Kruisverwijzing
go
| lemma | meaning |
|---|---|
| abiseru-浴びせる | water over iemand heen gooien; overgieten; overstelpen |
| adanami-徒波 | (het geluid van) onstuimige golven |
| ado-アド | tweede acteur; deuteragonist |
| afurodite-アフロディテ | Afrodite (Griekse godin) |
| agameru-崇める | hoogachten; bewonderen; verafgoden; aanbidden |
| aganau-贖う | goedmaken; compenseren; boete doen |
| agemaku-揚げ幕 | (No en Kabuki) toneelgordijn; gordijn bij ingang |
| agora-アゴラ | agora (centraal stadsplein in het oude Griekenland) |
| agorafobia-アゴラフォビア | agorafobie; pleinvrees |
| agureman-アグレマン | agrement (officiële goedkeuring vooraf van een ontvangend land voor de komst van ambassadeurs en gezanten) |
| ai-愛 | godsliefde; naastenliefde |
| ai-藍 | indigo (kleur; verf) |
| ai-藍 | Indigo plant (Polygonum tinctorium; Persicaria tinctoria) |
| aian-アイアン | iron (golfstok met ijzeren kop) |
| aibō-相棒 | goede vriend; kameraad; makker; partner; collega |
| aidoru-アイドル | afgod; afgodsbeeld |
| aiganken-愛玩犬 | schoothondje; geliefkoosd hondje; speelgoed hondje |
| aigo-愛護 | bescherming; behoud; bewaring; verzorging; goede [vriendelijke] behandeling |
| aigosuru-愛護する | beschermen; conserveren; bewaren; goed [vriendelijk] behandelen [verzorgen] |
| aiken-愛犬 | het zeer goed verzorgen [vertroetelen] van een hond; het dol zijn op honden |
| aikōsuru-愛好する | houden van; mooi [goed] vinden |
| aikuchi-合口 | goed bij elkaar passend zijn; goed met elkaar kunnen opschieten |
| airisu-アイリス | Iris (Griekse godin) |
| aisatsu-挨拶 | wraak; afrekening (jargon van de yakuza, Japanse gangsters) |
| aishō-相性 | affiniteit; goed samengaan; bij elkaar passen; chemie (tussen mensen) |
| aitsugunau-相償う | compenseren; goedmaken; vergoeden; het goede en het slechte brengen elkaar in balans |
| aizen-愛染 | (de afkorting van aizenmyōō) Boeddhistische godheid: Koning van de Liefde, zo genoemd vanwege zijn liefde voor Boeddha; godheid van de textiel |
| aizenmyōō-愛染明王 | Boeddhistische godheid: Koning van de Liefde, zo genoemd vanwege zijn liefde voor Boeddha; godheid van de textielververs |
| akachōchin-赤提灯 | goedkope eet- en drinkgelegenheid (vaak herkenbaar aan een rode lantaarn als uithangbord) |
| akaei-赤鱏 | rode pijlstaartrog (een vis, Hemitrygon akajei) |
| akahon-赤本 | triviaalliteratuur; goedkoop boek (qua inhoud of uitgave) |
| akamon-赤門 | bijnaam voor de Universiteit van Tokio, waar de oude rode poort (de Goshudenpoort 御守殿門 uit de Edo periode) zich nu bevindt |
| akarui-明るい | goed geïnformeerd zijn |
| akehanasu-開け放す | (van ramen of deuren) wijd openen [opengooien]; open laten staan |
| akehanatsu-開け放つ | (van ramen of deuren) wijd openen [opengooien]; open laten staan |
| akinonanakusa-秋の七草 | de 7 herfstbloemen (Lespedeza, Misacanthus sinensis, Kudzu, Dianthus superbus, Patricia scabiosifolia, Eupatorium en Gomphocarpus physocarpus) |
| akki-悪鬼 | een kwade geest [godheid] die de mensen op het slechte pad brengt; de god van de onderwereld |
| akujin-悪神 | kwade [ongeluk brengende] goden |
| akuma-悪魔 | (boeddh.) een kwade godheid |
| akushu-悪手 | een verkeerde [slechte] zet bij een spel (bv. schaken of go) |
| akushu-悪酒 | slechte [goedkope] sake |
| akushumi-悪趣味 | slechte [goedkope] smaak; wansmaak |
| akusō-悪僧 | een monnik die zeer goed is in de krijgskunsten |
| akusuiro-悪水路 | het riool; de goot |
| akuun-悪運 | het geluk van de duivel hebben; er goed vanaf [mee weg] komen; zwijnen |
| akuyū-悪友 | (ironisch) een hele goede [intieme] vriend |
| amadoi-雨樋 | goot; regenpijp |
| amadokoro-甘野老 | welriekende salomonszegel (plant: Polygonatum odoratum) |
| amakudari-天下り | vanuit een (hoge) overheidspositie overgaan naar een goedbetaalde functie in semi-overheidsorganisatie of private organisatie |
| amatchoroi-甘っちょろい | te optimistisch; te gemakkelijk (in de omgang); te onverantwoordelijk [goedaardig; naïef; simpel] |
| amenomurakumonotsurugi-天叢雲剣 | Ama-no-Murakumo no Tsurugi, het goddelijke zwaard (een van de 3 heilige kostbaarheden van Japan, spiegel, zwaard en juwelen) |
| anaba-穴場 | een hele goede plek (voor duiken, vissen, kamperen, e.d.), die niet bekend is bij het grote publiek |
| anaume-穴埋め | een tekort aanvullen; vacatures invullen; iets compenseren [goedmaken] |
| anchoku-安直 | goedkoop zijn; simpel [eenvoudig] zijn |
| andāuea-アンダーウエア | ondergoed |
| andāwea-アンダーウェア | ondergoed |
| andā・pā-アンダー・パー | onder par (golfterm voor minder dan het standaard aantal slagen) |
| angora-アンゴラ | Angola (land in Afrika) |
| angora-アンゴラ | angora (wol) |
| anjō-あんじょう | goed; bekwaam (Osaka-dialect) |
| anka-安価 | goedkoop [laaggeprijsd] zijn |
| anmaku-暗幕 | een verduisteringsgordijn |
| anmin-安眠 | goede [rustige; diepe] slaap |
| annai-案内 | goed op de hoogte zijn; bepaalde informatie hebben |
| annaikōkoku-案内広告 | een advertentie [annonce] (over b.v. een vacature of onroerend goed) |
| annaisha-案内者 | gids; degene die voorgaat [leidt; de weg wijst]; iem. die goed geïnformeerd is |
| annyon・haseyo-アンニョン・ハセヨ | goedenavond |
| annyon・hashimunika-アンニョン・ハシムニカ | goedendag; hallo |
| antena-アンテナ | antenne (voor ontvangst elektromagnetische golven) |
| anzenberuto-安全ベルト | veiligheidsgordel; veiligheidsriem |
| anzuruni-案ずるに | wat ik denk...; als we daar goed over nadenken dan.... |
| arā-アラー | Allah (naam van God bij moslims) |
| arabia・gomu-アラビア・ゴム | Arabische gom (kleefstof uit acacia bomen) |
| arahitogami-現人神 | keizer; levende god |
| araiageru-洗い上げる | goed [helemaal] wassen |
| araimono-洗い物 | wasgoed; afwas |
| araitateru-洗い立てる | goed [grondig; voorzichtig] wassen |
| araitateru-洗い立てる | goed onderzoeken [inspecteren]; onder de loep nemen |
| aranami-荒波 | woeste golven; ruwe zee |
| arau-洗う | wassen; schoonmaken; afspoelen; wegspoelen (door regen, etc.) (goed) wasbaar zijn |
| arechi-荒れ地 | onontgonnen [braakliggend] land |
| aregorī-アレゴリー | allegorie |
| arrā-アッラー | Allah (naam van God bij moslims) |
| arubatorosu-アルバトロス | albatros (golfterm: dat men 3 slagen minder nodig heeft op een hole dan gemiddeld; ook wel double eagle genoemd) |
| arufarufa-アルファルファ | alfalfa (plant: Medicago sativa) |
| arugon-アルゴン | argon (chemisch element) |
| arugorizumu-アルゴリズム | algoritme |
| aruheitō-有平糖 | decoratief (vaak kleurrijk) snoepgoed gemaakt van suiker en zetmeelsiroop (ook vaak als zuurstok of lolly) |
| arumajiro-アルマジロ | armadillo; gordeldier |
| arutemisu-アルテミス | Artemis (maangodin) |
| arutsafu-アルツァフ共和国 | de republiek Artsach (Nagorno-Karabach) |
| aryū-亜流 | navolger; imitator; epigoon |
| asetori-汗取り | zweet-absorberende stof (op de huid gedragen, b.v. als ondergoed) |
| ashi-悪し | (klassieke vorm van warui) niet goed; geen goede indruk makend; slecht; kwaadaardig; verdorven |
| ashimame-足忠実 | goed kunnen lopen; goed ter been zijn |
| ashura-阿修羅 | Asura (krijgshaftige halfgod in het Boeddhisme en in het Hindoeïsme) |
| asobidōgu-遊び道具 | speelgoed; speeltje |
| atari-当たり | (go-spel) wanneer een steen zich in een positie bevindt waar hij met één zet kan worden geslagen |
| atari-当たり | een gok; aanwijzing |
| atari-当たり | (honkbal) een goede slag |
| ataridoshi-当たり年 | een goed [gelukkig] jaar |
| atariya-当たり屋 | iemand die succesvol is; iemand die veel geluk heeft (b.v. bij gokken) |
| atariya-当たり屋 | (honkbal) goede slagman; slagman in goede vorm |
| atariyaku-当たり役 | (film of toneel) goede [succesvolle] rol |
| atchikotchi-彼方此方 | door elkaar; in de verkeerde volgorde; omgekeerd; verward |
| ategai-宛てがい | een goede regeling [maatregel; voorziening] |
| ategaibuchi-宛行扶持 | het loon voor een werknemer dat eenzijdig door de werkgever (naar zijn eigen goeddunken) wordt gegeven |
| atekko-当てっこ | het (spel van het ) raden [gissen; gokken]; een quiz |
| atekko-当てっこ | het spelletje [een wedstrijd] waarbij men iets naar een bepaald doel probeert te gooien |
| atekomu-当て込む | rekenen op een goed resultaat; verwachten; uitzien naar |
| atezuiryō-当て推量 | een gok; schatting; het raden [gissen] |
| atezuppō-当てずっぽう | een ruwe schatting; een wilde gok; willekeurig [in 't wilde weg] iets doen [zeggen] |
| atosaki-後先 | volgorde; consequentie |
| atsugari-暑がり | erg gevoelig zijn voor hitte; iemand die niet goed tegen warmte kan |
| atsukau-扱う | (goed) behandelen; omgaan met; ontvangen; verwelkomen |
| au-合う | opbrengen wat werd verwacht; een goede investering blijken te zijn |
| aware-哀れ | bewondering; goede [diepe] indruk |
| awaremu-哀れむ | goedhartig [vriendelijk; welwillend] zijn (jegens iem.) |
| awasemotsu-併せ持つ | twee dingen [goede en slechte dingen] tegelijkertijd hebben; naast het ene ook het andere hebben |
| aya-綾 | weefpatroon (m.n. diagonaal gekruist) |
| ayanasu-彩なす | goed [bekwaam] hanteren |
| bachi-罰 | straf van de goden; goddelijke vergelding |
| bādī-バーディー | birdie (golfterm, 1 slag minder nodig voor een hole dan gemiddeld) |
| baffī-バッフィー | baffy (4 wood golfstok) |
| bāgen-バーゲン | koopje; goedkope partij goederen |
| baiasu-バイアス | diagonaal; schuinte (van stof) |
| bairitsu-倍率 | (kwaliteit; prestatie) graad; rangorde; klasse |
| baishō-賠償 | compensatie; schadevergoeding; schadeloosstelling |
| bājin-バージン | zuiver; kuis; rein; onontgonnen; onbewerkt |
| bakkasu-バッカス | Bacchus (god van de wijn) |
| bakuchi-博打 | het gokken |
| bakueki-博奕 | het gokken |
| bakufū-爆風 | schokgolf; bomexplosie |
| bakusai-博才 | vaardigheid met gokken |
| bakuto-博徒 | gokker |
| ban-番 | nummer; volgorde; beurt |
| banishingu・kurīmu-バニシング・クリーム | cosmetische crème (met een laag vetgehalte, die goed in de huid intrekt) |
| bankake-バンかけ | (in eigen jargon van de politie) politieondervraging; politieverhoor |
| banmen-盤面 | het oppervlak van een bord voor go of shōgi (schaken) |
| banmen-盤面 | het eindspel [de laatste fase] van een partij go of shōgi |
| banningu-バンニング | (Japans wasei woord) vanning, het laden van goederen in een truck (Eng.: van) |
| bantō-番頭 | hoofd-bewaker (van een landgoed, paleisterrein, tempelcomplex, e.d.) |
| ban・arentai-バン・アレン帯 | Van Allengordels (stralingsgordels of deeltjesgordels) |
| barukarōra-バルカローラ | barcarolle; gondellied (lied gezongen door Venetiaanse gondeliers) |
| barukarōru-バルカロール | barcarolle; gondellied (lied gezongen door Venetiaanse gondeliers) |
| basūn-バスーン | fagot (muziekinstrument) |
| batchiri-ばっちり | perfect; uitstekend; precies goed; voldoende; genoeg |
| begonia-ベゴニア | begonia (plant) |
| benchā-ベンチャー | speculatie(s) (op de effectenbeurs); gokken |
| benchā-ベンチャー | waagstuk; gok; risico |
| benshi-弁士 | (goede) spreker; redenaar; verteller |
| benten-弁天 | Benten (= Benzaiten), godin van muziek, welsprekendheid en kunst (meestal afgebeeld met een luit; 1 van de 7 geluksgoden uit de Japanse mythologie) |
| benzaiten-弁財天 | Benzaiten, godin van muziek, welsprekendheid en kunst (meestal afgebeeld met een luit), 1 van de 7 geluksgoden uit de Japanse mythologie |
| beppin-別品 | hoge [goede] kwaliteit goederen |
| beruto-ベルト | gordel; riem; ceintuur; band |
| besuto-ベスト | beste; meest goede |
| besuto・doressā-ベスト・ドレッサー | een goed gekleed persoon |
| bifū-美風 | een goede gewoonte; goede manieren |
| bigi-美技 | schitterende uitvoering; goed spel |
| bihin-備品 | roerend goed; meubilair; apparatuur; benodigdheden |
| bijakudenpa-微弱電波 | zwakke radiogolven; zwakke transmissie van signalen |
| bijōfu-美丈夫 | een goed uitziende [knappe] man |
| bika-美果 | goed resultaat |
| bimi-美味 | goede [lekkere; heerlijke] smaak |
| bimokushūrei-眉目秀麗 | (meestal van mannen) knap uiterlijk; er goed uitzien |
| bīnasu-ビーナス | Venus (godin van de schoonheid) |
| binbōgami-貧乏神 | god van de armoede [van de arme mensen] |
| bīnbōru-ビーンボール | beanball (bij honkbal, een gevaarlijke bal die een werper opzettelijk naar het hoofd van de slagman gooit) |
| bingo-ビンゴ | bingo; kienspel |
| bishamonten-毘沙門天 | Bishamonten (Vaishravana), god van rijkdom en overwinning, (afgebeeld in harnas,met schatkamer), 1 van de 7 geluksgoden uit de Japanse mythologie |
| bishin-美神 | Venus; godin van de schoonheid |
| bishitsu-美質 | goede karaktertrek [eigenschap; kwaliteiten]; deugd |
| bishokuka-美食家 | fijnproever, gourmet; lekkerbek |
| bishōnen-美少年 | mooie [aantrekkelijke; goed uitziende] jongeling [jongen] |
| bishu-美酒 | een excellente (heerlijke) sake; drank van goede kwaliteit |
| bishū-美醜 | een goed [mooi] en een slecht [lelijk] uiterlijk [voorkomen] |
| bisōjutsu-美爪術 | goede verzorging van nagels; manicure; pedicure |
| bisuta・kā-ビスタ・カー | panorama wagon (van trein, met mooi uitzicht) |
| bitoku-美徳 | goed [correct] gedrag; goede daden |
| bodīsūtsu-ボディースーツ | bodysuit (kledingstuk dat nauw om het lichaam sluit); damesondergoed dat uit 1 stuk bestaat |
| bogī-ボギー | (bij golf) score van 1 slag boven par voor een hole |
| bokkusu・sutoa-ボックス・ストア | een winkel waar men producten goedkoop kan aanbieden door ze niet in vakken te zetten, maar ze in de verpakkingsdozen in de winkel te laten staan |
| bon-ボン | goed |
| bongo-ボンゴ | bongo (trommel) |
| bonjūru-ボンジュール | goedendag; hallo |
| bontai-凡退 | (honkbal) het uitgooien van een slagman |
| bon・boyāju-ボン・ボヤージュ | goede reis! |
| bōshi-帽子 | aanvallende zet bij het spel go |
| bōshisuru-防止する | voorkomen; preserveren; goedhouden |
| bosunia・herutsegobina-ボスニア・ヘルツェゴビナ | Bosnië en Herzegovina |
| bōtoku-冒涜 | godslastering; blasfemie; heiligschennis; schending |
| buchikomu-打ち込む | (iets) gooien [werpen] in; iemand in de gevangenis gooien |
| bui・gōru-ブイ・ゴール | het winnende doelpunt (ook wel golden goal genoemd) |
| bukken-物件 | ding; object; voorwerp; artikel; waar; goederen |
| bukken-物件 | onroerend goed; pand |
| bukken-物権 | (jur.) zakelijk recht (een aanspraak op een zaak of een goed) |
| bukubuku-ぶくぶく | gorgelend |
| bunkajin-文化人 | een hoogopgeleid [cultureel onderlegd] persoon |
| bunka'isan-文化遺産 | cultureel erfgoed |
| bunshin-分身 | tak; loot; afsplitsing; alter ego; ander ik |
| bun'ya- ブン屋 | (jeugdbende jargon) journalist; verslaggever |
| buppin-物品 | goederen; artikel; product |
| burabō-ブラボー | toejuiching; goed zo! |
| burando・imēji-ブランド・イメージ | merkbeeld; merk imago |
| buranketto・eria-ブランケット・エリア | gebieden waar radio-ontvangstproblemen kunnen optreden als gevolg van overlappende radiogolven van meerdere zenders |
| burīchi-ブリーチ | branding; golfbreking |
| butchigai-打っ違い | diagonaal kruis |
| butsu-物 | goederen; spullen |
| butsu-物 | (in politie jargon) gestolen goederen |
| butsukeru-ぶつける | werpen; gooien; smijten |
| butsuryū-物流 | het vervoer van goederen van de producent naar de consument (verpakken, laden, lossen, vervoer, opslag van goederen, alsmede informatie-verstrekking) |
| butsutekiryūtsū-物的流通 | het vervoer van goederen van de producent naar de consument (verpakken, laden, lossen, vervoer, opslag van goederen, alsmede informatie-verstrekking) |
| butsuzei-物税 | belasting op bezit (aankoop, productie en verkoping van goederen) |
| buttō-仏塔 | (boeddh.) stoepa; pagode |
| byōma-病魔 | een boze god [demon] die mensen ziek maakt |
| chaku-着 | wordt gebruikt bij het tellen van een volgorde |
| chaku-着 | een zet in het go bordspel |
| chakujun-着順 | de volgorde van aankomst |
| chakuni-着荷 | aankomst [ontvangst] van goederen [lading, etc.] |
| chakunigoichiranbaraitegata-着荷後一覧払い手形 | zichtwissel te betalen na aankomst [ontvangst] van de lading [goederen] |
| chakunitsūchi-着荷通知 | aankomstbericht [kennisgeving van aankomst] van de lading [vracht; goederen] |
| chakusō-着装 | installatie; uitrusting; inrichting; montage; het dragen (van een gordel, e.d.) |
| chakutai-着帯 | het dragen van een zwangerschapsgordel |
| chiensongaikin-遅延損害金 | vergoeding voor vertragingsschade; te late schadevergoeding |
| chigyō-知行 | een leengoed; leeneigendom; stipendium |
| chiji-知事 | gouverneur (van een provincie, deelstaat, of prefectuur) |
| chijin-地神 | voorouderlijke geesten; huisgoden |
| chijin-地神 | agrarische goden; goden van het land [de aarde] |
| chijireru-縮れる | krullend [kroezig; golvend] zijn; gekrompen zijn |
| chikaranuke-力抜け | teleurstelling; ontgoocheling; deceptie |
| chimatsuri-血祭り | bloedoffer (in het oude China werd een vijand geofferd voor een veldslag om de oorlogsgod gunstig te stemmen) |
| chīmupurē-チームプレー | teamspel; goed samenspel binnen een team |
| chinchō-珍重 | (sloitregel bij correspondentie) blijf gezond en wel; pas goed op jezelf |
| chinichi-知日 | goede kennis hebben van Japan; goed op de hoogte zijn van Japanse zaken |
| chinkin-沈金 | lakwerk met goud ingelegd |
| chippu-チップ | chip (computer); (poker) fiche; bepaalde slag bij golf |
| chippuin-チップイン | chip-in, een soort slag bij golf |
| chīpu-チープ | goedkoop |
| chīpu・gabamento-チープ・ガバメント | goedkope overheid |
| chīpu・shikku-チープ・シック | goedkoop chic; met goedkope dingen er chic uitzien |
| chōdo-丁度 | precies (goed); juist; exact |
| chōha-長波 | lange golf |
| chōkakinmuteate-超過勤務手当 | vergoeding [toeslag; premie] voor overwerk |
| chokudoku-直読 | het hardop voorlezen van Chinese teksten (in de originele Chinese volgorde) |
| chōonpa-超音波 | ultrasonische golf; golf met een zeer hoge frequentie |
| chōsho-長所 | verdienste; goede eigenschap; deugd; voordeel |
| chōshū-徴集 | verplichte inzameling (van goederen e.d.) |
| chozōhin-貯蔵品 | voorraad; (opgeslagen) goederen |
| chūgen-忠言 | goed [eerlijk] advies; goede raad |
| chūha-中波 | middengolf; middenfrequentie |
| chūingamu-チューインガム | kauwgom; kauwgum |
| chūingamu-チューイン・ガム | kauwgom |
| chūkyō-中京 | een andere naam voor de stad Nagoya (lett.: tussen Tokio en Kyoto) |
| chūōsen-中央線 | (JR) Chūō-spoorlijn in Honshu tussen Tokio en Nagoya |
| daburu・bogī-ダブル・ボギー | (golf) twee slagen boven par |
| dagashi-駄菓子 | goedkoop gebak [snoep] |
| dai-第 | geeft volgorde [rang] aan |
| daidō-大道 | het juiste levenspad; goede levenswandel |
| daigan-代願 | voorbede; voorspraak; als tussenpersoon fungeren; bidden tot god {Boeddha] namens een ander |
| daihō-大法 | de hoogste spirituele trainingsvorm in het shingon boeddhisme |
| daikokuten-大黒天 | Daikokuten (Mahākāla), god van rijkdom en handel (meestal afgebeeld met een houten hamer), 1 van de 7 geluksgoden uit de Japanse mythologie |
| daimonji-大文字 | (afk. voor) de berg(helling) bij Kyoto waar tijdens het festival Gozan no Okuribi vuurpatronen van kanji worden aangestoken |
| daimonji-大文字 | (andere naam voor) het festival Gozan no Okuribi (bij Kyoto) waarbij vuurpatronen van kanji worden aangestoken |
| daimonjiyama-大文字山 | de berg(helling) bij Kyoto waar tijdens het festival Gozan no Okuribi vuurpatronen van kanji worden aangestoken |
| daisha-台車 | lage, platte goederenwagon |
| daishō-代償 | compensatie, schadevergoeding; schadeloosstelling |
| dajare-駄洒落 | flauwe [slechte; goedkope] grap [woordspeling] |
| dajun-打順 | (honkbal) slagvolgorde |
| dakōken-蛇行剣 | (recht) zwaard met golvend lemmet |
| dakui-諾意 | instemmingsbereidheid; intentie tot goedkeuring |
| dakurō-濁浪 | modderige golven |
| dakyū-打球 | slag; geslagen bal; het slaan van een bal (met een knuppel, golfclub, racket, e.d.) |
| dame-駄目 | Bij het spel go een steen [veld] dat voor geen van beide spelers telt |
| dame-駄目 | niet goed; niet nuttig; zinloos; nutteloos |
| danbōru-段ボール | golfkarton |
| danpingu-ダンピング | het dumpen [goedkoop verkopen] van een grote hoeveelheid goederen ( m.n. op de buitenlandse markt) |
