Kruisverwijzing
roepen
| lemma | meaning |
|---|---|
| akutaimatsuri-悪態祭 | het festival waar de tempelbezoekers elkaar grove verwensingen toeroepen, en de winnaar van het woordengevecht geluk in de toekomst voorspeld wordt |
| annonzoku-アンノン族 | een term die rond 1970-1980 werd gebruikt voor jonge vrouwen die alleen of in kleine groepen reisden (met modetijdschriften en reisgidsen in de hand) |
| arate-新手 | een nieuwe werknemer; nieuwe kracht; versterkingen; verse troepen |
| beigun-米軍 | het Amerikaanse leger; de Amerikaanse krijgsmacht [troepen] |
| chūryū-駐留 | tijdelijke stationering [plaatsing] (van een leger); tijdelijke aanwezigheid van troepen in een bepaald gebied |
| daihen-代返 | (op school) bij het afroepen van namen van een presentielijst bevestigend antwoorden t.b.v een andere persoon (die zelf niet aanwezig is) |
| eppei-閲兵 | inspectie [monstering; schouwing; parade] van militaire troepen |
| ganaru-がなる | schreeuwen; (uit)roepen; bulderen; brullen |
| goun-五蘊 | (boeddhisme) de vijf khandhas (groepen van bestaan van de mens) |
| gun-軍 | leger; krijgsmacht; strijdmacht; troepen |
| guntai-軍隊 | strijdkracht; leger; troepen |
| gunzei-軍勢 | strijdkrachten; militaire troepen; manschappen |
| gurē・karā-グレー・カラー | grijze boorden; arbeiders in technische beroepen |
| hahei-派兵 | het zenden van (militaire) troepen |
| hai-はい | ja (een woord dat wordt gebruikt als antwoord als men geroepen wordt) |
| hataage-旗揚げ | een leger op de been brengen; troepen te verzamelen |
| heiryoku-兵力 | troepenmacht; strijdkrachten; militaire kracht |
| hissageru-引っ提げる | leiden (van troepen) |
| ikkyo-一挙 | het zenden van troepen [een leger] |
| jieitai-自衛隊 | het Japanse Zelfverdedigingsleger; zelfverdedigingstroepen |
| jimetsu-自滅 | natuurlijk verval; zelfvernietiging; je eigen graf graven; je eigen nederlaag over jezelf afroepen |
| jindoru-陣取る | een (strategische) positie innemen; (troepen) stationeren; een kamp opzetten |
| kagyō-家業 | binnen een familie (van generatie op generatie) doorgegeven beroepen en technieken |
| kakehiki-駆け引き | de opmars of terugtrekking van troepen (op het slagveld) |
| kangun-官軍 | regeringsleger; keizerlijk leger; strijdkrachten [troepen] van de regering [keizer] |
| kanjō-勧請 | het uitnodigen [aanroepen] van een god of Boeddha |
| kantan-感嘆 | (uitroepen van) bewondering [aanmoediging] |
| kanzen-間然 | het bekritiseren; kritiek [aanmerkingen; berisping; afkeuring] oproepen |
| keifu-系譜 | verbinding [relatie] tussen groepen (mensen of dingen); tak |
| kōen-後授 | (militair) steuntroepen |
| kōen-後援 | (militaire) versterkingen; hulptroepen |
| kōenbutai-後援部隊 | versterkingen [versterkingstroepen] |
| kōjin-後陣 | achterhoede; reservetroepen |
| komando-コマンド | (mil.) commandotroepen; stoottroepen |
| kōrei-交霊 | spiritualisme; het communiceren met [aanroepen van] doden [geesten] |
| kūriku-空陸 | luchtmacht en leger(troepen) |
| māketto・segumentēshon-マーケット・セグメンテーション | marktsegmentatie (onderverdeling van de doelmarkt in subgroepen van consumenten) |
| maneku-招く | veroorzaken; (onheil, etc.) over zichzelf afroepen |
| masugēmu-マスゲーム | massa turnen (gymnastische oefeningen in grote groepen) |
| meshiudo-囚人 | een persoon die werd opgeroepen om een bugaku-optreden uit te voeren |
| meshiyoseru-召し寄せる | iemand oproepen [bij zich roepen; laten komen] |
| meshūdo-召人 | een persoon die werd opgeroepen om een bugaku-optreden uit te voeren |
| motomeru-求める | uitnodigen; oproepen; bijeenroepen; ontbieden |
| nawabariarasoi-縄張り争い | territoriumgevecht; strijd [oorlog] onder criminele groepen |
| nobushi-野武士 | (in de middeleeuwen) boeren die (in groepen) verslagen samoerai aanvielen en zich hun uitrustingen, etc. toeëigenden |
| omeku-喚く | schreeuwen; krijsen; gillen; roepen |
