Kruisverwijzing
werk
| lemma | meaning |
|---|---|
| adaputēshon-アダプテーション | bewerking (van een toneelstuk, e.d.) |
| afutā・faibu-アフター・ファイブ | (na vijf uur) na het werk; in je vrije tijd |
| agaku-足掻く | het vechten om zijn bestaan; hard werken om te overleven |
| agari-上がり | afwerking; voltooiing |
| ai-相 | (in combinatie met een werkwoord) elkaar; samen |
| aikuchi-合口 | (metselwerk) steunpunt; gezamenlijk uiteinde |
| aimatte-相俟って | samen; in samenwerking met; gecombineerd met |
| aisha-愛社 | liefde [toewijding] voor het bedrijf waarvoor men werkt |
| aishaseishin-愛社精神 | loyaliteit t.o.v. het bedrijf waarvoor men werkt |
| ai・tān-アイ・ターン | I-bocht (het verschijnsel dat werknemers uit het platteland in grote steden gaan werken) |
| ajiro-網代 | vlechtwerk (manden, e.d.) |
| akeban-明け番 | de tweede helft van een nachtdienst; de werktijd vanaf het midden van een nachtdienst tot de ochtend |
| akkan-圧巻 | meesterwerk |
| akusatsu-悪札 | slecht [lelijk] schrijfwerk (zegt men van eigen handschrift) |
| akushon・direkutā-アクション・ディレクター | Action Director (voor video bewerking) |
| akushu-握手 | een (handdruk ter) verzoening [vrede-sluiting]; samenwerking |
| akutibu-アクティブ | actief; in werking; in dienst |
| amaishiruwosū-甘い汁を吸う | geld verdienen zonder te werken; zijn zakken vullen |
| amimono-編み物 | breiwerk; gebreide stof; gebreid kledingstuk |
| anagama-穴窯 | anagama-oven (voor aardewerk; tunnelvormig, oorspronkelijk in een helling gegraven) |
| anbai-塩梅 | werkwijze; methode |
| anshikuropedisuto-アンシクロペディスト | makers van [medewerkers aan] een encyclopedie |
| an'yakusuru-暗躍する | achter de schermen [in het geheim] werken |
| appugurēdo-アップグレード | upgrade; verbeterde [bijgewerkte] versie |
| araki-粗木 | onbewerkt [nog niet geschaafd] blok hout; boomstam |
| arashigoto-荒仕事 | ruw werk; zwaar werk |
| arate-新手 | een nieuwe werknemer; nieuwe kracht; versterkingen; verse troepen |
| arawaza-荒業 | zwaar (lichamelijk) werk |
| arekashi-有れかし | (de gebiedende wijs van het werkwoord ある, drukt uit: hoop; wens; graag willen |
| arenji-アレンジ | bewerking (muziek, toneel, etc.) |
| arenjimento-アレンジメント | bewerking (muziek, toneel, etc.) |
| arimoshinai-有りもしない | onwaar; onecht; onwerkelijk; niet bestaand |
| arinomama-ありの儘 | werkelijkheid; zoals het (werkelijk) is; duidelijk; rechtlijnig |
| aritayaki-有田焼 | Arita aardewerk [porselein] (uit de omgeving van de stad Arita, Kyūshū) |
| aruchizan-アルチザン | handwerksman; ambachtsman; vakman |
| arugamama-有るが儘 | werkelijkheid; zoals het (werkelijk) is; duidelijk; rechtlijnig |
| ashigatame-足固め | grondwerk; voorbereidingswerk; fundering |
| ashisabaki-足さばき | voetenwerk |
| ashisabaki-足捌き | voetenwerk (bij sport, vechtkunsten) |
| asobaseru-遊ばせる | niet laten werken; buiten werking [gebruik] stellen; ongebruikt laten |
| asobasu-遊ばす | ongebruikt [buiten werking] laten |
| ataribachi-当たり鉢 | (aardewerk) vijzel (om te malen) |
| ategaibuchi-宛行扶持 | het loon voor een werknemer dat eenzijdig door de werkgever (naar zijn eigen goeddunken) wordt gegeven |
| atorie-アトリエ | atelier; werkplaats; studio |
| atoyama-後山 | lader; sleper; (assistent) mijnwerker |
| ayamaritsutaeru-誤り伝える | iets verdraaien (b.v. de werkelijkheid); een verkeerde voorstelling [indruk] geven (van iets) |
| bācharu・riaritī-バーチャル・リアリティー | virtuele werkelijkheid [realiteit] |
| bājin-バージン | zuiver; kuis; rein; onontgonnen; onbewerkt |
| ban-バン | (value-added network) netwerkdienst met toegevoegde waarde (een gehost serviceaanbod met aanvullende diensten) |
| batchishori-バッチ処理 | batchverwerking (computer) |
| bekke-別家 | het zelfstandig worden van een werknemer (die een eigen zaak gaat runnen onder dezelfde naam) |
| benkyōzukue-勉強机 | (lett. studie-bureau) bureau; schrijftafel (m.n. in een kinderkamer om huiswerk aan te doen) |
| beppō-別法 | een andere [verschillende; alternatieve] werkwijze [methode; manier van doen] |
| bijutsuhin-美術品 | kunstwerk |
| bijutsukan-美術館 | kunstmuseum (museum van kunstwerken); kunstgalerie |
| bikō-尾鉱 | laagwaardig erts (dat overblijft na minerale verwerking) |
| bōbi-防備 | verdediging; defensie; verdedigingswerk; versterking |
| bōheki-防壁 | verdedigingsmuur; bolwerk; barrière |
| bokuseki-墨跡 | (vooral in Japan) het schrijfwerk van Zen-boeddhistische priesters |
| bokuseki-墨跡 | handschrift [schrijfwerk] in zwarte inkt (op papier, laken, doek, e.d.) |
| bōrui-防塁 | burcht; bolwerk; verdedigingswerk; vesting |
| botomuappu-ボトムアップ | een managementsysteem van een organisatie [bedrijf] waarin beslissingen worden genomen op initiatief van de basis [lagere overheden of werknemers] |
| bui・tān-ブイ・ターン | V-bocht (het verschijnsel dat werknemers van het platteland in een grote stad gaan werken, en daarna weer elders buiten de stad gaan werken) |
| bungyō-分業 | werkverdeling; taakverdeling; specialisatie |
| buru-振る | (achtervoegsel gebruikt als zelfstandig werkwoord) zich pretentieus gedragen; een houding aannemen |
| burupen-ブルペン | inwerkruimte; inwerpveldje (honkbal) |
| burū・karā-ブルー・カラー | arbeider; iemand die in een fabriek of werkplaats werkt |
| bussho-仏所 | werkplaats waar boeddhistische beelden worden gemaakt |
| butsuzō-仏像 | boeddhistisch beeldhouwwerk [kunstwerk; schilderij]; afbeelding van een Boeddha of bodhisattva |
| buzai-部材 | onderdeel (van een kunstwerk, beeldhouwwerk, e.d.) |
| byūrō-ビューロー | kantoor; werkkamer; studeerkamer |
| chaire-茶入れ | aardewerken pot om thee in te bewaren |
| chanoko-茶の子 | tussendoortje [lichte maaltijd] tijdens het werk voor het ontbijt (zoals in een boerenbedrijf) |
| chikarashigoto-力仕事 | (zwaar) lichamelijk werk; mankracht |
| chikarawaza-力業 | zwaar werk; werk dat veel (lichamelijke) kracht vereist |
| chīmuwāku-チームワーク | teamwerk; samenspel; samenwerking |
| chinkin-沈金 | lakwerk met goud ingelegd |
| chinrōdō-賃労働 | loonarbeid; werk in loondienst\ |
| chisōjikan-遅早時間 | gemiste werkuren door te laat komen of vroeger weggaan |
| chōkakinmu-超過勤務 | overwerk |
| chōkakinmuteate-超過勤務手当 | vergoeding [toeslag; premie] voor overwerk |
| chōketsu-長欠 | (afk. voor) langdurige afwezigheid (van school, werk, e.d.) |
| chōkikekkin-長期欠勤 | langdurige afwezigheid (van school, werk, e.d.) |
| chōkikesseki-長期欠席 | langdurige afwezigheid (van school, werk, e.d.) |
| chōkin-超勤 | (afk. voor) overwerk |
| chōkoku-彫刻 | beeldhouwwerk; sculptuur; gravure; houtsnede |
| chōkokutō-彫刻刀 | beitel; mesje voor houtsnijwerk; graveernaald |
| chōridai-調理台 | aanrecht; werkstation in de keuken |
| chosaku-著作 | geschreven [literair] werk; boek |
| chosakubutsu-著作物 | een geschreven [gecomponeerd] werk (boek, muziekstuk, e.d.) |
| chōshin-長針 | (van een uurwerk) grote wijzer; minuutwijzer |
| chosho-著書 | boek; geschreven werk; tekst |
| chōzō-彫像 | sculptuur; beeldhouwwerk |
| chūkō-中耕 | grondbewerking (voor landbouw) |
| chūkōki-中耕機 | grondbewerkingsmachine; cultivator |
| chūkōsuru-中耕する | cultiveren; bodem bewerken |
| chūshihō-中止法 | het gebruik van de Japanse renyōkei werkwoordsvorm als voegwoord |
| da-だ | zijn (hulpwerkwoord) |
| daba-駄馬 | werkpaard; lastpaard; pakpaard |
| dabun-駄文 | (een term die ook wordt gebruikt als bescheiden aanduiding voor) mijn (eigen) schrijfwerk |
| dabun-駄文 | slecht schrijfwerk; slechte schrijfstijl |
| daigakkō-大学校 | hogere onderwijsinstelling opgericht in samenwerking met een overheidsinstantie |
| daihyōsaku-代表作 | het beste werk van [het werk dat is kenmerkend voor] een kunstenaar (schilder, schrijver etc.); meesterwerk |
| daihyōshain-代表社員 | senior partner; senior werknemer die bevoegd is om een bedrijf te vertegenwoordigen |
| daiku-大工 | timmerwerk |
| daikyū-代休 | extra vrije dag (als compensatie voor werken op een feestdag) |
| dan-弾 | woord gebruikt voor het tellen van kogels; plannen; werkstukken; projecten, series, e.d. |
| dantaikōshō-団体交渉 | collectieve onderhandelingen (b.v. tussen vakbonden en werkgeversorganisaties) |
| darasu-だらす | (vorm van het werkwoord daru) uitputten; vermoeien; afmatten |
| darō-だろう | (informele vorm van het werkwoord 'zijn'; drukt veronderstelling of vermoeden uit) zal (waarschijnlijk) (zo) zijn (dat) |
| dasaku-駄作 | slecht stuk werk; prulwerk; prutswerk |
| dasu-出す | (in combinatie met andere werkwoorden) beginnen te; naar buiten doen [gaan; bewegen] |
| datsusara-脱サラ | het zich bevrijden uit de tredmolen van een kantoorbaan, en voor zichzelf beginnen om leuk en zinvol werk te gaan doen |
| daun-ダウン | het buiten werking zijn van apparaat, server, computer, e.d. |
| de-出 | aanwezigheid; dienst; aan het werk |
| dearō-であろう | (vorm van het werkwoord 'zijn'; drukt veronderstelling of vermoeden uit) zal (waarschijnlijk) (zo) zijn (dat) |
| dearu-である | zijn (neutrale vorm van het koppelwerkwoord) |
| deban-出番 | dienst; werktijd; arbeidsduur |
| dekasegi-出稼ぎ | werk ver van huis; in een ander district [land] (dan waar je woont) gaan werken |
| deki-出来 | vakmanschap; bekwaamheid; goede uitvoering [afwerking] |
| dendō-伝道 | zendingswerk; prediking; evangelisatie |
| denshidētashori-電子データ処理 | elektronische gegevensverwerking; elektronische dataordening |
| desu-です | zijn (beleefde vorm van het koppelwerkwoord) |
| desuku・wāku-デスク・ワーク | bureauwerk; administratief werk |
| dēta・puroseshingu-データ・プロセシング | gegevensverwerking; informatieverwerking |
| dō-働 | (in kanji combinaties) werken; arbeid |
| dobin-土瓶 | (aardewerk) theepot; theekan |
| doboku-土木 | openbare [publieke] werken |
| dogū-土偶 | werkstuk [figuur] in klei van mens, dier e.d. |
| doki-土器 | aardewerk |
| dokō-土工 | publieke werken in de afhandeling van grond en zand (voor de aanleg van dijken, wegen, e.d.) |
| dokō-土工 | werknemer voor publieke werken |
| dokomo-何処も | (met ontkennend werkwoord) nergens |
| dokuō-独往 | zelfstandig te werk gaan; je eigen weg gaan; op eigen houtje handelen |
| dokusō-独走 | zelfstandige actie (zonder anderen in het werkproces) |
| domo-ども | (achter een werkwoord) hoewel; ook al; maar |
| donabe-土鍋 | aardewerken pot [stoofpan] |
| dorui-土塁 | grondwerk; graafwerk; aarden wal |
| doryokusuru-努力する | zich inspannen; pogen; hard werken; zich moeite getroosten |
| dōsa-動作 | werking; besturing; bediening |
| dōshi-動詞 | werkwoord |
| dōshin-同心 | een lagere ambtenaar in de Edo periode (belast met algemene zaken en politiewerk) |
| dōshoku-同職 | hetzelfde beroep [werk] |
| dōshoku-同職 | dit beroep [werk] |
| doyagai-どや街 | stadsdeel met talrijke logementen [luizige hotels] (vooral voor dagwerkers) |
| ea・burēki-エア・ブレーキ | luchtdrukrem (een rem die werkt met perslucht) |
| editā-エディター | (computer) tekstverwerker |
| edozume-江戸詰め | (Edo-periode) het werken van daimyo (en hun vazallen) in Edo (zij waren verplicht om dat elk jaar af te wisselen met werken in hun eigen domein) |
| ekiin-駅員 | stationsmedewerker; stationspersoneel |
| ekimu-役務 | verplichte arbeid; corvee; werk [diensten] verricht voor anderen |
| enburoidarī-エンブロイダリー | borduurwerk; borduursel |
| enjin-エンジン | op een computer, het mechanisme dat de gegevensverwerking uitvoert |
| enpuroimento-エンプロイメント | beroep; baan; werk |
| enpuroimento-エンプロイメント | werkgelegenheid |
| enshū-演習 | werkcollege; werkgroep; praktijkles |
| enshūshitsu-演習室 | lokaal waar een werkcollege wordt gegeven |
| enu・ō・shī-エヌ・オー・シー | (Network Operations Center) netwerkbeheercentrum |
| epokē-エポケー | epoche (filosofie, opschorting van oordeel over de werkelijkheid) |
| finisshu-フィニッシュ | beëindiging; voltooiing; afwerking; sluiting |
| fīrudowāku-フィールドワーク | veldwerk; veldonderzoek |
| forio-フォリオ | folio (drukwerkformaat) |
| fuguai-不具合 | defect; mankement; storing; slechte werking |
| fukanzenjidōshi-不完全自動詞 | onvolledig intransitief werkwoord |
| fukanzenshūgyō-不完全就業 | onderbezetting; niet voldoende werkgelegenheid |
| fukanzentadōshi-不完全他動詞 | onvolledig transitief werkwoord |
| fukisokudōshi-不規則動詞 | onregelmatig werkwoord |
| fukueki-服役 | werkplicht; corveedienst; militaire dienstplicht; gevangenisstraf met dwangarbeid |
| fukusayō-副作用 | bijwerking(en) |
| fukyō-布教 | verspreiding van een religie; missie; zendingswerk |
| funayado-船宿 | scheepswerkplaats |
| funin-赴任 | start van een nieuwe baan; het voor het eerst naar het werk gaan |
| funinsuru-赴任する | beginnen met een nieuwe baan; voor het eerst naar het werk gaan |
