weten / we-ten ( ww )
1知る; 知っている [kennis hebben van]
2分かっている; 心得ている [begrijpen; kunnen doen]
Kruisverwijzing
weten
| lemma | meaning |
|---|---|
| aguneru-倦ねる | iets moe worden [zat zijn]; interesse verliezen; teveel zijn voor (iemand); buiten iemands controle liggen; niet weten wat te doen |
| akudoi-あくどい | gewetenloos; vals; sluw; gemeen |
| akuratsu-悪辣 | gewetenloos; gemeen; vals; sluw; listig |
| an-暗 | onwetendheid; achterlijkheid; zwakzinnigheid; domheid |
| annaisuru-案内する | (iem.) de weg wijzen; rondleiden; uitnodigen; te zien vragen (voor iem. anders); bemiddelen voor een ontmoeting; mededelen; laten weten |
| asebamu-汗ばむ | licht zweten [transpireren] |
| asedaku-汗だく | zweet; het zweten |
| azatoi-あざとい | slim; sluw; berekenend; gewetenloos |
| banare-場慣れ | ervaring hebben [vertrouwd zijn] met; gewend zijn aan; weten om te gaan met |
| bunja -文者 | geleerde; wetenschapper; academicus |
| bunka-文科 | de geesteswetenschappen; de sociale wetenschappen; vrije kunsten |
| bunkakagaku-文化科学 | cultuurwetenschap(pen) |
| chi-癡 | (boeddh.) (één van de drie giftigheden in de menselijke ziel) stompzinnigheid; onwetendheid |
| chigaku-地学 | aardwetenschap(pen); geowetenschap(pen); natuurkundige aardrijkskunde |
| chishiki-知識 | kennis; informatie; begrip; wetenschap |
| chōshizuku-調子づく | op gang [stoom] komen; in de stemming komen; zijn draai weten te vinden; opgetogen [enthousiast] worden; zich laten gaan |
| daisensei-大先生 | autoriteit op een bepaald gebied [kunst, wetenschap, e.d.] |
| datsukōchiku-脱構築 | deconstructie (literatuurwetenschappelijke methode) |
| dekonsutorakushon-デコンストラクション | deconstructie (literatuurwetenschappelijke methode) |
| direttantizumu-ディレッタンティズム | dilettantisme (amateuristische beoefening van kunst of wetenschap) |
| dōgaku-道学 | ethiek; moraalfilosofie; morele filosofie; moraalwetenschap |
| domesutikku・saiensu-ドメスティック・サイエンス | huishoudkunde; gezins- en consumentenwetenschap |
| donto・nō・gurūpu-ドント・ノー・グループ | (Eng.: don't-know-group) mensen die b.v. bij een enquête iets niet weten of begrijpen |
| ekisutikkusu-エキスティックス | wetenschap van menselijke vestiging; planologie |
| ferōshippu-フェローシップ | wetenschappelijk genootschap; studiebeurs |
| fuannai-不案内 | onwetendheid; onervarenheid; onbekendheid (met) |
| fuchi-不知 | onwetendheid; domheid |
| fuchi-不知 | onbekend zijn met; niet weten |
| fumei-不明 | onwetendheid; gebrek aan inzicht |
| futeishūso-不定愁訴 | psychosomatische symptomen; fysieke klachten (zonder aanwijsbare medisch-wetenschappelijke diagnose) |
| gakkai-学会 | wetenschappelijke bijeenkomst [conferentie; congres; vergadering]; wetenschappelijk instituut [genootschap]; academie |
| gakkai-学界 | de wereld van de wetenschap; wetenschappelijke [academische] kringen |
| gaku-学 | studie; wetenschap; kennis |
| gakuchi-学地 | studieplaats (voor wetenschap en spirituele training) |
| gakugei-学芸 | wetenschap en kunst; kunst en wetenschap |
| gakuin-学院 | (wetenschappelijk) instituut; academie |
| gakujutsu-学術 | wetenschap; (wetenschappelijke) kennis; geleerdheid |
| gakumei-学名 | wetenschappelijke benaming [naam] |
| gakumon-学問 | studie; wetenschap; academisch onderwijs |
| gakuri-学理 | theorie; wetenschappelijk principe |
| gakuryoku-学力 | wetenschappelijke bekwaamheid [prestaties]; leervaardigheid |
| gakusai-学才 | studievaardigheid; wetenschappelijk talent |
| gakusetsu-学説 | (wetenschappelijke) theorie; leer |
| gakusha-学者 | een geleerde; wetenschapper; academicus |
