Kruisverwijzing
fel
| lemma | meaning |
|---|---|
| abunai-危ない | onbetrouwbaar; twijfelachtig; dubieus |
| ai-愛 | vriendelijkheid; hoffelijkheid; liefdadigheid; onbaatzuchtigheid |
| aibu-愛撫 | het aaien; strelen; knuffelen |
| aibusuru-愛撫する | aaien; strelen; knuffelen |
| aigan-愛玩 | aai; knuffel; het dol zijn op; koesteren [knuffelen; liefkozen] |
| aisatsu-挨拶 | felicitatie; dank(woord); aankondiging; mededeling; waarschuwing |
| aisatsusuru-挨拶する | iem. (be)groeten; zichzelf introduceren; feliciteren; een toespraak houden; aankondigen; bekendmaken; antwoord geven [sturen]; wraak nemen; bemiddelen |
| aiseki-相席 | het delen van een tafel met een onbekende (in een restaurant, e.d.) |
| aisō-愛想 | vriendelijkheid; hoffelijkheid; voorkomendheid; gastvrijheid; hulpvaardigheid |
| aisō-愛想 | vriendelijkheid; hoffelijkheid; voorkomendheid |
| akudoi-あくどい | opzichtig; felgekleurd |
| anki-暗鬼 | angst uit onzekerheid [twijfel; illusie] |
| anshitsurampu-暗室ランプ | safelight; een lichtbron voor gebruik in een (fotografische) donkere kamer |
| antō-案頭 | op het bureau; op de lessenaar [schrijftafel] |
| ayabumu-危ぶむ | bezorgd zijn om; vrezen voor; twijfelen aan; betwijfelen |
| ayashige-怪しげ | twijfelachtig [verdacht] zijn |
| ayashii-怪しい | louche; verdacht; twijfelachtig; onbetrouwbaar |
| ayasu-あやす | (een baby of kind) knuffelen; liefkozen; sussen; in de armen wiegen |
| baisūsei-倍数性 | polyploïdie (in erfelijkheidsleer) |
| banbi-バンビ | Bambi (reekalfje in het boek van Felix Salten; later in de Disney film) |
| banshoku-伴食 | eten met een belangrijke [hooggeplaatste] persoon; eten aan dezelfde tafel als de eregast |
| banzai-万歳 | gejuich (met handen in de lucht); hoera; gefeliciteerd; lang zal ze leven |
| basseki-末席 | zitplaats aan het eind van de tafel (het verst verwijderd van de eregast) |
| basshingu-バッシング | hard afkraken; fel bekritiseren |
| benkyōzukue-勉強机 | (lett. studie-bureau) bureau; schrijftafel (m.n. in een kinderkamer om huiswerk aan te doen) |
| bōhyō-暴評 | felle kritiek |
| boroboro-ぼろぼろ | (onomatopee) het vallen van druppels [stukjes]; brokkelig (worden); vergaan [versleten] raken; gerafeld worden |
| busshin-物心 | het stoffelijke en het geestelijke |
| busshitsuteki-物質的 | stoffelijk; materieel |
| byuffe-ビュッフェ | buffet (tafel met uitgestalde gerechten) |
| byūrō-ビューロー | schrijftafel; bureau |
| chabudai-卓袱台 | lage eettafel |
| chigainai-違いない | zeker; zonder twijfel |
| chīku・dansu-チーク・ダンス | dansen cheek to cheek (met de wangen tegen elkaar); schuifelen |
| chisō-馳走 | feestmaal; voortreffelijk gerecht |
| chō-挺 | stuk(s) (wordt gebruikt bij het tellen van langwerpige voorwerpen zoals bijv. spade, schoffel, geweer en kaars) |
| chūchosuru-躊躇する | aarzelen; weifelen; besluiteloos zijn; twijfelen |
| daffuru・kōto-ダッフル・コート | duffelse jas; houtje-touwtje jas |
| daichi-台地 | plateau; tafelland |
| dakishimeru-抱きしめる | knuffelen; omarmen; iemand stevig vasthouden |
| dakuse-濁世 | (boeddh.) de (bezoedelde) wereld; de stoffelijke [zintuiglijke] wereld |
| danronfūhatsu-談論風発 | vurige [felle] discussie |
