ekoji-依怙地 | koppigheid; eigenwijsheid; eigenzinnigheid |
ga-我 | (boeddh.) koppigheid; eigenzinnigheid |
ganko-頑固 | hardnekkigheid; koppigheid; halsstarrigheid; eigenwijsheid |
gōjō-強情 | koppigheid; eigenzinnigheid; onverzettelijkheid |
henkutsu-偏屈 | koppigheid; halsstarrigheid; eigenzinnigheid; onbuigzaamheid; excentriciteit |
henshū-偏執 | vooringenomenheid; vooroordeel; koppigheid |
iji-意地 | wilskracht; zelfbewustzijn; koppigheid; halsstarrigheid |
ishiatama-石頭 | eigenwijsheid; koppigheid |
ittetsu-一徹 | koppigheid; weerspannigheid; halsstarrigheid |
jō-情 | koppigheid |
kenkai-狷介 | koppigheid; eigenwijsheid |
kimama-気儘 | koppigheid; egoïsme; eigenbelang |
rōko-牢固 | koppigheid |