| fuzei-風情 | (in combinatie met een zelfst.naamwoord) in de hoedanigheid van; zoals |
| hige-卑下 | zelfverachting; een lage dunk van jezelf hebben; nederigheid; onderdanigheid |
| hikutsu-卑屈 | gemeen [stiekem; onderdanig; kruiperig] zijn |
| jidai-事大 | onderdanigheid; gehoorzaamheid |
| jō-定 | zodanigheid; zo is het |
| kometsukibatta-米搗き飛蝗 | een kruiperig [onderdanig] persoon |
| kyōsai-恐妻 | onderdanigheid van een man aan zijn bazige [genadeloze) vrouw [echtgenote] |
| sanbyakudaigen-三百代言 | (denigrerende term voor) een advocaat; (vroege Meiji-periode) iemand die niet gekwalificeerd was als advocaat, maar wel als zodanig optrad |
| zuijun-随順 | nederige gehoorzaamheid; onderdanigheid |