Kruisverwijzing
persoon
| lemma | meaning |
|---|---|
| aitai-相対 | onder elkaar [direct; persoonlijk] zijn |
| akadensha-赤電車 | persoon die vaak 's avonds laat pas naar huis gaat |
| akishō-飽き性 | licht ontvlambaar [grillig] persoon [karakter] |
| ako-吾子 | een term om (op een vriendelijke manier) naar iemands kinderen of ondergeschikten te wijzen (in de tweede persoon) |
| akudōmono-悪道者 | een slechte [losbandige] persoon |
| akuma-悪魔 | een door en door slechte [wrede; onmenselijke] persoon |
| akunin-悪人 | boosaardige [kwaadwillende] persoon |
| akutarō-悪太郎 | een ruwe [ongemanierde] persoon |
| amachan-甘ちゃん | een slappe [makkelijke] persoon; iemand die over zich laat lopen |
| amanojaku-天の邪鬼 | slechterik; verdorven persoon; tegendraads [koppig] persoon; dwarsligger |
| anfan・teriburu-アンファン・テリブル | enfant terrible (onverantwoordelijk [indiscreet] persoon) |
| animaru-アニマル | beestachtig [woest] persoon |
| anohito-彼の人 | die persoon; hij; zij |
| anshō-暗証 | een geheime letter- [cijfer] combinatie voor toegang tot bepaalde gegevens, of voor identificatie van een persoon |
| are-彼 | (een woord dat een persoon of ding aanduidt dat ver verwijderd is) die; dat; daar; toen |
| asshi-私 | (informele, ouderwetse term, gebruikt door mannen, voor de eerste persoon enkelvoud) ik; mij |
| atai-私 | (eerste persoon enkelvoud, gebruikt door vrouwen of kinderen uit de kasteelstad (shitamachi), of de demi-monde) ik; mij |
| atakushi-私 | (eerste persoon enkelvoud) ik; mij |
| atamawari-頭割り | het delen van de kosten [uitgaven] (per persoon) |
| atashi-私 | (eerste persoon enkelvoud) ik; mij |
| atebumi-宛文 | een officieel document (met daarin een persoonlijke opdracht of mandaat voor de geadresseerde) |
| ateuma-当て馬 | een proefpersoon |
| atobō-後棒 | persoon die de achterkant van de draagstoel draagt |
| awatemono-慌て者 | warhoofd; een warrige persoon |
| awatemono-慌て者 | heethoofd; een ongeduldige persoon |
| baikai-媒介 | bemiddeling; interventie; fungeren als tussenpersoon |
| baishakusuru-媒酌する | koppelen; een huwelijk tot stand brengen; als tussenpersoon optreden |
| banshoku-伴食 | eten met een belangrijke [hooggeplaatste] persoon; eten aan dezelfde tafel als de eregast |
| bebī・fēsu-ベビー・フェース | babyface; persoon met kinderlijk gezicht |
| bengaku-勉学 | studie; het ijverig [hard] studeren (niet noodzakelijkerwijs bij educatieve instellingen; zelfontwikkeling met een meer persoonlijk studieprogramma) |
| besuto・doressā-ベスト・ドレッサー | een goed gekleed persoon |
| betsujin-別人 | een andere persoon; iemand anders; een veranderd persoon |
| bippu-ビップ | een vooraanstaand [belangrijk] persoon |
| bodīgādo-ボディーガード | lijfwacht; persoonlijke beveiliger |
| boin-母印 | duimafdruk (op een verklaring, i.p.v. het persoonlijk naamstempel) |
| bonge-凡下 | een gewoon [alledaags; middelmatig] persoon |
| bonjin-凡人 | eenvoudige burgers; het gewone volk; een middelmatige persoon |
| bonryo-凡慮 | de gewone mens; middelmatige persoon |
| bonsai-凡才 | een persoon met matige vaardigheid [bekwaamheid] |
| bonzoku-凡俗 | gewone mensen; een middelmatige persoon |
| bui・ai・pī-ブイ・アイ・ピー | VIP; vooraanstaand [belangrijk] persoon |
| bungakusha-文学者 | letterkundige; literair [geletterd] persoon; schrijver |
| bunkajin-文化人 | een hoogopgeleid [cultureel onderlegd] persoon |
| bunshi-文士 | schrijver [schrijfster]; literair [geletterd] persoon |
| burōkā-ブローカー | makelaar; tussenpersoon; tussenhandelaar |
| bushitsukemono-不躾者 | een lompe [ongemanierde; onbeschaafde; onbeschaamde; brutale; onbeschofte] persoon |
| chama-ちゃま | (variant van sama; gehecht aan de naam van [of verwijzing naar] een persoon, drukt respect uit) meneer; mevrouw |
| chibi-ちび | klein [kort] persoon [dier] |
| chiesha-知恵者 | een wijze man [vrouw]; een slimme persoon |
| chisha-知者 | een wijze; een wijs persoon; iemand met veel kennis en inzicht |
| chōja-長者 | een rijke persoon; miljonair |
| chōja-長者 | oudere; persoon met een hoge status in een vakgebied |
| chokkan-直諫 | berisping; terechtwijzing; vermaning (van een hoger geplaatste persoon door een lager geplaatste persoon) |
| chokutō-直答 | rechtstreeks [persoonlijk] antwoord |
| chōshimono-調子者 | roekeloos [wispelturig; arrogant; opportunistisch] persoon |
| chū-仲 | bemiddeling; bemiddelaar; tussenpersoon |
| chūijinbutsu-注意人物 | verdachte; verdacht persoon; persoon die in de gaten moet worden gehouden |
| chūjiku-中軸 | punt [persoon] waar alles om draait; centrale figuur |
| chūsainin-仲裁人 | bemiddelaar; tussenpersoon |
| daburu・beddo-ダブル・ベッド | tweepersoonsbed |
| daigan-代願 | voorbede; voorspraak; als tussenpersoon fungeren; bidden tot god {Boeddha] namens een ander |
| daihen-代返 | (op school) bij het afroepen van namen van een presentielijst bevestigend antwoorden t.b.v een andere persoon (die zelf niet aanwezig is) |
| daiichininsha-第一人者 | de hoogstgeplaatste [meest gezaghebbende] persoon; degene met de hoogste rang; de leidende [invloedrijkste] persoon (op een bepaald gebied) |
| daiichininshō-第一人称 | (taalkunde) eerste persoon |
| daikan-代官 | magistraat; (plaatsvervangend) overheidspersoon [ambtenaar] |
| dainin-代人 | tussenpersoon; gevolmachtigde; plaatsvervanger |
| dainininshō-第二人称 | (taalkunde) de tweede persoon |
| dairekuto・mēru-ダイレクト・メール | postreclame; persoonlijk geadresseerde reclamepost |
| daisanninshō-第三人称 | (taalkunde) derde persoon |
| dansei-男性 | man; mannelijk persoon; de mannen |
| dekadan-デカダン | decadent; een decadent persoon |
| dekibutsu-出来物 | een bekwame [kundige] persoon |
| dekisokonai-出来損ない | een nietsnut ; waardeloos figuur [persoon] |
| dekurasse-デクラッセ | aan lager wal geraakt; aan lager wal geraakt persoon |
| demuku-出向く | zich begeven [op weg gaan] (naar); zelf [persoonlijk] een bezoek brengen (aan) |
| den-殿 | paleis; huis [behuizing] van een adellijk persoon |
