Kruisverwijzing
oogst
| lemma | meaning |
|---|---|
| akiage-秋上げ | (viering van) het einde van de rijstoogst |
| akiochi-秋落ち | slechte oogst in de herfst |
| akiochi-秋落ち | lage prijzen [opbrengst] voor de oogst |
| akisaku-秋作 | herfstoogst |
| aogari-青刈り | het oogsten van gewassen terwijl ze nog groen [niet rijp] zijn (voor gebruik als veevoer of meststof) |
| aotagai-青田買い | rijst kopen voordat het geoogst wordt (terwijl het nog op het rijstveld groeit) |
| apekusu-アペクス | apex; hoogste punt; toppunt |
| atochi-跡地 | landbouwgrond (na de oogst) |
| atosaku-後作 | tweede oogst |
| bakushū-麦秋 | graanoogst |
| beisaku-米作 | rijstteelt; het verbouwen en oogsten van rijst |
| beishū-米収 | rijstoogst; rijstopbrengst |
| bintēji-ビンテージ | (tijd van de) wijnoogst; wijn van een bepaald jaar; |
| chatsumi-茶摘み | de theepluk; het theeplukken; thee oogsten |
| chō-頂 | (in kanji combinaties) bovenkant van het hoofd; kruin; hoogste plaats; top |
| chūgakusei-中学生 | leerling op middenschool (van hoogste klassen basisschool t/m brugklassen van middelbare school) |
| daihō-大法 | de hoogste spirituele trainingsvorm in het shingon boeddhisme |
| daihō-大法 | hoogste leer van Boeddha |
| daiichininsha-第一人者 | de hoogstgeplaatste [meest gezaghebbende] persoon; degene met de hoogste rang; de leidende [invloedrijkste] persoon (op een bepaald gebied) |
| dainagon-大納言 | raadslid van de hoogste rang aan het keizerlijk hof van Japan (7e-19e eeuw) |
| dainichinyorai-大日如来 | Mahavairocana (in het Japans Esoterisch Boeddhisme de hoogste Boeddha van de Kosmos) |
| deki-出来 | kwaliteit (b.v. van een oogst) |
| furesshu-フレッシュ | vers; pas geplukt [geoogst; gebakken] |
| furugome-古米 | oude rijst; rijst van de oogst van het voorgaande jaar |
| fusaku-不作 | slechte [mislukte] oogst |
| fuyusaku-冬作 | wintergewassen (groeien in de winter, en worden geoogst in de lente of zomer) |
| gokokuhōjō-五穀豊穣 | overvloedige oogst (van de vijf granen) |
| gokokuhōsaku-五穀豊作 | rijke oogst (van de vijf granen) |
| hakitate-掃きたて | het oogsten [verzamelen] van zijderupsen |
| hanaochi-花落ち | jonge vruchten zoals aubergines en komkommers, die worden geoogst kort nadat de bloemen zijn afgevallen |
| hannya-般若 | (boeddh.) hoogste wijsheid; verlichting |
| haridashi-張り出し | een sumoworstelaar die onder de twee hoogste worstelaars (van dezelfde rang) op de ranglijst staat |
| haruta-春田 | een lente rijstveld (een veld waar de oude rijst al geoogst is en de nieuwe rijst nog geplant moet worden) |
| hatsumono-初物 | de eerste oogst (b.v. graan, fruit, vis, etc.) van het seizoen |
| hatsumonogui-初物食い | een voorkeur voor de eerste oogst [producten] van het seizoen; iemand met een voorkeur voor de eerste oogst [producten] van het seizoen |
| hayabamai-早場米 | vroege rijst(oogst) |
| heichō-兵長 | voormalige rang in het Japanse leger en de marine (de hoogste rang van soldaten) |
| hō-豊 | vruchtbaar; rijk (van oogst, etc.) |
| hōjō-豊穣 | vruchtbaarheid; rijke [overvloedige] oogst [groei] |
| hōkyō-豊凶 | goede oogst en slechte oogst; goed jaar en slecht jaar |
| hōnenmatsuri-豊年祭り | oogstfeest |
| hōsaku-豊作 | een goede [rijke; overvloedige] oogst |
| ichiryū-一流 | top; eerste [hoogste] klas [niveau]; unieke kwaliteit |
| imomeigetsu-芋名月 | (een andere naam voor) de oogstmaan (na het oogsten van de taro, 15 augustus op de maankalender) |
| inamura-稲叢 | strobaal [stromijt] (van geoogste rijst) |
| inari-稲荷 | god uit de Japanse mythologie, beschermer van de rijstoogst |
| inasaku-稲作 | rijstteelt; rijstoogst |
| inekari-稲刈り | rijstoogst |
| inoko-亥の子 | (af, voor) een evenement [(oogst)feest] dat plaatsvindt (m.n. in West-Japan) op de eerste dag van de maand van het Zwijn |
| inokonoiwai-亥の子の祝 | een evenement [(oogst)feest] dat plaatsvindt (m.n. in West-Japan) op de eerste dag van de maand van het Zwijn |
| ishibōchō-石包丁 | (oudheid) een stenen (oogst) mes |
