Kruisverwijzing
mbo
lemma | meaning |
---|---|
akahata-赤旗 | rode vlag als symbool van communistische of socialistische partij |
andon-行灯 | andon, een traditionele Japanse lamp (bestaande uit washi-papier over een frame van bamboe, hout of metaal gespannen) |
ankōru-アンコール | Angkor (Cambodja) |
aodake-青竹 | groene bamboe (net afgeknipt) |
aosudare-青簾 | scherm [jaloezie] van groene bamboe |
arakashi-粗樫 | bamboebladige eik (Quercus glauca) |
asutā-アスター | asteriks (sterretje, typografisch symbool) |
asuterisuku-アステリスク | asteriks (sterretje, typografisch symbool) |
bangasa-番傘 | een paraplu gemaakt van bamboe en geolied papier |
baton-バトン | dirigeerstok; tamboer-majoorstok |
batten-罰点 | een x-symbool (dat een fout of onmogelijkheid aangeeft) |
chakubarai-着払い | rembours; betaling bij levering |
chasen-茶筅 | een (bamboe) klopper voor groene poederthee |
chashaku-茶杓 | een bamboe schep die wordt gebruikt bij de bereiding van groene poederthee |
chiku-竹 | bamboe |
chikufujin-竹夫人 | een bamboe rolkussen (ook wel "Dutch wife" genoemd) |
chikurō-竹籠 | bamboemand |
chikusuijitsu-竹酔日 | 13 mei (maankalender), de dag waarop traditioneel in China bamboe werd geplant (lett. dronken bamboe-dag) |
ekimeihyō-駅名標 | naambord van een (spoorweg)station |
ekonomī・kurasushōkōgun-エコノミー・クラス症候群 | economyclass-syndroom; vliegtuigtrombose (door te krappe beenruimte) |
engimono-縁起物 | gelukssymbool; geluksbrenger; talisman |
fu-譜 | (familie) stamboom |
fuchō-符丁 | teken; symbool |
fugen-普賢 | (afk. voor) Samantabhadra, bodhisattva die symbool staat voor de leer en (meditatie) oefeningen van Boeddha (soms afgebeeld op een olifant) |
fugenbosatsu-普賢菩薩 | Samantabhadra, bodhisattva die symbool staat voor de leer en (meditatie) oefeningen van Boeddha (soms afgebeeld op een olifant) |
fugō-符号 | teken; markering; code; symbool |
fugō-負号 | minus; het min (−) symbool (bij rekenen) |
genbaku-原爆 | atoombom |
genshibakudan-原子爆弾 | atoombom |
gensokigō-元素記号 | een chemisch symbool |
gojūnotō-五重の塔 | (boeddhistische) pagode met vijf daklagen (symboliserend de vijf elementen: aarde, water, vuur, wind en lucht) |
guddo・dezain・māku-グッド・デザイン・マーク | G- symbool van een Good Design Award winnaar |
hachiku-淡竹 | zwarte bamboe; henon bamboe (Phyllostachys nigra var. henonis) |
hachimaki-鉢巻き | hoofdband; voorhoofdsband (een reep stof om het voorhoofd geknoopt, vaak als symbool van inspanning en moed) |
haifuki-灰吹き | een bamboebuis waarin as en sigarettenpeuken gescheiden worden (door blazen) |
hamayumi-破魔弓 | (oorspronkelijk) de boog om een hamaya af te schieten (nu met een meer symbolische betekenis) |
hanakotoba-花言葉 | de taal der bloemen; (symbolische) betekenis van bloemen |
hasu-蓮 | Heilige lotus; Indische lotus (Nelumbo nucifera) |
hatsuonkigō-発音記号 | fonetische symbolen [tekens] |
haujingu-ハウジング | (techniek) behuizing; kast; omhulsel; ombouw |
hibi-篊 | bamboe- of rijshoutstokken die, voor de kweek van oesters en zeewier, in de zee worden geplaatst om sporen en larven aan te hechten |
