Kruisverwijzing
amen
| lemma | meaning |
|---|---|
| abekku-アベック | het (iets) samen doen |
| abusutorakuto-アブストラクト | uittreksel; samenvatting |
| adanami-徒波 | een wispelturig [grillig] karakter [temperament] |
| ageita-上げ板 | (in een traditioneel theater) houten vloeren links en rechts waar het podium en de hanamichi (verhoogd pad naar toneel) samenkomen |
| ai-合い | tesamen |
| ai-相 | (in combinatie met een werkwoord) elkaar; samen |
| aiaigasa-相合い傘 | samen onder één paraplu |
| aihan-合判 | gezamenlijke handtekening; gemeenschappelijk zegel |
| aika-哀歌 | klaagzang; treurdicht; elegie; de Klaagliederen (bijbelboek in het Oude Testament) |
| aikuchi-合口 | (metselwerk) steunpunt; gezamenlijk uiteinde |
| aimatte-相俟って | samen; in samenwerking met; gecombineerd met |
| aimochi-相持ち | gezamenlijke eigendom |
| aioi-相生い | het samen opgroeien (vanaf de geboorte) |
| aioi-相生い | het samengroeien; aan elkaar groeien |
| aisan-愛餐 | agapē, de gezamenlijke maaltijd ter nagedachtenis aan het laatste avondmaal van Jezus; een vriendenmaal |
| aishō-相性 | affiniteit; goed samengaan; bij elkaar passen; chemie (tussen mensen) |
| akaten-赤点 | een onvoldoende (cijfer op een toets of texamen) |
| akehanasu-開け放す | (van ramen of deuren) wijd openen [opengooien]; open laten staan |
| akehanatsu-開け放つ | (van ramen of deuren) wijd openen [opengooien]; open laten staan |
| akuchi-悪血 | slecht bloed (bloed dat door ziekte een verkeerde samenstelling heeft) |
| akufu-悪婦 | een vrouw met een slecht [opvliegend] karakter [humeur; temperament] |
| akushu-握手 | een (handdruk ter) verzoening [vrede-sluiting]; samenwerking |
| amanohara-天の原 | de lucht; de hemel; het firmament |
| āmen-アーメン | amen |
| amu-編む | samenstellen; redigeren (publicaties e.d.) |
| angō-暗合 | dingen die toevallig met elkaar overeenkomen; een toevallige samenloop van omstandigheden |
| ankokumen-暗黒面 | donkere [duistere; lelijke] kant [schaduwkant] van de samenleving, het leven, etc. |
| anshachizu-暗射地図 | een blanko kaart (zonder plaatsnamen zoals wordt gebruikt op scholen) |
| aramashi-あらまし | overzicht; samenvatting |
| arasuji-粗筋 | overzicht; samenvatting; synopsis |
| aritsuku-有り付く | zich vestigen; (samen)wonen |
| ashikiri-足切り | het toepassen van een vastgestelde grenswaarde (als criterium voor slagen of zakken bij een examen) |
| ashikoshi-足腰 | (fig.) fundament; basis (van een bedrijf, organisatie, e.d.) |
| assaku-圧搾 | compressie; samenpersing |
| assakukūki-圧搾空気 | samengeperste lucht; perslucht |
| assakusuru-圧搾する | persen; samenpersen; samendrukken |
| asshuku-圧縮 | het samenvatten [inkorten; condenseren; comprimeren] |
| asshuku-圧縮 | compressie; samenpersing |
| asshukugasu-圧縮ガス | samengeperst gas |
| asshukukūki-圧縮空気 | samengeperste lucht; perslucht |
| asshukuritsu-圧縮率 | compressibiliteit; samendrukbaarheid |
| asshukusanso-圧縮酸素 | samengeperste zuurstof (in cilinder) |
| asshukusuru-圧縮する | samenpersen; condenseren; inkorten; comprimeren |
| atamadashi-頭出し | het bepalen van het startpunt voor het afspelen van audio-, film- of video-opnamen |
| atsumari-集まり | bijeenkomst; vergadering; samenkomst |
| atsumeru-集める | concentreren; samen [bij elkaar] brengen |
| au-合う | bij elkaar komen; samensmelten |
| awasaru-合わさる | (zich) verenigen; samenbrengen |
| awase-合わせ | combinatie; match; samenbrenging |
| awaseru-会わせる | verenigen; verbinden; samenvoegen; mengen |
| awaseru-合わせる | combineren; samenbrengen; samenvoegen; mengen |
| awasete-合わせて | in totaal; alles bij elkaar [tezamen] |
| bai-陪 | (in kanji combinaties) samenkomen; bijwonen; aanwezigheid |
| baijō-陪乗 | het instappen [samenreizen] (in auto, boot, e.d., met iemand die hoger in rang is) |
| bassui-抜粋 | abstract; uittreksel; samenvatting |
| battera-バッテラ | sushi van een plak makreel op samengedrukte rijst |
| bēshikku-ベーシック | basic; basis; minimum-; fundamenteel |
| bessei-別姓 | verschillende achternamen; het gebruik van verschillende achternamen bij een echtpaar (waar ieder zijn eigen familienaam aanhoudt) |
| bēsu-ベース | basis; fundament; grond; grondslag |
| bibiru-びびる | verlegen [schuchter] zijn; zich schamen [generen] |
| bō-謀 | (in kanji combinaties) meten; peilen; schatten; beramen; uitdenken; plannen |
| bōgi-謀議 | samenzwering; beraming; komplot; geheim overleg |
| bungō-分合 | splitsing [verdeling] en samenvoeging |
| burēnsutōmingu-ブレーンストーミング | brainstorming (gezamenlijk overleg om tot oplossingen te komen) |
| chi-稚 | (in samenstellingen) jong; kinderlijk |
| chiikineko-地域猫 | buurtkat; straatkat (een kat die niet van één eigenaar is, maar van meerdere bewoners gezamenlijk) |
| chīmupurē-チームプレー | teamspel; goed samenspel binnen een team |
| chīmuwāku-チームワーク | teamwerk; samenspel; samenwerking |
| chinamu-因む | verbinden; samenvoegen |
| chokusen-勅撰 | keizer die zelf gedichten schrijft, of dichtbundels samenstelt |
| chokusenshū-勅撰集 | poëziebloemlezing samengesteld in opdracht van de keizer |
| chōreibokai-朝令暮改 | inconsequent [inconsistent; onsamenhangend; veranderlijk] gedrag [beleid]; onlogische maatregelen |
| dai-だい | prefix of suffix in samengestelde woorden |
| daiben-代弁 | woordvoerder; spreker (bij volmacht, namens iemand anders) |
| daigakkō-大学校 | hogere onderwijsinstelling opgericht in samenwerking met een overheidsinstantie |
| daigan-代願 | voorbede; voorspraak; als tussenpersoon fungeren; bidden tot god {Boeddha] namens een ander |
| daigen-代言 | een pleidooi [het pleiten] namens een ander (advocatuur) |
| daihen-代返 | (op school) bij het afroepen van namen van een presentielijst bevestigend antwoorden t.b.v een andere persoon (die zelf niet aanwezig is) |
| daihitsu-代筆 | schrijven namens iem. anders |
| daijesuto-ダイジェスト | samenvatting; uittreksel |
| dangō-談合 | heimelijke afspraak; samenzwering; onwettige prijsafspraken |
| dashiau-出し合う | het delen van de kosten; gezamenlijk bijdragen |
| dekiai-出来合い | het samenwonen (zonder getrouwd te zijn) |
| dekorēshon-デコレーション | decoratie; versiering; ornament |
| diguriokurashī-ディグリオクラシー | academische meritocratie, een samenleving waarin het opleidingsniveau een van de belangrijkste criteria is voor het bepalen van de sociale status |
| dō-同 | eenwording; samengaan |
| dōdō-同道 | reis(tocht) in gezelschap van anderen; het samen reizen |
| dogaishisuru-度外視する | negeren; veronachtzamen; geen rekening houden met |
| dōkyo-同居 | samenwonen in een huis (b.v. met vriend(in) of (schoon)familie) |
| don-ドン | erend prefix voor achternamen van mannen (b.v. Don Quichot) |
| dōnen-同年 | jaargenoot; iemand die in hetzelfde jaar is geslaagd voor het Chinees keizerlijk examen (archaïsch) |
| dono-殿 | toevoeging achter plaatsnamen |
| dorafuto-ドラフト | ploegen-samenstelling (honkbal) |