| denpu-田夫 | boerenkinkel; boerenpummel; onbeschofte persoon |
| denpuyajin-田夫野人 | boerenkinkel; boerenpummel; onbeschofte persoon |
| dōjin-同人 | dezelfde persoon; de persoon in kwestie |
| dōjin-同人 | verwante geest; kameraad; persoon [personen] met dezelfde doelen [belangen]; kliek |
| dokkyobō-独居房 | isoleercel; eenpersoonscel |
| dokkyokanbō-独居監房 | isoleercel; eenpersoonscel |
| dōnin-同人 | dezelfde persoon; de persoon in kwestie |
| dōnin-同人 | verwante geest; kameraad; persoon [personen] met dezelfde doelen [belangen]; kliek |
| dōrakumono-道楽者 | een levensgenieter; losbandig persoon; losbol; vrijbuiter |
| doressā-ドレッサー | een goedgeklede persoon; iemand die zich goed kleedt |
| dōseiaisha-同性愛者 | homoseksueel persoon |
| dōshi-同氏 | de (al eerder) genoemde [desbetreffende] persoon |
| dōshi-道士 | een integer [fatsoenlijk] iemand; een persoon met een sterk moreel besef |
| dosudosu-ドスドス | (onomatopee) stampend geluid (b.v. van een heimachine of van de zware voetstappen van een zwaarlijvig persoon of dier) |
| efu・ē-エフ・エー | onafhankelijk persoon (Eng.: free agent); contractvrije [transfervrije] speler |
| ego-エゴ | (in psychoanalyse, de persoonlijkheid) ego |
| eguzekutibu-エグゼクティブ | leidinggevende persoon; hoofddirecteur; uitvoerende macht |
| eiketsu-英傑 | geweldig persoon; bijzonder mens; genie; held |
| eisai-英才 | een talent; genie; geniale persoon |
| ekisentorikku-エキセントリック | een zonderling; excentriek persoon |
| ekken-謁見 | audiëntie; officieel gehoor (verleend door een hooggeplaatst persoon) |
| enko-縁故 | persoonlijke connecties [relaties] |
| erabutsu-偉物 | een groot man; een getalenteerd [bekwaam; begaafd] persoon |
| fugō-富豪 | een welgesteld [rijk] persoon; miljonair |
| fugusha-不具者 | invalide; gehandicapte (persoon) |
| fujin-婦人 | vrouw; vrouwelijke persoon |
| fūkaku-風格 | persoonlijkheid; karakter; verschijning |
| fūkyō-風狂 | waanzinnige; waanzinnig persoon |
| furīku-フリーク | misvormd [vreemd] persoon [dier] |
| furō-フロー | (psychologie) flow, mentale toestand (waarin een persoon volledig opgaat in zijn [haar] bezigheden) |
| fusha-富者 | een rijk [welgesteld] persoon; miljonair |
| fūshi-夫子 | (gebruikt als tweede of derde persoon voornaamwoord) jij; hij |
| fushinsha-不審者 | een verdacht persoon (met mogelijk twijfelachtige bedoelingen) |
| futaribeya-二人部屋 | tweepersoonskamer |
| futokorogatana-懐刀 | rechterhand; vertrouwenspersoon |
| garigarimōja-我利我利亡者 | een zeer egoïstische [hebzuchtige] persoon. |
| garyō-臥竜 | een niet-erkend genie; verborgen talent; een groot persoon wiens talent verborgen blijft |
| geji-蚰蜒 | een verachtelijke [gehate] persoon; gluiperd |
| gerō-下﨟 | een laaggeplaatste persoon met weinig status (en weinig ervaring) |
| gesu-下種 | vulgair persoon; uitschot; smeerlap; lomperik; schoft |
| giaku-偽悪 | pseudo-slecht zijn; het zich voordoen [gedragen] als een slechte persoon; doen alsof je een slechterik bent |
| gijin-擬人 | personificatie; verpersoonlijking; belichaming |
| gijin-義人 | een rechtvaardig [deugdzaam; rechtschapen] persoon |
| gijinhō-擬人法 | verpersoonlijking; personificatie |
| gijinka-擬人化 | verpersoonlijking; personificatie |
| gojin-吾人 | (schrijftaal voor de eerste persoon) ik; wij |
| gōketsu-豪傑 | een uitzonderlijk dappere [moedige; heldhaftige] persoon |
| gōketsu-豪傑 | een excentriek [gedurfd] persoon (die zich niets aantrekt van wat anderen denken) |
| gōnomono-剛の者 | dappere [stoutmoedige] persoon [krijger]; veteraan |
| goshinzō-御新造 | (erend woord voor) de vrouw [bruid] van een persoon met een hoge sociale status |
| goten-御殿 | (erend woord voor) een residentie [herenhuis] van een hooggeplaatst persoon |
| gotsugōshugi-御都合主義 | opportunisme (handelen naar omstandigheden, voor persoonlijk voordeel en zonder principes) |
| gujin-愚人 | dom persoon; dwaas; idioot |
| gyoshin-御寝 | (beleefd woord) de slaap van een hooggeplaatste persoon |
| habakiki-幅利き | invloedrijk persoon |
| hadakamushi-裸虫 | een schaars geklede persoon |
| hajishirazu-恥知らず | een schaamteloos persoon; iemand die geen schaamte kent |
| hakozen-箱膳 | doos met eetgerei voor één persoon |
| hakujin-白人 | een blanke (persoon) |
| handai-飯台 | doos met eetgerei voor één persoon |
| hangurī・supiritto-ハングリー・スピリット | een hongerige geest; een hebzuchtige [extreem ambitieuze] persoon |
| happōbijin-八方美人 | allemansvriend; persoon die iedereen welgevallig is of wil zijn (vaak geringschattend gebruikt) |
| hashi-橋 | bemiddelaar; tussenpersoon |
| hashigonori-梯子乗り | de persoon die acrobatiek op een rechtopstaande ladder uitvoert |
| hazukashigari-恥ずかしがり | een verlegen persoon |
| hazukashigariya-恥ずかしがり屋 | een verlegen persoon |
| hebo-へぼ | onhandig persoon; klungel; kluns |
| henjin-変人 | excentriekeling; zonderling; vreemd persoon |
| heta-下手 | een onbekwaam [onhandig; ondeskundig] persoon |
| hien-飛燕 | een eenpersoons jachtvliegtuig van het voormalige Japanse leger |
| hikensha-被験者 | proefpersoon |
| hikōkennin-被後見人 | beschermeling; ondertoezichtgestelde [handelingsonbekwame] persoon |
| himegimi-姫君 | eerbiedige term voor een prinses of de dochter van een hooggeplaatst persoon |
| hinja-貧者 | arme persoon |
| hinsei-品性 | (menselijk) karakter; aard; inborst; persoonlijkheid |
| hipparidako-引っ張り凧 | een veel gevraagd persoon |
| hippī-ヒッピー | hippie; hippe (jeugdige) persoon |
| hīrō-ヒーロー | een ster (film; tv; sport); hoofdpersoon (van een boek) |
| hiroin-ヒロイン | heldin; vrouwelijke hoofdpersoon |
| hito-人 | mens; persoon |
| hitodama-人魂 | de geest van een (pas) overleden persoon (in de vorm van een vlam of vuurbal); dwaallicht |
| hitogara-人柄 | karakter; aard; persoonlijkheid |
| hitokata-一方 | (erend beleefd) een persoon |
| hitori-一人 | 1 persoon; alleen; in je eentje |
| hitoribeya-一人部屋 | eenpersoonskamer |
| hitorihitori-一人一人 | elk (persoon); een ieder; een voor een; individueel |
