per / per ( vz. )
1によって [door; door middel van]
この建物は地震によって破壊された。
Dit gebouw werd door de aardbeving verwoest.
Dit gebouw werd door de aardbeving verwoest.
2毎に [voor elk]
4 分ごとに
elke 4 minuten
elke 4 minuten
3につき [per hoeveelheid]
kopen voor 3 dollar per dozijn
1ダースにつき3ドルで買う
1ダースにつき3ドルで買う
Kruisverwijzing
per
| lemma | meaning |
|---|---|
| abaremono-暴れ者 | geweldadige schurk; herriemaker; herrieschopper |
| aburemono-あぶれ者 | rakker; deugniet; herrieschopper; misdadiger |
| acharaka-あちゃらか | satirisch toneelstuk met dwaze grappen en koddige gebaren; slapstickachtige komedie (populair in de vroege Shōwa periode) |
| adanami-徒波 | een wispelturig [grillig] karakter [temperament] |
| adominisutādo・puraisu-アドミニスタード・プライス | (door de fabrikant of verkoper) vastgestelde prijs; vaste prijs |
| agemai-上米 | belastingheffing in rijst bij de krijgsadel (ter verlichting van de financiële nood tijdens de Tokugawa periode) |
| agemaki-揚巻 | dameskapsel uit de Meiji-periode |
| ahōbarai-阿呆払い | een straf voor een samoerai in de Edo periode: zijn 2 zwaarden werden afgepakt (of hij werd uitgekleed), waarna hij werd verjaagd |
| ai-藍 | Indigo plant (Polygonum tinctorium; Persicaria tinctoria) |
| aikyōwarai-愛敬笑い | een stroperige [vleiende] glimlach |
| aikyōzukiai-愛敬付合い | een oppervlakkige vriendschap [relatie; kennis] |
| aisubān-アイスバーン | bevroren oppervlak [skibaan; weg] |
| aisukageryū-愛洲陰流 | een school [groep; stijl] van schermen [zwaardvechten] (ontstaan in de Muromachiperiode) |
| aitai-相対 | onder elkaar [direct; persoonlijk] zijn |
| aizakari-愛盛り | heel erg schattig [lief; snoezig]; de periode dat een kind het schattigst is |
| akadensha-赤電車 | persoon die vaak 's avonds laat pas naar huis gaat |
| akagane-銅 | (oude benaming voor) koper (chemisch element Cu) |
| akahara-赤腹 | Tribolodon hakonensis (een straalvinnige vissensoort uit de familie van karpers) |
| akahon-赤本 | (kusasōshi) prentenboekje uit Edo periode |
| akajiso-赤紫蘇 | rode perilla [shiso] (plant, Perilla frutescens var. acuta) |
| akamon-赤門 | bijnaam voor de Universiteit van Tokio, waar de oude rode poort (de Goshudenpoort 御守殿門 uit de Edo periode) zich nu bevindt |
| akashinbun-赤新聞 | boulevardkrant; schandaalpers; roddelpers |
| akichi-空き地 | een onbebouwd perceel; leeg stuk bouwgrond; braak liggend terrein |
| akijikan-空き時間 | vrije tijd; rustperiode; adempauze |
| akindo-商人 | handelaar; zakenman; verkoper; dealer |
| akinonanakusa-秋の七草 | de 7 herfstbloemen (Lespedeza, Misacanthus sinensis, Kudzu, Dianthus superbus, Patricia scabiosifolia, Eupatorium en Gomphocarpus physocarpus) |
| akirekaeru-呆れ返る | verbijsterd [perplex] zijn; geschokt zijn |
| akishō-飽き性 | licht ontvlambaar [grillig] persoon [karakter] |
| akisu-空き巣 | een inbreker; insluiper |
| akkigai-悪鬼貝 | een stekelslak [purperslak] (Murex troscheli) (wordt ook wel gebruikt als amulet) |
| ako-吾子 | een term om (op een vriendelijke manier) naar iemands kinderen of ondergeschikten te wijzen (in de tweede persoon) |
| akudōmono-悪道者 | een slechte [losbandige] persoon |
| akufu-悪婦 | een vrouw met een slecht [opvliegend] karakter [humeur; temperament] |
| akufu-握斧 | een stenen handbijl (gebruiksvoorwerp uit het stenen tijdperk) |
| akukigai-悪鬼貝 | een stekelslak [purperslak] (Murex troscheli) (wordt ook wel gebruikt als amulet) |
| akuma-悪魔 | een door en door slechte [wrede; onmenselijke] persoon |
| akunin-悪人 | boosaardige [kwaadwillende] persoon |
| akuseihinsetsu-悪性貧血 | pernicieuze anemie |
| akutarō-悪太郎 | een ruwe [ongemanierde] persoon |
| akutō-悪党 | de naam van een groep gewapende opstandelingen tegen de [幕府] bakufu regering in de Kamakura periode |
| akyūdo-商人 | handelaar; zakenman; verkoper; dealer |
| amaboshi-甘干し | geschilde, gedroogde perzik(ken) |
| amachan-甘ちゃん | een slappe [makkelijke] persoon; iemand die over zich laat lopen |
| amakawa-甘皮 | opperhuid; epidermis |
| amanojaku-天の邪鬼 | slechterik; verdorven persoon; tegendraads [koppig] persoon; dwarsligger |
| amatō-甘党 | een snoeper; iem. die van snoepen houdt; zoetekauw; iem. die geen alcohol drinkt |
| amatsu-天つ | hemels; keizerlijk; imperiaal |
| amattareru-甘ったれる | je kinderachtig gedragen; je gedragen als een verwend kind; je vastklampen aan iemand; krampachtig [kruiperig] proberen vrienden te maken |
| amenbō-飴ん棒 | de langwerpige ronddraaiende rood-wit-blauwe staaf die buiten op de muur hangt bij kapperszaken |
| ameuri-飴売り | een snoepverkoper |
| ana-アナ | omroeper; nieuwslezer; verslaggever |
| anaba-穴場 | een hele goede plek (voor duiken, vissen, kamperen, e.d.), die niet bekend is bij het grote publiek |
| anaunsā-アナウンサー | omroeper; nieuwslezer; verslaggever |
| anfan・teriburu-アンファン・テリブル | enfant terrible (onverantwoordelijk [indiscreet] persoon) |
| ango-安居 | varsika (een term voor Boeddhistische training en meditatie gedurende een periode van 90 dagen) |
| anguru-アングル | hoek; perspectief |
| animaru-アニマル | beestachtig [woest] persoon |
| anka-安価 | oppervlakkigheid; lichtvaardigheid |
| ankokujidai-暗黒時代 | een donkere [moeilijke; zware] tijd [periode] |
| anna-安和 | kalmte en vrede; de naam van een keizerlijk tijdperk in het midden van de Heian-periode, 10e eeuw) |
| anohito-彼の人 | die persoon; hij; zij |
| anpea-アンペア | ampère (eenheid van elektrische stroomsterkte) |
| anshō-暗証 | een geheime letter- [cijfer] combinatie voor toegang tot bepaalde gegevens, of voor identificatie van een persoon |
| anwa-安和 | kalmte en vrede; de naam van een keizerlijk tijdperk in het midden van de Heian-periode, 10e eeuw) |
| an'ei-安永 | de naam van een jaarperiode (van 16-11-1772 tot 04-02-1781) |
| an'i-安位 | (term van Zeami) de hoge graad van perfectie die een acteur van het Nō-theater kan bereiken, waardoor hij ontspannen zijn rol kan spelen |
| an'i-安易 | onverschilligheid; oppervlakkigheid |
| an・tsū・kā-アン・ツー・カー | all-weather wegdek [oppervlak]; (kunststof) baan die bestand is tegen alle weersinvloeden |
| aoendō-青豌豆 | doperwten |
| aojiso-青紫蘇 | groene perilla [shiso] (plant, Perilla frutescens var. acuta f. virilis) |
| aori-煽り | het bumperkleven (te dicht rijden achter) |
| aoru-煽る | bumperkleven (dicht achter iemand rijden) |
| aosa-石蓴 | zeesla (een algensoort: Ulva pertusa) |
| aperitifu-アペリティフ | aperitief(je) ((alcoholhoudend) drankje voor de maaltijd) |
| appākatto-アッパーカット | opstoot; uppercut (boksen) |
| apure・gēru-アプレ・ゲール | na-oorlogse periode; naoorlogs |
| arabuki-粗拭き | het grofweg [oppervlakkig] schoonvegen |
| arakure-荒くれ | een ruwe [wilde] persoon |
| aramusha-荒武者 | woeste [meedogenloze; onbevreesde; dappere] strijder [krijger] |
| are-彼 | (een woord dat een persoon of ding aanduidt dat ver verwijderd is) die; dat; daar; toen |
| ārubui-アールブイ | RV; kampeerauto; camper |
| asahaka-浅はか | kortzichtigheid; oppervlakkigheid; lichtzinnigheid; ondoordachtheid |
| asai-浅い | oppervlakkig; onbeduidend |
| asaji-浅茅 | een Japanse (schaars groeiende, korte) grassoort van de familie Imperata cylindrica (Japans bloedgras) |
| asajie-浅知恵 | oppervlakkige kennis; onnadenkendheid |
| asanebō-朝寝坊 | langslaper; iemand die laat opstaat |
| ashide-葦手 | een speelse kalligrafiestijl (gebruikt van de Heian- tot de Kamakura-periode) |
| ashiyowa-足弱 | met zwakke benen; slecht ter been; beperkt loopvermogen |
| assaku-圧搾 | compressie; samenpersing |
| assaku-圧搾 | druk; pressie; het persen |
| assakuki-圧搾機 | een pers |
| assakukūki-圧搾空気 | samengeperste lucht; perslucht |
| assakusuru-圧搾する | persen; samenpersen; samendrukken |
| asshi-私 | (informele, ouderwetse term, gebruikt door mannen, voor de eerste persoon enkelvoud) ik; mij |
| asshuku-圧縮 | compressie; samenpersing |
| asshukugasu-圧縮ガス | samengeperst gas |
| asshukuki-圧縮機 | compressor; perspomp |
| asshukukūki-圧縮空気 | samengeperste lucht; perslucht |
| asshukukūkikikai-圧縮空気機械 | een apparaat met perslucht als krachtbron [aandrijving] |
| asshukukūkikikan-圧縮空気機関 | een met perslucht aangedreven hydraulische motor |
| asshukuōryoku-圧縮応力 | persdruk-spanning; compressie-sterkte |
| asshukusanso-圧縮酸素 | samengeperste zuurstof (in cilinder) |
| asshukusuru-圧縮する | samenpersen; condenseren; inkorten; comprimeren |
| asuparagasu-アスパラガス | asperge (plant) |
| atai-私 | (eerste persoon enkelvoud, gebruikt door vrouwen of kinderen uit de kasteelstad (shitamachi), of de demi-monde) ik; mij |
| atakushi-私 | (eerste persoon enkelvoud) ik; mij |
| atamakazu-頭数 | aantal personen [mensen]; quorum; numerieke sterkte |
| atamawari-頭割り | het delen van de kosten [uitgaven] (per persoon) |
| atashi-私 | (eerste persoon enkelvoud) ik; mij |
| atataka-暖か | warmte; mildheid [zachtheid] (van klimaat); warme temperatuur |
| ate-宛 | per |
| atebumi-宛文 | een officieel document (met daarin een persoonlijke opdracht of mandaat voor de geadresseerde) |
| atebumi-宛文 | een officieel document waarin een leenheer zijn vazal een stuk (grond)bezit gaf (Kamakura en Muromachi-periode) |
| ategaibuchi-宛行扶持 | de afgepaste hoeveelheid rijst die een baas betaalde als loon aan zijn knechten (Edo periode) |
| ateokonaijō-充行状 | een officieel document waarin een leenheer zijn vazal een stuk (grond)bezit gaf (Kamakura en Muromachi-periode) |
| ateuma-当て馬 | een proefpersoon |
| atobō-後棒 | persoon die de achterkant van de draagstoel draagt |
| atochi-跡地 | braakliggend land [kavel; perceel] (na afbraak van de gebouwen die erop stonden) |
| atoyaku-後厄 | het jaar na de kritieke leeftijd [periode]; het jaar na het ongeluksjaar |
| atoyama-後山 | lader; sleper; (assistent) mijnwerker |
| atsui-暑い | warm; heet (temperatuur) |
| auto・obu・baunzu-アウト・オブ・バウンズ | buiten de grenzen [perken] (fig); verboden terrein; taboe |
| awatemono-慌て者 | warhoofd; een warrige persoon |
| awatemono-慌て者 | heethoofd; een ongeduldige persoon |
| ayamatte-誤って | per ongeluk; per abuis; bij vergissing |
| ayaori-綾織り | keperstof; gekeperde stof |
| a'nekumēne-アネクメーネ | gebieden op aarde die door extreme omstandigheden (droogte, hitte, hoogte, etc.) niet permanent door mensen bewoond kunnen worden |
| bagabondo-バガボンド | vagebond; landloper; zwerver |
| baikai-媒介 | bemiddeling; interventie; fungeren als tussenpersoon |
| baikan-陪観 | het bekijken [bijwonen] van iets met een meerdere [een superieur]; aanwezigheid (bij een keizerlijk bloemenfeest) |
| baikansuru-陪観する | iets bekijken [bijwonen] met een meerdere [een superieur]; (een keizerlijk bloemenfeest) bijwonen |
| baikingu-バイキング | buffet met onbeperkt eten; all-you-can-eat buffet |
| bainin-売人 | verkoper; handelaar |
| baipasu-バイパス | bypass (operatie aan bloedvaten) |
| baishakusuru-媒酌する | koppelen; een huwelijk tot stand brengen; als tussenpersoon optreden |
| baishū-買収 | omkoping, omkoperij; corruptie |
| baiyā-バイヤー | koper (degene die iets koopt) |
| bakumatsu-幕末 | slotperiode van het Tokugawa shogunaat |
| bakushin-幕臣 | vazal van de Shogun (Edo-periode) |
| bakusuru-縛する | beperken; aan banden leggen; (vrijheid) inperken; in toom houden |
| banchi-番地 | huisnummer; straatnummer; perceelnummer |
| bango-蛮語 | (Edo periode) buitenlandse taal (soms ook met afkeurende bijbetekenis) |
| banki-晩期 | laatste fase [stadium]; laatste periode |
| banmen-盤面 | het oppervlak van een bord voor go of shōgi (schaken) |
| banmen-盤面 | het oppervlak van een grammofoonplaat |
| banpā-バンパー | bumper; stootrand; stootblok |
| banpā・sutekkā-バンパー・ステッカー | bumpersticker (sticker op autobumper) |
| banshoku-伴食 | eten met een belangrijke [hooggeplaatste] persoon; eten aan dezelfde tafel als de eregast |
| bansō-伴走 | het meelopen [meerennen] (naast een hardloper, tijdens een wedstrijd) |
| banzen-万全 | grondigheid; volledigheid; volmaaktheid; perfectie |
| ban'ya-番屋 | (Edo periode) hok [kot; kennel] van een waakhond |
| baputesuto-バプテスト | doper |
| bara-輩 | gevoegd achter zelfstandige naamwoorden die personen aanduiden, geeft meervoud aan |
| baren-馬楝 | baren, een Japans gereedschap dat wordt gebruikt bij het afdrukken van een houtsnede op papier zonder pers |
| baria・furī-バリア・フリー | toegankelijkheid (voor ouderen en mensen met een beperking) |
| barikan-バリカン | tondeuse; kappersschaar (merknaam Bariquand et Marre) |
| barikēdo-バリケード | barricade; versperring |
| bashoku-馬謖 | Ma Su, een Chinese generaal (190 - 228), die leefde in Shu Han tijdens de Drie Koninkrijken periode (221 - 280) |
| basukon-バスコン | geboortebeperking |
| bāsu・kontorōru-バース・コントロール | geboortebeperking |
| bataya-ばた屋 | voddenraper |
| batchiri-ばっちり | perfect; uitstekend; precies goed; voldoende; genoeg |
| bāten-バーテン | barkeeper; barman |
| bātendā-バーテンダー | barkeeper; barman |
| batsu-抜 | (in kanji combinaties) verwijderen; uittrekken; uitsteken boven; superieur zijn |
| batsuyō-末葉 | het einde [slot] (van een tijdperk) |
| battōtai-抜刀隊 | een speciale (met Japanse zwaarden bewapende) politie-eenheid (Meiji-periode) |
| bāzu・ai・byū-バーズ・アイ・ビュー | vogelvluchtperspectief; panoramisch uitzicht |
| bebī・fēsu-ベビー・フェース | babyface; persoon met kinderlijk gezicht |
| beddo-ベッド | (planten) perk; zaaibed |
| beikokunendo-米穀年度 | een periode van één jaar, gebaseerd op het oogstseizoen van de rijst (van 1 november van het voorgaande jaar tot 31 oktober van het huidige jaar) |
| beishi-米紙 | Amerikaanse krant; Amerikaanse pers |
| bengaku-勉学 | studie; het ijverig [hard] studeren (niet noodzakelijkerwijs bij educatieve instellingen; zelfontwikkeling met een meer persoonlijk studieprogramma) |
| benkei-弁慶 | Benkei, een beroemde krijger uit de Kamakura-periode |
| benkei-弁慶 | een dappere krijger |
| beru・epokku-ベル・エポック | belle époque (culturele periode ca. 1890-1910) |
| bēshikku・ingurisshu-ベーシック・イングリッシュ | basisengels (gebruik van beperkte Engelse woordenschat) |
| bessō-別送 | verzending separaat [per aparte post] |
| besuto・doressā-ベスト・ドレッサー | een goed gekleed persoon |
| betaichimen-べた一面 | overal; (verspreid) over het hele oppervlak |
| betsudōtai-別働隊 | afzonderlijke [aparte] legereenheid (los van de hoofdmacht opererend) |
| betsugo-別後 | de periode [gebeurtenissen] na een afscheid [scheiding; uit elkaar gaan] |
| betsujin-別人 | een andere persoon; iemand anders; een veranderd persoon |
| bi-媚 | (in kanji combinaties) gevlei; geslijm; flirt; kruiperigheid; schoonheid; pracht |
| bijin-美人 | Chinese hofdame (Han-periode) |
| bikuni-比丘尼 | (Kamakura- en Muromachi-periode) rondreizende vrouwelijke entertainer (die optrad verkleed als non); prostituee |
| bīnbōru-ビーンボール | beanball (bij honkbal, een gevaarlijke bal die een werper opzettelijk naar het hoofd van de slagman gooit) |
| binzasara-編木 | binzasara, een traditioneel Japans percussie-instrument van stroken aan elkaar gebonden hout |
| bippu-ビップ | een vooraanstaand [belangrijk] persoon |
| biryoku-微力 | geringe kracht; beperkte bekwaamheid [vaardigheden]; weinig invloed; lage sociale status |
| bishoppu-ビショップ | loper (schaakspel) |
| biyōshi-美容師 | kapper; schoonheidsspecialist (zonder scheervergunning) |
| bō-妨 | (in kanji combinaties) belemmering; versperring |
| bodīgādo-ボディーガード | lijfwacht; persoonlijke beveiliger |
| bōgyoritsu-防御率 | (honkbal) Earned Run Average (ERA) (statistiek voor de effectiviteit van een werper) |
| bōhon-坊本 | beperkte uitgave van een boek, op basis van lokale verspreiding; boek uitgegeven door een particuliere boekhandel |
| boin-母印 | duimafdruk (op een verklaring, i.p.v. het persoonlijk naamstempel) |
| bokunenjin-朴念仁 | lomperik; botterik; stommeling; domoor; domkop |
| bonge-凡下 | een gewoon [alledaags; middelmatig] persoon |
| bonjin-凡人 | eenvoudige burgers; het gewone volk; een middelmatige persoon |
| bonryo-凡慮 | de gewone mens; middelmatige persoon |
| bonsai-凡才 | een persoon met matige vaardigheid [bekwaamheid] |
| bonzoku-凡俗 | gewone mensen; een middelmatige persoon |
| borantarī・chēn-ボランタリー・チェーン | detailhandelcoöperatie |
| bōto-暴徒 | relschoppers; rebellen; gepeupel; muiters |
| bōtō-暴投 | (honkbal) een wilde (afgekeurde) worp (van de werper) |
| boyaku-ぼやく | klagen; zeuren; mopperen |
| būbū-ぶうぶう | gemopper; geklaag |
| bugaihi-部外秘 | beperkt tot de (eigen) afdeling: alleen voor de afdeling |
| bugyō-奉行 | (Edo-periode)| magistraat van de shogun |
| buhen-武辺 | krijgshaftigheid; (militaire) moed; dappere strijder |
| buin-無音 | een lange stilte; lang zonder contact (b.v. briefwisseling, e.d.); het niets van zich laten horen gedurende een lange periode |
| bui・ai・pī-ブイ・アイ・ピー | VIP; vooraanstaand [belangrijk] persoon |
| bungakusha-文学者 | letterkundige; literair [geletterd] persoon; schrijver |
| bunin-無人 | onderbemand; aderbezetting; met te weinig personeel |
| bunja -文者 | geleerde; wetenschapper; academicus |
| bunjinga-文人画 | literator schilderkunst (schilderkunst als nevenactiviteit van een literator, in China en later ook in Japan vanaf de Edo periode) |
| bunjōchi-分譲地 | perceel grond (voor verkoop) |
| bunkajin-文化人 | een hoogopgeleid [cultureel onderlegd] persoon |
| bunkintakashimada-文金高島田 | kapsel van ongehuwde vrouwen in de Edo-periode (tegenwoordig nog gebruikt bij bruiloften) |
| bunko-文庫 | paperback in klein formaat; pocketboek |
| bunkobon-文庫本 | pocketboek (paperback in klein formaat) |
| bunmei-文明 | naam van een Japans tijdperk (1469-1487) |
| bunmeikaika-文明開化 | (lett. beschaving en vooruitgang) tendens naar modernisering en verwestersing in de vroege Meiji-periode in Japan |
| bunpitsu-分筆 | perceel [kavel] onderverdeling |
| bunshi-文士 | schrijver [schrijfster]; literair [geletterd] persoon |
| burakku・chenbā-ブラック・チェンバー | Black Chamber (1919–1929); ook bekend als het Cipher Bureau, de voorloper van de geheime dienst van de VS, National Security Agency (NSA) |
| burijji・banku-ブリッジ・バンク | overbruggingsbank (opgericht om een failliete bank te exploiteren totdat er een koper kan worden gevonden) |
| burōkā-ブローカー | makelaar; tussenpersoon; tussenhandelaar |
| bushitsukemono-不躾者 | een lompe [ongemanierde; onbeschaafde; onbeschaamde; brutale; onbeschofte] persoon |
| bushō-武将 | militair leider; generaal; (opperste) krijgsheer; opperbevelhebber |
| busubusu-ぶすぶす | (onomatopee) mopperend; tegensputterend; klagend; smeulend |
| busutto-ぶすっと | chagrijnig; mopperend |
| buyūden-武勇伝 | levensverhaal van een held; ridderverhaal; (ironisch) heldenepos van kroegloper |
| buzā-ブザー | zoemer; pieper |
| chagama-茶釜 | theeketel (van ijzer, koper, e.d.; m.n. gebruikt bij de Japanse theeceremonie) |
| chama-ちゃま | (variant van sama; gehecht aan de naam van [of verwijzing naar] een persoon, drukt respect uit) meneer; mevrouw |
| chanoko-茶の子 | versnapering; cake; snoepjes (oorspronkelijk voor bij de thee) |
| chansu・mēkā-チャンス・メーカー | (sport) kansenschepper; speler die kansen creëert |
| chasen-茶筅 | een (bamboe) klopper voor groene poederthee |
| chi-乳 | uitstulpingen op het oppervlak van een tempelbel |
| chiban-地番 | nummer dat aan elk stuk grond (perceel) wordt toegekend voor registratie in het kadaster |
| chibi-ちび | klein [kort] persoon [dier] |
| chidōsetsu-地動説 | heliocentrisme; copernicanisme |
| chiesha-知恵者 | een wijze man [vrouw]; een slimme persoon |
| chigaya-茅 | Japans bloedgras (Imperata cylindrica) |
| chihyō-地表 | aardoppervlak |
| chijōken-地上権 | oppervlakterecht; recht van opstal |
| chikaku-知覚 | waarneming; perceptie |
| chikan-痴漢 | aanrander; perverse [handtastelijke] man |
| chikan-置換 | permutatie (wiskunde) |
| chikujitsu-逐日 | per dag; met de dag; iedere dag |
| chikuonki-蓄音機 | fonograaf (voorloper van de grammofoon) |
| chinchōge-沈丁花 | peperboompje (Daphne odora) |
| chinpei-鎮兵 | (Nara-Heian periode) verdedigingsleger (voor de provincies Mutsu en Dewa in Japan) |
| chion-地温 | bodemtemperatuur |
| chirori-銚釐 | een koperen of messing kan om sake in te verwarmen |
| chiseki-地積 | de oppervlakte [het areaal] van een stuk land |
| chisha-知者 | een wijze; een wijs persoon; iemand met veel kennis en inzicht |
| chishitsujidai-地質時代 | geologisch tijdperk |
| chiyorozu-千万 | een buitengewoon [ontelbaar; onbeperkt] groot aantal; 10 miljoen |
| chōetsu-超越 | superioriteit; uitmuntendheid |
| chōgin-丁銀 | (Edo-periode) een zilveren munt in de vorm van een zeekomkommer |
| chōja-長者 | een rijke persoon; miljonair |
| chōja-長者 | leider; meerdere; superieur |
| chōja-長者 | oudere; persoon met een hoge status in een vakgebied |
| chōjin-超人 | superman (filmheld) |
| chōjin-超人 | supermens; iemand met uitzonderlijke krachten [talenten; vaardigheden] |
| chōjūgenso-超重元素 | superzwaar element |
| chōkanzu-鳥瞰図 | bovenaanzicht; gezicht vanuit de lucht; vogelperspectief |
| chokkan-直諫 | berisping; terechtwijzing; vermaning (van een hoger geplaatste persoon door een lager geplaatste persoon) |
| chokutō-直答 | rechtstreeks [persoonlijk] antwoord |
| chōkyorirannā-長距離ランナー | langeafstandsloper |
| chonmage-丁髷 | (Edo-periode) mannenkapsel (een breed geschoren voorhoofd en op het achterhoofd een knot) |
| chōonsoku-超音速 | supersonische snelheid |
| chōrippōtai-超立方体 | hyperkubus |
| chōshimono-調子者 | roekeloos [wispelturig; arrogant; opportunistisch] persoon |
| chōtokkyū-超特急 | hoge snelheidstrein; superexpress trein |
| chū-仲 | bemiddeling; bemiddelaar; tussenpersoon |
| chūijinbutsu-注意人物 | verdachte; verdacht persoon; persoon die in de gaten moet worden gehouden |
| chūjiku-中軸 | punt [persoon] waar alles om draait; centrale figuur |
| chūjin-中人 | bemiddelaar; tussenpersoon |
| chūken-中堅 | deel van leger onder directe leiding van de opperbevelhebber |
| chūki-中期 | middellange termijn; middelste periode |
| chūko-中古 | de (hist.) de Middeleeuwen (Heian periode in Japan) |
| chūnin-仲人 | bemiddelaar; tussenpersoon |
| chūsainin-仲裁人 | bemiddelaar; tussenpersoon; arbiter |
| chūsaisha-仲裁者 | bemiddelaar; tussenpersoon; arbiter |
| chūseidai-中生代 | mesozoïcum (tijdperk) |
| chūshin-忠臣 | (vanaf de Heian periode, een ander woord voor 准大臣) iemand die de taken van de hoofdstaatsdienaar kan behartigen |
| chūsuisetsujojutsu-虫垂切除術 | blindedarmoperatie |
| chūu-中有 | (in Japans boeddhisme) transitieperiode van 49 dagen tussen overlijden en wedergeboorte |
| chūyakenkō-昼夜兼行 | dag-en nacht [doorgaan]; 24 uur per dag |
| chyōonsokuryokakuki-超音速旅客機 | supersonisch vliegtuig |
| dabora-駄法螺 | grootspraak; opschepperij |
| daburukurippu-ダブルクリップ | papierklem; papierknijper |
| daburupurei-ダブルプレー | (honkbal) dubbelspel (twee honklopers tegelijk uitgeschakeld) |
| daburu・beddo-ダブル・ベッド | tweepersoonsbed |
| daburu・suchīru-ダブル・スチール | dubbele gestolen honk (bij honkbal, de situatie waarbij twee honklopers in één slagbeurt tegelijkertijd een honk stelen) |
| dagakki-打楽器 | percussie-instrument; slaginstrument |
| dai-代 | generatie; tijdperk; dynastie; regeringsperiode; heerschappij |
| daien-大円 | grootcirkel; orthodroom (een cirkel op een boloppervlak waarvan de straal gelijk is aan de straal van de bol) |
| daigan-代願 | voorbede; voorspraak; als tussenpersoon fungeren; bidden tot god {Boeddha] namens een ander |
| daihen-代返 | (op school) bij het afroepen van namen van een presentielijst bevestigend antwoorden t.b.v een andere persoon (die zelf niet aanwezig is) |
| daiichininsha-第一人者 | de hoogstgeplaatste [meest gezaghebbende] persoon; degene met de hoogste rang; de leidende [invloedrijkste] persoon (op een bepaald gebied) |
| daiichininshō-第一人称 | (taalkunde) eerste persoon |
| daikan-代官 | magistraat; (plaatsvervangend) overheidspersoon [ambtenaar] |
| daikan-大寒 | het midden van de winter; de koudste periode van de winter |
| daikōkaijidai-大航海時代 | (hist.) tijdperk van de grote ontdekkingen |
| daimyō-大名 | daimyo (leenheer in de Edo periode) |
| dainin-代人 | tussenpersoon; gevolmachtigde; plaatsvervanger |
| dainininshō-第二人称 | (taalkunde) de tweede persoon |
| dairekuto・mēru-ダイレクト・メール | postreclame; persoonlijk geadresseerde reclamepost |
| daisanninshō-第三人称 | (taalkunde) derde persoon |
| daisō-代走 | (honkbal) pitch runner, (sterke) vervangende honkloper in kritieke fase van de wedstrijd |
| daitansa-大胆さ | stoutmoedigheid; dapperheid; moed; vermetelheid |
| dancha-磚茶 | (Chinese) steenthee; tegelthee (tot tegeltjes geperste thee) |
| danjiki-断食 | de vasten (zelfonthouding van voedsel); vastenperiode |
| danketsushin-団結心 | gemeenschapszin; coöperatieve mentaliteit; groepsgevoel |
| dansei-男性 | man; mannelijk persoon; de mannen |
| dansonjohi-男尊女卑 | mannelijk chauvinisme; (geloof in) de superioriteit van mannen over vrouwen (lett. de man is geëerd, de vrouw nederig) |
| daredare-誰誰 | wie; welke personen [mensen] |
| darekare-誰彼 | de ene en de andere persoon; veel mensen; iedereen |
| daritsu-打率 | (honkbal) slagpercentage; slaggemiddelde |
| dashin-打診 | (med) onderzoek door bekloppen; percussie |
| deddonēmu-デッドネーム | deadname (iemands (vorige) naam die bewust veranderd werd door die persoon in een nieuw gekozen naam) |
| dehōdai-出放題 | onbeperkt [vrijelijk] naar buiten gaan [stromen] |
| dekadan-デカダン | decadent; een decadent persoon |
| dekiai-溺愛 | adoratie; verliefdheid; dweperij; dol zijn op |
| dekibutsu-出来物 | een bekwame [kundige] persoon |
| dekisokonai-出来損ない | een nietsnut ; waardeloos figuur [persoon] |
| dekisugi-出来過ぎ | (onwaarschijnlijk) grote graad van perfectie; te goed zijn |
| dekora-デコラ | Decola, merknaam van thermohardende kunststof gemaakt van melamine en formaldehyde (o.a. gebruikt voor oppervlaktecoatings) |
| deku-木偶 | een nutteloze persoon; domoor; dwaas |
| dekurasse-デクラッセ | aan lager wal geraakt; aan lager wal geraakt persoon |
| demuku-出向く | zich begeven [op weg gaan] (naar); zelf [persoonlijk] een bezoek brengen (aan) |
| den-殿 | paleis; huis [behuizing] van een adellijk persoon |
| denkōsekka-電光石火 | razendsnel [bliksemsnel; supersnel] zijn; in een flits |
| denpu-田夫 | boerenkinkel; boerenpummel; onbeschofte persoon |
| denpuyajin-田夫野人 | boerenkinkel; boerenpummel; onbeschofte persoon |
| denryūkei-電流計 | ampèremeter |
| deshabaru-出しゃばる | binnendringen; zich bemoeien (met); interrumperen; tussen beiden komen |
| dezainā-デザイナー | ontwerper; designer |
| dezainā・burando-デザイナー・ブランド | merknaam van een ontwerper |
| difyūjon・rain-ディフュージョン・ライン | diffusielijn (secundaire productlijn van een modehuis of modeontwerper) |
| dīrā-ディーラー | verkoper; handelaar; officiële vertegenwoordiger van een specifiek merk producten van een fabrikant |
| dirēdo・suchīru-ディレード・スチール | verlate steel-poging (bij honkbal, een verrassingstechniek waarbij de loper een honk steelt op een onverwacht moment) |
| direttanto-ディレッタント | dilettant (m); dilettante (v); amateur; oppervlakkige kunstkenner |
| dī・pī・ai-ディー・ピー・アイ | dpi (dots per inch) |
| do-度 | graad (v. temperatuur) |
| do-度 | percentage |
| dō-銅 | koper (chemisch element, Cu) |
| dōban-銅板 | koperen plaat |
| dōban-銅版 | koperdrukplaat; koperen plaat (voor kopergravure) |
| dōbanga-銅版画 | kopergravure [ets] |
| dōbutsushōsetsu-動物小説 | literaire genre waarbij dieren de voornaamste personages zijn |
| dōdantsutsuji-満天星 | pronkklokje (plant, Enkianthus Perulatus) |
| dōjaku-瞠若 | (opperste) verbazing; verbijstering; als met stomheid geslagen |
| dōjin-同人 | dezelfde persoon; de persoon in kwestie |
| dōjin-同人 | verwante geest; kameraad; persoon [personen] met dezelfde doelen [belangen]; kliek |
| dojō-泥鰌 | Chinese weeraal (Aziatische modderkruiper; Misgurnus anguillicaudatus) |
| dokkyobō-独居房 | isoleercel; eenpersoonscel |
| dokkyokanbō-独居監房 | isoleercel; eenpersoonscel |
| dōko-銅壺 | koperen ketel (om water te koken) |
| dōkō-銅鉱 | kopererts |
| dokusō-独走 | koploper zijn; het alleen (voorop) rennen |
| dokusuru-毒する | kwetsen; vergiftigen; verpesten; corrumperen |
| dokyō-度胸 | moed; dapperheid; lef; durf |
| dōnin-同人 | verwante geest; kameraad; persoon [personen] met dezelfde doelen [belangen]; kliek |
| dōnin-同人 | dezelfde persoon; de persoon in kwestie |
| donjiri-どん尻 | de allerlaatste; de achterste; de laatste persoon (die arriveert, finisht, e.d.); de hekkensluiter |
| dōon-同温 | dezelfde temperatuur |
| doraipointo-ドライポイント | droge naald (techniek bij kopergravure) |
| dōrakumono-道楽者 | een levensgenieter; losbandig persoon; losbol; vrijbuiter |
| dorenki-土練機 | kleipers |
| dorēpu-ドレープ | (Eng.: drape) draperie; lang gordijn |
| doressā-ドレッサー | een goedgeklede persoon; iemand die zich goed kleedt |
| dōritsu-同率 | dezelfde verhouding; hetzelfde tarief [percentage] |