| doroppuauto-ドロップアウト | drop-out; voortijdige schoolverlater; iem. die de samenleving de rug toekeert |
| dōsei-同棲 | het samenleven [samenwonen] |
| dōseki-同席 | naast elkaar zitten; samen zijn; aanwezig [bijeen] zijn |
| dōsha-同車 | (samen) in dezelfde auto rijden [zitten] |
| dōshi-同士 | tussen; onderling; wederzijds; onder elkaar; samen |
| ea・kā-エア・カー | een auto die rijdt op samengeperste lucht |
| ehō-恵方 | gunstige [geluksbrengende] richting (vroeger de richting van waaruit de nieuwjaarsgoden kwamen) |
| etosu-エトス | ethos (morele houding, karakter of temperament) |
| ētosu-エートス | ethos (morele houding, karakter of temperament) |
| fainaru-ファイナル | finale; eindwedstrijd; eindexamen |
| fain・seramikkusu-ファイン・セラミックス | fijn keramiek (dat nieuwe functies en eigenschappen heeft door de samenstelling, structuur, vorm) |
| fandamentarisuto-ファンダメンタリスト | fundamentalist |
| fandamentarizumu-ファンダメンタリズム | fundamentalisme |
| fandamentaru-ファンダメンタル | fundamenteel; essentieel; elementair; basis- |
| fandamentaruzu-ファンダメンタルズ | (economie) fundamentele voorwaarden; basisvoorwaarden; basisindicatoren |
| firamento-フィラメント | filament; gloeidraad |
| fuchaku-付着 | samenvoeging; aanhechting; bijvoeging |
| fūchō-風潮 | tendens; trend (in de samenleving) |
| fūfubessei-夫婦別姓 | het gebruik van verschillende achternamen bij een echtpaar (waarbij ieder de eigen familienaam aanhoudt) |
| fugōsuru- 符合する | overeenkomen; samenvallen; corresponderen; overeenstemmen |
| fukubun-複文 | (taalkunde) een samengestelde zin |
| fukugō-複合 | samenstelling; mengsel; samengesteld geheel |
| fukugōgo-複合語 | een samengesteld woord; samenstelling |
| fukujūsuru-服従する | gehoorzamen |
| fukuri-複利 | samengestelde rente |
| fukurihō-複利法 | samengestelde rentemethode |
| fukusuru-服する | gehoorzamen; zich onderwerpen aan; accepteren; zich houden aan |
| fukuzatsukei-複雑系 | een complex systeem (d.w.z. dat de eigenschappen van het geheel niet zijn af te leiden uit de eigenschappen van de samenstellende delen afzonderlijk) |
| furamenko-フラメンコ | flamenco (Spaanse dans) |
| furebumi-触れ文 | (theater) lijst met de titel van een toneelstuk, namen van acteurs e.d. |
| furegaki-触れ書き | (theater) lijst met de titel van een toneelstuk, namen van acteurs e.d. |
| fuseiseki-不成績 | slechte cijfers (voor een examen); slecht resultaat; slechte prestatie |
| fusetsusuru- 符節する | overeenkomen; samenvallen met |
| fushōfuzui-夫唱婦随 | (de opvatting:) een vrouw moet haar man gehoorzamen [moet doen wat haar man vraagt] |
| fuzui-付随 | behorend bij; gerelateerd aan; samenhangend met |
| fyūjon-フュージョン | samenvoeging; samensmelting, |
| gaiyō-概容 | synopsis; compendium; samenvatting; algemeen overzicht; hoofdlijnen |
| gaiyō-概要 | synopsis; compendium; samenvatting; algemeen overzicht; hoofdlijnen |
| gakuin-学院 | (i.g.v. instellingsnamen) jeugdgevangenis (al dan niet met scholingsprogramma) |
| gakurekishakai-学歴社会 | academische meritocratie, een samenleving waarin het opleidingsniveau een van de belangrijkste criteria is voor het bepalen van de sociale status |
| ganryō-含量 | inhoud; samenstelling |
| gappei-合併 | combinatie; samenvoeging; samensmelting; fusie |
| gappyō-合評 | gezamenlijke kritiek [beoordeling; evaluatie] |
| gasshō-合掌 | (in gebed) de handen samenvoegen [vouwen] |
| gasshuku-合宿 | het in dezelfde accommodatie [herberg] verblijven; samen ergens verblijven; op trainingskamp gaan |
| gassō-合奏 | een ensemblestuk (muziek); samenspel |
| gassuru-合する | samenvoegen; samenkomen; samenbrengen; verenigen; combineren; het eens zijn met |
| gattai-合体 | samensmelting |
| gege-下下 | mensen met een lage status; het gewone volk; de massa; de lagere klassen van de samenleving |
| gemainshafuto-ゲマインシャフト | gemeenschap; samenleving |
| gemainshafuto-ゲマインシャフト | (sociologie) Gemeinschaft (een samenleving met sterke affectieve bindingen en saamhorigheid) |
| genjin-原人 | de eerste mens (Pithecanthropus-Erectus of Javamens) |
| genrishugi-原理主義 | fundamentalisme |
| genron-原論 | fundamentele theorie; principe |
| genshiteki-原始的 | oorspronkelijk; origineel; fundamenteel; primitief |
| genshoku-原色 | primaire kleur; fundamentele kleur |
| genshū-現収 | het huidige inkomen (samentrekking van: genzai no shūnyū, 現在の収入) |
| gezerushafuto-ゲゼルシャフト | (sociologie) Gesellschaft; winstmaatschappij (een samenleving gebaseerd op eigenbelang) |
| gezerushafuto-ゲゼルシャフト | samenleving; maatschappij |
| gijutsuteikei-技術提携 | technologische samenwerking [partnerschap] |
| giketsukennodairikōshi-議決権の代理行使 | uitoefening van stemrecht bij volmacht; het stemmen bij volmacht (namens iemand anders) |
| giyaku-義訳 | betekenis-vertaling; vertaling naar de betekenis (b.v. delen van een samengesteld woord vertalen tot een nieuw samengesteld woord in de andere taal) |
| gōbengaisha-合弁会社 | joint venture; samenwerkingsverband (bedrijven, organisaties, etc.) |
| gōkaku-合格 | het slagen voor een examen [toets; test]; [zich] kwalificeren (voor) |
| gōkakushahappyō-合格者発表 | de bekendmaking van de geslaagde (examen)kandidaten |
| gōkakusuru-合格する | slagen voor een examen [toets; test]; (zich) kwalificeren (voor) |
| gomyaku-語脈 | (semantische en grammaticale) woordkoppeling; samenstelling van twee woorden |
| gorin-五倫 | (Confucianisme) de vijf fundamentele morele deugden van menselijke relaties (tussen vader-zoon, heerser-onderdaan, man-vrouw, jong-oud, vrienden) |
| gōryū-合流 | samenvoeging [samengaan] (van politieke partijen of facties) |
| gōryū-合流 | samenvoeging (van autowegen, of rijstroken) |
| gōryū-合流 | samenvloeiing (van rivieren e.d.) |
| gōseigo-合成語 | samengesteld woord; samenstelling |
| gōshi-合資 | joint venture (samengaan van twee of meer ondernemingen) |
| gunkyo-群居 | (neiging tot) samenleven; leven in een groep |
| gunsei-群生 | een groep dieren van dezelfde soort die in grote aantallen samenleeft in een gebied |
| gunshū-群集 | bijeenkomst; het samenkomen |
| guru-ぐる | handlanger (bij een misdaad); samenzweerder |
| gyōchaku-凝着 | samenklontering; (aan)hechting; agglutinatie |
| gyōshū-凝集 | cohesie; concentratie; agglutinatie; opeenhoping; samenklontering |
| gyōshuku-凝縮 | bundeling; samenvoeging |
| gyōshukusuru-凝縮する | samenvoegen; bundelen |
| hada-肌 | karakter; aard; temperament |
| haiburiddo-ハイブリッド | mengsel; samenstelling |
| haigō-配合 | combinatie; vermenging; samenvoeging |
| haizai-配剤 | het samenstellen [klaarmaken; mengen] van medicijnen |
| hai・sosaetī-ハイ・ソサエティー | de hogere klassen [kringen] in de samenleving [maatschappij] |
| hai・tatchi-ハイ・タッチ | (high touch) de (broodnodige) menselijke inbreng in de technologische samenleving |
| hajiiru-恥じ入る | zich (diep) schamen; zich beschaamd voelen |
| hajiru-恥じる | zich schamen (voor) |
| hakaru-謀る | plannen; beramen; uitdenken; bekijken; beschouwen |
