Kruisverwijzing
lui
| lemma | meaning |
|---|---|
| aburamushi-油虫 | bladluis |
| adanami-徒波 | (het geluid van) onstuimige golven |
| afureko-アフレコ | het indubben (van geluid bij film) |
| afutā・rekōdingu-アフター・レコーディング | het indubben (van geluid bij film) |
| agaki-足掻き | het ondeugend en luidruchtig zijn (van een kind) |
| ageuma-上げ馬 | het laatste paard als afsluiting bij een wedstrijd boogschieten te paard |
| ahaha-あはは | haha (geluid van vrolijk gelach) |
| aichō-愛聴 | het graag ergens naar luisteren |
| aichōsuru-愛聴する | graag luisteren (naar) |
| aihansuru-相反する | contrasteren; conflicteren; in tegenspraak zijn; elkaar wederzijds uitsluiten |
| ainakabasuru-相半ばする | in evenwicht zijn; salderen; sluitend zijn (balans); tegen elkaar afstrepen |
| aizuchi-相槌 | instemmende geluiden [gebaren]; tussenwerpsels (om te laten merken dat je luistert en om het gesprek op gang te houden) |
| akashōma-赤升麻 | pluimspirea (Astilbe thunbergii) |
| akeshime-開け閉め | het openen en sluiten |
| aketate-開け閉て | het openen en sluiten |
| akisu-空き巣 | een inbreker; insluiper |
| akōsutikku・saundo-アコースティック・サウンド | akoestisch geluid |
| akushu-握手 | een (handdruk ter) verzoening [vrede-sluiting]; samenwerking |
| amado-雨戸 | luik; rolluik |
| amiage-編み上げ | vetersluiting |
| an-庵 | klooster; kluizenaarscel |
| aniki-兄貴 | (informeel) iemand die op natuurlijke wijze de baas is (bij jeugd(bendes), vaklui, yakuza e.d.) |
| anone-あのね | (aan het begin van een zin) kijk; nou; trouwens; ik zal je eens wat vertellen; wacht even; luister; let op |
| anorakku-アノラック | anorak, winddicht jack met capuchon (zonder voorsluiting) |
| anrakuisu-安楽椅子 | gemakkelijke [comfortabele; lekker zittende] stoel; luie stoel |
| anshitsu-庵室 | kluizenaarscel; kluizenaarshut |
| an'itsu-安逸 | het nietsdoen; het luieren; luiheid; gemakzuchtigheid |
| aporia-アポリア | aporie; besluiteloosheid; radeloosheid; onoplosbaar probleem |
| arimaki-蟻巻 | bladluis |
| aru-有る | bevatten; omvatten; insluiten |
| asameshimae-朝飯前 | heel gemakkelijk; een fluitje van een cent; kinderspel |
| ashibue-葦笛 | rietpijp; rietfluit |
| ashinuki-足抜き | zachte voetstappen; het sluipend [op de tenen] lopen |
| ashioto-足音 | het geluid van voetstappen |
| asobu-遊ぶ | niets doen; luieren |
| atamagoshi-頭越し | het over iemands hoofd heen gaan; iemand [passeren] buitensluiten |
| aya-アヤ | (een geluid dat gemaakt wordt bij schrik of ontroering) ah; ojee |
| ayu-阿諛 | vleierij; pluimstrijkerij; ophemeling |
| ayumiyoru-歩み寄る | een compromis sluiten; halfweg tegemoet komen |
| baa-ばあ | (onomatopee) troostend geluid (voor een kind) |
| bajitōfū-馬耳東風 | onverschilligheid; het niet willen luisteren |
| bakuon-爆音 | zoemend [brullend] geluid; motorgeluid |
| bakuon-爆音 | geluid van een explosie |
| bakushō-爆笑 | schaterlach; lachsalvo; luidruchtig gelach |
| banrai-万雷 | heel veel [tienduizend] donderslagen; een donderend geluid |
| benben-便便 | lui; nutteloos; doelloos |
| benten-弁天 | Benten (= Benzaiten), godin van muziek, welsprekendheid en kunst (meestal afgebeeld met een luit; 1 van de 7 geluksgoden uit de Japanse mythologie) |
| benzaiten-弁財天 | Benzaiten, godin van muziek, welsprekendheid en kunst (meestal afgebeeld met een luit), 1 van de 7 geluksgoden uit de Japanse mythologie |
| bēru-ベール | sluier; dekmantel |
| biin-びいん | kletterend geluid; tjink; ploink |
| bion-美音 | mooi geluid; prachtige stem |
| bion-鼻音 | nasaal geluid; nasale klank; een nasaal |
| biribiri-びりびり | geluid van scheurend papier |
| bishibishi-びしびし | (onomatopee) het geluid van klappen [slaan; snuiven] |
| biwa-琵琶 | biwa (Japanse luit) |
| bodīsūtsu-ボディースーツ | bodysuit (kledingstuk dat nauw om het lichaam sluit); damesondergoed dat uit 1 stuk bestaat |
| boikotto-ボイコット | boycot; uitsluiting van maatschappelijk of handelsverkeer |
| boiru-ボイル | voile; sluier |
| bokuteki-牧笛 | herdersfluit |
| bōon-防音 | geluidsisolatie |
| bōongarasu-防音ガラス | geluidswerend [geluiddicht] glas |
| bōongōzō-防音構造 | geluiddichte [geluidswerende] constructie |
| bōonheki-防音壁 | geluidswal |
| bōonsei-防音性 | geluiddichtheid |
| bōonsetsubi-防音設備 | geluidsisolatie |
| bōonshitsu-防音室 | geluiddichte kamer |
| bōonsōchi-防音装置 | geluid isolerend [geluiddichtend] apparaat |
| bōontairu-防音タイル | akoestische [geluidswerende] tegel |
| boryūmu-ボリューム | volume (geluidssterkte) |
| bosabosa-ぼさぼさ | nietsdoen; lui; nutteloos; ledig |
| boshō-暮鐘 | een bel die bij zonsondergang luidt; avondklok |
| bun-聞 | (in kanji combinaties) horen; luisteren; vernemen; gerucht |
| burabura-ぶらぶら | luierend |
| burabura-ぶらぶら | (geluid van) heen- en-weer slingeren; bungelen; slenteren |
| buraidaru・bēru-ブライダル・ベール | bruidssluier (klimplant) |
| buraidaru・bēru-ブライダル・ベール | bruidssluier |
| byōga-病臥 | het ziek in bed liggen; door ziekte aan bed gekluisterd zijn |
| byūbyū-びゅうびゅう | (geluid van) loeiende wind, e.d. |
| charumera-チャルメラ | schalmei (fluit) |
| chi-置 | (in kanji combinaties) plaatsen; besluiten; neerzetten; beslissen |
| chiisai-小さい | laag (stem, geluid, etc.) |
| chiisana-小さな | laag (stem, geluid, etc.) |
| chinza-鎮座 | omsluiting; insluiting; omhulling; als schrijn dienen |
| chītā-チーター | jachtluipaard; cheeta |
| chō-聴 | (in kanji combinaties) (aandachtig) luisteren; horen; toestaan; toestemmen; instemmen |
| chōkā-チョーカー | korte [nauwsluitende] halsketting |
| chōkeshi-帳消し | afschrijven (van een schuld); salderen; vereffening van de rekeningen; afsluiting van de boeken |
| chokusai-直截 | direct [regelrecht; eerlijk; resoluut; besluitvaardig] zijn |
| chokusai-直裁 | een direct [onmiddellijk; regelrecht] besluit [oordeel] |
| chokusetsu-直截 | direct [regelrecht; eerlijk; resoluut; besluitvaardig] zijn |
| chōmon-聴聞 | het luisteren naar (een lezing, toespraak, preek, etc.) |
| chōshi-聴視 | luisteren en kijken; horen en zien |
| chōshu-聴取 | het (aandachtig) luisteren; aanhoren; (jur.) horen; ondervragen |
| chōshuritsu-聴取率 | cijfer dat de luisterdichtheid van, en waardering voor radioprogramma's aangeeft |
| chūcho-躊躇 | aarzeling; besluiteloosheid |
| chūchosuru-躊躇する | aarzelen; weifelen; besluiteloos zijn; twijfelen |
| chūi-中尉 | (eerste) luitenant; onderluitenant |
| chūjō-中将 | luitenant-generaal; viceadmiraal |
| dabingu-ダビング | het indubben [bijmixen] van geluid in een film; nasynchronisatie |
| daku-抱く | omhelzen; omarmen; in de armen sluiten [dragen] |
| daku-濁 | (in kanji combinaties) onrein; onzuiver; troebel; modderig; vervuild; gedempt (geluid) |
| dakyōsuru-妥協する | een compromis sluiten; schikken |
| damin-惰眠 | luiheid; ledigheid; inactiviteit; inertie; sluimering |
| dan-断 | besluit; beslissing; oordeel |
| danketsuken-団結権 | het recht van arbeiders om zich te verenigen [zich aan te sluiten bij een vakbond] |
| danzuru-断ずる | besluiten; beslissen; bepalen |
| dasu-出す | maken (van geluid, vuur) |
| deddo-デッド | (geluid) dof; met weinig weergalm [weerklank; echo] |
| deddorain-デッドライン | deadline; tijdslimiet; sluitingsdatum |
| demotēpu-デモテープ | demobandje (geluids- of videoband voor reclame- en marketingdoeleinden) |
| deredere-でれでれ | (onomatopee) lui [slonzig] zijn |
| derederesuru-でれでれする | (onomatopee) lui zijn |
| deshiberu-デシベル | decibel (eenheid van geluidsintensiteit) |
| deshijon・mēkingu-デシジョン・メーキング | besluitvorming |
| dōfūsuru-同封する | bijsluiten; insluiten; bijvoegen |
| dōjutsu-道術 | (mystieke) techniek [magie; bovenaardse (tover)kracht] van een taoïst [bergkluizenaar; heremiet] |
| dokai-土塊 | een kluit aarde; een klomp klei |
| dokubōkankin-独房監禁 | eenzame opsluiting |
