Kruisverwijzing
eer
| lemma | meaning |
|---|---|
| a-阿 | transliteratie van de eerste letter van het Sanskriet |
| abaredasu-暴れ出す | onrustig [wild] (beginnen te) worden; beginnen tekeer te gaan |
| abauto-アバウト | ongeveer; bij benadering |
| abekobe-あべこべ | omgekeerd; binnenstebuiten; tegenovergesteld |
| abura-油 | olie; vet; smeersel |
| aburaderi-油照り | drukkend [zwoel; benauwd] zomerweer (zonder een zuchtje wind) |
| aburagusuri-膏薬 | zalf; smeersel |
| aburatsubo-油壺 | oliekan; oliebusje; smeerbus |
| abusoryūtizumu-アブソリューティズム | absolutisme; alleenheerschappij |
| adamu-アダム | Adam (naam van de eerste mens in de Bijbel) |
| adoribu-アドリブ | (naar Latijn: ad libitum) ad lib; naar eigen believen [keuze]; improvisatie (zn); geïmproviseerd (bnw) |
| aeka-あえか | (poëtische term) teerheid; zachtheid; vluchtigheid |
| aenteppan-亜鉛鉄板 | gegalvaniseerd [verzinkt] plaatijzer |
| agari-上がり | groene thee (geserveerd in een kop) |
| agarigamachi-上がり框 | houten plint langs het verhoogde vloerdeel van de kamers in de entree [hal] (waar de schoenen worden uitgedaan en neergezet) van een Japans huis |
| agarikamachi-上がり框 | houten plint langs het verhoogde vloerdeel van de kamers in de entree [hal] (waar de schoenen worden uitgedaan en neergezet) van een Japans huis |
| agaru-上がる | ontstaan; geproduceerd worden |
| ageru-上げる | (aan een meerdere) geven; overhandigen |
| agesage-上げ下げ | het op en neer gaan [halen; bewegen]; verhogen en verlagen |
| agezen-上げ膳 | een maaltijd geserveerd krijgen |
| agumu-倦む | het moe [zat] worden; interesse verliezen; er genoeg van hebben; er geen zin meer in hebben |
| agura-胡坐 | kleermakerszit; lotushouding; met gekruiste benen (zitten) |
| ahorichigi-阿呆律儀 | overdreven eerlijk; eerlijk op een naïeve manier |
| ai-愛 | (boeddh.) begeerte; lust; gehechtheid aan wereldse dingen |
| aideshi-相弟子 | medeleerling; medestudent; studiegenoot; jaargenoot |
| aijaku-愛着 | (boeddh.) in de ban van [het niet kunnen loslaten van] begeerte [lust; verlangens] |
| aijirushi-合印 | (kleermakerij) markering op stof om aan te geven waar de delen aan elkaar worden genaaid |
| aiken-愛犬 | het zeer goed verzorgen [vertroetelen] van een hond; het dol zijn op honden |
| aikurushii-愛くるしい | zeer lieftallig; mooi; aantrekkelijk; lief(lijk); schattig |
| aimatte-相俟って | samen; in samenwerking met; gecombineerd met |
| ainori-相乗り | het met iemand meerijden; een gedeelde rit (in een taxi b.v.) |
| aisai-愛妻 | de liefde [toewijding] (van een man) voor zijn echtgenote; zeer gesteld zijn op zijn echtgenote |
| aishū-愛執 | (boeddh.) het te sterk gehecht zijn aan iets of iem.; begeerte |
| aisozukashi-愛想尽かし | weerzin; aversie; afwijzing |
| aisu-愛す | liefhebben; houden van; beminnen; leuk [aardig; fijn] vinden; dol zijn op; geïnteresseerd zijn in |
| aisuru-愛する | liefhebben; houden van; leuk [aardig; fijn] vinden; dol zijn op; geïnteresseerd zijn in; belangrijk [waardevol] vinden; hoogachten; respect [bewonderi |
| aiwa-哀話 | een droevig [triest] verhaal; een tragische episode [geschiedenis]; een zielig [deerniswekkend] verhaal |
| aiyoku-愛欲 | passie; lust; (sexuele) begeerte; lichamelijke liefde |
| aiyoku-愛欲 | (boeddh.) tezeer gehecht zijn aan wereldse zaken (o.a. familie) |
| ai・shī-アイ・シー | (computerterm) IC, geïntegreerde schakeling (Integrated circuit) |
| aka-赤 | (afk. voor) rood stoplicht [verkeerslicht] |
| akagi-赤木 | een boom met rood hout (zoals pruim, palissander, kweepeer, e.d.) |
| akakippu-赤切符 | proces verbaal (bij zware verkeerovertredingen) met mogelijke strafvervolging |
| akaranpu-赤ランプ | rood (verkeers)licht; rode lamp |
| akarasama-あからさま | op een openhartige [eerlijke; directe] manier |
| akarui-明るい | goed geïnformeerd zijn |
| akashingō-赤信号 | rood (stop)licht [verkeerslicht]; waarschuwingssignaal |
| akatsuki-暁 | (in) het geval; wanneer |
| akaunto・manējā-アカウント・マネージャー | account manager; account beheerder |
| akesuke-明け透け | eerlijk [oprecht; openhartig] zijn |
| akiaji-秋味 | zalm die in de herfst langs de kust wordt gevangen, vlak voordat hij terugkeert naar de rivieren om te paaien |
| akibare-秋晴れ | helder herfstweer |
| akinoōgi-秋の扇 | een waaier die niet meer wordt gebruikt wanneer het herfst wordt |
| akka-悪化 | achteruitgang; verslechtering; degeneratie; neergang |
| aku-悪 | afkeer; hekel; haat |
| akubyōdō-悪平等 | gelijke behandeling van mensen ongeacht hun kwaliteiten; op valse [verkeerde] gronden gebaseerde gelijkheid |
| akuchi-悪血 | slecht bloed (bloed dat door ziekte een verkeerde samenstelling heeft) |
| akufū-悪風 | een storm; zeer harde wind |
| akuhō-悪法 | (boeddh.) een slechte leer |
| akunuki-灰汁抜き | het wegnemen van een bittere [wrange] smaak van iets (b.v. groente) (door het eerst te weken of koken) |
| akuseku-齷齪 | het zich bezig houden (met); druk in de weer zijn (met) |
| akusekusuru-齷齪する | zich bezig houden (met); druk in de weer zijn (met) |
| akusen-悪銭 | kwaad geld, d.w.z. geld dat op een verkeerde [misdadige; illegale] manier is verkregen [verdiend] |
| akushu-悪手 | een verkeerde [slechte] zet bij een spel (bv. schaken of go) |
| akusō-悪僧 | een monnik die zeer goed is in de krijgskunsten |
| akuten-悪天 | slecht weer |
| akutenkō-悪天候 | slecht weer; ruw [stormachtig] weer |
| akutoku-悪徳 | een oneerlijke [onrechtvaardige] daad; corruptie; verdorvenheid; onzedelijkheid |
| akutokugyōsha-悪徳業者 | een corrupte [oneerlijke] handelaar |
| akutokushōhō-悪徳商法 | een oneerlijke handelwijze |
| akuyō-悪用 | misbruik; verkeerd gebruik |
| akuyōsuru-悪用する | misbruiken; verkeerd gebruiken |
| amacha-甘茶 | een Japanse kruidenthee gemaakt van gefermenteerde bladeren van Hydrangea macrophylla |
| amakudari-天下り | neerdalen uit de hemel |
| amamoyō-雨模様 | een dreigende lucht; lucht die eruit ziet of het gaat regenen; regenachtig weer |
| amamoyoi-雨催い | lucht die eruit ziet of het gaat regenen; regenachtig weer |
| amari-余り | te; te zeer; zo(veel); meer dan (na getallen); buitengewoon; uiterst |
| amazarashi-雨曝し | verweerd; aangetast [kaal geworden] door de regen |
| amefuri-雨降り | regen; neerslag; regenachtig weer; regenweer |
| amemoyō-雨模様 | een dreigende lucht; lucht die eruit ziet of het gaat regenen; regenachtig weer |
| amemoyoi-雨催い | lucht die eruit ziet of het gaat regenen; regenachtig weer |
| an-案 | een ontwerp; concept; schets; klad (eerste versie) |
| anadoru-侮る | neerkijken op; minachten; onderschatten |
| anata-彼方 | eerder; vroeger; voorheen |
| anbishasu-アンビシャス | ambitieus; eerzuchtig |
| anbishon-アンビション | ambitie; eerzucht |
| anda-安打 | (honkbal) een honkslag (die de slagman in staat stelt het eerste honk te bereiken, zelfs als er geen fout wordt gemaakt door de andere partij) |
| ando-安堵 | erkenning van het recht op grondbezit van een samoerai (door een shogun of een feodale heer) |
| anfea-アンフェア | oneerlijk |
| anideshi-兄弟子 | ouderejaars; leerling [student] in hogere klas |
| ankatto-アンカット | onverkort; ongecensureerd (film) |
| ankun-暗君 | een domme heerser [vorst] |
| annaisha-案内者 | gids; degene die voorgaat [leidt; de weg wijst]; iem. die goed geïnformeerd is |
| anokata-彼の方 | (beleefd) die meneer; hij; die mevrouw; zij |
| anshu-暗主 | een domme [dwaze] heerser [vorst] |
| anten-暗転 | een verduistering op het toneel bij een scène- [decor] wisseling zonder het doek neer te laten |
| anza-安座 | kleermakerszit; met gekruide benen [de benen over elkaar] zitten |
| anzenkamisori-安全剃刀 | veiligheidsscheermes |
| an・tsū・kā-アン・ツー・カー | all-weather wegdek [oppervlak]; (kunststof) baan die bestand is tegen alle weersinvloeden |
| aokippu-青切符 | bekeuring (zonder strafvervolging) voor een lichte verkeersovertreding |
| aomuke-仰向け | het naar boven gekeerd zijn; rugligging |
| aotagai-青田買い | studenten een baan aanbieden al voordat zij afgestudeerd zijn |
| araara-粗粗 | ongeveer; ruwweg; over het algemeen; min of meer |
| arafō-アラフォー | een veertiger; iemand die ongeveer veertig jaar is (vaak gebruikt voor een ongehuwde vrouw van in de veertig) |
| aragane-粗金 | erts; ongeraffineerd [ruw] metaal |
| aragau-抗う | vechten tegen; weerstand [het hoofd] bieden aan; trotseren |
| aragoto-荒事 | een (krachtige, zwaar aangezette) acteerstijl in Kabuki theater |
| araiguma-洗い熊 | wasbeer |
| araihari-洗い張り | een kimono eerst uit elkaar halen en dan de delen apart wassen en uitgespreid [uitgerekt] laten drogen |
| arakabe-粗壁 | een muur die (na de eerste laag) nogmaals geschilderd moet worden |
| arakajime-予め | van tevoren; vooraf al (reeds); al eerder |
| arakezuri-粗削り | ruw; ongeraffineerd |
| aramashi-あらまし | in grote lijnen; ongeveer; vrijwel |
| aranami-荒波 | (fig.) tegenslagen; zwaar weer |
| aranu-有らぬ | verkeerd; fout; ongegrond; irrelevant |
| aranuri-粗塗り | eerste pleisterlaag; eerste laag (grond)verf |
| arasā-アラサー | een dertiger; iemand die ongeveer dertig jaar is (vaak gebruikt voor een ongehuwde vrouw van in de dertig) |
| arashi-嵐 | storm; zwaar weer |
| arashigumo-嵐雲 | onweerswolk; regenwolk; donderwolk |
| araundo・fōtī-アラウンド・フォーティー | een veertiger; iemand die ongeveer veertig jaar is (vaak gebruikt voor een ongehuwde vrouw van in de veertig) |
| araundo・sātī-アラウンド・サーティー | een dertiger; iemand die ongeveer dertig jaar is (vaak gebruikt voor een ongehuwde vrouw van in de dertig) |
| arawasu-現す | uiten; weergeven; voorstellen |
| are-荒れ | stormachtig [ruw; zwaar] weer |
| arekore-彼是 | iets dergelijks; dit en [of] dat; ongeveer; bijna |
| arekuruu-荒れ狂う | woedend zijn; razen; tekeer gaan |
| areru-荒れる | (van weersomstandigheden, ed.) ruw [wild; hevig] worden; razen |
| ariamaru-有り余る | voldoende [overvloedig; meer dan genoeg] zijn |
| arinomi-有りの実 | (oud woord voor: 梨の実) (de vrucht van de) Japanse peer |
| arishi-在りし | vorig; eerder; voorgaand; oud |
| arishihi-在りし日 | de afgelopen dagen; vervlogen tijden; dagen van weleer; lang geleden |
| ārubui-アールブイ | RV; kampeerauto; camper |
| arumaito-アルマイト | alumiet (geanodiseerd aluminium) |
| arunashi-有る無し | aanwezigheid of afwezigheid; iets dat bestaat en iets dat niet bestaat; wanneer iets gebeurt of niet; hoe dan ook |
| arutokibarai-ある時払い | betalen van leningtermijnen wanneer mogelijk [wanneer men geld heeft] |
| asanagi-朝凪 | kalmte in de vroege ochtend aan de kust (als het even stopt met waaien, wanneer de landbries verandert in een zeebries) |
| asenburā-アセンブラー | assembleerprogramma (computer) |
| asenburigengo-アセンブリ言語 | assembleertaal (programmeertaal) |
| ashide-葦手 | een gekalligrafeerd landschap van water met riet, gras, rotsen, bomen, vogels, etc., weergegeven in kana en kanji |
| ashigakari-足掛かり | steunpunt; voetsteun; houvast; plek om je voet neer te zetten |
| assenshūwaizai-斡旋収賄罪 | smeergeld aannemen; corruptie |
| asshi-私 | (informele, ouderwetse term, gebruikt door mannen, voor de eerste persoon enkelvoud) ik; mij |
| atai-私 | (eerste persoon enkelvoud, gebruikt door vrouwen of kinderen uit de kasteelstad (shitamachi), of de demi-monde) ik; mij |
| atakushi-私 | (eerste persoon enkelvoud) ik; mij |
| atamadekkachi-頭でっかち | boekenwijsheid; boekengeleerde; intellectueel; theoreticus |
| atamakara-頭から | vanaf het (allereerste) begin |
| atari-当たり | (go-spel) wanneer een steen zich in een positie bevindt waar hij met één zet kan worden geslagen |
| atashi-私 | (eerste persoon enkelvoud) ik; mij |
| atatakai-暖かい | warm; zacht; mild; (weer; klimaat) |
| atchikotchi-彼方此方 | door elkaar; in de verkeerde volgorde; omgekeerd; verward |
| ate--宛 | geadresseerd (aan) |
| atebumi-宛文 | een officieel document (met daarin een persoonlijke opdracht of mandaat voor de geadresseerde) |
| atebumi-宛文 | een officieel document waarin een leenheer zijn vazal een stuk (grond)bezit gaf (Kamakura en Muromachi-periode) |
| atekko-当てっこ | het spelletje [een wedstrijd] waarbij men iets naar een bepaald doel probeert te gooien |
| atekosuri-当て擦り | een beledigende opmerking; sneer; insinuatie; sarcasme |
| atekoto-当て言 | iets op een genuanceerde manier zeggen (zonder kwade bedoelingen) |
| ateokonaijō-充行状 | een officieel document waarin een leenheer zijn vazal een stuk (grond)bezit gaf (Kamakura en Muromachi-periode) |
| atetsukegamashii-当て付けがましい | zeer insinuerend [hatelijk; gemeen] |
| atohiki-後引き | het niet kunnen stoppen (met drinken, e.d.); steeds meer willen |
| atomikku・sabumarin-アトミック・サブマリン | kernonderzeeër; atoomonderzeeër |
| atomodori-後戻り | terugkeer; het teruggaan; achteruitgaan; omkeren |
| atomosufea-アトモスフェア | atmosfeer |
| atomosufia-アトモスフィア | atmosfeer |
| atozeme-後攻め | (honkbalterm) eerst als veldploeg spelen en als tweede slagploeg |
| atsuryokuteikō-圧力抵抗 | de drukweerstand |
| atsusa-暑さ | hitte; warmte (van het weer) |
| attakai-暖かい | warm; zacht; mild (weer, klimaat) |
| attoiuma-あっという間 | in een zeer korte tijd; in een mum van tijd |
| awaawashii-淡淡しい | ongeïnteresseerd; onverschillig; vaag |
| awamori-泡盛 | awamori, gedestilleerde drank uit Okinawa op basis van rijst |
| awasekagami-合わせ鏡 | Infinity spiegel; oneindige spiegel (twee of meerdere spiegels die steeds hetzelfde beeld weerkaatsen) |
| awatefutameku-慌てふためく | in paniek [verward; geagiteerd] raken |
| ayamaritsutaeru-誤り伝える | iets verdraaien (b.v. de werkelijkheid); een verkeerde voorstelling [indruk] geven (van iets) |
| ayamatta-誤った | fout; verkeerd; vals; misleidend |
| ayanishiki-綾錦 | gedessineerd brokaat |
| ba-ば | (drukt uit een oorzaak of gevolg) wanneer; toen |
| ba-ば | (bij een opsomming van 2 of meer dingen) en (ook); noch; en ook niet |
| ba-ば | zo (zeer) als; naarmate; in dezelfde mate als |
| ba-羽 | (in kanji-combinaties) veer; vleugel |
| bai-倍 | twee keer [maal]; het dubbele |
| bai-倍 | keer [maal]; -voud |
| baibaigēmu-倍倍ゲーム | verdubbelspel (waarbij je score verdubbelt elke keer dat je wint) |
| baidai-倍大 | dubbele grootte; twee keer zo groot |
| baikan-陪観 | het bekijken [bijwonen] van iets met een meerdere [een superieur]; aanwezigheid (bij een keizerlijk bloemenfeest) |
| baikansuru-陪観する | iets bekijken [bijwonen] met een meerdere [een superieur]; (een keizerlijk bloemenfeest) bijwonen |
| baikorojī-バイコロジー | fiets ecologie (beter klimaat door meer fietsen) |
| baiosufia-バイオスフィア | biosfeer |
| baisūsei-倍数性 | polyploïdie (in erfelijkheidsleer) |
| baita-売女 | neerbuigende uitdrukking; scheldwoord |
| bakari-ばかり | (geeft aan dat iets is gelimiteerd tot en bepaalde handeling [plaats; ding]): slechts, alleen (maar) |
| bakari-ばかり | ongeveer; ca. |
| bakashōjiki-馬鹿正直 | overdreven eerlijk; eerlijk op een naïeve manier |
| bakkari-ばっかり | slechts; net meer dan; alleen omdat; ongeveer |
| bakkashi-ばっかし | ongeveer; slechts; alleen maar |
| bakko-跋扈 | dominantie; overheersing |
| bakkusukin-バックスキン | geitenleer; schapenleer; bokkenvel |
| baku-漠 | vaag [wazig; onduidelijk; ondefinieerbaar] zijn |
| bakuron-駁論 | weerlegging; tegenbewijs; tegenspraak |
| bakusuru-駁する | weerleggen; tegenspreken |
| bakuzen-漠然 | vaag [onduidelijk; ongedefinieerd] zijn |
| bane-発条 | metalen veer; springveer |
| banī・gāru-バニー・ガール | serveermeisje; animeermeisje (in nachtclub) |
| banpaia-バンパイア | vampier vleermuis |
| banpaia・batto-バンパイア・バット | vampier vleermuis |
| banzai-万歳 | gejuich (met handen in de lucht); hoera; gefeliciteerd; lang zal ze leven |
| baren-馬簾 | lange stroken papier of leer bevestigd aan een matoi (standaard) |
| barubu-バルブ | (gloei)lamp; (licht)peertje |
| baton-バトン | dirigeerstok; tamboer-majoorstok |
| batsugun-抜群 | weergaloos [uitstekend; subliem; ongeëvenaard] zijn |
| batsuichi-バツイチ | Iemand die 1 keer gescheiden is |
| battei-末弟 | jongste discipel [leerling; volgeling] |
| baute-場打て | je ergens terneergeslagen [ontmoedigd] voelen |
| beisan-米産 | geproduceerd in Amerika |
| bengaku-勉学 | studie; het ijverig [hard] studeren (niet noodzakelijkerwijs bij educatieve instellingen; zelfontwikkeling met een meer persoonlijk studieprogramma) |
| beniya-ベニヤ | fineer |
| beniyaita-ベニヤ板 | multiplex; triplex (plaat); fineerblad |
| benmei-弁明 | rechtvaardiging; verontschuldiging; verweer; rehabilitatie |
| benso-弁疏 | verweer; pleidooi; verdediging |
| betabome-べた褒め | zeer lovende [lyrische] kritiek; jubelrecensie |
| betsu-蔑 | (in kanji combinaties) neerkijken op; minachten; verachten |
| bettari-べったり | geplakt; uitgesmeerd; gelijmd; gekleefd |
| bibiru-びびる | bang [angstig; nerveus; geïntimideerd] zijn |
| bigaku-美学 | esthetica; esthetiek; schoonheidsleer |
| bigināzu・rakku-ビギナーズ・ラック | meer geluk dan wijsheid |
| bijin-美人 | (erenaam voor) vorst of wijsgeer |
| bika-美化 | verheerlijking |
| bika-美果 | mooi fruit; heerlijke vruchten |
| bimi-美味 | goede [lekkere; heerlijke] smaak |
| binsen-便船 | (reizen met) de (eerste) beschikbare boot |
| bintēji-ビンテージ | oud; antiek; ouderwets; gedateerd |
| bishin-微震 | zeer lichte aardbeving (intensiteit 1) |
| bishu-美酒 | een excellente (heerlijke) sake; drank van goede kwaliteit |
| bitō-微糖 | zeer laag suikergehalte |
| biwako-琵琶湖 | het Biwa meer |
| biyōshi-美容師 | kapper; schoonheidsspecialist (zonder scheervergunning) |
| bōbō-某某 | (meneer of mevrouw) zus-en-zo |
| bodaisatta-菩提薩埵 | een bodhisattva (een wezen dat streeft naar verlichting en het bereiken van het boeddhaschap, maar deze uitstelt om eerst anderen te kunnen helpen) |
| bōeishisetsuchō-防衛施設庁 | Japans Agentschap voor het beheer van defensiefaciliteiten |
| bōeki-貿易 | (internationale) handel; handelsverkeer; import en export |
| bogo-母語 | moedertaal; eerste taal |
| boiki-墓域 | begraafplaats; kerkhof; stuk grond gereserveerd als begraafplaats |
| boikotto-ボイコット | boycot; uitsluiting van maatschappelijk of handelsverkeer |
| bokokugo-母国語 | moedertaal; eerste taal |
| bōkū-防空 | luchtafweer; luchtverdediging |
| bōkun-亡君 | (iemands) overleden meester [heer] |
| bonpu-凡夫 | (boeddh.) iemand die niet de boeddhistische leer kent [volgt], en gebonden is door aardse verlangens |
| bōryokudan-暴力団 | georganiseerde misdaadsyndicaat |
| bosutōku-ボストーク | Vostok, Sovjet-bemande kunstmatige satelliet (in 1961 voor het eerst gelanceerd) |
| botsuraku-没落 | neergang; val; ineenstorting; ondergang |
| bu-侮 | (in kanji combinaties) verachten; neerkijken op; minachten; bespotten |
| buhen-武辺 | zaken gerelateerd aan vechtsporten [gevechtskunsten]; militaire zaken |
| bui・tān-ブイ・ターン | het verschijnsel dat werknemers afkomstig van het platteland die in de grote steden waren gaan werken, daarna weer elders buiten de stad gaan werken |
| bukkai-仏界 | één van de 10 werelden in de Boeddhistische leer (van de hel oplopend tot rijk van de Boeddha's) |
| bunja -文者 | geleerde; wetenschapper; academicus |
| bunjin-文人 | klerk; geleerde; intellectueel |
| bunkiten-分岐点 | kruispunt; keerpunt |
| bunpō-文法 | grammatica; spraakleer |
| bunryū-分留 | fractionering; gefractioneerde distillatie |
| bunsantōshi-分散投資 | gediversifieerde [gespreide] beleggingen [investeringen] |
| bun'in-分院 | plaatselijke [kleine tempel] die gerelateerd is aan een hoofdtempel |
| buppōsō-仏法僧 | de drie boeddhistische juwelen [schatten], n.l. Boeddha, Dharma (de boeddhistische leer), en Sangha (de boeddhistische gemeenschap) |
| burabura-ぶらぶら | (geluid van) heen- en-weer slingeren; bungelen; slenteren |
| buranchi-ブランチ | brunch; gecombineerde ontbijt-lunch maaltijd |
| buranketto・eria-ブランケット・エリア | gebieden waar radio-ontvangstproblemen kunnen optreden als gevolg van overlappende radiogolven van meerdere zenders |
| bureru-ぶれる | verschuiven; (heen-en-weer) bewegen; afwijken; schommelen |
| burōnīban-ブローニー判 | 120 film (formaat filmrolletje), voor het eerst gemaakt voor de Brownie No.2 camera van Eastman Kodak (1901) |
| burōranpu-ブローランプ | soldeerlamp |
| burū-ブルー | neerslachtig; triest |
| bushō-武将 | militair leider; generaal; (opperste) krijgsheer; opperbevelhebber |
| butsudeshi-仏弟子 | leerling [volgeling] van Boeddha |
| butsudō-仏道 | de boeddhistische leer [doctrines] |
| butsuji-仏事 | boeddhistische prediking [leer] |
| butsumon-仏門 | boeddhistische leer; boeddhisme; intreding tot het boeddhisme |
| butteki-仏敵 | vijand [tegenstander] van de boeddhistische leer |
| byōsha-描写 | beschrijving; weergave; afbeelding; voorstelling |
| byuran-ビュラン | graveernaald; graveerstift |
| byūrō-ビューロー | kantoor; werkkamer; studeerkamer |
| chadokoro-茶所 | ruimte in tempels [heiligdommen] waar thee wordt geserveerd voor bezoekers |
| chama-ちゃま | (variant van sama; gehecht aan de naam van [of verwijzing naar] een persoon, drukt respect uit) meneer; mevrouw |
| chan-ちゃん | klankverandering van het achtervoegsel -san, gebruikt voor meer vertrouwelijkheid of voor kinderen |
| channeru-チャンネル | knop waarmee je een tv- of radio kanaal selecteert |
| chansu・mēkā-チャンス・メーカー | (sport) kansenschepper; speler die kansen creëert |
| chekku-チェック | teken(tje); vinkje (dat iets gecontroleerd is) |
| chiagāru-チアガール | cheerleader (bij sportwedstrijden) |
| chiarīdā-チアリーダー | cheerleader (bij sportwedstrijden) |
| chien-地縁 | lokale verbondenheid [verwantschap]; onderlinge relatie gebaseerd op dezelfde woonomgeving |
| chienetsu-知恵熱 | (lett. wijsheidskoorts) plotseling opkomende (en kortdurende) koorts bij baby's (vaak geassocieerd met het tandjes krijgen) |
| chīfu・mēto-チーフ・メート | eerste stuurman |
| chigaidana-違い棚 | planken die niet precies boven (of naast) elkaar zijn gemonteerd maar verspringen (deels overlappend) |
| chihōshoku-地方色 | lokale kleur [atmosfeer]; plaatselijke [karakteristieke] bijzonderheden |
| chiikineko-地域猫 | buurtkat; straatkat (een kat die niet van één eigenaar is, maar van meerdere bewoners gezamenlijk) |
| chiin-知音 | zeer intieme vriend |
| chikaramakesuru-力負けする | verliezen door verkeerd gebruik van je eigen kracht |
| chikuwa-竹輪 | Japans (hol, buisvormig) voedingsproduct (gemaakt van o.a. gepureerde vis, zout, suiker, eiwit en zetmeel) |
| chinamu-因む | verbonden zijn; geassocieerd worden met; gerelateerd zijn aan |
| chinden-沈殿 | neerslag; afzetting; bezinksel |
| chippoke-ちっぽけ | zeer klein; onbeduidend; nietig |
| chirashi-散らし | chirashi-sushi (sushigerecht gereserveerd in een kom waarbij de ingrediënten los en gemengd bovenop de sushirijst liggen) |
| chiru-散る | vallen; neerdwarrelen; verstrooien |
| chishitsukōzō-地質構造 | tektoniek; (leer van) geologische structuren |
| chishō-池沼 | vijver [meertje] en moeras |
| chō-挺 | stuk(s) (wordt gebruikt bij het tellen van langwerpige voorwerpen zoals bijv. spade, schoffel, geweer en kaars) |
| chōda-長打 | (honkbal) (lange) honkslag (waarbij de slagman meerdere honken kan bereiken) |
| chōeki-懲役 | (onbeleefd taalgebruik) aanspreektitel van gedetineerden |
| chōja-長者 | leider; meerdere; superieur |
| chōka-長歌 | langere vorm van waka-poëzie, met regels van 5 en 7 lettergrepen, die afwisselend minstens drie keer worden herhaald (meestal eindigend met 7) |
| chokkeisonzoku-直系尊属 | lineaire afstamming; afstamming in rechte lijn [van de eerste graad] (b.v. vader op zoon) |
| chōkō-朝貢 | eerbetoon; hulde |
| chōkokutō-彫刻刀 | beitel; mesje voor houtsnijwerk; graveernaald |
| choku-直 | direct [eerlijk; oprecht] zijn |
| chokuei-直営 | direct beheer (bv. van een winkel) |
| chokusai-直截 | direct [regelrecht; eerlijk; resoluut; besluitvaardig] zijn |
| chokusetsu-直截 | direct [regelrecht; eerlijk; resoluut; besluitvaardig] zijn |
| chokushinsha-直進車 | (recht)doorgaand voertuig [verkeer] |
| chōnan-長男 | oudste (eerstgeboren) zoon |
| chonbo-ちょんぼ | (Mahjong) een mogelijk winnende steen verkeerd leggen |
| chōonpa-超音波 | ultrasonische golf; golf met een zeer hoge frequentie |
| chōryō-跳梁 | het woekeren; hoogtij vieren; overheersen |
| chosakubutsu-著作物 | een geschreven [gecomponeerd] werk (boek, muziekstuk, e.d.) |
| chōshisōzokuken-長子相続権 | eerstgeboorterecht; primogenituur |
| chōtei-朝廷 | het hof waar de keizer [keizerin; koning; koningin] regeert |
| chōteki-朝敵 | een vijand van het hof; iemand die tegen de keizer keert |
| chūgakusei-中学生 | leerling op middenschool (van hoogste klassen basisschool t/m brugklassen van middelbare school) |
| chūgen-忠言 | goed [eerlijk] advies; goede raad |
| chūi-中尉 | (eerste) luitenant; onderluitenant |
| chūihō-注意報 | weerswaarschuwing |
| chūkun-忠君 | loyaliteit aan de heerser |
| chūmonnagare-注文流れ | een afgezegde [geannuleerde] bestelling [order] |
| chūsei-忠誠 | loyaliteit; trouw; oprechtheid; eerlijkheid |
| chūsenkyoku-中選挙区 | een middelgroot [meervoudig] kiesdistrict (met twee of meer zetels) in Japan |
| chūshaihan-駐車違反 | het foutparkeren; parkeerovertreding |
| chūshajō-駐車場 | parkeerplaats; parkeerterrein |
| chūshakinshi-駐車禁止 | parkeerverbod; verboden te parkeren |
| chūzai-駐在 | het in het buitenland gestationeerd zijn; baan [verblijf] in het buitenland |
| daburu-ダブる | nagemaakt [gedupliceerd; verdubbeld] worden |
| dahasuru-打破する | neerslaan; vernietigen; slopen; omverwerpen |
| dai-代 | generatie; tijdperk; dynastie; regeringsperiode; heerschappij |
| daibubun-大部分 | meerderheid; meer dan de helft; het grootste deel |
| daidōmyaku-大動脈 | verkeersader |
| daiga-題画 | een gedicht dat wordt toegevoegd aan een prent of schilderij; een afbeelding die de inhoud van een bijgevoegd gedicht weergeeft |
| daigo-醍醐 | de leer van Boeddha |
| daigomi-醍醐味 | de leer van Boeddha |
| daihō-大法 | hoogste leer van Boeddha |
| daihō-大法 | leer [doctrine] van het Mahayana boeddhisme (het grote voertuig) |
| daiichigi-第一義 | eerste [originele] betekenis [principe; overweging]; basisprincipe |
| daiichii-第一位 | eerste plaats [positie] |
| daiichiinshō-第一印象 | eerste indruk |
| daiichijisekaitaisen-第一次世界大戦 | de Eerste Wereldoorlog |
| daiichininshō-第一人称 | (taalkunde) eerste persoon |
| daiikka-第一課 | de eerste les; les 1 |
| daiikkyū-第一級 | eersteklas; eersterangs; topniveau |
| daiippo-第一歩 | de eerste stap; het begin |
| daijiri-台尻 | de kolf (van een pistool, geweer, etc.) |
| daijōbu-大丈夫 | veilig [gezond; ongedeerd] zijn |
| daikirai-大嫌い | een sterke afkeer [hekel] hebben; verafschuwen; haten |
| daikō-代講 | plaatsvervangende docent; invallende leerkracht |
| daimyō-大名 | daimyo (leenheer in de Edo periode) |
| daino-大の | bijzonder [zeer; extreem; ongewoon] zijn |
| dairekuto・mēru-ダイレクト・メール | postreclame; persoonlijk geadresseerde reclamepost |
| daisenkyoku-大選挙区 | een groot [meervoudig] kiesdistrict (met twee of meer zetels) in Japan |
| daisuki-大好き | zeer geliefd; favoriet |
| daitai-大体 | ongeveer; globaal; over het algemeen; voornamelijk |
| daki-唾棄 | verachting; minachting; afkeer; haat; afschuw |
| damarikokuru-黙りこくる | in stilzwijgen verzinken; stilvallen; niets meer zeggen |
| damarikomu-黙り込む | zwijgen; de mond houden; niets (meer) zeggen |
| damashie-騙し絵 | trompe-l'œil (een schildertechniek, die zo natuurgetrouw is dat er een optische illusie wordt gecreëerd) |
| danchō-断腸 | hartzeer; innig leed; smart; ziek van verdriet |
| danryoku-弾力 | veerkracht; buigzaamheid |
| danryokusei-弾力性 | veerkracht; buigzaamheid; soepelheid |
| danshari-断捨離 | het grote opruimen, met als doel harmonie te bereiken (gebaseerd op 3 concepten van yoga: weigeren, weggooien, en loslaten van onnodige dingen) |
| dansonjohi-男尊女卑 | mannelijk chauvinisme; (geloof in) de superioriteit van mannen over vrouwen (lett. de man is geëerd, de vrouw nederig) |
| dappan-脱藩 | het verlaten van een clan door een samoerai (die daarna een rōnin (samoerai zonder heer) werd) |
| dātī・furōto-ダーティー・フロート | een systeem waarbij beleidsautoriteiten ingrijpen wanneer er ongewenste fluctuaties optreden op de wisselkoersen |
| daun-ダウン | dons; veertjes |
| daun-ダウン | naar beneden; omlaag; neergaand |
| daun-ダウン | neergegaan bij het boksen |
| daun・burō-ダウン・ブロー | (golf) neerwaartse slag |
| daun・jaketto-ダウン・ジャケット | donsjas; gewatteerde jas (gevuld met dons) |
| daun・suingu-ダウン・スイング | (golf of honkbal) neerwaartse slag |
| dāwinizumu-ダーウィニズム | darwinisme; evolutieleer |
| deashi-出足 | de eerste aanval (bij sumo worstelen, e.d.) |
| debyū-デビュー | debuut; aanvang; eerste optreden |
| deforume-デフォルメ | vervormen; (bewust) verkeerd weergeven |
| dei-泥 | (in kanji combinaties) modder; modderige substantie; gefixeerd; vasthoudend |
| demodori-出戻り | gescheiden vrouw (die weer bij haar ouders woont) |
| demodori-出戻り | terugkeer naar het oude [vorige] bedrijf |
| demodori-出戻り | terugkeer van een schip naar de vertrekhaven (vanwege verslechterde weersomstandigheden) |
| denaosu-出直す | weer [opnieuw] (langs) komen |
| denkikamisori-電気剃刀 | elektrisch scheerapparaat |
| denkiteikō-電気抵抗 | elektrische weerstand; resistentie |
| denkyū-電球 | gloeilamp; peer(tje) |
| denpō-伝法 | de overdracht [het doorgeven; onderwijzen] van de boeddhistische leer (van meester op discipel) |
| denshin-田紳 | een landheer; herenboer |
| derishasu-デリシャス | heerlijk; lekker |
| deru-出る | uitkomen; verschijnen; gepubliceerd worden |
| deshi-弟子 | leerling; volgeling |
| deshiiri-弟子入り | leerlingschap; stage |
| desuku・puran-デスク・プラン | nog niet uitgevoerd [geïmplementeerd] plan; plan in de ontwerpfase; het plan op tafel |
| desupotto-デスポット | despoot; absoluut vorst; tiran; alleenheerser; autocraat; dictator |
| dikutafon-ディクタフォン | dictafoon; dicteermachine |
| dinā・kurūzu-ディナー・クルーズ | dinner cruise (een boottocht waarbij gasten genieten van heerlijk eten aan boord) |
| dionisosuteki-ディオニソス的 | dionysisch; creatief; gepassioneerd |
| disendā-ディセンダー | neerhaal (van een letter); staartletter |
| disupurē-ディスプレー | weergave; vertoning |
| dō-同 | herhaling (van iets dat eerder is genoemd) |
| do-度 | (aantal) keer; maal |
| dō-道 | (fig.) weg; pad; leer; doctrine |
| dōbutsuaigoshūkan-動物愛護週間 | een week waarin het beschermen van dieren wordt gepropageerd |
| dōbutsukōdōgaku-動物行動学 | ethologie; gedragsbiologie; gedragsleer |
| dōdan-同断 | hetzelfde als voorheen [eerder]; dito; idem |
| dodo-度度 | vaak; telkens weer; herhaaldelijk; iedere keer |
| dōdōmeguri-堂堂巡り | alsmaar maar weer op hetzelfde terugkomen (in gesprekken); in herhalingen vallen |
| dōdōto-堂堂と | ronduit; eerlijk |
| dōgane-胴金 | metalen ring om het handvat van een zwaard of speer |
| dogeza-土下座 | knielen (voor iemand, om eerbied te tonen, een verzoek te doen, iets af te dwingen, of ter verontschuldiging) |
| dōgi-胴着 | gewatteerd, mouwloos onderhemd |
| dōi-胴衣 | gewatteerd, mouwloos onderhemd |
| dōikaku-同位角 | (wiskunde) corresponderende hoeken (wanneer 1 rechte lijn 2 rechte lijnen snijdt) |
| dōjiru-動じる | van streek [geschokt; ongerust; geagiteerd; in de war; uit zijn doen] zijn |
| dōjō-同乗 | het meerijden |
| dojō-泥鰌 | Chinese weeraal (Aziatische modderkruiper; Misgurnus anguillicaudatus) |
| dōjō-道場 | tempel [plek] om de boeddhistische leer te doorgronden |
| dōkizuke-動機付け | motivatie; drijfveer |
| dokkato-どっかと | het neerploffen van iets |
| dokkoidokkoi-どっこいどっこい | ongeveer hetzelfde [bijna gelijk; 50-50] zijn |
| dokkyobō-独居房 | isoleercel; eenpersoonscel |
| dokkyokanbō-独居監房 | isoleercel; eenpersoonscel |
| dokubō-独房 | isoleercel |
| dokuganryū-独眼竜 | bijnaam van Date Masamune (伊達政宗), een feodale heer |
| dokuro-髑髏 | (verweerde) schedel |
| dokusai-独裁 | dictatuur; despotisme; alleenheerschappij; tirannie |
| dokutāierō-ドクターイエロー | een gele onderhoudstrein, die de shinkansen spoorlijnen controleert op gebreken van apparatuur, rails, en bovenleidingen |
| dokutorin-ドクトリン | doctrine; leerstelling |
| domo-ども | (achter een zelfst.nw.) geeft aan meervoud of nederigheid |
| donā-ドナー | donor (iem. die iets doneert, zoals organen of beenmerg) |
| donaru-怒鳴る | schreeuwen; gillen; krijsen; te keer gaan; brullen; tieren |
| dorafuto-ドラフト | (Eng.: draft) eerste schets [ontwerp]; kladje |
| doramatsurugī-ドラマツルギー | dramaturgie (de leer van de dramatische kunst) |
| dōrokōtsū-道路交通 | wegverkeer |
| dōrokōtsūhō-道路交通法 | wegenverkeerswet |
| doroppu-ドロップ | (computer term) een document in een map zetten (door het eerst met de muis op te pakken en dan te laten vallen in de juiste map) |
| doroppuauto-ドロップアウト | drop-out; voortijdige schoolverlater; iem. die de samenleving de rug toekeert |
| doruman・surību-ドルマン・スリーブ | vleermuismouw |
| dōryū-道流 | (China) Taoïstische leer |
| dōsa-礬水 | (voor papier) planeerwater (lijmwater met aluin) |
| doshaburi-土砂降り | zware regenval [neerslag]; plensbui; stortbui |
| dōshi-同氏 | de (al eerder) genoemde [desbetreffende] persoon |
| doshidoshi-どしどし | (onomatopee) rammelend; rommelend; meer en meer; de een na de ander; snel na elkaar; snel opvolgend |
| doshigatai-度し難い | niet (meer) te redden; onverbeterlijk; onherstelbaar |
| dosshiri-どっしり | waardig; beheerst |
| dosū-度数 | frequentie; het aantal keer |
| dosukin-ドスキン | glanzende stof die lijkt op hertenleer |
| dōten-動転 | het van slag [verbijsterd; geshockeerd] zijn |
| doyomeku-響めく | (na)galmen; weerklinken; resoneren |
| doyomosu-響もす | doen [laten] weerklinken [weergalmen; trillen; dreunen] |
| dōzuru-動ずる | van streek [geschokt; ongerust; geagiteerd; in de war; uit zijn doen] zijn |
