Kruisverwijzing
was
| lemma | meaning |
|---|---|
| adaruto-アダルト | volwassene |
| adaruto・chirudoren-アダルト・チルドレン | volwassen kinderen (volwassenen die zich nog als kind gedragen) |
| akeni-明け荷 | een gevlochten doos met de spullen (mawashi, e.a.) van een sumoworstelaar |
| akushitsu-悪疾 | een kwaadaardige ziekte (vroeger was dit de benaming voor de ziekte van Hansen, leprosie) |
| amana-甘菜 | Amana edulis (bolgewas uit de leliefamilie, met eetbare bol) |
| andon-行灯 | andon, een traditionele Japanse lamp (bestaande uit washi-papier over een frame van bamboe, hout of metaal gespannen) |
| ao-青 | onrijp; onvolwassen; jong |
| aogari-青刈り | het oogsten van gewassen terwijl ze nog groen [niet rijp] zijn (voor gebruik als veevoer of meststof) |
| aokusai-青臭い | onervaren; onrijp; onvolwassen |
| aoppoi-青っぽい | onervaren; naïef; onvolwassen |
| arai-洗い | het wassen van de vis met koud water of ijs (gebruikt voor sashimi) |
| arai-洗い | het wassen |
| araiageru-洗い上げる | goed [helemaal] wassen |
| araidashi-洗い出し | het grondig wassen; uitwassen; afwassen |
| araidasu-洗い出す | grondig wassen; uitwassen; afwassen |
| araigami-洗い髪 | pas gewassen (loshangend) haar (van vrouwen) |
| araiguma-洗い熊 | wasbeer |
| araihari-洗い張り | een kimono eerst uit elkaar halen en dan de delen apart wassen en uitgespreid [uitgerekt] laten drogen |
| araiko-洗い粉 | waspoeder |
| araimono-洗い物 | wasgoed; afwas |
| arainaosu-洗い直す | (iets) opnieuw wassen |
| araioke-洗い桶 | wastobbe; wasteil |
| araiotosu-洗い落とす | uitwassen; afspoelen |
| araitate-洗い立て | fris [pas; net] gewassen |
| araitateru-洗い立てる | goed [grondig; voorzichtig] wassen |
| araizarashi-洗い晒し(の) | verwassen; (door vaak wassen) vaal; verkleurd; verbleekt |
| arau-洗う | wassen; schoonmaken; afspoelen; wegspoelen (door regen, etc.) (goed) wasbaar zijn |
| asashan-朝シャン | het haarwassen in de ochtend (na het opstaan) |
| banningu-バンニング | (Japans wasei woord) vanning, het laden van goederen in een truck (Eng.: van) |
| bansei-晩成 | het laat tot wasdom komen; laat tot rijping komen; late ontwikkeling; late bloei |
| baren-馬簾 | kwastjes aan de zomen van Kabuki theaterkostuums |
| bareru-ばれる | een vis die aan de haak was geslagen laten ontsnappen |
| boku-僕 | jij (gebruikt door volwassenen tegen kinderen) |
| buri-鰤 | (volwassen) geelvinmakreel (Seriola quinqueradiata) |
| butagenofirubātofude-豚毛のフィルバート筆 | Filbert kwast [penseel] met varkenshaar |
| byōchūgai-病虫害 | gewasschade door ziekte of ongedierte [insecten] |
| byōgai-病害 | schade aan (landbouw) gewassen door plantenziekten |
| chibanare-乳離れ | (fig.) het volwassen worden |
| choshi-楮紙 | een soort Japans papier (washi) gemaakt van de vezels uit de schors van de papiermoerbeiboom |
| chōzuba-手水場 | (in toiletruimte) wasbak; plek om handen te wassen |
| chūseisenzai-中性洗剤 | synthetisch wasmiddel; neutraal reinigingsmiddel |
| dainin-大人 | volwassene |
| daino-大の | een zelfstandig iemand die zowel fysiek als mentaal volwassen is |