| furekkusutaimu-フレックスタイム | variabele werktijden |
| furēmu-フレーム | kader; frame; omlijsting; raamwerk |
| furikaekyūjitsu-振替休日 | een toegewezen vrije dag (als men op de standaard vrije dag naar school of werk moet) |
| furoku-付録 | (in drukwerk) supplement; appendix; bijlage; extra editie |
| fusaku-不作 | slechte kwaliteit (b.v. van een literair werk) |
| futegiwa-不手際 | onhandigheid; geklungel; knoeiwerk; onkunde; wanbeleid |
| futtowāku-フットワーク | voetenwerk |
| gaburi-がぶり | (onomatopee) met grote happen eten; met grote slokken drinken; alles tegelijk doorslikken [naar binnen werken] |
| gachi-勝ち | (als suffix achter zelfst.naamwoorden of de renyōkeivorm van werkwoorden) de neiging hebben om; iets frequent [vaak] doen |
| gagyō-画業 | (iemands) schilderkunst; schilderwerk; prestaties van een schilder |
| gaikei-外径 | buitenste diameter; buitenwerkse maat (van een buis, pijp, etc.) |
| gaimu-外務 | werkzaamheden die buiten het bedrijf plaatsvinden; veldwerk |
| gajō-牙城 | fort; burcht; citadel; bastion; bolwerk |
| garigari-がりがり | hard [ijverig; vol overgave] (studeren, werken, e.d.) |
| garyōtensei-画竜点睛 | de laatste hand leggen aan iets; laatste afwerking; finishing touch |
| garyūtensei-画竜点睛 | de laatste hand leggen aan iets; laatste afwerking; finishing touch |
| gashitsu-画室 | atelier; werkplaats; studio (van een schilder) |
| geijutsusakuhin-芸術作品 | kunstwerk; kunstvoorwerp |
| gekika-劇化 | dramatisering; toneelbewerking |
| gekikasuru-劇化する | dramatiseren; een toneelbewerking maken |
| gekishoku-激職 | zwaar werk; belastend werk; een drukke baan |
| gekkeikan-月桂冠 | lauwerkrans; overwinningskrans |
| genboku-原木 | onbewerkt hout; hout als grondstof |
| genchi-現地 | de precieze locatie; de plek waar het daadwerkelijk gebeurt |
| gengyō-現業 | werk ter plaatse; werken op locatie (i.t.t. op het eigen kantoor) |
| genjitsu-現実 | realiteit; werkelijkheid |
| genmō-原毛 | ruwe [onbewerkte] wol |
| gensaku-原作 | het originele [oorspronkelijke] werk (voor vertaling, aanpassing e.d.) |
| genseki-原石 | ruwe [onbewerkte; ongeslepen] edelsteen |
| genshaku-現尺 | de ware [werkelijke] grootte |
| genshi-原紙 | origineel [onbewerkt] papier |
| genshi-原詩 | het originele gedicht (voor vertaling of bewerking) |
| gensho-原書 | het originele werk; de oorspronkelijke versie (van een boek, ed.) |
| genshoku-現職 | huidige functie [werkbetrekking] |
| genson-現存 | bestaand zijn; iets dat daadwerkelijk bestaat |
| gensun-原寸 | ware [werkelijke] grootte |
| genzaikei-現在形 | de tegenwoordige tijd (van een werkwoord) |
| genzairyō-原材料 | grondstof; basis materiaal; onbewerkte materialen |
| gen'eki-現役 | in vaste dienst (werknemers) |
| getsuyōbyō-月曜病 | maandagziekte (moeite om na het vrije weekend weer aan het werk te gaan) |
| gihō-技法 | techniek; werkwijze |
| gijutsuteikei-技術提携 | technologische samenwerking [partnerschap] |
| gikō-技工 | handwerk; ambacht |
| ginmekki-銀鍍金 | het verzilveren; zilverwerk |
| ginseihin-銀製品 | zilveren artikel; zilverwerk |
| giyaman-ギヤマン | vroegere naam voor geslepen glas (dat met een diamant werd bewerkt) |
| gōbengaisha-合弁会社 | joint venture; samenwerkingsverband (bedrijven, organisaties, etc.) |
| godan-五段 | godan, werkwoordvervoeging |
| godankatsuyō-五段活用 | (Japanse) godan-werkwoordvervoeging |
| gomuami-ゴム編み | (breiwerk) ribbelsteek; patentsteek |
| goran ni naru-御覧になる | (respectvolle uitdrukking na de -te vorm van een werkwoord) (uit)proberen; (eens) doen (en kijken hoe het gaat) |
| gu-具 | gereedschap; werktuig; hulpmiddel; uitrusting |
| gunte-軍手 | witte, katoenen werkhandschoen (oorspronkelijk gebruikt in het leger) |
| guriddo-グリッド | rooster; raster; net; netwerk |
| gūsaku-偶作 | een werkstuk dat toevallig tot stand komt; een geïmproviseerd stuk |
| gusaku-愚作 | slecht stuk werk; prulwerk; prutswerk |
| gusaku-愚作 | (bescheiden term voor) mijn werk |
| gyazā-ギャザー | (bij het maken van kleding) plooisel; smokwerk |
| gyō-業 | werk; bedrijf; zaken |
| gyokuan-玉案 | prachtig bureau; bureau [werktafel] belegd met edelstenen |
| gyōmu-業務 | zaken; werk; bezigheden; dienst |
| gyōmuchōseiteate-業務調整手当 | werkaanpassingstoeslag |
| gyōmunaiyō-業務内容 | taakomschrijving; werkopdracht |
| hachijikanrōdōsei-八時間労働制 | (het systeem van) de achturige werkdag |
| hāfumeido-ハーフメイド | kleding die nog niet klaar is, op maat wordt gemaakt en pas na bestelling wordt afgewerkt |
| hairu-入る | in werking [aan] zijn (licht, machines, e.d.) |
| hajiki-土師器 | Japans Haji aardewerk [keramiek] (werd geproduceerd in de Kofun-, Nara- en Heian-perioden) |
| hakenshain-派遣社員 | tijdelijke werknemer; uitzendkracht |
| hakkō-発効 | inwerkingtreding; het van kracht worden; het ingaan (van een contract, bewijs, e.d.) |
| hakobu-運ぶ | werken met gereedschap; gereedschap hanteren [gebruiken] |
| hakogaki-箱書き | opschrift [handtekening; zegel] op een doos (ter authenticatie van de inhoud; b.v. een kunstwerk) |
| hamon-波紋 | effect; uitwerking; opschudding; sensatie |
| hanabi-花火 | vuurwerk |
| hanami-花実 | naam [reputatie] en [werkelijkheid]; uiterlijk en innerlijk |
| handanchūshi-判断中止 | epoche (filosofie, opschorting van oordeel over de werkelijkheid) |
| handikurafuto-ハンディクラフト | handwerk; handvaardigheid; ambacht |
| hangeki-繁劇 | erg druk op het werk; werkdruk |
| hanninmae-半人前 | half [matig] werk leveren; halfslachtig [halfbakken] zijn |
| haragoshirae-腹拵え | iets eten voorafgaand aan werkzaamheden; eerst eten voordat je iets gaat doen |
| harishigoto-針仕事 | naaldwerk; naaiwerk; borduurwerk |
| haro-ハロ | eg (landbouwwerktuig) |
| harō-ハロー | eg (landbouwwerktuig) |
| hassuru-ハッスル | hard werken; druk in de weer zijn |
| hatarakaseru-働かせる | (iemand) laten werken; aan het werk zetten |
| hatarakasu-働かす | (iemand) aan het werk zetten; laten werken |
| hatarakasu-働かす | in werking zetten; gebruiken |
| hataraki-働き | werk; arbeid |
| hataraki-働き | werking; functie |
| hatarakiari-働き蟻 | harde werker |
| hatarakiari-働き蟻 | werkmier (onvruchtbare wijftjesmier) |
| hatarakibachi-働き蜂 | werkbij (bij die honing verzamelt) |
| hatarakiburi-働き振り | manier van werken; taakvervulling |
| hatarakiguchi-働き口 | baan(tje); betrekking; werkkring; positie |
| hatarakimono-働き者 | een harde werker; iemand die hard werkt |
| hatarakite-働き手 | kostwinner; iemand die werkt |
| hatarakite-働き手 | een goede [bekwame] medewerker |
| hataraku-働く | werken; functioneren; resultaat [effect] hebben |
| hataraku-働く | werken; een baan hebben; zwoegen; ploeteren |
| hausuhazubando-ハウスハズバンド | huisman; thuisblijvende echtgenoot (van werkende vrouw) |
| hayaban-早番 | vroege werktijd; vroege (ploegen)dienst; ochtenddienst |
| hayade-早出 | vroeger (dan normaal) gaan werken [op kantoor komen] |
| hayajimai-早仕舞い | vroege (winkel)sluiting; vroeg stoppen met werken |
| hayauchi-早打ち | het snel afschieten van vuurwerk |
| heijitsu-平日 | weekdag; doordeweekse dag; (gewone) werkdag |
| heisho-閉所 | werkzaamheden (qua werktijd per dag) afronden (op kantoor, e.d.) |
| hencho-編著 | geschreven en bewerkt [samengesteld] zijn (door) |
| henkakukatsuyō-変格活用 | (taalkunde) onregelmatige vervoeging (van werkwoorden) |
| henkeirōdōjikansei-変形労働時間制 | systeem van variabele [onregelmatige] werktijden |
| hensan-編纂 | compilatie; samenstelling; bewerking |
| henshū-編修 | samenstelling; compilatie; bewerking |
| henshū-編集 | redactie; samenstelling; bewerking |
| henshūsuru-編集する | bewerken; editen; compileren |
| hību-ヒーブ | (home economist in business) iemand die werkzaam is op de consumentenafdeling van een bedrijf |
| higyō-罷業 | werkpauze; werkonderbreking |
| hih-引っ | (conjunctieve vorm van 引く) wordt gebruikt als voorvoegsel voor werkwoorden, om de betekenis te versterken |
| hijōkin-非常勤 | deeltijd [parttime] werk |
| hikasegi-日稼ぎ | dagwerk; dagtaak; het voor dagloon werken |
| hike-引け | sluiting van een zaak [sessie]; einde van een werkdag, [schoolperiode, etc] |
| hikkai-筆海 | dichtwerk; compositie; zin |
| hippō-筆法 | werkwijze |
| hippu-ヒップ | heup; achterwerk; billen |
| hiseiki-非正規 | (afk. voor) losse baantjes; tijdelijk [onregelmatig] werk |
| hiseikikoyō-非正規雇用 | losse baantjes; tijdelijk [onregelmatig] werk |
| hissaku-筆削 | (schriftelijke) correctie; verbetering; het bijwerken van een tekst |
| hitatare-直垂 | traditionele Japanse kleding (oorspronkelijk de werkkleding van het gewone volk, later, vanaf de Muromachi periode, gedragen door de samoerai) |
| hitozukai-人使い | de wijze van omgaan met [behandeling van] werknemers [personeel]; mensen 'gebruiken' |
| hitsu-筆 | het schrijven; geschrift; schrijfwerk; kalligrafie; schrijfkunst |
| hiyatoi-日雇い | dagarbeid; werk per dag; dagloner; dagarbeider |
| hiyō-日傭 | dagarbeid; werk per dag; dagarbeider; dagloner |
| hoanyōin-保安要員 | ordehandhavingspersoneel; beveiligingsmedewerker |
| hobo-保母 | een werkneemster bij een kinderopvang (zoals peuterspeelzaal, kinderdagverblijf, etc.) |
| hōgaku-方角 | methode; manier; werkwijze |
| hohitsu-補筆 | correctie; bewerking; aanvulling (in een tekst) |
| hojodōshi-補助動詞 | hulpwerkwoord |
| homo・fāberu-ホモ・ファーベル | (filosofie) homo faber (lett. de werkende mens) |
| honegumi-骨組み | frame; skelet (fig.); raamwerk; constructie |
| honeori-骨折り | moeite; krachtsinspanning; zwaar werk |
| honeorizon-骨折り損 | vergeefse [verspilde] moeite [energie]; al het werk voor niets |
| honeyasume-骨休め | (na werken) rust; pauze |
| hongumi-本組み | pagina opmaak (drukwerk) |
| honjin-本陣 | (leger) hoofdkwartier; bolwerk |
| honkadori-本歌取り | het componeren van een Japans gedicht waarin de woorden en ideeën van oude, bekende [beroemde] gedichten worden verwerkt |
| honmaru-本丸 | bolwerk; bastion; hoofdpunt (van iets); hoofdafdeling (van een instelling e.d.) |
| honni-本に | echt; werkelijk; waarlijk; heus; feitelijk |
| honrai-本来 | in wezen; van nature; in hoofdzaak; in werkelijkheid |
| hontōni-本当に | echt; waarlijk; heus; werkelijk; feitelijk |
| hon'an-翻案 | bewerking (van een toneelstuk, e.d.) |
| hoonkōji-保温工事 | isolatiewerkzaamheden |
| hori-彫り | snijwerk; gravure |
| horiage-彫上げ | reliëf; gravure (beeldhouwkunst; houtsnijwerk) |
| horimono-彫り物 | houtsnijwerk; beeldhouwwerk |
| hōroku-焙烙 | een ondiepe, ongeglazuurde aardewerken pot |
| hōrui-堡塁 | bastion; bolwerk |
| hosaku-補作 | (aanvullende) bewerking |
| hōsei-縫製 | het naaien (met een naaimachine); naaiwerk |
| hosen-保線 | onderhoud en herstel van spoorwegen (inclusief aanverwante bouwwerken) |
| howaitoanken-ホワイト案件 | regulier werk (d.w.z. geen criminele activiteiten) |
| howaito・karā-ホワイト・カラー | witteboordenwerknemer; iemand die op kantoor werkt |
| hozo-枘 | (bij houtbewerking) pen-en-gat-verbinding |
| hyakkazenshoka-百科全書家 | makers van [medewerkers aan] een encyclopedie |
| ibiridasu-いびり出す | (iem.) dwingen te vertrekken; naar buiten werken; wegpesten |
| ichijikikyū-一時帰休 | non-actief; tijdelijk ontslag (bij overschot aan personeel het tijdelijk vrijgeven aan werknemers, met behoud van de arbeidsrelatie) |
| ichijō-一定 | zeker; werkelijk; wis en waarachtig |
| idokoro-居所 | achterwerk; achterste; billen (van mens, dier e.d.) |
| ihitsu-遺筆 | nagelaten geschrift [kalligrafie] van een overledene; postuum werk |
| iitokodori-良いとこ取り | alleen de positieve kanten [punten die je eigen voordeel zijn] noemen; alleen de voordelen benadrukken (en de nadelen negeren); selectief te werk gaan |
| iken-遺賢 | een bekwaam persoon die niet door de overheid in dienst wordt genomen (maar in de private sector werkt) |
| ikiru-生きる | functioneren; goed werken; effectief [doeltreffend] zijn |
| ikkatsushori-一括処理 | batchverwerking; gezamenlijke verwerking |
| ikō-遺功 | nagelaten werken [prestaties]; nalatenschap |
| ikō-遺構 | overgebleven funderingen van een historisch bouwwerk (waarin de lay-out van het gebouw nog herkenbaar is) |
| ikō-遺構 | historisch bouwwerk (al dan niet als een ruïne) |
| ikō-遺稿 | nagelaten manuscript; postuum gepubliceerd werk |
| ikyoku-医局 | dokterskamer; spreekkamer [werkkamer; kantoor] van een arts; medische afdeling |
| inokoru-居残る | achterblijven; langer doorgaan; overwerken |
| inrē-インレー | inlegwerk; mozaïek |
| insatsu-印刷 | drukwerk; het (be)drukken |
| insatsugaido-印刷ガイド | positie guide (drukwerk) |