| ea・doa-エア・ドア | een apparaat dat een luchtstroomgordijn creëert bij de ingang van een gebouw (om te voorkomen dat buitenlucht en stof binnendringen) |
| ea・kāten-エア・カーテン | luchtgordijn, een apparaat dat een luchtstroomgordijn creëert bij de ingang van een gebouw (om te voorkomen dat buitenlucht en stof binnendringen) |
| ea・kondishoningu-エア・コンディショニング | air conditioning; airco; klimaatbeheersing |
| eba・miruku-エバ・ミルク | gecondenseerde melk; koffiemelk |
| ebisu-夷 | iemand uit ongecultiveerd gebied (ver van de hoofdstad) |
| echūdo-エチュード | (Frans: étude) etude (muziek); studie; voorstudie (schilderkunst); geïmproviseerd theater |
| edomurasaki-江戸紫 | blauw-paarse kleur (voor het eerst genaakt in de Edo periode) |
| eibin-鋭敏 | zeer intelligent [scherpzinnig] zijn |
| eigyōken-営業権 | goodwill (immateriële vastgoedwaarde van een bedrijf gebaseerd op zijn traditie en sociaal vertrouwen) |
| eijoku-栄辱 | eer en schande |
| eikō-栄光 | glorie; eer; roem |
| eimai-英邁 | getalenteerdheid; wijsheid |
| eirin-営林 | bosbouw; bosbeheer |
| eiten-栄典 | eervolle behandeling |
| eiten-栄典 | eer; ereteken; onderscheiding |
| eiten-栄転 | (eervolle) promotie |
| eiyo-栄誉 | glorie; eer; roem |
| ekisupandā-エキスパンダー | een veer om de spieren te trainen |
| ekonomī・kurasu-エコノミー・クラス | economyclass (goedkoopste klasse in vliegverkeer) |
| endaka-円高 | waardevermeerdering van de yen; een sterke yen |
| engurēbingusareta-エングレービングされた | ingegraveerd |
| enikki-絵日記 | geïllustreerd dagboek |
| enkinhō-遠近法 | perspectiefweergave; scenografie |
| enko-塩湖 | zoutmeer; zoutwatermeer |
| enmachō-閻魔帳 | cijferlijst; notitieboek met cijfers van leerlingen |
| enpitsu-円筆 | rond [cirkelvormig] schrift in kalligrafie (meer vloeiend in het geheel) |
| enrai-遠雷 | rommelend onweer [het gerommel van onweer] in de verte |
| enriedo-厭離穢土 | (boedd.) afschuw [afkeer] van de (corrupte; verdorven] wereld |
| enryobukai-遠慮深い | zeer ingetogen [bescheiden; terughoudend] |
| ensuiko-塩水湖 | zoutwatermeer; zoutmeer |
| en'o-厭悪 | (sterke) afkeer,; walging; aversie; weerzin; haat |
| erabutsu-偉物 | een groot man; een getalenteerd [bekwaam; begaafd] persoon |
| erai-偉い | beroemd; voornaam; eminent; gedistingeerd; voortreffelijk |
| eshajōri-会者定離 | (boeddh.) alle ontmoetingen eindigen in een afscheid; die elkaar ontmoeten, zijn voorbestemd om weer te scheiden |
| esupuri・nūbō-エスプリ・ヌーボー | (nieuwe geest) kunststroming; kunsttijdschrift (o.a. van Le Corbusier, eerste publicatie in 1920) |
| esutetikku-エステティック | esthetiek; esthetica; schoonheidsleer |
| esutopperu-エストッペル | estoppel (juridisch principe dat voorkomt dat iemand recht kan doen gelden dat in strijd is met zijn eerdere handelingen of uitspraken) |
| esutopperunogensoku-エストッペルの原則 | estoppel principe (juridisch principe dat voorkomt dat iemand recht kan doen gelden dat in strijd is met zijn eerdere handelingen of uitspraken) |
| etsukerokuro-絵付けろくろ | boetseerschijf; draaischijf voor beschilderen van keramiek |
| ē・kurasu-エー・クラス | eersteklas |
| fakutaringu-ファクタリング | factoring (het beheer van de debiteurenadministratie van bedrijven door een financiële onderneming) |
| famirī・burando-ファミリー・ブランド | familiemerk; paraplumerk (één merknaam die wordt gebruikt voor de verkoop van twee of meer gerelateerde producten) |
| fāsuto-ファースト | de eerste |
| fāsuto-ファースト | (honkbal) eerste honk; eerste honkman |
| fāsuto・inpuresshon-ファースト・インプレッション | eerste indruk |
| fāsuto・kurasu-ファースト・クラス | eersteklas; topniveau |
| fāsuto・kurasu-ファースト・クラス | eersteklas; eersterangs |
| fea-フェア | eerlijk; sportief |
| fea・purē-フェア・プレー | eerlijk spel |
| feikurezā-フェイクレザー | imitatieleer; kunstleer |
| ferībōto-フェリーボート | veerboot |
| feromon-フェロモン | feromoon (door dieren geproduceerde (geur)stof, afgegeven aan de omgeving) |
| fezā-フェザー | veer (van een vogel) |
| fezaringugihō-フェザリング技法 | veervormige techniek (tekenen; schilderen) |
| fikisachīfu-フィキサチーフ | fixatief; fixeermiddel (tekenen; schilderen) |
| fīto-フィート | (meervoud van foot, lengtemaat) voet (ca. 30 cm) |
| fōdo・shisutemu-フォード・システム | massaproductiesysteem in een autofabriek, geïntroduceerd door de Ford Motor Company in de jaren 1910 |
| forutishimo-フォルティシモ | fortissimo; zeer luid (muziekterm) |
| fōtoran-フォートラン | (formula translation) computer programmeertaal |
| fu-麩 | stukjes (vaak mooi gedecoreerd) voedsel gemaakt van tarwegluten (wordt b.v. toegevoegd aan soepen) |
| fūbi-風靡 | dominantie; overheersing |
| fūbisuru-風靡する | overheersen; domineren; veroveren |
| fūbutsushi-風物詩 | iets dat de sfeer [het gevoel] van een seizoen weergeeft [karakteriseert] |
| fudegashira-筆頭 | eerste trefwoord in een lijst; eerstgenoemde in een naamlijst |
| fudezuka-筆塚 | (graf)heuvel, waarin gebruikte schrijfpenselen (van geëerde meesters) begraven zijn |
| fueru-増える | toenemen; vermeerderen; groeien; zich vermenigvuldigen |
| fūga-フーガ | fuga (een meerstemmig muziekstuk waarin verschillende stemmen elkaar imiteren) |
| fugen-普賢 | (afk. voor) Samantabhadra, bodhisattva die symbool staat voor de leer en (meditatie) oefeningen van Boeddha (soms afgebeeld op een olifant) |
| fugenbosatsu-普賢菩薩 | Samantabhadra, bodhisattva die symbool staat voor de leer en (meditatie) oefeningen van Boeddha (soms afgebeeld op een olifant) |
| fugiri-不義理 | oneerlijkheid; onrechtvaardigheid; oneer; onrecht; ondankbaarheid |
| fuhatsu-不発 | het ketsen [niet afgaan] (van een pistool, geweer, bom, etc.) |
| fujin-不尽 | (afsluitende uitdrukking aan het einde van een brief, aangevend dat nog niet alles is gezegd) wordt vervolgd; ik schrijf u weer; hoogachtend |
| fuka-負荷 | (elektrisch) lading; weerstand |
| fukabukato-深深と | heel [erg; zeer] diep |
| fukagyaku-不可逆 | onomkeerbaar zijn |
| fukagyakuhannō-不可逆反応 | onomkeerbare reactie |
| fukagyakuhenkō-不可逆変更 | onomkeerbare aanpassing [verandering; wijziging] |
| fukagyakusei-不可逆性 | onomkeerbaarheid |
| fukakachi-付加価値 | meerwaarde; toegevoegde waarde |
| fukaketsu-不可欠 | onontbeerlijkheid; onmisbaar [essentieel] zijn |
| fukasetsufukasetsuten-不可説不可説転 | een buitengewoon [onuitsprekelijk] groot getal; het grootste getal dat voorkomt in de Bloemenkrans soetra (10 tot de macht 7 keer 2 tot de macht 112) |
| fukasu-蒸す | warm [zwoel; drukkend] (weer) zijn |
| fuki-不帰 | het niet meer terugkomen; doodgaan |
| fukiritsu-不規律 | wanorde; gebrek aan discipline; ongedisciplineerdheid |
| fukki-復帰 | terugkeer; comeback; rehabilitatie |
| fukubukuro-福袋 | tas met geschenken (die winkels bij de eerste verkoopdag in het nieuwe jaar aan klanten uitdelen) |
| fukuen-復円 | het weer zichtbaar worden van zon (of maan) na een eclips [verduistering] |
| fukugaku-ふくがく | terugkeer naar school; hertoelating tot de universiteit [hogeschool] |
| fukumenpatokā-覆面パトカー | politieauto zonder politie kenmerken; ongemarkeerde personenwagen gebruikt als politieauto |
| fukushiki-複式 | tweevoudige [meervoudige] vorm |
| fukusō-輻輳 | opstopping (verkeer); opeenhoping; stagnatie |
| fukusū-複数 | (grammatica) meervoud |
| fukusū-複数 | meerdere (in aantal); twee of meer |
| fukusūkei-複数形 | meervoudsvorm |
| fukutō-復党 | terugkeren bij [weer toetreden tot] een politieke partij |
| fumaeru-踏まえる | stappen op; zich plaatsen op; de voeten krachtig neerzetten |
| fumajime-不真面目 | onstandvastigheid; gebrek aan eerlijkheid [ernst] |
| fumeirō-不明朗 | duister; somber; oneerlijk; twijfelachtig; omstreden |
| fumeiyo-不名誉 | schande; oneer; beschaming; blamage |
| fumiba-踏み場 | plaats om je voeten neer te zetten [om te lopen] |
| fumidasu-踏み出す | vooruitgaan; vooruitlopen; een stap naar voren doen; uitstappen; (fig.) een eerste stap zetten; beginnen; van start gaan |
| fumihazusu-踏み外す | van het goede pad af raken; op het verkeerde pad zijn |
| funabin-船便 | scheepvaart [veerboot] dienst |
| funachin-船賃 | tarief voor een overtocht per boot; veerprijs; passagekosten [verzendkosten] (per boot) |
| funatabi-船旅 | zeereis; scheepsreis |
| funaya-船屋 | botenhuis [boothuis; schuitenhuis] aan een meer (al dan niet met woongedeelte erboven); visserhut (tijdens bevriezing op of aan het water) |
| funin-赴任 | start van een nieuwe baan; het voor het eerst naar het werk gaan |
| funinsuru-赴任する | beginnen met een nieuwe baan; voor het eerst naar het werk gaan |
| fun'iki-雰囲気 | sfeer; stemming; atmosfeer |
| fun'in-分陰 | een zeer korte tijd (als een lichtflits); moment |
| furaito・kontorōru-フライト・コントロール | vluchtleiding; luchtverkeersleiding |
| furanku-フランク | eerlijk; oprecht; openhartig |
| furasshu-フラッシュ | zeer korte scène in film of tv |
| furēmu・appu-フレーム・アップ | complot; valstrik; gearrangeerde beschuldiging |
| furesshuman-フレッシュマン | eerstjaarsstudent |
| furikakaru-降りかかる | neervallen [neerkomen; uitstorten] (over; op) |
| furīku-フリーク | (Eng.: freak) iemand die gek is op [enthousiast; geobsedeerd door] iets (b.v. film, computer, snelheid, etc.) |
| furonto・rō-フロント・ロー | voorste [eerste] rij; vooraan; voorste gedeelte |
| furō・chāto-フロー・チャート | stroomschema; een grafische weergave van workflow |
| fusagari-塞がり | geblokkeerd zijn |
| fusagaru-塞がる | geblokkeerd [verstopt] zijn [worden] |
| fusagu-塞ぐ | je somber [neerslachtig] voelen |
| fusai-夫妻 | echtpaar; man en vrouw; meneer en mevrouw |
| fusegu-防ぐ | (zich) verdedigen; beschermen; weerstand bieden |
| fusei-不正 | onrechtvaardigheid; onrecht; oneerlijkheid; wangedrag; onregelmatigheid; fraude |
| fuseji-伏せ字 | een teken (spatie, cirkel, X, asterisk, e.a.) in plaats van een gecensureerd woord |
| fūshi-夫子 | wijze man; geleerde; meester |
| fūshi-夫子 | eerbiedige naam voor Confucius |
| fushi-節 | punt; item; sectie; keerpunt (fig.) |
| fushimatsu-不始末 | mislukking; fiasco; wanbeheer; onzorgvuldigheid; nalatigheid; wangedrag |
| fushime-伏し目 | teneergeslagen blik |
| fushime-節目 | keerpunt; kritiek moment |
| fushitsu-不悉 | (afsluitende uitdrukking aan het einde van een brief, aangevend dat nog niet alles is gezegd) wordt vervolgd; ik schrijf u weer; hoogachtend |
| fushōjiki-不正直 | oneerlijkheid; onoprechtheid |
| fūsui-風水 | feng shui (Chinese kunst van het creëren van harmonieuze, natuurlijke, inrichtingen van ruimten) |
| fusuma-衾 | gewatteerde deken; dekbed |
| futaba-二葉 | eerste begin; vroeg stadium |
| futatabi-再び | opnieuw; weer; nog een keer |
| futekusareru-不貞腐れる | koppig [nukkig; chagrijnig] worden; gefrustreerd raken |
| futeru-不貞る | koppig [nukkig; chagrijnig] worden; gefrustreerd raken |
| futokugi-不徳義 | immoraliteit; oneerlijkheid; onoprechtheid |
| futokutei-不特定 | niet gespecificeerd zijn |
| futsuzen-怫然 | verontwaardigd [geërgerd; nijdig; boos] zijn |
| fuyasu-増やす | vermeerderen; toevoegen; laten toenemen |
| fuyubare-冬晴れ | heldere winterdag; helder winterweer |
| fuyuzora-冬空 | winterhemel; winterlucht; winterweer |
| fuzei-風情 | verschijning; voorkomen; sfeer |
| fuzoku-付属 | (boeddh.) overdracht [toevertrouwen] van de leer aan een bodhisattva door de Boeddha |
| fuzui-付随 | behorend bij; gerelateerd aan; samenhangend met |
| gabunomi-がぶ飲み | opslurpen; (in één keer) opdrinken |
| gahō-画報 | rijk geïllustreerd tijdschrift of boek |
| gaida-咳唾 | de woorden die een meerdere spreekt |
| gaika-外貨 | geïmporteerde goederen |
| gaikokusan-外国産 | geproduceerd in het buitenland |
| gaimai-外米 | niet-Japanse rijst; (in Japan geïmporteerde) buitenlandse rijst |
| gairai-外来 | buitenlands [vreemd; geïmporteerd; van buiten] zijn |
| gakidaishō-ガキ大将 | snotaap generaal; kinderbende leider; kind dat de buurt terroriseert |
| gakkyū-学級 | (privaatonderwijs) studiegroep; leergroep |
| gakudō-学道 | studie [bestudering] en naleving van de boeddhistische leer |
| gakufū-学風 | (van een opleiding) academische sfeer; onderwijstraditie |
| gakugeikai-学芸会 | schoolevenement waarbij kinderen van de lagere school en van (de eerste jaren van) de middelbare school hun muziek- en theaterkunsten vertonen |
| gakuha-学派 | (academische; filosofische) (leer)school; sekte; stroming |
| gakujutsu-学術 | wetenschap; (wetenschappelijke) kennis; geleerdheid |
| gakumon-学問 | kennis; geleerdheid |
| gakunen-学年 | academisch jaar; leerjaar; studiejaar |
| gakuryoku-学力 | wetenschappelijke bekwaamheid [prestaties]; leervaardigheid |
| gakusei-学生 | student; leerling |
| gakuseki-学籍 | schoolregister; lijst van ingeschreven leerlingen |
| gakusetsu-学説 | (wetenschappelijke) theorie; leer |
| gakusha-学者 | een geleerde; wetenschapper; academicus |
| gakushiki-学識 | wetenschappelijke kennis; geleerdheid |
| gakushū-学修 | studie en kennisverwerving; het bestuderen en beheersen van academische vakken |
| gakusō-学僧 | een geleerde priester [monnik] |
| gakyō-画境 | gevoel dat een schilderij uitdrukt; sfeer [stemming] van een schilderij |
| gamō-鵞毛 | ganzendons; ganzenveer; metafoor voor iets dat heel licht is |
| gan-ガン | pistool; geweer; revolver; vuurwapen |
| ganjitsu-元日 | Nieuwjaarsdag; eerste dag van het nieuwe jaar |
| gannen-元年 | het eerste jaar van een nieuwe keizer periode |
| ganrai-元来 | in de eerste plaats; om te beginnen |
| gansekigaku-岩石学 | petrologie; leer der gesteenten |
| gansekiken-岩石圏 | lithosfeer; aardkorst |
| gantan-元旦 | Nieuwjaarsochtend; de ochtend van de eerste dag van het jaar |
| garaaki-がら空き | onbeschermd [weerloos] zijn |
| garami-搦み | ongeveer; zoiets als; gerelateerd aan; te maken hebbend met |
| gari-ガリ | dungesneden gemarineerde gemberplakjes |
| gariben-がり勉 | iemand die hard studeert |
| garigarimōja-我利我利亡者 | een zeer egoïstische [hebzuchtige] persoon. |
| gasō-画僧 | schilder-priester (m.n. van door Zen geïnspireerde inkt-schilderijen) |
| gasupacho-ガスパチョ | (uit het Spaans) gazpacho (koud geserveerde tomatensoep) |
| gei・bōi-ゲイ・ボーイ | (verouderde term) een man die het uiterlijk en de taal van vrouwen imiteert (m.n. als beroep) |
| gekiga-劇画 | Gekiga, een Japans stripboekgenre (met meer aandacht voor realistische afbeeldingen en het literaire aspect) |
| gekitaisuru-撃退する | verdrijven; afweren; terugdringen; verjagen; weerstaan |
| gekō-下向 | terugkeer na een bezoek aan een heiligdom [tempel] |
| gendōryoku-原動力 | drijfveer; drijfkracht; motivering |
| gengokōgaku-言語工学 | (language engineering) taaltechnologie (gericht op het efficiënter en effectiever laten verlopen van taalprocessen) |
| genjin-原人 | de eerste mens (Pithecanthropus-Erectus of Javamens) |
| genrōin-元老院 | senaat; Eerste Kamer; Hogerhuis |
| genseidai-原生代 | proterozoïcum (geologisch tijdperk van ongeveer 2500 tot 541 miljoen jaar geleden) |
| genshiryokusensuikan-原子力潜水艦 | kernonderzeeër; atoomonderzeeër |
| gensōkyoku-幻想曲 | fantasie; een instrumentaal muziekstuk met een ongedefinieerde [vrije] vorm |
| gentai-原隊 | (oorspronkelijke) legereenheid; legeronderdeel waartoe men eerder behoorde |
| geshi-夏至 | één van de 24 seizoenen van de oude maankalender, wanneer de zon staat op 90 graden (geografische) lengte; tegenwoordig is dat 22 juni; zonnewende |
| gesu-下種 | vulgair persoon; uitschot; smeerlap; lomperik; schoft |
| getsuyōbyō-月曜病 | maandagziekte (moeite om na het vrije weekend weer aan het werk te gaan) |
| gezai-下剤 | laxeermiddel; laxans; purgeermiddel |
| gezerushafuto-ゲゼルシャフト | (sociologie) Gesellschaft; winstmaatschappij (een samenleving gebaseerd op eigenbelang) |
| gibu・ando・teiku-ギブ・アンド・テイク | geven en nemen; eerlijk verdelen |
| giga-ギガ | gigabyte (comp.); dataverkeer in GBs |
| gigoku-疑獄 | (politiek) schandaal vanwege smeergeld [omkoping] |
| gikaku-擬革 | imitatieleer |
| gimukyōiku-義務教育 | verplicht onderwijs; leerplichtig onderwijs |
| gimuron-義務論 | deontologie; plichtenleer |
| gishi-義子 | geadopteerd kind; adoptiekind; adoptiefkind |
| gobōnuki-牛蒡抜き | het meerdere mensen achter elkaar inhalen tijdens een race |
| gobun-誤聞 | misverstand, verkeerd horen [begrijpen]; verkeerde informatie |
| goden-誤伝 | onjuiste [verkeerde] informatie |
| godoku-誤読 | het verkeerd lezen [interpreteren]; misinterpretatie |
| goemonburo-五右衛門風呂 | (ijzeren) badkuip met een plank die in het water zakt als je erop gaat staan (genoemd naar Ishikawa Goemon, die in kokend water geëxecuteerd werd) |
| gohō-誤報 | verkeerd bericht; foute [verkeerde] informatie [inlichtingen] |
| gojin-吾人 | (schrijftaal voor de eerste persoon) ik; wij |
| gojitsu-後日 | later; een andere keer [dag]; in de toekomst |
| gokaisuru-誤解する | verkeerd begrijpen; misverstaan |
| gōkinkō-合金鋼 | gelegeerd staal |
| goku-極 | topkwaliteit; eerste klas |
| goku-極 | (als bijwoord) zeer; erg |
| gokubi-極微 | geheime leer; verborgen mysterie |
| gomasuri-胡麻擂り | vleierij; hielenlikkerij; stroopsmeerderij |
| gomen-御免 | pardon; sorry; excuseer mij |
| gomenkudasai-御免下さい | (verontschuldiging) sta mij toe; excuseer mij |
| gonichi-後日 | later; een andere keer [dag]; in de toekomst |
| gonin-誤認 | fout; misvatting; verkeerde interpretatie [opvatting; aanname] |
| gōnō-豪農 | een rijke boer; heerboer |
| gorin-五倫 | (Confucianisme) de vijf fundamentele morele deugden van menselijke relaties (tussen vader-zoon, heerser-onderdaan, man-vrouw, jong-oud, vrienden) |
| goro-頃 | rond de tijd dat; ongeveer |
| gorotsuki-ごろつき | onweer; donder |
| gosai-後妻 | (iemands) tweede vrouw (na overlijden of scheiding van zijn eerste vrouw) |
| gōsarashi-業曝し | schande; oneer; schaamte |
| gōshi-合祀 | de verering van twee of meer goden in een shinto heiligdom [schrijn] |
| gōshi-合祀 | de verering van eenzelfde god in meerdere shinto heiligdommen [schrijnen] |
| gōshi-合資 | joint venture (samengaan van twee of meer ondernemingen) |
| gōshi-郷士 | (Edo periode) landedelman (uit de samurai klasse); landjonker; jonkheer |
| goshin-誤信 | denkfout; misvatting; verkeerde aanname |
| goshin-誤審 | beoordelingsfout; verkeerd oordeel [vonnis] |
| goshin-誤診 | verkeerde [foute] diagnose |
| goshuinsen-御朱印船 | (Edo-periode) een door de shogun (met een rode zegelbrief) geautoriseerd (buitenlands) handelsschip |
| goten'i-御殿医 | (in de Edo-periode) de arts [geneesheer] van de shoguns en leenheren |
| gotsugotsu-ごつごつ | (onomatopee) ruw; oneffen; ruig; verweerd; hoekig; stijf |
| goyō-誤用 | misbruik; verkeerd [onjuist] gebruik |
| gō・sutoppu-ゴー・ストップ | (kruising met) verkeerslicht; stoplicht |
| guchoku-愚直 | simpele [ongecompliceerde] eerlijkheid [openhartigheid] |
| guddobai-グッドバイ | vaarwel; tot (weer)ziens |
| guhō-弘法 | het verspreiden van de boeddhistische leer |
| gunki-軍機 | militair geheim; geclassificeerde militaire documenten [informatie] |
| gunshin-軍神 | in Japan een vereerde [vergoddelijkte} oorlogsheld |
| gurasu・ūru-グラス・ウール | glaswol (filtreer- en isolatiemateriaal) |
| guratan-グラタン | gratin; gegratineerd gerecht |
| gureru-ぐれる | afdwalen van het goede pad; het verkeerde pad opgaan |
| gurīsu-グリース | vet; smeerolie |
| guru-ぐる | handlanger (bij een misdaad); samenzweerder |
| gūsaku-偶作 | een werkstuk dat toevallig tot stand komt; een geïmproviseerd stuk |
| gushin-具申 | gedetailleerd rapport [verslag] |
| gyaku-逆 | het omgekeerde; tegengestelde; tegendeel |
| gyakuen-逆縁 | slechte daad die iemand uiteindelijk tot de Boeddhistische leer leidt |
| gyakukōsu-逆コース | (plaats of tijd) teruggang; achteruitgang; terugkeer |
| gyakusankakkei-逆三角形 | omgekeerde driehoek |
| gyakusū-逆数 | het reciproque [omgekeerd evenredige] getal |
| gyakuyō-逆用 | misbruik; verkeerd gebruiken; gebruik van iets op een andere manier [met een andere reden] dan de bedoeling is |
| gyaroppingu・infurēshon-ギャロッピング・インフレーション | (Eng.: galloping inflation) gierende inflatie; zeer snel stijgende inflatie |
| gyoganrenzu-魚眼レンズ | visooglens; visoogobjectief; fisheye (een lens met een zeer grote beeldhoek van boven de 180º en een heel korte brandpuntsafstand) |
| gyokuanka-玉案下 | respect uitdrukkende woord(en) links onderaan een brief gericht aan (het bureau van) een (hooggeplaatste) geadresseerde |
| gyokusai-玉砕 | eervolle dood (zonder overgave) |
| gyomi-魚味 | (afk. voor) Viering van de vissmaak (ceremonie waarbij kinderen voor het eerst sinds de geboorte vis eten) |
| gyominoiwai-魚味の祝い | Viering van de vissmaak (ceremonie waarbij kinderen voor het eerst sinds de geboorte vis eten) |
| gyoryū-魚竜 | ichthyosaurus (een uitgestorven geslacht van zeereptielen) |
| gyōsei-行政 | bestuur; beheer; administratie |
| gyoshō-魚醤 | vissaus (gemaakt van gefermenteerde vis) |
| gyosuru-御する | hanteren; controleren; behandelen; beheersen |
| gyōten-暁天 | dageraad; ochtendgloren; de hemel bij zonsopgang (wanneer de sterren vervagen) |
| gyou-御宇 | het keizerlijk bewind; de heerschappij van de keizer |
| habikoru-蔓延る | (over)woekeren; zich verspreiden; overheersen |
| habucha-波布茶 | sennathee (een soort thee die wordt gebruikt als laxeermiddel, voor ontgiften of gewichtsverlies) |
| hadaare-肌荒れ | droge ruwe [schilferige] huid; geïrriteerde huid; slechte [ongezonde] huid |
| hadō-覇道 | (in confucianisme) besturing van een natie via militaire macht en bedrog; regering met een alleenheerser aan het hoofd |
| hāfu-ハーフ | (bij voetbal e.d.) speelperiode: (eerste of tweede) helft |
| hāfutaimu-ハーフタイム | rust; pauze (tussen de eerste en de tweede helft van een wedstrijd) |
| hāfu・mirā-ハーフ・ミラー | eenrichtingsspiegel (die het licht aan een kant doorlaat en aan de andere kant reflecteert; zo kan men iem. observeren zonder die de waarnemer ziet) |
| hagoita-羽子板 | gedecoreerde houten peddels (die traditioneel werden gebruikt om hanetsuki, een soort badminton, te spelen) |
| hagyō-覇業 | overheersing; suprematie; heerschappij |
| haiban-廃盤 | een uitverkochte [niet meer leverbare] plaat [LP; CD] |
| haiekikanri-廃液管理 | het beheer [beheersen] van afvalvloeistoffen |
| haifai-ハイファイ | natuurgetrouwe weergave |
| haihan-背反 | weerspannigheid; opstandigheid |
| haiiroguma-灰色熊 | grizzlybeer; grizzly |
| haikai-俳諧 | bijeenkomst waarbij achter elkaar Japanse gedichten worden gecomponeerd |
| haikei-拝啓 | Geachte heer/mevrouw [formele standaarduitdrukking om een brief te openen] |
| haikurasu-ハイクラス | hoogwaardig; eersteklas; vooraanstaand |
| haipā・infurēshon-ハイパー・インフレーション | hyperinflatie; zeer hoge inflatie |
| haipo-ハイポ | hypo; fixeerzout (fotografie) |
| hairu-入る | geïnstalleerd worden; (ergens) in zitten [ingekomen zijn]; een inhoud hebben (van); bevatten |
| hairu-入る | behoren (bij); gerekend worden (tot); (op)tellen; meetellen; meerekenen; (bij een verkiezing) stemmen krijgen [binnenhalen] |
| haisen-廃船 | ontmanteling van een boot [schip]; een schip dat uit de vaart is genomen; een schip dat niet meer wordt gebruikt en is gesloopt |
| haiteku-ハイテク | hightech; hoogtechnologisch; geavanceerde technologie |
| haiwē・hipunōshisu-ハイウェー・ヒプノーシス | polderblindheid (verminderde opmerkzaamheid in het verkeer veroorzaakt door een afwezigheid van externe prikkels) |
| haiwē・patorōru-ハイウェー・パトロール | verkeerspolitie |
| hai・tekunorojī-ハイ・テクノロジー | geavanceerde technologie |
| haji-恥 | gezichtsverlies; schande; oneer; schaamte |
| hajiki-土師器 | Japans Haji aardewerk [keramiek] (werd geproduceerd in de Kofun-, Nara- en Heian-perioden) |
| hajimaru-始まる | (steeds weer) opnieuw beginnen; van voren af aan beginnen |
| hajime-初め | de eerste |
| hajimeni-初めに | (aller)eerst; in eerste instantie; om te beginnen |
| hajimeru-始める | weer [opnieuw] beginnen (met); herstarten |
| hajimete-初めて | (voor) de eerste keer |
| hajimete-初めて | niet eerder dan; pas nadat |
| hakabu-端株 | kleiner aantal aandelen dan door de handelsbeurs gespecificeerd |
| hakase-博士 | expert; kenner; deskundige; geleerde; academicus |
| hakidasu-吐き出す | verspillen; in één keer uitgeven (geld) |
| hakkai-発会 | de eerste vergadering [bijeenkomst] (van een jaar, semester, etc.) |
| hakkōcha-発酵茶 | gefermenteerde thee |
| hakkōnyū-発酵乳 | gefermenteerde melk |
| hakkōshokuhin-発酵食品 | gefermenteerde voedingsmiddelen (zoals soja, kaas, e.d.) |
| hakubi-白眉 | (fig.) iets van weergaloze kwalitieit; toonbeeld |
| hakuchizu-白地図 | een blanco kaart [basiskaart] (een kaart die alleen de omtrek van landen, eilanden, etc. weergeeft, zonder plaatsnamen, e.d.) |
| hakunetsudenkyū-白熱電球 | gloeilamp; peer(tje) |
| hakurai-舶来 | buitenlands fabrikaat; geïmporteerd artikel |
| hakushi-博士 | geleerde; kenner; expert |
| hamayumi-破魔弓 | (oorspronkelijk) de boog om een hamaya af te schieten (nu met een meer symbolische betekenis) |
| hanabie-花冷え | een (korte) periode van koud weer in de lente (tijdens de bloei van de kersenbloesems) |
| hanagumori-花曇り | bewolkt [mistig] lenteweer (tijdens de bloei van de kersenbloesems) |
| hanagusuri-鼻薬 | smeergeld; zwijggeld |
| hanamagari-鼻曲がり | iemand met een slecht humeur; brombeer; chagrijn |
| hanamochinaranai-鼻持ちならない | stinkend; walgelijk; weerzinwekkend |
| hanamuke-餞 | teerspijs; teerspijze; viaticum |
| handa-半田 | soldeersel; soldeermetaal |
| hane-羽 | veer; pluim; pluimage |
| hanekaeri-跳ね返り | het weer opveren; herstellen |
| hanepen-羽ペン | ganzenveer |
| hangā-ハンガー | kleerhanger |
| hangawaki-半乾き | leerhard; halfdroog zijn |
| hangyoku-半玉 | leerling-geisha |
| hanhaba-半幅 | de helft van de normale stofbreedte.(bij kimonostof is dit ongeveer 18 cm.) |
| hankan-反感 | antipathie; afkeer; aversie; vijandigheid |
| hankō-反抗 | opstand; weerstand; verzet; insubordinatie; ongehoorzaamheid |
| hankō-藩侯 | (feodale) leenheer; hoofd van een domein [clan] |
| hankyō-反響 | (fig.) echo; weerklank; repercussie; reactie |
| hankyū-半球 | hemisfeer; halfrond |
| hanmen-反面 | de andere kant; keerzijde |
| hanpatsu-反発 | afkeer; walging |
| hanron-反論 | tegenargument; weerlegging; repliek |
| hansha-反射 | reflectie; weerkaatsing |
| hanshakaitekiseiryoku-反社会的勢力 | anti-sociale krachten; georganiseerde misdaad; criminele organisaties |
| hanshazai-反射材 | reflecterend materiaal [reflecterende producten] (voor verkeersveiligheid) |
| hanshi-藩士 | vazal van een daimyo [leenheer] |
| hanshinron-汎心論 | panpsychisme (filosofische leer) |
| hanshinron-汎神論 | pantheïsme (filosofische leer) |
| hanshō-反照 | reflectie; weerspiegeling |
| hanshō-反証 | weerlegging; tegenbewijs |
| hanshoku-繁殖 | voortplanting; fokkerij; vermeerdering; vermenigvuldiging |
| hanshu-藩主 | leenheer; hoofd van een feodale clan |
| hansokukin-反則金 | bekeuring voor (lichte) verkeersovertredingen; verkeersboete |
| hantaisuru-反対する | (er) tegen zijn; zich verzetten (tegen); weerstand bieden (aan) |
| hanzatsu-繁雑 | ingewikkeld [moeilijk; gecompliceerd] zijn |
| han'ei-反映 | reflectie; weerspiegeling |
| han'eisuru-反映する | reflecteren; weerspiegelen |
| han'i-範囲 | gebied; domein; begrenzing; bereik; invloedssfeer |
| happō-発砲 | het afvuren; schieten (van een geweer, pistool, etc.) |
| happōsuru-発砲する | afvuren; (af)schieten (geweer, pistool, of andere geladen wapens) |
| hapuningu-ハプニング | geïmproviseerde manisfestatie; spontane kunstactiviteit |
| haragoshirae-腹拵え | iets eten voorafgaand aan werkzaamheden; eerst eten voordat je iets gaat doen |
| harahara-はらはら | (onomatopee) neerdwarrelend |
| haraimono-払い物 | iets [een artikel] dat je wilt verkopen; iets dat je niet meer nodig hebt] |
| harau-払う | (met een zwaard, stok e.d.) heen en weer zwaaien |
| hare-晴れ | opklaring(en); helder [zonnig; mooi] zijn (van de lucht, het weer, e.d.) |
| hareagaru-晴れ上がる | opklaren (van het weer) |
| harema-晴れ間 | opklaring (van het weer); open [blauwe] plek in het wolkendek |
| hareru-晴れる | opklaren (van het weer) |
| haritaosu-張り倒す | (iem.) neerslaan; omverlopen; vloeren; onderuithalen |
| haruasashi-春浅し | het allereerste [nog nauwelijks waarneembare] begin van de lente; de eerste vage tekenen van de lente |
| haruichiban-春一番 | de eerste lentestorm; krachtige zuidenwind in het begin van de lente |
| harumeku-春めく | lenteachtig worden; op lenteweer lijken |
| hasamu-挟む | tegen over elkaar zijn; aan weerszijden zijn (van) |
| hashigo-梯子 | (afk. voor) ladder-vasthouder (historische brandweertaak) |
| hashigomochi-梯子持 | ladder-vasthouder (historische brandweertaak) |
| hashigonori-梯子乗り | het uitvoeren van acrobatiek op een rechtopstaande ladder (traditioneel performance kunst bij brandweer) |
| hashiri-走り | primeur; de [het] eerste van het seizoen |
| hassei-発声 | de eerste spreker; voorzanger |
| hasshadai-発射台 | lanceerplatform |
| hasshō-発症 | de aanvang [het begin; de eerste symptomen] van een ziekte |
| hassuru-ハッスル | hard werken; druk in de weer zijn |
| hatakikomi-叩き込み | sumo techniek (de tegenstander vellen met meerdere snelle slagen) |
| hataku-叩く | neerslaan; naar beneden slaan (sumo) |
| hātobureiku-ハートブレイク | liefdesverdriet; hartzeer |
| hatsu-初 | de eerste; het begin |
| hatsuarashi-初嵐 | eerste storm (in de vroege herfst) |
| hatsubasho-初場所 | eerste sumo toernooi van het jaar (januari in Tokio) |
| hatsubon-初盆 | het eerste Bon festival na iemand's overlijden |
| hatsubutai-初舞台 | debuut; de eerste keer dat men op het podium verschijnt |
| hatsugai-初買い | de eerste keer gaan winkelen in het nieuwe jaar, op 2 januari |
| hatsugama-初釜 | de eerste theeceremonie van het nieuwe jaar |
| hatsugatsuo-初鰹 | de eerste bonito (vis) van het (zomer)seizoen |
| hatsugo-初子 | iemands eerste kind; eerstgeborene |
| hatsugoori-初氷 | eerste ijs van de winter |
| hatsuhana-初花 | de eerste bloei |
| hatsuharu-初春 | het begin [de eerste maand] van het jaar; Nieuwjaar |
| hatsuhi-初日 | nieuwjaarsochtend; de eerste zonsopgang van het jaar |
| hatsuhikage-初日影 | de eerste zonsopgang van het jaar; zonlicht op nieuwjaarsdag |
| hatsuhikō-初飛行 | de eerste vlucht (van een bepaald vliegtuig); luchtdoop |
| hatsuhinode-初日の出 | de eerste zonsopgang van het jaar; zonsopgang op nieuwjaarsdag |
| hatsukaoawase-初顔合わせ | eerste ontmoeting; eerste treffen |
| hatsukoi-初恋 | eerste liefde |
| hatsumago-初孫 | eerste kleinkind |
| hatsumimi-初耳 | iets voor het eerst [de eerste keer] horen |
| hatsumōde-初詣で | het eerste bezoek aan een heiligdom [tempel] in het nieuwe jaar |
| hatsumono-初物 | de eerste oogst (b.v. graan, fruit, vis, etc.) van het seizoen |
| hatsumonogui-初物食い | een voorkeur voor de eerste oogst [producten] van het seizoen; iemand met een voorkeur voor de eerste oogst [producten] van het seizoen |
| hatsunari-初生り | de eerste vruchten van het seizoen |
| hatsune-初値 | de eerste beurskoers van het nieuwe jaar |
| hatsune-初音 | eerste vogelgezang [vogelenzang] in het nieuwe jaar |
| hatsuni-初荷 | eerste verzending [vracht; transport] van het nieuwe jaar |
| hatsunori-初乗り | de eerste rit (paard, auto, trein, etc.) in het nieuwe jaar |
| hatsushigure-初時雨 | de eerste regen na de overgang van herfst naar winter |
| hatsushimo-初霜 | de eerste vorst (van het seizoen) |
| hatsuuri-初売り | eerste verkoopdag [openingsdag] van winkels (in het nieuwe jaar) |
| hatsuyaku-初役 | de eerste rol (van een acteur of actrice) |
| hatsuyaku-初役 | de eerste keer dat een acteur [actrice] de rol speelt |
| hatsuyu-初湯 | eerste bad van het nieuwe jaar; eerste bad van een pasgeboren baby |
| hatsuyuki-初雪 | de eerste sneeuw (van het seizoen); eerste sneeuwval |
| hatsuyume-初夢 | je eerste droom in het (nieuwe) jaar |
| hatsuzan-初産 | eerste bevalling; bevalling van het eerste kind |
| hatsuzekku-初節句 | (de viering van) het eerste jongens- [meisjes-] festival van een baby |
| hattōshin-八頭身 | (van een vrouw) mooi, welgevormd [goed geproportioneerd] lichaam (acht keer zo lang als het hoofd) |
| hausukīpā-ハウスキーパー | beheerder [beheerster] van een gebouw |
| hayabaya-早早 | vroeg; eerder; snel; spoedig |
| hayame-早め | het vroeger [eerder] zijn (dan de vastgestelde of gebruikelijke tijd) |
| hayauchi-早打ち | spoedkoerier; een zeer snel postpaard; het snel verzenden [bezorgen] {van een boodschap) |
| hayaumare-早生まれ | geboren tussen 1 januari en 1 april ( de datum van schoolbegin); vroege leerling |
| hazumu-弾む | gestimuleerd [bemoedigd; aangespoord; opgevrolijkt] worden |
| hazumu-弾む | geld verspillen [verkwisten]; veel geld neertellen; dokken |
| heidoku-併読 | het twee (of meer) boeken, kranten, of tijdschriften tegelijk lezen |
| heijōshin-平常心 | zelfbeheersing; gewone [alledaagse] gevoelens |
| heiki-平気 | kalmte; sereniteit; zelfbeheersing |
| heinen-平年 | gemiddeld [normaal] jaar (wat betreft neerslag, temperatuur, etc.) |
| heiro-閉炉 | (in Zen tempels, op eerste dag van de 2de maand van de maankalender) het doven [uitdoen] van de van de vuurhaard [open haard] |
| heisagatatōshishintaku-閉鎖型投資信託 | beleggingsfonds dat een vast aantal aandelen uitgeeft via een enkele openbare aanbieding (om kapitaal te verzamelen voor de eerste investeringen) |
| hekomu-凹む | bezwijken; toegeven; de moed verliezen; gedeprimeerd worden |
| henkō-偏光 | polarisatie; gepolariseerd licht |
| henpin-返品 | retourzending; geretourneerde goederen [artikelen] |
| henseiarukōru-変性アルコール | gedenatureerde alcohol (onbruikbaar gemaakt voor consumptie) |
| henseifū-偏西風 | de (heersende) westenwinden |
| henshinyōfūtō-返信用封筒 | retourenveloppe; gefrankeerde en geadresseerde enveloppe |
| henshō-返照 | reflectie; weerkaatsing (licht) |
| henshoku-偏食 | ongevarieerd dieet [voedingspatroon]; eenzijdige voeding |
