
| purazuma-プラズマ | (natuurkunde) plasma (elektrisch neutrale gasmassa) |
| purazuma-プラズマ | bloedplasma |
| purē-プレー | toneelstuk; drama |
| purehabu-プレハブ | (afk. van prefabricated building) bouw-constructiemethode waarbij componenten vooraf in een fabriek worden gemaakt en op locatie in elkaar gezet |
| puresu-プレス | pers (machine) |
| purima・donna-プリマ・ドンナ | prima donna, eerste zangeres aan een opera |
| purintā-プリンター | printer; printmachine |
| purizumu-プリズム | prisma |
| puroburematikku-プロブレマティック | problematisch; twijfelachtig |
| purodakushon・chīmu-プロダクション・チーム | productieteam; programmaleiding |
| purodyūsā-プロデューサー | programmamaker; producer |
| puroguramu-プログラム | (computer) programma; applicatie |
| puroguramu-プログラム | schema; planning |
| puroguramu-プログラム | programma (televisie, theater, e.d.); programmaboekje |
| purojekutā-プロジェクター | ontwerper; plannenmaker |
| puropōshon-プロポーション | gedeelte; aandeel; maat; omvang |
| purosesu・chīzu-プロセス・チーズ | smeltkaas (kaas zachtgemaakt door toevoeging van smeltzouten en emulgatoren) |
| purusāmaru-プルサーマル | (afk. van plutonium thermal use) thermische verwerking van plutonium in reactoren |
| pusshu・botan・wō-プッシュ・ボタン・ウォー | automatische oorlogvoering; oorlogsvoering op afstand (door afvuren van wapens met een druk op de knop) |
| pyonpyon-ぴょんぴょん | (onomatopee voor) het (op-en-neer) springen; huppelen |
| pyūma-ピューマ | poema |
| pyūpyū-ぴゅうぴゅう | (onomatopee) scherp [schril] [hoog] fluitend geluid van wind of projectielen |
| raberu-ラベル | label; etiket; (informatie)strookje; merkje; naamplaatje |
| rabu・ōru-ラブ・オール | (Eng.: love all) (score bij sportwedstrijd, b.v. tennis) 0-0; nul-nul; (bij bridge) niemand kwetsbaar |
| rabu・romansu-ラブ・ロマンス | (Eng.: love romance) liefdesverhaal; liefdesaffaire; romantiek |
| raifusutairu-ライフスタイル | levensstijl; manier van leven |
| raigetsu-来月 | (de) volgende [komende] maand |
| raigyo-雷魚 | gevlekte slangenkopvis (Channa maculata) |
| raihō-来報 | bezoek om iemand iets mede te delen; persoonlijk overgebracht bericht; boodschap; tijding |
| raihō-来訪 | een bezoek (van iemand); bezoek ontvangen |
| raise-来世 | (lett.: de komende wereld) het hiernamaals; het leven na de dood |
| raitonoberu-ライトノベル | light novel (een specifiek soort romans in Japan) |
| rajian-ラジアン | radiaal (hoekmaat) |
| rakkī・zōn-ラッキー・ゾーン | (honkbal) de gelukszone (tussen het gewone hek rond het veld en een hek dat daarbinnen is geplaatst om het slaan van homeruns makkelijker te maken) |
| raku-楽 | gemak; comfort; plezier |
| rakugan-落雁 | traditioneel Japans snoepgoed (gemaakt van kleefrijstmeel, graanmeel, suiker en zoete siroop) |
| rakuin-烙印 | brandmerk; stigma |
| rakujin-楽人 | een zorgeloos persoon; iemand die een zorgeloos leventje leidt |
| rakuraku-楽楽 | makkelijk; met gemak |
| rakushō-楽勝 | een gemakkelijke [eenvoudige] overwinning; een walk-over |
| rakuyō-洛陽 | Luoyang, een stad in de Chinese provincie Henan (voormalige hoofdstad van China, wordt beschouwd als bakermat van de Chinese cultuur) |
| rama-ラマ | lama (priester) |
| rama-ラマ | lama (dier) |
| ramadan-ラマダン | Ramadan (vastenmaand voor Moslims) |
| ramakyō-ラマ教 | Lamaïsme (Tibetaans boeddhisme) |
| ramāzuhō-ラマーズ法 | de Lamaze-techniek (bij bevallingen) |
| ramu-ラム | ram (mannelijk schaap) |
| ran-欄 | spatie; marge |
| ranbai-乱売 | het verkopen van goederen beneden de marktprijs |
| ranbatsu-濫伐 | roekeloze [overmatige] ontbossing |
| ranbōmono-乱暴者 | een gewelddadig iemand; schurk; agressieveling; ruige kerel |
| ranchikisawagi-乱痴気騒ぎ | wild [luidruchtig; losbandig] vermaak; orgie |
| ranchō-乱調 | grote schommelingen (in de handelsmarkt) |
| randa-懶惰 | luiheid; laksheid; gemakzuchtigheid |
| randebū-ランデブー | (uit het Frans) rendez-vous; afspraak(je); (romantische) ontmoeting |
| randosatto-ランドサット | Landsat (satellietfotografieprogramma) |
| rangai-欄外 | marge; kantlijn |
| ranobe-ラノベ | (afk. voor) light novel (een specifiek soort romans in Japan) |
| ranshi-乱視 | astigmatisme (onscherp netvliesbeeld) |
| rantana-ランタナ | wisselbloem (Lantana camara) |
| rappu-ラップ | leppen (een manier van slijpen) |
| rarī-ラリー | massabijeenkomst |
| rasseru-ラッセル | (te voet) de route vrijmaken bij een bergbeklimming; een bergbeklimming leiden |
| rasseru-ラッセル | Russell sneeuwruimer (machine) |
| ratenkei-ラテン系 | behorend tot Latijns (of Romaans) sprekende etnische groepen |
| ratenminzoku-ラテン民族 | Latijns (of Romaans) sprekende etnische groepen |
| rēberu-レーベル | platenmaatschappij |
| refarensu-レファレンス | referentie; aanbeveling; verwijzing; raadpleging; raadgeving; informatie |
| refarensu・sābisu-レファレンス・サービス | informatie dienst [service] |
| reginsu-レギンス | legging; nauwsluitende broek; maillot zonder voeten |
| reginsu-レギンス | babybroekje; babymaillot (met voetjes) |
| regyurā-レギュラー | (afk. voor) vast lid; vaste speler (in een team); vaste gast (in een tv-programma) |
| regyurā-レギュラー | normaal; gewoon; regelmatig; algemeen |
| regyurā・menbā-レギュラー・メンバー | vast lid; vaste speler (in een team); vaste gast (in een tv-programma) |
| reibaishi-霊媒師 | medium (iemand met een veronderstelde gave om te kunnen communiceren met geesten) |
| reibyō-霊廟 | mausoleum; altaar [heiligdom] voor de voorouders |
| reichōmoku-霊長目 | primaat; primaten (apen) |
| reigetsu-例月 | elke maand; maandelijks |
| reigi-礼儀 | hoffelijkheid; beleefdheidsvormen; etiquette; goede manieren |
| reihō-礼法 | hoffelijkheid; beleefdheidsvormen; etiquette; goede manieren |
| reihyōsuru-冷評する | sarcastische opmerkingen maken |
| reijō-令嬢 | (beleefd woord voor) de dochter van iemand anders |
| reikai-例会 | reguliere vergadering; regelmatige ontmoeting [bijeenkomst] |
| reikan-霊感 | paranormale gave |
| reimawari-礼回り | een bedank-bezoek; het bij iemand langsgaan om te bedanken |
| reinen-例年 | een normaal jaar; elk jaar |
| reisetsu-礼節 | etiquette; beleefdheid; goede manieren |
| reishi-霊芝 | gesteelde lakzwam (Ganoderma lucidum) |
| reishu-黎首 | het (gewone) volk; de burgers; massa |
| reisui-冷水 | (fig.) een domper; een koude douche; het bekoelen [dempen] (van iemand's enthousiasme) |
| reitei-令弟 | (beleefd woord voor de (jongere) broer van iemand) uw [zijn] broer |
| reiteki-霊的 | spiritueel; geestelijk; immaterieel |
| reitōshokuhin-冷凍食品 | ingevroren voedsel; diepvriesproducten; diepvriesmaaltijd |
| reito・shō-レイト・ショー | (Eng.: late show) televisie (praat)programma op de late avond uitgezonden |
| rejā・māketto-レジャー・マーケット | vrijetijdsmarkt |
| reki-暦 | (in kanji combinaties) kalender; almanak |
| rekijitsu-暦日 | dagen en maanden in een kalenderjaar; jaren; tijd |
| rekishishōsetsu-歴史小説 | historische roman |
| rekishō-暦象 | astronomische almanak met de omlooptijd van hemellichamen (planeten, manen sterren, e.d.) |
| rekisū-暦数 | omlooptijd van een planeet om de zon of maan (als basis voor een kalender) |
| rekkyō-列強 | de grote mogendheden; wereldmachten |
| renrakusuru-連絡する | contact maken (met); communiceren; laten weten |
| rensaimanga-連載漫画 | dagelijks in kranten [tijdschriften] verschijnend feuilleton [stripverhaal; manga] |
| reopon-レオポン | leopon (kruising tussen een leeuwin en een mannelijke luipaard) |
| reppū-烈風 | harde [stormachtige] wind |
| reshipuro・enjin-レシプロ・エンジン | zuigermotor; zuigermachine |
| retteru-レッテル | etiket; label (op iemand als waardeoordeel) |
| rēzā-レーザー | laser (= light amplification by stimulated emission of radiation; een apparaat dat een smalle coherente bundel licht voortbrengt) |
| rezā・katto-レザー・カット | haarstijl, waarbij het haar niet met een schaar maar met een scheermes wordt geknipt |
| ri-里 | Japanse afstandsmaat (ca. 3.9 km) |
| riben-利便 | gemak; geschiktheid; bruikbaarheid |
| ribensei-利便性 | gemak; gebruiksvriendelijkheid |
| riekishakai-利益社会 | (sociologie) Gesellschaft; winstmaatschappij (een samenleving gebaseerd op eigenbelang) |
| rifarensu-リファレンス | referentie; aanbeveling; verwijzing; raadpleging; raadgeving; informatie |
| rijin-里人 | iemand uit de streek [de plaats] waar je vandaan komt; iemand uit de buurt van je ouderlijk huis |
| rikka-立夏 | eerste dag van de zomer (ca. 6 mei, volgens de oude maankalender) |
| rikkōho-立候補 | bekendmaking van kandidatuur [kandidaatstelling] |
| rīku-リーク | (Eng.: leak) lek (van informatie, geheim etc.) |
| rikugun-陸軍 | leger; krijgsmacht |
| rikugunkyōshūhan-陸軍強襲班 | overvalcommando |
| rikushyōho-陸将補 | (militaire rang) generaal-majoor |
| rimupakku-リムパック | the Rim of the Pacific Exercise ('s werelds grootste internationale maritieme oorlogsoefening) |
| ringetsu-臨月 | de laatste maand van de zwangerschap; de maand waarin de geboorte wordt verwacht |
| ringu・baindā-リング・バインダー | ringband; ringmap |
| riniamōtā・kā-リニアモーター・カー | magneetzweeftrein (Eng.: magnetic levitation train, afk. maglev) |
| rinjin-隣人 | buurman; buurvrouw; de buren; buurtbewoners |
| rinpo-隣保 | buurt; buren; buurman; buurvrouw |
| rinsen-臨戦 | deelname aan de strijd [oorlog]; zich klaarmaken om te vechten [strijden]; het betreden van het slagveld |
| rippōfu-立法府 | wetgever; wetgevende macht; wetgevende instantie [orgaan; instituut] |
| rippōken-立法権 | de wetgevende macht (één van de drie machten van de staat) |
| rippōkikan-立法機関 | wetgevende macht; wetgevend orgaan |
| rippōkon-立方根 | (wiskunde) derdemachtswortel; kubiekwortel |
| rippōtai-立方体 | kubus; regelmatig veelvlak [zesvlak] |
| rippu・sābisu-リップ・サービス | lippendienst (iets wel zeggen, maar niet menen) |
| rireki-履歴 | iemands voorgeschiedenis [achtergrond; verleden; carrière] |
| risetto-リセット | een machine [apparaat] opnieuw opstarten [instellen] |
| rishū-履修 | inschrijving (voor een studieprogramma); voltooiing van een opleiding |
| risōka-理想化 | idealisering; het idealiseren (van iets of iemand) |
| risshū-立秋 | het begin [de eerste dag] van de herfst (volgens de maankalender op 8 augustus) |
| rīsugyō-リース業 | verhuurservice; verhuurbedrijf; leasemaatschappijen |
| risuku・manējimento-リスク・マネージメント | risicomanagement; risicobeheer |
| risuto-リスト | een lijst; een lijst maken |
| risutoappu-リストアップ | een lijst maken (van) |
| ritsunen-立年 | jongeman van 30 jaar |
| rittō-立冬 | het begin van de winter; de eerste winterdag (volgens de maankalender) |
| riumachi-リウマチ | reumatisch; reumatiek |
| riyō-利用 | gebruik; gebruikmaking; toepassing |
| riyōsuru-利用する | gebruiken; gebruik maken (van); toepassen |
| rizayakasegi-利鞘稼ぎ | speculatie; het speculeren (met winstmarges) |
| rō-郎 | (gebruikt in kanji-combinaties) man; jongen; dienaar |
| roakuka-露悪家 | iemand die graag opschept over hoe slecht hij of zij is; iemand die zich voordoet als een slecht persoon |
| rōasha-聾唖者 | iemand die doofstom is; een doofstomme |
| rōbashin-老婆心 | sterke [overdreven] bezorgdheid; grote aandacht voor iemands welzijn] |
| robiisuto-ロビイスト | lobbyist (iemand die als vertegenwoordiger van een groep de publieke opinie beïnvloedt om politieke steun te verkrijgen) |
| rōdā-ローダー | (computer) onderdeel van een besturingssysteem voor het laden van programma's en bibliotheken |
| rōdā-ローダー | lader; laadmachine; iemand die vracht inlaadt |
| rōdōryoku-労働力 | arbeid; werk; mankracht |
| rōdōshijō-労働市場 | arbeidsmarkt |
| rōdo・mappu-ロード・マップ | roadmap van een (technisch) product (waarin staat wat de vernieuwingen zijn en wanneer ze kunnen worden verwacht) |
| rōei-漏洩 | het uitlekken (van informatie); lek; openbaring |
| rōgetsu-臘月 | de twaalfde maand van de maankalender |
| roimachisu-ロイマチス | reuma |
| roitāshisū-ロイター指数 | Reuters-index (nternationale prijsindex voor primaire grondstoffen, samengesteld door Reuters) |
| roiyaritī-ロイヤリティー | iemand van koninklijke bloede; leden van het koninklijk huis |
| roiyarutī-ロイヤルティー | iemand van koninklijke bloede; leden van het koninklijk huis |
| rōjinnohi-老人の日 | de dag van (het respect voor) de Ouderen (publieke feestdag in Japan op 3e maandag in september) |
| rokaiyu-ロカイユ | rocaille (kunstmatige grotten van cement met kiezels, schelpen, e.d.) |
| rokku・firu・damu-ロック・フィル・ダム | rotsvuldam (een dam gemaakt van steen-, grind-, zand- en bodemmaterialen) |
| rōko-牢固 | massief zijn |
| rōkosei-牢固性 | stevigheid; de mate waarin iets stevig of inflexibel is |
| rokugatsu-六月 | juni (de 6de maand) |
| rokugō-6号 | maat 6 |
| rokujūrokubu-六十六部 | een boeddhistische monnik die 66 kopieën van de Lotus Soetra maakte, en bij zijn pelgrimreis door Japan aan elke heilige plaats een exemplaar schonk |
| rokumentai-六面体 | (regelmatig) zesvlak; hexaëder |
| rokunusubito-禄盗人 | (beledigende term voor) iemand die zijn salaris niet waard is; (luie) mensen zonder talent [bekwaamheden] die toch een hoog salaris krijgen |
| rokurokuban-六六判 | 6x6 cm (fotoformaat) |
| rokushaku-六尺 | traditionele Japanse lendendoek voor mannen |
| rokushakufundoshi-六尺褌 | traditionele Japanse lendendoek voor mannen |
| roma-ロマ | Roma (zigeunervolk) |
| rōmaji-ローマ字 | romaji (Japans geschreven in Latijns schrift) |
| roman-ロマン | (boek) roman; proza |
| roman-ロマン | romantische gevoelens; avontuurlijke geest |
| romanchikku-ロマンチック | romantiek; romantisch |
| romanchikkukaidō-ロマンチック街道 | de Romantische Strasse (Zuid-Duitsland) |
| romanchishizumu-ロマンチシズム | romantiek |
| romanchisuto-ロマンチスト | romanticus |
| romanesuku-ロマネスク | Romaans (Romaanse talen); romaans (romaanse bouwstijl, etc.) |
| romanshugi-ロマン主義 | romantiek |
| rōmanshugi-浪漫主義 | romantiek |
| romansu-ロマンス | romance; liefdesverhaal; liefdesrelatie |
| romansu-ロマンス | (muziekcompositie) romance |
| rōmansu-ローマンス | (muziekcompositie) romance |
| rōmansu-ローマンス | romance; liefdesverhaal; liefdesrelatie |
| romansugo-ロマンス語 | Romaanse taal |
| romansugurē-ロマンスグレー | romantisch grijs, een uitdrukking voor een aantrekkelijke man van middelbare leeftijd (met hier en daar wat grijs haar) |
| romansushogo-ロマンス諸語 | Romaanse taal |
| romansu・kā-ロマンス・カー | trein of bus die romantische zitplaatsen heeft (m.n. luxe sneltreindiensten ten zuidwesten van Tokio, van Odakyu Electric Railway.) |
| romansu・shīto-ロマンス・シート | (romantische) tweepersoons zitplaats (in een theater, voertuig, etc.) |
| rōmanteki-ローマン的 | romantisch |
| rōnin-浪人 | iemand die het toelatingsexamen voor de universiteit niet heeft gehaald (en moet wachten op een volgende kans) |
| rōnin-浪人 | een werkloze; iemand zonder baan |
| rōnin-浪人 | (in de oudheid) wereldreiziger; iemand die rondreiste zonder een direct einddoel |
| ronjiru-論じる | (een thema, e.d.) behandelen; gaan (over); aan de orde stellen |
| ronjiru-論じる | bespreken; discussiëren (over); ruzie maken (over) |
| rōnyakunannyo-老若男女 | alle mensen ongeacht leeftijd of geslacht; mannen en vrouwen van alle leeftijden |
| ronzuru-論ずる | bespreken; discussiëren (over); ruzie maken (over) |
| ronzuru-論ずる | (een thema, e.d.) behandelen; gaan (over); aan de orde stellen |
| roppu-六腑 | (traditionele Chinese geneeskunde) zes (holle) organen (dikke darm, dunne darm, galblaas, maag; blaas en sanjiao) |
| rōretsu-陋劣 | gemeenheid; ongemanierdheid; hatelijkheid |
| rorikon-ロリコン | Lolita complex (van mannen die zich aangetrokken voelen tot jonge meisjes) |
| rorīta・konpurekkusu-ロリータ・コンプレックス | Lolita complex (van mannen die zich aangetrokken voelen tot jonge meisjes) |
| rōsei-老生 | (een nederig woord van een bejaarde voor zichzelf) ik oude man; deze oude man |
| rōseki-蠟石 | pagodiet; agalmatoliet; Chinese speksteen |
| rōsha-聾者 | iemand die doof is; een dove |
| roshia・forumarizumu-ロシア・フォルマリズム | Russisch formalisme (taalkunde) |
| rōsu-ロース | (Eng. roast) braadstuk; een stuk geroosterd vlees; (mager) vlees dat geschikt is om te roosteren [grillen] |
| rōsuru-聾する | doof maken |
| rōsutā-ロースター | dienstrooster; werkschema |
| rōtaikoku-老大国 | een land dat vroeger heel machtig was, maar nu niet meer; een ooit machtige natie in verval |
| rōyaburi-牢破り | iemand die uit de gevangenis is ontsnapt |
| ruigetsu-累月 | maand na maand; een periode van maanden (achter elkaar) |
| ruijō-累乗 | (wiskunde) machtsverheffing |
| rumin-流民 | nomaden |
| runge・kuttahō-ルンゲ・クッタ法 | de Runge-Kuttamethode (een numerieke methode om differentiaalvergelijkingen op te lossen, van de Duitse wiskundigen Carl Runge en Martin Kutta) |
| runin-流人 | iemand die tot ballingschap is veroordeeld; banneling; gedeporteerde |
| rūpu・tai-ループ・タイ | veterdas (stropdas van dun koord, aan de voorkant vastgemaakt met een siergesp) |
| rusuban-留守番 | het op (iemand's) huis passen; thuis zitten [blijven] |
| rusuban-留守番 | huisbewaarder; iemand die op het huis past |
| rusui-留守居 | het op (iemand's) huis passen; thuis zitten [blijven] |
| rusui-留守居 | huisbewaarder; iemand die op het huis past |
| ryakugi-略儀 | informaliteit; ongedwongenheid |
| ryakuhuyūkaizai-略取誘拐罪 | de misdaad van het iemand ontvoeren [kidnappen] |
| ryakureki-略歴 | kort profieloverzicht; korte (beschrijving van de) persoonlijke geschiedenis (van iemand) |
| ryakushiki-略式 | informaliteit; ongedwongenheid |
| ryō-陵 | graf [mausoleum] van een keizer of keizerin |
| ryōbo-陵墓 | keizerlijk graf [mausoleum] |
| ryōjo-諒恕 | acceptatie; inwilliging (in overweging van iemand's situatie); consideratie |
| ryōkei-量刑 | strafbepaling; vaststelling van de strafmaat |
| ryōkō-良好 | goed [toereikend; voldoende; optimaal; uitstekend] zijn |
| ryōrikyōshitsu-料理教室 | kookles; kookschool (voor amateurs) |
| ryōrisuru-料理する | koken; eten klaarmaken [bereiden] |
| ryōsan-量産 | massaproductie |
| ryōshū-涼秋 | de maand september (in de maankalender) |
| ryotei-旅程 | reisplan; reisschema |
| ryōtōronpō-両刀論法 | dilemma |
| ryōtōzukai-両刀遣い | het houden van zowel alcohol als snoep; iemand die zowel van sake houdt als van zoetigheid |
| ryōtōzukai-両刀遣い | met twee zwaarden tegelijk kunnen vechten; iemand die met twee zwaarden tegelijk vecht |
| ryōya-良夜 | avond met helder maanlicht; maanverlichte nacht (vooral van de oogstmaan in de herfst, op 13 sept.) |
| ryōzai-良材 | goed materiaal |
| ryūdosui-竜吐水 | (handmatige) pomp voor brandblusser |
| ryūgi-流儀 | traditioneel doorgeven werkwijze in scholen van performance kunstvormen |
| ryūgū-竜宮 | het drakenpaleis op de bodem van een diepe zee (zoals in het verhaal over Urashima Tarō) |
| ryūjin-流人 | iemand die tot ballingschap is veroordeeld; banneling; gedeporteerde |
| ryūjin-流人 | iemand die rondzwerft [rondtrekt] buiten het geboorteland; zwerver |
| ryūkeisha-流刑者 | iemand die tot ballingschap is veroordeeld; banneling; gedeporteerde |
| ryūko-竜虎 | machtige rivalen (lett. draak en tijger) |
| ryūmin-流民 | nomaden |
| ryūryū-流流 | manier van doen; werkwijze; methode; stijl |
| ryūsanmaguneshiumu-硫酸マグネシウム | magnesiumsulfaat |
| ryūtōdabi-竜頭蛇尾 | een veelbelovend begin dat uitloopt op een teleurstellend einde; een anticlimax |
| saba-鯖 | makreel |
| sabaku-捌く | (uit)verkopen; een markt vinden voor |
| sabaku-捌く | behandelen; hanteren; manipuleren |
| sabannakikō-サバンナ気候 | savanneklimaat |
| sabazushi-鯖寿司 | makreel sushi |
| sabetsukasuru-差別化する | differentiëren; onderscheiden; onderscheid maken |
| sābisu・saizu-サービス・サイズ | het formaat van een foto [kleurendruk)] (die goedkoop kan worden aangeboden door in grote hoeveelheden machinaal af te drukken) |
| sabo-サボ | sabotage; staking; stiptheidsactie; langzaamaanactie |
| sabotāju-サボタージュ | sabotage; staking; stiptheidsactie; langzaamaanactie |
| sāchi・enjin-サーチ・エンジン | zoekmachine (computer) |
| sadameru-定める | voorschrijven; regels [wetten] vaststellen [maken] |
| sae-さえ | (さえ...ば)als het maar (zo was dat)…; zo lang... |
| sagarime-下がり目 | neerwaartse trend (handelsmarkt) |
| sagimēru-詐欺メール | phishingmail; fraudemail |
| sagyōkantokusha-作業監督者 | ploegbaas; voorman |
| sagyōkeikakuhyō-作業計画表 | werkplan; werkschema; werkrooster |
| sahō-作法 | (goede) manieren; etiquette |
| sai-才 | volume maat (ca. 1,8 ml) |
| sai-最 | (voorvoegsel) beste; meeste; maximum; belangrijkste |
| sai-載 | een eenheid van getal, 10 tot de macht 44 |
| saibānēshon-サイバーネーション | geautomatiseerde besturing (procesbeheersing) |
| saibanken-裁判権 | jurisdictie; rechtspraak; rechtsbevoegdheid; rechtsmacht |
| saibōgu-サイボーグ | cyborg (cybernetisch organisme, fantasiewezen dat half mens half machine is) |
| saibōshitsu-細胞質 | cytoplasma |
| saidai-最大 | het grootste; meeste; maximum |
| saidaigen-最大限 | maximum |
| saidaika-最大化 | maximalisering |
| saidaikasuru-最大化する | maximaliseren |
| saido・rīdā-サイド・リーダー | aanvullend lesmateriaal (voor buitenlandse talen) |
| saigo-最期 | levenseinde; iemands laatste moment (voor de dood) |
| saigokusanjūsansho-西国三十三所 | Saikoku pelgrimage naar 33 tempels gewijd aan Kanon (in de Kansai regio van Japan) |
| saigotsūchō-最後通牒 | ultimatum |
| saihai-采配 | een staf [scepter] als teken van rang (zoals van die van de samoerai-commandanten in het feodale Japan) |
| saihai-采配 | bevel; commando |
| saihitsu-細筆 | smalle [dunne] (schrijf)penseel |
| saiji-細事 | detail; gedetailleerde informatie |
| saikenshijō-債券市場 | obligatiemarkt |
| saikō-最高 | het hoogste; beste; maximum |
| saikōchō-最高潮 | climax; toppunt; hoogste punt |
| saikōkeieisha-最高経営者 | topmanager |
| saikōkion-最高気温 | de maximum temperatuur |
| saikōsokudo-最高速度 | maximumsnelheid |
| saikosomatikku-サイコソマティック | psychosomatisch (van lichaam en ziel samen) |
| saiku-細工 | vakman; vakvrouw; ambachtsman |
| saiku-細工 | handvaardigheid; handwerk; vakmanschap |
| saikun-細君 | (term voor) de vrouw van iemand anders |
| saikuraminsannatoriumu-サイクラミン酸ナトリウム | Natriumcyclamaat |
| saikyōyaki-西京焼き | gegrilde, in miso gemarineerde visfilet |
| sairon-再論 | nogmaals een discussie [bespreking] houden (over dezelfde kwestie) |
| sairyū-細流 | beekje; kleine stroom; smalle rivier |
| saisai-再再 | vaak; regelmatig; frequent |
| saisan-再三 | telkens weer; twee of drie keer; vele malen |