| gakushiki-学識 | wetenschappelijke kennis; geleerdheid |
| gakuto-学徒 | student; wetenschappelijk onderzoeker |
| gengogaku-言語学 | taalkunde; linguïstiek; taalwetenschap |
| gijikagaku-疑似科学 | pseudowetenschap |
| gozonji-御存じ | (beleefd taalgebruik voor) weten; kennen |
| guchi-愚癡 | (boeddh.) (één van de drie giftigheden in de menselijke ziel) stompzinnigheid; onwetendheid |
| gungaku-軍学 | krijgswetenschap; de studie van militaire strategieën en tactieken |
| gunmō-群盲 | de onwetende massa; de ongeletterden |
| hādo・saiensu-ハード・サイエンス | natuurwetenschappen |
| hakase-博士 | PhD; Dr.; doctor (wetenschappelijke graad) |
| hakushi-博士 | PhD; Dr.; doctor (wetenschappelijke graad) |
| hanseisuru-反省する | heroverwegen; zelfonderzoek [gewetensonderzoek] doen |
| hattatsukagaku-発達科学 | ontwikkelingswetenschappen |
| hayamimi-早耳 | iemand die snel iets (gerucht, informatie e.d.) te weten komt |
| heigaku-兵学 | krijgswetenschap; de studie van militaire strategieën en tactieken |
| hippu-匹夫 | onbelangrijke [eenvoudige] man; man met een lage functie; ongeschoolde [onwetende] man |
| hippuhippu-匹夫匹婦 | het gewone volk; onwetende [domme; onverstandige] mensen |
| hōigaku-法医学 | forensische wetenschap [pathologie] |
| homo-ホモ | (wetenschappelijke naam voor) mens |
| homo・sapiensu-ホモ・サピエンス | (wetenschappelijke naam voor) de moderne mens; homo sapiens |
| honshin-本心 | je geweten; aangeboren aard [karakter] |
| hōritsugaku-法律学 | rechtswetenschap(pen); rechtsgeleerdheid |
| intādishipurinarī-インターディシプリナリー | interdisciplinair (samenwerking tussen verschillende takken van wetenschap) |
| japonika-ジャポニカ | japonica, wetenschappelijke naam voor plant-variëteiten |
| jinbunchishiki-人文知識 | specialist in geesteswetenschappen (visumcategorie in Japan) |
| jinbunkagaku-人文科学 | geesteswetenschappen; alfawetenschappen |
| jitsugaku-実学 | praktische wetenschap; toegepaste wetenschap |
| kagaku-科学 | wetenschap |
| kagakusha-科学者 | wetenschapper |
| kagakuteki-科学的 | wetenschappelijk |
| kagakutekikanrihō-科学的管理法 | systeem van wetenschappelijke bedrijfsvoering |
| kainishikusu-カイニシクス | bewegingsleer; bewegingswetenschap |
| kaku-掻く | zweten; transpireren |
| kakugo-覚悟 | het weten en begrijpen (van iets) |
| kanba-汗馬 | een bezweet [zwetend] paard |
| kanzōgaku-肝臓学 | hematologie (wetenschap van leverziekten) |
| kaseigaku-家政学 | huishoudkunde; gezins- en consumentenwetenschap |
| katte-勝手 | handelwijze; weten hoe zich te gedragen; iets gebruiken naar eigen inzicht |
| keihōgakusha-刑法学者 | strafrechtwetenschapper; geleerde in het strafrecht |
| keisankikagaku-計算機科学 | informatica (computerwetenschappen) |
| keitō-系統 | vakgebied; tak (van wetenschap e.d.) |
| keizaigaku-経済学 | (studie) economie; economische wetenschap(pen) |
| kikaseru-聞かせる | laten weten [horen]; (iemand over iets) informeren; (iemand iets) vertellen |
| kikikajiru-聞き齧る | (iets) oppervlakkig kennen [weten]; (iets) alleen van horen zeggen weten |
| kikitsutaeru-聞き伝える | het van anderen horen; informatie krijgen uit de tweede hand; iets weten van horen zeggen |
| kikōgakusha-気候学者 | klimatoloog; klimaatwetenschapper |
| kimajime-生真面目 | heel erg serieus [ernstig; gewetensvol] zijn |
| kōdōshugi-行動主義 | (psych.) behaviorisme; gedragswetenschap |
| kōgaku-工学 | technische wetenschap(pen); bouwkunde |
| koinoyokan-恋の予感 | voorgevoel van liefde; onvermijdelijke verliefdheid; al direct [van te voren] weten dat je verliefd gaat worden op iemand |
