pen / pen ( de (m/v) | znw | pennen )
1ペン
2ボールペン [balpoint]
3万年筆 [vulpen]
4針はり [naald]
breipen
編み針
編み針
5羽はね [veer]
Kruisverwijzing
pen
| lemma | meaning |
|---|---|
| abaku-暴く | onthullen; aan het licht brengen; openbaren |
| abarekurū-暴れ狂う | razen; tieren; herrieschoppen |
| abaremawaru-暴れ回る | wild rondrennen; relschoppen |
| abareru-暴れる | gewelddadig zijn; herrieschoppen; reltrappen |
| abiseru-浴びせる | water over iemand heen gooien; overgieten; overstelpen |
| aburidasu-炙り出す | openbaren; onthullen |
| acharaka-あちゃらか | satirisch toneelstuk met dwaze grappen en koddige gebaren; slapstickachtige komedie (populair in de vroege Shōwa periode) |
| adabana-徒花 | ondernemingen [plannen] die geen vrucht afwerpen [die mislukken] |
| aegu-喘ぐ | hijgen; naar adem happen; zwaar ademen |
| afureru-溢れる | overstromen; overvloeien; overlopen |
| agaki-足掻き | het krabben [schrapen] over de grond (b.v. met de hoeven door een paard) |
| aganau-贖う | goedmaken; compenseren; boete doen |
| agarikomu-上がり込む | een huis [kamer] binnenstappen [binnengaan] |
| agarime-上がり目 | schuin oplopende ogen |
| agaru-上がる | ophouden; stoppen (met regenen, b.v.) |
| agaru-上がる | (een kamer; huis) binnengaan; binnenstappen |
| ainakabasuru-相半ばする | in evenwicht zijn; salderen; sluitend zijn (balans); tegen elkaar afstrepen |
| aisotōpuchiryō-アイソトープ治療 | isotopentherapie |
| aisotōpugensa-アイソトープ検査 | isotopenonderzoek |
| aisotōpuryōhō-アイソトープ療法 | isotopentherapie; isotopenbehandeling(en) |
| aisotōpushōsha-アイソトープ照射 | bestraling (van tumoren) met isotopen |
| aitemu-アイテム | een virtueel voorwerp, wapen of betaalmiddel dat men nodig heeft om een niveau verder te komen in een |
| aitsugunau-相償う | compenseren; goedmaken; vergoeden; het goede en het slechte brengen elkaar in balans |
| akame-赤目 | bloeddoorlopen oog |
| akarameru-赤らめる | blozen; rood aanlopen (van gezicht) |
| akarasama-あからさま | op een openhartige [eerlijke; directe] manier |
| akaritori-明かり取り | een opening [gat] om licht binnen te laten; dakraam; (schepen) stormblind |
| akarumi-明るみ | openbaar; aan het licht gekomen |
| akasu-明かす | onthullen; openbaren |
| akasu-証す | nachtbraken; de nacht doorbrengen zonder te slapen [rusten] |
| akazu-開かず | gesloten [nooit geopend] zijn |
| akehanasu-開け放す | (van ramen of deuren) wijd openen [opengooien]; open laten staan |
| akehanatsu-開け放つ | (van ramen of deuren) wijd openen [opengooien]; open laten staan |
| akeharau-開け払う | (wijd) openen |
| akeppanashi-開けっ放し | open staand; open (gelaten) |
| akeppanashi-開けっ放し | openhartig; oprecht; onverbloemd; onomwonden |
| akeppiroge-開けっ広げ | wijd open zijn |
| akeppiroge-開けっ広げ | oprechtheid; openhartigheid |
| akeru-空ける | open laten; leeg maken; ruimte maken; ontruimen |
| akeru-開ける | openen; open doen |
| akeshime-開け閉め | het openen en sluiten |
| akesuke-明け透け | eerlijk [oprecht; openhartig] zijn |
| aketate-開け閉て | het openen en sluiten |
| aki-空き | opening; gat; spatie; (tussen)ruimte; vrije plaats; vacature |
| akimekura-明き盲 | iemand die ziet zonder te begrijpen |
| akinau-商う | handel drijven; zaken doen; verkopen |
| aku-悪 | het kwaad [de slechtheid] (van natuur, zoals ziekte, natuurrampen, etc.); ondeugd |
| aku-握 | (in kanji combinaties) grijpen; beetpakken |
| aku-開く | open gelaten zijn (空く) |
| aku-開く | opengaan; geopend worden; beginnen |
| akubi-欠伸 | geeuw; gaap; het gapen |
| akuhitsu-悪筆 | een slechte penseel; penseel van slechte kwaliteit |
| akutaimatsuri-悪態祭 | het festival waar de tempelbezoekers elkaar grove verwensingen toeroepen, en de winnaar van het woordengevecht geluk in de toekomst voorspeld wordt |
| akutō-悪党 | de naam van een groep gewapende opstandelingen tegen de [幕府] bakufu regering in de Kamakura periode |
| ama-尼 | (afk. van 尼削) het afknippen van haar op schouderlengte |
| amaashi-雨脚 | stromende regen (met ononderbroken strepen, als pijpenstelen); stortregen |
| amachan-甘ちゃん | een slappe [makkelijke] persoon; iemand die over zich laat lopen |
| amasogi-尼削 | het haar knippen bij intrede als (boeddhistische) non |
| amasogi-尼削 | het haar (van een vrouw) kort knippen |
| amatō-甘党 | een snoeper; iem. die van snoepen houdt; zoetekauw; iem. die geen alcohol drinkt |
| amattareru-甘ったれる | je kinderachtig gedragen; je gedragen als een verwend kind; je vastklampen aan iemand; krampachtig [kruiperig] proberen vrienden te maken |
| amayami-雨止み | het ophouden [stoppen] van de regen |
| ameashi-雨脚 | stromende regen (met ononderbroken strepen, als pijpenstelen); stortregen |
| amidasu-編み出す | ontwerpen; bedenken; uitvinden |
| amiuchi-網打ち | een werptechniek bij sumo (lijkend op een net werpen) |
| ana-穴 | gat; opening |
| ana-穴 | open plek; schuilplaats |
| anapaisutosu-アナパイストス | anapest (drielettergrepige versvoet van 2 korte of onbeklemtoonde en 1 lange of beklemtoonde lettergrepen) |
| anaume-穴埋め | een tekort aanvullen; vacatures invullen; iets compenseren [goedmaken] |
| anbandoringu-アンバンドリング | het apart [los] verkopen |
| anchinokkuzai-アンチノック剤 | antiklopmiddel (middel dat het kloppen van explosiemotoren tegengaat) |
| andārain-アンダーライン | onderstrepen; onderstreping |
| andepandan-アンデパンダン | de Indépendants (de Onafhankelijken, Franse kunstenaars) |
| anettai-亜熱帯 | de subtropen |
| anguri-あんぐり | met open mond (van verbazing) |
| ankā-アンカー | laatste atleet van een estafetteploeg (zwemmen, hardlopen, etc.) |
| ankatto-アンカット | ongesneden [onopengesneden] (boek) |
| ankatto-アンカット | ongeslepen (diamand) |
| ankokugai-暗黒街 | onderwereld; misdadigerswereld; penoze |
| annai-案内 | iem. te zien vragen; belet vragen (bij iem. voor iem.); aanbellen; aankloppen |
| annei-安寧 | openbare vrede [veiligheid] |
| annonzoku-アンノン族 | een term die rond 1970-1980 werd gebruikt voor jonge vrouwen die alleen of in kleine groepen reisden (met modetijdschriften en reisgidsen in de hand) |
| anotekonote-あの手この手 | op deze en op die manier; op verschillende manieren; de knepen van het vak |
| antena・shoppu-アンテナ・ショップ | een winkel waar producenten en lokale overheden nieuwe producten verkopen om uit te proberen hoe de trends zich ontwikkelen bij consumenten |
| an'yo-あんよ | (in kindertaal) lopen; waggelen |
| aokabi-青黴 | blauwe schimmel; penicilline |
| aokimarikogenshō-青木まりこ現象 | het Mariko Aoki-fenomeen (het verschijnsel dat men een aandrang voelt om te poepen na het betreden van een boekwinkel) |
| aonokeru-仰のける | naar boven draaien; omdraaien [openleggen] (van een kaart b.v.) |
| aoru-呷る | verzwelgen; opslurpen; inslikken |
| aoru-煽る | flappen (in de wind); schokken |
| aotagai-青田買い | rijst kopen voordat het geoogst wordt (terwijl het nog op het rijstveld groeit) |
| aozora-青空 | blauwe lucht; open lucht |
| aozoraichiba-青空市場 | openlucht markt; markt in de open lucht |
| aratama-粗玉 | ruwe [ongeslepen] edelsteen |
| arate-新手 | een nieuwe werknemer; nieuwe kracht; versterkingen; verse troepen |
| arau-洗う | informeren (naar); onderzoeken; openbare; blootleggen (fig.) |
| arawa-露 | openbaar [openlijk; publiek] zijn |
| arishihi-在りし日 | de afgelopen dagen; vervlogen tijden; dagen van weleer; lang geleden |
| arukimawaru-歩き回る | rondlopen |
| arukizume-歩き詰め | het voortdurend [continu] lopen |
| aruku-歩く | lopen; wandelen |
| arupen-アルペン | Alpen (bergketen) |
| arupenshutokku-アルペンシュトック | alpenstok; bergstok (wandelstok met scherpe metalen punt) |
| arupensutokku-アルペンストック | alpenstok; bergstok (wandelstok met scherpe metalen punt) |
| arupusu-アルプス | de Alpen |
| asane-朝寝 | het uitslapen [lang slapen]; lang in bed blijven liggen |
| asanesuru-朝寝する | uitslapen; lang slapen; lang in bed blijven liggen |
| ashidori-足取り | manier van lopen |
| ashikake-足掛け | het op iets stappen; iets om op te stappen. |
| ashikoshi-足腰 | de benen en heupen; het onderlichaam |
| ashikuse-足癖 | manier van lopen (van iemand); iemand's loop |
| ashimakase-足任せ | het zover lopen als je kunt |
| ashimakase-足任せ | het zonder plan op pad gaan; lopen zonder doel |
| ashimame-足忠実 | goed kunnen lopen; goed ter been zijn |
| ashimoto-足下 | stap; pas; manier van lopen |
| ashinagabachi-足長蜂 | papierwesp (wespensoort) |
| ashinuke-足抜け | het in stilte weglopen [ontsnappen; vertrekken] (uit een benarde positie) |
| ashinuki-足抜き | ontsnapping uit een moeilijke [penibele] situatie |
| ashinuki-足抜き | zachte voetstappen; het sluipend [op de tenen] lopen |
| ashinuki-足抜き | het weglopen zonder de schuld te betalen |
| ashioto-足音 | het geluid van voetstappen |
| ashipen-葦ペン | rieten pen (schrijfpen gemaakt van riet) |
| ashitsuki-足付き | manier van lopen; tred |
| ashizukai-足使い | (bunraku) de assistent poppenspeler die de benen van een pop beweegt |
| ashizuri-足摺り | het met de voeten op de grond stampen [schuivelen] |
| atekomi-当て込み | ergens op rekenen [hopen]; iets ergens van verwachten; verwachting; hoop |
| aterareru-当てられる | geraakt [getroffen] worden; schade oplopen; geraakt [gekwetst; beledigd] worden |
| aterareru-当てられる | liefdesbetuigingen [in het openbaar] aanschouwen |
| atetsukeru-当て付ける | (demonstratieve) liefdesuitingen in het openbaar |
| atohiki-後引き | het niet kunnen stoppen (met drinken, e.d.); steeds meer willen |
| atooi-後追い | het achternalopen; volgen |
| atsukau-扱う | verkopen; verhandelen |
| atsushi-あつし | kleding gemaakt van iepenschors (traditioneel gedragen door de Ainu in Japan) |
| attō-圧倒 | het overweldigen [onder de voet lopen] |
| attōsuru-圧倒する | overweldigen; onder de voet lopen |
| au-会う | iem. onverwachts tegenkomen; tegen het lijf lopen [toevallig treffen] |
| autodoa-アウトドア | buitenshuis; in de open lucht |
| awadateru-泡立てる | opkloppen; tot schuim kloppen |
| awadatsu-粟立つ | kippenvel hebben (van kou of angst) |
| ayadoru-綾取る | (een sjerp etc.) in een kruisvorm knopen [binden] |
| ayumi-歩み | stap; pas; het lopen |
| ayumiashi-歩み足 | (judo; kendo) stap(pen) vooruit en achteruit |
| ayumiyoru-歩み寄る | (toe)lopen naar (elkaar) |
| ayumu-歩む | lopen |
| ayumu-歩む | doormaken; ervaren; (het levenspad) belopen [begaan; volgen]; verrichten (studie, e.d.) |
| bai-売 | (in kanji combinaties) verkoop; verkopen |
| bai-買 | (in kanji combinaties) kopen |
| baibai-売買 | kopen en verkopen; handel |
| baibaisuru-売買する | handelen; kopen en verkopen |
| baiden-買電 | het kopen van elektriciteit door elektriciteitsbedrijven van andere ondernemingen |
| baijō-陪乗 | het instappen [samenreizen] (in auto, boot, e.d., met iemand die hoger in rang is) |
| baishō-賠償 | compensatie; schadevergoeding; schadeloosstelling |
| bakasawagi-馬鹿騒ぎ | het ravotten; stoeien; dollen; lol trappen |
| bakkusukin-バックスキン | geitenleer; schapenleer; bokkenvel |
| bakkuwōtā-バックウォーター | achterwater; binnenwater; teruglopend water |
| bakuro-暴露 | openbaarmaking; openbaring; ontmaskering |
| bakusuisuru-爆睡する | slapen als een blok; diep (door)slapen |
| bandai-番台 | uitkijkpost [uitkijktoren] bij de ingang van een openbaar badhuis |
| banjī・janpu-バンジー・ジャンプ | bungeejumpen (elastiekspringen) |
| bankonsakusetsu-盤根錯節 | verstrengelde [gedraaide; ingewikkelde] wortels [knopen] |
| barauri-散売り | losse verkoop; het artikelen apart verkopen |
| bareru-ばれる | een vis die aan de haak was geslagen laten ontsnappen |
| bareru-ばれる | uitlekken (van iets, b.v. een geheim); openbaren; onthullen; aan het licht brengen |
| baria・furī-バリア・フリー | (gebouwen, openbaar vervoer, etc.) toegankelijk voor gehandicapten |
| bashauma-馬車馬 | (fig.) oogkleppen op hebben; iets onverstoorbaar doen zonder afgeleid te worden door bijzaken |
| bassaisuru-伐採する | hout hakken [kappen] |
| bataashi-ばた足 | (flutter kick) snel doorlopende beenslag (bij crawlzwemmen) |
| batabata-ばたばた | (onomatopee) fladderend; flappend; rammelend; kletterend |
| bateru-ばてる | verslappen; slap [moe] worden |
| battōtai-抜刀隊 | een speciale (met Japanse zwaarden bewapende) politie-eenheid (Meiji-periode) |
| bazūka-バズーカ | bazooka (antitankwapen) |
| bazūkahō-バズーカ砲 | bazooka (antitankwapen) |
| beigun-米軍 | het Amerikaanse leger; de Amerikaanse krijgsmacht [troepen] |
| bekkan-別館 | bijgebouw; dependance |
| benran-便覧 | handleiding; gids; vademecum; compendium |
| benron-弁論 | discussion; debat; redevoering; spreken in het openbaar |
| benshō-弁償 | compensatie; herstelbetaling; schadeloosstelling |
| benshōsuru-弁償する | compenseren; schadeloosstellen |
| berubotomu-ベルボトム | (strakke) broek met wijd uitlopende pijpen |
| berubotomu・pantsu-ベルボトム・パンツ | (strakke) broek met wijd uitlopende pijpen |
| beruto・konbeyā-ベルト・コンベヤー | transportband; lopende band |
| bichikuryō-備蓄量 | noodvoorraad van hoeveelheden voedsel, water, en andere dagelijkse benodigdheden (nodig in geval van rampen, oorlogen, e.d.) |
| bihō-弥縫 | tijdelijk herstel; tijdelijke [provisorische] reparatie; het oplappen |
| bikō-備荒 | voorzorgsmaatregelingen (voor rampen en calamiteiten) |
| binran-便覧 | handboek; gids; vademecum; compendium |
| bishibishi-びしびし | (onomatopee) het geluid van klappen [slaan; snuiven] |
| bō-冒 | (in kanjicombinaties) risico; gevaar; begin; opening |
| bō-房 | huis; herberg; pension |
| bō-望 | (in kanji combinaties) vooruit [in de verte] kijken; hopen; verwachten; verlangen |
| bōbiki-棒引き | uitstrepen, doorstrepen; het afschrijven van een schuld |
| bodaisatta-菩提薩埵 | een bodhisattva (een wezen dat streeft naar verlichting en het bereiken van het boeddhaschap, maar deze uitstelt om eerst anderen te kunnen helpen) |
| bōdāresu・ekonomī-ボーダーレス・エコノミー | open [internationale] economie; economie over de grenzen |
| bōjima-棒縞 | verticale strepen; strepenpatroon |
| bokki-勃起 | erectie; het stijf [hard] worden (van de penis, clitoris, tepels) |
| bokkonrinri-墨痕淋漓 | handschrift met mooie, krachtige (penseel) streken |
| bokushu-墨守 | aanhankelijkheid; het zich vastklampen [hechten] (aan een gewoonte, traditie, e.d.) |
| bokushusuru-墨守する | zich vastklampen [hechten] (aan) |
| bokuyō-牧羊 | schapenhouderij; schapenfokker |
| bokuyōgyōsha-牧羊業者 | schapenfokker; schapenhouder |
| bonsai-盆栽 | miniatuurboom ontworpen als potplant |
| boro-襤褸 | oude lappen [doeken] |
| boro-襤褸 | oude kleren; vodden; lompen |
| bōrupen-ボールペン | balpen; ballpoint |
| bōsai-防災 | rampenpreventie |
| bōtaoshi-棒倒し | spel waarbij het de bedoeling is om de paal van de tegenstander omver te werpen |
| bōtō-冒頭 | begin; opening |
| bōto・dekki-ボート・デッキ | sloependek (dek waar de reddingsboten zich bevinden) |
| buchiageru-打ち上げる | krachtige [brutale; gedurfde]] uitspraken doen; opscheppen |
| buchikomu-打ち込む | (iets) gooien [werpen] in; iemand in de gevangenis gooien |
| bukakkō-不格好 | vormloosheid; onhandigheid; onbeholpenheid |
| buki-武器 | wapen(s); wapenrusting |
| buki-武器 | wapen (fig.); sterke punt (van iemand) |
| bukishoji-武器所持 | wapenbezit; wapens in bezit |
| bukkai-仏界 | één van de 10 werelden in de Boeddhistische leer (van de hel oplopend tot rijk van de Boeddha's) |
| bukun-武勲 | militaire verdienste [heldendaad] ; wapenfeit |
| bunbu-文武 | literaire en militaire kunsten; de pen en het zwaard |
| bunbufuki-文武不岐 | literaire en militaire kunsten [de pen en het zwaard] volgen hetzelfde pad [zijn geen gescheiden paden] |
| bunburyōdō-文武両道 | vaardig met zowel de pen als met het zwaard; meester in zowel literaire als krijgskunsten |
| bunka-文科 | de geesteswetenschappen; de sociale wetenschappen; vrije kunsten |
| bunkakagaku-文化科学 | cultuurwetenschap(pen) |
| bunkō-分校 | dependance [filiaal; bijgebouw] van een school |
| bunpitsu-文筆 | het schrijven (met penseel van gedichten en proza) |
| bunraku-文楽 | Bunraku (Japans poppentheater) |
| bunshitsu-分室 | bijgebouw; dependance; annex |
| bun'in-分院 | dependance van een ziekenhuis |
| buraindo・tatchi-ブラインド・タッチ | het blind typen |
| buranketto・eria-ブランケット・エリア | gebieden waar radio-ontvangstproblemen kunnen optreden als gevolg van overlappende radiogolven van meerdere zenders |
| buri-振り | de openhangende wijde kimonomouw |
| buryokufunsō-武力紛争 | gewapend conflict |
| busō-武装 | bewapening; wapenuitrusting |
| butagenofirubātofude-豚毛のフィルバート筆 | Filbert kwast [penseel] met varkenshaar |
| butoku-武徳 | rechtschapenheid [ethiek] in budo-kunsten en vechtsporten |
| butsugu-仏具 | voorwerpen die worden gebruikt bij boeddhistische rituelen; altaarstukken |
| butsukeru-ぶつける | werpen; gooien; smijten |
| buzama-無様 | lelijkheid; misvormdheid; onbeholpenheid; lompheid |
| chabo-チャボ | oud Japans kippenras (Japanse kriel) |
| chadōgu-茶道具 | benodigdheden [gerei; gebruiksvoorwerpen] voor de Japanse theeceremonie |
| chaki-茶器 | benodigdheden [gerei; gebruiksvoorwerpen] voor de Japanse theeceremonie |
| chakkari-ちゃっかり | sluw; leep; geslepen |
| chame-茶目 | ondeugd; deugniet; grappenmaker |
| chian-治安 | openbare orde; openbare veiligheid |
| chibanare-乳離れ | het van de borstvoeding afgaan; stoppen met borstvoeding (omdat een kind te groot wordt) |
| chibashiru-血走る | bloeddoorlopen worden (van ogen) |
| chibifude-禿筆 | versleten (schrijf)penseel |
| chidome-血止め | stypticum; bloedstelpend middel |
| chigaidana-違い棚 | planken die niet precies boven (of naast) elkaar zijn gemonteerd maar verspringen (deels overlappend) |
| chigaku-地学 | aardwetenschap(pen); geowetenschap(pen); natuurkundige aardrijkskunde |
| chigau-違う | fout [incorrect] zijn; niet kloppen |
| chigyō-知行 | een leengoed; leeneigendom; stipendium |
| chijimu-縮む | krimpen; ineenkrimpen; verschrompelen; slinken |
| chijiraseru-縮らせる | (in)krimpen; kreukelen |
| chijireru-縮れる | krullend [kroezig; golvend] zijn; gekrompen zijn |
| chikarajiman-力自慢 | het opscheppen over [trots zijn op] je kracht |
| chikarajimansuru-力自慢する | opscheppen over [trots zijn op] je kracht |
| chikarashiba-力芝 | lampenpoetsersgras (Pennisetum alopecuroides) |
| chikin-チキン | kippenvlees; kip |
| chikokusuru-遅刻する | (te) laat zijn [komen]; achterlopen |
| chikuba-竹馬 | stelten (om op te lopen) |
| chimanako-血眼 | bloeddoorlopen ogen |
| chinryō-賃料 | huur; huurpenning(en) |
| chō-挺 | stuk(s) (wordt gebruikt bij het tellen van langwerpige voorwerpen zoals bijv. spade, schoffel, geweer en kaars) |
| chōbikei-長尾鶏 | langstaarthoen (Japans kippenras met een uitzonderlijk lange staart (uit Kōchi, Shikoku) |
| chōka-長歌 | langere vorm van waka-poëzie, met regels van 5 en 7 lettergrepen, die afwisselend minstens drie keer worden herhaald (meestal eindigend met 7) |
| chōkeshi-帳消し | het wegstrepen (winst of verlies); compenseren |
| chokochoko-ちょこちょこ | lopend met kleine pasjes; waggelend |
| chokugen-直言 | het openhartig [ronduit; ongezouten] spreken |
| chokuhitsu-直筆 | het kalligraferen met de schrijfpenseel rechtop gehouden |
| chōshokutsuki-朝食付き | inclusief ontbijt; ontbijt inbegrepen |
| chōson-町村 | steden en dorpen; gemeenten |
| chōtantankaku-長短短格 | dactylus (drielettergrepige versvoet van1 lange of beklemtoonde en 2 korte of onbeklemtoonde lettergrepen) |
| chōzame-蝶鮫 | steur (straalvinnige vissoort, Acipenser mikadoi) |
| chūgen-中元 | zomergeschenk (veel Japanners geven tijdens het Obon festival geschenken aan mensen die het afgelopen half jaar veel voor hen hebben betekend) |
| chūryū-駐留 | tijdelijke stationering [plaatsing] (van een leger); tijdelijke aanwezigheid van troepen in een bepaald gebied |
| chūshisuru-中止する | stoppen; afgelasten; uitstellen; onderbreken |
| chūsuien-虫垂炎 | blindedarmontsteking; appendicitis |
| chūyagyakuten-昼夜逆転 | het omdraaien van dag en nacht; 's nachts wakker zijn en overdag slapen |
| dabitto-ダビット | davit (een haakpaal aan boord van schepen waar een sloep, reddingsboot, e.d. aan hangt) |
| daburu-ダブる | overlappen |
| daburu-ダブル | (jas) met twee rijen knopen |
| dahasuru-打破する | neerslaan; vernietigen; slopen; omverwerpen |
| daho-拿捕 | (in oorlogstijd) de tijdelijke inbeslagname van vijandelijke schepen of ladingen |
| daihen-代返 | (op school) bij het afroepen van namen van een presentielijst bevestigend antwoorden t.b.v een andere persoon (die zelf niet aanwezig is) |
| daija-大蛇 | grote slang; serpent |
| daikon'oroshi-大根下ろし | rasp om daikon te raspen |
| daikyū-代休 | extra vrije dag (als compensatie voor werken op een feestdag) |
| daisen-台船 | een bakvormig vaartuig (zonder motor) gebruikt voor het vervoeren van grond, zand, zware voorwerpen, kranen, etc. |
| daishō-代償 | compensatie, schadevergoeding; schadeloosstelling |
| dai・in-ダイ・イン | demonstratie (tegen wapens) waarbij de demonstranten simuleren dat ze doodliggen |
| dakiokosu-抱き起こす | (iem.) optillen; overeind helpen |
| dakutyurosu-ダクテュロス | dactylus (drielettergrepige versvoet van1 lange of beklemtoonde en 2 korte of onbeklemtoonde lettergrepen) |
| damigoe-濁声 | krassende [krakende; raspende] stem |
| dandara-段だら | (patroon met) horizontale strepen |
| dankō-断郊 | het buiten (in velden of bossen) hardlopen |
| dankon-男根 | fallus; penis |
| danpingu-ダンピング | het dumpen [goedkoop verkopen] van een grote hoeveelheid goederen ( m.n. op de buitenlandse markt) |
| dansensuru-断線する | (af)breken; (af)knappen; het begeven; losraken |
| dappi-脱皮 | ecdysis; vervelling; de huid afwerpen (zoals bij slangen e.d.) |
| daradara-だらだら | (onomatopee) druppelend; stromend; slepend |
| dashin-打診 | (med) onderzoek door bekloppen; percussie |
| dashippanashinisuru-出しっ放しにする | iets aandoen [uithalen] en zo laten; de kraan aan laten staan; het water laten lopen |
| dassōsuru-脱走する | deserteren; ontsnappen; vluchten |
| datai-堕胎 | abortus (m.n. door medisch ingrijpen) |
| dātī・furōto-ダーティー・フロート | een systeem waarbij beleidsautoriteiten ingrijpen wanneer er ongewenste fluctuaties optreden op de wisselkoersen |
| datōsuru- 打倒する | verslaan; ten val brengen; omverwerpen |
| debune-出船 | vertrek (van schepen); uitvaart (uit een haven) |
| deddorokku-デッドロック | impasse; patstelling; het vastlopen (van een computer) |
| deddo・endo-デッド・エンド | doodlopende weg [straat; steeg] |
| deiriguchi-出入口 | ingang en uitgang; deuropening; (toegangs)poort |
| deisui-泥酔 | stomdronken; straalbezopen; ladderzat |
| dendō-殿堂 | paleis; openbaar gebouw; grote zaal |
| disukurōjā-ディスクロージャー | bekendmaking; openbaarmaking; vrijgave (van informatie); onthulling |
| doboku-土木 | openbare [publieke] werken |
| dōdan-登壇 | het podium opstappen; het spreekgestoelte beklimmen; achter de kansel gaan staan |
| dōdō-堂堂 | publiekelijk; openbaar; openlijk |
| dōdōmeguri-堂堂巡り | al biddend rond een tempel lopen |
| dōdōmeguri-堂堂巡り | het stemmen van Japanse parlementsleden, waarbij zij hun stembiljetten in een doos die op het podium staat stoppen |
| dōdōshita-堂堂した | openlijk; schaamteloos; zonder gêne; brutaal |
| dōke-道化 | grappenmakerij; zotternij; gek [dwaas] gedrag |
| dokidoki-どきどき | (onomatopee) kloppend; bonzend |
| dōkin-同衾 | het bed delen; het slapen in hetzelfde bed |
| dokkai-読解 | begrijpend lezen; leesvaardigheid |
| dokkaika-読解力 | goede leesvaardigheid hebben; goed begrijpend kunnen lezen; |
| dokkaikatesuto-読解力テスト | leesvaardigheidstest; toets begrijpend lezen |
| dokkingu-ドッキング | (Eng.: docking) het aanmeren [koppelen] (van ruimteschepen, satellieten, e.d.) |
| dokuhitsu-毒筆 | kwaadaardige pen; schrijven om iemand te kwetsen |
| dokutā・sutoppu-ドクター・ストップ | op advies van de dokter stoppen met roken, drinken, e.d. |
| donto・nō・gurūpu-ドント・ノー・グループ | (Eng.: don't-know-group) mensen die b.v. bij een enquête iets niet weten of begrijpen |