| hakuchizu-白地図 | een blanco kaart [basiskaart] (een kaart die alleen de omtrek van landen, eilanden, etc. weergeeft, zonder plaatsnamen, e.d.) |
| hanami-花見 | (lett. bloemen kijken) Japanse traditie om in de lente gezamenlijk de (voorbijgaande) schoonheid van de kersen- en pruimenbloesems te gaan bewonderen |
| hanikamu-はにかむ | verlegen [schuchter] zijn; er verlegen uitzien; zich schamen |
| hashiru-走る | (samen) ervandoor gaan; wegvluchten; de benen nemen; van huis weglopen |
| hayashi-栄 | versiering; ornament; decoratie |
| heihatsu-併発 | samenloop van omstandigheden; complicatie (bij ziekte) |
| heison-併存 | coëxistentie; het naast elkaar bestaan [samenleven] |
| hei・kyūbu-ヘイ・キューブ | hooiblok; blok samengeperste hooi |
| hencho-編著 | geschreven en bewerkt [samengesteld] zijn (door) |
| henja-編者 | redacteur; samensteller |
| hensan-編纂 | compilatie; samenstelling; bewerking |
| hensei-編成 | het samenstellen; compileren; in elkaar zetten |
| hensei-編製 | het opstellen [samenstellen] van een familieregister [kiesregister, schoolkinderen register, e.d.] |
| henshū-編修 | samenstelling; compilatie; bewerking |
| henshū-編集 | redactie; samenstelling; bewerking |
| hikkishiken-筆記試験 | schriftelijk examen |
| himachi-日待ち | (lett.: het wachten op de zon) een bijeenkomst waarbij mensen samen bidden en wachten op de opkomst van de zon (Shinto) |
| hiseki-秘跡 | sacrament |
| hōkatsu-包括 | inclusie; volledige samenvoeging; allesomvattend zijn |
| hongi-本義 | grondbetekenis; fundamentele [ware; oorspronkelijke] betekenis |
| honshiken-本試験 | eindexamen; afsluitend examen |
| hōshoku-奉職 | complementaire kleuren (die tegenover elkaar staan in de kleurencirkel en met licht samen wit vormen) |
| hosomi-細み | een van de fundamentele principes van de shōfū- of Bashō-stijl in de Japanse poëzie, n.l. het streven naar verfijning en oprechtheid |
| hyakkazensho-百科全書 | het samenstellen van een encyclopedie |
| hyōkasuru-評価する | taxeren; ramen; (de waarde) schatten |
| ichiba-市場 | markt (met kramen); marktplaats |
| ichimi-一味 | bende; groepering; samenzwering; kliek; kartel |
| ichiyazuke-一夜漬け | de hele nacht door studeren [blokken] voor een examen] |
| igon-遺言 | testament; laatste wilsbeschikking |
| igonjō-遺言状 | testament; laatste wilsbeschikking |
| igonsho-遺言書 | testament; laatste wilsbeschikking |
| iguzamu-イグザム | examen; test; tentamen |
| iinokosu-言い残す | een testament achterlaten; je laatste woorden spreken |
| iizama-好い様 | (ironisch spraakgebruik) netelige [moeilijke; lastige; beschamende] omstandigheid [situatie] |
| iji-意地 | gemoed; temperament; aard; karakter |
| ikkan-一貫 | samenhang; consistentie; coherentie |
| ikkatsushingi-一括審議 | gezamenlijk overleg |
| ikkatsushori-一括処理 | batchverwerking; gezamenlijke verwerking |
| imei-遺命 | laatste wilsbeschikking; testament |
| in-院 | achtervoegsel achter postume boeddhistische namen |
| inbō-陰謀 | (jur.) samenzwering |
| inbōron-陰謀論 | complottheorie; samenzweringstheorie |
| inbōsetsu-陰謀説 | complottheorie; samenzweringstheorie |
| intādishipurinarī-インターディシプリナリー | interdisciplinair (samenwerking tussen verschillende takken van wetenschap) |
| ipponjime-一本締め | ritueel van het gezamenlijk handklappen (aan het einde van een bijeenkomst, ceremonie, project, e.d.) |
| isei-異姓 | andere achternaam; verschillende achternamen |
| isho-遺書 | testament |
| issho-一緒 | (te)samen; gezamenlijk |
| isuramugenrishugi-イスラム原理主義 | moslimfundamentalisme |
| isurāmugenrishugi-イスラーム原理主義 | moslimfundamentalisme |
| isuramu・fandamentarizumu-イスラム・ファンダメンタリズム | moslimfundamentalisme |
| ittaika-一体化 | integratie; opneming; inpassing; samenvoeging |
| ittaikasuru-一体化する | integreren; samenvoegen |
| iyakuhin-医薬品 | geneesmiddel; medicijn; medicament |
| jiban-地盤 | (onder)grond; bodem; fundament |
| jigen-字源 | de regels voor het samenstellen van Chinees karakter [kanji] |
| jijo-侍女 | hofdame; kamenier |
| jinki-人気 | het temperament [de stemming] van mensen in een bepaald gebied |
| jinmeiroku-人名録 | naamlijst; namenlijst |
| jinmeiyōkanji-人名用漢字 | lijst van officieel toegelaten karakters om eigennamen weer te geven in de familieregisters |
| jintai-靱帯 | ligament; bindweefselband |
| jintēze-ジンテーゼ | synthese; samenvoeging; integratie |
| jippahitokarage-十把一絡げ | alles bij elkaar genomen; alles tegelijk; samenvattend geheel; generalisering |
| jishohenshū-辞書編集 | lexicografie; het samenstellen van een woordenboek |
| jishohenshūsha-辞書編集者 | lexicograaf; samensteller van een woordenboek |
| jō-譲 | (in samenstellingen) geven; overhandigen; toekennen; doorgeven; verkopen |
| jōhōkashakai-情報化社会 | informatiemaatschappij; kennismaatschappij; informatiesamenleving |
| jōkū-上空 | lucht; luchtstreek; hemel; firmament |
| jōryūshakai-上流社会 | de hogere klassen [kringen] in de samenleving [maatschappij] |
| jōyōkanji-常用漢字 | de officiële lijst van kanji die elke Japanse student tenminste moet kennen bij het afleggen van het examen voor het voortgezet onderwijs in Japan |
| juken-受験 | het afleggen [maken] van een examen |
| jukensensō-受験戦争 | examenoorlog, de felle competitie bij toelatingsexamen(s) (voor scholen of universiteiten) |
| jukensha-受験者 | examinandus; examenkandidaat |
| jukensuru-受験する | examen doen |
| juku-塾 | privéschool; stoomcursus (ter voorbereiding op toelatingsexamen voor middelbare scholen en universiteiten) |
| jukugo-熟語 | een samenstelling (samengesteld woord); kanji combinaite |
| jukurensuru-熟練する | zich bekwamen (in); vakkundig [ervaren] worden |
| jukusei-塾生 | student aan een privéschool (voor extra onderwijsdoeleinden ter voorbereiding van toelatingsexamens aan middelbare scholen) |
| jukutō-塾頭 | hoofdonderwijzer [docent; leraar] aan een privéschool (voor extra onderwijsdoeleinden ter voorbereiding van toelatingsexamens aan middelbare scholen) |
| junshusuru-遵守する | naleven; gehoorzamen; zich houden aan; eerbiedigen |
| juzutsunagi-数珠繫ぎ | het aaneenrijgen; het samenbinden; met elkaar verbonden zijn |
| ka-菓 | wordt samen met telwoord gebruikt om aantal vruchten te tellen |
| kabukōzō-下部構造 | onderbouw; fundament; onderliggende structuur |
| kagōbutsu-化合物 | chemische samenstelling [verbinding] |
| kaikyūshakai-階級社会 | klassenmaatschappij; hiërarchische samenleving |
| kaisei-改正 | wijziging; verandering; verbetering; amendement; revisie |
| kaisuru-会する | samenkomen; bij elkaar komen; bijeenkomen; verzamelen |
| kaitsumamu-搔い摘む | samenvatten; een overzicht geven van de belangrijkste punten |
| kakinuki-書き抜き | een korte samenvatting; resumé |
| kakioki-書き置き | (achtergelaten) brief (bij zelfmoord); testament |
| kaminazuki-神無月 | de 10de maand op de maankalender (de maand dat alle goden van Japan vanuit hun eigen gebieden in Izumo Taisha samenkomen) |