| hitorimae-一人前 | een portie (voor één persoon) |
| hitorimi-独り身 | vrijgezel [vrijgezellin]; ongetrouwde [alleenwonende] persoon |
| hizazume-膝詰め | face to face; vis-à-vis; direct [recht] tegenover elkaar; rechtstreeks [persoonlijk] contact |
| hōjin-法人 | rechtspersoon; corporatie |
| hōki-宝器 | een uitmuntende persoon |
| honne-本音 | oprechte [eerlijke] (persoonlijke) mening [bedoeling] |
| honnin-本人 | de persoon in kwestie; betrokkene |
| honshoku-本職 | (v.n.l. in geschriften gebruikt voor de eerste persoon enkelvoud in overheidsfunctie) ik, naam, in de functie van (politiebeambte)... |
| hōtei-捧呈 | het aanbieden van iets aan een persoon met een hogere status |
| hōteisuru- 捧呈する | iets aanbieden aan een persoon met een hogere status |
| ichimei-一名 | één persoon |
| ichininmae-一人前 | een portie (voor één persoon) |
| ichininshō-一人称 | (taalkunde) de eerste persoon; (in literatuur) de ik-persoon; ik-vorm |
| ichizon-一存 | zijn eigen [persoonlijke] oordeel [mening] |
| ihin-遺品 | erfstuk; (persoonlijk) aandenken; nalatenschap |
| ijin-偉人 | een groot man; vooraanstaand [invloedrijk] persoon |
| ijin-異人 | buitengewoon iemand; bijzonder persoon |
| ijin-異人 | iemand anders; een andere persoon |
| ijippari-意地っ張り | een eigenzinnig [eigenwijs; koppig] persoon |
| iken-遺賢 | een bekwaam persoon die niet door de overheid in dienst wordt genomen (maar in de private sector werkt) |
| ikidaore-行き倒れ | een overleden persoon die op straat ligt (vroeger iem. die stierf tijdens een reis en niet begraven kon worden omdat hij geen gegevens bij zich had) |
| ikkagen-一家言 | persoonlijke mening |
| ikkojin-一個人 | burger; individu; privé persoon |
| ikkokumono-一刻者 | heethoofd; koppig [opvliegend] persoon |
| imēji・mēkā-イメージ・メーカー | iemand die het imago creëert voor een persoon, product of bedrijf |
| imina-諱 | (echte) persoonlijke eigennaam (die uit eerbied voor de ander, zoals een keizer e.d., niet wordt uitgesproken) |
| imon-慰問 | bezoek (uit medeleven) aan een ongelukkig persoon of iemand die het moeilijk heeft |
| imonsuru-慰問する | (uit medeleven) een ongelukkig persoon of iemand die het moeilijk heeft bezoeken |
| inoshishimusha-猪武者 | waaghals; durfal; roekeloze persoon |
| insaido・sutōrī-インサイド・ストーリー | inside story; persoonlijk verhaal |
| insō-印相 | toekomstvoorspelling via de bestudering van iemand's persoonlijke zegel |
| ippitsu-一筆 | handschrift van één en dezelfde persoon |
| ishiatama-石頭 | een stijfkop; koppig [eigenwijs] persoon |
| itanji-異端児 | non-conformist; andersdenkende; onorthodox persoon; enfant terrible |
| itsuzai-逸材 | een opmerkelijk talent; een uitzonderlijk getalenteerd persoon |
| iyashinbō-卑しん坊 | een hebzuchtig [gulzig; vraatzuchtig] persoon; een veelvraat |
| jajauma-じゃじゃ馬 | een onhandelbare [eigenzinnige] persoon [vrouw] |
| jako-雑魚 | een onbetekenend [onbelangrijk] persoon |
| jakuhai-若輩 | jong persoon; jongeling; jongmens |
| jakuhai-若輩 | beginneling; onervaren persoon |
| jakusha-弱者 | een zwakke [machteloze] persoon |
| jijo-爾汝 | (pers. voornaamwoord tweede persoon) jij; gij |
| jikadanpan-直談判 | directe onderhandeling [bespreking]; persoonlijk gesprek [interview] |
| jikani-直に | direct; rechtsreeks; persoonlijk |
| jikideshi-直弟子 | directe [persoonlijke] leerling [volgeling] (van een meester) |
| jikidō-直堂 | (zen-boedddh.) de persoon die verantwoordelijk is voor het beheer van de gewaden en hoofddeksels van de monniken |
| jikkendai-実験台 | het onderwerp van een experiment; proefpersoon |
| jimuteki-事務的 | bureaucratisch; onpersoonlijk |
| jin-人 | mens; persoon |
| jinbutsu-人物 | persoon; figuur; individu |
| jinbutsu-人物 | persoonlijkheid; aard; karakter |
| jinkaku-人格 | karakter; aard; persoonlijkheid |
| jinketsu-人傑 | een intelligent [getalenteerd] persoon; een groot mens |
| jinmei-人名 | persoonsnaam; eigennaam van een persoon |
| jinmyaku-人脈 | persoonlijke [zakelijke] contacten; netwerk |
| jinpin-人品 | (persoonlijk) voorkomen; uiterlijk; verschijning |
| jinsha-仁者 | een welwillende [liefdadige] persoon; weldoener; filantroop |
| jinshi-人士 | persoon met een hoge status [opleiding]; iemand van goede komaf |
| jinshin-人身 | (iemands) persoonlijkheid |
| jinshinkōgeki-人身攻撃 | persoonlijke aanval; gemene [valse] opmerkingen]; karaktermoord; argumentum ad hominem (afk. ad hominem) |
| jinzai-人材 | een bekwaam [kundig; getalenteerd] persoon |
| jiseki-次席 | de tweede [volgende] persoon in rang [positie] |
| jisetsu-自説 | iemands persoonlijke mening |
| jitsuryokusha-実力者 | invloedrijk persoon |
| jizai-自在 | persoonlijke vrijheid (om te doen wat je wilt) |
| jōjin-常人 | een gewone [middelmatige] persoon; iemand met middelmatige talenten of bekwaamheden |
| jōrō-上﨟 | een hooggeplaatste persoon (met veel status en ervaring) |
| jōza-上座 | ereplaats; zitplaats voor een hooggeplaatst persoon of gast (aan het hoofd van de tafel) |
| jōzu-上手 | een bekwaam persoon; expert; vakman |
| jukurensha-熟練者 | specialist; expert; bekwaam [ervaren] persoon |
| jūshōsha-重傷者 | een zwaargewonde (persoon) |
| juzō-寿像 | standbeeld (van een persoon, gemaakt tijdens zijn leven) |
| kagezen-陰膳 | een maaltijd klaarmaken voor een afwezige persoon (met een gebed voor diens veilige terugkeer) |
| kaihi-回避 | (jur.) onthouding; ontwijking (in de uitoefening van gerechtelijke plichten en taken van een rechter of griffier vanwege persoonlijke redenen) |
| kaisōroku-回想録 | memoires (opgeschreven persoonlijke herinneringen) |
| kaisu-介す | bemiddelen; helpen; als tussenpersoon fungeren |
| kaisuru-介する | bemiddelen; helpen; als tussenpersoon fungeren |
| kakaritsuke-掛かり付け | persoonlijke [familie] connectie |
| kakehashi-懸け橋 | (fig.) brug [verbinding] (tussen twee partijen, e.d.); tussenpersoon |
| kakushiki-格式 | formaliteit; (persoonlijke, familie, etc.) gedragsregels; gedragscode |
