Kruisverwijzing
rok
| lemma | meaning |
|---|---|
| ada-仇 | wrok; wrevel; rancune; haat; boosaardigheid |
| afuro-アフロ | afrokapsel |
| afurohea-アフロヘア | afrokapsel |
| agaru-上がる | eten; drinken; roken |
| aienka-愛煙家 | iem. die van roken houdt; iem. die veel [vaak] rookt |
| akkanjō-悪感情 | negatieve gevoelens t.o.v. iem.; wrok; bitterheid; vete |
| akki-悪気 | een niet heldere lucht; een rokerige lucht; een lucht met een bepaalde onaangename geur |
| akukanjō-悪感情 | negatieve gevoelens t.o.v. iem.; wrok; bitterheid; vete |
| amaai-雨間 | onderbroken regen; regenpauze |
| amaashi-雨脚 | stromende regen (met ononderbroken strepen, als pijpenstelen); stortregen |
| amama-雨間 | onderbroken regen; regenpauze |
| ameashi-雨脚 | stromende regen (met ononderbroken strepen, als pijpenstelen); stortregen |
| andonbakama-行灯袴 | een traditionele Japanse rok |
| angājuman-アンガージュマン | engagement (politieke en maatschappelijke betrokkenheid) |
| animaru・serapī-アニマル・セラピー | therapeutische inzet van huisdieren (therapie waarbij huisdieren worden betrokken bij de behandeling) |
| anni-暗に | indirect; onuitgesproken; stilzwijgend; impliciet |
| ayanishiki-綾錦 | gedessineerd brokaat |
| azukarishiru-与り知る | op de hoogte zijn van; zich bewust zijn van; beseffen; betrokken zijn bij; te maken hebben met |
| azukaru-与る | deelnemen aan; mee doen met; een aandeel hebben in; betrokken zijn bij |
| ban'yū-蛮勇 | roekeloosheid; onverschrokkenheid; overmoed |
| baren-馬簾 | lange stroken papier of leer bevestigd aan een matoi (standaard) |
| barokku-バロック | barok |
| barokkujidai-バロック時代 | baroktijd |
| batten-罰点 | (wedstrijden, e.d.) afgetrokken punt; punt in mindering gebracht |
| battō-抜刀 | het trekken van een zwaard; een getrokken zwaard |
| bikkuri-びっくり | (onomatopee) verbaasd; verbijsterd; geschrokken |
| boroboro-ぼろぼろ | (onomatopee) het vallen van druppels [stukjes]; brokkelig (worden); vergaan [versleten] raken; gerafeld worden |
| burōkun-ブロークン | gebroken; kapot |
| burōkun・ingurisshu-ブロークン・イングリッシュ | gebroken [gebrekkig] Engels |
| chinjutsusho-陳述書 | (geschreven) verklaring (van direct betrokkene, getuige, e.d.) |
| chōchinmochi-提灯持ち | vleierij; bewieroking; ophemeling |
| daisangoku-第三国 | een derde land (een land dat niet direct is betrokken bij een kwestie of conflict tussen andere landen) |
| daitanfuteki-大胆不敵 | zonder vrees zijn; onverschrokkenheid |
| dibaideddo・sukāto-ディバイデッド・スカート | broekrok |
| dokke-毒気 | kwaadaardigheid; wrok |
| dokki-毒気 | kwaadaardigheid; wrok |
| doku-毒 | kwaadaardigheid; boosheid; wrok |
| dokuke-毒気 | kwaadaardigheid; wrok |
| dokutā・sutoppu-ドクター・ストップ | op advies van de dokter stoppen met roken, drinken, e.d. |
| donfan-ドンファン | (uit het Spaans) een donjuan; rokkenjager; casanova |
| dorō-ドロー | (bij loterij) trekking; getrokken lot |
| enkon-怨恨 | rancune; wrok |
| enpu-怨府 | een plek [oord] waar de wrok van mensen zich verzamelt |
| ensa-怨嗟 | wrok; rancune\ |
| fukurokuju-福禄寿 | Fukurokuju, god van geluk, rijkdom en een lang leven (vaak afgebeeld met een lang hoofd), 1 van de 7 geluksgoden uit de Japanse mythologie |
| fundo-憤怒 | woede; toorn; razernij; wrok |