| hentaigana-変体仮名 | hentaigana (oud-Japans schrift: gerelateerd aan: katakana en hiragana) |
| herikutsu-屁理屈 | gebekvecht; haarkloverij; drogreden; verkeerde redenering; slecht argument |
| hibiki-響き | echo; weerklank; weerkaatsing |
| hibiku-響く | (van verre) weerklinken; weergalmen; echoën; ver reiken (geluid) |
| hibiku-響く | weerkaatsen; schudden; trillen |
| hidarimae-左前 | de verkeerde kant (van een kimono overslag) |
| hidarimuki-左向き | de verkeerde kant (van een kimono overslag) ; slechte financiële situatie; (economische) recessie |
| hideri-日照り | droogte; droog weer |
| higuchi-火口 | mond [tromp] van de loop van een geweer |
| higuma-羆 | de bruine beer (Ursus arctos) |
| hikaku-皮革 | leer; dierenhuid |
| hiken-秘剣 | geheime leer in zwaardvechtkunst |
| hiken-秘鍵 | geheime leer (in een religie) |
| hikeshi-火消し | brandweerman; brandweerbrigade |
| hikiage-引き上げ | verhoging; vermeerdering; toename |
| hikinaosu-引き直す | (een lijn) opnieuw trekken; herzien; weer veranderen |
| hikinaosu-引き直す | weer [opnieuw] verkouden worden [kou vatten] |
| hikizome-弾き初め | de eerste keer dat een instrument wordt bespeeld in het nieuwe jaar |
| hikizome-弾き初め | een instrument voor de eerste keer bespelen na aankoop ervan |
| hikokunin-被告人 | beklaagde; verweerder; beschuldigde; verdachte |
| hiku-轢く | (iem.) overrijden; aanrijden; neerslaan |
| hikyō-秘教 | esoterische religie [leer] |
| himegimi-姫君 | eerbiedige term voor een prinses of de dochter van een hooggeplaatst persoon |
| hin-賓 | geëerde gast |
| hinawajū-火縄銃 | musket; haakbus (ouderwets geweer met een lont) |
| hippō-筆法 | compositieleer van teksten |
| hireidaihyōsei-比例代表制 | kiesstelsel van proportioneel vertegenwoordigde kiesdistricten (met meerdere zetels) |
| hishūyōsha-被収容者 | (form.) gedetineerde |
| hissatsu-必殺 | dodelijk [zeer heftig] zijn; vast voornemen om te doden |
| hissei-筆生 | kopiist; iemand die teksten kopieert (als beroep) |
| hitodoori-人通り | voetgangers verkeer; komen en gaan van mensen |
| hitohashiri-一走り | een stukje [een keer] rennen [hardlopen] |
| hitoichibai-人一倍 | meer dan anderen; meer dan gewoonlijk; met extra [meer] inzet; (ver)dubbel(d); twee keer (zo hard, veel, etc.) |
| hitomebore-一目惚れ | liefde op het eerste gezicht |
| hitomukashi-一昔 | lang geleden; (ongeveer) tien jaar (geleden) |
| hitonanoka-一七日 | de zevende dag na het overlijden; de eerste zeven dagen na het overlijden |
| hitoshio-一入 | nog meer; des te meer; in het bijzonder; vooral |
| hitosuji-一筋 | geconcentreerd zijn (op); toegewijd zijn; het zich toeleggen [richten] (op) |
| hittō-筆頭 | eerste trefwoord in een lijst |
| hiyamugi-冷や麦 | koud geserveerde udon noedels |
| hiyayakko-冷や奴 | een Japans gerecht met koud geserveerde tahoe [tofoe] |
| hiyori-日和 | mooi weer; mooie dag |
| hiyorimi-日和見 | weersvoorspelling |
| hiyowai-ひ弱い | zwak; broos; teer; ziekelijk |
| hō-奉 | (in combinatie met andere karakters) toewijding; offer; eerbied; gehoorzaamheid |
| ho-穂 | (speer)punt; punt van een kwast |
| hōeikisei-防衛機制 | afweermechanisme |
| hōgakubu-法学部 | Faculteit der Rechtsgeleerdheid |
| hōgan-砲眼 | de mond [tromp] van de loop van een geweer |
| hogosha-保護者 | voogd; beschermheer |
| hōjō-法城 | de sterke rots [burcht] van de boeddhistische leer |
| hōjū-放獣 | het vangen van een dier (b.v. een beer) en elders (in een natuurgebied) uitzetten; het per ongeluk vangen van een dier en weer vrijlaten; bijvangst |
| hōken-宝剣 | een kostbaar [belangrijk; eervol] zwaard. |
| hokidasu-吐き出す | verspillen; in één keer uitgeven (geld) |
| hokku-発句 | de eerste regel (van 5 lettergrepen) van een haiku of tanka gedicht |
| hokku-発句 | het eerste vers (van 17 lettergrepen) van een renga gedicht |
| hokkyokuguma-北極熊 | ijsbeer; poolbeer (Ursus maritimus) |
| hoko-矛 | lans; spies; speer |
| hoko-矛 | (met lantaarns) gedecoreerde paal (voor optochten en festivals) |
| hōkō-砲口 | de mond [tromp] van de loop van een geweer |
| hokosaki-矛先 | speerpunt; de punt van een speer |
| hokosaki-矛先 | (fig.) speerpunt; voorste legerspits |
| hokosaki-矛先 | (fig.) speerpunt (leidend element) |
| hokōshatengoku-歩行者天国 | (lett. voetgangersparadijs) voetgangerszone; voetgangersgebied (ook een rijbaan die (tijdelijk) wordt gesloten voor autoverkeer) |
| hōkōtenkan-方向転換 | verandering van richting [koers] (ook fig.); ommekeer; radicale verandering |
| hokuto-北斗 | (afk. van) het sterrenbeeld de Grote Beer (Ursa Major) |
| hokutoshichisei-北斗七星 | het sterrenbeeld de Grote Beer (Ursa Major) |
| hōkyō-法橋 | (boeddh.) de brug van de Dharma (deze term vergelijkt de leer van Boeddha met een brug die mensen naar de overkant brengt) |
| homare-誉れ | eer; glorie; roem |
| homeru-褒める | prijzen; bewonderen; ophemelen; verheerlijken |
| homogyūnyū-ホモ牛乳 | gehomogeniseerde melk |
| hōmon-法門 | boeddhistische leer; poort naar de boeddhistische [spirituele] verlichting |
| hōmon-砲門 | de mond [tromp] van de loop van een geweer |
| hōmu-法務 | zaken die te maken hebben met de boeddhistische leer |
| hōmurūmu-ホームルーム | schoollokaal waar een groep leerlingen extra begeleiding krijgt van een vaste leraar (vaak voordat de reguliere lessen beginnen) |
| honkan-本館 | hoofdgebouw; eerste gebouw (bij oprichting van een bedrijf, organisatie, etc.) |
| honke-本家 | hoofdplaats; de naam van een domeinheer |
| honmatsutentō-本末転倒 | verkeerd beoordelen wat belangrijk en onbelangrijk is; het paard achter de wagen spannen |
| honne-本音 | oprechte [eerlijke] (persoonlijke) mening [bedoeling] |
| honsekichi-本籍地 | wettige [geregistreerde] woonplaats |
| honshoku-本職 | (v.n.l. in geschriften gebruikt voor de eerste persoon enkelvoud in overheidsfunctie) ik, naam, in de functie van (politiebeambte)... |
| hon'i-本意 | oorspronkelijke [ware] bedoeling [drijfveer] |
| hoozuki-酸漿 | een kelkblad van de lampionplant dat fungeert als fluitje waar kinderen op blazen |
| horekomu-惚れ込む | gecharmeerd zijn van; verliefd zijn op |
| hori-捕吏 | (hist.) een ambtenaar die criminelen arresteert |
| hōriki-法力 | de kracht van de boeddhistische leer [dharma] |
| hōrin-法輪 | (lett. wiel der wet) de dharmachakra; de leer van Boeddha |
| horishi-彫り師 | tatoeëerder; tattoo artiest |
| hōritsugaku-法律学 | rechtswetenschap(pen); rechtsgeleerdheid |
| horizonto-ホリゾント | (theater) cyclorama; rondhorizon; achterwand of achterdoek van het toneel (waar het decor op geprojecteerd wordt) |
| horobu-滅ぶ | verwoest [geruïneerd] worden; te gronde gaan |
| hōshaseikōkabutsu-放射性降下物 | radioactieve neerslag |
| hoshii-糒 | rijst die eerst gaargestoomd is en daarna gedroogd (makkelijk mee te nemen op reis en klaar om te eten na het te weken in water) |
| hōshin-砲身 | geweerloop; de loop van een geweer |
| hōshin-芳信 | (beleefde term) uw (vriendelijke; gewaardeerde] brief |
| hōshō-奉唱 | eerbiedig zingen; religieuze gezangen |
| hōshō-褒賞 | lof; eer; onderscheiding |
| hosuto-ホスト | gastheer |
| hōtō-法灯 | de leer [het licht] van Boeddha |
| hoyahoya-ほやほや | pas; vers; nieuw (b.v. pas getrouwd of net afgestudeerd) |
| hōyō-法要 | kernpunt [hoofdpunt] van de boeddhistische leer |
| hōzō-宝蔵 | (een woord dat verwijst naar) de leer van Boeddha |
| hyakka-百家 | vele geleerden |
| hyakubai-百倍 | honderdmaal; honderd keer (zoveel) |
| hyakubun-百聞 | (lett.) iets honderd keer horen |
| hyakudomairi-百度参り | het 100 keer bezoeken van een schrijn of tempel (om te bidden) |
| hyakuyōsō-百葉箱 | huisje [hokje] voor meetapparatuur van weersomstandigheden (thermometer, hygrometer, e.d.) |
| hyōji-表示 | weergave (op een computerscherm, e.d.) |
| hyōkei-表敬 | eerbetuiging; eerbetoon; hulde; tribuut |
| hyōkishōgun-驃騎将軍 | (Chin.) cavalerie generaal; legeraanvoerder; veldheer |
| hyōshiki-標識 | verkeersbord; verkeersteken; markering; baken |
| hyōshō-表彰 | eerbewijs; eervolle vermelding; publieke erkenning |
| hyōshōshiki-表彰式 | uitreikingsceremonie van een eerbewijs |
| i-委 | (in kanji combinaties) (aan anderen) toevertrouwen; overlaten; gedetailleerd |
| iai-居合い | iai, in een soepele beweging het zwaard trekken, de tegenstander neermaaien, en daarna het zwaard terug in de schede doen |
| iaijutsu-居合術 | de iai-krijgskunst, het in een soepele beweging het zwaard trekken, de tegenstander neermaaien, en daarna het zwaard terug in de schede doen |
| iatsukan-威圧感 | bedreigende sfeer; gevoel van intimidatie |
| ibarakidasshu-茨城ダッシュ | rijgedrag van automobilisten die zodra het stoplicht op groen springt, snel rechtsaf slaan voor het tegemoetkomend verkeer (genoemd naar Ibaraki Pref) |
| ibushigin-燻し銀 | geoxideerd zilver |
| ichi-一 | eerste; beste |
| ichiban-一番 | de eerste [beste]; nummer 1; -ste (overtreffende trap) |
| ichibandori-一番鶏 | het eerste kraaien van de haan (bij zonsopgang) |
| ichiban'yari-一番槍 | de initiatiefnemer; degene die als eerste (een belangrijke) actie onderneemt; (lett. degene die de eerste speer gooit) |
| ichidai-一代 | heerschappij; regeringsperiode (van een vorst) |
| ichidan-一段 | nog (veel) meer; behoorlijk veel |
| ichido-一度 | een keer |
| ichidokini-一時に | tegelijkertijd; in een keer |
| ichidoku-一読 | het snel [een keer] doorlezen |
| ichidokusuru-一読する | snel [een keer] doorlezen |
| ichidoni-一度に | alles tegelijk; in één keer; tegelijkertijd |
| ichigakki-一学期 | eerste semester (school) |
| ichigen-一見 | eerste bezoek (van een klant, b.v. in een restaurant) |
| ichigō-一号 | nummer 1; de eerste |
| ichigoichie-一期一会 | ieder moment; eenmalig; één keer in je leven (en nooit weer) |
| ichii-一位 | eerste positie [plaats; rang] |
| ichii-一位 | eerste cijfer van een getal |
| ichiji-一次 | de eerste (rang; keer); oorspronkelijke; primaire |
| ichijibarai-一時払い | volledige betaling in een keer; betaling van de lumpsum [het hele bedrag ineens] |
| ichijisanpin-一次産品 | primaire producten [goederen] (die voorzien in de eerste levensbehoefte van de consument) |
| ichijiteishi-一時停止 | (verkeerswet) verplichte stop (bij een stopbord, e.d.) |
| ichijitsu-一日 | de eerste dag (van de maand) |
| ichimei-一命 | eerste (levens)taak; opdracht; aanstelling |
| ichimei-一命 | (China) heer; man van beschaving; overheidsdienaar; krijgsman; strijder |
| ichimon-一門 | leerlingen van dezelfde meester (van een school der kunsten, vechtsporten, e.d.) |
| ichinan-一男 | oudste [eerstgeboren] zoon |
| ichinensei-一年生 | eerstejaars student [scholier] |
| ichinichi-一日 | de eerste dag (van de maand) |
| ichininshō-一人称 | (taalkunde) de eerste persoon; (in literatuur) de ik-persoon; ik-vorm |
| ichinotori-一の酉 | de eerste Dag van de Haan in de elfde maand; het festival van de Ōtori-schrijn gehouden op die dag |
| ichiō-一応 | voorlopig; zo'n beetje; min of meer |
| ichiō-一応 | (nog) een keer |
| ichioshi-一押し | iets dat zeer aangeraden [aanbevolen; aangeprezen] wordt |
| ichiretsu-一列 | een (wacht)rij; queue; de eerste rij (theater e.d.); op één lijn [rij] |
| ichiryū-一流 | top; eerste [hoogste] klas [niveau]; unieke kwaliteit |
| ichiryūkigyō-一流企業 | toponderneming; eersteklas bedrijf |
| ichishichinichi-一七日 | de zevende dag na het overlijden; de eerste zeven dagen na het overlijden |
| ichiyaku-一躍 | met één sprong; in één keer; in één klap |
| idengaku-遺伝学 | genetica; erfelijkheidsleer |
| ienoko-家の子 | (einde van de Heian periode) lid van een clan die een meester-dienaarrelatie had met de feodale heer |
| ierō・zōn-イエロー・ゾーン | zonemet verkeersverbod, aangegeven met een gele streep |
| iiayamaru-言い誤る | zich verspreken; (iets) verkeerd [fout] zeggen |
| iidasu-言い出す | beginnen met praten; als eerste spreken |
| iikaesu-言い返す | antwoorden; terugzeggen; een weerwoord hebben |
| iitsukaru-言いつかる | geïnstrueerd [bevolen] worden; instructie [opdracht; bevel] krijgen |
| ijō-以上 | ... en [of] meer [hoger] |
| ijō-以上 | meer dan; hoger; boven |
| ikaiyō-胃潰瘍 | maagzweer |
| ikani-如何に | hoe (veel, etc.) ook; hoezeer (ook) |
| ikareru-いかれる | kapot gaan; misgaan; verkeerd gaan |
| ikareru-いかれる | geobsedeerd [geboeid; gefascineerd] worden; helemaal verliefd zijn [worden] |
| ikazuchi-雷 | onweer; donder(slag); bliksem(schicht) |
| ikei-畏敬 | eerbied; ontzag; respect |
| ikihaji-生き恥 | de schaamte die men tijdens zijn leven moet verduren; leven [voortbestaan] in schaamte [schande; oneer] |
| ikikaeru-生き返る | weer bijkomen (na bewusteloosheid); weer tot leven komen |
| ikkai-一回 | één keer; eens |
| ikkai-一階 | begane grond; parterre (Japan: eerste verdieping) |
| ikkaisei-一回生 | eerstejaarsstudent |
| ikkakusenkin-一攫千金 | in één klap rijk worden; in één keer enorme winst behalen |
| ikkatsubarai-一括払い | het alles in één keer betalen; het hele bedrag ineens betalen |
| ikkikasei-一気呵成 | iets in een keer afmaken; iets afmaken zonder pauze te houden |
| ikkyo-一挙 | alles tegelijk [in één keer] doen |
| ikkyoni-一挙に | in één slag [klap]; in één keer; alles tegelijk |
| ikō-遺稿 | nagelaten manuscript; postuum gepubliceerd werk |
| ikoraizā-イコライザー | (voorversterker voor geluidsweergave) equalizer; toonregelaar |
| ikyoku-委曲 | volledige details; gedetailleerd (tot in de kleinste bijzonderheden) zijn |
| ikyosuru-依拠する | afhankelijk zijn van; gebaseerd zijn op; steunen op; zich toeverlaten op |
| imahitotsu-今一つ | nog een; nog meer |
| imasara-今更 | opnieuw; weer |
| imēji・ado-イメージ・アド | reclame, die meer nadruk legt op het imago van het aangeprezen product dan op de voordelen of kenmerken ervan |
| imēji・mēkā-イメージ・メーカー | iemand die het imago creëert voor een persoon, product of bedrijf |
| imina-諱 | (echte) persoonlijke eigennaam (die uit eerbied voor de ander, zoals een keizer e.d., niet wordt uitgesproken) |
| imiron-意味論 | semantiek; betekenisleer |
| indian・samā-インディアン・サマー | nazomer; warm [mooi] herfstweer |
| indō-引導 | begeleiding (m.n. in de boeddhistische leer) |
| inginburei-慇懃無礼 | gespeelde [niet gemeende] beleefdheid; verborgen afkeer |
| inisharu-イニシャル | (Eng.: initials) initiaal; initialen; eerste letter(s) |
| inishiachibu-イニシアチブ | (Eng.: initiative) initiatief; eerste stap |
| inkyo-隠居 | gepensioneerde |
| innā・supēsu-インナー・スペース | de stratosfeer |
| innen-因縁 | eerdere [oude] relatie [band; verbinding]; oorsprong; oorzaak; karma |
| inoichiban-いの一番 | de allereerste (vanwege het eerste teken (い) van de Japanse kana-tabel, iroha) |
| inoko-亥の子 | de eerste dag van de maand van het Zwijn (oktober van de maankalender) |
| inoko-亥の子 | (af, voor) een evenement [(oogst)feest] dat plaatsvindt (m.n. in West-Japan) op de eerste dag van de maand van het Zwijn |
| inokonoiwai-亥の子の祝 | een evenement [(oogst)feest] dat plaatsvindt (m.n. in West-Japan) op de eerste dag van de maand van het Zwijn |
| inpakuto-インパクト | schok; invloed; effect; weerslag |
| inparusu-インパルス | drijfveer; prikkel; stimulans |
| inrē-インレー | (tandheelkunde) inlay; vulling; plombeersel |
| inshōhihyō-印象批評 | subjectieve [op indrukken gebaseerde] kritiek |
| insutorakutā-インストラクター | instructeur; docent; leermeester; trainer |
| intābijon-インタービジョン | intervisie (een georganiseerd gesprek tussen een kleine groep vakgenoten) |
| intāfēsu-インターフェース | interface (waarmee twee of meer computersystemen met elkaar communiceren) |
| intaku-隠宅 | woning van een gepensioneerde |
| intario-インタリオ | intaglio (gegraveerde edelsteen) |
| interi-インテリ | intellectueel; geleerd person; intelligentsia |
| in'yōku-引用句 | citaat; geciteerde passage |
| in'yoku-淫欲 | lust; seksueel verlangen; begeerte |
| in・hai-イン・ハイ | afk. voor Inter-high, nationaal atletiektoernooi voor middelbare scholen dat twee keer per jaar wordt gehouden |
| iomante-イオマンテ | een Ainu-ceremonie waarbij een bruine beer wordt geofferd (nadat hij een bepaalde tijd in het dorp is grootgebracht) |
| ippa-一波 | de eerste golf (van een reeks) |
| ippanron-一般論 | heersende mening; algemene opvatting; generalisatie |
| ippantōshika-一般投資家 | particuliere investeerder |
| ippatsu-一発 | (gebruikt als bijwoord) één keer; eenmalig |
| ippen-一遍 | eens; een keer |
| ippitsugaki-一筆書 | kalligrafie (werkstuk) in één keer, zonder het penseel opnieuw in de inkt te dopen |
| ippitsusho-一筆書 | kalligrafie (werkstuk) in één keer, zonder het penseel opnieuw in de inkt te dopen |
| ippon'yari-一本槍 | een beslissende actie (b.v. met een speer) |
| ippōtsūkō-一方通行 | eenrichtingsverkeer |
| ipputasai-一夫多妻 | polygynie; veelwijverij (vorm van polygamie waarbij één man met meer dan één vrouw is getrouwd) |
| ipputasaisei-一夫多妻制 | (het gebruik) polygynie; veelwijverij (vorm van polygamie waarbij één man met meer dan één vrouw is getrouwd) |
| iradatsu-苛立つ | geïrriteerd raken; het geduld verliezen |
| iraira-いらいら | (onomatopee) nerveus; geïrriteerd |
| iraira-苛苛 | (onomatopee) zenuwachtig; ongeduldig; geïrriteerd; geërgerd; gespannen; nerveus |
| iratsuku-苛つく | geïrriteerd raken; zich ergeren aan |
| irechigaeru-入れ違える | misplaatsen; verkeerd (terug)zetten |
| irechigau-入れ違う | op de verkeerde plek zijn; verwisseld [omgekeerd] zijn |
| iriha-入端 | (in dans-gerelateerde podiumkunsten) het deel waar dans, zang, muziek, etc. worden uitgevoerd bij het verlaten van het podium |
| irikumu-入り組む | gecompliceerd [ingewikkeld] worden |
| irimachi-入り待ち | het wachten van fans bij de ingang (tot een beroemdheid arriveert en naar binnen gaat) |
| irimuko-入り婿 | een man die wordt geadopteerd door zijn schoonfamilie |
| iroha-伊呂波 | het ABC; de (eerste) beginselen; grondslagen; basis(principes) |
| isaku-遺作 | postuum werk (gepubliceerd na de dood van de auteur) |
| isamitatsu-勇み立つ | gestimuleerd [bemoedigd; opgefleurd; geprikkeld] zijn [worden] |
| iseitai-異性体 | een isomeer |
| isha-医者 | arts; dokter; geneesheer; medicus |
| isōrō-居候 | iemand die parasiteert (zonder te betalen kost en inwoning geniet); uitvreter; parasiet |
| issakujitsu-一昨日 | eergisteren |
| issakunen-一昨年 | eerverleden jaar (het jaar voor het vorige jaar) |
| issei-一世 | de eerste van een koning of keizer waarbij de naam van de vorst tevens in de volgende generaties voorkomt (b.v.: Willem I der Nederlanden) |
| isseichidai-一世一代 | één keer in je leven; uniek; eenmalig |
| isseifūbi-一世風靡 | de heerschappij voeren; overwicht [controle] hebben op de gedachten van mensen |
| isseki-一席 | eerste plaats; eerste prijs |
| isshin-一新 | totale verandering; ommekeer; ommezwaai; vernieuwing; restauratie |
| isshintō-一親等 | eerste graad van bloedverwantschap |
| isshūki-一周忌 | iemands eerste sterfdag |
| isso-いっそ | liever; bij voorkeur; eerder; nogal; vrij veel; des te meer (minder) |
| issō-一掃 | her in een keer wegvegen [afschaffen; uitroeien] |
| issonokoto-いっその事 | liever; bij voorkeur; eerder; nogal; vrij veel; des te meer (minder) |
| issui-一炊 | (de tijd voor) één keer rijst koken |
| itakedaka-居丈高 | aanmatigend [dominant; overheersend; hooghartig] zijn |
| itamegawa-撓め革 | leer dat is gebrand of geweekt in water met lijm, en dan gehamerd (om het stevig te maken) |
| itan-異端 | ketterij; dwaalleer; heidendom |
| itchōyūji-一朝有事 | wanneer de noodzaak zich voordoet; in geval van nood |
| ite-射手 | scherpschutter; schutter (pistool; geweer) |
| itodo-いとど | bovendien; daarnaast; temeer; zoveel te meer omdat |
| itomeru-射止める | doodschieten; neerschieten; raak schieten |
| itsu-何時 | wanneer |
| itsudemo-何時でも | te allen tijde; wanneer (dan) ook; altijd; wanneer je maar wilt |
| itsumade-何時まで | hoe lang; tot wanneer |
| itsumadeni-何時までに | tot en met wanneer |
| itsumo-何時も | altijd; ieder keer; gewoonlijk; constant; voortdurend |
| itsunomani-いつの間に | wanneer; in hoeveel tijd |
| itsuzai-逸材 | een opmerkelijk talent; een uitzonderlijk getalenteerd persoon |
| ittaigata-一体型 | gecombineerde unit; geïntegreerd model |
| itten-一点 | eerste deel in het oude tijdsysteem, dat een uur in vier delen verdeelt |
| ittenki-一転機 | keerpunt |
| ittetsu-一徹 | koppigheid; weerspannigheid; halsstarrigheid |
| ittō-一等 | eersteklas; eersterangs; de beste |
| ittōshin-一等親 | eerstegraads verwantschap [familiebetrekkingen]; naaste bloedverwant |
| iwan'ya-況んや | nog (veel) meer; laat staan dat, om maar niet te spreken van; om nog maar te zwijgen over |
| iya-弥 | meer en meer; in toenemende mate |
| iyagaru-嫌がる | een hekel [afkeer; tegenzin] hebben (om iets te doen) |
| iyagaueni-弥が上に | hoe langer hoe meer; des te meer; steeds meer; nog eens erbovenop |
| iyaki-嫌気 | hekel; afkeer |
| iyamasaru-弥増さる | alsmaar meer [groter; talrijker] worden |
| iyokuteki-意欲的 | ambitieus; zeer gedreven [gemotiveerd] |
| iyū-畏友 | gewaardeerde [gerespecteerde] vriend |
| izakaya-居酒屋 | Japanse bar waar hapjes en drankjes worden geserveerd |
| jajauma-じゃじゃ馬 | een onhandelbaar [weerspannig] paard |
| jaken-邪見 | slechte [verkeerde] manier van bekijken [denken] |
| jakyoku-邪曲 | verdorvenheid; gemeenheid; oneerlijkheid |
| janken-じゃん拳 | het steen-papier-schaar spelletje (gebruikt om te loten of om te bepalen wie er eerst aan de beurt is) |
| jankushon-ジャンクション | (verkeer) knooppunt |
| jichō-自重 | zelfrespect; zelfvertrouwen; eergevoel |
| jidaikōshō-時代考証 | historisch onderzoek (b.v. voor een waarheidsgetrouwe weergave van historische items in films, series, kunst, e.d.); achtergrondonderzoek |
| jidaishoku-時代色 | de sfeer [kenmerken; trends] van een bepaalde tijd [periode] |
| jidoku-侍読 | hofgeleerde; hofleraar; onderwijzer aan het hof |
| jidōshōjū-自動小銃 | automatisch geweer |
| jijitsumukon-事実無根 | ongegrond [ongefundeerd] zijn; in strijd zijn met de feiten |
| jikai-次回 | de volgende keer |
| jikasuru-磁化する | magnetiseren; gemagnetiseerd worden |
| jikiden-直伝 | directe overdracht van een kunstvorm [leer] van meester op student |
| jikideshi-直弟子 | directe [persoonlijke] leerling [volgeling] (van een meester) |
| jikidō-直堂 | (zen-boedddh.) de persoon die verantwoordelijk is voor het beheer van de gewaden en hoofddeksels van de monniken |
| jikini-直に | onmiddellijk; meteen; op zeer korte termijn |
| jikkyō-実教 | (boeddh.) de ware leer die tot verlichting leidt |
| jiko-事故 | (verkeers)ongeluk |
| jikoru-事故る | (informele term voor) het veroorzaken van een ongeval (m.n. een verkeersongeval) |
| jikuashi-軸足 | (honkbal) pivotvoet; steunvoet (het standbeen wanneer een speler draait) |
| jikyūsuru-持久する | volharden; volhouden; doorzetten; weerstaan |
| jimejime-じめじめ | (onomatopee) terneergeslagen; somber; gedeprimeerd; melancholisch |
| jimichi-地道 | stabiel [gestaag; oprecht; eerlijk] zijn |
| jingi-仁義 | gedragscode; eerbewijs (van yakuza) |
| jinjō-尋常 | eerlijk [prijswaardig; stijlvol] zijn |
| jinketsu-人傑 | een intelligent [getalenteerd] persoon; een groot mens |
| jinkun-仁君 | een welwillende [genadige] vorst [heerser] |
| jinmeiyōkanji-人名用漢字 | lijst van officieel toegelaten karakters om eigennamen weer te geven in de familieregisters |
| jinshinjiko-人身事故 | een (verkeers)ongeval met letsel of de dood tot gevolg |
| jinzai-人材 | een bekwaam [kundig; getalenteerd] persoon |
| jippahitokarage-十把一絡げ | zonder onderscheid; ongenuanceerd; lukraak |
| jirijiri-じりじり | ongeduldig; geïrriteerd |
| jirijirisuru-じりじりする | ongeduldig worden; geïrriteerd raken |
| jirō-耳漏 | oorsmeer; afscheiding uit het oor |
| jisei-自制 | zelfbeheersing |
| jisei-辞世 | doodsgedicht; gedicht gecomponeerd op het sterfbed |
| jisshō-実証 | feitelijk [op feiten gebaseerd] bewijs; solide [door feiten ondersteund; aangetoond] bewijs |
| jisshō-実証 | (in de traditionele Chinese (kruiden)geneeskunde) een constitutie met een fysieke kracht en sterke weerstand tegen ziekte |
| jitchoku-実直 | eerlijkheid; betrouwbaarheid |
| jitchūhakku-十中八九 | met grote waarschijnlijkheid; negen van de tien keer; in negen van de tien gevallen |
| jitsueki-実益 | netto winst; gerealiseerde winst |
| jitsuri-実理 | praktische theorie (gebaseerd op de werkelijkheid); feitelijke logica |
| jitsuzō-実像 | echt beeld (een beeld dat ontstaat wanneer gereflecteerde en gebroken lichtstralen elkaar op elk punt kruisen) |
| jiyūhōninshugi-自由放任主義 | het laisser faire principe (ook economische term voor vrijheid van productie en (handels)verkeer zonder overheidsbemoeienis) |
| jō-上 | de beste; hoogste; eerste (klasse, graad, rang, etc.); superieur [uitmuntend] zijn |
| jō-上 | de eerste (in rangorde) |
| jō-乗 | (boeddh.) de leer van Boeddha |
| jochō-助長 | goedbedoelde maar onnodige hulp die resulteert in iets negatiefs |
| jōge-上下 | onder en boven; hoog en laag; op en neer; heen en terug |
| jōgen-上弦 | het eerste kwartier van de maanstand; maansikkel |
| jōhōkōgaku-情報工学 | informatica; computer techniek; information engineering |
| jōi-攘夷 | afkeer [uitsluiting] van vreemdelingen [buitenlanders] (in Japan m.n. in de Bakumatsu periode, 1853-1868) |
| jōin-上院 | de Eerste Kamer; het Hogerhuis; de Senaat |
| jōji-畳字 | kanji-idioom (een uitdrukking met meerdere kanji) |
| jōjun-上旬 | de eerste tien dagen van de maand; het begin van de maand |
| jōkenhansha-条件反射 | een geconditioneerde [voorwaardelijke] reflex |
| jokyū-女給 | serveerster; barmeisje |
| jomaku-序幕 | de openingsakte [eerste akte] van een toneelstuk. |
| jōryūki-蒸留器 | distilleerketel |
| jōryūsho-蒸溜所 | distilleerderij |
| jōryūshu-蒸留酒 | gedistilleerde dranken; sterke drank |
| jōshin-上申 | bericht [verslag] voor een superieur [meerdere] |
| jōshinsuru-上申する | verslag doen [rapporteren] aan een meerdere [superieur] |
| jōshu-城主 | kasteelheer; burchtheer; slotheer |
| jōshu-情趣 | (goede) stemming; sfeer; gevoel; (schilderachtig; romantisch) effect |
| josondanpi-女尊男卑 | vrouwelijk chauvinisme; (het geloof in) de superioriteit van vrouwen over mannen (lett. de vrouw is geëerd, de man nederig) |
| jōtenki-上天気 | prachtig [mooi] weer |
| jōyokachi-剰余価値 | overwaarde; meerwaarde; toegevoegde waarde |
| jū-柔 | zachtheid; breekbaarheid; teerheid |
| jūbako-重箱 | een doos met meerdere lagen; stapeldoos |
| jūdan-銃弾 | (geweer)kogel; patroon |
| judōkitsuen-受動喫煙 | het meeroken; passief roken (de rook inhaleren van de sigaret, sigaar of pijp van een ander) |
| jūgōtai-重合体 | (chemie) polymeer |
| jugyōryō-授業料 | schoolgeld; leergeld |
| jūgyūzu-十牛図 | Chinese Zen-kalligrafie (toegeschreven aan Kakuan) van de 10 stadia van verlichting (weergegeven als ossenhoeder-tekeningen van een herder en zijn os) |
| jūka-銃火 | geweervuur |
| jukeisha-受刑者 | veroordeelde; gedetineerde |
| jūkō-重厚 | diepgaand [serieus; kalm; oprecht; eerlijk] zijn |
| jūkō-銃口 | mond; tromp (voorste opening van de loop van een geweer) |
| jūnan-柔軟 | flexibel [veerkrachtig; soepel; buigzaam] zijn |
| junansetsu-受難節 | het (grote) vasten (veertigdaagse vasten, van Aswoensdag tot Pasen) |
| jūnen-十念 | de Nembutsu (naam van Amitabha Boeddha) 10 keer reciteren |
| jungyaku-順逆 | goed en fout; correcte volgorde en omgekeerde volgorde |
| jūnibun-十二分 | meer dan genoeg; ruimschoots; volledig voldoende |
| junjitsu-旬日 | periode van (ongeveer) tien dagen |
| junkaibunko-巡回文庫 | bibliobus; bibliotheekbus; kleine rijdende bibliotheek (gedateerd, tevens ver-afgelegen plaatsen) |
| junkatsu-潤滑 | gesmeerd [soepel] zijn |
| junkatsuyu-潤滑油 | smeerolie |
| junkyosuru-準拠する | zich conformeren aan; gebaseerd zijn op |
| junpō-遵法 | eerbiediging [naleving] van de wet |
| junryō-順良 | goedaardigheid en deugdzaamheid; eerlijkheid |
| junshaku-巡錫 | rondreis van een priester [monnik] (om de leer uit te dragen [te prediken] |
| junshoku-殉職 | overlijden tijdens de uitoefening van zijn beroep [dienst] (b.v. brandweer of politie) |
| junshu-遵守 | naleving; inachtneming; eerbiediging; gehoorzaamheid |
| junshusuru-遵守する | naleven; gehoorzamen; zich houden aan; eerbiedigen |
| junsui-純水 | zuiver [gezuiverd; gedestilleerd] water |
| jun'en-順縁 | (boedd.) de Boeddhistische leer ingaan met een goed karma |
| jūryōsei-従量制 | betaling naar gebruik (een methode waarbij diensten en voorzieningen in rekening worden gebracht gebaseerd op werkelijk gebruikte gegevens en tijd) |
| jusei-儒生 | een confucianistische geleerde |
| jusei-儒生 | een student die het Confucianisme bestudeert |
| jūsei-銃声 | geweerschot; (pistool)schot |
| jushinnin-受信人 | geadresseerde; ontvanger |
| jussaku-述作 | de leer [theorie] van iemand |
| jūtai-渋滞 | file; verkeersopstopping |
| jūtensuru-充塡する | vullen; laden (van een geweer, e.d.) |
| jūtenteki-重点的 | gefocust; geconcentreerd; met hoge prioriteit |
| jūzen-十善 | (arch.) de keizer (als de Heer van de Tien Goede Daden) |
| jūzen-従前 | voorheen; vroeger; eerder; tot nu toe |
| jūzennokimi-十善の君 | (arch.) de keizer (als de Heer van de Tien Goede Daden) |
| ka-苛 | geïrriteerd (huid); ontstoken |
| kaburitsuki-齧り付き | stoelen op de eerste [voorste] rij (in theater) |
| kaburo-禿 | (arch.) een meisje van ongeveer 10 jaar oud, als leerling van courtisane |
| kabushikigaisha-株式会社 | beursgenoteerd bedrijf; naamloze vennootschap |
| kabushikiginkō-株式銀行 | aandelenbank (een bank die eigendom is van en wordt gecontroleerd door aandeelhouders) |
| kabushikikōkaigaisha-株式公開会社 | onderneming die haar aandelen openbaar heeft uitgegeven; beursgenoteerde onderneming |
| kabuwake-株分け | (vermeerderingswijze van planten) scheuring (van de wortels, e.d.) |
| kachō-花鳥 | de stemming [het gevoel] wanneer je geniet van het zien van bloemen en het horen van het gezang van vogels |
| kadai-架台 | steunbeer; draagbalk; bruggenhoofd; spoorbiels |
| kaeba-替え刃 | reservemesje (b.v. bij scheermes) |
| kaeri-帰り | terugkeer; terugreis |
| kaeri-返り | terugkeer; wending; omdraaiing |
| kaeri-返り | aantekeningen in Chinese klassieke teksten die de omgekeerde leesvolgorde van de Japanse betekenis duiden |
| kaeribana-返り花 | terugkeer in het werk na gestopt te zijn (b.v. van een prostituee of een acteur) |
| kaeriten-返り点 | aantekeningen in Chinese klassieke teksten die de omgekeerde leesvolgorde van de Japanse betekenis duiden |
| kaeshi-返し | weerhaak (vislijn) |
| kaette-却って | integendeel; veeleer; in plaats (daar)van |
| kaette-却って | des te meer [beter; slechter]; juist daarom; als reactie daarop |
| kafeore-カフェオレ | koffie verkeerd; (sterke) koffie met (veel) melk |
| kafēpaurisuta-カフェーパウリスタ | (Japanse) coffeeshop [koffiebar] die gespecialiseerd is in Braziliaanse koffiesoorten en manieren van bereiden |
| kāfusukin-カーフスキン | kalfsleer; kalfshuid |
| kagehinata-陰日向 | oneerlijkheid; onoprechtheid; twee kanten hebben |
| kagezen-陰膳 | een maaltijd klaarmaken voor een afwezige persoon (met een gebed voor diens veilige terugkeer) |
| kagyaku-可逆 | omkeerbaar zijn |
| kahan-過半 | het grootste deel; de meerderheid; meer dan de helft |
| kahansū-過半数 | de meerderheid; het grootste aantal |
| kahōshūsei-下方修正 | neerwaartse herziening [aanpassing; correctie] |
| kai-回 | keer; maal |
| kaibun-回文 | palindroom; keerwoord |
| kaibyaku-開白 | (boeddh.) het begin [de eerste dag] van de rituelen van bidden tot [het doen van geloften aan] Boeddha |
| kaidō-海道 | zeeroute |
| kaigunhikōyokarenshūsei-海軍飛行予科練習生 | de aspirant piloot of leerling vlieger op die opleiding |
| kaiji-開示 | onthulling; weergave; presentatie; verslaggeving |
| kaiki-回帰 | terugkeer; ommekeer; comeback; herstel; revival (weer in de mode komen) |
| kaikisen-回帰線 | keerkring |
| kaikō-開講 | de eerste lezing [cursus] van een reeks |
| kaikōichiban-開口一番 | eerste woorden; openingswoorden; begin van een toespraak |
| kaimaki-掻い巻き | een gewatteerde kimono; een (gewatteerde) deken met mouwen |
| kainishikusu-カイニシクス | bewegingsleer; bewegingswetenschap |
| kairo-海路 | zeeweg; zeeroute |
| kairo-海路 | zeereis (per boot of schip) |
| kairo-開炉 | (in Zen tempels, op de eerste dag van de 10de maand van de maankalender) het aansteken van de vuurhaard [open haard] |
| kaisaku-改作 | het herschrijven (van een eerdere versie); revisie (van een eerdere publicatie) |
| kaisei-快晴 | mooi [helder] weer; een wolkenloze hemel |
| kaiseki-懐石 | eenvoudige gerechtjes geserveerd bij de theeceremonie |
| kaisekiryōri-懐石料理 | eenvoudige gerechtjes geserveerd bij de theeceremonie |
| kaisha-膾炙 | iets dat algemeen bekend [geliefd; gewaardeerd] is |
| kaiyō-潰瘍 | zweer; ulcus |
| kaizoku-海賊 | piraat; zeerover |
| kaizokuban-海賊版 | illegale [geplagieerde] uitgave [kopie]; piratenuitgave |
| kaizokuki-海賊旗 | piratenvlag; zeeroversvlag |
| kaizokusen-海賊船 | piratenschip; zeeroversschip |
| kaizome-買い初め | de eerste aankoop van het jaar |
| kakehashi-懸け橋 | een tijdelijke [geïmproviseerde] brug; noodbrug; hangbrug |
| kakemawaru-駆け回る | rondrennen; heen-en-weer rennen |
| kakera-欠けら | zeer kleine hoeveelheid |
| kakeru-掛ける | (iets) ophangen; neerzetten |
| kaketsukeru-駆けつける | ergens haastig heen gaan [heensnellen]; uitrukken met spoed (van politie, brandweer, ambulance e.d.) |
| kakidashi-書き出し | de eerste zin [alinea]; het begin van een (geschreven) tekst; openingswoord(en) |
| kakiokoshi-書き起こし | (begin van) de eerste zin; openingswoord(en) |
| kakizome-書初め | eerste kalligrafie van het jaar |
| kakō-下降 | daling; afgang; val; duik; neergang |
| kakō-華甲 | iemand van 61 jaar oud (het eerste karakter kan worden opsplitst in een zes, een tien, en een één) |
| kakōbōeki-加工貿易 | verwerkingshandel (handel waarbij producten worden geëxporteerd die zijn vervaardigd van ingevoerde materialen) |