| saisansaishi-再三再四 | herhaaldelijk; keer op keer; steeds maar weer |
| saisei-再生 | reanimatie; regeneratie |
| saishi-妻子 | (iemand's) vrouw en kinderen; gezin |
| saishokushahon-彩飾写本 | manuscript met illustraties of (hoofd)letters van bladgoud of bladzilver |
| saisō-採草 | grasmaaien voor veevoer of compost |
| saisun-採寸 | het aanmeten; de maat nemen |
| saisunsuru-採寸する | aanmeten; de maat nemen (van iemand) |
| saitaisha-妻帯者 | een getrouwde man (een man die getrouwd is met een vrouw) |
| saitan-歳旦 | afkorting voor saitan-biraki (een bijeenkomst van dichters en hun leerlingen in januari om gedichten te maken over nieuwjaarsdag) |
| saitanbiraki-歳旦開き | een Nieuwjaars bijeenkomst waarbij renga en haiku gedichten worden gemaakt en voorgedragen |
| saitori-才取り | hulpje van de metselaar; opperman |
| saitori-才取り | makelaar; tussenpersoon; tussenhandelaar |
| saiyō-細腰 | smalle heupen [taille]; slanke vrouw |
| saizu-サイズ | maat; grootte; afmeting; formaat |
| sakashio-酒塩 | sake als smaakmaker in gerechten; keukensake |
| sakezuki-酒好き | het houden van (sake; sterke drank) drinken; iemand die graag (sake; sterke drank) drinkt |
| sakibosori-先細り | spits [smal] uitlopend [toelopend] |
| sakidateru-先立てる | (iemand) vooruit [voor] laten gaan |
| sakimonoshijō-先物市場 | termijnmarkt; futuresmarkt |
| sakka-作家 | (roman)schrijver; auteur |
| saku-朔 | de eerste dag van de maand (maankalender) |
| saku-朔 | de nieuwe maan |
| saku-策 | plan; strategie; maatregel; list; intrige |
| sakuchū-作中 | iets dat [iemand die] wordt beschreven in een verhaal |
| sakuhō-作法 | bereidingswijze; de manier om iets te maken |
| sakui-作為 | namaak; pretentie; doen alsof |
| sakujitsu-朔日 | de eerste dag van de maand |
| sakujitsu-朔日 | (arch.) de eerste tien dagen van de maanmaand |
| sakuradai-桜鯛 | een rode zeebrasem (Sacura margaritacea) |
| sakusaku-サクサク | (onomatopee) knapperig; krokant; knisperend |
| sakusei-作製 | fabricage; product; productieproces; makelij |
| sakusha-作者 | toneelauteur; dramaturg; schrijver; dichter |
| sakusha-作者 | maker van een kunstwerk; kunstenaar |
| samoarabaare-遮莫 | als dat het geval is; in ieder geval; wat er ook gebeurt; zo is het nu eenmaal |
| samu-作務 | dagelijkse arbeid in een zen-tempel (zoals landbouw, schoonmaakwerk, e.d. als onderdeel van de boeddhistische training) |
| samugari-寒がり | een koukleum; iemand die het gauw koud heeft |
| samugariya-寒がりや | een koukleum; iemand die het gauw koud heeft |
| sanaezuki-早苗月 | de vijfde maand in de maankalender |
| sanbagarasu-三羽烏 | een driemanschap van experts |
| sanbi-賛美 | lofprijzing; aanprijzing; aanbeveling; recommandatie |
| sanbō-三宝 | de drie Juwelen [Schatten] van het boeddhisme (Boeddha, de Dharma (leer van de Boeddha) en de Sangha (de boeddhistische gemeenschap)) |
| sanbōkōjin-三宝荒神 | godheid die de drie Schatten (Boeddha, Dharma en Sangha) beschermt |
| sanbyakudaigen-三百代言 | een muggenzifter; iemand die gebruik maakt van drogredenen |
| sanbyakudaigen-三百代言 | (denigrerende term voor) een advocaat; (vroege Meiji-periode) iemand die niet gekwalificeerd was als advocaat, maar wel als zodanig optrad |
| sando-三度 | driemaal; drie keer |
| sandoitchiman-サンドイッチマン | sandwichman (iemand met reclameborden op borst en rug) |
| sangatsu-三月 | maart (de 3de maand) |
| sangedatsumon-三解脱門 | (lett. poort van de drie bevrijdingen) drie manieren [meditaties] om de Verlichting te bereiken |
| sangoban-三五判 | standaard Japans papier formaat (84 x 148 mm) |
| sangoju-珊瑚珠 | koraalkraal; kraal gemaakt van koraal |
| sangun-三軍 | het gehele leger; de gezamenlijke strijdkrachten (landmacht, marine en luchtmacht) |
| sangyōshakai-産業社会 | industriële maatschappij |
| sangyōyobigun-産業予備軍 | industrieel reserveleger (Marxistische term voor de grote groep werkelozen, die door kapitalisten gebruikt werden om werkenden onder druk te zetten) |
| sanka-参稼 | iemand met een speciale functie [vaardigheid] binnen een organisatie |
| sanka-山窩 | een groep bergnomaden in Japan |
| sankakusui-三角錐 | regelmatig viervlak; tetraëder; driezijdige piramide |
| sankei-三景 | de drie bewonderingswaardige landschappen in Japan (Matsushima, Amanohashidate, en Miyajima) |
| sankei-参詣 | bedevaart; pelgrimage; pelgrimstocht |
| sankeisuru-参詣する | een pelgrimstocht maken; op bedevaart [pelgrimage] gaan |
| sanken-三権 | de Trias Politica; de drie machten van de staatsinrichting (de wetgevende, de uitvoerende, en de rechtsprekende macht) |
| sankenbunritsu-三権分立 | de scheiding der drie machten (Trias politica) in de staatsinrichting (de wetgevende, de uitvoerende, en de rechtsprekende macht) |
| sankō-三后 | de drie keizerinnen (de grote keizerin-weduwe, de keizerin-weduwe en de keizerin-gemalin) |
| sanko-三顧 | drie keer bezoeken (verwijst naar een Chinese legende waarin Liu Bei drie keer Zhuge Liang bezocht m hem als militaire commandant te verwelkomen) |
| sankushon-サンクション | sanctie; dwangmaatregel |
| sanma-秋刀魚 | Japanse makreelgeep (Coloabis saira) |
| sanmai-三昧 | (boeddh.) samadhi; (spirituele) concentratie; diepe meditatie; absorptie |
| sanmai-三枚 | keukenmes voor het schoonmaken van (vooral) vis in drie lagen (top, midden (graten e.d.), en onder) |
| sanmaime-三枚目 | komediant; acteur die een komische rol speelt; komiek; grappenmaker |
| sanmarino-サンマリノ | San Marino |
| sanmi-酸味 | zure smaak; zuurheid |
| sanmon-三門 | (sangedatsumon) drie manieren [meditaties] om de Verlichting te bereiken) |
| sanō-砂嚢 | spiermaag (achterste deel van de maag, bij vogels e.d.) |
| sanpatsudattōrei -散髪脱刀令 | (Meiji) proclamatie in 1871, ter afschaffing van de klassieke haardracht van de samoerai en een verbod op het publiekelijk dragen van zwaarden |
| sanpuzu-散布図 | verspreidingskaart; verstrooiingsdiagram; besprenkelingsschema |
| sanryō-山陵 | keizerlijk mausoleum [grafmonument] |
| sansai-三彩 | aardewerk gemaakt met drie (maar soms ook twee of vier) soorten gekleurd glazuur, op lage temperatuur gebakken |
| sansan-潸潸 | alsmaar huilen; het stromen van tranen |
| sansankudo-三三九度 | (bij Shinto-huwelijksritueel) het drinken van kopjes sake door het bruidspaar (eerst de man 3, dan de vrouw 3, dan de man weer 3 kopjes, totaal 9) |
| sansha-三舎 | in historisch China de afstand van een 3 daagse marstocht door een leger (ca. 36km) |
| sanshin-三振 | (honkbal) het uitgooien van de slagman met 3 slag |
| sanshōuo-山椒魚 | salamander |
| sansō-三蔵 | Tripitaka, de drie manden (soetra's, voorschriften en verhandelingen van de boeddhistische leer) |
| sansomasuku-酸素マスク | zuurstofmasker |
| sansuke-三助 | mannelijke bediende in een badhuis |
| sansukumi-三竦み | trilemma (een keuze uit 3 opties) |
| sansuru-産する | produceren; maken; fabriceren |
| santa-サンタ | de kerstman |
| santakurōsu- サンタクロース | de Kerstman |
| santa・maria-サンタ・マリア | Santa María (het schip van Christoffel Columbus, die in 1492 Amerika ontdekte) |
| santa・maria-サンタ・マリア | de heilige maagd Maria |
| santō-三冬 | de drie wintermaanden |
| santōseiji-三頭政治 | driemanschap; triumviraat (ten tijde van het Romeinse Rijk) |
| sanzon-三尊 | de drie boeddhistische schatten: Boeddha, Dharma en Sangha |
| sanzuke-さん付け | het beleefde achtervoegsel san aan iemands naam toevoegen |
| sanzunokawa-三途の川 | Sanzu, in de Japanse boeddhistische mythologie een rivier die overledenen na hun dood moeten oversteken om in het hiernamaals te komen |
| san'yo-参与 | adviseur; raadsman |
| san'yūkan-三遊間 | (bij honkbal) het gebied tussen de derde honkman en de korte stop |
| sao-竿 | formatie-rij van vliegende ganzen |
| sappari-さっぱり | (met ontkenning) helemaal niet; totaal niet |
| sappūkei-殺風景 | eentonigheid; smakeloosheid |
| sararīman-サラリーマン | werknemer in loondienst; (Japanse) zakenman |
| sarau-復習う | herzien; opnieuw beoordelen [leren]; herhalen (van gestudeerde materialen) |
| sarau-浚う | schoonmaken (van een put, vijver, e.d.) |
| sarisari-さりさり | (onomatopee) knisperend; ritselend; krassend; schrapend |
| saryūto-サリュート | Saljoetprogramma (een serie Russische ruimtestations) |
| sasabune-笹舟 | speelgoedbootje gemaakt van bamboebladeren |
| sasaori-笹折り | een doosje gemaakt van dungesneden hout |
| saseru-させる | (iemand) iets laten doen; toestaan |
| saseru-させる | iemand aanzetten [dwingen] om iets te doen |
| sashichigaeru-差し違える | een fout maken bij het bepalen van de winnaar (b.v. bij sumo) |
| sashigane-差し金 | een stok met een touwtje, om de handen van marionetten [bunraku poppen] te laten bewegen |
| sashihikaeru-差し控える | zich matigen; terughoudend [bescheiden] zijn; zich inhouden |
| sashikuru-差し繰る | aanpassen van een rooster, schema of tijd, zodat het je goed uit komt |
| sashimaneku-差し招く | (iemand) wenken |
| sashimawasu-差し回す | een auto sturen om iemand op te halen |
| sashimono-指し物 | schrijnwerk; meubelmakerij |
| sasshi-冊子 | brochure; folder; informatieboekje |
| sasu-さす | (iemand) iets laten doen; toestaan; veroorzaken |
| sasu-注す | markeren (van correcties, etc.) |
| sasumata-刺股 | (Edo periode) een tweetandige (maanvormige) wapenstok (om criminelen te vangen) |
| sasupensu-サスペンス | aanhoudende spanning (in een film, roman, etc.) |
| sasupuro-サスプロ | programma zonder reclame (op commerciële radio- of televisiezender) |
| sasuru-摩る | wrijven; aaien; strelen; masseren |
| sasutēningu・puroguramu-サステーニング・プログラム | programma zonder reclame (op commerciële radio- of televisiezender) |
| sateraito・sutajio-サテライト・スタジオ | een andere locatie dan de studio van waaruit men normaal de uitzendingen (voor radio of tv) verzorgt. |
| satobito-里人 | iemand uit de streek [de plaats] waar je vandaan komt; iemand uit de buurt van je ouderlijk huis |
| satsumajiru-薩摩汁 | Satsuma soep (lokale variant van misosoep met kip of varkensvlees) |
| satsumanokami-薩摩守 | een gratis ritje; iemand die gratis meerijdt |
| satsumanokami-薩摩守 | gouverneur van de Satsuma provincie |
| satsushobun-殺処分 | ruiming; het (preventief) doden [afmaken] van dieren [vee] |
| saundosukēpu-サウンドスケープ | muzikaal panorama |
| sawagasu-騒がす | irriteren; tot last zijn; hinderen; van streek maken |
| sawagu-騒ぐ | lawaai [kabaal] maken; rumoerig zijn |
| sawagu-騒ぐ | stampij [drukte] maken (om iets); luid protesteren |
| sawara-椹 | dwergcipres (Chamaecyparis pisifera) |
| sawara-鰆 | Japanse makreel (Scomberomorus niphonius) |
| sawari-触り | belangrijkste stuk [passage; climax] van een verhaal of muziekstuk |
| saya-サヤ | prijsverschil op de (financiële) markt |
| saya-鞘 | (effectenhandel, beurs) marge [verschil] bij aan- en verkoopprijs |
| sayasaya-さやさや | (onomatopee) zacht geruis; een ruisend geluid |
| sayatori-鞘取り | arbitrage; transactie die wordt uitgevoerd om te profiteren van het prijsverschil tussen verschillende leverdata en markten) |
| sayoarashi-小夜嵐 | krachtige avondwind; stormachtige wind in de nacht [avond] |
| sazare-細 | (in kanji combinaties) klein; smal |
| se-畝 | se (oude oppervlaktemaat, ca. 100²m) |
| sēbingu-セービング | het redden (van iemand) |
| sefure-セフレ | seksvriend; knuffelmaatje |
| segare-倅 | (denigrerende term voor de zoon van iemand anders, of voor een jonge man) zoon |
| sei-性 | sekse; geslacht; (grammatica) genus; gender(identiteit) |
| sei-所為 | consequentie; (iemand's) schuld; blaam; verantwoording |
| sei-正 | iets dat primair [superieur; officieel; wettelijk; origineel] is |
| sei-正 | een eenheid van getal, 10 tot de macht 40 |
| seibetsu-生別 | bij leven gescheiden; apart [gescheiden] leven; niet meer samenwonen met iemand |
| seibisuru-整備する | voorbereiden; klaar maken; uitrusten; voorzien van; onderhouden |
| seibyō-聖廟 | heilig mausoleum (in China met Confucius, in Japan met Sugawara no Michizane) |
| seichi-生地 | onbekende plek; plaats waar iemand voor het eerst komt |
| seieki-精液 | sperma |
| seigan-晴眼 | een ziende; iemand die (goed) kan zien |
| seigansha-晴眼者 | een ziende; iemand die (goed) kan zien |
| seiha-制覇 | verovering; overheersing; suprematie |
| seii-勢威 | gezag; macht; invloed |
| seiippai-精一杯 | uit alle macht; naar (iemand's) beste vermogen; zo goed mogelijk |
| seiitaishōgun-征夷大将軍 | titel gegeven aan het opperhoofd van de regerende militaire macht in de Kamakura, Muromchi en Edo perioden |
| seijika-政治家 | staatsman; politicus (m.); politica (v.) |
| seijinnohi-成人の日 | (nationale feestdag) dag van de volwassenwording (2de maandag in januari, als iemand 20 jaar wordt) |
| seijō-正常 | normaal [gewoon] zijn |
| seijo-聖女 | heilige vrouw; maagd |
| seijun-正閏 | normale jaren en schrikkeljaren |
| seika-製靴 | het vervaardigen van schoenen; het schoenmaken |
| seikabutsu-成果物 | (aan een klant) te leveren materiële of immateriële goederen of diensten (b.v. een rapport, een document, een (software)product, e.a.) |
| seikaku-政客 | politicus; staatsman |
| seikakukatsuyō-正格活用 | (taalkunde) regelmatige vervoeging (van werkwoorden) |
| seikan-精悍 | mannelijkheid; viriliteit; stoerheid; potentie |
| seiken-政権 | politieke macht; bewind; regering; kabinet; regime |
| seikenjuritsu-政権樹立 | vorming [samenstelling] van een regering; kabinetsformatie |
| seikensōdatsu-政権争奪 | strijd om de (politieke) macht |
| seikika-正規化 | normalisatie; standaardisatie |
| seikō-精巧 | verfijning; vaardigheid; precisie; vakmanschap |
| seikyaku-政客 | politicus; staatsman |
| seikyō-清興 | elegant [stijlvol] vermaak [plezier] |
| seikyō-精強 | sterk [krachtig; machtig] zijn |
| seikyū-請求 | eis; claim; vordering; aanmaning; aanvraag |
| seikyūsuru-請求する | eisen; verzoeken; vorderen; aanmanen |
| seimei-声明 | verklaring; communiqué; proclamatie |
| seimeihokengaisha-生命保険会社 | levensverzekeringsmaatschappij |
| seimen-製麺 | het maken van noedels |
| seimitsukōgyō-精密工業 | precisie-industrie (machines) |
| seimon-声紋 | stemafdruk; spraakpatroon |
| seinen-青年 | de jeugd; jongere(n); jongere generatie; een jong iemand; teenager; tiener |
| seiretsujōsha-整列乗車 | op een ordelijke manier in een rij gaan staan, voor het instappen in een trein |
| seirifujun-生理不順 | onregelmatige menstruatie |
| seiritsu-成立 | vestiging; formalisatie; verwezelijking; het onstaan |
| seirō-蒸籠 | bamboe stoommandje |
| seiryoku-勢力 | kracht; macht; energie |
| seiryokuzen’yō-勢力善用 | (judo) efficiënt [optimaal] gebruik maken van je kracht [energie] |
| seisa-性差 | geslachtsonderscheid; verschil in sekse (tussen man en vrouw) |
| seisaibō-精細胞 | spermacel |
| seisaku-政策 | beleid; politieke maatregelen |
| seisakusha-制作者 | maker; ontwikkelaar; producent |
| seisakusuru-制作する | maken; produceren; fabriceren |
| seisan-聖餐 | heilige communie; het Laatste Avondmaal; Eucharistie |
| seisankanri-生産管理 | productie management [beheer] |
| seisanki-精算機 | automaat waarmee je het te weinig of teveel betaalde bedrag van je treinkaartje kunt verrekenen |
| seisatsu-制札 | een informatiebord met verordeningen en voorschriften (bij tempels en heiligdommen) |
| seishi-精子 | sperma |
| seishi-製紙 | (het proces van) het vervaardigen [maken] van papier |
| seishibosatsu-勢至菩薩 | Mahāsthāmaprāpta, bodhisattva (die symbool staat voor de kracht van wijsheid en sterkte) |
| seishitsu-正室 | wettige echtgenote (van een edelman) |
| seishō-政商 | een zakenman met politieke contacten [invloed] |
| seishu-清酒 | Japanse (rijst) sake met een uniek aroma |
| seisō-清掃 | reiniging; schoonmaak |
| seisoku-正則 | regelmatigheid; correct [juist; regulier; gebruikelijk; normaal] zijn |
| seitai-成体 | (dierkunde) imago (volkomen ontwikkeld insect) |
| seitai-青黛 | blauw wenkbrauwpotlood; blauw pigment voor make-up (theater) |
| seitakaawadachisō-背高泡立草 | Canadese guldenroede (Solidago altissima) |
| seitan-製炭 | het maken van houtskool; houtskoolproductie |
| seitekimazohizumu-性的マゾヒズム | seksueel masochisme |
| seitō-正当 | iets dat rechtvaardig [rechtmatig; legitiem; terecht] is |
| seitsū-精通 | eerste ejaculatie (sperma) |
| seiyakugaisha-製薬会社 | farmaceutisch bedrijf |
| seiyō-整容 | het corrigeren van iemands houding [voorkomen] |
| seiyū-声優 | stemacteur (m); stemactrice (v) |
| seizōgyōsha-製造業者 | producent; fabrikant; maker |
| sekai-世界 | de maatschappij |
| sekaikan-世界観 | iemands kijk op de wereld [maatschappij]; wereldbeeld; wereldbeschouwing; maatschappijbeeld |
| sekakkō-背格好 | (iemands) lichaamsbouw; grootte; gestalte; statuur |
| sekaseru-急かせる | (iemand) opjagen; opjutten |
| sekennami-世間並み | gebruikelijke [normaal; gewoon; gemiddeld) zijn |
| seki-籍 | lidmaatschap (b.v. van een club) |
| sekigaku-碩学 | een erudiet persoon; iemand met uitgebreide kennis; een groot geleerde |
| sekihai-惜敗 | een nipte nederlaag; het met een kleine marge verliezen |
| sekisaba-関鯖 | Seki makreel (vis die wordt gevangen in de Bungo zeestraat, tussen Shikoku en Kyushu)) |
| sekishokudairiseki-赤色大理石 | rood marmer |
| sekiyuō-石油王 | oliemagnaat |
| sekkaisuru-切開する | een incisie maken; opensnijden |
| sekken-接見 | audiëntie (bij iemand hoger in rang) |
| sekkusu・furendo-セックス・フレンド | seksvriend; knuffelmaatje |
| sekoia-セコイア | kustmammoetboom (sequoia sempervirens) |
| semai-狭い | smal; nauw |
| semakimon-狭き門 | (Mat. 7: 13-14) nauwe poort (tot de religieuze waarheid) |
| semantikkusu-セマンティックス | semantiek; betekenisleer |
| semantikku・anarishisu-セマンティック・アナリシス | semantische analyse |
| seme-責め | pijniging; marteling; foltering |
| semegu-鬩ぐ | ruzie maken; bekvechten; onenigheid hebben |
| semeru-責める | met volle inzet [uit alle macht] iets doen |
| semeru-責める | kwellen; martelen |
| semeru-責める | [iemand, iets] de schuld geven; veroordelen |
| semesainamu-責め苛む | mishandelen; martelen; pijnigen; kwellen |
| semikoron-セミコロン | puntkomma ( ; ) |
| sen-撰 | het maken [componeren] van poëzie |
| senbin-先便 | (iemands) vorige [laatste] brief [bericht; post] |
| senbyōshisha-戦病死者 | iemand die door ziekte aan het front overlijdt |
| sendai-先代 | voorganger; de voormalige [vorige] persoon |
| sendan-専断 | eigenmachtigheid; willekeurigheid |
| sendeki-洗滌 | schoonmaak; reiniging; het wassen |
| sendekisuru-洗滌する | schoonmaken; reinigen; wassen |
| sendō-船頭 | stuurman; kapitein; schipper; veerman |
| sendo-鮮度 | mate van versheid (m.n. van voedsel) |
| sengaku-先学 | (voormalige) geleerden [wetenschappers; professoren] uit het verleden |
| sengetsu-先月 | vorige maand; verleden maand |
| sengyōshufu-専業主夫 | huisman; thuisblijvende echtgenoot (van werkende vrouw) |
| seninshitsu-船員室 | scheepsruimte [scheepsvertrek] voor de bemanning |
| senjin-先人 | voorouder(s); voorloper; iemand uit de (klassieke) oudheid |
| senjō-洗浄 | schoonmaak; reiniging |
| senjōsuru-洗浄する | schoonmaken; reinigen; wassen |
| senka-泉下 | het hiernamaals; de onderwereld; Hades |
| senka-遷化 | overgang; transformatie |
| senkeidōbutsu-線形動物 | rondworm (Nematoda) |
| senkō-先皇 | de vorige [voorgaande; voormalige} koning |
| senkō-繊巧 | zorgvuldig vakmanschap |
| senkoku-宣告 | (van een ziekte door een dokter) bekendmaking; afkondiging; verklaring |
| senkyū-選球 | bij honkbal, de keuze een slag of wijd te slaan door een slagman |
| senmyōtai-宣命体 | schriftsysteem uit de Nara- (710–794) en vroege Heian-periode (794–1192) (met kleinere karakters voor grammaticale elementen dan voor lexicale) |
| sennin-仙人 | kluizenaar; iemand die de wereld van bekommeringen e.d. achter zich heeft gelaten |
| sennō-先王 | de vorige [voorgaande; voormalige} koning |
| sennyū-潜入 | (astronomie) het verschijnsel dat een vaste ster of planeet zich achter de maan begeeft |
| senpu-先夫 | ex-man; ex-echtgenoot; voormalige echtgenoot |
| senpu-先婦 | ex-vrouw; ex-echtgenote; voormalige echtgenote |
| senseiryoku-潜勢力 | innerlijke [latente] kracht; potentiële macht |
| sensen-先占 | voormalig bezit; de voormalige eigenaar zijn |
| senshafuda-千社札 | votief kaart [strook; aanplakbiljet] in klein formaat (achtergelaten na een bezoek aan een heiligdom) |
| senshi-先師 | iemands oude [voormalige] professor [leraar] |
| senshitibu・aitemu-センシティブ・アイテム | een (import)gevoelig product (waarvan de invoer kan worden beperkt of verboden wanneer er risico bestaat dat de binnenlandse markt verstoord wordt) |
| senshō-先勝 | (volgens de oude maankalender) de dagen die in de ochtend als geluksdagen worden aangemerkt, maar in de middag als ongeluksdagen |
| sensho-選書 | boekselectie (van één auteur, of thematisch gekozen) |
| senshu-僭主 | usurpator; onwettige heerser; iemand die zich met geweld de keizerstroon toe-eigent |
| senshu-選手 | speler; sportman; sportvrouw; deelnemer |
| senshuken-選手権 | voorselectie kwalificatie van een atleet [sportman/-vrouw] (voor internationale competities e.d.) |
| senshutsu-選出 | selectie [verkiezing; keuze] (van iets of iemand uit een verzameling) |
| sensu-センス | (goede) smaak; gevoel (voor) |
| sentai-戦隊 | (marine) eskader; smaldeel |
| sentai-船隊 | marine; zeemacht |
| sentakki-洗濯機 | wasmachine |
| sentakuki-洗濯機 | wasmachine |
| sentanzairyō-先端材料 | hoogwaardige [geavanceerde] materialen |
| sentā・pōru-センター・ポール | centrale vlaggenmast |
| sentetsu-先哲 | oude [vroegere] wijze man [wijsgeer] |
| sento・mārchintō-セント・マーチン島 | Sint Maarten (eiland van de Kleine Antillen in de Caraïbische Zee) |
| senzai-洗剤 | (af)wasmiddel; schoonmaakmiddel |
| sen'in-船員 | (van een schip) bemanning; bemanningslid |
| sen'ō-先王 | de vorige [voorgaande; voormalige} koning |
| sen'yū-戦友 | strijdmakker; wapenbroeder; krijgsmakker |
| separētā-セパレーター | iemand [iets] dat scheidt; afscheider; afscheidingstoestel; centrifugaal machine |
| sepia-セピア | zwartbruine verf (gemaakt met inktvis-inkt) |
| seppitsu-拙筆 | matig [slecht; onbekwaam] handschrift |
| seppō-説法 | vermaning; terechtwijzing |
| sērā-セーラー | zeeman; matroos |
| serāzu・māketto-セラーズ・マーケット | verkopersmarkt |
| sērā・karā-セーラー・カラー | matrozenkraag |
| serifu-台詞 | iemands woorden [opmerkingen] |
| seriichi-競り市 | veilingmarkt |