| dorodoro-泥々 | modderig; papperig; kleverig |
| dōrofūsa-道路封鎖 | wegversperring |
| dōseiaisha-同性愛者 | homoseksueel persoon |
| dōsen-銅線 | koperdraad |
| dōsen-銅銭 | koperen geldstuk; koperen munt(je) |
| dōshi-同氏 | de (al eerder) genoemde [desbetreffende] persoon |
| dōshi-道士 | een integer [fatsoenlijk] iemand; een persoon met een sterk moreel besef |
| dōshin-同心 | een lagere ambtenaar in de Edo periode (belast met algemene zaken en politiewerk) |
| dōshoku-銅色 | koperkleur |
| dosu-ドス | DOS (computerterm: (disc operating system) |
| dosū-度数 | graad; niveau; percentage |
| dosudosu-ドスドス | (onomatopee) stampend geluid (b.v. van een heimachine of van de zware voetstappen van een zwaarlijvig persoon of dier) |
| dotanba-土壇場 | (Edo periode) aarden platform waar executies [onthoofdingen) plaatsvonden |
| dotanba-土壇場 | op het laatste moment; op het nippertje |
| doyō-土用 | de warmste periode van de zomer; de hondsdagen |
| dozaemon-土左衛門 | lichaam [lijk] van iemand die is verdronken (vernoemd naar sumoworstelaar Narusegawa Dozaemon (Edo periode) die een bleek, dik gezwollen lichaam had) |
| dōzan-銅山 | kopermijn; berg waaruit kopererts wordt gewonnen |
| ea・burēki-エア・ブレーキ | luchtdrukrem (een rem die werkt met perslucht) |
| ea・kā-エア・カー | een auto die rijdt op samengeperste lucht |
| edomoji-江戸文字 | (late Edo-periode) schrijfstijl voor uithangborden, ranglijsten, e.d. |
| edomurasaki-江戸紫 | blauw-paarse kleur (voor het eerst genaakt in de Edo periode) |
| edosanpu-江戸参府 | (Edo-periode) hofreis naar (de shogun) in Edo |
| edozuma-江戸褄 | Edo-patroon (een patroon, uit de late Edo-periode, op de zoom van een effen (m.n. zwarte) kimono) |
| edozume-江戸詰め | (Edo-periode) het werken van daimyo (en hun vazallen) in Edo (zij waren verplicht om dat elk jaar af te wisselen met werken in hun eigen domein) |
| efu・ē-エフ・エー | onafhankelijk persoon (Eng.: free agent); contractvrije [transfervrije] speler |
| egarappoi-蘞辛っぽい | droog [rasperig; ruw; schor] gevoel in de keel |
| ego-エゴ | (in psychoanalyse, de persoonlijkheid) ego |
| eguzekutibu-エグゼクティブ | leidinggevende persoon; hoofddirecteur; uitvoerende macht |
| eichi・tī・emu・eru-エイチ・ティー・エム・エル | html (HyperText Markup Language) |
| eigyōkiban-営業基盤 | bedrijfsinfrastructuur; verkoopstructuur; operationele basis |
| eigyōson'eki-営業損益 | operationele winstmarge; winst en verlies in bedrijfsvoering [handel, e.d.] |
| eijū-永住 | permanent verblijf (m.n. in een ander land dan waar men de nationaliteit van heeft) |
| eijūken-永住権 | recht tot permanent verblijf (in een ander land dan waar men de nationaliteit van heeft) |
| eiketsu-英傑 | geweldig persoon; bijzonder mens; genie; held |
| eikyūtōdo-永久凍土 | permafrost; altijd bevroren grondlaag |
| eisai-英才 | een talent; genie; geniale persoon |
| eishagishi-映写技師 | (film)operateur |
| eizokukakumei-永続革命 | Permanente Revolutie (1917-1945) |
| eizokuteki-永続的 | permanent; blijvend |
| ekiin-駅員 | stationsmedewerker; stationspersoneel |
| ekisentorikku-エキセントリック | een zonderling; excentriek persoon |
| ekisupāto-エキスパート | specialist; deskundige; expert |
| ekitei-駅逓 | (arch.) het transporteren van bagage van (post)station naar (post)station (zoals op de Tokaido route in de Edo periode) |
| ekiteikyoku-駅逓局 | bagagetransport bureau (het bureau dat het bagagevervoer tussen de stations regelde in het begin van de Meiji periode) |
| ekken-謁見 | audiëntie; officieel gehoor (verleend door een hooggeplaatst persoon) |
| ekusupāto-エクスパート | specialist; deskundige; expert |
| ekusuperimento-エクスペリメント | experiment |
| engan-遠眼 | verziendheid; hypermetropie |
| enji-衍字 | een overbodig [overtollig] karakter; een karakter dat per abuis in een tekst staat. |
| enkinhō-遠近法 | perspectiefweergave; scenografie |
| enkiridera-縁切り寺 | (Edo periode) een tempel die een toevluchtsoord was voor weggelopen vrouwen (die van hun echtgenoten wilden scheiden) |
| enko-縁故 | persoonlijke connecties [relaties] |
| enpaia-エンパイア | rijk; keizerrijk; wereldrijk; imperium |
| enpitsukezuri-鉛筆削り | puntenslijper |
| enshi-遠視 | verziendheid; hypermetropie |
| ensuimen-円錐面 | kegelvormig oppervlak; cirkelkegel |
| entaitoru-エンタイトル | (honkbal, afk. voor: entitled base) wanneer de slagman of loper volgens de regels naar het volgende honk mag opschuiven |
| entaitoru・tsūbēsu-エンタイトル・ツーベース | (entitled two-base) een slag waardoor de slagman of loper twee honken mag opschuiven |
| entaku-円タク | (Showa-periode) één yen-taxi (die, in de steden Osaka en Tokio, een passagier voor één yen naar elke locatie in de stad bracht) |
| entō-遠島 | verbanning naar een afgelegen eiland (Edo periode) |
| enu・ō・shī-エヌ・オー・シー | (Network Operations Center) netwerkbeheercentrum |
| ēpekku-エーペック | APEC (Asia-Pacific Economic Cooperation) |
| epirōgu-エピローグ | epiloog; nawoord; laatste deel van een roman, toneelstuk; opera, e.d. |
| epokku-エポック | (nieuw) tijdperk; tijdvak; periode |
| erabutsu-偉物 | een groot man; een getalenteerd [bekwaam; begaafd] persoon |
| erīto-エリート | lettertype (met 12 karakters per inch) op een westerse schrijfmachine |
| erotomania-エロトマニア | erotomanie; hyperseksualiteit; abnormaal seksueel verlangen |
| eru・esu・ai-エル・エス・アイ | de implementatie van tienduizenden transistors per chip (LSI: large-scale integrated circuit) |
| eru・nīnyo-エル・ ニーニョ | El Niño, atmosferisch verschijnsel waarbij de zeewatertemperatuur stijgt doordat de zuidoostpassaatwinden (voor de kust van Peru) afzwakken |
| esupā-エスパー | (Extra Sensory Perception) helderziende; paragnost; iemand met bovennatuurlijke gaven |
| esuperanto-エスペラント | Esperanto (internationale kunsttaal) |
| esu・esu・tī-エス・エス・ティー | (supersonic transport) supersonisch vliegtuig |
| esu・ī-エス・イー | (system engineer) systeemontwerper |
| etchi-エッチ | (afk. voor hentai) pervers; onzedelijk; obsceen |
| etchingupuresuki-エッチングプレス機 | etspers |
| etosu-エトス | ethos (morele houding, karakter of temperament) |
| ētosu-エートス | ethos (morele houding, karakter of temperament) |
| ē・dī・etchi・dī-エー・ディー・エッチ・ディー | (attention deficit hyperactivity disorder) ADHD |
| ē・pī-エー・ピー | (Associated Press) Amerikaans persbureau |
| fendā-フェンダー | spatbord; bumper; stootblok |
| fēsu-フェース | (berg)helling; rotswand; oppervlak; voorzijde |
| figyua-フィギュア | personage; verschijning |
| firudāzu・choisu-フィルダーズ・チョイス | (honkbal) de keuze van veldspeler (als hij na een honkslag kan kiezen de slagman uit te schakelen of een andere honkloper) |
| fōsuauto-フォースアウト | (honkbal) het aftikken van een honkloper |
| fu-膚 | (in kanji combinaties) oppervlakte; uiterlijk; buitenkant |
| fuchi-布置 | rangschikking; groepering; ordening |
| fudasashi-札差し | (Tokugawa-periode) makelaar in rijst (handelaar die het recht had om geld te geven in ruil voor de rijsttoelagen van vazallen) |
| fuen-敷衍 | het verduidelijken; uitvoerig bespreken; ergens dieper [uitvoeriger] op ingaan; uitweiden; uiteenzetten |
| fuensuru-敷衍する | verduidelijken; uitvoerig bespreken; ergens dieper [uitvoeriger] op ingaan; uitweiden; uiteenzetten |
| fugō-富豪 | een welgesteld [rijk] persoon; miljonair |
| fugusha-不具者 | invalide; gehandicapte (persoon) |
| fuhaku-浮薄 | lichtzinnig [frivool; luchtig; oppervlakkig] zijn |
| fuhen-不変 | onveranderlijkheid; constantheid; permanentie |
| fuito-ふいと | plotseling; onverwacht; toevallig; per ongeluk |
| fujin-婦人 | vrouw; vrouwelijke persoon |
| fujō-浮上 | het drijven naar de oppervlakte |
| fujōsuru-浮上する | naar de oppervlakte drijven |
| fuka-浮華 | frivoliteit; oppervlakkigheid; lichtzinnigheid |
| fūkaku-風格 | persoonlijkheid; karakter; verschijning |
| fukamaru-深まる | dieper worden; toenemen; intensifiëren |
| fukameru-深める | verdiepen; dieper maken; versterken; vergroten |
| fukanzenka-不完全花 | onvolledige [imperfecte] bloem (een bloem die niet alle bloemdelen heeft) |
| fukanzu-俯瞰図 | bovenaanzicht; gezicht vanuit de lucht; vogelperspectief |
| fukatoku-不可得 | (boeddh.) onbereikbaarheid; ongrijpbaarheid van de absolute waarheid (vanwege menselijke beperkingen) |
| fukeyaku-老け役 | rol van een ouder personage [oude man] in een toneelstuk; een acteur verkleed als oude man |
| fukukūkyōshujutsu-腹腔鏡手術 | laparascopische operatie |
| fukumaku-腹膜 | buikvlies; peritoneum |
| fukumakuen-腹膜炎 | buikvliesontsteking; peritonitis |
| fukumenpatokā-覆面パトカー | politieauto zonder politie kenmerken; ongemarkeerde personenwagen gebruikt als politieauto |
| fukurikōsei-福利厚生 | personeelswelzijn; het welzijn van werknemers |
| fukurikōseihi-福利厚生費 | kosten voor personeelswelzijn; kosten voor secundaire arbeidsvoorwaarden |
| fūkyō-風狂 | waanzinnige; waanzinnig persoon |
| fumie-踏み絵 | een christelijke afbeelding, waar men op moest lopen om te bewijzen geen aanhanger te zijn van het verboden christelijke geloof (Edo-periode) |
| fumoji-ふ文字 | (vrouwelijke hoftaal) karper |
| funa-鮒 | karper (Carassius) |
| funabin-船便 | verzending [vervoer] per schip; zeepost |
| funabito-船人 | passagier op een schip; reiziger die per boot reist |
| funabito-船人 | schipper; zeeman |
| funachin-船賃 | tarief voor een overtocht per boot; veerprijs; passagekosten [verzendkosten] (per boot) |
| funakata-船方 | schipper |
| funinshujutsu-不妊手術 | sterilisatie (med. operatie) |
| fuonbunshi-不穏分子 | onruststoker; herrieschopper; opstandeling; dissident |
| fūraibō-風来坊 | zwerver; vagebond; landloper |
| furan-孵卵 | uitbroeding; broedperiode; incubatie |
| furattā-フラッター | geklapper; gefladder |
| furebumi-触れ文 | (Edo periode) algemene kennisgeving aan de bevolking (van een regeling, besluit, bevel, e.d.) |
| furegaki-触れ書き | (Edo periode) algemene kennisgeving aan de bevolking (van een regeling, besluit, bevel, e.d.) |
| furīku-フリーク | misvormd [vreemd] persoon [dier] |
| furō-フロー | (psychologie) flow, mentale toestand (waarin een persoon volledig opgaat in zijn [haar] bezigheden) |
| fūsatsu-封殺 | (honkbal) het aftikken van een honkloper |
| fusha-富者 | een rijk [welgesteld] persoon; miljonair |
| fūshi-夫子 | (gebruikt als tweede of derde persoon voornaamwoord) jij; hij |
| fushinsha-不審者 | een verdacht persoon (met mogelijk twijfelachtige bedoelingen) |
| futari-二人 | twee personen; met z'n tweeën |
| futaribeya-二人部屋 | tweepersoonskamer |
| futeki-不敵 | (buitengewone) moed [dapperheid] |
| futene-不貞寝 | chagrijnig [mokkend; mopperend] in bed liggen [naar bed gaan] |
| futokorogatana-懐刀 | rechterhand; vertrouwenspersoon |
| fuyubi-冬日 | een dag waarop de laagste temperatuur onder de 0 graden komt |
| fuzaishatōhyō-不在者投票 | het stemmen bij volmacht; stemmen bij afwezigheid (per post) |
| gachigachi-がちがち | (onomatopee) klapperend (van tanden); |
| gaimenteki-外面的 | uiterlijk; uitwendig; oppervlakkig |
| gaishō-外傷 | uitwendige letsel; trauma; oppervlakkige wond |
| gaishū-外周 | omringend gebied; periferie; buitenwijk |
| gaishū-外周 | (buiten)omtrek; perimeter |
| gakki-学期 | (school; universiteit) lesblok; collegeperiode; semester |
| gakugeki-楽劇 | opera; muziekdrama |
| gakuryō-学寮 | (Heian periode) verblijfhuis voor ambtenaren in opleiding |
| gakusha-学者 | een geleerde; wetenschapper; academicus |
| gamanoabura-蝦蟇の油 | Gama-olie (gemaakt van door padden uitgescheiden vloeistof, werd in de Edo-periode als wondgeneesmiddel verkocht) |
| ganjigarame-雁字搦め | ingeperkt (door restricties, regels of verboden) |
| gannen-元年 | het eerste jaar van een nieuwe keizer periode |
| gappitsu-合筆 | perceel [kavel] consolidatie |
| garigarimōja-我利我利亡者 | een zeer egoïstische [hebzuchtige] persoon. |
| garyō-臥竜 | een niet-erkend genie; verborgen talent; een groot persoon wiens talent verborgen blijft |
| gazōkyō-画像鏡 | (hist.) een spiegel uit de Chinese Han-periode (met een gegoten afbeelding op de achterkant) |
| geji-蚰蜒 | een verachtelijke [gehate] persoon; gluiperd |
| gekkei-月経 | menstruatie; menstruatieperiode |
| gemen-外面 | buitenkant; buitenoppervlak; uiterlijk |
| gengō-元号 | (keizerlijke) regeringsperiode [tijdperk] |
| genmetsu-幻滅 | ontgoocheling; teleurstelling; afknapper |
| genroku-元禄 | Genroku periode (sept. 1688 - mrt. 1704) |
| gensei-現世 | de moderne tijd; dit tijdperk |
| genseidai-原生代 | proterozoïcum (geologisch tijdperk van ongeveer 2500 tot 541 miljoen jaar geleden) |
| gensoshūkihyō-元素周期表 | de periodieke tabel (der elementen) |
| gentei-限定 | beperking; restrictie; definitie |
| genteisuru-限定する | beperken; begrenzen; definiëren |
| gerō-下﨟 | een laaggeplaatste persoon met weinig status (en weinig ervaring) |
| geshutaruto-ゲシュタルト | gestalt (een stroming in de psychologie, vooral gericht op de visuele perceptie) |
| geshutarutoshinrigaku-ゲシュタルト心理学 | gestaltpsychologie (een stroming in de psychologie, vooral gericht op de visuele perceptie) |
| gesu-下種 | vulgair persoon; uitschot; smeerlap; lomperik; schoft |
| getsumen-月面 | maanoppervlak |
| gettsū-ゲッツー | (honkbal) dubbelspel (twee honklopers tegelijk uitgeschakeld) |
| giaku-偽悪 | pseudo-slecht zijn; het zich voordoen [gedragen] als een slechte persoon; doen alsof je een slechterik bent |
| gijin-擬人 | personificatie; verpersoonlijking; belichaming |
| gijin-義人 | een rechtvaardig [deugdzaam; rechtschapen] persoon |
| gijinhō-擬人法 | verpersoonlijking; personificatie |
| gijinka-擬人化 | verpersoonlijking; personificatie |
| ginsu-銀子 | (andere benaming voor chōgin, Edo-periode) een zilveren munt in de vorm van een zeekomkommer |
| giyaman-ギヤマン | (benaming uit Edo-periode voor) diamant |
| gobōnuki-牛蒡抜き | (lett. een kliswortel uit de grond trekken) het rekruteren van personeelsleden uit andere organisaties |
| gōgo-豪語 | opschepperij; snoeverij |
| gogon-五言 | Chinees gedicht met vijf karakters per regel |
| gojin-吾人 | (schrijftaal voor de eerste persoon) ik; wij |
| gojūsantsugi-五十三次 | de 53 poststations op de oude Tōkaidō (Edo- Kyoto) route (in de Edo periode) |
| gōketsu-豪傑 | een excentriek [gedurfd] persoon (die zich niets aantrekt van wat anderen denken) |
| gōketsu-豪傑 | een uitzonderlijk dappere [moedige; heldhaftige] persoon |
| gokutsubushi-穀潰し | nietsnut; klaploper; luiwammes |
| gomen-御免 | toestemming; permissie; ontheffing; ontslag |
| gonedoku-ごね得 | zorgen dat je krijgt wat je wilt (door te klagen of te mopperen); je wil doorzetten [doordrukken] |
| gonge-権化 | incarnatie; personificatie; belichaming (van) |
| gōnomono-剛の者 | dappere [stoutmoedige] persoon [krijger]; veteraan |
| gorohachijawan-五郎八茶碗 | een grote rijstkom (naar verluidt vernoemd naar Gorohachi Takahara, een pottenbakker uit de provincie Hizen in de Edo-periode) |
| gorotsuki-ごろつき | uitvreter; parasiet; klaploper; vandaal; crimineel; schurk; afperser |
| gōruden・wīku-ゴールデン・ウィーク | Golden Week, jaarlijkse vakantieperiode in Japan in mei |
| gōrukīpā-ゴールキーパー | keeper; doelman [doelvrouw]; doelverdediger |
| gosekke-五摂家 | de vijf regentenhuizen (voornaamste families van de Fujiwara-clan, vanaf het midden van de Kamakura-periode) |
| gōshi-郷士 | (Edo periode) landedelman (uit de samurai klasse); landjonker; jonkheer |
| goshinzō-御新造 | (erend woord voor) de vrouw [bruid] van een persoon met een hoge sociale status |
| goshuinsen-御朱印船 | (Edo-periode) een door de shogun (met een rode zegelbrief) geautoriseerd (buitenlands) handelsschip |
| gōso-強訴 | (Edo-periode) een rechtstreeks verzoekschrift (zonder de gebruikelijke procedures te volgen) van een groep (b.v. boeren, monniken, e.d.) |
| goten-御殿 | (erend woord voor) een residentie [herenhuis] van een hooggeplaatst persoon |
| goten'i-御殿医 | (in de Edo-periode) de arts [geneesheer] van de shoguns en leenheren |
| goteru-ごてる | klagen; mopperen |
| gotetsuku-ごてつく | veel [langdurig] klagen; mopperen |
| gotsugōshugi-御都合主義 | opportunisme (handelen naar omstandigheden, voor persoonlijk voordeel en zonder principes) |
| goun-五蘊 | (boeddh.) de vijf khandhas (groepen van bestaan van de mens: materie, gewaarwording, perceptie, intenties, bewustzijn) |
| grab・baketto-グラブ・バケット | (b.v. van een hijskraan of graafmachine); grijper; grijpemmer; grijpbak |
| guchi-愚痴 | (ongegronde) klacht; gezeur; gemopper; gemor |
| guchiru-愚痴る | klagen; mopperen |
| gujin-愚人 | dom persoon; dwaas; idioot |
| gunkō-郡公 | (Jin [Chin] periode, China) koning van een klein koninkrijk |
| gunrei-軍令 | (hist.) onder de oude grondwet, de bevelvoering over operationele militaire zaken |
| gunshō-群小 | vele gewone [onbelangrijke] mensen [personen] |
| gurabu-グラブ | (b.v. van een hijskraan of graafmachine); grijper; grijpemmer; grijpbak |
| guraindā-グラインダー | slijper; slijpmachine |
| gurando・opera-グランド・オペラ | grand opéra (opera met een grote bezetting) |
| gurashin・pēpā-グラシン・ペーパー | pergamijn papier (glad, transparant papier) |
| gurīnpīsu-グリーンピース | doperwten |
| guzuru-ぐずる | mopperen; klagen; grommen; chagrijnig zijn |
| gyabajin-ギャバジン | (waterdichte) gabardine, keperstof (m.n. gebruikt voor regenjassen |
| gyogyōkyōdōkumiai-漁業協同組合 | vissersbond; visserscoöperatie; ; visserijcoöperatie |
| gyōki-澆季 | gedegenereerde [decadente] periode (in de geschiedenis). |
| gyokuro-玉露 | groene thee van superieure kwaliteit |
| gyokyō-漁協 | vissersbond; visserscoöperatie; ; visserijcoöperatie |
| gyoshin-御寝 | (beleefd woord) de slaap van een hooggeplaatste persoon |
| gyōshō-暁鐘 | (metafoor voor) de aankondiging [inluiding] van een nieuw tijdperk |
| gyūgyū-ぎゅうぎゅう | het iets ergens inproppen [inpersen] |
| habakiki-幅利き | invloedrijk persoon |
| habataku-羽撃く | flapperen met vleugels; de vleugels uitslaan; de wereld intrekken |
| hachikuma-蜂熊 | Aziatische wespendief (roofvogel, Pernis ptilorhynchus) |
| hachimenreirō-八面玲瓏 | volmaakte [perfecte] harmonie [helderheid; kalmte] |
| hada-肌 | karakter; aard; temperament |
| hadakamushi-裸虫 | een schaars geklede persoon |
| hāfu-ハーフ | (bij voetbal e.d.) speelperiode: (eerste of tweede) helft |
| haibutsukishaku-廃仏毀釈 | (Meiji-periode) anti-boeddhistische beweging (en overheidsbeleid om Shinto tot staatsgodsdienst te maken) |
| haichitenkan-配置転換 | herplaatsing van personeel; personele reorganisatie |
| haiga-拝賀 | (respectvolle) felicitaties (m.n. aan personen met hoge status) |
| hainyū-胚乳 | endosperm; kiemwit |
| haipā・infurēshon-ハイパー・インフレーション | hyperinflatie; zeer hoge inflatie |
| haishakukin-拝借金 | de geldlening in de Edo periode van de bakufu regering aan daimyo, leenheren, tempels, e.d. |
| haiten-配転 | herplaatsing van personeel; personele reorganisatie |
| hajiki-土師器 | Japans Haji aardewerk [keramiek] (werd geproduceerd in de Kofun-, Nara- en Heian-perioden) |
| hajishirazu-恥知らず | een schaamteloos persoon; iemand die geen schaamte kent |
| hakarazumo-図らずも | onverwacht; toevallig; per ongeluk |
| hakase-博士 | expert; kenner; deskundige; geleerde; academicus |
| hakaze-羽風 | bries [wind] veroorzaakt door het flapperen van vleugels |
| hakka-薄荷 | munt; pepermunt |
| hakka-薄荷 | Japanse munt (plant, Mentha arvensis var. piperascens) |
| hakkan-発刊 | periodieke uitgave (van tijdschriften, e.d.) |
| hakkōirainin-発行依頼人 | de aanvrager (bij handelstransacties, de importeur of koper die een kredietbrief aanvraagt bij de bank) |
| hakozen-箱膳 | doos met eetgerei voor één persoon |
| hakudō-白銅 | kopernikkel; koper-nikkel legering |
| hakuhan-白斑 | facula; vlek op de oppervlakte van de zon |
| hakujin-白人 | een blanke (persoon) |
| hakunetsu-白熱 | witte gloei-hitte (emissie van bijna-wit licht bij hoge temperaturen) |
| hakuoshi-箔押し | het aanbrengen van goud-, zilver- of gekleurde folie op het oppervlak van voorwerpen |
| hakusai-舶載 | vervoer [transport] per boot [schip] |
| hakusai-舶載 | import (per boot) naar Japan |
| hakushi-博士 | geleerde; kenner; expert |
| hakutō-白桃 | witte perzik (een perziksoort met wit vruchtvlees) |
| hamachidori-浜千鳥 | strandplevier; strandloper; zandloper |
| hamon-波紋 | rimpeling [rimpel; golving; golfje] (in een wateroppervlak) |
| hanabie-花冷え | een (korte) periode van koud weer in de lente (tijdens de bloei van de kersenbloesems) |
| hanauri-花売り | de bloemenverkoper |
| hanaya-花屋 | bloemenverkoper |
| handai-飯台 | doos met eetgerei voor één persoon |
| handoauto-ハンドアウト | folder; stencil; pamflet (informatiemateriaal voorafgaand aan persconferenties, symposia, etc.) |
| hanekaeri-跳ね返り | terugslag; tegenreactie; terugkaatsing; terugvering; repercussie |
| hanekaeru-跳ね返る | omkeren; terugkeren; terugkaatsen, terugveren; impact [repercussie] hebben |
| hangaku-藩学 | han-school (onderwijsinstelling in de Edo-periode) |
| hangurī・supiritto-ハングリー・スピリット | een hongerige geest; een hebzuchtige [extreem ambitieuze] persoon |
| haniwa-埴輪 | (oudheid) terracotta beelden (bij grafheuvels, Kofun periode) |
| hanki-半期 | halve termijn [periode] |
| hankō-藩校 | (Edo periode) school van een domein [han] (voor hoger onderwijs) |
| hankōki-反抗期 | opstandige fase [periode] (b.v. tijdens de puberteit) |
| hankyō-反響 | (fig.) echo; weerklank; repercussie; reactie |
| hanseki-版籍 | (Edo periode) register van een grondgebied en de bewoners |
| hansō-搬送 | vervoer per ambulance (van patiënten, gewonden, e.d.) |
| hantōmei-半透明 | doorschijnendheid; semitransperantie |
| hantōsei-半透性 | semipermeabiliteit |
| hanzaiteguchi-犯罪手口 | modus operandi; de wijze waarop een misdrijf wordt begaan |
| han'eikyū-半永久 | semipermanentie |
| han'eikyūteki-半永久的 | semipermanent |
| happōbijin-八方美人 | allemansvriend; persoon die iedereen welgevallig is of wil zijn (vaak geringschattend gebruikt) |
| hārā・dābī-ハーラー・ダービー | (honkbal) de strijd om de werper met de meeste overwinningen in het seizoen te worden |
| haritsuke-磔 | executie door een veroordeelde aan een paal vast te binden en met speren te steken |
| hasami-鋏 | perforator; ponstang |
| hashi-橋 | bemiddelaar; tussenpersoon |
| hashigonori-梯子乗り | het uitvoeren van acrobatiek op een rechtopstaande ladder (traditioneel performance kunst bij brandweer) |
| hashigonori-梯子乗り | de persoon die acrobatiek op een rechtopstaande ladder uitvoert |
| hashinakumo-端無くも | onverwacht; toevallig; per ongeluk |
| hashirizukai-走り使い | koerier; boodschapper; boodschappenjongen; loopjongen |
| hassun-八寸 | een bijgerecht [hapje; versnapering] bij een borrel |
| hatago-旅籠 | (Edo-periode) herberg |
| hatago-旅籠 | (Edo-periode) verblijfkosten in een herberg (logies en eten) |
| hatago-旅籠 | (Edo-periode) mand met etenswaren op reis |
| hatago-旅籠 | (Edo-periode) mand [kist] met het voedsel voor de paarden op reis |
| hatagosen-旅籠銭 | (Edo-periode) verblijfskosten in een herberg (logies en maaltijden) |
| hatagoya-旅籠屋 | (Edo-periode) herberg |
| hatahata-はたはた | (geluid van) geklapper [geflapper] (in de wind) |
| hatairo-旗色 | situatie; omstandigheden; vooruitzicht(en); kansen; perspectief |
| hataki-叩き | stokslagen; zweepslagen (als straf in de Edo-periode) |
| hatame-傍目 | perspectief [blik; oogpunt] van een toeschouwer |
| hatameku-はためく | fladderen; wapperen |
| hatazaochi-旗竿地 | een stukje grond, ingesloten tussen andere percelen, met een aparte (onpraktische) vorm (een smalle strook met een rechthoek, zoals een vlaggenmast) |
| hatsugaki-発芽期 | kiemperiode |
| hausu・ōgan-ハウス・オーガン | huisorgaan; personeelsblad; bedrijfsorgaan |
| hauta-端唄 | (Edo-periode) kort liedje (begeleid door een shamisen) |
| hayabune-早船 | (Edo periode) snelle vracht- en passagier's boot (Japanse binnenzee) |
| hazukashigari-恥ずかしがり | een verlegen persoon |
| hazukashigariya-恥ずかしがり屋 | een verlegen persoon |
| hebo-へぼ | onhandig persoon; klungel; kluns |
| heianjidai-平安時代 | de Heian-periode (794-1185) |
| heihō-平方 | (oppervlakte-eenheid) vierkante |
| heika-兵家 | militair (personeel); soldaat |
| heimen-平面 | een vlak; (plat) oppervlak; niveau |
| heimon-閉門 | (Edo-periode) huisarrest |
| heinen-平年 | gemiddeld [normaal] jaar (wat betreft neerslag, temperatuur, etc.) |
| heinetsu-平熱 | normale temperatuur |
| heisei-平成 | Heisei, naam van de regeringsperiode (1989-2019) van keizer Akihito (1933-) |
| heiseijidai-平成時代 | de Heisei periode (1989-2019) |
| heisho-閉所 | werkzaamheden (qua werktijd per dag) afronden (op kantoor, e.d.) |
| heisoku-閉塞 | blokkade; afsluiting; versperring; belemmering; hindernis; obstructie |
| heisokukan-閉塞感 | gevoel van stagnatie [beperking; opsluiting] |
| hei・kyūbu-ヘイ・キューブ | hooiblok; blok samengeperste hooi |
| hekimen-壁面 | muuroppervlak |
| henachoko-へな猪口 | groentje; snotneus; waardeloze persoon; sufferd; nietsnut |
| henjin-変人 | excentriekeling; zonderling; vreemd persoon |
| henpon-翩翻 | het wapperen (van een vlag); flapperen; fladderen |
| hentai-変態 | abnormaliteit; perversiteit |
| herarudo-ヘラルド | voorbode; voorloper |
| herasu-減らす | verminderen; inkorten; beperken; verlagen |
| herupā-ヘルパー | hulp; helper; assistent |
| herusu・mētā-ヘルス・メーター | personenweegschaal voor thuisgebruik |
| herutsu-ヘルツ | hertz (eenheid voor trillingen per seconde) |
| hesomagari-臍曲がり | een dwarsligger; mopperkont; chagrijn |
| heta-下手 | een onbekwaam [onhandig; ondeskundig] persoon |
| hiashi-日脚 | overdag (periode tussen zonsopgang en zonsondergang) |
| hibu-日歩 | dagrente; rentetarief per dag |
| hidai-肥大 | hypertrofie (een toename van het volume van normaal ontwikkelde cellen, weefsels, organen, etc. van een organisme) |
| hien-飛燕 | een eenpersoons jachtvliegtuig van het voormalige Japanse leger |
| higawari-日替わり | iedere dag (iets) anders; wisselend per dag |
| hihatsu-ヒハツ | (Indiase) lange peper (Piper longum) |
| hii-非違 | (arch.) hoofd van de politie en rechtbank (Heian en Kamakura periode |
| hikanzeishōheki-非関税障壁 | non-tarifaire handelsbelemmering (de inperking van vrije handel tussen twee landen welke niet de vorm van een tarief aanneemt) |
| hike-引け | sluiting van een zaak [sessie]; einde van een werkdag, [schoolperiode, etc] |
| hikensha-被験者 | proefpersoon |
| hikifune-引き船 | (afk. voor hikifunejorō) courtisane (Edo periode) |
| hikifunejorō-引舟女郎 | courtisane (Edo periode) |
| hikimayu-引眉 | de natuurlijke wenkbrauwen verwijderen, en dan wenkbrauwen op het voorhoofd tekenen (Pre-modern Japan, m.n. in de Heian periode, 794-1185) |
| hikimekagibana-引き目鉤鼻 | een schildertechniek voor het tekenen van menselijke gezichten (gebruikt in Yamato-e tijdens de Heian-periode) |
| hikite-引き手 | (afk. voor) een theehuis dat klanten naar prostituees leidde (Edo periode) |
| hikitechaya-引き手茶屋 | een theehuis dat klanten naar prostituees leidde (Edo periode) |
| hikōkennin-被後見人 | beschermeling; ondertoezichtgestelde [handelingsonbekwame] persoon |
| hikutsu-卑屈 | gemeen [stiekem; onderdanig; kruiperig] zijn |
| hikyaku-飛脚 | boodschapper; bode; koerier; bezorger |
| himegimi-姫君 | eerbiedige term voor een prinses of de dochter van een hooggeplaatst persoon |
| hinja-貧者 | arme persoon |
| hinkonsha-貧困者 | arme mensen; de armen; minderbedeelden; pauper(s) |
| hinoban-火の番 | hofdame in de binnenvertrekken [-ruimtes] van een kasteel (Edo-periode) |
| hinsei-品性 | (menselijk) karakter; aard; inborst; persoonlijkheid |
| hipparidako-引っ張り凧 | een veel gevraagd persoon |
| hippī-ヒッピー | hippie; hippe (jeugdige) persoon |
| hirahira-ひらひら | (onomatopee) fladderend; dwarrelend; klapperend; flikkerend |
| hiramekaseru-閃かせる | wapperen (van een vlag, e.d.) |
| hiritsu-比率 | percentage; verhouding; ratio |
| hīrō-ヒーロー | een ster (film; tv; sport); hoofdpersoon (van een boek) |
| hiroin-ヒロイン | heldin; heldhaftige [dappere] vrouw |
| hiroin-ヒロイン | heldin; vrouwelijke hoofdpersoon |
| hirugaeru-翻る | fladderen; wapperen |
| hisabetsuburaku-被差別部落 | gebied [(woon)gemeenschap; kolonie] van uitgestotenen [gediscrimineerden] uit de maatschappij (Edo-periode) |
| hisabisa-久久 | (heel) lang geleden tijd [periode] |
| hitatare-直垂 | traditionele Japanse kleding (oorspronkelijk de werkkleding van het gewone volk, later, vanaf de Muromachi periode, gedragen door de samoerai) |
| hito-人 | mens; persoon |
| hitoberashi-人減らし | personeelsinkrimping; personeelsvermindering |
| hitodama-人魂 | de geest van een (pas) overleden persoon (in de vorm van een vlam of vuurbal); dwaallicht |
| hitodebusoku-人手不足 | tekort aan personeel; tekort aan arbeiders |
| hitogara-人柄 | karakter; aard; persoonlijkheid |
| hitokata-一方 | (erend beleefd) een persoon |
| hitokawa-一皮 | (aan) de oppervlakte [buitenkant]; uiterlijk |
| hitokazu-人数 | het aantal personen |
| hitokoro-一頃 | een (bepaald) moment [periode]; eens |
| hitori-一人 | 1 persoon; alleen; in je eentje |