| dansa-段差 | verschil in rang (b.v. bij vechtsporten, go of shōgi) |
| danseiha-弾性波 | elastische golf |
| danshari-断捨離 | het grote opruimen, met als doel harmonie te bereiken (gebaseerd op 3 concepten van yoga: weigeren, weggooien, en loslaten van onnodige dingen) |
| dan'i-段位 | (technische kwalificatie) rang; graad (in vechtsporten, go, shogi, e.d.) |
| dasen-打線 | (honkbal) slagvolgorde |
| date-伊達 | (goede) stijl; raffinement; elegantie |
| datsuzei-脱税 | belastingontduiking |
| daun・burō-ダウン・ブロー | (golf) neerwaartse slag |
| daun・suingu-ダウン・スイング | (golf of honkbal) neerwaartse slag |
| deddo-デッド | dood (bij honkbal, e.d. als de bal buiten de lijnen is; bij golf als de bal niet doorrolt) |
| deka-でか | (jargon) politieagent in burger; politie-inspecteur; rechercheur |
| deki-出来 | vakmanschap; bekwaamheid; goede uitvoering [afwerking] |
| dekiaisuru-溺愛する | iemand adoreren [verafgoden; aanbidden]; dol (verliefd) zijn op |
| dekisugi-出来過ぎ | (onwaarschijnlijk) grote graad van perfectie; te goed zijn |
| dekki・gorufu-デッキ・ゴルフ | golfspel dat op het dek van een schip wordt gespeeld |
| dema-デマ | demagogie; volksmisleiding; opzettelijk verspreiden van valse informatie |
| demagogī-デマゴギー | demagogie; volksmisleiding; opzettelijk verspreiden van valse informatie |
| demagōgu-デマゴーグ | demagoog |
| demawari-出回り | aanvoer [levering] (van goederen) |
| demono-出物 | tweedehands goederen [artikelen] |
| denjiha-電磁波 | elektromagnetische golf |
| denpa-伝播 | voortgaande golfbeweging |
| denpa-電波 | radiogolf; elektromagnetische golf; signaal; ontvangst (van telefoon of internet verbinding) |
| densuke-伝助 | (afk. voor) een soort roulette gokspel dat op straat wordt gespeeld |
| densuketobaku-伝助賭博 | een soort roulette gokspel dat op straat wordt gespeeld |
| deusu-デウス | (Christendom) God; Deus |
| dōbutsuaigo-動物愛護 | goed zijn voor dieren |
| dōbutsuen-動物園 | (jargon onder criminelen) gevangenis; huis van bewaring |
| doggu・reggu-ドッグ・レッグ | (Engelse golfterm) dogleg, een golfbaan in de vorm van een hondenpoot |
| dokkaika-読解力 | goede leesvaardigheid hebben; goed begrijpend kunnen lezen; |
| dokuritsukokkakyōdōtai-独立国家共同体 | Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS) (ex-Sovjetstaten) |
| donchō-緞帳 | gordijn [doek] (van theater, e.d.) |
| dora-銅鑼 | gong |
| doraibā-ドライバー | schroevendraaier; golfstok |
| doraibingu・kontesuto-ドライビング・コンテスト | (golfsport) long drive-wedstrijd (van de langste slag-afstand) |
| dorakon-ドラコン | (golfsport) long drive-wedstrijd (van de langste slag-afstand) |
| dorēpu-ドレープ | (Eng.: drape) draperie; lang gordijn |
| doressā-ドレッサー | een goedgeklede persoon; iemand die zich goed kleedt |
| dōretsu-同列 | dezelfde rang [niveau; categorie] |
| dorodango-泥団子 | dorodango (modderballen, oorspronkelijk een kinderspel, nu ook als hobby) |
| doroppu-ドロップ | (bij golf) een bal (die in een vijver was gevallen) op een plek aan de kant laten vallen om van daaruit verder te spelen |
| dorubako-ドル箱 | geldkist; kluis; goudmijn (fig.) |
| dōrui-同類 | dezelfde soort [categorie; klasse] |
| dorushokku-ドル・ショック | de Nixon Shock (economische maatregelen van President Nixon in 1971, o.a. het eenzijdig opheffen van de omwisseling van goud in Amerikaanse dollars) |
| doruyasu-ドル安 | devaluatie van de dollar; goedkope dollar |
| dōsan-動産 | eigendom; roerend goed |
| dotō-怒濤 | woeste [onstuimige] golven |
| doya-どや | (jargon, inversie van やど) logement; luizig hotel; lijmkit |
| doyōnami-土用波 | hoge golven tijdens de hondsdagen (de warmste tijd van het jaar) |
| dōzen-同然 | bijna hetzelfde zijn; praktisch [nagenoeg; vrijwel; zo goed als] zijn |
| ea・doa-エア・ドア | een apparaat dat een luchtstroomgordijn creëert bij de ingang van een gebouw (om te voorkomen dat buitenlucht en stof binnendringen) |
| ea・kāten-エア・カーテン | luchtgordijn, een apparaat dat een luchtstroomgordijn creëert bij de ingang van een gebouw (om te voorkomen dat buitenlucht en stof binnendringen) |
| ebi-海老 | garnaal; langoest; rivierkreeft |
| ebisu-恵比須 | Ebisu, god van visserij, scheepvaart en handel (meestal afgebeeld met hengel en vis), 1 van de 7 geluksgoden uit de Japanse mythologie |
| ebisukō-恵比須講 | het Ebisu festival, gewijd aan Ebisu, de god van de welvaart (meestal gehouden in oktober of november) |
| ego-エゴ | (in psychoanalyse, de persoonlijkheid) ego |
| egoisuto-エゴイスト | egoist |
| egoizumu-エゴイズム | egoisme |
| ehō-恵方 | gunstige [geluksbrengende] richting (vroeger de richting van waaruit de nieuwjaarsgoden kwamen) |
| eibetsu-永別 | laatste afscheid; het voorgoed [defintief] afscheid nemen |
| eigyōken-営業権 | goodwill (immateriële vastgoedwaarde van een bedrijf gebaseerd op zijn traditie en sociaal vertrouwen) |
| eishi-英資 | voortreffelijke (aangeboren) kwaliteiten [eigenschappen]; goed karakter |
| ēji・gurūpu-エージ・グループ | leeftijdsgroep; leeftijdscategorie; leeftijdsklasse |
| ēji・shūtā-エージ・シューター | een age-shooter, een golfspeler die op een 18-holes golfbaan een puntenaantal scoort dat gelijk of lager is dan zijn [haar] leeftijd |
| ekonomī・kurasu-エコノミー・クラス | economyclass (goedkoopste klasse in vliegverkeer) |
| ekuserento・kanpanī-エクセレント・カンパニー | een uitstekend [goed presterend] bedrijf |
| ekusupōto-エクスポート | uitvoer; export (van goederen) |
| emono-獲物 | trofee; buit; gestolen goederen |
| enmaku-煙幕 | rookgordijn |
| ennichi-縁日 | herdenkingsdienst of festival op de dag van de geboorte of manifestatie van een bepaalde god of Boeddha |
| enu・jī-エヌ・ジー | (no good) niet goed |
| enu・jī・ō-エヌ・ジー・オー | (non-governmental organization) niet-gouvernementele [niet regeringsgebonden] organisatie |
| enzantejun-演算手順 | algoritme |
| en'en-蜿蜒 | lang golvend [kronkelend] pad; lange golvende lijn |
| epigōnen-エピゴーネン | epigoon; navolger |
| epuron-エプロン | (golfbaan) smalle strook met (hoger) gras rondom de green |
| erosu-エロス | Eros (de god van de liefde in de Griekse mythologie) |
| ete-得手 | (iemand's) sterke kant; waar je goed in bent |
| etekatte-得手勝手 | egoïsme; zelfzucht; eigenbelang |
| fagotto-ファゴット | fagot (houten blaasinstrument) |
| fain・purē-ファイン・プレー | (sport) goed [mooi] spel; schitterende actie |
| fakku-ファック | jargon voor geslachtsgemeenschap (ook gebruikt als scheldwoord) |
| fandēshon-ファンデーション | lingerie; damesondergoed |
| faundēshon-ファウンデーション | lingerie; damesondergoed |
| feawē-フェアウェー | (golf) deel van de baan tussen de tee en de green |
| fittonesu-フィットネス | goede (lichamelijke) conditie; fitheid |
| foa-フォア | Vrij! (bij golf een waarschuwing dat de bal geslagen wordt) |
| fossa・maguna-フォッサ・マグナ | slenkvallei, gebied waar een vulkanische gordel doorheen loopt (van noord naar zuid door centraal Honshu) |
| fudemame-筆忠実 | goede (brieven)schrijver |
| fudōsan-不動産 | onroerend goed; vastgoed |
| fudōsangyō-不動産業 | (vastgoed)makelaar(s); makelaardij; de onroerend goed sector (in de economie) |
| fudōsanhoken-不動産保険 | vastgoed verzekering; onroerendgoed verzekering |
| fudōsanshōkenka-不動産証券化 | vastgoed-securitisatie |
| fudōsanshōkenka-不動産証券化 | belegging [investering] in vastgoed |
| fūfuzaisanhō-夫婦財産法 | huwelijksvermogensrecht; huwelijksgoederenrecht |
| fūha-風波 | wind en golven |
| fujin-布陣 | gevechtsformatie; slagorde |
| fūjin-風神 | Fūjin, de windgod; de god van de wind |
| fujinami-藤波 | de golfbeweging van de wisteria bloemtrossen (in de wind) |
| fukku-フック | (bepaalde slag bij golf, cricket) hook |
| fuku-福 | geschenken van de goden of Boeddha |
| fukurokuju-福禄寿 | Fukurokuju, god van geluk, rijkdom en een lang leven (vaak afgebeeld met een lang hoofd), 1 van de 7 geluksgoden uit de Japanse mythologie |
| fumaeru-踏まえる | overwegen; goed nadenken (over) |
| fumihazusu-踏み外す | van het goede pad af raken; op het verkeerde pad zijn |
| funadome-船止め | embargo (beslag op schepen; verhinderen dat een schip een haven verlaat) |
| funzoku-フン族 | de Hunnen (nomadisch ruitervolk uit Mongolië) |
| furaingu-フライング | (fig.) vliegende start; goede start; goed [snel] van start gaan |
| furaingu・stāto-フライング・スタート | (fig.) vliegende start; goede start; goed [snel] van start gaan |
| furamingo-フラミンゴ | flamingo |
| furikomu-振り込む | (bij mahjong) een steen weggooien die een tegenstander goed kan gebruiken [waarmee een tegenstander kan winnen] |
| fūrin-風鈴 | windgong; windklokje |
| furō-フロー | toevoer; toevloed (kapitaal of goederen) |
| furō・infurēshon-フロー・インフレーション | (Eng.: flow inflation) flow-inflatie (waarbij de prijzen van goederen en diensten snel stijgen) |
| furudōgu-古道具 | tweedehands artikel [goederen]; oude meubels; snuisterijen |
| furumau-振る舞う | zich (goed) gedragen |
| furunajimi-古馴染み | een goede [oude] vriend(in); iemand waar je al heel lang mee bevriend bent |
| fuseki-布石 | het openingsstadium van een partij go |
| fusokukin-不足金 | negatief saldo op een rekening; onvoldoende tegoed |
| futo-浮屠 | pagode; stoepa; Boeddhistische tempel |
| fūtō-風濤 | wind en golven |
| ga-我 | ego; het zelf; het eigen wezen |
| ga-雅 | elegantie; goede smaak; verfijndheid |
| gachi-雅致 | kunstvaardigheid; goede smaak; elegantie; verfijning |
| gādoru-ガードル | gordel; korset |
| gahaku-画伯 | een goede [groot] schilder |
| gaika-外貨 | geïmporteerde goederen |
| gamu-ガム | (afk. voor) kauwgom |
| gamu-ガム | gom (kleefstof) |
| gankake-願掛け | gebed; (smeek)bede; verzoek aan Shinto goden of Boeddha's |
| ganmon-願文 | schriftelijk gebed; verzoekschrift (gericht aan een Boeddha, shinto-god, e.d.) |
| ganrōbutsu-玩弄物 | speelgoed; speeltje; speelbal |
| gansō-含嗽 | gegorgel; mondspoeling |
| gansōsuru-含嗽する | gorgelen; de mond spoelen |
| garandō-伽藍堂 | hal (in een tempel) gewijd aan de tempelgodheid |
| garasuki-がら空き | bijna [zo goed als] leeg zijn |
| gari-ガリ | (tot febr. 2024 gevangenis jargon voor) het knippen van het haar |
| garigarimōja-我利我利亡者 | een zeer egoïstische [hebzuchtige] persoon. |
| gasa-がさ | (in eigen jargon van de politie) huiszoeking |
| gasshu-ガッシュ | gouache; plakkaatverf; dekkende waterverf. |
| gasshu-ガッシュ | gouache (prent) |
| gasutorokamera-ガストロカメラ | gastrocamera (medisch gebruikt bij maagonderzoek) |
| gatā-ガター | goot; greppel; geul |
| gātā-ガーター | goot; greppel; geul |
| gaten-合点 | instemming; goedkeuring; begrip |
| gatten-合点 | een markering (doorgaans een punt of een cirkeltje) in een tekst om aan te geven dat iets goed is) |
| gatten-合点 | instemming; goedkeuring; begrip |
| gaun-ガウン | (Eng.: gown) avondjurk; lang gewaad; ochtendjapon; kamerjas |
| gayoku-我欲 | egoïsme; zelfzucht |
| gazōkyō-画像鏡 | (hist.) een spiegel uit de Chinese Han-periode (met een gegoten afbeelding op de achterkant) |
| geden-下田 | minder goed [onvruchtbaarder] geworden rijstveld |
| gēderunofukanzenseiteiri-ゲーデルの不完全性定理 | onvolledigheidsstellingen van Gödel |
| gege-下下 | (goedkope) sandalen van stro |
| geiha-鯨波 | woeste golven |
| gekirō-激浪 | wilde golven; hoge [ruwe] zee |
| gekū-外宮 | de buitenste schrijn van het Ise Jingu heiligdom (Mie-prefectuur) gewijd aan Toyouke no ōmikami (god van landbouw en industrie) |
| genbutsu-現物 | locogoederen; in natura (betalen) |
| gengochōkakuryōhō-言語聴覚療法 | logopedie; spraaktherapie; spraakles |
| gengoryōhō-言語療法 | logopedie |
| genkaku-厳格 | strikt [stipt; streng; rigoureus] zijn |
| genkaku-幻覚 | hallucinatie; zinsbegoocheling |
| genmetsu-幻滅 | ontgoocheling; teleurstelling; afknapper |
| genpin-現品 | (goederen in) voorraad |
| gentaku-玄沢 | goedheid van een keizer [heilige]; keizerlijke deugdzaamheid |
| geseru-解せる | (goed) begrijpen; bevatten |
| gē・pē・ū-ゲー・ペー・ウー | Russische Staats Politieke Administratie, de geheime politie (GPU: Gosudarstvennoe politicheskoe upravlenie) |
| gigun-義軍 | (leger voor) een goede, rechtvaardige strijd [oorlog] |
| gikkurigoshi-ぎっくり腰 | spit; lumbago (acute scherpe pijn in de onderrug) |
| gimikku-ギミック | trucje; foefje; goocheltruc |
| ginkōsenmon'yōgo-銀行専門用語 | bancaire vaktaal; bankjargon |
| ginnan-銀杏 | ginkgo noot |
| ginpa-銀波 | zilverkleurige golven (door reflectie van maanlicht) |
| go-碁 | go (Japans bordspel) |
| goban-碁盤 | go-bord (het vierkante bord waarop go wordt gespeeld) |
| goburan'ori-ゴブラン織り | gobelin (wandtapijt) |
| godan-五段 | godan, werkwoordvervoeging |
| godankatsuyō-五段活用 | (Japanse) godan-werkwoordvervoeging |
| goddo-ゴッド | God (met name van het Christendom) |
| goddofāzā-ゴッドファーザー | godfather (baas van een misdaadsyndicaat) |
| goemonburo-五右衛門風呂 | (ijzeren) badkuip met een plank die in het water zakt als je erop gaat staan (genoemd naar Ishikawa Goemon, die in kokend water geëxecuteerd werd) |
| gogataki-碁敵 | tegenspeler (in het go-spel); iemand die regelmatig go speelt |
| gōgō-ゴーゴー | gogo (dans); discodans |
| gōgōbā-ゴーゴー・バー | gogo bar |
| gōgōdansā-ゴーゴー・ダンサー | gogo danser |
| gōgōdansu-ゴーゴー・ダンス | gogo dans |
| gōgōkissa-ゴーゴー喫茶 | gogo café |
| gōhō-業報 | (boeddh.)de gevolgen van (goed of slecht) karma; onvermijdelijke vergelding |
| gohō-護法 | een demonengod die het boeddhisme beschermt |
| gōi-合意 | overeenkomst; akkoord; wederzijdse instemming [goedkeuring] |
| goishi-碁石 | go-schijf; (wit of zwart) steentje in het go-spel |
| gojinka-御神火 | een vergoddelijkte vulkaan; vuur en rook van een vulkaanuitbarsting gezien als een god |
| gojun-語順 | woordvolgorde |
| gojūnotō-五重の塔 | (boeddhistische) pagode met vijf daklagen (symboliserend de vijf elementen: aarde, water, vuur, wind en lucht) |
| gokakkei-五角形 | vijfhoek; pentagoon |
| gokakukei-五角形 | vijfhoek; pentagoon |
| gokuyasu-極安 | extreem [enorm] goedkoop zijn |
| gomokunarabe-五目並べ | (bordspel) gobang; gomoku; vijf-op-een-rij |
| gomu-ゴム | gom (kleefstof) |
| gondora-ゴンドラ | (Italiaans: gondola) gondel |
| gongen-権現 | een goddelijke manifestatie; tijdelijke verschijning van Boeddha's en Bodhisattva's in verschillende gedaanten |
| gongen-権現 | incarnatie van een Boeddha in de vorm van een Shinto god |
| gongu-ゴング | gong |
| gonkūrushō-ゴンクール賞 | Goncourt prijs (Prix Goncourt, Franse literatuurprijs) |
| goorudorasshu-ゴールドラッシュ | goudkoorts; een stormloop op speculatieve aankopen van goud |
| goorudorasshu-ゴールドラッシュ | trek naar de goudvelden in de VS in de 19e eeuw |
| gorintō-五輪塔 | (boeddh.) een stenen pagode [grafmonument] bestaande uit 5 lagen (die verwijzen naar de 5 elementen, aarde, water, vuur, wind en lucht) |
| gorira-ゴリラ | gorilla |
| goriyaku-御利益 | zegening; godsgave; antwoord op je gebeden |
| gōruden・taimu-ゴールデン・タイム | (lett. gouden tijd) primetime (zendtijd met de grootste kijk -en luisterdichtheid op tv of radio) |
| gōruden・wīku-ゴールデン・ウィーク | Golden Week, jaarlijkse vakantieperiode in Japan in mei |
| gōrudo-ゴールド | goud |
| gōrudo・rasshu-ゴールド・ラッシュ | goldrush (massale zoektocht naar goud(velden)) |
| gorufā-ゴルファー | golfer |
| gorufu-ゴルフ | golf |
| gorugonzōra-ゴルゴンゾーラ | gorgonzola, een Italiaanse blauwe kaas |
| gorugota-ゴルゴタ | Golgotha (de heuvel waar Jezus werd gekruisigd) |
| gōshi-合祀 | de verering van eenzelfde god in meerdere shinto heiligdommen [schrijnen] |
| gōshi-合祀 | de verering van twee of meer goden in een shinto heiligdom [schrijn] |
| goshikku-ゴシック | gotisch (bouwstijl) |
| goshikku-ゴシック | gothic (lettertype; font) |
| goshikkushajitai-ゴシック写字体 | gotische transcriptie |
| gosuperu・songu-ゴスペル・ソング | gospelsong; gospellied |
| gote-後手 | (bij bordspellen, zoals go en shōgi) degene die de tweede zet doet |
| gotoki-ごとき | (attributieve vorm van het hulpww. gotoshi) zoals; alsof; hetzelfde als |
| gouchi-碁打ち | een goede [beroeps] go-speler |
| gozannookuribi-五山送火 | het festival Gozan no Okuribi (bij Kyoto) waarbij vuurpatronen van kanji worden aangestoken |
| guai-具合 | passend [geschikt] zijn; je goed uitkomen; netjes [fatsoenlijk] zijn |
| guddo-グッド | goed; juist |
| guddo・dezain・māku-グッド・デザイン・マーク | G- symbool van een Good Design Award winnaar |
| gūgoru-グーゴル | googol, een eenheid van getal, 10 tot de macht 100 |
| guguru-ググル | |
| gunju-軍需 | behoeften van het leger; materiaal of diensten die het leger nodig heeft; leger goederen [bevoorrading; munitie; proviand] |
| gunshin-軍神 | oorlogsgod; god van de oorlog (Mars) |
| gunshin-軍神 | in Japan een vereerde [vergoddelijkte} oorlogsheld |
| guregorioreki-グレゴリオ暦 | Gregoriaanse kalender |
| gureru-ぐれる | afdwalen van het goede pad; het verkeerde pad opgaan |
| gureshamunohōsoku-グレシャムの法則 | wet van Gresham (economie: de stelling dat "slecht geld" "goed geld' verdringt) |
| gurīn-グリーン | grasveld; golfbaan |
| gurīn・fī-グリーン・フィー | kosten voor het gebruik van een golfbaan |
| gurosu-グロス | (golf) score zonder handicap-aftrek |
| gurume-グルメ | gourmet; fijnproever; gastronoom |
| guwasshu-グワッシュ | gouache (prent) |
| guwasshu-グワッシュ | gouache; plakkaatverf; dekkende waterverf |
| gūzō-偶像 | afgod; afgodsbeeld; idool |
| guzzu-グッズ | goederen; waren; (handels)artikelen |
| gyakurō-逆浪 | ruwe zee [golfslag]; kopzee; tegengolf |
| gyanburā-ギャンブラー | gokker |
| gyanburu-ギャンブル | gok(je); speculatie |
| gyanburu-ギャンブル | gokken; speculeren; wedden |
| gyoban-魚板 | een hangende houten plank in de vorm van een vis, die in een tempel als een gong wordt beslagen om tijdstippen aan te geven |
| gyoganrenzu-魚眼レンズ | visooglens; visoogobjectief; fisheye (een lens met een zeer grote beeldhoek van boven de 180º en een heel korte brandpuntsafstand) |
| gyoku-魚鼓 | een hangende houten plank in de vorm van een vis, die in een tempel als een gong wordt beslagen om tijdstippen aan te geven |
| gyokujo-玉女 | godin uit het Taoïstisch pantheon |
| gyokuseki-玉石 | diamand en steen; iets goeds en iets slechts; iets waardevols en iets dat waardeloos is |
| gyokusekikonkō-玉石混淆 | een mengeling van goede en slechte [waardevolle en waardeloze] dingen (lett. een mengsel van edelstenen en stenen) |
| gyūhi-求肥 | een vorm van wagashi, traditioneel Japans snoepgoed (een zachtere variant van mochi, ook gemaakt van kleefrijst) |
| ha-波 | (in kanji combinaties) golf |
| hachijūhachiya-八十八夜 | de 88ste dag sinds het begin van de lente (wordt beschouwd als een goede dag om te zaaien) |
| hachō-波長 | golflengte |
| hadaki-肌着 | ondergoed (kleding die direct op de huid wordt gedragen) |
| hadō-波動 | golfbeweging; fluctuatie |
| hāfu・suingu-ハーフ・スイング | (honkbal, golf) halve zwaai |
| haibanrōzeki-杯盤狼藉 | het over de tafel verspreid liggen van gebruikt serviesgoed (na een diner of banket) |
| haien-肺炎 | longontsteking; pneumonie |
| haiken-佩剣 | omgegord [aangegord] zwaard; het dragen van een zwaard |
| haiki-廃棄 | het (iets) wegdoen [verwijderen; weggooien; afdanken] |
| haikinshugisha-拝金主義者 | mammonist (iemand die de geldgod Mammon aanbidt, en streeft naar rijkdom) |
| haisensu-ハイセンス | goede smaak; verfijnd gevoel |
| hakeru-捌ける | goed verkopen; uitverkopen |
| hakkyū-白球 | (witte bal) honkbal; golfbal |
| hako-箱 | treinwagon |
| hakobiya-運び屋 | vervoerder van gestolen goederen [drugs; verboden artikelen] |
| hakobu-運ぶ | (goed) vooruit gaan; doorgaan; goed verlopen |
| hakobu-運ぶ | iets vooruit laten gaan; naar voren brengen; goed laten verlopen |
| haku-箔 | folie; dun velletje metaal (zoals bladgoud, bladzilver, etc.); verguldsel |
| hakuban-箔盤 | kussentje gebruikt bij het vergulden met bladgoud |
| hakuhake-箔刷毛 | plat kwastje gebruikt bij het vergulden met bladgoud |
| hakuhan-白斑 | vitiligo; leukoderma |
| hakuhyō-白票 | blanco stem; stem van goedkeuring (in Japan wit stembiljet) |
| hakunaifu-箔ナイフ | mes gebruikt bij het vergulden met bladgoud |