| serufu・kontorōru-セルフ・コントロール | automatische bediening [besturing] (van een machine of apparaat) |
| seseru-挵る | een kleine beweging telkens maar blijven herhalen (b.v. met een potlood tegen een tafel tikken) |
| sessaku-切削 | het snijden (van metaal en andere materialen) |
| sessen-雪山 | de Himalaya; het Himalaya gebergte |
| sesshoku-節食 | matigheid; het weinig eten |
| sesshokusuru-接触する | aanraken; aantikken; contact maken; in contact komen (met) |
| sesshokusuru-節食する | matig [weinig] eten |
| setsuaku-拙悪 | inferioriteit lage [slechte] kwaliteit; slechte situatie [smaak] |
| setsubi-設備 | uitrusting; voorzieningen; fasciliteiten; materieel |
| setsubitōshi-設備投資 | kapitaalinvestering; investering in outillage [machinerie; apparatuur] |
| setsubun-節分 | Setsubun festival (laatste dag van de winter in de maankalender, 3 a 4 febr.; met het ritueel van bonen strooien om boze geesten weg te jagen) |
| setsudo-節度 | gematigdheid; matiging; standaard; norm; regel(s) |
| setsugetsuka-雪月花 | de maan, sneeuw, en bloemen (de schoonheid van alle seizoenen) |
| setsuyu-説諭 | waarschuwing; vermaning; berisping; verwijt |
| setsuzan-雪山 | de Himalaya; het Himalaya gebergte |
| setsuzokusuru-接続する | verbinden; aansluiten; samenvoegen; vastmaken |
| settokyō-窃盗狂 | kleptomaan |
| setto・sukuramu-セット・スクラム | (rugby) scrum (na het commando: set, mogen de spelers inkomen) |
| shaberukaa-シャベルカー | graafmachine; shovel |
| shafu-車夫 | de man die een riksja trekt |
| shafuto-シャフト | as; drijfas (in machines) |
| shageki-射撃 | (artillerie)beschieting (zoals vanaf marineschepen e.d.) |
| shahon-写本 | een (geschreven) manuscript; kopie van een boek |
| shaikaitsūnen-社会通念 | algemeen (maatschappelijk) geaccepteerde ideeën en waarden |
| shaka-釈迦 | Shakyamuni; Siddhartha Gautama; Boeddha |
| shakai-社会 | maatschappij; samenleving; gemeenschap; wereld; kring |
| shakaiaku-社会悪 | sociale misstanden; maatschappelijke problemen |
| shakaifuan-社会不安 | sociale ]maatschappelijke] onrust |
| shakaifukushi-社会福祉 | maatschappelijk werk; welzijnswerk; bijstand |
| shakaifukushishi-社会福祉士 | maatschappelijk werker; sociaal werker |
| shakaijigyō-社会事業 | sociale voorzieningen; maatschappelijk werk; welzijnszorg |
| shakaika-社会科 | sociale wetenschappen; maatschappijleer |
| shakaikiban-社会基盤 | sociale infrastructuur (basis van de maatschappij) |
| shakaikōgaku-社会工学 | social engineering (het met technische middelen misbruik maken van menselijke zwakheden door criminelen) |
| shakaikyōiku-社会教育 | sociaal [maatschappelijk] onderwijs; educatieve activiteiten buiten de school (b.v. in musea, bibliotheken, e.d.) |
| shakaimondai-社会問題 | maatschappelijk probleem [vraagstuk]; sociale kwestie |
| shakaiteki-社会的 | maatschappelijk; sociaal |
| shakaitekihiyō-社会的費用 | (economie) maatschappelijke kosten |
| shakaiundō-社会運動 | een sociale [maatschappelijke] beweging |
| shakishaki-しゃきしゃき | (onomatopee) knisperend; knapperig (van verse groenten) |
| shakitto-しゃきっと | (onomatopee) knisperend; krokant; knapperig |
| shakitto-しゃきっと | (onomatopee) verfrissend; zuiver; netjes; stijlvol |
| shakkanhō-尺貫法 | traditioneel Japans meetsysteem van lengtematen (shaku) en gewichten (kan) |
| shako-蝦蛄 | bidsprinkhaankreeft (Stomatopoda) |
| shakōjirei-社交辞令 | diplomatiek [vleiend] taalgebruik |
| shakudo-尺度 | ijkmaat; maatstaf; meetlat; standaard; |
| shamanizumu-シャマニズム | sjamanisme |
| shāmanizumu-シャーマニズム | shamanisme |
| sharuman-シャルマン | bekoorlijk; charmant; aardig |
| shasairyūtsūshijō-社債流通市場 | distributiemarkt voor bedrijfsobligaties |
| shashinshokujiki-写真植字機 | fotografische (letter)zetmachine [letterdruk-machine] |
| shatei-射程 | reikwijdte (van kracht, macht, vermogen, e.d.) |
| shea-シェア | marktaandeel |
| shēma-シェーマ | schema; plan; model |
| sherupa-シェルパ | sherpa (berggids in de Himalaya) |
| shi-シ | zevende noot in de majeurtoonladder |
| shi-秭 | een eenheid van getal, 10 tot de macht 24 |
| shi-誌 | (afk. voor) tijdschrift; magazine |
| shiageru-仕上げる | afmaken; afhandelen; voltooien |
| shian-私案 | iemands (persoonlijke) plan [voorstel] |
| shiatsu-指圧 | shiatsu; acupressuur (een massagetherapie waarbij men met vingers en handpalmen druk uitoefent op bepaalde plekken van het lichaam) |
| shibagaki-柴垣 | eenvoudige omheining gemaakt van geweven kreupelhout |
| shibai-芝居 | toneelstuk; drama; show |
| shibakari-芝刈り | het maaien van een gazon; grasmaaien |
| shibakariki-芝刈機 | grasmaaier; grasmaaimachine; grasmachine |
| shibashiba-屢 | vaak; regelmatig; herhaald |
| shibetsu-死別 | door de dood gescheiden; iemand verliezen door de dood |
| shibirenamazu-痺れ鯰 | siddermeerval (Malapterurus electricus) |
| shibireru-痺れる | gevoelloos worden; het slapen van ledematen (tintelend gevoel door beknelling) |
| shibori-絞り | (fotografie) diafragma; lensopening |
| shiboriageru-絞り上げる | iemand afpersen [onder druk zetten] |
| shiboriageru-絞り上げる | de stem verheffen; iemand uitschelden |
| shiboru-絞る | een uitbrander [berisping] geven; tekeergaan tegen iemand |
| shibugaki-渋柿 | astringente kaki (een kakisoort met hoog gehalte aan tannine, waardoor ze bitter smaken, en langer moeten rijpen om eetbaar te worden) |
| shibui-渋い | bitter; scherp (van smaak) |
| shibumi-渋み | wrange [bittere; scherpe] smaak |
| shichigatsu-七月 | juli (de 7de maand) |
| shichihenge-七変化 | (andere naam voor) de wisselbloem (Lantana camara) |
| shichihenge-七変化 | (andere naam voor) de Japanse hortensia (Hydrangea macrophylla) |
| shichiku-紫竹 | (een andere naam voor) de gemarmerde bamboe (Chimonobambusa marmorea) |
| shichishichinichi-七七日 | de 49ste dag na iemands overlijden |
| shichishichinichi-七七日 | ceremonie op de 49ste dag na iemands overlijden |
| shichishō-七生 | zeven wedergeboorten; zeven maal herboren worden |
| shichiyō-七曜 | de zeven hemellichamen Mars, Mercurius, Jupiter, Venus, Saturnus, zon en maan) |
| shichōritsu-視聴率 | kijkcijfer; waarderingscijfer (van tv-programma's) |
| shichūkinri-市中金利 | geldmarktrente; open marktrente |
| shidaigaki-次第書き | geschreven [gedrukt] programma |
| shiden-紫電 | gevechtsvliegtuig van de voormalige Keizerlijke Japanse Marine |
| shidō-始動 | start; activering, het starten [opstarten] van iets (motor; machine, etc.) |
| shidō-斯道 | het goede [rechtvaardige] pad; de menselijke manier [aanpak] |
| shidoku-死毒 | ptomaïne vergiftiging |
| shidōkyōyu-指導教諭 | een leraar die niet alleen lesgeeft aan scholieren en studenten, maar ook andere leraren begeleidt |
| shifuku-私服 | een politieman in burger |
| shifuto-シフト | dienst; ploeg; werkschema |
| shigatsu-四月 | april (de 4de maand) |
| shigei-至芸 | volmaakte [perfecte; meesterlijke; onovertroffen] uitvoering [kunst] |
| shigeki-史劇 | historiestuk; historisch drama [toneelstuk] |
| shigeki-詩劇 | versdrama; poëtisch drama [toneelstuk] |
| shigeshige-繁繁 | heel vaak; frequent; regelmatig; herhaaldelijk |
| shigyaku-弑逆 | het doden (door iemand) van zijn vader [meester; heer] |
| shihainin-支配人 | manager; beheerder |
| shihanki-四半期 | kwartaal; een kwart jaar (3 maanden) |
| shihasu-師走 | december (de 12de maand in maan- en zonnekalender) |
| shihō-仕法 | methode; manier |
| shihō-司法 | justitie; de rechterlijke macht |
| shihōken-司法権 | de rechterlijke [rechtsprekende] macht (één van de drie machten van de staat) |
| shihonshijō-資本市場 | kapitaalmarkt |
| shihyō-師表 | iemand met een voorbeeldfunctie |
| shii-恣意 | willekeurigheid; eigenmachtigheid; eigenzinnigheid |
| shiigyaku-弑逆 | het doden (door iemand) van zijn vader [meester; heer] |
| shiira-シイラ | (Coryphaena hippurus) goudmakreel; dolphinfish; mahimahi; dorado |
| shiireru-仕入れる | iets leren; eigen maken |
| shiji-師事 | bij iemand studeren; onder iemands leiding iets leren |
| shijikiban-支持基盤 | iemands achterban [politieke machtsbasis] |
| shijin-至人 | iemand die de geheimen van Tao heeft doorgrond |
| shijō-市場 | markt (als economisch concept) |
| shijōchōsa-市場調査 | marktonderzoek |
| shijōkainyū-市場介入 | marktinterventie |
| shijōkakaku-市場価格 | marktwaarde; koerswaarde; marktprijs |
| shijōkeizai-市場経済 | markteconomie |
| shijōkinrirendōgatayokin-市場金利連動型預金 | aan de marktrente gekoppelde deposito; deposito tegen marktrente |
| shijōsen'yūritsu-市場占有率 | marktaandeel |
| shijōshinri-市場心理 | marktsentiment; stemming onder de deelnemers aan de aandelenmarkt |
| shijōshōheki-市場障壁 | drempel voor toetreding tot de markt; marktbarrière |
| shijōteitai-市場停滞 | stagnatie van de markt |
| shijūkunichi-四十九日 | de negenenveertigste dag na iemands overlijden (de dag dat de herdenkingsbijeenkomst gehouden wordt) |
| shika-市価 | marktprijs |
| shikake-仕掛け | truc; tactiek; manipulatie; openingszet |
| shikamettsura-顰めっ面 | grimas; fronzen gezicht |
| shikan-止観 | (afkorting van makashikan) Mohe Zhiguan, een belangrijke Chinese boeddhistische tekst |
| shikanominarazu-然のみならず | niet alleen ... maar ook |
| shikashi-然し | maar; echter |
| shikashinagara-然しながら | echter; desalniettemin; maar toch |
| shikata-仕方 | manier van doen; handelwijze |
| shikatabanashi-仕方話 | gesticulatie; het praten en tegelijk gebaren maken; spreken met veel lichaamstaal |
| shikei-紙型 | een gietvorm van papier-maché |
| shiki-指揮 | commando; supervisie; leiding |
| shikiji-式次 | programmering [programma; volgorde] van ceremonies [rituelen] |
| shikijōkyō-色情狂 | erotomanie; hyperseksualiteit; abnormaal seksueel verlangen |
| shikikan-指揮官 | (leger)aanvoerder; commandant |
| shikikan-指揮艦 | commandoschip |
| shikinseki-試金石 | toetssteen; maatstaf; criterium |
| shikirini-頻りに | vaak; herhaaldelijk; regelmatig |
| shikisha-指揮者 | leider; commandant; directeur |
| shikisokuzekū-色即是空 | vorm [materie] is leegte (boeddhisme); alles is ijdelheid |
| shikiten-式典 | ceremonie; formaliteit(en) |
| shikkei-失敬 | pardon; sorry; groet van degene die weggaat (gebruikt meestal door mannen) |
| shikken-執権 | (Kamakura-periode) regent [toezichthouder] voor de shogun |
| shikkōyaku-執行役 | uitvoerend functionaris [bestuurder; manager] (belast met de bedrijfsvoering) |
| shikō-至高 | suprematie; overmacht; superioriteit |
| shikokuhachijūhakkasho-四国八十八箇所 | de 88 tempels van de Shikoku pelgrimage |
| shikōyōshiki-思考様式 | manier van denken; denkpatroon; gedachtegang |
| shikyō-市況 | marktconjunctuur; marktomstandigheden |
| shikyū-死球 | (honkbal) hit by pitch (de slagman wordt direct geraakt door de worp van de pitcher) |
| shimaaji-縞鰺 | Nieuw-Zeelandse horsmakreel |
| shimau-仕舞う | (voorafgegaan door een werkwoord in de te-vorm) (iets) afronden [helemaal afmaken] (vaak met de connotatie dat het helaas niet meer |
| shimeidasha-指名打者 | (honkbal) aangewezen slagman |
| shimen-死面 | dodenmasker |
| shimeru-閉める | dichtdoen; dicht maken; sluiten; beëindigen |
| shimi-衣魚 | zilvervisje (insect: Lepisma saccharina) |
| shimogoe-下肥 | mest (gemaakt van menselijke uitwerpselen) |
| shimojimo-下下 | mensen met een lage status; het gewone volk; de massa; de lagere klassen van de samenleving |
| shimote-下手 | het onderste deel; stroomafwaarts (rivier) |
| shinachiku-支那竹 | gekookte, en daarna gedroogde of ingemaakte bamboescheuten (na geweekt te zijn in water worden ze gebruikt in Chinese gerechten) |
| shinadareru-撓垂れる | tegenaan leunen; zich tegen iemand aanvlijen [aankruipen] |
| shinbutsu-神物 | bovenzinnelijk [transcendent] voorwerp (met verborgen krachten); talisman |
| shinchō-伸張 | uitbreiding (van macht, invloed; handel, etc.); uittrekking; verlenging |
| shinema-シネマ | cinema; bioscoop |
| shinemasukōpu-シネマスコープ | cinemascope |
| shinerama-シネラマ | cinerama; breedbeeldfilm |
| shinesuko-シネスコ | cinemascope |
| shine・mōdo-シネ・モード | cinematografische modus |
| shingai suru-侵害する | schenden; inbreuk maken (op); overtreden |
| shingari-殿 | achterhoede; achterste; de laatste in een formatie [hiërarchie] |
| shingeki-新劇 | nieuw [Westers] soort theater [toneel]; nieuwe manier van acteren |
| shingeki-進撃 | (leger) opmars; aanval; bestorming |
| shingekisuru-進撃する | (de vijand) aanvallen; bestormen; opmarcheren |
| shingetsu-新月 | nieuwe maan |
| shingon-真言 | mantra; het ware woord |
| shingōtō-信号塔 | zendmast; seintoren |
| shingun-進軍 | opmars; het oprukken (van een leger) |
| shinigami-死に神 | de (personificatie van de) dood; Magere Hein; de man met de zeis |
| shinitai-死に体 | hopeloze situatie [positie]; toestand waarin een individu [organisatie] verzwakt [aangeschoten wild] is en zijn macht heeft verloren |
| shinizokonai-死に損ない | oude sukkel; seniele oude man |
| shinjin-新人 | cro-magnonmens; moderne Homo sapiens |
| shinjin-神人 | een nobel [goddelijk] persoon; iemand met spirituele krachten |
| shinkenzai-新建材 | synthetisch bouwmateriaal (plastic, vinyl, etc.) |
| shinkiitten-心機一転 | van standpunt [gedachten] veranderen; een nieuwe start maken |
| shinkisannyū-新規参入 | nieuwe (markt)toetreding; voor het eerst toetreden tot (de markt of een beroep) |
| shinkisannyūsha-新規参入者 | nieuwkomer (op de markt of in een beroep) |
| shinkū-心空 | (boeddh.) geest in volmaakte leegheid |
| shinkyo-新居 | iemands nieuwe huis [woning] |
| shinkyōshōsetsu-心境小説 | psychologische roman |
| shinmei-神明 | (erenaam voor) Amaterasu Omikami |
| shinmichi-新道 | een smal pad [smalle weg, straat] tussen woonhuizen |
| shinneko-しんねこ | een tête-à-tête (tussen een man en een vrouw) |
| shinodake-篠竹 | kleine bamboesoort (met smalle bladeren) |
| shinpa-新派 | shinpa drama (nieuwe stroming in theater) |
| shinpageki-新派劇 | seinpa drama (nieuwe stroming in theater) |
| shinpaisuru-心配する | zich zorgen maken; ongerust zijn |
| shinpangaisha-信販会社 | kredietbedrijf; kredietmaatschappij |
| shinpatsu-進発 | start; begin; opmars |
| shinpatsusuru-進発する | starten; vertrekken; op weg gaan; opmarcheren |
| shinpu-神符 | amulet; talisman |
| shinpuku-心腹 | het vertrouwen; iemand die je volledig vertrouwt |
| shinpuku-臣服 | leenmanschap; ondergeschiktheid; onderworpenheid; vazal zijn |
| shinrishōsetsu-心理小説 | psychologische roman |
| shinseibutsu-新生物 | neoplasma; tumor |
| shinseki-真跡 | iemands (persoonlijk) handschrift |
| shinshi-進士 | (Oud China) iemand die is geslaagd voor een examen om in overheidsdienst te treden |
| shinshi-進士 | (Nara-Heian periode in Japan) iemand die na een overheidsexamen in het Ministerie van Riten en Ceremoniën wordt toegelaten |
| shinsho-新書 | paperback uitgave van een (m.n. non-fiction) boek (in het B6 shinsho-formaat) |
| shinshoban-新書判 | standaard Japans papierformaat (103 x 182 mm) |
| shinshōbōdai-針小棒大 | overdrijving; van een mug een olifant maken |
| shinshutsu-進出 | voortgang; opmars; vooruitgang |
| shinsotsu-新卒 | een pas [recent] afgestudeerd iemand; iemand die net zijn (school, universiteit, etc.) opleiding heeft voltooid |
| shinsozai-新素材 | hoogwaardige materialen |
| shintekigaishōgosutoresushōgai-心的外傷後ストレス障害 | (PTSS) posttraumatisch stresssyndroom; posttraumatische stressstoornis (PTSD, post-traumatic stress disorder) |
| shintō-新刀 | een zwaard gemaakt na 1615 |
| shinto・māruten-シント・マールテン | Sint Maarten (eiland van de Kleine Antillen in de Caraïbische Zee) |
| shinto・mārutentō-シント・マールテン島 | Sint Maarten (eiland van de Kleine Antillen in de Caraïbische Zee) |
| shinzōmassāji-心臓マッサージ | hartmassage |
| shin'uchi-真打ち | belangrijkste verhalenverteller [conferencier] in Japans (rakugo of manzai) theater |
| shin'yōtorihiki-信用取引 | krediettransactie; margehandel (beleggen met geleend geld) |
| shin'yu-新湯 | (schoon heet water voor) een bad (waar nog niemand in heeft gezeten) |
| shiokagen-塩加減 | (mate van) zoutheid; op smaak gebracht met de juiste hoeveelheid zout |
| shioke-塩気 | zoute [zoutige] smaak |
| shion-四恩 | (boeddh.) de vier verplichtingen, jegens je ouders, de vorst, alle levende wezens, en de drie boeddhistische schatten (Boeddha, Dharma en Sangha) |
| shiorido-枝折り戸 | een tuinpoortje [hekje] gemaakt van (in elkaar gevlochten) takken of bamboe |
| shippe-竹篦 | een tik (geven) met de wijsvinger en middelvinger op iemands hand [pols] |
| shippei-竹篦 | een tik (geven) met de wijsvinger en middelvinger op iemands hand [pols] |
| shippitsu-執筆 | (in kalligrafie) de manier waarop een schrijfpenseel wordt vastgehouden |
| shippitsu-執筆 | het (handmatig) schrijven; het schrijven van zinnen, verslagen, e.d. |
| shirabyōshi-白拍子 | maiko; geisha |
| shiraneaoi-白根葵 | (plant) Glaudicium palmatum |
| shirashimeru-知らしめる | bekendmaken |
| shirei-司令 | bevelhebber; commandant |
| shireifune-司令船 | (van een ruimteschip) commando module; bemanningscompartiment |
| shireikan-司令官 | bevelhebber; commandant |
| shiremono-痴れ者 | idioot; dwaas; mafkees; domoor |
| shiriau-知り合う | kennismaken; (iem.) leren kennen |
| shīringu-シーリング | plafond; zoldering; bovengrens; hoogtegrens; maximum |
| shīringuhōshiki-シーリング方式 | maximum prijsregeling; preferentieel tariefstelsel |
| shirinuke-尻抜け | het dingen niet af maken; halfslachtigheid |
| shirisubomari-尻窄まり | het (van breed naar smal) uitlopen; spits toelopen |
| shiriusu-シリウス | de ster Sirius (alpha Canis Majoris, ook wel Hondsster genoemd |
| shirizokeru-退ける | iemand uit zijn ambt [positie] zetten |
| shiroboshi-白星 | witte (markerings)ster (☆); witte stip (○) |
| shirokuban-四六判 | standaard Japans papierformaat (127 x 188 mm, het was oorspronkelijk papier van 788 x 1091 mm, dat in 1/32 werd gesneden) |
| shirokujira-白鯨 | de witte baleinen van de grijze walvis (worden gebruikt als knutselmateriaal) |
| shirokuma-白熊 | ijsbeer; poolbeer (Ursus maritimus) |
| shirouto-素人 | amateur; leek; beginneling |
| shirubāshijō-シルバー市場 | markt [verkoop] (met producten) gericht op de ouderen |
| shirubā・māketto-シルバー・マーケット | markt [verkoop] (met producten) gericht op de ouderen |
| shīrudokōhō-シールド工法 | schild methode (constructiemethode voor het boren van tunnels, met een tunnelboormachine) |
| shiryō-史料 | historische materialen [verslagen; bronnen]; archief |
| shiryō-資料 | materiaal; gegevens; bronnen |
| shiryōhensan-史料編纂 | bundeling, samenvoeging historisch materiaal |
| shisaku-施策 | maatregel; beleid |
| shisei-私製 | door particulieren [particulieren bedrijven; organisaties] gemaakt [vervaardigd] |
| shiseki-咫尺 | ontmoeting met [audiëntie bij] iemand van hoge status |
| shīshī-シーシー | afschrift aan emailadres (cc) |
| shishō-四生 | (boeddh.) de vier manieren van geboren worden (foetale geboorte (levendbarend); eiboorte (eierleggend), natte geboorte (uit vocht), en transformatie) |
| shishōsetsu-私小説 | ik-roman |
| shishusuru-死守する | zich wanhopig verdedigen; verdedigen met je leven; verdedigen tot de laatste man |
| shisō-死相 | de schaduw des doods (op iemand's gezicht); doodsblik |
| shisō-詞藻 | iemand die goed is in poëtisch taalgebruik |
| shisokonau-為損なう | falen; een fout maken; blunderen; ergens een puinhoop van maken |
| shisoku-子息 | de zoon (van iemand anders); zijn [haar] zoon; jouw [uw] zoon |
| shisonjiru-仕損じる | falen; een fout maken; blunderen; ergens een puinhoop van maken |
| shisseki-叱責 | berisping; verwijt; reprimande |
| shisshin-失神 | flauwte; onmacht; bezwijming; katzwijm |
| shisshin-湿疹 | eczeem [eczema]; dermatitis |
| shisso-質素 | eenvoud; soberheid; matigheid; bescheidenheid |
| shisutemachikku-システマチック | systematisch; stelselmatig |
| shisutemu・anarishisu-システム・アナリシス | systeemanalyse |
| shisutemu・hausu-システム・ハウス | een bedrijf dat op maat gemaakte software en kant-en-klare systemen voor klanten ontwikkelt en verkoopt |
| shitagoshirae-下拵え | ingrediënten klaarmaken voor het eten; voorbereidingen voor het koken; het voorkoken |
| shitai-肢体 | armen en benen; ledematen |
| shitajita-下下 | mensen met een lage status; het gewone volk; de massa; de lagere klassen van de samenleving |
| shitame-下目 | het op iemand neerkijken; verachting |
| shitashimu-親しむ | iemand goed leren kennen; bevriend zijn [worden] met; op vriendschappelijke voet staan met; vertrouwd raken met |
| shitatameru-認める | (zich) voorbereiden; zich klaarmaken; regelen |
| shitatameru-認める | nuttigen; eten; de maaltijd gebruiken |
| shitatsuzumi-舌鼓 | het smakken (bij eten) |
| shitau-慕う | verlangen [smachten] naar; adoreren; verliefd zijn op; veel houden van |
| shitauchi-舌打ち | gesmak (tijdens het eten) |
| shitazaya-下鞘 | lagere marktprijs (voor aandelen) |
| shitei-使丁 | concierge; klusjesman |
| shitekiyuibutsuron-史的唯物論 | het historisch materialisme |
| shiteyaru-為て遣る | (iemand anders) te slim af zijn; misleiden; om de tuin leiden; foppen |
| shiti・manējāseido-シティ・マネージャー制度 | (city-manager government) gemeenteraadsbestuur |
| shitoyaka-淑やか | beleefd; welgemanierd; verfijnd; elegant; damesachtig |
| shitsuji-執事 | (Kamakura periode) regent in het shogunaat |
| shitsuji-執事 | (Muromachi periode) plaatsvervangend functionaris voor de shogun |
| shitsukoi-しつこい | zwaar (van voedsel); schreeuwerig (van kleur); rijk (van smaak) |
| shitsurei-失礼 | onbeleefdheid; ongemanierdheid; onhoffelijkheid |
| shitsuryō-質量 | massa; hoeveelheid |
| shitsuryōbunsekihō-質量分析法 | massaspectrometrie |
| shitsuryōsū-質量数 | massagetal |
| shittakaburi-知ったかぶり | het veinzen [voorwenden] (dat men alles weet of helemaal op de hoogte is) |
| shitten-失点 | (in een spel of wedstrijd) een verloren punt; een punt dat men zomaar weggeeft |
| shiwabara-皺腹 | het seppuku plegen; een oude man die seppuku pleegt |
| shiwabara-皺腹 | gerimpelde buik; de buik van een oude man |
| shiwasu-師走 | december (de 12de maand in maan- en zonnekalender) |
| shiyō-使用 | gebruik; toepassing; gebruikmaking (van iets of iemand) |
| shiyōzumi-使用済み | (reeds) gebruikt [opgemaakt] |
| shiyū-雌雄 | de twee seksen [geslachten]; man en vrouw |
| shiyūdōtai-雌雄同体 | hermafroditisme |
| shiyūmozaiku-雌雄モザイク | (biologie) gynandromorfisme (dieren die uiterlijk sterk op een mannetje lijken, maar toch een vrouwtje zijn) |
| shizai-資材 | (grond)stof; materiaal |
