Kruisverwijzing
naast
| lemma | meaning |
|---|---|
| ai-愛 | godsliefde; naastenliefde |
| awasemotsu-併せ持つ | twee dingen [goede en slechte dingen] tegelijkertijd hebben; naast het ene ook het andere hebben |
| bekke-別家 | een ander [apart] huis (naast het hoofdgebouw) |
| bōsen-傍線 | onderstreping (in horizontale tekst); verticale streep (naast verticale tekst) |
| chigaidana-違い棚 | planken die niet precies boven (of naast) elkaar zijn gemonteerd maar verspringen (deels overlappend) |
| dōseki-同席 | naast elkaar zitten; samen zijn; aanwezig [bijeen] zijn |
| ensen-沿線 | gebied [plaats] langs [naast] een spoorlijn, busroute, hoofdweg, etc. |
| furigana-振り仮名 | kleine kana lettergrepen (naast kanji geprint om de uitspraak ervan te duiden) |
| hei-併 | (in kanji combinaties) parallel; gelijktijdig; naast elkaar; op een rij; combinatie |
| heichi-併置 | juxtapositie; nevenschikking; het naast elkaar [tegelijk] plaatsvinden |
| heikō-並行 | het gelijktijdig [parallel; naast elkaar] zijn [gaan] |
| heiritsu-並立 | zij aan zij [op gelijke voet] staan; naast elkaar (be)staan |
| heisetsu-併設 | juxtapositie; nevenschikking; het naast elkaar [tegelijk] plaatsvinden |
| heison-併存 | coëxistentie; het naast elkaar bestaan [samenleven] |
| hikkoshisoba-引っ越し蕎麦 | (lett. verhuisnoedels) boekweitnoedels (soba), traditioneel uitgedeeld aan de buren na een verhuizing; soba kan in het Japans ook betekenen: naast) |
| hokani-外に | verder; daarnaast; bovendien |
| idobata-井戸端 | bij [naast] de put; de rand van een put |
| igai-以外 | behalve; naast; anders dan |
| itodo-いとど | bovendien; daarnaast; temeer; zoveel te meer omdat |
| ittōshin-一等親 | eerstegraads verwantschap [familiebetrekkingen]; naaste bloedverwant |
| jingi-仁義 | naastenliefde en rechtvaardigheid (in confucianisme) |
| joshuseki-助手席 | (voertuigen) passagiersstoel; passagierplaats (naast de bestuurdersplaats) |
| katawara-傍ら | naast; bij; langs; opzij |
| ken-兼 | (in kanji combinaties) en; daarbij; daarnaast; tegelijkertijd |
| kenpo-兼補 | benoeming [aanstelling] van iemand in een nevenfunctie naast zijn hoofdfunctie |
| kenpoku-硯北 | en woord dat naast het adres van een brief wordt toegevoegd om respect te tonen |
| kinbō-近傍 | buurt; (naaste) omgeving; nabijheid |
| kinpen-近辺 | (naaste) omgeving; buurt; nabijheid |
| kinshin-近親 | naast familielid; naaste bloedverwant |
| konzai-混在 | het naast elkaar bestaan; samengaan; vermengen |
| kurōzudo・sutansu-クローズド・スタンス | (golf, honkbal) stand bij het slaan met de voeten naast elkaar |
| kurui-狂い | afwijking; misvorming; ernaast (zitten); (ver) naast het doel |
| kyōzon-共存 | co-existentie; het vreedzaam naast elkaar bestaan [leven] |
| machigau-間違う | zich (ergens in) vergissen; er naast zitten; een fout maken |
| madogiwa-窓際 | bij [naast] het raam |
| magiwa-間際 | vlak naast; aan de rand van |
| nakusu-亡くす | (door de dood) verliezen (van een naaste) |
| naraberu-並べる | naast elkaar zetten |
| narabu-並ぶ | naast elkaar staan; parallel lopen |
| ohizamoto-お膝元 | de naaste omgeving [kringen] van een invloedrijke persoon (b.v. hoofdkwartier, kiesdistrict, hoogste staf, kader, e.d.) |
| okurigana-送り仮名 | kleine kana die naast kanji staan (en de lezing van een woord geven) |
| okuru-送る | afscheid (moeten) nemen; (een naaste) verliezen |
| ōtai-横隊 | rij; formatie [opstelling] naast elkaar |
| pūrusaido-プールサイド | de rand van het zwembad; naast [bij] het zwembad |
| ranritsu-乱立 | het (ongeordend) naast [op] elkaar staan |
| rinjinai-隣人愛 | naastenliefde; goede band tussen buren |
| rinka-隣家 | aangrenzend huis; het huis hiernaast |
| rinseki-隣席 | de stoel ernaast; de volgende stoel |
| rinsetsu-隣接 | aangrenzend [naastgelegen] zijn; nabijheid |
| rinshitsu-隣室 | aangrenzende kamer; kamer [woning) hiernaast |
| ryōdonari-両隣 | beide naaste buren; buren van beide kanten |
| sanmon-三門 | driedelige toegangspoort bij een tempel (m.n. een grote in het midden met twee kleine ernaast) |
| sayamaki-鞘巻 | een kort zwaard zonder rand (zoals door samurai naast hun lange zwaard werd gedragen) |
| shinpen-身辺 | in je nabijheid; in je naaste omgeving |
| shūhen-周辺 | (naaste) omgeving; buurt; wijk |
| sōfuku-双幅 | een paar kakemono (naast elkaar gehangen) |
| sōgōgakka-総合学科 | een extra keuzevak dat op middelbare scholen wordt aangeboden naast de algemene en gespecialiseerde vakken |
| sokkin-側近 | (iemands persoonlijke) hofhouding; entourage [naaste medewerkers; staf] |
| sokuga-側臥 | naast iemand liggend |
| sokugasuru-側臥する | naast iemand gaan liggen |
| sonoue-その上 | bovendien; daarnaast; daarbij; daar komt nog bij |
| soreni-それに | daarnaast; daarbij; ook; verder |
| sou-沿う | zich bevinden op een rij [naast elkaar; langs [parallel} aan] |
| sutegana-捨て仮名 | kleine kana die naast de kanji staan (bij een kanbun tekst) |
| tonari-隣 | nabijheid; naast |
| tonariawase-隣り合わせ | aangrenzend; aanpalend; naast elkaar |
| umami-旨み | umami, de 5de smaak (naast zoet, zuur, zout en bitter) |
| wakizashi-脇差 | (afk. voor) kort zwaard (in de obi gestoken naast het lange zwaard) |
| yokode-横手 | naast; opzij; aan een kant |
| yokotaeru-横たえる | (naast zich) neerleggen |
| yomikana-読み仮名 | lezing van kanji (in kana ernaast of erboven gegeven) |
| zau-座右 | (rechts) naast zich; bij de hand (hebben) |
| zayū-座右 | (rechts) naast zich; bij de hand (hebben) |