| kokoroeru-心得る | weten; begrijpen; beschouwen [opvatten] (als) |
| kokugogaku-国語学 | (Japanse) taalwetenschap [linguïstiek] |
| kokusaigakujutsurengōkaigi-国際学術連合会議 | voormalige Internationale raad voor de Wetenschappen (nu: 国際科学会議) |
| kokusaikagakukaigi-国際科学会議 | Internationale Raad voor de Wetenschappen (voorheen: 国際学術連合会議) |
| kōkyū-攻究 | specialisatie; studie (kunst en wetenschappen) |
| komaru-困る | in de problemen komen; in verlegenheid gebracht zijn; geen raad met iets weten; vervelend zijn |
| konpyūtākagaku-コンピューター科学 | informatica (computerwetenschappen) |
| koperunikusutekitenkai-コペルニクス的転回 | Copernicaanse revolutie [omwenteling] (een radicale heroriëntatie van een wetenschap of filosofie) |
| kouganmuchi-厚顔無恥 | schaamteloosheid; gewetenloosheid |
| kurai-暗い | onwetend; onervaren; niet bekend met |
| kyōgaku-教学 | onderwijs en wetenschap; onderwijs en studie |
| kyōyōgakka-教養学科 | niet-exacte wetenschappen; alfavakken |
| kyōyōgakubu-教養学部 | faculteit der geesteswetenschappen |
| kyōyū-梟雄 | gewetenloze [wrede; gewelddadige] schurk; bendeleider |
| kyūri-窮理 | het onderzoeken (en begrijpen) van de natuurwetten; natuurwetenschap |
| kyūsuru-窮する | in de war zijn; niet weten wat te doen; in de problemen zitten |
| magomagosuru-まごまごする | de kluts [weg] kwijt zijn; zich geen raad weten |
| mai-昧 | onwetend; dom; duister; vaag |
| matsugaku-末学 | jonge [beginnende; onervaren] student [wetenschapper] |
| matsugaku-末学 | (bescheiden zelf-aanduiding van een) wetenschapper [geleerde] |
| mekoboshi-目溢し | oogluiking; medeweten; het door de vingers zien |
| mekura-盲 | onwetendheid |
| misumisu-見す見す | vlak onder je ogen; waar je bij stond; niet wetend [doorhebbend] |
| mō-蒙 | onwetendheid |
| moderunorojī-モデルノロジー | studie [wetenschap] van de moderne tijd [moderne samenleving] |
| mōmai-蒙昧 | onwetendheid |
| monbukagakushō-文部科学省 | (vanaf 2001) Ministerie van Onderwijs, Wetenschappen, Cultuur en Sport |
| monbushō-文部省 | (tot 2001) Ministerie van Onderwijs, Wetenschappen en Cultuur |
| monju-文殊 | Manjushri, bodhisattva die helpt onwetendheid te overwinnen en wijsheid te bereiken |
| monoshirazu-物知らず | onwetendheid |
| monoshirazu-物知らず | onwetend [dom] persoon; domkop |
| monoshirigao-物知り顔 | een veelbetekenende [veelwetende] blik [houding] |
| mōshiireru-申し入れる | voorstellen; aanbieden; een voorstel [aanbod] doen; opmerkingen maken (over); (iets) laten weten |
| muchi-無知 | onwetendheid; gebrek aan kennis |
| mujikaku-無自覚 | apathie; onbewust [onwetend; ongevoelig] zijn |
| mumyō-無明 | (boeddh.) spirituele duisternis; onwetendheid; het onvermogen om de waarheid te begrijpen |
| nachuraru・saiensu-ナチュラル・サイエンス | natuurwetenaschap |
| nagekubi-投げ首 | (met gebogen hoofd) niet weten wat te doen |
| naichingēru-ナイチンゲール | Florence Nightingale (beroemde Britse verpleegster en wetenschapper, 1820-1910) |
| nigekiru-逃げ切る | (op het nippertje) ontsnappen; weg weten te komen; stand kunnen houden |
| ninchikagaku-認知科学 | cognitiewetenschap |
| ningengaku-人間学 | menswetenschappen; humanistiek; filosofische antropologie |
| nōgaku-農学 | landbouwkunde; landbouwwetenschap(pen) |
| ōjōgiwa-往生際 | tijd om [weten wanneer] op te geven |
| omoiamaru-思い余る | niet meer weten wat te doen; besluiteloos zijn; iets niet meer kunnen volhouden |
| ongakugaku-音楽学 | musicologie; muziekwetenschap |
| ongakugakusha-音楽学者 | musicoloog; muziekwetenschapper |
| rasseru-ラッセル | Bertrand Russell (filosoof en wetenschapper, 1872-1970) |
