bon / bon ( de (m) | znw | bonnen )
1レシート; 券 [betaalbewijs]
boekenbon
図書券
図書券
cadeaubon
商品券
商品券
2クーポン; 優待券; 引換券 [voucher]
Kruisverwijzing
bon
| lemma | meaning |
|---|---|
| aibo-愛慕 | liefde; genegenheid; verbondenheid |
| aibosuru-愛慕する | liefhebben; verlangen naar; zich verbonden voelen met; gehecht zijn aan |
| aka-赤 | iets roods; iets dat sterk met de kleur rood verbonden is |
| amanattō-甘納豆 | gezoete aduki [azuki] bonen |
| an-餡 | zoete (azuki) bonenpasta |
| anko-餡こ | zoete bonenpasta |
| ankoromochi-餡ころ餅 | mochi (rijstbal) met zoete bonenpasta eromheen |
| anman-餡饅 | gestoomd (wit) broodje gevuld met bonenpasta |
| anmitsu-餡蜜 | een kommetje met verschillende zoete ingrediënten (vruchten, zoete bonen, e.a.), bedekt met suikerstroop |
| anpan-餡パン | zoet broodje gevuld met rodebonenpasta |
| anshan・rejīmu-アンシャン・レジーム | regeringsbestel in Frankrijk onder de Bourbons, voor de Franse revolutie |
| antanto-アンタント | entente; bondgenootschap; overeenstemming; overeenkomst |
| aoki-青木 | Japanse bontbladige laurierstruik (Aucuba japonica) |
| aomame-青豆 | (grote) groene sojabonen |
| āruenuē-アールエヌエー | ribonucleïnezuur |
| asoshiēshon-アソシエーション | associatie; organisatie; bond |
| asutorakan-アストラカン | astrakan (bont) |
| azukigayu-小豆粥 | azukibonenpap (rijstepap met azukibonen) |
| bābon-バーボン | bourbon (Amerikaanse whiskey) |
| bagabondo-バガボンド | vagebond; landloper; zwerver |
| bakkin-罰金 | geldboete; bekeuring; bon |
| bakkubōn-バックボーン | backbone (computerterm voor snelle basis verbinding) |
| banbanjī-バンバンジー | Bon bon kip (Chinees kipgerecht) |
| bihon-美本 | een mooi [prachtig] gebonden [uitgegeven] boek; een gaaf exemplaar (van een boek) |
| boa-ボア | boa (een sjaal van bont of veren) |
| bon-ボン | Bonn (stad in Duitsland) |
| bon-盆 | Bon (festival) (waarbij men graven van overleden familieleden bezoekt, en papieren lantaarns ophangt of op het water laat drijven) |
| bonan-ボナン | bonang (Javaans muziekinstrument) |
| bonaparutisumu-ボナパルティスム | bonapartisme |
| bōnasu-ボーナス | bonus; extra uitkering |
| bondēji-ボンデージ | bondage (sm); vastgebonden zijn |
| bonērutō-ボネール島 | Bonaire |
| bongo-ボンゴ | bongo (trommel) |
| bonmatsuri-盆祭り | Bon festival (waarbij men graven van overleden familieleden bezoekt, en papieren lantaarns ophangt of op het water laat drijven) |
| bonnuzuhō-ボンヌ図法 | projectie van Bonne (kegelprojectie) |
| bonpu-凡夫 | (boeddh.) iemand die niet de boeddhistische leer kent [volgt], en gebonden is door aardse verlangens |
| bon'odori-盆踊り | de dans van het Bon festival |
| botamochi-牡丹餅 | een mocht (balletje van kleefrijst) gewikkeld in dikke rode bonenpasta (anko) |
| burū・ribonshō-ブルー・リボン賞 | Blue Ribbon Award (filmprijs) |
| chekku-チェック | rekening; reçu; bonnetje |
| chekkuofu-チェックオフ | aftrek van vakbondsbijdrage (van loon) |
| chien-地縁 | lokale verbondenheid [verwantschap]; onderlinge relatie gebaseerd op dezelfde woonomgeving |
| chinamu-因む | verbonden zijn; geassocieerd worden met; gerelateerd zijn aan |
| choppu-チョップ | karbonade; kotelet (stuk vlees) |
| chōtōha-超党派 | niet-partijgebonden; onafhankelijk van partijlijn [partijpolitiek] |
| chūgen-中元 | de 15de dag van de 7de maand (van de maankalender), de laatste dag van het Obon festival |
| chūgen-中元 | zomergeschenk (veel Japanners geven tijdens het Obon festival geschenken aan mensen die het afgelopen half jaar veel voor hen hebben betekend) |
