Kruisverwijzing
werkwoord
| lemma | meaning |
|---|---|
| ai-相 | (in combinatie met een werkwoord) elkaar; samen |
| arekashi-有れかし | (de gebiedende wijs van het werkwoord ある, drukt uit: hoop; wens; graag willen |
| buru-振る | (achtervoegsel gebruikt als zelfstandig werkwoord) zich pretentieus gedragen; een houding aannemen |
| chūshihō-中止法 | het gebruik van de Japanse renyōkei werkwoordsvorm als voegwoord |
| da-だ | zijn (hulpwerkwoord) |
| darasu-だらす | (vorm van het werkwoord daru) uitputten; vermoeien; afmatten |
| darō-だろう | (informele vorm van het werkwoord 'zijn'; drukt veronderstelling of vermoeden uit) zal (waarschijnlijk) (zo) zijn (dat) |
| dasu-出す | (in combinatie met andere werkwoorden) beginnen te; naar buiten doen [gaan; bewegen] |
| dearō-であろう | (vorm van het werkwoord 'zijn'; drukt veronderstelling of vermoeden uit) zal (waarschijnlijk) (zo) zijn (dat) |
| dearu-である | zijn (neutrale vorm van het koppelwerkwoord) |
| desu-です | zijn (beleefde vorm van het koppelwerkwoord) |
| dokomo-何処も | (met ontkennend werkwoord) nergens |
| domo-ども | (achter een werkwoord) hoewel; ook al; maar |
| dōshi-動詞 | werkwoord |
| fukanzenjidōshi-不完全自動詞 | onvolledig intransitief werkwoord |
| fukanzentadōshi-不完全他動詞 | onvolledig transitief werkwoord |
| fukisokudōshi-不規則動詞 | onregelmatig werkwoord |
| gachi-勝ち | (als suffix achter zelfst.naamwoorden of de renyōkeivorm van werkwoorden) de neiging hebben om; iets frequent [vaak] doen |
| genzaikei-現在形 | de tegenwoordige tijd (van een werkwoord) |
| godan-五段 | godan, werkwoordvervoeging |
| godankatsuyō-五段活用 | (Japanse) godan-werkwoordvervoeging |
| goran ni naru-御覧になる | (respectvolle uitdrukking na de -te vorm van een werkwoord) (uit)proberen; (eens) doen (en kijken hoe het gaat) |
| henkakukatsuyō-変格活用 | (taalkunde) onregelmatige vervoeging (van werkwoorden) |
| hih-引っ | (conjunctieve vorm van 引く) wordt gebruikt als voorvoegsel voor werkwoorden, om de betekenis te versterken |
| hojodōshi-補助動詞 | hulpwerkwoord |
| jidōshi-自動詞 | intransitief werkwoord; onovergankelijk werkwoord |
| jodōshi-助動詞 | hulpwerkwoord |
| judōtai-受動態 | (grammatica) lijdende [passieve] vorm (van een werkwoord) |
| kakokei-過去形 | de verleden tijd (van een werkwoord) |
| kaminidankatsuyō-上二段活用 | vervoeging [verbuiging] van de tweede groep (nidan) werkwoorden |
| kanōdōshi-可能動詞 | (taalkunde) werkwoord dat de potentialis uitdrukt (zoals kunnen) |
| kanzenjidōshi-完全自動詞 | volledig intransitief werkwoord |
| kanzentadōshi-完全他動詞 | volledig transitief werkwoord |
| kateikei-仮定形 | (werkwoordsvorm) conditionalis; voorwaardelijke wijs |
| keiji-繋辞 | (taalkunde) koppelwerkwoord; copula |
| kishina-来しな | (shina is een achtervoegsel aan de werkwoordsvorm ki- van kuru (komen)) als je komt; op weg; onderweg |
| kokuru-こくる | (gekoppeld aan andere werkwoorden) blijven doen; doorgaan met |
| komu-込む | (in combinatie met een ander werkwoord) ingaan; inzetten; grondig [voortdurend] doen |
| kopura-コプラ | koppelwerkwoord |
| mada-まだ | nog steeds (in comb. met bevestigende werkwoorden) |
| mada-まだ | nog (niet) (in comb. met ontkennende werkwoorden) |
| mairu-参る | (nederig werkwoord voor 行く; 来る) gaan; komen |
| masen-ません | suffix dat gebruikt wordt voor ontkenning van werkwoorden in de beleefdheidsvorm (masu) |
| meshiagaru-召し上がる | (erend werkwoord voor 'taberu'; 'nomu') eten; drinken |
| mōshitsutaeru-申し伝える | (nederig werkwoord voor 伝える) informeren; rapporteren; (boodschap) doorgeven |
| mōsu-申す | (een nederig werkwoord voor) zeggen; spreken |
| n-ん | vorm van de werkwoordsuitgang -mu, drukt uit een veronderstelling of voorspelling |