| kaname-要 | het essentiële [belangrijkste] punt (waar alles om draait); fundament; hoeksteen |
| kankei-奸計 | samenzwering; complot; sinister [gemeen] plan; sluwe list |
| kannazuki-神無月 | de 10de maand op de maankalender (de maand dat alle goden van Japan vanuit hun eigen gebieden in Izumo Taisha samenkomen) |
| kanningu-カンニング | bedrog [spieken] bij een examen |
| kannonbiraki-観音開き | openslaande deuren [ramen] |
| kansaku-奸策 | samenzwering; complot; sinister [gemeen] plan; sluwe list |
| karageru-絡げる | (met een touw, koord, e.d.) vastbinden; samenbinden; bundelen |
| karamiau-絡み合う | verstrengeld raken; (samen) betrokken verwikkeld] raken (in) |
| kasei-化成 | chemische synthese [samenstelling] |
| kaseihin-化成品 | chemisch samengestelde producten [goederen] |
| kaseihiryō-化成肥料 | samengestelde kunstmest |
| kata-方 | achtervoegsel achter persoonsnamen (erend) |
| katagi-気質 | temperament; aard; karakter |
| katarau-語らう | iemand vragen [uitnodigen] om mee te gaan [doen]; samenkomen |
| katen-加点 | de optelling en notering van scores en punten van testen, examens, wedstrijden, etc. |
| kazarimono-飾り物 | ornament; decoratie; versiering |
| kē-ケー | k, afk. voor Korea (in samenstellingen, zoals k-pop) |
| kechijū-結集 | (boeddh.) concilie; samenkomst; vergadering (voor de samenstelling van soetra's op schrift) |
| kehheru-ケッヘル | Ludwig von Köchel (1800-1877), Oostenrijkse jurist en musicoloog (bekend van de catalogus van de werken van Mozart die hij samenstelde) |
| keieikiban-経営基盤 | managementbasis; zakelijk fundament |
| keigun-鶏群 | een samenkomst [bijeenkomst] van gewone mensen |
| keiretsu-系列 | serie; (samen)stelsel; opeenvolging |
| keiretsu-系列 | conglomeraat; samengestelde onderneming |
| keishiki-形式 | (fil.) de structuur van de verschillende elementen tesamen; de essentiële vorm van iets; het essentiële kenm |
| keizaisōgoenjokaigi-経済相互援助会議 | Comecon, Council for Mutual Economic Assistance (een economisch samenwerkingsverband tussen communistische landen, opgericht in 1949) |
| kenchin-巻繊 | gehakte groenten (zoals daikon, wortels en shiitake) gebakken en samen met verkruimelde tofu gewikkeld in gedroogde tofuvellen en gefrituurd |
| kenkashokubutsu-顕花植物 | fanerogamen; zaadplanten |
| kessetsu-結節 | knoop (samengebonden) |
| kesshū-結集 | samentrekking; bijeenbrenging; mobilisatie; verbinding |
| ketsujū-結集 | (boeddh.) concilie; samenkomst; vergadering (voor de samenstelling van soetra's op schrift) |
| kibangan-基盤岩 | grondgesteente; moedergesteente; fundament |
| kibu-基部 | basis; fundament; fundering |
| kigokoro-気心 | temperament; geaardheid; karakter; inborst |
| kihin-気稟 | aangeboren karakter [aard; temperament] |
| kihon-基本 | basis; fundament; standaard |
| kihonteki-基本的 | fundamenteel; basaal; standaard |
| kijiku-基軸 | basis; fundament; hoeksteen |
| kimariwarui-決まり悪い | zich schamen; verlegen [beschaamd] zijn |
| kimatsushiken-期末試験 | tentamen aan het eind van een semester |
| kinshuku-緊縮 | samentrekking; inkrimping |
| kippu-きっぷ | aard; karakter; temperament |
| kiregire-切れ切れ | onsamenhangend |
| kishitsu-気質 | temperament; aard; karakter |
| kishō-気性 | temperament; aard; karakter (vaak met negatieve connotatie) |
| kisuru-帰する | zich overgeven; gehoorzamen |
| kitamakura-北枕 | ligging met het hoofd naar het noorden gericht (traditionele positie voor dode lichamen; maar taboe voor het gewone slapen) |
| kitei-基底 | basis; fundament |
| kko-っこ | (achtervoegsel) net zoals; met elkaar; gezamenlijk |
| kōchaku-膠着 | het vastkleven; vastplakken; samenkleven; aankoeken |
| kōdoku-講読 | leescollege (met tekstverklaring en discussie als onderdelen); het gezamenlijk een tekst lezen en bespreken |
| kōdokusuru-講読する | gezamenlijk een tekst lezen en bespreken |
| kōgai-梗概 | beknopte beschrijving; overzicht; samenvatting |
| kōgengaku-考現学 | studie van (sociale verschijnselen in) moderne samenlevingen |
| kōkechi-纐纈 | (tie-and-dyemethode) knoopverven (verftechniek uit de Nara-periode, waarbij de stof eerst werd samengeknoopt en dan geverfd) |
| kōken-貢献 | bijdrage (m.n. aan de samenleving) |
| kokkashiken-国家試験 | staatsexamen |
| kokoroiki-心意気 | karakter; neiging; inborst; temperament; geaardheid |
| koku-黒 | (in samenstellingen) zwart |
| kokusaikyōryoku-国際協力 | internationale samenwerking |
| kokyū-呼吸 | (goede) samenwerking [coördinatie]; harmonie |
| komekon-コメコン | Comecon (Council for Mutual Economic Assistance), een economisch samenwerkingsverband tussen communistische landen (opgericht in 1949) |
| kominterun-コミンテルン | Komintern (de Communistische Internationale, samenwerkingsverband van communistische partijen, opgericht in 1919) |
| konbinēshon-コンビネーション | combinatie; samenstelling; verbinding |
| konbinēshon-コンビネーション | het combineren; samenspel |
| kōninkaikeishishiken-公認会計士試験 | accountantsexamen; CPA-examen (CPA = Certified Public Accountant) |
| konjō-根性 | karakter; aard; temperament; persoonlijkheid |
| konkan-根幹 | de kern (van een zaak); de basis; het fundament; de essentie |
| konkō-混交 | mengsel; vermenging; mengeling; samenstelling |
| konkyo-根拠 | basis; grond(slag); fundament |
| konpairu-コンパイル | samenstellen |
| konpaundo-コンパウンド | samenstelling; mengsel |
| konpojishon-コンポジション | compositie; samenstelling |
| konpon-根本 | basis; fundament; grondslag |
| konponshugi-根本主義 | fundamentalisme |
| konponshugisha-根本主義者 | fundamentalist |
| konponteki-根本的 | fundamenteel; essentieel; elementair; wezenlijk |
| konsei-混成 | mengeling; vermenging; mengsel; samenstelling |
| kontei-根底 | basis; fundament; oorsprong; grondslag; grondbeginsel |
| kontekisuto-コンテキスト | context; kader, samenhang, verband |
| kontekusuto-コンテクスト | context; kader, samenhang, verband |
| kontinyuitī-コンティニュイティー | continuïteit; samenhang |
| konzai-混在 | het naast elkaar bestaan; samengaan; vermengen |
| konzatsu-混雑 | vermenging; samensmelting |
| koppō-骨法 | fundamenten; basisregels; principes |
| koraborēshon-コラボレーション | samenwerking; medewerking; collaboratie |
| kōsa-交差 | kruising; het (elkaar) kruisen; samenkomen |
| koshahon-古写本 | oud (handgeschreven) manuscript; codex; samengebonden bundel perkamenten |
| koshōhon-古抄本 | oud (handgeschreven) manuscript; codex; samengebonden bundel perkamenten |
| kotsuage-骨上げ | de ceremonie waarbij de familieleden na de crematie gezamenlijk uit de as van de overledene de overgebleven botjes zoeken en in een urn doen |
| kotsuhiroi-骨拾い | de ceremonie waarbij de familieleden na de crematie gezamenlijk uit de as van de overledene de overgebleven botjes zoeken en in een urn doen |
| kozotte-挙って | zonder uitzondering; allen tezamen; iedereen |
| kuiawase-食い合わせ | eten dat niet bij elkaar past [dat beter niet samen wordt gegeten]; ingrediënten die samen niet smaken |
