Kruisverwijzing
hop
lemma | meaning |
---|---|
abarekurū-暴れ狂う | razen; tieren; herrieschoppen |
abaremawaru-暴れ回る | wild rondrennen; relschoppen |
abaremono-暴れ者 | geweldadige schurk; herriemaker; herrieschopper |
abareru-暴れる | gewelddadig zijn; herrieschoppen; reltrappen |
aburemono-あぶれ者 | rakker; deugniet; herrieschopper; misdadiger |
akan-あかん | nutteloos; hopeloos |
akusen-悪戦 | het vechten onder ongunstige omstandigheden; zware gevechten; een wanhopige strijd |
akusenkutō-悪戦苦闘 | een verwoed [wanhopig] gevecht met de rug tegen de muur (tegen een sterke tegenstander); een zware strijd onder moeilijke omstandigheden |
antan-暗澹 | somber; wanhopig; uitzichtloos |
ashige-足蹴 | een schop [trap] (met de voet) |
atekomi-当て込み | ergens op rekenen [hopen]; iets ergens van verwachten; verwachting; hoop |
bishoppu-ビショップ | bisschop |
bō-望 | (in kanji combinaties) vooruit [in de verte] kijken; hopen; verwachten; verlangen |
bokkusu-ボックス | (bij honkbal) gebied waar de catcher en de slagman zich bevinden; (bij voetbal) het strafschopgebied |
chapusui-チャプスイ | chop suey; tjaptjoi (Chinees groentegerecht) |
chinudai-茅渟鯛 | zwarte (Japanse) zeebrasem (Acanthopagrus schlegelii) |
chūmitsu-稠密 | dichtheid; opeenhoping |
daishikyō-大司教 | aartsbisschop (katholiek) |
desuperēto-デスペレート | wanhopig; radeloos |
doyasu-どやす | intimideren; (naar iem.) schreeuwen [schoppen; slaan] |
fukusō-輻輳 | opstopping (verkeer); opeenhoping; stagnatie |
fuonbunshi-不穏分子 | onruststoker; herrieschopper; opstandeling; dissident |
furī・kikku-フリー・キック | (Eng.: free kick) vrije trap; vrije schop (voetbal) |
gishisōgushi-義肢装具士 | orthopedisch technicus |
gyōshū-凝集 | cohesie; concentratie; agglutinatie; opeenhoping; samenklontering |
hai-はい | hup; hop; vooruit; vort! (als aansporing aan paarden, e.d.) |
hippuhoppu-ヒップホップ | hiphop (muziekgenre) |
hisshi-必死 | wanhoop; wanhopigheid |
hoppu-ホップ | hop (plant: Humulus lupus); vruchtkegels van de hop-plant |
inoru-祈る | wensen; hopen |
ishikeri-石蹴り | hinkelen; hinkelspel (waarbij kinderen een steentje schoppen op vlakken die op de grond zijn getekend) |
jūnō-十能 | kolenschep; kolenschop; vuurpan |
jutsunai-術ない | wanhopig; ten einde raad zijn |
kafēpaurisuta-カフェーパウリスタ | (Japanse) coffeeshop [koffiebar] die gespecialiseerd is in Braziliaanse koffiesoorten en manieren van bereiden |
kaku-角 | (bij shōgi, Japans schaken) bisschop |
kamitsu-過密 | drukte; opeenhoping |
kantoku-監督 | bisschop |
kasei-河清 | (het helder worden van de (altijd troebele) Gele Rivier (China), een analogie voor:) hopen op iets dat niet verwezenlijkt zal worden |
kechirasu-蹴散らす | rondschoppen; een nederlaag toebrengen |
kekkyo-穴居 | het wonen in een grot; hopbewoning; troglodytisme |
kekorobasu-蹴転ばす | neerschoppen; onderuit schoppen |
kekorosu-蹴殺す | doodschoppen; doodtrappen |
keotosu-蹴落とす | naar beneden [onderuit] schoppen; verslaan |
keri-蹴り | schop; trap |
kerokuro-蹴ろくろ | schopschijf |
keru-蹴る | schoppen; trappen |
ketobasu-蹴飛ばす | wegschoppen; (er)uit schoppen |
kikku-キック | schop; trap |
kishikaisei-起死回生 | wederopstanding; uit de dood herrezen; herstel na een hopeloze situatie |
kisuru-期する | verwachten; hopen; uitkijken naar; rekenen op; voorzien; een voorgevoel hebben; aan zien komen |
kitaisuru-期待する | verwachten; hopen |
koikogareru-恋い焦がれる | verlangen [smachten; hunkeren] (naar); wanhopig verliefd zijn |
koinegau-希う | (hartstochtelijk) verlangen; wensen; hopen; smeken; verzoeken |
kojōrakujitsu-孤城落日 | het zich helemaal [hopeloos] alleen en verlaten voelen |
kōnā・kikku-コーナー・キック | hoekschop |
