bui / bui ( de (m/v) | znw | buien )
1にわか雨; 通り雨 [regenbui]
2機嫌 [humeur]
in een goede bui; goedgehumeurd
機嫌が良い
機嫌が良い
in een slechte bui; slechtgehumeurd
機嫌が悪い
機嫌が悪い
3発作 [korte aanval]
een hoestbui
咳の発作
咳の発作
een niesbui
クシャミの発作
クシャミの発作
Kruisverwijzing
bui
| lemma | meaning |
|---|---|
| abekobe-あべこべ | omgekeerd; binnenstebuiten; tegenovergesteld |
| agesage-上げ下げ | opzetten en wegruimen; buitenzetten en binnenhalen |
| aguneru-倦ねる | iets moe worden [zat zijn]; interesse verliezen; teveel zijn voor (iemand); buiten iemands controle liggen; niet weten wat te doen |
| akisame-秋雨 | herfstregen; najaarsregenbui |
| akutō-悪投 | een buitengewoon slechte [afzwaaiende] worp van een (verre) veldspeler bij honkbal |
| amaashi-雨脚 | overdrijvende regen(bui); de snelheid van een passerende regenbui |
| amari-余り | te; te zeer; zo(veel); meer dan (na getallen); buitengewoon; uiterst |
| amaru-余る | overtreffen; te boven gaan; buiten je macht liggen |
| amearare-雨霰 | hagelbui |
| amenbō-飴ん棒 | de langwerpige ronddraaiende rood-wit-blauwe staaf die buiten op de muur hangt bij kapperszaken |
| amezaiku-飴細工 | iets dat mooi van buiten is, maar geen inhoud heeft |
| angai-案外 | onverwacht [onvoorzien] zijn; buiten verwachting |
| ankogata-あんこ型 | de dikke buik van een sumoworstelaar; een dikke sumoworstelaar |
| anpuku-按腹 | buikmassage; massagetechniek waarbij over de buik wordt gewreven |
| aozorachūsha-青空駐車 | het (buiten) op straat [aan de kant van de weg] parkeren |
| asobaseru-遊ばせる | niet laten werken; buiten werking [gebruik] stellen; ongebruikt laten |
| asobasu-遊ばす | ongebruikt [buiten werking] laten |
| atamagoshi-頭越し | het over iemands hoofd heen gaan; iemand [passeren] buitensluiten |
| autodoa-アウトドア | buitenshuis; in de open lucht |
| autokābu-アウトカーブ | (honkbal) een curveball (effectbal) met een draaibeweging naar buiten |
| autokōnā-アウトコーナー | buitenste hoek; buitenhoek (sportterm) |
| autokōsu-アウトコース | buitenbaan (sport) |
| autosaidā-アウトサイダー | outsider; buitenstaander |
| autosaido-アウトサイド | buitenkant |
| autosaido-アウトサイド | (sport) buiten de baan; buitenspel |
| auto・obu・baunzu-アウト・オブ・バウンズ | buiten de grenzen [perken] (fig); verboden terrein; taboe |
| ayamatte-誤って | per ongeluk; per abuis; bij vergissing |
| baita-売女 | neerbuigende uitdrukking; scheldwoord |
| bakusho-曝書 | het (buiten) luchten [drogen] van boeken (tegen schimmel en insecten) |
| ban-蕃 | (in kanji combinaties) buitenland; (onbeschaafde) buitenlanders |
| bangai-番外 | een extra [buitengewone] editie, voorstelling, maat, etc.]; een uitzonderlijk [ongewoon] iets |
| bango-蛮語 | (Edo periode) buitenlandse taal (soms ook met afkeurende bijbetekenis) |
| banjin-蛮人 | (denigrerend) buitenlander; Europeaan |
| basue-場末 | buitenwijk (van een stad) |
| beikokuyotakushōken-米国預託証券 | (American Depositary Receipt) Amerikaans certificaat (van een bank) voor een bepaald aantal verhandelbare aandelen van een buitenlands bedrijf |
| bekkaku-別格 | het speciaal [buitengewoon] zijn |
| betsujō-別状 | buitengewone [uitzonderlijke] toestand [situatie; omstandigheid] |
| betsuwaku-別枠 | buitengewone norm [standaard]; speciaal geval |
| biagāden-ビアガーデン | biertuin; biergarten (buitencafé) |
| bodībiru-ボディービル | bodybuilding (sportoefeningen) |
| bōfūu-暴風雨 | storm; regenbuien |
| bugai-部外 | buiten de (eigen) afdeling [kring] zijn |
| bugaisha-部外者 | buitenstaander; iemand buiten de (eigen) groep |
| bui・tān-ブイ・ターン | het verschijnsel dat werknemers afkomstig van het platteland die in de grote steden waren gaan werken, daarna weer elders buiten de stad gaan werken |
| bukatsu-部活 | (afk. voor) clubactiviteiten; buitenschoolse activiteiten |
| buraunkan-ブラウン管 | kathodestraalbuis; beeldbuis |
| byuretto-ビュレット | buret (glazen maatbuisje) |
| chikuwa-竹輪 | Japans (hol, buisvormig) voedingsproduct (gemaakt van o.a. gepureerde vis, zout, suiker, eiwit en zetmeel) |
| chikyūgai-地球外 | buitenaards |
| chiyorozu-千万 | een buitengewoon [ontelbaar; onbeperkt] groot aantal; 10 miljoen |
| chōnōryoku-超能力 | paragnosie; paranormale begaafdheid; buitenzintuiglijke waarneming |
| chūbō-厨房 | keuken; kombuis |
| chūburā・beruzu-チュウブラー・ベルズ | buisklokken (slaginstrument); klokkenspel |
| chūgai-中外 | binnen en buiten; binnenland en buitenland |
| chūzai-駐在 | het in het buitenland gestationeerd zijn; baan [verblijf] in het buitenland |
| chūzai-駐在 | (afk. voor) politiepost met woonvertrekken (vaak buiten de stadsgrenzen, lokaal of op het platteland) |
| chūzaisho-駐在所 | politiepost met woonvertrekken (vaak buiten de stadsgrenzen, lokaal of op het platteland) |
| dadappiroi-だだっ広い | buitengewoon ruim [uitgestrekt; wijd; groot] |
| daigakkō-大学校 | buitenlandse universiteit |
| dakuto-ダクト | buis; pijpleiding |
| dankō-断郊 | het buiten (in velden of bossen) hardlopen |
| danpingu-ダンピング | het dumpen [goedkoop verkopen] van een grote hoeveelheid goederen ( m.n. op de buitenlandse markt) |
| danryoku-弾力 | veerkracht; buigzaamheid |
| danryokusei-弾力性 | veerkracht; buigzaamheid; soepelheid |
| danryokuteki-弾力的 | buigzaam; elastisch; flexibel |
| dasu-出す | eruit halen; tevoorschijn halen; buitenzetten; uitsteken (van lichaamsdeel); uitlaten |
| dasu-出す | naar buiten brengen (fig.); verklaren; bekend maken; publiceren; uitgeven |
| dasu-出す | (in combinatie met andere werkwoorden) beginnen te; naar buiten doen [gaan; bewegen] |
| daun-ダウン | het buiten werking zijn van apparaat, server, computer, e.d. |
| debaru-出張る | uitsteken; naar buiten steken; uitpuilen |
| deddo-デッド | dood (bij honkbal, e.d. als de bal buiten de lijnen is; bij golf als de bal niet doorrolt) |
| dedemushi-でで むし | slak (de-de = 出-出, kom naar buiten) |
| dehōdai-出放題 | onbeperkt [vrijelijk] naar buiten gaan [stromen] |
| dekakeru-出かける | (erop) uitgaan; op pad gaan; naar buiten gaan |
