Kruisverwijzing
vaardigheid
| lemma | meaning |
|---|---|
| aisō-愛想 | vriendelijkheid; hoffelijkheid; voorkomendheid; gastvrijheid; hulpvaardigheid |
| aisō-愛想 | gunst; welwillendheid; hulpvaardigheid |
| anka-安価 | oppervlakkigheid; lichtvaardigheid |
| bakusai-博才 | vaardigheid met gokken |
| bonsai-凡才 | een persoon met matige vaardigheid [bekwaamheid] |
| bonsai-凡才 | middelmatigheid; matige vaardigheid [bekwaamheid] |
| dokkai-読解 | begrijpend lezen; leesvaardigheid |
| dokkaika-読解力 | goede leesvaardigheid hebben; goed begrijpend kunnen lezen; |
| dokkaikatesuto-読解力テスト | leesvaardigheidstest; toets begrijpend lezen |
| dokujiryoku-読字力 | leesvaardigheid |
| emono-得物 | bijzondere techniek [kundigheid; vaardigheid] |
| faito-ファイト | vechtlust; strijdvaardigheid |
| fubin-不敏 | traagheid; onvermogen; gebrek aan talent [vaardigheid] |
| fugi-不義 | onrechtvaardigheid; zedeloosheid; ongepastheid; wangedrag |
| fugiri-不義理 | oneerlijkheid; onrechtvaardigheid; oneer; onrecht; ondankbaarheid |
| fusei-不正 | onrechtvaardigheid; onrecht; oneerlijkheid; wangedrag; onregelmatigheid; fraude |
| gachi-雅致 | kunstvaardigheid; goede smaak; elegantie; verfijning |
| gakuryoku-学力 | wetenschappelijke bekwaamheid [prestaties]; leervaardigheid |
| gakusai-学才 | studievaardigheid; wetenschappelijk talent |
| gei-芸 | kundigheid; vaardigheid; artistiek talent |
| gi-伎 | vakmanschap; vaardigheid |
| gijutsu-技術 | vakmanschap; een kunst; techniek; bekwaamheid; vaardigheid; kundigheid |
| giki-義旗 | de vlag [het vaandel] (in de strijd) voor rechtvaardigheid |
| giki-義気 | rechtvaardigheidsgevoel; ridderlijkheid |
| gikō-技巧 | vakmanschap; (technische) vaardigheid [kunde]; techniek |
| giretsu-義烈 | heldhaftigheid; heldenmoed; sterk rechtvaardigheidsgevoel |
| giryō-技量 | vaardigheid; bekwaamheid; vermogen |
| gūyū-偶有 | toevallige eigenschap; bij toeval een bepaalde eigenschap [vaardigheid] hebben |
| gūyūsei-偶有性 | toevallige eigenschap; bij toeval een bepaalde eigenschap [vaardigheid] hebben |
| hanappashi-鼻っぱし | strijdlustigheid; strijdvaardigheid, competitieve geest; vechtlust |
| hanappashira-鼻っ柱 | strijdlustigheid; strijdvaardigheid, competitieve geest; vechtlust |
| handikurafuto-ハンディクラフト | handwerk; handvaardigheid; ambacht |
| heitan-平淡 | eenvoud; bescheidenheid; lichtvaardigheid |
| heppoko-へっぽこ | slecht; inferieur (in vaardigheid); nutteloos |
| hiaringu-ヒアリング | het luisteren; luistervaardigheid |
| hitsui-筆意 | schrijfvaardigheid; schrijfstijl; houding bij het kalligraferen |
| hiyaringu-ヒヤリング | het luisteren; luistervaardigheid |
| ippon'yari-一本槍 | (iemands) speciale vaardigheid |
| jingi-仁義 | naastenliefde en rechtvaardigheid (in confucianisme) |
| jitsugi-実技 | praktische bekwaamheid [vaardigheid] |
| jitsuryoku-実力 | (werkelijke) kracht; vermogen; competentie; talent; vaardigheid |
| jukusu-熟す | rijpen (fig.); goed ontwikkeld zijn [worden] (b.v. gedachte, plan, gelegenheid, vaardigheid) |
| jukusuru-熟する | rijpen (fig.); goed ontwikkeld zijn [worden] (b.v. gedachte, plan, gelegenheid, vaardigheid) |
| jutsu-術 | een kunst; een techniek; operatie; een bekwaamheid; een vaardigheid; een kundigheid |
| kaitouranma-快刀乱麻 | (vakkundige) besluitvaardigheid |
| kanjuku-慣熟 | meesterschap; vaardigheid; bekwaamheid |
| keisotsu-軽率 | onvoorzichtigheid; lichtvaardigheid; onbesuisdheid |