| kamigakari-神懸かり | goddelijke verschijning [bezetenheid]; goddelijke geest in het lichaam van een persoon |
| kamiza-上座 | ereplaats; zitplaats voor een hooggeplaatst persoon of gast (aan het hoofd van de tafel) |
| kamon-下問 | (het stellen van) een vraag aan een ondergeschikte [lager geplaatste persoon] |
| kanbutsu-奸物 | een sluwe persoon; iemand met slechte bedoelingen |
| kanja-冠者 | (hist.) een persoon van de zesde rang, zonder enige officiële positie |
| kanjinmoto-勧進元 | een persoon die verantwoordelijk is voor fondsenverwerving voor optredens en uitvoeringen |
| kankeisha-関係者 | betrokkene(n); de persoon in kwestie |
| kano-彼の | degene; die persoon [plaats] |
| kanteki-監的 | de persoon die dicht bij het doel [de schietschijf] staat en kijkt of er raak geschoten is |
| kare-彼 | hij of zij; die persoon (tot aan Meiji tijdperk gebruikt); u; jij (arch.); dat (arch.) |
| karegashi-彼某 | die persoon (iem. waarvan de naam onbekend is) |
| karukaya-刈萱 | de fictionele hoofdpersoon Karukaya Dōshin van de Buddhistische legende Karukaya. |
| kasho-佳所 | sterke zijde [kanten] (van een persoon); fort |
| kata-方 | persoon; personen (erend) |
| kata-方 | achtervoegsel achter persoonsnamen (erend) |
| katameshitsumeisha-片目失明者 | persoon die blind is aan één oog |
| katami-形見 | aandenken (van een overleden persoon) |
| kaunserā-カウンセラー | raadsman; raadsvrouw; adviseur; vertrouwenspersoon |
| kawarimono-変わり者 | zonderling; excentriek persoon |
| keitaijōhōtanmatsu-携帯情報端末 | persoonlijke digitale assistent (PDA) (palmtop, zakcomputer of handpalmcomputer) |
| keiyakusaki-契約先 | bedrijf of persoon die een contract met een zakelijke partner heeft |
| keizaika-経済家 | een spaarzame [zuinige; gierige] persoon; krent; vrek |
| kenjōmono-献上物 | geschenk aan een geëerde [machtige] persoon |
| kenjōsha-健常者 | een gezonde persoon; iemand die gezond van lijf en leden is |
| kenmon-権門 | een hooggeplaatste [machtige] familie [persoon] |
| kenmon-権門 | (poging tot) omkoping (van een machtige persoon) |
| kenmotsu-献物 | geschenk aan een geëerde [machtige] persoon |
| kenryokusha-権力者 | een machtige [invloedrijke; gezaghebbende] persoon |
| kensai-賢才 | een begaafde [talentvolle; wijze] persoon |
| ketsujin-傑人 | een voortreffelijke [uitmuntende; eminente] persoon |
| kiden-貴殿 | (respectvolle term voor de tweede persoon, m.n. in brieven) u; jij; jullie |
| kijin-奇人 | een excentriek [vreemd] persoon, excentriekeling |
| kijo-貴女 | (tweede persoon in schrijftaal, m.n. in brieven) u |
| kikan-貴官 | respectvolle term voor het persoonlijk voornaamwoord in de tweede persoon, wordt gebruikt voor overheidsfunctionarissen, militair personeel, e.d. |
| kikotsu-奇骨 | excentriek zijn; excentrieke persoonlijkheid |
| kikotsu-気骨 | innerlijke kracht; morele ruggengraat; standvastigheid; onverzettelijkheid; sterke persoonlijkheid; sterk karakter |
| kikun-貴君 | (m.n. in brieven e.d. gebruikt voor de tweede persoon enkelvoud) jij; u |
| kimete-決め手 | de persoon die de (definitieve) beslissing neemt |
| kinichi-忌日 | sterfdag; verjaardag van het overlijden van een persoon (waarop boeddhistische herdenkingsrituelen worden uitgevoerd) |
| kinjū-禽獣 | (als scheldwoord tegen een persoon) beest |
| kiremono-切れ者 | een kundig [bekwaam; scherpzinnig] persoon |
| kisama-貴様 | (arch. respectvolle term voor de tweede persoon, voor hogergeplaatsten, b.v. in brieven) u |
| kishin-貴紳 | een edelman; een hooggeplaatste [rijke] persoon; iemand met een hoge status |
| kobaka-小馬鹿 | een dwaas; een domme persoon |
| kobetsu-個別 | individueel; persoonlijk |
| kobukusha-子福者 | een persoon die gezegend is met veel kinderen |
| kōekihōjin-公益法人 | (jur.) een rechtspersoon [stichting; instelling] van algemeen nut [openbaar belang]; een stichting zonder winstoogmerk |
| kogitsuku-漕ぎ着く | (een doel) bereiken (door persoonlijke inzet) |
| koji-居士 | kluizenaar; erudiet persoon (niet in overheidsdienst) |
| kojin-個人 | individu; particulier; privé persoon |
| kōjin-公人 | een publiek persoon [figuur] |
| kojinjōhō-個人情報 | persoonsgegevens; persoonlijke informatie |
| kojinnenkin-個人年金 | persoonlijk [particulier] pensioen |
| kojinshotoku-個人所得 | persoonlijk inkomen |
| kojinsūhai-個人崇拝 | persoonsverheerlijking |
| kojinteki-個人的 | persoonlijk; individueel; particulier; privaat |
| kojin'yokin-個人預金 | particuliere rekening; persoonlijke storting |
| kokomoto-此処許 | ik (de persoon hier) |
| kokoro-心 | hart; ziel; geest; gevoelens; mentaliteit; karakter; aard; persoonlijkheid |
| kokujin-国人 | lokale bevolking; inheemse persoon; autochtoon |
| kokujin-黒人 | zwarte persoon; neger; kleurling |
| kokusaijin-国際人 | internationaal ingestelde persoon; kosmopoliet; wereldburger |
| kometsukibatta-米搗き飛蝗 | een kruiperig [onderdanig] persoon |
| kone-コネ | (persoonlijke) contacten; connectie(s); relatie(s) |
| konekushon-コネクション | relatie(s); (persoonlijke) contacten |
| konjō-根性 | karakter; aard; temperament; persoonlijkheid |
| konokata-此の方 | deze persoon |
| kōra-甲羅 | (fig.) de rug van een persoon |
| korō-古老 | een oudere persoon; een bejaarde |
| kōryūsha-拘留者 | geïnterneerde persoon [militair; soldaat] |
| kosei-個性 | individualiteit; persoonlijkheid |
| koseiteki-個性的 | persoonlijk |
| kōsha-巧者 | een vakkundig [bekwaam; ervaren; slim] persoon |
| kōshi-公私 | openbaar en privé; overheid en bevolking; officieel en persoonlijk |
| koshitsu-個室 | privé kamer; eenpersoonskamer |
| kōshitsu-後室 | weduwe (van een hooggeplaatst persoon) |
| kuchiguchi-口口 | iedereen; elke persoon; allemaal |
| kuchiire-口入れ | tussenpersoon; bemiddelaar |
| kuchiirenin-口入れ人 | tussenpersoon; bemiddelaar |
| kuchikiki-口利き | bemiddelaar; invloedrijk persoon |
| kun-君 | de heer; meneer (aanspreektitel, achtervoegsel achter persoonsnamen) |
| kunibito-国人 | lokale bevolking; inheemse persoon; autochtoon |
| kurete-呉れ手 | persoon die geeft; gever; schenker; donor |
