Kruisverwijzing
ooi
| lemma | meaning |
|---|---|
| abiseru-浴びせる | water over iemand heen gooien; overgieten; overstelpen |
| ada-婀娜 | mooie [kokette] vrouw |
| agari-上がり | afwerking; voltooiing |
| agaru-上がる | afronden; voltooiing |
| age-上げ | plooi |
| ageru-上げる | voltooien |
| aigansuru-愛玩する | belangrijk [lief; mooi; waardevol] vinden; liefhebben; liefkozen; aaien |
| aikōsuru-愛好する | houden van; mooi [goed] vinden |
| aikurushii-愛くるしい | zeer lieftallig; mooi; aantrekkelijk; lief(lijk); schattig |
| airashii-愛らしい | lief; lieflijk; schattig; mooi |
| ajari-阿闍梨 | een monnik die een opleiding heeft voltooid in het esoterisch boeddhisme |
| akazu-開かず | gesloten [nooit geopend] zijn |
| akazu-飽かず | onvermoeibaar; nooit genoeg van krijgen; nooit vervelen |
| akehanasu-開け放す | (van ramen of deuren) wijd openen [opengooien]; open laten staan |
| akehanatsu-開け放つ | (van ramen of deuren) wijd openen [opengooien]; open laten staan |
| akibasho-秋場所 | het Sumo-herfsttoernooi (in september in Tokio) |
| akkerakanto-あっけらかんと | afwezig; wezenloos; verstrooid |
| akōdion・purītsu-アコーディオン・プリーツ | harmonicaplooien; plisséplooien |
| amezaiku-飴細工 | iets dat mooi van buiten is, maar geen inhoud heeft |
| arakawa-粗皮 | (ongelooide) dierenhuid; pels |
| atekko-当てっこ | het spelletje [een wedstrijd] waarbij men iets naar een bepaald doel probeert te gooien |
| ayanishiki-綾錦 | mooie kleding; prachtige (herfst)kleuren |
| baba-糞 | vuil; vuilnis; stront; ontlasting; rotzooi |
| baita-売女 | prostituée; hoer; lichtekooi |
| bakari-ばかり | (in de uitdrukking: ww.-vorm -ta+bakari geeft het aan een handeling die net is voltooid) pas; net (klaar) |
| banku-バンク | glooiing; talud; oever |
| baramaku-散蒔く | verspreiden; rondstrooien; onbezonnen [roekeloos] geld uitgeven |
| barazushi-ばらずし | kom sushirijst met verschillende ingrediënten erover gestrooid |
| basho-場所 | de plaats of tijd waarin een sumo toernooi wordt gehouden; een sumo toernooi |
| bengo-弁護 | verdediging; pleidooi |
| benrishi-弁理士 | octrooigemachtigde |
| benso-弁疏 | verweer; pleidooi; verdediging |
| benten-弁天 | mooie vrouw |
| beppin-別嬪 | schoonheid; knappe vrouw; mooi meisje |
| bibishii-美美しい | mooi; aantrekkelijk; lieflijk |
| bibun-美文 | mooi [bloemrijk] proza |
| bifuku-美服 | mooie kleding; nette kleren |
| bigan-美顔 | een mooi gezicht |
| bihada-美肌 | mooie huid |
| bihatsu-美髪 | mooi haar |
| bihon-美本 | een mooi [prachtig] gebonden [uitgegeven] boek; een gaaf exemplaar (van een boek) |
| bijo-美女 | mooie [knappe] vrouw; schoonheid |
| bika-美化 | verfraaiing; het mooier maken |
| bika-美果 | mooi fruit; heerlijke vruchten |
| bikei-美形 | een knappe [mooie] man [vrouw] |
| bikei-美形 | een prachtig [mooi] gezicht [gelaat] |
| biki-美姫 | een schoonheid; mooie vrouw |
| bīnbōru-ビーンボール | beanball (bij honkbal, een gevaarlijke bal die een werper opzettelijk naar het hoofd van de slagman gooit) |
| bisei-美声 | mooie [prachtige] stem |
| bishō-美粧 | mooie opmaak [make-up; opschik; kledij] |
| bishōnen-美少年 | mooie [aantrekkelijke; goed uitziende] jongeling [jongen] |
| bishū-美醜 | schoonheid en lelijkheid; mooie en lelijke dingen |
| bishū-美醜 | een goed [mooi] en een slecht [lelijk] uiterlijk [voorkomen] |
| bisō-美装 | mooie kleding; het zich mooi [elegant] kleden presenteren]; iets mooi aankleden; verfraaien |
| bisōsuru-美装する | zich mooi [netjes; elegant] aankleden; iets [zich] mooi presenteren |
| bisuta・kā-ビスタ・カー | panorama wagon (van trein, met mooi uitzicht) |
| bokkonrinri-墨痕淋漓 | handschrift met mooie, krachtige (penseel) streken |
| bontai-凡退 | (honkbal) het uitgooien van een slagman |
| bonyarishita-ぼんやりした | afwezig; verstrooid |
| bosatto-ぼさっと | (onomatopee) afwezig; verstrooid; nietsdoend; nutteloos |
| boyaboya-ぼやぼや | (onomatopee) afwezig; verstrooid; nietsdoend; nutteloos |
| buchikomu-打ち込む | (iets) gooien [werpen] in; iemand in de gevangenis gooien |
| bunkotsu-分骨 | de as [beenderen] van overledenen op verschillende locaties verstrooien [begraven] |
| bunsansuru-分散する | verspreiden; verdelen; decentraliseren; verstrooien |
| butsukeru-ぶつける | werpen; gooien; smijten |
| byūtī・supotto-ビューティー・スポット | mooie plek |
| chadai-茶代 | fooi |
| chakusai-着彩 | mooie schildertechniek in kleur |
| chippu-チップ | fooi |
| chirashizushi-散らし寿司 | een kom sushirijst met verschillende soorten ingrediënten erover gestrooid |