| hakuoki-箔置き | het vergulden met bladgoud |
| hama-浜 | (in bordspel go) een geslagen [genomen] steen van de tegenspeler |
| hamanasu-浜梨 | Japanse roos (Rosa rugosa) |
| hamon-波紋 | golfpatroon in een familiewapen |
| hamon-波紋 | rimpeling [rimpel; golving; golfje] (in een wateroppervlak) |
| hanadai-花代 | vergoeding voor [betaling aan] een geisha |
| hanadairo-縹色 | licht indigo(blauw) |
| hanairo-花色 | licht indigo(blauw) |
| hanamuko-花婿 | bruidegom |
| hanashijōzu-話し上手 | een goede spreker |
| hanchū-範疇 | categorie; onderdeel van een classificatie |
| hanetobasu-撥ね飛ばす | wegdrijven; wegvegen; omvergooien; omknikkeren; tegen de grond kwakken |
| hanetsuki-羽根突き | een traditioneel Japans Nieuwjaarsspel, gespeeld met een houten peddel (hagoita) en een shuttle |
| hankōjunjo-犯行順序 | volgorde van strafbare handelingen [misdrijven] |
| hanmenkyōshi-反面教師 | (Chinees gezegde) een goed voorbeeld [een goede leermeester] van wat je zeker niet moet doen [volgen] |
| hanmi-半身 | (bij vechtsporten) de starthouding (diagonaal) tegenover de tegenstander |
| hanshihanshō-半死半生 | zo goed als dood; halfdood |
| hansōha-搬送波 | (elektromagnetische) draaggolf |
| happī・endo-ハッピー・エンド | goede afloop |
| haraimodoshi-払い戻し | terugbetaling; restitutie; vergoeding |
| haraimodosu-払い戻す | terugbetalen; terugstorten; vergoeden |
| haran-波瀾 | golven; schommelingen; ups en downs; veranderingen |
| harō-波浪 | hoge golven |
| haru-張る | gokken; wedden; speculeren |
| hashiri-走り | (Tohoku en West-Japanse dialecten) gootsteen |
| hassō-発送 | transport; vervoer; overbrenging (van goederen, patiënten, e.d.) |
| hasu-斜 | diagonaal |
| hasukai-斜交い | diagonaal; schuin |
| hasurā-ハスラー | professionele gokker |
| hatajirushi-旗印 | embleem [logo] op een vlag |
| hatarakite-働き手 | een goede [bekwame] medewerker |
| hatsukadango-二十日団子 | Hatsuka Dango, zoete bolletjes kleefrijst, die op 20 januari gegeten worden |
| hatsukaebisu-二十日戎 | Hatsuka Ebisu, een festival op 20 oktober (soms op 20 januari) ter ere van Ebisu, één van de 7 Geluksgoden van Japan |
| hattōshin-八頭身 | (van een vrouw) mooi, welgevormd [goed geproportioneerd] lichaam (acht keer zo lang als het hoofd) |
| hattotorikku-ハットトリック | goocheltruc uit de hoge hoed; slimme zet |
| hayamimi-早耳 | een scherp [goed] gehoor |
| hayamimi-早耳 | iemand met een goed gehoor |
| hayarime-流行り目 | oogontsteking (conjunctivitis) |
| hayato-隼人 | benaming voor jongens in de Kagoshima-prefectuur |
| hayauchi-早打ち | het snel zetten van speelstukken (schaken, go, e.d.) |
| hayauchi-早打ち | het snel slaan op een instrument (trommel, bel, gong, e.d.) |
| hazādo-ハザード | (golfsport) natuurlijke hindernis op de baan (zoals een bunker of vijver) |
| heburaizumu-ヘブライズム | hebraïsme (oude Hebreeuwse godsdienst of taal) |
| heddomāku-ヘッドマーク | logoplaat op de voorzijde van een trein |
| heddo・appu-ヘッド・アップ | (honkbal), golf omhoog kijken tijdens het slaan van de bal |
| hei-幣 | stroken stof voor de goden (Shinto) |
| heihaku-幣帛 | een offer aan de goden tijdens een Shinto-ritueel |
| heikō-閉校 | schoolsluiting (tijdelijk of voorgoed) |
| heishin-平信 | goed nieuws; goede tijding; gewone [niet dringende] berichtgeving |
| henge-変化 | antropomorfische gedaantewisseling van goden, geesten, e.d.; incarnatie |
| hennentai-編年体 | chronologische volgorde |
| henpin-返品 | retourzending; geretourneerde goederen [artikelen] |
| heriosu-ヘリオス | Helios (zonnegod uit de Griekse mythologie) |
| herumesu-ヘルメス | Hermes (figuur uit de Griekse Mythologie: zoon van Zeus, god van handel, reizigers en dieven) |
| hidariuchiwa-左団扇 | welgesteldheid; in goede doen zijn |
| hiekisuru-裨益する | ten goede komen; baat hebben; voordeel halen; profiteren |
| hikimaku-引き幕 | toneelgordijn |
| hikyō-秘境 | onontgonnen [onontwikkeld; onbekend; afgelegen] gebied; buiten de geijkte paden |
| hinami-日並み | een goede [gunstige] dag; dag die geluk brengt |
| hinbutsu-品物 | artikelen; goederen; waren |
| hinkaku-品格 | waardigheid; goede smaak; elegantie |
| hishō-費消 | het opmaken (van geld of goederen) |
| hishōsuru-費消する | (geld of goederen) opmaken |
| hitahita-ひたひた | (onomatopee) een kabbelend geluid (als van golven) |
| hitokado-一廉 | vrij goed [redelijk; behoorlijk; beter dan anderen] zijn |
| hitomawari-一回り | een hele slagvolgorde (honkbal) |
| hitome-一目 | een blik; oogopslag |
| hitozukiai-人付き合い | het sociaal zijn; goed met mensen overweg kunnen |
| hitsujigusa-未草 | dwergwaterlelie (Nymphaea tetragona) |
| hitsujun-筆順 | streepjesvolgorde van de Chinese karakters |
| hitteki-匹敵 | gelijkwaardig zijn; goed vergelijkbaar zijn |
| hiyahiya-ヒヤヒヤ | dat klopt; goed zo |
| hiyori-日和 | goede omstandigheden |
| hō-方 | manier; soort; categorie; klasse |
| ho-穂 | top van een golf; schuimkop; golfkam |
| hō-豊 | afkorting voor Buzen of Bungo provincies |
| hodotooi-程遠い | te kort schietend; niet goed genoeg; niet voldoend aan |
| hodoyoi-程好い | goed; gunstig; geschikt |
| hodoyoi-程好い | precies goed; op het juiste moment |
| hoiro-焙炉 | droger [droogoventje] voor thee (gebruikt bij de theeceremonie) |
| hōkyō-豊凶 | goede oogst en slechte oogst; goed jaar en slecht jaar |
| hōmei-芳名 | reputatie; goede naam |
| hōmu・guraundo-ホーム・グラウンド | het eigen vakgebied (waar je goed in bent) |
| hōmu・suchīru-ホーム・スチール | (honkbal) het stelen van het thuishonk (d.w.z. dat de honkloper begint te rennen naar de thuisplaat al voordat de pitcher heeft gegooid) |
| hōnan-法難 | godsdienstvervolging; religieuze vervolging |
| hondō-本道 | de juiste weg; het goede pad; de juiste manier |
| honkī・tonku-ホンキー・トンク | ordinaire [goedkope] kroeg [bar] |
| hōnō-奉納 | offering aan shinto goden of Boeddha's (van goederen of demonstraties van dans, oude krijgskunsten, e.d) |
| honzon-本尊 | belangrijkste god [Boeddha; godenbeeld; Boeddhabeeld] in een tempel |
| horiateru-掘り当てる | (olie) aanboren; een goud(ader) [schat] vinden |
| hōridasu-放り出す | weggooien |
| hōrikomu-放り込む | (iets ergens) inwerpen; naar binnen gooien |
| hōrinageru-放り投げる | (ver) wegwerpen; gooien; smijten |
| horohoro-ほろほろ | (onomatopee) geleidelijk; druppelsgewijs; zachtvallend; uit elkaar vallend; verspreid; afbrokkelend; gorgelend; sudderend |
| hōru-ホール | gat; hole (golf) |
| hōru-放る | gooien; werpen; smijten |
| hōru-放る | weggooien; afstand doen van |
| hōru・auto-ホール・アウト | (golf term) de bal in de hole slaan |
| hōryō-豊漁 | een goede vangst (in de visserij) |
| hōsaku-豊作 | een goede [rijke; overvloedige] oogst |
| hōshin-芳心 | (uw) goede bedoelingen; vriendelijkheid |
| hōshō-報償 | compensatie; (schade)vergoeding; schadeloosstelling |
| hoshō-補償 | compensatie; schadevergoeding; schadeloosheidstelling |
| hōshōkin-報奨金 | bonus; financiële vergoeding [beloning] |
| hoshōsuru-補償する | compenseren; schadeloosstellen; goedmaken; (schuld) vereffenen |
| hōshū-報酬 | beloning; vergoeding; bezoldiging; honorering; betaling |
| hotei-布袋 | Hotei, god van overvloed en goede gezondheid (afgebeeld met dikke buik en zak op zijn rug), 1 van de 7 geluksgoden uit de Japanse mythologie |
| hōtō-宝塔 | (erend) pagode; stoepa; stupa |
| hotokenoza-仏の座 | (een andere naam voor de plant koonitabirako) Lapsanastrum apogonoides |
| howaito・gōrudo-ホワイト・ゴールド | (Eng.: white gold) witgoud (een legering van goud met tenminste één wit metaal (b.v. nikkel, zilver of palladium) |
| hyakka-百貨 | vele [allerlei] goederen [producten] |
| hyappatsuhyakuchū-百発百中 | altijd raak schieten; onfeilbaar zijn; het altijd goed doen |
| hyōketsu-表決 | resolutie (over een wetsvoorstel, b.v.); stemmingsbesluit (over het al dan niet goedkeuren van een in stemming gebracht voorstel, e.d.) |
| ībun・pā-イーブン・パー | (Eng.: even par) (golfterm), score waarbij het aantal slagen gelijk is aan de rating voor die baan |
| ichiban'yari-一番槍 | de initiatiefnemer; degene die als eerste (een belangrijke) actie onderneemt; (lett. degene die de eerste speer gooit) |
| ichibetsu-一瞥 | een (vluchtige) blik [oogopslag; kijk] |
| ichijisanpin-一次産品 | primaire producten [goederen] (die voorzien in de eerste levensbehoefte van de consument) |
| ichimoku-一目 | een steen (in het GO spel) |
| ichimoku-一目 | een blik; oogopslag |
| ichiroheian-一路平安 | een uitdrukking om iemand een goede reis te wensen |
| ichirokushōbu-一六勝負 | wedden op het gooien van een 1 of een 6 met een dobbelsteen; gokken |
| ichirokushōbu-一六勝負 | het erop wagen; de gok wagen; gok; waagstuk |
| ichirokushōbusuru-一六勝負する | gokken; wedden |
| ichō-銀杏 | ginkgo boom (Ginkgo biloba) |
| iede-家出 | het (voorgoed) het huis verlaten [van huis weglopen] |
| iedesuru-家出する | van huis weglopen; voorgoed uit huis gaan; er met iemand vandoor gaan |
| ienoko-家の子 | kind geboren in een voorname [gegoede; oude] familie |
| ieyashiki-家屋敷 | landgoed; hoeve; huis met erf en bijgebouwen |
| igo-囲碁 | go (Japans bordspel) |
| igyō-偉業 | grote prestatie; goed (behaald) resultaat |
| ii-良い | goed; prima; uitstekend; geschikt |
| iiateru-言い当てる | het goed raden; het bij het rechte eind hebben |
| iifukumeru-言い含める | (iets) goed uitleggen; goede instructies geven |
| iikagen-いい加減 | precies goed [passend; geschikt]; zoals het hoort zijn; geschiktheid; de juiste maat [mate] |
| iikara-いいから | al goed; dat is in orde; dat gaat prima (zo) |
| ījī・ōdā-イージー・オーダー | goedkopere maatkleding |
| ikan-いかん | niet goed; slecht; onbruikbaar |
| ikenai-いけない | niet goed; slecht; ondeugend; onbruikbaar |
| ikeru-行ける | iets (goed) kunnen doen |
| ikerukuchi-いける口 | drinker; iemand die veel drinkt; iemand die goed tegen alcohol kan |
| iketeru-イケてる | cool [sexy; knap] zijn; er goed uitzien |
| ikiru-生きる | functioneren; goed werken; effectief [doeltreffend] zijn |
| ikitōgōsuru-意気投合する | goed met elkaar overweg kunnen; op dezelfde golflengte zitten |
| ikken-一見 | oogopslag; blik; glimp |
| ikkyoku -一局 | (go, shōgi, e.d.) speelbord; schaakbord |
| ikkyoku -一局 | (go, shōgi, e.d.) partij; schaakspel; wedstrijd |
| ikomu-イコム | International Council of Museums (een onafhankelijke niet-gouvernementele internationale organisatie voor musea) |
| ikun-遺訓 | goede raad advies; [instructies] door een overledene achtergelaten voor nabestaanden |
| imahitotsu-今一つ | niet genoeg; niet zo best; niet helemaal goed |
| imaichi-今一 | niet echt goed; niet zo best; zozo |
| imēji-イメージ | imago; reputatie |
| imējiappu-イメージアップ | verbetering van het imago [de reputatie] van iemand |
| imējichenji-イメージチェンジ | verandering van imago |
| imējidaun-イメージダウン | het imago [de reputatie] van iemand schaden[verpesten] |
| imējimento-イメージメント | het controleren [aanpassen] van het imago [de uitstraling] van producten of diensten naar de verwachtingen van de consumenten |
| imēji・ado-イメージ・アド | reclame, die meer nadruk legt op het imago van het aangeprezen product dan op de voordelen of kenmerken ervan |
| imēji・mēkā-イメージ・メーカー | iemand die het imago creëert voor een persoon, product of bedrijf |
| imēji・sābei-イメージ・サーベイ | beeldonderzoek; imago onderzoek |
| in-イン | de tweede negen holes (van een golfbaan) |
| in-院 | landgoed |
| inari-稲荷 | god uit de Japanse mythologie, beschermer van de rijstoogst |
| inase-鯔背 | energieke [knappe; goedgeklede] jongeman |
| indigo-インディゴ | indigo (kleurstof); indigotine |
| infomēshon・demokurashī-インフォメーション・デモクラシー | informatie democratie (politiek-maatschappelijk concept met toegang tot vrije informatiestromen als kern van een goed functionerende democratie) |
| ingo-隠語 | geheimtaal; jargon; Bargoens; argot |
| ingōru-インゴール | (Eng.: in-goal) in het doelgebied (rugby) |
| ingotto-インゴット | gegoten staaf [baar] |
| injigo-インジゴ | indigo (kleurstof); indigotine |
| innā-インナー | onderkleding; ondergoed |
| innāuea-インナーウェア | onderkleding; ondergoed |
| inpōto-インポート | invoer; import (van goederen) |
| insharā-インシャラー | (Arabische uitroep) insjallah (zo Allah [God] het wil) |
| insō-印相 | mudra (symbolische handsymboliek bij beelden in verschillende godsdiensten, o.a. Boeddhisme) |
| intōketsumakunetsu-咽頭結膜熱 | faryngo-conjunctieve koorts |
| inyū-移入 | invoering; introductie; import (van goederen, maatregelen, ideeën, etc.) |
| ippa-一波 | de eerste golf (van een reeks) |
| ippa-一波 | een golf |
| ippanzōbutsu-一般贓物 | gestolen goederen |
| ippashi-一端 | vrij [redelijk] goed [kundig; competent] |
| irēzā-イレーザー | vlakgom; gummetje; bordenwisser |
| irimidareru-入り乱れる | door elkaar gehaald [gegooid] worden |
| iryūjon-イリュージョン | illusie; hallucinatie; hersenschim; waandenkbeeld; droombeeld; fantasie; zinsbegoocheling |
| isamu-勇む | opgewekt [vrolijk; levendig; in een goed humeur] zijn |
| isan-遺産 | erfgoed; patrimonium |
| iseebi-伊勢海老 | (hoorn)kreeft; langoest |
| isharyō-慰謝料 | schadevergoeding; smartengeld |
| ishigami-石神 | een heilige steen [rots] (waarvan men gelooft dat er een godheid in woont)) |
| ishitsubutsu-遺失物 | verloren [kwijtgeraakte] artikelen [goederen; eigendom] |
| isseki-一石 | één steen; één partij go (bordspel) |
| isshinkyō-一神教 | monotheïsme (geloof in één god) |
| isshin'ittai-一進一退 | eb en vloed; voorspoed en tegenspoed; vooruitgaan en achteruitgaan; goede tijden, slechte tijden |
| issho-一緒 | één (passend) geheel; bij elkaar; dezelfde categorie |
| itabi-板碑 | stenen pagode gebouwd voor herdenkingsdiensten voor de doden |
| iten-移転 | verplaatsing (van goederen, producten, etc.) |
| ittaiichiro-一帯一路 | één gordel, één weg, een Chinees economisch concept over verbinding van regio's tot 1 invloedsgebied, b.v. langs de zijderoute tussen China en Europa |
| iyademo-否でも | of je dat nu wilt of niet; onvermijdelijk; goedschiks of kwaadschiks |
| iyahaya-いやはや | (uitroep) o jee; lieve hemel; goede genade |
| iyasaka-弥栄 | (gelukwens:) veel geluk; hoera; het ga je goed |
| izumonokami-出雲の神 | godheid van het Izumo heiligdom (wordt gezien als god van het huwelijk) |
| janohige-蛇の髭 | slangenbaard (plant: Ophiopogon japonicus) |
| janohige-蛇の鬚 | slangenbaard (plant, Ophiopogon japonicus) |
| jashin-邪神 | een kwade godheid; boze geest; duivel |
| jasuto・mīto-ジャスト・ミート | goede timing; (honkbal) de bal precies op goede moment (met het midden van het slaghout) raken |
| jiai-自愛 | egoïsme; eigenbelang |
| jiai-自愛 | het (goed) voor zichzelf zorgen |
| jibunkatte-自分勝手 | zelfzuchtigheid; egoïsme; egocentrisch zijn |
| jibutsu-持仏 | een boeddhistisch beeld dat altijd wordt gedragen of in huis bewaard, als beschermgod |
| jichō-自重 | het goed voor zichzelf zorgen; behoedzaamheid; bedachtzaamheid; voorzichtigheid |
| jidori-地取り | ("bij get go-spel) verovering van een groot gebied |
| jiga-自我 | het ego; (zich)zelf |
| jigami-地神 | agrarische goden; goden van het land [de aarde] |
| jigami-地神 | voorouderlijke geesten; huisgoden |
| jigen-示現 | openbaring; verschijning; manifestatie (van een godheid, Boeddha, e.d.) |
| jigo-持碁 | gelijkspel; remise (m.n. bij het go-spel) |
| jigoro-ジゴロ | gigolo |
| jijii-爺 | (geringschattend) oude vent [kerel; gozer] |
| jijo-次序 | volgorde; systeem; regeling; bestel |
| jijōnomajiwari-爾汝の交わり | goed bekend [bevriend] met elkaar zijn (zodat men elkaar met jij en jouw aanspreekt); familiair omgaan met elkaar |
| jiki-時機 | (goede) gelegenheid; kans; goede [geschikte] tijd (om iets te doen) |
| jikō-事項 | zaak; aangelegenheid; kwestie; item; categorie |
| jiko-自己 | (zich)zelf; ego |
| jikochūshinteki-自己中心的 | egoïstisch |
| jikohon'i-自己本位 | egoïsme; egocentrisme |
| jikoku-時刻 | goed tijdstip; gelegenheid; kans |
| jikoshugi-自己主義 | egoïsme |
| jin-陣 | slagorde; gevechtsopstelling |
| jinbunchishiki-人文知識 | specialist in geesteswetenschappen (visumcategorie in Japan) |
| jindai-神代 | tijdperk van de goden; mythologisch tijdperk |
| jindoru-陣取る | plaatsnemen; gaan zitten (op een goede plek) |
| jingi-神祇 | de goden van de hemel en de goden van de aarde |
| jingisukannabe-ジンギスカン鍋 | Genghis Khan-hotpot (een Mongools grillgerecht met lams- of schapenvlees en groenten) |
| jingoizumu-ジンゴイズム | jingoïsme (een vorm van overdreven patriottisme) |
| jingū-神宮 | (lett. paleis van de goden) een shinto schrijn [heiligdom] |
| jinjō-尋常 | goed [voortreffelijk] zijn |
| jinkei-陣形 | slagorde; legeropstelling; gevechtsformatie |
| jinshi-人士 | persoon met een hoge status [opleiding]; iemand van goede komaf |
| jiryō-寺領 | bijdrage [vergoeding] voor een tempel |
| jisho-地所 | kavel; perceel (grond); landgoed |
| jisho-字書 | kanji woordenboek (met schrijfvolgorde, lezing, betekenis, e.d.) |
| jisho-辞書 | woordenboek voor kanji [of woorden] met schrijfvolgorde, lezing en betekenis |
| jitennettokessai-時点ネット決済 | (Japans bankwezen jargon) Designated Time Net Settlement (DTNS) |
| jizendantai-慈善団体 | goed doel; charitatieve [filantropische] organisatie |
| jō-上 | de eerste (in rangorde) |
| joban-序盤 | openingszet (bij een spel zoals go, schaken, etc.) |
| jochō-助長 | goedbedoelde maar onnodige hulp die resulteert in iets negatiefs |
| jōgekankei-上下関係 | pikorde; hiërarchie; sociale rangorde |
| jōha-縦波 | lengtegolf (bij schip) |
| jōha-縦波 | longitudinale (elektromagnetische) golf |
| jōjō-上上 | de beste; allerbeste; heel goed |
| jōkigen-上機嫌 | goed humeur; vrolijkheid; opgewektheid |
| jōkyaku-上客 | goede [trouwe; vaste] klant; stamgast |
| jōnō-上納 | het betalen (van geld of goederen) aan de overheid\ |
| joretsu-序列 | hiërarchie; rangorde |
| jōseki-定石 | een vaste zet [reeks zetten] bij go of Japans schaken; een standaard tactiek [methode; formule] |
| jōseki-定跡 | een standaard zet (bij go of shōgi) |
| jōsha-浄写 | het netjes overschrijven (van aantekeningen, e.d.); een goede [nette] kopie (m.n. in schoonschrift) |
| jōsho-浄書 | het netjes overschrijven (van aantekeningen, e.d.); een goede [nette] kopie maken (in schoonschrift) |
| jōshu-情趣 | (goede) stemming; sfeer; gevoel; (schilderachtig; romantisch) effect |
| jōten-上天 | de schepper (in religieuze betekenis); God in de hemel |
| juban-襦袢 | onderkleding; ondergoed |
| jūjū-重重 | genoeg; erg goed; heel veel; volledig |
| jukuchi-熟知 | grondige kennis (van); goede bekendheid (met) |
| jukusu-熟す | rijpen (fig.); goed ontwikkeld zijn [worden] (b.v. gedachte, plan, gelegenheid, vaardigheid) |
| jukusu-熟す | goed gekookt [gaar] zijn |
| jukusuru-熟する | goed gekookt [gaar] zijn |
| jukusuru-熟する | rijpen (fig.); goed ontwikkeld zijn [worden] (b.v. gedachte, plan, gelegenheid, vaardigheid) |
| junankinenbi-受難記念日 | Goede Vrijdag |
| junban-順番 | volgorde; beurt |
| jungyaku-順逆 | goed en fout; correcte volgorde en omgekeerde volgorde |
| jungyaku-順逆 | (boeddh.) goede daden en slechte daden |
| juniku-受肉 | de incarnatie van Christus (de Zoon van God als mens; geest en vlees) |
| junji-順次 | in volgorde [opeenvolgend] zijn |
| junjo-順序 | volgorde; reeks |
| junkin-純金 | zuiver goud; puur goud |
| junpitsu-潤筆 | de vergoeding [beloning] voor het maken van een kalligrafie of tekening |
| junpitsu-順筆 | (kalligrafie) schrijftechniek van beginpunt tot eindpunt in volgorde zonder tegengestelde schrijfrichting |
| junpitsuryō-潤筆料 | de vergoeding [beloning] voor het maken van een kalligrafie of tekening |
| junpūbizoku-醇風美俗 | goede zeden en gewoonten [manieren] |
| junretsu-順列 | (rang)schikking; volgorde; ordening |
| junryō-順良 | goedaardigheid en deugdzaamheid; eerlijkheid |
| jun'en-順縁 | (boedd.) de Boeddhistische leer ingaan met een goed karma |
| jun'en-順縁 | het feit dat in de natuurlijke loop der dingen de mensen sterven in volgorde van ouderdom |