| deddo・hīto-デッド・ヒート | felle strijd [competitie]; hevige concurrentie |
| desuku-デスク | bureau; (schrijf)tafel; lessenaar |
| desuku・puran-デスク・プラン | nog niet uitgevoerd [geïmplementeerd] plan; plan in de ontwerpfase; het plan op tafel |
| dondon-どんどん | geroffel; getrommel (geluid) |
| doraibu-ドライブ | topspin slag (tennis, tafeltennis, badminton) |
| doressā-ドレッサー | toilettafel; commode |
| efferutō-エッフェル塔 | Eiffeltoren |
| eishi-英資 | voortreffelijke (aangeboren) kwaliteiten [eigenschappen]; goed karakter |
| emoiwarenu-得も言われぬ | niet in woorden te vatten; onbeschrijfelijk; voortreffelijk |
| entaku-円卓 | ronde tafel |
| entakukaigi-円卓会議 | rondetafelconferentie |
| erai-偉い | beroemd; voornaam; eminent; gedistingeerd; voortreffelijk |
| faraferu-ファラフェル | falafel |
| fuchi-淵 | diepe wanhoop; vertwijfeling |
| fudai-譜代 | genealogie; erfelijkheid |
| fujimi-不死身 | onkwetsbaarheid; onsterfelijkheid |
| fukyū-不朽 | onsterfelijkheid; onvergankelijkheid |
| fuma-不磨 | duurzaamheid; onsterfelijkheid |
| fumeirō-不明朗 | duister; somber; oneerlijk; twijfelachtig; omstreden |
| fumetsu-不滅 | onsterfelijkheid; onverwoestbaarheid |
| funjin-奮迅 | felheid; tomeloze energie [inzet]; enorme kracht |
| furōfushi-不老不死 | het eeuwige leven; onsterfelijkheid |
| fushi-不死 | onsterfelijkheid; het eeuwige leven |
| fushin-不審 | twijfel; ongeloof; wantrouwen; verdenking |
| fushinsha-不審者 | een verdacht persoon (met mogelijk twijfelachtige bedoelingen) |
| gaban-画板 | tekenbord; tekentafel |
| gaidoku-害毒 | kwaad; slecht gedrag; slechte [verderfelijke] invloed |
| gajō-賀状 | felicitatiebrief; felicitatiekaart (m.n. nieuwjaarskaart) |
| gashi-賀詞 | felicitatie(s); felicitatie kaart [brief; bericht]; gelukwens; nieuwjaarswens |
| gashun-賀春 | lente-viering (gebruikt als begroeting [felecitatie] van het nieuwe jaar) |
| gasudai-ガス台 | (tafel)gasfornuis |
| gasuru-賀する | feliciteren; gelukwensen |
| gekiron-激論 | woordenstrijd; verhitte [felle] discussie [woordenwisseling] |
| gekisen-激戦 | hevige [felle] strijd; zwaar gevecht |
| gekitō-激闘 | fel gevecht; hevige strijd |
| gi-疑 | (in kanji combinaties) twijfel; verdenking; wantrouwen |
| gidan-疑団 | knagende twijfel; twijfel die blijft zeuren in je hoofd |
| gigi-疑義 | twijfel; onzekerheid |
| gimon-疑問 | twijfel; onzekerheid |
| ginen-疑念 | twijfel; verdenking; argwaan; achterdocht |
| giwaku-疑惑 | wantrouwen; achterdocht; verdenking; twijfel |
| giyō-ギヨー | een onderzeese tafelberg (vernoemd naar de geograaf Arnold H. Guyot, 1807-1884) |
| gomurigomottomo-御無理御尤も | je hebt ongetwijfeld gelijk |
| guren-紅蓮 | de Guren hel, een van de 8 hellen in het Boeddhisme (in deze hel is het zo koud dat je huid felrood wordt) |
| gurenjigoku-紅蓮地獄 | de Guren hel, een van de 8 hellen in het Boeddhisme (in deze hel is het zo koud dat je huid felrood wordt) |
| gyokei-御慶 | felicitaties; gelukwensen |
| gyokuan-玉案 | prachtig bureau; bureau [werktafel] belegd met edelstenen |
| gyuō-ギュオー | een onderzeese tafelberg (vernoemd naar de geograaf Arnold H. Guyot, 1807-1884) |
| habakaru-憚る | aarzelen; twijfelen; bang zijn om... |