| dainagon-大納言 | (een specifieke grote soort) azuki [aduki] bonen |
| danketsu-団結 | eenheid; eendracht; solidariteit; verbondenheid |
| danketsuken-団結権 | het recht van arbeiders om zich te verenigen [zich aan te sluiten bij een vakbond] |
| dantaikōshō-団体交渉 | collectieve onderhandelingen (b.v. tussen vakbonden en werkgeversorganisaties) |
| denpyō-伝票 | nota; bon(netje); betaalbewijs |
| deokishiribokakusan-デオキシリボ核酸 | DNA (deoxyribonucleic acid) |
| dokidoki-どきどき | (onomatopee) kloppend; bonzend |
| dokindokin-どきんどきん | heftig geklop [gebons] |
| dokusha-読者 | lezer; abonnee (op tijdschrift, e.d.) |
| dōmei-同盟 | alliantie; bondgenootschap; federatie; verbond |
| ebonaito-エボナイト | eboniet |
| endoresu・tēpu-エンドレス・テープ | eindeloze tape (magnetische tape waarvan de uiteinden aan elkaar zijn verbonden zodat de geluidsopname zich steeds herhaalt) |
| entsuzuki-縁続き | het aan elkaar verbonden zijn van kamers [huizen] (door een veranda) |
| enu・jī・ō-エヌ・ジー・オー | (non-governmental organization) niet-gouvernementele [niet regeringsgebonden] organisatie |
| fā-ファー | bont; vacht |
| federaru-フェデラル | federaal; regerings-; bonds- |
| feiku・fā-フェイク・ファー | imitatiebont; namaakbont |
| fūbutsu-風物 | lokale [seizoensgebonden] gebruiken [karakteristieken] |
| fukihonbō-不羈奔放 | ongeremd [ongebonden] zijn; een vrije geest [vrijbuiter] zijn |
| fūraibō-風来坊 | zwerver; vagebond; landloper |
| furī-フリー | ongebonden |
| furikake-振り掛け | gemengde specerij (bonitovlokken, zeewier, sesam, etc.) om over de rijst te strooien |
| furī・ējento-フリー・エージェント | (Eng.: free agent) iemand die onafhankelijk [zonder verplichtingen] is; een sporter die niet contractueel gebonden is |
| gabon-ガボン | Gabon |
| gakugai-学外 | buiten de universiteit [school]; extern, niet verbonden aan de universiteit [school]; extramuraal |
| gangan-がんがん | dreunend [galmend; bulderend; bonzend] geluid [lawaai] |
| ganjigarame-雁字搦め | met handen en voeten gebonden |
| gasshūkoku-合衆国 | federatie; federale staat; bondsstaat |
| gatanto-がたんと | (onomatopee) met een klap [knal; dreun]; gekletter; gebonk |
| gatapishi-がたぴし | rammelend, ratelend; bonkend; krakend; piepend |
| gifuto・kādo-ギフト・カード | cadeaubon; cadeaukaart; geschenkbon |
| gofun-胡粉 | wit pigment (met als hoofdbestanddeel calciumcarbonaat) |
| gokoku-五穀 | de vijf belangrijkste granen (rijst, gerst, gierst, tarwe en bonen) |
| gongenzukuri-権現造り | een shinto heiligdom waarbij het hoofdgebouw en de hal voor erediensten verbonden zijn door een overdekte gang |
| gotsugotsu-ごつごつ | (onomatopee) geluid van hoesten [bonken] |
| gyogyōkyōdōkumiai-漁業協同組合 | vissersbond; visserscoöperatie; ; visserijcoöperatie |
| gyokyō-漁協 | vissersbond; visserscoöperatie; ; visserijcoöperatie |
| hādokabā-ハードカバー | (boek met) harde kaft; ingebonden (boek) |
| haginomochi-萩の餅 | een kleefrijstballetje bedekt met zoete bonenpasta |
| hatabiraki-旗開き | het nieuwjaarsfeest van een vakbond |
| hatsubon-初盆 | het eerste Bon festival na iemand's overlijden |
| hatsugatsuo-初鰹 | de eerste bonito (vis) van het (zomer)seizoen |
| hittsume-引っ詰め | het haar achterover gekamd in een knot gebonden |
| hōshō-報奨 | bonus; beloning; compensatie |
| hōshōkin-報奨金 | bonus; financiële vergoeding [beloning] |
| hōshōseido-報奨制度 | bonussysteem; systeem van bonusregelingen |
