Kruisverwijzing
winter
lemma | meaning |
---|---|
aijitsu-愛日 | winter(dag)licht; winterzon |
anagomori-穴籠もり | het overwinteren van dieren in holen in de aarde of in bomen |
bodaiju-菩提樹 | de vertaling van Der Lindenbaum, het vijfde lied in de Winterreise cyclus van Schubert |
bōkan-防寒 | winterbescherming; bescherming tegen kou |
daikan-大寒 | het midden van de winter; de koudste periode van de winter |
dantō-暖冬 | een warme [milde] winter |
ettō-越冬 | winterslaap |
ettō-越冬 | overwintering |
fuyu-冬 | winter |
fuyubare-冬晴れ | heldere winterdag; helder winterweer |
fuyubi-冬日 | de winterzon; het [zwakke] zonlicht in de winter |
fuyudori-冬鳥 | wintervogel; trekvogel, die in de herfst en winter verschijnt en in de lente wegtrekt naar noordelijke streken |
fuyufuku-冬服 | winterkleding; winterkleren |
fuyugare-冬枯れ | dor winterlandschap; het verdorren van bladeren in de winter |
fuyuge-冬毛 | de wintertooi; de vacht [pels] van dieren in de winter |
fuyugomori-冬籠り | winterslaap; binnen blijven in de winter |
fuyujikan-冬時間 | wintertijd |
fuyujitaku-冬支度 | voorbereidingen voor de winter |
fuyukodachi-冬木立 | kale bomen in de winter |
fuyumono-冬物 | winterkleding; winter artikelen |
fuyuna-冬菜 | winter (blad)groenten |
fuyunohi-冬の日 | winterdag |
fuyusaku-冬作 | wintergewassen (groeien in de winter, en worden geoogst in de lente of zomer) |
fuyushōgun-冬将軍 | de (strenge) winter; Russische winter (een term die verwijst naar het mislukken van de invasie van Napoleon in Rusland door hevige kou en sneeuw) |
fuyuyama-冬山 | een kale berg in de winter |
fuyuyama-冬山 | een berg die wordt beklommen in de winter |
fuyuyasumi-冬休み | wintervakantie |
fuyuzare-冬ざれ | verlaten [somber] winterlandschap |
fuyuzora-冬空 | winterhemel; winterlucht; winterweer |
gentō-厳冬 | een strenge winter |
hatsufuyu-初冬 | de vroege winter; het begin van de winter |
hatsugoori-初氷 | eerste ijs van de winter |
hatsushigure-初時雨 | de eerste regen na de overgang van herfst naar winter |
hyakusenrenma-百戦錬磨 | een veteraan; een ervaren iemand; een doorgewinterde vakman |
jōryokuju-常緑樹 | wintergroene boom; altijd groenblijvende boom |
jōten-上天 | één van de vier hemelen; n.l. de winterhemel |
kanburi-寒鰤 | koude geelvinmakreel, d.w.z. die gevangen is midden in de winter |
kanchū-寒中 | midwinter; midden in de winter; het koude jaargetijde |
kangarasu-冬鴉 | (literair) winterkraai; kraai in de winter |
kangeiko-寒稽古 | wintertraining (vechtsporten) |
kangetsu-寒月 | de maan op (koude) een winternacht |
kangiku-寒菊 | Chrysanthemum indium, een winterbloeiende chrysant |
kangoe-寒肥 | winterbemesting; bemesten in de winter |
kangori-寒垢離 | ritueel koudwaterbad in de winter |
kannoiri-寒の入り | het begin van de midwinter periode (6 januari) |
kannomodori-寒の戻り | koude dag(en) in de lente; een (tijdelijke) terugkeer van de winterkou in de lente |
kanten-寒天 | koude lucht; winterhemel |
kantsubaki-寒椿 | winter camellia |
karotōsen-夏炉冬扇 | iets dat nutteloos is, zoals een haard in de zomer of een waaier in de winter |
keichitsu-啓蟄 | het ontwaken der insecten; de dag dat insecten na de winter uit de grond komen (ca. 6 maart) |
kogarashi-木枯らし | koude wind (aan het einde van de herfst tot begin van de winter) |
koharu-小春 | warme nazomer; warme [zonnige] dag in (het begin van de) winter |