| jupitā-ジュピター | Jupiter (Romeinse God) |
| juppei-恤兵 | het sturen van hulpgoederen [geschenken] aan soldaten (in de oorlog) |
| jurōjin-寿老人 | Jurōjin, god van een lang leven (vaak afgebeeld met lange baard en staf), 1 van de 7 geluksgoden uit de Japanse mythologie |
| juseiran-受精卵 | zygoot; zygote |
| jūyōbunkazai-重要文化財 | belangrijk cultureel bezit [erfgoed] |
| jūzen-十善 | (arch.) de keizer (als de Heer van de Tien Goede Daden) |
| jūzennokimi-十善の君 | (arch.) de keizer (als de Heer van de Tien Goede Daden) |
| kabu-株 | handelsrechten; goodwill (zakenrelaties) |
| kabun-過分 | ongeschiktheid; onverdiend [niet goed genoeg] zijn |
| kaeri-返り | aantekeningen in Chinese klassieke teksten die de omgekeerde leesvolgorde van de Japanse betekenis duiden |
| kaeriten-返り点 | aantekeningen in Chinese klassieke teksten die de omgekeerde leesvolgorde van de Japanse betekenis duiden |
| kafu-下付 | toekenning; goedkeuring |
| kafuku-禍福 | geluk en ongeluk; voor- en tegenspoed; goed en kwaad; wel en wee |
| kagenzenkō-嘉言善行 | wijze woorden en goede daden |
| kago-加護 | goddelijke bescherming; zegen |
| kagonuke-籠抜け | iemand oplichten en dan met geld of goederen (via de achterdeur) ervandoor gaan [wegglippen] |
| kahi-可否 | goedkeuring of afkeuring; voor- of tegenstemmen |
| kahi-可否 | goed of slecht; goed of fout |
| kahin-佳品 | goed artikel; goed werk; kwaliteitsprodukt |
| kaichō-開帳 | het openen (op bepaalde dagen) van de gordijnen of deuren van een heiligdom, zodat het publiek het verborgen Boeddhabeeld kan zien |
| kaichō-開帳 | (jur.) het houden van een gok-evenement; het openen van een gokhal |
| kaichō-開張 | (jur.) het houden van een gok-evenement; het openen van een gokhal |
| kaidanshi-快男子 | een goede man; fijne vent |
| kaijin-海神 | zeegod; god van de zee |
| kaijo-海女 | dochter van de zeegod |
| kaikan-快感 | een fijn [goed; aangenaam] gevoel |
| kaikoteate-解雇手当 | ontslagvergoeding |
| kaitenritsu-回転率 | omloopsnelheid (goederen, kapitaal) |
| kaizen-改善 | verbetering; vooruitgang; verandering ten goede |
| kajino-カジノ | casino; gokpaleis |
| kake-賭け | gok; waagstuk |
| kakegoto-賭け事 | weddenschap; gokkerij; het gokken |
| kaketsu-可決 | goedkeuring; instemming; aanvaarding |
| kakimidasu-掻き乱す | verstoren; verwarren; door elkaar gooien; rommelen |
| kakin-課金 | het betalen voor virtuele goederen of premium functies (b.v. in een videogame) |
| kakomu-囲む | (Go, Shogi, Mahjong, e.d.) spelen |
| kakudosokutei-角度測定 | goniometrie; hoekmeetkunde (deel van de trigonometrie) |
| kakuyasu-格安 | goedkoop [laag geprijsd] zijn |
| kami-神 | god; godheid; goden |
| kamideppō-紙鉄砲 | proppenschieter (kinderspeelgoed) |
| kamigakari-神懸かり | goddelijke verschijning [bezetenheid]; goddelijke geest in het lichaam van een persoon |
| kamikaze-神風 | goddelijke wind [storm]; wind gestuurd door goddelijk ingrijpen |
| kamikaze-神風 | de wind die volgens overlevering de Mongoolse inval stopte (13de eeuw) |
| kaminazuki-神無月 | de 10de maand op de maankalender (de maand dat alle goden van Japan vanuit hun eigen gebieden in Izumo Taisha samenkomen) |
| kaminokuni-神の国 | land der goden; Japan |
| kaminokuni-神の国 | (Christendom) het Koninkrijk van God; het Koninkrijk Gods; Hemel |
| kamioroshi-神降ろし | aanroeping (in een shinto heiligdom) van een medium aan een god om (tijdelijk) bezit van haar te nemen om voorspellende uitspraken te kunnen doen |
| kamioroshi-神降ろし | formele beloftes in schrift met de naam van de god |
| kamioroshi-神降ろし | de uitnodiging [aanroeping] aan een god om naar een heiligdom te komen |
| kamisama-神様 | (erende aanspreekvorm van een) god |
| kamiwaza-神業 | het werk van god; wonder; bovenmenselijke prestatie |
| kamiyo-神代 | tijdperk van de goden; mythologisch tijdperk |
| kamotsu-貨物 | goederentrein |
| kamotsu-貨物 | vracht; goederen; cargo |
| kamotsueki-貨物駅 | goederenloods; vrachtstation |
| kamotsuressha-貨物列車 | goederentrein |
| kamotsuyusō-貨物輸送 | vrachttransport; vrachtvervoer; goederenvervoer |
| kamu-噛む | te pletter slaan (b.v. van golven op de rotsen) |
| kan-款 | welwillendheid; goedheid; vriendelijkheid; oprechtheid |
| kanagurisuteru-かなぐり捨てる | van zich afwerpen; weggooien; opzij schuiven; achterlaten; afdanken |
| kanbandaore-看板倒れ | schijngoed; oppervlakkig; iets dat minder goed is dan verwacht; iets dat mooi is aan de buitenkant maar zonder inhoud |
| kanbashii-芳しい | goed; uitstekend |
| kanbutsu-換物 | omzetting van geld in goederen |
| kanehen-金偏 | kanji radicaal voor metaal of goud |
| kanetataki-鉦叩き | het slaan met een stok [hamertje] op een kleine metalen bel [gong] (bij boeddhistische rituelen, zoals het reciteren van soetra's) |
| kangarū-カンガルー | kangoeroe |
| kangiten-歓喜天 | Kangiten, een van de Boeddhisme beschermgoden |
| kanjō-勧請 | het bidden voor de komst van een god of Boeddha |
| kanjō-勧請 | het uitnodigen [aanroepen] van een god of Boeddha |
| kanjō-勧請 | het overbrengen van de geest van een god of Boeddha naar een andere locatie |
| kanjō-灌頂 | ceremonie waarbij een bodhisattva die de verlichting bereikt water over zijn hoofd gegoten krijgt |
| kankai-勧戒 | aanmoediging [vermaning] om het goede te doen en waarschuwing tegen het kwade |
| kankōba-勧工場 | In de Meiji- en Taisho-periode een plek (markt, bazaar) waar vele winkels onder één dak allerlei goederen verkochten |
| kankyo-官許 | officiële goedkeuring [vergunning] (van de overheid) |
| kankyū-官給 | levering [geld; goederen] van de overheid |
| kannazuki-神無月 | de 10de maand op de maankalender (de maand dat alle goden van Japan vanuit hun eigen gebieden in Izumo Taisha samenkomen) |
| kannō-感応 | goddelijke inspiratie; goddelijk teken [antwoord] |
| kanokomochi-鹿の子餅 | Japans snoepgoed, mochi (rijstcake) met zoete rode bonenpasta |
| kanpa-寒波 | koudegolf |
| karaabooru-カラーボール | kleurende (met verf gevulde) bal om naar een vluchtende dief of overvaller te gooien |
| karagenki-空元気 | vals [onecht] vertoon van moed [lef]; net doen alsof alles goed gaat |
| karatto-カラット | karaat (eenheid die de zuiverheid van goud en edelstenen aangeeft) |
| karioya-仮親 | pleegouder |
| karyō-佳良 | vrij goed [behoorlijk goed; best goed] zijn |
| kasaku-佳作 | goed [uitmuntend; uitstekend] werk [stuk; werkstuk] |
| kasan-家産 | familiebezit; erfgoed |
| kaseihin-化成品 | chemisch samengestelde producten [goederen] |
| kasen-寡占 | oligopolie (monopolievorm op de markt van slechts enkele bedrijven) |
| kasha-貨車 | goederenwagen; goederentrein; vrachtwagen; vrachtauto |
| kashi-菓子 | snoep; snoepgoed; zoetigheid |
| kashidaorehikiatekin-貸し倒れ引当金 | een fonds voor het vergoeden van oninbare leningen [schulden] |
| kashidaorejunbikin-貸し倒れ準備金 | een fonds voor het vergoeden van oninbare leningen [schulden] |
| kashikomarimashita-畏まりました | (beleefd antwoord op een verzoek) jazeker; heel goed; begrepen; graag gedaan; met plezier |
| kasho-佳所 | plaats [plek] met goed uitzicht |
| katai-過怠 | (feodaal Japan) bestraffing van een fout of misdaad via geldelijke vergoeding of verplichte arbeid te voldoen |
| kategorī-カテゴリー | categorie; soort; klasse |
| kāten-カーテン | gordijn |
| kāten・rekuchā-カーテン・レクチャー | bedsermoen; gordijnpreek (terechtwijzing van een vrouw aan haar man in de slaapkamer) |
| kāten・wōru-カーテン・ウォール | gordijngevel; vliesgevel |
| kāto-カート | karretje; trolley; boodschappenwagentje; (go)kart |
| katsuage-喝上げ | (jargon) afpersing; chantage |
| kawagu-革具 | lederwaren; lederen goederen [artikelen] |
| kawaribae-代わり映え | verbetering; verandering ten goede |
| kazaguruma-風車 | molentje (kinderspeelgoed) |
| kazatooshi-風通し | openheid; goede communicatie |
| kazetooshi-風通し | openheid; goede communicatie |
| kazokuseido-家族制度 | systeem van erfgoed, familie-zijtakken [afstammelingen] en aftredingen van familiehoofden ter voortzetting en behoud van de familie |
| kē-ケー | k, afk. voor karaat (gehalte voor goud en edelstenen) |
| kegon-華厳 | (afk. voor) de Kegon-school van boeddhisme |
| kegonshū-華厳宗 | de Kegon-school van boeddhisme |
| kei-罫 | lijnen (op een raster, go-bord, etc.) |
| keiji-啓示 | (goddelijke) openbaring |
| keijishūkyō-啓示宗教 | (door God aan de mensen) geopenbaarde religie |
| keiki-景気 | zakelijke activiteit; (goede) financiële markt [economie] |
| keizaifūsa-経済封鎖 | economische blokkade; embargo |
| kekkanshōhin-欠陥商品 | defecte goederen; defect product |
| kekkō-結構 | goed [in orde; prima; voldoende] zijn |
| ken-間 | de lijnen op het speelbord van go of shogi (Japans schaken) |
| kenben-検便 | ontlastingonderzoek |
| kengan-検眼 | oogonderzoek; oogmeting; optometrie |
| kenjiru-献じる | een offer brengen aan een godheid of Boeddha |
| kenkō-健康 | gezondheid; fitheid; in goede conditie zijn |
| kenkyaku-健脚 | sterke [goede; gezonde] loper [wandelaar] |
| kennō-献納 | offerande (aan goden, etc.) |
| kenpa-検波 | (elektro)golf detectie |
| kenpin-検品 | goedereninspectie; inspectie van de kwaliteit en kwantiteit van producten |
| kenpitsu-健筆 | het vaardig [goed] schrijven van een tekst |
| kenshin-見神 | mystiek godsbesef (het voelen van de aanwezigheid van God) |
| kenshō-健勝 | goede gezondheid |
| kenzai-健在 | in goede gezondheid [conditie]; (nog steeds) krachtig [sterk; actief] |
| kenzuru-献ずる | een offer brengen aan een godheid of Boeddha |
| ken'in-検印 | keurstempel; waarmerk; goedkeuringsstempel |
| keshigomu-消しゴム | een gum(metje); vlakgom |
| keshin-化身 | incarnatie; manifestatie; het verschijning van goden, Boeddha's, demonen, e.d, in menselijke vorm |
| kesshōten-決勝点 | het winnende [beslissende] punt; de winnende goal |
| ki-棄 | (in kanji combinaties) weggooien; wegwerpen; verwerpen; afdanken |
| ki-棋 | (in kanji combinaties) bordspel go of (Japans) schaken |
| kibutsusongai-器物損害 | beschadiging van goederen |
| kichinichi-吉日 | een geluksdag; een goede dag; een dag met goede voortekenen |
| kichin'yado-木賃宿 | goedkoop [eenvoudig] pension |
| kifu-棋譜 | notatie van de positie van go-stenen [shogi-stukken] |
| kigami-生紙 | ongelijmd [ongegomd] papier |
| kigyōtōchi-企業統治 | corporate governance; behoorlijk ondernemingsbestuur |
| kihin-気品 | elegantie; gratie; (goede) stijl |
| kijutsu-奇術 | toverkunst; goochelarij; goocheltruc; vingervlugheid |
| kijutsushi-奇術師 | goochelaar; illusionist |
| kiken-貴顕 | iemand met een goede [grote] reputatie [status] |
| kiken-貴顕 | goede [grote] reputatie [status] |
| kikiireru-聞き入れる | goed luisteren naar; (iemand's advies) volgen; toestemmen; toegeven |
| kikijōzu-聞き上手 | een goede luisteraar |
| kikimorasu-聞き漏らす | iets niet (goed) horen [verstaan] |
| kikiotosu-聞き落とす | iets niet (goed) horen [verstaan] |
| kikisokonau-聞き損なう | verkeerd [niet goed] horen [verstaan] |
| kikiwake-聞き分け | het goed luisteren; redelijkheid; volgzaamheid |
| kikiwakeru-聞き分ける | goed kunnen [willen] luisteren; redelijk [volgzaam] zijn |
| kikiwakeru-聞き分ける | goed kunnen horen; geluiden goed kunnen onderscheiden |
| kikkō-亀甲 | (afk. voor) schildpadschild vorm; hexagonaal patroon |
| kikkōgata-亀甲形 | schilldpadschild vorm; hexagonaal patroon |
| kiku-利く | effect hebben; effectief zijn; goed zijn voor |
| kimama-気儘 | koppigheid; egoïsme; eigenbelang |
| kin-金 | goud |
| kinba-金歯 | gouden tand [kies; kroon] |
| kinboshi-金星 | gouden ster; roos (van een schietschijf) |
| kinbuchi-金縁 | gouden rand; gouden frame |
| kinbyōbu-金屏風 | een kamerscherm bedekt met bladgoud |
| kindaishisō-近代思想 | moderne ideeën; modern gedachtengoed |
| kindei-金泥 | goudverf; goudpigment |
| kingen-金言 | een wijs gezegde; gouden spreuk |
| kinguchi-金口 | gouden filter (van sigaret) |
| kingyo-金魚 | goudvis |
| kingyoku-金玉 | juweel; goud en edelstenen |
| kinhon'i-金本位 | goudstandaard |
| kinhon'isei-金本位制 | (het systeem van) de goudstandaard |
| kinji-金地 | gouden ondergrond (op kamerscherm etc.) |
| kinji-金字 | gouden letter(s) |
| kinjigane-金地金 | ongemunt goud |
| kinjunbi-金準備 | goudreserve |
| kinka-金貨 | goudstuk; gouden munt |
| kinkagyokujō-金科玉条 | gouden regel; belangrijkste voorschrift |
| kinkai-金塊 | goudklomp; goudbaar; goudstaaf |
| kinkan-金冠 | gouden kroon (hoofdtooi) |
| kinkan-金冠 | gouden kroon (gebit) |
| kinkan-金環 | gouden ring [cirkel; krans] |
| kinkanban-金看板 | een uithangbord met gouden letters [opschrift] |
| kinkei-錦鶏 | goudfazant |
| kinken-金券 | goudcertificaat |
| kinketsu-金穴 | goudmijn |
| kinki-錦旗 | vlag van rood met goud brokaat |
| kinkō-金鉱 | gouderts |
| kinkō-金鉱 | goudmijn |
| kinkonshiki-金婚式 | gouden bruiloft (50 jarig huwelijk) |
| kinkyō-禁教 | verboden religie [godsdienst] (met name de christelijke godsdienst) |
| kinmon-金紋 | gouden familiewapen |
| kinmuku-金無垢 | zuiver goud |
| kinmyaku-金脈 | goudader |
| kinpa-金波 | oplichtende [schitterende] golven (door weerspiegeling van zon of maan) |
| kinpai-金杯 | gouden bokaal |
| kinpaku-金箔 | bladgoud |
| kinpatsu-金髪 | goudblond haar |
| kinpun-金粉 | goudpoeder |
| kinran-金襴 | gouden draad; goudbrokaat |
| kinsei-金製 | gemaakt van goud |
| kinsenka-金盞花 | goudsbloem (Calendula officinalis) |
| kinshi-禁止 | verbod; taboe; embargo |
| kinshi-金糸 | gouden draad |
| kinshijō-金市場 | goudmarkt |
| kinshō-金将 | de Gouden generaal (een stuk in Shōgi, Japans schaken) |
| kinshoku-金色 | goudkleur |
| kinsunago-金砂子 | stofgoud; goudpoeder (wordt gebruikt in schilderkunst of lakwerk) |
| kintsugi-金継ぎ | kapot aardewerk repareren met goud of zilver (zodat de breuk juist mooi gemaakt wordt, i.p.v. te proberen die onzichtbaar te maken) |
| kinzan-金山 | goudmijn |
| kin'i-金位 | zuiverheid van goud |
| kin'iro-金色 | goudkleur |
| kin'yu-禁輸 | embargo |
| kippō-吉報 | goed nieuws; goede tijding |
| kiriabura-桐油 | tungolie; Chinese houtolie |
| kiriyu-桐油 | tungolie; Chinese houtolie |
| kiru-切る | (snel) (om)draaien; van richting veranderen; (een bal) met effect slaan [gooien] |
| kishi-棋士 | een go [shōgi] speler van beroep |
| kitchō-吉兆 | goed [gunstig] voorteken |
| kitsuneiro-狐色 | goudbruine kleur (lett. de kleur van een vos) |
| kiwata-木綿 | boomkatoen (Gossypium arboreum) |
| kō-后 | (in kanji combinaties) vorstin; keizerin; vorst; keizer; lokale god |
| kōatsu-光圧 | lichtdruk (druk die door licht of elektromagnetische golven wordt uitgeoefend op objecten die deze absorberen of reflecteren) |
| kobai-故買 | heling van gestolen goederen |
| koban-小判 | koban, oude Japanse (ovale gouden) munt (Edo periode) |
| kōbin-幸便 | een uitgelezen kans; goede gelegenheid [mogelijkheid] |
| kōbō-弘法 | Kobodaishi, aanspreektitel voor Kukai (stichter van het Shingon Boeddhisme en beroemd om zijn calligrafeerkunst) |
| kōbōdaishi-弘法大師 | Kobodaishi, aanspreektitel voor Kukai (stichter van het Shingon Boeddhisme en beroemd om zijn calligrafeerkunst) |
| kōchō-好調 | goede [gunstige; optimale] toestand [voortgang; situatie; conditie; trend] |
| kōda-好打 | (honkbal) goede slag (op het juiste moment) |
| kōdanshi-好男子 | goede man; fijne vent |
| kōdanshi-講談師 | (in theatervormen, zoals rakugo e.d.) de verteller |
| kodōgu-古道具 | tweedehands artikel [goederen]; oude meubels; snuisterijen |
| kōen-好演 | (theater) een goed optreden; een goede uitvoering |
| koga-個我 | het ik; het zelf; het ego |
| kogane-黄金 | (geel)goud |
| koganemushi-黄金虫 | scarabee; goudkever |
| kōgōshii-神神しい | goddelijk; hemels; verheven; plechtig; subliem |
| kōgyōseihin-工業製品 | industriële goederen |
| kōha-光波 | lichtgolf |
| kōhaku-黄白 | goud en zilver |
| kōhontadō-好本多同 | goed voorbeeld doet goed volgen (zowel geestelijk, gedragsmatig als ook in bekwaamheden) |
| kōhyō-好評 | gunstige kritiek; goede reputatie; populariteit |
| kōi-厚意 | goedwillendheid; vriendelijkheid |
| kojinshugi-個人主義 | individualisme; zelfzuchtigheid; egotisme |
| kōka-効果 | effect; uitwerking; (goed) resultaat; effectiviteit; doeltreffendheid |
| kōkan-好感 | een goed gevoel; welwillendheid; goede indruk |
| kōkan-好漢 | een goede man; fijne vent |
| kokkabaishō-国家賠償 | staatscompensatie; (schade)vergoeding van de staat |
| kokkyō-国教 | staatsgodsdienst; staatsreligie |
| kokoronikui-心憎い | (wordt gezegd van iets dat juist heel goed is) irritant; verschrikkelijk |
| kokorozashi-志 | welwillendheid; goedheid; vriendelijkheid |
| kokubun-告文 | verzoekschrift aan de goden |
| kokubyaku-黒白 | slecht [fout] en goed |
| kokushu-国守 | gouverneur (van een provincie) |
| kokushu-国手 | meester go-speler |
| kokutaimoji-黒体文字 | Gotisch schrift |
| kokyū-呼吸 | (goede) samenwerking [coördinatie]; harmonie |
| kōkyūhin-高級品 | luxegoederen; luxeartikel |
| kōkyūryōtei-高級料亭 | eersteklas restaurant; kwaliteitsrestaurant; gourmet restaurant |
| kōmei-高名 | roem; faam; goede reputatie |
| komi-込み | handicap van extra punten (voor de eerste speler in het go-spel) |
| kōmoku-項目 | onderdeel; categorie |
| kōmon-告文 | verzoekschrift aan de goden |
| komonryō-顧問料 | advieskosten; adviesvergoeding |
| konbanha-今晩は | (uitgesproken als: konban wa) goedenavond |
| konbo-コンボ | combo (term bij computerspellen, reeks acties die uitgevoerd moeten worden in een specifieke volgorde) |
| kondei-金泥 | goudverf; goudpigment |
| kongo-コンゴ | Congo |
| konjiki-金色 | goudkleur |
| konnichiwa-今日は | hallo; goedendag |
| konrei-坤霊 | aardgod |
| konshi-懇志 | oprechtheid; goede bedoelingen |
| koonitabirako-小鬼田平子 | Lapsana apogonoides (plant) |
| kōporēto・gabanansu-コーポレート・ガバナンス | deugdelijk [goed] ondernemingsbestuur |
| koppamijin-木っ端微塵 | het in kleine stukjes breken; aan diggelen slaan; iets aan gort slaan; verpulveren |
| koppō-骨法 | etiquette; goede manieren |
| kōrei-好例 | goed voorbeeld |
| korewashitari-これはしたり | o jeetje; hemeltjelief; lieve hemel; mijn god! |
| kōrin-降臨 | neerdaling (naar aarde van een godheid); verschijning; (goddelijke) openbaring |
| koroai-頃合い | geschikte [goede] tijd; juiste moment |
| korusetto-コルセット | korset (damesondergoed) |
| kōsha-後車 | de achterste wagen [auto; wagon] |
| kōshūha-高周波 | hoge frequentie (radiogolven) |
| kotaerarenai-堪えられない | onweerstaanbaar; geweldig; fantastisch (goed) |
| kōteki-好適 | iets dat precies goed [geschikt; passend] is |
| kōten-好転 | verbetering; gunstige ontwikkeling; verandering ten goede |
| kōtō-好投 | (honkbal) goede worp [pitching] |
| kototoittaranai-ことといったらない | niet in woorden uit te drukken zijn (zowel in goede als slechte zin) |
| kowaremono-壊れ物 | breekbare goederen [waar] |
| kōyō-効用 | de mate waarin goederen en diensten voldoen aan de wensen van consumenten |
| kōyū-公有 | openbaar bezit; gemeengoed; gemeenschappelijk bezit; staatseigendom; staatsbezit |
| kōzairyō-好材料 | gunstig [goed] nieuws [materiaal; informatie] |
| kuberu-焼べる | iets (b.v. van hout, kolen, papier, etc.) in [op] een vuur gooien [verbranden] |
| kubukurin-九分九厘 | tien tegen een; negen van de tien keer; bijna altijd; zo goed als zeker |
| kuchifūji-口封じ | (straattaal) iemand omleggen; laten slapen; voorgoed het zwijgen opleggen |
| kuchigōsha-口巧者 | goede spreker |
| kuchijōzu-口上手 | goede spreker; vlotte prater |
| kuchisusugu-漱ぐ | gorgelen; de mond spoelen |
| kuchiyose-口寄せ | het doorgeven van boodschappen van de goden |
| kuchiyose-口寄せ | een medium; (vrouwelijke) priester die boodschappen van de goden doorgeeft |
| kuchizoe-口添え | advies; aanbeveling; voorspraak; goed woordje |
| kudoku-功徳 | een verdienstelijke [goede; deugdzame] daad; barmhartigheid |
| kudoku-功徳 | verdienste (als resultaat van goed gedrag) |
| kufūsuru-工夫する | iets uitvinden; een plan [middel] bedenken voor; op een goed idee komen |