| demachi-出待ち | het wachten van fans bij de uitgang (tot een beroemdheid naar buiten komt) |
| dendenmushi-でんでん虫 | slak (den is afgeleid van denai (出ない, komt niet naar buiten) |
| dengurigaeru-でんぐり返る | een salto [buiteling; koprol] maken |
| dengurigaeshi-でんぐり返し | salto; buiteling; koprol |
| denrai-伝来 | introductie; invoering; instroming (vanuit het buitenland (b.v. een religie, e.d.) |
| deru-出る | naar buiten gaan [komen]; weggaan |
| deru-出る | ontdekt [onthuld] worden; naar buiten komen (fig.) |
| dīpu・supēsu-ディープ・スペース | de verre ruimte (buiten ons zonnestelsel) |
| dokan-土管 | afvoerbuis; afvoerpijp |
| dōnatsugenshō-ドーナツ現象 | het wegtrekken [verhuizen] van bewoners uit het centrum van een stad (naar buitenwijken) |
| dōrakumono-道楽者 | een levensgenieter; losbandig persoon; losbol; vrijbuiter |
| doshaburi-土砂降り | zware regenval [neerslag]; plensbui; stortbui |
| doteppara-土手っ腹 | ingewanden; maag; buik |
| doyōboshi-土用干し | het buiten luchten van kleding (in de zomer) |
| ea・doa-エア・ドア | een apparaat dat een luchtstroomgordijn creëert bij de ingang van een gebouw (om te voorkomen dat buitenlucht en stof binnendringen) |
| ea・kāten-エア・カーテン | luchtgordijn, een apparaat dat een luchtstroomgordijn creëert bij de ingang van een gebouw (om te voorkomen dat buitenlucht en stof binnendringen) |
| ea・shūto-エア・シュート | pneumatische transmissiebuis; luchtkoker voor vervoer van voorwerpen |
| ebisu-夷 | barbaar; buitenlander |
| eirian-エイリアン | een alien; buitenaards wezen |
| ejiki-餌食 | buit; dierenvoer; aas |
| ekisentorikku-エキセントリック | excentriek; buitensporig; zonderling |
| emono-獲物 | trofee; buit; gestolen goederen |
| enbikan-塩ビ管 | pvc-buis; pvc-pijp |
| enbipaipu-塩ビパイプ | pvc-buis; pvc-pijp |
| endategaisai-円建て外債 | een buitenlandse obligatie in Japanse yen |
| engawa-縁側 | de houten buitengang rondom een een traditioneel Japans huis |
| enji-衍字 | een overbodig [overtollig] karakter; een karakter dat per abuis in een tekst staat. |
| enjin-遠人 | mensen uit een verre streek [een ver land]; buitenlander |
| enpaia・sutēto・biru-エンパイア・ステート・ビル | Empire State Building (in New York) |
| eshaku-会釈 | knikje; begroeting; lichte buiging |
| eusutakiokan-エウスタキオ管 | buis van Eustachius; eustachiusbuis |
| fankī-ファンキー | excentriek; buitenissig (kleding, e.d.) |
| fu-膚 | (in kanji combinaties) oppervlakte; uiterlijk; buitenkant |
| fūgawari-風変わり | excentriciteit; zonderling [buitenissig] gedrag |
| fuka-府下 | buitenwijken; voorstedelijke gebieden (van een metropool) |
| fukasetsufukasetsuten-不可説不可説転 | een buitengewoon [onuitsprekelijk] groot getal; het grootste getal dat voorkomt in de Bloemenkrans soetra (10 tot de macht 7 keer 2 tot de macht 112) |
| fukihonbō-不羈奔放 | ongeremd [ongebonden] zijn; een vrije geest [vrijbuiter] zijn |
| fukkin-腹筋 | buikspier |
| fukkō-腹腔 | buikholte |
| fuku-腹 | (in kanji combinaties) buik |
| fukubu-腹部 | buik; buikstreek |
| fukuchū-腹中 | in je hart; van binnen; in de buik |
| fukuheki-腹壁 | buikwand |
| fukukin-腹筋 | buikspier |
| fukumaku-腹膜 | buikvlies; peritoneum |
| fukumakuen-腹膜炎 | buikvliesontsteking; peritonitis |
| fukusokurui-腹足類 | slak; buikpotige (gastropode) |
| fukutsū-腹痛 | buikpijn; maagpijn |
| fukuwajutsu-腹話術 | het buikspreken |
| fukuwajutsushi-腹話術師 | buikspreker |
| fumikiru-踏み切る | (bij sumo) buiten de ring stappen |
| fundoshi-褌 | het schild dat de buik van de krab bedekt |
| furekishiburu-フレキシブル | flexibel; soepel; buigzaam; elastisch; meegaand |
| furin-不倫 | verdorvenheid; onzedelijkheid; immoraliteit; overspel; een buitenechtelijke affaire |
| futeki-不敵 | (buitengewone) moed [dapperheid] |
| fūu-風雨 | een hevige regenbui met veel wind; regenstorm |
| gachigachi-がちがち | (onomatopee) stijf; onbuigzaam |
| gaiatsu-外圧 | externe druk; druk van buiten; buitenlandse druk |
| gaibu-外部 | buitenkant; buiten; buitenwereld |
| gaibutsu-外物 | externe dingen; voorwerpen in de externe wereld (buiten jezelf) |
| gaichi-外地 | een ander land; buitenland; buitenlands grondgebied |
| gaichū-外注 | outsourcing; uitbesteding; het van buiten het bedrijf betrekken |
| gaichūkakō-外注加工 | iets elders laten produceren (buiten de eigen firma; out-house) |
| gaiden-外電 | een telegram [bericht] uit het buitenland |
| gaien-外苑 | buitentuin (van shintō schrijn, tempel of paleis) |
| gaiheki-外壁 | buitenmuur |
| gaiji-外耳 | buitenoor; uitwendige oor |
| gaijin-外人 | buitenlander |
| gaijinkisha-外人記者 | buitenlandse correspondent |
| gaijinmuke-外人向け | (bestemd) voor buitenlanders |
| gaijinmuki-外人向き | gericht op buitenlanders |
| gaijinsenshu-外人選手 | buitenlandse atleet [sporter] |
| gaijintōrokushō-外人登録証 | ID-kaart [identiteitsbewijs] voor buitenlanders |
| gaijintsuma-外人妻 | buitenlandse echtgenote |
| gaijinzō-外人像 | het beeld dat men heeft van buitenlanders |
| gaiju-外需 | buitenlandse vraag (naar producten) |
| gaika-外貨 | buitenlandse valuta |
| gaikadate-外貨建て | vreemde [buitenlandse] valuta |
| gaikai-外界 | de buitenwereld; het uiterlijke; het fysieke |
| gaikan-外患 | problemen met het buitenland; druk [dreiging] van buitenaf [van het buitenland] |
| gaikei-外径 | buitenste diameter; buitenwerkse maat (van een buis, pijp, etc.) |
| gaiki-外気 | de buitenlucht |
| gaikō-外港 | buitenhaven |
| gaikoku-外国 | het buitenland |
| gaikokubōeki-外国貿易 | buitenlandse [internationale] handel |
| gaikokugo-外国語 | vreemde [buitenlandse] taal |
| gaikokujin-外国人 | buitenlander |
| gaikokukawase-外国為替 | vreemde valuta; deviezen; monetaire handel (met het buitenland) |
| gaikokuryokō-外国旅行 | reis naar het buitenland |
| gaikokusan-外国産 | geproduceerd in het buitenland |
| gaikokushōkenhō-外国証券法 | wetgeving met betrekking tot buitenlandse effecten |
| gaimai-外米 | niet-Japanse rijst; (in Japan geïmporteerde) buitenlandse rijst |
| gaimu-外務 | buitenlandse zaken (zoals onderhandelingen, handel, e.d. met het buitenland) |
