Kruisverwijzing
heen
| lemma | meaning |
|---|---|
| abiru-浴びる | ondergaan; over zich heen krijgen; lijden |
| abiseru-浴びせる | water over iemand heen gooien; overgieten; overstelpen |
| aikawarazu-相変わらず | onveranderd; zoals gewoonlijk; zoals altijd; zoals voorheen |
| akarisaki-明かり先 | de richting waar het licht heen schijnt; de plek waar het licht op schijnt |
| anata-彼方 | eerder; vroeger; voorheen |
| anata-彼方 | daarginds; daarheen (weg van spreker en toehoorder) |
| ankōfudō-暗香浮動 | een geur die om je heen hangt, maar waarvan je niet weet waar die vandaan komt |
| ankoromochi-餡ころ餅 | mochi (rijstbal) met zoete bonenpasta eromheen |
| atamagoshi-頭越し | het over iemands hoofd heen gaan; iemand [passeren] buitensluiten |
| banshō-万象 | het al; alles om ons heen; alles in het universum |
| bodaiji-菩提寺 | een familietempel (de tempel waar een familie (vaak al generaties lang) altijd heengaat voor diensten, begrafenissen, familiegrafbezoek, e.d.) |
| bodaisho-菩提所 | een familietempel (de tempel waar een familie (vaak al generaties lang) altijd heengaat voor diensten, begrafenissen, familiegrafbezoek, e.d.) |
| burabura-ぶらぶら | (geluid van) heen- en-weer slingeren; bungelen; slenteren |
| bureru-ぶれる | verschuiven; (heen-en-weer) bewegen; afwijken; schommelen |
| chōsei-長逝 | overlijden; het sterven; heengaan |
| dōchōatsuryoku-同調圧力 | groepsdwang; de druk om je te conformeren aan de rest [de anderen om je heen] |
| dōdan-同断 | hetzelfde als voorheen [eerder]; dito; idem |
| echiren-エチレン | etheen; ethyleen |
| enshō-延焼 | vuur dat zich verspreidt [om zich heen grijpt] |
| enshōsuru-延焼する | vlam vatten; het verspreiden [om zich heen grijpen] van vuur |
| fossa・maguna-フォッサ・マグナ | slenkvallei, gebied waar een vulkanische gordel doorheen loopt (van noord naar zuid door centraal Honshu) |
| fukinukeru-吹き抜ける | doorheen [overheen] waaien [blazen] |
| fumikoeru-踏み越える | overheen stappen; overschrijden |
| fuminuku-踏み抜く | ergens doorheen trappen; ergens in trappen |
| fuyajō-不夜城 | de naam van een stad in (wat nu nu de provincie Shandong is) in China (tijdens de Han dynastie, waarvan werd gezegd dat de zon ook 's nachts scheen) |
| fūzen-風前 | een plek waar de wind heen waait; een plek die blootgesteld is aan de wind |
| hairu-入る | binnengaan; ingaan; heengaan; meedoen |
| harau-払う | (met een zwaard, stok e.d.) heen en weer zwaaien |
| harimegurasu-張り巡らす | afbakenen; uitrollen; (ergens omheen) spannen |
| hashiru-走る | snel komen en gaan; doorheen schieten |
| hatameiwaku-傍迷惑 | overlast [ongemak] (veroorzaken) voor andere mensen [de mensen om je heen] |
| hiashi-火脚 | het verspreiden [om zich heen grijpen] van vuur [brand] |
| higaeri-日帰り | dagtrip; dagtocht; heen- en terugreis op één dag |
| hikitateru-引き立てる | iem. (met geweld) meenemen [ergens heenbrengen] (naar gevangenis, politiebureau, e.d.) |
| hodōkyō-歩道橋 | hoge loopbrug voor voetgangers (over de weg heen) |
| honden-本殿 | woonhuis [dagelijks verblijf] van een keizer (voorheen de Seiryōden in Kyōto) |
| iimagirasu-言い紛らす | zich ergens uitpraten [uitkletsen]; ergens omheen draaien; een ontwijkend antwoord geven |
| iki-行き (往き) | heenreis |
| izen-以前 | vroeger; voorheen |
| jōge-上下 | onder en boven; hoog en laag; op en neer; heen en terug |
| jūrai-従来 | voorheen; vroeger; tot nu toe; conventioneel; traditioneel |
| jūzen-従前 | voorheen; vroeger; eerder; tot nu toe |