| kusemono-曲者 | verdacht-uitziende [louche] persoon; (oude) sluwe [slimme] vos |
| kyara-キャラ | karakter; persoonlijkheid; personage |
| kyarakutā-キャラクター | karakter; persoonlijkheid; personage |
| kyatchi・furēzu-キャッチ・フレーズ | bekende zin [frase; uitspraak] (vaak geassocieerd met een beroemde persoon) |
| kyōgū-境遇 | levensomstandigheden; persoonlijke omstandigheden [situatie] |
| kyōkaiseijinkakushōgai-境界性人格障害 | borderline persoonlijkheidsstoornis; emotie-regulatie persoonlijkheidsstoornis |
| kyōkaiseipāsonaritishōgai-境界性パーソナリティ障害 | borderline persoonlijkheidsstoornis; emotie-regulatie persoonlijkheidsstoornis |
| kyōsha-強者 | een sterke [machtige] persoon |
| kyozai-巨材 | een groot talent; getalenteerd persoon |
| machibito-待ち人 | de persoon op wie je wacht; degene die je verwacht; degene die verwacht wordt |
| madoguchi-窓口 | contactpersoon; degene die achter het loket zit |
| maguro-鮪 | een persoon die onbeweeglijk ligt [als een gevangen tonijn] |
| manoatari-目の当たり | recht voor je (ogen); vlakbij; direct; persoonlijk, zonder tussenkomst |
| mazuhizumutekiseikaku-マゾヒズム的性格 | masochistisch karakter [persoonlijkheid] |
| mei-名 | (wordt ook gebruikt voor het tellen van mensen) mens; persoon |
| meibōka-名望家 | een persoon met hoog aanzien [met een goede reputatie] |
| meika-名家 | beroemde persoon; beroemdheid |
| meishi-名士 | beroemdheid; bekende persoonlijkheid |
| mekusare-目腐れ | iemand met een wazige blik; kortzichtig persoon |
| memowāru-メモワール | memoires (opgeschreven persoonlijke herinneringen) |
| mengo-面晤 | persoonlijk gesprek; persoonlijke ontmoeting |
| menseki-面責 | beschuldiging in persoon; persoonlijke aantijging [verwijt] |
| meshii-盲 | blindheid; blinde persoon |
| meshiudo-囚人 | een persoon die werd uitgekozen om een waka-gedicht te componeren aan het begin van een poëzieceremonie aan het keizerlijk hof |
| meshiudo-囚人 | een persoon die werd opgeroepen om een bugaku-optreden uit te voeren |
| meshūdo-召人 | een persoon die werd uitgekozen om een waka-gedicht te componeren aan het begin van een poëzieceremonie aan het keizerlijk hof |
| meshūdo-召人 | een persoon die werd opgeroepen om een bugaku-optreden uit te voeren |
| mibun-身分 | iemands persoonlijke situatie |
| miebō-見栄坊 | een arrogante persoon; ijdeltuit; verwaande kwast |
| mieppari-見栄っ張り | verwaand [arrogant] persoon; uitslover |
| migara-身柄 | (iemands) lichaam; persoon; identiteit |
| mijukumono-未熟者 | onervaren persoon; groentje; nieuwkomer; halfwas |
| mikonsha-未婚者 | ongetrouwd [ongehuwd] persoon |
| minoue-身の上 | persoonlijke omstandigheden |
| mitome-認め | (afk. voor) persoonlijk [privé] zegel |
| mitomein-認め印 | persoonlijk [privé] zegel |
| mon-者 | een persoon; iemand |
| mono-者 | een persoon; iemand |
| monomochi-物持ち | een rijke (persoon); iemand met veel geld |
| monoshirazu-物知らず | onwetend [dom] persoon; domkop |
| monoshiri-物知り | iemand met veel kennis [informatie]; een goed geïnformeerde [erudiete] persoon |
| mosamosa-もさもさ | sloom; langzaam; dom (persoon) |
| mosamosa-もさもさ | behaard (persoon); dichtbegroeid (planten) |
| mōze-モーゼ | Mozes (Bijbelse persoon) |
| muenshakai-無縁社会 | een samenleving waarin persoonlijke relaties vrijwel geen rol spelen |
| mui-無位 | (persoon) zonder enige rang [stand; positie] |
| muimukan-無位無官 | (persoon) zonder enige rang of titel; gewone burger; de gewoneman |
| mukae-迎え | persoon [voertuig] die iemand opwacht [komt afhalen] |
| mumeishi-無名氏 | een anonieme persoon; anonymus; naamloze |
| nagusamimono-慰み者 | speelbal (een persoon); iemand waarmee gespeeld wordt (fig.) |
| nakadachi-仲立ち | bemiddelaar; tussenpersoon; medium; vertegenwoordiger |
| nandemoya-何でも屋 | een alleskunner; een veelzijdig iemand; een allround persoon; een duizendpoot |
| nanimono-何者 | wie; welke persoon |
| nanisama-何様 | een belangrijk iemand; een persoon van belang |
| nanoru-名乗る | in de derde persoon (met naam) spreken over zichzelf |
| narai-習い | (persoonlijke) gewoonte; aanwensel |
| naratāju-ナラタージュ | narratage (Frans porte-manteau woord van: narration en montage); verteltechniek in film en theater waarbij de hoofdpersoon terugkijkt op zijn verleden |
| natori-名取り | iemand met een grote reputatie; een beroemd persoon |
| nekubi-寝首 | nek [hoofd] van een slapende persoon |
| nezumi-鼠 | een slechte persoon; een slechterik |
| nigate-苦手 | lastige klant; moeilijk persoon; iemand met een gebruiksaanwijzing |
| niguro-ニグロ | neger; zwarte persoon |
| nijūjinkaku-二重人格 | dubbele persoonlijkheidsstoornis |
| nin-人 | mens; persoon |
| ningen-人間 | mens; persoon; mensheid |
| nininshō-二人称 | (taalkunde) de tweede persoon |
| ninmenjūshin-人面獣心 | bruut; monster; wreed [harteloos; beestachtig] persoon |
| ninshō-人称 | (taalkunde) persoon |
| ninshōdaimeishi-人称代名詞 | persoonlijk voornaamwoord |
| nintei-人体 | het uiterlijk [de verschijning] (van een persoon) |
| noda-のだ | (na een naam of persoonlijk voornaamwoord) is [zijn] van |
| nodesu-のです | (na een naam of persoonlijk voornaamwoord) is [zijn] van |
| noppo-のっぽ | een lange, magere persoon; een bonenstaak (fig.) |
| nōsai-能才 | een bekwaam [kundig] persoon |
| nue-鵼 | (wordt het gebruikt om te verwijzen naar) een onbekende [vreemde] persoon |
| ochōshimono-お調子者 | roekeloos [wispelturig; arrogant; opportunistisch] persoon |
| oeragata-お偉方 | hooggeplaatste persoon; vip |
| oeraisan-お偉いさん | belangrijk persoon; vip |
| ohizamoto-お膝元 | in de nabijheid [aan de zijde] van een hooggeplaatste persoon\ |
| ohizamoto-お膝元 | de naaste omgeving [kringen] van een invloedrijke persoon (b.v. hoofdkwartier, kiesdistrict, hoogste staf, kader, e.d.) |
| oi-老い | een oude persoon; bejaarde; de ouderen |
| okakae-お抱え | in iemands persoonlijke dienst; privé werknemer; iemand die voor een particulier werkt |
| okata-御方 | (respectvol) die persoon; heer; dame |