| intādishipurinarī-インターディシプリナリー | interdisciplinair (samenwerking tussen verschillende takken van wetenschap) |
| ippin-逸品 | voortreffelijk voorwerp [object; product; artikel]; pronkjuweel; meesterstuk; meesterwerk |
| ippitsugaki-一筆書 | kalligrafie (werkstuk) in één keer, zonder het penseel opnieuw in de inkt te dopen |
| ippitsusho-一筆書 | kalligrafie (werkstuk) in één keer, zonder het penseel opnieuw in de inkt te dopen |
| iran-違乱 | tegenwerking |
| isaku-遺作 | postuum werk (gepubliceerd na de dood van de auteur) |
| ishizuki-石突き | fundering van bouwwerken |
| isho-遺書 | nagelaten werken [boeken; manuscripten] |
| ishokusakuhin-委嘱作品 | werk in opdracht |
| isogasu-急がす | haasten; aansporen (tot werken, e.d.); opjagen |
| issho-一書 | een boekwerk; boekdeel |
| isshokenmei-一所懸命 | in de middeleeuwen de plaats die samoerai kregen als thuishaven om te leven en te werken |
| isso-いっそ | (arch.) werkelijk; helemaal; in ieder geval; hoe dan ook |
| itchōisshi-一張一弛 | het laten werken, dan laten rusten; de boog kan niet altijd gespannen zijn |
| itonami-営み | bezigheid; activiteit; werk; zaken |
| itosabaki-糸捌き | draadbewerking |
| itsumin-逸民 | leegloper (iemand die niet werkt en een onbezorgd leven leidt) |
| ittōbori-一刀彫り | eenvoudig houtsnijwerk (waarbij slechts één klein mes wordt gebruikt) |
| ittōbori-一刀彫り | houtsnijwerk volgens de Ittōbori-methode |
| jamadate-邪魔だて | (moedwillige) obstructie; hindering; tegenwerking; belemmering |
| jē・tān-ジェー・ターン | J-bocht (het verschijnsel dat werknemers van het platteland naar de stad gaan om te werken, vervolgens verhuizen naar een stad in hun geboortestreek) |
| jicho-自著 | het eigen (literaire) werk [boek] |
| jidōshi-自動詞 | intransitief werkwoord; onovergankelijk werkwoord |
| jigane-地金 | erts; onbewerkt metaal |
| jigyō-事業 | werk; project; transactie; activiteit |
| jigyō-地形 | grondwerkzaamheden (voor funderingen); het egaliseren [bouwklaar maken] van grond |
| jihitsu-自筆 | eigen schrijfwerk; (eigen) handtekening |
| jihyō-辞表 | ontslagbrief (ingediend door een werknemer); verzoekschrift (voor ontslagneming) |
| jijitsujō-事実上 | in feite; feitelijk; werkelijk |
| jikangairōdō-時間外労働 | overwerk |
| jikatabi-地下足袋 | (Japanse) canvas schoen voor werklieden (met teenspleet en rubber zool) |
| jimae-自前 | zelfstandig werkende [onafhankelijke] geisha |
| jimu-事務 | kantoorwerk; (kantoor)administratie |
| jinchūmimai-陣中見舞い | een helpend [aanmoedigend] bezoek aan mensen die hard moeten werken |
| jinjiidō-人事異動 | (veranderingen in de positie, rechten of lokatie van werknemers) personeelsreorganisatie; personeelsherstructurering |
| jinjikōka-人事考課 | het evalueren [beoordelen] van de capaciteiten, prestaties, e.d. van het personeel [de medewerkers] |
| jinkō-人工 | mensenwerk; vakwerk; kunstmatig iets |
| jinmyaku-人脈 | persoonlijke [zakelijke] contacten; netwerk |
| jinzaihaken-人材派遣 | uitzendwerk; tijdelijk werk |
| jin'in-人員 | personeel; mankracht; werknemers |
| jippi-実費 | werkelijke [huidige] kosten [uitgaven]; onkosten |
| jisaku-自作 | (iemands) eigen werk; iets dat men zelf maakte |
| jisashukkin-時差出勤 | variabele [flexibele] werktijden [arbeidstijden] |
| jisho-自書 | eigen schrijfwerk; (eigen) handtekening |
| jissai-実際 | werkelijkheid; realiteit; stand van zaken |
| jisseikatsu-実生活 | realiteit; dagelijkse werkelijkheid; (in) het echte leven |
| jisshakai-実社会 | de echte [werkelijke] maatschappij [wereld]; het echte [werkelijke] leven |
| jisshitsuteki-実質的 | substantieel; inhoudelijk; essentieel; werkelijk; wezenlijk |
| jisshō-実性 | (boeddh.) absolute realiteit [werkelijkheid] |
| jisshū-実習 | practicum; praktijkscholing; praktijkgerichte training (tijdens werktijd) |
| jissō-実相 | (boeddh.) de echte werkelijkheid (van alle fysieke verschijnselen) |
| jissō-実相 | de feiten; de werkelijkheid; feitelijke omstandigheden; realiteit |
| jissōkannyū-実相観入 | (poëzietheorie van Mokichi Saito) de werkelijkheid achter de waarneming [perceptie] beschrijven in tanka |
| jitan-時短 | werktijdverkorting; arbeidsduurverkorting |
| jitchi-実地 | praktijk; de praktische kant; werkelijkheid |
| jitsugensuru-実現する | realiseren; verwezenlijken; bewerkstelligen |
| jitsujō-実状 | de feitelijke [actuele] situatie [toestand]; de huidige stand van zaken; de werkelijkheid |
| jitsuni-実に | werkelijk; echt; feitelijk; zeker |
| jitsuri-実理 | praktische theorie (gebaseerd op de werkelijkheid); feitelijke logica |
| jitsuryoku-実力 | (werkelijke) kracht; vermogen; competentie; talent; vaardigheid |
| jitsuzai-実在 | (filosofie) objectieve werkelijkheid |
| jiyaku-寺役 | werk(taken) in een tempel |
| jobu-ジョブ | werk; taak; baan(tje); klus |
| jodōshi-助動詞 | hulpwerkwoord |
| joji-助辞 | (grammatica) hulp(werk)woord |
| jōkaku-城郭 | kasteel met verdedigingswerk (slotgracht, etc.) en/of versterkingen; citadel |
| jomakushiki-除幕式 | (officiële) onthulling (van een kunstwerk e.d.) |
| jōmon-縄文 | (afk. voor) Jōmon aardewerk (met een touw-patroon) |
| jōmondoki-縄文土器 | Jōmon-aardewerk (met touwpatroon, gemaakt tijdens de Jōmon-periode) |
| jōmu-乗務 | het dienstdoen [werkzaam zijn] als bestuurder van een voertuig (trein, vliegtuig, e.d.) |
| jōmu-常務 | dagelijks werk; dagelijkse routine |
| jorunāta-ジョルナータ | hoeveelheid fresco verf die in 1 dag kan worden opgebracht (van Italiaans: giornata, een dag werk) |
| ju-頌 | (boeddh.) dichtwerk om de boeddhistische kerngedachte [hoofdgedachte] te beschrijven |
| judōtai-受動態 | (grammatica) lijdende [passieve] vorm (van een werkwoord) |
| jūgyōin-従業員 | werknemer; medewerker; employé |
| jūgyōinhoken-従業員保険 | werknemersverzekering |
| jūgyōinmochikabuseido-従業員持ち株制度 | het systeem dat werknemers aandelen in de zaak (waar ze werken) kunnen hebben |
| jūichi-じゅういち | Maleise sperwerkoekoek (Cuculus fugax) |
| junia・bōdo・shisutemu-ジュニア・ボード・システム | Junior Raad van Bestuur systeem, waarbij jonge medewerkers binnen het bedrijf oplossingen mogen bedenken voor verschillende managementvraagstukken |
| jūrōdō-重労働 | zware arbeid; zwaar werk |
| jūryōsei-従量制 | betaling naar gebruik (een methode waarbij diensten en voorzieningen in rekening worden gebracht gebaseerd op werkelijk gebruikte gegevens en tijd) |
| jusanjo-授産所 | sociale werkplaats |
| jushikakō-樹脂加工 | verwerking van (synthetische) hars |
| jussaku-述作 | een literair werk [boek]; het schrijven van een boek; auteurschap |
| kaden-家伝 | boekwerk waarin familie overleveringen, kennis e.d. staan beschreven |
| kadō-稼働 | de werking; het functioneren |
| kadō-稼働 | het werken (en geld verdienen); aan het werk zijn |
| kādo・shisutemu-カード・システム | kaartsysteem (bij informatie- en gegevensverwerking) |
| kaenshiki-火焔式 | aardewerk uit het midden van de Jomon-periode met deze decoratie |
| kaeribana-返り花 | terugkeer in het werk na gestopt te zijn (b.v. van een prostituee of een acteur) |
| kaesugaesu-返す返す | werkelijk; echt |
| kafū-下風 | (in) een ondergeschikte positie; onder iemand werken |
| kagakusayō-化学作用 | chemische werking |
| kagemusha-影武者 | iemand (het brein, de feitelijke leider) die achter de schermen werkt en anderen als marionetten bespeelt of gebruikt |
| kagiya-鍵屋 | (Edo periode) bedrijfsnaam van een vuurwerkmaker |
| kagyō-課業 | hoeveelheid werk; werk quotum |
| kahen-佳編 | uitmuntend [uitstekend] werk(stuk) (literatuur e.d.) |
| kahin-佳品 | goed artikel; goed werk; kwaliteitsprodukt |
| kahitsu-加筆 | correctie; bewerking; aanvulling (in een tekst) |
| kai-魁 | het vooruit lopen op anderen; initiatiefneming; baanbrekend werk |
| kaikō-改稿 | een herschrijving [bewerking; revisie; herziene uitgave] van een manuscript |
| kaiko-解雇 | ontslag; opzegging van een arbeidsovereenkomst door een werkgever |
| kaikōsuru-改稿する | een manuscript herschrijven [herzien; bewerken] |
| kaimu-会務 | verenigingswerk |
| kaisaku-快作 | meesterwerk |
| kaisen-回線 | netwerklijn; netwerkverbinding (telefoon, telegraaf, e.d.) |
| kaisō-改装 | het bewerken [moderniseren] van de verpakking [vormgeving] (van b.v. boeken, e.d.) |
| kaji-鍛冶 | het smeden; smeedwerk |
| kajūrōdō-過重労働 | overwerk; het te hard [veel] werken |
| kakashi-案山子 | iem. die iets [iemand] lijkt te zijn, maar dat in werkelijkheid niet is |
| kakō-加工 | bewerking; verwerking; behandeling |
| kakōbōeki-加工貿易 | verwerkingshandel (handel waarbij producten worden geëxporteerd die zijn vervaardigd van ingevoerde materialen) |
| kakokei-過去形 | de verleden tijd (van een werkwoord) |
| kakōshokuhin-加工食品 | voorbewerkt voedsel |
| kakōsuru-加工する | bewerken; verwerken; behandelen |
| kakū-架空 | imaginair [denkbeeldig; fictief; irreëel; onwezenlijk; onwerkelijk] zijn |
| kakuin-客員 | iemand die op uitnodiging werkzaamheden verricht (en niet in vaste dienst aldaar is) |
| kakujū-拡充 | uitbreiding [expansie; vergroting] (van een werkplek, productielijn, e.d.) |
| kame-瓶 | kruik; aardewerken pot |
| kaminidankatsuyō-上二段活用 | vervoeging [verbuiging] van de tweede groep (nidan) werkwoorden |
| kamiwaza-神業 | het werk van god; wonder; bovenmenselijke prestatie |
| kanbō-官房 | secretariaat (werkend) voor leidinggevende functionarissen van het kabinet [de ministeries] |
| kanjin-勧進 | boeddhistisch zendingswerk; het mensen aanmoedigen het boeddhistische pad [de boeddhistische leer] te volgen |
| kanōdōshi-可能動詞 | (taalkunde) werkwoord dat de potentialis uitdrukt (zoals kunnen) |
| kanpon-完本 | volledig werk (van een auteur, e.d.); oeuvre; complete set van boekdelen |
| kanshakudama-癇癪玉 | een knalerwt (vuurwerk) |
| kanteisho-鑑定書 | echtheidsverklaring (van een kunstwerk, e.d.) |
| kanteki-かんてき | (Kansai dialect voor) aardewerken kacheltje [houtskoolgrill] |
| kanzenjidōshi-完全自動詞 | volledig intransitief werkwoord |
| kanzenkoyō-完全雇用 | volledige werkgelegenheid [tewerkstelling] |
| kanzenshitsugyōritsu-完全失業率 | het volledige werkloosheidspercentage (gebaseerd op het aantal mensen dat actief op zoek is naar werk) |
| kanzentadōshi-完全他動詞 | volledig transitief werkwoord |
| karauri-空売り | (effectenhandel, short selling) het verkopen van aandelen (zonder ze daadwerkelijk in bezit te hebben) en ze voor een lager bedrag weer terugkopen |
| karō-過労 | veel overwerk; het buitensporig hard werken; het zich teveel inspannen |
| karōshi-過労死 | dood door overwerk; dood te veel [te zwaar] werk(en) |
| kasaku-佳作 | goed [uitmuntend; uitstekend] werk [stuk; werkstuk] |
| kasegi-稼ぎ | werk; beroep; baan |
| kasegu-稼ぐ | werken; de kost verdienen; geld verdienen |
| kasegu-稼ぐ | iets voor elkaar krijgen; bewerkstelligen; verkrijgen |
| kasōgenjitsu-仮想現実 | (computer) virtuele werkelijkheid ( virtual reality, VR) |
| kasseika-活性化 | activering; inschakeling; inwerkingstelling |
| kasseikasuru-活性化する | activeren; stimuleren; in werking stellen |
| kasutamaizu-カスタマイズ | maatwerk; aanpassen naar de wensen van de klant |
| kataku-家宅 | bouwwerk |
| katan-荷担 | deelname; participatie; medewerking |
| kateikei-仮定形 | (werkwoordsvorm) conditionalis; voorwaardelijke wijs |
| katsudōsuru-活動する | actief zijn; functioneren; werken |
| katsuji-活字 | drukwerk; gedrukte tekst |
| kawarake-土器 | (ongeglazuurd) aardewerk |
| kawazaiku-革細工 | leerbewerking |
| kayaku-加薬 | adjuvans [adjuvant] (niet werkzame stof die wordt toegevoegd aan medicijnen om hun werking te verbeteren) |
| kayoi-通い | woon-werkverkeer |
| kehheru-ケッヘル | Ludwig von Köchel (1800-1877), Oostenrijkse jurist en musicoloog (bekend van de catalogus van de werken van Mozart die hij samenstelde) |
| keigai-形骸 | geraamte van een bouwwerk |
| keiji-繋辞 | (taalkunde) koppelwerkwoord; copula |
| keikan-桂冠 | lauwerkrans; overwinningskrans |
| keirōdō-軽労働 | lichte arbeid; licht werk |
| keishiki-形式 | vorm; frame; raamwerk; formaliteit |
| keiyakushain-契約社員 | contractwerker |
| keizaisōgoenjokaigi-経済相互援助会議 | Comecon, Council for Mutual Economic Assistance (een economisch samenwerkingsverband tussen communistische landen, opgericht in 1949) |
| kekkin-欠勤 | verzuim (van werk); absentie; afwezigheid (zonder toestemming) |
| kemudashi-煙出し | raam(werk) om rook naar buiten weg te voeren |
| kemuridashi-煙出し | raam(werk) om rook naar buiten weg te voeren |
| kenchikubutsu -建築物 | bouwwerk |
| kengaku-見学 | studiereis; werkbezoek; leren door werkzaamheden te observeren in de praktijk |