| kaburu-被る | over zich heen krijgen; bedekt worden (met water; stof, etc.); onder water komen; baden |
| kakemawaru-駆け回る | rondrennen; heen-en-weer rennen |
| kaketsukeru-駆けつける | ergens haastig heen gaan [heensnellen]; uitrukken met spoed (van politie, brandweer, ambulance e.d.) |
| kangōshūraku-環濠集落 | nederzetting met een (vesting)gracht eromheen |
| karu-駆る | zich haasten; ergens heen snellen |
| katsute-嘗て | eens; eerder; vroeger; voorheen; ooit |
| kayou-通う | doorheen gaan; circuleren (van bloed) |
| kayou-通う | heen- en weer gaan [reizen]; pendelen; forenzen |
| keien-敬遠 | respectvolle afstand (tussen personen); het iemand omzeilen; in een boog om iemand heen lopen |
| keikotsu-脛骨 | scheenbeen (tibia) |
| kigake-来掛け | onderweg; heenweg; op weg (hierheen) |
| kōban-交番 | politiepost (vanaf 1994 de officiële benaming; voorheen 巡査派出所 en 警察派出所) |
| kogitsuku-漕ぎ着く | (een plaats) bereiken door er naartoe te roeien; ergens heen roeien |
| kokusaikagakukaigi-国際科学会議 | Internationale Raad voor de Wetenschappen (voorheen: 国際学術連合会議) |
| konata-此方 | deze kant (op); hierheen |
| koōkonrai-古往今来 | door de eeuwen heen; te allen tijde |
| koshihimo-腰紐 | koord van een kimono dat rond de taille wordt gebonden voordat een obi eromheen wordt geknoopt |
| kotokireru-事切れる | de laatste adem uitblazen; heengaan; sterven |
| kugurinukeru-潜り抜ける | door [doorheen; onderdoor] gaan |
| kurumeru-包める | misleiden; ergens omheen draaien |
| makitoru-巻き取る | winden; spoelen; (iets) ergens omheen wikkelen |
| makitsuku-巻き付く | (iets) ergens omheen wikkelen |
| matsuwaru-纏わる | (om iets of iemand) heen draaien; omringen; volgen |
| meguru-巡る | omgeven; omringen; om (iets) heen trekken |
| mikoshi-見越し | het overheen kijken; uitkijken (over) |
| mikosu-見越す | kijken over (iets heen) |
| mimawasu-見回す | rondkijken; om je heen kijken |
| miorosu-見下ろす | naar beneden kijken; overheen kijken; uitzien [uitkijken] over |
| miyaburu-見破る | doorheen kijken; doorzien; doordringen (tot) |
| nabusutā-ナブスター | voorheen: Navstar GPS; nu Global Positioning System (GPS) |
| nagekakeru-投げかける | (iets) ergens heen [op] gooien [werpen] |
| nakiwarai-泣き笑い | huilen en lachen tegelijk; lachen terwijl je huilt; glimlach door de tranen heen |
| nigosu-濁す | ergens omheen draaien; een ontwijkend antwoord geven; vaag blijven |
| nitensanten-二転三転 | heen-en-weer [op-en-neer] (gaan); fluctueren |
| nuku-貫く | doordringen; doorheen gaan ; doorboren |
| nuritsubusu-塗り潰す | overschilderen; (ergens) overheen schilderen; volledig met verf bedekken |
| ōfuku-往復 | heen-en-terug; heen-en-weer; heenweg en terugweg |
| ōfukusuru-往復する | heen-en-terug gaan; heen-en-weer gaan |
| ohyakudo-お百度 | honderdvoudig gebed (honderd keer heen en weer lopen naar een schrijn en telkens een gebed doen) |
| ōkan-往還 | heen-en-terug gaan [route] |
| okkochiru-落っこちる | vallen; wegvallen; doorheen vallen |
| ōkō-往航 | heenreis; uitreis |
| omotezukai-面使い | één van de bewegingen in Nō theater (het hoofd naar links en rechts draaien om om je heen te kijken) |
| ōnen-往年 | eens; voorheen; vroeger; voorbije jaren |
| onigiri-お握り | onigiri, een rijstbal (rond of driehoekig), vaak gevuld en met een stuk nori (geroosterde zeewier) eromheen gevouwen |
| ōro-往路 | heenreis; heenweg; de weg erheen [naar een bestemming] |
| oshimondō-押し問答 | woordenwisseling; verbale strijd; heen en weer gepraat; een verbaal touwtrekken |