kyūtō-旧冬 | vorige winter; eind [december] vorig jaar |
mafuyubi-真冬日 | koude winterdag; midwinter |
misosazai-鷦鷯 | winterkoning; winterkoninkje (vogel: Troglodytes troglodytes) |
mogaribue-虎落笛 | het fluitende geluid van een winterse wind die door een bamboe hek waait |
mōtō-孟冬 | begin van de winter; de vroege winter |
mugifumi-麦踏み | het vertrappen van tarweplanten in de winter (om de koudebestendigheid te vergroten en de stengelvoeten van het gewas sterker te maken) |
natsudori-夏鳥 | zomervogels; trekvogels die in de zomer komen nestelen [zich voortplanten], en in de herfst wegtrekken naar warmere streken om te overwinteren |
natsusaku-夏作 | zomergewassen, (zoals o.a. maïs, bonen, aubergine) die groeien in de zomer, en worden geoogst in de herfst of winter |
ōbā-オーバー | winterjas |
ōbākōto-オーバーコート | winterjas |
rittō-立冬 | het begin van de winter; de eerste winterdag (volgens de maankalender) |
rōbai-蠟梅 | meloenboompje; winterzoet (Chimonanthus praecox) |
sankanshion-三寒四温 | (in de winter) een afwisseling van drie koude en vier warme dagen |
santō-三冬 | drie winters (drie jaar) |
santō-三冬 | de drie wintermaanden |
setsubun-節分 | Setsubun festival (laatste dag van de winter in de maankalender, 3 a 4 febr.; met het ritueel van bonen strooien om boze geesten weg te jagen) |
shigure-時雨 | korte (zware) regenbui (in late herfst of vroege winter) |
shiji-四時 | de vier seizoenen (lente, zomer, herfst, winter) |
shimogare-霜枯れ | (af. voor) het gure [kale] winterseizoen |
shimogaredoki-霜枯れ時 | het gure [kale] winterseizoen |
shimoyake-霜焼け | winterhanden; wintervoeten; bevroren vingers [tenen] |
shōchikubai-松竹梅 | den, bamboe en pruimenboom (omdat ze alle drie goed tegen de kou kunnen, worden ze in China ook wel de Drie Vrienden van de Winter genoemd) |
shotō-初冬 | de vroege winter; het begin van de winter |
sunō・taiya-スノー・タイヤ | winterband |
sutaddoresu・taiya-スタッドレス・タイヤ | (auto) winterbanden zonder spijkerbeslag |
sutōbu・rīgu-ストーブ・リーグ | (honkbal) winterstop (de term verwijst naar de honkbalfans en managers die dan bij de kachel over de sport en de transfers zitten praten) |
tō-冬 | (de on-yomi, in kanji-combinaties) winter |
tōga-冬芽 | bloem- of (blad)knoppen die gedurende de late zomer tot aan de herfst onstaan, de winter in dormante staat doorbrengen, om uiteindelijk in de lente op |
tōji-冬至 | (één van de 24 seizoenen in de oude maankalender, als de zon staat op 270 graden (geografische) lengte); midwinter; de kortste dag: 21 of 22 dec. |
tōmin-冬眠 | winterslaap; hibernatie |
tōsō-凍瘡 | winterhanden; wintervoeten; bevroren vingers [tenen] |
uintā・supōtsu-ウインター・スポーツ | wintersport |
yamijiru-闇汁 | een winters vermaak, waarbij een nabe-soep wordt gemaakt met ingrediënten die bezoekers hebben meegenomen, en die soep wordt in het donker opgegeten |
yaminabe-闇鍋 | een winters vermaak, waarbij een nabe-soep wordt gemaakt met ingrediënten die bezoekers hebben meegenomen, en die soep wordt in het donker opgegeten |
yokan-余寒 | aanhoudende kou; de (winter)kou die blijft voortduren tot in de (vroege) lente; een koude lentedag |
yukinohate-雪の果て | sneeuw die aan het einde van de winter valt; sneeuw die is blijven liggen |
yukiusagi-雪兎 | sneeuwhaas (Lepus timidus, heeft 's winters een witte vacht) |