| kakudai-拡大 | uitbreiding; vermeerdering; (uit)vergroting |
| kakuhitsu-擱筆 | de pen [het penseel] neerleggen en stoppen met schrijven |
| kakusanhansha-拡散反射 | diffuse weerkaatsing van licht |
| kakushō-確証 | doorslaggevend [onweerlegbaar] bewijs; bevestiging |
| kakutoshita-確とした | ferm; zeker; resoluut; onweerlegbaar; onbetwist |
| kamaboko-蒲鉾 | surimi van gepureerde witvis (in de vorm van een boomstammetje) |
| kamei-家名 | familie-eer |
| kamera・ai-カメラ・アイ | observatie [reportage] (gedetailleerd) als door het oog van een camera |
| kamihanki-上半期 | het eerste halfjaar; de eerste helft van het (fiscale) jaar |
| kaminari-雷 | onweer; donder(slag); bliksem(schicht) |
| kaminarigumo-雷雲 | onweerswolk |
| kaminoku-上の句 | de eerste drie versregels van een waka [tanka; renga] gedicht |
| kamisabiru-神さびる | indrukwekkend [eerbiedwaardig; prachtig] zijn [eruit zien] |
| kamishimo-上下 | boven en onder; op en neer; hoog en laag |
| kamisori-剃刀 | scheermes; scheerapparaat |
| kamitsu-過密 | (overmatige) gedetailleerdheid |
| kamoshidasu-醸し出す | een bepaalde stemming [sfeer] creëren [teweegbrengen]; een bepaald gevoel geven |
| kamuro-禿 | (arch.) een meisje van ongeveer 10 jaar oud, als leerling van courtisane |
| kan-款 | letters [karakters] in reliëf graveren; gegraveerde letters [karakters] |
| kanba-悍馬 | een onstuimig [onhandelbaar; weerbarstig] paard |
| kanben-冠冕 | hoogste rang; eerste klasse |
| kanden-感電 | het een elektrische schok krijgen; geëlektrocuteerd worden |
| kandōsuru-感動する | ontroerd worden; geëmotioneerd [opgewonden] raken |
| kanete-予て | al; eerder, voortijdig; eerder; voordien; vooraf |
| kangaechigai-考え違い | misverstand; misvatting; vergissing; verkeerde veronderstelling |
| kangai-感慨 | diepe emoties; sterke gevoelens; zeer geëmotioneerd zijn |
| kange-勧化 | de prediking van de boeddhistische leer |
| kangoku-監獄 | (heden) huis van bewaring (voor kort verblijf en soms tijdelijk verblijf voor gedetineerden die op overplaatsing wachten) |
| kanjin-勧進 | boeddhistisch zendingswerk; het mensen aanmoedigen het boeddhistische pad [de boeddhistische leer] te volgen |
| kanjō-感状 | eervolle vermelding; aanbevelingsbrief |
| kanjō-灌頂 | esoterisch-boeddhistisch ritueel (het gieten van geparfumeerd water over iemands hoofd tijdens de overdracht van de Dharma) |
| kanju-甘受 | berusting; het zich neerleggen bij; accepteren |
| kanka-干戈 | wapens; wapenuitrusting (m.n. speer en schild) |
| kankan-漢奸 | een Chinese landverrader (iemand die collaboreerde met de Japanners) |
| kankeisuru-関係する | gerelateerd zijn aan; betrekkingen hebben; verwant zijn |
| kanki-寒気 | kou; koud weer; koud aanvoelen |
| kankiwamaru-感極まる | zeer geëmotioneerd raken; overmand worden door emoties |
| kankō-還幸 | terugkeer van een Keizer naar het paleis |
| kankō-還幸 | terugkeer van een heilig voorwerp (shintai) naar een shinto tempel |
| kanko-鹹湖 | zoutmeer; zoutwatermeer |
| kankōjusu-観光繻子 | satijn (geweven van zijde en katoen; in de Meiji-periode geproduceerd in de prefectuur Gunma en verkocht bij een toeristenbureau in Asakusa, Tokio) |
| kannomodori-寒の戻り | koude dag(en) in de lente; een (tijdelijke) terugkeer van de winterkou in de lente |
| kanon-カノン | canon, (christelijke) kerkelijke leerstelling |
| kanpon-刊本 | een gedrukt en gepubliceerd boek |
| kanrengaisha-関連会社 | een geaffilieerd bedrijf; dochterbedrijf; zustermaatschappij |
| kanri-管理 | beheer; management; controle; toezicht; supervisie |
| kanrikeiei-管理経営 | beheer; management; administratie |
| kansan-閑散 | een stille, rustige sfeer |
| kanseitō-管制塔 | verkeerstoren (vliegveld) |
| kansendōro-幹線道路 | hoofdweg; verkeersader; verbindingsweg; snelweg |
| kansensuru-感染する | geïnfecteerd worden; ontstoken raken; een ziekte oplopen |
| kanshaku-癇癪 | kwaadheid; slecht humeur; geïrriteerdheid; woede-uitbarsting |
| kanshitsu-乾漆 | droge lak techniek (voorwerpen worden gevormd met lagen hennepdoek gedrenkt in lak, en de oppervlaktedetails gemodelleerd met lak, zaagsel, e.d.) |
| kanshō-癇性 | geïrriteerdheid; lichtgeraaktheid; prikkelbaarheid; slechtgehumeurd zijn |
| kanshu-巻首 | begindeel [titelpagina; eerste pagina] van een boek(rol) |
| kansuiko-鹹水湖 | zoutwatermeer; zoutmeer |
| kantan-簡単 | eenvoud; ongecompliceerdheid |
| kanten-干天 | droog weer; droogte (lange droge periode zonder regen) |
| kantō-巻頭 | begindeel [titelpagina; eerste pagina] van een boek(rol) |
| kanzenshitsugyōritsu-完全失業率 | het volledige werkloosheidspercentage (gebaseerd op het aantal mensen dat actief op zoek is naar werk) |
| kaoawase-顔合わせ | eerste ontmoeting; introductie |
| kaomise-顔見せ | debuut; eerste verschijning [optreden] |
| kapuseru・hoteru-カプセル・ホテル | capsulehotel (waar de hotelgasten slapen in een soort capsule van ongeveer 2 meter lang, 1 meter breed en 1 meter hoog) |
| karaage-唐揚げ | (met sojasaus en mirin) gemarineerde, in tarwebloem gerolde en daarna gefrituurde stukjes kip of vis |
| karadeppō-空鉄砲 | een ongeladen geweer |
| karaguruma-空車 | leeg [veel beschikbare parkeerplekken] ( van een parkeerplaats) |
| karekore-彼此 | iets dergelijks; dit en [of] dat; ongeveer; bijna |
| karigane-雁が音 | een familiewapen, een gestileerde versie van een gans |
| karikyuramu-カリキュラム | curriculum; leerplan; lespakket |
| karin-花梨 | Chinese kweepeer (Chaenomeles sinensis) |
| kasan-加算 | optelling; vermeerdering |
| kasanegasane-重ね重ね | herhaaldelijk; vaak; regelmatig; steeds weer |
| kashitsukeshintaku-貸付信託 | geldtrust (beheert het geld bij een trustbank) |
| kata-潟 | wad; strandmeer; haf |
| katai-固い | betrouwbaar; eerlijk |
| katajikenai-忝い | zeer [eeuwig] dankbaar zijn |
| kataru-騙る | zichzelf verkeerd voorstellen |
| katateochi-片手落ち | oneerlijk [eenzijdig; partijdig; vooringenomen] zijn |
| kāten・rēzā-カーテン・レーザー | (theater) voorprogramma; eerste artiest |
| katōrennyū-加糖練乳 | (gezoete) gecondenseerde melk |
| katsubushi-鰹節 | bonitovlokken (geschaafde vlokken van de gedroogde, gefermenteerde en gerookte tonijnsoort Katsuwonus pelamis) |
| katsuobushi-鰹節 | bonitovlokken (geschaafde vlokken van de gedroogde, gefermenteerde en gerookte tonijnsoort Katsuwonus pelamis) |
| katsute-嘗て | eens; eerder; vroeger; voorheen; ooit |
| katsuzai-滑剤 | smeermiddel |
| kattogurasu-カットグラス | geslepen glas; gegraveerd glas |
| katto・gurasu-カット・グラス | geslepen [gegraveerd] glas; techniek van het glas slijpen [graveren] |
| kawa-皮 | vel; huid; leer; schil |
| kawa-革 | leer; dierenhuid |
| kawago-皮籠 | een mand bekleed met leer (of met papier) |
| kawarime-変わり目 | keerpunt; overgang; verandering |
| kawarime-替わり目 | keerpunt; verandering; overgang |
| kawato-革砥 | aanzetriem (voor een scheermes) |
| kayoi-通い | het komen en gaan; verkeer |
| kayoi-通い | woon-werkverkeer |
| kayou-通う | heen- en weer gaan [reizen]; pendelen; forenzen |
| kazamidori-風見鶏 | windhaan; weerhaan |
| kazoechigaeru-数え違える | zich verrekenen [vertellen]; verkeerd berekenen |
| kā・ferī-カー・フェリー | ferry; autoveerboot; autoveer; rij-op-rij-afschip |
| kegi-化儀 | onderwijsmethode van de boeddhistische leer |
| kegirai-毛嫌い | een (instinctive) hekel [afkeer] hebben; bevooroordeeld zijn |
| kehō-化法 | boeddhistische leer; boeddhisme |
| kei-卿 | heer; lord; meester |
| kei-卿 | (arch.) jij (gebruikt door een heer of vorst tegen zijn vazallen) |
| keibai-競売 | (door rechtbank georganiseerde) veiling; openbare verkoping |
| keiei-経営 | bestuur; beheer; management |
| keigo-敬語 | beleefd taalgebruik; eerbiedige uitdrukkingen |
| keihōgakusha-刑法学者 | strafrechtwetenschapper; geleerde in het strafrecht |
| keii-敬意 | (gevoel van) eerbied; hoogachting; respect |
| keikai-軽快 | licht [lichtvoetig, kwiek; levendig; veerkrachtig; dartel; vrolijk] zijn |
| keiken-敬虔 | vroomheid; eerbiedigheid; devotie |
| keikikanjū-軽機関銃 | licht machinegeweer; lichte mitrailleur |
| keikōtō-蛍光灯 | iemand die traag van begrip is [traag reageert] |
| keiretsugaisha-系列会社 | gelieerd bedrijf; moeder-, dochter-, of zustermaatschappij |
| keiryaku-経略 | regeren [heersen] (over een land of gebied) |
| keiryaku-経略 | regeren [heersen] over de wereld (in alle vier windrichtingen) |
| keisanpu-経産婦 | multipara; vrouw die meerdere kinderen heeft gebaard |
| keisenfuhyō-係船浮標 | meerboei; tuiboei (scheepvaart) |
| keishikishugi-形式主義 | formalisme (vasthouden aan vorm, principes en regels, meer dan aan betekenis of inhoud) |
| keitairon-形態論 | morfologie; vormleer |
| kekkaron-結果論 | oordeel [mening; advies] achteraf geformuleerd, nadat de feiten [resultaten] bekend zijn |
| kekorobasu-蹴転ばす | neerschoppen; onderuit schoppen |
| kenban-検番 | een geregistreerde [ervaren] geisha |
| kenbangeisha-検番芸者 | een geregistreerde [ervaren] geisha |
| kenchikuō-建築王 | grote bouwheer; koning der architectuur (bijnaam voor Ramses II) |
| kengaku-兼学 | het tegelijkertijd bestuderen van de leer van verschillende scholen of sekten |
| kengen-献言 | het geven van een mening [voorstel; advies] (aan een meerdere) |
| kengen-献言 | het advies [voorstel] (gegeven aan een meerdere) |
| kengensuru-献言する | een mening [voorstel; advies] geven (aan een meerdere) |
| kenja-賢者 | een wijze; wijsgeer |
| kenji-検字 | index in kanji woordenboeken gebaseerd op het totale aantal penseelstreken |
| kenjin-賢人 | een wijze; wijsgeer |
| kenjiru-献じる | iets aanbieden [geven] aan een meerdere [hoger geplaatste] |
| kenjōgo-謙譲語 | eerbiedig [nederig] taalgebruik |
| kenjōmono-献上物 | geschenk aan een geëerde [machtige] persoon |
| kenki-嫌忌 | hevige afkeer; aversie; hekel |
| kenkō-兼行 | het meerdere dingen tegelijkertijd doen |
| kenmotsu-献物 | geschenk aan een geëerde [machtige] persoon |
| kenninjigaki-建仁寺垣 | omheining van bamboe (zoals voor het eerst gebruikt bij de Kenninji-tempel) |
| kenpei-権柄 | overheersend [bazig] zijn |
| kensaku-献策 | suggestie; voorstel (aan een meerdere; hogere in rang) |
| kenshō-乾象 | hemel; astronomisch verschijnsel; weersomstandigheden (over tijdsduur en plaats) |
| kenshō-顕彰 | (publieke) bekendmaking; publieke eerbewijzen |
| kenzai-顕在 | duidelijke zichtbaarheid [aanwezigheid]; onmiskenbaarheid; gemanifesteerd [geopenbaard] zijn |
| kenzuru-献ずる | iets aanbieden [geven] aan een meerdere [hoger geplaatste] |
| ken'o-嫌悪 | afkeer; aversie; haat |
| ken'yō-顕揚 | lofprijzing; huldiging; verheerlijking |
| keosareru-気圧される | geïmponeerd [geintimiteerd] worden; zich (door iemand) overweldigd [overrompeld voelen] |
| kessō-傑僧 | een uitmuntende [zeer verdienstelijke] monnik |
| ketaosu-蹴倒す | neerschoten; onderuit trappen |
| ketsumyaku-血脈 | lijn van instructie van leraar naar leerling [discipel] |
| ki-気 | lucht; atmosfeer |
| kibera-木べら | houten modelleergereedschap voor klei; modelleerhoutje |
| kibiki-忌引 | thuisblijven en rouwen wanneer een dierbare overlijdt |
| kibo-規模 | eer; reputatie; roem |
| kibo-規模 | basis; grondslag; fundering; referentie; hoofdpunt; keerpunt |
| kibutsu-帰仏 | terugkeer naar Frankrijk |
| kichaku-帰着 | terugkeer; terugkomst; thuiskomst |
| kichō-帰朝 | terugkeer uit het buitenland |
| kidoru-気取る | gemaakt [gekunsteld; geaffecteerd] zijn; zich aanstellen; zich een houding geven |
| kifutsu-帰仏 | terugkeer naar Frankrijk |
| kigōron-記号論 | semiotiek; tekenleer |
| kihaku-希薄 | gebrek aan enthousiasme [aandacht; inhoud]; slap [ongeïnteresseerd] zijn |
| kiippon-生一本 | zuiverheid; puurheid; eerlijkheid; rechtlijnigheid |
| kijū-機銃 | (afk. voor) machinegeweer; mitrailleur |
| kijutsu-既述 | het eerder [hierboven] genoemde |
| kika-机下 | respect uitdrukkende woord(en) links onderaan een brief gericht aan (het bureau van) een (hooggeplaatste) geadresseerde |
| kikajin-帰化人 | genaturaliseerde inwoner [burger] |
| kikan-季刊 | kwartaalpublicatie; publicatie [uitgave] 4 keer per jaar (van een tijdschrift, magazine, e.d.) |
| kikanjū-機関銃 | machinegeweer; mitrailleur |
| kikantōshika-機関投資家 | institutionele investeerder [belegger] |
| kikichigai-聞き違い | het verkeerd horen [verstaan] |
| kikioboe-聞き覚え | herinnering aan wat je eerder hebt gehoord |
| kikioboeru-聞き覚える | je iets herinneren dat je (eerder) hebt gehoord |
| kikisokonau-聞き損なう | verkeerd [niet goed] horen [verstaan] |
| kikō-季候 | het weer [klimaat] van een seizoen |
| kikō-気候 | klimaat; het weer; meteorologische omstandigheden |
| kikoku-帰国 | remigratie; terugkeer naar eigen land; thuiskomst |
| kikokushijo-帰国子女 | een kind dat na een lang verblijf in het buitenland is teruggekeerd naar Japan |
| kikoshimesu-聞こし召す | (een zeer respectvolle term voor) horen; luisteren; vragen |
| kikoshimesu-聞こし召す | (een zeer respectvolle term voor) nuttigen; drinken (m.n. alcohol); eten |
| kiku-起句 | de eerste regel van een Chinees gedicht |
| kikubiyori-菊日和 | (lett. chrysanten-weer) (helder) herfstweer (wanneer de chrysanten bloeien) |
| kikuimo-菊芋 | aardpeer, topinamboer, knolzonnebloem; jeruzalemartisjok (Helianthus tuberosus) |
| kikyō-帰京 | terugkeer naar de hoofdstad (voor de Meiji-periode was dat Kyoto, daarna Tokio) |
| kikyō-帰郷 | terugkeer (naar geboortehuis, geboortestreek, geboortegrond) |
| kimeifutsūkabu-記名普通株 | geregistreerde aandelen |
| kimeikabu-記名株 | geregistreerde aandelen |
| kimeiyūsenkabu-記名優先株 | geregistreerd preferente aandelen |
| kimekomu-決め込む | veronderstellen; zonder meer aannemen; overtuigd zijn van; voorbarige conclusies trekken |
| kimerashōhin-キメラ商品 | een product met meerdere functies (b.v. een radiowekker) |
| kimi-君 | vorst; heerser; monarch |
| kimi-気味 | de geur en smaak van iets; sfeer; interesse |
| kimigayo-君が代 | keizerlijke heerschappij via een familielijn voortgezet in een voortdurende tijdsperiode |
| kimitsuseinotakai-気密性の高い | zeer [in hoge mate] luchtdicht |
| kin-均 | de eerste noot van de Chinese toonladder |
| kinakusai-きな臭い | dreigende [gespannen] sfeer (fig. de geur van buskruit, doet denken aan oorlog) |
| kinchoku-謹直 | plichtsgetrouwheid; zorgvuldigheid; nauwgezetheid; eerlijkheid; integriteit |
| kindengyokurō-金殿玉楼 | een kostbaar gedecoreerd paleis; prachtig [majestueus] gebouw |
| kindenzu-筋電図 | elektromyogram (weergave van de elektrische stromen in spieren door een elektromyograaf) |
| kinhangen-禁反言 | estoppel (juridisch principe dat voorkomt dat iemand recht kan doen gelden dat in strijd is met zijn eerdere handelingen of uitspraken) |
| kininaru-気になる | geïnteresseerd zijn in; nieuwsgierig zijn naar |
| kinkan-近刊 | publicatie in de nabije toekomst; boek dat binnenkort gepubliceerd zal worden |
| kinkan-近刊 | recente publicatie; boek dat onlangs gepubliceerd is |
| kinkei-謹啓 | (beleefde aanhef van een brief) geachte (heer, mevrouw, etc.) |
| kinkin-僅僅 | slechts; alleen maar; niet meer dan |
| kinkoku-謹告 | beleefde [eerbiedige] aankondiging [mededeling] |
| kinoe-甲 | de eerste van de tien kalendertekens |
| kinori-気乗り | geïnteresseerd zijn (in); zin hebben om iets te doen; enthousiasme |
| kinpa-金波 | oplichtende [schitterende] golven (door weerspiegeling van zon of maan) |
| kinshin-謹慎 | zelfdiscipline; zelfbeheersing |
| kin'yūsōsa-金融操作 | financiële operatie (m.n. een specifiek pakket van maatregelen van een centrale bank om de liquiditeit in het bankverkeer te vergroten of verkleinen) |
| kippari-きっぱり | resoluut; beslist; botweg; direct; eerlijk; duidelijk |
| kirai-帰来 | terugkeer; thuiskomst |
| kiraku-帰洛 | het terugkeren naar de hoofdstad; terugkeer naar Kyoto |
| kiran-帰蘭 | terugkeer naar Nederland |
| kiran-帰蘭 | terugkeer naar Muroran |
| kirikaesu-切り返す | terugslaan; terugvechten; weerwoord geven |
| kirikorosu-切り殺す | (iem.) doodsteken; neersabelen; doden met een zwaard of mes |
| kirimori-切り盛り | beheer; bestuur; management |
| kiro-岐路 | (fig.) keerpunt; kruispunt |
| kisan-帰参 | terugkeer (in dienst van de voormalige heer) |
| kisan-帰山 | de terugkeer van een monnik naar zijn tempel |
| kisei-帰省 | terugkeer naar geboortestreek of ouderlijk huis |
| kishō-気象 | het weer; de weersomstandigheden |
| kishōeisei-気象衛星 | weersatelliet |
| kishōgaku-気象学 | meteorologie; weerkunde |
| kishōkansokujinkōeisei-気象観測人口衛星 | weersatelliet |
| kishōkansokusen-気象観測船 | weerschip (schip gebruikt voor meteorologische waarnemingen) |
| kishōkeihō-気象警報 | weerswaarschuwing |
| kishōyohōshi-気象予報士 | weersvoorspeller; weerprofeet |
| kisō-起草 | het maken [opstellen] van een (eerste) ontwerp [voorstel; plan; wet, etc.] |
| kisuru-記する | opschrijven; neerschrijven; noteren; optekenen; aantekenen |
| kitakaikisen-北回帰線 | kreeftskeerkring; noorderkeerkring |
| kitei-旗亭 | taverne; herberg; restaurant ( van origine in China gemarkeerd met een vlag) |
| kito-帰途 | terugkeer; op weg naar huis |
| kiwamete-極めて | zeer (veel); uiterst; in hoge mate; buitengewoon; buitensporig |
| kiwametsuki-極めつき | gewaarmerkt, gecertificeerd |
| kiyō-紀要 | door universiteiten of onderzoeksinstellingen gepubliceerde uitgave (met artikelen, onderzoeksverslagen, etc.) |
| kizoku-帰属 | teruggave; terugkeer |
| kizu-傷 | vlek (op iem.'s reputatie); schande; oneer |
| kō-侯 | markies; (krijgs)heer; leenheer |
| kō-公 | lord [heer, vorst, meester] (achter voornaam of eigennaam) |
| kō-校 | (in kanji combinaties) drukproef; revisie; gecorrigeerde proef (van een boek, document, etc.); telwoord voor het aantal revisies |
| kō-江 | (oude naam voor) het Biwa meer |
| kōan-公案 | (Zen Boeddhisme) kōan, een schijnbaar onoplosbaar vraagstuk (voorgelegd door een meester aan een leerling) |
| koara-コアラ | koala (buidelbeer) |
| koa・shisutemu-コア・システム | bouwconstructiesysteem, waarbij gemeenschappelijke voorzieningen (machinekamers, trappen, toiletten, liften) middenin een gebouw worden geïnstalleerd |
| kōbaikanri-購買管理 | inkoopmanagement; inkoopbeheer |
| kōbō-弘法 | Kobodaishi, aanspreektitel voor Kukai (stichter van het Shingon Boeddhisme en beroemd om zijn calligrafeerkunst) |
| kōbōdaishi-弘法大師 | Kobodaishi, aanspreektitel voor Kukai (stichter van het Shingon Boeddhisme en beroemd om zijn calligrafeerkunst) |
| koboru-コボル | (common business oriented language) COBOL, een computer programmeertaal |
| kōbu-荒蕪 | wildernis; ongecultiveerd [onbebouwd] zijn |
| kōbutsu-貢物 | eerbetoon; eerbetuiging |
| koedame-肥溜め | beerput; gierton |
| kōei-光栄 | eer; glorie; voorrecht |
| kōeki-交易 | handel; handelsverkeer; het zaken doen {met) |
| kōge-高下 | omhoog en omlaag; op en neer |
| kōge-高下 | stijgen en dalen; opgang en neergang |
| kōgen-抗言 | protest; weerwoord; tegenspraak |
| kogetsukishikin-焦げ付き資金 | slechte [niet meer te vorderen] lening |
| kogetsuku-焦げつく | niet meer invorderbaar [inbaar] worden (van schuld of lening) |
| kōgyōkai-工業界 | de industriële [geïndustrialiseerde] wereld |
| kōhai-降灰 | het regenen [neerdalen] van vulkanische as door een vulkaanuitbarsting |
| kōhan-孔版 | mimeograaf; stencilmachine; kopieermachine |
| kohan-湖畔 | waterkant [oever] van een meer |
| kōheimushi-公平無私 | onpartijdigheid; eerlijk spel |
| kōhi-高批 | (beleefd ontvangen) kritiek van anderen; uw gewaardeerde kritiek |
| kōhochi-候補地 | geselecteerde [gekozen] landstreek [gebied; terrein] (om iets op te bouwen) |
| kōhon-校本 | gannoteerde uitgave; variantenuitgave |
| kōji-講師 | (boeddh.) een priester [monnik] die sutra's reciteert tijdens een boeddhistische ceremonie (m.n. met een onderwijzende taak in de tempel) |
| kōjikakaku-公示価格 | geregistreerde [officieel vastgestelde] prijs [waarde] |
| kojinsūhai-個人崇拝 | persoonsverheerlijking |
| kojireru-拗れる | ingewikkeld [lastig; gecompliceerd] worden |
| kojō-孤城 | een eenzaam [geïsoleerd gelegen] kasteel [vesting] |
| kojō-湖上 | op het meer |
| kōkai-航海 | zeereis; zeescheepvaart; zeevaart |
| kōkai-降灰 | het regenen [neerdalen] van vulkanische as door een vulkaanuitbarsting |
| kōkaiiki-降灰域 | gebied waar vulkanische as is neergedaald |
| kōkaikabu-公開株 | beursgenoteerd aandeel |
| kōkakuhō-高角砲 | krombaangeschut; luchtafweergeschut |
| kōkechi-纐纈 | (tie-and-dyemethode) knoopverven (verftechniek uit de Nara-periode, waarbij de stof eerst werd samengeknoopt en dan geverfd) |
| kōkō-後攻 | (honkbalterm) eerst als veldploeg spelen en als tweede slagploeg |
| kokō-虎口 | (lett. mond van de tijger) een zeer gevaarlijke plek [plaats] of situatie |
| kōkoku-抗告 | (jur.) hoger beroep (tegen het vonnis van de eerste aanleg) |
| kōkoku-皇国 | het Japanse keizerrijk (onder de heerschappij van de keizer) |
| kokomai-古古米 | twee jaar geleden geproduceerde rijst (rijst die na de oogst meer dan twee jaar opgeslagen is geweest) |
| kokora-此処ら | (ongeveer) hier; (ongeveer) nu |
| kokoroechigai-心得違い | fout; vergissing; (je) misdragen; verkeerd reageren |
| kokoroyasudate-心安だて | openheid; toegankelijkheid; ongereserveerdheid |
| kōkōsei-高校生 | leerling (in de hoogste klassen) van de middelbare school |
| kokudokōtsūshō-国土交通省 | het Japanse ministerie van Verkeer en Waterstaat (Ministerie van Land, Infrastructuur, Transport en Toerisme) |
| kokufuku-克服 | overwinning; onderwerping; beheersing |
| kokuheisha-国幣社 | een (door de overheden gesubsidieerde) regionale tempel |
| kokui-国威 | nationaal prestige [gezag]; nationale eer [waardigheid] |
| kokuin-刻印 | een gesneden [gegraveerd] zegel [stempel] |
| kokuji-刻字 | uitgesneden [gegraveerde] karakters [letters] |
| kōkūkanseitō-航空管制塔 | luchtverkeerstoren |
| kōkūkōtsūkansei-航空交通管制 | luchtverkeersleiding |
| kokuō-国王 | heerser; monarch; vorst |
| kokusaikaiyōhōsaibansho-国際海洋法裁判所 | Internationaal Zeerechttribunaal; Internationaal Hof voor het recht van de zee |
| kokusan-国産 | iets dat in eigen land [lokaal] is geproduceerd [gekweekt] |
| kokusei-国政 | nationale politiek; nationaal beleid [beheer] |
| kokushu-国主 | koning; vorst; landheer; daimyo |
| kokushu-国手 | beroemde arts [geneesheer; dokter] |
| kokuteikōen-国定公園 | quasi-nationaal [semi-nationaal] park (toegewezen door de overheid maar beheerd door een prefectuur) |
| kōkyō-交響 | resonantie; weergalm; weerklank |
| kōkyū-後宮 | harem; binnenste paleis (gereserveerd voor vrouwen) |
| kōkyūryōtei-高級料亭 | eersteklas restaurant; kwaliteitsrestaurant; gourmet restaurant |
| komakai-細かい | gedetailleerd; precies |
| komayaka-細やか | fijn [delicaat; subtiel; gedetailleerd] zijn |
| kōmei-公明 | rechtvaardigheid; gerechtigheid; eerlijkheid |
| kōmeiseidai-公明正大 | eerlijkheid; rechtvaardigheid; integriteit; rechtschapenheid |
| komen-湖面 | het wateroppervlak van een meer |
| komi-込み | handicap van extra punten (voor de eerste speler in het go-spel) |
| komiageru-込み上げる | geëmotioneerd [ontroerd] raken; volschieten |
| kōmori-蝙蝠 | vleermuis |
| kōmotsu-貢物 | eerbetoon; eerbetuiging |
| konareru-熟れる | verteren; verteerd worden |
| konbāto-コンバート | bekeerling |
| kondensu・miruku-コンデンス・ミルク | gecondenseerde melk |
| kondo-今度 | dit keer; recent |
| kondo-今度 | de volgende keer |
| kōninkaikeishi-公認会計士 | registeraccountant (RA); erkende [gecertificeerde] accountant (Certified Public Accountant, CPA) |
| konji-今次 | deze keer; ditmaal; bij deze gelegenheid |
| konjuhōshō-紺綬褒章 | medaille met donkerblauw lint (een prestigieuze Japanse eremedaille voor weldoeners die grote sommen geld hebben gedoneerd voor het algemeen welzijn) |
| konohodo-此の程 | nu; op dit moment; deze keer |
| konotabi-此の度 | deze keer |
| konotsugi-此の次 | de volgende keer |
| konoue-此の上 | bovendien; verder; meer dan dat |
| konseikyōgi-混成競技 | (atletiek) meerkamp |
| kontenarizēshon-コンテナリゼーション | containerisatie; technologie om softwareapplicaties en hun afhankelijkheden in een enkel, geïsoleerd pakket te verpakken |
| kontorōru-コントロール | controle; zeggenschap; beheersing |
| kontorōru・tawā-コントロール・タワー | controletoren; luchtverkeerstoren |
| kon'yō-混用 | vermenging; gemengd [gecombineerd] gebruik |
| kōo-好悪 | voorkeur en aversie [tegenzin]; affectie en afkeer; liefde en haat |
| kōotsu-甲乙 | A en B; de eerste en de tweede; superieur en inferieur |
| kopīki-コピー機 | (foto)kopieerapparaat; kopieermachine |
| kopīyōshi-コピー用紙 | kopieerpapier; fotokopieerpapier |
| koraeru-堪える | verdragen; verduren; weerstaan; uithouden; doorstaan; volhouden |
| koredake-此れだけ | in deze mate; alleen maar [beperkt tot] dit; niets meer dan dit |
| kōrin-降臨 | neerdaling (naar aarde van een godheid); verschijning; (goddelijke) openbaring |
| koritsu-孤立 | geïsoleerdheid; alleen(staand) zijn; op zichzelf aangewezen zijn; eenzaamheid |
| koritsumuen-孤立無援 | alleen; geïsoleerd; totaal zonder steun van anderen |
| koritsusuru-孤立する | geïsoleerd raken |
| korona-コロナ | (astronomie) zonnecorona (buitenste atmosfeer van de zon) |
| koroshimonku-殺し文句 | wervende openingszin (bij een eerste ontmoeting); vlotte uitspraak om iemand de versieren |
| korui-孤塁 | geïsoleerde vesting; laatste bolwerk |
| kōru・tāru-コール・タール | koolteer; steenkoolteer |
| kōryoku-抗力 | (lucht)weerstand |
| kōryūsha-拘留者 | geïnterneerde persoon [militair; soldaat] |
| kōseikanō-構成可能 | configureerbaar; instelbaar |
| kōseinenkin-厚生年金 | (door de overheid beheerde) werknemerspensioenen |
| kōseinenkinhoken-厚生年金保険 | (een door de overheid beheerde) pensioenverzekering voor werknemers |
| kōseitorihikiiinkai-公正取引委員会 | Japanse Commissie voor Eerlijke Handel (Japan Fair Trade Commission) |
| kōshikishugi-公式主義 | formalisme (vasthouden aan vorm, principes en regels, meer dan aan betekenis of inhoud) |
| kōshin-後身 | gereorganiseerde vereniging [organisatie]; de opvolger van een vorige organisatie |
| koshin-湖心 | het midden van een meer |
| kōshō-公娼 | erkende [geregistreerde] prostitutie [prostituee] (vanaf Kamakura periode tot aan 1958) |
| koshōsuru-故障する | kapotgaan; fout gaan; niet meer functioneren [werken] |
| kōsoku-高足 | beste [vooraanstaande] student [leerling; discipel] |
| kōsokudōrosaimingenshō-高速道路催眠現象 | polderblindheid (verminderde opmerkzaamheid in het verkeer veroorzaakt door een afwezigheid van externe prikkels) |
| kōsui-降水 | neerslag (regen, sneeuw, etc.) |
| kōsuiiki-降水域 | neerslaggebied; neerslagzone |
| kōsuikakuritsu-降水確率 | kans op neerslag |
| kōsuiryō-降水量 | hoeveelheid neerslag |
| kotaerarenai-堪えられない | onweerstaanbaar; geweldig; fantastisch (goed) |
| kōtai-抗体 | antilichaam; antistof; afweerstof |
| kōtaisuru-後退する | zich terugtrekken; teruggaan; rechtsomkeer maken |
| kote-籠手 | een handschoen die beschermd is met metaal of hard leer (wordt o.a. gedragen bij de Japanse zwaardvechtkunst Kendo) |
| kōtei-公定 | beste [vooraanstaande] student [leerling; discipel] |
| kōtei-孝悌 | (confucianisme) eerbied voor ouderen; kinderlijke gehoorzaamheid; vroomheid; broederliefde |
| kotei-湖底 | de bodem van een meer |
| kōtei-航程 | (van een schip) vaarafstand; vaartijd; zeereis; cruise |
| kōten-好天 | mooi weer |
| kōten-荒天 | slecht weer; ruw [stormachtig] weer |
| kotoatarashii-事新しい | nieuw; vers; niet eerder vertoond |
| kotogaaru-ことがある | (geeft een ervaring weer) het is gebeurd (dat); ik ben een keer geweest; ik heb een keer gedaan |
| kotogadekiru-ことができる | (geeft een mogelijkheid weer) het zou kunnen (dat); het is mogelijk (dat) |
| kotoganai-ことがない | het is niet (eerder) gebeurd (dat); het komt niet voor (dat) |
| kotogotoni-事毎に | in alles; altijd; iedere keer |
| kotohajime-事始め | begin; start; eerste opzet; eerste stap |
| kōtsū-交通 | verkeer; transport |
| kōtsūanzen-交通安全 | verkeersveiligheid |
| kōtsūhansokukin-交通反則金 | bekeuring voor (lichte) verkeersovertredingen; verkeersboete |
| kōtsūhyōshiki-交通標識 | verkeersbord |
| kōtsūihan-交通違反 | verkeersovertreding |
| kōtsūjiko-交通事故 | verkeersongeluk |
| kōtsūkikan-交通機関 | verkeersmiddelen; transportmiddelen |
| kōtsūkippu-交通切符 | bekeuring voor een verkeersovertreding |
| kōtsūkisei-交通規制 | verkeersbeperkende maatregelen; verkeersregelingen |
| kōtsūsensō-交通戦争 | (het maatschappelijke probleem van) het groeiend aantal verkeersslachtoffers |
| kōtsūshingō-交通信号 | stoplicht; verkeerslicht |
| kōu-降雨 | regen; regenval; neerslag |
| kōwa-高話 | met eerbied refereren aan wat iemand anders zegt |
| kowairo-声色 | geïmiteerde stem; imitatie [nabootsing] van iemands stem |
| kowamote-強持て | ontzag; respect; eerbiedige vrees |
| kōyahijiri-高野聖 | monnik die vanuit de berg Koya wordt uitgezonden om de leer te verspreiden en donaties te verzamelen |
| kōyu-香油 | geparfumeerde [geurige] olie |
| kōza-広座 | ruime zitplaats; zitplaats waar meerdere mensen kunnen zitten; sofa |
| kōza-講座 | leerstoel |
| kubukurin-九分九厘 | tien tegen een; negen van de tien keer; bijna altijd; zo goed als zeker |
| kūbun-空文 | dode letter (een wet [regeling] die niet meer geldt [geen waarde of toepassing meer heeft) |
| kuchibeta-口下手 | ongearticuleerd [onwelsprekend] zijn; het slecht spreken |
| kuchibuchōhō-口不調法 | ongearticuleerd [onwelsprekend] zijn; het slecht spreken |
| kuchigotae-口答え | weerwoord; tegenspraak |
| kuchigotaesuru-口答えする | tegenspreken; weerwoord geven |
| kuchiguruma-口車 | vleierij; stroopsmeerderij |
| kudanno-件の | eerder [hierboven] genoemd [vermeld]; ... in kwestie |
| kugyō-恭敬 | (boeddh.) eerbied; verering; respect |
| kui-悔い | spijt; berouw; wroeging; inkeer |
| kuia-クィア | queer |
| kuiage-食い上げ | je baan verliezen; geen inkomsten meer hebben; niet meer in je levensonderhoud kunnen voorzien |
| kuiakiru-食い飽きる | overeten; teveel gegeten hebben; vol zitten; niet meer lusten |
| kuiaratameru-悔い改める | berouw hebben; tot inkeer komen; een nieuw begin maken; met een schone lei beginnen |
| kuidame-食い溜め | het zich volproppen; heel veel eten (zodat je een tijd lang niet meer hoeft te eten |
| kuidamesuru-食い溜めする | zich volproppen; heel veel eten (zodat je een tijd lang niet meer hoeft te eten |
| kuikku・tān-クイック・ターン | (zwemmen) snel (rol of tuimel) keerpunt |
| kuitomeru-食い止める | tegenhouden; weerhouden; weerstaan; standhouden |
| kuitsumeru-食い詰める | niet meer kunnen overleven; niet meer kunnen voorzien in je levensonderhoud; tot armoede vervallen |
| kūkei-空閨 | eenzame slaapkamer, lege slaapkamer (als je geen partner meer hebt) |
| kūki-空気 | lucht; atmosfeer |
| kukō-句稿 | manuscript [eerste versie] van een haiku (gedicht) |
| kuma-熊 | beer |
| kumaokuri-熊送り | de Beer-offer ceremonie, waarbij beren als heilige boodschappers van de goden worden geofferd (en dus teruggestuurd worden naar de goden) |
| kumichigaeru-組み違える | verkeerd combineren [verbinden] |
| kumifuseru-組み伏せる | (iemand) neerdrukken [vastklemmen] (op de grond) |
| kumiko-組子 | lid van het brandweerkorps |
| kumishiyasui-与し易い | handelbaar; hanteerbaar |
| kun-君 | de heer; meneer (aanspreektitel, achtervoegsel achter persoonsnamen) |
| kunigarō-国家老 | hooggeplaatste samoerai-ambtenaar in dienst van een daimyō (die in diens afwezigheid het domein beheert) |
| kuniiri-国入り | (Edo periode) terugkeer van de leenheer naar zijn landgoed |
| kuniiri-国入り | een bezoek brengen aan het kiesdistrict; terugkeer van politici of beroemdheden naar hun geboorteplaats |
| kunpu-君父 | de vorst [heer; meester] en [of] de vader |
| kunrin-君臨 | heerschappij; het heersen; regeren |
| kunshu-君主 | koning; keizer; heerser; vorst (die in familielijn heerst over een rijk) |
| kunwa-訓話 | een leerzaam [waarschuwend] verhaal |
| kuraimake-位負け | het diep onder de indruk zijn van [geïmponeerd zijn door] de hoge positie van een ander [een tegenstander] |
| kuraimakesuru-位負けする | diep onder de indruk zijn van [geïmponeerd zijn door] de hoge positie van een tegenstander |
| kurasu・magajin-クラス・マガジン | gespecialiseerd tijdschrift, bestemd voor een specifieke groep consumenten (qua leeftijd, geslacht, interesses, etc.) |
| kurayashiki-蔵屋敷 | (Edo periode) pakhuis van een daimyo (Japanse krijgsheer) |
| kureguremo-呉呉も | herhaaldelijk; keer op keer; telkens weer |
| kureguremo-呉呉も | oprecht; eerlijk |
| kuretabunmei-クレタ文明 | Kretenzer beschaving (op Kreta, tussen ongeveer het derde millennium v.Chr. en 1200 v.Chr.) |
| kuridasu-繰り出す | een uitval doen; vooruit stoten (met een speer, e.d.) |
| kuriēto-クリエート | het creëren |
| kuriwata-繰り綿 | ontkorreld [geëgreneerd] katoen (waarbij de katoenvezels al van de zaden zijn ontdaan) |
| kurokuma-黒熊 | zwarte beer |
| kurosu・raisensu-クロス・ライセンス | wederzijdse licentieovereenkomst tussen twee of meer partijen |
| kurōto-玄人 | geisha; animeermeisje; prostituee |
| kurozatō-黒砂糖 | ruwe (ongeraffineerde) bruine suiker |
| kurōzetto-クローゼット | kast; linnenkast; kleerkast |
| kusaru-腐る | depressief [moedeloos; neerslachtig] zijn [worden] |
| kusege-癖毛 | weerbarstig [pluizig; krullend] haar |
| kusekke-癖っ毛 | weerbarstig [pluizig; krullend] haar |
| kuseni-癖に | (grammaticale constructie die een gevoel van ontevredenheid of beschuldiging insinueert) ondanks; hoewel |
| kūsha-空車 | leeg [veel beschikbare parkeerplekken] ( van een parkeerplaats) |
| kushi-駆使 | geode beheersing; goed gebruik (van) |
| kushō-苦笑 | bittere [zure; geforceerde] glimlach |
| kutsunugi-靴脱ぎ | pplek (in huis) om je schoenen uit te trekken (en neer te zetten) |
| kutsuzumi-靴墨 | schoensmeer; schoenpoets; schoencrème |
| kuwaire-鍬入れ | baanbrekende handeling (oorspronkelijk de eerste keer in het nieuwe jaar dat de boeren een spade in de grond staken) |