| shī・dī-シー・ディー | Corps Diplomatique |
| shī・dī-シー・ディー | (cash dispenser) geldautomaat; pinautomaat |
| shī・dīshijō-シー・ディー市場 | CD-markt |
| shī・emu-シー・エム | (customer management) klantenbeheer; relatiebeheer |
| shī・emu-シー・エム | (contract manufacturer) onderaannemer |
| shī・emu-シー・エム | (construction management) bouwmanagement |
| shī・emu-シー・エム | (court martial) militaire rechtbank; krijgsraad |
| shī・esu-シー・エス | (convenience store) gemakswinkel |
| shī・ē・tī・bui-シー・エー・ティー・ブイ | (community antenna television) kabeltelevisie (gebruikmakend van coaxiale kabels of optische vezelkabels) |
| shī・ō・ī-シー・オー・イー | (centre of excellence) een excellent onderzoekscentrum (zoals, o.a. Massachusetts Institute of Technology, het Max Planck Instituut in Duitsland) |
| shī・yū・ai-シー・ユー・アイ | (character user interface) gebruikersinterface die gebruik maakt van tekst om opdrachten en informatie weer te geven bij computerbewerkingen |
| shō-升 | shō (traditionele inhoudsmaat, ca. 1,8 liter) |
| shōbainin-商売人 | koopman; handelaar; winkelier |
| shōbō-消防 | brandweer; afkorting voor brandweerman [brandweervrouw] of brandweerwagen |
| shōbōshi-消防士 | brandweerman; brandweervrouw |
| shōbōshoin-消防署員 | brandweerman; brandweervrouw |
| shochi-処置 | maatregel; regeling; afhandeling |
| shōchū-掌中 | iemands eigendom; bezittingen |
| shōchū-掌中 | de (palm van) iemands hand |
| shōchū-焼酎 | shōchū, Japanse alcoholische drank (gemaakt van o.a. rijst, zoete aardappel, bruine suiker) |
| shōchūhaibōru-焼酎ハイボール | shochu highball, Japanse cocktail (oorspronkelijk shōchū met koolzuurhoudend water en citroen, tegenwoordig ook met wodka en in allerlei smaken) |
| shōdō-衝動 | aanzetting [aansporing] (aan iemand om iets te doen) |
| shōfū-正風 | correcte haiku-stijl (de stijl van Matsuo Bashō) |
| shōfū-蕉風 | correcte haiku-stijl (de stijl van Matsuo Bashō) |
| shōfūtei-正風体 | correcte haiku-stijl (de stijl van Matsuo Bashō) |
| shōgaikyōiku-生涯教育 | permanente educatie; levenslange leergang |
| shogaku-初学 | iemand die voor het eerst studeert; iemand die begint met leren |
| shōgun-将軍 | shogun; groot opperbevelhebber; legerleider; generaal; veldheer (met tijdelijk mandaat van de keizer) |
| shōhintorihikishohō-商品取引所法 | Wet op de goederenmarkt |
| shōhon-正本 | manuscript; originele tekst |
| shōji-障子 | traditionele Japanse schuifdeur gemaakt van een houten raamwerk met (rijst)papier |
| shojo-処女 | een ongetrouwde vrouw; maagd; oude vrijster |
| shōjo-少女 | (jong) meisje; jonge vrouw; maagd |
| shojoenzetsu-処女演説 | maidenspeech (eerste redevoering als volksvertegenwoordiger) |
| shojokaitai-処女懐胎 | maagdelijke geboorte (van Christus) |
| shojoshuppan-処女出版 | iemands eerste publicatie; debuutwerk |
| shojun-初旬 | de eerste tien dagen van de maand |
| shōka-商家 | koopmansfamilie |
| shōka-昇華 | sublimatie (een chemisch proces waarbij een stof van vaste fase direct overgaat naar gasvormige fase) |
| shōka-消化 | het opnemen [verwerken] van informatie; absorptie; voltooiing |
| shōkai-商会 | handelsfirma; handelsonderneming; handelsmaatschappij |
| shōkaiki-哨戒機 | (landmacht, marine) verkenningsvliegtuig; patrouillevliegtuig |
| shōkaisha-紹介者 | een persoon die iemand [iets] introduceert |
| shokansen-初感染 | primaire besmetting [infectie] |
| shōkaseikaiyō-消化性潰瘍 | maagzweer; ulcus pepticum |
| shōkei-小径 | smalle weg; smal pad; paadje; weggetje; straatje; steegje |
| shokkan-食間 | tijd tussen de maaltijden |
| shokken-職権 | gezag; macht |
| shokkenran'yō-職権乱用 | machtsmisbruik |
| shokkenran'yō-職権濫用 | machtsmisbruik |
| shokki-織機 | weefgetouw; weefmachine |
| shōkō-商工 | handelaar en ambachtsman |
| shōkō-将校 | officier (in het leger, de marine of de luchtmacht) |
| shoko-書庫 | boekenopslagruimte; magazijn (b.v. in een bibliotheek); archief |
| shōko-証拠 | bewijs; bewijsmateriaal; getuigenis |
| shokugo-食後 | na de maaltijd; na het eten |
| shokuhi-食費 | de prijs [kosten] voor het eten [de maaltijden] |
| shokuji-食事 | maaltijd |
| shokujisuru-食事する | eten; een maaltijd nuttigen |
| shokun-諸君 | (term voor het beleefd aanspreken van een aantal mensen, vaak m.b.t. een geheel mannelijk gezelschap) geachte aanwezigen |
| shokunin-職人 | ambachtsman; vakman |
| shokutaku-嘱託 | onder volmacht; op verzoek; in opdracht |
| shokuzen-食前 | voor de maaltijd; voor het eten |
| shōkyō-商況 | handelscondities; marktsituatie |
| shōmakyō-照魔鏡 | een magische spiegel (uit Chinese en Japanse volksverhalen) die de ware aard van de duivel onthult |
| shōman-小満 | (één van de 24 zonnetermen van de maankalender) de 8ste term (rond 21 mei van de zonnekalender) |
| shōmeigakari-照明係 | lichttechnicus; belichtingstechnicus; lichtman (b.v. in theater) |
| shōmeikigu-照明器具 | verlichtingsarmatuur |
| shōmeisha-証明者 | getuige (iemand die getuigenis aflegt) |
| shōmon-蕉門 | leerlingen [volgelingen] van Matsuo Bashō (1644 - 1694), een dichter uit de Edo-periode) |
| shōmyō-小名 | (Kamakura- en Muromachi-periodes) een feodale leenheer (daimyo) van lagere rang |
| shonanoka-初七日 | de herdenkingsdienst gehouden op de zevende dag na het overlijden van iemand |
| shōnen-少年 | jongeman; knaap |
| shōnen-生年 | (iemands) leeftijd |
| shōnin-商人 | handelaar; zakenman; verkoper; dealer |
| shōnizensoku-小児喘息 | kinderastma |
| shōnotsuki-小の月 | korte maand (met minder dan 31 dagen) |
| shoppusei-ショップ制 | verplicht vakbondslidmaatschap |
| shōroku-詳録 | gedetailleerd verslag; uitgebreide documentatie [informatie] |
| shōryōe-精霊会 | een herdenkingsdienst die wordt gehouden in de Shitennoji- tempel, op de sterfdag van prins Shotoku (22 februari volgens de maankalender) |
| shōryoku-省力 | arbeidsbesparing, besparing op mankracht |
| shosa-所作 | (theater) dans; acteren; dans of dansdrama in Kabuki (afk. voor: 所作事) |
| shosa-所作 | beweging; manier van bewegen |
| shosagoto-所作事 | een dans of dansdrama opgevoerd op een Kabuki-podium |
| shosei-処世 | (iemand's) levenswandel; levenshouding |
| shōsei-小生 | (Chinees theater) toneelrol van jongeman |
| shōsei-小生 | (formeel, bescheiden, mannelijk taalgebruik) ik |
| shōsei-小生 | (in briefwisseling aan iemand die gelijk of lager in rang is) ik |
| shōseki-証跡 | bewijs; bewijsmateriaal; spoor |
| shōsetsu-小節 | (muziek) maat; maatstreep |
| shōsetsu-小説 | verhaal; roman; novelle |
| shōsetsuka-小説家 | romanschrijver |
| shōsha-商社 | handelsfirma |
| shōsha-小社 | een klein bedrijf; kleine firma |
| shōshi-将士 | officieren en manschappen [soldaten] |
| shōshi-小史 | achtervoegsel na iemands pseudoniem (m.n. van een kunstenaar) |
| shōshi-小誌 | klein magazine [tijdschrift] |
| shōshi-抄紙 | (het proces van) het maken van papier |
| shoshi-書誌 | uitleg en beschrijving van boeken (over formaat, materiaal (grondstoffen) en productiewijze) |
| shoshiki-書式 | formulier; formaat; opmaak (een vaste manier om documenten te schrijven, zoals b.v. certificaten) |
| shoshin-所信 | (iemands) geloof; overtuiging |
| shōshō-少将 | generaal-majoor |
| shoshō-書証 | bewijsstuk; bewijsmateriaal |
| shoshū-初秋 | de 7e maand van de maandkalender |
| shoshun-初春 | het begin [de eerste maand] van het jaar; Nieuwjaar |
| shōsō-正倉 | opslagplaats; magazijn (van een boeddhistische tempel) |
| shōsō-聖僧 | boeddhistisch beeld (m.n. van Manjushri) in de monnikenhal (Zenboeddhisme), of aan het hoofd van de eetzaal |
| shōsōin-正倉院 | de naam voor een repositorium [magazijn] voor kunstschatten van een boeddhistische tempel (zoals de Todai-ji, in Nara) |
| shōsokusuji-消息筋 | informatiebronnen; welingelichte kringen |
| shōsotsu-将卒 | officieren en manschappen [soldaten] |
| shōsū-小数 | een decimaal (getal) |
| shōsūten-小数点 | decimaalteken (punt of komma) |
| shotaimen- 初対面 | de eerste ontmoeting (met iemand) |
| shotō-初冬 | de 10e maand van de maankalender |
| shōto・puroguramu-ショート・プログラム | kort programma; korte kuur (kunstschaatsen) |
| shōtsuki-祥月 | sterfmaand; de maand waarin een persoon is overleden |
| shottsuru-塩汁 | een saus gemaakt van gezouten en gefermenteerde vis (een specialiteit van Akita) |
| shōwa-笑話 | grappig [humoristisch; amusant; vermakelijk] verhaal |
| showaseru-背負わせる | op iemands schouders leggen; iemand laten dragen |
| shōya-庄屋 | dorpshoofd; hoofdman van een dorp |
| shubi-首尾 | omstandigheden optimaal regelen om zaken tot een goed einde te brengen |
| shubihan'i-守備範囲 | iemands expertise [vakgebied] |
| shubōsha-首謀者 | brein; mastermind; genie (in criminele ondernemingen [acties] |
| shubu-主部 | (grammatica) het onderwerp |
| shuchū-主柱 | grootste mast (op een schip) |
| shudai-主題 | onderwerp; thema |
| shūgetsu-秋月 | herfstmaan; oogstmaan |
| shugi-主義 | principe; beginsel; dogma; -isme; doctrine |
| shugo-主語 | (grammatica) onderwerp |
| shūgu-衆愚 | de domme massa; het gepeupel |
| shuhei-手兵 | (iemands) soldaten [troepen] |
| shūheki-習癖 | (iemands) gewoonte |
| shuhō-主砲 | (honkbal) sterke [goede] slagman |
| shuhō-手法 | methode; manier; techniek |
| shuin-手淫 | masturbatie; zelfbevrediging |
| shuin-朱印 | rood zegel; rode stempelafdruk (vanaf de Muromachi periode tot de Edo-periode voor officiële documenten van het shogunaat) |
| shuji-主事 | hoofdopzichter; toezichthouder; degene die de primaire verantwoordelijkheid draagt |
| shuji-主辞 | (grammatica) onderwerp |
| shujin-主人 | gastheer; echtgenoot, man; de heer des huizes |
| shujō-主上 | zijne majesteit de keizer |
| shūki-周忌 | dag van overlijden; sterfdag (van iemand) |
| shukko-出庫 | levering vanuit een voorraadmagazijn [depot] |
| shukuen-祝宴 | feestelijk banket; feestmaal |
| shukugō-宿業 | karma (het resultaat van goede en slechte daden in een vorig leven) |
| shukyō-酒興 | vermaak tijdens een drankfeest; vermakelijkheden |
| shūkyōkaikaku-宗教改革 | (protestantse) Reformatie |
| shumi-趣味 | smaken; voorkeuren |
| shunbunnohi-春分の日 | lentenachtevening, Japanse nationale feestdag voor de viering van het begin van de lente (op 20 of 21 maart) |
| shunin-主任 | chef; hoofd; manager; baas; de leidinggevende |
| shupurematisumu-シュプレマティスム | suprematisme |
| shūron-修論 | (master) afstudeerscriptie |
| shūryōsha-修了者 | iemand die iets heeft afgemaakt [afgerond] (b.v. een studieprogramma) |
| shusen-酒仙 | een zware drinker; drankorgel; iemand die veel sterke drank drinkt |
| shūshi-修士 | master(graad) |
| shūshironbun-修士論文 | (master) afstudeerscriptie |
| shussesaku-出世作 | (in de kunst of literatuur) een werk dat de maker roem [erkenning; aanzien] opleverde; meesterwerk; debuut(werkstuk) |
| shusshinchi-出身地 | geboorteplaats; bakermat; plaats waar men is opgegroeid |
| shutara-修多羅 | decoratief gevlochten koord (op de mantel van een boeddhistische priester) |
| shutchōsuru-出張する | op zakenreis gaan; een zakenreis maken |
| shutsuba-出馬 | zelf op pad gaan; persoonlijk iemand bezoeken |
| shutsugen-出現 | verschijning; opkomst; manifestatie |
| shūya-庄屋 | (in het Edo tijdperk) dorpshoofd; hoofdman van een dorp of plaats (voornamelijk in het Kantō gebied) |
| shuyō-腫瘍 | tumor; gezwel; neoplasma |
| shuzai-取材 | nieuwsgaring; informatie verzamelen (voor verslaggeving) |
| shuzumi-朱墨 | vermiljoenkleurige inkt; inkt gemaakt van vermiljoenpoeder met lijm |
| sō-そう | op die manier; zo |
| sō-壮 | de leeftijd vol kracht, energie en gezondheid; iemand van ca. 30 jaar; iemand in de bloei van zijn leven |
| sō-壮 | kracht; dapperheid; moed; heldhaftigheid; iets magnifieks [groots] |
| sō-然う | zo; zoiets; ook zo; op die manier |
| sōba-相場 | maatschappelijke [publieke] waardering [reputatie]; aanzien |
| sōba-相場 | marktprijs; dagprijs; huidige prijs |
| sōbai-層倍 | (woord voor het aangeven van veelvouden van getallen) keer; maal |
| sobame-側妻 | geliefde; minnares; maîtresse; concubine |
| sobame-側妻 | dienares(se) (van iemand met hoge status) |
| sōbyō-宗廟 | mausoleum van de voorouders |
| sōbyō-躁病 | (med.) manie |
| sochi-措置 | stap; maatregel; actie |
| sōchō-曹長 | van de zelfverdedigingstroepen, algemene naam voor sergeant-majoor |
| sōchō-総長 | president [rector magnificus] van een universiteit [Hogeschool] |
| sōchō-荘重 | plechtig [majestueus; ernstig] zijn |
| sōdagatsuo-宗太鰹 | Auxis (makreel) |
| sōdai-壮大 | iets magnifieks [groots] |
| sodai-粗大 | lomp [massief; grof; ruw; schetsmatig; globaal] zijn |
| sodedatami-袖畳み | een (eenvoudige) manier om Japanse kleding [kimono's] op te vouwen |
| sodeguchi-袖口 | manchet; mouwrand (van een kledingstuk) |
| sofutonomikkusu-ソフトノミックス | economische beleid dat meer gericht is op informatie en de software industrie |
| sofuto・fōkasu-ソフト・フォーカス | softfocus (techniek uit de fotografie waarbij het beeld opzettelijk enigszins onscherp wordt gemaakt) |
| sōga-爪牙 | een (trouwe) dienaar die zijn meester beschermt; iemands rechterhand (fig.) |
| sogai-疎外 | het negeren [op afstand houden] van iemand; iemand koeltjes behandelen |
| sogaisuru-疎外する | iemand op afstand houden [negeren; koeltjes behandelen; met de nek aankijken] |
| sōgana-草仮名 | man'yōgana geschreven in cursieve (sōsho) stijl |
| sōgiri-総桐 | volledig gemaakt van paulowniahout |
| sōgōshōsha-総合商社 | (algemene) handelsonderneming; handelsmaatschappij |
| sohan-粗飯 | slechte [armoedige; eenvoudige] maaltijd |
| sōhō-ソーホー | SOHO (Eng.: small office home office) klein kantoor; thuiskantoor |
| sōi-創痍 | (fig.) trauma; (grote) schade |
| sōin-総員 | al het personeel (van een kantoor, bedrijf, etc.); de gehele bemanning (van een schip e.d.) |
| sōji-掃除 | schoonmaak; het schoonmaken [vegen; schrobben; boenen] |
| sōjin-騒人 | iemand met een verfijnde (literaire) smaak |
| sōjisuru-掃除する | schoonmaken; vegen; poetsen; schrobben; boenen |
| sōjū-操縦 | het (sociaal) manoeuvreren; manipuleren |
| sōjū-操縦 | het hantering; bediening; controle; besturing (van vliegtuigen, machines, e.d.) |
| sōkaiya-総会屋 | type Japanse mafia (yakuza), dat bedrijven onder druk zet d.m.v (dreigen met) het verstoren van aandeelhoudersvergadering |
| sokaku-組閣 | kabinetsformatie |
| sōkin-送金 | (geld) overschrijving; overmaking; overgemaakt geld |
| sokkin-側近 | het dichtbij een machthebber [hoog geplaatste persoon] staan |
| sokkin-側近 | (iemands persoonlijke) hofhouding; entourage [naaste medewerkers; staf] |
| sokkō-速攻 | directe en snelle aanval; bliksemaanval |
| sōko-倉庫 | pakhuis; magazijn; depot; opslagplaats |
| sōkō-操行 | gedrag; houding; manieren |
| sōkō-糟糠 | eenvoudige maaltijd; grof [niet verfijnd] voedsel |
| sōkō-草稿 | een eerste [ruwe; voorlopige] versie; kladversie (van een document, manuscript, etc.) |
| sōkoban-倉庫番 | magazijnmeester |
| sokonuke-底抜け | vrije val (financiële markt) |
| sōku-走狗 | (fig.) marionet; speelbal; dupe; werktuig (iemand die het (vuile) werk moet opknappen) |
| sokudo-測度 | (wiskunde) maat |
| sokudokuka-速読家 | snellezer; iemand die snel leest |
| sokuga-側臥 | naast iemand liggend |
| sokugasuru-側臥する | naast iemand gaan liggen |
| sokushitsu-側室 | concubine (van een edelman) |
| sokuteigenkai-測定限界 | meetlimiet; maximale meetwaarde |
| sōkyokuseishōgai-双極性障害 | bipolaire stoornis; manisch-depressieve stoornis |
| sokyūken-遡及権 | vorderingsrecht om ontvangen wissels [cheques] te gelde te maken |
| somaria-ソマリア | Somalië |
| somarirando-ソマリランド | Somaliland |
| somekaesu-染め返す | oververven; nogmaals verven |
| sōmi-総身 | (iemands) hele lichaam; het hele lijf; ten voeten uit |
| songan-尊顔 | (respectvol woord voor het gezicht van iemand anders) uw gezicht [gelaat; voorkomen] |
| sonin-訴人 | (Kamakura en Muromachi periode) de eiser (in een rechtszaak) |
| sonka-尊家 | (respectvol woord voor het huis of de familie van iemand anders) uw huis; uw familie |
| sonkei-尊兄 | (respectvol gebruikt als aanspreektitel voor de tweede persoon tussen mannen met een gelijke status) u |
| sonnani-そんなに | zo; zoals dat; op die manier; in die mate |
| sonobashinogi-其の場凌ぎ | een tijdelijke maatregel; noodoplossing; een aktie ondernemen voor een tijdelijke oplossing |
| sonohazu-其の筈 | het zou zo moeten zijn; zoals het hoort; zoals verwacht; normaliter |
| sonokurai-其の位 | (ongeveer) zoveel; in die mate; een dergelijke hoeveelheid |
| sonpu-尊父 | (beleefd woord voor de vader van iemand anders) uw [jouw] vader |
| sonzaikan-存在感 | voelbare aanwezigheid (van iets, iemand, e.d.) |
| sōō-相応 | doelmatigheid; overeenkomstigheid; geschiktheid |
| sorame-空目 | hallucinatie; verkeerd zien; iemand aanzien voor iemand anders |
| sorane-空音 | geluid dat men meent te horen maar er niet echt is; vermeend dierengeluid |
| soredake-其れだけ | zoveel; in die mate |
| soreppotchi-それっぽっち | zo weinig; zo gering; zo klein; zo'n klein beetje; slechts [alleen maar] dit [dat]; onbelangrijk; onbeduidend; futiel |
| soriddo-ソリッド | solide; vast; stevig; massief; degelijk |
| soriddo・gitā-ソリッド・ギター | gitaar zonder klankkast en met een elektromagnetisch opneemsysteem) |
| soriddo・moderu-ソリッド・モデル | massief model |
| soriddo・sutēto-ソリッド・ステート | (elektronica) vaste stof (gebruikmakend van het elektronisch fenomeen van de stof zelf) |
| soriddo・sutēto・bōru-ソリッド・ステート・ボール | massieve bal |
| sōsa-操作 | bediening (van een machine, e.d.); (be)werking; verrichting |
| sosan-粗餐 | een eenvoudige [sobere] maaltijd (bescheiden term voor de maaltijd die je voor iemand anders hebt klaargemaakt) |
| sōsasuru-操作する | bedienen (machine, e.d.); bewerken; verrichten |
| sōsei-早生 | snelle groei; vroegrijpheid; prematuur |
| sōseki-踪跡 | (iemands) (voet)sporen |
| sōseki-踪跡 | (iemands) verblijfplaats |
| sōsharu-ソーシャル | maatschappelijk; publiekelijk; openbaar; sociaal |
| sōsharu・bukkumāku-ソーシャル・ブックマーク | sociale bladwijzer; een (gedeelde) referentie naar een bron [website] op het internet (Engels: social bookmark) |
| sōsharu・enjiniaringu-ソーシャル・エンジニアリング | social engineering (het met technische middelen misbruik maken van menselijke zwakheden door criminelen) |
| sōsharu・kosuto-ソーシャル・コスト | (economie) maatschappelijke kosten |
| sōsharu・kurakkingu-ソーシャル・クラッキング | sociaal kraken; het achter iemands wachtwoord proberen te komen [een wachtwoord kraken] buiten de computerwereld om (Engels: social cracking) |
| sōsharu・wākā-ソーシャル・ワーカー | maatschappelijk werker [werkster]; sociaal werker [werkster] |
| sōsharu・wāku-ソーシャル・ワーク | maatschappelijk werk (Engels: social work) |
| soshiki-組織 | formatie; structuur; samenstelling |
| soshikika-組織化 | organisatie; systematisering |
| soshikiteki-組織的 | systematisch; stelselmatig; georganiseerd; organisatorisch |
| soshikitōchi-組織統治 | corporate governance (gericht op verbeteren van het management) |
| sōshite-然うして | op die wijze [manier]; als dat |
| sōshu-宗主 | hoofdman; leider |
| sōsōkōshinkyoku-葬送行進曲 | dodenmars; treurmars |
| sōsuru-奏する | mogelijk maken; bereiken |
| sōsu・puroguramu-ソース・プログラム | bronprogramma (computer) |
| sōtō-総統 | alleen-heerser; opperbevelhebber; (machtige) president |
| sotoberi-外耗 | de verhouding tussen het verlies van de hoeveelheid graan bij vermaling en de oorspronkelijke hoeveelheid |
| sotomata-外股 | manier van lopen, met de tenen naar buiten gedraaid |
| sotonori-外法 | meting van de buitenmaat; buitenbreedte [buitenlengte] |
| sotsugyōshiki-卒業式 | diploma uitreiking; afstudeerceremonie |
| sotsugyōshōsho-卒業証書 | (studie) diploma; certificaat |
| sotsugyōsuru-卒業する | afstuderen; het diploma behalen |
| sōun-層雲 | stratus; laaghangende grijze wolken(massa) |
| sōutsubyō-躁鬱病 | manisch-depressieve psychose |
| sozai-礎材 | materiaal gebruikt als bouwsteen; basismateriaal |
| sozai-素材 | (oorspronkelijk) materiaal; materie; grondstof |
| sōzan-早産 | vroeggeboorte; voortijdige geboorte; prematuur |
| sōzei-総勢 | de hele groep [partij]; de hele strijdmacht |
| sozeitokubetsusochihō-租税特別措置法 | de wet inzake bijzondere belastingmaatregelen |
| sozeiyūgūsochi-租税優遇措置 | gunstige belasting maatregelen; fiscale prikkels [stimulatie] |
| sōzetsu-壮絶 | iets heroïsch [magnifieks] |
| sozō-塑像 | standbeeld; beeld (gemaakt van klei, gips, was, e.d.) |
| sozō-塑造 | modellering; boetseerkunst; afgietsel (een beeld (maken) van klei of brons, etc) |
| sozōbera-塑造べら | gereedschap om te modelleren [om afgietsels te maken] |
| su-簀 | een mat geweven van bamboe of stro |
| sube-術 | (vastgestelde) methode; manier; werkwijze |
| suberidome-滑り止め | antislip (materiaal) |
| subete-全て | alles; helemaal; volledig |
| subomeru-窄める | smaller [nauwer] maken; versmallen; vernauwen; opvouwen; oprollen |
| sudare-簾 | weefsel uit de Yamanashi prefectuur met een stippelpatroon |
| suezen-据え膳 | een maaltijd voor iemand opdienen |
| sufumāto-スフマート | sfumato (lett.: verdampt; schildertechniek) |
| sūgakusha-数学者 | wiskundige; mathematicus |
| sugao-素顔 | onopgemaakt gezicht; gezicht zonder make-up |
| sugi-過ぎ | voorbij; te; te veel; over(matig) |
| sugido-杉戸 | een deur gemaakt uit één stuk cederhout; cederhouten deur |
| suigun-水軍 | marine; zeemacht |
| suihei-水兵 | matroos; zeeman |
| suiheifuku-水兵服 | matrozenpak; zeemanspak |
| suijunten-水準点 | benchmark |
| suikan-酔漢 | dronkaard; beschonken [dronken] man |
| suingā-スインガー | (Eng.: swinger) iemand die aan partnerruil (swinging) doet |
| suirishōsetsu-推理小説 | detectiveroman; detectiveverhaal; een whodunit |
| suisansuru-推算する | schatten; een ruwe schatting maken |
| suishitai-水死体 | lichaam [lijk] van iemand die is verdronken |
| suisoionshisū-水素イオン指数 | pH, maat voor de zuurtegraad |
| suisui-すいすい | (onomatopee) licht; soepel; glijdend; gladjes; vlot |
| suitai-推戴 | onder de leiding [het voorzitterschap] van; (iemand) laten voorzitten; iemand de leiding geven |
| suitoru-吸い取る | afdeppen; absorberen; opzuigen; droog maken |
| suīto・kōn-スイート・コーン | (Eng.: sweet corn) suikermais |
| suitsukeru-吸い付ける | zuigen; trekken; aantrekken (magneet); aansteken (sigaret) |
| suitsuketabako-吸い付け煙草 | een al aangestoken sigaret (om aan iemand te geven) |
| suizan-衰残 | uitgemergeld [afgemat] zijn |