| fusuburu-燻る | smeulen; nagloeien; rokerig zijn |
| genbun-言文 | gesproken en geschreven taal |
| genkakuseibutsu-原核生物 | (biologie) prokaryoot |
| genroku-元禄 | Genroku periode (sept. 1688 - mrt. 1704) |
| gōryū-合流 | samenvoeging (van autowegen, of rijstroken) |
| guraundo・sutorōku-グラウンド・ストローク | (tennis) groundstroke (een slag die wordt geslagen nadat de bal eenmaal is gestuiterd) |
| gyoshokuka-漁色家 | rokkenjager; versierder; Casanova |
| gyotto-ぎょっと | (onomatopee) geschrokken; geschokt |
| hahen-破片 | scherf; brokstuk |
| haian-廃案 | afgewezen [ingetrokken] plan [voorstel] |
| hakkirishita-はっきりした | duidelijk; helder; uitgesproken |
| hakobore-刃毀れ | het afbrokkelen van een stukje van het lemmet van een mes |
| hakobore-刃毀れ | een afgebrokkeld stukje van het lemmet van een mes |
| hakuwa-白話 | Baihuawen, schrijfvorm voor gesproken taal in China |
| hanketsuhi-判決日 | de dag dat het vonnis wordt uitgesproken |
| hanpo-半帆 | zeil dat maar voor de helft is opgetrokken vanaf het dek |
| hasū-端数 | een gebroken getal; breuk |
| hei-幣 | stroken stof voor de goden (Shinto) |
| hidori-日取り | de [vastgestelde; afgesproken] datum [dag] |
| hikimokirazu-引きも切らず | onophoudelijk; continu; voortdurend; onafgebroken; doorlopend |
| hikkakaru-引っ掛かる | betrokken raken (bij een probleem) |
| hippubōn-ヒップボーン | (hiphugger) rok of broek met een lage taille (zonder tailleband) |
| hippu・hangā-ヒップ・ハンガー | (hiphugger) rok of broek met een lage taille (zonder tailleband) |
| hishakōteki-非社交的 | asociaal; terughoudend; eenzelvig; teruggetrokken |
| hitsuzetsu-筆舌 | (lett. penseel en tong) het geschreven en gesproken woord |
| honnin-本人 | de persoon in kwestie; betrokkene |
| honrainara-本来なら | strikt genomen; normaal gesproken |
| horohoro-ほろほろ | (onomatopee) geleidelijk; druppelsgewijs; zachtvallend; uit elkaar vallend; verspreid; afbrokkelend; gorgelend; sudderend |
| hōtan-放胆 | grote moed; stoutmoedigheid; dapperheid; onverschrokkenheid |
| hotaruzoku-蛍族 | (een informele term voor) mensen die niet binnen mogen roken en daarom buiten gaan roken (en op vuurvliegjes lijken) |
| hōzuru-崩ずる | afbrokkelen; vervallen |
| iburu-燻る | roken; smeulen; walmen; gloeien |
| ichii-一意 | ijver; toewijding; betrokkenheid |
| ikari-怒り | woede; verontwaardiging; rancune; wrok |
| ikkai-一塊 | brok; klont; klomp; kluit |
| ikkatsu-一括 | bundel; klontering; klont; klomp; bonk; brok |
| imina-諱 | (echte) persoonlijke eigennaam (die uit eerbied voor de ander, zoals een keizer e.d., niet wordt uitgesproken) |
| imohori-芋掘り | (scherts, beledigend) plattelander; iemand die uit de klei is getrokken |
| inkyo-隠居 | pensionering; het met pensioen gaan; het leiden van een stil [teruggetrokken] leven |
| insei-隠棲 | een teruggetrokken leven; een leven in afzondering |
| intaku-隠宅 | toevluchtsoord; retraite; verblijf van iemand die zich heeft teruggetrokken uit het maatschappelijk leven |
| ishō-衣装 | kleding; broek; rok; kimono |
| ishu-意趣 | wrok; wrevel; boosaardigheid |
| jairo-ジャイロ | gyrokompas |
| jairokonpasu-ジャイロコンパス | gyrokompas; gyroscopisch kompas; tolkompas |
| jairokoputā-ジャイロコプター | gyrokopter; autogiro; molenvliegtuig |