| chiru-散る | vallen; neerdwarrelen; verstrooien |
| daigen-代言 | een pleidooi [het pleiten] namens een ander (advocatuur) |
| danshari-断捨離 | het grote opruimen, met als doel harmonie te bereiken (gebaseerd op 3 concepten van yoga: weigeren, weggooien, en loslaten van onnodige dingen) |
| dekiagari-出来上がり | voltooiing; eindresultaat |
| dekiagaru-出来上がる | klaar zijn; beëindigd [voltooid] zijn |
| dekiru-出来る | tot stand komen; gedaan [voltooid] worden; gereed komen |
| dentan-伝単 | propaganda folder [strooibiljet] (in oorlog) |
| dohyōiri-土俵入り | de ceremonie uitgevoerd door de sumo-worstelaars bij het betreden van de ring voordat het toernooi gaat beginnen |
| doresu・appu-ドレス・アップ | (Eng.: dress up) mooie kleren aantrekken |
| ejiki-餌食 | slachtoffer; prooi |
| emono-獲物 | vangst; prooi |
| enten-宛転 | soepel (van bewegingen); waardig; vloeiend; zoetgevooisd (van stem) |
| enzen-嫣然 | lieve [charmante] glimlach (van een mooie vrouw) |
| fain・purē-ファイン・プレー | (sport) goed [mooi] spel; schitterende actie |
| finisshu-フィニッシュ | beëindiging; voltooiing; afwerking; sluiting |
| fu-麩 | stukjes (vaak mooi gedecoreerd) voedsel gemaakt van tarwegluten (wordt b.v. toegevoegd aan soepen) |
| fukafuka-ふかふか | (onomatopee) zacht; donzig, pluizig; afwezig; verstrooid; achteloos; onnadenkend |
| fukichirasu-吹き散らす | uiteen waaien [blazen]; wegblazen; verstrooien |
| fukuroobi-袋帯 | dubbel geweven obi (waarvan één kant mooie motieven heeft), die wordt gedragen bij dameskimono |
| funtai-粉黛 | een schoonheid; mooie vrouw |
| furikake-振り掛け | gemengde specerij (bonitovlokken, zeewier, sesam, etc.) om over de rijst te strooien |
| furikakeru-振りかける | (zout, e.d.) strooien (over) |
| furikomu-振り込む | (bij mahjong) een steen weggooien die een tegenstander goed kan gebruiken [waarmee een tegenstander kan winnen] |
| furimaku-振り撒く | strooien; besprenkelen |
| furishiku-降り敷く | verspreid liggen [gevallen zijn]; uitgestrooid zijn; bezaaid zijn (met) |
| furī・māketto-フリー・マーケット | vlooienmarkt; rommelmarkt |
| furu-振る | (be)strooien; verstrooien; besprenkelen |
| furyō-不猟 | een slechte [magere] vangst [prooi] |
| fuyuge-冬毛 | de wintertooi; de vacht [pels] van dieren in de winter |
| gabi-蛾眉 | mooie vrouw |
| gabi-蛾眉 | mooie wenkbrauwen (in de vorm van een halve maan) |
| ganpuku-眼福 | iets dat mooi is om te zien; een lust voor het oog; een plaatje |
| ginkō-吟行 | om een gedicht te schrijven naar een mooie, historische plaats gaan (al dan niet in gezelschap) voor inspiratie |
| gisei-擬制 | wettelijke [juridische] fictie (aanname ter wille van een pleidooi) |
| goeikan-護衛艦 | korvet; escorteschip (licht oorlogsschip ter begeleiding van konvooien) |
| gōjasu-ゴージャス | prachtig; schitterend; fantastisch (mooi) |
| gyazā-ギャザー | (bij het maken van kleding) plooisel; smokwerk |
| gyokujo-玉女 | beeldschone vrouw (poëtische aanduiding voor mooie vrouw) |
| gyokuon-玉音 | een mooi stemgeluid |
| hachimenreirō-八面玲瓏 | n alle opzichten [vanuit alle gezichtspunten] mooi [prachtig; helder] zijn |
| haiki-廃棄 | het (iets) wegdoen [verwijderen; weggooien; afdanken] |
| hanahazukashii-花恥ずかしい | uitzonderlijk mooi (lett. zo mooi dat bloemen erdoor in verlegenheid gebracht worden) |
| hanetobasu-撥ね飛ばす | wegdrijven; wegvegen; omvergooien; omknikkeren; tegen de grond kwakken |
| happōbijin-八方美人 | opvallende schoonheid; onberispelijke mooie vrouw |
| hare-晴れ | opklaring(en); helder [zonnig; mooi] zijn (van de lucht, het weer, e.d.) |
| haresugata-晴れ姿 | gekleed in zijn [haar] mooiste [formele] kleding |
| harubasho-春場所 | lente sumotoernooi (in Osaka in maart) |
| hashibirokō-ハシビロコウ | schoenbekooievaar (Balaeniceps rex) |
| hatsubasho-初場所 | eerste sumo toernooi van het jaar (januari in Tokio) |
| hattōshin-八頭身 | (van een vrouw) mooi, welgevormd [goed geproportioneerd] lichaam (acht keer zo lang als het hoofd) |
| hei・kyūbu-ヘイ・キューブ | hooiblok; blok samengeperste hooi |
| himo-ヒモ | (politieterm) souteneur; koppelaar; pooier |
| himootoko-ヒモ男 | souteneur; pooier |
| hitsujigoya-羊小屋 | schaapskooi |
| hiyori-日和 | mooi weer; mooie dag |
| hōkeru-呆ける | verstrooid [afgeleid; in gedachten verzonken] zijn |
| hōki-芳紀 | (een formele term voor vrouwen) huwbare [mooie; jeugdige; aantrekkelijke] leeftijd |
