大 dai znw.
1 iets groots; grote [maat; vorm]
2 (afk. voor) universiteit
3 (afk. voor) een lange maand (die 31 dagen telt volgens de zonnekalender, en 30 volgens de maankalender)
4 (in kanji combinaties) uitstekend; voortreffelijk; een hoge rang; belangrijk
大臣
minister
minister
大統領
president (van een land)
president (van een land)
Kruisverwijzing
大