| jikkyōkenbun-実況見分 | politieonderzoek op de plaats van een misdrijf met instemming van de betrokkenen (zonder een gerechtelijke of wettige machtiging) |
| jintekishōko-人的証拠 | verklaringen van getuigen, deskundigen en betrokkenen |
| jissen-実線 | ononderbroken lijn |
| jitsuzō-実像 | echt beeld (een beeld dat ontstaat wanneer gereflecteerde en gebroken lichtstralen elkaar op elk punt kruisen) |
| judōkitsuen-受動喫煙 | het meeroken; passief roken (de rook inhaleren van de sigaret, sigaar of pijp van een ander) |
| kaibushi-蚊燻し | (om insecten te verjagen) smeulend rokerig vuur; rookpotje |
| kaitan-塊炭 | (brok) steenkool |
| kakawariai-関わり合い | betrokkenheid |
| kakawaru-関わる | betrokken worden bij; verwikkeld raken in |
| kakera-欠けら | een (afgebroken) stukje; fragment; scherf; splinter |
| kakeru-欠ける | afbreken; afbrokkelen |
| kakureru-隠れる | aan het zicht onttrokken worden; uit het zicht verdwijnen; onzichtbaar worden |
| kanjin-閑人 | iemand die alleen ver weg [teruggetrokken van de wereld] leeft |
| kankeisha-関係者 | betrokkene(n); de persoon in kwestie |
| kanki-勘気 | wrevel; ergernis; wrok; ongenade; ongenoegen |
| kanzeyori-観世縒り | (een slinger van) in elkaar gedraaide dunne stroken Japans papier |
| kan'yo-関与 | deelname; betrokkenheid |
| karaaya-唐綾 | Chinees brokaat; satijn met een reliëfpatroon in Chinese stijl |
| karami-絡み | verstrengeling; verbintenis; interactie; betrokkenheid |
| karamiau-絡み合う | verstrengeld raken; (samen) betrokken verwikkeld] raken (in) |
| karanishiki-唐錦 | Chinees brokaat; brokaat in Chinese stijl (gekenmerkt door patronen met rode tinten waardoor het vaak wordt vergeleken met herfstbladeren) |
| karaori-唐織り | de kostuums in het No theater (gemaakt van kleurrijk brokaat) |
| karaori-唐織り | brokaat met een vogel- en bloemenpatronen |
| karasuki-唐鋤 | ploeg (getrokken door een os of paard) |
| karikari-カリカリ | (onomatopee) krokant; knapperig |
| kashuhi-仮種皮 | zaadmantel; zaadrok |
| kataki-敵 | wrok; afgunst; jaloezie |
| katamari-塊 | kluit (aarde); brok; homp (vlees) |
| kataurami-片恨み | wrok; rancune |
| kataware-片割れ | fragment; afgebroken stuk; part |
| kayari-蚊遣り | (om insecten te verjagen) smeulend rokerig vuur; rookpotje |
| kayaribi-蚊遣り火 | (om insecten te verjagen) smeulend rokerig vuur; rookpotje |
| kazaore-風折れ | door de wind geveld [afgebroken] (van bomen e.d.) |
| keburu-煙る | rook afgeven [uitstoten]; roken (van vuur) |
| kemansō-華鬘草 | (plant) gebroken hartje; tranend hartje (Dicentra spectabilis) |
| kemuru-煙る | rook afgeven [uitstoten]; roken (van vuur) |
| kinki-錦旗 | vlag van rood met goud brokaat |
| kinran-金襴 | gouden draad; goudbrokaat |
| kin'en-禁煙 | rookverbod; Verboden te Roken |
| kiruto-キルト | kilt (Schotse geruite wollen rok voor mannen) |
| kitsu-喫 | het roken [drinken; eten; nuttigen] |
| kitsuen-喫煙 | roken |
| kizen-毅然 | resoluut [onverschrokken; standvastig; vastberaden] zijn |
| kōgo-口語 | spreektaal; gesproken taal |
| kokugen-刻限 | de vaste [afgesproken] tijd |
| komitto-コミット | inzet; betrokkenheid; toegewijd zijn |
| komittomento-コミットメント | betrokkenheid; engagement; toewijding |