| hitoribeya-一人部屋 | eenpersoonskamer |
| hitorihitori-一人一人 | elk (persoon); een ieder; een voor een; individueel |
| hitorimae-一人前 | een portie (voor één persoon) |
| hitorimi-独り身 | vrijgezel [vrijgezellin]; ongetrouwde [alleenwonende] persoon |
| hitosagashi-人探し | zoekactie (om vermiste personen e.d. te vinden) |
| hitozukai-人使い | de wijze van omgaan met [behandeling van] werknemers [personeel]; mensen 'gebruiken' |
| hitsu-筆 | perceel [kavel] van een akker [woongebied] |
| hiyamizu-冷や水 | (fig.) een domper; een koude douche; het bekoelen [dempen] (van iemand's enthousiasme) |
| hiyatoi-日雇い | dagarbeid; werk per dag; dagloner; dagarbeider |
| hiyō-日傭 | dagarbeid; werk per dag; dagarbeider; dagloner |
| hizazume-膝詰め | face to face; vis-à-vis; direct [recht] tegenover elkaar; rechtstreeks [persoonlijk] contact |
| hizoku-卑俗 | een vulgaire [ordinaire] persoon |
| hoanyōin-保安要員 | ordehandhavingspersoneel; beveiligingsmedewerker |
| hōdō-砲銅 | geschutbrons (bronslegering van m.n. koper en tin) |
| hodō-補導 | begeleiding; supervisie; raadgeving |
| hōdōjin-報道陣 | perskorps |
| hōjin-法人 | rechtspersoon; corporatie |
| hojō-捕縄 | bindtouw om bewegingsvrijheid van verdachten, criminelen, e.d., te beperken tijdens het vervoer van een locatie naar een andere (vgl. een hondenlijn) |
| hojonin-補助人 | (jur.) beperkt bevoegde voogd; assistent voogd |
| hōjū-放獣 | het vangen van een dier (b.v. een beer) en elders (in een natuurgebied) uitzetten; het per ongeluk vangen van een dier en weer vrijlaten; bijvangst |
| hōkeishujutsu-包茎手術 | operatie van de voorhuid; besnijdenis |
| hōkenjidai-封建時代 | het feodale tijdperk |
| hoketsu-補欠 | vervangend personeel; een reserve; invaller |
| hōki-宝器 | een uitmuntende persoon |
| hōkin-砲金 | geschutbrons (bronslegering van m.n. koper en tin) |
| hokkoku-北国 | (vroege Meiji-periode) de provincies van Hokkaido |
| homemono-褒め者 | een prijzenswaardig persoon; iemand die door veel mensen geprezen wordt. |
| hōmu-ホーム | perron (van een treinstation) |
| hōmu・in-ホーム・イン | (honkbal) honkloper die de thuisplaat bereikt (en scoort) |
| hōmu・suchīru-ホーム・スチール | (honkbal) het stelen van het thuishonk (d.w.z. dat de honkloper begint te rennen naar de thuisplaat al voordat de pitcher heeft gegooid) |
| hon-翻 | (in kanji combinaties) fladderen; wapperen; zwaaien; omdraaien; overzetten; van richting [mening; gedachten) veranderen |
| honban-本番 | hoogtepunt van een tijdsperiode |
| honjin-本陣 | (Edo-periode) herbergen (op poststations) voor feodale heren |
| honne-本音 | oprechte [eerlijke] (persoonlijke) mening [bedoeling] |
| honnin-本人 | de persoon in kwestie; betrokkene |
| honshoku-本職 | specialist; expert |
| honshoku-本職 | (v.n.l. in geschriften gebruikt voor de eerste persoon enkelvoud in overheidsfunctie) ik, naam, in de functie van (politiebeambte)... |
| hon'ei-本営 | hoofdkwartier (van de opperbevelhebber) |
| hora-法螺 | opschepperij; bluf; grootspraak |
| hōrō-放浪 | omzwerving; ronddwaling; landloperij |
| horō-歩廊 | perron (van een treinstation); bushalte |
| hosa-補佐 | (`Edo periode) regent [raadgever] van een minderjarige shogun |
| hoshika-干し鰯 | meststof op basis van gedroogde ontvette sardines en haring (werd gebruikt voor de katoen- en tabaksteelt van late Edo-periode tot de Meiji periode) |
| hoshōkikan-保証期間 | garantieperiode |
| hossu-法主 | hoofd(priester) van een boeddhistische groepering |
| hōtan-放胆 | grote moed; stoutmoedigheid; dapperheid; onverschrokkenheid |
| hōtei-捧呈 | het aanbieden van iets aan een persoon met een hogere status |
| hōteisuru- 捧呈する | iets aanbieden aan een persoon met een hogere status |
| hōtō-朋党 | groepering; groep; kliek; aanhang |
| hottō-発頭 | (afk. voor) de persoon die alles heeft gepland; de bedenker; het brein (erachter); de initiatiefnemer |
| hottōnin-発頭人 | de persoon die alles heeft gepland; de bedenker; het brein (erachter); de initiatiefnemer |
| hoyō-保養 | herstel; recuperatie; ontspanning |
| hōzu-方図 | limiet; grens; beperking |
| hyakubunritsu-百分率 | percentage |
| hyakumonogatari-百物語 | 100 spookverhalen (gezelschapspel uit de Edo periode, van de 100 kaarsen doofde men er 1 na elk verhaal, na de laatste zou er een monster verschijnen) |
| hyakuten-百点 | honderd punten; een perfecte score |
| hyōmen-表面 | oppervlak |
| hyōmenchōryoku-表面張力 | oppervlaktespanning |
| hyōmenka-表面化 | het aan de oppervlakte komen; een probleem worden |
| hyōmenkasuru-表面化する | aan de oppervlakte komen; een probleem worden |
| hyōmenondo-表面温度 | oppervlaktetemperatuur |
| hyōmenrimawari-表面利回り | oppervlakteopbrengst |
| hyōmenseki-表面積 | oppervlakte (gebied) |
| hyōshigi-拍子木 | hyōshigi, Japanse castagnetten; houten handkleppers |
| hyotto-ひょっと | mogelijk; misschien; toevallig; onbedoeld; per ongeluk |
| hyottoko-ひょっとこ | een masker van een komisch Japans personage (met een scheve mond) |
| hyūman・asesumento-ヒューマン・アセスメント | (Eng.: human assessment) beoordeling van mensen (b.v. personeel) |
| ichidai-一代 | heerschappij; regeringsperiode (van een vorst) |
| ichidai-一代 | tijdperk |
| ichido-一度 | één graad (temperatuur, lengte, breedte, etc.) |
| ichijikaiko-一時解雇 | (tijdelijk) ontslag; afvloeiing (van personeel); non-actief |
| ichijikikyū-一時帰休 | non-actief; tijdelijk ontslag (bij overschot aan personeel het tijdelijk vrijgeven aan werknemers, met behoud van de arbeidsrelatie) |
| ichikojin-一個人 | burger; individu; privé persoon |
| ichimei-一名 | één persoon |
| ichimen-一面 | de oppervlakte; het hele vlak; overal |
| ichimenshiki-一面識 | oppervlakkige kennis; eenmalige ontmoeting |
| ichimi-一味 | (Boeddhisme) de eenheid van de veelheid van interpretatieverschillen, die afhankelijk van tijdperk, locatie en individuen ontstaan |
| ichimi-一味 | bende; groepering; samenzwering; kliek; kartel |
| ichinen-一年 | het eerste jaar (van een tijdperiode, tijdperk of jaartelling) |
| ichinen-一年 | één jaar (een periode van 12 maanden) |
| ichininmae-一人前 | een portie (voor één persoon) |
| ichininshō-一人称 | (taalkunde) de eerste persoon; (in literatuur) de ik-persoon; ik-vorm |
| ichizon-一存 | zijn eigen [persoonlijke] oordeel [mening] |
| ienoko-家の子 | (einde van de Heian periode) lid van een clan die een meester-dienaarrelatie had met de feodale heer |
| ierō・puresu-イエロー・プレス | sensatiepers; riooljournalistiek |
| ihin-遺品 | erfstuk; (persoonlijk) aandenken; nalatenschap |
| iiokuru-言い送る | iets doorvertellen; woorden van persoon tot persoon doorgeven |
| iji-意地 | gemoed; temperament; aard; karakter |
| ijin-偉人 | een groot man; vooraanstaand [invloedrijk] persoon |
| ijin-異人 | iemand anders; een andere persoon |
| ijin-異人 | buitengewoon iemand; bijzonder persoon |
| ijippari-意地っ張り | een eigenzinnig [eigenwijs; koppig] persoon |
| ījī・ōdā-イージー・オーダー | goedkopere maatkleding |
| ijōseiyoku-異常性欲 | hyperseksualiteit; abnormale seksuele drang |
| ikanago-玉筋魚 | zandspiering (Ammodytes personatus) |
| ikansokutai-衣冠束帯 | (Heian-periode) informele hofkleding (voor mannen) |
| ikaru-斑鳩 | maskerdikbek (zangvogel, Eophona personata) |
| iken-遺賢 | een bekwaam persoon die niet door de overheid in dienst wordt genomen (maar in de private sector werkt) |
| ikidaore-行き倒れ | een overleden persoon die op straat ligt (vroeger iem. die stierf tijdens een reis en niet begraven kon worden omdat hij geen gegevens bij zich had) |
| ikigamisama-生き神様 | levende god; heilige; een persoon van goddelijke deugd |
| ikishōten-意気衝天 | opperbeste stemming; stralend humeur; groot enthousiasme |
| ikkagen-一家言 | persoonlijke mening |
| ikki-一季 | (Edo-periode) de contractperiode van één jaar van bedienden |
| ikki-一期 | een periode [termijn] |
| ikkojin-一個人 | burger; individu; privé persoon |
| ikkokumono-一刻者 | heethoofd; koppig [opvliegend] persoon |
| ikokusen-異国船 | buitenlandse schepen (in de Edo periode excl. de Nederlandse, Chinese en Koreaanse schepen) |
| imēji・mēkā-イメージ・メーカー | iemand die het imago creëert voor een persoon, product of bedrijf |
| imina-諱 | (echte) persoonlijke eigennaam (die uit eerbied voor de ander, zoals een keizer e.d., niet wordt uitgesproken) |
| imon-慰問 | bezoek (uit medeleven) aan een ongelukkig persoon of iemand die het moeilijk heeft |
| imonsuru-慰問する | (uit medeleven) een ongelukkig persoon of iemand die het moeilijk heeft bezoeken |
| in-淫 | mannelijk zaad; sperma |
| india・pēpā-インディア・ペーパー | indiapaper; dundrukpapier |
| injikētā-インジケーター | richtingaanwijzer; knipperlicht |
| inochibiroi-命拾い | het nippertje; het oog van de naald (fig.) |
| inochibiroisuru-命拾いする | door het oog van de naald kruipen; op het nippertje [aan de dood] ontsnappen |
| inoshishimusha-猪武者 | waaghals; durfal; roekeloze persoon |
| inpeamento-インペアメント | beperking; handicap; verzwakking |
| inpon-院本 | (Edo-periode) een gedrukt boek met alle songteksten van Joruri toneel |
| inrō-印籠 | (Edo periode) traditioneel Japans doosje (voor het meenemen van kleine voorwerpen), gehangen aan de obi |
| insaido・sutōrī-インサイド・ストーリー | inside story; persoonlijk verhaal |
| insō-印相 | toekomstvoorspelling via de bestudering van iemand's persoonlijke zegel |
| intāoperabiritī-インターオペラビリティー | interoperabiliteit (onderlinge uitwisselbaarheid) |
| intāseputā-インターセプター | onderschepper; radartoestel |
| interi-インテリ | intellectueel; geleerd person; intelligentsia |
| inzei-印税 | royalty (percentage van de opbrengsten van een boek) |
| in'u-淫雨 | lange periode van zware regenval |
| in・hai-イン・ハイ | afk. voor Inter-high, nationaal atletiektoernooi voor middelbare scholen dat twee keer per jaar wordt gehouden |
| ippanjin-一般人 | de gewone man; gewone mensen; iemand zonder status; onbekende persoon |
| ippitsu-一筆 | handschrift van één en dezelfde persoon |
| irokichigai-色気違い | erotomanie; hyperseksualiteit; nymfomanie |
| isamashii-勇ましい | moedig; dapper |
| isamiashi-勇み足 | bij sumo(worstelen) een tegenstander naar de rand van de ring brengen maar dan per ongeluk zelf uit de ring stappen |
| ishiatama-石頭 | een stijfkop; koppig [eigenwijs] persoon |
| ishigumi-石組み | schikking [groepering] van stenen in een Japanse tuin (waarbij de stenen symbolisch worden gebruikt als eiland, berg, etc.) |
| ishitsu-遺失 | verlies; vergetelheid; het verliezen; vergeten; (per ongeluk) achterlaten (b.v. een paraplu in de bioscoop) |
| issei-一世 | tijdperk |
| itanji-異端児 | non-conformist; andersdenkende; onorthodox persoon; enfant terrible |
| itchihankai-一知半解 | oppervlakkige [beperkte] kennis [begrip] |
| itchō-一朝 | korte tijd [periode] |
| itsuka-五日 | (een periode van) 5 dagen |
| itsumademo-何時までも | voor altijd; eeuwig; permanent; zolang je wilt |
| itsumin-逸民 | leegloper (iemand die niet werkt en een onbezorgd leven leidt) |
| itsuzai-逸材 | een opmerkelijk talent; een uitzonderlijk getalenteerd persoon |
| ittoki-一時 | (in de oude Japanse tijdverdeling) een periode van twee uren |
| iwatokeiki-岩戸景気 | Iwato Boom ( periode van economische bloei, 1958-1961) |
| iyashinbō-卑しん坊 | een hebzuchtig [gulzig; vraatzuchtig] persoon; een veelvraat |
| izanagikeiki-いざなぎ景気 | de Izanagi hausse [hoogconjunctuur] (economische bloeiperiode in Japan van 1965-1970) |
| jajauma-じゃじゃ馬 | een onhandelbare [eigenzinnige] persoon [vrouw] |
| jakkanmei-若干名 | een paar mensen; een beperkt aantal personen (1-10) |
| jako-雑魚 | een onbetekenend [onbelangrijk] persoon |
| jakuhai-若輩 | beginneling; onervaren persoon |
| jakuhai-若輩 | jong persoon; jongeling; jongmens |
| jakusha-弱者 | een zwakke [machteloze] persoon |
| jē・ē-ジェー・エー | (afk. voor Japan Agricultural cooperative) Japanse Landbouwcoöperatie |
| jiban-地盤 | grond(laag); oppervlaktelaag; aardkorst |
| jidai-時代 | tijdperk; periode |
| jidai-次代 | de volgende generatie; het volgende tijdperk |
| jidaikankaku-時代感覚 | een gevoel voor de tijdgeest; begrip voor de kenmerken [trends] van de tijdsperiode |
| jidaimono-時代物 | een historisch drama [toneelstuk; kostuumstuk] (uit de Edo periode of daarvoor) |
| jidaishoku-時代色 | de sfeer [kenmerken; trends] van een bepaalde tijd [periode] |
| jidori-地取り | de verdeling van percelen [kavels] voor huizenbouw |
| jigajisan-自画自賛 | zijn eigen lof zingen; zichzelf ophemelen; opschepperij |
| jigen-次元 | perspectief; invalshoek; oogpunt; niveau |
| jigensuto-時限スト | staking van beperkte duur; tijdelijke staking |
| jigensutoraiki-時限ストライキ | staking van beperkte duur; tijdelijke staking |
| jiguchi-地口 | (Muromachi periode) voorgevel-belasting (een tijdelijke belasting op huizen [percelen], in steden als Kyoto en Nara) |
| jiguchi-地口 | straatkant van een bouwplaats [perceel] |
| jiguchisen-地口銭 | (Muromachi periode) een tijdelijke belasting op huizen [percelen] (in steden als Kyoto en Nara) |
| jihada-地肌 | het aardoppervlak |
| jihada-地肌 | het oppervlak van (het lemmet van) een zwaard |
| jihishinchō-慈悲心鳥 | sperwerkoekoek (Cuculus fugax) |
| jijin-時人 | mensen van een (bepaald) tijdperk; tijdgenoten |
| jijo-爾汝 | (pers. voornaamwoord tweede persoon) jij; gij |
| jika-磁化 | de hoeveelheid magnetisch moment per volume-eenheid |
| jikadanpan-直談判 | directe onderhandeling [bespreking]; persoonlijk gesprek [interview] |
| jikan-時間 | tijd; tijdsperiode |
| jikani-直に | direct; rechtsreeks; persoonlijk |
| jikantai-時間帯 | tijdzone; tijdsperiode; tijdslot |
| jiki-時期 | tijd; periode; seizoen; timing |
| jikideshi-直弟子 | directe [persoonlijke] leerling [volgeling] (van een meester) |
| jikidō-直堂 | (zen-boedddh.) de persoon die verantwoordelijk is voor het beheer van de gewaden en hoofddeksels van de monniken |
| jikken-実験 | experiment |
| jikkendai-実験台 | het onderwerp van een experiment; proefpersoon |
| jikkendai-実験台 | laboratoriumtafel; een tafel waarop experimenten [proeven] worden uitgevoerd |
| jikkensuru-実験する | experimenteren; uitproberen |
| jikkenteki-実験的 | experimenteel |
| jikoshin-自己新 | (sport) persoonlijk record; beste prestatie |
| jikyū-時給 | uurloon; betaling per uur |
| jimanbanashi-自慢話 | opschepperij; grootspraak |
| jimantarashii-自慢たらしい | opschepperig; protserig |
| jimawari-地回り | lokaal opererende gangster [misdadiger] |
| jimen-地面 | grond; aardoppervlak |
| jimuteki-事務的 | bureaucratisch; onpersoonlijk |
| jin-人 | mens; persoon |
| jinbutsu-人物 | persoon; figuur; individu |
| jinbutsu-人物 | persoonlijkheid; aard; karakter |
| jinbutsu-人物 | personage; karakter (in boeken, film, theater) |
| jinchōge-沈丁花 | peperboompje (Daphne odora) |
| jindai-神代 | tijdperk van de goden; mythologisch tijdperk |
| jinjihō-人事法 | personenrecht |
| jinjiidō-人事異動 | (veranderingen in de positie, rechten of lokatie van werknemers) personeelsreorganisatie; personeelsherstructurering |
| jinjiin-人事院 | Nationale Personeelsautoriteit; Nationaal Personeelsbureau |
| jinjikanri-人事管理 | personeelszaken; personeelsadministratie; personeelsmanagement |
| jinjikōka-人事考課 | het evalueren [beoordelen] van de capaciteiten, prestaties, e.d. van het personeel [de medewerkers] |
| jinkai-人海 | (lett.: zee van mensen) overmacht aan mensen [personeel, soldaten, e.d.] |
| jinkaku-人格 | karakter; aard; persoonlijkheid |
| jinken-人件 | personeel |
| jinkenhi-人件費 | personeelskosten; arbeidsloon |
| jinketsu-人傑 | een intelligent [getalenteerd] persoon; een groot mens |
| jinki-人気 | het temperament [de stemming] van mensen in een bepaald gebied |
| jinkokki-人国記 | een register met biografieën van belangrijke mensen (gerangschikt per geboorteplaats) |
| jinmei-人名 | persoonsnaam; eigennaam van een persoon |
| jinmukeiki-神武景気 | Jimmu Boom (periode van economische bloei in het midden van de jaren 1950) |
| jinmyaku-人脈 | persoonlijke [zakelijke] contacten; netwerk |
| jinpin-人品 | (persoonlijk) voorkomen; uiterlijk; verschijning |
| jinsha-仁者 | een welwillende [liefdadige] persoon; weldoener; filantroop |
| jinshi-人士 | persoon met een hoge status [opleiding]; iemand van goede komaf |
| jinshin-人身 | (iemands) persoonlijkheid |
| jinshinkōgeki-人身攻撃 | persoonlijke aanval; gemene [valse] opmerkingen]; karaktermoord; argumentum ad hominem (afk. ad hominem) |
| jintaijikken-人体実験 | experimenteren op mensen; onderzoek met menselijke proefpersonen |
| jinzai-人材 | een bekwaam [kundig; getalenteerd] persoon |
| jin'in-人員 | personeel; mankracht; werknemers |
| jin'ya-陣屋 | (Edo periode) residentie van de daimyo van een klein domein zonder kasteel |
| jisannin-持参人 | bode; boodschapper |
| jisei-時世 | tijden; tijdperk |
| jiseki-次席 | de tweede [volgende] persoon in rang [positie] |
| jisen-耳栓 | traditionele oorbellen uit de Japanse Jomon periode |
| jisetsu-自説 | iemands persoonlijke mening |
| jisho-地所 | kavel; perceel (grond); landgoed |
| jisoku-時速 | snelheid per uur |
| jissōkannyū-実相観入 | (poëzietheorie van Mokichi Saito) de werkelijkheid achter de waarneming [perceptie] beschrijven in tanka |
| jiten-時点 | (op een bepaald) moment; per ... |
| jiten-辞典 | (vanaf de Meiji periode en in titels) woordenboek |
| jitenjūki-自転周期 | rotatieperiode; omwentelingstijd |
| jitsuin-実印 | (persoonsgebonden) officieel geregistreerde zegel; gewaarmerkte [officieel erkende] stempel |
| jitsuin-実員 | het werkelijke personeelsbestand; effectieve krachten [medewerkers] |
| jitsuroku-実録 | (afk. voor) een historische roman geplaatst in de Edo-periode |
| jitsurokumono-実録物 | een historische roman geplaatst in de Edo-periode |
| jitsuryokusha-実力者 | invloedrijk persoon |
| jiu-寺宇 | (arch. Tang-periode) boeddhistische tempel |
| jiwari-地割り | grondtoewijzing; het (verdelen en) toewijzen van (bouwgrond) [kavels; percelen] |
| jiyūjizai-自由自在 | vrij [onbelemmerd; onbeperkt] zijn; de controle hebben (over) |
| jiyūshi-自由詩 | vrije verzen (poëziestijl zonder vormbeperking) |
| jizai-自在 | persoonlijke vrijheid (om te doen wat je wilt) |
| jizakai-地境 | grens; grenslijn (tussen gebieden, percelen, e.d.) |
| jō-上 | de beste; hoogste; eerste (klasse, graad, rang, etc.); superieur [uitmuntend] zijn |
| jobiraki-序開き | (toneel, in de Edo-periode) een eenakter, als voorprogramma voor een groot toneelstuk |
| jōchi-常置 | permanent aanwezig zijn |
| jochū-女中 | (Edo-periode) vrouw; dame |
| jōgen-上限 | beginperiode (in een tijdperk) |
| jōi-攘夷 | afkeer [uitsluiting] van vreemdelingen [buitenlanders] (in Japan m.n. in de Bakumatsu periode, 1853-1868) |
| jōjin-常人 | een gewone [middelmatige] persoon; iemand met middelmatige talenten of bekwaamheden |
| jōmon-縄文 | (afk. voor) Jōmon tijdperk (in Japan, ca. 14000-1000 v.Chr.) |
| jōmondoki-縄文土器 | Jōmon-aardewerk (met touwpatroon, gemaakt tijdens de Jōmon-periode) |
| jōmonjidai-縄文時代 | Jōmon tijdperk (in Japan, ca. 14000-1000 v.Chr.) |
| jōon-常温 | constante [vaste] temperatuur; kamertemperatuur; normale temperatuur |
| jōonhozon-常温保存 | opslag [bewaring] bij kamertemperatuur |
| jōonhozonkanōhin-常温保存可能品 | producten die op kamertemperatuur kunnen worden bewaard |
| jōrō-上﨟 | een hooggeplaatste persoon (met veel status en ervaring) |
| jorō-女郎 | prostituee (m.n. in de Edo-periode) |
| jōsetsu-常設 | vast [bestendig; permanent] zijn |
| jōshigun-娘子軍 | (arch.) leger dat geheel bestond uit (of werd geleid door) vrouwen (m.n. tijdens de T'ang periode in de Chin. geschiedenis) |
| jōshin-上申 | bericht [verslag] voor een superieur [meerdere] |
| jōshinsuru-上申する | verslag doen [rapporteren] aan een meerdere [superieur] |
| joshō-叙唱 | recitatief (verhalend deel in opera, oratorium, e.d.); het zingend spreken |
| jōshōritsu-上昇率 | stijgingspercentage (van prijzen e.d.) |
| jōshu-城主 | daimyō met een kasteel in bezit (Tokugawa periode) |
| josondanpi-女尊男卑 | vrouwelijk chauvinisme; (het geloof in) de superioriteit van vrouwen over mannen (lett. de vrouw is geëerd, de man nederig) |
| jōtatsu-上達 | (het doorgeven van de wensen [meningen]) van ondergeschikten naar superieuren (bottom-up beleidsstructuur, met inspraak) |
| jōten-上天 | de schepper (in religieuze betekenis); God in de hemel |
| jōyōsha-乗用車 | auto; personenwagen |
| jōza-上座 | ereplaats; zitplaats voor een hooggeplaatst persoon of gast (aan het hoofd van de tafel) |
| jōzu-上手 | een bekwaam persoon; expert; vakman |
| jōzu-上手 | bekwaamheid; expertise |
| jūchin-重鎮 | een vooraanstaande figuur; autoriteit [expert] (in zijn/haar vakgebied) |
| jūichi-じゅういち | Maleise sperwerkoekoek (Cuculus fugax) |
| jukeishaisōjōyaku-受刑者移送条約 | Verdrag Inzake de Overbrenging van Gevonniste Personen |
| jukeishaisōnikansurujōyaku-受刑者移送に関する条約 | Verdrag Inzake de Overbrenging van Gevonniste Personen |
| jukurensha-熟練者 | specialist; expert; bekwaam [ervaren] persoon |
| jun-旬 | een periode van 10 jaar |
| jun-旬 | een periode van 10 maanden |
| jun-旬 | een periode van 10 dagen (een derde deel van een maand) |
| jundaijin-准大臣 | (Heian periode) iemand die de taken van de hoofdstaatsdienaar kan behartigen |
| junjiru-殉じる | zichzelf opofferen; zijn leven geven (voor een bepaalde zaak of persoon); de martelaarsdood sterven |
| junjitsu-旬日 | een periode van (ongeveer) tien dagen |
| junretsu-順列 | (wiskunde) permutatie |
| junzuru-殉ずる | zichzelf opofferen; zijn leven geven (voor een bepaalde zaak of persoon); de martelaarsdood sterven |
| jūōmujin-縦横無尽 | zonder remmingen; onbelemmerd [onbeperkt] zijn; naar hartenlust |
| jūsā-ジューサー | vruchtenpers; fruitpers; sapcentrifuge |
| jūshōsha-重傷者 | een zwaargewonde (persoon) |
| jūtan-絨毯 | tapijt; vloerkleed; loper |
| jutchū-術中 | intraopratieve zorg (in de operatiekamer, voor, tijdens en direct na de operatie) |
| jūtō-重盗 | dubbele gestolen honk (bij honkbal, de situatie waarbij twee honklopers in één slagbeurt tegelijkertijd een honk stelen) |
| jutsu-術 | een kunst; een techniek; operatie; een bekwaamheid; een vaardigheid; een kundigheid |
| jutsugo-術後 | na de operatie |
| juzō-寿像 | standbeeld (van een persoon, gemaakt tijdens zijn leven) |
| kabukijūhachiban-歌舞伎十八番 | het repertoire van de 18 beste kabukitheaterstukken |
| kabun-寡聞 | beperkte informatie |
| kachū-家中 | (Edo periode) dienaar [vazal] in een han-domein; vazal van een daimyo; han-domein |
| kadan-花壇 | bloemperk; bloembed |
| kadochi-角地 | hoekperceel; perceel [stuk grond] op een straathoek |
| kaenhōshaki-火炎放射器 | vlammenwerper |
| kaenshiki-火焔式 | aardewerk uit het midden van de Jomon-periode met deze decoratie |
| kagakusha-科学者 | wetenschapper |
| kagebenkei-陰弁慶 | een opschepper; bullebak; iem. met een grote moed (maar weinig moed) |
| kageki-歌劇 | opera |
| kagen-下限 | eindperiode (in een tijdperk) |
| kageryū-陰流 | een school [groep; stijl] van schermen [zwaardvechten] ontstaan in de Muromachiperiode (de verkorte vorm van [愛洲陰流] aisukageryū) |
| kagezen-陰膳 | een maaltijd klaarmaken voor een afwezige persoon (met een gebed voor diens veilige terugkeer) |
| kagiri-限り | grens; begrenzing; restrictie; beperking |
| kagiru-限る | beperken; beperkt zijn (tot) |
| kagitte-限って | beperkt (tot) |
| kagiya-鍵屋 | (Edo periode) bedrijfsnaam van een vuurwerkmaker |
| kagonuke-籠抜け | een acrobatische act uit de Edo-periode |
| kaifukujutsu-開腹術 | laparatomie (buikoperatie) |
| kaigen-改元 | verandering van de naam van een tijdperk in Japan (m.n. bij een nieuwe keizerlijke troonsbestijging) |
| kaihi-回避 | (jur.) onthouding; ontwijking (in de uitoefening van gerechtelijke plichten en taken van een rechter of griffier vanwege persoonlijke redenen) |
| kaiji-改字 | wijziging van een karakter (ter vermijding van taboeonderwerpen, of om personen niet bij naam te noemen) |
| kaijō-海上 | zee [oceaan] oppervlak; op zee; maritiem |
| kaijosha-介助者 | assistent; verzorg(st)er; helper |
| kaikata-買い方 | (effectenbeurs) opkoper; haussier; haussespeculant |
| kaikata-買い方 | (in)koper |
| kaikehai-買い気配 | biedkoers (waarvoor de koper wil kopen) |
| kaiketsu-怪傑 | en persoon met uitzonderlijke capaciteiten [mysterieuze krachten] |
| kaimen-海面 | zeeoppervlak; zeeniveau |
| kainade-掻い撫で | oppervlakkigheid |
| kainushi-買い主 | inkoper; koper |
| kairo-海路 | zeereis (per boot of schip) |
| kaiseiburēki-回生ブレーキ | recuperatief remmen (het terugwinnen van energie bij het remmen) |
| kaishain-会社員 | kantooremployé; kantoorpersoneel |
| kaishū-回収 | inning; inzameling; opname (van geld); terugwinning; recuperatie |
| kaisōroku-回想録 | memoires (opgeschreven persoonlijke herinneringen) |
| kaisu-介す | bemiddelen; helpen; als tussenpersoon fungeren |
| kaisuion-海水温 | zeewatertemperatuur |
| kaisuru-介する | bemiddelen; helpen; als tussenpersoon fungeren |
| kaite-買い手 | koper; inkoper |
| kaizoe-介添え | helper; hulp; assistent; secondant; bruidsmeisje; bruidsjonker |
| kajiru-齧る | beperkte kennis hebben van (iets) |
| kakanki-過換気 | hyperventilatie |
| kakaritsuke-掛かり付け | persoonlijke [familie] connectie |
| kakehashi-懸け橋 | (fig.) brug [verbinding] (tussen twee partijen, e.d.); tussenpersoon |
| kakeisei-過形成 | hyperplasie (vergroting van een orgaan) |
| kakeru-駆ける | rennen; galopperen; draven |
| kaki-柿 | kaki vrucht (Japanse perzik) |
| kakiiro-柿色 | perzikkleur; geelbruin; roodbruin |
| kakiotosu-書き落とす | bij het schrijven iets (per abuis) weglaten [overslaan] |
| kakki-画期 | overgang van het ene tijdperk naar het andere; verandering van tijdperk; begin van een nieuw tijdperk |
| kakokyū-過呼吸 | hyperventilatie |
| kakurekirishitan-隠れキリシタン | geheime [ondergedoken] christelijke kerkgemeenschap (tijdens de onderdrukking van het christendom door het Tokugawa shogunaat in de Edo periode) |
| kakurenbō-隠れん坊 | verstoppertje |
| kakusa-較差 | het verschil tussen het hoogste en het laagste [het grootste en het kleinste]; het verschil tussen de hoogste en laagste temperatuur |
| kakushiki-格式 | formaliteit; (persoonlijke, familie, etc.) gedragsregels; gedragscode |
| kakusode-角袖 | (Meiji-tijdperk) een officier [agent] in burgerkleding |
| kamaite-構い手 | verzorger; weldoener; helper; metgezel |
| kamekan-甕棺 | (Jomon- en Yayoi-periode) grafkruik (waarin de overledenen werden begraven) |
| kamibasami-紙挟み | paperclip; papierklem |
| kamigakari-神懸かり | goddelijke verschijning [bezetenheid]; goddelijke geest in het lichaam van een persoon |
| kamigata-上方 | (Meiji periode) aanduiding voor de stad Kyoto |
| kamigayatsuri-カミガヤツリ | papyrusplant; papyrusriet (Cyperus papyrus) |
| kamikire-紙切れ | stukje [reepje] papier; papiersnipper |
| kamikuzu-紙屑 | snippers papier; papier afval |
| kaminarioyaji-雷親父 | een slechtgehumeurde [prikkelbare] oude man; een oude brompot [mopperkont] |
| kamisama-神様 | (figuurlijke stijlfiguur om een autoriteit op een bepaald gebied te noemen) expert; groot deskundige; meester |
| kamiyashiki-上屋敷 | herenhuis van een daimyo (in de Edo-periode) |
| kamiyo-神代 | tijdperk van de goden; mythologisch tijdperk |
| kamiyui-髪結い | kapper; kapster |
| kamiza-上座 | ereplaats; zitplaats voor een hooggeplaatst persoon of gast (aan het hoofd van de tafel) |
| kamon-下問 | (het stellen van) een vraag aan een ondergeschikte [lager geplaatste persoon] |
| kamoru-鴨る | (iem.) beetnemen; duperen |
| kan-管 | controleren; de supervisie hebben; toezicht houden |
| kanashibari-金縛り | (fig.) vastzitten [gebonden] zijn aan; door de macht van het geld beperkt zijn |
| kanazōshi-仮名草子 | Japans literair proza (uit de vroege Edo-periode), vrijwel geheel geschreven in kana |
| kanbandaore-看板倒れ | schijngoed; oppervlakkig; iets dat minder goed is dan verwacht; iets dat mooi is aan de buitenkant maar zonder inhoud |
| kanbatsu-旱魃 | (lange) periode van droogte [gebrek aan regen]; droge periode |
| kanbuna-寒鮒 | een karper die is gevangen midden in de winter (dan is de smaak het lekkerst) |
| kanbutsu-奸物 | een sluwe persoon; iemand met slechte bedoelingen |
| kandan-寒暖 | kou en hitte; koud en warm; temperatuur |
| kandankei-寒暖計 | thermometer; temperatuurmeter (lucht, water, etc.) |
| kanja-冠者 | (hist.) een persoon van de zesde rang, zonder enige officiële positie |
| kanji-監事 | inspecteur; supervisor; toezichthouder |
| kanjinmoto-勧進元 | een persoon die verantwoordelijk is voor fondsenverwerving voor optredens en uitvoeringen |
| kankeisha-関係者 | betrokkene(n); de persoon in kwestie |
| kankōba-勧工場 | In de Meiji- en Taisho-periode een plek (markt, bazaar) waar vele winkels onder één dak allerlei goederen verkochten |
| kankōjusu-観光繻子 | satijn (geweven van zijde en katoen; in de Meiji-periode geproduceerd in de prefectuur Gunma en verkocht bij een toeristenbureau in Asakusa, Tokio) |