| gaimu-外務 | werkzaamheden die buiten het bedrijf plaatsvinden; veldwerk |
| gaimushō-外務省 | Ministerie van Buitenlandse Zaken |
| gairai-外来 | buitenlands [vreemd; geïmporteerd; van buiten] zijn |
| gaisai-外債 | buitenlandse obligatie |
| gaisen-外線 | (telefoon)lijn; buitenlijn |
| gaisen-外線 | buitenlijn; buiten bedrading (elektrisch of elektronisch) |
| gaishō-外相 | minister van Buitenlandse Zaken |
| gaishoku-外食 | het buiten de deur eten; buitenshuis eten; uiteten |
| gaishokusuru-外食する | buiten de deur eten; buitenshuis eten; uiteten |
| gaishutsu-外出 | het uitgaan; het naar buiten gaan; weggaan; afwezig zijn (van kantoor, e.d.) |
| gaiya-外野 | (honkbal) buitenveld; verreveld |
| gaiyashu-外野手 | (honkbal) buitenvelder; verrevelder; outfielder |
| gaiyū-外憂 | problemen met het buitenland; druk [dreiging] van buitenaf [van het buitenland] |
| gaiyū-外遊 | het reizen naar het buitenland; buitenlandse reis |
| gakudō-学童 | buitenschoolse [naschoolse] opvang |
| gakugai-学外 | buiten de universiteit [school]; extern, niet verbonden aan de universiteit [school]; extramuraal |
| gankubi-雁首 | (zoals de vorm van de nek van een wilde gans) de hals [kop] van een Japanse pijp; gebogen buis [pijp]; zwanenhals (van een buis) |
| gejin-外陣 | buitenste hal [gebedsplaats] van een tempel [schrijn; heiligdom] |
| gekū-外宮 | de buitenste schrijn van het Ise Jingu heiligdom (Mie-prefectuur) gewijd aan Toyouke no ōmikami (god van landbouw en industrie) |
| gemen-外面 | buitenkant; buitenoppervlak; uiterlijk |
| genchihōjin-現地法人 | een lokale dochteronderneming van een buitenlands bedrijf |
| genjū-厳重 | strengheid; onbuigzaamheid; onverbiddelijkheid |
| genni-厳に | streng [strikt; onbuigzaam] |
| geri-下痢 | diarree; buikloop |
| gesho-外書 | (boeddh.) seculiere boeken [geschriften] (die buiten de boeddhistische canon liggen) |
| geten-外典 | (boeddh.) seculiere boeken [geschriften] (die buiten de boeddhistische canon liggen) |
| gomiyashiki-ごみ屋敷 | huis met veel afval binnen en buiten; huis van iemand die veel troep verzamelt |
| goshuinsen-御朱印船 | (Edo-periode) een door de shogun (met een rode zegelbrief) geautoriseerd (buitenlands) handelsschip |
| gōtai-剛体 | een onbuigzame [stijve; harde] vorm |
| gotegote-ごてごて | buitensporig; overdadig; te veel; te zwaar; overdreven |
| hādo・koa-ハード・コア | met harde kern; onbuigzaam; hard; star |
| haiden-拝殿 | een buitenste gebedshal [oratorium] van een shintō heiligdom (voor de hoofdschrijn) |
| haifuki-灰吹き | een bamboebuis waarin as en sigarettenpeuken gescheiden worden (door blazen) |
| haisen-廃線 | afschaffing van spoorlijn [transportlijn]; een buiten dienst gestelde spoorlijn [transportlijn] |
| hakeguchi-捌け口 | afvoer(buis); uitlaat |
| hakurai-舶来 | buitenlands fabrikaat; geïmporteerd artikel |
| hanahadashii-甚だしい | extreem; overdadig; excessief; buitensporig; extravagant |
| hanshutsu-搬出 | het (iets) naar buiten brengen [dragen] |
| hanshutsusuru-搬出する | (iets) naar buiten brengen [dragen] |
| hara-腹 | buik |
| harabai-腹這い | buikligging; het op je buik liggen |
| haraita-腹痛 | buikpijn; maagpijn |
| harakiri-腹切り | rituele zelfdoding (m.n. van de krijgselite) in Japan (te voltrekken door met een kort zwaard de buik open te snijden) |
| harasuji-腹筋 | buikspier |
| hazumu-弾む | zwaar ademen; buiten adem zijn |
| hazusu-外す | buiten de vastgestelde normen gaan; de grenzen overschrijden |
| heishinteitō-平身低頭 | het buigen tot in het stof; het zich ter aarde werpen |
| heishinteitōsuru-平身低頭する | diep buigen; zich ter aarde werpen; knielen |
| henkutsu-偏屈 | koppigheid; halsstarrigheid; eigenzinnigheid; onbuigzaamheid; excentriciteit |
| henzai-辺材 | spinthout (buitenste jaarringen van een boom) |
| hiban-非番 | buiten dienst |
| hidoi-酷い | extreem; buitensporig |
| hikidasu-引き出す | (ergens iets) uit halen [nemen; trekken]; naar buiten brengen [trekken] |
| hikyō-秘境 | onontgonnen [onontwikkeld; onbekend; afgelegen] gebied; buiten de geijkte paden |
| hitoame-一雨 | een regenbui |
| hitokatanaranu-一方ならぬ | buitengewoon; ongewoon |
| hitokatanarazu-一方ならず | buitengewoon; ongewoon |
| hitokawa-一皮 | (aan) de oppervlakte [buitenkant]; uiterlijk |
| hōdai-邦題 | Japanse titel (van buitenlandse films of muziekstukken) |
| hōjin-邦人 | Japanner (m.n. wonend in het buitenland); Japanse medeburger |
| hōsu-ホース | rubber of plastic slang [buis; pijp] om vloeistoffen of gas te transporteren (b.v. tuinslang) |
| hotaruzoku-蛍族 | (een informele term voor) mensen die niet binnen mogen roken en daarom buiten gaan roken (en op vuurvliegjes lijken) |
| hotei-布袋 | Hotei, god van overvloed en goede gezondheid (afgebeeld met dikke buik en zak op zijn rug), 1 van de 7 geluksgoden uit de Japanse mythologie |
| hyō-雹 | hagel; hagelsteen; hagelkorrel; hagelbui; hagelstorm |
| ibiridasu-いびり出す | (iem.) dwingen te vertrekken; naar buiten werken; wegpesten |
| ichikyo-一渠 | kanaal voor watertoevoer; waterpijp; waterbuis |
| ichimōdajin-一網打尽 | grote (vis)vangst [buit] |
| ichirei-一礼 | buiging (voor begroeting); korte begroeting |
| igai-以外 | buiten |
| ihō-異邦 | het buitenland |
| ihyō-意表 | verrassing; buiten verwachting [onverwacht] zijn |
| ijin-異人 | buitengewoon iemand; bijzonder persoon |
| ijin-異人 | vreemdeling; buitenlander |
| ikatsui-厳つい | streng; onbuigzaam; grof; hoekig |
| ikigai-域外 | buiten de gebiedsgrens; buiten de regio |
| ikigai-域外 | buitenland |
| ikisekikiru-息急き切る | hijgen; puffen; naar adem happen; buiten adem zijn |
| ikizumaru-息詰まる | buiten adem [benauwd] zijn; (bijna) niet kunnen ademen (van zenuwachtigheid) |
| ikoku-異国 | buitenland; vreemd land; uitheems gebied |
| ikokujin-異国人 | (arch.) buitenlander; vreemdeling |
| ikokusen-異国船 | buitenlandse schepen (in de Edo periode excl. de Nederlandse, Chinese en Koreaanse schepen) |
