動 dō comp.
1 (in kanji combinaties) bewegen; onder de indruk zijn; ontroerd [geraakt] worden; gebaar; gedrag; houding; oproer; ordeverstoring
運動
lichaamsbeweging; (conditie)training; oefening(en)
lichaamsbeweging; (conditie)training; oefening(en)
感動
ontroering; opwinding; sensatie; emotie
ontroering; opwinding; sensatie; emotie
動作
actie; gedrag; houding; werking; besturing; bediening
actie; gedrag; houding; werking; besturing; bediening
動乱
opstand; rebellie; oproer; tumult; burgeroorlog
opstand; rebellie; oproer; tumult; burgeroorlog
Kruisverwijzing
動