| ietsuki-家付き | een eigen huis hebben; aan een huis verbonden zijn; bij een huis behorend; bij een familie intrekken |
| ihen-韋編 | leren boekbindkoord; een boek ingebonden met leren koord |
| ikkatsu-一括 | bundel; klontering; klont; klomp; bonk; brok |
| imagawayaki-今川焼き | dikke pannenkoek gevuld met zoete bonenpasta |
| inakajiruko-田舎汁粉 | (plattelandse) zoete rode bonensoep met (gebakken) rijst cakes |
| indasutoriaru・yunion-インダストリアル・ユニオン | industriële vakbond |
| irizake-煎り酒 | een saus van bonito vlokken en zure pruimen, gekookt in sake |
| juryōsho-受領書 | betalingsbewijs; bon; factuur |
| jushinryō-受信料 | kijk- en luistergeld; (tv en radio) abonnementsgeld |
| kābon-カーボン | carbon |
| kābonshi-カーボン紙 | carbonpapier |
| kadobi-門火 | vuur dat brand bij de ingang van huizen tijdens het Bon festival, bij begrafenissen of huwelijken |
| kamebushi-亀節 | bonitovlokken van een stuk gedroogde tonijn (in de vorm van een schildpad-schild) |
| kanashibari-金縛り | aan handen en voeten gebonden zijn |
| kanashibari-金縛り | (fig.) vastzitten [gebonden] zijn aan; door de macht van het geld beperkt zijn |
| kanmei-簡明 | beknoptheid; bondigheid |
| kanokomochi-鹿の子餅 | Japans snoepgoed, mochi (rijstcake) met zoete rode bonenpasta |
| karubunkeru-カルブンケル | karbonkel; steenpuist; negenoog |
| katsubushi-鰹節 | bonitovlokken (geschaafde vlokken van de gedroogde, gefermenteerde en gerookte tonijnsoort Katsuwonus pelamis) |
| katsuo-鰹 | (echte) bonito; gestreepte tonijn (Katsuwonus pelamis) |
| katsuobushi-鰹節 | bonitovlokken (geschaafde vlokken van de gedroogde, gefermenteerde en gerookte tonijnsoort Katsuwonus pelamis) |
| kawagoromo-皮衣 | bontjas; kleding gemaakt van bont [dierenvel] |
| ke-毛 | haar; wol; bont; dons; veren |
| kegawa-毛皮 | huid; vel; vacht; bont |
| ketsumei-結盟 | het aangaan van een alliantie [bondgenootschap]; het sluiten van een verbond |
| keura-毛裏 | bontvoering; voering van bont |
| kinbaku-緊縛 | stevig vastgebonden zijn; bondage |
| kinohayai-気の早い | opvliegend; kortaangebonden; kortaf; lichtgeraakt |
| kippu-切符 | kaartje; entreebiljet; toegangsbewijs; bon; coupon; bekeuring |
| kōdoku-購読 | het kopen en lezen van boeken, kranten, tijdschriften e.d.; een abonnement hebben (op een krant of tijdschrift) |
| kōdokusuru-購読する | boeken, kranten, tijdschriften e.d. kopen en lezen; een abonnement hebben (op een krant of tijdschrift) |
| kōji-麹 | gemoute rijst, een schimmel die gekweekt wordt op rijst en bonen (en gebruikt wordt als starter-cultuur voor het maken van sake, miso, sojasaus e.d.) |
| konpeitō-コンペイトー | kleine gekleurde Japanse suikerbonbons |
| koritsugo-孤立語 | isolerende taal (zonder verbuigingen, vervoegingen of gebonden morfemen) |
| koshahon-古写本 | oud (handgeschreven) manuscript; codex; samengebonden bundel perkamenten |
| koshihimo-腰紐 | koord van een kimono dat rond de taille wordt gebonden voordat een obi eromheen wordt geknoopt |
| koshōhon-古抄本 | oud (handgeschreven) manuscript; codex; samengebonden bundel perkamenten |
| kotenkoten-こてんこてん | (onomatopee) volledig verslagen; verwoest; bont en blauw geslagen |
| kotsusoshōshō-骨粗鬆症 | osteoporose; bontontkalking |
| kowameshi-強飯 | gestoomde kleefrijst met rode bonen (gegeten bij feestelijke gelegenheden) |
| kumiai-組合 | vereniging; genootschap; verbond; unie |
