Kruisverwijzing
geheel
| lemma | meaning |
|---|---|
| agete-挙げて | alles; allemaal; geheel |
| amasutokoronaku-余すところなく | alles; geheel (zonder iets over te laten) |
| ansanburu-アンサンブル | geheel; totaliteit; verzameling |
| araizarai-洗い浚い | alles; geheel en al (zonder uitzondering) |
| atamakara-頭から | geheel; compleet; volledig |
| atokusare-後腐れ | overblijvende [resterende; niet geheel opgeloste] problemen (voor later) |
| botsunyūsuru-没入する | toegewijd zijn; volledig opgaan in iets; geheel in beslag genomen zijn (door; met) |
| bui-部位 | (de positie van) een deel [stuk] ten opzichte van het geheel; lichaamsdeel |
| bumen-部面 | aspect; facet; gebied; kant (als deel van een groter geheel) |
| danchigai-段違い | totaal verschillend; op geheel verschillend niveau |
| doppuri-どっぷり | volledig opgaan in; geheel ondergedompeld [opgeslurpt] worden |
| enpitsu-円筆 | rond [cirkelvormig] schrift in kalligrafie (meer vloeiend in het geheel) |
| fukugō-複合 | samenstelling; mengsel; samengesteld geheel |
| fukuzatsukei-複雑系 | een complex systeem (d.w.z. dat de eigenschappen van het geheel niet zijn af te leiden uit de eigenschappen van de samenstellende delen afzonderlijk) |
| furu-フル | geheel; totaal; alles |
| geko-下戸 | een niet-drinker; geheelonthouder; iemand die geen alcohol drinkt [kan drinken] |
| gossori-ごっそり | veel; grote aantallen [hoeveelheden]; volledig; alles; geheel |
| harau-払う | (vaak in de combinatie: chi wo harau, dan meestal geschreven als 掃う) geheel verdwijnen |
| hinomarubentō-日の丸弁当 | een bentō (lunchbox) met witte rijst en één rode pruim in het midden (zodat het geheel lijkt op de Japanse vlag hinomaru) |
| hitoeni-偏に | volledig, uitsluitend; geheel |
| hōru-ホール | heel; geheel |
| ichigan-一丸 | een groep; een stapel; een geheel |
| ikkō-一向 | absoluut; totaal; geheel; compleet |
| ippan-一斑 | een klein deel (van het geheel) |
| issho-一緒 | één (passend) geheel; bij elkaar; dezelfde categorie |
| itsu-一 | één (van het geheel); (het cijfer) 1; een eenheid |
| jippahitokarage-十把一絡げ | alles bij elkaar genomen; alles tegelijk; samenvattend geheel; generalisering |
| jōshigun-娘子軍 | (arch.) leger dat geheel bestond uit (of werd geleid door) vrouwen (m.n. tijdens de T'ang periode in de Chin. geschiedenis) |
| kanarazushimo-必ずしも | (niet) altijd; (niet) geheel; (niet) alle |
| kanazōshi-仮名草子 | Japans literair proza (uit de vroege Edo-periode), vrijwel geheel geschreven in kana |
| karakishi-からきし | totaal; volledig; volkomen; geheel en al; geheel |
| kawarihateru-変わり果てる | geheel (in het nadeel) veranderd zijn; achteruit gegaan [verlopen] zijn |
| kinshu-禁酒 | geheelonthouding (van alcohol) |
| kotogotoku-悉く | helemaal; volledig; geheel en al; totaal |
| manpai-満杯 | iets dat vol [geheel gevuld] is |
| mansui-満水 | volledige waterstand; hoogste waterpeil; geheel gevuld met water |
| manzara-満更 | (niet) helemaal; (niet) geheel; (niet) in alle opzichten |
| maru-丸 | geheel; helemaal |
| maruarai-丸洗い | het wassen van een kimono in zijn geheel (zonder eerst uit elkaar te halen) |
| maruboshi-丸干し | in zijn geheel gedroogde vis of rettich |
| marude-丸で | geheel; compleet; totaal |