| donzumari-どん詰まり | einde; slot; uitkomst; laatste loodjes; doodlopende weg |
| doraggu-ドラッグ | slepen |
| doraibu・in・shiatā-ドライブ・イン・シアター | drive-inbioscoop; openluchtbioscoop |
| doramachikku-ドラマチック | aangrijpend |
| dorasutikku-ドラスティック | drastisch; ingrijpend; doortastend |
| doriru-ドリル | drillen; oefenen; aanleren; instampen |
| dorō-ドロー | het trekken; slepen |
| dorufin・kikku-ドルフィン・キック | dolfijntrap (zwembeweging met beide voeten tegelijk in een trappende beweging in het water, bij vlinderslag en rugslag) |
| dōsei-同性 | dezelfde eigenschappen |
| dosudosu-ドスドス | (onomatopee) stampend geluid (b.v. van een heimachine of van de zware voetstappen van een zwaarlijvig persoon of dier) |
| doyadoya-どやどや | geluid van vele voetstappen [van een menigte mensen] (onomatopee) |
| doyasu-どやす | intimideren; (naar iem.) schreeuwen [schoppen; slaan] |
| ea・gan-エア・ガン | lucht(druk)pistool; luchtdrukwapen |
| ea・shūto-エア・シュート | pneumatische transmissiebuis; luchtkoker voor vervoer van voorwerpen |
| efude-絵筆 | schilderskwast; penseel |
| eguridasu-抉り出す | uitscheppen; uitgraven; uitlepelen; gutsen |
| eigyōjikan-営業時間 | openingstijden; kantooruren |
| eijihappō-永字八法 | (kalligrafie) de acht basis penseelstreken van kanji (die allen in het karakter 永 voorkomen.) |
| eikō-曳航 | sleep; het slepen (van een schip) |
| eiminsuru-永眠する | eeuwig slapen; dood zijn |
| eisen-曳船 | het slepen [vlot trekken] van een schip |
| eishi-英資 | voortreffelijke (aangeboren) kwaliteiten [eigenschappen]; goed karakter |
| emi-笑み | het opengaan [openbarsten] van bloemen [rijpe vruchten] |
| emono-得物 | handwapen; iemands favoriete [beste] wapen |
| emu-笑む | openbarsten (van de beschermhuls [vruchtwand] van een noot e.d.) |
| en-縁 | een open veranda |
| enbannage-円盤投げ | het discuswerpen |
| enburemu-エンブレム | embleem; insigne; wapenschild |
| enjiniaringu-エンジニアリング | techniek; technische wetenschappen |
| enjosuru-援助する | helpen; steunen; assisteren |
| enshōsuru-延焼する | vlam vatten; het verspreiden [om zich heen grijpen] van vuur |
| en'ei-遠泳 | het langeafstandszwemmen; openwaterzwemmen |
| en'en-奄奄 | het hijgen; naar adem snakken [happen] |
| en'yō-遠洋 | de open zee; diepzee; oceaan |
| eppei-閲兵 | inspectie [monstering; schouwing; parade] van militaire troepen |
| ēpuriru・fūru-エープリル・フール | 1 april (dag van de aprilgrappen) |
| erumu-エルム | iepenhout; olmenhout |
| esagashi-絵探し | een spel waarbij men in een afbeelding [tekening; zoekplaatje] voorwerpen moet zoeken |
| esukēpu-エスケープ | een les overslaan op school (door de klas uit de sluipen) |
| etoku-会得 | het volledig begrijpen; het zich eigen te maken |
| fain・seramikkusu-ファイン・セラミックス | fijn keramiek (dat nieuwe functies en eigenschappen heeft door de samenstelling, structuur, vorm) |
| fajī・konpyūtā-ファジー・コンピューター | speciaal ontworpen computer die gebruik maakt van vage logica (fuzzy logic) |
| fanburu-ファンブル | frommelen; morrelen; (bij honkbal) de bal uit de handen laten glippen |
| farusu-ファルス | fallus; penis |
| ferutopen-フェルトペン | viltstift; viltpen |
| fōmyura・puran-フォーミュラ・プラン | beleggingsstrategie voor het kopen en verkopen van effecten volgens een vaste formule |
| fu-麩 | stukjes (vaak mooi gedecoreerd) voedsel gemaakt van tarwegluten (wordt b.v. toegevoegd aan soepen) |
| fubai-不買 | het niet kopen (door consumenten) |
| fudasho-札所 | ruimte in een tempel [heiligdom] waar de gelovigen ofuda kunnen kopen |
| fude-筆 | penseel; kwast; pen; potlood |
| fudebako-筆箱 | (kalligrafie) doos (m.n. van gelakt hout) voor schrijfpenselen |
| fudebuto-筆太 | (kalligrafie) dikke penseelstreken |
| fudegashira-筆頭 | punt [kwastgedeelte] van een (schrijf)penseel |
| fudehakobi-筆運び | penseelvoering; gebruikswijze van het schrijfpenseel |
| fudeire-筆入れ | pennendoos; pennenkoker; etui; penselenkoker |
| fudekake-筆掛け | rek [standaard] voor schrijfpenselen |
| fudeoki-筆置 | penseel standaard |
| fudepen -筆ペン | schrijfpenseel met inktreservoir (zoals een vulpen) |
| fudetate-筆立て | houder [glas; beker] om schrijfpenseel rechtop te zetten (zonder reiniging, voor hergebruik later) |
| fudetate-筆立て | begin [openingszinnen] van een brief, e.d. |
| fudezuka-筆塚 | (graf)heuvel, waarin gebruikte schrijfpenselen (van geëerde meesters) begraven zijn |
| fudezukai-筆遣い | (schrijf)penseelvoering; (schrijf)penseelbehandeling |
| fuhatsu-不発 | het afketsen; mislukken; floppen (b.v. van een plan, mop, e.d.) |
| fukachi-不可知 | ondoorgrondelijkheid; raadselachtigheid; onkenbaar [niet te begrijpen] zijn |
| fukameru-深める | verdiepen; dieper maken; versterken; vergroten |
| fukameru-深める | zich verdiepen in |
| fuki-付記 | appendix; toevoeging; supplement |
| fukimakuru-吹き捲る | (lang blijven) opscheppen |
| fukitobasu-吹き飛ばす | een grote mond hebben; opscheppen |
| fukiyamu-吹き止む | stoppen met waaien; afnemen [gaan liggen] van de wind |
| fuku-覆 | omvallen; omverwerpen |
| fukumaden-伏魔殿 | (fig.) broeinest; wespennest |
| fukurokōji-袋小路 | doodlopende weg [straat; steeg] |
| fukusa-袱紗 | zijden doek om bij de theeceremonie gebruikte voorwerpen in te wikkelen of schoon te vegen |
| fukusuru-服する | gehoorzamen; zich onderwerpen aan; accepteren; zich houden aan |
| fukuzatsukei-複雑系 | een complex systeem (d.w.z. dat de eigenschappen van het geheel niet zijn af te leiden uit de eigenschappen van de samenstellende delen afzonderlijk) |
| fumaeru-踏まえる | stappen op; zich plaatsen op; de voeten krachtig neerzetten |
| fumiarasu-踏み荒らす | vertrappen; onder de voet lopen |
| fumiba-踏み場 | plaats om je voeten neer te zetten [om te lopen] |
| fumidasu-踏み出す | vooruitgaan; vooruitlopen; een stap naar voren doen; uitstappen; (fig.) een eerste stap zetten; beginnen; van start gaan |
| fumie-踏み絵 | een christelijke afbeelding, waar men op moest lopen om te bewijzen geen aanhanger te zijn van het verboden christelijke geloof (Edo-periode) |
| fumihazusu-踏み外す | misstappen; uitglijden |
| fumiireru-踏み入れる | binnenlopen; inlopen; lopen op; belopen |
| fumikatameru-踏み固める | aanstampen; vaststampen; plat stampen (aarde, sneeuw, e.d.) |
| fumikesu-踏み消す | uittrappen (vuur) |
| fumikiri-踏み切り | (sumo) het uit de ring stappen |
| fumikiru-踏み切る | (bij sumo) buiten de ring stappen |
| fumikoeru-踏み越える | overheen stappen; overschrijden |
| fumikomu-踏み込む | binnenstappen; binnenvallen; een inval doen |
| fumikomu-踏み込む | hard trappen op; intrappen |
| fumikorosu-踏み殺す | doodtrappen |
| fumikowasu-踏み毀す | kapot trappen [stampen] |
| fuminarasu-踏み均す | aanstampen; platstampen; platstappen; plattreden; platwalsen |
| fuminarasu-踏み鳴らす | stampen (met de voeten); luidruchtig lopen |
| fuminijiru-踏み躙る | vertrappen; pletten met de voeten |
| fuminuku-踏み抜く | ergens doorheen trappen; ergens in trappen |
| fumishidaku-踏み拉く | vertrappen; verpletteren met de voeten |
| fumishimeru-踏み締める | met zekere stappen [voorzichtig; met vaste tred] lopen |
| fumitaosu-踏み倒す | onder de voet lopen; plat trappen; intrappen; vertrappen |
| fumitsubusu-踏み潰す | vertrappen; kapot trappen |
| fumitsukeru-踏み付ける | vertrappen; trappen op |
| fumiwaru-踏み割る | ergens opstappen en dat breken |
| funade-船出 | het inschepen [aan boord gaan; wegvaren; uitvaren] (van schepen) |
| funadome-船止め | embargo (beslag op schepen; verhinderen dat een schip een haven verlaat) |
| funayagura-船矢倉 | hoge bovenbouw van grote Japanse schepen |
| fundarikettari-踏んだり蹴ったり | een reeks van tegenslagen en rampen; de ene tegenslag na het andere (hebben) |
| funki-奮起 | zelfstimulering; zichzelf oppeppen |
| funkikō-噴気孔 | fumarole (bron waaruit vulkanische gassen ontsnappen) |
| funkisuru-奮起する | in actie komen; zichzelf oppeppen [stimuleren; vermannen] |
| funpatsusuru-奮発する | veel geven; veel spenderen; veel geld uitgeven |
| funzukeru-踏ん付ける | onderdrukken; onder de voet lopen; vertrappen |
| funzukeru-踏ん付ける | een voetspoor zetten [achterlaten] in een zachte ondergrond; ergens op trappen |
| furanku-フランク | eerlijk; oprecht; openhartig |
| furigana-振り仮名 | kleine kana lettergrepen (naast kanji geprint om de uitspraak ervan te duiden) |
| furihanasu-振り放す | (van zich) afschudden; zichzelf bevrijden; ontsnappen |
| furikazasu-振り翳す | rondzwaaien (met een voorwerp, wapen, e.d.) |
| furiko-振り子 | slinger; pendulum |
| furiotosu-振り落とす | (van zich) afschudden; afwerpen |
| furīzu-フリーズ | plotseling vastlopen [blokkeren] (van een computer, e.d.) |
| furī・tōkingu-フリー・トーキング | open debat; open [vrije] discussie |
| furoku-付録 | (in drukwerk) supplement; appendix; bijlage; extra editie |
| furuiokosu-奮い起こす | bijeenrapen; verzamelen |
| fusagu-塞ぐ | verstoppen; blokkeren; in de weg staan; vastlopen |
| fusai-付載 | bijlage; appendix |
| fuseki-布石 | het openingsstadium van een partij go |
| fushibushi-節節 | punten; plaatsen; tijdstippen |
| futtsuri-ふっつり | het plotseling stoppen [afbreken] |
| futtsurisuru-ふっつりする | plotseling afbreken [stoppen; opgeven] |
| fuzakeru-ふざける | grappen [plezier] maken; ronddartelen; gek doen; geintjes uithalen |
| gabunomi-がぶ飲み | opslurpen; (in één keer) opdrinken |
| gaburi-がぶり | (onomatopee) met grote happen eten; met grote slokken drinken; alles tegelijk doorslikken [naar binnen werken] |
| gafū-画風 | schilderstijl; penseelvoering |
| gahitsu-画筆 | penseel (van een kunstschilder) |
| gaibutsu-外物 | externe dingen; voorwerpen in de externe wereld (buiten jezelf) |
| gaida-咳唾 | hoest en slijm [sputum]; het schrapen van de keel |
| gaikai-外海 | open zee; de volle zee (ver van het vaste land) |
| gaiyō-外洋 | open zee; (op) volle zee |
| gakai-画会 | een tentoonstelling waar kunstenaars hun eigen schilderijen verkopen |
| gakeppuchi-崖っ縁 | (lett.) de rand van de afgrond [rotsen; klippen] |
| gakeppuchi-崖っ縁 | (fig.) de rand van de afgrond; een penibele situatie |
| gakuchi-学知 | iets door bestudering begrijpen |
| gakugaku-諤諤 | openhartig; onomwonden; vrijuit; recht voor zijn raap; zonder omhaal |
| gan-ガン | pistool; geweer; revolver; vuurwapen |
| ganaru-がなる | schreeuwen; (uit)roepen; bulderen; brullen |
| gappuri-がっぷり | stevig (vastgegrepen); vastgeklemd |
| gara-がら | kippenbotjes (b.v. voor de soep) |
| gari-ガリ | (tot febr. 2024 gevangenis jargon voor) het knippen van het haar |
| garigari-がりがり | (onomatopee) knarsend; krassend knerpend |
| gasuru-駕する | (m.b.t. vervoermiddel) instappen; opstijgen; inschepen |
| gatapishi-がたぴし | rammelend, ratelend; bonkend; krakend; piepend |
| geigekiki-迎撃機 | jachtvliegtuig (dat vijandelijke projectielen moet onderscheppen) |
| gejō-下乗 | het uitstappen; afstappen; afstijgen (van een paard) |
| geki-隙 | (in kanji combinaties) gat; kloof; opening |
| gengokōgaku-言語工学 | (language engineering) taaltechnologie (gericht op het efficiënter en effectiever laten verlopen van taalprocessen) |
| genkizukeru-元気づける | oppeppen; opvrolijken |
| genseki-原石 | ruwe [onbewerkte; ongeslepen] edelsteen |
| genshōsuru-減少する | afnemen; dalen; krimpen |
| gentei-舷梯 | tijdelijke trap of plank (voor het in- en uitstappen van vliegtuigen en schepen); vliegtuigtrap; loopplank, valreep |
| gen'ya-原野 | wildernis; vlakte; (open) veld |
| geseru-解せる | (goed) begrijpen; bevatten |
| gesha-下車 | het uitstappen uit een voertuig (zoals trein, bus, e.d.) |
| geshukuya-下宿屋 | kamerverhuurder; pension |
| gesuto・hausu-ゲスト・ハウス | pension; gastenverblijf |
| gijin-義人 | een rechtvaardig [deugdzaam; rechtschapen] persoon |
| gikochinai-ぎこちない | ongemakkelijk; onhandig; onbeholpen; stijf; ruw; bot |
| gikogiko-ギコギコ | (onomatopee) piepend; krakend; zagend |
| ginkōtōzakanjō-銀行当座勘定 | rekening-courant; zichtrekening; lopende bankrekening |
| ginyōru-ギニョール | poppenkast |
| ginyōru-ギニョール | handpop; poppenkastpop |
| giyaman-ギヤマン | vroegere naam voor geslepen glas (dat met een diamant werd bewerkt) |
| gō-号 | (als achtervoegsel) naam (voor voertuigen, schepen, vliegtuigen, dieren, etc.) |
| go-御 | erend voorvoegsel, uit beleefdheid toegevoegd aan woorden m.b.t. mensen of waardevolle voorwerpen |
| gobō-五芒 | pentagram |
| gobōsei-五芒星 | pentagram; vijfhoekige ster |
| gobun-誤聞 | misverstand, verkeerd horen [begrijpen]; verkeerde informatie |
| gokaisuru-誤解する | verkeerd begrijpen; misverstaan |
| gokakkei-五角形 | vijfhoek; pentagoon |
| gokakukei-五角形 | vijfhoek; pentagoon |
| goninbayashi-五人囃子 | vijf hofmuzikantenpoppen, uitgestald tijdens het meisjesfestival (op 3 maart) |
| goorudorasshu-ゴールドラッシュ | goudkoorts; een stormloop op speculatieve aankopen van goud |
| gōseisen'imōhitsu-合成繊維毛筆 | synthetische penseel |
| gosha-誤写 | fout bij het kopiëren [overschrijven; overtypen] |
| goshichichō-五七調 | (poëzie) metrum van vijf- en zeven lettergrepen |
| gosō-護送 | escorte (gewapende begeleiding) |
| goun-五蘊 | (boeddhisme) de vijf khandhas (groepen van bestaan van de mens) |
| goyōhajime-御用始め | de hervatting [heropening] van de overheidsdiensten in het nieuwe jaar (meestal op 4 jan.) |
| gu-具 | telwoord voor uitrustingen; gebruiksvoorwerpen, meubels, e.d. |
| guchoku-愚直 | simpele [ongecompliceerde] eerlijkheid [openhartigheid] |
| gun-軍 | leger; krijgsmacht; strijdmacht; troepen |
| gunbi-軍備 | bewapening; oorlogsvoorbereiding |
| gunbishukushō-軍備縮小 | ontwapening |
| gunkaku-軍拡 | militaire expansie; bewapening |
| gunkō-軍港 | marinehaven; haven voor oorlogsschepen |
| gunshuku-軍縮 | ontwapening |
| guntai-軍隊 | strijdkracht; leger; troepen |
| gunzei-軍勢 | strijdkrachten; militaire troepen; manschappen |
| gurasunosuchi-グラスノスチ | glasnost (Sovjetbeleid van openheid in de jaren tachtig) |
| gurē・karā-グレー・カラー | grijze boorden; arbeiders in technische beroepen |
| gussuri-ぐっすり | (onomatopee) diep [vast] slapend |
| gyakuhitsu-逆筆 | (kalligrafie) tegengestelde schrijfrichting aan het begin van een penseelstreek |
| gyakuryūsuru-逆流する | terugstromen; achteruit stromen; stroomopwaarts stromen; oprispen |
| gyoban-魚板 | een hangende houten plank in de vorm van een vis, die in een tempel als een gong wordt beslagen om tijdstippen aan te geven |
| gyoku-魚鼓 | een hangende houten plank in de vorm van een vis, die in een tempel als een gong wordt beslagen om tijdstippen aan te geven |
| gyokuhaku-玉璞 | ruwe diamant; ongeslepen diamant |
| gyokuho-玉歩 | (beleefde term voor wandelen, lopen) (keizerlijke) wandeling; het wandelen [lopen] van een keizer [keizerin] |
| gyūgyū-ぎゅうぎゅう | (onomatopee) krakend [piepend] geluid |
| gyūgyū-ぎゅうぎゅう | het iets ergens inproppen [inpersen] |
| gyūmōhitsu-牛毛筆 | penseel van runderhaar |
| gyutto-ぎゅっと | (onomatopee) strak; stevig; krachtig; knijpend |
| hādoru-ハードル | horde; hordelopen |
| hādo・saiensu-ハード・サイエンス | natuurwetenschappen |
| hagu-剥ぐ | strippen; uitkleden |
| hahei-派兵 | het zenden van (militaire) troepen |
| hai-はい | ja (een woord dat wordt gebruikt als antwoord als men geroepen wordt) |
| haigaku-廃学 | studiebeëindiging zonder einddiploma; voortijdig stoppen met school of studie |
| haikai-徘徊 | zwerftocht; het doelloos rondlopen; ronddwalen |
| haikei-拝啓 | Geachte heer/mevrouw [formele standaarduitdrukking om een brief te openen] |
| haimatsuwaru-這い纏わる | vastklampen; (omhoog) kruipen [klimmen] (van planten) |
| hainoboru-這い登る | (op)klimmen tegen; omhoog klauteren [kruipen] |
| hairu-入る | (in combinatie met ogen, oren, hoofd, etc.) zien; horen; vernemen; begrijpen; zich concentreren |
| haishisuru-廃止する | afschaffen; stoppen [niet doorgaan] met; beëindigen |
| haisui-背水 | achterwater; binnenwater; teruglopend water |
| haizai-配剤 | dispensatie; ontheffing; vrijstelling |
| hajikakureru-恥隠る | de schaamte bespaard [niet geopenbaard] worden |
| hajikeru-弾ける | openbarsten; uitbarsten; openscheuren |
| hajimeru-始める | beginnen (met); starten; openen (een winkel, e.d.) |
| hake-刷毛 | (verf)kwast; penseel; borstel |
| hakeru-捌ける | goed verkopen; uitverkopen |
| hakidasu-吐き出す | spuien (kritiek, etc.); uitstromen; verspreiden; verklappen; onthullen |
| hakkai-発会 | de opening van een vergadering [bijeenkomst] |
| hakkaku-発覚 | ontdekking; onthulling; openbaring |
| hakkōsuru-発酵する | fermenteren; gisten; rijpen (ook fig. van gedachtenen of ideeën) |
| hakō-跛行 | mankheid; het mank lopen; hinken |
| hakobu-運ぶ | iets vooruit laten gaan; naar voren brengen; goed laten verlopen |
| hakobu-運ぶ | (goed) vooruit gaan; doorgaan; goed verlopen |
| hama-浜 | venerida (tweekleppige schelpensoort) |
| hame-羽目 | benarde [lastige] situatie; puinhoop; penarie |
| hameru-嵌める | in de val lokken [laten lopen] |
| hamon-波紋 | golfpatroon in een familiewapen |
| hanamichi-花道 | de gang waardoor sumo-worstelaars van de kleedkamer naar de ring lopen (en v.v.) |
| hanamichi-花道 | verhoogd pad waarover de acteurs naar- en van het toneel lopen (door de zaal met het publiek) |
| hanamichi-花道 | (fig.) moment van een glorieuze terugtreding [aftreden; pensionering] |
| hanauri-花売り | de bloemenverkoop; het verkopen van bloemen |
| hanbaisuru-販売する | verkopen; handelen (in) |
| hanbiraki-半開き | halfgeopend [halfopen] zijn |
| hanburu-ハンブル | frommelen; morrelen; (bij honkbal) de bal uit de handen laten glippen |
| haneguruma-羽根車 | schoepenwiel; schoepenrad |
| hanguappu-ハングアップ | (computer) programmastop; vastlopen van het systeem |
| hankai-半解 | slechts half [gedeeltelijk] begrepen |
| hanmei-判明 | vaststelling; verduidelijking; bekendwording; openbaring; identificatie |
| happōsuru-発砲する | afvuren; (af)schieten (geweer, pistool, of andere geladen wapens) |
| happyōkai-発表会 | een school concert [recital]; een gelegenheid waarbij een reeks uitvoeringen of bevindingen openbaar wordt gemaakt |
| haraimono-払い物 | iets [een artikel] dat je wilt verkopen; iets dat je niet meer nodig hebt] |
| harakiri-腹切り | rituele zelfdoding (m.n. van de krijgselite) in Japan (te voltrekken door met een kort zwaard de buik open te snijden) |
| harappa-原っぱ | veld; open vlakte; egaal terrein |
| harau-払う | uitverkopen; uitverkoop houden |
| harau-払う | verwijderen; wegvegen; schoonvegen; wegknippen |
| hare-晴れ | publiek; openbaar; formeel; officieel |
| harema-晴れ間 | opklaring (van het weer); open [blauwe] plek in het wolkendek |
| harete-晴れて | openlijk; publiekelijk; openbaar |
| harisakeru-張り裂ける | (open)barsten; scheuren; in stukjes breken |
| haritaosu-張り倒す | (iem.) neerslaan; omverlopen; vloeren; onderuithalen |
| harubādo-ハルバード | hellebaard (middeleeuws wapen) |
| hashiri-走り | een run; sprint; het rennen; hardlopen; rijden |
| hashirizukai-走り使い | koerier; boodschapper; boodschappenjongen; loopjongen |
| hashiru-走る | (van een weg, e.d.) lopen (door) |
| hashiru-走る | (samen) ervandoor gaan; wegvluchten; de benen nemen; van huis weglopen |
| hataage-旗揚げ | een leger op de been brengen; troepen te verzamelen |
| hataku-叩く | (iets) afstoffen; uitkloppen |
| hatchakukan-発着艦 | arriverende en vertrekkende marineschepen (in een zeegebied) |
| hatsugen-発現 | openbaring; verschijning; manifestatie |
| hatsunori-初乗り | basistarief (van openbaar vervoer) |
| hatsunoriunchin-初乗り運賃 | de prijs voor het basistarief voor openbaar vervoer (bus, trein of taxi) |
| hatsuoyogi-初泳ぎ | nieuwjaarsduik; duik [zwemmen] in open water op nieuwjaarsdag |
| hatsuuri-初売り | eerste verkoopdag [openingsdag] van winkels (in het nieuwe jaar) |
| hattatsukagaku-発達科学 | ontwikkelingswetenschappen |
| hattatsusuru-発達する | groeien; ontwikkelen; rijpen |
| hau-這う | kruipen; kronkelen |
| hayajimai-早仕舞い | vroege (winkel)sluiting; vroeg stoppen met werken |
| hayauchi-早打ち | het snel schieten met vuurwapens |
| hazusu-外す | losmaken; openmaken; ontsluiten; afdoen; uitdoen |
| hebaritsuku-へばりつく | zich vastklampen [vasthouden] aan |
| hegu-剥ぐ | afscheuren; schillen; strippen; pellen |
| heiba-兵馬 | cavalerie; manschappen; strijdkrachten |
| heika-兵戈 | wapens; messen en zwaarden |
| heikaku-兵革 | wapens; wapenrusting |
| heiki-兵器 | wapens; wapentuig; oorlogswapens |
| heikiko-兵器庫 | arsenaal; wapenhuis; wapenmagazijn |
| heikōsuru-平行する | parallel lopen met |
| heiran-兵乱 | oorlog; gewapend conflict |
| heiro-閉炉 | (in Zen tempels, op eerste dag van de 2de maand van de maankalender) het doven [uitdoen] van de van de vuurhaard [open haard] |
| heiryoku-兵力 | troepenmacht; strijdkrachten; militaire kracht |
| heisagatatōshishintaku-閉鎖型投資信託 | beleggingsfonds dat een vast aantal aandelen uitgeeft via een enkele openbare aanbieding (om kapitaal te verzamelen voor de eerste investeringen) |
| heishinteitō-平身低頭 | het buigen tot in het stof; het zich ter aarde werpen |
| heishinteitōsuru-平身低頭する | diep buigen; zich ter aarde werpen; knielen |
| heisho-閉所 | (van instellingen, e.d.) het stoppen met activiteiten; totale sluiting |
| heiya-平野 | vlakte; open veld |
| hekikai-劈開 | het splijten; barsten; openbreken (m.n. van erts, kristal, e.d.) |
| henkyō-偏狭 | bekrompenheid; kleingeestigheid; kortzichtigheid; intolerantie |
| henrei-返礼 | een wedergift; compensatie; een cadeau [compliment] terug geven |
| heru-減る | afnemen; krimpen; slinken; minder worden |
| herumetto-ヘルメット | helm; valhelm; tropenhelm; zonnehoed |
| hiashi-火脚 | het verspreiden [om zich heen grijpen] van vuur [brand] |
| hichō-秘聴 | het afluisteren [aftappen] (van een telefoon) |
| hidama-火玉 | brandend hoopje tabak in een pijpenkop |
| hidarizukai-左使い | (bunraku) de assistent poppenspeler die de linker arm van de pop beweegt |
| hihaku-飛白 | decoratieve penseeltechniek bij het kalligraferen (met vervaagde lijnen) |
| hikasu-引かす | schulden (van iemand anders) betalen (b.v. om een geisha of prostituee vrij te kopen) |
| hikerakasu-ひけらかす | pronken (met); opscheppen (over) |
| hikeru-引ける | sluiten; voorbij [uit; afgelopen] zijn |
| hiketsusuru-否決する | afwijzen; verwerpen; wegstemmen |
| hikidoki-引き時 | de (juiste) tijd om op te stappen [om weg te gaan] |
| hikihanasu-引き離す | vooruitlopen; harder lopen dan; een voorsprong nemen |
| hikimokirazu-引きも切らず | onophoudelijk; continu; voortdurend; onafgebroken; doorlopend |
| hikitsuru-引き攣る | krampen [zenuwtrekkingen] hebben |
| hikitsuru-引き攣る | krimpen; strak [stijf] worden; verstijven |
| hikizuru-引き摺る | slepen (over de grond); sleuren |
| hikka-筆架 | rek [standaard] voor schrijfpenselen |
| hikkai-筆海 | etui [foedraal] voor penselen |
| hikkakaru-引っ掛かる | ergens intrappen; zich laten inpakken |
| hikkan-筆管 | penseelhouder (van glas e.d. om het schrijven tijdelijk te onderbreken) |
| hikken-筆硯 | (schrijf)penseel en inktsteen |
| hikkitai-筆記体 | cursief schrift; schuine letters; lopend schrift; deftige letters |
| hikkonuku-引っこ抜く | aantrekken; overhalen; (van de concurrentie) weglokken; wegkopen; afpakken; afsnoepen; wegkapen; headhunten |
| hikōkai-非公開 | niet open voor publiek; gesloten; geheim; privé |
| hikōkigumo-飛行機雲 | condensspoor (vliegtuigstrepen) |
| hiku-引く | trekken (aan); slepen; leiden (een paard, e.d.) |
| hima-隙 | opening; spleet; ruimte; plek |
| himadoru-暇取る | lang duren; veel tijd kosten; vertraging oplopen |
| hinaarare-雛霰 | kleine, zoete, gekleurde rijstkoekjes die bij het Poppenfestival (op de Meisjesdag, 3 maart) worden gegeten |
| hinamatsuri-雛祭り | Japans poppenfeest [Meisjesdag] (op 3 maart, dan stallen meisjes hun traditionele poppen uit) |
| hinaningyō-雛人形 | hina-pop (traditionele Japanse pop die op 3 maart, de dag van het Japanse poppenfeest, wordt uitgestald) |
| hippō-筆法 | gebruikswijze van een (schrijf)penseel; penseelvoering; penseelbehandeling |