| n-ん | vorm van de werkwoordsuitgang -nu, druk uit een ontkenning |
| naharu-なはる | (erend werkwoord voor する) doen; maken |
| nai-ない | (achtervoegsel dat het werkwoord vervoegt naar de korte ontkennende vorm) niet |
| naiyōgo-内容語 | (taalkunde) woorden, zoals zelfstandige naamwoorden, werkwoorden en bijvoeglijke naamwoorden, die de semantische betekenis in een zin aanduiden |
| narawasu-習わす | (als achtervoegsel aan werkwoorden) gewend [gewoon; gebruikelijk] zijn; altijd doen |
| nasaru-なさる | (erend werkwoord voor する) doen; maken |
| nasaru-為さる | (dit is een beleefdheidsvariant van het werkwoord suru) doen |
| nikui-難い | (wordt toegevoegd aan een werkwoord) moeilijk [lastig] om te.... |
| nōdōtai-能動態 | (grammatica) bedrijvende [actieve] vorm (van een werkwoord) |
| notamau-宣う | (een erend, zeer respectvol werkwoord voor) zeggen; spreken |
| nu-ぬ | achtervoegsel bij werkwoorden in de mizenkei-vervoeging, geeft aan een ontkenning |
| nu-ぬ | achtervoegsel bij werkwoorden in de renyōkei-vervoeging, geeft aan een verleden tijd of voltooiing |
| oru-居る | (nederig werkwoord voor いる) zijn |
| ossharu-仰る | (beleefd werkwoord voor) zeggen; spreken |
| ramu-らむ | oude vorm van het hulpwerkwoord ran (らん), met de betekenis: het zal zo zijn dat...; omdat |
| ran-らん | een hulpwerkwoord, met de betekenis: het zal zo zijn dat...; omdat |
| ren'yōkei-連用形 | (taalkunde) renyōkei (verbindingsvorm van werkwoorden) |
| seikakukatsuyō-正格活用 | (taalkunde) regelmatige vervoeging (van werkwoorden) |
| shimau-仕舞う | (voorafgegaan door een werkwoord in de te-vorm) (iets) afronden [helemaal afmaken] (vaak met de connotatie dat het helaas niet meer |
| shimoichidankatsuyō-下一段活用 | vervoeging [verbuiging] van ichidan werkwoorden eindigend op: -eru |
| sobireru-そびれる | (als achtervoegsel bij een werkwoord) een kans [gelegenheid] missen; er niet in slagen om |
| sokonau-損なう | (gekoppeld achter andere werkwoorden) niet voor elkaar krijgen; niet goed doen |
| sokoneru-損ねる | (gekoppeld achter andere werkwoorden) niet voor elkaar krijgen; niet goed doen |
| soro-候 | gebruikt als hulpwerkwoord, voegt het beleefdheid toe van de spreker voor de toehoorder |
| tadōshi-他動詞 | transitief werkwoord; overgankelijk werkwoord |
| tai-たい | (zou) willen; graag willen; wensen (adjectief achtervoegsel, gebruikt als hulpwerkwoord, voor de 1ste pers., of in vraagzinnen voor de 2de pers.) |
| tamoru-給る | (beleefd werkwoord voor) geven; verlenen; toekennen |
| tenkara-てんから | (met een ontkennend werkwoord) helemaal niet; absoluut niet; geenszins |
| toh-取っ | voorvoegsel (afgeleid van 取り), gebruikt om de betekenis van werkwoorden te intensiveren [versterken] |
| tsu-つ | hulpwerkwoord, gevoegd achter de renyōkei van een werkwoord of adjectief, drukt uit: voltooide handeling; uiteindelijk; zekere verwachting; zekerheid |
| yagaru-やがる | een hulpwerkwoord dat in combinatie met een ander werkwoord ergernis uitdrukt over de daad [actie] van een ander |
| yō-よう | (vervoeging van klassiek Japanse hulpwerkwoorden) om het vermoeden of de wil van de spreker uit te drukken) laten we; ik denk; zou het zo zijn |
| zome-初め | (voorvoegsel bij een werkwoord) iets voor de eerste keer doen |
| zonjiru-存じる | (nederig werkwoord voor) weten; beseffen; denken |
| zonzuru-存ずる | (nederig werkwoord voor) weten; beseffen; denken |
| zume-詰め | (achtervoegsel bij werkwoord) geeft aan dat de actie [handeling; situatie] doorgaat |
| zushite-ずして | (werkwoordsuitgang -zu + shite) zonder ... te doen [zijn] |
| zuto-ずと | (werkwoordsuitgang -zu + to) zelfs zonder te... |