| marugoto-丸ごと | heel; in het geheel; compleet |
| marukiri-丸きり | geheel; compleet |
| marukkiri-丸っきり | geheel; compleet |
| maruyaki-丸焼き | voedsel in z'n geheel braden [roosteren] |
| maruyaki-丸焼き | vlees dat in z'n geheel gebraden [geroosterd] is (b.v. een hele varken of kalkoen) |
| mattaku-全く | helemaal; geheel; compleet; helemaal niet; niet in het minst |
| mattō-全う | geheel; totaal; compleet |
| nagara-ながら | (gevoegd achter een zn. of bijw.) alles; allen; allebei (tegelijk); geheel; totaal; compleet |
| nekosogi-根刮ぎ | geheel en al; met wortel en tak |
| neriawaseru-練り合わせる | kneden; samenkneden; iets tot één geheel kneden |
| ningendokku-人間ドック | algeheel [uitgebreid] medisch (lichamelijk) onderzoek |
| nōtenki-脳天気 | geheel zonder zorgen; onbezorgdheid; lichtzinnigheid |
| oshinabete-押し並べて | in het algemeen; over het geheel genomen; globaal |
| panteon-パンテオン | pantheon (geheel van goden van een bepaalde mythologie of religie) |
| renkō-連行 | begeleiding naar een politiebureau (niet geheel op vrijwillige basis) |
| rikufū-陸封 | het fenomeen dat zoutwatervissen door topografische veranderingen opgesloten worden in geheel door land omgeven water, en in zoet water verder leven |
| rōshigun-娘子軍 | (arch.) leger dat geheel bestond uit (of werd geleid door) vrouwen (m.n. tijdens de T'ang periode in de Chin. geschiedenis) |
| sanagara-宛ら | veel [vele]; geheel; totaal |
| sapparishita-さっぱりした | geheel; compleet |
| seisū-整数 | een geheel getal |
| shirasu-白子 | hele jonge visjes (m.n. ansjovis, sardines, e.d., worden in het geheel gegeten) |
| shokun-諸君 | (term voor het beleefd aanspreken van een aantal mensen, vaak m.b.t. een geheel mannelijk gezelschap) geachte aanwezigen |
| soroi-揃い | een set; stel; geheel |
| sōtai-総体 | het geheel; alles |
| sumiwataru-澄み渡る | het geheel en al opklaren (van de lucht) |
| taikyoku-大局 | algemene [globale] situatie [omstandigheid]; algemene [globale] toestand; breder geheel; het grote beeld; het algehele overzicht |
| tojikomu-綴じ込む | samenbinden tot één geheel; invoegen |
| tonto-とんと | helemaal; geheel; absoluut |
| tōtaru-トータル | geheel; compleet; volledig |
| tsūkā-つうかあ | elkaar geheel [compleet; volkomen; snel] begrijpen; op dezelfde golflengte zitten |
| unomi-鵜呑み | het iets in zijn geheel doorslikken [inslikken] |
| yakiharau-焼き払う | (tot aan de grond toe) afbranden; geheel uitbranden; in de as leggen |
| zen-全 | alles; geheel; compleet |
| zenbō-全貌 | het geheel; totaal beeld (van iets); (fig.) voorstelling |
| zenmenteki-全面的 | algeheel; compleet; volledig |
| zenpyō-全豹 | (lett. de hele luipaard) het geheel; het volledige beeld; het complete plaatje |
| zentai-全体 | het geheel; totaliteit; van begin tot eind |
| zentaiteki-全体的 | (in zijn) geheel; compleet; volledig |
| zenteki-全的 | totaal; volledig; geheel; alle |
| zenzen-全然 | geheel; helemaal; totaal; compleet |
| zokkon-ぞっこん | geheel; uit de grond van je hart |
| zororito-ぞろりと | met elkaar in verband [verbonden] (tot een geheel) |
| zubuno-ずぶの | geheel; totaal; compleet; volledig |
| zukume-ずくめ | (achtervoegsel) geheel (en al); totaal; niets dan |