| hirafude-平筆 | platte penseel |
| hiraku-開く | tonen; onthullen; openbaren |
| hiraku-開く | openen; opengaan |
| hiratai-平たい | simpel; eenvoudig; makkelijk (te begrijpen) |
| hirate-平手 | handpalm; open hand; vlakke hand |
| hiroba-広場 | plein; grote open publieke ruimte; forum |
| hirogeru-広げる | uitrollen; openvouwen |
| hirono-広野 | open veld; uitgestrekte vlakte |
| hirou-拾う | lopen; te voet gaan |
| hirou-拾う | oppakken; oprapen; vinden |
| hirumu-怯む | terugdeinzen; ineenkrimpen; aarzelen |
| hishimochi-菱餅 | (driekleurige) mochi in ruitvorm, voor Hinamatsuri, het poppenfestival op op 3 Maart) |
| hisomaseru-潜ませる | (iets) verbergen; verborgen houden; verstoppen |
| hisomeru-潜める | verbergen; verstoppen |
| hissageru-引っ提げる | leiden (van troepen) |
| hissei-筆勢 | levendige [krachtige] penseelvoering; levendig [krachtig] handschrift |
| hissen-筆戦 | pennenstrijd; polemiek |
| hissen-筆洗 | verwijdering van inkt uit een penseelpunt; het reinigen van een penseel(punt) |
| hissen-筆線 | penseellijn; penseelstreek (in schilderkunst, kalligrafie, e.d.) |
| hisshi-筆紙 | pen en papier |
| hisshoku-筆触 | penseelstreek; penseelvoering |
| hitchi-筆致 | penstreek; schrijfstijl |
| hitchū-筆誅 | polemiek; pennenstrijd |
| hitode-人手 | hulp; helpende hand |
| hitofude-一筆 | een penseelstreek [pennenstreek] |
| hitohashiri-一走り | een stukje [een keer] rennen [hardlopen] |
| hitomae-人前 | publiek; openbaar; (in) aanwezigheid van (andere) mensen |
| hitome-人目 | publiek; openbaar; in de ogen van de wereld |
| hitonaka-人中 | openbaarheid |
| hitoriaruki-独り歩き | het alleen kunnen lopen (zonder hulp van anderen) |
| hitoriaruki-独り歩き | het alleen lopen [wandelen] |
| hitsu-筆 | penseel; kwast; pen; potlood |
| hitsuatsu-筆圧 | de druk [kracht] die tijdens het schrijven op (de punt van) een pen of penseel wordt uitgeoefend |
| hitsuboku-筆墨 | wat geschreven is met penseel en inkt; kalligrafie |
| hitsuboku-筆墨 | (schrijf)penseel en inkt |
| hitsujin-筆陣 | stellingname (in een polemiek; pennenstrijd; twistgeschrift) |
| hitsuryoku-筆力 | expressiviteit [expressieve kracht] van een penseelvoering [beschrijving] |
| hitsuzetsu-筆舌 | (lett. penseel en tong) het geschreven en gesproken woord |
| hittō-筆頭 | punt [kwastgedeelte] van een (schrijf)penseel |
| hittsukamu-引っ掴む | (vast)grijpen; (beet)pakken |
| hiwatari-火渡り | vuurloop (over vuur of brandende kolen lopen) |
| hiyakasu-冷やかす | winkelen zonder iets te kopen; kijken maar niet kopen |
| hiyamizu-冷や水 | (fig.) een domper; een koude douche; het bekoelen [dempen] (van iemand's enthousiasme) |
| hiyoku-比翼 | een combinatie van de familiewapens van twee geliefden |
| hiyokumon-比翼紋 | een combinatie van de familiewapens van twee geliefden |
| hizara-火皿 | kruitpan (onderdeel antiek vuurwapen) |
| hoan-保安 | handhaving van de openbare orde [veiligheid]; ordehandhaving |
| hoanjōrei-保安条例 | voorschriften voor de handhaving van de openbare orde |
| hoanshobun- 保安処分 | maatregelen om de openbare orde te handhaven |
| hodoku-解く | losmaken; losknopen; ontwarren; ontrafelen; loslaten; uitpakken |
| hōgakōshin-萌芽更新 | het afkappen van bomen en struiken net boven de stambasis |
| hohoemu-微笑む | (van bloemen) beginnen te bloeien; opengaan |
| hoi-補遺 | supplement; addendum; appendix |
| hoippu-ホイップ | (op)kloppen; slagroom |
| hojosuru-補助する | helpen; assisteren; steun |
| hokidasu-吐き出す | spuien (kritiek, etc.); uitstromen; verspreiden; verklappen; onthullen |
| hokku-発句 | het eerste vers (van 17 lettergrepen) van een renga gedicht |
| hokku-発句 | de eerste regel (van 5 lettergrepen) van een haiku of tanka gedicht |
| hokō-歩行 | wandeling; het wandelen; lopen |
| hoko-矛 | wapens |
| hokoru-誇る | opscheppen over |
| hokōsuru-歩行する | wandelen; lopen; te voet gaan |
| homāte-ホマーテ | pyroclastische kegel (door een vulkaan uitgeworpen puin) |
| hōmingu-ホーミング | geleiding (naar een doel) van moderne wapens (zoals raketten) |
| hon-本 | (woord voor het tellen van lange cilindervormige voorwerpen, zoals pennen, flessen, etc.) |
| hoobaru-頬張る | zijn mond volproppen (met eten) |
| hookaburisuru-頬被りする | een doek om je hoofd knopen |
| hōrikomu-放り込む | (iets ergens) inwerpen; naar binnen gooien |
| hōrinageru-放り投げる | (ver) wegwerpen; gooien; smijten |
| hōritsugaku-法律学 | rechtswetenschap(pen); rechtsgeleerdheid |
| hōru-放る | nalaten; halverwege stoppen; op zijn beloop laten; opgeven |
| hōru-放る | gooien; werpen; smijten |
| hōrudo-ホールド | vasthouden; vastgrijpen; grip |
| hoshijirushi-星印 | ster(vorm); pentagram; asterisk (*) |
| hōshō-報償 | compensatie; (schade)vergoeding; schadeloosstelling |
| hōshō-報奨 | bonus; beloning; compensatie |
| hoshō-補償 | compensatie; schadevergoeding; schadeloosheidstelling |
| hoshōsuru-補償する | compenseren; schadeloosstellen; goedmaken; (schuld) vereffenen |
| hōshoyaki-奉書焼き | een gerecht waarbij vis [zeevruchten; paddenstoelen] in papier gewikkeld worden gestoomd op een open vuur |
| hōsōdaigaku-放送大学 | Open Universiteit (van Japan) |
| hosu-干す | (water) aftappen; afvloeien; leeg laten lopen; vasten (de maag legen) |
| hosūkei-歩数計 | pedometer; stappenteller |
| hotsuku-ほつく | rondhangen; doelloos rondlopen; ronddwalen |
| hottoku-発得 | (boeddh.) het volledig begrijpen (in lichaam en geest) |
| hotto・wō-ホット・ウォー | gewapende strijd |
| hottsuku-ほっつく | rondhangen; doelloos rondlopen; ronddwalen |
| hoya-火屋 | lampenglas (glazen cilinder voor rookafvoer van olie- of gaslamp) |
| hoyahoya-ほやほや | (nog dampend) warm eten (dat net is bereid) |
| hozo-枘 | (bij houtbewerking) pen-en-gat-verbinding |
| hyakka-百科 | vele onderwerpen |
| hyō-票 | badge; insigne; penning; label |
| ichikabachika-一か八か | (gezegde) het erop wagen; alles of niets; erop of eronder; zwemmen [pompen] of verzuipen |
| ichiyō-一葉 | een telwoord voor platte, dunne voorwerpen (zoals bladeren, vellen papier, etc.) |
| iede-家出 | het (voorgoed) het huis verlaten [van huis weglopen] |
| iedesuru-家出する | van huis weglopen; voorgoed uit huis gaan; er met iemand vandoor gaan |
| igitanai-寝穢い | in een diepe slaap zijn; vast slapend zijn |
| iimorasu-言い漏らす | zich verspreken; een geheim verraden [verklappen] |
| iiowaru-言い終わる | stoppen [klaar zijn] met spreken; afronden |
| ijō-移乗 | het overstappen van een vervoermiddel naar een andere (auto, boot, e.d.) |
| ikichigai-行き違い | het elkaar voorbij lopen [passeren] (zonder ontmoeting; contact) |
| ikinayamu-行き悩む | in een impasse geraken; doodlopen; vastlopen |
| ikisekikiru-息急き切る | hijgen; puffen; naar adem happen; buiten adem zijn |
| ikizumaru-行き詰まる | een grens bereiken; in een doodlopende weg komen; in een impasse komen; aan het einde zijn [haar] vermogen komen |
| ikkatsukōnyū-一括購入 | inkopen in bulk |
| ikkini-一気に | in één adem; aan één stuk door; zonder te stoppen |
| ikkyo-一挙 | het zenden van troepen [een leger] |
| ikokusen-異国船 | buitenlandse schepen (in de Edo periode excl. de Nederlandse, Chinese en Koreaanse schepen) |
| in-イン | herberg; logement; pension |
| in-院 | (openbaar) gebouw; instituut; parlement; (hogere) school |
| inasu-往なす | (bij sumo) opzij stappen om een tegenstander uit balans te brengen |
| indīzu-インディーズ | (independent film, music) onafhankelijk muzieklabel, film, etc. |
| infomēshon・disukurōjā-インフォメーション・ディスクロージャー | openbaarmaking [onthulling] van informatie |
| inkei-陰茎 | penis; fallus |
| inkeihōhi-陰茎包皮 | voorhuid (van de penis) |
| inkeikotsu-陰茎骨 | (bij zoogdieren) penisbeen; penisbot; baculum |
| inkeisesshō-陰茎折症 | penisfractuur |
| inkeizōdai-陰茎増大 | penisvergroting |
| inkyo-隠居 | gepensioneerde |
| inkyo-隠居 | pensionering; het met pensioen gaan; het leiden van een stil [teruggetrokken] leven |
| inochibiroisuru-命拾いする | door het oog van de naald kruipen; op het nippertje [aan de dood] ontsnappen |
| inoru-祈る | wensen; hopen |
| inpi-隠避 | (jur.) het helpen ontsnappen [verborgen houden] van een voortvluchtige crimineel |
| inrō-印籠 | (Edo periode) traditioneel Japans doosje (voor het meenemen van kleine voorwerpen), gehangen aan de obi |
| insentibu・sēru-インセンティブ・セール | stimuleren van verkopen; verkoopprikkels |
| intāfea-インターフェア | tussenbeide komen; ingrijpen; interfereren |
| intai-引退 | het uit bedrijf nemen [ontmantelen] (van grote voertuigen, m.n. schepen, treinen, e.d.) |
| intai-引退 | terugtreding; pensionering |
| intaisuru-引退する | terugtreden; met pensioen gaan; zich terugtrekken uit het openbare leven |
| intaku-隠宅 | woning van een gepensioneerde |
| intāseputā-インターセプター | jachtvliegtuig (dat vijandelijke projectielen moet onderscheppen) |
| intāseputo-インターセプト | (bij balsporten) onderscheppen |
| inu-寝ぬ | (gaan) slapen |
| inuki-居抜き | (het kopen of huren van) een woonpand of winkelpand met inboedel |
| inukuguri-犬潜り | een gat in hek of heg, waardoor hond in en uit kan lopen |
| ippandō-一般道 | algemene weg; openbare [plaatselijke] weg |
| ippandōro-一般道路 | algemene weg; openbare [plaatselijke] weg |
| ippitsu-一筆 | het schrijven van een kanji zonder opnieuw de schrijfpenseel in inkt te dopen |
| ippitsu-一筆 | één schrijfpenseel |
| ippitsugaki-一筆書 | kalligrafie (werkstuk) in één keer, zonder het penseel opnieuw in de inkt te dopen |
| ippitsusho-一筆書 | kalligrafie (werkstuk) in één keer, zonder het penseel opnieuw in de inkt te dopen |
| ipponjime-一本締め | ritueel van het gezamenlijk handklappen (aan het einde van een bijeenkomst, ceremonie, project, e.d.) |
| ireageru-入れ揚げる | (veel) geld spenderen aan. |
| irechigai-入れ違い | het elkaar tegenkomen; elkaar tegen het lijf lopen |
| ireru-入れる | aanzetten; opendraaien |
| ireru-入れる | (iets ergens) in doen [stoppen] |
| irikomu-入り込む | (naar) binnengaan; binnenlopen; binnenstappen |
| iryūhin-遺留品 | (bij politieonderzoek) voorwerpen die zijn achtergelaten door de dader; eigendommen van het slachtoffer; gevonden voorwerpen |
| isamashii-勇ましい | stimulerend; aanmoedigend; opzwepend |
| isamiashi-勇み足 | bij sumo(worstelen) een tegenstander naar de rand van de ring brengen maar dan per ongeluk zelf uit de ring stappen |
| ishikeri-石蹴り | hinkelen; hinkelspel (waarbij kinderen een steentje schoppen op vlakken die op de grond zijn getekend) |
| ishitsubutsutoriatsukaisho-遺失物取扱所 | afdeling gevonden voorwerpen |
| ishizuki-石突き | (metalen) dop om het uiteinde [de punt] van een stok (zwaardschede; wapenstok; paraplu, wandelstok, e.d.] |
| isogiashi-急ぎ足 | een snelle loop; snelle stappen |
| isshindōtai-一心同体 | hart en ziel zijn één; twee harten kloppen als één; twee zielen, één gedachte |
| issuisuru-溢水する | overstromen; overlopen |
| isukumaru-居竦まる | ineenkrimpen; bevriezen [verstijven] van angst |
| itamiwake-痛み分け | gelijkspel in een sumo wedstrijd, omdat de tegenstander een verwonding heeft opgelopen |
| iwashigumo-鰯雲 | schapenwolk; cirrocumulus |
| izokunenkin-遺族年金 | nabestaandenpensioen |
| izutsu-井筒 | een buis [cilinder] van gewapend beton |
| izutsu-井筒 | benaming van een wapenschild |
| jairopairotto-ジャイロパイロット | (op vliegtuigen en schepen) automatische piloot (een instrument dat automatisch een bepaalde koers aanhoudt) |
| jamonseki-蛇紋石 | terpentijn; slangensteen |
| jidandafumu-地団駄踏む | uit woede [frustratie] hard op de grond stampen |
| jieitai-自衛隊 | het Japanse Zelfverdedigingsleger; zelfverdedigingstroepen |
| jigabachi-似我蜂 | een wespensoort (Ammophila) |
| jigen-示現 | openbaring; verschijning; manifestatie (van een godheid, Boeddha, e.d.) |
| jikabi-直火 | open vuur |
| jikaku-字画 | (het aantal) penseelstreken van een kanji |
| jiku-軸 | as; spil; schacht; pin; pen |
| jimansuru-自慢する | opscheppen (fig.); pochen; prat gaan op |
| jimetsu-自滅 | natuurlijk verval; zelfvernietiging; je eigen graf graven; je eigen nederlaag over jezelf afroepen |
| jinbunchishiki-人文知識 | specialist in geesteswetenschappen (visumcategorie in Japan) |
| jinbunkagaku-人文科学 | geesteswetenschappen; alfawetenschappen |
| jinchūmimai-陣中見舞い | een helpend [aanmoedigend] bezoek aan soldaten aan het front |
| jinchūmimai-陣中見舞い | een helpend [aanmoedigend] bezoek aan mensen die hard moeten werken |
| jindoru-陣取る | een (strategische) positie innemen; (troepen) stationeren; een kamp opzetten |
| jingisukannabe-ジンギスカン鍋 | Genghis Khan-hotpot (een Mongools grillgerecht met lams- of schapenvlees en groenten) |
| jiseki-事績 | prestatie; wapenfeit; heldendaad |
| jison-自損 | door eigen toedoen verwonding of schade oplopen |
| jiyūhōnin-自由放任 | anderen (b.v. kinderen) vrij hun gang laten gaan zonder ingrijpen; de dingen op zijn beloop laten |
| jō-譲 | (in samenstellingen) geven; overhandigen; toekennen; doorgeven; verkopen |
| joban-序盤 | openingszet (bij een spel zoals go, schaken, etc.) |
| jōki-乗機 | aan boord gaan [instappen] in een vliegtuig |
| jomaku-序幕 | de openingsakte [eerste akte] van een toneelstuk. |
| jomei-除名 | royement; het schrappen van iemands naam van de lijst |
| jōmon-定紋 | familiewapen |
| jonokuchi-序の口 | begin; start; opening |
| jōruri-浄瑠璃 | (m.n. bij bunraku poppentheater) traditionele Japanse verhalende muziek (waarbij de verteller (tayū) zingt o.b.v. een shamisen) |
| jōsha-乗車 | het instappen in een voertuig (zoals: trein, bus, e.d.) |
| jūdansuru-縦断する | door het hele land [gebied] gaan [lopen; reizen] |
| jūgeki-銃撃 | beschieting (met een vuurwapen) |
| jūha-銃把 | greep; handvat (van een vuurwapen) |
| jūhō-重砲 | zwaar geschut; zware artillerie; groot kaliber wapen |
| jūhō-銃砲 | vuurwapen |
| jukasekijō-樹下石上 | (slapen) onder een boom of op een steen (zoals een Boeddhistische monnik op pelgrimage) |
| juken-受検 | onderworpen worden aan een onderzoek [inspectie] |
| jūki-銃器 | (hand)vuurwapen |
| jūkō-銃口 | mond; tromp (voorste opening van de loop van een geweer) |
| jūkō-銃腔 | kaliber (van een vuurwapen) |
| jukunenrikon-熟年離婚 | scheiden op latere leeftijd (m.n. na pensionering) |
| jukusu-熟す | rijpen (fig.); goed ontwikkeld zijn [worden] (b.v. gedachte, plan, gelegenheid, vaardigheid) |
| jukusu-熟す | rijpen; rijp worden (fruit, kaas, etc.) |
| jukusuru-熟する | rijpen (fig.); goed ontwikkeld zijn [worden] (b.v. gedachte, plan, gelegenheid, vaardigheid) |
| jukusuru-熟する | rijpen; rijp worden (fruit, kaas, etc.) |
| junetsu-巡閲 | inspectie (van de manschappen e.d.) |
| jūshichimoji-十七文字 | haiku, een Japanse dichtvorm in 17 lettergrepen in een 5-7-5 versvorm |
| jūshin-銃身 | de loop van een vuurwapen |
| jūtakukōnyū-住宅購入 | aankoop [het kopen] van een huis |
| kābinjū-カービン銃 | karabijn (vuurwapen) |
| kabushikihikiuke-株式引受 | onderschreven aandelen (beleggers verbinden zich om nieuwe aandelen te kopen tijdens een emissie) |
| kabushikikōkai-株式公開 | primaire emissie; beursgang; het openbaar [publiek] maken van aandelen |
| kabushikikōkaigaisha-株式公開会社 | onderneming die haar aandelen openbaar heeft uitgegeven; beursgenoteerde onderneming |
| kachiku-家畜 | vee; levende have (koeien, paarden, varkens, schapen, etc.) |
| kado-門 | poort; ingang; deur(opening); doorgang |
| kafunenkin-寡夫年金 | weduwnaarspensioen |
| kafunenkin-寡婦年金 | weduwepensioen |
| kaga-夏芽 | zomerknoppen (bloem- of bladknoppen die aan planten en bomen groeien in de zomer, en dan later in het jaar uitkomen) |
| kagamibiraki-鏡開き | ceremonie van het openen van een vat sake |
| kagamibiraki-鏡開き | (lett. spiegel opening) Nieuwjaarsritueel van het snijden, eten en offeren van ronde mochi (rijst cakes) |
| kagaribi-篝火 | een vuur in een ijzeren korf, opgehangen als signaal [baken], of op schepen om vissen te lokken |
| kagefumi-影踏み | (kinderspel) schaduwtikkertje; schaduwtrappen |
| kagonuke-籠抜け | iemand oplichten en dan met geld of goederen (via de achterdeur) ervandoor gaan [wegglippen] |
| kagyō-家業 | binnen een familie (van generatie op generatie) doorgegeven beroepen en technieken |
| kaheigaku-貨幣学 | numismatiek (munt- of penningkunde) |
| kaheigakusha-貨幣学者 | numismaat; numismaticus; muntkundige; penningkundige |
| kai-魁 | het vooruit lopen op anderen; initiatiefneming; baanbrekend werk |
| kaiageru-買い上げる | kopen; opkopen |
| kaiasaru-買い漁る | alles opkopen |
| kaibokupen-解墨ペン | pen voor Oost-Indische inkt |
| kaichō-開帳 | het openen (op bepaalde dagen) van de gordijnen of deuren van een heiligdom, zodat het publiek het verborgen Boeddhabeeld kan zien |
| kaichō-開帳 | (jur.) het houden van een gok-evenement; het openen van een gokhal |
| kaichō-開張 | (jur.) het houden van een gok-evenement; het openen van een gokhal |
| kaichō-開張 | vleugelspanwijdte van insecten, vogels e.d.; het openspreiden van vleugels |
| kaidame-買い溜め | het hamsteren; veel (op)kopen [inslaan] |
| kaidamesuru-買い溜めする | hamsteren; veel opkopen [inslaan] |
| kaidashi-買い出し | het boodschappen gaan doen; uitgaan om boodschappen [inkopen] te doen |
| kaien-開園 | de opening (van een dierentuin; park; botanische tuin, etc.) |
| kaifū-開封 | het openen; openmaken |
| kaigan-開眼 | het openen van de ogen |
| kaigen-開眼 | (fig.) het openen van de ogen |
| kaigoken-介護犬 | assistentiehond; ADL-hond (om mensen met een handicap te helpen met Activiteiten van het Dagelijks Leven) |
| kaigui-買い食い | snoepjes [lekkers] kopen en meteen opeten |
| kaigyō-開業 | het openen [opstarten] van een bedrijf [(medische) praktijk] |
| kaihei-開閉 | het openen en sluiten |
| kaihō-開放 | opening; openstellen (voor publiek) |
| kaihōsuru-開放する | openen; openstellen (voor publiek) |
| kaiireru-買い入れる | inkopen; (zich) aanschaffen; inslaan |
| kaiji-改字 | wijziging van een karakter (ter vermijding van taboeonderwerpen, of om personen niet bij naam te noemen) |
| kaijō-開場 | opening van een (nieuw) gebouw; inauguratie |
| kaijō-開場 | het opengaan van de deuren van een zaal [theater] (voor een voorstelling) |
| kaijosuru-介助する | helpen; hulp [assistentie; zorg] verlenen |
| kaikaishiki-開会式 | openingsceremonie; openingsplechtigheid |
| kaikan-開館 | het openen (van een nieuwe bibliotheek, bioscoop, etc.) |
| kaikan-開館 | het opengaan (van een bibliotheek, bioscoop, etc.) |
| kaikanjikan-開館時間 | openingstijd(en) |
| kaikata-買い方 | koopwijze; manier van kopen (b.v. in een winkel, online, e.d.) |
| kaikehai-買い気配 | biedkoers (waarvoor de koper wil kopen) |
| kaikō-開口 | de mond opendoen; beginnen met spreken |
| kaikō-開口 | opening; gat; diafragmaopening (camera) |
| kaikō-開校 | oprichting [start; opening] van een school |
| kaikō-開港 | de opening [ingebruikneming] van een haven |
| kaikō-開講 | het begin [de openingswoorden] van een lezing |
| kaikōbu-開口部 | opening; diafragma |
| kaikodosu-買い戻す | terugkopen |
| kaikōichiban-開口一番 | eerste woorden; openingswoorden; begin van een toespraak |
| kaikoku-開国 | de openstelling van een land [van Japan] (voor de rest van de wereld) |
| kaikomu-掻い込む | (vloeistof) opscheppen [ergens uitscheppen] |
| kaikomu-買い込む | (veel) inkopen; een grote aankoop doen |
| kaikōshiki-開校式 | openingsceremonie van een nieuwe school |
| kaikyoku-開局 | opening van een gebouw [instelling; kantoor] |
| kaimaku-開幕 | opening; start (van een evenement, tentoonstelling, e.d.) |
| kaimon-開門 | het openen van een poort [ingang] |
| kaimono-買い物 | aankoop; boodschappen; inkopen |
| kaimonokago-買い物籠 | boodschappenmand; winkelmandje |
| kainarasu-飼い馴らす | (iemand) aan zich onderwerpen; beteugelen; in toom [onder controle] houden |
| kaininki-買い人気 | een bereidheid [enthousiasme] om te kopen |
| kaionsetsu-開音節 | een open lettergreep (die eindigt op een klinker of tweeklank) |
| kairo-開炉 | (in Zen tempels, op de eerste dag van de 10de maand van de maankalender) het aansteken van de vuurhaard [open haard] |
| kaisai-開催 | het houden [organiseren] van een evenement [conferentie; organisatie; tentoonstelling; opening] |
| kaisaisuru-開催する | een evenement [conferentie; organisatie; opening] houden [organiseren] |
| kaishakōseihō-会社更生法 | Wet op de Bedrijfsreorganisatie (om bedrijven die op de rand van een faillissement staan te helpen reorganiseren) |
| kaishi-開始 | begin; start; aanvang; opening; introductie |
| kaishiki-開式 | het begin [de opening] van een ceremonie [plechtigheid] |
| kaishime-買い占め | speculatie (op de beurs); het massaal opkopen van aandelen |
| kaishimeru-買い占める | speculeren (op de beurs); aandelen massaal opkopen |
| kaishisuru- 開始する | beginnen; starten; aanvangen; openen |
| kaisō-回送 | (van openbaar vervoer) terugsturen [terugrit] (naar de remise of garage) |
| kaison-海損 | schade aan schepen en lading tijdens de reis; averij |
| kaisu-介す | bemiddelen; helpen; als tussenpersoon fungeren |
| kaisuru-介する | bemiddelen; helpen; als tussenpersoon fungeren |
| kaitaisuru-解体する | slopen; afbreken |
| kaiten-開店 | (winkel)opening; het openen van een winkel |
| kaitenkyūgyō-開店休業 | (van een winkel) open zijn maar bijna geen klandizie [klanten] hebben |
| kaitenzushi-回転寿司 | restaurant waar sushi op kleine bordjes op een lopende band langs de klanten gaan (de klanten nemen dan de sushi die ze willen eten zelf van de band) |
| kaitō-解凍 | (computer) het decomprimeren; unzippen |
| kaitsuke-買い付け | (de locatie) waar je meestal de inkopen doet; artikelen die je gewoonlijk koopt |
| kaitsuke-買い付け | groothandel; in grote hoeveelheden inkopen [in voorraad nemen] |
| kaizoesuru-介添えする | helpen; assisteren |
| kakehi-筧 | open waterleiding; waterbuis (van hout of bamboe) |
| kakehiki-駆け引き | de opmars of terugtrekking van troepen (op het slagveld) |
| kakei-筧 | open waterleiding; waterbuis (van hout of bamboe) |
| kakeochi-駆け落ち | het weglopen (met); ervandoor gaan |
| kaketori-掛け取り | het innen van (openstaande) rekeningen |
| kaki-火器 | vuurwapen |
| kakidashi-書き出し | de eerste zin [alinea]; het begin van een (geschreven) tekst; openingswoord(en) |
| kakioki-書き置き | notitie; memo; aantekeningen (b.v. een boodschappenlijstje) |
| kakiokoshi-書き起こし | (begin van) de eerste zin; openingswoord(en) |
| kakitateru-掻き立てる | opkloppen; opwekken; aanwakkeren |
| kakufukakusanjōyaku-核不拡散条約 | (NPV) het Non-proliferatieverdrag (het verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens) |
| kakugo-覚悟 | het weten en begrijpen (van iets) |
| kakuhan-攪拌 | het roeren; (op)kloppen |
| kakuhansuru-攪拌する | roeren; (op)kloppen; karnen (melk); mengen |
| kakuhitsu-擱筆 | de pen [het penseel] neerleggen en stoppen met schrijven |
| kakuhoyūkoku-核保有国 | kernmacht; land dat kernwapens bezit |
| kakureru-隠れる | zich verbergen; zich verstoppen; zich schuilhouden |
| kakusu-隠す | verstoppen; verbergen; verhullen; verzwijgen; maskeren; achterhouden; geheimhouden; bedekken |
| kakuteikyoshutsunenkin-確定拠出年金 | pensioenregeling met vastgestelde bijdragen |
| kakuteikyūfugatanenkin-確定給付型年金 | pensioen met vaste uitkeringen |
| kamemushi-亀虫 | schildwants; stinkwants (Pentatomidae) |
| kamiau-噛み合う | in elkaar grijpen (tandwielen etc.) |
| kamideppō-紙鉄砲 | proppenschieter (kinderspeelgoed) |
| kamikaze-神風 | goddelijke wind [storm]; wind gestuurd door goddelijk ingrijpen |
| kamiwakeru-噛み分ける | onderscheid maken; begrijpen |
| kamiyui-髪結い | het kappen [opmaken; knippen] van het haar |
| kamon-家紋 | familiewapen; familie embleem |
| kamu-噛む | iem. uitschelden [berispen] |
| kamu-噛む | in elkaar grijpen (tandwielen, etc.) |
| kan-看 | (in kanji combinaties) kijken; bekijken; doorzien; begrijpen |
| kan-管 | de steel van een penseel |
| kan-管 | een woord om voorwerpen zoals fluiten en penselen te tellen |
| kan-館 | openbaar gebouw; instituut; zaal; hal; paviljoen |