| ikyō-異郷 | het buitenland; een vreemd land; een vreemde natie; een land ver weg; in den vreemde |
| inari-稲荷 | (afkorting voor) inarizushi, een buideltje van gefrituurde tofuvel gevuld met sushirijst |
| inbaundo-インバウンド | bezoek aan Japan door buitenlandse toeristen |
| ingai-院外 | buiten het parlement [ziekenhuis] |
| inkābu-インカーブ | (honkbal) een worp die naar binnen buigt bij de slagman |
| inshu-淫酒 | zich te buiten gaan aan alcohol; overmatig drinken |
| insuru-淫する | zich laten gaan; zich te buiten gaan; zich liederlijk gedragen |
| intonēshon-イントネーション | intonatie; stembuiging |
| isū-異数 | uitzondering; buitengewoon geval |
| itomo-いとも | uiterst; heel erg; extreem; buitengewoon |
| iwataobi-岩田帯 | een band [doek] die door zwangere vrouwen gedragen wordt rond de buik (vanaf de vijfde maand van de zwangerschap) |
| iyani-嫌に | vreselijk; buitengewoon; onaangenaam; naar; vervelend |
| izai-偉材 | (iem. met) een buitengewoon talent; een genie |
| izu-出ず | (arch.) naar buiten gaan [komen]; weggaan; vertrekken, etc. |
| izu-出づ | naar buiten gaan [komen]; weggaan |
| izu-出づ | (opnieuw) verschijnen; opkomen; ontdekt [onthuld] worden; naar buiten komen (fig.) |
| izutsu-井筒 | een buis [cilinder] van gewapend beton |
| ī・tī-イー・ティー | (extraterrestial) buitenaards |
| jain-邪淫 | (boeddh.) overspel; het hebben van een buitenechtelijke relatie |
| jidan-示談 | (informele) overeenkomst buiten het gerecht om |
| jigai-寺外 | buiten de tempel |
| jigi-辞儀 | een buiging (maken) |
| jikan-耳管 | buis van Eustachius; eustachiusbuis |
| jinaki-地鳴き | (buiten de broedtijd) vogelgezang; getjilp (van vogels) |
| jingai-人外 | een plek buiten de door mensen bewoonde wereld |
| jōgai-城外 | buiten een kasteel; buiten de kasteelmuren |
| jōgai-場外 | buiten een plaats [locatie; zaal; terrein] |
| jōi-攘夷 | afkeer [uitsluiting] van vreemdelingen [buitenlanders] (in Japan m.n. in de Bakumatsu periode, 1853-1868) |
| jōjiru-乗じる | gebruik [misbruik] maken van; profiteren; uitbuiten |
| jūnan-柔軟 | flexibel [veerkrachtig; soepel; buigzaam] zijn |
| kaban-下番 | het geen dienst hebben; buiten dienst [functie] zijn |
| kabe-壁 | muur; wand; tussenmuur; buitenmuur |
| kadai-過大 | te veel [excessief; buitensporig; extravagant] zijn |
| kafuku-下腹 | de (onder)buik |
| kagameru-屈める | buigen; bukken; een buiging maken |
| kageki-過激 | extreem [overdadig; buitensporig] zijn |
| kaifukujutsu-開腹術 | laparatomie (buikoperatie) |
| kaigai-海外 | het buitenland; overzeese gebieden [landen] |
| kaigaishinshutsu-海外進出 | handel expansie [uitbreiding] overzee; uitbreiding van handel naar het buitenland |
| kakehi-筧 | open waterleiding; waterbuis (van hout of bamboe) |
| kakei-筧 | open waterleiding; waterbuis (van hout of bamboe) |
| kakiotosu-書き落とす | bij het schrijven iets (per abuis) weglaten [overslaan] |
| kakuchi-客地 | reisbestemming; buitenland |
| kakuin-客員 | buitengewoon lid (van tijdelijke aard) |
| kakushi-客死 | het sterven op reis [tijdens verblijf in het buitenland] |
| kakyō-華僑 | een Chinees die buiten China woont; een overzeese Chinees |
| kaminidankatsuyō-上二段活用 | vervoeging [verbuiging] van de tweede groep (nidan) werkwoorden |
| kan-管 | buis; pijp |
| kanban-看板 | uiterlijk; aanzicht; buitenkant |
| kanbandaore-看板倒れ | schijngoed; oppervlakkig; iets dat minder goed is dan verwacht; iets dat mooi is aan de buitenkant maar zonder inhoud |
| kanebukuro-金袋 | (arch.) geldbuidel; stoffen zak voor het bewaren van geld of kostbare spulletjes |
| kappuku-割腹 | rituele zelfdoding (m.n. van de krijgselite) in Japan (te voltrekken door met een kort zwaard de buik open te snijden) |
| karakami-唐紙 | kleurcombinatie in een kledingstuk (wit aan de buitenzIjde, geel aan de binnenzijde) |
| karō-過労 | veel overwerk; het buitensporig hard werken; het zich teveel inspannen |
| katai-固い | star; rigide; onbuigzaam (fig.) |
| katakuna-頑な | koppig; onbuigzaam; stug; taai |
| katakurushii-堅苦しい | stijf; ongemakkelijk; formeel; gespannen; onbuigzaam; streng |
| katō-過当 | buitensporig [overdreven; onredelijk; excessief; exorbitant] zijn |
| katsuyōgobi-活用語尾 | (grammatica) verbuigingsuitgang; vervoegingsuitgang |
| kawaya-厠 | gemakhuisje; buiten-wc; privaathuisje |
| keigai-境外 | buiten het grensgebied |
| keizaidantairengōkai-経済団体連合会 | Nippon Keidanren, een Japanse organisatie die tot doel heeft de economische groei in en buiten Japan duurzaam te stimuleren |
| kemudashi-煙出し | raam(werk) om rook naar buiten weg te voeren |
| kemuridashi-煙出し | raam(werk) om rook naar buiten weg te voeren |
| kengai-圏外 | buiten bereik [ontvangstgebied] |
| kengai-圏外 | buiten de vergunning [restricties; beperkingen] |
| kengai-県外 | buiten het rechtsgebied van een prefectuur |
| kengai-遣外 | uitgezonden worden naar het buitenland |
| ketachigai-桁違い | buitengewoon; ongelooflijk; onvergelijkbaar |
| ketahazure-桁外れ | uitzonderlijk; buitengewoon |
| ketōjin-毛唐人 | (denigrerende term) harige buitenlander [westerling] |
| kē・ō-ケーオー | (afk. voor) knock-out (een klap die iemand buiten gevecht stelt) |
| kichō-帰朝 | terugkeer uit het buitenland |
| kihai-跪拝 | kniebuiging; teraardewerping; prosternatie; knielend aanbidden [vereren] |
| kikan-気管 | tracheae (ademhalingsorgaan van insecten, bestaande uit buisvormige structuren door het hele lichaam) |
| kikashokubutsu-帰化植物 | een exoot; een uitheemse plant (die buiten zijn eigen verspreidingsgebied groeit) |
| kikokushijo-帰国子女 | een kind dat na een lang verblijf in het buitenland is teruggekeerd naar Japan |
| kimyō-帰命 | (Sanskriet: namas) (buigen voor) aanbidding [verering] van Boeddha; je lichaam en ziel toevertrouwen aan Boeddha |
| kinkō-近郊 | buitengebied; buitenwijk (van een stad) |
| kinnō-金嚢 | (arch.) geldbuidel; stoffen zak voor het bewaren van geld of kostbare spulletjes |
| kinzai-近在 | voorsteden; buitenwijken |
