| aokabi-青黴 | blauwe schimmel; penicilline |
| bakusho-曝書 | het (buiten) luchten [drogen] van boeken (tegen schimmel en insecten) |
| hakku-白駒 | schimmel (wit paard) |
| imochibyō-稲熱病 | (Magnaporthe grisea) rijstschimmel; rijstrothals; rijstzaailingziekte |
| kabi-黴 | schimmel (organisme) |
| kanjidashō-カンジダ症 | candidiasis; candidose; candida (schimmelinfectie) |
| kin-菌 | schimmel (organisme) |
| kingaku-菌学 | mycologie (studie van schimmels en paddenstoelen) |
| kinohorumu-キノホルム | chinoform (antischimmel middel) |
| kinrui-菌類 | schimmel; zwam; fungus |
| kinshitai-菌糸体 | (schimmel) zwamvlok; mycelium |
| kōji-麹 | gemoute rijst, een schimmel die gekweekt wordt op rijst en bonen (en gebruikt wordt als starter-cultuur voor het maken van sake, miso, sojasaus e.d.) |
| kokuhanbyō-黒斑病 | sterroetdauw (een schimmelziekte op planten) |
| kurokabi-黒黴 | zwarte schimmel (Aspergillus niger) |
| mizumushi-水虫 | voetschimmel |
| mushiboshi-虫干し | het luchten [buiten hangen] van kleren [kleden, e.d.] (om te voorkomen dat er insecten of schimmel in komen) |
| namazu-癜 | tinea versicolor; pityriasis versicolor (schimmelinfectie) |
| shinkinshō-真菌症 | schimmelinfectie; mycose |
| shiroashige-白葦毛 | lichtgrijs, schimmel(kleur) |