| hōmu・suchīru-ホーム・スチール | (honkbal) het stelen van het thuishonk (d.w.z. dat de honkloper begint te rennen naar de thuisplaat al voordat de pitcher heeft gegooid) |
| honami-穂並み | glooiende graanvelden; opstaande [wuivende] halmen [gewassen] |
| hōrei-豊麗 | mooi [prachtig; schitterend] zijn |
| horiage-彫上げ | het graveren voltooien |
| hōridasu-放り出す | weggooien |
| hōrikomu-放り込む | (iets ergens) inwerpen; naar binnen gooien |
| hōrinageru-放り投げる | (ver) wegwerpen; gooien; smijten |
| hōru-放る | weggooien; afstand doen van |
| hōru-放る | gooien; werpen; smijten |
| hoshikusa-干し草 | hooi; gedroogd gras |
| hōshin-放心 | verstrooidheid; afgeleid zijn |
| ichiban'yari-一番槍 | de initiatiefnemer; degene die als eerste (een belangrijke) actie onderneemt; (lett. degene die de eerste speer gooit) |
| ichido-一度 | eens; ooit |
| ichigoichie-一期一会 | ieder moment; eenmalig; één keer in je leven (en nooit weer) |
| ichimonnashi-一文無し | blut; platzak; bankroet; berooid; arm; zonder geld |
| ichirokushōbu-一六勝負 | wedden op het gooien van een 1 of een 6 met een dobbelsteen; gokken |
| imada-未だ | (met negatie) nog niet; nooit; nog steeds niet |
| imohori-芋掘り | het aardappelrooien; aardappelrooier |
| indian・samā-インディアン・サマー | nazomer; warm [mooi] herfstweer |
| in・hai-イン・ハイ | afk. voor Inter-high, nationaal atletiektoernooi voor middelbare scholen dat twee keer per jaar wordt gehouden |
| irimidareru-入り乱れる | door elkaar gehaald [gegooid] worden |
| iroonna-色女 | knappe [mooie] vrouw |
| itsuninaku-いつになく | ongewoon; ongebruikelijk; ongehoord; … dan ooit tevoren |
| jabara-蛇腹 | blaasbalg; trekbalg van een accordeon; geplooide balg van een oude camera |
| jabara-蛇腹 | geplooide stof |
| jigōkanketsu-次号完結 | wordt voltooid in de volgende uitgave [het volgende nummer] |
| jōjusuru-成就する | verwezenlijken; bereiken; voltooien; succes behalen |
| josō-除霜 | ontdooiing |
| jōtenki-上天気 | prachtig [mooi] weer |
| junkesshōsen-準決勝戦 | halvefinale-wedstrijd (in een toernooi) |
| jūtanbakugeki-絨緞爆撃 | tapijtbombardement (waarbij een groot aantal bommen over een heel gebied worden uitgestrooid, in plaats van bepaalde doelen te raken) |
| kachikoshi-勝ち越し | bij sumo worstelen, 8 overwinningen (van de 15) in een toernooi |
| kachinuki-勝ち抜き | knockout (sporttoernooi) |
| kachinukisen-勝ち抜き戦 | wedstrijd in de knockout-fase van een sporttoernooi |
| kachinuku-勝ち抜く | winnen en doorgaan naar de volgende ronde van een sporttoernooi |
| kafunshō-花粉症 | hooikoorts; pollenallergie |
| kaidori-飼い鳥 | kooivogel |
| kaisei-快晴 | mooi [helder] weer; een wolkenloze hemel |
| kaisen-回戦 | partij; ronde (in een wedstrijd, toernooi, e.d.) |
| kaitō-解凍 | het ontdooien |
| kajin-佳人 | een mooie vrouw; een schoonheid |
| kakei-佳景 | mooi landschap; mooi uitzicht |
| kakimidasu-掻き乱す | verstoren; verwarren; door elkaar gooien; rommelen |
| kakyō-佳境 | een prachtige plek (met een mooi uitzicht) |
| kanagurisuteru-かなぐり捨てる | van zich afwerpen; weggooien; opzij schuiven; achterlaten; afdanken |
| kanbandaore-看板倒れ | schijngoed; oppervlakkig; iets dat minder goed is dan verwacht; iets dat mooi is aan de buitenkant maar zonder inhoud |
| kangen-甘言 | mooipraterij; gladde praatjes; vleierij |
| kanryō-完了 | (taalkunde) de voltooide tijd |
| kanryō-完了 | voltooiing; afronding |
| kansei-完成 | voltooiing; vervulling; voleindiging |
| kanseisuru-完成する | voltooien; perfectioneren |
| kansui-完遂 | voltooiing; afronding; (succesvolle) prestatie |
| kan'yōshokubutsu-観葉植物 | bladplant; sierplant (decoratief vanwege mooie bladeren) |
| karaabooru-カラーボール | kleurende (met verf gevulde) bal om naar een vluchtende dief of overvaller te gooien |
| karaza-カラザ | chalaza; hagelsnoer (band tussen dooier en binnenste vlies van een ei) |
| karei-佳麗 | schoonheid; mooie vrouw |
| karei-佳麗 | mooi zijn |
| karen-可憐 | mooiheid; leukheid; charme; lieflijkheid |
| kasu-滓 | minderwaardig [waardeloos] overschot [restant]; rotzooi; uitschot; waardeloze mensen |
| katafune-片船 | (visserij) volgboot; konvooischip |
| katsute-嘗て | eens; eerder; vroeger; voorheen; ooit |
| katsutenaihodo-嘗てないほど | als nooit tevoren |
| keikan-景観 | mooi landschap [uitzicht]; schilderachtige plek |
| keshiki-景色 | mooi landschap [uitzicht] |
| kesshite-決して | nooit; in geen geval; geenszins; zeker niet |
| ketsumatsu-結末 | voltooiing; afwerking; totstandbrenging; realisering; eindresultaat; einde; afloop |