| kuiau-食い合う | goed bij elkaar passen |
| kujiramaku-鯨幕 | (lett. walvisgordijn) een gordijn met brede, verticale zwart-witte strepen gebruikt bij begrafenisplechtigheden |
| kumai-供米 | rijst geofferd aan de goden [Boeddha] |
| kumaokuri-熊送り | de Beer-offer ceremonie, waarbij beren als heilige boodschappers van de goden worden geofferd (en dus teruggestuurd worden naar de goden) |
| kumen-工面 | vindingrijkheid; het handig voor elkaar krijgen; het op een creative manier verzamelen van geld [goederen] |
| kumode-蜘蛛手 | balken die diagonaal een brug of dak ondersteunen |
| kumotsu-供物 | offergave (aan Boeddha of goden) |
| kuniiri-国入り | (Edo periode) terugkeer van de leenheer naar zijn landgoed |
| kuntoku-君徳 | het goede gedrag [de deugden] van een vorst |
| kuraikomu-食らい込む | in de gevangenis gegooid worden |
| kuraizuke-位付け | het indelen in klassen [rangorden] van Kabuki acteurs; de toegekende classificaties van Kabuki acteurs |
| kurawatashi-倉渡し | magazijnverkoop; (goederenoverdracht) af magazijn |
| kurejitto-クレジット | krediet; (bank)tegoed |
| kuriaransu-クリアランス | goedkeuring; vrijwaring |
| kurīku-クリーク | golfclub nummer 5 hout |
| kuromaku-黒幕 | zwarte gordijn |
| kurosu・bankā-クロス・バンカー | (golf) lang uitgerekte bunker die zich dwars over de breedte van de baan uitstrekt |
| kurōzudo・sutansu-クローズド・スタンス | (golf, honkbal) stand bij het slaan met de voeten naast elkaar |
| kurūgārandokinka-クルーガーランド金貨 | krugerrand (gouden munt Zuid-Afrika) |
| kurumadai-車代 | honorarium [vergoeding] voor een lezing |
| kusahibari-草雲雀 | soort (veld)krekel (Paratrigonidium bifasciatum) |
| kusanaginotsuruki-草薙の剣 | Kusanagi no Tsurugi (andere naam voor) het goddelijke zwaard (een van de 3 heilige kostbaarheden van Japan (spiegel, zwaard en juwelen) |
| kushi-駆使 | vrije beschikking (hebben over); gebruik naar eigen goeddunken |
| kushi-駆使 | geode beheersing; goed gebruik (van) |
| kuwashii-詳しい | goed geïnformeerd [ingevoerd] zijn, veel kennis hebben |
| kyadī-キャディー | (golf) degene die de golftas van een speler draagt |
| kyaku-客 | woord voor het tellen van spullen die gebruikt worden bij het ontvangen van gasten (b.v. serviesgoed voor recepties e.d.) |
| kyandī-キャンディー | snoep; snoepgoed |
| kyandoru・sābisu-キャンドル・サービス | het aansteken van kaarsen door de bruid en de bruidegom bij een huwelijksreceptie |
| kyarī-キャリー | (bij golf) de vliegbaan (de afstand die de bal aflegt voordat hij landt) |
| kyōdasha-強打者 | (honkbal) goede [krachtige] slagman |
| kyōdo-匈奴 | volksstam in Noord China; nomadische ruiters uit Mongolië; de Hunnen |
| kyōgaku-教学 | godsdienstleer; theologie |
| kyohi-許否 | goedkeuring en afkeuring |
| kyōikugaku-教育学 | (studie) pedagogiek; onderwijskunde |
| kyōikumama-教育ママ | (een moeder die haar kind(eren) streng opvoedt om ze zo goed mogelijk te laten presteren) tijgermoeder; tijgermama |
| kyōji-驕児 | een egoïstische [losbandige] jonge man [vrouw] |
| kyoka-許可 | toestemming; goedkeuring |
| kyokasuru-許可する | toestaan; toestemmen; goedkeuring |
| kyōki-強記 | een goed geheugen |
| kyoku-局 | bord (voor spel, zoals go, shogi, etc.); spel |
| kyokumen-局面 | spelsituatie [positie] bij go of shogi; speelbord van go of shogi |
| kyōsuru-供する | offeren (aan goden, e.d.) |
| kyūmeigu-救命具 | reddingsboei; reddingsvest; reddingsgordel |
| kyūmensankakuhō-球面三角法 | boldriehoeksmeting; sferische goniometrie; sferische trigonometrie |
| kyūpī-キューピー | Kewpie (figuur gebaseerd op Cupido, in 1909 gecreëerd door Rose O'Neill; als logo gebruikt door Kewpie Corporation, producent van o.a. mayonaise) |
| kyūseiyōtsūshō-急性腰痛症 | acute lage rugpijn [lumbago] |
| kyūshō-求償 | een vordering [eis] tot schadevergoeding |
| madai-真鯛 | Japanse goudbrasem (Pagrus major) |
| mae-前 | (in politie jargon) strafblad |
| maewatashi-前渡し | vooruitbetaling; vooruit bezorging [overhandiging] van goederen [bestelling] |
| magai-紛い | (goedgelijkende) namaak, imitatie; vervalsing |
| maikuroha-マイクロ波 | microgolf |
| maikurouēbu-マイクロウエーブ | microgolf |
| maikurowēbu-マイクロウェーブ | microgolf |
| majikku-マジック | goocheltruc |
| majishan-マジシャン | tovenaar; magiër; goochelaar; illusionist |
| māketingu・sābei-マーケティング・サーベイ | marketingonderzoek |
| makie-蒔絵 | een techniek om lakwerk te decoreren met goud- en zilverstofdeeltjes |
| maku-幕 | gordijn; doek (toneel) |
| makuake-幕開け | toneelgordijn; het ophalen van het toneeldoek; de aanvang van een theatervoorstelling |
| makuaki-幕開き | toneelgordijn; het ophalen van het toneeldoek; de aanvang van een theatervoorstelling |
| makuuchi-幕内 | het deel van het theaterpodium dat zich achter het gordijn bevindt; backstage; achter het toneel; in de coulissen |
| mākyurī-マーキュリー | Mercurius (Romeinse godheid) |
| mamagoto-飯事 | (kinderspel) vadertje en moedertje spelen; theepartijtje, e.d. houden met speelgoedservies |
| mamemaki-豆蒔き | het gooien van (geroosterde) sojabonen om boze geesten, duivels, e.d. te verdrijven (tijdens de setsubun ceremonie) |
| manā-マナー | (goede) manieren; houding; etiquette |
| manako-眼 | blik; oogopslag; zicht; gezichtsveld |
| manazashi-眼差し | blik; oogopslag |
| mangō-マンゴー | mango (Mangifera indica) |
| mangūsu-マングース | mangoest (mangoeste); ichneumon (klein katachtig roofdier) |
| manmaku-幔幕 | (als afscheiding of decoratie) gordijn; draperie |
| manmon-マンモン | (Bijbel) Mammon (geldgod; god van de rijkdom) |
| manmonisuto-マンモニスト | mammonist (iemand die de geldgod Mammon aanbidt, en streeft naar rijkdom) |
| mansaku-満作 | een goede [rijke] oogst |
| maō-魔王 | Der Erlkönig (gedicht van Goethe; en lied van Schubert) |
| maotaishu-マオタイ酒 | maotai, Chinese gedestilleerde drank, gemaakt van sorgo (Sorghum) |
| mappo-マッポ | (jargon; afk. voor Satsumappo) politieagent (Meiji periode) |
| marishiten-摩利支天 | Marīci, een boeddhistische godheid (m.n. de beschermgod van de samoerai) |
| marude-丸で | (precies) zoals; bijna hetzelfde als; zo goed als; bij wijze van spreken |
| marusu-マルス | Mars (Romeinse oorlogsgod) |
| māsu-マース | Mars (Romeinse oorlogsgod) |
| matchi・purē-マッチ・プレー | (golf) matchplay (wedstrijd tussen twee spelers of twee teams) |
| matsukasatokage-松毬蜥蜴 | pijnappelskink; dennenappelskink (hagedissoort: Tiliqua rugosa) |
| matsuru-祭る | verheerlijken; aanbidden; verafgoden; toewijden |
| maundo-マウンド | (op golfbaan) heuvel |
| me-目 | een blik; oogopslag |
| medetashimedetashi-めでたしめでたし | happy end; goede afloop; 'en ze leefden nog lang en gelukkig' |
| megami-女神 | godin |
| megao-目顔 | oogopslag; blik; oogcontact |
| meguōmu-メグオーム | megohm, 1 miljoen ohm (eenheid van elektrische weerstand) |
| meian-名案 | een goed [geweldig; briljant; fantastisch] plan [idee] |
| meibō-名望 | reputatie; aanzien; faam; (goede) naam |
| meibōka-名望家 | een persoon met hoog aanzien [met een goede reputatie] |
| meii-名医 | goede [bekende; bekwame] dokter |
| meika-名歌 | een bijzonder mooi [goed] gedicht [vers; lied] |
| meika-名菓 | beroemd [uitmuntend] snoepgoed |
| meikashū-名歌集 | een bijzonder goede dichtbundel |
| meikun-名君 | een wijze [goede] vorst [koning]; een verlicht heerser |
| meikun-明君 | een goede [wijze] heerser [vorst] |
| meikyō-明鏡 | een heldere [goed reflecterende] spiegel |
| meisei-名声 | goede reputatie; roem; faam |
| meisei-明聖 | grote wijsheid [inzicht; deugdzaamheid] (m.n. van keizers en goden) |
| meiyo-名誉 | eer; glorie; faam; reputatie; goede naam; prestige; waardigheid |
| menami-女波 | kleine [zwakke] golf |
| mēzā-メーザー | (microwave amplification by stimulated emission of radiation) een apparaat dat microgolven kan versterken door gestimuleerde emissie van straling |
| mezamashi-目覚し | snoepgoed voor kinderen als ze wakker worden (b.v. na een middag dutje) |
| mezukai-目遣い | oogopslag; blik |
| mibae-見栄え | er goed uitzien; arrogante houding; ijdelheid |
| michakuhin-未着品 | goederen die nog geleverd moeten worden |
| midokoro-見所 | goed teken [vooruitzicht] |
| midokoro-見所 | goede eigenschap; goed punt [gedeelte]; goede scène (in film) |
| midoru・hōru-ミドル・ホール | (golf) par-vier hole |
| migatte-身勝手 | zelfzuchtigheid; egoïsme; egocentrisch zijn |
| mihakarau-見計らう | iets naar eigen inzicht doen; naar eigen goeddunken iets doen; zelf beslissen over iets |
| mīizumu-ミーイズム | zelfzuchtigheid; egoïsme |
| mikai-未開 | onontwikkeld [onontgonnen] zijn |
| mikakedaoshi-見かけ倒し | verkeerde [misleidende] indruk; niet zo goed zijn als het er uitziet; klatergoud |
| mikaku-味覚 | een fijne [scherpe] smaak hebben; (verschillende smaken) goed kunnen proeven |
| miki-神酒 | (een erende benaming voor) sake; sake die aan de goden wordt geofferd |
| mikiru-見切る | duidelijk [goed] (kunnen) zien [opmerken; onderscheiden] |
| mikiru-見切る | goedkoop verkopen |
| mikkabōzu-三日坊主 | (lett. een boeddhistische priester voor drie dagen) een uitdrukking voor iemand die snel ergens mee ophoudt [het bijltje erbij neergooit] |
| mikoto-尊 | (een eretitel voor ) een god; edelman |
| mikotoba-御言葉 | (Christendom) het Woord van God; Gods Woord |
| mimamoru-見守る | goed [aandachtig] kijken; staren naar |
| mimizatoi-耳聡い | een scherp [goed] gehoor hebbend |
| mineruba-ミネルバ | Minerva (Romeinse godin) |
| mippei-密閉 | hermetische afsluiting; het goed [hermetisch; luchtdicht] afsluiten |
| mirāju-ミラージュ | hallucinatie; zinsbegoocheling; illusie |
| mirukarani-見るからに | in een blik [oogopslag]; om te zien |
| misejimai-店仕舞い | het voorgoed sluiten van [stoppen met] een winkel [zaak; bedrijf] |
| miso-味噌 | een belangrijk punt; goede eigenschap |
| misu-御簾 | (respectvolle term voor) bamboerolgordijn; jaloezieën |
| mitama-御霊 | de geest van een god of een overledene |
| mitō-未踏 | nog niet verkend [betreden; ontgonnen] zijn |
| mitome-認め | erkenning; aanvaarding; acceptatie; goedkeuring |
| miuchi-身内 | (gokwereld) bendelid |
| miyoi-見好い | makkelijk [goed] te zien |
| mizugei-水芸 | het goochelen [jongleren] met water |
| mizugokoro-水心 | het goed kunnen zwemmen |
| mizumono-水物 | gok; speculatie |
| mizusakazuki-水杯 | het ritueel van het gezamenlijk inschenken en drinken van water waarbij men voorgoed afscheid neemt van elkaar |
| mōai-盲愛 | blinde liefde; adoratie; verafgoding |
| mōbosansennooshie-孟母三遷の教え | het belang van het creëren van een goede leeromgeving voor een kind (naar een oud verhaal over Mencius' moeder die 3 keer verhuisde daarvoor) |
| mogurauchi-土竜打ち | ceremonie voor een goede oogst op 14 januari waarbij kinderen met stokken of bundels van strooi op de grond slaan om mollen te verjagen |
| mohea-モヘア | mohair (angorawol) |
| mokkyo-黙許 | stilzwijgende toestemming [goedkeuring; medewerking] |
| mōko- 蒙古 | Mongolië |
| mōkohan-蒙古斑 | mongolenvlek; archipelvlek (aangeboren blauw-grijze pigmentvlek) |
| mokuami-木阿弥 | (afk. voor) terug bij af; terugval naar waar men begon; alles verliezen wat men heeft verworven |
| mokudaku-黙諾 | stilzwijgende toestemming [goedkeuring; instemming] |
| mokunin-黙認 | (stil)zwijgende toestemming [goedkeuring] |
| mokuninsuru-黙認する | (stil)zwijgend toestemmen [goedkeuren] |
| monbatsu-門閥 | (goede) komaf; afkomst; stamboom |
| mongoroido-モンゴロイド | Mongolide (lid van het Mongoolse ras) |
| mongoru-モンゴル | Mongolië |
| mongorukoku-モンゴル国 | Mongolië |
| mono-物 | voorwerp; object; ding; artikel; goederen |
| mono-物 | categorie; klasse |
| monoshiri-物知り | iemand met veel kennis [informatie]; een goed geïnformeerde [erudiete] persoon |
| morohaku-諸白 | rijstwijn gemaakt van rijst en mout; sake van goede kwaliteit |
| mōryō-魍魎 | god van het water |
| mossō-物相 | (tot febr. 2024 gevangenis jargon voor) eetgerei |
| motonomokuami-元の木阿弥 | terug bij af; terugval naar waar men begon; alles verliezen wat men heeft verworven |
| motsu-持つ | op zich nemen; houden (vergadering, etc); goed houden; weerstaan; verdragen |
| mottainai-勿体ない | oneerbiedig; respectloos; goddeloos |
| mubyōsokusai-無病息災 | in goede gezondheid; volkomen gezond zijn |
| mugon-無言 | (afk. van mugonnogyō) religieuze [ascetische] training zonder woorden [in stilte] |
| mujinfumikiri-無人踏切 | onbemande [onbewaakte] spoorwegovergang |
| mujirushishōhin-無印商品 | merkloze [generieke] artikelen [goederen] |
| mukeibunkazai-無形文化財 | immaterieel cultureel erfgoed |
| mukeishisan-無形資産 | immateriële activa [goederen] |
| muko-婿 | bruidegom |
| mukui-報い | compensatie; vergoeding; beloning |
| mukumuku-むくむく | (onomatopee) opstijgend; golvend; kokend |
| munimusan-無二無三 | (Boeddh.) de enige (goede) leer [weg] |
| murasakiumagoyashi-紫馬肥 | alfalfa (plant: Medicago sativa) |
| mushi-無死 | (honkbal) nul uit (nog geen slagmannen uitgegooid) |
| mushigarei-虫鰈 | Eopsetta grigorjewi (scholvis) |
| mushigashi-蒸し菓子 | Japanse gestoomde confiserie (snoepgoed, cake, e.d.) |
| mushō-無償 | gratis zijn; zonder vergoeding [compensatie; betaling] |
| mutaishisan-無体資産 | immateriële activa [goederen] |
| myōgo-冥護 | geheime hulp [bescherming] van de goden |
| myūzu-ミューズ | muze (zanggodin); inspiratiebron |
| na-名 | een reputatie; naam; een goede naam; faam; beroemdheid; eer; glorie; een slechte reputatie; gerucht; roddel; kletspraatjes |
| nagashi-流し | gootsteen; spoelbak |
| nagasu-流す | stromen; golven (geluid; elektriciteit) |
| nage-投げ | een worp; gooi |
| nagebumi-投げ文 | een anonieme brief bij een huis naar binnen gegooid |
| nagedasu-投げ出す | (nonchalant) neergooien; neersmijten |
| nagedasu-投げ出す | naar buiten gooien; naar buiten slingeren |
| nagekakeru-投げかける | (iets) ergens heen [op] gooien [werpen] |
| nagekomu-投げ込む | (iets ergens in) gooien; werpen; weggooien |
| nageru-投げる | gooien; werpen; smijten |
| nagesuteru-投げ捨てる | weggooien; wegwerpen |
| nagetobasu-投げ飛ばす | weggooien; wegwerpen; van zich afgooien; de lucht ingooien |
| nagetsukeru-投げつける | gooien [werpen] (naar); op de grond gooien [smijten] |
| nageuri-投げ売り | uitverkoop; opruiming; het dumpen [goedkoop verkopen] van goederen |
| nageutsu-擲つ | weggooien; opgeven; laten gaan; afzien van |
| nagori-余波 | golven die overblijven nadat de wind is gaan liggen |
| nagoya-名古屋 | Nagoya, de naam van een stad in de prefectuur Aichi |
| nagoyaben-名古屋弁 | het dialect van Nagoya en omgeving |
| naidaku-内諾 | interne [informele] goedkeuring [instemming] |
| naikū-内宮 | de binnenste schrijn van het Ise Jingu heiligdom (Mie-prefectuur), gewijd aan Amaterasu-ōmikami (godin van de zon) |
| naisu・shotto-ナイス・ショット | (sport) goed schot; mooie slag |
| najimu-馴染む | harmoniseren met; goed passen bij |
| nakanaori-仲直り | verzoening; herstel van de relatie; het (weer) goed maken |
| nakayoshi-仲良し | goede [intieme] vriend; makker; kameraad |
| nakayoshi-仲良し | vriendschap; goede relatie |
| nakkurubōru-ナックルボール | (honkbal) een bal die met een speciaal effect wordt gegooid door de pitcher |
| namakoita-海鼠板 | golfplaat; plaat van gegalvaniseerd ijzer |
| namanie-生煮え | niet goed gaar [halfgaar; niet lang genoeg gekookt] zijn |
| nameko-滑子 | nameko; goudkopje (paddenstoel, Pholiota microspora) |
| nami-波 | golf; deining |
| nami-波 | golf; trend; ups-and-downs |
| namidaame-涙雨 | de tranen die worden vergoten als regen; een stortvloed van tranen; een tranenregen |
| namidakin-涙金 | smartegeld; vergoeding [compensatie]; een kleine som geld gegeven uit medelijden [als troost] (b.v. na een breuk in een relatie) |
| namiita-波板 | golfplaat; plaat van gegalvaniseerd ijzer |
| namikaze-波風 | (harde) wind en (hoge) golven |
| namimakura-波枕 | het geluid van de golven bij nacht (als je in bed ligt) |
| naminohana-波の花 | golfkam; de schuimkoppen van de golven |
| namiutsu-波打つ | golven; (op en neer) deinen [gaan] |
| namiutsu-波打つ | (van golven) op de kust beuken [slaan] |
| namiyoke-波除け | golfbreker |
| namunamu-なむなむ | (Kyoto dialect) mwah; kan ermee door; goed genoeg |
| naname-斜め | schuin; hellend; scheef; diagonaal |
| nantō-軟投 | (honkbal) een trage [langzame] worp [aangooi] |
| naoru-直る | op de juiste plek komen; op de goede plaats geordend zijn |
| nareau-馴れ合う | vriendschap sluiten; goed kunnen opschieten met elkaar; intiem worden; een geheime relatie aangaan |
| naridoshi-生り年 | een goed jaar (voor fruitoogst); een goed fruitjaar |
| narihibiku-鳴り響く | een goede reputatie hebben; algemeen bekend zijn |
| naru-成る | (gebruikt als een hulpww. zonder eigen betekenis, in combinatie met ni achter een ww. , met pref. o of go), uit respect |
| narukoyuri-鳴子百合 | (lett. ratel-lelie) Salomonszegel (plant: Polygonatum falcatum) |
| nasake-情け | goedheid; mededogen; sympathie |
| nasakebukai-情け深い | meelevend; sympathiek; welwillend; goedhartig |
| natsuba-夏場 | een goede plek om de zomer door te brengen; een zomerverblijf |
| natsubasho-夏場所 | een goede plek om de zomer door te brengen; een zomerverblijf |
| natsubiki-夏引き | het spinnen in de zomer van draden van de poppen van harugo (lenterupsen) |
| natsumatsuri-夏祭り | een zomerfestival om de goden te verzoeken de oogsten te beschermen tegen insectenplagen, overstromingen, e.d. |
| negawakuwa-願わくは | ik bid (tot God dat...) |
| negurushii-寝苦しい | niet goed kunnen slapen; slapeloos zijn |
| nejifuseru-捩じ伏せる | iemand tegen de grond werken; iemand op de grond gooien [vasthouden] |
| neppa-熱波 | hittegolf |
| neriageru-練り上げる | goed kneden |
| nerigomu-練りゴム | kneedbare (rubber) vlakgom |
| neru-練る | goed nadenken [peinzen] over hoe men iets mooier kan maken [verbeteren] |
| nerukohasodatsu-寝る子は育つ | Een kind dat goed slaapt, groeit goed. |
| netsuke-根付け | een traditionele Japanse (met de hand gesneden) gordelknoop |
| niage-荷揚げ | het lossen [uitladen] (van goederen) |
| niai-似合い | het geschikt zijn; (goed) passend zijn |
| niapinshō-ニアピン賞 | Nearest-to-the-Pin Award (prijs bij Golf) |
| niau-似合う | (goed) passen bij; geschikt zijn [worden] voor |
| nibu-二部 | twee delen; twee categorieën |
| niburu-鈍る | minder goed worden; verzwakken; wankelen |
| nigiru-握る | belangrijke zaken goed bewaren [stevig in handen houden] |
| nigiwau-賑わう | goed bezocht worden; geanimeerd zijn |
| nīhao-ニーハオ | (Chinese begroeting) hallo; goedendag; hoe gaat het? |
| nikkyū-日給 | dagloon; dagvergoeding |
| nikui-憎い | iets dat zo goed is dat je er jaloers van wordt; verschrikkelijk mooi [prachtig; uitmuntend] |
| nimaime-二枚目 | knappe [goed uitziende] man |
| ninga-人我 | (boeddh.) zelfzuchtigheid; egoïsme |
| ningenkōgaku-人間工学 | ergonomie |
| ninka-認可 | goedkeuring; toestemming; autorisatie; vergunning |
| ninpi-認否 | erkenning en [of] ontkenning; goedkeuring en [of] afkeuring |
| nin'yō-認容 | erkenning; toelating; goedkeuring; aanvaarding; acceptatie |
| niō-仁王 | twee beelden van (boeddhistische) beschermgoden (links en rechts van een tempelpoort) |
| nitōryū-二刀流 | goed zijn in twee tegengestelde disciplines (b.v. in honkbal zowel goed kunnen slaan als werpen) |
| nitsukeru-煮付ける | (groente en vis) goed (laten) doorkoken (in bouillon of sojasaus, zodat de smaak er goed intrekt) |
| nittō-日当 | dagvergoeding |
| nizukuri-荷造り | het inpakken (van bagage, goederen, e.d.) |
| nōauto-ノーアウト | (honkbal) nul uit (nog geen slagmannen uitgegooid) |
| noborizaka-上り坂 | opwaartse [oplopende] helling; bergopwaarts; groeiend; herstellend (economie); verbetering (weer, gezondheid) |
| nōha-脳波 | hersengolven |
| nokidoi-軒樋 | dakgoot |
| nōkōgirei-農耕儀礼 | ritueel verzoek (of dankbetuiging) voor een goede oogst |
| noren-暖簾 | een traditioneel Japans gordijn, hangend in een deuropening (m.n. in winkels, restaurants, e.d.) |