| haibanrōzeki-杯盤狼藉 | het over de tafel verspreid liggen van gebruikt serviesgoed (na een diner of banket) |
| handai-飯台 | eettafel (voor gezelschap) |
| hanshinhangi-半信半疑 | half in twijfel; twijfelend; sceptisch; aarzelend |
| hataki-叩き | (als achtervoegsel) het fel bekritiseren; afkraken |
| hisashi-庇 | dakrand; luifel; baldakijn |
| hitsumetsu-必滅 | sterfelijkheid; mortaliteit |
| hodoku-解く | losmaken; losknopen; ontwarren; ontrafelen; loslaten; uitpakken |
| hōkigusa-箒草 | (plant, Bassia scoparia) studentenkruid; studentenhaver; knuffelplant |
| hokusoemu-ほくそ笑む | in zichzelf grinniken; gniffelen; een binnenpretje hebben |
| hone-骨 | overblijfselen; as; stoffelijk overschot |
| horigotatsu-掘り炬燵 | verzonken kotatsu (tafelverwarming) met beenruimte onder de vloerhoogte (zodat men makkelijker kan zitten) |
| horo-母衣 | beschermhoes (voor auto's, e.d.) luifel |
| horunferusu-ホルンフェルス | (gesteente) hoornrots; hornfels |
| iden-遺伝 | erfelijkheid; (genetische) overerving |
| idengaku-遺伝学 | genetica; erfelijkheidsleer |
| igai-遺骸 | stoffelijk overschot; lijk |
| iikaneru-言い兼ねる | (iets) niet kunnen zeggen; (iets) niet durven te zeggen; aarzelen [twijfelen] om te zeggen |
| ingin-慇懃 | beleefdheid; hoffelijkheid |
| inochizuna-命綱 | reddingslijn; lifeline |
| intenshibu-インテンシブ | intensief; sterk; krachtig; fel |
| ippin-逸品 | voortreffelijk voorwerp [object; product; artikel]; pronkjuweel; meesterstuk; meesterwerk |
| iromeku-色めく | wankelen; weifelen; onzeker worden |
| iroyoi-色好い | helder [fel] gekleurd |
| itachigokko-鼬ごっこ | ratrace; felle jacht op [streven naar] een positie [resultaat]; genadeloze concurrentie; kat-en-muisspel |
| itai-遺体 | lijk; dode; dood lichaam; stoffelijk overschot |
| iwai-祝い | viering; feest; felicitatie; gelukwens |
| iwau-祝う | (iem.) feliciteren; (iets) vieren |
| iyashii-卑しい | nederig; van lage afkomst; eenvoudig; arm; vulgair; sjofel |
| jibōjiki-自暴自棄 | wanhoop; vertwijfeling |
| jikkendai-実験台 | laboratoriumtafel; een tafel waarop experimenten [proeven] worden uitgevoerd |
| jingai-塵外 | (de gemoedstoestand van) een plek ver weg van de problemen van de alledaagse [stoffelijke; seculiere] wereld |
| jinjō-尋常 | goed [voortreffelijk] zijn |
| jokuse-濁世 | (boeddh.) de (bezoedelde) wereld; de stoffelijke [zintuiglijke] wereld |
| joren-鋤簾 | soort schoffel met bamboesteel |
| jōza-上座 | ereplaats; zitplaats voor een hooggeplaatst persoon of gast (aan het hoofd van de tafel) |
| ju-寿 | felicitaties; gelukwensen; kado ter felicitatie |
| jukensensō-受験戦争 | examenoorlog, de felle competitie bij toelatingsexamen(s) (voor scholen of universiteiten) |
| ka-か | een slotpartikel (geeft een vraag of twijfel aan) |
| kabane-姓 | (arch.) erfelijke eretitel voor het hoofd van een clan (in het oude Japan) |
| kagu-嗅ぐ | ruiken; snuffelen; snuiven |
| kaibunsho-怪文書 | een anoniem document met twijfelachtige [lasterlijke] inhoud |
| kaigi-懐疑 | twijfel; scepsis |
| kamiza-上座 | ereplaats; zitplaats voor een hooggeplaatst persoon of gast (aan het hoofd van de tafel) |