| kanaami-金網 | kippengaas; draadgaas |
| kanagurisuteru-かなぐり捨てる | van zich afwerpen; weggooien; opzij schuiven; achterlaten; afdanken |
| kanamono-金物 | metalen gebruiksvoorwerpen; ijzerwaren; metalen beslag |
| kangeki-間隙 | gat; tussenruimte; opening; spleet; breuk(lijn) |
| kangun-官軍 | regeringsleger; keizerlijk leger; strijdkrachten [troepen] van de regering [keizer] |
| kanjitoru-感じ取る | (fig.) iets aanvoelen; opvangen; intuïtief begrijpen |
| kanjō-勧請 | het uitnodigen [aanroepen] van een god of Boeddha |
| kanka-干戈 | wapens; wapenuitrusting (m.n. speer en schild) |
| kanken-管見 | bekrompen visie; tunnelvisie |
| kankiri-缶切り | blikopener |
| kankōchō-官公庁 | overheidsinstanties; overheidsgebouwen; publieke instellingen; openbare instanties |
| kannonbiraki-観音開き | openslaande deuren [ramen] |
| kanon-カノン | kanon (vuurwapen) |
| kansen-艦船 | oorlogsschepen; marineschepen; marinevloot |
| kansensuru-感染する | geïnfecteerd worden; ontstoken raken; een ziekte oplopen |
| kanshasai-感謝祭 | open dag voor fans (van sportclubs, e.d.) |
| kanshitsu-乾漆 | droge lak techniek (voorwerpen worden gevormd met lagen hennepdoek gedrenkt in lak, en de oppervlaktedetails gemodelleerd met lak, zaagsel, e.d.) |
| kanshō-緩衝 | schokdempend zijn; schokdemper |
| kansō-完走 | (bij een hardlooprace) het afleggen van de gehele afstand (van startplaats tot finish); een race helemaal uitlopen |
| kansui-冠水 | overstroming; overspoeld zijn door water; ondergelopen zijn |
| kansuisuru-冠水する | overstromen; overspoelen door water; onderlopen |
| kantan-感嘆 | (uitroepen van) bewondering [aanmoediging] |
| kantsū-貫通 | penetratie; doordringing; doorboring; binnendringing |
| kanzen-間然 | het bekritiseren; kritiek [aanmerkingen; berisping; afkeuring] oproepen |
| kappuku-割腹 | rituele zelfdoding (m.n. van de krijgselite) in Japan (te voltrekken door met een kort zwaard de buik open te snijden) |
| kapuseru・hoteru-カプセル・ホテル | capsulehotel (waar de hotelgasten slapen in een soort capsule van ongeveer 2 meter lang, 1 meter breed en 1 meter hoog) |
| karasuguchi-烏口 | (lett. kraaienbek) tekenpen; trekpen (voor tekenen met inkt) |
| karauri-空売り | (short selling) het verkopen van effecten die men niet in eigen bezit heeft (om snel te kunnen anticiperen op koerswisselingen) |
| karento・topikkusu-カレント・トピックス | actuele onderwerpen |
| kareru-枯れる | verwelken; verdorren; rijpen |
| karigane-雁が音 | een familiewapen, een gestileerde versie van een gans |
| karukupetapetanuru-軽くペタペタ塗る | deppen; tamponneren |
| kasa-笠 | beschermhuls van een schrijfpenseel |
| kasa-笠 | lampenkap; kap van een lantaarn; hoed van een paddenstoel |
| kasa-笠 | naam van een (Japans) familiewapen |
| kasaikyū-火砕丘 | pyroclastische kegel' scoria-kegel; sintelkegel (door een vulkaan uitgeworpen puin) |
| kasanaru-重なる | tegelijkertijd gebeuren; elkaar overlappen |
| kasaneru-重ねる | opstapelen; ophopen; bovenop elkaar leggen [zetten] |
| kasei-河清 | (het helder worden van de (altijd troebele) Gele Rivier (China), een analogie voor:) hopen op iets dat niet verwezenlijkt zal worden |
| kashikomarimashita-畏まりました | (beleefd antwoord op een verzoek) jazeker; heel goed; begrepen; graag gedaan; met plezier |
| kashikoshi-貸し越し | openstaande rekening; het rood staan |
| katamae-片前 | (jas) met één rij knopen |
| katarogu・shoppingu-カタログ・ショッピング | producten uitzoeken en kopen via een catalogus |
| katatataki-肩叩き | iemand lichtjes op de schouders kloppen (tegen stijfheid) |
| katatataki-肩叩き | in een bedrijf iemand met een schouderklopje aansporen om vervroegd met pensioen te gaan [ ontslag te nemen] |
| kāto-カート | karretje; trolley; boodschappenwagentje; (go)kart |
| kattingu-カッティング | (uit)snijden; knippen; het aanbrengen van groeven in langspeelplaat |
| kattobasu-かっ飛ばす | (hard) slaan; meppen |
| kattogurasu-カットグラス | geslepen glas; gegraveerd glas |
| katto・gurasu-カット・グラス | geslepen [gegraveerd] glas; techniek van het glas slijpen [graveren] |
| kau-買う | kopen |
| kawarihateru-変わり果てる | geheel (in het nadeel) veranderd zijn; achteruit gegaan [verlopen] zijn |
| kayou-通う | elkaar begrijpen; overbrengen [uitdrukken; mededelen] (van een gedachte, e.d.) |
| kayou-通う | heen- en weer gaan [reizen]; pendelen; forenzen |
| kazatooshi-風通し | openheid; goede communicatie |
| kazetooshi-風通し | openheid; goede communicatie |
| kechirasu-蹴散らす | rondschoppen; een nederlaag toebrengen |
| kei-啓 | (in kanji combinaties) openen; openbaren; bekendmaken; onthullen |
| keibai-競売 | (door rechtbank georganiseerde) veiling; openbare verkoping |
| keibō-警棒 | wapenstok (van politie) |
| keien-敬遠 | respectvolle afstand (tussen personen); het iemand omzeilen; in een boog om iemand heen lopen |
| keifu-系譜 | verbinding [relatie] tussen groepen (mensen of dingen); tak |
| keigun-鶏群 | een toom kippen |
| keihō-軽砲 | licht geschut; lichte artillerie; klein kaliber wapen |
| keiji-啓示 | (goddelijke) openbaring |
| keijishisetsu-刑事施設 | penitentiaire instelling |
| keijishūkyō-啓示宗教 | (door God aan de mensen) geopenbaarde religie |
| keijō-警乗 | (politie)bewaking [beveiliging] in openbaar vervoer [m.n. treinen] |
| keijōshūshi-経常収支 | saldo op lopende rekening |
| keikizuke-景気づけ | het oppeppen; opvrolijken; aanmoedigen; een boost geven |
| keimushisetsu-刑務施設 | penitentiaire instelling [inrichting]; strafinrichting |
| keimusho-刑務所 | (voor langer verblijf) gevangenis; penitentiaire inrichting |
| keiniku-鶏肉 | kippenvlees |
| keiran-鶏卵 | kippenei |
| keiro-経路 | te volgen stappen; procedure |
| keisaku-警策 | (zen-boeddh.) lat om een slag te geven op de rechterschouder van een meditatie-beoefenaar ter waarschuwing om niet te verslappen |
| keisankikagaku-計算機科学 | informatica (computerwetenschappen) |
| keisatsutechō-警察手帳 | politiepenning; politie ID-bewijs; politiekaart; legitimatiekaart van een politieambtenaar |
| keisha-鶏舎 | kippenhok; hoenderhok |
| keizaigaku-経済学 | (studie) economie; economische wetenschap(pen) |
| kekomu-蹴込む | intrappen |
| kekorobasu-蹴転ばす | neerschoppen; onderuit schoppen |
| kekorosu-蹴殺す | doodschoppen; doodtrappen |
| ken-研 | (in kanji combinaties) polijsten; slijpen; scherper maken; oppoetsen |
| kendakueki-懸濁液 | (chemie) suspensie; mengsel |
| kengamine-剣ヶ峰 | penibele situatie; in het nauw (zitten) |
| kengeki-剣戟 | wapens |
| kenji-検事 | openbare aanklager |
| kenji-検字 | index in kanji woordenboeken gebaseerd op het totale aantal penseelstreken |
| kenji-顕示 | openbaring; verkondiging; onthulling |
| kenjū-拳銃 | pistool; revolver; handvuurwapen |
| kenma-研磨 | het polijsten; slijpen; oppoetsen |
| kenriochi-権利落ち | (ex rights) ex-dividenddatum (bij een aandeel dat wordt verkocht zonder bijbehorende rechten om extra aandelen te kopen) |
| kensatsuchō-検察庁 | Openbaar Ministerie (OM) |
| kensatsukan-検察官 | openbare aanklager |
| kensekiun-巻積雲 | schapenwolk; cirrocumulus |
| kensetsushō-建設省 | Ministerie van Bouw; Ministerie van Openbare Werken |
| kenwanchokuhitsu-懸腕直筆 | kalligrafietechniek met een bepaalde lhouding (penseel rechtop en elleboog opzij) |
| kenzai-顕在 | duidelijke zichtbaarheid [aanwezigheid]; onmiskenbaarheid; gemanifesteerd [geopenbaard] zijn |
| ken'an-懸案 | lopende kwestie; onopgeloste [onbeantwoorde] vraag |
| ken'anjikō-懸案事項 | nog lopende [niet afgehandelde] zaak |
| ken'in-牽引 | tractie; het trekken; slepen |
| keotosu-蹴落とす | naar beneden [onderuit] schoppen; verslaan |
| keppatsu-結髪 | het haar op een traditionele stijl arrangeren [kappen] |
| keppitsu-欠筆 | weglating van een gedeelte van een karakter (ter vermijding van taboeonderwerpen, of om personen niet bij naam te noemen) |
| keru-蹴る | schoppen; trappen |
| keru-蹴る | weigeren; afwijzen; verwerpen |
| kessoku-結束 | het dragen [aandoen; aantrekken; aangespen] van kleding en wapenrusting |
| kesu-消す | uitwissen; doorstrepen |
| ketaosu-蹴倒す | neerschoten; onderuit trappen |
| ketatamashii-けたたましい | luidruchtig; lawaaiig; snerpend |
| ketobasu-蹴飛ばす | wegschoppen; (er)uit schoppen |
| ketsuin-欠員 | vacature; openstaande betrekking [positie; post] |
| kezuritoru-削り取る | afvijlen; afschaven; wegvijlen; afschrapen |
| kezuru-削る | verwijderen; uitwissen; doorhalen; schrappen; censureren |
| kezuru-削る | schaven; krabben; schrapen; slijpen; uithakken; scheren; eroderen |
| ki-棄 | (in kanji combinaties) weggooien; wegwerpen; verwerpen; afdanken |
| kibansofuto-基盤ソフト | infrastructurele software (bedrijfssoftware specifiek ontworpen voor het uitvoeren van basistaken, zoals interne diensten en processen) |
| kibutsu-器物 | algemene term gebruikt voor apparaten en gebruiksvoorwerpen |
| kichin'yado-木賃宿 | goedkoop [eenvoudig] pension |
| kigentsukitegatakaisōba-期限付手形買相場 | markt voor het kopen van facturen met een vaste looptijd |
| kigyōnenkin-企業年金 | bedrijfspensioen |
| kihitsu-起筆 | beginpunt van een penseelstreek (bij het kalligraferen) |
| kiji-生地 | eigen [natuurlijke] eigenschap(pen) [aanleg] |
| kikaseru-聞かせる | (iemand iets) aan het verstand brengen; (fig.) het erin stampen |
| kikitogameru-聞き咎める | terechtwijzen; berispen; aanmerkingen hebben (op); in twijfel trekken (wat iemand zegt) |
| kikitoru-聞き取る | horen [begrijpen; verstaan] wat iemand zegt |
| kikkutsu-詰屈 | moeilijk te begrijpen zijn |
| kikō-寄港 | aanleghaven (voor schepen); tussenlanding (voor vliegtuigen) |
| kiku-菊 | mon (Japans familiewapen) in de vorm van een chrysant |
| kikugi-木釘 | houten plug [pen; wig] |
| kikusuru-掬する | iemand begrijpen; zich inleven; meeleven; empathie tonen |
| kikusuru-掬する | (water) scheppen met beide handen |
| kimekomi-木目込み | techniek om traditionele Japanse houten poppen te maken (waarbij in smalle groeven stof wordt gelijmd om de pop aan te kleden) |
| kingō-近郷 | aangrenzende districten; nabijgelegen dorpen; omringend platteland |
| kinmon-金紋 | gouden familiewapen |
| kinnen-近年 | de laatste [afgelopen] jaren |
| kinseki-金石 | metalen en edelstenen; metalen en stenen gereedschappen |
| kinzai-近在 | naburige [omliggende] dorpen |
| kin'en-禁厭 | spreuken voor het voorkomen van ziekten en rampen |
| kireme-切れ目 | breuk; kloof; opening |
| kireru-切れる | (tijd) verlopen; verstrijken; vervallen |
| kiriageru-切り上げる | beëindigen; stoppen (met); afronden |
| kirinuki-切抜き | het uitknippen; een knipsel |
| kirisageru-切り下げる | afsnijden; afknippen; van boven naar beneden snijden |
| kirisaku-切り裂く | in stukken snijden [knippen; scheuren] |
| kiritoru-切り取る | afsnijden; uitsnijden; snoeien; uitknippen |
| kiritsugi-切り継ぎ | het knippen en plakken (textiel, film, etc.) |
| kiritsugisuru-切り継ぎする | knippen en plakken (textiel, film, etc.) |
| kiritsukeru-切りつける | steken [slaan] met een wapen (mes, zwaard, e.d.) |
| kiriuri-切り売り | het beetje bij beetje (in de loop der tijd) verkopen |
| kiriuri-切り売り | het per stuk verkopen; losse verkoop |
| kiru-切る | schudden; uitschudden; uitdruipen; afgieten |
| kiru-切る | (af)knippen |
| kishoku-寄食 | het klaplopen; parasiteren |
| kishokusuru- 寄食する | klaplopen; parasiteren |
| kishuku-寄宿 | logies; onderdak; huisvesting; accommodatie; pension |
| kishukusha-寄宿舎 | kosthuis; pension; hostel |
| kisuru-期する | verwachten; hopen; uitkijken naar; rekenen op; voorzien; een voorgevoel hebben; aan zien komen |
| kitaisuru-期待する | verwachten; hopen |
| kitamaebune-北前船 | handelsschepen op de Japanse Zee (Edo periode) |
| kitamakura-北枕 | ligging met het hoofd naar het noorden gericht (traditionele positie voor dode lichamen; maar taboe voor het gewone slapen) |
| kitō-亀頭 | (lett. schildpaddenkop) glans; eikel (van de penis) |
| kitsu-詰 | (on-lezing; in kanji combinaties) vooroverbuigen; bukken; krom [moeilijk te begrijpen] zijn |
| kizuguchi-傷口 | een open wond |
| ko-個 | stuk (woord voor het tellen van allerlei voorwerpen, zoals zeep, cake, fruit) |
| kō-公 | publiek; openbaar |
| kō-口 | woord gebruikt voor het tellen van zwaarden, gereedschappen etc. |
| kō-口 | (in kanji combinaties) mond; opening; ingang; uitgang |
| kōan-公安 | nationale [publieke, openbare] veiligheid [vrede] |
| kōanbu-公安部 | politie (Afdeling Openbare Veiligheid) |
| kōanchōsachō-公安調査庁 | (Public Security Intelligence Agency; PSIA) Agentschap voor onderzoek openbare veiligheid |
| kōan'iinkai-公安委員会 | commissie voor openbare veiligheid |
| koa・shisutemu-コア・システム | bouwconstructiesysteem, waarbij gemeenschappelijke voorzieningen (machinekamers, trappen, toiletten, liften) middenin een gebouw worden geïnstalleerd |
| kōbai-公売 | (openbare) veiling; openbare verkoop |
| kōbakabu-公募株 | openbare verkoop van aandelen |
| kōbakakaku-公募価格 | openbaar aangeboden prijs |
| kōbaten-公募展 | openbare tentoonstelling |
| kōbo-公募 | algemene [openbare] oproep voor bijdragen; advertentie |
| kōbo-公募 | openbare werving [recrutering] |
| koboreru-零れる | morsen; overstromen; overlopen; eruit vallen |
| kōchin-コーチン | cochin (kippenras afkomstig uit Noord-China) |
| kōchōkai-公聴会 | openbare hoorzitting |
| kōdan-降壇 | het podium afstappen; het spreekgestoelte verlaten |
| kōdō-公道 | openbare weg |
| kodō-鼓動 | ritme; slagen; kloppen |
| kōdoku-購読 | het kopen en lezen van boeken, kranten, tijdschriften e.d.; een abonnement hebben (op een krant of tijdschrift) |
| kōdokusuru-購読する | boeken, kranten, tijdschriften e.d. kopen en lezen; een abonnement hebben (op een krant of tijdschrift) |
| kōei-公営 | openbaar bestuur |
| kōekihōjin-公益法人 | (jur.) een rechtspersoon [stichting; instelling] van algemeen nut [openbaar belang]; een stichting zonder winstoogmerk |
| kōen-公園 | (openbaar) park |
| kōen-後授 | (militair) steuntroepen |
| kōen-後援 | (militaire) versterkingen; hulptroepen |
| kōenbutai-後援部隊 | versterkingen [versterkingstroepen] |
| kōensuru-後援する | (financieel) steunen; ondersteunen; helpen; bijstaan; financieren; sponsoren; begunstigen |
| kōfu-公布 | proclamatie; openbare afkondiging [bekendmaking] |
| kofude-小筆 | smalle [dunne] schrijfpenseel, om in klein handschrift te schrijven |
| kōgaku-工学 | technische wetenschap(pen); bouwkunde |
| kōgakuheiki-光学兵器 | optisch wapen |
| kōgeihin-工芸品 | (traditionele) kunstvoorwerpen voor dagelijks gebruik; kunst- en ambachtswerk |
| kōgen-広原 | brede [wijde] vlakte; open terrein |
| kogu-漕ぐ | fietsen; op de pedalen trappen |
| koguchi-小口 | opening; gat; gedeelte; sectie |
| kōhan-公判 | een openbare terechtzitting |
| kōhitsu-硬筆 | pen; potlood |
| kōhyō-公表 | (openbare) aankondiging; bekendmaking; proclamatie |
| koiguchi-鯉口 | opening bij de schede van een zwaard |
| koinegau-希う | (hartstochtelijk) verlangen; wensen; hopen; smeken; verzoeken |
| kōjin-後陣 | achterhoede; reservetroepen |
| kojinnenkin-個人年金 | persoonlijk [particulier] pensioen |
| kōjiru-講じる | bedenken; ontwerpen (van een plan e.d.) |
| kōjo-公序 | openbare orde |
| kōjukusuru-黄熟する | (geel) rijpen |
| kōkai-公開 | opening (voor het publiek); het openbaar maken; tentoonstelling |
| kōkaisuru-公開する | openstellen voor publiek; tentoonstellen; openbaar maken |
| kōkakushageki- 高角射撃 | krombaanvuur (wapens) |
| kōkan-巷間 | in het openbaar; op straat; algemeen |
| kōkatsu-狡猾 | sluw [listig; berekenend; geslepen] zijn |
| kōki-公器 | openbare [publieke] instelling; overheidsinstelling |
| kokkabaishō-国家賠償 | staatscompensatie; (schade)vergoeding van de staat |
| kokkakōan'iinkai-国家公安委員会 | Nationale Commissie voor Openbare Veiligheid (Japan) |
| kokoroegatai-心得難い | moeilijk te begrijpen [te bevatten] |
| kokoroeru-心得る | weten; begrijpen; beschouwen [opvatten] (als) |
| kokoroyasudate-心安だて | openheid; toegankelijkheid; ongereserveerdheid |
| kokoroyasui-心安い | open; vrijuit; ongeremd; vriendelijk; informeel; vertrouwd |
| kokozotobakarini-ここぞとばかりに | de kans benutten [aangrijpen]; van de gelegenheid gebruik maken |
| koku-石 | Japanse inhoudsmaat (180,4 liter; 0,275 kubieke meter laadruimte van schepen) |
| kokubetsushiki-告別式 | afscheidsceremonie bij pensionering of aftreden |
| kokuei-国営 | openbaar bestuur; nationaal beheer (van de overheid) |
| kokufukusuru-克服する | overwinnen; verslaan; onderwerpen; te boven komen |
| kokuminnenkin-国民年金 | Nationaal pensioen; AOW |
| kokuminnenkintechō-国民年金手帳 | Nationaal Pensioenboekje |
| kokusaigakujutsurengōkaigi-国際学術連合会議 | voormalige Internationale raad voor de Wetenschappen (nu: 国際科学会議) |
| kokusaikagakukaigi-国際科学会議 | Internationale Raad voor de Wetenschappen (voorheen: 国際学術連合会議) |
| kōkyō-公共 | openbare [publieke] status; openbaar [publiek; gemeenschappelijk] belang |
| kōkyōjigyō-公共事業 | openbare [publieke] werken |
| kōkyōkōtsūkikan-公共交通機関 | openbaar vervoer(middel) (bus, tram, trein) |
| kōkyōkumiai-公共組合 | openbare (publieke) organisatie [unie; genootschap] |
| kōkyōryōkin-公共料金 | heffingen voor openbare nutsvoorzieningen (voor consumenten) |
| kōkyū-攻究 | specialisatie; studie (kunst en wetenschappen) |
| komando-コマンド | (mil.) commandotroepen; stoottroepen |
| komata-小股 | korte [snelle; gehaaste] stappen [pas] |
| komedian-コメディアン | komiek; grappenmaker; komediant |
| kōmeiseidai-公明正大 | eerlijkheid; rechtvaardigheid; integriteit; rechtschapenheid |
| komeru-込める | laden (van een wapen); opladen |
| komi-込み | inclusief; inbegrepen |
| kōmu-公務 | overheidszaak; staatszaken; openbare aangelegenheden |
| kōmyō-功名 | grote prestatie; wapenfeit; heldendaad |
| konareru-熟れる | rijpen; rijp [volwassen] worden |
| konbāchiburu-コンバーチブル | cabriolet; auto met open dak |
| konbājon-コンバージョン | (rugby) conversie (na een try mag het team proberen de bal tussen de palen en boven de lat van het doel te schoppen) |
| kōnichi-抗日 | anti-Japanse opstand; verzet tegen Japanse agressie (m.n. gewapende verzetsbeweging van het Chinese volk) |
| konnen-今年 | dit jaar; het huidige [lopende] jaar |
| konpyūtākagaku-コンピューター科学 | informatica (computerwetenschappen) |
| konsen-混線 | door elkaar lopende verhaal- of gesprekslijnen |
| konsen-混線 | verkeerde verbindingen; interferentie [door elkaar lopende signalen] (vooral bij telefoon- of radiosignalen) |
| kōrei-交霊 | spiritualisme; het communiceren met [aanroepen van] doden [geesten] |
| kōrin-降臨 | neerdaling (naar aarde van een godheid); verschijning; (goddelijke) openbaring |
| koro-葫蘆 | fleskalebas; flespompen (Lagenaria siceraria) |
| koroshimonku-殺し文句 | wervende openingszin (bij een eerste ontmoeting); vlotte uitspraak om iemand de versieren |
| kōrudo・chēn-コールド・チェーン | koelketen (doorlopend systeem van koeling bij transporten) |
| kōrudo・wō-コールド・ウォー | koude oorlog (ongewapende strijd) |
| kōrushijō-コール市場 | call (money) markt (waar kortlopende, direct opzegbare, leningen worden verstrekt tussen banken en andere financiële instellingen) |
| kōru・rēto-コール・レート | rentetarief op interbancaire kortlopende leningen |
| kōseinenkin-厚生年金 | (door de overheid beheerde) werknemerspensioenen |
| kōseinenkinhoken-厚生年金保険 | (een door de overheid beheerde) pensioenverzekering voor werknemers |
| kōseinenkinhokenhō-厚生年金保険法 | wet op pensioenverzekering voor werknemers |
| kōsen-交戦 | (gewapend) conflict; oorlog(voering); (onderlinge) strijd (met wapens) |
| kōsha-降車 | het uitstappen uit een voertuig (zoals trein, bus, e.d.) |
| kōshi-公私 | openbaar en privé; overheid en bevolking; officieel en persoonlijk |
| koshitsuki-腰つき | (lichaams)houding; manier van bewegen [lopen] |
| kōshō-公傷 | beroepsletsel; blessure opgelopen tijdens het werk |
| kōshū-公衆 | openbaar [publiek] zijn |
| kosogeru-刮げる | afkrabben; afschrapen |
| kossori-こっそり | (onomatopee) in het geheim; heimelijk; stiekem; verborgen; sluipend |
| kosui-狡い | slim; sluw; geslepen; uitgekookt |
| kosuru-鼓する | ophalen; bijeenrapen; verzamelen |
| kotaniwatari-小谷渡り | tongvaren (Asplenium scolopendrium) |
| koteifusai-固定負債 | vaste [langlopende] schulden |
| kōteki-公的 | openbaar; publiekelijk; officieel |
| kōtekinenkin-公的年金 | overheidspensioen; AOW |
| kōtōkensatsuchō-高等検察庁 | Openbaar Ministerie; Openbare aanklager |
| kotokoto-ことこと | (onomatopee) zacht rinkelend; kletterend; kloppend; pruttelend; sudderend |
| kōtoku-公徳 | burgerlijke deugd; openbare [sociale] moraal |
| kotonakareshugi-事勿れ主義 | (houding van) de dingen op zijn beloop laten; geen slapende honden wakker maken (een passieve houding hebben t.o.v.problemen i.p.v. ze aan te pakken) |
| kotoshi-今年 | dit jaar; het huidige [lopende] jaar |
| kōtsūkōsha-交通公社 | nutsbedrijf voor openbaar vervoer |
| kotsukotsu-こつこつ | (geluid van) kloppen; tikken |
| kottōhin-骨董品 | antiek; antieke voorwerpen |
| kōyaku-公約 | publieke [openbare] belofte (b.v. verkiezingsbelofte) |
| kōyū-公有 | openbaar bezit; gemeengoed; gemeenschappelijk bezit; staatseigendom; staatsbezit |
| kozakashii-小賢しい | brutaal; onbeschaamd; sluw; listig; geslepen |
| kōzen-公然 | openbaarheid |
| kōzuru-講ずる | bedenken; ontwerpen (van een plan e.d.) |
| kubigari-首狩り | het koppensnellen |
| kubikukuri-首縊り | het zich(zelf) ophangen [verhangen; opknopen] |
| kubitsuri-首吊り | het zich(zelf) ophangen [verhangen; opknopen] |
| kuchi-口 | opening; tuit |
| kuchiake-口開け | begin; start; opening |
| kuchibashiru-口走る | achteloos [onopzettelijk; zonder er bij na te denken] iets zeggen; eruit flappen |
| kuchibeni-口紅 | lippenstift |
| kuchibiru-唇 | (v.d. mond) lip; lippen |
| kuchifūji-口封じ | (straattaal) iemand omleggen; laten slapen; voorgoed het zwijgen opleggen |
| kuchikiri-口切り | openingswoord(en); het ter sprake brengen |
| kuchimakase-口任せ | het iets zeggen zonder erbij na te denken; iets eruit flappen |
| kuchimoto-口元 | mond; lippen |
| kuchinamezuri-口舐めずり | (na het eten van iets lekkers) je mond [lippen] aflikken |
| kuchisaki-口先 | lippen; puntje van de tong |
| kuchiyose-口寄せ | het doorgeven van boodschappen van de goden |
| kuchiyose-口寄せ | een medium; (vrouwelijke) priester die boodschappen van de goden doorgeeft |
| kudaku-砕く | breken (in stukken); verbrijzelen; verpletteren; fijnstampen; verpulveren |
| kūgeki-空隙 | lege ruimte (tussen twee dingen); opening; gat; spleet |
| kugikakushi-釘隠し | houten of metalen decoratie om draadnagels [spijkerkoppen] te verbergen |
| kugurinukeru-潜り抜ける | ontwijken; ontsnappen |
| kūhatsu-空発 | explosie zonder het beoogde effect; het voortijdig afgaan van een wapen |
| kūhō-空砲 | ongeladen vuurwapen |
| kuiarasu-食い荒らす | voedsel [gerechten] verpesten door er happen uit te nemen; aanvreten |
| kuidame-食い溜め | het zich volproppen; heel veel eten (zodat je een tijd lang niet meer hoeft te eten |
| kuidamesuru-食い溜めする | zich volproppen; heel veel eten (zodat je een tijd lang niet meer hoeft te eten |
| kuihagureru-食い逸れる | een maaltijd overslaan [mislopen] |
| kuikomu-食い込む | bijten [knagen; happen; snijden] in |
| kuinige-食い逃げ | (in een restaurant) het niet betalen van je consumpties (eten en drinken); weglopen zonder de rekening te betalen |
| kuinigesuru-食い逃げする | (in een restaurant) je consumpties (eten en drinken) niet betalen; weglopen zonder de rekening te betalen |
| kujakushida-孔雀羊歯 | vrouwenhaar; venushaar; hoefijzervaren (Adiantum pendatum) |
| kūji-空字 | weglating van een karakter (ter vermijding van taboeonderwerpen, of om personen niet bij naam te noemen) |
| kujiramaku-鯨幕 | (lett. walvisgordijn) een gordijn met brede, verticale zwart-witte strepen gebruikt bij begrafenisplechtigheden |
| kūkan-空間 | ruimte; open [lege] plek |
| kūkijū-空気銃 | luchtpistool; luchtdrukpistool; luchtdrukwapen |