| dokudan-独断 | eigen oordeel [besluit; beslissing; mening] |
| donchansawagi-どんちゃん騒ぎ | wild [luidruchtig; losbandig] vermaak; orgie |
| dondon-どんどん | geroffel; getrommel (geluid) |
| donjiri-どん尻 | de allerlaatste; de achterste; de laatste persoon (die arriveert, finisht, e.d.); de hekkensluiter |
| dōon-同音 | hetzelfde geluid; dezelfde klank; homofonie |
| doramusuko-どら息子 | een luie [losbandige] zoon |
| dorubako-ドル箱 | geldkist; kluis; goudmijn (fig.) |
| dōsa-礬水 | (voor papier) planeerwater (lijmwater met aluin) |
| dōshi-道士 | asceet; kluizenaar; tovenaar |
| dosudosu-ドスドス | (onomatopee) stampend geluid (b.v. van een heimachine of van de zware voetstappen van een zwaarlijvig persoon of dier) |
| doya-どや | (jargon, inversie van やど) logement; luizig hotel; lijmkit |
| doyadoya-どやどや | geluid van vele voetstappen [van een menigte mensen] (onomatopee) |
| doyagai-どや街 | stadsdeel met talrijke logementen [luizige hotels] (vooral voor dagwerkers) |
| endoresu・tēpu-エンドレス・テープ | eindeloze tape (magnetische tape waarvan de uiteinden aan elkaar zijn verbonden zodat de geluidsopname zich steeds herhaalt) |
| enka-煙霞 | rook en mist [nevel]; een sluier van mist |
| enkurōjā-エンクロージャー | bijsluiting; invoeging |
| enshō-遠称 | (aanwijzend voornaamwoord voor iets dat ver van de spreker en luisteraar is) daar; ginds |
| esukēpu-エスケープ | een les overslaan op school (door de klas uit de sluipen) |
| fasunā-ファスナー | rits; ritssluiting |
| fēdoauto-フェードアウト | (beeld) het vervagen [uitvloeien]; (geluid) het wegsterven |
| finisshu-フィニッシュ | beëindiging; voltooiing; afwerking; sluiting |
| fōkaru・purēn・shattā-フォーカル・プレーン・シャッター | spleetsluiter (fotografie) |
| forutishimo-フォルティシモ | fortissimo; zeer luid (muziekterm) |
| fū-封 | zegel; sluiting |
| fubenkyō-不勉強 | het niet genoeg studeren; luiheid; gebrek aan inzet |
| fuchi-付置 | aansluiting; verbinding; aanhechting |
| fudan-不断 | besluiteloosheid |
| fue-笛 | blaasinstrument; fluit; pijp |
| fue-笛 | fluitje; fluitsignaal |
| fūjikomeru-封じ込める | insluiten; opsluiten; iets ergen indoen en afsluiten [verzegelen] |
| fujin-不尽 | (afsluitende uitdrukking aan het einde van een brief, aangevend dat nog niet alles is gezegd) wordt vervolgd; ik schrijf u weer; hoogachtend |
| fūjiru-封じる | verzegelen (v.e. brief, e.d.); afsluiten; vastzetten |
| fukafuka-ふかふか | (onomatopee) zacht; donzig, pluizig; afwezig; verstrooid; achteloos; onnadenkend |
| fuminarasu-踏み鳴らす | stampen (met de voeten); luidruchtig lopen |
| funayado-船宿 | herberg in een haven (voor zeelui en passagiers) |
| fungiri-踏ん切り | besluit; bepaling; vaststelling; vastbeslotenheid |
| funmon-噴門 | maagmond of cardia (de aansluiting van de slokdarm op de maag) |
| furattā-フラッター | flutter (toonvervorming bij geluidsopname) |
| furebumi-触れ文 | (Edo periode) algemene kennisgeving aan de bevolking (van een regeling, besluit, bevel, e.d.) |
| furegaki-触れ書き | (Edo periode) algemene kennisgeving aan de bevolking (van een regeling, besluit, bevel, e.d.) |
| furūto-フルート | fluit |
| fusafusa-房房 | pluizig; wollig; overvloedig |
| fusagu-塞ぐ | sluiten (ogen, mond, e.d.) |
| fushitsu-不悉 | (afsluitende uitdrukking aan het einde van een brief, aangevend dat nog niet alles is gezegd) wordt vervolgd; ik schrijf u weer; hoogachtend |
| fusu-付す | bijvoegen; toevoegen; opnemen; bevestigen; insluiten |
| fusuburu-燻る | (fig.) smeulen; sluimeren; aanmodderen; een onopvallend [obscuur] leven leiden (zonder doelen te bereiken) |
| futtsuri-ふっつり | het (geluid van het) breken van een draad, snaar, etc. |
| fuwafuwa-ふわふわ | pluizig; donzig; zacht |
| fuzoku-付属 | toevoeging; aansluiting (bij) |
| gabugabu-がぶがぶ | (onomatopee) het geluid van slikken; (op)slokkend; snel [veel] drinkend |
| gakugaku-諤諤 | brutaal; luidruchtig |
| gakushi-学資 | schooluitgaven; opleidingsfonds |
| gamaguchi-蝦蟇口 | portemonnee [geldbuideltje] met een metalen sluiting (met de vorm als de bek van een pad) |
| gangan-がんがん | dreunend [galmend; bulderend; bonzend] geluid [lawaai] |
| gassaibukuro-合切袋 | stoffen tasje met een trekkoordsluiting |
| gatagata-がたがた | ratelend [krakend; rammelend] (geluid) |
| gayagaya-がやがや | (onomatopee) luidruchtig; rumoerig; geroezemoes; geklets; gelach |
| geji-蚰蜒 | een verachtelijke [gehate] persoon; gluiperd |
| genban-原盤 | de originele geluidsopname; master-opname |
| gengo-言語 | taal; taaluiting; woorden |
| genpū-厳封 | het verzegelen; afsluiten |
| genpūsuru-厳封する | verzegelen; (compleet; stevig) afsluiten |
| giketsu-議決 | besluit; beslissing; resolutie |
| gion-擬音 | geluidseffect |
| gōgō-囂囂 | donderend [rommelend; brullend; gierend] geluid |
| gōka-豪華 | pracht; praal; luister; luxe |
| gokurakutonbo-極楽蜻蛉 | een zorgeloze ziel; flierefluiter; vrolijke frans |
| gokutsubushi-穀潰し | nietsnut; klaploper; luiwammes |
| gōkyū-号泣 | luide klaagzang; geweeklaag; gejammer |
| gōon-号音 | geluidssignaal; geluidssein (via een tempelbel, luidklok, grote trommel, trompet, etc.) |
| gōon-轟音 | brullend [donderend] geluid |
| gorogoro-ごろごろ | (onomatopee) gerommel; gedonder; geluid van iets dat hard naar beneden rolt |
| gorohachijawan-五郎八茶碗 | een grote rijstkom (naar verluidt vernoemd naar Gorohachi Takahara, een pottenbakker uit de provincie Hizen in de Edo-periode) |
| gōruden・awā-ゴールデン・アワー | primetime (tijd met de grootste luister- of kijkdichtheid van radio of tv) |
| gōruden・taimu-ゴールデン・タイム | (lett. gouden tijd) primetime (zendtijd met de grootste kijk -en luisterdichtheid op tv of radio) |
| gōteki-号笛 | hoorn; sirene; toeter; seinfluit |
| gotsugotsu-ごつごつ | (onomatopee) geluid van hoesten [bonken] |
| goyōosame-御用納め | eindejaarsluiting van de overheidsdiensten (meestal 28 dec.) |
| gōzen-轟然 | een daverend [donderend] geluid (zoals van een explosie of een langs denderende truck of trein) |
| gubigubi-ぐびぐび | (onomatopee) klokkend geluid; met grote slokken (alcoholische dranken) drinken |
| gyokuon-玉音 | een mooi stemgeluid |
| gyōshō-暁鐘 | een bel die bij zonsopgang luidt; ochtendklok |
| gyōshō-暁鐘 | (metafoor voor) de aankondiging [inluiding] van een nieuw tijdperk |
| gyūgyū-ぎゅうぎゅう | (onomatopee) krakend [piepend] geluid |
| haibun-拝聞 | (respectvol) het luisteren; horen |
| haifai-ハイファイ | (high fidelity) hifi (geluidsinstallatie) |
| haigai-排外 | het uitsluiten van buitenlanders; vreemdelingenhaat; chauvinisme |
| haigyō-廃業 | opheffing [sluiting] van een zaak [bedrijf; beroepspraktijk] |
| haijo-排除 | verwijdering; uitsluiting; wering |
| haikan-廃館 | sluiting (van een museum; theater, bioscoop, etc.) |
| haikō-廃坑 | mijnsluiting; sluiting van een mijn |
| haikō-廃校 | schoolsluiting; sluiting van een school |
| haikō-廃鉱 | het sluiten van een mijn |
| hairu-入る | lid worden (van); zich aansluiten bij; zich in een bepaalde wereld [kring] begeven |
| haita-排他 | uitsluiting; uitzondering |
| haitateki-排他的 | uitsluitend; exclusief |
| haizan-廃山 | sluiting van een mijn; een verlaten mijn |
| haizansuru-廃山する | een mijn sluiten [verlaten] |
| hakushijakkō-薄志弱行 | een zwak karakter; besluiteloosheid; gebrek aan wil [ondernemersgeest] |
| hamushi-羽虫 | vogelluis (Menoponidae) |
| hanatsu-放つ | een licht [glans; geur; geluid] afgeven |
| handan-判断 | vonnis; oordeel; besluit |
| hane-羽 | veer; pluim; pluimage |
| hara wo kimeru-腹を決める | een besluit [beslissing] nemen; een keuze maken; de knoop doorhakken |
| harai-祓い | rituele reiniging; exorcisme; duiveluitdrijving |
| haretsuon-破裂音 | een harde knal; (geluid van) een explosie |