| itadaki-頂 | het hoogste punt van iets; kruin (van het hoofd); top (van een berg, etc.) |
| jō-上 | de beste; hoogste; eerste (klasse, graad, rang, etc.); superieur [uitmuntend] zijn |
| jūryō-十両 | (op één na hoogste) sumo divisie |
| kagiri-限り | limiet; laatste [hoogste] punt; bovengrens; uiterste |
| kaigen-戒厳 | in hoogste staat van paraatheid [waakzaamheid] verkeren |
| kanben-冠冕 | hoogste rang; eerste klasse |
| kangai-干害 | schade (aan oogsten, e.d.) veroorzaakt door droogte |
| kari-狩り | jacht; het jagen; oogsten |
| karikomu-刈り込む | oogsten (maaien [afsnoeien] en opslaan) |
| kengamine-剣ヶ峰 | het hoogste gedeelte [het bovenvlak] van een sumo-ring (m.n. de rand ervan) |
| kengyō-検校 | (hist.) hoogste officiële rang van een blinde |
| kijin-貴人 | iemand met een hoge sociale status; iemand uit een hoogstaande familie; edelman |
| kikin-飢饉 | droogte; mislukte oogst; voedseltekort; watertekort |
| kinboshi-金星 | (sumo) overwinning van een laaggeplaatste worstelaar op een yokuzuna (hoogste rang) |
| kōchisho-拘置所 | huis van bewaring (voor gedaagden in hechtenis; en veroordeelden in afwachting van de hoogste strafvoltrekking in Japan) |
| kohitsu-古筆 | (hoogstaande) geschriften uit de Nara en Heian periode |
| kōjō-向上 | het allerbeste; allerhoogste; allermooiste |
| kokomai-古古米 | twee jaar geleden geproduceerde rijst (rijst die na de oogst meer dan twee jaar opgeslagen is geweest) |
| kōkōsei-高校生 | leerling (in de hoogste klassen) van de middelbare school |
| kokudaka-石高 | (Edo-periode) officiële rijstoogst als maatstaf voor de oppervlakte van iemands land en als basis voor het heffen van jaarlijkse belastingen |
| kokudaka-石高 | de opbrengst van een oogst (m.n. rijst) |
| komai-古米 | oude rijst; rijst van de oogst van het voorgaande jaar |
| kōshu-甲種 | A niveau; hoogste niveau |
| kōshu-絞首 | ophanging (als hoogste strafvordering in Japan) |
| kyōkō-凶荒 | slechte [mislukte] oogst |
| kyokudai-極大 | maximum; hoogste waarde; hoogste punt |
| kyōmibukai-興味深い | zeer [hoogst] interessant |
| kyōsaku-凶作 | een slechte oogst |
| makeuchirikishi-幕内力士 | hoogste [senioren] divisie sumoworstelen |
| makuuchi-幕内 | sumoworstelaar met een rang hoger of gelijk aan maegashira; hoogste [senioren] divisie |
| mansaku-満作 | een goede [rijke] oogst |
| mansui-満水 | volledige waterstand; hoogste waterpeil; geheel gevuld met water |
| meigetsu-名月 | oogstmaan (op 13 sept. in de maankalender) |
| mein・banku-メイン・バンク | hoofdbank van een bedrijf (de bank met de hoogste kredietwaardigheid) |
| menoto-乳母 | min; voedster; zoogster; zoogvrouw |
| mēn・banku-メーン・バンク | hoofdbank van een bedrijf (de bank met de hoogste kredietwaardigheid) |
| midai-御台 | de vrouw van een shogun of een edelman van de hoogste rang |
| midaibandokoro-御台盤所 | de vrouw van een shogun of een edelman van de hoogste rang |
| midaidokoro-御台所 | de vrouw van een shogun of een edelman van de hoogste rang |
| miiri-実入り | oogst; rijp [klaar om te oogsten] zijn |
| mitoku-味得 | volledige appreciatie [waardering] (van iets van hoogstaande kwaliteit) |
| mogurauchi-土竜打ち | ceremonie voor een goede oogst op 14 januari waarbij kinderen met stokken of bundels van strooi op de grond slaan om mollen te verjagen |
| mujō-無上 | de beste; de hoogste; de grootste |
| naridoshi-生り年 | een goed jaar (voor fruitoogst); een goed fruitjaar |
| narimono-生り物 | de oogst (van de velden) |
| natsumatsuri-夏祭り | een zomerfestival om de goden te verzoeken de oogsten te beschermen tegen insectenplagen, overstromingen, e.d. |
| natsunari-夏成り | vruchten, etc. die in de zomer rijp zijn [in de zomer geplukt of geoogst kunnen worden] |
| natsunari-夏成り | een landbouw-belasting over de opbrengsten van de zomer-oogst (stamt uit de Middeleeuwen) |
| natsusaku-夏作 | zomergewassen, (zoals o.a. maïs, bonen, aubergine) die groeien in de zomer, en worden geoogst in de herfst of winter |