| kenji-献辞 | dedicatie; opdracht (woorden van toewijding waarmee een werk aan iemand wordt opgedragen) |
| kenjin-堅陣 | bolwerk; sterke positie; versterking |
| kenjō-堅城 | vesting; burcht; bolwerk; bastion |
| kenkon-乾坤 | iets dat uit twee delen bestaat, m.n. boekwerken |
| kenrui-堅塁 | bolwerk; bastion; vesting |
| kensetsushō-建設省 | Ministerie van Bouw; Ministerie van Openbare Werken |
| kenshi-献詞 | dedicatie; opdracht (woorden van toewijding waarmee een werk aan iemand wordt opgedragen) |
| kenshutsu-検出 | waarneming; speurwerk (iets zoeken en vinden) |
| kenzōbutsu-建造物 | bouwwerk (b.v. gebouw, brug, toren, e.d.) |
| keotosu-蹴落とす | met ellenbogenwerk hogerop komen; carrière maken ten koste van anderen |
| keshiki-景色 | bijzondere artistieke elementen (zoals afwerking e.d.) in (hoge kwaliteit) theegerei van de theeceremonie |
| kessaku-傑作 | meesterwerk (literatuur, kunst, etc.) |
| kesshō-結晶 | resultaat (van hard werken, inspanning, e.d.); uitkomst; vrucht |
| kēsuwākā-ケースワーカー | maatschappelijk werker |
| kēsuwāku-ケースワーク | maatschappelijk werk |
| ketsumatsu-結末 | voltooiing; afwerking; totstandbrenging; realisering; eindresultaat; einde; afloop |
| ki-生 | (in kanji combinaties) natuurlijk; onbewerkt; zuiver |
| kibiki-忌引 | afwezigheid [verlof] van werk of school vanwege rouw |
| kibori-木彫り | houtsnede; houtsnijwerk |
| kigu-器具 | werktuig; instrument; gereedschap |
| kihen-机辺 | vlakbij [in de buurt van] een (schrijf)bureau, werktafel, e.d. |
| kiji-木地 | (van hout) nerf; vlam; onbewerkt hout |
| kiji-生地 | het ruwe [natuurlijke] materiaal; onbewerkte stof |
| kikaikō-機械工 | monteur; mecanicien; werktuigkundige |
| kikaikōgaku-機械工学 | werktuigbouwkunde |
| kikōka-寄稿家 | (aan krant, tijdschrift, etc.) bijdrager; medewerker; inzender |
| kīkyoku-キー局 | belangrijkste radio [tv] zender; het (belangrijkste) station dat de kern vormt in een omroepnetwerk |
| kin-勤 | (in kanji combinaties) dienen; in dienst treden; werken |
| kincho-近著 | recent (literair) werk |
| kinda-勤惰 | ijver en luiheid; aanwezigheid en afwezigheid (op het werk) |
| kinkō-金工 | metaalbewerking |
| kinkō-金工 | metaalbewerker |
| kinmu-勤務 | het werken voor een bedrijf (of organisatie); dienstverlening |
| kinmusaki-勤務先 | werkgever |
| kinmusaki-勤務先 | werklocatie |
| kinmuseiseki-勤務成績 | werkprestatie; (iemands) functioneren |
| kinmutaido-勤務態度 | werkhouding; houding en gedrag op het werk |
| kinō-機能 | werking; functie(s); applicaties (op mobiele telefoons e.d.) |
| kinrō-勤労 | werk; arbeid |
| kinrō-勤労 | werkaanstelling voor een vastgestelde periode |
| kinrōshazaisankeiseiseido-勤労者財産形成制度 | Werknemers Vermogensvorming Systeem (Eng.: Workers Property Formation System) |
| kinsaku-近作 | iemands laatste [meest recente] werk; iemands allernieuwste werk |
| kinsoku-禁足 | opsluiting; huisarrest; bewegingsbeperkende maatregel; disciplinaire straf (b.v. waarbij politie-ambtenaren alleen kantoorwerk mogen doen) |
| kinsunago-金砂子 | stofgoud; goudpoeder (wordt gebruikt in schilderkunst of lakwerk) |
| kintai-勤怠 | ijver en luiheid; aanwezigheid en afwezigheid op het werk |
| kintsugi-金継ぎ | kapot aardewerk repareren met goud of zilver (zodat de breuk juist mooi gemaakt wordt, i.p.v. te proberen die onzichtbaar te maken) |
| kinzoku-勤続 | lange termijn dienstverlening; lang op dezelfde werkplek werken |
| kireigoto-奇麗事 | nette afwerking; de puntjes op de i zetten |
| kireigoto-奇麗事 | werk waar je niet vies van wordt |
| kiremono-切れ物 | snijwerktuig; mes |
| kiridashi-切り出し | snijwerk; houthak; steenhouwerij |
| kisetsu-既設 | reeds gemaakt [gebouwd]; al in werking zijn |
| kisetsurōdō-季節労働 | seizoenarbeid; seizoenwerk |
| kishina-来しな | (shina is een achtervoegsel aan de werkwoordsvorm ki- van kuru (komen)) als je komt; op weg; onderweg |
| kisui-既遂 | volledige [daadwerkelijke] uitvoering [pleging] van een misdrijf |
| kiyō-起用 | aanstelling; benoeming; tewerkstelling; promotie; bevordering |
| kizai-器財 | gereedschap; werktuigen; (huishoudelijke) apparaten |
| kī・sutēshon-キー・ステーション | belangrijkste radio [tv] zender; het (belangrijkste) station dat de kern vormt in een omroepnetwerk |
| koa・taimu-コア・タイム | bloktijd (tijd waarin alle werknemers met variabele werktijden aanwezig moeten zijn) |
| kōba-工場 | (kleine) fabriek; werkplaats |
| kobijutsu-古美術 | oude kunstwerken; antiquiteiten |
| kōbō-工房 | atelier; werkplaats (van een kunstenaar, ambachtsman, e.d.) |
| kōchi-巧遅 | uitgebreide maar trage uitvoering; langzaam maar zeker te werk gaan |
| kōcho-高著 | (term die verwijst naar) een literair werk van een ander; uw [jouw] boek |
| kōgeihin-工芸品 | (traditionele) kunstvoorwerpen voor dagelijks gebruik; kunst- en ambachtswerk |
| kōgu-工具 | gereedschap; werktuig |
| kohon-古本 | handgeschreven manuscript of drukwerk van voor de Edo-periode |
| koiguchi-鯉口 | kledingstuk (met lange mouwen) dat ter bescherming over de kimono gedragen wordt bij huishoudelijk werk |
| kōjō-工場 | werkplaats (in gevangenissen, sociale instellingen e.d.) |
| kōjō-工場 | fabriek; werkplaats |
| kōka-効果 | effect; uitwerking; (goed) resultaat; effectiviteit; doeltreffendheid |
| kokitsukau-扱き使う | iemand afbeulen [uitbuiten; te hard laten werken] |
| kokkaku-骨格 | raamwerk; skelet; geraamte |
| kokuru-こくる | (gekoppeld aan andere werkwoorden) blijven doen; doorgaan met |
| kokusaikyōryoku-国際協力 | internationale samenwerking |
| kōkyōjigyō-公共事業 | openbare [publieke] werken |
| kokyū-呼吸 | (goede) samenwerking [coördinatie]; harmonie |
| komame-小忠実 | ijver; inzet; noeste arbeid; het hard (door)werken |
| komekon-コメコン | Comecon (Council for Mutual Economic Assistance), een economisch samenwerkingsverband tussen communistische landen (opgericht in 1949) |
| kominterun-コミンテルン | Komintern (de Communistische Internationale, samenwerkingsverband van communistische partijen, opgericht in 1919) |
| komu-込む | (in combinatie met een ander werkwoord) ingaan; inzetten; grondig [voortdurend] doen |
| kōmushikkōbōgaizai-公務執行妨害罪 | (als strafbaar feit) de belemmering van een overheidsambtenaar (politie, e.d.) in de uitoefening van diens werktaken en plichten |
| kōnaringu-コーナリング | (met schaatsen, skiën, autoracen, e.d.) het nemen van een bocht; bochtenwerk |
| kōnenreishakoyōanteihō-高年齢者雇用安定法 | Wet stabilisering werkgelegenheid voor oudere werknemers (Eng,: Elderly Persons Employment Stabilization Law) |
| kōnō-効能 | effect; werkzaamheid |
| konpyūtā・gurafikkusu-コンピューター・グラフィックス | computerondersteunde grafische verwerking |
| konpyūtā・nettowāku-コンピューター・ネットワーク | computernetwerk |
| kōpasu-コーパス | corpus; verzamelwerk; materiaalverzameling; woordarchief |
| kopura-コプラ | koppelwerkwoord |
| koraborēshon-コラボレーション | samenwerking; medewerking; collaboratie |
| korui-孤塁 | geïsoleerde vesting; laatste bolwerk |
| kōryoku-効力 | effect; uitwerking; potentie |
| kōryoku-効力 | werkzaamheid; effectiviteit |
| kōsaku-工作 | fabricage; constructie(werk) |
| kōsakubutsu-工作物 | werktuigbouw |
| kōsakuhin-工作品 | handwerk; met de hand gemaakte producten |
| kōsakukikai-工作機械 | werktuigmachine; gereedschapswerktuig |
| kōsakushitsu-工作室 | werkplaats; atelier |
| kōsei-構成 | opzet; constructie; raamwerk; structuur |
| kōseinenkin-厚生年金 | (door de overheid beheerde) werknemerspensioenen |
| kōseinenkinhoken-厚生年金保険 | (een door de overheid beheerde) pensioenverzekering voor werknemers |
| kōseinenkinhokenhō-厚生年金保険法 | wet op pensioenverzekering voor werknemers |
| kōshi-格子 | traliewerk; rooster; trellis |
| kōshijō-格子状 | traliewerk-stijl |
| kōshin-更新 | vernieuwing; verlenging; bijgewerkte versie; update; verbetering; aanpassing |
| koshirae-拵え | werkwijze; methode |
| kōshō-公傷 | beroepsletsel; blessure opgelopen tijdens het werk |
| kosho-古書 | antiquarisch boek; oud [antiek] boekwerk |
| kōshō-工匠 | handwerksman; ambachtsman; timmerman |
| koshōsuru-故障する | kapotgaan; fout gaan; niet meer functioneren [werken] |
| kōshu-工手 | arbeider; werkman |
| kōsokujikan-拘束時間 | werkelijke [feitelijke] gewerkte uren [arbeidsuren; werktijd] |
| kōtei-工程 | voortgang [stadium; proces] van werk [handelingen] |
| kōteibunseki-工程分析 | procesanalyse; analyse van het werkproces [constructieproces] |
| kōun-耕耘 | het grond [land] bewerken; ontginnen |
| kōyō-効用 | werkzaamheid; doeltreffendheid; werking |
| koyō-雇用 | werkgelegenheid; dienstverband |
| kūchi-空地 | nog niet bewerkte landbouwgrond |
| kugaku-苦学 | het studeren en tevens (deeltijd) werken |
| kugakusei-苦学生 | werkstudent |
| kuichirasu-食い散らす | slordig eten; vreten; eten als een bootwerker |
| kūkanchi-空閑地 | nog niet bewerkte landbouwgrond |
| kumiireru-組み入れる | invoegen; verwerken; opnemen; onderbrengen |
| kumikomu-組み込む | invoegen; verwerken |
| kumimono-組み物 | vlechtwerk; vlecht; streng; breiwerk |
| kumitenjō-組み天井 | rasterplafond; plafond met raamwerk [latwerk] |
| kumosuke-雲助 | (Edo periode) zwervende arbeiders die werkten als draagstoeldragers, bagagedragers, etc. |
| kunizume-国詰め | (Edo-periode) het werken van daimyo (en hun vazallen) in hun eigen domein (zij waren verplicht om dat elk jaar af te wisselen met werken in Edo) |
| kuntō-薫陶 | aardewerk maken door klei te kneden terwijl men wierook brandt (waardoor de geur in de klei gaat) |
| kurafuto-クラフト | ambacht; handwerk; handgemaakt artikel [product] |
| kurashikku-クラシック | klassiek; klassieke muziek; klassiek werk; klassieker |
| kuroko-黒子 | iemand die achter de schermen [uit het zicht] werkt (aan essentiële zaken in een organisatie e.d.) |
| kuronezumi-黒鼠 | een onbetrouwbare werknemer [bediende] |
| kurōzudo・shoppu-クローズド・ショップ | onderneming waarin lidmaatschap van vakbond verplicht is voor alle werknemers |
| kuru-繰る | omslaan (bladzijde); (naslagwerk) raadplegen; opzoeken (in een boek, e.d.) |
| kūtū-クートゥー | #KuToo (een woordspeling van kutsu = schoenen en kutsū = pijn), protest van Japanse vrouwen tegen het moeten dragen van hoge hakken op het werk |
| kyakushoku-脚色 | een toneel [film] bewerking [scenario] |
| kyatchā・bōto-キャッチャー・ボート | (kleine) boot voor de walvisvangst (werkt samen met de grote walvisvaarder) |
| kyō-協 | (in kanji combinaties) de krachten bundelen; samenwerken |
| kyōcho-共著 | co-auteurschap; gezamenlijk werk |
| kyōchō-協調 | samenwerking; eendracht; overeenstemming |
| kyōchōsei-協調性 | bereidheid tot [geest van] samenwerking |
| kyōdō-共同 | samenwerking; medewerking; coöperatie |
| kyōdō-協同 | coöperatie; samenwerking; medewerking |
| kyōdōkumiai-協同組合 | coöperatie; samenwerking(sverband); partnership |
| kyōdōsuru-共同する | samenwerken; zich verenigen; de handen ineenslaan |
| kyōgenmawashi-狂言回し | iemand die achter de schermen werkt [aan de touwtjes trekt] |
| kyōjo-共助 | samenwerking |
| kyōki-凶器 | gevaarlijk wapen [werktuig]; moordwapen |
| kyokuin-局員 | stafmedewerker op een bureau [kantoor; organisatie] |
| kyōryoku-協力 | samenwerking; medewerking; coöperatie |
| kyōryokusuru-協力する | samenwerken |
| kyōshokuin-教職員 | onderwijzend personeel; school personeel; docenten en medewerkers van een school |
| kyoten-拠点 | basis; steunpunt; bolwerk; zekere positie |
| kyōwa-共和 | (politieke) samenwerking |
| kyūcho-旧著 | klassiek (literair) werk |
| kyūkō-旧稿 | oud manuscript (van een literair werk) |
| kyūkyūtaiin-救急隊員 | ambulancepersoneel; reddingswerkers |
| kyūshoku-休職 | tijdelijk verlof; tijdelijke uittreding; tijdelijke opschorting van werkzaamheden |
| kyūshoku-求職 | het zoeken naar werk [een baan]; werkzoekend zijn |
| mada-まだ | nog steeds (in comb. met bevestigende werkwoorden) |
| mada-まだ | nog (niet) (in comb. met ontkennende werkwoorden) |
| madogiwazoku-窓際族 | een onproductieve werknemer; een incompetente werknemer van middelbare leeftijd (die een zitplaats bij het raam krijgt zodat hij niet in de weg loopt) |
| maezuke-前付け | voorwerk (van een boekuitgave) |
| maguchi-間口 | rijkwijdte van werkzaamheden, onderzoek, e.d. |
| maguwa-馬鍬 | eg (landbouwwerktuig) |
| mairu-参る | (nederig werkwoord voor 行く; 来る) gaan; komen |
| maishin-邁進 | het voortgaan [doorgaan; streven; doorzetten; naar iets toe werken] |
| maishinsuru-邁進する | voortgaan; doorgaan; streven; doorzetten; naar iets toe werken |
| maji-まじ | serieus; werkelijk; echt waar |
| majorika-マジョリカ | (Italiaans aardewerk) majolica; faience |