| hariharinabe-はりはり鍋 | Japanse stoofschotel met (mizuna) groente en vlees (oorspronkelijk walvisvlees) (harihari is een onomatopee voor het geluid van kauwen) |
| hatahata-はたはた | (geluid van) geklapper [geflapper] (in de wind) |
| hatchi-ハッチ | luik; loket; luikgat (schip); doorgeefluik |
| hatsuen-発煙 | rook uitstoot; rookpluim |
| hatsukausagi-二十日兎 | fluithaas; pika |
| hayajimai-早仕舞い | vroege (winkel)sluiting; vroeg stoppen met werken |
| hazusu-外す | losmaken; openmaken; ontsluiten; afdoen; uitdoen |
| heiga-平臥 | het ziek zijn; bedlegerig zijn; aan bed gekluisterd zijn |
| heigyō-閉業 | (permanente) sluiting [stopzetting] van een bedrijf |
| heigyō-閉業 | het sluiten [dichtgaan] van een bedrijf aan het einde van een werkdag |
| heiin-閉院 | vroeger de naam voor de sluiting [sluitingsceremonie] van de parlementaire sessies |
| heiin-閉院 | sluiting van een ziekenhuis of andere medische instelling |
| heikai-閉会 | sluiting (van een vergadering, bijeenkomst, etc.); reces; schorsing |
| heikaishiki-閉会式 | sluitingsceremonie |
| heikan-閉館 | het dichtgaan [sluiten] (van een bioscoop, museum, bibliotheek etc.) |
| heikan-閉館 | opheffing; sluiting |
| heikanjikan-閉館時間 | sluitingstijd |
| heikō-閉校 | schoolsluiting (tijdelijk of voorgoed) |
| heimon-閉門 | het sluiten van de poort |
| heisa-閉鎖 | afsluiting; sluiting; opheffing; stopzetting |
| heisasuru-閉鎖する | afsluiten; opheffen; stopzetten |
| heishiki-閉式 | beëindiging [afsluiting; afronding] van een ceremonie [plechtigheid] |
| heisho-閉所 | (van instellingen, e.d.) het stoppen met activiteiten; totale sluiting |
| heisoku-閉塞 | blokkade; afsluiting; versperring; belemmering; hindernis; obstructie |
| heisokukan-閉塞感 | gevoel van stagnatie [beperking; opsluiting] |
| heisokusei-閉塞性 | een belemmering; blokkering; afsluiting |
| heisokusuru-閉塞する | blokkeren; afsluiten; belemmeren; verhinderen |
| heiten-閉店 | sluiting(stijd) van een winkel (voor de dag) |
| heiten-閉店 | sluiting [opdoeking; opheffing)] van een winkel |
| hiaringu-ヒアリング | het luisteren; luistervaardigheid |
| hibiki-響き | geluid; klank |
| hibiki-響き | resonantie; vibratie; akoestiek; kwaliteit van een geluid |
| hibiku-響く | (van verre) weerklinken; weergalmen; echoën; ver reiken (geluid) |
| hichō-秘聴 | het afluisteren [aftappen] (van een telefoon) |
| hike-引け | sluiting van een zaak [sessie]; einde van een werkdag, [schoolperiode, etc] |
| hikedoki-引け時 | sluitingstijd (bedrijf, school, e.d.) |
| hikegiwa-引け際 | sluitingstijd; vertrektijd (van kantoor naar huis) |
| hikeru-引ける | sluiten; voorbij [uit; afgelopen] zijn |
| hikitateru-引き立てる | (deuren, luiken, etc.) dichtschuiven |
| himajin-閑人 | iemand die veel vrije tijd [niets te doen] heeft; een luilak |
| hinseki-擯斥 | afwijzing; uitsluiting |
| hirou-拾う | oppikken (geluid, etc.); iemand oppikken [ophalen] |
| hisashi-庇 | dakrand; luifel; baldakijn |
| hisohisobanashi-ひそひそ話 | gefluister; fluisterend praten |
| hitahita-ひたひた | (onomatopee) een kabbelend geluid (als van golven) |
| hitoeni-偏に | volledig, uitsluitend; geheel |
| hitogoe-人声 | (het geluid van) de (menselijke) stem |
| hitorigurashi-一人暮らし | alleen leven [wonen; een kluizenaarsbestaan; vrijgezellen bestaan; celibaat |
| hittingu-ヒッティング | (honkbal) de bal (voluit) slaan (i.t.t. een stootslag geven) |
| hiyaringu-ヒヤリング | het luisteren; luistervaardigheid |
| hiyoku-比翼 | gulpsluiting (van kleding) |
| hiyokushitate-比翼仕立て | gulpsluiting (van kleding) |
| hiyorimi-日和見 | opportunisme; afwachtende houding; besluiteloosheid; de kat uit de boom kijken |
| hōgin-放吟 | het luid [hardop] zingen [reciteren] |
| hōginsuru-放吟する | luid [hardop] zingen [reciteren] |
| hōi-包囲 | (mil.) omsingeling; belegering; insluiting |
| hoissuru-ホイッスル | fluit; fluitje |
| hon-ホン | foon (eenheid die de luidheid van geluid uitdrukt) |
| hongimari-本決まり | (formele) definitieve beslissing; vaststaand besluit |
| honshiken-本試験 | eindexamen; afsluitend examen |
| hoozuki-酸漿 | een kelkblad van de lampionplant dat fungeert als fluitje waar kinderen op blazen |
| horo-母衣 | beschermhoes (voor auto's, e.d.) luifel |
| hototogisu-杜鵑草 | paddenlelie; armeluisorchidee (Tricyrtis hirta) |
| howata-穂綿 | het pluis van de grote lisdodde plant (Typha latifolia), wordt ook als katoen gebruikt |
| hozonbukuro-保存袋 | hersluitbaar bewaarzakje (vaak van plastic) |
| hyō-豹 | luipaard; panter |
| hyōhen-豹変 | (verwijzing naar de vacht van een luipaard) plotselinge verandering van gedrag (en taalgebruik) |
| hyōketsu-票決 | stemming; een besluit bij stemming |
| hyōketsu-表決 | resolutie (over een wetsvoorstel, b.v.); stemmingsbesluit (over het al dan niet goedkeuren van een in stemming gebracht voorstel, e.d.) |
| i-囲 | (in kanji combinaties) insluiten; omringen; omcirkelen; omheinen; omvatten; belegeren; omgeving; omtrek |
| ichinenhokki-一念発起 | besluit om Boeddhistische monnik te worden |
| ikan-尉官 | algemene term voor militaire rangen, zoals onderofficier, kapitein, luitenant en tweede luitenant |
| ikkai-一塊 | brok; klont; klomp; kluit |
| ikoraizā-イコライザー | (voorversterker voor geluidsweergave) equalizer; toonregelaar |
| inja-隠者 | kluizenaar; iemand die in afzondering leeft |
| inshi-隠士 | kluizenaar; iemand die in afzondering leeft |
| inzen-隠然 | onzichtbaar [verborgen; geheim; sluimerend; latent] zijn |
| in'itsu-隠逸 | afzondering; kluizenaarschap |
| in'itsu-隠逸 | kluizenaar |
| iori-庵 | hermitage; kluizenaarshut; kluizenaarscel |
| ishikettei-意思決定 | besluitvorming |
| ishizuki-石突き | de harde basis(kluit] van een groepje paddenstoelen |
| itokuzu-糸屑 | pluis; pluksel; restjes garen [draadjes] |
| itsumin-逸民 | kluizenaar (iemand die in afzondering van de wereld leeft) |
| itsuni-一に | volledig; uitsluitend; helemaal; geheel en al |
| iyāmafu-イヤーマフ | oorbeschermer (geluidisolerend) |
| jakuon-弱音 | zacht [zwak] geluid |
| jippā-ジッパー | ritssluiting; rits |
| jirijiri-じりじり | geknetter; gesis; sissend [knetterend] geluid |
| jishō-時鐘 | bel om een tijdstip van een heel uur te luiden |
| jō-定 | besluit; beslissing; vaststelling |
| jogai-除外 | uitzondering; uitsluiting |
| jogaijōkō-除外条項 | uitsluitingsclausule; uitsluitingsartikel |
| jōi-攘夷 | afkeer [uitsluiting] van vreemdelingen [buitenlanders] (in Japan m.n. in de Bakumatsu periode, 1853-1868) |
| josuru-除する | verwijderen; elimineren; uitsluiten |
| jushinryō-受信料 | kijk- en luistergeld; (tv en radio) abonnementsgeld |
| kabura-鏑 | (afk. voor) een pijl met een fluitje aan de pijlpunt, dat geluid maakt als de pijl wordt afgeschoten; werd gebruikt door samoerai in het feodale Japan |
| kaburaya-鏑矢 | een pijl waar aan de punt een fluitje is bevestigd (dat geluid maakt als de pijl wordt afgeschoten; werd gebruikt door samoerai in het feodale Japan) |
| kaburu-被る | (fotografie) sluieren |
| kaigaramushi-貝殻虫 | schildluis (Hemiptera) |
| kaihei-開閉 | het openen en sluiten |
| kaijō-開錠 | ontgrendeling; ontsluiting |
| kaika-開花 | het ontluiken [tot bloei komen] van bloemen |
| kaion-快音 | een specifiek [herkenbaar] geluid (zoals van een honkbakslag of een brullende motor) |
| kaitouranma-快刀乱麻 | (vakkundige) besluitvaardigheid |
| kakikesu-掻き消す | uitvegen; uitwissen; overstemmen (geluid) |
| kakin-家禽 | tamme vogels; pluimvee |
| kakitsukusu-書き尽くす | voluit schrijven; alles opschrijven [beschrijven] |
| kakoi-囲い | insluiting; afzondering |
| kakomu-囲む | insluiten; omringen; omcirkelen; omheinen; omvatten |
| kakuseiki-拡声器 | megafoon; luidspreker |
| kakutan-喀痰 | sputum; slijm; fluim; spuwsel |
| kakutei-確定 | besluit; beslissing; bepaling; vastlegging; vaststelling |