| konbanha-今晩は | (uitgesproken als: konban wa) goedenavond |
| konji-恨事 | een betreurenswaardige aangelegenheid [zaak]; wrok; spijt; berouw |
| korokke-コロッケ | kroket |
| kōryō-蛟竜 | Chinese mythische draak (die zich het water verbergt als een soort krokodil, en naar de hemel opstijgt bij regen) |
| koshimaki-腰巻き | Japanse onderrok voor dames (onder kimono gedragen) |
| koshimino-腰蓑 | traditionele Japanse kilt [rok] van stro of gras (vroeger gedragen door jagers en vissers) |
| kowaremono-壊れ物 | iets dat gebroken is |
| kowareru-壊れる | kapotgaan; (af)breken; gebroken worden |
| kuchiyogoshi-口汚し | heel klein beetje eten; greintje; brokje |
| kudakemai-砕け米 | gebroken rijst |
| kudakeru-砕ける | breken; verbrijzelen; gebroken [verbrijzeld] worden |
| kuisugi-食い過ぎ | het overeten; teveel eten; schrokken |
| kuisugiru-食い過ぎる | overeten; teveel eten; schrokken |
| kunsei-燻製 | het roken (van vlees en vis) |
| kurau-食らう | (veel eten) verslinden; opschrokken; vreten |
| kurōkasu-クローカス | krokus (plant) |
| kurokkasu-クロッカス | krokus (plant) |
| kusareen-腐れ縁 | een slechte [rottende] relatie (die niet verbroken kan worden) |
| kusuburu-燻る | roken; smeulen; walmen; gloeien |
| kusuburu-燻る | zich afzonderen; teruggetrokken leven |
| kuzumai-屑米 | gebroken [beschadigde] rijstkorrels |
| kuzure-崩れ | instorting; afbrokkeling |
| kuzureru- 崩れる | in elkaar storten; afbrokkelen; uit elkaar vallen |
| kyasuringu-キャスリング | rokade (bij schaken) |
| kyattsuai-キャッツアイ | kattenoog; katoog (reflector in wegdek om rijstroken te markeren) |
| kyōmaku-鞏膜 | sclera; harde oogrok (de witte buitenste laag van de oogbol) |
| kyōnetsu-狂熱 | grote [extreme] passie [betrokkenheid]; wild enthousiasme |
| kyū-仇 | (in kanji combinaties) vijand; rivaal; vijandschap; wrok |
| kyurotto・sukāto-キュロット・スカート | korte broekrok |
| kyūshūgappei-吸収合併 | een bepaald soort bedrijfsfusie door overname (één van de betrokken bedrijven blijft bestaan, het andere bedrijf verdwijnt) |
| machiawaseru-待ち合わせる | wachten op iemand (op de afgesproken plek) |
| maeuriken-前売券 | (vooraf) besproken [gereserveerde] (toegangs)kaartjes [tickets] |
| maikurokādo-マイクロカード | microkaart |
| maikurorīdā-マイクロリーダー | microreader (projectieapparaat voor het bekijken van microfilms of microkaarten) |
| makejidamashii-負けじ魂 | onverzettelijke [onbuigzame; onverschrokken] geest [ziel] |
| makikomu-巻き込む | meegesleurd [ondergedompeld] worden; verstrengeld [betrokken] raken |
| makishi-マキシ | (kleding) maxi (lange rok, jurk, jas, etc.) |
| makizoe-巻き添え | het betrokken [verstrikt; verwikkeld] zijn (in) |
| makurokosumosu-マクロコスモス | macrokosmos |
| mappō-末法 | het besef dat de periode van verval van de boeddhistische wetten [leer] is aangebroken; boeddhistische eschatologie |
| mappōshisō-末法思想 | pessimisme door het besef dat de periode van verval van de boeddhistische wetten [leer] is aangebroken |
| matoi-纏 | standaard voor legereenheden (versierd met stroken papier of leer) |
| matoi-纏 | (Edo-periode) standaard voor brandweereenheden (versierd met stroken papier of leer) |
| menchikatsu-メンチカツ | vleeskroket |
| midi-ミディ | midi (roklengte halverwege de kuit, tussen mini en maxi) |