| kannin-寛仁 | Kannin (periode in Japanse jaartelling (april 1017 - februari 1021) |
| kannoiri-寒の入り | het begin van de midwinter periode (6 januari) |
| kano-彼の | degene; die persoon [plaats] |
| kanōha-狩野派 | de Kanō school van Japanse schilderkunst (de meest dominante school van eind 15e eeuw tot de Meiji periode |
| kanpeki-完璧 | perfectie; volmaaktheid |
| kanri-監理 | toezicht; supervisie; beheer |
| kanri-管理 | beheer; management; controle; toezicht; supervisie |
| kanrikakaku-管理価格 | (door de fabrikant of verkoper) vastgestelde prijs; vaste prijs |
| kansatsu-監察 | inspectie; supervisie |
| kansatsu-観察 | waarneming; supervisie; observatie; toezicht |
| kanseisuru-完成する | voltooien; perfectioneren |
| kanshinsei-完新世 | het holoceen (geologisch tijdperk) |
| kanshitsu-乾漆 | droge lak techniek (voorwerpen worden gevormd met lagen hennepdoek gedrenkt in lak, en de oppervlaktedetails gemodelleerd met lak, zaagsel, e.d.) |
| kanshō-緩衝 | schokdempend zijn; schokdemper |
| kanshū-監修 | (redactionele) supervisie; toezicht |
| kantei-鑑定 | taxatie; beoordeling; deskundig [expertise] rapport |
| kanteiryū-勘亭流 | (vanaf midden Edo-periode) dikke, zwierige kalligrafie-stijl gebruikt voor uithangborden en ranglijsten (bij Kabuki en sumo) |
| kanteki-監的 | de persoon die dicht bij het doel [de schietschijf] staat en kijkt of er raak geschoten is |
| kanten-干天 | droog weer; droogte (lange droge periode zonder regen) |
| kantō-完投 | (honkbal) dezelfde werper gedurende de hele wedstrijd |
| kantoku-監督 | toezicht; supervisie |
| kanzen-完全 | perfectie; volmaaktheid; compleetheid |
| kanzenka-完全花 | volledige [perfecte] bloem |
| kanzenmuketsu-完全無欠 | absolute perfectie |
| kanzenshitsugyōritsu-完全失業率 | het volledige werkloosheidspercentage (gebaseerd op het aantal mensen dat actief op zoek is naar werk) |
| kaobure-顔ぶれ | leden; personeel; bezetting; cast (toneel, film) |
| kapitan-カピタン | opperhoofd van de Nederlandse handelspost in Nagasaki tijdens de Edo-periode |
| kappāpurēto-カッパープレート | kopergravure; gravureplaat |
| karagara-辛辛 | nauwelijks; nipt; ternauwernood; amper |
| karaginu-唐衣 | (Heian-periode) korte overjas (Japanse formele vrouwenkleding) |
| karagokoro-漢心 | de Chinese geest [ziel] (in de denigrerende betekenis gebruikt door de filosofische school Kokugaku uit de Edo-periode) |
| karaibari-空威張り | bluf; opschepperij; stoer doen |
| karajiman-空自慢 | opschepperij; bluf |
| karakabu-空株 | (effectenhandel) geleende aandelen (die je niet bezit, in de hoop ze later goedkoper terug te kopen) |
| karakami-唐紙 | Chinees papier met patronen erop gedrukt (in de Heian periode gebruikt als schrijfpapier, en later voor het bedekken van fusuma (schuifdeuren)) |
| karakara-からから | (onomatopee) geklapper; geratel; luid gelach |
| karanenbutsu-空念仏 | holle frase; lege woorden; bluf; opschepperij |
| kare-彼 | hij of zij; die persoon (tot aan Meiji tijdperk gebruikt); u; jij (arch.); dat (arch.) |
| karegashi-彼某 | die persoon (iem. waarvan de naam onbekend is) |
| kariginu-狩衣 | informele kleding van de hofadel in de Heian periode (oorspronkelijk gedragen tijdens de jacht) |
| karikari-カリカリ | (onomatopee) krokant; knapperig |
| karishobun-仮処分 | tijdelijke beschikking; tijdelijke beperking |
| karōjite-辛うじて | nauwelijks; amper; nog maar net; met moeite |
| karukaya-刈萱 | de fictionele hoofdpersoon Karukaya Dōshin van de Buddhistische legende Karukaya. |
| karusan-カルサン | soort pofbroek (uit de Edoperiode) |
| kasa-枷鎖 | (zenboeddhisme) mentale boeien; immateriële beperkingen |
| kasankasuiso-過酸化水素 | waterstofperoxide |
| kashin-花心 | het hart van een bloem (waar de stamper en meeldraden zitten) |
| kasho-佳所 | sterke zijde [kanten] (van een persoon); fort |
| kasōmibunsōsa-仮装身分捜査 | undercoveroperatie; infiltratie |
| kassha-滑車 | katrol (gewrichtsoppervlak) |
| kasukasu-かすかす | amper; maar net; met moeite; nauwelijks |
| kasutamu・kā-カスタム・カー | aangepaste auto; auto op maat (gebouwd aan de hand van specificaties van de koper) |
| kasutanetto-カスタネット | castagnetten (kleppers) |
| kata-方 | persoon; personen (erend) |
| kata-方 | achtervoegsel achter persoonsnamen (erend) |
| katabutsu-堅物 | een serieuze [onbuigzame] persoon |
| katagi-気質 | temperament; aard; karakter |
| katakiyaku-敵役 | een acteur die de rol van de schurk speelt; schurkenrol; gehaat personage |
| katakoto-片言 | (kinderlijk) gebrabbel; haperende [gebrekkige] spraak |
| kataku-花托 | torus; bloembodem (de bovenkant van de bloemsteel waar bloemblaadjes, stampers, etc. aan vastzitten) |
| katameshitsumeisha-片目失明者 | persoon die blind is aan één oog |
| katami-形見 | aandenken (van een overleden persoon) |
| katatsu-下達 | (het doorgeven van instructies) van superieuren naar ondergeschikten (top-down beleidsstructuur, zonder inspraak) |
| katsuage-喝上げ | (jargon) afpersing; chantage |
| kattā-カッター | coupeur; knipper; snijder |
| katto-カット | couperen (bij kaartspel) |
| kaunserā-カウンセラー | raadsman; raadsvrouw; adviseur; vertrouwenspersoon |
| kawamo-川面 | rivieroppervlak; de oppervlakte van een rivier |
| kawarakojiki-河原乞食 | (in de Edo-periode een denigrerende term voor) acteur; toneelspeler |
| kawarimono-変わり者 | zonderling; excentriek persoon |
| kawazura-川面 | rivieroppervlak; de oppervlakte van een rivier |
| kayōkyoku-歌謡曲 | Japanse populaire liedjes (genre dat is ontstaan in de Showa-periode) |
| kē-ケー | K, symbool voor kelvin (eenheid van temperatuur) |
| kebiishi-検非違使 | (arch.) hoofd van de politie en rechtbank (Heian en Kamakura periode) |
| keibiishi-検非違使 | (arch.) hoofd van de politie en rechtbank (Heian en Kamakura periode) |
| keien-敬遠 | (honkbal) het (tactisch) geven van een vrije loop aan een (sterke) slagman door de werper |
| keien-敬遠 | respectvolle afstand (tussen personen); het iemand omzeilen; in een boog om iemand heen lopen |
| keihaku-軽薄 | wispelturigheid; frivoliteit; oppervlakkigheid; lichtzinnigheid; onoprechtheid |
| keihōgakusha-刑法学者 | strafrechtwetenschapper; geleerde in het strafrecht |
| keishikiteki-形式的 | formeel; uiterlijk; oppervlakkig |
| keitaijōhōtanmatsu-携帯情報端末 | persoonlijke digitale assistent (PDA) (palmtop, zakcomputer of handpalmcomputer) |
| keitō-継投 | (honkbal) het vervangen van de actieve werper |
| keiyakusaki-契約先 | bedrijf of persoon die een contract met een zakelijke partner heeft |
| keizaika-経済家 | een spaarzame [zuinige; gierige] persoon; krent; vrek |
| keizaiseichōritsu-経済成長率 | mate [percentage] van economische groei |
| kemari-蹴鞠 | een balsport, waarbij de bal de grond niet mag raken, gespeeld door Japanse hovelingen aan het keizerlijk hof (Heian periode) |
| ken-研 | (in kanji combinaties) polijsten; slijpen; scherper maken; oppoetsen |
| kenage-健気 | dapperheid; edelmoedigheid |
| kenbiishi-検非違使 | (arch.) hoofd van de politie en rechtbank (Heian en Kamakura periode) |
| kenchi-検知 | waarneming; perceptie; doorgronding |
| kenchi-見地 | beoordeling [inspectie] van een grondstuk [perceel] |
| kendon-慳貪 | (Edo periode) een kom [1 portie] noedels (of rijst) |
| kendon-慳貪 | (afk. voor) een prostituee (Edo periode) |
| kendonjorō-倹飩女郎 | (afk. voor) een prostituee (Edo periode) |
| kengai-圏外 | buiten de vergunning [restricties; beperkingen] |
| kenjōmono-献上物 | geschenk aan een geëerde [machtige] persoon |
| kenjōsha-健常者 | een gezonde persoon; iemand die gezond van lijf en leden is |
| kenkyaku-健脚 | sterke [goede; gezonde] loper [wandelaar] |
| kenmon-検問 | politie ondervraging [inspectie] van voorbijgangers op straat, bij een tijdelijke wegversperring e.d. |
| kenmon-権門 | een hooggeplaatste [machtige] familie [persoon] |
| kenmon-権門 | (poging tot) omkoping (van een machtige persoon) |
| kenmotsu-献物 | geschenk aan een geëerde [machtige] persoon |
| kenpeiritsu-建蔽率 | bebouwingspercentage; verhouding tussen het grondoppervlak en het oppervlak van de bebouwing |
| kenryokusha-権力者 | een machtige [invloedrijke; gezaghebbende] persoon |
| kensai-賢才 | een begaafde [talentvolle; wijze] persoon |
| kensakuban-研削盤 | slijper; slijpmachine |
| kensei-牽制 | bedwang; beteugeling; inperking; controlering; onderdrukking |
| kensuru-験する | testen; toetsen; (uit)proberen; experimenteren |
| kenukiawase-毛抜き合わせ | het perfect [precies] in [aan] elkaar passend zijn (van stukken stof; patronen, e.d.) |
| ken'i-権威 | kenner van; expert [meester; autoriteit] in |
| ken'on-検温 | lichaamstemperatuur meting |
| ken'yō-兼用 | het gebruik van iets door verschillende personen |
| keppitsu-欠筆 | weglating van een gedeelte van een karakter (ter vermijding van taboeonderwerpen, of om personen niet bij naam te noemen) |
| kesshi-傑士 | uitzonderlijke [uitmuntende] persoon; held |
| kesshi-決死 | grote moed; dapperheid (met bereidheid om desnoods te sterven) |
| ketsujin-傑人 | een voortreffelijke [uitmuntende; eminente] persoon |
| ketsujō-結縄 | knopenschrift (gevlochten en geknoopte snoeren als schrijftekens, voorloper van een schrift, b.v. bij de Inca's) |
| ki-紀 | periode; tijdperk |
| kiake-忌明け | het einde van de rouwperiode (na een overlijden) |
| kibashiri-木走 | taigaboomkruiper; kortsnavelboomkruiper (een vogel, Certhia familiaris) |
| kiden-貴殿 | (respectvolle term voor de tweede persoon, m.n. in brieven) u; jij; jullie |
| kien-気炎 | grootspraak; opschepperij |
| kigen-期限 | periode; termijn; tijdvak |
| kigen-紀元 | tijdperk; tijdvak |
| kigokoro-気心 | temperament; geaardheid; karakter; inborst |
| kigyō-企業 | onderneming; bedrijf; zaak; firma; maatschappij; coöperatie; ondernemerschap |
| kihin-気稟 | aangeboren karakter [aard; temperament] |
| kijin-奇人 | een excentriek [vreemd] persoon, excentriekeling |
| kijo-貴女 | (tweede persoon in schrijftaal, m.n. in brieven) u |
| kikan-季刊 | kwartaalpublicatie; publicatie [uitgave] 4 keer per jaar (van een tijdschrift, magazine, e.d.) |
| kikan-期間 | periode; termijn |
| kikan-貴官 | respectvolle term voor het persoonlijk voornaamwoord in de tweede persoon, wordt gebruikt voor overheidsfunctionarissen, militair personeel, e.d. |
| kikenshinshi-貴顕紳士 | edele, vooraanstaande heer; persoon met een hoge status [aanzien; invloed] |
| kikiippatsu-危機一髪 | op een haar na; op het nippertje; nog net op tijd |
| kikikajiru-聞き齧る | (iets) oppervlakkig kennen [weten]; (iets) alleen van horen zeggen weten |
| kikōgakusha-気候学者 | klimatoloog; klimaatwetenschapper |
| kikotsu-奇骨 | excentriek zijn; excentrieke persoonlijkheid |
| kikotsu-気骨 | innerlijke kracht; morele ruggengraat; standvastigheid; onverzettelijkheid; sterke persoonlijkheid; sterk karakter |
| kikun-貴君 | (m.n. in brieven e.d. gebruikt voor de tweede persoon enkelvoud) jij; u |
| kikyō-帰京 | terugkeer naar de hoofdstad (voor de Meiji-periode was dat Kyoto, daarna Tokio) |
| kimatsu-期末 | het einde van een termijn [periode] |
| kimedokoro-決め所 | het belangrijkste [cruciale] punt, het punt dat de doorslag kan geven; de perfecte gelegenheid [kans] |
| kimekomi-木目込み | geperste reliëf afbeelding (collage van lagen washi papier) |
| kimete-決め手 | de persoon die de (definitieve) beslissing neemt |
| kimigayo-君が代 | keizerlijke heerschappij via een familielijn voortgezet in een voortdurende tijdsperiode |
| kimodameshi-肝試し | dapperheidstest; test van iemands moed |
| kinezuka-杵柄 | de houten hamer [stamper] waarmee rijstdeeg wordt gestampt |
| kinhin-経行 | (zen-boeddh.) loopmeditatie (m.n. als afwisseling met zitmeditatie (zazen) om slaperigheid te voorkomen) |
| kinichi-忌日 | sterfdag; verjaardag van het overlijden van een persoon (waarop boeddhistische herdenkingsrituelen worden uitgevoerd) |
| kinjū-禽獣 | (als scheldwoord tegen een persoon) beest |
| kinkangakki-金管楽器 | koperen blaasinstrument |
| kinko-近古 | vroeg moderne tijd (In de Japanse geschiedenis verwijst het meestal naar de Kamakura- en Muromachi-periodes) |
| kinku-禁区 | gebied verboden voor onbevoegden; spergebied |
| kinrō-勤労 | werkaanstelling voor een vastgestelde periode |
| kinrōshazaisankeiseiseido-勤労者財産形成制度 | Werknemers Vermogensvorming Systeem (Eng.: Workers Property Formation System) |
| kinshikanzai-筋弛緩剤 | (medicijn) spierverslapper |
| kinshikan'yaku-筋弛緩薬 | (medicijn) spierverslapper |
| kinshin-謹慎 | (Edo-periode) huisarrest |
| kinsoku-禁足 | opsluiting; huisarrest; bewegingsbeperkende maatregel; disciplinaire straf (b.v. waarbij politie-ambtenaren alleen kantoorwerk mogen doen) |
| kintōwari-均等割 | ratio per capita; ratio per hoofd (van de bevolking); gelijke verdeling |
| kin'ōmuketsu-金甌無欠 | perfectie |
| kin'yūjiyūka-金融自由化 | financiële liberalisatie (de opheffing van voorschriften en beperkingen op financiële transacties) |
| kin'yūsōsa-金融操作 | financiële operatie (m.n. een specifiek pakket van maatregelen van een centrale bank om de liquiditeit in het bankverkeer te vergroten of verkleinen) |
| kion-気温 | (buiten)temperatuur |
| kīpā-キーパー | keeper; doelman [doelvrouw] |
| kippu-きっぷ | aard; karakter; temperament |
| kiregire-切れ切れ | stukjes; snippers |
| kirehashi-切れ端 | stukje; snipper; scherf; flard |
| kiremono-切れ者 | een kundig [bekwaam; scherpzinnig] persoon |
| kirinashi-限無し | eindeloos; grenzeloos; onbeperkt |
| kiriuri-切り売り | het per stuk verkopen; losse verkoop |
| kisama-貴様 | (arch. respectvolle term voor de tweede persoon, voor hogergeplaatsten, b.v. in brieven) u |
| kishadan-記者団 | persgroep; persafdeling; persdienst |
| kishagurabu-記者グラブ | Japanse pers-club; groep verslaggevers van specifieke nieuwsorganisaties (met bronnen bij de overheid en bedrijven) |
| kishahappyō-記者発表 | perscommuniqué; persbericht; persverklaring |
| kishakaiken-記者会見 | persconferentie |
| kishin-貴紳 | een edelman; een hooggeplaatste [rijke] persoon; iemand met een hoge status |
| kishitsu-気質 | temperament; aard; karakter |
| kishō-気性 | temperament; aard; karakter (vaak met negatieve connotatie) |
| kishokusha-寄食者 | klaploper; profiteur |
| kisoku-驥足 | (lett. de benen van een snel paard) een groot talent; een persoon met uitzonderlijk talent |
| kitamaebune-北前船 | handelsschepen op de Japanse Zee (Edo periode) |
| kkya-っきゃ | (met ontkenning, drukt uit een intentie of beperking) slechts; enkel; alleen |
| kō-口 | woord gebruikt voor het tellen van personen, instrumenten, apparaten, etc. |
| koba-木端 | houtsplinter; houtsnippers |
| kōbai-勾配 | hellingspercentage; hellingshoek; gradiënt |
| kobaka-小馬鹿 | een dwaas; een domme persoon |
| kobamu-拒む | verhinderen; versperren; beletten; belemmeren |
| koban-小判 | koban, oude Japanse (ovale gouden) munt (Edo periode) |
| kōban-降板 | (honkbal) de werper [pitcher] van de werpheuvel wegsturen en vervangen door een andere werper |
| kobetsu-個別 | individueel; persoonlijk |
| kobukusha-子福者 | een persoon die gezegend is met veel kinderen |
| kochū-壺中 | lafaard; schuchtere persoon |
| kodai-古代 | de oudheid; klassieke periode; het verre verleden |
| kōdō-行動 | mobilisatie; militaire operatie |
| kōekihōjin-公益法人 | (jur.) een rechtspersoon [stichting; instelling] van algemeen nut [openbaar belang]; een stichting zonder winstoogmerk |
| koeru-肥える | ervaren [rijp] worden; een kenner [expert] worden; een verfijnde smaak ontwikkelen |
| kofunjidai-古墳時代 | Kofunperiode (ca. 250-538) |
| kōgaku-後学 | jonge [nieuwe; toekomstige] geleerden [wetenschappers; professoren] (ook gebruikt als nederige term voor zichzelf) |
| kōge-高下 | superieur en inferieur |
| kōgen-広言 | grootspraak; opschepperij |
| kōgen-高言 | grootspraak; opschepperij |
| kogitsuku-漕ぎ着く | (een doel) bereiken (door persoonlijke inzet) |
| kōgyōdezainā-工業デザイナー | industrieel ontwerper |
| kohitsu-古筆 | (afk. voor) een expert [specialist] in oude handschriften |
| kohitsu-古筆 | (hoogstaande) geschriften uit de Nara en Heian periode |
| kohitsuka-古筆家 | een expert [specialist] in oude handschriften |
| kohitsumi-古筆見 | een expert [specialist] in oude handschriften |
| kōhōjin-公法人 | publieke rechtspersoon; publiekrechtelijk orgaan; openbare instelling |
| kohon-古本 | handgeschreven manuscript of drukwerk van voor de Edo-periode |
| kōi-校異 | vergelijking van de overeenkomsten en verschillen tussen personages en woordkeuze in (m.n. klassieke) teksten |
| koi-鯉 | karper (vis) |
| koikoku-鯉こく | karper gekookt in misosoep |
| koinobori-鯉幟 | traditionele karpervormige wimpels [windzakken] (worden in Japan opgehangen tijdens het Jongensfestival op 5 mei) |
| koji-居士 | kluizenaar; erudiet persoon (niet in overheidsdienst) |
| kojin-個人 | individu; particulier; privé persoon |
| kōjin-公人 | een publiek persoon [figuur] |
| kojinjōhō-個人情報 | persoonsgegevens; persoonlijke informatie |
| kojinnenkin-個人年金 | persoonlijk [particulier] pensioen |
| kojinshotoku-個人所得 | persoonlijk inkomen |
| kojinsūhai-個人崇拝 | persoonsverheerlijking |
| kojinteki-個人的 | persoonlijk; individueel; particulier; privaat |
| kojin'yokin-個人預金 | particuliere rekening; persoonlijke storting |
| kōjōsenkinōkōshinshō-甲状腺機能亢進症 | hyperthyreoïdie |
| kokabu-子株 | (plantkunde) nieuwe scheut; uitloper; zijscheut |
| kōkakuritsu-合格率 | slagingspercentage |
| kōkechi-纐纈 | (tie-and-dyemethode) knoopverven (verftechniek uit de Nara-periode, waarbij de stof eerst werd samengeknoopt en dan geverfd) |
| kōketsuatsu-高血圧 | hoge [verhoogde] bloeddruk; hypertensie |
| kōki-後期 | latere periode; tweede semester; laatste semester |
| kōki-後期 | tweede termijn [laatste periode] (van een wisseltentoonstelling) |
| kokinwakashū-古今和歌集 | Kokin Wakashū (dichtbundel uit de Heian periode) |
| kokomoto-此処許 | ik (de persoon hier) |
| kokoro-心 | hart; ziel; geest; gevoelens; mentaliteit; karakter; aard; persoonlijkheid |
| kokoroiki-心意気 | karakter; neiging; inborst; temperament; geaardheid |
| kokoromi-試み | poging; experiment; onderneming |
| kokoromini-試みに | bij [tijdens] een poging; bij wijze van proef [experiment]; om uit te proberen |
| kokoronikui-心憎い | bewonderenswaardig; prachtig; uitstekend; perfect |
| kokoyashi-ココ椰子 | kokospalm; klapperboom (Cocos nucifera) |
| kokubunji-国分寺 | door de keizer gestichte boeddhistische tempels (Nara-periode) |
| kokudachi-穀断ち | het niet eten van granen gedurende een periode (als vorm van ascese of vanwege een gelofte) |
| kokudaka-石高 | (Edo-periode) officiële rijstoogst als maatstaf voor de oppervlakte van iemands land en als basis voor het heffen van jaarlijkse belastingen |
| kokujin-国人 | lokale bevolking; inheemse persoon; autochtoon |
| kokujin-黒人 | zwarte persoon; neger; kleurling |
| kokurenanzenhoshōjōninrijikoku-国連安全保障常任理事国 | permanent lid van de Veiligheidsraad (van de Verenigde Naties) |
| kokusaijin-国際人 | internationaal ingestelde persoon; kosmopoliet; wereldburger |
| kokusaijōri-国際場裡 | het internationale strijdperk; de internationale arena |
| kokushobi-酷暑日 | een extreem hete dag (met een temperatuur van 40 graden Celsius of hoger) |
| kokushokaidai-国書解題 | catalogue raisonné van de Japanse literatuur vanaf ca. het Nara tijdperk tot het jaar 1867 |
| kokuten-黒点 | zonnevlek (donkere vlek op het oppervlak van de zon) |
| kōkyū-恒久 | permanentie; bestendigheid; duurzaamheid; eeuwigheid; eindeloosheid |
| kōkyūsha-高級車 | luxewagen; luxeauto; topklasse personenauto's |
| komachi-小町 | Ono no Komachi (dichter in de Heian-periode) |
| komakusa-駒草 | dicentra (peregrina) |
| komen-湖面 | het wateroppervlak van een meer |
| kometsukibatta-米搗き飛蝗 | een kruiperig [onderdanig] persoon |
| kōmō-紅毛 | (in de Edo-periode) een Japanse benaming voor Nederlander; Westerling; Europeaan |
| kōmōjin-紅毛人 | (in de Edo-periode) een Japanse benaming voor Nederlander; Westerling; Europeaan |
| komonjogaku-古文書学 | de studie van oude geschriften (m.n. voor de Edo periode); paleografie |
| komono-小物 | een onbelangrijke persoon; iemand met weinig invloed [aanzien] |
| komurasaki-濃紫 | donkerpaars; donkerpurper |
| kōnago-小女子 | (andere naam voor) zandspiering (Ammodytes personatus) |
| kondō-金銅 | verguld brons [koper] |
| kone-コネ | (persoonlijke) contacten; connectie(s); relatie(s) |
| konekuru-捏ねくる | verschillende dingen uitproberen [opperen] |
| konekushon-コネクション | relatie(s); (persoonlijke) contacten |
| kōnenreishakoyōanteihō-高年齢者雇用安定法 | Wet stabilisering werkgelegenheid voor oudere werknemers (Eng,: Elderly Persons Employment Stabilization Law) |
| koneru-捏ねる | verschillende dingen uitproberen [opperen] |
| kōnetsu-高熱 | hoge temperatuur; intense hitte |
| kōnetsu-高熱 | hoge koorts [lichaamstemperatuur] |
| koninzū-小人数 | klein aantal mensen [personen] |
| konjō-根性 | karakter; aard; temperament; persoonlijkheid |
| konki-今期 | deze periode [termijn]; de huidige periode |
| konokata-此の方 | deze persoon |
| konouenai-此の上ない | de beste [grootste; perfecte]; er is geen betere dan dit |
| konpuressā-コンプレッサー | compressor; perspomp |
| konsābatibu-コンサーバティブ | een conservatieve persoon [politicus] |
| konsarutingu・sērusu-コンサルティング・セールス | adviesverkoop (een verkoopmethode waarbij de verkoper optreedt als adviseur) |
| kōon-恒温 | constante temperatuur |
| kōon-高温 | hoge temperatuur |
| kōontashitsu-高温多湿 | hoge temperatuur en vochtigheid (van klimaat) |
| kōotsu-甲乙 | A en B; de eerste en de tweede; superieur en inferieur |
| koperunikusutekitenkai-コペルニクス的転回 | Copernicaanse revolutie [omwenteling] (een radicale heroriëntatie van een wetenschap of filosofie) |
| kōporatibu・hausu-コーポラティブ・ハウス | coöperatieve huisvesting |
| kōporēshon-コーポレーション | coöperatie; bedrijf; onderneming |
| koppa-木っ端 | houtsnipper; splinter |
| kōpu-コープ | (afk. voor) coöperatieve onderneming [winkel] |
| kōra-甲羅 | (fig.) de rug van een persoon |
| koredake-此れだけ | in deze mate; alleen maar [beperkt tot] dit; niets meer dan dit |
| kōri-行李 | boodschapper; bode; (af)gezant |
| kōritsu-高率 | hoog tarief [percentage]; hoge rente |
| korō-古老 | een oudere persoon; een bejaarde |
| koromogae-衣替え | het wisselen van (soort) kleren per seizoen |
| kōrudo・pāma-コールド・パーマ | (kapsel) koude permanent (techniek met lotion zonder verhitting) |
| kōryūsha-拘留者 | geïnterneerde persoon [militair; soldaat] |
| kōsa-較差 | het verschil tussen het hoogste en het laagste [het grootste en het kleinste]; het verschil tussen de hoogste en laagste temperatuur |
| kosei-個性 | individualiteit; persoonlijkheid |
| koseidai-古生代 | paleozoïcum (tijdperk) |
| koseiteki-個性的 | persoonlijk |
| kōsha-巧者 | een vakkundig [bekwaam; ervaren; slim] persoon |
| koshahon-古写本 | oud (handgeschreven) manuscript; codex; samengebonden bundel perkamenten |
| kōshasaikinri-公社債金利 | obligatierente; rentepercentage op staatsobligaties |
| kōshi-公私 | openbaar en privé; overheid en bevolking; officieel en persoonlijk |
| kōshinsei-更新世 | het Pleistoceen (tijdperk) |
| koshitsu-個室 | privé kamer; eenpersoonskamer |
| kōshitsu-後室 | weduwe (van een hooggeplaatst persoon) |
| kōshō-公娼 | erkende [geregistreerde] prostitutie [prostituee] (vanaf Kamakura periode tot aan 1958) |
| koshō-胡椒 | zwarte peper (Piper nigrum) |
| kōsho-高所 | hoog perspectief; uitzicht van bovenaf [vanaf een hoge plek] |
| koshōhakka-胡椒薄荷 | pepermunt (plant, Mentha piperita) |
| koshōhon-古抄本 | oud (handgeschreven) manuscript; codex; samengebonden bundel perkamenten |
| kōshu-好手 | een vaardig [bekwaam] persoon; expert; meester |
| kōshu-巧手`` | een vaardig [bekwaam] persoon; expert; meester |
| kosodoro-こそ泥 | insluiper; kruimeldief |
| kōsoku-拘束 | inperking; beteugeling; beperking |
| kosupure-コスプレ | het zich verkleden als fictieve personages |
| kōtetsu-更迭 | (van personeel, e.d.) vervanging; verandering; herschikking; reorganisatie |
| kotsudō-骨堂 | ossuarium; knekelhuis; een hal waar de as van gecremeerde personen wordt bewaard |
| kotsugara-骨柄 | persoonlijkheid; karakter |
| kōtsūkisei-交通規制 | verkeersbeperkende maatregelen; verkeersregelingen |
| kubikase-首枷 | belemmering; obstakel (iets die je vrijheid beperkt) |
| kubō-公方 | shogun (na de Muromachi periode) |
| kubō-公方 | shogunaat (in Kamakura - Muromachi periode) |
| kūchi-空地 | een onbebouwd perceel; leeg stuk bouwgrond; braak liggend terrein |
| kuchiguchi-口口 | iedereen; elke persoon; allemaal |
| kuchihabattai-口幅ったい | grootspraak; opschepperij |
| kuchiire-口入れ | tussenpersoon; bemiddelaar |
| kuchiirenin-口入れ人 | tussenpersoon; bemiddelaar |
| kuchikiki-口利き | bemiddelaar; invloedrijk persoon |
| kuchikura-クチクラ | opperhuid |
| kuihōdai-食い放題 | all-you-can-eat; het onbeperkt kunnen eten; zoveel eten als je wilt |
| kuitaosu-食い倒す | opsouperen (van een erfenis, spaarrekening, e.d.) |
| kuitsubusu-食い潰す | (al je geld) opmaken [opsouperen]; iemand de oren van het hoofd eten |
| kūji-空字 | weglating van een karakter (ter vermijding van taboeonderwerpen, of om personen niet bij naam te noemen) |
| kūkabu-空株 | (effectenhandel) geleende aandelen (die je niet bezit, in de hoop ze later goedkoper terug te kopen) |
| kukaku-区画 | kavel; perceel; afgebakend stuk land |
| kūkanchi-空閑地 | een onbebouwd perceel; leeg stuk bouwgrond; braak liggend terrein |
| kumaokuri-熊送り | de Beer-offer ceremonie, waarbij beren als heilige boodschappers van de goden worden geofferd (en dus teruggestuurd worden naar de goden) |
| kumosuke-雲助 | (Edo periode) zwervende arbeiders die werkten als draagstoeldragers, bagagedragers, etc. |
| kun-君 | de heer; meneer (aanspreektitel, achtervoegsel achter persoonsnamen) |
| kunibito-国人 | lokale bevolking; inheemse persoon; autochtoon |
| kuniiri-国入り | (Edo periode) terugkeer van de leenheer naar zijn landgoed |
| kunizume-国詰め | (Edo-periode) het werken van daimyo (en hun vazallen) in hun eigen domein (zij waren verplicht om dat elk jaar af te wisselen met werken in Edo) |
| kunkoku-訓告 | (bij overheidspersoneel) middelzware berisping [administratieve straf] |
| kuōtarī-クオータリー | driemaandelijks; éénmaal per kwartaal; viermaal per jaar |
| kūpe-クーペ | coupé (tweedeurs carrosserietype voor personenauto's) |
| kuraizuke-位付け | in de Edo-periode een indeling van de landerijen [velden] en het toekennen van een klasse daaraan |
| kurakuryūru-クラクリュール | craquelure (barstjes in verfoppervlak) |
| kuramono-暗者 | een prostituee in de Edo periode |
| kuramoto-蔵元 | (Edo-periode) toezichthouders op de verkoop van de voorraden (uit de magazijnen) van verschillende domeinen |
| kuramoto-蔵元 | (Muromachi-periode) pandjesbaas; eigenaar van een pandjeshuis |
| kurasutā-クラスター | groep (personen, bedrijven, etc.) |
| kurawankabune-食らわんか舟 | de benaming van de handelsscheepjes die etenswaren verkochten (in de Edo periode) |
| kuraya-暗屋 | een bordeel in Edo periode |
| kurayado-暗宿 | een bordeel in Edo periode |
| kurayamiban-暗闇番 | (in de Edo periode) een bewaker [wachter] van de keuken |
| kurayashiki-蔵屋敷 | (Edo periode) pakhuis van een daimyo (Japanse krijgsheer) |
| kuremutsu-暮れ六つ | (term gebruikt in de Edo-periode voor) het vallen van de avond, ca. 18.00 uur |
| kurete-呉れ手 | persoon die geeft; gever; schenker; donor |
| kurigoto-繰り言 | klacht; (herhaaldelijk) geklaag [gemopper] |
| kurīn-クリーン | schoon; rein; proper; netjes |
| kūringu・ofu-クーリング・オフ | afkoelingsperiode |
| kurippu-クリップ | papierklem; paperclip |
| kurisutaruzoku-クリスタル族 | universitaire studentes vernoemd naar personage uit: なんとなく、クリスタル (Somehow, Crystal), roman uit de Japanse postmoderne literatuur van Tanaka Yasuo |
| kurokabi-黒黴 | zwarte schimmel (Aspergillus niger) |
| kurokoshō-黒胡椒 | zwarte peper |
| kūron-クーロン | coulomb (elektrische eenheid, ampèreseconde) |
| kurōto-玄人 | expert; vakman; specialist |
| kusawake-草分け | pionier; baanbreker; voorloper; kolonist |
| kusazōshi-草双紙 | kusazōshi (houtsnede prentenboeken in de Edo periode) |
| kusemono-曲者 | verdacht-uitziende [louche] persoon; (oude) sluwe [slimme] vos |
| kutabaru-くたばる | (vulgair) sterven; doodgaan; verrekken; creperen |
| kutakuta-くたくた | (onomatopee) zacht; papperig; (tot) moes |
| kutsunaoshi-靴直し | schoenlapper |
| kuzuhiroi-屑拾い | voddenraper; voddenraapster |
| kyakkō-脚光 | voetlicht; zoeklicht; schijnwerper |
| kyakuhon-脚本 | draaiboek; scenario; script; (opera) libretto |
| kyakusha-客車 | passagiersrijtuig; personenauto |
| kyakutanka-客単価 | bestedingen per klant; gemiddelde uitgaven per klant |
| kyanpingu-キャンピング | camping; kampeerterrein; het kamperen |
| kyanpingukā-キャンピングカー | camper; kampeerauto |
| kyanpingu・kā-キャンピング・カー | camper; kampeerwagen; kampeerauto |
| kyanpu-キャンプ | kamperen |
| kyara-キャラ | karakter; persoonlijkheid; personage |