| kakuteisuru-確定する | besloten [bepaald; vastgesteld] worden; besluiten; vastleggen; ratificeren |
| kamabisushii-囂しい | luid; luidruchtig; rumoerig; lawaaiig |
| kan-管 | een woord om voorwerpen zoals fluiten en penselen te tellen |
| kanakana-かなかな | avondcicade (naar het geluid dat die maakt) |
| kanban-看板 | het sluiten (van een winkel, restaurant, e.d.); sluitingstijd |
| kanbun-漢文 | een Japanse tekst die uitsluitend uit kanji (Chinese karakters) bestaat |
| kanetataki-鉦叩き | een soort krekel (Ornebius kanetataki, zo genoemd omdat het geluid ervan lijkt op het tikken op een metalen bel) |
| kanjin-閑人 | iemand die veel vrije tijd [niets te doen] heeft; een luilak |
| kanka-看過 | veronachtzaming; toegevendheid; oogluiking |
| kankasuru-看過する | iets over het hoofd zien; toleren; door de vingers zien; oogluikend toestaan |
| kankin-監禁 | opsluiting; hechtenis; internering |
| kanko-歓呼 | luid gejuich; gejubel; geschreeuw van vreugde |
| kanpū-完封 | blokkade; obstructie; blokkering; afsluiting |
| kanyū-加入 | toetreding; aansluiting; lidmaatschap; inschrijving |
| kanyūsuru-加入する | toetreden; zich aansluiten; lid worden |
| karakara-からから | (onomatopee) geklapper; geratel; luid gelach |
| karamitsuku-絡みつく | (om)strengelen; omvatten; omsluiten |
| karigane-雁が音 | roep [geluid] van een wilde gans |
| kasakasa-かさかさ | (onomatopee) ritselend (geluid) |
| kashigamashii-囂しい | luidruchtig; lawaaiig |
| kashikinko-貸金庫 | safeloket; kluis(je) |
| kashimashii-囂しい | luidruchtig; lawaaiig |
| katamari-塊 | kluit (aarde); brok; homp (vlees) |
| katsuyakukin-括約筋 | sluitspier |
| kawaita-乾いた | schril; scherp (geluid, e.d.) |
| kawaoto-川音 | het geruis [gekabbel] van een rivier; geluid van stromend (rivier) water |
| keba-毛羽 | dons; pluis |
| kedama znw.-毛玉 | pluis; wolballetje (in weefsel) |
| kedarui-気怠い | lui; lusteloos |
| keichō-傾聴 | het aandachtig luisteren |
| keigu-敬具 | Hoogachtend (formele standaarduitdrukking om een brief af te sluiten) |
| keiteki-警笛 | alarmfluit; (ge)toeter; (mist)hoorn |
| keiyakusuru-契約する | contracteren; een contract afsluiten |
| kejirami-毛虱 | schaamluis; platluis (Pthirus pubis) |
| ken-喧 | (in kanji combinaties) luidruchtig; lawaaierig; lawaaiig rumoerig |
| kēna-ケーナ | quena (de traditionele fluit van de Andes) |
| ken'un-巻雲 | vederwolken; sluierbewolking |
| kessan-決算 | afsluiting (in de boekhouding van het kasboek) |
| kesshin-決心 | beslissing; voornemen; besluit |
| kesshinsuru-決心する | beslissen; besluiten; zich voornemen |
| ketai-懈怠 | luiheid; onzorgvuldigheid; gemakzucht |
| ketatamashii-けたたましい | luidruchtig; lawaaiig; snerpend |
| ketoru-ケトル | ketel; waterketel; fluitketel; waterkoker |
| ketsugi-決議 | besluit; beslissing; resolutie |
| ketsui-決意 | besluit; (vast) voornemen; bedoeling; vastberadenheid |
| ketsumei-結盟 | het aangaan van een alliantie [bondgenootschap]; het sluiten van een verbond |
| kettei-決定 | beslissing; besluit; vaststelling |
| ketteisuru-決定する | beslissen; besluiten; vaststellen |
| kikibeta-聞き下手 | een slechte luisteraar |
| kikidasu-聞き出す | beginnen te luisteren |
| kikihoreru-聞き惚れる | in vervoering gebracht worden (door muziek); met overgave luisteren |
| kikiireru-聞き入れる | goed luisteren naar; (iemand's advies) volgen; toestemmen; toegeven |
| kikiiru-聞き入る | aandachtig [in vervoering] luisteren naar; opgaan in |
| kikijōzu-聞き上手 | een goede luisteraar |
| kikikaesu-聞き返す | iets opnieuw beluisteren |
| kikikata-聞き方 | manier van luisteren [vragen] |
| kikikomi-聞き込み | het verkrijgen van informatie door te luisteren [vragen] |
| kikimimi-聞き耳 | het aandachtig luisteren |
| kikioboe-聞き覚え | het leren door luisteren |
| kikioboeru-聞き覚える | iets leren door luisteren (een taal b.v.) |
| kikite-聞き手 | toehoorder; luisteraar |
| kikitori-聞き取り | luistervaardigheid in [auditief begrip van] een vreemde taal |
| kikitori-聞き取り | het luisteren naar anderen; het opdoen van informatie [kennis] door luisteren |
| kikitsukeru-聞きつける | horen; (geluid; woorden) opvangen |
| kikiwake-聞き分け | het goed luisteren; redelijkheid; volgzaamheid |
| kikiwakeru-聞き分ける | goed kunnen [willen] luisteren; redelijk [volgzaam] zijn |
| kikiwakeru-聞き分ける | goed kunnen horen; geluiden goed kunnen onderscheiden |
| kikiyaku-聞き役 | (de rol van) luisteraar |
| kikoshimesu-聞こし召す | (een zeer respectvolle term voor) horen; luisteren; vragen |
| kiku-聞く | horen; luisteren; vernemen |
| kimayoi-気迷い | besluiteloosheid |
| kimeru-決める | beslissen; vaststellen; besluiten |
| kinda-勤惰 | ijver en luiheid; aanwezigheid en afwezigheid (op het werk) |
| kingoku-禁獄 | gevangenschap; opsluiting. |
| kingokusuru-禁獄する | gevangen zetten; opsluiten |
| kinko-禁固 | gevangenisstraf; gevangenneming; opsluiting; hechtenis |
| kinko-金庫 | kluis; safe |
| kinkoyaburi-金庫破り | het kraken van een brandkast [kluis] |
| kinpaku-謹白 | (briefsluiting) hoogachtend |
| kinsoku-禁足 | opsluiting; huisarrest; bewegingsbeperkende maatregel; disciplinaire straf (b.v. waarbij politie-ambtenaren alleen kantoorwerk mogen doen) |
| kintai-勤怠 | ijver en luiheid; aanwezigheid en afwezigheid op het werk |
| kirinō-切り能 | vijfde en laatste (afsluitende) stuk van een dagvoorstelling in het Nō-theater |
| kisuru-期する | besluiten; (vooraf) beslissen; een besluit nemen |
| kīsutōn-キーストーン | hoeksteen; sluitsteen |
| kiteki-汽笛 | het geluid van een stoomfluit |
| kiteki-汽笛 | een stoomfluit |
| koe-声 | dierengeluid (van een vogel, insect, e.d.) |
| kōei-高詠 | het hardop [luid] zingen |
| kōgen-巧言 | vleierij; pluimstrijkerij |
| kogoe-小声 | zachte stem; gefluister |
| koji-居士 | kluizenaar; erudiet persoon (niet in overheidsdienst) |
| kōkansuru-交歓する | beleefdheden uitwisselen; verbroederen; vriendschap sluiten |
| kōkin-拘禁 | gevangenis; hechtenis; opsluiting |
| kokusuru-哭する | bewenen; luid klagen; jammeren |
| kōmon-閘門 | sluis; sluisdeur; sluispoort; schutsluis |
| komoru-籠る | zichzelf opsluiten [afzonderen]; binnen blijven |
| korokoro-ころころ | (onomatopee) rollend; klaterend (geluid) |
| kōshō-高唱 | het hardop [met luide stem] zingen |
| kosodoro-こそ泥 | insluiper; kruimeldief |
| kosokoso-こそこそ | (onomatopee) stiekem; fluisterend; steels |
| kossori-こっそり | (onomatopee) in het geheim; heimelijk; stiekem; verborgen; sluipend |
| kosuru-鼓する | een muziekinstrument bespelen; luiden; bellen |
| koteki-鼓笛 | (drum en fife) trommel en fluit |
| kotsukotsu-こつこつ | (geluid van) kloppen; tikken |
| kōwa-高話 | (met) luide stem |
| kowadaka-声高 | een harde [luide] stem |
| kowane-声音 | stemgeluid; toon; timbre |
| kuchibue-口笛 | (met de mond) het fluiten; gefluit; fluitje |
| kuda-管 | (afk. voor) (muziekinstrument) pijpfluit (kleine buisvormige fluit die op het slagveld wordt gebruikt) |
| kudanofue-管の笛 | (muziekinstrument) pijpfluit (kleine buisvormige fluit die op het slagveld wordt gebruikt) |
| kuinabue-水鶏笛 | een fluit om watervogels te lokken |
| kumu-組む | (zich) verenigen; samengaan; aansluiten (bij) |
| kurido-繰り戸 | schuifluik |
| kurikomu-繰り込む | bevatten; insluiten; inbegrepen zijn |
| kuru-繰る | (open)schuiven; (één voor één) openen [sluiten] (luiken, e.d.) |
| kusabue-草笛 | rietfluit; riet [tong] (van blaasinstrument) |
| kusege-癖毛 | weerbarstig [pluizig; krullend] haar |
| kusekke-癖っ毛 | weerbarstig [pluizig; krullend] haar |
| kutsugaesu-覆す | (een besluit, e.d.) overrulen; terzijde schuiven; verwerpen |
| kutsurogu-寛ぐ | luieren; zich ontspannen; relaxen; doen alsof men thuis is |
| kyappu-キャップ | dop; beschermkapje; sluiting |