| kumiau-組み合う | samengaan; zich verenigen; een vereniging [verbond] vormen |
| kumiawase-組み合わせ | combinatie; samenvoeging; sortering |
| kumiawaseru-組み合わせる | combineren; samenvoegen |
| kumikaeru-組み換える | herschikken; herindelen; opnieuw samenstellen |
| kumikawasu-酌み交わす | elkaar inschenken; elkaar's glazen vullen; samen iets drinken |
| kumitate-組み立て | assemblage; montage; samenvoeging |
| kumitateru-組み立てる | assembleren; monteren; samenvoegen; in elkaar zetten [passen] |
| kumu-汲む | inschenken (van sake, thee, e.d.); het samen iets drinken |
| kumu-組む | samenstellen; (op)zetten |
| kumu-組む | (zich) verenigen; samengaan; aansluiten (bij) |
| kun-君 | de heer; meneer (aanspreektitel, achtervoegsel achter persoonsnamen) |
| kunizukushi-国尽くし | Japanse dichtvorm zappai, met het gebruik van procincienamen in de poëzie |
| kurumeru-包める | samenklonteren; samenvoegen; opstapelen; optellen |
| kyatchā・bōto-キャッチャー・ボート | (kleine) boot voor de walvisvangst (werkt samen met de grote walvisvaarder) |
| kyō-協 | (in kanji combinaties) de krachten bundelen; samenwerken |
| kyōbō-共謀 | samenzwering; samenspanning; complot |
| kyōcho-共著 | co-auteurschap; gezamenlijk werk |
| kyōchō-協調 | samenwerking; eendracht; overeenstemming |
| kyōchōkainyū-協調介入 | gezamenlijk optreden; gecoördineerde interventie [tussenkomst] |
| kyōchōsei-協調性 | bereidheid tot [geest van] samenwerking |
| kyōchōyūshi-協調融資 | gezamenlijke financiering; co-financiering; medefinanciering |
| kyōdō-共同 | samenwerking; medewerking; coöperatie |
| kyōdō-協同 | coöperatie; samenwerking; medewerking |
| kyōdōbōgi-共同謀議 | samenzwering; samenspanning; complot |
| kyōdōkeiei-共同経営 | gezamenlijk beheer [management] |
| kyōdōkumiai-協同組合 | coöperatie; samenwerking(sverband); partnership |
| kyōdōseimei-共同声明 | gezamenlijke verklaring [proclamatie] |
| kyōdōsengen-共同宣言 | gezamenlijke verklaring; gezamenlijk communiqué |
| kyōdōshakai-共同社会 | samenleving; gemeenschap |
| kyōdōshakai-共同社会 | (sociologie) Gemeinschaft (een samenleving met sterke affectieve bindingen en saamhorigheid) |
| kyōdōshusshi-共同出資 | gemeenschappelijke [gezamenlijke] investering |
| kyōdōsuru-共同する | samenwerken; zich verenigen; de handen ineenslaan |
| kyōei-共栄 | (gezamenlijke) voorspoed |
| kyōen-共演 | (film, toneelstuk, muziek) samenspelen; samen de hoofdrol delen |
| kyōgen-狂言 | Kyōgen, traditioneel komisch Japans theater (vormt samen met Nō het Nōgaku theater) |
| kyōikukihonhō-教育基本法 | de (Japanse) Fundamentele Onderwijswet |
| kyōjo-共助 | samenwerking |
| kyōryoku-協力 | samenwerking; medewerking; coöperatie |
| kyōryokusuru-協力する | samenwerken |
| kyōwa-共和 | (politieke) samenwerking |
| kyōzō-経蔵 | soetra-pitaka (verzameling van soetra's, die samen met de voorschriften en de verhandelingen de Tripitaka (drie manden) van het boeddhisme vormen) |
| kyūdai-及第 | het slagen voor een examen |
| kyūdaisuru-及第する | slagen voor een examen |
| kyūshu-鳩首 | het samenkomen; bij elkaar komen |
| kyūyakuseisho-旧約聖書 | het Oude Testament |
| machiai-待合 | afspraak; samenkomst; ontmoeting |
| makimono-巻物 | perkamentrol; makimono |
| mākushītohōshiki-マークシート方式 | examenformulier; testformulier |
| manbun-漫文 | een warrige [onsamenhangende] zin [alinea] |
| mandan-漫談 | warrig [onsamenhangend] geklets [praatje] |
| manten-満天 | het firmament; uitspansel; de hele hemel |
| masutā-マスター | zich bekwamen; beheersen |
| matomaru-纏まる | vervolledigd worden; afgerond [samengevat] worden |
| matomaru-纏まる | ordelijk gemaakt worden; samenkomen; verzameld worden |
| matomeru-纏める | samenvatten |
| matorikkusu-マトリックス | matrix; basis; grond(massa); fundament |
| mazeawaseru-混ぜ合わせる | samenvoegen; bij elkaar voegen; (ver)mengen |
| mazegaki-交ぜ書き | het in kana schrijven van sommige kanji in samengestelde woorden |
| mechakucha-滅茶苦茶 | onsamenhangendheid; onredelijkheid; ongerijmdheid |
| meibo-名簿 | naamlijst; namenlijst (van leden, inclusief adresgegevens, e.d.) |
| meikan-名鑑 | naamlijst; namenlijst; adresboek |
| menbokunai-面目ない | beschaamd; beschamend; schandalig |
| menrui-麺類 | (alle soorten) noodles (b.v. udon, soba, ramen) |
| menuki-目貫 | zwaard ornament (op het gevest) |
| michiyuki-道行き | (Kabuki theater) scène waar een man en vrouw samen (in het geheim) ervandoor [op reis] gaan |
| migarasōken-身柄送検 | doorsturing [verwijzing; renvooiering] van een strafzaak tezamen met de verdachte |
| misshū-密集 | massa; concentratie; samenvoeging; menigte; zwerm; (rugby) scrum |
| mittomonai-みっともない | schandelijk; beschamend; ongepast; onbehoorlijk; onfatsoenlijk; onbetamelijk |
| mizusakazuki-水杯 | het ritueel van het gezamenlijk inschenken en drinken van water waarbij men voorgoed afscheid neemt van elkaar |
| mochiyoru-持ち寄る | (lasten; kosten) bundelen; samenvoegen; verdelen |
| moderunorojī-モデルノロジー | studie [wetenschap] van de moderne tijd [moderne samenleving] |
| momijioroshi-紅葉下ろし | samen geraspte daikon (rettich) en togarashi (rode peper); geraspte daikon en geraspte wortel |
| mondai-問題 | opdracht; vraag (v.e.tentamen b.v.) |
| monoguramu-モノグラム | monogram (dooreengevlochten letters; samengevoegde letters of karakters) |
| muenshakai-無縁社会 | een samenleving waarin persoonlijke relaties vrijwel geen rol spelen |
| muhōnnin-謀反人 | rebel; verrader; muiter; samenzweerder |
| mushisuru-無視する | negeren; veronachtzamen; minachten |
| musubitsuku-結び付く | samenhangen; verbonden zijn (aan; met); samenkomen |
| musuboreru-結ぼれる | in de knoop raken [zitten]; verstrikken; samengebonden worden |
| myakuraku-脈絡 | context; samenhang; logisch verband |
| na-名 | (slechts) in naam ; uiterlijk; uiterlijke schijn; voorwendsel; excuus; (in) naam (van); op titel van; namens |
| naiō-内応 | samenzwering; heulen (met de vijand); verraad (door het doorgeven van geheime informatie aan de vijand) |
| naitsū-内通 | samenzwering; heulen (met de vijand); verraad (door het doorgeven van geheime informatie aan de vijand) |
| naitsūsha-内通者 | samenzweerder; collaborateur; verrader |
| nan-軟 | (in samenstellingen) zachtheid; zacht zijn |
| nanban-南蛮 | Zuidelijke Barbaren (in de 16de en 17de eeuw een Japanse benaming voor de Europeanen (m.n. de Portugezen en Spanjaarden) die toen naar Japan kwamen) |
| nanoru-名乗る | namen geven aan vogels en insecten naar het geluid dat ze maken |
| nareau-馴れ合う | samenspannen; samenzweren |
| naritatsu-成り立つ | bestaan uit; samengesteld zijn uit; gevormd worden door |
| neguru-ネグる | verwaarlozen; veronachtzamen; verzuimen; nalaten; negeren |
| neriawaseru-練り合わせる | kneden; samenkneden; iets tot één geheel kneden |
| netsugi-根継ぎ | versteviging [reparatie] van fundamenten (van een gebouw, m.n. pilaren) |
| nigakkimatsushiken-二学期末試験 | (laatste) examen aan het einde van het tweede semester |