| kyarakutā-キャラクター | karakter; persoonlijkheid; personage |
| kyatchi・furēzu-キャッチ・フレーズ | bekende zin [frase; uitspraak] (vaak geassocieerd met een beroemde persoon) |
| kyō-卿 | personen van de derde (ambtelijke) rang en hoger |
| kyōbun-狂文 | humoristische [satirische] literatuur (Edo-periode) |
| kyōdō-共同 | samenwerking; medewerking; coöperatie |
| kyōdō-協同 | coöperatie; samenwerking; medewerking |
| kyōdōkumiai-協同組合 | coöperatie; samenwerking(sverband); partnership |
| kyōgeki-京劇 | klassiek Chinese opera; Peking-opera |
| kyōgū-境遇 | levensomstandigheden; persoonlijke omstandigheden [situatie] |
| kyōgyō-協業 | coöperatieve bedrijven |
| kyoka-許可 | toestemming; goedkeuring; vergunning; permissie |
| kyōkaiseijinkakushōgai-境界性人格障害 | borderline persoonlijkheidsstoornis; emotie-regulatie persoonlijkheidsstoornis |
| kyōkaiseipāsonaritishōgai-境界性パーソナリティ障害 | borderline persoonlijkheidsstoornis; emotie-regulatie persoonlijkheidsstoornis |
| kyōkatsu-恐喝 | (formeel) afpersing; chantage |
| kyokumen-曲面 | een gebogen oppervlak |
| kyokumoku-曲目 | een muziekstuk; muzikaal nummer; muziekprogramma; repertoire |
| kyōryoku-協力 | samenwerking; medewerking; coöperatie |
| kyōsha-強者 | een sterke [machtige] persoon |
| kyōshi-狂詩 | humoristisch gedicht (Edo-periode) |
| kyōshō-狭小 | beperkt [klein] zijn (van ruimte) |
| kyōshokuin-教職員 | onderwijzend personeel; school personeel; docenten en medewerkers van een school |
| kyōto-凶徒 | oproerkraaier; rebel; relschopper; schurk; moordenaar |
| kyōyō-強要 | dwang; eis; druk; pressie; afpersing |
| kyōyōsuru-強要する | (op)eisen; (af)dwingen; afpersen |
| kyoyōsuru-許容する | toestaan; toelaten; tolereren; veroorloven; permitteren |
| kyozai-巨材 | een groot talent; getalenteerd persoon |
| kyōzamashi-興醒まし | een domper; stemmingsbederver; koude douche |
| kyūaku-旧悪 | (Edo-periode) misdaad [misdrijf] waarop verjaring geldt (met uitzondering van moord e.d.) |
| kyūbo-急募 | snelle werving van personeel; spoedrekrutering |
| kyūen-救援 | (bij honkbal) het vervangen [aflossen] van de werper |
| kyūentōshu-救援投手 | (honkbal) vervangende [invallende] werper |
| kyūjin-求人 | rekrutering; werving (voor een baan); vacature; het zoeken naar personeel |
| kyūkabi-休暇日 | vakantiedag; snipperdag |
| kyūkōkikan-休耕期間 | de periode dat een veld [terrein] braak ligt |
| kyūkyūkyūmeishi-救急救命士 | ambulancepersoneel met een medische basistraining |
| kyūkyūtaiin-救急隊員 | ambulancepersoneel; reddingswerkers |
| kyūmen-球面 | (wiskunde) bolvormig oppervlak |
| kyūsō-急送 | het iets met spoed [per expresse] verzenden; spoedzending |
| kyuushiisshou-九死一生 | het ternauwernood [op het nippertje] aan de dood ontsnapt zijn |
| kyūyō-休養 | rust; ontspanning; herstel(periode) |
| mabataki-瞬き | het knipperen (met de ogen; van het licht); het twinkelen (van een ster) |
| machibito-待ち人 | de persoon op wie je wacht; degene die je verwacht; degene die verwacht wordt |
| madoguchi-窓口 | contactpersoon; degene die achter het loket zit |
| maeyaku-前厄 | het jaar voorafgaand aan de kritieke leeftijd [periode]; het jaar voor het ongeluksjaar |
| mafurā-マフラー | geluiddemper; knaldemper; knalpot (voor de uitlaat van een voertuig) |
| maguro-鮪 | een persoon die onbeweeglijk ligt [als een gevangen tonijn] |
| mai-毎 | (als voorvoegsel in kanji combinaties) elk; ieder; elke keer; ...per... |
| maiji-毎時 | elk [ieder] uur; per uur |
| maikuroanpea-マイクロアンペア | microampère |
| majikku・inki-マジック・インキ | merknaam voor Japanse permanent marker |
| majimaji-まじまじ | (onomatopee) starend; (met de ogen); zonder te knipperen |
| majirogu-瞬ぐ | met de ogen knipperen |
| makimono-巻物 | perkamentrol; makimono |
| makki-末期 | de laatste periode [dagen; maanden; jaren]; de laatste [terminale] fase |
| makuuchi-幕内 | het personeel achter de schermen |
| mamechishiki-豆知識 | basiskennis; oppervlakkige kennis; handige informatie |
| man-慢 | pochen; opschepperij |
| man-真ん | (als prefix) precies; perfect |
| manatsubi-真夏日 | een tropische (zomer)dag (met een temperatuur van meer dan 30 graden) |
| mangan-満願 | het einde van een periode van bidden tot goden of Boeddha's tot een vooraf bepaalde dag |
| maningen-真人間 | een fatsoenlijk mens; rechtschapen persoon |
| manmaku-幔幕 | (als afscheiding of decoratie) gordijn; draperie |
| manmaru-真ん丸 | een perfecte [perfect ronde] cirkel |
| manoatari-目の当たり | recht voor je (ogen); vlakbij; direct; persoonlijk, zonder tussenkomst |
| manshin-慢心 | hoogmoed; opschepperij; trots |
| manten-満点 | 100% correct resultaat; perfecte score |
| mappo-マッポ | (jargon; afk. voor Satsumappo) politieagent (Meiji periode) |
| mappō-末法 | het besef dat de periode van verval van de boeddhistische wetten [leer] is aangebroken; boeddhistische eschatologie |
| mappōshisō-末法思想 | pessimisme door het besef dat de periode van verval van de boeddhistische wetten [leer] is aangebroken |
| masse-末世 | een gedegenereerde wereld; tijdperk zonder moraal |
| masse-末世 | tijdperk van verval van de boeddhistische wetten |
| masshōshinkei-末梢神経 | perifere zenuwen |
| masutā・kī-マスター・キー | loper; passe-partout |
| matataku-瞬く | (met de ogen) knipperen; twinkelen (van sterren, e.d. |
| mateki-魔笛 | De Toverfluit (Die Zauberflöte, opera van Mozart) |
| matoi-纏 | (Edo-periode) standaard voor brandweereenheden (versierd met stroken papier of leer) |
| matsugaku-末学 | jonge [beginnende; onervaren] student [wetenschapper] |
| matsugaku-末学 | (bescheiden zelf-aanduiding van een) wetenschapper [geleerde] |
| matsuge-睫 | wimper(s) |
| matsuyō-末葉 | het einde [slot] (van een tijdperk) |
| mattaki-全き | perfectie; volledigheid; compleetheid |
| mazekaesu-混ぜ返す | interrumperen; iemand onderbreken; spottende opmerkingen maken |
| mazuhizumutekiseikaku-マゾヒズム的性格 | masochistisch karakter [persoonlijkheid] |
| meakashi-目明かし | een privé-detective in de Edo-periode |
| mebana-雌花 | vrouwelijke bloem; stamperbloem (bloem met alleen een stamper) |
| mechie-メチエ | (Frans: metiér) vak; beroep; expertise; specialiteit |
| mei-名 | (wordt ook gebruikt voor het tellen van mensen) mens; persoon |
| meibōka-名望家 | een persoon met hoog aanzien [met een goede reputatie] |
| meiji-明治 | Meiji, de regeringsperiode (1868-1912) van keizer Mutsuhito (1852-1912) |
| meijijidai-明治時代 | de Meiji periode (1868-1912) |
| meijin-名人 | meester; expert |
| meika-名家 | beroemde persoon; beroemdheid |
| meireikei-命令形 | (taalkunde) meireikei, imperatieve vorm; gebiedende wijs |
| meiryū-名流 | beroemdheden; notabelen; voorname personen |
| meishi-名士 | beroemdheid; bekende persoonlijkheid |
| meishu-名手 | meester; expert |
| meisū-名数 | aantal personen |
| mekusare-目腐れ | iemand met een wazige blik; kortzichtig persoon |
| memowāru-メモワール | memoires (opgeschreven persoonlijke herinneringen) |
| men-面 | oppervlak; zijde; kant |
| mengo-面晤 | persoonlijk gesprek; persoonlijke ontmoeting |
| menseki-面積 | oppervlakte; gebied (in vierkante (kilo)meters) |
| menseki-面責 | beschuldiging in persoon; persoonlijke aantijging [verwijt] |
| meshibe-雌蕊 | (plantkunde) stamper |
| meshii-盲 | blindheid; blinde persoon |
| meshiudo-囚人 | een persoon die werd uitgekozen om een waka-gedicht te componeren aan het begin van een poëzieceremonie aan het keizerlijk hof |
| meshiudo-囚人 | een persoon die werd opgeroepen om een bugaku-optreden uit te voeren |
| meshūdo-召人 | een persoon die werd opgeroepen om een bugaku-optreden uit te voeren |
| meshūdo-召人 | een persoon die werd uitgekozen om een waka-gedicht te componeren aan het begin van een poëzieceremonie aan het keizerlijk hof |
| messenjā-メッセンジャー | boodschapper; gezant; bode |
| metakurirujushi-メタクリル樹脂 | polymethylmethacrylaat (een polymeer van methylmethacrylaat); perspex; plexiglas |
| meuchi-目打ち | perforatie; doorboring; het maken van gaatjes |
| meyasubako-目安箱 | (Tokugawa periode) klachtenbus; ideeënbus |
| mibun-身分 | iemands persoonlijke situatie |
| miebō-見栄坊 | een arrogante persoon; ijdeltuit; verwaande kwast |
| mieppari-見栄っ張り | verwaand [arrogant] persoon; uitslover |
| migakiageru-磨き上げる | verfijnen; perfectioneren |
| migara-身柄 | (iemands) lichaam; persoon; identiteit |
| migitō-右党 | een snoeper; iem. die van snoepen houdt; iem. die geen alcohol drinkt |
| mihiraku-見開く | (de ogen) wijd opendoen [opensperren] |
| mijukumono-未熟者 | onervaren persoon; groentje; nieuwkomer; halfwas |
| mikaihōburaku-未解放部落 | gebied [(woon)gemeenschap; kolonie] van uitgestotenen [gediscrimineerden] uit de maatschappij (Edo-periode) |
| mikkatenka-三日天下 | kortstondige heerschappij; korte regeerperiode |
| mikonsha-未婚者 | ongetrouwd [ongehuwd] persoon |
| mikoto-尊 | (arch. voor de derde persoon) hij |
| mikoto-尊 | (arch. voor de tweede persoon) jij |
| mikudarihan-三下り半 | echtscheidingsbrief (in de Edo periode geschreven in drie en een halve regel) |
| mimai-見舞い | het iemand beterschap [sterkte] wensen; het uiten van bezorgdheid [medeleven] (per kaart, brief, pakje, etc.) |
| mimau-見舞う | het iemand beterschap [sterkte] wensen; het uiten van bezorgdheid [medeleven] (per kaart, brief, pakje, etc.) |
| mimidoshima-耳年増 | een jonge vrouw die een oppervlakkige kennis heeft over sex |
| minamo-水面 | wateroppervlak(te) |
| minamoto-源 | familienaam van een machtige clan (Heian en Kamakura periode) |
| minikomi-ミニコミ | minicommunicatie (communicatie tussen een beperkt aantal mensen) |
| minikomizasshi-ミニコミ雑誌 | tijdschrift met een kleine oplage [een beperkte lezersgroep] |
| minoue-身の上 | persoonlijke omstandigheden |
| minto-ミント | munt; pepermunt |
| mirāju-ミラージュ | jachtbommenwerper van de Franse luchtmacht |
| mirugai-海松貝 | paardenschelp; gaperschelp (Tresus keenae) |
| misshi-密使 | een geheime boodschapper [gezant]; geheim agent |
| mitome-認め | (afk. voor) persoonlijk [privé] zegel |
| mitomein-認め印 | persoonlijk [privé] zegel |
| mitsuryō-密猟 | stroperij |
| mitsuryōsha-密猟者 | stroper |
| mizujaya-水茶屋 | (Edo periode) een theestalletje; theekraampje |
| mizukagami-水鏡 | waterspiegel; spiegelend wateroppervlak |
| mizukiri-水切り | steentjes keilen [laten stuiteren] over een wateroppervlak |
| mizumushi-水虫 | duikerwants (Hesperocorixa distanti) |
| mizunomiba -水飲み場 | (openbaar) drinkkraantje; fonteintje om water te drinken; waterhappertje |
| mo-面 | oppervlak(te) |
| mochibun-持ち分 | iemand's deel [percentage; rente]; quotum |
| mochigoma-持ち駒 | reserve personeel [mensen] |
| mochijikan-持ち時間 | (om les te geven) het aantal klassen per week; de tijd die men nodig heeft; de verplichte tijd |
| mochiya-餅屋 | winkel waar men mochi (rijst cakes) verkoopt; verkoper van mochi |
| mochū-喪中 | rouwperiode; in de rouw |
| mokugyo-木魚 | houten vis, gebruikt als percussie instrument bij boeddhistische rituelen (b.v. bij het reciteren van soetra's of de naam van Boeddha) |
| mokushō-目睫 | ogen en wimpers |
| momijioroshi-紅葉下ろし | samen geraspte daikon (rettich) en togarashi (rode peper); geraspte daikon en geraspte wortel |
| momo-桃 | perzik (vrucht); perzikboom |
| momohajimetesaku-桃始笑 | de eerste perzikbloesems |
| momoiro-桃色 | roze [perzik] kleur |
| momonosekku-桃の節句 | Perzikbloesemfestival [Meisjesdag; Poppenfeest] (seizoenfeestdag voor meisjes op 3 maart) |
| momoware-桃割れ | haarstijl met een perzikvormige knot (uit het Meiji tijdperk) |
| mon-者 | een persoon; iemand |
| mongai-門外 | buiten het vakgebied [de expertise] (van iemand) |
| mongen-門限 | avondklok; spertijd |
| mono-者 | een persoon; iemand |
| monomane-物真似 | mimiek; nabootsing; na-aperij |
| monomochi-物持ち | een rijke (persoon); iemand met veel geld |
| monoshirazu-物知らず | onwetend [dom] persoon; domkop |
| monoshiri-物知り | iemand met veel kennis [informatie]; een goed geïnformeerde [erudiete] persoon |
| monouri-物売り | venter; straatverkoper |
| monzenbarai-門前払い | (Edo periode) wegsturing van criminelen [veroordeelden] bij de poort van een magistraat |
| moroko-諸子 | een karper (Gnathopogon) |
| mosa-猛者 | een dappere [sterke] man; een heldhaftige strijder |
| mosamosa-もさもさ | behaard (persoon); dichtbegroeid (planten) |
| mosamosa-もさもさ | sloom; langzaam; dom (persoon) |
| mōshō-猛将 | dappere [moedige; onverschrokken] generaal [krijgsheer] |
| mōshobi-猛暑日 | een erg hete dag (met een temperatuur van 35 graden Celsius of hoger) |
| mōsukoshide-もう少しで | bijna; op het nippertje |
| motte-以て | door; door middel van; via; per |
| mōyū-猛勇 | stoutmoedigheid; (onversaagde) moed; dapperheid |
| mōze-モーゼ | Mozes (Bijbelse persoon) |
| muenshakai-無縁社会 | een samenleving waarin persoonlijke relaties vrijwel geen rol spelen |
| mugen-無限 | onbegrensdheid; grenzeloosheid; onbeperktheid; oneindigheid |
| mugensekinin-無限責任 | onbeperkte aansprakelijkheid |
| mugetsu-無月 | maanloze periode; een tijd waarin de maan niet te zien is |
| mui-無位 | (persoon) zonder enige rang [stand; positie] |
| muimukan-無位無官 | (persoon) zonder enige rang of titel; gewone burger; de gewoneman |
| mujin-無人 | onbemand zijn; onderbezetting; met te weinig personeel |
| mujin-無尽 | onuitputtelijkheid; onbegrensdheid; onbeperktheid |
| mukae-迎え | persoon [voertuig] die iemand opwacht [komt afhalen] |
| mukankei-無関係 | irrelevantie; impertinentie; het niet terzake zijn |
| mumeishi-無名氏 | een anonieme persoon; anonymus; naamloze |
| munin-無人 | onbemand; onderbezetting; met te weinig personeel |
| murasaki-紫 | de plant Lithospermum erythrorhizon, paars parelzaad |
| muroku-無禄 | (Edo-periode, van samoerai) zonder toelage zijn |
| murui-無類 | ongeëvenaard [buitengewoon; uitzonderlijk; superieur] zijn |
| museigen-無制限 | zonder limiet [restrictie; beperking] |
| mushirobata-筵旗 | vlag gemaakt van een mushiro (mat van stro) aan een bamboestok (gebruikt bij boerenopstanden in de Edo-periode) |
| myōdō-冥道 | opperrechter(s) die heerst [heersen] over dat gebied |
| myōgakin-冥加金 | zakelijke belasting tijdens de Edo periode |
| myōkan-冥官 | (boeddh.) opperrechter in het dodenrijk [in de hel] |
| naedoko-苗床 | (planten) perk; zaaibed |
| nagaremono-流れ者 | zwerver; landloper; vagebond |
| nagasakie-長崎絵 | Nagasaki prenten (houtblok-prenten die in de Edo periode in Nagasaki werden gemaakt) |
| nagaya-長屋 | Japans rijtjeshuis dat typisch was tijdens de Edo-periode |
| nagusamimono-慰み者 | speelbal (een persoon); iemand waarmee gespeeld wordt (fig.) |
| naichingēru-ナイチンゲール | Florence Nightingale (beroemde Britse verpleegster en wetenschapper, 1820-1910) |
| nakaba-半ば | het midden van een plaats of periode |
| nakaban-中番 | (Edo-periode) een wachthuis tussen twee kruispunten |
| nakadachi-仲立ち | bemiddelaar; tussenpersoon; medium; vertegenwoordiger |
| nakagoro-中頃 | middenperiode van de geschiedenis; niet al te ver verleden |
| nakagoro-中頃 | middenperiode; het midden van een tijdperk |
| nakahodo-中ほど | het midden van [halverwege] een bepaalde periode |
| nakanaka-中中 | incompleet; imperfect; halfslachtig |
| nakōdo-仲人 | bemiddelaar; tussenpersoon |
| namabyōhō-生兵法 | oppervlakkige kennis van [ervaring met] (militaire tactieken) |
| namahanka-生半可 | oppervlakkigheid; halfslachtigheid |
| namakajiri-生齧り | oppervlakkigheid |
| nanairotōgarashi-七色唐辛子 | mengsel van 7 kruiden (o.a. chilipeper) |
| nanako-魚子 | (afk. voor) keperbinding (weeftechniek, waarbij het oppervlak van de stof korrelig als een visei wordt) |
| nanakoori-魚子織り | keperbinding (weeftechniek, waarbij het oppervlak van de stof korrelig als een visei wordt) |
| nanban-南蛮 | Zuidelijke Barbaren (van de Muromachi-periode tot de Edo-periode een Japanse benaming voor (ei)landen in de Stille Zuidzee) |
| nanban-南蛮 | chilipeper |
| nanbā・sukūru-ナンバー・スクール | (een van) de acht oudste en meest prestigieuze middelbare scholen in Japan (in de Meiji periode) |
| nandemoya-何でも屋 | een alleskunner; een veelzijdig iemand; een allround persoon; een duizendpoot |
| nanga-南画 | (Edo periode) schilderkunst van kunstenaars uit literaire kringen |
| nanibito-何人 | wat voor (soort) persoon; wat voor iemand; wie |
| nanimono-何者 | wie; welke persoon |
| nanisama-何様 | een belangrijk iemand; een persoon van belang |
| nannin-何人 | hoeveel mensen [personen] |
| nanoru-名乗る | in de derde persoon (met naam) spreken over zichzelf |
| nanpito-何人 | wat voor (soort) persoon [iemand]; wie |
| nansenhokuba-南船北馬 | (lett. reis per boot in het zuiden, per paard in het noorden (van China)) het voortdurend onderweg zijn; voortdurend reizen naar alle windstreken |
| nanushi-名主 | (in het Edo tijdperk) dorpshoofd; hoofdman van een dorp of plaats (voornamelijk in het Kantō gebied) |
| narai-習い | (persoonlijke) gewoonte; aanwensel |
| narasu-鳴らす | klagen; mopperen |
| naratāju-ナラタージュ | narratage (Frans porte-manteau woord van: narration en montage); verteltechniek in film en theater waarbij de hoofdpersoon terugkijkt op zijn verleden |
| nareru-慣れる | ervaren [handig] worden; (door ervaring) een expert worden |
| narukonawa-鳴子縄 | ratel-touw; klepper |
| natanezuyu-菜種梅雨 | lange periode van regen in de vroege lente |
| natori-名取り | iemand met een grote reputatie; een beroemd persoon |
| natsubi-夏日 | een zomer(se) dag; een dag dat de temperatuur boven de 25 graden is |
| natsugare-夏枯れ | een tijdelijke terugval in de verkoop bij winkels, etc. in de zomer periode; komkommertijd |
| natsumuki-夏向き | zomertijd; zomer periode |
| nebokeru-寝惚ける | nog half in slaap [amper wakker] zijn |
| negao-寝顔 | gelaatsuitdrukking van een slaper [iemand die slaapt] |
| nejireru-捩れる | pervers [opstandig; dwars] zijn [worden] |
| nekubi-寝首 | nek [hoofd] van een slapende persoon |
| nemuke-眠気 | slaperigheid |
| nemutage-眠たげ | slaperigheid |
| nenchū-粘稠 | stroperigheid; viscositeit; dik-vloeibaarheid |
| nendai-年代 | periode |
| nendai-年代 | vroeger tijdperk; oudheid |
| nengō-年号 | jaarperiode |
| nenkan-年間 | (periode van) een jaar; jaarperiode; tijdperk |
| nenki-年季 | aantal jaren; dienstperiode; leertijd |
| nenki-年期 | aantal jaren; dienstperiode; leertijd |
| nenki-年期 | periode van één jaar |
| nennai-年内 | de periode binnen een jaar [voordat het jaar om is] |
| nensei-粘性 | viscositeit; stroperigheid; kleverigheid |
| netchūshō-熱中症 | zonnesteek; hyperthermie; hitteberoerte |
| netsu-熱 | koorts; verhoogde lichaamstemperatuur |
| netsukan-熱感 | gevoel van warmte [temperatuur; koorts] |
| nettori-ねっとり | (onomatopee) stroperig; kleverig; plakkerig |
| nezumi-鼠 | een slechte persoon; een slechterik |
| nigate-苦手 | lastige klant; moeilijk persoon; iemand met een gebruiksaanwijzing |
| nigekiru-逃げ切る | (op het nippertje) ontsnappen; weg weten te komen; stand kunnen houden |
| nigeuma-逃げ馬 | koploper (paardenraces) |
| nigiriono-握り斧 | een stenen handbijl (gebruiksvoorwerp uit het stenen tijdperk) |
| niguro-ニグロ | neger; zwarte persoon |
| niishimamori-新島守 | nieuwe eilandbewaker (personage in de klassieke Japanse gedichtenbundel Man'yōshū) |
| nijigen-二次元 | tweedimensionale media (m.n. anime, videogames en manga, en de personages die daarin voorkomen) |
| nijūjinkaku-二重人格 | dubbele persoonlijkheidsstoornis |
| niki-二季 | Bon [obon] periode en eindejaar [oudejaars] periode |
| nikisaku-二期作 | dubbele oogst [twee oogsten per jaar] van hetzelfde gewas (m.n. rijst) op dezelfde (landbouw)grond |
| nimōsaku-二毛作 | dubbele oogst [twee oogsten per jaar] van twee verschillende gewassen op dezelfde (landbouw)grond |
| nin-人 | mens; persoon |
| nindō-忍冬 | kamperfoelie (Lonicera japonica) |
| ningen-人間 | figuur; personage |
| ningen-人間 | mens; persoon; mensheid |
| nininshō-二人称 | (taalkunde) de tweede persoon |
| ninjutsu-忍術 | (één van de tactieken van ninja's tijdens de samoerai periode) een vorm van spionage (door het gebruik van vermommingen, trucs, e.d.) |
| ninmenjūshin-人面獣心 | bruut; monster; wreed [harteloos; beestachtig] persoon |
| ninsanpushibōritsu- 妊産婦死亡率 | kraamvrouwensterftecijfer; percentage vrouwen dat overlijdt tijdens zwangerschap of bevalling |
| ninshiki-認識 | begrip; besef; perceptie |
| ninshō-人称 | (taalkunde) persoon |
| ninshōdaimeishi-人称代名詞 | persoonlijk voornaamwoord |
| nintei-人体 | het uiterlijk [de verschijning] (van een persoon) |
| nintei-認定 | erkenning; herkenning; permissie; toestemming |
| ninzū-人数 | het aantal personen |
| nippā-ニッパー | nijptang; nijper |
| nitsuite-に就いて | per; voor (elke) |
| nitsuki-に就き | per; voor elke |
| nobejin'in-延べ人員 | het totaal aantal mensen [personen] (dat nodig is om een taak te voltooien) |
| nobemenseki-延べ面積 | totale oppervlakte; totale vloeroppervlak [grondoppervlak] |
| nobeninzū-延べ人数 | het totaal aantal mensen [personen] (dat nodig is om een taak te voltooien) |
| nobetsubo-延べ坪 | het totale vloeroppervlak van een gebouw (van alle verdiepingen) |
| nobetsubosū-延べ坪数 | het totale vloeroppervlak van een gebouw (van alle verdiepingen) |
| nobiritsu-伸び率 | groeipercentage; groeicijfer |
| nobori-上り | perron waar de treinen naar de stad vertrekken; een weg richting de stad |
| noboseru-上せる | vanuit de provincie naar de hoofdstad sturen; (iem.) naar een hooggeplaatst persoon laten gaan |
| nobushi-野武士 | helper van de topspeler (de mariashi) in de kemari balsport (gespeeld door hovelingen in het keizerlijk paleis) |
| noda-のだ | (na een naam of persoonlijk voornaamwoord) is [zijn] van |
| nōdai-曩代 | (arch.) voorgaand tijdperk |
| nodesu-のです | (na een naam of persoonlijk voornaamwoord) is [zijn] van |
| nodomotojian-喉元思案 | oppervlakkige [bekrompen] gedachten [denkwijze] |
| nōgyōkyōdōkumiai-農業協同組合 | landbouwcoöperatie |
| nōhanki-農繁期 | periode met veel landbouwactiviteit; drukke tijd voor landbouwers |
| nōhau-ノーハウ | deskundigheid; (vak)kennis; expertise |
| nojuku-野宿 | in de open lucht slapen; kamperen; bivakkeren |
| nōkanki-農閑期 | periode van geringe landbouwactiviteit; stille tijd voor landbouwers |
| nokkā-ノッカー | deurklopper |
| nōkyō-農協 | landbouwcoöperatie |
| nonkyariagumi-ノンキャリア組 | niet-carriëre gebonden groep; personeel buiten de carriëre-rangen |
| noppo-のっぽ | een lange, magere persoon; een bonenstaak (fig.) |
| noriba-乗り場 | opstapplaats; halte; perron; aanlegsteiger; (taxi)standplaats |
| nōsai-能才 | een bekwaam [kundig] persoon |
| nouhau-ノウハウ | deskundigheid; (vak)kennis; expertise |
| nozokimegane-覗き眼鏡 | waterkijker; hydroscoop (kastje met lens om onder wateroppervlak te kijken) |
| nūdisuto-ヌーディスト | nudist; naaktloper |
| nue-鵼 | (wordt het gebruikt om te verwijzen naar) een onbekende [vreemde] persoon |
| nuhi-奴婢 | paria [outcast] in de juridische hiëarchie van de Heian periode (eind 7e tot 10e eeuw) |
| nukaabura-糠油 | olie geperst uit rijstzemelen |
| numeri-滑り | (afk. voor) korte lied uit de Edo-periode; muziek in Kabuki |
| numeriuta-滑り唄 | kort lied uit de Edo-periode; muziek in Kabuki |
| nyūbō-乳棒 | stamper |
| nyūbōonzonshujutsu-乳房温存手術 | borstbesparende operatie |
| nyūsu・rirīsu-ニュース・リリース | persbericht; perscommuniqué |
| ō-凹 | holte; kuil; deuk (in een oppervlak) |
| obibangumi-帯番組 | radio- of tv-programma dat op meerdere dagen per week op hetzelfde tijdstip wordt uitgezonden |
| obusutorakushon-オブストラクション | belemmering; versperring; hindernis |
| ochiyuku-落ち行く | wegvluchten (van een strijdperk, slagveld, etc.) |
| ochō-御帳 | register [lijst] van uitgeschreven personen (m.b.t. erfenis e.d.) |
| ochōshimono-お調子者 | roekeloos [wispelturig; arrogant; opportunistisch] persoon |
| odai-御代 | heerschappij; bewind; regeerperiode |
| ōdō-黄銅 | messing; (geel)koper |
| ōdōkō-黄銅鉱 | chalcopyriet; koperkies (CuFeS2) |
| oeragata-お偉方 | hooggeplaatste persoon; vip |
| oeraisan-お偉いさん | belangrijk persoon; vip |
| ofuregaki-御触書 | (Edo periode) algemene kennisgeving aan de bevolking (van een regeling, besluit, bevel, e.d.) |
| ofurimitto-オフリミット | verboden (terrein) voor bepaalde personen |
| ofu・burōdowē-オフ・ブロードウェー | experimenteel [niet commercieel] theater (Engels: off-Broadway) |
| ofu・ofu・burōdowē-オフ・オフ・ブロードウェー | avant-garde [zeer experimenteel] theater (Engels: off-off-Broadway) |
| ohizamoto-お膝元 | in de nabijheid [aan de zijde] van een hooggeplaatste persoon\ |
| ohizamoto-お膝元 | de naaste omgeving [kringen] van een invloedrijke persoon (b.v. hoofdkwartier, kiesdistrict, hoogste staf, kader, e.d.) |
| oi-老い | een oude persoon; bejaarde; de ouderen |
| oiesōdō-お家騒動 | (Edo periode, bij feodale families) familievete; familietwist |
| oiran-花魁 | (Edo-periode) een prostituee van hoge rang |
| oiran-花魁 | (Edo-periode) een courtisane |
| oiwakebushi-追分節 | een oud volksliedje (dat werd gezongen door ruiters, oorspronkelijk uit het dorpje Oiwake, in de Nagano Prefectuur, in de Edo periode) |
| okakae-お抱え | in iemands persoonlijke dienst; privé werknemer; iemand die voor een particulier werkt |
| okappiki-岡っ引き | (Edfo-periode) een privédetective die de politie hielp met het opsporen van criminelen |
| okara-雪花菜 | soja-droesem, het bezinksel [drab] dat overblijft nadat de sojabonen zijn geperst bij het maken van tofu |
| okata-御方 | (respectvol) die persoon; heer; dame |
| okeya-桶屋 | kuiper; vatenmaker; tonnenmaker |
| okosozukin-御高祖頭巾 | een (warme) vierkante doek, om hoofd en schouders gewikkeld (gebruikt door vrouwen als sjaal-hoofddoek [kap] in de Edo- tot de Meiji-periode) |
| okuchō-億兆 | een onbeperkt groot aantal |
| okumanchōja-億万長者 | een miljardair; multimiljonair; zeer rijk persoon |
| okura-お蔵 | (Edo-periode) rijstpakhuis |
| okuyuki-奥行き | (fig.) diepgang (van iemands persoonlijkheid, gedachten, e.d.) |
| okuyuki-奥行き | diepte; lengte (van een huis, perceel, e.d.) |
| omae-御前 | (arch. beleefdheidsaanduiding) zich onder de ogen van goden, boeddha's of hooggeplaatste personen bevinden |
| omemoji-御目文字 | persoonlijke ontmoeting met iemand (vooral door vrouwen gebruikt) |
| omo-面 | oppervlak |
| omotekata-表方 | (in het theater) personeel dat in direct in contact staat met de bezoekers (kaartverkopers, begeleiders etc) |
| ondo-温度 | temperatuur |
| ondokei-温度計 | thermometer; temperatuurmeter (lucht, water, etc.) |
| ongakugakusha-音楽学者 | musicoloog; muziekwetenschapper |
| onmitsu-隠密 | (Edo-periode) spion; geheim agent |
| ono-己 | (onbeleefd; tweede persoon enkelvoud) jij; je |
| ono-己 | (eerste persoon enkelvoud) ik; mij |
| onokomachi-小野小町 | Ono no Komachi (dichter in de Heian-periode) |
| onrimitto-オンリミット | toegankelijk [toegestaan] voor bepaalde personen |
| ooatari-大当たり | de grote prijs winnen; veel succes hebben; een klapper maken; een grote hit scoren |
| ooban-大判 | ōban (Japanse gouden munt uit het Edo-tijdperk) |
| ooburoshiki-大風呂敷 | grootspraak; opschepperij; gezwets; bluf |
| oogosho-大御所 | leidende [invloedrijke; machtige] persoon |
| ooguchi-大口 | opschepperij |
| oometsuke-大目付 | inspecteur-generaal van de overheid in de Edo-periode |
| oomon-大門 | poort van Shin Yoshiwara (een bordeel in Edo-periode) |
| oomono-大物 | een belangrijk [gewichtig; machtig] persoon; een zwaargewicht |
| ooshii-雄雄しい | dapper; moedig; heldhaftig; mannelijk |
| ope-オペ | (militaire) operatie; manoeuvre; transactie; onderneming |
| opera-オペラ | opera |
| opera・seria-オペラ・セリア | opera seria (serieuze opera) |
| operēshon-オペレーション | (militaire) operatie; manoeuvre; transactie; onderneming |
| operēshonzu・risāchi-オペレーションズ・リサーチ | operationeel onderzoek; toegepaste bedrijfsresearch |
| operētā-オペレーター | (wiskunde) operator; bewerking |
| operētā-オペレーター | iemand die een machine [toestel) bedient [bestuurt]; operateur; bedieningstechnicus; telegrafist |
| operetta-オペレッタ | (muziek) operette |
| ōpun・akaunto-オープン・アカウント | open rekening (waarbij transacties pas achteraf en periodiek worden verrekend) |
| orikaeshi-折り返し | direct antwoord; antwoord per kerende post |
| ōrudo・taimā-オールド・タイマー | een ouderwets persoon; een bejaarde |
| osa-長 | hoofdman; stamhoofd; opperhoofd; chef; leider; oudste |
| osadamegaki-御定書 | wetgeving (in de edo periode) |
| oshiba-押し葉 | gedroogd [droog-geperst] blad [bloem] (voor herbarium) |
| oshibana-押花 | een gedroogde [drooggeperste] bloem |
| oshikomeru-押し込める | instoppen; induwen; inpersen; stouwen; opsluiten |
| oshiroibana-白粉花 | (plant, Mirabilis jalapa) nachtschone; wonder van Peru |
| oshiuri-押し売り | agressieve verkoper |
| oshoku-汚職 | corruptie (m.n. bij de overheid); omkoperij |
| oso-悪阻 | Zwangerschapsmisselijkheid (Hyperemesis gravidarum) |
| osumashi-お澄まし | preutsheid; een preuts persoon |
| osupā-オスパー | OSPER (ocean space explorer) |
| otchokochoi-おっちょこちょい | een achteloos [onachtzaam; onzorgvuldig; suf; onnozel] persoon |