| kyōjaku-強弱 | hard [luid] en zacht; beklemtoning |
| kyōon-跫音 | het geluid van voetstappen |
| kyūjō-休場 | sluiting van een theater, circus, attractie, etc. |
| kyūkan-休館 | sluiting [het gesloten zijn] (van een gebouw, zoals een museum, bibliotheek, etc.) |
| kyūkanbi-休館日 | sluitingsdag; dag dat iets gesloten is (van een museum, etc.) |
| kyūkō-休校 | (tijdelijke) schoolsluiting |
| mabisashi-目庇 | een smalle luifel boven een raam |
| madorosu・paipu-マドロス・パイプ | matrozenpijp, een (tabaks)pijp met een grote kop en gebogen steel (werd vaak door zeelui gebruikt) |
| maeaki-前開き | (bij kleding) opening (en sluiting) aan de voorkant |
| maebike-前引け | sluiting van de ochtendsessie (handel) |
| maedate-前立て | veer; (helm)pluim |
| mafurā-マフラー | geluiddemper; knaldemper; knalpot (voor de uitlaat van een voertuig) |
| mahha-マッハ | mach (verhouding tussen stromingssnelheid (b.v. bij het vliegen) en de snelheid van het geluid; vernoemd naar Ernst Mach) |
| maigo-迷子 | een bepaalde variant van begeleidende kabuki muziek [geluidseffecten] |
| maruchibokkusu-マルチボックス | multibox (draagbare aansluitingsdoos met meerdere connectoren) |
| masatsuon-摩擦音 | een fricatief (medeklinker met wrijvend of sissend geluid, zoals f, s, ch) |
| masutā-マスター | de originele geluidsopname; master-opname |
| mateki-魔笛 | De Toverfluit (Die Zauberflöte, opera van Mozart) |
| mateki-魔笛 | toverfluit |
| matsubi-末尾 | (van documenten, e.d.) het einde; het laatste stuk [deel]; de afsluiting |
| matsukaze-松風 | (het geluid van) de wind die waait door de dennenbomen |
| mayoibashi-迷い箸 | eetstokjes die men besluiteloos van gerecht naar gerecht beweegt zonder iets te nemen (onjuist gebruik van eetstokjes) |
| mebaeru-芽生える | ontkiemen; ontluiken; ontspruiten; uitlopen; opbloeien |
| mebuku-芽吹く | ontkiemen; ontluiken; uitbotten |
| megafon-メガフォン | megafoon; luidspreker |
| megahon-メガホン | megafoon; luidspreker |
| meidō-鳴動 | gerommel; rommelend geluid; gedreun |
| meishō-鳴鐘 | het luiden van een klok [tempelbel] |
| mekoboshi-目溢し | oogluiking; medeweten; het door de vingers zien |
| meutsuri-目移り | afgeleid zijn; gebrek aan concentratie; besluiteloosheid |
| mikisā-ミキサー | mixer (groente- of fruitmixer; cementmixer; geluidsmixer) |
| mikkō-密行 | het rondsluipen |
| mikkōsuru-密行する | rondsluipen |
| mimikosuri-耳擦り | gefluister |
| mimikosurisuru-耳擦りする | fluisteren |
| mimiuchi-耳打ち | fluistering; het (iem.) iets in het oor fluisteren |
| mimiuchisuru-耳打ちする | (iem.) iets in het oor fluisteren |
| mimizunaku-蚯蚓鳴く | het geluid van de regenwormen (in de (regenachtige) herfstnacht; wordt gebruikt als uitdrukking voor eenzaamheid) |
| minakuchi-水口 | inlaatsluis voor rijstvelden |
| mippei-密閉 | hermetische afsluiting; het goed [hermetisch; luchtdicht] afsluiten |
| misejimai-店仕舞い | het voorgoed sluiten van [stoppen met] een winkel [zaak; bedrijf] |
| misejimai-店仕舞い | het sluiten van een winkel (op een bepaalde tijd van de dag) |
| missen-密栓 | het afdoppen [hermetisch afsluiten; verzegelen]; luchtdichte stop |
| missensuru-密栓する | afdoppen; (hermetisch) afsluiten; verzegelen |
| mizenkei-未然形 | (taalkunde) mizenkei (irrealis vorm; gebruikt als aansluitvorm voor optatief, negatief, passief, causatief) |
| mizuho-瑞穂 | jonge, vruchtbare rijstaar [rijstpluim] |
| moederu-萌え出る | ontkiemen; ontluiken; uitbotten; uitlopen |
| mogaribue-虎落笛 | het fluitende geluid van een winterse wind die door een bamboe hek waait |
| monogusa-物臭 | luiheid; sloomheidheid; luiaard; een lui iemand |
| monooto-物音 | een geluid; klank |
| mudameshi-無駄飯 | een lui leventje; leven zonder te werken |
| mugeni-無下に | volledig; zonder meer; uitsluitend |
| mukyū-無休 | (van winkels, bedrijven, etc) het hele jaar geopend zijn (geen sluitingsdagen) |
| muon-無音 | geluidloosheid |
| murahachibu-村八分 | uitsluiting uit de dorpsgemeenschap |
| naa-なあ | (in het begin van de zin) kijk [luister] (eens); zeg, ...; hoor eens even; tja... |
| nagarazoku-ながら族 | mensen (leeringen; studenten) die de gewoonte hebben tijdens het studeren te luisteren naar muziek, radio enz. |
| nagasu-流す | stromen; golven (geluid; elektriciteit) |
| naitei-内定 | informeel [inofficieel] [aanbod; besluit]; voorlopige beslissing |
| nakagiri-中限 | transactie waarvan de leveringsdatum is in de volgende maand na het sluiten van het verkoopcontract |
| nakajime-中締め | het iets halverwege afsluiten (beëindigen) |
| nakamairi-仲間入り | het zich aansluiten bij [toetreding tot] (een groep) |
| nakigoe-鳴き声 | dierengeluiden (geblaf, gehinnik, gekwaak, gefluit, gemiauw, etc.) |
| naku-鳴く | (het geluid maken van dieren) piepen; zingen; tjilpen; huilen; krijsen |
| namakemono-怠け者 | luiaard; luierik; lui mens |
| namakemono-樹懶 | (zoogdier) luiaard; ai; oenau |
| namakeru-怠ける | (werk, studie, e.d.) verwaarlozen; lui zijn; niet hard genoeg werken |
| namanie-生煮え | vaag [besluiteloos; halfbakken] zijn |
| namimakura-波枕 | het geluid van de golven bij nacht (als je in bed ligt) |
| nanoru-名乗る | namen geven aan vogels en insecten naar het geluid dat ze maken |
| narasu-鳴らす | laten klinken (rinkelen; bellen; fluiten; klappen; rammelen, etc.) |
| narazumono-ならず者 | nietsnut; luiwammes; lanterfanter |
| nareau-馴れ合う | vriendschap sluiten; goed kunnen opschieten met elkaar; intiem worden; een geheime relatie aangaan |
| nari-鳴り | het klinken; de klank; het gerinkel; geluid; resonantie |
| naritatsu-成り立つ | (een deal) sluiten; voltooien; afronden; tot een overeenkomst komen |
| naru-鳴る | klinken; luiden; bellen; rinkelen; slaan (van een klok bv.) |
| naruko-鳴子 | een ratel (van bamboestokjes op een houten plank, en door eraan te trekken komt er geluid uit), wordt gebruikt om vogels weg te jagen van de velden |
| ne-音 | (in kanji combinaties) geluid; toon; klank |
| nekoashi-猫足 | het sluipen; geruisloos lopen (als een kat) |
| nemimi-寝耳 | geluiden die je hoort terwijl je slaapt |
| netakiri-寝たきり | bedlegerig zijn; aan bed gekluisterd zijn |
| nigiwasu-賑わす | opluisteren; verlevendigen; verrijken; populair maken |
| nikuhaku-肉薄 | het dichterbij komen; dicht benaderen; insluiten; achtervolgen; inhalen |
| niyoreba-によれば | volgens; naar verluidt; op basis van (informatie van iemand [iets]) |
| noboriryū-昇り竜 | witte kluiszwam (de paddestoel Helvella crispa) |
| nobutoi-野太い | (van een stem) luid; hard; schor |
| noizu-ノイズ | (hard) geluid; lawaai; ruis |
| nokeru-退ける | uitsluiten; wegnemen; weglaten |
| noramusuko-のら息子 | een luie [losbandige] zoon |
| norarikurari- のらりくらり | (onomatopee) lui; doelloos; vaag, ontwijkend |
| noriutsugi-糊空木 | pluimhortensia (Hydrangea paniculata) |
| nozoku-除く | uitzonderen; uitsluiten; weglaten; overslaan; (fig.) aan de kant zetten |
| nukeura-抜け裏 | korte(re) weg; vluchtroute; sluiproute; achterweg |
| nukiashi-抜き足 | zachte voetstappen; het sluipend [op de tenen] lopen |
| nurakura-ぬらくら | lui; gemakzuchtig; sloom; doelloos |
| nurakurasuru-ぬらくらする | glad [slijmerig] zijn; ontwijkend zijn; lui [gemakzuchtig] zijn |
| nusumiashi-盗み足 | het zachtjes lopen [sluipen] |
| nusumigiki-盗み聞き | het afluisteren |
| nusumigikisuru-盗み聞きする | afluisteren |
| nyūbu-入部 | toetreding; aansluiting; inschrijving (bij een club, e.d.) |
| nyūshin-入信 | het zich bij een geloof aansluiten; zich bekeren; bekeerd worden |
| nyūtō-入党 | het zich aansluiten bij [toetreden tot] een politieke partij |
| obekka-おべっか | vleierij; pluimstrijkerij |
| ōbō-王法 | koninklijk besluit |
| ōchaku-横着 | lui [een lijntrekker] zijn; slordig zijn |
| ochanoko-お茶の子 | een makkelijk klusje; een makkie; een fluitje van een cent |