| kanarazu-必ず | beslist; zeker; ongetwijfeld; altijd |
| kankangakugaku-侃侃諤諤 | verhit debat; fel betoog |
| karyōbinga-迦陵頻伽 | (in het (Boeddhisme) Kalaviṅka, onsterfelijk wezen met een menselijk hoofd en het lichaam van een vogel |
| kashikinko-貸金庫 | safeloket; kluis(je) |
| kesshutsu-傑出 | voortreffelijk [gerenommeerd; vooraanstaand; gedistingeerd] zijn |
| ketsujin-傑人 | een voortreffelijke [uitmuntende; eminente] persoon |
| ki-机 | (in kanji combinaties) bureau; schrijftafel; lessenaar |
| kihen-机辺 | vlakbij [in de buurt van] een (schrijf)bureau, werktafel, e.d. |
| kijō-机上 | op de tafel |
| kijō-机上 | iets dat op tafel ligt; iets dat ter discussie staat; een plan dat nog niet uitgevoerd [toegepast] is |
| kikitogameru-聞き咎める | terechtwijzen; berispen; aanmerkingen hebben (op); in twijfel trekken (wat iemand zegt) |
| kimayoi-気迷い | twijfel; aarzeling |
| kinakusai-きな臭い | er zit een luchtje aan; verdacht; dubieus; twijfelachtig; duister |
| kitto-屹度 | zeker; beslist; ongetwijfeld; vastberaden |
| kōgen-高原 | plateau; tafelland; hoogvlakte |
| kondankai-懇談会 | rondetafelconferentie; forum |
| koshidaka-腰高 | serveertafeltje; dienblad met een poot |
| kotatsu-炬燵 | Japanse tafelkachel (een laag tafeltje met verwarming eronder om de benen te warm te houden, vaak met een deken erover om de warmte te bewaren) |
| kote-こて | troffel |
| kotobuki-寿 | gelukwensen; felicitaties; beste wensen |
| kotohogu-言祝ぐ | feliciteren; iemand succes wensen; de beste wensen doen |
| kuroitsuferuto・yakobubyō-クロイツフェルト・ヤコブ病 | Ziekte van Creutzfeldt-Jakob |
| kurōsu-クロース | stof; textiel; doek; (tafel)kleed |
| kuwa-鍬 | schoffel; hak |
| kyakuzen-客膳 | laag serveertafeltje; dienblad met pootjes |
| kyōdai-鏡台 | kaptafel; toilettafel |
| kyōshū-強襲 | bestorming; felle aanval |
| kyōshūsuru-強襲する | bestormen; iem. of iets fel aanvallen; stormenderhand veroveren |
| mabisashi-目庇 | een smalle luifel boven een raam |
| mabushii-眩しい | fel (van licht); verblindend; schitterend; stralend; glanzend |
| masashiku-正しく | precies; zeker; ongetwijfeld |
| masseki-末席 | zitplaats aan het eind van de tafel (het verst verwijderd van de eregast) |
| materiaru-マテリアル | stoffelijk; materieel; lichamelijk |
| mayou-迷う | twijfelen; aarzelen |
| meibun-名文 | een mooi (geschreven) tekst; mooie literaire passage; proza in een voortreffelijke stijl |
| meikyoku-名曲 | beroemd [voortreffelijk] muziekstuk; meesterwerk |
| meimeihakuhaku-明明白白 | overduidelijk; zonder enige twijfel; zo klaar als een klontje |
| mēn・tēburu-メーン・テーブル | hoofdtafel; tafel met de belangrijkste gasten en/of gastheer [gastvrouw] |
| mitogameru-見咎める | betwijfelen; in twijfel trekken; iets aan te merken hebben |
| mizuki-水木 | tafelkornoelje (Cornus controversa) |
| mō-猛 | (in kanji combinaties) hevig [intens; fel; eind; energiek; extreem] zijn |
| moesakaru-燃え盛る | oplaaien van een brand [vuur]; fel [hevig] branden |
| moetatsu-燃え立つ | het doen oplaaien van een brand; hevig branden; fel kleuren |
| momu-揉む | irriteren; ergeren; fel debateren |
| monaka-最中 | met azuki-bonenpasta gevulde mochi-wafel |