| dōitashimashite-どう致しまして | graag gedaan; geen dank; het was mij een genoegen; het genoegen is mijnerzijds [van mijn kant] |
| doraiyā-ドライヤー | (was)droger; droogmachine; föhn |
| doroppu-ドロップ | (bij golf) een bal (die in een vijver was gevallen) op een plek aan de kant laten vallen om van daaruit verder te spelen |
| edokko-江戸っ子 | (vroeger) iemand die in Edo was geboren en opgegroeid |
| efude-絵筆 | schilderskwast; penseel |
| eikyo-盈虚 | het wassen [toenemen] en afnemen van de maan |
| fude-筆 | penseel; kwast; pen; potlood |
| fudegashira-筆頭 | punt [kwastgedeelte] van een (schrijf)penseel |
| fusa-房 | plukje (haar); kwastje (stof, draad, e.d.) |
| fushiana-節穴 | kwastgat; knoestgat (in een plank hout) |
| fushime-節目 | kwast; knoest (in hout) |
| fuyusaku-冬作 | wintergewassen (groeien in de winter, en worden geoogst in de lente of zomer) |
| gaki-餓鬼 | (kleinerend) deugniet; snotaap; rotkind; blaag; snotneus; kwajongen; halfwas |
| ganpi-雁皮 | gampi (Diplomorpha sikokiana, van de vezels van deze plant wordt in Japan washi papier gemaakt) |
| gyōzui-行水 | ablutie; rituele [ceremoniële] reiniging [wassing] |
| hake-刷毛 | (verf)kwast; penseel; borstel |
| hāken-ハーケン | hakenkruis (afk. van Duits: Hakenkreuz); swastika |
| hākenkuroitsu-ハーケンクロイツ | hakenkruis; swastika |
| hakuhake-箔刷毛 | plat kwastje gebruikt bij het vergulden met bladgoud |
| hamono-葉物 | bladgroente; groene groente; bladgewas; bladplant |
| haratsuzumi-腹鼓 | gezegde dat wasbeerhonden op maanverlichte nachten op hun buik trommelen |
| hassan-発散 | emissie; diffusie; uitwaseming |
| hayashi-林 | bos; bosje; struikgewas |
| hiku-引く | aanbrengen (was; make-up, etc) |
| hitorimae-一人前 | volwassene; zelfstandige |
| hitsu-筆 | penseel; kwast; pen; potlood |
| hittekisuru-匹敵する | gelijkwaardig zijn aan; zich kunnen meten met; niet onderdoen voor; opgewassen zijn tegen |
| hittō-筆頭 | punt [kwastgedeelte] van een (schrijf)penseel |
| ho-穂 | (speer)punt; punt van een kwast |
| hōmu・songu-ホーム・ソング | eenvoudige liedjes die zowel door kinderen als volwassenen gezongen worden |
| honami-穂並み | glooiende graanvelden; opstaande [wuivende] halmen [gewassen] |
| honami-穂波 | wuivende gewassen (rijst, graan, gras, etc.) |
| hoshimono-干し物 | de was die te drogen hangt [ligt] |
| ibotarō-水蠟蠟 | bomenwas; insectenwas; Chinese was |
| ichininmae-一人前 | volwassene; zelfstandige |
| itawasa-板山葵 | een gerecht van plakjes kamaboko (stammetjes van witvis-puree) met wasabi en sojasaus |
| itokenai-幼けない | jong; kinderlijk; onvolwassen |
| ittan-一端 | kledingstuk voor een volwassene |
| jakushō-弱小 | jong [onrijp; onvolwassen] zijn |
| jūnanzai-柔軟剤 | wasverzachter |
| kaikon-塊根 | knolgewas; knolwortel |
| kanadarai-金盥 | metalen kom [bekken; wasbak] |
| kanau-適う | vergelijkbaar zijn; tegen elkaar op kunnen; tegen elkaar opgewassen zijn |
| kanawanai-敵わない | niet opgewassen zijn tegen; geen partij zijn voor |
| kanjuku-完熟 | volle rijpheid, volle wasdom |