| osoba-御側 | (beleefde term voor) entourage, de mensen om u heen [aan uw zijde] |
| pantotensan-パントテン酸 | pantotheenzuur (vit. B5) |
| petto-ペット | polyethyleentereftalaat; polyetheentereftalaat (een thermoplastische polyester) |
| pisuton'yusō-ピストン輸送 | pendeldienst (steeds heen en weer gaande trein, bus of boot) |
| poriechiren-ポリエチレン | polytheen; polyethyleen; polyetheen (kunststof) |
| randa-乱打 | (de bal) het herhaaldelijk slaan; heen en weer slaan |
| san'indō-山陰道 | Japanse geografische term (voor een oude indeling van provincies en de hoofdwegen die erdoorheen lopen) |
| shinden-神田 | een rijstveld bij [van] een heiligdom (waar de opbrengst heengaat) |
| shīsō・gēmu-シーソー・ゲーム | een heen-en-weer gaande strijd; getouwtrek om de overwinning; strijd waarbij dan weer de ene partij de overhand heeft, dan weer de andere |
| shūkai-周回 | het iets omgeven [omcirkelen]; ergens omheen gaan\ |
| sudeni-既に | voorheen; eerder |
| sune-脛 | scheen(been) |
| suneate-脛当て | scheenbeschermers |
| surechigau-擦れ違う | langs elkaar heen praten |
| suritto・kamera-スリット・カメラ | een camera zonder sluiter, maar met een smalle spleet waar het licht doorheen valt (stripfotografie of spleetfotografie) |
| tabidatsu-旅立つ | heengaan; overlijden |
| taiikunohi-体育の日 | Nationale Sportdag in Japan (op de 2de maandag in oktober; voorheen: Gezondheids- en Sportdag) |
| tekki-適帰 | ergens heengaan en daar verblijven; ergens onderdak gaan zoeken |
| temawari-手回り | om je heen; onder handbereik; persoonlijke spullen (die je bij je hebt) |
| tetsu-徹 | (in kanji combinaties) doorheen gaan; doorboren; volharden; doorgaan |
| tobikosu-飛び越す | over (heen) springen; bokspringen; haasje-over doen |
| tonbogaeri-蜻蛉返り | het heen-en-weer reizen; direct terugreizen zonder overnachting |
| toorinukeru-通り抜ける | door iets (bijvoorbeeld een tunnel) heengaan; doorsteken (een kortere weg nemen) |
| tōshi-透視 | (ergens) doorheen kijken; doorzichtigheid |
| tōshisuru-透視する | ergens doorheen kijken |
| tsu-つ | (herhaling bij parallelle acties; klassiek literair, in Modern Japans wordt tari gebruikt) en; heen en weer; over en weer; tegelijkertijd |
| tsukaisaki-使い先 | de plek waar de boodschap heen moet |
| tsuredatsu-連れ立つ | samen (ergens heen) gaan; meegaan met |
| uchitsureru-打ち連れる | samen (ergens heen) gaan; meegaan (met) |
| uneri-うねり | het golven; heen en weer bewegen; slingeren; omwentelen (ook figuurlijk) |
| uōsaō-右往左往 | verward ronddwalen; alle kanten opgaan; dan weer hierheen dan weer daarheen |
| urouro-うろうろ | (geagiteerd) heen en weer [op en neer] lopen zonder te weten wat te doen; ijsberen |
| yahari-矢張り | nog steeds; zoals voorheen |
| yarikuri-遣り繰り | het erdoorheen komen; zich behelpen; toch voor elkaar krijgen |
| yokoyure-横揺れ | het heen-en-weer bewegen (van gebouwen, e.d. bij aardbevingen) |
| yukigake-行きがけ | route; op weg; onderweg (naar; daarheen) |
| yukikau-行き交う | komen en gaan; heen en weer gaan |
| yukue-行方 | toekomst; waar het heengaat; resultaat |
| yukue-行方 | richting; bestemming; waar men heengaat |
| yurasu-揺らす | (iets) heen-en-weer schommelen [zwaaien; slingeren] |
| yureru-揺れる | trillen; vibreren; flikkeren; heen-en-weer gaan |
| zen-前 | (als achtervoegsel) voor; voorheen; geleden |
| zokkai-俗界 | de seculiere maatschappij [samenleving]; de wereld van alledag; de wereld om ons heen; het leven van alledag |