| mōnen-妄念 | aanhoudende [voortdurende] betwijfeling; (boeddh.) verkeerde ideeën [gedachten] |
| mozu-鵙 | buffelkopklauwier (een vogel, Lanius bucephalus) |
| mukyū-無窮 | oneindigheid; onsterfelijkheid; eeuwigheid |
| muron-無論 | zeker; natuurlijk; ongetwijfeld; vanzelfsprekend |
| musai-むさい | vulgair; sjofel; armzalig |
| mutaibutsu-無体物 | immateriële [onstoffelijke] dingen |
| nabebugyō-鍋奉行 | kookchef (de opzichter bij het opdienen van de gerechten; m.n. bij de eettafel thuis, in een eetcafé, eethuis, e.d.) |
| nanjō-何じょう | (lit.) wat? (bij retorische vraag of uiting van twijfel) |
| nanjō-何じょう | (lit.) Waarom...?; Hoezo...? (bij retorische vraag of uiting van twijfel) |
| nessen-熱戦 | een felle strijd; hevig gevecht |
| nettō-熱闘 | felle strijd; fel bevochten wedstrijd |
| ninkyō-任侠 | ridderlijkheid; hoffelijkheid |
| nomitsubusu-飲み潰す | zich bezatten; iemand onder de tafel drinken |
| nuigurumi-縫い包み | een opgezet dier; een knuffel (gevuld voorwerp van stof, b.v. een teddybeer) |
| oiwai-お祝い | viering; feest; felicitatie; gelukwens |
| okashii-可笑しい | verdacht; twijfelachtig; geheimzinnig |
| okidokei-置き時計 | tafelklok |
| okigotatsu-置き炬燵 | een verplaatsbare kotatsu (tafelverwarming) |
| omedetō-おめでとう | Gefeliciteerd!; Goed gedaan! |
| penhorudā-ペンホルダー | (tafeltennis) penhouder greep |
| penhorudā・gurippu-ペンホルダー・グリップ | (tafeltennis) penhouder greep |
| pikurusu-ピクルス | zoetzuur; tafelzuur |
| pinpon-ピンポン | pingpong; tafeltennis |
| pī・kōto-ピー・コート | (ook wel pea jacket genoemd) jopper; duffel; wambuis (van oorsprong een zeemansjas) |
| poketto-ポケット | de zakken onder de gaten in een biljarttafel |
| puroburematikku-プロブレマティック | problematisch; twijfelachtig |
| putsuputsu-ぷつぷつ | (huid)uitslag; hobbelig; knobbelig; rafelig |
| reigi-礼儀 | hoffelijkheid; beleefdheidsvormen; etiquette; goede manieren |
| reigū-礼遇 | vriendelijke [respectvolle; hoffelijke] bejegening [behandeling] |
| reihō-礼法 | hoffelijkheid; beleefdheidsvormen; etiquette; goede manieren |
| reijō-礼譲 | hoffelijkheid; beleefdheid |
| rikisen-力戦 | harde [felle] strijd; gevecht met volle kracht |
| rikitō-力闘 | hard gevecht; felle strijd |
| robatayaki-炉端焼 | Japanse gerechten die aan tafel op een houtskoolvuur(tje) worden bereid |
| sabaku-捌く | ontwarren; ontrafelen |
| sadaka-定か | zeker(heid); zonder twijfel |
| sageru-下げる | opruimen; afruimen (de tafel b.v.) |
| sagyōdai-作業台 | werkbank; werktafel |
| saidan-祭壇 | altaar; offertafel |
| sanbō-三方 | een tafeltje van cipressenhout (om offers op te plaatsen) |
| santa・maria-サンタ・マリア | Santa María (het schip van Christoffel Columbus, die in 1492 Amerika ontdekte) |
| sefure-セフレ | seksvriend; knuffelmaatje |
| seisen-生鮮 | (van voedsel) vers [bederfelijk; beperkt houdbaar] zijn |
| seisenshokuhin-生鮮食品 | beperkt houdbaar voedsel; bederfelijke [snel bedervende] etenswaren |
| seishō-清祥 | tekst in een brief om de andere persoon te feliciteren met zijn [haar] gezond en gelukkig leven |
| seizuban-製図板 | tekentafel; tekenbord |
| sekihitsu-石筆 | griffel |