hichiriki-篳篥 | hichiriki, een Japans blaasinstrument (gemaakt van bamboe) gebruikt voor traditionele gagaku muziek |
hishaku-柄杓 | (diepe) opscheplepel (meestal van hout of bamboe) |
hōraichiku-蓬莱竹 | haagbamboe (Bambusa multiplex) |
hyōonmoji-表音文字 | fonetisch teken [symbool]; fonetisch schrift |
insō-印相 | mudra (symbolische handsymboliek bij beelden in verschillende godsdiensten, o.a. Boeddhisme) |
ishigumi-石組み | schikking [groepering] van stenen in een Japanse tuin (waarbij de stenen symbolisch worden gebruikt als eiland, berg, etc.) |
janome-蛇の目 | (lett.: slangenoog) symbool van een omcirkelde stip; roos (van een schietschijf) |
jōji-畳字 | herhaalsymbool; herhalingsteken voor kanji of kana (々; ゝ) |
jōkisen-蒸汽船 | (arch.) stoomboot |
joren-鋤簾 | soort schoffel met bamboesteel |
kakehi-筧 | open waterleiding; waterbuis (van hout of bamboe) |
kakei-家系 | familielijn; afkomst; stamboom |
kakei-筧 | open waterleiding; waterbuis (van hout of bamboe) |
kanbojia-カンボジア | Cambodja |
kanchiku-寒竹 | gemarmerde bamboe (Chimonobambusa marmorea) |
katainaka-片田舎 | een afgelegen plek; in de binnenlanden; in de rimboe [bushbush] |
kataku-花托 | torus; bloembodem (de bovenkant van de bloemsteel waar bloemblaadjes, stampers, etc. aan vastzitten) |
katami-筐 | een (fijn) gevlochten bamboemand |
katen-加点 | toevoeging van lettertekens of schriftsymbolen in een tekst (ter aanduiding van bevestiging of instemming) |
kaya-蚊帳 | klamboe; muskietennet |
kē-ケー | K, chemisch symbool voor kalium |
kē-ケー | K, symbool voor kelvin (eenheid van temperatuur) |
keifu-系譜 | stamboom; genealogie; afkomst |
keitō-系統 | familielijn; stamboom |
kenninjigaki-建仁寺垣 | omheining van bamboe (zoals voor het eerst gebruikt bij de Kenninji-tempel) |
kessenshō-血栓症 | trombose |
kesshōban-血小板 | bloedplaatje; trombocyt |
ketsumyaku-血脈 | bloedverwantschap; bloedlijn; stamboom; genealogie |
kettō-血統 | bloedverwantschap; bloedlijn; stamboom; genealogie |
kigō-記号 | symbool; karakter; teken; merkteken |
kiichigo-木苺 | framboos |
kikuimo-菊芋 | aardpeer, topinamboer, knolzonnebloem; jeruzalemartisjok (Helianthus tuberosus) |
kisen-汽船 | stoomboot |
kisenyado-汽船宿 | (haven)hotel voor stoomboot passagiers (en tijdelijke opslag van hun particuliere baggage) |
kojukei-小綬鶏 | Chinese bamboepatrijs (Bambusicola thoracicus) |
kokka-国花 | nationale bloem (die symbool staat voor een land) |
konbāto-コンバート | omzetten; omschakelen; ombouwen; bekeren |
konbo-コンボ | combo (klein muziekgezelschap) |
konbo-コンボ | combo (term bij computerspellen, reeks acties die uitgevoerd moeten worden in een specifieke volgorde) |
kōri-行李 | reiskoffer [mand met deksel] (van gevlochten bamboe of wilgenhout); reisbagage |
kumazasa-熊笹 | bamboesoort Sasa veitchii |
kuretake-呉竹 | zwarte bamboe (Phyllostachys nigra var. henonis) |
kurochiku-黒竹 | zwarte bamboe (Phyllostachys nigra) |
kusaichigo-草苺 | soort framboos (Rubus hirsutus) |
kyasshuon・deribarī-キャッシュ・オン・デリバリー | (onder) rembours; contante betaling bij levering |