| kin'ōmuketsu-金甌無欠 | sterke natie die nog nooit is binnengevallen door een buitenlandse macht |
| kin'yūseisakukōchokuka-金融政策硬直化 | de onbuigzaamheid [verstarring] van het monetair beleid |
| kion-気温 | (buiten)temperatuur |
| kitsu-詰 | (on-lezing; in kanji combinaties) vooroverbuigen; bukken; krom [moeilijk te begrijpen] zijn |
| kitsunenoyomeiri-狐の嫁入り | regenbui terwijl de zon schijnt |
| kiwamete-極めて | zeer (veel); uiterst; in hoge mate; buitengewoon; buitensporig |
| ko-股 | (van een mens) onderbuik; kruis; lies |
| koara-コアラ | koala (buidelbeer) |
| kobara-小腹 | buik |
| kōdenkan-光電管 | fotocel (elektronenbuis voor stralingsdetectie) |
| kōgai-校外 | buiten de school; buiten het schoolterrein |
| kōgai-構外 | buiten een bepaald gebied [terrein] |
| kōgai-郊外 | voorstad; buitenwijk; randgemeente |
| kogomeru-屈める | buigen; bukken; een buiging maken |
| kokitsukau-扱き使う | iemand afbeulen [uitbuiten; te hard laten werken] |
| kokugai-国外 | buiten het land; (in) het buitenland [een ander land] |
| kokusaidenwa-国際電話 | internationaal gesprek; telefoongesprek uit het buitenland |
| koritsugo-孤立語 | isolerende taal (zonder verbuigingen, vervoegingen of gebonden morfemen) |
| korona-コロナ | (astronomie) zonnecorona (buitenste atmosfeer van de zon) |
| koshiginchaku-腰巾着 | geldbeurs [buideltasje] (gedragen om je middel) |
| kotonohoka-殊の外 | extreem; uiterst; buitengewoon; ongewoon; uitzonderlijk |
| kuda-管 | pijp; buis; koker |
| kuda-管 | (afk. voor) (muziekinstrument) pijpfluit (kleine buisvormige fluit die op het slagveld wordt gebruikt) |
| kudanofue-管の笛 | (muziekinstrument) pijpfluit (kleine buisvormige fluit die op het slagveld wordt gebruikt) |
| kukatsuyō-ク活用 | (grammatica) klassieke verbuigingsvorm van bijvoeglijke naamwoorden (met i-uitgang) |
| kukkyoku-屈曲 | gebogen [krom] zijn; buiging; bocht |
| kumonoue-雲の上 | een onbereikbare plek; buiten bereik |
| kuni-国 | geboortestreek; eigen land (t.o. buitenland) |
| kurabukatsudō-クラブ活動 | clubactiviteiten; buitenschoolse activiteiten |
| kuridasu-繰り出す | in grote groep(en) naar buiten [op pad] gaan |
| kuroharahamusutā-クロハラハムスター | (Europese) zwartbuikhamster (Cricetus cricetus) |
| kuruizaki-狂い咲き | bloei buiten het normale seizoen |
| kyakkan-客観 | object; buitenwereld; het niet-ik |
| kyakuin-客員 | gastlid; buitengewoon lid; erelid |
| kyōgeki-矯激 | radicaal [extreem; buitengewoon gewelddadig; excentriek] zijn |
| kyōkō-強硬 | (positief) onverzettelijk [drastisch; standvastig; onwrikbaar; onbuigzaam] zijn |
| kyōmaku-鞏膜 | sclera; harde oogrok (de witte buitenste laag van de oogbol) |
| kyōsha-驕奢 | arrogantie en buitensporigheid |
| kyūhai-九拝 | herhaaldelijk diep buigen |
| kyūketsuki-吸血鬼 | (fig.) bloedzuiger; uitzuiger; uitbuiter |
| mabu-間夫 | liefdesaffaire buiten het huwelijk (van een getrouwde vrouw met een minnaar of van een getrouwde man met een minnares) |
| machihazure-町外れ | de buitenwijken [rand] van de stad |
| maenomeri-前のめり | het naar voren leunen [hangen; buigen; vallen] |
| mageru-曲げる | buigen; krommen; bukken |
| makejidamashii-負けじ魂 | onverzettelijke [onbuigzame; onverschrokken] geest [ziel] |
| mata-股 | onderbuik; lies; kruis |
| mawaridōrō-回り灯籠 | een lantaarn waarvan de binnenste cilinder (met uitgesneden afbeeldingen) draait en schaduwen werpt op het buitenste scherm |
| mecha-滅茶 | het absurd [onredelijk; roekeloos; onmatig; buitensporig] zijn |
| mejiri-目尻 | buitenste ooghoek |
| mekakushi-目隠し | vitrage (tegen inkijk van buitenaf) |
| meppō-滅法 | buitengewoon [onredelijk; absurd] zijn; te ver gaan |
| messō-滅相 | onzin; waanzin; gekheid; buitensporigheid |
| mikaeshi-見返し | de andere [achter-; voor-; binnen-;buiten-] kant |
| mitsuyubi-三つ指 | een beleefde buiging met drie vingers op de grond (duim, wijsvinger en middelvinger.) |
| mitsuyushutsu-密輸出 | het (land) uit smokkelen; naar buiten smokkelen |
| mitsuyushutsusuru-密輸出する | uit smokkelen; naar buiten smokkelen |
| miyakoochi-都落ち | op het platteland gaan leven; buiten gaan wonen |
| miyakoochi-都落ち | de hoofdstad (Tokio) verlaten [ontvluchten]; overgeplaatst worden van Tokio naar de provincie [naar een plek buiten de hoofdstad] |
| mizubara-水腹 | een volle buik door teveel water gedronken te hebben |
| mochidashi-持ち出し | het uit [naar buiten] nemen [brengen] |
| mochidasu-持ち出す | uit [naar buiten] nemen [brengen] |
| mokurei-黙礼 | stilzwijgende groet [buiging] (vooral tijdens een plechtigheid) |
| momizumu-モミズム | buitensporige aandacht van een overbezorgde of aanhankelijke moeders voor haar kind |
| mongai-門外 | buiten de (stads)poort; buiten het gebouw |
| mongai-門外 | buiten het vakgebied [de expertise] (van iemand) |
| monjin-問訊 | (zen boeddh.) buiging met gevouwen handen als begroeting |
| monsūn-モンスーン | slagregens; stortbuien |
| mōsaikan-毛細管 | capillaire buis; haarvat |
| mōsaikekkan-毛細血管 | haarvat; capillaire buis |
| mottomo-最も | meeste; buitengewoon; -ste (overtreffende trap) |
| mugiwaratonbo-麦藁蜻蛉 | (vrouwelijke) witpuntoeverlibel (libelle-soort, Orthetrum albistylum, met een strokleurige buik) |
| murasame-村雨 | korte maar krachtige regenbui |
| mushiboshi-虫干し | het luchten [buiten hangen] van kleren [kleden, e.d.] (om te voorkomen dat er insecten of schimmel in komen) |
| musō-無双 | een kledingstuk dat ook binnenstebuiten gedragen kan worden |
| muyami-無闇 | buitensporigheid; onmatigheid |
| muyamiyatara-無闇矢鱈 | buitensporig [onredelijk; mateloos] zijn |
| nagedasu-投げ出す | naar buiten gooien; naar buiten slingeren |
| naikei-内径 | binnenste diameter; binnenwerkse maat (van een buis; pijp, etc.) |
| nakaomote-中表 | (vellen) papier, stof, etc. binnenstebuiten vouwen (zodat dan de voorkant (buitenkant) aan de binnenkant zit) |
| namidaame-涙雨 | een klein (regen)buitje |
| nanamenarazu-斜めならず | buitengewoon; uitzonderlijk; uitermate |
| nesoberu-寝そべる | uitgestrekt [languit] liggen (op buik of zij) |