| kansaku-間作 | tussencultuur; tussenbouw (teeltsysteem waarbij kortetermijngewassen tussen rijen andere gewassen worden geplant) |
| kansui-灌水 | het begieten van [water geven aan] planten [gewassen] |
| katarogu-カタログ | catalogus; (was)lijst; opsomming |
| kensui-建水 | een spoelbak waarin het water wordt opgevangen van het wassen van theekopjes na de theeceremonie |
| kerorito-けろりと | nonchalant; achteloos; alsof er niets was gebeurd |
| kikyō-帰京 | terugkeer naar de hoofdstad (voor de Meiji-periode was dat Kyoto, daarna Tokio) |
| kimekomi-木目込み | geperste reliëf afbeelding (collage van lagen washi papier) |
| kirengeshōma-黄蓮華升麻 | Japanse wasbloem (Kirengeshoma palmata) |
| kke-っけ | was dat… |
| kokumotsu-穀物 | graan; graangewas |
| konareru-熟れる | rijpen; rijp [volwassen] worden |
| kori-垢離 | zuivering door ablutie (rituele [ceremoniële] wassing met koud water) |
| kōzogami-楮紙 | een soort Japans papier (washi) gemaakt van de vezels uit de schors van de papiermoerbeiboom |
| kurīn・raisu-クリーン・ライス | schone [gewassen] rijst |
| kusayabu-草薮 | struikgewas |
| kyūkeishokubutsu-球茎植物 | knolgewas (een uit een knol voortspruitende plant) |
| madamu・tassō-マダム・タッソー | Madame Tussauds (wassenbeelden museum) |
| makezuotorazu-負けず劣らず | aan elkaar gewaagd; tegen elkaar opgewassen |
| manē・rondaringu-マネー・ロンダリング | het witwassen (van geld) |
| manji-卍 | swastika; hakenkruis |
| maruarai-丸洗い | het wassen van een kimono in zijn geheel (zonder eerst uit elkaar te halen) |
| marufude-丸筆 | ronde penseel [kwast] |
| michikake-満ち欠け | de maanfases; wassende en afnemende maan |
| michiru-満ちる | wassen (van de maan); opkomen (van het tij) |
| miebō-見栄坊 | een arrogante persoon; ijdeltuit; verwaande kwast |
| mijukumono-未熟者 | onervaren persoon; groentje; nieuwkomer; halfwas |
| mikazuki-三日月 | wassende maan (3de dag na nieuwe maan); Halbe [sikkelvormige] maan |
| misu-御簾 | (afk. voor) washi papier voor jaloezieën |
| misugami-御簾紙 | washi papier voor jaloezieën |
| mitarashi-御手洗 | het water om de handen te wassen |
| mitodokeru-見届ける | zich verzekeren (dat); verifiëren; zich ervan gewassen (dat) |
| mizuarai-水洗い | het wassen in water (zonder zeep) |
| mizuaraisuru-水洗いする | wassen in water (zonder zeep) |
| mizushigoto-水仕事 | huishoudelijk werk, zoals schrobben, boenen en wassen |
| mizuya-水屋 | wasbak voor theeceremonie |
| mōhitsu-毛筆 | penseel (vervaardigd met natuurlijke materialen, zoals diereharen); kwast |
| mokuhon-木本 | (houtige gewassen) bomen; struiken |
| mokuyoku-沐浴 | het baden; het lichaam en het haar wassen |
| monohoshi-物干し | wasrek; droogrek |
| mugifumi-麦踏み | het vertrappen van tarweplanten in de winter (om de koudebestendigheid te vergroten en de stengelvoeten van het gewas sterker te maken) |
| mujina-狢 | Japanse das; wasbeerhond |
| mukashimukashi-昔昔 | heel lang geleden; ooit; er was eens |
| nagashiba-流し場 | douchehoek of wasgelegenheid (zoals in Japan voorafgaand aan het baden) |