| sekkusu・furendo-セックス・フレンド | seksvriend; knuffelmaatje |
| senjutsu-仙術 | bovenaardse krachten [geheim van onsterfelijkheid] van een bergkluizenaar [heremiet] |
| senmendai-洗面台 | wastafel |
| senzogaeri-先祖返り | atavisme; erfelijke terugslag (genetische eigenschappen die generaties overslaan en dan weer terugkomen) |
| seseru-挵る | een kleine beweging telkens maar blijven herhalen (b.v. met een potlood tegen een tafel tikken) |
| seshū-世襲 | afstamming; afkomst; erfelijkheid |
| settoōru-セットオール | gelijke stand in sets bij tennis, tafeltennis, e.d. (waarna een afsluitende set wordt gespeeld om een winnaar aan te wijzen) |
| settopointo-セットポイント | setpoint (punt dat een set beslist (tennis, tafeltennis, e.d.) |
| shabushabu-しゃぶしゃぶ | Japans gerecht (aan tafel geserveerd waarbij plakjes vlees met eetstokjes door een pan met bouillon en groenten worden gehaald) |
| shēkuhando-シェークハンド | shakehand greep (bij tafeltennis) |
| shēkuhando・gurippu-シェークハンド・グリップ | shakehand greep (bij tafeltennis) |
| shi-屍 | (mensen)lijk; stoffelijk overschot |
| shiden-紫電 | fel licht; glinstering van een (scherp) zwaard |
| shigai-死骸 | (mensen)lijk; stoffelijk overschot |
| shikabane-屍 | (mensen)lijk; stoffelijk overschot |
| shinobiwarai-忍び笑い | gegiechel; gegniffel; onderdrukt gelach; binnenpretje |
| shinsen-神仙 | een god; een (Taoïstische) onsterfelijke |
| shiretsu-熾烈 | felheid |
| shishin-詩神 | een voortreffelijke [uitmuntende] dichter |
| shitsurei-失礼 | onbeleefdheid; ongemanierdheid; onhoffelijkheid |
| shoan-書案 | bureau; schrijftafel; (traditionele, Japanse) leestafel |
| shoki -書几 | lees- en schrijftafel; bureau |
| shokki-食器 | eetgerei; tafelgerei (servies en bestek) |
| shokkihitosoroi- 食器一揃い | tafelgerei set (servies en bestek) |
| shokuen-食塩 | tafelzout |
| shokutaku-食卓 | eettafel |
| shokutakuen-食卓塩 | tafelzout |
| shokuzen-食膳 | (gerecht op) een klein eettafeltje (of dienblad met pootjes) |
| shokuzu-食酢 | tafelazijn |
| shōkyokuteki-消極的 | negatief; passief; halfslachtig; weifelend |
| shū-秀 | voortreffelijkheid; uitmuntendheid |
| shūgi-祝儀 | felicitatie; geschenk (als felicitatie) |
| shūgin-秀吟 | een prachtig [voortreffelijk] lied [gedicht] |
| shukuden-祝電 | felicitatietelegram |
| shura-修羅 | felle strijd; bloedbad; slachtpartij |
| shussan'iwai-出産祝い | felicitaties [cadeaus] bij een geboortefeest |
| sobameshi-蕎麦飯 | een (okonomiyaki) gerecht van soba noedels en rijst, aan tafel gebakken op een metalen plaat |
| sofuku-粗服 | eenvoudige [armoedige; sjofele] kleding |
| sōinai-相違ない | ongetwijfeld; zeker |
| sokusoku-惻惻 | hartverscheurend [fel; bijtend] zijn |
| subarashii-素晴らしい | prachtig; geweldig; voortreffelijk; schitterend |
| suigyū-水牛 | waterbuffel |
| suriashi-摺り足 | een schuifelende [sloffende; glijdende] loop (met de voeten over de grond slepend) |
| sūryōnebiki-数量値引き | kwantumkorting; staffelkorting |
| tabekata-食べ方 | manier van eten; tafelmanieren |
| tachiita-裁ち板 | kleermakers (knip)tafel |
| taguru-手繰る | (fig.) ophalen; ontrafelen |
| tajitaji-たじたじ | wankelend; weifelend; aarzelend; haperend; onzeker; terugdeinzend |