| otokoonna-男女 | een hermafrodiet; intersekse persoon; vrouwelijke man; mannelijke vrouw |
| otokorashii-男らしい | mannelijk; macho; stoer; flink; dapper; moedig; betrouwbaar |
| otorisōsa-おとり捜査 | undercover operatie; infiltratie (binnen misdaad organisatie door undercover agenten) |
| otoshidama-御年玉 | (klein) geldgeschenk in het nieuwe jaar (aan kinderen, of aan personeel in familiebedrijven, e.d.) |
| otsukai-お使い | boodschapper; boodschappenjongen |
| oyagawari-親代わり | de persoon die optreedt als pleegouder |
| oyakagi-親鍵 | loper; passe-partout |
| ō・ī・shī・dī-オー・イー・シー・ディー | (Organization for Economic Cooperation and Development) Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) |
| pachikuri-ぱちくり | het knipperen met de ogen |
| pāchimentoshi-パーチメント紙 | perkamentpapier |
| pachipachi-ぱちぱち | het herhaald knipperen met de ogen |
| pāfekuto-パーフェクト | perfect; foutloos; volmaakt |
| pāfekuto・gēmu-パーフェクト・ゲーム | perfecte wedstrijd (een honkbalwedstrijd waarin de tegenstander geen enkele run heeft gemaakt) |
| pāforēshon-パーフォレーション | perforatie; doorboring; het maken van gaatjes |
| pairotto・fāmu-パイロット・ファーム | proefboerderij; experimentele boerderij |
| pākasshon-パーカッション | slagwerk; slaginstrumenten; percussie |
| pākorētā-パーコレーター | percolator (koffiezetapparaat) |
| pāma-パーマ | permanent (in het haar) |
| pāmanento-パーマネント | permanent (in het haar) |
| pāmanento-パーマネント | permanent; blijvend |
| pāmanentoburakku-パーマネントブラック | permanent zwart |
| pāmanento・uēbu-パーマネント・ウェーブ | permanent (in het haar) |
| pāmisshon-パーミッション | toestemming; vergunning; goedkeuring; permissie |
| panchingu-パンチング | het ponsen; perforeren; drevelen |
| pan・kon-パソ・コン | (afk. voor) personal computer, PC |
| papirusu-パピルス | (een andere naam voor) papyrusplant; papyrusriet (Cyperus papyrus) |
| paradaisu・fisshu-パラダイス・フィッシュ | paradijsvis (Macropodus opercularis) |
| pāraito-パーライト | perliet (soort vulkanisch glas) |
| paripari-ぱりぱり | (onomatopee) knapperig; krokant; knisperend; ritselend; scheurend; fonkelnieuw [strak gesteven] (van kleding); levendig; energiek |
| paritto-ぱりっと | (onomatopee) stijlvol; zwierig; netjes gekleed; knapperig; krokant; krakend; gesteven; fonkelnieuw; scheurend |
| pāsā-パーサー | administrateur [opperhofmeester] (op een passagierschip) |
| pāsā-パーサー | hoofd van het cabinepersoneel (in een vliegtuig) |
| pāsentēji-パーセンテージ | percentage |
| pāsento-パーセント | procent; percent |
| pasokon-パソコン | pc (personal computer) |
| pāsonaritī-パーソナリティー | bekende persoon; presentator (op tv, e.d.) |
| pāsonaritī-パーソナリティー | persoonlijkheid; karakter |
| pāsonaru-パーソナル | persoonlijk |
| pāsonarumusen-パーソナル無線 | persoonlijke (eenvoudige) radiodienst die gebruik maakte van de 900 MHz-band (In 2021 uit productie genomen in Japan) |
| pāsonaru・chekku-パーソナル・チェック | persoonlijke cheque (van persoonlijke betaalrekening) |
| pāsonaru・dipuromashī-パーソナル・ディプロマシー | persoonlijke [particuliere] diplomatie [diplomatieke activiteiten] |
| pāsonaru・komyunikēshon-パーソナル・コミュニケーション | persoonlijke communicatie |
| pāsonaru・konpyūtā-パーソナル・コンピューター | personal computer, PC |
| pāsonaru・kōru-パーソナル・コール | een persoonlijk (internationaal) telefoongesprek |
| pāsonaru・ōdā-パーソナル・オーダー | persoonlijke [op maat gemaakte] bestelling |
| pāsupekutibu-パースペクティブ | perspectief |
| patapata-ぱたぱた | (geluid van) gekletter (regen); getrippel (voeten); geklapper (doek, etc.); geflapper (vleugels) |
| pawā・erīto-パワー・エリート | personen met veel macht (in staatsinstellingen, grote bedrijven, etc.) |
| pēpā-ペーパー | behang; plakpaper |
| pēpābakku-ペーパーバック | paperback (boekuitgave met zachte kaft) |
| pepāminto-ペパーミント | pepermunt (snoepje( |
| pepāminto-ペパーミント | pepermunt (plant, Mentha piperita) |
| peppā-ペッパー | (zwarte) peper |
| peresutoroika-ペレストロイカ | perestroika (hervormingspolitiek in de Sovjet-Unie, van Michail Gorbatsjov) |
| perisukōpu-ペリスコープ | periscoop |
| perū-ペルー | Peru |
| perusona-ペルソナ | personage (in literatuur en toneel) |
| perusona-ペルソナ | mens; persoon; persoonlijkheid |
| pēsumēkā-ペースメーカー | gangmaker; tempoloper |
| picchaa-ピッチャー | pitcher; werper (honkbal) |
| pīchi-ピーチ | perzik (vrucht) |
| pīchi-ピーチ | perzik (kleur) |
| pigumī-ピグミー | pygmee (persoon behorend tot de dwergvolken in Afrika en Nieuw-Guinea) |
| pikata-ピカタ | een Italiaans gerecht van plakjes kalfsvlees of kip (in een saus met citroensap, boter en kappertjes) |
| pinchirannā-ピンチランナー | (honkbal) (sterke) vervangende honkloper in kritieke fase van de wedstrijd |
| piriodo-ピリオド | periode (tijd) |
| pitchā-ピッチャー | werper (bij honkbal) |
| pitchi-ピッチ | (honkbal) worp van de werper; werpafstand |
| pitchi-ピッチ | regelmatige afstand [verhouding] van omwentelingen [perforaties; steken van een tandwiel, etc.] |
| pitchi-ピッチ | het aantal roeislagen per minuut |
| pitchi-ピッチ | bij het bergbeklimmen de periode tussen het ene gezekerde punt en het volgende |
| pī・dī・ē-ピー・ディー・エー | (personal digit assistent) draagbare elektronische organiser met display (uit de jaren 1990) |
| pī・etchi・esu-ピー・エッチ・エス | (personal handy-phone system) mobiel netwerksysteem met laag stroomverbruik (ontwikkeld in Japan) |
| pī・kē・ō-ピー・ケー・オー | (peacekeeping operations) vredesoperaties; vredesmissies |
| pī・kōto-ピー・コート | (ook wel pea jacket genoemd) jopper; duffel; wambuis (van oorsprong een zeemansjas) |
| pī・pī・emu-ピー・ピー・エム | (parts per million) deeltjes per miljoen (eenheid die een miljoenste aanduidt) |
| poketto-ポケット | bij langeafstandslopers een situatie waarin iemand omringd is door andere lopers (en niet de mogelijkheid heeft om zelf het pad te kiezen) |
| poketto・beru-ポケット・ベル | pager; pieper |
| poketto・beru-ポケット・ベル | een pieper; pager; buzzer |
| ponchi-ポンチ | werktuig om gaten te slaan; ponsmachine; perforator |
| ponsu-ポンス | sap geperst uit citrusvruchten |
| poppusu-ポップス | (persistent organic pollutants) persistente organische verontreinigende stoffen |
| pororito-ぽろりと | per ongeluk [onbedoeld] (iets onthullen, laten vallen, b.v. een geheim) |
| pōru-ポール | (rod) roede (eenheid van oppervlakte, 25,29 vierkante meter) |
| puchiburu-プチブル | kleinburgerlijk; kleinburgerlijk persoon |
| puchi・burujoa-プチ・ブルジョア | kleinburgerlijk; kleinburgerlijk persoon |
| punto-ぷんと | boos; mopperend; mokkend |
| puraibashī-プライバシー | privacy; privésfeer; persoonlijke levenssfeer |
| puraibēto-プライベート | privé; persoonlijk |
| puraibēto・firumu-プライベート・フィルム | particuliere film (gemaakt als persoonlijke expressie, voor specifieke kringen) |
| purannā-プランナー | planner; ontwerper |
| purattohōmu-プラットホーム | perron (van een treinstation) |
| purēgaido-プレーガイド | ticketbureau; plaatsbesprekingsbureau; kaartverkoper |
| puresu-プレス | drukken, duwen, persen; strijken |
| puresu-プレス | pers (machine) |
| puresu-プレス | de pers; journalisten; media; persberichten |
| puresu・hamu-プレス・ハム | geperste ham |
| puresu・kyanpēn-プレス・キャンペーン | perscampagne |
| puresu・rimākusu-プレス・リマークス | opmerkingen [verklaringen] in de pers |
| puresu・rirīsu-プレス・リリース | perscommuniqué; persverklaring; persbericht |
| puresu・rūmu-プレス・ルーム | perszaal; zaal waar persconferenties worden gehouden |
| purima・donna-プリマ・ドンナ | prima donna, eerste zangeres aan een opera |
| purojekutā-プロジェクター | ontwerper; plannenmaker |
| puropā-プロパー | (gespecialiseerde) verkoper; propagandist; artsenbezoeker |
| puropatī-プロパティー | property (computerterm) |
| puropōshon-プロポーション | verhouding; evenredigheid; percentage; relatie; balans |
| rachi-羅致 | het samenbrengen van personen met bepaalde vaardigheden (zoals het vangen van vogels in een net) |
| rachigai-埒外 | buiten de grenzen [omheining; perken] |
| rachinai-埒内 | binnen de grenzen [omheining; perken] |
| raihō-来報 | bezoek om iemand iets mede te delen; persoonlijk overgebracht bericht; boodschap; tijding |
| raiki-来期 | volgende termijn [periode] |
| raikō-来航 | landing; aankomst per schip (vanuit het buitenland) |
| rain・ando・sutaffu-ライン・アンド・スタッフ | lijn en staf [personeel] (een vorm van managementorganisatie, waarbij de lijnfuncties en staffuncties gescheiden worden gehouden) |
| rain・auto-ライン・アウト | (honkbal) als een loper meer dan een meter buiten de lijn tussen de honken rent in een poging te voorkomen dat hij wordt uitgetikt |
| raitomidorukyū-ライトミドル級 | (vechtsporten) licht middengewicht; superweltergewicht |
| raito・bīru-ライト・ビール | licht bier (bier met laag percentage alcohol) |
| rajikase-ラジカセ | (afk. voor) radio-cassetterecorder; taperecorder |
| rajio・kasetto-ラジオ・カセット | radio-cassetterecorder; taperecorder |
| rakujin-楽人 | een zorgeloos persoon; iemand die een zorgeloos leventje leidt |
| rakutenka-楽天家 | een optimist; een relaxed [zorgeloos] persoon |
| rakuyaki-楽焼き | raku aardewerk (met de hand gevormd en op lage temperatuur gebakken) |
| ran-藍 | indigo, donkerblauwe kleur (verkregen uit de Chinese indigo plant, Polygonum tinctorium; Persicaria tinctoria) |
| randa-乱打 | (honkbal) het met de ene na de andere slag de werper raken |
| rangaku-蘭学 | (lett. Nederlandse studies) de studie van westerse technologie en geneeskunde via de Nederlandse taal (Edo periode) |
| rannā-ランナー | (hard)loper; honkloper (honkbal) |
| rannāzu・hai-ランナーズ・ハイ | runner's high ( een toestand tijdens het hardlopen waarbij ademhaling en snelheid voor het gevoel perfect op elkaar zijn afgestemd) |
| ransei-乱世 | turbulente tijden [periode] |
| rashamen-ラシャ綿 | (Edo-periode) een denigrerende term voor een Japanse vrouw die de concubine werd van een westerling |
| rashishokubutsu-裸子植物 | gymnosperm; naaktzadige plant |
| rasotsu-邏卒 | politieagent (begin Meiji tijdperk |
| rasseru-ラッセル | Bertrand Russell (filosoof en wetenschapper, 1872-1970) |
| rataishugisha-裸体主義者 | nudist; naaktloper |
| rāyu-ラーユ | Chinese plantaardige olie met chilipeper |
| ra・nīnya-ラ・ニーニャ | La Niña, atmosferisch verschijnsel waarbij de zeewatertemperatuur in het equatoriale gebied van de oostelijke Stille Oceaan aanzienlijk daalt |
| reikyakukikan-冷却期間 | afkoelingsperiode |
| reiofu-レイオフ | non-actief; tijdelijk ontslag; afvloeiing (van personeel) |
| reisui-冷水 | (fig.) een domper; een koude douche; het bekoelen [dempen] (van iemand's enthousiasme) |
| reiwa-令和 | Reiwa, naam van het Japanse tijdperk dat is begonnen met de troonsbestijging van Keizer Naruhito (op 1 mei 2019) |
| rekisū-暦数 | aantal jaren; jaartal; tijdperk |
| remonshiboriki-レモン絞り器 | citroenpers; citruspers; citroenknijper |
| renpatsu-連発 | spervuur; salvo |
| repātorī-レパートリー | repertoire |
| reppu-烈婦 | kuise [deugdzame; sterke; dappere] vrouw; heldin |
| rēto-レート | prijs; percentage; koers; tarief |
| riberaru-リベラル | een liberaal; liberale [ruimdenkende] persoon |
| riekiritsu-利益率 | winstpercentage |
| rifuresshukyūka-リフレッシュ休暇 | een verlof toegekend aan werknemers die gedurende een bepaalde periode in dienst zijn geweest |
| rigoretto-リゴレット | Rigoletto (opera van Verdi) |
| rihatsushi-理髪師 | kapper |
| rihatsushitsu-理髪室 | kapperszaak; haarsalon |
| rihatsuten-理髪店 | kapperszaak |
| rimiteddo-リミテッド | beperkt |
| rinbatsu-輪伐 | periodieke kap; rotatiebosbouw (voor een stabiele houtproductie en het behoud van een ecologisch evenwicht van de bossen) |
| ringu-リング | boksring; piste; arena; strijdperk |
| rintenki-輪転機 | rotatiepers |
| rirīfu・pitchā-リリーフ・ピッチャー | (honkbal) vervangende [invallende] werper |
| risutora-リストラ | reorganisatie; herstructurering van een bedrijf; inkrimping van het personeel |
| risutorakucharingu-リストラクチャリング | reorganisatie; herstructurering van een bedrijf; inkrimping van het personeel |
| ritsu-率 | verhouding; percentage; ratio |
| ritsuansha-立案者 | planner; ontwerper |
| riyōshi-理容師 | kapper; barbier (als beroep) |
| riyōshitsu-理容室 | kapperszaak; kapper; barbier (zaak) |
| roakuka-露悪家 | iemand die graag opschept over hoe slecht hij of zij is; iemand die zich voordoet als een slecht persoon |
| roban-路盤 | wegverharding (basislaag en onderste oppervlaktelaag, onder het wegdek) |
| rōdo・mūbī-ロード・ムービー | roadmovie (filmgenre waarin de hoofdpersonen onderweg zijn) |
| rōfā-ローファー | (Eng.: loafer) instapper; lage (instap)schoen |
| roitātsūshinsha-ロイター通信社 | Reuters nieuwsagentschap [persbureau] |
| rōjin-老人 | oudere (persoon); bejaarde |
| rojin・baggu-ロジン・バッグ | rosin zakje; harszakje (zakje gevuld met hars van dennenbomen, gebruikt bij honkbal door werpers om hun grip op de bal te verbeteren) |
| rōjin・baggu-ロージン・バッグ | rosin zakje; harszakje (zakje gevuld met hars van dennenbomen, gebruikt bij honkbal door werpers om hun grip op de bal te verbeteren) |
| rokushō-緑青 | kopergroen; patina |
| romansu・shīto-ロマンス・シート | (romantische) tweepersoons zitplaats (in een theater, voertuig, etc.) |
| rondan-論壇 | de pers; de media(wereld) |
| ronpāsu-ロンパース | (kinderkleding) romper; kruippakje |
| rōrenka-老練家 | een expert; meester; oudgediende; iem. die ervaren [door de wol geverfd] is |
| rōshigun-娘子軍 | (arch.) leger dat geheel bestond uit (of werd geleid door) vrouwen (m.n. tijdens de T'ang periode in de Chin. geschiedenis) |
| rōtai-老体 | oud lichaam; oude persoon |
| rōtoru-ロートル | oude persoon; oudere; bejaarde |
| rō・anguru-ロー・アングル | (fotografie) lage hoek; kikvorsperspectief |
| ruigetsu-累月 | maand na maand; een periode van maanden (achter elkaar) |
| runpen-ルンペン | zwerver; landloper; vagebond; clochard |
| rūretto-ルーレット | perforatiewieltje; stippelwieltje (voor papier of stoffen) |
| ryakā-リャカー | trekkar; handkar (die getrokken wordt door een persoon) |
| ryakureki-略歴 | kort profieloverzicht; korte (beschrijving van de) persoonlijke geschiedenis (van iemand) |
| ryōbu-両部 | (afk. voor) syncretisme tussen Shintoïsme en Boeddhisme (van Shintoïsme vanuit het perspectief van het Shingon-boeddhisme) |
| ryōbun-領分 | (Edo periode) domein [leengoed] van een daimyo |
| ryōbushintō-両部神道 | syncretisme tussen Shintoïsme en Boeddhisme (gebaseerd op een interpretatie van Shintoïsme vanuit het perspectief van het Shingon-boeddhisme) |
| ryōjin-良人 | een goed mens; een wijs persoon |
| ryōjō-領城 | districtskasteel (van een daimyo in de Edo periode), als zetel van het bestuur van een district (als een centrale overheid) |
| ryokōdairigyōsha-旅行代理業者 | reisagent; verkoper van reizen |
| ryōnin-良人 | een goed mens; een wijs persoon |
| ryōsai-良才 | talent; een bekwaam persoon |
| ryōshi-両氏 | twee personen; beide personen |
| ryōshitsu-良質 | goede [superieure] kwaliteit |
| ryōsho-猟書 | het zoeken naar boeken van uitzonderlijke waarde en beperkte oplage |
| ryōyō-療養 | medische behandeling; herstel; recuperatie; revalidatie |
| ryōyū-両雄 | twee bijzondere personen; twee helden [grootheden; meesters] |
| ryōzai-良材 | groot talent; bekwaam persoon |
| ryōzen-両全 | perfect [compleet; goed] voor beide kanten [zijden; partijen] |
| ryūgi-流儀 | traditioneel doorgeven werkwijze in scholen van performance kunstvormen |
| ryūsanshi-硫酸紙 | perkamentpapier |
| ryūshutsuritsu-流出率 | uitstroom [uitloop] percentage [volume] |
| sagegami-下げ髪 | (Edo-periode) soort dameskapsel met een knot |
| sagyōyōin-作業要員 | aantal personeel; arbeiderskrachten |
| saibunka-細分化 | onderverdeling; segmentatie; fractionering; versnippering |
| saibunkasuru-細分化する | onderverdelen; segmenteren; fractioneren; versnipperen |
| saibutsu-才物 | slim [getalenteerd; begaafd] persoon |
| saigen-際限 | eindpunt; grens; beperking; begrenzing |
| saihaichi-再配置 | hergroepering; herrangschikking |
| saihaichisuru-再配置する | herrangschikken; hergroeperen |
| saijin-才人 | slim [getalenteerd; begaafd] persoon |
| saikōkion-最高気温 | de maximum temperatuur |
| saikōshin -最高神 | oppergod; opperste God |
| saikuru-サイクル | (elektriciteit) trilling (per seconde); Herz |
| sairensā-サイレンサー | geluiddemper; geluidsdemper |
| sairō-豺狼 | een hebzuchtig en wreed [meedogenloos] persoon |
| sairyō-宰領 | toezicht; supervisie |
| sairyō-最良 | de beste; perfecte |
| saisansei-採算制 | systeem van aparte winstberekening (per afdeling of regio) |
| saitankikan-最短期間 | de kortste tijd [periode] |
| saiteikion-最低気温 | de minimum temperatuur |
| saitori-才取り | makelaar; tussenpersoon; tussenhandelaar |
| saitori-才取り | hulpje van de metselaar; opperman |
| saiuyoku-最右翼 | dominant persoon; sterkste mededinger [deelnemer]; degene met de meeste kans (om te winnen) |
| saka-坂 | hellingshoek; stijgingspercentage |
| sakana-肴 | versnaperingen [hapje(s)] bij een drankje |
| sakari-盛り | bloeitijd; bloeiperiode; beste tijd |
| sakibō-先棒 | de persoon die de voorkant van de draagstoel draagt |
| sakidori-先取り | in afwachting van; het vooruit lopen op; anticiperen |
| sakigake-先駆け | pionier; wegbereider; initiatiefnemer; voorloper; voorbode; leider |
| sakisama-先様 | (respectvol woord voor) de andere persoon; de anderen |
| sakiyuki-先行き | toekomst; toekomstperspectief; vooruitzicht |
| sakoku-鎖国 | afsluiting van het land (duidt op de periode dat Japan zich had afgesloten van de rest van de wereld, met uitzondering van Nederland en China) |
| sakudo-作土 | toplaag; oppervlakte grond [aarde]; bewerkte [geploegde] grond |
| sakusaku-サクサク | (onomatopee) knapperig; krokant; knisperend |
| sakushu-搾取 | uitpersing; uitbuiting |
| sakushusuru-搾取する | uitmelken; uitbuiten; uitpersen |
| sakutekikōdō-索敵行動 | verkenningsoperatie; verkenningsexpeditie |
| sakuyō-腊葉 | geperst en gedroogd exemplaar [specimen] van een plant |
| sakuyu-搾油 | olie-extractie, (het persen van zaden, vruchten of planten om olie te verkrijgen) |
| samasu-冷ます | ontmoedigen; temperen (fig.) |
| sanbagarasu-三羽烏 | een driemanschap van experts |
| sanbasō-三番叟 | de rollen en personages die Kyōgen spelen in het No-stuk Okina; de tweede helft van het No-stuk Okina |
| sanbyakudaigen-三百代言 | (denigrerende term voor) een advocaat; (vroege Meiji-periode) iemand die niet gekwalificeerd was als advocaat, maar wel als zodanig optrad |
| sandai-三代 | drie tijdperken |
| sandayū-三太夫 | hoofd van de huishouding en boekhouding van een welgesteld persoon |
| sandō-参堂 | bezoek aan een hoger geplaatst persoon |
| sanjō-参上 | bezoek aan een hoger geplaatst persoon |
| sanjoku-産褥 | kraambed; kraamtijd; puerperium |
| sanjūsatsu-三重殺 | (honkbal) triple play (drie honklopers tegelijk uitgegooid) |
| sankinkōtai-参勤交代 | (Edo periode) politiek systeem waarbij feodale heren (daimyo) werden verplicht om elk tweede jaar in Edo te verblijven |
| sankō-三更 | de derde [middelste] periode [wacht] van de nacht |
| sankō-参向 | naar een persoon met een hoge rang gaan |
| sankō-鑽孔 | perforatie; doorboring |
| sannen-三年 | (fig.) lange tijdsperiode |
| sannin-三人 | drie personen; met z'n drieën |
| sanninshō-三人称 | (taalkunde) de derde persoon |
| sanpushibōritsu-産婦死亡率 | kraamvrouwensterftecijfer; percentage vrouwen dat overlijdt tijdens zwangerschap of bevalling |
| sansai-三彩 | aardewerk gemaakt met drie (maar soms ook twee of vier) soorten gekleurd glazuur, op lage temperatuur gebakken |
| sansei-三省 | overpeinzing; meditatie (3 keer per dag) |
| sansei-参政 | (Meiji-periode) leenheer van een domein |
| sansha-三者 | drie partijen; drie personen |
| sanshō-山椒 | Japanse peper (Zanthoxylum piperitum) |
| santo-三都 | de drie grote steden (in de Edo-periode: Edo, Kyoto, en Osaka) |
| sanzon-三尊 | drie belangrijke [te respecteren] personen: heerser, vader en leraar |
| san'yaku-三役 | (bij een theeceremonie) drie personen: de gastheer, de hoofdgast en de bediende |
| sarafan-サラファン | sarafan, lange Russische trapeziumvormige jumperjurk |
| sarisari-さりさり | (onomatopee) knisperend; ritselend; krassend; schrapend |
| sarujie-猿知恵 | oppervlakkige [triviale] wijsheid [slimheid] |
| sarumane-猿真似 | na-aperij |
| sasumata-刺股 | (Edo periode) een tweetandige (maanvormige) wapenstok (om criminelen te vangen) |
| sausupō-サウスポー | linkshandige werper (honkbal); linkshandige bokser; linkerhand |
| sawarabi-早蕨 | adelaarsvaren die net is ontkiemd; nieuwe uitlopers van de adelaarsvaren |
| sayaingen-莢隠元 | sperzieboon |
| se-畝 | se (oude oppervlaktemaat, ca. 100²m) |
| sebameru-狭める | smaller [kleiner] maken; vernauwen; verkleinen; beperken |
| sēbingu-セービング | (balsporten) het stoppen van de bal (door een keeper) |
| sebiru-せびる | om geld vragen; bedelen; (geld) aftroggelen; afpersen |
| sedaikōtai-世代交代 | generatiewisseling; verjonging (b.v. van personeel in een bedrijf) |
| sedan-セダン | sedan (vierdeurs personenwagen) |
| sei-正 | iets dat primair [superieur; officieel; wettelijk; origineel] is |
| seichōki-成長期 | groeiperiode van kinderen |
| seichōritsu-成長率 | groeipercentage |
| seidō-精銅 | geraffineerd koper (metaal met meer dan 97,5 % koper) |
| seido-西土 | landen in het westen (vanuit het perspectief van Japan, b.v. China of India) |
| seidōkijidai-青銅器時代 | bronstijd; bronzen tijdperk |
| seieki-精液 | sperma |
| seien-正円 | perfecte [perfect ronde] cirkel |
| seigen-制限 | beperking; restrictie; begrenzing |
| seigensuru-制限する | beperken; begrenzen; terugdringen |
| seiha-政派 | factie; groepering |
| seiitaishōgun-征夷大将軍 | generaal die in de Heian-periode naar het noordelijke territorium uitgezonden werd om tegen niet-Japanse volken te strijden |
| seiitaishōgun-征夷大将軍 | titel gegeven aan het opperhoofd van de regerende militaire macht in de Kamakura, Muromchi en Edo perioden |
| seiji-盛時 | hoogtijdagen; glorietijd; periode van welvaart |
| seikageki-正歌劇 | opera seria (serieuze opera) |
| seikaku-性格 | (iem.'s) karakter; aard; persoonlijkheid |
| seikatsukyōdōkumiai-生活協同組合 | consumentencoöperatie |
| seiki-世紀 | eeuw; tijdperk |
| seiki-盛期 | periode van voorspoed [welvaart] |
| seikimatsu-世紀末 | het einde van een tijdperk (m.n. van de 19de eeuw, fin de siècle) |
| seikyō-生協 | coöperatieve onderneming [winkel]; consumentencoöperatie |
| seimei-姓名 | persoons naam (voor- en achternaam) |
| seimei-清明 | één van de 24 perioden van de zonnekalender (ca. 5 april) |
| seirei-精霊 | de geest van een dode [overleden] persoon |
| seiri-整理 | bezuiniging; inkrimping [reductie] van personeel |
| seisaibō-精細胞 | spermacel |
| seisen-生鮮 | (van voedsel) vers [bederfelijk; beperkt houdbaar] zijn |
| seisenshokuhin-生鮮食品 | beperkt houdbaar voedsel; bederfelijke [snel bedervende] etenswaren |
| seishain-正社員 | werknemer in vaste dienst; een regulier [volwaardig] personeelslid; een vaste [fulltime] werknemer |
| seishi-精子 | sperma |
| seishinshōgaisha-精神障害者 | geestelijk gehandicapte (persoon); persoon met geestelijke [verstandelijke] beperking |
| seishitsu-性質 | aard; karakter; temperament |
| seishō-清祥 | tekst in een brief om de andere persoon te feliciteren met zijn [haar] gezond en gelukkig leven |
| seitai-聖体 | de persoon [het lichaam] van de keizer, de keizer in persoon |
| seitenkanshujutsu-性転換手術 | geslachtsveranderende operatie |
| seitsū-精通 | eerste ejaculatie (sperma) |
| seiyaku-制約 | beperking; restrictie; voorwaarde |
| seizonritsu-生存率 | overlevingskans; overlevingspercentage |
| sekaichitekishoyūkenkikan-世界知的所有権機関 | Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom (World Intellectual Property Organization (WIPO)) |
| sekenshi-世間師 | een wereldwijs persoon |
| sekigaku-碩学 | een erudiet persoon; iemand met uitgebreide kennis; een groot geleerde |
| sekininsha-責任者 | de verantwoordelijke (degene die de verantwoordelijkheid draagt); leidinggevende; supervisor |
| sekkijidai-石器時代 | het steentijdperk; de steentijd |
| sekoia-セコイア | kustmammoetboom (sequoia sempervirens) |
| sekondo-セコンド | secondant; helper; assistent-trainer |
| senbin-船便 | verzending [vervoer] per schip; zeepost |
| senchimentarisuto-センチメンタリスト | gevoelig [sentimenteel] persoon |
| senchō-船長 | de kapitein van een schip; de schipper |
| senchurī-センチュリー | eeuw; tijdperk; 100 jaar |
| sendai-先代 | vorig tijdperk |
| sendai-先代 | voorganger; de voormalige [vorige] persoon |
| sendō-船頭 | stuurman; kapitein; schipper; veerman |
| sengaku-先学 | (voormalige) geleerden [wetenschappers; professoren] uit het verleden |
| sengaku-浅学 | oppervlakkige kennis; niet diepgaande wetenschap |
| sengo-戦後 | na de oorlog; naoorlogse periode (m.n. na de Tweede Wereldoorlog) |
| sengokujidai-戦国時代 | tijdperk van oorlogvoerende staten in China (770-221 v. Chr.) |
| sengokujidai-戦国時代 | Sengoku periode (tijdperk van de oorlogvoerende staten in Japan, 1467-1568) |
| senji-戦時 | oorlogstijd; periode van oorlog |
| senjin-先人 | voorouder(s); voorloper; iemand uit de (klassieke) oudheid |
| senjō-戦場 | strijdperk; slagveld; strijdtoneel; oorlogsgebied; oorlogsterrein; front |
| senkaku-先覚 | voorloper; voorbode |
| senku-先駆 | voorloper; voorganger; voorhoede; pionier |
| senku-戦区 | slagveld; strijdperk; oorlogsgebied |
| senman-千万 | een buitengewoon [ontelbaar; onbeperkt] groot aantal; 10 miljoen |
| senmon-専門 | specialisme; specialisatie; expertise |
| senmonka-専門家 | specialist; expert; deskundige |
| senmyōtai-宣命体 | schriftsysteem uit de Nara- (710–794) en vroege Heian-periode (794–1192) (met kleinere karakters voor grammaticale elementen dan voor lexicale) |
| sennyū-潜入 | het duiken (onder de oppervlakte van het water) |
| senrigan-千里眼 | helderziende (persoon) |
| senryō-選良 | de elite; uitmuntende personen |
| senryōyakusha-千両役者 | (lett. een acteur met een salaris van 1.000 ryo per jaar) steracteur; meest getalenteerde acteur |
| senshin-先進 | het hoger zijn in leeftijd, bekwaamheid of status; de senior; superieur |
| senshitibu・aitemu-センシティブ・アイテム | een (import)gevoelig product (waarvan de invoer kan worden beperkt of verboden wanneer er risico bestaat dat de binnenlandse markt verstoord wordt) |
| senshū-千秋 | duizend jaar; een zeer lange periode |
| sentakubasami-洗濯バサミ | wasknijper |
| sentan-先端 | voorhoede; spits; voorloper; pionier |
| senzen-戦前 | voor de oorlog; vooroorlogse periode (m.n. voor de Tweede Wereldoorlog) |
| sen'ya-戦野 | slagveld; strijdperk; oorlogsgebied |
| sen'yō-専用 | alleen te gebruiken door specifieke personen |
| serāzu・māketto-セラーズ・マーケット | verkopersmarkt |
| sessha-拙者 | (eerste persoon enkelvoud, in taalgebruik van samoerai e.d.) ik; mij |
| sesshon-セッション | zitting; vergadering; zittingsperiode; sessie |
| sewamono-世話物 | eigentijdse stukken (Edo-periode) in Japanse traditioneel theater (zoals in kabuki, joruri en bunraku) |
| sewanin-世話人 | tussenpersoon; bemiddelaar; organisator; vertegenwoordiger; conciërge |
| sewayaki-世話焼き | tussenpersoon; bemiddelaar; organisator; vertegenwoordiger; conciërge |
| sewayaki-世話焼き | zorgzaam persoon; bemoeial |
| shā-シャー | Shah (vroegere Perzische heerser) |
| shachihoko-鯱 | Japanse mythologisch dier met het hoofd van een tijger en het lichaam van een karper |
| shadanhōjin-社団法人 | vereniging; genootschap; gezelschap; verbond; coöperatie |
| shain-社員 | werknemer; personeelslid; staflid |
| shakishaki-しゃきしゃき | (onomatopee) knisperend; knapperig (van verse groenten) |
| shakitto-しゃきっと | (onomatopee) knisperend; krokant; knapperig |
| shaku-勺 | oude oppervlakte eenheid (ca. 0,033 meter) |
| shakudō-赤銅 | goud-koper legering. |
| shamen-斜面 | hellend oppervlak; helling; glooiing |
| shashinhan-写真班 | persfotograaf; fotojournalist(en) |
| shi-師 | docent; leraar; mentor; leermeester; expert |
| shian-私案 | iemands (persoonlijke) plan [voorstel] |
| shibagaki-柴垣 | (afk. voor) Shibagaki-dans (Edo periode) |
| shibagaki-柴垣 | (afk. voor) Shibagaki-ballade (Edo periode) |
| shibagakibushi-柴垣節 | Shibagaki-ballade (Edo periode) |
| shibagakiodori-柴垣踊 | dans uit de Edo periode |
| shibaru-縛る | beperken; aan banden leggen; (vrijheid) inperken; in toom houden |
| shibatataku-瞬く | knipperen; flikkeren |
| shibe-蕊 | voortplantingsorganen van een plant (stamper en meeldraad) |
| shiboriageru-絞り上げる | iemand afpersen [onder druk zetten] |
| shiboridashi-絞り出し | extractie; uitpersing (uit een tube, e.d.) |
| shiboridashino-絞り出しの | geperst; uitgeknepen |
| shiborikomi-絞り込み | verfijning; inkadering; beperking |
| shiboru-絞る | uitwringen; persen; uitpersen; uitknijpen |
| shibuchin-渋ちん | een vrek; gierigaard; gierig [vrekkig] persoon |
| shibutsu-私物 | privé eigendom; persoonlijke bezittingen |
| shichimitōgarashi-七味唐辛子 | mengsel van 7 kruiden (o.a. chilipeper) |
| shichō-師長 | docent [meester] en superieur [leidinggevende] |
| shien-私怨 | persoonlijke wrok [rancune; haat] |
| shifuku-私腹 | het eigen bezit [vermogen]; persoonlijk gewin [belang] |