| okumanchōja-億万長者 | een miljardair; multimiljonair; zeer rijk persoon |
| okuyuki-奥行き | (fig.) diepgang (van iemands persoonlijkheid, gedachten, e.d.) |
| omemoji-御目文字 | persoonlijke ontmoeting met iemand (vooral door vrouwen gebruikt) |
| ono-己 | (eerste persoon enkelvoud) ik; mij |
| ono-己 | (onbeleefd; tweede persoon enkelvoud) jij; je |
| oogosho-大御所 | leidende [invloedrijke; machtige] persoon |
| oomono-大物 | een belangrijk [gewichtig; machtig] persoon; een zwaargewicht |
| ōrudo・taimā-オールド・タイマー | een ouderwets persoon; een bejaarde |
| osumashi-お澄まし | preutsheid; een preuts persoon |
| otchokochoi-おっちょこちょい | een achteloos [onachtzaam; onzorgvuldig; suf; onnozel] persoon |
| pāsonaritī-パーソナリティー | persoonlijkheid; karakter |
| pāsonaritī-パーソナリティー | bekende persoon; presentator (op tv, e.d.) |
| pāsonaru-パーソナル | persoonlijk |
| pāsonarumusen-パーソナル無線 | persoonlijke (eenvoudige) radiodienst die gebruik maakte van de 900 MHz-band (In 2021 uit productie genomen in Japan) |
| pāsonaru・chekku-パーソナル・チェック | persoonlijke cheque (van persoonlijke betaalrekening) |
| pāsonaru・dipuromashī-パーソナル・ディプロマシー | persoonlijke [particuliere] diplomatie [diplomatieke activiteiten] |
| pāsonaru・komyunikēshon-パーソナル・コミュニケーション | persoonlijke communicatie |
| pāsonaru・kōru-パーソナル・コール | een persoonlijk (internationaal) telefoongesprek |
| perusona-ペルソナ | mens; persoon; persoonlijkheid |
| pigumī-ピグミー | pygmee (persoon behorend tot de dwergvolken in Afrika en Nieuw-Guinea) |
| puchiburu-プチブル | kleinburgerlijk; kleinburgerlijk persoon |
| puchi・burujoa-プチ・ブルジョア | kleinburgerlijk; kleinburgerlijk persoon |
| puraibashī-プライバシー | privacy; privésfeer; persoonlijke levenssfeer |
| puraibēto-プライベート | privé; persoonlijk |
| puraibēto・firumu-プライベート・フィルム | particuliere film (gemaakt als persoonlijke expressie, voor specifieke kringen) |
| raihō-来報 | bezoek om iemand iets mede te delen; persoonlijk overgebracht bericht; boodschap; tijding |
| rakujin-楽人 | een zorgeloos persoon; iemand die een zorgeloos leventje leidt |
| rakutenka-楽天家 | een optimist; een relaxed [zorgeloos] persoon |
| riberaru-リベラル | een liberaal; liberale [ruimdenkende] persoon |
| roakuka-露悪家 | iemand die graag opschept over hoe slecht hij of zij is; iemand die zich voordoet als een slecht persoon |
| rōjin-老人 | oudere (persoon); bejaarde |
| rōtai-老体 | oud lichaam; oude persoon |
| ryakā-リャカー | trekkar; handkar (die getrokken wordt door een persoon) |
| ryakureki-略歴 | kort profieloverzicht; korte (beschrijving van de) persoonlijke geschiedenis (van iemand) |
| ryōjin-良人 | een goed mens; een wijs persoon |
| ryōnin-良人 | een goed mens; een wijs persoon |
| ryōsai-良才 | talent; een bekwaam persoon |
| ryōzai-良材 | groot talent; bekwaam persoon |
| saibutsu-才物 | slim [getalenteerd; begaafd] persoon |
| saijin-才人 | slim [getalenteerd; begaafd] persoon |
| sairō-豺狼 | een hebzuchtig en wreed [meedogenloos] persoon |
| saitori-才取り | makelaar; tussenpersoon; tussenhandelaar |
| saiuyoku-最右翼 | dominant persoon; sterkste mededinger [deelnemer]; degene met de meeste kans (om te winnen) |
| sakibō-先棒 | de persoon die de voorkant van de draagstoel draagt |
| sandayū-三太夫 | hoofd van de huishouding en boekhouding van een welgesteld persoon |
| sandō-参堂 | bezoek aan een hoger geplaatst persoon |
| sanjō-参上 | bezoek aan een hoger geplaatst persoon |
| sankō-参向 | naar een persoon met een hoge rang gaan |
| sanninshō-三人称 | (taalkunde) de derde persoon |
| seikaku-性格 | (iem.'s) karakter; aard; persoonlijkheid |
| seimei-姓名 | persoons naam (voor- en achternaam) |
| seirei-精霊 | de geest van een dode [overleden] persoon |
| seishinshōgaisha-精神障害者 | geestelijk gehandicapte (persoon); persoon met geestelijke [verstandelijke] beperking |
| seishō-清祥 | tekst in een brief om de andere persoon te feliciteren met zijn [haar] gezond en gelukkig leven |
| seitai-聖体 | de persoon [het lichaam] van de keizer, de keizer in persoon |
| sekenshi-世間師 | een wereldwijs persoon |
| sekigaku-碩学 | een erudiet persoon; iemand met uitgebreide kennis; een groot geleerde |
| senchimentarisuto-センチメンタリスト | gevoelig [sentimenteel] persoon |
| sessha-拙者 | (eerste persoon enkelvoud, in taalgebruik van samoerai e.d.) ik; mij |
| sewanin-世話人 | tussenpersoon; bemiddelaar; organisator; vertegenwoordiger; conciërge |
| sewayaki-世話焼き | zorgzaam persoon; bemoeial |
| sewayaki-世話焼き | tussenpersoon; bemiddelaar; organisator; vertegenwoordiger; conciërge |
| shian-私案 | iemands (persoonlijke) plan [voorstel] |
| shibuchin-渋ちん | een vrek; gierigaard; gierig [vrekkig] persoon |
| shibutsu-私物 | privé eigendom; persoonlijke bezittingen |
| shien-私怨 | persoonlijke wrok [rancune; haat] |
| shihi-私費 | privé uitgaven; persoonlijke kosten |
| shii-私意 | eigen [persoonlijke] mening [gedachten] |
| shiin-私印 | persoonlijk zegel; privé zegel |
| shiji-私事 | een persoonlijke [privé] zaak; persoonlijke aangelegenheid |
| shijin-士人 | een geleerd en deugdzaam persoon; een persoon met een hoge opleiding of status |
| shijin-私人 | particulier; privépersoon; individu |
| shikan-私感 | persoonlijke indruk [mening]; persoonlijk gevoel |
| shikisha-識者 | een goed geïnformeerd [intelligent; hoogopgeleid] persoon |
| shikō-私考 | de eigen gedachten; persoonlijke mening |
| shimeitsūwa-指名通話 | een persoonlijk gesprek (telefoon) |
| shinbashira-心柱 | (fig. een persoon) steunpilaar |
| shinbō-心棒 | kern; centrale figuur [persoon] (in een groep) |
| shinbochi-新発意 | pas ingewijde [toegetreden] persoon (b.v. in boeddhisme) |
| shinguru-シングル | single; alleenstaande; (voor) 1 persoon; 1-persoonskamer |
| shinguru・beddo-シングル・ベッド | eenpersoonsbed |
| shinjin-神人 | een nobel [goddelijk] persoon; iemand met spirituele krachten |
| shinsei-親政 | persoonlijke regering [heerschappij; bestuur] van een keizer of koning |