| nihonbōekishinkōkikō-日本貿易振興機構 | Japanse organisatie voor de bevordering van de handel met het buitenland (Japan External Trade Organization; JETRO, ジェトロ) |
| ninomaru-二の丸 | de tweede [buitenste] omheining van een kasteel |
| nisei-二世 | tweede generatie Japanner (of Koreaan); kind van een Japanner die in het buitenland is geboren (en die nationaliteit heeft) |
| niwakaame-俄雨 | plotselinge [heftige] regenbui |
| nobanashi-野放し | het (koeien) weiden [buiten laten grazen]; dieren in het wild loslaten; honden los laten lopen |
| nokkuauto-ノックアウト | knock-out (een klap die iem. buiten gevecht stelt) |
| nomeru-のめる | voorover vallen [buigen; leunen; struikelen] |
| nonkyariagumi-ノンキャリア組 | niet-carriëre gebonden groep; personeel buiten de carriëre-rangen |
| noten-野天 | (in) de open lucht [buitenlucht] |
| nōyō-膿瘍 | een abces; ettergezwel; etterbuil |
| nozoku-覗く | naar binnen [buiten] kijken; doorkijken; een blik werpen op |
| nukazuku-額ずく | en diepe buiging maken; knielen |
| nukini-抜き荷 | gestolen waar [goed]; buit |
| nyūdōgumo-入道雲 | buienwolk; cumulonimbus (lett. priesterwolk) |
| ōbākiru-オーバーキル | buitensporig gebruik van (vernietigings)wapens |
| oetsu-嗚咽 | huilbui; het huilen; snikken |
| ofu-オフ | uit; uitgeschakeld; buiten dienst; buiten werking |
| ofu-オフ | (afk. voor) buiten het seizoen |
| ofusaido-オフサイド | buitenspel |
| ofushoa-オフショア | in zee; buitengaats; voor de kust |
| ofu・shīzun-オフ・シーズン | buiten het seizoen |
| ojigi-御辞儀 | een (beleefde) buiging (maken) |
| okiai-沖合 | op (open) zee; buitengaats |
| okugai-屋外 | buitenshuis; in de open lucht |
| omote-表 | voorkant; buitenkant; bovenkant; straatkant |
| omoteura-表裏 | voorkant en achterkant; binnenkant en buitenkant |
| onaka-お中 | buik |
| onrī-オンリー | (direct na de Tweede Wereldoorlog) een prostituee die één buitenlander (van de bezettingsmacht) als enige klant had |
| oofū-大風 | verwaand [neerbuigend] gedrag; arrogantie |
| oosoto-大外 | (bij paardenraces) de buitenkant [buitenbocht] van het parcours |
| ōpun-オープン | openlucht; open ruimte; buitenlucht; openbaarheid |
| ōpun・setto-オープン・セット | filmset [theaterdecor] in de buitenlucht |
| orei-御礼 | groet; buiging |
| orimageru-折り曲げる | buigen; omvouwen; ombuigen |
| oru-折る | vouwen; buigen |
| ō・bī-オー・ビー | buiten het terrein (golf) |
| paipu-パイプ | buis; pijp |
| pekopeko-ぺこぺこ | (onomatopee) herhaaldelijk buigend |
| pī・kōto-ピー・コート | (ook wel pea jacket genoemd) jopper; duffel; wambuis (van oorsprong een zeemansjas) |
| pōchi-ポーチ | zak(je); buidel; tas |
| porienkabinirukan-ポリ塩化ビニル管 | pvc-buis; pvc-pijp |
| purehabu-プレハブ | (afk. van prefabricated building) bouw-constructiemethode waarbij componenten vooraf in een fabriek worden gemaakt en op locatie in elkaar gezet |
| rachigai-埒外 | buiten de grenzen [omheining; perken] |
| raichō-来朝 | (hist. China, Japan) bezoek aan het hof van een buitenlandse delegatie |
| raichō-来朝 | aankomst (van een buitenlander) in Japan; bezoek aan Japan |
| raikō-来航 | landing; aankomst per schip (vanuit het buitenland) |
| rainichi-来日 | aankomst (van een buitenlander) in Japan; bezoek aan Japan |
| raiu-雷雨 | onweersbui |
| rakugai-洛外 | buiten de hoofdstad (meestal wordt hiermee Kyoto bedoeld) |
| ransōninshin-卵巣妊娠 | ovariële zwangerschap; eierstok zwangerschap (een buitenbaarmoederlijke zwangerschap) |
| rao-ラオ | bamboebuisje dat de ganzenhals van een kiseru (tabakspijp) verbindt met het mondstuk (oorspronkelijk werd hiervoor bamboe uit Laos gebruikt) |
| rau-ラウ | bamboebuisje dat de ganzenhals van een kiseru (tabakspijp) verbindt met het mondstuk (oorspronkelijk werd hiervoor bamboe uit Laos gebruikt) |
| rei-礼 | begroeting; groet; buiging; reverence |
| rengai-簾外 | (lett.: buiten het scherm [de bamboejaloezieën]) buitenshuis |
| renrakusen-連絡船 | (binnen of buiten de landsgrenzen) veerboot; beurtschip |
| rinjikokkai-臨時国会 | buitengewone zitting van het parlement |
| ritsurei-立礼 | staande groet (buiging) |
| rojisaibai-露地栽培 | het kweken [cultiveren] van gewassen buiten op het land [in de openlucht] |
| rōko-牢固 | inflexibel [onbuigbaar] zijn |
| roten-露天 | (in de) open lucht; buitenlucht |
| rotenburo-露天風呂 | een buitenbad; een onsen die zich buiten [in de open lucht] bevindt |
| ruijaku-羸弱 | buitengewone zwakte |
| ryūgaku-留学 | het studeren in het buitenland |
| ryūgakusuru-留学する | in het buitenland studeren |
| ryūjin-流人 | iemand die rondzwerft [rondtrekt] buiten het geboorteland; zwerver |
| saibōgai-細胞外の | extracellulair (buiten de cel) |
| saido・rīdā-サイド・リーダー | aanvullend lesmateriaal (voor buitenlandse talen) |
| saifon-サイフォン | sifon; hevel (buisleiding) |
| saihon-サイホン | sifon; hevel (buisleiding) |
| saikeirei-最敬礼 | meest respectvolle [diepste] buiging |
| sakushu-搾取 | uitpersing; uitbuiting |
| sakushusuru-搾取する | uitmelken; uitbuiten; uitpersen |
| sanmon-三門 | hoofdpoort in het hart van een boeddhistisch (Zen) tempelcomplex (meestal tussen de buitenpoort en de Hal van Boeddha) |
| sanpaikyūhai-三拝九拝 | herhaaldelijk (knielen en) diep buigen |
| sanze-三世 | derde generatie Japanner (in het buitenland) |
| sayadō-鞘堂 | een hal die is gebouwd om de buitenkant van een ander gebouw volledig te bedekken (ter bescherming) |
| sekiageru-咳き上げる | een hoestbui hebben; constant hoesten; ophoesten |
| sekikomu-咳き込む | hevig hoesten; een hoestbui hebben [krijgen] |
| sekiran'un-積乱雲 | cumulonimbus; onweerswolk; buienwolk |
| sengai-船外 | overboord; buiten boord |
| senkenteki-先験的 | transcendentaal; buitenzintuiglijk |
| senman-千万 | een buitengewoon [ontelbaar; onbeperkt] groot aantal; 10 miljoen |
| senpuku-船腹 | zijkanten [buik] van een schip |
| sentsū-疝痛 | koliek; buikkramp |
| seppuku-切腹 | rituele zelfdoding (m.n. van de krijgselite) in Japan (te voltrekken door met een kort zwaard de buik open te snijden) |