| kuwaire-鍬入れ | een nieuwjaarsceremonie waarbij voor het eerst een spade in de grond wordt gestoken |
| kuwashii-詳しい | gedetailleerd; uitvoerig |
| kuwashii-詳しい | goed geïnformeerd [ingevoerd] zijn, veel kennis hebben |
| kuwasu-クワス | kvas, een traditioneel Russische drank op basis van gefermenteerde roggemeel en mout |
| kuwazugirai-食わず嫌い | iets niet lusten zonder het ooit geproefd te hebben; een instinctieve afkeer [vooroordeel] hebben; niet bereid zijn iets (eerst) te proberen |
| kūyanenbutsu-空也念仏 | invocatie van Amida Boeddha volgens de leer van Kūya (een Tendai monnik, 903 - 972) met behulp van instrumentale begeleiding (kalebas of bel) en dans |
| kūzenzetsugo-空前絶後 | zeer zeldzaam; de enige in zijn soort; eens maar nooit meer; de eerste en laatste keer |
| kuzukiri-葛切り | een traditionele Japanse zoete lekkernij (gemaakt van het zetmeel uit de wortels van de kudzu plant, geserveerd in repen, bedekt met suikerstroop) |
| kyakushitsu-客室 | logeerkamer; gastenkamer; passagiershut |
| kyakuzen-客膳 | laag serveertafeltje; dienblad met pootjes |
| kyanpingu-キャンピング | camping; kampeerterrein; het kamperen |
| kyanpingu・kā-キャンピング・カー | camper; kampeerwagen; kampeerauto |
| kyanpusaito-キャンプサイト | kampeerplaats; kampeerterrein |
| kyassuru-キャッスル | Compact Application Solution Language (programmeertaal) |
| kyatatsu-脚立 | trapleer; trap(ladder) |
| kyatchi・ando・rirīsu-キャッチ・アンド・リリース | (een vis, o.a.) vangen en weer loslaten [vrijlaten] |
| kyatchi・furēzu-キャッチ・フレーズ | bekende zin [frase; uitspraak] (vaak geassocieerd met een beroemde persoon) |
| kyōbai-競売 | (door rechtbank georganiseerde) veiling; openbare verkoping |
| kyobun-虚聞 | een vals [ongefundeerd] gerucht |
| kyōchōkainyū-協調介入 | gezamenlijk optreden; gecoördineerde interventie [tussenkomst] |
| kyōdōkeiei-共同経営 | gezamenlijk beheer [management] |
| kyōgaku-教学 | godsdienstleer; theologie |
| kyōgu-教具 | leermiddelen; onderwijsmiddelen |
| kyōhō-教法 | de Leer van Boeddha |
| kyōhon-教本 | leerboek; lesboek; cursusboek; handboek; handleiding |
| kyōikuteki-教育的 | educatief; leerzaam; instructief |
| kyōin-教員 | docent; leerkracht; leraar |
| kyōjakuhō-強弱法 | dynamiek (muziek, leer der sterktegraden) |
| kyojō-居城 | woonkasteel van een kasteelheer [domeinvorst; daimyō] |
| kyokan-巨漢 | zeer grote [lange] man; enorme kerel; reus |
| kyōkei-恭敬 | gedrag met zelfbeheersing en aandacht; respectvol gedrag |
| kyōken-恭謙 | nederigheid; bescheidenheid; eerbiedigheid (naar anderen toe) |
| kyōkō-強硬 | (negatief) halsstarrig [weerspannig; hardnekkig] zijn |
| kyōkun-教訓 | leer; les; instructie; onderwijzing |
| kyokusui-曲水 | een traditioneel gedicht geschreven tijdens een bijeenkomst waarbij de deelnemers een kettinggedicht schrijven wanneer de (wijn)beker voor hen staat |
| kyokusuinoen-曲水の宴 | een traditioneel gedicht geschreven tijdens een bijeenkomst waarbij de deelnemers een kettinggedicht schrijven wanneer de (wijn)beker voor hen staat |
| kyoman-巨万 | zeer groot aantal; enorme som [hoeveelheid] |
| kyōmibukai-興味深い | zeer [hoogst] interessant |
| kyōri-教理 | doctrine; leerstuk; dogma; leer |
| kyoseigyū-去勢牛 | gecastreerde stier; os |
| kyosetsu-虚説 | onwaar (niet op feiten gebaseerd) verhaal [verslag; rapport] |
| kyoshutsugatanenkinseido-拠出型年金制度 | op contributies gebaseerd pensioensysteem |
| kyōtōho-橋頭堡 | (fig.) speerpunt; uitgangspunt |
| kyozai-巨材 | een groot talent; getalenteerd persoon |
| kyozetsuhannō-拒絶反応 | (na orgaantransplantatie) afweerreactie; afstotingreactie |
| kyū-宮 | de eerste stem in het vijf-stemmen systeem van Chinese en Japanse muziek |
| kyūchishin-求知心 | leergierigheid |
| kyūhō-旧法 | (inmiddels niet meer geldende) oude wetgeving [bepaling; verordening] |
| kyūkeijo-休憩所 | rustplaats; parkeerplaats (langs de snelweg) |
| kyūkinzumō-給金相撲 | (in een sumo toernooi) de beslissende partij die bepaalt of de worstelaar meer winst of meer [8] verliespartijen heeft |
| kyūkō-休航 | opschorting [uitstel] van een veerdienst [vliegdienst] |
| kyūkyū-救急 | eerste hulp (medisch); EHBO |
| kyūkyūiryōshitsu-救急医療室 | eerste hulpafdeling; EHBO-post; spoedeisende hulppost |
| kyūpī-キューピー | Kewpie (figuur gebaseerd op Cupido, in 1909 gecreëerd door Rose O'Neill; als logo gebruikt door Kewpie Corporation, producent van o.a. mayonaise) |
| kyurētā-キュレーター | curator; (museum)beheerder |
| kyūshu-旧主 | iemands voormalige meester [heer] |
| kyūsodai-窮措大 | een arme student [geleerde] |
| kyūsokujo-休息所 | rustplaats; parkeerplaats (langs de snelweg) |
| machibari-待ち針 | markeerspeld |
| machiwabiru-待ち侘びる | moe worden van het wachten; niet meer kunnen wachten |
| madamada-未だ未だ | nog; nog meer; nog steeds |
| mae-前 | voor; eerder; vroeger |
| maedate-前立て | veer; (helm)pluim |
| maeuriken-前売券 | (vooraf) besproken [gereserveerde] (toegangs)kaartjes [tickets] |
| maeushiro-前後ろ | achterstevoren; (voor- en achterkant omgekeerd (van kleding) |
| magarikado-曲がり角 | hoek [bocht] in een gang; straathoek; bocht in de weg; keerpunt |
| magarikado-曲がり角 | keerpunt (fig.) |
| magaru-曲がる | afslaan (in het verkeer) |
| magatta-曲がった | oneerlijk; verdorven; slecht; kwaadaardig |
| magireru-紛れる | afgeleid [verleid] worden; jezelf verliezen in; geobsedeerd raken door |
| magokoro-真心 | oprechtheid; eerlijkheid |
| mai-毎 | (als voorvoegsel in kanji combinaties) elk; ieder; elke keer; ...per... |
| maido-毎度 | (zeer) vaak; regelmatig |
| maido-毎度 | elke keer; altijd; constant |
| maikai-毎回 | elke keer; elke ronde; (honkbal) elke inning |
| maiko-舞子 | leerling-geisha |
| maikotsu-埋骨 | (na de crematie) bijzetting van de urn met gecremeerde botten in het familiemausoleum |
| maindo・kontorōru-マインド・コントロール | zelfbeheersing; controle over de geest van iemand anders; hersenspoeling |
| maisu-売僧 | een monnik die oneerlijke wijze zaken doet (met misbruik van zijn boeddhistische status) |
| majikku・mirā-マジック・ミラー | eenrichtingsspiegel (die het licht aan een kant doorlaat en aan de andere kant reflecteert; zo kan men iem. observeren zonder die de waarnemer ziet) |
| majoritī-マジョリティー | meerderheid |
| mākā-マーカー | (schrijfgerei) markeerstift; markeerpen; marker |
| makekosu-負け越す | meer verliezen hebben dan overwinningen |
| makijita-巻き舌 | met trilling geproduceerde r-klank (een rollende r) |
| makoto-誠 | eerlijkheid; oprechtheid; trouw(hartig)heid; toewijding |
| makotoni-誠に | zeer; enorm; extreem |
| makuro・enjiniaringu-マクロ・エンジニアリング | macro-engineering |
| māmeido-マーメイド | zeemeermin |
| manadeshi-愛弟子 | lieveling van de juf [meester; docent]; favoriete leerling |
| manatsubi-真夏日 | een tropische (zomer)dag; een dag met een temperatuur van meer dan 30 graden |
| manejimento-マネジメント | management; bedrijfsvoering; beheer |
| manējimento-マネージメント | management; bedrijfsvoering; beheer |
| mansha-満車 | vol [volledig bezet zijn] (van een parkeerplaats) |
| maotaishu-マオタイ酒 | maotai, Chinese gedestilleerde drank, gemaakt van sorgo (Sorghum) |
| mappō-末法 | het besef dat de periode van verval van de boeddhistische wetten [leer] is aangebroken; boeddhistische eschatologie |
| mappōshisō-末法思想 | pessimisme door het besef dat de periode van verval van de boeddhistische wetten [leer] is aangebroken |
| marine-マリネ | marinade; gemarineerd |
| maruarai-丸洗い | het wassen van een kimono in zijn geheel (zonder eerst uit elkaar te halen) |
| maruāru-まるアール | (cirkel met een R erin; Ⓡ) het symbool voor een geregistreerd handelsmerk |
| maruchianpuhōshiki-マルチアンプ方式 | systeem met meerdere versterkers; multi-channel versterker |
| maruchibokkusu-マルチボックス | multibox (draagbare aansluitingsdoos met meerdere connectoren) |
| maruchichanneru-マルチチャンネル | multichannel; via meerdere kanalen |
| maruchipurukōkoku-マルチプル広告 | multi-advertising (adverteren voor meerdere vestigingen tegelijk) |
| maruchipuru・choisu-マルチプル・チョイス | meerkeuze; multiple choice |
| maruchisukurīnhōshiki-マルチスクリーン方式 | systeem met meerdere schermen |
| maruchoi-マルチョイ | meerkeuze; multiple choice |
| maruhadaka-丸裸 | geen bezittingen meer hebben; alles kwijtgeraakt zijn |
| marumero-マルメロ | (uit het Portugees: marmelo) kweepeer; kweeappel; kwee (Cydonia oblonga) |
| maruzome-丸染め | een complete kimono verven (zonder hem eerst uit elkaar te halen) |
| masatsuteikō-摩擦抵抗 | wrijvingsweerstand |
| mashingan-マシンガン | machinegeweer; mitraillieur |
| masse-末世 | een gedegenereerde wereld; tijdperk zonder moraal |
| massugu-真っ直ぐ | eerlijk; rechtdoorzee |
| masu-増す | groeien; toenemen; opzwellen; vermeerderen; aankomen (in gewicht) |
| masumasu-益益 | steeds meer; in toenemende mate |
| masutā-マスター | zich bekwamen; beheersen |
| mata-又 | voorts; verder; weer; opnieuw; ook |
| matazoro-又ぞろ | alweer; opnieuw; nogmaals |
| matoi-纏 | standaard voor legereenheden (versierd met stroken papier of leer) |
| matoi-纏 | (Edo-periode) standaard voor brandweereenheden (versierd met stroken papier of leer) |
| matomo-正面 | eerlijkheid; oprechtheid |
| matsugaku-末学 | (bescheiden zelf-aanduiding van een) wetenschapper [geleerde] |
| matsunouchi-松の内 | de eerste 7 dagen van het nieuwe jaar |
| matsuru-祭る | verheerlijken; aanbidden; verafgoden; toewijden |
| mattanashi-待った無し | niet meer wachten; de tijd is om; nu of nooit; (bij sumo) klaar om te beginnen |
| mattei-末弟 | jongste discipel [leerling; volgeling] |
| mattō-全う | correct; fatsoenlijk; eerlijk; oprecht |
| mazu-先ず | eerst; ten eerste; in eerste instantie |
| mazuru-マズル | mond [tromp] van de loop van een geweer |
| mazuwa-先ずは | allereerst; ten eerste; om te beginnen |
| me-奴 | vent; heerschap; mens |
| mechigai-目違い | verkeerde [foute] beoordeling |
| media・mikkusu-メディア・ミックス | productie- [advertentie] middelen bij meerdere soorten media |
| megafurōto-メガフロート | zeer grote drijvende constructie |
| meguōmu-メグオーム | megohm, 1 miljoen ohm (eenheid van elektrische weerstand) |
| mei-名 | (als prefix) beroemd; befaamd; gerenommeerd |
| meigikakikaedairinin-名義書き換え代理人 | beheerder van het aandeelhoudersregister |
| meihaku-明白 | (over)duidelijk; onmiskenbaar; zonneklaar; klinkklaar; onomstotelijk; ondubbelzinnig; onweerlegbaar |
| meihitsu-名筆 | meesterlijk [uitmuntend] kalligrafeerwerk |
| meihō-盟邦 | geallieerden; bondgenoten; geallieerde mogendheden |
| meikun-名君 | een wijze [goede] vorst [koning]; een verlicht heerser |
| meikun-明君 | een goede [wijze] heerser [vorst] |
| meirō-明朗 | eerlijk [oprecht] zijn |
| meisaisho-明細書 | specificatie; gedetailleerde verklaring |
| meiseki-名跡 | (geërfde) familienaam |
| meishu-明主 | een wijze vorst [heerser] |
| meisō-名僧 | een eminente [bekende; geleerde] priester |
| meiwakusuru-迷惑する | geërgerd [bezorgd] zijn |
| meiyo-名誉 | eer; glorie; faam; reputatie; goede naam; prestige; waardigheid |
| meiyokison-名誉棄損 | laster; belastering; smaad; eerroof |
| meiyoshin-名誉心 | verlangen [streven] naar roem [eer] |
| mejā・rīgu-メジャー・リーグ | (sport) hoofdklasse; eerste divisie; eredivisie |
| mekimeki-めきめき | opvallend; duidelijk zichtbaar; steeds meer |
| memeshii-女女しい | laf; verwijfd; teer |
| menboku-面目 | uiterlijk; voorkomen; gezicht; aanzien; eer; reputatie; prestige; waardigheid |
| menmitsu-綿密 | gedetailleerd [precies; nauwkeurig] zijn |
| mentenansu-メンテナンス | onderhoud (van een huis, machine, etc.); beheer |
| mentsu-メンツ | aanzien; eer |
| mēn・tēburu-メーン・テーブル | hoofdtafel; tafel met de belangrijkste gasten en/of gastheer [gastvrouw] |
| meshūdo-囚人 | gevangene; gedetineerde |
| messō-滅相 | (één van de vier fasen in het boeddhisme) de vorm [verschijning) van wanneer karma uitgeput is en het leven eindigt |
| metakurirujushi-メタクリル樹脂 | polymethylmethacrylaat (een polymeer van methylmethacrylaat); perspex; plexiglas |
| metate-目立て | het slijpen; weer scherp maken (van een zaag, vijl, etc.) |
| mētorusei-メートル制 | systeem gebaseerd op het metrieke stelsel |
| meue-目上 | (iemand's) meerdere; hogere in rang |
| meutsuri-目移り | geïnteresseerd zijn in meerdere dingen |
| mēzā-メーザー | (microwave amplification by stimulated emission of radiation) een apparaat dat microgolven kan versterken door gestimuleerde emissie van straling |
| miakiru-見飽きる | genoeg hebben van (het kijken naar) iets; iets niet (langer) meer willen zien |
| miayamaru-見誤る | verkeerd zien [begrijpen; beoordelen]; niet herkennen |
| michaku-未着 | nog niet aangekomen [gearriveerd] zijn |
| michiito-道糸 | vislijn (met name het eerste stuk dat aan de hengel zit) |
| migi-右 | het voorafgaande [eerdergenoemde] (bij de Japanse (verticale) schrijfwijze van rechts naar links) |
| mihoreru-見惚れる | geboeid [gefascineerd; gegrepen] raken (door) |
| mikakedaoshi-見かけ倒し | verkeerde [misleidende] indruk; niet zo goed zijn als het er uitziet; klatergoud |
| mikata-味方 | vriend; bondgenoot; medestander; geallieerde |
| mikkabōzu-三日坊主 | (lett. een boeddhistische priester voor drie dagen) een uitdrukking voor iemand die snel ergens mee ophoudt [het bijltje erbij neergooit] |
| mikubiru-見縊る | onderschatten; neerkijken op |
| mikudasu-見下す | neerkijken (op); afkeuren; minachten |
| mimachieru-見間違える | verkeerd zien [begrijpen; beoordelen]; niet herkennen |
| mimagau-見紛う | verkeerd beoordelen [zien; interpreteren] |
| mimiaka-耳垢 | oorsmeer |
| mimiatarashii-耳新しい | nieuw; nog niet eerder gehoord |
| mimidare-耳垂れ | oorsmeer; afscheiding uit oor |
| mimikuso-耳糞 | oorsmeer |
| minamikaikisen-南回帰線 | steenbokskeerkring; zuiderkeerkring |
| minaosu-見直す | nog een keer bekijken; nog eens [opnieuw] kijken naar; een tweede blik werpen op; terugblikken |
| minarai-見習い | leertijd; stage; proeftijd |
| minarai-見習い | stagiair(e); aspirant; leerling |
| minoabunmei-ミノア文明 | Minoïsche beschaving (op Kreta, tussen ongeveer het derde millennium v.Chr. en 1200 v.Chr.) |
| minshu-民主 | democratie; volksheerschappij |
| mirinboshi-味醂干し | vis gemarineerd in mirin (met olie en sojasaus) en dan gedroogd |
| mirion・serā-ミリオン・セラー | iets dat een miljoen keer is verkocht |
| miruku-ミルク | melk; koemelk; gecondenseerde melk |
| misageru-見下げる | neerkijken op; minachten |
| misao-操 | trouw; standvastigheid; eer |
| mishō-未詳 | onbekend; [niet vastgesteld; niet geïdentificeerd] zijn |
| miso-味噌 | miso (pasta van gefermenteerde sojabonen) |
| misokonau-見損なう | over het hoofd zien; verkeerd inschatten [beoordelen] |
| misomeru-見初める | (op het eerste gezicht) verliefd worden |
| misukyasuto-ミスキャスト | het verkeerd casten van een acteur [actrice] voor een bepaalde rol |
| misumatchi-ミスマッチ | verkeerde [slechte] combinatie; wanverhouding |
| misutā-ミスター | meneer; de heer; dhr. |
| mitoreru-見惚れる | geboeid [gefascineerd; gegrepen] raken (door) |
| mitsuga-密画 | gedetailleerde tekening [afbeelding] |
| mitsugimono-貢ぎ物 | eerbetoon; eerbetuiging |
| miyadaiku-宮大工 | timmerman die gespecialiseerd is in oude architectuur (zoals heiligdommen, tempels en paleizen) |
| miyoi-見好い | fatsoenlijk; eerbaar; netjes |
| mizou-未曾有 | ongekend [ongehoord; uniek; zonder weerga] zijn; iets dat nooit eerder voorgekomen is |
| mizugai-水貝 | plakjes abalone geserveerd in koud water |
| mizugo-水子 | foetus; doodgeboren [geaborteerd] kind |
| mizugokoro-水心 | het midden van het water (van een rivier, meer, vijver, etc.] |
| mizuko-水子 | foetus; doodgeboren [geaborteerd] kind |
| mizukusai-水臭い | afstandelijk; gereserveerd |
| mizutaki-水炊き | een gerecht van kip en groente gekookt in water, geserveerd met een dipsaus (meestal ponzu) |
| mizuumi-湖 | een meer (binnenwater) |
| mō-もう | reeds; al; (niet) langer; nog (meer) |
| mō-孟 | (in kanji combinaties) begin; eerste |
| mōbo-孟母 | de moeder van Mencius (Chinese wijsgeer, 372 v.Chr. - 289 v.Chr.) |
| mōbosansennooshie-孟母三遷の教え | het belang van het creëren van een goede leeromgeving voor een kind (naar een oud verhaal over Mencius' moeder die 3 keer verhuisde daarvoor) |
| mochikotaeru-持ち堪える | doorstaan; weerstaan; verduren |
| mochikuzusu-持ち崩す | geruïneerd worden; naar de haaien gaan |
| moderu・gan-モデル・ガン | modelgeweer; model van een pistool [geweer] |
| modori-戻り | terugkeer; herstel; reactie; opleving (van een markt) |
| modoriuri-戻り売り | verkoop (van aandelen) op het moment dat een lagere marktwaarde weer omhoog gaat |
| mohaya-最早 | niet meer; niet langer |
| mōichido-もう一度 | opnieuw; weer; nog een keer |
| mōja-亡者 | iemand die bezeten [geobsedeerd] is |
| mojūru-モジュール | module (gestandariseerd bouwmateriaal) |
| momo-百 | (meer poëtische lezing) honderd; een groot aantal |
| momohajimetesaku-桃始笑 | de eerste perzikbloesems |
| mon-門 | volgeling; discipel; leerling |
| mondo-モンド | Mondo (wereld), een filmgenre met een sensationele weergave van vreemde culturen, vaak over taboeonderwerpen zoals seks en dood |
| mondoeiga-モンド映画 | Mondo, een filmgenre met een sensationele weergave van vreemde culturen, vaak over taboeonderwerpen zoals seks en dood |
| mōnen-妄念 | aanhoudende [voortdurende] betwijfeling; (boeddh.) verkeerde ideeën [gedachten] |
| monjin-門人 | leerling; pupil; discipel; volgeling |
| monka-門下 | leerling; pupil; volgeling; discipel |
| monkasei-門下生 | leerling; pupil; volgeling; discipel |
| monogatai-物堅い | eerlijk; betrouwbaar |
| monoshiri-物知り | iemand met veel kennis [informatie]; een goed geïnformeerde [erudiete] persoon |
| monrōshugi-モンロー主義 | monroeleer (genoemd naar de Amerikaanse president James Monroe) |
| monzeki-門跡 | (de priester die verantwoordelijk is voor) een tempel waar de leerstellingen van de stichter van de sekte zijn overgeleverd |
| moraigo-貰い子 | een geadopteerd kind; adoptiefkind |
| morāru-モラール | moreel; mentale veerkracht |
| moshika-若しか | mogelijk; waneer; in [voor] het geval |
| mōshiwakenai-申し訳ない | het spijt mij zeer; ik voel mij bezwaard; verontschuldiging; dank voor uw hulp |
| mōshō-猛将 | dappere [moedige; onverschrokken] generaal [krijgsheer] |
| mōshun-孟春 | eerste maand van de maankalender |
| mōtāpūru-モータープール | parkeerplaats; parkeerterrein |
| motozuku-基づく | ergens zijn basis in vinden; gebaseerd zijn op |
| motsu-持つ | op zich nemen; houden (vergadering, etc); goed houden; weerstaan; verdragen |
| mottainai-勿体ない | oneerbiedig; respectloos; goddeloos |
| motto-もっと | (nog) meer; -er (vergelijkende trap) |
| moyaibune-舫い船 | een aangemeerde boot |
| mūdo-ムード | stemming; humeur; sfeer |
| mūdo・kondishoningu-ムード・コンディショニング | conditionering van stemming [sfeer] |
| mūdo・myūjikku-ムード・ミュージック | sfeermuziek |
| muen-無縁 | geen [zonder] relatie; geen [zonder] verbindenis; niet verwant; onverschillig; ongeïnteresseerd |
| muhōnnin-謀反人 | rebel; verrader; muiter; samenzweerder |
| mujina-狢 | Japanse das; wasbeerhond |
| mujinka-無人化 | onbemand; volledig geautomatiseerd |
| mujinzō-無尽蔵 | onuitputtelijke [ongelimiteerde] hoeveelheid [voorraad] |
| mukamuka-むかむか | (onomatopee) misselijk; beroerd; geïrriteerd |
| mukansa-無鑑査 | niet geselecteerd zijn |
| mukatsuku-むかつく | geïrriteerd [boos] zijn; zich beledigd voelen |
| mukimeiyūsenkabu-無記名優先株 | niet-geregistreerde preferente aandelen |
| mukinaoru-向き直る | zich omdraaien [omkeren]; rechtsomkeert maken |
| mukyū-無給 | onbetaald zijn; zonder salaris; niet gesalarieerd |
| mumei-無銘 | ongesigneerd zijn (van kunstwerken, zoals kalligrafieën, schilderijen, zwaarden, etc.); niet ondertekend; anoniem |
| munashii-空しい | zonder begeerte [verlangens] |
| munimusan-無二無三 | (Boeddh.) de enige (goede) leer [weg] |
| muriyari-無理やり | tegen iemands zin [wil]; geforceerd; gedwongen |
| muryo-無慮 | ongeveer; bij benadering |
| mushakusha-むしゃくしゃ | geërgerd; geïrriteerd; humeurig; slecht-gehumeurd |
| mushakushasuru-むしゃくしゃする | geërgerd [geïrriteerd; humeurig; slecht-gehumeurd] zijn |
| mushimushi-むしむし | (onomatopee) benauwd; drukkend (weer) |
| mushinoiki-虫の息 | zeer zwakke ademhaling |
| mushiro-寧ろ | liever; beter; bij voorkeur; eerder |
| musō-無双 | ongeëvenaard [weergaloos; zonder weerga] zijn |
| musshū-ムッシュー | (Frans: monsieur) meneer; de heer |
| musu-蒸す | warm [zwoel; drukkend] (weer) zijn |
| muzamuza-むざむざ | gemakkelijk; zomaar; zonder weerwerk |
| muzumuzusuru-むずむずする | ongeduldig [zenuwachtig; geïrriteerd] zijn |
| myōdō-冥道 | opperrechter(s) die heerst [heersen] over dat gebied |
| myōseki-名跡 | (geërfde) familienaam |
| na-名 | een reputatie; naam; een goede naam; faam; beroemdheid; eer; glorie; een slechte reputatie; gerucht; roddel; kletspraatjes |
| nachuraru・chīzu-ナチュラル・チーズ | natuurkaas (op natuurlijke wijze geproduceerd en gerijpt} |
| nagara-ながら | (gevoegd achter een ww. geeft het aan een gelijktijdigheid van meerdere handelingen) terwijl; onder het...; al ...nde |
| nagarazoku-ながら族 | mensen (leeringen; studenten) die de gewoonte hebben tijdens het studeren te luisteren naar muziek, radio enz. |
| nagashio-長潮 | getijde wanneer het verschil tussen eb en vloed het kleinst is |
| nagedasu-投げ出す | (nonchalant) neergooien; neersmijten |
| nagetsukeru-投げつける | tekeergaan; razen; tieren; (iem. verwijten) naar het hoofd slingeren |
| nageyari-投げ槍 | speer; werpspies |
| naību-ナイーブ | naïef; eenvoudig; onnozel; ongecompliceerd |
| naikakusōridaijin-内閣総理大臣 | minister-president; premier; eerste minister |
| naitsūsha-内通者 | samenzweerder; collaborateur; verrader |
| naiyōkyōka-内容教科 | vakken die worden bestudeerd om kennis op een bepaald gebied te verwerven; inhoudsvakken |
| nakabi-中日 | de middelste dag van een meerdaags evenement of sporttoernooi |
| nakanaka-中中 | erg; behoorlijk (veel); heel wat; nogal; meer dan verwacht; boven verwachting |
| nakanaka-中中 | liever; eerder; veeleer; bij voorkeur |
| nakanaka-中中 | meer dan verwacht; behoorlijk; voldoende; matig |
| nakanaori-仲直り | verzoening; herstel van de relatie; het (weer) goed maken |
| nakifusu-泣き伏す | huilend neervallen [ter aarde storten; instorten] |
| nakineiri-泣き寝入り | zich neerleggen bij; iets zonder protest accepteren; stilzwijgend verdragen; slikken (een belediging) |
| naku-泣く | onwaardig [niet netjes; verkeerd] zijn |
| nakunaru-無くなる | niet meer zijn; ontbreken; weg zijn; niet meer doen |
| nakusu-無くす | geen wilskracht [zin] meer hebben; het opgeven |
| namakoita-海鼠板 | golfplaat; plaat van gegalvaniseerd ijzer |
| namari-訛り | accent; verkeerde uitspraak; verbastering; dialect |
| namaru-訛る | met een accent spreken [praten]; verbasteren; iets verkeerd uitspreken |
| namazu-鯰 | meerval (m.n. de Amoermeerval, Silurus asotus) |
| nameshigawa-鞣し革 | gelooid leer |
| namidagumashii-涙ぐましい | (lit.) pathetisch; aandoenlijk; ontroerend; deerniswekkend; erbarmelijk |
| namiita-波板 | golfplaat; plaat van gegalvaniseerd ijzer |
| namikaze-波風 | (fig.) zwaar weer; tegenspoed; ontberingen |
| namimakura-波枕 | een zeereis |
| namiutsu-波打つ | golven; (op en neer) deinen [gaan] |
| namu-南無 | (boeddh. eerbetoon) geprezen zij |
| namusanbō-南無三宝 | geprezen zij de drie Juwelen [Schatten] van het boeddhisme (Boeddha, de Dharma (leer van de Boeddha) en de Sangha (de boeddhistische gemeenschap)) |
| nanako-魚子 | een metaalgraveertechniek (met korrels die op viseieren lijken) |
| nanakorobiyaoki-七転び八起き | (spreekwoord) met vallen en opstaan (leren); al doende leert men (lett. 7 keer vallen, 8 keer opstaan) |
| nanbā・disupurē-ナンバー・ディスプレー | nummerweergave (telefoon) |
| nanbā・wan-ナンバー・ワン | nummer één, de eerste; de beste |
| nandoki-何時 | (om) hoe laat?; wanneer (arch.) |
| nanigashikaregashi-某某 | (meneer; mevrouw) zus-en-zo |
| nankai-何回 | hoe vaak; hoeveel keer? |
| naoru-直る | hersteld [gerepareerd; verbeterd] worden |
| naosu-直す | ergens anders neerzetten; verplaatsen; vervangen |
| narejji・manejimento-ナレッジ・マネジメント | kennismanagement; kennisbeheer |
| naridoshi-生り年 | mastjaar (bij bosbouw en natuurbeheer een benaming voor een jaar waarin bomen en planten veel meer vrucht dragen dan normaal) |
| narihateru-成り果てる | (slechts) eindigen als; teruggebracht worden tot; gereduceerd worden tot, verworden tot |
| narihibikaseru-鳴り響かせる | doen [laten] weerklinken [weergalmen; trillen; dreunen] |
| narihibiku-鳴り響く | weerklinken; weergalmen; resoneren |
| narisagaru-成り下がる | aan lager wal raken; status verliezen; geruïneerd zijn; laag vallen |
| nariwataru-鳴り渡る | (wijd en zijd) weerklinken; resoneren |
| narōkyasutingu-ナローキャスティング | narrowcasting, een internetcommunicatie-model, gebaseerd op een verspreidingsmechanisme en een gefragmenteerd gebruik van de inhoud |
| naru-鳴る | weerklinken; bekend worden [zijn] (om) |
| nashi-梨 | Japanse peer |
| nashi-梨子 | Japanse peer |
| nashinomi-梨の実 | (de vrucht van de) Japanse peer |
| nashonaru・torasuto-ナショナル・トラスト | (National Trust for Places of Historic Interest or Natural Beauty) Britse organisatie voor monumentenzorg en landschapsbeheer |
| nata・de・koko-ナタ・デ・ココ | kokosgel (gelei uit gefermenteerd kokoswater) |
| natsujikan-夏時間 | zomertijd (in de zomer wordt de klok 1 uur vooruitgezet om meer profijt te hebben van het lange licht) |
| natsukaze-夏風邪 | een zomer- [warm weer] verkoudheid |
| natsushirogiku-夏白菊 | witte zomerchrysant, een meerjarige plant van het plantengeslacht Matricaria |
| natsuyase-夏痩せ | gewichtsverlies in de warme zomer (door gebrek aan eetlust, slaap, e.d.); afvallen in de zomer wanneer het warm [heet] is |
| nattō-納豆 | gefermenteerde sojabonen |
| nawabari-縄張り | het gebied [invloedssfeer] (van iemand); territorium |
| neesan-姉さん | (een woord waarmee men aanspreekt) een serveerster in een restaurant of hotel |
| neesan-姉さん | een woord waarmee een geisha een meer ervaren geisha boven zich aanspreekt |
| negawashii-願わしい | wenselijk; gewenst; begeerd |
| neguse-寝癖 | (na het slapen) warrig [weerbarstig] haar; weerborstel |
| neji-螺子 | (spring)veer |
| nekasu-寝かす | (iem.) neerleggen; in bed stoppen; laten slapen |
| nekasu-寝かす | (iets) neerleggen; (ongebruikt) opzij zetten |
| nekojita-猫舌 | afkeer van heet voedsel of drank |
| nenki-年季 | aantal jaren; dienstperiode; leertijd |
| nenki-年期 | aantal jaren; dienstperiode; leertijd |
| nenkibōkō-年季奉公 | stage; leercontract |
| nen'yo-年余 | meer dan een jaar; ruim een jaar |
| neru-練る | leer bewerken; leer looien |
| nessei-熱誠 | totale [warme] eerlijkheid [oprechtheid] |
| netsuen-熱演 | een gepassioneerd [enthousiast] optreden |
| netsurai-熱雷 | hitteonweer; warmteonweer |
| ni-二 | twee keer |
| niban-二番 | tweemaal; twee keer |
| nichibeichiikyōtei-日米地位協定 | Japans-Amerikaanse "Status-of-Forces" Overeenkomst (hierbij zijn in 1960 de condities vastgesteld voor het Amerikaanse leger gestationeerd in Japan) |
| nigate-苦手 | afkeer [angst] hebben voor |
| nigawarai-苦笑い | bittere [zure; geforceerde] glimlach |
| nigemadou-逃げ惑う | (in paniek) proberen te ontsnappen; ongecoördineerd rondrennen om te ontsnappen |
| nigiributo-握り太 | de handgreep van een boog dat met leer omwikkeld is om het dikker te maken |
| nigirikawa-握り革 | het leer dat om het heft van een zwaard of de handgreep van een boog gewikkeld is |
| nigiwau-賑わう | goed bezocht worden; geanimeerd zijn |
| niibon-新盆 | het eerste Bon festival na iemand's overlijden |
| nikai-二階 | eerste verdieping (Japan: tweede verdieping) |
| nikuyoku-肉欲 | vleselijke [dierlijke] lusten; zinnelijke begeerte |
| nimaijita-二枚舌 | oplichterij; oneerlijkheid; bedrog; onbetrouwbaarheid |
| ningenkokuhō-人間国宝 | levend nationale kunstschat (titel gegeven aan kunstenaars of traditionele ambachtslieden met een zeer hoge technische bekwaamheid) |
| ningyo-人魚 | zeemeermin (v); zeemeerman (m) |
| ninku-忍苦 | uithoudingsvermogen; weerstand; lijdzaamheid |
| nitchi-ニッチ | niche (klein gespecialiseerd segment |in de markt) |
| nitchisangyō-ニッチ産業 | niche-industrie; niche-branche (van een klein gespecialiseerd segment van de handelsmarkt) |
| nitchishijō-ニッチ市場 | nichemarkt (klein gespecialiseerd segment |in de markt) |
| nitensanten-二転三転 | heen-en-weer [op-en-neer] (gaan); fluctueren |
| nīto-ニート | (not in employment, education or training) een jongere die niet studeert of werkt |
| no-の | (dit partikel geeft aan het verband tussen 2 woorden, waarbij het eerste woord een (bijv.) bepaling is van het woord dat na no staat) |
| noborikudari-上り下り | op en neer gaan |
| noborizaka-上り坂 | opwaartse [oplopende] helling; bergopwaarts; groeiend; herstellend (economie); verbetering (weer, gezondheid) |
| noboru-上る | opgewonden [geagiteerd] raken [worden] |
| nochizoi-後添い | (iemands) tweede vrouw (na overlijden of scheiding van zijn eerste vrouw) |
| nodoka-長閑 | kalm [rustig] weer |
| nōhei-農兵 | boerenmilitie; georganiseerde militie bestaande uit boeren |
| nokkudaun-ノックダウン | (boksen) knockdown; (tijdelijk) neergaan |
| nōkō-濃厚 | gepassioneerd [vol passie; hartstochtelijk] zijn |
| nōkyō-納経 | het offeren in een tempel van een handmatig gekopieerde soetra |
| nomihosu-飲み干す | achter elkaar [in één keer] opdrinken; helemaal opdrinken |
| nōmitsu-濃密 | volheid; diepte (van smaak, b.v.); gedetailleerdheid |
| nōmoa-ノーモア | nooit meer |
| nomu-飲む | neerkijken op; verachten; overweldigen; onderschatten |
| noni-のに | toen; wanneer; terwijl; tijdens |
| noppikinaranai-退っ引きならない | onvermijdelijk; onontkoombaar; onafwendbaar; onweerstaanbaar |
| noshibukuro-熨斗袋 | een mooi gedecoreerde enveloppe [omslag] om geld cadeau te doen |
| notamau-宣う | (een erend, zeer respectvol werkwoord voor) zeggen; spreken |
| nottoru-則る | nakomen; naleven; eerbiedigen; respecteren; navolgen; corresponderen; overeenkomen; overeenstemmen; stroken met; zich conformeren aan |
| nōyōeki-濃溶液 | geconcentreerde oplossing |
| nozarashi-野晒し | verweerd |
| nozomashii-望ましい | wenselijk; gewenst; begeerd |
| nozomu-臨む | zich als heerser richten op (iets) |
| nozomu-臨む | geconfronteerd worden (met); tegenkomen; het hoofd bieden (aan); weerstaan |
| nue-鵼 | mythische vogel met het hoofd van een aap, het lichaam van een wasbeer, de staart van een slang, en de poten van een tijger |
| nuigurumi-縫い包み | een opgezet dier; een knuffel (gevuld voorwerp van stof, b.v. een teddybeer) |
| nukazuke-糠漬け | groenten geconserveerd met gefermenteerde rijstzemelen |
| nureginu-濡れ衣 | valse [gearrangeerde] beschuldiging |
| nyohō-如法 | naleving van de leer van de Boeddha |
| nyūbu-入部 | (hist.) aankomst [betreding] van het aanstellingsgebied voor de eerste keer door een landvoogd [gouverneur e.d.] |
| nyūmon-入門 | toelating tot een speciale opleiding; een leerling [discipel] worden (van een meester) |
| nyūshin-入信 | het zich bij een geloof aansluiten; zich bekeren; bekeerd worden |
| nyūshitsu-入室 | (boeddh.) het betreden van de kamer van de leermeester om onderricht te ontvangen |
| nyū・famirī-ニュー・ファミリー | kerngezin waarvan de ouders na de tweede wereldoorlog zijn geboren (dus meer consumptiegericht zijn dan traditionele Japanse gezinnen) |
| ō-王 | vorst; heerser; koning; monarch |
| ō-翁 | (als erend achtervoegsel) meneer |
| oazuke-お預け | voorlopig; in afwachting; in de wacht; uitstel; vast gereserveerd |
| ōbāfurō-オーバーフロー | (scheepvaart) overflow (wanneer een schip brandstof verliest bij het laden of lossen) |
| ōbāfurō-オーバーフロー | (informatica) overloop; overflow (wanneer een berekend getal te groot is om te kunnen worden opgeslagen) |
| ōbārōn-オーバーローン | overtollige lening, het verschijnsel dat banken in Japan meer uitleenden dan de som van hun kapitaal en deposito's |
| ōbāsukiru-オーバースキル | overschot aan geschoolde arbeidskrachten; overgekwalificeerdheid |
| obenchara-おべんちゃら | vleierij; stroopsmeerderij |
| obibangumi-帯番組 | radio- of tv-programma dat op meerdere dagen per week op hetzelfde tijdstip wordt uitgezonden |
| ochasho-御茶所 | ruimte in tempels [heiligdommen] waar thee wordt geserveerd voor bezoekers |
| ochitsuita-落着いた | rustig; kalm; zelfverzekerd; beheerst |
| odai-御代 | heerschappij; bewind; regeerperiode |
| ōdō-王道 | regering [koning; vorst] (die de natie op een een menselijke en rechtvaardige wijze bestuurt volgens de confucianistische leer) |
| ōendan-応援団 | (groep) cheerleaders |
| ōfuku-往復 | heen-en-terug; heen-en-weer; heenweg en terugweg |
| ōfukusuru-往復する | heen-en-terug gaan; heen-en-weer gaan |
| ofumi-御文 | brieven aan volgelingen [studenten] van de Jōdoshin sekte om de leer daarvan in eenvoudige termen uit te leggen |
| ofu・ofu・burōdowē-オフ・オフ・ブロードウェー | avant-garde [zeer experimenteel] theater (Engels: off-off-Broadway) |
| ogamu-拝む | bidden; eerbied bewijzen (aan) |
| ōgandī-オーガンディー | organdie; glasbatist (zeer dun Oost-Indisch weefsel) |
| ōgandī-オーガンディー | organdie; glasbatist (zeer dun Oost-Indisch weefsel) |
| ogasawararyū-小笠原流 | (traditioneel) een school die gespecialiseerd is in etiquette (en in de gedragsregels binnen de krijgselite van Japan) |
| ogasawararyū-小笠原流 | een school die gespecialiseerd is in krijgsvoering en strategieën [of in boogschieten en paardrijden] |
| ōgi-奥義 | geheime kennis [leer]; mysterie |
| ogosoka-厳か | plechtig [eerbiedwaardig; deftig; indrukwekkend] zijn |
| oha-尾羽 | staartveer; roer; stuurpen |
| ohatsu-お初 | voor het eerst; de eerste keer |
| ohatsu-お初 | iets nieuws; de eerste van het jaar of seizoen; gloednieuw (b.v. van kleding) |