| nigirizushi-握り鮨 | een soort sushi waarbij een reepje vis (omelet, e.d.) op een samengeknepen blokje sushirijst wordt gelegd |
| nininsankyaku-二人三脚 | tijdelijke samenwerking (voor een bepaalde taak) |
| noriawaseru-乗り合わせる | (toevallig) met iemand samen reizen [in dezelfde auto, trein, boot, etc.) |
| nyūgakushiken-入学試験 | toelatingsexamen |
| nyūshi-入試 | toelatingsexamen |
| nyū・seramikkusu-ニュー・セラミックス | nieuw keramiek (dat nieuwe functies en eigenschappen heeft door de samenstelling, structuur, vorm) |
| ōbārappu-オーバーラップ | overlapping; gedeeltelijk samenvallen |
| okimono-置物 | ornament in een nis of op een boeddhistisch [shintoïtisch] altaar |
| okkochiru-落っこちる | zakken (voor een examen); niet slagen; verliezen |
| okotaru-怠る | verwaarlozen; veronachtzamen; nalaten; achterwege laten |
| orinasu-織りなす | samenbrengen; samenvoegen (b.v. delen van een compositie van een kunstwerk); combineren |
| osusowake-お裾分け | het delen van iets met anderen; het samen delen |
| osusowakesuru-お裾分けする | iets samen [met anderen] delen |
| otokodate-男伊達 | het opkomen [strijden] voor de zwakkeren (in de samenleving) |
| otokodate-男伊達 | iemand die opkomt [strijdt] voor de zwakkeren (in de samenleving) |
| oyagawari-親代わり | optreden als pleegouder {namens de ouders) |
| ō・ī・shī・dī-オー・イー・シー・ディー | (Organization for Economic Cooperation and Development) Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) |
| pāchimentoshi-パーチメント紙 | perkamentpapier |
| pāseku-パーセク | parsec (eenheid voor afstand tussen sterren en hemellichamen; 1 parsec is ca. 3,26 lichtjaar) |
| pasu-パス | geslaagd examen |
| pītā・pan・shindorōmu-ピーター・パン・シンドローム | peterpansyndroom; peterpancomplex (mannen die zich niet kunnen aanpassen aan de volwassen samenleving) |
| pitekantoropusu・erekutosu-ピテカントロプス・エレクトス | Javamens (Homo erectus javanicus) |
| ponītēru-ポニーテール | paardenstaart (haardracht met het haar samengebonden in een staart) |
| porutamento-ポルタメント | portamento (een muziekterm die aangeeft dat een toon zonder onderbreking moet overlopen in een andere toon) |
| pūru-プール | pot; gezamenlijke inzet (bij gokspelen) |
| rachi-羅致 | het samenbrengen van personen met bepaalde vaardigheden (zoals het vangen van vogels in een net) |
| rain・appu-ライン・アップ | line-up; opstelling; rangschikking; samenstelling |
| raionzu・kurabu-ライオンズ・クラブ | Lions Club (een charitatieve vereniging van zakenlieden, waarvan de leden op vriendschappelijke basis samenwerken) |
| rajikaru-ラジカル | fundamenteel |
| rakudai-落第 | het zakken voor een examen; afgewezen worden |
| rakudaisuru-落第する | zakken voor een examen; afgewezen worden |
| rāmen-ラーメン (拉麺) | ramen (Chinese stijl noedels en noedelsoep) |
| ran-覧 | (gebruikt als erende vorm in samenstellingen voor 見る) zien; kijken |
| ratekase-ラテカセ | ratecase is een samengesteld woord voor een audioapparaat dat de drie functies van radio, televisie en cassettedeck combineert |
| reiten-礼典 | etiquette; ceremonie; ritueel; sacramenten |
| rejime-レジメ | resumé; samenvatting; overzicht; synopsis |
| rejume-レジュメ | resumé; samenvatting; overzicht; synopsis |
| rekishō-暦象 | astronomische almanak met de omlooptijd van hemellichamen (planeten, manen sterren, e.d.) |
| rekishō-暦象 | hemellichamen |
| renkan-連関 | verwantschap; relatie; samenhang; verband |
| renkei-連係 | verbinding; koppeling; coördinatie;; samenwerking |
| renkei-連携 | samenwerking; medewerking |
| renkeikyōka-連携強化 | versterking van de samenwerking |
| renki-連記 | meerdere vermeldingen [namen; onderwerpen] |
| rensaku-連作 | gezamenlijk auteurschap (met meerdere auteurs die ieder een deel van het boek schrijven) |
| rentaihoshōnin-連帯保証人 | een gezamenlijke borgsteller [garantsteller]; borgsteller die hoofdelijk aansprakelijk is; medeondertekenaar |
| riekishakai-利益社会 | (sociologie) Gesellschaft; winstmaatschappij (een samenleving gebaseerd op eigenbelang) |
| rikusho-六書 | de zes categorieën van de samenstelling en het gebruik van Chinese karakters [kanji] |
| rinkaku-輪郭 | schets; ontwerp; samenvatting; overzicht |
| risōsu・shearingu-リソース・シェアリング | het gezamenlijk gebruik van beschikbare (informatie)bronnen (zoals computers, software, e.d.) |
| roban-露盤 | een vierkante plaat bovenin een pagode, waarop de sōrin (lang verticaal ornament is geplaatst |
| roitāshisū-ロイター指数 | Reuters-index (nternationale prijsindex voor primaire grondstoffen, samengesteld door Reuters) |
| roke-ロケ | (afk. voor) plaatst locatie (b.v. voor filmopnamen) |
| rōnin-浪人 | iemand die het toelatingsexamen voor de universiteit niet heeft gehaald (en moet wachten op een volgende kans) |
| rōsō-老荘 | de eerste karakters van de twee namen van de Chinese filosofen (in the Taoïstische traditie) Lao Zi (老子) en Zhuang Zi (荘子) |
| ryakki-略記 | samenvatting; korte beschrijving [schets] |
| ryakugen-略言 | samenvatting; kort overzicht; synopsis; korte verklaring |
| ryakuhitsu-略筆 | overzicht; synopsis; samenvatting |
| ryakujutsu-略述 | korte samenvatting; kort overzicht |
| ryakusetsu-略説 | korte uitleg; samenvatting; (kort) overzicht |
| ryōritsu-両立 | co-existentie; verenigbaarheid; het goed samengaan |
| ryūsanshi-硫酸紙 | perkamentpapier |
| saboru-サボる | spijbelen; (werk) veronachtzamen; onproductief zijn |
| saibōyūgō-細胞融合 | celfusie; celsamensmelting |
| saiji-細字 | namen van de sumo worstelaars onderaan de ranglijst in klein schrift |
| saikosomatikku-サイコソマティック | psychosomatisch (van lichaam en ziel samen) |
| sakarau-逆らう | niet gehoorzamen; rebelleren |
| sakiyama-先山 | in bergbossen, arbeiders die hout verzamelen en samenbinden voor het vervoer |
| sakubō-策謀 | (krijgs)list, plan; complot; intrige; samenzwering |
| sakuramento-サクラメント | sacrament |
| samarī-サマリー | samenvatting; kort overzicht |
| san-纂 | (in kanji combinaties) verzamelen; samenstellen |
| sangun-三軍 | het gehele leger; de gezamenlijke strijdkrachten (landmacht, marine en luchtmacht) |
| sanshū-参集 | bijeenkomst; vergadering; samenkomst |
| sarome-サロメ | Salomé (in de Bijbel, de dochter van Herodias, Nieuwe Testament) |
| sashizoe-差し添え | een kort zwaard (dat samen met een groot zwaard door de samoerai werd gedragen) |
| satsuyō-撮要 | compendium; samenvatting; overzicht |
| seibetsu-生別 | bij leven gescheiden; apart [gescheiden] leven; niet meer samenwonen met iemand |
| seibutsu-生物 | (in samenstellingen) bio-; biologisch |
| seigōsei-整合性 | samenhang; gebondenheid; consistentie |
| seikenjuritsu-政権樹立 | vorming [samenstelling] van een regering; kabinetsformatie |
| seisei-整斉 | orde; regeling; samenstelling; rangschikking |
| seishitsu-性質 | aard; karakter; temperament |
| seisho-聖書 | Bijbel; Testament |
| seizoroi-勢揃い | samenkomst; het bijeenkomen; zich verzamelen |
| sejō-世情 | de toestand van de wereld [samenleving] |
| senja-撰者 | samensteller van een bloemlezing [anthologie] |