| noriho-ノリホ | (spoorweg jargon) passagierslijst |
| norite-乗り手 | (goede) paardrijder; (be)rijder; ruiter |
| noru-乗る | (zich) goed verdelen [uitspreiden; uitsmeren] |
| notarejini-野垂れ死に | sterven als een hond; sterven in de goot [aan de kant van de weg] |
| nukini-抜き荷 | gestolen waar [goed]; buit |
| nyūbu-入部 | (hist.) aankomst [betreding] van het aanstellingsgebied voor de eerste keer door een landvoogd [gouverneur e.d.] |
| nyūkin-入金 | ontvangen geld [betaling]; tegoed; ontvangsten |
| nyū・wēbu-ニュー・ウェーブ | nieuwe golf; innovatieve trend |
| ōbā-オーバー | overdreven; te veel; te hoog; overbelicht (fotografie); boven par (golf) |
| obishin-帯芯 | een kledingstuk (m.n. van katoen) gedragen onder de obi (Japanse gordel) als opvulling bij een (dames)kimono |
| ōdā-オーダー | rangorde; volgorde; rang; klasse |
| ōdarī・māketingu-オーダリー・マーケティング | het op ordelijke wijze exporteren van goederen zonder de markt van het andere land te verstoren |
| ofu-オフ | minder (goed) |
| oginau-補う | aanvullen; goedmaken; compenseren; dekken (een tekort, verlies, etc.); opvullen (b.v. een vacature) |
| ōgon-黄金 | (geel)goud |
| ōgonjidai-黄金時代 | de Gouden Eeuw |
| ōha-横波 | zijdelingse golf (bij een schip) |
| ōha-横波 | transversale (elektromagnetische) golf |
| oibane-追い羽根 | een traditioneel Japans Nieuwjaarsspel, gespeeld met een houten peddel (hagoita) en een shuttle |
| ōka-王化 | de heilzame invloed in de wereld van een goede [rechtvaardige] koning |
| okagesamade-お陰様で | dankzij u; dank u; godzijdank |
| okashi- お菓子 | snoep; snoepgoed; zoetigheid |
| okigo-置き碁 | go-spel gespeeld met een handicap |
| okiishi-置き石 | bij het go-spel een handicap-steen (extra zwarte steen voor de zwakkere speler) |
| okoshi-粔籹 | traditioneel Japans snoepgoed dat wordt gemaakt gemaakt van gestoomde rijst, gestold met moutzetmeel, suiker, pinda's, e.a. |
| okoshigome-粔籹米 | traditioneel Japans snoepgoed dat wordt gemaakt gemaakt van gestoomde rijst, gestold met moutzetmeel, suiker, pinda's, e.a. |
| okuin-奥印 | officieel stempel; stempelafdruk aan het eind van een tekst als goedkeuring [erkenning] van de inhoud |
| okunoin-奥の院 | Oku-no-in, begraafplaats op Koyasan; laatste rustplaats van Kukai (de grondlegger van het Shingon boeddhisme) |
| omae-御前 | (arch. beleefdheidsaanduiding) zich onder de ogen van goden, boeddha's of hooggeplaatste personen bevinden |
| omedetō-おめでとう | Gefeliciteerd!; Goed gedaan! |
| ominaeshi-女郎花 | goudvaleriaan (Patrinia scabiosifolia) |
| omitto-オミット | weglaten; weggooien; overslaan; negeren |
| omocha-おもちゃ | speelgoed; speeltje |
| onami-男波 | grote(re) golf |
| oni-鬼 | aardse geest [god] (i.t.t hemelse god) |
| onpa-音波 | geluidsgolf |
| onsu-オンス | (gewichtseenheid) Engelse ons (=28,3 gram; in de goudhandel 31, 10 gram) |
| ooban-大判 | ōban (Japanse gouden munt uit het Edo-tijdperk) |
| ooichō-大銀杏 | (sumo) mannenkapsel in de vorm van een ginkgoblad |
| ooichō-大銀杏 | grote ginkgoboom |
| ooseru-果せる | er in slagen iets te doen; volbrengen; tot een goed einde brengen |
| ooyama-大山 | grote gok; veel; grote hoeveelheid |
| ōpun・sutansu-オープン・スタンス | (golf, honkbal) stand bij het slaan met de voeten uit elkaar |
| oran'ūtan-オランウータン | orang-oetan; orang-oetang (Pongo pygmaeus) |
| oreimairi-御礼参り | tempelbezoek om een godheid of Boeddha te bedanken voor de vervulling van een wens |
| oresama-俺様 | (ook gebruikt als zelfstandig naamwoord voor) een egoïst; egocentrische [arrogante] man |
| oriau-折り合う | goed overweg kunnen met (elkaar); goede relatie [verstandhouding] hebben met |
| oriru-下りる | naar beneden komen; dalen; vallen; (b.v.gordijn; luiken; lift) |
| oroshi-下ろし | offers aan goden en Boeddha's |
| ōrumaitī-オールマイティー | de Almachtige (god) |
| ōru・in・wan-オール・イン・ワン | bodysuit (damesondergoed dat uit 1 stuk bestaat, zoals korset) |
| ōru・wēbu・reshībā-オール・ウェーブ・レシーバー | ontvanger die alle golflengtes kan ontvangen |
| osagari-お下がり | afdankertje; afleggertje (van kledingstukken, speelgoed, e.d.)\ |
| osagari-お下がり | (de basis-betekenis is van hoog naar laag) teruggave (m.n. aan de lokale gemeenschap) van offergaven voor de goden |
| oshii-惜しい | verspild; te goed `zijn voor |
| osonae-御供え | offergave (aan Boeddha of goden) |
| otaiko-お太鼓 | iemand die (als beroep) zorgt voor een goede sfeer tussen gasten tijdens een feest; stemmingmaker; grappenmaker; entertainer |
| otomeza-乙女座 | (sterrenbeeld) Maagd (Virgo) |
| otoru-劣る | slechter [minder] zijn dan; niet zo goed zijn als; niet voldoen aan |
| otoshimono-落とし物 | verloren [kwijtgeraakte] artikelen [goederen; eigendommen] |
| ottsukattsu-おっつかっつ | bijna hetzelfde; bijna gelijk; zo goed als |
| ottsukeru-押っ付ける | bij Sumo de arm van de tegenstander vastklemmen zodat die de gordel niet kan pakken |
| oyasumi-お休み | (afk. voor) welterusten; goedenacht |
| oyasuminasai-お休みなさい | welterusten; goedenacht |
| ō・bī-オー・ビー | buiten het terrein (golf) |
| pā-パー | par (golfterm: score die gelijk is aan het standaard aantal slagen) |
| pachinko-ぱちんこ | pachinko (een soort Japanse gokautomaat, waar een groot aantal kleine balletjes ingeworpen worden) |
| pachisuro-パチスロ | gokautomaat in een pachinko-hal |
| pagoda-パゴダ | pagode |
| pakuru-ぱくる | stelen; wegpakken; afhandig maken (van geld of goederen); zwendelen |
| panteon-パンテオン | pantheon (geheel van goden van een bepaalde mythologie of religie) |
| panteon-パンテオン | pantheon (Grieke of Romeinse tempel gewijd aan alle goden) |
| parusā-パルサー | pulsar (een hemellichaam dat regelmatig pulsen van radiogolven en röntgenstralen uitzendt) |
| peke-ペケ | niet goed; fout; niets; nutteloos; kan niet; mislukking |
| pentagon-ペンタゴン | Pentagon, hoofdkwartier van het Amerikaans ministerie van Defensie (zo genoemd naar de vorm van het gebouw) |
| peresutoroika-ペレストロイカ | perestroika (hervormingspolitiek in de Sovjet-Unie, van Michail Gorbatsjov) |
| pinhane-ピン撥ね | het zich toe-eigenen van een deel van geld of goederen van anderen |
| pitchingu-ピッチング | het rollen van een schip op de golven |
| poisute-ポイ捨て | het weggooien van (klein) afval op de openbare weg (b.v. van sigarettenpeuken, e.d.) |
| purasuchikkukeshigomu-プラスチック消しゴム | plastic gum [vlakgom; wisser] |
| pūru-プール | pot; gezamenlijke inzet (bij gokspelen) |
| pūrunetsu-プール熱 | faryngo-conjunctieve koorts (lett. zwembadkoorts, vanwege vaak voorkomen van besmetting via zwembaden) |
| raichō-雷鳥 | lagopus; sneeuwhoen (fazantachtige vogel) |
| raidingu-ライディング | rijden op de golven staande op een surfplank |
| raijin-雷神 | een dondergod (zoals Jupiter, Thor, e.d.) |
| raikō-雷公 | (in China oorspronkelijk de naam van een dondergod) bliksem |
| rain・appu-ライン・アップ | (honkbal) slagvolgorde |
| rakugan-落雁 | traditioneel Japans snoepgoed (gemaakt van kleefrijstmeel, graanmeel, suiker en zoete siroop) |
| rakugo-落語 | rakugo, de kunst van het vertellen van (komische) verhalen |
| rakushō-落掌 | het ontvangen van post of goederen |
| rakushu-落手 | het ontvangen van post of goederen |
| rakushusuru-落手する | post of goederen ontvangen |
| ran-藍 | indigo, donkerblauwe kleur (verkregen uit de Chinese indigo plant, Polygonum tinctorium; Persicaria tinctoria) |
| ranbai-乱売 | het verkopen van goederen beneden de marktprijs |
| ranchō-乱丁 | (bij boekbinden) onjuiste volgorde van de pagina's |
| ranchū-蘭鋳 | Ranchu (Japanse soort goudvis) |
| ranjerī-ランジェリー | (uit het Frans) lingerie; ondergoed |
| ranpeki-藍碧 | indigo-groen; diepblauw-groene kleur |
| ranshoku-藍色 | (de kleur) indigo (blauw) |
| rarugo-ラルゴ | largo (muziekterm) |
| rei-礼 | beloning; gift; vergoeding; honorarium |
| reibyō-霊廟 | stoepa; pagode |
| reigi-礼儀 | hoffelijkheid; beleefdheidsvormen; etiquette; goede manieren |
| reihai-礼拝 | (van goden, Boeddha's, e.d.) aanbidding; verering |
| reihaijo-礼拝所 | plaats van verering [godsdienstbeoefening; aanbidding, e.d.] |
| reihaisuru-礼拝する | (van goden, Boeddha's, e.d.) aanbidden; vereren |
| reihō-礼法 | hoffelijkheid; beleefdheidsvormen; etiquette; goede manieren |
| reiiki-霊域 | een heilige plek (waar goden en Boeddha's worden vereerd) |
| reijō-令嬢 | dochter van een gegoede familie |
| reikin-礼金 | sleutelgeld; vergoeding betaald voor huurrechten |
| reikin-礼金 | beloning (geld); honorarium; vergoeding; gratificatie |
| reimairi-礼参り | tempelbezoek om een godheid of Boeddha te bedanken voor de vervulling van een wens |
| reimei-令名 | goede naam [reputatie]; roem; bekendheid; faam |
| reisetsu-礼節 | etiquette; beleefdheid; goede manieren |
| reiwa-令和 | Reiwa, naam van het Japanse tijdperk dat is begonnen met de troonsbestijging van Keizer Naruhito (op 1 mei 2019) |
| reizan-霊山 | heilige berg (waar goden zijn) |
| reizō-霊像 | standbeeld [afbeelding] van een God of een Boeddha |
| renbai-廉売 | uitverkoop; goedkope verkoop |
| renkaban-廉価版 | goedkope [betaalbare; populaire] uitgave [editie] |
| reten-レ点 | teken dat aangeeft dat de volgorde van karakters moet worden omgekeerd (bij het lezen van Chinese of klassiek Japanse teksten) |
| retsu-列 | rang; categorie |
| rifuto-リフト | (goederen)lift; skilift |
| rikisetsu-力説 | uitleg (met overtuiging); het zo goed mogelijk uitleggen; benadrukken |
| riko-利己 | eigenbelang; zelfzucht; egoïsme |
| rikoshugi-利己主義 | egoïsme |
| rikoteki-利己的 | zelfzuchtig; egoïstisch |
| rikusho-六書 | de zes categorieën van de samenstelling en het gebruik van Chinese karakters [kanji] |
| rinbyō-淋病 | gonorroe (geslachtsziekte) |
| rindoku-淋毒 | gonorroea; gonorroe (geslachtsziekte) |
| rinen-リネン | linnengoed; bedlinnen; beddengoed |
| ringisho-稟議書 | een voorstel dat ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de betrokken bestuurders |
| rinjinai-隣人愛 | naastenliefde; goede band tussen buren |
| rō-ロー | laag; goedkoop; lage rang [positie]; laagste versnelling (auto) |
| roban-露盤 | een vierkante plaat bovenin een pagode, waarop de sōrin (lang verticaal ornament is geplaatst |
| rogo-ロゴ | logo; beeldmerk; woordmerk |
| rogoguramu-ロゴグラム | logogram |
| rogosu-ロゴス | logos; (filosofie) de rede; (Bijbeltaal) het Woord |
| rogotaipu-ロゴタイプ | logo; beeldmerk; woordmerk |
| rōhō-朗報 | goed [heuglijk] nieuws; goede berichten |
| rokkingu・mōshon-ロッキング・モーション | schommelende beweging; (honkbal) zwaaiende beweging van een pitcher met zijn arm en bovenlichaam bij het gooien van de bal |
| roku-禄 | leengoed; leen (b.v. van een samoerai) |
| rokumai-禄米 | toelage in rijst; rijstvergoeding (voor samoerai) |
| rokuna-碌な | goed; genoeg; voldoende; bevredigend |
| rōma・kurabu-ローマ・クラブ | de Club van Rome (internationale niet-gouvernementele organisatie) |
| rongu・shotto-ロング・ショット | (golfsport) lange slag; ver geslagen bal |
| rōrerai-ローレライ | Lorelei, hoge rots aan de oever van de Rijn bij de Duitse stad Sankt Goarshausen (vernoemd naar de nimf) |
| rōringu-ローリング | het rollen [deinen} (van een schip op de golven) |
| rōseki-蠟石 | pagodiet; agalmatoliet; Chinese speksteen |
| rosu・rīdā-ロス・リーダー | lokartikel; lokkertje (product dat goedkoop wordt verkocht om klanten te trekken) |
| ruibetsu-類別 | classificatie; categorisering |
| rukin-鏤金 | versiering [decoratie] met goud; gravure op metaal |
| ryō-両 | woord dat wordt gebruikt om wagens [wagons] te tellen |
| ryō-両 | een ryō [tael], een weeg-eenheid (voor goud, zilver, etc.) |
| ryō-良 | goedheid; goedaardigheid; van goede kwaliteit; iets goeds |
| ryōan-良案 | een goed idee [plan] |
| ryōbu-両部 | (afk. voor) syncretisme tussen Shintoïsme en Boeddhisme (van Shintoïsme vanuit het perspectief van het Shingon-boeddhisme) |
| ryōbu-両部 | de twee belangrijkste leerstellingen van het shingon (esoterische) boeddhisme |
| ryōbun-領分 | (Edo periode) domein [leengoed] van een daimyo |
| ryōbushintō-両部神道 | syncretisme tussen Shintoïsme en Boeddhisme (gebaseerd op een interpretatie van Shintoïsme vanuit het perspectief van het Shingon-boeddhisme) |
| ryōfū-良風 | een goede gewoonte |
| ryōhi-寮費 | vergoeding voor voeding en huisvesting [kost en inwoning] |
| ryōjin-良人 | een goed mens; een wijs persoon |
| ryōka-良家 | goede [respectabele] familie; goede afkomst |
| ryōka-良貨 | goed geld; geld [munten] van goede kwaliteit |
| ryōke-良家 | goede [respectabele] familie; goede afkomst |
| ryōkō-良好 | goed [toereikend; voldoende; optimaal; uitstekend] zijn |
| ryōmin-領民 | bevolking van een domein [gebied; leengoed] |
| ryōnin-良人 | een goed mens; een wijs persoon |
| ryōritsu-両立 | co-existentie; verenigbaarheid; het goed samengaan |
| ryōsai-良妻 | een goede echtgenote |
| ryōshitsu-良質 | goede [superieure] kwaliteit |
| ryōsho-良書 | een goed [waardevol] boek |
| ryōyaku-良薬 | een goed (werkend) medicijn |
| ryōzai-良材 | goed hout |
| ryōzai-良材 | goed materiaal |
| ryōzen-両全 | perfect [compleet; goed] voor beide kanten [zijden; partijen] |
| ryōzoku-良俗 | goed gebruik; goede gewoonte |
| ryūjin-竜神 | de drakengod; drakenkoning |
| ryūkihei-竜騎兵 | dragonder; cavalerist |
| ryūkōseikakuketsumakuen-流行性角結膜炎 | oogontsteking (Adenovirale keratoconjunctivitis) |
| ryūma-竜馬 | een zeer goed [uitmuntend] paard |
| ryūme-竜馬 | een zeer goed [uitmuntend] paard |
| sābisuhin-サービス品 | gratis [goedkoop] artikel [product] (als service aan de klant) |
| sābisu・saizu-サービス・サイズ | het formaat van een foto [kleurendruk)] (die goedkoop kan worden aangeboden door in grote hoeveelheden machinaal af te drukken) |
| sage-下げ | (in rakugo) de pointe [clou] van het verhaal |
| sagyōryōhōshi-作業療法士 | ergotherapeut |
| sahō-作法 | (goede) manieren; etiquette |
| saidaikyū-最大級 | hoogste [grootste] niveau [klasse]; topcategorie |
| saiitaku-再委託 | herverzending (van goederen) |
| saijin-祭神 | (shintō) godheid van een heiligdom |
| saika-裁可 | (keizerlijke) goedkeuring; bekrachtiging; wettiging |
| saika-裁可 | (onder de Meiji grondwet) officiële goedkeuring van de keizer voor wetsvoorstellen en begrotingen |
| saikin-採金 | goudelving; goudwinning |
| saikōshin -最高神 | oppergod; opperste God |
| sairo-サイロ | silo (pakhuis voor stortgoed, zoals graan, etc.) |
| saishokushahon-彩飾写本 | manuscript met illustraties of (hoofd)letters van bladgoud of bladzilver |
| sakazuki-杯 | een drinkgelag; banket; huwelijksdronk (het drinken uit elkaars glazen door bruid en bruidegom op hun huwelijk) |
| sakin-砂金 | stofgoud; goudpoeder |
| sakinsaishu-砂金採取 | goudwinning door goudwassen in beken en rivieren |
| sakkaku-錯覚 | waanvoorstelling; zinsbegoocheling; hallucinatie |
| samoshii-さもしい | gemeen; laag; verachtelijk; egoïstisch; zelfzuchtig |
| sanbagarasu-三羽烏 | (go-spel) een diagonale lijn van drie zwarte of drie witte stenen |
| sanbōkōjin-三宝荒神 | godheid die de drie Schatten (Boeddha, Dharma en Sangha) beschermt |
| sandō-賛同 | goedkeuring |
| sando・uejji-サンド・ウエッジ | sand wedge (een golfclub die geschikt is om de bal uit het zand [de bunker] te slaan) |
| sangokujidai-三国時代 | (n Korea) de Drie Koninkrijken Goguryeo, Baekje en Silla, die met elkaar in oorlog waren (4de-7de eeuw) |
| sangyōritchi-産業立地 | geschikte locatie voor industrie; goed industriegebied |
| sanjūsatsu-三重殺 | (honkbal) triple play (drie honklopers tegelijk uitgegooid) |
| sankakuhi-三角比 | trigonometrische verhouding |
| sankakuhō-三角法 | trigonometrie; driehoeksmeetkunde |
| sankakunami-三角波 | een korte [driehoekige] golfslag (op zee) |
| sankakunami-三角波 | driehoeksgolf (wiskunde) |
| sankakuten-三角点 | driehoeksmeting station; trigonometrisch punt |
| sankan-三冠 | (Eng.: Triple Crown) bij honkbal, de speler met het beste slaggemiddelde, de meeste homeruns en de meeste punten gescoord met een goede hit |
| sankan'ō-三冠王 | (Eng.: Triple Crown) bij honkbal, de speler met het beste slaggemiddelde, de meeste homeruns en de meeste punten gescoord met een goede hit |
| sankin-産金 | goudwinning; goudmijnbouw |
| sankushon-サンクション | erkenning; goedkeuring; bekrachtiging |
| sanpi-賛否 | goedkeuring en afkeuring |
| sanpiryōron-賛否両論 | uiteenlopende [wisselende] meningen; zowel goede als slechte recensies] |
| sanpō-算法 | rekenkunde; getallenleer; algoritme |
| sansei-賛成 | overeenstemming; akkoord; goedkeuring |
| sansen-三遷 | (afk. voor) het belang van het creëren van een goede leeromgeving voor een kind |
| sansennooshie-三遷の教え | (afk. voor) het belang van het creëren van een goede leeromgeving voor een kind |
| sanshin-三振 | (honkbal) het uitgooien van de slagman met 3 slag |
| sanshunojingi-三種の神器 | de drie goddelijke symbolen van de Japanse keizerlijke troon |
| sansuru-賛する | het eens zijn; akkoord gaan; goedkeuren |
| san'i-賛意 | goedkeuring; instemming; toestemming |
| sao-竿 | (bargoens; straattaal) penis |
| sasabune-笹舟 | speelgoedbootje gemaakt van bamboebladeren |
| sashidashinin-差出人 | afzender; verzender; iem. die post of goederen verzendt |
| sashikuru-差し繰る | aanpassen van een rooster, schema of tijd, zodat het je goed uit komt |
| sashu-詐取 | toe-eigening (van geld, goederen, e.d.) door bedrog [zwendel; fraude] |
| satooya-里親 | pleegouder(s) |
| satsumanokami-薩摩守 | gouverneur van de Satsuma provincie |
| sayōnara-さようなら | tot (weer)ziens; dag; doeg; doei, gegroet; het ga je goed; tot kijk; tot; vaarwel; adieu; ajuus |
| sayonara-さよなら | tot (weer)ziens; dag; doeg; doei, gegroet; het ga je goed; tot kijk; tot; vaarwel; adieu; ajuus |
| sazukarimono-授かり物 | zegen; (gods)geschenk; meevaller |
| sei-正 | iets dat correct [goed] is |
| seidaku-清濁 | goed en kwaad; zuiverheid en onzuiverheid; rein en onrein zijn; tolerant zijn |
| seigan-晴眼 | (goed) kunnen zien; goede [scherpe] ogen hebben |
| seigan-晴眼 | een ziende; iemand die (goed) kan zien |
| seigansha-晴眼者 | een ziende; iemand die (goed) kan zien |
| seihi-正否 | goed of slecht; juist of fout |
| seihin'yunyū-製品輸入 | import van fabrieksgoederen |
| seii-誠意 | oprechtheid; eerlijkheid; goede trouw |
| seiippai-精一杯 | uit alle macht; naar (iemand's) beste vermogen; zo goed mogelijk |
| seija-正邪 | goed en fout; goed en slecht [kwaad] |
| seijitsu-誠実 | oprechtheid; eerlijkheid; te goeder trouw |
| seikabutsu-成果物 | (aan een klant) te leveren materiële of immateriële goederen of diensten (b.v. een rapport, een document, een (software)product, e.a.) |
| seikai-正解 | juiste [goede; correcte] oplossing [antwoord] |
| seimei-声名 | goede reputatie; roem; faam |
| seimei-盛名 | goede [uitstekende] reputatie [naam] |
| seimoku-井目 | (bij het go-spel, als er een groot verschil in vaardigheid is) het vooraf plaatsen van 9 stenen op het bord door de slechtste speler |
| seimoku-星目 | (bij het go-spel) sterpunten (aangegeven met een stip op het bord) |
| seimoku-星目 | (bij het go-spel) een handicap (voor een betere speler) van negen zwarte stenen op de sterpunten |
| seiron-正論 | een goed argument; een juiste redenering |
| seisakukatsudōhi -政策活動費 | onkostenvergoeding voor beleidsactiviteiten (aan fractieleden door hun eigen partij) |
| seisansho-精算書 | rekeningoverzicht; bankafschrift |
| seisanzai-生産財 | productiegoederen |
| seishō-清勝 | (een term gebruikt in brieven) (uw) goede gezondheid |
| seisho-清書 | het netjes overschrijven (van aantekeningen, e.d.); een goede [nette] kopie (m.n. in schoonschrift) |
| seishu-清酒 | goede [heldere; verfijnde] sake |
| seitai-成体 | (dierkunde) imago (volkomen ontwikkeld insect) |
| seitakaawadachisō-背高泡立草 | Canadese guldenroede (Solidago altissima) |
| seitoku-聖徳 | goddelijke [hemelse] deugden |