| sūji-数次 | aantal keren; meerdere malen |
| sukaimeito-スカイメイト | skymate is een kortingssysteem (voor jongeren) op vliegtarieven van Japanse luchtvaartmaatschappijen |
| sukejūru-スケジュール | schema; rooster; programma |
| sukēru-スケール | omvang; mate; schaal; verhouding; perspectief |
| sukēru-スケール | weegschaal; graadverdeling; schuifmaat |
| sukeruton-スケルトン | plan; opzet; schema |
| suketchifon-スケッチフォン | telefoon voor doven en slechthorenden (met een display en tekstinformatie-invoer) |
| sukihōdai-好き放題 | naar believen, helemaal naar (je) eigen zin |
| sukikatte-好き勝手 | naar believen, helemaal naar (je) eigen zin |
| sukimasangyō-隙間産業 | niche-industrie; niche-branche (van een klein gespecialiseerd segment van de handelsmarkt) |
| sukimono-好き者 | amateur; dilettant |
| sukimu・miruku-スキム・ミルク | taptemelk; magere (afgeroomde) melk |
| sukinī-スキニー | mager; dun; smalle pijpen (van een broek) |
| sukippā-スキッパー | kapitein; schipper; stuurman |
| sukippara-空きっ腹 | honger; een lege maag |
| sukkari-すっかり | helemaal; volledig |
| sukoarā-スコアラー | iemand die tijdens een (honkbal)wedstrijd de score bijhoudt; (wedstrijdpunten) optekenaar |
| sukonku-スコンク | perfecte overwinning; overwinning zonder tegenpunten; een tegenstander geen enkel punt laten maken |
| sukoshimo-少しも | (met een ontkenning) niet in het minst; geenszins; helemaal niet |
| sukunakarazu-少なからず | behoorlijk wat; niet gering; in niet geringe mate |
| sukurappu・ando・birudo-スクラップ・アンド・ビルド | methode bij het maken van een nieuwe begroting van een organisatie (inefficiënte onderdelen worden geschrapt en vervangen door nieuwe) |
| sukuriputo-スクリプト | programma code (computer) |
| sumaho-スマホ | smartphone |
| sumai-住まい | (iemand's) woning; (woon)huis; thuis |
| sumaki-簀巻き | het iets in een bamboemat wikkelen |
| sumaki-簀巻き | het iemand in een bamboemat wikkelen en in een rivier gooien (straf in de Edo-periode) |
| sumaruto-スマルト | (smalti) glasmozaïek; glas-email |
| sumasshu-スマッシュ | (tennisslag) smash |
| sumātofon-スマートフォン | smartphone |
| sumātohon-スマートホン | smartphone |
| sumi-酸み | zuur(te)graad; zuurheid; mate van zuur zijn |
| sumire-菫 | viooltje (Viola mandshurica) |
| sumiyaki-炭焼き | het maken [branden] van houtskool; iemand die houtskool maakt |
| sumōkā-スモーカー | roker; iemand die rookt |
| sunabukuro-砂袋 | spiermaag (achterste deel van de maag, bij vogels e.d.) |
| sunakku-スナック | hapje; tussendoortje; lichte maaltijd |
| sunekajiri-脛齧り | klaploper; iemand die profiteert van een ander |
| sunnari-すんなり | (onomatopee) dun; slank; lenig; soepel |
| sunnari-すんなり | (onomatopee) probleemloos; gemakkelijk; vlot; gladjes |
| sunomono-酢の物 | (in azijn) ingemaakt voedsel |
| sunpō-寸法 | afmeting; maat; grootte; lengte |
| sūpā-スーパー | super; in hoge mate; geweldig |
| sūpā-スーパー | supermarkt |
| sūpāmāketto-スーパーマーケット | supermarkt |
| supan・obu・kontorōru-スパン・オブ・コントロール | spanwijdte (een management-begrip dat aangeeft aan hoeveel ondergeschikten een manager moet leidinggeven) |
| sūpāsutoa-スーパーストア | grote supermarkt |
| supattsu-スパッツ | strakke elastische broek; legging; maillot |
| superuma-スペルマ | sperma |
| supesharu-スペシャル | speciale aanbieding; extra editie; speciaal (tv)programma |
| supīdo・gan-スピード・ガン | snelheidsmeter (bij honkbal, een machine die de werpsnelheid meet) |
| supōkusuman-スポー クスマン | woordvoerder; zegsman |
| suponji-スポンジ | spons (natuurlijk of kunstmatig) |
| supōtsuman-スポーツマン | sportman; sporter |
| supottogai-スポット買い | een eenmalige aankoop (i.t.t. een periodieke aankoop) |
| suppai-酸っぱい | zuur (van smaak) |
| suppanuku-すっぱ抜く | onthullen; ontmaskeren |
| supureddo-スプレッド | (economie) marge; verschil |
| supurōru-スプロール | wildgroei; onregelmatige [onordelijke] uitgroei [uitbreiding] |
| supūtoniku-スプートニク | spoetnik (Russische kunstmatige satelliet) |
| suraggā-スラッガー | (honkbal) goede [krachtige] slagman |
| suraidingu・shisutemu-スライディング・システム | glijdende schaal systeem (methode die de lonen automatisch aanpast aan schommelingen in de index van kosten van levensonderhoud en consumptieprijzen) |
| suraidingu・sukēru-スライディング・スケール | glijdende schaal (methode die de lonen automatisch aanpast aan schommelingen in de index van de kosten van levensonderhoud, consumptieprijzen, etc) |
| suraidosei-スライド制 | glijdende schaal (methode die de lonen automatisch aanpast aan schommelingen in de index van de kosten van levensonderhoud, consumptieprijzen, etc) |
| suraisā-スライサー | snijder; snijmachine |
| suresure-すれすれ | (maar) net; vlak voor |
| surie-擂り餌 | (gemalen) vogelvoer |
| surigarasu-磨りガラス | matglas |
| surikogi-擂り粉木 | een scheldwoord voor iemand die langzaam aan het aftakelen is (net zoals het afslijten van een houten stamper) |
| surimi-擂り身 | surimi (fijngehakte vis of schaaldieren die tot een gladde pasta zijn vermalen, o.a. gebruikt voor imitatie krabsticks) |
| surirā-スリラー | thriller (spannende roman, film, etc.) |
| suritto・kamera-スリット・カメラ | een camera zonder sluiter, maar met een smalle spleet waar het licht doorheen valt (stripfotografie of spleetfotografie) |
| surī・banto-スリー・バント | (honkbal, a bunt with two strikes) een (opofferings)stootslag van de slagman bij twee slag |
| surotto-スロット | (in een machine) sleuf, spleet; gleuf (voor munten, kaarten, e.d.) |
| surotto・mashin-スロット・マシン | gokautomaat; fruitmachine; fruitautomaat |
| surotto・mashin-スロット・マシン | automaat (voor kaartjes, drank, sigaretten, etc.) |
| suru-する | maken (tot); veranderen (in); worden (tot) |
| suru-刷る | (machinaal of handmatig) afdrukken; printen; bedrukken |
| suru-擦る | verspillen; opmaken; verliezen (van geld, b.v. door te gokken) |
| suru-擦る | vermalen; verpulveren |
| suso-裾 | (van kleding) zoom; manchet |
| susuharai-煤払い | het huis schoonmaken op oudjaar (ter voorbereiding op het nieuwe jaar) |
| sutaffu-スタッフ | materiaal; spul |
| sutandoin-スタンドイン | vervanger (iemand die bij filmopnames een acteur vervangt) |
| sutanto・man-スタント・マン | stuntman |
| sutasuta-すたすた | (onomatopee) met vlotte pas lopend |
| sutēpurā-ステープラー | nietmachine; nietapparaat |
| suterusugijutsu-ステルス技術 | stealth-technologie (om een vliegtuig of een voertuig minder makkelijk detecteerbaar te maken) |
| sutēshon-ステーション | politiebureau; brandweerkazerne; centrale; basis (b.v. marine) |
| sutēto・amachua-ステート・アマチュア | door de overheid gesubsidieerde amateursporter |
| sutētsuman-ステーツマン | staatsman; politicus |
| sutōbu・rīgu-ストーブ・リーグ | (honkbal) winterstop (de term verwijst naar de honkbalfans en managers die dan bij de kachel over de sport en de transfers zitten praten) |
| sutōkā-ストーカー | stalker (iem. die zich schuldig maakt aan stalking) |
| sutokku-ストック | violier (plant, Matthiola incana) |
| sutōma -ストーマ | stoma |
| sutoppā-ストッパー | afsluiter; stopper (voor deuren, machines, e.d.) |
| sutoraikā-ストライカー | (sport) aanvaller; spits; slagman |
| sutoraiku-ストライク | (honkbal) slag (worp van de pitcher die in is maar door de slagman gemist wordt) |
| sutorakku・auto-ストラック・アウト | (honkbal) uitgegooid met drie slag (waardoor de slagman uit is) |
| sutoretchi-ストレッチ | stretch; elasticiteit; rekmateriaal |
| sūtsu-スーツ | pak; kostuum; mantelpak |
| suttenten-すってんてん | helemaal blut; zonder geld; platzak; berooid |
| suyasuya-すやすや | (onomatopee) vredig; rustig (slapend) |
| suzukake-鈴掛け | een hennepmantel gedragen door bergpriesters |
| suzume-雀 | een spraakzaam persoon; iemand die op de hoogte is [veel weet over iets] |
| suzumezushi-雀鮨 | sushi gemaakt door een kleine zeebrasem open te snijden en te vullen met sushirijst (de vorm van de sushi lijkt op een mus) |
| suzunari-鈴生り | tros (b.v. van vruchten); opeenhoping; massa; (over)vol met mensen; volgepropt zijn |
| suzuriishi-硯石 | steen om een inktsteen van te maken |
| tabakaru-謀る | plannen; een plan maken; beramen; een list bedenken |
| tabekata-食べ方 | bereidingswijze; manier van koken |
| tabekata-食べ方 | manier van eten; tafelmanieren |
| tabi-度 | (aantal) keer; maal |
| tabibito-旅人 | reiziger; toerist; nomade; zwerver |
| tabinin-旅人 | reiziger; nomade; zwerver |
| tabun-他聞 | informering; mededelingen (voor andermans oren) |
| taburoido-タブロイド | tabloid (een formaat voor kranten en tijdschriften, 420-297 mm) |
| tachifurumai-立ち振る舞い | manier van bewegen; houding |
| tachifusagaru-立ち塞がる | het in de weg [voor iemand] gaan staan; met gespreide handen staan; iem. blokkeren [tegenhouden] |
| tachiifurumai-立ち居振る舞い | gedrag; houding; manier van bewegen |
| tachiiru-立ち入る | ergens diep op ingaan; zich bemoeien (met andermans zaken) |
| tachiita-裁ち板 | kleermakers (knip)tafel |
| tachikomeru-立ち込める | hangen in [over]; versluieren; bedekken; (om)hullen; maskeren; afschermen |
| tachimachizuki-立ち待ち月 | een 17 dagen maan |
| tachimawaru-立ち回る | bewegen; manoeuvreren |
| tachimukau-立ち向かう | tegenover iemand staan; tegenstand [weerstand] bieden |
| tachinaoru-立ち直る | zich herstellen; zit vermannen; terugveren; er weer bovenop komen |
| tachisabaki-太刀捌き | (de wijze van) het hanteren van een zwaard; hoe iemand zijn zwaard hanteert; schermkunst |
| tachisawagu-立ち騒ぐ | lawaai maken |
| tachiyaku-立ち役 | acteur die mannenrollen speelt |
| tada-徒 | slechts; enkel maar |
| tadashi-但し | maar; echter; alleen; behalve dat; op voorwaarde dat |
| tāgetto・māketingu-ターゲット・マーケティング | doelgroep marketing; (doel)gerichte marketing |
| tagu-タグ | (computerterm) tag (opmaakcode) |
| taibu-退部 | uitschrijving [beëindiging] van een lidmaatschap (van een club, e.d.) |
| taichō-隊長 | commandant; bevelhebber; leider |
| taido・rōn-タイド・ローン | een lening waarbij vastgelegd is waarvoor die gebruikt mag worden |
| taieki-体液 | (eufemisme in de media over seksueel wangedrag en misdaden) sperma; (mannelijk) zaad |
| taieki-退役 | het op non-actief stellen van machines, vaartuigen, e.d. (na lang gebruik) |
| taigaku-退学 | het vroegtijdig de school [universiteit] verlaten (de opleiding niet afmaken) |
| taigakusha-退学者 | drop-out; een voortijdige schoolverlater; iemand die stopt met de studie |
| taigun-大軍 | een groot leger; grote legermacht |
| taiha-大破 | overwinning met overmacht; afstraffing (van een tegenstander) |
| taihaku-太白 | afkorting van taihakuame; snoepgoed gemaakt van witte suiker |
| taihō-大砲 | (honkbal) sterke slagman (met grote slagkracht) |
| taihojutsu-逮捕術 | arrestatietechniek voor politie (om iemand die zich verzet tegen arrestatie de handboeien aan te doen) |
| taii-大尉 | kapitein (bij het leger); luitenant (bij de marine) |
| taiikunohi-体育の日 | Nationale Sportdag in Japan (op de 2de maandag in oktober; voorheen: Gezondheids- en Sportdag) |
| taiin-太陰 | (astronomie) de maan; yin |
| taiin-隊員 | korpslid (politie, brandweer, krijgsmacht., e.d.) |
| taiingetsu-太陰月 | maanmaand |
| taiinreki-太陰暦 | maankalender |
| taiintaiyōreki-太陰太陽暦 | lunisolaire kalender (zon- en maankalender) |
| taika-大家 | meester; expert; eminent geleerde [vakman] |
| taikai-体解 | ontleding; ontmanteling |
| taikai-体解 | (in het oude China) doodstraf door het afhakken van ledematen |
| taikai-大会 | massabijeenkomst; groot evenement [toernooi] |
| taikai-退会 | opzegging; terugtrekking; beëindiging (van een lidmaatschap) |
| taikei-大兄 | (beleefd woord van mannen voor een oudere of gelijke) u |
| taikei-隊形 | formatie; samenstelling; (militaire) eenheid |
| taikeiteki-体系的 | systematisch |
| taikoku-大国 | een groot (machtig) land |
| taikomochi-太鼓持ち | iemand die (als beroep) zorgt voor een goede sfeer tussen gasten en geisha tijdens een feest; stemmingmaker; animator |
| taikyoku-大曲 | groot [lang] muziekstuk; magnum opus |
| taima-大麻 | cannabis; marihuana; wiet; hasj; hasjiesj |
| taimatsu-松明 | toorts; fakkel (gemaakt van dennenhout, bamboe, riet, e.d.) |
| taimuzu・sukuea-タイムズ・スクエア | Times Square (plein in Manhattan, New York) |
| taimu・kapuseru-タイム・カプセル | tijdcapsule (een capsule gevuld met informatie, bedoeld om mensen in de toekomst te helpen een beeld te krijgen van een bepaalde tijdsperiode) |
| taimu・mashin-タイム・マシン | tijdmachine |
| taimu・sukejūru-タイム・スケジュール | tijdschema; rooster; dienstregeling |
| taimu・tēburu-タイム・テーブル | dienstregeling; tijdschema |
| taimu・tonneru-タイム・トンネル | tijdtunnel (fantasie-tunnel als een soort tijdmachine) |
| taipu-タイプ | typemachine |
| taipuraitā-タイプライター | typemachine; schrijfmachine |
| taira-平ら | gelijkmatigheid; effenheid |
| tairageru-平らげる | (helemaal) opeten; naar binnen werken |
| tairei-頽齢 | (iemands) oude dag; laatste jaren; gevorderde [hoge] leeftijd |
| tairikukikō-大陸気候 | landklimaat |
| tairikuseikikō-大陸性気候 | landklimaat |
| tairyō-大量 | grote hoeveelheid; overvloed (aan); massa |
| tairyōgyakusatsu-大量虐殺 | massamoord; genocide; massaslachting |
| tairyōhakaiheiki-大量破壊兵器 | massavernietigingswapen(s) |
| tairyōkenkyo-大量検挙 | massa-arrestatie |
| tairyōseisan-大量生産 | massaproductie |
| tairyōseisansuru-大量生産する | in massa [grote hoeveelheden] produceren |
| tairyōshōhi-大量消費 | massaconsumptie |
| tairyōyusōkikan-大量輸送機関 | massatransport |
| taisaku-対策 | maatregel; tegenmaatregel; tegenzet |
| taisei-大勢 | grote invloed [macht; gezag] |
| taiseki-体積 | volume; hoeveelheid; massa; kubieke inhoud |
| taisekidanseiritsu-体積弾性率 | compressiemodulus; massa [volume] modulus |
| taisha-大社 | Izumo heiligdom [schrijn] (Shimane prefectuur) |
| taishin-大身 | een hooggeplaatst persoon; iemand van hoge rang |
| taishokudaikō-退職代行 | het ontslag regelen (voor iemand); ontslaghulp |
| taishokusaibō-大食細胞 | (biologie) macrofaag |
| taishōryōhō-対症療法 | symptomatische therapie [behandeling] |
| taishōsha-対象者 | doelgroep; iemand die in aanmerking komt voor |
| taishū-大衆 | de massa; het grote publiek |
| taishūka-大衆化 | popularisatie; het populair [algemeen begrijpelijk] maken (van wetenschap b.v.) |
| taishūshūkai-大衆集会 | massabijeenkomst |
| taisō-大層 | (in) hoge mate; grote hoeveelheid |
| taiteki-大敵 | veel vijanden; vijanden in groten getale [in overmacht] |
| taitoru-タイトル | rang; maatschappelijke positie; academische titel |
| taitsu-タイツ | panty; maillot |
| taiwankingyo-台湾金魚 | paradijsvis (Macropodus opercularis) |
| taiyōnensū-耐用年数 | levensduur (tijd dat iets mee kan, b.v. van machine, auto, e.d.) |
| takaburu-高ぶる | zich opwinden; zich druk [zenuwachtig] maken |
| takaku-高く | zeer; uiterst; hoog; in hoge mate |
| takamushiro-竹席 | bamboemat |
| takanenohana-高嶺の花 | (lett. een bloem op een hoge bergtop) iets dat buiten je bereik is; iets waar je naar verlangt maar niet kunt bereiken |
| takaru-集る | iemand afpersen |
| takashio-高潮 | climax; toppunt |
| takayōji-高楊枝 | het uitgebreid (rustig; op het gemak) gebruiken van een tandenstoker na de maaltijd |
| take-竹 | een van bamboe gemaakt blaasinstrument (zoals shakuhachi) |
| take-竹 | de middelste [tweede] rang (van het 3-rangen systeem, waarbij 1= matsu (den), en 3 = ume (pruim) ) |
| take-竹 | bamboe (plant; materiaal) |
| takeumafurugiya-竹馬古着屋 | (in de Edo-periode een rondreizende koopman met kleding op stokken) tweedehands kledingwinkel |
| takigi-薪 | brandhout; aanmaakhout (twijgen, takken, etc.) |
| takken-宅建 | erkend [bevoegd; gediplomeerd] makelaar in onroerend goed |
| takuan-沢庵 | (gele) ingemaakte daikon (rettich) |
| takuchitatemonotorihikishi-宅地建物取引士 | erkend [bevoegd; gediplomeerd] makelaar in onroerend goed |
| takuchitatemonotorihikishuninsha-宅地建物取引主任者 | erkend [bevoegd; gediplomeerd] makelaar in onroerend goed |
| takumi-匠 | handwerksman; vakman; vakvrouw; houtbewerker; timmerman |
| takuto-タクト | (muziek, literatuur) maat; ritme |
| tamamatsuri-霊祭り | vooroudersfestival; festival van de doden (om de geesten van de voorouders te verwelkomen, in de zevende maand van de maankalender) |
| tamarindo-タマリンド | tamarinde |
| tamarishōyu-たまり醤油 | tamari sojasaus; glutenvrije sojasaus |
| tamatebako-玉手箱 | waardevolle schat (die niet zomaar aan iedereen wordt getoond); doos van Pandora |
| tamatebako-玉手箱 | een mysterieuze doos (die niet geopend had mogen worden) uit het Japanse volksverhaal Urashima Tarō |
| tamaya-霊屋 | mausoleum |
| tan-丹 | rode kleur; natuurlijk vermiljoen (pigment gemaakt van verbrand loodpoeder) |
| tanabata-七夕 | Tanabata, het Sterren festival (7 juli volgens de maankalender) |
| tanabatamatsuri-七夕祭り | Tanabata festival, het Sterren festival (7 juli volgens de maankalender) |
| tanbi-度 | (informele vorm van: tabi) keer; maal; telkens |
| tanbu-反歩 | een oppervlaktemaat (ca. 991,7 ㎡) |
| tanburingu-タンブリング | turnoefeningen op de mat |
| tanda-単打 | (honkbal) (korte) honkslag (waarmee de slagman alleen het eerste honk bereikt) |
| tanda-短打 | (honkbal) (korte) honkslag (waarmee de slagman alleen het eerste honk bereikt) |
| tane-種 | zaad; pit; kern; sperma |
| tane-種 | onderwerp; thema |
| tane-種 | materiaal; ingrediënt |
| tanechigai-種違い | halfbroer; halfzus (met dezelfde moeder maar verschillende vaders) |
| tanetsuke-種付け | het fokken [paren] met het beste mannetje en vrouwtje (bij dieren) |
| tankidaigaku-短期大学 | (2-jarige) hogeschool [universiteit] (opleidend tot Bachelor diploma) |
| tankikin'yūshisantōshishintaku-短期金融資産投資信託 | geldmarktfonds (MMF, Money Market Fund) |
| tankōbon-単行本 | een los boek (als zelfstandig werk gepubliceerd, in tegenstelling tot een boek dat deel uitmaakt van een serie) |
| tanmi-淡味 | milde smaak |
| tannaru-単なる | simpelweg; slechts; alleen maar |
| tansū-単数 | (grammatica) enkelvoud |
| tantakatan-鍛高譚 | een soort shōchū (Japanse gedistilleerde drank) gemaakt met perilla (shiso) bladeren |
| tanteishōsetsu-探偵小説 | detectiveroman; detectiveverhaal; een whodunit |
| tanzaku-短冊 | een smalle rechthoek |
| tanzaku-短冊 | een smalle strook papier voor het schrijven van Japanse (waka) gedichten (verticaal) |
| tanzaku-短冊 | een strook papier voor het maken van lijsten |
| tarashikomu-誑し込む | (iemand) verleiden; inpalmen; versieren |
| tarento-タレント | talent; aanleg; vakmanschap |
| tarumono-たる者 | zo iemand als; iemand die zich ... kan noemen; degene die ... (moet) zijn |
| tarutaru・sōsu-タルタル・ソース | tartaarsaus (mayonaise met mosterd, kappertjes, augurk, e.d.) |
| tashō-他称 | derde persoon (grammatica) |
| tassha-達者 | meester; expert; vakman |
| tassha-達者 | ervaring; vakmanschap; bekwaamheid; meesterschap |
| tatakidaiku-叩き大工 | een beginnende [slechte; onhandige] timmerman |
| tatakiokosu-叩き起こす | wakker maken [schudden] |
| tatami-畳 | een tatami mat (gemaakt van rijststro) |
| tataru-祟る | vervloeken; een vloek [magische spreuk] uitspreken |
| tatchi-タッチ | stijl; manier van (schilderen, etc.); eigen stempel (drukken op) |
| tateguya-建具屋 | Japanse timmerman (maker van traditionele schuifdeuren, kasten, etc.) |
| tatekaeru-立て替える | voor iemand betalen; geld voorschieten |
| tatemae-建て前 | officieel [publiek; diplomatiek] standpunt; façade |
| tatenami-縦波 | longitudinale (elektromagnetische) golf |
| tateya-建屋 | gebouw (voor opslag en gebruik van (zware) machines, apparatuur, e.d.) |
| tatsujin-達人 | expert; meester; deskundige; iemand die in een bepaalde vak, kunst of ambacht excelleert |
| tatsutaage-竜田揚げ | (met sojasaus en mirin) gemarineerde, in aardappelmeel gerolde, en daarna gefrituurde stukjes kip of vis |
| tatta-たった | slechts; enkel maar |
| tawake-戯け | grappenmakerij; dwaasheid; gekheid |
| tawake-戯け | een gek; idioot; grappenmaker |
| tawakeru-戯ける | zich dwaas gedragen; gek doen; grapjes maken |
| tayasui-容易い | eenvoudig; simpel; makkelijk |
| tayō-多用 | het veel [vaak] gebruikmaken van |
| tayūmoto-太夫元 | theaterdirecteur; productieleider; manager van een toneelgezelschap |
| tazei-多勢 | groot aantal (mensen); numerieke overmacht |
| tazusaeru-携える | (iemand) meenemen; vergezeld worden door |
| teai-手合い | man; vent; kerel; gezelschap; kring; kliek |
| teashi-手足 | handen en voeten; ledematen |
| tebentō-手弁当 | de (eigen) lunch klaarmaken [meenemen; betalen] |
| tebikaeru-手控える | aantekeningen maken |
| tebunko-手文庫 | kleine doos voor schrijfmaterialen [brieven] |
| tēburu・manā-テーブル・マナー | tafelmanieren |
| tebyōshi-手拍子 | de maat slaan met een hand; op de maat met de handen klappen |
| techigai-手違い | een fout [vergissing] (maken) |
| tedate-手立て | maatregel; manier; methode |
| tedori-手取り | het handmatig spinnen (van draden) |
| tefuda-手札 | briefkaart formaat voor foto-afdruk |
| tegaki-手書き | handschrift; handgeschreven manuscript |
| tegatashijō-手形市場 | markt voor handelspapier [bankbiljetten; commerciële waardepapieren] |
| tegiwa-手際 | (goede) uitvoering; vakmanschap; bekwaamheid |
| tegoro-手頃 | handformaat; handig; praktisch; makkelijk te hanteren |
| tehai-手配 | voorbereiding(en); voorzorg; maatregel |
| tehazu-手筈 | plan; programma; maatregelen |
| teido-程度 | mate; reikwijdte; verhouding; niveau; graad |
| teigakuteikijidōkashitsuke-定額定期自動貸付 | automatische lening met vaste looptijd |
| teihon-底本 | manuscript; eerste (werk)versie van een geschrift |
| teike-手生け | eigen bloemschikcompositie; zelf een bloemstuk maken |
| teikoku-定刻 | afgesproken [vastgestelde] tijd; tijdschema |
| teikuauto-テイクアウト | afhaalmaaltijd; het afhalen (van eten en drinken) |
| teirazu-手入らず | makkelijk; zonder problemen [mankementen] |
| teirazu-手入らず | ongebruikt; onaangeroerd; maagdelijk |
| teishu-亭主 | (informeel) mijn man |
| teiyu-提喩 | synecdoche (stijlfiguur in grammatica en retorica) |
| tejun-手順 | procedure; proces; stappen (fig.); maatregelen |
| tekagen-手加減 | iemand de rij hand geven; iemand zijn gang laten gaan |
| tekago-手籠 | kleine mand |
| tekake-手掛け | maitresse |
| tekaki-手書き | iemand die goed [mooi] kan schrijven; iemand met een mooi handschrift; een kalligraaf |
| tekateka-てかてか | (onomatopee) glimmend; glinsterend; glanzend |
| tekihatsu-摘発 | ontmaskering; blootlegging; onthulling |
| tekiki-手利き | bekwaamheid; vakmanschap; een bekwaam [vakkundig; geschoold] persoon |