| senjutsu-撰述 | het samenstellen; schrijven; redigeren |
| sensuru-撰する | samenstellen (van woordenboeken e.d.) |
| sessatakuma-切瑳琢磨 | samenwerken met als doel de wederzijdse cultivering van kennis |
| setsuzokusuru-接続する | verbinden; aansluiten; samenvoegen; vastmaken |
| shakai-社会 | maatschappij; samenleving; gemeenschap; wereld; kring |
| shakaijin-社会人 | een (volwassen) werkend lid van de samenleving |
| shakaimen-社会面 | (in een krant) de pagina met berichten over algemene [lokale] gebeurtenissen in de samenleving |
| shaku-社区 | woongemeenschap; samenleving (m.n. in de Volksrepubliek China) |
| shibori-絞り | het knoopverven (samenknopen van stof en dan zo verven) |
| shichiyō-七曜 | de zeven hemellichamen Mars, Mercurius, Jupiter, Venus, Saturnus, zon en maan) |
| shichō-思潮 | gedachtengang in de samenleving; hoe er in het algemeen (over iets) gedacht wordt; de trend in de publieke opinie |
| shidoromodoro-しどろもどろ | onsamenhangend; verward |
| shihōshiken-司法試験 | balie-examen (examen dat een advocaat moet afleggen om te worden toegelaten tot de balie van een rechtsgebied) |
| shiken-試験 | examen; tentamen; test |
| shikenkijutsu-試験期日 | examendatum (en tijd) |
| shikumu-仕組む | bedenken; plannen; beramen |
| shikuramen-シクラメン | cyclaam (plant, Cyclamen persicum) |
| shimeijunni-指名順に | in de volgorde waarin de namen worden afgeroepen |
| shimekiri-締め切り | het gesloten houden van ramen, deuren, etc. |
| shimojimo-下下 | mensen met een lage status; het gewone volk; de massa; de lagere klassen van de samenleving |
| shinbutsushūgō-神仏習合 | (theoretische) samenvloeiing van shinto en boeddhisme |
| shinsen-新選 | (op)nieuw samengesteld [geselecteerd; bewerkt] zijn |
| shinshi-進士 | (Oud China) iemand die is geslaagd voor een examen om in overheidsdienst te treden |
| shinshi-進士 | (Nara-Heian periode in Japan) iemand die na een overheidsexamen in het Ministerie van Riten en Ceremoniën wordt toegelaten |
| shin'yakuseisho-新約聖書 | het Nieuwe Testament |
| shiozakai-潮境 | de plek waar twee verschillende zeestromingen samenkomen |
| shiozake-塩鮭 | gezouten zalm (vaak gegrild gegeten bij een traditioneel Japans ontbijt, samen met een kom rijst en misosoep) |
| shippaisuru-失敗する | mislukken; zakken (voor een examen, etc.); tekortschieten; iets verknallen [verknoeien]; een flater slaan; een domme fout begaan |
| shirimetsuretsu-支離滅裂 | inconsistentie; onsamenhangendheid |
| shiryōhensan-史料編纂 | bundeling, samenvoeging historisch materiaal |
| shisei-市井 | een plek waar mensen samenkomen (vroeger in China was dat rond de waterput); dorp; straat; plein |
| shitagau-従う | gehoorzamen; (na)volgen |
| shitaji-下地 | fundering; fundament; basis |
| shitajita-下下 | mensen met een lage status; het gewone volk; de massa; de lagere klassen van de samenleving |
| shī・ai-シー・アイ | samengestelde index (Composite Index) |
| shōmakyō-照魔鏡 | een spiegel die ware aard van de mens [samenleving] onthult |
| shōroku-抄録 | abstract; uittreksel; samenvatting |
| shubiikkan-首尾一貫 | samenhang; consistentie; cohesie |
| shūchūsuru-集中する | centraliseren; samenbrengen |
| shugendō-修験道 | Japans berg ascetisme (een samensmelting van verschillende religieuze stromingen, zoals Boeddhisme en Shinto) |
| shūgi-宗義 | fundamentele doctrine van een geloofsgemeenschap [sekte] |
| shūgō-集合 | bijeenkomst; samenkomst |
| shūkai-集会 | vergadering; samenkomst; bijeenkomst |
| shūketsu-集結 | het (op één plek) samenkomen [verzamelen; bijeenkomen] |
| shūroku-収録 | het publiceren; noteren; samenstelling; drukken |
| shūroku-集録 | compilatie; samenstelling; verzameling |
| shūryoku-衆力 | de kracht van vele mensen (tezamen); vereende krachten |
| shūsei-修正 | verbetering; correctie; rectificatie; revisie; amendement |
| shushō-手抄 | handgeschreven kopie; uittreksel; samenvatting |
| shūshokushiken-就職試験 | een test [examen] om te kunnen beoordelen of een kandidaat geschikt is voor baan |
| shūshuku-収縮 | krimp; samentrekking; contractie |
| shusseuo-出世魚 | vissen die een verschillende namen hebben al naar gelang hun grootte en ouderdom |
| shutchōin-出張員 | uitgezonden functionaris, agent (namens een bedrijf) |
| shutsudai-出題 | het maken [uitdelen] van opgave [taak; vraagstuk] (voor een examen) |
| shūyaku-集約 | samenvatting; bij elkaar verzamelen |
| sōde-総出 | allen tezamen [gezamenlijk] vertrekken [uitgaan] |
| sōgō-総合 | synthese; samenvoeging; integratie |
| sōgōgachi-総合勝ち | (judo) overwinning door samengestelde winst |
| sōgosayō-相互作用 | interactie; wisselwerking; samenspel |
| sogoshisu-総合指数 | samengestelde index (Composite Index) |
| sōgu-装具 | accessoires; (kleine) ornamenten; sieraden |
| soine-添い寝 | het samen [naast elkaar] slapen [liggen] |
| soji-素地 | onderbouwing; grondslag; fundament |
| sōjōkōka-相乗効果 | synergie; voordeel door samenwerking |
| sōkan-相関 | correlatie; samenhang |
| sōkatsu-総括 | samenvatting; resumé; uittreksel |
| sōrin-相輪 | een verticaal decoratief ornament bovenop een Japanse pagode |
| soroibumi-揃い踏み | (toneel) het samen op de bühne stappen; gezamenlijke opkomst |
| sosei-組成 | samenstelling; opbouw; structuur |
| soshiki-組織 | formatie; structuur; samenstelling |
| soshikisuru-組織する | organiseren; vormen; samenstellen |
| sōshoku-装飾 | versiering; ornament; decoratie |
| sotchinoke-其方退け | het verwaarlozen; negeren; veronachtzamen |
| subekukuru-統べ括る | samenvoegen; samenbrengen; bijeenvoegen |
| suberidome-滑り止め | tweede keuze school [universiteit e.d.] (als men is gezakt voor het toelatingsexamen van de eerste keuze) |
| suberu-滑る | zakken voor een examen |
| sujigaki-筋書き | samenvatting; synopsis; plot; script |
| supiritto-スピリット | temperament; humeur |
| sutegana-捨て仮名 | kleine kana gebruikt voor twee samengetrokken klanken |
| tabakaru-謀る | plannen; een plan maken; beramen; een list bedenken |
| tabaneru-束ねる | (samen)bundelen; bij elkaar binden; (het haar) in een staart doen |
| tachi-質 | aard; karakter; soort; temperament |
| tagaini-互いに | wederzijds; wederkerig; onderling; tezamen |
| taganeru-綰ねる | bundelen; samenbinden |
| taiappu-タイアップ | band; connectie; samenwerking |
| taidan-対談 | dialoog; tweespraak; samenspraak; onderhoud; conversatie |
| taigensuru-体現する | belichamen; model staan voor |
| taigyō-大業 | het slagen voor het eindexamen van het officiële promotie-examen in het Ritsuryo-systeem; ook de persoon die dat bereikt |
| taihon-大本 | basis; fundament; grondslag |
| taii-大意 | de kern; essentie; (hoofd)strekking; het algemene idee; een korte samenvatting |
| taikei-隊形 | formatie; samenstelling; (militaire) eenheid |
| taikō-大綱 | hoofdlijnen; basisprincipes; algemene [fundamentele] regels [principes] |
| takaru-集る | zich verzamelen; samenkomen |
| takuramu-企む | plannen; beramen; (een plan) bedenken; samenspannen; samenzweren |