konbājon-コンバージョン | (rugby) conversie (na een try mag het team proberen de bal tussen de palen en boven de lat van het doel te schoppen) |
konnyaku-蒟蒻 | konjak (plant, Amorphophallus konjac) |
konzatsu-混雑 | drukte; opeenhoping; verstopping; volpropping; stagnatie |
kuniku-苦肉 | wanhopige poging [maatregel]; zichzelf kwellen om de vijand te misleiden |
kurai-暗い | donker (fig.); somber; hopeloos; wanhopig |
kurayami-暗闇 | hopeloosheid; somber [wanhopig; moedeloos] zijn over de toekomst |
kusen-苦戦 | zware [wanhopige] strijd |
machimōkeru-待ち設ける | verwachten; naar uitzien; hopen op |
monoguruoshii-物狂おしい | wild; gek; waanzinnig; wanhopig |
morēn-モレーン | morene (ophoping van gletsjerpuin) |
moriageru-盛り上げる | opstapelen; ophopen |
negau-願う | wensen; verlangen; hopen |
nenzuru-念ずる | vurig wensen [hopen] |
nettoshoppingu-ネットショッピング | online winkelen; online shoppen; winkelen op internet |
nozomu-望む | hopen; verwachten; ergens naar uitzien |
paurisuta-パウリスタ | (Japanse) coffeeshop [koffiebar] die gespecialiseerd is in Braziliaanse koffiesoorten en manieren van bereiden |
penarutī-ペナルティー | strafschop |
penarutī・eria-ペナルティー・エリア | strafschopgebied |
penarutī・gōru-ペナルティー・ゴール | (bij rugby) een succesvolle strafschop (levert 3 punten op) |
penarutī・kikku-ペナルティー・キック | strafschop |
pī・kē-ピー・ケー | strafschop |
pī・kēsen-ピー・ケー戦 | (penalty kick shoot-out) strafschoppenserie om een wedstrijd te beslissen |
ruikateki-累加的 | cumulatief; aanvullend; opeenhopend |
ruiseki-累積 | opeenhoping; accumulatie; opstapeling |
saigoppe-最後っ屁 | laatste wanhopige poging [toevlucht; tactiek; redmiddel] (zoals van een wezel in het nauw, die een vieze geur uitstoot om de vijand te verjagen) |
saikopasu-サイコパス | psychopaat |
sansekisuru-山積する | opstapelen; zich ophopen; bijeenbrengen |
seikeigeka-整形外科 | orthopedische chirurgie |
seishinbyōshitsusha-精神病質者 | psychopaat |
shaberu-シャベル | schep; schop |
shibōkyūin-脂肪吸引 | liposuctie; verwijdering van vetophopingen |
shikyō-司教 | (katholieke) bisschop |
shinimonogurui-死に物狂い | wanhopige vastberadenheid; met de moed der wanhoop; een strijd op leven en dood |
shinōkunrenshi-視能訓練士 | orthoptist |
shiryoku-死力 | wanhopige poging; uiterste best |
shishu-死守 | wanhopige verdediging |
shishusuru-死守する | zich wanhopig verdedigen; verdedigen met je leven; verdedigen tot de laatste man |
shoberu-ショベル | schep; schop; spade; schoep |
shoppu・in・shoppu-ショップ・イン・ショップ | winkel-in-winkel; shop-in-shop (kleine zelfstandige winkels in een grotere winkel of warenhuis) |
shūjin-集塵 | een hoop [ophoping van] stof [afval; rommel] |
sūbenia・shoppu-スーベニア・ショップ | souvenirshop; souvenirwinkel |
sugao-素顔 | echt gezicht (zonder modificatie zoals met fotoshoppen e.d.) |
suki-鋤 | spade; schop |
sukoppu-スコップ | schop; schep; spade |
supēdo-スペード | schoppen (in kaartspel) |
supekyurēshon-スペキュレーション | (bij kaartspel) de schoppenaas |
suzunari-鈴生り | tros (b.v. van vruchten); opeenhoping; massa; (over)vol met mensen; volgepropt zijn |
tairyū-滞留 | opeenhoping; opeenstapeling |
taiseki-滞積 | accumulatie; ophoping |
tsumiageru-積み上げる | opstapelen; ophopen; op elkaar stapelen |
tsumikasaneru-積み重ねる | zich opstapelen; ophopen, opeenstapelen |
tsumoru-積もる | opstapelen; ophopen |
wākushoppu-ワークショップ | workshop |
webushoppu-ウェブショップ | webshop; webwinkel |
yakekuso-自棄糞 | wanhopig zijn |
yami-闇 | hopeloosheid; uitzichtloosheid |
yogoreyaku-汚れ役 | (film, theater, e.d.) de rol van schurk [sociale verschoppeling] |
zetsubōsuru-絶望する | wanhopen |
zetsubōteki-絶望的 | wanhopig; radeloos; vertwijfeld |