| ki-棄 | (in kanji combinaties) weggooien; wegwerpen; verwerpen; afdanken |
| kidōraku-着道楽 | voorliefde [voorkeur] voor mooie kleding en sieraden |
| kigo-綺語 | (boedddh., een van de tien kwaden) loze woorden die indruisen tegen de waarheid; iets mooier voorstellen dat het is |
| kigo-綺語 | (in poëzie en proza) mooi [fraai] woordgebruik |
| kikazaru-着飾る | zich mooi aankleden; zich opdoffen [uitdossen]; mooie [sjieke] kleren aantrekken |
| kimi-黄身 | dooier; eigeel |
| kinkan-金冠 | gouden kroon (hoofdtooi) |
| kinshigyokuyō-金枝玉葉 | mooie wolken |
| kintsugi-金継ぎ | kapot aardewerk repareren met goud of zilver (zodat de breuk juist mooi gemaakt wordt, i.p.v. te proberen die onzichtbaar te maken) |
| kin'ōmuketsu-金甌無欠 | sterke natie die nog nooit is binnengevallen door een buitenlandse macht |
| kira-綺羅 | mooie kleren [gewaden] |
| kireidokoro-奇麗所 | mooie vrouw |
| kireigoto-奇麗事 | het verdoezelen; verbloemen; iets mooier maken [voorstellen] dan het is |
| kiru-切る | (snel) (om)draaien; van richting veranderen; (een bal) met effect slaan [gooien] |
| kisui-既遂 | voltooiing |
| kōbai-勾配 | helling; glooiing; hellend vlak |
| kōdō-高堂 | hoge tempeltoren; een mooi huis |
| kōdoban-コードバン | hoogwaardig gelooide leersoort |
| kōei-高詠 | (respectvolle term voor de poëzie van iemand anders) mooi gedicht |
| kōjō-向上 | het allerbeste; allerhoogste; allermooiste |
| kokorozuke-心付け | fooi; gift |
| kokusaishiai-国際試合 | internationale wedstrijd [competitie]; ; internationaal toernooi |
| konboi-コンボイ | konvooi; (varende) escorte |
| kōnotori-鸛 | ooievaar |
| koshiage-腰揚げ | plooien in de taille van een kimono (om de lengte van een kimono aan te passen) |
| kōten-好天 | mooi weer |
| koya-小屋 | kooi; hok; ren |
| kuberu-焼べる | iets (b.v. van hout, kolen, papier, etc.) in [op] een vuur gooien [verbranden] |
| kuraikomu-食らい込む | in de gevangenis gegooid worden |
| kuso-糞 | vuil; vuilnis; stront; ontlasting; rotzooi |
| kuwazugirai-食わず嫌い | iets niet lusten zonder het ooit geproefd te hebben; een instinctieve afkeer [vooroordeel] hebben; niet bereid zijn iets (eerst) te proberen |
| kūzenzetsugo-空前絶後 | zeer zeldzaam; de enige in zijn soort; eens maar nooit meer; de eerste en laatste keer |
| kuzumono-屑物 | rommel; afval; rotzooi; troep; schroot |
| kyōkasuigetsu-鏡花水月 | iets dat mooi en zichtbaar is maar niet aangeraakt kan worden, zoals de reflectie van bloemen in een spiegel of die van de maan in het water |
| kyūkinzumō-給金相撲 | (in een sumo toernooi) de beslissende partij die bepaalt of de worstelaar meer winst of meer [8] verliespartijen heeft |
| makichirasu-撒き散らす | rondstrooien; verspreiden |
| makie-撒き餌 | rondgestrooid diervoeder |
| makitsuke-蒔き付け | het zaaien; zaad strooien |
| maku-撒く | (be)strooien; verspreiden; sproeien; besprenkelen |
| makurasen-枕銭 | tip [fooi] die in hotelkamers wordt achtergelaten voor de schoonmaker [schoonmaakster] |
| makurazeni-枕銭 | tip [fooi] die in hotelkamers wordt achtergelaten voor de schoonmaker [schoonmaakster] |
| mamemaki-豆蒔き | het gooien van (geroosterde) sojabonen om boze geesten, duivels, e.d. te verdrijven (tijdens de setsubun ceremonie) |
| manryō-満了 | afloop; beëindiging; voltooiing; verloop |
| mattanashi-待った無し | niet meer wachten; de tijd is om; nu of nooit; (bij sumo) klaar om te beginnen |
| mattōsuru-全うする | ten uitvoer brengen; verrichten; bereiken (doel); volbrengen; voltooien |
| medama-目玉 | spiegelei (met hele dooier) |
| medamayaki-目玉焼き | spiegelei (met hele dooier) |
| meibun-名文 | een mooi (geschreven) tekst; mooie literaire passage; proza in een voortreffelijke stijl |
| meika-名歌 | een bijzonder mooi [goed] gedicht [vers; lied] |
| mezurashii-珍しい | nieuw; vernieuwend; verrassend; mooi |
| migarasōken-身柄送検 | doorsturing [verwijzing; renvooiering] van een strafzaak tezamen met de verdachte |
| migoto-見事 | iets dat mooi [prachtig; uitmuntend] is |
| miharasu-見晴らす | uitkijken (op; over); overzien; een mooi uitzicht hebben |
| miharukasu-見晴るかす | uitkijken (op; over); overzien; een mooi uitzicht hebben |
| mihatenu-見果てぬ | onvoltooid; onaf; onvolledig; onvervuld |
| mikan-未完 | het onvoltooid [incompleet] zijn |
| mikansei-未完成 | onvolledig [onafgewerkt; onvoltooid] zijn |
| mikkabōzu-三日坊主 | (lett. een boeddhistische priester voor drie dagen) een uitdrukking voor iemand die snel ergens mee ophoudt [het bijltje erbij neergooit] |