| ohyakudo-お百度 | honderdvoudig gebed (honderd keer heen en weer lopen naar een schrijn en telkens een gebed doen) |
| oibara-追い腹 | zelfmoord [seppuku] van een dienaar na de dood van zijn meester [heer] |
| oie-お家 | de familie van de heer [meester] |
| oiru・sando-オイル・サンド | oliezand; teerzand |
| oishii-美味しい | lekker; smakelijk; heerlijk |
| oisoreto-おいそれと | zomaar; zonder meer; eenvoudig (vaak gebruikt in negatieve zinnen) |
| ōja-王者 | koning; heerser; vorst |
| ōjī-オージー | oud-studente; afgestudeerde vrouw; alumna |
| ōji-往事 | eerdere [vroegere] gebeurtenissen [voorvallen] |
| ojiisan-お爺さん | meneer; mijnheer |
| ojikezuku-怖じ気づく | schrikken; bang [angstig] worden; niet meer durven |
| ojisan-小父さん | oude(re) man; meneer |
| ōjōgiwa-往生際 | tijd om [weten wanneer] op te geven |
| okadochigai-お門違い | naar het verkeerde adres [huis; gebouw] gaan; het bij het verkeerde eind hebben |
| okami-御上 | leenheer |
| ōkamiotoko-狼男 | (mannelijke) weerwolf |
| okashiratsuki-尾頭付き | een hele vis (compleet met kop en staart, geserveerd tijdens religieuze ceremonies) |
| okata-御方 | (respectvol) die persoon; heer; dame |
| okawari-お代わり | een tweede [volgende] portie [kopje] (rijst, thee, koffie, etc.); repasse van gerechten; tweede keer bedienen |
| okiagaru-起き上がる | weer op [hersteld] zijn (na een ziekte) |
| okidokoro-置き所 | plek [plaats; ruimte] om iets neer te zetten |
| okifushi-起き伏し | het gaan liggen [naar bed gaan] en (weer) opstaan |
| okken-憶見 | op veronderstellingen [speculatie; vermoeden] gebaseerde mening |
| okoru-興る | opnieuw beginnen; weer (op)starten |
| oku-置く | plaatsen; neerzetten |
| okugi-奥義 | geheime overlevering [kennis, leer] in de uitoefening van beeldende kunsten, traditionele vechtkunsten e.d. |
| okumanchōja-億万長者 | een miljardair; multimiljonair; zeer rijk persoon |
| okurege-後れ毛 | (weerbarstig; slordig) loshangend haar |
| ōkyūteate-応急手当 | eerste hulp (behandeling); eerstehulpverlening |
| omāji-オマージ | hommage; eerbetoon; hulde; complimenten |
| omedetō-おめでとう | Gefeliciteerd!; Goed gedaan! |
| omemie-御目見得 | eerste optreden; debuut; eerste verschijning |
| omoiamaru-思い余る | niet meer weten wat te doen; besluiteloos zijn; iets niet meer kunnen volhouden |
| omoichigai-思い違い | misverstand; misvatting; verkeerde inschatting [interpretatie]; onbegrip |
| omoomoshii-重重しい | zeer plechtig; (plecht)statig; gedragen (b.v. ceremonie, stem, treurige muziek) |
| omotase-お持たせ | een klein geschenk dat een gastheer [gastvrouw] aan een gast geeft om mee naar huis te nemen |
| omoteura-表裏 | hypocriet; oneerlijk; bedrieglijk |
| ōmu-オーム | Ohm (eenheid van elektrische weerstand) |
| onagare-お流れ | beleefde zegswijze waarbij de gastheer aan de eregast om diens sakekopje vraagt (om zelf uit te drinken) |
| onajiku-同じく | op dezelfde manier; net zo; evenzo; evenzeer |
| ōnā・shisutemu-オーナー・システム | een door eigenaars beheerd (flat)gebouw |
| ongakusenmonten-音楽専門店 | (gespecialiseerde) muziekwinkel |
| onkyō-音響 | geluid; echo; weerklank; weergalm; resonantie; akoestiek |
| onnamusubi-女結び | vrouwenknoop, een platte knoop waarbij de eerste knoop en de tweede knoop elkaar kruisen (komt sneller los dan de mannenknoop) |
| ono-己 | (eerste persoon enkelvoud) ik; mij |
| onreko-オンレコ | officieel vermeld; geregistreerd |
| ontorojī-オントロジー | ontologie; zijnsleer |
| ōnusa-大幣 | een houten staf met meerdere slingers van stof of papier (shide), gebruikt bij Shinto-rituelen |
| onushi-御主 | jij, u (wanneer je verwijst naar gelijken of minderen) |
| on・rain・riaru・taimu・shisutemu-オン・ライン・リアル・タイム・システム | OLRT, een software systeem met gecombineerde reactie- en uitvoertijd van een taak die korter is dan de maximale toegestane tijd |
| ooare-大荒れ | zware storm; heel slecht weer |
| ooawate-大慌て | zeer gehaast; gejaagd; in aller ijl |
| oofū-大風 | verwaand [neerbuigend] gedrag; arrogantie |
| oofū-大風 | kalm [evenwichtig] zijn en niet geobsedeerd zijn door kleine dingen |
| ooguchitōshika-大口投資家 | grote [belangrijke] investeerder |
| ooini-大いに | zeer (veel); aanzienlijk; in hoge mate |
| oose-仰せ | opdracht; wensen (van een meerdere); instructie(s) |
| ooya-大家 | huisbaas; waard; herbergier; gastheer |
| oozappa-大ざっぱ | ruw (schatting); ongeveer; bij benadering |
| opojishon-オポジション | oppositie; weerstand; verzet; tegenstand |
| ōrai-往来 | het verkeer; het komen en gaan |
| orikaeshi-折り返し | keerpunt (zwemmen, hardlopen) |
| oriru-下りる | beginnen; neerdalen; invallen (vorst; dooi; duisternis) |
| oroshitate-下ろしたて | het voor het eerst gebruiken [dragen] van een nieuw artikel |
| ōrudo・bōi-オールド・ボーイ | oudje; oude man; oudeheer; ouwe reus; oude vriend |
| ōrudo・bōi-オールド・ボーイ | alumnus; reünist; oud-leerling |
| ōrudo・gāru-オールド・ガール | oud-leerlinge; reüniste |
| ōru・in・wan-オール・イン・ワン | alles-in-één (geïntegreerd) |
| ōru・wezā-オール・ウエザー | (geschikt voor) alle weersomstandigheden |
| ōru・wezā-オール・ウエザー | een (atletiek- of race) baan van een materiaal dat geschikt is voor alle weersomstandigheden |
| ōru・wezā・torakku-オール・ウエザー・トラック | een (atletiek- of race) baan van een materiaal dat geschikt is voor alle weersomstandigheden |
| osae-押さえ | het naar beneden drukken; neerwaartse druk |
| osae-押さえ | controle; beheer; discipline |
| osaekomi-押さえ込み | het iemand (op de grond) neerdrukken; iemand (op de grond) vasthouden [vastpinnen] |
| osaekomu-押さえ込む | iemand (op de grond) neerdrukken; iemand (op de grond) vasthouden [vastpinnen] |
| osagari-お下がり | term gebruikt voor de regen of sneeuw die valt tijdens de eerste drie dagen van het nieuwe jaar |
| osakini-お先に | sorry (dat ik voorga; dat ik iets eerst doe) |
| osameru-治める | regeren; heersen; besturen |
| oshie-教え | leer; leerstelling; doctrine; geloof; filosofie |
| oshiego-教え子 | iemands (oud-)leerling [(oud-)student; vroegere discipel] |
| oshimondō-押し問答 | woordenwisseling; verbale strijd; heen en weer gepraat; een verbaal touwtrekken |
| ōshu-王者 | koning; heerser; vorst |
| ōsodokkusu-オーソドックス | orthodox; rechtzinnig; strikt in de leer |
| osutoritchi・fezā-オストリッチ・フェザー | struisvogelveer; struisveer |
| otaiko-お太鼓 | iemand die (als beroep) zorgt voor een goede sfeer tussen gasten tijdens een feest; stemmingmaker; grappenmaker; entertainer |
| otokomusubi-男結び | mannenknoop, een platte knoop waarbij de eerste knoop en de tweede knoop evenwijdig lopen (is niet makkelijk los te trekken) |
| ōtomatto-オートマット | mat ter versteviging van zachte ondergrond van parkeerterreinen |
| ototoi-一昨日 | eergisteren |
| ototoshi-一昨年 | eerverleden jaar (het jaar voor het vorige jaar) |
| oyaji-親字 | het eerste karakter [de basis kanji] van een lemma in een kanji woordenboek |
| oyaji-親父 | (mijn) vader; mijn ouwe heer |
| oyakabu-親株 | (beurshandel) oude [eerder uitgegeven] aandelen |
| oyakodonburi-親子丼 | een kom rijst geserveerd met een soort dikke soep van kip, ei, ui en paddenstoelen erover |
| oyamoji-親文字 | eerste (opzoek) kanji in een kanji woordenboek |
| oyoso-凡そ | ongeveer; bij benadering |
| ōza-王座 | eerste positie [rang] |
| ō・bī-オー・ビー | alumnus; afgestudeerde; reünist; senioren lid |
| paa-ぱあ | blut zijn; niets meer hebben |
| pairēto-パイレート | geplagieerd |
| pairēto・edishon-パイレート・エディション | illegale [geplagieerde] editie [uitgave] |
| paisen-パイセン | (slang voor senpai) senior (b.v. iemand met meer ervaring of kennis dan jijzelf op een bepaald vakgebied) |
| pākingu-パーキング | het parkeren; parkeergelegenheid |
| pākingu・eria-パーキング・エリア | parkeerplaats |
| panda-パンダ | panda(beer) |
| parachion-パラチオン | parathion (zeer giftig insecticide) |
| passhibu・sumōkingu-パッシブ・スモーキング | het meeroken; passief roken (de rook inhaleren van de sigaret, sigaar of pijp van een ander) |
| passhingu-パッシング | (afk. voor) passeerslag (tennis) |
| passhingu・shotto-パッシング・ショット | (tennis) passeerslag |
| paurisuta-パウリスタ | (Japanse) coffeeshop [koffiebar] die gespecialiseerd is in Braziliaanse koffiesoorten en manieren van bereiden |
| pēpā・kanpanī-ペーパー・カンパニー | papieren onderneming (een bedrijf dat is geregistreerd maar geen daadwerkelijke zakelijke activiteiten heeft); brievenbusfirma |
| pēzurī-ペーズリー | paisley, abstract kleurenpatroon in stoffen (genoemd naar de plaats Paisley in Schotland, waar kasjmier sjaals met paisley motief werden gefabriceerd) |
| pianishimo-ピアニシモ | pianissimo; zeer zacht (muziekterm) |
| pikipiki-ピキピキ | zenuwachtig; trillerig; ongedurig; geïrriteerd |
| pin-ピン | eerste; beste |
| pisuton'yusō-ピストン輸送 | pendeldienst (steeds heen en weer gaande trein, bus of boot) |
| pitto-ピット | de pits (bij autocircuit); smeerkuil [werkkuil] (in autowerkplaats) |
| pittseria-ピッツェリア | pizzeria (restaurant waar voornamelijk pizza's worden geserveerd) |
| pōchido・eggu-ポーチド・エッグ | gepocheerd ei |
| porimā-ポリマー | polymeer |
| pottode-ぽっと出 | voor het eerst van het platteland nar de grote stad gaan |
| pottode-ぽっと出 | iemand die voor het eerst van het platteland nar de grote stad gaat |
| punpun-ぷんぷん | (onomatopee) geagiteerd; woedend; verontwaardigd |
| puraibashī-プライバシー | privacy; privésfeer; persoonlijke levenssfeer |
| puraibēto・ofāringu-プライベート・オファーリング | privé [onderhands] aanbod, een investering aangeboden aan een kleine groep investeerders |
| puraimarī・kea-プライマリー・ケア | eerstelijnsgezondheidszorg |
| purasu・mainasu-プラス・マイナス | plusminus; ongeveer |
| pureppī-プレッピー | leerling van een (op de universiteit) voorbereidende school |
| purima・donna-プリマ・ドンナ | prima donna, eerste zangeres aan een opera |
| puripuri-ぷりぷり | elastisch; veerkrachtig |
| puripuri-ぷりぷり | boos; geïrriteerd |
| puroguramingugengo-プログラミング言語 | programmeertaal |
| puropā-プロパー | (gespecialiseerde) verkoper; propagandist; artsenbezoeker |
| pyonpyon-ぴょんぴょん | (onomatopee voor) het (op-en-neer) springen; huppelen |
| ra-等 | (achtervoegsel dat meervoud aangeeft) |
| raifuru-ライフル | geweer |
| raifurujū-ライフル銃 | geweer |
| raiu-雷雨 | onweersbui |
| raiun-雷雲 | onweerswolk |
| rakka-落下 | val; neergang; daling |
| rakugan-落雁 | een wilde gans die komt aanvliegen en neerstrijkt op een veld |
| rakugo-落伍 | het uitvallen; achterop raken; opgeven; niet meer mee kunnen doen |
| rakusenundō-落選運動 | het campagne voeren met het doel een of meer specifieke kandidaten te laten verliezen |
| rakutan-落胆 | ontmoediging; neerslachtigheid; teleurstelling |
| randa-乱打 | (de bal) het herhaaldelijk slaan; heen en weer slaan |
| ranningu・kosuto-ランニング・コスト | algemene, lopende (bedrijfs)kosten (kosten voor onderhoud, beheer en exploitatie) |
| rapukon-ラプコン | radar approach control (controleert aanvlieg- en vertrekroutes van het luchtverkeer) |
| ratekase-ラテカセ | ratecase is een samengesteld woord voor een audioapparaat dat de drie functies van radio, televisie en cassettedeck combineert |
| reiiki-霊域 | een heilige plek (waar goden en Boeddha's worden vereerd) |
| reiki-冷気 | kou(de); koud weer; koude lucht |
| reiki-霊気 | spirituele [heilige; mysterieuze] sfeer |
| reimeiki-黎明期 | (fig.) dageraad; eerste begin; geboorte |
| reisaikigyō-零細企業 | zeer klein bedrijf |
| reiseichinchaku-冷静沈着 | rustig en beheerst zijn |
| rejion・donūru-レジオン・ドヌール | (Frans: Légion d’honneur) Legioen van Eer (ridderorde) |
| rejisutansu-レジスタンス | (Frans: résistance) weerstand; verzet |
| rekisei-瀝青 | asfalt; bitumen; pek; (kool)teer |
| rekkitoshita-歴とした | gerespecteerd; respectabel |
| rekkitoshita-歴とした | echt; onmiskenbaar; duidelijk; onweerlegbaar; wettelijk |
| rēkusaido-レークサイド | de oever van een meer |
| renchi-廉恥 | eer; integriteit |
| renchishin-廉恥心 | eergevoel |
| rengōkoku-連合国 | geallieerde naties; de geallieerden; bondgenoten |
| renketsukessan-連結決算 | geconsolideerde jaarrekening [balans] |
| renki-連記 | meerdere vermeldingen [namen; onderwerpen] |
| renrakusen-連絡船 | (binnen of buiten de landsgrenzen) veerboot; beurtschip |
| rensaku-連作 | gezamenlijk auteurschap (met meerdere auteurs die ieder een deel van het boek schrijven) |
| resse・fēru-レッセ・フェール | het laisser faire principe (ook economische term voor vrijheid van productie en (handels)verkeer zonder overheidsbemoeienis) |
| resuto'eria-レストエリア | rustplaats [parkeerplaats] langs de snelweg |
| reten-レ点 | teken dat aangeeft dat de volgorde van karakters moet worden omgekeerd (bij het lezen van Chinese of klassiek Japanse teksten) |
| retoruto-レトルト | retort; distilleerkolf |
| rettōsei-劣等生 | slechte [trage] leerling; leerling met een leerachterstand |
| rezā-レザー | leer [leder] |
| rezā-レザー | kunstleer; imitatieleer |
| rezā-レザー | scheermes |
| rezākurosu-レザークロス | leerdoek; imitatieleer |
| rezā・katto-レザー・カット | haarstijl, waarbij het haar niet met een schaar maar met een scheermes wordt geknipt |
| riaru・poritikkusu-リアル・ポリティックス | realpolitik; realistisch beleid (gebaseerd op feiten en concrete resultaten) |
| ribēto-リベート | commissie; provisie; smeergeld |
| richigi-律儀 | oprechtheid; eerlijkheid; rechtschapenheid |
| riekishakai-利益社会 | (sociologie) Gesellschaft; winstmaatschappij (een samenleving gebaseerd op eigenbelang) |
| rifujin-理不尽 | onredelijkheid; oneerlijkheid; onwettelijkheid |
| rifuresshukyūka-リフレッシュ休暇 | een (welverdiende) vakantie om weer bij te tanken [fit te worden] |
| riji-理事 | directeur; bestuurder; bewindvoerder; beheerder |
| riken-利剣 | (Boeddh.) beeldspraak voor de wijsheid of boeddhistische leer die nodig is om aardse verlangens en kwade krachten te kunnen verwerpen |
| rikka-立夏 | eerste dag van de zomer (ca. 6 mei, volgens de oude maankalender) |
| rinrigaku-倫理学 | ethica; studie van de ethiek; zedenleer |
| rinto-凛と | plechtig; statig; gereserveerd |
| rinto-凛と | (geluid) resonerend; weerklinkend; helder |
| risshū-立秋 | het begin [de eerste dag] van de herfst (volgens de maankalender op 8 augustus) |
| risuku・manējimento-リスク・マネージメント | risicomanagement; risicobeheer |
| ritsuryōsei-律令制 | Ritsuryō-systeem, rechtssysteem van gecentraliseerde overheid gebaseerd op de ritsuryō-wetboeken |
| rittō-立冬 | het begin van de winter; de eerste winterdag (volgens de maankalender) |
| roban-路盤 | de grond die geëgaliseerd is om spoorrails te ondersteunen |
| rōdo・mappu-ロード・マップ | roadmap van een (technisch) product (waarin staat wat de vernieuwingen zijn en wanneer ze kunnen worden verwacht) |
| rōdo・mirā-ロード・ミラー | verkeersspiegel |
| rojikku-ロジック | logica; denkleer |
| rōkaru・karā-ローカル・カラー | lokale kleur [atmosfeer]; plaatselijke [karakteristieke] bijzonderheden |
| rōkō-老巧 | ervaren [volleerd; geroutineerd] zijn |
| ron-論 | leer; theorie |
| ronbaku-論駁 | weerlegging; tegenargument(en) |
| rōnin-浪人 | een samoerai zonder meester [leenheer] |
| ronrigaku-論理学 | (studie van de) logica; denkleer |
| rōren-老練 | het ervaren [geroutineerd; bekwaam] zijn |
| rōshi-浪士 | een samoerai zonder meester [leenheer] |
| rōshi-老師 | oude leermeester [priester] |
| rōsō-老荘 | de eerste karakters van de twee namen van de Chinese filosofen (in the Taoïstische traditie) Lao Zi (老子) en Zhuang Zi (荘子) |
| rosuto・jenerēshon-ロスト・ジェネレーション | verloren generatie (m.n. na de eerste WO) |
| rōtaika-老大家 | ervaren [gerespecteerde] autoriteit (op een bepaald vakgebied) |
| rōtaikoku-老大国 | een land dat vroeger heel machtig was, maar nu niet meer; een ooit machtige natie in verval |
| rōtoyu-ロート油 | Roth olie (sulfateerde ricinusolie) |
| runin-流人 | iemand die tot ballingschap is veroordeeld; banneling; gedeporteerde |
| ruru-縷縷 | gedetailleerd |
| ryōbu-両部 | de twee belangrijkste leerstellingen van het shingon (esoterische) boeddhisme |
| ryōbun-領分 | (fig.) gebied; invloedssfeer |
| ryōbushintō-両部神道 | syncretisme tussen Shintoïsme en Boeddhisme (gebaseerd op een interpretatie van Shintoïsme vanuit het perspectief van het Shingon-boeddhisme) |
| ryōjū-猟銃 | jachtgeweer |
| ryōshu-領主 | daimyo; domeinheer; (feodale) heer (van een bepaald gebied) |
| ryūjin-流人 | iemand die tot ballingschap is veroordeeld; banneling; gedeporteerde |
| ryūkeisha-流刑者 | iemand die tot ballingschap is veroordeeld; banneling; gedeporteerde |
| ryūma-竜馬 | een zeer goed [uitmuntend] paard |
| ryūme-竜馬 | een zeer goed [uitmuntend] paard |
| ryūō-竜王 | (boeddh.) drakenkoning (de beschermer van de boeddhistische leer) |
| sāba-サーバ | degene die serveert (tennis, etc.) |
| sāba-サーバ | ober; kelner; kelnerin; serveerster |
| sābā-サーバー | degene die serveert (tennis, etc.) |
| sābā-サーバー | ober; kelner; kelnerin; serveerster |
| sabayomi-鯖読み | smokkelen met cijfers (in eigen voordeel); met opzet verkeerd (op)tellen |
| sābisueria-サービスエリア | (lett.) service gebied (gewoonlijk plek met tankstation, parkeerplaats, winkeltjes en een restaurant) |
| sābisu・māku-サービス・マーク | servicemerk (op service gebaseerd handelsmerk) |
| saekaeru-冴え返る | helder en koud weer zijn |
| sagarime-下がり目 | neerwaartse trend (handelsmarkt) |
| sagesumu-蔑む | minachten; verachten; neerkijken op |
| sai-宰 | rentmeester, feodaal heer; minister |
| saibānēshon-サイバーネーション | geautomatiseerde besturing (procesbeheersing) |
| saibutsu-才物 | slim [getalenteerd; begaafd] persoon |
| saigen-再現 | herverschijning; heropvoering; hervertoning; terugkeer |
| saihitsu-細筆 | gedetailleerde beschrijving |
| saiji-細事 | detail; gedetailleerde informatie |
| saijin-才人 | slim [getalenteerd; begaafd] persoon |
| saiken-細見 | gedetailleerde kaart [plattegrond; gids] |
| saiki-再起 | terugkeer; comeback; herstel |
| saiko-最古 | oeroud [zeer oud; oudste] zijn |
| saikyōyaki-西京焼き | gegrilde, in miso gemarineerde visfilet |
| saimarukyasuto-サイマルキャスト | simulcasten (afk. van simultaneous broadcast; een uitzending tegelijk over meerdere media uitzenden) |
| saimitsu-細密 | gedetailleerdheid; precisie; nauwgezetheid |
| sairai-再来 | terugkeer; wederkomst (van Christus) |
| sairon-細論 | gedetailleerde uitleg [bespreking] |
| saisan-再三 | telkens weer; twee of drie keer; vele malen |
| saisansaishi-再三再四 | herhaaldelijk; keer op keer; steeds maar weer |
| saisho-最初 | het begin; de start; aanvang; het eerst; de eerste |
| saishō-細小 | minuscuul; (zeer) klein; (haar)fijn |
| saisho-細書 | gedetailleerde beschrijving |
| saitan-歳旦 | afkorting voor saitan-biraki (een bijeenkomst van dichters en hun leerlingen in januari om gedichten te maken over nieuwjaarsdag) |
| saitaru-最たる | (bnw) beste; eerste; belangrijkste |
| saizenretsu-最前列 | voorste rij; eerste rij |
| saka-逆 | omgekeerd; omgedraaid; ondersteboven |
| sakasa-逆さ | omkering; inversie; omgekeerd zijn |
| sakasama-逆様 | omgekeerd; ondersteboven; achterstevoren |
| sakekuse-酒癖 | gewoontes [gedrag] wanneer men dronken is |
| saki-先 | voorste; eerste; voorop; eerder |
| sakidatsu-先立つ | eerder sterven dan een ander |
| saku-朔 | de eerste dag van de maand (maankalender) |
| sakujitsu-朔日 | de eerste dag van de maand |
| sakujitsu-朔日 | (arch.) de eerste tien dagen van de maanmaand |
| sakusō-錯綜 | ingewikkeldheid; gecompliceerdheid |
| sakusōsuru-錯綜する | ingewikkeld [gecompliceerd] worden; verstrikt raken |
| sakuzatsu-錯雑 | complexiteit; ingewikkeldheid; gecompliceerdheid |
| sakuzen-索然 | saaiheid; ongeïnteresseerdheid |
| sama-様 | (beleefde vorm voor さん) meneer; mevrouw; juffrouw |
| sameru-覚める | gedesillusioneerd worden [raken] |
| sāmisutā-サーミスター | thermistor (een elektrische weerstand component) |
| samoarinan-然もありなん | begrijpelijk (zijn); niet meer dan logisch (zijn) |
| san-さん | meneer; mevrouw; mejuffrouw (erend suffix) |
| san-讃 | lof; eerbetoon |
| san-賛 | lof; eerbetoon |
| sanbō-三宝 | de drie Juwelen [Schatten] van het boeddhisme (Boeddha, de Dharma (leer van de Boeddha) en de Sangha (de boeddhistische gemeenschap)) |
| sanbonjime-三本締め | ritueel (aan het einde van een bijeenkomst, ceremonie, project, e.d.) waarbij het klappen in de handen drie keer wordt herhaald |
| sanbonjiro-三盆白 | Japanse geraffineerde suiker |
| sanbyakudaigen-三百代言 | (denigrerende term voor) een advocaat; (vroege Meiji-periode) iemand die niet gekwalificeerd was als advocaat, maar wel als zodanig optrad |
| sanchi-産地 | gebied [streek] waar een lokaal product (wijn, vruchten, kunstnijverheid, e.d.) wordt geproduceerd |
| sando-三度 | driemaal; drie keer |
| sangai-三界 | (boeddh.) de drie werelden van transmigratie (de wereld van wezens met begeerten, van wezens met vorm en van wezens zonder vorm) |
| sangaku-参学 | gezamelijk hoorcollege over de boeddhistische leer |
| sangyō-讃仰 | eerbied; eerbiedigheid; verering; lofrede; lofspraak |
| sankakukankei-三角関係 | driehoeksrelatie; driehoeksverhouding (in de relationele sfeer) |
| sanko-三顧 | drie keer bezoeken (verwijst naar een Chinese legende waarin Liu Bei drie keer Zhuge Liang bezocht m hem als militaire commandant te verwelkomen) |
| sanpō-算法 | rekenkunde; getallenleer; algoritme |
| sansankudo-三三九度 | (bij Shinto-huwelijksritueel) het drinken van kopjes sake door het bruidspaar (eerst de man 3, dan de vrouw 3, dan de man weer 3 kopjes, totaal 9) |
| sansei-三省 | overpeinzing; meditatie (3 keer per dag) |
| sansei-参政 | (Meiji-periode) leenheer van een domein |
| sansen-三遷 | drie keer verhuizen [van woonplaats veranderen] |
| sansen-三遷 | (afk. voor) het belang van het creëren van een goede leeromgeving voor een kind |
| sansennooshie-三遷の教え | (afk. voor) het belang van het creëren van een goede leeromgeving voor een kind |
| sansō-三蔵 | Tripitaka, de drie manden (soetra's, voorschriften en verhandelingen van de boeddhistische leer) |
| sanzon-三尊 | drie belangrijke [te respecteren] personen: heerser, vader en leraar |
| san'yaku-三役 | (bij een theeceremonie) drie personen: de gastheer, de hoofdgast en de bediende |
| sappari-さっぱり | licht; fris; verfrist; eenvoudig; eerlijk; kalm |
| sappitsu-擦筆 | een doezelaar (puntig opgerold stuk papier of zeemleer, gebruikt om kleuren in te wrijven op papier of fresco) |
| sarani-更に | meer nog; sterker nog |
| sarau-復習う | herzien; opnieuw beoordelen [leren]; herhalen (van gestudeerde materialen) |
| sashiashi-差し足 | (bij paardenraces) de laatste spurt waarmee een paard de anderen inhaalt en net als eerste over de finish komt |
| sashichigaeru-刺し違える | (bij sumo, verkeerde beslissing van de scheidsrechter) de verkeerde worstelaar als winnaar aanwijzen |
| sashichigaeru-差し違える | op de verkeerde plaats zetten |
| sashihikaeru-差し控える | afzien van; zich onthouden [weerhouden] van |
| satsukibare-五月晴れ | mooi weer in mei (tijdens het regenseizoen) |
| satsumanokami-薩摩守 | een gratis ritje; iemand die gratis meerijdt |
| sayōnara-さようなら | tot (weer)ziens; dag; doeg; doei, gegroet; het ga je goed; tot kijk; tot; vaarwel; adieu; ajuus |
| sayonara-さよなら | tot (weer)ziens; dag; doeg; doei, gegroet; het ga je goed; tot kijk; tot; vaarwel; adieu; ajuus |
| seiatsu-制圧 | overwicht; (overwegende) invloed; overheersing |
| seibetsu-生別 | bij leven gescheiden; apart [gescheiden] leven; niet meer samenwonen met iemand |
| seibun-成文 | het schriftelijk vastleggen; op schrift stellen; neerschrijven |
| seichi-生地 | onbekende plek; plaats waar iemand voor het eerst komt |
| seichō-成長 | groei; toename; vergroting; vermeerdering |
| seidō-精銅 | geraffineerd koper (metaal met meer dan 97,5 % koper) |
| seifuhoshōsai-政府保証債 | door de overheid gegarandeerde obligatie |
| seigyo-制御 | controle; beheersing; onderdrukking |
| seiha-制覇 | verovering; overheersing; suprematie |
| seihangō-正反合 | (in filosofie, drie stadia van dialectische logica geformuleerd door Hegel) these, antithese, synthese |
| seihantai-正反対 | precies het tegenovergestelde [tegendeel; omgekeerde] |
| seihasuru-制覇する | veroveren; domineren; overheersen |
| seihen-正編 | het eerste boekdeel van een serie |
| seihin-製品 | product; (geproduceerd) artikel |
| seii-誠意 | oprechtheid; eerlijkheid; goede trouw |
| seiin-正員 | volwaardig lid; formeel gekwalificeerd lid |
| seijitsu-誠実 | oprechtheid; eerlijkheid; te goeder trouw |
| seika-正課 | (vak uit) het reguliere leerplan [curriculum) |
| seikatsushūkanbyō-生活習慣病 | levensstijl gerelateerde ziekte |
| seikōhō-正攻法 | frontale [openlijke] aanval; eerlijke tactiek |
| seikōudoku-晴耕雨読 | op het land werken als de zon schijnt en thuis een boek lezen als het regent (verwijst naar het stille [geïsoleerde] leven op het platteland) |
| seikyō-聖教 | de heilige leer; Confucianisme; Boeddhisme |
| seikyō-聖教 | de christelijke [orthodoxe] leer; het Christendom |
| seimen-生面 | eerste ontmoeting |
| seimitsu-精密 | precisie; nauwkeurigheid; nauwgezetheid; accuratesse; gedetailleerdheid |
| seimitsukensa-精密検査 | gedetailleerde inspectie [controle]; minutieus [grondig] onderzoek |
| seinen-成年 | (wettelijke) meerderjarigheid |
| seiniku-精肉 | zorgvuldig geselecteerd [gesneden] vlees van hoge kwaliteit (zoals door de slager wordt verkocht) |
| seireishiteitoshi-政令指定都市 | decretaal gedesigneerde stad (met meer dan 500.000 inwoners, en met fiscale en bestuurlijke bevoegdheden, die gelijk zijn aan die van prefecturen) |
| seiren-清廉 | eerlijkheid; integriteit; onkreukbaarheid |
| seirenkeppaku-清廉潔白 | absolute eerlijkheid; onberispelijke integriteit |
| seiryokuhan'i-勢力範囲 | invloedssfeer |
| seisai-正妻 | eerste vrouw (bij polygamie) |
| seisai-精細 | gedetailleerdheid; precisie |
| seisankanri-生産管理 | productie management [beheer] |
| seisankyoten-生産拠点 | productiebasis (locatie waar de productie is geconcentreerd) |
| seiseidōdō-正正堂堂 | eerlijk; oprecht; rechtdoorzee |
| seiseidōdō-正正堂堂 | een eerlijk gevecht; met open vizier strijden |
| seishi-制止 | controle; bedwang; beheersing; zeggenschap |
| seishiki-制式 | iets dat gedefinieerd [vastgelegd; officieel; voorgeschreven; reglementair] is |
| seishineiseigaku-精神衛生学 | geestelijke gezondheidsleer |
| seisho-聖書 | boek met een verzameling van uitspraken en daden van een wijsgeer uit de oudheid |
| seiskaisha-清算会社 | bedrijf dat geliquideerd wordt |
| seiso-精粗 | fijnheid of ruwheid; gedetailleerdheid of grofheid |
| seisui-清水 | eerlijk en oprecht zijn |
| seiten-晴天 | mooi weer; blauwe [heldere] hemel [lucht] |
| seiten-聖典 | en boek waarin de basisleerstellingen van een religie zijn vastgelegd (zoals de Bijbel, de Koran. e.d.) |
| seitetsu-聖哲 | wijze; wijsgeer |
| seitō-征討 | onderwerping; verovering; overheersing |
| seito-生徒 | leerling(e); scholier; student(e) |
| seitō-精到 | nauwkeurig [precies; nauwgezet; gedetailleerd] zijn |
| seitō-精糖 | geraffineerde suiker |
| seitsū-精通 | het goed bekend [geïnformeerd] zijn; diepgaande kennis hebben (van) |
| seitsū-精通 | eerste ejaculatie (sperma) |
| seiu-晴雨 | goed of slecht weer; zon of regen |
| seiun-青雲 | eruditie; geleerdheid; hoge status |
| sekaiseifuku-世界征服 | wereldoverheersing; wereldverovering |
| sekigaku-碩学 | een erudiet persoon; iemand met uitgebreide kennis; een groot geleerde |
| sekimonshingaku-石門心学 | moraalfilosofie, die het confucianisme, boeddhisme en shintoïsme combineerde, gesticht door Ishida Baigan (1685-1744) |
| sekiran'un-積乱雲 | cumulonimbus; onweerswolk; buienwolk |
| sekuto-セクト | sekte (groep aanhangers van een bepaalde leer of overtuiging) |
| semantikkusu-セマンティックス | semantiek; betekenisleer |
| semiotikusu-セミオティクス | semiotiek; tekenleer |
| sen-専 | onontbeerlijk; onmisbaar; essentieel; noodzakelijk; eerste |
| senbin-船便 | scheepvaart [veerboot] dienst |
| senchaku-先着 | het als eerste aankomen |
| sendō-船頭 | stuurman; kapitein; schipper; veerman |
| sengokubune-千石船 | een schip dat ongeveer 1000 koku rijst kan vervoeren |
| sengyō-専業 | voltijdbaan; hoofdberoep; gespecialiseerd beroep |
| senju-専修 | bestudering [beoefening] van de boeddhistische leer; het reciteren van de nenbutsu |
| senjunenbutsu-専修念仏 | aanroeping van de Amida Boeddha (de dagelijkse obesrvatie van de boeddhistische leer in de Jōdo-sekte) |
| senka-専科 | gespecialiseerde vakstudie |
| senka-選歌 | selectie gedichten; bloemlezing; een geselecteerd gedicht |
| senkai-旋回 | rotatie; ommekeer; draaiing |
| senkō-潜航 | het onder water varen; een onderzeereis |
| senkyaku-先客 | een voorgaande [eerdere] gast [bezoeker] |
| sennen-千年 | zeer lange tijd |
| senpatsu-先発 | het als eerste vertrekken [starten; beginnen; deelnemen]; voor(af)gaan |
| senrei-先例 | precedent; eerder voorbeeld |
| senseikunsha-専制君主 | absolute vorst [heerser]; despoot |
| senshinkoku-先進国 | de geavanceerde [ontwikkelde] landen; de industrielanden; de G7 |
| senshinteki-先進的 | geavanceerd |
| senshitibu・aitemu-センシティブ・アイテム | een (import)gevoelig product (waarvan de invoer kan worden beperkt of verboden wanneer er risico bestaat dat de binnenlandse markt verstoord wordt) |
| senshō-先勝 | het scoren van het eerste punt; het winnen van de eerste wedstrijd [partij] |
| senshō-鮮少 | (formele term voor) kleinigheid; zeer weinig; zeldzaam |
| senshu-僭主 | usurpator; onwettige heerser; iemand die zich met geweld de keizerstroon toe-eigent |
| senshu-先取 | het de eerste zijn [als eerste iets doen]; voorop lopen |
| senshū-千秋 | duizend jaar; een zeer lange periode |
| sensuikan-潜水艦 | onderzeeboot; onderzeeër; duikboot |
| sentai-船隊 | een vloot (van 2 of meer schepen) |
| sentangijutsu-先端技術 | hoogwaardige technologie; geavanceerde technologie |
| sentansangyō-先端産業 | hightechindustrie (geavanceerd technische industrie) |
| sentanzairyō-先端材料 | hoogwaardige [geavanceerde] materialen |
| sente-先手 | initiatiefnemer; degene die de eerste stap doet |
| sente-先手 | (bij bordspellen, zoals go en shōgi) degene die de eerste zet doet |
| sentetsu-先哲 | oude [vroegere] wijze man [wijsgeer] |
| sentō-先頭 | eerste lijn; voorhoede; front |
| senyōru-セニョール | meneer; de heer |
| senzogaeri-先祖返り | atavisme; erfelijke terugslag (genetische eigenschappen die generaties overslaan en dan weer terugkomen) |
| sen'yaku-先約 | eerdere verplichting [afspraak] |
| separētsu-セパレーツ | (dames)kleding die uit afzonderlijke delen bestaat, zodat ze combineerbaar zijn (en apart kunnen worden gekocht) |
| seppō-説法 | preek; leerrede; prediking |
| serufu・kontorōru-セルフ・コントロール | zelfbeheersing |
| sessha-拙者 | (eerste persoon enkelvoud, in taalgebruik van samoerai e.d.) ik; mij |
| setsujoku-雪辱 | eerwraak; eerherstel; wraakneming; represaille |
| shā-シャー | Shah (vroegere Perzische heerser) |
| shabudome-しゃぶ止め | (politieterm) parkeerstijl over meerdere parkeervakken, waarbij de bestuurder mogelijk onder invloed is van drugs en de auto schade en deuken heeft |
| shabushabu-しゃぶしゃぶ | Japans gerecht (aan tafel geserveerd waarbij plakjes vlees met eetstokjes door een pan met bouillon en groenten worden gehaald) |
| shafuto-シャフト | schacht (van speer, golfclub, etc.); steel; stok |
| shaikaitsūnen-社会通念 | algemeen (maatschappelijk) geaccepteerde ideeën en waarden |
| shakaika-社会科 | sociale wetenschappen; maatschappijleer |
| shakaikōgaku-社会工学 | social engineering (het met technische middelen misbruik maken van menselijke zwakheden door criminelen) |
| shakkyō-釈教 | de leer [leerstellingen] van Boeddha |
| shākusukin-シャークスキン | haaienhuid; haaienleer; haaienvel |
| shāringu-シャーリング | het scheren; scheerbeurt (schapen) |
| shasai-車載 | op [in] de auto aangebracht [gemonteerd] |
| shāshī-シャーシー | een behuizing waarin het moederbord, geheugen, diskettes en andere onderdelen van een computer zijn gemonteerd |
| shashu-射手 | scherpschutter; schutter (pistool; geweer) |
| shatoru-シャトル | ruimteveer |
| shēbā-シェーバー | (elektrisch) scheerapparaat |
| shēbingu・kurīmu-シェービング・クリーム | scheerschuim; scheercrème |
| shi-師 | docent; leraar; mentor; leermeester; expert |
| shi-氏 | familie; meneer; dhr.; mevrouw |
| shiben-至便 | zeer handig [geschikt; gunstig] |
| shibirenamazu-痺れ鯰 | siddermeerval (Malapterurus electricus) |
| shibo-私募 | verkoop van aandelen buiten de beurs om (aan klein aantal potentiële investeerders) |
| shiboru-絞る | een uitbrander [berisping] geven; tekeergaan tegen iemand |
| shibu-渋 | scherp [bitter] (gefermenteerd) sap van onrijpe kaki's; kaki tannine |
| shibugami-渋紙 | Japans papier behandeld met gefermenteerd sap van onrijpe kaki's waardoor het bruin, waterbestendig en stevig wordt |
| shibun-死文 | dode letter (een wet [regeling] die niet meer geldt [geen waarde of toepassing meer heeft) |
| shichihenge-七変化 | een Kabuki dans waarbij de acteur zeven keer van kostuum wisselt |
| shidan-史談 | historisch verhaal (een verhaal gebaseerd op een historische gebeurtenis) |
| shiden-師伝 | het onderricht van de meester aan zijn leerlingen [volgelingen]; onderricht [les] krijgen van de meester zelf |
| shidō-士道 | krijgseer; ridderlijkheid; gedragscode van de samoerai |
| shidō-祠堂 | in huis de plek waar de zielen van voorouders worden geëerd; in (boeddh.) tempels de plek met gedenkplaten voor familieleden van de locale bevolking |
| shidō-祠堂 | een kleine constructie [klein gebouw] waar Shinto goden of Boeddha's worden geëerd |
| shidōan-指導案 | leerbegeleidingsplan; onderwijsbegeleidingsplan |
| shidōhō-指導法 | leermethode; onderwijsmethode |
| shiei-市営 | gemeentelijk beheer [exploitatie] |
| shigaku-詩学 | poëtica; theorie van de dichtkunst; poëzieleer |
| shigaku-詩学 | Poëtica (leerboek over de dichtkunst van Aristoteles) |