| tekiryō-適量 | juiste [passende] hoeveelheid; optimale dosis [dosering] |
| tekishisuru-敵視する | vijandig staan tegenover; iemand als vijand beschouwen [tegemoet treden] |
| tekishitsu-敵失 | fout gemaakt door een tegenstander [vijand] |
| tekishutsu-摘出 | openbaring; onthulling; bekendmaking |
| tekisuru-敵する | zich verzetten tegen; bezwaar maken tegen; dwarsbomen; tegenwerken |
| tekka-鉄火 | (afk. voor tekkamaki) in nori (gedroogde zeewier) gerolde sushi met een vulling van rauwe tonijn |
| tekketsu-鉄血 | (lett. ijzer en bloed) sterke krijgsmacht (verwijzing naar een toespraak van Bismarck van Pruisen) |
| tekkusu-テックス | tex (eenheid voor lineaire massa, voor het meten van de fijnheid van garen of vezels) |
| tekubari-手配り | voorbereiding; maatregel |
| tekunokurashī-テクノクラシー | technocratie (economische inrichting van de maatschappij onder leiding van technici) |
| tēma-テーマ | thema; onderwerp; motief |
| temawashi-手回し | voorbereiding(en); maatregel(en) |
| tēma・pāku-テーマ・パーク | themapark; pretpark |
| temizu-手水 | water om je handen te bevochtigen (bij het maken van mochi (Japanse rijstcakes)) |
| temo-ても | toch; evenwel; zelfs als; hoe dan ook; hoewel; maar; toch |
| temonaku-手もなく | makkelijk; zonder problemen; moeiteloos |
| temukau-手向かう | weerstand [tegenstand] bieden; de hand opheffen (tegen iemand) |
| ten-天 | de lucht; de hemel; het firmament |
| tenaga-手長 | lange vingers; diefachtig zijn; een dief (iemand met lange vingers) |
| tenareru-手慣れる | zich bekwamen (in); zich eigen maken; gewend raken (aan) |
| tenbiki-天引き | automatische inhouding; aftrek vooraf |
| tenjikurōnin-天竺浪人 | Tenjuku Ronin, een Japanse striptekenaar (m.n. van manga voor volwassenen |
| tenjō-天井 | maximum prijs; prijsplafond |
| tenjōshirazu-天井知らず | het snel stijgen [omhoogschieten] van marktprijzen |
| tenka-天下 | de overheid [regering; regerende macht] van een land |
| tenka-添加 | toevoeging (aan een substantie, ter verbetering van kwaliteit of smaak) |
| tenka-転化 | transformatie, transfiguratie; metamorfose |
| tenkara-てんから | (met een ontkennend werkwoord) helemaal niet; absoluut niet; geenszins |
| tenkū-天空 | de hemel; de lucht; het firmament |
| tenmei-天命 | missie; mandaat; roeping |
| tennenkinenbutsu-天然記念物 | een beschermde habitat [leefgebied]; een beschermde geologische formatie |
| tennōheika-天皇陛下 | Zijne Majesteit de Keizer |
| tennōkōgōryōheika-天皇皇后両陛下 | Hunne Majesteiten de keizer en de keizerin |
| tennōzan-天王山 | de naam van een berg in Oyamazaki-cho (prefectuur Kyoto) |
| tenouchi-手の内 | (onder) controle; macht |
| tensu-テンス | tijdsvorm; tempus (grammatica) |
| teodori-手踊り | een dans waarbij een aantal mensen tegelijk dezelfde bewegingen maken |
| teoi-手負い | een gewonde; iemand die gewond is |
| tera-テラ | tera (biljoenvoud: 10 tot de 12de macht) |
| tērā-テーラー | kleermaker |
| tērādo・sūtsu-テーラード・スーツ | maatpak; maatkostuum |
| terekusai-照れくさい | gênant; pijnlijk; beschamend; vernederend; ongemakkelijk |
| teremāku-テレマーク | telemark (ski-techniek) |
| teryōri-手料理 | eigengemaakt [huisgemaakt] eten [voedsel; gerecht] |
| tesage-手提げ | mandje; handbagage; handtas |
| tesaki-手先 | loopjongen; stroman; iemand die het vuile werk opknapt voor anderen |
| tesei-手製 | handwerk; handgemaakt |
| tesuki-手漉き | handgemaakt [handgeschept] papier |
| tesukigami-手漉き紙 | handgemaakt [handgeschept] papier |
| tesukino-手漉きの | met de hand gemaakt |
| tesuto・māketto-テスト・マーケット | testmarkt |
| tetsudōin-鉄道員 | spoorwegpersoneel; spoorwegman; spoor(weg)wachter; stationschef |
| tetsujin-哲人 | wijze man; filosoof; wijsgeer |
| tetsujin-鉄人 | sterke man; man van staal; ironman |
| tetsuzai-鉄材 | ijzer (materiaal) |
| tetsuzuki-手続き | procedure(s); proces; stappen; maatregelen |
| tettō-鉄塔 | stalen toren; hoogspanningsmast |
| teuchi-手打ち | het eigenhandig maken van soba, udon, e.d. (zonder machinale hulp) |
| teuchi-手打ち | een samurai die eigenhandig iemand lager in rang executeerde |
| teue-手植え | zelf [persoonlijk; handmatig] planten (van bomen en planten) |
| teusu-手薄 | onderbemand; schaars bemand; met weinig personeel |
| tezaiku-手細工 | met de hand gemaakte artikelen [producten] |
| tēze-テーゼ | partijprogramma (politiek) |
| tezei-手勢 | zijn troepen; de soldaten [manschappen] onder zijn commando |
| tezema-手狭 | smal; nauw; eng; krap |
| tezukuri-手作り | handwerk; met de hand gemaakt |
| tīchingu・mashin-ティーチング・マシン | oorspronkelijk mechanische apparaat dat lesmateriaal presenteerde aan studenten (was de basis voor het latere computerondersteunend onderwijs) |
| tīnējā-ティーンエージャー | tiener (jong iemand tussen 10 en 20 jaar oud) |
| tō-党 | iemand die dol is op [een fan is van] |
| to-斗 | to (inhoudsmaat van ca. 18, 04 liter) |
| tobikakaru-飛びかかる | zich op iemand [iets] storten; aanvallen |
| tobikakaru-飛びかかる | op (iemand) afspringen; bovenop springen [duiken] |
| tobinomono-鳶の者 | (Edo-periode) arbeiders [bouwvakkers] (ook) werkzaam als brandweerman |
| tobitsuku-飛びつく | op (iemand of iets) afspringen; een uitval [duik] doen (naar) |
| tobu-飛ぶ | haast maken; zich haasten; snel zijn |
| tōbun-等分 | (het verdelen in) gelijke delen [stukken; mate]; gelijke verdeling |
| tochiku-屠畜 | het slachten [afmaken] (van vee) |
| tochō-徒長 | overmatige groei van bladeren en stengels (als gevolg van overbemesting of gebrek aan licht) |
| tōga-冬芽 | bloem- of (blad)knoppen die gedurende de late zomer tot aan de herfst onstaan, de winter in dormante staat doorbrengen, om uiteindelijk in de lente op |
| tōge-峠 | crisis; hoogtepunt; climax |
| tōgetsu-当月 | deze maand |
| tōgyo-統御 | machtspositie; heerschappij; controle; beheer |
| togyo-蠹魚 | zilvervisje; suikergast (een klein insect, Lepisma saccharina) |
| tōgyūshi-闘牛士 | stierenvechter; matador; torero; toreador |
| tōheki-盗癖 | kleptomanie |
| tōji-冬至 | (één van de 24 seizoenen in de oude maankalender, als de zon staat op 270 graden (geografische) lengte); midwinter; de kortste dag: 21 of 22 dec. |
| tojishiro-綴じ代 | marge; kantlijn (van een bladzijde) |
| tōjō-登場 | (op het podium, scherm, etc.) opkomst; verschijning; optreden; (op de markt) intrede |
| tōki-投機 | het speculeren (op de financiële markt); speculatie |
| tokiakasu-説き明かす | duidelijk maken; ophelderen; uitleggen |
| tokinoujigami-時の氏神 | iemand die precies op het juiste moment komt om te helpen |
| tokisopurazuma-トキソプラズマ | toxoplasma |
| tokitsukeru-説きつける | (iemand) overtuigen; overhalen |
| tokkuri-とっくり | (onomatopee) zorgvuldig; grondig |
| tokkuri-徳利 | (een term die wordt gebruikt om de spot te drijven met) iemand die niet kan zwemmen |
| tokkuri-徳利 | een fles (met een smalle hals) voor sake [sojaolie; zijn, e.d.] |
| tōkō-刀工 | zwaardsmid; zwaardenmaker |
| tokobashira-床柱 | steunbalk van een tokonoma (alkoof [nis] in de muur waar siervoorwerpen worden uitgestald) |
| tokodatami-床畳 | tatamimat in de tokonoma |
| tokoiri-床入り | de consummatie {eerste geslachtsdaad) van een huwelijk |
| tokokazari-床飾り | kunstobject in de tokonoma |
| tokomise-床店 | marktkraam; bestelwagen (omgebouwd voor straatverkoop) |
| tokorobanchi-所番地 | (iemands) adres |
| tokoroten-心太 | Japanse noedels, traditioneel gemaakt van rode algen (tengusa) |
| tokoton-とことん | (onomatopee) tot het (bittere) einde; tot het uiterste; ten volle; grondig |
| toku-解く | losmaken; openmaken; ontbinden; uitpakken |
| toku-説く | (iemand) overhalen; overtuigen |
| tokudai-特大 | extra grote maat [afmeting] |
| tokui-得意 | (iemands) specialiteit; sterke punt; vaardigheid |
| tokuiwaza-得意技 | de favoriete [karakteristieke] techniek (van iemand in een vechtsport) |
| tokumeizenkentaishi-特命全権大使 | buitengewoon en gevolmachtigd ambassadeur |
| tokuren-得恋 | een succesvolle liefdesrelatie; een romantische relatie hebben |
| tokuri-徳利 | een fles (met smalle hals) voor sake [sojaolie, azijn, e.d.] |
| tokuri-徳利 | (een term die wordt gebruikt om de spot te drijven met) iemand die niet kan zwemmen |
| tokusa-木賊 | schaafstro (een plant, Equisetum hyemale; paardenstaartenfamilie) |
| tokusen-特選 | het maken van een speciale selectie; speciaal geselecteerde zaken [goederen] |
| tokusensuru-特選する | een speciale selectie maken |
| tokusha-特写 | (het maken van) een exclusieve foto |
| tokushukō-特殊鋼 | speciaal staal (gemaakt door extra elementen toe te voegen aan gewoon gelegeerd staal) |
| tokusoku-督促 | vordering tot terugbetaling; aanmaning |
| tokusuru-得する | ergens van profiteren; ergens voordeel uit halen; winst maken |
| tōku・shō-トーク・ショー | talkshow; praatprogramma (op tv) |
| tōkyū-等級 | klasse; rang; graad; magnitude; omvang; grootheid |
| toma-苫 | biezenmat |
| tomae-戸前 | voor de ingang van een opslagplaats [pakhuis; magazijn] |
| tomae-戸前 | dubbele deur voor de schuifdeur van een opslagplaats [pakhuis; magazijn] |
| tomahōku-トマホーク | tomahawk (strijdbijl van de indianen) |
| tomato-トマト | tomaat |
| tomato・jūsu-トマト・ジュース | tomatensap |
| tomato・kechappu-トマト・ケチャップ | tomatenketchup |
| tomato・pyūre-トマト・ピューレ | tomatenpuree |
| tomato・sōsu-トマト・ソース | tomatensaus |
| tomato・sūpu-トマト・スープ | tomatensoep |
| tomi-富 | grondstoffen [materialen] (met een economische waarde) |
| tomobiki-友引 | een dag (in de zesdaagse cyclus) waarop iemands geluk dat van zijn vrienden beïnvloedt (daarom gunstig voor bruiloften, maar niet voor begrafenissen) |
| tomoe-巴 | een (familie)wapen met komma-achtige figuren binnen een cirkel |
| tomogara-輩 | kamaraden; kring; gezelschap; (boeven)bende |
| tōmorokoshi-玉蜀黍 | mais (graansoort) |
| ton-トン | tonnage; ton (eenheid van massa en gewicht in het metrieke stelsel) |
| tonā-トナー | printertoner; cartridge voor printers en kopieermachines |
| tonboro-トンボロ | tombolo; schoorwal (smalle verbindingsstrook tussen een eiland en het vaste land) |
| tongarakasu-尖んがらかす | puntig worden [maken]; slijpen; taps toelopen |
| tongaru-尖んがる | puntig worden [maken]; slijpen; taps toelopen |
| tonī・tai-トニー・タイ | smalle stropdas |
| tono-殿 | aanspreektitel voor iemands (leen)heer, meester of echtgenoot |
| tonogata-殿方 | (term die door vrouwen wordt gebruikt om mannen aan te spreken) heren |
| tonosama-殿様 | (aanspreektitel voor) iemand die arrogant en wereldvreemd is |
| tonosamagaeru-殿様蛙 | zwart-gespikkelde kikker (Pelophylax nigromaculatus) |
| tonosamashōbai-殿様商売 | amateuristische handel (sarcastische term voor een bedrijfspraktijk waarbij geen inspanning of vindingrijkheid wordt getoond om de winst te vergroten) |
| tonto-とんと | (met ontkenning) helemaal niet; absoluut niet |
| tonto-とんと | helemaal; geheel; absoluut |
| tooka-十日 | de tiende (dag van de maand) |
| toori-通り | (... 通り) als; op de manier van; overeenkomstig |
| tooshi-通し | helemaal van begin tot eind |
| topikku-トピック | onderwerp; thema |
| topikkusu-トピックス | onderwerpen; thema's |
| toppā-トッパー | korte, wijde damesmantel |
| toppākōto-トッパーコート | korte, wijde damesmantel |
| toppudaun-トップダウン | een managementsysteem van een organisatie [bedrijf] waarin beslissingen worden genomen vanuit de top |
| toppu・battā-トップ・バッター | (honkbal) de nummer één [beste] slagman |
| toppu・manējimento-トップ・マネージメント | topmanagement |
| torabako-トラ箱 | (informeel) dronkenmanscel (in een politiebureau) |
| toraburumēkā-トラブルメーカー | iemand die problemen veroorzaakt; herrieschopper; onruststoker |
| torafikku・birudā-トラフィック・ビルダー | product dat veel bezoekers of klanten aantrekt; iets [iemand] gericht op het verhogen van de instroom van klanten |
| torahōmu-トラホーム | trachoom (oogbindvliesontsteking door de bacterie Chlamydia trachomatis) |
| torajedī-トラジェディー | tragedie; drama; tragische gebeurtenis |
| torakōma-トラコーマ | trachoom (oogbindvliesontsteking door de bacterie Chlamydia trachomatis) |
| torankusu-トランクス | boxershorts; onderbroek; sportbroek (voor mannen) |
| toranoo-虎の尾 | (andere naam voor) witte troswederik (Lysimachia clethroides) |
| toransufōmēshon-トランスフォーメーション | transformatie; verandering; vervorming |
| torappu-トラップ | katapult; werpmachine (b.v. bij kleiduivenschieten) |
| torappu-トラップ | stoomafsluiter |
| toratsugumi-虎鶫 | oostelijke goudlijster (Zoothera dauma) |
| torauma-トラウマ | trauma |
| toreadōru-トレアドール | stierenvechter; matador; torero; toreador |
| torēdingu・kanpanī-トレーディング・カンパニー | handelsonderneming; handelsfirma |
| torēdomāku-トレードマーク | handelsmerk; typisch kenmerk (van iemand) |
| torekkingu-トレッキング | het maken van een trektocht |
| torenchi-トレンチ | smalle testsleuf bij archeologische opgravingen |
| torendī・dorama-トレンディー・ドラマ | genre van Japans televisiedrama (jaren eind 1980 tot begin 1990) |
| torēsu-トレース | (computer) het traceren van de volgorde van stappen in een programma |
| toriatsukau-取り扱う | behandelen; managen; hanteren; uitvoeren |
| toribun-取り分 | (iemand's) deel [portie] |
| torichirakasu-取り散らかす | rondstrooien; rommel maken |
| torihikijo-取引所 | beurs; effectenmarkt |
| toriiru-取り入る | bij iemand in de gratie [in het gevlij] proberen te komen; zich aan iemand opdringen |
| torikata-捕り方 | agent; diender; politieman (die iemand arresteert) |
| torikkusutā-トリックスター | grappenmaker in mythen en oude volksverhalen |
| toriko-取り粉 | rijstmeel, dat (tegen het vastkleven) op het werkblad wordt gestrooid bij het maken van mochi (kleefrijstbolletjes) |
| torikobosu-取り零す | (onverwacht) verliezen (van een makkelijke tegenstander) |
| torimusubu-取り結ぶ | (bij iemand) in de gunst proberen te komen; een goede relatie hebben (met) |
| torinasu-取り成す | bemiddelen; tussenbeide komen; een goed woordje doen (voor iemand) |
| torinokeru-取り除ける | uitsluiten; uitzonderen; een uitzondering maken |
| torippusuru-トリップする | een reisje [trip] maken |
| torirenma-トリレンマ | trilemma (keuze tussen 3 mogelijkheden) |
| toritate-取り立て | het innen (van een schuld, de huur, etc.); aanmaning |
| toritateru-取り立てる | innen (van schuld, huur, etc.); aanmanen |
| torite-捕り手 | diender; agent; politieman (die iemand arresteert) |
| toroika-トロイカ | een driemanschap; triumviraat; een groep van drie personen of organisaties die gezamenlijk (leidend) optreden |
| toroi・onsu-トロイ・オンス | troyounce (|een gewichtsmaat voor edelmetalen, groot 31,1034768 gram) |
| tōseki-党籍 | partijlidmaatschap |
| tōshaban-謄写版 | mimeograph; stencilmachine; gestencilde kopie |
| tōshi-闘士 | vechter; strijder (b.v. in een oorlog of een maatschappelijke beweging) |
| tōshigaisha-投資会社 | beleggingsmaatschappij; investeringsmaatschappij |
| toshimawari-年回り | geluk behorend bij een bepaalde leeftijd (er wordt gezegd dat de ongeluksleeftijd bij mannen 42 is en bij vrouwen 33) |
| toshinoichi-年の市 | eindejaarsmarkt |
| toshiotoko-年男 | een man in hetzelfde dierenriem-jaar (in de cyclus van 12) als van zijn geboorte |
| toshitsuki-年月 | jaren (en maanden); lange tijd |
| toshiyori-年寄り | een oudere; bejaarde; oud persoon; ouder iemand |
| tōshō-刀匠 | zwaardsmid; iemand die zwaarden smeedt |
| tosōkō-塗装工 | schilder; iemand die een coating (verflaag, laklaag, e.d.) op iets aanbrengt |
| tōsotsu-統率 | leiding; leiderschap; commando; gezag; autoriteit |
| tōsui-統帥 | (mil.) opperbevel; oppercommando |
| tōsuido-透水度 | mate van waterdoorlaatbaarheid |
| tosu・battingu-トス・バッティング | (honkbal) peppergame, oefening waarbij ballen herhaaldelijk naar een slagman worden gegooid, die ze terugslaat naar dichtbij staande veldspelers |
| totchimeru-とっちめる | iemand berispen; terechtwijzen; de les lezen |
| tōtei-到底 | (wordt altijd gevolgd door ontkenning) helemaal (niet); totaal (niet); absoluut (niet) |
| tōten-読点 | komma |
| tōze-党是 | beginselprogramma van een politieke partij; partijprincipes |
| tōzokukamome-盗賊鴎 | middelste jager (een vogel, Stercorarius pomarinus) |
| tsentonā-ツェントナー | centenaar (oude gewichtsmaat, was in Duitsland 50kg; Zwitserland en Oostenrijk 100kg) |
| tsūbaifō-ツーバイフォー | bouwmethode van houten huizen gebruik makend van standaard balken van twee bij vier duim |
| tsūbaifōkōhō-ツーバイフォー工法 | houtskeletbouw waarbij gebruik gemaakt wordt van balken van 2 bij 4 duim |
| tsubame-燕 | jongeman die een affaire heeft met een oudere vrouw |
| tsubekobe-つべこべ | (onomatopee) zeurend; klagend; vittend |
| tsuberukurinhannō-ツベルクリン反応 | tuberculinereactie; mantouxtest |
| tsubomeru-窄める | smaller [nauwer] maken; vernauwen; versmallen |
| tsubomu-窄む | smaller worden; samentrekken; krimpen; zich sluiten |
| tsūbun-通分 | (wiskunde) de noemers van twee of meer breuken gelijk maken zonder hun waarden te veranderen; onder een noemer brengen |
| tsugumi-鶇 | bruine lijster (Turdus naumanni) |
| tsuigō-追号 | postume titel [naam]; titel [naam] die na iemands dood wordt toegekend (b.v. aan een overleden keizer) |
| tsūin-通院 | regelmatig naar het ziekenhuis gaan (voor een behandeling) |
| tsuitachi-一日 | de eerste dag van de maand |
| tsuizo-終ぞ | (nog) nooit; helemaal niet |
| tsūjin-通人 | man [vrouw] van de wereld; kenner; connaisseur |
| tsūjō-通常 | algemeen; normaal; gewoon |
| tsūjōkokkai-通常国会 | normale [reguliere] sessie van het Parlement |
| tsūjōyūbin-通常郵便 | normale [reguliere] post |
| tsukae-痞え | iets dat op je gemoed drukt; iets dat een zware belasting voor iemand vormt |
| tsukae-痞え | ongemakkelijke omstandigheden; belemmering |
| tsukaigatte-使い勝手 | gebruikersvriendelijkheid; gebruikersgemak |
| tsukaihatasu-使い果たす | opmaken; uitputten; verspillen |
| tsukaimichi-使い道 | gebruik; gebruikswijze; manier van gebruiken; nut |
| tsukaisute-使い捨て | het eenmalig gebruiken van iets (en dan weggooien); wegwerp product |
| tsukamaseru-摑ませる | iemand misleiden tot het kopen van een (slecht) product |
| tsukamaseru-摑ませる | iemand iets laten gebruiken; iemand iets laten aannemen] (b.v. steekpenningen); omkopen |
| tsukamasu-摑ます | iemand iets laten gebruiken; iemand iets laten aannemen] (b.v. steekpenningen); omkopen |
| tsukamasu-摑ます | iemand misleiden tot het kopen van een (slecht) product |
| tsukatsuka-つかつか | (onomatopee) gedecideerd; zonder aarzeling |
| tsukau-使う | gebruiken; verbruiken; toepassen; bedienen (machines, etc.) |
| tsukedashi-付け出し | systeem dat een voorkeursstatus geeft aan succesvolle amateur sumoworstelaars |
| tsukegi-付け木 | aanmaakhoutje; brandhout; splinter; lucifer |
| tsukeiru-付け入る | gebruik [misbruik] maken; profiteren |
| tsukeru-付ける | aanhechten; toevoegen; bijvoegen; vastmaken |
| tsuketsuke-つけつけ | (onomatopee) streng; hardvochtig; scherp (van toon) |
| tsuki-尽き | einde; beëindigd; op(gemaakt) |
| tsuki-月 | maan |
| tsukiban-月番 | maanddienst; iemand die een maand lang dienst doet (en dan wordt afgelost) |
| tsukibarai-月払い | maandelijkse betaling |
| tsukihi-月日 | zon en maan |
| tsukikage-月影 | maanlicht |
| tsukikage-月影 | de weerspiegeling van het maanlicht |
| tsukikage-月影 | de gestalte [verschijning; vorm] van de maan |
| tsukimairi-月参り | een bezoek aan een heiligdom of tempel één keer per maand op een vaste dag |
| tsukimi-月見 | (genieten van) het kijken naar de maan |
| tsukinami-月次 | maandelijks; elke maand |
| tsukinode-月の出 | maansopkomst |
| tsukiotosu-突き落とす | naar beneden duwen; (iets of iemand) ergens af duwen |
| tsukitansa-月探査 | maanverkenning; verkenning van de maan |
| tsukiyo-月夜 | door de maan verlichte nacht; maannacht |
| tsukiyukihana-月雪花 | maan, sneeuw, en bloemen (schoonheid in alle seizoenen) |
| tsukkomu-突っ込む | alles tezamen nemen (zonder onderscheid te maken); alles tegelijk in aanmerking nemen; overal rekening mee houden |
| tsūkoku-通告 | aankondiging; bekendmaking |
| tsūkon-痛恨 | (diepe) droefheid; leedwezen; berouw; smart |
| tsuku-付く | bijgevoegd [aangehecht; vastgemaakt] zijn |
| tsuku-漬く | gekruid [op smaak gebracht] zijn |
| tsūku-痛苦 | leed; pijn; verdriet; smart |
| tsukuridasu-作り出す | maken; produceren; creëren; ontwerpen; uitvinden |
| tsukurigoe-作り声 | een gemaakte [verdraaide] stem |
| tsukurigoto-作り事 | vervalsing; namaak; verzinsel; leugen; smoesje; onzin |
| tsukurikaeru-作り替える | vermaken; vernieuwen; herbouwen; omvormen; transformeren |
| tsukurimono-作り物 | namaakartikel; namaaksel; imitatie |
| tsukuritateru-作り立てる | decoreren; versieren; opmaken |
| tsukurite-作り手 | maker; vervaardiger; producent |
| tsukuriwarai-作り笑い | vreemde [gemaakte; onechte] glimlach |
| tsukurou-繕う | (uiterlijk, haar, kleding etc.) verzorgen ; netjes maken |
| tsukuru-作る | maken; vervaardigen; produceren; fabriceren; in elkaar zetten; componeren |
| tsuma-妻 | (meestal geschreven in hiragana) garnering (van sashimi met groenten, zeewier, e.d.); versiering; opmaak; toevoeging |
| tsuma-妻 | (arch.) het mannetje of vrouwtje van een dierenpaar |
| tsumadoikon-妻問婚 | een (matrilokaal) huwelijk waarbij het echtpaar bij de familie van de vrouw woont |
| tsumahajiki-爪弾き | uitsluiting; minachting; verwerping; versmading |
| tsumahajikisuru-爪弾きする | schuwen; mijden; ontlopen; uitsluiten; minachten; verwerpen; versmaden |
| tsumako-妻子 | (iemand's) vrouw en kinderen; gezin |
| tsumamidasu-摘まみ出す | (iemand) met kracht naar buiten brengen [sleuren]; (iemand) wegsturen [verwijderen] |
| tsumein-爪印 | duimafdruk; vingerafdruk; nagelafdruk als zegel |
| tsumemigaki-爪磨き | nagelverzorging; manicure; pedicure |
| tsumeshōgi-詰め将棋 | een shogi-probleem (een gegeven schaakstelling waarbij het doel is de koning van de tegenstander schaakmat te zetten) |
| tsumi-罪 | (wetmatig) misdaad; misdrijf |
| tsumu-詰む | (bij shogi, Japans schaakspel) schaakmat gezet zijn (door het omsingelen van de koning) |
| tsune-常 | de normale [gebruikelijke] omstandigheden [gang van zaken]; constantheid; onveranderlijkheid |
| tsuntsun-つんつん | (onomatopee) puntig; scherp; spits |
| tsuntsun-つんつん | (onomatopee) stinkend; met sterke geur |
| tsuntsun-つんつん | (onomatopee) trots; hooghartig; afstandelijk; onaangenaam; onvriendelijk |
| tsurasa-辛さ | pijn; leed; kwelling; narigheid; ongemak |
