huwelijk / hu-we-lijk ( het (o) | znw | huwelijken )
1結婚けっこん
in het huwelijk treden
結婚する
2婚式ごんぎょう; 婚礼こんれい; ウエディング [huwelijksplechtigheid]

Zie ook: bruiloft

Zie ook: echtverbintenis