| kumiaiin-組合員 | lid van een vereniging; vakbondslid |
| kumiau-組み合う | samengaan; zich verenigen; een vereniging [verbond] vormen |
| kūpon-クーポン | coupon; (waarde)bon; voucher; plaatsbewijs |
| kurakkā-クラッカー | knalbonbon (Christmas cracker) |
| kurōzudo・shoppu-クローズド・ショップ | onderneming waarin lidmaatschap van vakbond verplicht is voor alle werknemers |
| kusaichi-草市 | bloemenmarkt tijdens het Obon festival |
| kyōshō-協商 | entente; bondgenootschap; overeenstemming; overeenkomst |
| kyōyaku-協約 | entente; bondgenootschap; overeenstemming; overeenkomst |
| makiwara-巻き藁 | (tot een schoof) ingebonden stro |
| mame-豆 | sojabonen |
| mamemaki-豆蒔き | het gooien van (geroosterde) sojabonen om boze geesten, duivels, e.d. te verdrijven (tijdens de setsubun ceremonie) |
| massha-末社 | aan een hoofdtempel verbonden (kleinere) tempel |
| meihō-盟邦 | geallieerden; bondgenoten; geallieerde mogendheden |
| menchō-面疔 | een karbonkel [steenpuist] in het gezicht |
| mikata-味方 | vriend; bondgenoot; medestander; geallieerde |
| minazuki-水無月 | zoete driehoekjes van rijst gelatine met een laagje adukibonen erop |
| miso-味噌 | miso (pasta van gefermenteerde sojabonen) |
| missetsu-密接 | nauwe verbondenheid; dicht bij elkaar zijn |
| mizuchi-蛟 | Mizuchi, een soort Japanse draak of legendarisch slangachtig wezen, verbonden met water of watergebieden |
| mizuyōkan-水羊羹 | zachte (aduki)bonen jelly |
| monaka-最中 | met azuki-bonenpasta gevulde mochi-wafel |
| moyashi-萌やし | (bonen) spruiten; kiemen; taugé |
| mukabaki-行縢 | (his.) een van herten- of berenbont gemaakte beenbekleding (voor krijgers bij het paardrijden of de valkenjacht) |
| mushozoku-無所属 | onafhankelijk [onpartijdig; ongebonden] zijn (niet behorend tot een bepaalde geloofsrichting of politieke partij) |
| musubitsuku-結び付く | samenhangen; verbonden zijn (aan; met); samenkomen |
| nagaremono-流れ者 | zwerver; landloper; vagebond |
| namaribushi-なまり節 | gekookte en half-gedroogde bonito |
| nanakusagayu-七草粥 | pap, gekookt van 7 ingrediënten, zoals rijst, gierst, bonen, e.d. (gemaakt op de 15e dag van het nieuwe jaar; later vervangen door azukibonenpap) |
| nashonaru・sentā-ナショナル・センター | landelijke organisatie van vakbonden |
| natsusaku-夏作 | zomergewassen, (zoals o.a. maïs, bonen, aubergine) die groeien in de zomer, en worden geoogst in de herfst of winter |
| nattō-納豆 | gefermenteerde sojabonen |
| nawame-縄目 | boeien; ketenen; vastgebonden zijn; gevangenneming |
| nenmatsushōyo-年末賞与 | eindejaarsbonus |
| nerian-練り餡 | gezoete rodebonenpasta |
| nihonsakkākyōkai-日本サッカー協会 | Japanse voetbalbond |
| niibon-新盆 | het eerste Bon festival na iemand's overlijden |
| niki-二季 | Bon [obon] periode en eindejaar [oudejaars] periode |
| nimame-煮豆 | gekookte bonen |
| nininsankyaku-二人三脚 | driebeenswedloop (waarbij de deelnemers met een been aan dat van een ander zijn vastgebonden) |
| noborikatsuo-上り鰹 | bonito (gestreepte tonijn) die omhoog zwemt (langs de Japanse kust aan de Stille Oceaan) |
| nodo-喉 | de rugmarge van een (gebonden) boek |
| nonkyariagumi-ノンキャリア組 | niet-carriëre gebonden groep; personeel buiten de carriëre-rangen |
| nonsekuto-ノンセクト | niet-sektarisch; niet gebonden aan een bepaalde religie of politieke partij |
| noppo-のっぽ | een lange, magere persoon; een bonenstaak (fig.) |