| tsurayogoshi-面汚し | schande; blamage |
| tsūriki-通力 | bovennatuurlijke [wonderbaarlijke; magische; geheimzinnige] kracht |
| tsurutsuru-つるつる | (onomatopee) glad; zacht; glibberig; vettig; slurpend |
| tsūsanshō-通産省 | (afk. voor) het voormalige Ministerie van Internationale Handel en Industrie (MITI) (tot 2001) |
| tsūshōsangyōshō-通商産業省 | het voormalige Ministerie van Internationale Handel en Industrie (MITI) (tot 2001) |
| tsūtei-通底 | zaken [dingen; ideeën] die aan de oppervlakte verschillend lijken, maar in de basis overeenkomen |
| tsutomeageru-勤め上げる | zijn diensttijd volmaken [afmaken; voltooien] |
| tsutomemuki-勤め向き | iemand's zaken [plichten; taken] |
| tsutomenin-勤め人 | ambtenaar; kantooremployé; iemand die op kantoor werkt |
| tsutsudori-筒鳥 | himalayakoekoek; Oosterse koekoek (Cuculus saturatus) |
| tsutsushimi-慎み | (Edo periode) strafmaatregel in de vorm van huisarrest bij de hofadel en krijgsadel |
| tsutsushimi-慎み | matiging; onthouding; een strenge [pure] leefwijze; verschoning; zuivering |
| tsuyagoto-艶事 | liefdesaffaire; romance |
| tsuyameku-艶めく | verleidelijk [sexy; elegant; charmant] zijn; er betoverend uitzien |
| tsuyanonai-つやのない | mat; dof |
| tsuyokishijō-強気市場 | haussemarkt; stijgende markt (effectenbeurs) |
| tsuyokisōba-強気相場 | haussemarkt; stijgende markt (effectenbeurs) |
| tsuyuharai-露払い | openingsact; iemand die als eerste optreedt bij een evenement [voorstelling] |
| tsuyuharai-露払い | heraut; de persoon die vooruit loopt en de weg vrijmaakt voor een hooggeplaatste persoon [stoet] |
| tsūzokushōsetsu-通俗小説 | lichte roman; stuiversroman; sensatieroman; roman voor het grote publiek |
| tsuzukimono-続き物 | verhaal [roman] in afleveringen; artikelenreeks; serie |
| tsuzura-葛籠 | rieten (kleding)mand |
| uba-姥 | een nō-masker van een oude vrouw |
| ubazakura-姥桜 | een rijpe schoonheid; charmante [aantrekkelijke] oudere vrouw |
| ubusunagami-産土神 | beschermgod van de geboorteplaats (van iemand) |
| uchibenkei-内弁慶 | iemand die thuis bazig is [de flinke held uithangt], maar daarbuiten verlegen is |
| uchiberi-内耗 | de verhouding tussen de hoeveelheid graan die overblijft na vermaling en de oorspronkelijke hoeveelheid |
| uchichigaeru-打ち違える | verkeerd doen; een fout maken; zich vergissen |
| uchidasu-打ち出す | bosseleren; in reliëf maken [slaan] |
| uchidenokozuchi-打ち出の小槌 | magische [legendarische] gelukshamer |
| uchigi-袿 | formele onderkleding met wijde mouwen voor mannen |
| uchikabuto-内兜 | verborgen omstandigheden; interne [geheime] informatie |
| uchikata-打ち方 | manier van slaan (b.v. bij tennis); manier van spelen; spelregels |
| uchimaku-内幕 | interne [geheime] informatie |
| uchimata-内股 | manier van lopen, met de voeten [tenen] naar binnen gedraaid |
| uchinori-内法 | meting van de binnenmaat; binnenbreedte [binnenlengte] |
| uchiwa-内輪 | bescheidenheid; gematigdheid; soberheid; kleine hoeveelheid |
| udedameshi-腕試し | het testen van iemands vaardigheid [kracht] |
| udekiki-腕利き | bekwaamheid; vakmanschap; een bekwaam [vakkundig; geschoold] persoon |
| ue-筌 | cylindrische bamboe mand voor het vangen van vis |
| ueahausu-ウエアハウス | magazijn; pakhuis |
| uedingu・māchi-ウエディング・マーチ | bruiloftsmars (muziek die bij de huwelijksceremonie gespeeld wordt) |
| ueru-飢える | hunkeren; verlangen; smachten naar |
| uētingu・sākuru-ウエーティング・サークル | in honkbal, het gedeelte van het veld (schuin achter de thuisplaat) waar de volgende slagman wacht |
| uigo-初子 | iemands eerste kind; eerstgeborene |
| uīkudē-ウイークデー | weekdag; doordeweekse dag (ma. t/m zat.) |
| uirō-外郎 | traditionele Japanse gestoomde zoetigheid (gemaakt van rijstmeel en suiker) |
| uirōmochi-外郎餠 | traditionele Japanse gestoomde zoetigheid (gemaakt van rijstmeel en suiker) |
| uizādo-ウイザード | tovenaar; genie; magiër |
| uji-蛆 | made; larf |
| ujiuji-うじうじ | (onomatopee) aarzelend; besluiteloos |
| ukan-有官 | iemand met een officiële functie [rang; positie] bij de overheid; een ambtenaar |
| ukauka-うかうか | (onomatopee) onzorgvuldig; nonchalant |
| uke-筌 | cylindrische bamboe mand voor het vangen van vis |
| ukeguchi-受け口 | iemand met een (naar voren) uitstekende onderkaak |
| ukemi-受身 | (grammatica) de passieve [lijdende] vorm |
| uketsuke-受付 | receptie (b.v. van een hotel); informatiebalie |
| ukewatashi-受け渡し | bezorging; bestelling; transactie; overmaking; betaling |
| ukiagaru-浮き上がる | ontsnappen aan; zich losmaken [bevrijden] |
| ukkari-うっかり | (onomatopee) vergeetachtig; afwezig; gedachtenloos; onbewust; ongemerkt |
| ukon-鬱金 | kurkuma; koenjit (specerij) |
| ukon-鬱金 | kurkuma; geelwortel (plant, Curcuma longa) |
| uma-午 | mei (5de maand van de maankalender) |
| umai-旨い | lekker; smakelijk; heerlijk |
| umami-旨み | umami, de 5de smaak (naast zoet, zuur, zout en bitter) |
| umami-旨み | kennis; bekwaamheid; smaak (van kunst, etc.); winst |
| umami-旨み | goede [heerlijke; lekkere] smaak (van voedsel) |
| umamichōmiryō-うま味調味料 | smaakversterker (zoals b.v. MSG, monosodium glutamaat) |
| umanohone-馬の骨 | persoon van onbekende, twijfelachtige afkomst; iemand van twijfelachtig [bedenkelijk] allooi |
| umanori-馬乗り | schrijlingse zitpositie (alsof je op een paard zit, soms om iemand in bedwang te houden) |
| ūman・ribu-ウーマン・リブ | vrouwenbevrijdingsbeweging |(woman's liberation movement) |
| umarekawaru-生まれ変わる | (fig.) herboren zijn; totaal veranderd zijn; een nieuwe start maken; zich rehabiliteren |
| umeboshi-梅干し | ingemaakte gezouten pruimen |
| uminohi-海の日 | Dag van de Zee (Japanse nationale feestdag, op de 3de maandag in juli) |
| umizuki-産み月 | de laatste maand van de zwangerschap; de maand waarin de geboorte wordt verwacht |
| unasareru-魘される | een nachtmerrie hebben; geluiden maken terwijl je slaapt; onrustig slapen |
| unomi-鵜呑み | iets zomaar (voor zoete koek) aannemen [slikken] |
| unshū-雲集 | zwerm; massa |
| unten-運転 | optimaal gebruik (van iets); optimaal laten draaien [functioneren] |
| untenshi-運転士 | stuurman (van een boot) |
| untenshi-運転士 | machinist (van een trein) |
| unzari-うんざり | (onomatopee) vervelend; walgelijk; afschuwelijk |
| unzarisuru-うんざりする | (onomatopee) ziek [moe] worden van; het zat zijn; tegenstaan; een aversie hebben tegen; tegen de borst stuiten; vervelen |
| un'ei-運営 | beheer; bestuur; besturing; management |
| un'eisuru-運営する | besturen; beheren; managen |
| un'yō-運用 | (optimale) gebruikmaking [toepassing]; in gebruiksneming |
| uogashi-魚河岸 | een vismarkt |
| uogashi-魚河岸 | een rivieroever waar een vismarkt is |
| uoichiba-魚市場 | vismarkt |
| uojōyu-魚醤油 | vissaus (gemaakt van gefermenteerde vis) |
| uragaki-裏書き | dagvaarding; sommatie |
| urahagusa-裏葉草 | siergras Hakonechloa macra |
| uramu-恨む | een wrok koesteren (tegen iemand); rancune voelen jegens iemand |
| uranari-末生り | metafoor voor (een zwak) iemand met een bleek gezicht |
| urashimatarō-浦島太郎 | Urashima Tarō, de hoofdpersoon van een Japans sprookje |
| uraura-うらうら | (onomatopee) zacht en warm; mild zonnig; rustig stralend |
| urayama-裏山 | berg aan de achterzijde [achterkant] (van iemands huis, dorp, etc.) |
| urayamashii-羨ましい | benijdenswaardig; jaloersmakend |
| ureeru-憂える | vrezen; zich zorgen maken; angst hebben |
| uretan-ウレタン | (chemische verbinding) urethaan; carbamaat |
| ureu-憂う | zich zorgen maken over; treuren; overstuur [angstig; van streek; bedroefd] zijn |
| ureyuki-売れ行き | (markt) verkoop; afzet; vraag (naar producten) |
| uriba-売り場 | verkoopafdeling; verkooppunt; winkel; marktplaats |
| uriba-売り場 | optimaal moment om te verkopen; ideale verkoopconditie |
| uridasu-売り出す | op de markt brengen; aan de man brengen; te koop zetten |
| urikata-売り方 | verkoopwijze; manier van verkopen |
| urikuchi-売り口 | markt; afzetgebied |
| uriwatasu-売り渡す | iemand verraden [aangeven] (bij de vijand, in ruil voor eigen voordeel) |
| uriwatasu-売り渡す | iets aan iemand verkopen (en overhandigen) |
| urochoro-うろちょろ | (onomatopee) rondhangend; dralend; treuzelend |
| urochorosuru-うろちょろする | (onomatopee) rondhangen; dralen; treuzelen |
| urouro-うろうろ | (onomatopee) rondhangend; rondslenterend |
| urusagata-煩型 | iemand die spijkers op laag water zoekt; muggenzifter; mierenneuker; kommaneuker; pietlut |
| urushimake-漆負け | huiduitslag door gifsumak (van de plant Rhus radicans) |
| urutoramarin-ウルトラマリン | ultramarijn |
| urutoramarin・rapisurazuri-ウルトラマリン・ラピスラズリ | ultramarijn lapislazuli |
| ushinotokimairi-丑の時参り | bezoek aan een heiligdom (om ca. 2 uur in de ochtend) om een vervloeking te doen door een effigie (strooien pop) van iemand aan een boom te spijkeren |
| ushiroyubi-後ろ指 | geroddel; gepraat achter iemands rug |
| usuaji-薄味 | licht gekruid; milde smaak |
| usucha-薄茶 | lichte [slappe] (groene) matcha thee |
| usugeshō-薄化粧 | een dunne laag make-up; lichte make-up |
| usukuchi-薄口 | zachte smaak; licht op smaak gebracht |
| utakai-歌会 | dichtwedstrijd; wedstrijd [bijeenkomst] voor het maken van Japanse gedichten |
| utata-転た | meer en meer; steeds meer; in toenemende mate |
| utouto-うとうと | (onomatopee) slaperig; soezerig |
| utoutosuru-うとうとする | (onomatopee) (weg) dutten; soezen; (in) dommelen; een hazenslaapje doen; sluimeren |
| uttaeru-訴える | iemand aanklagen; voor de rechter dagen; een proces [zaak] aanspannen |
| uttaeru-訴える | onder de aandacht van iemand brengen; ter sprake [te berde] brengen |
| uttori-うっとり | (onomatopee) opgetogen; extatisch; in vervoering |
| uumanribu-ウーマン・リブ | Vrouwenbevrijdingsbeweging; Vrouwenemancipatiebeweging |
| uumanribuundō-ウーマン・リブ運動 | Vrouwenbevrijdingsbeweging; Vrouwenemancipatiebeweging |
| uwagusuri-釉薬 | glazuur; vernis; email |
| uwakimono-浮気者 | overspelige persoon [man; vrouw]; bedrieger; schuinsmarcheerder |
| uwamai-上米 | (makelaars) commissie |
| uwatchōshi-上っ調子 | luchthartigheid; oppervlakkigheid; op spottende toon [manier] |
| uyoku-羽翼 | hulp; assistent; trouwe medewerker; (iemands) rechterhand (fig.) |
| uyū-烏有 | niets; niet bestaand; helemaal niets |
| uzu-渦 | draaikolk; werveling; maalstroom |
| uzuki-卯月 | de vierde maand van de maankalender |
| uzukumaru-蹲る | hurken; bukken; ineenduiken; zich klein maken |
| uzumaki-渦巻き | draaikolk; werveling; maalstroom |
| uzuuzu-うずうず | (onomatopee) popelend; jeukend |
| uzuuzusuru-うずうずする | (onomatopee) staan te popelen; ongeduldig wachten; je handen jeuken |
| vājinshotō-ヴァージン諸島 | Maagdeneilanden |
| wadai-話題 | onderwerp van gesprek; discussiepunt; thema |
| wādorōbu-ワードローブ | garderobe (alle kleding van iemand) |
| wagahai-我輩 | (mannelijk taalgebruik, eerste persoon meervoud) wij |
| wagahai-我輩 | (mannelijk taalgebruik, eerste persoon enkelvoud, tegenwoordig met een nogal arrogante duiding) ik |
| wahitsu-和筆 | schrijfpenseel gemaakt in Japan (i.t.t. in China) |
| waidoban-ワイド判 | standaard Japans papierformaat (210 x 257 mm) |
| waido・sukurīn-ワイド・スクリーン | breedbeeld (formaat) |
| waimārukenpō-ワイマール憲法 | Grondwet van Weimar (van de Weimarrepubliek, 1919-1933) |
| waiwai-わいわい | (onomatopee) lawaai(eri)g; luidruchtig |
| wakachiau-分かち合う | (iets met iemand) delen; (iets) gemeen hebben (met iemand) |
| wākahorikku-ワーカホリック | workaholic. iemand die verslaafd is aan zijn werk; iemand die veel werkt |
| wakamono-若者 | jonge man; jonge vrouw; jongere(n); jongelui |
| wakashu-若衆 | jongere; jonge man; jonge mensen |
| wakashu-若衆 | de rol van jonge man in Kabuki |
| wakasu-沸かす | opgewonden [enthousiast] worden [maken]; stimuleren; opruien |
| wakate-若手 | een jong iemand; jonge man [vrouw]; een junior employé [werknemer] |
| waki-和気 | een rustig [prettig] klimaat |
| wakimaeru-弁える | onderscheid maken; differentiëren; uit elkaar houden |
| wako-和子 | (arch.) de zoon uit een welgestelde familie; de zoon van iemand met een hoge rang [status]; de zoon van een edelman |
| wakōdōjin-和光同塵 | het niet overmatig tonen van kennis en daardoor met anderen in goede verhouding kunnen staan |
| wakuwaku-わくわく | (onomatopee) nerveus [opgewonden] (over); trillend |
| wāmu-ワーム | (write once, read many) opslagschijf waarop slechts één keer geschreven kan worden en dat daarna niet meer gewist of gewijzigd kan worden |
| wanawana-わなわな | (onomatopee) bevend; rillend; trillend |
| waniguchi-鰐口 | (spottende term voor iemand met) een brede [grote] mond |
| wanman-ワンマン | één persoon; eenmans- |
| wanman-ワンマン | één man die de leiding heeft [die alle macht naar zich toetrekt]; tiran; dictator |
| wanman・kā-ワンマン・カー | een trein, bus of tram met maar 1 personeelslid (de bestuurder die ook de functie van conducteur vervult) |
| wanman・shō-ワンマン・ショー | onemanshow; solovoorstelling |
| wanwan-わんわん | (onomatopee) woef-woef (het blaffen van een hond) |
| wappu-割賦 | het meermaals (In porties) toewijzen of verdelen |
| wara ni mo sugaru-藁にも縋る | zich aan een strohalm vastklampen; het laatste redmiddel zoeken; tot wanhopige maatregelen overgaan |
| waraeru-笑える | iets grappig [belachelijk; hilarisch] vinden; aan het lachen gemaakt worden |
| waragutsu-藁沓 | schoenen gemaakt van (gevlochten) stro (gebruikt als sneeuwschoenen in de winter) |
| waragutsu-藁沓 | sandalen gemaakt van (gevlochten) stro |
| waraijōgo-笑い上戸 | een vrolijke drinker; iemand die vrolijk wordt als hij alcohol drinkt; iem. die een goede dronk heeft |
| waraimono-笑い物 | iem. die uitgelachen wordt [belachelijk gemaakt wordt]; onderwerp van spot |
| waraitobasu-笑い飛ばす | iets weglachen; zich er met een (glim)lach vanaf maken |
| warasa-稚鰤 | jonge geelvinmakreel (40 - 60 centimeter lang; Seriola quinqueradiata) |
| warawasu-笑わす | iemand laten lachen; aan het lachen maken; iemand uitlachen |
| warazuto-藁苞 | strobundel; strowikkel (als verpakkingsmateriaal); een voorwerp in stro verpakt |
| warekaeru-割れ返る | hard gebroken worden; veel lawaai maken |
| wari-割り | een sumo partij; programma van sumo wedstrijden |
| waribikishōsha-割引商社 | makelaar in kortingsobligaties |
| wariguriishi-割り栗石 | macadam (wegverharding van twee lagen steengruis) |
| warini-割に | ongewoon; anders dan normaal; in aanmerking genomen |
| waromono-悪者 | (arch.) iemand zonder opleiding of talent; een middelmatige persoon |
| warudassha-悪達者 | iets dat zeer bekwaam is uitgevoerd, maar stijl of verfijning mist |
| warudome-悪止め | uit alle macht (iemand) proberen tegen te houden |
| warusawagi-悪騒ぎ | druk [lawaaiig] feestgedruis; pretmakerij |
| warushi-悪し | (klassieke vorm van warui) niet goed; geen goede indruk makend; slecht; kwaadaardig; verdorven |
| wasabi-山葵 | (plant) Eutrema japonicum |
| wasai-和裁 | Japanse kleermakerij; het maken van Japanse kleding [kimono] |
| wasei-和製 | van Japanse makelij; gemaakt in Japan |
| washiki-和式 | Japanse stijl [wijze; manier] |
| wasserumanhannō-ワッセルマン反応 | Wassermannreactie (medische test genoemd naar de bacterioloog August von Wassermann) |
| wasshoi-わっしょい | (tussenwerpsel; uitroep) hup, hup!; allemaal tegelijk! (trekken; tillen); (scheepvaart) anker op! |
| wasuru-和する | passende dichtregels maken als antwoord op een andere dichtregels [verzen] |
| watakushishōsetsu-私小説 | ik-roman |
| watarimori-渡り守 | veerman |
| watashimori-渡し守 | veerman |
| watauchi-綿打ち | het katoen-kloppen (waarbij katoen zacht (en schoon) wordt gemaakt door erop te kloppen) |
| watchi-私 | (gebruikt door personen van lage komaf) ik; mij |
| wattomanshi-ワットマン紙 | whatman papier |
| waza-技 | techniek; vaardigheid; handigheid; manoeuvre |
| wazamono-業物 | een scherp zwaard (gemaakt door een meestervakman) |
| wazashi-業師 | een technische man; iemand met goede vaardigheden |
| wazatogamashii-態とがましい | onnatuurlijk; geforceerd; gekunsteld; kunstmatig; gemaakt |
| wazatorashii-態とらしい | onnatuurlijk; geforceerd; gekunsteld; kunstmatig; gemaakt |
| weahausu・sutoa-ウェアハウス・ストア | magazijnwinkel (winkel die grote hoeveelheden producten goedkoop verkoopt in magazijn opstellingen) |
| webumagajin-ウェブマガジン | webzine; webmagazine |
| webumasutā-ウェブマスター | webmaster; webbeheerder |
| windouzu・akuseraretā-ウィンドウズ・アクセラレーター | Windows Accelerator (computer programma) |
| wōkingu・dikushonarī-ウォーキング・ディクショナリー | een wandelend woordenboek (iemand met een zeer grote woordenschat) |
| wōrugai-ウォール街 | Wall Street (New Yorkse geldmarkt) |
| yabanjin-野蛮人 | barbaar; wildeman; onbeschaafd mens; een barbaars [primitief] volk |
| yabo-野暮 | een ongemanierde [lompe; onbehouwen] persoon |
| yabo-野暮 | ongemanierdheid; lompheid; smakeloosheid |
| yabukōji-藪柑子 | (plant) Ardisia japonica (marlberry) |
| yādo-ヤード | yard (lengtemaat, 91,44 cm) |
| yadorigi-宿り木 | maretak (plant: Viscum album); mistletoe |
| yadoroku-宿六 | mijn lieve mannetje [echtgenoot] |
| yahi-野卑 | (iemand met) een zeer lage status |
| yajikita-弥次喜多 | (afk. voor) een leuk [vrolijk] uitsapje [reisje] van twee mannen |
| yajikitadōchū-弥次喜多道中 | een leuk [vrolijk] uitsapje [reisje] van twee mannen |
| yajin-野人 | een (eenvoudig) iemand van het platteland |
| yajiru-野次る | joelen; uitjouwen; beschimpen; belachelijk maken\ |
| yajirushi-矢印 | pijl (symbool); pijlvormige markering |
| yakiba-焼き場 | crematorium |
| yakie-焼き絵 | brandwerk versiering; afbeelding gemaakt door brandwerk |
| yakimoki-やきもき | (onomatopee) angstig; ongeduldig; bezorgd |
| yakinaoshi-焼き直し | het herschrijven; reconstrueren; opnieuw maken; een nieuwe versie maken |
| yakinaosu-焼き直す | herschrijven; reconstrueren; opnieuw maken; een nieuwe versie maken |
| yakitsuke-焼き付け | het (foto) printen; emailleren; pottenbakken; vergulden [verzilveren]; sinteren |
| yakitsukeru-焼き付ける | (foto) printen; emailleren; pottenbakken; branden; vergulden [verzilveren]; sinteren |
| yakkodako-奴凧 | een (traditionele) Japanse vlieger in de vorm van een man met uitgespreide armen (als vleugels) |
| yakubyōgami-疫病神 | Yakubyōgami, een boze god die mensen ziek maakt en rampen veroorzaakt; god van de pest |
| yakudoshi-厄年 | ongeluksjaar [leeftijd] (voor mannen 25, 42 en 61; voor vrouwen 19, 33 en 37) |
| yakugaku-薬学 | farmacie; farmacologie |
| yakugara-役柄 | iemands rol [positie]; de aard [kenmerken] van iemands positie |
| yakujihō-薬事法 | de wet op farmaceutische en medische hulpmiddelen |
| yakumi-薬味 | kruiden; specerijen; smaakmakers |
| yakumuki-役向き | iemands rol [positie]; de aard [kenmerken] van iemands positie |
| yakurigaku-薬理学 | farmacologie; geneesmiddelenleer |
| yakurigakusha-薬理学者 | farmacoloog |
| yakutaku-役宅 | woning toegewezen aan iemand op basis van zijn functie (m.n. bij de overheid) |
| yakuzai-薬剤 | een medicijn; farmaceutisch product |
| yama-山 | climax; hoogtepunt |
| yamaba-山場 | hoogtepunt; climax; toppunt |
| yamadera-山寺 | Yama-dera, algemene benaming voor de Risshaku-ji (Tendai bergtempel in Yamagata-stad) |
| yamagaaru-山ガール | praktische sport- of bergkleding voor vrouwen; vrouw die bergtochten maakt in zulke kleding |
| yamahototogisu-山時鳥 | paddenlelie (Tricyrtis macropoda) |
| yamake-山気 | ondernemend persoon; iemand die graag risico's neemt |
| yamaki-山気 | ondernemend persoon; iemand die graag risico's neemt |
| yamakke-山っ気 | ondernemend persoon; iemand die graag risico's neemt |
| yamamayu-山繭 | een nachtpauwoog vlinder (Antheraea yamamai) |
| yamamori-山盛り | een hoop; een berg; volle maat; extra veel |
| yamanokami-山の神 | iemand's (vervelende; zeurende) vrouw |
| yamanote-山の手 | Yamanote, district van Tokio |
| yamaotoko-山男 | een man die afkomstig is uit de bergen; houtvester |
| yamatoe-大和絵 | Yamato-e, Japanse schilderijen uit de Heian periode |
| yamatominzoku-大和民族 | het Yamato-volk; het Yamato-ras |
| yamatoshimane-大和島根 | Yamato-shima; Yamato no Kuni; Gebied rondom Yamato (een voormalige provincie van Japan, gelegen in de huidige prefectuur Nara) (arch.) |
| yamatouta-大和歌 | volkslied uit de Yamato-regio |
| yamazakura-山桜 | Japanse (berg) sierkers (Cerasus jamasakura) |
| yamiburōkā-闇ブローカー | een illegaal handelende makelaar |
| yamibusshi-闇物資 | artikelen [goederen] van de zwarte markt; illegaal geïmporteerde [gesmokkelde] goederen; geheime voorraden |
| yamigasuri-闇絣 | een katoenen stof met een klein, onregelmatig vlekkenpatroon op een donkere achtergrond |
| yamigome-闇米 | de rijst die heimelijk wordt verhandeld buiten de reguliere kanalen; rijst van de zwarte markt |
| yamiichi-闇市 | de zwarte markt |
| yamiichiba-闇市場 | de zwarte markt |
| yamijiru-闇汁 | een winters vermaak, waarbij een nabe-soep wordt gemaakt met ingrediënten die bezoekers hebben meegenomen, en die soep wordt in het donker opgegeten |
| yaminabe-闇鍋 | een winters vermaak, waarbij een nabe-soep wordt gemaakt met ingrediënten die bezoekers hebben meegenomen, en die soep wordt in het donker opgegeten |
| yamine-闇値 | de prijs op de zwarte markt; een prijs die niet de officieel vastgestelde prijs is |
| yaminooku-闇の奥 | The Heart of Darkness, de titel van een roman uit 1902 van Joseph Conrad (1857-1924) |
| yaminoyo-闇の夜 | een donkere (maanloze) nacht |
| yamishōgun-闇将軍 | iemand die de macht heeft in de onderwereld; de baas van de gangsters; iemand die in het geheim (achter de schermen) de macht in handen heeft |
| yamishōnin-闇商人 | een handelaar op de zwarte markt |
| yamisōba-闇相場 | de prijs op de zwarte markt; een prijs die niet de officieel vastgestelde prijs is |
| yamiya-闇屋 | een zwarthandelaar; iem. die op de zwarte markt werkt |
| yamiyo-闇夜 | een donkere [maanloze] nacht |
| yanagiba-柳刃 | smal keukenmes met toelopende punt voor het snijden van m.n. sashimi, e.d. |
| yanari-家鳴り | het (geluid van) gerommel [gekraak] (van een huis b.v. door het krimpen van houten bouwmaterialen door temperatuurverschillen) |
| yani-やに | zodat (is een streekgebonden uitspraak van yōni (Tajima-ben en Tottori-ben)) |
| yaoya-八百屋 | groentewinkel; groenteman |
| yaoya-八百屋 | iemand met een wijde belangstelling [interesse] (lett. voor 800 onderwerpen) in wetenschap, kunst, e.d.; homo universalis |