| shīgengo-シー言語 | programmeertaal C |
| shigyaku-弑逆 | het doden (door iemand) van zijn vader [meester; heer] |
| shihai-支配 | leiding; bestuur; beheer; controle |
| shihaikaikyū-支配階級 | de heersende klasse |
| shihainin-支配人 | manager; beheerder |
| shihaisha-支配者 | heerser; bestuurder |
| shihaisō-支配層 | de heersende klasse; gevestigde orde |
| shihatsu-始発 | de eerste trein [bus] die vertrekt (van het station; de halte) |
| shihonkin-資本金 | aandelenkapitaal; geïnvesteerd vermogen |
| shiigyaku-弑逆 | het doden (door iemand) van zijn vader [meester; heer] |
| shiisuru-弑する | het vermoorden van de vader [heer; vorst] |
| shiitageru-虐げる | onderdrukken; vervolgen; overheersen; tiranniseren |
| shiji-指事 | ideogram; een Chinees karakter dat een abstract idee symboliseert, waarbij de betekenis af valt te leiden uit de vorm |
| shijin-士人 | een geleerd en deugdzaam persoon; een persoon met een hoge opleiding of status |
| shikan-止観 | (Tendai boeddhisme) meditatie waarbij de geest zich concentreert op een enkel object, zonder afleidende gedachten |
| shikantaza-只管打座 | het volledig (geconcentreerd) zitten in zen-meditatie (zonder overige gedachten daarbuiten) |
| shikenkan-試験管 | reageerbuis |
| shikenkanbebī-試験管ベビー | reageerbuisbaby |
| shikibi-式微 | (formele term) neergang; verval; achteruitgang |
| shikibō-指揮棒 | baton; dirigeerstok |
| shikin-至近 | zeer nabij; dicht in de buurt; in de directe omgeving |
| shikin'un'yō-資金運用 | vermogensbeheer |
| shikisha-識者 | een goed geïnformeerd [intelligent; hoogopgeleid] persoon |
| shikkaku-失格 | ongeschiktheid; niet gekwalificeerd zijn |
| shikkei-失敬 | (eerder dan anderen) weggaan |
| shikyū-四球 | (honkbal) vrije loop naar eerste honk |
| shima-縞 | een in stof geweven patroon van strepen (in twee of meer kleuren) |
| shimau-仕舞う | (voorafgegaan door een werkwoord in de te-vorm) (iets) afronden [helemaal afmaken] (vaak met de connotatie dat het helaas niet meer |
| shinadareru-撓垂れる | (neer)hangen; afhangen; bungelen |
| shincha-新茶 | nieuwe, vers geplukte thee; eerste thee van het seizoen |
| shindeshi-新弟子 | nieuwe leerling [student] |
| shingaku-心学 | moraalfilosofie, die het confucianisme, boeddhisme en shintoïsme combineerde, gesticht door Ishida Baigan (1685-1744) |
| shingaku-神学 | (studie) theologie; godgeleerdheid |
| shingō-信号 | verkeerslicht; stoplicht; sein |
| shingōmachi-信号待ち | het wachten [wachtend verkeer] voor het stoplicht |
| shinia-シニア | oudere leerling [student] |
| shinibana-死に花 | postume eer; eer [erkenning] op het einde van het leven |
| shinihaji-死に恥 | een oneervolle [schandelijke] dood |
| shinji-新字 | kanji die voor het eerst in lesboeken worden gegeven |
| shinjikēto・rōn-シンジケート・ローン | gesyndiceerde lening; syndicaatlening |
| shinjitsu-信実 | eerlijkheid; oprechtheid; (te) goeder trouw |
| shinjū-心中 | de zelfmoord van twee of meer familieleden |
| shinju-真儒 | een goede [ware] geleerde; een echte confucianist |
| shinkaron-進化論 | evolutietheorie; evolutieleer |
| shinkisannyū-新規参入 | nieuwe (markt)toetreding; voor het eerst toetreden tot (de markt of een beroep) |
| shinmai-新米 | nieuwe rijst, de eerste rijst(oogst) van het jaar |
| shinmiri-しんみり | somber; troosteloos; gedeprimeerd |
| shinohai-死の灰 | (dodelijke) radioactieve neerslag; fall-out |
| shinpa-新派 | nieuwe school [leer; stroming] |
| shinpon-新本 | nieuw [pas gekocht; net gepubliceerd] boek |
| shinrai-新来 | iets nieuws; iets dat zojuist aangekomen [net gearriveerd] is |
| shinrinkankyōzeigaku-森林環境税額 | bos-milieubelasting; milieubelasting voor bosbeheer |
| shinryō-新涼 | de nieuwe (eerste) koelte van het begin van de herfst |
| shinsei-親政 | persoonlijke regering [heerschappij; bestuur] van een keizer of koning |
| shinsen-新選 | (op)nieuw samengesteld [geselecteerd; bewerkt] zijn |
| shinshi-真摯 | eerlijk [oprecht; doelbewust; vastberaden; serieus] zijn |
| shinshin-真心 | oprechtheid; eerlijkheid |
| shinsho-新書 | nieuw (gepubliceerd) boek |
| shinshutsu-侵出 | binnendringen (in een ander land of invloedssfeer); grensoverschreiding |
| shinshutsu-新出 | het voor het eerst voorkomen [verschijnen] (b.v. van een woord of kanji in een studieboek) |
| shinsotsu-新卒 | een pas [recent] afgestudeerd iemand; iemand die net zijn (school, universiteit, etc.) opleiding heeft voltooid |
| shintakkusu-シンタックス | syntaxis; zinsleer; zinsbouw |
| shioji-潮路 | zeeroute |
| shiokara-塩辛 | een pasta van gedroogde en gefermenteerde vis (inktvis, schaaldieren, visingewanden, etc.) |
| shioreru-萎れる | depressief [somber; neerslachtig] zijn |
| shippe-竹篦 | (boeddh.) een bamboestok, gebruikt door Zenmeesters om leerlingen met een tik wakker te houden bij de meditatie |
| shippei-竹篦 | (boeddh.) een bamboestok, gebruikt door Zenmeesters om leerlingen met een tik wakker te houden bij de meditatie |
| shirabasu-シラバス | syllabus; leerplan |
| shirakeru-白ける | bedorven [verpest] worden (sfeer); verveeld raken; saai worden; lusteloos worden |
| shirimochi-尻餅 | (Edo-periode) mochi die werd gegeten wanneer een peuter al voor de eerste verjaardag zijn eerste stapjes had leren zetten |
| shirokuma-白熊 | ijsbeer; poolbeer (Ursus maritimus) |
| shirozumi-白炭 | witte steenkool (gefabriceerd door het drogen van gehakt hout boven een vuur, zonder carboniseren) |
| shisan-試算 | proefberekening; voorlopige [eerste] berekening |
| shiseki-咫尺 | zeer korte afstand |
| shishi-師資 | meester en leerling; leraar en student; de relatie tussen meester en leerling |
| shishō-私娼 | niet erkende [niet geregistreerde; illegale] prostitutie [prostituee] |
| shisō-師僧 | een leidende [de leer onderwijzende] boeddhistische monnik |
| shisō-詩宗 | een gerenommeerd dichter |
| shīsō・gēmu-シーソー・ゲーム | een heen-en-weer gaande strijd; getouwtrek om de overwinning; strijd waarbij dan weer de ene partij de overhand heeft, dan weer de andere |
| shissei-執政 | beheerder; bestuurder; regent; consul |
| shissei-失政 | verkeerd beleid; slecht bestuur; wanbestuur; wanbeheer |
| shitame-下目 | neerwaartse blik |
| shitame-下目 | het op iemand neerkijken; verachting |
| shitami-下見 | een eerste inspectie [onderzoek]; vooronderzoek |
| shitamuki-下向き | neerwaartse tendens |
| shitayaku-下訳 | ruwe [eerste] vertaling |
| shitei-師弟 | meester en leerling; leraar en student |
| shiteimeigara-指定銘柄 | aangewezen [gespecificeerd] aandeel |
| shiteitoshi-指定都市 | decretaal gedesigneerde stad (met meer dan 500.000 inwoners, en met fiscale en bestuurlijke bevoegdheden, die gelijk zijn aan die van prefecturen) |
| shittsui-失墜 | verlies; neergang; val; het verliezen [verbeuren; verspelen] |
| shiuchi-仕打ち | uitvoering; acteerkunst |
| shiwa-史話 | verhaal gebaseerd op een historische gebeurtenis |
| shiyōshisan-使用資産 | geïnvesteerd vermogen |
| shī・ai-シー・アイ | geconvergeerde infrastructuur (Converged Infrastructure) |
| shī・dī・āru-シー・ディー・アール | CD-R, compact disc recordable (kan slechts één keer worden beschreven, daarna meerdere keren worden gelezen) |
| shī・emu-シー・エム | (customer management) klantenbeheer; relatiebeheer |
| shī・jī-シー・ジー | computer-gegenereerde beelden |
| shī・tī・shī-シー・ティー・シー | (centralized traffic control) centrale verkeersleiding |
| shī・yū・ai-シー・ユー・アイ | (character user interface) gebruikersinterface die gebruik maakt van tekst om opdrachten en informatie weer te geven bij computerbewerkingen |
| shō-頌 | stijlvorm (soms ook in dichtvorm) in kanbun ter verheerlijking [lofprijzing] van keizers en edelen |
| shōaku-掌握 | grip; controle; beheersing; begrip |
| shōbainin-商売人 | animeermeisje; geisha |
| shobō-書房 | studeerkamer |
| shōbō-正法 | de ware leer van Boeddha |
| shōbō-正法 | de Periode van de Ware Leer van Boeddha (de periode van vijfhonderd of duizend jaar na de dood van Sakyamuni) |
| shōbō-消防 | brandweer; afkorting voor brandweerman [brandweervrouw] of brandweerwagen |
| shōbōdan-消防団 | brandweerbrigade |
| shōbōenshū-消防演習 | brandoefening; brandweeroefening |
| shōbōi-消防衣 | brandweertenue; brandweerpak |
| shōbōjōrei-消防条例 | brandweervoorschrift |
| shobokureru-しょぼくれる | de moed verliezen [opgeven]; terneergeslagen zijn; er neerslachtig uitzien |
| shōbōsha-消防車 | brandweerauto; brandweerwagen |
| shōbōsharyō-消防車両 | brandweerauto; brandweerwagen |
| shōbōshi-消防士 | brandweerman; brandweervrouw |
| shōbōsho-消防署 | brandweerkazerne |
| shōbōshoin-消防署員 | brandweerman; brandweervrouw |
| shōbōtei-消防艇 | brandweerboot |
| shōchikubai-松竹梅 | (metafoor voor rangschikking van niveaus) hoogste [eerste] rang (松), middelste [tweede] rang (竹), en laagste [derde] rang (梅) |
| shochō-初潮 | de eerste menstruatie |
| shochō-署長 | hoofd [leider; chef, e.d.] (van een politiebureau, brandweer, belastingdienst, e.d.) |
| shodachi-初太刀 | de eerste zwaardslag; de eerste slag met een zwaard |
| shodai-初代 | de eerste generatie |
| shōdai-昭代 | roemrijke heerschappij; glorieus tijdperk; vreedzame en welvarende periode |
| shodan-初段 | de eerste rang [graad]; de eerste dan (judo, karate, etc.) |
| shodō-初動 | de eerste schok (van een aardbeving) |
| shodōsōsa-初動捜査 | het eerste onderzoek; initieel onderzoek (door de politie); vooronderzoek |
| shoen-初演 | de eerste uitvoering; het eerste optreden; première |
| shōgaikyōiku-生涯教育 | permanente educatie; levenslange leergang |
| shogaku-初学 | de eerste keer studeren; de eerste studie |
| shogaku-初学 | iemand die voor het eerst studeert; iemand die begint met leren |
| shogakusei-初学者 | beginneling; nieuweling; eerstejaars student |
| shōgakutōshika-少額投資家 | kleine investeerder |
| shōgun-将軍 | shogun; groot opperbevelhebber; legerleider; generaal; veldheer (met tijdelijk mandaat van de keizer) |
| shōgyō-商業 | handel; zaken; handelsverkeer |
| shohan-初版 | de eerste druk [uitgave] (van een boek) |
| shohan-初犯 | de eerste overtreding [misdaad]; het eerste vergrijp |
| shohi-諸費 | diverse [niet-gespecificeerde] uitgaven |
| shoho-初歩 | de basis; de grondbeginselen; het beginstadium; de eerste stappen; het ABC (van) |
| shohō-書法 | compositieleer van het schrijven; schrijfstijl |
| shoin-書院 | studiezaal; studeerkamer; leeszaal |
| shōjiki-正直 | eerlijkheid; oprechtheid |
| shojo-処女 | Iets dat nieuw [vers] is; iets dat de eerste keer is |
| shojoenzetsu-処女演説 | maidenspeech (eerste redevoering als volksvertegenwoordiger) |
| shojoshuppan-処女出版 | iemands eerste publicatie; debuutwerk |
| shojun-初旬 | de eerste tien dagen van de maand |
| shōjutsu-詳述 | gedetailleerde beschrijving |
| shokai-初会 | eerste ontmoeting; het voor de eerste keer bijeenkomen |
| shokai-初回 | de eerste keer; de eerste poging; eerste inning |
| shōkai-詳解 | gedetailleerde uitleg; uitvoerige toelichting |
| shōkaisha-紹介者 | een persoon die iemand [iets] introduceert |
| shokan-初刊 | eerste editie [druk; oplage] |
| shokan-初巻 | eerste (boek)deel van een serie; deel één; eerste hoofdstuk (van een boek) |
| shōkaryōku-消化力 | verteerbaarheid |
| shōkaseikaiyō-消化性潰瘍 | maagzweer; ulcus pepticum |
| shokei-初経 | menarche; eerste menstruatie |
| shoken-初見 | iets voor het eerst [de eerste keer] zien |
| shoken-初見 | muziek (voor het eerst) spelen direct van bladmuziek |
| shoken-書剣 | pen (lett.: boek) en zwaard (voorwerpen die geleerden en schrijvers vroeger altijd bij zich hadden) |
| shoki-初期 | de beginfase; het beginstadium; de eerste periode |
| shokibidō-初期微動 | (aardbeving) eerste [inleidende; aanvangs-] trillingen |
| shokishōjō-初期症状 | het eerste symptoom |
| shokkingu-ショッキング | schokkend; stuitend; weerzinwekkend; vreselijk |
| shokō-初校 | de eerste drukproef; de eerste drukproeflezing |
| shōkō-昇降 | het omhoog [op] en omlaag [neer] gaan; stijgen en dalen |
| shokō-諸侯 | leenheer (Edo periode) |
| shokō-諸公 | (term voor het respectvol aanspreken van een aantal mensen) dames en heren; hooggeëerd publiek |
| shokon-初婚 | het eerste huwelijk |
| shokunōkyū-職能給 | salaris [loon] dat is gebaseerd op de functiebeoordeling [functiewaardering; werk evaluatie]] |
| shokyū-初球 | (honkbal) de eerste worp van de pitcher |
| shōmitsu-詳密 | gedetailleerd zijn; details |
| shōmon-蕉門 | leerlingen [volgelingen] van Matsuo Bashō (1644 - 1694), een dichter uit de Edo-periode) |
| shōmyō-小名 | (Kamakura- en Muromachi-periodes) een feodale leenheer (daimyo) van lagere rang |
| shōmyō-小名 | (Edo-periode) een feodale heer met een relatief klein grondgebied |
| shonbori-しょんぼり | moedeloosheid; neerslachtigheid |
| shonen-初年 | het eerste jaar; de eerste jaren; de beginjaren |
| shōnen-正念 | de zuivere boeddhistische leer (volgen) |
| shōnenba-正念場 | het moment van de waarheid; een keerpunt (in het leven); alles-of-niets [erop-of-eronder] situatie |
| shonenhei-初年兵 | een nieuwe rekruut; soldaat in zijn eerste jaar in militaire dienst |
| shonichi-初日 | de eerste dag; openingsdag; de première (van een voorstelling) |
| shonin-初任 | eerste benoeming [functie]; het voor het eerst in dienst zijn |
| shonyū-初乳 | colostrum; biest; voormelk (de eerste melk na een bevalling) |
| shoppana-初っ端 | het begin; de (aller)eerste |
| shōroku-詳録 | gedetailleerd verslag; uitgebreide documentatie [informatie] |
| shōron-詳論 | gedetailleerde uitleg [bespreking] |
| shosai-書斎 | studeerkamer, annex privé bibliotheek |
| shosaku-初作 | het eerste geproduceerde item [product] |
| shosaku-初作 | het eerste werk van een kunstenaar [schrijver] |
| shosanpu-初産婦 | primipara; vrouw die voor het eerst een kind heeft gebaard; vrouw die in verwachting is van haar eerste kind |
| shosei-書生 | student; geleerde |
| shosen-初戦 | de eerste wedstrijd; het eerste treffen; de eerste slag [strijd] |
| shōsen-省線 | nationale spoorweg (onder het beheer van het spoorweg ministerie van 1920 tot 1943) |
| shōsenkyokuhireidaihyōheiritsusei-小選挙区比例代表並立制 | kiesstelsel bestaande uit kiesdistricten met één zetel en proportioneel vertegenwoordigde kiesdistricten met meerdere zetels |
| shōsetsu-詳説 | gedetailleerde uitleg; nadere [uitgebreide] verklaring |
| shōshaku-照尺 | het vizier (van een geweer) |
| shōshi-小子 | aanspreektitel van een leraar voor zijn leerling |
| shoshin-初審 | het eerste proces; de eerste hoorzitting |
| shoshin-初診 | het eerste medisch onderzoek |
| shoshinryō-初診料 | de vergoeding voor het eerste consult (van een patiënt) |
| shosho-処暑 | de periode (rond 23 augustus) wanneer de zonnestand op 150 lengtegraad is en de zomerhitte afneemt (1 van de 24 graadverdelingen van de zonnekalender) |
| shoshun-初春 | het begin [de eerste maand] van het jaar; Nieuwjaar |
| shoshutsu-初出 | eerste verschijning; eerste optreden |
| shōsō-聖僧 | een (boeddhistische) priester met een hoog niveau van geleerdheid en wijsheid |
| shōsokutsū-消息通 | een kenner; insider; goed geïnformeerd persoon; |
| shōsuru-頌する | prijzen; loven; bezingen; verheerlijken |
| shōsūshihai-少数支配 | minderheidsheerschappij; minderheidsbewind |
| shotaiken-初体験 | de eerste ervaring [belevenis]; de eerste keer dat men iets doet |
| shotaiken-初体験 | de eerste seksuele ervaring |
| shotaimen- 初対面 | de eerste ontmoeting (met iemand) |
| shote-初手 | het begin; de start; de eerste zet (bij schaken, go, etc.) |
| shōtoku-頌徳 | lofprijzing; verheerlijking |
| shotokuwari-所得割 | inkomensafhankelijke [inkomensgerelateerde] (belasting)heffing |
| shotto-ショット | schot (uit een geweer) |
| shottsuru-塩汁 | een saus gemaakt van gezouten en gefermenteerde vis (een specialiteit van Akita) |
| shoya-初夜 | de eerste nacht; bruidsnacht; de eerste (nacht)wacht |
| shōyō-称揚 | bewondering; lof; eerbetoon; compliment; applaus |
| shōzen-悄然 | neerslachtigheid; moedeloosheid |
| shūchūkōgeki-集中攻撃 | (lett. en fig.) gerichte [geconcentreerde] aanval; spervuur |
| shudai-首題 | titel [eerste zin} van een (Boeddhistische) soetra |
| shūgi-衆議 | publieke discussie; volksraadpleging; meerderheidsbesluit |
| shuheki-酒癖 | gewoontes [gedrag] wanneer men dronken is |
| shui-首位 | eerste plek; koppositie; leidende positie |
| shuin-主因 | hoofdoorzaak; belangrijkste factor; drijfveer |
| shuji-主事 | (zenboeddhisme) opzichter; secretaris; kok; beheerder (voor 1 jaar) |
| shujin-主人 | gastheer; echtgenoot, man; de heer des huizes |
| shūjin-囚人 | gevangene; gedetineerde (door de strafrecht herziening van 1995 formeel niet langer in gebruik) |
| shujinkō-主人公 | (erenaam) echtgenoot; familiehoofd; heer des huizes |
| shukaku-主客 | de gastheer en zijn gast(en) |
| shukaku-主格 | het nominatief; de eerste naamval |
| shuki-酒器 | sake-serveerset (fles of kannetje + kopjes) |
| shukushu-宿主 | (biologie) gastheer (van parasieten, e.a.) |
| shumei-主命 | bevel van de heerser [meester] |
| shūmei-襲名 | (bij een opvolging) de naam aannemen van een leermeester [ouder] |
| shuninsei-主任制 | een systeem waarbij leerkrachten bepaalde administratieve taken krijgen toegewezen |
| shuninseido-主任制度 | een systeem waarbij leerkrachten bepaalde administratieve taken krijgen toegewezen |
| shuninteate-主任手当て | toelage [financiële vergoeding] voor leerkrachten met aanvullende administratieve taken |
| shunpō-皴法 | in oosterse schilderijen een techniek waarbij extra inkt wordt toegevoegd om de oneffenheden van bergen, rotsen, e.d. realistischer weer te geven |
| shunrai-春雷 | lente onweer; onweer in de lente |
| shunto-しゅんと | depressief; neerslachtig; terneergeslagen; somber |
| shun'in-春陰 | bewolkt lenteweer |
| shuppinbutsu-出品物 | een geëxposeerd stuk [werk]; een expositiestuk |
| shūrei-秋冷 | herfstkou; koel [kil] herfstweer; de koelte van de herfst |
| shūron-修論 | (master) afstudeerscriptie |
| shuryū-主流 | (fig.) hoofdstroom; heersende stroming; voornaamste trend [richting] (in kunst, cultuur, e.d.) |
| shūsai-秀才 | (de meest) getalenteerde [briljante] persoon [student] |
| shūshironbun-修士論文 | (master) afstudeerscriptie |
| shushō-首相 | premier; minister-president; eerste minister |
| shussha-出車 | een auto uit een parkeerplaats [garage] rijden (na betaling) |
| shusshikin-出資金 | geldinvestering; geïnvesteerd geld |
| shusshin-出身 | afgestudeerd zijn |
| shusshinsha-出身者 | afgestudeerde; alumnus; vroegere inwoner |
| shutara-修多羅 | (boeddh.) annotatie waarin de leer wordt uitgelegd |
| shutchōkyōju-出張教授 | het lesgeven bij een leerling thuis |
| shutchōkyōju-出張教授 | docent die les geeft bij een leerling thuis |
| shūto-シュート | het schieten (van een geweer, een bal, een foto, etc.); schroefbal (bij honkbal); jachtpartij; schietoefening |
| shutsurui-出塁 | (honkbal) het eerste honk bereiken na een honkslag |
| shūwaisuru-収賄する | smeerdgeld aannemen; zich laten omkopen |
| so-ソ | so (5e noot in de notenleer) |
| sobayōnin-側用人 | opperkamerheer van een shogun of daimyo |
| sochikochi-其方此方 | ongeveer |
| sōdai-総代 | vertegenwoordiger; afgevaardigde; gedelegeerde; plaatsvervanger |
| sofutonomikkusu-ソフトノミックス | economische beleid dat meer gericht is op informatie en de software industrie |
| sofuto・baiku-ソフト・バイク | lichte motorfiets; bromscooter (gemotoriseerde tweewieler met een cilinderinhoud van 50 cc of minder) |
| sogekijū-狙撃銃 | scherpschuttersgeweer; precisiegeweer |
| sōgōgakka-総合学科 | een extra keuzevak dat op middelbare scholen wordt aangeboden naast de algemene en gespecialiseerde vakken |
| sohikihanzai-組織犯罪 | georganiseerde misdaad |
| sōjō-相乗 | meerdere elementen versterken elkaars werking |
| sokkōjo-測候所 | weerstation; meteorologisch station |
| sokkyō-即興 | geïmproviseerd zijn; improvisatie |
| sōkō-草稿 | een eerste [ruwe; voorlopige] versie; kladversie (van een document, manuscript, etc.) |
| sokusu-即す | zich conformeren met; zich aanpassen aan; zich schikken naar; gebaseerd zijn op |
| sokusuru-即する | zich conformeren met; zich aanpassen aan; zich schikken naar; gebaseerd zijn op |
| somo-抑 | voor het eerst; de eerste keer |
| somosomo-抑 | ten eerste; om te beginnen |
| sonokurai-其の位 | (ongeveer) zoveel; in die mate; een dergelijke hoeveelheid |
| sonotsudo-その都度 | bij elke gelegenheid; telkens weer; elke keer |
| sonzairon-存在論 | ontologie; zijnsleer |
| sōon-宋音 | Song-lezing (de Japanse uitspraak van Chinese karakters uit de Song dynastie; vooral van woorden gerelateerd aan het Zen Boeddhisme) |
| soraai-空合い | het weer; atmosferische conditie |
| sorame-空目 | hallucinatie; verkeerd zien; iemand aanzien voor iemand anders |
| soramimi-空耳 | verkeerd horen; niet goed verstaan |
| soramoyō-空模様 | hoe de lucht eruit ziet; het weer |
| sorarizēshon-ソラリゼーション | solarisatie (fotografische inversie, waarbij zwart-wit in fotografisch werk wordt omgekeerd door tijdens het ontwikkelen enigszins te overbelichten) |
| soredake-其れだけ | des te meer [minder]; zoveel als; in verhouding |
| soredake-其れだけ | dat is alles; alleen dat; niet meer dan dat |
| soregashikaregashi-某彼某 | (meneer; mevrouw) zus-en-zo |
| sōri-総理 | het beheer [de coördinatie] van administratieve taken |
| sōri-総理 | (afk. voor) minister-president; premier; eerste minister |
| sōrifu-総理府 | kabinet van een premier of eerste minister |
| sorufēju-ソルフェージュ | solfège; notenleer |
| sōseisuru-創製する | uitvinden; scheppen; creëren |
| soseki-礎石 | hoeksteen; eerste steen; basis |
| sōsha-掃射 | beschieting; geweervuur; spervuur; mitraillade |
| sōsharu・danpingu-ソーシャル・ダンピング | lagere productiekosten door het werken met zeer goedkope arbeidskrachten |
| sōsharu・enjiniaringu-ソーシャル・エンジニアリング | social engineering (het met technische middelen misbruik maken van menselijke zwakheden door criminelen) |
| soshikigaku-組織学 | histologie; weefselleer |
| soshikirōdōsha-組織労働者 | arbeiders georganiseerd in een vakbond |
| soshikiteki-組織的 | systematisch; stelselmatig; georganiseerd; organisatorisch |
| sōshu-宗主 | opperleenheer; opperheer; suzerein |
| sōshutsu-創出 | creatie; het creëren van iets nieuws |
| sotchoku-率直 | eerlijkheid; oprechtheid |
| sōto-ソート | sorteeralgoritme |
| sotō-粗糖 | ruwe [niet geraffineerde] suiker |
| sōtō-総統 | alleen-heerser; opperbevelhebber; (machtige) president |
| sōtōshū-曹洞宗 | Sōtō Zen (een stroming binnen het Japanse Zen-Boeddhisme, ooit vanuit China geïntroduceerd door de monnik Dōgen) |
| sotsugyōronbun-卒業論文 | eindscriptie; afstudeerscriptie |
| sotsugyōsei-卒業生 | afgestudeerde |
| sotsugyōseisaku-卒業制作 | afstudeerwerkstuk (gedaan op een Kunstacademie in plaats van een scriptie) |
| sotsugyōshiki-卒業式 | diploma uitreiking; afstudeerceremonie |
| sōyū-曾遊 | eerder bezoek |
| sōzarai-総浚い | repeteren [herhalen; opnieuw bestuderen] (hetgeen men geleerd heeft) |
| sozō-塑造 | modellering; boetseerkunst; afgietsel (een beeld (maken) van klei of brons, etc) |
| sozōdai-塑造台 | modelschijf; modelleer standaard |
| sōzōsuru-創造する | creëren; scheppen |
| suberidome-滑り止め | tweede keuze school [universiteit e.d.] (als men is gezakt voor het toelatingsexamen van de eerste keuze) |
| sudeni-既に | voorheen; eerder |
| sueki-須恵器 | Sue aardewerk, Japans blauwgrijs aardewerk (geproduceerd vanaf het late Kofun-tijdperk tot de Heian-periode) |
| sugina-杉菜 | (paardenstaart) Heermoes (een plant, Equisetum arvense) |
| sugiru-過ぎる | overschrijden; meer [teveel] zijn dan; te ver gaan |
| sugosugo-すごすご | teneergeslagen; teleurgesteld; gedesillusioneerd; moedeloos |
| suibō-衰亡 | verval; neergang; ondergang |
| suimetsu-衰滅 | verval; neergang, ondergang |
| sūji-数次 | aantal keren; meerdere malen |
| suji-筋 | een gerelateerde kwestie [zaak] |
| sujigumo-筋雲 | cirrus; vederwolk; windveer |
| sujihiki-筋引 | keukenmes; fileermes; uitbeenmes |
| sukaipākingu-スカイパーキング | (Eng.: sky parking) parkeergarage met meerdere verdiepingen |
| sukimasangyō-隙間産業 | niche-industrie; niche-branche (van een klein gespecialiseerd segment van de handelsmarkt) |
| sukin-スキン | huid; leer |
| sukūru・zōn-スクール・ゾーン | gebied rond een school met een snelheidsbeperking voor verkeer |
| sukuryūbōru-スクリューボール | (werptechniek bij honkbal) een bal geworpen met omgekeerde curve |
| sumaki-簀巻き | een hek in het ondiepe water van een meer of rivier om vis te vangen |
| sunameno-砂目の | gestippeld; gepointilleerd |
| sunawachi-即ち | precies; niets anders dan; niet meer en niet minder |
| sunekajiri-脛齧り | klaploper; iemand die profiteert van een ander |
| sunzenshakuma-寸善尺魔 | Er is meer kwaad dan goed in deze wereld. (lett. een sun (ca. 3 cm) goed en een shaku (ca. 30 cm) kwaad) |
| sun'in-寸陰 | een zeer korte tijd; moment |
| supea-スペア | (bowlen) spare (het omvergooien van alle kegels met de eerste twee worpen) |
| superingu-スペリング | spelling; spellingwijze; spellingleer; orthografie |
| supēsushatoru-スペース・シャトル | spaceshuttle; ruimteveer |
| supēsu・shatoru-スペース・シャトル | ruimteveer; spaceshuttle |
| supirittsu-スピリッツ | sterkedrank (gedistilleerde drank) |
| suponsā-スポンサー | investeerder; financier |
| supureddo-スプレッド | smeersel (op brood, e.d.) |
| supuringu-スプリング | springveer |
| supuritto-スプリット | (bowlen) een eerste worp waarna twee groepjes kegels blijven staan |
| surikku-スリック | (profielloze) droogweerband (autoracen) |
| surikkutaiya-スリックタイヤ | (profielloze) droogweerband (autoracen) |
| surī・futto・rain-スリー・フット・ライン | (honkbal) drie-voet-lijn, de lijn die het slagveld verbindt met het eerste honk |
| sutaru-廃る | beschadigd worden (eer, reputatie, e.d.) |
| suterusugijutsu-ステルス技術 | stealth-technologie (om een vliegtuig of een voertuig minder makkelijk detecteerbaar te maken) |
| sutēshon-ステーション | politiebureau; brandweerkazerne; centrale; basis (b.v. marine) |
| sutēto・amachua-ステート・アマチュア | door de overheid gesubsidieerde amateursporter |
| sutoppuraito-ストップライト | stoplicht; verkeerslicht |
| sutorakuchādo・puroguramingu-ストラクチャード・プログラミング | gestructureerd programmeren |
| sutorēto-ストレート | rechtdoorzee; eerlijk; correct; fatsoenlijk |
| sutorēto-ストレート | in één keer; winnen zonder verliespunt |
| suwaru-座る | vast [stil; gefixeerd] zijn [zitten] |
| suwaru-据わる | vast [stlstaand; gefixeerd] zijn |
| suzumeodori-雀踊り | musjesdans, waarbij de bewegingen van mussen door de dansers worden geïmiteerd (traditionele dans uit de 19de eeuw, wordt nog opgevoerd op festivals) |
| tabi-度 | (aantal) keer; maal |
| tabi-度 | wanneer; elke keer; telkens |
| tabikasanaru-度重なる | zich meerdere keren herhalen; frequent zijn |
| tabitabi-度度 | vaak; telkens weer; herhaaldelijk; iedere keer |
| taburetto-タブレット | plaquette; (gegraveerde) plaat |
| tachi-達 | achtervoegsel dat meervoud aangeeft |
| tachiita-裁ち板 | kleermakers (knip)tafel |
| tachimukau-立ち向かう | tegenover iemand staan; tegenstand [weerstand] bieden |
| tachinaoru-立ち直る | zich herstellen; zit vermannen; terugveren; er weer bovenop komen |
| tachisabaki-太刀捌き | (de wijze van) het hanteren van een zwaard; hoe iemand zijn zwaard hanteert; schermkunst |
| tadai-多大 | groot in aantal [talrijk; enorm; zeer omvangrijk] zijn |
| tadaima-ただいま | hallo, daar ben ik weer; ik ben thuis (gezegd door degene die thuis komt tegen degene die thuis is) |
| tadareru-爛れる | pijnlijk [ontstoken; geïnfecteerd; branderig] zijn |
| tadashii-正しい | eerlijk; oprecht |
| taeru-耐える | weerstaan; trotseren; doorstaan; weerstand bieden |
| tagi-多義 | een woord [uitdrukking] met meerdere betekenissen; polysemie; meerduidigheid |
| taigaijusei-体外受精 | in-vitrofertiliatie (IVF); reageerbuisbevruchting |
| taihaku-太白 | geraffineerde (witte) suiker |
| taihan-大半 | meerderheid; het grootste deel |
| taiin-退隠 | het neerleggen van een (overheids)ambt [officiële functie] |
| taiin-隊員 | korpslid (politie, brandweer, krijgsmacht., e.d.) |
| taika-大家 | meester; expert; eminent geleerde [vakman] |
| taiki-大気 | lucht; atmosfeer |
| taikomochi-太鼓持ち | iemand die (als beroep) zorgt voor een goede sfeer tussen gasten en geisha tijdens een feest; stemmingmaker; animator |
| taikyū-耐久 | weerstand; duurzaamheid; volharding |
| taimen-体面 | eer, reputatie; waardigheid; prestige |
| taimenkōtsū-対面交通 | met het gezicht naar [aan de kant van de weg van] tegemoetkomend verkeer lopen |
| tairageru-平らげる | onderdrukken; de kop indrukken; beteugelen; neerslaan; stuiten |
| taisei-大聖 | vooraanstande wijsgeer; verheven heilige (met een deugdzaam leven) |
| taisei-耐性 | resistentie (b.v. tegen antibiotica); weerstand; tolerantie |
| taisenshahō-対戦車砲 | antitankgeschut; antitankgeweer |
| taishakuten-帝釈天 | (boeddh.) een beschermgod, Sakra devānām Indra (Śakra, Heer van de Devas) |
| taishi-大志 | ambitie; eerzucht; streven |
| taisuiseibeniya-耐水性ベニヤ | (water -en weerbestendig) multiplex |
| taitei-大帝 | God; Heer in de Hemel; de Schepper |
| taizen-泰然 | kalmte; ingetogenheid; zelfbeheersing |
| tajūjinkaku-多重人格 | meervoudige [gespleten] persoonlijkheid |
| takaashi-高足 | serveertafeltje [eettafeltje] op poten |
| takaku-高く | zeer; uiterst; hoog; in hoge mate |
| takenokoseikatsu-筍生活 | het slechts in je levensonderhoud kunnen voorzien door steeds meer persoonlijke bezittingen te verkopen (gelijkend op het afpellen van een bamboescheu |
| takeochiba-竹落葉 | het (af)vallen van (oude) bamboebladeren (in de zomer wanneer er nieuwe jonge bladeren komen) |
| takeru-長ける | uitblinken; zeer goed [getalenteerd; bekwaam] zijn |
| takken-宅建 | erkend [bevoegd; gediplomeerd] makelaar in onroerend goed |
| takoashi-蛸足 | octopuspoot (een voorwerp met meerdere takken die op één plek ontspringen, b.v. in elektra) |
| takuchitatemonotorihikishi-宅地建物取引士 | erkend [bevoegd; gediplomeerd] makelaar in onroerend goed |
| takuchitatemonotorihikishuninsha-宅地建物取引主任者 | erkend [bevoegd; gediplomeerd] makelaar in onroerend goed |
| takuto-タクト | (Taktstock) dirigeerstok; baton |
| tamarikaneru-堪り兼ねる | onverdraaglijk zijn; (iets) niet langer kunnen verdragen; er niet meer tegen kunnen |
| tamokuteki-多目的 | multipurpose; voor meerdere doeleinden geschikt; multifunctioneel |
| tamurosuru-屯する | gestationeerd [gelegerd; ingekwartierd] zijn |
| tanbi-度 | (informele vorm van: tabi) keer; maal; telkens |
| tanda-単打 | (honkbal) (korte) honkslag (waarmee de slagman alleen het eerste honk bereikt) |
| tanda-短打 | (honkbal) (korte) honkslag (waarmee de slagman alleen het eerste honk bereikt) |
| tanenseishokubutsu-多年生植物 | vaste [meerjarige; overblijvende] plant; een plant met een groeiperiode van 3 jaar of langer |
| tanimachi-谷町 | (sumo) beschermheer; mecenas; geldschieter (van een worstelaar of stal) |
| tāningu・pointo-ターニング・ポイント | keerpunt; omslagpunt |
| taningyōgi-他人行儀 | het zich afstandelijk [gereserveerd; formeel] gedragen; gereserveerdheid; afstandelijkheid |
| tankashita-炭化した | gecarboniseerd; verkoold |
| tanko-淡湖 | zoetwatermeer |
| tankōbon-単行本 | een los boek (als zelfstandig werk gepubliceerd, in tegenstelling tot een boek dat deel uitmaakt van een serie) |
| tanpatsu-単発 | één schot per keer afvuren |
| tanpotsuki-担保付き | met (gegarandeerde) zekerheid |
| tanpozukeshasaishintakuhō-担保付社債信託法 | Wet op gegarandeerde bedrijfsobligaties |
| tanshin-丹心 | oprechtheid, eerlijkheid; trouw |
| tansuiko-淡水湖 | zoetwatermeer |
| tantakatan-鍛高譚 | een soort shōchū (Japanse gedistilleerde drank) gemaakt met perilla (shiso) bladeren |
| tanuki-狸 | (Japanse) wasbeer; wasbeerhond |
| tān'araundo・taimu-ターンアラウンド・タイム | doorlooptijd; omlooptijd; keertijd |
| taosu-倒す | omverwerpen; neerslaan |
| tareme-垂れ目 | ogen met neergaande [hangende] ooghoeken |
| tari-たり | (achtervoegsel) nu eens dit doen, dan weer dat doen |
| tāru-タール | teer |
| tasai-多彩 | veelzijdig [gevarieerd; divers] zijn |
| tashisentakushiki-多肢選択式 | multiple choice; meerkeuze |
| tashisentakushikimondai-多肢選択式問題 | meerkeuzevragen; multiplechoicevragen |
| tashisentakushikitesuto-多肢選択式テスト | multiplechoicetest; multiplechoicetoets; meerkeuzetoets |
| tasū-多数 | groot aantal; meerderheid |
| tasūha-多数派 | meerderheid; meerderheidsgroepering |
| tata-多多 | hoe meer hoe (beter) |
| tataeru-称える | loven; prijzen; verheerlijken; lofprijzen; bewonderen |
| tatai-多胎 | meerlingzwangerschap; meervoudige zwangerschap |
| tataiji-多胎児 | meerling |
| tatakinomesu-叩きのめす | neerslaan |
| tatsujin-達人 | expert; meester; deskundige; iemand die in een bepaalde vak, kunst of ambacht excelleert |
| tatsutaage-竜田揚げ | (met sojasaus en mirin) gemarineerde, in aardappelmeel gerolde, en daarna gefrituurde stukjes kip of vis |
| tau-多雨 | hevige [zware] regenval [neerslag] |
| teaka-手垢 | handsmeer; vuil op de handen |
| tebanare-手離れ | (van een kind) het niet meer constante zorg van de moeder nodig hebben |
| tebanare-手離れ | iets dat klaar is (waar niet meer aan gewerkt hoeft te worden) |
| tegaru-手軽 | eenvoud; ongecompliceerdheid |
| tegotae-手応え | weerstand; verzet; (tegen)reactie |
| tegusu-天蚕糸 | wilde zijde (van niet-gecultiveerde zijderupsen) |
| tei-弟 | (in kanji combinaties) jongere broer; leerling; discipel; (een bescheiden term voor) ik; mij |
| teichakueki-定着液 | een fixatief; fixeermiddel |
| teigakunen-低学年 | de onderbouw {eerste en tweede klassen] van de lagere school |
| teihon-底本 | manuscript; eerste (werk)versie van een geschrift |
| teiketsu-貞潔 | eerlijk en zuiver [rein] zijn |
| teikō-抵抗 | weerstand; tegenstand |
| teikōki-抵抗器 | (elektrische component) weerstand |
| teisei-帝政 | monarchistisch (keizer of koning) bewind [bestuur; heerschappij] |