kyōben-教鞭 | stok [staf] van een docent (vroeger om lijfstraffen te geven, nu symbolisch voorwerp) |
magonote-孫の手 | rugkrabber (meestal van bamboe, ca. 50 - 60 cm lang, met een handje op het uiteinde) |
manbo-マンボ | mambo (Cubaanse dans en muziekvorm) |
mandara-曼荼羅 | mandala (geometrische afbeelding die metafysisch of symbolisch de kosmos uitbeeldt in Oosterse religies) |
medake-雌竹 | (lett. vrouwelijke bamboe) Pleioblastus simonie (laaggroeiende bamboe) |
mekago-目籠 | opengewerkte bamboe mand |
menma-麺麻 | gekookte, en daarna gedroogde of ingemaakte bamboescheuten (na geweekt te zijn in water worden ze gebruikt in Chinese gerechten) |
mezaru-目笊 | opengewerkte bamboe mand |
midorijūji-緑十字 | een groen kruis op een witte achtergrond (veiligheidssymbool) |
mitamashiro-御霊代 | iets dat wordt aanbeden als symbool voor de geest van een overledene |
mogaribue-虎落笛 | het fluitende geluid van een winterse wind die door een bamboe hek waait |
monbatsu-門閥 | (goede) komaf; afkomst; stamboom |
mushirobata-筵旗 | vlag gemaakt van een mushiro (mat van stro) aan een bamboestok (gebruikt bij boerenopstanden in de Edo-periode) |
nano-ナノ | nano (symbool: n; 10 tot de macht -9) |
nanten-南天 | Nandina domestica (een plant, ook wel hemelse bamboe genoemd) |
napāmudan-ナパーム弾 | napalmbom |
naruko-鳴子 | een ratel (van bamboestokjes op een houten plank, en door eraan te trekken komt er geluid uit), wordt gebruikt om vogels weg te jagen van de velden |
niku-肉 | bloedverwantschap; stamboom |
nobezao-延べ竿 | eenvoudige (bamboe) hengel met vastgemaakte lijn (zonder molen) |
odake-雄竹 | (lett. mannelijke bamboe) hooggroeiende bamboe (Phyllostachys) |
odoriji-踊り字 | herhaalsymbool; herhalingsteken voor kanji of kana (々; ゝ) |
okamezasa-阿亀笹 | bamboesoort Shibataea kumasasa |
ransōun-乱層雲 | nimbostratus (laaghangend donker wolkendek) |
rantan-ランタン | lanthaan (chemisch element, symbool La) |
rao-ラオ | bamboebuisje dat de ganzenhals van een kiseru (tabakspijp) verbindt met het mondstuk (oorspronkelijk werd hiervoor bamboe uit Laos gebruikt) |
rau-ラウ | bamboebuisje dat de ganzenhals van een kiseru (tabakspijp) verbindt met het mondstuk (oorspronkelijk werd hiervoor bamboe uit Laos gebruikt) |
razuberī-ラズベリー | framboos |
razuberī・jamu-ラズベリー・ジャム | frambozenjam |
razuberī・zerī-ラズベリー・ゼリー | frambozengelei |
rengai-簾外 | (lett.: buiten het scherm [de bamboejaloezieën]) buitenshuis |
rennai-簾内 | (lett. binnen het scherm [de bamboejaloezieën]) binnenshuis |
rinbō・dansu-リンボー・ダンス | limbo (dans) |
ryakugō-略号 | code; symbool; afkorting |
ryakuji-略字 | afkorting; symbool |
ryokujūji-緑十字 | een groen kruis op een witte achtergrond (veiligheidssymbool) |
sandogasa-三度笠 | tradioneel Japanse hoofddeksel (van bamboe) |
sanshunojingi-三種の神器 | de drie goddelijke symbolen van de Japanse keizerlijke troon |
saodake-竿竹 | bamboepaal; bamboestok |
sarabureddo-サラブレッド | raspaard; volbloed; stamboekdier; rasdier |
sasabune-笹舟 | speelgoedbootje gemaakt van bamboebladeren |
sasadake-笹竹 | dwergbamboe; kleine bamboesoort |