| mikurokosumosu-ミクロコスモス | microkosmos |
| mimore-ミモレ | midi (roklengte tot halverwege de kuit) |
| mini-ミニ | minirok |
| minisukāto-ミニスカート | minirok |
| miroku-弥勒 | (boeddh.) Miroku; Maitreya |
| mirokubosatsu-弥勒菩薩 | Maitreya (Bodhisattva); Miroku |
| mitoosu-見通す | een vrij [ononderbroken] uitzicht hebben over; vrij zicht hebben op |
| mochikiri-持ち切り | een veelbesproken kwestie |
| mojika-文字化 | overzetting [registratie] van gesproken woord in geschreven woord |
| morokko-モロッコ | Marokko |
| mōshō-猛将 | dappere [moedige; onverschrokken] generaal [krijgsheer] |
| mugiwaratonbo-麦藁蜻蛉 | (vrouwelijke) witpuntoeverlibel (libelle-soort, Orthetrum albistylum, met een strokleurige buik) |
| mushaburi-武者振り | moed; durf; krijgshaftigheid; onversaagdheid; onverschrokkenheid; manmoedigheid |
| nanpa-軟派 | verleider; playboy; rokkenjager |
| nejireru-捩れる | verdraaid [verbogen; kromgetrokken] zijn [worden] |
| netabako-寝煙草 | het roken in bed; een sigaret die in bed wordt gerookt |
| ni-に | (meestal in combinatie met wa of mo achter aanspreektitels, geeft respect aan voor de toegesprokene) |
| nikushimi-憎しみ | haat; wrok; vijandigheid |
| nishijin-西陣 | (afk. voor) Nishijin brokaat |
| nishijinori-西陣織 | Nishijin brokaat |
| nishiki-錦 | brokaat |
| nōdōkitsuen-能動喫煙 | het actief roken (de rook inhaleren van je eigen sigaret, sigaar of pijp) |
| nomu-飲む | (sigaretten; sigaren, etc.) roken |
| norokeru-惚気る | opscheppen over je liefdesrelatie; je relatie [partner] bewieroken |
| nottoru-則る | nakomen; naleven; eerbiedigen; respecteren; navolgen; corresponderen; overeenkomen; overeenstemmen; stroken met; zich conformeren aan |
| nō・sumōkingu-ノー・スモーキング | verboden te roken |
| nukimi-抜き身 | ontbloot [(uit de schede) getrokken] zwaard |
| nukinishiki-緯錦 | nukinishiki (Japans brokaat waarin met de inslag de kleuren en patronen gemaakt worden) |
| nyūtei-入廷 | het binnentreden in de rechtszaal (van de betrokkenen bij het proces) |
| ofuhowaito-オフホワイト | gebroken wit; niet zuiver wit |
| okumi-衽 | stroken stof die langs de kraag en de voorpanden van een kimono worden genaaid ter versteviging |
| okuyukashii-奥ゆかしい | mooi; gracieus; elegant; smaakvol; verfijnd; bescheiden; teruggetrokken |
| omikuji-御神籤 | (bij tempel getrokken) geluksbriefje |
| onnabakama-女袴 | een traditionele Japanse rok voor vrouwen (vrouwen-bakama) |
| onnagurui-女狂い | het rokkenjagen; vrouwen versieren |
| onnatarashi-女誑し | vrouwenversierder; rokkenjager; een Don Juan |
| onnazuki-女好き | rokkenjager; vrouwengek |
| oreru-折れる | gebroken [gevouwen] worden; afbreken |
| pakuru-ぱくる | met grote happen eten; (eten) naar binnen schrokken |
| parasēringu-パラセーリング | parasailing (parachutisten die met een touw achter een auto of motorboot de lucht in worden getrokken) |
| paripari-ぱりぱり | (onomatopee) knapperig; krokant; knisperend; ritselend; scheurend; fonkelnieuw [strak gesteven] (van kleding); levendig; energiek |
| paritto-ぱりっと | (onomatopee) stijlvol; zwierig; netjes gekleed; knapperig; krokant; krakend; gesteven; fonkelnieuw; scheurend |
| passhibu・sumōkingu-パッシブ・スモーキング | het meeroken; passief roken (de rook inhaleren van de sigaret, sigaar of pijp van een ander) |