| shinseki-真跡 | iemands (persoonlijk) handschrift |
| shintaishōgaisha-身体障害者 | lichamelijk gehandicapte (persoon); persoon met een lichamelijke beperking |
| shiremono-痴れ者 | een schurk; onhandelbare [gewelddadige] persoon |
| shiron-私論 | persoonlijke mening; eigen standpunt |
| shiryō-死霊 | de geest van een overleden persoon |
| shiryokushōgaisha-視力障害者 | slechtziende (persoon) |
| shisen-私撰 | persoonlijke selectie en redactie (van een gedichtenbundel, e.d.) |
| shishin-私信 | privébrief; persoonlijk bericht |
| shishō-私傷 | persoonlijk letsel; blessure opgelopen buiten het werk |
| shisho-私書 | (persoonlijke) correspondentie [brief]; persoonlijk (geschreven) document |
| shisho-私署 | persoonlijke handtekening [ondertekening] |
| shiteki-私的 | persoonlijk; privé |
| shitō-私闘 | conflict door persoonlijke rancune [wrok; wrevel] |
| shitsu-室 | echtgenote van een hooggeplaatst persoon |
| shitsumeisha-失明者 | persoon die blind is; een blinde persoon |
| shitsumeishi-失名氏 | een anonieme persoon; anonymus; naamloze |
| shōgaisha-障害者 | gehandicapte persoon; persoon met een handicap; persoon met een geestelijke of lichamelijke beperking |
| shojihin-所持品 | persoonlijke bezittingen [eigendommen] |
| shōjin-小人 | een onbelangrijk [kleinzielig; bekrompen] persoon |
| shōjinbutsu-小人物 | een onbeduidend [onbelangrijk; kleingeestig; bekrompen] persoon |
| shōkaisha-紹介者 | een persoon die iemand [iets] introduceert |
| shōki-将器 | (een persoon met) het vermogen [de capaciteiten] om generaal te kunnen zijn |
| shoshi-処士 | privé persoon; particulier |
| shōshinmono-小心者 | timide [bedeesde] persoon; lafaard |
| shōsokutsū-消息通 | een kenner; insider; goed geïnformeerd persoon; |
| shōtsuki-祥月 | sterfmaand; de maand waarin een persoon is overleden |
| shōtsukimeinichi-祥月命日 | sterfdag van een persoon; gedenkdag van het overlijden van een persoon |
| shujinkō-主人公 | hoofdpersoon; hoofdfiguur; held; heldin; protagonist (van verhalen, e.d.) |
| shūkyōka-宗教家 | religieuze persoon [figuur; leider] |
| shūsai-秀才 | (de meest) getalenteerde [briljante] persoon [student] |
| shutsuba-出馬 | zelf op pad gaan; persoonlijk iemand bezoeken |
| shutsugannin-出願人 | aanvrager; een persoon die een aanvraag indient |
| shutsugansha-出願者 | aanvrager; een persoon die een aanvraag indient |
| sokkin-側近 | het dichtbij een machthebber [hoog geplaatste persoon] staan |
| sokkin-側近 | (iemands persoonlijke) hofhouding; entourage [naaste medewerkers; staf] |
| sokkyo-卒去 | de dood [het overlijden] van een hooggeplaatste persoon |
| sonata-其方 | (arch. beleefd, tweede persoon) u; jij |
| sondai-尊台 | (formeel, beleefd t.o.v. tweede persoon) u |
| sonin-訴人 | de klager (de persoon die een klacht heeft ingediend) |
| sonkei-尊兄 | (respectvol gebruikt als aanspreektitel voor de tweede persoon tussen mannen met een gelijke status) u |
| sonzai-存在 | entiteit; wezen; persoon |
| sōsha-壮者 | een persoon in de bloei van zijn leven |
| sōsharu・uea-ソーシャル・ウエア | kleding die gedragen wordt buiten het kantoor indien men persoonlijk met het publiek moet communiceren (Engels: social wear) |
| suitchihittā-スイッチヒッター | (straattaal) een biseksueel; een veelzijdig persoon |
| sukimono-好き者 | wellusteling; wellustig [onfatsoenlijk] persoon |
| surekkarashi-擦れっ枯らし | een wereldwijs [blasé; schaamteloos] persoon |
| sutā-スター | ster (persoon die uitblinkt) |
| sutātā-スターター | starter (persoon die het startsein geeft, bij sportwedstrijden) |
| sutēshon・kōru-ステーション・コール | een internationaal gesprek waarbij de aanvrager niet een bepaalde persoon hoeft te spreken |
| suzume-雀 | een spraakzaam persoon; iemand die op de hoogte is [veel weet over iets] |
| tabigarasu-旅烏 | zwerver; landloper; bereisd persoon; rondtrekkende reiziger |
| tadamono-只者 | gewoon [alledaags] persoon |
| taigyō-大業 | het slagen voor het eindexamen van het officiële promotie-examen in het Ritsuryo-systeem; ook de persoon die dat bereikt |
| taijin-大人 | een edelmoedig [grootmoedig; deugdzaam] persoon |
| taijin-対人 | persoonlijk; interpersoonlijk; tegenover andere mensen |
| taiken-体験 | praktische [persoonlijke] ervaring; praktijkervaring |
| taiki-大器 | een groot talent; een talentvolle [veelbelovende] persoon |
| taimen-対面 | persoonlijke ontmoeting; interview |
| taishin-大身 | een hooggeplaatst persoon; iemand van hoge rang |
| taishō-対称 | (taalkunde) de tweede persoon |
| tajūjinkaku-多重人格 | meervoudige [gespleten] persoonlijkheid |
| takenokoseikatsu-筍生活 | het slechts in je levensonderhoud kunnen voorzien door steeds meer persoonlijke bezittingen te verkopen (gelijkend op het afpellen van een bamboescheu |
| tankitōhyō-単記投票 | het stemmen op één enkele persoon |
| tantōsha-担当者 | leidinggevende; de verantwoordelijke persoon; coördinator; contactpersoon |
| tari-人 | mens; persoon |
| tashō-他称 | derde persoon (grammatica) |
| tazunebito-尋ね人 | vermiste persoon |
| tazunemono-尋ね者 | gezocht persoon; persoon die gezocht wordt |
| tekiki-手利き | bekwaamheid; vakmanschap; een bekwaam [vakkundig; geschoold] persoon |
| tekizai-適材 | de juiste [geschikte] persoon (voor een functie) |
| tekizaitekisho-適材適所 | de juiste persoon op de juiste plek |
| temawari-手回り | om je heen; onder handbereik; persoonlijke spullen (die je bij je hebt) |
| tengu-天狗 | opschepper; arrogant [verwaand] persoon |
| tenjikurōnin-天竺浪人 | een persoon zonder vast adres; een zwerver |
| tereya-照れ屋 | een verlegen [bedeesde; schuwe] persoon |
| tesha-手者 | een bekwaam [kundig; getalenteerd; rijk] persoon; meester |
| tesutimoniarukōkoku-テスティモニアル広告 | reclameboodschap waarin een (bekend) persoon vertelt over positieve ervaringen met een product of bedrijf |
| tetori-手取り | een listige [geslepen; sluwe] persoon |
| teue-手植え | zelf [persoonlijk; handmatig] planten (van bomen en planten) |
| tewatashi-手渡し | persoonlijke bezorging [aflevering] |