| miryō-未了 | onvoltooid [incompleet] zijn |
| misai-未済 | niet gedaan [niet voltooid] zijn |
| misanpu-未産婦 | nullipara; een vrouw die nooit kinderen heeft gebaard |
| miteikō-未定稿 | onvoltooid manuscript |
| mitōhō-未踏峰 | een berg die nog nooit beklommen is |
| mizou-未曾有 | ongekend [ongehoord; uniek; zonder weerga] zijn; iets dat nooit eerder voorgekomen is |
| mizuiro-水色 | lichtblauw; hemel(s)blauw; azuur; turkoois |
| mochikomu-持ち込む | voltooien; beëindigen |
| mogurauchi-土竜打ち | ceremonie voor een goede oogst op 14 januari waarbij kinderen met stokken of bundels van strooi op de grond slaan om mollen te verjagen |
| moritsukeru-盛りつける | gerechten (netjes; mooi) opdienen |
| mosatto-もさっと | verstrooid; afwezig |
| muichimon-無一文 | blut; platzak; bankroet; berooid; arm; zonder geld |
| mukashimukashi-昔昔 | heel lang geleden; ooit; er was eens |
| mushi-無死 | (honkbal) nul uit (nog geen slagmannen uitgegooid) |
| nadaraka-なだらか | gelijkmatigheid; zachtheid; glooiend zijn; geleidelijk (oplopend) |
| nage-投げ | een worp; gooi |
| nagebumi-投げ文 | een anonieme brief bij een huis naar binnen gegooid |
| nagedasu-投げ出す | naar buiten gooien; naar buiten slingeren |
| nagedasu-投げ出す | weggeven; wegsmijten; rondstrooien |
| nagedasu-投げ出す | (nonchalant) neergooien; neersmijten |
| nagekakeru-投げかける | (iets) ergens heen [op] gooien [werpen] |
| nagekomu-投げ込む | (iets ergens in) gooien; werpen; weggooien |
| nageru-投げる | gooien; werpen; smijten |
| nagesuteru-投げ捨てる | weggooien; wegwerpen |
| nagetobasu-投げ飛ばす | weggooien; wegwerpen; van zich afgooien; de lucht ingooien |
| nagetsukeru-投げつける | gooien [werpen] (naar); op de grond gooien [smijten] |
| nageutsu-擲つ | weggooien; opgeven; laten gaan; afzien van |
| naisu-ナイス | leuk; mooi (Eng.: nice) |
| naisu・shotto-ナイス・ショット | (sport) goed schot; mooie slag |
| nakabi-中日 | de middelste dag van een meerdaags evenement of sporttoernooi |
| nakkurubōru-ナックルボール | (honkbal) een bal die met een speciaal effect wordt gegooid door de pitcher |
| nameshigawa-鞣し革 | gelooid leer |
| nantō-軟投 | (honkbal) een trage [langzame] worp [aangooi] |
| naritatsu-成り立つ | (een deal) sluiten; voltooien; afronden; tot een overeenkomst komen |
| naru-成る | (voltooid) worden [zijn] |
| nashitogeru-成し遂げる | volbrengen; voltooien; bereiken |
| natsubasho-夏場所 | het zomer sumotoernooi (sumo toernooi dat gehouden wordt in mei) |
| natsuge-夏毛 | zomertooi; de vacht [pels] van dieren in de zomer |
| nejifuseru-捩じ伏せる | iemand tegen de grond werken; iemand op de grond gooien [vasthouden] |
| neru-練る | leer bewerken; leer looien |
| neru-練る | goed nadenken [peinzen] over hoe men iets mooier kan maken [verbeteren] |
| nikui-憎い | iets dat zo goed is dat je er jaloers van wordt; verschrikkelijk mooi [prachtig; uitmuntend] |
| nishiki-錦 | mooie kleding |
| nōauto-ノーアウト | (honkbal) nul uit (nog geen slagmannen uitgegooid) |
| nobejin'in-延べ人員 | het totaal aantal mensen [personen] (dat nodig is om een taak te voltooien) |
| nobeninzū-延べ人数 | het totaal aantal mensen [personen] (dat nodig is om een taak te voltooien) |
| nōhitsu-能筆 | mooi handschrift; bekwame schrijfkunst [kalligrafie] |
| nokkuautosutēiji-ノックアウト・ステージ | knockout-fase (in een sporttoernooi) |
| nomi-蚤 | vlo; vlooien |
| nominoichi-蚤の市 | vlooienmarkt; rommelmarkt |
| nōmoa-ノーモア | nooit meer |
| noshibukuro-熨斗袋 | een mooi gedecoreerde enveloppe [omslag] om geld cadeau te doen |
| okame-お亀 | een dikke alledaagse [niet mooie; niet aantrekkelijkuitziende] vrouw; (een masker of beeldje van) een vrouw met dikke wangen en een platte neus |
| okuyukashii-奥ゆかしい | mooi; gracieus; elegant; smaakvol; verfijnd; bescheiden; teruggetrokken |
| omitto-オミット | weglaten; weggooien; overslaan; negeren |
| oomono-大物 | een grote vangst [visvangst]; jachtdier, prooi |
| oozumō-大相撲 | een sumo wedstrijd [sumo toernooi] (op hoog niveau) |
| ōpun・gēmu-オープン・ゲーム | open toernooi (toegankelijk voor professionals en amateurs); informele [demonstratie] wedstrijd |
| ori-檻 | kooi (voor dieren) |
| orikomu-折り込む | invoegen; naar binnen vouwen; plooien; zomen (kleding) |
| oriru-下りる | beginnen; neerdalen; invallen (vorst; dooi; duisternis) |
| ōshūtokkyochō-欧州特許庁 | het Europese Octrooibureau (EPO) |
| otafuku-お多福 | een dikke alledaagse [niet mooie; niet aantrekkelijkuitziende] vrouw; (een masker of beeldje van) een vrouw met dikke wangen en een platte neus |