| omoiukaberu-思い浮かべる | herinneren; doen denken aan; voor de geest roepen |
| ratenkei-ラテン系 | behorend tot Latijns (of Romaans) sprekende etnische groepen |
| ratenminzoku-ラテン民族 | Latijns (of Romaans) sprekende etnische groepen |
| ryōtō-両刀 | vaardig [bekwaam] zijn in twee vakgebieden; twee beroepen uitoefenen |
| ryōtōzukai-両刀遣い | vaardig [bekwaam] zijn in twee verschillende vakgebieden [takken van kunst]; twee verschillende beroepen uitoefenen |
| sakebu-叫ぶ | schreeuwen; roepen; gillen |
| sakibashiru-先走る | op de zaken vooruit lopen; te snel handelen; te vroeg starten; voor de troepen uitlopen (fig.) |
| sansangogo-三三五五 | in groepen van 2 en 3; in kleine groepen |
| seihei-精兵 | elite-eenheid; elitekorps; elitetroepen |
| seijū-西戎 | Xirong, een term die in het oude China werd gebruikt voor verschillende etnische groepen in het westen, zoals Turken en Tibetanen |
| shiko-指呼 | het wenken (en roepen) |
| shikosuru-指呼する | wenken (en roepen) |
| shimeijunni-指名順に | in de volgorde waarin de namen worden afgeroepen |
| shōninkanmon-証人喚問 | dagvaarding; het oproepen van getuige |
| shōwa-唱和 | het in koor zingen [zeggen; juichen; roepen; antwoorden] |
| shuhei-手兵 | (iemands) soldaten [troepen] |
| shuppei-出兵 | het sturen van troepen; mobilisatie van het leger |
| sōki-想起 | herinnering; voorstelling; (opgeroepen) beeld; gedachtenis |
| sorengun-ソ連軍 | Sovjetleger; Sovjettroepen |
| tamurosuru-屯する | samenkomen; samenscholen; samentroepen |
| teikubakku-テイクバック | terugnemen; herroepen |
| tenshin-転進 | verandering van positie (troepen; leger) |
| tezei-手勢 | zijn troepen; de soldaten [manschappen] onder zijn commando |
| togameru-咎める | beschuldigen; berispen; verwijten; ter verantwoording roepen |
| tonaeru-唱える | (luid) roepen; schreeuwen |
| torikesu-取り消す | afzeggen; opzeggen; terugtrekken; terugroepen; opheffen |
| tsunoru-募る | inzamelen; (aan)werven; oproepen |
| uekomu-植え込む | (in groepen bij elkaar) planten; volplanten |
| wameku-喚く | schreeuwen; krijsen; gillen; roepen |
| warukuchimatsuri-悪口祭 | het festival waar de tempelbezoekers elkaar grove verwensingen toeroepen, en de winnaar van het woordengevecht geluk in de toekomst voorspeld wordt |
| yatchaba-やっちゃ場 | markt voor groente en fruit in Tokio (zo genoemd vanwege de uitroepen tijdens de veiling: yatcha, yatcha) |
| yobiatsumeru-呼び集める | bij elkaar roepen; bijeenroepen; bijeenkomen; samenkomen |
| yobidasu-呼び出す | roepen; omroepen; oproepen; sommeren |
| yobikakeru-呼びかける | uitroepen; aanroepen; een oproep doen |
| yobikawasu-呼び交わす | elkaar roepen; naar elkaar roepen [schreeuwen] |
| yobiko-呼び子 | fluitje (om iemand te waarschuwen of roepen) |
| yobimodosu-呼び戻す | terugroepen; herroepen; intrekken |
| yobimodosu-呼び戻す | herinneren; (in de herinnering) oproepen [terughalen] |
| yobiokosu-呼び起こす | (in je herinnering) oproepen; zich herinneren |
| yobiokosu-呼び起こす | wakker maken (door te roepen); wakker worden (door); opwekken |
| yobitateru-呼び立てる | roepen; aanroepen; oproepen |
| yobitomeru-呼び止める | iem. (roepen en) stoppen [tegenhouden]; (een taxi) aanhouden |
| yobitsukeru-呼び付ける | iem. bij zich roepen; oproepen; sommeren |
| yobiyoseru-呼び寄せる | laten komen; oproepen; sommeren; bij elkaar roepen [verzamelen] |
| yobu-呼ぶ | roepen; uitroepen; schreeuwen |
| yobu-呼ぶ | aanroepen; oproepen |
| yobuko-呼ぶ子 | fluitje (om iemand te waarschuwen of roepen) |
| yojō-余情 | implicaties; suggesties; suggestief zijn; emoties oproepen; blijvende indruk achterlaten |
| yūgekitai-遊撃隊 | commandotroepen; stoottroepen |
| yūgun-友軍 | geallieerd leger; bevriende [vriendschappelijke] troepen |
| yūgun-遊軍 | reservetroepen; mobiele eenheid; vliegende brigade |
| zengun-全軍 | het hele leger; alle troepen |
| zen'ei-前衛 | (militair) verkenningstroepen |
| zōhei-増兵 | versterking; vergroting van het leger [de troepen] |