| teisensuru-停戦する | stoppen met vechten [schieten]; de wapens neerleggen; de vijandelijkheden staken |
| teisetsu-定説 | algemeen geaccepteerde [gangbare] verklaring [uitleg; theorie] |
| teishu-亭主 | herbergier; eigenaar (van horeca); gastheer |
| tekikakutegata-適格手形 | een bankaccept (gekwalificeerd door de Bank van Japan) |
| tekisasu・hitto-テキサス・ヒット | (honkbal) een hoge bal die tussen een infielder en een outfielder neerkomt |
| tekisei-適正 | redelijk [passend; juist; eerlijk] zijn |
| tekisuto-テキスト | tekstboek; leerboek; schoolboek |
| tekitai-敵対 | vijandigheid; verzet; weerstand |
| tekiyaku-適訳 | een goede [juiste] vertaling; een juiste weergave |
| tekka-鉄火 | geweervuur |
| tekkō-手甲 | handbescherming (van leer of katoen) |
| tekunikaru・nokkuauto-テクニカル・ノックアウト | technische knockout (wanneer een scheidsrechter bepaalt dat één van de deelnemers aan een gevecht niet in staat is verder te gaan) |
| tekunoporisu-テクノポリス | technopolis (een technologisch geavanceerde stad) |
| temadoru-手間取る | meer tijd en moeite kosten dan verwacht |
| temaemiso-手前味噌 | zelfverheerlijking; zelfingenomenheid; opschepperij |
| temukau-手向かう | weerstand [tegenstand] bieden; de hand opheffen (tegen iemand) |
| ten-篆 | een (vereenvoudigde) schrijfwijze van Chinese karakters; een in een zegel ingegraveerd karakter |
| tenbaisuru-転売する | doorverkopen; opnieuw [weer] verkopen |
| tenjihin-展示品 | tentoongesteld [geëxposeerd] voorwerp [kunstwerk] |
| tenjiku-天竺 | (gekoppeld aan zelfstandig naamwoord met de betekenis:) ver weg; ingevoerd; geïmporteerd |
| tenjō-添乗 | jet vergezellen; begeleiden; meerijden |
| tenkai-転回 | ommekeer; wending; omkering (180°) |
| tenkaippin-天下一品 | uniek [bijzonder, weergaloos; ongeëvenaard] zijn |
| tenkanshasai-転換社債 | converteerbare obligatie (obligatie die kan worden omgezet in aandelen) |
| tenkanten-転換点 | keerpunt; omslagpunt |
| tenki-天気 | het weer (weersgesteldheid) |
| tenki-転機 | keerpunt |
| tenkiame-天気雨 | regen bij mooi weer; regen terwijl de zon schijnt |
| tenkiyohō-天気予報 | weerbericht; weersvoorspelling; weersverwachting |
| tenkizu-天気図 | weerkaart |
| tenkō-天候 | het weer; weersomstandigheden |
| tenkoku-篆刻 | ingegraveerd karakter op een zegel |
| tenma-天魔 | (boeddh.) een boze geest van de zesde hemel (het verlangen) die het pad tot het boeddhisme voor volgelingen blokkeert |
| tennōzan-天王山 | cruciaal moment; keerpunt |
| tenpyōbunka-天平文化 | de Tenpyō cultuur (van de regeerperiode van keizer Shoyu in Nara, 729 - 749) |
| tenraku-転落 | degradatie; neergang |
| tenshō-天象 | het weer |
| tensho-篆書 | een (vereenvoudigde) schrijfwijze van Chinese karakters; een in een zegel ingegraveerd karakter |
| tenshu-天主 | (Christendom) God; de Heer |
| tenshu-天主 | (Boeddhisme) de heer [heerser] over de hemelen [goden] |
| tentan-恬淡 | onverschilligheid; ongeïnteresseerdheid; onbekommerdheid |
| tentō-転倒 | omgekeerd [ondersteboven] liggen |
| tentōmushi-天道虫 | lieveheersbeestje |
| tenzen-恬然 | kalmte; sereniteit; bedaardheid; zelfbeheersing |
| teppō-鉄砲 | vuurwapen (pistool, geweer, kanon, e.d.) |
| tērā-テーラー | kleermaker |
| teri-照り | zonneschijn; mooi [zonnig] weer |
| teruterubōzu-照る照る坊主 | pop van wit papier of katoen, opgehangen aan de dakrand in de hoop om daardoor de volgende dag mooi weer te krijgen |
| tesha-手者 | een bekwaam [kundig; getalenteerd; rijk] persoon; meester |
| tetsujin-哲人 | wijze man; filosoof; wijsgeer |
| teuchi-手打ち | (Edo periode) dankbetuiging van een kabuki-acteur aan een beschermheer [patroon] |
| teuchi-手打ち | een samurai die eigenhandig iemand lager in rang executeerde |
| tīchingu・mashin-ティーチング・マシン | oorspronkelijk mechanische apparaat dat lesmateriaal presenteerde aan studenten (was de basis voor het latere computerondersteunend onderwijs) |
| tobae-鳥羽絵 | karikatuur (Japanse schilderstijl gebaseerd op werk van de schilder Toba Sōjō (12de eeuw)) |
| tobichi-飛び地 | afgelegen [geïsoleerd] gebied; enclave |
| tobiguchi-鳶口 | brandhaak (een metalen haak op een stok gebruikt door brandweerlieden) |
| tobihaneru-飛び跳ねる | op-en-neer springen |
| tobinomono-鳶の者 | (Edo-periode) arbeiders [bouwvakkers] (ook) werkzaam als brandweerman |
| tōchakuressha-到着列車 | aankomende [binnenkomende] trein; trein die arriveert [aankomt] |
| tōchi-統治 | heerschappij; bewind |
| tōfū-東風 | (volgens de leer van de vijf elementen) lentewind; voorjaarswind |
| tōgo-倒語 | (fonetisch) omgekeerd woord; een woord waarbij de volgorde van de lettergrepen van het oorspronkelijke woord is omgekeerd |
| tōgoron-統語論 | syntaxis; zinsleer; zinsbouw |
| tōgyo-統御 | machtspositie; heerschappij; controle; beheer |
| tōgyosuru-統御する | heersen; regeren; besturen; controle hebben (over) |
| toiuto-と言うと | als het gaat om; wanneer met spreekt van; als je het hebt over; als je ... zegt, bedoel je ... |
| tojibuta-綴じ蓋 | een kapotte deksel die is gerepareerd |
| tokai-渡海 | overtocht (via zeereis) |
| tokai-渡海 | (afk. van) beurtschip; veerboot (Edo-periode) |
| tokaibune-渡海船 | beurtschip; veerboot (Edo-periode) |
| tōkashihonriekiritsu-投下資本利益率 | rendement op geïnvesteerd kapitaal |
| toki-時 | tijd; tijdstip; wanneer; toen |
| tokkenteki-特権的 | bevoorrecht; gepriviligieerd |
| tokkyū-特級 | hoogwaaridig [eersteklas; van goede kwaliteit] zijn |
| tokobanare-床離れ | het weer beter [hersteld] zijn (van een ziekte) |
| tokoiri-床入り | de consummatie {eerste geslachtsdaad) van een huwelijk |
| tokubetsukaikei-特別会計 | speciale rekening (staat los van de algemene rekening en wordt beheerd door de nationale of lokale overheid in Japan) |
| tokuhon-読本 | leerboek; lesboek; tekstboek; boek voor beginners |
| tokuibi-特異日 | (meteorologie) singulariteit: een specifieke dag waarop een bepaald weertype zich met grote waarschijnlijkheid voordoet |
| tokusan-特産 | lokale specialiteit; lokaal product (dat m.n. in een bepaalde regio wordt geproduceerd) |
| tokusen-特選 | het maken van een speciale selectie; speciaal geselecteerde zaken [goederen] |
| tokusen-特選 | eervolle onderscheiding (door een jury tijdens een wedstrijd) |
| tokushukō-特殊鋼 | speciaal staal (gemaakt door extra elementen toe te voegen aan gewoon gelegeerd staal) |
| tomedate-止め立て | poging om iem. te weerhouden [tegenhouden; beletten; verhinderen] |
| tomedatesuru-止め立てする | stoppen; tegenhouden; weerhouden; beletten; verhinderen |
| tomegu-留め具 | sluiting; gesp; haak; knip; grendel; veerslot (van een deur) |
| tomozuna-纜 | tros; kabeltouw; meertros |
| ton-頓 | (boeddh.) in één keer de verlichting bereiken (zonder voorproces van studie en training) |
| tonaruto-となると | als [wanneer] het zover is; als het gebeurt dat; als blijkt dat; aangezien; gegeven de situatie |
| tonattewa-となっては | als [wanneer] het zover is; als het gebeurt dat; als blijkt dat; aangezien; gegeven de situatie |
| tonbogaeri-蜻蛉返り | het heen-en-weer reizen; direct terugreizen zonder overnachting |
| tono-殿 | heer; meester |
| tono-殿 | aanspreektitel voor iemands (leen)heer, meester of echtgenoot |
| tonosama-殿様 | (respectvolle aanspreektitel voor) heer; meester |
| tonza-頓挫 | gefrustreerd worden (van plannen) |
| tonzasuru-頓挫する | plotseling tot stilstand komen; gefrustreerd worden (van plannen); niet doorgaan |
| toori-通り | verkeer; komen en gaan |
| toppu-トップ | top; toppositie; topniveau; hoogste; beste; eerste |
| toraberingu-トラベリング | (bij basketbal) loopfout (het zetten van drie of meer stappen terwijl je de bal vasthoudt) |
| toranokuchi-虎の口 | (lett. mond van de tijger) een zeer gevaarlijke plek [plaats] of situatie |
| torawareru-捕らわれる | gevangen [opgepakt; gearresteerd] worden |
| toribashi-取り箸 | serveer eetstokjes |
| torichigaeru-取り違える | verwarren; door elkaar halen; verkeerd begrijpen |
| torichigaeru-取り違える | de verkeerde nemen [pakken[ |
| torihakarau-取り計らう | weloverwogen iets doen; eerst denken en dan doen |
| torikata-捕り方 | agent; diender; politieman (die iemand arresteert) |
| torikowasu-取り壊す | neerslaan; neerhalen; vernielen; afbreken; slopen |
| torimidasu-取り乱す | verward [geagiteerd; in de war] zijn |
| torite-捕り手 | diender; agent; politieman (die iemand arresteert) |
| toritsu-都立 | onder beheer van de hoofdstad Tokio; hoofdstedelijk |
| toritsuku-取り付く | bezeten [geobsedeerd] zijn; ten prooi vallen aan; het slachtoffer worden van (een ziekte, etc.) |
| tōrokushōhyō-登録商標 | geregistreerd handelsmerk |
| toronpu・ruiyu-トロンプ・ルイユ | trompe-l'œil (een schildertechniek, die zo natuurgetrouw is dat er een optische illusie wordt gecreëerd) |
| tōryō-統領 | leider; heerser |
| tōseikakaku-統制価格 | gereguleerde [gecontroleerde] prijs |
| tosen-渡船 | veerboot; veerpont |
| tōshika-投資家 | investeerder; geldschieter; belegger |
| toshikakkō-年格好 | schijnbare leeftijd; ongeveer zo oud |
| toshinokoro-年の頃 | geschatte leeftijd; ongeveer zo oud |
| tōshiunyō-投資運用 | vermogensbeheer |
| toshizuyo-年強 | geboren in de eerste helft van het jaar |
| totan-トタン | golfplaat (golvend gegalvaniseerd metaal) |
| totei-徒弟 | leerling |
| tōtekikyōgi-投擲競技 | een werpnummer (bij atletiek, nl. discus, hamer, kogel of speerwerpen) |
| totō-徒党 | samenzwering; samenzweerder |
| toyomosu-響もす | doen [laten] weerklinken [weergalmen; trillen; dreunen] |
| tozama-外様 | een daimyō (leenheer) die geen bloedverwant van de Tokugawa shogun was |
| tozamadaimyō-外様大名 | een daimyō (leenheer) die geen bloedverwant van de Tokugawa shogun was |
| tsu-つ | (herhaling bij parallelle acties; klassiek literair, in Modern Japans wordt tari gebruikt) en; heen en weer; over en weer; tegelijkertijd |
| tsūbō-痛棒 | stok gebruikt tijdens Zen meditatie training (om onoplettende leerlingen een tik te geven) |
| tsūbun-通分 | (wiskunde) de noemers van twee of meer breuken gelijk maken zonder hun waarden te veranderen; onder een noemer brengen |
| tsudo-都度 | elke [iedere] keer; telkens |
| tsugimono-継ぎ物 | reparatie; iets dat gerepareerd [in elkaar geflanst] is |
| tsūgyō-通暁 | een grondige kennis hebben (van); goed geïnformeerd zijn |
| tsūhō-通報 | melding; aangifte (b.v. bij de politie of brandweer) |
| tsuiraku-墜落 | val; tuimeling; neerstorting |
| tsuirakusuru-墜落する | vallen; tuimelen; neerstorten |
| tsuiren-対聯 | duilian (Chinese nieuwjaarsversiering, bestaande uit twee rode langwerpige stroken met kalligrafie die aan weerszijden van een deur worden gehangen) |
| tsuitachi-一日 | de eerste dag van de maand |
| tsūji-通事 | vertaler, tolk (meer specifiek voor het Nederlands in Nagasaki tijdens de Edo periode) |
| tsukaeru-支える | gehinderd worden; geblokkeerd worden; verstopt zijn |
| tsukaeru-支える | (knielend) je handen voor je op de grond leggen (als groet, of voor het betonen van eer of spijt) |
| tsukaite-使い手 | (schermen, speerwerpen, e.d.) meester |
| tsukamaru-捕まる | (op)gepakt [gearresteerd] worden |
| tsukamaru-掴まる | gepakt [gearresteerd; gevangen] worden |
| tsukareru-憑かれる | bezeten [geobsedeerd] zijn (door) |
| tsukatsuka-つかつか | (onomatopee) gedecideerd; zonder aarzeling |
| tsukemono-漬け物 | Japanse geconserveerde groenten |
| tsukikage-月影 | de weerspiegeling van het maanlicht |
| tsukimairi-月参り | een bezoek aan een heiligdom of tempel één keer per maand op een vaste dag |
| tsūkin-通勤 | het forenzen; pendelen (woon-werkverkeer) |
| tsukuridasu-作り出す | maken; produceren; creëren; ontwerpen; uitvinden |
| tsukushi-土筆 | een nieuwe scheut [loot] van de heermoes (Equisetum arvense) |
| tsuma-妻 | (arch.) één van twee dingen die sterk aan elkaar gerelateerd zijn (bv. een hert en hagi (Japanse struikklaver) zijn beiden symbool voor de herfst) |
| tsumabiraka-詳らか | gedetailleerd; duidelijk |
| tsumitsukuri-罪作り | handelingen die in strijd zijn met de boeddhistische leer (zoals het doden of verwonden van levende wezens) |
| tsunade-綱手 | een aanmeerlijn; een touw om boot af te meren |
| tsunagibune-繋ぎ船 | veerpont (tussen oevers op rivieren, meren e.d.) |
| tsunbosajiki-聾桟敷 | ongeïnformeerd zijn; ergens buiten gehouden worden |
| tsundoku-積ん読 | meer boeken kopen dan je leest; boeken kopen en ongelezen laten |
| tsureko-連れ子 | stiefkind; kind uit een eerder huwelijk |
| tsuridana-吊り棚 | een hangend schap [rek] (met één of meerdere planken) |
| tsutsumashii-慎ましい | bescheiden; gereserveerd; terughoudend |
| tsutsumashiyaka-慎ましやか | bescheiden; gereserveerd; terughoudend |
| tsutsuoto-筒音 | geluid van een geweerschot |
| tsuyubie-梅雨冷え | koud weer [koudegolf] tijdens het regenseizoen |
| tsuyuharai-露払い | openingsact; iemand die als eerste optreedt bij een evenement [voorstelling] |
| ubasuteyama-姥捨山 | een afdeling [functie] waar oudere mensen die niet meer van nut zijn, naar worden overgeplaatst |
| ubugoe-産声 | eerste geluid [kreet] van een pasgeboren baby |
| ubugoe-産声 | iets dat voor het eerst gedaan wordt (door een organisatie, systeem, e.d.) |
| ubuyu-産湯 | het eerste bad van een pasgeboren baby |
| uchiakebanashi-打ち明け話 | bekentenis; open en eerlijk verhaal [gesprek] |
| uchichigaeru-打ち違える | verkeerd doen; een fout maken; zich vergissen |
| uchideshi-内弟子 | bij een leermeester inwonende student (die huistaken verricht als betaling voor onderwijs) |
| uchikomu-打ち込む | slaan (een bal. etc.); iem. (neer)slaan |
| uchinomesu-打ちのめす | (iem.) neerslaan; tegen de grond slaan; in elkaar slaan |
| uchiotosu-打ち落とす | neerslaan; neerschieten; afschieten |
| uchishizumu-打ち沈む | gedeprimeerd [ontmoedigd; neerslachtig; terneergeslagen] zijn |
| uchitaosu-打ち倒す | neerslaan; tegen de grond slaan; omverwerpen |
| uchitokeru-打ち解ける | openhartig [eerlijk] zijn |
| uchiwa-内輪 | (voet met) naar binnen gekeerde tenen |
| uchūrenrakusen-宇宙連絡船 | spaceshuttle; ruimteveer |
| ue-上 | hoger; eerder; vorige |
| ueitoresu-ウエイトレス | serveerster |
| ueshita-上下 | op en neer; boven en onder |
| ui-初 | (in samenstellingen) begin; eerste |
| uigo-初子 | iemands eerste kind; eerstgeborene |
| uijin-初陣 | eerste gevecht [optreden]; eerste poging |
| uimago-初孫 | eerste kleinkind |
| uingu・karā-ウイング・カラー | vleugelkraag (stijve overhemdkraag waarvan de bovenhoeken naar beneden zijn gekeerd, voor formele gelegenheden) |
| uizan-初産 | voor de eerste keer een kind baren |
| uketorinin-受取人 | ontvanger; geadresseerde |
| ukewaza-受け技 | afweertechnieken |
| uma-馬 | een trap(leer) |
| umagaeshi-馬返し | het punt op een bergpas waar het te steil wordt, waardoor een paard niet meer verder kan en moet omkeren |
| umai-旨い | lekker; smakelijk; heerlijk |
| umami-旨み | goede [heerlijke; lekkere] smaak (van voedsel) |
| umō-羽毛 | veer (van een vogel) |
| unajū-鰻重 | gegrilde paling en rijst geserveerd in (op elkaar gestapelde) lakdozen |
| uneri-うねり | het golven; heen en weer bewegen; slingeren; omwentelen (ook figuurlijk) |
| unkyū-運休 | staking [onderbreking] (b.v. van treinverkeer, e.d.) |
| un'ei-運営 | beheer; bestuur; besturing; management |
| un'en-雲煙 | weergave van wolken en nevel in landschapsschilderkunst |
| un'yō-運用 | beheer |
| un'yōshūeki-運用収益 | rendement op [inkomsten uit] vermogensbeheer; investeringsrendement; investeringsopbrengst |
| uojōyu-魚醤油 | vissaus (gemaakt van gefermenteerde vis) |
| uōsaō-右往左往 | verward ronddwalen; alle kanten opgaan; dan weer hierheen dan weer daarheen |
| ura-裏 | de achterkant; onderkant; binnenkant; verkeerde kant |
| uragane-裏金 | smeergeld; steekpenning; omkoopsom |
| urahara-裏腹 | het tegendeel; tegen(over)gestelde; omgekeerde |
| uramichi-裏道 | zijweg; sluipweg (bij verkeersopstoppingen e.d.) |
| uramichi-裏道 | slechte [oneerlijke] handelswijze [methode; levenswijze] |
| uraraka-麗らか | een mooie [heldere; zonnige] dag; prachtig weer |
| urauchi-裏打ち | voering [kleding]; versteviging [versterking] via de achterzijde van papier, textiel, leer, e.d. |
| ureāze-ウレアーゼ | urease (ureum amidohydrolase, een enzym dat de hydrolyse van ureum naar koolstofdioxide en ammoniak katalyseert) |
| urouro-うろうろ | (geagiteerd) heen en weer [op en neer] lopen zonder te weten wat te doen; ijsberen |
| urouronamida-うろうろ涙 | geagiteerde tranen in de ogen hebben |
| urutoramontanizumu-ウルトラモンタニズム | ultramontanisme (leer binnen de katholieke kerk met nadruk op de autoriteit van de paus) |
| uryō-雨量 | hoeveelheid regen [neerslag] |
| usa-憂さ | somberheid; zwaarmoedigheid; droefgeestigheid; neerslachtigheid; melancholie; weemoed |
| ushirodate-後ろ盾 | ondersteuner; beschermheer; helper achter de schermen |
| ushirokizu-後ろ傷 | verwonding aan de rug opgelopen tijdens het vluchten (in het oude Japan een beschamend eerverlies) |
| utakaihajime-歌会始 | de eerste poëziebijeenkomst van het nieuwe jaar (in het Keizerlijk Paleis) |
| utata-転た | meer en meer; steeds meer; in toenemende mate |
| utau-謳う | lof zingen; prijzen; ophemelen; verheerlijken |
| uten-雨天 | regenachtig weer; regenachtige dag |
| utsuru-写る | gefotografeerd [afgebeeld; weerspiegeld; gereflecteerd] worden |
| utsuru-映る | zich weerspiegelen; gereflecteerd worden |
| utsuru-移る | aangestoken [geïnfecteerd] worden |
| utsusu-映す | weerspiegelen; reflecteren |
| uwakimono-浮気者 | overspelige persoon [man; vrouw]; bedrieger; schuinsmarcheerder |
| uwayaku-上役 | leidinggevende; chef; baas; meerdere |
| uyauyashii-恭しい | respectvol; eerbiedig |
| wagahai-我輩 | (mannelijk taalgebruik, eerste persoon enkelvoud, tegenwoordig met een nogal arrogante duiding) ik |
| wagahai-我輩 | (mannelijk taalgebruik, eerste persoon meervoud) wij |
| wairo-賄賂 | omkoping; omkoperij; smeergeld |
| wakadanna-若旦那 | jongeheer; jonge meester; jonge echtgenoot |
| wakagaeru-若返る | verjongen; jonger worden; weer jong worden |
| wakamizu-若水 | het eerste verse water op Nieuwjaarsdag |
| wakareme-分かれ目 | scheidslijn; tweesprong; splitsing; keerpunt |
| wakatono-若殿 | jonge heer; jonge meester |
| wakō-倭寇 | (hist.) Japanse zeerovers [piraten] (bij China en Korea, 13de tot eind 16de eeuw) |
| wappu-割賦 | het meermaals (In porties) toewijzen of verdelen |
| warebome-我褒め | zelfverheerlijking |
| waregachini-我勝ちに | het streven [dringen] om de eerste te zijn; ieder voor zich |
| waresakini-我先に | het streven [dringen] om de eerste te zijn; ieder voor zich |
| waribikitegata-割引手形 | een rekening met korting; een gereduceerde rekening |
| warudassha-悪達者 | iets dat zeer bekwaam is uitgevoerd, maar stijl of verfijning mist |
| warui-悪い | slecht; verkeerd; onjuist; fout; inferieur; zwak |
| waruimen-悪い面 | keerzijde; nadeel |
| warunasubi-悪茄子 | een meerjarige plant van de plantensoort aubergine |
| wasai-和裁 | Japanse kleermakerij; het maken van Japanse kleding [kimono] |
| waseieigo-和製英語 | Japans pseudo-Engels woord (een Japans woord samengesteld uit één of meerdere Engelse leenwoorden) |
| wataire-綿入れ | kledingstuk met katoenen vulling; gewatteerde kleding |
| watakushi-私 | (eerste persoon enkelvoud) ik; mij |
| watashi-渡し | oversteek (rivier); veerboot; (veer)pont |
| watashi-私 | (eerste persoon enkelvoud) ik; mij |
| watashiba-渡し場 | veerhaven; landingsplaats voor veerboten |
| watashibune-渡し船 | veerboot; (veer)pont |
| watashimori-渡し守 | veerman |
| wayō-和様 | (in de Kamukura-periode geïntroduceerde) Japanse bouwstijl (m.n. voor tempelarchitectuur) |
| wazatogamashii-態とがましい | onnatuurlijk; geforceerd; gekunsteld; kunstmatig; gemaakt |
| wazatorashii-態とらしい | onnatuurlijk; geforceerd; gekunsteld; kunstmatig; gemaakt |
| webumasutā-ウェブマスター | webmaster; webbeheerder |
| wezā-ウェザー | het weer |
| wezākokku-ウェザーコック | weerhaan |
| wōkingu・dikushonarī-ウォーキング・ディクショナリー | een wandelend woordenboek (iemand met een zeer grote woordenschat) |
| yabō-野望 | eerzucht; ambitie |
| yaburekabure-破れかぶれ | wanhoop; verlies aan zelfbeheersing |
| yachiyo-八千代 | (lett. 8000 jaar) zeer lange periode; eeuwigheid |
| yadonushi-宿主 | waard; herbergier; (hotel)eigenaar; hospita; gastheer |
| yadonushi-宿主 | (biologie) gastheer (van parasieten) |
| yae-八重 | achtvoud; meerlaags [meerlagig]; dubbel (bloem) |
| yaei-野営 | bivak; het kamperen; kampeerterrein; camping |
| yaeichi-野営地 | kampeerterrein; camping |
| yahari-矢張り | ook; eveneens; evenzo; evenzeer; evenmin |
| yahi-野卑 | (iemand met) een zeer lage status |
| yajirobee-弥次郎兵衛 | balanceer pop; balanceer speelgoed |
| yajirobee-弥次郎兵衛 | één van de twee hoofdpersonen uit het boek Tōkaidōchū Hizakurige (Jippensha Ikku, gepubliceerd 1802-1822) |
| yakata-屋形 | daimyo (Japanse leenheer in de Edo periode) |
| yakigote-焼き鏝 | brandijzer; pook; soldeerijzer |
| yaku-約 | ongeveer; bij benadering |
| yakunitatsu-役に立つ | nuttig zijn; leerzaam zijn |
| yakurigaku-薬理学 | farmacologie; geneesmiddelenleer |
| yamabiko-山彦 | echo; weerklank |
| yamanari-山形 | de vorm van een berg; een chevron (een omgekeerde V als onderscheidingsteken, b.v. op de mouw van een officier) |
| yamanekosuto-山猫スト | een wilde staking (d.w.z. niet door de vakbonden georganiseerd) |
| yamazaru-山猿 | lomperik; ongelikte beer |
| yameru-止める | ontslag nemen; terugtreden; aftreden; zijn functie neerleggen |
| yameru-辞める | ontslag nemen; terugtreden; aftreden; zijn functie neerleggen |
| yamibusshi-闇物資 | artikelen [goederen] van de zwarte markt; illegaal geïmporteerde [gesmokkelde] goederen; geheime voorraden |
| yamiji-闇路 | in een toestand zijn waar men geen onderscheidingsvermogen meer heeft; van de goede weg afgedwaald zijn |
| yamitsuki-病み付き | het verslaafd [geobsedeerd; bezeten] zijn |
| yamuoenai-已むを得ない | onvermijdelijk; onweerstaanbaar |
| yana-梁 | fuik; visdam; visweer (om een vis door de rivier te geleiden) |
| yannurukana-已んぬるかな | alles is afgelopen; dit is het einde; er is niets meer aan te doen |
| yari-槍 | lans; speer |
| yarikaesu-遣り返す | (be)antwoorden; weerwoord geven; terugkaatsen; terugschieten |
| yarikomeru-遣り込める | iem. neerbuigend toespreken; iem. tot zwijgen brengen |
| yarinage-槍投げ | het speerwerpen |
| yarinaosu-遣り直す | opnieuw [weer] doen; overdoen; opnieuw beginnen |
| yashikibōkō-屋敷奉公 | huisbediende [dienaar] van een feodale heer [samoerai] |
| yashikizutome-屋敷勤め | huisbediende [dienaar] van een feodale heer [samoerai] |
| yashin-野心 | eerzucht; ambitie |
| yashiro-社 | plaats waar een god(heid) ter aarde komt; plaats waar deze god(heid) wordt vereerd |
| yasudaiji-易大事 | iets dat er eenvoudig uitziet, maar in werkelijkheid zeer belangrijk is |
| yatara-矢鱈 | roekeloosheid; willekeur; lukraak [ongenuanceerd] zijn |
| yatsu-奴 | vent; heerschap; mens |
| yattsukeru-やっつける | en aanval plaatsen; aanvallen; achter iemand aangaan; (neer)slaan; verslaan; opruimen; vermoorden |
| yayakoshii-ややこしい | ingewikkeld; complex; gecompliceerd; onoverzichtelijk; verwarrend |
| yo-余 | (eerste persoon enkelvoud) ik |
| yōfukukake-洋服掛け | kleerhanger |
| yōgin-洋銀 | buitenlandse zilveren munten geïmporteerd in Japan vanaf het einde van de Edo-periode |
| yōhon-洋本 | een westers boek; boek gepubliceerd in het Westen |
| yoin-余韻 | weergalm; resonantie; echo; nagalm |
| yojōhan-四畳半 | een Japanse kamer met een oppervlakte van 4,5 tatami matten (ongeveer 2,7 m. x 2,7 m.) |
| yōka-養家 | adoptiefamilie; adoptiegezin; familie waarin men geadopteerd is |
| yōkan'iro-羊羹色 | de (roestachtige) kleur die ontstaat wanneer kleuren als zwart en paars vervagen |
| yōki-妖気 | angstaanjagende [griezelige; spookachtige] sfeer |
| yōki-陽気 | seizoen; weer |
| yokkai-欲界 | (boeddh.) het rijk van de begeerte [lust] (m.n. de mensenwereld tussen hemel en aarde) |
| yokomichi-横道 | de verkeerde kant; het verkeerde pad; afdwaling; uitweiding |
| yokotaeru-横たえる | (naast zich) neerleggen |
| yokoyure-横揺れ | het heen-en-weer bewegen (van gebouwen, e.d. bij aardbevingen) |
| yokukai-欲界 | (boeddh.) het rijk van de begeerte [lust] (m.n. de mensenwereld tussen hemel en aarde) |
| yokuke-欲気 | grote hebzucht; inhaligheid; begeerte |
| yōkun-幼君 | een jonge heer [meester; prins] |
| yokuryūsha-抑留者 | een gedetineerde; een gevangene |
| yokusuru-浴する | (fig.) baden; zich blootstellen aan; de eer krijgen |
| yomiayamari-読み誤り | het verkeerd lezen; misinterpretatie |
| yomiayamaru-読み誤る | verkeerd lezen; misinterpreteren |
| yomichigai-読み違い | het verkeerd lezen; misinterpretatie |
| yomifukeru-読み耽る | aandachtig [geconcentreerd] lezen; verdiept zijn in het lezen |
| yori-より | (bijwoord) meer; des te meer |
| yōryō-要領 | leerpunt; leerproces; manier [truc; tips] om dingen goed te doen |
| yosegaki-寄せ書き | tekst door meerdere mensen samen geschreven (ieder een paar regels); tekening door meerdere mensen samen gemaakt |
| yōshi-養子 | geadopteerd kind; pleegkind (meestal mannelijk) |
| yozume-夜爪 | het 's nachts ['s avonds] je nagels knippen (volgens bijgeloof brengt dat ongeluk, m.n. dat men zijn ouders niet meer zal zien voordat ze sterven) |
| yudayakyō-ユダヤ教 | judaïsme; de joodse leer; het jodendom |
| yūeki-有益 | voordelig [nuttig; winstgevend; leerzaam] zijn |
| yūetsukan-優越感 | meerderwaardigheidsgevoel; gevoel van superioriteit |
| yūfō-ユーフォー | ongeïdentificeerd vliegend voorwerp (unidentified flying object) |
| yugamu-歪む | pervers [gedegenereerd; ontaard] zijn; koppig [tegendraads] zijn |
| yūgun-友軍 | geallieerd leger; bevriende [vriendschappelijke] troepen |
| yūi-優位 | overheersing; superioriteit; overwicht; dominantie; suprematie |
| yūin-誘因 | oorzaak; motief; (directe) aanleiding; drijfveer |
| yuishiki-唯識 | boeddhistische filosofie dat alle objecten worden gemanifesteerd door bewustzijn |
| yūki-結城 | (afk. van Yūki-tsumugi) Yūki-tsumugi zijde (stof geproduceerd in de buurt van Yuki, Ibaraki prefectuur) |
| yukikau-行き交う | komen en gaan; heen en weer gaan |
| yukiokoshi-雪起こし | onweer voorafgaand aan een sneeuwstorm |
| yūkitsumugi-結城紬 | Yūki-tsumugi zijde (stof geproduceerd in de buurt van Yuki, Ibaraki prefectuur) |
| yukiyake-雪焼け | zonnebrand in de sneeuw (door weerkaatsing van zonlicht op sneeuw of ijs) |
| yumeuranai-夢占い | oneiromantie; droomuitlegging; waarzeggerij gebaseerd op dromen |
| yunikōn-ユニコーン | een startende onderneming die (al snel) een marktwaardering heeft bereikt van meer dan 1 miljard dollar |
| yunitto・kitchin-ユニット・キッチン | keuken bestaande uit vaste keukenblokken; kleine geprefabriceerde keuken |
| yunyūkachōkin-輸入課徴金 | (heffing van) speciale tarieven en toeslagen op geïmporteerde goederen |
| yurasu-揺らす | (iets) heen-en-weer schommelen [zwaaien; slingeren] |
| yureru-揺れる | trillen; vibreren; flikkeren; heen-en-weer gaan |
| yūsei-優勢 | superioriteit; overheersing; dominantie; overwicht |
| yūseishō-郵政省 | vroeger: Ministerie van post en telecommunicatie, tegenwoordig geïntegreerd in Mnisterie van binnenlandse zaken en communicatie |
| yūshi-有志 | geïnteresseerde; voorstander; medestander; vrijwilliger |
| yūshiki-有識 | geleerdheid; goede algemene ontwikkeling; deskundigheid |
| yūshō-優賞 | aanprijzing; eervolle vermelding; hoofdprijs; bijzondere onderscheiding |
| yūshōsha-優勝者 | (eerste prijs) winnaar; kampioen |
| yūsoku-有職 | iemand die geleerd is [kennis heeft] |
| yutōyomi-湯桶読み | gemengde leeswijze binnen één woord, waarbij het eerste karakter de kun'yomi (Japanse lezing) heeft en het tweede de on'yomi (Chinese lezing) |
| yūyō-悠揚 | sereen [kalm; beheerst; rustig] zijn |
| yūyo-有余 | (iets) meer dan... ; ... en meer; ruim ... |
| yūyūjiteki-悠悠自適 | een rustig, teruggetrokken leven leiden; eervolle rust na een welbesteed leven |
| yuzai-油剤 | zalf; smeersel (een medicijn dat olie bevat) |
| yūzūmuge-融通無碍 | onbevangenheid; buigzaamheid; veerkrachtigheid; veelzijdigheid |
| yū・bōto-ユー・ボート | U-boot (Unterseeboot, Duitse onderzeeboot [onderzeeër] in gebruik tijdens de Eerste en de Tweede Wereldoorlog) |
| yū・tān-ユー・ターン | omkeer; u-bocht; ommekeer |
| zaifu-在府 | (Edo-periode) het verplichte verblijf in de hoofdstad van een leenheer en zijn vazallen |
| zaigaku-在学 | (op een school) ingeschreven zijn (als leerling of student) |
| zaii-在位 | heerschappij [regeringsperiode] (van een vorst, koning, keizer) |
| zaimei-在銘 | gesigneerd ondertekend] zijn (van kunstwerken, zoals kalligrafieën, schilderijen, zwaarden, etc.) |
| zaiō-在欧 | verblijvend [gevestigd; gestationeerd] in Europa |
| zaisanka-財産家 | een rijke [welgestelde; gefortuneerde] persoon |
| zaisankanri-財産管理 | beheer van onroerend goed; vastgoedbeheer |
| zakkuri-ざっくり | (onomatopee) ruw; ongeveer |
| zankyō-残響 | echo; weerkaatsing; nagalm |
| zaraba-ザラ場 | (op de handelsbeurs) continue handel; doorlopende sessie (van de eerste transactie tot de sluiting) |
| zarusoba-笊蕎麦 | soba (boekweit) noedels met gedroogd zeewier (meestal geserveerd op een bamboerekje) |
| zatsu-雑 | mengeling; varia; ongesorteerde artikelen |
| zatsugaku-雑学 | gevarieerde kennis (over uiteenlopende onderwerpen) |
| zatta-雑多 | divers [ongeordend; ongeorganiseerd; ongesorteerd] zijn |
| zatto-ざっと | (onomatopee) ongeveer; ruwweg; min of meer |
| zattō-雑踏 | drukte; menigte; mensenmassa; verkeersopstopping |
| zeirishi-税理士 | geregistreerde belastingadviseur [belastingaccountant] |
| zenbun-前文 | het bovenstaande; eerdergenoemde |
| zenchishiki-善知識 | (boeddh.) iem. die de Boeddhistische leer uitlegt en mensen leidt naar de juiste (Boeddhistische) weg |
| zendai-前代 | vorige generatie; vroeger [eerder] tijdperk |
| zendaimimon-前代未聞 | ongekend [buitengewoon] zijn; nooit eerder voorgekomen |
| zeneraru-ゼネラル | generaal; veldheer |
| zengaku-禅学 | de leer [doctrines] en training van het zenboeddhisme |
| zengen-前言 | eerdere opmerkingen; wat [zoals] eerder gezegd is |
| zengo-前後 | om en nabij; ongeveer |
| zengo-前後 | omkering; verkeerde volgorde; door elkaar |
| zenhan-前半 | eerste helft; eerste deel (van twee) |
| zenhansei-前半生 | de eerste helft van iemand's leven |
| zenhansen-前半戦 | eerste helft van een wedstrijd [gevecht] |
| zenji-禅師 | (in China en Japan) erenaam door het keizerlijk hof toegekend aan een zenpriester met een hoog niveau van geleerdheid, wijsheid en deugdzaamheid |
| zenjutsu-前述 | het eerder genoemde [vermelde] |
| zenkai-前回 | de vorige keer; de vorige gelegenheid |
| zenki-前期 | eerste semester; vorige semester; vorige periode |
| zenki-前期 | eerste termijn [beginperiode] (van een wisseltentoonstelling) |
| zenmai-発条 | metalen veer; springveer |
| zenmondō-禅問答 | zen raadsel (in gesprek tussen zenmeester en leerling) |
| zennin-善人 | een rechtschapen [deugdzaam; eerlijk] mens |
| zenpen-前編 | eerste deel; prequel |
| zensen-全線 | alle verkeersroutes; alle wegen |
| zensha-前者 | de eerstgenoemde; voormalige; vroegere |
| zenshin-前身 | (boeddh.) een eerdere incarnatie; iemands vorige leven |
| zensho-前書 | het vorige boek; het eerder geschreven [gepubliceerde] boek |
| zenshutsu-前出 | het bovengenoemde [bovenstaande; eerdergenoemde] |
| zensō-禅僧 | monnik die zenboeddhisme bestudeert, en zenmeditatie (zazen) beoefent |
| zen'yaku-前約 | eerdere verplichting [afspraak] |
| zeppan-絶版 | (van boeken) niet meer gedrukt worden; niet meer in de handel zijn |
| zesshō-絶勝 | weergaloos [prachtig; geweldig] zijn |
| zetsugi-絶技 | uitblinkend kunststuk; stunt; voortreffelijk optreden [acteerwerk]; goede techniek |
| zetsugo-絶後 | (iemand of iets) zonder weerga; iets ongekends [unieks] |
| zettaishugi-絶対主義 | absolutisme; alleenheerschappij |
| zettaitasū-絶対多数 | een absolute meerderheid |
| zezehihi-是是非非 | onbevooroordeeld [eerlijk en rechtvaardig] zijn |
| zō-増 | vergroting; verhoging; toename; vermeerdering |
| zō-憎 | (in kanji combinaties) haten; hekel; afkeer |
| zō-雑 | gevarieerde gedichten |
| zōchi-増置 | het vestigen van meer bedrijven [kantoren; organisaties] |
| zōdai-増大 | vermeerdering; vergroting; verhoging |
| zōdaisuru-増大する | vermeerderen; vergroten; verhogen |
| zōgen-増減 | vermeerdering en vermindering; opkomst en ondergang; schommeling; fluctuatie |
| zōka-雑歌 | diverse [gevarieerde] (waka) gedichten, die niet in een seizoen categorie vallen |
| zōkei-造詣 | geleerdheid; diepgaande kennis [begrip]; verworvenheid; kundigheid |
| zokkan-続刊 | voortzetting van de publicatie; een reeds gepubliceerd boek of tijdschrift blijven uitgeven |
| zokuju-俗儒 | een middelmatige geleerde; een confucianist met weinig inzicht [begrip] |
| zokushi-賊子 | rebel; oproerkraaier; samenzweerder |
| zokushin-賊臣 | rebel; opstandeling; verrader; samenzweerder |
| zome-初め | (voorvoegsel bij een werkwoord) iets voor de eerste keer doen |
| zōo-憎悪 | haat; afschuw; afkeer; gruwel; walging |
| zoroasutākyō-ゾロアスター教 | zoroastrianisme (leer van Zarathoestra) |
| zōryō-増量 | toename; verhoging; vermeerdering van hoeveelheid [geld) |
| zōryō-増量 | vermeerdering van gewicht; aankomen |
| zubazuba-ずばずば | (onomatopee) uitgesproken; eerlijk; recht op de man af |
| zufu-図譜 | geïllustreerd boek [naslagwerk]; prentenboek |
| zukan-図鑑 | prentenboek; plaatjesboek; geïllustreerd boek |
| zuke-漬け | gepekeld; ingemaakt; geconserveerd |
| zuroku-図録 | prentenboek; plaatjesboek; geïllustreerd boek [verslag] |
| zushi-図示 | het illustreren; grafisch weergeven; diagram [grafiek; tekening; schema] maken |
| zushisuru-図示する | illustreren; grafisch weergeven; tonen in een grafiek |
| zutsu-ずつ | elk; per stuk; per keer |