| majorikayaki-マヨリカ焼き | (Italiaans aardewerk) majolica; faience |
| makie-蒔絵 | een techniek om lakwerk te decoreren met goud- en zilverstofdeeltjes |
| makotoni-誠に | echt; werkelijk; inderdaad |
| makurame-マクラメ | macramé; knoopwerk |
| mame-忠実 | oprecht [trouw; nauwgezet; ijverig; vlijtig; hardwerkend; toegewijd] zijn |
| mamemameshii-忠実忠実しい | hardwerkend; ijverig |
| maruchishōhō-マルチ商法 | multilevel marketing; netwerkmarketing |
| masatsutekishitsugyō-摩擦的失業 | frictiewerkloosheid; wrijvingswerkeloosheid |
| maseisekki-磨製石器 | geslepen stenen werktuig |
| masen-ません | suffix dat gebruikt wordt voor ontkenning van werkwoorden in de beleefdheidsvorm (masu) |
| matahara-マタハラ | discriminatie (op het werk) van zwangere vrouwen |
| matanitī・harasumento-マタニティー・ハラスメント | discriminatie (op het werk) van zwangere vrouwen |
| mattaku-全く | inderdaad; werkelijk; waarlijk |
| meicho-名著 | een beroemd boek; meesterwerk |
| meiga-名画 | een meesterwerk (schilderij) |
| meihitsu-名筆 | meesterlijk [uitmuntend] kalligrafeerwerk |
| meijitsu-名実 | in naam en in werkelijkheid |
| meikyoku-名曲 | beroemd [voortreffelijk] muziekstuk; meesterwerk |
| meisaku-名作 | beroemd kunstwerk; meesterwerk |
| mekago-目籠 | opengewerkte bamboe mand |
| mekanikku-メカニック | monteur; mecanicien; werktuigkundige |
| mekanizumu-メカニズム | mechanisme (werking; techniek) |
| meshiagaru-召し上がる | (erend werkwoord voor 'taberu'; 'nomu') eten; drinken |
| messhu-メッシュ | gaas; rooster; traliewerk |
| mezaru-目笊 | opengewerkte bamboe mand |
| michibushin-道普請 | wegwerkzaamheden; reparaties aan de weg |
| mikansei-未完成 | onvolledig [onafgewerkt; onvoltooid] zijn |
| minkanitaku-民間委託 | werk uitbesteden aan de particuliere sector |
| misetsu-未設 | nog niet gemaakt [gebouwd]; nog niet in werking zijn |
| mitatsuyokin-未達預金 | niet op tijd aangeleverd [verwerkt] deposito |
| mizudokei-水時計 | waterklok; wateruurwerk |
| mizushigoto-水仕事 | huishoudelijk werk, zoals schrobben, boenen en wassen |
| mizushōbai-水商売 | onzekere [risicovolle] handel [zaken]; het werken in het uitgaansleven |
| mō-網 | netwerk; net |
| mochiba-持ち場 | iemand's werkplek [wachtpost; standplaats] |
| mōhitsu-毛筆 | het schrijven [schrijfwerk; kalligrafie] met een dergelijk penseel |
| mojiban-文字盤 | wijzerplaat (op een uurwerk, meter, etc.) |
| mokkō-木工 | houtbewerking |
| mokkō-木工 | houtbewerker |
| mokkōshi-木工師 | houtbewerker |
| mokkyo-黙許 | stilzwijgende toestemming [goedkeuring; medewerking] |
| mokuchō-木彫 | houtsnijwerk |
| mokukōgei-木工芸 | houtbewerking |
| monpe-もんぺ | (wijde) werkbroek (met touwtjes om de enkels, m.n. gedragen door vrouwen op het platteland en in fabrieken) |
| morāru・sābei-モラール・サーベイ | moreel onderzoek naar tevredenheid van werknemers over arbeidscondities |
| mōshitsutaeru-申し伝える | (nederig werkwoord voor 伝える) informeren; rapporteren; (boodschap) doorgeven |
| mōsu-申す | (een nederig werkwoord voor) zeggen; spreken |
| mozaiku-モザイク | mozaïek; mozaïekwerk |
| mudameshi-無駄飯 | een lui leventje; leven zonder te werken |
| mui-無為 | ledigheid; inactiviteit; werkloosheid |
| mumei-無銘 | ongesigneerd zijn (van kunstwerken, zoals kalligrafieën, schilderijen, zwaarden, etc.); niet ondertekend; anoniem |
| muriōjō-無理往生 | het met dwang iemand iets te laten doen; gedwongen medewerking |
| mushoku-無職 | zonder vaste aanstelling af en toe werken |
| mushoku-無職 | werkeloos [zonder werk] zijn; geen baan [beroep] hebben |
| muzamuza-むざむざ | gemakkelijk; zomaar; zonder weerwerk |
| n-ん | vorm van de werkwoordsuitgang -nu, druk uit een ontkenning |
| n-ん | vorm van de werkwoordsuitgang -mu, drukt uit een veronderstelling of voorspelling |
| nagori-余波 | nawerking; nevenaffect; nasleep |
| naharu-なはる | (erend werkwoord voor する) doen; maken |
| nai-ない | (achtervoegsel dat het werkwoord vervoegt naar de korte ontkennende vorm) niet |
| naijo-内助 | hulp of ondersteuning van binnenuit (via een eigen organisatie of bedrijf; vaak ook van de echtgenote die thuis meewerkt) |
| naikei-内径 | binnenste diameter; binnenwerkse maat (van een buis; pijp, etc.) |
| naikin-内勤 | kantoorwerk; bureauwerk |
| naikinsuru-内勤する | werken binnen een kantoor [gebouw]; bureauwerk [kantoorwerk] doen |
| naimu-内務 | binnenlandse (staats)zaken m.b.t. politie, publieke werken, algemene volksgezondheid (inclusief afvalverwerking en riolering) en lokaal bestuur |
| naito・hosupitaru-ナイト・ホスピタル | een ziekenhuis waar 's nachts medische hulp en onderdak wordt geboden aan patiënten die overdag in de gemeenschap kunnen werken |
| naiyōgo-内容語 | (taalkunde) woorden, zoals zelfstandige naamwoorden, werkwoorden en bijvoeglijke naamwoorden, die de semantische betekenis in een zin aanduiden |
| nakaban-中番 | tussendienst; middelste werkschema |
| nakayasumi-中休み | pauze; koffiepauze; lunchpauze; korte onderbreking (van werkzaamheden, maar ook van regen, etc.) |
| nama-生 | rauw [ongekookt; onbewerkt; natuurlijk; ruw] zijn |
| namakeru-怠ける | spijbelen; wegblijven van werk [school] |
| namakeru-怠ける | (werk, studie, e.d.) verwaarlozen; lui zijn; niet hard genoeg werken |
| nanatsudōgu-七つ道具 | de zeven attributen; gereedschap; uitrusting; werktuigen |
| nanshūga-南宗画 | schilderwerk in zuidelijke (nanga) stijl |
| narawasu-習わす | (als achtervoegsel aan werkwoorden) gewend [gewoon; gebruikelijk] zijn; altijd doen |
| naruhodo-成る程 | inderdaad; werkelijk; zeker |
| nasaru-なさる | (erend werkwoord voor する) doen; maken |
| nasaru-為さる | (dit is een beleefdheidsvariant van het werkwoord suru) doen |
| natsume-棗 | lakwerk potje om (poeder) thee in te bewaren |
| nechiketto-ネチケット | (network + etiquette) netiquette (etiquette onder netwerkgebruikers) |
| nejifuseru-捩じ伏せる | iemand tegen de grond werken; iemand op de grond gooien [vasthouden] |
| nejiro-根城 | vesting; fort; bolwerk; citadel |
| nemawashi-根回し | het voorbereidend werk; grondwerk; het leggen van de basis; het achter de schermen manoeuvreren; consensus bereiken om iets te kunnen verwezenlijken |
| neru-練る | leer bewerken; leer looien |
| netto-ネット | (afk. voor) netwerk |
| nettowāku-ネットワーク | (afk. voor) computernetwerk |
| nettowāku-ネットワーク | netwerk |
| nigiribasami-握り鋏 | een U-vormige schaar (zonder vingergaten); wordt meestal gebruikt bij naaiwerk |
| nikkin-日勤 | dagdienst; dagelijks werk |
| nikui-難い | (wordt toegevoegd aan een werkwoord) moeilijk [lastig] om te.... |
| ningenwaza-人間業 | mensenwerk; wat mensen kunnen doen; waar mensen toe in staat zijn; wat menselijkerwijs mogelijk is |
| nininsankyaku-二人三脚 | tijdelijke samenwerking (voor een bepaalde taak) |
| ninpu-人夫 | (hand)arbeider; werkman; bouwvakker; sjouwer; kruier |
| nitchūkinmu-日中勤務 | het werken overdag; dagdienst |
| nīto-ニート | (not in employment, education or training) een jongere die niet studeert of werkt |
| nitto-ニット | breiwerk; gebreide stof; gebreid kledingstuk |
| niyaku-荷役 | havenarbeider; dokwerker |
| nobenissū-延べ日数 | totaal aantal (werk)dagen |
| nōdōtai-能動態 | (grammatica) bedrijvende [actieve] vorm (van een werkwoord) |
| nōgu-農具 | boerderij werktuigen [gereedschappen] |
| nōji-農事 | landbouw; landbouwwerkzaamheden |
| nōkatto-ノーカット | ruwe [onbewerkte] versie (film) |
| nōsagyō-農作業 | agrarisch werk; landbouwarbeid |
| nōsakugyō-農作業 | landbouw; het werken op het land |
| notamau-宣う | (een erend, zeer respectvol werkwoord voor) zeggen; spreken |
| nu-ぬ | achtervoegsel bij werkwoorden in de mizenkei-vervoeging, geeft aan een ontkenning |
| nu-ぬ | achtervoegsel bij werkwoorden in de renyōkei-vervoeging, geeft aan een verleden tijd of voltooiing |
| nue-鵺 | Nue, een No-stuk geschreven door Zeami (een bewerking van het verhaal van de Heike) |
| nurimono-塗り物 | (Japans) lakwerk |
| nyojitsu-如実 | werkelijkheid; realiteit; feit |
| nyūraru・nettowāku-ニューラル・ネットワーク | (kunstmatig) neuraal netwerk (computersysteem) |
| ōbāōru-オーバーオール | werkpak; stofjas |
| ōbātaimu-オーバータイム | overuren; overwerk |
| ōbāwāku-オーバーワーク | overwerk |
| ōbo-応募 | inschrijving; aanmelding; inzending (van een werkstuk, e.d. voor een prijsvraag) |
| ocha-御茶 | theepauze (op het werk) |
| ōdō-王道 | gemakkelijke werkwijze; kortere weg (tot een doel) |
| ōdō-王道 | optimale werkwijze [methode] |
| ofisu・gāru-オフィス・ガール | kantooremployee; vrouwelijke werknemer [kantoorbediende] |
| ofisu・redi-オフィス・レディ | kantoormedewerkster; kantooremployee |
| ofu-オフ | uit; uitgeschakeld; buiten dienst; buiten werking |
| okakae-お抱え | in iemands persoonlijke dienst; privé werknemer; iemand die voor een particulier werkt |
| okimiyage-置き土産 | afscheidscadeau; aandenken; iets dat is achtergebleven; nawerking |
| okinakashi-沖仲仕 | avenarbeider; dokwerker |
| okusoku-憶測 | schatting; raming; speculatie; giswerk |
| omono-御物 | eigendom [kunstwerk] van de keizerlijke familie |
| on-オン | aan; ingeschakeld; in werking |
| ōnā・shisutemu-オーナー・システム | een door werknemers geleide onderneming |
| onbō-隠亡 | medewerker van een crematorium; bewaker van een begraafplaats |
| onnade-女手 | vrouwelijke hulpkracht; medewerkster; werkneemster |
| on・za・jobu・torēningu-オン・ザ・ジョブ・トレーニング | praktijkopleiding; opleiding tijdens het werk |
| oozora-大空 | het zwerk; de wijde hemel, het hemelgewelf |
| operētā-オペレーター | (wiskunde) operator; bewerking |
| ōpun・shoppu-オープン・ショップ | een bedrijf [kantoor] waar de werknemers niet verplicht zijn lid te worden van de vakbond |
| orinasu-織りなす | samenbrengen; samenvoegen (b.v. delen van een compositie van een kunstwerk); combineren |
| oru-居る | (nederig werkwoord voor いる) zijn |
| osandon-お爨どん | keukenmeid; keukenhulp; werk in de keuken |
| oshiau-押し合う | (elkaar) duwen; dringen; ellebogen (met de ellebogen werken) |
| ōshigoto-大仕事 | grote werkzaamheid; enorme ondernemingsactiviteit; levenswerk |
| oshikise-御仕着せ | uniform; werkkleding |
| ōshō-鞅掌 | het hard werken; druk (bezig) zijn |
| ossharu-仰る | (beleefd werkwoord voor) zeggen; spreken |
| otokode-男手 | mannelijke hulpkracht; medewerker; werknemer |
| oyasumi-お休み | (beleefd) rustpunt; schoolpauze; werkpauze; werkonderbreking |
| ō・eru-オー・エル | (office lady) kantoormedewerkster; vrouwelijke beambte |
| ō・ī・shī・dī-オー・イー・シー・ディー | (Organization for Economic Cooperation and Development) Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) |
| paburikku・āto-パブリック・アート | kunstwerken in openbare ruimtes (zoals pleinen e.d.) |
| pafōmansu-パフォーマンス | functie [werking] van een machine, e.d. |
| pākasshon-パーカッション | slagwerk; slaginstrumenten; percussie |
| panpan-ぱんぱん | (onomatopee) pang pang; geluid van geknal [schoten; vuurwerk, etc.) |
| pātotaimā-パートタイマー | deeltijdwerker; parttimer |
| pendingu-ペンディング | in behandeling; hangende; nog niet afgehandeld [verwerkt] |
| pēpā・kanpanī-ペーパー・カンパニー | papieren onderneming (een bedrijf dat is geregistreerd maar geen daadwerkelijke zakelijke activiteiten heeft); brievenbusfirma |
| pike-ピケ | stakerspost; stakingspiket; stakingswacht (een staker die werkwilligen tegenhoudt) |
| pikotto-ピコット | picot (gekartelde band of gehandwerkte boogjes als versiering) |
| pīsuwāku-ピースワーク | stukwerk |
| pitto-ピット | de pits (bij autocircuit); smeerkuil [werkkuil] (in autowerkplaats) |
| pī・etchi・esu-ピー・エッチ・エス | (personal handy-phone system) mobiel netwerksysteem met laag stroomverbruik (ontwikkeld in Japan) |
| ponchi-ポンチ | werktuig om gaten te slaan; ponsmachine; perforator |
| posuto・hābesuto-ポスト・ハーベスト | behandeling [verwerking] van landbouwproducten na de oogst |
| purau-プラウ | ploeg (landbouwwerktuig) |
| purē・bōru-プレー・ボール | (figuurlijk) beginnen; aan het werk gaan |
| purinto-プリント | afdruk; print; kopie; drukwerk |
| purosessā-プロセッサー | processor; centrale verwerkingseenheid, CVE (computer) |
| purusāmaru-プルサーマル | (afk. van plutonium thermal use) thermische verwerking van plutonium in reactoren |
| raden-螺鈿 | raden, de techniek van het inleggen van dunne lagen parelmoer (b.v. in lakwerk) |
| raifu-ライフ | het dagelijks [werkzame] leven; de carrière |
| raifuwāku-ライフワーク | levenswerk |
| rain・baranshingu-ライン・バランシング | lijnbalancering (het zo gelijkmatig mogelijk verdelen van de werklast in een productielijn) |
| raionzu・kurabu-ライオンズ・クラブ | Lions Club (een charitatieve vereniging van zakenlieden, waarvan de leden op vriendschappelijke basis samenwerken) |