| yarikaesu-遣り返す | opnieuw doen; nogmaals doen; overdoen |
| yarikata-遣り方 | handelwijze; manier van doen |
| yarikuchi-遣り口 | manier (van doen); handigheid; truc |
| yarō-野郎 | een Kabuki-acteur met een mannelijke hoofdrol |
| yarō-野郎 | een jongeman; jonge vent |
| yāru-ヤール | yard (oorspronkelijk maat voor stof) |
| yāru-ヤール | yard (lengtemaat, 91,44 cm) |
| yaru-遣る | doen; handelen; bedienen; maken |
| yarusenai-遣るせない | ongelukkig; machteloos; hulpeloos; somber |
| yasaotoko-優男 | een slanke [elegante] man |
| yasaotoko-優男 | een vriendelijke [zachtaardige] man |
| yasashii-易しい | gemakkelijk; eenvoudig |
| yasashikusuru-優しくする | aardig [vriendelijk] zijn tegen iemand |
| yase-瘦せ | iemand die afgevallen [dun] is |
| yasegisu-瘦せぎす | iemand die erg mager [vel over been] is |
| yasehosoru-瘦せ細る | dunner worden; vermageren; uitgemergeld raken |
| yasejishi-瘦せ肉 | mager [dun; vel over been; schriel] zijn |
| yasekokeru-瘦せこける | mager worden |
| yasen-野選 | (honkbal) fielder's choice; de keuze van veldspeler (als hij na een honkslag kan kiezen de slagman uit te schakelen of een andere honkloper) |
| yaseppochi-瘦せっぽち | iemand die erg mager is |
| yaseta-瘦せた | mager; dun; iel |
| yashusentaku-野手選択 | (honkbal) fielder's choice; de keuze van veldspeler (als hij na een honkslag kan kiezen de slagman uit te schakelen of een andere honkloper) |
| yasuagari-安上がり | iets gedaan krijgen op een goedkope manier |
| yasubushin-安普請 | gebouwen [huizen] die op een goedkope manier zijn gebouwd (vaak met slechte materialen) |
| yasudaiji-易大事 | iets dat er eenvoudig uitziet, maar in werkelijkheid zeer belangrijk is |
| yasuge(na)-安げ(な) | (lit.) iets dat er zo gemakkelijk en eenvoudig uitziet |
| yasugekkyū-安月給 | een klein [laag] (maand)salaris; een mager (maandelijks) inkomen |
| yasui-易い | makkelijk; eenvoudig |
| yasunjiru-安んじる | gerust [veilig; op zijn gemak; vredig] zijn; tevreden zijn; geruststellen |
| yasunzuru-安んずる | gerust [veilig; op zijn gemak; vredig] zijn |
| yasunzuru-安んずる | geruststellen; iem. op zijn gemak stellen |
| yasuragu-安らぐ | gemoedsrust hebben; zich op zijn gemak voelen; gerust [zonder zorgen] zijn |
| yasushi-安し | makkelijk; zacht; licht |
| yasuyasu-易易 | (vaak gebruikt in combinatie met to) heel gemakkelijk, eenvoudig, simpel; met groot gemak; erg toegankelijk (fig.) |
| yatai-屋台 | (verkoop)stalletje; kraam (op een markt, festival, bij een tempel, etc.) |
| yataimise-屋台店 | marktkraam |
| yatchaba-やっちゃ場 | markt voor groente en fruit in Tokio (zo genoemd vanwege de uitroepen tijdens de veiling: yatcha, yatcha) |
| yattsukeru-やっつける | en aanval plaatsen; aanvallen; achter iemand aangaan; (neer)slaan; verslaan; opruimen; vermoorden |
| yawarageru-和らげる | verzachten; matigen; verlichten |
| yayu-揶揄 | scherts; spot; belachelijkmaking |
| yō-妖 | (in kanji combinaties) charmant; aantrekkelijk; bekoorlijk; betoverend; mysterieus; spookachtig; verdacht |
| yō-様 | uiterlijk; verschijning; voorkomen; manier; situatie |
| yobai-夜這い | heimelijk nachtbezoek (door een man aan een vrouw) |
| yobidashi-呼び出し | roep; oproep; sommatie |
| yobiko-呼び子 | fluitje (om iemand te waarschuwen of roepen) |
| yobimono-呼び物 | bezienswaardigheid; manifestatie; evenement; attractie; hoogtepunt |
| yobiokosu-呼び起こす | wakker maken (door te roepen); wakker worden (door); opwekken |
| yobōsen-予防線 | voorzorgsmaatregelen |
| yobuko-呼ぶ子 | fluitje (om iemand te waarschuwen of roepen) |
| yōdai-容態 | (iemand's) uiterlijk; uiterlijke verschijning |
| yogi-余技 | hobby; niet-beroepsmatige bezigheid |
| yogosu-汚す | vuil maken; besmeuren; bevuilen |
| yohaku-余白 | blanco; lege ruimte; marge; kantlijn |
| yohodo-余程 | veel; heel wat; in grote mate; genoeg; voldoende |
| yoi-良い | goed; prima; uitstekend; geschikt |
| yoin-余韻 | nasmaak; nawerking |
| yōin-要因 | hoofdoorzaak; primaire factor |
| yoitsubureru-酔い潰れる | stomdronken worden; zich bewusteloos drinken; comazuipen |
| yojōhan-四畳半 | een Japanse kamer met een oppervlakte van 4,5 tatami matten (ongeveer 2,7 m. x 2,7 m.) |
| yōkaisuru-溶解する | iets oplossen (in); vloeibaar maken |
| yokaren-予科練 | de opleiding [training] voor piloten bij de Japanse marine |
| yokinjidōshiharaiki-預金自動支払機 | geldautomaat |
| yokkaichizensoku-四日市喘息 | Yokkaichi asthma, veroorzaakt door inademen van zwaveldioxide (vervuilingsziekte in Japanse prefectuur Mie tussen 1960 en1972) |
| yokochō-横帳 | oblong [liggend] formaat notitieboek (van vellen papier horizontaal doormidden gevouwen en gebonden) |
| yokodori-横取り | het (zijdelings) weggrijpen; wegpakken van iemands goederen of kennis (en die als eigen bevindingen doen voorkomen, b.v. in een werksituatie) |
| yokohama-横浜 | Yokohama (havenstad in Japan) |
| yokomuki-横向き | zijwaarts; (op de zij) liggend; landscape formaat (van een foto) |
| yokonami-横波 | transversale (elektromagnetische) golf |
| yokugetsu-翌月 | de volgende maand |
| yokuyokugetsu-翌翌月 | twee maanden later; de maand na de volgende maand |
| yometoome-夜目遠目 | (gezegde) Bij duisternis kan men geen onderscheid maken tussen mooi en lelijk. (lett. een vrouw in het donker, in de verte) |
| yomikaesu-読み返す | herlezen; nogmaals lezen |
| yomikuse-読み癖 | vreemde [idiomatische] uitspraak [lezing] |
| yomu-詠む | een Japans gedicht componeren [schrijven]; als thema voor een gedicht gebruiken |
| yopparai-酔っぱらい | dronkenman; dronkenlap; zuiplap |
| yoppodo-余っ程 | veel; heel wat; in grote mate; genoeg; voldoende |
| yoreyore-よれよれ | (onomatopee) versleten; kaal; armoedig |
| yorikakaru-寄り掛かる | op iemand vertrouwen; (fig.) op iemand leunen; afhankelijk zijn van iemand |
| yoriki-与力 | een samoerai van lagere rang (assistent van een militaire aanvoerder) (Muromachi periode) |
| yoroiita-鎧板 | (smalle houten) lat(ten) in jaloezieën, e.d. |
| yorokobasu-喜ばす | behagen; verrukken; (iemand) blij maken; verblijden; plezier geven; vreugde brengen |
| yoroshii-宜しい | (beleefde vorm voor よい) goed; prima; ok |
| yoroshiku-宜しく | graag; goed; optimaal |
| yorozuya-万屋 | een alleskunner; manusje-van-alles |
| yorugohan-夜御飯 | diner; avondeten; avondmaal |
| yōryō-要領 | leerpunt; leerproces; manier [truc; tips] om dingen goed te doen |
| yosegaki-寄せ書き | tekst door meerdere mensen samen geschreven (ieder een paar regels); tekening door meerdere mensen samen gemaakt |
| yosete-寄せ手 | aanvallende [oprukkende] leger [macht; vijand] |
| yōshi-容姿 | (iemand's) verschijning; voorkomen; uiterlijk; gestalte |
| yōshi-養子 | geadopteerd kind; pleegkind (meestal mannelijk) |
| yōshiki-洋式 | westerse stijl [manier] |
| yosōsaikōkion-予想最高気温 | verwachte maximum temperatuur |
| yōsoshō-蠅蛆症 | myiasis; huidmadenziekte |
| yotayota-よたよた | (onomatopee) struikelend; wankelend |
| yotei-予定 | plan; programma; schema; rooster |
| yoteidoori-予定通り | zoals gepland; volgens schema |
| yotō-与党 | regeringspartij; de partij die aan de macht is |
| yōtoji-洋綴じ | westerse manier boekbinden |
| yotsugana-四つ仮名 | term die verwijst naar de vier klanken van de kana じ,ぢ,ず,づ (tot en met de Muromachi periode) |
| yotsumi-四つ身 | een speciale manier om stof voor een kimono voor kinderen (van 4-12 jaar) te knippen |
| you-良う | vaak; regelmatig; gewoonlijk |
| yowakisōba-弱気相場 | baissemarkt; dalende markt (effectenbeurs) |
| yōyaku-漸く | maar net; nauwelijks; ternauwernood |
| yoyū-余裕 | marge; overschot; (genoeg) ruimte [tijd; geld] |
| yōzai-用材 | timmerhout; hout (als materiaal) |
| yūboku-遊牧 | nomadisme |
| yūbokumin-遊牧民 | nomade(n) |
| yūbokuminzoku-遊牧民族 | nomadenvolk |
| yūdai-雄大 | groots [prachtig; majestueus; magnifiek; indrukwekkend; imposant] zijn |
| yūdōenboku-遊動円木 | soort lange schommel (gemaakt van een boomstam hangend aan kettingen in een rek) |
| yudono-湯殿 | (arch.) een bediende die een edelman helpt met baden |
| yudooshi-湯通し | het weken van stof [kleding] in lauw water (om zacht te maken) |
| yūgao-夕顔 | maanbloem (Ipomoea alba) |
| yūge-夕餉 | avondmaaltijd |
| yūgekitai-遊撃隊 | commandotroepen; stoottroepen |
| yugeshō-夕化粧 | avond-makeup |
| yugeshō-湯化粧 | make-up na het baden |
| yūgohan-夕御飯 | avondmaal; diner |
| yūgun-遊軍 | reserve; vervanger; iemand die stand-by staat om in te vallen |
| yūhan-夕飯 | avondmaal; diner; souper |
| yūhan-雄藩 | een machtige (feodale) clan (tijdens de Edo-periode) |
| yūhitsu-右筆 | (bij de krijgsadel) iemand die belast is met het schrijven van documenten in adelijke families |
| yūi-優位 | overheersing; superioriteit; overwicht; dominantie; suprematie |
| yuibutsu-唯物 | materialisme |
| yuibutsubenshōhō-唯物弁証法 | dialectisch materialisme (een natuur- en wetenschapsfilosofie) |
| yuibutsuron-唯物論 | materialisme |
| yuibutsushikan-唯物史観 | materialistische opvatting [interpretatie] van de geschiedenis |
| yuishiki-唯識 | boeddhistische filosofie dat alle objecten worden gemanifesteerd door bewustzijn |
| yuishin-唯心 | (boeddh.) alle verschijnselen zijn een manifestatie van de geest; de geest als de enige echte realiteit |
| yūjin-有人 | bemand zijn |
| yūka-雄花 | mannelijke bloem; bloem met alleen meeldraden |
| yūkai-幽界 | de onderwereld; het hiernamaals |
| yūkaku-遊客 | iemand die zich alleen maar vermaakt zonder te werken; lanterfanter; pretmaker |
| yūkashōkenjōtoeki-有価証券譲渡益 | winst gemaakt op overdracht van effecten |
| yūkei-有形 | materie; vorm; concreet [tastbaar] zijn |
| yūkeibunkazai-有形文化財 | materieel cultureel erfgoed |
| yūkeikoteishisan-有形固定資産 | materiële vaste activa |
| yūkemuri-夕煙 | rook die opstijgt uit de kamado bij het bereiden van het avondeten |
| yuki-裄 | bij een kimono, de afstand van de rugnaad tot de manchet |
| yukiau-行き合う | iemand (toevallig) tegenkomen [tegen het lijf lopen; ontmoeten] |
| yukidaruma-雪達磨 | sneeuwman; sneeuwpop |
| yukikau-行き交う | regelmatig bezoeken |
| yukiotoko-雪男 | yeti; verschrikkelijke sneeuwman |
| yukkuri-ゆっくり | (onomatopee) langzaam (aan); rustig; op zijn gemak |
| yūku-憂苦 | droefheid; smart; bezordheid |
| yukusue-行く末 | iemands toekomst [vooruitzichten; lot; levensduur] |
| yumesara-夢更 | ten minste; zelfs een klein beetje; (gevolgd door een ontkenning) niet in het minst; helemaal niet |
| yumeuranai-夢占い | oneiromantie; droomuitlegging; waarzeggerij gebaseerd op dromen |
| yūmon-幽門 | pylorus; maagportier |
| yūmorisuto-ユーモリスト | komiek, grappenmaker |
| yunikōn-ユニコーン | een startende onderneming die (al snel) een marktwaardering heeft bereikt van meer dan 1 miljard dollar |
| yunyūizondo-輸入依存度 | de mate van (economische) afhankelijkheid van import (verhouding tussen invoerwaarde en nationale productie) |
| yūransuru-遊覧する | een (toeristisch) uitstapje [excursie] maken |
| yurayura-ゆらゆら | (onomatopee) schommelend; slingerend; zwaaiend; wankelend |
| yūrekisuru-遊歴する | (rond)reizen; rondtrekken; een trip maken |
| yūri-遊離 | scheiding; afzondering; losmaking; vrijmaking; bevrijding |
| yuriokosu-揺り起こす | iemand wakker schudden |
| yūryoku-有力 | daadkracht; macht; invloed; gezag |
| yusayusa-ゆさゆさ | (onomatopee) schommelend; zwaaiend; wankelend |
| yūsei-雄性 | mannelijkheid |
| yūseigachi-優勢勝ち | (judo) overwinning door overmacht [bij scheidsrechter's besluit] |
| yusen-湯煎 | bain-marie; (iets) opwarmen in een schaal die op een pan met heet water is geplaatst |
| yūshun-優駿 | voortreffelijkheid; iemand [iets] met bijzondere kwaliteiten |
| yushutsunyūkanriseido-輸出入管理制度 | export en import managementsysteem |
| yushutsushijō-輸出市場 | exportmarkt |
| yūsoku-有職 | iemand die geleerd is [kennis heeft] |
| yūtaibutsu-有体物 | tastbare [concrete; materiële; stoffelijke] dingen |
| yutan-油単 | geoliede stof (om het waterdicht te maken); wasdoek; zeildoek |
| yūtiritī-ユーティリティー | hulpprogramma (computer) |
| yūtiritī・puroguramu-ユーティリティー・プログラム | hulpprogramma (computer) |
| yūtō-遊蕩 | losbandigheid; onmatigheid; lichtzinnigheid; van losse zeden |
| yuttari-ゆったり | comfortabel; gemakkelijk; kalm; ontspannen |
| yuwaetsukeru-結わえ付ける | (vast)binden; vastknopen; vastmaken |
| yuyase-湯瘦せ | vermagering [afvallen] door overmatig [vaak] baden in heet water |
| yūyū-悠悠 | rustig [kalm; op het gemak; langzaam; ontspannen] zijn |
| zabon-ザボン | pompelmoes (Citrus maxima) |
| zai-材 | grondstof; materiaal |
| zairyō-材料 | ingrediënt; materiaal; grondstof; materie |
| zairyō-材料 | gegevens; data; informatie; bronmateriaal |
| zairyō-材料 | (economie) marktbepalende factor |
| zairyōkagaku-材料科学 | materiaalkunde |
| zaishitsu-材質 | de kwaliteit van een materiaal (zoals hout, e.d.) |
| zaishō-罪障 | (boeddh.) slecht karma |
| zakkuri-ざっくり | (onomatopee) ruw; ongeveer |
| zakuzaku-ざくざく | (onomatopee) krakend geluid (zoals bij lopen op ijzige sneeuw) |
| zāmen-ザーメン | zaad; sperma |
| zanbō-讒謗 | laster; smaad; geroddel; kwaadsprekerij |
| zangetsu-残月 | de bleke ochtendmaan; de man bij zonsopkomst |
| zanmai-三昧 | (boeddh.) samadhi; (spirituele) concentratie; diepe meditatie; absorptie |
| zanrui-残塁 | een fort dat wordt aangevallen maar stand houdt |
| zanshitai-惨死体 | het (verminkte) lichaam van iemand die op brute wijze is vermoord |
| zarazara-ざらざら | (onomatopee) ruw; korrelig |
| zarazara-ざらざら | (onomatopee) gerammel |
| zarazarashita-ざらざらした | (onomatopee) grof; ruw; korrelig; scherp |
| zareru-戯れる | smaakvol [stijlvol; elegant] zijn |
| zareru-戯れる | speels zijn; spelen; dollen; zich amuseren (met iets); grappen maken |
| zāsai-ザーサイ | ingelegde mosterdkool uit Sichuan (Chinese provincie); ingemaakte Sichuan groente; (Eng. Szechuan [Szechwan] pickles); (Chn. zhacai) |
| zashiki-座敷 | een feest [banket] (met geisha, e.d.) gehouden in een (traditionele) Japanse kamer met tatami matten |
| zashiki-座敷 | een (traditionele) Japanse kamer met tatami matten |
| zashikirō-座敷牢 | (hist.) een cel [kamer] (bedekt met tatami matten) voor het opsluiten van een krankzinnige persoon |
| zasshi-雑誌 | tijdschrift; magazine |
| zatto-ざっと | (onomatopee) ongeveer; ruwweg; min of meer |
| zattō-雑踏 | drukte; menigte; mensenmassa; verkeersopstopping |
| zawameku-ざわめく | (onomatopee) luidruchtig [lawaaierig] zijn; commotie veroorzaken; ritselen (van bladeren) |
| zawatsuku-ざわつく | (onomatopee) luidruchtig [lawaaierig; onrustig] zijn; ritselen (van bladeren); rillen |
| zawazawa-ざわざわ | (onomatopee) luidruchtig; lawaaierig; onrustig; geritsel (van bladeren); rillerig |
| zawazawasuru-ざわざわする | (onomatopee) luidruchtig [lawaaierig] zijn; commotie veroorzaken; ritselen (van bladeren); rillen; bibberen |
| zāzā-ざーざー | (onomatopee) (het geluid van) gekletter van harde regen |
| zeisei-税政 | Belastingdienst (de uitvoerende macht die te maken heeft met belastingen) |
| zen-前 | (als voorvoegsel) vorige; voormalige; ex-; oud- |
| zenbin-前便 | (iemands) vorige [laatste] brief [bericht; post] |
| zenbu-全部 | helemaal; alles; allemaal |
| zenchizennō-全知全能 | alwetendheid en almacht; alles weten en alles kunnen |
| zenchugaku-蠕虫学 | helmanthologie; parasitologie |
| zeneraru・sutaffu-ゼネラル・スタッフ | generale staf (bedrijfsmanagement) |
| zengetsu-前月 | de maand ervoor |
| zengetsu-前月 | vorige maand; afgelopen maand |
| zengosaku-善後策 | herstelmaatregel; remedie |
| zenhansei-前半生 | de eerste helft van iemand's leven |
| zenigame-銭亀 | jonge Chinese driekielschildpad (Mauremys reevesii) |
| zenigame-銭亀 | jonge Japanse waterschildpad (Mauremys japonica) |
| zenji-漸次 | geleidelijk [langzaamaan] zijn |
| zenkaisuru-全開する | helemaal [wijd] openen [opendoen] |
| zenkamono-前科者 | bajesklant; iemand die in de gevangenis heeft gezeten; persoon met een strafblad |
| zenkan-善管 | goed management; goed bestuur |
| zenkan-善管 | goede manager |
| zenkei-全景 | volledig beeld [overzicht]; panorama; vogelperspectief |
| zenken-全権 | complete autoriteit; absolute macht |
| zenkenkōshi-全権公使 | gevolmachtigd minister |
| zenkentaishi-全権大使 | gevolmachtigd ambassadeur |
| zenken'iin-全権委員 | een gevolmachtigde (persoon) |
| zenmon-禅門 | iemand die formeel boeddhist wordt (inclusief scheren van het hoofdhaar en voorgeschreven kleding) |
| zennin-前任 | (iemands) voorganger |
| zennō-全能 | almacht; omnipotentie |
| zennōshinkyōkai-全能神教会 | de Kerk van de Almachtige God (christelijke religieuze beweging, ontstaan in China, 1991) |
| zenpu-前夫 | ex-man; ex-echtgenoot; voormalige echtgenoot |
| zenpu-前婦 | ex-vrouw; ex-echtgenote; voormalige echtgenote |
| zenreki-前歴 | iemands verleden; achtergrond; historie |
| zenryoku-全力 | totale kracht [energie; macht]; alle mogelijke inspanningen |
| zensei-全盛 | het toppunt van iemands macht [kunnen; welvaart] |
| zensha-前者 | de eerstgenoemde; voormalige; vroegere |
| zenshikimō-全色盲 | achromatopsie; volledig kleurenblindheid |
| zenshin-前身 | (boeddh.) een eerdere incarnatie; iemands vorige leven |
| zenshinzenrei-全身全霊 | met hart en ziel; van ganser harte; met grote toewijding; uit alle macht |
| zensho-善処 | passende maatregelen; het beste (doen); de beste manier |
| zensōhō-漸層法 | climax (een retorische methode waarbij men een opeenvolging van steeds sterkere uitdrukkingen gebruikt) |
| zensoku-喘息 | astma |
| zensokukanja-喘息患者 | astmapatiënt; astmalijder; astmaticus |
| zentō-漸騰 | het geleidelijk oplopen van de (markt)prijs |
| zenzen-全然 | geheel; helemaal; totaal; compleet |
| zenzen-全然 | (met negatie) helemaal niet |
| zen'in-全員 | alle mensen [leden]; de hele bemanning; al het personeel |
| zen'yō-善用 | het goed gebruik maken van |
| zen'yōsuru-善用する | goed gebruik maken (van); je tijd goed gebruiken [benutten] |
| zerosamushakai-ゼロサム社会 | nulsommaatschappij (waar economische groei stopt, de totale rijkdom constant blijft en één persoon voordeel heeft, en een ander een even groot nadeel) |
| zetsuentai-絶縁体 | isolator; isolerend [niet-geleidend] materiaal |
| zetsugo-絶後 | (iemand of iets) zonder weerga; iets ongekends [unieks] |
| zetsumyō-絶妙 | uitmuntendheid; volmaaktheid; perfectie |
| zettō-絶倒 | het overmand worden door hevige emoties |
| zō-増 | één van de vrouwelijke No-maskers |
| zō-造 | (in kanji combinaties) maken; bouwen; samenstellen |
| zōbō-像法 | (in het boeddhisme, een van de 3 perioden na de dood van Shakyamuni) de volgende 500 of 1000 jaar na de officiële Dharma |
| zōgan-象眼 | inlegwerk (hout, e.d.); damasceren (in metaal) |
| zōgohō-造語法 | woordvorming; woordformatie |
| zōhon-造本 | boeken maken |
| zōka-造花 | kunstbloem; namaakbloem |
| zōketsu-造血 | bloedvorming; hematopoëse; hemopoëse |
| zōketsukikan-造血器官 | hematopoëtisch [bloedvormend; hemopoëtisch] orgaan |
| zokkai-俗界 | de seculiere maatschappij [samenleving]; de wereld van alledag; de wereld om ons heen; het leven van alledag |
| zokkō-続稿 | een doorlopend manuscript; voortzetting [uitbreiding] van een bestaand manuscript |
| zokubutsu-俗物 | snob; materialist; cultuurbarbaar; vulgair persoon |
| zokujin-俗人 | een onbeschaafd [smakeloos; stijlloos] persoon |
| zokuju-俗儒 | een middelmatige geleerde; een confucianist met weinig inzicht [begrip] |
| zokuppoi-俗っぽい | vulgair; van slechte smaak; niet verfijnd |
| zokuraku-続落 | een voortdurende daling van de (markt)prijzen |
| zokuryū-俗流 | de massa; het gewone volk; het gepeupel |
| zokusei-簇生 | het (dicht) bij [door] elkaar groeien (bv. van planten, bomen, maar ook van tanden en kiezen) |
| zokuseken-俗世間 | de (aardse; seculiere) wereld [maatschappij] |
| zokushin-続伸 | een voortdurende stijging van de (markt)prijzen |
| zokushū-俗臭 | vulgariteit; aardsheid; slechte smaak |
| zokutai-俗体 | een vulgair [smakeloos] uitziende persoon |
| zokuzoku-ぞくぞく | (onomatopee) rillend; bevend; bibberend |
| zokuzokusuru-ぞくぞくする | (onomatopee) rillen; beven; bibberen |
| zomeku-騒く | feestvieren; plezier maken |
| zonbun-存分 | (helemaal) zoals gewenst [gedacht; bedoeld] is |
| zonde-ゾンデ | sonde; (onbemand) ruimtevaartuig |
| zondo-ゾンド | Zond (onbemande maansonde van de Sovjet-Unie) |
| zorozoro-ぞろぞろ | (onomatopee) in grote hoeveelheden; drommen; stroom; menigte; gekrioel (van insecten) |
| zōsanai-造作ない | makkelijk; eenvoudig |
| zōshitsu-蔵室 | magazijn (in een bibliotheek voor boeken e.d.) |
| zōsui-雑炊 | rijst gruwel met vis en groente, op smaak gebracht met sojasaus of miso |
| zotto-ぞっと | (onomatopee) rillend; trillend; bevend; angstig |
| zubari-ずばり | (onomatopee) ferm; flink; vastberaden |
| zubazuba-ずばずば | (onomatopee) uitgesproken; eerlijk; recht op de man af |
| zuda-頭陀 | (boeddh.) bedelpelgrimage |
| zuihan-随伴 | het vergezellen; begeleiden; het met iemand meegaan (op reis) |
| zuiheishikō-水平思考 | het lateraal denken (het anders ordenen van bestaande informatie om zo tot nieuwe informatie te komen) |
| zuishitsu-髄質 | pulp (weke massa bij tandheelkunde) |
| zukai-図解 | schema; illustratie; schematische voorstelling; grafiek; diagram |
| zukazuka-ずかずか | (onomatopee) direct (zonder plichtplegingen); bot; grof |
| zuke-漬け | gepekeld; ingemaakt; geconserveerd |
| zukezuke-ずけずけ | (onomatopee) openhartig; (onaangenaam) oprecht; onverbloemd; er geen doekjes om winden |
| zukizuki-ずきずき | (onomatopee) kloppend (pijn); hartenpijn; pijn van een gebroken hart |
| zukī・zukiri・zukin-ずきっ・ずきり・ずきん | (onomatopee) scherpe [heftige; stekende; kloppende] pijn |
| zukkokeru-ずっこける | zichzelf belachelijk maken; domme dingen doen |
| zunguri-ずんぐり | (onomatopee) (kort en) dik; gedrongen; gezet; mollig |
| zunō-図嚢 | (land)kaartenmapje [tasje] |
| zuruchin-ズルチン | dulcine (ook bekend als sucrol, een kunstmatige zoetstof veel zoeter dan suiker) |
| zuruzuru-ずるずる | (onomatopee) slepend; glijdend; glibberend; slurpend |
| zusetsu-図説 | diagram; illustratie; schema |
| zushi-図示 | het illustreren; grafisch weergeven; diagram [grafiek; tekening; schema] maken |
| zushiki-図式 | schema |
| zushiri-ずしり | (onomatopee) zwaar; hard (aankomen) |
| zusshiri-ずっしり | (onomatopee) zwaar; hard (aankomen) |