| ōdio-オーディオ | audio; geluid |
| ofuregaki-御触書 | (Edo periode) algemene kennisgeving aan de bevolking (van een regeling, besluit, bevel, e.d.) |
| oikomu-追い込む | ergens in jagen; insluiten |
| okura-お蔵 | het annuleren [sluiten; beëindigen] van een project, productie, toneelvoorstelling, etc. |
| omoiamaru-思い余る | niet meer weten wat te doen; besluiteloos zijn; iets niet meer kunnen volhouden |
| omoitatsu-思い立つ | bedenken; van plan zijn; besluiten; beslissen; een besluit [beslissing] nemen |
| omunibasu-オムニバス | (boek) omnibus; verzameluitgave |
| omutsu-お襁褓 | (baby) luier |
| on-音 | geluid; klank |
| onkyō-音響 | geluid; echo; weerklank; weergalm; resonantie; akoestiek |
| onpa-音波 | geluidsgolf |
| onryō-音量 | (geluid)volume |
| onsei-音声 | stem(geluid); audio |
| onseitajūhōsō-音声多重放送 | audiomultiplex-uitzending; geluidsuitzending via meerdere kanalen |
| onsoku-音速 | geluidssnelheid; de snelheid van het geluid |
| oogiri-大切り | einde; afsluiting; afronding |
| oogoe-大声 | een luide [harde] stem |
| oowaraisuru-大笑いする | schaterlachen; luid [bulderend] lachen; brullen van het lachen |
| ōraru・apurōchi-オーラル・アプローチ | talenstudie d.m.v. conversatie, luistertoetsen, e.d. |
| oriau-折り合う | een overeenkomst bereiken; tot een akkoord komen; een compromis sluiten |
| oriru-下りる | naar beneden komen; dalen; vallen; (b.v.gordijn; luiken; lift) |
| oshikomeru-押し込める | instoppen; induwen; inpersen; stouwen; opsluiten |
| oshikomu-押し込む | inproppen; insteken; instoppen; binnenduwen; opsluiten |
| oshimai-お仕舞い | einde; afsluiting; slot |
| oshimai-お仕舞い | het sluiten; beëindigen |
| oshite-押し手 | de linkerhand bij het bespelen van snaarinstrumenten zoals luit, citer, e.d. |
| otaiko-お太鼓 | vleier; pluimstrijker; strooplikker; slijmbal |
| oto-音 | geluid; klank; lawaai |
| paburikku・akuseputansu-パブリック・アクセプタンス | publieke [openbare] acceptatie (acceptatie door de lokale bevolking voor belangrijke besluiten van de overheid) |
| pachipachi-ぱちぱち | geklik (het repeterende geluid van achter elkaar foto schieten) |
| pachipachi-ぱちぱち | geknetter; knappend geluid |
| pairu-パイル | (textiel) pluis; nop |
| pakupaku-ぱくぱく | (onomatopee) herhaaldelijk openend en sluitend (van de mond); naar lucht happend |
| panpaipu-パンパイプ | panfluit |
| panpan-ぱんぱん | (onomatopee) pang pang; geluid van geknal [schoten; vuurwerk, etc.) |
| parapara-ぱらぱら | (onomatopee) in kleine hoeveelheden (druppels, e.d.) naar beneden vallend (het geluid daarbij): gedruppel; gekletter |
| parōru-パロール | (een term van de taalkundige Ferdinand de Saussure) taaluiting; woorden (concreet taalgebruik) |
| patapata-ぱたぱた | (geluid van) gekletter (regen); getrippel (voeten); geklapper (doek, etc.); geflapper (vleugels) |
| patchi-パッチ | strakke [nauwsluitende] broek |
| pawā・anpu-パワー・アンプ | (afk. voor power amplifier) eindversterker (bij geluidsinstallaties) |
| petapeta-ぺたぺた | (onomatopee) (geluid van) herhaaldelijk contact maken; getik; (zacht) geklop; het herhaaldeijk stempelend; beschilderend; besmeurend |
| piipii-ぴいぴい | (onomatopee) piepend; fluitend; tjirpend; huilend; jankend |
| piripiri-ぴりぴり | (onomatopee) fluitend (geluid) |
| piripiri-ぴりぴり | (onomatopee) scheurend (geluid) |
| pochapocha-ぽちゃぽちゃ | (onomatopee) het geluid van opspattend water |
| pokanto-ぽかんと | met een krak [klap; bons] (geluid) |
| pokkuri-ぽっくり | het geluid van de hoeven van een paard dat stapvoets loopt |
| pororito-ぽろりと | (onomatopee) geluid van iets dat uit de handen glijdt |
| pororito-ぽろりと | (onomatopee) geluid van het vallen van een druppel [traan] |
| potarito-ぽたりと | (onomatopee) (geluid van) gedruppel; druppelend; druipend |
| pōtto-ぽうっと | scherp [schril] geluid |
| pūpū-ブーブー | (onomatopee) knor-knor (geluid van een varken) |
| puragu-プラグ | plug; stekker; aansluiting |
| puraimu・taimu-プライム・タイム | primetime (zendtijd met de grootste luister- of kijkdichtheid) |
| purodakuto・purēsumento-プロダクト・プレースメント | sluikreclame; merkreclame (in film of tv) |
| pyūpyū-ぴゅうぴゅう | (onomatopee) scherp [schril] [hoog] fluitend geluid van wind of projectielen |
| raibu-ライブ | (geluid) veel weergalm; weerkaatsing; echo |
| raichōsuru-来聴する | bijwonen; aanwezig zijn; komen luisteren naar |
| rajio・kā-ラジオ・カー | radiowagen; auto met een geluidsinstallatie |
| raku-絡 | (in kanji combinaties) verbinding; verband; verstrengelen; bij elkaar blijven; aansluiten |
| ranchikisawagi-乱痴気騒ぎ | wild [luidruchtig; losbandig] vermaak; orgie |
| randa-懶惰 | luiheid; laksheid; gemakzuchtigheid |
| raudosupīkā-ラウドスピーカー | luidspreker |
| reginsu-レギンス | legging; nauwsluitende broek; maillot zonder voeten |
| rekōdingu-レコーディング | geluidsopname |
| renzu・shattā-レンズ・シャッター | lens sluiter (camera) |
| reopon-レオポン | leopon (kruising tussen een leeuwin en een mannelijke luipaard) |
| reppaku-裂帛 | (het geluid van) scheuren of knippen van een stuk stof |
| reppaku-裂帛 | een luide [schrille] kreet [schreeuw] |
| rēzā・disuku-レーザー・ディスク | laserdisk; Cd-video (een analoge optische schijf voor het bewaren van beeld en geluid) |
| rīdo-リード | rietfluit; rietje (van blaasinstrument) |
| rigōdā-リコーダー | blokfluit |
| rikōdā-リコーダー | blokfluit |
| rīku-リーク | lekkage (van electriciteit); stroomlekkage; kortsluiting |
| rikushō -陸将 | (militaire rang) luitenant-generaal |
| rin-鈴 | bel; belgeluid |
| ringi-稟議 | besluitvorming via circulerende memo's binnen een bedrijf (i.p.v. vergaderen) |
| rinto-凛と | (geluid) resonerend; weerklinkend; helder |
| rōjō-籠城 | opsluiting [opgesloten zitten] in huis; binnenshuis blijven |
| rokkā-ロッカー | locker; afsluitbaar kastje; kluisje |
| rokku-ロック | slot; op slot doen; afsluiten |
| rokkuauto-ロックアウト | lock-out (sluiting van de werkplek [het wegzenden van werknemers] als middel tegen stakingen) |
| rokunusubito-禄盗人 | (beledigende term voor) iemand die zijn salaris niet waard is; (luie) mensen zonder talent [bekwaamheden] die toch een hoog salaris krijgen |
| rokuon-録音 | geluidsopname |
| rokuonsuru-録音する | opnemen (geluid) |
| rōrerai-ローレライ | Lorelei, een legendarische nimf die zeelui verleidde met haar mooie zangstem en ze schipbreuk liet lijden |
| ryūjo-柳絮 | wilgenpluis(jes) |
| ryūryō-嚠喨 | welluidendheid |
| ryūto-リュート | luit (snaarinstrument) |
| sa-鎖 | (in kanji combinaties) ketting; slot; vergrendeling; sluiting |
| sabita-さびた | pluimhortensia (Hydrangea paniculata) |
| sadameru-定める | beslissen; besluiten; bepalen; vastleggen (datum, afspraak) |
| saezuru-囀る | (van vogels) zingen; tjilpen; kwetteren; fluiten |
| saihai-再拝 | respectvolle term als afsluiting van een brief |
| sairen-サイレン | sirene (geluidssignaal) |
| sairensā-サイレンサー | geluiddemper; geluidsdemper |
| sairento-サイレント | stil; geluidloos; rustig |
| sairento-サイレント | een stomme film (beeld zonder geluid) |
| sakoku-鎖国 | afsluiting van het land (duidt op de periode dat Japan zich had afgesloten van de rest van de wereld, met uitzondering van Nederland en China) |
| sakouben-左顧右眄 | het naar links en rechts kijken; besluiteloosheid; het niet kunnen kiezen |
| sandanronpō-三段論法 | syllogisme; sluitrede |
| sanjō-三乗 | (boeddh.) de drie wegen [voertuigen; methoden] om de waarheid te bereiken (spreken-luisteren, verlichting, bodhisattva) |
| sankai-散会 | opheffing van een bijeenkomst; sluiting van een vergadering |
| sanpuringu-サンプリング | het hergebruiken van geluiden of fragmenten |
| sanran-燦爛 | schitterend [glansrijk; luisterrijk; helder schijnend] zijn |
| sanzen-燦然 | briljantie; luister; schittering |
| sasamegoto-私語 | gefluister |