| nagaya-長屋 | Japans rijtjeshuis dat typisch was tijdens de Edo-periode |
| namanamashii-生生しい | vers; ruw; onvolwassen; levendig |
| namanie-生煮え | onvolwassen zijn |
| nanori-名乗り | naam na het bereiken van volwassenheid bij adelijke en samoerai families |
| narabu-並ぶ | gelijk zijn; evenredig zijn; opgewassen zijn (tegen) |
| nareru-熟れる | rijp worden; volwassen [volgroeid] worden |
| natsu-夏 | zomer (in Japan tegenwoordig van juni tot augustus, vroeger toen men uitging van de maankalender was het van april tot juni) |
| natsusaku-夏作 | zomergewassen, (zoals o.a. maïs, bonen, aubergine) die groeien in de zomer, en worden geoogst in de herfst of winter |
| nehan'e-涅槃会 | jaarlijkse ceremonie op 15 maart voor de sterfdag van Boeddha (was vroeger 15 februari op de oude maankalender) |
| nikisaku-二期作 | dubbele oogst [twee oogsten per jaar] van hetzelfde gewas (m.n. rijst) op dezelfde (landbouw)grond |
| nimōsaku-二毛作 | dubbele oogst [twee oogsten per jaar] van twee verschillende gewassen op dezelfde (landbouw)grond |
| noarashi-野荒らし | de mens die [het dier dat} de gewassen vernielt of steelt |
| noarashi-野荒らし | het vernietigen [stelen] van gewassen op de velden |
| noborizuki-上り月 | wassende maan |
| nue-鵼 | mythische vogel met het hoofd van een aap, het lichaam van een wasbeer, de staart van een slang, en de poten van een tijger |
| nuregami-濡れ髪 | (na wassen nog) nat haar |
| oigoe-追い肥 | aanvullende [tweede] bemesting (van gewassen) |
| oirukurosu-オイルクロス | wasdoek; zeildoek |
| oirusukin-オイルスキン | oliejas; geolied doek; wasdoek |
| okute-晩稲 | laat rijpende rijst; laatbloeiend gewas; late oogst |
| omotesaku-表作 | ((op het akker) hoofdgewas; belangrijkste gewas |
| ōpun・sukūru-オープン・スクール | open school (voor zowel jongeren als volwassenen) |
| oroshi-下ろし | het raspen (van radijs, rettich, wasabi, e.d.) |
| oroshigane-下ろし金 | rasp (voor radijs, rettich, wasabi, gember, e.d.) |
| osanai-幼い | kinderlijk; kinderachtig; onvolwassen |
| otona-大人 | volwassene |
| pītā・pan・shindorōmu-ピーター・パン・シンドローム | peterpansyndroom; peterpancomplex (mannen die zich niet kunnen aanpassen aan de volwassen samenleving) |
| puranto-プラント | plant; gewas; het planten |
| randorī-ランドリー | wasserette; wasserij |
| ranjuku-爛熟 | volledige wasdom; complete rijpheid; volledig ontwikkeld zijn |
| rensaku-連作 | herhaalde teelt van dezelfde gewassen op dezelfde grond |
| rinsaku-輪作 | wisselbouw (het telen van verschillende gewassen na elkaar op dezelfde grond, om bodemziekten te voorkomen) |
| rōgata-蠟型 | wasmodel; model in was |
| rojisaibai-露地栽培 | het kweken [cultiveren] van gewassen buiten op het land [in de openlucht] |
| rōsei-老成 | volwassenheid |
| rōtaikoku-老大国 | een land dat vroeger heel machtig was, maar nu niet meer; een ooit machtige natie in verval |
| sae-さえ | (さえ...ば)als het maar (zo was dat)…; zo lang... |
| saikan-彩管 | een verfkwast; penseel |
| sakinsaishu-砂金採取 | goudwinning door goudwassen in beken en rivieren |