| nunchaku-ヌンチャク | (Okinawa) traditioneel wapen (gemaakt van twee korte houten stokken die met een touw of ketting zijn verbonden) |
| obon-御盆 | Obon (festival) (waarbij men graven van overleden familieleden bezoekt, en papieren lantaarns ophangt of op het water laat drijven) |
| ofurain-オフライン | offline (niet verbonden met het internet) |
| ogura-小倉 | (afk. voor) zoete azukibonenpasta met met hele bonen |
| ogura-小倉 | (afk. voor) een soep gemaakt van zoete azukibonenpasta met hele bonen |
| oguraan-小倉餡 | zoete adzukibonenpasta (gemengd met met hele bonen) |
| ogurajiruko-小倉汁粉 | een soep gemaakt van zoete azukibonenpasta met hele bonen |
| ohagi-お萩 | een kleefrijstballetje bedekt met zoete bonenpasta |
| okowa-お強 | gestoomde rijst met rode bonen, kastanjes, bamboescheuten, e.d. (traditioneel gegeten bij feestdagen, familiebijeenkomsten, e.d.) |
| omake-お負け | weggevertje (bv. bij een aankoop); extraatje; cadeau; bonus |
| onrain-オンライン | online (verbonden met internet) |
| oobanyaki-大判焼き | dikke pannenkoek gevuld met zoete bonenpasta |
| ōpun・shoppu-オープン・ショップ | een bedrijf [kantoor] waar de werknemers niet verplicht zijn lid te worden van de vakbond |
| oshitsumeru-押し詰める | iets kort [bondig] zeggen |
| otedama-お手玉 | kinderspelletje met (stoffen) zakjes met bonen |
| pokanto-ぽかんと | met een krak [klap; bons] (geluid) |
| ponītēru-ポニーテール | paardenstaart (haardracht met het haar samengebonden in een staart) |
| purofinterun-プロフィンテルン | ProfIntern, internationaal syndicaat (ook bekend als de Rode Internationale van Vakbonden, of Rode Vakbondsinternationale, RVI) |
| rendō-連動 | aaneenkoppeling; verbonden [gekoppeld] zijn; gekoppelde functionering |
| rengōkoku-連合国 | geallieerde naties; de geallieerden; bondgenoten |
| renmei-連盟 | bond; federatie; alliantie |
| renpō-連邦 | unie; (con)federatie; gemenebest; statenbond |
| reshīto-レシート | bon; kwitantie; betalingsbewijs; ontvangstbewijs |
| rinji-臨時 | extra; speciaal; bonus- |
| rōdōkumiai-労働組合 | vakbond |
| rōdōkumiaihō-労働組合法 | Wet op Vakbondsrecht |
| rōdōsanpō-労働三法 | de drie Japanse arbeidswetten (労働基準法 Standaard Arbeidsrechten; 労働組合法 Vakbondsrecht; 労働関係調整法 Arbeidsverhouding en Geschillen) |
| rōren-労連 | vakbond |
| rōso-労組 | (afk. voor) vakbond |
| runpen-ルンペン | zwerver; landloper; vagebond; clochard |
| rūzu-ルーズ | los; slap; slordig; ongebonden; onnauwkeurig |
| sange-山家 | (boeddh.) school die in directe lijn is verbonden aan de Tendai-sekte (in China) |
| sasara-簓 | een traditioneel Japans muziekinstrument, dat bestaat uit een bundel aan elkaar gebonden repen bamboe, die tegen een geribbelde staaf wordt gewreven |
| seigōsei-整合性 | samenhang; gebondenheid; consistentie |
| sekihan-赤飯 | sekihan (lett. rode rijst), kleefrijst met rode bonen |
| sessha-摂社 | aan een hoofdtempel verbonden (kleinere) tempel |
| setsubun-節分 | Setsubun festival (laatste dag van de winter in de maankalender, 3 a 4 febr.; met het ritueel van bonen strooien om boze geesten weg te jagen) |
| shadanhōjin-社団法人 | vereniging; genootschap; gezelschap; verbond; coöperatie |
| shadatsu-洒脱 | luchtigheid; ongedwongenheid; ongebondenheid |
| shibo-思慕 | een diep verlangen (naar); sterke verbondenheid (met) |
| shimaru- 閉まる | gesloten worden; vastgebonden worden |
| shiroan-白餡 | witte bonenpasta |
| shirozumi-白炭 | witte steenkool (gefabriceerd door het drogen van gehakt hout boven een vuur, zonder carboniseren) |