| patento-パテント | patent; octrooi |
| pochi-ぽち | fooitje |
| poisute-ポイ捨て | het weggooien van (klein) afval op de openbare weg (b.v. van sigarettenpeuken, e.d.) |
| ponbiki-ぽん引き | pooier |
| purītsu-プリーツ | plooien (in een rok, e.d.) |
| rakkei-落慶 | viering van de voltooiing van de bouw of verbouwing van tempels [heiligdommen] |
| rakubi-楽日 | de laatste dag van een (sumo) toernooi; de laatste dag van een show; slotvoorstelling |
| rakusei suru-落成する | voltooid [afgebouwd] zijn |
| rakusei-落成 | voltooiing (van een gebouw) |
| ran'ō-卵黄 | eierdooier; eidooier; eigeel |
| reihitsu-麗筆 | mooie bewoording [beschrijving] |
| reihitsu-麗筆 | mooi handschrift; verfijnde stijl |
| reijin-麗人 | een schoonheid; mooie vrouw |
| reiku-麗句 | mooie [poëtische] zin [frase] |
| reishi-麗姿 | mooi [prachtig] figuur; mooie gestalte |
| reiyō-麗容 | een mooie vorm |
| renpa-連覇 | opeenvolgende overwinningen (in een toernooi, e.d.) |
| renzokuyūshō-連続優勝 | opeenvolgende toernooioverwinningen |
| risan-離散 | verspreiding; verdeling; verstrooiing |
| rishū-履修 | inschrijving (voor een studieprogramma); voltooiing van een opleiding |
| rokkingu・mōshon-ロッキング・モーション | schommelende beweging; (honkbal) zwaaiende beweging van een pitcher met zijn arm en bovenlichaam bij het gooien van de bal |
| rōrerai-ローレライ | Lorelei, een legendarische nimf die zeelui verleidde met haar mooie zangstem en ze schipbreuk liet lijden |
| rōtaikoku-老大国 | een land dat vroeger heel machtig was, maar nu niet meer; een ooit machtige natie in verval |
| ruibosu-ルイボス | rooibos (Aspalathus linearis); rooibosthee |
| ryōnagare-両流れ | dakstijl voor de hoofdschrijn van een shinto heiligdom (waarbij de dakranden (voor-achter of links-rechts) glooiingen hebben aan beide zijden) |
| ryōnagarezukuri-両流造 | dakstijl voor de hoofdschrijn van een shinto heiligdom (waarbij de dakranden (voor-achter of links-rechts) glooiingen hebben aan beide zijden) |
| ryōsen-僚船 | konvooischip; zusterschip |
| sai-彩 | (in kanji combinaties) kleur; kleurstelling; (mooie) kleurschakering; glans |
| saishokukenbi-才色兼備 | het zowel intelligent als mooi zijn (van vrouwen) |
| sakadai-酒代 | fooi |
| sakate-酒手 | fooi |
| sanjūsatsu-三重殺 | (honkbal) triple play (drie honklopers tegelijk uitgegooid) |
| sanpu-散布 | verspreiding; verstrooiing; besprenkeling; besproeiing |
| sanpuzu-散布図 | verspreidingskaart; verstrooiingsdiagram; besprenkelingsschema |
| sanran-散乱 | verspreiding; verstrooiing |
| sanranriron-散乱理論 | verstrooiingstheorie (wis- en natuurkunde) |
| sanshin-三振 | (honkbal) het uitgooien van de slagman met 3 slag |
| sanshisuimei-山紫水明 | natuurschoon; mooi landschap |
| sanzaisuru-散在する | diffuus [verspreid; verstrooid; bezaaid] zijn |
| sanzuru-散ずる | verstrooien; verspreiden; verspillen |
| satsukibare-五月晴れ | mooi weer in mei (tijdens het regenseizoen) |
| seian-成案 | definitief [voltooid] ontwerp; concreet plan |
| seishoku-声色 | mooie stem en huidskleur (gezicht) |
| seiten-晴天 | mooi weer; blauwe [heldere] hemel [lucht] |
| senshūraku-千秋楽 | laatste voorstelling (van een serie); laatste dag van een toernooi |
| setsubun-節分 | Setsubun festival (laatste dag van de winter in de maankalender, 3 a 4 febr.; met het ritueel van bonen strooien om boze geesten weg te jagen) |
| shamen-斜面 | hellend oppervlak; helling; glooiing |
| shan-シャン | mooi; fraai; prettig |
| shēkā-シェーカー | cocktailshaker; mengglas; strooibus |
| shiagaru-仕上がる | voltooid [klaar; af] zijn |
| shiageru-仕上げる | afmaken; afhandelen; voltooien |
| shibo-皺 | plooi; ribbel; vezelrichting (van stof); nerf; kreukel |
| shibuku-しぶく | sproeien; (door de wind) verstrooid worden |
| shikishi-色紙 | een mooi [versierd] dik papier [karton] om op te kalligraferen |
| shikukatsuyō-シク活用 | de klassieke shiku-vorm van bijvoeglijke naamwoorden (b.v. utsukushiku 'mooi') (in Modern Japans utsukushii) |
| shimai-仕舞い | einde; afsluiting; voltooiing |
| shime-締め | afronding; afsluiting; voltooiing |
| shinsotsu-新卒 | een pas [recent] afgestudeerd iemand; iemand die net zijn (school, universiteit, etc.) opleiding heeft voltooid |
| shisan-四散 | verspreiding [verstrooiing] in alle richtingen |
| shisansuru-四散する | in alle richtingen verspreiden [verstrooien] |
| shisumasu-為済ます | voltooien; bereiken; (ergens in) slagen; succesvol afronden |