| pechikōto-ペチコート | petticoat; onderrok |
| petikōto-ペティコート | petticoat; onderrok |
| purēbōi-プレーボーイ | playboy; versierder; rokkenjager |
| purītsu-プリーツ | plooien (in een rok, e.d.) |
| puruōbā-プルオーバー | trui (zonder knopen of rits, die over het hoofd aangetrokken wordt) |
| renza-連座 | betrokkenheid; het betrokken zijn bij |
| ringisho-稟議書 | een voorstel dat ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de betrokken bestuurders |
| rorikon-ロリコン | Lolita complex (van mannen die zich aangetrokken voelen tot jonge meisjes) |
| rorīta・konpurekkusu-ロリータ・コンプレックス | Lolita complex (van mannen die zich aangetrokken voelen tot jonge meisjes) |
| ruru-縷縷 | continu; ononderbroken; doorlopend |
| rusanchiman-ルサンチマン | ressentiment; wrok; rancune |
| ryakā-リャカー | trekkar; handkar (die getrokken wordt door een persoon) |
| sakaurami-逆恨み | wrok; rancune; stank voor dank |
| sakusaku-サクサク | (onomatopee) knapperig; krokant; knisperend |
| sākyurā・sukāto-サーキュラー・スカート | cirkelrok |
| san'yo-参与 | actieve deelname; betrokkenheid |
| san'yosuru-参与する | deelnemen aan; een actieve rol spelen in; betrokken zijn bij |
| sekihen-石片 | steenfragment; brokstuk(je) steen |
| semegu-鬩ぐ | klagen; wrok koesteren |
| serifugeki-台詞劇 | voorstelling [toneelstuk] met alleen gesproken tekst (zonder muziek, dans, etc.) |
| shakitto-しゃきっと | (onomatopee) knisperend; krokant; knapperig |
| shiba-柴 | rijshout; sprokkelhout; brandhout |
| shibakari-柴刈り | het sprokkelen van brandhout |
| shibucha-渋茶 | sterke [bittere] thee (die te lang getrokken is) |
| shichfukujin-七福神 | de 7 geluksgoden uit de Japanse mythologie (Hotei, Jurōjin, Fukurokuju, Bishamonten, Benzaiten, Daikokuten, en Ebisu) |
| shichifukujin-七福神 | de 7 geluksgoden (Daikokuten, Ebisu, Bishamonten, Benzaiten, Fukurokuju, Jurōjin en Hotei) |
| shien-私怨 | persoonlijke wrok [rancune; haat] |
| shinka-心火 | (brandende) gevoelens van wrok [jaloezie] |
| shirikire-尻切れ | iets dat abrupt (voor het einde) stopt [afgebroken wordt] |
| shissoku-失速 | overtrokken vlucht (van een vliegtuig) |
| shitō-私闘 | conflict door persoonlijke rancune [wrok; wrevel] |
| shōhen-小片 | klein stukje; fragment; brokstuk; scherf |
| shōshin-傷心 | een gebroken hart (van verdriet) |
| shōto-ショート | kort rok; minirok |
| shōto・sukāto-ショート・スカート | korte rok; minirok |
| shōuchū-小宇宙 | microkosmos |
| shukuen-宿怨 | een oude, lang gekoesterde, wrok |
| shukui-宿意 | langdurige [niet aflatende[ wrok [haat; rancune] |
| shukuzu-縮図 | microkosmos |
| soranamida-空涙 | krokodillentranen |
| sotomawari-外回り | de buitenste sporen van een ringspoorweg [cirkellijn]; de buitenste rijstroken van een ringweg |
| sukāto-スカート | rok |
| sumōkā-スモーカー | roker; iemand die rookt |
| sumōkingu-スモーキング | het roken |
| surasura-すらすら | vlot; soepel; vloeiend; ononderbroken |
| sutegana-捨て仮名 | kleine kana gebruikt voor twee samengetrokken klanken |
| sutorōku・purē-ストローク・プレー | (golf) strokeplay (alle slagen van iedere speler worden opgeteld, de speler met de minste slagen is de winnaar) |
| sutōru-ストール | overtrokken vlucht van een vliegtuig (door vergroting van de invalshoek van een vleugel); het afslaan van een motor |