| nikisaku-二期作 | dubbele oogst [twee oogsten per jaar] van hetzelfde gewas (m.n. rijst) op dezelfde (landbouw)grond |
| nimōsaku-二毛作 | dubbele oogst [twee oogsten per jaar] van twee verschillende gewassen op dezelfde (landbouw)grond |
| nōkōgirei-農耕儀礼 | ritueel verzoek (of dankbetuiging) voor een goede oogst |
| ohizamoto-お膝元 | de naaste omgeving [kringen] van een invloedrijke persoon (b.v. hoofdkwartier, kiesdistrict, hoogste staf, kader, e.d.) |
| okute-晩稲 | laat rijpende rijst; laatbloeiend gewas; late oogst |
| onba-乳母 | min; zoogster; kindermeisje |
| oozeki-大関 | een sumo worstelaar van de op één na hoogste rang |
| ōrumaitī-オールマイティー | de hoogste kaart in een kaartspel |
| posuto・hābesuto-ポスト・ハーベスト | behandeling [verwerking] van landbouwproducten na de oogst |
| ryōya-良夜 | avond met helder maanlicht; maanverlichte nacht (vooral van de oogstmaan in de herfst, op 13 sept.) |
| saidaikyū-最大級 | hoogste [grootste] niveau [klasse]; topcategorie |
| saijōkyū-最上級 | de beste (kwaliteit, e.d.); hoogste (cijfer, rang, e.d.) |
| saikō-最高 | het hoogste; beste; maximum |
| saikōchō-最高潮 | climax; toppunt; hoogste punt |
| saikōhō-最高峰 | hoogste berg; hoogste top |
| saikōkakaku-最高価格 | hoogste prijs; prijsplafond |
| saikōkinri-最高金利 | de hoogste rente |
| sainō-採納 | oogst |
| saishu-採取 | het verzamelen; plukken; oogsten |
| sakkyō-作況 | gewas; oogst |
| sakumotsu-作物 | oogst; landbouwproducten |
| sanshutsu-産出 | productie; opbrengst; oogst |
| seizei-せいぜい | hooguit; op zijn best [hoogst]; zoveel mogelijk |
| sekiwake-関脇 | (een sumoworstelaar van) de derde hoogste rang |
| sencha-煎茶 | groene thee van de middelste kwaliteit (gyokuro is de hoogste, en bancha de minste) |
| shijōshin -至上神 | Oppergod; opperwezen; de hoogste god in een religie |
| shinmai-新米 | nieuwe rijst, de eerste rijst(oogst) van het jaar |
| shinpin-神品 | meesterwerk; kalligrafie [schilderij] van de hoogste kwaliteit |
| shintakane-新高値 | nieuwe hoogste stand (aandelen) |
| shōchikubai-松竹梅 | (metafoor voor rangschikking van niveaus) hoogste [eerste] rang (松), middelste [tweede] rang (竹), en laagste [derde] rang (梅) |
| shūgetsu-秋月 | herfstmaan; oogstmaan |
| shui-主位 | leidende [beste] positie; hoogste rang |
| shūkaku-収穫 | (fig.) oogst; opbrengst; vruchten; goed resultaat; prestatie |
| shūkaku-収穫 | oogst (in de landbouw, e.d.); opbrengst |
| shūkakuki-収穫期 | oogsttijd |
| shūryō-収量 | de opbrengst [hoeveelheid] van een oogst |
| shuryokuginkō-主力銀行 | hoofdbank van een bedrijf (de bank met de hoogste kredietwaardigheid) |
| shuso-首座 | (Zen-Boeddhisme) de hoogstgeplaatste monnik [priester] |
| shuza-首座 | (Zen-Boeddhisme) de hoogstgeplaatste monnik [priester] |
| sopurano-ソプラノ | een muziekinstrument met het hoogste toonbereik (b.v. sopraansaxofoon) |
| sōzu-僧都 | op één na hoogste rang van een Boeddhistische priester |
| tansaku-単作 | één oogst [gewas] per jaar (op een veld) |
| tanshū-反収 | opbrengst [oogst] van (landbouw)grond per tan (= ca. 10 are) |
| tan'on-湛恩 | hoogste (universele) welwillendheid; exceptionele goedheid |
| tekki-適期 | juiste tijd; geschikte periode (b.v. om te planten of te oogsten) |
| toppu-トップ | top; toppositie; topniveau; hoogste; beste; eerste |
| toppu-トップ | hoogste versnelling (voertuig) |
| toredaka-取れ高 | oogst; opbrengst |
| toriire-取り入れ | oogst; het oogsten |
| toriireru-取り入れる | oogsten |
| uba-乳母 | min; voedster; zoogster; zoogvrouw |
| uradoshi-裏年 | slecht oogstjaar |
| urutora・shī-ウルトラ・シー | gymnastiekoefening die qua uitvoering moeilijker is dan de norm voor de hoogste van de drie lagere moeilijkheidsgraden |
| yakubi-厄日 | (voor boeren) een kritieke dag voor de oogst |
| yokozuna-横綱 | yokozuna (hoogste rang in sumo) |
| zasu-座主 | Boeddhistische monnik met de hoogste rang (toezichthouder van de grote tempel) |