| tezukara-手ずから | met je eigen handen; persoonlijk |
| tokubai-特売 | speciale verkoop aan een specifieke persoon (via een vrijwillig contract zonder concurrerende biedingen) |
| tōnin-当人 | de persoon in kwestie; de betrokken persoon |
| tono-殿 | huis [behuizing] van een adellijk persoon |
| toorina-通り名 | de naam waaronder een persoon bekend is; alias; artiestennaam; bijnaam |
| tori-取り | de laatste (en belangrijkste) persoon die opkomt op het toneel |
| toritsugi-取り次ぎ | agentschap; bemiddeling; tussenpersoon |
| toritsugu-取り次ぐ | distribueren; bemiddelen; als tussenpersoon [distributeur] optreden |
| torizara-取り皿 | een apart bordje [schaaltje] per persoon (om te eten uit gemeenschappelijke schalen met gerechten) |
| toshishita-年下 | junior; jongere persoon |
| toshiue-年上 | senior; oudere persoon |
| toshiyori-年寄り | een oudere; bejaarde; oud persoon; ouder iemand |
| tsuin-ツイン | tweepersoonskamer (hotel, etc.) |
| tsuin・rūmu-ツイン・ルーム | tweepersoonskamer (hotel, etc.) |
| tsūji-通事 | tussenpersoon; bemiddelaar |
| tsuyuharai-露払い | heraut; de persoon die vooruit loopt en de weg vrijmaakt voor een hooggeplaatste persoon [stoet] |
| uchiwa-内輪 | geheim [privé; persoonlijk] zijn |
| udekiki-腕利き | bekwaamheid; vakmanschap; een bekwaam [vakkundig; geschoold] persoon |
| ukkarimono-うっかり者 | een verstrooide [vergeetachtige] persoon |
| umanohone-馬の骨 | persoon van onbekende, twijfelachtige afkomst; iemand van twijfelachtig [bedenkelijk] allooi |
| umisen'yamasen-海千山千 | (fig.) een geslepen persoon; een oude rot; een sluwe vos |
| urashimatarō-浦島太郎 | Urashima Tarō, de hoofdpersoon van een Japans sprookje |
| usuppera-薄っぺら | oppervlakkig (persoon, kennis, bewijs, e.d.) |
| uwakimono-浮気者 | overspelige persoon [man; vrouw]; bedrieger; schuinsmarcheerder |
| uyūsensei-烏有先生 | een denkbeeldig persoon; een fictief karakter |
| wagahai-我輩 | (mannelijk taalgebruik, eerste persoon enkelvoud, tegenwoordig met een nogal arrogante duiding) ik |
| wagahai-我輩 | (mannelijk taalgebruik, eerste persoon meervoud) wij |
| wahito-我人 | (arch. tweede persoon) jij; u |
| wakabito-若人 | een jonge persoon; jongere; jongelui |
| wakarazuya-分からず屋 | een koppig persoon; stijfkop |
| wakibara-脇腹 | (van een persoon); zij; zijde; flank |
| wakōdo-若人 | een jonge persoon; jongere; jongelui |
| wanman-ワンマン | één persoon; eenmans- |
| waromono-悪者 | (arch.) iemand zonder opleiding of talent; een middelmatige persoon |
| warumono-悪者 | een slechte [kwaadaardige; verdorven] persoon; een schurk; een boef; een schoft |
| watakushi-私 | (eerste persoon enkelvoud) ik; mij |
| watashi-私 | (eerste persoon enkelvoud) ik; mij |
| wonteddo-ウォンテッド | gevraagd; gezocht (vooral door de politie); gezochte persoon |
| yabo-野暮 | een dom [dwaas; onwetend] persoon |
| yabo-野暮 | een ongemanierde [lompe; onbehouwen] persoon |
| yajin-野人 | een lompe persoon; boerenkinkel |
| yajin-野人 | een burger; persoon zonder functie in de overheid |
| yakamashiya-喧し屋 | een kieskeurig [veeleisend] persoon |
| yakkaimono-厄介者 | lastpak; vervelend persoon |
| yakuin-役員 | directeur; leider; leiding gevend persoon; chef |
| yamake-山気 | ondernemend persoon; iemand die graag risico's neemt |
| yamaki-山気 | ondernemend persoon; iemand die graag risico's neemt |
| yamakke-山っ気 | ondernemend persoon; iemand die graag risico's neemt |
| yarite-遣り手 | iem. die iets doet; dader; handelend persoon |
| yarite-遣り手 | een bekwaam [competent; kundig; slim] persoon |
| yo-余 | (eerste persoon enkelvoud) ik |
| yōchūijinbutsu-要注意人物 | verdachte; verdacht persoon; persoon die in de gaten moet worden gehouden |
| yōjin-要人 | VIP; belangrijke [vooraanstaande] persoon |
| yūbinuke-郵便受け | persoonlijke brievenbus; postbus (aan huis) |
| yūbōkabu-有望株 | een veelbelovend persoon; persoon met goede vooruitzichten |
| yukaihan-愉快犯 | een persoon die voor de lol [grap; sensatie] een misdrijf pleegt |
| yūkensha-有権者 | gerechtigde persoon |
| yukidaore-行き倒れ | een overleden persoon die op straat ligt (vroeger iem. die stierf tijdens een reis en niet begraven kon worden omdat hij geen gegevens bij zich had) |
| yūmeijin-有名人 | beroemdheid; bekende persoonlijkheid |
| yūsha-勇者 | moedig [dapper; heldhaftig] persoon |
| yūtōsei-優等生 | een uitmuntende [excellente] student [persoon] |
| yūyarō-遊冶郎 | een levensgenieter; losbandig persoon; losbol; vrijbuiter |
| zaisanka-財産家 | een rijke [welgestelde; gefortuneerde] persoon |
| zako-雑魚 | een onbetekenend [onbelangrijk] persoon |
| zashikirō-座敷牢 | (hist.) een cel [kamer] (bedekt met tatami matten) voor het opsluiten van een krankzinnige persoon |
| zendama-善玉 | een goed mens; goede persoon |
| zenjō-禅譲 | (in China) een keizer die zonder opvolgers in de bloedlijn de troon overdraagt aan een deugdzaam persoon |
| zenkamono-前科者 | bajesklant; iemand die in de gevangenis heeft gezeten; persoon met een strafblad |
| zenken'iin-全権委員 | een gevolmachtigde (persoon) |
| zenshin-前身 | vorige status [beroep; carrière] van een persoon [organisatie; groep; instelling] |
| zensho-全書 | een verzamelbundel; verzameld werk; compleet boek (met alle theorieën en geschriften van een bepaalde persoon of op een bepaald vakgebied) |
| zerosamushakai-ゼロサム社会 | nulsommaatschappij (waar economische groei stopt, de totale rijkdom constant blijft en één persoon voordeel heeft, en een ander een even groot nadeel) |
| zōhyō-雑兵 | een onbeduidende [onbelangrijke] persoon binnenin een organisatie; een werkmier |
| zokubutsu-俗物 | snob; materialist; cultuurbarbaar; vulgair persoon |
| zokujin-俗人 | een leek; seculier persoon; gewone mensen; het gewone volk |
| zokujin-俗人 | een onbeschaafd [smakeloos; stijlloos] persoon |
| zokutai-俗体 | een vulgair [smakeloos] uitziende persoon |
| zunberabō-ずんべらぼう | slordigheid; een slordig persoon |
| zuru-狡 | sluwe [geslepen] persoon |