| rakuyaki-楽焼き | raku aardewerk (met de hand gevormd en op lage temperatuur gebakken) |
| ramu-らむ | oude vorm van het hulpwerkwoord ran (らん), met de betekenis: het zal zo zijn dat...; omdat |
| ran-らん | een hulpwerkwoord, met de betekenis: het zal zo zijn dat...; omdat |
| ran-ラン | LAN (computer netwerk) |
| ranma-欄間 | een traliewerk of opengewerkt paneel (voor licht of ventilatie, boven schuifdeuren) |
| refarensu・bukku-レファレンス・ブック | naslagwerk; naslagboek |
| refarensu・rūmu-レファレンス・ルーム | (studie)zaal met naslagwerken |
| regyurā・chēn-レギュラー・チェーン | winkelketen; netwerk van winkelfilialen |
| reigen-霊験 | wonder; wonderbaarlijke werkzaamheid [doeltreffendheid] |
| rekinenrei-暦年齢 | leeftijd geteld vanaf de geboortedag (werkelijke leeftijd) |
| ren-聯 | twee symetrisch opgehangen kalligrafiewerken |
| renkei-連携 | samenwerking; medewerking |
| renkeikyōka-連携強化 | versterking van de samenwerking |
| rensaku-連作 | seriewerk van één kunstenaar |
| renshūchō-練習帳 | oefenboek; werkboek |
| ren'yōkei-連用形 | (taalkunde) renyōkei (verbindingsvorm van werkwoorden) |
| rēsu-レース | veter; koord; kant(werk) |
| retatchi-レタッチ | het retoucheren; bijwerken |
| rezākurafuto-レザークラフト | leerbewerking |
| riaritī-リアリティー | realiteit; werkelijkheid |
| riaru-リアル | echt; werkelijk; realistisch |
| riarutaimushori-リアルタイム処理 | (real time processing) realtime verwerking (computerterm) |
| riaru・taimu・purosesshingu-リアル・タイム・プロセッシング | real-time verwerking van de invoer van gegevens (computer) |
| rifuresshukyūka-リフレッシュ休暇 | een verlof toegekend aan werknemers die gedurende een bepaalde periode in dienst zijn geweest |
| rikisaku-力作 | inspannend werk; krachttoer; zwaar werk |
| rinin-離任 | beëindiging van functie [positie; werkplek] |
| rinin-離任 | overplaatsing naar een andere werkplek [afdeling, bijkantoor] (binnen een bedrijf of instelling) |
| rīsu-リース | bloemenkrans; grafkrans; lauwerkrans |
| rōdō-労働 | arbeid; (zwaar) werk |
| rōdōjikan-労働時間 | werkuren |
| rōdōjikantanshuku-労働時間短縮 | werktijdverkorting; arbeidsduurverkorting |
| rōdōjōken-労働条件 | arbeidsomstandigheden; werkomstandigheden |
| rōdōken-労働権 | het recht op werk [arbeid] |
| rōdōryoku-労働力 | arbeid; werk; mankracht |
| rōdōsaigai-労働災害 | arbeidsongeval; ongeluk op [tijdens] het werk |
| rōdōsha-労働者 | arbeider; werknemer |
| rōdōshakaikyū-労働者階級 | de arbeidersklasse; de werkende klasse |
| rōeki-労役 | (zware) arbeid; werk; bezigheid; inspanning |
| rokkuauto-ロックアウト | lock-out (sluiting van de werkplek [het wegzenden van werknemers] als middel tegen stakingen) |
| rōmusaigai-労務災害 | arbeidsongeval; beroepsongeval; ongeval op de werkplek |
| rōnin-浪人 | een werkloze; iemand zonder baan |
| rōryoku-労力 | moeite; inspanning; werk |
| rōsutā-ロースター | dienstrooster; werkschema |
| rosutoru-ロストル | rooster (ijzeren raamwerk) |
| rūchin-ルーチン | routine; standaard [routinematig] werk |
| rūchin・wāku-ルーチン・ワーク | routinewerk |
| ryōki-猟奇 | op zoek naar het vreemde [curieuze; bizarre; onwerkelijke] |
| ryokusaku-力作 | inspannend werk; krachttoer; zwaar werk |
| ryōyaku-良薬 | een goed (werkend) medicijn |
| ryūgi-流儀 | werkwijze; methode; handelwijze |
| ryūgi-流儀 | traditioneel doorgeven werkwijze in scholen van performance kunstvormen |
| ryūryū-流流 | manier van doen; werkwijze; methode; stijl |
| sābisuzangyō-サービス残業 | onbetaalde overuren; onbetaald overwerk |
| saboru-サボる | spijbelen; (werk) veronachtzamen; onproductief zijn |
| sagyō-作業 | werk; werkzaamheden; bezigheden; activiteit |
| sagyōba-作業場 | werkplaats; atelier |
| sagyōchū-作業中 | werk in uitvoering; onderhanden werk |
| sagyōdai-作業台 | werkbank; werktafel |
| sagyōfuku-作業服 | werkkleding; overall |
| sagyōgi-作業着 | werkkleding; overall |
| sagyōgutsu-作業靴 | werkschoen(en) |
| sagyōiki-作業域 | werkplek |
| sagyōjikan-作業時間 | werkuur; arbeidsuur |
| sagyōkankyō-作業環境 | werkomgeving |
| sagyōkeikakuhyō-作業計画表 | werkplan; werkschema; werkrooster |
| sagyōken-作業犬 | werkhond (zoals: een geleidehond, politiehond, e.d.) |
| sagyōkyoka-作業許可 | werkvergunning |
| sagyōshitsu-作業室 | werkkamer |
| sagyōsupēsu-作業スペース | werkruimte; werkterrein |
| saihō-裁縫 | naaiwerk |
| saiku-細工 | handvaardigheid; handwerk; vakmanschap |
| sairyōrōdōsei-裁量労働制 | discretionair arbeidssysteem (waarin lonen worden betaald op basis van vooraf bepaalde hoeveelheid gewerkte tijd i.p.v. van de werkelijke werkuren) |
| saitō-彩陶 | plateel keramiek (beschilderd Chinees aardewerk) |
| sakiwatashi-先渡し | het uitbetalen van loon [vergoeding] voordat het werk is gedaan |
| sakiyama-先山 | houwer; (geschoolde; ervaren) mijnwerker |
| sakkyū-遡及 | terugwerking; terugwerkend |
| sakubutsu-作物 | literair werk |
| sakudo-作土 | toplaag; oppervlakte grond [aarde]; bewerkte [geploegde] grond |
| sakuhin-作品 | werk; stuk; kunstwerk; oeuvre |
| sakusha-作者 | maker van een kunstwerk; kunstenaar |
| sakusuru-策する | plannen; een plan opstellen [uitwerken] |
| samo-然も | klaarblijkelijk; werkelijk; schijnbaar; duidelijk; waarschijnlijk |
| samu-作務 | dagelijkse arbeid in een zen-tempel (zoals landbouw, schoonmaakwerk, e.d. als onderdeel van de boeddhistische training) |
| samue-作務衣 | samue, werkkleding van Japanse boeddhistische monniken (tegenwoordig ook gedragen als vrijetijds- of werkkleding) |
| sanforaizu-サンフォライズ | anti-krimp verwerkingstechnologie voor stoffen |
| sangyōyobigun-産業予備軍 | industrieel reserveleger (Marxistische term voor de grote groep werkelozen, die door kapitalisten gebruikt werden om werkenden onder druk te zetten) |
| sankōsho-参考書 | naslagwerk; referentiewerk |
| sansai-三彩 | aardewerk gemaakt met drie (maar soms ook twee of vier) soorten gekleurd glazuur, op lage temperatuur gebakken |
| sararīman-サラリーマン | werknemer in loondienst; (Japanse) zakenman |
| saropetto-サロペット | overall; werkpak; werkbroek; tuinbroek |
| sashiko-刺し子 | het quilten; quiltwerk |
| sashimono-指し物 | schrijnwerk; meubelmakerij |
| sasshiyōfude-サッシ用筆 | ronde of brede kwast (om houtwerk zoals kozijnen te verven) |
| sayō-作用 | werking; functie; actie; activiteit |
| seikakukatsuyō-正格活用 | (taalkunde) regelmatige vervoeging (van werkwoorden) |
| seikatsukyū-生活給 | loon berekend op basis van de kosten van levensonderhoud van de werknemer (rekening houdend met leeftijd, dienstjaren en gezinssituatie) |
| seikatsunenrei-生活年齢 | leeftijd geteld vanaf de geboortedag (werkelijke leeftijd) |
| seikō-精鉱 | ertsconcentraat; bewerkte erts |
| seikōudoku-晴耕雨読 | op het land werken als de zon schijnt en thuis een boek lezen als het regent (verwijst naar het stille [geïsoleerde] leven op het platteland) |
| seimei-生命 | werkzame leven; carrière |
| seisaku-制作 | werk; productie; werkstuk |
| seishain-正社員 | werknemer in vaste dienst; een regulier [volwaardig] personeelslid; een vaste [fulltime] werknemer |
| seizōgyō-製造業 | fabrikant(en); productiesector; verwerkende industrie |
| seizōsho-製造所 | fabriek; werkplaats |
| sekizō-石像 | beeldhouwwerk; stenen beeld |
| sekki-石器 | stenen werktuig (oudheid) |
| sekki-石器 | steengoed (zwaar, hard aardewerk of keramiek) |
| sekō-施工 | constructiewerk; bouwwerkzaamheden |
| sekō-施行 | handhaving; uitvoering; toepassing; inwerkingstelling |
| seminā-セミナー | werkgroep; studiegroep; cursus |
| sengyōshufu-専業主夫 | huisman; thuisblijvende echtgenoot (van werkende vrouw) |
| senjū-専従 | volledige [voltijds] baan; iem. die fulltime werkt |
| senkō-選鉱 | ertsveredeling; ertsbewerking |
| senkōhanabi-線香花火 | (wierookstokjes vuurwerk) traditioneel Japans vuurwerk (een soort sterretje) |
| senkyō-宣教 | (christelijk) missiewerk; zendingswerk |
| senren-洗練 | verfijning; bijschaving; verbetering; afwerking |
| sensuji-千筋 | patroon van dunne verticale strepen (op textiel of aardewerk) |
| seramikkusu-セラミックス | keramiek; aardewerk |
| sessatakuma-切瑳琢磨 | samenwerken met als doel de wederzijdse cultivering van kennis |
| setchū-折衷 | compromis; eclecticisme; combinatie van stijlen [denkvormen; werkwijzen] |
| setomono-瀬戸物 | aardewerk [keramiek] uit Seto (Aichi prefectuur, Japan) |
| setomono-瀬戸物 | Chinees of Japans aardewerk |
| setsurumento-セツルメント | vestigingswerk in wijken; sociaal werk om de levensomstandigheden in arme buurten te verbeteren |
| shaba-車馬 | trekpaard; werkpaard |
| shain-社員 | werknemer; personeelslid; staflid |
| shainshō-社員証 | werknemersverklaring; werknemersidentificatie; medewerkerspasje |
| shakaifukushi-社会福祉 | maatschappelijk werk; welzijnswerk; bijstand |
| shakaifukushishi-社会福祉士 | maatschappelijk werker; sociaal werker |
| shakaijigyō-社会事業 | sociale voorzieningen; maatschappelijk werk; welzijnszorg |
| shakaijin-社会人 | een (volwassen) werkend lid van de samenleving |
| shāringu-シャーリング | smokwerk (kleding) |
| shataku-社宅 | bedrijfswoning; huis dat eigendom is van het bedrijf waar men werkt |
| shayō-社用 | werkzaamheden voor een heiligdom [schrijn] |
| shayōzoku-社用族 | werknemers die genieten van een hoge levensstandaard op kosten van de baas (via hoge onkostennota's) |
| shayū-社友 | iemand die geen werknemer is maar wel als zodanig behandeld wordt |
| shibun-詩文 | literatuur; poëzie en proza; literaire werken |
| shīchingu-シーチング | plaatwerk; metalen bekleding |
| shichirin-七輪 | aardewerken kacheltje [houtskoolgrill] |
| shieki-使役 | tewerkstelling; werk; gebruik; dienst |
| shiekidōbutsu-使役動物 | werkdier(en) |
| shifuto-シフト | dienst; ploeg; werkschema |
| shigokinshi-私語禁止 | verbod op privégesprekken op het werk |
| shigoto-仕事 | werk; baan; beroep; taak; bezigheid |
| shijō-紙上 | op papier ((nog) niet in werkelijkheid) |
| shikakehin-仕掛品 | onderhanden werk (term in de financiële administratie voor producten die nog niet gereed zijn en waarvoor nog geen factuur gestuurd is) |
| shikakeru-仕掛ける | (iem.) uitdagen; initiëren; het initiatief nemen; in werking zetten |
| shikki-漆器 | (Japans) lakwerk |
| shikō-施工 | constructiewerk; bouwwerkzaamheden |
| shikō-施行 | handhaving; uitvoering; toepassing; inwerkingstelling |
| shikumi-仕組み | mechanisme; werking |
| shimau-仕舞う | (voorafgegaan door een werkwoord in de te-vorm) (iets) afronden [helemaal afmaken] (vaak met de connotatie dat het helaas niet meer |
| shimoichidankatsuyō-下一段活用 | vervoeging [verbuiging] van ichidan werkwoorden eindigend op: -eru |
| shincho-新著 | modern (literair) werk |
| shinjin-神人 | (in Okinawa) een meisje die in een Shintō-heiligdom werkt |
| shinjitsu-真実 | waarheid; werkelijkheid |
| shinjū-心中 | (figuurlijk) je verplicht voelen je lot te verbinden aan een ander (of aan het bedrijf of de organisatie waar je werkt) |
| shinnyūsha-新入者 | nieuwkomer; nieuwe employé [werknemer] |
| shinpin-神品 | meesterwerk; kalligrafie [schilderij] van de hoogste kwaliteit |
| shinsaku-新作 | nieuw werk (boek, film, schilderij, muziek, e.d.) |
| shinsen-新選 | (op)nieuw samengesteld [geselecteerd; bewerkt] zijn |
| shinsō-真相 | de werkelijke stand van zaken; de ware toedracht (van een zaak) |
| shin'i-真意 | intentie; werkelijke bedoeling; motief |
| shippitsusha-執筆者 | schrijver; auteur; medewerker [bijdrager] (aan publicaties) |
| shiraki-白木 | blank [onbewerkt] hout |
| shirayaki-白焼き | het keramiek bakken zonder glazuur; biscuitaardewerk |
| shiri-尻 | bil(len); achterwerk; zitvlak; achterste; kont |
| shironezumi-白鼠 | trouwe [betrouwbare] werknemer [bediende] |
| shīsā-シーサー | (Okinawa) decoratie (van aardewerk), een beeld lijkend op een kruising van hond en leeuw, ter bescherming gezet bij poorten en op daken van huizen |
| shishō-私傷 | persoonlijk letsel; blessure opgelopen buiten het werk |
| shishū-刺繍 | borduurwerk |
| shisshoku-失職 | het zijn baan verliezen; werkloos worden |
| shitabataraki-下働き | ondergeschikte (positie); werk als ondergeschikte |
| shitamawari-下回り | ondergeschikte; werk [dienst] als ondergeschikte |
| shitashigoto-下仕事 | voorwerk; voorbereidend werk; aangenomen werk |
| shiteyaru-為て遣る | (arch.) eten; wegwerken; verorberen |
| shiteyaru-為て遣る | slagen (in); bewerkstelligen; klaarspelen; lukken; vóór zijn; anticiperen |
| shītopairu-シートパイル | metalen beschoeiing [damwand] (voor grondwerkzaamheden) |
| shitsugyō-失業 | werkeloosheid; zonder werk zitten; zijn baan verliezen |
| shitsugyōritsu-失業率 | werkloosheidsgraad; werkeloosheidspercentage |
| shitsugyōsha-失業者 | een werkeloze; iem. die werkloos is |