| shiruko-汁粉 | zoete rode bonensoep met (gebakken) rijst cakes |
| shoppusei-ショップ制 | verplicht vakbondslidmaatschap |
| shōryōe-精霊会 | Bon festival |
| shōyo-賞与 | bonus; gratificatie |
| shuppankyōkai-出版協会 | uitgeversbond |
| sōda-ソーダ | soda; natriumbicarbonaat |
| soshiki-組織 | organisatie; unie; verbond |
| soshikihyō-組織票 | het stemmen in blok; blokvorming (b.v. bij verkiezingen of vakbonden) |
| soshikirōdōsha-組織労働者 | arbeiders georganiseerd in een vakbond |
| taikutsu-退屈 | (in historische documenten e.d.) vrij [ongebonden] en zonder werk |
| takatekote-高手小手 | de handen en armen vastgebonden op de rug |
| tanka-炭化 | verkoling; carbonisatie |
| tankashita-炭化した | gecarboniseerd; verkoold |
| tansankarushiumu-炭酸カルシウム | calciumcarbonaat |
| taruto-タルト | opgerolde cake [bisquitrol] met yuzu-bonenpasta |
| teaki-手明き | ongebondenheid; niet druk hebben; ontspanning |
| teiki-定期 | (afk. voor) openbaar vervoerspas [abonnement]; pendelpas; forenzenpas; seizoenkaart |
| teikijōshaken-定期乗車券 | OV-kaart; trajectkaart; een abonnement voor het openbaar vervoer |
| teikiken-定期券 | openbaar vervoerspas [abonnement]; pendelpas; forenzenpas; seizoenkaart |
| tensoku-纏足 | het inbinden van voeten; ingebonden voeten; lotusvoeten |
| tojihon-綴じ本 | (in)gebonden boek |
| tokkō-特高 | (afk. voor) Bijzondere Hogere Politie (ontbonden in 1945 na WOII) |
| tokubetsukōtōkeisatsu-特別高等警察 | Bijzondere Hogere Politie (ontbonden in 1945 na WOII) |
| tokusenjōyu-特選醤油 | sojasaus van de beste sojabonen |
| torēdo・yunion-トレード・ユニオン | vakbond |
| toronbōn-トロンボーン | trombone |
| toshoken-図書券 | boekenbon (met geldwaarde) |
| tsunagaru-繋がる | een band hebben met; gelinkt zijn aan; verbonden [verwant] zijn met |
| tsuzumayaka-約やか | klein; kort en bondig; eenvoudig |
| ueki-植木 | boom in pot; bonsai; dwergboom |
| uguisumochi-鶯餅 | mochi (rijstcakes) gevuld met rode bonenpasta en bedekt met meel van groene sojabonen |
| urabon-盂蘭盆 | Bon festival |
| wahon-和本 | boek gebonden in Japanse stijl |
| wairudokyatto・sutoraiki-ワイルドキャット・ストライキ | wilde stakingsactie; staking zonder toestemming van de vakbondsleiders |
| washo-和書 | boek gebonden in Japanse stijl |
| watarimono-渡り者 | zwerver; landloper; vagebond |
| yamagara-山雀 | (bonte) mees (Parus varius) |
| yamanekosuto-山猫スト | een wilde staking (d.w.z. niet door de vakbonden georganiseerd) |
| yani-やに | zodat (is een streekgebonden uitspraak van yōni (Tajima-ben en Tottori-ben)) |
| yō-癰 | karbonkel; steenpuist; negenoog |
| yōhon-洋本 | een boek gebonden in de westerse stijl |
| yōkan-羊羹 | yokan, een zoete gelei van rode azuki (adukibonen) |
| yokochō-横帳 | oblong [liggend] formaat notitieboek (van vellen papier horizontaal doormidden gevouwen en gebonden) |
| yūhō-友邦 | een bevriende natie; bondgenoot |
| yunion-ユニオン | unie; vereniging; vakbond |
| yunion・shoppu-ユニオン・ショップ | vakbondswinkel, een vorm van een vakbondsveiligheidsclausule met afspraken tussen werkgevers en vakbond |
| zenkokunōminkumiai-全国農民組合 | Nationale Boerenbond |
| zennō-全農 | (afk. voor) Nationale Boerenbond |
| zenzai-善哉 | (in de Kantō regio) mochi met zoete bonenpasta erop |
| zenzai-善哉 | (in de Kansai regio) zoete bonensoep met mochi (rijstcake) |
| zororito-ぞろりと | met elkaar in verband [verbonden] (tot een geheel) |