| seiton-整頓 | een goede orde [inrichting, rangschikking] |
| seitsū-精通 | het goed bekend [geïnformeerd] zijn; diepgaande kennis hebben (van) |
| seiu-晴雨 | goed of slecht weer; zon of regen |
| seizensetsu-性善説 | de overtuiging dat de mens van nature goed is |
| sekaiisan-世界遺産 | werelderfgoed (UNESCO) |
| seki-席 | positie; volgorde; rang |
| sekiji-席次 | plaatsingsvolgorde |
| sekisaba-関鯖 | Seki makreel (vis die wordt gevangen in de Bungo zeestraat, tussen Shikoku en Kyushu)) |
| sekizen-積善 | opeenstapeling van goede daden (in de loop der jaren gedaan) |
| sekki-石器 | steengoed (zwaar, hard aardewerk of keramiek) |
| sengokujidai-戦国時代 | Sengoku periode (tijdperk van de oorlogvoerende staten in Japan, 1467-1568) |
| senjin-戦陣 | slagorde; slaglinie; opstelling |
| senkin-千金 | duizend goudstukken |
| senkō-専行 | eigengereidheid; het handelen op eigen gezag [naar eigen goeddunken]; het willekeurig handelen |
| senmai-饌米 | (gewijde) rijst die aan een godheid wordt geofferd |
| senmonyōgo-専門用語 | vakjargon; technische terminologie |
| sensei-先生 | (tot febr. 2024 gevangenis jargon, aanspreektitel voor) cipier; gevangenbewaarder |
| sensu-センス | (goede) smaak; gevoel (voor) |
| sente-先手 | (bij bordspellen, zoals go en shōgi) degene die de eerste zet doet |
| setsuzei-節税 | (je eigen) belastingvermindering; belastingontwijking |
| sewanyōbō-世話女房 | een goede [zorgzame; toegewijde] echtgenote |
| shafuto-シャフト | schacht (van speer, golfclub, etc.); steel; stok |
| shahō-社宝 | kunstbezit van een (shintō) heiligom |
| shakō-射幸 | gok; speculatie |
| shakōshin-射幸心 | goklust; goklustig zijn |
| shakudō-赤銅 | goud-koper legering. |
| sharyō-車両 | treinwagon; spoorwagon |
| shasen-斜線 | schuine lijn; schuine streep (naar voren); diagonaal |
| shashō-社章 | badge [insigne; speld(je)] met het logo van een bedrijf |
| sheipu・appu-シェイプ・アップ | training (om een goede conditie [goed figuur] te krijgen) |
| shēpu・appu-シェープ・アップ | training (om een goede conditie [goed figuur] te krijgen) |
| shiba-シバ | Shiva (Hindoe god) |
| shiboriageru-絞り上げる | ophalen (gordijn); opstropen (mouwen) |
| shichfukujin-七福神 | de 7 geluksgoden uit de Japanse mythologie (Hotei, Jurōjin, Fukurokuju, Bishamonten, Benzaiten, Daikokuten, en Ebisu) |
| shichidōgaran-七堂伽藍 | (boeddh.) de zeven hoofdgebouwen van een tempelcomplex (hoofdzaal, pagode, gehoorzaal, klokkentoren, opslaghuis van soetra's, eetzaal en slaapzaal) |
| shichifukujin-七福神 | de 7 geluksgoden (Daikokuten, Ebisu, Bishamonten, Benzaiten, Fukurokuju, Jurōjin en Hotei) |
| shidaini-次第に | op volgorde; om de beurt; beurtelings |
| shidō-斯道 | het goede [rechtvaardige] pad; de menselijke manier [aanpak] |
| shidō-祠堂 | een kleine constructie [klein gebouw] waar Shinto goden of Boeddha's worden geëerd |
| shidokoro-為所 | geschikt moment [goede gelegenheid] om (iets) te doen |
| shigen-至言 | een waar woord; goed gezegde; toepasselijke [juiste] beschrijving |
| shigokōchoku-死後硬直 | rigor mortis; lijkstijfheid |
| shihōchiku-四方竹 | stambamboe (Chimonobambusa [Tetragonocalamus] quadrangularis) |
| shihyō-師表 | toonbeeld; model; goed voorbeeld |
| shii-私意 | eigenzinnigheid; egoïsme; zelfzuchtigheid |
| shiira-シイラ | (Coryphaena hippurus) goudmakreel; dolphinfish; mahimahi; dorado |
| shijōshin -至上神 | Oppergod; opperwezen; de hoogste god in een religie |
| shikiji-式次 | programmering [programma; volgorde] van ceremonies [rituelen] |
| shikisha-識者 | een goed geïnformeerd [intelligent; hoogopgeleid] persoon |
| shikyū-支給 | levering; (in geld of goederen) vergoeding; betaling |
| shima-揣摩 | speculatie; aanname; gok |
| shimeijunni-指名順に | in de volgorde waarin de namen worden afgeroepen |
| shin-新 | (afk. van) de nieuwe Japanse (Gregoriaanse) zonnekalender |
| shina-品 | artikel; goederen; waren |
| shinadama-品玉 | goocheltrucs |
| shinagōgu-シナゴーグ | synagoge; synagoog |
| shinajina-品品 | allerlei dingen [artikelen; goederen] |
| shinamono-品物 | artikel; goederen; waren |
| shinausu-品薄 | gebrek [tekort] aan goederen [voorraad] |
| shinbashira-心柱 | (centrale) steunpilaar in een stupa [pagode] |
| shinbatsu-神罰 | goddelijke straf [vergelding; wraak van de goden |
| shinbō-深謀 | goed doordacht plan |
| shinbō-神謀 | goddelijk plan |
| shinboku-神木 | een boom bewoond door een god of geest |
| shinbutsubunri-神仏分離 | (1868) de scheiding van Shinto en Boeddhisme (van shinto goden en boeddha's, van boeddhistische tempels en shinto heiligdommen) |
| shinden-新田 | nieuw ontgonnen [tot ontwikkeling gebracht] (rijst)veld |
| shingaku-神学 | (studie) theologie; godgeleerdheid |
| shingon-真言 | (afk. voor) de shingon-school van Boeddhisme |
| shingonshū-真言宗 | shingon school (esoterische stroming binnen het boeddhisme) |
| shingu-寝具 | beddengoed |
| shinguru・purēyā-シングル・プレーヤー | golfer met een eencijferig getal als handicap |
| shinji-神事 | eredienst en rituelen voor shinto goden |
| shinjin-神人 | God en de mens |
| shinjin-神人 | een nobel [goddelijk] persoon; iemand met spirituele krachten |
| shinjitsu-信実 | eerlijkheid; oprechtheid; (te) goeder trouw |
| shinju-真儒 | een goede [ware] geleerde; een echte confucianist |
| shinkaku-神格 | goddelijke status; goddelijkheid; godheid |
| shinken-神剣 | het goddelijke zwaard (een van de 3 heilige kostbaarheden van Japan (spiegel, zwaard en juwelen) |
| shinken-神権 | het goddelijk recht |
| shinkoku-神国 | land der goden; Japan |
| shinku-シンク | gootsteen; spoelbak |
| shinkyō-信教 | geloof; religie; godsdienst |
| shinmei-神明 | (goddelijke) deugdzaamheid |
| shinmei-神明 | god; godheid; de goden van hemel en aarde |
| shinpōsha-信奉者 | volgeling; gelovige; belijder (van een geloof of godsdienst) |
| shinreki-新暦 | de nieuwe Japanse (Gregoriaanse) zonnekalender |
| shinrō-新郎 | bruidegom |
| shinsei-神性 | goddelijkheid; godheid; goddelijke aard |
| shinsen-神仙 | een god; een (Taoïstische) onsterfelijke |
| shinsetsushin-親切心 | goedheid; vriendelijkheid |
| shinshutsukibotsu-神出鬼没 | onverwachte verschijning en verdwijning (zoals van goden en geesten, e.d. op een plaats) |
| shinso-神祖 | erenaam voor Ameterasu Omikami (godin van de zon in de Japanse mythologie) |
| shintaku-神託 | orakel; goddelijke boodschap |
| shintetsugenso-親鉄元素 | siderofiel element (b.v. goud, kobalt, ijzer) |
| shintō-神灯 | heilig [goddelijk] licht |
| shintoku-神徳 | goddelijke deugden |
| shinwajidai-神話時代 | het tijdperk van de goden; het mythische tijdperk |
| shinzen-神前 | voor God; voor het altaar |
| shinzen-親善 | vriendschap; goodwill; goede verstandhouding |
| shinzenbi-真善美 | (3 deugden) waarheid, goedheid en schoonheid |
| shin'uchi-真打ち | belangrijkste verhalenverteller [conferencier] in Japans (rakugo of manzai) theater |
| shioai-潮合い | kans; mogelijkheid; goede [gunstige] gelegenheid |
| shiodoki-潮時 | het juiste moment; een goede gelegenheid; kans |
| shiranami-白波 | (witte) schuimkoppen op de golven |
| shirei-死冷 | lijkkoude; algor mortis (dalende lichaamstemperatuur na overlijden) |
| shirogisu-白鱚 | Japanse wijting (Sillago japonica); zilverwijting |
| shirokuro-白黒 | goed of [en] slecht; onschuldig of [en] schuldig |
| shiryokukensa-視力検査 | oogonderzoek; oogtest |
| shisen-視線 | blik; gezichtslijn; oogopslag |
| shishin-私心 | egoïsme; eigenbelang |
| shishuku-私淑 | idolisering; verafgoding; grote bewondering |
| shisō-詞藻 | iemand die goed is in poëtisch taalgebruik |
| shitagi-下着 | ondergoed; onderkleding |
| shitashimu-親しむ | iemand goed leren kennen; bevriend zijn [worden] met; op vriendschappelijke voet staan met; vertrouwd raken met |
| shitatameru-認める | besturen (landgoed, rijk, land, e.d.) |
| shitchin-七珍 | (boeddh.) de Zeven Schatten (goud, zilver, parels, agaat, kristal, koraal, lapis lazuli) |
| shiti・manējāseido-シティ・マネージャー制度 | (city-manager government) gemeenteraadsbestuur |
| shito-使途 | bestemming [besteding] van geld [goederen] |
| shītoberuto-シートベルト | veiligheidsgordel; veiligheidsriem; stoelriem |
| shōbugoto-勝負事 | kansspel; gokspel |
| shobun-処分 | het afstand doen [zich ontdoen] van; (uit)verkopen; opruimen; weggooien; verwijderen |
| shōbushi-勝負師 | gokker |
| shōchi-勝地 | plaats met goed uitzicht; schilderachtige plek; plaats van historisch belang |
| shōchi-承知 | instemming; goedkeuring |
| shōchikubai-松竹梅 | den, bamboe en pruimenboom (omdat ze alle drie goed tegen de kou kunnen, worden ze in China ook wel de Drie Vrienden van de Winter genoemd) |
| shōchisuru-承知する | instemmen met; goedkeuren |
| shōdaku-承諾 | toestemming; akkoord; instemming; goedkeuring |
| shōgekiha-衝撃波 | schokgolf |
| shogyō-諸行 | alle andere goede daden t.o.v. het nenbutsu (aanroeping van Boeddha) |
| shōgyōfudōsan-商業不動産 | commercieel vastgoed; bedrijf onroerend goed (BOG) |
| shōhin-商品 | product; artikel; (handels)waar; goederen |
| shōhintorihikishohō-商品取引所法 | Wet op de goederenmarkt |
| shōki-商機 | zakelijke kans; (goede) kans om zaken te doen |
| shōki-鍾馗 | Shoki, een Chinese god die demonen verjaagt (en daarom vaak als een beeld of afbeelding in de ingang van huizen staat) |
| shōko-鉦鼓 | bronzen gongtrommel (een combinatie van gong en trommel) |
| shokudōraku-食道楽 | bourgondiër; gourmet; fijnproever |
| shokunō-職能 | beroepsbekwaamheid; functie; functionering; het goed functioneren |
| shokusaibō-食細胞 | fagocyt; eetcel |
| shokushu-職種 | werkclassificatie; beroeps-categorie; soort baan |
| shokutsū-食通 | gourmet; fijnproever |
| shokuzai-贖罪 | (Christendom) goddelijke verzoening |
| shōmōhin-消耗品 | consumptiegoederen |
| shōmyō-声明 | het zingen van boeddhistische teksten (in het Sanskriet of Chinees; m.n. in Tendai- en Shingon boeddhisme) |
| shōnin-承認 | erkenning; goedkeuring |
| shōninnengappi-承認年月日 | goedkeuringsdatum; datum van goedkeuring |
| shōri-勝利 | (boeddh.) gave [gift, schenking] (als beloning voor goede daden) |
| shorō-初老 | de middelbare leeftijd; begin van de ouderdom; vroegoud zijn |
| shōro-松露 | shōro (eetbare paddenstoel, Rhizopogon rubescens) |
| shoshiki-諸式 | waren; goederen; artikelen |
| shoshinryō-初診料 | de vergoeding voor het eerste consult (van een patiënt) |
| shōsokutsū-消息通 | een kenner; insider; goed geïnformeerd persoon; |
| shōtai-正体 | (shinto) de geest van een god(heid) die in een voorwerp huist |
| shote-初手 | het begin; de start; de eerste zet (bij schaken, go, etc.) |
| shōto・aian-ショート・アイアン | golfstok ijzer 8 of 9 (voor korte afstanden) |
| shōto・hōru-ショート・ホール | par-drie baan (golf) |
| shōzen-小善 | een kleine goede daad |
| shubi-首尾 | omstandigheden optimaal regelen om zaken tot een goed einde te brengen |
| shuga-主我 | het ik; de ego |
| shuga-主我 | egoïsme |
| shugo-守護 | (his.) militaire gouverneur |
| shuhō-主砲 | (honkbal) sterke [goede] slagman |
| shuji-種子 | (shingon boeddhisme) sanskriet letter (het zaad, dat een boeddha of bodhisattva vertegenwoordigt) (ook 種子-しゅうじ) |
| shujinkō-主人公 | hoofdpersoon; hoofdfiguur; held; heldin; protagonist (van verhalen, e.d.) |
| shūkaidō-秋海棠 | begonia (grandis) |
| shūkaku-収穫 | (fig.) oogst; opbrengst; vruchten; goed resultaat; prestatie |
| shukufuku-祝福 | zegen [genade] van God |
| shukugō-宿業 | karma (het resultaat van goede en slechte daden in een vorig leven) |
| shukuyū-祝融 | (in China) de god van de zomer |
| shukuyū-祝融 | (in China) de god van het vuur |
| shūkyō-宗教 | godsdienst; religie |
| shūkyōgaku-宗教学 | godsdienstwetenschap |
| shūkyōteki-宗教的 | godsdienstig; religieus |
| shumoku-種目 | categorie; discipline; onderdeel |
| shuninteate-主任手当て | toelage [financiële vergoeding] voor leerkrachten met aanvullende administratieve taken |
| shunran-春蘭 | nobele orchidee (Cymbidium goeringii) |
| shura-修羅 | Asura (krijgshaftige halfgod in het Boeddhisme en in het Hindoeïsme) |
| shurui-種類 | soort; type; variëteit; categorie |
| shūshigae-宗旨替え | bekering (tot een godsdienst) |
| shushin-主神 | oppergod; belangrijkste god van een heiligdom; koning der goden |
| shūsui-秋水 | een goed [scherp] geslepen zwaard |
| shūto-シュート | stortkoker, glijgoot; helling |
| soba-蕎麦 | boekweit (plant: Fagopyrum esculentum) |
| sodatenooya-育ての親 | pleegouders; adoptieouders |
| sōhaku-湊泊 | (dingen, goederen, e.d.) bijeenbrengen [verzamelen] |
| sokai-疎開 | evacuatie; verplaatsing (van burgerbevolking, goederen, etc.) |
| sōken-壮健 | goede gezondheid |
| soketto-ソケット | onderste deel van de schacht van een golfclub |
| sokonau-損なう | (gekoppeld achter andere werkwoorden) niet voor elkaar krijgen; niet goed doen |
| sokoneru-損ねる | (gekoppeld achter andere werkwoorden) niet voor elkaar krijgen; niet goed doen |
| sonae-供え | offer (aan goden); offerande |
| sonaemono-供え物 | offergave (aan Boeddha of goden) |
| songaibaishō-損害賠償 | schadevergoeding; schadeloosstelling; tegemoetkoming [vergoeding; compensatie] voor geleden schade |
| songaihoshōseikyū-損害補償請求 | verzoek [vordering] tot schadevergoeding |
| sonikku・būmu-ソニック・ブーム | supersonische knal [schokgolf] |
| soramimi-空耳 | verkeerd horen; niet goed verstaan |
| sōrin-相輪 | een verticaal decoratief ornament bovenop een Japanse pagode |
| sōsharu・danpingu-ソーシャル・ダンピング | lagere productiekosten door het werken met zeer goedkope arbeidskrachten |
| sōshiki-相識 | een kennis; een bekende; iem. die men goed kent |
| soshikitōchi-組織統治 | corporate governance (gericht op verbeteren van het management) |
| sossensuihan-率先垂範 | het initiatief [de leiding] nemen om een goed voorbeeld te stellen |
| sotetsu-蘇鉄 | vredespalm; Japanse sagopalm |
| sōto-ソート | sorteren; categoriseren |
| sōto-ソート | sortering; categorisering |
| sōto-ソート | sorteeralgoritme |
| sōtoku-総督 | gouverneur; landvoogd; gouverneur-generaal |
| sōzoku-相続 | erfenis; nalatenschap; erfgoed |
| suburi-素振り | oefenslag (tennis, golf, etc.) |
| suenagaku-末長く | voor altijd; voor eeuwig; nog vele jaren; voorgoed |
| sugureru-優れる | (met negatie) niet goed (voelen, eruitzien, etc.) |
| sui-粋 | elegantie; goede stijl |
| suihan-垂範 | een goed voorbeeld geven (voor anderen) |
| suihansuru-垂範する | een goed voorbeeld geven (voor anderen) |
| suijin-水神 | de god van het water; de watergod |
| suisho-水書 | het Sui-schrift, een logografisch schrijfsysteem van de Sui-taal |
| suitō-出納 | opslag en levering (van goederen e.d.) |
| suiun-水運 | vervoer over water; watertransport (van passagiers, goederen e.d.) |
| sujichigai-筋違い | diagonaal; dwarsliggend; kruiselings |
| sujikai-筋交い | diagonaal [schuin; kruisend] zijn |
| sukuea・sutansu-スクエア・スタンス | (bij honkbal en golf) een slaghouding met beide voeten op een lijn |
| sukuranburu-スクランブル | het verstoren van radiogolven |
| sumaki-簀巻き | het iemand in een bamboemat wikkelen en in een rivier gooien (straf in de Edo-periode) |
| sumōku・bōru-スモーク・ボール | golfbal die rook afgeeft als hij wordt geslagen |
| sunappu-スナップ | snelle polsbeweging bij het gooien of slaan van een bal (honkbal, golf) |
| sunzenshakuma-寸善尺魔 | Er is meer kwaad dan goed in deze wereld. (lett. een sun (ca. 3 cm) goed en een shaku (ca. 30 cm) kwaad) |
| supea-スペア | (bowlen) spare (het omvergooien van alle kegels met de eerste twee worpen) |
| supīchi・serapī-スピーチ・セラピー | logopedie; spraaktherapie; spraakles |
| supūn-スプーン | spoon (ouderwetse houten golfclub) |
| suraggā-スラッガー | (honkbal) goede [krachtige] slagman |
| surangu-スラング | jargon; straattaal |
| surōin-スローイン | inworp; ingooi |
| surōingu-スローイング | het gooien; werpen |
| surotto・mashin-スロット・マシン | gokautomaat; fruitmachine; fruitautomaat |
| suru-擦る | verspillen; opmaken; verliezen (van geld, b.v. door te gokken) |
| surū・za・gurīn-スルー・ザ・グリーン | (golfterm) van de afslagplaats tot op de green |
| suteru-捨てる | weggooien; wegwerpen |
| sutikkugatakeshigomu-スティック型消しゴム | gumstift; vlakgomstift |
| sutorakku・auto-ストラック・アウト | (honkbal) uitgegooid met drie slag (waardoor de slagman uit is) |
| sutorōku・purē-ストローク・プレー | (golf) strokeplay (alle slagen van iedere speler worden opgeteld, de speler met de minste slagen is de winnaar) |
| tabasamu-手挟む | een zwaard dragen [omgorden] |
| tabegoro-食べ頃 | etenstijd; een goede tijd om te eten |
| tabirako-田平子 | Lapsanastrum apogonoides (een plant) |
| tabō-多望 | grote belofte; goede hoop voor toekomst; goede vooruitzichten |
| tachigie-立ち消え | (vuur, kaars, etc.) het uitgaan voordat het goed brandt; uitgaan als een nachtkaars |
| tade-蓼 | duizendknoop (plant, Polygonum) |
| tagui-類い | soort; type; klas; categorie |
| tahōtō-多宝塔 | een pagode, bestaande uit (slechts) twee verdiepingen (begane grond en bovenverdieping) (voornamelijk bij Shingon en Tendai Boeddhistische tempels) |
| taigimeibun-大義名分 | een goede [geloofwaardige] reden, rechtvaardiging |
| taihaku-太白 | afkorting van taihakuame; snoepgoed gemaakt van witte suiker |
| taijōhōshin-帯状疱疹 | herpes zoster; gordelroos |
| taikibansei-大器晩成 | een laatbloeier; grote talenten groeien langzaam; wat goed is komt langzaam |
| taikomochi-太鼓持ち | iemand die (als beroep) zorgt voor een goede sfeer tussen gasten en geisha tijdens een feest; stemmingmaker; animator |
| taikyoku-大局 | een algemene situatie van een Go-partij; het momentum van een Go-partij |
| taikyūzai-耐久財 | duurzame goederen |
| tairyō-大漁 | een grote [goede] vangst (in de visserij) |
| taishakuten-帝釈天 | (boeddh.) een beschermgod, Sakra devānām Indra (Śakra, Heer van de Devas) |
| taishōgoto-大正琴 | taishōgoto, Japanse tweesnarige harp (ook wel nagoyaharp genoemd; ontwikkeld in de Taishō-periode) |
| taishokukin-退職金 | ontslagvergoeding; vertrekpremie |
| taitei-大帝 | God; Heer in de Hemel; de Schepper |
| taiyo-貸与 | lening (van geld, goederen e.d.) |
| taiyōshin-太陽神 | zonnegod; zonnegodin |
| takakukei-多角形 | polygoon |
| takamagahara-高天原 | de Japanse Olympus; de hemel van de goden |
| takanami-高波 | hoge golf |
| takeru-長ける | uitblinken; zeer goed [getalenteerd; bekwaam] zijn |
| taketonbo-竹蜻蛉 | (traditioneel Japans speelgoed) bamboe libelle, een propellor die gaat draaien door een pin snel in beide handpalmen te wrijven |
| takeuma-竹馬 | (kinderspeelgoed) stokpaard |
| takikomigohan-炊き込みご飯 | Takikomi gohan (rijst met verschillende meegekookte ingrediënten) |
| takken-宅建 | erkend [bevoegd; gediplomeerd] makelaar in onroerend goed |
| taku-啄 | de zevende penseelstreek (diagonaal van rechtsboven naar linksonder) van de 永字八法 (de acht basis penseelstreken van kanji) |
| taku-鐸 | windgong |
| takuchitatemonotorihikishi-宅地建物取引士 | erkend [bevoegd; gediplomeerd] makelaar in onroerend goed |
| takuchitatemonotorihikishuninsha-宅地建物取引主任者 | erkend [bevoegd; gediplomeerd] makelaar in onroerend goed |
| takusen-託宣 | (goddelijk) orakel; openbaring |
| tamore-給れ | (imperatieve vorm van tamoru) geeft u mij alstublieft; wees zo goed om |
| tamutamu-タムタム | tamtam; trommel; gong |
| tanatosu-タナトス | god van de dood uit de Griekse mythologie |
| tango-タンゴ | tango (muziek, dans) |
| tanpa-短波 | kortegolf (hoge radiofrequentie) |
| tanpahōsō-短波放送 | kortegolfuitzending |
| tanpajushinki-短波受信機 | kortegolfontvanger (radio) |
| tanpasōshinki-短波送信機 | kortegolfzender |
| tan'on-湛恩 | hoogste (universele) welwillendheid; exceptionele goedheid |
| tashinkyō-多神教 | polytheïsme; veelgodendom |
| tashu-多種 | veelheid aan categorieën |
| tassha-達者 | goede gezondheid; fitheid |
| tatakitsukeru-叩きつける | hard slaan; gooien; smijten |
| tatenami-縦波 | lengtegolf (bij een schip) |
| tatenami-縦波 | longitudinale (elektromagnetische) golf |
| tatoe-例え | vergelijking; metafoor; allegorie |