| shitsumu-執務 | de uitoefening van de (officiële) functie [taken]; het vervullen van een ambt; het werken |
| shitsumujikan-執務時間 | werktijd; kantooruren; spreekuren |
| shitsumusuru-執務する | (officiële) functie [taken] uitoefenen; een ambt vervullen; zijn werk doen |
| shiyōnin-使用人 | employé; werknemer; bediende |
| shī・pī・yū-シー・ピー・ユー | (central processing unit) centrale verwerkingseenheid (computerterm) |
| shī・yū・ai-シー・ユー・アイ | (character user interface) gebruikersinterface die gebruik maakt van tekst om opdrachten en informatie weer te geven bij computerbewerkingen |
| sho-書 | (afk. voor) het Boek der Documenten (Chinees historisch werk) |
| sho-書 | (in kanji combinaties) schrijven; schrijfwerk; kalligrafie; brief; boek; document |
| shoga-書画 | kalligrafie en schilderij; kalligrafisch werk en schilderwerk |
| shoi-所為 | handeling; actie; werk; arbeid |
| shoiko-背負い子 | raamwerk van hout en touw om grote bagage (b.v. een stapel brandhout) op de rug te dragen (op plaatsen waar autovervoer e.d, niet mogelijk is) |
| shoin-所員 | (kantoor)medewerker; personeel; staf |
| shōji-障子 | traditionele Japanse schuifdeur gemaakt van een houten raamwerk met (rijst)papier |
| shojoshuppan-処女出版 | iemands eerste publicatie; debuutwerk |
| shōka-消化 | het opnemen [verwerken] van informatie; absorptie; voltooiing |
| shokan-書卷 | boek(werk); boekrol |
| shokan-書簡 | het schrijven (van letters, kanji); schrijfwerk |
| shōkendaikō-証券代行 | effectenbureau (doet administratief werk voor het bedrijf dat de aandelen heeft uitgegeven) |
| shoku-職 | werk; baan; beroep |
| shokuba-職場 | werkplek; werkplaats; kantoor |
| shokugyō-職業 | beroep; vak; werk; roeping |
| shokuin-職員 | personeel; medewerker; personeelslid; staflid |
| shokumu-職務 | werk; functie; taak |
| shokunōkyū-職能給 | salaris [loon] dat is gebaseerd op de functiebeoordeling [functiewaardering; werk evaluatie]] |
| shokushu-職種 | werkclassificatie; beroeps-categorie; soort baan |
| shokutaku-嘱託 | tijdelijke aanstelling; parttime werk |
| shokyō-書経 | het Boek der Documenten (Chinees historisch werk) |
| shomotsu-書物 | boek; boekwerk; boekdeel |
| shori-処理 | afhandeling; verwerking; behandeling |
| shorinōryoku-処理能力 | verwerkingscapaciteit, doorvoer [doorstroom] capaciteit |
| shorisuru-処理する | afhandelen; behandelen; verwerken |
| shosaku-初作 | het eerste werk van een kunstenaar [schrijver] |
| shosaku-書作 | kalligrafisch werkstuk |
| shosei-書生 | inwonende student, die voor de hoofdbewoner werkzaamheden doet voor kost en inwoning |
| shoyō-所用 | zaak; bedrijf; zaken; werkzaamheden; taak |
| shugei-手芸 | ambacht; handwerk |
| shugi-手技 | vaardigheid; handwerk |
| shūgyō-就業 | werk; werkgelegenheid; het aan het werk gaan |
| shūgyō-終業 | einde van de werkdag; kantoor sluitingstijd |
| shūgyōbasho-就業場所 | standplaats; werkplek; arbeidslocatie |
| shujinkō-主人公 | pensionhouder; herbergier; waard; werkgever; eigenaar |
| shūkatsu-就活 | het zoeken naar een baan; het zoeken naar werk |
| shukkin-出勤 | aanwezigheid [presentie] op het werk; het naar het werk gaan; op het werk komen; inklokken |
| shukkinsuru-出勤する | naar het werk gaan |
| shūkō-就航 | in gebruiksname [in werkingstelling] (van b.v. schepen, vliegtuigen) |
| shūkōgei-手工芸 | handwerk; ambacht(en) |
| shukudai-宿題 | huiswerk; taak |
| shūkyūfutsukasei-週休二日制 | (systeem van) 5-daagse werkweek [schoolweek] (en 2 dagen vrij) |
| shunsei-竣成 | voltooiing (m.n. van bouwwerken, constructies, e.d.) |
| shuppinbutsu-出品物 | een geëxposeerd stuk [werk]; een expositiestuk |
| shūri-修理 | reparatie; herstelwerk |
| shūrikōjō-修理工場 | reparatiewerkplaats; herstelwerkplaats |
| shūrōbiza-就労ビザ | werkvisum |
| shūsaku-習作 | een voorstudie [oefenstuk] (voor een kunstwerk of muziekstuk); compositie |
| shūshinkoyō-終身雇用 | vaste aanstelling; levenslange werkgelegenheid [tewerkstelling] |
| shūshinkoyōseido-終身雇用制度 | Japans systeem dat werknemers hun hele (werkzame) leven bij hetzelfde bedrijf werken |
| shūshoku-就職 | het vinden van werk [een baan] |
| shūshokuguchi-就職口 | werkplek; werkgelegenheid; vacature |
| shūshokuhyōgaki-就職氷河期 | perode van slechte werkgelegenheid |
| shūshokukibōsha-就職希望者 | werkzoekende; sollicitant |
| shūshokunan-就職難 | moeilijk werk kunnen vinden (door een tekort aan werkgelegenheid) |
| shūshokuritsu-就職率 | werkgelegenheidsgraad; werkgelegenheidspercentage |
| shūshokusuru-就職する | werk [een baan] vinden |
| shussei-出精 | ijver; toewijding; vlijt; het hard werken |
| shussesaku-出世作 | (in de kunst of literatuur) een werk dat de maker roem [erkenning; aanzien] opleverde; meesterwerk; debuut(werkstuk) |
| shussha-出社 | het naar [aan] het werk gaan; inklokken (aanmelden per prikklok) |
| shusshi-出仕 | naar kantoor [het werk] gaan (vooral gebruikt door ambtenaren) |
| shusshisuru-出仕する | naar kantoor [het werk] gaan |
| shutsudai-出題 | het bepalen van een titel [thema] (voor een dichtwerk) |
| sobireru-そびれる | (als achtervoegsel bij een werkwoord) een kans [gelegenheid] missen; er niet in slagen om |
| sodegaki-袖垣 | een lage heg [laag hek(werk)] aan weerszijden van een toegangspoort |
| sodekabā-袖カバー | mouwbeschermer (tegen vervuiling, zoals inktvlekken e.d., bij kantoorwerk) |
| sōgakari-総掛かり | het met vereende krachten ergens aan werken |
| sōgosayō-相互作用 | interactie; wisselwerking; samenspel |
| sōgyō-操業 | werking; werkzaamheden |
| sōingu-ソーイング | naaiwerk; naaien |
| sōjō-相乗 | meerdere elementen versterken elkaars werking |
| sōjōkōka-相乗効果 | synergie; voordeel door samenwerking |
| sokkin-側近 | (iemands persoonlijke) hofhouding; entourage [naaste medewerkers; staf] |
| sokonau-損なう | (gekoppeld achter andere werkwoorden) niet voor elkaar krijgen; niet goed doen |
| sokoneru-損ねる | (gekoppeld achter andere werkwoorden) niet voor elkaar krijgen; niet goed doen |
| sōku-走狗 | (fig.) marionet; speelbal; dupe; werktuig (iemand die het (vuile) werk moet opknappen) |
| sokyū-遡及 | terugwerking; terugwerkend |
| sōmu-総務 | werknemer [kantoorbediende] van (de afdeling) algemene zaken |
| sorarizēshon-ソラリゼーション | solarisatie (fotografische inversie, waarbij zwart-wit in fotografisch werk wordt omgekeerd door tijdens het ontwikkelen enigszins te overbelichten) |
| soro-候 | gebruikt als hulpwerkwoord, voegt het beleefdheid toe van de spreker voor de toehoorder |
| sōsa-操作 | bediening (van een machine, e.d.); (be)werking; verrichting |
| sōsasuru-操作する | bedienen (machine, e.d.); bewerken; verrichten |
| soshakusuru-咀嚼する | verteren; in zich opnemen; verwerken; begrijpen |
| sōsharu・apurikēshon-ソーシャル・アプリケーション | sociale software; software waar sociale netwerken op draaien (Engels: social application) |
| sōsharu・danpingu-ソーシャル・ダンピング | lagere productiekosten door het werken met zeer goedkope arbeidskrachten |
| sōsharu・wākā-ソーシャル・ワーカー | maatschappelijk werker [werkster]; sociaal werker [werkster] |
| sōsharu・wāku-ソーシャル・ワーク | maatschappelijk werk (Engels: social work) |
| sotomawari-外回り | werken buiten kantoor; buiten werken |
| sotsugyōseisaku-卒業制作 | afstudeerwerkstuk (gedaan op een Kunstacademie in plaats van een scriptie) |
| sozaisangyō-素材産業 | industriesector die zich bezighoudt met het winnen en raffineren van onbewerkte grondstoffen (b.v. staal, olie, kool, hout, etc.) |
| sube-術 | (vastgestelde) methode; manier; werkwijze |
| sueki-須恵器 | Sue aardewerk, Japans blauwgrijs aardewerk (geproduceerd vanaf het late Kofun-tijdperk tot de Heian-periode) |
| suezen-据え膳 | anderen laten werken en zelf niets doen |
| suiheibungyō-水平分業 | horizontale arbeidsverdeling [werkverdeling; specialisatie] |
| sujihiki-筋引 | werktuig [gereedschap] om een lijn te trekken |
| sukashi-透かし | ajourwerk; opengewerkte constructie (b.v. in houtsnijwerk) |
| sukiru・inbentorī・shisutemu-スキル・インベントリー・システム | inventarisering van de vaardigheden, opleidingen en ervaringen van de werknemers van een bedrijf |
| suku-鋤く | ploegen; de grond bewerken [omploegen] |
| sumitsuki-墨付き | commentaar ingestoken in een klassiek boekwerk |
| sūpākonpyūtā-スーパーコンピューター | supercomputer (computer met een buitengewoon grote bewerkingscapaciteit of rekenvermogen) |
| suri-刷り | drukwerk; het gedrukt worden |
| surūputto-スループット | verwerkte hoeveelheid; productie; verwerkingscapaciteit |
| sutandoarōn-スタンドアローン | losstaand; zelfstandig werkend (computer) |
| suyaki-素焼き | het keramiek bakken zonder glazuur; biscuitaardewerk |
| tachihataraku-立ち働く | hard werken; druk zijn met werken |
| tadōshi-他動詞 | transitief werkwoord; overgankelijk werkwoord |
| tagaeshi-耕し | het ploegen [land bewerken] |
| tagayasu-耕す | ploegen; het land bewerken |
| tai-たい | (zou) willen; graag willen; wensen (adjectief achtervoegsel, gebruikt als hulpwerkwoord, voor de 1ste pers., of in vraagzinnen voor de 2de pers.) |
| tai-体 | woord gebruikt bij het tellen van beeldhouwwerken |
| taiappu-タイアップ | band; connectie; samenwerking |
| taigyō-大業 | het werk de zaken] van de keizer |
| taihitsu-大筆 | meesterwerk in kalligrafie, dichtkunst, proza, e.d. |
| taikin-退勤 | het naar huis gaan (na een werkdag); uitklokken |
| taikutsu-退屈 | (in historische documenten e.d.) vrij [ongebonden] en zonder werk |
| tairageru-平らげる | (helemaal) opeten; naar binnen werken |
| taisaku-大作 | (in omvang) een groot [omvangrijk] werk(stuk) |
| taisaku-大作 | (in kwaliteit) een meesterwerk |
| taisha-退社 | het stoppen met werken; van het werk naar huis gaan; uitklokken (afmelden per prikklok) |
| taiten-大典 | (boeddh. naam) Taiten, priester van de Rinzai-sekte (Zen boeddhisme) met een groot aantal dichtwerken op zijn naam (Edo-periode) |
| taiten-大典 | groot klassiek boekwerk |
| taizen-大全 | verzamelbundel; verzamelwerk; het complete werk |
| taji-多事 | drukte (op het werk); werkdruk |
| tajitatan-多事多端 | het erg druk hebben; veel werk hebben; veelbewogenheid |
| takamakie-高蒔絵 | reliëf lakwerk |
| takumi-匠 | handwerksman; vakman; vakvrouw; houtbewerker; timmerman |
| tamoru-給る | (beleefd werkwoord voor) geven; verlenen; toekennen |
| tanbō-探訪 | veldwerk; (journalistiek) onderzoek [navraag] doen (ter plaatse) |
| tanhai-炭肺 | stoflong; mijnwerkerslong (anthracose) |
| tanjikankinmusei-短時間勤務制 | systeem van werktijdverkorting [verkorte werktijden] |
| tankōbon-単行本 | een los boek (als zelfstandig werk gepubliceerd, in tegenstelling tot een boek dat deel uitmaakt van een serie) |
| tanren-鍛練 | het smeden (van metaal); smeedwerk |
| tanshin-短針 | (van een uurwerk) kleine wijzer; uurwijzer |
| tanshitsu-丹漆 | rode lak; rood lakwerk |
| tantei-探偵 | detective werk; geheim onderzoek |
| tatakiageru-叩き上げる | zichzelf opwerken; van onderaf beginnen |
| tateru-立てる | opstellen; uitwerken; naar voren brengen |
| tauchi-田打ち | het bewerking [omploegen] van de rijstvelden |
| teami-手編み | breien (met de hand); (hand)breiwerk |
| tebanare-手離れ | iets dat klaar is (waar niet meer aan gewerkt hoeft te worden) |
| tebentō-手弁当 | vrijwilligerswerk doen; werken zonder betaling |
| tegara-手柄 | (grote) prestatie; kunstukje; staaltje; knap werk |
| tegirei-手奇麗 | mooi [netjes] (afgewerkt) handwerk |
| teihon-底本 | naslagwerk; bron |
| teihon-底本 | manuscript; eerste (werk)versie van een geschrift |
| teishi-停止 | het stoppen; stilstand; buiten werking (van apparaten of mechanismen) |
| tekisuru-敵する | zich verzetten tegen; bezwaar maken tegen; dwarsbomen; tegenwerken |
| tekkotsu-鉄骨 | staalconstructie [stalen frame] van een bouwwerk |
| tekunosutorakuchā-テクノストラクチャー | (van het Engelse technostructure) een netwerk van vakbekame personen die grip houden; controle houden over de economie binnen de eigen organisatie |
| tema-手間 | werk dat veel tijd en moeite vergt |
| tema-手間 | salaris; loon naar werken; geld voor verrichte arbeid |
| temachin-手間賃 | salaris; loon naar werken; geld voor verrichte arbeid |
| temadai-手間代 | salaris; loon naar werken; geld voor verrichte arbeid |
| temame-手忠実 | ijverig [hardwerkend] zijn |
| temashigoto-手間仕事 | werk dat veel tijd en moeite kost; stukwerk |
| tenaishoku-手内職 | thuiswerk (doen); handwerk thuis verrichten |
| tenjihin-展示品 | tentoongesteld [geëxposeerd] voorwerp [kunstwerk] |
| tenka-天火 | (afk. voor) een slechte dag; een ongeluksdag (volgens de kalendernotities moet men dan werk aan daken, kachels, etc vermijden) |