| sashiashi-差し足 | zachte voetstappen; het sluipend [op de tenen] lopen |
| saundo-サウンド | geluid |
| saundoāto-サウンドアート | geluidskunst |
| saundo・chekku-サウンド・チェック | geluidstest |
| saundo・efekuto-サウンド・エフェクト | geluidseffecten |
| saundo・kādo-サウンド・カード | geluidskaart |
| saundo・supekutorogurafu-サウンド・スペクトログラフ | geluidsspectrograaf |
| saundo・torakku-サウンド・トラック | soundtrack; geluidsspoor; filmmuziek |
| sawagu-騒ぐ | stampij [drukte] maken (om iets); luid protesteren |
| sayasaya-さやさや | (onomatopee) zacht geruis; een ruisend geluid |
| sazameku-さざめく | luidruchtig zijn; onstuimig doen |
| seichō-清聴 | het aandachtig beluisteren; respectvolle aandacht |
| seichō-静聴 | het rustig [aandachtig] luisteren |
| seidan-聖断 | keizerlijk besluit |
| seion-声音 | stemgeluid |
| seion-清音 | helder geluid |
| seirei-政令 | regeringsverordening; kabinetsbesluit |
| seisai-精彩 | pracht; praal; luister |
| seiyaku-成約 | het afsluiten van een contract |
| sejō-施錠 | vergrendeling; sluiting |
| sekisei-寂静 | totale stilte [rust]; geluidloosheid |
| sendenkā-宣伝カー | reclamewagen; luidsprekerwagen |
| senjutsu-仙術 | bovenaardse krachten [geheim van onsterfelijkheid] van een bergkluizenaar [heremiet] |
| senkai-仙界 | plek waar kluizenaars wonen; afgelegen retraite |
| senkotsu-仙骨 | kluizenaarsbestaan; het uiterlijk van een kluizenaar |
| sennin-仙人 | kluizenaar; iemand die de wereld van bekommeringen e.d. achter zich heeft gelaten |
| sennyū-潜入 | insluiping; infiltratie; het heimelijk binnengaan |
| setsuzoku-接続 | verbinding; aansluiting; lasnaad; knooppunt |
| setsuzokusuru-接続する | verbinden; aansluiten; samenvoegen; vastmaken |
| settoōru-セットオール | gelijke stand in sets bij tennis, tafeltennis, e.d. (waarna een afsluitende set wordt gespeeld om een winnaar aan te wijzen) |
| shā-シャー | het (geluid van) blazen; sissen (b.v. van een kat) |
| shagiri-しゃぎり | (kyōgen) een vrolijke fluitmelodie |
| shakuhachi-尺八 | Japanse bamboefluit (met 5 gaatjes) |
| shaonheki-遮音壁 | geluidsscherm; geluidswal |
| shatoru-シャトル | (badminton) shuttle; pluimbal |
| shatorukokku-シャトルコック | (badminton) shuttle; pluimbal |
| shattā-シャッター | rolluik; sluiter (camera) |
| shattāsokudo-シャッター速度 | (fotografie) sluitertijd |
| shattā・chansu-シャッター・チャンス | beste sluitertijd om een foto te nemen |
| shattoauto-シャットアウト | uitsluiting |
| shibui-渋い | scherp; hard (geluid) |
| shichō-視聴 | het beluisteren en bekijken (film, video, e.d.) |
| shichō-試聴 | het beluisteren van muziek (b.v. cd's) voor het te kopen |
| shigo-私語 | gefluister |
| shikekomu-しけ込む | zich ergens terugtrekken; zichzelf opsluiten [afzonderen] |
| shimai-仕舞い | einde; afsluiting; voltooiing |
| shimaru-閉まる | dichtgaan; (zich) sluiten |
| shimau-仕舞う | sluiten; ophouden (met) |
| shime-締め | afronding; afsluiting; voltooiing |
| shimekiribi-締め切り日 | sluitingsdatum; deadline |
| shimeru-閉める | dichtdoen; dicht maken; sluiten; beëindigen |
| shingenbukuro-信玄袋 | een stoffen draagtas (met platte bodem en een touwsluiting) |
| shinifie-シニフィエ | (taalkunde) vorm; teken; geluid (signified) |
| shinobiashi-忍び足 | zachte voetstappen; het sluipend [op de tenen] lopen |
| shinobikomu-忍び込む | insluipen; ergens naar binnen sluipen |
| shinobiyoru-忍び寄る | naderbij sluipen [kruipen] |
| shinrei-振鈴 | het geluid [het luiden] van een bel [klok] |
| shinzan-新参 | aansluiting bij een nieuwe groep |
| shinzan-新参 | de persoon die zioch aansluit bij een nieuwe groep |
| shirami-虱 | luis |
| shīringu-シーリング | verzegeling; afsluiting |
| shiriomo-尻重 | luiaard; luilak; luiwammes; nietsnut |
| shisutemu・konpōnento-システム・コンポーネント | een stereo set [stereotoren] (bestaande uit afspeelapparatuur, versterker en luidspreker) |
| shīsu・shiruetto-シース・シルエット | recht [nauwsluitend] silhouet (van kleding) |
| shizumaru-静まる | kalmeren; kalm [stil] worden; verstommen (van geluid) |
| shōfū-松風 | (het geluid van) de wind die waait door de dennenbomen |
| shōi-少尉 | 2de luitenant (de laagste rang van de officieren) |
| shoki-所記 | (taalkunde) vorm; teken; geluid (signified) |
| shōon-消音 | geluiddemping |
| shōonki-消音器 | geluiddemper; geluidsdemper |
| shōrai-松籟 | het geluid van de wind die waait door pijnbomen |
| shōrai-松籟 | het geluid van een kokende theeketel |
| shōrei-省令 | ministrieel besluit; ministeriële verordening |
| shōsei-鐘声 | klokgelui; het (geluid van het) luiden van een klok [bel] |
| shōto-ショート | (short circuit) kortsluiting |
| shōto・sākitto-ショート・サーキット | kortsluiting |
| shūgi-衆議 | publieke discussie; volksraadpleging; meerderheidsbesluit |
| shūgyō-終業 | einde van de werkdag; kantoor sluitingstijd |
| shūjoku-就褥 | het ziek zijn; aan het bed gekluisterd [gebonden] zijn |
| shūkan-収監 | opsluiting; gevangenzetting; insluiting; detentie; internering |
| shūketsu-終結 | einde; slot; afsluiting |
| shunjun-逡巡 | aarzeling; besluiteloosheid |
| shūryō-終了 | einde; afsluiting; conclusie; beëindiging; voltooiing |
| shuso-首鼠 | aarzelend [besluiteloos; afwachtend] zijn |
| shūsoku-終息 | beëindiging; afsluiting (m.n. van een moeilijke situatie) |
| sōan-僧庵 | monnikscel; kluizenaarshut |
| sobadateru-欹てる | aandachtig luisteren; de oren spitsen |
| sōdō-草堂 | (stro)hut; kluizenaarshut; eenvoudig huisje |
| sogeki-狙撃 | het scherpschieten; sluipschieten; schieten vanuit een hinderlaag |
| sogekihei-狙撃兵 | scherpschutter; sluipschutter |
| sōon-騒音 | lawaai; herrie; wanklank; geluidsoverlast |
| sōonkōgai-騒音公害 | geluidsoverlast |
| sorane-空音 | geluid dat men meent te horen maar er niet echt is; vermeend dierengeluid |
| sōsō-淙淙 | (het geluid van stromend water) gekabbel; gemurmel |
| sōsō-草草 | korte slotzin (als afsluiting in een brief, voorafgaande aan de ondertekening) |
| sosokeru-そそける | pluizig [donzig] worden |
| sōzen-騒然 | (騒然たる, bnw.) lawaaiig; luidruchtig; onrustig |
| suimei-吹鳴 | (het) fluiten; blazen op een fluit, e.d. |
| suimon-水門 | sluis; sluisdeur |
| sukōkā-スコーカー | luidsprekersysteem voor middentonen |
| sumu-澄む | (van geluid) goed [helder; zuiver] klinken |
| sunappu-スナップ | drukknoop (kleding; knipsluiting) |
| sunēku・auto-スネーク・アウト | wegsluipen; naar buiten sluipen |
| sunēku・in-スネーク・イン | binnensluipen; naar binnen sluipen |
| supīkā-スピーカー | luidspreker; speaker |
| suriban-擦り半 | alarmbel bij brand(gevaar) in de buurt, die zonder ophouden wordt geluid |
| suribanshō-擦り半鐘 | alarmbel bij brand(gevaar) in de buurt, die zonder ophouden wordt geluid |
| suritto・kamera-スリット・カメラ | een camera zonder sluiter, maar met een smalle spleet waar het licht doorheen valt (stripfotografie of spleetfotografie) |
| sutanbai-スタンバイ | in de sluimerstand staan (van apparaten) |
| sutoppā-ストッパー | afsluiter; stopper (voor deuren, machines, e.d.) |
| tachigiki-立ち聞き | het afluisteren; toevallig horen [opvangen] |
| tachigikisuru-立ち聞きする | afluisteren |
| tachikaze-太刀風 | het zoevende geluid [geruis] van een zwaardslag; de wind veroorzaakt door een zwaardslag |
| tachikomeru-立ち込める | hangen in [over]; versluieren; bedekken; (om)hullen; maskeren; afschermen |
| taida-怠惰 | luiheid; nalatigheid |
| taii-大尉 | kapitein (bij het leger); luitenant (bij de marine) |
| taisei-大声 | een luide [harde] stem |
| taishō-大笑 | luid gelach; schaterlach |
| taito-タイト | strak; nauwsluitend |
| takabanashi-高話 | (met) luide stem |
| takaibiki-高鼾 | luid gesnurk |
| takaraka-高らか | luid |
| takawarai-高笑い | een luide lach; lachsalvo; gehinnik |
| tamerau-躊躇う | aarzelen; weifelen; besluiteloos zijn; twijfelen |
| tāminaru-ターミナル | (techniek) aansluitklem; contactklem |
| tan-痰 | slijm; fluim; sputum |
