| abaremawaru-暴れ回る | wild rondrennen; relschoppen |
| bōsō-暴走 | het wild [doelloos] rondrennen; (bij honkbal) het roekeloos rennen naar de honken door een speler |
| bōsō-暴走 | wilde vlucht; het wild rondrennen; op hol slaan |
| chisō-馳走 | rondrennen; inspanningen; inzet |
| hashirimawaru-走り回る | rondhollen; rondrennen |
| honsō-奔走 | het rondrennen; voortdurend in beweging zijn |
| kakemawaru-駆け回る | rondrennen; heen-en-weer rennen |
| mawaru-回る | rondgaan; rondrennen; de ronde doen; ronddraaien |
| nigemadou-逃げ惑う | (in paniek) proberen te ontsnappen; ongecoördineerd rondrennen om te ontsnappen |
| sutorīkingu-ストリーキング | het blootflitsen; naaktflitsen (buiten naakt rondrennen) |
| tobiaruku-飛び歩く | rondlopen; rondrennen; rondspringen |
| tobimawaru-飛び回る | rondspringen; rondrennen |
| tōhonseisō-東奔西走 | het constant rondrennen; druk bezig zijn |