| tenkai-展開 | ontwikkeling; verloop; uitwerking |
| tenkai-展開 | (wiskunde) desintegratie; uitwerking |
| tenkaisuru-展開する | ontwikkelen; uitspreiden; uitrollen; openvouwen; uitlichten; uitwerken |
| tenkanichi-天火日 | een slechte dag; een ongeluksdag (volgens de kalendernotities moet men dan werk aan daken, kachels, etc vermijden) |
| tenkara-てんから | (met een ontkennend werkwoord) helemaal niet; absoluut niet; geenszins |
| tenkō-天功 | hemels werk; werk [prestatie; gave] van de hemel [de natuur; het universum] (of van de keizer als plaatsvervanger van de hemel) |
| tenouchi-手の内 | (werkelijke) bedoeling; intentie |
| tenpuru・burokku-テンプル・ブロック | tempelblok (slagwerkinstrument) |
| tensaku-典策 | (klassiek) boekwerk (m.n. over geschiedenis) |
| tensaku-添削 | correctie; verbetering; het bijwerken van tekst |
| tenshoku-天職 | roeping; levenswerk |
| tenshoku-転職 | carrièreswitch; verandering van beroep [werk; (loop)baan] |
| tenzai-点在 | het her en der [verspreid] aanwezig zijn (van bouwwerken, e.d.) in een gebied; bezaaid zijn met |
| ten'in-店員 | winkelpersoneel; winkelbediende; winkelmedewerker |
| terīnu-テリーヌ | terrine (aardewerken kom) |
| tesabaki-手捌き | hantering; bewerking; bediening |
| tesagyō-手作業 | handwerk; ambacht (enkel met handgereedschappen) |
| tesaki-手先 | loopjongen; stroman; iemand die het vuile werk opknapt voor anderen |
| tesei-手製 | handwerk; handgemaakt |
| teshigoto-手仕事 | handwerk; handarbeid; werken met je handen |
| teshoku-手職 | handwerk; handarbeid |
| tesuki-手隙 | vrije tijd hebben; geen werk hebben; niet bezig zijn |
| tetsudau-手伝う | bijdragen; meewerken (aan) |
| tetsuya-徹夜 | het een hele nacht opblijven [wakker blijven; waken; doorhalen; doorwerken] |
| tetsuyasuru-徹夜する | de hele nacht doorwerken [doorhalen; waken; wakker blijven] |
| tewake-手分け | taakverdeling; verdeling van werk |
| tezaiku-手細工 | handwerk; handvaardigheid; ambacht |
| tezukuri-手作り | handwerk; met de hand gemaakt |
| tezuri-手刷り | met de hand drukken; handdrukwerk |
| tobae-鳥羽絵 | karikatuur (Japanse schilderstijl gebaseerd op werk van de schilder Toba Sōjō (12de eeuw)) |
| tobinomono-鳶の者 | (Edo-periode) arbeiders [bouwvakkers] (ook) werkzaam als brandweerman |
| tobishoku-鳶職 | het bouwvak werken (op hoge steigers) |
| toh-取っ | voorvoegsel (afgeleid van 取り), gebruikt om de betekenis van werkwoorden te intensiveren [versterken] |
| tōki-陶器 | (zacht) porselein (aardewerk); keramiek |
| tokkō-特効 | (met) specifieke (uit)werking [werkzaamheid] |
| tokuhitsu-禿筆 | (bescheiden term voor) het eigen schrijfwerk |
| tome-止め | (timmerwerk) verstek-verbinding |
| torabāyu-トラバーユ | verandering van baan [werk]; carrièreswitch |
| torikakaru-取りかかる | beginnen; starten; gaan doen; aan het werk gaan |
| toriko-取り粉 | rijstmeel, dat (tegen het vastkleven) op het werkblad wordt gestrooid bij het maken van mochi (kleefrijstbolletjes) |
| tōsansai-唐三彩 | Sancai aardewerk (driekleurig: bruin, groen en gebroken wit; uit de Chinese Tang dynastie) |
| tōsei-陶製 | keramiek; aardewerk; porselein |
| tsu-つ | hulpwerkwoord, gevoegd achter de renyōkei van een werkwoord of adjectief, drukt uit: voltooide handeling; uiteindelijk; zekere verwachting; zekerheid |
| tsuboyaki-壺焼き | gerecht gegaard in een aardewerken pot |
| tsuboyaki-壺焼き | het garen [bakken] in een aardewerken pot |
| tsukaeru-仕える | dienen; in dienst zijn (van); werken (voor) |
| tsukaite-使い手 | gebruiker; consument; werkgever |
| tsūkin-通勤 | het forenzen; pendelen (woon-werkverkeer) |
| tsūkinsuru-通勤する | naar het werk gaan [reizen]; forenzen; pendelen |
| tsūkinteikijōshaken-通勤定期乗車券 | OV-kaart voor werknemers |
| tsukuri-作り | bouwwerk; constructie; productie; vakwerk |
| tsūru-ツール | werktuig; gereedschap |
| tsūshinmō-通信網 | communicatienetwerk |
| tsutome-勤め | plicht; verplichting; taak; opdracht; werk; dienst |
| tsutomeburi-勤め振り | werkhouding; werkopvatting |
| tsutomenin-勤め人 | ambtenaar; kantooremployé; iemand die op kantoor werkt |
| tsutomeru-勤める | werken (bij; als); in dienst zijn (van) |
| tsutomesaki-勤め先 | werkplek; kantoor |
| tsuzurenishiki-綴れ錦 | (handgeweven) brokaat [tapijtwerk] |
| uchiagehanabi-打ち上げ花火 | vuurpijl (vuurwerk) |
| uchiageru-打ち上げる | lanceren (van raketten, e.d.); afsteken van vuurwerk |
| uchidashi-打ち出し | (in papier of metaal) reliëfwerk; drijfwerk |
| uchidasu-打ち出す | uitprinten; uitwerken |
| uddokurafuto-ウッドクラフト | houtbewerking; houtsnijkunst |
| ukeoi-請負 | (werk) contract |
| ukeou-請け負う | op zich [voor zijn rekening] nemen; (werk) aannemen |
| ukibori-浮き彫り | snijwerk in reliëfvorm |
| ukiyobanare-浮き世離れ | wereldvreemdheid; het los van [onverschillig voor] de werkelijkheid [realiteit] zijn |
| untenshihon-運転資本 | werkkapitaal |
| untenshikin-運転資金 | werkkapitaal; bedrijfskapitaal |
| urakata-裏方 | (in het theater) personeel dat achter de schermen werkt |
| uriko-売り子 | verkoper; verkoopster; verkoopmedewerker |
| urushi-漆 | Japanse [Chinese] lak (gebruikt voor lakwerk) |
| usukuchi-薄口 | dun [fijn; delicaat] voorwerp (b.v. aardewerk, porselein) |
| utsutsu-現 | werkelijkheid; realiteit |
| uwanuri-上塗り | laklaag; laatste laag; eindlaag; afwerking |
| uwaya-上屋 | (tijdelijke) dakconstructie (boven een bouwwerk in aanbouw) |
| uyoku-羽翼 | hulp; assistent; trouwe medewerker; (iemands) rechterhand (fig.) |
| wādo・purosessā-ワード・プロセッサー | tekstverwerker (computer) |
| wāhori-ワーホリ | (afk. voor) werkvakantie; vakantiereis met werkvergunning [visum] (waarbij reizigers mogen werken in het land dat ze bezoeken) |
| wākahorikku-ワーカホリック | workaholic. iemand die verslaafd is aan zijn werk; iemand die veel werkt |
| wakate-若手 | een jong iemand; jonge man [vrouw]; een junior employé [werknemer] |
| wākēshon-ワーケーション | telewerken vanaf een vakantiebestemming |
| wākingu・horidē-ワーキング・ホリデー | werkvakantie; vakantiereis met werkvergunning [visum] (waarbij reizigers mogen werken in het land dat ze bezoeken) |
| wāku-ワーク | werk |
| waku-枠 | raamwerk; frame; onderstel |
| wākubukku-ワークブック | werkboek; oefenschrift |
| wakugumi-枠組み | raamwerk; raster; framework |
| wākusutēshon-ワークステーション | werkstation (computer) |
| wan・pointo-ワン・ポイント | slechts één patroon of decoratie van borduurwerk op kleding |
| wāpuro-ワープロ | tekstverwerker (computer) |
| watakuriguruma-綿繰り車 | katoenrol (houten werktuig om zaden [korrels] te verwijderen) |
| yagaru-やがる | een hulpwerkwoord dat in combinatie met een ander werkwoord ergernis uitdrukt over de daad [actie] van een ander |
| yagura-櫓 | steiger, hoge (houten) stellage (voor bouwwerkzaamheden); hoog podium voor theater, e.d. |
| yagyō-夜業 | nachtdienst; nachtwerk |
| yakie-焼き絵 | brandwerk versiering; afbeelding gemaakt door brandwerk |
| yakimono-焼き物 | keramiek; aardewerk; porselein |
| yakka-薬禍 | schadelijke bijwerkingen van een medicijn |
| yakkō-薬効 | de werkzaamheid van een medicijn [geneesmiddel] |
| yakuhon-訳本 | vertaling; vertaald werk [boek] |
| yakuri-薬理 | werking [effect] van medicijnen |
| yakurisayō-薬理作用 | medicinale werking; de werking van geneesmiddelen |
| yakushin-薬疹 | huiduitslag als bijwerking van medicijngebruik |
| yakusho-訳書 | vertaling; vertaald werk [boek] |
| yakushutsu-訳出 | vertaling; vertaald werk |
| yamibaito-闇バイト | zwartwerk; illegaal deeltijdwerk (soms met criminele doeleinden) |
| yaminoutsutsu-闇の現 | de werkelijkheid in het duister; onduidelijkheid; iets waarvan je niet zeker bent of het werkelijkheid is of niet |
| yamiya-闇屋 | een zwarthandelaar; iem. die op de zwarte markt werkt |
| yarisokonau-遣り損なう | tekortschieten; falen; mislukken; slecht werk leveren; een blunder begaan |
| yasudaiji-易大事 | iets dat er eenvoudig uitziet, maar in werkelijkheid zeer belangrijk is |
| yasumu-休む | verzuimen; afwezig zijn; vrij zijn [nemen] (van werk, etc.) |
| yattsukeshigoto-やっつけ仕事 | haastwerk; slordig uitgevoerde klus |
| yō-よう | (vervoeging van klassiek Japanse hulpwerkwoorden) om het vermoeden of de wil van de spreker uit te drukken) laten we; ik denk; zou het zo zijn |
| yobimizu-呼び水 | een waterpomp in werking zetten; water dat in een (water)pomp wordt gegoten (om hem in werking te krijgen) |
| yōgai-要害 | vesting, bolwerk, bastion |
| yōgu-用具 | instrument; gereedschap; werktuig |
| yoha-余波 | nawerking; neveneffect; nasleep |
| yoin-余韻 | nasmaak; nawerking |
| yōji-用事 | zaak; zaken; aangelegenheid; werk; bezigheid |
| yokodori-横取り | het (zijdelings) weggrijpen; wegpakken van iemands goederen of kennis (en die als eigen bevindingen doen voorkomen, b.v. in een werksituatie) |
| yokomono-横物 | horizontaal geschreven tekst; horizontaal opgehangen kunstwerk |
| yōnin-傭人 | werknemer; dienaar |
| yōnin-用人 | arbeider; iemand die (nuttig) werk doet |
| yosegi-寄せ木 | intarsia; inlegwerk van stukjes van verschillende houtsoorten |
| yosegi-寄木 | mozaïek van hout; inlegwerk van hout |
| yōtashi-用足し | zakelijke transactie; uitvoering van werkzaamheden |
| yotsumegaki-四つ目垣 | een hekwerk [trellis] van bamboe (met vierkante openingen) |
| yūhen-雄編 | meesterwerk |
| yūkaku-遊客 | iemand die zich alleen maar vermaakt zonder te werken; lanterfanter; pretmaker |
| yūkō-有功 | verdienste; verdienstelijkheid; verdienstelijk [werkzaam] zijn |
| yūkō-有効 | effectiviteit; doeltreffendheid; werkzaamheid; geldigheid |
| yūkyū-遊休 | inactiviteit; buiten werking; buiten gebruik |
| yūmeimujitsu-有名無実 | slechts in naam (en niet in werkelijkheid) |
| yumeutsutsu-夢現 | half in slaap [ tussen slapen en wakker] zijn; tussen droom en werkelijkheid |
| yunion・shoppu-ユニオン・ショップ | vakbondswinkel, een vorm van een vakbondsveiligheidsclausule met afspraken tussen werkgevers en vakbond |
| yūshoku-有職 | een baan [werk] hebben; een beroep uitoefenen |
| yū・tān-ユー・ターン | U-bocht (het verschijnsel dat werknemers afkomstig van het platteland die in de grote steden waren gaan werken teruggaan naar hun geboorteplaats) |
| zagyō-座業 | zittend werk |
| zaikei-財形 | (belastingvrij) spaarplan voor werknemers |
| zaikeichochiku-財形貯蓄 | (belastingvrij) spaarplan voor werknemers |
| zaimei-在銘 | gesigneerd ondertekend] zijn (van kunstwerken, zoals kalligrafieën, schilderijen, zwaarden, etc.) |
| zaitakukinmu-在宅勤務 | thuiswerk; telewerk; het thuiswerken; telewerken |
| zaitakukinmuteate-在宅勤務手当 | thuiswerkvergoeding |
| zangyō-残業 | overuren; overwerk |
| zanmu-残務 | werkachterstand; werk dat is blijven liggen; resterende [ongedane] werkzaamheden; dingen die nog gedaan moeten worden |
| zashi-座視 | het onbezorgd [lui; onverschillig; werkeloos] toekijken (zonder iets te doen) |
| zashoku-座食 | leven in ledigheid; nietsdoen; eten zonder ervoor te werken |
| zatsuki-座付き | het (exclusief) werken voor een bepaald theater(gezelschap) (als auteur of acteur) |
| zatsuyō-雑用 | allerlei klussen [karweitjes; werkzaamheden] |
| zemi-ゼミ | werkgroep; studiegroep; cursus |
| zemināru-ゼミナール | werkgroep; studiegroep; cursus |
| zensho-全書 | een verzamelbundel; verzameld werk; compleet boek (met alle theorieën en geschriften van een bepaalde persoon of op een bepaald vakgebied) |
| zenshoku-前職 | voorganger (binnen een werkrelatie) |
| zenshū-全集 | verzameld werk; verzamelbundel |
| zeppin-絶品 | uitstekend product [werk]; meesterwerk; kunststuk |
| zeppitsu-絶筆 | laatste werk van een auteur (vlak voor overlijden) |
| zetsugi-絶技 | uitblinkend kunststuk; stunt; voortreffelijk optreden [acteerwerk]; goede techniek |
| zōgan-象眼 | inlegwerk (hout, e.d.); damasceren (in metaal) |
| zōhyō-雑兵 | een onbeduidende [onbelangrijke] persoon binnenin een organisatie; een werkmier |
| zokutō-続投 | het blijven doorwerken (zonder eindtijd of aflossing) |
| zome-初め | (voorvoegsel bij een werkwoord) iets voor de eerste keer doen |
| zonjiru-存じる | (nederig werkwoord voor) weten; beseffen; denken |
| zonzuru-存ずる | (nederig werkwoord voor) weten; beseffen; denken |
| zōsaku-造作 | bouw; constructie(werkzaamheden); installatie; inrichting |
| zufu-図譜 | geïllustreerd boek [naslagwerk]; prentenboek |
| zume-詰め | (achtervoegsel bij werkwoord) geeft aan dat de actie [handeling; situatie] doorgaat |
| zunōrōdō-頭脳労働 | denkwerk |
| zushite-ずして | (werkwoordsuitgang -zu + shite) zonder ... te doen [zijn] |
| zuto-ずと | (werkwoordsuitgang -zu + to) zelfs zonder te... |