| shakaikyōiku-社会教育 | sociaal [maatschappelijk] onderwijs; educatieve activiteiten buiten de school (b.v. in musea, bibliotheken, e.d.) |
| shibo-私募 | verkoop van aandelen buiten de beurs om (aan klein aantal potentiële investeerders) |
| shichimendō-七面倒 | iets dat buitengewoon lastig [vervelend; vermoeiend] is |
| shigai-市外 | buitenwijk; voorstad; randgemeente |
| shigai-市外 | buiten [nabij] de stadsgrens |
| shigure-時雨 | korte (zware) regenbui (in late herfst of vroege winter) |
| shikantaza-只管打座 | het volledig (geconcentreerd) zitten in zen-meditatie (zonder overige gedachten daarbuiten) |
| shikenkan-試験管 | reageerbuis |
| shikenkanbebī-試験管ベビー | reageerbuisbaby |
| shikkubirushōkōgun-シックビル症候群 | sickbuildingsyndroom |
| shikkuhausushōkōgun-シックハウス症候群 | sickbuildingsyndroom |
| shikyūgaininshin-子宮外妊娠 | buitenbaarmoederlijke zwangerschap |
| shimoichidankatsuyō-下一段活用 | vervoeging [verbuiging] van ichidan werkwoorden eindigend op: -eru |
| shimoyashiki-下屋敷 | (Edo periode) residentie van de daimyo in de buitenwijken van Edo |
| shinkā-シンカー | (honkbal) een snelle bal die naar beneden en naar de binnenkant afbuigt |
| shinkūkan-真空管 | vacuümbuis; elektronenbuis (ook wel radiobuis of radiolamp) |
| shinpuku-心腹 | borst en buik |
| shinuchū-深宇宙 | de verre ruimte (buiten ons zonnestelsel) |
| shiseishi-私生子 | een buitenechtelijk kind |
| shishiodoshi-鹿威し | een bamboebuis waar water door loopt, die omklapt tegen een steen als hij vol is (werd vroeger gebruikt om vogels en dieren te verjagen) |
| shishō-私傷 | persoonlijk letsel; blessure opgelopen buiten het werk |
| shitabaki-下履き | schoenen voor buitenshuis |
| shitahara-下腹 | de (onder)buik |
| shitami-下見 | beschot; houten buitenbekleding (van een gebouw) |
| shitappara-下っ腹 | (onder)buik |
| shiwabara-皺腹 | gerimpelde buik; de buik van een oude man |
| shīzun・ofu-シーズン・オフ | (off-season) buiten het seizoen |
| shōfuku-妾腹 | een buitenechtelijk kind; bastaard |
| shōhenshōsetsu-掌編小説 | buitengewoon kort verhaal; handpalmverhaal (flash fiction) |
| shoryū-庶流 | buitenechtelijke afstamming; onwettige zijtak [zijlijn] van een familie |
| shoshi-庶子 | een buitenechtelijk kind; bastaard |
| shoshutsu-庶出 | geboorte buiten het huwelijk; |
| shoshutsu-庶出 | buitenechtelijk kind |
| shōto・shōto-ショート・ショート | buitengewoon kort verhaal; handpalmverhaal (flash fiction) |
| shu-殊 | (in kanji combinaties) buitengewoon; bijzonder; exceptioneel; prijzenswaardig |
| shūchūgōu-集中豪雨 | plaatselijke stortbui [regenval] |
| shūi-襲衣 | bovenkleding; de buitenste laag van (traditionele) kleding |
| shuinsen-朱印船 | (Edo periode) handelsschip met permissie om naar het buitenland te varen |
| shukkoku-出国 | uitreis naar het buitenland; het land verlaten om naar het buitenland te gaan |
| shūu-秋雨 | herfstregen; najaarsregenbui |
| shūu-驟雨 | (plotselinge) regenbui; stortbui |
| sōgai-窓外 | (hetgeen zich bevindt) buiten het raam |
| sonnōjōi-尊王攘夷 | (hist.) de keizer eren en de buitenlanders verdrijven |
| soreha-其れは | heel erg; heel veel; buitengewoon; bijzonder |
| sorewasateoki-それはさておき | los daarvan; behalve dat; afgezien van dat; dat buiten beschouwing gelaten |
| sorewasorewa-其れは其れは | buitengewoon [extreem] veel |
| sori-反り | bocht; buiging; kromming; boog |
| sorikaeru-反り返る | achterover buigen; het hoofd naar achter buigen |
| sōsharu・kurakkingu-ソーシャル・クラッキング | sociaal kraken; het achter iemands wachtwoord proberen te komen [een wachtwoord kraken] buiten de computerwereld om (Engels: social cracking) |
| sōsharu・uea-ソーシャル・ウエア | kleding die gedragen wordt buiten het kantoor indien men persoonlijk met het publiek moet communiceren (Engels: social wear) |
| soto-外 | buitenkant; uitwendig |
| soto-外 | buiten; buitenshuis; in de open lucht |
| sotoberi-外耗 | externe slijtage; slijtage aan de buitenkant van een autoband |
| sotobori-外堀 | buitenste slotgracht [burchtgracht] |
| sotoburo-外風呂 | buitenbad; bad buitenshuis |
| sotogake-外掛け | (sumo) buitenwaartse beenworp |
| sotogakoi-外囲い | omheining; buitenhek |
| sotogama-外釜 | buitenpan van een rijststomer |
| sotogama-外釜 | buitenketel; buiten-boiler |
| sotokabe-外壁 | buitenmuur |
| sotomata-外股 | manier van lopen, met de tenen naar buiten gedraaid |
| sotomawari-外回り | werken buiten kantoor; buiten werken |
| sotomawari-外回り | de buitenste sporen van een ringspoorweg [cirkellijn]; de buitenste rijstroken van een ringweg |
| sotonori-外法 | meting van de buitenmaat; buitenbreedte [buitenlengte] |
| sotoyu-外湯 | buitenbad van een warmwaterbron |
| sōzu-添水 | een bamboebuis waar water door loopt, die omklapt tegen een steen als hij vol is (werd vroeger gebruikt om vogels en dieren te verjagen) |
| sukeruton-スケルトン | (sport) skeleton (stalen slee waarbij de bestuurder op zijn buik ligt) |
| sukōru-スコール | storm; (zware) regenbui |
| sukuea-スクエア | onbuigzaam; strikt; formeel |
| sukuranburudo・māchandaijingu-スクランブルド・マーチャンダイジング | tactiek in de detailhandel waarbij een handelaar artikelen verkoopt die doorgaans buiten zijn assortiment vallen |
| sunēku・auto-スネーク・アウト | wegsluipen; naar buiten sluipen |
| sūpākonpyūtā-スーパーコンピューター | supercomputer (computer met een buitengewoon grote bewerkingscapaciteit of rekenvermogen) |
| supoito-スポイト | pipet; druppelaar; druppelbuisje; spuit |
| suraidā-スライダー | (honkbal) een horizontaal afbuigende bal (geworpen door de pitcher) |
| sutandobai・kurejitto-スタンドバイ・クレジット | kredietbrief (voor schuldgarantie) van een lokale bank aan een buitenlandse onderneming |
| sutorenjā-ストレンジャー | vreemdeling; buitenstaander; buitenlander |
| sutorīkingu-ストリーキング | het blootflitsen; naaktflitsen (buiten naakt rondrennen) |
| suttenkorori-すってんころり | plotselinge val [buiteling]; het ineens onderuit gaan |
| tabihadashi-足袋跣 | het buiten lopen op tabi-sokken (zonder geta sandalen, of teenslippers) |