| tatsubun-達文 | goed geschreven [duidelijke] tekst |
| tatsutahime-竜田姫 | Tatsutahime, godin van de herfst |
| tattoi-尊い | verheven; hoog; nobel; goddelijk |
| teasobi-手遊び | spel; spelen; speelgoed |
| teasobi-手遊び | gokken |
| teate-手当て | salaris; loon; vergoeding |
| tegiwa-手際 | (goede) uitvoering; vakmanschap; bekwaamheid |
| tei-帝 | (in kanji combinaties) hemelse god (i.t.t. aardse god) |
| teigen-提言 | mening; idee; gedachtegoed; voorstel |
| teinai-邸内 | binnen huis en erf; binnen het landgoed [domein; herenhuis] |
| teire-手入れ | zorg; verzorging; reparatie; (iets) in goede conditie brengen [houden] |
| teishūha-低周波 | lage frequentie (radiogolven) |
| teisōtai-貞操帯 | kuisheidsgordel |
| tejina-手品 | toverkunst; goochelarij; goocheltruc; vingervlugheid |
| tejinashi-手品師 | goochelaar; illusionist |
| tekaki-手書き | iemand die goed [mooi] kan schrijven; iemand met een mooi handschrift; een kalligraaf |
| tekirei-適例 | een goed [toepasselijk] voorbeeld |
| tekiyaku-適訳 | een goede [juiste] vertaling; een juiste weergave |
| tekkaba-鉄火場 | (informeel, niet standaard) gokhuis; gokhol; goktent |
| temaegatte-手前勝手 | zelfzuchtigheid; egoïsme; egocentrisch zijn |
| ten-天 | God; de Hemel; het hemelrijk |
| tenagusami-手慰み | gokken |
| tenbatsu-天罰 | goddelijke straf; God's toorn |
| tenchishinmei-天地神明 | de god(en) van hemel en aarde |
| tendō-天堂 | Olympus; Paleis van de goden in de hemel |
| tendō-天道 | Voorzienigheid Gods; goddelijke voorzienigheid [gerechtigheid] |
| tenjikuaoi-天竺葵 | (tuin)geranium (Pelargonium) |
| tenjin-天神 | de vergoddelijkte geest van Sugawara no Michizane |
| tenjin-天神 | God van de hemel |
| tenjo-天助 | goddelijke hulp [bijstand]; hulp uit de Hemel |
| tenkan-天冠 | hoofddeksel [kroon] van boeddha [goden] (op beelden) |
| tenkin-天金 | goudgerand; verguld op snee (van boeken) |
| tennin-天人 | (jargon) het stelen van wasgoed dat buiten hangt te drogen |
| tenrai-天来 | hemels [door de hemel gezonden; goddelijk] zijn |
| tenshu-天主 | (Boeddhisme) de heer [heerser] over de hemelen [goden] |
| tenshu-天主 | (Christendom) God; de Heer |
| tentō-天道 | Sol; (de zon als een god waargenomen); God; de Schepper |
| ten'yū-天祐 | gratie Gods; Gods genade |
| terasen-寺銭 | betaling van geleend geld (voor gok doeleinden) met vaste rentetoeslag |
| tesuji-手筋 | goede zet (bij schaken, etc.) |
| tetorapoddo-テトラポッド | tetrapod, golfbrekerelement (vierpotig betonblok, gebruikt om de kust te beschermen tegen de zee) |
| tezuma-手妻 | (goochel)truc; toverkunstje; vingervlugheid |
| tezumari-手詰まり | verloren partij (schaken, go, e,d,) |
| tī-ティー | tee (golfterm) |
| tī・guraundo-ティー・グラウンド | de afslagplaats (voor het begin van een hole bij golf) |
| tī・shotto-ティー・ショット | (golf) lange afslag vanaf de tee |
| tō-塔 | toren; torenspits; pagode; stoepa |
| toba-賭場 | gokhuis; gokhol |
| tobaku-賭博 | gokkerij; het gokken; gokspel |
| tobakujō-賭博場 | gokhuis; speelzaal; gokhol |
| tōchakujun-到着順 | volgorde van aankomst |
| tochikan-土地勘 | goede kennis van [vertrouwdheid met] een bepaalde plaats [omgeving; buurt] |
| togama-利鎌 | een scherpe sikkel (die goed snijdt) |
| tōgo-トーゴ | Togo |
| tōgo-倒語 | (fonetisch) omgekeerd woord; een woord waarbij de volgorde van de lettergrepen van het oorspronkelijke woord is omgekeerd |
| tōhi-当否 | goed of fout; rechtvaardigheid |
| tōhin-盗品 | gestolen goederen; buit |
| tōhinkobai-盗品故買 | handel in gestolen goederen; heling |
| toji-賭事 | weddenschap; gokkerij; het gokken |
| tōjiru-投じる | gooien (in; uit; op); stemmen (een stem uitbrengen) |
| tōketsusuru-凍結する | (fig.) bevriezen (b.v. van tegoeden); iets in de wachtstand zetten |
| tokka-徳化 | door een goed voorbeeld te geven (met oprechte deugdzaamheid), anderen onderwijzen en hun levenswijze te verbeteren |
| tokkō-篤行 | deugdzaam gedrag; deugd; goede daad |
| tokkyū-特級 | hoogwaaridig [eersteklas; van goede kwaliteit] zijn |
| tokuhitsutaisho-特筆大書 | groot [duidelijk] schrift (dat goed in het oog valt) |
| tokui-得意 | goede vriend [vriendin] |
| tokusei-徳政 | goede [deugdzame] regering |
| tokusen-特選 | het maken van een speciale selectie; speciaal geselecteerde zaken [goederen] |
| tokusenhin-特選品 | uitzonderlijke producten [goederen] |
| tonneru-トンネル | (honkbal) de bal achterwaarts tussen de benen door gooien |
| tōnyū-投入 | het (iets ergens) indoen; insteken; ingooien; inbrengen |
| toratsugumi-虎鶫 | oostelijke goudlijster (Zoothera dauma) |
| torikkusutā-トリックスター | bedrieger; oplichter; zwendelaar; goochelaar |
| torimusubu-取り結ぶ | (bij iemand) in de gunst proberen te komen; een goede relatie hebben (met) |
| torinasu-取り成す | bemiddelen; tussenbeide komen; een goed woordje doen (voor iemand) |
| torinidādo・tobago-トリニダード・トバゴ | Trinidad en Tobago |
| toripuru・purē-トリプル・プレー | (honkbal) triple play (drie honklopers tegelijk uitgegooid) |
| torisuteru-取り捨てる | weggooien |
| tōsandō-東山道 | Tōsandō, een van de zeven oude wegen in het gebied tussen de Tōkaidō en de Hokurikudō, en onderdeel van de Gokishichidō (五畿七道) |
| toseinin-渡世人 | gokker |
| tosshutsusuru-突出する | ergens bovenuit steken (fig.); opvallend (goed; beter) zijn |
| tosu-トス | worp; opgooi (b.v. bij het serveren met tennis); onderhandse worp naar een medespeler (bij honkbal) |
| tosu-トス | toss; opgooi (van een muntje) |
| tosu・battingu-トス・バッティング | (honkbal) peppergame, oefening waarbij ballen herhaaldelijk naar een slagman worden gegooid, die ze terugslaat naar dichtbij staande veldspelers |
| totan-トタン | golfplaat (golvend gegalvaniseerd metaal) |
| tōteki-投擲 | worp; gooi |
| tōtekisuru-投擲する | werpen; gooien |
| tōtoi-尊い | verheven; hoog; nobel; goddelijk |
| tōyu-桐油 | tungolie; Chinese houtolie |
| tsubudatsu-粒立つ | korrelig worden (zoals bij het koken van rijst, die niet papperig is, waarbij afzonderlijke korreltjes goed zichtbaar zijn) |
| tsubute-礫 | een steen(tje) (om mee te gooien) |
| tsūgyō-通暁 | een grondige kennis hebben (van); goed geïnformeerd zijn |
| tsuiyasu-費やす | uitgeven; consumeren; verspillen; weggooien; verkwisten |
| tsūkā-つうかあ | elkaar geheel [compleet; volkomen; snel] begrijpen; op dezelfde golflengte zitten |
| tsukaide-使いで | goede kwaliteit; langdurig te gebruiken; niet gauw verslijten |
| tsukaikonasu-使いこなす | (goed) omgaan met; goed kunnen gebruiken |
| tsukaisute-使い捨て | het eenmalig gebruiken van iets (en dan weggooien); wegwerp product |
| tsukaru-漬かる | (van voedsel) goed gekruid zijn; met kruiden ingelegd (in vloeistof) zijn |
| tsukegeiki-付け景気 | het voorwenden [doen voorkomen] dat de economie goed is |
| tsūkinteate-通勤手当 | reiskostenvergoeding |
| tsumarutokoro-詰まるところ | om kort te zijn; uiteindelijk; alles goed en wel; als puntje bij paaltje komt |
| tsuna-綱 | speciale gordel van de yokuzuna (sumo) |
| tsunami-津波 | tsunami; vloedgolf |
| tsungūsu-ツングース | Toengoezisch (Altaïsche taal) |
| tsūshōteishi-通商停止 | handelsembargo |
| tsūtoiebakā-つうと言えばかあ | elkaar snel begrijpen; op één lijn [op dezelfde golflengte] zitten |
| tsuyubie-梅雨冷え | koud weer [koudegolf] tijdens het regenseizoen |
| ubuge-産毛 | donshaar; nesthaar; lanugo |
| ubusunagami-産土神 | beschermgod van de geboorteplaats (van iemand) |
| uchikaesu-打ち返す | het herhaaldelijk breken (van golven op het strand) |
| uchikake-打ち掛け | (tussentijds) stoppen [pauzeren] met een spel (b.v. go) |
| uchitsukeru-打ち付ける | (steentjes) gooien tegen |
| uchiyoseru-打ち寄せる | slaan [rollen] tegen; overspoelen; breken (golven) |
| uddo-ウッド | een golfclub met houten kop |
| uēbu-ウエーブ | golfbeweging; wave (van het publiek in stadions tijdens sportwedstrijden of concerten) |
| uēbu-ウエーブ | golf in het haar; golvend haar |
| uēbu-ウエーブ | golf (elektriciteit, geluid, radio, etc.) |
| uēbu-ウエーブ | golf (water); golfslag |
| ugai-含嗽 | gegorgel; mondspoeling |
| ugai-嗽 | gegorgel; mondspoeling |
| ugaisuru-含嗽する | gorgelen; de mond spoelen |
| ui-愛い | fijn; goed; aardig; mooi; bewonderenswaardig |
| uiningu・bōru-ウイニング・ボール | (honkbal; golf) winnende bal |
| ukairo-迂回路 | omweg; wegomlegging; alternatieve route |
| ukini-浮き荷 | wrakhout; zeedrift; overboord geslagen goederen [lading] |
| ukishizumi-浮き沈み | goede en slechte tijden; ups en downs; stijgen en dalen |
| umaku-うまく | goed; bekwaam; handig |
| umami-旨み | goede [heerlijke; lekkere] smaak (van voedsel) |
| uneri-うねり | golfslag; deining; hoge golven (als gevolg van een depressie) |
| uneri-うねり | het golven; heen en weer bewegen; slingeren; omwentelen (ook figuurlijk) |
| uneri-うねり | een golving; welving; kronkeling |
| uneru-うねる | golven; kronkelen; slingeren |
| uneune-うねうね | golvend; kronkelend; zigzaggend |
| unsō-運漕 | transport; goederenvervoer (per schip); zeetransport; verscheping |
| unsō-運送 | (zee|)transport; vervoer; verscheping (van goederen, passagiers e.d.) |
| unsōchingin-運送賃銀 | gage [betaling, loon] voor het vervoer van passagiers, goederen, e.d. |
| uogokoro-魚心 | (afk. voor) (spreekwoord) wie goed doet, goed ontmoet; voor wat, hoort wat |
| uogokoroarebamizugokoro-魚心あれば水心 | (spreekwoord) wie goed doet, goed ontmoet; voor wat, hoort wat (lett. als de vis een hart heeft, heeft het water een hart) |
| urisabaku-売り捌く | efficiënt [op grote schaal] verkopen van artikelen; de hele voorraad goederen verkopen |
| uso-鷽 | goudvink (Pyrrhula pyrrhula) |
| uttetsuke-打って付け | ideaal [perfect; meest geschikt; meest passend; precies goed] zijn |
| uwanori-上乗り | het begeleiden [de begeleider; opzichter] van goederen [vracht; lading] tijdens transport |
| wagamama-我が儘 | egoïsme; zelfzuchtigheid; ongehoorzaamheid |
| wajō-和尚 | (erenaam voor) boeddhistische priester met spirituele training (deze lezing wordt m.n. gebruikt bij het Shingon boeddhisme) |
| wakamiya-若宮 | heiligdom voor de zoon van de god van de hoofdtempel |
| wakimaeru-弁える | bekend zijn met; (goed) weten |
| wakōdōjin-和光同塵 | het niet overmatig tonen van kennis en daardoor met anderen in goede verhouding kunnen staan |
| waniguchi-鰐口 | een Japanse platte (ronde, holle) metalen gong (in tempel of heiligdom, met een touw waarmee de gelovigen de gong kunnen laten klinken) |
| warabī-ワラビー | wallaby (kleine kangoeroesoort) |
| waraijōgo-笑い上戸 | een vrolijke drinker; iemand die vrolijk wordt als hij alcohol drinkt; iem. die een goede dronk heeft |
| warui-悪い | van slechte kwaliteit; niet goed; inferieur |
| warujare-悪洒落 | een slechte [goedkope; flauwe] grap |
| warushi-悪し | (klassieke vorm van warui) niet goed; geen goede indruk makend; slecht; kwaadaardig; verdorven |
| wasuru-和する | goed met elkaar kunnen opschieten; op één lijn zitten met elkaar |
| wata-綿 | katoenplant (Gossypium) |
| watatsumi-海神 | zeegod; (Gr.) Poseidon; (Rom.) Neptunus |
| wazashi-業師 | een technische man; iemand met goede vaardigheden |
| weahausu・sutoa-ウェアハウス・ストア | magazijnwinkel (winkel die grote hoeveelheden producten goedkoop verkoopt in magazijn opstellingen) |
| yagu-夜具 | beddengoed (futons, lakens, dekens, nachtkleding, e.d.) |
| yahawe-ヤハウェ | Jahweh; Jehova (God van Israël) |
| yajirobee-弥次郎兵衛 | balanceer pop; balanceer speelgoed |
| yakka-薬価 | medicijnprijzen; de vergoeding voor medicijnen |
| yakubyōgami-疫病神 | Yakubyōgami, een boze god die mensen ziek maakt en rampen veroorzaakt; god van de pest |
| yama-山 | (politie jargon) (politie)zaak |
| yamabukiiro-山吹色 | helder (goud)geel |
| yamahada-山肌 | bergoppervlak |
| yamakotoba-山言葉 | taal [jargon] van jagers in de bergen |
| yamanokami-山の神 | berggod |
| yamashi-山師 | goudzoeker; avonturier; gelukzoeker; speculant; oplichter |
| yamayuri-山百合 | goudbandlelie; goudlelie (Lilium auratum) |
| yamibusshi-闇物資 | artikelen [goederen] van de zwarte markt; illegaal geïmporteerde [gesmokkelde] goederen; geheime voorraden |
| yamiji-闇路 | in een toestand zijn waar men geen onderscheidingsvermogen meer heeft; van de goede weg afgedwaald zijn |
| yanusu-ヤヌス | Janus (Romeinse God) |
| yarikonasu-遣り熟す | iets (goed) kunnen (doen); voor elkaar krijgen |
| yashiro-社 | plaats waar een god(heid) ter aarde komt; plaats waar deze god(heid) wordt vereerd |
| yasu-安 | goedkoop [laag] zijn; lage prijs |
| yasuagari-安上がり | iets gedaan krijgen op een goedkope manier |
| yasubushin-安普請 | gebouwen [huizen] die op een goedkope manier zijn gebouwd (vaak met slechte materialen) |
| yasude-安手 | de goedkopere van de dingen die te koop worden aangeboden |
| yasudomari-安泊まり | een goedkope slaapplaats (hotelletje, herberg, e.d.) |
| yasui-安い | goedkoop; laaggeprijsd |
| yasume-安め | goedkoper zijn; lagere prijzen dan verwacht |
| yasumono-安物 | een goedkoop artikel [produkt] (van slechte kwaliteit) |
| yasune-安値 | laaggeprijsd [goedkoop] zijn; een lage prijs |
| yasuppoi-安っぽい | er goedkoop uitzien |
| yasuryōriya-安料理屋 | een goedkoop restaurant |
| yasuurimise-安売り店 | een kortingzaak; goedkope winkel; discountwinkel; discount zaak |
| yasuuriten-安売り店 | een kortingzaak; goedkope winkel; discountwinkel; discount zaak |
| yasuyado-安宿 | een goedkoop hotel [pension] |
| yō-よう | (tussenwerpsel) hallo; bravo; goed (gedaan) |
| yobimizu-呼び水 | een waterpomp in werking zetten; water dat in een (water)pomp wordt gegoten (om hem in werking te krijgen) |
| yoha-余波 | boeggolven; (secundaire) golven ontstaan door schepen |
| yoi-良い | goed; prima; uitstekend; geschikt |
| yokei-余慶 | geluk dat nakomelingen ontvangen vanwege de goede daden van hun voorouders |
| yokin-預金 | banktegoed(en); deposito |
| yokodori-横取り | het (zijdelings) weggrijpen; wegpakken van iemands goederen of kennis (en die als eigen bevindingen doen voorkomen, b.v. in een werksituatie) |
| yokonami-横波 | zijdelingse golf (bij een schip) |
| yokonami-横波 | transversale (elektromagnetische) golf |
| yōkōro-溶鉱炉 | hoogoven |
| yoku-良く | goed; grondig; precies; zorgvuldig |
| yokusuru-善くする | goed [bekwaam] zijn in; iets goed kunnen |
| yokusuru-善くする | goed doen; vaak doen; kunnen doen; goed zorgen voor |
| yōnin-容認 | erkenning; toelating; goedkeuring; aanvaarding; acceptatie |
| yōroppahedai-ヨーロッパヘダイ | goudbrasem; dorade |
| yoroshii-宜しい | (beleefde vorm voor よい) goed; prima; ok |
| yoroshiku-宜しく | graag; goed; optimaal |
| yōryō-要領 | leerpunt; leerproces; manier [truc; tips] om dingen goed te doen |
| yoshiashi-善し悪し | goed en [of] slecht [kwaad]; goed en [of] fout; voor- en nadelen |
| yōshin-養親 | adoptieouder(s); pleegouder(s) |
| yoshiwarushi-善し悪し | goed en [of] slecht [kwaad]; goed en [of] fout; voor- en nadelen |
| yōtsū-腰痛 | lagerugpijn; spit; lumbago |
| you-良う | goed; voldoende; bekwaam |
| yōyō-ヨーヨー | jojo (speelgoed) |
| yūbenka-雄弁家 | een begaafd redenaar; een goede [vlotte] spreker |
| yūbō-有望 | goede vooruitzichten; veelbelovend zijn |
| yūbōkabu-有望株 | een veelbelovend persoon; persoon met goede vooruitzichten |
| yūbōkigyō-有望企業 | een veelbelovende onderneming; een onderneming met goede vooruitzichten |
| yūdansha-有段者 | een dan (graad) houder (bij judo, kendo, go, shogi, e.d.) |
| yūgijō-遊技場 | speelhal; gokhal |
| yūhi-雄飛 | een (goede) start; (fig.) een (grote) sprong voorwaarts |
| yuinōkin-結納金 | gift van de familie van de a.s. bruidegom aan de familie van de a.s. bruid bij een verloving |
| yūjō-優諚 | goedgunstige keizerlijke boodschap |
| yūkeibunkazai-有形文化財 | materieel cultureel erfgoed |
| yukibara-雪腹 | (door kou tijdens sneeuwval) lumbago; spit |
| yūmei-有名 | faam; roem; bekendheid; (goede) reputatie |
| yumichi-湯道 | gietloop (voor gesmolten metaal); gietkanaal; glijgoot |
| yunyūkachōkin-輸入課徴金 | (heffing van) speciale tarieven en toeslagen op geïmporteerde goederen |
| yusei-油性 | goed oplosbaar in olie zijn |
| yūshiki-有識 | geleerdheid; goede algemene ontwikkeling; deskundigheid |
| yusō-輸送 | vervoer; transport (van personen of goederen) |
| yūyaku-勇躍 | goedgehumeurdheid; vrolijke stemming |
| zaikohin-在庫品 | voorraadartikel; artikel [goederen] in voorraad [in opslag] |
| zaisankanri-財産管理 | beheer van onroerend goed; vastgoedbeheer |
| zaitakukinmuteate-在宅勤務手当 | thuiswerkvergoeding |
| zaiten-在天 | in de hemel zijn (van een god of geest) |
| zakka-雑貨 | diversen; algemene koopwaar [goederen]; kleine artikelen |
| zangaku-残額 | (van een rekening) saldo; tegoed |
| zehi-是非 | goed en fout; plussen en minnen; voor- en nadelen |
| zeiri-税吏 | belastinginspecteur; belastingontvanger |
| zen-善 | het goede; goedheid; deugd |
| zendama-善玉 | een goed mens; goede persoon |
| zendō-善道 | (boeddh.) de goede [juiste] weg; de weg van rechtschapenheid [deugdzaamheid] |
| zendō-善道 | (boeddh.) een goede wereld, d.w.z. van goden of van mensen (door goede daden in dit leven kan men na de dood in zo'n goede wereld worden herboren) |
| zengo-前後 | omkering; verkeerde volgorde; door elkaar |
| zenjinmitō-前人未到 | onontdekt [ongekend; ongeëvenaard; onontgonnen; onbetreden] zijn |
| zenkan-善管 | goed management; goed bestuur |
| zenkan-善管 | goede manager |
| zenkō-善行 | goede daad; goed gedrag |
| zennichisei-全日制 | systeem van regulier dagonderwijs (op weekdagen); voltijd opleiding |
| zennōshinkyōkai-全能神教会 | de Kerk van de Almachtige God (christelijke religieuze beweging, ontstaan in China, 1991) |
| zenpō-善報 | (boeddh.) de beloning voor goede daden |
| zenryō-善良 | goedheid; deugdzaamheid |
| zensei-善政 | een goede regering; goed bestuur [beleid] |
| zenseiki-全盛期 | hoogtijdagen; gouden tijdperk; periode van bloei |
| zensha-前車 | de voorste wagen [auto; wagon] |
| zensho-善書 | een goed boek; moreel recht [morele wet] volgens de geschriften |
| zenshu-善趣 | (Boeddh) een goede wereld, d.w.z. van de goden of van de mensen (door goede daden te doen in dit leven kan men na de dood in zo'n goede wereld worden |
| zentoyōyō-前途洋洋 | veelbelovende toekomst; goede vooruitzichten |
| zen'aku-善悪 | goed en slecht; juist en fout |
| zen'eiōpen-全英オープン | British Open (golf- of tennistoernooi) |
| zen'i-善意 | goede [nobele] inborst; goede bedoelingen |
| zen'inzenka-善因善果 | (boeddh.) goede daden worden beloond; wie goed doet, goed ontmoet |
| zen'yō-善用 | het goed gebruik maken van |
| zen'yōsuru-善用する | goed gebruik maken (van); je tijd goed gebruiken [benutten] |
| zeraniumu-ゼラニウム | (tuin)geranium (Pelargonium) |
| zetchōki-絶頂期 | hoogtepunt; toppunt; tijdperk van bloei; gouden tijdperk |
| zetsuen-舌炎 | glossitis; tongontsteking |
| zetsugi-絶技 | uitblinkend kunststuk; stunt; voortreffelijk optreden [acteerwerk]; goede techniek |
| zeusu-ゼウス | Zeus (de oppergod van de Griekse mythologie) |
| zōbutsu-贓物 | gestolen goederen |
| zōbutsukobai-贓物故買 | heling van gestolen goederen |
| zōbutsusha-造物者 | de schepper; God |
| zōbutsushu-造物主 | de schepper; God |
| zōhin-贓品 | gestolen goederen [waar] |
| zōka-雑歌 | diverse [gevarieerde] (waka) gedichten, die niet in een seizoen categorie vallen |
| zōketsu-増結 | het toevoegen [aankoppelen] van treinwagons aan een trein |
| zokkibon-ぞっき本 | boekrestanten; boeken voor goedkope prijzen |
| zokugo-俗語 | spreektaal; populair jargon |
| zonchi-存知 | het kennis hebben van; goed weten |
| zonji-存じ | het kennis hebben van; goed weten |
| zorome-ぞろ目 | dubbel (hetzelfde getal gegooid met twee dobbelstenen) |
| zubonshita-ズボン下 | lang ondergoed; lange onderbroek |
| zuichō-瑞兆 | een goed voorteken |
| zuiki-瑞気 | een goed voorteken |
| zuimakuenkin-髄膜炎菌 | meningokok (bakterie) |
| zuishō-瑞祥 | een goed voorteken |
| zuisō-瑞相 | een goed (gunstig) voorteken [omen] |