| kikitori-聞き取り | luistervaardigheid in [auditief begrip van] een vreemde taal |
| kōdō-公道 | rechtvaardigheid; gerechtigheid |
| kōhei-公平 | onpartijdigheid; rechtvaardigheid |
| kokyū-呼吸 | vaardigheid; truc; handigheid |
| kōmei-公明 | rechtvaardigheid; gerechtigheid; eerlijkheid |
| kōmeiseidai-公明正大 | eerlijkheid; rechtvaardigheid; integriteit; rechtschapenheid |
| kōnā・wāku-コーナー・ワーク | vaardigheid in het nemen van bochten (schaatsen, autorace, etc.) |
| kōsaku-工作 | ambacht; handvaardigheid |
| kōsha-巧者 | vakkundigheid; vaardigheid; bekwaamheid; slimheid |
| kyapashitī-キャパシティー | capaciteit; hoeveelheid; bekwaamheid; vaardigheid; vermogen |
| mukōiki-向こう意気 | vechtlust; strijdlustigheid; strijdvaardigheid |
| naraigoto-習い事 | les [onderricht; onderwijs; training] van een technische vaardigheid [kunstvorm, e.d] bij een meester [specialist] |
| nō-能 | talent; vaardigheid; bekwaamheid; gave |
| nōryoku-能力 | vaardigheid; bekwaamheid; competentie; vermogen; capaciteit |
| renjuku-練熟 | bekwaamheid; vaardigheid; vakkundigheid; behendigheid; ervaring |
| rinsho-臨書 | het nauwkeurig overschrijven van kanji naar een (klassiek) schrijfmodel (voor het verkrijgen van kalligrafische schrijfvaardigheid) |
| ryūchō-流暢 | spreekvaardigheid |
| saihitsu-才筆 | schrijfstijl op hoog niveau; (literaire) schrijfvaardigheid |
| saiku-細工 | handvaardigheid; handwerk; vakmanschap |
| saiwan-才腕 | vaardigheid; bekwaamheid; talent |
| sanka-参稼 | iemand met een speciale functie [vaardigheid] binnen een organisatie |
| sanpitsu-算筆 | rekenkunde en kalligrafie [lees- en schrijfvaardigheid] |
| sansūkentei-算数検定 | rekenvaardigheid test |
| seigi-正義 | gerechtigheid; rechtvaardigheid |
| seikō-精巧 | verfijning; vaardigheid; precisie; vakmanschap |
| seimoku-井目 | (bij het go-spel, als er een groot verschil in vaardigheid is) het vooraf plaatsen van 9 stenen op het bord door de slechtste speler |
| setsurin-節臨 | het overschrijven van een passage [versregel] van een originele (klassieke) tekst (voor het verkrijgen van kalligrafische schrijfvaardigheid) |
| shakaiseigi-社会正義 | social rechtvaardigheid [gerechtigheid] |
| shojiryoku-書字力 | schrijfvaardigheid |
| shugi-手技 | vaardigheid; handwerk |
| shuren-手練 | vaardigheid; bekwaamheid |
| shuwan-手腕 | talent; gave; bekwaamheid; vaardigheid |
| soyō-素養 | basistraining; opleiding; verworven kennis [vaardigheid] |
| sukiru-スキル | vaardigheid; bekwaamheid |
| takumi-匠 | handvaardigheid; (vak)bekwaamheid |
| tedare-手足れ | bedrevenheid; vaardigheid; handigheid |
| tezaiku-手細工 | handwerk; handvaardigheid; ambacht |
| tōhi-当否 | goed of fout; rechtvaardigheid |
| tokubetsukyōshitsu-特別教室 | speciaal uitgeruste klaslokalen (voor vakken als muziek, handvaardigheid, huishoudkunde, e.a., ook gebruikt als audio-visuele ruimte) |
| tokui-得意 | (iemands) specialiteit; sterke punt; vaardigheid |
| ude-腕 | bekwaamheid; vaardigheid |
| udedameshi-腕試し | het testen van iemands vaardigheid [kracht] |
| udemae-腕前 | bekwaamheid; vaardigheid |
| untengijutsu-運転技術 | rijvaardigheid; rijtechniek |
| utsuwa-器 | bekwaamheid; gave; aanleg; talent; vaardigheid; geschiktheid |
| waza-技 | techniek; vaardigheid; handigheid; manoeuvre |
| zenrin-全臨 | het overschrijven van een gehele originele (klassieke) tekst (voor het verkrijgen van kalligrafische schrijfvaardigheid) |