sasaori-笹折り | voedsel in een houten doosje; voedsel gewikkeld in bamboebladeren. |
sasara-簓 | een traditioneel Japans muziekinstrument, dat bestaat uit een bundel aan elkaar gebonden repen bamboe, die tegen een geribbelde staaf wordt gewreven |
sasatake-笹竹 | dwergbamboe |
seigō-正号 | plus; het plus (+) symbool (bij rekenen) |
seirō-蒸籠 | bamboe stoommandje |
seishi-青史 | geschiedenis; kroniek; jaarboek (vroeger op bamboe schrijfplankjes geschreven) |
seishibosatsu-勢至菩薩 | Mahāsthāmaprāpta, bodhisattva (die symbool staat voor de kracht van wijsheid en sterkte) |
sekko-セッコ | technieksymbool in de klassieke muziek (in muzieknotatie soms geschreven in de afkorting: sec) |
seriumu-セリウム | Cerium (een scheikundig element met symbool Ce en atoomnummer 58). |
shakuhachi-尺八 | Japanse bamboefluit (met 5 gaatjes) |
shāpu-シャープ | hashtag, het symbool ♯ |
shichiku-紫竹 | een stevige hoge (donkerpaarse) bamboesoort (wordt vaak rond huizen geplant als windbreker) |
shichiku-紫竹 | (een andere naam voor) de gemarmerde bamboe (Chimonobambusa marmorea) |
shichiku-紫竹 | (een andere naam voor) zwarte bamboe (Phyllostachys nigra) |
shichō-紙帳 | papieren muskietennet [klamboe] |
shihōchiku-四方竹 | stambamboe (Chimonobambusa [Tetragonocalamus] quadrangularis) |
shiji-指事 | ideogram; een Chinees karakter dat een abstract idee symboliseert, waarbij de betekenis af valt te leiden uit de vorm |
shimadai-島台 | decoraties (van dennentakken, bamboe, etc., symboliserend het eiland van de eeuwige jeugd) bij een huwelijk of andere ceremonie |
shinachiku-支那竹 | gekookte, en daarna gedroogde of ingemaakte bamboescheuten (na geweekt te zijn in water worden ze gebruikt in Chinese gerechten) |
shinai-竹刀 | bamboe zwaard (gebruikt bij kendō) |
shinborizumu-シンボリズム | symbolisme |
shinboru-シンボル | symbool; embleem |
shinborukarā-シンボルカラー | symboolkleur |
shinodake-篠竹 | kleine bamboesoort (met smalle bladeren) |
shiorido-枝折り戸 | een tuinpoortje [hekje] gemaakt van (in elkaar gevlochten) takken of bamboe |
shirahata-白旗 | witte vlag (internationaal symbool van vrede, wapenstilstand en overgave) |
shishiodoshi-鹿威し | een bamboebuis waar water door loopt, die omklapt tegen een steen als hij vol is (werd vroeger gebruikt om vogels en dieren te verjagen) |
shissanshō-失算症 | acalculie (het onvermogen om cijfers en wiskundige symbolen te herkennen) |
shisutemukōgaku-システム工学 | systeembouw; systeemontwikkeling |
shōchikubai-松竹梅 | den, bamboe en pruimenboom (omdat ze alle drie goed tegen de kou kunnen, worden ze in China ook wel de Drie Vrienden van de Winter genoemd) |
shōchikubai-松竹梅 | den, bamboe en pruimenboom (in Japan symbolen van geluk, en gebruikt bij decoraties van feesten, e.d.) |
shōchō-象徴 | symbool; zinnebeeld; embleem; teken |
shōchōshugi-象徴主義 | symbolisme |
shujō-拄杖 | rekwisiet in het No theater (lange bamboestaf) |
shutemubōgen-シュテムボーゲン | remboog (skiën) |
shuwā-シュワー | sjwa (reductieklinker, de toonloze e, symbool ǝ) |