| renrakusuru-連絡する | contact maken (met); communiceren; laten weten |
| rigaku-理学 | natuurwetenschap; fysica |
| rika-理科 | wetenschap(pen); natuurkunde |
| ronbun-論文 | proefschrift; scriptie; wetenschappelijk artikel |
| ronkō-論考 | studie; onderzoek; wetenschappelijke discussie |
| ryōshin-良心 | geweten; je innerlijke stem |
| saiensu-サイエンス | wetenschap |
| seimitsukagaku-精密科学 | exacte wetenschap |
| seishinkagaku-精神科学 | geesteswetenschappen; alfawetenschappen |
| seishogaku-聖書学 | Bijbelwetenschap; Bijbelstudie |
| sekenshirazu-世間知らず | onwetend [naïef; niet wereldwijs] zijn |
| shakaika-社会科 | sociale wetenschappen; maatschappijleer |
| shakaikagaku-社会科学 | sociale wetenschappen |
| shiraseru-知らせる | (iem.) informeren; laten weten; mededelen |
| shiru-知る | te weten komen; vernemen |
| shizenkagaku-自然科学 | natuurwetenschap(pen) |
| shōgaku-商学 | handelswetenschap(pen) |
| shoin-書院 | (China) studieplaats (van literatuurwetenschappers); privé-school (voor (hogere) studiedoeleinden) |
| shoshigaku-書誌学 | bibliografische wetenschap; bibliologie |
| shūkyōgaku-宗教学 | godsdienstwetenschap |
| sofuto・saiensu-ソフト・サイエンス | sociale wetenschappen |
| sunawachi-即ち | met andere woorden; dat wil zeggen; te weten; namelijk |
| taishūka-大衆化 | popularisatie; het populair [algemeen begrijpelijk] maken (van wetenschap b.v.) |
| tekozuru-手子摺る | het moeilijk hebben; in de problemen zitten; niet weten hoe te doen |
| tērā・shisutemu-テーラー・システム | systeem van wetenschappelijke bedrijfsvoering (van Frederick Taylor) |
| tobokeru-惚ける | onwetenheid veinzen; doen alsof je iets niet weet |
| tōkan-盗汗 | (med.) nachtelijk zweten |
| tomadou-戸惑う | de kluts [weg] kwijt zijn; zich geen raad weten; verbijsterd [in de war; verbluft; perplex; beduusd] zijn |
| tsūchisuru-通知する | mededelen; berichten; laten weten; informeren; adviseren |
| tsūsetsu-通説 | logische en wetenschappelijk onderbouwde theorie |
| tsutaeru-伝える | doorgeven; berichten; laten weten |
| urouro-うろうろ | (geagiteerd) heen en weer [op en neer] lopen zonder te weten wat te doen; ijsberen |
| utoi-疎い | (vrij) onwetend [onbekend] (zijn met) |
| wakimaeru-弁える | bekend zijn met; (goed) weten |
| wakonkansai-和魂漢才 | Japanse geest doordrenkt met Chinese kennis [wetenschap] |
| wakonyōsai-和魂洋才 | Japanse geest doordrenkt met Westerse kennis [wetenschap] |
| wamei-和名 | Japanse naam [benaming] (i.t.t. de wetenschappelijke naam, b.v. van planten en dieren) |
| yabo-野暮 | domheid; dwaasheid; onwetendheid; domme daad [handeling; opmerking] |
| yabo-野暮 | een dom [dwaas; onwetend] persoon |
| yami-闇 | onwetend zijn; zonder kennis en rede zijn; ongeletterd [analfabeet] zijn |
| yaoya-八百屋 | iemand met een wijde belangstelling [interesse] (lett. voor 800 onderwerpen) in wetenschap, kunst, e.d.; homo universalis |
| yuibutsubenshōhō-唯物弁証法 | dialectisch materialisme (een natuur- en wetenschapsfilosofie) |
| yunesuko-ユネスコ | UNESCO, de Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization) |
| zenchizennō-全知全能 | alwetendheid en almacht; alles weten en alles kunnen |
| zenshin-善心 | moreel besef; geweten; rechtschapenheid |
| zokugaku-俗学 | studie op populairwetenschappelijk niveau |
| zonchi-存知 | het kennis hebben van; goed weten |
| zonji-存じ | het kennis hebben van; goed weten |
| zonjiageru-存じ上げる | (nederige vorm) weten; zich bewust zijn van; denken |
| zonjiru-存じる | (nederig werkwoord voor) weten; beseffen; denken |
| zonzuru-存ずる | (nederig werkwoord voor) weten; beseffen; denken |