| kumiageru-汲み上げる | (water) oppompen; opscheppen |
| kumidasu-汲み出す | water opscheppen; hozen; uitpompen |
| kumitsuku-組みつく | iemand te lijf gaan [bespringen; vastgrijpen] |
| kumu-汲む | attent [begripvol] zijn; iemands gevoelens begrijpen [aanvoelen] |
| kumu-汲む | (van water, e.d.) (op)scheppen; oplepelen; oppompen |
| kurihirogeru-繰り広げる | openvouwen; uitrollen; onthullen |
| kurikomu-繰り込む | bevatten; insluiten; inbegrepen zijn |
| kūriku-空陸 | luchtmacht en leger(troepen) |
| kurinobeshisan-繰延資産 | overlopende activa |
| kurīpingu・infurēshon-クリーピング・インフレーション | (Eng.: creeping inflation) kruipende inflatie; langzaam stijgende inflatie |
| kuromizuhiki-黒水引 | zwarte en witte koordjes (op rouwenveloppen) |
| kurosukantorī-クロスカントリー | crosscountry; veldlopen |
| kuru-繰る | (open)schuiven; (één voor één) openen [sluiten] (luiken, e.d.) |
| kurumaebi-車海老 | Japanse tijgergarnaal (Marsupenaeus japonicus) |
| kusai-臭い | klunzig; stuntelig; onbeholpen |
| kusamakura-草枕 | het slapen in de open lucht [op het gras; op reis] |
| kusarigama-鎖鎌 | traditioneel Japans wapen bestaande uit een ketting met een sikkel (kama) eraan |
| kutsugaesu-覆す | (een besluit, e.d.) overrulen; terzijde schuiven; verwerpen |
| kutsugaesu-覆す | omverwerpen (van een regime, e.d.) |
| kuwaeru-銜える | iets in de mond (tussen de tanden of lippen) houden [hebben; nemen] |
| kuzuhiroi-屑拾い | het voddenrapen |
| kuzukiri-葛切り | een traditionele Japanse zoete lekkernij (gemaakt van het zetmeel uit de wortels van de kudzu plant, geserveerd in repen, bedekt met suikerstroop) |
| kuzusu-崩す | slopen; afbreken; breken (ook fig.) |
| kyadī-キャディー | boodschappenwagentje |
| kyakuryoku-脚力 | loopvermogen; afstand die men kan lopen |
| kyakusha-客舎 | hotel; herberg; pension |
| kyanon-キャノン | kanon (vuurwapen) |
| kyasutingu-キャスティング | het uitwerpen van een vislijn |
| kyatchi・sērusu-キャッチ・セールス | agressieve verkoopmethode (waarbij men mensen op straat aanspreekt om hen iets te verkopen) |
| kyōai-狭隘 | (fig.) bekrompenheid |
| kyōbai-競売 | (door rechtbank georganiseerde) veiling; openbare verkoping |
| kyogetsu-去月 | afgelopen [vorige] maand |
| kyoho-巨歩 | grote stappen [passen; vorderingen]; grote prestatie |
| kyōjin-凶刃 | dolk als moordwapen; dolk van een moordenaar |
| kyōki-凶器 | gevaarlijk wapen [werktuig]; moordwapen |
| kyōnokidaore-京の着倒れ | zichzelf financieel ruïneren door te veel kleding te kopen (wordt gezegd over mensen in Kyoto) |
| kyōon-跫音 | het geluid van voetstappen |
| kyōryō-狭量 | kleingeestigheid; bekrompenheid; vooringenomenheid; intolerantie; onverdraagzaamheid |
| kyōsaku-警策 | (zen-boeddh.) lat om een slag te geven op de rechterschouder van een meditatie-beoefenaar ter waarschuwing om niet te verslappen |
| kyoshutsugatanenkinseido-拠出型年金制度 | op contributies gebaseerd pensioensysteem |
| kyōyōgakka-教養学科 | niet-exacte wetenschappen; alfavakken |
| kyōyōgakubu-教養学部 | faculteit der geesteswetenschappen |
| kyozetsuhannō-拒絶反応 | het direct verwerpen [afwijzen] van iets (zonder een duidelijke reden) |
| kyūban・hīru-キューバン・ヒール | Cubaanse hak (hak met schuinlopende achterkant van een schoen of laars) |
| kyūbutsu-旧物 | oude dingen [voorwerpen]; oude gewoonten [systemen] |
| kyūjosuru-救助する | redden; helpen; (onder)steunen; bijstaan |
| kyūkei-求刑 | strafverzoek (door de openbare aanklager, het O.M.); strafvordering |
| kyūmeiikada-救命筏 | vlot; opblaasboot; reddingsvlot; (opblaasbare) reddingsboot (van vliegtuigen of schepen) |
| kyūmin-救民 | rampenbestrijding; hulp aan mensen in nood |
| kyūri-窮理 | het onderzoeken (en begrijpen) van de natuurwetten; natuurwetenschap |
| kyūsei-九星 | de 9 traditionele astrologische tekens (worden gebruikt bij het maken van horoscopen) |
| kyūsen-休戦 | wapenstilstand; bestand; staakt-het-vuren |
| kyūsuru-休する | pauzeren; stoppen; eindigen |
| kyutto-きゅっと | (onomatopee) strak [stevig] (binden, knijpen, drukken, wrijven, etc.) |
| machimōkeru-待ち設ける | verwachten; naar uitzien; hopen op |
| maeaki-前開き | (bij kleding) opening (en sluiting) aan de voorkant |
| maekagami-前屈み | het met afhangende schouders [een ronde rug] lopen; gebukt [gebogen] lopen |
| mai-枚 | vel [reep, etc.] (woord voor het tellen van platte, dunne voorwerpen) |
| maishirin-マイシリン | mycilline (antibioticum, een combinatie van streptomycine en penicilline) |
| majikku・hando-マジック・ハンド | grijpijzer (om voorwerpen op afstand te pakken); manipulator; robotarm |
| mākā-マーカー | (schrijfgerei) markeerstift; markeerpen; marker |
| makanai-賄い | maaltijden; kost; vol pension |
| māketto・segumentēshon-マーケット・セグメンテーション | marktsegmentatie (onderverdeling van de doelmarkt in subgroepen van consumenten) |
| makitsukeru-巻き付ける | winden; draaien; knopen; vastbinden |
| maku-撒く | ontsnappen; ontkomen; (iem.) ontglippen; ontwijken |
| makurasuru-枕する | iets als kussen gebruiken; slapen [liggen] met je hoofd op iets |
| makushiageru-捲し上げる | oprollen; opstropen; opschuiven |
| maneku-招く | veroorzaken; (onheil, etc.) over zichzelf afroepen |
| manifesuto-マニフェスト | manifest; openbare bekendmaking |
| manipyurētā-マニピュレーター | grijpijzer (om voorwerpen op afstand te pakken); manipulator; robotarm |
| mannenhitsu-万年筆 | vulpen |
| manpokei-万歩計 | pedometer; stappenteller |
| manrikigusari-万力鎖 | oud Japans kettingwapen (zware ketting met gewichten aan de uiteinden) |
| manshitsu-満室 | volgeboekt zijn (hotel, pension, e.d.) |
| manugareru-免れる | ontsnappen; ontkomen aan; vermijden; ontlopen |
| manukareru-免れる | ontsnappen; ontkomen aan; vermijden; ontlopen |
| man'yōgana-万葉仮名 | man'yōgana, oud Japans lettergrepen-systeem (van Chinese karakters fonetisch gebruikt) |
| maruanki-丸暗記 | het domweg [zonder nadenken] uit het hoofd leren; (tekst) in je hoofd stampen |
| marudashi-丸出し | gehele zichtbaarheid; openheid; niets verhullend |
| marufude-丸筆 | ronde penseel [kwast] |
| marugoshi-丸腰 | ongewapend zijn |
| marunomi-丸呑み | iets (voor waar) aannemen zonder het te begrijpen |
| masugēmu-マスゲーム | massa turnen (gymnastische oefeningen in grote groepen) |
| maton-マトン | schapenvlees (Eng.: mutton) |
| matsugonomizu-末期の水 | het water waarmee de lippen van een stervende worden bevochtigd |
| mazui-不味い | onhandig; onbeholpen; stuntelig |
| mebaeru-芽生える | ontkiemen; ontluiken; ontspruiten; uitlopen; opbloeien |
| meguru-巡る | rondtrekken; bezoeken; her en der rondlopen |
| meikyo-明渠 | open (water)leiding [drainering] |
| meimei-冥冥 | onduidelijk; moeilijk te begrijpen |
| mekago-目籠 | opengewerkte bamboe mand |
| menba-面罵 | het iemand openlijk [ronduit; in zijn gezicht] beledigen |
| mensō-面相 | (afk. voor) een penseel met een smalle lange punt voor het schilderen van details in het gezicht, e.d. |
| mensōfude-面相筆 | een penseel met een smalle lange punt voor het schilderen van details in het gezicht, e.d. |
| merinsu-メリンス | dunne, zachte stof (van schapenwol) |
| meshiudo-囚人 | een persoon die werd opgeroepen om een bugaku-optreden uit te voeren |
| meshiyoseru-召し寄せる | iemand oproepen [bij zich roepen; laten komen] |
| meshūdo-召人 | een persoon die werd opgeroepen om een bugaku-optreden uit te voeren |
| metate-目立て | het slijpen; weer scherp maken (van een zaag, vijl, etc.) |
| metsugi-芽接ぎ | (van fruitbomen) het enten (van knoppen); oculeren |
| mezaru-目笊 | opengewerkte bamboe mand |
| miayamaru-見誤る | verkeerd zien [begrijpen; beoordelen]; niet herkennen |
| migitō-右党 | een snoeper; iem. die van snoepen houdt; iem. die geen alcohol drinkt |
| migoroshi-見殺し | het iemand aan zijn lot overlaten; iemand laten sterven zonder te helpen |
| miharaihyō-未払い表 | overzicht [lijst] van onbetaalde bedragen [openstaande rekeningen] |
| miharairisoku-未払い利息 | opgelopen [opgebouwde] rente |
| mihiraku-見開く | (de ogen) wijd opendoen [opensperren] |
| mihoreru-見惚れる | geboeid [gefascineerd; gegrepen] raken (door) |
| mikaeru-見変える | iets anders (ver)kiezen [liever hebben]; stoppen en iets anders gaan doen |
| mikiru-見切る | goedkoop verkopen |
| mikiwameru-見極める | doorzien; doorgronden; helemaal begrijpen |
| mikkō-密行 | het rondsluipen |
| mikkōsuru-密行する | rondsluipen |
| mimachieru-見間違える | verkeerd zien [begrijpen; beoordelen]; niet herkennen |
| mimisen-耳栓 | oordop(pen); oordopje(s) |
| mimizawari-耳障り | schor [raspend; schril] zijn |
| mimodae-身悶え | het kronkelen; krimpen (van pijn; angst, e.d.) |
| mimuki-見向き | een blik (werpen op) |
| minaosu-見直す | nog een keer bekijken; nog eens [opnieuw] kijken naar; een tweede blik werpen op; terugblikken |
| minkan-民間 | privé; burgerlijk; civiel; niet openbaar; niet publiek |
| minshuku-民宿 | (kortverblijf) pension |
| misebirakasu-見せびらかす | pronken (met); showen; paraderen; te koop lopen (met) |
| misebiraki-店開き | het openen van een winkel (op een bepaalde tijd van de dag) |
| misebiraki-店開き | het openen van een nieuwe winkel [zaak; bedrijf] |
| misejimai-店仕舞い | het voorgoed sluiten van [stoppen met] een winkel [zaak; bedrijf] |
| mishūnyūkin-未収入金 | openstaande rekening |
| misosuri-味噌擂り | het stampen van miso in een vijzel |
| missen-密栓 | het afdoppen [hermetisch afsluiten; verzegelen]; luchtdichte stop |
| missensuru-密栓する | afdoppen; (hermetisch) afsluiten; verzegelen |
| mitetoru-見て取る | opmerken; bemerken; begrijpen; beseffen |
| mitoreru-見惚れる | geboeid [gefascineerd; gegrepen] raken (door) |
| mitoru-見取る | bemerken; opmerken; beseffen; begrijpen |
| mitsuryōsuru-密猟する | stropen; illegaal jagen [vissen] |
| miuri-身売り | het verkopen; van de hand doen (van de eigen onderneming, zaak, e.d.) |
| miyaru-見遣る | kijken; staren; een blik werpen (op) |
| miyasui-見易い | duidelijk; helder; makkelijk te zien [begrijpen] |
| mizuguki-水茎 | schrijfpenseel; penseelstreek |
| mizukiri-水切り | het afgieten; afdruipen; afvloeien |
| mizunomiba -水飲み場 | (openbaar) drinkkraantje; fonteintje om water te drinken; waterhappertje |
| mizusakiannai-水先案内 | een loods (iem. die schepen binnenoodst in de haven) |
| mizusakiannai-水先案内 | het (binnen)loodsen van schepen |
| mizutori-水取り | het water halen [scheppen] |
| mochimae-持ち前 | iemand's karakter [eigenschappen; aard] |
| mochinige-持ち逃げ | weglopen; (met iets) ervandoor gaan; stelen |
| mōchō-盲腸 | blindedarm; appendix |
| mōchōen-盲腸炎 | blindedarmontsteking; appendicitis |
| modasu-黙す | stil zijn; niets zeggen; zwijgen; stoppen met praten |
| moederu-萌え出る | ontkiemen; ontluiken; uitbotten; uitlopen |
| moeru-萌える | ontspruiten; ontkiemen; uitlopen |
| mōhitsu-毛筆 | penseel (vervaardigd met natuurlijke materialen, zoals diereharen); kwast |
| mōhitsu-毛筆 | het schrijven [schrijfwerk; kalligrafie] met een dergelijk penseel |
| mokuhi-黙秘 | zwijgen tijdens ondervraging; zonder onthulling [openbaring] (van de feiten) |
| mokushi-黙示 | onthulling; revelatie; bekendmaking; openbaarmaking |
| mokushi-黙示 | (Bijbel) Openbaring; Apocalyps |
| mokushiroku-黙示録 | (Bijbel) de Openbaring |
| mokusuru-黙する | stil zijn; niets zeggen; zwijgen; stoppen met praten |
| momikesu-揉み消す | (fig.) n de doofpot stoppen; verdoezelen |
| momonosekku-桃の節句 | Perzikbloesemfestival [Meisjesdag; Poppenfeest] (seizoenfeestdag voor meisjes op 3 maart) |
| momu-揉む | aanzwepen (om paarden harder te laten rennen) |
| momu-揉む | schuren; schrapen; schaven |
| mon-門 | poort; ingang; deur(opening); doorgang |
| monbukagakushō-文部科学省 | (vanaf 2001) Ministerie van Onderwijs, Wetenschappen, Cultuur en Sport |
| monbushō-文部省 | (tot 2001) Ministerie van Onderwijs, Wetenschappen en Cultuur |
| monchō-紋帳 | een boek [register] met familiewapens |
| mondo-モンド | Mondo (wereld), een filmgenre met een sensationele weergave van vreemde culturen, vaak over taboeonderwerpen zoals seks en dood |
| mondoeiga-モンド映画 | Mondo, een filmgenre met een sensationele weergave van vreemde culturen, vaak over taboeonderwerpen zoals seks en dood |
| mondokoro-紋所 | familiewapen |
| monkī・bijinesu-モンキー・ビジネス | apenstreken; kattenkwaad |
| monko-門戸 | deur; deuropening; poort |
| monkokaihō-門戸開放 | opendeurpolitiek; opendeurbeleid |
| monkokaihōseisaku-門戸開放政策 | opendeurpolitiek; opendeurbeleid |
| mononome-物の芽 | de bloemknoppen die in de lente uitkomen |
| monshō-紋章 | (familie)wapen; wapenschild; blazoen |
| monukenokara-蛻の殻 | (lett.) het (lege) afgeworpen vel van een reptiel of insect |
| morasu-漏らす | lekken (fig.); verraden; een geheim verklappen; onthullen |
| moreru-漏れる | uitkomen; onthuld [geopenbaard] worden |
| moriageru-盛り上げる | opstapelen; ophopen |
| moritateru-守り立てる | ondersteunen; helpen om iets te bereiken |
| moru-漏る | lekken; wegvloeien; ontsnappen (gas, b.v.) |
| motomeru-求める | uitnodigen; oproepen; bijeenroepen; ontbieden |
| motomeru-求める | kopen |
| motsu-持つ | (in de hand) dragen [houden]; bij zich hebben; vasthouden; vastgrijpen |
| mottō-モットー | motto; wapenspreuk; devies |
| mozaiku-モザイク | (biologie: dier of plant met genetische eigenschappen van verschillende soorten) hybride; entbastaard |
| mugifumi-麦踏み | het vertrappen van tarweplanten in de winter (om de koudebestendigheid te vergroten en de stengelvoeten van het gewas sterker te maken) |
| mukui-報い | compensatie; vergoeding; beloning |
| mukyū-無休 | (van winkels, bedrijven, etc) het hele jaar geopend zijn (geen sluitingsdagen) |
| mumyō-無明 | (boeddh.) spirituele duisternis; onwetendheid; het onvermogen om de waarheid te begrijpen |
| murisandan-無理算段 | het de eindjes aan elkaar knopen; het bij elkaar scharrelen (van geld) |
| murisandansuru-無理算段する | de eindjes aan elkaar knopen; geld bij elkaar scharrelen [schrapen] |
| musabetsukyū-無差別級 | open gewichtsklasse (inofficiële gewichtsklasse in vechtsporten, zonder gewichtslimiet) |
| mushō-無償 | gratis zijn; zonder vergoeding [compensatie; betaling] |
| musubitsukeru-結びつける | vastbinden; aan elkaar knopen |
| mūton-ムートン | schapenvacht |
| myakuutsu-脈打つ | kloppen (van een slagader, het hart) |
| nadaraka-なだらか | gelijkmatigheid; zachtheid; glooiend zijn; geleidelijk (oplopend) |
| nadareru-雪崩れる | hellen; aflopen; neigen |
| nagare-流れ | schuin aflopen; afglijding; helling |
| nagareru-流れる | stromen; circuleren; leeglopen; wegdrijven |
| nagaresagyō-流れ作業 | lopende band; montageband |
| nagedasu-投げ出す | (halverwege) opgeven; ergens halverwege mee stoppen; ergens de brui aan geven |
| nagekakeru-投げかける | (iets) ergens heen [op] gooien [werpen] |
| nagekomu-投げ込む | (iets ergens in) gooien; werpen; weggooien |
| nageni-投げ荷 | overboord geworpen lading |
| nageru-投げる | gooien; werpen; smijten |
| nagesuteru-投げ捨てる | weggooien; wegwerpen |
| nagetobasu-投げ飛ばす | weggooien; wegwerpen; van zich afgooien; de lucht ingooien |
| nagetsukeru-投げつける | gooien [werpen] (naar); op de grond gooien [smijten] |
| nageuri-投げ売り | uitverkoop; opruiming; het dumpen [goedkoop verkopen] van goederen |
| naguru-殴る | slaan; stoten; meppen |
| naiken-内見 | interne bezichtiging (zonder openbaarmaking); voorvertoning |
| naisho-内緒 | een privé plek (niet openbaar, maar thuis); de keuken |
| nakishikiru-鳴き頻る | onophoudelijk tjilpen [zoemen] (van volgels of insecten) |
| naku-鳴く | (het geluid maken van dieren) piepen; zingen; tjilpen; huilen; krijsen |
| namidakin-涙金 | smartegeld; vergoeding [compensatie]; een kleine som geld gegeven uit medelijden [als troost] (b.v. na een breuk in een relatie) |
| naminohana-波の花 | golfkam; de schuimkoppen van de golven |
| nanmōhitsu-軟毛筆 | zachtharige penseel |
| narabini-並びに | en ook; bovendien (van hoofdgroepen in de wetgeving e.d.) |
| narabu-並ぶ | naast elkaar staan; parallel lopen |
| narasu-鳴らす | laten klinken (rinkelen; bellen; fluiten; klappen; rammelen, etc.) |
| natsubiki-夏引き | het spinnen in de zomer van draden van de poppen van harugo (lenterupsen) |
| natsuge-夏毛 | de (okergele) haren van een hertenvacht, die gebruikt worden voor het maken van penselen |
| natsume-夏芽 | bloem- of bladknoppen die aan planten en bomen groeien in de zomer, en dan later in het jaar uitkomen; zomerknoppen |
| nawabariarasoi-縄張り争い | territoriumgevecht; strijd [oorlog] onder criminele groepen |
| nebie-寝冷え | kou (gevat tijdens het slapen); koud geworden tijdens de slaap |
| nebiesuru-寝冷えする | kou vatten tijdens het slapen; koud worden tijdens de slaap |
| nebō-寝坊 | het laat opstaan; het zich verslapen |
| nebōsuru-寝坊する | zich verslapen; laat opstaan |
| nechigaeru-寝違える | kramp in de nek krijgen [een stijve nek krijgen] (tijdens het slapen) |
| nedame-寝溜め | het inhalen van slaap; extra veel slapen |
| negau-願う | wensen; verlangen; hopen |
| negokochi-寝心地 | gevoel bij het slapen; slaapcomfort |
| negurushii-寝苦しい | niet goed kunnen slapen; slapeloos zijn |
| neguse-寝癖 | (na het slapen) warrig [weerbarstig] haar; weerborstel |
| nekashitsukeru-寝かしつける | in slaap [naar bed] brengen; laten slapen |
| nekasu-寝かす | (iem.) neerleggen; in bed stoppen; laten slapen |
| nekubi-寝首 | nek [hoofd] van een slapende persoon |
| nemuraseru-眠らせる | laten slapen; te slapen leggen; doen slapen |
| nemurasu-眠らす | laten slapen; te slapen leggen; doen slapen |
| nemuri-眠り | slaap; het slapen |
| nemuru-眠る | slapen; een dutje doen |
| nenjūmukyū-年中無休 | elke dag van het jaar geopend; 24/7 geopend |
| nenkin-年金 | pensioen |
| nenkinhokenryō-年金保険料 | pensioenpremie |
| nenkinkikin-年金基金 | pensioenfonds |
| nenkinseido-年金制度 | pensioenstelsel |
| nenzuru-念ずる | vurig wensen [hopen] |
| neriaruku-練り歩く | langzaam [rustig] lopen |
| neriaruku-練り歩く | lopen in een processie [stoet; optocht; parade]; paraderen; marcheren |
| neru-寝る | slapen |
| neru-寝る | slapen met; het bed delen met |
| neru-寝る | naar bed gaan; gaan slapen [rusten] |
| neru-練る | langzaam in een rij marcheren; paraderen; langzaam [rustig] lopen |
| neshina-寝しな | (de tijd) net voor het naar bed gaan [voor het slapen gaan] |
| nesugiru-寝過ぎる | zich verslapen; te lang slapen |
| nesugosu-寝過ごす | zich verslapen |
| nettai-熱帯 | de tropen; de tropische zone |
| nettoshoppingu-ネットショッピング | online winkelen; online shoppen; winkelen op internet |
| nichiyōhin-日用品 | dagelijkse benodigdheden; voorwerpen voor dagelijks gebruik |
| nigeashi-逃げ足 | het snel wegrennen; te voet wegvluchten [ontsnappen] |
| nigedasu-逃げ出す | wegvluchten; ontsnappen (uit) |
| nigekakure-逃げ隠れ | het vluchten [weglopen] en zich verbergen |
| nigekiru-逃げ切る | (op het nippertje) ontsnappen; weg weten te komen; stand kunnen houden |
| nigemadou-逃げ惑う | (in paniek) proberen te ontsnappen; ongecoördineerd rondrennen om te ontsnappen |
| nigenobiru-逃げ延びる | (veilig ontsnappen; ontkomen; ervandoor gaan |
| nigeru-逃げる | ontsnappen; vluchten; wegrennen; ontwijken |
| nigirikobushi-握り拳 | met lege handen staan; geen geld op zak hebben; met blote handen [ongewapend] zijn |
| nigirishimeru-握り締める | stevig vasthouden [knijpen] |
| nigiritsubusu-握り潰す | iets fijn [kapot] knijpen |
| nigirizushi-握り鮨 | een soort sushi waarbij een reepje vis (omelet, e.d.) op een samengeknepen blokje sushirijst wordt gelegd |
| nigiru-握る | pakken; grijpen |
| nihonsankei-日本三景 | de drie bewonderingswaardige landschappen in Japan (Matsushima, Amanohashidate, en Miyajima) |
| nijimu-滲む | verwateren (van kleur e.d.); verlopen; wazig zijn |
| ningengaku-人間学 | menswetenschappen; humanistiek; filosofische antropologie |
| ningennami-人間並み | (net) als een mens; met menselijke eigenschappen [intelligentie] |
| ningyōgeki-人形劇 | poppenspel; poppentheater; marionettentheater(voorstelling) |
| ningyōjōruri-人形浄瑠璃 | Japans poppentheater |
| ningyōjōruri-人形浄留璃 | Japans poppentheater |
| ningyōtsukai-人形遣い | poppenspeler; marionettenspeler |
| ninshikisuru-認識する | beseffen; inzien; begrijpen; zich realiseren |
| nire-楡 | iep; iepenboom; olm |
| nisshō-日商 | dagelijkse verkopen |
| nitōryū-二刀流 | goed zijn in twee tegengestelde disciplines (b.v. in honkbal zowel goed kunnen slaan als werpen) |
| niuribune-煮売り船 | een drijvend winkeltje; een boot waar men gebruiksvoorwerpen en etenswaren kon kopen |
| niyaku-荷役 | het laden en lossen (van schepen) |
| no-の | (geeft aan de eigenschap(pen), plaats of toestand van iets) over; betreffende; door; van |
| nobanashi-野放し | het (koeien) weiden [buiten laten grazen]; dieren in het wild loslaten; honden los laten lopen |
| noberu-延べる | (uit)strekken; (uit)spreiden; openvouwen |
| nobori-上り | klim; beklimming; bestijging; opstijgen; opgang; opkomst; het oprijzen; het omhooggaan; opvaart; opwaartse [oplopende] helling |
| noborizaka-上り坂 | opwaartse [oplopende] helling; bergopwaarts; groeiend; herstellend (economie); verbetering (weer, gezondheid) |
| noboru-上る | reiken tot; bereiken; stijgen [oplopen] (tot) |
| nobushi-野武士 | (in de middeleeuwen) boeren die (in groepen) verslagen samoerai aanvielen en zich hun uitrustingen, etc. toeëigenden |
| nodate-野点 | theeceremonie in de openlucht |
| nodomotojian-喉元思案 | oppervlakkige [bekrompen] gedachten [denkwijze] |
| nōgaki-能書き | opscheppen over de eigen vaardigheden |
| nōgaku-農学 | landbouwkunde; landbouwwetenschap(pen) |
| nogareru-逃れる | ontsnappen; (ont)vluchten; ontwijken; vermijden; ontlopen |
| nōgu-農具 | boerderij werktuigen [gereedschappen] |
| nojuku-野宿 | in de open lucht slapen; kamperen; bivakkeren |
| nokkaru-乗っかる | (informele vorm van noru) instappen; opstappen |
| nokkingu-ノッキング | het kloppen of pingelen van een motor |
| nomikomu-飲み込む | begrijpen; bevatten; beseffen |
| nomitsubusu-飲み潰す | al je geld opzuipen [verbrassen aan alcohol] |
| noren-暖簾 | een traditioneel Japans gordijn, hangend in een deuropening (m.n. in winkels, restaurants, e.d.) |
| noriageru-乗り上げる | aan de grond lopen; vastlopen; stranden |
| norikaeru-乗り換える | overstappen (vervoermiddelen) |
| norikakaru-乗りかかる (乗り掛かる) | op het punt staan in te stappen [aan boord te gaan] (bus, trein, boot, etc.) |
| noriori-乗り降り | het in- en uitstappen |
| norisugosu-乗り過ごす | vergeten uit (de trein, tram, e.d.) te stappen; het station dat reisdoel is passeren |
| norokeru-惚気る | opscheppen over je liefdesrelatie; je relatie [partner] bewieroken |
| noronoro-のろのろ | (onomatopee) langzaam; sloom; slepend |
| noru-乗る | ergens op gaan; opstappen |
| noseru-乗せる | ertussen nemen; erin laten lopen; in een val lokken; misbruik maken (van) |
| notautsu-のた打つ | kronkelen; wriemelen; (ineen)krimpen (van de pijn) |
| noten-野天 | (in) de open lucht [buitenlucht] |
| notto-ノット | knoop (eenheid voor snelheid van schepen) |
| nozoku-覗く | naar binnen [buiten] kijken; doorkijken; een blik werpen op |
| nozomu-望む | hopen; verwachten; ergens naar uitzien |
| nuimon-縫い紋 | een geborduurd familiewapen |
| nukedasu-抜け出す | wegglippen; wegkruipen |
| nukedasu-抜け出す | ervandoor [op kop] gaan; ontsnappen |
| nukederu-抜け出る | stilletjes [heimelijk] weggaan [wegglippen] |
| nukegara-抜け殻 | een afgeworpen huid (van een slang, insect, etc.) |
| nuki-抜き | het weglaten; overslaan; schrappen; achtereenvolgens verslaan |
| nukiashi-抜き足 | zachte voetstappen; het sluipend [op de tenen] lopen |
| nuku-抜く | uitknippen; uitdrukken |
| nunchaku-ヌンチャク | (Okinawa) traditioneel wapen (gemaakt van twee korte houten stokken die met een touw of ketting zijn verbonden) |
| nureen-濡れ縁 | open veranda |
| nusumiashi-盗み足 | het zachtjes lopen [sluipen] |
| nyohitsu-女筆 | (hist.) vrouwelijke schrijfstijl in brieven e.d.; vrouwelijke penseelvoering |
| nyūkō-入港 | aankomst in een haven (van boten en schepen); (het) binnenvaren |