sōzu-添水 | een bamboebuis waar water door loopt, die omklapt tegen een steen als hij vol is (werd vroeger gebruikt om vogels en dieren te verjagen) |
su-簀 | een mat geweven van bamboe of stro |
sudare-簾 | bamboejaloezie; scherm van horizontale bamboelatjes |
suigyo-水魚 | water en vis(sen) (ook als symbool van iets dat moeilijk van elkaar te scheiden is) |
sujime-筋目 | stamboom; afkomst |
sumaki-簀巻き | het iets in een bamboemat wikkelen |
sumaki-簀巻き | het iemand in een bamboemat wikkelen en in een rivier gooien (straf in de Edo-periode) |
sutā-スター | symbool; asterisk |
sutētasu・shinboru-ステータス・シンボル | statussymbool |
suzutake-篠竹 | kleine bamboesoort (Sasamorpha) |
taimatsu-松明 | toorts; fakkel (gemaakt van dennenhout, bamboe, riet, e.d.) |
takamushiro-竹席 | bamboemat |
take-竹 | bamboe (plant; materiaal) |
take-竹 | een van bamboe gemaakt blaasinstrument (zoals shakuhachi) |
takebera-竹べら | puntig bamboemes |
takegaki-竹垣 | bamboe hek [omheining; afrastering; afscheiding] |
takegushi-竹串 | bamboe spies [pin] (m.n. voor voedsel) |
takenoko-竹の子 | bamboescheut; bamboespruit |
takeochiba-竹落葉 | het (af)vallen van (oude) bamboebladeren (in de zomer wanneer er nieuwe jonge bladeren komen) |
taketonbo-竹蜻蛉 | (traditioneel Japans speelgoed) bamboe libelle, een propellor die gaat draaien door een pin snel in beide handpalmen te wrijven |
takezao-竹竿 | bamboepaal; bamboestok |
takezutsu-竹筒 | bamboebuis; bamboepijp |
tamburan-タンブラン | (muziekinstrument) tamboerijn |
tanbarin-タンバリン | (muziekinstrument) tamboerijn |
tanborin-タンボリン | (muziekinstrument) tamborim (Braziliaanse handtrommel) |
tonboro-トンボロ | tombolo; schoorwal (smalle verbindingsstrook tussen een eiland en het vaste land) |
toronbōn-トロンボーン | trombone |
tsuma-妻 | (arch.) één van twee dingen die sterk aan elkaar gerelateerd zijn (bv. een hert en hagi (Japanse struikklaver) zijn beiden symbool voor de herfst) |
ue-筌 | cylindrische bamboe mand voor het vangen van vis |
uke-筌 | cylindrische bamboe mand voor het vangen van vis |
wakaayu-若鮎 | jonge ayu (vis: Plecoglossus altivelis) (in Japanse poëzie symbool voor de lente) |
yabudatami-藪畳 | (Kabuki) toneel decorstuk, dat een bamboestruikgewas voorstelt |
yadake-矢竹 | bamboe pijlschacht |
yadake-矢竹 | pijlbamboe (Pseudosasa japonica) |
yajirushi-矢印 | pijl (symbool); pijlvormige markering |
yasatsu-野冊 | plantenpers (twee bamboe plankjes waartussen bladeren en bloemen geperst worden om ze te drogen) |
yotsudake-四つ竹 | bamboe castagnetten (een percussie instrument van twee stukken bamboe, gebruikt bij volksdansen en kabuki) |
yotsude-四つ手 | (afk. voor) een vierarmig visnet (een net hangend aan vier gebogen bamboestokken) |
yotsudeami-四つ手網 | een vierarmig visnet (een net hangend aan vier gebogen bamboestokken) |
yotsumegaki-四つ目垣 | een hekwerk [trellis] van bamboe (met vierkante openingen) |
yurine-百合根 | leliewortel; lelie bloembol |
zarusoba-笊蕎麦 | soba (boekweit) noedels met gedroogd zeewier (meestal geserveerd op een bamboerekje) |
zeichiku-筮竹 | (50) bamboestokjes, die worden gebruikt om de toekomst te voorspellen |