| sakkyō-作況 | gewas; oogst |
| sakuzuke-作付け | het planten [aanplanten; zaaien] van gewassen |
| sanagi-蛹 | pop (het ontwikkelingsstadium van een insect tussen larve en volwassen insect) |
| sanbyakudaigen-三百代言 | (denigrerende term voor) een advocaat; (vroege Meiji-periode) iemand die niet gekwalificeerd was als advocaat, maar wel als zodanig optrad |
| sasshiyōfude-サッシ用筆 | ronde of brede kwast (om houtwerk zoals kozijnen te verven) |
| sēburufude-セーブル筆 | schilderskwast van sabelhaar |
| sēburuhirafude-セーブル平筆 | platte [brede] kwast van sabelhaar |
| seijin-成人 | volwassene |
| seijinkyōiku-成人教育 | volwassenenonderwijs; volwasseneneducatie |
| seijinnohi-成人の日 | (nationale feestdag) dag van de volwassenwording (2de maandag in januari, als iemand 20 jaar wordt) |
| seijinshiki-成人式 | ceremonie van volwassenwording; initiatie; overgangsrite |
| sendeki-洗滌 | schoonmaak; reiniging; het wassen |
| sendekisuru-洗滌する | schoonmaken; reinigen; wassen |
| senjōsuru-洗浄する | schoonmaken; reinigen; wassen |
| senmen-洗面 | het wassen van het gezicht |
| senmendai-洗面台 | wastafel |
| senmenjo-洗面所 | badkamer; toilet(ruimte); wasruimte |
| senpatsu-洗髪 | het haar wassen |
| sensha-洗車 | het wassen van autos, treinstellen, etc. |
| sentakki-洗濯機 | wasmachine |
| sentaku-洗濯 | de was (doen); (kleren) wassen |
| sentakubasami-洗濯バサミ | wasknijper |
| sentakuki-洗濯機 | wasmachine |
| sentakusuru-洗濯する | (kleren) wassen; de was doen |
| senzai-洗剤 | (af)wasmiddel; schoonmaakmiddel |
| shakaijin-社会人 | een (volwassen) werkend lid van de samenleving |
| shigemi-茂み | struikgewas; kreupelhout |
| shikinsenjō-資金洗浄 | het witwassen (van geld) |
| shirokuban-四六判 | standaard Japans papierformaat (127 x 188 mm, het was oorspronkelijk papier van 788 x 1091 mm, dat in 1/32 werd gesneden) |
| shisei-市井 | een plek waar mensen samenkomen (vroeger in China was dat rond de waterput); dorp; straat; plein |
| shokkiaraiki-食器洗い機 | vaatwasser |
| shokubutsu-植物 | plant(en); vegetatie; gewas |
| sōhon-草本 | (niet-houtige gewassen) kruiden; planten |
| sōkōnotsuma-糟糠の妻 | de vrouw die met je trouwde toen je (nog) arm was |
| sōpuresu・sōpu-ソープレス・ソープ | synthetisch wasmiddel; neutraal reinigingsmiddel |
| sozō-塑像 | standbeeld; beeld (gemaakt van klei, gips, was, e.d.) |
| suibokuga-水墨画 | gewassen inkt schilderij |
| suisen-水洗 | doorspoeling; het afspoelen; met water wassen |
| suzuki-鱸 | (volwassen) Japanse zeebaars (Lateolabrax japonicus) |
| taijin-大人 | volwassene |
| tanburā-タンブラー | wasdroger; droogtrommel |
| tansaku-単作 | één oogst [gewas] per jaar (op een veld) |
| tanuki-狸 | (Japanse) wasbeer; wasbeerhond |
| tearai-手洗い | je handen wassen |
| temizu-手水 | water om je handen te wassen |
| tenjikurōnin-天竺浪人 | Tenjuku Ronin, een Japanse striptekenaar (m.n. van manga voor volwassenen |
| tennin-天人 | (jargon) het stelen van wasgoed dat buiten hangt te drogen |
| tensaku-転作 | gewassen-afwisseling (een rotatie van de productie van verschillende soorten gewassen om de paar jaar) |