| tamurosuru-屯する | samenkomen; samenscholen; samentroepen |
| tategu-建具 | traditionele Japanse (houten) (schuif) deuren, ramen, screens, kasten, etc. |
| tatetsuku-盾突く | trotseren; tarten; zich verzetten; niet gehoorzamen; in opstand komen |
| tazusaeru-携える | samen handelen [iets doen]; (fig.) de handen ineenslaan |
| teiyō-提要 | samenvatting; overzicht; resumé; synopsis |
| tekiroku-摘録 | samenvattting; résumé |
| tekirokusuru-摘録する | samenvatten; resumeren |
| tekiyō-摘要 | samenvatting; kort overzicht |
| tekiyōsho-摘要書 | samenvatting; abstract; korte inhoud (van een tekst) |
| tekki-摘記 | samenvatting |
| tekkisuru-摘記する | samenvatten |
| ten-天 | de lucht; de hemel; het firmament |
| tenareru-手慣れる | zich bekwamen (in); zich eigen maken; gewend raken (aan) |
| tendō-天道 | omloopbaan van hemellichamen |
| tenko-点呼 | appel; het oplezen [omroepen] van namen om te controleren of iedereen aanwezig is |
| tenkū-天空 | de hemel; de lucht; het firmament |
| tenperamento-テンペラメント | temperament; aard; stemming |
| terekusai-照れくさい | gênant; pijnlijk; beschamend; vernederend; ongemakkelijk |
| tesutamento-テスタメント | Testament (Bijbel) |
| tesuto-テスト | test; examen |
| tōan-答案 | antwoorden (op vragen, examen, e.d.) beantwoording; antwoordenvel |
| toburau-弔う | (samen) rouwen; condoleren; een condoleancebezoek afleggen |
| tōgōsanbōhonbu-統合参謀本部 | de gezamenlijke stafchefs (van de Amerikaanse strijdkrachten) |
| tōitsu-統一 | eenheid; samenhang |
| tojikomu-綴じ込む | samenbinden tot één geheel; invoegen |
| tōkatsu-統括 | vereniging; samenvoeging |
| tokekomu-溶け込む | opgaan; samengaan; zich aanpassen; assimileren (in een groep) |
| tokekomu-溶け込む | samensmelten; oplossen (in) |
| tōkī-トーキー | een film met beeld en geluid (samen geprojecteerd) |
| tokumeiryūdōtekihanzaigurūpu-匿名流動的犯罪グループ | een anonieme (van samenstelling wisselende) groep misdadigers |
| tokuryuū-匿流 | een anonieme (van samenstelling wisselende) groep misdadigers |
| tomodaore-共倒れ | gezamenlijke [gelijktijdige] ondergang; wederzijdse vernietiging |
| tomoni-共に | samen; gezamenlijk; beiden |
| tomurau-弔う | (samen) rouwen; condoleren; een condoleancebezoek afleggen |
| toriau-取り合う | betreffen; betrekking hebben (op); samenhangen (met) |
| toroika-トロイカ | een driemanschap; triumviraat; een groep van drie personen of organisaties die gezamenlijk (leidend) optreden |
| totō-徒党 | samenzwering; samenzweerder |
| tsūbō-通謀 | samenzwering; complot |
| tsubomu-窄む | smaller worden; samentrekken; krimpen; zich sluiten |
| tsudou-集う | samenkomen; bijeenkomen; zich verzamelen |
| tsugihagi-継ぎ接ぎ | samenvoeging (van losse stukken, geschriften, e.d.) |
| tsugizao-継ぎ棹 | uit delen samengestelde hals van een shamisen (Japans snaarinstrument) |
| tsugu-継ぐ | repareren; samenvoegen; toevoegen; aanvullen |
| tsuishi-追試 | (afk. voor) inhaalexamen (vanwege ziekte b.v.); herexamen |
| tsuishiken-追試験 | inhaalexamen (vanwege ziekte b.v.); herexamen |
| tsukkomu-突っ込む | alles tezamen nemen (zonder onderscheid te maken); alles tegelijk in aanmerking nemen; overal rekening mee houden |
| tsumamu-摘む | samenvatten; herhalen; recapituleren |
| tsunagiawaseru-繋ぎ合わせる | samenbrengen; samenbundelen; samenbinden; verbinden; (verschillende zaken) samenvoegen tot een eenheid |
| tsuredatsu-連れ立つ | samen (ergens heen) gaan; meegaan met |
| tsureshōben-連れ小便 | samen gaan plassen; gezamenlijk naar het toilet gaan |
| tsuzuriawaseru-綴り合わせる | samenbinden; aan elkaar naaien [nieten; binden; hechten] |
| ubenau-諾う | toestemmen; instemmen; bevestigen; akkoord gaan; gehoorzamen |
| uchitsureru-打ち連れる | samen (ergens heen) gaan; meegaan (met) |
| ui-初 | (in samenstellingen) begin; eerste |
| unza-運座 | bijeenkomst waarbij mensen samen haiku gedichten schrijven over een bepaald onderwerp |
| ushirokizu-後ろ傷 | verwonding aan de rug opgelopen tijdens het vluchten (in het oude Japan een beschamend eerverlies) |
| wake-分け | (in samenstellingen) verdelen; indelen; scheiden; sorteren |
| waseieigo-和製英語 | Japans pseudo-Engels woord (een Japans woord samengesteld uit één of meerdere Engelse leenwoorden) |
| yakubutsu-薬物 | geneesmiddel; medicijn; medicament |
| yakuon-約音 | (taalkunde) samentrekking (van lettergrepen) |
| yakusuru-約する | afkorten; verkleinen; samenvatten |
| yaochō-八百長 | een samenzering |
| yobiatsumeru-呼び集める | bij elkaar roepen; bijeenroepen; bijeenkomen; samenkomen |
| yobidashi-呼び出し | (sumo) degene die de namen van de worstelaars (hardop) aankondigt |
| yobikō-予備校 | een school voor voorbereiding op (het toelatingsexamen van) een universiteit |
| yomiawase-読み合わせ | tekstvergelijking; (gezamenlijke) tekstlezing |
| yōran-要覧 | overzicht; samenvatting |
| yoridokoro-拠り所 | basis; grond(slag); fundament |
| yoseatsume-寄せ集め | samenraapsel; mengeling; mengelmoes; allegaartje |
| yosegaki-寄せ書き | tekst door meerdere mensen samen geschreven (ieder een paar regels); tekening door meerdere mensen samen gemaakt |
| yōsetsusuru-溶接する | (iets aan elkaar) lassen; samensmeden |
| yōshi-要旨 | de kern; hoofdpunten; essentie; samenvatting; uittreksel |
| yoshoku-余色 | complementaire kleuren (die tegenover elkaar staan in de kleurencirkel en met licht samen wit vormen) |
| yōsu-要す | inkorten; samenvatten; resumeren |
| yōsuru-要する | inkorten; samenvatten; resumeren |
| yottetakatte-寄って集って | met z'n allen; gezamenlijk; in groten getale; massaal |
| yōyaku-要約 | samenvatting; uittreksel; overzicht |
| yōyū-溶融 | fusie; samensmelting |
| yuchaku-癒着 | (medisch) verkleving; samenleving; samengroeiing |
| yūgō-融合 | fusie; samenvoeging; samensmelting |
| yūgōsuru-融合する | fuseren; samenvoegen; samensmelten |
| yuigon-遺言 | testament; laatste wilsbeschikking |
| yuigonjō-遺言状 | testament; laatste wilsbeschikking |
| yuigonsho-遺言書 | testament; laatste wilsbeschikking |
| yūkai-融解 | fusie; versmelting; samensmelting |
| yūwa-融和 | harmonie; verzoening; samenvoeging; vermenging |
| yuwaeru-結わえる | vastbinden; samenbinden; bijeenbinden; strikken |
| zakkan-雑感 | losse [onsamenhangende] gedachten; overpeinzingen |
| zannyū-竄入 | het per ongeluk [foutief] samenvoegen [mengen; door elkaar halen] |
| zanshi-慙死 | het zich dood schamen; sterven van schaamte |
| zanshisuru-慙死する | zich dood schamen |
| zappaku-雑駁 | onsamenhangend [inconsistent; rommelig; onlogisch, warrig; ongecoördineerd; ongeorganiseerd] zijn |
| zō-造 | (in kanji combinaties) maken; bouwen; samenstellen |
| zōgoseibun-造語成分 | de componenten van een samengesteld woord |
| zokkai-俗界 | de seculiere maatschappij [samenleving]; de wereld van alledag; de wereld om ons heen; het leven van alledag |
| zokushi-賊子 | rebel; oproerkraaier; samenzweerder |
| zokushin-賊臣 | rebel; opstandeling; verrader; samenzweerder |
| zuihan-随伴 | samenhang van gebeurtenissen |