| nyūsatsu-入札 | inzending offerte [bod] (bij een openbare aanbesteding) |
| nyū・seramikkusu-ニュー・セラミックス | nieuw keramiek (dat nieuwe functies en eigenschappen heeft door de samenstelling, structuur, vorm) |
| o-御 | erend voorvoegsel, uit beleefdheid toegevoegd aan woorden m.b.t. mensen of waardevolle voorwerpen |
| ōbādorafuto-オーバードラフト | bankschuld; debet(saldo); voorschot op een lopende bankrekening |
| ōbākiru-オーバーキル | buitensporig gebruik van (vernietigings)wapens |
| ōbāran-オーバーラン | uitlopen (b.v. van een vergadering); onder de voet lopen); voorbijlopen; (bij honkbal) te ver doorlopen bij een honk |
| ochō-御帳 | (openbaar) register; lijst |
| ochoboguchi-おちょぼ口 | klein rond mondje; getuite lippen |
| ōdoko-大床 | grote tokonoma (alkoof [nis] in de muur waar siervoorwerpen worden uitgestald) |
| odorasu-踊らす | manipuleren; (fig.) aan de touwtjes trekken; iemand laten doen wat je wilt; iemand naar je pijpen laten dansen |
| ōensuru-応援する | helpen; steunen; aanmoedigen |
| ofuda-御札 | amulet of talisman die men kan kopen bij een heiligdom of tempel |
| ōfude-大筆 | grote [dikke] schrijfpenseel, om in groot handschrift te schrijven |
| oginau-補う | aanvullen; goedmaken; compenseren; dekken (een tekort, verlies, etc.); opvullen (b.v. een vacature) |
| ogoru-驕る | arrogant [hooghartig] zijn; pochen; opscheppen; zich uitsloven |
| oha-尾羽 | staartveer; roer; stuurpen |
| ohanabatake-お花畑 | een veld met alpenbloemen |
| ohyakudo-お百度 | honderdvoudig gebed (honderd keer heen en weer lopen naar een schrijn en telkens een gebed doen) |
| oikomu-追い込む | tekst door laten lopen |
| ojisan-オジサン | een straalvinnige vissoort, Parupeneus multifasciatus |
| ōjukusuru-黄熟する | (geel) rijpen |
| oki-沖 | de open zee (ver weg van de kust); de verte; het verschiet |
| okiai-沖合 | op (open) zee; buitengaats |
| okkabuseru-押っ被せる | iets direct [tegelijk] doen; overlappende handelingen uitvoeren |
| ōkō-横行 | het doelloos rondlopen [zich verplaatsen; zich voortbewegen]; het zijwaarts zich verplaatsen [voortbewegen] |
| okugai-屋外 | buitenshuis; in de open lucht |
| okute-晩稲 | laat rijpende rijst; laatbloeiend gewas; late oogst |
| omeku-喚く | schreeuwen; krijsen; gillen; roepen |
| omoiukaberu-思い浮かべる | herinneren; doen denken aan; voor de geest roepen |
| omotedatsu-表立つ | (publiekelijk) bekend worden; openbaar (gemaakt) worden |
| omotemuki-表向き | uiterlijke verschijning; officieel [openbaar] zijn |
| omotezata-表沙汰 | openbaarmaking; bekendmaking; onthulling |
| omowakugai-思惑買い | speculatieve aankoop; het op prolongatie kopen |
| omozukai-主使い | (bunraku) de hoofdpoppenspeler die het hoofd en de rechterarm van een pop beweegt |
| on-御 | erend voorvoegsel, uit beleefdheid toegevoegd aan woorden m.b.t. mensen of waardevolle voorwerpen |
| onagadori-尾長鶏 | langstaarthoen (Japans kippenras met een uitzonderlijk lange staart (uit Kōchi, Shikoku) |
| onkyū-恩給 | pensioen |
| onsetsumoji-音節文字 | syllabisch schrift; syllabenschrift; lettergrepenschrift |
| onten-恩典 | voorrecht; privilege; dispensatie |
| ooashi-大足 | grote stap(pen) |
| ooguchi-大口 | open mond; grote mond |
| ookamimōhitsu-オオカミ毛筆 | penseel van wolfshaar |
| oomidashi-大見出し | grote kop(pen) (over de hele pagina) in kranten of tijdschriften |
| ooppira-大っぴら | het openhartig [ongeremd; niet ingetogen] zijn |
| ootori-大鳥 | peng, een grote vogel uit de Chinese mythologie |
| ōpun-オープン | open; openhartig; oprecht |
| ōpun-オープン | opening; open kampioenschap |
| ōpun-オープン | open; geopend; vrij toegankelijk; openstaand; openbaar |
| ōpun-オープン | openlucht; open ruimte; buitenlucht; openbaarheid |
| ōpungāden-オープンガーデン | open tuin (particuliere tuin die open is voor publiek) |
| ōpuningu-オープニング | opening; start; beginfase |
| ōpuningu-オープニング | opening; gat; vacature |
| ōpun・akaunto-オープン・アカウント | open rekening (waarbij transacties pas achteraf en periodiek worden verrekend) |
| ōpun・disupurē-オープン・ディスプレー | open etalage; open uitstalling (van te koop aangeboden producten) |
| ōpun・disupurei-オープン・ディスプレイ | open etalage; open uitstalling (van te koop aangeboden producten) |
| ōpun・doa-オープン・ドア | open deur; openstaande [geopende] deur |
| ōpun・doa-オープン・ドア | opendeur-; vrijhandel |
| ōpun・gēmu-オープン・ゲーム | open toernooi (toegankelijk voor professionals en amateurs); informele [demonstratie] wedstrijd |
| ōpun・kā-オープン・カー | (open-top car) cabriolet; open auto |
| ōpun・karā・shatsu-オープン・カラー・シャツ | schillerhemd (overhemd met open kraag; genoemd naar de Duitse dichter Schiller, 1759-1805) |
| ōpun・kōsu-オープン・コース | open (toegankelijke) cursus |
| ōpun・māketto・operēshon-オープン・マーケット・オペレーション | openmarkttransacties; openmarktactiviteiten |
| ōpun・porishī-オープン・ポリシー | open (contract) polis (met name bij transportverzekeringen) |
| ōpun・rīru-オープン・リール | open spoel (opnameband op haspel) |
| ōpun・sando-オープン・サンド | open sandwich (belegde boterham) |
| ōpun・sandoitchi-オープン・サンドイッチ | open sandwich (belegde boterham) |
| ōpun・shatsu-オープン・シャツ | schillerhemd (overhemd met open kraag; genoemd naar de Duitse dichter Schiller, 1759-1805) |
| ōpun・sukūru-オープン・スクール | open school (voor zowel jongeren als volwassenen) |
| orientēringu-オリエンテーリング | oriëntatiesport; oriëntatielopen |
| orikaeshi-折り返し | pendeldienst (bus, trein, etc.) |
| orikaeshi-折り返し | keerpunt (zwemmen, hardlopen) |
| oriru-下りる | opgeven; (zich) terugtrekken; stoppen (met); vallen (fig.) |
| oriru-下りる | afdalen; naar beneden gaan [lopen] |
| oriru-下りる | krijgen (toestemming; vergunning, pensioen, etc.) |
| oriru-下りる | uitstappen; van boord gaan |
| oroshi-下ろし | het gebruiken van nieuwe voorwerpen [gereedschappen; kleding] |
| oroshi-下ろし | het raspen (van radijs, rettich, wasabi, e.d.) |
| orosu-下ろす | (iem.) laten uitstappen; (iets) uitladen |
| oshieru-教える | tonen; laten zien; onthullen; openbaren |
| oshikakeru-押しかける | (van mensen) te hoop lopen; toestromen; met z'n allen tegelijk naar binnen gaan |
| oshikomeru-押し込める | instoppen; induwen; inpersen; stouwen; opsluiten |
| oshikomi-押し込み | het induwen; inproppen |
| oshikomu-押し込む | inproppen; insteken; instoppen; binnenduwen; opsluiten |
| oshitsumaru-押し詰まる | urgent [dringend; penibel] worden; het naderen van een deadline |
| oshitsumaru-押し詰まる | het naderen van het einde van het jaar; het teneinde lopen van een jaar |
| oshitsumeru-押し詰める | proppen [stouwen; klemmen] in; in het nauw [een hoek] drijven |
| ōsō-押送 | escorte (gewapende begeleiding); overplaatsing (v.e. gevangene) |
| otaiko-お太鼓 | iemand die (als beroep) zorgt voor een goede sfeer tussen gasten tijdens een feest; stemmingmaker; grappenmaker; entertainer |
| otokomusubi-男結び | mannenknoop, een platte knoop waarbij de eerste knoop en de tweede knoop evenwijdig lopen (is niet makkelijk los te trekken) |
| otoshi-落とし | een stuk hout dat in een gat in de drempel wordt gezet om te voorkomen dat de deur opengaat |
| otsukai-お使い | boodschapper; boodschappenjongen |
| owaru-終わる | eindigen; aflopen |
| oyasumi-お休み | (beleefd) slapen; gaan slapen; naar bed gaan |
| paa-ぱあ | het gebaar (met wijdopen hand) van papier voor het spel steen-papier-schaar |
| paburikku-パブリック | publiek; openbaar |
| paburikku・kōporēshon-パブリック・コーポレーション | openbaar bedrijf; publieke instantie; overheidsbedrijf |
| pachinko-ぱちんこ | pachinko (een soort Japanse gokautomaat, waar een groot aantal kleine balletjes ingeworpen worden) |
| pachipachi-ぱちぱち | geknetter; knappend geluid |
| pairotto・shoppu-パイロット・ショップ | een winkel waar producenten en lokale overheden nieuwe producten verkopen om uit te proberen hoe de trends zich ontwikkelen bij consumenten |
| pakupaku-ぱくぱく | (onomatopee) herhaaldelijk openend en sluitend (van de mond); naar lucht happend |
| pakuru-ぱくる | met grote happen eten; (eten) naar binnen schrokken |
| parareru-パラレル | parallel; evenwijdig; gelijklopend |
| patchiwāku-パッチワーク | patchwork; lappendeken; quilt |
| pechika-ペチカ | Russisch (gemetseld) fornuis [open haard] |
| pedomētā-ペドメーター | pedometer; stappenteller |
| pējento-ページェント | openluchttheater; openlucht podium |
| pen-ペン | pen |
| penfurendo-ペンフレンド | penvriend; penvriendin; correspondentievriend(in) |
| penga-ペン画 | pentekening |
| penhorudā-ペンホルダー | pennenhouder; pennenbakje |
| penhorudā-ペンホルダー | (tafeltennis) penhouder greep |
| penhorudā・gurippu-ペンホルダー・グリップ | (tafeltennis) penhouder greep |
| penī-ペニー | penny (Engelse munt, 1/100 pond) |
| penishirin-ペニシリン | (med.) penicilline |
| penisu-ペニス | penis; lid; mannelijk geslachtsdeel |
| penisusenbō-ペニス羨望 | penisnijd |
| penjiku-ペン軸 | pennenhouder |
| penparu-ペンパル | penvriend; penvriendin; correspondentievriend(in) |
| pensaki-ペン先 | penpunt |
| penshon-ペンション | pension; kosthuis |
| pentagon-ペンタゴン | Pentagon, hoofdkwartier van het Amerikaans ministerie van Defensie (zo genoemd naar de vorm van het gebouw) |
| pentan-ペンタン | pentaan |
| pentohausu-ペントハウス | penthouse |
| pichapicha-ぴちゃぴちゃ | (onomatopee) spetterend; plonzend; spattend; tikkend; zacht kloppend; oplikkend; slurpend |
| piipii-ぴいぴい | (onomatopee) piepend; fluitend; tjirpend; huilend; jankend |
| pikkingu-ピッキング | het opensteken [forceren] van een slot |
| pisuton'yusō-ピストン輸送 | pendeldienst (steeds heen en weer gaande trein, bus of boot) |
| pitchingu-ピッチング | het werpen van de bal door de pitcher (honkbal) |
| pī・kēsen-ピー・ケー戦 | (penalty kick shoot-out) strafschoppenserie om een wedstrijd te beslissen |
| poisute-ポイ捨て | het weggooien van (klein) afval op de openbare weg (b.v. van sigarettenpeuken, e.d.) |
| pokanto-ぽかんと | met open mond |
| pokarito-ぽかりと | gapend (gat); met open mond |
| pokatto-ぽかっと | gapend (gat); met open mond |
| pokkari-ぽっかり | gapend groot (gat) |
| porutamento-ポルタメント | portamento (een muziekterm die aangeeft dat een toon zonder onderbreking moet overlopen in een andere toon) |
| posuto-ポスト | postvakje; mailbox; (openbare) brievenbus |
| potarito-ぽたりと | (onomatopee) (geluid van) gedruppel; druppelend; druipend |
| puruōbā-プルオーバー | trui (zonder knopen of rits, die over het hoofd aangetrokken wordt) |
| pusshu・botan・wō-プッシュ・ボタン・ウォー | automatische oorlogvoering; oorlogsvoering op afstand (door afvuren van wapens met een druk op de knop) |
| rakubasuru-落馬する | van een paard vallen [geworpen worden] |
| rakuseki-落籍 | een voorschot betaald aan de baas van een prostitué of geisha (met het doel haar vrij te kopen) |
| ranbai-乱売 | het verkopen van goederen beneden de marktprijs |
| randa-乱打 | het wild [hevig] slaan; veel klappen geven |
| rangiku-乱菊 | patroon van chrysanten met ongeordende bloemblaadjes (m.n. op familiewapens) |
| ranma-欄間 | een traliewerk of opengewerkt paneel (voor licht of ventilatie, boven schuifdeuren) |
| rannāzu・hai-ランナーズ・ハイ | runner's high ( een toestand tijdens het hardlopen waarbij ademhaling en snelheid voor het gevoel perfect op elkaar zijn afgestemd) |
| ranningu-ランニング | hardlopen |
| ranningu・kosuto-ランニング・コスト | algemene, lopende (bedrijfs)kosten (kosten voor onderhoud, beheer en exploitatie) |
| rappingu-ラッピング | het lappen; leppen; slijpen |
| rappu-ラップ | leppen (een manier van slijpen) |
| ratenkei-ラテン系 | behorend tot Latijns (of Romaans) sprekende etnische groepen |
| ratenminzoku-ラテン民族 | Latijns (of Romaans) sprekende etnische groepen |
| reguhon-レグホン | Leghorn, een (van oorsprong Italiaans) kippenras |
| reguhōn-レグホーン | Leghorn, een (van oorsprong Italiaans) kippenras |
| reichōmoku-霊長目 | primaat; primaten (apen) |
| reihitsu-麗筆 | erenaam ter aanduiding van een (schrijf)penseel |
| reiihō-零位法 | nulmethode; compensatiemethode (meettechniek) |
| reisen-冷戦 | de Koude Oorlog; een koude oorlog (oorlog zonder wapengeweld) |
| reisui-冷水 | (fig.) een domper; een koude douche; het bekoelen [dempen] (van iemand's enthousiasme) |
| rengyō-連翹 | hangend Chinees klokje (Forsythia suspense) |
| renjō-蓮声 | doorlopende klank (in het japans en Chinees) |
| renki-連記 | meerdere vermeldingen [namen; onderwerpen] |
| renzokutai-連続体 | continuüm; doorlopende reeks |
| ren'yō-連用 | langdurig [doorlopend] gebruik [toepassing] |
| ren'yōsuru-連用する | voortdurend [langdurig; doorlopend] gebruiken [innemen] (b.v. medicijnen) |
| reppaku-裂帛 | (het geluid van) scheuren of knippen van een stuk stof |
| resuto・hausu-レスト・ハウス | (rustig) pension; logement; pleisterplaats |
| ribyō-罹病 | besmetting; het oplopen (van een ziekte) |
| richigi-律儀 | oprechtheid; eerlijkheid; rechtschapenheid |
| rika-理科 | wetenschap(pen); natuurkunde |
| rikaisuru-理解する | begrijpen; bevatten; doorhebben; inzien |
| rikan-罹患 | het oplopen [krijgen] van een ziekte; het ziek worden |
| rikansuru-罹患する | een ziekte oplopen [krijgen]; ziek worden |
| riken-利剣 | (Boeddh.) beeldspraak voor de wijsheid of boeddhistische leer die nodig is om aardse verlangens en kwade krachten te kunnen verwerpen |
| rikimu-力む | bluffen; opscheppen; pochen |
| rikuage-陸揚げ | (van schepen) het landen; lossen |
| rimujin-リムジン | pendelbus (b.v. van vliegveld of hotel) |
| rinkangakkō-林間学校 | school [lessen] in de open lucht; schoolkamp |
| rinri-淋漓 | het overlopen (van emotie, e.d.) |
| rinri-淋漓 | het stromen; druipen; vloeien; doorweekt raken |
| rinyū-離乳 | het spenen; geleidelijk stoppen met borstvoeding (en overgaan op vast voedsel) |
| rippu-リップ | lip; lippen |
| rippusutikku-リップスティック | lippenstift |
| rippu・sābisu-リップ・サービス | lippendienst (iets wel zeggen, maar niet menen) |
| ritaia-リタイア | met pensioen gaan; zich terugtrekken |
| ritogurafuinkupen-リトグラフインクペン | lithografische inktpen |
| riyō-理容 | het knippen en scheren |
| ro-炉 | (open) haard; (smelt)oven |
| roaku-露悪 | opscheppen over eigen ondeugden; zelfspot |
| roakushumi-露悪趣味 | het leuk vinden om op te scheppen over hoe slecht je bent |
| robata-炉端 | dichtbij [rond] de (open) haard |
| rōdo・rēsu-ロード・レース | wegrace; wegwedstrijd; autorace op de (openbare) weg |
| rōei-漏洩 | het uitlekken (van informatie); lek; openbaring |
| rohō-露鋒 | een techniek in de kalligrafie (waarbij de punt van het penseel plat op het papier wordt gezet) |
| roji-露地 | (open) veld; kweekgrond in de openlucht; onoverdekte binnentuin; tuin bij theehuis |
| rojisaibai-露地栽培 | het kweken [cultiveren] van gewassen buiten op het land [in de openlucht] |
| rokaiyu-ロカイユ | rocaille (kunstmatige grotten van cement met kiezels, schelpen, e.d.) |
| roku-禄 | bezoldiging; stipendium; salaris |
| rokushaku-六尺 | een (ca. 6 voet lange) houten wapenstok |
| rokushakubō-六尺棒 | een (ca. 6 voet lange) houten wapenstok |
| rongu・serā-ロング・セラー | langlopende bestseller |
| rōreinenkin-老齢年金 | ouderdomspensioen |
| roten-露天 | (in de) open lucht; buitenlucht |
| rotenburo-露天風呂 | een buitenbad; een onsen die zich buiten [in de open lucht] bevindt |
| rottoringupen-ロットリングペン | Rotring pen (merknaam) |
| ruikateki-累加的 | cumulatief; aanvullend; opeenhopend |
| ruru-縷縷 | continu; ononderbroken; doorlopend |
| ryakuhuyūkaizai-略取誘拐罪 | de misdaad van het iemand ontvoeren [kidnappen] |
| ryakusuru-略する | gevangennemen; grijpen |
| ryōmae-両前 | (jas) met twee rijen knopen |
| ryōtō-両刀 | vaardig [bekwaam] zijn in twee vakgebieden; twee beroepen uitoefenen |
| ryōtōzukai-両刀遣い | vaardig [bekwaam] zijn in twee verschillende vakgebieden [takken van kunst]; twee verschillende beroepen uitoefenen |
| ryū-留 | (in kanji combinaties) stoppen; stilstaan; verblijven; verblijf(plaats); (tijdelijke) standplaats; distilleren |
| ryūdōfusai-流動負債 | vlottende [kortlopende] schulden |
| sabagumo-鯖雲 | cirrocumulus; schapenwolk(jes) |
| sabaku-捌く | (uit)verkopen; een markt vinden voor |
| sadameru-定める | onderdrukken; onderwerpen; overwinnen |
| sagarime-下がり目 | schuin aflopende ogen |
| saido・bentsu-サイド・ベンツ | zijdelingse ventilatieopeningen |
| saigu-祭具 | gebruiksvoorwerpen voor rituelen en erediensten |
| saihitsu-細筆 | smalle [dunne] (schrijf)penseel |
| saikai-再開 | heropening; hervatting; herstart |
| saikan-彩管 | een verfkwast; penseel |
| saikōkensatsuchō-最高検察庁 | bureau van de openbare aanklager van de Hoge Raad [het hooggerechtshof] |
| saisanware-採算割れ | onder de kostprijs verkopen; onrendabel zijn |
| saisetsukyū-噴石丘 | pyroclastische kegel; scoria-kegel; sintelkegel (door een vulkaan uitgeworpen puin) |
| saiyō-細腰 | smalle heupen [taille]; slanke vrouw |
| sakebu-叫ぶ | schreeuwen; roepen; gillen |
| sakeru-裂ける | scheuren; openbarsten |
| sakeru-避ける | vermijden; ontwijken; uit de weg gaan; ontlopen |
| sakibashiru-先走る | op de zaken vooruit lopen; te snel handelen; te vroeg starten; voor de troepen uitlopen (fig.) |
| sakibosori-先細り | spits [smal] uitlopend [toelopend] |
| sakibosori-先細り | (geleidelijk) afnemend; aflopend; afbouwend; dalend |
| sakibutori-先太り | dikker uitlopend [toelopend] |
| sakidori-先取り | in afwachting van; het vooruit lopen op; anticiperen |
| sakimonogai-先物買い | het kopen van futures [termijncontracten] |
| sakkasuru-擦過する | schaven; schuren; schrapen |
| saku-裂く | afscheuren; verscheuren; splitsen; doorsnijden; doorknippen |
| sakujosuru-削除する | wegstrepen; doorhalen; schrappen |
| samayou-さ迷う | ronddwalen; rondlopen; dolen; zwerven |
| sanbonjime-三本締め | ritueel (aan het einde van een bijeenkomst, ceremonie, project, e.d.) waarbij het klappen in de handen drie keer wordt herhaald |
| sankei-三景 | de drie bewonderingswaardige landschappen in Japan (Matsushima, Amanohashidate, en Miyajima) |
| sanmaime-三枚目 | komediant; acteur die een komische rol speelt; komiek; grappenmaker |
| sanpatsu-散髪 | het knippen van het haar; knipbeurt |
| sanpatsusuru-散髪する | je [haar; zijn] haar laten knippen |
| sanpiryōron-賛否両論 | uiteenlopende [wisselende] meningen; zowel goede als slechte recensies] |
| sansakusuru-散策する | wandelen; rondlopen; kuieren; slenteren |
| sansangogo-三三五五 | in groepen van 2 en 3; in kleine groepen |
| sansekisuru-山積する | opstapelen; zich ophopen; bijeenbrengen |
| san'en-三猿 | de drie wijze apen (horen, zien en zwijgen) |
| san'indō-山陰道 | Japanse geografische term (voor een oude indeling van provincies en de hoofdwegen die erdoorheen lopen) |
| sao-竿 | (bargoens; straattaal) penis |
| sapparishita-さっぱりした | opgelucht; opgefrist; openhartig |
| sarau-浚う | baggeren; uitscheppen |
| sarisari-さりさり | (onomatopee) knisperend; ritselend; krassend; schrapend |
| sasaeru-支える | helpen; (fig.) ondersteunen |
| sasagaki-笹掻き | het snijden [schaven] (van groenten, e.d.) in lange, dunne repen |
| sasara-簓 | een traditioneel Japans muziekinstrument, dat bestaat uit een bundel aan elkaar gebonden repen bamboe, die tegen een geribbelde staaf wordt gewreven |
| sashiashi-差し足 | zachte voetstappen; het sluipend [op de tenen] lopen |
| sashibashi-刺し箸 | eetstokjes gebruikt om in eten te prikken en het daarna in de mond te stoppen (onjuist gebruik van eetstokjes) |
| sashigane-差し金 | een stok met een touwtje, om de handen van marionetten [bunraku poppen] te laten bewegen |
| sasu-注す | (gedeeltelijk) verven; lakken; inkleuren; opdoen (lippenstift, etc.) |
| sasumata-刺股 | (Edo periode) een tweetandige (maanvormige) wapenstok (om criminelen te vangen) |
| sasupenshon-サスペンション | (chemie) suspensie; mengsel |
| satoru-悟る | (be)merken; zich realiseren; begrijpen; gewaarworden |
| saya-鞘 | dop (op een pen, potlood e.d.) |
| sēbingu-セービング | (balsporten) het stoppen van de bal (door een keeper) |
| seigi-正義 | onkreukbaarheid; rechtschapenheid; deugdzaamheid |
| seihatsu-整髪 | het kappen [knippen] van haar |
| seihei-精兵 | elite-eenheid; elitekorps; elitetroepen |
| seijū-西戎 | Xirong, een term die in het oude China werd gebruikt voor verschillende etnische groepen in het westen, zoals Turken en Tibetanen |
| seikatsuhogohō-生活保護法 | Wet op de openbare bijstand (ter garantie van een minimumlevensstandaard) |
| seikōhō-正攻法 | frontale [openlijke] aanval; eerlijke tactiek |
| seiretsujōsha-整列乗車 | op een ordelijke manier in een rij gaan staan, voor het instappen in een trein |
| seiri-整理 | iets van de hand doen; verkopen |
| seiseidōdō-正正堂堂 | een eerlijk gevecht; met open vizier strijden |
| seishinkagaku-精神科学 | geesteswetenschappen; alfawetenschappen |
| seisuru-征する | onderwerpen; veroveren; overwinnen |
| seizai-製材 | het zagen; hout kappen |
| seizaisuru-製材する | (hout) zagen; hout kappen |
| sekando・raifu-セカンド・ライフ | een tweede leven (met name na pensionering) |
| sekibaraisuru-咳払いする | hoesten; kuchen; rochelen; de keel schrapen |
| sekishin-赤心 | oprechtheid; openhartigheid; toewijding |
| sekkaisuru-切開する | een incisie maken; opensnijden |
| sekkeisuru-設計する | ontwerpen; plannen; schetsen |
| semishigure-蟬時雨 | het (continu doorgaande) tsjilpen van cicaden (als het stromen van de zomerregen) |
| sen-践 | (in kanji combinaties) (op)stappen; staan (op); lopen |
| senban-先晩 | de afgelopen avond; gisteravond |
| senka-戦果 | opbrengsten [resultaat] van de oorlog; wapenfeiten |
| senkaitō-船海灯 | (verplichte) boordlantaarn op schepen op de zeevaart |
| senkō-戦功 | wapenfeit; heldendaad; heldhaftige oorlogsdaad |
| sennuki- 栓抜き | flessenopener; flesopener; kurkentrekker |
| senpuku-潜伏 | onderduik; schuilhouding; het zich verbergen [verstoppen] |
| senshitibu・aitemu-センシティブ・アイテム | een gevoelig voorwerp (dat bij diefstal, verlies of zoekraken gevaarlijk kan zijn voor de openbare veiligheid) |
| senshu-先取 | het de eerste zijn [als eerste iets doen]; voorop lopen |
| sensuji-千筋 | patroon van dunne verticale strepen (op textiel of aardewerk) |
| sentai-船隊 | een vloot (van 2 of meer schepen) |
| sentankyōfushō-先端恐怖症 | aichmofobie (vrees voor scherpe voorwerpen) |
| sentō-銭湯 | openbare badgelegenheid; badhuis |
| senzogaeri-先祖返り | atavisme; erfelijke terugslag (genetische eigenschappen die generaties overslaan en dan weer terugkomen) |
| sen'ya-先夜 | de afgelopen nacht; gisternacht |
| sen'yū-戦友 | strijdmakker; wapenbroeder; krijgsmakker |
| seppuku-切腹 | rituele zelfdoding (m.n. van de krijgselite) in Japan (te voltrekken door met een kort zwaard de buik open te snijden) |
| seru-セル | verkopen |
| setsugi-節義 | morele integriteit; rechtschapenheid; trouw aan principes |
| setto・pojishon-セット・ポジション | (honkbal) de houding die de pitcher moet innemen vlak voordat hij gaat werpen |
| sewasuru-世話する | helpen; zorgen voor |
| seyo-施与 | liefdadigheid; het geven van een aalmoes; dispensatie; genade |
| shageki-射撃 | (artillerie)beschieting (zoals vanaf marineschepen e.d.) |
| shajō-射場 | schietterrein; schietplaats (voor vuurwapens) |
| shakaika-社会科 | sociale wetenschappen; maatschappijleer |
| shakaikagaku-社会科学 | sociale wetenschappen |
| shakuru-しゃくる | uitscheppen; opscheppen; (uit)lepelen |
| shakuu-杓う | lepelen; scheppen |
| shāringu-シャーリング | het scheren; scheerbeurt (schapen) |
| shatoru-シャトル | pendeldienst |
| shatoru・basu-シャトル・バス | pendelbus |
| shēdo-シェード | lampenkap |
| shibireru-痺れる | gevoelloos worden; het slapen van ledematen (tintelend gevoel door beknelling) |
| shibomu-萎む | verwelken; verschrompelen; leeglopen |
| shibori-絞り | het knoopverven (samenknopen van stof en dan zo verven) |
| shibori-絞り | (fotografie) diafragma; lensopening |
| shiboriageru-絞り上げる | ophalen (gordijn); opstropen (mouwen) |
| shiboriageru-絞り上げる | uitwringen; uitknijpen |
| shiboridashino-絞り出しの | geperst; uitgeknepen |
| shiborikomi-絞り込み | het uitwringen; uitknijpen |