| tanraku-短絡 | kortsluiting |
| tanrakusuru-短絡する | kortsluiten |
| tanshi-端子 | klem; poort; aansluiting; terminal (computer) |
| tatebue-縦笛 | blokfluit |
| teiketsu-締結 | afsluiting; totstandkoming |
| teiyaku-締約 | het afsluiten van een contract [overeenkomst; verdrag] |
| teki-笛 | (Chinese) fluit |
| tenrai-天籟 | het geluid van de natuur [van de wind} |
| tēru・endo-テール・エンド | achterste deel; sluitstuk; uiteinde |
| tetsuan-鉄案 | een onherroepelijke [definitieve] beslissing; onwrikbaar besluit |
| tobari-帳 | (fig.) dekmantel; sluier |
| tobukuro-戸袋 | opbergruimte (aan de rand van de dorpel) voor stormdeuren [luiken] van traditionele Japanse huizen |
| tōchō-盗聴 | het elektronisch afluisteren; aftappen; telefoontap |
| tōchōki-盗聴器 | afluisterapparaat |
| togikai-都議会 | hoofdstedelijke vergadering (het besluitvormende orgaan van het stadsbestuur van Tokio) |
| toiukotoda-と言うことだ | (drukt uit de betekenis van horen zeggen) ik heb gehoord dat; naar verluidt; men zegt; het zal wel |
| tojikomeru-閉じ込める | opsluiten |
| tojikomoru-閉じ籠もる | zich afzonderen; zich opsluiten |
| tojimari-戸締まり | (af)sluiting; vergrendeling; het sluiten; op slot doen |
| tojiru-閉じる | sluiten; dichtdoen; afsluiten |
| tōkī-トーキー | een film met beeld en geluid (samen geprojecteerd) |
| tome-止め | een stop; afsluiting; het stoppen |
| tomegane-留め金 | gesp; sluiting |
| tomegu-留め具 | sluiting; gesp; haak; knip; grendel; veerslot (van een deur) |
| tonaeru-唱える | (luid) roepen; schreeuwen |
| tonshu-頓首 | respectvolle term als afsluiting van een brief |
| toone-遠音 | een ver geluid; geluid in de verte |
| torappu-トラップ | stoomafsluiter |
| torappu-トラップ | val; strop; klem; valstrik; valluik |
| torappu-トラップ | sifon; stankafsluiter (in leidingen) |
| torikomeru-取り籠める | (iem.) opsluiten; insluiten |
| torimaku-取り巻く | omringen; omcirkelen; insluiten |
| torimusubu-取り結ぶ | beëindigen; afsluiten |
| torinokeru-取り除ける | uitsluiten; uitzonderen; een uitzondering maken |
| toshoku-徒食 | lui [leeg] leven (zonder iets nuttigs te doen) |
| tsubomu-窄む | smaller worden; samentrekken; krimpen; zich sluiten |
| tsubomu-蕾む | in de knop staan; knoppen hebben; ontluiken |
| tsuchikure-土塊 | een kluit aarde; een klomp klei |
| tsumahajiki-爪弾き | uitsluiting; minachting; verwerping; versmading |
| tsumahajikisuru-爪弾きする | schuwen; mijden; ontlopen; uitsluiten; minachten; verwerpen; versmaden |
| tsume-詰め | einde; sluitstuk; laatste stadium |
| tsutsuoto-筒音 | geluid van een geweerschot |
| ubugoe-産声 | eerste geluid [kreet] van een pasgeboren baby |
| uchidasu-打ち出す | afsluiten; beëindigen |
| uēbu-ウエーブ | golf (elektriciteit, geluid, radio, etc.) |
| ūfā-ウーファー | woofer (luidsprekersysteem voor lage tonen) |
| ufufu-うふふ | hihi (geluid van gegrinnik) |
| ujiuji-うじうじ | (onomatopee) aarzelend; besluiteloos |
| uketamawaru-承る | luisteren (naar); horen; vernemen |
| ukosaben-右顧左眄 | het naar rechts en links kijken; besluiteloosheid; het niet kunnen kiezen |
| unasareru-魘される | een nachtmerrie hebben; geluiden maken terwijl je slaapt; onrustig slapen |
| unpan-雲版 | (umpan) een platte gong (meestal van brons), die bij het begin en einde van de maaltijden wordt geluid in (Zen-)tempels |
| uramichi-裏道 | zijweg; sluipweg (bij verkeersopstoppingen e.d.) |
| urusai-煩い | lawaaierig; luidruchtig |
| usei-雨声 | het geluid van regen |
| utoutosuru-うとうとする | (onomatopee) (weg) dutten; soezen; (in) dommelen; een hazenslaapje doen; sluimeren |
| waiwai-わいわい | (onomatopee) lawaai(eri)g; luidruchtig |
| waiyaresukyūden-ワイヤレス給電 | draadloze voeding [elektriciteitsaansluiting] |
| wakabito-若人 | een jonge persoon; jongere; jongelui |
| wakamono-若者 | jonge man; jonge vrouw; jongere(n); jongelui |
| wakōdo-若人 | een jonge persoon; jongere; jongelui |
| wakōdōjin-和光同塵 | (boeddh.) de Boeddha en Bodhisattva versluieren hun wijsheid om op toegankelijke wijze de lijdende mensheid te kunnen redden |
| wan-ワン | woef (het geluid van blaffen van een hond) |
| waregane-割れ鐘 | (metafoor voor) een luide, schorre stem |
| warikiru-割り切る | beslissend concluderen; tot een duidelijk besluit komen |
| warusawagisuru-悪騒ぎする | druk [luidruchtig] feestvieren, zonder rekening te houden met de overlast voor anderen |
| watage-綿毛 | dons; pluis |
| watamushi-綿虫 | wolluis |
| watayuki-綿雪 | pluizige sneeuwvlokken |
| yaji-野次 | boegeroep; hoongelach; gejoel; luide kritiek |
| yakamashii-喧しい | luidruchtig; lawaaierig; rumoerig |
| yakimyōban-焼き明礬 | gebrande aluin |
| yamabito-山人 | (in de bergen wonende) heremiet; kluizenaar; onsterfelijke |
| yamanari-山鳴り | het rommelend geluid van een berg [vulkaan] |
| yanari-家鳴り | het (geluid van) gerommel [gekraak] (van een huis b.v. door het krimpen van houten bouwmaterialen door temperatuurverschillen) |
| yancha-やんちゃ | ondeugend kind; jongeren die niet willen luisteren |
| yani-やに | Zeg...?; ..., zeg! (is een uitdrukking die alleen wordt gebruikt indien de spreker de luisteraar iets vertelt wat hij/zij nog niet wist en is dialect |
| yan'ya-やんや | toejuichingen (zoiets als: Ned. bravo!; (Eng. wow); luid applaus |
| yatsubara-奴原 | (een denigrerende term voor een groep mensen) die gasten; die lui; dat gespuis |
| yatsura-奴等 | (een denigrerende term voor een groep mensen) die gasten; die lui; dat gespuis |
| yobiko-呼び子 | fluitje (om iemand te waarschuwen of roepen) |
| yobuko-呼ぶ子 | fluitje (om iemand te waarschuwen of roepen) |
| yōei-揺曳 | (van geluid) nagalmen; blijven hangen |
| yokobue-横笛 | dwarsfluit |
| yoshibue-葦笛 | rietpijp; rietfluit |
| yosutebito-世捨て人 | Kluizenaar; heremiet |
| yūdan-勇断 | een moedige [daadkrachtige] beslissing [besluit] |
| yūhei-幽閉 | hechtenis; detentie; opsluiting |
| yūjūfudan-優柔不断 | besluiteloosheid |
| yukimushi-雪虫 | wolluis |
| yūseigachi-優勢勝ち | (judo) overwinning door overmacht [bij scheidsrechter's besluit] |
| yūsen-有線 | (afk. voor) kabeluitzending |
| yūsenhōsō-有線放送 | kabeluitzending |
| yūshū-幽囚 | gevangenneming; opsluiting |
| yū・esu・bī-ユー・エス・ビー | USB (universele seriële bus, standaard voor de aansluiting van randapparatuur op computers) |
| zaazaa-ざあざあ | (geluid van) harde regen [hard stromend water] |
| zagane-座金 | metalen sluitring |
| zairyō-材料 | feiten; bewijsvoering; basis (voor een besluit); motivering |
| zakuzaku-ざくざく | (onomatopee) krakend geluid (zoals bij lopen op ijzige sneeuw) |
| zaraba-ザラ場 | (op de handelsbeurs) continue handel; doorlopende sessie (van de eerste transactie tot de sluiting) |
| zashi-座視 | het onbezorgd [lui; onverschillig; werkeloos] toekijken (zonder iets te doen) |
| zashikirō-座敷牢 | (hist.) een cel [kamer] (bedekt met tatami matten) voor het opsluiten van een krankzinnige persoon |
| zatsuon-雑音 | geruis; geluid; ruis (van harttonen, frequenties, e.d.) |
| zawameku-ざわめく | (onomatopee) luidruchtig [lawaaierig] zijn; commotie veroorzaken; ritselen (van bladeren) |
| zawatsuku-ざわつく | (onomatopee) luidruchtig [lawaaierig; onrustig] zijn; ritselen (van bladeren); rillen |
| zawazawa-ざわざわ | (onomatopee) luidruchtig; lawaaierig; onrustig; geritsel (van bladeren); rillerig |
| zawazawasuru-ざわざわする | (onomatopee) luidruchtig [lawaaierig] zijn; commotie veroorzaken; ritselen (van bladeren); rillen; bibberen |
| zāzā-ざーざー | (onomatopee) (het geluid van) gekletter van harde regen |
| zenpyō-全豹 | (lett. de hele luipaard) het geheel; het volledige beeld; het complete plaatje |
| zōfuku-増幅 | versterking (elektriciteit, geluid) |
| zurukeru-ずるける | niet veel doen; de kantjes eraf lopen; spijbelen; lui zijn |