| suu-吸う | (tabak) roken |
| tabakoosuwanaishugi-タバコを吸わない主義 | uit principe niet-roker zijn |
| taeru-絶える | verbroken [vernietigd] worden; ophouden te bestaan; uitsterven |
| taezu-絶えず | onophoudelijk; voortdurend; constant; altijd; gestaag; ononderbroken; zonder te stoppen |
| taito-タイト | strakke rok |
| taito・sukāto-タイト・スカート | strakke rok |
| tatchi-タッチ | deelname; betrokkenheid |
| teikoku-定刻 | afgesproken [vastgestelde] tijd; tijdschema |
| tekii-敵意 | vijandigheid; vijandelijkheid; vijandschap; haat; wrok; rancune |
| tikkā-ティッカー | tikker (toestel dat berichten telegrafisch op papierstroken overbrengt); elektronisch prikbord voor nieuws en beursberichten |
| tōjitsu-当日 | op die [deze] dag; op de dag dat...; op de afgesproken datum |
| tōnin-当人 | de persoon in kwestie; de betrokken persoon |
| tonkotsu-豚骨 | bouillon getrokken van varkensbotten |
| tōsansai-唐三彩 | Sancai aardewerk (driekleurig: bruin, groen en gebroken wit; uit de Chinese Tang dynastie) |
| tsuiren-対聯 | duilian (Chinese nieuwjaarsversiering, bestaande uit twee rode langwerpige stroken met kalligrafie die aan weerszijden van een deur worden gehangen) |
| tsuma-褄 | de rok (van een kimono) |
| tsuno-角 | jaloersheid; wrok; woede |
| tsuzurenishiki-綴れ錦 | (handgeweven) brokaat [tapijtwerk] |
| ukyaku-雨脚 | stromende regen (met ononderbroken strepen, als pijpenstelen); stortregen |
| uonbin-ウ音便 | (taalkunde) klankverandering waarbij klanken als ku, gu, hi, bi, en mi worden uitgesproken als u |
| urami-恨み | wrok; rancune; wrevel; verbolgenheid; vijandigheid |
| uramigoto-恨み言 | wrok; misgunning; klacht |
| uramikko-恨みっこ | (wederzijdse) wrok |
| uramitsurami-恨み辛み | ingehouden [opgekropte] rancune; wrok; ressentiment |
| uramu-恨む | een wrok koesteren (tegen iemand); rancune voelen jegens iemand |
| urumu-潤む | (fig.) een brok in de keel krijgen |
| wani-鰐 | krokodil |
| waniguchi-鰐口 | een gevaarlijke plek (lett. de bek van een krokodil) |
| warekaeru-割れ返る | hard gebroken worden; veel lawaai maken |
| waremono-割れ物 | gebroken [kapotte] dingen [artikelen] |
| warenabe-割れ鍋 | gebroken [gebarsten] pot |
| wareru-割れる | gebroken [gespleten; gekraakt] worden |
| wariguriishi-割り栗石 | puin; gebroken stenen; steengruis |
| yabureru-破れる | verscheurd [gebroken] worden (fig.); verslagen worden |
| yabureru-破れる | scheuren; gebroken worden |
| yakata-屋形 | (Heian periode) hofkoets (getrokken door ossen) |
| yaminoyononishiki-闇の夜の錦 | iets dat geen effect [succes] heeft; (lett.: in het donker valt zelfs het schitterendste brokaat niet op) |
| yojireru-捩れる | verdraaid [verbogen; kromgetrokken] zijn [worden] |
| yūyūjiteki-悠悠自適 | een rustig, teruggetrokken leven leiden; eervolle rust na een welbesteed leven |
| zakugiri-ざく切り | in stukken [brokken] snijden |
| zangai-残骸 | wrak; wrakstuk; brokstuk; puin; overblijfselen |
| zasuru-座する | betrokken zijn bij (misdaad b.v.); verwikkeld zijn in |
| zubazuba-ずばずば | (onomatopee) uitgesproken; eerlijk; recht op de man af |
| zukizuki-ずきずき | (onomatopee) kloppend (pijn); hartenpijn; pijn van een gebroken hart |