| takaashi-高足 | serveertafeltje [eettafeltje] op poten |
| takatsuki-高坏 | een klein eettafeltje met één poot |
| takkyū-卓球 | tafeltennis |
| takkyūbu-卓球部 | tafeltennisclub |
| takkyūdai-卓球台 | tefeltennistafel |
| takkyūsenshu-卓球選手 | tafeltennisspeler |
| taku-卓 | tafel; bureau |
| taku-卓 | telwoord voor tafels, bureaus, e.d. |
| takujō-卓上 | tafelblad; bureaublad |
| tamerau-躊躇う | aarzelen; weifelen; besluiteloos zijn; twijfelen |
| tanchiken-探知犬 | snuffelhond (voor explosieven, drugs, e.d.) |
| tashika-確か | zeker; waar; ongetwijfeld; duidelijk |
| tēburu-テーブル | tafel |
| tēburukake-テーブル掛け | tafelkleed; tafellaken |
| tēburukurosu-テーブルクロス | tafelkleed; tafellaken |
| tēburusukēpu-テーブルスケープ | mooie tafelschikking |
| tēburu・manā-テーブル・マナー | tafelmanieren |
| tēburu・sentā-テーブル・センター | tafelkleedje (als decoratie op het midden van de tafel) |
| tēburu・supīchi-テーブル・スピーチ | korte toespraak aan tafel tijdens een diner |
| tēburu・tōku-テーブル・トーク | tafelgesprek |
| teinei-丁寧 | beleefdheid; hoffelijkheid |
| tekagi-手鉤 | (hijs)haak; gaffel |
| tenrai-天籟 | prachtige [voortreffelijke] poëzie |
| teppanyaki-鉄板焼 | Japanse gerechten die aan tafel op een ijzeren plaat (teppan) worden bereid |
| teshio-手塩 | tafelzout |
| tokihogusu-解きほぐす | ontrafelen; ontwarren |
| torifuda-取り札 | een kaart die een speler van de tafel pakt (b.v. bij het Japanse kaartspel hyakunin isshu) |
| toryufu-トリュフ | chocoladetruffel |
| toryufu-トリュフ | truffel (soort paddenstoel) |
| tou-問う | zich afvragen; betwijfelen |
| tsuchineridai-土練り台 | walktafel |
| tsukue-机 | bureau; schrijftafel; lessenaar |
| uehāsu-ウエハース | wafels (Eng.: wafers) |
| umanohone-馬の骨 | persoon van onbekende, twijfelachtige afkomst; iemand van twijfelachtig [bedenkelijk] allooi |
| uron-胡乱 | verdacht [dubieus; twijfelachtig] zijn |
| utagai-疑い | twijfel |
| utagau-疑う | wantrouwen; betwijfelen; in twijfel trekken |
| utagawashii-疑わしい | twijfelachtig; verdacht; onzeker; betwistbaar; onbetrouwbaar |
| wabishii-侘しい | armzalig; armoedig; sjofel |
| waffuru-ワッフル | (zoete) wafel |
| wagon・sābisu-ワゴン・サービス | bereiding van gerechten (op een etenskar) bij de tafel van de klanten in een restaurant |
| yagura-櫓 | houten frame voor een kotatsu (Japanse tafelkachel) |
| yainoyaino-やいのやいの | het lastig vallen; fel aandringen; dwingen |
| yamabito-山人 | (in de bergen wonende) heremiet; kluizenaar; onsterfelijke |
| yasurai-休らい | (lit.) aarzeling; twijfeling |
| yasurau-休らう | (lit.) aarzelen; twijfelen |
| yorokobi-喜び | felicitatie |
| yorokobu-喜ぶ | (iem.) feliciteren; (iets) met blijdschap [dank] ontvangen |
| yūshun-優駿 | voortreffelijkheid; iemand [iets] met bijzondere kwaliteiten |
| yūtaibutsu-有体物 | tastbare [concrete; materiële; stoffelijke] dingen |
| zataku-座卓 | lage tafel waaraan men op de grond zit |
| zen-膳 | klein (laag) eettafeltje; dienblad |
| zeppō-舌鋒 | (fig.) een scherpe tong; strijdlustige [felle] toon [woorden] |
| zetsubōteki-絶望的 | wanhopig; radeloos; vertwijfeld |
| zetsugi-絶技 | uitblinkend kunststuk; stunt; voortreffelijk optreden [acteerwerk]; goede techniek |