Kruisverwijzing
steel
lemma | meaning |
---|---|
atai-私 | (eerste persoon enkelvoud, gebruikt door vrouwen of kinderen uit de kasteelstad (shitamachi), of de demi-monde) ik; mij |
daimon-大門 | hoofdpoort [ingang] van een kasteel of tempel |
dirēdo・suchīru-ディレード・スチール | verlate steel-poging (bij honkbal, een verrassingstechniek waarbij de loper een honk steelt op een onverwacht moment) |
esoragoto-絵空事 | fabeltje; verzinsel; luchtkasteel |
gejō-下城 | het verlaten van een kasteel |
hirajiro-平城 | een kasteel dat op een vlak terrein is gebouwd (dus niet op een berg of heuvel) |
hirayamajiro-平山城 | een kasteel op een heuvel (gebouwd) |
honmaru-本丸 | donjon; hoofdtoren (van een kasteel) |
hori-堀 | kasteelgracht; slotgracht |
hoshika-干し鰯 | meststof op basis van gedroogde ontvette sardines en haring (werd gebruikt voor de katoen- en tabaksteelt van late Edo-periode tot de Meiji periode) |
jiku-軸 | stengel; steel |
jin'ya-陣屋 | (Edo periode) residentie van de daimyo van een klein domein zonder kasteel |
jō-城 | kasteel; burcht; fort |
jōgai-城外 | buiten een kasteel; buiten de kasteelmuren |
jōhei-城兵 | garnizoen (ter verdediging) in een kasteel |
jōka-城下 | kasteelstad (stad onder de bescherming van een kasteel) |
jōka-城下 | (zich bevindend) beneden [bij] een kasteel |
jōkaku-城郭 | kasteelmuur; omheining van een kasteel |
jōkaku-城郭 | kasteel met verdedigingswerk (slotgracht, etc.) en/of versterkingen; citadel |
jōkamachi-城下町 | kasteelstad (stad onder de bescherming van een kasteel) |
jōmon-城門 | kasteelpoort |
jōnai-城内 | binnenin een kasteel; binnen de kasteelmuren |
joren-鋤簾 | soort schoffel met bamboesteel |
jōseki-城跡 | ruïne [overblijfselen] van een kasteel |
jōshu-城主 | kasteelheer; burchtheer; slotheer |
jōshu-城主 | daimyō met een kasteel in bezit (Tokugawa periode) |
kakei-花茎 | bloemstengel; bloemsteel |
kakō-花梗 | bloemstengel; bloemsteel |
kakumon-郭門 | kasteelpoort; stadspoort |
kan-幹 | (boom)stam; steel; schacht (van een pijl) |
kan-管 | de steel van een penseel |
kanraku-陥落 | val; onderwerping; overgave; verovering (kasteel, stad, e.d.) |
kataku-花托 | torus; bloembodem (de bovenkant van de bloemsteel waar bloemblaadjes, stampers, etc. aan vastzitten) |
kinjō-金城 | sterk [onneembaar] kasteel |
kojō-古城 | een oud kasteel |
kojō-孤城 | een belegerd kasteel (omringd door vijanden) |
kojō-孤城 | een eenzaam [geïsoleerd gelegen] kasteel [vesting] |
kōjō-皇城 | keizerlijk paleis [kasteel] |
kōraku-攻落 | verovering; inname (b.v. van een kasteel) |
kosokoso-こそこそ | (onomatopee) stiekem; fluisterend; steels |
kūchūrōkaku-空中楼閣 | luchtkasteel |
kuki-茎 | de stengel [steel] (van een plant of bloem) |
kyassuru-キャッスル | kasteel |
kyojō-居城 | woonkasteel van een kasteelheer [domeinvorst; daimyō] |
kyojōseki-居城跡 | ruïne [overblijfselen] van een (woon)kasteel |
madorosu・paipu-マドロス・パイプ | matrozenpijp, een (tabaks)pijp met een grote kop en gebogen steel (werd vaak door zeelui gebruikt) |
mannentake-万年茸 | gesteelde lakzwam (Ganoderma lucidum) |
mitsuke-見付 | toegangsweg [oprit] (naar een kasteel) |
mizuzeme-水攻め | (de tactiek van) het afsnijden van de watertoevoer (van een kasteel bij een belegering) |
mizuzeme-水攻め | (de tactiek van) inundatie; het onder water zetten (van een kasteel bij een belegering) |
nigiri-握り | handvat; heft; hendel; steel; handgreep |
ninomaru-二の丸 | de tweede [buitenste] omheining van een kasteel |
noarashi-野荒らし | de mens die [het dier dat} de gewassen vernielt of steelt |
nozoki-覗き | een kijkje; vluchtige [steelse] blik |
nozokimi-覗き見 | glurende [steelse] blik |
nyūjō-入城 | (triomfantelijke) binnenkomst [intocht] in een kasteel [burcht] |
nyūjōsuru-入城する | (triomfantelijk) een kasteel [burcht] binnengaan [betreden] |
ōjō-王城 | koninklijk [keizerlijk] paleis [kasteel] |
oomon-大門 | hoofdpoort [ingang] van kasteel of tempel |
oooku-大奥 | binnenruimte in (Edo-)kasteel waar vrouw en concubines van de Shogun verbleven |
oote-大手 | hoofdpoort [hoofdingang] van een kasteel |
rakujō-落城 | val [overgave] van een kasteel (aan de vijand) |
reishi-霊芝 | gesteelde lakzwam (Ganoderma lucidum) |
rōjō-籠城 | het verdedigen van een kasteel (tijdens een belegering); verschansing |
ryōjō-領城 | districtskasteel (van een daimyo in de Edo periode), als zetel van het bestuur van een district (als een centrale overheid) |
semeotosu-攻め落とす | een kasteel van de vijand innemen |
shafuto-シャフト | schacht (van speer, golfclub, etc.); steel; stok |
shanku-シャンク | schacht; steel; handvat |
shanku-シャンク | stengel; steel (van plant) |
shatō-シャトー | kasteel; paleis; wijnhuis |
shatō・wain-シャトー・ワイン | kasteelwijn |
shinbō-心棒 | as (van een wiel); spil; schacht; stang; stift; steel |
shiro-城 | kasteel; burcht; fort |
shiroato-城跡 | ruïne [overblijfselen] van een kasteel |
shumon-守門 | poortwacht; poortbewaking (van een stad, kasteel e.d.) |
sōsupan-ソースパン | steelpan; sauspan |
suchīru・gitā-スチール・ギター | (Eng.: steel guitar) steelgitaar; steelguitar |
tatekomoru-立て籠もる | (zich) verschansen [verschuilen] (in een kasteel, gebouw, e.d.) |
tenabe-手鍋 | een pan [pot] met een handvat; steelpan |
tenshu-天守 | (grote) kasteeltoren; slottoren; donjon |
tenshukaku-天守閣 | (grote) kasteeltoren; slottoren; donjon |
teppeki-鉄壁 | een (kasteel)muur van ijzer [met ijzer bekleed] |
tsuka-柄 | heft; gevest (van zwaarden, messen of dolken); steel of greep (van b.v. borstels); handvat |
umadashi-馬出し | een aarden wal voor een kasteel (om vertrek en aankomst van ruiters niet aan de vijand te laten zien) |
yagura-櫓 | een hoge toren (m.n. boven een poort); kasteeltoren; wachttoren |
yaguramon-櫓門 | torenpoort (van een kasteelmuur) |
yakiuchi-焼き討ち | aanval (op een kasteel) met vuur(pijlen) |
yamajiro-山城 | kasteel op een bergtop [berghelling]; bergvesting |