| shifuku-至福 | opperste staat van gelukzaligheid; grootste geluk |
| shifun-私憤 | persoonlijke wrok [woede; verontwaardiging] |
| shigaku-視学 | schoolinspecteur (Meiji periode) |
| shigei-至芸 | volmaakte [perfecte; meesterlijke; onovertroffen] uitvoering [kunst] |
| shigi-鴫 | snip; zandloper (vogel, Scolopacidae) |
| shihen-紙片 | stukje [reepje] papier; papiersnipper |
| shihi-私費 | privé uitgaven; persoonlijke kosten |
| shihōjin-私法人 | een particuliere rechtspersoon; een private onderneming |
| shii-私意 | eigen [persoonlijke] mening [gedachten] |
| shiin-私印 | persoonlijk zegel; privé zegel |
| shiiregakari-仕入れ係 | inkoper; aankoper; afnemer |
| shiji-私事 | een persoonlijke [privé] zaak; persoonlijke aangelegenheid |
| shijin-士人 | een geleerd en deugdzaam persoon; een persoon met een hoge opleiding of status |
| shijin-私人 | particulier; privépersoon; individu |
| shijitai-支持体 | ondergrond voor schilderingen (zoals papier, karton, canvas, metaalplaten en muuroppervlakken) |
| shijō-史上 | in de geschiedenis; (vanuit een) historisch [geschiedkundig] (perspectief) |
| shijōshin -至上神 | Oppergod; opperwezen; de hoogste god in een religie |
| shijutsu-施術 | uitvoering van een (medische) operatie |
| shika-しか | (met ontkenning, drukt uit een intentie of beperking) slechts; enkel; alleen |
| shika-雌花 | vrouwelijke bloem; stamperbloem (bloem met alleen een stamper) |
| shikakushimen-四角四面 | een perfecte vierkant |
| shikan-私感 | persoonlijke indruk [mening]; persoonlijk gevoel |
| shikenkikan-試験期間 | testperiode; proefperiode |
| shiki-始期 | startdatum; beginperiode |
| shiki-指揮 | commando; supervisie; leiding |
| shikichi-敷地 | perceel; (bouw)terrein |
| shikijōkyō-色情狂 | erotomanie; hyperseksualiteit; abnormaal seksueel verlangen |
| shikisha-識者 | een goed geïnformeerd [intelligent; hoogopgeleid] persoon |
| shikken-執権 | (Kamakura-periode) regent [toezichthouder] voor de shogun |
| shikō-私考 | de eigen gedachten; persoonlijke mening |
| shikō-至高 | suprematie; overmacht; superioriteit |
| shikō-試行 | poging; experiment |
| shikuramen-シクラメン | cyclaam (plant, Cyclamen persicum) |
| shimeitehai-指名手配 | gezocht worden door de politie; op de lijst [poster] met door de politie verdachte [gezochte] personen staan |
| shimeitsūwa-指名通話 | een persoonlijk gesprek (telefoon) |
| shimen-紙面 | papieroppervlak; paginaruimte; ruimte op een pagina |
| shimoyashiki-下屋敷 | (Edo periode) residentie van de daimyo in de buitenwijken van Edo |
| shinbashira-心柱 | (fig. een persoon) steunpilaar |
| shinbō-心棒 | kern; centrale figuur [persoon] (in een groep) |
| shinbochi-新発意 | pas ingewijde [toegetreden] persoon (b.v. in boeddhisme) |
| shinchū-真鍮 | messing; (geel)koper |
| shinchūsei-真鍮製 | koper (metaal) |
| shindenzukuri-寝殿造り | een stijl van aristocratische residenties in de Heian-periode, met het slaapzaalgebouw in het midden van het complex |
| shinguru-シングル | single; alleenstaande; (voor) 1 persoon; 1-persoonskamer |
| shinguru・beddo-シングル・ベッド | eenpersoonsbed |
| shinigami-死に神 | de (personificatie van de) dood; Magere Hein; de man met de zeis |
| shinjin-神人 | een nobel [goddelijk] persoon; iemand met spirituele krachten |
| shinka-深化 | verdieping; het verdiepen; dieper worden |
| shinkasuru-深化する | zich verdiepen; dieper worden |
| shinkigen-新紀元 | nieuw tijdperk [tijdvak] |
| shinko-新子 | (Edo periode) jonge geisha |
| shinmaku-心膜 | pericardium; pericard; hartzakje |
| shinmakuen-心膜炎 | pericarditis (ontsteking van het hartzakje)) |
| shinnō-心嚢 | hartzakje; pericardium |
| shinsei-親政 | persoonlijke regering [heerschappij; bestuur] van een keizer of koning |
| shinseki-真跡 | iemands (persoonlijk) handschrift |
| shinshi-進士 | (Nara-Heian periode in Japan) iemand die na een overheidsexamen in het Ministerie van Riten en Ceremoniën wordt toegelaten |
| shinsho-新書 | paperback uitgave van een (m.n. non-fiction) boek (in het B6 shinsho-formaat) |
| shinshutsu-浸出 | doorsijpeling; afscheiding; uitscheiding; filtratie; percolatie |
| shinshutsusuru-浸出する | doorsijpelen; afscheiden; uitscheiden; filtreren; percoleren |
| shintaishi-新体詩 | nieuwe stijl (Japanse) poëzie (door Westerse invloeden in de vroege Meiji-periode) |
| shintaishōgaisha-身体障害者 | lichamelijk gehandicapte (persoon); persoon met een lichamelijke beperking |
| shintō-浸透 | osmose; infiltratie; percolatie; doorsijpeling |
| shintōsei-浸透性 | permeabiliteit; doorlaatbaarheid; doordringbaarheid |
| shinwajidai-神話時代 | het tijdperk van de goden; het mythische tijdperk |
| shinzan-新参 | nieuwkomer; nieuwe werknemer; de persoon die een nieuwe functie gaat bekleden |
| shinzan-新参 | de persoon die zioch aansluit bij een nieuwe groep |
| shin'yaku-新訳 | vertalingen van boeddhistische teksten in de periode na Xuanzang (602 - 664) |
| shin'yōkinko-信用金庫 | (Japanse) coöperatieve regionale bank ten dienste van het midden- en kleinbedrijf en de lokale bevolking |
| shioma-潮間 | de periode waarin het getij afneemt [zich terugtrekt] (van vloed naar eb gaat) |
| shion-紫苑 | purperaster (bloem: Aster tataricus) |
| shippāzu・yūzansu-シッパーズ・ユーザンス | een handelstransactie, waarbij de verzender de koper een uitstel van betaling geeft totdat het product is verkocht |
| shirabyōshi-白拍子 | een lied [dans; danseres] uit de late Heian-periode |
| shirei-死冷 | lijkkoude; algor mortis (dalende lichaamstemperatuur na overlijden) |
| shiremono-痴れ者 | een schurk; onhandelbare [gewelddadige] persoon |
| shirimochi-尻餅 | (Edo-periode) mochi die werd gegeten wanneer een peuter al voor de eerste verjaardag zijn eerste stapjes had leren zetten |
| shirokoshō-白胡椒 | witte peper |
| shiron-私論 | persoonlijke mening; eigen standpunt |
| shironanbā-白ナンバー | witte kentekenplaat (gebruikt voor personenauto's, in particulier bezit) |
| shirotaku-白タク | een personenauto met witte kentekenplaat, gebruikt als taxi |
| shiryakusen-私掠船 | kaperschip |
| shiryō-死霊 | de geest van een overleden persoon |
| shiryokushōgaisha-視力障害者 | slechtziende (persoon) |
| shisaku-試作 | prototype; experimenteel product |
| shisei-試製 | proefproductie; proeffabricage; experimentele productie |
| shisen-私撰 | persoonlijke selectie en redactie (van een gedichtenbundel, e.d.) |
| shisha-使者 | boodschapper; gezant; bode |
| shishikababu-シシカバブ | shish kebab, een Turks [Perzisch] gerecht (gegrild vlees op een spies) |
| shishin-私信 | privébrief; persoonlijk bericht |
| shishitō-獅子唐 | een groene peper (soort: Capsicum annuum) |
| shishitōgarashi-獅子唐辛子 | een groene peper (soort: Capsicum annuum) |
| shishō-私傷 | persoonlijk letsel; blessure opgelopen buiten het werk |
| shisho-私書 | (persoonlijke) correspondentie [brief]; persoonlijk (geschreven) document |
| shisho-私署 | persoonlijke handtekening [ondertekening] |
| shiso-紫蘇 | shiso, eenjarige plant van de muntfamilie (Perilla frutescens) |
| shisutemu・enjinia-システム・エンジニア | systeemontwerper |
| shiteki-私的 | persoonlijk; privé |
| shiteyaru-為て遣る | slagen (in); bewerkstelligen; klaarspelen; lukken; vóór zijn; anticiperen |
| shitō-私闘 | conflict door persoonlijke rancune [wrok; wrevel] |
| shītopia-シートピア | seatopia (experimentele onderwater habitat door Japan ontwikkeld in de jaren 1970) |
| shitsu-室 | echtgenote van een hooggeplaatst persoon |
| shitsugyōritsu-失業率 | werkloosheidsgraad; werkeloosheidspercentage |
| shitsuji-執事 | (Tokugawa periode) benaming voor een jongeling in het shogunaat |
| shitsuji-執事 | (Kamakura periode) regent in het shogunaat |
| shitsuji-執事 | (Muromachi periode) plaatsvervangend functionaris voor de shogun |
| shitsumeisha-失明者 | persoon die blind is; een blinde persoon |
| shitsumeishi-失名氏 | een anonieme persoon; anonymus; naamloze |
| shitsunaiondo-室内温度 | kamertemperatuur |
| shitsunaisōshokuka-室内装飾家 | binnenhuisarchitect; interieurontwerper |
| shitsuon-室温 | kamertemperatuur |
| shitsuyō-執拗 | impertinentie; opdringerigheid; hardnekkigheid |
| shiyakyōsaku-視野狭窄 | gezichtsveldbeperking |
| shiyō-私用 | privézaken; persoonlijke [eigen] zaken |
| shiyōkikan-試用期間 | proeftijd (b.v. bij arbeidsovereenkomst); evaluatieperiode |
| shizui-雌蕊 | (plantkunde) stamper |
| shobadai-所場代 | standplaats belasting (als afpersing door yakuza) |
| shōbainin-商売人 | expert; professional |
| shōbō-正法 | de Periode van de Ware Leer van Boeddha (de periode van vijfhonderd of duizend jaar na de dood van Sakyamuni) |
| shōdai-昭代 | roemrijke heerschappij; glorieus tijdperk; vreedzame en welvarende periode |
| shōgaikyōiku-生涯教育 | permanente educatie; levenslange leergang |
| shōgaisha-障害者 | gehandicapte persoon; persoon met een handicap; persoon met een geestelijke of lichamelijke beperking |
| shōgaishakenrijōyaku-障害者権利条約 | Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (New York, 13-12-2006) |
| shōgaishakyōiku-障害者教育 | special onderwijs (voor mensen [kinderen]) met een beperking |
| shōgun-将軍 | shogun; groot opperbevelhebber; legerleider; generaal; veldheer (met tijdelijk mandaat van de keizer) |
| shoin-所員 | (kantoor)medewerker; personeel; staf |
| shoin-書院 | (China) studieplaats (van literatuurwetenschappers); privé-school (voor (hogere) studiedoeleinden) |
| shoinzukuri-書院造り | Shoin-zukuri, Japanse architectuurstijl (uit de Muromachi-, Momoyama- en Edo-periodes; wordt nog steeds toegepast in hedendaagse Japanse huizen) |
| shojihin-所持品 | persoonlijke bezittingen [eigendommen] |
| shōjin-小人 | een onbelangrijk [kleinzielig; bekrompen] persoon |
| shōjinbutsu-小人物 | een onbeduidend [onbelangrijk; kleingeestig; bekrompen] persoon |
| shōkaiha-小会派 | kleine (politieke) fractie; kleine parlementaire groepering [stroming] |
| shōkaisha-紹介者 | een persoon die iemand [iets] introduceert |
| shoki-初期 | de beginfase; het beginstadium; de eerste periode |
| shōki-将器 | (een persoon met) het vermogen [de capaciteiten] om generaal te kunnen zijn |
| shōkinrui-渉禽類 | waadvogels; steltlopers |
| shokku・abusōbā-ショック・アブソーバー | schokdemper; schokbreker |
| shōkō-小康 | (fig.) een korte adempauze; stabiele [rustige] periode (in de wereld) |
| shokō-諸侯 | leenheer (Edo periode) |
| shokuin-職員 | personeel; medewerker; personeelslid; staflid |
| shokumōjutsu-植毛術 | haartransplantatie (operatie) |
| shokuten-食店 | (term uit de Meiji periode) eethuis; eetgelegenheid; restaurant |
| shōkyūshi-小休止 | korte vakantie [onderbreking; rustpauze; rustperiode] |
| shōmei-蟭螟 | (Liezi) mythologisch klein insect dat zijn nest bouwt in de wimpers van muggen |
| shōmon-蕉門 | leerlingen [volgelingen] van Matsuo Bashō (1644 - 1694), een dichter uit de Edo-periode) |
| shōmyō-小名 | (Kamakura- en Muromachi-periodes) een feodale leenheer (daimyo) van lagere rang |
| shōmyō-小名 | (Edo-periode) een feodale heer met een relatief klein grondgebied |
| shōnin-商人 | handelaar; zakenman; verkoper; dealer |
| shōonki-消音器 | geluiddemper; geluidsdemper |
| shōraisei-将来性 | toekomstperspectief; mogelijkheid; belofte (voor de toekomst) |
| shosen-所詮 | uiteindelijk; ten slotte; immers; per slot van rekening |
| shoshi-処士 | privé persoon; particulier |
| shōshinmono-小心者 | timide [bedeesde] persoon; lafaard |
| shosho-処暑 | de periode (rond 23 augustus) wanneer de zonnestand op 150 lengtegraad is en de zomerhitte afneemt (1 van de 24 graadverdelingen van de zonnekalender) |
| shōsho-小暑 | het (milde) begin van de steeds warmer wordende zomerperiode (rond 7 juli) |
| shōsokutsū-消息通 | een kenner; insider; goed geïnformeerd persoon; |
| shōsūha-少数派 | minderheid; minderheidsgroepering |
| shōto-ショート | (short selling) het verkopen van effecten die men niet in eigen bezit heeft (om snel te kunnen anticiperen op koerswisselingen) |
| shōtsuki-祥月 | sterfmaand; de maand waarin een persoon is overleden |
| shōtsukimeinichi-祥月命日 | sterfdag van een persoon; gedenkdag van het overlijden van een persoon |
| shōwa-昭和 | Showa, de regeringsperiode (1926-1989) van keizer Hirohito (1901-1989) |
| shōwajidai-昭和時代 | de Showa periode (1926-1989) |
| shozokuchō-所属長 | leidinggevende; supervisor |
| shubihan'i-守備範囲 | iemands expertise [vakgebied] |
| shūchūanda-集中安打 | (honkbal) een spervuur van slagen |
| shūchūkōgeki-集中攻撃 | (lett. en fig.) gerichte [geconcentreerde] aanval; spervuur |
| shuin-朱印 | rood zegel; rode stempelafdruk (vanaf de Muromachi periode tot de Edo-periode voor officiële documenten van het shogunaat) |
| shuinsen-朱印船 | (Edo periode) handelsschip met permissie om naar het buitenland te varen |
| shujinkō-主人公 | hoofdpersoon; hoofdfiguur; held; heldin; protagonist (van verhalen, e.d.) |
| shujutsu-手術 | een (chirurgische) operatie |
| shūkan-終刊 | het definitief stopzetten van een periodieke publicatie |
| shūkan-終刊 | laatste nummer van een periodieke publicatie |
| shūki-周期 | cyclus; omwentelingsperiode |
| shūki-秋期 | de herfstperiode; het herfstseizoen |
| shūki-終期 | het einde van een bepaalde periode; einddatum |
| shukuba-宿場 | (Edo periode) poststation; pleisterplaats |
| shukusha-宿舎 | bedrijfswoning; personeelswoning |
| shūkyōka-宗教家 | religieuze persoon [figuur; leider] |
| shun'ei-俊英 | uitmuntend [superieur; van uitstekende kwaliteit] zijn |
| shun'ei-俊英 | een persoon met een grote bekwaamheid; een groot talent; genie |
| shuperioritī・konpurekkusu-シュペリオリティー・コンプレックス | superioriteitscomplex |
| shureddā-シュレッダー | (papier)versnipperaar |
| shūrin-秋霖 | lange regenperiode in de herfst |
| shuryū-主流 | hoofdtak [hoofdschool] (van een groepering, organisatie e.d.) |
| shūsai-秀才 | (de meest) getalenteerde [briljante] persoon [student] |
| shushin-主神 | oppergod; belangrijkste god van een heiligdom; koning der goden |
| shushō-主将 | opperbevelhebber |
| shūshokuhyōgaki-就職氷河期 | perode van slechte werkgelegenheid |
| shūshokuritsu-就職率 | werkgelegenheidsgraad; werkgelegenheidspercentage |
| shussha-出社 | het naar [aan] het werk gaan; inklokken (aanmelden per prikklok) |
| shusshi-出仕 | (in de Meiji periode) een ambtenaar in proeftijd; tijdelijke boventallige ambtenaren |
| shūto-シュート | loot; spruit; scheut; uitloper |
| shūto-衆徒 | (in de Heian periode) monniken die in een grote tempels woonden (zij waren vaak ook krijgers) |
| shutsuba-出馬 | zelf op pad gaan; persoonlijk iemand bezoeken |
| shutsugannin-出願人 | aanvrager; een persoon die een aanvraag indient |
| shutsugansha-出願者 | aanvrager; een persoon die een aanvraag indient |
| shuturumu・unto・dorangu-シュトゥルム・ウント・ドラング | (psychologie) sturm-und-drang (onrustig overgangstijdperk in adolescentie) |
| shūwaizai-収賄罪 | omkoping; omkoperij |
| shūya-庄屋 | (in het Edo tijdperk) dorpshoofd; hoofdman van een dorp of plaats (voornamelijk in het Kantō gebied) |
| sō-壮 | kracht; dapperheid; moed; heldhaftigheid; iets magnifieks [groots] |
| sobayōnin-側用人 | opperkamerheer van een shogun of daimyo |
| sodenoshita-袖の下 | omkoping; omkoperij; smeergeld |
| sofisutikēto-ソフィスティケート | verfijnen; perfectioneren |
| sōgo-壮語 | overdrijving; grootspraak; opschepperij |
| sōgoginkō-相互銀行 | coöperatieve spaarbank, een financiële instelling die eigendom is van haar spaarders of klanten |
| sōin-総員 | al het personeel (van een kantoor, bedrijf, etc.); de gehele bemanning (van een schip e.d.) |
| sōkan-総監 | hoofdbestuurder; algemeen directeur; supervisor; superintendent |
| sokkin-側近 | (iemands persoonlijke) hofhouding; entourage [naaste medewerkers; staf] |
| sokkin-側近 | het dichtbij een machthebber [hoog geplaatste persoon] staan |
| sokkyo-卒去 | de dood [het overlijden] van een hooggeplaatste persoon |
| sokusha-速射 | snelvuur; spervuur (het voortdurend schieten) |
| sōkyo-壮挙 | gedurfde onderneming; dapper plan |
| sōkyokusen-双曲線 | hyperbool (wisk.) |
| somosomo-抑 | eigenlijk; per slot van rekening |
| sonata-其方 | (arch. beleefd, tweede persoon) u; jij |
| sondai-尊台 | (formeel, beleefd t.o.v. tweede persoon) u |
| sonikku・būmu-ソニック・ブーム | supersonische knal [schokgolf] |
| sonin-訴人 | (Kamakura en Muromachi periode) de eiser (in een rechtszaak) |
| sonin-訴人 | de klager (de persoon die een klacht heeft ingediend) |
| sonkei-尊兄 | (respectvol gebruikt als aanspreektitel voor de tweede persoon tussen mannen met een gelijke status) u |
| sonzai-存在 | entiteit; wezen; persoon |
| sōran-総攬 | controle; supervisie |
| sōsha-壮者 | een persoon in de bloei van zijn leven |
| sōsha-掃射 | beschieting; geweervuur; spervuur; mitraillade |
| sōsharu・uea-ソーシャル・ウエア | kleding die gedragen wordt buiten het kantoor indien men persoonlijk met het publiek moet communiceren (Engels: social wear) |
| sōshi-壮士 | (Meiji-periode) politieke opportunist [zwendelaar] |
| sōshi-壮士 | (Meiji-periode) strijder [voorvechter] van liberaal [democratisch] gedachtegoed |
| soshi-祖師 | stichter [oprichter] van een religieuze groepering [sekte; school] |
| soshi-阻止 | blokkering; obstructie; versperring; het tegenhouden; voorkomen |
| sōshu-宗主 | opperleenheer; opperheer; suzerein |
| sōtō-総統 | alleen-heerser; opperbevelhebber; (machtige) president |
| sueki-須恵器 | Sue aardewerk, Japans blauwgrijs aardewerk (geproduceerd vanaf het late Kofun-tijdperk tot de Heian-periode) |
| sueokikikan-据え置き期間 | opschortingsperiode; aflossingsvrije periode |
| suetsukata-末つ方 | eindtijd; einde van een periode (maand, seizoen, etc.) |
| suge-菅 | zegge (een cypergrassoort) |
| sugoude-凄腕 | expertise; virtuositeit; uitstekende techniek |
| suikazura-忍冬 | kamperfoelie (Lonicera japonica) |
| suikei-水系 | watersysteem (van water op het aardoppervlak, zoals rivieren, meren, e.d.) |
| suikō-推敲 | bijschaving; verbetering; perfectionering |
| suimen-水面 | wateroppervlak(te) |
| suion-水温 | watertemperatuur |
| suīpā-スイーパー | (Eng.: sweeper) veger; bezem |
| suitchihittā-スイッチヒッター | (straattaal) een biseksueel; een veelzijdig persoon |
| suiyoku-水浴 | water (van een bad) op een constante temperatuur houden |
| sukaisukurēpā-スカイスクレーパー | (Eng.: skyscraper) wolkenkrabber |
| sukēru-スケール | omvang; mate; schaal; verhouding; perspectief |
| sukimono-好き者 | wellusteling; wellustig [onfatsoenlijk] persoon |
| sukippā-スキッパー | kapitein; schipper; stuurman |
| sukīyā-スキーヤー | skiër (skiloper) |
| sukoaringu・pojishon-スコアリング・ポジション | (honkbal) scoringspositie (d.w.z. een loper op het tweede of derde honk) |
| sukonku-スコンク | perfecte overwinning; overwinning zonder tegenpunten; een tegenstander geen enkel punt laten maken |
| sukōpā-スコーパー | beitel (Eng.: scorper) |
| sukuizu-スクイズ | (honkbal) een opofferingsslag met een loper op het derde honk |
| sukuizu・purē-スクイズ・プレー | (honkbal) een opofferingsslag met een loper op het derde honk |
| sukurappu-スクラップ | knipsel; snipper |
| sukurēpā-スクレーパー | schraper; schraapmes; krabber |
| sukūru・zōn-スクール・ゾーン | gebied rond een school met een snelheidsbeperking voor verkeer |
| sumaki-簀巻き | het iemand in een bamboemat wikkelen en in een rivier gooien (straf in de Edo-periode) |
| sumātobōru-スマートボール | Japans balspel (vergelijkbaar met flipperen) |
| sumi-隅 | (afk. voor) (Edo periode) kapsel voor jonge samoerai (met de zijkanten van de haarlijn van de pony in hoeken ingeschoren) |
| sumimaegami-角前髪 | (Edo periode) kapsel voor jonge samoerai (met de zijkanten van de haarlijn van de pony in hoeken ingeschoren) |
| sunadokei-砂時計 | zandloper |
| sunekajiri-脛齧り | klaploper; iemand die profiteert van een ander |
| sunzun-寸寸 | (in) stukken; snippers; reepjes; flarden; gescheurd |
| sūpā-スーパー | super; in hoge mate; geweldig |
| sūpā-スーパー | supermarkt |
| sūpā-スーパー | superheterodyne (soort radio-ontvangst) |
| sūpāheterodain-スーパーヘテロダイン | superheterodyne (soort radio-ontvangst) |
| sūpākonpyūtā-スーパーコンピューター | supercomputer (computer met een buitengewoon grote bewerkingscapaciteit of rekenvermogen) |
| sūpāmāketto-スーパーマーケット | supermarkt |
| sūpāsanbyakuichijō-スーパー301条 | (super) artikel 301 (van de VS Omnibus handelswet uit 1974) |
| sūpāsonikku-スーパーソニック | supersonisch |
| sūpāsutoa-スーパーストア | grote supermarkt |
| sūpā・bouru-スーパー・ボウル | de Super Bowl (de kampioenswedstrijd tussen de twee winnende teams van resp. de American Football Conference en de National Football Conference) |
| superuma-スペルマ | sperma |
| supesharisuto-スペシャリスト | specialist; expert |
| supiritto-スピリット | temperament; humeur |
| supotto-スポット | schijnwerper |
| supottogai-スポット買い | een eenmalige aankoop (i.t.t. een periodieke aankoop) |
| supottoraito-スポットライト | schijnwerper |
| surekkarashi-擦れっ枯らし | een wereldwijs [blasé; schaamteloos] persoon |
| surikogi-擂り粉木 | houten stamper (behorend bij vijzel) |
| surikogi-擂り粉木 | een scheldwoord voor iemand die langzaam aan het aftakelen is (net zoals het afslijten van een houten stamper) |
| surippa-スリッパ | slipper (schoeisel) |
| surippon-スリッポン | instapper (schoen) |
| surippuon-スリップオン | instapper (schoen) |
| sutā-スター | ster (persoon die uitblinkt) |
| sutaffu-スタッフ | staf; kader; personeel |
| sutairisuto-スタイリスト | stylist; styliste; ontwerper; ontwerpster |
| sutātā-スターター | starter (persoon die het startsein geeft, bij sportwedstrijden) |
| sutāto-スタート | Strategic Arms Reduction Treaty (bilateraal verdrag tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie over de beperking van strategische offensieve wapens) |
| sutēshon・kōru-ステーション・コール | een internationaal gesprek waarbij de aanvrager niet een bepaalde persoon hoeft te spreken |
| sutēshon・wagon-ステーション・ワゴン | stationcar; combi (personenauto met extra achterruimte) |
| sutoppā-ストッパー | (honkbal) een werper die in de negende inning van een wedstrijd wordt ingezet |
| sutoppā-ストッパー | afsluiter; stopper (voor deuren, machines, e.d.) |
| sūyōtoku-枢要徳 | de kardinale deugden (Prudentia, Justitia, Fortitudo, Temperantia) |
| suzume-雀 | een spraakzaam persoon; iemand die op de hoogte is [veel weet over iets] |
| tabasuko-タバスコ | tabasco (pikante pepersaus) |
| tabi-足袋 | tabi, Japanese sok (met een split tussen de tenen voor het dragen van geta sandalen of teenslippers) |
| tabigarasu-旅烏 | zwerver; landloper; bereisd persoon; rondtrekkende reiziger |
| tabihadashi-足袋跣 | het buiten lopen op tabi-sokken (zonder geta sandalen, of teenslippers) |
| tachi-質 | aard; karakter; soort; temperament |
| tachimono-断ち物 | het vasten [weigeren te eten] voor een periode als middel om iets gedaan te krijgen van anderen |
| tadamono-只者 | gewoon [alledaags] persoon |
| tai-たい | (zou) willen; graag willen; wensen (adjectief achtervoegsel, gebruikt als hulpwerkwoord, voor de 1ste pers., of in vraagzinnen voor de 2de pers.) |
| taieki-体液 | (eufemisme in de media over seksueel wangedrag en misdaden) sperma; (mannelijk) zaad |
| taigen-体現 | belichaming; incarnatie; personificatie |
| taigensōgo-大言壮語 | grootspraak; opschepperij |
| taigyō-大業 | het slagen voor het eindexamen van het officiële promotie-examen in het Ritsuryo-systeem; ook de persoon die dat bereikt |
| taijin-大人 | een edelmoedig [grootmoedig; deugdzaam] persoon |
| taijin-対人 | persoonlijk; interpersoonlijk; tegenover andere mensen |
| taika-大家 | meester; expert; eminent geleerde [vakman] |
| taikan’ondo-体感温度 | gevoelstemperatuur |
| taiken-体験 | praktische [persoonlijke] ervaring; praktijkervaring |
| taiki-大器 | een groot talent; een talentvolle [veelbelovende] persoon |
| taikōtennō-大行天皇 | de aanduiding voor de naamperiode van een recent overleden keizer |
| taikun-大君 | andere naam voor de shogun die tijdens de Edo-periode voor het buitenland werd gebruikt |
| taikyokukan-大局観 | perspectief; brede kijk (op) |
| taimen-対面 | persoonlijke ontmoeting; interview |
| taimurī-タイムリー | (honkbal) een slag waardoor een honkloper kan scoren (timely hit) |
| taimurī・hitto-タイムリー・ヒット | (honkbal) een slag waardoor een honkloper kan scoren (run-scoring hit) |
| taimu・kapuseru-タイム・カプセル | tijdcapsule (een capsule gevuld met informatie, bedoeld om mensen in de toekomst te helpen een beeld te krijgen van een bepaalde tijdsperiode) |
| taimu・sābisu-タイム・サービス | beperkte verkooptijd; tijdelijke aanbieding |
| taimu・sēru-タイム・セール | beperkte verkooptijd; tijdelijke aanbieding |
| taion-体温 | lichaamstemperatuur |
| taionkei-体温計 | thermometer; temperatuurmeter (lichaam) |
| taisha-退社 | het stoppen met werken; van het werk naar huis gaan; uitklokken (afmelden per prikklok) |
| taishibōritsu-体脂肪率 | lichaamsvetpercentage |
| taishin-大身 | een hooggeplaatst persoon; iemand van hoge rang |
| taishō-大正 | Taisho, regeringsperiode (1912-1925) van keizer Yoshihito (1879-1926) |
| taishō-対称 | (taalkunde) de tweede persoon |
| taishōgoto-大正琴 | taishōgoto, Japanse tweesnarige harp (ook wel nagoyaharp genoemd; ontwikkeld in de Taishō-periode) |
| taishōjidai-大正時代 | de Taisho periode (1912-1926) |
| taitei-大帝 | God; Heer in de Hemel; de Schepper |
| taiten-大典 | (boeddh. naam) Taiten, priester van de Rinzai-sekte (Zen boeddhisme) met een groot aantal dichtwerken op zijn naam (Edo-periode) |
| taiwankingyo-台湾金魚 | paradijsvis (Macropodus opercularis) |
| taiyōkokuten-太陽黒点 | zonnevlek (donkere vlek op het oppervlak van de zon) |
| tajitaji-たじたじ | wankelend; weifelend; aarzelend; haperend; onzeker; terugdeinzend |
| tajūjinkaku-多重人格 | meervoudige [gespleten] persoonlijkheid |
| takanotsume-鷹の爪 | (plant) Capsicum annuum; rode peper; Spaanse peper |
| takari-集り | afpersing; chantage |
| takaru-集る | iemand afpersen |
| takedakeshii-猛猛しい | wild; woest; vermetel; dapper; brutaal |
| takenokoseikatsu-筍生活 | het slechts in je levensonderhoud kunnen voorzien door steeds meer persoonlijke bezittingen te verkopen (gelijkend op het afpellen van een bamboescheu |
| takeuma-竹馬 | (afk. voor) tweedehands kledingwinkel (Edo-periode) |
| takeumafurugiya-竹馬古着屋 | (in de Edo-periode een rondreizende koopman met kleding op stokken) tweedehands kledingwinkel |
| takkan-達観 | een vooruitziende blik; het lange termijnperspectief. |
| takosu-タコス | taco (knapperige gevulde tortilla) |
| takubatsu-卓抜 | excellentie; superioriteit |
| takuetsu-卓越 | excellentie; superioriteit; uitmuntendheid |
| tamen-他面 | (van) een andere kant [zijde; aspect; perspectief] |
| tamesu-試す | pogen; proberen; testen; experimenteren |
| tamore-給れ | (imperatieve vorm van tamoru) geeft u mij alstublieft; wees zo goed om |
| tāmu-ターム | termijn; periode |
| tan-反 | oppervlakte eenheid: 1 tan = (300 tsubo =) ca. 991 vierkante meter) |
| tanbetsu-反別 | de oppervlakte van een veld (aangeduid in: tan) |
| tanbu-反歩 | een oppervlaktemaat (ca. 991,7 ㎡) |
| tane-種 | zaad; pit; kern; sperma |
| tanenseishokubutsu-多年生植物 | vaste [meerjarige; overblijvende] plant; een plant met een groeiperiode van 3 jaar of langer |
| tanjitsugetsu-短日月 | een korte tijd [periode] |
| tanka-単価 | eenheidsprijs; stukprijs; prijs per eenheid |
| tankitōhyō-単記投票 | het stemmen op één enkele persoon |
| tanomo-田の面 | het oppervlak van een rijstveld |
| tanpatsu-単発 | het één schot per keer afvuren |
| tanpo-タンポ | inktdepper |
| tansaku-単作 | één oogst [gewas] per jaar (op een veld) |
| tanshū-反収 | opbrengst [oogst] van (landbouw)grond per tan (= ca. 10 are) |
| tantakatan-鍛高譚 | een soort shōchū (Japanse gedistilleerde drank) gemaakt met perilla (shiso) bladeren |
| tantōsha-担当者 | leidinggevende; de verantwoordelijke persoon; coördinator; contactpersoon |
| tari-人 | mens; persoon |
| tarutaru・sōsu-タルタル・ソース | tartaarsaus (mayonaise met mosterd, kappertjes, augurk, e.d.) |
| tasha-他者 | anderen; andere mensen; andere personen |
| tashō-他称 | derde persoon (grammatica) |
| tassha-達者 | meester; expert; vakman |
| tasūha-多数派 | meerderheid; meerderheidsgroepering |
| tasukebune-助け舟 | (fig.) helpende hand; bijstand; toeverlaat; helper |
| tateba-立て場 | (Edo periode) een stopplaats [rustplaats] voor reizigers met paardenkoetsen en riksja's |
| tatsujin-達人 | expert; meester; deskundige; iemand die in een bepaalde vak, kunst of ambacht excelleert |
| tayū-大夫 | (Edo-periode) courtisane met een hoge status |
| tazunebito-尋ね人 | vermiste persoon |
| tazunemono-尋ね者 | gezocht persoon; persoon die gezocht wordt |
| tebanashi-手放し | openlijk; onbeperkt; vrijelijk; zonder terughoudendheid |
| tebusoku-手不足 | een tekort aan handen; tekort aan personeel |
| tedai-手代 | winkelbediende; verkoper |
| tegatatorihiki-手形取引 | wisseltransactie; wisselverkeer; betaling per wissel |
| teguchi-手口 | modus operandi; de wijze waarop een misdrijf wordt begaan |
| teiin-定員 | quotum (voor personeel, passagiers, etc.) |
