beet / beet ( de (m) | znw | beten )
1噛むこと; 噛みつき [(het bijten)]
2噛み傷; 咬創; 咬傷 [(wond)]
3一口 [(een hap)]
4食い [(bij vissen)]
Kruisverwijzing
beet
| lemma | meaning |
|---|---|
| akimekura-明き盲 | een analfabeet; iemand die niet kan lezen |
| aku-握 | (in kanji combinaties) grijpen; beetpakken |
| arukanakika-有るか無きか | een heel klein beetje; iets heel vaags |
| arukanashi-有るか無し | een heel klein beetje |
| atari-当たり | beet [vis aan de haak] hebben |
| bonpu-凡夫 | (arch.) analfabeet; ongeletterd iemand |
| chibichibi-ちびちび | beetje bij beetje; stap voor stap; met kleine teugjes [hapjes] |
| chokkura-ちょっくら | een beetje; kort; een momentje; eventjes |
| choppiri-ちょっぴり | een klein beetje |
| chotto-ちょっと | eventjes; kort; een momentje; een beetje |
| dandan-段段 | geleidelijk; beetje bij beetje |
| gimi-気味 | (achtervoegsel) een beetje; neigend naar; lijkend op; -achrig |
| hitokuchi-一口 | één hap [beet; slok; teug]; een mondvol |
| hitto-ヒット | beet hebben (bij het vissen) |
| hittsukamu-引っ掴む | (vast)grijpen; (beet)pakken |
| hotokenoza-仏の座 | hoenderbeet (plant, Lamium amplexicaule) |
| ichiō-一応 | voorlopig; zo'n beetje; min of meer |
| ikkō-一向 | (met ontkenning) niet een beetje; niet in het minst |
| ikuraka-幾らか | iets; een beetje |
| ippo-一歩 | een kleine hoeveelheid; een beetje |
| itten-一点 | een punt; vlek; plek; stuk; beetje |
| jakkan-若干 | een kleine hoeveelheid; een beetje; een weinig; een paar |
| jirijiri-じりじり | beetje bij beetje; stap voor stap; langzaam maar zeker; langzamerhand; geleidelijk |
| jojoni-徐徐に | stap voor stap; beetje bij beetje; geleidelijk |
| kaku-掻く | krabben (b.v. bij insectenbeet) |
| kamoru-鴨る | (iem.) beetnemen; duperen |
| kashō-寡少 | een klein beetje; bijzonder kleine hoeveelheid |
| keishō-軽少 | kleinigheid; een beetje |
| kin-僅 | (in kanji combinaties) kleine hoeveelheid; een beetje; gering; weinig |
| kiriuri-切り売り | het beetje bij beetje (in de loop der tijd) verkopen |
| ko-小 | (voorvoegsel) klein; smal; weinig; een beetje |
| kodashi-小出し | een beetje; kleine hoeveelheid (tegelijk) |
| kogitanai-小汚い | een beetje vies; groezelig |
| korebakari-此れ許かり | slechts zo'n klein beetje |
| koreppotchi-これっぽっち | heel klein beetje; uiterst kleine [geringe] hoeveelheid |
| kōshō-咬傷 | beet; bijtwond |
| kōsō-咬創 | beet; bijtwond |
| kuchiyogoshi-口汚し | heel klein beetje eten; greintje; brokje |
| kui-食い | beet (bij vissen) |
| mijin-微塵 | een (uiterst) klein deeltje; greintje; een klein beetje; stukje |
| mushisasare-虫刺され | insectenbeet; insectensteek |
| musō-無双 | (sumo) werptechniek door het dijbeen van de tegenstander beet te pakken |
| nakenashi-なけなし | geringe hoeveelheid; het kleine beetje (weinige) dat men heeft |
| namayoi-生酔い | aangeschoten; een klein beetje dronken |
| namida-涙 | (in combinatie met een zelfstandig naamwoord) een kleine hoeveelheid; een beetje; licht(elijk) |
| o-小 | (voorvoegsel) klein; smal; weinig; een beetje |
| pochi-ぽち | een klein beetje; slechts |
| potchi-ぽっち | klein beetje; slechts; schamel; onbeduidend |
| sashikizu-刺し傷 | steekwond; insectenbeet |
| sashimizu-差し水 | het toevoegen van een beetje water (aan een plant of aan heet water); het toegevoegde water |
| sasu-注す | een kleine hoeveelheid (vloeistof) inschenken; vloeistof beetje bij beetje inschenken |
| seseribashi-せせり箸 | eetstokjes die worden gebruikt om een beetje te spelen met eten [in het eten zitten te zoeken of prikken] (onjuist gebruik van eetstokjes) |
| shidaini-次第に | geleidelijk aan; langzamerhand; beetje bij beetje; stukje voor stukje |
| shōsei-小成 | klein beetje succes; kleine prestatie; bescheiden resultaat |
| shōshaku-小酌 | een beetje [glaasje] alcoholische drank drinken |
| shōshō-少少 | (beleefder synoniem voor 少し) een beetje; eventjes |
| shōsui-小水 | een klein beetje water |
| sokobaku-若干 | een (onbepaald) aantal; een kleine hoeveelheid; een paar; een beetje |
| soreppotchi-それっぽっち | zo weinig; zo gering; zo klein; zo'n klein beetje; slechts [alleen maar] dit [dat]; onbelangrijk; onbeduidend; futiel |
| sukoshi-少し | een beetje; geringe hoeveelheid |
| sukoshiku-少しく | een beetje |
| sukoshizutsu-少しずつ | beetje bij beetje |
| sunbun-寸分 | een (klein) beetje |
| sungō-寸毫 | een heel klein beetje |
| tentekisenseki-点滴穿石 | beetje voor beetje; stap voor stap op je doel af gaan (lett. het constant druppelen van water boort een gat in een steen) |
| tezukami-手掴み | het grijpen; vastpakken; beetpakken; vangen |
| toramaeru-捕らまえる | vangen; pakken; grijpen; beetpakken |
| toritsuku-取り付く | vasthouden; vastklemmen; beethouden |
| tsukamu-掴む | grijpen; beetpakken; vasthouden |
| washizukami-鷲掴み | het stevig [ruw] beetpakken [grijpen] (zoals een adelaar zijn prooi grijpt) |
| yabottai-野暮ったい | niet modieus [verfijnd; stijlvol]; een beetje boers |
| yami-闇 | onwetend zijn; zonder kennis en rede zijn; ongeletterd [analfabeet] zijn |
| yayasamu-稍寒 | een beetje kil [fris] (in de herfst) |
| yobijio-呼び塩 | het ontzouten (van zout voedsel door mengen met water; hierbij wordt een beetje speciaal zout toegevoegd om te voorkomen dat het waterig wordt) |
| yotsu-四つ | (sumo) techniek waarbij beide worstelaars elkaar kruislings bij de handen beetpakken |
| yotsumi-四つ身 | (sumo) techniek waarbij beide worstelaars elkaar kruislings bij de handen beetpakken |
| yōyou-漸う | beetje bij beetje; stap voor stap; geleidelijk |
| yumesara-夢更 | ten minste; zelfs een klein beetje; (gevolgd door een ontkenning) niet in het minst; helemaal niet |