| tachishōben-立ち小便 | het buiten (op de openbare weg) urineren |
| tadanaranu-ただならぬ | buitengewoon; ongebruikelijk; ongewoon |
| taigaijusei-体外受精 | in-vitrofertiliatie (IVF); reageerbuisbevruchting |
| taigaikashitsuke-対外貸付け | buitenlandse [externe] lening |
| taikobara-太鼓腹 | dikke buik (lett. een buik als een trommel) |
| taikun-大君 | andere naam voor de shogun die tijdens de Edo-periode voor het buitenland werd gebruikt |
| tainaitōshi-対内投資 | inkomende investeringen; buitenlandse investeringen in Japan |
| takanenohana-高嶺の花 | (lett. een bloem op een hoge bergtop) iets dat buiten je bereik is; iets waar je naar verlangt maar niet kunt bereiken |
| takezutsu-竹筒 | bamboebuis; bamboepijp |
| takoku-他国 | buitenland; een ander land; een andere plaats] [regio] (dan waar je bent geboren) |
| takokumono-他国者 | buitenlander; vreemdeling |
| tanin-他人 | de ander(en); andere mensen; buitenstaander |
| teishi-停止 | het stoppen; stilstand; buiten werking (van apparaten of mechanismen) |
| teitō-低頭 | diepe buiging van het hoofd en bovenlichaam (als begroeting) |
| tekkan-鉄管 | een ijzeren pijp [buis; staaf] |
| tenganki-点眼器 | oogdruppelaar; oogdruppelbuisje |
| tennin-天人 | (jargon) het stelen van wasgoed dat buiten hangt te drogen |
| tenpen-天変 | buitengewone verschijnselen (in de hemel en op aarde); natuurramp |
| tensei-展性 | soepelheid; buigzaamheid; vervormbaarheid |
| tenukari-手抜かり | een vergissing; abuis; misstap; verzuim |
| tobidasu-飛び出す | wegrennen; naar buiten rennen |
| tobikiri-飛び切り | verfijnd [uitmuntend; buitengewoon] zijn |
| tōhin-盗品 | gestolen goederen; buit |
| tōjin-唐人 | een buitenlander |
| tōjō-筒状 | cilindervorm; buisvorm |
| tokubetsudenpō-特別電報 | speciaal telegram (specifiek van buitenlandse correspondenten naar hun kranten) |
| tokubetsuhaitō-特別配当 | buitengewoon dividend |
| tokubetsusōsakan-特別捜査官 | buitengewoon opsporingsambtenaar; speciaal agent |
| tokudan-特段 | bijzonderheid; uitzonderlijk [buitengewoon] zijn |
| tokuden-特電 | (afk. voor) speciaal telegram (specifiek van buitenlandse correspondenten naar hun kranten) |
| tokumeizenkentaishi-特命全権大使 | buitengewoon en gevolmachtigd ambassadeur |
| tondemonai-とんでもない | buitengewoon; onverwacht; uitzonderlijk |
| totemo-とても | erg; veel; enorm; buitengewoon; uiterst |
| totetsumonai-途轍もない | enorm; reusachtig; buitensporig; extreem; extravagant |
| tottemo-とっても | erg; veel; enorm; buitengewoon; uiterst |
| tozama-外様 | buitenstaander (van een groep) |
| tsukubau-蹲う | hurken; bukken; buigen; knielen |
| tsumamidasu-摘まみ出す | (iemand) met kracht naar buiten brengen [sleuren]; (iemand) wegsturen [verwijderen] |
| tsunbosajiki-聾桟敷 | ongeïnformeerd zijn; ergens buiten gehouden worden |
| tsurisugara-吊巣雀 | buidelmees (Remis pendulinus) |
| uchibenkei-内弁慶 | iemand die thuis bazig is [de flinke held uithangt], maar daarbuiten verlegen is |
| uesuto・baggu-ウエスト・バッグ | buideltasje; heuptas |
| uesuto・bōru-ウエスト・ボール | (Eng.: waste ball) waste pitch; (met opzet) verspilde worp (buiten het slagveld bij honkbal) |
| uesuto・pōchi-ウエスト・ポーチ | buideltasje; heuptasje |
| unadareru-項垂れる | zijn hoofd buigen [laten hangen] (van verdriet of schaamte) |
| urakaidō-裏街道 | (fig.) zijweg; zijpad; een buitengewone levenswijze [levensstiijl] |
| uraomote-裏表 | achterkant en voorkant; binnenkant en buitenkant; twee [beide] kanten |
| uraomote-裏表 | binnenstebuiten |
| uwabe-上辺 | buitenkant; oppervlak |
| uwagaki-上書き | adressering van een brief aan de buitenzijde |
| uwaki-浮気 | overspel; buitenechtelijke verhouding; ontrouw |
| uwaobi-上帯 | obi (ceintuur) over de buitenste laag van een kimono |
| waganeru-綰ねる | tot een cirkel [ring] buigen |
| wakibara-脇腹 | een buitenechtelijk kind |
| yamanote-山の手 | heuvelachtige buitenwijk van een stad |
| yamate-山手 | heuvelachtige buitenwijk van een stad |
| yamigome-闇米 | de rijst die heimelijk wordt verhandeld buiten de reguliere kanalen; rijst van de zwarte markt |
| yaminagashi-闇流し | het verkopen van iets buiten de wettige kanalen om |
| yarikomeru-遣り込める | iem. neerbuigend toespreken; iem. tot zwijgen brengen |
| yawarakai-柔らかい | zacht; buigzaam; flexibel; soepel |
| yōgen-用言 | (taalkunde) een verbuigbaar woord; woord dat men kan vervoegen |
| yōgin-洋銀 | buitenlandse zilveren munten geïmporteerd in Japan vanaf het einde van de Edo-periode |
| yōkō-洋行 | (studie)reis (vanuit Japan) naar het buitenland [het Westen] |
| yōkō-洋行 | (in China) algemene benaming voor handelsondernemingen in bezit van buitenlanders |
| yoku-良く | buitengewoon |
| yokuseki-よくせき | uitzonderlijk; extreem; buitengewoon; onvermijdelijk |
| yokuyō-抑揚 | intonatie; inflexie; stembuiging; modulatie |
| yokuyoku-善く善く | uitzonderlijk; buitengewoon; extreem |
| yōsho-洋書 | buitenlandse boeken; boeken in vreemde [Westerse] talen |
| yosomono-余所者 | (geen standaard term, soms onbeleefd) buitenlander; vreemdeling; buitenstaander; outsider |
| yūdachi-夕立 | avondregen; plotselinge regenbui (in de avond) |
| yūgaku-遊学 | studie in het buitenland |
| yugamu-歪む | kromtrekken; vervormd zijn; buigen; verbogen zijn |
| yūkyū-遊休 | inactiviteit; buiten werking; buiten gebruik |
| yurankan-輸卵管 | de eileider (buis van Fallopio) |
| yūtairui-有袋類 | buideldier |
| yūyarō-遊冶郎 | een levensgenieter; losbandig persoon; losbol; vrijbuiter |
| yūzūmuge-融通無碍 | onbevangenheid; buigzaamheid; veerkrachtigheid; veelzijdigheid |
| zai-在 | platteland; buitenwijk |
| zaigai-在外 | overzee; in het buitenland |
| zaigaishisan-在外資産 | buitenlandse activa |
| zainichi-在日 | het verblijven [wonen] (van buitenlanders) in Japan |
| zendaimimon-前代未聞 | ongekend [buitengewoon] zijn; nooit eerder voorgekomen |
| zenkei-前傾 | het vooroverbuigen; anteversie |
| zenkutsu-前屈 | het voorover buigen; buiging voorover |
| zenshō-前哨 | buitenpost; afgelegen standplaats |