| shiborizome-絞り染め | tie-dye (techniek waarmee men textiel van een patroon voorziet, door de stof te knopen voor het verven) |
| shiboru-絞る | uitwringen; persen; uitpersen; uitknijpen |
| shibugaki-渋柿 | astringente kaki (een kakisoort met hoog gehalte aan tannine, waardoor ze bitter smaken, en langer moeten rijpen om eetbaar te worden) |
| shichigochō-七五調 | afwisselende regels van 7 -en 5 lettergrepen (in Japanse poëzie zoals tanka en haiku) |
| shichinan-七難 | (boeddh.) 7 soorten rampen [ongeluk] |
| shichiyō-七曜 | een familiewapen (bestaande uit zes kleine cirkels rond een centrale cirkel) |
| shichō-試聴 | het beluisteren van muziek (b.v. cd's) voor het te kopen |
| shichūkinri-市中金利 | geldmarktrente; open marktrente |
| shidan-指弾 | het met de vingers knippen [tikken] |
| shidan-詩壇 | dichtgenootschappen; dichterskringen |
| shiensuru-支援する | (onder)steunen; helpen; bijstaan |
| shigamitsuku-しがみつく | (zich) vastklampen; vastklemmen |
| shigi-市議 | gemeenteraadslid; wethouder; (in België) schepen |
| shihitsu-紙筆 | pen en papier |
| shiireru-仕入れる | inkopen; inslaan; in voorraad nemen; opslaan |
| shiisosan-尸位素餐 | er de kantjes aflopen; niet alles doen waar men wel voor wordt betaald |
| shijiritsu-支持率 | (publiek; openbaar) waarderingscijfer |
| shikake-仕掛け | truc; tactiek; manipulatie; openingszet |
| shikaru-叱る | (iem.) een standje geven; berispen; terechtwijzen |
| shikiriita-仕切り板 | scheidingswand (in vrachtruimtes van schepen e.d.) |
| shikkei-失敬 | jatten; klauwen; gappen; achteroverdrukken; stelen |
| shikkō-失効 | ongeldigheid; verlies van effectiviteit [geldigheid]; het verlopen [vervallen] |
| shikkō-膝行 | het voortbewegen [lopen] op de knieën |
| shiko-指呼 | het wenken (en roepen) |
| shikō-試航 | (bij schepen) proefvaart; (bij vliegtuigen) proefvlucht; testvlucht |
| shikosuru-指呼する | wenken (en roepen) |
| shima-縞 | een in stof geweven patroon van strepen (in twee of meer kleuren) |
| shimame-縞目 | rand [grens] van strepen (patroon) |
| shimau-仕舞う | opbergen; wegbergen; wegstoppen; wegleggen |
| shimau-仕舞う | stoppen (met); beëindigen; tot een einde brengen |
| shimeijunni-指名順に | in de volgorde waarin de namen worden afgeroepen |
| shimotsukesō-下野草 | spirea (Filipendula multijuga) |
| shin-寝 | (in kanji combinaties) slaap; slapen |
| shinadareru-撓垂れる | tegenaan leunen; zich tegen iemand aanvlijen [aankruipen] |
| shinchō-伸張 | (computer) het decomprimeren; unzippen |
| shingaki-真書き | een dun schrijfpenseel |
| shinguru-シングル | (jas) met één rij knopen |
| shinka-深化 | verdieping; het verdiepen; dieper worden |
| shinkasuru-深化する | zich verdiepen; dieper worden |
| shinobiashi-忍び足 | zachte voetstappen; het sluipend [op de tenen] lopen |
| shinobikomu-忍び込む | insluipen; ergens naar binnen sluipen |
| shinobiyoru-忍び寄る | naderbij sluipen [kruipen] |
| shinpuku-臣服 | leenmanschap; ondergeschiktheid; onderworpenheid; vazal zijn |
| shinrui-進塁 | (honkbal) het doorlopen naar het volgende honk |
| shinshoku-寝食 | slapen en eten |
| shiokemuri-塩煙 | rook die opstijgt bij het indampen van zout water |
| shippitsu-執筆 | (in kalligrafie) de manier waarop een schrijfpenseel wordt vastgehouden |
| shīpusukin-シープスキン | schapenvacht |
| shirahata-白旗 | witte vlag (internationaal symbool van vrede, wapenstilstand en overgave) |
| shirakeru-白ける | (arch.) (alles) onthullen [openbaren] |
| shiranami-白波 | (witte) schuimkoppen op de golven |
| shirisubomari-尻窄まり | het (van breed naar smal) uitlopen; spits toelopen |
| shirotsumekusa-白詰草 | de witte klaver (Trifolium repens) |
| shisaru-退る | achteruit stappen [lopen]; terugstappen; teruggaan |
| shisha-試射 | (vuurwapens) afschiet-test; (raketten e.d.) proeflancering |
| shishitsu-資質 | aard; aanleg; karakter; eigenschappen |
| shishō-私傷 | persoonlijk letsel; blessure opgelopen buiten het werk |
| shishutsusuru-支出する | (geld) uitgeven; spenderen |
| shīsu-シース | (Eng. sheath) etui (voor potloden, pennen, messen, e.d.) |
| shitatameru-認める | organiseren; stappen ondernemen |
| shiteyaru-為て遣る | (iemand anders) te slim af zijn; misleiden; om de tuin leiden; foppen |
| shizā・katto-シザー・カット | een knip [het knippen] met een schaar |
| shizenkagaku-自然科学 | natuurwetenschap(pen) |
| shī・dī-シー・ディー | (cash dispenser) geldautomaat; pinautomaat |
| shobun-処分 | het afstand doen [zich ontdoen] van; (uit)verkopen; opruimen; weggooien; verwijderen |
| shōden-正伝 | één van de Jōruri scholen van het traditionele poppentheater in Japan |
| shodō-書道 | kalligrafie; schrijfkunst (m.n. van kanji en kana); penseelvoering |
| shofū-書風 | kalligrafie stijl (.mn. met penseel); schrijfwijze; (hand)schrift |
| shōgaku-商学 | handelswetenschap(pen) |
| shoho-初歩 | de basis; de grondbeginselen; het beginstadium; de eerste stappen; het ABC (van) |
| shohō-書法 | kalligrafie; schrijfkunst (van kanji en kana); penseelvoering |
| shōjin-小人 | een onbelangrijk [kleinzielig; bekrompen] persoon |
| shōjinbutsu-小人物 | een onbeduidend [onbelangrijk; kleingeestig; bekrompen] persoon |
| shōkafuryō-消化不良 | onbegrijpelijkheid; (fig.) moeilijk te verteren; moeilijk te begrijpen |
| shōken-小見 | kortzichtigheid; bekrompen blik [mening] |
| shoken-書剣 | pen (lett.: boek) en zwaard (voorwerpen die geleerden en schrijvers vroeger altijd bij zich hadden) |
| shōkō-商港 | handelshaven (voor handelsvloot, passagiersschepen, vrachtschepen, e.d.) |
| shokuhakukyaku-宿泊客 | hotelgast; pensiongast |
| shōmenkitte-正面切って | direct; openlijk; rechttoe rechtaan |
| shonichi-初日 | de eerste dag; openingsdag; de première (van een voorstelling) |
| shōninkanmon-証人喚問 | dagvaarding; het oproepen van getuige |
| shoppingu-ショッピング | het winkelen; boodschappen doen |
| shōrō-鐘楼 | (bij boeddhistisch tempel) open hal met de tempelbel |
| shōshi-将士 | officieren en manschappen [soldaten] |
| shōshin-小心 | lafheid; benepenheid; vreesachtigheid |
| shōsotsu-将卒 | officieren en manschappen [soldaten] |
| shōto-ショート | (short selling) het verkopen van effecten die men niet in eigen bezit heeft (om snel te kunnen anticiperen op koerswisselingen) |
| shōwa-唱和 | het in koor zingen [zeggen; juichen; roepen; antwoorden] |
| shū-拾 | (in kanji combinaties) oppakken; oprapen; vinden; verzamelen; krijgen; kiezen |
| shuhei-手兵 | (iemands) soldaten [troepen] |
| shūhitsu-収筆 | eindpunt van een penseelstreek (bij het kalligraferen) |
| shuhitsu-朱筆 | correctie; verbetering; verandering (in een tekst, met rode pen (of penseel) |
| shujinkō-主人公 | pensionhouder; herbergier; waard; werkgever; eigenaar |
| shukkō-出港 | vertrek uit een haven (van boten en schepen); (het) uitvaren |
| shūkō-就航 | in gebruiksname [in werkingstelling] (van b.v. schepen, vliegtuigen) |
| shukuhakusha-宿泊者 | hotelgast; pensiongast |
| shukusha-宿舎 | hotel; pension; herberg; accommodatie |
| shuppei-出兵 | het sturen van troepen; mobilisatie van het leger |
| shuran-酒乱 | beschonken; bezopen |
| shurō-鐘楼 | (bij een boeddhistisch tempel) de open hal met de tempelbel |
| shūshin-就寝 | het naar bed gaan; gaan slapen |
| shushin-朱唇 | rode lippen |
| shūshinnenkin-終身年金 | pensioen; lijfrente |
| shūshinsuru-就寝する | naar bed gaan; gaan slapen |
| shussatsu-出札 | kaartverkoop; het verkopen van toegangskaarten [kaartjes] |
| shussen-出船 | vertrek (van schepen); uitvaart (uit een haven) |
| shūsui-秋水 | een goed [scherp] geslepen zwaard |
| shūtoku-拾得 | het vinden; oprapen (van iets dat verloren is) |
| shutokusuru-取得する | verkrijgen; verwerven; in bezit krijgen [nemen]; aankopen |
| shūwaisuru-収賄する | smeerdgeld aannemen; zich laten omkopen |
| sodaigomi-粗大ごみ | (humoristisch) een nietsnut (m.n. een echtgenoot die na pensionering thuis rondhangt en verder niets onderneemt) |
| sōdō-騒動 | vechtpartij; knokpartij; uit de hand gelopen feest |
| soemono-添え物 | toevoeging; aanhangsel; bijvoegsel; supplement; appendix |
| soeru-添える | ondersteunen; helpen; vergezellen |
| sofuto・saiensu-ソフト・サイエンス | sociale wetenschappen |
| sōgu-装具 | uitrusting (wapenrusting; medische uitrusting; klimuitrusting e.d.) |
| sōhaku-湊泊 | het afmeren (van schepen in een haven) |
| sōhitsu-走筆 | het snelschrijven; snelschrift met schrijfpenseel |
| sōhitsu-送筆 | penseelstreek interim beginpunt en eindpunt (bij het kalligraferen) |
| sōhō-走法 | loopstijl; stijl van hardlopen |
| sōken-送検 | doorsturing [verwijzing; renvooiering] van een strafzaak naar het Openbaar Ministerie door een gerechtsdienaar (politie) |
| sōki-想起 | herinnering; voorstelling; (opgeroepen) beeld; gedachtenis |
| sokkyū-速球 | fastball (met grote snelheid geworpen bal) |
| sōkō-装甲 | geharnast; gewapend |
| sōku-走狗 | (fig.) marionet; speelbal; dupe; werktuig (iemand die het (vuile) werk moet opknappen) |
| sokubai-即売 | verkoop ter plekke (verkoop van tentoongestelde voorwerpen direct in de tentoonstellingsruimte) |
| somenuki-染め抜き | het verven van een patroon [wapen] op een achtergrond |
| sōmushō-総務省 | Japanse Ministerie van Binnenlandse Zaken en Communicatie (voor 2001: Ministerie van Openbaar Bestuur, Binnenlandse Zaken, Post en Telecommunicatie) |
| songaibaishō-損害賠償 | schadevergoeding; schadeloosstelling; tegemoetkoming [vergoeding; compensatie] voor geleden schade |
| sonohigurashi-其の日暮らし | een onzeker [sober] bestaan leiden; (financieel) de eindjes aan elkaar knopen; van dag tot dag leven; het leven nemen zoals het komt |
| sōran-総覧 | uitgebreid overzicht; compendium; bronnenboek; complete gids |
| sorane-空寝 | net doen alsof je slaapt; zich slapende houden |
| soraneiri-空寝入り | net doen alsof je slaapt; zich slapende houden |
| sorengun-ソ連軍 | Sovjetleger; Sovjettroepen |
| sorikaeru-反り返る | opscheppen; de borst vooruit steken |
| sorin-疎林 | open bos; een bos met weinig bomen |
| soroibumi-揃い踏み | (sumo) ceremonie waarbij alle worstelaars achter elkaar op de dojo stappen |
| soroibumi-揃い踏み | (toneel) het samen op de bühne stappen; gezamenlijke opkomst |
| sōrui-走塁 | (honkbal) honklopen |
| sōsai-相殺 | verrekening; compensatie |
| sōseisuru-創製する | uitvinden; scheppen; creëren |
| soshaku-咀嚼 | het verteren; in zich opnemen; begrijpen |
| soshakusuru-咀嚼する | verteren; in zich opnemen; verwerken; begrijpen |
| sōsharu-ソーシャル | maatschappelijk; publiekelijk; openbaar; sociaal |
| soto-外 | buiten; buitenshuis; in de open lucht |
| sotoburo-外風呂 | badhuis; openbaar bad; warmwaterbron-bad |
| sotomata-外股 | manier van lopen, met de tenen naar buiten gedraaid |
| sotoumi-外海 | open zee; de volle zee (ver van het vaste land) |
| sōzōsuru-創造する | creëren; scheppen |
| suberi-滑り | het glijden; slippen |
| suberu-滑る | glad [glibberig] zijn; slippen |
| subomu-窄む | nauwer worden; verschrompelen; leeglopen (van een ballon) |
| suehiro-末広 | volledige [wijde] (uit)spreiding; het wijd openvouwen |
| suehirogari-末広がり | volledige [wijde] (uit)spreiding; het wijd openvouwen |
| sugao-素顔 | echt gezicht (zonder modificatie zoals met fotoshoppen e.d.) |
| sugeru-挿げる | bevestigen (van een touw, draad, onderdeel, e.d.); vastbinden; vastknopen; insteken |
| suiageru-吸い上げる | opzuigen; oppompen |
| suimin-睡眠 | slaap; het slapen |
| suisho-水書 | waterkalligrafie (het schrijven met een penseel met water i.p.v. inkt, op een speciale ondergrond) |
| suitaisangyō-衰退産業 | krimpende industrie |
| suitoru-吸い取る | afdeppen; absorberen; opzuigen; droog maken |
| sukashi-透かし | ajourwerk; opengewerkte constructie (b.v. in houtsnijwerk) |
| suki-隙 | gat; opening; tussenruimte; interval; pauze; breuk |
| sukima-隙間 | spleet; scheur; gat; opening; kier |
| sukinī-スキニー | mager; dun; smalle pijpen (van een broek) |
| sukoriakyū-スコリア丘 | pyroclastische kegel; scoria-kegel; sintelkegel (door een vulkaan uitgeworpen puin) |
| suku-透く | ruimte zitten tussen; openlaten |
| sukui-掬い | het lepelen; scheppen; een schep |
| sukūpu-スクープ | scheppen van de puck (ijshockey) |
| sukuraibā-スクライバー | kraspen |
| sukuranburu-スクランブル | klutsen; kloppen; roeren |
| sukuryūbōru-スクリューボール | (werptechniek bij honkbal) een bal geworpen met omgekeerde curve |
| sukuu-掬う | lepelen; scheppen |
| sukyatto-スキャット | scat, het zingen van betekenisloze lettergrepen (zoals bv. doo-bee-doo-bee, meestal improviserend in jazz) |
| sumu-済む | aflopen; eindigen; voorbij zijn; voltooid zijn |
| sunekajiri-脛齧り | (lett. bijten in het onderbeen) het klaplopen; parasiteren; profiteren (van iem.); teren op |
| sunēku・auto-スネーク・アウト | wegsluipen; naar buiten sluipen |
| sunēku・in-スネーク・イン | binnensluipen; naar binnen sluipen |
| sungeki-寸隙 | kleine opening; spleet |
| sunīkā-スニーカー | gympen; gymschoenen; sneakers |
| supaiku-スパイク | (schoenen met) spikes (nagels of noppen) |
| supea-スペア | (bowlen) spare (het omvergooien van alle kegels met de eerste twee worpen) |
| supēdo-スペード | schoppen (in kaartspel) |
| supekyurēshon-スペキュレーション | (bij kaartspel) de schoppenaas |
| supīdobōru-スピードボール | (honkbal) fastball (met snelheid geworpen bal van de pitcher) |
| supotto・komāsharu-スポット・コマーシャル | reclamespotje dat op bepaalde tijdstippen wordt uitgezonden |
| supuritto・fingādo・fasuto・bōru-スプリット・フィンガード・ファスト・ボール | (honkbal) een snelle bal met effect geworpen zodat hij plotseling daalt |
| suraidā-スライダー | (honkbal) een horizontaal afbuigende bal (geworpen door de pitcher) |
| suramu-スラム | sloppenwijk; krottenwijk; achterbuurt |
| suriashi-摺り足 | een schuifelende [sloffende; glijdende] loop (met de voeten over de grond slepend) |
| surippu-スリップ | onderbroek (zonder pijpen) |
| surōingu-スローイング | het gooien; werpen |
| surottoru-スロットル | gas minderen; smoren; dichtknijpen |
| sutasuta-すたすた | (onomatopee) met vlotte pas lopend |
| suteru-捨てる | weggooien; wegwerpen |
| sutoraiku-ストライク | (bowlen) strike (het omverwerpen van alle kegels met een bal) |
| sutorippu-ストリップ | strip; strook; het strippen [afpellen] |
| suyasuya-すやすや | (onomatopee) vredig; rustig (slapend) |
| suzumezushi-雀鮨 | sushi gemaakt door een kleine zeebrasem open te snijden en te vullen met sushirijst (de vorm van de sushi lijkt op een mus) |
| tabakosen-煙草銭 | zakgeld; geld om sigaretten te kopen |
| tabihadashi-足袋跣 | het buiten lopen op tabi-sokken (zonder geta sandalen, of teenslippers) |
| tābin-タービン | turbine; schoepenrad |
| tachi-館 | openbaar gebouw; groot gebouw; statig huis |
| tachidomaru-立ち止まる | stoppen; tot stilstand komen |
| tachikiru-断ち切る | stoppen (met); opgeven (van); blokkeren |
| tachishōben-立ち小便 | het buiten (op de openbare weg) urineren |
| tadoru-辿る | een spoor [aanwijzing] nagaan [volgen; controleren; nalopen; zoeken] |
| taezu-絶えず | onophoudelijk; voortdurend; constant; altijd; gestaag; ononderbroken; zonder te stoppen |
| tai-退 | (in kanji combinaties) terugtrekken; aftreden; ontslag nemen; krimpen; beëindigen |
| taibutsu-対物 | betreffende [betrekking hebbende op] dingen [voorwerpen] |
| taikō-大功 | grote verdienste; prestatie; (helden)daad; wapenfeit |
| taimenkōtsū-対面交通 | met het gezicht naar [aan de kant van de weg van] tegemoetkomend verkeer lopen |
| taimu・kapuseru-タイム・カプセル | tijdcapsule (een capsule gevuld met informatie, bedoeld om mensen in de toekomst te helpen een beeld te krijgen van een bepaalde tijdsperiode) |
| taipu-タイプ | het typen |
| taipusuru-タイプする | typen |
| tairyōhakaiheiki-大量破壊兵器 | massavernietigingswapen(s) |
| taisenshaheiki-対戦車兵器 | antitankwapen |
| taisenshakaki-対戦車火器 | antitankwapen |
| taisha-退社 | het stoppen met werken; van het werk naar huis gaan; uitklokken (afmelden per prikklok) |
| taishoku-大食 | vraatzucht; gulzigheid; grote eetlust; het veel eten; zich volproppen |
| taishoku-退職 | pensionering; ontslagname |
| taishokukikin-退職基金 | pensioenfonds |
| taitoru・bakku-タイトル・バック | (title + background) openingssequentie [intro] van een film |
| takenokoseikatsu-筍生活 | het slechts in je levensonderhoud kunnen voorzien door steeds meer persoonlijke bezittingen te verkopen (gelijkend op het afpellen van een bamboescheu |
| takibi-焚き火 | kampvuur; vuur in de open lucht |
| takkuru-タックル | (sport) het onderscheppen van de bal [puck] |
| takkuru-タックル | (sport) het stoppen en onderuithalen van de tegenstander |
| taku-啄 | de zevende penseelstreek (diagonaal van rechtsboven naar linksonder) van de 永字八法 (de acht basis penseelstreken van kanji) |
| takusen-託宣 | (goddelijk) orakel; openbaring |
| takushiageru-たくし上げる | oprollen; opstropen; ophalen; optrekken |
| takuto・shisutemu-タクト・システム | tact-systeem (van lopende band) |
| tamaru-溜まる | zich opstapelen [verzamelen]; aangroeien; oplopen; blijven liggen |
| tamatebako-玉手箱 | een mysterieuze doos (die niet geopend had mogen worden) uit het Japanse volksverhaal Urashima Tarō |
| tamurosuru-屯する | samenkomen; samenscholen; samentroepen |
| tanaage-棚上げ | het op de plank houden [tijdelijk niet verkopen] (van producten) |
| tanka-短歌 | een Japans gedicht bestaande uit vijf regels met 31 lettergrepen (5-7-5-7-7) |
| tānkī-ターンキー | gebruiksklaar; kant-en-klaar; alles inbegrepen |
| tankikashitsukekin-短期貸付金 | kortlopende lening |
| tankiyūshi-短期融資 | kortlopende lening |
| tankyori-短距離 | korte afstand (sport, wapens, etc.) |
| tansei-端整 | fatsoenlijk [respectabel; netjes; rechtschapen; mooi] zijn |
| tantōchokunyū-単刀直入 | direct ter zake komen; rechtdoorzee; openhartig |
| tanukineiri-狸寝入り | net doen alsof je slaapt; zich slapende houden |
| taosu-倒す | omverwerpen; neerslaan |
| taratara-たらたら | druipend; druppelend; sijpelend |
| tarumu-弛む | laks zijn; verslappen; de focus verliezen |
| tashinameru-窘める | (iem.) berispen; terechtwijzen; (uit)schelden; een uitbrander geven |
| tasukaru-助かる | geholpen [gered] worden |
| tasukeau-助け合う | elkaar helpen |
| tasukebune-助け舟 | (fig.) helpende hand; bijstand; toeverlaat; helper |
| tasukeru-助ける | helpen; redden; hulp verlenen; bijstaan |
| tataki-叩き | het hakken; slaan; kloppen |
| tatakiuri-叩き売り | voor een verlaagde prijs verkopen |
| tataku-叩く | slaan; kloppen; tikken |
| tate-盾 | schild (wapenstuk) |
| tateba-立て場 | een groothandel in vodden [lompen] |
| tatejima-縦縞 | verticale strepen |
| tatsu-裁つ | (af)knippen (van stof) |
| tawake-戯け | grappenmakerij; dwaasheid; gekheid |
| tawake-戯け | een gek; idioot; grappenmaker |
| tawamureru-戯れる | spelen; stoeien, ravotten; dollen; grappen uithalen |
| tayumu-弛む | verslappen (van aandacht, inspanning, etc.) |
| teba-手羽 | kippenvleugel |
| tebanashi-手放し | openlijk; onbeperkt; vrijelijk; zonder terughoudendheid |
| tebasaki-手羽先 | de punt van een kippenvleugel |
| tebyōshi-手拍子 | de maat slaan met een hand; op de maat met de handen klappen |
| teihaku-停泊 | ankering; verankering; het uitwerpen van het anker |
| teihakusuru-停泊する | ankeren; verankeren; het anker uitwerpen; aanmeren |
| teiki-定期 | (afk. voor) openbaar vervoerspas [abonnement]; pendelpas; forenzenpas; seizoenkaart |
| teikijōshaken-定期乗車券 | OV-kaart; trajectkaart; een abonnement voor het openbaar vervoer |
| teikiken-定期券 | openbaar vervoerspas [abonnement]; pendelpas; forenzenpas; seizoenkaart |
| teikubakku-テイクバック | terugnemen; herroepen |
| teinen-定年 | (wettelijke) pensioenleeftijd; pensioengerechtigde leeftijd |
| teinentaishoku-定年退職 | pensionering; het met pensioen gaan vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd |
| teiryū-停留 | het stoppen; halt houden |
| teiryūsuru-停留する | stoppen; halt houden; pauzeren |
| teisen-停戦 | wapenstilstand; staakt-het-vuren |
| teisen-停船 | (van vaartuigen) het stoppen; bijdraaien |
| teisengōi-停戦合意 | overeenkomst voor een staakt-het-vuren [wapenstilstand] |
| teisenihan-停戦違反 | schending van de wapenstilstand |
| teisenjōken-停戦条件 | de voorwaarden voor de wapenstilstand |
| teisenkaidan-停戦会談 | onderhandelingen voor een wapenstilstand |
| teisenkanshiin-停戦監視員 | wapenstilstand controleur [waarnemer] |
| teisenkanshijin-停戦監視人 | wapenstilstand controleur [waarnemer] |
| teisenkanshisha-停戦監視者 | wapenstilstand controleur [waarnemer] |
| teisenkikan-停戦期間 | de termijn van een wapenstilstand |
| teisenkyōtei-停戦協定 | een overeenkomst [afspraak; akkoord] voor een wapenstilstand |
| teisenmōshiire-停戦申し入れ | voorstellen voor een wapenstilstand |
| teisensuru-停戦する | stoppen met vechten [schieten]; de wapens neerleggen; de vijandelijkheden staken |
| teisha-停車 | het (tijdelijk) stoppen van een voertuig (voor een stoplicht, halte, station, etc.) |
| teishi-停止 | het stoppen; stilstand; buiten werking (van apparaten of mechanismen) |
| teishisuru-停止する | stoppen; stilstaan |
| tejun-手順 | procedure; proces; stappen (fig.); maatregelen |
| teki-摘 | (in kanji combinaties) (op)pakken; vasthouden; plukken; knippen; snijden; knijpen |
| tekishin-摘心 | het dieven [weghalen] van takken [knoppen] van een plant (om de groei van vruchten te bevorderen) |
| tekishutsu-摘出 | openbaring; onthulling; bekendmaking |
| tekizu-手傷 | een wond [verwonding] (opgelopen tijdens een gevecht) |
| tekki-鉄器 | ijzerwaren; ijzeren gereedschappen |
| tekkinkonkurīto-鉄筋コンクリート | gewapend beton |
| temori-手盛り | zelfservice; zichzelf opscheppen; zichzelf bedienen |
| tenbaisuru-転売する | doorverkopen; opnieuw [weer] verkopen |
| tengaku-転学 | het veranderen van school [faculteit]; overstappen naar een andere opleiding |
| tenju-天授 | natuurlijke gave; aangeboren eigenschappen |
| tenkai-展開 | uitspreiding; uitrolling; openvouwen |
| tenkaisuru-展開する | ontwikkelen; uitspreiden; uitrollen; openvouwen; uitlichten; uitwerken |
| tenmado-天窓 | dakraam; een opening in het dak of het plafond (om bijv. licht binnen te laten of rook te laten ontsnappen) |
| tenshin-転進 | verandering van positie (troepen; leger) |
| tentei-点綴 | het zich vastklampen; verbinden; combineren |
| tentetsu-点綴 | het zich vastklampen; verbinden; combineren |
| tentō-点灯 | het aandoen [inschakelen] van licht [lampen] (b.v. van autolampen) |
| tēpingu-テーピング | het intapen (van gewrichten, e.d.) |
| teppō-鉄砲 | vuurwapen (pistool, geweer, kanon, e.d.) |
| terebin'yu-テレビン油 | terpentijnolie |
| tesagebukuro-手提げ袋 | handtas; damestasje; boodschappentas |
| tesagyō-手作業 | handwerk; ambacht (enkel met handgereedschappen) |
| tessuru-徹する | doordringen; penetreren |
| tetori-手取り | een listige [geslepen; sluwe] persoon |
| tetsudau-手伝う | helpen; bijstaan; assisteren |
| tetsukazu-手付かず | zonder aan te raken; zonder te gebruiken; ongeopend |
| tetsuri-哲理 | filosofie; filosofische begrippen [principes] |
| tetsuzuki-手続き | procedure(s); proces; stappen; maatregelen |
| tettai-徹退 | terugtrekking; aftocht; ontslag(neming); pensionering |
| tezei-手勢 | zijn troepen; de soldaten [manschappen] onder zijn commando |
| tezukami-手掴み | het grijpen; vastpakken; beetpakken; vangen |
| tōbaku-倒幕 | het omverwerpen van het shogunaat (regering van de shogun) |
| tobakuchi-とば口 | ingang; deuropening |
| tōbakuundō-倒幕運動 | beweging die streefde naar het omverwerpen van het shogunaat |
| tōbatsu-盗伐 | illegale houtkap; het illegaal kappen en stelen van bomen |
| tōbatsu-討伐 | onderwerping; onderdrukking; bedwinging (door militair ingrijpen) |
| tobiaruku-飛び歩く | rondlopen; rondrennen; rondspringen |
| tobidōgu-飛び道具 | schietwapen; raketwerper; vuurwapen |
| tobira-扉 | deur; openslaande deuren; poort |
| tōbōsuru-逃亡する | vluchten; ontsnappen |
| tōchō-盗聴 | het elektronisch afluisteren; aftappen; telefoontap |
| tōga-冬芽 | bloem- of (blad)knoppen die gedurende de late zomer tot aan de herfst onstaan, de winter in dormante staat doorbrengen, om uiteindelijk in de lente op |