| tīchingu・mashin-ティーチング・マシン | oorspronkelijk mechanische apparaat dat lesmateriaal presenteerde aan studenten (was de basis voor het latere computerondersteunend onderwijs) |
| tōgan-冬瓜 | waspompoen (Benincasa hispida) |
| togu-研ぐ | wassen van rijst (voor het koken) |
| tokiarai-解き洗い | het wassen van een kimono in delen (na het loshalen van de stiknaden) |
| tozama-外様 | een daimyō (leenheer) die geen bloedverwant van de Tokugawa shogun was |
| tozamadaimyō-外様大名 | een daimyō (leenheer) die geen bloedverwant van de Tokugawa shogun was |
| tsentonā-ツェントナー | centenaar (oude gewichtsmaat, was in Duitsland 50kg; Zwitserland en Oostenrijk 100kg) |
| tsukubai-蹲い | stenen wasbak [wasbassin] (in theetuinen of bij tempels voor het ritueel de handen wassen) |
| tsumamiarai-摘み洗い | alleen het vuile gedeelte (van een kledingstuk) wassen |
| uesuto-ウエスト | (Eng.: waste) verspilling |
| uesuto・bōru-ウエスト・ボール | (Eng.: waste ball) waste pitch; (met opzet) verspilde worp (buiten het slagveld bij honkbal) |
| urasaku-裏作 | (op een akker) bijgewas; tweede gewas; tussengewas |
| ureru-熟れる | rijpen; rijp [volwassen] worden |
| wakkusu-ワックス | was (poetsmiddel) |
| warafude-わら筆 | rijststro-kwast |
| wasabi-山葵 | wasabi (scherpe specerij in de Japanse keuken vooral gebruikt bij visgerechten) |
| wase-早稲 | vroeg volwassen worden |
| wase-早稲 | rijstvariëteit die vroeg rijpt; vroeg rijpende gewassen [vruchten] |
| washi-和紙 | washi, (traditioneel handgeschept) Japans papier |
| washintonjōyaku-ワシントン条約 | Washington conventie (overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde dieren en plantensoorten) |
| wasserumanhannō-ワッセルマン反応 | Wassermannreactie (medische test genoemd naar de bacterioloog August von Wassermann) |
| wasupu-ワスプ | (White Anglo-Saxon Protestant) WASP (blanke Amerikaanse protestant met Britse voorouders) |
| wosshaburu-ウォッシャブル | wasbaar; wasecht |
| wosshu-ウォッシュ | de gewassen teken [schilder] techniek |
| wosshufude-ウォッシュ筆 | penseel voor de gewassen teken [schilder] techniek |
| wosshu・ōbā・doraiburashi-ウォッシュ・オーバー・ドライブラシ (wash over dry brush) | penseel voor de was-over-droog schildertechniek |
| yabu-藪 | struikgewas; kreupelhout; bosje |
| yabudatami-藪畳 | (Kabuki) toneel decorstuk, dat een bamboestruikgewas voorstelt |
| yabudatami-藪畳 | plek waar een struikgewas het hele gebied bedekt |
| yabuhebi-藪蛇 | (lett. slang in het struikgewas) lastige [netelige] situatie; onverwachte problemen |
| yagimōhitsu-ヤギ毛筆 | geitenharen kwast; penseel [kwast] van geitenhaar |
| yahari-矢張り | zoals verwacht; zoals te voorzien was; logischerwijs |
| yamakake-山かけ | gerecht van tonijnsashimi met wasabi en geraspte yam |
| yangu・adaruto-ヤング・アダルト | jongvolwassene; adolescent |
| yukan-湯灌 | lijkwassing; het wassen van het lichaam van een overledene (voor de begrafenis) |
| yutan-油単 | geoliede stof (om het waterdicht te maken); wasdoek; zeildoek |