| shitasaki-舌先 | mooie praatjes; welbespraaktheid |
| shiwa-皺 | (stof) plooi; ribbel; kreukel |
| shobun-処分 | het afstand doen [zich ontdoen] van; (uit)verkopen; opruimen; weggooien; verwijderen |
| shōka-消化 | het opnemen [verwerken] van informatie; absorptie; voltooiing |
| shoruisōken-書類送検 | doorsturing [verwijzing; renvooiering] van een strafzaak met bewijstukken, geschriften, documenten e.d. |
| shūgi-祝儀 | gage; fooi; gift (b.v. bloemen voor een artiest) |
| shūgyō-修業 | training ter uitbreiding van kennis en vaardigheden; afronding [voltooiing] van een opleiding |
| shunsei-竣成 | voltooiing (m.n. van bouwwerken, constructies, e.d.) |
| shūryō-終了 | einde; afsluiting; conclusie; beëindiging; voltooiing |
| sōchi-送致 | (juridisch) verwijzing; renvooi |
| sōchisuru-送致する | (juridisch) verwijzen; renvooieren |
| sodeyama-袖山 | bovenste plooi (in bergvorm) van een mouw (Japanse traditionele kleding) |
| sōken-送検 | doorsturing [verwijzing; renvooiering] van een strafzaak naar het Openbaar Ministerie door een gerechtsdienaar (politie) |
| sōtōshū-曹洞宗 | Sōtō Zen (een stroming binnen het Japanse Zen-Boeddhisme, ooit vanuit China geïntroduceerd door de monnik Dōgen) |
| suikō-遂行 | verwezenlijking; voltooiing; uitvoering |
| sumaki-簀巻き | het iemand in een bamboemat wikkelen en in een rivier gooien (straf in de Edo-periode) |
| sumu-済む | aflopen; eindigen; voorbij zijn; voltooid zijn |
| sunappu-スナップ | snelle polsbeweging bij het gooien of slaan van een bal (honkbal, golf) |
| supea-スペア | (bowlen) spare (het omvergooien van alle kegels met de eerste twee worpen) |
| surīku・sutairu-スリーク・スタイル | mooie [elegante] stijl |
| surōin-スローイン | inworp; ingooi |
| surōingu-スローイング | het gooien; werpen |
| sutando・purē-スタンド・プレー | (sport) spectaculair [mooi] spel om het publiek enthousiast te krijgen |
| suteru-捨てる | weggooien; wegwerpen |
| sutorakku・auto-ストラック・アウト | (honkbal) uitgegooid met drie slag (waardoor de slagman uit is) |
| sutorō・hatto-ストロー・ハット | strohoed; strooien hoed |
| suttenten-すってんてん | helemaal blut; zonder geld; platzak; berooid |
| tabezugirai-食べず嫌い | een (instinctieve) hekel hebben aan een bepaald soort voedsel; iets niet lusten zonder het ooit geproefd te hebben |
| taikai-大会 | massabijeenkomst; groot evenement [toernooi] |
| tajitsu-他日 | eens; op een dag; een dezer dagen; in de toekomst; ooit |
| takku-タック | (gestikte) plooi (kleding) |
| tamamoku-玉目 | een (mooie) ronde houtnerf in het hout van een boom (zoals b.v. bij de Zelkova boom) |
| tanemaki-種蒔き | het zaaien; zaad (over een akker) strooien |
| tangan-嘆願 | smeekbede; petitie; pleidooi; (officieel) verzoek\ |
| tannin-タンニン | tannine; looistof; looizuur |
| tansei-端整 | fatsoenlijk [respectabel; netjes; rechtschapen; mooi] zijn |
| tanshō-探勝 | sightseeing; het bezoeken van bezienswaardigheden (mooie landstreken, e.d.) |
| tappitsu-達筆 | mooi handschrift |
| tatakitsukeru-叩きつける | hard slaan; gooien; smijten |
| tategyōji-立て行司 | de hoofdscheidsrechter in een sumotoernooi |
| tēburusukēpu-テーブルスケープ | mooie tafelschikking |
| tegara-手絡 | mooi zijden stuk stof om het haar van een vrouw op te binden |
| tegirei-手奇麗 | mooi [netjes] (afgewerkt) handwerk |
| teien-庭園 | mooi aangelegde tuin; privé park |
| tekaki-手書き | iemand die goed [mooi] kan schrijven; iemand met een mooi handschrift; een kalligraaf |
| tenkiame-天気雨 | regen bij mooi weer; regen terwijl de zon schijnt |
| tensei-点睛 | volbrenging; voltooiing |
| teri-照り | zonneschijn; mooi [zonnig] weer |
| teruterubōzu-照る照る坊主 | pop van wit papier of katoen, opgehangen aan de dakrand in de hoop om daardoor de volgende dag mooi weer te krijgen |
| tobokeru-惚ける | verstrooid [afwezig; vaag; nietszeggend] zijn |
| tobu-飛ぶ | vervliegen; rondvliegen; verspreid [verstrooid] worden |
| tōjiru-投じる | gooien (in; uit; op); stemmen (een stem uitbrengen) |
| tokeru-溶ける | oplossen; smelten; dooien |
| tokkyo-特許 | patent; octrooi |
| tokkyobōeki-特許貿易 | octrooihandel |
| tokkyochō-特許庁 | octrooibureau; octrooicentrum |
| tokkyochō-特許庁 | het Japanse Octrooibureau (JPO) |
| tokkyodaichō-特許台帳 | octrooiregister |
| tokkyohō-特許法 | octrooiwet |
| tokkyoken-特許権 | octrooirecht; patentrecht |
| tokkyokenshoyūsha-特許権所有者 | octrooihouder; octrooigerechtigde; patenthouder |
| tokkyonushi-特許主 | octrooihouder; patenthouder |