| togameru-咎める | beschuldigen; berispen; verwijten; ter verantwoording roepen |
| tōgo-倒語 | (fonetisch) omgekeerd woord; een woord waarbij de volgorde van de lettergrepen van het oorspronkelijke woord is omgekeerd |
| togu-研ぐ | slijpen (mes, etc.) |
| toguchi-戸口 | deur; deuropening |
| tōhikō-逃避行 | vlucht; ontsnapping; weglopen |
| toho-徒歩 | het lopen; te voet gaan |
| tōjiru-投じる | investeren in; ergens geld in stoppen |
| tōjō-搭乗 | boarding (instappen in vliegtuig) |
| tōjōsuru-搭乗する | baarden (instappen in vliegtuig) |
| tokimeku-ときめく | snel kloppen van het hart (van geluk, opwinding of vreugde) |
| tokinoujigami-時の氏神 | iemand die precies op het juiste moment komt om te helpen |
| tokobanare-床離れ | het apart gaan slapen (van een stel met relatieproblemen) |
| tokobashira-床柱 | steunbalk van een tokonoma (alkoof [nis] in de muur waar siervoorwerpen worden uitgestald) |
| tokonoma-床の間 | alkoof [nis] in de muur (waar siervoorwerpen worden uitgestald) |
| toku-解く | losmaken; openmaken; ontbinden; uitpakken |
| tokuhitsu-禿筆 | versleten (schrijf)penseel |
| tomaru-止まる | stoppen; tot stilstand komen |
| tome-止め | een stop; afsluiting; het stoppen |
| tomedatesuru-止め立てする | stoppen; tegenhouden; weerhouden; beletten; verhinderen |
| tomeru-止める | stoppen; beëindigen |
| tomeyama-留め山 | berg(en) waar jagen en kappen van bomen verboden zijn |
| tomoe-巴 | een (familie)wapen met komma-achtige figuren binnen een cirkel |
| ton-遁 | (in kanji combinaties) vluchten; ontsnappen; ontwijken; vermijden |
| tonaeru-唱える | (luid) roepen; schreeuwen |
| tongarakasu-尖んがらかす | puntig worden [maken]; slijpen; taps toelopen |
| tongaru-尖んがる | puntig worden [maken]; slijpen; taps toelopen |
| topikkusu-トピックス | onderwerpen; thema's |
| toraberingu-トラベリング | (bij basketbal) loopfout (het zetten van drie of meer stappen terwijl je de bal vasthoudt) |
| toramaeru-捕らまえる | arresteren; staande houden; tegenhouden; (laten) stoppen |
| toramaeru-捕らまえる | vangen; pakken; grijpen; beetpakken |
| torappu-トラップ | bij voetbal, het stoppen van de bal (met de voet of borst) |
| toriau-取り合う | hand in hand lopen [gaan]; de hand van elkaar pakken |
| torichigaeru-取り違える | verwarren; door elkaar halen; verkeerd begrijpen |
| torihakobu-取り運ぶ | (zonder stoppen) verdergaan; doorgaan |
| torihishigu-取り拉ぐ | fijnknijpen |
| torikesu-取り消す | afzeggen; opzeggen; terugtrekken; terugroepen; opheffen |
| torikkusutā-トリックスター | grappenmaker in mythen en oude volksverhalen |
| torikowasu-取り壊す | neerslaan; neerhalen; vernielen; afbreken; slopen |
| torikuzusu-取り崩す | afbreken; slopen |
| torimingu-トリミング | randen afknippen (bij kleding) |
| torimingu-トリミング | trimmen; (bij)knippen (van foto's) |
| torimuneniku-鶏胸肉 | kippenborst (vlees) |
| torinigasu-取り逃がす | missen; misgrijpen; laten vallen; door de vingers laten slippen |
| toriniku-鶏肉 | kippenvlees |
| torinoko-鳥の子 | vogelei; kippenei |
| toriosaeru-取り押さえる | grijpen; vangen; arresteren |
| toriotosu-取り落とす | (uit je handen) laten vallen [glippen] |
| toritsugi-取り次ぎ | ontvangst; (de deur) opendoen; bezoek binnenlaten |
| toritsugu-取り次ぐ | gasten ontvangen; de deur opendoen; de telefoon aannemen |
| toritsukurou-取り繕う | repareren; herstellen; oplappen |
| toru-取る | begrijpen; vatten |
| tōsen-唐船 | Japanse schepen die in de middeleeuwen handel dreven met China |
| toshiwasure-年忘れ | eindejaarsborrel (om de ontberingen van het afgelopen jaar te vergeten) |
| tōsōsuru-逃走する | vluchten; ontsnappen; wegrennen |
| tosshinsuru-突進する | stormlopen; vooruit stormen; ergens op afstuiven |
| tōtasuru-淘汰する | selecteren; screenen; inkrimpen; beperken |
| totchimeru-とっちめる | iemand berispen; terechtwijzen; de les lezen |
| tōtekikyōgi-投擲競技 | een werpnummer (bij atletiek, nl. discus, hamer, kogel of speerwerpen) |
| tōtekisuru-投擲する | werpen; gooien |
| tōtenkō-東天紅 | een kippenras (uit Kochi) |
| totsujōno-凸状の | uitstekend; uitstulpend |
| tou-問う | uitgeven; publiceren; openbaren |
| toya-鳥屋 | kippenhok; kippenren; kippenstal |
| tsubomu-窄む | smaller worden; samentrekken; krimpen; zich sluiten |
| tsubomu-蕾む | in de knop staan; knoppen hebben; ontluiken |
| tsubu-粒 | individuen of voorwerpen die (bij elkaar in een groep) van hoog niveau zijn |
| tsuika-追加 | toevoeging; supplement; appendix |
| tsūinsuru-痛飲する | zuipen; veel (alcohol) drinken |
| tsūjōheki-通常兵器 | conventionele wapens |
| tsūkā-つうかあ | elkaar geheel [compleet; volkomen; snel] begrijpen; op dezelfde golflengte zitten |
| tsukaiaruki-使い歩き | het boodschappen rondbrengen |
| tsukaibashiri-使い走り | het boodschappen rondbrengen |
| tsukaikomu-使い込む | gewend raken aan het gebruik (van); inlopen (van schoenen); langdurig gebruiken |
| tsukaite-使い手 | (schermen, speerwerpen, e.d.) meester |
| tsukamaru-掴まる | zich vastklampen (aan) |
| tsukamaseru-摑ませる | iemand iets laten gebruiken; iemand iets laten aannemen] (b.v. steekpenningen); omkopen |
| tsukamaseru-摑ませる | iemand misleiden tot het kopen van een (slecht) product |
| tsukamasu-摑ます | iemand misleiden tot het kopen van een (slecht) product |
| tsukamasu-摑ます | iemand iets laten gebruiken; iemand iets laten aannemen] (b.v. steekpenningen); omkopen |
| tsukamu-掴む | grijpen; beetpakken; vasthouden |
| tsūkasuru-通過する | passeren; doorgaan (zonder stoppen) |
| tsukepen-つけペン | schrijfpen; kroontjespen (pen die je in inkt moet dopen om te schrijven) |
| tsukeru-着ける | (een plek; bestemming) bereiken; aankomen [stoppen] bij |
| tsuketari-付けたり | toevoeging; aanvulling; aanhangsel; appendix |
| tsūkin-通勤 | het forenzen; pendelen (woon-werkverkeer) |
| tsūkinsuru-通勤する | naar het werk gaan [reizen]; forenzen; pendelen |
| tsukiya -突矢 | met de hand geworpen pijl |
| tsukkomu-突っ込む | insteken; induwen; inproppen; instampen; (niet netjes) inpakken |
| tsukkomu-突っ込む | zich verdiepen in; grondig onderzoeken; een scherpe [kritische] vraag stellen; (in een komisch stuk) schertsen |
| tsukuridasu-作り出す | maken; produceren; creëren; ontwerpen; uitvinden |
| tsukurou-繕う | repareren; herstellen; verstellen; oplappen |
| tsumahajiki-爪弾き | het knippen (met de vingers) |
| tsumahajikisuru-爪弾きする | schuwen; mijden; ontlopen; uitsluiten; minachten; verwerpen; versmaden |
| tsumahajikisuru-爪弾きする | knippen (met de vingers) |
| tsumasakiagari-爪先上がり | een opgaand [omhooglopend] pad; geleidelijk steiler wordende helling |
| tsumazuku-躓く | (halverwege) falen; mislukken; gehinderd worden; ergens tegenaan lopen |
| tsumazuku-躓く | struikelen (over iets); misstappen |
| tsumekomu-詰め込む | volstoppen |
| tsumeru-抓める | knijpen |
| tsumeru-詰める | volstoppen; vullen |
| tsumiageru-積み上げる | opstapelen; ophopen; op elkaar stapelen |
| tsumidasu-積み出す | versturen; verschepen; verzenden |
| tsumikasaneru-積み重ねる | zich opstapelen; ophopen, opeenstapelen |
| tsumoru-積もる | opstapelen; ophopen |
| tsumu-摘む | (af)knippen; (af)snijden; trimmen |
| tsundoku-積ん読 | meer boeken kopen dan je leest; boeken kopen en ongelezen laten |
| tsuneru-抓る | knijpen; afknellen |
| tsunoru-募る | inzamelen; (aan)werven; oproepen |
| tsureru-攣れる | kramp hebben [krijgen]; verkrampen |
| tsurisugara-吊巣雀 | buidelmees (Remis pendulinus) |
| tsurutsuru-つるつる | (onomatopee) glad; zacht; glibberig; vettig; slurpend |
| tsūshinkyōiku-通信教育 | open onderwijs; schriftelijk onderwijs; afstandsonderwijs (via internet, radio, post, etc.) |
| tsutaiaruki-伝い歩き | steeds aan iets (meubels, muren, e.d.) vasthoudend (leren) lopen |
| tsūtoiebakā-つうと言えばかあ | elkaar snel begrijpen; op één lijn [op dezelfde golflengte] zitten |
| tsutsumi-包み | woord om ingepakte voorwerpen te tellen |
| tsuyuharai-露払い | de sumoworstelaar die een yokozuna naar de ring leidt voor zijn openingsceremonie |
| tsuyuharai-露払い | openingsact; iemand die als eerste optreedt bij een evenement [voorstelling] |
| tsuzure-綴れ | lapjes; repen; snippers |
| tsuzure-綴れ | vodden; flarden; lompen |
| ubaiau-奪い合う | onderling strijden [vechten; worstelen] om iets te veroveren [grijpen] (b.v. de vlag van een ander team) |
| uchiageru-打ち上げる | beëindigen; stoppen |
| uchiakebanashi-打ち明け話 | bekentenis; open en eerlijk verhaal [gesprek] |
| uchiakeru-打ち明ける | iem. iets toevertrouwen; onthullen; openbaren; de waarheid vertellen |
| uchichigaeru-打ち違える | draden kruisen (breien, knopen, e.d.) |
| uchidasu-打ち出す | beginnen met slaan [met de slagbeurt] (honkbal, e.d.); serveren (tennis); beginnen met typen |
| uchigake-内掛け | (sumo-techniek) binnen-beenworp (een been aan de binnenkant van een been van de tegenstander zetten om hem omver te werpen) |
| uchikaesu-打ち返す | opkloppen (van stoffen, kussens) |
| uchikake-打ち掛け | (tussentijds) stoppen [pauzeren] met een spel (b.v. go) |
| uchikiru-打ち切る | stoppen [ophouden] met; iets staken [afbreken; stopzetten] |
| uchikomu-打ち込む | (data) invoeren; intypen |
| uchimata-内股 | manier van lopen, met de voeten [tenen] naar binnen gedraaid |
| uchimata-内股 | judoworp (het omverwerpen van je tegenstander door je been tussen zijn benen te steken) |
| uchini-打ち荷 | overboord geworpen lading |
| uchinuku-打ち抜く | doorboren; penetreren; perforeren |
| uchitaosu-打ち倒す | neerslaan; tegen de grond slaan; omverwerpen |
| uchitokeru-打ち解ける | openhartig [eerlijk] zijn |
| uchitoru-討ち取る | uitwerpen (honkbal) |
| uchiwata-打ち綿 | het opkloppen van stoffen |
| uekomu-植え込む | (in groepen bij elkaar) planten; volplanten |
| ugatsu-穿つ | tot de kern van een zaal doordringen; de essentie van dingen begrijpen; menselijke emoties haarfijn aanvoelen |
| uketomeru-受け止める | stoppen; tegenhouden; afweren; ontwijken; opvangen |
| uketoru-受け取る | begrijpen; geloven; (voor waar) aannemen |
| ukiagaru-浮き上がる | ontsnappen aan; zich losmaken [bevrijden] |
| ukine-浮き寝 | het slapen bij wisselende partners |
| ukine-浮き寝 | slecht [onrustig] slapen |
| ukine-浮き寝 | het slapen op een boot; het slapen van watervolgels drijvende op het water |
| ukyaku-雨脚 | stromende regen (met ononderbroken strepen, als pijpenstelen); stortregen |
| umibiraki-海開き | opening [begin] van het strandseizoen |
| umidasu-生み出す | voortbrengen; scheppen; produceren |
| umiotosu-産み落とす | (dieren) jongen; werpen |
| umisen'yamasen-海千山千 | (fig.) een geslepen persoon; een oude rot; een sluwe vos |
| unabara-海原 | oceaan; de open [wijde] zee |
| unasareru-魘される | een nachtmerrie hebben; geluiden maken terwijl je slaapt; onrustig slapen |
| unkō-運航 | verbinding; (lijn)dienst (vliegtuigen, schepen, bussen, etc.) |
| unkōsuru-運行する | rijden (van openbaar vervoer) |
| unpitsu-運筆 | penseelvoering; penseelbehandeling; penseelstreken |
| unsōsuru-運送する | transporteren; vervoeren; verschepen |
| uragane-裏金 | smeergeld; steekpenning; omkoopsom |
| ureru-熟れる | rijpen; rijp [volwassen] worden |
| uriba-売り場 | optimaal moment om te verkopen; ideale verkoopconditie |
| urikai-売り買い | kopen en verkopen; handel |
| urikakesaiken-売掛債権 | vordering; openstaande rekening |
| urikata-売り方 | verkoopwijze; manier van verkopen |
| urikehai-売り気配 | laatkoers (het minimum waartegen een verkoper bereid is te verkopen) |
| urisabaku-売り捌く | efficiënt [op grote schaal] verkopen van artikelen; de hele voorraad goederen verkopen |
| uriwatasu-売り渡す | iets aan iemand verkopen (en overhandigen) |
| urobune-売ろ舟 | (arch., dit woord stamt uit de Edo periode) een drijvend winkeltje; een boot waar men gebruiksvoorwerpen en etenswaren kon kopen |
| urokogumo-鱗雲 | schapenwolk; cirrocumulus |
| urouro-うろうろ | (geagiteerd) heen en weer [op en neer] lopen zonder te weten wat te doen; ijsberen |
| urourobune-うろうろ船 | (arch.) een drijvend winkeltje; een boot waar men gebruiksvoorwerpen en etenswaren kon kopen |
| uru-売る | verkopen |
| ushirokizu-後ろ傷 | verwonding aan de rug opgelopen tijdens het vluchten (in het oude Japan een beschamend eerverlies) |
| usobuku-嘯く | opscheppen; pochen; overdrijven |
| usu-臼 | usu, grote Japanse vijzel (o.a. gebruikt om het deeg te stampen voor mochi, Japanse balletjes van kleefrijst) |
| utō-右党 | een snoeper; iem. die van snoepen houdt; zoetekauw; iem. die geen alcohol drinkt |
| utsu-打つ | slaan; kloppen; klappen; stoten |
| utsu-打つ | hameren; typen |
| uwasa-噂 | nieuws; het rondbrieven [rondvertellen; openbaren] |
| wa-羽 | (woord voor het tellen van vogels, kippen, konijnen) |
| wahitsu-和筆 | schrijfpenseel gemaakt in Japan (i.t.t. in China) |
| wakaru-分かる | duidelijk zijn; begrijpen; zich realiseren |
| wameku-喚く | schreeuwen; krijsen; gillen; roepen |
| wansutoppu・shoppingu-ワンストップ・ショッピング | koopgedrag waarbij consumenten tegelijkertijd boodschappen en andere diensten doen op één locatie |
| wappen-ワッペン | embleem; insigne; wapenschild |
| wara ni mo sugaru-藁にも縋る | zich aan een strohalm vastklampen; het laatste redmiddel zoeken; tot wanhopige maatregelen overgaan |
| warujie-悪知恵 | sluwheid; listigheid; geslepenheid; doortraptheid |
| warukuchimatsuri-悪口祭 | het festival waar de tempelbezoekers elkaar grove verwensingen toeroepen, en de winnaar van het woordengevecht geluk in de toekomst voorspeld wordt |
| wase-早稲 | rijstvariëteit die vroeg rijpt; vroeg rijpende gewassen [vruchten] |
| washizukami-鷲掴み | het stevig [ruw] beetpakken [grijpen] (zoals een adelaar zijn prooi grijpt) |
| watagumo-綿雲 | schapenwolkjes; cumuluswolken |
| watarizome-渡り初め | de (officiële) opening van een nieuwe brug |
| watauchi-綿打ち | het katoen-kloppen (waarbij katoen zacht (en schoon) wordt gemaakt door erop te kloppen) |
| wosshufude-ウォッシュ筆 | penseel voor de gewassen teken [schilder] techniek |
| wosshu・ōbā・doraiburashi-ウォッシュ・オーバー・ドライブラシ (wash over dry brush) | penseel voor de was-over-droog schildertechniek |
| yaburu-破る | (open)breken |
| yagimōhitsu-ヤギ毛筆 | geitenharen kwast; penseel [kwast] van geitenhaar |
| yagura-櫓 | (arch.) een opslagplaats [pakhuis] voor pijlen en andere wapens |
| yagura-櫓 | (afk. voor) hoge bovenbouw van grote Japanse schepen |
| yajirobee-弥次郎兵衛 | één van de twee hoofdpersonen uit het boek Tōkaidōchū Hizakurige (Jippensha Ikku, gepubliceerd 1802-1822) |
| yajiru-野次る | joelen; uitjouwen; beschimpen; belachelijk maken\ |
| yakenokoru-焼け残る | ontsnappen aan de vlammen [het vuur]; onverbrand blijven |
| yakeyama-焼け山 | een slapende vulkaan |
| yakubyōgami-疫病神 | Yakubyōgami, een boze god die mensen ziek maakt en rampen veroorzaakt; god van de pest |
| yakuon-約音 | (taalkunde) samentrekking (van lettergrepen) |
| yakusatsu-扼殺 | wurging (het dichtknijpen van de keel) |
| yamabiraki-山開き | het begin [de opening] van het klimseizoen (in de bergen) |
| yaminagashi-闇流し | het verkopen van iets buiten de wettige kanalen om |
| yamu-止む | stoppen; ophouden; beëindigen |
| yanagiba-柳刃 | smal keukenmes met toelopende punt voor het snijden van m.n. sashimi, e.d. |
| yanagidaru-柳樽 | een traditioneel wilgenhouten sakevat met twee lange handgrepen (gebruikt bij bruiloften en partijen) |
| yanari-家鳴り | het (geluid van) gerommel [gekraak] (van een huis b.v. door het krimpen van houten bouwmaterialen door temperatuurverschillen) |
| yannurukana-已んぬるかな | alles is afgelopen; dit is het einde; er is niets meer aan te doen |
| yaoya-八百屋 | iemand met een wijde belangstelling [interesse] (lett. voor 800 onderwerpen) in wetenschap, kunst, e.d.; homo universalis |
| yarikehai-ヤリ気配 | laatkoers (het minimum waartegen een verkoper bereid is te verkopen) |
| yarikuri-遣り繰り | het erdoorheen komen; zich behelpen; toch voor elkaar krijgen |
| yarinage-槍投げ | het speerwerpen |
| yasumu-休む | slapen |
| yasurau-休らう | (lit.) stoppen; stilstaan |
| yasuyado-安宿 | een goedkoop hotel [pension] |
| yatchaba-やっちゃ場 | markt voor groente en fruit in Tokio (zo genoemd vanwege de uitroepen tijdens de veiling: yatcha, yatcha) |
| yawara-柔ら | een stootkussen van stro dat ter bescherming aan de zijkant van schepen werd gehangen |
| yobiatsumeru-呼び集める | bij elkaar roepen; bijeenroepen; bijeenkomen; samenkomen |
| yobidasu-呼び出す | roepen; omroepen; oproepen; sommeren |
| yobikakeru-呼びかける | uitroepen; aanroepen; een oproep doen |
| yobikawasu-呼び交わす | elkaar roepen; naar elkaar roepen [schreeuwen] |
| yobiko-呼び子 | fluitje (om iemand te waarschuwen of roepen) |
| yobimodosu-呼び戻す | herinneren; (in de herinnering) oproepen [terughalen] |
| yobimodosu-呼び戻す | terugroepen; herroepen; intrekken |
| yobiokosu-呼び起こす | wakker maken (door te roepen); wakker worden (door); opwekken |
| yobiokosu-呼び起こす | (in je herinnering) oproepen; zich herinneren |
| yobitateru-呼び立てる | roepen; aanroepen; oproepen |
| yobitomeru-呼び止める | iem. (roepen en) stoppen [tegenhouden]; (een taxi) aanhouden |
| yobitsukeru-呼び付ける | iem. bij zich roepen; oproepen; sommeren |
| yobiyoseru-呼び寄せる | laten komen; oproepen; sommeren; bij elkaar roepen [verzamelen] |
| yobu-呼ぶ | aanroepen; oproepen |
| yobu-呼ぶ | roepen; uitroepen; schreeuwen |
| yobuko-呼ぶ子 | fluitje (om iemand te waarschuwen of roepen) |
| yōgu-要具 | benodigde gereedschappen |
| yoha-余波 | boeggolven; (secundaire) golven ontstaan door schepen |
| yōhi-羊皮 | schapenvacht |
| yoitsubureru-酔い潰れる | stomdronken worden; zich bewusteloos drinken; comazuipen |
| yojō-余情 | implicaties; suggesties; suggestief zijn; emoties oproepen; blijvende indruk achterlaten |
| yokodori-横取り | het (zijdelings) weggrijpen; wegpakken van iemands goederen of kennis (en die als eigen bevindingen doen voorkomen, b.v. in een werksituatie) |
| yomikiri-読み切り | het stoppen met lezen |
| yomikonasu-読み熟す | begrijpend lezen; de inhoud van de tekst begrijpen |
| yōni-陽に | zichtbaar; openlijk; openbaar; publiekelijk |
| yonmaruichi・kē-よんまるいち・ケー | een pensioenregeling op basis van vaste bijdragen in de Verenigde Staten |
| yorisou-寄り添う | dicht tegen elkaar aan zitten [kruipen; blijven]; zich tegen elkaar aan nestelen |
| yorisugaru-寄り縋る | vasthouden; vastklampen (aan) |
| yōtashi-用足し | het boodschappen doen |
| yotsumegaki-四つ目垣 | een hekwerk [trellis] van bamboe (met vierkante openingen) |
| yotsumi-四つ身 | een speciale manier om stof voor een kimono voor kinderen (van 4-12 jaar) te knippen |
| yowai-弱い | zwak; onbeholpen; hulpeloos |
| yozume-夜爪 | het 's nachts ['s avonds] je nagels knippen (volgens bijgeloof brengt dat ongeluk, m.n. dat men zijn ouders niet meer zal zien voordat ze sterven) |
| yuen-油煙 | lampenroet |
| yūgekitai-遊撃隊 | commandotroepen; stoottroepen |
| yūgun-友軍 | geallieerd leger; bevriende [vriendschappelijke] troepen |
| yūgun-遊軍 | reservetroepen; mobiele eenheid; vliegende brigade |
| yūhitsu-右筆 | het schrijven van documenten met een schrijfpenseel |
| yuiwata-結い綿 | een familiewapen in de vorm van een brede knoop |
| yūkaisuru-誘拐する | ontvoeren; kidnappen |
| yukiau-行き合う | iemand (toevallig) tegenkomen [tegen het lijf lopen; ontmoeten] |
| yukichigai-行き違い | het elkaar voorbij lopen [passeren] (zonder ontmoeting; contact) |
| yukinayamu-行き悩む | (muur)vast komen te zitten; vastlopen; in een impasse geraken |
| yukizumaru-行き詰まる | een grens bereiken; in een doodlopende weg komen; in een impasse komen; aan het einde zijn [haar] vermogen komen |
| yumeutsutsu-夢現 | half in slaap [ tussen slapen en wakker] zijn; tussen droom en werkelijkheid |
| yumiya-弓矢 | wapens |
| yūmorisuto-ユーモリスト | komiek, grappenmaker |
| yurumu-緩む | verslappen (ook fig.); ontspannen |
| yūshō-有償 | compensatie; schadeloosstelling |
| yūtai-勇退 | zich terugtrekken; vrijwillig zijn baan opzeggen; een stap terug doen; vrijwillige pensioenering |
| yūtaisuru-勇退する | zich terugtrekken; vrijwillig zijn baan opzeggen; een stap terug doen; vrijwillig met pensioen gaan |
| yūtiritī-ユーティリティー | nutsbedrijf; openbare voorziening |
| yuwaetsukeru-結わえ付ける | (vast)binden; vastknopen; vastmaken |
| yuya-湯屋 | openbaar [publiek] badhuis; gebouw (bij een tempel of heiligdom) met badhuis |
| zaisei-財政 | openbare financiën [financiële toestand]; overheidsfinanciën |
| zakuzaku-ざくざく | (onomatopee) krakend geluid (zoals bij lopen op ijzige sneeuw) |
| zanzen-嶄然 | prominent [in 't oog lopend; opzienbarend; uitblinkend; uitmuntend; ongeëvenaard] zijn |
| zaraba-ザラ場 | (op de handelsbeurs) continue handel; doorlopende sessie (van de eerste transactie tot de sluiting) |
| zareru-戯れる | speels zijn; spelen; dollen; zich amuseren (met iets); grappen maken |
| zashō-座礁 | stranden; aan de grond lopen |
| zatsugaku-雑学 | gevarieerde kennis (over uiteenlopende onderwerpen) |
| zeinuki-税抜 | exclusief belasting; belasting niet inbegrepen |
| zekku-絶句 | het stoppen met praten; geen woorden (ervoor) hebben; met de mond vol tanden staan |
| zendō-善道 | (boeddh.) de goede [juiste] weg; de weg van rechtschapenheid [deugdzaamheid] |
| zengetsu-前月 | vorige maand; afgelopen maand |
| zengun-全軍 | het hele leger; alle troepen |
| zenkai-全開 | het volledig openen [opendoen] |
| zenkaisuru-全開する | helemaal [wijd] openen [opendoen] |
| zenkushōjō-前駆症状 | vroege [voorafgaande] symptomen (voordat de ziekte zich openbaart) |
| zenmei-喘鳴 | stridor; hoorbare [piepende] ademhaling |
| zennin-善人 | een rechtschapen [deugdzaam; eerlijk] mens |
| zenshin-善心 | moreel besef; geweten; rechtschapenheid |
| zentō-漸騰 | het geleidelijk oplopen van de (markt)prijs |
| zentsū-全通 | (her)opening van het volledige traject (spoorlijn) |
| zen'ei-前衛 | (militair) verkenningstroepen |
| zen'eiōpen-全英オープン | British Open (golf- of tennistoernooi) |
| zeppitsu-絶筆 | beëindiging van het schrijverschap; stoppen met schrijven |
| zetsubōsuru-絶望する | wanhopen |
| zōbin-増便 | toename van openbaar vervoer (bus, trein, vliegtuig) |
| zōhatsu-増発 | verhoging van de frequentie van openbaar vervoer (trein, etc.) |
| zōhei-増兵 | versterking; vergroting van het leger [de troepen] |
| zōhei-造兵 | de vervaardiging van wapens (en munitie) |
| zōhō-蔵鋒 | een techniek in de kalligrafie (waarbij de punt van het penseel rond op het papier wordt gedraaid) |
| zokkō-続稿 | een doorlopend manuscript; voortzetting [uitbreiding] van een bestaand manuscript |
| zokuei-続映 | een doorlopende vertoning van een film. |
| zokutō-続投 | honkbal) het blijven pitchen [werpen] (van dezelfde pitcher, zonder wisseling van werper) |
| zokutō-続投 | het aanblijven in een openbare functie (ondanks verkiezingsnederlaag, kritiek etc.) |
| zomeku-騒く | uitgaan [rondlopen] in rosse buurten |
| zuda-頭陀 | (afk. voor) pelgrimstas; tas van bedelmonniken; tas om de nek van een dode; stoffen boodschappentas |
| zudabukuro-頭陀袋 | stoffen boodschappentas |
| zukezuke-ずけずけ | (onomatopee) openhartig; (onaangenaam) oprecht; onverbloemd; er geen doekjes om winden |
| zukizuki-ずきずき | (onomatopee) kloppend (pijn); hartenpijn; pijn van een gebroken hart |
| zukī・zukiri・zukin-ずきっ・ずきり・ずきん | (onomatopee) scherpe [heftige; stekende; kloppende] pijn |
| zukkokeru-ずっこける | naar beneden glijden [slippen; vallen]; loslaten; loskomen |
| zunzun-ずんずん | snel ; vlug; gestaag; met grote stappen |
| zurakaru-ずらかる | weglopen; vluchten; ontsnappen |
| zuriagaru-ずり上がる | omhoog glijden; opkruipen (van kleding) |
| zuru-ずる | slepen |
| zuru-狡 | sluwe [geslepen] persoon |
| zurui-狡い | slim; sluw; geslepen; uitgekookt |
| zurukeru-ずるける | niet veel doen; de kantjes eraf lopen; spijbelen; lui zijn |
| zuruzuru-ずるずる | lang doorgaand; slepend (fig.) |
| zuruzuru-ずるずる | slurpend; zuigend; snuivend |
| zuruzuru-ずるずる | (onomatopee) slepend; glijdend; glibberend; slurpend |