| teiki-定期 | periodiek; vastgesteld tijdsbestek; vastgestelde termijn [periode] |
| teikikankōbutsu-定期刊行物 | periodiek tijdschrift |
| teikishōkyū-定期昇給 | periodieke loonsverhoging [salarisverhoging] |
| teikoku-帝国 | keizerrijk; wereldrijk; imperium |
| teikokushugi-帝国主義 | imperialisme |
| teion-低温 | lage temperatuur; cryogeen |
| teion-定温 | vaste [constante] temperatuur |
| teiōsekkaijutsu-帝王切開術 | keizersnede (operatie) |
| teiritsu-低率 | een laag tarief [percentage]; lage rente |
| teiritsu-定率 | een vast tarief [percentage]; een vaste rente |
| teitai-停滞 | stagnatie; stilstand; hapering |
| tekidanhei-擲弾兵 | grenadier; granaatwerper |
| tekiki-手利き | bekwaamheid; vakmanschap; een bekwaam [vakkundig; geschoold] persoon |
| tekizai-適材 | de juiste [geschikte] persoon (voor een functie) |
| tekizaitekisho-適材適所 | de juiste persoon op de juiste plek |
| tekki-適期 | juiste tijd; geschikte periode (b.v. om te planten of te oogsten) |
| tekkijidai-鉄器時代 | het ijzertijdperk; de ijzertijd |
| tekomai-手古舞 | festival dans (Edo periode) |
| tekunosutorakuchā-テクノストラクチャー | (van het Engelse technostructure) een netwerk van vakbekame personen die grip houden; controle houden over de economie binnen de eigen organisatie |
| tekusuchāpēpā-テクスチャーペーパー | structuurpapier; papier met een structuuroppervlak |
| temaemiso-手前味噌 | zelfverheerlijking; zelfingenomenheid; opschepperij |
| temawari-手回り | om je heen; onder handbereik; persoonlijke spullen (die je bij je hebt) |
| tenbin-天秤 | (vistuig) metalen fitting die wordt gebruikt om te voorkomen dat een vislijn verstrikt raakt (onder het wateroppervlak) |
| tenbun-天文 | Tenbun tijdperk (1532-1555 ) |
| tengu-天狗 | opschepper; arrogant [verwaand] persoon |
| tenjikurōnin-天竺浪人 | een persoon zonder vast adres; een zwerver |
| tenka-天下 | titel voor een shogun tijdens de Edo-periode |
| tenkeiteki-典型的 | kenmerkend; karakteristiek; typerend; stereotiep |
| tenmetsu-点滅 | het knipperen; aan en uit gaan (van licht) |
| tenpera-テンペラ | tempera (verfsoort) |
| tenperaga-テンペラ画 | tempera schilderij; schilderij met tempera (verfsoort) geschilderd |
| tenperamento-テンペラメント | temperament; aard; stemming |
| tenpyōbunka-天平文化 | de Tenpyō cultuur (van de regeerperiode van keizer Shoyu in Nara, 729 - 749) |
| tentekisenseki-点滴穿石 | met beperkte kracht [middelen] grote dingen bereiken |
| tentō-天道 | Sol; (de zon als een god waargenomen); God; de Schepper |
| ten'in-店員 | winkelpersoneel; winkelbediende; winkelmedewerker |
| tereya-照れ屋 | een verlegen [bedeesde; schuwe] persoon |
| tesha-手者 | een bekwaam [kundig; getalenteerd; rijk] persoon; meester |
| tesutimoniarukōkoku-テスティモニアル広告 | reclameboodschap waarin een (bekend) persoon vertelt over positieve ervaringen met een product of bedrijf |
| tesuto・kyanpēn-テスト・キャンペーン | proefcampagne; testperiode |
| tetori-手取り | een listige [geslepen; sluwe] persoon |
| tetsudōin-鉄道員 | spoorwegpersoneel; spoorwegman; spoor(weg)wachter; stationschef |
| tetsudōshokuin-鉄道職員 | spoorwegpersoneel |
| teuchi-手打ち | (Edo periode) dankbetuiging van een kabuki-acteur aan een beschermheer [patroon] |
| teue-手植え | zelf [persoonlijk; handmatig] planten (van bomen en planten) |
| teusu-手薄 | onderbemand; schaars bemand; met weinig personeel |
| tewatashi-手渡し | persoonlijke bezorging [aflevering] |
| tezukara-手ずから | met je eigen handen; persoonlijk |
| tipikaru-ティピカル | typisch; typerend; kenmerkend |
| tō-桃 | (in kanji combinaties) perzik |
| tōban-登板 | (honkbal) op de werpheuvel (gaan) staan; als pitcher (werper) optreden |
| tobari-帳 | gordijn; voorhang(sel); draperie |
| tobidōgu-飛び道具 | schietwapen; raketwerper; vuurwapen |
| tobinomono-鳶の者 | (Edo-periode) arbeiders [bouwvakkers] (ook) werkzaam als brandweerman |
| toboshii-乏しい | schaars; karig; beperkt; te weinig; ontoereikend |
| tōchakuhōmu-到着ホーム | het perron waar de trein aankomt |
| tōgarashi-唐辛子 | (rode) peper; chilipeper, chilipoeder |
| tōgarashisupurē-唐辛子スプレー | pepperspray |
| tōhenboku-唐変木 | (een scheldwoord) domkop; lomperik; idioot; sukkel |
| tōjinmage-唐人髷 | een haarstijl voor dames (Edo- tot Meiji-periode) |
| tokai-渡海 | (afk. van) beurtschip; veerboot (Edo-periode) |
| tokaibune-渡海船 | beurtschip; veerboot (Edo-periode) |
| tōkaidōgojūsantsugi-東海道五十三次 | de 53 poststations op de oude Tōkaidō (Edo- Kyoto) route (in de Edo periode) |
| tōkaku-統覚 | (filosofie) apperceptie |
| tōkatsu-統括 | controle; toezicht; supervisie |
| tōkatsu-統轄 | controle; toezicht; supervisie |
| tokiyo-時世 | trend [mode; stroming] van een tijdperk |
| tokiyo-時世 | tijdperk |
| tōkō-投光 | schijnwerper |
| tokobushi-常節 | kleine zeeoor [abalone] (Sulculus diversicolor supertexta) |
| tōkōki-投光器 | schijnwerper |
| tōkōshōmeiki-投光照明器 | schijnwerper |
| tokotowa-常 | permanent [onveranderlijk; eeuwig] zijn |
| tokoya-床屋 | kapper; kapperszaak; kapsalon |
| tokubai-特売 | speciale verkoop aan een specifieke persoon (via een vrijwillig contract zonder concurrerende biedingen) |
| tokugawaieyasu-徳川家康 | Tokugawa Ieyasu (shogun, Edo-periode) |
| tokushoku-瀆職 | corruptie (m.n. bij de overheid); omkoperij |
| tokutenken-得点圏 | (honkbal) scoringspositie (d.w.z. een loper op het tweede of derde honk) |
| tomadou-戸惑う | de kluts [weg] kwijt zijn; zich geen raad weten; verbijsterd [in de war; verbluft; perplex; beduusd] zijn |
| tōnin-当人 | de persoon in kwestie; de betrokken persoon |
| tono-殿 | huis [behuizing] van een adellijk persoon |
| toorina-通り名 | de naam waaronder een persoon bekend is; alias; artiestennaam; bijnaam |
| toppu・battā-トップ・バッター | de persoon die als eerste begint; de eerste persoon die verschijnt |
| toraburumēkā-トラブルメーカー | iemand die problemen veroorzaakt; herrieschopper; onruststoker |
| torēdo・kyarakutā-トレード・キャラクター | een bepaald karakter [personage] als handelsmerk |
| tori-取り | de laatste (en belangrijkste) persoon die opkomt op het toneel |
| tōri-桃李 | perzik- en pruim |
| torimā-トリマー | (honden)trimmer; trimmer [kapper] van huisdieren |
| torimaki-取り巻き | aanhanger; (slaafse) volgeling; klaploper |
| torinaosu-取り直す | opnieuw vastpakken; overdoen; hergroeperen |
| toripuru・purē-トリプル・プレー | (honkbal) triple play (drie honklopers tegelijk uitgegooid) |
| torishimari-取り締まり | discipline; handhaving; supervisie; (strenge) controle |
| toritsugi-取り次ぎ | agentschap; bemiddeling; tussenpersoon |
| toritsugu-取り次ぐ | distribueren; bemiddelen; als tussenpersoon [distributeur] optreden |
| torizara-取り皿 | een apart bordje [schaaltje] per persoon (om te eten uit gemeenschappelijke schalen met gerechten) |
| toroika-トロイカ | een driemanschap; triumviraat; een groep van drie personen of organisaties die gezamenlijk (leidend) optreden |
| tōryō-棟梁 | een vooraanstaande persoon; het hoofd van een familie of clan; leider |
| tōshigahō-透視画法 | perspectief (schildertechniek) |
| toshishita-年下 | junior; jongere persoon |
| toshiue-年上 | senior; oudere persoon |
| toshiyori-年寄り | een oudere; bejaarde; oud persoon; ouder iemand |
| tōshizu-透視図 | perspectief tekening |
| tōshu-投手 | werper; pitcher (honkbal) |
| tōsui-統帥 | (mil.) opperbevel; oppercommando |
| tōsui-透水 | het doorsijpelen van water; water doorlaten; percoleren |
| tōsuiki-透水器 | percolator; filterapparaat |
| tōsuiritsu-透水率 | waterdoorlaatbaarheidspercentage |
| tosu・battingu-トス・バッティング | (honkbal) peppergame, oefening waarbij ballen herhaaldelijk naar een slagman worden gegooid, die ze terugslaat naar dichtbij staande veldspelers |
| tōta-淘汰 | selectie; inkrimping; inperking |
| tōtasuru-淘汰する | selecteren; screenen; inkrimpen; beperken |
| totsu-凸 | bolling; uitstulping (in een oppervlak) |
| totsuben-訥弁 | het stotterend [stamelend; haperend] spreken; niet welbespraakt zijn |
| tsubasa-翼 | (fig.) vleugel; bescherming; hulp; helper |
| tsubo-坪 | oppervlakte eenheid: ca. 3,3 vierkante meter |
| tsubudatsu-粒立つ | korrelig worden (zoals bij het koken van rijst, die niet papperig is, waarbij afzonderlijke korreltjes goed zichtbaar zijn) |
| tsui-つい | onbedoeld; onopzettelijk; onbewust; per ongeluk |
| tsuin-ツイン | tweepersoonskamer (hotel, etc.) |
| tsuin・rūmu-ツイン・ルーム | tweepersoonskamer (hotel, etc.) |
| tsuishi-追試 | een extra controle [tegencontrole] van een experiment [proef] |
| tsūji-通事 | tussenpersoon; bemiddelaar |
| tsūji-通事 | vertaler, tolk (meer specifiek voor het Nederlands in Nagasaki tijdens de Edo periode) |
| tsukai-使い | boodschapper; bode; koerier; gezant |
| tsukaisutejidai-使い捨て時代 | wegwerp tijdperk |
| tsukeki-ツケ木 | houten balkjes gebruikt als kleppers (kabuki theater) |
| tsukimairi-月参り | een bezoek aan een heiligdom of tempel één keer per maand op een vaste dag |
| tsukuneru-捏ねる | verschillende dingen uitproberen [opperen] |
| tsuma-端 | een oppervlak loodrecht op de zij- of nokrichting van een gebouw |
| tsumado-妻戸 | een dubbele deur aan de gevelzijde van een villa (Heian periode) |
| tsumami-摘み | versnaperingen [hapje(s)] bij een drankje |
| tsumekiri-爪切り | nagelknipper |
| tsumitateyokin-積立預金 | het periodiek sparen |
| tsura-面 | oppervlak; kant |
| tsuribune-釣り船 | (Edo periode) vrouwenkapsel |
| tsūringu-ツーリング | rondreis per auto of motor |
| tsūshinsha-通信社 | persbureau; persagentschap |
| tsūtei-通底 | zaken [dingen; ideeën] die aan de oppervlakte verschillend lijken, maar in de basis overeenkomen |
| tsutsushimi-慎み | (Edo periode) strafmaatregel in de vorm van huisarrest bij de hofadel en krijgsadel |
| tsuyubare-梅雨晴れ | zonnige periode tijdens het regenseizoen |
| tsuyuharai-露払い | heraut; de persoon die vooruit loopt en de weg vrijmaakt voor een hooggeplaatste persoon [stoet] |
| tsuzure-綴れ | lapjes; repen; snippers |
| uchigi-袿 | (Heian periode) hofkleding |
| uchinuku-打ち抜く | doorboren; penetreren; perforeren |
| uchiwa-内輪 | geheim [privé; persoonlijk] zijn |
| udekiki-腕利き | bekwaamheid; vakmanschap; een bekwaam [vakkundig; geschoold] persoon |
| udekkoki-腕っ扱き | een begaafd [capabel; bekwaam] persoon |
| ue-上 | boven; op; bovenkant; top; oppervlak(te) |
| uesama-上様 | een eretitel voor een persoon van hoger rang (zoals een keizer, shogun, e.d.) |
| ugui-石斑魚 | Tribolodon hakonensis (straalvinnige vissensoort uit de familie van karpers) |
| uinkā-ウインカー | richtingaanwijzer; knipperlicht |
| ukabiagaru-浮かび上がる | naar boven komen (drijven); aan de oppervlakte komen; tevoorschijn komen |
| uke-有卦 | periode van geluk [voorspoed] |
| ukeru-受ける | ondergaan (operatie, etc.); ondernemen |
| ukiagaru-浮き上がる | oprijzen; aan de oppervlakte komen; bovendrijven |
| ukidasu-浮き出す | opkomen; naar boven (komen) drijven; aan de oppervlakte komen |
| ukideru-浮き出る | oprijzen; tevoorschijn komen; aan de oppervlakte komen |
| ukiuo-浮き魚 | oppervlaktevis; een vis die nabij het wateroppervlak leeft |
| ukiyoe-浮世絵 | (Edo-periode) ukiyo-e (een gekleurde houtsnede) |
| ukkarimono-うっかり者 | een verstrooide [vergeetachtige] persoon |
| uku-浮く | drijven; boven komen drijven; aan de oppervlakte komen |
| umanohone-馬の骨 | persoon van onbekende, twijfelachtige afkomst; iemand van twijfelachtig [bedenkelijk] allooi |
| umisen'yamasen-海千山千 | (fig.) een geslepen persoon; een oude rot; een sluwe vos |
| unsō-運漕 | transport; goederenvervoer (per schip); zeetransport; verscheping |
| urakata-裏方 | (in het theater) personeel dat achter de schermen werkt |
| urashimatarō-浦島太郎 | Urashima Tarō, de hoofdpersoon van een Japans sprookje |
| urauchi-裏打ち | bewijsvoering via een ander gezichtspunt [perspectief] |
| urikata-売り方 | (effectenbeurs) verkoper; baissier; baissespeculant |
| urikata-売り方 | verkoper |
| urikehai-売り気配 | laatkoers (het minimum waartegen een verkoper bereid is te verkopen) |
| uriko-売り子 | verkoper; verkoopster; verkoopmedewerker |
| uriko-売子 | verkoper; winkelbediende |
| urikuchi-売り口 | koper; klant |
| urinushi-売り主 | verkoper |
| uriteshijō-売り手市場 | verkopersmarkt |
| urobune-売ろ舟 | (arch., dit woord stamt uit de Edo periode) een drijvend winkeltje; een boot waar men gebruiksvoorwerpen en etenswaren kon kopen |
| urutora-ウルトラ | extreem; super; uiterst |
| ushirodate-後ろ盾 | ondersteuner; beschermheer; helper achter de schermen |
| usude-薄手 | dunheid; iets dat heel dun [ondiep; oppervlakkig] is |
| usuppera-薄っぺら | oppervlakkig (persoon, kennis, bewijs, e.d.) |
| utamonogatari-歌物語 | (Japans literair genre uit de Heian-periode) verhalen waarin (waka) gedichten centraal staan |
| utō-右党 | een snoeper; iem. die van snoepen houdt; zoetekauw; iem. die geen alcohol drinkt |
| utouto-うとうと | (onomatopee) slaperig; soezerig |
| uttetsuke-打って付け | ideaal [perfect; meest geschikt; meest passend; precies goed] zijn |
| uwabaki-上履き | schoenen [slippers; sloffen] voor binnenshuis |
| uwabe-上辺 | buitenkant; oppervlak |
| uwagawa-上側 | bovenzijde; oppervlakte |
| uwagutsu-上靴 | schoenen [slippers] voor binnenshuis |
| uwakimono-浮気者 | overspelige persoon [man; vrouw]; bedrieger; schuinsmarcheerder |
| uwamai-上米 | (Edo periode) belasting op rijst |
| uwasuberi-上滑り | oppervlakkig zijn; oppervlakkigheid |
| uwatchōshi-上っ調子 | luchthartigheid; oppervlakkigheid; op spottende toon [manier] |
| uwate-上手 | behendiger; vakkundiger; superieur |
| uwattsura-上っ面 | uiterlijk; oppervlak |
| uyūsensei-烏有先生 | een denkbeeldig persoon; een fictief karakter |
| wabisabi-侘寂 | wabisabi, een Japans esthetisch concept waarin de aanvaarding van vergankelijkheid en imperfectie centraal staat |
| wagahai-我輩 | (mannelijk taalgebruik, eerste persoon meervoud) wij |
| wagahai-我輩 | (mannelijk taalgebruik, eerste persoon enkelvoud, tegenwoordig met een nogal arrogante duiding) ik |
| wahito-我人 | (arch. tweede persoon) jij; u |
| wairo-賄賂 | omkoping; omkoperij; smeergeld |
| wairudo・pitchi-ワイルド・ピッチ | (honkbal) wilde worp (van de werper) |
| wakabito-若人 | een jonge persoon; jongere; jongelui |
| wakadoshiyori-若年寄 | een ambtenaar in de Edo periode |
| wakarazuya-分からず屋 | een koppig persoon; stijfkop |
| wakatō-若党 | (Edo periode) jonge volgeling van een samoerai |
| wakazakari-若盛り | de bloeiperiode van de jeugd |
| wakibara-脇腹 | (van een persoon); zij; zijde; flank |
| wakōdo-若人 | een jonge persoon; jongere; jongelui |
| waku-枠 | beperking; quotum |
| wanman-ワンマン | één persoon; eenmans- |
| wanman・kā-ワンマン・カー | een trein, bus of tram met maar 1 personeelslid (de bestuurder die ook de functie van conducteur vervult) |
| waremokō-吾木香 | grote pimpernel (plant) |
| wari-割り | percentage; ratio; proportie |
| wariai-割合 | percentage; ratio; verhouding; proportie |
| waribikibuai-割引歩合 | kortingspercentage; kortingstarief |
| waromono-悪者 | (arch.) iemand zonder opleiding of talent; een middelmatige persoon |
| warumono-悪者 | een slechte [kwaadaardige; verdorven] persoon; een schurk; een boef; een schoft |
| wasan-和算 | Japanse wiskunde (een aparte wiskunde vorm, ontwikkeld in Japan tijdens de Edoperiode) |
| watakushi-私 | (eerste persoon enkelvoud) ik; mij |
| watarimono-渡り者 | zwerver; landloper; vagebond |
| watashi-私 | (eerste persoon enkelvoud) ik; mij |
| watchi-私 | (gebruikt door personen van lage komaf) ik; mij |
| wayō-和様 | (in de Kamukura-periode geïntroduceerde) Japanse bouwstijl (m.n. voor tempelarchitectuur) |
| wonteddo-ウォンテッド | gevraagd; gezocht (vooral door de politie); gezochte persoon |
| yaba-矢場 | (Edo periode) een bordeel verborgen achter een boogschietbaan |
| yabo-野暮 | een ongemanierde [lompe; onbehouwen] persoon |
| yabo-野暮 | een dom [dwaas; onwetend] persoon |
| yaboten-野暮天 | lomperik; lummel; dwaas |
| yachiyo-八千代 | (lett. 8000 jaar) zeer lange periode; eeuwigheid |
| yaeba-八重歯 | dubbele tanden (een persisterende melktand die niet uitvalt en de nieuwe tand die al doorkomt) |
| yaei-野営 | bivak; het kamperen; kampeerterrein; camping |
| yaeisuru-野営する | kamperen; bivakkeren |
| yajin-野人 | een burger; persoon zonder functie in de overheid |
| yajin-野人 | een lompe persoon; boerenkinkel |
| yajirobee-弥次郎兵衛 | één van de twee hoofdpersonen uit het boek Tōkaidōchū Hizakurige (Jippensha Ikku, gepubliceerd 1802-1822) |
| yakamashiya-喧し屋 | een kieskeurig [veeleisend] persoon |
| yakata-屋形 | (Heian periode) hofkoets (getrokken door ossen) |
| yakata-屋形 | daimyo (Japanse leenheer in de Edo periode) |
| yakiire-焼き入れ | het afharden [temperen] (van metaal in water) |
| yakinamashi-焼き鈍し | het temperen [ontharden] (van glas of metaal) |
| yakkaimono-厄介者 | lastpak; vervelend persoon |
| yakuin-役員 | directeur; leider; leiding gevend persoon; chef |
| yakumae-厄前 | (psychologie) het jaar voorafgaand aan de kritieke leeftijd [periode]; het jaar voor het ongeluksjaar |
| yamadashi-山出し | plattelander; boerenkinkel; lomperik |
| yamadori-山鳥 | koperfazant |
| yamahada-山肌 | bergoppervlak |
| yamake-山気 | ondernemend persoon; iemand die graag risico's neemt |
| yamaki-山気 | ondernemend persoon; iemand die graag risico's neemt |
| yamakke-山っ気 | ondernemend persoon; iemand die graag risico's neemt |
| yamatoe-大和絵 | Yamato-e, Japanse schilderijen uit de Heian periode |
| yamazaru-山猿 | lomperik; ongelikte beer |
| yanagawa-柳川 | modderkruiper (riviervis, Cobitoidea) |
| yanagawa-柳川 | (afk. voor) stoofpot van modderkruiper en klis(wortel) |
| yanagawanabe-柳川鍋 | stoofpot van modderkruiper en klis(wortel) |
| yanari-家鳴り | het (geluid van) gerommel [gekraak] (van een huis b.v. door het krimpen van houten bouwmaterialen door temperatuurverschillen) |
| yaribusuma-槍衾 | een dicht aaneengesloten rij van soldaten met speren |
| yarikehai-ヤリ気配 | laatkoers (het minimum waartegen een verkoper bereid is te verkopen) |
| yarite-遣り手 | iem. die iets doet; dader; handelend persoon |
| yarite-遣り手 | een bekwaam [competent; kundig; slim] persoon |
| yasatsu-野冊 | plantenpers (twee bamboe plankjes waartussen bladeren en bloemen geperst worden om ze te drogen) |
| yasen-野選 | (honkbal) fielder's choice; de keuze van veldspeler (als hij na een honkslag kan kiezen de slagman uit te schakelen of een andere honkloper) |
| yashiki-屋敷 | perceel; (bouw)terrein; grondgebied (van huis met erf of landbouwgrond) |
| yashoku-夜食 | hapje [versnapering] in de avond of nacht; souper |
| yashusentaku-野手選択 | (honkbal) fielder's choice; de keuze van veldspeler (als hij na een honkslag kan kiezen de slagman uit te schakelen of een andere honkloper) |
| yasude-安手 | de goedkopere van de dingen die te koop worden aangeboden |
| yasukikurai-安き位 | (term van Zeami) de hoge graad van perfectie die een acteur van het Nō-theater kan bereiken, waardoor hij ontspannen zijn rol kan spelen |
| yasume-安め | goedkoper zijn; lagere prijzen dan verwacht |
| yo-余 | (eerste persoon enkelvoud) ik |
| yōchi-用地 | plaats [locatie; perceel] (met een bestemmingsdoel) |
| yōchūijinbutsu-要注意人物 | verdachte; verdacht persoon; persoon die in de gaten moet worden gehouden |
| yodomi-淀み | hapering; het stamelen; stotteren |
| yodomu-淀む | lusteloos [zwak; traag] worden; haperen |
| yōgin-洋銀 | buitenlandse zilveren munten geïmporteerd in Japan vanaf het einde van de Edo-periode |
| yōgogakkō-養護学校 | speciale school; school voor speciaal onderwijs (voor kinderen met een lichamelijke of geestelijke beperking) |
| yōin-要員 | noodzakelijk personeel (om iets te kunnen doen of te volbrengen) |
| yōjin-要人 | VIP; belangrijke [vooraanstaande] persoon |
| yojōhan-四畳半 | een Japanse kamer met een oppervlakte van 4,5 tatami matten (ongeveer 2,7 m. x 2,7 m.) |
| yokogamiyaburi-横紙破り | een koppig [eigenzinnig; dwars] persoon |
| yokoyari-横槍 | aanval (met speren) over de flanken |
| yomiuri-読み売り | (Edo-periode) bedrukte vellen papier die actuele gebeurtenissen beschreven en werden verkocht door straatverkopers |
| yonaki-夜鳴き | de verkoper doe 's nachts udon of soba verkoopt |
| yonakisoba-夜鳴き蕎麦 | de verkoper doe 's nachts soba verkoopt |
| yonakiudon-夜鳴き饂飩 | de verkoper doe 's nachts udon verkoopt |
| yōnin-用人 | (Edo-periode) dienaar belast met algemene zaken, boekhouding, etc. van een feodale heer |
| yononaka-世の中 | tijden; tijdperk |
| yoriki-与力 | een samoerai van lagere rang (assistent van een militaire aanvoerder) (Muromachi periode) |
| yoriki-与力 | politieofficier (Edo periode) |
| yosōhaitōritsu-予想配当率 | verwacht percentage dividend |
| yosōsaikōkion-予想最高気温 | verwachte maximum temperatuur |
| yossōaiteikion-予想最低気温 | verwachte minimum temperatuur |
| yōtashi-用足し | (Edo periode) hofleverancier |
| yotsudake-四つ竹 | bamboe castagnetten (een percussie instrument van twee stukken bamboe, gebruikt bij volksdansen en kabuki) |
| yotsugana-四つ仮名 | term die verwijst naar de vier klanken van de kana じ,ぢ,ず,づ (tot en met de Muromachi periode) |
| yottari-四人 | vier mensen [personen] |
| yoyo-代代 | (boeddh.) levenstijd [tijdperk; wereld] in het verleden, heden en toekomst |
| yūbinuke-郵便受け | persoonlijke brievenbus; postbus (aan huis) |
| yūbōkabu-有望株 | een veelbelovend persoon; persoon met goede vooruitzichten |
| yūbu-勇武 | (helden)moed; dapperheid |
| yūetsukan-優越感 | meerderwaardigheidsgevoel; gevoel van superioriteit |
| yūfoniamu-ユーフォニアム | eufonium (koperen blaasinstrument) |
| yugamu-歪む | pervers [gedegenereerd; ontaard] zijn; koppig [tegendraads] zijn |
| yūgen-有限 | beperking |
| yūgengaisha-有限会社 | een besloten vennootschap; een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid |
| yūgensekinin-有限責任 | beperkte aansprakelijkheid |
| yūhan-夕飯 | avondmaal; diner; souper |
| yūhan-雄藩 | een machtige (feodale) clan (tijdens de Edo-periode) |
| yūi-優位 | overheersing; superioriteit; overwicht; dominantie; suprematie |
| yukagen-湯加減 | de warmte [temperatuur] van het badwater |
| yukaihan-愉快犯 | een persoon die voor de lol [grap; sensatie] een misdrijf pleegt |
| yūkaihannin-誘拐犯人 | kidnapper; ontvoerder |
| yūkan-勇敢 | moed; dapperheid; onversaagdheid |
| yūkensha-有権者 | gerechtigde persoon |
| yūki-勇気 | moed; dapperheid; heldhaftigheid; stoutmoedigheid |
| yūki-有期 | een vaste [bepaalde} tijdsperiode [termijn] |
| yukidaore-行き倒れ | een overleden persoon die op straat ligt (vroeger iem. die stierf tijdens een reis en niet begraven kon worden omdat hij geen gegevens bij zich had) |
| yukuefumei-行方不明 | (van personen, museumstukken, e.d.) vermissing; vermist zijn |
| yūmei-勇名 | roem [reputatie] van moed [dapperheid] |
| yūmeijin-有名人 | beroemdheid; bekende persoonlijkheid |
| yūmō-勇猛 | durf; moed; dapperheid; vastberadenheid; onbevreesdheid; heldhaftigheid; onverschrokkenheid |
| yunitto・puraishingu-ユニット・プライシング | eenheidsprijs; prijs per eenheid |
| yunyūkisei-輸入規制 | invoerbeperking; import regulering |
| yunyūseigen-輸入制限 | invoerbeperking; import regulering |
| yunyūsūryōseigen-輸入数量制限 | importquota; beperking van hoeveelheden import |
| yurumeru-緩める | losser [slapper] worden; los gaan; (zich) ontspannen |
| yūryō-優良 | excellentie; superioriteit |
| yūsei-優勢 | superioriteit; overheersing; dominantie; overwicht |
| yūsen-勇戦 | dappere [moedige] strijd |
| yūsha-勇者 | moedig [dapper; heldhaftig] persoon |
| yūshi-勇士 | dappere [moedige] krijger [strijder]; held |
| yūshikisha-有識者 | deskundige; autoriteit (in een vakgebied); expert |
| yūshū-優秀 | excellent [superieur; uitmuntend; bewonderenswaardig] zijn |
| yushutsujishukisei-輸出自主規制 | vrijwillige exportbeperking |
| yusō-輸送 | vervoer; transport (van personen of goederen) |
| yūsōsuru-郵送する | per post versturen [zenden] |
| yusuri-強請 | afpersing; chantage |
| yusuriya-ゆすり屋 | afperser; chanteur |
| yusuru-強請る | afpersen |
| yūtō-優等 | superioriteit; uitmuntendheid; hogere rang [klasse]; cum laude |
| yūtōsei-優等生 | een uitmuntende [excellente] student [persoon] |
| yūyarō-遊冶郎 | een levensgenieter; losbandig persoon; losbol; vrijbuiter |
| zaifu-在府 | (Edo-periode) het verplichte verblijf in de hoofdstad van een leenheer en zijn vazallen |
| zaii-在位 | heerschappij [regeringsperiode] (van een vorst, koning, keizer) |
| zaisanka-財産家 | een rijke [welgestelde; gefortuneerde] persoon |
| zako-雑魚 | een onbetekenend [onbelangrijk] persoon |
| zakuroguchi-石榴口 | (Edo-periode) in badhuizen, een houten deur met een lage opening waardoor men moest kruipen om in bad te gaan (voorzorg tegen afkoeling van het water) |
| zāmen-ザーメン | zaad; sperma |
| zannyū-竄入 | het per ongeluk [foutief] samenvoegen [mengen; door elkaar halen] |
| zanrui-残塁 | (honkbal) honklopers die nog op een honk staan (zonder te scoren) aan het einde van een inning |
| zanryūseiyūkiosenbusshitsu-残留性有機汚染物質 | POPs (persistent organic pollutants) persistente organische verontreinigende stoffen |
| zappai-雑俳 | (Edo-periode) een verzamelnaam voor diverse (humoristische) Japanse korte gedichten (afgeleid van haikai) |
| zashikirō-座敷牢 | (hist.) een cel [kamer] (bedekt met tatami matten) voor het opsluiten van een krankzinnige persoon |
| zatto-ざっと | oppervlakkig; eenvoudig; kort; snel |
| zekkō-絶好 | perfectie; pracht |
| zekkōchō-絶好調 | (perfecte) topvorm; beste vorm |
| zendai-前代 | vorige generatie; vroeger [eerder] tijdperk |
| zendama-善玉 | een goed mens; goede persoon |
| zendō-蠕動 | peristaltiek |
| zenjō-禅譲 | (in China) een keizer die zonder opvolgers in de bloedlijn de troon overdraagt aan een deugdzaam persoon |
| zenkamono-前科者 | bajesklant; iemand die in de gevangenis heeft gezeten; persoon met een strafblad |
| zenkei-全景 | volledig beeld [overzicht]; panorama; vogelperspectief |
| zenken'iin-全権委員 | een gevolmachtigde (persoon) |
| zenki-前期 | eerste semester; vorige semester; vorige periode |
| zenki-前期 | eerste termijn [beginperiode] (van een wisseltentoonstelling) |
| zenkikurikoshirieki-前期繰越利益 | ingehouden winsten aan het begin van een periode |
| zenkindai-前近代 | pre-moderne tijdperk |
| zenkokunōgyōkyōdōkumiairengōkai-全国農業協同組合連合会 | Nationale federatie van landbouwcoöperaties |
| zenku-前駆 | voorloper; voorbode; voorteken |
| zenmen-全面 | het gehele oppervlak; de hele kant |
| zennō-全農 | (afk. voor) Nationale federatie van landbouwcoöperaties |
| zensei-前世 | het verleden; de oudheid; een vorig tijdperk |
| zenseiki-全盛期 | hoogtijdagen; gouden tijdperk; periode van bloei |
| zensen-善戦 | een stevig [dapper] gevecht |
| zenshin-前身 | vorige status [beroep; carrière] van een persoon [organisatie; groep; instelling] |
| zensho-全書 | een verzamelbundel; verzameld werk; compleet boek (met alle theorieën en geschriften van een bepaalde persoon of op een bepaald vakgebied) |
| zento-前途 | toekomstperspectief; vooruitzicht |
| zen'ei-前衛 | (binnen de revolutionaire beweging, e.d.) voorlopers; toonaangevende groep |
| zen'in-全員 | alle mensen [leden]; de hele bemanning; al het personeel |
| zerosamushakai-ゼロサム社会 | nulsommaatschappij (waar economische groei stopt, de totale rijkdom constant blijft en één persoon voordeel heeft, en een ander een even groot nadeel) |
| zetchōki-絶頂期 | hoogtepunt; toppunt; tijdperk van bloei; gouden tijdperk |
| zetsumyō-絶妙 | uitmuntendheid; volmaaktheid; perfectie |
| zeusu-ゼウス | Zeus (de oppergod van de Griekse mythologie) |
| zōbō-像法 | (in het boeddhisme, een van de 3 perioden na de dood van Shakyamuni) de volgende 500 of 1000 jaar na de officiële Dharma |
| zōbutsusha-造物者 | de schepper; God |
| zōbutsushu-造物主 | de schepper; God |
| zōhyō-雑兵 | een onbeduidende [onbelangrijke] persoon binnenin een organisatie; een werkmier |
| zōin-増員 | toename van personeel |
| zōjōman-増上慢 | overmoed; arrogantie; opschepperij |
| zokkai-俗解 | populaire [algemene; oppervlakkige] uitleg [interpretatie] |
| zokubutsu-俗物 | snob; materialist; cultuurbarbaar; vulgair persoon |
| zokugyō-俗形 | het uiterlijk [de gedaante] van een seculiere persoon [een leek] |
| zokujin-俗人 | een onbeschaafd [smakeloos; stijlloos] persoon |
| zokujin-俗人 | een leek; seculier persoon; gewone mensen; het gewone volk |
| zokutai-俗体 | een vulgair [smakeloos] uitziende persoon |
| zokutō-続投 | honkbal) het blijven pitchen [werpen] (van dezelfde pitcher, zonder wisseling van werper) |
| zōsei-増生 | hyperplasie (vergroting van een orgaan) |
| zōwai-贈賄 | omkoperij |
| zuanka-図案家 | ontwerper; designer |
| zuhō-図法 | projectie (b.v. van het aardoppervlak) op een kaart |
| zuiin-随員 | lid van een entourage [gevolg; staf]; begeleidend personeel |
| zunberabō-ずんべらぼう | slordigheid; een slordig persoon |
| zuru-狡 | sluwe [geslepen] persoon |
| zusan-杜撰 | slordigheid; imperfectie |
| zutazuta-寸寸 | (in) stukken; snippers; reepjes; flarden; gescheurd |
| zutsu-ずつ | elk; per stuk; per keer |