| tokkyoshinseichū-特許申請中 | patent [octrooi] aangevraagd |
| tokkyoshutsugan-特許出願 | patentaanvraag; octrooiaanvraag |
| tokkyoshutsuganchū-特許出願中 | octrooi [patent] aangevraagd |
| tomarigi-止まり木 | een dwarsbalkje in een vogelkooi (waar vogels op kunnen zitten) |
| tōnamento-トーナメント | toernooi |
| tonneru-トンネル | (honkbal) de bal achterwaarts tussen de benen door gooien |
| tōnyū-投入 | het (iets ergens) indoen; insteken; ingooien; inbrengen |
| torichirakasu-取り散らかす | rondstrooien; rommel maken |
| torikago-鳥籠 | vogelkooi |
| toriko-取り粉 | rijstmeel, dat (tegen het vastkleven) op het werkblad wordt gestrooid bij het maken van mochi (kleefrijstbolletjes) |
| toripuru・purē-トリプル・プレー | (honkbal) triple play (drie honklopers tegelijk uitgegooid) |
| torisuteru-取り捨てる | weggooien |
| toritsuku-取り付く | bezeten [geobsedeerd] zijn; ten prooi vallen aan; het slachtoffer worden van (een ziekte, etc.) |
| tosu-トス | toss; opgooi (van een muntje) |
| tosu-トス | worp; opgooi (b.v. bij het serveren met tennis); onderhandse worp naar een medespeler (bij honkbal) |
| tosu・battingu-トス・バッティング | (honkbal) peppergame, oefening waarbij ballen herhaaldelijk naar een slagman worden gegooid, die ze terugslaat naar dichtbij staande veldspelers |
| tōteki-投擲 | worp; gooi |
| tōtekisuru-投擲する | werpen; gooien |
| tsu-つ | hulpwerkwoord, gevoegd achter de renyōkei van een werkwoord of adjectief, drukt uit: voltooide handeling; uiteindelijk; zekere verwachting; zekerheid |
| tsubute-礫 | een steen(tje) (om mee te gooien) |
| tsuiyasu-費やす | uitgeven; consumeren; verspillen; weggooien; verkwisten |
| tsuizo-終ぞ | (nog) nooit; helemaal niet |
| tsukaisute-使い捨て | het eenmalig gebruiken van iets (en dan weggooien); wegwerp product |
| tsukunento-つくねんと | afwezig; verstrooid; zonder nadenken |
| tsukuriageru-作り上げる | uitvoeren; (op)bouwen; fabriceren; voltooien; uitvinden; bedenken |
| tsunokakushi-角隠し | hoofdtooi van een traditioneel geklede Japanse bruid |
| tsutomeageru-勤め上げる | zijn diensttijd volmaken [afmaken; voltooien] |
| uchitsukeru-打ち付ける | (steentjes) gooien tegen |
| ui-愛い | fijn; goed; aardig; mooi; bewonderenswaardig |
| ukkarimono-うっかり者 | een verstrooide [vergeetachtige] persoon |
| umanohone-馬の骨 | persoon van onbekende, twijfelachtige afkomst; iemand van twijfelachtig [bedenkelijk] allooi |
| uraraka-麗らか | een mooie [heldere; zonnige] dag; prachtig weer |
| ushinotokimairi-丑の時参り | bezoek aan een heiligdom (om ca. 2 uur in de ochtend) om een vervloeking te doen door een effigie (strooien pop) van iemand aan een boom te spijkeren |
| utsukushii-美しい | mooi; aantrekkelijk; lieflijk |
| washizukami-鷲掴み | het stevig [ruw] beetpakken [grijpen] (zoals een adelaar zijn prooi grijpt) |
| winburudon-ウィンブルドン | Wimbledon (tennistoernooi) |
| yamahida-山襞 | plooien [groeven] op de berghelling |
| yarikake-遣り掛け | onvoltooid; niet af; (nog) in uitvoering |
| yarikirenai-遣り切れない | niet kunnen voltooien; niet voor elkaar kunnen krijgen |
| yarippanashi-遣りっ放し | onaf; onvolledig; onvoltooid |
| yaritogeru-遣り遂げる | volbrengen; voltooien; bereiken; tot stand brengen; vol elkaar krijgen |
| yōka-妖花 | een betoverend mooie bloem [schoonheid] |
| yōki-妖姫 | een sprookjesachtig mooie vrouw; een betoverende schoonheid |
| yometoome-夜目遠目 | (gezegde) Bij duisternis kan men geen onderscheid maken tussen mooi en lelijk. (lett. een vrouw in het donker, in de verte) |
| yori-縒り | draai; kronkel; vouw; plooi |
| yūbutsu-尤物 | een bijzondere schoonheid [mooie vrouw] |
| yukidoke-雪解け | dooi; het smelten van de sneeuw |
| yukuyuku-行く行く | in de toekomst; eens; ooit; uiteindelijk |
| yūsetsu-融雪 | dooi; smeltende sneeuw; gesmolten sneeuw |
| zegen-女衒 | pooier; souteneur |
| zendaimimon-前代未聞 | ongekend [buitengewoon] zijn; nooit eerder voorgekomen |
| zenkokutaikai-全国大会 | nationale conventie; nationaal (partij)congres; nationale competitie; nationaal toernooi |
| zensho-善書 | mooi handschrift; het vakkundig schrijven; bekwame schrijfkunst [kalligrafie] |
| zenshōyūshō-全勝優勝 | (sumo-term) toernooiwinst zonder één verliespartij |
| zen'eiōpen-全英オープン | British Open (golf- of tennistoernooi) |
| zesshō-絶唱 | prachtig [uitmuntend; mooi] gedicht of lied |
| zonnen-存念 | iets waar je altijd aan denkt; iets dat je nooit vergeet |
| zorome-ぞろ目 | dubbel (hetzelfde getal gegooid met twee dobbelstenen) |